Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 14° wordt vervangen door wat volgt:
  "14° decreet: het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;";
  2° punt 28°, punt 35° /2 en punt 36° tot en met punt 39/1 worden opgeheven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 APRIL 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid naar aanleiding van de evaluatie van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Titre
25 AVRIL 2014. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2008 portant exĂ©cution du titre XVI du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement Ă l'occasion de l'Ă©valuation du titre XVI du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (67)
Texte (67)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE Ier. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2008 portant exĂ©cution du titre XVI du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement
Article 1er. Les modifications suivantes sont apportĂ©es Ă l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2008 portant exĂ©cution du titre XVI du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement, modifiĂ© pour la derniĂšre fois par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013 :
  1° le point 14° est remplacé par ce qui suit :
  " 14° décret: le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement ; " ;
  2° le point 28°, le point 35° /2 et le point 36° jusqu'au point 39/1 inclus sont abrogés.
  1° le point 14° est remplacé par ce qui suit :
  " 14° décret: le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement ; " ;
  2° le point 28°, le point 35° /2 et le point 36° jusqu'au point 39/1 inclus sont abrogés.
Art. 2. Aan artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, 19 november 2010, 28 oktober 2011 en 17 februari 2012, worden een punt 16° en een punt 17° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "16° verordening (EU) nr. 1179/2012 van de Commissie van 10 december 2012 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer kringloopglas overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt;
  17° verordening (EU) nr. 715/2013 van de Commissie van 25 juli 2013 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer koperschroot overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt.".
  "16° verordening (EU) nr. 1179/2012 van de Commissie van 10 december 2012 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer kringloopglas overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt;
  17° verordening (EU) nr. 715/2013 van de Commissie van 25 juli 2013 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer koperschroot overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt.".
Art. 2. A l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 30 avril 2009, du 19 novembre 2010, du 28 octobre 2011 et du 17 fĂ©vrier 2012, un point 16° et un point 17° sont ajoutĂ©s et Ă©noncĂ©s comme suit :
  " 16° RĂšglement (UE) n° 1179/2012 de la Commission du 10 dĂ©cembre 2012 Ă©tablissant les critĂšres permettant de dĂ©terminer Ă quel moment le calcin de verre cesse d'ĂȘtre un dĂ©chet au sens de la Directive 2008/98/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil. ".
  " 17° RĂšglement (UE) n° 715/2013 de la Commission du 25 juillet 2013 Ă©tablissant les critĂšres permettant de dĂ©terminer Ă quel moment les dĂ©bris de cuivre cessent d'ĂȘtre des dĂ©chets au sens de la Directive 2008/98/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil. ".
  " 16° RĂšglement (UE) n° 1179/2012 de la Commission du 10 dĂ©cembre 2012 Ă©tablissant les critĂšres permettant de dĂ©terminer Ă quel moment le calcin de verre cesse d'ĂȘtre un dĂ©chet au sens de la Directive 2008/98/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil. ".
  " 17° RĂšglement (UE) n° 715/2013 de la Commission du 25 juillet 2013 Ă©tablissant les critĂšres permettant de dĂ©terminer Ă quel moment les dĂ©bris de cuivre cessent d'ĂȘtre des dĂ©chets au sens de la Directive 2008/98/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil. ".
Art. 3. Aan artikel 3 van hetzelfde besluit, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De leidend ambtenaar van het Departement stelt de personeelsleden aan van de afdeling, bevoegd voor bestuurlijke handhaving, die de bestuurlijke geldboeten opleggen.".
  "De leidend ambtenaar van het Departement stelt de personeelsleden aan van de afdeling, bevoegd voor bestuurlijke handhaving, die de bestuurlijke geldboeten opleggen.".
Art. 3. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est insĂ©rĂ© un alinĂ©a deux qui s'Ă©nonce comme suit :
  " Le fonctionnaire dirigeant du département désigne les membres du personnel à la division compétente en matiÚre de maintien administratif qui infligent les amendes administratives. ".
  " Le fonctionnaire dirigeant du département désigne les membres du personnel à la division compétente en matiÚre de maintien administratif qui infligent les amendes administratives. ".
Art. 4. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5. § 1. Op basis van strategische en operationele doelstellingen, onder meer opgenomen in de beleidsnota, maakt de Raad een vijfjaarlijks milieuhandhavingsprogramma op.
  Dit programma bevat ten minste:
  1° handhavingsprioriteiten van de handhavingsinstanties, gebundeld onder de coördinatie van de Raad;
  2° overkoepelende aanbevelingen van de Raad met betrekking tot de strategische en de operationele doelstellingen betreffende het gewestelijke, provinciale en gemeentelijke milieuhandhavingsbeleid;
  3° strategische en operationele doelstellingen met betrekking tot de taken en de werkzaamheden van de Raad.
  § 2. De vaste secretaris van de Raad plaatst het goedgekeurde vijfjaarlijks milieuhandhavingsprogramma op de website van de Raad.
  § 3. De Raad kan het vijfjaarlijks milieuhandhavingsprogramma jaarlijks evalueren en, indien vereist, tussentijds actualiseren op eigen initiatief of op verzoek van de Vlaamse Regering of het Vlaams Parlement.".
  "Art. 5. § 1. Op basis van strategische en operationele doelstellingen, onder meer opgenomen in de beleidsnota, maakt de Raad een vijfjaarlijks milieuhandhavingsprogramma op.
  Dit programma bevat ten minste:
  1° handhavingsprioriteiten van de handhavingsinstanties, gebundeld onder de coördinatie van de Raad;
  2° overkoepelende aanbevelingen van de Raad met betrekking tot de strategische en de operationele doelstellingen betreffende het gewestelijke, provinciale en gemeentelijke milieuhandhavingsbeleid;
  3° strategische en operationele doelstellingen met betrekking tot de taken en de werkzaamheden van de Raad.
  § 2. De vaste secretaris van de Raad plaatst het goedgekeurde vijfjaarlijks milieuhandhavingsprogramma op de website van de Raad.
  § 3. De Raad kan het vijfjaarlijks milieuhandhavingsprogramma jaarlijks evalueren en, indien vereist, tussentijds actualiseren op eigen initiatief of op verzoek van de Vlaamse Regering of het Vlaams Parlement.".
Art. 4. L'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 5. § 1er. Sur la base des objectifs stratégiques et opérationnels, figurant notamment dans la note politique, le Conseil établit un programme quinquennal de maintien environnemental.
  Ce programme contient au minimum :
  1° les priorités de maintien des instances de maintien, compilées sous la coordination du Conseil ;
  2° les recommandations faßtiÚres du Conseil relatives aux objectifs stratégiques et opérationnels en matiÚre de politique de maintien régionale, provinciale et communale ;
  3° les objectifs stratégiques et opérationnels relatifs aux tùches et activités du Conseil.
  § 2. Le secrétaire permanent du Conseil met le programme quinquennal de maintien environnemental approuvé sur le site web du Conseil.
  § 3. Le Conseil peut Ă©valuer chaque annĂ©e le programme quinquennal de maintien environnemental et, si nĂ©cessaire, procĂ©der Ă son actualisation intermĂ©diaire de sa propre initiative ou Ă la requĂȘte du Gouvernement flamand ou du Parlement flamand.".
  " Art. 5. § 1er. Sur la base des objectifs stratégiques et opérationnels, figurant notamment dans la note politique, le Conseil établit un programme quinquennal de maintien environnemental.
  Ce programme contient au minimum :
  1° les priorités de maintien des instances de maintien, compilées sous la coordination du Conseil ;
  2° les recommandations faßtiÚres du Conseil relatives aux objectifs stratégiques et opérationnels en matiÚre de politique de maintien régionale, provinciale et communale ;
  3° les objectifs stratégiques et opérationnels relatifs aux tùches et activités du Conseil.
  § 2. Le secrétaire permanent du Conseil met le programme quinquennal de maintien environnemental approuvé sur le site web du Conseil.
  § 3. Le Conseil peut Ă©valuer chaque annĂ©e le programme quinquennal de maintien environnemental et, si nĂ©cessaire, procĂ©der Ă son actualisation intermĂ©diaire de sa propre initiative ou Ă la requĂȘte du Gouvernement flamand ou du Parlement flamand.".
Art. 5. Artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, 19 november 2010, 17 februari 2012 en 1 maart 2013 wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 12. Naast de leidend ambtenaar van het Departement worden de volgende personen aangesteld als gewestelijke toezichthouders:
  1° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, die de leidend ambtenaar van het Departement aanstelt;
  2° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, die de leidend ambtenaar van het Departement aanstelt;
  3° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor erkenningen, die de leidend ambtenaar van het Departement aanstelt;
  4° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, die de leidend ambtenaar van het Departement aanstelt;
  5° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht, die de minister aanstelt;
  5° /1 de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor het beheer van de bossen en de natuurgebieden van de overheid, die de minister aanstelt;
  5° /2 de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor het beleid inzake het milieubeheerrecht, die de minister aanstelt;
  6° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, die de leidend ambtenaar van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij aanstelt;
  7° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor het bodembeheer, die de leidend ambtenaar van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij aanstelt;
  8° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor interventie, verwijdering en sanering, die de leidend ambtenaar van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij aanstelt;
  9° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor operationeel waterbeheer, die de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij aanstelt;
  9° /1 de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor de rapportering over water, die de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij aanstelt;
  10° de personeelsleden van de Mestbank, die de leidend ambtenaar van de Vlaamse Landmaatschappij aanstelt;
  11° de door de leidend ambtenaar van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid aan te stellen personeelsleden van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid;
  12° de door de leidend ambtenaar van het Agentschap Wegen en Verkeer aan te stellen personeelsleden van het Agentschap Wegen en Verkeer;
  13° de door de leidend ambtenaar van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken aan te stellen personeelsleden van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken;
  14° de door de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust aan te stellen personeelsleden van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust;
  15 ° de door de leidend ambtenaar van het agentschap Waterwegen en Zeekanaal nv aan te stellen personeelsleden van het agentschap Waterwegen en Zeekanaal nv;
  16° de door de leidend ambtenaar van het agentschap De Scheepvaart aan te stellen personeelsleden van het agentschap De Scheepvaart.".
  "Art. 12. Naast de leidend ambtenaar van het Departement worden de volgende personen aangesteld als gewestelijke toezichthouders:
  1° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, die de leidend ambtenaar van het Departement aanstelt;
  2° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, die de leidend ambtenaar van het Departement aanstelt;
  3° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor erkenningen, die de leidend ambtenaar van het Departement aanstelt;
  4° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, die de leidend ambtenaar van het Departement aanstelt;
  5° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht, die de minister aanstelt;
  5° /1 de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor het beheer van de bossen en de natuurgebieden van de overheid, die de minister aanstelt;
  5° /2 de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor het beleid inzake het milieubeheerrecht, die de minister aanstelt;
  6° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, die de leidend ambtenaar van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij aanstelt;
  7° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor het bodembeheer, die de leidend ambtenaar van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij aanstelt;
  8° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor interventie, verwijdering en sanering, die de leidend ambtenaar van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij aanstelt;
  9° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor operationeel waterbeheer, die de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij aanstelt;
  9° /1 de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor de rapportering over water, die de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij aanstelt;
  10° de personeelsleden van de Mestbank, die de leidend ambtenaar van de Vlaamse Landmaatschappij aanstelt;
  11° de door de leidend ambtenaar van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid aan te stellen personeelsleden van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid;
  12° de door de leidend ambtenaar van het Agentschap Wegen en Verkeer aan te stellen personeelsleden van het Agentschap Wegen en Verkeer;
  13° de door de leidend ambtenaar van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken aan te stellen personeelsleden van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken;
  14° de door de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust aan te stellen personeelsleden van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust;
  15 ° de door de leidend ambtenaar van het agentschap Waterwegen en Zeekanaal nv aan te stellen personeelsleden van het agentschap Waterwegen en Zeekanaal nv;
  16° de door de leidend ambtenaar van het agentschap De Scheepvaart aan te stellen personeelsleden van het agentschap De Scheepvaart.".
Art. 5. L'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 30 avril 2009, du 17 fĂ©vrier 2012 et du 1er mars 2013, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 12. Outre le fonctionnaire dirigeant du Département, les personnes suivantes sont désignées comme fonctionnaires de surveillance régionaux :
  1° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre de maintien environnemental, que désigne le fonctionnaire dirigeant du département ;
  2° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre d'autorisations écologiques, que désigne le fonctionnaire dirigeant du département ;
  3° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre d'agréments, que désigne le fonctionnaire dirigeant du département ;
  4° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre de richesses naturelles, que désigne le fonctionnaire dirigeant du département ;
  5° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre de maintien du droit de gestion de l'environnement, que désigne le ministre ;
  5° /1 les membres du personnel de la division compĂ©tente en matiĂšre de gestion des forĂȘts et des zones naturelles de l'autoritĂ© publique, que dĂ©signe le ministre ;
  5° /2 les membres du personnel de la division compétente pour la politique en matiÚre de droit de gestion de l'environnement, que désigne le ministre ;
  6° les membres du personnel de la division compétente pour la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets que désigne le fonctionnaire dirigeant de l'" Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " (Société publique des Déchets de la Région flamande) ;
  7° les membres du personnel de la division compétente pour la gestion du sol que désigne le fonctionnaire dirigeant de l'" Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " ;
  8° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre d'intervention, d'élimination et d'assainissement, que désigne le fonctionnaire dirigeant de l'" Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " ;
  9° les membres du personnel, de la division compétente pour la gestion opérationnelle des eaux que désigne le fonctionnaire dirigeant de la " Vlaamse Milieumaatschappij " (Société flamande de l'Environnement) ;
  9° /1 les membres du personnel de la division compétente pour le rapportage sur les eaux, que désigne le fonctionnaire dirigeant de la " Vlaamse Milieumaatschappij " ;
  10° les membres du personnel de la Mestbank, que désigne le fonctionnaire dirigeant de la " Vlaamse Milieumaatschappij " ;
  11° les membres du personnel de la " Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid " (Agence flamande des Soins et de la Santé) à désigner par le fonctionnaire dirigeant de la " Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid " ;
  12° les membres du personnel de l'" Agentschap Wegen en Verkeer " (Agence des Routes et de la Circulation) à désigner par le fonctionnaire dirigeant de l'" Agentschap Wegen en Verkeer " ;
  13° les membres du personnel du " Departement Mobiliteit en Openbare Werken " (Département de la Mobilité et des Travaux publics) à désigner par le fonctionnaire dirigeant du " Departement Mobiliteit en Openbare Werken " ;
  14° les membres du personnel de l'" Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust " (Agence des services maritimes et de la CÎte) à désigner par le fonctionnaire dirigeant de l'" Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust " ;
  15 ° les membres du personnel de l'agence " Waterwegen en Zeekanaal nv " à désigner par le fonctionnaire dirigeant de l'agence " Waterwegen en Zeekanaal nv " ;
  16° les membres du personnel de l'agence " De Scheepvaart " à désigner par le fonctionnaire dirigeant de l'agence " De Scheepvaart ".
  " Art. 12. Outre le fonctionnaire dirigeant du Département, les personnes suivantes sont désignées comme fonctionnaires de surveillance régionaux :
  1° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre de maintien environnemental, que désigne le fonctionnaire dirigeant du département ;
  2° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre d'autorisations écologiques, que désigne le fonctionnaire dirigeant du département ;
  3° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre d'agréments, que désigne le fonctionnaire dirigeant du département ;
  4° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre de richesses naturelles, que désigne le fonctionnaire dirigeant du département ;
  5° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre de maintien du droit de gestion de l'environnement, que désigne le ministre ;
  5° /1 les membres du personnel de la division compĂ©tente en matiĂšre de gestion des forĂȘts et des zones naturelles de l'autoritĂ© publique, que dĂ©signe le ministre ;
  5° /2 les membres du personnel de la division compétente pour la politique en matiÚre de droit de gestion de l'environnement, que désigne le ministre ;
  6° les membres du personnel de la division compétente pour la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets que désigne le fonctionnaire dirigeant de l'" Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " (Société publique des Déchets de la Région flamande) ;
  7° les membres du personnel de la division compétente pour la gestion du sol que désigne le fonctionnaire dirigeant de l'" Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " ;
  8° les membres du personnel de la division compétente en matiÚre d'intervention, d'élimination et d'assainissement, que désigne le fonctionnaire dirigeant de l'" Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " ;
  9° les membres du personnel, de la division compétente pour la gestion opérationnelle des eaux que désigne le fonctionnaire dirigeant de la " Vlaamse Milieumaatschappij " (Société flamande de l'Environnement) ;
  9° /1 les membres du personnel de la division compétente pour le rapportage sur les eaux, que désigne le fonctionnaire dirigeant de la " Vlaamse Milieumaatschappij " ;
  10° les membres du personnel de la Mestbank, que désigne le fonctionnaire dirigeant de la " Vlaamse Milieumaatschappij " ;
  11° les membres du personnel de la " Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid " (Agence flamande des Soins et de la Santé) à désigner par le fonctionnaire dirigeant de la " Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid " ;
  12° les membres du personnel de l'" Agentschap Wegen en Verkeer " (Agence des Routes et de la Circulation) à désigner par le fonctionnaire dirigeant de l'" Agentschap Wegen en Verkeer " ;
  13° les membres du personnel du " Departement Mobiliteit en Openbare Werken " (Département de la Mobilité et des Travaux publics) à désigner par le fonctionnaire dirigeant du " Departement Mobiliteit en Openbare Werken " ;
  14° les membres du personnel de l'" Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust " (Agence des services maritimes et de la CÎte) à désigner par le fonctionnaire dirigeant de l'" Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust " ;
  15 ° les membres du personnel de l'agence " Waterwegen en Zeekanaal nv " à désigner par le fonctionnaire dirigeant de l'agence " Waterwegen en Zeekanaal nv " ;
  16° les membres du personnel de l'agence " De Scheepvaart " à désigner par le fonctionnaire dirigeant de l'agence " De Scheepvaart ".
Art. 6. Artikel 12/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, wordt vervangen door wat volgt :
  "Artikel 12/1. § 1. Contractuele personeelsleden die met toepassing van artikel 16.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 worden aangewezen als toezichthouder, leggen, vooral ze hun toezichtopdracht kunnen vervullen, de eed af in handen van de overheid die hen heeft aangesteld conform artikel 16.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995. De eed luidt als volgt: "Ik zweer getrouwheid aan de Koning en gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk.".
  § 2. Voor de gewestelijke toezichthouders, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, 1°, van het decreet van 5 april 1995, geldt de volgende regeling:
  1° de personeelsleden van een departement leggen de eed af in handen van de leidend ambtenaar van het departement;
  2° de personeelsleden van een agentschap leggen de eed af in handen van de leidend ambtenaar van dat agentschap.
  Bij gebreke aan een regeling van deze eedaflegging kunnen zij alsnog de eed afleggen voor de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig hetgeen bepaald is in artikel 16.5.7 van dit decreet.".
  "Artikel 12/1. § 1. Contractuele personeelsleden die met toepassing van artikel 16.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 worden aangewezen als toezichthouder, leggen, vooral ze hun toezichtopdracht kunnen vervullen, de eed af in handen van de overheid die hen heeft aangesteld conform artikel 16.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995. De eed luidt als volgt: "Ik zweer getrouwheid aan de Koning en gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk.".
  § 2. Voor de gewestelijke toezichthouders, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, 1°, van het decreet van 5 april 1995, geldt de volgende regeling:
  1° de personeelsleden van een departement leggen de eed af in handen van de leidend ambtenaar van het departement;
  2° de personeelsleden van een agentschap leggen de eed af in handen van de leidend ambtenaar van dat agentschap.
  Bij gebreke aan een regeling van deze eedaflegging kunnen zij alsnog de eed afleggen voor de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig hetgeen bepaald is in artikel 16.5.7 van dit decreet.".
Art. 6. L'article 12/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 avril 2009, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Article 12/1. § 1er. Les membres du personnel contractuels qui sont dĂ©signĂ©s en application de l'article 16.3.1, § 1er, du dĂ©cret du 5 avril 1995 comme fonctionnaire de surveillance, prĂȘtent, avant de pouvoir accomplir leur mission de surveillance, serment devant l'autoritĂ© qui les a dĂ©signĂ©s conformĂ©ment Ă l'article 16.3.1, § 1er, du dĂ©cret du 5 avril 1995. Le serment s'Ă©nonce comme suit: "Je jure fidĂ©litĂ© au Roi, obĂ©issance Ă la Constitution et aux lois du peuple belge.".
  § 2. Pour les fonctionnaires de surveillance régionaux visés à l'article 16.3.1, § 1er, 1°, du décret du 5 avril 1995, la réglementation suivante est d'application :
  1° les membres du personnel d'un dĂ©partement prĂȘtent serment devant le fonctionnaire dirigeant du dĂ©partement ;
  2° les membres du personnel d'une agence prĂȘtent serment devant le fonctionnaire dirigeant de cette agence.
  A dĂ©faut d'une rĂ©glementation de cette prestation de serment, ils peuvent encore prĂȘter serment devant le tribunal de premiĂšre instance conformĂ©ment aux dispositions de l'article 16.5.7 de ce dĂ©cret. ".
  " Article 12/1. § 1er. Les membres du personnel contractuels qui sont dĂ©signĂ©s en application de l'article 16.3.1, § 1er, du dĂ©cret du 5 avril 1995 comme fonctionnaire de surveillance, prĂȘtent, avant de pouvoir accomplir leur mission de surveillance, serment devant l'autoritĂ© qui les a dĂ©signĂ©s conformĂ©ment Ă l'article 16.3.1, § 1er, du dĂ©cret du 5 avril 1995. Le serment s'Ă©nonce comme suit: "Je jure fidĂ©litĂ© au Roi, obĂ©issance Ă la Constitution et aux lois du peuple belge.".
  § 2. Pour les fonctionnaires de surveillance régionaux visés à l'article 16.3.1, § 1er, 1°, du décret du 5 avril 1995, la réglementation suivante est d'application :
  1° les membres du personnel d'un dĂ©partement prĂȘtent serment devant le fonctionnaire dirigeant du dĂ©partement ;
  2° les membres du personnel d'une agence prĂȘtent serment devant le fonctionnaire dirigeant de cette agence.
  A dĂ©faut d'une rĂ©glementation de cette prestation de serment, ils peuvent encore prĂȘter serment devant le tribunal de premiĂšre instance conformĂ©ment aux dispositions de l'article 16.5.7 de ce dĂ©cret. ".
Art. 7. In hoofdstuk V, afdeling I, onderafdeling II van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en 19 november 2010 wordt punt C dat bestaat uit artikel 20 en 20/1, opgeheven.
Art. 7. Dans le chapitre V, section I, sous-section II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 et du 19 novembre 2010, le point C qui se compose des articles 20 et 20/1, est abrogĂ©.
Art. 8. In hoofdstuk V, afdeling II, onderafdeling II van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en 19 november 2010, wordt een artikel 20/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 20/2. De leidend ambtenaar van het Departement oefent toezicht uit op de naleving van de regelgeving, vermeld in artikel 21 tot en met 32 van dit besluit. De leidend ambtenaar van het Departement zal deze bevoegdheid aanwenden in geval van uitzonderlijke omstandigheden.".
  "Art. 20/2. De leidend ambtenaar van het Departement oefent toezicht uit op de naleving van de regelgeving, vermeld in artikel 21 tot en met 32 van dit besluit. De leidend ambtenaar van het Departement zal deze bevoegdheid aanwenden in geval van uitzonderlijke omstandigheden.".
Art. 8. Dans le chapitre V, section II, sous-section II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 et du 19 novembre 2010, un article 20/2 est insĂ©rĂ© dans la rĂ©daction suivante :
  " Art. 20/2. Le fonctionnaire dirigeant du DĂ©partement exerce une surveillance sur le respect de la rĂ©glementation, mentionnĂ©e aux articles 21 Ă 32 inclus de cet arrĂȘtĂ©. Le fonctionnaire dirigeant du DĂ©partement utilisera cette compĂ©tence en cas de circonstances exceptionnelles. ".
  " Art. 20/2. Le fonctionnaire dirigeant du DĂ©partement exerce une surveillance sur le respect de la rĂ©glementation, mentionnĂ©e aux articles 21 Ă 32 inclus de cet arrĂȘtĂ©. Le fonctionnaire dirigeant du DĂ©partement utilisera cette compĂ©tence en cas de circonstances exceptionnelles. ".
Art. 9. Aan artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, 19 november 2010, 15 juli 2011, 23 september 2011, 28 oktober 2011, 17 februari 2012 en 15 maart 2013, worden een punt 22° tot en met 24° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "22° verordening EG nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik;
  23° verordening (EU) nr. 1179/2012 van de Commissie van 10 december 2012 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer kringloopglas overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt;
  24° verordening (EU) nr. 715/2013 van de Commissie van 25 juli 2013 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer koperschroot overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt.".
  "22° verordening EG nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik;
  23° verordening (EU) nr. 1179/2012 van de Commissie van 10 december 2012 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer kringloopglas overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt;
  24° verordening (EU) nr. 715/2013 van de Commissie van 25 juli 2013 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer koperschroot overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt.".
Art. 9. A l'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 30 avril 2009, du 19 novembre 2010, du 15 juillet 2011, du 23 septembre 2011, du 28 octobre 2011, du 17 fĂ©vrier 2012 et du 15 mars 2013, des points 22° Ă 24° sont ajoutĂ©s et Ă©noncĂ©s comme suit :
  " 22° RÚglement CE n° 1102/2008 du Parlement européen et du Conseil du 22 octobre 2008 relatif à l'interdiction des exportations de mercure métallique et de certains composés et mélanges de mercure et au stockage en toute sécurité de cette substance ;
  23° RĂšglement (UE) n° 1179/2012 de la Commission du 10 dĂ©cembre 2012 Ă©tablissant les critĂšres permettant de dĂ©terminer Ă quel moment le calcin de verre cesse d'ĂȘtre un dĂ©chet au sens de la Directive 2008/98/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil ;
  24° RĂšglement (UE) n° 715/2013 de la Commission du 25 juillet 2013 Ă©tablissant les critĂšres permettant de dĂ©terminer Ă quel moment les dĂ©bris de cuivre cessent d'ĂȘtre des dĂ©chets au sens de la Directive 2008/98/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil. ".
  " 22° RÚglement CE n° 1102/2008 du Parlement européen et du Conseil du 22 octobre 2008 relatif à l'interdiction des exportations de mercure métallique et de certains composés et mélanges de mercure et au stockage en toute sécurité de cette substance ;
  23° RĂšglement (UE) n° 1179/2012 de la Commission du 10 dĂ©cembre 2012 Ă©tablissant les critĂšres permettant de dĂ©terminer Ă quel moment le calcin de verre cesse d'ĂȘtre un dĂ©chet au sens de la Directive 2008/98/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil ;
  24° RĂšglement (UE) n° 715/2013 de la Commission du 25 juillet 2013 Ă©tablissant les critĂšres permettant de dĂ©terminer Ă quel moment les dĂ©bris de cuivre cessent d'ĂȘtre des dĂ©chets au sens de la Directive 2008/98/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil. ".
Art. 10. In artikel 24 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2011, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° het Milieuvergunningendecreet, wat het gevaar voor stabiliteitsproblemen betreft bij inrichtingen vergund in het kader van de subrubrieken 2.3.11, 18.1 en 18.7 van bijlage 1 van titel I van het VLAREM, en bij inrichtingen vergund in het kader van rubriek 60 van bijlage 1 van titel I van het VLAREM als het een opvulling van een vergunde ontginning betreft;".
  "1° het Milieuvergunningendecreet, wat het gevaar voor stabiliteitsproblemen betreft bij inrichtingen vergund in het kader van de subrubrieken 2.3.11, 18.1 en 18.7 van bijlage 1 van titel I van het VLAREM, en bij inrichtingen vergund in het kader van rubriek 60 van bijlage 1 van titel I van het VLAREM als het een opvulling van een vergunde ontginning betreft;".
Art. 10. A l'article 24 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 juillet 2011, le point 1° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 1° du Décret sur les Autorisations écologiques, en ce qui concerne le risque de glissements de terrain ou effondrements dans des établissements autorisés dans le cadre des sous-rubriques 2.3.11, 18.1 et 18.7 de l'annexe 1 du titre I du VLAREM, et dans des établissements autorisés dans le cadre de la rubrique 60 de l'annexe 1 du titre I du VLAREM s'il s'agit du comblement d'une extraction autorisée ; ".
  " 1° du Décret sur les Autorisations écologiques, en ce qui concerne le risque de glissements de terrain ou effondrements dans des établissements autorisés dans le cadre des sous-rubriques 2.3.11, 18.1 et 18.7 de l'annexe 1 du titre I du VLAREM, et dans des établissements autorisés dans le cadre de la rubrique 60 de l'annexe 1 du titre I du VLAREM s'il s'agit du comblement d'une extraction autorisée ; ".
Art. 11. In artikel 25 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, 17 februari 2012 en 15 maart 2013, worden de volgende wijzingen aangebracht:
  1° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
  "6° artikel 12, § 1, van het Materialendecreet voor wat betreft de ruimtelijk kwetsbare gebieden, vermeld in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;";
  2° er wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "15° artikel 21 van het Mestdecreet, voor wat betreft de ruimtelijk kwetsbare gebieden, vermeld in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en voor wat betreft de speciale beschermingszones afgebakend op grond van artikel 36bis van het Natuurdecreet.".
  1° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
  "6° artikel 12, § 1, van het Materialendecreet voor wat betreft de ruimtelijk kwetsbare gebieden, vermeld in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;";
  2° er wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "15° artikel 21 van het Mestdecreet, voor wat betreft de ruimtelijk kwetsbare gebieden, vermeld in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en voor wat betreft de speciale beschermingszones afgebakend op grond van artikel 36bis van het Natuurdecreet.".
Art. 11. A l'article 25 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 19 novembre 2010, du 17 fĂ©vrier 2012 et du 15 mars 2013, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° l'article 12, § 1er, du décret sur les matériaux, pour ce qui concerne les zones vulnérables du point de vue spatial, visées à l'article 1.1.2, 10°, du Code flamand de l'aménagement du territoire du 15 mai 2009 ;" ;
  Un point 15° est ajouté et énoncé comme suit :
  " 15° l'article 21 du décret sur les engrais, en ce qui concerne les zones vulnérables d'un point de vue spatial, mentionnées à l'article 1.1.2, 10°, du Code flamand de l'aménagement du territoire du 15 mai 2009 et en ce qui concerne les zones spéciales de conservation délimitées en vertu de l'article 36bis du décret sur la nature. ".
  1° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° l'article 12, § 1er, du décret sur les matériaux, pour ce qui concerne les zones vulnérables du point de vue spatial, visées à l'article 1.1.2, 10°, du Code flamand de l'aménagement du territoire du 15 mai 2009 ;" ;
  Un point 15° est ajouté et énoncé comme suit :
  " 15° l'article 21 du décret sur les engrais, en ce qui concerne les zones vulnérables d'un point de vue spatial, mentionnées à l'article 1.1.2, 10°, du Code flamand de l'aménagement du territoire du 15 mai 2009 et en ce qui concerne les zones spéciales de conservation délimitées en vertu de l'article 36bis du décret sur la nature. ".
Art. 12. Aan artikel 29 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van 30 april 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2011, van 17 februari 2012 en van 1 maart 2013, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° artikel 5.9.2.1, 5.9.2.2, 5.9.2.3, 5.9.2.4, 5.28.2.2 en 5.28.2.3 van titel II van het VLAREM.".
  "6° artikel 5.9.2.1, 5.9.2.2, 5.9.2.3, 5.9.2.4, 5.28.2.2 en 5.28.2.3 van titel II van het VLAREM.".
Art. 12. A l'article 29 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 28 octobre 2011, du 17 fĂ©vrier 2012 et du 1er mars 2013, un point 6° est ajoutĂ© et est Ă©noncĂ© comme suit :
  " 6° les articles 5.9.2.1, 5.9.2.2, 5.9.2.3, 5.9.2.4, 5.28.2.2 et 5.28.2.3 du titre II du VLAREM. ".
  " 6° les articles 5.9.2.1, 5.9.2.2, 5.9.2.3, 5.9.2.4, 5.28.2.2 et 5.28.2.3 du titre II du VLAREM. ".
Art. 13. Artikel 31 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 en 17 februari 2012, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 31. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 12°, van dit besluit oefenen het toezicht uit op de toepassing van:
  1° artikel 2 van de wet Oppervlaktewateren, wat betreft de grachten en kunstmatige afvoerwegen voor hemelwater langs de openbare wegen, en hun aanhorigheden;
  2° artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de waterwegen en de havens, en hun aanhorigheden.".
  "Art. 31. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 12°, van dit besluit oefenen het toezicht uit op de toepassing van:
  1° artikel 2 van de wet Oppervlaktewateren, wat betreft de grachten en kunstmatige afvoerwegen voor hemelwater langs de openbare wegen, en hun aanhorigheden;
  2° artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de waterwegen en de havens, en hun aanhorigheden.".
Art. 13. L'article 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010 et du 17 fĂ©vrier 2012, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 31. Les fonctionnaires de surveillance, visĂ©s Ă l'article 12, 12° du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, exercent le contrĂŽle de l'application:
  1° de l'article 2 de la Loi sur les eaux de surface, pour ce qui concerne les ruisseaux et les voies d'évacuation artificielles pour les eaux pluviales le long des voies publiques et leurs annexes ;
  2° de l'article 12, § 1er, du décret sur les matériaux, pour ce qui concerne les cours d'eau, les ports et leurs annexes ; ".
  " Art. 31. Les fonctionnaires de surveillance, visĂ©s Ă l'article 12, 12° du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, exercent le contrĂŽle de l'application:
  1° de l'article 2 de la Loi sur les eaux de surface, pour ce qui concerne les ruisseaux et les voies d'évacuation artificielles pour les eaux pluviales le long des voies publiques et leurs annexes ;
  2° de l'article 12, § 1er, du décret sur les matériaux, pour ce qui concerne les cours d'eau, les ports et leurs annexes ; ".
Art. 14. Artikel 32 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 en 17 februari 2012, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 32. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 13°, 14°, 15° en 16°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van:
  1° artikel 2 van de wet Oppervlaktewateren, wat betreft de bevaarbare waterlopen, de waterwegen en de havens, en hun aanhorigheden;
  2° artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de waterwegen en de havens, en hun aanhorigheden;
  3° titel I, hoofdstuk III, afdeling II van het decreet Integraal Waterbeleid en artikel 62 en 70 van het voormelde decreet, wat betreft de bevaarbare waterlopen, de waterwegen en de havens, en hun aanhorigheden.".
  "Art. 32. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 13°, 14°, 15° en 16°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van:
  1° artikel 2 van de wet Oppervlaktewateren, wat betreft de bevaarbare waterlopen, de waterwegen en de havens, en hun aanhorigheden;
  2° artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de waterwegen en de havens, en hun aanhorigheden;
  3° titel I, hoofdstuk III, afdeling II van het decreet Integraal Waterbeleid en artikel 62 en 70 van het voormelde decreet, wat betreft de bevaarbare waterlopen, de waterwegen en de havens, en hun aanhorigheden.".
Art. 14. L'article 32 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010 et du 17 fĂ©vrier 2012, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 32. Les fonctionnaires de surveillance, visés aux articles 12, 13°, 14°, 15° et 16°, exercent le contrÎle sur l'application:
  1° de l'article 2 de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, en ce qui concerne les cours d'eau navigables, les voies d'eau et les ports et leurs annexes ;
  2° de l'article 12, § 1er, du décret sur les matériaux, pour ce qui concerne les cours d'eau, les ports et leurs annexes ;
  3° du titre I, chapitre III, section II du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau et des articles 62 et 70 dudit décret en ce qui concerne les cours d'eau navigables, les voies d'eau et leurs annexes. ".
  " Art. 32. Les fonctionnaires de surveillance, visés aux articles 12, 13°, 14°, 15° et 16°, exercent le contrÎle sur l'application:
  1° de l'article 2 de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, en ce qui concerne les cours d'eau navigables, les voies d'eau et les ports et leurs annexes ;
  2° de l'article 12, § 1er, du décret sur les matériaux, pour ce qui concerne les cours d'eau, les ports et leurs annexes ;
  3° du titre I, chapitre III, section II du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau et des articles 62 et 70 dudit décret en ce qui concerne les cours d'eau navigables, les voies d'eau et leurs annexes. ".
Art. 15. Aan hoofdstuk V, afdeling II van hetzelfde besluit wordt een onderafdeling IV, die bestaat uit artikel 35/8 en 35/9, toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling IV. - Taakverdeling tussen gemeentelijke toezichthouders, intergemeentelijke toezichthouders en toezichthouders van een politiezone enerzijds en gewestelijke toezichthouders anderzijds
  Art. 35/8. § 1. De gewestelijke toezichthouders, vermeld in artikel 12.1°, 4°, 10° en 11°, van dit besluit stellen voor het toezicht op de inrichtingen die overeenkomstig bijlage 1 van titel I van het VLAREM zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 1 en 2, geregeld en ten minste om de vijf jaar, programma's op.
  Bij het opstellen van een programma brengen de gewestelijke toezichthouders de toezichthouders, vermeld in artikel 34 van dit besluit, tijdig op de hoogte van hun ontwerp van programma, met het oog op afstemming van de programma's, vermeld in paragraaf 2.
  § 2. De toezichthouders, vermeld in artikel 34 van dit besluit, kunnen een programma opstellen voor routinematige controles van inrichtingen die overeenkomstig bijlage 1 van titel I van het VLAREM zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 2.
  Een programma als vermeld in het eerste lid, is complementair aan het ontwerp van programma, vermeld in paragraaf 1, en bestrijkt dezelfde periode.
  § 3. Een programma voor routinematige controles maakt ten minste melding van:
  1° de periode die het programma bestrijkt;
  2° de aard en het aantal van de geprogrammeerde routinematige controles;
  3° de toezichthouders die worden belast met de concrete uitvoering van de controles.
  Art. 35/9. De toezichthouders, vermeld in artikel 34, voeren niet-routinematige controles uit om milieuklachten zo snel mogelijk te onderzoeken.".
  "Onderafdeling IV. - Taakverdeling tussen gemeentelijke toezichthouders, intergemeentelijke toezichthouders en toezichthouders van een politiezone enerzijds en gewestelijke toezichthouders anderzijds
  Art. 35/8. § 1. De gewestelijke toezichthouders, vermeld in artikel 12.1°, 4°, 10° en 11°, van dit besluit stellen voor het toezicht op de inrichtingen die overeenkomstig bijlage 1 van titel I van het VLAREM zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 1 en 2, geregeld en ten minste om de vijf jaar, programma's op.
  Bij het opstellen van een programma brengen de gewestelijke toezichthouders de toezichthouders, vermeld in artikel 34 van dit besluit, tijdig op de hoogte van hun ontwerp van programma, met het oog op afstemming van de programma's, vermeld in paragraaf 2.
  § 2. De toezichthouders, vermeld in artikel 34 van dit besluit, kunnen een programma opstellen voor routinematige controles van inrichtingen die overeenkomstig bijlage 1 van titel I van het VLAREM zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 2.
  Een programma als vermeld in het eerste lid, is complementair aan het ontwerp van programma, vermeld in paragraaf 1, en bestrijkt dezelfde periode.
  § 3. Een programma voor routinematige controles maakt ten minste melding van:
  1° de periode die het programma bestrijkt;
  2° de aard en het aantal van de geprogrammeerde routinematige controles;
  3° de toezichthouders die worden belast met de concrete uitvoering van de controles.
  Art. 35/9. De toezichthouders, vermeld in artikel 34, voeren niet-routinematige controles uit om milieuklachten zo snel mogelijk te onderzoeken.".
Art. 15. Au chapitre V, section II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, une sous-section IV, qui se compose des articles 35/8 et 35/9, est insĂ©rĂ©e et s'Ă©nonce comme suit :
  " Sous-section IV. Répartition des tùches entre les fonctionnaires de surveillance communaux, les fonctionnaires de surveillance intercommunaux et les fonctionnaires de surveillance d'une zone de police, d'une part, et les fonctionnaires de surveillance régionaux, d'autre part
  Art. 35/8. § 1er. Les fonctionnaires de surveillance rĂ©gionaux, mentionnĂ©s aux articles 12.1°, 4°, 10° et 11°, de cet arrĂȘtĂ© Ă©laborent rĂ©guliĂšrement et au moins tous les trois ans des programmes pour la surveillance des Ă©tablissements qui ont Ă©tĂ© classĂ©s comme des Ă©tablissements de classes 1 et 2 conformĂ©ment Ă l'annexe 1 du titre I du VLAREM.
  Lors de l'Ă©laboration d'un programme, les fonctionnaires de surveillance rĂ©gionaux informent en temps utile les fonctionnaires de surveillance visĂ©s Ă l'article 34 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© de leur projet de programme en vue de l'harmonisation des programmes mentionnĂ©s au paragraphe 2.
  § 2. Les fonctionnaires de surveillance visĂ©s Ă l'article 34 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© peuvent Ă©laborer un programme pour des contrĂŽles de routine des Ă©tablissements qui sont classĂ©s comme des Ă©tablissements de classe 2 conformĂ©ment Ă l'annexe 1 du titre I du VLAREM.
  Un programme, tel qu'il est mentionnĂ© au premier alinĂ©a, est complĂ©mentaire au projet de programme mentionnĂ© au paragraphe 1, et couvre la mĂȘme pĂ©riode.
  § 3. Un programme pour les contrÎles de routine fait au moins état :
  1° de la période que couvre le programme ;
  2° de la nature et du nombre des contrÎles de routine programmés ;
  3° des fonctionnaires de surveillance qui sont chargés de l'exécution concrÚte des contrÎles.
  Art. 35/9. Les fonctionnaires de surveillance, mentionnés à l'article 34, effectuent des contrÎles en dehors des contrÎles de routine pour examiner les plaintes en matiÚre d'environnement dans les plus brefs délais.".
  " Sous-section IV. Répartition des tùches entre les fonctionnaires de surveillance communaux, les fonctionnaires de surveillance intercommunaux et les fonctionnaires de surveillance d'une zone de police, d'une part, et les fonctionnaires de surveillance régionaux, d'autre part
  Art. 35/8. § 1er. Les fonctionnaires de surveillance rĂ©gionaux, mentionnĂ©s aux articles 12.1°, 4°, 10° et 11°, de cet arrĂȘtĂ© Ă©laborent rĂ©guliĂšrement et au moins tous les trois ans des programmes pour la surveillance des Ă©tablissements qui ont Ă©tĂ© classĂ©s comme des Ă©tablissements de classes 1 et 2 conformĂ©ment Ă l'annexe 1 du titre I du VLAREM.
  Lors de l'Ă©laboration d'un programme, les fonctionnaires de surveillance rĂ©gionaux informent en temps utile les fonctionnaires de surveillance visĂ©s Ă l'article 34 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© de leur projet de programme en vue de l'harmonisation des programmes mentionnĂ©s au paragraphe 2.
  § 2. Les fonctionnaires de surveillance visĂ©s Ă l'article 34 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© peuvent Ă©laborer un programme pour des contrĂŽles de routine des Ă©tablissements qui sont classĂ©s comme des Ă©tablissements de classe 2 conformĂ©ment Ă l'annexe 1 du titre I du VLAREM.
  Un programme, tel qu'il est mentionnĂ© au premier alinĂ©a, est complĂ©mentaire au projet de programme mentionnĂ© au paragraphe 1, et couvre la mĂȘme pĂ©riode.
  § 3. Un programme pour les contrÎles de routine fait au moins état :
  1° de la période que couvre le programme ;
  2° de la nature et du nombre des contrÎles de routine programmés ;
  3° des fonctionnaires de surveillance qui sont chargés de l'exécution concrÚte des contrÎles.
  Art. 35/9. Les fonctionnaires de surveillance, mentionnés à l'article 34, effectuent des contrÎles en dehors des contrÎles de routine pour examiner les plaintes en matiÚre d'environnement dans les plus brefs délais.".
Art. 16. Aan artikel 48, § 1, van hetzelfde besluit, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Elk monster dat genomen wordt in het kader van de technische controle van meststoffen, kan alleen bestaan uit een deel dat bestemd is voor de analyse.".
  "Elk monster dat genomen wordt in het kader van de technische controle van meststoffen, kan alleen bestaan uit een deel dat bestemd is voor de analyse.".
Art. 16. A l'article 48, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est insĂ©rĂ© un troisiĂšme alinĂ©a Ă©noncĂ© comme suit :
  " Chaque échantillon qui est prélevé dans le cadre du contrÎle technique des engrais ne peut se composer que d'une partie qui est destinée à l'analyse. ".
  " Chaque échantillon qui est prélevé dans le cadre du contrÎle technique des engrais ne peut se composer que d'une partie qui est destinée à l'analyse. ".
Art. 17. Aan artikel 58 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en 19 november 2010, worden een paragraaf 3 tot en met 6 toegevoegd, die luiden als volgt:
  " § 3. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 5° en 5° /1, van dit besluit, bezorgen een kopie van het proces-verbaal dat is opgesteld :
  1° wegens schending van de jachtregelgeving aan de instanties bevoegd voor de afgifte van het jachtverlof;
  2° wegens ontbossing aan de afdeling Inspectie van het Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed;
  3° tegen landbouwers wegens schending van de regels over de bescherming van vogels en de bescherming van vegetatie en kleine landschapselementen aan de Afdeling Markt- en Inkomensbeheer van het Agentschap voor Landbouw en Visserij;
  4° wegens het niet legaal in bezit hebben van fazanten aan de provinciale controle-eenheden van het federaal voedselagentschap;
  5° wegens schending van de CITES-wet en zijn uitvoeringsbesluiten aan de dienst CITES van de federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
  § 4. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 1°, van dit besluit, en de gemeentelijke en intergemeentelijke toezichthouders en de toezichthouders van een politiezone bezorgen een kopie van het proces-verbaal dat is opgesteld wegens schending van het Milieuvergunningendecreet of de uitvoeringsbesluiten ervan wat het beheren van afvalstoffen betreft, aan de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij.
  § 5. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 1°, van dit besluit, en de gemeentelijke en intergemeentelijke toezichthouders en de toezichthouders van een politiezone bezorgen ook een kopie van het proces-verbaal aan de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij als ze nieuwe bodemverontreiniging vaststellen in de inrichtingen die in de indelingslijst, opgenomen in de bijlage bij titel I van het VLAREM, in kolom 8 een vermelding van O, A of B hebben staan.
  § 6. De toezichthouders bezorgen een kopie van het proces-verbaal aan het Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed wanneer ze vaststellen dat er een reliëfwijziging op terreinen is aangebracht die een schending inhoudt op het Materialendecreet of het Bodemdecreet.".
  " § 3. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 5° en 5° /1, van dit besluit, bezorgen een kopie van het proces-verbaal dat is opgesteld :
  1° wegens schending van de jachtregelgeving aan de instanties bevoegd voor de afgifte van het jachtverlof;
  2° wegens ontbossing aan de afdeling Inspectie van het Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed;
  3° tegen landbouwers wegens schending van de regels over de bescherming van vogels en de bescherming van vegetatie en kleine landschapselementen aan de Afdeling Markt- en Inkomensbeheer van het Agentschap voor Landbouw en Visserij;
  4° wegens het niet legaal in bezit hebben van fazanten aan de provinciale controle-eenheden van het federaal voedselagentschap;
  5° wegens schending van de CITES-wet en zijn uitvoeringsbesluiten aan de dienst CITES van de federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
  § 4. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 1°, van dit besluit, en de gemeentelijke en intergemeentelijke toezichthouders en de toezichthouders van een politiezone bezorgen een kopie van het proces-verbaal dat is opgesteld wegens schending van het Milieuvergunningendecreet of de uitvoeringsbesluiten ervan wat het beheren van afvalstoffen betreft, aan de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij.
  § 5. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 1°, van dit besluit, en de gemeentelijke en intergemeentelijke toezichthouders en de toezichthouders van een politiezone bezorgen ook een kopie van het proces-verbaal aan de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij als ze nieuwe bodemverontreiniging vaststellen in de inrichtingen die in de indelingslijst, opgenomen in de bijlage bij titel I van het VLAREM, in kolom 8 een vermelding van O, A of B hebben staan.
  § 6. De toezichthouders bezorgen een kopie van het proces-verbaal aan het Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed wanneer ze vaststellen dat er een reliëfwijziging op terreinen is aangebracht die een schending inhoudt op het Materialendecreet of het Bodemdecreet.".
Art. 17. A l'article 58 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 avril 2009 et 19 novembre 2010, des paragraphes 3 Ă 6 inclus sont insĂ©rĂ©s dans la rĂ©daction suivante :
  " § 3. Les fonctionnaires de surveillance, visĂ©s Ă l'article 12, 5° et 5° /1, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© remettent une copie du procĂšs-verbal qui a Ă©tĂ© Ă©tabli :
  1° en raison d'une violation de la réglementation en matiÚre de chasse aux instances compétentes pour la délivrance du permis de chasse ;
  2° en raison d'un déboisement à la division Inspection de l'" Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed " (Agence d'Inspection de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier) ;
  3° contre les agriculteurs en raison d'une violation des rĂšgles relatives Ă la protection des oiseaux et Ă la protection de la vĂ©gĂ©tation et des petits Ă©lĂ©ments paysagers Ă la division Gestion du marchĂ© et des revenus de l'" Agentschap voor Landbouw en Visserij " (Agence de l'Agriculture et de la PĂȘche) ;
  4° en raison de la détention illégale de faisans aux unités de contrÎle provinciales de l'Agence alimentaire fédérale ;
  5° en raison d'une violation de la loi CITES et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution au service CITES du Service public fĂ©dĂ©ral SantĂ© publique, SĂ©curitĂ© de la ChaĂźne alimentaire et Environnement.
  § 4. Les fonctionnaires de surveillance mentionnĂ©s Ă l'article 12, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et les fonctionnaires de surveillance communaux et intercommunaux ainsi que les fonctionnaires de surveillance d'une zone de police remettent une copie du procĂšs-verbal qui a Ă©tĂ© Ă©tabli en raison d'une violation du dĂ©cret sur les autorisations Ă©cologiques ou ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution en ce qui concerne la gestion des dĂ©chets Ă l'" Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " (SociĂ©tĂ© publique des DĂ©chets de la RĂ©gion flamande).
  § 5. Les fonctionnaires de surveillance mentionnĂ©s Ă l'article 12, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et les fonctionnaires de surveillance communaux et intercommunaux ainsi que les fonctionnaires de surveillance d'une zone de police remettent Ă©galement une copie du procĂšs-verbal Ă l'" Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " lorsqu'ils constatent une nouvelle pollution du sol dans les Ă©tablissements qui portent une mention de O, A ou B dans la colonne 8 dans la liste de classification reprise en annexe au titre I du VLAREM.
  § 6. Les fonctionnaires de surveillance remettent une copie du procÚs-verbal à l'" Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed " lorsqu'ils constatent qu'une modification de relief a été apportée sur les terrains et qu'elle constitue une violation au décret sur les matériaux ou au décret sur le sol. ".
  " § 3. Les fonctionnaires de surveillance, visĂ©s Ă l'article 12, 5° et 5° /1, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© remettent une copie du procĂšs-verbal qui a Ă©tĂ© Ă©tabli :
  1° en raison d'une violation de la réglementation en matiÚre de chasse aux instances compétentes pour la délivrance du permis de chasse ;
  2° en raison d'un déboisement à la division Inspection de l'" Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed " (Agence d'Inspection de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier) ;
  3° contre les agriculteurs en raison d'une violation des rĂšgles relatives Ă la protection des oiseaux et Ă la protection de la vĂ©gĂ©tation et des petits Ă©lĂ©ments paysagers Ă la division Gestion du marchĂ© et des revenus de l'" Agentschap voor Landbouw en Visserij " (Agence de l'Agriculture et de la PĂȘche) ;
  4° en raison de la détention illégale de faisans aux unités de contrÎle provinciales de l'Agence alimentaire fédérale ;
  5° en raison d'une violation de la loi CITES et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution au service CITES du Service public fĂ©dĂ©ral SantĂ© publique, SĂ©curitĂ© de la ChaĂźne alimentaire et Environnement.
  § 4. Les fonctionnaires de surveillance mentionnĂ©s Ă l'article 12, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et les fonctionnaires de surveillance communaux et intercommunaux ainsi que les fonctionnaires de surveillance d'une zone de police remettent une copie du procĂšs-verbal qui a Ă©tĂ© Ă©tabli en raison d'une violation du dĂ©cret sur les autorisations Ă©cologiques ou ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution en ce qui concerne la gestion des dĂ©chets Ă l'" Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " (SociĂ©tĂ© publique des DĂ©chets de la RĂ©gion flamande).
  § 5. Les fonctionnaires de surveillance mentionnĂ©s Ă l'article 12, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et les fonctionnaires de surveillance communaux et intercommunaux ainsi que les fonctionnaires de surveillance d'une zone de police remettent Ă©galement une copie du procĂšs-verbal Ă l'" Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " lorsqu'ils constatent une nouvelle pollution du sol dans les Ă©tablissements qui portent une mention de O, A ou B dans la colonne 8 dans la liste de classification reprise en annexe au titre I du VLAREM.
  § 6. Les fonctionnaires de surveillance remettent une copie du procÚs-verbal à l'" Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed " lorsqu'ils constatent qu'une modification de relief a été apportée sur les terrains et qu'elle constitue une violation au décret sur les matériaux ou au décret sur le sol. ".
Art. 18. In artikel 59 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012, wordt punt 5° vervangen door wat volgt:
  "5° een inrichting van klasse 3 wordt geëxploiteerd in strijd met de milieuvoorwaarden.".
  "5° een inrichting van klasse 3 wordt geëxploiteerd in strijd met de milieuvoorwaarden.".
Art. 18. A l'article 59 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2012, le point 5° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 5° un établissement de classe 3 est exploité en contradiction avec les conditions environnementales. ".
  " 5° un établissement de classe 3 est exploité en contradiction avec les conditions environnementales. ".
Art. 19. In artikel 60 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012, wordt punt 5° vervangen door wat volgt:
  "5° een inrichting van klasse 3 wordt geëxploiteerd in strijd met de milieuvoorwaarden.".
  "5° een inrichting van klasse 3 wordt geëxploiteerd in strijd met de milieuvoorwaarden.".
Art. 19. A l'article 60 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2012, le point 5° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 5° un établissement de classe 3 est exploité en contradiction avec les conditions environnementales. ".
  " 5° un établissement de classe 3 est exploité en contradiction avec les conditions environnementales. ".
Art. 20. In artikel 61 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
  " § 1. Na de vaststelling van een milieumisdrijf dat de schending inhoudt van een milieuvoorwaarde inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, inzake voorkoming of beperking van emissies in lucht, water en bodem of inzake voorkoming van het ontstaan van afvalstoffen bij een GPBV-installatie, vermeld in artikel 1, 16°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning of een inrichting, vermeld in rubriek 59 van de indelingslijst van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, bevelen de toezichthouders, vermeld in artikel 12, 1° en 7°, bij besluit houdende de bestuurlijke maatregelen, vermeld in artikel 16.4.10 van het decreet van 5 april 1995, de vermoedelijke overtreder alle passende aanvullende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat weer aan de geschonden milieuvoorwaarde wordt voldaan.".
  " § 1. Na de vaststelling van een milieumisdrijf dat de schending inhoudt van een milieuvoorwaarde inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, inzake voorkoming of beperking van emissies in lucht, water en bodem of inzake voorkoming van het ontstaan van afvalstoffen bij een GPBV-installatie, vermeld in artikel 1, 16°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning of een inrichting, vermeld in rubriek 59 van de indelingslijst van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, bevelen de toezichthouders, vermeld in artikel 12, 1° en 7°, bij besluit houdende de bestuurlijke maatregelen, vermeld in artikel 16.4.10 van het decreet van 5 april 1995, de vermoedelijke overtreder alle passende aanvullende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat weer aan de geschonden milieuvoorwaarde wordt voldaan.".
Art. 20. A l'article 61 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 juin 2013, le paragraphe 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 1er. AprĂšs la constatation d'une infraction environnementale qui implique la violation d'une condition environnementale en matiĂšre de prĂ©vention et rĂ©duction intĂ©grĂ©es de la pollution, en matiĂšre de prĂ©vention et limitation des Ă©missions dans l'air, l'eau et le sol ou en matiĂšre de prĂ©vention de l'apparition de dĂ©chets pour une installation rĂ©putĂ©e incommode, visĂ©e Ă l'article 1er, 16°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 1991 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă l'autorisation Ă©cologique ou pour un Ă©tablissement, visĂ© Ă la rubrique 59 de la liste de classification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 1991 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă l'autorisation Ă©cologique, les fonctionnaires de surveillance, visĂ©s Ă l'article 12, 1° et 7°, ordonnent au contrevenant prĂ©sumĂ©, par dĂ©cision fixant les mesures administratives, visĂ©es Ă l'article 16.4.10 du dĂ©cret du 5 avril 1995, de prendre toutes les mesures complĂ©mentaires appropriĂ©es afin de veiller Ă ce qu'il soit Ă nouveau satisfait Ă la condition environnementale violĂ©e.
  " § 1er. AprĂšs la constatation d'une infraction environnementale qui implique la violation d'une condition environnementale en matiĂšre de prĂ©vention et rĂ©duction intĂ©grĂ©es de la pollution, en matiĂšre de prĂ©vention et limitation des Ă©missions dans l'air, l'eau et le sol ou en matiĂšre de prĂ©vention de l'apparition de dĂ©chets pour une installation rĂ©putĂ©e incommode, visĂ©e Ă l'article 1er, 16°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 1991 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă l'autorisation Ă©cologique ou pour un Ă©tablissement, visĂ© Ă la rubrique 59 de la liste de classification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 1991 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă l'autorisation Ă©cologique, les fonctionnaires de surveillance, visĂ©s Ă l'article 12, 1° et 7°, ordonnent au contrevenant prĂ©sumĂ©, par dĂ©cision fixant les mesures administratives, visĂ©es Ă l'article 16.4.10 du dĂ©cret du 5 avril 1995, de prendre toutes les mesures complĂ©mentaires appropriĂ©es afin de veiller Ă ce qu'il soit Ă nouveau satisfait Ă la condition environnementale violĂ©e.
Art. 21. Aan hoofdstuk VI van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van 7 juni 2013 wordt een afdeling II/1, die bestaat uit artikel 61/3 tot en met 61/5, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Afdeling II/1. - De bestuurlijke dwangsom
  Art. 61/3. De toezichthouders vermeld in artikel 12, 1° tot en met 10°, kunnen, wanneer zij een bestuurlijke maatregel opleggen voor de schending van regelgeving die tot hun toezichtopdrachten behoort, een bestuurlijke dwangsom opleggen.
  De beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke dwangsom door de toezichthouders in het eerste lid moet medeondertekend worden door het hoofd van de afdeling waarbinnen de toezichthouders werkzaam zijn.
  Het totaal van dwangsommen voor eenzelfde schending kan niet meer bedragen dan 1.000.000 euro.
  Art. 61/4. De beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke dwangsom moet afdoend gemotiveerd zijn en bevat minstens de redenen waarom men, bijkomend bij de bestuurlijke maatregel, het noodzakelijk acht om een dwangsom op te leggen.
  Art. 61/5. Bij het opleggen van de bestuurlijke dwangsom zorgen de bevoegde personen ervoor dat er geen kennelijke wanverhouding bestaat tussen de feiten die aan de bestuurlijke dwangsom ten grondslag liggen, en de bestuurlijke dwangsom die op grond van die feiten wordt opgelegd.".
  "Afdeling II/1. - De bestuurlijke dwangsom
  Art. 61/3. De toezichthouders vermeld in artikel 12, 1° tot en met 10°, kunnen, wanneer zij een bestuurlijke maatregel opleggen voor de schending van regelgeving die tot hun toezichtopdrachten behoort, een bestuurlijke dwangsom opleggen.
  De beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke dwangsom door de toezichthouders in het eerste lid moet medeondertekend worden door het hoofd van de afdeling waarbinnen de toezichthouders werkzaam zijn.
  Het totaal van dwangsommen voor eenzelfde schending kan niet meer bedragen dan 1.000.000 euro.
  Art. 61/4. De beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke dwangsom moet afdoend gemotiveerd zijn en bevat minstens de redenen waarom men, bijkomend bij de bestuurlijke maatregel, het noodzakelijk acht om een dwangsom op te leggen.
  Art. 61/5. Bij het opleggen van de bestuurlijke dwangsom zorgen de bevoegde personen ervoor dat er geen kennelijke wanverhouding bestaat tussen de feiten die aan de bestuurlijke dwangsom ten grondslag liggen, en de bestuurlijke dwangsom die op grond van die feiten wordt opgelegd.".
Art. 21. Au chapitre VI du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© pour la derniĂšre fois par l'arrĂȘtĂ© du 7 juin 2013, est ajoutĂ©e une section II/1, qui se compose des articles 61/3 Ă 61/5 inclus et s'Ă©nonce comme suit :
  " Section II/1. - L'astreinte administrative
  Art. 61/3. Les fonctionnaires de surveillance visés à l'article 12, 1° à 10° inclus peuvent infliger une astreinte administrative lorsqu'ils imposent une mesure administrative pour la violation de la réglementation qui relÚve de leur mission de surveillance.
  La dĂ©cision d'infliger une astreinte administrative par les fonctionnaires de surveillance dans le premier alinĂ©a doit ĂȘtre cosignĂ©e par le responsable de la division dans laquelle opĂšrent les fonctionnaires de surveillance.
  Le total des astreintes pour une mĂȘme violation ne peut excĂ©der 1.000.000 euros.
  Art. 61/4. La dĂ©cision d'infliger une astreinte administrative doit ĂȘtre suffisamment motivĂ©e et contient Ă tout le moins les motifs justifiant la nĂ©cessitĂ© d'infliger une astreinte en plus de la mesure administrative.
  Art. 61/5. Lorsqu'elles infligent une astreinte administrative, les personnes compétentes veillent à éviter toute disproportion manifeste entre les faits à l'origine de l'astreinte administrative et l'astreinte administrative infligée en raison de ces faits. ".
  " Section II/1. - L'astreinte administrative
  Art. 61/3. Les fonctionnaires de surveillance visés à l'article 12, 1° à 10° inclus peuvent infliger une astreinte administrative lorsqu'ils imposent une mesure administrative pour la violation de la réglementation qui relÚve de leur mission de surveillance.
  La dĂ©cision d'infliger une astreinte administrative par les fonctionnaires de surveillance dans le premier alinĂ©a doit ĂȘtre cosignĂ©e par le responsable de la division dans laquelle opĂšrent les fonctionnaires de surveillance.
  Le total des astreintes pour une mĂȘme violation ne peut excĂ©der 1.000.000 euros.
  Art. 61/4. La dĂ©cision d'infliger une astreinte administrative doit ĂȘtre suffisamment motivĂ©e et contient Ă tout le moins les motifs justifiant la nĂ©cessitĂ© d'infliger une astreinte en plus de la mesure administrative.
  Art. 61/5. Lorsqu'elles infligent une astreinte administrative, les personnes compétentes veillent à éviter toute disproportion manifeste entre les faits à l'origine de l'astreinte administrative et l'astreinte administrative infligée en raison de ces faits. ".
Art. 22. In artikel 63 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het verzoek is onontvankelijk als het wordt ingediend bij meer dan één bevoegd persoon als vermeld in artikel 16.4.6 van het decreet van 5 april 1995.";
  2° in paragraaf 4 worden de woorden "van dertig dagen" vervangen door de woorden "van vijfenveertig dagen".
  1° aan paragraaf 1 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het verzoek is onontvankelijk als het wordt ingediend bij meer dan één bevoegd persoon als vermeld in artikel 16.4.6 van het decreet van 5 april 1995.";
  2° in paragraaf 4 worden de woorden "van dertig dagen" vervangen door de woorden "van vijfenveertig dagen".
Art. 22. A l'article 63 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 avril 2009, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er est inséré un alinéa qui s'énonce comme suit :
  " La demande est recevable lorsqu'elle est déposée auprÚs de plus d'une personne compétente visée à l'article 16.4.6 du décret du 5 avril 1995. " ;
  2° au paragraphe 4, les termes " de trente jours " sont remplacés par les termes " de quarante-cinq jours ".
  1° au paragraphe 1er est inséré un alinéa qui s'énonce comme suit :
  " La demande est recevable lorsqu'elle est déposée auprÚs de plus d'une personne compétente visée à l'article 16.4.6 du décret du 5 avril 1995. " ;
  2° au paragraphe 4, les termes " de trente jours " sont remplacés par les termes " de quarante-cinq jours ".
Art. 23. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt een hoofdstuk VII/2, dat bestaat uit artikel 78/2, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk VII/2. Opsporing van misdrijven.
  Art. 78/2. De minister kan personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht, aanwijzen als officier van gerechtelijke politie of als officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.
  De minister kan aan personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, de hoedanigheid toekennen van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, voor zover ze niet werden aangewezen als gewestelijke toezichthouders overeenkomstig artikel 12.
  De gewestelijke milieuopsporingsambtenaren van de afdeling, bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht, zijn bevoegd om milieumisdrijven op te sporen en vast te stellen met betrekking tot de regelgeving vermeld in artikel 25 van dit besluit.".
  "Hoofdstuk VII/2. Opsporing van misdrijven.
  Art. 78/2. De minister kan personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht, aanwijzen als officier van gerechtelijke politie of als officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.
  De minister kan aan personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, de hoedanigheid toekennen van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, voor zover ze niet werden aangewezen als gewestelijke toezichthouders overeenkomstig artikel 12.
  De gewestelijke milieuopsporingsambtenaren van de afdeling, bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht, zijn bevoegd om milieumisdrijven op te sporen en vast te stellen met betrekking tot de regelgeving vermeld in artikel 25 van dit besluit.".
Art. 23. Au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15mars 2013, est insĂ©rĂ© un chapitre VII/2, composĂ© de l'article 78/2, qui s'Ă©nonce comme suit :
  " Chapitre VII/2. Recherche des infractions.
  Art. 78/2. Le ministre peut désigner des membres du personnel de la division compétente en matiÚre de maintien du droit de gestion de l'environnement comme officier de police judiciaire ou comme sous-officier du procureur du Roi.
  Le ministre peut attribuer aux membres du personnel de la division compĂ©tente en matiĂšre de maintien de l'environnement la qualitĂ© d'officier de police judiciaire ou de sous-officier du procureur du Roi dans la mesure oĂč ils n'ont pas Ă©tĂ© dĂ©signĂ©s comme fonctionnaires de surveillance rĂ©gionaux conformĂ©ment Ă l'article 12.
  Les enquĂȘteurs rĂ©gionaux en matiĂšre d'environnement de la division compĂ©tente pour le maintien du droit de gestion de l'environnement sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions environnementales relatives Ă la rĂ©glementation visĂ©e Ă l'article 25 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  " Chapitre VII/2. Recherche des infractions.
  Art. 78/2. Le ministre peut désigner des membres du personnel de la division compétente en matiÚre de maintien du droit de gestion de l'environnement comme officier de police judiciaire ou comme sous-officier du procureur du Roi.
  Le ministre peut attribuer aux membres du personnel de la division compĂ©tente en matiĂšre de maintien de l'environnement la qualitĂ© d'officier de police judiciaire ou de sous-officier du procureur du Roi dans la mesure oĂč ils n'ont pas Ă©tĂ© dĂ©signĂ©s comme fonctionnaires de surveillance rĂ©gionaux conformĂ©ment Ă l'article 12.
  Les enquĂȘteurs rĂ©gionaux en matiĂšre d'environnement de la division compĂ©tente pour le maintien du droit de gestion de l'environnement sont compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions environnementales relatives Ă la rĂ©glementation visĂ©e Ă l'article 25 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 24. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage III vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 24. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe III est remplacĂ©e par l'annexe 1, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 25. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage VII vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 25. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe VII est remplacĂ©e par l'annexe 2, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 26. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage IX vervangen door bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 26. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe IX est remplacĂ©e par l'annexe 3, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 27. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage X vervangen door bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 27. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe X est remplacĂ©e par l'annexe 4, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 28. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage XI vervangen door bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 28. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe XI est remplacĂ©e par l'annexe 5, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 29. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage XII vervangen door bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 29. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe XII est remplacĂ©e par l'annexe 6, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 30. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage XIII vervangen door bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 30. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe XIII est remplacĂ©e par l'annexe 7, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 31. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage XIV vervangen door bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 31. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe XIV est remplacĂ©e par l'annexe 8, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 32. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage XIX vervangen door bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 32. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe XIX est remplacĂ©e par l'annexe 9, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 33. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage XX vervangen door bijlage 10, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 33. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe XX est remplacĂ©e par l'annexe 10, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 34. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage XXI vervangen door bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 34. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe XXI est remplacĂ©e par l'annexe 11, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 35. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage XXII vervangen door bijlage 12, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 35. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe XXII est remplacĂ©e par l'annexe 12, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 36. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt bijlage XXIII vervangen door bijlage 13, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 36. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, l'annexe XXIII est remplacĂ©e par l'annexe 13, qui est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 37. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt een bijlage XXVII toegevoegd, die als bijlage 14 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 37. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, une annexe XXVII est insĂ©rĂ©e, qui est jointe en tant qu'annexe 14 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 38. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt een bijlage XXVIII toegevoegd, die als bijlage 15 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 38. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, une annexe XXVIII est insĂ©rĂ©e, qui est jointe en tant qu'annexe 15 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 39. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt een bijlage XXIX toegevoegd, die als bijlage 16 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 39. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, une annexe XXIX est insĂ©rĂ©e, qui est jointe en tant qu'annexe 16 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 40. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt een bijlage XXX toegevoegd, die als bijlage 17 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 40. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, une annexe XXX est insĂ©rĂ©e, qui est jointe en tant qu'annexe 17 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 41. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, wordt een bijlage XXXI toegevoegd, die als bijlage 18 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 41. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, une annexe XXXI est insĂ©rĂ©e, qui est jointe en tant qu'annexe 18 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 2. - Inwerkingtredingsbepaling
CHAPITRE 2. - Disposition d'entrée en vigueur
Art. 42. Artikel 24 treedt in werking op 1 januari 2015.
Art. 42. L'article 24 entre en vigueur le 1er janvier 2015.
Art. 43. Artikel 35 en 38 treden in werking op 1 juli 2014.
Art. 43. Les articles 35 et 38 entrent en vigueur le 1er juillet 2014.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepaling
CHAPITRE 3. Disposition finale
Art. 44. De gewestelijke toezichthouders, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, 1°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen van het milieubeleid, die werden aangesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, het waterbeleid, de landinrichting, het natuurbehoud en de natuurlijke rijkdommen, worden binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit, aangesteld door de leidend ambtenaar van hun agentschap of entiteit.
Art. 44. Les contrĂŽleurs rĂ©gionaux, visĂ©s Ă l'article 16.3.1, § 1er, 1°, du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement, qui ont Ă©tĂ© dĂ©signĂ©s par le ministre flamand qui a l'environnement, la politique de l'eau, l'amĂ©nagement rural, la conservation de la nature et les richesses naturelles dans ses attributions sont dĂ©signĂ©s par le fonctionnaire dirigeant de leur agence ou entitĂ© dans l'annĂ©e qui suit l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 45. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, het waterbeleid, de landinrichting, het natuurbehoud en de natuurlijke rijkdommen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 45. Le ministre flamand qui a l'environnement, la politique de l'eau, l'amĂ©nagement rural, la conservation de la nature et les richesses naturelles dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 3. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46488-46492)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46488-46492)
Art. N1. Annexe 3. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46630-46635)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46630-46635)
Art. N2. Bijlage 7. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46493-46522)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46493-46522)
Art. N2. Annexe - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46636-46666)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46636-46666)
Art. N3. Bijlage 9. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46523-46527)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46523-46527)
Art. N3. Annexe 9. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46667-46671)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46667-46671)
Art. N4. Bijlage 10. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46528-46537)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46528-46537)
Art. N4. Annexe 10. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46672-46682)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46672-46682)
Art. N5. Bijlage 11. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46538-46543)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46538-46543)
Art. N5. Annexe 11. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46683-46688)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46683-46688)
Art. N6. Bijlage 12. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46544-46546)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46544-46546)
Art. N6. Annexe 12. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46689-46691)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46689-46691)
Art. N7. Bijlage 13. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46547-46553)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46547-46553)
Art. N7. Annexe 13. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46692-46697)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46692-46697)
Art. N8. Bijlage 14. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46554-46555)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46554-46555)
Art. N8. Annexe 14. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46698-46699)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46698-46699)
Art. N9. Bijlage 19. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46556-46559)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46556-46559)
Art. N9. Annexe 19. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46700-46703)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46700-46703)
Art. N10. Bijlage 20. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46560-46563)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46560-46563)
Art. N10. Annexe 20. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46704-46708)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46704-46708)
Art. N11. Bijlage 21 - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46564-46568)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46564-46568)
Art. N11. Annexe 21. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46709-46713)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46709-46713)
Art. N12. Bijlage 22. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46569-46576)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46569-46576)
Art. N12. Annexe 22. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46714-46721)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46714-46721)
Art. N13. Bijlage 23. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46577-46603)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46577-46603)
Art. N13. Annexe 23. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46722-46749)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46722-46749)
Art. N14. Bijlage 27. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46604-46605)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46604-46605)
Art. N14. Annexe 27. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46750-46751)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46750-46751)
Art. N15. Bijlage 28. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46606-46610)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46606-46610)
Art. N15. Annexe 28. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46752-46756)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46752-46756)
Art. N16. Bijlage 29. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46611-46615)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46611-46615)
Art. N16. Annexe 29. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46757-46760)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46757-46760)
Art. N17. Bijlage 30. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46616-46620)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46616-46620)
Art. N17. Annexe 30. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46761-46765)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46761-46765)
Art. N18. Bijlage 31. - Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46621-46624)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-06-2014, p. 46621-46624)
Art. N18. Annexe 31. - Liste des infractions environnementales, en exécution des articles 16.1.2, 1°, f), et 16.4.27, troisiÚme alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46766-46768)
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-06-2014, p. 46766-46768)