Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
29 NOVEMBER 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-02-2014 en tekstbijwerking tot 01-08-2019)
Titre
29 NOVEMBRE 2013. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-02-2014 et mise à jour au 01-08-2019)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par Ministre: le Ministre flamand ayant l'échange électronique de données administratives dans ses attributions.
Art. 2. § 1. Het coördinatiecomité, vermeld in artikel 20 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, bestaat uit effectieve leden en plaatsvervangende leden. Alle leden zijn deskundigen op het domein van elektronisch bestuurlijk gegevensverkeer.
§ 2. Het coördinatiecomité is samengesteld uit de volgende effectieve leden:
1° een stemgerechtigde vertegenwoordiger per beleidsdomein als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, op voorstel van de beleidsraden van de respectieve beleidsdomeinen. Op verzoek van de beleidsraden van de respectieve beleidsdomeinen kunnen ten hoogste twee vertegenwoordigers per beleidsdomein met raadgevende stem in het coördinatiecomité worden opgenomen;
2° drie stemgerechtigde vertegenwoordigers van de lokale en provinciale besturen, van wie één op voorstel van de Vereniging van de Vlaamse Provincies, één op voorstel van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en één op voorstel van de Vlaamse ICT Organisatie;
3° een stemgerechtigde vertegenwoordiger van het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen, vermeld in artikel 5, 15°, van het decreet van 7 mei 2004 houdende de oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen";
4° een stemgerechtigde vertegenwoordiger van de VDI;
5° een stemgerechtigde vertegenwoordiger van de minister, die het voorzitterschap van het coördinatiecomité waarneemt.
§ 3. Voor elke vertegenwoordiger, vermeld in paragraaf 2, 1° tot 4°, wordt in een plaatsvervangend lid voorzien, op voorstel van de instanties, vermeld in paragraaf 2, 1° tot 4°.
De plaatsvervanger van de voorzitter is een van de vertegenwoordigers, vermeld in paragraaf 2, 1° tot en met 3°, en wordt aangewezen door de minister.
§ 4. Het lidmaatschap van het coördinatiecomité is onverenigbaar met een mandaat in het Europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, de provincieraad, de gemeenteraad en de Raad voor Maatschappelijk Welzijn, met het ambt van minister, staatssecretaris, gouverneur, burgemeester en met het lidmaatschap van een bestendige deputatie, een schepencollege en een kabinet.
§ 5. Het secretariaat van het coördinatiecomité wordt verzorgd binnen de DAB Informatie Vlaanderen.
§ 6. De leden van het coördinatiecomité worden door de minister benoemd voor een termijn van vijf jaar.
De leden van het coördinatiecomité kunnen door de minister ontslagen worden op eigen verzoek of om ernstige redenen.
§ 2. Het coördinatiecomité is samengesteld uit de volgende effectieve leden:
1° een stemgerechtigde vertegenwoordiger per beleidsdomein als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, op voorstel van de beleidsraden van de respectieve beleidsdomeinen. Op verzoek van de beleidsraden van de respectieve beleidsdomeinen kunnen ten hoogste twee vertegenwoordigers per beleidsdomein met raadgevende stem in het coördinatiecomité worden opgenomen;
2° drie stemgerechtigde vertegenwoordigers van de lokale en provinciale besturen, van wie één op voorstel van de Vereniging van de Vlaamse Provincies, één op voorstel van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en één op voorstel van de Vlaamse ICT Organisatie;
3° een stemgerechtigde vertegenwoordiger van het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen, vermeld in artikel 5, 15°, van het decreet van 7 mei 2004 houdende de oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen";
4° een stemgerechtigde vertegenwoordiger van de VDI;
5° een stemgerechtigde vertegenwoordiger van de minister, die het voorzitterschap van het coördinatiecomité waarneemt.
§ 3. Voor elke vertegenwoordiger, vermeld in paragraaf 2, 1° tot 4°, wordt in een plaatsvervangend lid voorzien, op voorstel van de instanties, vermeld in paragraaf 2, 1° tot 4°.
De plaatsvervanger van de voorzitter is een van de vertegenwoordigers, vermeld in paragraaf 2, 1° tot en met 3°, en wordt aangewezen door de minister.
§ 4. Het lidmaatschap van het coördinatiecomité is onverenigbaar met een mandaat in het Europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, de provincieraad, de gemeenteraad en de Raad voor Maatschappelijk Welzijn, met het ambt van minister, staatssecretaris, gouverneur, burgemeester en met het lidmaatschap van een bestendige deputatie, een schepencollege en een kabinet.
§ 5. Het secretariaat van het coördinatiecomité wordt verzorgd binnen de DAB Informatie Vlaanderen.
§ 6. De leden van het coördinatiecomité worden door de minister benoemd voor een termijn van vijf jaar.
De leden van het coördinatiecomité kunnen door de minister ontslagen worden op eigen verzoek of om ernstige redenen.
Art. 2. § 1er. Le comité de coordination, visé à l'article 20 du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand, est composé de membres effectifs et de membres suppléants. Tous les membres sont des spécialistes dans le domaine de l'échange électronique de données administratives.
§ 2. Le comité de coordination est composé des membres effectifs suivants :
1° d'un représentant ayant droit au vote par domaine politique visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande, sur la proposition des conseils de gestion des domaines politiques respectifs. A la demande des conseils de gestion des domaines politiques respectifs, au maximum deux représentants ayant voix consultative par domaine politique peuvent être ajoutés au comité de coordination;
2° de trois représentants ayant droit de vote des pouvoirs locaux et provinciaux, dont un représentant sur la proposition de la " Vereniging van Vlaamse Provincies " (Association des Provinces flamandes), un représentant sur la proposition de la " Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten " (Association des Villes et Communes flamandes) et un représentant sur la proposition de la " Vlaamse ICT Organisatie ";
3° d'un représentant ayant droit de vote de l'" Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen ", visé à l'article 5, 15°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée externe de droit public " Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen ";
4° d'un représentant ayant droit de vote de l'ISF;
5° d'un représentant ayant droit de vote du Ministre, assurant la présidence du comité de coordination.
§ 3. Sur la proposition des instances, visées au paragraphe 2, 1° à 4°, un membre suppléant est prévu par représentant, visé au paragraphe 2, 1° à 4° ;
Le suppléant du président est un des représentants visés au paragraphe 2, 1° à 3°, et est désigné par le Ministre.
§ 4. L'affiliation du comité de coordination est incompatible avec un mandat au Parlement européen, à la Chambre des Députés, au Sénat, au Parlement flamand, au Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale, au conseil provincial, au conseil communal et au Conseil de l'Aide sociale, avec les fonctions de Ministre, de secrétaire d'Etat, de gouverneur, de bourgmestre et avec l'affiliation d'une députation permanente, d'un collège d'échevins et d'un cabinet.
§ 5. Le secrétariat du comité de coordination est pris en charge par le SGS " Informatie Vlaanderen ".
§ 6. Les membres du comité de coordination sont nommés par le Ministre pour une période de cinq ans.
Les membres du comité de coordination peuvent être licenciés par le Ministre, à leur propre demande ou pour des raisons graves.
§ 2. Le comité de coordination est composé des membres effectifs suivants :
1° d'un représentant ayant droit au vote par domaine politique visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande, sur la proposition des conseils de gestion des domaines politiques respectifs. A la demande des conseils de gestion des domaines politiques respectifs, au maximum deux représentants ayant voix consultative par domaine politique peuvent être ajoutés au comité de coordination;
2° de trois représentants ayant droit de vote des pouvoirs locaux et provinciaux, dont un représentant sur la proposition de la " Vereniging van Vlaamse Provincies " (Association des Provinces flamandes), un représentant sur la proposition de la " Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten " (Association des Villes et Communes flamandes) et un représentant sur la proposition de la " Vlaamse ICT Organisatie ";
3° d'un représentant ayant droit de vote de l'" Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen ", visé à l'article 5, 15°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée externe de droit public " Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen ";
4° d'un représentant ayant droit de vote de l'ISF;
5° d'un représentant ayant droit de vote du Ministre, assurant la présidence du comité de coordination.
§ 3. Sur la proposition des instances, visées au paragraphe 2, 1° à 4°, un membre suppléant est prévu par représentant, visé au paragraphe 2, 1° à 4° ;
Le suppléant du président est un des représentants visés au paragraphe 2, 1° à 3°, et est désigné par le Ministre.
§ 4. L'affiliation du comité de coordination est incompatible avec un mandat au Parlement européen, à la Chambre des Députés, au Sénat, au Parlement flamand, au Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale, au conseil provincial, au conseil communal et au Conseil de l'Aide sociale, avec les fonctions de Ministre, de secrétaire d'Etat, de gouverneur, de bourgmestre et avec l'affiliation d'une députation permanente, d'un collège d'échevins et d'un cabinet.
§ 5. Le secrétariat du comité de coordination est pris en charge par le SGS " Informatie Vlaanderen ".
§ 6. Les membres du comité de coordination sont nommés par le Ministre pour une période de cinq ans.
Les membres du comité de coordination peuvent être licenciés par le Ministre, à leur propre demande ou pour des raisons graves.
Art. 3. De bevoegdheden, vermeld in artikel 4, 8°, artikel 5, 4° en 5°, artikel 20, tweede lid, en artikel 21 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, omvatten zowel operationele als strategische aspecten met betrekking tot zowel het informatiebeleid als het ICT-beleid.
Ingevolge de bevoegdheden van het coördinatiecomité, vermeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot en met 6°, en het tweede en derde lid, van het voormelde decreet, maakt het coördinatiecomité strategische keuzes voor een gemeenschappelijk beleid over de aanmaak, het beheer, de uitwisseling, het gebruik en het hergebruik van de gegevens die de verschillende instanties nodig hebben voor de uitvoering van hun taken met het oog op de realisatie van een efficiënt en interoperabel gebruik van gegevens over de verschillende instanties heen.
Ingevolge de bevoegdheden van het coördinatiecomité, vermeld in artikel 4, 8°, en artikel 5, 4° en 5°, van het voormelde decreet, beraadslaagt het coördinatiecomité op strategisch niveau over alle relevante overkoepelende en entiteitsoverschrijdende aspecten van het inzetten van ICT-oplossingen, gebruikt binnen de dienstverleningsprocessen van de Vlaamse overheid. Inzonderheid maakt het coördinatiecomité strategische keuzes voor een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid, gemeenschappelijke ICT-standaarden en een gezamenlijk gebruik van infrastructuurdiensten en ICT-omgevingen.
Het coördinatiecomité onderzoekt over welke thema's inzake het informatie- en het ICT-beleid en onder welke voorwaarden het coördinatiecomité beslissingen kan nemen die voor alle entiteiten van de Vlaamse administratie, vermeld in artikel 1, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, bindend zijn. Het coördinatiecomité rapporteert op regelmatige basis over de vorderingen van dat onderzoek aan de minister. Het eindresultaat van het onderzoek wordt uiterlijk tegen het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Vlaamse Regering bezorgd.
Het coördinatiecomité organiseert op regelmatige tijdstippen een overleg met de verschillende belanghebbenden om de eenvormigheid in afspraken na te streven ter bevordering en bestendiging van de samenwerking tussen de verschillende instanties en externe overheden op het vlak van het informatie- en het ICT-beleid.
Het coördinatiecomité kan voor het vervullen van zijn taken een beroep doen op de medewerking van deskundigen.
Het coördinatiecomité rapporteert jaarlijks aan de minister over de realisering van zijn opdrachten.
Ingevolge de bevoegdheden van het coördinatiecomité, vermeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot en met 6°, en het tweede en derde lid, van het voormelde decreet, maakt het coördinatiecomité strategische keuzes voor een gemeenschappelijk beleid over de aanmaak, het beheer, de uitwisseling, het gebruik en het hergebruik van de gegevens die de verschillende instanties nodig hebben voor de uitvoering van hun taken met het oog op de realisatie van een efficiënt en interoperabel gebruik van gegevens over de verschillende instanties heen.
Ingevolge de bevoegdheden van het coördinatiecomité, vermeld in artikel 4, 8°, en artikel 5, 4° en 5°, van het voormelde decreet, beraadslaagt het coördinatiecomité op strategisch niveau over alle relevante overkoepelende en entiteitsoverschrijdende aspecten van het inzetten van ICT-oplossingen, gebruikt binnen de dienstverleningsprocessen van de Vlaamse overheid. Inzonderheid maakt het coördinatiecomité strategische keuzes voor een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid, gemeenschappelijke ICT-standaarden en een gezamenlijk gebruik van infrastructuurdiensten en ICT-omgevingen.
Het coördinatiecomité onderzoekt over welke thema's inzake het informatie- en het ICT-beleid en onder welke voorwaarden het coördinatiecomité beslissingen kan nemen die voor alle entiteiten van de Vlaamse administratie, vermeld in artikel 1, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, bindend zijn. Het coördinatiecomité rapporteert op regelmatige basis over de vorderingen van dat onderzoek aan de minister. Het eindresultaat van het onderzoek wordt uiterlijk tegen het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Vlaamse Regering bezorgd.
Het coördinatiecomité organiseert op regelmatige tijdstippen een overleg met de verschillende belanghebbenden om de eenvormigheid in afspraken na te streven ter bevordering en bestendiging van de samenwerking tussen de verschillende instanties en externe overheden op het vlak van het informatie- en het ICT-beleid.
Het coördinatiecomité kan voor het vervullen van zijn taken een beroep doen op de medewerking van deskundigen.
Het coördinatiecomité rapporteert jaarlijks aan de minister over de realisering van zijn opdrachten.
Art. 3. Les compétences, visées aux articles 4, 8°, 5, 4° et 5°, 20, deuxième alinéa, et 21 du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand, comprennent tant des aspects opérationnels que des aspects stratégiques relatifs à la politique d'information et la politique en matière de TIC.
Vu les compétences du comité de coordination, visées à l'article 21, premier alinéa, 4° à 6° inclus, et aux deuxième et troisième alinéas du décret précité, le comité de coordination fait des choix stratégiques pour une politique commune quant à l'élaboration, la gestion, l'échange, l'utilisation et la réutilisation des données dont les différentes instances ont besoin pour l'exécution de leurs tâches en vue de la réalisation d'une utilisation efficace et interopérable de données au-delà des différentes instances.
Vu les compétences du comité de coordination, visées à l'article 4, 8°, et à l'article 5, 4° et 5°, du décret précité, le comité de coordination délibère au niveau stratégique sur tous les aspects coordinateurs et dépassant les entités pertinents de l'adoption de solutions TIC, utilisées dans les processus de prestation de services de l'Autorité flamande. Le comité de coordination fait des choix stratégiques, notamment pour une politique de sécurité commune, des critères communs relatifs aux TIC et une utilisation commune des services d'infrastructure et des environnements TIC.
Le comité de coordination examine les thèmes relatifs à la politique en matière d'information et de TIC sur lesquels il peut prendre des décisions contraignantes pour toutes les entités de l'Administration flamande, visées à l'article 1er, 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande, ainsi que les conditions sous lesquelles il peut prendre lesdites décisions. Le comité de coordination fait régulièrement rapport au Ministre sur les progrès de cet examen. Le résultat final de l'examen est transmis au Gouvernement flamand au plus tard à la fin de la première année suivant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Le comité de coordination organise régulièrement une concertation avec les différents intéressés afin de poursuivre l'uniformité dans les accords dans le but de promouvoir et de maintenir la coopération entre les différentes instances et autorités externes dans le domaine de la politique en matière d'information et des TIC.
Pour l'accomplissement de ses tâches, le comité de coordination peut faire appel à la collaboration de spécialistes.
Le comité de coordination fait annuellement rapport au Ministre sur la réalisation de ses tâches.
Vu les compétences du comité de coordination, visées à l'article 21, premier alinéa, 4° à 6° inclus, et aux deuxième et troisième alinéas du décret précité, le comité de coordination fait des choix stratégiques pour une politique commune quant à l'élaboration, la gestion, l'échange, l'utilisation et la réutilisation des données dont les différentes instances ont besoin pour l'exécution de leurs tâches en vue de la réalisation d'une utilisation efficace et interopérable de données au-delà des différentes instances.
Vu les compétences du comité de coordination, visées à l'article 4, 8°, et à l'article 5, 4° et 5°, du décret précité, le comité de coordination délibère au niveau stratégique sur tous les aspects coordinateurs et dépassant les entités pertinents de l'adoption de solutions TIC, utilisées dans les processus de prestation de services de l'Autorité flamande. Le comité de coordination fait des choix stratégiques, notamment pour une politique de sécurité commune, des critères communs relatifs aux TIC et une utilisation commune des services d'infrastructure et des environnements TIC.
Le comité de coordination examine les thèmes relatifs à la politique en matière d'information et de TIC sur lesquels il peut prendre des décisions contraignantes pour toutes les entités de l'Administration flamande, visées à l'article 1er, 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande, ainsi que les conditions sous lesquelles il peut prendre lesdites décisions. Le comité de coordination fait régulièrement rapport au Ministre sur les progrès de cet examen. Le résultat final de l'examen est transmis au Gouvernement flamand au plus tard à la fin de la première année suivant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Le comité de coordination organise régulièrement une concertation avec les différents intéressés afin de poursuivre l'uniformité dans les accords dans le but de promouvoir et de maintenir la coopération entre les différentes instances et autorités externes dans le domaine de la politique en matière d'information et des TIC.
Pour l'accomplissement de ses tâches, le comité de coordination peut faire appel à la collaboration de spécialistes.
Le comité de coordination fait annuellement rapport au Ministre sur la réalisation de ses tâches.
Art. 4. In oorlogstijd en in omstandigheden die daarmee gelijkgesteld zijn krachtens artikel 7 van de wet van 12 mei 1927 op de militaire opeisingen of tijdens de bezetting van het grondgebied door de vijand, kan de minister de noodzaak van de verhindering van de toegang tot de gegevens en de gegevensbronnen bij de VDI of van de gehele of gedeeltelijke vernietiging van de gegevensbronnen, ter bespreking voorleggen aan [1 het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in [2 artikel III.74 van het bestuursdecreet van 7 december 2018]2]1.
De minister kan daartoe overgaan op eigen initiatief of op verzoek van de persoon die belast is met het dagelijks bestuur van de VDI.
[1 Het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in het eerste lid,]1 brengt, op eigen initiatief of op verzoek van de minister een gemotiveerd advies uit, dat minstens betrekking heeft op volgende aspecten:
1° het maken op elektronische dragers van minstens een kopie van het informatiesysteem en in het bijzonder van de persoons- en ondernemingsgegevens die door of voor rekening van de VDI en de instanties worden verwerkt;
2° de bezorging van elektronische dragers, vermeld in punt 1°, door de VDI en de instanties aan een door [1 het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in het eerste lid,]1te bepalen instantie, verantwoordelijk voor het in veiligheid stellen ervan;
3° de noodzaak van de verhindering van de toegang tot of de vernietiging van de gegevensbronnen waarin persoons- en ondernemingsgegevens worden bewaard door of voor rekening van de VDI en de instanties, volgens een methode die aangepast is aan het spoedeisende karakter van de situatie.
Als [1 het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in het eerste lid,]1 om advies wordt verzocht door de minister, brengt het zijn advies uiterlijk de eerstvolgende dag uit. Bij ontstentenis van een advies binnen die termijn maakt de minister de noodzaak van de verhindering van de toegang tot de gegevens en de gegevensbronnen onmiddellijk rechtstreeks bij de Vlaamse Regering aanhangig die vervolgens beslist over de noodzaak van de verhindering van de toegang tot de gegevens en de gegevensbronnen bij de VDI of van de gehele of gedeeltelijke vernietiging van de gegevensbronnen.
De minister kan daartoe overgaan op eigen initiatief of op verzoek van de persoon die belast is met het dagelijks bestuur van de VDI.
[1 Het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in het eerste lid,]1 brengt, op eigen initiatief of op verzoek van de minister een gemotiveerd advies uit, dat minstens betrekking heeft op volgende aspecten:
1° het maken op elektronische dragers van minstens een kopie van het informatiesysteem en in het bijzonder van de persoons- en ondernemingsgegevens die door of voor rekening van de VDI en de instanties worden verwerkt;
2° de bezorging van elektronische dragers, vermeld in punt 1°, door de VDI en de instanties aan een door [1 het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in het eerste lid,]1te bepalen instantie, verantwoordelijk voor het in veiligheid stellen ervan;
3° de noodzaak van de verhindering van de toegang tot of de vernietiging van de gegevensbronnen waarin persoons- en ondernemingsgegevens worden bewaard door of voor rekening van de VDI en de instanties, volgens een methode die aangepast is aan het spoedeisende karakter van de situatie.
Als [1 het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in het eerste lid,]1 om advies wordt verzocht door de minister, brengt het zijn advies uiterlijk de eerstvolgende dag uit. Bij ontstentenis van een advies binnen die termijn maakt de minister de noodzaak van de verhindering van de toegang tot de gegevens en de gegevensbronnen onmiddellijk rechtstreeks bij de Vlaamse Regering aanhangig die vervolgens beslist over de noodzaak van de verhindering van de toegang tot de gegevens en de gegevensbronnen bij de VDI of van de gehele of gedeeltelijke vernietiging van de gegevensbronnen.
Art. 4. En temps de guerre et dans des circonstances y assimilées en vertu de l'article 7 de la loi du 12 mai 1927 sur les réquisitions militaires ou pendant l'occupation du territoire par l'ennemi, le Ministre peut soumettre la nécessité de l'empêchement de l'accès aux données et aux sources de données auprès de l'ISF ou de la destruction, en tout ou en partie, des sources de données, aux délibérations [1 de l'organe de pilotage de la Politique flamande d'information et des TIC, visé à [2 l'article III.74 du décret de gouvernance du 7 décembre 2018]2]1.
Le Ministre peut y procéder de sa propre initiative ou à la demande de la personne chargée de la gestion journalière de l'ISF.
[1 L'organe de pilotage de la Politique flamande d'information et des TIC, visé à l'alinéa 1er, ]1 émet, de sa propre initiative ou à la demande du Ministre, un avis motivé se rapportant au moins aux aspects suivants :
1° la prise sur supports électroniques d'au moins une copie du système d'information et en particulier des données à caractère personnel et d'entreprise, traitées par ou pour compte de l'ISF et des instances;
2° la remise des supports électroniques, visés au point 1°, par l'ISF et les instances à une instance responsable de la mise en sécurité desdits supports, à définir par [1 l'organe de pilotage de la Politique flamande d'information et des TIC, visé à l'alinéa 1er, ]1;
3° la nécessité de l'empêchement de l'accès aux ou de la destruction des sources de données répertoriant des données à caractère personnel et d'entreprise par ou pour compte de l'ISF et des instances, selon une méthode adaptée à l'urgence de la situation.
Si le Ministre recherche l'avis [1 de l'organe de pilotage de la Politique flamande d'information et des TIC, visé à l'alinéa 1er,]1, celui-ci émet son avis au plus tard le jour suivant. A défaut d'un avis dans ce délai, le Ministre soumet la nécessité de l'empêchement de l'accès aux données et aux sources de données directement au Gouvernement flamand qui décide ensuite de la nécessité de l'empêchement de l'accès aux données et aux sources de données auprès de l'ISF ou de la destruction entière ou partielle des sources de données.
Le Ministre peut y procéder de sa propre initiative ou à la demande de la personne chargée de la gestion journalière de l'ISF.
[1 L'organe de pilotage de la Politique flamande d'information et des TIC, visé à l'alinéa 1er, ]1 émet, de sa propre initiative ou à la demande du Ministre, un avis motivé se rapportant au moins aux aspects suivants :
1° la prise sur supports électroniques d'au moins une copie du système d'information et en particulier des données à caractère personnel et d'entreprise, traitées par ou pour compte de l'ISF et des instances;
2° la remise des supports électroniques, visés au point 1°, par l'ISF et les instances à une instance responsable de la mise en sécurité desdits supports, à définir par [1 l'organe de pilotage de la Politique flamande d'information et des TIC, visé à l'alinéa 1er, ]1;
3° la nécessité de l'empêchement de l'accès aux ou de la destruction des sources de données répertoriant des données à caractère personnel et d'entreprise par ou pour compte de l'ISF et des instances, selon une méthode adaptée à l'urgence de la situation.
Si le Ministre recherche l'avis [1 de l'organe de pilotage de la Politique flamande d'information et des TIC, visé à l'alinéa 1er,]1, celui-ci émet son avis au plus tard le jour suivant. A défaut d'un avis dans ce délai, le Ministre soumet la nécessité de l'empêchement de l'accès aux données et aux sources de données directement au Gouvernement flamand qui décide ensuite de la nécessité de l'empêchement de l'accès aux données et aux sources de données auprès de l'ISF ou de la destruction entière ou partielle des sources de données.
Art. 5. § 1. De minister bezorgt de beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 4, derde lid, via de bestaande informatiekanalen aan de personen, belast met het dagelijks bestuur van de VDI en de instanties die persoons- en ondernemingsgegevens verwerken. Die personen staan in voor het uitvoeren van de beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 4, derde lid.
§ 2. Als het beheer van de gegevensbronnen en de persoons- en ondernemingsgegevens die erin worden bewaard, wordt toevertrouwd aan een persoon die diensten in onderaanneming uitvoert, worden tussen de partijen van de aannemingsovereenkomst duidelijke en schriftelijk vastgelegde afspraken gemaakt over de uitvoering van de bepalingen van dit besluit.
Het bestaan van een aannemingsovereenkomst doet in geen geval afbreuk aan de verplichtingen die met toepassing van paragraaf 1 worden opgelegd aan de personen die belast zijn met het dagelijks bestuur van de VDI en aan de instanties.
§ 3. Als de beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 4, derde lid, geen uitsluitsel geeft, mogen de personen die belast zijn met het dagelijks bestuur van de VDI, en de instanties die persoons- en ondernemingsgegevens verwerken, de maatregelen nemen die, gelet op de omstandigheden, noodzakelijk zijn om de uitvoering van de vermelde verplichtingen te verzekeren.
In geval van vernietiging moeten de persoons- en ondernemingsgegevens volledig onbruikbaar worden gemaakt.
§ 2. Als het beheer van de gegevensbronnen en de persoons- en ondernemingsgegevens die erin worden bewaard, wordt toevertrouwd aan een persoon die diensten in onderaanneming uitvoert, worden tussen de partijen van de aannemingsovereenkomst duidelijke en schriftelijk vastgelegde afspraken gemaakt over de uitvoering van de bepalingen van dit besluit.
Het bestaan van een aannemingsovereenkomst doet in geen geval afbreuk aan de verplichtingen die met toepassing van paragraaf 1 worden opgelegd aan de personen die belast zijn met het dagelijks bestuur van de VDI en aan de instanties.
§ 3. Als de beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 4, derde lid, geen uitsluitsel geeft, mogen de personen die belast zijn met het dagelijks bestuur van de VDI, en de instanties die persoons- en ondernemingsgegevens verwerken, de maatregelen nemen die, gelet op de omstandigheden, noodzakelijk zijn om de uitvoering van de vermelde verplichtingen te verzekeren.
In geval van vernietiging moeten de persoons- en ondernemingsgegevens volledig onbruikbaar worden gemaakt.
Art. 5. § 1er. Le Ministre transmet la décision du Gouvernement flamand, visé à l'article 4, troisième alinéa, par le biais des canaux d'information existants aux personnes chargées de la gestion journalière de l'ISF et aux instances traitant les données à caractère personnel et d'entreprise. Ces personnes sont responsables de l'exécution de la décision du Gouvernement flamand, visé à l'article 4, troisième alinéa.
§ 2. Si la gestion des sources de données et des données à caractère personnel et d'entreprise qui y sont répertoriées, est confiée à une personne effectuant des services en sous-traitance, des accords clairs et fixés par écrit sur l'exécution des dispositions du présent arrêté, sont conclus entre les parties du contrat d'entreprise.
L'existence d'un contrat d'entreprise ne porte en aucun cas préjudice aux obligations imposées en application du paragraphe 1er aux personnes chargées de la gestion journalière de l'ISF et aux instances.
§ 3. Si la décision du Gouvernement flamand, visée à l'article 4, troisième alinéa, n'est pas définitive, les personnes chargées de la gestion journalière de l'ISF et les instances traitant des données à caractère personnel et d'entreprise peuvent prendre les mesures qui, selon les circonstances, sont nécessaires pour assurer l'exécution des obligations visées.
En cas de destruction, les données à caractère personnel et d'entreprise doivent être rendues complètement inutilisables.
§ 2. Si la gestion des sources de données et des données à caractère personnel et d'entreprise qui y sont répertoriées, est confiée à une personne effectuant des services en sous-traitance, des accords clairs et fixés par écrit sur l'exécution des dispositions du présent arrêté, sont conclus entre les parties du contrat d'entreprise.
L'existence d'un contrat d'entreprise ne porte en aucun cas préjudice aux obligations imposées en application du paragraphe 1er aux personnes chargées de la gestion journalière de l'ISF et aux instances.
§ 3. Si la décision du Gouvernement flamand, visée à l'article 4, troisième alinéa, n'est pas définitive, les personnes chargées de la gestion journalière de l'ISF et les instances traitant des données à caractère personnel et d'entreprise peuvent prendre les mesures qui, selon les circonstances, sont nécessaires pour assurer l'exécution des obligations visées.
En cas de destruction, les données à caractère personnel et d'entreprise doivent être rendues complètement inutilisables.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot vaststelling van de regels voor het beheer van de DAB ICT en tot regeling van de bevoegdheden van en de delegatie aan de ICT-manager
Section 1re. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 fixant les règles pour la gestion du SGS TIC et réglant les compétences du manager TIC et la délégation au manager TIC
Art. 6. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot vaststelling van de regels voor het beheer van de DAB ICT en tot regeling van de bevoegdheden van en de delegatie aan de ICT-manager worden de woorden "DAB ICT" vervangen door de woorden "DAB Informatie Vlaanderen".
Art. 6. Dans l'intitulé de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 fixant les règles pour la gestion du SGS TIC et réglant les compétences du manager TIC et la délégation au manager TIC, les mots " SGS TIC " sont remplacés par les mots " SGS " Informatie Vlaanderen " ".
Art. 7. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden de woorden "Dienst met Afzonderlijk Beheer ICT" vervangen door de woorden "Dienst met Afzonderlijk Beheer Informatie Vlaanderen", worden de woorden "DAB ICT" vervangen door de woorden "DAB Informatie Vlaanderen" en wordt het woord "ICT-Beleid" vervangen door de woorden "E-government en ICT-beheer".
Art. 7. Dans l'article 1er du même arrêté, les mots " Service à Gestion séparée TIC " sont remplacés par les mots " Service à Gestion séparée " Informatie Vlaanderen " ", les mots " SGS TIC " sont remplacés par les mots " SGS " Informatie Vlaanderen " ", et les mots " Gestion TIC " sont remplacés par les mots " E-government en ICT-beheer " (E-gouvernement et Gestion TIC).
Art. 8. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de woorden "DAB ICT" vervangen door de woorden "DAB Informatie Vlaanderen" en wordt het woord "ICT-Beleid" vervangen door de woorden "E-government en ICT-beheer".
Art. 8. Dans l'article 2 du même arrêté, les mots " SGS TIC " sont remplacés par les mots " SGS " Informatie Vlaanderen " " et les mots " Politique TIC " sont remplacés par les mots " E-government en ICT-beheer ".
Art. 9. In artikel 3 van hetzelfde besluit wordt het woord "ICT-Beleid" telkens vervangen door de woorden "E-government en ICT-beheer".
Art. 9. Dans l'article 3 du même arrêté, les mots " Politique TIC " sont chaque fois remplacés par les mots " E-government en ICT-beheer ".
Art. 10. In het opschrift van hoofdstuk II van hetzelfde besluit worden de woorden "DAB ICT" vervangen door de woorden "DAB Informatie Vlaanderen" en wordt het woord "ICT-Beleid" vervangen door de woorden "E-government en ICT-beheer".
Art. 10. Dans l'intitulé du chapitre II du même arrêté, les mots " SGS TIC " sont remplacés par les mots " SGS " Informatie Vlaanderen " " et les mots " Politique TIC " sont remplacés par les mots " E-government en ICT-beheer ".
Art. 11. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de woorden "DAB ICT" telkens vervangen door de woorden "DAB Informatie Vlaanderen" en wordt het woord "ICT-beleid" vervangen door de woorden "E-government en ICT-beheer".
Art. 11. Dans l'article 4 du même arrêté, les mots " SGS TIC " sont chaque fois remplacés par les mots " SGS " Informatie Vlaanderen " " et les mots " Politique TIC " sont remplacés par les mots " E-government en ICT-beheer ".
Art. 12. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de woorden "DAB ICT" vervangen door de woorden "DAB Informatie Vlaanderen" en wordt het woord "ICT-Beleid" telkens vervangen door de woorden "E-government en ICT-beheer".
Art. 12. Dans l'article 5 du même arrêté, les mots " SGS TIC " sont remplacés par les mots " SGS " Informatie Vlaanderen " " et les mots " Politique TIC " sont chaque fois remplacés par les mots " E-government en ICT-beheer ".
Art. 13. In artikel 6, § 1 en § 3, van hetzelfde besluit wordt het woord "ICT-beleid" telkens vervangen door de woorden "E-government en ICT-beheer".
Art. 13. Dans l'article 6, §§ 1er et 3, du même arrêté, les mots " Politique TIC " sont chaque fois remplacés par les mots " E-government en ICT-beheer ".
Art. 14. In artikel 10, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden "DAB ICT" telkens vervangen door de woorden "DAB Informatie Vlaanderen".
Art. 14. Dans l'article 10, § 2, du même arrêté, les mots " SGS TIC " sont chaque fois remplacés par les mots " SGS " Informatie Vlaanderen " ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 houdende de uitvoering van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer
Section 2. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mai 2009 portant exécution du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives
Art. 15. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 houdende de uitvoering van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° coördinatiecomité: het coördinatiecomité, vermeld in artikel 20 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator;"
"3° coördinatiecomité: het coördinatiecomité, vermeld in artikel 20 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator;"
Art. 15. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mai 2009 portant exécution du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° comité de coordination : le comité de coordination, visé à l'article 20 du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand; "
" 3° comité de coordination : le comité de coordination, visé à l'article 20 du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand; "
Art. 16. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden punt 6° en punt 7° opgeheven.
Art. 16. A l'article 1er du même arrêté, les points 6° et 7° sont abrogés.
Art. 17. In artikel 2, § 1, eerste en derde lid, en artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "MAGDA-samenwerkingsverband" vervangen door het woord "coördinatiecomité".
Art. 17. Dans l'article 2, § 1er, premier et troisième alinéas, et l'article 4, premier alinéa, du même arrêté, les mots " partenariat MAGDA " sont remplacés par les mots " comité de coordination ".
Art. 18. In hetzelfde besluit worden hoofdstuk IV, dat bestaat uit artikel 6 en 7, hoofdstuk V, dat bestaat uit artikel 8, en hoofdstuk VI, dat bestaat uit artikel 9, opgeheven.
Art. 18. Dans le même arrêté, le chapitre IV, comprenant les articles 6 et 7, le chapitre V, comprenant l'article 8, et le chapitre VI, comprenant l'article 9, sont abrogés.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 19. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 19. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 20. De Vlaamse minister, bevoegd voor het elektronische bestuurlijk gegevensverkeer, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Le Ministre flamand ayant l'échange électronique de données administratives dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.