Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken, wordt een punt 1° bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "1° bis. Codex: de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 MEI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken en het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs, wat betreft de vaststelling van de criteria met betrekking tot de controle van het huisonderwijs
Titre
23 MAI 2014. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrĂŽle des inscriptions d'Ă©lĂšves dans l'enseignement secondaire ou dans le systĂšme d'apprentissage et de travail, et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 novembre 1997 relatif au contrĂŽle des inscriptions d'Ă©lĂšves dans l'enseignement fondamental, pour ce qui est de la fixation des critĂšres pour le contrĂŽle de l'enseignement Ă domicile
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (11)
Texte (11)
HOOFDSTUK 1. - Secundair onderwijs
CHAPITRE 1er. - Enseignement secondaire
Article 1er. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrĂŽle des inscriptions d'Ă©lĂšves dans l'enseignement secondaire ou dans le systĂšme d'apprentissage et de travail, il est insĂ©rĂ© un point 1° bis ainsi rĂ©digĂ© :
  " 1° bis. Code : le Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ; ".
  " 1° bis. Code : le Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ; ".
Art. 2. Artikel 14decies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 en 4 september 2009, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 14decies. Bij stopzetting van het huisonderwijs tijdens het schooljaar brengen de ouders de bevoegde dienst daarvan op de hoogte.".
  "Art. 14decies. Bij stopzetting van het huisonderwijs tijdens het schooljaar brengen de ouders de bevoegde dienst daarvan op de hoogte.".
Art. 2. L'article 14decies du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 mai 2003 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 6 juillet 2007 et du 4 septembre 2009, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 14decies. En cas de cessation de l'enseignement à domicile au cours de l'année scolaire, les parents en informent le service compétent. ".
  " Art. 14decies. En cas de cessation de l'enseignement à domicile au cours de l'année scolaire, les parents en informent le service compétent. ".
Art. 3. In artikel 14undecies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2003, wordt de zinsnede "het in artikel 14decies van dit besluit gestelde" vervangen door de zinsnede "de bepalingen, vermeld in artikel 110/28 tot en met 110/32 van de codex, of artikel 14decies van dit besluit".
Art. 3. Dans l'article 14undecies du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 mai 2003, le syntagme " la disposition de l'article 14decies du prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'est pas remplie " est remplacĂ© par le syntagme " les dispositions, telles que visĂ©es aux articles 110/28 Ă 110/32 du Code ou l'article 14decies du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ne sont pas respectĂ©s ".
Art. 4. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 maart 2003, 9 mei 2003, 4 juni 2004, 22 juli 2005, 6 juli 2007, 24 oktober 2008, 4 september 2009, 9 oktober 2009, 10 september 2010, 17 december 2010, 9 september 2011 en 13 september 2013,worden een artikel 14undecies/1 en 14undecies/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 14undecies/1. De controle door de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 110/31, § 1, van de codex wordt uitgevoerd na afspraak tussen de onderwijsinspectie en de ouders, waarna ook schriftelijke afspraken volgen over de organisatie en het verloop van de controle.
  Ouders die voor huisonderwijs kiezen verbinden zich ertoe alle documenten te overhandigen die de uitvoering van de voormelde controle mogelijk moeten maken.
  De voormelde controle kan uitgevoerd worden hetzij op de plaats waar het onderwijs wordt verstrekt, hetzij op een plaats die de onderwijsinspectie aanwijst en waarmee de ouders zich akkoord verklaren.
  De voormelde controle wordt uitgevoerd door minstens twee onderwijsinspecteurs, die de mogelijkheid moeten krijgen om de betrokken leerplichtige inzake het huisonderwijs te observeren en te spreken.
  Art. 14undecies/2. De onderwijsinspectie hanteert tijdens het controlebezoek de volgende criteria om te controleren of het verstrekte huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen, vermeld in artikel 110/28 van de codex:
  1° de onderwijsdoelen van het huisonderwijs;
  2° de afstemming van het verstrekte huisonderwijs op de leerbehoefte van de leerling;
  3° de planning van het huisonderwijs;
  4° de wijze waarop het huisonderwijs structuur krijgt;
  5° de beschikbaarheid van leermiddelen;
  6° de tijd die besteed wordt aan het huisonderwijs;
  7° het voorzien van een evaluatie van de onderwijsdoelen.
  Aan de hand van de criteria, vermeld in het eerste lid, beoordeelt de onderwijsinspectie meer specifiek:
  1° of voor de leerplichtigen die conform artikel 110/30 van de codex verplicht zijn een getuigschrift of diploma te behalen bij de examencommissie, via het huisonderwijs gewerkt wordt aan een voldoende evenwichtig aanbod van de basisvorming;
  2° of het huisonderwijs heeft geleid tot meer kennis en vaardigheden;
  3° of de vakken van de basisvorming van het examenprogramma, die voldoende gericht zijn op de daarin na te streven ontwikkelingsdoelen of te bereiken eindtermen, aan bod komen.".
  "Art. 14undecies/1. De controle door de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 110/31, § 1, van de codex wordt uitgevoerd na afspraak tussen de onderwijsinspectie en de ouders, waarna ook schriftelijke afspraken volgen over de organisatie en het verloop van de controle.
  Ouders die voor huisonderwijs kiezen verbinden zich ertoe alle documenten te overhandigen die de uitvoering van de voormelde controle mogelijk moeten maken.
  De voormelde controle kan uitgevoerd worden hetzij op de plaats waar het onderwijs wordt verstrekt, hetzij op een plaats die de onderwijsinspectie aanwijst en waarmee de ouders zich akkoord verklaren.
  De voormelde controle wordt uitgevoerd door minstens twee onderwijsinspecteurs, die de mogelijkheid moeten krijgen om de betrokken leerplichtige inzake het huisonderwijs te observeren en te spreken.
  Art. 14undecies/2. De onderwijsinspectie hanteert tijdens het controlebezoek de volgende criteria om te controleren of het verstrekte huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen, vermeld in artikel 110/28 van de codex:
  1° de onderwijsdoelen van het huisonderwijs;
  2° de afstemming van het verstrekte huisonderwijs op de leerbehoefte van de leerling;
  3° de planning van het huisonderwijs;
  4° de wijze waarop het huisonderwijs structuur krijgt;
  5° de beschikbaarheid van leermiddelen;
  6° de tijd die besteed wordt aan het huisonderwijs;
  7° het voorzien van een evaluatie van de onderwijsdoelen.
  Aan de hand van de criteria, vermeld in het eerste lid, beoordeelt de onderwijsinspectie meer specifiek:
  1° of voor de leerplichtigen die conform artikel 110/30 van de codex verplicht zijn een getuigschrift of diploma te behalen bij de examencommissie, via het huisonderwijs gewerkt wordt aan een voldoende evenwichtig aanbod van de basisvorming;
  2° of het huisonderwijs heeft geleid tot meer kennis en vaardigheden;
  3° of de vakken van de basisvorming van het examenprogramma, die voldoende gericht zijn op de daarin na te streven ontwikkelingsdoelen of te bereiken eindtermen, aan bod komen.".
Art. 4. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 mars 2003, 9 mai 2003, 4 juin 2004, 22 juillet 2005, 6 juillet 2007, 24 octobre 2008, 4 septembre 2009, 9 octobre 2009, 10 septembre 2010, 17 dĂ©cembre 2010, 9 septembre 2011 et 13 septembre 2013, il est insĂ©rĂ© un article 14undecies/1 et un article 14undecies/2, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 14undecies/1. Le contrÎle par l'inspection de l'enseignement, visé à l'article 110/31, § 1er, du Code est exercé de commun accord entre l'inspection de l'enseignement et les parents. Ensuite, l'organisation et l'exercice du contrÎle sont réglés par écrit.
  Les parents qui optent pour l'enseignement à domicile s'engagent à produire tous les documents qui rendent possible l'exercice du contrÎle précité.
  Le contrĂŽle prĂ©citĂ© peut s'opĂ©rer ou bien Ă l'adresse oĂč l'enseignement est dispensĂ© ou bien en un lieu indiquĂ© par l'inspection de l'enseignement et acceptĂ© par les parents.
  Le contrÎle précité est effectué par au moins deux inspecteurs de l'enseignement, qui doivent avoir la possibilité d'observer l'enfant scolarisable concerné suivant l'enseignement à domicile et de l'interroger s'ils l'estiment nécessaire.
  Art. 14undecies/2. Lors de la visite de contrÎle, l'inspection de l'enseignement utilise les critÚres suivants pour contrÎler si l'enseignement à domicile dispensé répond aux objectifs visés à l'article 110/28 du Code :
  1° les objectifs pédagogiques de l'enseignement à domicile ;
  2° l'adéquation entre l'enseignement à domicile fourni et les besoins d'apprentissage de l'élÚve ;
  3° la planification de l'enseignement à domicile ;
  4° la maniÚre dont l'enseignement à domicile est structuré ;
  5° la disponibilité des moyens didactiques ;
  6° le temps consacré à l'enseignement à domicile ;
  7° la mise en oeuvre d'une évaluation des objectifs pédagogiques.
  A l'aide des critÚres, visés au premier alinéa, l'inspection de l'enseignement évalue plus spécifiquement :
  1° si, pour les élÚves scolarisables qui, conformément à l'article 110/30 du Code, sont obligés d'obtenir un certificat ou un diplÎme auprÚs du jury de la Communauté flamande, il est misé via l'enseignement à domicile sur une offre suffisamment équilibrée de la formation de base ;
  2° si l'enseignement à domicile a mené à un élargissement des connaissances et aptitudes ;
  3° si on donne les cours de la formation de base du programme d'examen, qui sont suffisamment orientés vers les objectifs de développement à poursuivre ou les objectifs finaux à atteindre. ".
  " Art. 14undecies/1. Le contrÎle par l'inspection de l'enseignement, visé à l'article 110/31, § 1er, du Code est exercé de commun accord entre l'inspection de l'enseignement et les parents. Ensuite, l'organisation et l'exercice du contrÎle sont réglés par écrit.
  Les parents qui optent pour l'enseignement à domicile s'engagent à produire tous les documents qui rendent possible l'exercice du contrÎle précité.
  Le contrĂŽle prĂ©citĂ© peut s'opĂ©rer ou bien Ă l'adresse oĂč l'enseignement est dispensĂ© ou bien en un lieu indiquĂ© par l'inspection de l'enseignement et acceptĂ© par les parents.
  Le contrÎle précité est effectué par au moins deux inspecteurs de l'enseignement, qui doivent avoir la possibilité d'observer l'enfant scolarisable concerné suivant l'enseignement à domicile et de l'interroger s'ils l'estiment nécessaire.
  Art. 14undecies/2. Lors de la visite de contrÎle, l'inspection de l'enseignement utilise les critÚres suivants pour contrÎler si l'enseignement à domicile dispensé répond aux objectifs visés à l'article 110/28 du Code :
  1° les objectifs pédagogiques de l'enseignement à domicile ;
  2° l'adéquation entre l'enseignement à domicile fourni et les besoins d'apprentissage de l'élÚve ;
  3° la planification de l'enseignement à domicile ;
  4° la maniÚre dont l'enseignement à domicile est structuré ;
  5° la disponibilité des moyens didactiques ;
  6° le temps consacré à l'enseignement à domicile ;
  7° la mise en oeuvre d'une évaluation des objectifs pédagogiques.
  A l'aide des critÚres, visés au premier alinéa, l'inspection de l'enseignement évalue plus spécifiquement :
  1° si, pour les élÚves scolarisables qui, conformément à l'article 110/30 du Code, sont obligés d'obtenir un certificat ou un diplÎme auprÚs du jury de la Communauté flamande, il est misé via l'enseignement à domicile sur une offre suffisamment équilibrée de la formation de base ;
  2° si l'enseignement à domicile a mené à un élargissement des connaissances et aptitudes ;
  3° si on donne les cours de la formation de base du programme d'examen, qui sont suffisamment orientés vers les objectifs de développement à poursuivre ou les objectifs finaux à atteindre. ".
HOOFDSTUK 2. - Basisonderwijs
CHAPITRE 2. - Enseignement fondamental
Art. 5. Artikel 10novies van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 en 4 september 2009, wordt vervangen door wat volgt:
  "Artikel 10novies. Bij stopzetting van het huisonderwijs tijdens het schooljaar brengen de ouders de bevoegde dienst daarvan op de hoogte.".
  "Artikel 10novies. Bij stopzetting van het huisonderwijs tijdens het schooljaar brengen de ouders de bevoegde dienst daarvan op de hoogte.".
Art. 5. L'article 10novies de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 novembre 1997 relatif au contrĂŽle des inscriptions d'Ă©lĂšves dans l'enseignement fondamental, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 mai 2003 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 6 juillet 2007 et 4 septembre 2009, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Article 10novies. En cas de cessation de l'enseignement à domicile au cours de l'année scolaire, les parents en informent le service compétent. ".
  " Article 10novies. En cas de cessation de l'enseignement à domicile au cours de l'année scolaire, les parents en informent le service compétent. ".
Art. 6. In artikel 10decies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2003, wordt de zinsnede "het in artikel 10novies van dit besluit gestelde" vervangen door de zinsnede "de bepalingen, vermeld in artikel 26 tot en met 26 quater van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of artikel 10novies van dit besluit".
Art. 6. Dans l'article 10decies du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 mai 2003, le syntagme " la disposition de l'article 10novies du prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'est pas remplie " est remplacĂ© par le syntagme " les dispositions, telles que visĂ©es aux articles 26 Ă 26quater du dĂ©cret du 25 fĂ©vrier 1997 relatif Ă l'enseignement fondamental ou l'article 10novies du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ne sont pas respectĂ©s ".
Art. 7. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 maart 2003, 9 mei 2003, 27 augustus 2004, 6 juli 2007, 4 september 2009, 10 september 2010, 9 september 2011 en 13 september 2013, worden een artikel 10decies/1 en 10decies/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 10decies/1. De controle door de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 26ter, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt uitgevoerd na afspraak tussen de onderwijsinspectie en de ouders, waarna ook schriftelijke afspraken volgen over de organisatie en het verloop van de controle.
  Ouders die voor huisonderwijs kiezen verbinden zich ertoe alle documenten te overhandigen die de uitvoering van de voormelde controle mogelijk moeten maken.
  De voormelde controle kan uitgevoerd worden hetzij op de plaats waar het onderwijs wordt verstrekt, hetzij op een plaats die de onderwijsinspectie aanwijst en waarmee de ouders zich akkoord verklaren.
  De voormelde controle wordt uitgevoerd door minstens twee onderwijsinspecteurs, die de mogelijkheid moeten krijgen om de betrokken leerplichtige inzake het huisonderwijs te observeren en te spreken.
  "Art. 10decies/2. De onderwijsinspectie hanteert tijdens het controlebezoek de volgende criteria om te controleren of het verstrekte huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen, vermeld in artikel 26bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997:
  1° de onderwijsdoelen van het huisonderwijs;
  2° de afstemming van het verstrekte huisonderwijs op de leerbehoefte van de leerling;
  3° de planning van het huisonderwijs;
  4° de wijze waarop het huisonderwijs structuur krijgt;
  5° de beschikbaarheid van leermiddelen;
  6° de tijd die besteed wordt aan het huisonderwijs;
  7° het voorzien van een evaluatie van de onderwijsdoelen.
  Aan de hand van de criteria, vermeld in het eerste lid, beoordeelt de onderwijsinspectie meer specifiek:
  1° of voor de leerplichtigen die conform artikel 26bis/2 van het voormelde decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 verplicht zijn een getuigschrift te behalen bij de examencommissie, via het huisonderwijs gewerkt wordt aan een voldoende evenwichtig aanbod van de verschillende leergebieden;
  2° of het huisonderwijs heeft geleid tot meer kennis en vaardigheden;
  3° of alle leergebieden, vermeld in artikel 40 van het voormelde decreet, aan bod komen.".
  "Art. 10decies/1. De controle door de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 26ter, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt uitgevoerd na afspraak tussen de onderwijsinspectie en de ouders, waarna ook schriftelijke afspraken volgen over de organisatie en het verloop van de controle.
  Ouders die voor huisonderwijs kiezen verbinden zich ertoe alle documenten te overhandigen die de uitvoering van de voormelde controle mogelijk moeten maken.
  De voormelde controle kan uitgevoerd worden hetzij op de plaats waar het onderwijs wordt verstrekt, hetzij op een plaats die de onderwijsinspectie aanwijst en waarmee de ouders zich akkoord verklaren.
  De voormelde controle wordt uitgevoerd door minstens twee onderwijsinspecteurs, die de mogelijkheid moeten krijgen om de betrokken leerplichtige inzake het huisonderwijs te observeren en te spreken.
  "Art. 10decies/2. De onderwijsinspectie hanteert tijdens het controlebezoek de volgende criteria om te controleren of het verstrekte huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen, vermeld in artikel 26bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997:
  1° de onderwijsdoelen van het huisonderwijs;
  2° de afstemming van het verstrekte huisonderwijs op de leerbehoefte van de leerling;
  3° de planning van het huisonderwijs;
  4° de wijze waarop het huisonderwijs structuur krijgt;
  5° de beschikbaarheid van leermiddelen;
  6° de tijd die besteed wordt aan het huisonderwijs;
  7° het voorzien van een evaluatie van de onderwijsdoelen.
  Aan de hand van de criteria, vermeld in het eerste lid, beoordeelt de onderwijsinspectie meer specifiek:
  1° of voor de leerplichtigen die conform artikel 26bis/2 van het voormelde decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 verplicht zijn een getuigschrift te behalen bij de examencommissie, via het huisonderwijs gewerkt wordt aan een voldoende evenwichtig aanbod van de verschillende leergebieden;
  2° of het huisonderwijs heeft geleid tot meer kennis en vaardigheden;
  3° of alle leergebieden, vermeld in artikel 40 van het voormelde decreet, aan bod komen.".
Art. 7. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 21 mars 2003, 9 mai 2003, 27 aoĂ»t 2004, 6 juillet 2007, 4 septembre 2009, 10 septembre 2010, 9 septembre 2011 et 13 septembre 2013, est insĂ©rĂ© un article 10decies/1 et un article 10decies/2 ainsi rĂ©digĂ©s :
  " Art. 10decies/1. Le contrÎle par l'inspection de l'enseignement, visé à l'article 26ter, § 1er, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental est exercé de commun accord entre l'inspection de l'enseignement et les parents. Ensuite, l'organisation et l'exercice du contrÎle sont réglés par écrit.
  Les parents qui optent pour l'enseignement à domicile s'engagent à produire tous les documents qui rendent possible l'exercice du contrÎle précité.
  Le contrĂŽle prĂ©citĂ© peut s'opĂ©rer ou bien Ă l'adresse oĂč l'enseignement est dispensĂ© ou bien en un lieu indiquĂ© par l'inspection de l'enseignement et acceptĂ© par les parents.
  Le contrÎle précité est effectué par au moins deux inspecteurs de l'enseignement, qui doivent avoir la possibilité d'observer l'enfant scolarisable concerné suivant l'enseignement à domicile et de l'interroger.
  " Art. 10decies/2. Lors de la visite de contrÎle, l'inspection de l'enseignement utilise les critÚres suivants pour contrÎler si l'enseignement à domicile dispensé répond aux objectifs visés à l'article 26bis du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental :
  1° les objectifs pédagogiques de l'enseignement à domicile ;
  2° l'adéquation entre l'enseignement à domicile fourni et les besoins d'apprentissage de l'élÚve ;
  3° la planification de l'enseignement à domicile ;
  4° la maniÚre dont l'enseignement à domicile est structuré ;
  5° la disponibilité des moyens didactiques ;
  6° le temps consacré à l'enseignement à domicile ;
  7° la mise en oeuvre d'une évaluation des objectifs pédagogiques.
  A l'aide des critÚres, visés au premier alinéa, l'inspection de l'enseignement évalue plus spécifiquement :
  1° si, pour les élÚves scolarisables qui, conformément à l'article 26bis/2 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, sont obligés d'obtenir un certificat auprÚs du jury de la Communauté flamande, il est misé via l'enseignement à domicile sur une offre suffisamment équilibrée des différents domaines d'apprentissage ;
  2° si l'enseignement à domicile a mené à un élargissement des connaissances et aptitudes ;
  3° si tous les domaines d'apprentissage, visés à l'article 40 du décret précité, sont abordés. ".
  " Art. 10decies/1. Le contrÎle par l'inspection de l'enseignement, visé à l'article 26ter, § 1er, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental est exercé de commun accord entre l'inspection de l'enseignement et les parents. Ensuite, l'organisation et l'exercice du contrÎle sont réglés par écrit.
  Les parents qui optent pour l'enseignement à domicile s'engagent à produire tous les documents qui rendent possible l'exercice du contrÎle précité.
  Le contrĂŽle prĂ©citĂ© peut s'opĂ©rer ou bien Ă l'adresse oĂč l'enseignement est dispensĂ© ou bien en un lieu indiquĂ© par l'inspection de l'enseignement et acceptĂ© par les parents.
  Le contrÎle précité est effectué par au moins deux inspecteurs de l'enseignement, qui doivent avoir la possibilité d'observer l'enfant scolarisable concerné suivant l'enseignement à domicile et de l'interroger.
  " Art. 10decies/2. Lors de la visite de contrÎle, l'inspection de l'enseignement utilise les critÚres suivants pour contrÎler si l'enseignement à domicile dispensé répond aux objectifs visés à l'article 26bis du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental :
  1° les objectifs pédagogiques de l'enseignement à domicile ;
  2° l'adéquation entre l'enseignement à domicile fourni et les besoins d'apprentissage de l'élÚve ;
  3° la planification de l'enseignement à domicile ;
  4° la maniÚre dont l'enseignement à domicile est structuré ;
  5° la disponibilité des moyens didactiques ;
  6° le temps consacré à l'enseignement à domicile ;
  7° la mise en oeuvre d'une évaluation des objectifs pédagogiques.
  A l'aide des critÚres, visés au premier alinéa, l'inspection de l'enseignement évalue plus spécifiquement :
  1° si, pour les élÚves scolarisables qui, conformément à l'article 26bis/2 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, sont obligés d'obtenir un certificat auprÚs du jury de la Communauté flamande, il est misé via l'enseignement à domicile sur une offre suffisamment équilibrée des différents domaines d'apprentissage ;
  2° si l'enseignement à domicile a mené à un élargissement des connaissances et aptitudes ;
  3° si tous les domaines d'apprentissage, visés à l'article 40 du décret précité, sont abordés. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.