Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 MAART 2014. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende regeling van de mobiliteit in sommige instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-05-2014 en tekstbijwerking tot 11-05-2023)
Titre
27 MARS 2014. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale fixant le régime de mobilité au sein de certaines institutions de la Région de Bruxelles-Capitale(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-05-2014 et mise à jour au 11-05-2023)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (50)
Texte (50)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. Elke betrekking bij [4 de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel]4 [3 van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Openbaar Ambt,]3 [2 Brussel Stedenbouw en Erfgoed]2 [1 ,de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit,]1 of een instelling van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan worden begeven via intraregionale of externe mobiliteit onder de voorwaarden bepaald in dit besluit.
  
Article 1er. Aux conditions fixées par le présent arrêté, tout emploi au sein du [4 Service Public Régional de Bruxelles ]4 [3 , du Service Public Régional Bruxelles Fonction Publique]3 [1 [2 ,de Bruxelles Urbanisme & Patrimoine]2 ,du Service public régional de Bruxelles Fiscalité,]1 ou d'un organisme d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale peut être pourvu par voie de mobilité intrarégionale ou externe.
  
Art.2. Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder :
  1° de instelling : een ministerie [4 de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel]4 [3 , de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Openbaar Ambt,]3 [2 Brussel Stedenbouw en Erfgoed]2[1 ,de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit,]1 een instelling of een commissie bedoeld in de artikelen 3 en 23;
  2° de ontvangende instelling : de instelling waarnaar het personeelslid overgeplaatst wordt;
  3° de instelling van herkomst : de instelling waartoe het personeelslid behoort vóór zijn overplaatsing;
  4° de leidende ambtenaar : de ambtenaar of ambtenaren die belast is/zijn met de hoge leiding van de instelling.
  
Art.2. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° l'institution : un ministère, [4 le]4 [3 Service Public Régional Bruxelles Fonction Publique,]3 [4 le Service Public Régional de Bruxelles, ]4 [2 Bruxelles Urbanisme & Patrimoine ]2[1 ,le Service public régional de Bruxelles Fiscalité,]1 un organisme ou une des commissions visés aux articles 3 et 23;
  2° l'institution d'accueil : l'institution dans laquelle le membre du personnel est transféré;
  3° l'institution d'origine : l'institution dont le membre du personnel fait partie avant son transfert;
  4° le fonctionnaire dirigeant : le ou les fonctionnaires chargés de la haute direction de l'institution.
  
HOOFDSTUK II. - De intraregionale mobiliteit
CHAPITRE II. - De la mobilité intrarégionale
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Section 1re. - Champ d'application
Art.3. Dit besluit is van toepassing op de ambtenaren :
  1°[7 van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel]7;
  [2 1°bis van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit;]2
  [3 1° ter "van Brussel Stedenbouw & Erfgoed;]3
  [4 1° quater "van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Openbaar Ambt".]4
  2° van de volgende instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met name :
  a) instellingen van categorie A :
  Centrum voor Informatica voor het Brussels Gewest;
  Brussels Instituut voor Milieubeheer;
  Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp;
  Net-Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid;
  Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (Innoviris);
  [1 Brussels Planningsbureau;]1
  b) instellingen van categorie B :
  Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij;
  Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling (Actiris);
  Gewestelijke vennootschap van de Haven van Brussel;
  3° [7 van Brupartners]7.
  4° van de naamloze vennootschap van publiek recht "Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap -Parkeeragentschap".
  [5 5° van Brussel Gas Elektriciteit (BRUGEL).]5
  [6 [7 van]7 Brussel-Preventie & Veiligheid]6
  [7 7° van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (GOMB).]7
  
Art.3. Le présent chapitre est applicable aux agents :
  1° [7 du Service Public Régional de Bruxelles]7;
  [2 1° bis du Service public régional de Bruxelles Fiscalité;]2
  [3 1° ter " de Bruxelles Urbanisme & Patrimoine;]3
  [4 1° quater " du Service Public Régional Bruxelles Fonction Publique ".]4
  2° des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale suivants, à savoir :
  a) organismes de catégorie A :
  - Centre d'Informatique pour la Région bruxelloise;
  - Institut bruxellois pour la Gestion de l'Environnement;
  - Service d'Incendie et d'Aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale;
  - Bruxelles-Propreté, Agence régionale pour la propreté;
  - Institut d'encouragement de la Recherche scientifique et de l'Innovation de Bruxelles (Innoviris);
  [1 - Bureau bruxellois de la planification;]1
  b) organismes de catégorie B :
  - Société du Logement de la Région bruxelloise;
  - Office régional bruxellois de l'Emploi (Actiris);
  - Société régionale du Port de Bruxelles;
  3° [7 de Brupartners ; ]7.
  4° de la société anonyme de droit public " Agence du stationnement de la Région de Bruxelles-Capitale - Agence pour le stationnement.
  [5 5° de Bruxelles Gaz Electricité (BRUGEL).]5
  [6 [7 de]7 6° Bruxelles Prévention & Sécurité.]6
  [7 7° de la Société de développement pour la Région de Bruxelles-Capitale (SDRB). ]7
  
Art.4. De mobiliteitsregeling die bij dit besluit is vastgesteld, geldt voor :
  1° de vastbenoemde ambtenaren van de instellingen bedoeld in het artikel 3, met uitsluiting van de mandaathouders;
  2° de stagedoende personeelsleden, wat de bepalingen inzake ambtshalve mobiliteit betreft.
Art.4. Sont soumis au régime de mobilité fixé par le présent chapitre :
  1° les agents des institutions visées à l'article 3, nommés à titre définitif, à l'exclusion des agents titulaires d'un mandat;
  2° les stagiaires, pour ce qui concerne les dispositions relatives à la mobilité d'office.
Afdeling 2. - De vrijwillige intraregionale mobiliteit
Section 2. - De la mobilité intrarégionale volontaire
Onderafdeling 1. - De kandidaten voor vrijwillige intraregionale mobiliteit
Sous-section 1re. - Des candidats à la mobilité intrarégionale volontaire
Art.5. Enkel de ambtenaren in dienstactiviteit, [1 ...]1 twee jaar hebben en die na hun evaluatie een vermelding kregen die op z'n minst gelijkwaardig is aan de vermelding "gunstig", komen in aanmerking voor een overplaatsing via vrijwillige intraregionale mobiliteit.
  [1 indien de ambtenaar nog geen evaluatie heeft gekregen, vindt er een tussentijds voorafgaand gesprek plaats binnen de instelling van herkomst.]1
  
Art.5. Sont seuls susceptibles d'être transférés par mobilité intrarégionale volontaire, les agents qui se trouvent dans une position d'activité de service,[1 ...]1 et ont obtenu au moins une mention équivalente à la mention "favorable" au terme de leur évaluation.
  [1 Si l'agent n'a pas encore reçu d'évaluation, un entretien intermédiaire préalable a lieu au sein de l'institution d'origine.]1
  
Art.6. § 1. De kandidaat voor de vrijwillige intraregionale mobiliteit kan zich kandidaat stellen voor een vacantverklaarde betrekking die opengesteld wordt voor mobiliteit in een van de graden van rang 1, van rang 2 of van rang 3 van dezelfde graad als deze waarvan hij titularis is.
  § 2. Wanneer de ontvangende instelling dit toelaat, mag de ambtenaar zich kandidaat stellen voor een openstaande betrekking van een hogere graad dan deze waarvan hij titularis is.
  [1 "In dit geval zijn de bepalingen betreffende de bevordering in het statuut van de ontvangende instelling eveneens van toepassing.]1
  
Art.6. § 1. Le candidat à la mobilité intrarégionale volontaire peut se porter candidat pour un emploi déclaré vacant à la mobilité dans un emploi d'un des grades du rang 1, du rang 2 ou du rang 3, du même grade que celui dont il est titulaire.
  § 2. Lorsque l'institution d'accueil le permet, l'agent peut postuler pour un emploi vacant d'un grade plus élevé que celui dont il est titulaire.
  [1 Dans ce cas, les dispositions du statut de l'institution d'accueil relatives à la promotion s'appliquent également. ]1
  
Onderafdeling 2. - De procedure
Sous-section 2. - De la procédure
Art.7. Wanneer een betrekking vacant verklaard wordt, kan de ontvangende instelling gebruik maken van de vrijwillige intraregionale mobiliteit, volgens de statutaire bepalingen van de ontvangende instelling voor de toekenning van deze betrekking.
Art.7. Lors de la déclaration de vacance d'un emploi, l'institution d'accueil peut faire appel à la voie de la mobilité intrarégionale volontaire, conformément aux dispositions statutaires de l'institution d'accueil pour l'attribution de cet emploi.
Art.8. De dienst belast met het personeelsbeheer, hierna het HRM genaamd, van de ontvangende instelling lanceert voor de betrekking die te begeven is via intraregionale mobiliteit, een oproep tot kandidaatstelling naar de ambtenaren van de andere instellingen bedoeld in artikel 3.
Art.8. Un appel aux candidats est lancé par le service assurant la gestion de personnel, ci-après nommé la GRH, de l'institution d'accueil, aux agents des autres institutions visées à l'article 3 pour un emploi à pourvoir par la mobilité intrarégionale.
Art.9. De oproep tot kandidaatstelling wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad [1 en op de website van Brussel Openbaar Ambt]1 en wordt eventueel ook verspreid via elke andere mogelijke vorm van bekendmaking, toegankelijk voor de betrokken ambtenaren.
  De oproep vermeldt :
  1° de functieomschrijving;
  2° het vereiste profiel van de kandidaten;
  3° de termijn en de vorm waarin de kandidatuur moet worden ingediend.
  
Art.9. L'appel aux candidats est publié au Moniteur belge [1 et sur le site internet de Bruxelles Fonction Publique ]1 ainsi que, le cas échéant, au moyen de toute autre forme de publicité, accessible pour les agents concernés.
  Il précise dans l'appel :
  1° la description de la fonction;
  2° le profil requis des candidats;
  3° le délai et la forme pour introduire une candidature.
  
Art.10. § 1. De bepalingen van het statuut van de ontvangende instelling inzake de werving en selectie, ondermeer betreffende het opleggen van bepaalde toelatingsvoorwaarden, de samenstelling van selectiecommissies, en het organiseren van selectieproeven, zijn eveneens van toepassing op de selectieprocedure van de intraregionale mobiliteit.
  § 2. De kandidaten dienen te slagen voor de specifieke module en batig gerankschikt zijn, zoals bedoeld in het statuut van de ontvangende instelling.
  [1 ...]1
  § 3. Wanneer een functie van rang 2 of 3 is opengesteld voor mobiliteit dienen de kandidaten bovendien aan de geldende anciënniteitvoorwaarden te voldoen. De selectie wordt georganiseerd conform de statutaire bepalingen betreffende de bevordering door verhoging in graad.
  § 4. Indien het aantal kandidaten die naar de betrekking in kwestie solliciteren dit rechtvaardigt of als de complexiteit van het aan te werven profiel dit vereist, kan voor de specifieke module een tussenmodule met een of meerdere bijkomende eliminatieproeven georganiseerd worden.
  
Art.10. § 1er. Les dispositions du statut de l'institution d'accueil concernant le recrutement et la sélection, notamment concernant l'imposition de conditions d'admission, la composition de commissions de sélection, et l'organisation d'épreuves de sélection, s'appliquent également à la procédure de sélection de la mobilité intrarégionale.
  § 2. Les candidats lauréats du module spécifique doivent être classés en ordre utile, comme visé dans le statut de l'institution d'accueil.
  [1 ...]1
  § 3. Lorsque une fonction de rang 2 ou 3 est ouverte à la mobilité, les candidats doivent remplir les conditions d'ancienneté en vigueur. La sélection sera organisée conformément aux dispositions statutaires relative à la promotion par avancement de grade.
  § 4. Si le nombre de candidats qui postulent pour l'emploi en question le justifie ou si la complexité du profil à recruter l'exige, un module intermédiaire d'épreuve(s) supplémentaire(s) éliminatoire peut être organisé avant l'organisation du module spécifique.
  
Art.11. Het HRM bepaalt voorafgaandelijk de aard van de proef en desgevallend de vaardigheden waarop deze proeven betrekking hebben.
Art.11. La GRH détermine préalablement la nature de l'épreuve et le cas échéant les aptitudes qui se rapportent à ces épreuves.
Art.12. § 1. Ingeval een kandidaat geselecteerd wordt, treedt deze in de ontvangende instelling in dienst op de datum die de leidende ambtenaar van de ontvangende instelling in samenspraak met de leidende ambtenaar van de instelling van herkomst bepaald heeft, en uiterlijk binnen de drie maanden volgend op de bekendmaking van het resultaat van de selectie.
  § 2. [1 ...]1
  
Art.12. § 1er. En cas de sélection d'un candidat, le candidat sélectionné entre en service dans l'institution d'accueil à une date fixée par le fonctionnaire dirigeant de l'institution d'accueil en concertation avec le fonctionnaire dirigeant de l'institution d'origine et au plus tard dans les trois mois de la publication du résultat de la sélection.
  § 2. [1 ...]1
  
Art.13. [1 § 1. De intraregionale mobiliteit wordt definitief na afloop van een termijn van zes maanden na indiensttreding.
   De ambtenaar vallende onder het toepassingsgebied van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel of het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt zich inmiddels in verlof voor intraregionale mobiliteit, overeenkomstig artikel 233/1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel of overeenkomstig artikel 226/1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
   § 2. Binnen de in de eerste paragraaf omschreven termijn kan de ambtenaar terugkeren naar de instelling van herkomst. Hij moet hiervoor binnen de vijf maanden na indiensttreding de HRM van de ontvangende instelling op de hoogte brengen van zijn ondubbelzinnig besluit om terug te keren naar de instelling van herkomst.
   De terugkeer naar de instelling van herkomst vindt plaats dertig dagen nadat de ontvangende instelling op de hoogte werd gebracht. Deze termijn kan worden ingekort indien de instelling van herkomst, de ontvangende instelling en de betrokken ambtenaar hiermee akkoord zijn.
   § 3. Binnen de in de eerste paragraaf omschreven termijn kan de ontvangende instelling beslissen dat de ambtenaar moet terugkeren naar zijn instelling van herkomst. Deze beslissing moet worden genomen door de leidende ambtenaren van de ontvangende instelling en moet worden gemotiveerd.
   De ambtenaar dient in kennis gesteld te worden van deze beslissing ten laatste vijf maanden na zijn indiensttreding bij de ontvangende instelling.
   De terugkeer naar de instelling van herkomst vindt plaats dertig dagen nadat de ambtenaar op de hoogte werd gebracht. Deze termijn kan worden ingekort indien de instelling van herkomst, de ontvangende instelling en de betrokken ambtenaar hiermee akkoord zijn ]1
.
  
Art.13. [1 § 1er. La mobilité intrarégionale devient définitive après écoulement d'un délai de six mois à compter de l'entrée en service.
   Dans l'intervalle, l'agent relevant du champ d'application de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles ou de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale se trouve en congé pour mobilité intrarégionale, conformément à l'article 233/1 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles ou conformément à l'article 226/1 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale.
   § 2. Dans le délai visé au § 1er, l'agent peut décider de retourner dans son institution d'origine. Pour ce faire, il doit, dans les cinq mois après l'entrée en service, informer le GRH de l'institution d'accueil de sa décision explicite de retourner dans son institution d'origine.
   Le retour dans l'institution d'origine a lieu trente jours après la notification à l'institution d'accueil. Ce délai peut être raccourci de commun accord entre l'institution d'origine, l'institution d'accueil et l'agent concerné.
   § 3. Dans le délai visé au § 1er, l'institution d'accueil peut décider que l'agent doit retourner dans son institution d'origine. Cette décision doit être prise par les fonctionnaires dirigeants de l'institution d'accueil et doit être motivée.
   Cette décision doit être notifiée à l'agent au plus tard cinq mois après son entrée en service auprès de l'institution d'accueil.
   Le retour dans l'institution d'origine a lieu trente jours après la notification à l'agent. Ce délai peut être raccourci de commun accord entre l'institution d'origine, l'institution d'accueil et l'agent concerné ]1
.
  
Afdeling 3. - De ambtshalve mobiliteit
Section 3. - De la mobilité d'office
Art.14. Kunnen ambtshalve worden overgeplaatst :
  1° de personeelsleden die elke aanwijzing voor een betrekking hebben verloren ten gevolge van :
  a) de afschaffing van hun instelling of een deel ervan;
  b) de afschaffing van betrekkingen in het personeelsplan van hun instelling;
  c) het verstrijken van de voor een disponibiliteit of voor een verlof wegens opdracht vastgestelde termijn;
  d) een terugzetting in graad, de vernietiging of de intrekking van een onregelmatige bevordering of verandering in graad;
  e) de overdracht van bevoegdheden van een instelling naar een andere;
  2° de personeelsleden die in een instelling overtallig worden geacht bij een besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
  3° de personeelsleden die [1 ...]1 ongeschikt werden verklaard voor de uitoefening van hun ambt maar die in aanmerking komen om andere functies uit te oefenen, verenigbaar met hun gezondheidstoestand.
  
Art.14. Peuvent être transférés d'office :
  1° les membres du personnel qui ont perdu toute affectation à un emploi par suite :
  a) de la suppression de tout ou partie de leur institution;
  b) de la suppression d'emplois au plan de personnel de leur institution;
  c) de l'expiration du terme assigné à une disponibilité ou à un congé pour mission;
  d) d'une rétrogradation, de l'annulation ou du retrait d'une promotion ou d'un changement de grade irréguliers;
  e) du transfert de compétences d'une institution à une autre institution;
  2° les membres du personnel estimés excédentaires dans une institution par un arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale;
  3° les membres du personnel déclarés inaptes [1 ...]1 à exercer leurs fonctions mais susceptibles d'exercer d'autres fonctions compatibles avec leur état de santé.
  
Art.15. De personeelsleden bedoeld in artikel 14 worden overgeheveld bij besluit van de Regering.
  In het geval bedoeld in artikel 14, 1°, e, gebeurt de overheveling van de leden van de instelling waarvan de bevoegdheden werden overgedragen naar de instelling waaraan deze bevoegdheden werden toegewezen.
  De benoemende overheid in de instelling van herkomst wijst de personeelsleden aan, die in aanmerking komen voor een ambtshalve overheveling, overeenkomstig artikel 14.
Art.15. Les membres du personnel visés à l'article 14 sont transférés par arrêté du Gouvernement.
  Dans le cas visé à l'article 14, 1°, e, le transfert des membres de l'institution dont les compétences ont été transférées a lieu vers l'institution à laquelle ces compétences ont été attribuées.
  L'autorité qui exerce le pouvoir de nomination dans l'institution d'origine désigne les membres du personnel susceptibles d'être transférés d'office conformément à l'article 14.
Art.16. Het besluit bedoeld in artikel 14, 2°, wijst de dienst(en) van de instelling aan waar het overschot aan personeel werd vastgesteld, evenals het aantal overtallige personeelsleden per graad en de overeenkomstige betrekkingen van de personeelsformatie.
Art.16. L'arrêté visé à l'article 14, 2°, indique le ou les services de l'institution où l'excédent est constaté ainsi que le nombre des membres du personnel excédentaires par grade et les emplois du cadre organique concernés.
Art.17. De in artikel 14, 1°, a) en b) bedoelde personeelsleden zijn die welke een graad bekleden die overeenstemt met de afgeschafte betrekkingen.
  De in artikel 14, 2° bedoelde personeelsleden zijn die welke een graad bekleden die overeenstemt met de aangewezen betrekkingen en die worden ingezet voor de opdrachten, werkzaamheden of taken die niet meer in de instelling verricht dienen te worden.
Art.17. Les membres du personnel visés à l'article 14, 1°, a) et b), sont ceux qui sont titulaires d'un grade correspondant aux emplois supprimés.
  Les membres du personnel visés à l'article 14, 2° sont ceux qui sont titulaires d'un grade correspondant aux emplois désignés et qui sont affectés aux missions, fonctions ou tâches qui ne doivent plus être accomplies dans l'institution.
Art.18. Voor de personeelsleden bedoeld in artikel 17 geschiedt de overplaatsing volgens de onderstaande rangschikking, met inachtneming van de taalwetgeving :
  1° het personeelslid met de minste dienstanciënniteit
  2° bij gelijke dienstanciënniteit,; het personeelslid met de minste graadanciënniteit;
  3° bij gelijke graadanciënniteit, het jongste personeelslid.
Art.18. Le transfert se réalise pour les membres du personnel visés à l'article 17 selon l'ordre suivant dans le respect des lois linguistiques :
  1° le membre du personnel dont l'ancienneté de service est la moins élevée;
  2° à égalité d'ancienneté de service, le membre du personnel dont l'ancienneté de grade est la moins élevée;
  3° à égalité d'ancienneté de grade, le membre du personnel le moins âgé.
Art.19. De ontvangende instelling kan een personeelslid een opleiding doen volgen om zijn overplaatsing mogelijk te maken. De kosten van deze vorming zijn ten laste van de overheid.
Art.19. L'institution d'accueil peut imposer au membre du personnel de suivre une formation en vue de rendre son transfert possible. Le coût de cette formation est à charge de l'autorité.
Art.20. De personeelsleden bedoeld in artikel 14, 3° die om gezondheidsredenen ongeschikt zijn bevonden voor de uitoefening van hun ambt, mogen slechts worden overgeplaatst om een ambt te vervullen dat verenigbaar is met hun gezondheidstoestand.
Art.20. Les membres du personnel visés à l'article 14, 3° qui, pour des raisons de santé, ont été reconnus inaptes à exercer leurs fonctions, ne peuvent être transférés que pour accomplir des fonctions compatibles avec leur état de santé.
Art.21. § 1. Tot de uitvoering van de beslissing tot overplaatsing, blijft het personeelslid verbonden aan zijn instelling van herkomst, die verder zijn bezoldiging vereffent en uitbetaalt. Voor het personeelslid blijven de statutaire bepalingen, de bezoldigingsregeling en de pensioenregeling gelden die van toepassing zijn bij de instelling van herkomst. Het personeelslid kan er zijn rechten op bevordering laten gelden.
  § 2. Het personeelslid bedoeld in artikel 14, 3° kan zijn rechten op bevordering evenwel enkel laten gelden voor de uitoefening van ambten die verenigbaar zijn met zijn gezondheidstoestand.
Art.21. § 1er. Jusqu'à l'exécution de la décision de transfert, le membre du personnel reste attaché à son institution d'origine qui continue à liquider et à payer sa rémunération. Il reste soumis aux dispositions statutaires et pécuniaires ainsi qu'au régime de pensions qui y sont applicables. Il peut y faire valoir ses titres à la promotion.
  § 2. Le membre du personnel visé à l'article 14, 3°, ne peut toutefois faire valoir ses titres à la promotion que pour accomplir des fonctions compatibles avec son état de santé.
Art.22. De regels inzake herplaatsing van personeelsleden waarin de interne mobiliteitsregeling voorziet, hebben voorrang op die inzake ambtshalve mobiliteit.
Art.22. Les règles de réaffectation des membres du personnel prévues dans le cadre de la mobilité interne s'appliquent de manière prioritaire par rapport aux règles de mobilité d'office.
HOOFDSTUK III. - De externe mobiliteit
CHAPITRE III. - De la mobilité externe
Afdeling 1. - De kandidaten voor externe mobiliteit
Section 1re. - Des candidats à la mobilité externe
Art.23. Voor de invulling van een openstaande betrekking in een van de graden van rang 1, rang 2 of rang 3 of in een gelijkwaardige graad van een instelling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zoals bedoeld in artikel 3, kan de leidende ambtenaar van een van deze instellingen een beroep doen op de ambtenaren van de onderstaande instellingen, op voorwaarde dat deze vastbenoemd zijn :
  a) de diensten van de regeringen en van de instellingen van openbaar nut die ressorteren onder de federale staat, de gemeenschappen en de andere gewesten;
  b) de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  c) de instellingen van openbaar nut die ressorteren onder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die niet vermeld worden in artikel 3, 2°.
Art.23. En vue de pourvoir à un emploi vacant dans un des grades du rang 1, du rang 2 ou du rang 3 ou d'un grade équivalent d'une institution de la Région de Bruxelles-Capitale visée à l'article 3, le fonctionnaire dirigeant d'une de ces institutions peut faire appel aux agents des institutions suivantes, pour autant qu'ils soient nommés à titre définitif :
  a) les services des Gouvernements et organismes d'intérêt public dépendant de l'Etat fédéral, des Communautés et des autres Régions;
  b) la commission communautaire flamande, la commission communautaire française et la commission communautaire commune;
  c) les organismes d'intérêt public dépendant de la Région de Bruxelles- Capitale autres que ceux visés à l'article 3, 2°.
Art.24. Enkel de ambtenaren die zich in een toestand van dienstactiviteit bevinden en die na hun evaluatie een vermelding kregen die op z'n minst gelijkwaardig is aan de vermelding "gunstig" die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van kracht is, komen in aanmerking voor een overplaatsing via externe mobiliteit.
Art.24. Sont seuls susceptibles d'être transférés par la mobilité externe, les agents qui se trouvent dans une position d'activité de service et qui ont obtenu, au terme de leur évaluation, au moins une mention équivalente à la mention " favorable " en vigueur à la Région de Bruxelles-Capitale.
Afdeling 2. - De procedure
Section 2. - De la procédure
Art.25. De procedure is dezelfde voor de vrijwillige intraregionale mobiliteit zoals bepaald in dit besluit. [1 Artikel 13 is niet van toepassing op de externe mobiliteit.]1
  
Art.25. La procédure est la même que pour la mobilité intrarégionale volontaire telle que fixée dans le présent arrêté. [1 L'article 13 ne s'applique pas à la mobilité externe. ]1
  
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen inzake overplaatsing
CHAPITRE IV. - Dispositions communes en matière de transfert
Art.26. De betrekking waarin de overplaatsing kan geschieden, moet definitief vacant zijn.
Art.26. L'emploi dans lequel peut s'effectuer le transfert doit être définitivement vacant.
Art.27. Wanneer de toegang tot een vacante betrekking afhankelijk is van het slagen voor een test of een geschiktheidsproef, kan de kandidaat enkel overgeplaatst worden volgens de voorwaarden en op de wijze die gelden bij de ontvangende instelling.
Art.27. Lorsque l'accès à un emploi vacant est subordonné à la réussite d'un test ou d'une épreuve d'aptitude, le candidat ne pourra être transféré qu'aux conditions et modalités applicables à l'institution d'accueil.
Art.28. De overheid die de benoemingsbevoegdheid in de ontvangende instelling uitoefent, neemt een individueel overplaatsingsbesluit dat bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Een afschrift wordt ter kennisgeving gezonden aan de overheid die dezelfde bevoegdheid in de instelling van herkomst uitoefent.
Art.28. L'autorité qui exerce le pouvoir de nomination dans l'institution d'accueil prend un arrêté individuel de transfert publié au Moniteur belge par voie d'extrait.
  Une copie est envoyée pour information à l'autorité qui exerce le même pouvoir dans l'institution d'origine.
Art.29. De overplaatsing brengt van rechtswege de benoeming mee in de graad die verbonden is aan de betrekking waarin het personeelslid wordt overgeplaatst.
  De overgeplaatste ambtenaar behoudt de administratieve en geldelijke anciënniteiten die hij voor zijn overplaatsing heeft verworven.
Art.29. Le transfert emporte de plein droit nomination au grade de l'emploi dans lequel le membre du personnel est transféré.
  L'agent transféré conserve les anciennetés administrative et pécuniaire qu'il a acquises avant son transfert.
Art.30. Op de overgeplaatste ambtenaar zijn de statutaire en geldelijke bepalingen die in zijn instelling van herkomst voor hem golden, niet meer van toepassing. Onverminderd de toepassing van het bepaalde in artikel 32, verliest de overgeplaatste ambtenaar eveneens het genot van de voordelen, van welke aard ook, waarop hij aanspraak kon maken bij zijn instelling van herkomst.
  Hij behoudt echter de voordelen die hem als verworven rechten krachtens wetten of bijzondere reglementeringen werden toegekend voor zijn eventuele overplaatsing naar een dienst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  [1 De ambtenaar behoudt in zijn nieuwe functie het recht op de dagen jaarlijks verlof naar rato van het saldo dat hij genoot in zijn instelling van herkomst op de datum van indiensttreding."]1
  
Art.30. L'agent transféré n'est plus soumis aux dispositions statutaires et pécuniaires qui lui étaient applicables dans son institution d'origine. Sans préjudice de l'application des dispositions prévues à l'article 32, il perd également le bénéfice des avantages, de quelque nature qu'ils soient, qui lui étaient applicables dans son institution d'origine.
  Il conserve toutefois le bénéfice des avantages qui lui ont été octroyés en tant que droits acquis en vertu de lois ou de réglementations particulières avant son transfert éventuel dans un service de la Région de Bruxelles-Capitale.
  [1 Dans sa nouvelle fonction, l'agent conserve le droit aux jours de congé annuel correspondant au solde dont il bénéficiait dans son institution d'origine à la date de son entrée en service. ]1
  
Art.31. Indien de overgeplaatste ambtenaar bij zijn instelling van herkomst titularis was van een graad of weddenschaal die kennelijk verschillen van de graad of weddenschaal die gelden bij de ontvangende instelling, wordt de gelijkwaardigheid vastgesteld door de minister van Ambtenarenzaken op basis van de overeenstemmende graad of weddenschaal bij de ontvangende instelling.
Art.31. Si, dans son institution d'origine, le grade ou l'échelle de l'agent transféré diffère manifestement du grade ou de l'échelle existant dans l'institution d'accueil, l'équivalence est déterminée par le ministre de la Fonction publique sur la base du grade ou de l'échelle correspondant de ladite institution d'accueil.
Art.32. Indien de werkpost van de overgeplaatste ambtenaar bij zijn instelling van herkomst werd aangepast, informeert het HRM van de instelling van herkomst het HRM van ontvangende instelling hiervan. De ontvangende instelling voert dezelfde aanpassing aan, zonder dat de betrokken ambtenaar met een handicap een nieuwe vraag tot redelijke aanpassing moet indienen.
Art.32. Si le poste de travail de l'agent transféré a été aménagé dans son institution d'origine, la GRH de l'institution d'origine en informe la GRH de l'institution d'accueil. L'institution d'accueil effectue le même aménagement, sans que l'agent concerné souffrant d'un handicap ne doive introduire une demande d'aménagement raisonnable.
HOOFDSTUK V. - Overgangsbepaling
CHAPITRE V. - Disposition transitoire
Art.33. De procedures voor de overplaatsing via intraregionale mobiliteit die aangevat werden voor de inwerkingtreding van dit besluit, worden geregeld door de bepalingen die op dat moment van kracht zijn.
Art.33. Les procédures de transfert par mobilité intrarégionale qui sont entamées avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, sont réglées par les dispositions qui sont en vigueur à ce moment.
HOOFDSTUK VI. - Opheffingsbepaling
CHAPITRE VI. - Disposition abrogatoire
Art.34. Het besluit van 3 oktober 2002 houdende regeling van de mobiliteit in sommige instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd door het Besluit van 15 april 2004, wordt opgeheven.
Art.34. L'arrêté du 3 octobre 2002 fixant le régime de mobilité au sein de certaines institutions de la Région de Bruxelles-Capitale, modifié par l'arrêté du 15 avril 2004, est abrogé.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
CHAPITRE VII. - Disposition finale
Art.35. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2014.
Art.35. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2014.
Art. 36. De minister bevoegd voor Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 36. Le Ministre qui a la Fonction publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.