Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 MEI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de ondersteuning van de Industriële Onderzoeksfondsen en de interfaceactiviteiten van de associaties in de Vlaamse Gemeenschap
Titre
23 MAI 2014. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 portant aide aux Fonds de Recherches industrielles et aux activitĂ©s d'interface des associations en CommunautĂ© flamande
Documentinformatie
Numac: 2014035879
Datum: 2014-05-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014035879
Date: 2014-05-23
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de ondersteuning van de Industriële Onderzoeksfondsen en de interfaceactiviteiten van de associaties in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° tot en met 3° en punt 7° worden opgeheven;
  2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
  "4° interfacedienst: de binnen de associatie voor valorisatie bevoegde dienst, vermeld in artikel 101bis, 2°, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;";
  3° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
  "5° BOF-besluit: het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap;";
  4° aan punt 8° wordt de zin "Alleen de vennootschappen, vermeld in artikel 2 van het Wetboek van Vennootschappen, worden aanvaard als handelsvennootschap naar Belgisch Recht." toegevoegd;
  5° in punt 9° worden de woorden "Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie" vervangen door de woorden "Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie";
  6° punt 10° wordt vervangen door wat volgt:
  "10° IOF: een Industrieel Onderzoeksfonds als vermeld in artikel 57, § 1, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid.".
Article 1er. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 portant aide aux Fonds de Recherches industrielles et aux activitĂ©s d'interface des associations en CommunautĂ© flamande, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er avril 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° les points 1° à 3° inclus et le point 7° sont abrogés ;
  2° le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
  " 4° service d'interface : le service compétent pour la valorisation au sein de l'association, visé à l'article 101bis, 2°, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre ; " ;
  3° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
  " 5° arrĂȘtĂ© BOF : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 2012 relatif au financement des Fonds spĂ©ciaux de Recherche auprĂšs des universitĂ©s en CommunautĂ© flamande ; " ;
  4° le point 8° est complété par la phrase " Seules les sociétés, visées à l'article 2 du Code des Sociétés, sont acceptées comme société commerciale de droit belge. " ;
  5° dans le point 9°, les mots " l'" Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen " (IWT) " sont remplacés par les mots " l'" Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " (Agence d'Innovation par les Sciences et la Technologie) " ;
  6° le point 10° est remplacé par la disposition suivante :
  " 10° FRI : un Fonds de Recherches industrielles tel que visé à l'article 57, § 1er, du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matiÚre de sciences et d'innovation. ".
Art. 2. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 2. L'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 3. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de zinnen "Overeenkomstig artikel 74bis, § 2 van het decreet van 20 december 2002 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2003 worden de middelen aangewend voor strategisch basisonderzoek en toegepast wetenschappelijk onderzoek bij de partners van de associatie. Dit onderzoek heeft een economische finaliteit." vervangen door de zin "Het strategisch basisonderzoek en het toegepast wetenschappelijk onderzoek, gefinancierd door IOF-middelen, heeft een economische of gemengd economisch-maatschappelijke finaliteit. Dit onderzoek kan behoren tot alle wetenschappelijke disciplines.";
  2° in het eerste lid worden tussen de woorden "uitvoering" en de woorden "van toegepast wetenschappelijk onderzoek" woorden "of organisatie" ingevoegd;
  3° tussen het eerste en tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Maximaal 10% van de IOF-middelen kan besteed worden aan octrooikosten.";
  4° in het derde lid, 2°, wordt het bedrag "50.000 EUR" vervangen door het bedrag "25.000 euro".
Art. 3. A l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er avril 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa premier, les phrases " Conformément à l'article 74bis, § 2 du décret du 20 décembre 2002 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2003, les moyens sont affectés à la recherche stratégique de base et à la recherche scientifique appliquée auprÚs des partenaires de l'association. Cette recherche a une finalité économique. " sont remplacées par la phrase " La recherche stratégique de base et la recherche scientifique appliquée, financées par des moyens FRI, ont une finalité économique ou économique/sociale mixte. Cette recherche peut appartenir à toutes les disciplines scientifiques. " ;
  2° dans l'alinéa premier, les mots " avoir au moins 5 ans d'expérience en recherche scientifique appliquée ou en recherche stratégique de base " sont complétés par les mots " ou en l'organisation de celle-ci " ;
  3° entre l'alinĂ©a premier et l'alinĂ©a deux, il est insĂ©rĂ© un nouvel alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit : " Au maximum 10% des moyens FRI peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă  des frais de brevetage. " ;
  4° dans l'alinéa trois, le montant " 50.000 EUR " est remplacé par le montant " 25.000 EUR ".
Art. 4. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede "De IOF raad, vermeld in artikel 74bis, § 5, 5°, van het decreet van 20 december 2002 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2003" vervangen door de woorden "Een Industrieel Onderzoeksfondsraad";
  3° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Ten minste de helft van de leden van een Industrieel Onderzoeksfondsraad behoort tot geleding 1. Ten minste twee leden van een Industrieel Onderzoeksfondsraad behoren tot geleding 2. Ten minste een vierde van de leden van een Industrieel Onderzoeksfondsraad behoort tot geleding 3.".
Art. 4. A l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 2 est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa premier, le membre de phrase " Le conseil FRI, visé à l'article 74bis, § 5, 5° du décret du 20 décembre 2002 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2003 " est remplacé par les mots " Un Conseil de Fonds de Recherches industrielles " ;
  3° dans le paragraphe 3, l'alinéa deux est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Au moins la moitié des membres d'un Conseil de Fonds de Recherches industrielles appartiennent à la catégorie 1. Au moins deux membres d'un Conseil de Fonds de Recherches industrielles appartiennent à la catégorie 2. Au moins un quart des membres d'un Conseil de Fonds de Recherches industrielles appartiennent à la catégorie 3. ".
Art. 5. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 6. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 2°, g), worden de woorden "de verantwoordelijkheid over" opgeheven;
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Maximaal 10% van de subsidie mag besteed worden aan overheadkosten, zijnde centrale beheerskosten en algemene exploitatiekosten die betrekking hebben op:
  1° de huur en het onderhoud van gebouwen, lokalen en vergaderzalen met inbegrip van de normale kantooruitrusting, de kosten voor verwarming, verlichting, elektriciteit;
  2° het centrale beheer van goederen en diensten die voor de interfaceactiviteiten ter beschikking worden gesteld;
  3° kosten die niet specifiek verbonden zijn aan de uitvoering van de vermelde interfaceactiviteiten, zoals telefonie, fax, kopieën, correspondentie, kantoorbenodigdheden."
Art. 6. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa premier, 2°, g), les mots " responsabilité de la " sont abrogés ;
  2° il est insĂ©rĂ©, entre l'alinĂ©a premier et l'alinĂ©a deux, un nouvel alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit : " Au maximum 10% de la subvention peut ĂȘtre affectĂ©e Ă  des frais gĂ©nĂ©raux, Ă  savoir des frais de gestion centrale et des frais d'exploitation gĂ©nĂ©rale concernant :
  1° le loyer et l'entretien des bùtiments, des locaux et des salles de réunion, y compris l'équipement normal de bureau, les frais de chauffage, d'éclairage et d'électricité ;
  2° la gestion centrale des biens et services mis à disposition pour les activités d'interface ;
  3° des frais qui ne sont pas spécifiquement liés à l'exécution des activités d'interface mentionnées, tels que frais de téléphone, de fax, de photocopies, de correspondance et de matériel de bureau. ".
Art. 7. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vierde lid wordt de datum "1 september" vervangen door de datum "1 oktober";
  2° in het vijfde lid worden de woorden "Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie" vervangen door de woorden "Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie".
Art. 7. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa quatre, la date " 1er septembre " est remplacée par la date " 1er octobre " ;
  2° dans l'alinéa cinq, les mots " l'" Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen " " sont remplacés par les mots " l'" Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " (Agence d'Innovation par les Sciences et la Technologie) ".
Art. 8. Aan artikel 9 van hetzelfde besluit worden een tweede tot en met een vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid wordt per associatie in een gegarandeerd minimumbedrag voorzien op basis van het maximale procentuele aandeel van de associatie in het IOF over de jaren 2009-2013 en de subsidie voor het IOF in 2013, namelijk 19.252.000 euro. Voor de Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg vzw wordt als procentueel aandeel de bovengrens van het minimumaandeel van de Universiteit Hasselt in de BOF-middelen genomen, namelijk 4%. Het gegarandeerd minimumbedrag, geïndexeerd voor 2014, bedraagt dan respectievelijk:
  1° Associatie Katholieke Universiteit Leuven vzw: 9.187.284 euro;
  2° Associatie Universiteit Gent vzw: 6.139.121 euro;
  3° Universitaire Associatie Brussel vzw: 2.205.882 euro;
  4° Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen vzw: 2.073.607 euro;
  5° Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg vzw: 778.089 euro.
  De gegarandeerde minimumbedragen, vermeld in het tweede lid, worden jaarlijks geïndexeerd volgens de formule, vermeld in artikel III.5, § 9, eerste lid van de Codex hoger onderwijs van 20 december 2013.
  Met uitzondering van de Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg vzw dragen de associaties die voor de verdeling van de subsidie met toepassing van artikel 9, eerste lid, artikel 10, 11 en 12 boven het gegarandeerd minimumbedrag uitkomen, naar rata van die verdeling bij tot het bereiken van het gegarandeerd minimumbedrag van de associaties die niet boven het gegarandeerd minimumbedrag uitkomen.
  Als de uitbetaling van het gegarandeerd minimumbedrag niet mogelijk is in het kader van de jaarlijkse algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap, worden deze gegarandeerde minimumbedragen naar rata van de besparing verminderd voor alle associaties.".
Art. 8. L'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par les alinĂ©as deux Ă  cinq inclus, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa premier, un montant minimal garanti est prévu par association, sur la base de la part maximale en pourcentage de l'association dans le FRI au cours des années 2009-2013 et de la subvention pour le FRI en 2013, à savoir 19.252.000 euros. Pour l'asbl " Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg ", la limite supérieure de la part minimale de la " Universiteit Hasselt " dans les moyens BOF, à savoir 4%, est prise comme part en pourcentage. Le montant minimal garanti, indexé pour 2014, s'élÚve respectivement à :
  1° " Associatie Katholieke Universiteit Leuven vzw " : 9 187 284 euros ;
  2° " Associatie Universiteit Gent vzw " : 6 139 121 euros ;
  3° " Universitaire Associatie Brussel vzw " : 2 205 882 euros ;
  4° " Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen vzw " : 2 073 607 euros ;
  5° " Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg vzw " : 778.089 euros.
  Les montants minimaux garantis, visés à l'alinéa deux, sont indexés annuellement selon la formule, visée à l'article III.5, § 9, alinéa premier, du Code de l'enseignement supérieur du 20 décembre 2013.
  A l'exception de l'asbl " Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg ", les associations qui dépassent le montant minimal garanti pour la répartition de la subvention en application de l'article 9, alinéa premier, et des articles 10, 11 et 12, contribuent au prorata de cette répartition en vue d'atteindre le montant minimal garanti des associations qui ne dépassent pas le montant minimal garanti.
  Si le paiement du montant minimal garanti n'est pas possible dans le cadre du budget général des dépenses annuel de la Communauté flamande, ces montants minimaux garantis sont diminués pour toutes les associations au prorata de l'économie. ".
Art. 9. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "vermeld in artikel 3, § 3, eerste lid, 2° " vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 33";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "vermeld in artikel 4, § 8bis" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 35 tot en met 40";
  3° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "In het eerste lid wordt verstaan onder industriële contractinkomsten van de associatie: de inkomsten die de universiteit en de hogescholen, partner bij de associatie, en de universitaire ziekenhuizen, vermeld in artikel 4 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, verwerven:
  1° van handelsvennootschappen op basis van contracten voor onderzoek en dienstverlening. Leerstoelen worden beschouwd als industriële contractinkomsten op voorwaarde dat er een contract is. Giften, schenkingen en inkomsten uit permanente vorming zijn uitgesloten;
  2° uit klinische studies. Alleen de inkomsten uit klinische studies in de eerste en tweede klinische fase worden in rekening gebracht. De inkomsten uit klinische studies tellen maximaal voor 12,5% van de parameter mee;
  3° uit licenties. Voor de toepassing van deze inkomsten wordt de volgende trapfunctie ingebouwd:
  a) licentie-inkomsten tot een bedrag van 7,5 miljoen euro hebben een gewicht van 1;
  b) licentie-inkomsten van een bedrag tussen 7,5 en 15 miljoen euro hebben een gewicht van 0,75;
  c) licentie-inkomsten van een bedrag tussen 15 en 25 miljoen euro hebben een gewicht van 0,5;
  d) licentie-inkomsten van een bedrag vanaf 25 miljoen euro hebben een gewicht van 0,25.";
  4° in paragraaf 3 worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "De middelen die rechtstreeks afkomstig zijn van de industrie en die verworven zijn door de strategische onderzoekscentra voor het onderzoek of onderzoeksgedeelte dat wordt uitgevoerd in de met dat strategische onderzoekscentrum geassocieerde onderzoeksgroepen van de universiteit of van de hogescholen, partner bij de associatie, worden ook beschouwd als industriële contractinkomsten van de associatie als die inkomsten gebaseerd zijn op een contract met een handelsvennootschap en als een zichtbare overhead uitbetaald wordt aan de partner bij de associatie.
  De contractinkomsten moeten transparant opgenomen zijn in de boekhouding en er moet over worden gerapporteerd, alsook over de onderliggende overeenkomsten. Dotatiegelden komen niet in aanmerking voor die aanvullende inkomstencomponent.";
  5° in paragraaf 3, derde lid, wordt de zinsnede "1° tot en met 5°, " opgeheven;
  6° in paragraaf 4, tweede lid worden punt 1° en 2° vervangen door wat volgt:
  "1° de contractinkomsten die verworven zijn door de universiteit en door de hogescholen, partner bij de associatie, uit het laatste afgesloten Europese Kaderprogramma waarvan definitieve cijfers beschikbaar zijn voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie;
  2° de middelen die verworven zijn door de strategische onderzoekscentra voor het onderzoek of onderzoeksgedeelte dat wordt uitgevoerd in een onderzoeksgroep van de universiteit of van de hogescholen, partner bij de associatie, als die partner bij de associatie een vergoeding ontvangt voor de indirecte kosten;";
  7° aan paragraaf 4, tweede lid, wordt een punt 3° toegevoegd dat luidt als volgt:
  "3° de middelen die verworven zijn door de universitaire ziekenhuizen, vermeld in artikel 4 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, voor het onderzoek of onderzoekgedeelte dat wordt uitgevoerd in een onderzoeksgroep van de universiteit of van de hogescholen, partner bij de associatie.";
  8° in paragraaf 5, eerste lid, 2° en 3°, wordt het woord "aangevraagde" vervangen door de woorden "gepubliceerde aangevraagde";
  9° in paragraaf 5 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "In het eerste lid wordt verstaan onder gepubliceerde aangevraagde of toegekende octrooien van de associatie: de octrooien die aangevraagd zijn door of toegekend zijn aan de universiteit of aan de hogescholen, partner bij de associatie, of door of aan een universitair ziekenhuis als vermeld in artikel 4 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987.";
  10° in paragraaf 6 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd dat luidt als volgt:
  "In het eerste lid wordt verstaan onder spin-offbedrijven van de associatie: de spin-offbedrijven, opgericht door de universiteit of door de hogescholen, partner bij de associatie, of door een universitair ziekenhuis als vermeld in artikel 4 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987.";
  11° in paragraaf 6, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede "tussen de associatie en de vennootschap waarin naar de associatie toe een billijke vergoeding is voorzien" vervangen door de zinsnede "waarin voorzien wordt in een billijke vergoeding";
  12° in paragraaf 6, derde lid, worden de woorden "van de associatie" opgeheven.
Art. 9. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " visé à l'article 3, § 3, alinéa premier, 2°, " est remplacé par le membre de phrase " visé à l'article 33, " ;
  2° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " visés à l'article 4, § 8bis " est remplacé par le membre de phrase " visés aux articles 35 à 40 inclus " ;
  3° dans le paragraphe 3, l'alinéa deux est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Dans l'alinéa premier, on entend par revenus de contrats industriels de l'association : les revenus que l'université et les instituts supérieurs, partenaire de l'association, et les hÎpitaux universitaires, visés à l'article 4 de la loi sur les hÎpitaux, coordonnée le 7 août 1987, acquiÚrent :
  1° de sociétés commerciales sur la base de contrats de recherche et de services. Les chaires sont considérées comme des revenus de contrats industriels à condition qu'il y ait un contrat. Les dons, les donations et les revenus de formation permanente sont exclus ;
  2° d'études cliniques. Seuls les revenus d'études cliniques dans les premiÚre et deuxiÚme phases cliniques sont pris en compte. Les revenus d'études cliniques comptent au maximum pour 12,5% du paramÚtre ;
  3° de licences. Pour l'application de ces revenus, la suivante fonction échelonnée est incorporée :
  a) les revenus de licences jusqu'à un montant de 7,5 millions d'euros ont une pondération de 1 ;
  b) les revenus de licences d'un montant entre 7,5 et 15 millions d'euros ont une pondération de 0,75 ;
  c) les revenus de licences d'un montant entre 15 et 25 millions d'euros ont une pondération de 0,5 ;
  d) les revenus de licences d'un montant supérieur à 25 millions d'euros ont une pondération de 0,25. " ;
  4° dans le paragraphe 3, entre l'alinéa deux et l'alinéa trois, deux nouveaux alinéas sont insérés, rédigés comme suit :
  " Les moyens provenant directement de l'industrie et acquis par les centres de recherche stratégique pour la recherche ou la partie de recherche effectuée dans les groupes de recherche de l'université ou des instituts supérieurs, partenaire de l'association, associés à ce centre de recherche stratégique, sont également considérés comme des revenus de contrats industriels de l'association lorsque ces revenus sont basés sur un contrat avec une société commerciale et que des frais généraux visibles sont payés au partenaire de l'association.
  Les revenus de contrats doivent ĂȘtre repris de maniĂšre transparente dans la comptabilitĂ© et ils doivent faire l'objet de rapports, de mĂȘme que les conventions sous-jacentes. Les dotations n'entrent pas en considĂ©ration pour cette composante complĂ©mentaire des revenus. " ;
  5° dans le paragraphe 3, alinéa trois, le membre de phrase " 1° à 5° inclus, " est abrogé ;
  6° dans le paragraphe 4, alinéa deux, les points 1° et 2° sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " 1° les revenus de contrats acquis par l'université et par les instituts supérieurs, partenaire de l'association, du Programme-cadre européen conclu en dernier lieu, pour lequel des chiffres définitifs sont disponibles pour les activités dans le domaine de la recherche, du développement technologique et de la démonstration ;
  2° les moyens acquis par les centres de recherche stratégique pour la recherche ou la partie de recherche effectuée dans un groupe de recherche de l'université ou des instituts supérieurs, partenaire de l'association, lorsque ce partenaire de l'association perçoit une indemnité pour les frais indirects ; " ;
  7° le paragraphe 4, alinéa deux, est complété par un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° les moyens acquis par les hÎpitaux universitaires, visés à l'article 4 de la loi sur les hÎpitaux, coordonnée le 7 août 1987, pour la recherche ou la partie de recherche effectuée dans un groupe de recherche de l'université ou des instituts supérieurs, partenaire de l'association. " ;
  8° dans le paragraphe 5, alinéa premier, 2° et 3°, le mot " demandés " est remplacé par les mots " demandés publiés " ;
  9° dans le paragraphe 5, l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
  " Dans l'alinéa premier, on entend par brevets demandés ou délivrés publiés de l'association : les brevets demandés par ou délivrés à l'université ou aux instituts supérieurs, partenaire de l'association, ou par ou à un hÎpital universitaire, tel que visé à l'article 4 de la loi sur les hÎpitaux, coordonnée le 7 août 1987. " ;
  10° dans le paragraphe 6, entre l'alinéa premier et l'alinéa deux, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Dans l'alinéa premier, on entend par entreprises spin-off de l'association : les entreprises spin-off, établies par l'université ou les instituts supérieurs, partenaire de l'association, ou par un hÎpital universitaire, tel que visé à l'article 4 de la loi sur les hÎpitaux, coordonnée le 7 août 1987. " ;
  11° dans le paragraphe 6, alinéa deux, 2°, le membre de phrase " entre l'association et la société, prévoyant une indemnité équitable en faveur de l'association " est remplacé par le membre de phrase " prévoyant une indemnité équitable " ;
  12° dans le paragraphe 6, alinéa trois, les mots " de l'association " sont abrogés.
Art. 10. In artikel 12 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a premier est abrogĂ©.
Art. 11. Artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2011, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 14. De subsidie voor de interfaceactiviteiten wordt op de volgende wijze onder de associaties verdeeld, volgens een verdeelsleutel die rekening houdt met de verdeling van het wetenschappelijk personeel - Zelfstandig Academisch Personeel, Assisterend Academisch Personeel en Wetenschappelijk Personeel - over de universiteiten in de periode 2008-2012:
  1° de Associatie Katholieke Universiteit Leuven vzw ontvangt 40,93% van de subsidie;
  2° de Associatie Universiteit Gent vzw ontvangt 32,01% van de subsidie;
  3° de Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen vzw ontvangt 12,31% van de subsidie;
  4° de Universitaire Associatie Brussel vzw ontvangt 11,14% van de subsidie;
  5° de Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg vzw ontvangt 3,61% van de subsidie.
  In afwijking van het eerste lid ontvangt elke associatie een gegarandeerd minimumbedrag van 150.000 euro. Dat gegarandeerd minimumbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de formule, vermeld in artikel III.5, § 9, eerste lid van de Codex hoger onderwijs van 20 december 2013.
  De associaties die voor de verdeling van de subsidie op basis van het eerste lid boven dat gegarandeerd minimumbedrag uitkomen, dragen naar rata van die verdeling bij tot het bereiken van het gegarandeerd minimumbedrag van de associaties die er niet boven uitkomen.
  Als de uitbetaling van het minimum niet mogelijk is in het kader van de jaarlijkse algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap, worden de gegarandeerde minimumbedragen naar rata van de besparing verminderd voor alle associaties."
Art. 11. L'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er avril 2011, est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " Art. 14. La subvention pour les activités d'interface est répartie entre les associations de la maniÚre suivante, selon une clé de répartition qui prend en compte la répartition du personnel scientifique - Personnel académique autonome, Personnel académique assistant et Personnel scientifique - sur les universités dans la période 2008-2012 :
  1° l'asbl " Associatie Katholieke Universiteit Leuven " reçoit 40,93 % de la subvention ;
  2° l'asbl " Associatie Universiteit Gent " reçoit 32,01% de la subvention ;
  3° l'asbl " Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen " reçoit 12,31% de la subvention ;
  4° l'asbl " Universitaire Associatie Brussel " reçoit 11,14% de la subvention ;
  5° l'asbl " Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg " reçoit 3,61% de la subvention.
  Par dérogation à l'alinéa premier, chaque association reçoit un montant minimal garanti de 150.000 euros. Ce montant minimal garanti est indexé annuellement selon la formule, visée à l'article III.5, § 9, alinéa premier, du Code de l'enseignement supérieur du 20 décembre 2013.
  Les associations qui dépassent le montant minimal garanti pour la répartition de la subvention sur la base de l'alinéa premier, contribuent au prorata de cette répartition en vue d'atteindre le montant minimal garanti des associations qui ne dépassent pas le montant minimal garanti.
  Si le paiement du minimum n'est pas possible dans le cadre du budget général des dépenses annuel de la Communauté flamande, les montants minimaux garantis sont diminués pour toutes les associations au prorata de l'économie. ".
Art. 12. In artikel 15, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "IOF-raad" vervangen door de woorden "Industrieel Onderzoeksfondsraad".
Art. 12. Dans l'article 15, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " conseil FRI " sont remplacĂ©s par les mots " Conseil de Fonds de Recherches industrielles ".
Art. 13. In artikel 16, tweede en derde lid, en artikel 17, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "over het voorgaande jaar" wordt opgeheven;
  2° de zinsnede ", in het jaar n+1, waarbij n staat voor het begrotingsjaar waarin de subsidie wordt vastgelegd" wordt toegevoegd.
Art. 13. A l'article 16, alinĂ©as deux et trois, et Ă  l'article 17, alinĂ©a deux, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le membre de phrase " sur l'année précédente " est abrogé ;
  2° le membre de phrase " dans l'année n+1, n étant l'année budgétaire dans laquelle la subvention est établie " est ajouté.
Art. 14. In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, en paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie" telkens vervangen door de woorden "Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie";
  2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "twee" vervangen door het woord "drie";
  3° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "artikel 5" vervangen door de zinsnede "artikel 58 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid";
  4° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven;
  5° in paragraaf 5 wordt het woord "associatie" telkens vervangen door de woorden "universiteit en hogescholen".
Art. 14. A l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa deux, et le paragraphe 2, alinéa deux, les mots " l'" Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen " " sont chaque fois remplacés par les mots " l'" Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie ".
  2° dans le paragraphe 2, alinéa deux, le mot " deux " est remplacé par le mot " trois " ;
  3° dans le paragraphe 3, le membre de phrase " l'article 5 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 58 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matiÚre de sciences et d'innovation " ;
  4° dans le paragraphe 3, l'alinéa deux est abrogé ;
  5° dans le paragraphe 5, le membre de phrase " Chaque association fait en outre rapport sur les projets financés par les moyens FRI dans le rapport annuel de l'association et " est remplacé par le membre de phrase " Chaque université et instituts supérieurs font en outre rapport sur les projets financés par les moyens FRI dans le rapport annuel de l'université et des instituts supérieurs ".
Art. 15. Artikel 22 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 22. In artikel 10, § 3, tweede en derde lid, worden voor de jaren binnen de referentieperiode tot en met 2014 de woorden "de partners bij de associatie" gelezen als "de universiteit, partner bij de associatie,"
  Artikel 10, § 3, tweede lid, 2°, is niet van toepassing voor het jaar 2008 binnen de referentieperiode."
Art. 15. L'article 22 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " Art. 22. Dans l'article 10, § 3, alinéas deux et trois, pour les années dans la période de référence jusqu'à 2014 inclus, les mots " les partenaires de l'association " sont lus comme " l'université, partenaire de l'université, ".
  L'article 10, § 3, alinéa deux, 2°, ne s'applique pas à l'année 2008 dans la période de référence. "
Art. 16. Artikelen 23 tot en met 26 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 16. Les articles 23 Ă  26 inclus du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 17. De Vlaamse minister, bevoegd voor het technologisch innovatiebeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le Ministre flamand qui a la politique de l'innovation technologique dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.