Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 DECEMBER 2014. - Programmadecreet houdende verschillende maatregelen betreffende de begroting inzake natuurrampen, verkeersveiligheid, openbare werken, energie, huisvesting, leefmilieu, ruimtelijke ordening, dierenwelzijn, landbouw en fiscaliteit(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-2014 en tekstbijwerking tot 21-08-2019)
Titre
12 DECEMBRE 2014. - Décret-programme portant des mesures diverses liées au budget en matière de calamité naturelle, de sécurité routière, de travaux publics, d'énergie, de logement, d'environnement, d'aménagement du territoire, de bien-être animal, d'agriculture et de fiscalité(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-12-2014 et mise à jour au 21-08-2019)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (186)
Texte (186)
HOOFDSTUK I. - Maatregelen inzake natuurrampen
CHAPITRE Ier. - Mesures en matière de calamités naturelles
Artikel 1. Er wordt een instelling van openbaar nut ingesteld, met name het " Fonds wallon des calamités naturelles " (Waals natuurrampenfonds), dat twee afdelingen telt, met name het " Fonds wallon des calamités publiques " (Waals fonds voor openbare rampen) en het " Fonds wallon des calamités agricoles " (Waals landbouwrampenfonds).
  Deze instelling wordt ingedeeld in categorie A van de instellingen bedoeld in artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.
Article 1er. Il est créé un organisme d'intérêt public dénommé " Fonds wallon des calamités naturelles ", organisé en deux divisions, l'une dénommée " Fonds wallon des calamités publiques " et l'autre dénommée " Fonds wallon des calamités agricoles ".
  Cet organisme est classé dans la catégorie A des organismes visés à l'article 1er de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public.
Art.2. Het " Fonds wallon des calamités publiques " is onderworpen aan de bepalingen van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut.
Art.2. Le Fonds wallon des calamités naturelles est soumis aux dispositions du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons.
Art.3. De opdracht van het " Fonds wallon des calamités naturelles " bestaat erin om via zijn twee afdelingen de financiële tegemoetkoming van het Waalse Gewest te dekken als gevolg van de door natuurrampen veroorzaakte schade, [1 decreet van 26 mei 2016 betreffende het herstel van sommige schade veroorzaakt door algemene natuurrampen en titel X/1 van het Waalse Landbouwwetboek]1.
  Het " Fonds wallon des calamités publiques " dekt de uitgaven i.v.m. de financiële tegemoetkoming van het Waalse Gewest als gevolg van door openbare rampen veroorzaakte schade.
  Het " Fonds wallon des calamités agricoles " dekt de uitgaven i .v.m. de financiële tegemoetkoming van het Waalse Gewest als gevolg van door landbouwrampen veroorzaakte schade.
  
Art.3. Le Fonds wallon des calamités naturelles a pour mission, par l'intermédiaire de ses deux divisions, de couvrir les dépenses résultant de l'intervention financière de la Région wallonne à la suite de dommages causés par des calamités naturelles, [1 en vertu du décret du 26 mai 2016 relatif à la réparation de certains dommages causés par des calamités naturelles publiques et du titre X/1 du Code wallon de l'Agriculture]1.
  Le Fonds wallon des calamités publiques couvre les dépenses résultant de l'intervention financière de la Région wallonne à la suite de dommages causés par des calamités publiques.
  Le Fonds wallon des calamités agricoles couvre les dépenses résultant de l'intervention financière de la Région wallonne à la suite de dommages causés par des calamités agricoles.
  
Art.4. Het " Fonds wallon des calamités publiques " en het " Fonds wallon des calamités agricoles " worden gespijsd met aparte dotaties die op de begroting van het Waalse Gewest worden uitgetrokken.
  De Regering is bevoegd om de begroting van het " Fonds wallon des calamités naturelles " in de loop van het boekjaar aan te passen. Ze geeft het Parlement kennis daarvan.
Art.4. Le Fonds wallon des calamités publiques et le Fonds wallon des calamités agricoles sont alimentés par des dotations distinctes inscrites au budget de la Région wallonne.
  Le Gouvernement est habilité en cours d'exercice à actualiser le budget du Fonds wallon des calamités naturelles. Il en informe le Parlement.
Art.5. Het " Fonds wallon des calamités naturelles " wordt beheerd door het personeel en binnen de diensten van de Waalse Overheidsdienst.
Art.5. Le Fonds wallon des calamités naturelles est géré par le personnel du Service public de Wallonie et au sein des services de celui-ci.
Art.6. In de titels I en III van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, voor het laatst gewijzigd bij de wet van 11 juli 2013 worden de woorden " Nationale Kas voor Rampenschade ", " Nationale Kas voor Rampenschade, ingesteld bij artikel 35 " en " Nationale Kas voor Rampenschade bedoeld in artikel 35 ", wat betreft de financiële tegemoetkoming als gevolg van schade veroorzaakt door natuurrampen die zich na 1 juli 2014 hebben voorgedaan en die vanaf 1 januari 2015 door het Waalse Gewest gedragen wordt, met uitzondering van artikel 33, telkens vervangen door de woorden " Fonds wallon des calamités naturelles ".
Art.6. Dans les titres Ier et III de la loi du 12 juillet 1976 relative à la réparation de certains dommages causés à des biens privés par des calamités naturelles, modifiée en dernier lieu par la loi du 11 juillet 2013, pour les interventions financières à la suite de dommages causés par des calamités naturelles survenues après le 1er juillet 2014 et à charge de la Région wallonne à partir du 1er janvier 2015, à l'exception de l'article 33, les mots " Caisse nationale des Calamités ", " Caisse nationale des Calamités instituée par l'article 35 " et " Caisse nationale des Calamités visée à l'article 35 " sont chaque fois remplacés par les mots " Fonds wallon des calamités naturelles ".
Art.7. Artikel 1, A, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut wordt aangevuld als volgt :
  " - Fonds wallon des calamités naturelles (Waals natuurrampenfonds). "
Art.7. L'article 1er, A, de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public est complété comme suit :
  " - Fonds wallon des calamités naturelles. ".
Art.8. Artikel 1, § 2, tweede lid, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut wordt aangevuld als volgt :
  " - Het Fonds wallon des calamités naturelles (Waals natuurrampenfonds). "
Art.8. L'article 1er, § 2, alinéa 1er, du décret du 19 décembre 2002 instituant une centralisation financière des trésoreries des organismes d'intérêt public wallons est complété comme suit :
  " - Le Fonds wallon des calamités naturelles. ".
HOOFDSTUK II. - Maatregelen inzake verkeersveiligheid
CHAPITRE II. - Mesure en matière de sécurité routière
HOOFDSTUK III. - Maatregelen inzake openbare werken
CHAPITRE III. - Mesure en matière de travaux publics
Art.10. De overeenkomst van 15 juli 2014 met betrekking tot de doorbetalingsverbintenis, afgesloten tussen het Waals Gewest, het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Single Service Provider en de financier, wordt hierbij bekrachtigd voor wat betreft het aandeel van het Waals Gewest in alle verplichtingen die ingevolge de DBFMO-overeenkomst van 25 juli 2014 door de interregionale entiteit Viapass of zijn rechtsopvolger of rechtsverkrijger aan de Single Service Provider of de financier verschuldigd zijn, voor zover deze niet vervuld kunnen worden door de interregionale entiteit Viapass of zijn rechtsopvolger of rechtsverkrijger.
Art.10. La convention du 15 juillet 2014 relative à l'obligation de continuité de paiement, conclue entre, d'une part, la Région wallonne, la Région flamande et la Région de Bruxelles-Capitale et, d'autre part, le Single Service Provider et le bailleur de fonds, est ici confirmée en ce qui concerne la part de la Région wallonne dans toutes les obligations découlant de l'accord DBFMO du 25 juillet 2014 dues par l'entité inter-régionale Viapass ou son ayant-cause ou son cessionnaire au Single Service Provider ou au bailleur de fonds, pour autant que ces obligations ne puissent être remplies par l'entité inter-régionale Viapass ou son ayant-cause ou son cessionnaire.
HOOFDSTUK IV. - Maatregelen inzake energie en huisvesting
CHAPITRE IV. - Mesures en matière d'énergie et de logement
Afdeling 1. - Wijzigingen in het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt
Section 1re. - Modifications apportées au décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité
Art.11. In artikel 51ter, § 2, eerste lid, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, ingevoegd bij het decreet van 17 juli 2008 en voor het laatst gewijzigd bij het decreet van 11 april 2014, wordt de zin " Het bedrag van het jaarlijks globale budget van de CWaPE bedraagt 5.600.000 euro " vervangen door de zin " Het jaarlijks globale budget van de "CWaPE" bedraagt 5.410.000 euro in 2015, 5.300.000 euro in 2016 en 5.230.000 euro vanaf 2017 ".
Art.11. Dans l'article 51ter, § 2, alinéa 1er, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité, inséré par le décret du 17 juillet 2008 et modifié en dernier lieu par le décret du 11 avril 2014, la phrase " Le montant du budget global annuel de la CWaPE s'élève à 5.600.000 euros " est remplacée par la phrase " Le montant du budget global annuel de la CWaPE s'élève à 5.410.000 euros en 2015; 5.300.000 euros en 2016 et 5.230.000 euros à partir de 2017 ".
Afdeling 2. - Wijzigingen in de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
Section 2. - Modifications aux dispositions du Code des impôts sur les revenus
Art.12. Artikel 145/31 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006 en voor het laatst gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, wordt opgeheven.
Art.12. L'article 145/31 du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 27 décembre 2006 et modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2014, est abrogé.
Art.13. In artikel 145/37 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt :
  " De vermindering wordt berekend :
  1° voor de hypothecaire leningen waarvan de authentieke akte voor 1 januari 2015 wordt getekend, tegen het voor de belastingplichtige hoogste belastingtarief als vermeld in artikel 130, met een minimum van 30 percent. Ingeval de uitgaven die voor de vermindering in aanmerking komen, betrekking hebben op meer dan één belastingtarief, wordt voor elk deel van de bijdragen en betalingen het overeenstemmend tarief in aanmerking genomen;
  2° voor de hypothecaire leningen waarvan de authentieke akte vanaf 1 januari 2015 wordt getekend of voor de overnamen van uitstaande bedragen verricht vanaf 1 januari 2015 in het kader van een opening van een voor die datum betaand krediet, tegen het belastingtarief van 40 percent. ".
Art.13. Dans l'article 145/37 du même Code, inséré par la loi du 8 mai 2014, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " La réduction est calculée :
  1° pour les emprunts hypothécaires dont l'acte authentique est signé avant le 1er janvier 2015, au taux d'imposition le plus élevé appliqué au contribuable et visé à l'article 130, avec un minimum de 30 pour cent. Dans l'éventualité où les dépenses à prendre en considération pour la réduction se rapportent à plus d'un taux d'imposition, il y a lieu de retenir le taux d'imposition applicable à chaque partie de ces sommes et cotisations;
  2° pour les emprunts hypothécaires dont l'acte authentique est signé à partir du 1er janvier 2015 ou pour les reprises d'encours effectuées à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une ouverture de crédit existant avant cette date, au taux d'imposition de 40 pour cent. ".
Art.14. Artikel 178/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt :
  " § 3. De belastingsverminderingen bedoeld in de artikelen 145/21, 145/25, 145/30, 145/31, 145/36 tot 145/47 die niet geheel of gedeeltelijk op de gewestelijke personenbelasting aangerekend kunnen worden, worden op de federale personenbelasting aangerekend. ".
Art.14. L'article 178/1 du même Code, inséré par la loi du 8 mai 2014, est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Les réductions d'impôt visées aux articles 145/21, 145/25, 145/30, 145/31, 145/36 à 145/47 qui ne peuvent être totalement ou partiellement imputées sur l'impôt des personnes physiques régional sont imputées sur l'impôt des personnes physiques fédéral. ".
Art.15. Artikel 178/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt :
  " § 3. De belastingsverminderingen bedoeld in de artikelen 145/21, 145/25, 145/30, 145/31, 145/36 tot 145/47 die niet geheel of gedeeltelijk op de gewestelijke personenbelasting aangerekend kunnen worden, worden op de federale personenbelasting aangerekend. ".
Art.15. L'article 178/1 du même Code, inséré par la loi du 8 mai 2014, est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Les réductions d'impôt visées aux articles 145/21, 145/25, 145/30, 145/36 à 145/47 qui ne peuvent être totalement ou partiellement imputées sur l'impôt des personnes physiques régional sont imputées sur l'impôt des personnes physiques fédéral. ".
Art.17. De artikelen 12, 13 en artikel 15 zijn toepasselijk vanaf het aanslagjaar 2016.
  Artikel 14 is toepasselijk vanaf het aanslagjaar 2016.
  [1 ...]1
  
Art.17. Les articles 12, 13 et l'article 15 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2016.
  L'article 14 est applicable pour l'exercice d'imposition 2015.
  [1 ...]1
  
HOOFDSTUK V. - Maatregelen inzake leefmilieu
CHAPITRE V. - Mesures en matière d'environnement
Afdeling 1. - Wijzigingen aangebracht in Boek Ivan het Milieuwetboek
Section 1re. - Modifications apportées au Livre Ierdu Code de l'Environnement
Art.18. Artikel D.138, eerste lid, van Boek I van het Milieuwetboek, ingevoegd bij het decreet van 5 juni 2008 en voor het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 juli 2013, wordt aangevuld met volgend streepje :
  " - de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren. ".
Art.18. L'article D.138, alinéa 1er, du Livre Ier du Code de l'Environnement, inséré par le décret du 5 juin 2008 et modifié pour la dernière fois par le décret du 10 juillet 2013, est complété par un tiret rédigé comme suit :
  " - la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux. ".
Art.19. In artikel D.140, § 2, eerste lid, van hetzelfde Boek worden de woorden " of dierenbescherming en -welzijn " ingevoegd tussen de woorden " inzake leefmilieu " en " in het kader van haar maatschappelijk doel ".
Art.19. A l'article D.140, § 2, alinéa 1er, du même Livre, les mots " ou de protection et de bien-être animal " sont insérés entre les mots " en matière d'environnement " et " désigne, ".
Art.20. In artikel D.159, § 2, van hetzelfde Boek wordt een punt 8° ingevoegd, luidend als volgt :
  " 8° overtredingen van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren. ".
Art.20. A l'article D.159, § 2, du même Livre, il est inséré un 8° rédigé comme suit :
  " 8° les infractions à la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux. ".
Art.21. In artikel D.170 van hetzelfde Boek, voor het laatst gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden " " dat uit twee afdelingen bestaat, met name : de afdeling " incivilités environnementales " en de afdeling " protection des eaux " bedoeld in artikel D.324 van het Waterboek. " vervangen " dat uit drie afdelingen bestaat, met name : de afdeling " incivilités environnementales ", de afdeling " protection des eaux " en de afdeling "protection des sols" ";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met volgend lid :
  " Afwijkingshalve worden de administratieve boetes die opgelegd worden en de transacties die gesloten worden in geval van overtreding van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren gestort op het Begrotingsfonds van de dierenbescherming en -welzijn. ";
  3° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. De ontvangsten van het " Fonds pour la Protection de l'Environnement, afdeling " Protection des sols ", worden bestemd voor de financiering van de uitgaven betreffende het beleid inzake bodembescherming en- beheer. ".
Art.21. A l'article D.170 du même Livre, modifié en dernier lieu par le décret du 27 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les mots " composé de deux sections : la section " incivilités environnementales " et la section " protection des eaux " visée à l'article D.324 du Code de l'Eau. " sont remplacés par les mots " composé de trois sections : la section "incivilités environnementales", la section "protection des eaux", et la section "protection des sols" ";
  2° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation, les amendes administratives infligées et les transactions conclues en cas d'infraction à la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux sont versées au Fonds budgétaire de la protection et du bien-être des animaux. ";
  3° un paragraphe 4 est inséré et est rédigé comme suit :
  " § 4. Les recettes du Fonds pour la Protection de l'Environnement, section " Protection des sols ", sont affectées au financement des dépenses relatives à la politique de protection et de gestion des sols. ".
Afdeling 2. - Wijzigingen aangebracht in Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterboek inhoudt
Section 2. - Modifications apportées au Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau
Art.22. Deze afdeling beoogt de financiering van het waterbeleid via de optimalisering van de mechanismen tot terugwinning van de kosten van watergebruik, met inbegrip van de kosten inzake leefmilieu en waterhulpbronnen, overeenkomstig richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid.
Art.22. La présente section a pour objet le financement de la politique de l'eau au travers de l'optimisation des mécanismes de récupération des coûts des services liés à l'utilisation de l'eau, en ce compris les coûts pour l'environnement et les ressources en eau, en application de la Directive 2000/60/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2000 établissant un cadre pour une politique communautaire dans le domaine de l'eau.
Art.23. In artikel D.2 van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterboek inhoudt, voor het laatst gewijzigd bij het decreet van 13 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) er wordt een punt 16° bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " 16° bis " dienstovereenkomst inzake industriële sanering " : de door de Waalse Regering goedgekeurde dienstovereenkomst waarbij de in artikel D.22 vastgelegde doelstellingen nagestreefd moeten worden en die gesloten wordt tussen een bedrijf dat industriële afvalwateren in een openbaar zuiveringsstation loost, de erkende saneringsinstelling bedoeld in de artikelen D.343 tot D.345en de "S.P.G.E". ";
  b) er wordt een punt 20° bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " 20° bis " industriële saneringskosten " : hierna " C.A.I. ", de kostprijs van de dienst verleend door de " S.P.G.E. " ten gunste van het bedrijf dat industriële afvalwateren in een openbaar zuiveringsstation loost, en berekend overeenkomstig artikel D. 260, op basis van de exploitatiekosten, de investeringskosten en de beheerskosten. ";
  c) er wordt een punt 36° bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " 36° bis " bemalingswater " : water afgevoerd via een geschikt technisch middel om een groeve of mijn in droge toestand te kunnen exploiteren; ";
  d) er wordt een punt 36° ter ingevoegd, luidend als volgt :
  " 36° ter " geothermale wateren " : grondwateren waarvan de temperatuur 50° C overschrijdt wegens een verblijf in de diepte en die geëxploiteerd kunnen worden met het oog op de productie en de distributie van warmte of elektriciteit via een openbaar netwerk; ";
  e) er wordt een punt 36° quater ingevoegd, luidend als volgt :
  " 36° quater " grijswater of gootwater " : huishoudafvalwater afkomstig van sanitaire installaties, wasmachines en keukens en waarin geen fecale materies, urine of toiletpapier voorkomen; ";
  f) er wordt een punt 36° quinquies ingevoegd, luidend als volgt :
  " 36° quinquies "zwartwater" : huishoudafvalwater afkomstig van wc's en waarin uitsluitend fecale materies, urine, toiletpapier of spoelwater voorkomen; ";
  g) punt 40° wordt opgeheven;
  h) onder punt 42° worden de woorden "en landbouwafvalwater" opgeheven;
  i) punt 71° wordt vervangen als volgt:
  " 71° " belastingplichtige " : elke persoon, met inbegrip van de intercommunales, met uitzondering van de opdrachten i.v.m. het statuut van erkende saneringsinstelling die aan heffing of bijdrage onderworpen waterhoeveelheden opneemt, elke persoon onderworpen aan de belasting op de lozing van afvalwater alsook elke persoon onderworpen aan de belasting op de milieulasten veroorzaakt door landbouwbedrijven. ".
Art.23. A l'article D.2 du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau, modifié en dernier lieu par le décret du 13 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  a) il est inséré un 16° bis est inséré comme suit :
  " 16° bis " contrat de service d'assainissement industriel " : le contrat de service approuvé par le Gouvernement wallon et visant à assurer l'atteinte des objectifs fixés à l'article D.22, et conclu entre une entreprise rejetant des eaux usées industrielles dans une station d'épuration publique, l'organisme d'assainissement agréé visé aux articles D.343 à D.345 et la S.P.G.E. ";
  b) il est inséré un 20° bis est inséré comme suit :
  " 20° bis " coût assainissement industriel " : ci-après dénommé C.A.I., le coût du service presté par la S.P.G.E. au bénéfice de l'entreprise, rejetant des eaux usées industrielles dans une station d'épuration publique et qui est calculé, conformément à l'article D.260, sur base du coût d'exploitation, du coût d'investissement et des frais de gestion. ";
  c) il est inséré un 36° bis rédigé comme suit :
  " 36° bis " eaux d'exhaure " : les eaux évacuées par un moyen technique adéquat afin de permettre l'exploitation à sec d'une carrière ou d'une mine; ";
  d) il est inséré un 36° ter rédigé comme suit :
  " 36° ter " eaux géothermales " : les eaux souterraines dont la température est supérieure à 50 ° C du fait d'un séjour en profondeur et qui peuvent être exploitées en vue de la production et la distribution de chaleur ou d'électricité par réseau public; ";
  e) il est inséré un 36° quater rédigé comme suit :
  " 36° quater " eaux grises ou eaux ménagères " : les eaux usées domestiques provenant d'installations sanitaires, de lave-linges et de cuisines et ne contenant pas de matières fécales, d'urines ou de papier de toilette; ";
  f) il est inséré un 36° quinquies rédigé comme suit :
  " 36° quinquies " eaux noires ou eaux vannes " : les eaux usées domestiques provenant des toilettes et constituées exclusivement de matières fécales, d'urines, de papier de toilette et d'eau de rinçage; ";
  g) le 40° est abrogé;
  h) dans le 42°, les mots "et les eaux usées agricoles" sont abrogés;
  i) le 71° est remplacé ce qui suit :
  " 71° " redevable " : toute personne y compris les intercommunales, à l'exception des missions liées au statut d'organisme d'assainissement agréé qui prélève des volumes d'eau soumis à redevance ou contribution, toute personne soumise à la taxe sur le déversement des eaux usées ainsi que toute personne soumise à la taxe sur les charges environnementales générées par les exploitations agricoles. ".
Art.24. Artikel D.2bis van Boek II, gewijzigd bij het decreet van 17 januari 2008, wordt opgeheven.
Art.24. L'article D.2bis du Livre II du même Code, modifié par le décret du 17 janvier 2008, est abrogé.
Art.25. Artikel D.2ter van Boek II van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt vervangen als volgt :
  " Art. D.2ter. § 1er. De termijnen bedoeld in de artikelen D.252 tot D290 worden berekend overeenkomstig de artikelen 52, eerste lid, 53, 53bis et 54 van het Gerechtelijk wetboek.
  § 2. Als de artikelen D.252 tot D290, alsook het regelgevend gedeelte van Boek II en de desbetreffende overige uitvoeringsbesluiten, melding maken van de bevoegdheden van ambtenaren van de diensten van het Waalse Gewest en van de Waalse openbare instellingen aangewezen door de Waalse Regering om de dienst van de bij die bepalingen vastgelegde belastingen en taksen waar te nemen, kunnen die ambtenaren zowel van de statutaire personeelsleden als van het contractuele personeel van de dienst of van betrokken instelling deel uitmaken. ".
Art.25. L'article D.2ter du Livre II du même Code, modifié par le décret du 30 avril 2009, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. D.2ter. § 1er. Les délais mentionnés aux articles D.252 à D290 sont calculés conformément aux articles 52, alinéa 1er, 53, 53bis et 54, du Code judiciaire.
  § 2. Lorsque les articles D.252 à D290, ainsi que la partie réglementaire du Livre II et les autres arrêtés pris pour leur exécution, mentionnent les compétences de fonctionnaires des services de la Région wallonne et des établissements publics wallons désignés par le Gouvernement wallon pour assurer le service des impôts et taxes établis par ces dispositions, ces fonctionnaires peuvent faire partie aussi bien des agents statutaires que du personnel contractuel du service ou de l'établissement en cause. ".
Art.26. Artikel D.159 van Boek II van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 7 november 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Art. D.159. De milieuvergunning of de aangifte overeenkomstig de voorschriften bepaald bij het de decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning kan vereist worden voor :
  1° elke lozing van afvalwater in gewoon oppervlaktewater, openbare rioleringen, afvalwatercollectoren of kunstmatige afvoerwateren;
  2° elke tijdelijke of permanente storting van vervuilende stoffen op een plek waar ze door een natuurverschijnsel in oppervlaktewater of openbare rioleringen kunnen terechtkomen;
  3° lozingen in gewoon oppervlaktewater bij het varen van boten;
  4° de bouw van rottingsputten en gelijksoortige zuiveringssystemen;
  5° waterwinplaatsen die niet gelegen zijn in een gebied waar water drinkbaar gemaakt kan worden. ".
Art.26. L'article D.159 du Livre II du même Code, modifié par le décret du 7 novembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. D.159. Peuvent être soumis à permis d'environnement ou à déclaration suivant les règles prévues par le décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement :
  1° tout déversement d'eaux usées dans une eau de surface ordinaire, dans les égouts publics, les collecteurs d'eaux usées ou les voies artificielles d'écoulement;
  2° tout dépôt temporaire ou permanent de polluants à un endroit d'où, par un phénomène naturel, ces matières peuvent être entraînées dans les eaux de surface ou les égouts publics;
  3° les écoulements de marche des bateaux dans les eaux de surface ordinaires;
  4° l'établissement de fosses septiques et de systèmes d'épuration analogues;
  5° les prises d'eau de surface qui ne sont pas situées dans une zone d'eau potabilisable. ".
Art.27. Artikel D.177, tweede lid, van Boek II van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2007, wordt aangevuld met de volgende punten 3° en 4° :
  " 3° de laboratoria erkennen die belast worden met de grondanalyses om er de potentieel uitspoelbare stikstof, afgekort APL, te kwantificeren, of die belast worden met het uivoeren van een stikstofprofiel van de grond;
  4° de modaliteiten vastleggen volgens welke de landbouwer aantoont dat de infrastructuren voor de opslag van teelteffluenten in zijn landbouwbedrijf voldoen aan de voorschriften waarin de in 2° bedoelde beschermingsprogramma's voorzien, alsook de procedure en de modaliteiten tot afgifte van de conformiteitsattesten betreffende de opslag van teelteffluenten en de autoriteit die daarvoor instaat. ".
Art.27. L'article D.177, alinéa 2, du Livre II du même Code, modifié par le décret du 31 mai 2007, est complété par les 3° et 4° rédigés comme suit :
  " 3° agréer les laboratoires chargés des analyses de sol pour y quantifier l'azote potentiellement lessivable, en abrégé APL ou chargés de réaliser un profil azoté de sol;
  4° définir les modalités selon lesquelles l'agriculteur démontre la conformité des infrastructures de stockage des effluents d'élevage de son exploitation agricole aux mesures prévues par les programmes de protection visés au 2° ainsi que la procédure, les modalités et l'autorité responsable de la délivrance des attestations de conformité de stockage des effluents d'élevage. ".
Art.28. In deel III, Tittel I, Hoofdstuk I, wordt het opschrift van afdeling 2 van Boek II van hetzelfde Wetboek vervangen als volgt :
  " Afdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de openbare distributie van voor menselijk verbruik bestemd water ".
Art.28. Dans la partie III, Titre Ier, Chapitre Ier, l'intitulé de la section 2 du Livre II du même Code est remplacé par ce qui suit :
  " Section 2. - Conditions générales de distribution publique de l'eau destinée à la consommation humaine ".
Art.29. In deel III, Titel II, Hoofdstuk I, wordt het opschrift van afdeling 1 van Boek II van hetzelfde Wetboek vervangen als volgt :
  " Afdeling 1. - Tarifering en facturering van voor menselijk verbruik bestemd water ".
Art.29. Dans la partie III, Titre II, Chapitre Ier, l'intitulé de la section 1re du Livre II du même Code est remplacé par ce qui suit :
  " Section 1re. - Tarification et facturation de l'eau destinée à la consommation humaine ".
Art.30. In deel III, Titel II, Hoofdstuk I, afdeling 1, van Boek II van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen als volgt :
  " Onderafdeling 1. - Tarifering van voor menselijk verbruik bestemd water ".
Art.30. Dans la partie III, Titre II, Chapitre Ier, section 1re, du Livre II du même Code, l'intitulé de la sous-section 1re est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section 1re. - Tarification de l'eau destinée à la consommation humaine ".
Art.31. Artikel D.229 van Boek II van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 7 november 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Art. D.229. In het kader van de tarifering bedoeld in artikel D.228 wordt de C.V.A. niet toegepast in de volgende gevallen : :
  1° als de gebruiker in aanmerking komt voor een vrijstelling, overeenkomstig artikel D.270;
  2° op het gedeelte van het totaal opgevangen volume dat als industrieel afvalwater wordt geloosd, als de gebruiker onderworpen is aan de belasting op het lozen van industrieel afvalwater of als hij bijdraagt in de industriële saneringskosten (CAI) waarin artikel D.260 voorziet;
  3° op de watervolumes verbruikt door de landbouwbedrijven die onderworpen zijn aan de belasting op de milieulasten, met uitzondering van het volume dat gelijk is aan het vermoedelijke waterverbruik van het gezin, hetzij 90 m3. ".
Art.31. L'article D.229 du Livre II du même Code, remplacé par le décret du 7 novembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. D.229. Le C.V.A. n'est pas appliqué, dans le cadre de la tarification prévue à l'article D.228, dans les cas suivants :
  1° lorsque l'usager bénéficie d'une exemption, en application de l'article D.270;
  2° sur la fraction du volume total prélevé qui est déversée sous la forme d'eaux usées industrielles, lorsque l'usager est soumis à la taxe sur le déversement des eaux usées industrielles ou contribue au coût assainissement industriel (CAI) prévu par l'article D.260;
  3° sur les volumes d'eau consommés par les exploitations agricoles soumises à la taxe sur les charges environnementales, à l'exception du volume égal à la consommation présumée du ménage, soit 90 mètres cubes. ".
Art.32. In artikel D.239 van Boek II van hetzelfde Wetboek wordt het getal "0,0125" vervangen door het getal "0,025".
Art.32. A l'article D.239 du Livre II du même Code, le chiffre "0,0125" est remplacé par le chiffre "0,025".
Art.33. In deel III, Titel II, Hoofdstuk I, worden de afdelingen 3 tot 5 van Boek II van hetzelfde Wetboek, die de artikelen D.252 tot D.317 inhouden, opgeheven.
Art.33. Dans la partie III, Titre II, Chapitre Ier, les sections 3 à 5 du Livre II du même Code comportant les articles D.252 à D.317, sont abrogées.
Art.34. In deel III, Titel II, wordt Hoofdstuk II van Boek II van hetzelfde Wetboek, dat de artikelen D.318 tot D.330 inhoudt, opgeheven.
Art.34. Dans la partie III, Titre II, le Chapitre II du Livre II du même Code comportant les articles D.318 à D.330, est abrogé.
Art.35. In deel III, Titel II van Boek II van hetzelfde Wetboek wordt volgend hoofdstuk II ingevoegd :
  " Hoofdstuk II - Mechanismen tot terugwinning van andere kosten dan de tarifering ".
Art.35. Dans la Partie III, Titre II du Livre II du même Code, il est inséré un chapitre II intitulé :
  " Chapitre II. - Mécanismes de récupération des coûts autres que la tarification ".
Art.36. Hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 35, wordt aangevuld met een afdeling 1, luidend als volgt :
  " Afdeling 1. - Algemene bepalingen ".
Art.36. Dans le chapitre II inséré par l'article 35, il est inséré une section 1re intitulée comme suit :
  " Section 1re. - Dispositions générales ".
Art.37. Afdeling 1, ingevoegd bij artikel 36, wordt aangevuld met een artikel D.252, luidend als volgt :
  " Art. D.252. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan administratie : de dienst(en) aangewezen door de Regering. ".
Art.37. Dans la section 1re insérée par l'article 36, il est inséré un article D.252 rédigé comme suit :
  " Art. D.252. Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par administration : le ou les services désignés par le Gouvernement. ".
Art.38. Hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 35, wordt aangevuld met een afdeling 2, luidend als volgt :
  " Afdeling 2. - Belasting en bijdrage op de waterwinningen. ".
Art.38. Dans le chapitre II inséré par l'article 35, il est inséré une section 2 intitulée comme suit :
  " Section 2. - Taxe et contribution sur les prises d'eau. ".
Art.39. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 38, wordt aangevuld met een onderafdeling 1, luidend als volgt :
  " Onderafdeling 1. - Winplaatsen voor tot drinkwater verwerkbaar water ".
Art.39. Dans la section 2 insérée par l'article 38, il est inséré une sous-section 1re intitulée comme suit :
  " Sous-section 1re. - Prises d'eau potabilisable ".
Art.40. Onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 39, wordt aangevuld met een artikel D.254, luidend als volgt :
  " Art. D.254. De producenten van tot drinkwater verwerkbaar water, van wie de waterwinplaatsen in het Waalse Gewest gelegen zijn, dragen naar rato van de geproduceerde volumes van tot drinkwater verwerkbaar water bij tot de financiering van de maatregelen tot bescherming van het tot drinkwater verwerkbaar water.
  De geproduceerde watervolumes bestemd voor distributie in het Waalse Gewest op basis waarvan de verdelers de sanering van afvalwater verhoudingsgewijs dragen, worden berekend op grond van de watervolumes die aan de verbruikers verdeeld en gefactureerd worden.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder " producenten van tot drinkwater verwerkbaar water " : De houders van winplaatsen van tot drinkwater verwerkbaar water in het Waalse Gewest of elke andere persoon die het water, grosso modo, afkoopt van een andere waterproducent die op de verkochte volumes niet heeft bijgedragen tot de openbare sanering van de afvalwateren. ".
Art.40. Dans la sous-section 1re insérée par l'article 39, il est inséré un article D.254 rédigé comme suit :
  " Art. D.254. Les producteurs d'eau potabilisable, dont les prises d'eau sont situées en Région wallonne, contribuent au financement des mesures de protection de l'eau potabilisable proportionnellement aux volumes d'eau potabilisable produits.
  Les volumes d'eau produits destinés à être distribués en Région wallonne et sur la base desquels les distributeurs assument proportionnellement l'assainissement des eaux usées sont calculés sur la base des volumes d'eau distribués et facturés aux consommateurs..
  Pour l'application du présent article, on entend par "producteurs d'eau potabilisable" : les titulaires de prises d'eau potabilisable en Région wallonne ou toute personne qui acquiert l'eau, en gros, d'un autre producteur d'eau qui n'a pas contribué, sur les volumes vendus, à l'assainissement public des eaux usées. ".
Art.41. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel D.255 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. D.255. § 1. De winplaatsen van tot drinkwater verwerkbaar water zijn onderworpen :
  1° enerzijds aan, hetzij :
  a) de betaling van een waterwinbelasting waarvan het bedrag is vastgelegd op 0,0756 euro per kubieke meter water geproduceerd in de loop van het winningsjaar;
  b) het sluiten van een dienstovereenkomst tot bescherming van het tot drinkwater verwerkbaar water met de "S.P.G.E.";
  2° anderzijds aan, hetzij :
  a) het sluiten van een saneringsdienstovereenkomst met de "S.P.G.E." na afloop waarvan de waterproducent de diensten van de "S.P.G.E." huurt om, volgens een bepaalde planning, de openbare sanering te verrichten van een watervolume dat met het geproduceerde watervolume overeenstemt en dat bestemd is om via de openbare distributie te worden verdeeld in het Waalse Gewest;
  b) de uitvoering van de zuiveringsopdracht door hemzelf, naar rato van het watervolume dat hij produceert.
  De verplichting van de houder van de winplaats van tot drinkwater verwerkbaar water wordt opgeheven wanneer een industriële saneringsdienstovereenkomst wordt gesloten en industriële saneringskosten aan de "S.P.G.E." worden gestort voor het gedeelte van het volume dat in de vorm van industrieel afvalwater wordt geloosd.
  § 2. De winplaatsen van tot drinkwater verwerkbaar water worden bovendien onderworpen aan een jaarlijkse waterwinbelasting waarvan het bedrag is vastgelegd op 0,0756 euro per kubieke meter water geproduceerd in de loop van het winningsjaar.
  § 3. De winbelasting of -bijdrage bedoeld in de paragrafen 1 ent 2 geldt niet voor de volgende grondwaterwinplaatsen :
  1° het oppompen door de saneringsinstellingen in het kader van hun opdracht inzake afvoer van overstromingswater, met uitzondering van het watervolume dat ze verkopen of verdelen;
  2° het proefoppompen tijdens een periode die niet langer dan twee maanden duurt. ".
Art.41. Dans la même sous-section 1re, il est inséré un article D.255 rédigé comme suit :
  " Art. D.255. § 1er. Les prises d'eau potabilisable sont subordonnées :
  1° d'une part, soit :
  a) au paiement d'une taxe de prélèvement dont le montant est fixé à 0,0756 euro le mètre cube d'eau produit au cours de l'année de prélèvement;
  b) à la conclusion d'un contrat de service de protection de l'eau potabilisable avec la S.P.G.E.;
  2° d'autre part, soit à :
  a) la conclusion d'un contrat de service d'assainissement avec la S.P.G.E. au terme duquel le producteur d'eau loue les services de la S.P.G.E. pour réaliser, selon une planification déterminée, l'assainissement public d'un volume d'eau correspondant au volume d'eau produit, destiné à être distribué en Région wallonne par la distribution publique;
  b) la réalisation de la mission d'épuration par lui-même, correspondant au volume d'eau qu'il produit.
  L'obligation du titulaire de la prise d'eau potabilisable est levée lorsqu'un contrat de service d'assainissement industriel est conclu et qu'un coût assainissement industriel est versé à la S.P.G.E. pour la fraction du volume déversé sous forme d'eaux usées industrielles.
  § 2. Les prises d'eau potabilisable sont, en outre, soumises à une contribution de prélèvement annuelle dont le montant est fixé à 0,0756 euro le mètre cube d'eau produit au cours de l'année de prélèvement.
  § 3. Ne sont pas soumises à la taxe de prélèvement ou à la contribution de prélèvement visée aux paragraphes 1er et 2 les prises d'eau souterraine suivantes :
  1° les pompages effectués par les organismes d'assainissement dans le cadre de leur mission de démergement, à l'exception du volume d'eau qu'ils vendent ou qu'ils distribuent;
  2° les pompages d'essai d'une durée n'excédant pas deux mois. ".
Art.42. Afdeling 2, ingevoegd bij artikel 38, wordt aangevuld met een onderafdeling 2, luidend als volgt :
  " Onderafdeling 2. - Winplaatsen van grondwater dat niet tot drinkwater verwerkbaar is ".
Art.42. Dans la section 2 insérée par l'article 38, il est inséré une sous-section 2 intitulée comme suit :
  " Sous-section 2. - Prises d'eau souterraine non potabilisable ".
Art.43. Onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 42, wordt aangevuld met een artikel D.256, luidend als volgt :
  " Art. D.256. § 1. De winplaatsen voor bemalingswater worden jaarlijks onderworpen aan een winningsbelasting van 0,0756 euro per kubieke meter bemalingswater betreffende de grondwatervolumes.
  § 2. De overige winplaatsen van niet tot drinkwater verwerkbaar water, met uitzondering van de winningen onder 3.000 kubieke meter, worden onderworpen aan een jaarlijkse winningsbelasting waarvan het bedrag vastgelegd is als volgt:
  1° op de schijf van 0 tot 20 000 kubieke meter water : 0,03 euro per kubieke meter opgenomen water;
  2° op de schijf van 20.001 tot 100.000 kubieke meter water : 0,06 euro per kubieke meter opgenomen water;
  3° op de schijf boven 100.000 kubieke meter water : 0,09 euro per kubieke meter opgenomen water.
  § 3. De volgende grondwaterwinplaatsen zijn niet onderworpen aan een winningsbelasting bedoeld in paragraaf 2 :
  1° het oppompen door de saneringsinstellingen in het kader van hun opdracht inzake afvoer van overstromingswater, met uitzondering van het watervolume dat ze verkopen of verdelen;
  2° proefpompingen tijdens een periode van hoogstens twee maanden. ".
  3° tijdelijke oppompingen verricht ter gelegenheid van openbare of privé werken inzake civiele bouwkunde;
  4° oppompingen ter bescherming van goederen, met uitzondering van de oppompingen verricht voor industriële of winstgevende doeleinden;
  5° oppompingen van geothermaal water voor de collectieve verwarming van openbare woningen of gebouwen. ".
Art.43. Dans la sous-section 2 insérée par l'article 42, il est inséré un article D.256 rédigé comme suit :
  " Art. D.256. § 1er. Les prises d'eau d'exhaure sont soumises annuellement à une contribution de prélèvement fixée à 0,0756 euros par mètre cube d'eau d'exhaure portant sur les volumes d'eau souterraine.
  § 2. Les autres prises d'eau souterraine non potabilisable, à l'exception des prélèvements qui n'atteignent pas 3.000 mètres cubes, sont soumises à une contribution de prélèvement annuelle dont le montant est fixé comme suit :
  1° sur la tranche de 0 à 20 000 mètres cubes d'eau : 0,03 euro par mètre cube d'eau prélevé;
  2° sur la tranche de 20 001 à 100 000 mètres cubes d'eau : 0,06 euro par mètre cube d'eau prélevé;
  3° sur la tranche supérieure à 100 000 mètres cubes d'eau : 0,09 euro par mètre cube d'eau prélevé.
  § 3. Ne sont pas soumises à une contribution de prélèvement visée au paragraphe 2 les prises d'eau souterraine suivantes :
  1° les pompages effectués par les organismes d'assainissement dans le cadre de leur mission de démergement, à l'exception du volume d'eau qu'ils vendent ou qu'ils distribuent;
  2° les pompages d'essai d'une durée n'excédant pas deux mois;
  3° les pompages temporaires réalisés à l'occasion de travaux de génie civil publics ou privés;
  4° les pompages destinés à protéger des biens, à l'exception des pompages effectués à des fins industrielles ou lucratives;
  5° les pompages d'eau géothermale destinés au chauffage collectif d'habitations ou de bâtiments publics. ".
Art.44. Afdeling 2, ingevoegd bij artikel 38, wordt aangevuld met een onderafdeling 3, luidend als volgt :
  " Onderafdeling 3. - Waterwinnningen van niet tot drinkwater verwerkbaar oppervlaktewater ".
Art.44. Dans la section 2 insérée par l'article 38, il est inséré une sous-section 3 intitulée comme suit :
  " Sous-section 3. - Prises d'eau de surface non potabilisable ".
Art.45. Onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 44, wordt aangevuld met een artikel D.257, luidend als volgt :
  " Art. D.257. § 1. De waterwinnningen van niet tot drinkwater verwerkbaar oppervlaktewater, met uitzondering van de winningen onder 10.000 kubieke meter, worden onderworpen aan een jaarlijkse winningsbelasting waarvan het bedrag vastgelegd is als volgt :
  1° op de schijf van 0 tot 999 999 kubieke meter water : 0,063 euro per kubieke meter opgenomen water;
  2° op de schijf van 1 000 000 tot 9 999 999 kubieke meter water : 0,037 euro per kubieke meter opgenomen water;
  3° op de schijf van 10 000 000 tot 99 999 999 kubieke meter water : 0,020 euro per kubieke meter opgenomen water;
  4° op de schijf boven 99 999 999 kubieke meter water : 0,004 euro per kubieke meter opgenomen water.
  Er wordt een verminderingscoëfficiënt van de in het eerste lid bedoelde winningsbijdrage toegepast op de opgenomen volumes die in de oppervlaktewateren teruggeloosd worden. Die coëfficiënt is gelijk aan [1-((Teruggeloosd volume/opgenomen totaal volume)/2)].
  § 2. De volgende grondwaterwinplaatsen zijn niet onderworpen aan de winningsbelasting bedoeld in paragraaf 1 :
  1° het oppompen door de saneringsinstellingen in het kader van hun opdracht inzake afvoer van overstromingswater, met uitzondering van het watervolume dat ze verkopen of verdelen;
  2° tijdelijke oppompingen verricht ter gelegenheid van openbare of privé werken inzake civiele bouwkunde;
  3° oppompingen ter bescherming van goederen;
  4° oppompingen voor de collectieve verwarming van openbare woningen of gebouwen, met uitzondering van de oppompingen verricht voor industriële of winstgevende doeleinden;
  5° de winningen die uitsluitend bestemd zijn voor de productie van groene elektriciteit in de zin van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt. ".
Art.45. Dans la sous-section 3 insérée par l'article 44, il est inséré un article D.257 rédigé comme suit :
  " Art. D.257. § 1er. Les prises d'eau de surface non potabilisable, à l'exception des prélèvements annuels qui n'atteignent pas 100 000 mètres cubes, sont soumises à une contribution de prélèvement annuelle dont le montant est fixé comme suit :
  1° sur la tranche de 0 à 999 999 mètres cubes : 0,063 euro par mètre cube d'eau prélevé;
  2° sur la tranche de 1 000 000 à 9 999 999 mètres cubes : 0,037 euro par mètre cube d'eau prélevé;
  3° sur la tranche de 10 000 000 à 99 999 999 mètres cubes : 0,020 euro par mètre cube d'eau prélevé;
  4° sur la tranche supérieure à 99 999 999 mètres cubes : 0,004 euro par mètre cube d'eau prélevé.
  Un coefficient réducteur de la contribution de prélèvement prévue à l'alinéa 1er est appliqué sur les volumes prélevés et restitués dans les eaux de surface. Ce coefficient est égal à [1-((Volume restitué/volume total prélevé)/2)].
  § 2. Ne sont pas soumises à la contribution de prélèvement visée au paragraphe 1er les prises d'eau de surface suivantes :
  1° les pompages effectués par les organismes d'assainissement dans le cadre de leur mission de démergement, à l'exception du volume d'eau qu'ils vendent ou qu'ils distribuent;
  2° les pompages temporaires réalisés à l'occasion de travaux de génie civil publics ou privés;
  3° les pompages destinés à protéger des biens;
  4° les pompages destinés au chauffage collectif d'habitations ou de bâtiments publics, à l'exception des pompages effectués à des fins industrielles ou lucratives;
  5° les prélèvements destinés exclusivement à la production d'électricité verte au sens du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité. ".
Art.46. Hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 35, wordt aangevuld met een afdeling 3, luidend als volgt :
  " Afdeling 3. - Belasting op de lozing van industrieel en huishoudelijk afvalwater ".
Art.46. Dans le chapitre II inséré par l'article 35, il est inséré une section 3 intitulée comme suit :
  " Section 3. - Taxe sur le déversement des eaux usées industrielles et domestiques ".
Art.47. Afdeling 3, ingevoegd bij artikel 46, wordt aangevuld met een onderafdeling 1, luidend als volgt :
  " Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen ".
Art.47. Dans la section 3 insérée par l'article 46, il est inséré une sous-section 1re intitulée comme suit :
  " Sous-section 1re. - Dispositions générales ".
Art.48. Onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 47, wordt aangevuld met een artikel D.258, luidend als volgt :
  " Art. D.258. Er wordt een jaarlijkse belasting op lozingen van afvalwater vastgelegd ".
Art.48. Dans la sous-section 1re insérée par l'article 47, il est inséré un article D.258 rédigé comme suit :
  " Art. D.258. Il est établi une taxe annuelle sur les déversements des eaux usées ".
Art.49. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel D.259 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. D.259. De belasting is van toepassing op :
  1° elke natuurlijke of rechtspersoon, publiek- of privaatrechtelijk, incluis de intercommunales, behalve in het kader van de uitoefening van de opdrachten i.v.m. het statuut van erkende saneringsinstelling, hierna "bedrijven" genoemd, die industrieel afvalwater lozen in de openbare rioleringen, afvalwatercollectoren, zuiveringsstations van de saneringsinstellingen of in de oppervlakte- of grondwateren;
  2° elke natuurlijke of rechtspersoon, publiek- of privaatrechtelijk, incluis de intercommunales, behalve in het kader van de uitoefening van de opdrachten i.v.m. het statuut van erkende saneringsinstelling die huishoudelijk afvalwater lozen in de collectoren bedoeld onder 1° en die wegens een niet openbare bevoorrading niet bijdraagt in de saneringskosten vervat in de reële kostprijs van het water, behalve als ze een vrijstelling genieten, overeenkomstig artikel D.270;
  3° elke natuurlijke of rechtspersoon, publiek- of privaatrechtelijk, incluis de intercommunales, behalve in het kader van de uitoefening van de opdrachten i.v.m. het statuut van erkende saneringsinstelling die huishoudelijk afvalwater lozen in de collectoren bedoeld onder 1° en die de in artikel D.229, 2°, bedoelde vrijstelling van de C.V.A. genieten. ".
Art.49. Dans la même sous-section 1re, il est inséré un article D.259 rédigé comme suit :
  " Art. D.259. Sont soumises à la taxe :
  1° toute personne physique ou morale, de droit public ou de droit privé, y compris les intercommunales, sauf dans le cadre de l'exercice des missions liées au statut d'organisme d'assainissement agréé, ci-après désignées "entreprises", et qui déversent des eaux usées industrielles dans les égouts publics, dans les collecteurs d'eaux usées, dans les stations d'épuration des organismes d'assainissement ou dans les eaux de surface ou dans les eaux souterraines;
  2° toute personne physique ou morale de droit public ou de droit privé y compris les intercommunales, sauf dans le cadre de l'exercice des missions liées au statut d'organisme d'assainissement agréé, qui déverse, dans les récepteurs visés au 1°, des eaux usées domestiques et qui, en raison d'un approvisionnement ne provenant pas de l'alimentation publique, ne contribue pas aux coûts de l'assainissement contenu dans le coût-vérité de l'eau sauf lorsqu'elle bénéficie d'une exemption, en application de l'article D.270;
  3° toute personne physique ou morale de droit public ou de droit privé y compris les intercommunales, sauf dans le cadre de l'exercice des missions liées au statut d'organisme d'assainissement agréé, qui déverse, dans les récepteurs visés au 1°, des eaux usées domestiques et qui bénéficie de l'exemption du C.V.A. visée à l'article D.229, 2°. ".
Art.50. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 46, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen betreffende de lozingen van industrieel afwalwater".
Art.50. Dans la section 3 insérée par l'article 46, il est inséré une sous-section 2 intitulée comme suit :
  "Sous-section 2. - Dispositions particulières relatives aux déversements d'eaux usées industrielles ".
Art.51. In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 50, wordt een artikel D.260 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.260. § 1. De jaarlijkse belasting op het lozen van industrieel afvalwater is evenredig met de hoeveelheid verontreinigende stoffen ervan berekend overeenkomstig de in de artikelen D.262 en D.265 bepaalde formules.
  De in aanmerking te nemen hoeveelheid verontreinigende stoffen is die van het industriële afvalwater geloosd gedurende het jaar dat aan het belastingjaar voorafgaat.
  § 2. De onderneming die industrieel afwalwater in een openbaar zuiveringsstation loost, sluit een dienstencontract voor industriële sanering. Ze moet de kosten van de in dit contract bedoelde industriële sanering voor het geloosde afvalwatergedeelte betalen.
  De onderneming die een dienstencontract voor industriële sanering heeft gesloten, wordt vrijgesteld van de in § 1 bedoelde jaarlijkse belasting op het lozen van industrieel afvalwater vanaf de datum van ondertekening van dit contract.
  § 3. De Regering keurt het model van het dienstencontract voor industriële sanering goed.
  Het contract bevat minstens de volgende gegevens:
  1) de bepaling van de diensten inzake de opvang en de zuivering van het industrieel water verleend door de "S.P.G.E." en de erkende zuiveringsinstellingen;
  2) de geraamde hoeveelheid en de aard van het water geloosd door de industrie in het net of het station waarvoor een akkoord tussen partijen is gesloten;
  3) de modaliteiten voor de berekening van de kosten van de industriële sanering bedoeld in artikel D.2, 20° bis;
  4) de controles die de "S.P.G.E." of de erkende zuiveringsinstelling mogen verrichten om de overeenstemming van het geloosde water met de contractuele bepalingen te controleren en de modaliteiten voor de uitoefening van die controles;
  5) de sancties voorzien indien de partijen hun verplichtingen niet naleven;
  6) de oorzaken die een einde kunnen maken aan het contract en de gevolgen van het eventuele einde van het contract;
  7) de uitzonderingen of eventuele afwijkingen van het principe volgens welk het contract voor een onbepaalde duur wordt gesloten.
  Rekening houdende met sociale, leefmilieu- en economische impacten van de afwenteling van de kosten van de diensten, is de kostprijs van de industriële sanering gelijk aan de reële kostprijs of aan de tegenwaarde van de belasting op het lozen van industrieel afvalwater indien de reële kostprijs hoger is dan die belasting.
  Om het bestaan en het bedrag van het dienstencontract voor industriële sanering te bepalen, mag de "S.P.G.E." of de door de "S.P.G.E." gemachtigde erkende zuiveringsinstelling alle bewijsmiddelen aanwenden die door het gemene recht worden toegelaten.
  Wanneer de onderneming die industrieel afvalwater loost, de waarden van de in aanmerking te nemen parameters niet meedeelt aan de "S.P.G.E.", mag laatstgenoemde monsternemingen en analysen verrichten of laten verrichten om die waarden te bepalen, waarbij de daaruit voortvloeiende kosten ten laste zijn van de onderneming. Bij gebrek aan analysen wordt de last die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de reële kostprijs van de industriële sanering geraamd op basis van de beschikbare relevante inlichtingen.
  De "S.P.G.E." kan op verzoek van de Waalse Regering de dienstencontracten per categorie industrieën zonder vergoeding en mits een opzegging van 12 maanden opzeggen.
  § 4. De "S.P.G.E." of de exploitant van de openbare saneringsinfrastructuur mogen de sanering onderbreken of beperken telkens als herstel-, renovatie-, wijzigings-, verplaatsings-, onderhouds- of exploitatiewerken het rechtvaardigen.
  In dit geval zal de exploitant zich inspannen om het aantal onderbrekingen en de duur ervan tot een minimum te beperken. De betrokken ondernemingen die industrieel afvalwater lozen, worden uiterlijk vijf werkdagen vóór het begin van de werken op de hoogte gebracht van de werken.
  In spoedgevallen of in geval van onderbrekingen van minder dan één uur, worden de betrokken ondernemingen die industrieel afvalwater lozen, op de hoogte gebracht van de werken binnen een redelijke termijn voor het begin ervan. Bewarende maatregelen of maatregelen bestemd om de schade te beperken kunnen uitgevoerd worden vóór hun kennisgeving aan de betrokken ondernemingen die industrieel afvalwater lozen.
  Tijdens de onderbrekingen of de stopzettingen van de dienst wegens het algemeen belang in geval van overmacht of ingebrekestelling van de onderneming die industrieel afvalwater loost, zijn de S.P.G.E. of de exploitant niet verplicht een schadeloosstelling of een compensatie te betalen.
  § 5. Met het oog op de bevordering van het goede beheer van het industrieel afvalwater kan de Waalse Regering de overdracht aan de S.P.G.E. van een onroerend goed gelegen in een bedrijfsruimte of een deel van een dergelijk onroerend goed, in volle eigendom of in de ondergrond, toelaten na instemming van de S.P.G.E. en zonder terugbetaling van de steun of van de subdiside toegekend krachtens het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid. De saneringsinstallatie wordt door de overdrager met de normen in overeenstemming gebracht".
Art.51. Dans la sous-section 2 insérée par l'article 50, il est inséré un article D.260 rédigé comme suit :
  " Art. D.260. § 1er. La taxe annuelle sur les déversements d'eaux usées industrielles est proportionnelle à la charge polluante desdites eaux calculée conformément aux formules des articles D.262 et D.265.
  La charge polluante à prendre en considération est celle des eaux usées industrielles déversées au cours de l'année qui précède l'année de taxation.
  § 2. L'entreprise qui rejette des eaux usées industrielles dans une station d'épuration publique conclut un contrat de service d'assainissement industriel. Elle est redevable du coût assainissement industriel pour la fraction d'eaux usées ainsi rejetée prévu par ce contrat.
  L'entreprise ayant conclu un contrat de service d'assainissement industriel est exemptée de la taxe annuelle sur les déversements d'eaux usées industrielles visée au paragraphe 1er à partir de la date de signature du contrat.
  § 3. Le Gouvernement adopte le modèle de contrat de service d'assainissement industriel.
  Le contrat mentionne au moins les éléments suivants :
  1) la définition des services de collecte et d'épuration des eaux industrielles fournis par la S.P.G.E. ou par les organismes d'assainissement agréés;
  2) la quantité estimée et la nature des eaux rejetées par l'industriel dans le réseau ou la station faisant l'objet d'un accord entre parties;
  3) les modalités de calcul du prix du coût d'assainissement industriel visé à l'article D.2, 20° bis;
  4) les contrôles que la S.P.G.E. ou l'organisme d'assainissement agréé sont autorisés à effectuer pour vérifier la conformité des eaux rejetées aux dispositions contractuelles, et les modalités d'exercice de ces contrôles;
  5) les sanctions prévues en cas de non-respect par les parties de leurs obligations;
  6) les causes qui permettent de mettre fin au contrat et les conséquences de la fin éventuelle du contrat;
  7) les exceptions ou dérogations éventuelles au principe selon lequel le contrat est conclu pour une durée indéterminée.
  Tenant compte des effets sociaux, environnementaux et économiques de la récupération des coûts des services, le coût assainissement industriel est égal au coût-vérité d'assainissement industriel ou à l'équivalent de la taxe sur les déversements d'eaux usées industrielles si ledit coût-vérité est supérieur à celle-ci.
  Pour établir l'existence et le montant du C.A.I., la S.P.G.E. ou l'organisme d'assainissement agréé mandaté par la S.P.G.E. peuvent avoir recours à tous les moyens de preuve admis par le droit commun.
  Lorsque l'entreprise rejetant des eaux usées industrielles reste en défaut de communiquer à la S.P.G.E., les valeurs des paramètres à prendre en compte, celle-ci peut procéder ou faire procéder à des prélèvements et analyses destinés à établir ces valeurs, les frais qui en résultent étant portés à charge de l'entreprise. A défaut d'analyses, la charge prise en compte pour le calcul du coût vérité d'assainissement industriel est estimée sur base des informations pertinentes disponibles.
  La S.P.G.E. peut, sur demande du Gouvernement wallon, résilier les contrats de service par catégorie d'industriels, sans indemnité et moyennant un préavis de 12 mois.
  § 4. La S.P.G.E. ou l'exploitant de l'infrastructure publique d'assainissement peuvent interrompre ou limiter l'assainissement chaque fois que des travaux de réparation, de rénovation, de modification, de déplacement, d'entretien ou d'exploitation le justifient.
  L'exploitant s'efforcera dans ces cas de limiter le nombre de coupures et leur durée à un minimum. Les entreprises déversant des eaux usées industrielles concernées sont informées des travaux au plus tard cinq jours ouvrables avant leur début.
  Dans les cas d'urgences ou d'interruptions de moins d'une heure, les entreprises déversant des eaux usées industrielles concernées sont informées des travaux dans un délai raisonnable avant leur début. Des mesures conservatoires ou destinées à réduire les dommages peuvent être mises en oeuvre avant leur notification aux entreprises déversant des eaux usées industrielles concernées.
  Lors des suspensions ou des arrêts du service pour cause d'intérêt général, suite aux cas de force majeure ou à la mise en demeure de l'entreprise déversant des eaux usées industrielles, la S.P.G.E. ou l'exploitant ne sont pas tenus de payer un dédommagement ou une compensation.
  § 5. En vue de favoriser la bonne gestion des eaux usées industrielles, le Gouvernement wallon peut autoriser le transfert à la S.P.G.E. d'un bien immobilier situé en zone d'activité économique ou d'une partie d'un tel bien immobilier, en pleine propriété ou en sous-sol, après accord de la S.P.G.E. et sans remboursement de l'aide ou du subside octroyés par le décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d'accueil des activités économiques. L'ouvrage d'assainissement est mis aux normes par le cédant. ".
Art.52. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.261 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.261. Het basisbedrag van de belasting per eenheid verontreinigende stoffen van het geloosde industriële afvalwater, hierna eenheidsbelasting genoemd, wordt vanaf 1 januari 2015 vastgesteld op 13 euro.".
Art.52. Dans la même sous-section 2, il est inséré un article D.261 rédigé comme suit :
  " Art. D.261. Le taux de base de la taxe par unité de charge polluante des eaux usées industrielles déversées, ci-après dénommée taxe unitaire, est fixé à 13 euros à partir du 1er janvier 2015. ".
Art. 53. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.262 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.262. De hoeveelheid verontreinigende stoffen van het geloosde industriële afvalwater wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
  "N = N1 + N2 + N3 + N4 + N5"
  Waarbij:
  1° "N" = het totale aantal eenheden verontreinigende stoffen;
  2° "N1 = (Q/180)*[a + (0.35*MS/500) + (0.45*D.C.O./525)]*(0.4 + 0.6 d)"
  Waarbij:
  a) "N1" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan de aanwezigheid van zwevende en oxydeerbare stoffen;
  b) "Q" = het dagelijkse gemiddelde volume industrieel afvalwater, exclusief koelwater, uitgedrukt in liter, geloosd door de onderneming tijdens de drukste maand van het jaar. Het gemiddelde volume is het resultaat van de deling van het maandelijkse volume door het aantal lozingsdagen tijdens de drukste maand;
  c) "MS" = het gehalte aan zwevende stoffen, uitgedrukt in mg/l, van het ruwe water waarop Q betrekking heeft;
  d) "COD" = het chemische zuurstofverbruik, uitgedrukt in mg/l, van het water waarop Q betrekking heeft na bezinking van twee uren;
  e) "a" = een coëfficiënt met als waarde 0,2, behalve als het water rechtstreeks in het oppervlaktewater wordt geloosd; dan is de waarde gelijk aan 0;
  f) "d" = de verbeterende factor resulterende uit een breuk met als noemer 225 en als teller het aantal dagen gedurende dewelke het afvalwater wordt geloosd; die factor wordt in aanmerking genomen voor de seizoensgebonden of periodieke activiteiten waarvoor kan worden bewezen dat gedurende minder dan 225 kalenderdagen per jaar afvalwater wordt geloosd; in de andere gevallen is de factor gelijk aan 1.
  3° "N2 = [Q1 (Xi + 0,2 Yi + 10 Zi)]/500"
  Waarbij:
  a) "N2" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan de aanwezigheid van zware metalen;
  b) "Q1" = het jaarlijkse volume industrieel afvalwater, exclusief koelwater, uitgedrukt in m3, dat tijdens het jaar is geloosd;
  c) "Xi" = de som van de gemiddelde arsenicum-, chroom-, koper-, nikkel-, lood-, zilverconcentraties, gemeten in het water waarop Q1 betrekking heeft en uitgedrukt in mg/l;
  d) "Yi" = de gemiddelde zinkconcentratie, gemeten in het water waarop Q1 betrekking heeft en uitgedrukt in mg/l;
  e) "Zi" = de som van de gemiddelde cadmium-, kwik-, nikkel- en loodconcentraties, gemeten in het water waarop Q1 betrekking heeft en uitgedrukt in mg/l;
  4° "N3 = (Q1 (N + P))/10.000"
  Waarbij:
  a) "N3" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan de aanwezigheid van voedingsstoffen;
  b) "Q1" = het jaarlijkse volume industrieel afvalwater, exclusief koelwater, uitgedrukt in m3, dat tijdens het jaar is geloosd;
  c) "N" = de gemiddelde concentratie van totale stikstof, gemeten in het afvalwater waarop Q1 betrekking heeft en uitgedrukt in mgN/l;
  d) "P"= de gemiddelde concentratie van totaal fosfor, gemeten in het afvalwater waarop Q1 betrekking heeft en uitgedrukt in mg P/l;
  5° "N4" = 0,2.Q2 dt/10.000" :
  Waarbij :
  a) "N4" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan het temperatuurverschil tussen het geloosde afvalwater en het ontvangende oppervlaktewater;
  b) "Q2" = het door het bedrijf jaarlijks geloosde volume koelwater, uitgedrukt in m3;
  c) "dt" = het gemiddelde temperatuurverschil, uitgedrukt in C°, tussen het opgevangen en het geloosde water waarop Q2 betrekking heeft;
  d) "N4" enkel in aanmerking wordt genomen indien Q2 dt of groter dan of gelijk is aan 1 000 000.
  6° "N5 = e.(Q1.TU)/1000" :
  Waarbij:
  a) "N5" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan het toxiciteitsniveau;
  b) "e" = een verminderingscoëfficient dat een evolutief karakter wil geven aan de introductie van de ecotoxiciteit. Vanaf 1 januari 2015 is het coëfficient "e" gelijk aan 0. Vanaf 1 januari 2016 is het coëfficient gelijk aan 0,25. Vanaf 1 januari 2017 is het coëfficient gelijk aan 0,50. Vanaf 1 januari 2018 is het coëfficient gelijk aan 1.
  b) "Q1" = het jaarlijkse geloosde volume industrieel afvalwater, exclusief koelwater, uitgedrukt in m3;
  d) " TU " zijn de toxiciteitseenheden voor 1 kubieke meter, uitgedrukt in equitox, en zijn gelijk aan
  100
  Ec50- 24 h'
  e) EC50-24uur = de concentratie met een immobibilisatie-effect op de helft van de bevolking van "daphnia Magna" (microschaaldieren van zoetwater) na 24uur blootstelling aan het afvalwater, waarbij haar waarde uitgedrukt wordt in percentage afvalwater dat aan de proef wordt onderworpen.
  Wanneer de EC50-24uur-waarde bedoeld in het tweede lid, 6°, e) hoger is dan 100 %, wordt het afvalwater als niet-giftig beschouwd (TU = 0).
  De Regering bepaalt de activiteitssectoren onderworpen aan de toepassing van "N5", bedoeld in het tweede lid, 6°, a), naar gelang van de karakterisering van de lozingen en bepaalt er de analysemodaliteiten van.".
Art. 53. Dans la même sous-section 2, il est inséré un article D.262 rédigé comme suit :
  " Art. D.262. La charge polluante des eaux usées industrielles déversées est calculée selon la formule suivante :
  " N = N1 + N2 + N3 + N4 + N5 "
  Où :
  1° " N " est le nombre d'unités de charge polluante;
  2° " N1 = (Q/180)*[a + (0.35*MS/500) + (0.45*D.C.O./525)]*(0.4 + 0.6 d) "
  Où :
  a) " N1 " est le nombre d'unités de charge polluante lié à la présence de matières en suspension et de matières oxydables;
  b) " Q " est le volume moyen journalier, exprimé en litres, de l'eau usée industrielle déversée par l'entreprise au cours du mois de plus grande activité de l'année, exception faite des eaux de refroidissement. Le volume moyen est obtenu en divisant le volume mensuel par le nombre de jours de déversement au cours du mois de plus grande activité;
  c) " MS " est la teneur en matières de suspension, exprimée en mg/l, de l'eau brute à laquelle se rapporte Q;
  d) " D.C.O. " est la demande chimique en oxygène, exprimée en mg/l, de l'eau à laquelle se rapporte Q après décantation de deux heures;
  e) " a " est un coefficient dont la valeur est égale à 0,2, sauf si les eaux sont directement déversées en eau de surface, auquel cas elle est égale à 0;
  f) " d " est le facteur correcteur qui résulte de la fraction qui a pour dénominateur 225 et comme numérateur le nombre de jours pendant lesquels des eaux usées sont déversées; ce facteur est pris en compte pour les activités saisonnières ou intermittentes au cours desquelles il peut être prouvé que des eaux usées sont déversées pendant moins de 225 jours civils par an; Dans les autres cas, le facteur " d " est égal à 1;
  3° " N2 = [Q1 (Xi + 0,2 Yi + 10 Zi)]/500 "
  Où :
  a) " N2 " est le nombre d'unités de charge polluante lié à la présence de métaux lourds;
  b) " Q1 " est le volume annuel exprimé en mètres cubes d'eau usée industrielle déversée au cours de l'année, exception faite des eaux de refroidissement;
  c) " Xi " est la somme des concentrations moyennes mesurées dans l'eau à laquelle se rapporte Q1 des éléments suivants, exprimées en mg/l : arsenic, chrome, cuivre, argent;
  d) " Yi " est la concentration moyenne en zinc mesurée dans l'eau à laquelle se rapporte Q1, exprimée en mg/l;
  e) " Zi " est la somme des concentrations moyennes mesurées dans l'eau à laquelle se rapporte Q1 des éléments suivants, exprimées en mg/l : cadmium, mercure, nickel et plomb;
  4° " N3 = (Q1 (N + P))/10.000 "
  Où :
  a) " N3 " est le nombre d'unités de charge polluante lié à la présence de nutriments;
  b) " Q1 " est le volume annuel exprimé en mètres cubes d'eau usée industrielle déversée au cours de l'année, exception faite des eaux de refroidissement;
  c) " N " est la concentration moyenne en azote total mesurée dans l'eau usée à laquelle se rapporte Q1 et exprimée en mgN/l;
  d) " P " est la concentration moyenne en phosphore total mesurée dans l'eau usée à laquelle se rapporte Q1 et exprimée en mgP/l;
  5° " N4 = 0,2.Q2 dt/10.000 " :
  Où :
  a) " N4 " est le nombre d'unités de charge polluante lié à la différence de température entre les eaux usées déversées et les eaux de surface réceptrices;
  b) " Q2 " est le volume annuel, exprimé en mètres cubes, des eaux de refroidissement déversées par l'entreprise;
  c) " dt " est l'écart moyen de température exprimé en degrés Celsius entre l'eau prélevée et l'eau déversée à laquelle se rapporte Q2;
  d) " N4 " n'est pris en compte que si Q2 dt est supérieur ou égal à 1 000 000;
  6° " N5 = e.(Q1.TU)/1000 " :
  Où :
  a) " N5 " est le nombre d'unités de charge polluante lié au degré de toxicité;
  b) " e " est un coefficient réducteur visant à donner un caractère évolutif à l'introduction de l'écotoxicologie. A partir du 1er janvier 2015, le coefficient " e " est égal à 0. A partir du 1er janvier 2016, le coefficient est égal à 0,25. A partir du 1er janvier 2017, le coefficient est égal à 0,50. A partir du 1er janvier 2018, le coefficient est égal à 1;
  c) " Q1 " est le volume annuel, exprimé en mètres cubes de l'eau usée industrielle déversée à l'exception faite des eaux de refroidissement;
  d) " TU " sont les unités de toxicité pour 1 mètre cube, exprimées en équitox, et sont égales à
  100
  EC50-24 h'
  e) EC50-24 h est la concentration ayant un effet d'immobilisation sur la moitié de la population de " daphnia magna " (microcrustacé d'eau douce) après 24 h d'exposition à l'effluent, sa valeur étant exprimée en pourcentage d'effluent soumis à l'essai.
  Lorsque la EC50-24 h, visée à l'alinéa 2, 6°, e) est supérieure à 100 pour cent, l'effluent est considéré comme non toxique (TU = 0).
  Le Gouvernement détermine les secteurs d'activité soumis à l'application du N5, visé à l'alinéa 2, 6°, a) en fonction de la caractérisation des rejets et en arrête les modalités d'analyses. ".
Art.54. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.263 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.263. § 1. De waarden van de in artikel D.262 bedoelde parameters zijn de in de milieuvergunning van de belastingplichtige vermelde maximale waarden, voor zover zij erin vermeld staan en de belastingplichtige de bewoordingen van de milieuvergunning of de werkelijke gemiddelde waarden in acht neemt, die op kosten van de belastingplichtige door een door de Regering erkend laboratorium bepaald zijn overeenkomstig artikel D.147, Boek I, van het Milieuwetboek, door het referentielaboratorium van het Waalse Gewest volgens de voorschriften en onder het toezicht van het Bestuur.
  Als de belastingplichtige de in aanmerking te nemen parameterwaarden verzuimt mede te delen aan het Bestuur, gaat bedoeld Bestuur tot monsternemingen en analyses over of laat ze daartoe overgaan om die waarden te bepalen, waarbij de daaruit voortvloeiende kosten ten laste komen van de belastingplichtige.
  De Regering stelt de technische modaliteiten vast voor de bepaling van de waarden van de in artikel D.262 bedoelde parameters.
  § 2. Van de in het geloosde afvalwater gemeten waarden van de parameters MS, COD, Xi, Yi, Zi, N en P kan de belastingplichtige overeenstemmende waarden aftrekken die, overeenkomstig de hem bepaalde voorschriften en onder toezicht van het Bestuur, op zijn kosten worden gemeten door een door de Regering erkend laboratorium.
  De aftrek gebeurt afzonderlijk en mag niet tot gevolg hebben dat de waarden van bepaalde parameters negatief worden.".
Art.54. Dans la même sous-section 2, il est inséré un article D.263 rédigé comme suit :
  " Art. D.263. § 1er. Les valeurs des paramètres visés à l'article D.262 sont les valeurs maximales qui figurent dans le permis d'environnement du redevable, pour autant que celui-ci en comporte et que le redevable respecte les termes du permis d'environnement ou les valeurs moyennes réelles déterminées aux frais du redevable par un laboratoire agréé par le Gouvernement, en vertu de l'article D.147 du Livre Ier du Code de l'Environnement, ou par le laboratoire de référence de la Région wallonne, suivant les directives et sous le contrôle de l'Administration.
  Lorsque le redevable reste en défaut de communiquer à l'Administration, les valeurs des paramètres à prendre en compte, celle-ci procède ou fait procéder à des prélèvements et analyses destinés à établir ces valeurs, les frais qui en résultent sont portés à charge du redevable.
  Le Gouvernement fixe les modalités techniques de détermination des valeurs des paramètres visés à l'article D.262.
  § 2. Le redevable peut déduire des valeurs des paramètres MS, DCO, Xi, Yi, Zi, N et P mesurées sur les eaux usées déversées les valeurs correspondantes mesurées sur l'eau d'approvisionnement aux frais du redevable par un laboratoire d'analyses agréé par le Gouvernement conformément aux règles qu'il détermine, suivant les directives et sous le contrôle l'Administration.
  La déduction se fait séparément pour chaque paramètre et n'a pas pour effet de rendre négatives les valeurs de certains paramètres. ".
Art.55. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.264 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.264. Als het Bestuur de waarden van de parameters van de in artikel D.262 bepaalde formule niet kent en die parameters niet redelijkerwijs kan vaststellen op basis van de beoordelingselementen waarover het beschikt, of als technische of economische moeilijkheden de betrouwbare vaststelling van de reële gemiddelde waarden van die parameters in de weg staan, berekent het de hoeveelheid verontreinigende stoffen aan de hand van de in artikel D.265 bepaalde vereenvoudigde formule.".
Art.55. Dans la même sous-section 2, il est inséré un article D.264 rédigé comme suit :
  " Art. D.264. Si les valeurs des paramètres repris dans la formule visée à l'article D.262 ne sont pas connues de l'Administration, et ne peuvent pas être raisonnablement évaluées par elle au départ des éléments d'appréciation dont elle dispose ou si la détermination fiable des valeurs moyennes réelles des paramètres se heurte à des difficultés d'ordre technique ou économique, l'Administration calcule la charge polluante au moyen de la formule simplifiée définie à l'article D.265. ".
Art.56. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.265 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.265. De vereenvoudigde formule van de hoeveelheid verontreinigende stoffen is de volgende :
  "N = N1 + N2"
  Waarbij:
  1° "N" = het totale aantal eenheden verontreinigende stoffen;
  2° "N1 = A C1/B":
  Waarbij:
  a) "N1" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan de aanwezigheid van zwevende en oxydeerbare stoffen;
  b) "A" = de jaarlijkse bedrijvigheid uitgedrukt overeenkomstig de gebruikte basis;
  c) "B" = de basis vermeld in kolom 3 van de tabel in bijlage 1;
  c) "C1" = de omzettingscoëfficiënt vermeld in kolom 4 van de tabel in bijlage I.
  3° " N2 = (Q1. - Q2) C2 + Q2 C3 " :
  Waarbij:
  a) "N2" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan de aanwezigheid van zware metalen, voedingsstoffen en koelwater;
  b) "Q1" = het jaarlijkse volume van het geloosde industriële afvalwater, uitgedrukt in m3;
  b) "Q2" = het jaarlijkse volume van het geloosde koelwater, uitgedrukt in m3;
  d) "C2" = het 1/100ste behalve wanneer een andere omzettingscoëfficiënt wordt vermeld in kolom 5 van de tabel in bijlage 1.
  e) "C3" = het 1/10 000ste;
  f) Het product Q2 C3 wordt enkel in aanmerking genomen als Q2 groter dan of gelijk is aan 200 000 m3.".
Art.56. Dans la même sous-section 2, il est inséré un article D.265 rédigé comme suit :
  " Art. D.265. La formule simplifiée de la charge polluante est la suivante :
  " N = N1 + N2 "
  Où :
  1° N est le nombre total d'unités de charge polluante;
  2° " N1 = A C1/B " :
  Où :
  a) " N1 " est le nombre d'unités de charge polluante lié à la présence de matières en suspension et de matières oxydables;
  b) " A " est l'activité annuelle exprimée selon la base utilisée;
  c) " B " est la base mentionnée dans la colonne 3 du tableau figurant à l'annexe Ire;
  d) " C1 " est le coefficient de conversion mentionné dans la colonne 4 du tableau figurant à l'annexe Ire.
  3° " N2 = (Q1. - Q2) C2 + Q2 C3 " :
  Où :
  a) " N2 " est le nombre d'unités de charge polluante lié à la présence de métaux lourds, de nutriments et d'eaux de refroidissement;
  b) " Q1 " est le volume annuel, exprimé en mètres cubes, de l'eau usée industrielle déversée;
  c) " Q2 " est le volume annuel, exprimé en mètres cubes, de l'eau de refroidissement déversée;
  d) " C2 " est 1/100 sauf si un autre coefficient de conversion est mentionné dans la colonne 5 du tableau figurant à l'annexe Ire;
  e) " C3 " est 1/10 000;
  f) Le produit Q2 C3 est pris uniquement en compte que si Q2 est supérieur ou égal à 200 000 mètres cubes. ".
Art.57. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.266 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.266. § 1. De jaarlijkse belasting is het product van de vermenigvuldiging van de in artikel D.261 bedoelde eenheidsbelasting met het aantal N eenheden verontreinigende stoffen bepaald in artikel D.262 of in artikel D.265.
  § 2. Als verscheidene ondernemingen hun afvalwater gezamenlijk lozen of behandelen, wordt de belasting in gelijke aandelen onder hen verdeeld.
  De in het eerste lid bedoelde ondernemingen moeten de bepalingen van de artikelen D.276 tot D.280 naleven.
  De ondernemingen die hun hoeveelheid verontreinigende stoffen nauwkeurig kunnen bepalen, mogen echter afzonderlijk worden belast.
  Het saldo van de belasting wordt dan door het Bestuur in gelijke aandelen verdeeld onder de overblijvende ondernemingen.
Art.57. Dans la même sous-section 2, il est inséré un article D.266 rédigé comme suit :
  " Art. D.266. § 1er. La taxe annuelle est le produit de la multiplication de la taxe unitaire visée à l'article D.261 par le nombre N d'unités de charge polluante déterminé conformément à l'article D.262 ou à l'article D.265.
  § 2. Dans le cas où plusieurs entreprises rejettent en commun leurs eaux usées ou effectuent un traitement en commun de celles-ci, la taxe est partagée en parts égales entre les entreprises.
  Les entreprises visées à l'alinéa 1er sont tenues, chacune, au respect des dispositions des articles D.276 à D.280.
  Cependant, les entreprises qui peuvent déterminer exactement leur charge polluante peuvent être taxées séparément.
  Dans un tel cas, le reliquat de la taxe est réparti par l'Administration, en parts égales entre les entreprises restantes.
Art.58. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 46, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Onderafdeling 3 - Bijzondere bepalingen betreffende de lozingen van huishoudelijk afvalwater".
Art.58. Dans la section 3 insérée par l'article 46, il est inséré une sous-section 3 intitulée comme suit :
  " Sous-section 3. - Dispositions particulières relatives aux déversements d'eaux usées domestiques ".
Art.59. Onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 58, wordt aangevuld met een artikel D.267, luidend als volgt :
  "Art. D.267. De jaarlijkse belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater is evenredig met het volume geloosd water, uitgedrukt in mü.
  De eenheidsbelasting per kubieke meter geloosd afvalwater, bedoeld in artikel D.259, 2°, wordt vastgelegd op 1,935 euro vanaf 1 januari 2015.".
Art.59. Dans la sous-section 3 insérée par l'article 58, il est inséré un article D.267 rédigé comme suit :
  " Art. D.267. La taxe annuelle sur les déversements d'eaux usées domestiques est proportionnelle au volume d'eau déversé, exprimé en mètres cubes.
  La taxe unitaire par mètre cube d'eau usée déversé, visée à l'article D.259, 2°, est fixée à 1,935 euro à partir du 1er janvier 2015. ".
Art.60. In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel D.268 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.268. § 1. Het watervolume onderworpen aan de in artikel D.267 bedoelde belasting wordt overeenkomstig de in die bepaling vermelde regels bepaald door middel van de meetinrichtingen voor het door de belastingplichtige opgevangen water, of bij gebrek eraan, op basis van zijn geraamd waterverbruik of van ieder ander bewijsstuk waarover het Bestuur beschikt om zijn waterverbruik vast te stellen.
  Het geraamde waterverbruik van de belastingplichtige is gelijk aan het product van de vermenigvuldiging van het in bijlage II bedoelde aantal eenheden met het overeenstemmende geraamde waterverbruik. Het in aanmerking te nemen aantal eenheden is het maximumaantal eenheden dat in de loop van het lozingsjaar op dezelfde dag wordt geregistreerd.
  § 2. In afwijking van § 1 wordt het volume voor de landbouwbedrijven forfaitair vastgesteld op 90 mü.
  § 3. Voor personen die industrieel en huishoudelijk afvalwater lozen, is de in artikel D.267 bedoelde belasting van toepassing op het gedeelte van het totaal opgevangen volume dat als huishoudelijk afvalwater wordt geloosd.".
Art.60. Dans la même sous-section 3, il est inséré un article D.268 rédigé comme suit :
  " Art. D.268. § 1er. Le volume d'eau auquel s'applique la taxe visée à l'article D.267 est déterminé, suivant les règles définies par la présente disposition, au moyen des dispositifs de comptage de l'eau prélevée par le redevable ou, à défaut, sur la base de sa consommation présumée ou de tout autre élément probant dont l'Administration dispose pour déterminer sa consommation.
  La consommation présumée du redevable est égale au produit de la multiplication du nombre d'unités visées à l'annexe II par la consommation unitaire présumée correspondante. Le nombre d'unités à prendre en considération est le nombre maximum d'unités enregistré dans le courant de l'année de déversement.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, pour les exploitations agricoles, le volume est fixé forfaitairement à 90 mètres cubes.
  § 3. Pour les personnes qui déversent à la fois des eaux usées industrielles et des eaux usées domestiques, la taxe visée à l'article D.267 s'applique à la fraction du volume total prélevé qui est déversée sous la forme d'eau usée domestique. ".
Art.61. In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel D.269 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.269. De jaarlijkse belasting is het product van de vermenigvuldiging van de in artikel D.269 bedoelde eenheidsbelasting met het in mü uitgedrukte watervolume bepaald in artikel D.268.".
Art.61. Dans la même sous-section 3, il est inséré un article D.269 rédigé comme suit :
  " Art. D.269. La taxe annuelle est le résultat de la multiplication de la taxe unitaire visée à l'article D.267 par le volume d'eau exprimé en mètres cubes déterminé à l'article D.268. ".
Art.62. In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel D.270 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.270. De publiek- of privaatrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen die huishoudelijk afvalwater dat ze voortbrengen of voor behandeling opvangen, zuiveren, genieten de vrijstelling of de terugbetaling van de belasting of de C.V.A. onder de door de Regering bepaalde voorwaarden.
  De watervolumes opgevangen door de begunstigden van een vrijstelling of een terugbetaling van de belasting of de C.V.A. worden niet meegerekend in de watervolumes bedoeld in artikel D. 254, tweede lid.".
Art.62. Dans la même sous-section 3, il est inséré un article D.270 rédigé comme suit :
  " Art. D.270. Les personnes physiques ou morales de droit public ou de droit privé qui épurent les eaux usées domestiques qu'elles produisent ou qu'elles reçoivent aux fins de traitement bénéficient d'une exemption ou d'une restitution de la taxe ou du C.V.A. dans les conditions définies par le Gouvernement.
  Les volumes d'eau prélevés par les personnes bénéficiant d'une exemption ou d'une restitution de la taxe ou du C.V.A. ne sont pas comptabilisés dans les volumes d'eau visés à l'article D.254, alinéa 2. ".
Art.63. In hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 35, wordt een afdeling 4 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Afdeling 4. - Belasting op de milieulasten veroorzaakt door de landbouwbedrijven".
Art.63. Dans le chapitre II inséré par l'article 35, il est inséré une section 4 intitulée comme suit :
  " Section 4. - Taxe sur les charges environnementales générées par les exploitations agricoles ".
Art.64. Afdeling 4, ingevoegd bij artikel 63, wordt aangevuld met een artikel D.271, luidend als volgt :
  "Art. D.271. Om de terugbetaling van de milieukosten gebonden aan de waterbron te verzekeren, wordt een jaarlijkse belasting op de milieulast veroorzaakt door de landbouwbedrijven vastgesteld.".
Art.64. Dans la section 4 insérée par l'article 63, il est inséré un article D.271 rédigé comme suit :
  " Art. D.271. Pour assurer la récupération des coûts environnementaux liés à la ressource aquatique, il est établi une taxe annuelle sur la charge environnementale générée par les exploitations agricoles. ".
Art.65. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel D.272 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.272. De globale milieulast die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de jaarlijkse belasting is de som van de milieulast "veestapel" en de milieulast "gronden" veroorzaakt door het bedrijf tijdens het jaar vóór het belastingjaar.".
Art.65. Dans la même section 4, il est inséré un article D.272 rédigé comme suit :
  " Art. D.272. La charge environnementale globale à prendre en considération pour le calcul de la taxe annuelle est la somme de la charge environnementale " cheptel " et de la charge environnementale " terres " générée par l'exploitation au cours de l'année qui précède l'année de taxation. ".
Art.66. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel D.273 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.273. § 1. Het aantaal eenheden milieulast wordt aan de hand van de volgende formule berekend:
  "N = N1 + N2".
  Waarbij:
  "N" = het totale aantal eenheden milieulast.
  § 2. N1 = de milieulast "veestapel". De last wordt bepaald door de producten voortvloeiend uit de vermenigvuldiging van het aantal dieren van elke categorie met de in tabel van bijlage III vermelde stikstofcoëfficient ervan op te tellen.
  De stitkstofcoëfficient is gelijk aan de waarde van de jaarlijkse productie van stikstof per soort dieren.
  N1 = aantal dieren per categorie x stiktofcoëfficient van de overeenstemmende categorie.
  § 3. N2 = de milieulast "gronden". De last wordt bepaald door de milieulast "stikstof" (A), de milieulast "pesticiden" (B) en de milieulast "erosie" (C) op te tellen.
  "N2 = A+B+C"
  Waarbij:
  "A" = de milieulast "stikstof" bepaald door de producten voortvloeiend uit de vermenigvuldiging van de oppervlakten van elke teeltcategorie, uitgedrukt in ha, met de in bijlage III vermelde stikstofcoëfficient ervan op te tellen.
  De stikstofcoëfficient is gelijk aan het gemiddelde stikstofoverschot in de bodem per soort teelt.
  N1 = oppervlakten per categorie x stiktofcoëfficient van de overeenstemmende categorie.
  "B" is de milieulast "pesticiden" bepaald door de producten voortvloeiend uit de vermenigvuldiging van de oppervlakten van elke teeltcategorie, uitgedrukt in ha, met de in bijlage III vermelde pesticidencoëfficient ervan op te tellen.
  De coëfficient "pesticiden" is gelijk aan het gemiddelde gebruik pesticiden per soort teelt.
  B = oppervlakten per categorie x stiktofcoëfficient van de overeenstemmende categorie.
  "C" is de milieulast "erosie" bepaald door de producten voortvloeiend uit de vermenigvuldiging van de oppervlakten van elke teeltcategorie gelegen op hellingen hoger dan 10 %, uitgedrukt in ha, met de in bijlage III vermelde gemiddelde erosiecoëfficient ervan op te tellen.
  De erosiecoëfficient is gelijk aan het erosiepotentieel gebonden aan de teelt.
  C = oppervlakten gelegen op hellingen hoger dan 10 % per categorie x erosiecoëfficient van de overeenstemmende categorie.".
Art.66. Dans la même section 4, il est inséré un article D.273 rédigé comme suit :
  " Art. D.273. § 1er. Le nombre d'unités de charge environnementale est calculé selon la formule suivante :
  " N = N1 + N2 ".
  Où :
  N est le nombre d'unités de charge environnementale.
  § 2. N1 est la charge environnementale " cheptel ". La charge est déterminée en additionnant les produits résultant de la multiplication du nombre d'animaux de chaque catégorie par son coefficient azote repris dans le tableau de l'annexe III.
  Le coefficient azote traduit la valeur de production annuelle d'azote par type d'animaux.
  N1 = nombre animaux par catégorie x coefficient azote de la catégorie correspondante.
  § 3. N2 est la charge environnementale " terres ". La charge est déterminée en additionnant la charge environnementale " azote " (A), la charge environnementale " pesticides " (B) et la charge environnementale " érosion " (C).
  " N2 = A+B+C "
  Où :
  " A " est la charge environnementale " azote " déterminée en additionnant les produits résultant de la multiplication des superficies de chaque catégorie de culture, exprimées en hectare, par son coefficient azote repris à l'annexe III.
  Le coefficient azote traduit le reliquat azoté moyen dans le sol par type de culture.
  A = superficies par catégorie x coefficient azote de la catégorie correspondante.
  " B " est la charge environnementale " pesticides " déterminée en additionnant les produits résultant de la multiplication des superficies de chaque catégorie de culture, exprimées en hectare, par son coefficient pesticides repris dans le tableau de l'annexe III.
  Le coefficient " pesticides " reflète l'utilisation moyenne de pesticides par type de culture.
  B = superficies par catégorie x coefficient pesticides de la catégorie correspondante.
  " C " est la charge environnementale " érosion " déterminée en additionnant les produits résultant de la multiplication des superficies de chaque catégorie de culture situées sur des pentes supérieures à 10 pour cent, exprimées en hectare, par son coefficient érosion moyen de la culture repris dans le tableau de l'annexe III.
  Le coefficient érosion traduit le potentiel érosif lié à la culture.
  C = superficies situées sur des pentes supérieures à 10 pour cent par catégorie x coefficient érosion de la catégorie correspondante. ".
Art.67. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel D.274 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.274. § 1. Het basisbedrag van de belasting per eenheid last gebonden aan het landbouwbedrijf, hierna eenheidsbelasting genoemd, wordt vanaf 1 januari 2015 vastgesteld op 10 euro.
  § 2. De in aanmerking te nemen globale milieulast wordt bepaald overeenkomstig bijlage III.
  § 3.Het voor elke categorie in aanmerking te nemen aantal dieren is het gemiddelde aantal gehouden of gefokte dieren tijdens het jaar vóór het belastingjaar.
  § 4. De gemiddelde eenheid milieulast "gronden" van een landbouwbedrijf wordt verkregen door de milieulast "gronden" (N2) te delen door de totale oppervlakte van het bedrijf, uitgedrukt in ha.
  § 5. De eerste dertig hectare van een bedrijf worden van de belasting vrijgesteld.
  Die vrijstelling wordt berekend door de gemiddelde eenheid milieulast "gronden" van het bedrijf met 30 te vermenigvuldigen.".
Art.67. Dans la même section 4, il est inséré un article D.274 rédigé comme suit :
  " Art. D.274. § 1er. Le taux de base de la taxe par unité de charge liée à l'exploitation agricole, ci-après dénommé taxe unitaire, est fixé à 10 euros à partir du 1er janvier 2015.
  § 2. La charge environnementale globale à prendre en compte est déterminée conformément à l'annexe III.
  § 3. Le nombre d'animaux à prendre en considération pour chaque catégorie est le nombre moyen d'animaux de cette catégorie gardés ou élevés au cours de l'année qui précède l'année de taxation.
  § 4. L'unité de charge environnementale " terres " moyenne d'une exploitation agricole est obtenue en divisant la charge environnementale " terres " (N2) par la superficie totale de l'exploitation exprimée en hectares.
  § 5. Les trente premiers hectares d'une exploitation sont exonérés de la taxe.
  Cette exonération est calculée en multipliant l'unité de charge environnementale " terres " moyenne de l'exploitation par 30. ".
Art.68. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel D.275 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.275. § 1. In afwijking van artikel D.273, § 2, is de milieulast "veestapel" nul wanneer de belastingplichtige over een conformiteitsattest van de infrastructuren voor de opslag van teelteffluenten beschikt, dat krachtens artikel D.177 is afgegeven, of wanneer de afgifte van dit attest behandeld wordt. Indien die behandeling bewijst dat de infrastructuren voor de opslag van de teelteffluenten niet conform zijn, rectificeert het Bestuur de berekening van de belasting binnen een termijn van vier jaar na de vaststelling ervan.
  In afwijking van artikel D.273, § 2, is de milieulast "veestapel" nul wanneer het landbouwbedrijf van de belastingplichtige niet ingedeeld wordt krachtens de reglementering betreffende de milieuvergunning.
  § 2. In afwijking van artikel D.273, § 3, wordt de stikstofcoëfficient voor de maïsteelt met 40 % verminderd indien de belastingplichtige minstens over een advies voor bedachte bemesting beschikt gegrond op een stikstofprofiel dat door een erkend laboratorium overeenkomstig de door de Regering bepaalde regels uitgevoerd is in de lente van het jaar vóór het belastingjaar.
  § 2. In afwijking van artikel D.273, § 3, wordt de stikstofcoëfficient voor de aardappelteelt met 40 % verminderd indien de belastingplichtige minstens over een advies voor bedachte bemesting beschikt gegrond op een stikstofprofiel dat door een erkend laboratorium overeenkomstig de door de Regering bepaalde regels uitgevoerd is in de lente van het jaar vóór het belastingjaar.
  In afwijking van artikel D.273, § 3, is de milieulast "pesticiden":
  1° nul wanneer de belastingplichtige de biologische landbouw uitoefent overeenkomstig de bepalingen beslist door de Waalse Regering krachtens het Waalse landbouwwetboek;
  2° met 50 % verminderd wanneer de belastingplichtige zich in het proces van de geïntegreerde bestrijding of Integrated Pest Management, afgekort "IPM" verbonden heeft.
  In afwijking van artikel D.273, § 3, is de milieulast "erosie" nul wanneer het landbouwbedrijf van de belastingplichtige de bepalingen betreffende de met gras bezaaide stroken beslist door de Waalse Regering krachtens het Waalse Landbouwwetboek naleeft.
  § 3. De Regering bepaalt de modaliteiten betreffende de verminderingen van belastingen en de bemonstering voor bodem in de lente met het oog op het stikstofprofiel."
Art.68. Dans la même section 4, il est inséré un article D.275 rédigé comme suit :
  " Art. D.275. § 1er. Par dérogation à l'article D.273, § 2, la charge environnementale " cheptel " est nulle lorsque la personne soumise à la taxe est détentrice d'une attestation de conformité des infrastructures de stockage des effluents d'élevage, délivrée en vertu de l'article D.177 ou que la délivrance de cette attestation est en cours d'instruction. Si cette instruction démontre le défaut de conformité des infrastructures de stockage des effluents d'élevage, l'Administration rectifie le calcul de la taxe dans un délai de quatre ans après l'établissement de celle-ci.
  Par dérogation à l'article D.273, § 2, la charge environnementale " cheptel " est nulle lorsque l'exploitation agricole de la personne soumise à la taxe n'est pas classée en vertu de la réglementation relative au permis d'environnement.
  § 2. Par dérogation à l'article D.273, § 3, pour la culture de maïs, le coefficient azote est réduit de 40 pour cent si la personne soumise à la taxe dispose d'au moins un conseil de fertilisation raisonnée basé sur un profil azoté de sol réalisé au printemps de l'année qui précède l'année de taxation, par un laboratoire agréé conformément aux règles déterminées par le Gouvernement.
  Par dérogation à l'article D.273, § 3, pour la culture de pommes de terre, le coefficient azote est réduit de 40 pour cent si la personne soumise à la taxe dispose d'au moins un conseil de fertilisation raisonnée basé sur un profil azoté de sol réalisé au printemps de l'année qui précède l'année de taxation, par un laboratoire agréé conformément aux règles déterminées par le Gouvernement.
  Par dérogation à l'article D.273, § 3, la charge environnementale pesticide est :
  1° nulle lorsque la personne soumise à la taxe pratique l'agriculture biologique conformément aux dispositions arrêtées par le Gouvernement wallon en vertu du Code wallon de l'agriculture;
  2° réduite de 50 pour cent lorsque la personne soumise à la taxe s'est engagée dans le processus de lutte intégrée ou Integrated Pest Management, en abrégé " IPM ".
  Par dérogation à l'article D.273, § 3, la charge environnementale " érosion " est nulle lorsque la personne soumise à la taxe respecte les dispositions relatives aux bandes enherbées arrêtées par le Gouvernement wallon en vertu du Code wallon de l'agriculture.
  § 3. Le Gouvernement fixe les modalités relatives aux réductions de taxes et à l'échantillonnage de sol au printemps en vue d'un profil azoté. "
Art.69. In hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 35, wordt een afdeling 5 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Afdeling 5 - Aangifte, betaling en invordering van de belastingen en taksen".
Art.69. Dans le chapitre II inséré par l'article 35, il est inséré une section 5 intitulée comme suit :
  " Section 5. - Déclaration, paiement et recouvrement des contributions et des taxes ".
Art.70. Afdeling 5, ingevoegd bij artikel 69, wordt aangevuld met een artikel D.276, luidend als volgt :
  "Art. D.276. Het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen is van toepassing op de belastingen en taksen bedoeld in dit hoofdstuk. De specifieke bepalingen bedoeld in deze afdeling zijn ook van toepassing.".
Art.70. Dans la section 5 insérée par l'article 69, il est inséré un article D.276 rédigé comme suit :
  " Art. D.276. Le décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes et s'applique aux contributions et aux taxes visées par le présent chapitre. Les dispositions spécifiques prévues par la présente section sont également d'application. ".
Art.71. In dezelfde afdeling 5 wordt een artikel D.277 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.277. Elke belastingplichtige moet het Bestuur jaarlijks alle gegevens verstrekken die nodig zijn voor de bepaling van de tijdens het jaar tevoren geproduceerde of uitgepompte hoeveelheid water of van de tijdens het vorige jaar veroorzaakte last.".
Art.71. Dans la même section 5, il est inséré un article D.277 rédigé comme suit :
  " Art. D.277. Tout redevable déclare, chaque année, à l'Administration, les éléments nécessaires à l'établissement du volume d'eau produite ou d'eau prélevée au cours de l'année précédente ou de sa charge générée l'année précédente. ".
Art.72. In dezelfde afdeling 5 wordt een artikel D.278 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.278. § 1. De aangifte wordt opgemaakt d.m.v. het formulier vastgelegd door de Regering De aangifte wordt rechtstreeks aan de belastingplichtigen door het Bestuur afgegeven en gezonden vóór 31 januari van het belastingjaar.
  De belastingplichtigen die het formulier niet ontvangen hebben, moeten er één bij het Bestuur aanvragen.
  Bij stopzetting van de activiteiten moet de belastingplichtige een aangifteformulier bij het Bestuur aanvragen en het er binnen twee maanden na de stopzetting terug naartoe zenden.
  § 2. Indien het Bestuur toegang heeft tot de gegevens geïntegreerd in het GBCS in het kader van het Waalse Landbouwwetboek, gelden die gegevens als aangfite voor de bepaling van de belasting op de milieulasten.
  § 3. De Regering bepaalt de voorwaarden waarin de belastingplichtige zijn aangifte per e-mail kan indienen.
  De Regering kan de voorwaarden waarin die procedure verplicht is, bepalen.
  § 4. De gepaste gegevens ingewonnen door het Bestuur of de S.P.G.E. die bijdragen tot de maatregelen voor de invordering van de kosten, worden tussen beide eenheden uitgewisseld.
  De volgende gegevens worden door het Bestuur aan de S.P.G.E. meegedeeld zodat ze de inning en de betaling van de reële saneringsprijs of van de industriële saneringsprijs kan verrichten overeenkomstig de artikelen D.228, D.229 en D.260:
  1° de naam van de belastingplichtige en zijn bankgegevens;
  2° het adres van de belastingplichtige, zijn bedrijfszetel, zijn btw-nummer en zijn bedrijfsnummer;
  3° de door de belastingplichtige uitgepompte hoeveelheid, waarbij de hoeveelheden afkomstig en niet-afkomstig van de openbare distributie worden onderscheiden;
  4° het bedrag van de reële saneringsprijs vermeld op de waterfacturen die de belastingplichtige in het kader van zijn aangifte aan het Bestuur meededeelt;
  5° het bedrag van de belastingen op het lozen van industrieel en huishoudelijk afvalwater;
  6° de resultaten van de autocontrole van de ondernemingen aangesloten op een openbaar zuiveringsstation;
  7° de vergunning m.b.t. het lozen van industrieel afvalwater die in de milieuvergunning bedoeld is.
  § 5. De gegevens ingewonnen door het Bestuur in het kader van de bepaling van de belasting op het lozen van afvalwater of van de voorheffingsbelastingen kunnen megedeeld worden aan andere diensten van de Waalse Overheidsdienst zodat ze hun opdrachten inzake de invordering, het toezicht en het beheer van waterlichamen kunnen uitvoeren.
  § 6. De Regering kan de uitwisseling van gegevens tussen de diensten vermeld in de artikelen D.278, § 4 en D.278, § 5 toelaten. De Regering bepaalt er de modaliteiten van.".
Art.72. Dans la même section 5, il est inséré un article D.278 rédigé comme suit :
  " Art. D.278. § 1er. La déclaration est établie sur un formulaire dont le modèle est fixé par le Gouvernement. La déclaration est délivrée et adressée directement aux redevables par l'Administration, avant le 31 janvier de l'année de taxation.
  Les redevables qui n'ont pas reçu le formulaire réclament une déclaration au siège de l'Administration.
  En cas de cessation d'activités, le redevable réclame un formulaire de déclaration à l'Administration, et la lui retourne dans les deux mois de la cessation d'activités.
  § 2. Dès lors que l'Administration a accès aux données intégrées dans le SIGEC dans le cadre du Code wallon de l'Agriculture, celles-ci valent déclaration pour l'établissement de la taxe sur les charges environnementales.
  § 3. Le Gouvernement détermine les conditions dans lesquelles le redevable peut fournir sa déclaration par voie électronique.
  Le Gouvernement peut déterminer les conditions dans lesquelles cette procédure est obligatoire.
  § 4. Les données adéquates récoltées par l'Administration ou par la S.P.G.E. qui contribuent aux mesures de récupération des coûts, sont échangées entre ces deux entités.
  Les données suivantes sont communiquées par l'Administration à la S.P.G.E. en vue de lui permettre d'effectuer la perception et le remboursement du CVA ou du coût assainissement industriel (CAI) en application des articles D.228, D.229 et D.260 :
  1° le nom du redevable et ses coordonnées bancaires;
  2° l'adresse du redevable, son siège d'exploitation, son numéro de T.V.A. et son numéro d'entreprise;
  3° le volume d'eau prélevé par le redevable en distinguant les volumes issus et non issus de la distribution publique;
  4° le montant du CVA, mentionné sur les factures d'eau communiquées par le redevable à l'Administration dans le cadre de sa déclaration;
  5° le montant des taxes sur les eaux usées industrielles et domestiques;
  6° les résultats d'auto-contrôle des entreprises reliées à une station d'épuration publique;
  7° l'autorisation de déversement d'eaux usées industrielles comprise dans le permis d'environnement.
  § 5. Les données récoltées par l'Administration dans le cadre de l'établissement de la taxe sur les rejets d'eaux usées ou des contributions de prélèvement peuvent être communiquées à d'autres services du Service public de Wallonie en vue de leur permettre d'assurer leurs missions de recouvrement, de surveillance et de gestion des masses d'eau.
  § 6. Le Gouvernement peut autoriser l'échange de données entre les services mentionnés aux articles D.278, § 4 et D.278, § 5. Le Gouvernement en détermine les modalités. ".
Art.73. Dezelfde afdeling 5 wordt aangevuld met een artikel D.279, luidend als volgt :
  "Art. D.279. De aangifte wordt jaarlijks vóór 31 maart aan de zetel van de Administratie gericht of overgemaakt. Jaarlijks vóór 31 maart richt de "S.P.G.E." aan de Administratie de gegevens van de lijsten die betrekking hebben op de lozingen van industrieel afvalwater.".
Art.73. Dans la même section 5, il est inséré un article D.279 rédigé comme suit :
  " Art. D.279. La déclaration est envoyée ou remise au siège de l'Administration, avant le 31 mars de chaque année. La S.P.G.E. adresse à l'Administration les données des relevés des rejets d'eaux usées industrielles, avant le 31 mars de chaque année. ".
Art.74. Dezelfde afdeling 5 wordt aangevuld met een artikel D.280, luidend als volgt :
  "Art. D.280. De aangifte wordt onderzocht en het bedrag van de belastingen of heffingen wordt door de Administratie opgesteld.".
Art.74. Dans la même section 5, il est inséré un article D.280 rédigé comme suit :
  " Art. D.280. La déclaration est vérifiée et le montant des contributions ou des taxes est établi par l'Administration. ".
Art.75. Dezelfde afdeling 5 wordt aangevuld met een artikel D.281, luidend als volgt :
  "Art. D.281. De winningsheffing en de belasting worden d.m.v. driemaandelijkse voorschotten geïnd.
  Elke voorschot is gelijk aan 20 % van het bedrag van de laatste winningsheffing of belasting die door de Administratie is vastgesteld.
  Als er nog geen winningsheffing of belasting is vastgesteld, is elk voorschot m.b.t. het eerste jaar gelijk aan 20 % van het bedrag dat overeenstemt met de door de belastingplichtige in zijn vergunningaanvraag aangegeven winningen.
  De winning heeft het debiteren van de voorschotten tot gevolg.
  De voorschotten zijn betaalbaar uiterlijk de twintigste van de maand na elk kwartaal van het winningsjaar.".
Art.75. Dans la même section 5, il est inséré un article D.281 rédigé comme suit :
  " Art. D.281. La taxe de prélèvement et la contribution sont perçues par voie de provisions trimestrielles.
  Chaque provision est égale à 20 pour cent du montant de la dernière taxe de prélèvement ou contribution établie par l'Administration.
  Si aucune taxe de prélèvement ou contribution n'a encore été établie, chaque provision afférente à la première année est égale à 20 pour cent du montant correspondant aux prélèvements envisagés par le redevable dans sa demande d'autorisation.
  Le prélèvement entraîne la débition des provisions.
  Les provisions sont payables pour le 20 du mois qui suit chaque trimestre de l'année de prélèvement. ".
Art.76. Dezelfde afdeling 5 wordt aangevuld met een artikel D.282, luidend als volgt :
  "Art. D.282. De kohieren worden vastgesteld door de inspecteur-generaal van het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst en uitvoerbaar verklaard door de inspecteur-generaal van het Departement van de Onroerende en Milieufiscaliteit van het Operationeel Directoraat-generaal Fiscaliteit van de Waalse Overheidsdienst of door de ambtenaar die dit ambt uitoefent of door de door hem afgevaardigde ambtenaar.
  De Waalse Regering kan het eerste lid wijzigen in geval van wijziging van de structuur van de Waalse Overheidsdienst om de in het eerste lid bedoelde bevoegde ambtenaar aan te passen aan de nieuwe structuur.".
Art.76. Dans la même section 5, il est inséré un article D.282 rédigé comme suit :
  " Art. D.282. Les rôles sont arrêtés par l'inspecteur général du Département de l'Environnement et de l'Eau de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement du Service public de Wallonie et rendus exécutoires par l'inspecteur général du Département de la Fiscalité immobilière et environnementale de la Direction générale opérationnelle Fiscalité du Service public de Wallonie ou le fonctionnaire qui exerce cette fonction, ou par le fonctionnaire délégué par lui.
  Le Gouvernement wallon peut modifier l'alinéa 1er en cas de modification de structure du Service public de Wallonie, en vue d'adapter le fonctionnaire compétent visé à l'alinéa 1er à la nouvelle structure. ".
Art.77. Dezelfde afdeling 5 wordt aangevuld met een artikel D.283, luidend als volgt :
  "Art. D.283. De Regering bepaalt :
  1° de uitvoeringsmodaliteiten voor artikel D.281;
  2° de administratieve kosten, ten laste van de belastingplichtige, en overeenstemmend met de handelingen die het Operationeel Directoraat-generaal Fiscaliteit van de Waalse Overheidsdienst werkelijk heeft verricht i.v.m. de inning van de belastingen en de heffingen.".
Art.77. Dans la même section 5, il est inséré un article D.283 rédigé comme suit :
  " Art. D.283. Le Gouvernement détermine :
  1° les modalités d'exécution de l'article D.281;
  2° les frais administratifs, à charge du redevable, et correspondant aux prestations effectivement accomplies par la Direction générale opérationnelle Fiscalité du Service public de Wallonie relativement aux actes de recouvrement des contributions et des taxes. ".
Art.78. Hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 35, wordt aangevuld met een afdeling 6, luidend als volgt :
  "Afdeling 6. - Subsidies".
Art.78. Dans le chapitre II inséré par l'article 35, il est inséré une section 6 intitulée comme suit :
  " Section 6. - Subventions ".
Art.79. Afdeling 6, ingevoegd bij artikel 78, wordt aangevuld met een artikel D.284, luidend als volgt :
  "Art. D.284. De Regering kan de installatie van erkende zuiveringssystemen subsidiëren.
  De Regering kan de gemeente of de erkende saneringsinstelling betrekken bij de procedure van aanvraag en uitbetaling van de subsidie of bij het toezicht op de installatie van het erkende zuiveringssysteem. Ze bepaalt de vergoeding voor de door de gemeente of de erkende saneringsinstelling bewezen dienst. Ze stelt de modaliteiten voor de toekenning van de subsidies vast in het kader van het in artikel D.218 bedoelde algemene reglement.
Art.79. Dans la section 6 insérée par l'article 78, il est inséré un article D.284 rédigé comme suit :
  " Art. D.284. Le Gouvernement peut subventionner l'installation de systèmes d'épuration agréés.
  Le Gouvernement peut associer la commune ou l'organisme d'assainissement agréé à la procédure de demande et de liquidation du subside et au contrôle de l'installation du système d'épuration agréé. Il fixe la rémunération pour le service rendu par la commune ou par l'organisme d'assainissement agréé. Il établit les modalités de l'octroi des subventions dans le cadre du règlement général visé à l'article D.218. ".
Art.80. Dezelfde afdeling 6 wordt aangevuld met een artikel D.285, luidend als volgt :
  "Art. D.285. De Regering kan de installatie en de werking subsidiëren van controle en autocontrolesystemen die betrekking hebben op de lozingen van industrieel afvalwater en die voor de optimalisering van de wateropnemingen van de bedrijven moeten zorgen. Ze stelt de modaliteiten voor de toekenning van de subsidies vast.".
Art.80. Dans la même section 6, il est inséré un article D.285 rédigé comme suit :
  " Art. D.285. Le Gouvernement peut subventionner l'installation et le fonctionnement de dispositifs de contrôles, d'auto-surveillance portant sur les déversements d'eaux usées industrielles et assurant une optimisation des prélèvements d'eau des entreprises. Il établit les modalités d'octroi des subventions. ".
Art.81. In deel III, Titel II van boek II van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk III ingevoegd, met als opschrift:
  "HOOFDSTUK III. - Budgettaire bepalingen".
Art.81. Dans la partie III, Titre II du Livre II du même Code, il est inséré un chapitre III intitulé :
  " CHAPITRE III. - Dispositions budgétaires ".
Art.82. Hoofdstuk III, ingevoegd bij artikel 0, wordt aangevuld met een artikel D.286, luidend als volgt :
  "Art. D.286. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder "Fonds", het "Fonds pour la protection de l'Environnement "(Fonds voor de bescherming van het leefmilieu), afdeling "protection des eaux" (bescherming van de wateren) bedoeld in artikel D.170 van Boek I van het Milieuwetboek.
  De ontvangsten geïnd overeenkomstig de mechanismen tot terugwinning van de kosten veroorzaakt door de waterwinningen, door de lozingen van industrieel en huishoudelijk afvalwater en door landbouwactiviteiten alsook de verwijlinteresten verschuldigd door de belastingplichtigen bij gebrek aan betaling binnen de voorgeschreven termijnen, worden uitsluitend voor het "Fonds" bestemd.
  § 2. Het Fonds wordt bestemd voor de financiering van de opdrachten omschreven in de artikelen D.288, D.289 en D.291.".
Art.82. Dans le chapitre III inséré par l'article 0, il est inséré un article D.286 rédigé comme suit :
  " Art. D.286. § 1er. Pour l'application du présent chapitre, on entend par "Fonds", le Fonds pour la protection de l'Environnement, section "protection des eaux" visé à l'article D.170 du Livre Ier du Code de l'Environnement.
  Les recettes perçues en application des mécanismes visant à récupérer les coûts générés par les prises d'eau, par les déversements d'eaux usées industrielles et domestiques et par les activités agricoles ainsi que les intérêts de retard dus par les redevables à défaut de paiement dans les délais sont affectées exclusivement au Fonds.
  § 2. Le Fonds est affecté au financement des missions définies aux articles D.288, D.289 et D.291. ".
Art.83. Hetzelfde Hoofdstuk III wordt aangevuld met een artikel 287, luidend als volgt :
  "Art. D.287. Het Fonds wordt gefinancierd door:
  1° de opbrengst van de winningsheffing bedoeld in artikel D.255, § 1;
  2° de opbrengst van de bijdrage voor de winning van tot drinkwater verwerkbaar water bedoeld in artikel D.255, § 2;
  3° de opbrengst van de bijdrage voor de winning van niet tot drinkwater verwerkbaar grondwater bedoeld in artikel D.256;
  4° de opbrengst van de bijdrage voor de winning van niet tot drinkwater verwerkbaar oppervlaktewater bedoeld in artikel D.257;
  5° de opbrengst van de belasting op het lozen van industrieel afvalwater bedoeld in artikel D.260;
  6° de opbrengst van de belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater bedoeld in artikel 267;
  7° de opbrengst van de belasting op de milieubelasting veroorzaakt door de landbouwbedrijven bedoeld in artikel D.272;
  8° de boetes en verwijlinteresten m.b.t. de procedures bedoeld in afdeling 5 van hoofdstuk II van deze titel;
  9° de verloning van de kapitaalinbrengen van het Waalse Gewest aan de "S.W.D.E." en aan de "S.P.G.E.";
  10° de giften en alle andere toevallige ontvangsten die in verband staan met de uitoefening van de bevoegdheden van het Gewest op het gebied van de zuivering van het oppervlaktewater;
  11° de bijdragen van Belgische, buitenlandse of internationale instellingen aan uitgaven op het gebied van de bescherming van de watervoorraad;
  12° de terugbetaling van de terugvorderbare voorschotten die in toepassing van artikel D.21 werden toegekend;
  13° de bedragen geïnd krachtens de indeplaatsstelling bedoeld in artikel D.290 § 2;
  14° de krachtens artikel D. 290, § 3 terugbetaalde bedragen;
  15° de vrijwillige stortingen van de personen die niet onderworpen zijn aan de winningsheffing bedoeld in artikel D.255, § 1, 1° die zich onvoorwaardelijk richten naar de verplichtingen ontstaan uit de toepassing van de artikelen D.167, D.167bis, D.171, D.172 en D.175;
  16° de bijdragen van de natuurlijke of rechtspersonen van privaat of publiek recht waarvan de activiteiten de aard hebben om de schade bedoeld door dit hoofdstuk te veroorzaken of te verzwaren.
  Wat punt 16° betreft, bepaalt de Regering het deel van iedere categorie van inkomsten en de onderwerpingscriteria, de modaliteiten van bijdrage van de ondernemingen ten gunste van het Fonds en de modaliteiten van invordering van de bijdragen.".
Art.83. Dans le même chapitre III, il est inséré un article D.287 rédigé comme suit :
  " Art. D.287. Le Fonds est alimenté par :
  1° le produit de la taxe de prélèvement visée à l'article D.255, § 1er;
  2° le produit de la contribution de prélèvement sur l'eau potabilisable visée à l'article D.255, § 2;
  3° le produit de la contribution de prélèvement sur l'eau souterraine non potabilisable visée à l'article D.256;
  4° le produit de la contribution de prélèvement sur l'eau de surface non potabilisable visée à l'article D.257;
  5° le produit de la taxe sur le déversement des eaux usées industrielles visée à l'article D.260;
  6° le produit de la taxe sur le déversement des eaux usées domestiques visée à l'article 267;
  7° le produit de la taxe sur la charge environnementale générée par les exploitations agricoles visée à l'article D.272;
  8° les amendes et les intérêts de retard afférant aux procédures visées à la section 5 du chapitre II du présent titre;
  9° les rémunérations des apports en capitaux faits par la Région wallonne à la S.W.D.E. et à la S.P.G.E.;
  10° les libéralités et toutes autres recettes occasionnelles qui se rattachent à l'exercice des compétences de la Région en matière d'épuration des eaux de surface;
  11° les contributions d'organismes belges, étrangers ou internationaux, à des dépenses en vue de la protection de la ressource en eau;
  12° le remboursement des avances récupérables accordées en application de l'article D.21;
  13° les sommes perçues en vertu de la subrogation visée à l'article D. 290, § 2;
  14° les sommes remboursées en vertu de l'article D. 290, § 3;
  15° les versements volontaires des personnes non soumises à la taxe de prélèvement visée à l'article D.255, § 1er, 1° qui se conforment de manière inconditionnelle aux obligations nées de l'application des articles D.167, D.167bis, D.171, D.172 et D.175;
  16° les contributions des personnes physiques ou morales de droit privé ou de droit public, dont les activités sont de nature à causer ou à aggraver des dommages visés par le présent chapitre.
  En ce qui concerne le 16°, le Gouvernement arrête la part de chaque catégorie de ressources et les critères d'assujettissement, les modalités de contribution des entreprises en faveur du Fonds et les modalités de perception des contributions. ".
Art.84. Hetzelfde Hoofdstuk III wordt aangevuld met een artikel 287, luidend als volgt :
  "Art. D.288. § 1. De opbrengst van de belasting op het lozen van industrieel afvalwater bedoeld in artikel D.260 en de opbrengst van de belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater bedoeld in artikel D.267, zijn voor 95 percent voor de "S.P.G.E." bestemd.
  § 2. De ontvangsten van het Fonds worden aangewend in het kader van opdrachten betreffende de bescherming van het grondwater, namelijk:
  1° de door de milieuvergunninghouders binnen de preventiezone getroffen maatregelen zoals :
  a) studies;
  b) de nodige werken voor de bescherming van de zone;
  c) de in artikel D.174 bedoelde vergoedingen;
  d) de werken voor de bestrijding van toevallige vervuilingen binnen de preventiezone;
  2° de nodige studies voor het afbakenen van toezichtszones;
  3° de vergoedingen voor werken die particulieren uitvoeren om watervervuiling te voorkomen;
  4° de werken voor de bestrijding van toevallige vervuilingen in de toezichtszones;
  5° de maatregelen inzake toezicht en controle op het voor menselijke consumptie bestemde water;
  6° de systemen voor het toezicht en de controle op de grondwatervoorraden;
  7° het beheer en de verbetering van de kwaliteit en de kwantiteit van het tot drinkwater verwerkbare water dat beschikbaar is;
  8° het beheer en een rationeler gebruik van het grondwater;
  9° de studies en de uitvoering van werken die een einde moeten maken aan de overexploitatie van bepaalde waterlagen;
  10° de inventarisatie van de grondwatervoorraden van het Gewest en een lijst van de bestaande waterwinningen;
  11° de aankoop van onroerende goederen binnen de preventiezones;
  12° de getroffen maatregelen voor de terugwinning van het uitgepompte water;
  13° de werken voor de bescherming van het grondwater;
  Wat de toepassing van de artikelen D.167, D.169, D.171 tot D.176, D. 255, betreft, verleent het Fonds zijn tegemoetkoming:
  1° op basis van programma's voorgelegd door producenten van tot drinkwater verwerkbaar water en goedgekeurd door de Regering;
  2° op basis van het door de Regering vastgestelde programma.
  § 3. De ontvangsten van het Fonds worden ook aangewend voor de uitgaven i.v.m. de uitvoering van de volgende opdrachten:
  1° de beschermingsmaatregelen waarbij wordt voldaan aan de algemene immissienormen in de zones van tot drinkwater verwerkbaar water;
  2° het uitwerken en het uitvoeren van actieprogramma's voor kwetsbare zones;
  3° de inning en de invordering van de belastingen en heffingen;
  4° de administratieve behandeling van de door het Gewest overeenkomstig de artikelen D.3, D.13, D.167, D.169, D.171 tot D.176, D.252, D.254 tot D.283 ingediende dossiers;
  5° de maatregelen inzake toezicht en de dringende maatregelen bedoeld in artikel D.19;
  6° de maatregelen die nodig zijn om de doelstellingen bedoeld in artikel D.22 te bereiken en die o.a. betrekking hebben op de huishoudens, bedrijven en landbouw;
  7° het opmaken van het bewakingsprogramma, het maatregelenprogramma en het beheersplan voor de stroomgebieden, zoals bedoeld in de artikelen D.19, D.23 en D.24;
  8° de maatregelen ter bestrijding van de overstromingen;
  9° de financiering van de participaties ten gunste van het Waalse Gewest in het kapitaal van de "S.W.D.E." en in het kapitaal van de "S.P.G.E", waarop ingetekend is door het Waalse Gewest;
  10° het opstellen van statistieken waartoe krachtens artikel D.165 werd besloten;
  11° het toezicht op de staat van het oppervlaktewater waarin voorzien is bij artikel D.20;
  12° het opsporen, het vaststellen en het vervolgen van de overtredingen, krachtens de artikelen D.392 tot D.406;
  13° de installatie van erkende zuiveringssystemen en de uitgaven om de controle ervan uit te voeren krachtens artikel D.284;
  14° de subsidies bedoeld in artikel D.178;
  15° de betaling als tegenprestatie voor de opdrachten en verbintenissen die de "S.P.G.E." en de "S.W.D.E" krachtens het beheerscontract hebben overgenomen;
  16° de kosten voor de werking van de wetenschappelijke en technische Waterdienst bedoeld in artikel D.179;
  17° de in artikel D.21 bedoelde terugvorderbare voorschotten;
  18° de bezoldiging van de door de Regering aangewezen deskundigen om haar bij te staan in de functies die zij moet vervullen krachtens het Waterwetboek en krachtens artikel 81 van de speciale wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen indien het gaat om de onderhandeling over internationale akkoorden betreffende één van de doelstellingen van dit hoofdstuk;
  19° de bijdrage tot het "Fonds de solidarité internationale pour l'eau" (Internationaal solidariteitsfonds voor water);
  20° de "infrasts" bedoeld in artikel D.285.;
  21° de betaling als tegenprestatie voor de opdrachten toevertrouwd aan de operatoren van de watersector.
  22° de subsidies aan de "S.W.D.E." om haar openbare opdrachten te vervullen.".
Art.84. Dans le même chapitre III, il est inséré un article D.288 rédigé comme suit :
  " Art. D.288. § 1er. Le produit de la taxe sur le déversement des eaux usées industrielles visée à l'article D.260 et du produit de la taxe sur le déversement des eaux usées domestiques visée à l'article D. 267, sont affectées à 95 pour cent à la S.P.G.E.
  § 2. Les recettes du Fonds sont affectées à la réalisation des missions visant à assurer la protection des eaux souterraines, notamment :
  1° les actions entreprises par les titulaires de permis dans la zone de prévention, telles que :
  a) les études;
  b) les travaux indispensables à la protection de la zone;
  c) les indemnisations prévues à l'article D.174;
  d) les travaux destinés à lutter contre des pollutions accidentelles dans les zones de prévention;
  2° les études nécessaires à la délimitation des zones de surveillance;
  3° les indemnisations de travaux faits par les particuliers en vue d'éviter la pollution des eaux;
  4° les travaux destinés à lutter contre les pollutions accidentelles dans les zones de surveillance;
  5° les mesures de surveillance et de contrôle des eaux destinées à la consommation humaine;
  6° les systèmes de surveillance et de contrôle des ressources en eau souterraine;
  7° la gestion et l'amélioration de la qualité et de la quantité de l'eau potabilisable disponible;
  8° la gestion et l'amélioration de l'utilisation rationnelle de l'eau souterraine;
  9° les études et la réalisation des travaux destinés à remédier à la surexploitation de certaines nappes aquifères;
  10° le recensement des ressources aquifères de la Région et l'inventaire des prises d'eau existantes;
  11° l'acquisition de biens immeubles au sein des zones de prévention;
  12° les actions entreprises en vue de récupérer les eaux d'exhaure;
  13° les travaux destinés à préserver les eaux souterraines.
  Pour ce qui concerne l'application des articles D.167, D.169, D.171 à D.176, D. 255, le Fonds intervient selon les modalités suivantes :
  1° sur la base des programmes proposés par les producteurs d'eau potabilisable et approuvés par le Gouvernement;
  2° sur la base du programme défini par le Gouvernement.
  § 3. Les recettes du Fonds sont affectées également aux dépenses inhérentes à la réalisation des missions suivantes :
  1° la prise des mesures de protection destinées à assurer le respect des normes générales d'immission dans les zones d'eaux potabilisables;
  2° l'élaboration et la mise en oeuvre des programmes d'actions dans les zones vulnérables;
  3° la perception et le recouvrement des contributions et des taxes;
  4° le traitement administratif des dossiers introduits, en application des articles D.3, D.13, D.167, D.169, D.171 à D.176, D.252, D.254 à D. 283, par la Région;
  5° les mesures de surveillance et les mesures d'urgence visées à l'article D.19;
  6° les mesures nécessaires pour atteindre les objectifs visés à l'article D.22 touchant notamment le secteur des ménages, le secteur industriel et le secteur agricole;
  7° l'élaboration des programmes de surveillance et de mesures et du plan de gestion de bassin hydrographique, visés aux articles D.19, D.23 et D.24;
  8° les mesures destinées à lutter contre les inondations;
  9° le financement de prises de participation au profit de la Région wallonne dans le capital de la S.W.D.E. et dans le capital de la S.P.G.E. souscrites par la Région wallonne;
  10° l'établissement de statistiques, décidé en vertu de l'article D.165;
  11° la surveillance de l'état des eaux de surface prévue par l'article D.20;
  12° la recherche, à la constatation et à la poursuite des infractions, en vertu des articles D.392 à D.406;
  13° l'installation des systèmes d'épuration agréés et les dépenses en vue d'exercer leurs contrôles en vertu de l'article D.284;
  14° les subventions prévues par l'article D.178;
  15° la rétribution en contrepartie des missions et engagements repris par la S.P.G.E. et par la S.W.D.E en vertu du contrat de gestion;
  16° les frais de fonctionnement du service scientifique et technique de l'eau visé à l'article D.179;
  17° les avances récupérables prévues à l'article D.21;
  18° la rémunération des experts désignés par le Gouvernement pour l'assister dans les fonctions qu'il remplit en vertu du Code de l'Eau et en vertu de l'article 81 de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles s'il s'agit de la négociation d'accords internationaux relatifs à l'un des objets du présent chapitre;
  19° la contribution au Fonds de solidarité internationale pour l'eau;
  20° les infrasts prévues à l'article D.285.;
  21° la rétribution en contrepartie de missions confiées aux opérateurs du secteur de l'eau.
  22° les subventions à la S.W.D.E. pour remplir ses missions de service public. ".
Art.85. Hetzelfde Hoofdstuk III wordt aangevuld met een artikel 289, luidend als volgt :
  "Art. D.289. § 1. Het Fonds heeft onder meer als opdracht het herstel van schade veroorzaakt door grondwaterwinningen en oppompingen.
  § 2. De Waalse Regering kan, ten laste van het Fonds, binnen de voorwaarden en de perken van de artikelen D.210 tot D.215 en D.289 tot D.291, voorschotten toekennen in de gevallen van schade bedoeld in artikel D210, alsook voorschotten voor de financiering van de studies en expertises nodig voor de vaststelling en de evaluatie van de schade.
  § 3. De uitgaven verbonden aan de uitvoering van de maatregelen en de algemene studies met het oog op het voorkomen en het beperken van de schade bedoeld in artikel D.210, kunnen bovendien aangerekend worden op het Fonds.
  Deze studies die, onder andere, betrekking hebben op belangrijke toekomstige en bestaande grondwaterwinningen, dienen als basis voor elke expertise die opgesteld wordt in geval van een verzoek tot vergoeding.
  § 4. De Regering mag de grenzen, de modaliteiten en de voorwaarden voor de uitoefening van de in de paragrafen 1 tot 3 bedoelde opdrachten nader bepalen.
  § 5. Het "Fonds wallon d'avances pour la reparation des dommages provoqués par les prises et pompages d'eau souterraine" (Waals fonds van voorschotten voor het herstel van schade veroorzaakt door grondwaterwinning en -oppomping), bedoeld in artikel D.325 van het Waterwetboek gecoördineerd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2005 betreffende Boek II van het Milieuwetboek, vervalt.
  § 6. Het Gewest verzekert de verplichtingen van het Nationaal Fonds voor voorschotten opgericht bij artikel 7 van de wet van 10 januari 1977 houdende regeling van de schadeloosstelling voor schade veroorzaakt door het winnen en het pompen van grondwater.
  § 7. De ten voordele van het Waals Fonds voor voorschotten toegekende wettelijke hypotheken worden van rechtswege overgedragen naar het Waalse Gewest.
  § 8. De Regering kan de krachtens dit artikel genomen hypotheken opheffen voor zover een gelijkwaardige zekerheid ten gunste van het Waalse Gewest wordt gesteld.
  § 9. De ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst die eerder aangewezen werden om de werking van het Waals fonds van voorschotten te verzekeren, zijn belast met de uitbetaling van dit Fonds.
  § 10. De tegoeden van het Waals Fonds van voorschotten voor het herstel van schade veroorzaakt door grondwaterwinningen en pompingen worden overgedragen aan het Gewest en aangewend in het Fonds voor Milieubescherming, afdeling " waterbescherming ", bedoeld in artikel 170 van Boek I van het Milieuwetboek.".
Art.85. Dans le même chapitre III, il est inséré un article D.289 rédigé comme suit :
  " Art. D.289. § 1er Le Fonds a en outre comme mission la réparation des dommages provoqués par les prises et pompages d'eau souterraine.
  § 2. Le Gouvernement wallon peut consentir, à charge du Fonds, dans les conditions et les limites des articles D.210 à D.215 et D.289 à D.291, des avances dans les cas de dommages visés à l'article D.210, ainsi que des avances pour le financement d'études et d'expertises nécessaires à la constatation et à l'évaluation des dommages.
  § 3. En outre, peuvent être imputées à charge du Fonds les dépenses relatives à l'exécution de mesures et d'études générales en vue de prévenir et de limiter les dommages visés à l'article D.210.
  Les études, qui ont notamment trait à d'importantes prises d'eau souterraine projetées ou existantes, servent de base à toute expertise qui est établie lors d'une demande d'indemnisation.
  § 4. Le Gouvernement peut préciser les limites, les modalités et les conditions dans lesquelles sont exercées les missions prévues aux paragraphes 1 à 3.
  § 5. Le Fonds wallon d'avances pour la réparation des dommages provoqués par les prises et pompages d'eau souterraine, visé à l'article D.325 du Code de l'Eau coordonné par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 mars 2005 relatif au livre II du Code de l'Environnement est supprimé.
  § 6. La Région assure les obligations du Fonds national d'avances créé par l'article 7 de la loi du 10 janvier 1977 organisant la réparation des dommages causés par des prises et des pompages d'eau souterraine.
  § 7. Les hypothèques légales accordées en faveur du Fonds wallon d'avances sont transférées de plein droit à la Région wallonne.
  § 8. Le Gouvernement peut donner mainlevée des hypothèques prises en vertu du présent article pour autant que soit constituée au profit de la Région wallonne une sûreté équivalente.
  § 9. Les agents du Service public de Wallonie qui ont été désignés précédemment par le Gouvernement pour assurer le fonctionnement du Fonds wallon d'avances, sont chargés de procéder à la liquidation dudit Fonds.
  § 10. Les avoirs du Fonds wallon d'avances pour la réparation des dommages provoqués par les prises et les pompages d'eau souterraine sont transférés à la Région et affectés au Fonds pour la protection de l'Environnement, section " protection des eaux ", visé à l'article D.170 .du Livre Ier du Code de l'Environnement. ".
Art.86. Hetzelfde Hoofdstuk III wordt aangevuld met een artikel 290, luidend als volgt :
  "Art. D.290. § 1. In het geval dat een dagvaarding in rechte ingeleid wordt overeenkomstig artikel D.212, kan een voorschot worden toegekend naar billijkheid indien een beknopt onderzoek het bestaan van een relatie tussen de schade, de daling van de grondwaterlaag en de waterwinning of pomping heeft aangetoond.
  § 2. Het Waalse Gewest wordt in de rechten en rechtsvorderingen van de benadeelde persoon gesubrogeerd ten belope van het volledige voorschot en gaat over, ten laste van het Fonds, tot invordering van haar voorschotten.
  § 3. De begunstigde van het voorschot wiens rechtsvordering bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing verworpen werd, moet het voorschot terugbetalen.".
Art.86. Dans le même chapitre III, il est inséré un article D.290 rédigé comme suit :
  " Art. D.290. § 1er. Au cas où une citation en justice est introduite comme prévu à l'article D.212, une avance peut être consentie en équité lorsqu'une enquête sommaire a établi l'existence d'une relation entre le dommage, l'abaissement de la nappe aquifère souterraine et la prise ou le pompage d'eau.
  § 2. La Région wallonne est subrogée aux droits et aux actions en justice de la personne lésée jusqu'à concurrence de l'avance liquidée et procède, à charge du Fonds, au recouvrement de ses débours.
  § 3. Le bénéficiaire de l'avance débouté de son action en justice par une décision coulée en force de chose jugée est tenu de rembourser l'avance, sans intérêt. ".
Art.87. Hetzelfde Hoofdstuk III wordt aangevuld met een artikel D.330-1, luidend als volgt :
  "Art. D.330-1. Het bedrag van de belastingen, retributies en bijdragen bedoeld in dit Wetboek wordt jaarlijks op 1 januari automatisch en van rechtswege geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen dat zes weken vóór de datum van de indexering van kracht is.".
Art.87. Dans le même chapitre III, il est inséré un article D.330-1 qui est rédigé comme suit :
  " Art. D.330-1. Au 1er janvier de chaque année, le montant des taxes, redevances et contributions prévues par le présent Code est automatiquement et de plein droit indexé sur la base de l'indice des prix à la consommation en vigueur six semaines avant la date de l'indexation. ".
Art.88. Artikel D.332 van Boek II van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 7 november 2007, wordt gewijzigd als volgt :
  1° in paragraaf 2 wordt een punt 7° ingevoegd, luidend als volgt :
  "7° alle verrichtingen die betrekking hebben op het beheer van industrieel afvalwater uitvoeren of laten uitvoeren.";
  2° punt 7° wordt aangevuld met de volgende paragrafen 3 en 4:
  " § 3. De Regering kan de "S.P.G.E." ermee belasten werken uit te voeren voor de bescherming van bepaalde winningen wanneer deze nodig blijken te zijn en voor zover ze in de in § 2 bedoelde programma's niet worden vermeld en voorgesteld door de producenten.
  § 4. De Regering kan de "S.P.G.E." ook ermee belasten elk onderzoek uit te voeren met het oog op :
  1° het opmaken van een model van dagboek voor de uitbating van de waterproductie, dat de belastingplichtigen moeten bijhouden;
  2° het opmaken van een model van een jaarlijks technisch verslag, dat de belastingplichtigen binnen een bepaalde termijn aan de Administratie en aan de "S.P.G.E." moeten overmaken;
  3° het bepalen van de regels voor het voeren van een gepaste boekhouding;
  4° het bepalen van de regels en criteria waardoor de productiekosten kunnen worden beperkt;
  5° het bepalen van de regels voor een grotere doorzichtigheid van de kosten die voortvloeien uit de kostprijs van het geproduceerde water.".
Art.88. A l'article D.332 du Livre II du même Code, modifié par le décret du 7 novembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, un 7° est inséré et rédigé comme suit :
  " 7° de réaliser ou faire réaliser toutes les opérations liées à la gestion des eaux usées industrielles. ";
  2° les paragraphes 3 et 4 rédigés comme suit le complètent :
  " § 3. Le Gouvernement peut charger la S.P.G.E. de réaliser des travaux de protection des captages déterminés lorsque ceux-ci s'avèrent nécessaires et pour autant qu'ils ne soient pas inscrits dans les programmes visés au paragraphe 2 et proposés par les producteurs.
  § 4. De même, le Gouvernement peut investir la S.P.G.E. de réaliser toute étude qui permettra d'établir :
  1° un modèle de journal d'exploitation de production d'eau, à tenir par les redevables;
  2° un modèle de rapport technique annuel, à transmettre par les redevables à l'Administration, et à la S.P.G.E. dans un délai fixé;
  3° les règles de tenue d'une comptabilité appropriée;
  4° les règles et critères permettant de limiter les coûts de production;
  5° les règles visant à assurer une plus grande transparence des coûts qui composent le prix de revient de l'eau produite. ".
Art.89. In deel III, Titel III, hoofdstuk I van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt wordt een artikel D.342bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D342bis. Indien de houders van waterwinningsvergunningen in het Waalse Gewest de verplichtingen vermeld in artikel D.255, § 1, niet vervullen, worden deze vervuld door de bevoegde overheden om hun opdrachten van openbare dienst voort te zetten en om zich te houden aan de verplichtingen vermeld in artikel D.255, § 1.
  Als de bevoegde overheden de verplichtingen niet vervullen, worden ze dan tot dezelfde doeleinden door de bevoegde overheden of het Waalse Gewest vervuld. De bedragen ten laste van wanbetalende houders van waterwinningen worden door het Waalse Gewest teruggevorderd.".
Art.89. Dans la partie III, Titre III, chapitre I du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau, il est inséré un article D.342bis rédigé comme suit :
  " Art. D342bis. A défaut pour les titulaires d'autorisation de prises d'eau situés en Région wallonne de remplir les obligations énoncées à l'article D.255, § 1er, les autorités compétentes s'y substituent aux fins de poursuivre les missions de service public qui leur incombent et de se conformer aux obligations mentionnées à l'article D.255, § 1er.
  A défaut d'exécution des obligations de ces dernières, les autorités compétentes ou la Région wallonne s'y substituent aux mêmes fins. La Région wallonne récupère les montants à charge des titulaires de prises d'eau défaillants. ".
Art.90. In artikel D.406 van hetzelfde Wetboek, vervangen door het decreet van 27 oktober 2011, worden de woorden "D.275 tot D.313 en D.318" vervangen door de woorden "D.252 tot D.283".
Art.90. A l'article D.406 du même Code, remplacé par le décret du 27 octobre 2011, les mots " D.275 à D.313 et D.318" sont remplacés par les mots "D.252 à D.283".
Art.91. Hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een artikel D.406-1, luidend als volgt :
  "Art. D.406-1. De Regering kan de personeelsleden van de "Société publique de gestion de l'eau" (S.P.G.E.) en van de erkende saneringsinstellingen aanwijzen die belast zijn met de controle op de naleving van de bepalingen inzake sanering bepaald bij dit Wetboek.".
Art.91. Dans le même Code, il est inséré un article D.406-1 rédigé comme suit :
  " Art. D.406-1. Le Gouvernement peut désigner les agents de la Société publique de gestion de l'eau (S.P.G.E.) et des organismes d'assainissement agréés chargés de contrôler le respect des dispositions en matière d'assainissement prévues par le présent Code. ".
Art.92. Hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een artikel D.406-2, luidend als volgt :
  "Art. D.406-2. Er wordt tussen de Administratie en de "Société publique de gestion de l'eau" (S.P.G.E.) een inspectie- en controleprotocol voor het lozen van industrieel afvalwater opgesteld. ".
Art.92. Dans le même Code, il est inséré un article D.406-2 rédigé comme suit :
  " Art. D.406-2. Un protocole d'inspection et de contrôle des rejets des eaux usées industrielles est établi entre l'Administration et la Société publique de Gestion de l'Eau (S.P.G.E.). ".
Art.93. In artikel D.407, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 5 juni 2008, wordt het getal "0,0250" vervangen door het getal "0,050".
Art.93. A l'article D.407 du même Code, modifié par le décret du 5 juin 2008, le nombre " 0,0250" est remplacé par le nombre "0,050".
Art.94. De bijlagen I tot III bij hetzelfde Wetboek worden vervangen door de bij dit decreet gevoegde bijlagen I tot III.
Art.94. Les annexes Ière à III du même Code sont remplacées par les annexes Ire à III jointes au présent décret.
Art.95. Artikel 17bis, § 2, tweede lid, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen, laatst gewijzigd bij het decreet van 28 november 2013, wordt aangevuld als volgt :
  "- de belastingen en bijdragen bedoeld in artikel D. 278, § 1 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, als gevolg van een stopzetting van de activiteiten;
  - de driemaandelijkse voorschotten betreffende de winningsheffingen en de belastingen op de waterwinningen bij niet-betaling binnen de termijn bepaald in artikel D.281 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.".
Art.95. L'article 17bis, § 2, alinéa 2, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes, modifié en dernier lieu par le décret du 28 novembre 2013, est complété par ce qui suit :
  " - les taxes et contributions visées à l'article D.278, § 1er du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau suite à une cessation d'activités;
  - les provisions trimestrielles afférentes aux taxes de prélèvements et contributions sur les prises d'eau en cas de non-paiement dans le délai fixé à l'article D.281 du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau. ".
Art.96. In artikel 23, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 10 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "alsook de belastingen en voorschotten bedoeld in artikel 17bis, § 2, tweede lid, zevende en achtste streepje" worden ingevoegd tussen de woorden "en de Waalse belasting op het achterlaten van afval bedoeld in artikel 17bis, § 2, tweede lid, vierde streepje" en de woorden "zijn opeisbaar op de datum waarop het kohier uitvoerbaar is verklaard";
  2° de woorden " in artikel 17bis, § 2, tweede lid, eerste en tweede streepje" worden vervangen door de woorden "in artikel 17bis, § 2, tweede lid, eerste, tweede, zevende en achtste streepje".
Art.96. A l'article 23, § 1er, alinéa 1er, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 10 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " ainsi que les taxes et provisions visées à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, septième et huitième tirets " sont insérés entre les mots " et la taxe wallonne sur l'abandon de déchets visée à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, quatrième tiret " et les mots " sont exigibles à la date à laquelle le rôle a été rendu exécutoire ";
  2° les mots " à l'article 17 bis, § 2, alinéa 2, premier et deuxième tirets " sont remplacés par les mots " à l'article 17bis, § 2, alinéa 2, premier, deuxième, septième et huitième tirets ".
Art.97. In artikel 63, § 2, 1°, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 11 april 2014, worden de woorden "en voor de belastingen en winningsbijdragen bedoeld in hoofdstuk II van titel II van deel III van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt" ingevoegd tussen de woorden "voor de belastingen op afval" en "krijgt de belastingplichtige".
Art.97. A l'article 63, § 2, 1°, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 11 avril 2014, les mots " et pour les taxes et contributions de prélèvement visées au chapitre II du titre II de la partie III du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau " sont insérés entre les mots " taxes sur les déchets " et " en cas de rectification ".
Art.98. In artikel 1, A, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut worden de woorden "Waals Fonds voor voorschotten voor de schadeloosstelling voor schade veroorzaakt door het winnen en het pompen van grondwater" opgeheven.
Art.98. A l'article 1er, A, de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, les mots " Fonds wallon d'avances pour la réparation des dommages provoqués par les prises et pompages d'eau souterraine " sont abrogés.
Art.99. Artikel 47 van de hypotheekwet van 16 december 1851 wordt aangevuld met het volgende lid :
  "Ten voordele doch op kosten van het Waalse Gewest wordt een wettelijke hypotheek op de zakelijke rechten toegekend aan de eigenaars aan wie het Waalse Gewest voorschotten voor die rechten heeft gestort overeenkomstig artikel D.289 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.".
Art.99. L'article 47 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Il est accordé en faveur mais aux frais de la Région wallonne une hypothèque légale sur les droits immobiliers aux titulaires desquels la Région wallonne a versé des avances pour ces droits en application de l'article D.289 du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau. ".
Art.100. Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2015. Ze is van toepassing op basis van de winningen en lozingen uitgevoerd in 2014.
  In afwijking van het eerste lid, treedt artikel D.260, § 2 en § 3, van Boek II van het Milieuwetboek, ingevoegd bij artikel 51, in werking op een door de Waalse Regering bepaalde datum.
  [1 De onderneming die industrieel afvalwater loost en die vóór 1 januari 2019 een speciale dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met een exploitant van een openbare saneringsinfrastructuur of de "S.P.G.E.", is vrijgesteld van de betaling van de belasting op de lozingen van industrieel afvalwater; zij blijft gebonden aan deze overeenkomst voor een periode van vijf jaar vanaf 1 januari 2019 vooraleer zij een contract voor industriële saneringsdiensten met de "S.P.G.E." sluit.
   De onderneming blijft genieten van de saneringsdienst onder de voorwaarden van deze specifieke overeenkomst.]1

  
Art.100. La présente section entre en vigueur le 1er janvier 2015. Elle s'applique sur base des prélèvements et déversements effectués en 2014.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article D.260, § 2 et § 3, du Livre II du Code de l'Environnement inséré par l'article 51 entre en vigueur à une date déterminée par le Gouvernement wallon.
  [1 L'entreprise déversant des eaux usées industrielles et ayant conclu, avant le 1er janvier 2019, une convention particulière de service avec un exploitant d'une infrastructure publique d'assainissement ou la S.P.G.E. est exonérée de paiement de la taxe sur les déversements d'eaux usées industrielles; elle reste liée à cette convention durant cinq ans à dater du 1er janvier 2019 avant de conclure un contrat de service d'assainissement industriel avec la S.P.G.E.
   L'entreprise continue de bénéficier du service d'assainissement aux conditions de cette convention particulière.]1

  
Afdeling 3. - Wijzigingen in het decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer
Section 3. - Modifications apportées au décret du 5 décembre 2008 relatif à la gestion des sols
Art.101. Het decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer, laatst gewijzigd bij het decreet van 24 april 2014, wordt aangevuld met een artikel 17bis, luidend als volgt :
  "Art. 17bis. § 1. De Administratie verstrekt bij aangetekend schrijven of per email een eensluidend verklaard uittreksel van de databank betreffende de toestand van de bodems aan elke persoon die erom verzoekt.
  Het eensluidend verklaard uittreksel wordt bij aangetekend schrijven of per email verstrekt mits betaling van een dossiersrecht gestort aan het "Fonds pour la protection de l'Environnement "(Fonds voor de bescherming van het leefmilieu), "section Protection des sols" (afdeling Bodembescherming), bedoeld in artikel D.170, § 1, van Boek I van het Milieuwetboek.
  De regering bepaalt de geldigheidsduur, de modaliteiten voor de aanvraag en de afgifte van het eensluidend verklaard uittreksel van de databank betreffende de toestand van de bodems alsook de modaliteiten voor de inning van de dossiersrechten.
  De eensluidend verklaarde uittreksels worden individueel verstrekt per al dan niet gekadastreerd perceel.
  In het geval dat de databank betreffende de toestand van de bodems geen enkel gegeven bevat voor het betrokken perceel, wordt dit uitdrukkelijk vermeld in het eensluidend verklaard uittreksel van de databank.
  § 2. Het bedrag van het dossiersrecht voor de afgifte van het eensluidend verklaard uittreksel bedraagt vijftig euro indien het elektronisch wordt afgegeven en zestig euro indien het bij aangetekend schrijven wordt afgegeven.
  Voor de terreinen zonder kadastergegevens is het bedrag van het dossiersrecht vastgelegd op tweehonderd euro per kadastrale sectie of, bij gebrek, per kadastrale afdeling, per eensluidend verklaard uittreksel van de databank betreffende de toestand van de bodems via de elektronische weg. Indien het eensluidend verklaard uittreksel per aangetekend schrijven wordt afgegeven, bedraagt de vergoeding tweehonderd vijftig euro.
  In afwijking van het eerste lid, wanneer de aanvraag betrekking heeft op meer dan vijftig gemene percelen, al dan niet gekadastreerd, wordt het bedrag van het dossiersrecht forfaitair vastgelegd op tweehonderd vijftig euro.
  § 3. Vanaf 1 januari 2017 wordt het bedrag van het dossiersrecht zoals bedoeld in paragraaf 1, om de twee jaar automatisch en van rechtswege geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen dat zes weken vóór de datum van de indexering van kracht is. Het geïndexeerd bedrag wordt afgerond naar de hogere eenheid en wordt meegedeeld op de Internetsite "Portail environnement de Wallonie.".
Art.101. Dans le décret du 5 décembre 2008 relatif à la gestion des sols, modifié en dernier lieu par le décret du 24 avril 2014, il est inséré un article 17bis rédigé comme suit :
  " Art. 17bis. § 1er. L'Administration délivre un extrait conforme de la banque de données de l'état des sols à toute personne qui en fait la demande, par recommandé ou par voie électronique.
  L'extrait conforme est délivré, par recommandé ou par voie électronique, moyennant paiement d'un droit de dossier versé au Fonds pour la Protection de l'Environnement, section " Protection des sols ", visé à l'article D.170, § 1er, du Livre Ier du Code de l'Environnement.
  Le Gouvernement fixe la durée de validité, les modalités de demande et de délivrance de l'extrait conforme de la banque de données de l'état des sols ainsi que les modalités de perception des droits de dossier.
  Les extraits conformes seront délivrés individuellement par parcelle cadastrée ou non cadastrée.
  Dans le cas où la banque de données de l'état des sols ne contient pour la parcelle concernée aucune information, l'extrait conforme de la banque de données de l'état des sols le mentionne explicitement.
  § 2. Le montant du droit de dossier pour la délivrance de l'extrait conforme est de cinquante euros par s'il est délivré par voie électronique et de soixante euros s'il est délivré par voie recommandée.
  Pour les terrains sans références cadastrale, le montant du droit de dossier est fixé à deux cents euros par section cadastrale ou, à défaut, par division cadastrale, par extrait conforme de la banque de données de l'état des sols par voie électronique. Si l'extrait conforme est délivré par voie recommandée, le montant de la rétribution s'élève à deux cent cinquante euros.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsque la demande porte sur plus de cinq parcelles mitoyennes cadastrées ou non cadastrées, le montant du droit de dossier est forfaitairement fixé à deux cent cinquante euros.
  § 3. A partir du 1er janvier 2017, le montant du droit de dossier tel que visé au paragraphe 2 est, tous les deux ans, automatiquement et de plein droit indexé sur la base de l'indice des prix à la consommation en vigueur six semaines avant la date de l'indexation. Le montant indexé est arrondi à l'unité supérieure et est communiqué sur le site internet Portail environnement de Wallonie. ".
Art.102. Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 69bis, luidend als volgt :
  "Art. 69bis. § 1. Een dossiersrecht, waarvan de opbrengst integraal aan het "Fonds pour la protection de l'environnement, section Protection des sols" gestort wordt en dat de administratieve kosten dekt, wordt ten laste van elke natuurlijke of rechtspersoon geheven wegens de indiening van een studie, project of beroep.
  Het dossierrecht wordt vastgesteld als volgt.
  1° 500 euro voor een saneringsproject;
  2° 250 euro voor een karakteriseringsonderzoek of een studie waarbij een oriëntatieonderzoek met een karakteriseringsonderzoek gecombineerd word;
  3° 150 euro voor een oriëntatieonderzoek of een eindevaluatie;
  4° 50 euro voor een beroep.
  Het dossiersrecht is verschuldigd op de datum waarop de aanvraag of het beroep ingediend wordt.
  De Regering bepaalt de modaliteiten voor de inning van de dossiersrechten.
  § 2. Vanaf 1 januari 2017 wordt het bedrag van het dossiersrecht zoals bedoeld in paragraaf 1, om de twee jaar automatisch en van rechtswege geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen dat zes weken vóór de datum van de indexering van kracht is. Het geïndexeerd bedrag wordt afgerond naar de hogere eenheid en wordt meegedeeld op de website "Portail environnement de Wallonie.".
Art.102. Dans le même décret, il est inséré un article 69bis rédigé comme suit :
  " Art. 69bis. § 1er. Un droit de dossier dont le produit est intégralement versé au Fonds pour la Protection de l'Environnement, section " Protection des sols " et couvrant les frais administratifs est levé à charge de toute personne physique ou morale en raison de l'introduction d'une étude, d'un projet ou d'un recours.
  Le droit de dossier est fixé comme suit :
  1° 500 euros pour un projet d'assainissement;
  2° 250 euros pour une étude de caractérisation ou une étude combinant une étude d'orientation et de caractérisation;
  3° 150 euros pour une étude d'orientation et une évaluation finale;
  4° 50 euros pour un recours.
  Le droit de dossier est dû à la date d'introduction de la demande ou du recours.
  Le Gouvernement fixe les modalités de perception des droits de dossier.
  § 2. A partir du 1er janvier 2017, le montant du droit de dossier tel que visé au paragraphe 1er est, tous les deux ans, automatiquement et de plein droit indexé sur la base de l'indice des prix à la consommation en vigueur six semaines avant la date de l'indexation. Le montant indexé est arrondi à l'unité supérieure et est communiqué sur le site internet Portail environnement de Wallonie. ".
Afdeling 4. - Wijzigingen in het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en het geschil inzake rechtstreekse gewestelijke belastingen
Section 4. - Modifications apportées au décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes
Art.103. Artikel 5 van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen wordt vervangen door volgend lid :
  "Art. 5. § 1. Het bedrag van de belasting op het storten van huisafval in een technisch ingravingscentrum wordt vastgelegd op 68,82 euro/ton voor ongevaarlijke afval en op 74,37 euro/ton voor gevaarlijke afval.
  § 2. Als afvalstorting in een technisch ingravingscentrum niet toegelaten wordt door de regelgeving of door een administratieve machtiging, wordt het bedrag van de belasting vastgelegd op 166,50 euro/ton, met een minimum van 166,50 euro voor ongevaarlijke afval en op 666 euro/ton, met een minimum van 666 euro voor gevaarlijke afval.".
Art.103. L'article 5 du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. § 1er. Le montant de la taxe sur la mise en C.E.T. des déchets est fixé à 68,82 euros/tonne pour les déchets non dangereux et à 74,37 euros/tonne pour les déchets dangereux.
  § 2. Lorsque la mise en C.E.T. de déchets n'est pas autorisée par la réglementation ou une autorisation administrative, le montant de la taxe est fixé à 166,50 euros/tonne, avec un minimum de 166,50 euros, s'il s'agit de déchets non dangereux, et à 666 euros/tonne, avec un minimum de 666 euros, s'il s'agit de déchets dangereux. ".
Art.104. Artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Het bedrag van de belasting wordt verminderd als volgt :
  1° 25 euro/ton als het gaat om resten van behandeling door verbranding, om vliegas uit thermische centrales, niet inert gietzand en resten van de behandeling van afval uit de productie of de vervaardiging van gietijzer en staal;
  2° 18 euro/ton voor resten van processen door inertage of stabilisering;
  3° 16 euro/ton als het gaat om niet-inerte resten van glasrecyclingseenheden die gebruik maken van selectief ingezameld glas voor de productie van nieuw glas;
  4° 15 euro/ton als het gaat om afval uit de afbraak van autowrakken en schroot;
  5° 3 euro/ton als het gaat om andere afval dan die bedoeld in 10°, voortgebracht door grondsaneringsverrichtingen goedgekeurd door de ambtenaren die de Regering aanwijst of door de Regering zelf wanneer andere beheersprocessen dan uitgraving en storting in centra voor technische ingraving volgens de Dienst enorme uitgaven zouden teweegbrengen of niet toegepast zouden kunnen worden;
  6° 3 euro/ton als het gaat om resten en andere verontreinigde gronden uit vergunde grondsaneringscentra dan die bedoeld in 10° ;
  7° 3 euro/ton als het gaat om afval uit de vervaardiging van glasvezels, stoffen uit de bedding, oevers en bijhorigheden van waterlopen en -vlakken, afval uit de behandeling van water om het drinkbaar te maken, afval van ijzeroxide uit de zinkproductie, gekend onder de naam jarosiet en goethiet, en ganggesteente van mangaanerts uit de productie van mangaanzouten en -oxiden;
  8° 3 euro/ton als het gaat om afval die fosfogips, slib van sodafabrieken, slib van de zuivering van zoutoplossingen van minerale stoffen en mijnafval bevat;
  9° 3 euro/ton als het gaat om slib of vaste resten van de vervaardiging van gerecycleerde papierbrij uit bedrijven die papier- en kartonafval gedeeltelijk of geheel als grondstof gebruiken voor de productie van nieuw papier en karton;
  10° 0,25 euro/ton voor :
  - gronden die in een technisch ingravingscentrum gestort kunnen worden, van klasse 3 of 5.3;
  - inerte afvalstoffen uit recyclagecentra, met inbegrip van fijn zeefzand dat in een technisch ingravingscentrum van klasse 3 gestort kan worden met een maximumgranulometrie van 40 millimeter voor zover ze minder bevatten dan :
  a) 1 % niet-steenachtige materialen zoals plaaster, rubber, isolatiematerialen, dakbedekkingsmaterialen;
  b) 5 % organieke stoffen zoals hout of plantenresten;
  c) 15 % niet-natuurlijke steenelementen met afmetingen tussen 2 en 40 millimeter;
  11° 0 euro/ton voor :
  - asbesthoudende afvalstoffen;
  - gronden die in een technisch ingravingscentrum gestort kunnen worden van klasse 3 of klasse 5.3, gebruikt als eindafdekking en voor het herstel van de centra voor technische ingraving;
  - afvalstoffen die in een technisch ingravingscentrum benut kunnen worden als vervanging van producten of uitrustingen voor de uitbating en de sanering van het technisch ingravingscentrum, in overeenstemming met de bedrijfsvergunning of de milieuvergunning.".
Art.104. L'article 6, § 1er, du même décret, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le montant de la taxe est réduit dans les hypothèses et aux montants suivants :
  1° 25 euros/tonne, s'agissant des résidus de traitement par incinération, des cendres volantes provenant de centrales thermiques, des sables de fonderie non inertes, et des résidus provenant du traitement des déchets issus de la production ou de la fabrication de la fonte et de l'acier;
  2° 18 euros/tonne, s'agissant des déchets résultant d'un traitement par inertage ou stabilisation;
  3° 16 euros/tonne, s'agissant des résidus non inertes d'unités de recyclage du verre utilisant du verre collecté sélectivement pour la production de verre neuf;
  4° 15 euros/tonne, s'agissant des déchets provenant de la destruction d'épaves de voitures et de ferrailles;
  5° 3 euros/tonne, s'agissant des déchets autres que ceux visés au 10°, provenant d'opérations d'assainissement de sols approuvées par les fonctionnaires désignés par le Gouvernement ou par le Gouvernement lui-même lorsque, de l'avis de l'Office, les procédés d'assainissement autres que l'excavation et la mise en centre d'enfouissement technique entraîneraient des dépenses démesurées ou seraient impraticables;
  6° 3 euros/tonne, s'agissant des résidus et des terres décontaminées issus des centres d'assainissement de sols autorisés autres que les terres visées au 10° ;
  7° 3 euros/tonne, s'agissant des déchets provenant de la fabrication de la fibre de verre, des matières enlevées du lit, des berges et des annexes des cours et plans d'eau, des déchets provenant des opérations de traitement des eaux en vue de les potabiliser, des déchets d'oxydes de fer provenant de la production de zinc, connus sous le nom de jarosite et goethite, et des gangues de minerai de manganèse issues de la production de sels et oxydes de manganèse;
  8° 3 euros/tonne, s'agissant des déchets contenant du phosphogypse, des boues de soudière, des boues d'épuration de saumures de matières minérales et des déchets miniers;
  9° 3 euros/tonne, s'agissant des boues ou des résidus solides résultant de la fabrication de pâte recyclée en provenance d'entreprises utilisant des déchets de papier et carton comme tout ou partie de matière première pour la production de papier et de carton neufs;
  10° 0,25 euro/tonne, s'agissant :
  - de terres admissibles en C.E.T. de classe 3 ou de classe 5.3;
  - des déchets inertes issus des centres de recyclage y compris les fines de criblage admissible en centre d'enfouissement de classe 3 d'une granulométrie maximale de 40 millimètres pour autant qu'elles comprennent moins de :
  a) 1 % de matériaux non pierreux tels que du plâtre, du caoutchouc, des matériaux d'isolation, des matériaux de recouvrement de toiture;
  b) 5 % de matériaux organiques tels que bois, restes végétaux;
  c) 15 % d'éléments pierreux non naturels dont la dimension est comprise entre 2 et 40 millimètres;
  11° 0 euro/tonne, s'agissant :
  - des déchets contenant des fibres d'amiante;
  - des terres admissibles en C.E.T. de classe 3 ou de classe 5.3 utilisées aux fins de la couverture finale et de la remise en état des centres d'enfouissement technique;
  - des déchets valorisables utilisés en C.E.T. au titre de substituts à des produits ou équipements nécessaires à l'exploitation et à la réhabilitation du C.E.T., en conformité avec le permis d'exploiter ou le permis d'environnement. ".
Art.105. Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 10. § 1. Het bedrag van de belasting op de verbranding van ongevaarlijke afvalstoffen met warmteterugwinning wordt vastgesteld op 8,99 euro/ton.
  Bij verbranding zonder warmteterugwinning wordt het bedrag bedoeld in het vorige lid op 55,50 euro/ton vastgelegd.
  § 2. Als de afvalverbranding niet gedekt is door een milieu- of exploitatievergunning overeenkomstig de geldende wetgeving, wordt het bedrag van de belasting op 166,50 euro/ton vastgelegd, met een minimum van 166,50 euro.".
Art.105. L'article 10 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10. § 1er. Le montant de la taxe sur l'incinération de déchets non dangereux avec récupération de chaleur est fixé à 8,99 euros/tonne.
  Lorsque l'incinération est réalisée sans récupération de chaleur, le montant visé à l'alinéa précédent est porté à 55,50 euros/tonne.
  § 2. Lorsque l'incinération des déchets n'est pas couverte par un permis d'environnement ou un permis d'exploiter conformément à la législation en vigueur, le montant de la taxe est fixé à 166,50 euros/tonne, avec un minimum de 166,50 euros. ".
Art.106. Artikel 11 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 11. § 1. Het bedrag van de belasting op de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen met wamteterugwinning wordt vastgesteld op 26,64 euro/ton.
  Bij verbranding zonder warmteterugwinning wordt het bedrag bedoeld in het vorige lid op 66,60 euro/ton vastgelegd.
  § 2. Als de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen niet gedekt is door een milieu- of exploitatievergunning overeenkomstig de geldende wetgeving, wordt het bedrag van de belasting op 666 euro/ton vastgelegd, met een minimum van 666 euro.".
Art.106. L'article 11 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 11. § 1er. Le montant de la taxe sur l'incinération de déchets dangereux avec récupération de chaleur est fixé à 26,64 euros/tonne.
  Lorsque l'incinération est réalisée sans récupération de chaleur, le montant visé à l'alinéa précédent est porté à 66,60 euros/tonne.
  § 2. Lorsque l'incinération des déchets dangereux n'est pas couverte par un permis d'environnement ou un permis d'exploiter conformément à la législation en vigueur, le montant de la taxe est fixé à 666 euros/tonne, avec un minimum de 666 euros. ".
Art.107. Artikel 12, lid 2, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  "In afwijking van de artikelen 10, § 1, en 11, § 1, wordt het bedrag van de belasting op verbranding van afval uit grondsaneringshandelingen die zijn goedgekeurd door de ambtenaren die de Regering aanwijst of door de Regering zelf op 2 euro/ton vastgelegd in geval van warmteterugwinning en op 3 euro/ton zonder warmteterugwinning.".
Art.107. L'article 12, alinéa 2, du même décret, est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation aux articles 10, § 1er, et 11, § 1er, le montant de la taxe sur l'incinération des déchets issus d'opérations d'assainissement de sols approuvées par les fonctionnaires désignés par le Gouvernement ou par le Gouvernement lui-même est fixé à 2 euros/tonne en cas de récupération de chaleur et à 3 euros/tonne en l'absence de récupération de chaleur. ".
Art.108. Artikel 16 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 16. § 1. Het bedrag van de belasting op coverbranding van gevaarlijke afvalstoffen wordt vastgelegd op 7,49 euro/ton.
  In afwijking van het vorige lid wordt het bedrag van de belasting op coverbranding van gevaarlijke afval uit grondsaneringshandelingen die zijn goedgekeurd door de ambtenaren die de Regering aanwijst of door de Regering zelf op 0,50 euro/ton vastgelegd.
  Het bedrag van de belasting verschuldigd overeenkomstig het eerste lid wordt met 30 % verminderd voor afvalstoffen die medeverbrand worden op de plaats waar ze geproduceerd worden als de volgende voorwaarden tegelijk vervuld worden :
  1° de afvalstoffen worden door hun producent medeverbrand in een installatie die voldoet aan de geldende milieuvoorschriften betreffende coverbranding van afval;
  2° de coverbrandingsinstallatie is hoofdzakelijk bestemd voor het beheer van die afvalstoffen.
  § 2. Als de coverbranding van gevaarlijke afval niet gedekt is door een milieu- of exploitatievergunning overeenkomstig de geldende wetgeving, wordt het bedrag van de belasting op 666 euro/ton vastgelegd, met een minimum van 666 euro.".
Art.108. L'article 16 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 16. § 1er. Le montant de la taxe sur la co-incinération de déchets dangereux est fixé à 7,49 euros/tonne.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, le montant de la taxe sur la co-incinération des déchets dangereux issus d'opérations d'assainissement de sols approuvées par les fonctionnaires désignés par le Gouvernement ou par le Gouvernement lui-même est fixé à 0,50 euro/tonne.
  Le montant de la taxe due en application de l'alinéa 1er est réduit de 30 % pour les déchets co-incinérés sur leur site de production, lorsque les conditions cumulatives suivantes sont respectées :
  1° les déchets sont co-incinérés par le producteur, dans une installation répondant aux prescriptions environnementales en vigueur relatives à la co-incinération des déchets;
  2° l'installation de co-incinération gère à titre principal ces déchets.
  § 2. Lorsque la co-incinération de déchets dangereux n'est pas couverte par un permis d'environnement ou un permis d'exploiter conformément à la législation en vigueur, le montant de la taxe est fixé à 666 euros/tonne, avec un minimum de 666 euros. ".
Art.109. Artikel 25 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 25. Het bedrag van de belasting wordt vastgelegd op 166,50 euro/ton afval.".
Art.109. L'article 25 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 25. Le montant de la taxe est fixé à 166,50 euros/tonne de déchets. ".
Art.110. Artikel 30 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 30. Het bedrag van de belasting wordt vastgelegd op 38,85 euro/ton.".
Art.110. L'article 30 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 30. Le montant de la taxe est fixé à 38,85 euros/tonne. ".
Art.111. Artikel 38 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 38. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 55,50 euro/m3 voor ongevaarlijke afvalstoffen, op 222 euro/m3 voor gevaarlijke afvalstoffen en op 222 euro/m3 op mengsles van gevaarlijke en ongevaarlijke afvalstoffen. Het bedrag van de belasting is nooit hoger dan 500.000 euro.".
Art.111. L'article 38 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 38. Le montant de la taxe est fixé à 55,50 euros/mü pour les déchets non dangereux, à 222 euros/mü pour les déchets dangereux et 222 euros/mü pour les déchets dangereux et non dangereux en mélange. Le montant de la taxe est plafonné à 500.000 euros. ".
Art.112. Artikel 40 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 40. Het bedrag van de belasting wordt vastgelegd op 166,50 euro/m3 achtergelaten afval, met een minimum van 166,50 euro.
  Het bedrag van de belasting wordt vastgelegd op 666 euro/m3 gevaarlijke afvalstoffen, met een minimum van 666 euro.".
Art.112. L'article 40 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 40. Le montant de la taxe est fixé à 166,50 euros/mü de déchets abandonnés, avec un minimum de 166,50 euros.
  Le montant de la taxe est fixé à 666 euros/mü de déchets dangereux, avec un minimum de 666 euros. ".
Art.113. In artikel 45, lid 2, van hetzelfde decreet worden de woorden "van de twaalf maanden voorafgaand aan de maand december" ingevoegd tussen de woorden "prijsindexen" en de woorden "van het jaar voorafgaand aan".
Art.113. A l'article 45, alinéa 2, du même décret, les mots " des douze mois précédant le mois de décembre " sont insérés entre les mots " indices des prix " et les mots " de l'année qui précède ".
Art.114. Artikel 49 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2007, wordt gewijzigd als volgt :
  1° in paragraaf 1, lid 1, wordt het Romeins cijfer "V" ingevoegd tussen de woorden "hoofstukken" en "VI";
  2° er wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 3. Wat betreft de belasting verschuldigd overeenkomstig hoofdstuk V, moet elke belastingplichtige een aangifte bij de Dienst indienen met het bedrag van de belastingen verschuldigd in de loop van een kalenderhalfjaar.
  Deze aangifte bevat alle gegevens die nodig zijn voor de controle op de inning van elke belasting die hij verschuldigd is in de loop van bedoelde periode.
  De aangifte wordt uiterlijk de twintigste van de maand na het kalenderhalfjaar waarop ze slaat naar de zetel van de Dienst gezonden of daar afgegeven.".
Art.114. A l'article 49 du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le chiffre romain " V, " est inséré entre les mots " chapitres " et " VI ";
  2° il est inséré un paragraphe 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Pour ce qui concerne la taxe due en application du chapitre V, tout redevable est tenu de déposer auprès de l'Office une déclaration établissant le montant des taxes dues au cours d'un semestre civil.
  Cette déclaration comporte tous les éléments nécessaires au contrôle de la perception de chacune des taxes dues dans son chef au cours de la période concernée.
  La déclaration doit être envoyée ou remise au siège de l'Office, au plus tard le 20 du mois qui suit le semestre civil auquel se rapporte la déclaration. ".
Art.115. Artikel 50 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2007, wordt gewijzigd als volgt :
  1° in paragraaf 2, wordt het Romeins cijfer "V" ingevoegd tussen de woorden "hoofstukken" en "VI";
  2° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 3. Voor wat betreft de belasting verschuldigd overeenkomstig hoofdstuk V is de belasting in verband met een aangifte op initiatief van de belastingplichtige uiterlijk te betalen de twintigste van de maand volgend op de halfjaarlijkse vervaldag.".
Art.115. A l'article 50 du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, le chiffre romain " V, " est inséré entre les mots " chapitres " et " VI ";
  2° il est inséré un paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Pour ce qui concerne la taxe due en application du chapitre V, la taxe relative à une déclaration est payable, à l'initiative du redevable, au plus tard le 20 du mois qui suit l'échéance semestrielle. ".
Art.116. In artikel 70 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° lid 1 wordt vervangen als volgt :
  "Voor de belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting worden de belastingen bedoeld in de hoofdstukken III tot V voorzien van een coëfficiënt 0.7";
  2° in lid 2 worden de woorden "op de bedragen van de belasting op het storten in "C.E.T." van de afval bedoeld in de artikelen 5 en 6, § 1," opgeheven;
  3° artikel 3 wordt aangevuld met een lid 3, luidend als volgt :
  "In afwijking van lid 1 is de coëfficiënt niet van toepassing op de berekening van het bijkomend belastingbedrag voor het deel van de afvalstoffen die in een technisch ingravingscentrum buiten het grondgebied van het Waalse Gewest gestort worden.".
Art.116. A l'article 70 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Pour les redevables qui sont soumis à l'impôt des sociétés, les taxes visées par les chapitre III à V sont, pour les exercices 2008 à 2019 affectées d'un coefficient de 0.7. ";
  2° à l'alinéa 2, les mots " aux montants de la taxe sur la mise en C.E.T. des déchets visés aux articles 5 et 6, § 1er, " sont abrogés;
  3° l'article est complété par un alinéa 3 rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, le coefficient n'est pas d'application pour le calcul du montant de la taxe subsidiaire pour la partie des déchets mis en C.E.T. hors du territoire de la Région wallonne. ".
HOOFDSTUK VI. - Maatregelen ingevoerd inzake ruimtelijke ordening
CHAPITRE VI. - Mesures apportées en matière d'aménagement du territoire
Art.117. In artikel 183bis van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, ingevoegd bij het decreet van 20 juli 2005 en gewijzigd bij het decreet van 23 februari 2006 worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, lid 2, 2°, worden de woorden "van sites bestemd voor herontwikkeling wat betreft de landschappen en het leefmilieu" ingevoegd tussen de woorden "herin te richten sites" en de woorden "die aan het Waalse Gewest toebehoren";
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een nummer 5° luidend als volgt :
  "5° de uitgaven in verband met handelingen en werken van bouw, heropbouw, renovatie, sanering van gebouwen, aanleg van infrastructuren en van uitrustingen met het oog op de uitvoering van het programma van te herontwikkelen sites en sites die op vlak van landschappen en leefmilieu hersteld moeten worden, met inbegrip van de desbetreffende onderzoeken.".
Art.117. A l'article 183bis du Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme, du Patrimoine et de l'Energie, inséré par le décret du 20 juillet 2005 et modifié par le décret du 23 février 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, les mots " et de sites de réhabilitation paysagère et environnementale " sont insérés entre les mots " sites à réaménager " et les mots " appartenant à la Région wallonne ";
  2° le paragraphe 2, est complété par un 5° rédigé comme suit :
  " 5° les dépenses relatives aux actes et travaux de construction, de reconstruction, de rénovation, de réhabilitation de bâtiments, d'aménagement d'infrastructures et d'équipements en vue de la réalisation du programme des sites à réaménager et des sites de réhabilitation paysagère et environnementale, en ce compris les études y relatives. ".
Art. 117/1. Artikel 68 van de slotbepalingen van het decreet van 24 april 2014 tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie en tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling wordt vervangen door volgende bepaling :
  " Art. 68. Dit decreet treedt in werking op 1 oktober 2015. ".
Art. 117/1. L'article 68 des dispositions finales du décret du 24 avril 2014 abrogeant les articles 1er à 128 et 129quater à 184 du Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme, du Patrimoine et de l'Energie et formant le Code du Développement territorial est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 68. Le présent décret entre en vigueur au 1er octobre 2015. ".
HOOFDSTUK VII. - Maatregelen inzake dierenwelzijn
CHAPITRE VII. - Mesures en matière en matière de bien-être animal
Art.118. Artikel 34 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1995, bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001, bij de programmawet van 22 december 2003, bij de wet van 6 mei 2009 en bij de programmawet van 27 december 2012, wordt gewijzigd als volgt :
  1° in paragraaf 1, lid 1, wordt het tweede streepje opgeheven;
  2° in paragraaf 1, lid 1, derde streepje, worden de woorden "andere door de minister bevoegd voor dierenwelzijn aangewezen personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu" vervangen door de woorden "de personeelsleden bedoeld in de paragrafen 1, 2 en 3 van artikel D.140 van Boek I van het Milieuwetboek ";
  3° in paragraaf 1, lid 1, wordt het vierde streepje opgeheven;
  4° in paragraaf 1 worden het tweede en het derde lid opgeheven;
  5° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  "In afwijking van artikel D.139 van Boek I van het Milieuwetboek wordt voor de toepassing van deel VIII van hetzelfde Boek op de inbreuken op de wet onder "personeelslid" het statutaire of het contractuele personeelslid bedoeld in § 1 verstaan;
  6° de paragrafen 3 en 4 worden opgeheven.
Art.118. A l'article 34 de la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux, modifié par la loi du 4 mai 1995, par l'arrêté royal du 22 février 2001, par la loi-programme du 22 décembre 2003, par la loi du 6 mai 2009 et par la loi-programme du 27 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le 2e tiret est abrogé;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3e tiret, les mots " les autres membres du personnel du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement " sont remplacés par les mots " les agents visés aux paragraphes 1er, 2 et 3 de l'article D.140 du Livre Ier du Code de l'Environnement ";
  3° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le 4e tiret est abrogé;
  4° au paragraphe 1er, les alinéas 2 et 3 sont abrogés;
  5° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'article D.139 du Livre Ier du Code de l'Environnement, pour l'application de la partie VIII du même Livre aux infractions à la loi, on entend par " agent " l'agent statutaire ou contractuel visé au § 1er. ";
  6° les paragraphes 3, 4 et 5 sont abrogés.
Art.119. In artikel 35 van dezelfde wet, voor het laatst gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in lid 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden "Onverminderd de toepassing, in voorkomend geval, van strengere straffen bepaald bij het Strafwetboek, wordt gestraft met gevangenisstraf van één maand tot drie maanden en met een geldboete van 52 euro tot 2.000 euro of met een van die straffen alleen" worden vervangen door de woorden "Een inbreuk van de tweede categorie in de zin van artikel D.151 van Boek I van het Milieuwetboek begaat";
  b) er wordt een 10° en een 11° ingevoegd, luidend als volgt :
  "10° de bepalingen overtreedt van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97;
  11° de bepalingen overtreedt van Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden.";
  2° in lid 2 worden de woorden "Onverminderd de toepassing, in voorkomend geval, van strengere straffen bepaald bij het Strafwetboek, wordt gestraft met gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met geldboete [1 van 52 euro tot 2.000 euro]1 of met een van die straffen alleen" worden vervangen door de woorden "Een inbreuk van de tweede categorie in de zin van artikel D.151 van Boek I van het Milieuwetboek begaat".
Art.119. A l'article 35 de la même loi, modifié pour la dernière fois par la loi-programme du 27 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  a) les mots " Sans préjudice de l'application éventuelle de peines plus sévères prévues par le Code pénal, est puni d'un emprisonnement d'un mois à trois mois et d'une amende de 52 euros à 2.000 euros ou d'une de ces peines seulement, " sont remplacés par les mots " Commet une infraction de deuxième catégorie au sens de l'article D.151 du Livre Ier du Code de l'Environnement ";
  b) il est inséré les 10° et 11° rédigés comme suit :
  " 10° enfreint les dispositions du Règlement (CE) n° 1/2005 du Conseil du 22 décembre 2004 relatif à la protection des animaux pendant le transport et les opérations annexes et modifiant les Directives 64/432/CEE et 93/119/CE et le Règlement (CE) n° 1255/97;
  11° enfreint les dispositions du Règlement (CE) n° 1099/2009 du Conseil du 24 septembre 2009 sur la protection des animaux au moment de leur mise à mort. ";
  2° à l'alinéa 2, les mots " Sans préjudice de l'application éventuelle de peines plus sévères prévues par le Code pénal, est puni d'un emprisonnement d'un mois à six mois et d'une amende de 52 euros à 2.000 euros ou d'une de ces peines seulement, " sont remplacés par les mots " Commet une infraction de deuxième catégorie au sens de l'article D.151 du Livre Ier du Code de l'Environnement ".
Art.120. In artikel 36, lid 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1995, bij de programmawet van 22 december 2003 en bij de programmawet van 27 december 2012 worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "Onverminderd de toepassing, in voorkomend geval, van strengere straffen bepaald bij het Strafwetboek, wordt gestraft met een boete van 52 euro tot 2.000 euro" worden vervangen door de woorden "Een inbreuk van de tweede categorie in de zin van artikel D.151 van Boek I van het Milieuwetboek begaat";
  2° de nummers 17° en 18° worden opgeheven.
Art.120. A l'article 36, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 4 mai 1995, par la loi-programme du 22 décembre 2003, et par la loi-programme du 27 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " Sans préjudice de l'application éventuelle des peines plus sévères par le Code pénal, est puni d'une amende de 52 euros à 2 000 euros " sont remplacés par les mots " Commet une infraction de troisième catégorie au sens de l'article D.151 du Livre Ier du Code de l'Environnement ";
  2° les 17° et 18° sont abrogés.
Art.121. In artikel 36bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1995 en gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2012 worden de woorden "Onverminderd de toepassing van strengere straffen bepaald bij het Strafwetboek, wordt gestraft met een boete van 52 euro tot 2.000 euro" vervangen door de woorden "Een inbreuk van de derde categorie in de zin van artikel D.151 van Boek I van het Milieuwetboek begaat".
Art.121. A l'article 36bis de la même loi, inséré par la loi du 4 mai 1995, et modifié par la loi-programme du 27 décembre 2012, les mots " Sans préjudice de l'application de peines plus sévères portées par le Code pénal, est puni d'une amende de 52 euros à 2.000 euros " sont remplacés par les mots " Commet une infraction de troisième catégorie au sens de l'article D.151 du Livre Ier du Code de l'Environnement ".
Art.122. Artikel 39 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2012, wordt opgeheven.
Art.122. L'article 39 de la même loi, modifié par la loi-programme du 27 décembre 2012, est abrogé.
Art.123. In artikel 41 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009 en bij de programmawet van 27 december 2012 worden de woorden "worden gestraft met een geldboete van 52 euro tot 500 euro" vervangen door de woorden "vormen een inbreuk van de derde categorie in de zin van artikel D.151 van Boek I van het Milieuwetboek".
Art.123. A l'article 41 de la même loi, modifié par la loi du 6 mai 2009 et par la loi-programme du 27 décembre 2012, les mots " sont punies d'une amende de 52 euros à 500 euros " sont remplacés par les mots " constituent une infraction de troisième catégorie au sens de l'article D.151 du Livre Ier du Code de l'Environnement. ".
Art.124. In artikel 42 van dezelfde wet, voor het laatst gewijzigd bij de programmawet van 7 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in artikel 1, lid 2 worden de woorden "van artikel 40" vervangen door de woorden "in artikel D.157, § 2, 6°, en D.163, § 6, lid 2, 5°, van Boek I van het Milieuwetboek";
  2° in paragraaf 1 wordt lid 3 vervangen als volgt : "In de gevallen bedoeld in leden 1 en 2 wordt een kopie van het proces-verbaal bedoeld in artikel D.141 van Boek I van het Milieuwetboek bezorgd aan de Waalse overheidsdienst bevoegd voor dierenwelzijn.".
Art.124. A l'article 42 de la même loi, modifié pour la dernière fois par la loi du 7 février 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " à l'article 40 " sont remplacés par les mots " à l'article D.157, § 2, 6°, et D.163, § 6, alinéa 2, 5°, du Livre Ier du Code de l'Environnement ".
  2° au paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé comme suit : " Dans les cas visés aux alinéas 1er et 2, une copie du procès-verbal visé à l'article D.141 du Livre Ier du Code de l'Environnement est envoyée Service public de Wallonie compétent pour le bien-être animal. ".
Art.125. In de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, laatst gewijzigd bij de wet van 7 februari 2014, wordt een hoofdstuk XI/1 ingevoegd met als opschrift : "Begrotingsfonds voor dierenbescherming en dierenwelzijn".
Art.125. Dans la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux, modifiée en dernier lieu par la loi du 7 février 2014, il est inséré un chapitre XI/1 intitulé " Le fonds budgétaire de la protection et du bien-être des animaux ".
Art.126. In hoofdstuk XI/1, ingevoegd bij artikel 125, wordt een artikel 43-1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 43.1. Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, wordt binnen de algemene uitgaven- en ontvangstenbegroting van het Gewest een begrotingsfonds voor de dierenbescherming en voor het dierenwelzijn ingesteld, in dit hoofdstuk "het fonds" genoemd.".
Art.126. Dans le chapitre XI/1 inséré par l'article 125, il est inséré un article 43-1 rédigé comme suit :
  " Art. 43.1. En application de l'article 4, alinéa 2, du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget et des services de la comptabilité des Services du Gouvernement wallon, il est institué, au sein du budget des recettes et du budget général des dépenses de la Région, un fonds budgétaire de la protection et du bien-être des animaux, dénommé " le fonds " dans le présent chapitre. ".
Art.127. In hetzelfde hoofdstuk XI/1 wordt een artikel 43-2 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 43.2. § 1. Aan het Fonds worden toegewezen :
  1° de sommen die verschuldigd zijn krachtens de belastingen, bijdragen en retributies bepaald bij of krachtens deze wet;
  2° in afwijking van artikel D.170 van Boek I van het Milieuwetboek, de geldsommen bedoeld in artikel D.159 van Boek I van het Milieuwetboek, wanneer zij wetsovertredingen betreffen;
  3° in afwijking van artikel D.170 van Boek I van het Milieuwetboek, de opbrengst van de geldboetes opgelegd door de gewestelijke sanctieambtenaren en geïnd krachtens artikel D.165, lid 3, van Boek I van het Milieuwetboek wanneer zij wetsovertredingen betreffen;
  4° de opbrengst van de verbeurdverklaringen bevolen door de sanctieambtenaar ten gevolge van een wetsovertreding;
  5° de giften en legaten gedaan te voordele van het Waalse Gewest voor de ondersteuning van de dierenbescherming en het dierenwelzijn;
  6° de sommen ingevorderd door de bevoegde overheid ter uitvoering van artikel 41bis en artikel 42;
  7° de inkomsten uit de bijdrage van de Europese unie tot de uitgaven verricht door het fonds.
  § 2. De middelen uit het fonds worden ingezet voor de financiering van de uitgaven voor het beleid inzake dierenbescherming en dierenwelzijn bepaald bij de wet.".
Art.127. Dans le même chapitre XI/1, il est inséré un article 43-2 rédigé comme suit :
  " Art. 43.2. § 1er. Sont affectés au fonds :
  1° les sommes dues en vertu des taxes, contributions, et des redevances prévues par ou en vertu de la présente loi;
  2° par dérogation à l'article D.170 du Livre Ier du Code de l'Environnement, les sommes d'argent visées à l'article D.159 du Livre Ier du Code de l'Environnement, lorsqu'elles concernent des infractions à la loi;
  3° par dérogation à l'article D.170 du Livre Ier du Code de l'Environnement, le produit des amendes infligées par les fonctionnaires sanctionnateurs régionaux et perçues en vertu de l'article D.165, alinéa 3 du Livre Ier du Code de l'Environnement, lorsqu'elles concernent une infraction à la loi;
  4° le produit des confiscations ordonnées par le fonctionnaire sanctionnateur suite à une infraction à la loi;
  5° les dons et legs réalisés en faveur de la Région wallonne pour le soutien de la protection et du bien-être animal;
  6° les sommes recouvertes par l'autorité compétente en exécution de l'article 41bis et de l'article 42;
  7° les recettes provenant du concours de l'Union européenne aux dépenses effectuées par le fonds.
  § 2. Les moyens du fonds sont affectés au financement des dépenses relatives à la politique de la protection et du bien-être animal prévues par la loi. ".
Art.128. In hetzelfde hoofdstuk XI/1 wordt een artikel 43-3 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 43.3. De uitgaven van het fonds kunnen verband houden met vergoedingen, toelagen of prestaties, meer bepaald de personeels-, werkings-, investerings-, vaststellings-, beteugelings-, beslagname- of andere kosten verbonden met acties of opdrachten waartoe besloten is in het kader van het Fonds en die door derden zijn doorgevoerd.".
Art.128. Dans le même chapitre XI/1, il est inséré un article 43-3 rédigé comme suit :
  " Art. 43.3. Les dépenses du fonds peuvent porter sur des indemnités, des subventions ou des prestations, en ce compris les coûts de fonctionnement, d'investissement, de constatation, de répression, de saisie et d'autres frais liés à des actions ou missions dans le cadre du fonds et exécutées par des tiers. ".
HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen inzake landbouw
CHAPITRE VIII. - Mesures apportées en matière d'agriculture
Art.129. Artikel D.229, § 1, van het decreet van 27 maart 2014 betreffende het Waalse Landbouwwetboek wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt :
  "De Regering kan in nadere regels voorzien voor de aanpassing van het operationeel plan.".
Art.129. L'article D.229, § 1er, du décret du 27 mars 2014 relatif au Code wallon de l'Agriculture, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement peut prévoir les modalités d'adaptation du plan opérationnel. ".
Art.130. Artikel D.234 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
  1° in paragraaf 1, lid 1, worden de woorden "per landbouwproduct of per assortiment landbouwproducten" opgeheven en de woorden "de bevordering" vervangen door de woorden "de bevordering van landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten";
  2° in paragraaf 1, lid 3, worden de woorden ", de herzieningsmodaliteiten" ingevoegd tussen de woorden "de grondslag" en ", het percentage";
  3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Het Agentschap kan de vrijwillige bijdragen innen ten laste van de personen die wensen de diensten van het Agentschap te genieten, volgens de door de Regering bepaalde nadere regels en procedures.".
Art.130. A l'article D.234 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " par produit agricole ou gamme de produits agricoles " sont abrogés et les mots " leur promotion " sont remplacés par " la promotion des produits agricoles et des produits agricoles transformés ";
  2° au paragraphe 1er, alinéa 3, les mots " , les modalités de révision " sont insérés entre les mots " l'assiette " et " , le taux ";
  3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. L'Agence peut percevoir des cotisations volontaires à charge des personnes souhaitant bénéficier des services de l'Agence, selon les modalités et les procédures que le Gouvernement définit. ".
Art.131. In artikel D.418, 8°, van hetzelfde decreet worden de woorden "31 december 2014" vervangen door de woorden "31 december 2015".
Art.131. A l'article D. 418, 8°, du même décret, les mots " 31 décembre 2014 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2015 ".
HOOFDSTUK IX. - Maatregelen inzake fiscaliteit
CHAPITRE IX. - Mesures en matière fiscale
Afdeling 1. - Invoering van een gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting
Section 1re. - Introduction d'une taxe régionale additionnelle à l'impôt des personnes physiques
Afdeling 2. - Wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen wat betreft de aanslagtermijn en eisbaarheid van de belastingen
Section 2. - Modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes, en ce qui concerne le délai d'imposition et d'exigibilité des taxes
Art.134. In artikel 17bis van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen, ingevoegd bij het decreet van 22 maart 2007 en gewijzigd bij de decreten van 17 januari 2008, 10 december 2009 en 28 november 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2/3 wordt opgeheven.
  2° § 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Een belastingbedrag kan slechts het voorwerp uitmaken van maatregelen tot gedwongen uitvoering door de ontvanger als deze maatregelen worden voorafgegaan door een opneming in een uitvoerbaar verklaard kohier, document dat de uitvoerbare titel van de invordering vormt.".
Art.134. A l'article 17bis du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes, inséré par le décret du 22 mars 2007 et modifié par les décrets des 17 janvier 2008, 10 décembre 2009 et 28 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2/3 est abrogé;
  2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Aucune somme de taxes ne peut faire l'objet de mesures d'exécution forcée par le receveur que si ces mesures sont précédées d'une reprise dans un rôle rendu exécutoire, document qui constitue le titre exécutoire du recouvrement. ".
Art.135. Artikel 18 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 november 2013 wordt aangevulgd als volgt :
  "op de tijdstippen die door dezelfde ambtenaar worden bepaald.".
Art.135. L'article 18 du même décret, remplacé par le décret du 28 novembre 2013, est complété par ce qui suit :
  " aux époques fixées par ce même fonctionnaire. ".
Art.136. Deze afdeling treedt in werking de tiende dag na bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art.136. La présente section entre en vigueur le dixième jour après sa publication au Moniteur belge.
Afdeling 3. - Opheffing van het decreet van 17 januari 2008 houdende invoering van een ecobonus op de CO2-emissies van de autovoertuigen van natuurlijke personen
Section 3. - Abrogation du décret du 17 janvier 2008 portant création d'un éco-bonus sur les émissions de CO2 par les véhicules automobiles des personnes physiques
Art.137. Het decreet van 17 januari 2008 houdende invoering van een ecobonus op de CO2-emissies van de autovoertuigen van natuurlijke personen wordt opgeheven.
  Het blijft evenwel van toepassing op de dossiers die in behandeling zijn bij de inwerkingtreding van dit artikel tot de afsluiting ervan.
Art.137. Le décret du 17 janvier 2008 portant création d'un éco-bonus sur les émissions de CO2 par les véhicules automobiles des personnes physiques est abrogé.
  Toutefois, il reste applicable aux dossiers en cours de traitement, à l'entrée en vigueur du présent article, jusqu'à leur clôture.
Art.138. Deze afdeling treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.
Art.138. La présente section entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Afdeling 4. - Wijziging van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
Section 4. - Modification du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus
Art.139. Artikel 97, tweede lid, van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008 en gewijzigd bij de decreten van 19 december 2012 en 19 september 2013, wordt vervangen als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, wordt de belasting verschuldigd voor de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik die in het Waalse Gewest in gebruik worden genomen, met uitzondering van degenen die in hetzelfde Gewest in gebruik worden genomen door maatschappijen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel met leasingactiviteiten, bedoeld bij artikel 94, 1° wegens twee bestanddelen :
  - de eerste op grond van het vermogen van de motor uitgedrukt, hetzij in fiscale paardenkracht, hetzij in kilowatt;
  - de tweede, "ecomalus" genoemd, naar gelang van de categorie CO2-emissies van het autovoertuig dat in gebruik wordt genomen.".
Art.139. L'article 97, alinéa 2, du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, inséré par le décret du 5 mars 2008 et modifié par les décrets des 19 décembre 2012 et 19 septembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, la taxe est due, pour les voitures et voitures mixtes mises en usage en Région wallonne, à l'exception de celles mises en usage dans la même Région par des sociétés, des entreprises publiques autonomes et des associations sans but lucratif ayant des activités de leasing, visées par l'article 94, 1°, en raison de deux composantes :
  - la première étant basée sur la puissance du moteur exprimée soit en chevaux fiscaux, soit en kilowatts;
  - la seconde, appelée " éco-malus ", étant basée sur la catégorie d'émissions de CO2 du véhicule automobile mis en usage. ".
Art.140. In Titel V, hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van afdeling 1, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008, vervangen door wat volgt :
  "Afdeling 1. - Bedrag van de belasting voor de personenauto's en de auto's die in het Waalse Gewest in gebruik worden genomen, met uitzondering van die welke in hetzelfde Gewest in gebruik worden genomen door maatschappijen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel met leasingactiviteiten, bedoeld bij artikel 94, 1° ".
Art.140. Dans le Titre V, Chapitre IV, du même Code, l'intitulé de la section 1ère, insérée par le décret du 5 mars 2008, est remplacé par ce qui suit :
  " Section 1re. - Montant de la taxe pour les voitures et voitures mixtes mises en usage en Région wallonne, à l'exception de celles mises en usage dans la même Région par des sociétés, des entreprises publiques autonomes et des associations sans but lucratif ayant des activités de leasing, visées par l'article 94, 1° ".
Art.141. Artikel 97bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008 en gewijzigd bij de decreten van 19 december 2012 en 19 september 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 97bis. § 1. Voor de personenauto's en de auto's die in het Waalse Gewest in gebruik worden genomen, met uitzondering van degenen die in hetzelfde Gewest in gebruik worden genomen door maatschappijen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel met leasingactiviteiten, bedoeld bij artikel 94, 1°, in deze afdeling "autovoertuigen" genoemd, bestaat het bedrag van de belasting uit het totaalbedrag van de twee bestanddelen genoemd in artikel 97, tweede lid.
  § 2. Het eerste bestanddeel van de belasting verschuldigd voor de autovoertuigen wordt berekend overeenkomstig artikel 98.
  § 3. Het tweede bestanddeel van de belasting verschuldigd voor de autovoertuigen, "ecomalus" genoemd, wordt berekend overeenkomstig de artikelen 97quater en 97quinquies".
Art.141. L'article 97bis du même Code, inséré par le décret du 5 mars 2008 et modifié par les décrets des 19 décembre 2012 et 19 septembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 97bis. § 1er. Pour les voitures et voitures mixtes mises en usage en Région wallonne, à l'exception de celles mises en usage dans la même Région par des sociétés, des entreprises publiques autonomes et des associations sans but lucratif ayant des activités de leasing, visées par l'article 94, 1°, dénommées " véhicules automobiles " dans la présente section, le montant de la taxe est formé par le montant total des deux composantes énumérées à l'article 97, alinéa 2.
  § 2. La première composante de la taxe due pour les véhicules automobiles est calculée conformément à l'article 98.
  § 3. La seconde composante de la taxe, due pour les véhicules automobiles appelée " éco-malus ", est calculée conformément aux articles 97quater et 97quinquies ".
Art.142. In artikel 97ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 1 juli 2010 en bevestigd bij decreet van 10 november 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in 1°, derde lid, eerste streepje, wordt het getal "195" vervangen door het getal "205";
  a) in 1°, derde lid, tweede streepje, wordt het getal "186" vervangen door het getal "196";
  a) in 2°, eerste lid, wordt het getal "150" vervangen door het getal "140".
Art.142. Dans l'article 97ter du même Code, inséré par le décret du 5 mars 2008, modifié par l'arrêté du Gouvernement du 1er juillet 2010 et confirmé par le décret du 10 novembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au 1°, alinéa 3, premier tiret, le nombre "195" est remplacé par le nombre "205";
  b) au 1°, alinéa 3, second tiret, le nombre "186" est remplacé par le nombre de "196";
  c) au 2°, alinéa 1er, le nombre "150" est remplacé par le nombre "140".
Afdeling 5. - Wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
Section 5. - Modification du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe
Art.143. In artikel 53ter, § 1, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, gewijzigd bij de decreten van 10 december 2009, 10 mei 2012 en 19 september 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid, worden de bedragen "200.000 EUR" en "191.000 EUR" respectievelijk vervangen door de bedragen 160.000 EUR" en "150.000 EUR";
  b) in het tweede lid, wordt het jaar "2011" vervangen door het jaar "2015";
  3° in het derde lid, wordt het jaar "2010" vervangen door het jaar "2014".
Art.143. Dans l'article 53ter, § 1er, du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, modifié par les décrets des 10 décembre 2009, 10 mai 2012 et 19 septembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les montants de "200.000 EUR" et "191.000 EUR" sont respectivement remplacés par les montants de "160.000 EUR" et "150.000 EUR";
  2° à l'alinéa 2, l'année "2011" est remplacée par l'année "2015";
  3° à l'alinéa 3, l'année "2010" est remplacée par l'année "2014".
Afdeling 6. - Bepalingen betreffende de belastingen op masten, pylonen en antennen
Section 6. - Dispositions relatives aux taxes sur les mâts, pylônes et antennes
Art.144. Er wordt in het Waalse Gewest een jaarlijkse belasting gevestigd op masten, pylonen of antennen bestemd voor de uitvoering, rechstreeks met het publiek, van een mobiele telecommunicatieverrichting door de operator van een openbaar telecommunicatienet.
Art.144. Il est établi par la Région wallonne une taxe annuelle sur les mâts, pylônes ou antennes affectés à la réalisation, directement avec le public, d'une opération mobile de télécommunications par l'opérateur d'un réseau public de télécommunications.
(NOTA : bij arrest nr 78/2016 van 25-05-2016 (nog niet gepubliceerd in het B.St), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 78/2016 du 25-05-2016 (non encore publié au M.B.), la Cour constitutionnelle a annulé cet article)
Art.145. De belasting is verschuldigd door de operator van de mast, de pyloon of de antenne op 1 januari van het aanslagjaar.
  Als de operator niet eigenaar is van de mast, de pyloon of de antenne, wordt hij hoofdelijk gehouden tot de betaling van de belasting.
Art.145. La taxe est due par l'opérateur du mât, pylône ou antenne au 1er janvier de l'exercice d'imposition.
  Si l'opérateur n'est pas le propriétaire du mât, pylône ou antenne, ce dernier est tenu solidairement au paiement de la taxe.
(NOTA : bij arrest nr 78/2016 van 25-05-2016 (nog niet gepubliceerd in het B.St), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 78/2016 du 25-05-2016 (non encore publié au M.B.), la Cour constitutionnelle a annulé cet article)
Art.146. Het jaarlijks basisbedrag van de belasting wordt vastgesteld op 8.000 euro per site. Dit bedrag wordt, vanaf het aanslagjaar 2015, geïndexeerd volgens de volgende formule :
  Geïndexeerd bedrag = Basisbedrag * (indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand januari van het aanslagjaar/indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand januari van 2014).
  Onder site wordt verstaan het geheel, onlosmakelijk verbonden zonder substantiële werkzaamheden, gevormd door de mast, de pyloon of de antenne(n) en bijbehorende uitrustingen, die door één of verschillende operatoren zijn geïnstalleerd.
  De operatoren die een site bedoeld bij deze belasting gezamenlijk gebruiken, worden hoofdelijk gehouden tot de betaling van de belasting.
  Het bedrag van de belasting wordt geannuleerd in geval van een ingerichte site die effectief niet wordt gebruikt.
Art.146. Le montant annuel de base de la taxe est fixé à 8.000 euros par site. Ce montant, est, à partir de l'exercice d'imposition 2015, indexé selon la formule suivante :
  Montant indexé = montant de base * (indice des prix à la consommation de janvier de l'exercice d'imposition/indice des prix à la consommation de janvier 2014).
  On entend par site l'ensemble, indissociable sans travaux substantiels, formé par le mât, pylône ou antenne(s) et leurs équipements connexes, qu'un ou plusieurs opérateurs ont installé.
  Les opérateurs qui partagent un site visé par la présente taxe sont tenus solidairement au paiement de la taxe.
  Le montant de la taxe est annulé pour un site installé, mais non exploité effectivement.
(NOTA : bij arrest nr 78/2016 van 25-05-2016 (nog niet gepubliceerd in het B.St), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 78/2016 du 25-05-2016 (non encore publié au M.B.), la Cour constitutionnelle a annulé cet article)
Art.147. Elke belastingplichtige moet jaarlijks aangifte doen bij het belastingsorgaan opgericht door de Waalse Regering, van het aantal sites die per gemeente alleen of gezamenlijk worden ingericht of gebruikt.
Art.147. Tout redevable de la taxe est tenu de déposer chaque année auprès de l'organe de taxation établi par le Gouvernement wallon, une déclaration établissant le nombre de sites installés, exploités, seul ou de manière partagée, par commune.
(NOTA : bij arrest nr 78/2016 van 25-05-2016 (nog niet gepubliceerd in het B.St), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 78/2016 du 25-05-2016 (non encore publié au M.B.), la Cour constitutionnelle a annulé cet article)
Art.148. De aangifte, de procedure tot aanslag, de aanslag- en opeisbaarheidstermijnen, de vordering en de beroepsmiddelen worden opgesteld overeenkomstig het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art.148. La déclaration, la procédure de taxation, les délais d'imposition et d'exigibilité, le recouvrement et les voies de recours sont établis conformément au décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes et à ses arrêtés d'exécution.
(NOTA : bij arrest nr 78/2016 van 25-05-2016 (nog niet gepubliceerd in het B.St), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 78/2016 du 25-05-2016 (non encore publié au M.B.), la Cour constitutionnelle a annulé cet article)
(NOTA : bij arrest nr 78/2016 van 25-05-2016 (nog niet gepubliceerd in het B.St), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 78/2016 du 25-05-2016 (non encore publié au M.B.), la Cour constitutionnelle a annulé cet article)
Art.150. [1 § 1. De gemeenten kunnen een aanvullende belasting vestigen op de belasting gevestigd in artikel 144 op de masten, pylonen of antennen die voornamelijk op hun grondgebied worden opgesteld.
   § 2. De aanvullende belasting kan niet het voorwerp uitmaken van een vermindering, vrijstelling of uitzondering.]1
Art.150. [1 § 1er. Les communes peuvent établir une taxe additionnelle à la taxe établie à l'article 144 frappant les mâts, pylônes ou antennes établis principalement sur leur territoire.
   § 2. La taxe additionnelle ne peut être l'objet d'aucune réduction, exemption ou exception.]1
(NOTA : bij arrest nr 78/2016 van 25-05-2016 (nog niet gepubliceerd in het B.St), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
  

Wijzigingen

(NOTA : bij arrest nr 146/2016 van 17-11-2016 (B.St. 10-01-2017, p. 1098), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel 40 vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 78/2016 du 25-05-2016 (non encore publié au M.B.), la Cour constitutionnelle a annulé cet article 150)
  

Wijzigingen

(NOTE : par son arrêt n° 146/2016 du 17-11-2016 (M.B. 10-01-2017, p. 1098), la Cour constitutionnelle a annulé cet article 40)
Art.151. § 1. Een procent van de opbrengst van de aanvullende belasting wordt afgehouden voor administratieve kosten vóór de toewijzing van het saldo aan de gemeenten.
  § 2. De Regering bepaalt de bijzondere modaliteiten voor de toewijzing van de opbrengst van de aanvullende belasting aan de gemeenten.
(NOTA : bij arrest nr 78/2016 van 25-05-2016 (nog niet gepubliceerd in het B.St), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
Art.151. § 1er. Un pour cent du produit de la taxe additionnelle est retenu à titre de frais administratifs avant attribution du solde aux communes.
  § 2. Le Gouvernement détermine les modalités particulières d'attribution du produit de la taxe additionnelle aux communes.
(NOTE : par son arrêt n° 78/2016 du 25-05-2016 (non encore publié au M.B.), la Cour constitutionnelle a annulé cet article)
Afdeling 7. - Bepalingen betreffende afgedankte bedrijfsruimten
Section 7. - Dispositions relatives aux sites d'activité économique désaffectés
Art.152. In artikel 2 van het decreet van 27 mei 2004 tot invoering van een belasting op de afgedankte bedrijfsruimten, zoals gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het getal "5.000" wordt vervangen door het getal "1.000";
  2° het getal "50" wordt vervangen door het getal "25".
Art.152. A l'article 2 du décret du 27 mai 2004 instaurant une taxe sur les sites d'activité économique désaffectés, modifié par le décret du 30 avril 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le nombre " 5 000 " est remplacé par le nombre " 1 000 ";
  2° le nombre " 50 " est remplacé par le nombre " 25 ".
Art.153. In artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, worden de woorden "of van elke zoals in artikel 7, § 3, tweede lid, bedoelde jaarlijkse vaststelling die later dan eerstgenoemde vaststelling plaatsvindt" vervangen door de woorden "of van de latere vaststellingen bedoeld in artikel 3, § 2, tweede lid, of, bij gebrek aan vaststelling, op de verjaardagdatum van de tweede vaststelling".
Art.153. A l'article 5 du même décret, modifié par le décret du 30 avril 2009, les mots " ou de chaque constat annuel postérieur à celui-ci tel que visé à l'article 7, § 3, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " ou des constats postérieurs visés à l'article 7, § 3, alinéa 2, ou, à défaut de constat, à la date anniversaire du deuxième constat ".
Art.154. Artikel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 17 januari 2008, wordt gewijzigd als volgt :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "Het belastbare tijdperk is het jaar waarin een tweede vaststelling bedoeld in artikel 7, § 2, tweede lid, wordt opgemaakt, waarbij het bestaan van een in stand gehouden afgedankte bedrijfsruimte wordt vastgesteld, of de latere jaren waarin de ruimte in stand wordt gehouden, in de zin van artikel 2.";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "De belasting kan ingekohierd worden tot op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.".
Art.154. A l'article 6 du même décret, modifié par le décret du 17 janvier 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " La période imposable est l'année au cours de laquelle est dressé un deuxième constat visé à l'article 7, § 2, alinéa 2, établissant l'existence d'un site d'activité économique désaffecté maintenu en l'état, ou les années postérieures durant lesquelles le site est maintenu en l'état au sens de l'article 2. ";
  2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " La taxe peut être enrôlée jusqu'au 30 juin de l'année qui suit l'année imposable. ".
Art.155. Artikel 7 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt gewijzigd als volgt :
  1° in § 2 wordt het woord "twaalf" vervangen door het woord "negen";
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : "Deze tweede vaststelling wordt bekendgemaakt overeenkomstig § 1, tweede lid";
  3° in § 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "Vanaf de verjaardagdatum van de tweede vaststelling, wordt de ruimte geacht in stand gehouden te zijn in de zin van artikel 2. De verschuldigde kan de ambtenaren bedoeld in § 1, eerste lid, echter verzoeken een controle uit te voeren.".
Art.155. A l'article 7, du même décret, modifié par le décret du 30 avril 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, le mot " douze " est remplacé par le mot " neuf ";
  2° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit : " Ce deuxième constat est notifié conformément au § 1er, alinéa 2 ";
  3° au paragraphe 3, l'alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " A partir de la date anniversaire du deuxième constat, le site est présumé maintenu en l'état au sens de l'article 2. Toutefois, le redevable peut demander aux fonctionnaires visés au § 1er, alinéa 1er, d'effectuer un contrôle. ".
Art.156. Artikel 9 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 17 januari 2008, wordt gewijzigd als volgt :
  1° de §§ 1 tot 3 worden vervangen als volgt :
  " § 1. De opeisbaarheid van de belasting alsmede de looptijd van de verjaring van de invordering ervan worden opgeschort voor de gebieden bedoeld in § 2 en § 3.
  § 2. De gebieden onderworpen aan de bepalingen van hoofdstuk IV van het decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer, zolang de houder van de verplichtingen, die hem overeenkomstig dit decreet zijn opgelegd, zijn verplichtingen nakomt.
  De opschorting begint te lopen vanaf het jaar waarin deze verplichtingen ontstaan.
  Ze heeft betrekking op de belastingen betreffende de jaren waarin deze verplichtingen lopen.
  De belastingen worden ontheven wanneer het bestuur een bodemcontrolecertificaat afgeeft overeenkomstig artikel 67 van dit decreet.
  § 3. De gebieden waarvoor een heraanleg nodig is, die het voorwerp uitmaken van het besluit bedoeld in artikel 169, § 1, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie.
  De opschorting begint te lopen vanaf het jaar van dit besluit.
  Ze heeft betrekking op de belastingen die verschuldigd zijn op het moment van het besluit bedoeld in het eerste lid, voor de vanaf het jaar van de aanvraag invorderbare belastingen.
  De belastingen worden ontheven wanneer de herinrichting van de locatie bij het besluit bedoeld in artikel 169, § 7, van hetzelfde Wetboek wordt vastgesteld.";
  2° het artikel wordt aangevuld met de §§ 6 en 7, luidend als volgt :
  " § 6. De opschorting bedoeld in § 2 en § 3 is vaststaand, zelfs als de naleving van de verplichtingen die uit de twee bedoelde wetgevingen voortvloeien, de afschaffing van de belastbare aard van het gebied in de zin van dit decreet niet tot gevolg heeft gehad.
  § 7. De vaststelling, door de ambtenaar aangewezen door de Regering, van de niet-belastbare aard van een gebied in de zin van dit decreet, heeft tot gevolg de ontheffing van de opgeschorte belastingen.".
Art.156. A l'article 9 du même décret, modifié par le décret du 17 janvier 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les paragraphes 1 à 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 1er. L'exigibilité de la taxe de même que le cours de la prescription de son recouvrement sont suspendus pour les sites visés aux § 2 et § 3.
  § 2. Les sites soumis aux dispositions du chapitre IV du décret du 5 décembre 2008 relatif à la gestion des sols, tant que le titulaire des obligations mises à sa charge en application de ce décret respecte ses obligations.
  La suspension prend cours à dater de l'année au cours de laquelle naissent ces obligations.
  Elle concerne les taxes relatives aux années durant lesquelles durent ces obligations.
  Les taxes sont dégrevées lorsque l'Administration délivre un certificat de contrôle du sol en application de l'article 67 dudit décret.
  § 3. Les sites à réaménager qui font l'objet de l'arrêté visé à l'article 169, § 1er, du Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme, du Patrimoine et de l'Energie.
  La suspension prend cours à dater de l'année de cet arrêté.
  Elle concerne les taxes dues au moment de l'arrêté visé à l'alinéa 1er, pour les taxes exigibles à partir de l'année de la demande.
  Les taxes sont dégrevées lorsque le réaménagement du site est constaté par l'arrêté visé à l'article 169, § 7, du même Code. ";
  2° l'article est complété par les paragraphes 6 et 7 rédigés comme suit :
  " § 6. La suspension visée aux § 2 et § 3 reste acquise même si le respect des obligations découlant des deux législations visées n'a pas entraîné la suppression du caractère taxable du site au sens du présent décret.
  § 7. Le constat, par le fonctionnaire désigné par le Gouvernement, du caractère désormais non taxable d'un site au sens du présent décret, entraîne le dégrèvement des taxes suspendues. ".
Art.157. In hetzelfde decreet wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 9bis. De gemeenten kunnen opcentiemen heffen op de gewestelijke belasting.
  Enkel de gemeenten die jaarlijks aan de telling deelnemen alsook aan de bijwerking van de lijst van de ruimten die kunnen betrokken zijn bij deze belasting, kunnen opcentiemen heffen."
Art.157. Dans le même décret, il est inséré un article 9bis rédigé comme suit:
  " Art. 9bis. Les communes peuvent lever des centimes additionnels à la taxe régionale.
  Peuvent lever ces centimes les communes qui participent annuellement au recensement et à la mise à jour de la liste des sites susceptibles d'être concernés par la présente taxe. ".
HOOFDSTUK X. - Inwerkingtreding
CHAPITRE X. - Entrée en vigueur
Art.158. Behalve wat betreft de bepalingen waarvan de datum bij de artikelen 17, 100, 133, 136 et 138 wordt vastgesteld, treedt dit decreet in werking op 1 januari 2015.
Art.158. Sauf en ce qui concerne les dispositions dont la date d'entrée en vigueur est fixée par les articles 17, 100, 133, 136 et 138, le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2015.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1.
Art. N1.
 Categorie bedrijven Grondslag waarop de omzettingscoëfficiënt betrekking heeft Omzettings-
  coëfficiënt
Opmerkingen
1 2 3 4 5 6
1 - Slachthuizen en slachterijen (excl. vleeswarenverwerking)     
 a. varkens 1.000 kg geslacht gewicht 0,3   
 indien tevens darmslijmerij aanwezig, verhoogd met  0,23   
 b. andere dieren 1.000 kg geslacht gewicht 0,52   
 Verhoging factoren :     
 - bij lozing pensenmest  1,18   
 - bij lozing bloed van varkens  0,53   
 - bij lozing bloed van andere dieren  0,96   
2 - Pluimveeslachterijen :     
 groep I 1.000 kg geslacht gewicht 0,29  1
 groep II 1.000 kg geslacht gewicht 0,58  1
 groep III 1.000 kg geslacht gewicht 1,02  1
3 - Poets- en smeermiddelenfabriek 1.000 kg grondstof 3   
4 Aardewerk-, asbestcement-, beton-, steen-, kalk-, cement-, baksteenfabriek 100 arbeidsdagen 0,35 0,014  
5 Autorevisiewerkplaatsen, werkplaatsen voor tram en spoor, garages, carwashinstallaties 1 m3 gebruikt water 0,05 0,032  
6 - Wasserijen, met uitzondering van wassalons:     
 a. natwasserij 1.000 kg witgoed, uitsluitend van ziekenhuizen en hotels:
  lakenpakketten en oprolhanddoeken
0,44   
  1.000 kg witgoed, voor zover niet vallend onder een andere coefficient 0,73   
  1.000 bontgoed, bedrijfskleding en hand- en keukendoeken uit verhuur 1,02   
  1.000 kg stijfselgoed 1,62   
  100 arbeidsdagen 0,18   
      
 b. chemisch reinigen 100 arbeidsdagen 0,18   
 c. kledingververijen 1 mü gebruikt water 0,73   
7 - Poets- en smeermiddelen fabrieken 100 arbeidsdagen 4,5 0,011  
8 - Ijzerbeitserij Extra per 1.000 kg geloosd Fe++ 100 arbeidsdagen100 arbeidsdagen 0,23
  3,3
0,032
  0,032
 
9 - Aardappelverwerking tot voorgebakken frieten 1.000 kg aardappelen 0,87   
10 - Fruitconservenfabrieken (incl. jamfabrieken) 1.000 kg appelen, peren, aardbeien
  1 000 kg kersen, bessen en overige zachte vruchten
1, 02
  0,73
  
11 - Galvaniseerfabrieken 1 m3 gebruikt water 0,04 0,032  
12 - Gasfabrieken 1.000 kg grondstof 1,1   
13 - Grafische en andere papierverwerkende en kartonverwerkende bedrijven 1 m3 gebruikt water 0,04 0,022  
14 - laboratoria 100 arbeidsdagen 1,1 0,011  
15 - Zuivelindustrie:     
 a. niet gesaneerde bedrijven 1.000 kg ontvangen melk 0,13   
  1.000 kg ontvangen melk in een ontvangststation 0,06   
  1.000 kg boter en boterconcentraat (uit boter) 4,38   
  1.000 kg boter (continu boterbereiding zonder wassen) 1,47   
  1.000 kg kaas 4,38   
  1.000 kg prod. in fles 0,35   
  1.000 kg melkpoeder (walsenpoeder) 1,78   
  1.000 kg melkpoeder (verstuivingstoren) 1,47   
  1.000 kg gecondenseerde melk 0,44   
  ijsbereiding per 1.000 kg grondstof 0,44  2
 b. gesaneerde bedrijven 1.000 kg ontvangen melk 0,06   
  1.000 kg boter 2,27   
  1.000 kg kaas 1,78   
16 - Plastiekverwerkende nijverheid 100 arbeidsdagen 11,18 0,017  
17 - Kaarsfabrieken en wasbeklerijen 100 arbeidsdagen 0,65   
18 - Rood- en koekfabrieken en niet elders genoemde voedingsmiddelen 100 arbeidsdagen 0,45   
 - Eierverwerkingsbedrijven 1.000 kg geproduceerd product 0,5   
19 a. Bierbrouwerijen 1.000 kg bier 1,33   
 b. Idem bij terughouden van hop en bostel 1.000 kg bier 0,34   
20 - Pindabranderijen 1.000 kg grondstof 0,75   
21 - Cacao-, chocolade-, suikerwerk- en honingfabrieken 1.000 kg eindproduct 0,29   
22 - keramische industrie 100 arbeidsdagen 0,22 0,014  
23 - chemische industrieën :     
 a. minerale scheikunde en transformatie activiteiten 100 arbeidsdagen 11,8 0,019  
 b. organische scheikunde 100 arbeidsdagen 23,6 0,011  
24 Lijmfabriek 1.000 kg beenderlijm 3,7   
25 - Huiden en vellen, bont:     
 a. chroomleerlooierijen 1.000 kg grondstof 6,9 0,012  
 b. plantaardige leerlooierijen 1.000 kg grondstof 7 0,011  
 c) witleerlooierijen 1.000 kg grondstof 10 0,011  
 d. pelsbereiding bedrijven 1.000 kg grondstof 10 0,011  
 e. zeemleerlooierijen 1.000 kg grondstof 20 0,011  
26 - Destructiebedrijven 1.000 kg bruto gewicht te destructeren materiaal 1,1 0,032  
27 - Distilleerderijen 1 m3 gebruikt water 0,06   
28 - Emailleerderijen 1 m3 gebruikt water 0,04 0,032  
29 - Groenteconservenbedrijven : 1.000 kg aardappelen schrappen 1,75   
  1.000 kg aardappelen 1,9   
  1.000 kg wortelen, ajuinen 1,3   
  1.000 kg rode bieten 2,1   
  1.000 kg soepgroenten 0,96   
  1.000 kg koolsoorten (uitgezonderd de bereiding tot zuurkool) en koolraap 0,75   
  1.000 kg prei, sperzie-, snijbonen en selderij 0,58   
  1.000 kg doperwten en capucijners 1,02   
  1.000 kg andere groenten 0,5   
30 - Groentewasserijen 1.000 kg wortelen 0,13   
  1.000 kg zilveruien 0,23   
31 - Gist- en spiritusfabrieken 1.000 kg melasse 9,3   
32 - Limonadefabrieken en bottelarijen 1.000 l geproduceerd product 0,12   
33 - Margarine vet- en spijsoliefabrieken indien uitsluitend olie wordt gewonnen door het persen van zaden 1.000 kg ruwe oliën en vetten
  1 000 kg gefabriceerd product
0,7   
34 - Mouterijen 1.000 kg gerst 0,16   
35 - Metaalindustrie :     
 a. mechanisch bewerken, koudverwerking 100 arbeidsdagen 0,23 0,01  
 b. verzinken en non-ferro beitsen 100 arbeidsdagen 0,23 0,032  
36 - Metallurgische industrie 100 arbeidsdagen 0,23 0,032  
37 - Papierindustrie 1.000 kg papier uit houtslijpsel of celstof 1,6   
  idem - uit ander materiaal 7,8   
38 - Strokartonfabrieken 1.000 kg karton 4,9   
39 - Parfum- en cosmeticafabrieken 100 arbeidsdagen 5,84   
40 - Visconservenfabrieken 1.000 kg vis 2,43   
41 - Vismeelfabrieken 1.000 kg vis 3,3   
42 - Dorserijen van erwten en capucijners 1.000 kg grondstof 0,034   
43 - Aardappelmeelfabrieken 1.000 kg aardappelen 1,44   
44 - Zeepfabrieken 1.000 kg zeep 0,55   
 - Indien onderloog wordt geloosd  3,1   
45 - Suikerfabrieken en
  suikerbietenrasperijen
1.000 kg suikerbieten 0,27   
 - Indien uitsluitend afvalwater van de condensoren wordt geloosd 1.000 kg suikerbieten 0,027   
46 - Textielfabrieken:     
 a. spinnerij 100 arbeidsdagen 0,18   
 b. weverij 100 arbeidsdagen 0,18   
 c. ververij 1 m3 gebruikt water 0,73   
 d. blekerij 1 m3 gebruikt water 0,73   
 e. wolwasserij 1.000 kg ruwe wol 7   
47 - Vatenwasserijen 1 m3 gebruikt water 0,58 0,021  
48 - Vulcaniseerinrichting, gummiwaren, kabel- en kunstleerfabrieken 100 arbeidsdagen 0,08 0,011  
49 - Vleeswarenbedrijven 1.000 kg geproduceerd product :
  worst-, hamkokerijen
0,73   
  1.000 kg geproduceerd product :
  andere
0,45   
50 - Plastiekverwerkende nijverheid 100 arbeidsdagen 0,22   
51 - Elektriciteitscentrales 100 arbeidsdagen 0,22 0,011  
52 - Visteelt 1.000 kg geloosde voedingsmiddelen 8 0 3
53 - Zwembaden 1 m3 gebruikt water 0,008 0  
54 Ziekenhuizen in de zin van de artikelen 2 tot 4 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen - bed
  - bed indien aanwezigheid van een wasserij in het ziekenhuis om er het wasgoed dat ter plaats wordt gebruikt te wassen
3
  3,6
0
  0
Categorie bedrijven Grondslag waarop de omzettingscoëfficiënt betrekking heeft Omzettings-
  coëfficiënt Opmerkingen1 2 3 4 5 61 - Slachthuizen en slachterijen (excl. vleeswarenverwerking) a. varkens 1.000 kg geslacht gewicht 0,3 indien tevens darmslijmerij aanwezig, verhoogd met 0,23 b. andere dieren 1.000 kg geslacht gewicht 0,52 Verhoging factoren : - bij lozing pensenmest 1,18 - bij lozing bloed van varkens 0,53 - bij lozing bloed van andere dieren 0,96 2 - Pluimveeslachterijen : groep I 1.000 kg geslacht gewicht 0,29 1groep II 1.000 kg geslacht gewicht 0,58 1groep III 1.000 kg geslacht gewicht 1,02 13 - Poets- en smeermiddelenfabriek 1.000 kg grondstof 3 4 Aardewerk-, asbestcement-, beton-, steen-, kalk-, cement-, baksteenfabriek 100 arbeidsdagen 0,35 0,014 5 Autorevisiewerkplaatsen, werkplaatsen voor tram en spoor, garages, carwashinstallaties 1 m3 gebruikt water 0,05 0,032 6 - Wasserijen, met uitzondering van wassalons: a. natwasserij 1.000 kg witgoed, uitsluitend van ziekenhuizen en hotels:
  lakenpakketten en oprolhanddoeken 0,44 1.000 kg witgoed, voor zover niet vallend onder een andere coefficient 0,73 1.000 bontgoed, bedrijfskleding en hand- en keukendoeken uit verhuur 1,02 1.000 kg stijfselgoed 1,62 100 arbeidsdagen 0,18 b. chemisch reinigen 100 arbeidsdagen 0,18 c. kledingververijen 1 mü gebruikt water 0,73 7 - Poets- en smeermiddelen fabrieken 100 arbeidsdagen 4,5 0,011 8 - Ijzerbeitserij Extra per 1.000 kg geloosd Fe++ 100 arbeidsdagen100 arbeidsdagen 0,23
  3,3 0,032
  0,032 9 - Aardappelverwerking tot voorgebakken frieten 1.000 kg aardappelen 0,87 10 - Fruitconservenfabrieken (incl. jamfabrieken) 1.000 kg appelen, peren, aardbeien
  1 000 kg kersen, bessen en overige zachte vruchten 1, 02
  0,73 11 - Galvaniseerfabrieken 1 m3 gebruikt water 0,04 0,032 12 - Gasfabrieken 1.000 kg grondstof 1,1 13 - Grafische en andere papierverwerkende en kartonverwerkende bedrijven 1 m3 gebruikt water 0,04 0,022 14 - laboratoria 100 arbeidsdagen 1,1 0,011 15 - Zuivelindustrie: a. niet gesaneerde bedrijven 1.000 kg ontvangen melk 0,13 1.000 kg ontvangen melk in een ontvangststation 0,06 1.000 kg boter en boterconcentraat (uit boter) 4,38 1.000 kg boter (continu boterbereiding zonder wassen) 1,47 1.000 kg kaas 4,38 1.000 kg prod. in fles 0,35 1.000 kg melkpoeder (walsenpoeder) 1,78 1.000 kg melkpoeder (verstuivingstoren) 1,47 1.000 kg gecondenseerde melk 0,44 ijsbereiding per 1.000 kg grondstof 0,44 2b. gesaneerde bedrijven 1.000 kg ontvangen melk 0,06 1.000 kg boter 2,27 1.000 kg kaas 1,78 16 - Plastiekverwerkende nijverheid 100 arbeidsdagen 11,18 0,017 17 - Kaarsfabrieken en wasbeklerijen 100 arbeidsdagen 0,65 18 - Rood- en koekfabrieken en niet elders genoemde voedingsmiddelen 100 arbeidsdagen 0,45 - Eierverwerkingsbedrijven 1.000 kg geproduceerd product 0,5 19 a. Bierbrouwerijen 1.000 kg bier 1,33 b. Idem bij terughouden van hop en bostel 1.000 kg bier 0,34 20 - Pindabranderijen 1.000 kg grondstof 0,75 21 - Cacao-, chocolade-, suikerwerk- en honingfabrieken 1.000 kg eindproduct 0,29 22 - keramische industrie 100 arbeidsdagen 0,22 0,014 23 - chemische industrieën : a. minerale scheikunde en transformatie activiteiten 100 arbeidsdagen 11,8 0,019 b. organische scheikunde 100 arbeidsdagen 23,6 0,011 24 Lijmfabriek 1.000 kg beenderlijm 3,7 25 - Huiden en vellen, bont: a. chroomleerlooierijen 1.000 kg grondstof 6,9 0,012 b. plantaardige leerlooierijen 1.000 kg grondstof 7 0,011 c) witleerlooierijen 1.000 kg grondstof 10 0,011 d. pelsbereiding bedrijven 1.000 kg grondstof 10 0,011 e. zeemleerlooierijen 1.000 kg grondstof 20 0,011 26 - Destructiebedrijven 1.000 kg bruto gewicht te destructeren materiaal 1,1 0,032 27 - Distilleerderijen 1 m3 gebruikt water 0,06 28 - Emailleerderijen 1 m3 gebruikt water 0,04 0,032 29 - Groenteconservenbedrijven : 1.000 kg aardappelen schrappen 1,75 1.000 kg aardappelen 1,9 1.000 kg wortelen, ajuinen 1,3 1.000 kg rode bieten 2,1 1.000 kg soepgroenten 0,96 1.000 kg koolsoorten (uitgezonderd de bereiding tot zuurkool) en koolraap 0,75 1.000 kg prei, sperzie-, snijbonen en selderij 0,58 1.000 kg doperwten en capucijners 1,02 1.000 kg andere groenten 0,5 30 - Groentewasserijen 1.000 kg wortelen 0,13 1.000 kg zilveruien 0,23 31 - Gist- en spiritusfabrieken 1.000 kg melasse 9,3 32 - Limonadefabrieken en bottelarijen 1.000 l geproduceerd product 0,12 33 - Margarine vet- en spijsoliefabrieken indien uitsluitend olie wordt gewonnen door het persen van zaden 1.000 kg ruwe oliën en vetten
  1 000 kg gefabriceerd product 0,7 34 - Mouterijen 1.000 kg gerst 0,16 35 - Metaalindustrie : a. mechanisch bewerken, koudverwerking 100 arbeidsdagen 0,23 0,01 b. verzinken en non-ferro beitsen 100 arbeidsdagen 0,23 0,032 36 - Metallurgische industrie 100 arbeidsdagen 0,23 0,032 37 - Papierindustrie 1.000 kg papier uit houtslijpsel of celstof 1,6 idem - uit ander materiaal 7,8 38 - Strokartonfabrieken 1.000 kg karton 4,9 39 - Parfum- en cosmeticafabrieken 100 arbeidsdagen 5,84 40 - Visconservenfabrieken 1.000 kg vis 2,43 41 - Vismeelfabrieken 1.000 kg vis 3,3 42 - Dorserijen van erwten en capucijners 1.000 kg grondstof 0,034 43 - Aardappelmeelfabrieken 1.000 kg aardappelen 1,44 44 - Zeepfabrieken 1.000 kg zeep 0,55 - Indien onderloog wordt geloosd 3,1 45 - Suikerfabrieken en
  suikerbietenrasperijen 1.000 kg suikerbieten 0,27 - Indien uitsluitend afvalwater van de condensoren wordt geloosd 1.000 kg suikerbieten 0,027 46 - Textielfabrieken: a. spinnerij 100 arbeidsdagen 0,18 b. weverij 100 arbeidsdagen 0,18 c. ververij 1 m3 gebruikt water 0,73 d. blekerij 1 m3 gebruikt water 0,73 e. wolwasserij 1.000 kg ruwe wol 7 47 - Vatenwasserijen 1 m3 gebruikt water 0,58 0,021 48 - Vulcaniseerinrichting, gummiwaren, kabel- en kunstleerfabrieken 100 arbeidsdagen 0,08 0,011 49 - Vleeswarenbedrijven 1.000 kg geproduceerd product :
  worst-, hamkokerijen 0,73 1.000 kg geproduceerd product :
  andere 0,45 50 - Plastiekverwerkende nijverheid 100 arbeidsdagen 0,22 51 - Elektriciteitscentrales 100 arbeidsdagen 0,22 0,011 52 - Visteelt 1.000 kg geloosde voedingsmiddelen 8 0 353 - Zwembaden 1 m3 gebruikt water 0,008 0 54 Ziekenhuizen in de zin van de artikelen 2 tot 4 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen - bed
  - bed indien aanwezigheid van een wasserij in het ziekenhuis om er het wasgoed dat ter plaats wordt gebruikt te wassen 3
  3,6 0
  0
Opmerkingen:
  1. Tot groep I behoren de bedrijven met een laag waterverbruik (10 mü per 1000 kg geslacht gewicht) met goede voorzieningen voor het opvangen van bloed en zonder natte bewerking of nat transport van veren of slachtafval.
  Tot groep II behoren de bedrijven met uitsluitend natte verwerking en/of transport van veren of slachtafval.
  Tot groep III behoren de bedrijven met nat transport van veren of slachtafval, bovendien alle bedrijven met kipkokerij en alle overige bedrijven die niet tot groep I en II behoren.
  2. Onder gesaneerde zuivelfabriek wordt verstaan een zuivelfabriek waarin goede voorzieningen ter beperking van de vervuilingsgraad zijn getroffen, als het opvangen van drupmelk, het terughouden van het bezinksel uit boterwaswater, het opvangen van perswei, het voorkomen van lekverliezen e.d.
  3. Wat visteelt betreft, wordt een verminderingspercentage van het aantal vuilvrachteenheden toegepast wanneer een of meer van de volgende maatregelen worden uitgevoerd:
  a) verbruik van hoog verteerbare voedingsmiddelen: 30 % vermindering;
  b) filtering op draaifilter aan de uitgang van de teeltbassins: 75 % vermindering;
  c) bezinkbassins met aan het debiet aangepaste afmetingen met periodieke slibterugwinning: 50 % vermindering.
  De verminderingspercentage zijn cumuleerbaar indien verschillende van deze maatregelen tegelijkertijd worden uitgevoerd (met een verminderingspercentage van hoogstens 100 %).
 Catégorie d'entreprises Base sur laquelle porte le coefficient de conversion Coefficients
  de conversion
Remarques
1 2 3 4 5 6
1 - Abattoirs et tueries à l'exclusion de la préparation de viandes:     
 a. porcs 1.000 kg de poids abattu 0,3   
 s'il y a une boyauderie, augmentation de  0,23   
 b. autres animaux 1.000 kg de poids abattu 0,52   
 Facteurs d'augmentation :     
 - évacuation du contenu des panses  1,18   
 - évacuation du sang des porcs  0,53   
 - évacuation du sang d'autres animaux  0,96   
2 - Abattoirs de volailles :     
 groupe I 1.000 kg de poids abattu 0,29  1
 groupe II 1.000 kg de poids abattu 0,58  1
 groupe III 1.000 kg de poids abattu 1,02  1
3 - Amidonneries et féculeries 1.000 kg de matière première 3   
4 - Amiante, amiante-ciment, béton, briques, chaux, ciment, poterie, verre (fabriques de) 100 journées de travail 0,35 0,014  
5 - Ateliers de réparation d'automobiles, de trams ou de trains, garages, installations de lavage d'automobiles 1 m3 d'eau utilisée 0,05 0,032  
6 - Blanchisseries à l'exception des salons-lavoirs :     
 a. lavage humide 1.000 kg de linge blanc provenant uniquement d'hôpitaux et d'hôtels : paquets de draps et essuie-mains pour rouleaux automatiques 0,44   
  1.000 kg de linge blanc pour autant qu'aucun autre coefficient ne soit d'application 0,73   
  1.000 kg de linge de couleur, vêtements de travail et essuie-mains et essuie de cuisine de location 1,02   
  1.000 kg de linge amidonné 1,62   
  100 journées de travail 0,18   
      
 b. nettoyage à sec 100 journées de travail 0,18   
 c. teinture de vêtements 1 mü d'eau utilisée 0,73   
7 - Fabriques de produits d'entretien et de lubrifiants 100 journées de travail 4,5 0,011  
8 - Décapage du fer : en outre par 1.000 kg de fer bivalent déversé 100 journées de travail
  100 journées de travail
0,23
  3,3
0,032
  0,032
 
9 - Préparation de patates préfrites 1.000 kg de pommes de terre 0,87   
10 - Fabriques de conserves de fruits (y compris fabriques de confitures) 1.000 kg de pommes, poires, fraises
  1.000 kg de cerises, groseilles et autres fruits doux
1, 02
  0,73
  
11 - Usines de galvanisation 1 m3 d'eau utilisée 0,04 0,032  
12 - Usines à gaz 1.000 kg de matière première 1,1   
13 - Imprimeries et autres entreprises d'arts graphiques utilisant le papier et le carton 1 m3 d'eau utilisée 0,04 0,022  
14 - Laboratoires 100 journées de travail 1,1 0,011  
15 - Laiteries :     
 a. entreprises non assainies 1.000 kg de lait réceptionné 0,13   
  1.000 kg de lait réceptionné dans un poste de réception 0,06   
  1.000 kg de beurre et de concentré de beurre (tiré du beurre) 4,38   
  1.000 kg de beurre (préparation continue sans lavage) 1,47   
  1.000 kg de fromage 4,38   
  1.000 kg de produits en bouteille 0,35   
  1.000 kg de poudre de lait (séchage sur cylindres) 1,78   
  1.000 kg de poudre de lait (séchage en tour spray) 1,47   
  1.000 kg de lait condensé 0,44   
  préparation de crème à la glace par 1.000 kg de matière première 0,44  2
 b. entreprises assainies 1.000 kg de lait réceptionné 0,06   
  1.000 kg de beurre 2,27   
  1.000 kg de fromage 1,78   
16 - Fabriques de laques et de couleurs 100 journées de travail 11,18 0,017  
17 - Fabriques de bougies et blanchissement de la cire 100 journées de travail 0,65   
18 - Boulangeries et pâtisseries, fabriques d'aliments non désignés ailleurs 100 journées de travail 0,45   
 - Casseries d'oeufs 1.000 kg de produit fabriqué 0,5   
19 a. Brasseries 1.000 kg de bière 1,33   
 b. Idem avec rétention du houblon et de la drèche 1.000 kg de bière 0,34   
20 - Torréfaction de cacahuètes 1.000 kg de matière première 0,75   
21 - Cacao, chocolat, confiserie et miel (fabriques de) 1.000 kg de produit fini 0,29   
22 - Industrie de la céramique 100 journées de travail 0,22 0,014  
23 - Industries chimiques :     
 a. chimie minérale et activités de transformation 100 journées de travail 11,8 0,019  
 b. chimie organique 100 journées de travail 23,6 0,011  
24 Fabrique de colle 1.000 kg de colle d'os 3,7   
25 - Cuirs et peaux, fourrures :     
 a. tannage au chrome 1.000 kg de matière première 6,9 0,012  
 b. tannage végétal 1.000 kg de matière première 7 0,011  
 c. mégisseries 1.000 kg de matière première 10 0,011  
 d. pelleteries 1.000 kg de matière première 10 0,011  
 e. chamoiseries 1.000 kg de matière première 20 0,011  
26 - Entreprises de destruction 1.000 kg de poids brut de matières à détruire 1,1 0,032  
27 - Distilleries 1 m3 d'eau utilisée 0,06   
28 - Emailleries 1 m3 d'eau utilisée 0,04 0,032  
29 - Fabriques de conserves de légumes 1.000 kg de pommes de terre épluchées 1,75   
  1.000 kg de pommes de terre blanchies 1,9   
  1.000 kg de carottes, oignons 1,3   
  1.000 kg de betteraves rouges 2,1   
  1.000 de soupe verte julienne 0,96   
  1.000 kg d'épinards, endives, variétés de choux (sauf préparation de choucroute) et choux-raves 0,75   
  1.000 kg de poireaux, haricots verts, haricots coupés et céleris 0,58   
  1.000 kg de petits pois et pois chiches 1,02   
  1.000 kg d'autres légumes 0,5   
30 - Lavage de légumes 1.000 kg de carottes 0,13   
  1.000 kg d'échalotes 0,23   
31 - Levureries et distilleries d'alcool 1.000 kg de mélasse 9,3   
32 - Limonaderies et eaux en bouteille 1.000 l de produit fabriqué 0,12   
33 - Fabriques de margarine, graisses et huiles alimentaires si l'huile est obtenue exclusivement par pressage des grains 1.000 kg d'huile ou de graisse brute
  1.000 kg de produit fabriqué
0,7   
34 - Malteries 1.000 kg d'orge 0,16   
35 - Travail du métal :     
 a. travail mécanique, transformation à froid 100 journées de travail 0,23 0,01  
 b. zingage, décapage des non-ferreux 100 journées de travail 0,23 0,032  
36 - Industrie métallurgique 100 journées de travail 0,23 0,032  
37 - Industrie du papier 1.000 kg de papier de pâte mécanique ou de cellulose 1,6   
  idem provenant d'autres matières 7,8   
38 - Fabriques de carton de paille 1.000 kg de carton 4,9   
39 - Fabriques de parfums et de cosmétiques 100 journées de travail 5,84   
40 - Fabriques de conserves de poisson 1.000 kg de poisson 2,43   
41 - Fabriques de farines de poisson 1.000 kg de poisson 3,3   
42 - Battage de pois et de pois chiches 1.000 kg de matière première 0,034   
43 - Féculerie de pommes de terre 1.000 kg de pommes de terre 1,44   
44 - Fabriques de savon 1.000 kg de savon 0,55   
 - Si le résidu du relargage est déversé  3,1   
45 - Sucreries et râperies de betteraves 1.000 kg de betteraves sucrières 0,27   
 - Si l'eau usée provient uniquement des condensateurs 1.000 kg de betteraves sucrières 0,027   
46 - Industrie textile :     
 a. filatures 100 journées de travail 0,18   
 b. tissages 100 journées de travail 0,18   
 c. teintureries 1 m3 d'eau utilisée 0,73   
 d. ateliers de blanchissement 1 m3 d'eau utilisée 0,73   
 e. lavoirs de laine 1.000 kg de laine brute 7   
47 - Lavage de tonneaux et de fûts 1 m3 d'eau utilisée 0,58 0,021  
48 - Installations de vulcanisation, fabriques de produits en caoutchouc, de câbles et similicuir 100 journées de travail 0,08 0,011  
49 - Entreprises de préparation de viande 1.000 kg de produit fabriqué :
  cuisson de saucisses, jambon
0,73   
  1.000 kg de produit fabriqué :
  autres
0,45   
50 - Industrie de transformation des matières plastiques 100 journées de travail 0,22   
51 - Centrales électriques 100 journées de travail 0,22 0,011  
52 - Piscicultures 1.000 kg d'aliment déversé 8 0 3
53 - Piscines 1 m3 d'eau utilisée 0,008 0  
54 Hôpitaux au sens des articles 2 à 4 de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008. - lit
  - lit si l'hôpital comporte une blanchisserie traitant le linge utilisé dans l'établissement
3
  3,6
0
  0
Catégorie d'entreprises Base sur laquelle porte le coefficient de conversion Coefficients
  de conversion Remarques1 2 3 4 5 61 - Abattoirs et tueries à l'exclusion de la préparation de viandes: a. porcs 1.000 kg de poids abattu 0,3 s'il y a une boyauderie, augmentation de 0,23 b. autres animaux 1.000 kg de poids abattu 0,52 Facteurs d'augmentation : - évacuation du contenu des panses 1,18 - évacuation du sang des porcs 0,53 - évacuation du sang d'autres animaux 0,96 2 - Abattoirs de volailles : groupe I 1.000 kg de poids abattu 0,29 1groupe II 1.000 kg de poids abattu 0,58 1groupe III 1.000 kg de poids abattu 1,02 13 - Amidonneries et féculeries 1.000 kg de matière première 3 4 - Amiante, amiante-ciment, béton, briques, chaux, ciment, poterie, verre (fabriques de) 100 journées de travail 0,35 0,014 5 - Ateliers de réparation d'automobiles, de trams ou de trains, garages, installations de lavage d'automobiles 1 m3 d'eau utilisée 0,05 0,032 6 - Blanchisseries à l'exception des salons-lavoirs : a. lavage humide 1.000 kg de linge blanc provenant uniquement d'hôpitaux et d'hôtels : paquets de draps et essuie-mains pour rouleaux automatiques 0,44 1.000 kg de linge blanc pour autant qu'aucun autre coefficient ne soit d'application 0,73 1.000 kg de linge de couleur, vêtements de travail et essuie-mains et essuie de cuisine de location 1,02 1.000 kg de linge amidonné 1,62 100 journées de travail 0,18 b. nettoyage à sec 100 journées de travail 0,18 c. teinture de vêtements 1 mü d'eau utilisée 0,73 7 - Fabriques de produits d'entretien et de lubrifiants 100 journées de travail 4,5 0,011 8 - Décapage du fer : en outre par 1.000 kg de fer bivalent déversé 100 journées de travail
  100 journées de travail 0,23
  3,3 0,032
  0,032 9 - Préparation de patates préfrites 1.000 kg de pommes de terre 0,87 10 - Fabriques de conserves de fruits (y compris fabriques de confitures) 1.000 kg de pommes, poires, fraises
  1.000 kg de cerises, groseilles et autres fruits doux 1, 02
  0,73 11 - Usines de galvanisation 1 m3 d'eau utilisée 0,04 0,032 12 - Usines à gaz 1.000 kg de matière première 1,1 13 - Imprimeries et autres entreprises d'arts graphiques utilisant le papier et le carton 1 m3 d'eau utilisée 0,04 0,022 14 - Laboratoires 100 journées de travail 1,1 0,011 15 - Laiteries : a. entreprises non assainies 1.000 kg de lait réceptionné 0,13 1.000 kg de lait réceptionné dans un poste de réception 0,06 1.000 kg de beurre et de concentré de beurre (tiré du beurre) 4,38 1.000 kg de beurre (préparation continue sans lavage) 1,47 1.000 kg de fromage 4,38 1.000 kg de produits en bouteille 0,35 1.000 kg de poudre de lait (séchage sur cylindres) 1,78 1.000 kg de poudre de lait (séchage en tour spray) 1,47 1.000 kg de lait condensé 0,44 préparation de crème à la glace par 1.000 kg de matière première 0,44 2b. entreprises assainies 1.000 kg de lait réceptionné 0,06 1.000 kg de beurre 2,27 1.000 kg de fromage 1,78 16 - Fabriques de laques et de couleurs 100 journées de travail 11,18 0,017 17 - Fabriques de bougies et blanchissement de la cire 100 journées de travail 0,65 18 - Boulangeries et pâtisseries, fabriques d'aliments non désignés ailleurs 100 journées de travail 0,45 - Casseries d'oeufs 1.000 kg de produit fabriqué 0,5 19 a. Brasseries 1.000 kg de bière 1,33 b. Idem avec rétention du houblon et de la drèche 1.000 kg de bière 0,34 20 - Torréfaction de cacahuètes 1.000 kg de matière première 0,75 21 - Cacao, chocolat, confiserie et miel (fabriques de) 1.000 kg de produit fini 0,29 22 - Industrie de la céramique 100 journées de travail 0,22 0,014 23 - Industries chimiques : a. chimie minérale et activités de transformation 100 journées de travail 11,8 0,019 b. chimie organique 100 journées de travail 23,6 0,011 24 Fabrique de colle 1.000 kg de colle d'os 3,7 25 - Cuirs et peaux, fourrures : a. tannage au chrome 1.000 kg de matière première 6,9 0,012 b. tannage végétal 1.000 kg de matière première 7 0,011 c. mégisseries 1.000 kg de matière première 10 0,011 d. pelleteries 1.000 kg de matière première 10 0,011 e. chamoiseries 1.000 kg de matière première 20 0,011 26 - Entreprises de destruction 1.000 kg de poids brut de matières à détruire 1,1 0,032 27 - Distilleries 1 m3 d'eau utilisée 0,06 28 - Emailleries 1 m3 d'eau utilisée 0,04 0,032 29 - Fabriques de conserves de légumes 1.000 kg de pommes de terre épluchées 1,75 1.000 kg de pommes de terre blanchies 1,9 1.000 kg de carottes, oignons 1,3 1.000 kg de betteraves rouges 2,1 1.000 de soupe verte julienne 0,96 1.000 kg d'épinards, endives, variétés de choux (sauf préparation de choucroute) et choux-raves 0,75 1.000 kg de poireaux, haricots verts, haricots coupés et céleris 0,58 1.000 kg de petits pois et pois chiches 1,02 1.000 kg d'autres légumes 0,5 30 - Lavage de légumes 1.000 kg de carottes 0,13 1.000 kg d'échalotes 0,23 31 - Levureries et distilleries d'alcool 1.000 kg de mélasse 9,3 32 - Limonaderies et eaux en bouteille 1.000 l de produit fabriqué 0,12 33 - Fabriques de margarine, graisses et huiles alimentaires si l'huile est obtenue exclusivement par pressage des grains 1.000 kg d'huile ou de graisse brute
  1.000 kg de produit fabriqué 0,7 34 - Malteries 1.000 kg d'orge 0,16 35 - Travail du métal : a. travail mécanique, transformation à froid 100 journées de travail 0,23 0,01 b. zingage, décapage des non-ferreux 100 journées de travail 0,23 0,032 36 - Industrie métallurgique 100 journées de travail 0,23 0,032 37 - Industrie du papier 1.000 kg de papier de pâte mécanique ou de cellulose 1,6 idem provenant d'autres matières 7,8 38 - Fabriques de carton de paille 1.000 kg de carton 4,9 39 - Fabriques de parfums et de cosmétiques 100 journées de travail 5,84 40 - Fabriques de conserves de poisson 1.000 kg de poisson 2,43 41 - Fabriques de farines de poisson 1.000 kg de poisson 3,3 42 - Battage de pois et de pois chiches 1.000 kg de matière première 0,034 43 - Féculerie de pommes de terre 1.000 kg de pommes de terre 1,44 44 - Fabriques de savon 1.000 kg de savon 0,55 - Si le résidu du relargage est déversé 3,1 45 - Sucreries et râperies de betteraves 1.000 kg de betteraves sucrières 0,27 - Si l'eau usée provient uniquement des condensateurs 1.000 kg de betteraves sucrières 0,027 46 - Industrie textile : a. filatures 100 journées de travail 0,18 b. tissages 100 journées de travail 0,18 c. teintureries 1 m3 d'eau utilisée 0,73 d. ateliers de blanchissement 1 m3 d'eau utilisée 0,73 e. lavoirs de laine 1.000 kg de laine brute 7 47 - Lavage de tonneaux et de fûts 1 m3 d'eau utilisée 0,58 0,021 48 - Installations de vulcanisation, fabriques de produits en caoutchouc, de câbles et similicuir 100 journées de travail 0,08 0,011 49 - Entreprises de préparation de viande 1.000 kg de produit fabriqué :
  cuisson de saucisses, jambon 0,73 1.000 kg de produit fabriqué :
  autres 0,45 50 - Industrie de transformation des matières plastiques 100 journées de travail 0,22 51 - Centrales électriques 100 journées de travail 0,22 0,011 52 - Piscicultures 1.000 kg d'aliment déversé 8 0 353 - Piscines 1 m3 d'eau utilisée 0,008 0 54 Hôpitaux au sens des articles 2 à 4 de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008. - lit
  - lit si l'hôpital comporte une blanchisserie traitant le linge utilisé dans l'établissement 3
  3,6 0
  0
Remarques:
  1. Appartiennent au groupe I les entreprises dont la consommation d'eau est basse (10 m3 par 1 000 kg de poids abattu) et qui ont pris de bonnes précautions pour recueillir le sang et sans traitement ou transport humide de plumes ou de déchets.
  Appartiennent au groupe II les entreprises qui pratiquent uniquement des traitements et/ou le transport humide de plumes ou de déchets.
  Appartiennent au groupe III les entreprises qui pratiquent le transport humide de plumes ou de déchets, et, en outre, toutes les entreprises de cuisson de poulets ainsi que toutes les entreprises qui n'appartiennent pas aux groupes I et II.
  2. Il faut entendre par laiterie assainie la laiterie dans laquelle de bonnes précautions ont été prises pour limiter le degré de pollution, telles que recueillir les égouttures de lait, retenir le dépôt de l'eau qui a servi au lavage du beurre, recueillir les résidus de pressurage, prévenir les fuites d'eau, etc.
  3. En ce qui concerne les piscicultures, un pourcentage de réduction du nombre d'unités de charge polluante est appliqué lorsqu`une ou plusieurs des mesures suivantes sont mises en oeuvre :
  a) utilisation d'aliments à haute digestibilité : 30 % de réduction;
  b) filtration du filtre rotatif à la sortie des bassins d'élevage : 75 % de réduction;
  c) lagune de décantation de dimension adaptée au débit avec reprise périodique des boues : 50 % de réduction.
  Les pourcentages de réduction sont cumulables si plusieurs de ces mesures sont mises en oeuvre simultanément (avec un taux de réduction maximum de 100 %).
Art. N2.
Art. N2.
Eenheid Vermoedelijk verbruik
Gezinnen  
- Hoofdverblijfplaats : alleenstaand 45 mü
- Hoofdverblijfplaats : gezin 100 mü
- Bijkomende verblijfplaats 25 mü
Kampeerterreinen  
- Kampeerplaats 20 mü
Bedrijven, kantoren  
- Tewerkgestelde persoon 9 mü
Onderwijsinrichtingen  
- Leerling 5 mü
Internaten, kazernes, hotels, rusthuizen, verzorgingscentra  
- Bed 45 mü
Art. N3.
  A) "Milieubelasting veestapel"
Unité Consommation présumée
Ménages  
- Résidence principale : isolé 45 mü
- Résidence principale : ménage 100 mü
- Résidence secondaire 25 mü
Campings  
- Emplacement 20 mü
Entreprises, bureaux  
- Personne employée 9 mü
Etablissements d'enseignement  
- Elève 5 mü
Internats, casernes, hôtels, maison de repos, établissements de soins  
-- Lit 45 mü
Art. N3.
  A) Charge environnementale " cheptel "
 Categorie dieren Coëfficiënt stikstof
Runderen Melkkoe 0.5538
 Zoogkoe 0.4062
 Reformkoe 0.4062
 Andere runderen van meer dan 2 jaar 0.4062
 Runderen jonger dan 6 maanden 0.0615
 Vaars van 6 tot 12 maanden 0.1723
 Vaars van 1 tot 2 jaar 0.2954
 Stierkalf van 6 tot 12 maanden 0.1538
 Stierkalf van 1 tot 2 jaar 0.2462
Schapen en geiten Schaap- en geitachtigen van minder dan 1 jaar 0.0203
 Schaap- en geitachtigen van meer dan 1 jaar 0.0406
Paarden Paardachtigen 0.3446
Varkensachtigen Drachtige zeug met biggetjes jonger dan 4 weken 0.0923
 Beer 0.0923
 Mestvarken en gelt 0.0480
 Mestvarken en gelt op biobeheerst strobed 0.0277
 Biggetjes (4 tot 10 weken) 0.0117
Konijnen Moederkonijnen 0.0222
 Mestkonijnen 0.0020
Pluimvee Vleeskippen (40 dagen) 0.0017
 Leg- of kweekkippen (343 dagen) 0.0037
 Kippetjes (127 dagen) 0.0017
 Kweekhanen 0.0026
 Eenden (75 dagen) 0.0026
 Ganzen (150 dagen) 0.0026
 Kalkoenen en kalkoenhanen (85 dagen) 0.0050
 Parelhoenders (79 dagen) 0.0017
 Kwartels 0.0002
 Struisvogels en emoes 0.0185
B) Milieubelasting "grond"
 Catégorie d'animaux Coefficient azote
Bovins vache laitière 0.5538
 vache allaitante 0.4062
 vache de réforme 0.4062
 autre bovin de plus de 2 ans 0.4062
 bovin de moins de 6 mois 0.0615
 génisse de 6 à 12 mois 0.1723
 génisse de 1 à 2 ans 0.2954
 taurillon de 6 à 12 mois 0.1538
 taurillon de 1 à 2 ans 0.2462
Ovins et Caprins ovins et caprins de moins de 1 an 0.0203
 ovins et caprins de plus de 1 an 0.0406
Equins équin 0.3446
Porcins truie gestante et truie avec porcelets de moins de 4 semaines 0.0923
 verrat 0.0923
 porcs à l'engrais et cochette 0.0480
 porcs à l'engrais et cochette sur litière biomaîtrisée 0.0277
 porcelets (de 4 à 10 semaines) 0.0117
Lapins lapins mères 0.0222
 lapins à l'engrais 0.0020
Volailles poulets de chair (40 jours) 0.0017
 poules pondeuses ou reproductrices (343 jours) 0.0037
 poulettes (127 jours) 0.0017
 coqs de reproduction 0.0026
 canards (75 jours) 0.0026
 oies (150 jours) 0.0026
 dindes et dindons (85 jours) 0.0050
 pintades (79 jours) 0.0017
 cailles 0.0002
 autruches et émeus 0.0185
B) Charge environnementale " terre "
Teelt Coëfficiënt stikstof Coëfficiënt fytosanitaire producten Coëfficiënt erosie
Bieten 0.188 0.095 0.173
Cichorei 0.278 0.080 0.173
Graangewassen gevolgd door een herfstteelt 0.262 0.040 0
Graangewassen niet gevolgd door een herfstteelt 0.398 0.040 0
Maïs 0.529 0.015 0.246
Aardappelen 0.549 0.265 0.246
Koolzaad en raapzaad 0.464 0.010 0
Groenteteelten die voor hun wortelen worden geoogst 0.188 0.092 0.146
Andere groenteteelten 0.638 0.092 0.146
Lijn 0.554 0.002 0.262
Weien 0.108 0.002 0
Andere teelten 0.188 0.002 0
Culture Coefficient azote Coefficient produits phytosanitaires Coefficient érosion
Betteraves 0.188 0.095 0.173
Chicorée 0.278 0.080 0.173
Céréales suivies d'une CIPAN 0.262 0.040 0
Céréales non suivies d'une CIPAN 0.398 0.040 0
Maïs 0.529 0.015 0.246
Pommes de terre 0.549 0.265 0.246
Colza et navettes 0.464 0.010 0
Cultures maraîchères récoltées pour leur racine 0.188 0.092 0.146
Autres cultures maraîchères 0.638 0.092 0.146
Lin 0.554 0.002 0.262
Prairies 0.108 0.002 0
Autres cultures 0.188 0.002 0
Art. N3.   A) "Milieubelasting veestapel"
Art. N3.   A) Charge environnementale " cheptel "
 Categorie dieren Coëfficiënt stikstof
Runderen Melkkoe 0.5538
 Zoogkoe 0.4062
 Reformkoe 0.4062
 Andere runderen van meer dan 2 jaar 0.4062
 Runderen jonger dan 6 maanden 0.0615
 Vaars van 6 tot 12 maanden 0.1723
 Vaars van 1 tot 2 jaar 0.2954
 Stierkalf van 6 tot 12 maanden 0.1538
 Stierkalf van 1 tot 2 jaar 0.2462
Schapen en geiten Schaap- en geitachtigen van minder dan 1 jaar 0.0203
 Schaap- en geitachtigen van meer dan 1 jaar 0.0406
Paarden Paardachtigen 0.3446
Varkensachtigen Drachtige zeug met biggetjes jonger dan 4 weken 0.0923
 Beer 0.0923
 Mestvarken en gelt 0.0480
 Mestvarken en gelt op biobeheerst strobed 0.0277
 Biggetjes (4 tot 10 weken) 0.0117
Konijnen Moederkonijnen 0.0222
 Mestkonijnen 0.0020
Pluimvee Vleeskippen (40 dagen) 0.0017
 Leg- of kweekkippen (343 dagen) 0.0037
 Kippetjes (127 dagen) 0.0017
 Kweekhanen 0.0026
 Eenden (75 dagen) 0.0026
 Ganzen (150 dagen) 0.0026
 Kalkoenen en kalkoenhanen (85 dagen) 0.0050
 Parelhoenders (79 dagen) 0.0017
 Kwartels 0.0002
 Struisvogels en emoes 0.0185
Categorie dieren Coëfficiënt stikstofRunderen Melkkoe 0.5538Zoogkoe 0.4062Reformkoe 0.4062Andere runderen van meer dan 2 jaar 0.4062Runderen jonger dan 6 maanden 0.0615Vaars van 6 tot 12 maanden 0.1723Vaars van 1 tot 2 jaar 0.2954Stierkalf van 6 tot 12 maanden 0.1538Stierkalf van 1 tot 2 jaar 0.2462Schapen en geiten Schaap- en geitachtigen van minder dan 1 jaar 0.0203Schaap- en geitachtigen van meer dan 1 jaar 0.0406Paarden Paardachtigen 0.3446Varkensachtigen Drachtige zeug met biggetjes jonger dan 4 weken 0.0923Beer 0.0923Mestvarken en gelt 0.0480Mestvarken en gelt op biobeheerst strobed 0.0277Biggetjes (4 tot 10 weken) 0.0117Konijnen Moederkonijnen 0.0222Mestkonijnen 0.0020Pluimvee Vleeskippen (40 dagen) 0.0017Leg- of kweekkippen (343 dagen) 0.0037Kippetjes (127 dagen) 0.0017Kweekhanen 0.0026Eenden (75 dagen) 0.0026Ganzen (150 dagen) 0.0026Kalkoenen en kalkoenhanen (85 dagen) 0.0050Parelhoenders (79 dagen) 0.0017Kwartels 0.0002Struisvogels en emoes 0.0185
B) Milieubelasting "grond"
 Catégorie d'animaux Coefficient azote
Bovins vache laitière 0.5538
 vache allaitante 0.4062
 vache de réforme 0.4062
 autre bovin de plus de 2 ans 0.4062
 bovin de moins de 6 mois 0.0615
 génisse de 6 à 12 mois 0.1723
 génisse de 1 à 2 ans 0.2954
 taurillon de 6 à 12 mois 0.1538
 taurillon de 1 à 2 ans 0.2462
Ovins et Caprins ovins et caprins de moins de 1 an 0.0203
 ovins et caprins de plus de 1 an 0.0406
Equins équin 0.3446
Porcins truie gestante et truie avec porcelets de moins de 4 semaines 0.0923
 verrat 0.0923
 porcs à l'engrais et cochette 0.0480
 porcs à l'engrais et cochette sur litière biomaîtrisée 0.0277
 porcelets (de 4 à 10 semaines) 0.0117
Lapins lapins mères 0.0222
 lapins à l'engrais 0.0020
Volailles poulets de chair (40 jours) 0.0017
 poules pondeuses ou reproductrices (343 jours) 0.0037
 poulettes (127 jours) 0.0017
 coqs de reproduction 0.0026
 canards (75 jours) 0.0026
 oies (150 jours) 0.0026
 dindes et dindons (85 jours) 0.0050
 pintades (79 jours) 0.0017
 cailles 0.0002
 autruches et émeus 0.0185
Catégorie d'animaux Coefficient azoteBovins vache laitière 0.5538vache allaitante 0.4062vache de réforme 0.4062autre bovin de plus de 2 ans 0.4062bovin de moins de 6 mois 0.0615génisse de 6 à 12 mois 0.1723génisse de 1 à 2 ans 0.2954taurillon de 6 à 12 mois 0.1538taurillon de 1 à 2 ans 0.2462Ovins et Caprins ovins et caprins de moins de 1 an 0.0203ovins et caprins de plus de 1 an 0.0406Equins équin 0.3446Porcins truie gestante et truie avec porcelets de moins de 4 semaines 0.0923verrat 0.0923porcs à l'engrais et cochette 0.0480porcs à l'engrais et cochette sur litière biomaîtrisée 0.0277porcelets (de 4 à 10 semaines) 0.0117Lapins lapins mères 0.0222lapins à l'engrais 0.0020Volailles poulets de chair (40 jours) 0.0017poules pondeuses ou reproductrices (343 jours) 0.0037poulettes (127 jours) 0.0017coqs de reproduction 0.0026canards (75 jours) 0.0026oies (150 jours) 0.0026dindes et dindons (85 jours) 0.0050pintades (79 jours) 0.0017cailles 0.0002autruches et émeus 0.0185
B) Charge environnementale " terre "
Teelt Coëfficiënt stikstof Coëfficiënt fytosanitaire producten Coëfficiënt erosie
Bieten 0.188 0.095 0.173
Cichorei 0.278 0.080 0.173
Graangewassen gevolgd door een herfstteelt 0.262 0.040 0
Graangewassen niet gevolgd door een herfstteelt 0.398 0.040 0
Maïs 0.529 0.015 0.246
Aardappelen 0.549 0.265 0.246
Koolzaad en raapzaad 0.464 0.010 0
Groenteteelten die voor hun wortelen worden geoogst 0.188 0.092 0.146
Andere groenteteelten 0.638 0.092 0.146
Lijn 0.554 0.002 0.262
Weien 0.108 0.002 0
Andere teelten 0.188 0.002 0
Teelt Coëfficiënt stikstof Coëfficiënt fytosanitaire producten Coëfficiënt erosieBieten 0.188 0.095 0.173Cichorei 0.278 0.080 0.173Graangewassen gevolgd door een herfstteelt 0.262 0.040 0Graangewassen niet gevolgd door een herfstteelt 0.398 0.040 0Maïs 0.529 0.015 0.246Aardappelen 0.549 0.265 0.246Koolzaad en raapzaad 0.464 0.010 0Groenteteelten die voor hun wortelen worden geoogst 0.188 0.092 0.146Andere groenteteelten 0.638 0.092 0.146Lijn 0.554 0.002 0.262Weien 0.108 0.002 0Andere teelten 0.188 0.002 0
Culture Coefficient azote Coefficient produits phytosanitaires Coefficient érosion
Betteraves 0.188 0.095 0.173
Chicorée 0.278 0.080 0.173
Céréales suivies d'une CIPAN 0.262 0.040 0
Céréales non suivies d'une CIPAN 0.398 0.040 0
Maïs 0.529 0.015 0.246
Pommes de terre 0.549 0.265 0.246
Colza et navettes 0.464 0.010 0
Cultures maraîchères récoltées pour leur racine 0.188 0.092 0.146
Autres cultures maraîchères 0.638 0.092 0.146
Lin 0.554 0.002 0.262
Prairies 0.108 0.002 0
Autres cultures 0.188 0.002 0
Culture Coefficient azote Coefficient produits phytosanitaires Coefficient érosionBetteraves 0.188 0.095 0.173Chicorée 0.278 0.080 0.173Céréales suivies d'une CIPAN 0.262 0.040 0Céréales non suivies d'une CIPAN 0.398 0.040 0Maïs 0.529 0.015 0.246Pommes de terre 0.549 0.265 0.246Colza et navettes 0.464 0.010 0Cultures maraîchères récoltées pour leur racine 0.188 0.092 0.146Autres cultures maraîchères 0.638 0.092 0.146Lin 0.554 0.002 0.262Prairies 0.108 0.002 0Autres cultures 0.188 0.002 0