Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 MEI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften wat betreft programmatieaanvragen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-09-2014 en tekstbijwerking tot 05-02-2026)
Titre
23 MAI 2014. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution du décret du 21 mars 2014 relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques pour ce qui est des demandes de programmation et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif aux normes de programmation, de rationalisation et de maintien dans l'enseignement fondamental spécial(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-09-2014 et mise à jour au 05-02-2026)
Documentinformatie
Numac: 2014035929
Datum: 2014-05-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014035929
Date: 2014-05-23
Moniteur: Voir
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK 1. - Definitie
CHAPITRE 1er. - Définition
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder agentschap: het Agentschap voor Onderwijsdiensten van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, opgericht bij het besluit van de Vlaamse regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
Article 1er. Dans l'arrêté il faut entendre par agence : l'Agentschap voor Onderwijsdiensten du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relative à l'organisation de l'administration flamande.
HOOFDSTUK 2. - Secundair onderwijs
CHAPITRE 2. - Enseignement secondaire
Afdeling 1. - Programmatieaanvragen
Section 1re. - Demandes de programmation
Art. 2. Om een programmatieaanvraag in te dienen voor de oprichting van een nieuw type of nieuwe opleidingsvorm in het buitengewoon secundair onderwijs of voor de oprichting van een nieuwe school in het buitengewoon secundair onderwijs moet een oprichtingsdossier samengesteld worden dat ten minste de volgende elementen bevat:
  1° de identificatiegegevens van het schoolbestuur, de school en de vestigingsplaats;
  2° het schooljaar waarop de programmatie betrekking heeft;
  3° het type of de opleidingsvorm waarop de programmatie betrekking heeft;
  4° de motivering van de programmatieaanvraag die ten minste de volgende aspecten bevat:
  a) een omgevingsanalyse waarbij de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het te programmeren aanbod, voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 259 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wordt gemotiveerd en waarbij in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden wordt met het lokale aanbod. Deze omgevingsanalyse is niet vereist als een opleidingsvorm van vrije keuze wordt opgericht in het buitengewoon onderwijs;
  b) een beschrijving van de aangepaste en schoolexterne begeleidingsmogelijkheden, tenzij dat voor de beoogde doelgroep niet relevant is. Dat laatste wordt gemotiveerd in de aanvraag;
  c) een verantwoording dat de school beschikt over de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen, onder meer op het gebied van toegankelijkheid en over de nodige hulpmiddelen voor de doelgroep;
  d) een bewijs van bestaande expertise over de nieuwe doelgroep of de professionaliseringsinspanningen waarin voorzien is;
  5° bewijsstukken, namelijk:
  a) het protocol van de onderhandelingen in het lokaal comité en het verslag van het overleg binnen de schoolraad in geval van de aanvraag voor de oprichting van een nieuw type of een nieuwe opleidingsvorm;
  b) de samenwerkingsovereenkomst met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs en het protocol van de onderhandelingen in het lokaal comité van die school of scholen in de desbetreffende school of scholen als de programmatie betrekking heeft op opleidingsvorm 4.
  In afwijking van het voorgaande lid sluiten scholen die al een opleidingsvorm 4 hebben en uiterlijk op 1 juli 2014 een aanvraag indienen voor een nieuw type, deze samenwerkingsovereenkomst voor het nieuwe type uiterlijk op 1 september 2015 af;
  6° de ondertekening door het schoolbestuur.
Art. 2. Afin d'introduire une demande de programmation pour la création d'un nouveau type ou d'une nouvelle forme d'enseignement dans l'enseignement secondaire spécial ou pour la création d'une nouvelle école dans l'enseignement secondaire spécial, il faut constituer un dossier de création comportant au moins les éléments suivants :
  1° les données d'identification de l'autorité scolaire, de l'école et de l'implantation ;
  2° l'année scolaire à laquelle la programmation a trait ;
  3° le type et la forme d'enseignement auxquels la programmation a trait ;
  4° la motivation de la demande de programmation comprenant au moins les aspects suivants :
  a) une analyse de l'environnement motivant la nécessité, l'efficacité et la viabilité, y compris une estimation réaliste du nombre potentiel d'élèves qui, en fonction de l'offre à programmer, remplissent les critères repris à l'article 259 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, tout en tenant compte, dans la mesure du possible, de l'offre locale. Cette analyse de l'environnement n'est pas requise si une forme d'enseignement de libre choix est créée dans l'enseignement spécial ;
  b) une description des possibilités d'accompagnement adapté et extra-muros, à moins que ce ne soit pas pertinent pour le groupe cible envisagé. Ceci doit être motivé dans la demande ;
  c) une justification comme quoi l'école dispose des structure infrastructurelles et matérielles requises, entre autres pour ce qui est de l'accessibilité, et des moyens requis pour le groupe cible ;
  d) une preuve de l'expertise déjà existante quant au nouveau groupe cible ou les efforts de professionnalisation étant prévus ;
  5° des pièces justificatives, à savoir :
  a) le protocole des négociations au sein du comité local et le rapport de la négociation au sein du conseil scolaire en cas d'une demande de création d'un nouveau type ou d'une nouvelle forme d'enseignement ;
  b) l'accord de coopération avec une ou plusieurs écoles d'enseignement secondaire ordinaire à temps plein et le protocole des négociations au sein du comité local de cette école ou de ces écoles dans la ou les écoles en question si la programmation porte sur la forme d'enseignement 4.
  Par dérogation à l'alinéa précédente, les écoles ayant déjà une forme d'enseignement 4 et désirant introduire le 1er juillet 2014 au plus tard un nouveau type, concluent cet accord de coopération pour le nouveau type le 1er septembre 2015 au plus tard ;
  6° la signature par l'autorité scolaire.
Afdeling 2. - Indienings- en adviseringsprocedure
Section 2. - Procédure d'introduction et de consultation
Art. 4. Een schoolbestuur dient aanvragen voor een nieuwe programmatie op elektronische wijze en per combinatie van opleidingsvorm en type in bij het agentschap.
Art. 4. Une autorité scolaire introduit des demandes d'une nouvelle programmation par voie électronique et par combinaison de forme d'enseignement et de type auprès de l'agence.
Art. 5. De aanvragen worden door het agentschap voor advies bezorgd aan de Vlaamse Onderwijsraad [1 ...]1.
  
Art. 5. L'agence transmet les demandes pour avis au " Vlaamse Onderwijsraad " [1 ...]1
  
Art. 6. De Vlaamse Onderwijsraad [1 ...]1 en het agentschap brengen binnen een redelijke termijn en uiterlijk twee maanden na de ontvangst van de aanvragen, vakantieperioden niet inbegrepen, een advies uit, dat ze bezorgen aan de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs en aan het Departement Onderwijs en Vorming.
  De Vlaamse Onderwijsraad baseert zijn advies op het onderzoek van ten minste de beoordelingscriteria, als vermeld in artikel 9, 1° tot en met 8°.
  [1 ...]1
  Het agentschap baseert zijn advies op het onderzoek van ten minste de beoordelingscriteria, als vermeld in [1 ...]1.
  
Art. 6. Le " Vlaamse Onderwijsraad "[1 ...]1 et l'agence émettent un avis, dans un délai raisonnable et dans les deux mois de la réception des demandes, périodes de vacances non comprises, qu'ils remettent au Ministre flamand chargé de l'enseignement et au Département de l'Enseignement et de la Formation.
  Le " Vlaamse Onderwijsraad " base son avis sur l'examen d'au moins les critères d'évaluation tels que visés à l'article 9, 1° à 8°.
  [1 ...]1
  L'agence base son avis sur l'examen d'au moins les critères d'évaluation tels que visés [1 à l'article 9, 1° à 8°]1.
  
Art. 7. De Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs legt een voorstel van beslissing voor aan de Vlaamse Regering.
Art. 7. Le Ministre flamand chargé de l'enseignement soumet une proposition de décision au Gouvernement flamand.
Art. 8. Het agentschap deelt de beslissing van de Vlaamse Regering binnen een periode van twee weken schriftelijk mee aan het schoolbestuur.
Art. 8. L'agence communique la décision du Gouvernement flamand dans un délai de deux semaines par écrit à l'autorité scolaire.
Afdeling 3. - Beoordelingscriteria
Section 3. - Critères d'évaluation
Art. 9. De criteria waarmee de Vlaamse Regering ten minste rekening houdt, om de ontvankelijke aanvragen te beoordelen, zijn de volgende:
  1° wordt voor de programmatieaanvraag de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het te programmeren aanbod, voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 259 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, afdoende gemotiveerd in een omgevingsanalyse, waarbij in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden wordt met het lokale aanbod;
  2° wordt, in relatie tot het reeds bestaande aanbod of programmatieaanvragen van andere scholen voor hetzelfde aanbod buitengewoon onderwijs, een redelijke spreiding beoogd, rekening houdend met de groepen, vermeld in artikel 268, § 2 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, met de wetenschappelijk te verwachten prevalentie en met het oog op een optimale organisatie van het leerlingenvervoer;
  3° worden de aangepaste en schoolexterne begeleidingsmogelijkheden voor de te programmeren doelgroep in kaart gebracht, en, als dat niet het geval is, wordt dat dan afdoende gemotiveerd;
  4° beschikt de school over de nodige expertise voor het bijkomende aanbod waarop de programmatieaanvraag betrekking heeft;
  5° zijn er recent inspanningen geleverd om het personeel te professionaliseren voor het nieuwe aanbod of zijn dergelijke inspanningen gepland;
  6° heeft de school de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen voor het aanbod dat ze wil programmeren;
  7° als het gaat over de aanvraag van een oprichting van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, is er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs, met een breed aanbod en in de fysieke nabijheid van de school voor buitengewoon secundair onderwijs en is er onderhandeld met het lokaal onderhandelingscomité van die school of scholen en wat is de inhoud van dat protocol;
  8° als het gaat over de aanvraag voor de oprichting van een nieuw type of een nieuwe opleidingsvorm in een bestaande school, is er onderhandeld met het lokaal onderhandelingscomité en wat is de inhoud van het protocol en is er overleg gepleegd met de schoolraad en wat is het resultaat van het overleg.
Art. 9. Les critères que le Gouvernement flamand porte au moins en compte pour évaluer les demandes recevables sont les suivants :
  1° est-ce que la nécessité, l'efficacité et la viabilité, y compris une estimation réaliste du nombre potentiel d'élèves qui, en fonction de l'offre à programmer, remplissent les critères repris à l'article 259 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, sont suffisamment motivées dans une analyse de l'environnement, tout en tenant compte, dans la mesure du possible, de l'offre locale ;
  2° est-ce qu'une répartition raisonnable est envisagée en relation avec l'offre déjà existante ou les demandes de programmation d'autres écoles pour une offre identique dans l'enseignement spécial, compte tenu des groupes visés à l'article 268, § 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, de la prévalence à attendre scientifiquement et en vue d'une organisation optimale du transport scolaire ;
  3° est-ce les possibilités d'accompagnement adapté et extra-muros pour le groupe cible à programmer sont inventoriées, et, si ce n'est pas le cas, est-ce que ce fait est adéquatement motivé ;
  4° est-ce que l'école possède l'expertise requise pour l'offre supplémentaire sur laquelle porte la demande de programmation ;
  5° est-ce que des efforts ont été récemment faits pour professionnaliser les personnel en vue de la nouvelle offre ou est-ce que de tels efforts sont prévus ;
  6° est-ce que l'école possède les structures infrastructurelles et matérielles requises en ce qui concerne l'accessibilité et les moyens pour l'offre qu'elle entend programmer ;
  7° s'il s'agit de la demande de création d'une forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial, est-ce qu'un accord de coopération a été conclu avec une ou plusieurs écoles d'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, possédant une offre vaste et située(s) en proximité physique de l'école d'enseignement secondaire spécial et est-ce qu'il y a eu des négociations avec le comité local de négociation de l'école pu des école en question et quel est le contenu du protocole ;
  8° s'il s'agit de la demande de création d'un nouveau type ou d'une nouvelle forme d'enseignement dans une école existante, est-ce qu'il y a eu des négociations avec le comité local de négociation et quel est le contenu du protocole, et est-ce qu'il y a eu une concertation avec le conseil scolaire et quel est le résultat de cette concertation.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs
CHAPITRE 3. - Modification à l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif aux normes de programmation, de rationalisation et de maintien dans l'enseignement fondamental spécial
Art. 10. In artikel 2, § 1, zesde streepje, van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs, wordt de zinsnede "voor het type 1, 2, 3, 4 en/of 8, of in een school van dezelfde groep voor het type 6 en/of 7" opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 2, § 1er, sixième tiret, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif aux normes de programmation, de rationalisation et de maintien dans l'enseignement fondamental spécial, le membre de phrase " pour les types 1, 2, 3, 4 et/ou 8, ou dans une école du même groupe pour les types 6 et/ou 7 " est abrogé.
Art. 11. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, 13 januari 2006 en 5 september 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt aan de tabel een rij toegevoegd die luidt als volgt:
Art. 11. A l'article 3 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 décembre 2001, 13 janvier 2006 et 5 septembre 2008 sont apportées les modifications suivantes :
  1° le tableau repris au paragraphe 1er est complété par une rangée, rédigée comme suit :
9 11 14
9 11 14
in paragraaf 2 wordt aan de tabel een rij toegevoegd die luidt als volgt:
9 11 14
9 11 14
le tableau repris au paragraphe 2 est complété par une rangée, rédigée comme suit :
Type 9 5 6
Type 9 5 6
Type 9 5 6
Type 9 5 6
Art. 12. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, 13 januari 2006 en 5 september 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt in de tabel aan het deel dat betrekking heeft op het eerste bestaansjaar, een rij toegevoegd, die luidt als volgt:
Art. 12. A l'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 décembre 2001, 13 janvier 2006 et 5 septembre 2008 sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, dans la partie du tableau qui porte sur la première année d'existence, est ajoutée une rangée rédigée comme suit :
type 9 21 16 28 21
type 9 21 16 28 21
in paragraaf 1 wordt in de tabel aan het deel dat betrekking heeft op het tweede bestaansjaar, een rij toegevoegd, die luidt als volgt:
type 9 21 16 28 21
type 9 21 16 28 21
au paragraphe 1er, dans la partie du tableau qui porte sur la deuxième année d'existence, est ajoutée une rangée rédigée comme suit :
type 9 24 16 32 21
type 9 24 16 32 21
in paragraaf 1 wordt in de tabel aan het deel dat betrekking heeft op het derde bestaansjaar, een rij toegevoegd, die luidt als volgt:
type 9 24 16 32 21
type 9 24 16 32 21
au paragraphe 1er, dans la partie du tableau qui porte sur la troisième année d'existence, est ajoutée une rangée rédigée comme suit :
type 9 26 16 35 21
type 9 26 16 35 21
in paragraaf 2 wordt aan de tabel een rij toegevoegd, die luidt als volgt:
type 9 26 16 35 21
type 9 26 16 35 21
au paragraphe 2, le tableau est complété par une rangée, rédigée comme suit :
Type 9 5 6
Type 9 5 6
Type 9 5 6
Type 9 5 6
Art. 13. Artikel 6 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2008, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 6. Om een programmatieaanvraag in te dienen voor de oprichting van een nieuw type in het buitengewoon basisonderwijs moet een oprichtingsdossier samengesteld worden dat ten minste de volgende elementen bevat:
  1° de identificatiegegevens van het schoolbestuur, de school en de vestigingsplaats;
  2° het schooljaar waarop de programmatie betrekking heeft;
  3° het type waarop de programmatie betrekking heeft;
  4° de motivering van de programmatieaanvraag die ten minste de volgende aspecten bevat:
  a) een omgevingsanalyse waarbij de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het te programmeren aanbod, voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt gemotiveerd en waarbij in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden wordt met het lokale aanbod. De omgevingsanalyse is niet vereist als een type van vrije keuze wordt opgericht;
  b) een beschrijving van de aangepaste en schoolexterne begeleidingsmogelijkheden, tenzij dat voor de beoogde doelgroep niet relevant is. Dat laatste wordt gemotiveerd in de aanvraag;
  c) een verantwoording dat de school beschikt over de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen, onder meer op het gebied van toegankelijkheid en over de nodige hulpmiddelen voor de doelgroep;
  d) een bewijs van bestaande expertise over de nieuwe doelgroep of de professionaliseringsinspanningen waarin voorzien is;
  5° bewijsstukken, namelijk:
  a) het protocol van de onderhandelingen in het lokaal comité;
  b) het verslag van het overleg binnen de schoolraad;
  6° de ondertekening door het schoolbestuur.".
Art. 13. L'article 6 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du vendredi 5 septembre 2008, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 6. Afin d'introduire une demande de programmation pour la création d'un nouveau type dans l'enseignement fondamental spécial, il faut constituer un dossier de création comportant au moins les élémentrs suivants :
  1° les données d'identification de l'autorité scolaire, de l'école et de l'implantation ;
  2° l'année scolaire à laquelle la programmation a trait ;
  3° le type auquel la programmation a trait ;
  4° la motivation de la demande de programmation comprenant au moins les aspects suivants :
  a) une analyse de l'environnement motivant la nécessité, l'efficacité et la viabilité, y compris une estimation réaliste du nombre potentiel d'élèves qui, en fonction de l'offre à programmer, remplissent les critères repris à l'article 10 du Décret Enseignement fondamental du 25 février 1997, tout en tenant compte, dans la mesure du possible, de l'offre locale. Cette analyse de l'environnement n'est pas requise si un type de libre choix est créé ;
  b) une description des possibilités d'accompagnement adapté et extra-muros, à moins que ce ne soit pas pertinent pour le groupe cible envisagé. Ceci doit être motivé dans la demande ;
  c) une justification comme quoi l'école dispose des structure infrastructurelles et matérielles requises, entre autres pour ce qui est de l'accessibilité, et des moyens requis pour le groupe cible ;
  d) une preuve de l'expertise déjà existante quant au nouveau groupe cible ou les efforts de professionnalisation étant prévus ;
  5° des pièces justificatives, à savoir :
  a) le protocole des négociations au sein du comité local ;
  b) le rapport de la concertation au sein du conseil scolaire ;
  6° la signature par l'autorité scolaire. ".
Art. 14. Artikel 7 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2008, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 7. Het formulier dat gebruikt moet worden bij de opmaak van het oprichtingsdossier, vermeld in artikel 6, is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
  De Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs is bevoegd om binnen de regels van dit besluit de formulieren aan te passen.".
Art. 14. L'article 7 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2008, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 7. Le formulaire à utiliser pour l'établissement du dossier de création visé à l'article 6, est repris à l'annexe jointe au présent arrêté.
  Le Ministre flamand chargé de l'enseignement est compétent pour l'ajustement des formulaires dans les limites du présent arrêté. ".
Art. 15. Artikel 8 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2008, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 8. § 1. Een schoolbestuur dient de aanvraag voor een nieuwe programmatie op elektronische wijze en afzonderlijk per type in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, hierna agentschap te noemen.
  § 2. De aanvraag wordt door het agentschap voor advies bezorgd aan de Vlaamse Onderwijsraad en aan de Onderwijsinspectie van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
  § 3. De Vlaamse Onderwijsraad, de Onderwijsinspectie en het agentschap brengen binnen een redelijke termijn en uiterlijk twee maanden na de ontvangst van de aanvraag, vakantieperioden niet inbegrepen, een advies uit, dat ze bezorgen aan de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs en aan het Departement Onderwijs en Vorming.
  De Vlaamse Onderwijsraad baseert zijn advies op het onderzoek van ten minste de beoordelingscriteria, als vermeld in artikel 9, 1° tot en met 8°.
  De Onderwijsinspectie baseert zijn advies op het onderzoek van ten minste de beoordelingscriteria, als vermeld in artikel 9, 3° tot en met 6° en 8°.
  Het agentschap baseert zijn advies op het onderzoek van ten minste de beoordelingscriteria, als vermeld in artikel 9, 1°, 2° en 7° tot en met 8°.
  § 4. De Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs legt een voorstel van beslissing voor aan de Vlaamse Regering.
  § 5. Het agentschap deelt de beslissing van de Vlaamse Regering binnen een periode van twee weken schriftelijk mee aan het schoolbestuur.".
Art. 15. L'article 8 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2008, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 8. § 1er. Une autorité scolaire introduit la demande pour une nouvelle programmation par voie électronique et séparément par type auprès de l' " Agentschap voor Onderwijsdiensten " du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, dénommée ci-après l'agence.
  § 2. L'agence transmet la demandes pour avis au " Vlaamse Onderwijsraad " et à l'Inspection de l'Enseignement du Ministère flamand de l'Enseignemetn et de la Formation.
  § 3. Le " Vlaamse Onderwijsraad ", l'Inspection de l'Enseignement et l'agence émettent un avis, dans un délai raisonnable et dans les deux mois de la réception de la demande, périodes de vacances non comprises, qu'ils remettent au Ministre flamand chargé de l'enseignement et au Département de l'Enseignement et de la Formation.
  Le " Vlaamse Onderwijsraad " base son avis sur l'examen d'au moins les critères d'évaluation tels que visés à l'article 9, 1° à 8°.
  L'inspection de l'enseignement base son avis sur l'examen d'au moins les critères d'évaluation tels que visés à l'article 9, 3° à 6°, et 8°.
  L'agence base son avis sur l'examen d'au moins les critères d'évaluation tels que visés à l'article 9, 1°, 2° et 7° à 8°.
  § 4. Le Ministre flamand chargé de l'enseignement soumet une proposition de décision au Gouvernement flamand.
  § 5. L'agence communique la décision du Gouvernement flamand dans un délai de deux semaines par écrit à l'autorité scolaire. ".
Art. 16. Artikel 9 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2008, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 9. De criteria waarmee de Vlaamse Regering ten minste rekening houdt, om de ontvankelijke aanvragen te beoordelen, zijn de volgende:
  1° worden in het programmatievoorstel de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het te programmeren aanbod, voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, afdoende gemotiveerd in een omgevingsanalyse, waarbij in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden wordt met het lokale aanbod;
  2° wordt, in relatie tot het reeds bestaande aanbod van het type of programmatieaanvragen van andere scholen voor hetzelfde type buitengewoon onderwijs, een redelijke spreiding beoogd, rekening houdend met de groep, vermeld in artikel 3, 21°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, met de wetenschappelijk te verwachten prevalentie en met het oog op een optimale organisatie van het leerlingenvervoer;
  3° worden de aangepaste en schoolexterne begeleidingsmogelijkheden voor de te programmeren doelgroep in kaart gebracht, en als dat niet het geval is, wordt dat dan afdoende gemotiveerd;
  4° beschikt de school over de nodige expertise voor het bijkomende type waarop de programmatieaanvraag betrekking heeft;
  5° zijn er recent inspanningen geleverd om het personeel te professionaliseren voor het nieuwe type of zijn dergelijke inspanningen gepland;
  6° heeft de school de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen voor het type dat ze wil programmeren;
  7° heeft de oprichting betrekking op het niveau basisonderwijs of op het niveau kleuteronderwijs of lager onderwijs afzonderlijk;
  8° werd er onderhandeld met het lokaal onderhandelingscomité en wat is de inhoud van het protocol en is er overleg gepleegd met de schoolraad en wat is het resultaat van het overleg.".
Art. 16. L'article 9 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2008, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 9. Les critères que le Gouvernement flamand porte au moins en compte pour évaluer les demandes recevables sont les suivants :
  1° est-ce que la nécessité, l'efficacité et la viabilité, y compris une estimation réaliste du nombre potentiel d'élèves qui, en fonction de l'offre à programmer, remplissent les critères repris à l'article 10 du Décret Enseignement fondamental du 25 février 1997, sont suffisamment motivées dans une analyse de l'environnement, tout en tenant compte, dans la mesure du possible, de l'offre locale ;
  2° est-ce qu'une répartition raisonnable est envisagée en relation avec l'offre déjà existante du type ou les demandes de programmation d'autres écoles pour le même type d'enseignement spécial, compte tenu du groupe visé à l'article 3, 21°, du Décret Enseignement fondamental du 25 février 1997, de la prévalence à attendre scientifiquement et en vue d'une organisation optimale du transport scolaire ;
  3° est-ce les possibilités d'accompagnement adapté et extra-muros pour le groupe cible à programmer sont inventoriées, et, si ce n'est pas le cas, est-ce que ce fait est adéquatement motivé ;
  4° est-ce que l'école possède l'expertise requise pour le type supplémentaire sur lequel porte la demande de programmation ;
  5° est-ce que des efforts ont été récemment faits pour professionnaliser les personnel en vue du nouveau type ou est-ce que de tels efforts sont prévus ;
  6° est-ce que l'école possède les structures infrastructurelles et matérielles requises en ce qui concerne l'accessibilité et les moyens pour l'offre qu'elle entend programmer ;
  7° est-ce que la création porte sur le niveau enseignement fondamental ou sur le niveau enseignement maternel ou enseignement primaire séparément ;
  8° est-ce qu'il y a eu des négociations avec le comité local de négociation et quel est le contenu du protocole et est-ce qu'il a eu une concertation avec le conseil scolaire et quel est le résultat de cette concertation. ".
Art. 17. In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 en 5 september 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt in de tabel aan het deel dat betrekking heeft op elk type in de administratieve vestigingsplaats een rij toegevoegd, die luidt als volgt:
Art. 17. A l'article 11 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 13 janvier 2006 et 5 septembre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, dans la partie du tableau qui porte sur chaque type dans l'implantation administrative, est ajoutée une rangée rédigée comme suit :
Type 9 11 14
Type 9 11 14
in paragraaf 1 wordt in de tabel aan het deel dat betrekking heeft op elk type in de vestigingsplaats(en) op 2 kilometer en meer van de administratieve vestigingsplaats een rij toegevoegd, die luidt als volgt:
Type 9 11 14
Type 9 11 14
au paragraphe 1er, dans la partie du tableau qui porte sur chaque type dans la ou les implantations situées à au moins 2 kilomètres de l'implantation administrative, est ajoutée une rangée rédigée comme suit :
Type 9 5 7
Type 9 5 7
in paragraaf 3 wordt in de tabel aan het deel dat betrekking heeft op elk type in de administratieve vestigingsplaats een rij toegevoegd, die luidt als volgt:
Type 9 5 7
Type 9 5 7
au paragraphe 3, dans la partie du tableau qui porte sur chaque type dans l'implantation administrative, est ajoutée une rangée rédigée comme suit :
Type 9 5 6
Type 9 5 6
in paragraaf 3 wordt in de tabel aan het deel dat betrekking heeft op elk type in de vestigingsplaats(en) op 2 kilometer en meer van de administratieve vestigingsplaats een rij toegevoegd, die luidt als volgt:
Type 9 5 6
Type 9 5 6
au paragraphe 3, dans la partie du tableau qui porte sur chaque type dans la ou les implantations situées à au moins 2 kilomètres de l'implantation administrative, est ajoutée une rangée rédigée comme suit :
Type 9 5 7
Type 9 5 7
Type 9 5 7
Type 9 5 7
Art. 18. In artikel 12 van hetzelfde besluit wordt aan de tabel een rij toegevoegd, die luidt als volgt:
Art. 18. A l'article 12 du même arrêté, le tableau est complété par une rangée rédigée comme suit :
Type 9 7 9
Type 9 7 9
Type 9 7 9
Type 9 7 9
Art. 19. Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage toegevoegd, die als bijlage 3 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 19. Au même arrêté, il est ajouté une annexe jointe comme annexe 3 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 20. Het besluit van de Vlaamse regering van 24 juni 1997 over de bevoegdheid, de samenstelling, en de werking van de commissies van advies voor het buitengewoon onderwijs, gewijzigd bij de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wordt opgeheven.
Art. 20. L'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 1997 fixant la compétence, la composition et le fonctionnement des commissions consultatives de l'enseignement spécial, modifié par le Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, est abrogé.
Art. 21. Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2014.
Art. 21. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juin 2014.
Art. 22. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 22. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N2. Bijlage 2. - Model voor de aanvraag tot erkenning en subsidiëring of financiering van een school voor buitengewoon secundair onderwijs.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-09-2014, p. 77282-77285)
Art. N2. Annexe 2. - Modèle de demande d'agrément et de subventionnement ou financement d'une école d'enseignement secondaire spécial.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 30-09-2014, p. 77296-77299)
Art. N3. Bijlage 3. - Model voor de aanvraag tot oprichting van een type in het buitengewoon basisonderwijs.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-09-2014, p. 77286-77288)
Art. N3. Annexe 3. - Modèle de demande de création d'un type dans l'enseignement fondamental spécial.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 30-09-2014, p. 77300-77302)