Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
4 APRIL 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters
Titre
4 AVRIL 2014. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 novembre 2013 portant les conditions d'agrĂ©ment et la politique de qualitĂ© pour l'accueil familial et l'accueil de groupe de bĂ©bĂ©s et de bambins et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 novembre 2013 relatif aux subventions et aux conditions y affĂ©rentes pour la rĂ©alisation de services spĂ©cifiques par l'accueil familial et l'accueil en groupe de bĂ©bĂ©s et de bambins
Documentinformatie
Numac: 2014036520
Datum: 2014-04-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014036520
Date: 2014-04-04
Moniteur: Voir
Tekst (44)
Texte (44)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters
CHAPITRE 1er. - Modifications Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 novembre 2013 portant les conditions d'agrĂ©ment et la politique de qualitĂ© pour l'accueil familial et de groupe de bĂ©bĂ©s et de bambins
Artikel 1. In het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters wordt een artikel 1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 1/1. Dit besluit wordt aangehaald als: Vergunningsbesluit van 22 november 2013.".
Article 1er. Dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 novembre 2013 portant les conditions d'agrĂ©ment et la politique de qualitĂ© pour l'accueil familial et de groupe de bĂ©bĂ©s et de bambins, il est insĂ©rĂ© un article 1/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 1/1. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© est citĂ© comme : ArrĂȘtĂ© d'autorisation du 22 novembre 2013. ".
Art. 2. Aan artikel 2, tweede lid, 3°, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Deze verplichting geldt alleen voor de organisator van groepsopvang.".
Art. 2. L'article 2, alinĂ©a deux, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ© par la phrase suivante :
  " Cette obligation ne s'applique qu'à l'organisateur de l'accueil de groupe. ".
Art. 3. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de woorden "meer dan acht kinderopvangplaatsen" vervangen door de woorden "meer dan achttien kinderopvangplaatsen".
Art. 3. Dans l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " plus de huit emplacements d'accueil d'enfants " sont remplacĂ©s par les mots " plus de dix-huit emplacements d'accueil d'enfants ".
Art. 4. Aan artikel 36 van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het opvangplan, vermeld in het tweede lid, 4°, wordt in onderling akkoord tussen de organisator en de contracthouder gesloten op basis van onderhandeling over de verwachtingen en de vragen van beide partijen.".
Art. 4. L'article 36 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a trois, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Le plan d'accueil, visé à l'alinéa deux, 4°, est conclu de commun accord entre l'organisateur et le détenteur du contrat sur la base d'une négociation sur les attentes et les questions des deux parties. ".
Art. 5. Aan artikel 40, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit wordt een punt c) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "c) een attest, opgemaakt door een arbeidsgeneesheer van de organisator. Dat attest kan het attest, vermeld in punt a) en b), vervangen;".
Art. 5. L'article 40, § 1er, alinĂ©a premier, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ© par un point c), rĂ©digĂ© comme suit :
  " c) une attestation, établie par un médecin du travail de l'organisateur. Cette attestation peut remplacer l'attestation, visée aux points a) et b) ; ".
Art. 6. Aan artikel 43, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit wordt een punt c) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "c) een attest, opgemaakt door een arbeidsgeneesheer van de organisator. Dat attest kan het attest, vermeld in punt a) en b), vervangen;".
Art. 6. L'article 43, § 1er, alinĂ©a premier, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ© par un point c), rĂ©digĂ© comme suit :
  " c) une attestation, établie par un médecin du travail de l'organisateur. Cette attestation peut remplacer l'attestation, visée aux points a) et b) ; ".
Art. 7. In artikel 57, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit wordt punt e) vervangen door wat volgt:
  "e) de evaluatie en de zelfevaluatie, vermeld in artikel 50 en 51;".
Art. 7. Dans l'article 57, alinĂ©a premier, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le point e) est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " e) l'évaluation et l'auto-évaluation, visées aux articles 50 et 51 ; ".
Art. 8. In artikel 63 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° een afwijking van de voorwaarde over de infrastructuur, vermeld in artikel 14, derde lid, voor de kinderopvanglocaties waarin een door Kind en Gezin erkend consultatiebureau als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 tot bepaling van de voorwaarden en de procedureregels inzake erkenning en subsidiëring van de consultatiebureaus voor het jonge kind of een erkend Huis van het Kind als vermeld in het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van de preventieve gezinsondersteuning, aanwezig is. Kind en Gezin neemt een beslissing na advies van de commissie voor afwijkingen kinderopvang;";
  2° in het vijfde lid wordt het woord "tijdelijke" opgeheven;
  3° er worden een zesde en zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Zolang de commissie voor afwijkingen kinderopvang, vermeld in het eerste lid, niet in werking is en uiterlijk tot 31 december 2015, neemt Kind en Gezin een beslissing zonder voorafgaand advies van die commissie.
  Een organisator die start met een kinderopvanglocatie in 2014 en al investeringen voor de infrastructuur gedaan heeft vóór 22 november 2013, kan op aanvraag een afwijking als vermeld in het eerste lid, 1°, krijgen.".
Art. 8. A l'article 63 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa premier, le point 4° est remplacé par les dispositions suivantes :
  " 4° une dĂ©rogation Ă  la condition relative Ă  l'infrastructure, visĂ©e Ă  l'article 14, alinĂ©a trois, pour les emplacements d'accueil d'enfants oĂč est prĂ©sent un bureau de consultation agréé par " Kind en Gezin " tel que visĂ© Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er mars 2002 fixant les conditions et les rĂšgles procĂ©durales relatives Ă  l'agrĂ©ment et au subventionnement des bureaux de consultation pour le jeune enfant, ou une " Huis van het Kind " agréée, telle que visĂ©e au dĂ©cret du 29 novembre 2013 portant organisation du soutien prĂ©ventif aux familles. " Kind en Gezin " prend une dĂ©cision aprĂšs avis de la commission des dĂ©rogations en matiĂšre d'accueil d'enfants ; " ;
  2° dans l'alinéa cinq, le mot " temporaire " est abrogé ;
  3° il est ajouté un alinéa six et un alinéa sept, rédigés comme suit :
  " Tant que la commission des dérogations en matiÚre d'accueil d'enfants, visée à l'alinéa premier, n'est pas active et jusqu'au 31 décembre 2015, " Kind en Gezin " prend un décision sans avis préalable de cette commission.
  Un organisateur qui commence un emplacement d'accueil d'enfants en 2014 et a déjà fait des investissements pour l'infrastructure avant le 22 novembre 2013, peut obtenir sur demande une dérogation telle que visée à l'alinéa premier, 1°. ".
Art. 9. In artikel 64 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De personen die voor de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012, tewerkgesteld zijn als verantwoordelijke in een kinderopvanglocatie die hetzij een erkenning, hetzij een toestemming, hetzij een attest van toezicht heeft van Kind en Gezin, kunnen afwijken van de voorwaarden over de kwalificatie, vermeld in artikel 40, § 1, eerste lid, 6°, als ze ervaring als verantwoordelijke en een kwalitatieve werking in de kinderopvanglocatie waarvoor men verantwoordelijke was kunnen aantonen. Kind en Gezin kan daarvoor een attest geven op gemotiveerde aanvraag.".
Art. 9. A l'article 64 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un second alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Les personnes qui, avant la date d'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, sont employées comme responsables dans un emplacement d'accueil d'enfants qui dispose soit d'un agrément, soit d'une autorisation, soit d'un certificat de contrÎle de " Kind en Gezin ", peuvent déroger aux conditions relatives à la qualification, mentionnées à l'article 40, § 1er, alinéa premier, 6°, si elles peuvent démontrer leur expérience comme responsable et un fonctionnement qualitatif dans l'emplacement d'accueil d'enfants pour lequel elles étaient responsables. " Kind en Gezin " peut délivrer une attestation à cet effet sur demande motivée. ".
Art. 10. In hetzelfde besluit wordt een artikel 66/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 66/1. De personen die voor de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een bewijs van kennis van het Nederlands bezorgd hebben aan Kind en Gezin dat aanvaard is door Kind en Gezin met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 houdende de regeling van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen, of dat aanvaard is door Kind en Gezin op basis van een bewijs van een Huis van het Nederlands dat een behaald taalniveau 2.3 aantoont, kunnen afwijken van de voorwaarde over de kennis van het Nederlands, vermeld in artikel 40, § 1, eerste lid, 4°, en § 2.".
Art. 10. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 66/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 66/1. Les personnes qui, avant la date d'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012, ont transmis Ă  " Kind en Gezin " une preuve de connaissance du nĂ©erlandais qui est acceptĂ©e par " Kind en Gezin " en application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 fĂ©vrier 2009 rĂ©glant l'obtention et le maintien du certificat de contrĂŽle dĂ©livrĂ© aux structures d'accueil indĂ©pendantes, ou qui est acceptĂ©e par " Kind en Gezin " sur la base d'une preuve d'une " Huis van het Nederlands " dĂ©montrant un niveau linguistique 2.3 obtenu, peuvent dĂ©roger Ă  la condition sur la connaissance du nĂ©erlandais, visĂ©e Ă  l'article 40, § 1er, alinĂ©a premier, 4°, et § 2. ".
Art. 11. In artikel 70 van hetzelfde besluit wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt: "Voor de kinderopvanglocaties die op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een erkenning of een attest van toezicht hebben van Kind en Gezin, en op die datum exclusief peuters opvangen, geldt een overgangsperiode van zes jaar om te voldoen aan de werkingsvoorwaarde over het aantal tegelijk aanwezige kinderen per aanwezige kinderbegeleider, vermeld in artikel 42, eerste lid, 2°, op voorwaarde dat er exclusief peuters worden opgevangen en op voorwaarde dat er niet meer dan tien tegelijk aanwezige kinderen worden opgevangen per aanwezige kinderbegeleider. Onder peuters wordt verstaan, kinderen ouder dan achttien maanden.".
Art. 11. Dans l'article 70 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a cinq est remplacĂ© par les dispositions suivantes :" Pour les emplacements d'accueil d'enfants qui, Ă  la date d'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012, ont un agrĂ©ment ou un certificat de contrĂŽle de " Kind en Gezin ", et qui accueillent exclusivement des bambins Ă  cette date, une pĂ©riode de transition de six ans s'applique pour satisfaire Ă  la condition de fonctionnement relative au nombre d'enfants simultanĂ©ment prĂ©sents par accompagnateur d'enfants prĂ©sent, visĂ©e Ă  l'article 42, alinĂ©a premier, 2°, Ă  condition que des bambins sont exclusivement accueillis et qu'un maximum de dix enfants simultanĂ©ment prĂ©sents sont accueillis par accompagnateur d'enfants prĂ©sent. Par bambins, on entend des enfants ayant plus de dix-huit mois. ".
Art. 12. In hoofdstuk 5, afdeling 2, onderafdeling 3, van hetzelfde besluit wordt een artikel 73/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 73/1. Voor de kinderopvanglocaties, vermeld in artikel 68, 69 en 73, geldt een overgangsperiode tot en met 31 december 2014 om te voldoen aan:
  1° de startvoorwaarde, vermeld in artikel 8;
  2° de startvoorwaarde, vermeld in artikel 11, en de overgangsvoorwaarde, vermeld in artikel 73, tweede lid, op voorwaarde dat de kinderbegeleider geen attest kan voorleggen omdat er binnen drie maanden na de aanvraag bij de uitreikende instantie geen aanbod beschikbaar is.".
Art. 12. Dans le chapitre 5, section 2, sous-section 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 73/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 73/1. Pour les emplacements d'accueil d'enfants, visés aux articles 68, 69 et 73, une période de transition jusqu'au 31 décembre 2014 s'applique pour satisfaire à :
  1° la condition de départ, visée à l'article 8 ;
  2° la condition de départ, visée à l'article 11, et la condition de transition, visée à l'article 73, alinéa deux, à condition que l'accompagnateur d'enfants ne peut pas présenter une attestation parce qu'il n'y a pas d'offre disponible auprÚs de l'instance délivrante dans les trois mois suivant la demande. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters
CHAPITRE 2. - Modifications Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 novembre 2013 relatif aux subventions et aux conditions y affĂ©rentes pour la rĂ©alisation de services spĂ©cifiques par l'accueil familial et l'accueil en groupe de bĂ©bĂ©s et de bambins
Art. 13. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° /1 flexibele openingstijden: een openingstijd van minstens 30 minuten voor 7 uur, minstens 30 minuten na 18 uur, op een weekenddag, op een feestdag, of, voor groepsopvang, op een of meer dagen boven op de 220 openingsdagen die minimaal vereist zijn voor een basissubsidie;";
  2° er wordt een punt 14° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "14° /1 subsidie voor Centrum inclusieve kinderopvang: de subsidie voor het voeren van een proactief opnamebeleid, de realisatie van inclusieve kinderopvang, de verspreiding van expertise en sensibiliseren inzake inclusieve kinderopvang, in samenwerking met andere actoren die instaan voor inclusie, aan een organisator met minstens 22 gesubsidieerde kinderopvangplaatsen met een subsidie voor inkomenstarief binnen die zorgregio;";
  3° er wordt een punt 17° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "17° /1 subsidie voor kinderopvang met flexibele openingstijden: de subsidie voor de realisatie van kinderopvang op flexibele openingstijden, vermeld in artikel 10, 1°, van het decreet van 20 april 2012. Binnen die subsidie zijn er drie vormen te onderscheiden;
  a) subsidie flexibele gezinsopvang: de subsidie voor kinderopvang op flexibele openingstijden in een kinderopvanglocatie voor gezinsopvang;
  b) subsidie flexibele groepsopvang: de subsidie voor kinderopvang op flexibele openingstijden in een kinderopvanglocatie voor groepsopvang;
  c) subsidie flexibele urenpakketten groepsopvang: de subsidie voor kinderopvangprestaties op flexibele openingstijden, voor een door Kind en Gezin toegekend aantal urenpakketten;";
  4° punt 22° wordt vervangen door wat volgt:
   "22° urenpakket: een gesubsidieerd pakket dat de organisator moet inzetten voor kinderopvang op flexibele openingstijden.".
Art. 13. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 novembre 2013 relatif aux subventions et aux conditions y affĂ©rentes pour la rĂ©alisation de services spĂ©cifiques par l'accueil familial et l'accueil en groupe de bĂ©bĂ©s et de bambins, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° il est inséré un point 3° /1, rédigé comme suit :
  " 3° /1 heures d'ouverture flexibles : un temps d'ouverture d'au moins 30 minutes avant 7 heures, d'au moins 30 minutes aprÚs 18 heures, un jour de week-end, un jour férié, ou, pour l'accueil de groupe, un ou plusieurs jours au-dessus des 220 jours d'ouverture qui sont requis au minimum pour une subvention de base ; " ;
  2° il est inséré un point 14° /1, rédigé comme suit :
  " 14/1° subvention pour un Centre d'accueil inclusif d'enfants : la subvention pour la poursuite d'une politique d'admission proactive, la réalisation d'un accueil inclusif d'enfants, la dissémination d'expertise et la sensibilisation en matiÚre d'accueil inclusif d'enfants, en collaboration avec d'autres acteurs responsables de l'inclusion, à un organisateur disposant d'au moins 22 emplacements subventionnés d'accueil d'enfants avec une subvention pour le tarif sur base des revenus au sein de cette région de soins ; " ;
  3° il est inséré un point 17° /1, rédigé comme suit :
  " 17/1° subvention pour l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles : la subvention pour la rĂ©alisation d'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles, visĂ©e Ă  l'article 10, 1°, du dĂ©cret du 20 avril 2012. Au sein de cette subvention, trois formes peuvent ĂȘtre distinguĂ©es :
  a) subvention pour l'accueil familial flexible : la subvention pour l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles dans un emplacement d'accueil d'enfants pour accueil familial ;
  b) subvention pour l'accueil de groupe flexible : la subvention pour l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles dans un emplacement d'accueil d'enfants pour accueil de groupe ;
  c) subvention pour les capitaux-heures flexibles d'accueil de groupe : la subvention pour des prestations d'accueil d'enfants à des heures d'ouverture flexibles, pour un certain nombre de capitaux-heures accordé par " Kind en Gezin ; "; " ;
  4° le point 22° est remplacé par la disposition suivante :
  " 22° capital-heures : un capital subventionné que l'organisateur doit engager pour l'accueil d'enfants à des heures d'ouverture flexibles. ".
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een artikel 1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 1/1. Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit van 22 november 2013.".
Art. 14. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 1/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 1/1. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© est citĂ© comme : ArrĂȘtĂ© de subvention du 22 novembre 2013. ".
Art. 15. Aan artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 3° worden de woorden "omgezet wordt in een gesubsidieerde kinderopvangplaats" vervangen door de woorden "omgezet wordt in een gesubsidieerde kinderopvangplaats, met uitzondering van de voorwaarde, vermeld in artikel 24, waaraan de organisator moet voldoen voor de aanvraag van de subsidie";
  2° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° de subsidies alleen betaald worden aan kinderopvanglocaties waarbij de vergunning geen statuut niet-actief heeft.".
Art. 15. A l'article 6, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le point 3°, les mots " est convertie en place d'accueil subventionnée " sont remplacés par les mots " est convertie en place d'accueil subventionnée, à l'exception de la condition, visée à l'article 24, que l'organisateur doit remplir pour la demande de la subvention " ;
  2° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° les subventions ne seront payées qu'à des emplacements d'accueil d'enfants pour lesquels l'autorisation n'a pas le statut non-actif. ".
Art. 16. In titel 1 van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt:
  "HOOFDSTUK 3. - Subsidiegroepen, trappensysteem en de wijze van toekenning".
Art. 16. Dans le titre 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© du chapitre 3 est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " CHAPITRE 3. - Groupes de subventions, systÚme progressif et mode d'octroi. "
Art. 17. In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a deux est abrogĂ©.
Art. 18. In hetzelfde besluit wordt een artikel 7/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 7/1. De subsidies voor inclusieve kinderopvang worden op de volgende wijze toegekend:
  1° de subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang kan toegekend worden als de organisator een vergunning heeft;
  2° de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang of de subsidie voor Centrum inclusieve kinderopvang kan toegekend worden als de organisator minstens een subsidie voor inkomenstarief toegekend krijgt;
  3° de subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang kan gecombineerd worden met een subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang of met een subsidie voor Centrum inclusieve kinderopvang;
  4° de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang kan niet gecombineerd worden met de subsidie voor Centrum inclusieve kinderopvang binnen dezelfde zorgregio;
  5° het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen met een subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang is nooit hoger dan het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen vanuit het trappensysteem.
  De subsidies voor kinderopvang met flexibele openingstijden worden op de volgende wijze toegekend:
  1° de subsidie flexibele groepsopvang kan toegekend worden als de organisator een basissubsidie heeft. Het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen met een subsidie flexibele groepsopvang kan nooit hoger zijn dan het aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen met een basissubsidie;
  2° de subsidie flexibele gezinsopvang en de subsidie flexibele urenpakketten groepsopvang kunnen toegekend worden als de organisator ze inzet in een kinderopvanglocatie die een subsidie voor inkomenstarief heeft.".
Art. 18. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 7/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 7/1. Les subventions pour l'accueil inclusif d'enfants sont octroyées comme suit :
  1° la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif individuel peut ĂȘtre octroyĂ©e si l'organisateur dispose d'une autorisation ;
  2° la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif structurel ou la subvention pour un Centre d'accueil inclusif d'enfants peut ĂȘtre octroyĂ©e si l'organisateur obtient au moins une subvention pour le tarif sur base des revenus ;
  3° la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif individuel peut ĂȘtre combinĂ©e avec une subvention pour l'accueil d'enfants inclusif structurel ou une subvention pour un Centre d'accueil inclusif d'enfants ;
  4° la subvention pour l'accueil d'enfants inclusif structurel ne peut pas ĂȘtre combinĂ©e avec la subvention pour un Centre d'accueil inclusif d'enfants au sein de la mĂȘme rĂ©gion de soins ;
  5° le nombre de places subventionnables d'accueil d'enfants avec une subvention pour l'accueil d'enfants inclusif structurel ne dépasse jamais le nombre de places subventionnables d'accueil d'enfants sur la base du systÚme progressif.
  Les subventions pour l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles sont octroyées comme suit :
  1° la subvention pour l'accueil de groupe flexible peut ĂȘtre octroyĂ©e si l'organisateur dispose d'une subvention de base. Le nombre de places subventionnables d'accueil d'enfants avec une subvention pour l'accueil de groupe flexible ne peut jamais dĂ©passer le nombre de places subventionnables d'accueil d'enfants avec une subvention de base ;
  2° la subvention pour l'accueil familial flexible et la subvention pour capitaux-heures flexibles d'accueil de groupe peuvent ĂȘtre octroyĂ©es si l'organisateur les engage dans un emplacement d'accueil d'enfants bĂ©nĂ©ficiant d'une subvention pour le tarif sur base des revenus. ".
Art. 19. In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De subsidies worden betaald met voorschotten per kwartaal en een saldoafrekening uiterlijk op 1 april van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar in kwestie. Als de gegevens die de basis vormen voor de berekening van de subsidies, fout zijn, kan er een rechtzetting komen.".
Art. 19. Dans l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a premier est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " Les subventions sont payées au moyen d'avances par trimestre et d'un décompte du solde au plus tard le 1er avril de l'année calendaire qui suit l'année calendaire en question. Si les données qui forment la base pour le calcul des subventions sont incorrectes, il peut y avoir une rectification. ".
Art. 20. In artikel 17, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "met uitzondering van kinderopvangprestaties 's nachts," vervangen door de zinsnede "met uitzondering van kinderopvangprestaties 's nachts en van kinderopvangprestaties voor de kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren, en voor wie de kinderbegeleider de verantwoordelijkheid draagt,".
Art. 20. Dans l'article 17, alinĂ©a deux, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " , Ă  l'exception de prestations d'accueil de nuit, " est remplacĂ© par le membre de phrase " , Ă  l'exception de prestations d'accueil de nuit et de prestations d'accueil pour les enfants appartenant au milieu familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial, et pour lesquels l'accompagnateur d'enfants est responsable, ".
Art. 21. Artikel 27 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 27. De organisator werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 28 tot en met 36, voor alle kinderopvangplaatsen van de kinderopvanglocatie, uitgezonderd voor de kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren, en voor wie de kinderbegeleider de verantwoordelijkheid draagt.".
Art. 21. L'article 27 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Art. 27. L'organisateur adopte le systÚme du tarif sur base des revenus, visé aux articles 28 à 36 inclus, pour toutes les places d'accueil de l'emplacement d'accueil des enfants, à l'exception des enfants appartenant au milieu familial de l'accompagnateur d'enfants de l'accueil familial, et pour lesquels l'accompagnateur d'enfants est responsable. ".
Art. 22. In titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 4, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van onderafdeling 2 vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling 2. Betalen voor gereserveerde kinderopvangdagen".
Art. 22. Dans le titre 3, chapitre 2, section 4, du mĂȘme dĂ©cret, l'intitulĂ© de la sous-section 2 est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Sous-section 2. - Paiement pour des journées d'accueil réservées ".
Art. 23. Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 28. Overeenkomstig artikel 8, § 3, 1°, van het decreet van 20 april 2012, betalen de gezinnen de door hen gereserveerde kinderopvangdagen. Meer bepaald betalen de contracthouders voor de door hen gereserveerde kinderopvangdagen, zoals bepaald in het opvangplan vermeld in de schriftelijke overeenkomst, en voor de extra overeengekomen kinderopvangdagen.
  De contracthouder betaalt:
  1° als het kind aanwezig is in de kinderopvanglocatie: het inkomenstarief, berekend op de wijze, vermeld in artikel 32 en 33, of het individueel verminderd inkomenstarief, berekend conform artikel 34;
  2° als het kind afwezig is: een door de organisator te bepalen tarief met als maximum het maximumtarief, vermeld in artikel 33, eerste lid, 2°, c). De organisator neemt dat bedrag op in het huishoudelijk reglement en in de schriftelijke overeenkomst.".
Art. 23. L'article 28 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " Art. 28. Conformément à l'article 8, § 3, 1° du décret du 20 avril 2012, les familles paieront pour les journées d'accueil qu'elles ont réservées. ConcrÚtement, les détenteurs du contrat paieront pour les journées d'accueil qu'ils ont réservées, comme défini dans le plan d'accueil visé au contrat écrit, et pour les journées d'accueil supplémentaires convenues.
  Le détenteur du contrat paiera :
  1° si l'enfant est présent dans l'emplacement d'accueil d'enfants : le tarif sur base des revenus, calculé conformément aux articles 32 et 33, ou le tarif sur base des revenus réduit individuellement, calculé conformément à l'article 34 ;
  2° si l'enfant est absent : un tarif à fixer par l'organisateur, avec comme maximum le tarif maximal visé à l'article 33, alinéa premier, 2°, c). L'organisateur reprend ce montant dans le rÚglement d'ordre intérieur et dans le contrat écrit. ".
Art. 24. Artikel 29 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 29. In afwijking van artikel 28 betaalt de contracthouder niets voor:
  1° de gereserveerde kinderopvangdagen die vallen op sluitingsdagen van de kinderopvanglocatie;
  2° de gerechtvaardigde afwezigheidsdagen. Gerechtvaardigde afwezigheidsdagen zijn in het opvangplan gereserveerde kinderopvangdagen boven op de sluitingsdagen, vermeld in punt 1°, waarop de contracthouder het kind niet naar de kinderopvang laat gaan en waarvan de organisator er minstens een minimumaantal moet toestaan per kalenderjaar, ongeacht de reden. De organisator neemt dat aantal op in het huishoudelijk reglement en in de schriftelijke overeenkomst.
  De minister bepaalt het minimumaantal gerechtvaardigde afwezigheidsdagen per kalenderjaar waarover de contracthouder beschikt.".
Art. 24. L'article 29 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " Art. 29. Par dérogation à l'article 28, le détenteur du contrat ne paiera rien pour :
  1° les journées d'accueil réservées qui tombent les jours de fermeture de l'emplacement d'accueil des enfants ;
  2° les jours d'absence justifiés. Les jours d'absence justifiés sont les journées d'accueil réservées au plan d'accueil au-dessus des jours de fermeture, visés au point 1°, auxquelles le détenteur du contrat n'envoie pas son enfant à l'accueil et dont l'organisateur doit autoriser un nombre minimal par année calendaire, indépendamment de la raison. L'organisateur reprend ce nombre dans le rÚglement d'ordre intérieur et dans le contrat écrit.
  Le Ministre arrĂȘte le nombre minimal de jours d'absence justifiĂ©s par annĂ©e calendaire dont dispose le dĂ©tenteur du contrat. ".
Art. 25. Artikel 32 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 32. De contracthouder vraagt een berekening van het inkomenstarief via het berekeningsinstrument op de website van Kind en Gezin. Vervolgens gebeurt de berekening van het inkomenstarief, volgens de administratieve richtlijnen van Kind en Gezin.
  De contracthouder geeft het resultaat van die berekening door aan de organisator aan de hand van een attest inkomenstarief van Kind en Gezin uiterlijk voor de start van de kinderopvang. De organisator informeert en ondersteunt de contracthouder daarbij indien nodig. Het attest inkomenstarief vermeldt een startdatum en een einddatum, volgens de administratieve richtlijnen van Kind en Gezin.
  Het kind van de contracthouder die de voorwaarde, vermeld in het eerste en tweede lid, niet toepast, kan niet opgevangen worden door een organisator die werkt met het systeem, vermeld in artikel 27.
  Voor kinderen die reeds opgevangen werden voor 1 april 2014, en waarvoor de contracthouder de voorwaarde, vermeld in het eerste en tweede lid, niet toegepast heeft, wordt het maximumtarief, vermeld in artikel 33, toegepast.".
Art. 25. L'article 32 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " Art. 32. Le détenteur du contrat demande un calcul du tarif sur base des revenus au moyen de l'outil de calcul sur le site web de " Kind en Gezin ". Le calcul du tarif sur base des revenus se fait ensuite selon les instructions administratives de " Kind en Gezin ".
  Le détenteur du contrat transmet le résultat de ce calcul à l'organisateur à l'aide d'une attestation du tarif sur base des revenus délivrée par " Kind en Gezin " au plus tard avant le début de l'accueil d'enfants. L'organisateur informe et soutient le détenteur du contrat à cet effet, si nécessaire. L'attestation du tarif sur base des revenus mentionne une date de début et une date de fin, selon les instructions administratives de " Kind en Gezin ".
  L'enfant du dĂ©tenteur du contrat qui n'applique pas la condition, visĂ©e aux alinĂ©as premier et deux, ne peut pas ĂȘtre accueilli par un organisateur qui adopte le systĂšme, visĂ© Ă  l'article 27.
  Pour les enfants qui étaient déjà accueillis avant le 1er avril 2014, et pour lesquels le détenteur du contrat n'a pas appliqué la condition, visée aux alinéas premier et deux, le tarif maximal, visé à l'article 33, sera appliqué. ".
Art. 26. Artikel 33 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 33. Het inkomenstarief wordt berekend:
  1° op basis van het inkomen zoals vermeld op het meest recente Belgische aanslagbiljet voor personenbelasting en aanvullende belastingen, zoals ter beschikking gesteld door de Federale overheidsdienst Financiën in het berekeningsinstrument van Kind en Gezin, van de contracthouder en van een andere persoon met domicilie op hetzelfde adres zoals ter beschikking gesteld door de Kruispuntbank van de sociale zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
  2° volgens de volgende principes:
  a) het inkomen, tot een bepaald bedrag, wordt vermenigvuldigd met een coëfficiënt;
  b) er geldt een minimumtarief;
  c) er geldt een maximumtarief;
  d) er gelden verminderingen;
  3° op de volgende momenten:
  a) de maand voorafgaand aan de maand waarin de kinderopvang start;
  b) de maand waarin de wijziging van de persoon, vermeld in punt 1°, wordt vastgesteld in het berekeningsinstrument;
  c) de maand waarin een bijkomend kind ten laste van de persoon, vermeld in punt 1°, wordt vastgesteld in het berekeningsinstrument;
  d) de maand waarin het kind drie jaar wordt.
  De minister bepaalt de nadere regels, onder meer welk inkomen in aanmerking genomen wordt bij gebrek aan een Belgisch aanslagbiljet voor personenbelasting en aanvullende belastingen, en de momenten van berekening van dat inkomen, welke persoon met domicilie op hetzelfde adres in aanmerking komt, en de nadere principes van de berekening van het inkomenstarief.".
Art. 26. L'article 33 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " Art. 33. Le tarif sur base des revenus est calculé comme suit :
  1° sur la base des revenus, tels que mentionnĂ©s sur la feuille d'imposition belge la plus rĂ©cente de l'impĂŽt des personnes physiques et des impĂŽts complĂ©mentaires, telle que mise Ă  disposition par le Service public fĂ©dĂ©ral Finances dans l'outil de calcul de " Kind en Gezin ", du dĂ©tenteur du contrat et d'une autre personne domiciliĂ©e Ă  la mĂȘme adresse, telle que mise Ă  disposition par la Banque-Carrefour de la SĂ©curitĂ© sociale, visĂ©e Ă  la loi du 15 janvier 1990 relative Ă  l'institution et Ă  l'organisation d'une Banque-carrefour de la sĂ©curitĂ© sociale ;
  2° selon les principes suivants :
  a) les revenus, jusqu'à un certain montant, sont multipliés par un coefficient ;
  b) il existe un tarif minimal ;
  c) il existe un tarif maximal ;
  d) des réductions s'appliquent ;
  3° aux moments suivants :
  a) pendant le mois précédant le mois dans lequel l'accueil des enfants prend cours ;
  b) pendant le mois dans lequel la modification de la personne, visée au point 1°, est établie dans l'outil de calcul ;
  c) pendant le mois dans lequel un enfant supplémentaire à charge de la personne, visée au point 1°, est établi dans l'outil de calcul ;
  d) pendant le mois dans lequel l'enfant atteint l'ùge de trois ans.
  Le Ministre arrĂȘte les modalitĂ©s, entre autres les revenus qui sont pris en compte Ă  dĂ©faut d'une feuille d'imposition belge pour l'impĂŽt sur les personnes physiques et des impĂŽts complĂ©mentaires, ainsi que les moments de calcul de ces revenus, la personne domiciliĂ©e Ă  la mĂȘme adresse qui entre en ligne de compte, et les principes dĂ©taillĂ©s du calcul du tarif sur base des revenus. ".
Art. 27. Artikel 34 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 34. § 1. De contracthouder kan een herberekening aanvragen met het oog op een individueel verminderd inkomenstarief via het berekeningsinstrument op de website van Kind en Gezin.
  De aangevraagde herberekening gebeurt alleen:
  1° als er voor de contracthouder of de persoon met domicilie op hetzelfde adres, vermeld in artikel 33, eerste lid, 1°, werkloosheidsgegevens beschikbaar zijn, en als de herberekening op basis van het inkomen en volgens de principes, vermeld in artikel 33, eerste lid, 2°, in een lager inkomenstarief resulteert ten opzichte van het aanvankelijk berekende inkomenstarief;
  2° als de contracthouder of de persoon met domicilie op hetzelfde adres, vermeld in artikel 33, eerste lid, 1°, een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie ontvangt en na voorlegging van een beslissing tot toekennen van een leefloon van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn;
  3° er voor de contracthouder of de persoon met domicilie op hetzelfde adres, vermeld in artikel 33, eerste lid, 1°, sprake is van een structurele daling van het inkomen als vermeld in paragraaf 2;
  4° als er een beslissing is van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn als vermeld in paragraaf 3.
  Een individueel verminderd inkomenstarief wordt toegekend voor één jaar, waarna het aanvankelijk berekende inkomenstarief, verhoogd met een eventuele indexering, automatisch opnieuw geldt, en geldt uiterlijk tot het eind van de maand waarin het kind drie jaar wordt.
  § 2. Enkel een daling van het inkomen van 20% ten opzichte van het aanvankelijk berekende inkomenstarief, die gedurende minstens drie opeenvolgende maanden aanhoudt, komt in aanmerking, na voorlegging van de nodige bewijsstukken. Deze daling kan niet met terugwerking in rekening worden gebracht. Kind en Gezin bepaalt de nadere administratieve richtlijnen.
  § 3. Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn beslist over een individueel verminderd inkomenstarief op verzoek van een contracthouder en als blijkt dat het voor de contracthouder financieel onmogelijk is om het berekende of individueel verminderde inkomenstarief te betalen. Het individueel verminderd inkomenstarief bedraagt 50% van het aanvankelijk berekende inkomenstarief met als minimum het minimumtarief, vermeld in artikel 33, eerste lid, 2°, b), of bedraagt het minimumtarief, vermeld in artikel 33, eerste lid, 2°, b).
  Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn geeft het bedrag van het individueel verminderd inkomenstarief elektronisch door aan Kind en Gezin.
  § 4. De contracthouder geeft het resultaat van de herberekening, vermeld in paragraaf 1, door aan de organisator aan de hand van een attest inkomenstarief van Kind en Gezin. Het attest inkomenstarief vermeldt een startdatum en een einddatum, volgens de administratieve richtlijnen van Kind en Gezin.
  § 5. Contracthouders die voor de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een sociaal tarief genieten op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor onthaalouders, meer bepaald met toepassing van artikel 16 van het ministerieel besluit van 17 maart 2008 tot bepaling van de financiële bijdrage van de gezinnen voor de opvang van kinderen in kinderdagverblijven en diensten voor onthaalouders, behouden dat sociaal tarief tot en met 31 maart 2015, op voorwaarde dat de organisator van de betreffende kinderopvanglocatie dat elektronisch doorgeeft aan Kind en Gezin.".
Art. 27. L'article 34 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " Art. 34. § 1er. Le détenteur du contrat peut demander un recalcul en vue d'un tarif sur base des revenus réduit individuellement, au moyen de l'outil de calcul sur le site web de " Kind en Gezin ".
  Le recalcule demandé est uniquement effectué :
  1° si des donnĂ©es de chĂŽmage sont disponibles pour le dĂ©tenteur du contrat ou la personne domiciliĂ©e Ă  la mĂȘme adresse, visĂ©e Ă  l'article 33, alinĂ©a premier, 1°, et si le recalcul sur base des revenus et selon les principes, visĂ©s Ă  l'article 33, alinĂ©a premier, 2°, aboutit Ă  un tarif de revenu infĂ©rieur au tarif sur base des revenus initialement calculĂ© ;
  2° si le dĂ©tenteur du contrat ou la personne domiciliĂ©e Ă  la mĂȘme adresse, visĂ©e Ă  l'article 33, alinĂ©a premier, 1°, reçoit un revenu d'intĂ©gration sociale tel que visĂ© Ă  la loi du 26 mai 2002 concernant le droit Ă  l'intĂ©gration sociale et sur prĂ©sentation d'une dĂ©cision d'octroi d'un revenu d'intĂ©gration sociale du Centre public d'Aide sociale ;
  3° s'il s'agit, pour le dĂ©tenteur du contrat ou la personne domiciliĂ©e Ă  la mĂȘme adresse, visĂ©e Ă  l'article 33, alinĂ©a premier, 1°, d'une baisse structurelle du revenu telle que visĂ©e au paragraphe 2 ;
  4° s'il y a une décision du Centre public d'Aide sociale telle que visée au paragraphe 3.
  Un tarif sur base des revenus réduit individuellement est octroyé pour un an. AprÚs cet an, le tarif sur base des revenus initialement calculé, majoré d'une indexation éventuelle, s'applique automatiquement à nouveau, et s'applique jusqu'à la fin du mois auquel l'enfant atteint l'ùge de trois ans.
  § 2. Uniquement une baisse du revenu de 20 % par rapport au tarif sur base des revenus initialement calculĂ©, qui dure au moins trois mois consĂ©cutifs, est prise en compte, sur prĂ©sentation des justificatifs nĂ©cessaires. Cette baisse ne peut pas ĂȘtre portĂ©e en compte avec effet rĂ©troactif. " Kind en Gezin " arrĂȘte les instructions administratives dĂ©taillĂ©es.
  § 3. Le Centre public d'Aide sociale décide d'un tarif sur base des revenus réduit individuellement sur la demande d'un détenteur du contrat et s'il paraßt que le détenteur du contrat se trouve dans l'impossibilité financiÚre de payer le tarif sur base des revenus calculé ou réduit individuellement. Le tarif sur base des revenus réduit individuellement s'élÚve à 50 % du tarif sur base des revenus initialement calculé, avec comme minimum le tarif minimal, visé à l'article 33, alinéa premier, 2°, b), ou s'élÚve au tarif minimal, visé à l'article 33, alinéa premier, 2°, b).
  Le Centre public d'Aide sociale transmet le montant du tarif sur base des revenus réduit individuellement par voie électronique à " Kind en Gezin ".
  § 4. Le détenteur du contrat transmet le résultat du recalcul, visé au paragraphe 1er, à l'organisateur à l'aide d'une attestation du tarif sur base des revenus délivrée par " Kind en Gezin ". L'attestation du tarif sur base des revenus mentionne une date de début et une date de fin, selon les instructions administratives de " Kind en Gezin ".
  § 5. Les dĂ©tenteurs du contrat qui, avant la date d'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012, bĂ©nĂ©ficient d'un tarif social sur la base de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 fĂ©vrier 2001 fixant les conditions d'agrĂ©ment et de subventionnement des garderies et des services pour familles d'accueil, notamment en application de l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 17 mars 2008 fixant la participation financiĂšre des familles Ă  l'accueil des enfants dans des garderies et des services pour familles d'accueil, maintiennent ce tarif social jusqu'au 31 mars 2015 inclus, Ă  condition que l'organisateur de l'emplacement d'accueil d'enfants concernĂ© en informe " Kind en Gezin " par voie Ă©lectronique. ".
Art. 28. Aan hetzelfde besluit wordt een artikel 36/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 36/1. Binnen de drie maanden na de opmaak van het attest inkomenstarief kan de contracthouder een rechtzetting doorgeven in het berekeningsinstrument op de website van Kind en Gezin volgens de administratieve richtlijnen van Kind en Gezin. De contracthouder geeft het resultaat van die rechtzetting, aan de hand van een attest inkomenstarief, door aan de organisator.".
Art. 28. Le mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un article 36/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 36/1. Dans les trois mois suivant l'établissement de l'attestation du tarif sur base des revenus, le détenteur du contrat peut transmettre une rectification dans l'outil de calcul sur le site web de " Kind en Gezin " selon les instructions administratives de " Kind en Gezin ". Le détenteur du contrat communique le résultat de cette rectification, à l'aide d'une attestation du tarif sur base des revenus, à l'organisateur. ".
Art. 29. In hetzelfde besluit wordt een titel 4/1, die bestaat uit artikel 40/1 tot en met 40/10, ingevoegd, die luidt als volgt:
  "TITEL 4/1. - Subsidie voor kinderopvang met flexibele openingstijden
  HOOFDSTUK 1. - Subsidie flexibele gezinsopvang
  Afdeling 1. - Bedrag subsidie
  Art. 40/1. De subsidie flexibele gezinsopvang bedraagt:
  1° per kinderopvangprestatie op flexibele openingstijden met een maximum van één subsidie per kind per dag: 2,87 euro;
  2° per gesubsidieerde kinderopvangplaats met een subsidie voor inkomenstarief per kalenderjaar: 10,75 euro.
  Bovendien bedraagt de subsidie, vermeld in artikel 17, tweede lid, 1°, 160% van dat bedrag voor een kinderopvangprestatie die langer dan elf uur duurt of voor een kinderopvangprestatie 's nachts. In afwijking van artikel 17, tweede lid, 2°, tellen alle kinderopvangprestaties mee, met inbegrip van kinderopvangprestaties 's nachts.
  Als binnen de perken van de daarvoor vastgelegde kredieten binnen de begroting nog budget overblijft na de betaling van de subsidie flexibele gezinsopvang per kinderopvangprestatie, vermeld in het eerste lid, 1°, en na de betaling van de subsidie flexibele gezinsopvang per gesubsidieerde kinderopvangplaats, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt dit resterende budget als volgt verdeeld:
  1° het bedrag per kinderopvangprestatie, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt verhoogd met maximaal 0,50 euro;
  2° als er nog budget overblijft na de betaling van de vergoeding, vermeld in punt 1°, wordt het bedrag per gesubsidieerde kinderopvangplaats verhoogd met maximaal 2 euro;
  3° als er nog budget overblijft na de betaling van de vergoedingen, vermeld in punt 1° en 2°, wordt het bedrag per kinderopvangprestatie verder verhoogd met wat mogelijk is op basis van het resterende budget.
  Afdeling 2. - Voorwaarden specifieke dienstverlening
  Art. 40/2. De organisator zorgt voor kinderopvang op flexibele openingstijden.
  Art. 40/3. De contracthouder betaalt voor kinderopvangprestaties op flexibele openingstijden:
  1° met een duurtijd tot elf uur tussen 6 uur en 20 uur, of `s nachts: een inkomenstarief als vermeld in artikel 30 tot en met 34;
  2° met een duurtijd van elf uur of langer, tussen 6 uur en 20 uur, of `s nachts: 160% van het inkomenstarief, vermeld in punt 1°.
  Art. 40/4. De organisator voert een beleid rond de kinderopvang met flexibele openingstijden, rekening houdend met de draagkracht van het kind, en neemt dat op in het huishoudelijk reglement.
  De organisator met meer dan achttien vergunde kinderopvangplaatsen neemt in het kwaliteitshandboek, meer bepaald in het kwaliteitsmanagementsysteem, op hoe het beleid rond kinderopvang met flexibele openingstijden gestalte krijgt.
  HOOFDSTUK 2. - Subsidie flexibele groepsopvang
  Afdeling 1. - Bedrag subsidie
  Art. 40/5. De subsidie flexibele groepsopvang bedraagt 113,64 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats per kalenderjaar.
  Afdeling 2. - Voorwaarden specifieke dienstverlening
  Art. 40/6. De organisator zorgt voor minstens 440 uur kinderopvang op flexibele openingstijden per kalenderjaar.
  HOOFDSTUK 3. - Subsidie flexibele urenpakketten groepsopvang
  Afdeling 1. - Bedrag subsidie
  Art. 40/7. De subsidie flexibele urenpakketten groepsopvang bedraagt 2660,41 euro per urenpakket.
  Afdeling 2. - Voorwaarden specifieke dienstverlening
  Art. 40/8. De organisator zorgt voor minstens 150 kindaanwezigheden per urenpakket. Onder kindaanwezigheid wordt verstaan: de aanwezigheid van een kind per begonnen uur op flexibele openingstijden.
  Art. 40/9. De contracthouder betaalt het inkomenstarief, vermeld in artikel 40/3.
  Art. 40/10. De organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 40/4.".
Art. 29. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un titre 4/1, composĂ© des articles 40/1 Ă  40/10 inclus, rĂ©digĂ© comme suit :
  " TITRE 4/1. - Subvention pour l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles
  CHAPITRE 1er. - Subvention pour l'accueil familial flexible
  Section 1re. - Montant de la subvention
  Art. 40/1. La subvention pour l'accueil familial flexible s'élÚve à :
  1° par prestation d'accueil d'enfants à des heures d'ouverture flexibles avec un maximum d'une subvention par enfant par jour : 2,87 euros ;
  2° par emplacement subventionné d'accueil d'enfants avec une subvention pour le tarif sur base des revenus par année calendaire : 10,75 euros.
  En outre, la subvention visée à l'article 17, alinéa deux, 1°, s'élÚve à 160 % de ce montant pour une prestation d'accueil d'enfants qui dure plus de onze heures ou pour une prestation d'accueil d'enfants de nuit. Par dérogation à l'article 17, alinéa deux, 2°, toutes les prestations d'accueil d'enfants sont prises en compte, y compris les prestations d'accueil d'enfants de nuit.
  Si, dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget, il reste encore du budget aprÚs le paiement de la subvention pour l'accueil familial flexible par prestation d'accueil d'enfants, visée à l'alinéa premier, 1°, et aprÚs le paiement de la subvention pour l'accueil familial flexible par place d'accueil subventionnée, visée à l'alinéa premier, 2°, ce budget restant est réparti comme suit :
  1° le montant par prestation d'accueil d'enfants, visée à l'alinéa premier, 1°, est majoré de 0,50 euro au maximum ;
  2° s'il reste encore du budget aprÚs le paiement de l'indemnité, visée au point 1°, le montant par place d'accueil d'enfants subventionnée est majoré de 2 euros au maximum ;
  3° s'il reste encore du budget aprÚs le paiement des indemnités, visées aux points 1° et 2°, le montant par prestation d'accueil d'enfants est ensuite majoré de ce qui est possible sur la base du budget restant.
  Section 2. - Conditions des services spécifiques
  Art. 40/2. L'organisateur assure l'accueil d'enfants à des heures d'ouverture flexibles.
  Art. 40/3. Le détenteur du contrat paiera, pour des prestations d'accueil d'enfants à des heures d'ouverture flexibles :
  1° d'une durée jusqu'à onze heures entre 6 heures et 20 heures, ou pendant la nuit : un tarif sur base des revenus tel que visé aux articles 30 à 34 inclus ;
  2° d'une durée de onze heures ou plus, entre 6 heures et 20 heures, ou pendant la nuit : 160 % du tarif sur base des revenus, visé au point 1°.
  Art. 40/4. L'organisateur mÚne une politique sur l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles, en tenant compte de la capacité de l'enfant, et reprend cette politique dans le rÚglement d'ordre intérieur.
  L'organisateur qui a plus de dix-huit places autorisées d'accueil d'enfants, reprend au manuel de qualité, notamment dans le systÚme de gestion de la qualité, comment la politique sur l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles est concrétisée.
  CHAPITRE 2. - Subvention pour l'accueil de groupe flexible
  Section 1re. - Montant de la subvention
  Art. 40/5. La subvention pour l'accueil de groupe flexible s'élÚve à 113,64 euros par place d'accueil subventionnée par année calendaire.
  Section 2. - Conditions des services spécifiques
  Art. 40/6. L'organisateur assure au moins 440 heures d'accueil d'enfants à des temps d'ouverture flexibles par année calendaire.
  CHAPITRE 3. - Subvention pour les capitaux-heures flexibles d'accueil de groupe
  Section 1re. - Montant de la subvention
  Art. 40/7. La subvention pour les capitaux-heures flexibles d'accueil de groupe s'élÚve à 2660,41 euros par capital-heures.
  Section 2. - Conditions des services spécifiques
  Art. 40/8. L'organisateur assure au moins 150 présences d'un enfant par capital-heures. Par présence d'un enfant, on entend : la présence d'un enfant par heure commencée à des heures d'ouverture flexibles.
  Art. 40/9. Le détenteur du contrat détermine le tarif sur base des revenus, visé à l'article 40/3.
  Art. 40/10. L'organisateur répond aux conditions, visées à l'article 40/4. ".
Art. 30. Aan titel 5 van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 3, dat bestaat uit artikel 50/1 tot en met 50/5, toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "HOOFDSTUK 3. - Subsidie voor Centrum inclusieve kinderopvang
  Afdeling 1. - Bedrag subsidie
  Art. 50/1. De subsidie voor Centrum inclusieve kinderopvang bedraagt 32.845 euro per kalenderjaar, en wordt verhoudingsgewijs verminderd als het Centrum voor inclusieve kinderopvang geen volledig kalenderjaar werkt.
  Afdeling 2. - Voorwaarden specifieke dienstverlening
  Art. 50/2. De organisator zorgt voor:
  1° het realiseren van een proactief opnamebeleid om kinderen met een specifieke zorgbehoefte een kinderopvangplaats te geven in een of meer eigen kinderopvanglocaties, in samenwerking met andere organisatoren, met instanties die werken met gezinnen met een kind met een specifieke zorgbehoefte en met de lokale loketten kinderopvang uit de zorgregio;
  2° het realiseren van inclusieve kinderopvang in een of meer eigen kinderopvanglocaties, waarbij wordt samengewerkt met een netwerk van beschikbare instellingen of zorgverleners met een specifieke expertise in verband met kinderen met een specifieke zorgbehoefte, waarop een beroep kan worden gedaan voor samenwerking, of met belangenverenigingen van gezinnen als ervaringsdeskundigen, zodat minstens de opdrachten, vermeld in artikel 50/4, gerealiseerd worden;
  3° het uitbouwen en verspreiden van expertise tot de realisatie van inclusieve kinderopvang binnen de volledige zorgregio, in samenwerking met door Kind en Gezin erkende pedagogische ondersteuningsorganisaties en met het lokaal overleg kinderopvang, met specifieke aandacht voor begeleidingstrajecten ter ondersteuning van andere organisatoren kinderopvang bij de realisatie van inclusieve kinderopvang. Het doel daarbij is dat minstens zeven kinderopvanglocaties minstens één kind met een specifieke zorgbehoefte opvangen;
  4° het mee uitvoeren van lokale en provinciale doelstellingen op het vlak van inclusie, zoals opgenomen in de meerjarenplanning van het lokaal of provinciaal bestuur, in samenwerking met het lokaal bestuur en met andere actoren die actief zijn in de zorgregio en die instaan voor de begeleiding van personen met een handicap of voor het beleid daarrond;
  5° het sensibiliseren van organisatoren van kinderopvang en partners binnen de zorgregio voor de realisatie van inclusieve kinderopvang;
  6° het informeren van en voorzien in inspraak voor gezinnen en belanghebbenden, bij de opdrachten, vermeld in punt 1° tot en met 4° ;
  7° een aangepaste personeelsinzet voor de realisatie van de opdrachten, vermeld in punt 1° tot en met 6°.
  De kinderopvanglocaties, vermeld in het eerste lid, 3°, liggen binnen de zorgregio van de organisator en zijn van andere organisatoren. Voor een organisator van gezinsopvang geldt daarbij dat de eigen kinderbegeleiders niet meegeteld kunnen worden voor het aantal te begeleiden kinderopvanglocaties.
  Art. 50/3. De organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 50.
  Art. 50/4. De organisator realiseert binnen de zorgregio waarin hij een toekenning heeft als Centrum voor inclusieve kinderopvang, jaarlijks:
  1° de opvang van minstens zeven kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
  2° minstens 750 kinderopvangprestaties van kinderen met een specifieke zorgbehoefte.
  Voor de kinderen, vermeld in het eerste lid, heeft de organisator een subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang.
  Art. 50/5. De organisator neemt actief deel aan het begeleidingstraject voor de uitbouw van de Centra voor inclusieve kinderopvang dat Kind en Gezin in samenwerking met het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap organiseert.".
Art. 30. Dans le titre 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un chapitre 3, qui comprend les articles 50/1 Ă  50/5 inclus, rĂ©digĂ© comme suit :
  " CHAPITRE 3. - Subvention pour un Centre d'accueil inclusif d'enfants
  Section 1re. - Montant de la subvention
  Art. 50/1. La subvention pour un Centre d'accueil inclusif d'enfants s'élÚve à 32.845 euros par année calendaire, et est diminuée proportionnellement si le Centre d'accueil inclusif d'enfants ne travaille pas une année calendaire entiÚre.
  Section 2. - Conditions des services spécifiques
  Art. 50/2. L'organisateur assure :
  1° la réalisation d'une politique d'admission proactive afin de donner une place d'accueil aux enfants ayant des besoins spécifiques en soins dans un ou plusieurs de ses propres emplacements d'accueil d'enfants, en collaboration avec d'autres organisateurs, avec des instances travaillant avec des familles qui ont un enfant ayant des besoins spécifiques en soins, et avec les guichets locaux en matiÚre d'accueil d'enfants de la région de soins ;
  2° la réalisation de l'accueil inclusif d'enfants dans un ou plusieurs de ses propres emplacements d'accueil d'enfants, en collaboration avec un réseau d'établissements ou de prestataires de soins disponibles qui disposent d'une expertise spécifique relative aux enfants ayant des besoins spécifiques en soins, auquel on peut faire appel à des fins de collaboration, ou avec des associations de familles comme experts du vécu, de sorte que les missions, visées à l'article 50/4, soient au moins réalisées ;
  3° le développement et la dissémination de l'expertise jusqu'à la réalisation de l'accueil inclusif d'enfants au sein de la région de soins entiÚre, en collaboration avec des organisations agréées de soutien pédagogique et avec la concertation locale en matiÚre d'accueil d'enfants, avec une attention spécifique aux parcours d'accompagnement à l'appui d'autres organisateurs d'accueil d'enfants lors de la réalisation de l'accueil inclusif d'enfants. L'objectif est qu'au moins sept emplacements d'accueil d'enfants accueillent au moins un enfant ayant des besoins spécifiques en soins ;
  4° la participation à la réalisation d'objectifs locaux et provinciaux dans le domaine de l'inclusion, tels que repris dans le planning pluriannuel de l'administration locale ou provinciale, en collaboration avec l'administration locale et avec d'autres acteurs actifs dans la région de soins et responsables de l'accompagnement de personnes handicapées ou de la politique en la matiÚre ;
  5° la sensibilisation d'organisateurs d'accueil d'enfants et de partenaires au sein de la région de soins pour la réalisation de l'accueil inclusif d'enfants ;
  6° l'information et la possibilité de participation pour les familles et les intéressés, lors des missions, visées aux points 1° à 4° inclus ;
  7° une affectation adéquate de personnel pour la réalisation des missions, visées aux points 1° à 6° inclus.
  Les emplacements d'accueil d'enfants, visĂ©s Ă  l'alinĂ©a premier, 3°, se situent dans la rĂ©gion de soins de l'organisateur et appartiennent Ă  d'autres organisateurs. En outre, pour un organisateur d'accueil familial, ses propres accompagnateurs d'enfants ne peuvent pas ĂȘtre pris en compte pour le nombre d'emplacements d'accueil d'enfants Ă  accompagner.
  Art. 50/3. L'organisateur répond aux conditions, visées à l'article 50.
  Art. 50/4. Au sein de la région de soins dans laquelle il a une attribution comme Centre d'accueil inclusif d'enfants, l'organisateur réalise annuellement :
  1° l'accueil d'au moins sept enfants ayant des besoins spécifiques en soins ;
  2° au moins 750 prestations d'accueil d'enfants ayant des besoins spécifiques en soins.
  Pour les enfants, visés à l'alinéa premier, l'organisateur bénéficie d'une subvention pour l'accueil d'enfants inclusif individuel.
  Art. 50/5. L'organisateur participe activement au parcours d'accompagnement pour le développement des Centres d'accueil inclusif d'enfants, organisé par " Kind en Gezin " en collaboration avec la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ".
Art. 31. In artikel 56 van hetzelfde besluit worden de woorden "voor individuele inclusieve kinderopvang of de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang" vervangen door de woorden "voor individuele inclusieve kinderopvang, de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang of de subsidie voor Centrum inclusieve kinderopvang".
Art. 31. Dans l'article 56 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " pour l'accueil inclusif individuel des enfants ou en la subvention pour l'accueil inclusif structurel des enfants " sont remplacĂ©s par les mots " pour l'accueil inclusif individuel des enfants, en la subvention pour l'accueil inclusif structurel des enfants ou en la subvention pour un Centre d'accueil inclusif d'enfants ".
Art. 32. In hetzelfde besluit worden een artikel 56/1 en 56/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 56/1. Voor de kinderopvanglocaties die op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een subsidie van Kind en Gezin ontvangen op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor onthaalouders, en op basis van het besluit, vermeld in artikel 52, 3°, meer bepaald de subsidie voor flexibele urenpakketten, de subsidie voor ploegplaatsen, de subsidie voor flexibele opvang aan diensten voor onthaalouders en aan aangesloten onthaalouders en de financiële ondersteuning flexibele opvang, wordt die subsidie omgezet in, naargelang het geval, de subsidie flexibele urenpakketten groepsopvang, de subsidie flexibele groepsopvang en de subsidie flexibele gezinsopvang. De subsidie voor ploegplaatsen wordt daarbij omgezet in de subsidie flexibele urenpakketten groepsopvang voor hetzelfde subsidieniveau. De omzetting heeft betrekking op hetzelfde aantal urenpakketten of hetzelfde aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen.
  De subsidie voor flexibele gezinsopvang geldt ook voor samenwerkende onthaalouders verbonden aan een dienst voor onthaalouders.
  Onthaalouders die inkomensgerelateerd werkten voor de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 kunnen de subsidie flexibele gezinsopvang krijgen op aanvraag volgens de richtlijnen van Kind en Gezin. Deze subsidie gaat ten vroegste in het kwartaal volgend op de aanvraag.
  Art. 56/2. Voor de kinderopvanglocaties die op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een erkenning of een attest van toezicht van Kind en Gezin hebben en een bijkomende projectsubsidie ontvangen van Kind en Gezin met het oog op het opbouwen van expertise inzake werken met kansarmen, wordt die projectsubsidie omgezet in een basissubsidie, een subsidie voor inkomenstarief en een plussubsidie. De omzetting heeft betrekking op hetzelfde aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen of op een aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen dat gelijkstaat aan het niveau van de projectsubsidie.
  Voor de kinderopvanglocaties die op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een attest van toezicht van Kind en Gezin hebben en een bijkomende projectsubsidie ontvangen van Kind en Gezin met het oog op het opbouwen van expertise inzake kinderopvang van kinderen met een specifieke zorgbehoefte, wordt die projectsubsidie omgezet in een subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang. De omzetting heeft betrekking op een aantal gesubsidieerde kinderopvangplaatsen dat gelijkstaat aan het niveau van de projectsubsidie.".
Art. 32. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 56/1 et un article 56/2, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 56/1. Pour les emplacements d'accueil d'enfants qui, Ă  la date de l'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012, bĂ©nĂ©ficient d'une subvention de " Kind en Gezin " sur la base de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 fĂ©vrier 2001 fixant les conditions d'agrĂ©ment et de subventionnement des garderies et des services pour familles d'accueil, et sur la base de l'arrĂȘtĂ©, visĂ© Ă  l'article 52, 3°, notamment la subvention pour les capitaux-heures flexibles, la subvention pour des places d'Ă©quipe, la subvention pour l'accueil flexible aux services pour parents d'accueil et aux parents d'accueil affiliĂ©s, et l'aide financiĂšre pour l'accueil flexible, cette subvention est convertie, selon le cas, en la subvention pour les capitaux-heures flexibles d'accueil de groupe, la subvention pour l'accueil de groupe flexible et la subvention pour l'accueil familial flexible. Dans ce contexte, la subvention pour des places d'Ă©quipe est convertie en la subvention pour les capitaux-heures flexibles d'accueil de groupe pour le mĂȘme niveau de subvention. La conversion concerne le mĂȘme nombre de capitaux-heures ou le mĂȘme nombre de places d'accueil d'enfants subventionnĂ©es.
  La subvention pour l'accueil familial flexible s'applique également aux parents d'accueil collaborateurs liés à un service pour parents d'accueil.
  Les parents d'accueil qui adoptaient un tarif basé sur les revenus avant l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, peuvent obtenir sur demande la subvention pour l'accueil familial flexible, selon les instructions de " Kind en Gezin ". Cette subvention prend cours au plus tÎt dans le trimestre suivant la demande.
  Art. 56/2. Pour les emplacements d'accueil d'enfants qui, Ă  la date de l'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012, disposent d'un agrĂ©ment ou d'un certificat de contrĂŽle de " Kind en Gezin " et bĂ©nĂ©ficient d'une subvention de projet supplĂ©mentaire de " Kind en Gezin " en vue de l'acquisition de l'expertise en matiĂšre de travail avec des personnes dĂ©favorisĂ©es, cette subvention de projet est convertie en une subvention de base, une subvention pour le tarif sur base des revenus et une subvention supplĂ©mentaire. La conversion concerne le mĂȘme nombre de places d'accueil d'enfants subventionnĂ©es ou un nombre de places d'accueil d'enfants subventionnĂ©es qui Ă©quivaut au niveau de la subvention de projet.
  Pour les emplacements d'accueil d'enfants qui, à la date de l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, disposent d'un certificat de contrÎle de " Kind en Gezin " et bénéficient d'une subvention de projet supplémentaire de " Kind en Gezin " en vue de l'acquisition de l'expertise en matiÚre d'accueil d'enfants ayant des besoins spécifiques en soins, cette subvention de projet est convertie en une subvention pour l'accueil inclusif structurel des enfants. La conversion concerne un nombre de places d'accueil d'enfants subventionnées qui équivaut au niveau de la subvention de projet. ".
Art. 33. Aan artikel 59 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Binnen de overgangsperiode van zes jaar en voor de bedragen, vermeld in het eerste lid, wordt gestreefd naar een groeipad dat in zes fases verloopt, waarbij de bedragen, vermeld in het eerste lid, geleidelijk verhogen als volgt:
  1° fase 1: het bedrag, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt verhoogd met 823,07 euro en het bedrag, vermeld in het eerste lid, 2°, met 14,4 euro;
  2° fase 2: het bedrag, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt verhoogd met 620,24 euro en het bedrag, vermeld in het eerste lid, 2°, met 10,86 euro;
  3° fase 3: het bedrag, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt verhoogd met 355,87 euro en het bedrag, vermeld in het eerste lid, 2°, met 6,23 euro;
  4° fase 4: het bedrag, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt verhoogd met 355,87 euro en het bedrag, vermeld in het eerste lid, 2°, met 6,23 euro;
  5° fase 5: het bedrag, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt verhoogd met 355,87 euro en het bedrag, vermeld in eerste lid, 2°, met 6,23 euro;
  6° fase 6: het bedrag, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt verhoogd met 355,07 euro en het bedrag, vermeld in het eerste lid, 2°, met 6,20 euro.";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "de bedragen" vervangen door de woorden "de bedragen en het groeipad".
Art. 33. A l'article 59 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :" Dans la période transitoire de six ans et pour les montants, visés à l'alinéa premier, l'objectif est une feuille de route qui se déroule en six phases, les montants visés à l'alinéa premier étant progressivement augmentés comme suit :
  1° phase 1 : le montant, visé à l'alinéa premier, 1°, est majoré de 823,07 euros et le montant, visé à l'alinéa premier, 2°, de 14,4 euros ;
  2° phase 2 : le montant, visé à l'alinéa premier, 1°, est majoré de 620,24 euros et le montant, visé à l'alinéa premier, 2°, de 10,86 euros ;
  3° phase 3 : le montant, visé à l'alinéa premier, 1°, est majoré de 355,87 euros et le montant, visé à l'alinéa premier, 2°, de 6,23 euros ;
  4° phase 4 : le montant, visé à l'alinéa premier, 1°, est majoré de 355,87 euros et le montant, visé à l'alinéa premier, 2°, de 6,23 euros ;
  5° phase 5 : le montant, visé à l'alinéa premier, 1°, est majoré de 355,87 euros et le montant, visé à l'alinéa premier, 2°, de 6,23 euros ;
  6° phase 6 : le montant, visé à l'alinéa premier, 1°, est majoré de 355,07 euros et le montant, visé à l'alinéa premier, 2°, de 6,20 euros. " ;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa premier, les mots " les montants " sont remplacés par les mots " les montants et la feuille de route ".
Art. 34. In artikel 61, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "één jaar" vervangen door "twee jaar".
Art. 34. Dans l'article 61, alinĂ©a deux, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " d'un an " est remplacĂ© par " de deux ans ".
Art. 35. In hetzelfde besluit wordt een artikel 61/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 61/1. Voor de kinderopvanglocaties die op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een subsidie ontvangen van Kind en Gezin op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor onthaalouders en op basis van het besluit, vermeld in artikel 52, 4°, geldt een overgangsperiode van één jaar om te voldoen aan de voorwaarden over het betalen voor gereserveerde kinderopvangdagen, vermeld in artikel 28 en 29, op voorwaarde dat er in tussentijd geen ander nieuw systeem wordt ingevoerd.".
Art. 35. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 61/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 61/1. Pour les emplacements d'accueil des enfants, qui Ă  la date de l'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 20 avril 2012 reçoivent une subvention de " Kind en Gezin " sur la base de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 fĂ©vrier 2001 fixant les conditions d'agrĂ©ment et de subventionnement des garderies et des services pour parents d'accueil et sur la base de l'arrĂȘtĂ© visĂ© Ă  l'article 52, 4°, une pĂ©riode de transition d'un an s'applique pour satisfaire aux conditions relatives au paiement pour des journĂ©es d'accueil rĂ©servĂ©es, visĂ© aux articles 28 et 29, Ă  condition qu'aucun autre systĂšme nouveau ne soit introduit entre-temps. ".
Art. 36. In titel 7, hoofdstuk 2, afdeling 4, van hetzelfde besluit worden een artikel 61/2 en 61/3 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 61/2. In afwijking van artikel 14, eerste lid, zorgt de organisator, zowel de bestaande als de nieuwe organisator, in 2014, 2015 en 2016 voor minstens 180 openingsdagen per volledig kalenderjaar.
  Art. 61/3. In afwijking van artikel 33, eerste lid, 3°, wordt het inkomenstarief berekend in december 2014, voor de contracthouder van wie het inkomenstarief werd vastgesteld op basis van artikel 5 van het ministerieel besluit van 17 maart 2008 tot bepaling van de financiële bijdrage van de gezinnen voor de opvang van kinderen in kinderdagverblijven en diensten voor onthaalouders.".
Art. 36. Au titre 7, chapitre 2, section 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont insĂ©rĂ©s les articles 61/2 et 61/3, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 61/2. Par dérogation à l'article 14, alinéa premier, l'organisateur, tant existant que nouveau, assure au moins 180 jours d'ouverture par année calendaire entiÚre en 2014, 2015 et 2016.
  Art. 61/3. Par dĂ©rogation Ă  l'article 33, alinĂ©a premier, 3°, le tarif sur base des revenus est calculĂ© en dĂ©cembre 2014 pour le dĂ©tenteur du contrat dont le tarif sur base des revenus a Ă©tĂ© Ă©tabli sur la base de l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 17 mars 2008 fixant la participation financiĂšre des familles Ă  l'accueil des enfants dans des garderies et des services pour familles d'accueil. ".
Art. 37. In artikel 62 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen de woorden "die vroeger" en de woorden "inkomensgerelateerd werkten" worden de woorden "aangesloten onthaalouders waren en de kinderopvanglocaties die vroeger" ingevoegd;
  2° de zinsnede "in 2014 en 2015" wordt vervangen door de zinsnede "in 2014, 2015 en 2016".
Art. 37. A l'article 62 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° les mots " étaient des parents d'accueil affiliés et les emplacements d'accueil d'enfants qui auparavant " sont insérés entre les mots " qui auparavant " et les mots " adoptaient un tarif basé sur les revenus " ;
  1° le membre de phrase " en 2014 et 2015 " est remplacé par le membre de phrase " en 2014, 2015 et 2016 ".
Art. 38. In artikel 64 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De organisator die voor het jaar 2013 subsidies heeft ontvangen op basis van een van de besluiten, vermeld in artikel 52, op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor onthaalouders, of op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2008 houdende de voorwaarden voor toestemming voor en subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte kinderopvang, kan gedurende een overgangsperiode van vier jaar een compensatie van het subsidieverlies krijgen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
  1° de organisator beschikte zowel in 2013 als in het jaar waarop de compensatie betrekking heeft, over minstens één gesubsidieerde kinderopvangplaats met inkomenstarief;
  2° de som van de subsidies op basis van de voormelde besluiten, de subsidie voor kinderopvang met flexibele openingstijden, de subsidie voor inclusieve kinderopvang en de component voor de aanvullende subsidie in het kader van de werkdrukvermindering uitgezonderd, is hoger dan de som van de subsidies op basis van dit besluit, de subsidie voor kinderopvang met flexibele openingstijden en de subsidie voor inclusieve kinderopvang uitgezonderd.".
Art. 38. Dans l'article 64 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a premier est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " L'organisateur qui a reçu des subventions pour l'annĂ©e 2013 sur la base d'un des arrĂȘtĂ©s visĂ©s Ă  l'article 52, sur la base de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 fĂ©vrier 2001 fixant les conditions d'agrĂ©ment et de subventionnement des garderies et des services pour parents d'accueil, ou sur la base de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 mai 2008 fixant les conditions d'autorisation et de subventionnement de services locaux d'accueil d'enfants de voisinage, peut obtenir pendant une pĂ©riode transitoire de quatre ans une compensation de la perte des subventions si les conditions suivantes sont remplies :
  1° l'organisateur disposait tant en 2013 qu'en l'année à laquelle la compensation a trait, d'au moins une place d'accueil d'enfants subventionnée avec tarif sur base des revenus ;
  2° la somme des subventions sur la base des arrĂȘtĂ©s prĂ©citĂ©s, Ă  l'exception de la subvention pour l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles, de la subvention pour l'accueil inclusif d'enfants et du composant pour la subvention complĂ©mentaire dans le cadre de la rĂ©duction de la pression du travail, est supĂ©rieure Ă  la somme des subventions sur la base du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă  l'exception de la subvention pour l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles et de la subvention pour l'accueil inclusif d'enfants. ".
Art. 39. Artikel 65 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 65. Zolang de kinderbegeleider werkt volgens het sociaal statuut van de aangesloten onthaalouders, betaalt de organisator aan de kinderbegeleider:
  1° een kostenvergoeding van 19,55 euro per kinderopvangprestatie die vijf tot elf uur duurt, 60% van dat bedrag per kinderopvangprestatie die minder dan vijf uur duurt, en 160% van dat bedrag per kinderopvangprestatie die elf uur of meer duurt, of per kinderopvangprestatie 's nachts;
  2° de subsidie flexibele gezinsopvang, vermeld in artikel 40/1, eerste lid, 1° ;
  3° de subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang, vermeld in artikel 41, per kinderopvangprestatie van een kind met een specifieke zorgbehoefte voor wie Kind en Gezin een specifieke toekenning van bepaalde duur heeft verleend.
  In afwijking van artikel 8 wordt bij de eerstvolgende overschrijding van de gezondheidsindex het bedrag, vermeld in het eerste lid, 1°, verhoogd met 0,21 euro, en de subsidie, vermeld in het eerste lid, 2°, verhoogd met 0,03 euro.".
Art. 39. L'article 65 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " Art. 65. Tant que l'accompagnateur d'enfants est employé selon le statut social des parents d'accueil affiliés, l'organisateur paie à l'accompagnateur d'enfants :
  1° une indemnité de frais de 19,55 euros par prestation d'accueil d'enfants d'une durée de cinq à onze heures, de 60% de ce montant par prestation d'accueil d'enfants d'une durée de moins de cinq heures, et de 160% de ce montant par prestation d'accueil d'enfants d'une durée de onze heures ou plus, ou par prestation d'accueil d'enfants pendant la nuit ;
  2° la subvention pour l'accueil familial flexible, visée à l'article 40/1, alinéa premier, 1° ;
  3° la subvention pour l'accueil inclusif individuel des enfants, visée à l'article 41, par prestation d'accueil d'un enfant ayant un besoin spécifique en soins pour qui " Kind en Gezin " a octroyé une attribution spécifique d'une durée déterminée.
  Par dérogation à l'article 8, lors du dépassement prochain de l'indice de santé, le montant, visé à l'alinéa premier, 1°, est majoré de 0,21 euros et la subvention, visée à l'alinéa premier, 2°, est majorée de 0,03 euros. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 40. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2014.
Art. 40. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er avril 2014.
Art. 41. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 41. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.