Details





Titel:

28 FEBRUARI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-05-2014 en tekstbijwerking tot 07-06-2024)



Inhoudstafel:

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen en toepassingsgebied
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-2
Afdeling 2. - Toepassingsgebied
Art. 3
HOOFDSTUK 2. - Kinderbijslag
Art. 4
HOOFDSTUK 3. - De Vlaamse economisch vertegenwoordiger
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 5
Afdeling 2. - Mutatieregeling
Art. 6-7
Afdeling 3. - Regioposten
Art. 8
HOOFDSTUK 4. - Algemene overgangs-, opheffings- en slotbepalingen
Afdeling 1. - Overgangsbepalingen
Onderafdeling 1. - Artikel XIV.17, § 1, van het Personeelsstatuut Export Vlaanderen van 22 september 2000
Art. 9
Onderafdeling 2. - Jaartoelage
Art. 10-12
Onderafdeling 3. - Kledingvergoeding
Art. 13
Onderafdeling 4. - De chauffeurstoelage
Art. 14
Onderafdeling 5. - De toelage bij een standplaats in Vlaanderen
Art. 15
Onderafdeling 6. - Overgangsmaatregelen betreffende de inschaling van bepaalde personeelsleden in specifieke gevallen van bevordering
Art. 16-18
Onderafdeling 7. - Uitdovend contractueel kader
Art. 19-20
Onderafdeling 8. [1 Overgangsbepaling regiopost]1
Art. 20bis
Afdeling 2. - Opheffingsbepalingen
Art. 21
Afdeling 3. - Slotbepalingen
Art. 22-23
BIJLAGEN.
Art. N1-N4



Deze tekst heeft de volgende tekst(en) gewijzigd:

2000036076 



Uitvoeringsbesluit(en):



Artikels:

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen en toepassingsgebied
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° het agentschap : het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen;
  2° de gedelegeerd bestuurder : het personeelslid dat belast is met de bevoegdheden die toebedeeld zijn aan de lijnmanager, vermeld in artikel I.2, 10°, van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006;
  3° het oprichtingsdecreet : het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen.

Art.2. Dit besluit wordt aangehaald als "het Agentschapspecifiek Besluit Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen van datum", afgekort "ASB-VLAIO van datum".

Afdeling 2. - Toepassingsgebied
Art.3. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, is dit besluit van toepassing op het personeel dat in dienst is van het agentschap, behoudens voor :
  1° de handelssecretarissen;
  2° het in het buitenland tewerkgestelde personeel ter ondersteuning van de Vlaamse economisch vertegenwoordigers, de technologieattachés en van de handelssecretarissen.
  De bepalingen van dit besluit doen geen afbreuk aan andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen die op specifieke categorieën van dat personeel van toepassing zijn.

HOOFDSTUK 2. - Kinderbijslag
Art.4. De Vlaamse economisch vertegenwoordiger en technologieattaché, die gedurende minstens zes achtereenvolgende maanden hun ambt buiten België uitoefenen en er hun kinderen opvoeden, ontvangen bij de kinderbijslag een maandelijks supplement dat gelijk is aan tweemaal het bedrag van de kinderbijslag.
  De kinderbijslag en de supplementen worden na de terugkeer in België van de personeelsleden bedoeld in het eerste lid verder toegekend aan deze personeelsleden, voor hun kinderen die in het buitenland voortstuderen.

HOOFDSTUK 3. - De Vlaamse economisch vertegenwoordiger
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art.5.Met behoud van de toepassing van de toelatingsvoorwaarden, vermeld in [1 artikel III 14]1, van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, moet de kandidaat, om toegelaten te worden tot de functie van Vlaamse economisch vertegenwoordiger, op het ogenblik van de sollicitatie houder zijn van een diploma dat toegang verleent tot niveau A.
  De Vlaamse economisch vertegenwoordiger wordt aangeworven door de gedelegeerd bestuurder na een vergelijkende aanwervingsproef.
  De Vlaamse economisch vertegenwoordiger doorloopt bij de aanvang van de indiensttreding een proeftijd van twaalf maanden. De gedelegeerd bestuurder wijst de standplaats van de Vlaamse economisch vertegenwoordiger aan na afloop van de proefperiode.
  De Vlaamse economisch vertegenwoordiger wordt aangeworven voor de uitoefening van een opdracht in het buitenland, maar behoudt zijn domicilie in België. De gedelegeerd bestuurder kan de standplaats in het belang van de dienst wijzigen, overeenkomstig de regeling in artikel 6.
  ----------
  (1)<BVR 2024-04-19/48, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2024>

Afdeling 2. - Mutatieregeling
Art.6. Mutaties maken integraal deel uit van de loopbaan van een Vlaamse economisch vertegenwoordiger. Onder mutatie wordt elke wijziging van standplaats van de Vlaamse economisch vertegenwoordiger verstaan. De gedelegeerd bestuurder stelt de nadere regels inzake de mutaties vast.
  Er zijn drie soorten mutaties mogelijk :
  1° mutatie van de ene buitenlandse standplaats naar de andere buitenlandse standplaats;
  2° mutatie van een buitenlandse standplaats naar een standplaats in Vlaanderen;
  3° mutatie van een standplaats in Vlaanderen naar een buitenlandse standplaats.
  De gedelegeerd bestuurder stelt de nadere regels inzake de mutaties vast, waaronder de minimum- en maximumtermijn voor een ononderbroken verblijf op dezelfde standplaats.
  De gedelegeerd bestuurder beslist over de toewijzing van een standplaats.
  Voor de toewijzing van een standplaats worden de volgende criteria in aanmerking genomen :
  1° de vereisten van de standplaats, hetzij een A1-standplaats, hetzij een regiopost;
  2° de voorgaande evaluaties van de kandidaat;
  3° de ervaring van de kandidaat;
  4° de sociale en familiale criteria;
  5° de talenkennis of de bereidheid die te vergroten;
  6° de voorkeur van de kandidaat.
  Door onvoorziene omstandigheden, veiligheidsproblemen, ziekte, persona-non-grataverklaring en andere dwingende redenen, kan de gedelegeerd bestuurder beslissen een personeelslid ambtshalve terug te roepen en als gevolg daarvan het personeelslid voor een beperkte periode in Vlaanderen te werk te stellen.

Art.7. In afwijking van de bepalingen van artikel 5, kan het personeelslid met standplaats in Vlaanderen, dat minstens behoort tot rang A1, zijn kandidatuur indienen om, voor maximaal één termijn, die gelijk is aan de maximumtermijn, zoals vastgesteld door de gedelegeerd bestuurder overeenkomstig artikel 6, derde lid, een functie van Vlaamse economisch vertegenwoordiger in het buitenland op te nemen. Indien een personeelslid met standplaats in Vlaanderen zijn kandidatuur indient voor een regiopost, dient het personeelslid minstens te behoren tot rang A2.
  Als de kandidaat voldoet aan de profielvereisten voor de standplaats en de functie, kan de gedelegeerd bestuurder beslissen om hem de standplaats in het buitenland toe te kennen.
  Een personeelslid van de hoofdzetel of een provinciaal kantoor aan wie een standplaats in het buitenland wordt toegekend, doorloopt een proeftijd van twaalf maanden op de standplaats in het buitenland. Bij een positieve evaluatie van de proeftijd blijft het personeelslid de functie van Vlaamse economisch vertegenwoordiger uitoefenen. Bij een negatieve evaluatie van de proeftijd zal het personeelslid opnieuw zijn functie met standplaats in Vlaanderen opnemen.
  De personeelsleden van de hoofdzetel of de provinciale kantoren die een standplaats in het buitenland hebben, behouden hun salarisschaal en kunnen geen aanspraak maken op een salarissupplement. Voor het overige worden aan de betrokken personeelsleden dezelfde vergoedingen en toelagen toegekend als aan de Vlaamse economisch vertegenwoordigers.

Afdeling 3. - Regioposten
Art.8.[1 Een vicepresident neemt de coördinatie en het management op zich van een geografische regio.
   De lijst van geografische regio's wordt bij dienstorder vastgelegd door de gedelegeerd bestuurder, met uitzondering van de regio Europa I. De gedelegeerd bestuurder kan bij zijn beslissing rekening houden met de volgende criteria:
   1° de schaal van de markten en de synergie binnen een evenwichtige samenstelling op het vlak van trade en invest;
   2° geografische elementen, zoals de tijdzone;
   3° de businessgelijkwaardigheden en de economische stromen.
   De Vlaamse economisch vertegenwoordiger of de technologieattaché komt alleen in aanmerking voor de functie van vicepresident als hij aan alle profielvereisten, vermeld in het selectiereglement, voldoet. Een minimumvereiste voor elke vicepresident is dat die slaagt voor een externe potentieelinschatting inzake leidinggevende capaciteiten.
   De gedelegeerd bestuurder stelt de nadere regels voor de aanstelling als de vicepresident vast. De gedelegeerd bestuurder beslist over de aanstelling van een vicepresident van een geografische regio op basis van de resultaten van een selectieprocedure.
   De Vlaamse economisch vertegenwoordiger die vicepresident is, heeft recht op een vicepresidenttoelage van 1715 euro bruto per maand tegen 100%. De technologieattaché die vicepresident is, heeft recht op een vicepresidenttoelage van 1073 euro bruto per maand tegen 100%.
   De vicepresidenttoelage, vermeld in het vijfde lid, volgt de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform artikel VII.9 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.
   Bij mutatie verliest de Vlaamse economisch vertegenwoordiger of de technologieattaché de vicepresidenttoelage, vermeld in het vijfde lid. Artikel VII.15 tot en met VII.16 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 zijn van toepassing op de vicepresidenttoelage, vermeld in het vijfde lid.
   Artikel 6 is van toepassing op de vicepresiden]1
  ----------
  (1)<BVR 2024-01-12/19, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2024>

HOOFDSTUK 4. - Algemene overgangs-, opheffings- en slotbepalingen
Afdeling 1. - Overgangsbepalingen
Onderafdeling 1. - Artikel XIV.17, § 1, van het Personeelsstatuut Export Vlaanderen van 22 september 2000
Art.9.§ 1 Het personeelslid dat onder de toepassing viel van artikel XIV.17, § 1, van het Personeelsstatuut Export Vlaanderen van 22 september 2000, wordt ingeschaald in B2V1.
  Na acht jaar effectieve of daarmee gelijkgestelde prestaties in B2V1 wordt het personeelslid ingeschaald in B2V2.
  Na tien jaar effectieve of daarmee gelijkgestelde prestaties in B2V2 wordt het personeelslid ingeschaald in B2V3.
  § 2. De salarisschalen B2V1, B2V2 en B2V3 zijn opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
  [1 § 3. Het personeelslid vermeld in paragraaf 1, kan er conform artikel VII 2, § 2 en § 3, van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, vrijwillig voor kiezen om te worden bezoldigd in de salarisschaal NB212a, die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd.
   De inschaling gebeurt overeenkomstig artikel VII 2, § 4, van het voormelde besluit.]1
  ----------
  (1)<BVR 2024-04-19/48, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2024>

Onderafdeling 2. - Jaartoelage
Art.10. Voor de personeelsleden die op 31 december 1997 in dienst waren van de rechtsvoorganger van het agentschap en voor de personeelsleden die overgedragen zijn door het koninklijk besluit van 9 maart 2003 tot overdracht van personeelsleden van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel naar het Vlaamse Gewest, wordt de veranderlijke vergoeding overeenkomstig artikel 8 en 15 van bijlage III bij het besluit van de Regent van 15 mei 1949 houdende goedkeuring van het kader, bezoldigingsregeling en het statuut van het personeel van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel, vanaf inschaling opgeheven en vervangen door een jaartoelage.
  De jaartoelage stemt overeen met het, overeenkomstig het derde en vierde lid, gecorrigeerde nominale bedrag, teruggebracht tot spilindex 138,01, dat het betrokken personeelslid in het jaar dat aan zijn inschaling voorafging, als veranderlijke vergoeding heeft ontvangen.
  Voor de vaststelling van het aanwezigheidscijfer worden de volgende afwezigheden gelijkgesteld met dagen aanwezigheid :
  1° voltijdse gewettigde afwezigheden of verloven van drie maanden of meer, met inbegrip van de loopbaanonderbreking voor twaalf weken, waarvoor in het jaar dat aan de inschaling voorafging geen salaris werd betaald;
  2° bevallingsverlof in de loop van het jaar dat aan de inschaling voorafging;
  3° een ononderbroken afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid van vijftig werkdagen of meer gedurende het jaar dat aan de inschaling voorafging.
  Voor de personeelsleden die wegens hun afwezigheid of verlof, vermeld in het derde lid, 1°, in het jaar dat aan de inschaling voorafging geen veranderlijke vergoeding hebben ontvangen, wordt het laatste bedrijvigheidscijfer dat aan hen is toegekend, als basis voor de berekening van de jaartoelage genomen. Voor de personeelsleden die in het jaar dat aan de inschaling voorafging werkelijke prestaties hebben geleverd, wordt voor de berekening van de jaartoelage minimaal een bedrijvigheidscijfer van 0,3 toegepast.
  De correcties, vermeld in het derde en vierde lid, geven geen aanleiding tot een herziening van het bedrag van de veranderlijke vergoeding dat in het jaar dat aan de inschaling voorafging effectief werd uitbetaald.

Art.11.§ 1. Aan de personeelsleden die in de periode tussen 1 januari 1998 en 31 juli 1998 in dienst zijn getreden bij Export Vlaanderen, de rechtsvoorganger van het agentschap, wordt ook een jaartoelage toegekend.
  De jaartoelage, vermeld in het eerste lid, wordt berekend op basis van het gemiddelde van het minimum- en maximumsalaris (tegen spilindex 138,01) van de salarisschaal die verbonden is aan de graad van het betrokken personeelslid, te vermenigvuldigen met bedrijvigheidscijfer 0,4 en rekening houdend met hun aanwezigheid sedert de datum van indiensttreding tot en met 31 juli 1998.
  § 2. Voor de statutaire personeelsleden wordt de jaartoelage bepaald op 92,5% van het bedrag dat wordt bekomen door het bedrag berekend overeenkomstig artikel 10 of artikel 11, § 1, te verminderen met het onderstaand bedrag per rang :
  - rang A1 : 1.400 EUR;
  - rang A2 : 2.060 EUR;
  - rang A2M : 2.060 EUR;
  - rang A2A : 2.500 EUR;
  - rang B1 : 1.090 EUR;
  - rang B2 : 1.380 EUR;
  - rang B3 : 1.740 EUR;
  - rang C1 : 530 EUR;
  - rang C2 : 1.430 EUR;
  - rang C3 : 2.590 EUR;
  - rang D1 : 690 EUR;
  - rang D2 : 780 EUR.
  § 3. Aan de personeelsleden, vermeld in § 2, worden de volgende salarisschalen toegekend :
  - rang A1 : salarisschalen A111bis, A112bis, A113bis, A114bis, A125bis en A126bis;
  - rang A2 : salarisschalen A211bis, A212bis en A214bis;
  - rang A2M : salarisschaal A213bis;
  - rang A2A : salarisschaal A286bis;
  - rang B1 : salarisschalen B111bis, B112bis, B113bis en B114bis;
  - rang B2 : salarisschalen B211bis en B212bis;
  - rang B3 : salarisschaal B311bis;
  - rang C1 : salarisschalen C111bis, C112bis, C113bis, C114bis, C122bis en C124bis;
  - rang C2 : salarisschalen C211bis en C212bis;
  - rang C3 : salarisschaal C311bis;
  - rang D1 : salarisschalen D112bis en D113bis;
  - rang D2 : salarisschalen D211bis, D212bis, D221bis en D222bis.
  De salarisschalen, vermeld in het vorige lid, zijn opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
  § 4. De gewezen statutaire personeelsleden die door het agentschap op rust werden gesteld, en die vóór hun pensionering recht hadden op een jaartoelage, zoals bedoeld in de artikelen 10 en 11, § 1, ontvangen maandelijks een persoonsgebonden overhevelingsvergoeding ten laste van de begroting van het agentschap.
  De maandelijkse persoonsgebonden overhevelingsvergoeding is gelijk aan een twaalfde van het verschil tussen :
  1° ) het rustpensioen à 100% op jaarbasis betaald door de Pensioendienst van de overheidssector;
  en
  2° ) a) voor de statutaire personeelsleden die op rust werden gesteld vóór de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk : het bedrag van het rustpensioen waarbij in de berekening van de Pensioendienst van de overheidsector het gehanteerde jaarbedrag van het salaris verhoogd wordt met het bedrag van de jaartoelage zoals deze à 100% bepaald was op de vooravond van de op rust stelling;
  b) voor de statutaire personeelsleden die op rust gesteld worden vanaf de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk : het bedrag van het rustpensioen waarbij in de berekening van de Pensioendienst van de overheidssector het gehanteerde jaarbedrag van het salaris vervangen wordt door het overeenkomstig jaarbedrag in de organieke salarisschaal of salarisschalen verhoogd met de jaartoelage zoals deze à 100% bepaald was op 31 december 2013.
  [1 § 5. Het personeelslid vermeld in paragraaf 2, die titularis is van een salarisschaal als vermeld in paragraaf 3, kan er, conform artikel VII 2, § 2 en § 3, van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, vrijwillig voor kiezen om te worden bezoldigd in een nieuwe salarisschaal.
   De inschaling gebeurt conform artikel VII 2, § 4, van het voormelde besluit en bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
   § 6. De salarisschalen, vermeld in artikel 11, § 3, en artikel 13, § 5, zijn opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd.]1
  ----------
  (1)<BVR 2024-04-19/48, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2024>

Art.12. De jaartoelage wordt in twaalfden uitbetaald samen met het maandsalaris en rekening houdende met het prestatieregime van het rechthebbende personeelslid.
  Bij bevordering naar een hoger niveau en bij bevordering naar een hogere rang binnen hetzelfde niveau, vervalt het recht op de jaartoelage.
  De jaartoelage volgt de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de regeling in artikel VII.9 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.

Onderafdeling 3. - Kledingvergoeding
Art.13. Personeelsleden van de afdeling Marketing en Kennisbeheer die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit zijn tewerkgesteld op de dienst Acties en die minstens driemaal per kalenderjaar helpen bij de opbouw of belast zijn met de bemanning van een groepsstand van het agentschap, genieten een jaarlijkse forfaitaire kledingvergoeding van 450 euro (tegen 100%).
  De kledingvergoeding, vermeld in het eerste lid, volgt de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de regeling in artikel VII.9 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.
  De kledingvergoeding, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks, samen met het salaris van de maand december, betaald voor zover voldaan is aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid.
  De kledingvergoeding, vermeld in het eerste lid, kan niet worden toegekend aan personeelsleden met een graad in rang A2 of hoger, of aan personeelsleden die een salarisschaal hebben die daarmee overeenstemt.

Onderafdeling 4. - De chauffeurstoelage
Art.14. De personeelsleden die bij het agentschap tewerkgesteld zijn in de functie van chauffeur op datum van inwerkingtreding van dit besluit, genieten een forfaitaire maandelijkse overurentoelage van 272,21 EUR tegen 100%. De overurentoelage volgt de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de regeling in artikel VII.9 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.
  Op de forfaitaire overurentoelage, vermeld in het eerste lid, zijn de artikelen VII. 15 tot en met VII. 16, van het Vlaams Personeelsstatuut van toepassing.
  De forfaitaire overurentoelage is niet cumuleerbaar met de toelage voor overuren zoals bepaald in artikel VII. 28 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.

Onderafdeling 5. - De toelage bij een standplaats in Vlaanderen
Art.15. De personeelsleden die bij het agentschap contractueel tewerkgesteld zijn in de functie van Vlaamse economisch vertegenwoordiger op datum van inwerkingtreding van dit besluit, ontvangen een maandelijkse toelage vastgesteld op 20 % van het bruto geïndexeerd maandloon wanneer zij tijdelijk een standplaats in Vlaanderen hebben.
  Op de toelage, vermeld in het eerste lid, zijn de artikelen VII. 15 en VII. 15bis, van het Vlaams Personeelsstatuut van toepassing.
  Indien de tijdelijke standplaats in Vlaanderen het gevolg is van een tuchtmaatregel, wordt de toelage, vermeld in het eerste lid, niet toegekend.

Onderafdeling 6. - Overgangsmaatregelen betreffende de inschaling van bepaalde personeelsleden in specifieke gevallen van bevordering
Art.16.De informaticus die in dienst was op 1 juni 1998, en die de overgangssalarisschaal A131 of A132 geniet, krijgt bij bevordering in salarisschaal de overgangssalarisschalen A125 en A126, respectievelijk A127.
  [1 Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, dat er conform artikel VII 2, § 2 en § 3, van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 voor kiest om over te stappen naar een nieuwe salarisschaal, wordt ingeschaald conform artikel VII 2, § 4, van het voormelde besluit en wordt bezoldigd in salarisschaal NA125a, die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd.]1
  ----------
  (1)<BVR 2024-04-19/48, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2024>

Art.17. De ambtenaar die op 1 januari 2003 werd ingeschaald als rechtskundig adjunct van de directeur wordt na achttien jaar anciënniteit in de graad bevorderd tot rechtskundig directeur, met rang A2.

Art.18. De ambtenaren die voor 1 juni 1998 titularis waren van de graad van adjunct-adviseur, hoofd van dienst en die belast waren met de leiding van een afdeling, worden ingeschaald in de salarisschaal A199.
  De salarisschaal A199 is opgenomen in de bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.

Onderafdeling 7. - Uitdovend contractueel kader
Art.19.Personeelsleden die geen schriftelijke toestemming hebben gegeven om opgenomen te worden in de statutaire personeelsformatie volgens de regels in artikel XV.10 van het Personeelsstatuut Export Vlaanderen van 22 september 2000, blijven, [1 ...]1, verder contractueel tewerkgesteld in het uitdovende contractuele kader.
  De contractuele personeelsleden, vermeld in het eerste lid, blokkeren een statutaire betrekking op het personeelsplan.
  De contractuele personeelsleden, vermeld in het eerste lid, zijn of werden opgenomen in het uitdovende contractuele kader in de graad die overeenstemt met de graad die zij het laatst hebben bekleed.
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, verliezen het recht op bevordering. Zij kunnen geen aanspraak maken op hogere functies. Zij komen evenmin in aanmerking voor een mandaat als afdelingshoofd.
  Met behoud van de toepassing van het vierde lid wordt de rechtspositie van de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, beheerst door de regels die gelden voor de ambtenaren van het agentschap, zonder afbreuk te doen aan de dwingende bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of van andere arbeidsrechtelijke wetten en besluiten die van toepassing zijn op het contractuele personeelslid.
  Met behoud van de toepassing van het vijfde lid is deel X, titel IV, van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, niet van toepassing op de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die behoren tot het uitdovende contractuele kader.
  In geval van verlof wegens ziekte kunnen de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, aanspraak maken op het verschil tussen hun normale salaris en de uitkeringen die zij genieten op basis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gedurende maximaal 666 werkdagen. Op dat contingent van 666 werkdagen worden ook de dagen aangerekend waarvoor het personeelslid recht had op gewaarborgd loon wegens ziekte of ongeval gemeen recht, overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
  In voorkomend geval kunnen de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, na een periode van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte hun functies gedeeltelijk hervatten overeenkomstig de regels ter uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Tijdens die periode van gedeeltelijke wedertewerkstelling heeft het personeelslid recht op het verschil tussen zijn normale salaris dat het genoot op het ogenblik dat zijn arbeidsongeschiktheid een aanvang nam, en de uitkeringen waarop het een recht kan doen gelden op basis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Hun afwezigheid tijdens dergelijke perioden van gedeeltelijke werkhervatting na een periode van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte wordt pro rata aangerekend op het aantal dagen, vermeld in het zevende lid.
  Nadat het aantal dagen, vermeld in het zevende lid, is opgebruikt, beslist de gedelegeerd bestuurder, op voorstel van het geneeskundig controleorgaan, vermeld in [1 artikel X 22.]1 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, om de arbeidsovereenkomst van het personeelslid al dan niet voortijdig te beëindigen. De gedelegeerd bestuurder deelt zijn gemotiveerde beslissing mee aan de raad van bestuur van het agentschap, het bestuursorgaan van het agentschap.
  In afwijking van het negende lid, wordt aan de arbeidsovereenkomst van het personeelslid dat sinds zijn zestigste verjaardag 365 kalenderdagen afwezig is geweest wegens ziekte, in ieder geval een einde gemaakt, met inachtneming van de gebruikelijke ontslagregels.
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, behouden het voordeel van de groepsverzekering die werd gesloten met toepassing van artikel 25 van bijlage III bij het besluit van de Regent van 15 mei 1949 houdende goedkeuring van het kader, bezoldigingsregeling en het statuut van het personeel van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel.
  De gezamenlijke voordelen die aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, inzake pensioen worden verleend, mogen, met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende de sociale zekerheid voor werknemers, nooit de voordelen overtreffen die hun zouden worden toegekend als zij een gelijksoortige betrekking als ambtenaar in het agentschap zouden uitoefenen.
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, overgedragen bij koninklijk besluit van 9 maart 2003 tot overdracht van personeelsleden van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel naar het Vlaamse Gewest, worden met ingang van 1 januari 2003 aangesloten bij een groepsverzekering die de pensioenrechten waarborgt zoals omschreven in artikel 25 van bijlage III bij het besluit van de Regent van 15 mei 1949 houdende goedkeuring van het kader, bezoldigingsregeling en het statuut van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel.
  ----------
  (1)<BVR 2024-04-19/48, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2024>

Art.20. § 1. De personeelsleden die vanuit de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel zijn overgeheveld overeenkomstig het koninklijk besluit van 31 januari 1991 tot overdracht aan het Vlaamse Gewest van personeelsleden van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel en op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog steeds contractueel tewerkgesteld zijn zonder dat zij in het verleden geslaagd zijn voor een vergelijkend wervingsexamen overeenkomstig artikel 3bis, § 1, van bijlage III bij het besluit van de Regent van 15 mei 1949 houdende goedkeuring van het kader, bezoldigingsregeling en het statuut van het personeel van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel, worden verder in dienst gehouden, tenzij hun evaluatie overeenkomstig deel IV van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 onvoldoende zou zijn.
  § 2. De personeelsleden die overeenkomstig het oprichtingsdecreet vanuit de Dienst Investeren Vlaanderen zijn overgeheveld en op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog steeds contractueel tewerkgesteld zijn, worden verder in dienst gehouden als zij aan de volgende twee voorwaarden voldoen :
  1° ze zijn in het verleden geslaagd voor een vergelijkend wervingsexamen dat de basis vormde voor hun aanwerving;
  2° hun functie is in het personeelsplan nog statutair vastgelegd, in dezelfde graad of in een andere graad.
  Ze kunnen niet verder in dienst gehouden worden als hun evaluatie overeenkomstig deel IV van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 onvoldoende zou zijn.
  § 3. De contractuele personeelsleden, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, blokkeren een statutaire betrekking op het personeelsplan.

Onderafdeling 8. [1 Overgangsbepaling regiopost]1   ----------   (1)
Art.20bis. [1 De Vlaamse economische vertegenwoordigers die bij de inwerkingtreding van dit besluit een regiopost beheren, behouden tot aan hun mutatie zowel zijn aanwijzing, als de regioposttoelage van 673 euro bruto/maand tegen 100%.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2024-01-12/19, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2024>


Afdeling 2. - Opheffingsbepalingen
Art.21. Het Personeelsstatuut Export Vlaanderen van 22 september 2000, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 juni 2001, 19 juli 2002, 10 december 2004 en 13 januari 2006, wordt opgeheven.

Afdeling 3. - Slotbepalingen
Art.22. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de ondertekening ervan, met uitzondering van het artikel 11, § 2, § 3 en § 4, en artikel 13, die in werking treden op 1 april 2014.

Art.23. De Vlaamse minister, bevoegd voor het afzet- en uitvoerbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGEN.
Art. N1. Bijlage 1. - De salarisschalen A199, B2v1, B2v2 EN B2v3


CodeB2v1B2v2B2v3A199
Aantal2/1 x 5002/1 x 5003/1 x 5002/1 x 1.000
frequentie1/1 x 4501/1 x 5502/3 x 1.0001/1 x 950
bedrag1/3 x 7501/3 x 7501/3 x 9501/3 x 2.300
 1/3 x 8001/3 x 7001/3 x 1.0501/3 x 2.250
 5/3 x 7504/3 x 7501/3 x 1.0001/3 x 2.000
 1/3 x 9501/3 x 8001/3 x 1.7501/3 x 2.500
 1/3 x 1.0502/3 x 1.0001/3 x 1.0001/3 x 1.800
    1/3 x 2.100
    1/3 x 1.850
    


Geldelijke     
anciënniteit     
0 22.780 24.380 26.030 27.530
1 23.280 24.880 26.530 28.530
2 23.780 25.380 27.030 29.530
3 24.230 25.930 27.530 30.480
4 24.230 25.930 27.530 30.480
5 24.230 25.930 27.530 30.480
6 24.980 26.680 28.530 32.780
7 24.980 26.680 28.530 32.780
8 24.980 26.680 28.530 32.780
9 25.780 27.380 29.530 35.030
10 25.780 27.380 29.530 35.030
11 25.780 27.380 29.530 35.030
12 26.530 28.130 30.480 37.030
13 26.530 28.130 30.480 37.030
14 26.530 28.130 30.480 37.030
15 27.280 28.880 31.530 39.530
16 27.280 28.880 31.530 39.530
17 27.280 28.880 31.530 39.530
18 28.030 29.630 32.530 41.330
19 28.030 29.630 32.530 41.330
20 28.030 29.630 32.530 41.330
21 28.780 30.380 34.280 43.430
22 28.780 30.380 34.280 43.430
23 28.780 30.380 34.280 43.430
24 29.530 31.180 35.280 45.280
25 29.530 31.180   
26 29.530 31.180   
27 30.480 32.180   
28 30.480 32.180   
29 30.480 32.180   
30 31.530 33.180  
Art. N2. Bijlage 2. - De salarisschalen vermeld in artikel 13, § 1


Code A112bis A113bis A114bis A125bis
Aantal
  frekwentie
  bedrag
1/1 x 750
  1/1 x 800
  1/1 x 750
  5/3 x 1.500
  2/3 x 1.250
3/1 x 750
  1/3 x 1.450
  1/3 x 1.550
  3/3 x 1.500
  2/3 x 1.250
1/1 x 750
  1/1 x 700
  1/1 x 800
  2/3 x 1.500
  1/3 x 1.550
  1/3 x 1.450
  1/3 x 1.500
  1/3 x 1.250
  1/3 x 1.300
1/1 x 1.200
  2/1 x 1.250
  1/3 x 2.000
  1/3 x 1.950
  1/3 x 2.050
  3/3 x 2.000
  1/3 x 250
Geldelijke
  anciënniteit
    
0 26.130,00 28.430,00 30.680,00 33.780,00
1 26.880,00 29.180,00 31.430,00 34.980,00
2 27.680,00 29.930,00 32.130,00 36.230,00
3 28.430,00 30.680,00 32.930,00 37.480,00
4 28.430,00 30.680,00 32.930,00 37.480,00
5 28.430,00 30.680,00 32.930,00 37.480,00
6 29.930,00 32.130,00 34.430,00 39.480,00
7 29.930,00 32.130,00 34.430,00 39.480,00
8 29.930,00 32.130,00 34.430,00 39.480,00
9 31.430,00 33.680,00 35.930,00 41.430,00
10 31.430,00 33.680,00 35.930,00 41.430,00
11 31.430,00 33.680,00 35.930,00 41.430,00
12 32.930,00 35.180,00 37.480,00 43.480,00
13 32.930,00 35.180,00 37.480,00 43.480,00
14 32.930,00 35.180,00 37.480,00 43.480,00
15 34.430,00 36.680,00 38.930,00 45.480,00
16 34.430,00 36.680,00 38.930,00 45.480,00
17 34.430,00 36.680,00 38.930,00 45.480,00
18 35.930,00 38.180,00 40.430,00 47.480,00
19 35.930,00 38.180,00 40.430,00 47.480,00
20 35.930,00 38.180,00 40.430,00 47.480,00
21 37.180,00 39.430,00 41.680,00 49.480,00
22 37.180,00 39.430,00 41.680,00 49.480,00
23 37.180,00 39.430,00 41.680,00 49.480,00
24 38.430,00 40.680,00 42.980,00 49.730,00
25     
26     
27     
28     
29     
30    


Code A126bis A211bis A212bis A213bis
Aantal
  frekwentie
  bedrag
2/1 x 1.250
  1/1 x 1.200
  1/3 x 2.100
  1/3 x 2.200
  2/3 x 2.100
  1/3 x 2.150
  1/3 x 2.100
  1/3 x 250
1/1 x 1.000
  1/1 x 1.050
  1/1 x 1.000
  1/3 x 1.950
  1/3 x 2.050
  1/3 x 2.000
  1/3 x 1.950
  1/3 x 1.800
  1/3 x 1.750
  1/3 x 1.700
2/1 x 1.150
  1/1 x 1.100
  1/3 x 2.050
  1/3 x 1.950
  1/3 x 2.000
  1/3 x 2.050
  1/3 x 2.450
  1/3 x 2.550
  1/3 x 2.450
2/1 x 1.000
  1/1 x 1.050
  1/3 x 1.700
  1/3 x 1.750
  1/3 x 1.800
  1/3 x 1.700
  1/3 x 2.250
  1/3 x 2.300
  1/3 x 2.200
Geldelijke
  anciënniteit
    
0 35.030,00 31.190,00 32.690,00 40.090,00
1 36.280,00 32.190,00 33.840,00 41.090,00
2 37.530,00 33.240,00 34.990,00 42.090,00
3 38.730,00 34.240,00 36.090,00 43.140,00
4 38.730,00 34.240,00 36.090,00 43.140,00
5 38.730,00 34.240,00 36.090,00 43.140,00
6 40.830,00 36.190,00 38.140,00 44.840,00
7 40.830,00 36.190,00 38.140,00 44.840,00
8 40.830,00 36.190,00 38.140,00 44.840,00
9 43.030,00 38.240,00 40.090,00 46.590,00
10 43.030,00 38.240,00 40.090,00 46.590,00
11 43.030,00 38.240,00 40.090,00 46.590,00
12 45.130,00 40.240,00 42.090,00 48.390,00
13 45.130,00 40.240,00 42.090,00 48.390,00
14 45.130,00 40.240,00 42.090,00 48.390,00
15 47.230,00 42.190,00 44.140,00 50.090,00
16 47.230,00 42.190,00 44.140,00 50.090,00
17 47.230,00 42.190,00 44.140,00 50.090,00
18 49.380,00 43.990,00 46.590,00 52.340,00
19 49.380,00 43.990,00 46.590,00 52.340,00
20 49.380,00 43.990,00 46.590,00 52.340,00
21 51.480,00 45.740,00 49.140,00 54.640,00
22 51.480,00 45.740,00 49.140,00 54.640,00
23 51.480,00 45.740,00 49.140,00 54.640,00
24 51.730,00 47.440,00 51.590,00 56.840,00
25     
26     
27     
28     
29     
30    


Code A214bis A286bis B111bis B112bis
Aantal
  frekwentie
  bedrag
1/3 x 1.500
  1/3 x 2.050
  1/3 x 1.950
  1/3 x 2.000
  1/3 x 2.050
  1/3 x 1.950
  1/3 x 2.550
  1/3 x 2.500
1/3 x 1.800
  1/3 x 1.700
  1/3 x 1.750
  1/3 x 1.800
  1/3 x 1.700
  1/3 x 1.800
  1/3 x 2.250
  1/3 x 2.200
3/1 x 510
  1/3 x 720
  1/3 x 760
  1/3 x 770
  1/3 x 810
  1/3 x 760
  2/3 x 750
  1/1 x 950
3/1 x 510
  1/3 x 810
  1/3 x 770
  3/3 x 750
  1/3 x 700
  1/3 x 750
  1/3 x 1.050
Geldelijke
  anciënniteit
    
0 44.590,00 48.030,00 17.770,00 19.510,00
1 44.590,00 48.030,00 18.280,00 20.020,00
2 44.590,00 48.030,00 18.790,00 20.530,00
3 46.090,00 49.830,00 19.300,00 21.040,00
4 46.090,00 49.830,00 19.300,00 21.040,00
5 46.090,00 49.830,00 19.300,00 21.040,00
6 48.140,00 51.530,00 20.020,00 21.850,00
7 48.140,00 51.530,00 20.020,00 21.850,00
8 48.140,00 51.530,00 20.020,00 21.850,00
9 50.090,00 53.280,00 20.780,00 22.620,00
10 50.090,00 53.280,00 20.780,00 22.620,00
11 50.090,00 53.280,00 20.780,00 22.620,00
12 52.090,00 55.080,00 21.550,00 23.370,00
13 52.090,00 55.080,00 21.550,00 23.370,00
14 52.090,00 55.080,00 21.550,00 23.370,00
15 54.140,00 56.780,00 22.360,00 24.120,00
16 54.140,00 56.780,00 22.360,00 24.120,00
17 54.140,00 56.780,00 22.360,00 24.120,00
18 56.090,00 58.580,00 23.120,00 24.870,00
19 56.090,00 58.580,00 23.120,00 24.870,00
20 56.090,00 58.580,00 23.120,00 24.870,00
21 58.640,00 60.830,00 23.870,00 25.570,00
22 58.640,00 60.830,00 23.870,00 25.570,00
23 58.640,00 60.830,00 23.870,00 25.570,00
24 61.140,00 63.030,00 24.620,00 26.320,00
25   25.570,00 26.320,00
26    26.320,00
27    27.370,00
28     
29     
30    


Code B113bis B114bis B211bis B212bis
Aantal
  frekwentie
  bedrag
2/1 x 510
  1/1 x 500
  2/3 x 800
  1/3 x 750
  1/3 x 800
  1/3 x 850
  1/3 x 800
  1/3 x 600
  1/3 x 650
1/1 x 510
  2/1 x 500
  1/3 x 750
  1/3 x 700
  1/3 x 750
  1/3 x 800
  3/3 x 1.000
  1/3 x 600
1/1 x 510
  2/1 x 500
  1/3 x 750
  1/3 x 700
  1/3 x 750
  1/3 x 800
  3/3 x 1.000
  1/3 x 600
2/1 x 500
  1/1 x 450
  1/3 x 750
  1/3 x 800
  5/3 x 750
  1/3 x 950
  1/3 1.050
Geldelijke
  anciënniteit
    
0 21.800,00 22.360,00 22.650,00 24.160,00
1 22.310,00 22.870,00 23.160,00 24.660,00
2 22.820,00 23.370,00 23.660,00 25.160,00
3 23.320,00 23.870,00 24.160,00 25.610,00
4 23.320,00 23.870,00 24.160,00 25.610,00
5 23.320,00 23.870,00 24.160,00 25.610,00
6 24.120,00 24.620,00 24.910,00 26.360,00
7 24.120,00 24.620,00 24.910,00 26.360,00
8 24.120,00 24.620,00 24.910,00 26.360,00
9 24.920,00 25.320,00 25.610,00 27.160,00
10 24.920,00 25.320,00 25.610,00 27.160,00
11 24.920,00 25.320,00 25.610,00 27.160,00
12 25.670,00 26.070,00 26.360,00 27.910,00
13 25.670,00 26.070,00 26.360,00 27.910,00
14 25.670,00 26.070,00 26.360,00 27.910,00
15 26.470,00 26.870,00 27.160,00 28.660,00
16 26.470,00 26.870,00 27.160,00 28.660,00
17 26.470,00 26.870,00 27.160,00 28.660,00
18 27.320,00 27.870,00 28.160,00 29.410,00
19 27.320,00 27.870,00 28.160,00 29.410,00
20 27.320,00 27.870,00 28.160,00 29.410,00
21 28.120,00 28.870,00 29.160,00 30.160,00
22 28.120,00 28.870,00 29.160,00 30.160,00
23 28.120,00 28.870,00 29.160,00 30.160,00
24 28.720,00 29.870,00 30.160,00 30.910,00
25 28.720,00 29.870,00 30.160,00 30.910,00
26 28.720,00 29.870,00 30.160,00 30.910,00
27 29.370,00 30.470,00 30.760,00 31.860,00
28    31.860,00
29    31.860,00
30    32.910,00


Code B311bis C111bis C112bis C113bis
Aantal
  frekwentie
  bedrag
3/1 x 500
  3/3 x 750
  1/3 x 700
  1/3 x 800
  3/3 x 1.000
  1/3 x 950
2/1 x 510
  1/1 x 460
  1/3 x 810
  1/3 x 770
  1/3 x 760
  2/3 x 1.020
  1/3 x 1.070
  1/3 x 970
  1/1 x 750
1/1 x 510
  1/1 x 560
  1/1 x 510
  1/3 x 760
  1/3 x 770
  1/3 x 710
  1/3 x 1.020
  1/3 x 1.070
  1/3 x 1.020
  2/3 x 1.000
3/1 x 510
  1/3 x 770
  1/3 x 760
  1/3 x 770
  1/3 x 1.020
  4/3 x 1.000
Geldelijke
  anciënniteit
    
0 27.770,00 14.510,00 15.380,00 17.310,00
1 28.270,00 15.020,00 15.890,00 17.820,00
2 28.770,00 15.530,00 16.450,00 18.330,00
3 29.270,00 15.990,00 16.960,00 18.840,00
4 29.270,00 15.990,00 16.960,00 18.840,00
5 29.270,00 15.990,00 16.960,00 18.840,00
6 30.020,00 16.800,00 17.720,00 19.610,00
7 30.020,00 16.800,00 17.720,00 19.610,00
8 30.020,00 16.800,00 17.720,00 19.610,00
9 30.770,00 17.570,00 18.490,00 20.370,00
10 30.770,00 17.570,00 18.490,00 20.370,00
11 30.770,00 17.570,00 18.490,00 20.370,00
12 31.520,00 18.330,00 19.200,00 21.140,00
13 31.520,00 18.330,00 19.200,00 21.140,00
14 31.520,00 18.330,00 19.200,00 21.140,00
15 32.220,00 19.350,00 20.220,00 22.160,00
16 32.220,00 19.350,00 20.220,00 22.160,00
17 32.220,00 19.350,00 20.220,00 22.160,00
18 33.020,00 20.370,00 21.290,00 23.160,00
19 33.020,00 20.370,00 21.290,00 23.160,00
20 33.020,00 20.370,00 21.290,00 23.160,00
21 34.020,00 21.440,00 22.310,00 24.160,00
22 34.020,00 21.440,00 22.310,00 24.160,00
23 34.020,00 21.440,00 22.310,00 24.160,00
24 35.020,00 22.410,00 23.310,00 25.160,00
25 35.020,00 23.160,00 23.310,00 25.160,00
26 35.020,00  23.310,00 25.160,00
27 36.020,00  24.310,00 26.160,00
28 36.020,00    
29 36.020,00    
30 36.970,00   


Code C114bis C122bis C124bis C211bis
Aantal
  frekwentie
  bedrag
2/1 x 510
  1/1 x 560
  1/3 x 770
  3/3 x 750
  1/3 x 700
  1/3 x 750
  1/3 x 800
  1/3 x 1.000
1/1 x 510
  1/1 x 560
  1/1 x 510
  1/3 x 760
  1/3 x 770
  1/3 x 710
  1/3 x 1.020
  1/3 x 1.070
  1/3 x 1.020
  2/3 x 1.000
2/1 x 510
  1/1 x 560
  1/3 x 770
  3/3 x 750
  1/3 x 700
  1/3 x 750
  1/3 x 800
  1/3 x 1.000
3/1 x 510
  1/3 x 820
  1/3 x 760
  2/3 x 1.000
  1/3 x 950
  1/3 x 1.050
  2/3 x 1.000
Geldelijke
  anciënniteit
    
0 19.710,00 15.380,00 19.710,00 20.100,00
1 20.220,00 15.890,00 20.220,00 20.610,00
2 20.730,00 16.450,00 20.730,00 21.120,00
3 21.290,00 16.960,00 21.290,00 21.630,00
4 21.290,00 16.960,00 21.290,00 21.630,00
5 21.290,00 16.960,00 21.290,00 21.630,00
6 22.060,00 17.720,00 22.060,00 22.450,00
7 22.060,00 17.720,00 22.060,00 22.450,00
8 22.060,00 17.720,00 22.060,00 22.450,00
9 22.810,00 18.490,00 22.810,00 23.210,00
10 22.810,00 18.490,00 22.810,00 23.210,00
11 22.810,00 18.490,00 22.810,00 23.210,00
12 23.560,00 19.200,00 23.560,00 24.210,00
13 23.560,00 19.200,00 23.560,00 24.210,00
14 23.560,00 19.200,00 23.560,00 24.210,00
15 24.310,00 20.220,00 24.310,00 25.210,00
16 24.310,00 20.220,00 24.310,00 25.210,00
17 24.310,00 20.220,00 24.310,00 25.210,00
18 25.010,00 21.290,00 25.010,00 26.160,00
19 25.010,00 21.290,00 25.010,00 26.160,00
20 25.010,00 21.290,00 25.010,00 26.160,00
21 25.760,00 22.310,00 25.760,00 27.210,00
22 25.760,00 22.310,00 25.760,00 27.210,00
23 25.760,00 22.310,00 25.760,00 27.210,00
24 26.560,00 23.310,00 26.560,00 28.210,00
25 26.560,00 23.310,00 26.560,00 28.210,00
26 26.560,00 23.310,00 26.560,00 28.210,00
27 27.560,00 24.310,00 27.560,00 29.210,00
28     
29     
30    


Code C212bis C311bis D112bis D113bis
Aantal
  frekwentie
  bedrag
1/1 x 510
  2/1 x 500
  2/3 x 750
  1/3 x 700
  1/3 x 750
  1/3 x 800
  1/3 x 750
  3/3 x 1.000
2/1 x 500
  1/1 x 550
  1/3 x 650
  2/3 x 600
  1/3 x 650
  1/3 x 600
  1/3 x 900
  1/3 x 850
  2/3 x 900
1/1 x 250
  1/1 x 260
  1/1 x 250
  1/3 x 510
  1/3 x 560
  4/3 x 410
  1/3 x 610
  1/3 x 620
1/1 x 250
  1/1 x 260
  1/1 x 300
  5/3 x 510
  1/3 x 460
  1/3 x 660
  1/3 x 620
Geldelijke
  anciënniteit
    
0 22.450,00 26.820,00 14.520,00 15.540,00
1 22.960,00 27.320,00 14.770,00 15.790,00
2 23.460,00 27.820,00 15.030,00 16.050,00
3 23.960,00 28.370,00 15.280,00 16.350,00
4 23.960,00 28.370,00 15.280,00 16.350,00
5 23.960,00 28.370,00 15.280,00 16.350,00
6 24.710,00 29.020,00 15.790,00 16.860,00
7 24.710,00 29.020,00 15.790,00 16.860,00
8 24.710,00 29.020,00 15.790,00 16.860,00
9 25.460,00 29.620,00 16.350,00 17.370,00
10 25.460,00 29.620,00 16.350,00 17.370,00
11 25.460,00 29.620,00 16.350,00 17.370,00
12 26.160,00 30.220,00 16.860,00 17.880,00
13 26.160,00 30.220,00 16.860,00 17.880,00
14 26.160,00 30.220,00 16.860,00 17.880,00
15 26.910,00 30.870,00 17.370,00 18.390,00
16 26.910,00 30.870,00 17.370,00 18.390,00
17 26.910,00 30.870,00 17.370,00 18.390,00
18 27.710,00 31.470,00 17.880,00 18.900,00
19 27.710,00 31.470,00 17.880,00 18.900,00
20 27.710,00 31.470,00 17.880,00 18.900,00
21 28.460,00 32.370,00 18.390,00 19.360,00
22 28.460,00 32.370,00 18.390,00 19.360,00
23 28.460,00 32.370,00 18.390,00 19.360,00
24 29.460,00 33.220,00 19.000,00 20.020,00
25 29.460,00 33.220,00 19.000,00 20.020,00
26 29.460,00 33.220,00 19.000,00 20.020,00
27 30.460,00 34.120,00 19.620,00 20.640,00
28 30.460,00 34.120,00   
29 30.460,00 34.120,00   
30 31.460,00 35.020,00  


CodeD211bisD212bisD221bisD222bis
Aantal
  frekwentie
  bedrag
1/1 x 260
  1/1 x 300
  1/1 x 260
  4/3 x 510
  1/3 x 610
  1/3 x 660
  1/3 x 620
  1/3 x 660
1/1 x 250
  1/1 x 260
  1/1 x 250
  6/3 x 510
  1/3 x 560
  1/3 x 460
  1/3 x 660
1/1 x 260
  1/1 x 250
  1/1 x 260
  6/3 x 510
  1/3 x 660
  1/3 x 610
1/1 x 250
  1/1 x 260
  1/1 x 250
  1/3 x 460
  3/3 x 510
  1/3 x 560
  2/3 x 510
  1/3 x 500
  1/3 x 600
Geldelijke
  anciënniteit
    
015.980,0017.310,0017.050,0018.230,00
116.240,0017.560,0017.310,0018.480,00
216.540,0017.820,0017.560,0018.740,00
316.800,0018.070,0017.820,0018.990,00
416.800,0018.070,0017.820,0018.990,00
516.800,0018.070,0017.820,0018.990,00
617.310,0018.580,0018.330,0019.450,00
717.310,0018.580,0018.330,0019.450,00
817.310,0018.580,0018.330,0019.450,00
917.820,0019.090,0018.840,0019.960,00
1017.820,0019.090,0018.840,0019.960,00
1117.820,0019.090,0018.840,0019.960,00
1218.330,0019.600,0019.350,0020.470,00
1318.330,0019.600,0019.350,0020.470,00
1418.330,0019.600,0019.350,0020.470,00
1518.840,0020.110,0019.860,0020.980,00
1618.840,0020.110,0019.860,0020.980,00
1718.840,0020.110,0019.860,0020.980,00
1819.450,0020.620,0020.370,0021.540,00
1919.450,0020.620,0020.370,0021.540,00
2019.450,0020.620,0020.370,0021.540,00
2120.110,0021.130,0020.880,0022.050,00
2220.110,0021.130,0020.880,0022.050,00
2320.110,0021.130,0020.880,0022.050,00
2420.730,0021.690,0021.540,0022.560,00
2520.730,0021.690,0021.540,0022.560,00
2620.730,0021.690,0021.540,0022.560,00
2721.390,0022.150,0022.150,0023.060,00
28 22.150,00 23.060,00
29 22.150,00 23.060,00
30 22.810,00 23.660,00


Art. N3. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-06-2024, p. 71468)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2024-04-19/48, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2024>



Art. N4.[1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-06-2024, p. 71468)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2024-04-19/48, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2024>