Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 JULI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving betreffende de nuttige ervaring, de concordantie en de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het volwassenenonderwijs
Titre
4 JUILLET 2014. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant la rĂ©glementation relative Ă l'expĂ©rience utile, Ă la concordance et aux titres et Ă©chelles de traitement dans l'Ă©ducation des adultes
Documentinformatie
Info du document
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. In artikel 6 van het besluit van deVlaamse Regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs wordt het woord "ambt" vervangen door het woord "functie".
Article 1er. A l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 1997 relatif Ă l'expĂ©rience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement, les mots " d'une fonction " sont remplacĂ©s par les mots " d'un emploi ".
Art. 2. Bijlage III bij hetzelfde besluit, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2010 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014, wordt vervangen door bijlage III, die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 2. L'annexe III au mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2010 et remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014, est remplacĂ©e par l'annexe III, jointe comme annexe 1re au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 3. Bijlage V bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014, wordt vervangen door bijlage V, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 3. L'annexe V Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif Ă la concordance d'office, insĂ©rĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 mars 2010 et remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014, est remplacĂ©e par l'annexe V jointe comme annexe 2 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 4. In de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende de individuele concordantie in het secundair volwassenenonderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het deel "met ingang van 1 februari 2013 kan A. het hieronder in de linkerkolom vermelde vak individueel geconcordeerd worden naar de hieronder in de rechterkolom vermelde module wordt tussen de opsomming "AV chemie Zuivelwetgeving" en de opsomming "PV dameskappenBasis grime" de volgende opsomming ingevoegd :
  1° in het deel "met ingang van 1 februari 2013 kan A. het hieronder in de linkerkolom vermelde vak individueel geconcordeerd worden naar de hieronder in de rechterkolom vermelde module wordt tussen de opsomming "AV chemie Zuivelwetgeving" en de opsomming "PV dameskappenBasis grime" de volgende opsomming ingevoegd :
Art. 4. A l'annexe Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 mars 2010 relatif Ă la concordance individuelle dans l'enseignement secondaire des adultes, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans la partie " met ingang van 1 februari 2013 kan A. het hieronder in de linkerkolom vermelde vak individueel geconcordeerd worden naar de hieronder in de rechterkolom vermelde module ", l'énumération suivante est insérée entre l'énumération " PV chemie Zuivelwetgeving " et l'énumération " PV dameskappen Basis grime " :
  1° dans la partie " met ingang van 1 februari 2013 kan A. het hieronder in de linkerkolom vermelde vak individueel geconcordeerd worden naar de hieronder in de rechterkolom vermelde module ", l'énumération suivante est insérée entre l'énumération " PV chemie Zuivelwetgeving " et l'énumération " PV dameskappen Basis grime " :
| "PV bio-esthetiek | Basis grime |
| PV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| PV bio-esthetiek | Bodypainting |
| PV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| PV bio-esthetiek | Facepainting |
| PV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| PV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| PV bio-esthetiek | Theatergrime" |
en wordt tussen de opsomming "PV nautische technieken Werkplekleren scheepsmachines" en de opsomming "TV bouw Apparaten in pipingmachines" de volgende opsomming ingevoegd:
| " PV bio-esthetiek | Basis grime |
| PV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| PV bio-esthetiek | Bodypainting |
| PV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| PV bio-esthetiek | Facepainting |
| PV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| PV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| PV bio-esthetiek | Theatergrime " |
et l'énumération suivante est insérée entre l'énumération " PV nautische technieken Werkplekleren scheepsmachines " et l'énumération " TV bouw Apparaten in pipingmachines " :
| "TV bio-esthetiek | Basis grime |
| TV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| TV bio-esthetiek | Bodypainting |
| TV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| TV bio-esthetiek | Facepainting |
| TV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| TV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| TV bio-esthetiek | Theatergrime"; |
2° in het deel "met ingang van 1 februari 2013 kan A. het hieronder in de linkerkolom vermelde vak individueel geconcordeerd worden naar de hieronder in de rechterkolom vermelde module", wordt tussen de opsomming "AV chemie Zuivelwetgeving" en de opsomming "PV dameskappenBasis grime" de volgende opsomming ingevoegd:
| " TV bio-esthetiek | Basis grime |
| TV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| TV bio-esthetiek | Bodypainting |
| TV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| TV bio-esthetiek | Facepainting |
| TV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| TV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| TV bio-esthetiek | Theatergrime " ; |
2° dans la partie " met ingang van 1 februari 2013 kan A. het hieronder in de linkerkolom vermelde vak individueel geconcordeerd worden naar de hieronder in de rechterkolom vermelde module ", l'énumération suivante est insérée entre l'énumération " AV chemie Zuivelwetgeving " et l'énumération " PV dameskappen Basis grime " :
| "PV bio-esthetiek | Basis grime |
| PV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| PV bio-esthetiek | Bodypainting |
| PV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| PV bio-esthetiek | Facepainting |
| PV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| PV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| PV bio-esthetiek | Theatergrime" |
en wordt tussen de opsomming "PV nautische technieken Werkplekleren scheepsmachines" en de opsomming "TV bouw Apparaten in pipingmachines" de volgende opsomming ingevoegd:
| " PV bio-esthetiek | Basis grime |
| PV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| PV bio-esthetiek | Bodypainting |
| PV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| PV bio-esthetiek | Facepainting |
| PV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| PV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| PV bio-esthetiek | Theatergrime " |
et l'énumération suivante est insérée entre l'énumération " PV nautische technieken Werkplekleren scheepsmachines " et l'énumération " TV bouw Apparaten in pipingmachines " :
| "TV bio-esthetiek | Basis grime |
| TV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| TV bio-esthetiek | Bodypainting |
| TV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| TV bio-esthetiek | Facepainting |
| TV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| TV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| TV bio-esthetiek | Theatergrime"; |
3° in het deel "met ingang van 1 februari 2013 kan A. het hieronder in de linkerkolom vermelde vak individueel geconcordeerd worden naar de hieronder in de rechterkolom vermelde module", wordt tussen de opsomming "AV chemie Zuivelwetgeving" en de opsomming "PV dameskappenBasis grime" de volgende opsomming ingevoegd:
| " TV bio-esthetiek | Basis grime |
| TV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| TV bio-esthetiek | Bodypainting |
| TV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| TV bio-esthetiek | Facepainting |
| TV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| TV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| TV bio-esthetiek | Theatergrime " ; |
3° dans la partie " met ingang van 1 februari 2013 kan A. het hieronder in de linkerkolom vermelde vak individueel geconcordeerd worden naar de hieronder in de rechterkolom vermelde module ", l'énumération suivante est insérée entre l'énumération " AV chemie Zuivelwetgeving " et l'énumération " PV dameskappen Basis grime " :
| "PV bio-esthetiek | Basis grime |
| PV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| PV bio-esthetiek | Bodypainting |
| PV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| PV bio-esthetiek | Facepainting |
| PV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| PV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| PV bio-esthetiek | Theatergrime" |
en wordt tussen de opsomming "PV nautische technieken Werkplekleren scheepsmachines" en de opsomming "TV bouw Apparaten in pipingmachines" de volgende opsomming ingevoegd:
| " PV bio-esthetiek | Basis grime |
| PV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| PV bio-esthetiek | Bodypainting |
| PV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| PV bio-esthetiek | Facepainting |
| PV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| PV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| PV bio-esthetiek | Theatergrime " |
et l'énumération suivante est insérée entre l'énumération " PV nautische technieken Werkplekleren scheepsmachines " et l'énumération " TV bouw Apparaten in pipingmachines " :
| "TV bio-esthetiek | Basis grime |
| TV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| TV bio-esthetiek | Bodypainting |
| TV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| TV bio-esthetiek | Facepainting |
| TV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| TV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| TV bio-esthetiek | Theatergrime". |
| " TV bio-esthetiek | Basis grime |
| TV bio-esthetiek | Basisvisagie |
| TV bio-esthetiek | Bodypainting |
| TV bio-esthetiek | Driedimensionale grime |
| TV bio-esthetiek | Facepainting |
| TV bio-esthetiek | Film- en tv-grime |
| TV bio-esthetiek | Mediavisagie |
| TV bio-esthetiek | Theatergrime ". |
Art. 5. De bijlage bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014, wordt vervangen door de bijlage, die als bijlage 3 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 5. L'annexe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014, est remplacĂ©e par l'annexe jointe comme annexe 3 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 6. In het besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, 8 april 2011, 30 september 2011, 1 juni 2012, 21 september 2012, 8 maart 2013, 6 september 2013 en 16 mei 2014, wordt een artikel 15/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 15/3. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die:
  1° ten laatste op 31 augustus 2014 vastbenoemd zijn in de modules actuele tendensen in de ouderenzorg 1, actuele tendensen in de ouderenzorg 2, begeleiden van personen met dementie of zorg voor het levenseinde van de opleiding begeleider-animator voor bejaarden;
  2° tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in de modules actuele tendensen in de ouderenzorg 1, actuele tendensen in de ouderenzorg 2, begeleiden van personen met dementie of zorg voor het levenseinde van de opleiding begeleider-animator voor bejaarden in de loop van de schooljaren 2011-2012, 2012-2013 of 2013-2014.
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2014, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor de modules actuele tendensen in de ouderenzorg 1, actuele tendensen in de ouderenzorg 2, begeleiden van personen met dementie of zorg voor het levenseinde van de opleiding begeleider-animator voor bejaardenen die vanaf 1 september 2014 geen vereist bekwaamheidsbewijs meer hebben voor die vier modules, worden geacht alsnog in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor die vier modules.
  De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, worden toegekend op 1 september 2014, rekening houdend met de onderstaande bepalingen:
  1° de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd;
  2° de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd:
  a) de vakantieperioden;
  b) de loopbaanonderbreking;
  c) de militaire dienst;
  d) de perioden van wederoproeping;
  e) de ziekte- en bevallingsverloven;
  f) de onbezoldigde ouderschapsverloven;
  g) de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  h) de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  i) de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
  "Art. 15/3. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die:
  1° ten laatste op 31 augustus 2014 vastbenoemd zijn in de modules actuele tendensen in de ouderenzorg 1, actuele tendensen in de ouderenzorg 2, begeleiden van personen met dementie of zorg voor het levenseinde van de opleiding begeleider-animator voor bejaarden;
  2° tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in de modules actuele tendensen in de ouderenzorg 1, actuele tendensen in de ouderenzorg 2, begeleiden van personen met dementie of zorg voor het levenseinde van de opleiding begeleider-animator voor bejaarden in de loop van de schooljaren 2011-2012, 2012-2013 of 2013-2014.
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2014, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor de modules actuele tendensen in de ouderenzorg 1, actuele tendensen in de ouderenzorg 2, begeleiden van personen met dementie of zorg voor het levenseinde van de opleiding begeleider-animator voor bejaardenen die vanaf 1 september 2014 geen vereist bekwaamheidsbewijs meer hebben voor die vier modules, worden geacht alsnog in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor die vier modules.
  De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, worden toegekend op 1 september 2014, rekening houdend met de onderstaande bepalingen:
  1° de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd;
  2° de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd:
  a) de vakantieperioden;
  b) de loopbaanonderbreking;
  c) de militaire dienst;
  d) de perioden van wederoproeping;
  e) de ziekte- en bevallingsverloven;
  f) de onbezoldigde ouderschapsverloven;
  g) de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  h) de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  i) de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.".
Art. 6. Dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 avril 2010 relatif aux titres et Ă©chelles de traitement des membres du personnel des centres d'Ă©ducation des adultes, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 10 septembre 2010, 8 avril 2011, 30 septembre 2011, 1er juin 2012, 21 septembre 2012, 8 mars 2013, 6 septembre 2013 et 16 mai 2014, il est insĂ©rĂ© un article 15/3, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 15/3. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel :
  1° étant nommés à titre définitif au plus tard le 31 août 2014 dans les modules " actuele tendensen in de ouderenzorg 1 ", " actuele tendensen in de ouderenzorg 2 ", " begeleiden van personen met dementie " ou " zorg voor het levenseinde " de la formation " begeleider-animator voor bejaarden " ;
  2° ayant été désignés temporairement ou chargés temporairement d'une charge dans les modules " actuele tendensen in de ouderenzorg 1 ", " actuele tendensen in de ouderenzorg 2 ", " begeleiden van personen met dementie " ou " zorg voor het levenseinde " de la formation " begeleider-animator voor bejaarden " au cours des années scolaires 2011-2012, 2012-2013 ou 2013-2014.
  Les membres du personnel visĂ©s Ă l'alinĂ©a premier qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2014, Ă©taient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour les modules " actuele tendensen in de ouderenzorg 1 ", " actuele tendensen in de ouderenzorg 2 ", " begeleiden van personen met dementie " ou " zorg voor het levenseinde " de la formation " begeleider-animator voor bejaarden ", Ă compter du 1er septembre 2014, ne sont plus porteurs d'un titre requis pour ces quatre modules, sont censĂ©s ĂȘtre encore porteurs d'un titre requis pour ces quatre formations.
  Les mesures transitoires visées au deuxiÚme alinéa sont attribuées le 1er septembre 2014, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés à l'alinéa premier, 1°, aussi longtemps qu'ils sont occupés dans l'enseignement, excepté les instituts supérieur et universités ;
  2° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés à l'alinéa premier, 2°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, excepté les instituts supérieurs et universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  a) les périodes de vacances ;
  b) l'interruption de carriÚre ;
  c) le service militaire ;
  d) les périodes de rappel sous les armes ;
  e) les congés de maladie et de maternité ;
  f) les congés parentaux non rémunérés ;
  g) les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
  h) les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
  i) les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire ;
  j) une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
  " Art. 15/3. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel :
  1° étant nommés à titre définitif au plus tard le 31 août 2014 dans les modules " actuele tendensen in de ouderenzorg 1 ", " actuele tendensen in de ouderenzorg 2 ", " begeleiden van personen met dementie " ou " zorg voor het levenseinde " de la formation " begeleider-animator voor bejaarden " ;
  2° ayant été désignés temporairement ou chargés temporairement d'une charge dans les modules " actuele tendensen in de ouderenzorg 1 ", " actuele tendensen in de ouderenzorg 2 ", " begeleiden van personen met dementie " ou " zorg voor het levenseinde " de la formation " begeleider-animator voor bejaarden " au cours des années scolaires 2011-2012, 2012-2013 ou 2013-2014.
  Les membres du personnel visĂ©s Ă l'alinĂ©a premier qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2014, Ă©taient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour les modules " actuele tendensen in de ouderenzorg 1 ", " actuele tendensen in de ouderenzorg 2 ", " begeleiden van personen met dementie " ou " zorg voor het levenseinde " de la formation " begeleider-animator voor bejaarden ", Ă compter du 1er septembre 2014, ne sont plus porteurs d'un titre requis pour ces quatre modules, sont censĂ©s ĂȘtre encore porteurs d'un titre requis pour ces quatre formations.
  Les mesures transitoires visées au deuxiÚme alinéa sont attribuées le 1er septembre 2014, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés à l'alinéa premier, 1°, aussi longtemps qu'ils sont occupés dans l'enseignement, excepté les instituts supérieur et universités ;
  2° ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés à l'alinéa premier, 2°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, excepté les instituts supérieurs et universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  a) les périodes de vacances ;
  b) l'interruption de carriÚre ;
  c) le service militaire ;
  d) les périodes de rappel sous les armes ;
  e) les congés de maladie et de maternité ;
  f) les congés parentaux non rémunérés ;
  g) les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
  h) les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
  i) les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire ;
  j) une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 7. De bijlage bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014, wordt vervangen door de bijlage, die als bijlage 4 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 7. L'annexe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014, est remplacĂ©e par l'annexe jointe comme annexe 4 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2014. Artikel 4, 1°, heeft uitwerking met ingang van 1 februari 2013. Artikel 4, 2° heeft uitwerking met ingang van 1 september 2013. Artikel 4, 3° heeft uitwerking met ingang van 1 februari 2014.
Art. 8. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er septembre 2014. L'article 4, 1°, produit ses effets le 1er fĂ©vrier 2013. L'article 4, 2°, produit ses effets le 1er septembre 2013. L'article 4, 3°, produit ses effets le 1er fĂ©vrier 2014.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlagen 1 tot en met 5.
  (Bijlagen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 06-11-2014, p. 84849-89573)
  (Bijlagen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 06-11-2014, p. 84849-89573)
Art. N. Annexe 1 Ă 5.
  (Annexes non traduites, voir version néerlandaise)
  (Annexes non traduites, voir version néerlandaise)