Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 MEI 2014. - Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu alsook andere wetgevingen inzake milieu, en tot instelling van een Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid
Titre
8 MAI 2014. - Ordonnance modifiant l'ordonnance du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation, la poursuite et la répression des infractions en matière d'environnement, d'autres législations en matière d'environnement et instituant un Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale
Documentinformatie
Info du document
Tekst (185)
Texte (185)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de ordonnantie van 25 maart 1999betreffende de opsporing, de vaststelling,de vervolging en de bestraffing vanmisdrijven inzake leefmilieu
CHAPITRE 2. - Modification de l'ordonnance du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation,la poursuite et la répression des infractionsen matière d'environnement
Art.2. Het opschrift van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu wordt vervangen door hetgeen volgt :
  " Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.2. L'intitulé de l'ordonnance du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation, la poursuite et la répression des infractions en matière d'environnement est remplacé comme suit :
  " Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.3. In dezelfde ordonnantie worden de woorden " Hoofdstuk I. " vervangen door de woorden " Titel I. ".
Art.3. Dans la même ordonnance, les mots " Chapitre I. " sont remplacés par les mots " Titre I. ".
Art.4. In artikel 1 van dezelfde ordonnantie worden de woorden " Deze ordonnantie " vervangen door de woorden " Dit Wetboek ".
Art.4. Dans l'article 1er de la même ordonnance, les mots " La présente ordonnance " sont remplacés par les mots " Le présent Code ".
Art.5. In dezelfde ordonnantie, wordt artikel 2, laatstelijk gewijzigd bij de ordonnantie van 20 juni 2013, vervangen door hetgeen volgt :
  " Art. 2. § 1. Dit Wetboek regelt de milieuaansprakelijkheid alsook de inspectie, de preventie, de vaststelling en de bestraffing van de misdrijven, enerzijds van de miskenning van de hiernavolgende bepalingen van de verordeningen van de Europese Unie, en anderzijds, van de misdrijven voorzien in het onderhavige Wetboek en in de volgende wetten en ordonnanties en hun uitvoeringsbesluiten :
  1° de wetten en ordonnanties die voorzien in hun onderwerping aan dit wetboek en die niet onder punt 2° worden bedoeld, alsook hun uitvoeringsbesluiten;
  2° de volgende wetten en ordonnanties, alsook hun uitvoeringsbesluiten :
  - het Boswetboek;
  - het Veldwetboek;
  - de wet van 28 december 1931 op de bescherming van aan particulieren behorende bossen en wouden;
  - de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van het grondwater;
  - de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen de verontreiniging;
  - de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren;
  - de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;
  - de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen de geluidshinder in een stedelijke omgeving;
  - de ordonnantie van 22 april 1999 betreffende het voorkomen en het beheer van afval van producten in papier en/of karton;
  - de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomsten;
  - de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid;
  - de ordonnantie van 1 maart 2007 betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van niet-ioniserende stralingen;
  - de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems;
  - de ordonnantie van 9 december 2010 betreffende de toepasselijke sancties in het geval van niet-naleving van de Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en van de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH);
  - de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud;
  - het Brusselse Wetboek van lucht, klimaat en energiebeheersing van 2 mei 2013;
  - de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;
  - de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  3° de volgende bepalingen :
  - Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer;
  - artikel 3, §§ 1 en 2, artikel 5, §§ 1 en 2 en artikel 7, §§ 1 tot en met 4, a), van de Verordening (EEG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en van de Raad van 29 april 2004 betreffende permanente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EG;
  - artikel 3, §§ 1 tot en met 6, artikel 4, artikel 5, § 3, artikel 6, § 1, en artikel 8 van Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen;
  - Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, in het gewestelijke bevoegdheidsgebied;
  - Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie;
  - Verordening (EG) nr. 1418/2007 van de Commissie van 29 november 2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde in bijlage III of III A bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad genoemde afvalstoffen naar bepaalde landen waarop het OESO-besluit betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is, in het gewestelijke bevoegdheidsgebied;
  - artikelen 4, 5, 6, § 2, artikelen 7, 8, §§ 1 tot en met 3, artikel 10, § 1, § 3, eerste lid, §§ 4 en 5, artikel 11, §§ 1 tot en met 7, artikel 12, §§ 1 tot en met 3, artikel 13, §§ 1 tot en met 3, artikel 22, §§ 1, 2, 4, artikel 23, §§ 1, 2, 3, 5 en 6, en artikel 24, § 1, van Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en van de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen en artikel 17 van deze Verordening;
  - artikel 41 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009, tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002.
  § 2. De Regering vult de in punt 3° bedoelde lijst aan met de rechtstreeks toepasselijke bepalingen van de verordeningen van de Europese Unie, die na de inwerkingtreding van huidig lid werden aangenomen of in werking zijn getreden, en waarvan de uitvoering behoort tot de bevoegdheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedoeld onder artikelen 6, § 1, II, eerste lid, III, 2° tot en met 10°, VII, eerste lid, h, en XI, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen, krachtens artikel 4 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, in de mate waarin hun naleving niet reeds door een andere wetgeving wordt geregeld. ".
Art.5. Dans la même ordonnance, l'article 2, modifié en dernier lieu par l'ordonnance du 20 juin 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2. § 1er. Le présent Code régit la responsabilité environnementale ainsi que l'inspection, la prévention, la constatation et la répression, d'une part, de la violation des dispositions suivantes des règlements de l'Union européenne, et d'autre part, des infractions prévues dans le présent Code et dans les lois et ordonnances suivantes et leurs arrêtés d'exécution :
  1° les lois et ordonnances prévoyant leur soumission au présent Code et qui ne sont pas visées au point 2°, ainsi que leurs arrêtés d'exécution;
  2° les lois et ordonnances suivantes, ainsi que leurs arrêtés d'exécution :
  - le Code forestier;
  - le Code rural;
  - la loi du 28 décembre 1931 relative à la protection des bois et forêts appartenant à des particuliers;
  - la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux souterraines;
  - la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution;
  - la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux;
  - l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement;
  - l'ordonnance du 17 juillet 1997 relative à la lutte contre le bruit en milieu urbain;
  - l'ordonnance du 22 avril 1999 relative à la prévention et à la gestion des déchets des produits en papier et/ou carton;
  - l'ordonnance du 29 avril 2004 relative aux conventions environnementales;
  - l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau;
  - l'ordonnance du 1er mars 2007 relative à la protection de l'environnement contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les radiations non ionisantes;
  - l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués;
  - l'ordonnance du 9 décembre 2010 relative aux sanctions applicables en cas de violation du Règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH);
  - l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature;
  - le Code bruxellois de l'air, du climat et de la maîtrise de l'énergie du 2 mai 2013;
  - l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets;
  - l'ordonnance du 20 juin 2013 relative à une utilisation des pesticides compatible avec le développement durable en Région de Bruxelles-Capitale;
  3° les dispositions suivantes :
  - le Règlement (CE) n° 338/97 du Conseil du 9 décembre 1996 relatif à la protection des espèces de faune et de flore sauvages par le contrôle de leur commerce;
  - l'article 3, §§ 1er et 2, l'article 5, §§ 1er et 2 et l'article 7, §§ 1er à 4, a), du Règlement (CEE) n° 850/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 concernant les polluants organiques persistants et modifiant la Directive 79/117/CE;
  - l'article 3, §§ 1er à 6, l'article 4, l'article 5, § 3, l'article 6, § 1er, et l'article 8 du Règlement (CE) n° 842/2006 du Parlement européen et du Conseil du 17 mai 2006 relatif à certains gaz à effet de serre fluorés;
  - le Règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, dans le champ des compétences régionales;
  - le Règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une Agence européenne des produits chimiques, modifiant la Directive 1999/45/CE et abrogeant le Règlement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le Règlement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la Directive 76/769/CEE du Conseil et les Directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission;
  - le Règlement (CE) n° 1418/2007 de la Commission du 29 novembre 2007 concernant l'exportation de certains déchets destinés à être valorisés, énumérés à l'annexe III ou IIIA du Règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil, vers certains pays auxquels la décision de l'OCDE sur le contrôle des mouvements transfrontières de déchets ne s'applique pas, dans le champ des compétences régionales;
  - les articles 4, 5, 6, § 2, les articles 7, 8, §§ 1er à 3, l'article 10, § 1er, § 3, alinéa 1er, §§ 4 et 5, l'article 11, §§ 1er à 7, l'article 12, §§ 1er à 3, l'article 13, §§ 1er à 3, l'article 22, §§ 1er, 2, 4, l'article 23, §§ 1er, 2, 3, 5 et 6, et l'article 24, § 1er, du Règlement (CE) n° 1005/2009 du Parlement européen et du Conseil du 16 septembre 2009 relatif à des substances qui appauvrissent la couche d'ozone et l'article 17 de ce Règlement;
  - l'article 41 du Règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le Règlement (CE) n° 1774/2002.
  § 2. Le Gouvernement complète la liste visée au point 3° par les dispositions directement applicables des règlements de l'Union européenne adoptés ou entrant en vigueur postérieurement à l'entrée en vigueur du présent alinéa et dont la mise en oeuvre relève des compétences de la Région de Bruxelles-Capitale visées aux articles 6, § 1er, II, alinéa 1er, III, 2° à 10°, VII, alinéa 1er, h, et XI, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles en vertu de l'article 4 de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux institutions bruxelloises, dans la mesure où le contrôle de leur respect n'est pas déjà régi par une autre législation. ".
Art.6. § 1. In dezelfde ordonnantie wordt artikel 3, gewijzigd bij de ordonnantie van 28 juni 2001 en bij de ordonnantie van 9 december 2010, vervangen door hetgeen volgt :
  " Art. 3. § 1. In de zin van onderhavig Wetboek wordt begrepen onder :
  1° misdrijf : elke overtreding of elk wanbedrijf bepaald door of krachtens een verordening van de Europese Unie, een wet, een ordonnantie bedoeld in artikel 2 van dit Wetboek of bepaald door of krachtens dit Wetboek;
  2° Instituut : het Brussels Instituut voor Milieubeheer;
  3° GAN : het Gewestelijk Agentschap voor Netheid;
  4° Ministerie : het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  5° Milieucollege : het college bedoeld in artikel 79 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;
  6° inrichting : elke inrichting in de zin van artikel 3, 1°, van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;
  7° personeelsleden : personeelsleden van het Instituut en/of van een gemeente, en/of van het GAN en/of van het bevoegde bestuur van het Ministerie;
  8° met het toezicht belaste personeelsleden : statutaire of contractuele personeelsleden van het Instituut en/of van een gemeente, en/of van het GAN en/of van het bevoegde bestuur van het Ministerie, belast met het toezicht op de naleving van de verordeningen van de Europese Unie, de wetten en/of in artikel 2 bedoelde ordonnanties, en van dit Wetboek, en met de vaststelling van de misdrijven daarop vast te stellen;
  9° deskundige : derde die waarborgen biedt inzake onafhankelijkheid en bekwaamheid, op wie de met het toezicht belaste personeelsleden beroep kunnen doen in het kader van hun inspectieopdracht;
  10° erkend laboratorium : laboratorium dat een erkenning heeft bekomen overeenkomstig de door de Regering vastgelegde voorwaarden en procedure;
  11° inspectie : opdracht van toezicht, controle en onderzoek, die aan de met het toezicht belaste personeelsleden wordt toevertrouwd;
  12° inspectieprogramma : jaarlijks door het Instituut vastgelegd en door de Regering goedgekeurd programma, dat minimale criteria voor inspectie bevat, zoals vastgelegd door de Aanbeveling van het Europese Parlement en de Raad nr. 2001/331/EG van 4 april 2001 betreffende minimumcriteria voor milieu-inspecties in de Lidstaten, zonder het kader te vormen voor de toekenning van vergunningen voor projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben;
  13° de leidend ambtenaar van het GAN : de directeur-generaal van het GAN;
  14° verordening van de Europese Unie : elke verordening van de Europese Unie, van de Europese Gemeenschap of van de Economische Europese Gemeenschap;
  15° handeling van administratief onderzoek : iedere handeling, verricht door een administratieve overheid of een personeelslid gemachtigd om een misdrijf vast te stellen of om de procedure in te leiden die bestemd is voor het inzamelen van bewijselementen, voor de vaststelling van een misdrijf, of om de zaak in staat te stellen teneinde door de administratieve overheid beslecht te worden;
  16° handeling van administratieve sanctie : elke handeling die een alternatieve administratieve geldboete uitspreekt en die wordt opgelegd door de in eerste aanleg bevoegde instantie;
  17° werkdag : elke dag die noch een zaterdag, noch een zondag, noch een wettelijke feestdag is;
  18° verontreiniging : de door de mens veroorzaakte aanwezigheid van elementen, substanties of energievormen zoals warmte, stralingen, licht, geluid of andere trillingen in de atmosfeer, de bodem of het water, die de mens of het leefmilieu op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig beïnvloedt of kan beïnvloeden;
  19° audiovisueel apparaat : elk vast observatiesysteem dat tot doel heeft de naleving van de bepalingen bedoeld in artikel 2 en de bepalingen van dit wetboek na te gaan, de misdrijven op deze bepalingen te voorkomen en/of vast te stellen en/of de daders van deze misdrijven op te sporen;
  20° niet-besloten plaats : elke plaats die niet door een omheining is afgebakend en vrij toegankelijk is voor het publiek;
  21° voor het publiek toegankelijke besloten plaats : elk besloten gebouw of elke besloten plaats bestemd voor het gebruik door het publiek waar diensten aan het publiek kunnen worden verstrekt;
  22° niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats : elk besloten gebouw of elke besloten plaats die uitsluitend bestemd is voor het gebruik door de gewoonlijke gebruikers;
  23° verantwoordelijke voor de verwerking : het Instituut, vertegenwoordigd door zijn leidend ambtenaar, het GAN, vertegenwoordigd door zijn leidend ambtenaar, de gemeente of de Regering, naargelang de overheid waaronder de doeleinden en de modaliteiten van de verwerking van de opgeslagen persoonsgegevens zijn bepaald.
  § 2. 1° Voor de toepassing van huidige bepaling en van de hiernavolgende bepalingen wordt verstaan onder :
  a) de leidend ambtenaar van het Instituut : de directeur-generaal van het Instituut, in voorkomend geval vervangen in de uitoefening van zijn bevoegdheden overeenkomstig 3° ;
  b) de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut : de adjunct-directeur-generaal van het Instituut, in voorkomend geval vervangen in de uitoefening van zijn bevoegdheden overeenkomstig 3°, b) en c) en 5°, b).
  2° De bevoegdheden die in de hiernavolgende bepalingen worden toevertrouwd aan het Instituut, worden uitgeoefend door de leidend ambtenaar van het Instituut.
  3° Met uitzondering van de bevoegdheid om de met het toezicht belaste personeelsleden van het Instituut aan te duiden, worden de bevoegdheden, toegewezen aan de leidend ambtenaar van het Instituut, als volgt uitgeoefend :
  a) in geval van afwezigheid, verlof of verhindering van de leidend ambtenaar van het Instituut, door de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut;
  b) in geval van afwezigheid, verlof of verhindering van de leidend ambtenaar van het Instituut en van de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut, door de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft;
  c) in geval van afwezigheid, verlof of verhindering van de leidend ambtenaar van het Instituut, van de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut en van de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft, door een andere aangewezen directeur-hoofd van de dienst aangewezen door één van deze drie ambtenaren.
  4° De Regering legt de gevallen vast waarin de bevoegdheden van de leidend ambtenaar van het Instituut, voorzien door de hierna volgende bepalingen, en onder voorbehoud van toepassing van 6°, zullen worden uitgeoefend door de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft.
  5° De bevoegdheden die aan de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft, worden toegewezen overeenkomstig 4° en 7°, worden als volgt uitgeoefend :
  a) in geval van afwezigheid, verlof of verhindering van de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft, door de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut;
  b) in geval van afwezigheid, verlof of verhindering van de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft, en van de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut, door de leidend ambtenaar van het Instituut.
  6° De leidend ambtenaar van het Instituut kan zich in de plaats stellen van de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft in de uitoefening van de bevoegdheden vastgesteld krachtens 4°.
  7° De leidend ambtenaar van het Instituut is bevoegd om bepaalde bevoegdheden die door de hiernavolgende bepalingen worden toegekend aan het Instituut, te delegeren aan de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft. ".
Art.6. § 1er. Dans la même ordonnance, l'article 3, modifié par l'ordonnance du 28 juin 2001 et par l'ordonnance du 9 décembre 2010, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3. § 1er. Au sens du présent Code, on entend par :
  1° infraction : toute contravention ou tout délit défini par ou en vertu d'un règlement de l'Union européenne, d'une loi, d'une ordonnance visé à l'article 2 du présent Code ou défini par ou en vertu du présent Code;
  2° Institut : l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement;
  3° ARP : l'Agence régionale pour la propreté;
  4° Ministère : le Ministère de la Région de Bruxelles-Capitale;
  5° Collège d'environnement : le Collège visé à l'article 79 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement;
  6° installation : toute installation au sens de l'article 3, 1°, de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement;
  7° agents : agents de l'Institut et/ou d'une administration communale, et/ou de l'ARP et/ou de l'administration compétente du Ministère;
  8° agents chargés de la surveillance : agents statutaires ou contractuels de l'Institut et/ou d'une administration communale et/ou de l'ARP et/ou de l'administration compétente du Ministère chargés de contrôler le respect de règlements de l'Union européenne, de lois et/ou d'ordonnances visés à l'article 2, et du présent Code, et de constater les infractions à ceux-ci;
  9° expert : tiers offrant des garanties d'indépendance et de compétence auxquels les agents chargés de la surveillance peuvent faire appel dans le cadre de leur mission d'inspection;
  10° laboratoire agréé : laboratoire ayant obtenu l'agrément conformément aux conditions et à la procédure fixées par le Gouvernement;
  11° inspection : mission de surveillance, de contrôle et d'investigation dévolue aux agents chargés de la surveillance;
  12° programme d'inspection : programme annuel établi par l'Institut et approuvé par le Gouvernement intégrant les critères minimaux d'inspection tels que fixés par la Recommandation n° 2001/331/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 avril 2001 prévoyant des critères minimaux applicables aux inspections environnementales dans les Etats membres, sans définir le cadre dans lequel la mise en oeuvre de projets susceptibles d'avoir des incidences notables sur l'environnement peut être autorisée;
  13° le fonctionnaire dirigeant de l'ARP : le directeur général de l'ARP;
  14° règlement de l'Union européenne : tout règlement de l'Union européenne, de la Communauté européenne ou de la Communauté économique européenne;
  15° acte d'instruction administrative : tout acte, exercé par une autorité administrative ou un agent habilités à constater l'infraction ou à instruire la procédure, qui est destiné à recueillir des preuves, à constater une infraction ou à mettre l'affaire en état d'être tranchée par l'autorité administrative;
  16° acte de répression administrative : tout acte prononçant une amende administrative alternative et qui est émis par l'autorité compétente en premier ressort;
  17° jour ouvrable : chaque jour qui n'est ni un samedi, ni un dimanche, ni un jour férié légal;
  18° pollution : la présence d'éléments, de substances ou de formes d'énergie telles que la chaleur, les radiations, la lumière, le bruit ou d'autres vibrations causée par l'homme dans l'atmosphère, le sol ou l'eau, qui peut affecter négativement l'homme ou l'environnement de façon directe ou indirecte;
  19° appareil audiovisuel : tout système d'observation fixe dont le but est de contrôler le respect des dispositions visées à l'article 2 et des dispositions du présent Code, de prévenir et/ou de constater les faits constitutifs d'une infraction à ces dispositions et/ou de rechercher les auteurs de ces infractions;
  20° lieu ouvert : tout lieu non délimité par une enceinte et accessible librement au public;
  21° lieu fermé accessible au public : tout bâtiment ou lieu fermé destiné à l'usage du public, où des services peuvent lui être fournis;
  22° lieu fermé non accessible au public : tout bâtiment ou lieu fermé destiné uniquement à l'usage des utilisateurs habituels;
  23° responsable du traitement : selon l'autorité sous laquelle sont déterminées les finalités et les modalités de traitement des données à caractère personnel enregistrées, l'Institut, représenté par son fonctionnaire dirigeant, l'ARP, représentée par son fonctionnaire dirigeant, la commune ou le Gouvernement.
  § 2. 1° Pour l'application de la présente disposition et des dispositions qui suivent, on entend par :
  a) le fonctionnaire dirigeant de l'Institut : le directeur général de l'Institut, remplacé le cas échéant dans l'exercice de ses compétences conformément au 3° ;
  b) le fonctionnaire dirigeant adjoint de l'Institut : le directeur général adjoint de l'Institut, remplacé le cas échéant dans l'exercice de ses compétences conformément aux 3°, b) et c) et 5°, b).
  2° Les compétences attribuées à l'Institut par les dispositions qui suivent sont exercées par le fonctionnaire dirigeant de l'Institut.
  3° à l'exception de la compétence de désigner les agents de l'Institut chargés de la surveillance, les compétences attribuées au fonctionnaire dirigeant de l'Institut par les dispositions qui suivent sont exercées de la manière suivante :
  a) en cas d'absence, de congé ou d'empêchement du fonctionnaire dirigeant de l'Institut, par le fonctionnaire dirigeant adjoint de l'Institut;
  b) en cas d'absence, de congé ou d'empêchement du fonctionnaire dirigeant de l'Institut et du fonctionnaire dirigeant adjoint de l'Institut, par le directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions;
  c) en cas d'absence, de congé ou d'empêchement du fonctionnaire dirigeant de l'Institut, du fonctionnaire dirigeant adjoint et du directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions, par un autre directeur-chef de service désigné par l'une de ces trois autorités.
  4° Le Gouvernement détermine les cas dans lesquels les compétences du fonctionnaire dirigeant de l'Institut prévues par les dispositions qui suivent seront, sous réserve d'application du 6°, exercées par le directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions.
  5° Les compétences attribuées au directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions, en vertu des 4° et 7°, sont exercées de la manière suivante :
  a) en cas d'absence, de congé ou d'empêchement du directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions, par le fonctionnaire dirigeant adjoint de l'Institut;
  b) en cas d'absence, de congé ou d'empêchement du directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions et du fonctionnaire dirigeant adjoint de l'Institut, par le fonctionnaire dirigeant de l'Institut.
  6° Le fonctionnaire dirigeant de l'Institut peut se substituer au directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions dans l'exercice des compétences déterminées en vertu du 4°.
  7° Le fonctionnaire dirigeant de l'Institut est autorisé à déléguer au directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions certaines des compétences qui sont attribuées à l'Institut par les dispositions qui suivent. ".
Art.7. In dezelfde ordonnantie wordt artikel 4, gewijzigd bij de ordonnantie van 9 december 2010, bij de ordonnantie van 14 juni 2012, bij de ordonnantie van 1 maart 2012 en bij de ordonnantie van 2 mei 2013, vervangen door hetgeen volgt :
  " Art. 4. Voor de toepassing van artikel 20, van artikel 21, § 1, zesde lid, en van artikelen 24 tot en met 30 en 57, wordt eveneens begrepen onder :
  1° milieuschade :
  a) schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats, namelijk elke schade die aanzienlijke negatieve gevolgen heeft voor het bereiken of handhaven van een gunstige staat van instandhouding van dergelijke habitats of soorten. De omvang van deze gevolgen wordt beoordeeld in verhouding tot de aanvankelijke toestand, rekening houdend met de criteria in bijlage 1.
  Schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats bevat niet de vooraf vastgestelde negatieve effecten van handelingen van een exploitant waarvoor de bevoegde instanties uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven door of krachtens artikelen 64 en 83 van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud;
  b) schade aan wateren, namelijk elke schade die een aanzienlijke negatieve invloed heeft op de ecologische, chemische of kwantitatieve toestand of het ecologisch potentieel van de betrokken wateren, zoals omschreven door of krachtens artikel 5 en bijlage III van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot vaststelling van een kader voor het waterbeleid, met uitzondering van de negatieve gevolgen waarop artikel 64 van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot vaststelling van een kader voor het waterbeleid en haar uitvoeringsbesluiten van toepassing is. Schade die een ernstige en negatieve invloed heeft op de ecologische, chemische of kwantitatieve toestand of het ecologisch potentieel van de grondwateren door het rechtstreeks of onrechtstreeks binnendringen van stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen aan de oppervlakte of in de bodem worden bepaald door of krachtens de ordonnantie betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems en haar uitvoeringsbesluiten. De omvang van deze gevolgen wordt beoordeeld in verhouding tot de aanvankelijke toestand, rekening houdend met de criteria in bijlage 1;
  c) bodemschade, namelijk elke bodemaantasting die rechtstreeks of onrechtstreeks schadelijk is of schadelijk kan zijn voor de gezondheid van de mens of voor de ecologische, chemische of kwantitatieve toestand of voor het ecologische potentieel van de bodem en van de watermassa's doordat er rechtstreeks of onrechtstreeks stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen aan de oppervlakte of in de bodem zijn binnengedrongen, zoals bepaald door of krachtens de ordonnantie betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems. De omvang van deze gevolgen wordt beoordeeld in verhouding tot de aanvankelijke toestand, rekening houdend met de criteria in bijlage 1;
  2° schade : een meetbare negatieve verandering in een natuurlijke rijkdom of een meetbare aantasting van een ecosysteemfunctie die rechtstreeks of onrechtstreeks optreedt;
  3° beschermde soorten en natuurlijke habitats :
  a) de in bijlage II.1 en, voor zover zij met het teken (1) worden aangemerkt, in bijlage II.2 van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud bedoelde soorten;
  b) habitats :
  - de natuurlijke habitats opgesomd in bijlage I van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud;
  - de natuurlijke habitats van soorten bedoeld in bijlage II.1 van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud;
  - de voortplantingsgebieden of de rustplaatsen van de soorten opgesomd en aangeduid met teken (1) in bijlage II.2. van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud;
  - de gebieden van communautair belang voorgesteld aan en goedgekeurd door de Europese Commissie;
  - de grondgebieden aangewezen als grondgebieden Natura 2000 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  - de gebieden uitgeroepen tot natuurreservaat of bosreservaat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  - de groengebieden, de zones met hoge biologische waarde, de parkgebieden, de bosgebieden, de gebieden met erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden, van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP);
  4° staat van instandhouding :
  a) met betrekking tot een natuurlijke habitat, het effect van de som van de invloeden die op de betrokken natuurlijke habitat en de daar voorkomende typische soorten inwerken en die op lange termijn gevolgen kunnen hebben voor de natuurlijke verspreiding, de structuur en de functies van die habitat evenals voor het voortbestaan van de betrokken typische soorten, hetzij op het grondgebied van het Gewest, hetzij in het natuurlijke verspreidingsgebied van die habitat.
  De staat van instandhouding van een natuurlijke habitat wordt als " gunstig " beschouwd wanneer :
  - het natuurlijke verspreidingsgebied van de habitat en de gedekte zones binnen dit natuurlijke verspreidingsgebied stabiel zijn of toenemen,
  - de specifieke structuur en functies voor het behoud van de natuurlijke habitat op lange termijn bestaan en in een niet al te verre toekomst wellicht zullen blijven bestaan, en
  - de staat van instandhouding van de voor die habitat typische soorten gunstig is zoals omschreven onder b);
  b) met betrekking tot een soort, de som van de invloeden die op de betrokken soort inwerken en die op lange termijn gevolgen kunnen hebben voor de verspreiding en omvang van de populaties van die soort op het grondgebied van het Gewest.
  De staat van instandhouding van een soort wordt als " gunstig " beschouwd wanneer :
  - uit de gegevens van de populatiedynamiek van deze soort blijkt dat ze op lange termijn standhoudt als een levensvatbare component van haar natuurlijke habitat,
  - het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort niet kleiner wordt en wellicht in een niet al te verre toekomst evenmin kleiner zal worden, en
  - er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties die er voorkomen op lange termijn in stand te houden;
  5° water : alle oppervlakte- en grondwater waarop de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot vaststelling van een kader voor het waterbeleid en de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, van toepassing zijn;
  6° bodem : de bodem zoals bepaald in artikel 3, 1°, van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems;
  7° exploitant : iedere privé- of openbare natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroepsactiviteit verricht of controleert of die bij volmacht een doorslaggevende economische zeggenschap over de technische werking heeft gekregen, met inbegrip van de houder van een vergunning of toelating voor dergelijke activiteit of de persoon die dergelijke activiteit laat registreren of er kennis van geeft;
  8° beroepsactiviteit : een in het kader van een economische activiteit, een zaak of een onderneming verrichte activiteit, het privé-, openbare, winstgevende of niet-winstgevende karakter ervan buiten beschouwing gelaten;
  9° emissie : het lozen, in het milieu, van stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen afkomstig van menselijke activiteiten;
  10° onmiddellijke dreiging van schade : een voldoende waarschijnlijkheid dat zich in de nabije toekomst milieuschade zal voordoen;
  11° preventieve maatregel : iedere maatregel die wordt getroffen naar aanleiding van een gebeurtenis, daad of nalatigheid die gevaar of hinder heeft doen ontstaan, ongeacht of deze een onmiddellijke dreiging van milieuschade vormen, teneinde deze schade te voorkomen of zo beperkt mogelijk te houden;
  12° herstelmaatregel : iedere maatregel of combinatie van maatregelen, met inbegrip van inperkende of overgangsmaatregelen, gericht op het herstel, de rehabilitatie of de vervanging van de beschadigde natuurlijke rijkdommen of functies of op het verschaffen van een gelijkwaardig alternatief voor deze rijkdommen of functies, zoals voorzien in bijlage 2;
  13° natuurlijke rijkdom : de beschermde soorten en natuurlijke habitats, de wateren en bodems;
  14° functies en ecosysteemfuncties : de functies die een natuurlijke rijkdom vervult ten voordele van een andere natuurlijke rijkdom of het publiek;
  15° aanvankelijke toestand : : de toestand van de natuurlijke rijkdommen en functies, op het ogenblik dat de schade zich voordoet, waarin ze zich zouden hebben bevonden mocht de schade zich niet hebben voorgedaan, geraamd aan de hand van de beste beschikbare informatie;
  16° regeneratie : bij water en beschermde soorten en natuurlijke habitats, de terugkeer van de beschadigde natuurlijke rijkdommen of aangetaste functies in hun aanvankelijke toestand en bij bodemschade, het wegwerken van alle risico's die ernstige negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van de mens;
  17° natuurlijke regeneratie : regeneratie zonder rechtstreekse menselijke tussenkomst in het herstelproces;
  18° kosten : de kosten verantwoord door de noodzaak om een correcte en doeltreffende toepassing van dit Wetboek te garanderen, met inbegrip van de kosten voor de raming van de milieuschade, de onmiddellijke dreiging van zulke schade, de alternatieve maatregelen, evenals de administratieve, gerechts- en uitvoeringskosten, de kosten voor gegevensverzameling en de andere algemene kosten, en de toezichts- en follow-upkosten. ".
Art.7. Dans la même ordonnance, l'article 4, modifié par l'ordonnance du 9 décembre 2010, par l'ordonnance du 14 juin 2012, par l'ordonnance du 1er mars 2012 et par l'ordonnance du 2 mai 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4. Pour l'application de l'article 20, de l'article 21, § 1er, alinéa 6, et des articles 24 à 30 et 57, on entend également par :
  1° dommage environnemental :
  a) les dommages causés aux espèces et habitats naturels protégés, à savoir tout dommage qui affecte significativement la constitution ou le maintien d'un état de conservation favorable de tels habitats ou espèces. L'importance des effets de ces dommages s'évalue par rapport à l'état initial, en tenant compte des critères figurant à l'annexe 1re.
  Les dommages causés aux espèces et habitats naturels protégés n'englobent pas les incidences négatives précédemment identifiées qui résultent d'un acte de l'exploitant expressément autorisé par les autorités compétentes par ou en vertu des articles 64 et 83 de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature;
  b) les dommages affectant les eaux, à savoir tout dommage qui affecte de manière significative l'état écologique, chimique ou quantitatif ou le potentiel écologique des eaux, tels que définis par ou en vertu de l'article 5 et de l'annexe III de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau, à l'exception des incidences négatives auxquelles s'applique l'article 64 de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau et ses arrêtés d'exécution. Les dommages affectant de manière grave et négative l'état écologique, chimique ou quantitatif ou le potentiel écologique des eaux souterraines du fait de l'introduction directe ou indirecte en surface ou dans le sol de substances, préparations, organismes ou micro-organismes sont définis par l'ordonnance relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués et ses arrêtés d'exécution. L'importance des effets de ces dommages s'évalue en tenant compte des critères qui figurent à l'annexe 1re;
  c) les dommages affectant les sols, à savoir toute contamination du sol qui est préjudiciable ou risque d'être préjudiciable, directement ou indirectement, à la santé humaine ou à l'état écologique, chimique ou quantitatif, ou au potentiel écologique du sol et des masses d'eau, du fait de l'introduction directe ou indirecte en surface ou dans le sol de substances, préparations, organismes ou micro-organismes, tels que définis par l'ordonnance relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués. L'importance des effets de ces dommages s'évalue en tenant compte des critères qui figurent à l'annexe 1re;
  2° dommage : une modification négative mesurable d'une ressource naturelle ou une détérioration mesurable d'un service lié à des ressources naturelles, qui peut survenir de manière directe ou indirecte;
  3° espèces et habitats naturels protégés :
  a) les espèces visées à l'annexe II.1, et, pour autant qu'elles soient marquées du signe (1), à l'annexe II.2 de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature;
  b) les habitats :
  - les habitats naturels énumérés à l'annexe Ire de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature;
  - les habitats naturels des espèces visées à l'annexe II.1 de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature;
  - les sites de reproduction ou les aires de repos des espèces énumérées et marquées du signe (1) à l'annexe II.2 de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature;
  - les sites d'importance communautaire proposés à et arrêtés par la Commission européenne;
  - les sites désignés comme sites Natura 2000 dans la Région de Bruxelles-Capitale;
  - les sites érigés en réserve naturelle ou en réserve forestière dans la Région de Bruxelles-Capitale;
  - les zones vertes, les zones de haute valeur biologique, les zones de parc, les zones forestières et les zones de servitude au pourtour des bois et forêts, du Plan régional d'Affectation du Sol (PRAS);
  4° état de conservation :
  a) en ce qui concerne un habitat naturel, l'effet de l'ensemble des influences agissant sur un habitat naturel ainsi que sur les espèces typiques qu'il abrite, qui peuvent affecter à long terme sa répartition naturelle, sa structure et ses fonctions ainsi que la survie à long terme de ses espèces typiques sur, selon le cas, le territoire régional ou l'aire de répartition naturelle de cet habitat.
  L'état de conservation d'un habitat naturel est considéré comme " favorable " lorsque :
  - son aire de répartition naturelle et les zones couvertes à l'intérieur de cette aire de répartition naturelle sont stables ou en augmentation,
  - la structure et les fonctions spécifiques nécessaires à son maintien à long terme existent et sont susceptibles de continuer à exister dans un avenir prévisible, et que
  - l'état de conservation des espèces typiques qu'il abrite est favorable conformément à la définition sous b);
  b) en ce qui concerne une espèce, l'effet de l'ensemble des influences qui, agissant sur l'espèce concernée, peuvent affecter à long terme la répartition et l'importance de ses populations sur le territoire régional.
  L'état de conservation d'une espèce est considéré comme " favorable " lorsque :
  - les données relatives à la dynamique de la population de cette espèce indiquent qu'elle se maintient à long terme comme élément viable de son habitat naturel,
  - l'aire de répartition naturelle de l'espèce n'est ni en train de diminuer ni susceptible de diminuer dans un avenir prévisible, et que
  - il existe et il continuera probablement d'exister un habitat suffisamment grand pour maintenir à long terme les populations qu'il abrite;
  5° eaux : toutes les eaux de surface et souterraines couvertes par l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau et par l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués;
  6° sols : le sol tel que défini à l'article 3, 1°, de l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués;
  7° exploitant : toute personne physique ou morale, privée ou publique, qui exerce ou contrôle une activité professionnelle ou qui a reçu par délégation un pouvoir économique important sur le fonctionnement technique, y compris le titulaire d'un permis ou d'une autorisation pour une telle activité, ou la personne faisant enregistrer ou notifiant une telle activité;
  8° activité professionnelle : toute activité exercée dans le cadre d'une activité économique, d'une affaire ou d'une entreprise, indépendamment de son caractère privé ou public, lucratif ou non lucratif;
  9° émission : le rejet dans l'environnement, à la suite d'activités humaines, de substances, préparations, organismes ou micro-organismes;
  10° menace imminente : une probabilité suffisante de survenance d'un dommage environnemental dans un avenir proche;
  11° mesure de prévention : toute mesure prise en réponse à un événement, un acte ou une omission qui a créé des dangers ou des nuisances, que ceux-ci constituent ou non une menace imminente de dommage environnemental, afin de prévenir ou de limiter au maximum le dommage;
  12° mesure de réparation : toute action, ou combinaison d'actions, y compris des mesures d'atténuation ou des mesures transitoires, visant à restaurer, réhabiliter ou remplacer les ressources naturelles endommagées ou les services détériorés ou à fournir une alternative équivalente à ces ressources ou services, telles que prévues à l'annexe 2;
  13° ressource naturelle : les espèces et habitats naturels protégés, les eaux et les sols;
  14° services et services liés à une ressource naturelle : les fonctions assurées par une ressource naturelle au bénéfice d'une autre ressource naturelle ou du public;
  15° état initial : l'état des ressources naturelles et des services, au moment du dommage, qui aurait existé si le dommage environnemental n'était pas survenu, estimé à l'aide des meilleures informations disponibles;
  16° régénération : dans le cas des eaux et des espèces et habitats naturels protégés, le retour des ressources naturelles endommagées ou des services détériorés à leur état initial et, dans le cas de dommages affectant les sols, l'élimination de tout risque d'incidence négative grave sur la santé humaine;
  17° régénération naturelle : régénération où aucune intervention humaine directe dans le processus de rétablissement n'a lieu;
  18° coûts : les coûts justifiés par la nécessité d'assurer une mise en oeuvre correcte et effective du présent Code en ce qui concerne la responsabilité environnementale, y compris le coût de l'évaluation des dommages environnementaux, de la menace imminente de tels dommages, les options en matière d'action, ainsi que les frais administratifs, judiciaires et d'exécution, les coûts de collecte des données et les autres frais généraux, et les coûts de la surveillance et du suivi. ".
Art.8. In dezelfde ordonnantie worden de hiernavolgende woorden " Hoofdstuk II. - Opsporing en vaststelling van de misdrijven " vervangen door de woorden " Titel II. - Inspectie, preventie, vaststelling van de misdrijven en milieuaansprakelijkheid " en deze titel wordt onder artikel 4 verplaatst.
Art.8. Dans la même ordonnance, les mots " Chapitre II. De la recherche et de la constatation des infractions " sont remplacés par les mots " Titre II. Inspection, prévention, constatation des infractions et responsabilité environnementale " et ce titre est déplacé sous l'article 4.
Art.9. In dezelfde ordonnantie worden de volgende woorden ingevoegd onder het opschrift " Titel II. - Inspectie, preventie, vaststelling van de misdrijven en milieuaansprakelijkheid " :
  " Hoofdstuk 1. - Bevoegde instanties ".
Art.9. Dans la même ordonnance, les mots suivants sont insérés en-dessous de l'intitulé " Titre II. Inspection, prévention, constatation des infractions et responsabilité environnementale " :
  " Chapitre 1er. Autorités compétentes ".
Art.10. In dezelfde ordonnantie worden de woorden " Afdeling I " vervangen door de woorden " Afdeling 1 " en deze ondertitel wordt onder de ondertitel " Hoofdstuk 1. - Bevoegde instanties " verplaatst.
Art.10. Dans la même ordonnance, les mots " Section I " sont remplacés par les mots " Section 1 " et ce sous-titre est déplacé sous le sous-titre " Chapitre 1er. Autorités compétentes. ".
Art.11. In dezelfde ordonnantie wordt artikel 5, gewijzigd bij de ordonnantie van 9 december 2010, bij de ordonnantie van 1 maart 2012 en bij de ordonnantie van 14 juni 2012, vervangen door hetgeen volgt :
  " Art. 5. § 1. De leidend ambtenaar van het Instituut stelt de met het toezicht belaste personeelsleden van het Instituut aan. Ze zijn belast met het toezicht, op het geheel van het gewestelijke grondgebied, op de naleving van de verordeningen van de Europese Unie, van de wetten en ordonnanties bedoeld in artikel 2 alsook van dit Wetboek, en met de vaststelling van de misdrijven.
  Onder de ambtenaren van het Instituut die overeenkomstig het vorige lid zijn aangesteld, stelt de leidend ambtenaar van het Instituut deze ambtenaren aan die de hoedanigheid van officiers van gerechtelijke politie hebben.
  De bevoegdheden van officiers van gerechtelijke politie mogen enkel worden uitgeoefend door personeelsleden die de eed hebben afgelegd overeenkomstig de van kracht zijnde wetten, statuten en reglementen.
  Onder de personeelsleden van het Instituut die overeenkomstig het eerste lid zijn aangesteld, stelt de leidend ambtenaar van het Instituut, die in naam van het Instituut handelt, deze personeelsleden aan aan wie hij, onder zijn controle, de verwerking van opgeslagen persoonsgegevens delegeert.
  § 2. De leidend ambtenaar van het GAN stelt de met het toezicht belaste personeelsleden van het GAN aan. Ze zijn belast met het toezicht, op het geheel van het gewestelijke grondgebied, op de naleving van artikel 18, § 1, van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen, en, voor wat gemeentelijke afvalstoffen in de zin van artikel 3, 6°, van dezelfde ordonnantie betreft, op de naleving van artikel 19, §§ 2 en 4 van dezelfde ordonnantie, en met de vaststelling van de misdrijven.
  Onder de ambtenaren van het GAN die overeenkomstig het vorige lid zijn aangesteld, stelt de leidend ambtenaar van het GAN deze ambtenaren aan die de hoedanigheid van officiers van gerechtelijke politie hebben.
  De bevoegdheden van officiers van gerechtelijke politie mogen enkel worden uitgeoefend door personeelsleden die een eed hebben afgelegd overeenkomstig de van kracht zijnde wetten, statuten en reglementen.
  Onder de personeelsleden van het GAN die overeenkomstig het eerste lid zijn aangesteld, stelt de leidend ambtenaar van het GAN, die in naam van het GAN handelt, deze personeelsleden aan aan wie hij, onder zijn controle, de verwerking delegeert van de opgeslagen persoonsgegevens.
  § 3. De Regering wijst, op voorstel van de leidend ambtenaar van het bevoegde bestuur van het Ministerie, de met het toezicht belaste personeelsleden van het Ministerie aan. Ze zijn belast met het toezicht, op het geheel van het gewestelijk grondgebied, op de naleving van hoofdstuk 1 van titel 2 van boek 2 van het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing en met de vaststelling van de misdrijven.
  Onder de ambtenaren die overeenkomstig het vorige lid zijn aangesteld, stelt de Regering deze ambtenaren aan die de hoedanigheid van officiers van gerechtelijke politie hebben.
  De bevoegdheden van officiers van gerechtelijke politie mogen enkel worden uitgeoefend door personeelsleden die een eed hebben afgelegd overeenkomstig de van kracht zijnde wetten, statuten en reglementen.
  Onder de personeelsleden die overeenkomstig het eerste lid zijn aangesteld, stelt de Regering deze personeelsleden aan aan wie zij, onder haar controle, de verwerking delegeert van de opgeslagen persoonsgegevens.
  § 4. Voor elke gemeente stelt het College van Burgemeester en Schepenen de met het toezicht belaste personeelsleden van de gemeente aan. Ze zijn belast met het toezicht, op het geheel van het gemeentelijk grondgebied, op de naleving van de verordeningen van de Europese Unie, van de in artikel 2 bedoelde wetten en ordonnanties, en met de vaststelling van de misdrijven.
  Onder de personeelsleden die overeenkomstig het eerste lid zijn aangesteld, stelt het College van Burgemeester en Schepenen de personeelsleden aan aan wie hij, onder zijn controle, de verwerking delegeert van de opgeslagen persoonsgegevens.
  § 5. De boswachters bedoeld onder artikelen 9 en 16 van het Wetboek van Strafvordering worden belast met het toezicht, op het geheel van het gewestelijk grondgebied, op de naleving van de wet van 19 december 1854 bevattend het Boswetboek, de wet van 28 december 1931 op de bescherming van aan particulieren behorende bossen en wouden, de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende natuurbehoud, en de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 6. Het Instituut bereidt elk jaar een ontwerp inspectieprogramma voor, dat binnen de drie maanden door de Regering dient te worden goedgekeurd. ".
Art.11. Dans la même ordonnance, l'article 5, modifié par l'ordonnance du 9 décembre 2010, par l'ordonnance du 1er mars 2012 et par l'ordonnance du 14 juin 2012, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. § 1er. Le fonctionnaire dirigeant de l'Institut désigne les agents de l'Institut chargés de la surveillance. Ils sont chargés de contrôler, sur l'ensemble du territoire régional, le respect des règlements de l'Union européenne, des lois et des ordonnances visés à l'article 2 ainsi que du présent Code, et de constater les infractions.
  Parmi les fonctionnaires de l'Institut désignés conformément à l'alinéa précédent, le fonctionnaire dirigeant de l'Institut désigne ceux ayant la qualité d'officiers de police judiciaire.
  Les compétences de police judiciaire ne peuvent être exercées que par des agents ayant prêté serment conformément aux lois, statuts et règlements en vigueur.
  Parmi les agents de l'Institut désignés conformément à l'alinéa premier, le fonctionnaire dirigeant de l'Institut, agissant au nom de l'Institut, désigne les agents auxquels il délègue, sous son contrôle, le traitement des données à caractère personnel enregistrées.
  § 2. Le fonctionnaire dirigeant de l'ARP désigne les agents de l'ARP chargés de la surveillance. Ils sont chargés de contrôler, sur l'ensemble du territoire régional, le respect de l'article 18, § 1er, de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets en ce qui concerne les déchets municipaux au sens de l'article 3, 6°, de la même ordonnance, le respect de l'article 19, §§ 2 et 4, de la même ordonnance, et de constater les infractions.
  Parmi les fonctionnaires de l'ARP désignés conformément à l'alinéa précédent, le fonctionnaire dirigeant de l'ARP désigne ceux ayant la qualité d'officiers de police judiciaire.
  Les compétences de police judiciaire ne peuvent être exercées que par des agents ayant prêté serment conformément aux lois, statuts et règlements en vigueur.
  Parmi les agents de l'ARP désignés conformément à l'alinéa premier, le fonctionnaire dirigeant de l'ARP, agissant au nom de l'ARP, désigne les agents auxquels il délègue, sous son contrôle, le traitement des données à caractère personnel enregistrées.
  § 3. Le Gouvernement désigne, sur proposition du fonctionnaire dirigeant de l'administration compétente du Ministère, ses agents chargés de la surveillance. Ils sont chargés de contrôler, sur l'ensemble du territoire régional, le respect du chapitre 1er du titre 2 du livre 2 du Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie, et de constater les infractions.
  Parmi les fonctionnaires désignés conformément à l'alinéa précédent, le Gouvernement désigne ceux ayant la qualité d'officiers de police judiciaire.
  Les compétences de police judiciaire ne peuvent être exercées que par des agents ayant prêté serment conformément aux lois, statuts et règlements en vigueur.
  Parmi les agents désignés conformément à l'alinéa premier, le Gouvernement désigne les agents auxquels il délègue, sous son contrôle, le traitement des données à caractère personnel enregistrées.
  § 4. Pour chaque commune, le Collège des Bourgmestre et Echevins désigne les agents communaux chargés de la surveillance. Ils sont chargés de contrôler, sur l'ensemble du territoire communal, le respect des règlements de l'Union Européenne, des lois et ordonnances visés à l'article 2, et de constater les infractions.
  Parmi les agents désignés conformément à l'alinéa premier, le Collège des Bourgmestre et Echevins désigne les agents auxquels il délègue, sous son contrôle, le traitement des données à caractère personnel enregistrées.
  § 5. Les gardes forestiers visés aux articles 9 et 16 du Code d'instruction criminelle sont chargés de contrôler, sur l'ensemble du territoire régional, le respect de la loi du 19 décembre 1854 contenant le Code forestier, la loi du 28 décembre 1931 relative à la protection des bois et forêts appartenant à des particuliers, l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature et l'ordonnance du 20 juin 2013 relative à une utilisation des pesticides compatible avec le développement durable en Région de Bruxelles-Capitale.
  § 6. L'Institut prépare chaque année un projet de programme d'inspection qui doit être approuvé par le Gouvernement dans les trois mois. ".
Art.12. In artikel 7 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord " eveneens " wordt ingevoegd tussen de woorden " zich " en " door deskundigen laten bijstaan ";
  2° de woorden " , overeenkomstig artikel 11, § 2 " worden toegevoegd na de woorden " zich door deskundigen laten bijstaan ".
Art.12. Dans l'article 7 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot " également " est inséré entre les mots " peuvent " et " , dans l'exécution ";
  2° les mots " , conformément à l'article 11, § 2 " sont ajoutés après les mots " accompagner d'experts ".
Art.13. Artikelen 8 tot en met 11 van dezelfde ordonnantie worden opgeheven.
Art.13. Les articles 8 à 11 de la même ordonnance sont abrogés.
Art.14. Na artikel 7 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden " Afdeling 2. - Dwangmaatregelen " vervangen door de woorden " Afdeling 2. - Bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid ".
Art.14. A la suite de l'article 7 de la même ordonnance, les mots " Section 2. Les mesures de contrainte " sont remplacés par les mots " Section 2. Autorité compétente en matière de responsabilité environnementale ".
Art.15. In dezelfde ordonnantie, wordt een nieuw artikel 8 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 8. § 1. De bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid is de leidend ambtenaar van het Instituut.
  § 2. Zij is, onverminderd de wettelijke bepalingen betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid, belast met het aanduiden van de exploitant die de milieuschade of de onmiddellijke dreiging van milieuschade heeft veroorzaakt.
  § 3. Zij is eveneens belast met het beoordelen van de omvang van de milieuschade en het bepalen van de herstelmaatregelen die moeten worden getroffen gelet op de beginselen vermeld in bijlage 1 en bijlage 2, evenals met het ramen van de kosten van deze maatregelen. Daartoe kan ze de betrokken exploitant vragen dat hij zelf een raming maakt en haar alle nodige informatie en gegevens verstrekt.
  De Regering legt een methodologie vast voor de evaluatie van de milieuschade, de bepaling van de herstelmaatregelen en de raming van de kosten die gepaard gaan met deze maatregelen.
  § 4. De bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid kan de uitvoering van de nodige preventie- of herstelmaatregelen aan derden delegeren of opleggen. ".
Art.15. Dans la même ordonnance, un nouvel article 8 est inséré, rédigé comme suit :
  " Art. 8. § 1er. L'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale est le fonctionnaire dirigeant de l'Institut.
  § 2. Elle est chargée, sans préjudice des dispositions légales relatives à la responsabilité civile, de désigner l'exploitant qui a causé un dommage environnemental ou une menace imminente de dommage environnemental.
  § 3. Elle est également chargée d'évaluer l'importance des dommages environnementaux et de déterminer les mesures de réparation qu'il convient de prendre au regard des principes énoncés aux annexes 1 et 2, ainsi que d'évaluer le coût de ces mesures. A cet effet, elle peut demander à l'exploitant concerné d'effectuer sa propre évaluation et de lui communiquer toutes les informations et données nécessaires.
  Le Gouvernement arrête une méthodologie d'évaluation des dommages environnementaux, de détermination des mesures de réparation et d'évaluation des coûts de ces mesures.
  § 4. L'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale peut déléguer ou imposer à des tiers l'exécution des mesures nécessaires de prévention ou de réparation. ".
Art.16. In dezelfde ordonnantie, worden de woorden " Afdeling 3. - Onderzoeksmiddelen " vervangen door de woorden " Hoofdstuk 2. - Inspectie ".
Art.16. Dans la même ordonnance, les mots " Section 3. Les moyens d'investigation " sont remplacés par les mots " Chapitre 2. Inspection ".
Art.17. In dezelfde ordonnantie, worden de woorden " Onderafdeling 1 " vervangen door de woorden " Afdeling 1 ".
Art.17. Dans la même ordonnance, les mots " Sous-section 1 " sont remplacés par les mots " Section 1 ".
Art.18. In artikel 11bis van dezelfde ordonnantie, ingevoegd bij de ordonnantie van 6 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 11bis wordt hernummerd tot artikel 9;
  2° de woorden " Met de naleving van " worden vervangen door de woorden " Onverminderd ";
  3° de woorden " voor alle of bepaalde categorieën van inrichtingen " worden geschrapt;
  4° het woord " maatmethoden " wordt vervangen door het woord " meetmethoden ".
Art.18. Dans l'article 11bis de la même ordonnance, inséré par l'ordonnance du 6 décembre 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 11bis est renuméroté article 9;
  2° les mots " Dans le respect " sont remplacés par les mots " Sans préjudice ";
  3° les mots " pour toutes ou certaines catégories d'installations " sont supprimés;
  4° dans la version néerlandaise de cet article, les mots " maatmethoden " sont remplacés par le mot " meetmethoden ".
Art.19. In artikel 12 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 12 wordt hernummerd tot artikel 10;
  2° de woorden " of ernstige bedreiging " worden ingevoegd tussen de woorden " bij ernstige verontreiniging " en de woorden " die de volksgezondheid kan schaden ";
  3° de woorden " die de volksgezondheid kan schaden " worden vervangen door de woorden " die het milieu of de volksgezondheid kan schaden ";
  4° de woorden " woonruimten betreden " worden vervangen door de woorden " binnentreden in de woonplaats ".
Art.19. Dans l'article 12 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 12 est renuméroté article 10;
  2° les mots " ou de menace grave " sont insérés entre les mots " en cas de pollution grave " et " susceptible de nuire ";
  3° les mots " à l'environnement ou " sont insérés entre les mots " nuire " et " à la santé humaine ";
  4° les mots " entrer dans des locaux destinés à l'habitation " sont remplacés par les mots " pénétrer dans le domicile ".
Art.20. In artikel 13 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 13 wordt hernummerd tot artikel 11;
  2° de huidige tekst vormt de nieuwe § 1 van hetzelfde artikel waarin de volgende wijzigingen worden aangebracht :
  a) in de inleidende zin, worden de woorden " voor de uitoefening van hun opdracht " ingevoegd tussen de woorden " nodig achten " en " met name ";
  b) bij punt 1°, worden de woorden " de identiteit controleren en " ingevoegd voor de woorden " een persoon ondervragen " en worden de woorden " over alles wat nuttig is voor de uitoefening van het toezicht " geschrapt;
  c) een nieuw punt 4° wordt toegevoegd, luidend als volgt :
  " 4° eender welk apparaat plaatsen voor de meting van vervuiling. ";
  3° een nieuwe § 2 wordt toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 2. De met het toezicht belaste personeelsleden kunnen aan deskundigen eender welk onderzoek en controle toevertrouwen.
  De deskundigen handelen volgens de instructies van de met het toezicht belaste personeelsleden.
  De door de deskundige ingezamelde informatie en vaststellingen kunnen op elk moment worden aangewend door de met het toezicht belaste personeelsleden. ";
  4° een nieuwe paragraaf 3 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 3. De verantwoordelijke voor de verwerking, of zijn afgevaardigde, kan, bij wege van uitzondering, een audiovisueel apparaat plaatsen mits naleving van artikelen 13 tot en met 15 van huidig Wetboek en van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. ".
Art.20. Dans l'article 13 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 13 est renuméroté article 11;
  2° le texte actuel forme le nouveau paragraphe 1er du même article auquel les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans la phrase introductive, les mots " à l'exercice de leur mission " sont insérés entre les mots " nécessaires " et " et notamment ";
  b) au point 1°, les mots " contrôler l'identité et " sont insérés avant les mots " interroger toute personne " et les mots " sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de cette surveillance " sont supprimés;
  c) un nouveau point 4° est ajouté, rédigé comme suit :
  " 4° installer tout appareil de mesure de pollution. ";
  3° un nouveau paragraphe 2 est ajouté, rédigé comme suit :
  " § 2. Les agents chargés de la surveillance peuvent confier à des experts tout examen et tout contrôle.
  Les experts agissent suivant les instructions des agents chargés de la surveillance.
  Les informations et constatations recueillies par l'expert peuvent à tout moment être utilisées par les agents chargés de la surveillance. ";
  4° un nouveau paragraphe 3 est ajouté, rédigé comme suit :
  " § 3. Le responsable du traitement, ou son délégué, peut installer, à titre exceptionnel, un appareil audiovisuel dans le respect des articles 13 à 15 du présent Code et de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel. ".
Art.21. In artikel 14 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 14 wordt hernummerd tot artikel 12;
  2° in het eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) De woorden " van eender welk element of substantie " worden ingevoegd na het woord " monsters ";
  b) De woorden " laboratoria die volgens de door de Regering gestelde voorwaarden en procedure erkend zijn " worden vervangen door de woorden " een erkend laboratorium of door een deskundige handelend volgens hun instructies. ";
  3° in het tweede lid, worden de woorden " en menselijke " ingevoegd tussen de woorden " de technische " en " middelen ".
Art.21. Dans l'article 14 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 14 est renuméroté article 12;
  2° à l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  a) les mots " de tout élément ou " sont insérés entre les mots " d'échantillons " et " de substances ";
  b) les mots " des laboratoires agréés dans les conditions et la procédure fixées par le Gouvernement " sont remplacés par les mots " un laboratoire agréé ou par un expert agissant suivant leurs instructions. ";
  3° à l'alinéa 2, les mots " et humains " sont insérés entre les mots " les moyens techniques " et " nécessaires ".
Art.22. Artikel 15 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij de ordonnantie van 28 juni 2001, en artikel 16 van dezelfde ordonnantie worden opgeheven.
Art.22. L'article 15 de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 28 juin 2001, et l'article 16 de la même ordonnance sont abrogés.
Art.23. In dezelfde ordonnantie worden de woorden " Onderafdeling 2. Metingen van de luchtverontreiniging en van de geluidshinder " vervangen door de woorden " Afdeling 2. - Metingen van verontreiniging ".
Art.23. Dans la même ordonnance, les mots " Sous-section 2. Des mesures de pollution atmosphérique et de sources sonores " sont remplacés par les mots " Section 2. Mesures de pollution ".
Art.24. In dezelfde ordonnantie wordt een nieuw artikel 13 na de nieuwe afdeling 2 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 13. § 1. Elke meting van verontreiniging bestemd om de naleving van de bepalingen zoals bedoeld in artikel 2 of van dit Wetboek na te gaan, komt tot stand volgens de modaliteiten en met behulp van apparaten en meetsystemen die de objectiviteit en de integriteit van de verzamelde gegevens waarborgen.
  § 2. Er wordt slechts tot het plaatsen van een audiovisueel apparaat overgegaan als de overige onderzoeksmiddelen die in dit Wetboek zijn voorzien niet lijken te volstaan en mits naleving van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  De gefilmde beelden moeten adequaat, pertinent en niet excessief zijn ten opzichte van het nagestreefde doeleinde.
  Enkel de gegevens die tot doel hebben bewijzen te verzamelen van de constitutieve bestanddelen van een misdrijf en de daders op te sporen, mogen worden opgenomen en bewaard.
  Bovendien moet de verantwoordelijke voor de verwerking, of zijn afgevaardigde, zich ervan verzekeren dat het audiovisueel apparaat niet specifiek naar een plaats wordt gericht waarvoor hijzelf niet gemachtigd is om de gegevens te verwerken.
  Het rechtstreeks bekijken van beelden in real time is uitsluitend toegestaan om toe te laten aan de verantwoordelijke voor de verwerking, of zijn afgevaardigde, om onmiddellijk in te grijpen in geval van inbreuk of van milieuschade of in geval van een dreiging van inbreuk of van een dreiging van milieuschade.
  Het rechtstreeks bekijken van beelden in real time van een niet besloten plaats moet plaatsvinden onder de controle van de politiediensten.
  De verantwoordelijke voor de verwerking, of zijn afgevaardigde, verzoekt bij de korpschef van de betreffende politiezone, om de controle van de politieagenten die deze aanstelt.
  § 3. De opgeslagen persoonsgegevens moeten worden bewaard voor een duur die niet langer dan noodzakelijk is voor de realisatie van de doeleinden waarvoor zij zijn verkregen of waarvoor zij later worden verwerkt.
  De verantwoordelijke voor de verwerking of zijn afgevaardigde leeft de volgende termijnen en manieren van bewaring na :
  - maximum één maand indien de opgeslagen gegevens niet kunnen bijdragen tot het aanbrengen van het bewijs van een inbreuk;
  - de gegevens die zijn opgeslagen tijdens de verwerking worden bewaard en moeten beschikbaar en toegankelijk blijven zolang het dossier niet is afgesloten;
  - de opgeslagen gegevens van een afgesloten en gearchiveerd dossier zijn enkel toegankelijk voor de verantwoordelijke voor de verwerking of voor zijn afgevaardigde;
  - de opgeslagen gegevens die de identificatie van een persoon toelaten en die geen enkel nut meer hebben, moeten worden vernietigd. ".
Art.24. Dans la même ordonnance, un nouvel article 13 est inséré à la suite de la nouvelle section 2, rédigé comme suit :
  " Art. 13. § 1er. Toute mesure de pollution destinée à contrôler le respect des dispositions visées à l'article 2 ou du présent Code s'effectue selon des modalités et à l'aide d'appareils et de systèmes de mesures qui garantissent l'objectivité et l'intégrité des données recueillies.
  § 2. L'installation d'un appareil audiovisuel ne s'effectue que dans la seule hypothèse où les autres moyens d'investigation prévus par le présent Code semblent insuffisants et dans le respect de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
  Les images filmées doivent être adéquates, pertinentes et non excessives par rapport à la finalité poursuivie.
  Ne peuvent être enregistrées et conservées que les données destinées à réunir la preuve de faits constitutifs d'une infraction et à rechercher les auteurs des infractions.
  En outre, le responsable du traitement, ou son délégué, doit s'assurer que l'appareil audio-visuel n'est pas dirigé spécifiquement vers un lieu pour lequel il n'est pas habilité à traiter lui-même les données.
  Le visionnage en temps réel n'est admis que pour permettre au responsable du traitement, ou son délégué, d'intervenir immédiatement en cas d'infraction ou de dommage environnemental ou en cas de menace d'infraction ou de menace de dommage environnemental.
  Le visionnage en temps réel d'un lieu ouvert doit être réalisé sous le contrôle des services de police.
  Le responsable du traitement, ou son délégué, sollicite, auprès du chef de corps de la zone de police concernée, le contrôle des agents de police que celui-ci désigne.
  § 3. Les données enregistrées à caractère personnel doivent être conservées pendant une durée n'excédant pas celle nécessaire à la réalisation des finalités pour lesquelles elles sont obtenues ou pour lesquelles elles sont traitées ultérieurement.
  Le responsable du traitement ou son délégué respecte les délais et modes de conservation suivants :
  - maximum un mois si les données enregistrées ne peuvent contribuer à apporter la preuve d'une infraction;
  - les données enregistrées en cours de traitement sont conservées et doivent rester disponibles et accessibles aussi longtemps que le dossier n'est pas clôturé;
  - les données enregistrées d'un dossier clôturé et archivé ne sont accessibles qu'au seul responsable du traitement ou à son délégué;
  - les données enregistrées permettant l'identification d'une personne qui ne présentent plus aucune utilité doivent être détruites. ".
Art.25. In dezelfde ordonnantie, wordt een nieuw artikel 14 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 14. § 1. De metingen van de verontreiniging zijn ogenblikkelijk of permanent.
  § 2. Het met het toezicht belaste personeelslid, het personeelslid, de deskundige of het erkend laboratorium belast met de meting van de verontreiniging controleert de goede werking van de apparaten :
  1° vóór hun gebruik, voor elke ogenblikkelijke meting; of
  2° periodiek, voor elke permanente meting.
  § 3. De personen zoals bedoeld in § 2 stellen een analyseverslag op dat, in voorkomend geval, een lijst van de disfuncties bevat, overeenkomstig § 6.
  Tussen het moment waarop de disfunctie van het apparaat wordt vastgesteld en het moment waarop ze werd verholpen, kunnen de resultaten van de metingen niet worden gebruikt.
  § 4. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, tegen wie het resultaat van de uitgevoerde meting kan worden aangevoerd, wordt enkel verwittigd en zijn aanwezigheid is enkel vereist voor het geval zijn tussenkomst nodig blijkt te zijn.
  § 5. De controle van de goede werking van een meetapparaat opgelegd door een milieuvergunning wordt uitgevoerd overeenkomstig de voorwaarden opgelegd in de milieuvergunning of door een besluit van de Regering dat de uitbatingsvoorwaarden eigen aan de vergunde installaties oplegt.
  § 6. De in § 2 geviseerde personen houden dagelijks een register bij waarin de processen van controle van de goede werking, van onderhoud, van herstel, van stopzetting en de heropstart, volgend op de stopzetting, van de meetapparaten worden beschreven.
  § 7. Voorafgaand aan iedere plaatsing van een vast audiovisueel apparaat, en zonder afbreuk te doen aan de noodzaak om voorafgaand aan de plaatsing ervan op een goed van het openbaar domein, een domaniale toelating te verkrijgen, waarschuwt de verantwoordelijke voor de verwerking :
  - de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, in voorkomend geval met inachtname van artikel 17 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  - de korpschef van de betrokken politiezone.
  Hij verzoekt bovendien :
  - de toelating van de burgemeester van de betrokken gemeente wanneer het apparaat bedoeld is voor het filmen van een niet-besloten plaats;
  - de instemming van de eigenaar en de uitbater wanneer het apparaat bedoeld is voor het filmen van een voor het publiek toegankelijke besloten plaats;
  - de instemming van de eigenaar en de uitbater of, bij gebreke van een uitbater, van de eigenaar en de persoon die desgevallend krachtens een zakelijk of persoonlijk recht de plaats bezet, wanneer het apparaat bedoeld is voor het filmen van een niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats.
  De verantwoordelijke voor de verwerking of zijn afgevaardigde moet, wanneer hij zijn verklaring en verzoek om toelating indient, conform het eerste lid, de inbreuken of de milieuschades of de dreigingen van inbreuken of van milieuschades beschrijven die een beroep rechtvaardigen op de plaatsing van audiovisuele apparaten en moet het adequaat karakter aantonen van een dergelijke plaatsing in het licht van de nagestreefde doeleinden.
  Onafgezien van de plaats waar het audiovisueel apparaat geplaatst wordt, duidt de verantwoordelijke voor de verwerking de installatie ervan aan door het aanbrengen van een pictogram of belast de beheerder van de plaats om het te doen.
  Het feit dat een fysiek persoon een plaats binnentreedt waar een pictogram een cameratoezicht aanduidt, maakt haar instemming uit om gefilmd te worden.
Art.25. Dans la même ordonnance, un nouvel article 14 est inséré, rédigé comme suit :
  " Art. 14. § 1er. Les mesures de pollution sont ponctuelles ou permanentes.
  § 2. L'agent chargé de la surveillance, l'agent, l'expert ou le laboratoire agréé chargé de la mesure de pollution vérifie le bon fonctionnement des appareils :
  1° avant leur utilisation, pour toute mesure ponctuelle; ou
  2° périodiquement, pour toute mesure permanente.
  § 3. Les personnes visées au paragraphe 2 dressent un rapport d'analyse contenant, le cas échéant, une liste des dysfonctionnements, conformément au § 6.
  Entre le moment où le dysfonctionnement de l'appareil est constaté et le moment où il y a été remédié, les résultats des mesures ne peuvent pas être utilisés.
  § 4. La personne physique ou morale, à charge de laquelle le résultat de la mesure effectuée peut être retenu, n'est avertie et sa présence n'est requise que dans l'hypothèse où son intervention s'avère nécessaire.
  § 5. Le contrôle du bon fonctionnement d'un appareil de mesure imposé par un permis d'environnement est réalisé conformément aux conditions imposées dans le permis d'environnement ou par un arrêté du Gouvernement imposant les conditions d'exploiter propres aux installations autorisées.
  § 6. Les personnes visées au paragraphe 2 tiennent à jour un registre décrivant les opérations de contrôle de bon fonctionnement, de maintenance, de réparation, de mise à l'arrêt et de remise en fonctionnement, suite à la mise à l'arrêt, des appareils de mesures.
  § 7. Préalablement à toute installation d'un appareil audiovisuel fixe, et sans préjudice de la nécessité d'obtenir une autorisation domaniale préalablement à son installation sur un bien du domaine public, le responsable du traitement avertit :
  - la Commission de la protection de la vie privée, le cas échéant dans le respect de l'article 17 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel; et
  - le chef de corps de la zone de police concernée.
  En outre, il requiert :
  - l'autorisation du bourgmestre de la commune concernée lorsque l'appareil est destiné à filmer un lieu ouvert;
  - le consentement du propriétaire et de l'exploitant lorsque l'appareil est destiné à filmer un lieu fermé accessible au public;
  - le consentement du propriétaire de l'exploitant ou, à défaut d'exploitant, du propriétaire et de la personne occupant le cas échéant les lieux en vertu d'un droit réel ou personnel, lorsque l'appareil est destiné à filmer un lieu fermé non accessible au public.
  Le responsable du traitement ou son délégué doit, lorsqu'il introduit sa déclaration et sa demande d'autorisation, conformément à l'alinéa premier, décrire les infractions ou les dommages environnementaux ou les menaces d'infractions ou de dommages environnementaux qui justifient le recours à l'installation d'appareils audiovisuels et démontrer le caractère adéquat d'une telle installation, au regard des objectifs poursuivis.
  Quel que soit le lieu d'installation de l'appareil audiovisuel, le responsable du traitement signale son installation par l'apposition d'un pictogramme ou charge le gestionnaire du lieu de procéder à cette apposition.
  Le fait pour une personne physique de pénétrer dans un lieu où un pictogramme signale une surveillance par caméra constitue la manifestation de son consentement à être filmée.
Art.26. In artikel 17 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 17 wordt hernummerd tot artikel 15;
  2° in § 1, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de inleidende zin worden de woorden " luchtverontreiniging of van de geluidshinder " vervangen door het woord " verontreiniging " en worden de woorden " opgesteld door het met het toezicht belaste personeelslid, door de deskundige of door het erkend laboratorium " ingevoegd tussen de woorden " meetverslag " en " dat de volgende gegevens bevat ";
  b) nieuwe punten 1° en 2° worden ingevoegd, luidend als volgt :
  " 1° de vermelding van het register zoals bedoeld in artikel 14, § 6;
  2° in voorkomend geval, de luchtgesteldheid op het moment van de metingen; ";
  c) de huidige punten 1° tot en met 5° worden hernummerd tot punten 3° tot en met 7° ;
  d) nieuwe punten 8° tot en met 10° worden ingevoegd, luidend als volgt :
  " 8° de namen en hoedanigheid van de personeelsleden, van het erkend laboratorium of van de deskundige die de metingen hebben uitgevoerd;
  9° de namen en hoedanigheid van de personen die het verslag hebben opgesteld;
  10° in voorkomend geval, de identificatie van de aanwezige personen; ";
  e) het punt 6° wordt opgeheven;
  f) het punt 7° wordt hernummerd tot punt 11° ;
  3° het tweede lid van paragraaf 1 wordt opgeheven;
  4° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) " het hoofdbestanddeel " wordt vervangen door de woorden " het constitutief bestanddeel " en het woord " vermoedelijke " wordt ingevoegd tussen de woorden " de " en " dader ";
  b) de woorden " bedoeld in artikel 21, § 2, van de ingebrekestelling bedoeld in artikel 21, § 3, " worden tussen de woorden " van de waarschuwing " en de woorden " of van het proces-verbaal " toegevoegd;
  c) in de Franse taalversie worden de woorden " qui sont adressés " ingevoegd tussen de woorden " constatant l'infraction " en de woorden " à l'auteur présumé ";
  5° een nieuwe paragraaf 3 wordt toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 3. De door de audiovisuele apparaten opgeslagen gegevens maken het voorwerp uit van een verslag opgesteld door de verantwoordelijke voor de verwerking, dat de volgende aanwijzingen bevat :
  - het plan van de gefilmde plaatsen en hun politieadres;
  - de data en uren gedurende welke de apparaten gewerkt hebben;
  - de beschrijving van het gebruikte materiaal;
  - de naam en voornaam van de verantwoordelijken voor de verwerking die zijn overgegaan tot de plaatsing van de apparaten en het opslaan van de gegevens;
  - in voorkomend geval, de identificatie van de personen aanwezig op het ogenblik van de opname;
  - de toelating van de burgemeester van de betrokken gemeente, wanneer die vereist is;
  - de toelating van de eigenaar en de uitbater of de persoon die in voorkomend geval de plaats bezet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, van de betrokken plaats, wanneer die vereist is; en
  - het bewijs van de voorafgaande kennisgeving aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. ";
  6° een nieuwe paragraaf 4 wordt toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. Het verslag bedoeld in paragraaf 3 en een kopie van de opname zijn aangehecht aan de kennisgeving van de waarschuwing bedoeld in artikel 21, § 2, van de ingebrekestelling bedoeld in artikel 21, § 3, of van het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt, gericht aan de vermoedelijke dader van het misdrijf en aan de Procureur des Konings. ";
  7° een nieuwe paragraaf 5 wordt toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 5. Alleen de verantwoordelijke voor de verwerking of zijn afgevaardigde, beschikt over een toegangsrecht tot de in paragraaf 3 bedoelde opgeslagen gegevens, die aan de Procureur des Konings meegedeeld kunnen worden.
  De verantwoordelijke voor de verwerking of zijn afgevaardigde stelt onder de personeelsleden belast met het toezicht, de personeelsleden aan die toegang hebben tot de opgeslagen gegevens.
  Deze personeelsleden moeten voldoen aan de volgende voorwaarden :
  - beschikken over het statuut van personeelslid belast met het toezicht sedert ten minste 5 jaar op het ogenblik van hun aanstelling;
  - elk jaar een certificaat van goed zedelijk gedrag overleggen;
  - een verklaring op eer ondertekenen waarin zij zich verbinden om een discretieplicht na te leven wat betreft de gevoelige en persoonsgegevens die door de beelden worden verschaft.
  De functie van deze personeelsleden beperkt zich tot het controleren of de opgeslagen gegevens een inbreuk kunnen vormen of een milieuschade kunnen veroorzaken en tot het informeren van de verantwoordelijke voor de verwerking over het resultaat van hun controles.
  De lijst van personen die aldus zijn aangesteld moet ter beschikking worden gehouden van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer door de verantwoordelijke voor de verwerking of zijn afgevaardigde. ".
Art.26. Dans l'article 17 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 17 est renuméroté article 15;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans la phrase introductive, les mots " atmosphérique ou des sources sonores " sont supprimés et les mots " établi par l'agent chargé de la surveillance, par l'expert ou par le laboratoire agréé " sont insérés entre les mots " mesures " et " comprenant les indications suivantes ";
  b) des nouveaux points 1° et 2° sont insérés, rédigés comme suit :
  " 1° la mention du registre visé à l'article 14, § 6;
  2° le cas échéant, les conditions atmosphériques au moment des mesures; ";
  c) les actuels points 1° à 5° sont renumérotés points 3° à 7° ;
  d) des points 8° à 10° sont insérés, rédigés comme suit :
  " 8° les noms et qualité des agents, du laboratoire agréé ou de l'expert ayant effectué les mesures;
  9° les noms et qualité des personnes ayant rédigé le rapport;
  10° le cas échéant, l'identification des personnes présentes; ";
  e) le point 6° est abrogé;
  f) le point 7° est renuméroté point 11° ;
  3° le second alinéa du paragraphe 1er est abrogé;
  4° au paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans la version néerlandaise, les mots " het hoofdbestanddeel " sont remplacés par les mots " het constitutief bestanddeel " et le mot " vermoedelijke " est inséré entre les mots " de " et " dader ";
  b) les mots " visé à l'article 21, § 2, de la mise en demeure visée à l'article 21, § 3, " sont ajoutés entre le mot " avertissement " et les mots " ou du procès-verbal ";
  c) les mots " qui est adressé " sont ajoutés entre les mots " constatant l'infraction " et les mots " à l'auteur présumé ";
  5° un nouveau paragraphe 3 est ajouté, libellé comme suit :
  " § 3. Les données enregistrées par les appareils audiovisuels fixes font l'objet d'un rapport établi par le responsable du traitement, comprenant les indications suivantes :
  - le plan des lieux filmés et leur adresse de police;
  - les dates et heures pendant lesquelles les appareils ont fonctionné;
  - la description du matériel utilisé;
  - les nom et prénom des responsables du traitement ayant procédé à l'installation des appareils et à l'enregistrement des données;
  - le cas échéant, l'identification des personnes présentes au moment de l'enregistrement;
  - l'autorisation du bourgmestre de la commune concernée, lorsque celle-ci est requise;
  - l'autorisation du propriétaire et de l'exploitant ou de la personne occupant le cas échéant les lieux en vertu d'un droit réel ou personnel, du lieu concerné, lorsque celle-ci est requise; et
  - la preuve de la notification préalable à la Commission de la protection de la vie privée. ";
  6° un nouveau paragraphe 4 est ajouté, libellé comme suit :
  " § 4. Le rapport visé au § 3 et une copie de l'enregistrement sont joints à la notification de l'avertissement visé à l'article 21, § 2, de la mise en demeure visée à l'article 21, § 3, ou du procès-verbal constatant l'infraction qui est adressé à l'auteur présumé de l'infraction et au Procureur du Roi ";
  7° un nouveau paragraphe 5 est ajouté, libellé comme suit :
  " § 5. Seul le responsable du traitement ou son délégué a un droit d'accès aux données enregistrées visées au § 3, lesquelles peuvent être communiquées au Procureur du Roi.
  Le responsable du traitement ou son délégué désigne, parmi les agents chargés de la surveillance, les agents qui ont accès aux données enregistrées.
  Ces agents doivent remplir les conditions suivantes :
  - avoir le statut d'agent chargé de la surveillance depuis au moins 5 ans à la date de leur désignation;
  - produire chaque année un certificat de bonne vie et moeurs;
  - signer une déclaration sur l'honneur aux termes de laquelle ils s'engagent à respecter un devoir de discrétion en ce qui concerne les données sensibles et personnelles fournies par les images.
  La fonction de ces agents se limite à vérifier si les données enregistrées sont susceptibles de constituer une infraction ou d'engendrer un dommage à l'environnement et à informer le responsable du traitement du résultat de leurs vérifications.
  La liste des personnes ainsi désignées doit être tenue à la disposition de la Commission de la protection de la vie privée par le responsable du traitement ou son délégué. ".
Art.27. In dezelfde ordonnantie, worden de woorden " Onderafdeling 3. " vervangen door de woorden " Afdeling 3. ".
Art.27. Dans la même ordonnance, les mots " Sous-section 3. " sont remplacés par les mots " Section 3. ".
Art.28. In artikel 18 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 18 wordt hernummerd tot artikel 16;
  2° paragraaf 1 wordt vervangen door hetgeen volgt :
  " § 1. Het met het toezicht belaste personeelslid, de deskundige of het erkend laboratorium die de monsters heeft genomen, wijst een erkend analyselaboratorium aan dat belast wordt met de officiële analyse van het eerste monster. ";
  3° een nieuwe § 2 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 2. Bij elke monsterneming worden telkens twee monsters in dezelfde omstandigheden genomen. Ze worden in geschikte recipiënten of verpakkingen bewaard die een goede bewaring en een goede analyse garanderen.
  Eén monster is bestemd voor het erkend laboratorium voor analyse. Een tweede monster is bestemd voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon, tegen wie het resultaat van de analyses kan worden aangevoerd. ";
  4° een nieuwe § 3 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 3. De recipiënten of de verpakkingen worden met de zegel van de natuurlijke persoon of rechtspersoon zoals bedoeld in § 1 bekleed, waardoor de inhoud ervan onmogelijk kan worden vervangen of gewijzigd. ";
  5° in § 2, waarvan de huidige tekst § 4 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de Franse taalversie van de inleidende zin worden de woorden " ou les " ingevoegd tussen de woorden " récipients " en " emballages ";
  b) bij punt 3°, worden de woorden " het personeelslid dat het monster heeft genomen of heeft laten nemen " vervangen door de woorden " de natuurlijke persoon of rechtspersoon zoals bedoeld in § 1 ";
  6° § 3 wordt opgeheven.
Art.28. Dans l'article 18 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 18 est renuméroté article 16;
  2° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. L'agent chargé de la surveillance, l'expert ou le laboratoire agréé ayant réalisé les prélèvements désignent un laboratoire d'analyse agréé chargé de l'analyse officielle du premier échantillon. ";
  3° un nouveau paragraphe 2 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 2. Deux échantillons recueillis dans les mêmes conditions sont prélevés lors de chaque prélèvement. Ils sont collectés dans des récipients ou des emballages appropriés permettant une bonne conservation et une bonne analyse.
  Un échantillon est destiné au laboratoire d'analyse agréé. Un deuxième échantillon est destiné à la personne physique ou morale à charge de laquelle le résultat des analyses peut être retenu. ";
  4° un nouveau paragraphe 3 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 3. Les récipients ou les emballages sont revêtus du sceau de la personne physique ou morale visée au § 1er, rendant impossible la substitution ou l'altération de leur contenu. ";
  5° dans le paragraphe 2, dont le présent texte formera le paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans la phrase introductive, les mots " ou les " sont insérés entre les mots " récipients " et " emballages ";
  a) au point 3°, les mots " l'agent qui a procédé ou fait procéder au prélèvement " sont remplacés par les mots " la personne physique ou morale visée au § 1er ";
  6° le paragraphe 3 est abrogé.
Art.29. In artikel 19 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 19 wordt hernummerd tot artikel 17;
  2° in § 1, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de inleidende zin worden de woorden " Het personeelslid dat het monster heeft genomen of heeft laten nemen " worden vervangen door de woorden " De natuurlijke persoon of rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 16 § 1 " en worden de woorden " op zijn minst " ingevoegd tussen de woorden " bevat " en " de volgende gegevens ";
  b) bij punt 2°, worden de woorden " van de monsterneming " vervangen door de woorden " waarin de monsterneming plaatsvond ";
  c) het punt 4° wordt vervangen door hetgeen volgt :
  " 4° in voorkomend geval, de identiteit van de personen die de monsterneming hebben bijgewoond; ";
  d) het punt 5° wordt hernummerd tot punt 4° ;
  e) bij punt 6°, hernummerd tot punt 5°, wordt het woord " erkende " ingevoegd tussen de woorden " de identiteit van het " en " laboratorium ";
  f) bij punt 7°, hernummerd tot punt 6°, wordt het woord " vim " geschrapt;
  3° in § 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden " vier dagen " worden vervangen door de woorden " vijf werkdagen ";
  b) het tweede lid wordt opgeheven.
Art.29. Dans l'article 19 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 19 est renuméroté article 17;
  2° au paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans la phrase introductive, les mots " l'agent effectuant ou ayant fait effectuer le prélèvement " sont remplacés par les mots " la personne physique ou morale visée à l'article 16, § 1er, " et les mots " au minimum " sont insérés entre les mots " comprend " et " les indications suivantes ";
  b) au point 2°, les mots " de prélèvement " sont remplacés par les mots " dans lesquelles le prélèvement a été réalisé ";
  c) le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° le cas échéant, l'identité des personnes qui ont assisté au prélèvement; ";
  d) le point 5° est renuméroté point 4° ;
  e) au point 6°, renuméroté point 5°, le mot " agréé " est inséré entre les mots " laboratoire " et " chargé ";
  f) le point 7° est renuméroté point 6° et dans la version néerlandaise, le mot " vim " est supprimé;
  3° au paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées :
  a) les mots " quatre jours " sont remplacés par les mots " cinq jours ouvrables ";
  b) l'alinéa 2 est abrogé.
Art.30. In dezelfde ordonnantie wordt artikel 20 opgeheven.
Art.30. Dans la même ordonnance, l'article 20 est abrogé.
Art.31. In artikel 21 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 21 wordt hernummerd tot artikel 18;
  2° paragraaf 1 wordt vervangen door hetgeen volgt :
  " § 1. Ten laatste op de eerste werkdag die volgt op de datum van monsterneming, wordt één van de monsters bezorgd aan het erkend laboratorium voor analyse aangeduid door de natuurlijke persoon of rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 16, § 1.
  Het wordt bewaard in omstandigheden die een correcte analyse toelaten. ";
  3° paragraaf 2 wordt vervangen door hetgeen volgt :
  " Het tweede monster wordt onmiddellijk op de plaats van monsterneming overhandigd aan één van de personen tegen wie de analyseresultaten kunnen worden aangevoerd indien hij aanwezig is op het ogenblik van de monsterneming.
  Als dat niet mogelijk is, wordt het monster bewaard door het erkende laboratorium dat met de officiële analyse is belast. Het wordt tot vijf werkdagen na de monsterneming ter beschikking gehouden van de personen bedoeld in het eerste lid. ";
  4° in § 3, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid, worden de woorden " dan het laboratorium dat met de officiële analyse belast is " geschrapt;
  b) in het tweede lid, worden de woorden " binnen vierentwintig uur " geschrapt en worden de woorden " ten laatste op de eerste werkdag die volgt op de datum van monsterneming " ingevoegd vóór de woorden " aan dit laboratorium ";
  c) het derde lid wordt vervangen door hetgeen volgt :
  " Indien hij het monster niet onmiddellijk op de plaats van de monsterneming heeft gekregen, kan hij binnen de vijf werkdagen na de monsterneming, het erkend laboratorium voor analyse aangeduid door de natuurlijke persoon of rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 16, § 1, verzoeken dat het tweede monster te zijner beschikking wordt gesteld. ".
Art.31. Dans l'article 21 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 21 est renuméroté article 18;
  2° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Un des échantillons est transmis au laboratoire d'analyse agréé désigné par la personne physique ou morale visée à l'article 16, § 1er, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la date du prélèvement.
  Il est conservé dans des conditions permettant une analyse correcte. ";
  3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Le second échantillon est remis immédiatement sur le lieu même du prélèvement à une des personnes à charge de laquelle les résultats peuvent être retenus dans l'hypothèse où elle serait présente au moment du prélèvement.
  A défaut, l'échantillon est conservé par le laboratoire agréé. Il demeure pendant cinq jours ouvrables après le prélèvement à la disposition des personnes visées à l'alinéa 1er. ";
  4° au paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées :
  a) à l'alinéa 1er, les mots " que celui qui est chargé de l'analyse officielle " sont supprimés;
  b) à l'alinéa 2, les mots " dans les vingt-quatre heures " sont supprimés et les mots " au plus tard le premier jour ouvrable qui suit le prélèvement " sont insérés après les mots " à ce laboratoire ";
  c) l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Dans le cas où il n'a pas pu directement obtenir cet échantillon, il peut, dans les cinq jours ouvrables suivant le prélèvement de l'échantillon, requérir du laboratoire d'analyse agréé désigné par la personne physique ou morale visée à l'article 16, § 1er, que le second échantillon soit mis à sa disposition. ".
Art.32. In het artikel 22 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 22 wordt hernummerd tot artikel 19;
  2° in § 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het eerste lid wordt vervangen door hetgeen volgt :
  " Het erkende laboratorium aangeduid door de natuurlijke persoon of rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 16, § 1, maakt een analyseverslag op en bezorgt dit aan het met het toezicht belaste personeelslid. ";
  b) in het tweede lid, worden de woorden " Die bezorgt het verslag aan het personeelslid dat het monster heeft genomen of heeft laten nemen " vervangen door de woorden " Die bezorgt het verslag onmiddellijk aan de personen zoals bedoeld in artikel 16, § 1 ";
  3° in § 2, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) punt 1° wordt vervangen door hetgeen volgt :
  " de identiteit van het personeelslid die om de analyse heeft gevraagd en in voorkomend geval van de persoon die de tweede analyse heeft geëist; ";
  b) bij punt 2°, wordt het woord " en hun volgnummers " vervangen door het woord " en hun referentienummers ";
  c) punt 4° wordt opgeheven;
  d) de punten 5° en 6° worden respectievelijk hernummerd tot de punten 4° en 5° ;
  e) punt 7° wordt opgeheven;
  f) punt 8° wordt hernummerd tot punt 6° ;
  4° paragraaf 3 wordt vervangen door hetgeen volgt :
  " De vermoedelijke dader of de eigenaar van het goed waar het feit dat het constitutief bestanddeel van het misdrijf vormt werd gepleegd of waar het zijn oorsprong vond, ontvangt samen met de kennisgeving van de waarschuwing bedoeld in artikel 21, § 2, van de ingebrekestelling bedoeld in artikel 21, § 3, of van het proces-verbaal waarin het misdrijf wordt vastgesteld een afschrift van het analyseverslag. ".
Art.32. Dans l'article 22 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 22 est renuméroté article 19;
  2° au paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  a) l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Le laboratoire agréé désigné par la personne physique ou morale visée à l'article 16, § 1er, dresse un rapport d'analyse qu'il transmet à l'agent chargé de la surveillance. ";
  b) à l'alinéa 2, les mots " Celle-ci la transmet à l'agent qui a effectué ou qui a fait effectuer le prélèvement " sont remplacés par les mots " Celle-ci le transmet immédiatement aux personnes visées à l'article 16, § 1er ";
  3° au paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " l'identité de l'agent qui a demandé l'analyse et le cas échéant de la personne qui a requis la seconde analyse; ";
  b) au point 2°, les mots " et leurs numéros de suite " sont remplacés par les mots " et leurs références ";
  c) le point 4° est abrogé;
  d) les points 5° et 6° sont renumérotés respectivement points 4° et 5° ;
  e) le point 7° est abrogé;
  f) le point 8° est renuméroté point 6° ;
  4° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Une copie du rapport d'analyse est jointe à la notification de l'avertissement visé à l'article 21, § 2, de la mise en demeure visée à l'article 21, § 3, ou du procès-verbal constatant l'infraction qui est adressé à l'auteur présumé de l'infraction ou au propriétaire du bien où a été commis ou d'où provient le fait constitutif de l'infraction. ".
Art.33. Na het nieuwe artikel 19 van dezelfde ordonnantie wordt een derde hoofdstuk ingevoegd, luidend als volgt :
  " Hoofdstuk 3. - Preventie, vaststelling van de misdrijven en milieuaansprakelijkheid
  Afdeling 1. - Preventie
  Art. 20. De exploitant treft onverwijld de nodige preventieve maatregelen wanneer zich nog geen milieuschade heeft voorgedaan maar een onmiddellijke dreiging bestaat dat dergelijke schade zich voordoet.
  Wanneer een onmiddellijke dreiging van milieuschade ondanks de door de betrokken exploitant genomen preventieve maatregelen niet verdwijnt, is deze laatste verplicht om de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid zo spoedig mogelijk van alle relevante aspecten op de hoogte te brengen.
  Art. 21. § 1. De met het toezicht belaste personeelsleden kunnen te allen tijde maatregelen treffen of opleggen, zelfs mondeling, ten aanzien van eender welke persoon, die nodig zijn om elke vorm van gevaar of hinder voor het leefmilieu of voor de volksgezondheid te voorkomen, te verminderen of te verhelpen en hen verplichten informatie te verstrekken.
  Indien de maatregelen mondeling zijn opgelegd, worden ze binnen 10 werkdagen bij een ter post aangetekende brief aan de bestemmeling van de maatregel bevestigd door :
  1° de burgemeester wanneer personeelsleden van de gemeente het bevel hebben opgelegd; of
  2° de leidend ambtenaar van het Instituut, van het GAN of van het bevoegde bestuur van het Ministerie, wanneer hun respectieve personeelsleden het bevel hebben gegeven.
  Indien de maatregelen schriftelijk zijn opgelegd, worden ze goedgekeurd door een medeondertekening :
  1° van de burgemeester, wanneer een personeelslid van de gemeente het bevel heeft opgelegd; of
  2° van de leidend ambtenaar van het Instituut, van het GAN of van het bevoegde bestuur van het Ministerie, wanneer één van hun respectieve personeelsleden het bevel heeft opgelegd.
  Ze worden aan de bestemmeling van de maatregel bezorgd bij een ter post aangetekende brief.
  Indien aan die maatregelen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de met het toezicht belaste personeelsleden de voorgeschreven maatregel ambtshalve ten laste van de in gebreke blijvende persoon uitvoeren of laten uitvoeren.
  Een preventieve maatregel opgelegd door een met het toezicht belast personeelslid aan een exploitant, en medeondertekend, indien zij schriftelijk werd genomen of bekrachtigd, indien zij werd genomen na een mondelinge beslissing, door de leidend ambtenaar van het Instituut, vormt van rechtswege een bevolen preventieve maatregel van de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid in de zin van artikel 24, indien de gevaren of hinder die haar rechtvaardigen een onmiddellijke dreiging op milieuschade, die binnen het toepassingsgebied van artikel 57 valt, kunnen uitmaken of daaraan aan de oorsprong kunnen liggen.
  § 2. De met het toezicht belaste personeelsleden kunnen te allen tijde, zelfs mondeling, een waarschuwing richten tot de vermoedelijke dader van het misdrijf, of tot de eigenaar van het goed waar het feit dat het constitutief bestanddeel van het misdrijf vormt gepleegd werd of waar het zijn oorsprong vond en een termijn vastleggen waarbinnen hij zich in regel dient te stellen.
  Wanneer een mondelinge waarschuwing gegeven wordt, dan dient die binnen tien werkdagen bij een ter post aangetekende brief te worden bevestigd door :
  1° de burgemeester wanneer de waarschuwing door personeelsleden van de gemeente werd gegeven; of
  2° de leidend ambtenaar van het Instituut of van het GAN of van het bevoegde bestuur van het Ministerie wanneer de waarschuwing door respectievelijk één van hun personeelsleden werd gegeven.
  Deze waarschuwing kan in voorkomend geval in dezelfde aangetekende brief gepaard gaan met een krachtens § 1 genomen of opgelegde preventieve maatregel.
  § 3. Nadat de waarschuwing geen gedeeltelijke of volledige uitvoering krijgt door zijn bestemmeling of indien de situatie het vereist, kunnen de met het toezicht belaste personeelsleden een ingebrekestelling per aangetekend schrijven richten aan eerstgenoemde.
  De ingebrekestelling kan in dezelfde aangetekende brief gepaard gaan met een preventieve maatregel opgelegd overeenkomstig § 1.
  § 4. In geval van een feit dat het constitutief bestanddeel van een misdrijf vormt en indien de dreiging van die aard is dat enige vertraging in het nemen van maatregelen tot onherstelbare schade riskeert te leiden of in geval van herhaalde vaststellingen verricht conform artikel 23, kunnen de met het toezicht belaste personeelsleden bovendien mondeling bevelen tot :
  1° de gedeeltelijke of volledige stopzetting van de activiteit;
  2° de sluiting van één of meer inrichtingen.
  Die maatregelen vervallen indien ze binnen tien werkdagen nadat ze opgelegd werden, niet bij een ter post aangetekende brief bevestigd zijn door :
  1° de burgemeester wanneer personeelsleden van de gemeente de maatregelen hebben opgelegd; of
  2° de leidend ambtenaar van het Instituut, van het GAN of van het bevoegde bestuur van het Ministerie, wanneer één van hun personeelsleden de maatregelen hebben opgelegd.
  Art. 22. Iedere belanghebbende kan bij het Milieucollege beroep instellen tegen het bevel om een activiteit gedeeltelijk of volledig stop te zetten of om een of meer inrichtingen te sluiten of tegen een bevel met een gelijkaardig gevolg, of tegen ieder bevel om een activiteit voort te zetten of een bevel met een gelijkaardig gevolg.
  Op straffe van verval dient het beroep per verzoekschrift bij het Milieucollege te worden ingesteld binnen tien dagen na de kennisgeving van de beslissing of van de bevestiging bedoeld in artikel 21. Het Milieucollege hoort de belanghebbende, op zijn verzoek, of zijn raadsman. In dit geval wordt ook het met het toezicht belaste personeelslid dat de maatregelen heeft genomen gehoord.
  Binnen vijftien werkdagen na de datum van verzending van het verzoekschrift betekent het Milieucollege zijn beslissing. Deze termijn wordt met tien werkdagen verlengd wanneer de partijen een verzoek indienen om te worden gehoord. Voorts wordt de termijn verlengd met tien werkdagen wanneer het verzoekschrift is opgestuurd in de periode van 15 juni tot 15 augustus.
  Afdeling 2. - Vaststelling van de misdrijven
  Art. 23. De met het toezicht belaste personeelsleden stellen de misdrijven vast in een proces-verbaal dat bewijswaarde heeft tot het bewijs van het tegendeel. Binnen tien werkdagen na de vaststelling van het misdrijf wordt een afschrift van het proces-verbaal bezorgd aan de vermoedelijke dader of aan de eigenaar van het goed waar het feit dat het constitutief bestanddeel van het misdrijf vormt gepleegd werd of waar het zijn oorsprong gevonden heeft. De termijn wordt berekend te rekenen vanaf de dag volgend op de vaststelling van het misdrijf.
  Afdeling 3. - Milieuaansprakelijkheid
  Onderafdeling 1. - Preventieve maatregelen
  Art. 24. De bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid kan te allen tijde :
  1° de exploitant verplichten informatie te verstrekken telkens als zich een onmiddellijke dreiging van milieuschade voordoet of ingeval dergelijke onmiddellijke dreiging wordt vermoed;
  2° de exploitant verplichten de nodige preventieve maatregelen te treffen; of
  3° zelf de nodige preventieve maatregelen nemen.
  Als de exploitant de verplichtingen bepaald in artikel 20 of in punten 1° en 2°, niet nakomt, als hij niet kan worden geïdentificeerd of als hij krachtens artikel 27 de kosten niet moet dragen, kan de bevoegde instantie zelf de nodige preventieve maatregelen treffen.
  De genomen beslissingen worden onmiddellijk aan de betrokken exploitant betekend die tegelijkertijd ingelicht wordt over de rechtsmiddelen en beroepstermijnen waarover hij beschikt.
  Onderafdeling 2. - Herstelmaatregelen
  Art. 25. § 1. Wanneer er zich milieuschade heeft voorgedaan, brengt de exploitant onverwijld de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid op de hoogte van alle relevante aspecten van de toestand en treft hij :
  1° alle praktische maatregelen om de betrokken verontreinigende stoffen en/of enige andere schadefactor onmiddellijk te bestrijden, in te perken, te verwijderen of te behandelen, teneinde nieuwe milieuschade en negatieve gevolgen voor de volksgezondheid of aantasting van de functies te beperken of te voorkomen;
  2° de nodige herstelmaatregelen. Hij bepaalt overeenkomstig bijlage 2 de mogelijke herstelmaatregelen en legt ze ter goedkeuring voor aan de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid.
  § 2. De bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid besluit welke herstelmaatregelen overeenkomstig bijlage 2, en zo nodig in samenwerking met de betrokken exploitant, worden uitgevoerd.
  Wanneer zich meerdere gevallen van milieuschade hebben voorgedaan en de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid er niet voor kan zorgen dat de noodzakelijke herstelmaatregelen gelijktijdig worden genomen, kan zij bepalen welk geval van milieuschade eerst moet worden hersteld. Bij het nemen van deze beslissing houdt zij onder meer rekening met de aard, de omvang en de ernst van de milieuschade en met de mogelijkheid van natuurlijke regeneratie. Er moet ook rekening worden gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens.
  De bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid nodigt de personen, bedoeld in artikel 29, § 1, uit en in ieder geval de personen op wier terrein herstelmaatregelen zouden moeten worden toegepast, om opmerkingen te formuleren en houdt rekening met deze opmerkingen.
  § 3. De bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid kan te allen tijde :
  1° de exploitant verplichten aanvullende informatie te verstrekken over alle schade die zich heeft voorgedaan;
  2° zelf alle praktische maatregelen treffen of de betrokken exploitant daartoe verplichten om de betrokken verontreinigende stoffen en/of enige andere schadefactor onmiddellijk te bestrijden, in te perken, te verwijderen of te beheren, teneinde nieuwe milieuschade en negatieve gevolgen voor de gezondheid van de mens of aantasting van de functies te beperken of te voorkomen;
  3° de exploitant verplichten de nodige herstelmaatregelen te treffen; of
  4° zelf de nodige herstelmaatregelen treffen.
  § 4. Als de exploitant de verplichtingen bepaald in § 1 of § 3, 2° of 3° niet nakomt, als hij niet kan worden geïdentificeerd of als hij krachtens artikel 27 de kosten niet moet dragen, kan de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid zelf de nodige preventieve maatregelen treffen.
  § 5. Iedere beslissing die een herstelmaatregel oplegt wordt onverwijld meegedeeld aan de betrokken exploitant, die tegelijkertijd op de hoogte wordt gebracht van de rechtsmiddelen en beroepstermijnen waarover hij beschikt.
  Onderafdeling 3. - Preventie- en herstelkosten
  Art. 26. De exploitant draagt de kosten voor de preventie- en herstelmaatregelen die door de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid zijn genomen.
  Wanneer milieuschade of de onmiddellijke dreiging van deze schade is veroorzaakt door verschillende exploitanten, zijn deze er hoofdelijk toe gehouden de kosten voor de ondernomen preventie- en herstelmaatregelen te dragen.
  Art. 27. § 1. De exploitant is echter niet verplicht de kosten te dragen van de preventie- of herstelmaatregelen opgelegd door de instantie bevoegd inzake milieuaansprakelijkheid als hij kan bewijzen dat de milieuschade of de onmiddellijke dreiging van dergelijke schade :
  1° veroorzaakt is door een derde ondanks dat er passende veiligheidsmaatregelen waren getroffen; of
  2° het gevolg is van het opvolgen van een bevel of instructie van een overheidsinstantie, tenzij het een bevel of instructie betreft naar aanleiding van een emissie of incident veroorzaakt door de activiteiten van de exploitant zelf.
  § 2. De exploitant is niet verplicht de kosten te dragen van de herstelmaatregelen die met toepassing van dit Wetboek worden getroffen als hij kan bewijzen dat de milieuschade of de onmiddellijke dreiging van dergelijke schade te wijten is aan :
  1° een emissie of een gebeurtenis die uitdrukkelijk toegestaan is met naleving van alle voorwaarden die verband houden met een op de datum van de emissie of de gebeurtenis van toepassing zijnde vergunning die uitgereikt of verlengd werd krachtens de in bijlage 3 bedoelde wetgevende en reglementaire bepalingen inzake de exploitatie van een hierin opgenomen activiteit;
  2° een emissie of een activiteit of elke aanwending van een product in het kader van een activiteit waarvan de exploitant kan bewijzen dat deze niet beschouwd was als vatbaar voor het aanrichten van milieuschade in het licht van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het ogenblik dat de emissie of de activiteit plaatsvond.
  § 3. De Regering legt de modaliteiten vast volgens welke de exploitant de kosten die hij heeft gemaakt maar die hij krachtens § 1 en § 2 van dit artikel niet moet dragen, kan terugvorderen.
  Art. 28. § 1. Behoudens artikel 27 vordert de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid, met name via een waarborgsom of andere passende waarborgen bij de exploitant die de milieuschade of de onmiddellijke dreiging van schade heeft veroorzaakt, de kosten terug die ze heeft gedragen voor de ondernomen preventieve maatregelen of herstelmaatregelen van de milieuschade. De Regering bepaalt de financiële waarborgen die passend worden geacht en legt de regels in verband met de uitoefening van dit terugvorderingsrecht vast.
  § 2. De bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid kan beslissen om de gedragen kosten niet volledig terug te vorderen wanneer de daartoe benodigde uitgaven hoger zijn dan het terug te vorderen bedrag of wanneer de exploitant niet kan worden geïdentificeerd.
  § 3. De bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid is gerechtigd om tegen de exploitant of, indien van toepassing, een derde die de schade of de onmiddellijke dreiging van schade heeft veroorzaakt, een procedure in te stellen om de kosten met betrekking tot alle uit hoofde van dit Wetboek genomen maatregelen terug te vorderen binnen een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de maatregelen geheel zijn voltooid of de datum waarop de aansprakelijke exploitant of derde is geïdentificeerd, waarbij de meest recente datum in aanmerking wordt genomen.
  § 4. De door de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid getroffen maatregelen overeenkomstig artikel 21, § 1, zesde lid en de artikelen 24 en 25 § 3, worden getroffen onverminderd de aansprakelijkheid van de betrokken exploitant en de naleving van artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
  Onderafdeling 4. - Vordering van maatregelen en rechtsmiddelen
  Art. 29. § 1. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die een belang heeft bij de besluitvorming inzake milieuschade, met name hij die zulke milieuschade lijdt of dreigt te lijden, is gerechtigd om bij de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid opmerkingen in te dienen betreffende elk geval van milieuschade of onmiddellijke dreiging van dergelijke schade waarvan hij kennis heeft en heeft de mogelijkheid om de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid te verzoeken krachtens dit Wetboek maatregelen te treffen.
  Iedere vereniging die op het grondgebied van het Gewest ijvert voor de bescherming van het leefmilieu, wordt geacht een belang te hebben op voorwaarde dat :
  1° de vereniging is opgericht als een VZW;
  2° de VZW al bestond vóór de datum waarop de milieuschade of de onmiddellijke dreiging van schade zich heeft voorgedaan; en
  3° het statutair doel van de VZW de bescherming van het leefmilieu is;
  4° het belang waarvan de aantasting in haar opmerkingen en/of haar verzoek tot het nemen van maatregelen wordt aangevoerd, past in het kader van het statutair doel van de VZW, zoals blijkt op de datum waarop de schade of de onmiddellijke dreiging van schade zich heeft voorgedaan.
  Deze bepaling is van toepassing, onverminderd het vorderingsrecht bepaald door de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu.
  § 2. Het verzoek tot maatregelen gaat vergezeld van de relevante informatie en gegevens ter ondersteuning van de opmerkingen die met betrekking tot de milieuschade in kwestie worden voorgelegd.
  § 3. Wanneer het verzoek tot maatregelen en de bijbehorende opmerkingen op aannemelijke wijze het bestaan van milieuschade aangeven, onderzoekt de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid deze opmerkingen en dit verzoek tot maatregelen.
  In dat geval, biedt de bevoegde instantie de betrokken exploitant de gelegenheid om zijn standpunt met betrekking tot het verzoek tot maatregelen en de bijbehorende opmerkingen kenbaar te maken, overeenkomstig de door de Regering vastgelegde vormen en termijnen.
  § 4. De bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid brengt de personen bedoeld in § 1 die opmerkingen hebben ingediend zo spoedig mogelijk en uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek op de hoogte van haar beslissing om al dan niet op te treden, met vermelding van de redenen waarop haar beslissing is gebaseerd.
  § 5. De kennisgeving van de met redenen omklede beslissing van de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid vermeldt de rechtsmiddelen en beroepstermijnen waarvan ze het voorwerp kan uitmaken, evenals de modaliteiten voor het indienen van dit beroep.
  § 6. De Regering legt de vormregels en de modaliteiten vast voor de indiening en het onderzoek van de op basis van dit artikel ingediende verzoeken tot maatregelen.
  § 7. De personen bedoeld § 1 kunnen een beroepsprocedure instellen :
  1° bij het Milieucollege tegen de beslissingen, daden of verzuim van de instantie bevoegd inzake milieuaansprakelijkheid krachtens dit Wetboek; en
  2° bij de Regering tegen de beslissingen van het Milieucollege bedoeld in punt 1°.
  De Regering legt de beroepsprocedure bedoeld in de punten 1° en 2° vast.
  Onderafdeling 5. - Intergewestelijke en internationale samenwerking
  Art. 30. § 1. Wanneer milieuschade gevolgen heeft of kan hebben voor meerdere Lidstaten of meerdere Gewesten, waaronder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, werkt de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid samen met de andere Lidstaten van de Europese Unie of Gewesten, met name door een passende informatie-uitwisseling, om ervoor te zorgen dat een preventieve maatregel en, al naargelang het geval, een herstelmaatregel met betrekking tot de milieuschade wordt getroffen.
  § 2. Wanneer dergelijke milieuschade is ontstaan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, verstrekt de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid voldoende informatie aan de Lidstaten of gewesten die mogelijk zijn getroffen.
  § 3. Wanneer de bevoegde instantie inzake milieuschade schade vaststelt die is veroorzaakt buiten het grondgebied waarvoor ze bevoegd is, meldt ze dit aan de Europese Commissie en alle andere betrokken gewesten of Lidstaten; ze kan aanbevelingen doen betreffende preventie- of herstelmaatregelen die moeten worden getroffen en kan overeenkomstig dit Wetboek de kosten die ze heeft gemaakt voor preventie- of herstelmaatregelen terugvorderen.
  § 4. Deze samenwerking doet geen afbreuk aan de bestaande samenwerkingsvormen. ".
Art.33. A la suite du nouvel article 19 de la même ordonnance, un chapitre 3 est inséré, rédigé comme suit :
  " Chapitre 3. - Prévention, constatation des infractions et responsabilité environnementale
  Section 1re. - Prévention
  Art. 20. Lorsqu'un dommage environnemental n'est pas encore survenu, mais qu'il existe une menace imminente qu'un tel dommage survienne, l'exploitant prend sans retard les mesures de prévention nécessaires.
  Lorsqu'une menace imminente de dommage environnemental ne disparaît pas en dépit des mesures de prévention prises par l'exploitant, ce dernier est tenu d'informer l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale de tous les aspects pertinents dans les meilleurs délais.
  Art. 21. § 1er. Les agents chargés de la surveillance peuvent à tout moment prendre ou ordonner à toute personne, même verbalement, toute mesure de prévention nécessaire pour éviter, réduire ou remédier à des dangers ou nuisances pour l'environnement et la santé humaine, et l'obliger à fournir des informations.
  Lorsqu'elles sont ordonnées verbalement, les mesures sont confirmées au destinataire de la mesure par lettre recommandée à la poste, dans les dix jours ouvrables par :
  1° le bourgmestre, lorsque l'ordre a été donnée par des agents communaux; ou
  2° le fonctionnaire dirigeant de l'Institut, de l'ARP ou de l'administration compétente du Ministère, lorsque l'ordre est donné par un de leurs agents respectifs.
  Lorsqu'elles sont ordonnées par écrit, ces mesures sont approuvées par un contreseing :
  1° du bourgmestre, lorsque l'ordre a été donné par des agents communaux; ou
  2° du fonctionnaire dirigeant de l'Institut, de l'ARP ou de l'administration compétente du Ministère, lorsque l'ordre est donné par un de leurs agents respectifs.
  Elles sont transmises au destinataire de la mesure par lettre recommandée à la poste.
  S'il n'a pas été obtempéré à ces mesures, les agents chargés de la surveillance peuvent exécuter ou faire exécuter d'office la mesure ordonnée, et ce à charge de la personne défaillante.
  Une mesure de prévention, ordonnée par un agent chargé de la surveillance à un exploitant, et contresignée, si elle a été prise par écrit, ou confirmée, si elle a été prise oralement, par le fonctionnaire dirigeant de l'Institut, constitue de plein droit une mesure de prévention ordonnée par l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale, au sens de l'article 24, si les dangers ou nuisances qui la justifient sont susceptibles de constituer ou d'être à l'origine d'une menace imminente de dommage environnemental entrant dans le champ d'application de l'article 57.
  § 2. Les agents chargés de la surveillance peuvent à tout moment adresser, même verbalement, un avertissement à l'auteur suspecté d'avoir commis l'infraction ou au propriétaire du bien d'où provient le fait constitutif de l'infraction, et fixer un délai pour qu'il se mette en règle.
  Lorsqu'il est donné verbalement, l'avertissement est confirmé par lettre recommandée à la poste dans les dix jours ouvrables par :
  1° le bourgmestre, lorsque l'avertissement a été donné par des agents communaux; ou
  2° le fonctionnaire dirigeant de l'Institut ou de l'ARP ou de l'administration compétente du Ministère, lorsque l'avertissement a été donné par un de leurs agents respectifs.
  L'avertissement peut être accompagné, le cas échéant dans la même lettre recommandée, d'une mesure de prévention prise ou ordonnée en vertu du paragraphe 1er.
  § 3. Après un avertissement non suivi d'exécution partielle ou totale par son destinataire ou lorsque la situation le requiert, les agents chargés de la surveillance peuvent adresser à ce dernier une mise en demeure par lettre recommandée.
  La mise en demeure peut être accompagnée, dans la même lettre recommandée, d'une mesure de prévention ordonnée en vertu du paragraphe 1er.
  § 4. En cas de fait constitutif d'infraction et lorsque la menace est telle que tout retard dans l'adoption des mesures adéquates risque de provoquer un dommage irréparable ou en cas de constats répétés effectués conformément à l'article 23, les agents chargés de la surveillance peuvent en outre ordonner verbalement :
  1° la cessation partielle ou totale de l'activité;
  2° la fermeture d'une ou de plusieurs installations.
  Ces mesures cessent leurs effets si, dans les dix jours ouvrables de leur prescription, elles n'ont pas été confirmées par lettre recommandée à la poste par :
  1° le bourgmestre lorsqu'elles ont été prises par des agents communaux; ou
  2° le fonctionnaire dirigeant de l'Institut, de l'ARP ou de l'administration compétente du Ministère, lorsque l'ordre est donné par un de leurs agents respectifs.
  Art. 22. Un recours est ouvert auprès du Collège d'environnement à toute personne justifiant d'un intérêt contre toute décision ordonnant la cessation partielle ou totale d'une activité ou la fermeture d'une ou de plusieurs installations ou produisant un effet équivalent, ou toute décision ordonnant la poursuite d'une activité ou produisant un effet équivalent.
  A peine de forclusion, le recours doit être introduit par requête auprès du Collège d'environnement dans les dix jours de la notification de la décision ou de la confirmation visée à l'article 21. Le Collège d'environnement entend, à leur demande, le requérant ou son conseil. Dans ce cas, l'agent chargé de la surveillance ayant pris la mesure est également entendu.
  Le Collège d'environnement notifie sa décision dans les quinze jours ouvrables de la date d'envoi de la requête. Ce délai est augmenté de dix jours ouvrables lorsque les parties demandent à être entendues. Il est en outre augmenté de dix jours ouvrables lorsque la requête a été envoyée dans la période allant du 15 juin au 15 août.
  Section 2. - Constatation des infractions
  Art. 23. Les agents chargés de la surveillance constatent les infractions par procès-verbal faisant foi jusqu'à preuve du contraire. Une copie du procès-verbal est communiquée dans les dix jours ouvrables suivant la constatation de l'infraction à l'auteur présumé de l'infraction ou au propriétaire du bien où a été commis ou d'où provient le fait constitutif de l'infraction. Le délai est calculé à partir du lendemain de la constatation de l'infraction.
  Section 3. - Responsabilité environnementale
  Sous-section 1re. - Mesures de prévention
  Art. 24. L'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale peut à tout moment :
  1° obliger l'exploitant à fournir des informations chaque fois qu'une menace imminente de dommage environnemental est présente, ou dans le cas où une telle menace imminente est suspectée;
  2° obliger l'exploitant à prendre les mesures préventives nécessaires; ou
  3° prendre elle-même les mesures préventives nécessaires.
  Si l'exploitant ne s'acquitte pas des obligations prévues à l'article 20 ou aux points 1° et 2°, s'il ne peut être identifié ou s'il n'est pas tenu de supporter les coûts en vertu de l'article 27, l'autorité compétente peut prendre les mesures préventives nécessaires.
  Les décisions prises sont notifiées sans délai à l'exploitant concerné, qui est en même temps informé des voies et délais de recours dont il dispose.
  Sous-section 2. - Mesures de réparation
  Art. 25. § 1er. Lorsqu'un dommage environnemental s'est produit, l'exploitant informe sans tarder l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale de tous les aspects pertinents de la situation et prend :
  1° toutes les mesures pratiques afin de combattre, d'endiguer, d'éliminer ou de traiter immédiatement les contaminants concernés et tout autre facteur de dommage, en vue de limiter ou de prévenir de nouveaux dommages environnementaux et des incidences négatives sur la santé humaine ou la détérioration des services;
  2° les mesures de réparation nécessaires. Il détermine, conformément à l'annexe 2, les mesures de réparation possibles et les soumet à l'approbation de l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale.
  § 2. L'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale définit les mesures de réparation à mettre en oeuvre conformément à l'annexe 2, le cas échéant, avec la collaboration de l'exploitant concerné.
  Lorsque plusieurs dommages environnementaux se sont produits de telle manière que l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale ne peut faire en sorte que les mesures de réparation nécessaires soient prises simultanément, elle est habilitée à décider quel dommage environnemental doit être réparé prioritairement. Elle prend cette décision en tenant compte, notamment, de la nature, de l'étendue, de la gravité des différents dommages environnementaux concernés et des possibilités de régénération naturelle. Les risques pour la santé humaine sont également pris en compte.
  L'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale invite les personnes visées à l'article 29, § 1er, et, en tout état de cause, les personnes sur le terrain desquelles des mesures de réparation devraient être appliquées, à présenter leurs observations, dont elle tient compte.
  § 3. L'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale peut, à tout moment :
  1° obliger l'exploitant à fournir des informations complémentaires concernant tout dommage s'étant produit;
  2° prendre ou obliger l'exploitant à prendre toutes les mesures pratiques afin de combattre, d'endiguer, d'éliminer ou de gérer immédiatement les contaminants concernés et tout autre facteur de dommage, en vue de limiter ou de prévenir de nouveaux dommages environnementaux et des incidences négatives sur la santé humaine ou la détérioration des services;
  3° obliger l'exploitant à prendre les mesures de réparation nécessaires; ou
  4° prendre elle-même les mesures de réparation nécessaires.
  § 4. Si l'exploitant ne s'acquitte pas des obligations prévues au § 1er ou au § 3, 2° ou 3°, s'il ne peut être identifié ou s'il n'est pas tenu de supporter les coûts en vertu de l'article 27, l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale peut prendre les mesures de réparation nécessaires.
  § 5. Toute décision qui impose une mesure de réparation est notifiée sans délai à l'exploitant concerné, qui est en même temps informé des voies et délais de recours dont il dispose.
  Sous-section 3. - Coûts liés à la prévention et à la réparation
  Art. 26. L'exploitant supporte les coûts des mesures de prévention et de réparation des dommages environnementaux prises par l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale.
  Quand le dommage environnemental ou la menace imminente de ce dommage a été causé par plusieurs exploitants, ceux-ci sont solidairement tenus de supporter les coûts des mesures de prévention et de réparation entreprises.
  Art. 27. § 1er. L'exploitant n'est pas tenu de supporter le coût des mesures de prévention ou de réparation ordonnées par l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale lorsqu'il est en mesure de prouver que la menace imminente de dommage environnemental ou le dommage environnemental :
  1° est le fait d'un tiers, en dépit de mesures de sécurité appropriées; ou
  2° résulte du respect d'un ordre ou d'une instruction émanant d'une autorité publique autre qu'un ordre ou une instruction consécutifs à une émission ou à un incident causés par les propres activités de l'exploitant.
  § 2. L'exploitant n'est pas tenu de supporter les coûts des mesures de réparation entreprises en application du présent Code, s'il apporte la preuve qu'il n'a pas commis de faute ou de négligence, et que le dommage environnemental est dû à :
  1° une émission ou à un événement expressément autorisé et respectant toutes les conditions liées à une autorisation qui est d'application à la date de l'émission ou de l'événement, délivrée ou renouvelée en vertu des dispositions législatives et réglementaires visées à l'annexe 3 pour l'exploitation d'une activité qui y est énumérée;
  2° une émission ou une activité ou tout mode d'utilisation d'un produit dans le cadre d'une activité dont l'exploitant prouve qu'elle n'était pas considérée comme susceptible de causer des dommages à l'environnement au regard de l'état des connaissances scientifiques et techniques au moment où l'émission ou l'activité a eu lieu.
  § 3. Le Gouvernement fixe les modalités selon lesquelles l'exploitant peut recouvrer les coûts qu'il a engagés, mais qu'il n'est pas tenu de supporter en vertu du § 1er et du § 2.
  Art. 28. § 1er. Sous réserve de l'article 27, l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale recouvre, notamment par le biais d'une caution ou d'autres garanties appropriées, auprès de l'exploitant qui a causé le dommage environnemental ou la menace imminente d'un tel dommage, les coûts qu'elle a supportés en ce qui concerne les mesures de prévention ou de réparation des dommages environnementaux entreprises. Le Gouvernement définit les garanties financières considérées comme appropriées et fixe les règles en rapport avec l'exercice de ce droit de recouvrement.
  § 2. L'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale peut décider de ne pas recouvrer l'intégralité des coûts supportés lorsque les dépenses nécessaires à cet effet sont supérieures à la somme à recouvrer, ou lorsque l'exploitant ne peut pas être identifié.
  § 3. L'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale est habilitée à engager contre l'exploitant ou, selon le cas, contre un tiers qui a causé un dommage environnemental ou une menace imminente de dommage environnemental, une procédure de recouvrement des coûts relatifs à toute mesure prise en application du présent Code dans une période de cinq ans à compter de la date à laquelle les mesures ont été achevées ou de la date à laquelle l'exploitant responsable ou le tiers ont été identifiés, la date la plus récente étant retenue.
  § 4. Les mesures prises par l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale en application de l'article 21, § 1er, alinéa 6, et des articles 24 et 25, § 3, le sont sans préjudice de la responsabilité de l'exploitant concerné et du respect des articles 107 et 108 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne.
  Sous-section 4. - Demande de mesure et recours
  Art. 29. § 1er. Toute personne physique ou morale ayant un intérêt à faire valoir à l'égard du processus décisionnel relatif au dommage environnemental, notamment celle touchée ou risquant d'être touchée par un tel dommage, est habilitée à soumettre à l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale toute observation liée à toute survenance de dommages environnementaux ou à une menace imminente de dommage environnemental dont elle a eu connaissance, et a la faculté de demander que l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale prenne des mesures en vertu du présent Code.
  Toute association qui oeuvre en faveur de la protection de l'environnement sur le territoire de la Région, est réputée avoir un intérêt à la condition que :
  1° l'association soit constituée en ASBL;
  2° l'ASBL préexiste à la date de survenance du dommage environnemental ou de la menace imminente de dommage;
  3° l'objet statutaire de l'ASBL soit la protection de l'environnement; et
  4° l'intérêt dont la lésion est invoquée dans ses observations et/ou sa demande d'action entre dans le cadre de l'objet statutaire de l'ASBL tel qu'il ressort à la date du dommage ou de la menace imminente de dommage.
  La présente disposition s'applique sans préjudice du droit d'action prévu par la loi du 12 janvier 1993 concernant un droit d'action en matière de protection de l'environnement.
  § 2. La demande est accompagnée des informations et données pertinentes venant étayer les observations présentées en relation avec le dommage environnemental en question.
  § 3. Lorsque la demande et les observations qui l'accompagnent indiquent d'une manière plausible l'existence d'un dommage environnemental, l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale examine ces observations et cette demande.
  En pareil cas, l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale donne à l'exploitant concerné la possibilité de faire connaître sa position concernant la demande et les observations qui l'accompagnent, selon les formes et délais fixés par le Gouvernement.
  § 4. L'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale informe les personnes visées au § 1er qui ont soumis des observations de sa décision d'agir ou non, en indiquant les raisons qui motivent celle-ci dès que possible et, au plus tard, dans le mois qui suit la réception de la demande.
  § 5. La notification de la décision motivée de l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale indique les voies et délais de recours dont elle peut faire l'objet ainsi que les modalités d'introduction de ce recours.
  § 6. Le Gouvernement fixe les règles de forme et les modalités en rapport avec l'introduction et l'instruction des demandes d'action introduites sur la base du présent article.
  § 7. Les personnes visées au § 1er peuvent engager une procédure de recours :
  1° auprès du Collège d'environnement contre les décisions, actes ou omissions de l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale en vertu du présent Code; et
  2° auprès du Gouvernement contre les décisions du Collège d'environnement visées au point 1°.
  Le Gouvernement fixe les procédures de recours visées aux points 1° et 2°.
  Sous-section 5. - Coopération interrégionale et internationale
  Art. 30. § 1er. Lorsqu'un dommage environnemental affecte ou est susceptible d'affecter plusieurs Etats membres ou plusieurs Régions, parmi lesquelles la Région de Bruxelles-Capitale, l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale coopère avec les autres Etats de l'Union européenne ou Régions, notamment par un échange approprié d'informations, en vue d'assurer une mesure de prévention et, selon le cas, de réparation en ce qui concerne ce dommage environnemental.
  § 2. Lorsqu'un tel dommage environnemental a pris naissance en Région de Bruxelles-Capitale, l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale fournit des informations suffisantes aux Etats membres ou régions potentiellement affectés.
  § 3. Lorsque l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale identifie un dommage dont la cause est extérieure au territoire relevant de ses compétences, elle en informe la Commission européenne et toutes autres régions ou tout Etat membre concernés; elle peut faire des recommandations relatives à l'adoption de mesures de prévention ou de réparation et conformément au présent Code, recouvrer les frais qu'elle a engagés dans le cadre de l'adoption de mesures de prévention ou de réparation.
  § 4. Cette coopération ne porte pas préjudice aux formes de collaborations existantes. ".
Art.34. In dezelfde ordonnantie wordt, na het nieuwe hoofdstuk 3, een titel III ingevoegd, luidend als volgt :
  " Titel III. - Misdrijven en strafsancties ".
Art.34. Dans la même ordonnance, après le nouveau chapitre 3, un titre III est inséré, rédigé comme suit :
  " Titre III. Infractions et sanctions pénales ".
Art.35. Na de nieuwe titel III van dezelfde ordonnantie, wordt een nieuw hoofdstuk 1 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Hoofdstuk 1. - Misdrijven
  Art. 31. § 1. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en met een geldboete van 50 tot 100.000 euro, of met slechts één van die straffen alleen :
  1° diegene die zich, minstens wegens nalatigheid, zich onttrekt aan of die op welkdanige manier de uitvoering verhindert van de inspectieopdracht waarmee de met het toezicht belaste personeelsleden gemachtigd zijn krachtens artikelen 5 tot en met 7 en artikelen 9 tot en met 19 van dit Wetboek;
  2° diegene die, minstens wegens nalatigheid :
  a) de informatieverplichtingen zoals voorzien in artikel 20, tweede lid, of artikel 25, § 1, niet nakomt;
  b) verzuimt de informatie die hem gevraagd wordt krachtens artikel 21, § 1, artikel 24, eerste lid, 1°, of artikel 25, § 3, 1°, mee te delen;
  c) zijn verplichtingen niet nakomt om preventieve of herstelmaatregelen te treffen zoals voorzien in respectievelijk artikel 20, eerste lid, en artikel 25, § 1;
  d) de verplichting tot het voorafgaandelijk voorleggen van de mogelijke herstelmaatregelen voorzien in artikel 25, § 1, 2°, niet eerbiedigt;
  e) de maatregelen die hem zijn opgelegd krachtens artikel 21, § 1, eerste lid, artikel 24, eerste lid, 2°, of artikel 25, § 3, 2° en 3°, niet of niet volgens de instructies uitvoert;
  f) geen adequate financiële waarborg stelt overeenkomstig artikel 28, § 1;
  3° diegene die, minstens wegens nalatigheid, een bepaling van een verordening van de Europese Unie zoals voorzien in artikel 2 overtreedt, voor zover het niet reeds door een andere ordonnantie strafbaar wordt gesteld, of, tenminste wegens nalatigheid, behoudens een andersluidende bepaling, feiten pleegt, die door of krachtens een wet of ordonnantie voorzien in artikel 2 en niet zoals voorzien in de paragrafen 3 en 4 van huidig artikel, strafbaar worden gesteld.
  § 2. De nalatigheid bepaald in paragraaf 1 staat vast door het plegen zelf van de strafbare feiten, ongeacht of het gaat om een handeling of een verzuim, behoudens tegenbewijs.
  § 3. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar en met een geldboete van 10.000 tot 500.000 euro, of met slechts één van die straffen alleen, diegene die :
  a) één van de misdrijven pleegt zoals voorzien in artikel 3 van de ordonnantie van 9 december 2010 betreffende de toepasselijke sancties in het geval van niet-naleving van de Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH); of
  b) één van de misdrijven pleegt zoals voorzien in artikel 75 van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems.
  § 4. Voor de toepassing van dit artikel, geniet de mogelijkheid voorzien in artikel 37ter van het Strafwetboek om een werkstraf op te leggen in plaats van een gevangenisstraf of een geldboete, de voorkeur.
  De uitgesproken straf is doeltreffend, evenredig en afschrikkend. ".
Art.35. A la suite du nouveau titre III de la même ordonnance, un nouveau chapitre 1er est inséré, rédigé comme suit :
  " Chapitre 1er. - Infractions
  Art. 31. § 1er. Est passible d'un emprisonnement de huit jours à deux ans et d'une amende de 50 à 100.000 euros, ou d'une de ces peines seulement :
  1° celui qui, au moins par négligence, se soustrait ou fait obstacle d'une quelconque manière à l'exécution de la mission d'inspection dont sont investis les agents chargés de la surveillance en vertu des articles 5 à 7 et 9 à 19 du présent Code;
  2° celui qui, au moins par négligence :
  a) ne s'acquitte pas des obligations d'information visées à l'article 20, alinéa 2, ou à l'article 25, § 1er;
  b) s'abstient de communiquer les informations qui lui ont été demandées en vertu de l'article 21, § 1er, de l'article 24, alinéa 1er, 1°, ou de l'article 25, § 3, 1° ;
  c) ne s'acquitte pas des obligations de prendre des mesures de prévention ou de réparation visées respectivement à l'article 20, alinéa 1er, et à l'article 25, § 1er;
  d) ne respecte pas l'obligation de soumettre préalablement les mesures de réparation possibles visées à l'article 25, § 1er, 2° ;
  e) n'exécute pas ou de façon non conforme aux instructions les mesures qui lui sont imposées en vertu de l'article 21, § 1er, alinéa 1er, de l'article 24, alinéa 1er, 2°, ou de l'article 25, § 3, 2° et 3° ; ou
  f) ne constitue pas une garantie financière appropriée conformément à l'article 28, § 1er;
  3° celui qui, au moins par négligence, viole une disposition d'un règlement de l'Union européenne visée à l'article 2, pour autant qu'elle ne soit pas déjà incriminée par une autre ordonnance, ou commet au moins par négligence, sauf disposition contraire, des faits incriminés pénalement par ou en vertu d'une loi ou d'une ordonnance visée à l'article 2 et non visée aux paragraphes 3 et 4 du présent article.
  § 2. La négligence visée au § 1er est établie par la commission même des faits incriminés, qu'il s'agisse d'un acte ou d'une omission, sauf preuve contraire.
  § 3. Est passible d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et d'une peine d'amende de 10.000 à 500.000 euros, ou d'une de ces peines seulement, celui qui :
  a) commet une des infractions prévues à l'article 3 de l'ordonnance du 9 décembre 2010 relative aux sanctions applicables en cas de violation du Règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH); ou
  b) commet une des infractions prévues à l'article 75 de l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués.
  § 4. Dans l'application du présent article, la possibilité prévue par l'article 37ter du Code pénal d'infliger une peine de travail de façon alternative à la peine de prison ou d'amende est privilégiée.
  La peine prononcée est effective, dissuasive et proportionnée. ".
Art.36. Na het nieuwe hoofdstuk 1 van dezelfde ordonnantie, wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidend als volgt :
  " Hoofdstuk 2. - Verzwarende omstandigheden
  Art. 32. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en met een geldboete van 250 tot 300.000 euro, of met slechts één van die straffen alleen, diegene die een misdrijf pleegt zoals voorzien in artikel 31, § 1, waardoor de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten of aanzienlijke schade aan een habitat binnen een Natura 2000-gebied wordt veroorzaakt.
  Huidig artikel doet geen afbreuk aan de verzwarende omstandigheden zoals voorzien in bijzondere wetgevingen. ".
Art.36. A la suite du nouveau chapitre 1er de la même ordonnance, un nouveau chapitre 2 est inséré, rédigé comme suit :
  " Chapitre 2. - Circonstances aggravantes
  Art. 32. Est passible d'un emprisonnement de trois mois à trois ans et d'une amende de 250 à 300.000 euros ou de l'une de ces peines seulement, celui qui commet une infraction visée à l'article 31, § 1er, causant la mort ou de graves lésions à des personnes, ou une dégradation substantielle de l'air, de la qualité du sol, ou de la qualité de l'eau, de la faune ou de la flore, ou une dégradation importante à un habitat au sein d'un site Natura 2000.
  Le présent article ne fait pas préjudice aux circonstances aggravantes prévues dans les législations particulières. ".
Art.37. In dezelfde ordonnantie worden de woorden " Hoofdstuk III. - Recidive " door de woorden " Hoofdstuk 3. - Recidive " vervangen.
Art.37. Dans la même ordonnance, les mots " Chapitre III. - De la récidive " sont remplacés par les mots " Chapitre 3. - Récidive ".
Art.38. In artikel 23 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij de ordonnantie van 9 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 23 wordt hernummerd tot artikel 33;
  2° de woorden " tegen de wetten, ordonnanties en de verordeningen van de Europese unie bedoeld in artikel 2 " worden vervangen door de woorden " bedoeld in artikel 31 ";
  3° de woorden " of met een geldboete die het dubbel bedraagt van de maximale boete of gevangenisstraf vastgesteld voor het laatst gepleegde misdrijf ", worden vervangen door de woorden " en met een geldboete die het dubbel bedraagt van de maximale boete of gevangenisstraf vastgesteld voor het laatst gepleegde misdrijf, of met slechts één van die straffen alleen ";
  4° de woorden " tegen dezelfde wetten, ordonnanties of verordeningen van de Europese Unie of tegen andere wetten, ordonnanties of verordeningen van de Europese Unie bedoeld in artikel 2, kan " worden vervangen door de woorden " bedoeld in artikel 31 ";
  5° het cijfer " 25 " wordt vervangen door het cijfer " 200 ".
Art.38. Dans l'article 23 de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 9 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 23 est renuméroté article 33;
  2° les mots " aux lois, ordonnances et règlementations de l'Union européenne visées à l'article 2 " sont remplacés par les mots " visée à l'article 31 ";
  3° les mots " ou d'une amende égale au double du maximum de ce qui est prévu pour la dernière infraction commise, " sont remplacés par " et d'une amende égale au double du maximum de ce qui est prévu pour la dernière infraction commise, ou de l'une de ces peines seulement, ";
  4° les mots " sanctionnée soit par les mêmes lois, les mêmes ordonnances ou les mêmes réglementations de l'Union européenne, soit par d'autres lois, ordonnances ou règlementations de l'Union européenne visées à l'article 2 " sont remplacés par les mots " visée à l'article 31 ";
  5° le mot " 25 " est remplacé par le mot " 200 ".
Art.39. In dezelfde ordonnantie worden de woorden " Hoofdstuk IV. - Door de rechter opgelegde maatregelen " vervangen door de woorden " Titel IV. - Door de rechter opgelegde maatregelen ".
Art.39. Dans la même ordonnance, les mots " Chapitre IV. - Des mesures pouvant être prononcées par le juge " sont remplacés par les mots " Titre IV. - Mesures pouvant être prononcées par le juge ".
Art.40. In artikel 24 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij de ordonnantie van 9 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 24 wordt hernummerd tot artikel 34;
  2° de woorden " in de wetten, ordonnanties en verordeningen van de Europese Unie bedoeld in artikel 2, " worden vervangen door de woorden " in de artikelen 31 tot en met 33 " en het woord " hoofdstuk " wordt vervangen door het woord " titel ".
Art.40. Dans l'article 24 de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 9 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 24 est renuméroté article 34;
  2° les mots " par les lois, ordonnances et réglementations de l'Union européenne visées à l'article 2, " sont remplacés par les mots " aux articles 31 à 33 " et le mot " chapitre " est remplacé par " titre ".
Art.41. In dezelfde ordonnantie wordt artikel 25 hernummerd tot artikel 35.
Art.41. Dans la même ordonnance, l'article 25 est renuméroté article 35.
Art.42. In dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 26 wordt hernummerd tot artikel 36;
  2° in de Franse tekst wordt het woord " IBGE " vervangen door het woord " Institut ";
  3° het woord " , het GAN " wordt ingevoegd tussen het woord " het Instituut " en de woorden " of het Gewest ".
Art.42. Dans la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 26 est renuméroté article 36;
  2° le mot " IBGE " est remplacé par le mot " Institut ";
  3° le mot " , l'ARP " est inséré entre les mots " l'Institut " et " ou la Région ".
Art.43. In artikel 27 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 27 wordt hernummerd tot artikel 37;
  2° in het tweede lid worden de woorden " en over het recht beschikken om de materialen en voorwerpen die afkomstig zijn uit de instaatstelling van de plaatsen te verkopen, te vervoeren, te bewaren of om ze te vernietigen op een plaats die hij kiest. " ingevoegd na het woord " uitvoeren ";
  3° in het derde lid worden de woorden " , mits vermindering van de verkoopprijs van de materialen en voorwerpen afkomstig uit de instaatstelling van de plaats. " na de woorden " uitvoerbaar verklaard is " ingevoegd.
Art.43. Dans l'article 27 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 27 est renuméroté article 37;
  2° à l'alinéa 2, les mots " et aura le droit de vendre les matériaux et objets provenant de la remise en état des lieux, de les transporter, de les entreposer ou de procéder à leur destruction en un lieu qu'il choisit " sont insérés après le mot " exécution ";
  3° à l'alinéa 3, les mots " , déduction faite du prix de la vente des matériaux et objets provenant de la remise en état des lieux " sont insérés après les mots " juges des saisies ".
Art.44. In artikel 28 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij de ordonnantie van 9 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 28 wordt hernummerd tot artikel 38;
  2° in het eerste lid worden de woorden " overtreding van de wetten, ordonnanties en Verordeningen van de Europese Unie bedoeld in artikel 2, " vervangen door de woorden " misdrijf bedoeld in artikel 31 " en wordt in de Franse taalversie het woord " pour " ingevoegd tussen de woorden " à titre temporaire " en " une durée maximum ".
Art.44. Dans l'article 28 de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 9 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 28 est renuméroté article 38;
  2° à l'alinéa 1er, les mots " infraction aux lois aux, ordonnances et Règlementations de l'Union européenne visées à l'article 2, " sont remplacés par les mots " infraction visée à l'article 31, " et le mot " pour " est inséré entre les mots " à titre temporaire " et " une durée maximum ".
Art.45. In dezelfde ordonnantie wordt artikel 29 hernummerd tot artikel 39.
Art.45. L'article 29 de la même ordonnance est renuméroté article 39.
Art.46. In dezelfde ordonnantie wordt artikel 30 hernummerd tot artikel 40.
Art.46. L'article 30 de la même ordonnance est renuméroté article 40.
Art.47. In artikel 31 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij de ordonnantie van 9 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 31 wordt hernummerd tot artikel 41;
  2° in de inleidende zin worden de woorden " De rechter kan iedere persoon die ertoe gemachtigd is om de dader bevelen of instructies te geven " vervangen door de woorden " Onverminderd de toepassing van artikel 5 en de artikelen 66 tot en met 69 van het Strafwetboek, kan de rechter iedere persoon die ertoe gemachtigd is om de dader van het misdrijf bevelen of instructies te geven " en de woorden " bepaald zijn voor degene die een misdrijf pleegt tegen de wetten, ordonnanties en verordeningen van de Europese Unie bedoeld in artikel 2 " worden vervangen door de woorden " door de artikelen 31 tot en met 33 voor dit misdrijf zijn voorzien ";
  3° in de Franse versie, in de punten 1°, 2° en 3°, worden de woorden " aurait " vervangen door de woorden " a ";
  4° in punt 2°, worden de woorden " wetten, ordonnanties en voorschriften van de Europese Unie bedoeld in artikel 2 " vervangen door de woorden " bepalingen van de verordeningen van de Europese Unie, de wetten, de ordonnanties en hun uitvoeringbesluiten bedoeld in artikel 2, en van de bepalingen van dit Wetboek ".
Art.47. Dans l'article 31 de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 9 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 31 est renuméroté article 41;
  2° dans la phrase introductive, avant les mots " Le juge peut " sont insérés les mots " Sans préjudice de l'article 5 et des articles 66 à 69 du Code pénal, " et les mots " aux peines prévues pour l'auteur de l'infraction par les lois, ordonnances et réglementations de l'Union européenne visées à l'article 2 " sont remplacés par les mots " à la peine prévue aux articles 31 à 33 pour cette infraction ";
  3° dans la version française, aux points 1°, 2° et 3°, les mots " aurait " sont remplacés par les mots " a ";
  4° au point 2°, les mots " lois, ordonnances et Règlementations de l'Union européenne visées à l'article 2 " sont remplacés par les mots " dispositions des règlements de l'Union européenne, des lois, des ordonnances et de leurs arrêtés d'exécution visés à l'article 2 ainsi que du présent Code ".
Art.48. In dezelfde ordonnantie worden de woorden " Hoofdstuk V. - Administratieve geldboetes " vervangen door de woorden " Titel V. - Alternatieve administratieve geldboetes ".
Art.48. Dans la même ordonnance, les mots " Chapitre V. - Les amendes administratives " sont remplacés par les mots " Titre V. Amendes administratives alternatives ".
Art.49. In dezelfde ordonnantie worden de artikelen 32 tot en met 33, laatst gewijzigd bij de ordonnantie van 20 juni 2013, opgeheven.
Art.49. Dans la même ordonnance, les articles 32 à 33, modifiés en dernier lieu par l'ordonnance du 20 juin 2013, sont abrogés.
Art.50. In artikel 34 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij de ordonnantie van 28 juni 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 34 wordt hernummerd tot artikel 47;
  2° het woord " alternatieve " wordt ingevoegd voor de woorden " administratieve geldboetes ".
Art.50. Dans l'article 34 de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 28 juin 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 34 est renuméroté article 47;
  2° le mot " alternatives " est inséré après les mots " amendes administratives ".
Art.51. in artikel 35 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 35 wordt hernummerd tot artikel 42;
  2° in het eerste lid worden de woorden " opgesomd in de artikelen 32 en 33 " vervangen door de woorden " bedoeld in artikel 31 " en het woord " alternatieve " wordt ingevoegd voor de woorden " administratieve geldboete ";
  3° Het tweede en derde lid worden opgeheven.
Art.51. Dans l'article 35 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 35 est renuméroté article 42;
  2° à l'alinéa 1er, les mots " énumérées aux articles 32 et 33 " sont remplacés par les mots " visées à l'article 31 " et le mot " alternative " est inséré après les mots " amende administrative ";
  3° les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
Art.52. In artikel 36 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 36 wordt hernummerd tot artikel 43;
  2° de worden " in artikel 32 of 33 bedoeld misdrijf " worden vervangen door de woorden " in artikel 31 bedoeld misdrijf ";
  3° het woord " dagen " wordt vervangen door het woord " werkdagen ".
Art.52. Dans l'article 36 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 36 est renuméroté article 43;
  2° les mots " notamment une infraction visée à l'article 32 ou 33 " sont remplacés par les mots " une infraction visée à l'article 31 ";
  3° le mot " ouvrables " est inséré entre les mots " jours " et " de la constatation ".
Art.53. In artikel 37 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 37 wordt hernummerd tot artikel 44;
  2° in het eerste lid, worden de woorden " in de artikelen 32 of 33 " worden vervangen door de woorden " in artikel 31 ";
  3° in het tweede lid wordt het woord " alternatieve " ingevoegd voor de woorden " administratieve geldboete ";
  4° in het derde lid, wordt het woord " alternatieve " ingevoegd voor de woorden " administratieve geldboete ".
Art.53. Dans l'article 37 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 37 est renuméroté article 44;
  2° à l'alinéa 1er, les mots " à l'article 32 ou 33 " sont remplacés par les mots " à l'article 31 ";
  3° à l'alinéa 2, le mot " alternative " est inséré à la suite des mots " amende administrative ";
  4° à l'alinéa 3, le mot " alternative " est inséré après les mots " amende administrative ".
Art.54. In artikel 38 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij de ordonnantie van 28 juni 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 38 wordt hernummerd tot artikel 45;
  2° in het eerste lid wordt het woord " alternatieve " ingevoegd tussen de woorden " met een " en de woorden " de administratieve geldboete " en tussen de woorden " of voor het misdrijf een " en de woorden " administratieve geldboete ";
  3° in het tweede lid wordt het woord " alternatieve " ingevoegd voor de woorden " administratieve geldboete ";
  4° een nieuw derde lid wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " De alternatieve administratieve geldboete bedraagt tussen 50 en 62.500 euro. ";
  5° een nieuw vierde lid wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Dit bedrag kan verminderd worden tot onder het wettelijke minimumbedrag in geval van verzachtende omstandigheden. ";
  6° een nieuw vijfde lid wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Het bedrag van de alternatieve administratieve geldboete wordt gestort aan het Fonds voor de bescherming van het leefmilieu zoals bedoeld bij artikel 2, 9° van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen. ";
  7° in het voormalige derde lid, dat het zesde lid wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de inleidende zin wordt het woord " alternatieve " ingevoegd tussen de woorden " de beslissing om geen " en " administratieve geldboete " en tussen de woorden " de beslissing om geen " en " administratieve geldboete ";
  b) in punt 1°, wordt het woord " alternatieve " ingevoegd tussen de woorden " met een " en " de administratieve geldboete ".
Art.54. Dans l'article 38 de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 28 juin 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 38 est renuméroté article 45;
  2° à l'alinéa 1er, le mot " alternative " est inséré entre les mots " l'amende administrative " et " en mesure de présenter " et entre les mots " amende administrative " et " du chef de l'infraction ";
  3° à l'alinéa 2, le mot " alternative " est inséré entre les mots " amende administrative " et " fixe le montant ";
  4° un nouvel alinéa 3 est inséré, rédigé comme suit :
  " Le montant de l'amende administrative alternative est de 50 à 62.500 euros. ";
  5° un nouvel alinéa 4 est inséré, rédigé comme suit :
  " Ce montant peut être réduit en dessous du minimum légal en cas de circonstances atténuantes. ";
  6° un nouvel alinéa 5 est inséré, rédigé comme suit :
  " Le montant de l'amende administrative alternative est versé au Fonds pour la protection de l'environnement visé à l'article 2, 9° de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires. ";
  7° à l'alinéa 3 ancien, qui devient l'alinéa 6, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans la phrase introductive, le mot " alternative " est inséré entre les mots " La décision d'infliger une amende administrative " et " ou, le cas échéant " et entre les mots " la décision de ne pas infliger une amende administrative " et " est notifiée ";
  b) au point 1°, le mot " alternative " est inséré après les mots " l'amende administrative ".
Art.55. In dezelfde ordonnantie, wordt een nieuw artikel 46 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 46. De overheid die de alternatieve administratieve geldboete oplegt beslist, in voorkomend geval, om deze gepaard te laten gaan met een bevel tot stopzetting van het misdrijf binnen een bepaalde termijn op straffe van een dwangsom waarvan de totale som niet meer mag bedragen dan 62.500 euro, eveneens te betalen aan het Fonds voor de bescherming van het leefmilieu.
  De dwangsom wordt door de in het eerste lid bedoelde overheid bepaald en bevolen. ".
Art.55. Dans la même ordonnance, un nouvel article 46 est inséré, rédigé comme suit :
  " Art. 46. L'autorité qui inflige l'amende administrative alternative décide, le cas échéant, de l'assortir d'un ordre de cesser l'infraction dans un délai déterminé sous peine d'astreinte dont le montant total ne pourra excéder 62.500 euros, également payée au Fonds pour la protection de l'environnement.
  L'astreinte est ordonnée et déterminée par l'autorité visée à l'alinéa 1er. ".
Art.56. In artikel 39 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 39 wordt hernummerd tot artikel 50;
  2° het woord " alternatieve " wordt ingevoegd vóór de woorden " administratieve geldboete ".
Art.56. Dans l'article 39 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 39 est renuméroté article 50;
  2° le mot " alternative " est inséré après les mots " amende administrative ".
Art.57. In artikel 39bis van dezelfde ordonnantie, ingevoegd bij de ordonnantie van 28 juni 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 39bis wordt hernummerd tot artikel 49;
  2° in het eerste lid wordt het woord " alternatieve " tussen de woorden " betaling van een " en de woorden " administratieve geldboete ";
  3° in het tweede lid, worden de woorden " het personeelslid dat de maatregel heeft genomen " vervangen door " de leidend ambtenaar van het Instituut of van het GAN of van het bevoegde bestuur van het Ministerie die de alternatieve administratieve geldboete heeft opgelegd. Deze laatste kan zich laten vertegenwoordigen door een personeelslid van, naargelang het geval, het Instituut of het GAN ";
  4° een nieuw derde lid wordt ingevoegd, luidend als volgt : " Het Milieucollege bevestigt of wijzigt de beslissing genomen in eerste aanleg. Het beschikt eveneens over de bevoegdheden voorzien in artikelen 45, vierde lid, en 46. ";
  5° aan het slot van het derde lid, dat het vierde lid geworden is, wordt de volgende zin toegevoegd : " Hij wordt overigens verlengd met vijfenveertig dagen wanneer het beroep ingediend is in de periode van 15 juni tot 15 augustus. ".
Art.57. Dans l'article 39bis de la même ordonnance, inséré par l'ordonnance du 28 juin 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 39bis est renuméroté article 49;
  2° à l'alinéa 1er, le mot " alternative. " est inséré entre les mots " amende administrative " et les mots " Le recours ";
  3° à l'alinéa 2, les mots " l'agent ayant pris la mesure " sont remplacés par " le fonctionnaire dirigeant de l'Institut, de l'ARP ou de l'administration compétente du Ministère qui a infligé l'amende administrative alternative. Ce dernier peut se faire représenter par un agent, selon le cas, de l'Institut ou de l'ARP. ";
  4° un nouvel alinéa 3 est inséré, rédigé comme suit : " Le Collège d'environnement confirme ou réforme la décision prise en première instance. Il dispose également des pouvoirs prévus aux articles 45, alinéa 4, et 46. ";
  5° il est ajouté in fine de l'alinéa 3, devenu l'alinéa 4, la phrase suivante : " Il est par ailleurs augmenté de quarante-cinq jours lorsque le recours a été envoyé dans la période allant du 15 juin au 15 août. ".
Art.58. In artikel 40 van dezelfde ordonnantie, vervangen bij de ordonnantie van 21 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 40 wordt hernummerd tot artikel 51;
  2° de woorden " alternatieve administratieve " worden ingevoegd voor het woord " geldboete ";
  3° de woorden " of de dwangsom " worden ingevoegd tussen het woord " geldboete " en de woorden " niet tijdig ";
  4° een nieuw tweede lid wordt toegevoegd, luidend als volgt :
  " Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaarderexploot of bij aangetekende zending of elektronisch aangetekende zending. ".
Art.58. Dans l'article 40 de la même ordonnance, remplacé par l'ordonnance du 21 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 40 est renuméroté article 51;
  2° les mots " administrative alternative " sont insérés après le mot " amende ";
  3° les mots " ou de l'astreinte " sont insérés après le mot " alternative " et les mots " dans les délais ";
  4° un nouvel alinéa 2 est ajouté, rédigé comme suit :
  " La contrainte est signifiée par exploit d'huissier, par courrier recommandé ou par envoi recommandé électronique. ".
Art.59. Artikel 40bis van dezelfde ordonnantie, ingevoegd bij de ordonnantie van 24 november 2011, wordt opgeheven.
Art.59. L'article 40bis de la même ordonnance, inséré par l'ordonnance du 24 novembre 2011, est abrogé.
Art.60. In artikel 41 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 8 november 2001, bekrachtigd bij de ordonnantie van 20 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 41 wordt hernummerd tot artikel 48;
  2° de woorden " in de artikelen 32 of 33 " worden vervangen door de woorden " in artikel 31 ";
  3° het woord " alternatieve " wordt ingevoegd voor de woorden " administratieve geldboetes ".
Art.60. Dans l'article 41 de la même ordonnance, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 8 novembre 2001, confirmé par l'ordonnance du 20 décembre 2002, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 41 est renuméroté article 48;
  2° les mots " aux articles 32 ou 33 " sont remplacés par les mots " à l'article 31 ";
  3° le mot " alternatives " est inséré après les mots " amendes administratives ".
Art.61. In artikel 42 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 42 wordt hernummerd tot artikel 52;
  2° de woorden " worden de bedragen vastgesteld in de artikelen 32 en 33, verdubbeld. " worden vervangen door de woorden " kan het maximum bedrag voorzien in artikel 45, derde lid, worden verdubbeld ".
Art.61. Dans l'article 42 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 42 est renuméroté article 52;
  2° les mots " les montants prévus aux articles 32 et 33 sont doublés " sont remplacés par les mots " le montant maximal prévu à l'article 45, alinéa 3, peut être doublé ".
Art.62. In dezelfde ordonnantie wordt een nieuw artikel 53 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 53. De alternatieve administratieve geldboete kan niet meer worden opgelegd na een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf het plegen van het misdrijf.
  In geval van een voortdurend misdrijf, is de eerste datum van de termijn bedoeld in het eerste lid de dag waarop het misdrijf heeft opgehouden.
  Wanneer verscheidene misdrijven de opeenvolgende en voortgezette uiting zijn van hetzelfde misdadig opzet, zal de eerste dag van deze termijn, ten opzichte van het geheel van de constitutieve feiten van het misdrijf, de dag van het plegen van het laatste misdrijf zijn op voorwaarde dat deze feiten niet worden gescheiden door een periode langer dan vijf jaar, rekening houdend met de oorzaken van stuiting.
  De termijn bedoeld in het eerste lid wordt gestuit iedere keer dat er een onderzoeksdaad of een daad van administratieve vervolging met betrekking tot het misdrijf wordt gesteld voor zover deze daad gesteld wordt vooraleer de initiële termijn van vijf jaar bedoeld in het eerste tot het derde lid verstreken is. De stuiting van de verjaringstermijn doet een nieuwe termijn van vijf jaar ingaan, te rekenen vanaf de daad die er aan de oorsprong van ligt. Zij geldt voor alle daders van en medeplichtigen aan het misdrijf, zelfs diegenen die niet door de daad van stuiting worden geviseerd.
  Zodra een beslissing door de in laatste aanleg bevoegde instantie is genomen om een alternatieve administratieve geldboete op te leggen binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, kan hierop niet meer worden teruggekomen wegens het later verstrijken van deze termijn.
Art.62. Dans la même ordonnance, un nouvel article 53 est inséré, rédigé comme suit :
  " Art. 53. L'amende administrative alternative ne peut plus être imposée après un délai supérieur de cinq ans à compter de la commission de l'infraction.
  En cas d'infraction continue, le premier jour du délai visé à l'alinéa 1er est le jour où l'infraction a cessé.
  Lorsque différentes infractions constituent la manifestation successive et continue de la même intention délictueuse, le premier jour de ce délai, à l'égard de l'ensemble des faits constitutifs de l'infraction, est le jour de la commission de la dernière infraction, pour autant que ces faits ne soient pas séparés entre eux par un délai supérieur à cinq ans, en tenant compte des causes d'interruption.
  Le délai visé à l'alinéa 1er est interrompu à chaque fois qu'un acte d'instruction ou de répression administrative concernant l'infraction est exercé, pour autant que cet acte soit posé avant que ne soit écoulé le délai initial de cinq ans visé aux alinéas 1er à 3. L'interruption du délai de prescription fait courir un nouveau délai de cinq ans à compter de l'acte qui l'a générée. Elle vaut pour tous les auteurs et complices de l'infraction, même ceux que l'acte interruptif n'a pas visés.
  Une fois qu'une décision d'infliger une amende administrative alternative a été adoptée par l'autorité compétente en dernier ressort dans le délai visé à l'alinéa 1er, elle ne peut pas être remise en cause en raison de l'expiration ultérieure de ce délai.
Art.63. In dezelfde ordonnantie, worden, na het nieuwe artikel 53, de woorden " Hoofdstuk VI. Opheffings- en slotbepalingen " vervangen door de woorden " Titel VI. Overgangsbepalingen ".
Art.63. Dans la même ordonnance, à la suite du nouvel article 53, les mots " Chapitre VI. - Dispositions abrogatoires et finales " sont remplacés par les mots " Titre VI. - Dispositions transitoires ".
Art.64. Artikel 43 van dezelfde ordonnantie wordt hernummerd tot artikel 59.
Art.64. Dans la même ordonnance, l'article 43 est renuméroté article 59.
Art.65. In dezelfde ordonnantie wordt, na de nieuwe titel VI, een nieuw artikel 54 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 54. § 1. Er kan aan niemand een administratieve sanctie of dwangsom voorzien in dit Wetboek worden opgelegd indien deze niet wettelijk voorzien was alvorens het misdrijf werd gepleegd.
  § 2. Indien de alternatieve administratieve geldboete van toepassing op het ogenblik waarop de administratieve overheid zich uitspreekt, verschilt van degene die toepasselijk was ten tijde van het misdrijf, zal de minst zware administratieve geldboete worden toegepast.
  § 3. In geval van voortdurend misdrijf, wordt het ogenblik van het misdrijf bepaald door het ogenblik waarop dit misdrijf heeft opgehouden te bestaan of, indien het nog steeds niet heeft opgehouden te bestaan op het ogenblik van de beslissing, het ogenblik waarop de administratieve overheid zich uitspreekt.
  § 4. Artikel 53 is van toepassing op feiten die zich hebben voorgedaan vóór zijn inwerkingtreding. ".
Art.65. Dans la même ordonnance, un nouvel article 54 est inséré après le nouveau titre VI, rédigé comme suit :
  " Art. 54. § 1er. Nul ne peut se voir infliger une sanction administrative ou une astreinte prévue dans le présent Code qui n'était pas prévue par la législation avant que l'infraction fût commise.
  § 2. Si l'amende administrative alternative établie au moment où l'autorité administrative statue diffère de celle qui était portée au temps de l'infraction, l'amende administrative la moins sévère est appliquée.
  § 3. En cas d'infraction continue, le temps de l'infraction est déterminé par le moment où cette infraction a cessé ou, si elle n'a toujours pas cessé au jour de la décision, le moment où l'autorité administrative statue.
  § 4. L'article 53 est applicable aux faits qui se sont produits avant son entrée en vigueur. ".
Art.66. In dezelfde ordonnantie, wordt een Titel VII na het nieuwe artikel 54 ingevoegd, luidend als volgt : " Titel VII. - Slotbepalingen ".
Art.66. Dans la même ordonnance, un Titre VII est inséré après le nouvel article 54, rédigé comme suit : " Titre VII. Dispositions finales ".
Art.67. In artikel 44 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 44 wordt hernummerd tot artikel 55;
  2° de woorden " van deze ordonnantie " worden vervangen door de woorden " van dit Wetboek ".
Art.67. L'article 44 de la même ordonnance est modifié comme suit :
  1° l'article 44 est renuméroté article 55;
  2° les mots " de la présente ordonnance " sont remplacés par les mots " du présent Code ".
Art.68. Na het voormalige artikel 44, dat artikel 55 is geworden, van dezelfde ordonnantie, worden de volgende artikelen ingevoegd :
  " Art. 56. § 1. Dit Wetboek is van toepassing onverminderd een strengere wetgeving betreffende de preventie en het herstel van milieuschade teweeggebracht door een van de beroepsactiviteiten die onder het toepassingsgebied van dit Wetboek vallen.
  § 2. Dit Wetboek regelt niet het recht op schadevergoeding ten gevolge van schade veroorzaakt aan personen en goederen of een onmiddellijke dreiging van dergelijke schade, en doet geen afbreuk aan de wetgevingen die daar betrekking op hebben.
  Art. 57. § 1. De artikelen 20 en 21, § 1, zesde lid en de artikelen 24 tot en met 30 zijn uitsluitend van toepassing op :
  1° milieuschade die wordt veroorzaakt door een van de beroepsactiviteiten, opgesomd in bijlage 3, alsook op een onmiddellijke dreiging van dergelijke schade als gevolg van een van die activiteiten; of
  2° schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats die wordt veroorzaakt door een andere dan de in bijlage 3 opgesomde beroepsactiviteiten, en op een onmiddellijke dreiging van dergelijke schade ten gevolge van een van die activiteiten, wanneer de exploitant een fout of nalatigheid kan worden verweten.
  § 2. De artikelen bedoeld in § 1 zijn alleen van toepassing op milieuschade of op een onmiddellijke dreiging van dergelijke schade ten gevolge van diffuse verontreiniging ingeval een oorzakelijk verband kan worden gelegd tussen de schade en de activiteiten van individuele exploitanten.
  § 3. De artikelen bedoeld in § 1 zijn niet van toepassing op milieuschade of een onmiddellijke dreiging van dergelijke schade ten gevolge van :
  1° een gewapend conflict, vijandelijkheden, burgeroorlog of oproer;
  2° een natuurverschijnsel dat uitzonderlijk, onontkoombaar en onafwendbaar is. Worden met name als uitzonderlijk, onontkoombaar en onafwendbaar natuurverschijnsel beschouwd, de natuurverschijnselen bedoeld in artikel 2, § 1 van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen en geïdentificeerd overeenkomstig artikel 2, § 2 van die wet;
  3° een incident waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen het toepassingsgebied valt van een van de hierna opgesomde internationale verdragen, met inbegrip van toekomstige wijzigingen van die verdragen, die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van kracht zijn :
  a) het internationaal Verdrag van 27 november 1992 inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie;
  b) het internationaal Verdrag van 27 november 1992 ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie.
  § 4. De artikelen bedoeld in § 1 zijn niet van toepassing op nucleaire milieurisico's en milieuschade of de onmiddellijke dreiging dat dergelijke schade ontstaat als gevolg van activiteiten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing is, of als gevolg van een incident of activiteit waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen het toepassingsgebied van een van de hierna opgesomde internationale verdragen valt, met inbegrip van iedere toekomstige wijziging van deze verdragen :
  1° het Verdrag van Parijs van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie alsook het Verdrag van Brussel van 31 januari 1963 tot aanvulling van het Verdrag van Parijs;
  2° het Verdrag van Wenen van 21 mei 1963 inzake wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade;
  3° het Verdrag van 12 september 1997 inzake aanvullende vergoeding voor kernschade;
  4° het gezamenlijk Protocol van 21 september 1988 betreffende de toepassing van het Verdrag van Wenen en het Verdrag van Parijs;
  5° het Verdrag van Brussel van 17 december 1971 inzake de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van het zeevervoer van nucleaire stoffen.
  § 5. De artikelen bedoeld in § 1 zijn niet van toepassing op activiteiten die hoofdzakelijk in het belang van de landsverdediging of de internationale veiligheid worden uitgeoefend, en evenmin op activiteiten die uitsluitend ten doel hebben bescherming tegen natuurrampen te bieden.
  § 6. De artikelen bedoeld in § 1 zijn niet van toepassing op :
  1° schade, veroorzaakt door een emissie die, een gebeurtenis die of een incident dat zich vóór 30 april 2007 heeft voorgedaan;
  2° schade, veroorzaakt door een emissie die, een gebeurtenis die of een incident dat zich na 30 april 2007 heeft voorgedaan wanneer ze het gevolg is van een specifieke activiteit die vóór voormelde datum werd beoefend en volbracht;
  3° schade wanneer sinds de emissie, de gebeurtenis of het incident waarvan ze het gevolg is, meer dan dertig jaar is verstreken.
  Art. 58. De dag van de akte die het uitgangspunt is van de termijn wordt er niet in begrepen.
  De vervaldag wordt in de termijn gerekend.
  Als de termijn niet in werkdagen wordt gerekend en de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, dan wordt de vervaldag echter verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. ".
Art.68. A la suite de l'article 44 ancien, devenu l'article 55, de la même ordonnance, les articles suivants sont insérés :
  " Art. 56. § 1er. Le présent Code s'applique sans préjudice d'une législation plus stricte concernant la prévention et la réparation des dommages environnementaux causés par l'une des activités professionnelles relevant du champ d'application du présent Code.
  § 2. Le présent Code ne règle pas le droit à indemnisation à la suite d'un dommage causé aux personnes et aux biens ou d'une menace imminente d'un tel dommage, et ne porte pas préjudice aux législations y relatives.
  Art. 57. § 1er. Les articles 20 et 21, § 1er, alinéa 6, et les articles 24 à 30, ne s'appliquent que :
  1° aux dommages environnementaux causés par l'une des activités professionnelles énumérées à l'annexe 3 et à la menace imminente de tels dommages découlant de l'une de ces activités; ou
  2° aux dommages causés aux espèces et habitats naturels protégés par une activité professionnelle autre que celles énumérées à l'annexe 3, et à la menace imminente de tels dommages découlant de l'une de ces activités, lorsque l'exploitant a commis une faute ou une négligence.
  § 2. Les articles visés au paragraphe 1er ne s'appliquent aux dommages environnementaux ou à la menace imminente de tels dommages causés par une pollution à caractère diffus que lorsqu'il est possible d'établir un lien de causalité entre les dommages et les activités des différents exploitants.
  § 3. Les articles visés au paragraphe 1er ne s'appliquent pas aux dommages environnementaux ou à une menace imminente de tels dommages causés par :
  1° un conflit armé, des hostilités, une guerre civile ou une insurrection;
  2° un phénomène naturel de nature exceptionnelle, inévitable et irrésistible. Sont notamment considérés comme phénomènes naturels de nature exceptionnelle, inévitable et irrésistible, les phénomènes naturels visés à l'article 2, § 1er, de la loi du 12 juillet 1976 relative à la réparation de certains dommages causés à des biens privés par des calamités naturelles et identifiés conformément à l'article 2, § 2, de cette loi;
  3° un incident à l'égard duquel la responsabilité ou l'indemnisation relèvent du champ d'application d'une des conventions internationales énumérées ci-après, y compris toute modification future de ces conventions en vigueur en Région de Bruxelles-Capitale :
  a) la Convention internationale du 27 novembre 1992 sur la responsabilité civile pour les dommages dus à la pollution par les hydrocarbures;
  b) la Convention internationale du 27 novembre 1992 portant création d'un Fonds international d'indemnisation pour les dommages dus à la pollution par les hydrocarbures.
  § 4. Les articles visés au paragraphe 1er ne s'appliquent pas aux risques ni aux dommages environnementaux nucléaires ni à la menace imminente de tels dommages qui peuvent résulter d'activités relevant du traité instituant la Communauté européenne de l'énergie atomique ou d'un incident ou d'une activité à l'égard desquels la responsabilité ou l'indemnisation relèvent du champ d'application d'un des instruments internationaux énumérés ci-après, y compris toute modification future de ces instruments :
  1° la Convention de Paris du 29 juillet 1960 sur la responsabilité civile dans le domaine de l'énergie nucléaire, et la convention complémentaire de Bruxelles du 31 janvier 1963;
  2° la Convention de Vienne du 21 mai 1963 relative à la responsabilité civile en matière de dommages nucléaires;
  3° la Convention du 12 septembre 1997 sur le financement complémentaire en relation avec les dommages nucléaires;
  4° le Protocole conjoint du 21 septembre 1988 concernant l'application de la Convention de Vienne et de la Convention de Paris;
  5° la Convention de Bruxelles du 17 décembre 1971 relative à la responsabilité civile dans le domaine du transport maritime des matières nucléaires.
  § 5. Les articles visés au paragraphe 1er ne s'appliquent pas aux activités menées principalement dans l'intérêt de la défense nationale ou de la sécurité internationale, ni aux activités dont l'unique objet est d'assurer la protection contre les catastrophes naturelles.
  § 6. Les articles visés au paragraphe 1er ne s'appliquent pas :
  1° aux dommages causés par une émission, un événement ou un incident survenus avant le 30 avril 2007;
  2° aux dommages causés par une émission, un événement ou un incident survenus après le 30 avril 2007 lorsqu'ils résultent d'une activité spécifique qui a été exercée et menée à son terme avant ladite date;
  3° aux dommages lorsque plus de trente ans se sont écoulés depuis l'émission, événement ou incident ayant donné lieu à ceux-ci.
  Art. 58. Le jour de l'acte qui est le point de départ d'un délai n'y est pas compris.
  Le jour de l'échéance est compté dans le délai.
  Lorsque le délai ne se compte pas en jours ouvrables et que le jour de l'échéance est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est cependant reporté au plus prochain jour ouvrable. ".
Art.69. Na het nieuwe artikel 59 wordt een nieuw opschrift ingevoegd, luidend als volgt :
  " Bijlagen ".
Art.69. A la suite du nouvel article 59 de la même ordonnance, un nouveau titre est inséré, rédigé comme suit :
  " Annexes ".
Art.70. In dezelfde ordonnantie wordt een eerste bijlage ingevoegd, die luidt als volgt :
  " Artikel N1. Bijlage 1. Evaluatiecriteria bedoeld in artikel 4, 1°
  § 1. De omvang van een schade die negatieve effecten heeft op het bereiken of handhaven van de gunstige staat van instandhouding van de natuurlijke habitats of soorten dient geëvalueerd te worden ten opzichte van de staat van instandhouding op het ogenblik dat de schade werd veroorzaakt, ten opzichte van de functies als gevolg van hun belevingswaarde en ten opzichte van hun capaciteit van natuurlijke regeneratie. Aanmerkelijke schade aan de referentietoestand moet aan de hand van meetbare gegevens worden gedefinieerd zoals :
  1° het aantal exemplaren, de populatiedichtheid of de ingenomen oppervlakte;
  2° de rol van de exemplaren in kwestie of de zone die getroffen is ten opzichte van de instandhouding van de soort of habitat, de schaarsheid van de soort of habitat (gemeten op plaatselijk, gewestelijk en hoger niveau, ook op gemeenschapsniveau);
  3° het voortplantingsvermogen van de soort (volgens de dynamiek die eigen is aan deze soort of populatie), de levensvatbaarheid of het vermogen tot natuurlijke regeneratie van de habitat (volgens de dynamiek die eigen is aan de soorten of hun populaties);
  4° het vermogen van de soort of habitat om zich in een beperkte tijdspanne te herstellen na het optreden van de schade, zonder andere tussenkomst dan versterkte beschermingsmaatregelen, in een staat die, vanwege de loutere dynamiek van de soort of habitat, leidt naar een staat die gelijkwaardig of beter is dan de referentietoestand. Wordt noodzakelijkerwijs als aanmerkelijke schade bestempeld, de schade die een bewezen effect op de volksgezondheid heeft.
  Kunnen niet als aanmerkelijke schade worden bestempeld :
  1° de negatieve schommelingen die kleiner zijn dan de normale gemiddelde schommelingen voor een bepaalde soort of habitat;
  2° de negatieve schommelingen die te wijten zijn aan natuurlijke oorzaken of die het resultaat zijn van tussenkomsten in verband met het normale beheer van de sites zoals gedefinieerd in de beheersplannen of eerder uitgeoefend door de eigenaars of exploitants;
  3° de schade aan soorten of habitats waarvan bekend is dat zij zich binnen een korte periode en zonder ingrijpen zullen herstellen ofwel tot de referentietoestand ofwel tot een toestand die uitsluitend op basis van de dynamiek van de soort of habitat leidt tot een toestand die gelijkwaardig of beter wordt geacht dan de referentietoestand.
  § 2. De omvang van de effecten van schade toegebracht aan wateren wordt geëvalueerd aan de hand van parameters, van waarden van beoordelingsfactoren voor de kwaliteit van de ecologische en chemische staat of voor de kwantiteit of het ecologisch potentieel en aan de hand van milieukwaliteitsnormen van het water in kwestie, welke gedefinieerd worden door of krachtens artikel 5 van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot vaststelling van een kader voor het waterbeleid en de bijlagen III en V van deze ordonnantie en, voor wat het grondwater betreft, door of krachtens artikel 3 van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems.
  § 3. De omvang van een schade toegebracht aan bodems wordt geëvalueerd overeenkomstig de regels voorgeschreven door de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems en haar uitvoeringsbesluiten. ".
Art.70. Dans la même ordonnance, une annexe 1re est insérée, rédigée comme suit :
  " Article N1. Annexe 1re. - Critères d'évaluation visés à l'article 4, 1°
  § 1er. L'étendue d'un dommage qui a des incidences négatives sur la constitution ou le maintien d'un état de conservation favorable des habitats ou des espèces doit être évaluée par rapport à l'état de conservation à l'époque où le dommage a été occasionné, aux services rendus par les agréments qu'ils procurent et à leur capacité de régénération naturelle. Il convient de définir les atteintes significatives à l'état initial au moyen de données mesurables telles que :
  1° le nombre d'individus, leur densité ou la surface couverte;
  2° le rôle des individus concernés ou de la zone atteinte par rapport à la conservation de l'espèce ou de l'habitat, la rareté de l'espèce ou de l'habitat (appréciés à un niveau local, régional et supérieur, y compris au niveau communautaire);
  3° la capacité de multiplication de l'espèce (selon la dynamique propre à cette espèce ou à cette population), sa viabilité ou la capacité de régénération naturelle de l'habitat (selon les dynamiques propres aux espèces qui le caractérisent ou à leurs populations);
  4° la capacité de l'espèce ou de l'habitat de se rétablir en un temps limité après la survenance d'un dommage, sans intervention autre que des mesures de protection renforcées, en un état conduisant du fait de la seule dynamique de l'espèce ou de l'habitat à un état jugé équivalent ou supérieur à l'état initial. Sont nécessairement qualifiés de dommages significatifs, les dommages ayant une incidence démontrée sur la santé humaine.
  Ne peuvent pas être qualifiés de dommages significatifs :
  1° les variations négatives inférieures aux fluctuations naturelles considérées comme normales pour l'espèce ou l'habitat concernés;
  2° les variations négatives dues à des causes naturelles ou résultant des interventions liées à la gestion normale des sites telle que définie dans les plans de gestion ou pratiquée antérieurement par les propriétaires ou exploitants;
  3° les dommages causés aux espèces ou aux habitats, pour lesquels il est établi que les espèces ou les habitats se rétabliront en un temps limité et sans intervention soit à l'état initial, soit en un état conduisant du fait de la seule dynamique de l'espèce ou de l'habitat à un état jugé équivalent ou supérieur à l'état initial.
  § 2. L'importance des effets des dommages causés aux eaux s'évalue par référence aux paramètres, aux valeurs des éléments de qualité de l'état écologique, chimique ou quantitatif ou du potentiel écologique et aux normes de qualité environnementale des eaux concernées, lesquels sont définis par ou en vertu de l'article 5 de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau et des annexes III et V de cette ordonnance et, pour les eaux souterraines, par ou en vertu de l'article 3 de l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués.
  § 3. L'étendue d'un dommage affectant les sols est évaluée conformément aux règles prescrites par l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués et ses arrêtés d'exécution. ".
Art.71. In dezelfde ordonnantie wordt een tweede bijlage ingevoegd, die luidt als volgt :
  " Artikel N2. Bijlage 2. Herstel van milieuschade
  § 1/1. Het herstel van milieuschade in verband met beschermde soorten of natuurlijke habitats gebeurt via het terugbrengen in de referentietoestand van het leefmilieu door een primair, aanvullend en compenserend herstel, waarbij :
  1° " primair " herstel verwijst naar elke herstelmaatregel waarmee de beschadigde natuurlijke hulpbronnen of vernielde ecoysteemfuncties in de referentietoestand of benaderende staat worden teruggebracht;
  2° " aanvullend " herstel verwijst naar elke herstelmaatregel die aan de natuurlijke rijkdommen of ecosystemen wordt aangebracht om het feit te compenseren dat het primair herstel er niet in geslaagd is de natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties volledig te herstellen;
  3° " compenserend " herstel verwijst naar elke ondernomen handeling om de tussentijdse verliezen van natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties te compenseren, die optreden tussen de datum van het ontstaan van de schade en het ogenblik waarop het primair herstel zijn volledige uitwerking heeft bereikt;
  4° " tussentijdse verliezen " verwijst naar verliezen voortkomend uit het feit dat de beschadigde natuurlijke rijkdommen of functies hun ecologische functies niet kunnen vervullen of geen ecosysteemfuncties kunnen vervullen voor andere natuurlijke rijkdommen of voor het publiek tot op het ogenblik waarop de primaire of aanvullende maatregelen hun uitwerking hebben bereikt. Deze kunnen geen aanleiding geven tot een financiële compensatie voor het publiek.
  Wanneer een primair herstel het milieu niet in zijn referentietoestand herstelt, wordt er een aanvullend herstel uitgevoerd. Om de geleden tussentijdse verliezen te compenseren, wordt er bovendien een compenserend herstel uitgevoerd.
  Het herstel van milieuschade, wanneer het om schade toegebracht aan wateren of beschermde soorten en natuurlijke habitats gaat, houdt ook de verwijdering in van elk risico van ernstig negatief effect op de volksgezondheid.
  § 1/2. De doelstellingen van het herstel zijn de volgende :
  1° het doel van het primair herstel is om de beschadigde natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties weer in de referentietoestand te brengen of in een benaderende staat te brengen;
  2° wanneer de terugkeer naar de referentietoestand van de beschadigde natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties niet lukt, wordt het aanvullend herstel ondernomen. Het doel van het aanvullend herstel is om een niveau van natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties te bereiken dat vergelijkbaar is met het niveau dat bereikt zou zijn indien de referentietoestand van de beschadigde site hersteld zou zijn geweest, eventueel ook op een andere site. Waar dit mogelijk en aangewezen is, zou die andere site geografisch verbonden moeten zijn met de beschadigde site, gelet op de belangen van de getroffen populatie;
  3° het compenserend herstel wordt ondernomen om de voorlopige verliezen aan natuurlijke rijkdommen en ecosysteemfuncties te compenseren in afwachting van de regeneratie. Deze compensatie bestaat in het aanbrengen van bijkomende verbeteringen aan de natuurlijke habitats en beschermde soorten of wateren ofwel op de beschadigde site, ofwel op een andere site. Dit herstel kan niet de vorm aannemen van een aan het publiek toegekende financiële compensatie.
  § 1/3. De herstelmaatregelen kunnen op de volgende wijze vastgesteld worden :
  1° er kunnen opties worden overwogen waaronder acties om de natuurlijke rijkdommen en ecosysteemfuncties op directe en versnelde wijze, of door een natuurlijke regeneratie, dichter bij hun referentietoestand te brengen;
  2° bij de bepaling van de omvang van de maatregelen voor aanvullend of compenserend herstel, dienen de benaderingen die in de zin gaan van een gelijkwaardigheid rijkdom-rijkdom of functie-functie prioritair te worden gebruikt. In deze benaderingen dienen de acties die leiden tot natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties van dezelfde soort, kwaliteit en kwantiteit als die welke zijn aangetast bij voorrang te worden aangewend. Wanneer dit onmogelijk is, worden er andere natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties voorzien. Een verminderde kwaliteit zou bijvoorbeeld door meer herstelmaatregelen gecompenseerd kunnen worden;
  3° wanneer het onmogelijk is benaderingen " van eerste keus " te gebruiken die in de zin gaan van een gelijkwaardigheid rijkdom-rijkdom of functie-functie, dan worden er andere evaluatietechnieken aangewend. De bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid kan de methode voorschrijven, bijvoorbeeld die van de geldelijke waardebepaling, om de omvang van de noodzakelijke aanvullende en compenserende herstelmaatregelen te bepalen. Wanneer het mogelijk is om de verliezen aan rijkdommen of functies te schatten, maar onmogelijk om binnen een redelijke termijn of voor een redelijke kostprijs de vervangende natuurlijke rijkdommen of functies te ramen, dan kan de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid kiezen voor herstelmaatregelen waarvan de kostprijs overeenstemt met de geschatte geldelijke waarde van de verloren natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties. De aanvullende en compenserende herstelmaatregelen zouden zodanig opgevat moeten zijn dat de bijkomende natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties beantwoorden aan de tijdvoorkeuren en het tijdschema van de herstelmaatregelen. Bijvoorbeeld : hoe langer de terugkeer naar de referentietoestand duurt, des te omvangrijker de compenserende herstelmaatregelen zullen zijn (omnia manentia aequa).
  § 1/4. Redelijke herstelopties zouden op basis van onderstaande criteria beoordeeld moeten worden met behulp van de best beschikbare technologieën, als die gedefinieerd zijn :
  - de uitwerking van elke optie op de volksgezondheid en -veiligheid;
  - de kosten van de tenuitvoerlegging van de optie;
  - de slaagkansen van elke optie;
  - de mate waarin elke optie een latere schade zal kunnen beletten en de mate waarin de tenuitvoerlegging van deze optie zijdelingse schade zal kunnen vermijden;
  - de mate waarin elke optie een gunstige uitwerking heeft voor elke component van de natuurlijke rijkdom of ecosysteemfunctie;
  - de mate waarin bij elke optie rekening wordt gehouden met de relevante sociale, economische en culturele aspecten alsook met andere relevante plaatsgebonden factoren;
  - de nodige termijn voor het werkelijk herstel van de milieuschade;
  - de mate waarin elke optie het herstel van de site van de milieuschade mogelijk maakt;
  - de geografische band met de beschadigde site.
  Bij de evaluatie van de verschillende vastgestelde herstelopties, kan voor primaire herstelmaatregelen gekozen worden die de aangetaste wateren, beschermde soorten of natuurlijke habitats niet volledig herstellen of die deze minder snel herstellen. Deze beslissing kan alleen worden genomen indien de verloren natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties op de primaire site ingevolge de beslissing gecompenseerd worden door een versterking van de aanvullende of compenserende handelingen die voor een niveau van natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties zorgen dat gelijkwaardig is aan het niveau van de verloren rijkdommen en ecosysteemfuncties. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer elders voor een mindere kostprijs gelijkwaardige natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties geleverd kunnen worden. Deze aanvullende herstelmaatregelen dienen gedefinieerd te worden overeenkomstig de in § 1/3, 2° voorziene regels.
  Niettegenstaande de in het tweede lid gedefinieerde regels en overeenkomstig artikel 25, § 2, tweede lid, is de bevoegde instantie inzake milieuaansprakelijkheid gerechtigd om te beslissen dat er geen enkele aanvullende herstelmaatregel genomen dient te worden indien :
  1° de reeds genomen herstelmaatregelen ervoor zorgen dat er geen enkel ernstig risico van negatief effect op de volksgezondheid, de wateren of de beschermde soorten en natuurlijke habitats meer bestaat; en indien
  2° de kostprijs van de te nemen herstelmaatregelen voor het terugbrengen in de referentietoestand of een gelijkwaardig niveau buitensporig zou zijn ten opzichte van de verwachte milieuvoordelen.
  § 2. Onder voorbehoud van de bepalingen van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, waarin het herstel van schade aan grondwater vanwege de rechtstreekse of onrechtstreekse invoering aan de oppervlakte of in de bodem van stoffen, bereidingen, organismen of micro-organismen wordt geregeld, gebeurt het herstel van milieuschade in verband met water overeenkomstig het herstel van milieuschade verbonden aan beschermde soorten of natuurlijke habitats, zoals uiteengezet in de paragrafen 1/1 tot 1/4.
  § 3. De doelstellingen van het herstel, de vaststelling van de herstelmaatregelen en de keuze van de herstelopties inzake bodemschade worden geregeld overeenkomstig de bepalingen van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems. Ook dient er een optie van natuurlijke regeneratie te worden overwogen. ".
Art.71. Dans la même ordonnance, une annexe 2 est insérée, rédigée comme suit :
  " Article N2. Annexe 2. - Réparation des dommages environnementaux
  § 1/1. La réparation de dommages environnementaux liés aux espèces ou habitats naturels protégés s'effectue par la remise en l'état initial de l'environnement par une réparation primaire, complémentaire et compensatoire, où :
  1° la réparation " primaire " désigne toute mesure de réparation par laquelle les ressources naturelles endommagées ou les services détériorés retournent à leur état initial ou s'en rapprochent;
  2° la réparation " complémentaire " désigne toute mesure de réparation entreprise à l'égard des ressources naturelles ou des services afin de compenser le fait que la réparation primaire n'aboutit pas à la restauration complète des ressources naturelles ou des services;
  3° la réparation " compensatoire " désigne toute action entreprise afin de compenser les pertes intermédiaires de ressources naturelles ou de services qui surviennent entre la date de survenance d'un dommage et le moment où la réparation primaire a pleinement produit son effet;
  4° les " pertes intermédiaires " désignent des pertes résultant du fait que les ressources naturelles ou les services endommagés ne sont pas en mesure de remplir leurs fonctions écologiques ou de fournir des services à d'autres ressources naturelles ou au public jusqu'à ce que les mesures primaires ou complémentaires aient produit leur effet. Elles ne peuvent donner lieu à une compensation financière accordée au public.
  Lorsqu'une réparation primaire n'aboutit pas à la remise en l'état initial de l'environnement, une réparation complémentaire est effectuée. En outre, afin de compenser les pertes intermédiaires subies, une réparation compensatoire est entreprise.
  La réparation de dommages environnementaux, quand il s'agit de dommages affectant les eaux ou les espèces et habitats naturels protégés, implique également l'élimination de tout risque d'incidence négative grave sur la santé humaine.
  § 1/2. Les objectifs en matière de réparation sont les suivants :
  1° l'objectif de la réparation primaire est de remettre en l'état initial, ou dans un état s'en approchant, les ressources naturelles ou les services endommagés;
  2° lorsque le retour à l'état initial des ressources naturelles ou des services endommagés n'a pas lieu, la réparation complémentaire est entreprise. L'objectif de la réparation complémentaire est de fournir un niveau de ressources naturelles ou de services comparable à celui qui aurait été fourni si l'état initial du site endommagé avait été rétabli, y compris, selon le cas, sur un autre site. Lorsque cela est possible et opportun, l'autre site devrait être géographiquement lié au site endommagé, eu égard aux intérêts de la population touchée;
  3° la réparation compensatoire est entreprise pour compenser les pertes provisoires de ressources naturelles et de services en attendant la régénération. Cette compensation consiste à apporter des améliorations supplémentaires aux habitats naturels et aux espèces protégées ou aux eaux soit sur le site endommagé, soit sur un autre site. Elle ne peut consister en une compensation financière accordée au public.
  § 1/3. Les mesures de réparation sont identifiées de la façon suivante :
  1° pour identifier des mesures de réparation primaire, des options comprenant des actions pour rapprocher directement les ressources naturelles et les services de leur état initial d'une manière accélérée, ou par une régénération naturelle, sont à envisager;
  2° lors de la détermination de l'importance des mesures de réparation complémentaire et compensatoire, les approches allant dans le sens d'une équivalence ressource-ressource ou service-service sont à utiliser en priorité. Dans ces approches, les actions fournissant des ressources naturelles ou des services de type, qualité et quantité équivalents à ceux endommagés sont à utiliser en priorité. Lorsque cela est impossible, d'autres ressources naturelles ou services sont fournis. Par exemple, une réduction de la qualité pourrait être compensée par une augmentation de la quantité des mesures de réparation;
  3° lorsqu'il est impossible d'utiliser les approches " de premier choix " allant dans le sens d'une équivalence ressource-ressource ou service-service, d'autres techniques d'évaluation sont utilisées. L'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale peut prescrire la méthode, par exemple l'évaluation monétaire, afin de déterminer l'importance des mesures de réparation complémentaire et compensatoire nécessaires. S'il est possible d'évaluer les pertes en ressources ou en services, mais qu'il est impossible d'évaluer en temps utile ou à un coût raisonnable les ressources naturelles ou services de remplacement, l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale peut opter pour des mesures de réparation dont le coût est équivalent à la valeur monétaire estimée des ressources naturelles ou services perdus. Les mesures de réparation complémentaire et compensatoire devraient être conçues de manière à prévoir le recours à des ressources naturelles ou à des services supplémentaires de manière à tenir compte des préférences en matière de temps et du calendrier des mesures de réparation. Par exemple, plus le délai de retour à l'état initial est long, plus les mesures de réparation compensatoires entreprises seront importantes (toutes autres choses restant égales par ailleurs).
  § 1/4. Les options de réparation raisonnables devraient être évaluées à l'aide des meilleures technologies disponibles, lorsqu'elles sont définies, sur la base des critères suivants :
  - les effets de chaque option sur la santé et la sécurité publiques;
  - le coût de la mise en oeuvre de l'option;
  - les perspectives de réussite de chaque option;
  - la mesure dans laquelle chaque option empêchera tout dommage ultérieur et la mesure dans laquelle la mise en oeuvre de cette option évitera des dommages collatéraux;
  - la mesure dans laquelle chaque option a des effets favorables pour chaque composant de la ressource naturelle ou du service;
  - la mesure dans laquelle chaque option tient compte des aspects sociaux, économiques et culturels pertinents et des autres facteurs pertinents spécifiques au lieu;
  - le délai nécessaire à la réparation effective du dommage environnemental;
  - la mesure dans laquelle chaque option permet la remise en état du site du dommage environnemental;
  - le lien géographique avec le site endommagé.
  Lors de l'évaluation des différentes options de réparation identifiées, des mesures de réparation primaire qui ne rétablissent pas entièrement l'état initial des eaux ou des espèces ou habitats naturels protégés endommagés, ou qui le rétablissent plus lentement, peuvent être choisies. Cette décision ne peut être prise que si les ressources naturelles ou les services perdus sur le site primaire à la suite de la décision sont compensés par un renforcement des actions complémentaires ou compensatoires aptes à fournir un niveau de ressources naturelles ou de services semblables au niveau de ceux qui ont été perdus. Ce sera le cas, par exemple lorsque des ressources naturelles ou des services équivalents pourraient être fournis ailleurs à un coût moindre. Ces mesures de réparation supplémentaires doivent être définies conformément aux règles prévues au § 1/3, 2°.
  Malgré les règles définies à l'alinéa 2, et conformément à l'article 25, § 2, alinéa 2, l'autorité compétente en matière de responsabilité environnementale est habilitée à décider qu'aucune mesure de réparation supplémentaire ne doit être prise si :
  1° les mesures de réparation déjà prises garantissent qu'il ne subsiste aucun risque grave d'incidence négative sur la santé humaine, les eaux ou les espèces et habitats naturels protégés; et si
  2° le coût des mesures de réparation à prendre pour rétablir l'état initial ou un niveau équivalent serait disproportionné par rapport aux bénéfices environnementaux escomptés.
  § 2. Sous réserve des dispositions de l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués réglant la réparation de dommages affectant les eaux souterraines du fait de l'introduction directe ou indirecte en surface ou dans le sol de substances, préparations, organismes ou micro-organismes, la réparation de dommages environnementaux liés aux eaux s'effectue conformément à la réparation de dommages environnementaux liés aux espèces ou habitats naturels protégés, telle qu'exposée aux §§ 1/1 à 1/4.
  § 3. Les objectifs de réparation, l'identification des mesures de réparation et le choix des options de réparation des dommages affectant les sols sont réglés conformément aux dispositions de l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués. Une option de régénération naturelle est également à envisager. ".
Art.72. In dezelfde ordonnantie wordt een derde bijlage ingevoegd, die luidt als volgt :
  " Artikel N3. Bijlage 3. Activiteiten bedoeld in artikel 57, § 1
  De activiteiten bedoeld in artikel 57, § 1 zijn de volgende :
  1° de uitbating van :
  a) inrichtingen die aan een vergunning onderworpen zijn en die opgesomd worden in bijlage I van Richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, met uitzondering van de inrichtingen of delen van inrichtingen die bestemd zijn voor het onderzoek, de ontwikkeling en het testen van nieuwe producten en processen; of
  b) risicoactiviteiten bedoeld in artikel 3, 3° van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems;
  2° de handelingen voor het beheer van afval, meer bepaald het ophalen, het vervoeren, het valoriseren en het verwijderen van afval en van gevaarlijke afval, met inbegrip van het toezicht op deze handelingen en de latere behandeling van verwijderingsplaatsen, onderworpen aan een vergunning of aan een inschrijving door en krachtens de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en haar uitvoeringsbesluiten (opgesomd in de bijlagen van de ordonnantie van 22 april 1999 tot vaststelling van de lijst van inrichtingen van klasse IA (rubrieken 213 tot en met 220) en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de lijst van inrichtingen van klasse IB, II en III (rubrieken 44 tot en met 51 en 81).
  Deze activiteiten omvatten meer bepaald de uitbating van stortplaatsen in de zin van artikel 2, 7° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 april 2002 betreffende het storten van afval of de uitbating van verbrandings- en meeverbrandingsinstallaties in de zin van artikel 3, 4° en 5° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2002 betreffende de verbranding en de meeverbranding van afval;
  3° elke lozing in landoppervlaktewateren onderworpen aan een voorafgaande toestemming, meer bepaald de lozingen van afvalwater onderworpen aan een voorafgaande toestemming krachtens de wet van 26 maart 1971 betreffende de bescherming van oppervlaktewater tegen verontreiniging of de lozingen van deze aard die onderworpen zijn aan een milieuvergunning overeenkomstig de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;
  4° elke lozing van stoffen in grondwater die onderworpen is aan een voorafgaande toelating krachtens de wet van 26 maart 1971 betreffende de bescherming van grondwater of die onderworpen is aan een milieuvergunning overeenkomstig de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;
  5° de lozing of de invoering van verontreinigende stoffen in oppervlaktewater of grondwater die onderworpen is aan een vergunning, een toelating, een inschrijving of een aangifte door of krachtens artikel 44 van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot vaststelling van een kader voor het waterbeleid;
  6° het winnen en het indijken van water dat aan een voorafgaande toestemming onderworpen is door of krachtens artikel 44 van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot vaststelling van een kader voor het waterbeleid, door of krachtens de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en opgesomd in de bijlagen van de ordonnantie van 22 april 1999 tot vaststelling van de lijst van inrichtingen van klasse IA (rubriek 222) en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de lijst van inrichtingen van klasse IB, II en III (rubriek 62);
  7° de vervaardiging, het gebruik, de opslag, de behandeling, de verpakking, het lozen in het milieu en het vervoer naar de site, bedoeld door of krachtens de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en opgesomd in de bijlagen van de ordonnantie van 22 april 1999 tot vaststelling van de lijst van inrichtingen van klasse IA en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de lijst van inrichtingen van klasse IB, II en III, van :
  a) gevaarlijke stoffen in de zin van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid, van het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het in de handel brengen of het gebruik ervan en van artikel 1, § 4 van het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende reglementering van het in de handel brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of voor zijn leefmilieu;
  b) gevaarlijke preparaten in de zin van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid en van artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het in de handel brengen of het gebruik ervan;
  c) gewasbeschermingsmiddelen zoals gedefinieerd in artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik;
  d) biociden zoals gedefinieerd in artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden;
  8° het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren, over zee of door de lucht van gevaarlijke goederen of verontreinigende goederen in de zin van :
  a) het koninklijk besluit van 9 maart 2003 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen; of
  b) het koninklijk besluit van 11 december 1998 inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van de radioactieve stoffen; of
  c) het koninklijk besluit van 17 september 2005 tot omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende de minimumeisen voor schepen die gevaarlijke of verontreinigende goederen vervoeren en die naar of uit de zeehavens van de Europese Unie varen;
  9° elk ingeperkt gebruik, met inbegrip van het vervoer, van genetisch gemodificeerde micro-organismen in de zin van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 8 november 2001 betreffende het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde en/of pathogene organismen en betreffende de indeling van de betrokken installaties;
  10° elke doelbewuste introductie in het leefmilieu of elk vervoer van genetisch gemodificeerde organismen in de zin van het koninklijk besluit van 21 februari 2005 tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten;
  11° de in- en uitvoer van afvalstoffen naar en uit de Europese Unie waarvoor een vergunning is vereist dan wel een verbod geldt in de zin van verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en van de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen;
  12° het beheer van winningsafval overeenkomstig Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën; of
  13° elke doelbewuste introductie in het leefmilieu of elk vervoer van invasieve exotische soorten (cf. Verdrag van 5 juni 1992 inzake de biologische diversiteit, goedgekeurd door de ordonnantie van 25 april 1996). ".
Art.72. Dans la même ordonnance, une annexe 3 est insérée, rédigée comme suit :
  " Article N3. Annexe 3. - Activités visées à l'article 57, § 1er
  Les activités visées à l'article 57, § 1er, sont les suivantes :
  1° l'exploitation :
  a) d'installations soumises à un permis, énumérées à l'annexe I de la Directive 96/61/CE du Conseil du 24 septembre 1996 relative à la prévention et à la réduction intégrées de la pollution, à l'exception des installations ou parties d'installations utilisées pour la recherche, le développement et l'expérimentation de nouveaux produits et procédés; ou
  b) d'activités à risque visées par l'article 3, 3°, de l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués;
  2° les opérations de gestion des déchets, notamment le ramassage, le transport, la valorisation et l'élimination des déchets et des déchets dangereux, y compris la surveillance de ces opérations et le traitement ultérieur des sites d'élimination, soumis à un permis ou à un enregistrement par et en vertu de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement et de ses arrêtés d'exécution (énumérées aux annexes de l'ordonnance du 22 avril 1999 fixant la liste des installations de classe IA (rubriques 213 à 220) et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, II et III (rubriques 44 à 51 et 81).
  Ces activités comportent, notamment, l'exploitation de décharges au sens de l'article 2, 7° de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 avril 2002 concernant la mise en décharge des déchets ou l'exploitation d'installations d'incinération et de co-incinération au sens de l'article 3, 4° et 5° de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 novembre 2002 relatif à l'incinération et à la co-incinération des déchets;
  3° tout rejet effectué dans les eaux intérieures de surface soumis à autorisation préalable, notamment les déversements d'eaux usées soumis à autorisation préalable en vertu de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution ou les rejets de cette nature soumis à un permis d'environnement conformément à l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement;
  4° tout rejet de substances dans les eaux souterraines soumis à autorisation préalable en vertu de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux souterraines ou soumis à un permis d'environnement conformément à l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement;
  5° le rejet ou l'introduction de polluants dans les eaux de surface ou souterraines soumis à un permis, une autorisation, un enregistrement ou une déclaration par ou en vertu de l'article 44 de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau;
  6° le captage et l'endiguement d'eau soumis à autorisation préalable par ou en vertu de l'article 44 de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau, par ou en vertu de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement et énumérés aux annexes de l'ordonnance du 22 avril 1999 fixant la liste des installations de classe IA (rubrique 222) et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, II et III (rubrique 62);
  7° la fabrication, l'utilisation, le stockage, le traitement, le conditionnement, le rejet dans l'environnement et le transport sur le site, visés par ou vertu de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement et énumérés aux annexes de l'ordonnance du 22 avril 1999 fixant la liste des installations de classe IA et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, II et III, de :
  a) substances dangereuses au sens de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement et de la santé, de l'arrêté royal du 11 janvier 1993 réglementant la classification, l'emballage et l'étiquetage des préparations dangereuses en vue de leur mise sur le marché ou de leur emploi et de l'article 1er, § 4, de l'arrêté royal du 24 mai 1982 réglementant la mise sur le marché de substances pouvant être dangereuses pour l'homme ou son environnement;
  b) préparations dangereuses au sens de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement et de la santé et de l'article 1er, § 2, de l'arrêté royal du 11 janvier 1993 réglementant la classification, l'emballage et l'étiquetage des préparations dangereuses en vue de leur mise sur le marché ou de leur emploi;
  c) produits phytopharmaceutiques tels que définis par l'article 1er, 2° de l'arrêté royal du 28 février 1994 relatif à la conservation, à la mise sur le marché et à l'utilisation des pesticides à usage agricole;
  d) produits biocides tels que définis par l'article 1er, 1°, de l'arrêté royal du 22 mai 2003 concernant la mise sur le marché et l'utilisation des produits biocides;
  8° le transport par route, chemin de fer, voie de navigation intérieure, mer ou air de marchandises dangereuses ou de marchandises polluantes au sens de :
  a) l'arrêté royal du 9 mars 2003 relatif au transport des marchandises dangereuses par route, à l'exception des matières explosibles et radioactives; ou
  b) l'arrêté royal du 11 décembre 1998 relatif au transport de marchandises dangereuses par chemin de fer, à l'exception des matières radioactives; ou
  c) l'arrêté royal du 17 septembre 2005 transposant la Directive 2002/59/CE du Parlement européen et du Conseil du 27 juin 2002 relative à la mise en place d'un système communautaire de suivi du trafic des navires et d'information et abrogeant la Directive 93/75/CEE du Conseil du 13 septembre 1993 relative aux conditions minimales exigées pour les navires à destination des ports maritimes de l'Union européenne ou en sortant et transportant des marchandises dangereuses ou polluantes;
  9° toute utilisation confinée, y compris le transport, de micro-organismes génétiquement modifiés au sens de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 8 novembre 2001 relatif à l'utilisation confinée d'organismes génétiquement modifiés et/ou pathogènes et au classement des installations concernées;
  10° toute dissémination volontaire dans l'environnement ou tout transport d'organismes génétiquement modifiés au sens de l'arrêté royal du 21 février 2005 réglementant la dissémination volontaire dans l'environnement ainsi que la mise sur le marché d'organismes génétiquement modifiés ou de produits en contenant;
  11° l'importation et l'exportation de déchets, à l'entrée et à la sortie de l'Union européenne, soumis à autorisation préalable ou interdit au sens du Règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets;
  12° la gestion des déchets d'extraction conformément à la Directive 2006/21/CE du Parlement européen et du Conseil du 15 mars 2006 concernant la gestion des déchets des industries extractives; ou
  13° toute dissémination volontaire dans l'environnement ou tout transport d'espèces exotiques envahissantes (cf. Convention sur la diversité biologique du 5 juin 1992 approuvée par l'ordonnance du 25 avril 1996). ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van bepaalde sectorale wetten
CHAPITRE 3. - Modification de certaines législations sectorielles
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Boswetboek
Section 1re. - Modification du Code forestier
Art.73. In artikel 37 van het Boswetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden " tot geldboete van driehonderd frank tot drieduizend frank " vervangen door de woorden " tot de straf voorzien in artikel 31, § 1 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° in het derde lid wordt het woord " geldboete " vervangen door het woord " straf ".
Art.73. Dans l'article 37 du Code forestier, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 2, les mots " à une amende de 300 à 3.000 francs " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ";
  2° à l'alinéa 3, le mot " amende " est remplacé par le mot " peine ".
Art.74. In artikel 38 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden " tot geldboete van driehonderd frank tot drieduizend frank " vervangen door de woorden " tot de straf voorzien in artikel 31, § 1 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° in het derde lid wordt het woord " geldboete " vervangen door het woord " straf ".
Art.74. Dans l'article 38 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 2, les mots " à une amende de 300 à 3.000 francs " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ";
  2° à l'alinéa 3, le mot " amende " est remplacé par le mot " peine ".
Art.75. In artikel 44 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " overtreding wordt gestraft met geldboete van vijftig frank tot tweehonderd frank " vervangen door de woorden " de inbreuken worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° in het tweede lid wordt het woord " geldboete " vervangen door het woord " straf ".
Art.75. Dans l'article 44 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " les contraventions seront punies d'une amende de 50 à 200 francs " sont remplacés par les mots " les infractions seront punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° à l'alinéa 2, le mot " amende " est remplacé par le mot " peine ".
Art.76. In artikel 45 van hetzelfde wetboek, worden de woorden " , op straffe van geldboete van driehonderd tot drieduizend frank " vervangen door de woorden " . Inbreuken op deze bepalingen worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.76. Dans l'article 45 du même code, les mots " , sous peine d'une amende de 300 à 3.000 francs " sont remplacés par les mots " . Les contraventions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.77. In artikel 53 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " op straffe van geldboete van vijftig frank " opgeheven;
  2° in het tweede lid worden de woorden " op straffe van geldboete van 200 frank " opgeheven;
  3° er wordt een derde lid toegevoegd, luidend als volgt :
  " Inbreuken op de bepalingen van onderhavig artikel worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.77. Dans l'article 53 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " , sous peine de 50 francs d'amende, " sont supprimés;
  2° à l'alinéa 2, les mots " , sous peine de 200 francs d'amende " sont supprimés;
  3° un alinéa 3 est ajouté, rédigé comme suit :
  " Les infractions aux dispositions prévues au présent article sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.78. In artikel 56 van hetzelfde wetboek worden de woorden " , op straffe van geldboete van vijftig frank " vervangen door de woorden " . Inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.78. Dans l'article 56 du même code, les mots " , à peine de 50 francs d'amende " sont remplacés par les mots " . Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.79. In artikel 57 van hetzelfde wetboek worden de woorden " , op straffe van geldboete van zesentwintig frank tot driehonderd frank, " geschrapt en worden de woorden " . De inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. " na het woord " toestaat " toegevoegd.
Art.79. Dans l'article 57 du même code, les mots " sous peine d'une amende de 26 à 300 francs " sont remplacés par les mots " . Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.80. In artikel 58 van hetzelfde wetboek worden de woorden " wordt gestraft met geldboete van zesentwintig frank tot driehonderd frank. " vervangen door de woorden " wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.80. Dans l'article 58 du même code, les mots " sera punie d'une amende de 26 à 300 francs " sont remplacés par les mots " est punie de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.81. In artikel 59 van hetzelfde wetboek worden de woorden " op straffe, voor de koper, van geldboete van vijftig frank voor iedere put, oven, keet of werkplaats die met overtreding van deze bepaling gemaakt is " vervangen door de woorden " . De koper die deze bepaling schendt wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.81. Dans l'article 59 du même code, les mots " sous peine, contre l'adjudicataire, d'une amende de 50 francs pour chaque fosse ou fourneau, loge ou atelier, établi en contravention à cette disposition. " sont remplacés par les mots " . L'adjudicataire qui enfreint cette disposition est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.82. In artikel 60 van hetzelfde wetboek worden de woorden " Overtreding van deze bepaling wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig frank tot driehonderd frank. " vervangen door de woorden " Inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.82. Dans l'article 60 du même code, les mots " Les contraventions à cette disposition seront punies d'une amende de 26 à 300 francs " sont remplacés par les mots " Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.83. In artikel 61 van hetzelfde wetboek worden de woorden " , op straffe van geldboete van zesentwintig frank tot driehonderd frank " geschrapt en worden de woorden " Inbreuken op deze bepaling worden bestraft met de in artikel 31, § 1 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid voorziene straf. " na het woord " bosbeheer. " toegevoegd.
Art.83. Dans l'article 61 du même code, les mots " , à peine d'une amende de 26 à 300 francs " sont remplacés par les mots " . Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.84. In artikel 63 van hetzelfde wetboek worden de woorden " , op straffe van geldboete van tien tot honderd frank. " vervangen door de woorden " . Inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.84. Dans l'article 63 du même code, les mots " , à peine d'une amende de 10 à 100 francs " sont remplacés par les mots " . Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.85. In artikel 75 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " een geldboete die gelijk is aan de waarde van het hout dat niet in de veiling begrepen was " vervangen door de woorden " de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. " en de woorden " een gelijk bedrag " vervangen door de woorden " de waarde van het hout dat niet in de veiling inbegrepen was ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " dan wordt de geldboete verdubbeld en kunnen de schuldigen bovendien veroordeeld worden tot gevangenisstraf van ten hoogste een maand indien de geldboete 150 frank bedraagt of minder, en van ten hoogste zes maanden indien de geldboete dit bedrag te boven gaat " vervangen door de woorden " dan wordt het minimale bedrag van de geldboete verdubbeld. ";
  3° in het derde lid worden de woorden " de in het vorige lid bepaalde straf " vervangen door de woorden " de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid " en wordt het woord " eveneens " tussen de woorden " worden " en " gestraft " ingevoegd.
Art.85. Dans l'article 75 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " une amende égale à la valeur des bois non compris dans l'adjudication " sont remplacés par les mots " la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. " et les mots " pareille somme " sont remplacés par les mots " la valeur des bois non comprise dans l'adjudication ";
  2° à l'alinéa 2, les mots " l'amende sera double et les délinquants pourront être en outre condamnés à un emprisonnement qui ne dépassera pas un mois si l'amende est de 150 francs ou au-dessous, et six mois si l'amende est supérieure à cette somme " sont remplacés par " le montant minimum de l'amende est doublé. ";
  3° à l'alinéa 3, les mots " la peine établie par le paragraphe précédent " sont remplacés par les mots " également la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.86. In artikel 76 van hetzelfde wetboek worden de woorden " de in artikel 157 bepaalde geldboete en vergoeding " vervangen door de woorden " de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.86. Dans l'article 76 du même code, les mots " l'amende et l'indemnité fixées par l'article 157 de la présente loi " sont remplacés par les mots " la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.87. In artikel 79, tweede lid, van hetzelfde wetboek worden de woorden " geldboete van dertig frank tot driehonderd frank " vervangen door de woorden " de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.87. Dans l'article 79, alinéa 2, du même code, les mots " une amende de 30 à 300 francs " sont remplacés par les mots " la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.88. In artikel 80 van hetzelfde wetboek worden de woorden " , op straffe van de in artikel 168 gestelde geldboete per wederrechtelijk binnengebracht dier " vervangen door de woorden " . Inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.88. Dans l'article 80 du même code, les mots " , à peine, pour chaque tête illégalement introduite, de l'amende prononcée à l'article 168 " sont remplacés par les mots " . Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.89. In artikel 81 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " worden de in artikel 168 bepaalde straffen tegen de verkrijger uitgesproken " vervangen door de woorden " wordt de verkrijger gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.89. Dans l'article 81 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " il y aura lieu, contre l'adjudicataire, aux peines prononcées par l'article 168 " sont remplacés par les mots " l'adjudicataire est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ";
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art.90. In artikel 90 van hetzelfde wetboek worden de woorden " en van geldboete van twintig frank tot honderd frank wanneer het brandhout betreft, van veertig frank tot tweehonderd frank wanneer het timmerhout of boerengeriefhout betreft. " vervangen door " . Inbreuken op deze bepaling worden bovendien gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.90. Dans l'article 90 du même code, les mots " et d'une amende de 20 à 100 francs, s'il s'agit de bois de chauffage, et de 40 à 200 francs, s'il s'agit de bois de construction ou d'agriculture. " sont remplacés par les mots " . Les infractions à cette disposition sont en outre punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.91. In artikel 92 van hetzelfde wetboek worden de woorden, " en kan de gebruiksgerechtigde die de overtreding heeft begaan, veroordeeld worden tot geldboete van tien frank tot vijftig frank " vervangen door de woorden " De gebruiksgerechtigde die deze bepaling niet naleeft wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.91. Dans l'article 92 du même code, les mots " et l'usager contrevenant être condamné à une amende de 10 à 50 francs " sont remplacés par les mots " . L'usager en infraction à cette disposition est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.92. In artikel 99 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 april 1969, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " gestraft met geldboete van 2 frank per dier " vervangen door de woorden " Inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " , op straffe van geldboete van 5 frank tot 10 frank ten laste van de hoeder, en van gevangenis van vijf dagen tot tien dagen in geval van herhaling. " vervangen door de woorden " . De hoeder die deze bepaling niet naleeft wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.92. Dans l'article 99 du même code, modifié par la loi du 8 avril 1969, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " , sous peine de 2 francs d'amende par tête de bétail. " sont remplacés par les mots " . Les infractions à cette disposition seront punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ";
  2° à l'alinéa 2, les mots " , sous peine d'une amende de 5 à 10 francs contre le pâtre, et d'un emprisonnement de 5 à 10 jours en cas de récidive. " sont remplacés par les mots " . En cas d'infraction à cette disposition, le pâtre est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.93. In artikel 101 van hetzelfde wetboek worden de woorden " , op straffe van de in artikel 168 bepaalde geldboete ten laste van de eigenaar, en van tien frank geldboete en vijf dagen tot tien dagen gevangenis ten laste van de hoeders of herders " vervangen door de woorden " De eigenaar, de hoeders en de herders die deze bepaling niet naleven worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.93. Dans l'article 101 du même code, les mots " , à peine, contre le propriétaire, de l'amende prononcée par l'article 168, et contre les pâtres ou bergers, d'une amende de 10 francs à cinq à dix jours d'emprisonnement. " sont remplacés par les mots " . En cas d'infraction à cette disposition, le propriétaire ainsi que les pâtres ou les bergers sont punis de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.94. In artikel 103 van hetzelfde wetboek worden de woorden " , op straffe van geldboete van driehonderd frank tot zeshonderd frank per hectare hakhout en van vijfhonderd frank tot tweeduizend frank per hectare hooghout of middelhout ten laste van hen die de rooiing bevolen of uitgevoerd hebben " vervangen door de woorden " Degene die het rooien bevelen of uitvoeren worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.94. Dans l'article 103 du même code, les mots " , sous peine, contre ceux qui l'auront ordonné ou effectué, d'une amende de 300 à 600 francs par hectare de bois taillis, et de 500 à 2.000 francs par hectare de bois de futaie ou de futaie sur taillis " sont remplacés par les mots " Ceux qui l'ordonnent ou l'effectuent sont punis de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.95. In artikel 106 van hetzelfde wetboek worden de woorden " wordt gestraft met geldboete van zesentwintig frank tot honderd frank per gebrande hectare " vervangen door de woorden " wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.95. Dans l'article 106 du même code, les mots " sera puni d'une amende de 26 francs à 100 francs par hectare essarté " sont remplacés par les mots " est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.96. In artikel 107 van hetzelfde wetboek worden het derde tot en met het vijfde lid vervangen door het volgende lid :
  " Uitgraving of weghaling in strijd met de vorige bepalingen wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.96. Dans l'article 107 du même code, les alinéas 3 à 5 sont remplacés par l'alinéa suivant :
  " Toute extraction et tout enlèvement opérés contrairement aux dispositions qui précèdent est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.97. In artikel 111 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 april 1969, worden de woorden " , op straffe van geldboete van zesentwintig frank tot driehonderd frank en van sloping van die inrichtingen " vervangen door de woorden " . Inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid en met de sloping van die inrichtingen ".
Art.97. Dans l'article 111 du même code, modifié par la loi du 8 avril 1969, les mots " , à peine d'une amende de 26 à 300 francs et de démolition de ces établissements " sont remplacés par les mots " . Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale, et de la démolition de ces établissements ".
Art.98. In artikel 112 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 april 1969, worden de woorden " , op straffe van geldboete van veertig frank en van sloping " vervangen door de woorden " . Inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid en met de sloping ".
Art.98. Dans l'article 112 du même code, modifié par la loi du 8 avril 1969, les mots " , à peine de 40 francs d'amende et de démolition " sont remplacés par les mots " . Les infractions à cette disposition sont punies de la peine d'une condamnation à la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale, et de la démolition ".
Art.99. In artikel 115 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 april 1969, worden de woorden " op straffe van geldboete van veertig frank en verbeurdverklaring van het hout, de houtskool en de as " vervangen door de woorden " . Inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid en met de verbeurdverklaring van het hout, de houtskool en de as ".
Art.99. Dans l'article 115 du même code, modifié par la loi du 8 avril 1969, les mots " , sous peine de 40 francs d'amende et de la confiscation des bois, cendres et charbons " sont remplacés par les mots " . Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale et de la confiscation des bois, cendres et charbons ".
Art.100. In artikel 116 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 april 1969, worden de woorden " op straffe van geldboete van honderd frank tot vijfhonderd frank en van sloping binnen een maand te rekenen van de betekening van het vonnis waarbij de sloping is bevolen " vervangen door de woorden " . Inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid en met de sloping binnen een maand te rekenen van de betekening van het vonnis waarbij de sloping is bevolen. ".
Art.100. Dans l'article 116 du même code, modifié par la loi du 8 avril 1969, les mots " , sous peine d'une amende de 100 à 500 francs et de la démolition dans le mois à dater de la signification du jugement qui l'aura ordonnée " sont remplacés par les mots " . Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale et de la démolition dans le mois à dater de la signification du jugement qui l'aura ordonnée. ".
Art.101. In hetzelfde wetboek wordt artikel 154 vervangen door het volgende :
  " Het kappen of het weghalen van bomen of bossen, ongeacht hun omtrek, wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid.
  Het feit dat de kruin en wortels van de desbetreffende bomen volkomen verdord zijn, vormt een verzachtende omstandigheid.
  Telkens als de soort en de omtrek van de bomen kunnen worden vastgesteld, wordt het minimale bedrag van de geldboete wegens het vellen of het ontbreken van spaartelgen, hoekbomen, grensbomen en andere te sparen bomen, zowel in de kappen in exploitatie of in de kappen van de twee vorige jaren, verdubbeld. ".
Art.101. Dans le même code, l'article 154 est remplacé par ce qui suit :
  " La coupe ou l'enlèvement d'arbres ou de bois, quel que soit leur tour, sont punis de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale.
  Le caractère entièrement sec de la cime et des racines des arbres concernés constitue une circonstance atténuante.
  Toutes les fois que l'essence et la circonférence des arbres pourront être constatées, le montant minimum de l'amende pour l'abattage ou le déficit de baliveaux, pieds corniers et parois, et autres arbres de réserve, tant dans les coupes en exploitation que dans celles des deux années précédentes, sera doublé. ".
Art.102. In hetzelfde wetboek worden de artikelen 155 tot en met 158 en het artikel 161 opgeheven.
Art.102. Dans le même code, les articles 155 à 158 et 161 sont abrogés.
Art.103. In hetzelfde wetboek wordt artikel 162 vervangen door het volgende :
  " Het uitrukken of weghalen van jong hout in bossen wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid.
  Indien dat misdrijf gepleegd wordt in een zaaiplaats of aanplant, door mensenhand aangelegd, wordt het minimale bedrag van de geldboete verdubbeld. ".
Art.103. Dans le même code, l'article 162 est remplacé par ce qui suit :
  " L'arrachage ou l'enlèvement de plants dans les bois et les forêts est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale.
  Le montant minimum de l'amende est doublé si le délit a été commis dans un semis ou une plantation exécutée de main d'homme. ".
Art.104. Artikel 163 van hetzelfde wetboek wordt als volgt gewijzigd :
  1° in het eerste lid, worden de woorden " met geldboete van vijftien centiemen voor iedere geschonden stronk "vervangen door de woorden " door de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.104. Dans l'article 163 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " d'une amende de 50 centimes par souche atteinte " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ";
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art.105. In artikel 164 van hetzelfde wetboek worden de woorden " met geldboete van tien frank tot honderd frank, onverminderd de gewone straffen voor het uitrukken of kappen van hout. " vervangen door de woorden " door de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. ".
Art.105. Dans l'article 164 du même code, les mots " d'une amende de 10 à 100 francs, outre les peines ordinaires pour raison des bois arrachés ou coupés. " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. ".
Art.106. In artikel 167 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 april 1969, worden de woorden " op straffe van geldboete van tien frank tot honderd frank, " vervangen door de woorden " De inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.106. Dans l'article 167 du même code, modifié par la loi du 8 avril 1969, les mots " , sous peine d'une amende de 10 à 100 francs " sont remplacés par les mots " Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.107. In hetzelfde wetboek wordt artikel 168 vervangen door het volgende :
  " De eigenaars van dieren die overdag in een bos in overtreding worden aangetroffen, worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid.
  Het minimale bedrag van de geldboete wordt verdubbeld indien het bos minder dan tien jaar oud is of indien het misdrijf is gepleegd in de aanwezigheid van de bewaker.
  Het feit dat de dieren minder dan een jaar oud zijn, vormt een verzachtende omstandigheid. ".
Art.107. Dans le même code, l'article 168 est remplacé par ce qui suit :
  " Les propriétaires d'animaux trouvés le jour en délit dans les bois sont punis de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale.
  Le montant minimum de l'amende est doublé si les bois ont moins de dix ans ou si le délit a été commis en présence du gardien.
  Le fait que les animaux soient âgés de moins d'un an constitue une circonstance atténuante. ".
Art.108. In artikel 169 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden " De straffen " vervangen door de woorden " Het minimale bedrag van de geldboete ", de woorden " en overtredingen " geschrapt en de woorden " worden verdubbeld " vervangen door de woorden " wordt verdubbeld ";
  2° het punt 1° wordt opgeheven;
  3° in punt 2° worden de woorden " overtredingen of " geschrapt;
  4° In de Franse taalversie van punt 4° wordt het woord " contraventions " vervangen door het woord " infractions ".
Art.108. Dans l'article 169 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " Les peines " sont remplacés par les mots " Le montant minimum de l'amende ", les mots " et contraventions " sont supprimés et les mots " seront doubles " sont remplacés par les mots " est doublé : ";
  2° le point 1° est abrogé;
  3° au point 2°, les mots " contraventions ou " sont supprimés;
  4° au point 4°, le mot " contraventions " est remplacé par le mot " infractions ".
Art.109. In de inleidende zin van artikel 176bis van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de ordonnantie van 30 maart 1995, worden de woorden " Met geldboete van vijf tot vijfentwintig frank wordt gestraft " vervangen door de woorden " Worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.109. Dans la phrase introductive de l'article 176bis du même code, inséré par l'ordonnance du 30 mars 1995, les mots " Seront punis d'une amende de cinq à vingt-cinq francs " sont remplacés par les mots " Sont punis de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.110. In artikel 176ter van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de ordonnantie van 30 maart 1995, worden de woorden " Met geldboete van vijfhonderd tot vijfduizend frank wordt gestraft " vervangen door de woorden " Worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.110. Dans l'article 176ter du même code, inséré par l'ordonnance du 30 mars 1995, les mots " Seront punis d'une amende de cinq cents à cinq mille francs " sont remplacés par les mots " Sont punis de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.111. In artikel 176quater van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de ordonnantie van 30 maart 1995, worden de woorden " Met geldboete van tweehonderd tot duizend frank wordt gestraft " vervangen door de woorden " Wordt gestraft door de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.111. Dans l'article 176quater du même code, inséré par l'ordonnance du 30 mars 1995, les mots " Seront punis d'une amende de deux cents à mille francs " sont remplacés par les mots " Sont punis de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.112. In artikel 176quinquies van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de ordonnantie van 30 maart 1995, worden de woorden " Met geldboete van honderd tot vijfhonderd frank wordt gestraft " vervangen door de woorden " Wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.112. Dans l'article 176quinquies du même code, inséré par l'ordonnance du 30 mars 1995, les mots " Seront punis d'une amende de cent à cinq cents francs " sont remplacés par les mots " Sont punis de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.113. In artikel 176sexies van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de ordonnantie van 30 maart 1995, worden de woorden " Met geldboete van twintig tot vijftig frank wordt gestraft " vervangen door de woorden " Wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.113. Dans l'article 176sexies du même code, inséré par l'ordonnance du 30 mars 1995, les mots " Sera puni d'une amende de vingt à cinquante francs " sont remplacés par les mots " Est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.114. In artikel 176septies van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de ordonnantie van 30 maart 1995, worden de woorden " Met geldboete van twintig tot vijftig frank wordt gestraft " vervangen door de woorden " Wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.114. Dans l'article 176septies du même code, inséré par l'ordonnance du 30 mars 1995, les mots " Seront punis d'une amende de vingt à cinquante francs " sont remplacés par les mots " Sont punis de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.115. In artikel 176octies van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de ordonnantie van 30 maart 1995, worden de woorden " Met geldboete van vijf tot vijfentwintig frank wordt gestraft " vervangen door de woorden " Wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.115. Dans l'article 176octies du même code, inséré par l'ordonnance du 30 mars 1995, les mots " Seront punis d'une amende de cinq à vingt-cinq francs " sont remplacés par les mots " Sont punis de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.116. In artikel 176nonies van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de ordonnantie van 30 maart 1995, worden de woorden " Met geldboete van vijf tot vijfentwintig frank wordt gestraft " vervangen door de woorden " Wordt gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.116. Dans l'article 176nonies du même code, inséré par l'ordonnance du 30 mars 1995, les mots " Sera puni d'une amende de cinq à vingt-cinq francs " sont remplacés par les mots " Est puni de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het Veldwetboek
Section 2. - Modification du Code rural
Art.117. In artikel 69 van het Veldwetboek, vervangen bij de wet van 11 februari 1986 en gewijzigd bij de wet van 7 december 1998, worden de woorden " , op straffe van een geldboete van 25 frank, " geschrapt en worden de woorden " De inbreuken op deze bepaling worden gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid. " toegevoegd na de woorden " die hun aanwezigheid vorderen, te vergezellen. ".
Art.117. Dans l'article 69 du Code rural, remplacé par la loi du 11 février 1986 et modifié par la loi du 7 décembre 1998, les mots " , sous peine d'une amende de 25 francs, " sont supprimés et après les mots " qui requièrent leur présence. ", les mots " Les infractions à cette disposition sont punies de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale. " sont ajoutés.
Art.118. In artikel 87 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 april 1969, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden " Met geldboete van een frank tot tien frank " vervangen door de woorden " Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° in het eerste lid, 2°, tweede lid, worden de woorden " Het feit gepleegd in een besloten erf of in een aanhorigheid van een woning wordt gestraft met geldboete van tien frank en gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen. " vervangen door de woorden " Het minimale bedrag van de geldboete wordt verdubbeld, indien het feit wordt gepleegd in een besloten erf of in een aanhorigheid van een woning. ";
  3° in het eerste lid, 7°, worden de woorden " de overtreders worden bovendien gestraft met geldboeten van één frank per dier; " geschrapt.
Art.118. Dans l'article 87 du même code, modifié par la loi du 8 avril 1969, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " d'une amende de 1 franc à 10 francs " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° à l'alinéa 1er, 2°, alinéa 2, les mots " L'amende sera portée à 10 francs avec un emprisonnement d'un à sept jours, " sont remplacés par les mots " Le montant minimum de l'amende sera doublé ";
  3° à l'alinéa 1er, 7°, les mots " les contrevenants seront, en outre, punis d'une amende de 1 franc par tête d'animal; " sont supprimés.
Art.119. In artikel 88 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij wet van 13 juni 1911, bij wet van 4 december 1961, bij wet van 8 april 1969 en bij wet van 2 april 1971, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin, worden de woorden " Met geldboete van vijf tot vijftien frank " vervangen door de woorden " Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° in het eerste lid, 2°, tweede lid, worden de woorden " Het misdrijf gepleegd op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld of binnen een besloten landelijk erf, wordt gestraft met geldboete van tien frank tot vijftien frank en eventueel met gevangenisstraf van één dag tot twee dagen " vervangen door de woorden " Indien het misdrijf wordt gepleegd op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld of binnen een besloten landelijk erf, wordt het minimale bedrag van de geldboete verdubbeld ";
  3° in het eerste lid, 3°, tweede lid, worden de woorden " Het misdrijf gepleegd binnen de omheining van een woning, hetzij op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld, hetzij binnen een besloten landelijk erf, wordt gestraft met geldboete van tien frank tot vijftien frank en eventueel met gevangenisstraf van één dag tot twee dagen. " vervangen door de woorden " Indien het misdrijf wordt gepleegd binnen de omheining van een woning, hetzij op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld, hetzij binnen een besloten landelijk erf of wanneer het om een kudde gaat, wordt het minimale bedrag van de geldboete verdubbeld; ";
  4° het eerste lid, 3°, derde lid wordt opgeheven.
Art.119. Dans l'article 88 du même code, modifié par la loi du 13 juin 1911, par la loi du 4 décembre 1961, par la loi du 8 avril 1969 et par la loi du 2 avril 1971, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " d'une amende de 5 francs à 15 francs " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° à l'alinéa 1er, 2°, alinéa 2, les mots " L'amende sera de 10 francs à 15 francs, avec ou sans emprisonnement d'un à deux jours, " sont remplacés par les mots " Le montant minimum de l'amende est doublé ";
  3° à l'alinéa 1er, 3°, alinéa 2, les mots " L'amende sera de 10 francs à 15 francs, avec ou sans emprisonnement d'un à deux jours, " sont remplacés par les mots " Le montant minimum de l'amende est doublé " et après les mots " dans un enclos rural ", les mots " ou s'il s'agit d'un troupeau " sont ajoutés;
  4° l'alinéa 1er, 3°, alinéa 3 est supprimé.
Art.120. In artikel 89 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij wet van 4 december 1961 en bij wet van 8 april 1969, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden " Met geldboete van tien frank tot twintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot vijf dagen of met een van die straffen alleen " vervangen door de woorden " Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° in het eerste lid, 7°, tweede lid, worden de woorden " De geldboete wordt verdubbeld " vervangen door de woorden " Het minimale bedrag van de geldboete wordt verdubbeld ".
Art.120. Dans l'article 89 du même code, modifié par la loi du 4 décembre 1961 et par la loi du 8 avril 1969, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " d'une amende de 10 francs à 20 francs et d'un emprisonnement d'un à cinq jours ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° à l'alinéa 1er, 7°, alinéa 2, les mots " L'amende sera double " sont remplacés par les mots " Le montant minimum de l'amende est doublé ".
Art.121. In de inleidende zin van artikel 90, eerste lid, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 april 1969 en bij de wet van 12 juli 1976, worden de woorden " Met geldboete van vijftien tot vijfentwintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen of met een van die straffen alleen " worden vervangen door de woorden " Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.121. Dans la phrase introductive de l'article 90, alinéa 1er, du même code, modifié par la loi du 8 avril 1969 et par la loi du 12 juillet 1976, les mots " d'une amende de 15 francs à 25 francs et d'un emprisonnement d'un à sept jours ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.122. In artikel 91 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden " De straffen op de overtredingen, omschreven in de artikelen 87 en 90,worden verhoogd tot het maximum en de rechtbank spreekt bovendien gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen uit " vervangen door de woorden " Het minimale bedrag van de geldboete voor de misdrijven, omschreven in de artikelen 87 en 90, wordt verdubbeld ";
  2° punt 1° wordt opgeheven.
Art.122. Dans l'article 91 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " Les peines pour les contraventions prévues aux articles 87 et 90 seront élevées au maximum, et le tribunal prononcera, en outre, un emprisonnement de un à sept jours " sont remplacés par les mots " Le montant minimum de l'amende prévue pour les infractions prévues aux articles 87 et 90 est doublé ";
  2° le point 1° est abrogé.
Art.123. Artikel 92 van hetzelfde wetboek wordt opgeheven.
Art.123. L'article 92 du même code est abrogé.
Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 28 december 1931 op de bescherming van aan particulierentoebehoorende bosschen en wouden
Section 3. - Modification de la loi du 28 décembre 1931 relative à la protection des bois et des forêts appartenant à des particuliers
Art.124. In de inleidende zin van artikel 9, eerste lid, van de wet van 28 december 1931 op de bescherming van aan particulieren toebehoorende bosschen en wouden worden de woorden " Met een geldboete van 26 tot 5.000 frank wordt gestraft " vervangen door de woorden " Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.124. Dans la phrase introductive de l'article 9, alinéa 1er, de la loi du 28 décembre 1931 relative à la protection des bois et des forêts appartenant à des particuliers, les mots " d'une amende de 26 à 5.000 francs " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van het grondwater
Section 4. - Modification de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux souterraines
Art.125. In artikel 11 van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van het grondwater, gewijzigd bij de ordonnantie van 10 mei 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de inleidende zin worden de woorden " met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig tot vijfduizend frank, of met een van die straffen alleen " vervangen door de woorden " met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  b) in punt 1 worden de woorden " krachtens artikel 2, tweede lid, 2, a) en b) van de huidige wet en haar uitvoeringsbesluiten " toegevoegd na de woorden " waarvoor een voorafgaande vergunning vereist is ";
  c) in punt 2, worden de woorden " met toepassing van de wet " vervangen door de woorden " krachtens artikel 2, tweede lid, 2, a) en b), van huidige wet en haar uitvoeringsbesluiten ";
  d) het punt 4 wordt vervangen als volgt :
  " 4. hij die als uitbater van een ondergronds waterwingebied, nalaat te verzoeken om een afbakening van een waterwingebied en een beschermingszone rond zijn inrichtingen voor waterwinning; ";
  e) een punt 5 wordt toegevoegd, luidend als volgt :
  " 5. hij die de uitbatingsvoorwaarden van de toegestane activiteit krachtens artikel 2, tweede lid, 2, a) en b), van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten niet naleeft. ";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  3° in § 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid worden de woorden " Hij kan eveneens bevelen de plaatsen in hun vroegere staat te herstellen. " vervangen door de woorden " Artikel 37, tweede en derde lid, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid is op dergelijk bevel van toepassing. ";
  b) het tweede en derde lid worden opgeheven;
  4° in § 5 wordt het tweede lid opgeheven.
Art.125. Dans l'article 11 de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux souterraines, modifié par l'ordonnance du 10 mai 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans la phrase introductive, les mots " d'un emprisonnement de huit jours à six mois et d'une amende de vingt-six à cinq mille francs ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  b) au point 1, les mots " en vertu de l'article 2, alinéa 2, 2°, a) et b), de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution " sont ajoutés après les mots " assujettis à autorisation préalable ";
  c) au point 2, les mots " en application de la loi " sont remplacés par les mots " en vertu de l'article 2, alinéa 2, 2, a) et b), de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution ";
  d) le point 4, est remplacé par ce qui suit :
  " 4. étant exploitant d'un captage d'eau souterraine, omet de demander la délimitation d'une zone de captage et d'une zone de protection autour de son ouvrage de prise d'eau; ";
  e) il est ajouté un point 5, rédigé comme suit :
  " 5. celui qui ne respecte pas les conditions d'exercice de l'activité autorisée en vertu de l'article 2, alinéa 2, 2, a) et b), de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution. ";
  2° le paragraphe 2 est supprimé;
  3° au paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées :
  a) à l'alinéa 1er, les mots " Il peut de même ordonner la remise des lieux dans leur état primitif. " sont remplacés par les mots " L'article 37, alinéas 2 et 3, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale est applicable à un tel ordre. ";
  b) les alinéas 2 et 3 sont abrogés;
  4° au paragraphe 5, l'alinéa 2 est supprimé.
Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewaterentegen verontreiniging
Section 5. - Modification de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surfacecontre la pollution
Art.126. In artikel 41 van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, gewijzigd bij de ordonnantie van 10 mei 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) In de inleidende zin worden de woorden " met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig tot vijfduizend frank of met één van die straffen alleen " vervangen door de woorden " met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  b) punt 4 wordt vervangen door het volgende :
  " hij die de algemene reglementen inzake de openbare riolen en de lozing van afvalwater in de wateren overtreedt die krachtens artikel 3 worden genomen. ";
  2° § 1bis wordt opgeheven;
  3° § 3 wordt opgeheven.
Art.126. Dans l'article 41 de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, modifié par l'ordonnance du 10 mai 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans la phrase introductive, les mots " d'un emprisonnement de huit jours à six mois et d'une amende de vingt-six à cinq mille francs ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  b) le point 4, est remplacé par ce qui suit :
  " celui qui viole les règlements généraux relatifs aux égouts publics et aux déversements des eaux usées pris en vertu de l'article 3. ";
  2° le paragraphe 1erbis est abrogé;
  3° le paragraphe 3 est abrogé.
Afdeling 6. - Wijzigingen van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen
Section 6. - Modifications de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement
Art.127. In artikel 80, § 2, van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, gewijzigd bij de ordonnantie van 26 maart 2009, wordt het eerste lid als volgt vervangen :
  " De beslissing van het Milieucollege wordt aan de verzoeker en aan de bevoegde overheid meegedeeld binnen 60 dagen na de datum van afgifte bij de post van de aangetekende zending die het eerste beroep bevat. Indien verschillende beroepen worden ingesteld tegen dezelfde beslissing, wordt de termijn van 60 dagen verlengd met het aantal dagen die liggen tussen de datums van afgifte bij de post van de aangetekende zendingen van het eerste en het laatste van die beroepen, met evenwel een maximum van 25 dagen. In dat geval, brengt het Milieucollege de partijen op de hoogte van de datum waarop de kennisgevingstermijn ingaat. Ingeval de partijen worden gehoord, wordt de termijn verlengd met 15 dagen. Ingeval de begindatum van de kennisgevingstermijn in de periode van 15 juni tot 15 augustus valt, wordt die termijn verlengd met 45 dagen. ".
Art.127. A l'article 80, § 2, de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement, modifiée par l'ordonnance du 26 mars 2009, l'alinéa 1er est remplacé par le texte suivant :
  " La décision du Collège d'environnement est notifiée au requérant et à l'autorité compétente dans les 60 jours de la date de dépôt, à la poste, de l'envoi recommandé contenant le premier recours. Si plusieurs recours sont introduits contre la même décision, le délai de 60 jours est augmenté du nombre de jours séparant les dates de dépôt, à la poste, des envois recommandés du premier et du dernier de ces recours, nombre toutefois plafonné à 25. Dans cette hypothèse, le Collège d'environnement informe les parties de la date constituant le point de départ du délai de notification. Lorsque les parties sont entendues, le délai est prolongé de 15 jours. Lorsque le point de départ du délai de notification se situe dans la période allant du 15 juin au 15 août, ce délai est par ailleurs augmenté de 45 jours. ".
Art.128. In artikel 96 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, gewijzigd bij de ordonnantie van 6 december 2001, bij de ordonnantie van 31 januari 2008 en bij de ordonnantie van 10 mei 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, tweede lid, worden de woorden " met gevangenisstraf van acht tot twaalf maanden en met geldboete van 2,5 euro tot 2.500 euro of met één van die straffen alleen " vervangen door de woorden " de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° § 2 wordt vervangen als volgt :
  " Het minimale bedrag van de geldboete wordt verdubbeld in de volgende gevallen :
  - wanneer het gaat om een inrichting van klasse I.A, I.B. of om een aan erkenning onderworpen activiteit; of
  - wanneer het misdrijf opzettelijk of uit winstbejag werd gepleegd. ";
  3° paragrafen 3 en 4 worden opgeheven.
Art.128. A l'article 96 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement, modifié par l'ordonnance du 6 décembre 2001, par l'ordonnance du 31 janvier 2008 et par l'ordonnance du 10 mai 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " d'un emprisonnement de 8 à 12 mois et d'une amende de 2,5 euros à 2.500 euros ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Le montant minimum de l'amende est doublé dans les cas suivants :
  - s'il s'agit d'une installation de classe I.A., I.B ou d'une activité soumise à agrément; ou
  - si l'infraction a été commise sciemment ou dans un esprit de lucre. ";
  3° les paragraphes 3 et 4 sont abrogés.
Afdeling 7. - Wijziging van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinderin een stedelijke omgeving
Section 7. - Modification de l'ordonnance du 17 juillet 1997 relative à la lutte contre le bruiten milieu urbain
Art.129. In artikel 20 van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving, gewijzigd bij de ordonnantie van 28 juni 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden " Met een boete van 0,25 euro tot 75 euro " vervangen door de woorden " Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° punt 6° wordt opgeheven.
Art.129. Dans l'article 20 de l'ordonnance du 17 juillet 1997 relative à la lutte contre le bruit en milieu urbain, modifié par l'ordonnance du 28 juin 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " d'une amende de 0,25 euro à 75 euros " sont remplacés par " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° le point 6° est abrogé.
Afdeling 8. - Wijziging van de ordonnantie van 22 april 1999 betreffende het voorkomen en het beheervan afval van producten in papier en/of karton
Section 8. - Modification de l'ordonnance du 22 avril 1999 relative à la prévention et à la gestiondes déchets des produits en papier et/ou carton
Art.130. In artikel 12 van de ordonnantie van 22 april 1999 betreffende het voorkomen en het beheer van afval van producten in papier en/of karton, vervangen bij de ordonnantie van 28 juni 2001, worden de woorden " Met een geldboete van twaalf tot honderd vijfentwintig frank " vervangen door de woorden " Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.130. Dans l'article 12 de l'ordonnance du 22 avril 1999 relative à la prévention et à la gestion des déchets des produits en papier et/ou carton, remplacé par l'ordonnance du 28 juin 2001, les mots " d'une amende de douze à cent vingt-cinq francs " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.131. In artikel 13, eerste lid, van dezelfde ordonnantie, vervangen bij de ordonnantie van 28 juni 2001, worden de woorden " Met een geldboete van honderd vijfentwintig tot twaalfduizend vijfhonderd frank " vervangen door de woorden " Met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.131. Dans l'article 13, alinéa 1er, de la même ordonnance, remplacé par l'ordonnance du 28 juin 2001, les mots " d'une amende de cent vingt-cinq à douze mille francs " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Afdeling 9. - Wijziging van de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar ismet de duurzame ontwikkeling vanhet Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Section 9. - Modification de l'ordonnance du 20 juin 2013 relative à une utilisation des pesticides compatible avec le développement durable en Région de Bruxelles-Capitale
Art.132. In de inleidende zin van artikel 22 van de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden de woorden " met een geldboete van 26 tot 25.000 euro " vervangen door de woorden " de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.132. Dans la phrase introductive de l'article 22 de l'ordonnance du 20 juin 2013 relative à une utilisation des pesticides compatible avec le développement durable en Région de Bruxelles-Capitale, les mots " d'une amende de 26 à 25.000 euros " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Afdeling 10. - Wijziging van de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomsten
Section 10. - Modification de l'ordonnance du 29 avril 2004 relative aux conventions environnementales
Art.133. In artikel 14 van de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomsten worden de woorden " met een geldboete van 200 euro tot 20.000 euro " vervangen door de woorden " met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.133. Dans l'article 14 de l'ordonnance du 29 avril 2004 relative aux conventions environnementales, les mots " d'une amende de 200 euros à 20.000 euros " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Afdeling 11. - Wijziging van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid
Section 11. - Modification de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau
Art.134. In artikel 65 van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid, gewijzigd bij de ordonnantie van 10 mei 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin van § 1 worden de woorden " met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van 625 tot 62.500 euro of met één van deze straffen alleen " vervangen door de woorden " gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° paragraaf 1/1 wordt opgeheven;
  3° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art.134. Dans l'article 65 de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau, modifiée par l'ordonnance du 10 mai 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive du paragraphe 1er, les mots " d'une peine d'emprisonnement de un mois à un an et d'une amende de 625 à 62.500 euros ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° le paragraphe 1er/1 est abrogé;
  3° le paragraphe 3 est abrogé.
Afdeling 12. - Wijziging van de ordonnantie van 1 maart 2007 betreffende de bescherming van het leefmilieutegen de eventuele schadelijke effectenen hinder van niet-ioniserende stralingen
Section 12. - Modification de l'ordonnance du 1er mars 2007 relative à la protection de l'environnement contreles éventuels effets nocifs et nuisances provoquéspar les radiations non ionisantes
Art.135. In artikel 9 van de ordonnantie van 1 maart 2007 betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van niet-ioniserende stralingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, worden de woorden " met een geldboete van 100 euro tot 15.000 euro en met een gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar of met een van die straffen " vervangen door de woorden " met de straf voorzien in artikel 31, § 1 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art.135. Dans l'article 9 de l'ordonnance du 1er mars 2007 relative à la protection de l'environnement contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les radiations non ionisantes, les modifications suivantes sont opérées :
  1° au paragraphe 1er, les mots " d'une amende de 100 euros à 15.000 euros et d'un emprisonnement de huit jours à deux ans ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° le paragraphe 2 est abrogé.
Afdeling 13. - Wijziging van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de saneringvan verontreinigde bodems
Section 13. - Modification de l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissementdes sols pollués
Art.136. § 1. In artikel 3 van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems worden een punt 5° /1 en een punt 5° /2 ingevoegd, luidend als volgt :
  " 5° /1. de leidend ambtenaar van het Instituut : de directeur-generaal van het Instituut, in voorkomend geval vervangen in de uitoefening van zijn bevoegdheden overeenkomstig artikel 3/1, § 2.
  5° /2. de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut : de adjunct-directeur-generaal van het Instituut, in voorkomend geval vervangen in de uitoefening van zijn bevoegdheden overeenkomstig de artikelen 3/1, § 2, b) en c) en 3/1, § 4, b). ".
  § 2. In dezelfde ordonnantie wordt een nieuw artikel 3/1 ingevoegd, voorafgegaan door de titel " Uitoefening van bevoegdheden ", dat als volgt luidt :
  " § 1. De bevoegdheden toevertrouwd aan het Instituut door de huidige ordonnantie worden uitgeoefend door de leidend ambtenaar van het Instituut, in voorkomend geval vervangen in de uitoefening van zijn bevoegdheden overeenkomstig § 2.
  § 2. De bevoegdheden die worden toegewezen aan de leidend ambtenaar van het Instituut worden op de volgende wijze uitgeoefend :
  a) in geval van afwezigheid, verlof of verhindering van de leidend ambtenaar van het Instituut, door de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut;
  b) in geval van afwezigheid, verlof of verhindering van de leidend ambtenaar van het Instituut en van de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut, door de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft;
  c) in geval van afwezigheid, verlof of verhindering van de leidend ambtenaar van het Instituut, van de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut en van de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft, door een andere aangewezen directeur-hoofd van de dienst aangewezen door één van deze drie ambtenaren.
  § 3. De Regering stelt de gevallen vast waarin de bevoegdheden van de leidend ambtenaar van het Instituut, voorzien door huidige ordonnantie, en onder voorbehoud van toepassing van § 5, zullen worden uitgeoefend door de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft.
  § 4. De bevoegdheden die overeenkomstig de §§ 3 en 6 aan de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft, worden toegewezen, worden als volgt uitgeoefend :
  a) in geval van afwezigheid, verlof of verhindering van de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft, door de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut;
  b) in geval van afwezigheid, verlof of verhindering van de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft, en van de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut, door de leidend ambtenaar van het Instituut.
  § 5. De leidend ambtenaar van het Instituut kan zich in de plaats stellen van de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft, in de uitoefening van de bevoegdheden vastgesteld krachtens § 3.
  § 6. De leidend ambtenaar van het Instituut is bevoegd om bepaalde bevoegdheden die door deze ordonnantie worden toegewezen aan het Instituut te delegeren aan de directeur-hoofd van de dienst die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft. ".
  In de inleidende zin van artikel 75 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden " een gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met een geldboete van 100 euro tot 10 miljoen euro of met een van die straffen alleen " vervangen door de woorden " de straf voorzien in artikel 31, § 3, b), van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.136. § 1er. Dans l'article 3 de l'ordonnance du 5 mars 2009 relative à la gestion et à l'assainissement des sols pollués, un point 5° /1 et un point 5° /2 sont insérés, rédigés comme suit :
  " 5° /1. le fonctionnaire dirigeant de l'Institut : le directeur général de l'Institut, remplacé le cas échéant dans l'exercice de ses compétences conformément à l'article 3/1, § 2.
  5° /2. le fonctionnaire dirigeant adjoint de l'Institut : le directeur général adjoint de l'Institut, remplacé le cas échéant dans l'exercice de ses compétences conformément aux articles 3/1, § 2, b) et c) et 3/1, § 4, b). ".
  § 2. Dans la même ordonnance, un article 3/1 précédé de l'intitulé " Exercice des compétences " est inséré, rédigé comme suit :
  " § 1er. Les compétences confiées à l'Institut par la présente ordonnance sont exercées par le fonctionnaire dirigeant de l'Institut, remplacé le cas échéant dans l'exercice de ses compétences conformément au § 2.
  § 2. Les compétences attribuées au fonctionnaire dirigeant de l'Institut sont exercées de la manière suivante :
  a) en cas d'absence, de congé ou d'empêchement du fonctionnaire dirigeant de l'Institut, par le fonctionnaire dirigeant adjoint de l'Institut;
  b) en cas d'absence, de congé ou d'empêchement du fonctionnaire dirigeant de l'Institut et du fonctionnaire dirigeant adjoint de l'Institut, par le directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions;
  c) en cas d'absence, de congé ou d'empêchement du fonctionnaire dirigeant de l'Institut, du fonctionnaire dirigeant adjoint et du directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions, par un autre directeur-chef de service désigné par l'une de ces trois autorités.
  § 3. Le Gouvernement détermine les cas dans lesquels les compétences du fonctionnaire dirigeant de l'Institut prévues par la présente ordonnance seront, sous réserve d'application du § 5, exercées par le directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions.
  § 4. Les compétences attribuées au directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions, en vertu des §§ 3 et 6, sont exercées de la manière suivante :
  a) en cas d'absence, de congé ou d'empêchement du directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions, par le fonctionnaire dirigeant adjoint de l'Institut;
  b) en cas d'absence, de congé ou d'empêchement du directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions et du fonctionnaire dirigeant adjoint de l'Institut, par le fonctionnaire dirigeant de l'Institut.
  § 5. Le fonctionnaire dirigeant de l'Institut peut se substituer au directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions dans l'exercice des compétences déterminées en vertu du § 3.
  § 6. Le fonctionnaire dirigeant de l'Institut est autorisé à déléguer au directeur-chef de service ayant l'inspectorat et les sols dans ses attributions certaines des compétences qui sont attribuées à l'Institut par la présente ordonnance. ".
  Dans la phrase introductive de l'article 75 de la même ordonnance, les mots " d'un emprisonnement de un mois à cinq ans et d'une amende de 100 euros à 10 millions d'euros ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 3, b), du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.137. In artikel 55, § 3, van dezelfde ordonnantie, wordt het tweede lid vervangen door volgende tekst :
  " Het Milieucollege deelt zijn beslissing mee binnen 60 dagen vanaf de datum van de ter post ingediende aangetekende zending met het eerste beroep. Indien meermaals beroep wordt ingediend tegen eenzelfde akte, wordt de termijn van 60 dagen verlengd met het aantal dagen tussen de data van indiening ter post van de aangetekende zending met het eerste en het laatste beroep; dat aantal wordt niettemin beperkt tot 25. In dat geval, deelt het Milieucollege de partijen de datum mee waarop de kennisgevingstermijn ingaat. Wanneer de partijen gehoord worden, wordt de termijn verlengd met 15 dagen. Wanneer de kennisgevingstermijn ingaat tijdens de periode vanaf 15 juni tot 15 augustus, wordt die termijn overigens verlengd met 45 dagen. ".
Art.137. Dans l'article 55, § 3, de la même ordonnance, l'alinéa 2 est remplacé par le texte suivant :
  " Le Collège d'environnement notifie sa décision dans les 60 jours de la date de dépôt, à la poste, de l'envoi recommandé contenant le premier recours. Si plusieurs recours sont introduits contre le même acte, le délai de 60 jours est augmenté du nombre de jours séparant les dates de dépôt, à la poste, des envois recommandés du premier et du dernier de ces recours, ce nombre étant toutefois plafonné à 25. Dans cette hypothèse, le Collège d'environnement informe les parties de la date constituant le point de départ du délai de notification. Lorsque les parties sont entendues, le délai est prolongé de 15 jours. Lorsque le point de départ du délai de notification se situe dans la période allant du 15 juin au 15 août, ce délai est par ailleurs augmenté de 45 jours. ".
Afdeling 14. - Wijziging van de ordonnantie van 9 december 2010 betreffende de toepasselijke sanctiesin het geval van niet-naleving van de Verordening (EG)nr. 1907/2006 van het Europees Parlementen de Raad van 18 december 2006 inzakede registratie en beoordeling vanen de autorisatie en beperkingenten aanzien van chemische stoffen (REACH)
Section 14. - Modification de l'ordonnance du 9 décembre 2010 relative aux sanctions applicables en cas de violation du Règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques,ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH)
Art.138. In artikel 2 van de ordonnantie van 9 december 2010 betreffende de toepasselijke sancties in het geval van niet-naleving van de Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), worden de woorden " een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van 100 tot 100.000 euro, of met een van die straffen " vervangen door de woorden " de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.138. Dans l'article 2 de l'ordonnance du 9 décembre 2010 relative aux sanctions applicables en cas de violation du Règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), les mots " d'un emprisonnement de huit jours à six mois et d'une peine d'amende de 100 à 100.000 euros, ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.139. In artikel 3 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden " met een gevangenisstraf van 1 maand tot 2 jaar en met een geldboete van 10.000 tot 500.000 euro, of met een van die straffen " vervangen door de woorden " met de straf voorzien in artikel 31, § 3, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.139. Dans l'article 3 de la même ordonnance, les mots " d'un emprisonnement de 1 mois à 2 ans et d'une peine d'amende de 10.000 à 500.000 euros, ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 3, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Afdeling 15. - Wijziging van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud
Section 15. - Modification de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature
Art.140. In de inleidende zin van artikel 93, eerste lid, van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud, gewijzigd bij de ordonnantie van 10 mei 2012, worden de woorden " Met opsluiting van één maand tot vierentwintig maanden en een boete van 25 tot 25.000 euro of slechts een van beide sancties " vervangen door de woorden " Met de straf zoals voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.140. Dans la phrase introductive de l'article 93, alinéa 1er, de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature, modifiée par l'ordonnance du 10 mai 2012, les mots " d'un emprisonnement d'un mois à vingt-quatre mois et d'une amende de 25 euros à 25.000 euros ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.141. In artikel 94 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij de ordonnantie van 10 mei 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden " De misdrijven opgesomd in artikel 93 worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en met een geldboete van 250 tot 75.000 euro, of met één van die straffen alleen " vervangen door de woorden " Het minimale bedrag van de geldboete wordt verdubbeld in de volgende gevallen ";
  2° punt 6° wordt opgeheven.
Art.141. Dans l'article 94 de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 10 mai 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " Les infractions énoncées à l'article 93 sont punies d'un emprisonnement de trois mois à trois ans et d'une amende de 250 à 75.000 euros ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " Le montant minimum de l'amende est doublé dans les cas suivants ";
  2° le point 6° est abrogé.
Afdeling 16. - Wijziging van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen
Section 16. - Modification de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets
Art.142. In artikel 48 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen, worden de woorden " met een gevangenisstraf van één tot achttien maanden en een geldboete van 25 tot 12.500 euro, of met slechts één van deze straffen " vervangen door de woorden " met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.142. Dans l'article 48 de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets, les mots " d'un emprisonnement de un à dix-huit mois et d'une amende de 25 à 12.500 euros, ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.143. In artikel 49 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de inleidende zin worden de woorden " met een gevangenisstraf van één tot vierentwintig maanden en een geldboete van 125 tot 25.000 euro, of met slechts één van deze straffen " vervangen door de woorden " met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  b) de punten 7° en 8° worden opgeheven;
  2° een tweede lid wordt toegevoegd, luidend als volgt :
  " Het minimumbedrag van de geldboete wordt verdubbeld ingeval de afvalstoffen gevaarlijke afvalstoffen zijn. ".
Art.143. Dans l'article 49 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans la phrase introductive, les mots " d'un emprisonnement de un à vingt-quatre mois et d'une amende de 125 à 25.000 euros, ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  b) les points 7° et 8° sont abrogés;
  2° un alinéa 2 est ajouté, rédigé comme suit :
  " Le montant minimum de l'amende est doublé lorsque les déchets sont des déchets dangereux. ".
Art.144. In artikel 50 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden " met een gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 75.000 euro, of met slechts één van deze straffen " vervangen door de woorden " met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° punt 1° wordt opgeheven.
Art.144. Dans l'article 50 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " d'un emprisonnement de trois mois à trois ans et d'une amende de 500 à 75.000 euros, ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° le point 1° est abrogé.
Art.145. In artikel 51 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden " met een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en een geldboete van 1.000 tot 100.000 euro, of met slechts één van deze straffen " vervangen door de woorden " met een gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en met een geldboete van 250 tot 300.000 euro, of met slechts één van deze straffen alleen ";
  2° punt 1° wordt opgeheven.
Art.145. Dans l'article 51 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " d'un emprisonnement de six mois à cinq ans et d'une amende de 1.000 à 100.000 euros, ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " d'un emprisonnement de trois mois à trois ans et d'une amende de 250 à 300.000 euros ou de l'une de ces peines seulement ";
  2° le point 1° est abrogé.
Art.146. In artikel 52 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden " met een gevangenisstraf van één tot zes maanden en een geldboete van 25 tot 2.500 euro, of met slechts één van deze straffen " vervangen door de woorden " met de straf zoals voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.146. Dans l'article 52 de la même ordonnance, les mots " d'un emprisonnement de un à six mois et d'une amende de 25 à 2.500 euros, ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.147. In artikel 53 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden " met een gevangenisstraf van één tot zes maanden en een geldboete van 125 tot 12.500 euro, of met slechts één van deze straffen " vervangen door de woorden " met de straf zoals voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.147. Dans l'article 53 de la même ordonnance, les mots " d'un emprisonnement de un à six mois et d'une amende de 125 à 12.500 euros, ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.148. In artikel 54 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, worden de woorden " met een geldboete van 125 tot 12.500 euro " vervangen door de woorden " met de straf zoals voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " Het minimumbedrag van de geldboete voor het in het eerste lid bedoelde misdrijf wordt verdubbeld wanneer het misdrijf opzettelijk of uit winstbejag werd gepleegd. ".
Art.148. Dans l'article 54 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " d'une amende de 125 à 12.500 euros " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Le montant minimum de l'amende est doublé si l'infraction a été commise de manière intentionnelle ou dans un but de lucre. ".
Afdeling 17. - Wijziging van het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing
Section 17. - Modification du Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'énergie
Art.149. In artikel 2.5.5 van het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, wordt een 5)/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  " 5)/1 de termijn voor kennisgeving van de beslissing van het Milieucollege wordt verlengd met vijfenveertig dagen wanneer het beroep wordt ingediend via de post in de periode van 15 juni tot 15 augustus; ".
Art.149. A l'article 2.5.5 du Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'énergie, il est inséré un 5)/1 rédigé comme suit :
  " 5)/1 le délai de notification de la décision du Collège d'environnement est prolongé de quarante-cinq jours lorsque le recours est déposé à la poste dans la période allant du 15 juin au 15 août; ".
Art.150. In de inleidende zin van artikel 2.6.5 van het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing worden de woorden " met een gevangenisstraf van acht dagen tot twaalf maanden en een boete van 25 tot 25.000 euro, of met slechts één van die straffen " worden vervangen door de woorden " met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.150. Dans la phrase introductive de l'article 2.6.5 du Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'énergie, les mots " d'un emprisonnement de 8 jours à 12 mois et d'une amende de 25 à 25.000 euros ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.151. In de inleidende zin van artikel 2.6.6 van hetzelfde wetboek, worden de woorden " met een boete van 25 tot 25.000 euro " vervangen door de woorden " met de straf voorzien in artikel 31, § 1 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ".
Art.151. Dans la phrase introductive de l'article 2.6.6 du même code, les mots " d'une amende de 25 à 25.000 euros " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.152. In artikel 3.4.2 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, worden de woorden " artikelen 35, tweede lid, 38, 39bis, 40 en 40bis van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu " vervangen door de woorden " de artikelen 43 tot en met 54 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° in het tweede lid, worden de woorden " 38 van die ordonnantie " vervangen door de woorden " 45, vijfde lid, van het Wetboek voor de inspectie, de preventie, de bestraffing van misdrijven en voor de milieuaansprakelijkheid ".
Art.152. Dans l'article 3.4.2 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " les articles 35, alinéa 2, 38, 39bis, 40 et 40bis de l'ordonnance du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation, la poursuite et la répression des infractions en matière d'environnement " sont remplacés par les mots " les articles 43 à 54 du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° à alinéa 2, les mots " 38 de cette ordonnance " sont remplacés par les mots " 45, alinéa 5, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ".
Art.153. In artikel 3.4.3 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin van paragraaf 1 worden de woorden " met een gevangenisstraf van één maand tot vierentwintig maanden en met een geldboete van 25 tot 25.000 euro, of met één van die straffen alleen " vervangen door de woorden " met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art.153. Dans l'article 3.4.3 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive du paragraphe 1er, les mots " d'un emprisonnement d'un mois à vingt-quatre mois et d'une amende de 25 à 25.000 euros ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale ";
  2° le paragraphe 2 est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions abrogatoires
Art.154. De ordonnantie van 13 november 2008 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade, wordt opgeheven.
Art.154. L'ordonnance du 13 novembre 2008 relative à la responsabilité environnementale en ce qui concerne la prévention et la réparation des dommages environnementaux est abrogée.
Art.155. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 mei 1999 betreffende het toezicht op het naleven van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake leefmilieu, wordt opgeheven.
Art.155. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 20 mai 1999 relatif au contrôle du respect des dispositions légales et réglementaires en matière d'environnement est abrogé.
Art.156. Artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 maart 2009 houdende precisering over sommige bepalingen van de ordonnantie van 13 november 2008 betreffende de milieuaansprakelijkheid voor wat betreft het voorkomen en herstellen van milieuschade, wordt opgeheven.
Art.156. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 mars 2009 précisant certaines dispositions de l'ordonnance du 13 novembre 2008 relative à la responsabilité environnementale en ce qui concerne la prévention et la réparation des dommages environnementaux est abrogé.
Art.157. De ordonnantie van 10 mei 2012 betreffende de afstemming van de milieuwetgeving op de Richtlijn 2008/99/EG inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht, wordt opgeheven.
Art.157. L'ordonnance du 10 mai 2012 relative à la mise en conformité de la législation environnementale avec la Directive 2008/99/CE relative à la protection de l'environnement par le droit pénal est abrogée.
HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions transitoires
Art.158. § 1. De personen aan wie vóór 7 december 2011, één of meerdere administratieve geldboetes werden opgelegd op grond van de artikelen 32 of 33 van de ordonnantie van 25 maart 1999, zoals deze van kracht waren vóór de inwerkingtreding van deze ordonnantie, kunnen binnen een termijn van vier maanden vanaf de inwerkingtreding van het huidige artikel per aangetekend schrijven aan het Instituut een verzoek tot minnelijke schikking richten, waarvan het bedrag overeenstemt met de helft van het totale bedrag van het geheel van de betreffende geldboetes, op voorwaarde dat een administratieve of gerechtelijke procedure met betrekking tot deze geldboetes, met inbegrip van hun invordering, nog steeds lopend is op het moment van de inwerkingtreding van dit artikel.
  Het Instituut geeft per aangetekend schrijven kennis van het bedrag dat werd vastgesteld overeenkomstig het eerste lid. Dit bedrag wordt betaald binnen de maand vanaf de kennisgeving ervan. De betaling geldt tot slot van alle rekeningen voor de periode voorafgaand aan 7 december 2011.
  § 2. De volgende misdrijven, voor dewelke een proces-verbaal werd opgesteld vóór 1 juli 2014, blijven onderworpen aan de procedureregels inzake de administratieve geldboetes voorzien in de toepasselijke wetgeving vóór de dag waarop het koninklijk besluit betreffende de overdracht van het federaal personeel naar het Instituut in werking treedt :
  - de misdrijven voorzien in artikel 31, § 1, 3° van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van de misdrijven, en milieuaansprakelijkheid, die bestaan uit een schending van de bepalingen van de verordeningen van de Europese Unie bedoeld in artikel 2, § 1, 3° wanneer deze betrekking hebben op de doorvoer van afvalstoffen; en
  - de misdrijven voorzien door of krachtens de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.
Art.158. § 1er. Les personnes qui, avant le 7 décembre 2011, se sont vues infliger une ou plusieurs amende(s) administrative(s) sur la base des articles 32 ou 33 de l'ordonnance du 25 mars 1999 tels qu'ils étaient en vigueur avant l'entrée en vigueur de la présente ordonnance peuvent, dans un délai de quatre mois à partir de l'entrée en vigueur du présent article, adresser par courrier recommandé à l'Institut une demande de transaction correspondant à la moitié du montant total de l'ensemble des amendes concernées, pour autant qu'une procédure administrative ou juridictionnelle concernant ces amendes, y compris leur récupération, soit toujours en cours lors de l'entrée en vigueur du présent article.
  L'Institut notifie par courrier recommandé le montant déterminé conformément à l'alinéa premier. Ce montant est payé dans le mois de sa notification. Le paiement vaut paiement pour solde de tout compte pour la période antérieure au 7 décembre 2011.
  § 2. Les infractions suivantes, pour lesquelles un procès-verbal a été dressé avant le 1er juillet 2014, demeurent soumises aux règles de procédure en matière d'amendes administratives prévues par la législation applicable avant le jour de l'entrée en vigueur de l'arrêté royal opérant le transfert à l'Institut du personnel fédéral :
  - les infractions prévues à l'article 31, § 1er, 3°, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions et de la responsabilité environnementale, qui consistent en la violation des dispositions des règlements de l'Union européenne visées à l'article 2, § 1er, 3° lorsque celles-ci sont relatives au transit des déchets; et
  - les infractions prévues par ou en vertu de la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art.159. De aanduidingen van de met het toezicht belaste personeelsleden van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid en van het Bestuur Uitrusting en Vervoer van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gedaan overeenkomstig artikel 4 van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu zoals werd toegepast vanaf 4 juli 1999 tot op het ogenblik van de inwerkingtreding van de huidige ordonnantie en overeenkomstig het besluit van 20 mei 1999 betreffende het toezicht op het naleven van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake leefmilieu, worden gevalideerd vanaf 1 november 1999.
Art.159. Les désignations des agents de surveillance de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement, de l'Agence régionale pour la Propreté et de l' Administration de l'Equipement et des Déplacements du Ministère de la Région de Bruxelles-Capitale faites conformément à l'article 4 de l'ordonnance du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation, la poursuite et la répression des infractions en matière d'environnement tel qu'il a été applicable du 4 juillet 1999 jusqu'à l'entrée en vigueur de la présente ordonnance, et à l'arrêté du 20 mai 1999 relatif au contrôle du respect des dispositions légales et réglementaires en matière d'environnement, sont validées à partir du 1er novembre 1999.
Art.160. Deze ordonnantie treedt in werking op 1 januari 2015, met uitzondering van de artikelen 6, § 2, 136, §§ 1 en 2, 158, § 1, en 159 die in werking treden op de dag van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art.160. La présente ordonnance entre en vigueur le 1er janvier 2015, à l'exception des articles 6, § 2, 136, §§ 1er et 2, 158, § 1er, et 159, qui entrent en vigueur le jour de leur publication au Moniteur belge.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid
  (Voor het Wetboek, zie : 2014-04-25/A3)
Art. N. Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale
  (Pour le Code, voir : 2014-04-25/A3)