Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 MEI 2014. - Besluit van de Waalse Regering ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-07-2014 en tekstbijwerking tot 18-09-2025)
Titre
15 MAI 2014. - Arrêté du Gouvernement wallon portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-07-2014 et mise à jour au 18-09-2025)
Documentinformatie
Numac: 2014027210
Datum: 2014-05-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014027210
Date: 2014-05-15
Moniteur: Voir
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepaling en begripsomschrij... TITEL II. - Berekeningsmethode van de energiepr... HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Alternatieve berekeningsmethodes Afdeling 1. - Concept of technologie die niet d... Afdeling 2. - Gebouw dat één of meerdere bouwco... TITEL III. - Eisen op het vlak van de energiepr... HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK II. - Minimale eisen op het vlak van ... Afdeling 1. - Bouw en heropbouw Afdeling 2. - Ingrijpende renovatie Afdeling 3. - Kleine renovatie Afdeling 4. - Wijziging van bestemming Afdeling 5. [1 - Systemen]1 Art. 19/1. [1 In de gebouwen en EPB-eenheden vo... Art. 19/2. [1 § 1. Naast de elementen bedoeld i... Art. 19/3. [1 § 1. Uiterlijk op 31 december 202... HOOFDSTUK II/1. [1 Eisen inzake elektromobilite... Art. 19/4. [1 § 1. Vanaf 1 januari 2025 moeten ... HOOFDSTUK III. - Procedurele documenten betreff... HOOFDSTUK IV. - [1 EPB-en electromobiliteitspro... TITEL IV. - Energieprestatiecertificaten voor g... HOOFDSTUK I. - Certificeringsregeling Afdeling 1. - EPB-Certificaatcategorieën Afdeling 2. - Inhoud van de EPB-certificaten Afdeling 3. - Gedeeltelijk verslag Afdeling 4. - Geldigheid en hernieuwing Afdeling 5. - Gebruik van de gegevens HOOFDSTUK II. -Verplichtingen om over een EPB-c... Afdeling 1. - Voorlopig EPB-certificaat Afdeling 2. - Openbaarmaking met het oog op ver... Afdeling 3. - Aanplakking van de certificaten Afdeling 4. - Bijzondere bepaling en uitzonderi... HOOFDSTUK III. - Statuten en opdrachten van de ... TITEL IV/1. [1 Gebouwenpaspoort ]1 TITEL V. - Erkenningen HOOFDSTUK I. - Erkenningsvoorwaarden Afdeling 1. - Voorwaarden met betrekking tot de... Onderafdeling 1. - Vorming van de EPB-verantwoo... Onderafdeling 2. - Vorming van de EPB-certifice... Afdeling 2. - Voorwaarden met betrekking tot de... Afdeling 3. - Andere voorwaarden HOOFDSTUK II. - Erkenningsprocedure Afdeling 1. - Erkenningsprocedure waarvoor het ... Onderafdeling 1. - Samenstelling van het aanvra... Onderafdeling 2. - Behandeling van de aanvragen... Afdeling 2. - Andere erkenningen Onderafdeling 1. - Samenstelling van het aanvra... Onderafdeling 2. - Behandeling van de aanvragen... Afdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen HOOFDSTUK III. - Erkende vormingscentra Afdeling 1. - Algemene bepalingen Afdeling 2. - Erkenning van de centra Onderafdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden Onderafdeling 2. - Erkenningsprocedure HOOFDSTUK III/1. [1 Databank betreffende de erk... HOOFDSTUK IV. - Onafhankelijk controlesysteem e... HOOFDSTUK V. - Sancties voor de erkende actoren HOOFDSTUK VI. - Sancties voor erkende vormingsc... TITEL VI. - Administratieve inbreuken en geldbo... TITEL VI/2. [1 Databank betreffende de controle... Art. 89/2. [1 . § 1. De databank bedoeld in art... TITEL VII. - Overgangs-, wijzigings-, opheffing... HOOFDSTUK I. - Overgangsbepalingen HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepalingen HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen BIJLAGEN.
Inhoud
TITRE Ier. - Disposition générale et définitions TITRE II. - Méthode de calcul de la performance... CHAPITRE Ier. - Dispositions générales CHAPITRE II. - Méthodes de calcul alternatives Section 1re. - Concept ou technologie non pris ... Section 2. - Bâtiment faisant appel à un ou plu... TITRE III. - Exigences de performance énergétiq... CHAPITRE Ier. - Champ d'application CHAPITRE II. - Exigences minimales de performan... Section 1re. - Construction et reconstruction Section 2. - Rénovation importante Section 3. - Rénovation simple Section 4. - Changement de destination Section 5. [1 - Systèmes.]1 CHAPITRE II/1. [1 Exigences d'électromobilité]1 CHAPITRE III. - Documents procéduraux relatifs ... CHAPITRE IV. - Procédures PEB [1 et d'électromo... TITRE IV. - Certificats de performance énergéti... CHAPITRE Ier. - Régime de la certification Section 1re. - Catégories de certificats PEB Section 2. - Contenu des certificats PEB Section 3. - Rapport partiel Section 4. - Validité et renouvellement Section 5. - Utilisation des données CHAPITRE II. - Obligations de disposer d'un cer... Section 1re. - Certificat PEB provisoire Section 2. - Publicité en vue de la vente ou de... Section 3. - Affichage des certificats Section 4. - Disposition particulière et except... CHAPITRE III. - Statuts et missions des certifi... TITRE IV/1. [1 Passeport bâtiment ]1 TITRE V. - Agréments CHAPITRE Ier. - Conditions d'agrément Section 1re. - Conditions relatives aux formations Sous-section 1re. - Formation des responsables PEB Sous-section 2. - Formation de certificateur PEB Section 2. - Conditions relatives aux examens Section 3. - Autres conditions CHAPITRE II. - Procédure d'agrément Section 1re. - Procédure d'agrément nécessitant... Sous-section 1re. - Composition du dossier de d... Sous-section 2. - Instruction des demandes et d... Section 2. - Autres agréments Sous-section 1re. - Composition du dossier de d... Sous-section 2. - Instruction des demandes et d... Section 3. - Dispositions communes CHAPITRE III. - Formation par des centres agréés Section 1re. - Dispositions générales Section 2. - Agrément des centres Sous-section 1re. - Conditions d'agrément Sous-section 2. - Procédure d'agrément CHAPITRE III/1. [1 Base de données relative aux... CHAPITRE IV. - Système de contrôle indépendant ... CHAPITRE V. - Sanctions des acteurs agréés CHAPITRE VI. - Sanctions des centres de formati... TITRE VI. - Manquements et amendes administratifs TITRE VI/2. [1 Base de données relative aux con... TITRE VII. - Dispositions transitoires, modific... CHAPITRE Ier. - Dispositions transitoires CHAPITRE II. - Dispositions modificatives CHAPITRE III. - Disposition abrogatoire CHAPITRE IV. - Dispositions finales ANNEXES.
Tekst (199)
Texte (199)
TITEL I. - Algemene bepaling en begripsomschrijvingen
TITRE Ier. - Disposition générale et définitions
Artikel 1. Bij dit besluit worden gedeeltelijk omgezet :
  1° Richtlijn 2010/31/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
  2° Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG.
  [1 3° Richtlijn (EU) 2018/844 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen en Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiыntie]1
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement :
  1° la Directive 2010/31/UE du Parlement européen et du Conseil du 19 mai 2010 sur la performance énergétique des bâtiments;
  2° la Directive 2009/28/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 avril 2009 relative à la promotion de l'utilisation de l'énergie produite à partir de sources renouvelables et modifiant puis abrogeant les Directives 2001/77/CE et 2003/30/CE;
  [1 3° la Directive 2018/844/UE du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 modifiant la directive 2010/31/UE sur la performance énergétique des bâtiments et la directive 2012/27/UE relative à l'efficacité énergétique.]1
Art. 1 TOEKOMSTIG RECHT.    Bij dit besluit worden gedeeltelijk omgezet :
  1° Richtlijn 2010/31/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
  2° Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG.
  [1 3° Richtlijn (EU) 2018/844 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen en Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiыntie]1
  [2 4° Richtlijn 2001/2001/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen.]2
Art. 1 DROIT FUTUR.    Le présent arrêté transpose partiellement :
  1° la Directive 2010/31/UE du Parlement européen et du Conseil du 19 mai 2010 sur la performance énergétique des bâtiments;
  2° la Directive 2009/28/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 avril 2009 relative à la promotion de l'utilisation de l'énergie produite à partir de sources renouvelables et modifiant puis abrogeant les Directives 2001/77/CE et 2003/30/CE;
  [1 3° la Directive 2018/844/UE du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 modifiant la directive 2010/31/UE sur la performance énergétique des bâtiments et la directive 2012/27/UE relative à l'efficacité énergétique.]1
  [2 4° la Directive 2018/2001/UE du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relative à la promotion de l'utilisation de l'énergie produite à partir de sources renouvelables.]2
Art. 2. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° Minister : de Minister bevoegd voor Energie;
  2° BUtgb : Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw;
  3° ATG-E : de energiekenmerken verstrekt door BUtgb;
  4° administratie : de [3 Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie]3, Departement Energie en Duurzaam Bouwen;
  [2 4° /1 PER-eenheid :EPB-eenheid bestemd voor individuele huisvesting;
   4° /2 PEN-eenheid : de EPB-eenheid bedoeld in artikel 2, 5°, 6° en 8°, van het decreet, alsook de EPB-eenheid bestemd voor collectieve huisvesting ;]2

  5° U-waarde : warmtedoorgangscoëfficiënt, bepaald overeenkomstig de berekeningsmethode bedoeld in artikel 3;
  6° R-waarde : thermische weerstand van een bouwelement, bepaald overeenkomstig de berekeningsmethode bedoeld in artikel 3;
  7° Ew-niveau : het primaire energieverbruiksniveau van een EPB-eenheid, bepaald overeenkomstig de berekeningsmethode bedoeld in artikel 3;
  8° ESpec : het specifieke jaarlijkse primaire energieverbruik van een EPB-eenheid, bepaald overeenkomstig de berekeningsmethode bedoeld in artikel 3;
  9° K-niveau : het globale thermische isolatieniveau van een gebouw of deel van een gebouw, bepaald overeenkomstig de berekeningsmethode bedoeld in artikel 3;
  10° decreet : het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
  11° erkende actor : actor, erkend overeenkomstig de vereisten van dit besluit;
  12° Wetboek : Wetboek van Ruimtelijke Ordening;
  [1 13° EPG-eenheid die bijna energieneutraal is : een eenheid met een zeer hoge energieprestatie. De zeer lage hoeveelheid energie die is vereist, dient in zeer aanzienlijke mate te worden geleverd uit hernieuwbare bronnen en dient energie die ter plaatse of dichtbij uit hernieuwbare bronnen wordt geproduceerd te bevatten.]1
  [3 14° ventilatiesysteem gecombineerd met een verwarmings- of klimaatregelingssysteem: een ventilatiesysteem uitgerust:
   a) ofwel met warmte-/koude- afgifte-elementen die zijn aangesloten op het verwarmings-/ klimaatregelingssysteem;
   b) ofwel met warmte-/koude- afgifte-elementen die niet zijn aangesloten op het verwarmings- of klimaatregelingssysteem en die een ruimte bedient voorzien van warmte-/koude- afgifte-elementen die zijn aangesloten op het verwarmings- of klimaatregelingssysteem.]3

  
Art. 2. Au sens du présent arrêté, on entend par :
  1° Ministre : le Ministre qui a l'énergie dans ses attributions;
  2° UBAtc : l'Union belge pour l'Agrément technique de la construction;
  3° ATG-E : la caractérisation énergétique délivrée par l'UBAtc;
  4° administration : le [3 Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie]3, Département de l'Energie et du Bâtiment durable, Direction du Bâtiment durable;
  [2 4° /1 unité PER : l'unité PEB destinée au logement individuel;
   4° /2 unité PEN : l'unité PEB visée à l'article 2, 5°, 6° et 8°, du décret, ainsi que l'unité PEB destinée au logement collectif;]2

  5° valeur U : le coefficient de transmission thermique d'un élément de construction, déterminé conformément à la méthode de calcul visée à l'article 3;
  6° valeur R : la résistance thermique d'un élément de construction, déterminée conformément à la méthode de calcul visée à l'article 3;
  7° niveau EW : le niveau de consommation d'énergie primaire d'une unité PEB, déterminé conformément à la méthode de calcul visée à l'article 3;
  8° ESpec : la consommation spécifique annuelle d'énergie primaire d'une unité PEB, déterminée conformément à la méthode de calcul visée à l'article 3;
  9° niveau K : le niveau d'isolation thermique globale d'un bâtiment ou d'une partie de bâtiment, déterminé conformément à la méthode de calcul visée à l'article 3;
  10° décret : le décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments;
  11° acteur agréé : acteur agréé conformément aux exigences du présent arrêté;
  12° CoDT : Code du développement territorial.
  [1 13° unité PEB dont la consommation d'énergie est quasi nulle : une unité qui a des performances énergétiques très élevées, dans laquelle la quantité très basse d'énergie requise est couverte dans une très large mesure par de l'énergie produite à partir de sources renouvelables, sur place ou à proximité.]1
  [3 14° système de ventilation combiné à un système de chauffage ou de climatisation : un système de ventilation équipé :
   a) soit, d'émetteurs de chaleur ou de froid reliés au système de chauffage ou de climatisation ;
   b) soit, d'émetteurs de chaleur ou de froid qui ne sont pas reliés au système de chauffage ou de climatisation, lorsque le système de ventilation dessert un local équipé d'émetteurs de chaleur ou de froid reliés au système de chauffage ou de climatisation.]3

  
Art. 2 TOEKOMSTIG RECHT.    In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° Minister : de Minister bevoegd voor Energie;
  2° BUtgb : Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw;
  3° ATG-E : de energiekenmerken verstrekt door BUtgb;
  4° administratie : de [3 Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie]3, Departement Energie en Duurzaam Bouwen;
  [2 4° /1 PER-eenheid :EPB-eenheid bestemd voor individuele huisvesting;
   4° /2 PEN-eenheid : de EPB-eenheid bedoeld in artikel 2, 5°, 6° en 8°, van het decreet, alsook de EPB-eenheid bestemd voor collectieve huisvesting ;]2

  5° U-waarde : warmtedoorgangscoëfficiënt, bepaald overeenkomstig de berekeningsmethode bedoeld in artikel 3;
  6° R-waarde : thermische weerstand van een bouwelement, bepaald overeenkomstig de berekeningsmethode bedoeld in artikel 3;
  7° Ew-niveau : het primaire energieverbruiksniveau van een EPB-eenheid, bepaald overeenkomstig de berekeningsmethode bedoeld in artikel 3;
  8° ESpec : het specifieke jaarlijkse primaire energieverbruik van een EPB-eenheid, bepaald overeenkomstig de berekeningsmethode bedoeld in artikel 3;
  9° K-niveau : het globale thermische isolatieniveau van een gebouw of deel van een gebouw, bepaald overeenkomstig de berekeningsmethode bedoeld in artikel 3;
  10° decreet : het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
  11° erkende actor : actor, erkend overeenkomstig de vereisten van dit besluit;
  12° Wetboek : Wetboek van Ruimtelijke Ordening;
  [1 13° EPG-eenheid die bijna energieneutraal is : een eenheid met een zeer hoge energieprestatie. De zeer lage hoeveelheid energie die is vereist, dient in zeer aanzienlijke mate te worden geleverd uit hernieuwbare bronnen en dient energie die ter plaatse of dichtbij uit hernieuwbare bronnen wordt geproduceerd te bevatten.]1
  [3 14° ventilatiesysteem gecombineerd met een verwarmings- of klimaatregelingssysteem: een ventilatiesysteem uitgerust:
   a) ofwel met warmte-/koude- afgifte-elementen die zijn aangesloten op het verwarmings-/ klimaatregelingssysteem;
   b) ofwel met warmte-/koude- afgifte-elementen die niet zijn aangesloten op het verwarmings- of klimaatregelingssysteem en die een ruimte bedient voorzien van warmte-/koude- afgifte-elementen die zijn aangesloten op het verwarmings- of klimaatregelingssysteem.]3

  [4 15° de gemeenschap voor hernieuwbare energie: de gemeenschap voor hernieuwbare energie zoals omschreven in artikel 2, 2° quinquies, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt;";
   16° het delen van energie: het delen van energie zoals omschreven in artikel 2, 2° quater, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt.]4
Art. 2 DROIT FUTUR.    Au sens du présent arrêté, on entend par :
  1° Ministre : le Ministre qui a l'énergie dans ses attributions;
  2° UBAtc : l'Union belge pour l'Agrément technique de la construction;
  3° ATG-E : la caractérisation énergétique délivrée par l'UBAtc;
  4° administration : le [3 Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie]3, Département de l'Energie et du Bâtiment durable, Direction du Bâtiment durable;
  [2 4° /1 unité PER : l'unité PEB destinée au logement individuel;
   4° /2 unité PEN : l'unité PEB visée à l'article 2, 5°, 6° et 8°, du décret, ainsi que l'unité PEB destinée au logement collectif;]2

  5° valeur U : le coefficient de transmission thermique d'un élément de construction, déterminé conformément à la méthode de calcul visée à l'article 3;
  6° valeur R : la résistance thermique d'un élément de construction, déterminée conformément à la méthode de calcul visée à l'article 3;
  7° niveau EW : le niveau de consommation d'énergie primaire d'une unité PEB, déterminé conformément à la méthode de calcul visée à l'article 3;
  8° ESpec : la consommation spécifique annuelle d'énergie primaire d'une unité PEB, déterminée conformément à la méthode de calcul visée à l'article 3;
  9° niveau K : le niveau d'isolation thermique globale d'un bâtiment ou d'une partie de bâtiment, déterminé conformément à la méthode de calcul visée à l'article 3;
  10° décret : le décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments;
  11° acteur agréé : acteur agréé conformément aux exigences du présent arrêté;
  12° CoDT : Code du développement territorial.
  [1 13° unité PEB dont la consommation d'énergie est quasi nulle : une unité qui a des performances énergétiques très élevées, dans laquelle la quantité très basse d'énergie requise est couverte dans une très large mesure par de l'énergie produite à partir de sources renouvelables, sur place ou à proximité.]1
  [3 14° système de ventilation combiné à un système de chauffage ou de climatisation : un système de ventilation équipé :
   a) soit, d'émetteurs de chaleur ou de froid reliés au système de chauffage ou de climatisation ;
   b) soit, d'émetteurs de chaleur ou de froid qui ne sont pas reliés au système de chauffage ou de climatisation, lorsque le système de ventilation dessert un local équipé d'émetteurs de chaleur ou de froid reliés au système de chauffage ou de climatisation.]3

  [4 15° la communauté d'énergies renouvelables : la communauté d'énergies renouvelables telle que définie à l'article 2, 2° quinquies, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité ; " ;
   16° le partage d'énergie : le partage d'énergie tel que défini à l'article 2, 2° quater, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité.]4
TITEL II. - Berekeningsmethode van de energieprestatie van de gebouwen
TITRE II. - Méthode de calcul de la performance énergétique des bâtiments
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Art. 3. De energieprestatie van de gebouwen wordt berekend met de software bedoeld in de artikelen 20, § 4, en 38 van het decreet, op grond van de methode bepaald in de bijlagen A1, A2, [1 A3]1 B1, B2 en D.
  De software bedoeld in lid 1, evenals de gegevensbanken bedoeld in de artikelen 14 en 32 van het decreet, worden door de administratie ter beschikking gesteld.
  
Art. 3. La performance énergétique des bâtiments est calculée à l'aide des logiciels visés aux articles 20, § 4 et 38 du décret, sur la base de la méthode déterminée aux annexes A1, A2, [1 A3,]1 B1, B2, et D.
  Les logiciels visés à l'alinéa 1er ainsi que les bases de données visées aux articles 14 et 32 du décret, sont mis à disposition par l'administration.
  
Art. 3/1. [1 De energieprestatie van de systemen wordt beoordeeld op basis van de in bijlage C4 vastgestelde methode.]1
  
Art. 3/1. [1 La performance énergétique des systèmes est évaluée sur base de la méthode déterminée à l'annexe C4.]1
  
HOOFDSTUK II. - Alternatieve berekeningsmethodes
CHAPITRE II. - Méthodes de calcul alternatives
Afdeling 1. - Concept of technologie die niet deel uitmaken van de berekeningsmethode
Section 1re. - Concept ou technologie non pris en compte dans la méthode de calcul
Art. 4. Naast de voorwaarden bedoeld in artikel 7, § 2, van het decreet wordt het gebruik van een alternatieve berekeningsmethode toegelaten als het concept of de technologie over een ATG-E of ieder ander energiekenmerk beschikt die de Minister evenwaardig acht.
Art. 4. Outre les conditions visées à l'article 7, § 2, du décret, le recours à une méthode de calcul alternative est autorisé si le concept ou la technologie dispose d'un ATG-E ou de toute autre caractérisation énergétique que le Ministre considère équivalente.
Art. 5. § 1. De aanvraag om een alternatieve berekeningsmethode te mogen gebruiken wordt volgens de nadere regels, bepaald door de Minister, bij de administratie ingediend.
  [2 Behalve de informatie bedoeld in artikel 7, § 2, derde lid, van het decreet bevat het aanvraagdossier :
   1° de datum van de aanvraag;
   2° een afschrift van de ATG-E of de karakterisering bedoeld in artikel 4;
   3° een omstandige omschrijving van de technische kenmerken van het concept of de technologie]2
.
  [2 De ambtenaren en personeelsleden van de administratie bedoeld in de artikelen 79 en 86 hebben toegang tot de informatie bedoeld in artikel 7, § 2, derde lid, van het decreet, alsook tot de informatie bedoeld in het tweede lid.
   De in het derde lid bedoelde personen raadplegen en gebruiken de in het derde lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 7, § 4, eerste lid, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De verantwoordelijke voor de verwerking is de administratie. ]2

  § 2. Binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag richt de administratie aan de aanvrager een bericht van ontvangst waarin nader bepaald wordt of het dossier al dan niet volledig is.
  Indien het dossier onvolledig is, wordt in het bericht van ontvangst gewezen op de ontbrekende stukken en wordt gepreciseerd dat de procedure hervat wordt met ingang van de datum van ontvangst van die stukken.
  § 3. De [1 directeur van de administratie]1 beslist over de aanvraag. Als hij de toelating geeft, bepaalt hij de geldigheidsduur ervan nader en stelt de nadere regels vast voor de opname van de gegevens in de software.
  De beslissing wordt binnen de zestig dagen van het bericht van ontvangst waaruit blijkt dat het dossier volledig is, aan de aanvrager medegedeeld.
  De beslissing wordt bekendgemaakt op de website van de administratie.
  
Art. 5. § 1er. La demande d'autorisation de recourir à une méthode de calcul alternative est introduite auprès de l'administration selon les modalités déterminées par le Ministre.
  [2 Outre les informations visées à l'article 7, § 2, alinéa 3, du décret, le dossier de demande contient :
   1° la date de la demande ;
   2° une copie de l'ATG-E ou de la caractérisation visés à l'article 4 ;
   3° une description détaillée des caractéristiques techniques du concept ou de la technologie. " ;
   Les fonctionnaires et les agents de l'administration visés aux articles 79 et 86 accèdent aux informations visées à l'article 7, § 2, alinéa 3, du décret, ainsi qu'aux informations visées à l'alinéa 2.
   Les personnes visées à l'alinéa 3 consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 3 pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice des finalités visées à l'article 7, § 4, alinéa 1er, du décret.
   Le responsable du traitement est l'administration]2
.
  § 2. Dans les quinze jours de la réception de la demande, l'administration adresse au demandeur un accusé de réception qui précise si le dossier est complet ou non.
  Si le dossier est incomplet, l'accusé de réception relève les pièces manquantes et précise que les délais de la procédure sont calculés à dater de la réception de ces pièces.
  § 3. Le [1 directeur de l'administration]1 statue sur la demande. S'il accorde l'autorisation, il en précise la durée de validité et fixe les modalités d'intégration des données dans le logiciel.
  La décision est notifiée au demandeur dans les soixante jours de l'accusé de réception précisant que le dossier est complet.
  La décision est publiée sur le site internet de l'administration.
  
Art. 6. Wanneer de berekeningsmethode het concept of de technologie opneemt, beëindigt de [1 directeur van de administratie]1 de toelating.
  De alternatieve methode kan evenwel verder worden gebruikt tot na afloop van de EPB-procedure wanneer het bericht van ontvangst van de toelatingsaanvraag dateert van voor de opname van het concept of de technologie in de berekeningsmethode.
  
Art. 6. Lorsque la méthode de calcul intègre le concept ou la technologie, le [1 directeur de l'administration]1 met un terme à l'autorisation.
  La méthode alternative peut cependant continuer à être utilisée jusqu'au terme de la procédure PEB lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est antérieur à l'intégration du concept ou de la technologie à la méthode de calcul.
  
Art. 7. De toelating kan door de [1 directeur van de administratie]1 ingetrokken worden wanneer één van de voorwaarden bedoeld in artikel 4 ontbreekt.
  
Art. 7. L'autorisation peut être retirée par le [1 directeur de l'administration]1 lorsqu'une des conditions visées à l'article 4 fait défaut.
  
Afdeling 2. - Gebouw dat één of meerdere bouwconcepten of technologieën gebruikt die niet in de berekeningsmethode worden opgenomen
Section 2. - Bâtiment faisant appel à un ou plusieurs concepts constructifs ou technologies non pris en compte par la méthode de calcul
Art. 8. § 1er. De aanvraag om een alternatieve berekeningsmethode te mogen gebruiken wordt volgens de nadere regels, bepaald door de Minister, bij de administratie ingediend.
  [2 Behalve de informatie bedoeld in artikel 7, § 3, derde lid, van het decreet bevat het aanvraagdossier :
   1° de datum van de aanvraag;
   2° een uitvoerige omschrijving van de technische en energetische kenmerken van het (de) concept(en) of technologie(ën), bedoeld in artikel 7, § 2, toegepast op het gebouw ;
   3° de berekening van de energieprestatie van betrokken gebouw volgens de alternatieve berekeningsmethode waarom de aanvrager verzoekt, vergezeld van een uitvoerige bewijsnota, omvat op zijn minst :
   a) de algemene hypothesen toegepast op het gebouw ;
   b) de identificatie van het (de) gebruikte beoordelingsinstrument(en) ;
   c) de conclusies na vergelijking van de resultaten, al dan niet met toepassing van het (de) concept(en) of de technologie(ën), alsook de totale primaire energiebesparing verkregen voor betrokken gebouw ;
   4° in voorkomend geval, een overzicht van gelijkaardige gevallen, met name met behulp van technische informatie, bibliografie ]2
.
  [2 De ambtenaren en personeelsleden van de administratie bedoeld in de artikelen 79 en 86 hebben toegang tot de informatie bedoeld in artikel 7, § 3, vierde lid, van het decreet, alsook tot de informatie bedoeld in het tweede lid.
   De in het derde lid bedoelde personen raadplegen en gebruiken de in het derde lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 7, § 4, eerste lid, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De verantwoordelijke voor de verwerking is de administratie.]2

  § 2. Binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag richt de administratie aan de aanvrager een bericht van ontvangst waarin nader bepaald wordt of het dossier al dan niet volledig is.
  Indien het dossier onvolledig is, wordt in het bericht van ontvangst gewezen op de ontbrekende stukken en wordt gepreciseerd dat de procedure hervat wordt met ingang van de datum van ontvangst van die stukken.
  § 3. De [1 directeur van de administratie]1 beslist over de aanvraag. Als hij de toelating geeft, stelt hij de nadere regels vast voor de opname van de gegevens in de software.
  De beslissing wordt binnen de honderd twintig dagen van het bericht van ontvangst waaruit blijkt dat het dossier volledig is, aan de aanvrager medegedeeld.
  
Art. 8. § 1er. La demande d'autorisation de recourir à une méthode de calcul alternative est introduite auprès de l'administration selon les modalités déterminées par le Ministre.
  [2 Outre les informations visées à l'article 7, § 3, alinéa 4, du décret, la demande contient :
   1° la date de la demande ;
   2° une description détaillée des caractéristiques techniques et énergétiques du ou des concepts ou technologies visés à l'article 7, § 2, du décret qui sont appliqués au bâtiment ;
   3° le calcul de la performance énergétique du bâtiment concerné, selon la méthode de calcul alternative sollicitée par le demandeur, accompagné d'une note justificative détaillée qui comprend au minimum :
   a) les hypothèses générales appliquées au bâtiment ;
   b) l'identification du ou des outils d'évaluation utilisés ;
   c) les conclusions de la comparaison des résultats, avec et sans application du ou des concepts constructifs ou technologies novateurs, ainsi que l'économie en énergie primaire totale obtenue pour le bâtiment concerné ;
   4° le cas échéant, une présentation de cas similaires, à l'aide d'informations techniques, de bibliographie. ]2
.
  [2 Les fonctionnaires et les agents de l'administration visés aux articles 79 et 86 accèdent aux informations visées à l'article 7, § 3, alinéa 4, du décret, ainsi qu'aux informations visées à l'alinéa 2.
   Les personnes visées à l'alinéa 3 consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 3 pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice des finalités visées à l'article 7, § 4, alinéa 1er, du décret.
   Le responsable du traitement est l'administration. ]2

  § 2. Dans les quinze jours de la réception de la demande, l'administration adresse au demandeur un accusé de réception qui précise si le dossier est complet ou non.
  Si le dossier est incomplet, l'accusé de réception relève les pièces manquantes et précise que les délais de la procédure sont calculés à dater de la réception de ces pièces.
  § 3. Le [1 directeur de l'administration]1 statue sur la demande. S'il accorde l'autorisation, il fixe les modalités d'intégration des données dans le logiciel.
  La décision est notifiée au demandeur dans les cent vingt jours de l'accusé de réception précisant que le dossier est complet.
  
TITEL III. - Eisen op het vlak van de energieprestatie van de gebouwen [1 en de elektromobiliteit]1
TITRE III. - Exigences de performance énergétique des bâtiments [1 et d'électromobilité]1
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
CHAPITRE Ier. - Champ d'application
Art. 9. Voor de toepassing van artikel 10, lid 1, 3°, van het decreet zijn kleine energieverbruikseenheden in normale bedrijfsvoorwaarden, de industriële eenheden, landbouwwerkplaatsen of niet voor bewoning bestemde landbouweenheden die niet voor menselijke behoeften verwarmd zijn of van een klimaatregeling zijn voorzien of waarvan het totaalvermogen van in lokalen geplaatste verwarmings- of klimaattoestellen voor het warmtecomfort van personen, gedeeld door het verwarmde of klimaatgeregelde volume kleiner is dan 15W/m3; het totaalvermogen wordt afzonderlijk berekend voor verwarming en klimaatregeling.
Art. 9. Pour l'application de l'article 10, alinéa 1er, 3°, du décret, sont des unités faibles consommatrices d'énergie dans des conditions normales d'exploitation, les unités industrielles, ateliers ou unités agricoles non résidentielles qui ne sont pas chauffées ou climatisées pour les besoins de l'homme ou, dont la puissance totale des émetteurs thermiques destinés au chauffage ou à la climatisation des locaux pour assurer le confort thermique des personnes, divisée par le volume chauffé ou climatisé, est inférieure à 15W/mü; la puissance totale est calculée séparément pour le chauffage et la climatisation.
Art. 9/1. [1[2 ...]2 De eisen van de artikelen 13/1, 13/2 en 13/3, Ї 1, van hetzelfde decreet zijn niet van toepassing wanneer:
   1° de vereiste infrastructuur voor leidingen afhankelijk is van geяsoleerde microsystemen;
   2° de gebouwen eigendom zijn van en gebruikt worden door kleine en middelgrote ondernemingen, zoals gedefinieerd in titel I van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EC van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen;
   3° de kosten van de oplaadinstallaties en leidingen meer bedragen dan 7 % van de totale kosten van de ingrijpende renovatie van het gebouw.
   De Minister kan de modaliteiten voor de toepassing van het eerste lid bepalen.
   Hij specificeert de elementen voor het bepalen van de kosten van de werken, bedoeld in het eerste lid, 3°.
  [2 ...]2
  
Art. 9/1. [1[2 ...]2 Les exigences des articles 13/1, 13/2 et 13/3, § 1er, du décret ne sont pas applicables lorsque :
   1° l'infrastructure de raccordement nécessaire repose sur des micro-réseaux isolés ;
   2° les bâtiments sont possédés et occupés par des petites et moyennes entreprises, définies à l'annexe, titre I, de la recommandation 2003/361/CE de la Commission du 6 mai 2003 concernant la définition des micros, petites et moyennes entreprises ;
   3° lorsque le coût des installations de recharge et de raccordement représente plus de 7 % du coût total de la rénovation importante du bâtiment.
   Le Ministre peut déterminer les modalités d'application de l'alinéa 1er ;
   Il précise les éléments permettant de déterminer le coût des travaux visés à l'alinéa 1er, 3°.
  [2 ...]2
  
HOOFDSTUK II. - Minimale eisen op het vlak van de energieprestatie
CHAPITRE II. - Exigences minimales de performance énergétique
Afdeling 1. - Bouw en heropbouw
Section 1re. - Construction et reconstruction
Art. 10. [1 § 1. Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag voorafgaat aan 1 januari 2017, voldoet de voor individuele huisvesting bestemde wooneenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U en R waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° het niveau EW is niet hoger dan 80;
   3° het ESpec is niet hoger dan 130 kWu/m|F2 per jaar;
   4° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 2, met uitzondering van die van eventuele kantoor- of dienstenlokalen, die voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3;
   5° de indicator inzake oververhittingsrisisco bedoeld in bijlage A 1 wordt beperkt tot 6 500 K.u.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt het gedeelte dat dient voor kantoren of diensten van een voor individuele huisvesting bestemde wooneenheid bij de bouw of heropbouw ervan beschouwd als een eenheid van kantoren en diensten indien één van de volgende voorwaarden vervuld is :
   1° het voor kantoren of diensten bestemde gedeelte overschrijdt 40 procent van het beschermde globale volume;
   2° het voor kantoren of diensten bestemde gedeelte heeft een beschermd volume van meer dan 800 m|F3.]1

  
Art. 10. [1 § 1er. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est antérieur au 1er janvier 2017, l'unité résidentielle destinée au logement individuel respecte, lors de sa construction ou de sa reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U et R déterminées à l'annexe C 1;
   2° le niveau EW n'excède pas 80;
   3° le ESpec n'excède pas 130 kWh/m|F2.an;
   4° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 2, à l'exception de celle des éventuels locaux de bureaux ou services, qui respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3;
   5° l'indicateur du risque de surchauffe visé à l'annexe A 1 est limité à 6 500 K.h.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie du bâtiment n'excède pas 35.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la partie affectée à des bureaux ou services d'une unité résidentielle destinée au logement individuel, lors de sa construction ou de sa reconstruction, est considérée comme une unité de bureaux et de services lorsque l'une des conditions suivantes est remplie :
   1° la partie réservée aux bureaux ou services est supérieure à 40 pourcent du volume protégé global;
   2° la partie réservée aux bureaux ou services représente un volume protégé supérieur à 800 m|F3.]1

  
Art. 10/1. [1 § 1. Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag na 31 december 2016 valt, voldoet de PER-eenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U-waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° het niveau EW is niet hoger dan 65;
   3° het ESpec is niet hoger dan 115 kWu/m|F2 per jaar;
   4° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 2, met uitzondering van die van eventuele [2 lokalen bestemd voor PEN-functies]2, die voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3;
   5° de indicator inzake oververhittingsrisisco bedoeld in bijlage A 1 wordt beperkt tot 6 500 K.u.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt het gedeelte betreffende PEN-functies van een PEReenheid bij de bouw of heropbouw ervan beschouwd als een PEN-eenheid indien één van de volgende voorwaarden vervuld is :
   1° het voor PEN-functies bestemde gedeelte overschrijdt 40 procent van het beschermde globale volume;
   2° het voor PEN-functies bestemde gedeelte heeft een beschermd volume van meer dan 800 m|F3.
   § 3. Voor de toepassing van dit artikel kan de Minister de voorwaarden en modaliteiten bepalen om af te wijken van de naleving van de eisen EW of Espec wat betreft de EPB-eenheid van een flatgebouw dat de in paragraaf 1 bedoelde niveaus niet heeft bereikt maar waarvan het globale niveau EW of Espec van het gebouw in acht genomen wordt.
   De Minister bepaalt het globale niveau bedoeld in het eerste lid. ]1

  
Art. 10/1. [1 § 1er. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2016, l'unité PER respecte, lors de sa construction ou de sa reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U déterminées à l'annexe C 1;
   2° le niveau EW n'excède pas 65;
   3° le ESpec n'excède pas 115 kWh/m|F2.an;
   4° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 2, à l'exception de celle des éventuels [2 locaux affectés à des fonctions PEN]2, qui respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3;
   5° l'indicateur du risque de surchauffe visé à l'annexe A 1 est limité à 6 500 K.h.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie du bâtiment n'excède pas 35.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la partie affectée à des fonctions PEN d'une unité PER, lors de sa construction ou de sa reconstruction, est considérée comme une unité PEN lorsque l'une des conditions suivantes est remplie :
   1° la partie réservée aux fonctions PEN est supérieure à 40 pourcent du volume protégé global;
   2° la partie réservée aux fonctions PEN représente un volume protégé supérieur à 800 m|F3.
   § 3. Pour l'application du présent article, le Ministre peut déterminer les conditions et modalités pour déroger au respect des exigences EW ou Espec pour l'unité PEB d'un immeuble à appartements qui n'atteint pas les niveaux définis au paragraphe 1er mais dont le niveau global de l'immeuble EW ou Espec est respecté.
   Le Ministre définit le niveau global visé à l'alinéa 1er. ]1

  
Art. 10/2. [1 § 1. Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag na 31 december 2020 valt, voldoet de PER-eenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U-waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° het niveau EW is niet hoger dan 45;
   3° het ESpec is niet hoger dan 85 kWh/m|F2 per jaar;
   4° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 2, met uitzondering van die van eventuele [2 lokalen bestemd voor PEN-functies]2, die voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3;
   5° de indicator inzake oververhittingsrisisco bedoeld in bijlage A 1 wordt beperkt tot 6 500 K.u.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt het gedeelte betreffende PEN-functies van een PER-eenheid bij de bouw of heropbouw ervan beschouwd als een PEN-eenheid wanneer één van de volgende voorwaarden vervuld is :
   1° het voor PEN-functies bestemde gedeelte overschrijdt 40 procent van het beschermde globale volume;
   2° het voor PEN-functies bestemde gedeelte heeft een beschermd volume van meer dan 800 m|F3.
   § 3. Voor de toepassing van dit artikel kan de Minister de voorwaarden en modaliteiten bepalen om af te wijken van de naleving van de eisen EW of Espec wat betreft de EPB-eenheid van een flatgebouw dat de in paragraaf 1 bedoelde niveaus niet heeft bereikt maar waarvan het globale niveau EW of Espec van het gebouw in acht genomen wordt.
   De Minister bepaalt het globale niveau bedoeld in het eerste lid. ]1

  
Art. 10/2. [1 § 1er. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2020, l'unité PER respecte, lors de sa construction ou de sa reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U déterminées à l'annexe C 1;
   2° le niveau EW n'excède pas 45;
   3° le ESpec n'excède pas 85 kWh/m|F2.an;
   4° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 2, à l'exception de celle des éventuels [2 locaux affectés à des fonctions PEN]2, qui respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3;
   5° l'indicateur du risque de surchauffe visé à l'annexe A 1 est limité à 6 500 K.h.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie du bâtiment n'excède pas 35.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la partie affectée à des fonctions PEN d'une unité PER, lors de sa construction ou de sa reconstruction, est considérée comme une unité PEN lorsque l'une des conditions suivantes est rencontrée :
   1° la partie réservée aux fonctions PEN est supérieure à 40 pourcent du volume protégé global;
   2° la partie réservée aux fonctions PEN représente un volume protégé supérieur à 800 m|F3.
   § 3. Pour l'application du présent article, le ministre peut déterminer les conditions et modalités pour déroger au respect des exigences EW ou Espec pour l'unité PEB d'un immeuble à appartements qui n'atteint pas les niveaux définis au paragraphe 1er mais dont le niveau global de l'immeuble EW ou Espec est respecté.
   Le Ministre définit le niveau global visé à l'alinéa 1er.]1

  
Art. 10/2 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag na 31 december 2020 valt, voldoet de PER-eenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U-waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° het niveau EW is niet hoger dan 45;
   3° het ESpec is niet hoger dan 85 kWh/m|F2 per jaar;
   4° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 2, met uitzondering van die van eventuele [2 lokalen bestemd voor PEN-functies]2, die voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3;
   5° de indicator inzake oververhittingsrisisco bedoeld in bijlage A 1 wordt beperkt tot 6 500 K.u.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
  [3 Wanneer de ontvangstbevestiging van de vergunningsaanvraag een latere datum heeft dan 31 december 2025, moet het gebouw een minimumpercentage energie uit hernieuwbare bronnen van vijfendertig procent bevatten. Voor een gebouw met een totale bruikbare oppervlakte van 1.000 m2 of meer moet dit percentage energie voor ten minste vijftien procent bestaan uit energie afkomstig van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen. Deze percentages worden berekend overeenkomstig bijlage A1.]3
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt het gedeelte betreffende PEN-functies van een PER-eenheid bij de bouw of heropbouw ervan beschouwd als een PEN-eenheid wanneer één van de volgende voorwaarden vervuld is :
   1° het voor PEN-functies bestemde gedeelte overschrijdt 40 procent van het beschermde globale volume;
   2° het voor PEN-functies bestemde gedeelte heeft een beschermd volume van meer dan 800 m|F3.
   § 3. Voor de toepassing van dit artikel kan de Minister de voorwaarden en modaliteiten bepalen om af te wijken van de naleving van de eisen EW of Espec wat betreft de EPB-eenheid van een flatgebouw dat de in paragraaf 1 bedoelde niveaus niet heeft bereikt maar waarvan het globale niveau EW of Espec van het gebouw in acht genomen wordt.
   De Minister bepaalt het globale niveau bedoeld in het eerste lid. ]1
Art. 10/2 DROIT FUTUR.    [1 § 1er. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2020, l'unité PER respecte, lors de sa construction ou de sa reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U déterminées à l'annexe C 1;
   2° le niveau EW n'excède pas 45;
   3° le ESpec n'excède pas 85 kWh/m|F2.an;
   4° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 2, à l'exception de celle des éventuels [2 locaux affectés à des fonctions PEN]2, qui respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3;
   5° l'indicateur du risque de surchauffe visé à l'annexe A 1 est limité à 6 500 K.h.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie du bâtiment n'excède pas 35.
  [3 Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2025, le bâtiment intègre un pourcentage d'énergie qui provient de sources renouvelables de trente-cinq pour cent au minimum. Pour un bâtiment d'une superficie utile totale supérieure ou égale à 1.000 m2, ce pourcentage d'énergie intègre quinze pour cent au minimum d'énergie provenant de systèmes utilisant une énergie produite à partir de sources renouvelables. Ces pourcentages sont calculés conformément à l'annexe A1.]3
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la partie affectée à des fonctions PEN d'une unité PER, lors de sa construction ou de sa reconstruction, est considérée comme une unité PEN lorsque l'une des conditions suivantes est rencontrée :
   1° la partie réservée aux fonctions PEN est supérieure à 40 pourcent du volume protégé global;
   2° la partie réservée aux fonctions PEN représente un volume protégé supérieur à 800 m|F3.
   § 3. Pour l'application du présent article, le ministre peut déterminer les conditions et modalités pour déroger au respect des exigences EW ou Espec pour l'unité PEB d'un immeuble à appartements qui n'atteint pas les niveaux définis au paragraphe 1er mais dont le niveau global de l'immeuble EW ou Espec est respecté.
   Le Ministre définit le niveau global visé à l'alinéa 1er.]1
Art. 11. [1 § 1. Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag voorafgaat aan 1 januari 2017, voldoet de kantoor- en diensteenheid en de voor onderwijs bestemde eenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U en R-waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° het niveau EW is niet hoger dan 80;
   3° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
   Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag voorafgaat aan 1 januari 2017, voldoen de eenheid die een andere bestemming heeft en de voor collectieve huisvesting bestemde wooneenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U en R waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt het voor kantoren of diensten bestemde gedeelte van een eenheid die een andere bestemming heeft of van een voor collectieve huisvesting bestemde wooneenheid bij de bouw of heropbouw ervan beschouwd als een kantoor- en diensteenheid wanneer één van de volgende voorwaarden vervuld is :
   1° het voor kantoren en diensten bestemde gedeelte overschrijdt 40 procent van het beschermde globale volume;
   2° het voor kantoren en diensten bestemde gedeelte heeft een beschermd volume van meer dan 800 m|F3.
   § 3. Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag na 3 december 2016 valt, voldoet de PEN-eenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° het niveau EW is niet hoger dan de waarde bepaald overeenkomstig paragraaf 5;
   3° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
   § 4. Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag na 31december 2020 valt, voldoet de PEN-eenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° het niveau EW is niet hoger dan de Waarde bepaald overeenkomstig paragraaf 5;
   3° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
   § 5. Als de PEN-eenheid uit verschillende functies bestaat, wordt de niveauvereiste EW bepaald met inachtneming van de eisen die op de verschillende functies toepasselijk zijn en van hun proporties in de eenheid, overeenkomstig onderstaande formule en tabel :
Art. 11. [1 § 1er. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est antérieur au 1er janvier 2017, l'unité de bureaux et de services et l'unité destinée à l'enseignement respectent, lors de leur construction ou de leur reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U et R déterminées à l'annexe C 1;
   2° le niveau EW n'excède pas 80;
   3° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie de bâtiment n'excède pas 35.
   § 2. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est antérieur au 1er janvier 2017, l'unité ayant une autre destination et l'unité résidentielle destinée au logement collectif respectent, lors de leur construction ou de leur reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U et R déterminées à l'annexe C 1;
   2° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie de bâtiment n'excède pas 35.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, la partie affectée à des bureaux ou services d'une unité ayant une autre destination ou d'une unité résidentielle destinée au logement collectif, lors de sa construction ou de sa reconstruction, est considérée comme une unité de bureaux et de services lorsque l'une des conditions suivantes est remplie :
   1° la partie réservée aux bureaux et services est supérieure à 40 pourcent du volume protégé global;
   2° la partie réservée aux bureaux et services représente un volume protégé supérieur à 800 m|F3.
   § 3. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2016, l'unité PEN respecte, lors de sa construction ou de sa reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U déterminées à l'annexe C 1;
   2° le niveau EW n'excède pas la valeur déterminée conformément au paragraphe 5;
   3° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie de bâtiment n'excède pas 35.
   § 4. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2020, l'unité PEN respecte, lors de sa construction ou de sa reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U déterminées à l'annexe C 1;
   2° le niveau EW n'excède pas la valeur déterminée conformément au paragraphe 5;
   3° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie de bâtiment n'excède pas 35.
   § 5. Lorsque l'unité PEN se compose de différentes fonctions, l'exigence de niveau EW est déterminée en considération des exigences applicables aux différentes fonctions et de leurs proportions dans l'unité, conformément à la formule et au tableau :
   (Formule niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 25-03-2016, p. 20847)
   waarbij
   EW : de niveauvereiste EW voor de PEN-eenheid, (-);
   Ach, fct f : de verwarmde of geklimatiseerde totale vloeroppervlakte van elke functie f, berekend overeenkomstig bijlage A3 van het besluit, in m|F2;
   EW, fcf f : de niveauvereiste EW voor elke functie f, zoals bepaald in de tabel, (-);
   Ach de verwarmde of geklimatiseerde totale vloeroppervlakte van de PEN-eenheid, berekend overeenkomstig bijlage A3 van het besluit, in m|F2.
   De optelling moet uitgevoerd worden op alle functies f van de PEN-eenheid.
   (formule non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 25-03-2016, p. 20462)
   Où :
   EW : l'exigence de niveau EW pour l'unité PEN, (-);
   Ach, fct f : la surface totale de plancher chauffée ou climatisée de chaque fonction f, calculée conformément à l'annexe A3 de l'arrêté, en m|F2;
   EW, fcf f : l'exigence de niveau EW pour chaque fonction f, telle que déterminée dans le tableau, (-);
   Ach : la surface totale de plancher chauffée ou climatisée de l'unité PEN, calculée conformément à l'annexe A3 de l'arrêté, en m|F2.
   Il faut faire la sommation sur toutes les fonctions f de l'unité PEN.
FunctieEW, fcf f
Vanaf 1 januari 2017Vanaf 1 januari 2021
Huisvesting9090
Kantoor6545
Onderwijs6545
GezondheidszorgMet nachtdienst9090
 Zonder nachtdienst9090
  
 Operatiezaal9090
BijeenkomstSterke bezetting9090
 Lage bezetting9090
  
 Cafeteria/eetzaal9090
Keuken9090
[1 Handel/dienst]19090
SportinstallatiesSporthal/Turnzaal9090
 Fitness/Dans9090
  
 Sauna/Zwembad9090
Technische lokalen9090
Gemeenschappelijke lokalen9090
Andere9090
Onbekend9090
(1)<BWG 2019-04-11/11, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
FunctieEW, fcf fVanaf 1 januari 2017Vanaf 1 januari 2021Huisvesting9090Kantoor6545Onderwijs6545GezondheidszorgMet nachtdienst9090Zonder nachtdienst9090
Operatiezaal9090BijeenkomstSterke bezetting9090Lage bezetting9090
Cafeteria/eetzaal9090Keuken9090[1 Handel/dienst]19090SportinstallatiesSporthal/Turnzaal9090Fitness/Dans9090
Sauna/Zwembad9090Technische lokalen9090Gemeenschappelijke lokalen9090Andere9090Onbekend9090(1)
Bij gebrek aan elke andere functie dan " kantoor " en " onderwijs " in de PEN-eenheid, voldoen de technische en gemeenschappelijke lokalen aan de eis die toepasselijk is op de functies " kantoor " en " onderwijs ".
   Als de PEN-eenheid bestaat uit één enkele functie, wordt de niveauvereiste EW bepaald door de tabel opgenomen in het eerste lid. ]1
  
FonctionEW, fcf f
A partir du 1er janvier 2017A partir du 1er janvier 2021
Hébergement9090
Bureau6545
Enseignement6545
Soins de santéAvec occupation nocturne9090
 Sans occupation nocturne9090
  
 Salle d'opération9090
RassemblementOccupation importante9090
 Faible occupation9090
  
 Cafétéria/Réfectoire9090
Cuisine9090
Commerce [1 /service]19090
Installations sportivesHall de sport/Salle de gymnastique9090
 Fitness/Danse9090
  
 Sauna/Piscine9090
Locaux techniques9090
Communs9090
Autre9090
Inconnue9090
(1)<ARW 2019-04-11/11, art. 4, 009; En vigueur : 01-07-2019>
FonctionEW, fcf fA partir du 1er janvier 2017A partir du 1er janvier 2021Hébergement9090Bureau6545Enseignement6545Soins de santéAvec occupation nocturne9090Sans occupation nocturne9090
Salle d'opération9090RassemblementOccupation importante9090Faible occupation9090
Cafétéria/Réfectoire9090Cuisine9090Commerce [1 /service]19090Installations sportivesHall de sport/Salle de gymnastique9090Fitness/Danse9090
Sauna/Piscine9090Locaux techniques9090Communs9090Autre9090Inconnue9090(1)
En l'absence de toute fonction autre que " bureau " et " enseignement " dans l'unité PEN, les locaux techniques et communs respectent l'exigence applicable aux fonctions " bureau " et " enseignement ".
   Lorsque l'unité PEN se compose d'une seule fonction, l'exigence de niveau EW est déterminée par le tableau de l'alinéa 1er.]1
  
Art. 11 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag voorafgaat aan 1 januari 2017, voldoet de kantoor- en diensteenheid en de voor onderwijs bestemde eenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U en R-waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° het niveau EW is niet hoger dan 80;
   3° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
   Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag voorafgaat aan 1 januari 2017, voldoen de eenheid die een andere bestemming heeft en de voor collectieve huisvesting bestemde wooneenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U en R waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt het voor kantoren of diensten bestemde gedeelte van een eenheid die een andere bestemming heeft of van een voor collectieve huisvesting bestemde wooneenheid bij de bouw of heropbouw ervan beschouwd als een kantoor- en diensteenheid wanneer één van de volgende voorwaarden vervuld is :
   1° het voor kantoren en diensten bestemde gedeelte overschrijdt 40 procent van het beschermde globale volume;
   2° het voor kantoren en diensten bestemde gedeelte heeft een beschermd volume van meer dan 800 m|F3.
   § 3. Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag na 3 december 2016 valt, voldoet de PEN-eenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° het niveau EW is niet hoger dan de waarde bepaald overeenkomstig paragraaf 5;
   3° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
   § 4. Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag na 31december 2020 valt, voldoet de PEN-eenheid bij de bouw of heropbouw ervan aan de volgende eisen :
   1° de bouwelementen voldoen aan de U waarden opgenomen in bijlage C 1;
   2° het niveau EW is niet hoger dan de Waarde bepaald overeenkomstig paragraaf 5;
   3° de ventilatie voldoet aan de eisen opgenomen in bijlage C 3.
   Het niveau K van het gebouw of gebouwgedeelte is niet hoger dan 35.
  [2 Wanneer de ontvangstbevestiging van de vergunningsaanvraag een latere datum heeft dan 31 december 2025, moet het gebouw een minimumpercentage energie uit hernieuwbare bronnen van vijfendertig procent bevatten. Voor een gebouw met een totale bruikbare oppervlakte van 1.000 m2 of meer moet dit percentage energie voor ten minste vijftien procent bestaan uit energie afkomstig van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen. Deze percentages worden berekend overeenkomstig bijlage A3.]2
   § 5. Als de PEN-eenheid uit verschillende functies bestaat, wordt de niveauvereiste EW bepaald met inachtneming van de eisen die op de verschillende functies toepasselijk zijn en van hun proporties in de eenheid, overeenkomstig onderstaande formule en tabel :
Art. 11 DROIT FUTUR.    [1 § 1er. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est antérieur au 1er janvier 2017, l'unité de bureaux et de services et l'unité destinée à l'enseignement respectent, lors de leur construction ou de leur reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U et R déterminées à l'annexe C 1;
   2° le niveau EW n'excède pas 80;
   3° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie de bâtiment n'excède pas 35.
   § 2. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est antérieur au 1er janvier 2017, l'unité ayant une autre destination et l'unité résidentielle destinée au logement collectif respectent, lors de leur construction ou de leur reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U et R déterminées à l'annexe C 1;
   2° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie de bâtiment n'excède pas 35.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, la partie affectée à des bureaux ou services d'une unité ayant une autre destination ou d'une unité résidentielle destinée au logement collectif, lors de sa construction ou de sa reconstruction, est considérée comme une unité de bureaux et de services lorsque l'une des conditions suivantes est remplie :
   1° la partie réservée aux bureaux et services est supérieure à 40 pourcent du volume protégé global;
   2° la partie réservée aux bureaux et services représente un volume protégé supérieur à 800 m|F3.
   § 3. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2016, l'unité PEN respecte, lors de sa construction ou de sa reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U déterminées à l'annexe C 1;
   2° le niveau EW n'excède pas la valeur déterminée conformément au paragraphe 5;
   3° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie de bâtiment n'excède pas 35.
   § 4. Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2020, l'unité PEN respecte, lors de sa construction ou de sa reconstruction, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction respectent les valeurs U déterminées à l'annexe C 1;
   2° le niveau EW n'excède pas la valeur déterminée conformément au paragraphe 5;
   3° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3.
   Le niveau K du bâtiment ou de la partie de bâtiment n'excède pas 35.
  [2 Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2025, le bâtiment intègre un pourcentage d'énergie qui provient de sources renouvelables de trente-cinq pour cent au minimum. Pour un bâtiment d'une superficie utile totale supérieure ou égale à 1.000 m2, ce pourcentage d'énergie intègre quinze pour cent au minimum d'énergie provenant de systèmes utilisant une énergie produite à partir de sources renouvelables. Ces pourcentages sont calculés conformément à l'annexe A3.]2
   § 5. Lorsque l'unité PEN se compose de différentes fonctions, l'exigence de niveau EW est déterminée en considération des exigences applicables aux différentes fonctions et de leurs proportions dans l'unité, conformément à la formule et au tableau :
   (Formule niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 25-03-2016, p. 20847)
   waarbij
   EW : de niveauvereiste EW voor de PEN-eenheid, (-);
   Ach, fct f : de verwarmde of geklimatiseerde totale vloeroppervlakte van elke functie f, berekend overeenkomstig bijlage A3 van het besluit, in m|F2;
   EW, fcf f : de niveauvereiste EW voor elke functie f, zoals bepaald in de tabel, (-);
   Ach de verwarmde of geklimatiseerde totale vloeroppervlakte van de PEN-eenheid, berekend overeenkomstig bijlage A3 van het besluit, in m|F2.
   De optelling moet uitgevoerd worden op alle functies f van de PEN-eenheid.
   (formule non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 25-03-2016, p. 20462)
   Où :
   EW : l'exigence de niveau EW pour l'unité PEN, (-);
   Ach, fct f : la surface totale de plancher chauffée ou climatisée de chaque fonction f, calculée conformément à l'annexe A3 de l'arrêté, en m|F2;
   EW, fcf f : l'exigence de niveau EW pour chaque fonction f, telle que déterminée dans le tableau, (-);
   Ach : la surface totale de plancher chauffée ou climatisée de l'unité PEN, calculée conformément à l'annexe A3 de l'arrêté, en m|F2.
   Il faut faire la sommation sur toutes les fonctions f de l'unité PEN.
FunctieEW, fcf f
Vanaf 1 januari 2017Vanaf 1 januari 2021
Huisvesting9090
Kantoor6545
Onderwijs6545
GezondheidszorgMet nachtdienst9090
 Zonder nachtdienst9090
  
 Operatiezaal9090
BijeenkomstSterke bezetting9090
 Lage bezetting9090
  
 Cafeteria/eetzaal9090
Keuken9090
[1 Handel/dienst]19090
SportinstallatiesSporthal/Turnzaal9090
 Fitness/Dans9090
  
 Sauna/Zwembad9090
Technische lokalen9090
Gemeenschappelijke lokalen9090
Andere9090
Onbekend9090
(1)<BWG 2019-04-11/11, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
FunctieEW, fcf fVanaf 1 januari 2017Vanaf 1 januari 2021Huisvesting9090Kantoor6545Onderwijs6545GezondheidszorgMet nachtdienst9090Zonder nachtdienst9090
Operatiezaal9090BijeenkomstSterke bezetting9090Lage bezetting9090
Cafeteria/eetzaal9090Keuken9090[1 Handel/dienst]19090SportinstallatiesSporthal/Turnzaal9090Fitness/Dans9090
Sauna/Zwembad9090Technische lokalen9090Gemeenschappelijke lokalen9090Andere9090Onbekend9090(1)
Bij gebrek aan elke andere functie dan " kantoor " en " onderwijs " in de PEN-eenheid, voldoen de technische en gemeenschappelijke lokalen aan de eis die toepasselijk is op de functies " kantoor " en " onderwijs ".
   Als de PEN-eenheid bestaat uit één enkele functie, wordt de niveauvereiste EW bepaald door de tabel opgenomen in het eerste lid. ]1
FonctionEW, fcf f
A partir du 1er janvier 2017A partir du 1er janvier 2021
Hébergement9090
Bureau6545
Enseignement6545
Soins de santéAvec occupation nocturne9090
 Sans occupation nocturne9090
  
 Salle d'opération9090
RassemblementOccupation importante9090
 Faible occupation9090
  
 Cafétéria/Réfectoire9090
Cuisine9090
Commerce [1 /service]19090
Installations sportivesHall de sport/Salle de gymnastique9090
 Fitness/Danse9090
  
 Sauna/Piscine9090
Locaux techniques9090
Communs9090
Autre9090
Inconnue9090
(1)<ARW 2019-04-11/11, art. 4, 009; En vigueur : 01-07-2019>
FonctionEW, fcf fA partir du 1er janvier 2017A partir du 1er janvier 2021Hébergement9090Bureau6545Enseignement6545Soins de santéAvec occupation nocturne9090Sans occupation nocturne9090
Salle d'opération9090RassemblementOccupation importante9090Faible occupation9090
Cafétéria/Réfectoire9090Cuisine9090Commerce [1 /service]19090Installations sportivesHall de sport/Salle de gymnastique9090Fitness/Danse9090
Sauna/Piscine9090Locaux techniques9090Communs9090Autre9090Inconnue9090(1)
En l'absence de toute fonction autre que " bureau " et " enseignement " dans l'unité PEN, les locaux techniques et communs respectent l'exigence applicable aux fonctions " bureau " et " enseignement ".
   Lorsque l'unité PEN se compose d'une seule fonction, l'exigence de niveau EW est déterminée par le tableau de l'alinéa 1er.]1
Art. 12. § 1. De industrie-eenheden nemen bij de bouw of heropbouw ervan volgende eisen in acht :
  1° de bouwelementen nemen de U en R waarden, bepaald in bijlage C1, in acht;
  2° de verluchting van de kantoor- of dienstenruimtes neemt de eisen bepaald in bijlage C3 in acht.
  Het K-niveau van het gebouw of gedeelte van het gebouw overschrijdt niet 55.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt het deel van een industrie-eenheid die bestemd is voor kantoor- of dienstenruimte, bij de bouw of heropbouw ervan, als een kantoor- of diensteneenheid beschouwd wanneer volgende [1 als één van de volgende voorwaarden vervuld is]1 :
  1° het deel voorbehouden voor kantoren of diensten is hoger dan 40 percent van het globaal beschermde volume;
  2° het deel voorbehouden voor kantoren of diensten vormt een beschermd volume hoger dan 800 m3.
  [2 § 3. In afwijking van paragraaf 1, als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag na 31 december 2016 valt, wordt het gedeelte bestemd voor PEN-functies van een industrie-eenheid bij de bouw of heropbouw ervan beschouwd als een PEN-eenheid wanneer één van de volgende voorwaarden vervuld is :
   1° het voor PEN-functies bestemde gedeelte overschrijdt 40 procent van het beschermde globale volume;
   2° het voor PEN-functies bestemde gedeelte heeft een beschermd volume van meer dan 800 m|F3.]2

  
Art. 12. § 1er. Les unités industrielles respectent, lors de leur construction ou de leur reconstruction, les exigences suivantes :
  1° les éléments de construction respectent les valeurs U et R déterminées à l'annexe C 1;
  2° la ventilation des locaux de bureaux ou services respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3.
  Le niveau K du bâtiment ou de la partie du bâtiment n'excède pas 55.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la partie affectée à des bureaux ou services d'une unité industrielle, lors de sa construction ou de sa reconstruction, est considérée comme une unité de bureaux et de services [1 lorsque l'une des conditions suivantes est rencontrée]1 :
  1° la partie réservée aux bureaux et services est supérieure à 40 pour cent du volume protégé global;
  2° la partie réservée aux bureaux et services représente un volume protégé supérieur à 800 mü.
  [2 § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2016, la partie affectée à des fonctions PEN d'une unité industrielle, lors de sa construction ou de sa reconstruction, est considérée comme une unité PEN lorsque l'une des conditions suivantes est remplie :
   1° la partie réservée aux fonctions PEN est supérieure à 40 pourcent du volume protégé global;
   2° la partie réservée aux fonctions PEN représente un volume protégé supérieur à 800 m|F3.]2

  
Art. 13. [1 Als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag na 31 december 2018 valt, is het niveau EW van een PEN-eenheid bij de bouw of heropbouw ervan en indien de persoon die het zal gebruiken en voor wiens rekening de werken uitgevoerd worden een publieke autoriteit is, niet hoger dan de waarde vastgelegd op 1 januari 2021 en bepaald overeenkomstig artikel 11, § 5. ]1
  
Art. 13. [1 Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2018, lors de la construction ou la reconstruction d'une unité PEB et lorsque la personne qui l'occupera et pour le compte de laquelle les travaux sont effectués est une autorité publique, le niveau EW de l'unité n'excède pas la valeur fixée au 1er janvier 2021 et déterminée conformément à l'article 11, § 5.]1
  
Art. 14. De eisen bedoeld in respectievelijk de artikelen [1 10, 10/1, 10/2, 11, 12 en 13]1, evenals de procedures bedoeld in de artikelen 23 en 24 van het decreet, zijn van toepassing op de handelingen en werken voor gedeeltelijke heropbouw en uitbreiding van een gebouw of een eenheid die ertoe strekken :
  1° een beschermd volume op te richten van meer dan 800 m3;
  2° het bestaande beschermde volume minstens te verdubbelen;
  3° de installaties vallend onder de berekeningsmethode en minstens 75 percent van de bouwschil te vervangen.
  
Art. 14. Les exigences visées respectivement [1 articles 10, 10/1, 10/2, 11, 12 et 13]1 ainsi que les procédures visées aux articles 23 et 24 du décret s'appliquent aux actes et travaux de reconstruction partielle et d'extension d'un bâtiment ou d'une unité qui consistent à :
  1° créer un volume protégé supérieur à 800 mü;
  2° doubler, au moins, le volume protégé existant;
  3° remplacer les installations visées par la méthode de calcul et au moins 75 pour cent de l'enveloppe.
  
Art. 14/1 TOEKOMSTIG RECHT.   [1 § 1. Wanneer de EPB-aangever van mening is dat een gebouw niet zal kunnen voldoen aan de eisen bedoeld in de artikelen 10/2, § 1, derde of vierde lid, en 11, § 4, derde of vierde lid, voegt hij bij de initiële EPB-aangifte een bewijsnota met de redenen die volgens hem de technische, functionele of economische onmogelijkheid rechtvaardigen om het vereiste percentage energie uit hernieuwbare bronnen te installeren.
   De EPB-aangever toont in zijn bewijsnota aan dat het technisch, functioneel of economisch onmogelijk is om het vereiste percentage energie uit hernieuwbare bronnen te bereiken met behulp van de hernieuwbare technologieën die in aanmerking zijn genomen in de EPB-berekeningsmethode, met name met inachtneming van de volgende overwegingen:
   1° de onmogelijkheid om te voldoen aan de geluidsnormen;
   2° de aard van de bodem;
   3° de onmogelijkheid om te voldoen aan de minimale afstanden tot gemeenschappelijke grenzen;
   4° de onmogelijkheid om te voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen;
   5° het ontbreken van voldoende ruimte of volume, in het betrokken gebouw of op het perceel van het gebouw, om een specifiek type generator te plaatsen en/of de brandstof ervan op te slaan;
   6° het ontbreken van voldoende zonlicht;
   7° overmatige schaduw van de omgeving;
   8° de afwezigheid van voldoende oppervlakte op het betrokken gebouw of op het bouwperceel, om zonnepanelen te plaatsen;
   9° het ontbreken van een externe warmtevoorziening in de buurt;
   10° het ontbreken van een gemeenschap voor hernieuwbare energie in de buurt;
   De EPB- aangever die bij de eerste EPB-aangifte geen beroep doet op deze afwijking, ziet af van het recht op deze afwijking, behalve wanneer de EPB- aangever tijdens de definitieve EPB-aangifte een wijziging van de in het tweede lid bedoelde voorwaarden rechtvaardigt.
   § 2. Naast de eisen bedoeld in artikel 10/2, moet de EPW-eenheid die van de afwijking geniet, indien daarop geen afwijking wordt toegestaan krachtens artikel 10 van het decreet, ook aan de volgende vereisten voldoen:
   1° het niveau EW is niet hoger dan dertig;
   2° het Espec is niet hoger dan vijfenvijftig kWu/m2 per jaar.
   § 3. Naast de eisen bedoeld in artikel 11, moet het niveau EW van de- EPN-eenheid die van de afwijking geniet, indien daarop geen afwijking wordt toegestaan krachtens artikel 10 van het decreet, niet meer bedragen dan vijfenzestig procent van de overeenkomstig artikel 11, paragraaf 5, vastgestelde waarde, afgerond naar boven.
   § 4. Voor gebouwen die meerdere EPW- en/of EPN-eenheden bevatten, wordt de beoordeling van de eisen bedoeld in §§ 2 en 3 uitgevoerd op het niveau van het gebouw, overeenkomstig de bijlagen A1 en A3.]1
Art. 14/1 DROIT FUTUR.   [1 § 1er. Lorsque le déclarant PEB estime qu'un bâtiment ne pourra pas rencontrer les exigences visées aux articles 10/2, § 1er, alinéa 3 ou 4, et 11, § 4, alinéa 3 ou 4, il joint à la déclaration PEB initiale, une note justificative indiquant les raisons qui justifient, selon lui, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique d'installer le pourcentage d'énergie provenant de sources renouvelables requis.
   Le déclarant PEB démontre, dans sa note justificative, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique d'atteindre le pourcentage d'énergie provenant de sources de renouvelables requis à l'aide des technologies renouvelables prises en compte dans la méthode de calcul PEB, notamment au regard des considérations suivantes :
   1° l'impossibilité de respecter les normes de bruit ;
   2° la nature du sol ;
   3° l'impossibilité de respecter les distances minimales vis-à-vis des limites mitoyennes ;
   4° l'impossibilité de respecter les normes de qualité de l'air ;
   5° l'absence d'espace ou de volume suffisant, dans le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer un type spécifique de générateur et/ou stocker son combustible ;
   6° l'absence d'ensoleillement suffisant ;
   7° la présence d'un ombrage issu de l'environnement trop important ;
   8° l'absence de superficie suffisante, sur le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer des panneaux solaires ;
   9° l'absence d'une fourniture de chaleur externe à proximité ;
   10° l'absence d'une communauté d'énergie renouvelable à proximité.
   Le déclarant PEB qui ne sollicite pas cette dérogation lors de la déclaration PEB initiale renonce à se prévaloir de cette dérogation, sauf lorsque le déclarant PEB justifie, lors de la déclaration PEB finale, un changement dans les conditions visées à l'alinéa 2.
   § 2. Outre les exigences visées à l'article 10/2, lorsqu'il n'y est pas dérogé en vertu de l'article 10 du décret, l'unité PER qui bénéficie de la dérogation respecte également les exigences suivantes :
   1° le niveau EW n'excède pas trente ;
   2° le Espec n'excède pas cinquante-cinq kWh/m2.an.
   § 3. Outre les exigences visées à l'article 11, lorsqu'il n'y est pas dérogé en vertu de l'article 10 du décret, le niveau EW de l'unité PEN qui bénéficie de la dérogation n'excède pas soixante-cinq pourcent de la valeur déterminée conformément à l'article 11, paragraphe 5, arrondi à l'unité supérieure.
   § 4. Pour les bâtiments qui contiennent plusieurs unités PER et/ou PEN, l'évaluation des exigences visées aux §§ 2 et 3 s'effectue à l'échelle du bâtiment, conformément aux annexes A1 et A3.]1
-
   (1)
Art. 14/2 TOEKOMSTIG RECHT. [1 Voor elke aanvraag voor een bouwvergunning of verbouwing van een gebouw of een EPB-eenheid waarvan de EPB-aangever zich ertoe verbindt of ertoe verbonden is deel te nemen aan een hernieuwbare-energiegemeenschap, moet het gebouw of de EPB-eenheid voldoen aan de eisen bedoeld in de artikelen 10/2 en volgende, zonder rekening te houden, voor de naleving van de eisen met betrekking tot het niveau EW en Espec, met de energiebijdragen die verband houden met de energiedeling binnen de gemeenschap voor hernieuwbare energie waaraan hij deelneemt of zal deelnemen na de bouw of verbouwing.
   De Minister bepaalt de wijze waarop de verbintenis van de aangever ten aanzien van de hernieuwbare-energiegemeenschap moet worden gerechtvaardigd, de toe te passen berekeningsmethode, alsook de wijze waarop de informatie over de hernieuwbare-energiegemeenschap moet worden opgenomen in het EPB-certificaat van het gebouw of de betrokken eenheid.]1

  
Art. 14/2 DROIT FUTUR. [1 Pour toute demande de permis de construction ou reconstruction d'un bâtiment ou d'une unité PEB dont le déclarant PEB s'engage ou est engagé à participer à une communauté d'énergies renouvelables, le bâtiment ou l'unité PEB respecte les exigences visées aux articles 10/2 et suivants sans tenir compte, pour le respect des exigences relatives au niveau EW et au Espec, des apports d'énergie liés au partage d'énergie au sein de la communauté d'énergies renouvelables à laquelle il participe ou participera à l'issue de la construction ou reconstruction.
   Le Ministre détermine les modalités de preuve de l'engagement du déclarant au sein de la communauté d'énergies renouvelables, la méthode de calcul applicable, ainsi que les modalités d'intégration des informations liées à la communauté d'énergies renouvelables dans le certificat PEB du bâtiment ou de l'unité concernée.]1

  
Art. 14/3 TOEKOMSTIG RECHT. [1 § 1. Wanneer de ontvangstbevestiging van de vergunningsaanvraag een latere datum heeft dan 31 december 2025, mag het gebouw of de EPB-eenheid bij de bouw of verbouwing geen verwarmings- of sanitair warmwatersysteem op stookolie of steenkool bevatten.
   § 2. Wanneer de EPB- aangever om een technische, functionele of economische reden van mening is dat zijn project niet aan de in § 1 bedoelde eis kan voldoen, voegt hij bij de oorspronkelijke EPB-aangifte een bewijsnota waarin hij aangeeft waarom hij van mening is dat het technisch, functioneel of economisch onmogelijk is om aan deze eis te voldoen.
   De EPB-aangever moet in zijn bewijsnota aantonen dat het technisch, functioneel of economisch onmogelijk is, met name met inachtneming van de volgende overwegingen:
   1° de onmogelijkheid om te voldoen aan de geluidsnormen;
   2° de aard van de bodem;
   3° de onmogelijkheid om te voldoen aan de minimale afstanden tot gemeenschappelijke grenzen;
   4° de onmogelijkheid om te voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen;
   5° het ontbreken van voldoende ruimte of volume, in het betrokken gebouw of op het perceel van het gebouw, om een specifiek type generator te plaatsen en/of de brandstof ervan op te slaan;
   6° het ontbreken van voldoende zonlicht;
   7° overmatige schaduw van de omgeving;
   8° de afwezigheid van voldoende oppervlakte op het betrokken gebouw of op het bouwperceel, om zonnepanelen te plaatsen;
   9° het ontbreken van een externe warmtevoorziening in de buurt;
   10° het ontbreken van een gemeenschap voor hernieuwbare energie in de buurt;
   De EPB-aangever die geen bewijsnota bij zijn EPB-aangifte voegt, ziet af van het recht op deze afwijking.]1

  
Art. 14/3 DROIT FUTUR. [1 § 1er Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2025, le bâtiment ou l'unité PEB, lors de sa construction ou de sa reconstruction, ne peut intégrer de système de chauffage ou de production d'eau chaude sanitaire fonctionnant au mazout ou au charbon.
   § 2. Lorsque, pour une raison technique, fonctionnelle ou économique, le déclarant PEB estime que son projet ne pourra rencontrer l'exigence visée au § 1er, il joint à la déclaration PEB initiale, une note justificative indiquant les raisons qui justifient, selon lui, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique de respecter cette exigence.
   Le déclarant PEB démontre, dans sa note justificative, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique, notamment au regard des considérations suivantes :
   1° l'impossibilité de respecter les normes de bruit ;
   2° la nature du sol ;
   3° l'impossibilité de respecter les distances minimales vis-à-vis des limites mitoyennes ;
   4° l'impossibilité de respecter les normes de qualité de l'air ;
   5° l'absence d'espace ou de volume suffisant, dans le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer un type spécifique de générateur et/ou stocker son combustible ;
   6° l'absence d'ensoleillement suffisant ;
   7° la présence d'un ombrage issu de l'environnement trop important ;
   8° l'absence de superficie suffisante, sur le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer des panneaux solaires ;
   9° l'absence d'une fourniture de chaleur externe à proximité ;
   10° l'absence d'une communauté d'énergie renouvelable à proximité.
   Le déclarant PEB qui ne joint pas de note justificative à la déclaration PEB initiale renonce à se prévaloir de cette dérogation.]1

  
Afdeling 2. - Ingrijpende renovatie
Section 2. - Rénovation importante
Art. 15. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 19 nemen [1 de PER-eenheden]1 die een ingrijpende renovatie ondergaan voor het gerenoveerde gedeelte volgende eisen in acht :
   1° de gewijzigde of toegevoegde bouwelementen nemen de [1 U waarden]1 waarden, bepaald in bijlage C1, in acht;
   2° de verluchting neemt de eisen, bepaald in bijlage C2, in acht, uitgezonderd de ventilatie voor eventuele kantoor- of dienstenruimtes, waar de eisen bepaald in bijlage C3 in acht genomen worden.
   § 2. In het kader van paragraaf 1, 2°, zijn voor de bestaande lokalen waar ramen of buitendeuren geplaatst of vervangen worden enkel de verluchtingseisen voor luchttoevoer van toepassing.
  
Art. 15. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 19, [1 les unités PER]1 faisant l'objet d'une rénovation importante respectent, pour la partie rénovée, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction modifiés ou ajoutés respectent les valeurs [1 valeurs U]1 déterminées à l'annexe C 1;
   2° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 2, à l'exception de celle des éventuels locaux de bureaux ou services, qui respectent les exigences déterminées à l'annexe C 3.
   § 2. Dans le cadre du paragraphe 1er, 2°, pour les locaux existants où des châssis de fenêtres ou de portes extérieurs sont placés ou remplacés, seules les exigences de ventilation relatives aux amenées d'air sont applicables.
  
Art. 16. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 19 nemen [1 de PEN-eenheden]1 die een ingrijpende renovatie ondergaan, voor het gerenoveerde deel, volgende eisen in acht :
   1° de gewijzigde of toegevoegde bouwelementen nemen de [1 U waarden]1, bepaald in bijlage C1, in acht;
   2° de verluchting neemt de eisen bepaald in bijlage C3 in acht.
   § 2. In het kader van paragraaf 1, 2°, zijn voor de bestaande lokalen waar ramen of buitendeuren geplaatst of vervangen worden enkel de verluchtingseisen voor luchttoevoer van toepassing.
  
Art. 16. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 19, [1 les unités PEN]1 faisant l'objet d'une rénovation importante respectent, pour la partie rénovée, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction modifiés ou ajoutés respectent les [1 valeurs U]1 déterminées à l'annexe C 1;
   2° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 3.
   § 2. Dans le cadre du paragraphe 1er, 2°, pour les locaux existants où des châssis de fenêtres ou de portes extérieurs sont placés ou remplacés, seules les exigences de ventilation relatives aux amenées d'air sont applicables.
  
Afdeling 3. - Kleine renovatie
Section 3. - Rénovation simple
Art. 17. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 19 nemen [1 de PER-eenheden ]1 die een kleine renovatie ondergaan voor het gerenoveerde gedeelte volgende eisen in acht :
   1° de gewijzigde of toegevoegde bouwelementen nemen de [1 U waarden]1 waarden, bepaald in bijlage C1, in acht;
   2° de verluchting neemt de eisen bepaald in bijlage C2 in acht.
   § 2. In het kader van paragraaf 1, 2°, zijn voor de bestaande lokalen waar ramen of buitendeuren geplaatst of vervangen worden enkel de verluchtingseisen voor luchttoevoer van toepassing.
  
Art. 17. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 19,[1 les unités PER]1 faisant l'objet d'une rénovation simple respectent, pour la partie rénovée, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction modifiés ou ajoutés respectent les [1 valeurs U]1 déterminées à l'annexe C 1;
   2° la ventilation respecte les exigences déterminées à l'annexe C 2.
   § 2. Dans le cadre du paragraphe 1er, 2°, pour les locaux existants où des châssis de fenêtres ou de portes extérieurs sont placés ou remplacés, seules les exigences de ventilation relatives aux amenées d'air sont applicables.
  
Art. 18. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 19 nemen [1 de PEN-eenheden]1 die een kleine renovatie ondergaan, voor het gerenoveerde deel, volgende eisen in acht :
   1° de gewijzigde of toegevoegde bouwelementen nemen de[1 U waarden]1 waarden, bepaald in bijlage C1, in acht;
   2° de verluchting neemt de eisen bepaald in bijlage C3 in acht.
   § 2. In het kader van paragraaf 1, 2°, zijn voor de bestaande lokalen waar ramen of buitendeuren geplaatst of vervangen worden enkel de verluchtingseisen voor luchttoevoer van toepassing.
  
Art. 18. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 19, [1 les unités PER]1 faisant l'objet d'une rénovation simple respectent, pour la partie rénovée, les exigences suivantes :
   1° les éléments de construction modifiés ou ajoutés respectent les [1 valeurs U]1 déterminées à l'annexe C 1;
   2° la ventilation respecte les exigences de ventilation déterminées à l'annexe C 3.
   § 2. Dans le cadre du paragraphe 1er, 2°, pour les locaux existants où des châssis de fenêtres ou de portes extérieurs sont placés ou remplacés, seules les exigences de ventilation relatives aux amenées d'air sont applicables.
  
Afdeling 4. - Wijziging van bestemming
Section 4. - Changement de destination
Art. 19. § 1. De EPB-eenheden die een nieuwe bestemming krijgen, worden aan volgende eisen onderworpen wanneer in tegenstelling tot de vroegere toestand energie verbruikt wordt voor menselijke behoeften met het oog op het bereiken van een specifieke binnentemperatuur :
  1° het globale thermische isolatieniveau van de EPB-eenheid is gelijk aan of kleiner dan 65;
  2° de bouwelementen die verbouwd worden nemen de U en R waarden, bepaald in bijlage C1, in acht;
  3° de verluchting neemt de eisen bepaald in de bijlagen C2 of C3 in acht, afhankelijk van de nieuwe bestemming die de EPB-eenheid verkregen heeft.
  § 2. De industrie-eenheden die een bestemming als individuele woning [1 of PEN-eenheid]1 krijgen, worden aan de eisen van paragraaf 1 onderworpen.
  
Art. 19. § 1er. Les unités PEB qui acquièrent une nouvelle destination sont soumises aux exigences suivantes lorsque, contrairement à la situation antérieure, de l'énergie est consommée pour les besoins des personnes en vue d'obtenir une température intérieure spécifique :
  1° le niveau d'isolation thermique global de l'unité PEB est inférieur ou égal à K 65;
  2° les éléments de construction faisant l'objet de modifications respectent les valeurs U et R déterminées à l'annexe C 1;
  3° la ventilation respecte les exigences déterminées aux annexes C 2 ou C 3 selon la destination nouvellement acquise par l'unité PEB.
  § 2. Les unités industrielles qui acquièrent une destination de logement individuel [1 ou d'unité PEN]1, sont soumises aux exigences du paragraphe 1er.
  
Afdeling 5. [1 - Systemen]1
Section 5. [1 - Systèmes.]1
Art. 19/1. [1 In de gebouwen en EPB-eenheden voldoen de in artikel 2, 15А, van het decreet bedoelde systemen, wanneer zij worden geяnstalleerd, vervangen of aangepast, aan de eisen inzake energieprestaties, correcte installatie, passende dimensionering, afstelling en regeling, zoals bepaald in bijlage C 4, voor zover dit technisch, economisch en functioneel haalbaar is.]1
Art. 19/1.[1 Dans les bâtiments et unités PEB, les systèmes visés à l'article 2, 15°, du décret respectent, lors de leur installation, leur remplacement ou leur modernisation, les exigences de performance énergétique, d'installation correcte, de dimensionnement, de réglage et de contrôle appropriés, déterminées à l'annexe C 4 lorsque c'est techniquement, économiquement et fonctionnellement réalisable.]1
Art. 19/2. [1 § 1. Naast de elementen bedoeld in artikel 12, § 1/2, van het decreet bevat de databank volgende inlichtingen:
Art. 19/2.[1 § 1er. Outre les éléments visés à l'article 12, § 1/2, du décret, la base de données contient les éléments suivants :
Art. 19/3. [1 § 1. Uiterlijk op 31 december 2025 moeten niet-residentiele gebouwen die worden bediend door verwarmingssystemen en, indien van toepassing, door ventilatiesystemen gecombineerd met dergelijke verwarmingssystemen en die een totaal nominaal vermogen hebben van meer dan 290 kW, zijn uitgerust met een systeem voor gebouwautomatisering en -controle met functies die voldoen aan de eisen van bijlage C4.
Art. 19/3. [1 § 1er. D'ici au 31 décembre 2025, les bâtiments non résidentiels qui sont desservis par des systèmes de chauffage et, le cas échéant, par des systèmes de ventilation combinés à ces systèmes de chauffage et qui totalisent une puissance nominale utile de plus de 290 kW, sont équipés d'un système d'automatisation et de contrôle de bâtiment dont les fonctionnalités répondent aux exigences de l'annexe C4.
HOOFDSTUK II/1. [1 Eisen inzake elektromobiliteit]1
CHAPITRE II/1. [1 Exigences d'électromobilité]1
Art. 19/4. [1 § 1. Vanaf 1 januari 2025 moeten niet-residentiele gebouwen met meer dan 20 parkeerplaatsen voorzien zijn van een oplaadpunt, alsook van de infrastructuur voor leidingen voor щщn op de vijf parkeerplaatsen, wanneer:
Art. 19/4. [1 § 1er. A partir du 1er janvier 2025, les bâtiments non résidentiels comprenant plus de vingt emplacements de stationnement sont équipés d'un point de recharge, ainsi que de l'infrastructure de raccordement pour un emplacement de stationnement sur cinq lorsque :
HOOFDSTUK III. - Procedurele documenten betreffende de EPB-eisen [1 en de eisen inzake elektromobiliteit]1
CHAPITRE III. - Documents procéduraux relatifs aux exigences PEB [1 et aux exigences d'électromobilité]1
Art. 20. [1 De administratie beheert de toegang tot de databank bedoeld in artikel 14 van het decreet
   Naast de elementen bedoeld in artikel 14, § 1,eerste lid, van het decreet bevat het EPB-certificaat volgende inlichtingen:
   1° de aard van de werken en de bestemming of de bestemmingen van het goed;
   2° de gegevens ter verantwoording van de aard van de werken en de toepasbare procedures ;
   3° de eisen die van toepassing zijn op elke EPB-eenheid of elk gedeelte van het gebouw in functie van de bestemming ervan en van de werken;
   4° een omschrijving van de werken die nog uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen en de elektromobiliteitseisen te voldoen;
   5° het resultaat van de berekening van de energieprestatie van het gebouw of van de betrokken EPB-eenheid, geraamd en bereikt;
   6° het telefoonnummer en e-mailadres van de aangever van de EPB en, indien hun tussenkomst vereist is, van de architect, de beheerder van de EPB en, in voorkomend geval, de auteur van de technische, milieutechnische en economische haalbaarheidsstudie, of ;
   7° indien de personen bedoeld in 6° rechtspersonen zijn, het telefoonnummer en e-mailadres van de wettelijke vertegenwoordigers en, indien van toepassing, de contactpersonen.
   § 2. De ambtenaren en personeelsleden van de administratie bedoeld in de artikelen 79 en 86 hebben op de databank toegang tot de informatie bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, van het decreet, alsook tot de informatie bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.
   De in het eerste lid bedoelde personen raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 14, § 1/3, tweede lid, 3°, 4°, 6° en 7°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   § 3. De EPB-verantwoordelijken hebben op de databank toegang tot de proceduredocumenten betreffende de EPB- en elektromobiliteitsvereisten en tot de gegevens bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet, alsook tot de informatie bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° tot 5°.
   In de gevallen bedoeld in artikel 14, § 3, tweede en derde lid, van het decreet heeft de de nieuwe EPB-verantwoordelijke op de databank toegang tot de proceduredocumenten betreffende de EPB- en elektromobiliteitsvereisten en tot de gegevens bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet, alsook tot de informatie bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° tot 5°.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De EPB-verantwoordelijken raadplegen en gebruiken de in het eerste en tweede lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 14, § 1, tweede lid, 1° van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 4. De EPB-certificeerders hebben op de databank toegang tot het EPB-certificaat opgesteld op basis van artikel 33 van het decreet en tot de gegevens bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De EPB-certificeerders raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 14, § 1, tweede lid, 1°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 5. In de databank hebben de instrumenterende ambtenaren toegang tot de voorlopige EPB-aangifte, het EPB-certificaat opgesteld op basis van artikel 33 van het decreet en het voorlopige PEB-certificaat opgesteld op basis van artikel 34, § 3, van het decreet.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De instrumenterende ambtenaren raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 14, § 1, tweede lid, 2°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 6. In de databank hebben de vastgoedagenten toegang tot de voorlopige EPB-aangifte, het EPB-certificaat opgesteld op basis van artikel 33 van het decreet en het voorlopige PEB-certificaat opgesteld op basis van artikel 34, § 3, van het decreet.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De vastgoedagenten raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 14, § 1, tweede lid, 2°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 7. De burgemeesters, ambtenaren en technische personeelsleden van de gemeenten bedoeld in artikel 86 hebben op de databank toegang tot de proceduredocumenten met betrekking tot de EPB-eisen en de elektromobiliteitseisen en tot de gegevens bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, van het decreet, alsook tot de informatie bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De in het eerste lid bedoelde personen raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 14, § 1, tweede lid, 4° en 5°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 8. De gemachtigde ambtenaren bedoeld in de artikelen R.I.3-1 en R.VII.3-1 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling hebben op de databank toegang tot de informatie bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, van het decreet, alsook tot de informatie bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De in het eerste lid bedoelde personen raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 14, § 1, tweede lid, 4° en 5°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 9. In de databank hebben de kandidaat-kopers en de kandidaat-huurders toegang tot het EPB-certificaat opgesteld op basis van artikel 33 van het decreet en het voorlopige PEB-certificaat opgesteld op basis van artikel 34, § 3, van het decreet.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De de kandidaat-kopers en de kandidaat-huurders raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 14, § 1, tweede lid, 2°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 10. In de databank hebben de leners toegang tot de voorlopige EPB-aangifte, het EPB-certificaat opgesteld op basis van artikel 33 van het decreet en het voorlopige PEB-certificaat opgesteld op basis van artikel 34, § 3, van het decreet.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De leners raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 14, § 1, tweede lid, 8°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 11. De houders van een zakelijk recht en de personen die zij aanwijzen, hebben toegang tot de volgende documenten in de databank van het gebouw waarop het zakelijk recht wordt uitgeoefend:
   1° de initiële EPB-aangifte;
   2° de vereenvoudigde EPB-aangifte opgesteld in het geval bedoeld in artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet ;
   3° de voorlopigeEPB-aangifte;
   4° de EPB-slotaangifte;
   5° het voorlopig EPB-certificaat opgesteld overeenkomstig artikel 34, § 3, van het decreet of het EPB-certificaat opgesteld overeenkomstig artikel 33 van het decreet.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De houders van zakelijke rechten en de personen die zij aanwijzen raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 14, § 1/3, eerste lid, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 12. De verantwoordelijken voor de verwerking zijn, elk wat hen betreft, de in de paragrafen 2 tot 11 bedoelde autoriteiten en personen voor de uitoefening van hun respectieve doeleinden ]1
.
  
Art. 20. [1 . § 1er. L'administration gère la base de données visée à l'article 14 du décret.
   Outre les éléments visés à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, du décret, la base de données contient les informations suivantes :
   1° la nature des travaux et la destination ou les destinations du bien ;
   2° les données qui justifient la nature des travaux et les procédures applicables ;
   3° les exigences applicables à chaque unité PEB ou partie de bâtiment en fonction de leur destination et des travaux ;
   4° un descriptif des mesures à mettre en oeuvre et mises en oeuvre pour que les exigences PEB et d'électromobilité soient respectées ;
   5° le résultat du calcul de la performance énergétique du bâtiment ou de l'unité PEB concernée, estimé et atteint ;
   6° le numéro de téléphone et l'adresse de courrier électronique du déclarant PEB et, lorsque leur intervention est requise, de l'architecte, du responsable PEB et, le cas échéant, de l'auteur de l'étude de faisabilité technique, environnementale et économique, ou ;
   7° lorsque les personnes visées au 6° sont des personnes morales, le numéro de téléphone et l'adresse de courrier électronique des représentants légaux et, le cas échéant, des personnes de contact.
   § 2. Les fonctionnaires et les agents de l'administration visés aux articles 79 et 86 accèdent, sur la base de données, aux documents procéduraux relatifs aux exigences PEB et d'électromobilité et aux données visées à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, du décret, ainsi qu'aux informations visées au paragraphe 1er, alinéa 2.
   Les personnes visées à l'alinéa 1er consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice des finalités visées à l'article 14, § 1er, alinéa 2, 3°, 4°, 6° et 7°, du décret.
   § 3. Les responsables PEB accèdent, sur la base de données, aux documents procéduraux relatifs aux exigences PEB et d'électromobilité et aux données visées à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 1°, du décret, ainsi qu'aux informations visées au paragraphe 1er, alinéa 2, 1° à 5°.
   Dans les hypothèses visées à l'article 14, § 3, alinéas 2 et 3, du décret, le nouveau responsable PEB accède, sur la base de données, aux documents procéduraux relatifs aux exigences PEB et d'électromobilité et aux données visées à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 1°, du décret, ainsi qu'aux informations visées au paragraphe 1er, alinéa 2, 1° à 5°.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les responsables PEB consultent et utilisent les informations visées aux alinéas 1 et 2 pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visées à l'article 14, § 1er, alinéa 2, 1°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 4. Les certificateurs PEB accèdent, sur la base de données, au certificat PEB établi sur base de l'article 33 du décret et aux données visées à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 1° du décret.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les certificateurs PEB consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visées à l'article 14, § 1er, alinéa 2, 1°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 5. Les officiers instrumentant accèdent, sur la base de données, à la déclaration PEB provisoire, au certificat PEB établi sur base de l'article 33 du décret et au certificat PEB provisoire établi sur base de l'article 34, § 3, du décret.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les officiers instrumentant consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visées à l'article 14, § 1er, alinéa 2, 2°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 6. Les agents immobiliers accèdent, sur la base de données, au certificat PEB établi sur base de l'article 33 du décret ou au certificat PEB provisoire établi sur base de l'article 34, § 3, du décret.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les agents immobiliers consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités d'information visées à l'article 14, § 1er, alinéa 2, 2°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 7. Les bourgmestres, les fonctionnaires et les agents techniques des communes visées à l'art 86 accèdent, sur la base de données, aux documents procéduraux relatifs aux exigences PEB et d'électromobilité et aux données visées à l'article 14, § 1er, alinéa 1, du décret, ainsi qu'aux informations visées au paragraphe 1er, alinéa 2.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les personnes visées à l'alinéa 1er consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice des finalités visées à l'article 14, § 1er, alinéa 2, 4° et 5°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 8. Les fonctionnaires délégués au sens des articles R.I.3-1 et R.VII.3-1 du CoDT accèdent, sur la base de données, aux documents procéduraux relatifs aux exigences PEB et d'électromobilité et aux données visées à l'article 14, § 1er, alinéa 1, du décret, ainsi qu'aux informations visées au paragraphe 1er, alinéa 2.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les personnes visées à l'alinéa 1er consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice des finalités visées à l'article 14, § 1er, alinéa 2, 4° et 5°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 9. Les candidats acquéreurs ou les candidats locataires accèdent, sur la base de données, au certificat PEB établi sur base de l'article 33 du décret ou au certificat PEB provisoire établi sur base de l'article 34, § 3, du décret.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les candidats acquéreurs ou les candidats locataires consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visées à l'article 14, § 1er, alinéa 2, 2°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 10. Les prêteurs accèdent, sur la base de données, à la déclaration PEB provisoire, au certificat PEB établi sur base de l'article 33 du décret et au certificat PEB provisoire établi sur base de l'article 34, § 3, du décret.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les prêteurs consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visés à l'article 14, § 1er, alinéa 2, 8°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 11. Les titulaires de droit réel et les personnes qu'ils désignent accèdent, sur la base de données, pour le bâtiment sur lequel s'exerce le droit réel, aux documents suivants :
   1° la déclaration PEB initiale ;
   2° la déclaration PEB simplifiée établie dans l'hypothèse visée à l'article 16, § 2, alinéa 2, du décret ;
   3° la déclaration PEB provisoire ;
   4° la déclaration PEB finale ;
   5° le certificat PEB provisoire établi conformément à l'article 34, § 3, du décret ou le certificat PEB établi conformément à l'article 33 du décret.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les titulaires de droit réel et les personnes qu'ils désignent consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visés à l'article 14, § 1er, alinéa 2, 2°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 12. Les responsables du traitement sont, chacun en ce qui le concerne, les autorités et les personnes visées aux paragraphes 2 à 11 dans l'exercice de leurs finalités respectives ]1
.
  
Art. 21. De procedurele documenten in verband met de EPB-eisen [1 en de eisen inzake elektromobiliteit]1 worden opgesteld aan de hand van de formulieren en software ter beschikking gesteld door de administratie.
  De Minister kan de vorm en de inhoud van de documenten bepalen.
  [2 ...]2
  
Art. 21. Les documents procéduraux relatifs aux exigences PEB [1 et aux exigences d'électromobilité]1 sont établis au moyen des formulaires ou logiciels mis à disposition par l'administration.
  Le Ministre peut déterminer la forme des documents et en préciser le contenu.
  [2 ...]2
  
Art. 22. § 1. De technische, ecologische en economische haalbaarheidsstudie bedoeld in artikel 15 van het decreet bevat minstens de mogelijkheid om volgende technologieën in te zetten :
  1° fotovoltaïsche zonnesystemen;
  2° thermische zonnesystemen;
  3° warmtepompen;
  4° op biomassa werkende warmtegeneratoren;
  5° warmtenetten.
  § 2.[1 Voor gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 1.000 m2 kan de administratie een gestandaardiseerde technische, ecologische en economische haalbaarheidsstudie ter beschikking stellen]1.
  § 3. [1 . Naast de elementen bedoeld in artikel 15, § 2, eerste lid, van het decreet bevat de haalbaarheidsstudie minstens volgende elementen :
   1° een beschrijving van het onderzochte gebouw, met inbegrip van de totale nuttige oppervlakte, en de energiebehoeften ervan;
   2° een samenvattende tabel van de werkhypotheses in verband met de overwogen technologieën;
   3° de analyse van de overwogen technologieën, met name hun omschrijving, hun technische integratie in het gebouw, hun relevante en, voor de technologie(ën) waarvan de integratie mogelijk is en aangenomen wordt, hun energiebalans, hun economische balans en hun milieubalans;
   4° de keuze van de aangenomen technologie(ën) en de verantwoording ervan;
   5° de datum ;
   6° de informatie bedoeld in artikel 18/1 van het decreet.]1

  
Art. 22. § 1er. L'étude de faisabilité technique, environnementale et économique visée à l'article 15 du décret envisage au moins la possibilité de recourir aux technologies suivantes :
  1° les systèmes solaires photovoltaïques;
  2° les systèmes solaires thermiques;
  3° les pompes à chaleur;
  4° les générateurs de chaleur fonctionnant à la biomasse;
  5° les réseaux de chaleur.
  § 2[1 Pour les bâtiments d'une superficie utile totale de moins de 1 000 m2, une étude de faisabilité technique, environnementale et économique standardisée peut être mise à disposition par l'administration]1.
  § 3. [1 Outre les éléments visés à l'article 15, § 2, alinéa 1er, du décret, l'étude de faisabilité technique, environnementale et économique comporte les éléments suivants :
   1° une présentation du bâtiment étudié, en ce compris sa superficie utile totale, et de ses besoins énergétiques ;
   2° un tableau synthétique des hypothèses de travail relatives aux technologies envisagées ;
   3° l'analyse des technologies envisagées, en ce compris leur description, leur intégration technique dans le bâtiment, leur pertinence et, pour la ou les technologies dont l'intégration est possible et retenue, leurs bilans énergétique, économique et environnemental ;
   4° le choix de la technologie ou des technologies retenues et leur justification ;
   5° la date ;
   6° la notice d'information visée à l'article 18/1 du décret. " ;
  
Art. 23. [1 Naast de elementen bedoeld in artikel 16, § 1, eerste lid, van het decreet bevat de vereenvoudigde EPB-aangifte:
   1° de aard van de werken en de bestemming of de bestemmingen van het goed;
   2° de gegevens ter verantwoording van de aard van de werken en de toepasbare procedures ;
   3° de eisen die van toepassing zijn op elke EPB-eenheid of elk gedeelte van het gebouw in functie van de bestemming ervan en van de werken;
   4° in voorkomend geval, de eisen inzake elektromobiliteit die van toepassing zijn op het gebouw in functie van de bestemming ervan;
   5° de datum ;
   6° de informatie bedoeld in artikel 18/1 van het decreet ]1
.
  
Art. 23. [1 Outre les éléments visés à l'article 16, § 1er, alinéa 1er, du décret, la déclaration PEB initiale contient :
   1° la nature des travaux et la destination ou les destinations du bien ;
   2° les données justifiant la nature des travaux et les procédures applicables ;
   3° les exigences applicables à chaque unité PEB ou partie de bâtiment en fonction de leur destination et des travaux ;
   4° le cas échéant, les exigences d'électromobilité applicables au bâtiment en fonction de sa destination ;
   5° la date ;
   6° la notice d'information visée à l'article 18/1 du décret ]1
.
  
Art. 24. [1 Naast de elementen bedoeld in artikel 16, § 2, eerste lid, van het decreet bevat de vereenvoudigde EPB-aangifte :
   1° de aard van de werken en de bestemming(en) van het goed, met inbegrip van, in voorkomend geval, de eventueel overwogen wijziging ervan ;
   2° de gegevens ter verantwoording van de aard van de werken en de toepasbare procedures ;
   3° de eisen die van toepassing zijn op elke EPB-eenheid of elk gedeelte van het gebouw in functie van de bestemming ervan en van de werken;
   4° een tabel met de U-waarden van de bouwelementen die de renovatiewerken ondergaan ;
   5° een tabel met het verluchtingsdebiet van de betrokken lokalen;
   6° als het een bestemmingswijziging betreft in de zin van artikel 19, een berekeningsnota van het K-niveau ;
   7° de datum ;
   8° de informatie bedoeld in artikel 18/1 van het decreet;
   9° in het geval bedoeld in artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet bevat het nummer van het EPB-dossier ]1
.
  
Art. 24. [1 Outre les éléments visés à l'article 16, § 2, alinéa 1er, du décret, la déclaration PEB simplifiée contient :
   1° la nature des travaux et la destination ou les destinations du bien, y compris, le cas échéant, le changement éventuellement envisagé de celle-ci ;
   2° les données justifiant la nature des travaux et les procédures applicables ;
   3° les exigences applicables à chaque unité PEB ou partie de bâtiment en fonction de leur destination et des travaux ;
   4° un tableau des valeurs U des éléments de construction qui font l'objet de travaux de rénovation ;
   5° un tableau reprenant les débits de ventilation des locaux concernés ;
   6° s'il s'agit d'un changement de destination au sens de l'article 19, une note de calcul du niveau K ;
   7° la date ;
   8° la notice d'information visée à l'article 18/1 du décret ;
   9° dans l'hypothèse visée à l'article 16, § 2, alinéa 2, du décret, le numéro de dossier PEB ]1
.
  
Art. 25. [1 Naast de elementen bedoeld in artikel 17, § 1, eerste lid, van het decreet bevat de voorlopige EPB-aangifte :
   1° de datum ;
   2° de informatie bedoeld in artikel 18/1 van het decreet ]1
.
  
Art. 25. [1 Outre les éléments visés à l'article 17, § 1er, alinéa 1er, du décret, la déclaration PEB provisoire contient :
   1° la date ;
   2° la notice d'information visée à l'article 18/1 du décret ]1

  
Art. 26. [1 Naast de elementen bedoeld in artikel 18, § 1, eerste lid, van het decreet bevat de uiteindelijke EPB-aangifte :
   1° de vermelding van een eventuele wijziging in de identificatie van de partijen betrokken bij het project;
   2° in voorkomend geval, een afschrift van de beslissing bedoeld in de artikelen 5 of 8;
   3° de datum ;
   4° de informatie bedoeld in artikel 18/1 van het decreet ]1
.
  
Art. 26. [1 . Outre les éléments visés à l'article 18, § 1er, alinéa 1er, du décret, la déclaration PEB finale contient :
   1° l'indication d'un éventuel changement dans l'identification des intervenants au projet ;
   2° le cas échéant, copie de la décision visée aux articles 5 ou 8 ;
   3° la date ;.
   4° la notice d'information visée à l'article 18/1 du décret ]1
.
  
Art. 27. § 1. De overdracht van vergunningen bedoeld in artikel 19, § 2, van het decreet wordt aan de administratie medegedeeld.
  § 2. [1 Naast de elementen bedoeld in artikel 19, § 2, vijfde lid,van het decreet bevat het EPB-certificaat volgende inlichtingen:
   1° de uitdrukkelijke wil van de overdrager en de verkrijger dat de overdracht van de hoedanigheid van aanmelder aan de verkrijger verricht wordt;
   2° de datum van de overdracht van de vergunning.
   De verantwoordelijken voor de verwerking in de zin van de AVG is de administratie.
   "De ambtenaren en personeelsleden van de administratie bedoeld in de artikelen 79 en 86 hebben toegang tot de informatie bedoeld in artikel 19, § 2, vijfde lid, van het decreet, alsook tot de informatie bedoeld in het eerstelid.
   De in het tweede lid bedoelde personen raadplegen en gebruiken de in het derde lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 19, § 2/1, eerste lid, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De verantwoordelijke voor de verwerking is de administratie]1
.
  § 3. De EPB-verantwoordelijke gebruikt, om deze mededeling te verrichten, het formulier dat ter beschikking wordt gesteld door de administratie.
  
Art. 27. § 1er. La cession de permis visée à l'article 19, § 2 du décret est notifiée à l'administration.
  § 2.[1 § 2. Outre les éléments visés à l'article 19, § 2, alinéa 5, du décret, la notification comprend les informations suivantes :
   1° la volonté expresse du cédant et du cessionnaire d'opérer le transfert de la qualité de déclarant au cessionnaire ;
   2° la date de la cession de permis.
   Le responsable du traitement au sens du RGPD est l'administration.
   Les fonctionnaires et les agents de l'administration visés aux articles 79 et 86 accèdent aux informations visées à l'article 19, § 2, alinéa 5, du décret, ainsi qu'aux informations visées à l'alinéa 1er.
   Les personnes visées à l'alinéa 2 consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 2 pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice des finalités visées à l'article 19, § 2/1, alinéa 1er, du décret.
   Le responsable du traitement est l'administration]1
.
  § 3. Le responsable PEB utilise, pour la réalisation de la notification, le formulaire mis à sa disposition par l'administration.
  
Art. 28. De documenten in verband met de [1 procedures en eisen inzake EPB en elektromobiliteit]1 worden door de EPB-verantwoordelijke, de auteur van de haalbaarheidsstudie of de EPB-aanmelder aan de administratie gericht.
  [1 Het verslag van de evaluatie bedoeld in artikel 12, § 1, zesde lid, van het decreet wordt door de auteur ervan aan de administratie toegezonden.
   De Minister kan de modaliteiten voor de toepassing van het eerste lid nader bepalen.
   De Minister bepaalt de modaliteiten voor de toepassing van het tweede lid.]1
Art. 28. Les documents relatifs aux procédures et [1 exigences PEB et d'électromobilité]1 sont adressés à l'administration par le responsable PEB, l'auteur d'étude de faisabilité ou le déclarant PEB.
  [1 Le rapport de l'évaluation visée à l'article 12, § 1er, alinéa 6, du décret est adressé à l'administration par son auteur.
  Le Ministre peut préciser les modalités d'application de l'alinéa 1er.
  Le Ministre précise les modalités d'application de l'alinéa 2.]1
Art. 28/1. [1 De administratie stelt de informatie bedoeld in artikel 18/1 van het decreet ter beschikking
   De administratie vermeldt de lijst van verzamelde persoonsgegevens, de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, de periode gedurende welke zij worden bewaard, alsmede de procedures voor toegang tot en correctie van deze gegevens. ]1

  
Art. 28/1. [1 1. L'administration met à disposition la notice d'information visée à l'article 18/1 du décret.
   L'administration mentionne la liste des données collectées, les finalités de traitement ainsi que la durée de conservation, les modalités d'accès et de rectification de ces données. ]1

  
Art. 28/2. [1 Voorafgaand aan het verzamelen van de gegevens bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, van het decreet en artikel 20, § 1, tweede lid, bezorgt de EPB-verantwoordelijke aan de EPB-aangever en in voorkomend geval aan de architect en de opsteller van de technische, milieutechnische en economische haalbaarheidsstudie de informatiemelding bedoeld in artikel 18/1 van het decree. ]1
  
Art. 28/2. [1 Préalablement à la collecte des données visées à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, du décret et à l'article 20, § 1er, alinéa 2, le responsable PEB remet au déclarant PEB et, le cas échéant, à l'architecte et à l'auteur de l'étude de faisabilité technique, environnementale et économique, la notice d'information visée à l'article 18/1 du décret.]1
  
Art. 28/3. [1 Voorafgaand aan het verzamelen van de gegevens bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, van het decreet en artikel 20, § 1, tweede lid, bezorgt de opsteller van de technische, milieutechnische en economische haalbaarheidsstudie aan de EPB-aangever de informatiemelding bedoeld in artikel 18/1 van het decreet. ]1
  
Art. 28/3. [1 Préalablement à la collecte des données visées à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, du décret et à l'article 20, § 1er, alinéa 2, l'auteur de l'étude de faisabilité technique, environnementale et économique remet au déclarant PEB la notice d'information visée à l'article 18/1 du décret.]1
  
HOOFDSTUK IV. - [1 EPB-en electromobiliteitsprocedures]1
CHAPITRE IV. - Procédures PEB [1 et d'électromobilité]1
Art. 29. [1 Naast de gegevens, bedoeld in de artikelen 23, § 3, eerste en tweede lid, 25, § 3, eerste en tweede lid, en 27, § 3, eerste en tweede lid, van het besluit, bevat de verantwoordingsnota de volgende gegevens:
   1° de datum ;
   2° denauwkeurige identificatie van de toepasselijke wettelijke bepaling;
   3° een gedetailleerde opgave van de elementen die de toepasselijke uitzondering rechtvaardigen.
   De vorm en de inhoud van de verantwoordingsnota kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   De burgemeesters, ambtenaren en technische personeelsleden van de gemeenten bedoeld in artikel 86 raadplegen en gebruiken de informatie bedoeld in de artikelen 23, § 3, eerste en tweede lid, 25, § 3, eerste en tweede lid en 27, § 3, eerste en tweede lid, van het decreet en in het eerste lid voor een periode die niet langer is dan de tijd die nodig is om de doeleinden, vermeld in de artikelen 23, § 3, derde lid, 2° en 3°, 25, § 3, derde lid, 2° en 3°, en 27, § 3, derde lid, 2° en 3°, van het decreet, te bereiken.
   De gemachtigde ambtenaren in de zin van de artikelen R.I.3-1 en R.VII.3-1 van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening raadplegen en gebruiken de informatie bedoeld in de artikelen 23, § 3, eerste en tweede lid, 25, § 3, eerste en tweede lid en 27, § 3, eerste en tweede lid, van het decreet en in het eerste lid voor een periode die niet langer is dan de tijd die nodig is om de doeleinden, vermeld in de artikelen 23, § 3, derde lid, 2° en 3°, 25, § 3, derde lid, 2° en 3°, en 27, § 3, derde lid, 2° en 3°, van het decreet, te bereiken.
   De ambtenaren en de personeelsleden van de administratie bedoeld in de artikelen 79 en 86 raadplegen en gebruiken de informatie bedoeld in de artikelen 23, § 3, eerste en tweede lid, 25, § 3, eerste en tweede lid, en 27, § 3, eerste en tweede lid, van het decreet en in het eerste lid voor een periode die niet langer is dan de tijd die nodig is om de doeleinden, vermeld in de artikelen 23, § 3, derde lid, 2°, 4° en 5°, 25, § 3, derde lid, 2°, 4° en 5°, en 27, § 3, derde lid, 2°, 4° en 5°, van het decreet, te bereiken.
   De verantwoordelijken voor de verwerking zijn, elk wat hen betreft, de in de leden 3, 4 en 5 bedoelde personen voor de uitoefening van hun respectieve doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de informatie kunnen nader bepaald worden door de Minister. ]1

  
Art. 29. [1 Outre les informations visées aux articles 23, § 3, alinéas 1 et 2, 25, § 3, alinéas 1 et 2, et 27, § 3, alinéas 1 et 2, du décret, la note justificative contient les informations suivantes :
   1° la date ;
   2° l'identification précise de la disposition légale applicable ;
   3° un exposé détaillé des éléments justifiant l'exception applicable.
   Le Ministre peut préciser le contenu et la forme de la note justificative.
   Les bourgmestres, les fonctionnaires et les agents techniques des communes, visés à l'article 86 consultent et utilisent les informations visées aux articles 23, § 3, alinéas 1 et 2, 25, § 3, alinéas 1 et 2 et 27, § 3, alinéas 1 et 2, du décret et à l'alinéa 1er pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice des finalités visées aux articles 23, § 3, alinéa 3, 2° et 3°, 25, § 3, alinéa 3, 2° et 3°, et 27, § 3, alinéa 3, 2° et 3°, du décret.
   Les fonctionnaires délégués au sens des articles R.I.3-1 et R.VII.3-1 du CoDT consultent et utilisent les informations visées aux articles 23, § 3, alinéas 1 et 2, 25, § 3, alinéas 1 et 2, et 27, § 3, alinéas 1 et 2, du décret et à l'alinéa 1er pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice des finalités visées aux articles 23, § 3, alinéa 3, 2° et 3°, 25, § 3, alinéa 3, 2° et 3°, et 27, § 3, alinéa 3, 2° et 3°, du décret.
   Les fonctionnaires et les agents de l'administration visés aux articles 79 et 86 consultent et utilisent les informations visées aux articles 23, § 3, alinéas 1 et 2, 25, § 3, alinéas 1 et 2, et 27, § 3, alinéas 1 et 2 du décret et à l'alinéa 1er pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice des finalités visées aux articles 23, § 3, alinéa 3, 2°, 4° et 5°, 25, § 3, alinéa 3, 2°, 4° et 5°, et 27, § 3, alinéa 3, 2°, 4° et 5°, du décret.
   Les responsables du traitement sont, chacun en ce qui le concerne, les personnes visées aux alinéas 3, 4 et 5, dans l'exercice de leurs finalités respectives.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès aux informations ]1
.
  
Art. 30. § 1. De overdracht van de hoedanigheid van aanmelder bedoeld in artikel 28, § 2, van het decreet wordt aan de administratie medegedeeld.
  § 2. [1 Naast de elementen bedoeld in artikel 28, § 2, derde lid, van het decreet bevat kennisgeving volgende inlichtingen:
   1° de uitdrukkelijke wil van de partijenr dat de overdracht van de hoedanigheid van aanmelder aan de koper verricht wordt;
   2° de datum van de overeenkomst tot overdracht ;
   3° de voorlopige EPB-aangifte bedoeld in artikel 17 van het decreet.
   De ambtenaren en personeelsleden van de administratie bedoeld in de artikelen 79 en 86 hebben toegang tot de informatie bedoeld in artikel 28, § 2, derde lid, van het decreet, alsook tot de informatie bedoeld in het eerste lid.
   De in het tweede lid bedoelde personen raadplegen en gebruiken de in het tweede lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 28, § 2, vierde lid, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De verantwoordelijke voor de verwerking is de administratie]1
.
  § 3. Koper en verkoper gebruiken, om deze mededeling te verrichten, het formulier dat ter beschikking wordt gesteld door de administratie.
  

Wijzigingen

Art. 30. § 1er. Le transfert de la qualité de déclarant visé à l'article 28, § 2, du décret est notifié à l'administration.
  § 2. [2 Outre les éléments visés à l'article 28, § 2, alinéa 3, du décret, la notification comprend les informations suivantes :
   1° la volonté expresse des parties d'opérer le transfert de la qualité de déclarant à l'acquéreur ;
   2° la date de la convention opérant la cession ;
   3° la déclaration PEB provisoire visée à l'article 17 du décret.
   Les fonctionnaires et les agents de l'administration visés aux articles 79 et 86 accèdent aux informations visées à l'article 28, § 2, alinéa 3, du décret, ainsi qu'aux informations visées à l'alinéa 1er.
   Les personnes visées à l'alinéa 2 consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 2 pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice de la finalité visée à l'article 28, § 2, alinéa 4, du décret.
   Le responsable du traitement est l'administration ]2
.
  § 3. Le vendeur et l'acquéreur utilisent, pour la réalisation de la notification, le formulaire mis à leur disposition par l'administration.
  
TITEL IV. - Energieprestatiecertificaten voor gebouwen
TITRE IV. - Certificats de performance énergétique des bâtiments
HOOFDSTUK I. - Certificeringsregeling
CHAPITRE Ier. - Régime de la certification
Afdeling 1. - EPB-Certificaatcategorieën
Section 1re. - Catégories de certificats PEB
Art. 31. Er bestaan drie EPB-certificaatcategorieën :
  1° EPB-certificaten voor een wooneenheid;
  2° EPB-certificaten voor een eenheid niet bestemd voor bewoning;
  3° EPB-certificaten van de openbare gebouwen met het oog op de aanplakking.
Art. 31. Il existe trois catégories de certificat PEB :
  1° les certificats PEB d'unité résidentielle;
  2° les certificats PEB d'unité non résidentielle;
  3° les certificats PEB de bâtiment public en vue de l'affichage.
Art. 32. EPB-certificaten voor wooneenheden worden opgemaakt ofwel door een erkende EPB-verantwoordelijke, ofwel door een erkende EPB-certificeerder voor wooneenheden.
  EPB-certificaten voor eenheden niet bestemd voor bewoning worden opgemaakt ofwel door een erkende EPB-verantwoordelijke, ofwel door een erkende EPB-certificeerder voor eenheden niet bestemd voor bewoning.
  EPB-certificaten voor openbare gebouwen worden opgemaakt door een interne of externe erkende EPB-certificeerder voor openbare gebouwen.
Art. 32. Les certificats PEB d'unité résidentielle sont établis soit par un responsable PEB agréé, soit par un certificateur PEB d'unité résidentielle agréé.
  Les certificats PEB d'unité non résidentielle sont établis soit par un responsable PEB agréé, soit par un certificateur PEB d'unité non résidentielle agréé.
  Les certificats PEB de bâtiment public sont établis par un certificateur PEB de bâtiment public agréé soit externe, soit interne.
Art. 33. Met het oog op certificering ervan kan de Minister in subcategorieën voorzien voor EPB-woonheden of -eenheden, niet voor bewoning bestemd, of voor openbare gebouwen, in functie van hun bijzondere kenmerken of hun energieverbruik.
Art. 33. En vue de leur certification, le Ministre peut établir des sous-catégories d'unité PEB résidentielle ou non résidentielle ou de bâtiment public en considération de leurs caractéristiques particulières ou de leur consommation d'énergie.
Art. 34. Het EPB-certificaat wordt opgemaakt op grond van de methode bedoeld in artikel 3 en vloeit voort uit de toepassing van de software bedoeld in de artikelen 20, § 4, of 38 van het decreet.
Art. 34. Le certificat PEB est établi sur base de la méthode visée à l'article 3 et résulte de l'application du logiciel visé aux articles 20, § 4 ou 38 du décret.
Art. 35. De Minister stelt een type-EPB-certificaat voor elke (sub)categorie vast.
Art. 35. Le Ministre établit un modèle de certificat PEB pour chacune des catégories et sous-catégories.
Afdeling 2. - Inhoud van de EPB-certificaten
Section 2. - Contenu des certificats PEB
Art. 36. [1 Naast de elementen bedoeld in artikel 30, § 2, eerste lid, van het decreet bevat het EPB-certificaat volgende informatie:
   1° in voorkomend geval, de datum van toekenning van de bouw-, stedenbouwkundige of globale vergunning die de bouw van het gebouw machtigt en haar referentienummer;
   2° de versie van de gebruikte berekeningsoftware en, in voorkomend geval, van het protocol voor de verzameling van de gegevens;
   3° de prijs van het certificaat, behalve wanneer het certificaat wordt afgeleverd na een EPB-procedure of wanneer het gaat om een certificaat voor een openbaar gebouw met het oog op de aanplakking ervan door een interne certificeerder;
   4° de datum van afgifte van het certificaat;
   5° in voorkomend geval, de referentie van het gedeeltelijke verslag. ]1

  
Art. 36. [1 . Outre les éléments visés à l'article 30, § 2, alinéa 1er, du décret, le certificat PEB contient les informations suivantes :
   1° le cas échéant, la date d'octroi du permis de bâtir, d'urbanisme ou unique autorisant sa construction et son numéro de référence ;
   2° la version du logiciel de calcul et, le cas échéant du protocole de collecte des données utilisés ;
   3° le prix du certificat, sauf lorsque le certificat est établi à l'issue d'une procédure PEB ou lorsqu'il s'agit d'un certificat de bâtiment public en vue de l'affichage réalisé par un certificateur interne ;
   4° la date d'émission du certificat ;
   5° le cas échéant, la référence du rapport partiel ]1
.
  
Art. 37. Het EPB-certificaat voor wooneenheden bevat daarnaast :
  1° de energieklasse van de [1 EPB-eenheid]1;
  2° het totale theoretische primaire energieverbruik van de [1 EPB-eenheid]1;
  3° het specifieke primaire energieverbruik van de eenheid;
  4° in voorkomend geval, de verwijzing naar het gedeeltelijk verslag bedoeld in artikel 31, § 1, van het decreet.
  
Art. 37. Le certificat " PEB " [1 l'unité ]1 d'unité résidentielle contient en outre :
  1° la classe énergétique de l'unité;
  2° la consommation théorique totale d'énergie primaire de l'unité;
  3° la consommation spécifique d'énergie primaire de l'unité;
  4° le cas échéant, la référence du rapport partiel visé à l'article 31, § 1er, du décret.
  
Art. 38. Het EPB-certificaat voor eenheden, niet bestemd voor bewoning, bevat daarnaast :
  1° de energieklasse van de [1 EPB-eenheid]1;
  2° het totale theoretische primaire energieverbruik van de [1 EPB-eenheid]1;
  3° het specifieke primaire energieverbruik van de [1 EPB-eenheid]1.
  
Art. 38. Le certificat PEB d'unité non résidentielle contient en outre :
  1° la classe énergétique de l'unité PEB;
  2° la consommation théorique totale d'énergie primaire de l'unité PEB;
  3° la consommation spécifique d'énergie primaire de l'unité PEB.
  
Art. 39. Het EPB-certificaat voor openbare gebouwen met het oog op aanplakking bevar daarnaast één of meerdere verbruiksindicatoren bepaald door de Minister [1 , alsmede de naam van de overheidsinstantie die het gebouw in gebruik heeft ]1.
  
Art. 39. Le certificat PEB de bâtiment public en vue de l'affichage contient en outre un ou plusieurs indicateurs de consommation définis par le Ministre [1 , ainsi que la dénomination de l'autorité publique occupant le bâtiment ]1.
  
Art. 40. De Minister kan de inhoud van het EPB-certificaat nader bepalen met het oog op de opname van de inlichtingen bedoeld in artikel 30, § 3, van het decreet, evenals van de specifieke indicatoren voor de (sub)categorieën of de inlichtingen met betrekking tot de inachtneming van de eisen.
Art. 40. Le Ministre peut compléter le contenu du certificat PEB en vue d'y intégrer les informations visées à l'article 30, § 3 du décret ainsi que des indicateurs spécifiques aux catégories et sous-catégories ou des informations relatives au respect des exigences.
Afdeling 3. - Gedeeltelijk verslag
Section 3. - Rapport partiel
Art. 41. Het gedeeltelijk verslag bedoeld in artikel 31, § 1, van het decreet wordt door een EPB-certificeerder voor erkende wooneenheden of door een erkende EPB-verantwoordelijke opgesteld.
  Het gedeeltelijk verslag is het resultaat van de toepassing van de software bedoeld in de artikelen 20, § 4, of 38 van het decreet.
Art. 41. Le rapport partiel visé à l'article 31, § 1er du décret est établi par un certificateur PEB d'unité résidentielle agréé ou par un responsable PEB agréé.
  Le rapport partiel est le résultat de l'application du logiciel visé aux articles 20, § 4, ou 38, du décret.
Art. 42. § 1 [1 Naast de elementen bedoeld in artikel 31, § 1, derde lid, van het decreet bevat het gedeeltelijk verslag volgende elementen:
   1° in voorkomend geval, de datum van toekenning van de bouw-, stedenbouwkundige of globale vergunning die de bouw van het gebouw machtigt en haar referentienummer;
   2° de versie van de gebruikte berekeningsoftware en, in voorkomend geval, van het protocol voor de verzameling van de gegevens;
   3° de prijs van het gedeeltelijk verslag, behoudens voor het certificaat opgemaakt na afloop van een EPB-procedure "bouw";
   4° de datum van afgifte van het gedeeltelijk verslag ]1
.
  § 2. De Minister kan de inhoud van het gedeeltelijk verslag aanvullen met het oog op de opname van specifieke indicatoren.
  De Minister stelt het model van gedeeltelijk verslag vast.
  
Art. 42. § 1er. [1 . Outre les éléments visés à l'article 31, § 1er, alinéa 3, du décret, le rapport partiel contient les éléments suivants :
   1° le cas échéant, la date d'octroi du permis de bâtir, d'urbanisme ou unique autorisant leur construction et le numéro de référence ;
   2° la version du logiciel de calcul et, le cas échéant, du protocole de collecte des données utilisés ;
   3° le prix du rapport partiel, sauf lorsque le rapport partiel est établi à l'issue d'une procédure PEB construction ;
   4° la date d'émission du rapport partiel]1
.
  § 2. Le Ministre peut compléter le contenu du rapport partiel en vue d'y intégrer des indicateurs spécifiques.
  Le Ministre établit un modèle de rapport partiel.
  
Afdeling 4. - Geldigheid en hernieuwing
Section 4. - Validité et renouvellement
Art. 43. Behalve de certificaten voor openbare gebouwen vervallen de EPB-certificaten wanneer de EPB-eenheid of het gebouw een later EPB-certificaat of gedeeltelijk verslag heeft gekregen of handelingen en werken bedoeld in de artikelen 23 tot 27 van het decreet heeft ondergaan.
Art. 43. Hormis les certificats de bâtiment public, les certificats PEB sont caduques lorsque l'unité PEB ou le bâtiment a fait l'objet soit d'un certificat PEB ou d'un rapport partiel postérieur, soit d'actes et travaux visés aux articles 23 à 27 du décret.
Art. 44. Wanneer een EPB-certificaat opgemaakt werd op grond van artikel 3 van het decreet, wordt het hernieuwd door een certificaat opgemaakt door een erkende EPB-certificeerder die de software bedoeld in artikel 38 van het decreet gebruikt.
Art. 44. Lorsqu'un certificat PEB a été établi sur base de l'article 33 du décret, il est renouvelé par un certificat établi par un certificateur PEB agréé faisant application du logiciel visé à l'article 38 du décret.
Afdeling 5. - Gebruik van de gegevens
Section 5. - Utilisation des données
Art. 46. § 1.[1 De administratie beheert de gegevensbank bedoeld in artikel 32 van het decreet
   Naast de elementen bedoeld in artikel 32, § 1, eerste lid, van het decreet bevat het EPB-certificaat volgende informatie:
   1° het telefoonnummer en e-mailadres van de houder van het zakelijk recht op het gebouw of de EPB-eenheid en van de EPB-certificeerder, of ;
   2° indien de personen bedoeld in 1° rechtspersonen zijn, het telefoonnummer en e-mailadres van de wettelijke vertegenwoordigers en, indien van toepassing, de contactpersonen
   3° in het geval bedoeld in artikel 31 van het decreet, het telefoonnummer en e-mailadres van de wettelijke vertegenwoordigers en, indien van toepassing, de contactpersonen;
   4° in het geval bedoeld in artikel 35 van het decreet, de naam, de voornaam, het telefoonnummer en e-mailadres van de wettelijke vertegenwoordigers en, indien van toepassing, de contactpersonen;
   5° in voorkomend geval, de referentie van het gedeeltelijke verslag.
   § 2. De ambtenaren en personeelsleden van de administratie bedoeld in de artikelen 79 en 86 hebben op de databank toegang tot de inhoud van de EPB-certificaten en de gedeeltelijke verslagen bedoeld in artikel 32, § 1, eerste lid, van het decreet, alsook tot de informatie bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.
   De in het eerste lid bedoelde personen raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 32, § 1/3, tweede lid, 3°, 4°, 5° en 6°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   § 3. De EPB-certificeerders hebben op de databank toegang tot de EPB-certificaten en de gedeeltelijke verslagen, evenals tot de gegevens bedoeld in artikel 32, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet.
   In afwijking van lid 1 hebben interne EPB-certificeerders voor openbare gebouwen toegang tot de databank van EPB-certificaten en de in lid 1 bedoelde informatie die alleen betrekking heeft op gebouwen die worden gebruikt door de overheidsinstantie waarin zij werkzaam zijn.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De EPB-certificeerders raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 32, § 1, tweede lid, 1°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 4. Instrumenterende ambtenaren hebben toegang tot EPB-certificaten in de databank.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De instrumenterende ambtenaren raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 32, § 1, tweede lid, 2°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 5. Instrumenterende ambtenaren hebben toegang tot EPB-certificaten in de databank.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De vastgoedagenten raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 32, § 1, tweede lid, 2°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 6. De kandidaat-kopers of kandidaat-huurders hebben toegang tot de inhoud van de EPB-certificaten in de databank, met uitzondering van de informatie bedoeld in artikel 30, § 2, eerste lid, 2°, 4°, 5°, 6° en 12° van het decreet.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De de kandidaat-kopers en de kandidaat-huurders raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 32, § 1, tweede lid, 2°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 7. De houders van een zakelijk recht en de personen die zij aanwijzen, hebben toegang tot de databank van het gebouw waarop het zakelijk recht wordt uitgeoefend, tot het EPB-certificaat en tot de informatie bedoeld in artikel 32, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De houders van zakelijke rechten en de personen die zij aanwijzen raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 32, § 1, tweede lid, 2° van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 8. De leners hebben toegang tot EPB-certificaten in de databank.
   De administratie verleent de toegang tot de databank.
   De leners raadplegen en gebruiken de in het eerste lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 32, § 1, tweede lid, 7°, van het decreet bedoelde doeleinden.
   De duur en de nadere regels voor de toegang tot de databank kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   § 9. De verantwoordelijken voor de verwerking zijn, elk wat hen betreft, de in de paragrafen 2 tot 8 bedoelde personen voor de uitoefening van hun respectieve doeleinden]1
.
  
Art. 46. [1 § 1er. L'administration gère la base de données visée à l'article 32 du décret.
   Outre les éléments visés à l'article 32, § 1er, alinéa 1er, du décret, la base données contient les informations suivantes :
   1° le numéro de téléphone et l'adresse de courrier électronique du titulaire de droit réel sur le bâtiment ou l'unité PEB et du certificateur PEB, ou ;
   2° lorsque les personnes visées au 1° sont des personnes morales, le numéro de téléphone et l'adresse de courrier électronique des représentants légaux et, le cas échéant, des personnes de contact ;
   3° dans l'hypothèse visée à l'article 31 du décret, le numéro de téléphone et l'adresse de courrier électronique des représentants légaux de l'association des copropriétaires et, le cas échéant, des personnes de contact ;
   4° dans l'hypothèse visée à l'article 35 du décret, le nom, le prénom, le numéro de téléphone et l'adresse de courrier électronique du représentant légal de l'autorité publique occupant le bâtiment et, le cas échéant, des personnes de contact ;
   5° le cas échéant, la référence du rapport partiel.
   § 2. Les fonctionnaires et les agents de l'administration visés aux articles 79 et 86 accèdent, sur la base de données, au contenu des certificats PEB et des rapports partiels, aux informations visées à l'article 32, § 1er, alinéa 1er, du décret, ainsi qu'aux informations visées au paragraphe 1er, alinéa 2.
   Les personnes visées à l'alinéa 1er consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice des finalités visées à l'article 32, § 1er, alinéa 2, 3°, 4°, 5° et 6°, du décret.
   § 3. Les certificateurs PEB accèdent, sur la base de données, aux certificats PEB et aux rapports partiels, ainsi qu'aux informations visées à l'article 32, § 1er, alinéa 1er, 1°, du décret.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les certificateurs PEB internes de bâtiment public accèdent, sur la base de données, aux certificats PEB et aux informations visées à l'alinéa 1er qui concernent les seuls bâtiments occupés par l'autorité publique au sein de laquelle ils sont actifs.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les certificateurs PEB consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visés à l'article 32, § 1er, alinéa 2, 1°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 4. Les officiers instrumentant accèdent, sur la base de données, aux certificats PEB.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les officiers instrumentant consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visées à l'article 32, § 1er, alinéa 2, 2°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 5. Les agents immobiliers accèdent, sur la base de données, aux certificats PEB.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les agents immobiliers consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visées à l'article 32, § 1er, alinéa 2, 2°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 6. Les candidats acquéreurs ou les candidats locataires accèdent, sur la base de données, au contenu des certificats PEB, à l'exclusion des informations visées à l'article 30, § 2, alinéa 1er, 2°, 4°, 5°, 6° et 12°, du décret.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les candidats acquéreurs ou les candidats locataires consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visées à l'article 32, § 1er, alinéa 2, 2°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 7. Les titulaires de droit réel et les personnes qu'ils désignent accèdent, sur la base de données, pour le bâtiment sur lequel s'exerce le droit réel, au certificat PEB ainsi qu'aux informations visées à l'article 32, § 1er, alinéa 1er, 1°, du décret.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les titulaires de droit réel et les personnes qu'ils désignent consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visées à l'article 32, § 1er, alinéa 2, 2°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 8. Les prêteurs accèdent, sur la base de données, aux certificats PEB.
   L'administration octroie l'accès à la base de données.
   Les prêteurs consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 1er pendant le temps nécessaire à l'exercice des seules finalités visés à l'article 32, § 1er, alinéa 2, 7°, du décret.
   Le Ministre peut préciser la durée et les modalités d'accès à la base de données.
   § 9. Les responsables du traitement sont, chacun en ce qui le concerne, les autorités et les personnes visées aux paragraphes 2 à 8, dans l'exercice de leurs finalités respectives ]1
.
  
Art. 46/1. [1 De administratie verstrekt de eigenaar van een gebouw, alsmede eenieder die daarom voor statistische en onderzoeksdoeleinden verzoekt, geaggregeerde en geanonimiseerde gegevens over de energieprestatie van gebouwen uit de databanken bedoeld in de artikelen 14 en 32 van het decreet.]1
  
Art. 46/1. [1 L'administration fournit au propriétaire d'un bâtiment, ainsi qu'à toute personne qui en fait la demande à des fins statistiques et de recherche, des données agrégées et anonymisées relatives à la performance énergétique des bâtiments issues des bases de données visées aux articles 14 et 32 du décret.]1
  
Art. 46/2. [1 . De administratie stelt de informatie bedoeld in artikel 32/2 van het decreet ter beschikking
   Het informatieblad vermeldt de lijst van verzamelde persoonsgegevens, de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, de periode gedurende welke zij worden bewaard, alsmede de procedures voor toegang tot en correctie van deze gegevens ]1
.
  
Art. 46/2. [1 L'administration met à disposition la notice d'information visée à l'article 32/2 du décret.
   La notice mentionne la liste des données collectées, les finalités de traitement ainsi que la durée de conservation, les modalités d'accès et de rectification de ces données . ]1

  
HOOFDSTUK II. -Verplichtingen om over een EPB-certificaat te beschikken
CHAPITRE II. - Obligations de disposer d'un certificat PEB
Afdeling 1. - Voorlopig EPB-certificaat
Section 1re. - Certificat PEB provisoire
Art. 47. § 1. Voor de toepassing van artikel 34, § 3, van het decreet zijn de elementen die volstaan voor de opmaak van een voorlopig EPB-certificaat :
  1° het beschermde volume van de eenheid en zijn bouwschil;
  2° een verluchtingssysteem;
  3° een verwarmingssysteem;
  4° voor de wooneenheden, minstens een aftappunt voor sanitair warm water;
  5° voor de eenheden, niet bestemd voor bewoning, een verlichtingssysteem;
  6° de aanwezigheid van het koelingssysteem, indien een dergelijk systeem was voorzien in de aanvankelijke EPB-aanmelding.
  § 2. De EPB-verantwoordelijke deelt onverwijld het voorlopig EPB-certificaat aan de EPB-aanmelder mee.
  De opmaak van het EPB-certificaat overeenkomstig artikel 33 van het decreet doet het voorlopig EPB-certificaat vervallen.
  Wanneer een voorlopig EPB-certificaat aan een huurder werd meegedeeld overeenkomstig artikel 34, 3, lid 5, van het decreet, wordt het in artikel 33 van het decreet bedoelde EPB-certificaat door de EPB-aanmelder onmiddellijk aan de huurder overhandigd als het opgemaakt is.
Art. 47. § 1er. Pour l'application de l'article 34, § 3, du décret, les éléments suffisants à l'établissement d'un certificat PEB provisoire sont :
  1° le volume protégé de l'unité et son enveloppe;
  2° un système de ventilation;
  3° un système de chauffage;
  4° pour les unités résidentielles, au moins un point de puisage pour l'eau chaude sanitaire;
  5° pour les unités non résidentielles, un système d'éclairage;
  6° la présence du système de refroidissement, si un tel système était prévu dans la déclaration PEB initiale.
  § 2. Le responsable PEB communique, sans délai, le certificat PEB provisoire au déclarant PEB.
  L'établissement du certificat PEB conformément à l'article 33 du décret rend caduc le certificat PEB provisoire.
  Lorsqu'un certificat PEB provisoire a été communiqué à un locataire conformément à l'article 34, § 3, alinéa 5, du décret, le déclarant PEB transmet le certificat PEB visé à l'article 33 du décret au locataire, dès que celui-ci est établi.
Afdeling 2. - Openbaarmaking met het oog op verkoop of verhuur
Section 2. - Publicité en vue de la vente ou de la location
Art. 48. [1 De indicatoren en informatie die moeten worden vermeld in alle reclame bedoeld in artikel 34, § 4, van het decreet zijn :
   1° de energieklasse van het gebouw of van de EPB-eenheid;
   2° de enige code van het EPB-certificaat;
   3° het specifieke primaire energieverbruik van het gebouw of van de EPB-eenheid;
   4° het totale theoretische primaire energieverbruik van het gebouw of van de EPB-eenheid;
   5° een buitenfoto van het gebouw, waarbij de betrokken EPB-eenheid wordt geïdentificeerd.
   De Minister bepaalt de vorm waarin en de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde informatie wordt opgenomen, rekening houdend met de vorm en de wijze van verspreiding van de reclamedragers.
   In afwijking van paragraaf 1 kan de Minister bepaalde reclame-uitingen vrijstellen van één of meer van de vermeldingen, vermeld in lid1, 3°, 4° en 5°, rekening houdend met de gedetailleerdheid van de reclamedragers]1
.
  
Art. 48. [1 Les indicateurs et les informations à mentionner dans toute publicité visée à l'article 34, § 4, du décret sont :
   1° la classe énergétique du bâtiment ou de l'unité PEB ;
   2° le code unique du certificat PEB ;
   3° la consommation spécifique d'énergie primaire du bâtiment ou de l'unité PEB ;
   4° la consommation théorique totale d'énergie primaire du bâtiment ou de l'unité PEB ;
   5° la photographie extérieure du bâtiment identifiant l'unité PEB concernée.
   Le Ministre détermine la forme et les modalités d'intégration des mentions visées à l'alinéa 1er en considération de la forme et du mode de diffusion des supports de publicité.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, le Ministre peut dispenser certaines publicités d'une ou de plusieurs mentions visées à l'alinéa 1er, 3°, 4° et 5°, en considération du niveau de détail des supports de publicité ]1
.
  
Art. 49. De administratie kan een instrument invoeren om de opname van informatie zoals bedoeld in artikel 48 in de openbaarmakingen te vergemakkelijken.
Art. 49. L'administration peut mettre en place un outil visant à faciliter l'insertion des informations visées à l'article 48 dans les publicités.
Afdeling 3. - Aanplakking van de certificaten
Section 3. - Affichage des certificats
Art. 50. De publieke overheden in de zin van artikel 35, lid 1, van het decreet zijn :
  1° de Europese en internationale instellingen, de federale, gewestelijke, Gemeenschaps-, provinciale en gemeentelijke overheden;
  2° elk organisme dat aan volgende voorwaarden voldoet :
  a) opgericht of erkend zijn door de overheden bedoeld in 1° ;
  b) een openbare dienst als opdracht hebben;
  c) niet deel uitmaken van de wetgevende of rechterlijke macht;
  d) in zijn werking gecontroleerd of bepaald worden door de overheden bedoeld onder 1°.
Art. 50. Les autorités publiques au sens de l'article 35, alinéa 1er, du décret sont :
  1° les institutions européennes et internationales, les autorités fédérales, régionales, communautaires, provinciales et communales;
  2° tout organisme répondant aux conditions suivantes :
  a) être créé ou agréé par les autorités visées au 1° ;
  b) être chargé d'un service public;
  c) ne pas être partie du pouvoir législatif ou judiciaire;
  d) être contrôlé ou déterminé dans son fonctionnement par les autorités visées au 1°.
Art. 51. In de zin van artikel 35 van het decreet wordt een gebouw als druk bezocht door het publiek beschouwd wanneer de toegang ervan voor het publiek vrij is, zonder andere voorwaarde dan een eventuele inschrijving of betaling van toegangsgeld.
Art. 51. Au sens de l'article 35 du décret, un bâtiment est fréquemment visité par le public lorsque son accès au public est libre, sans autre condition qu'une éventuelle inscription ou un éventuel paiement d'un droit d'entrée.
Art. 52. Het EPB-attest voor een openbaar gebouw met het oog op aanplakking heeft een geldigheidsduur van 5 jaar.
  De verbruiksindicatoren worden jaarlijks bijgewerkt volgens de door de Minister bepaalde praktische modaliteiten.
Art. 52. Le certificat PEB de bâtiment public en vue de l'affichage a une durée de validité de cinq ans.
  Les indicateurs de consommations sont actualisés selon les modalités fixées par le Ministre.
Afdeling 4. - Bijzondere bepaling en uitzonderingen op de verplichting om over een EPB-certificaat te beschikken
Section 4. - Disposition particulière et exceptions à l'obligation de disposer d'un certificat PEB
Art. 53. § 1. Bij onvrijwillige verkoop worden de onkosten voor de opmaak van het EPB-certificaat voorgeschoten door de partij die de verkoop veroorzaakt.
  § 2. Voor de toepassing van artikel 36, lid 1, 2°, van het decreet zijn kleine energieverbruikseenheden in normale bedrijfsvoorwaarden, de industriële eenheden, landbouwwerkplaatsen of niet voor bewoning bestemde landbouweenheden die niet voor menselijke behoeften verwarmd zijn of van een klimaatregeling zijn voorzien of waarvan het totaalvermogen van in lokalen geplaatste verwarmings- of klimaattoestellen voor het warmtecomfort van personen, gedeeld door het verwarmde of klimaatgeregelde volume kleiner is dan 15W/mü; het totaalvermogen wordt afzonderlijk berekend voor verwarming en klimaatregeling.
Art. 53. § 1er. En cas de vente involontaire, la partie ayant provoqué la vente avance les frais afférents à l'établissement du certificat PEB.
  § 2. Pour l'application de l'article 36, alinéa 1er, 2°, du décret, sont des unités faibles consommatrices d'énergie dans des conditions normales d'exploitation les unités industrielles, ateliers ou unités agricoles non résidentielles qui ne sont pas chauffées ou climatisées pour les besoins de l'homme ou dont la puissance totale des émetteurs thermiques destinés au chauffage ou à la climatisation des locaux pour assurer le confort thermique des personnes, divisée par le volume chauffé ou climatisé, est inférieure à 15W/mü; la puissance totale est calculée séparément pour le chauffage et la climatisation.
HOOFDSTUK III. - Statuten en opdrachten van de EPB-certificeerders
CHAPITRE III. - Statuts et missions des certificateurs PEB
Art. 54. Het protocol bedoeld in artikel 38 van het decreet bevat het verplicht methodologisch kader met het oog op de certificering van de betrokken eenheid of het betrokken gebouw.
  Het protocol omvat meer bepaald de regels voor de ingezamelde gegevens en hun verwerking in de software bedoeld in artikel 38 van het decreet.
  De Minister kan gedifferentieerde protocollen vaststellen voor de inzameling met het oog op de certificering van (sub)categorieën van EPB-eenheden zoals bedoeld in de artikelen 31 en 33.
Art. 54. Le protocole visé à l'article 38 du décret contient le cadre méthodologique obligatoire en vue de la certification de l'unité ou du bâtiment concerné.
  Le protocole comprend notamment les règles relatives aux données collectées et à leur intégration dans le logiciel visé à l'article 38 du décret.
  Le Ministre peut établir des protocoles de collecte de données différenciés pour la certification des catégories ou sous-catégories d'unités PEB visées aux articles 31 et 33.
Art. 55. § 1. Om hun onafhankelijkheid te vrijwaren, zijn de EPB-certificeerders niet gemachtigd om EPB-certificaten op te maken voor EPB-gebouwen of -eenheden :
  1° waarvoor zij over een zakelijk of persoonlijk recht beschikken;
  2° waarvoor zij, op welke titel ook, in het kader van een vastgoedverrichting optreden;
  3° waarvan de eigenaar of houder van zakelijke rechten een bloed- of aanverwant is in de tweede graad, of hun werkgever.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan het certificaat voor openbare gebouwen met het oog op aanplakking opgemaakt worden door een interne erkende EPB-certificeerder.
Art. 55. § 1er. Pour préserver leur indépendance, les certificateurs PEB ne sont pas autorisés à réaliser des certificats PEB relatifs à des bâtiments ou à des unités PEB :
  1° sur lesquels ils disposent d'un droit réel ou personnel;
  2° pour lesquels ils interviennent, à quelque titre que ce soit, dans le cadre d'une transaction immobilière;
  3° dont le propriétaire ou titulaire de droits réels est un parent ou allié au deuxième degré, ou leur employeur.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le certificat de bâtiment public en vue de l'affichage peut être réalisé par un certificateur PEB interne agréé.
Art. 55/1. [1 Voorafgaand aan het verzamelen van de gegevens bedoeld in artikel 32, § 1, eerste lid, van het decreet en artikel 46, § 1, tweede lid, bezorgt de EPB-certificeerder aan de houder van een zakelijk recht op het gebouw of de EPB-eenheid het informatieblad bedoeld in artikel 32/2 van het decreet. ]1
  
Art. 55bis. [1 Préalablement à la collecte des données visées à l'article 32, § 1er, alinéa 1er, du décret et à l'article 46, § 1er, alinéa 2, le certificateur PEB remet au titulaire de droit réel sur le bâtiment ou l'unité PEB la notice d'information visée à l'article 32/2 du décret. ]1.
  
TITEL IV/1. [1 Gebouwenpaspoort ]1
TITRE IV/1. [1 Passeport bâtiment ]1
Art. 55/2. [1 Het gebouwenpaspoort bedoeld in artikel 39/1 van het decreet is een digitale interface.
   De administratie beheert het gebouwenpaspoort met het oog op de vervulling van de doeleinden bedoeld in artikel 39/1, § 1, tweede lid, van het decreet.
   § 2. Naast de informatie bedoeld in artikel 39/1, § 2, eerste lid, van het decreet bevat het gebouwenpaspoort volgende inlichtingen:
   1° informatie over de eisen die van toepasssing zijn op het gebouw;
   2° informatie over advies en ondersteunende maatregelen met betrekking tot de energieprestaties van het gebouw;
   3° informatie over de rechten en plichten van elke houder van zakelijke rechten en van de personen die zij machtigen met betrekking tot de gegevens waartoe zij toegang hebben.
   § 3. Het gebouwenpaspoort kan de documenten en informatie met betrekking tot het gebouw bevatten die elke houder van een zakelijk recht wil bewaren. ]1

  
Art. 55/2. [1 § 1er. Le passeport bâtiment visé à l'article 39/1 du décret est une interface numérique.
   L'administration gère le passeport bâtiment en vue de garantir l'exercice des finalités visées à l'article 39/1, § 1er, alinéa 2, du décret.
   § 2. Outre les informations visées à l'article 39/1, § 2, alinéa 1er, du décret, le passeport bâtiment contient les données suivantes :
   1° les informations relatives aux exigences applicables au bâtiment ;
   2° les informations relatives aux conseils et aux mesures de soutien concernant la performance énergétique du bâtiment ;
   3° les informations relatives aux droits et obligations de chaque titulaire de droit réel et des personnes qu'il autorise concernant les données auxquelles ils accèdent.
   § 3. Le passeport bâtiment peut contenir les documents et les informations relatives au bâtiment que chaque titulaire de droit réel souhaite y conserver. ]1

  
Art. 55/3. [1 § 1. De houder van een zakelijk recht heeft toegang tot het gebouwenpaspoort zolang het zakelijk recht bestaat.
   Elke houder van een zakelijk recht kan andere personen toegang verlenen, op het gebouwenpaspoort, tot de informatie die hij bepaalt en voor de periode die hij vaststelt.
   Elke houder van een zakelijk recht kan een verleende toegangsmachtiging te allen tijde intrekken.
   De administratie geeft toegang tot het gebouwenpaspoort.
   De Minister kan de toegangsregels tot het gebouwenpaspoort nader omschrijven.
   § 2. Voor de toepassing van artikel 39/1, § 3, eerste en zesde lid, van het decreet zijn de ambtenaren en personeelsleden die toegang kunnen hebben tot het gebouwenpaspoort de ambtenaren en personeevan de administratie.
   § 3. Bij elke vorm van overdracht van een zakelijk recht blijven de in artikel 55/2, § 3 bedoelde elementen behouden, tenzij de oorspronkelijke houder van het zakelijk recht dit uitdrukkelijk wenst.
   Bij elke vorm van overdracht van zijn zakelijke rechten, worden de machtigingen die door een houder van zakelijke rechten zijn verleend van rechtswege ingetrokken.
   § 4. De verantwoordelijken voor de verwerking zijn, elk wat hen betreft, de administratie, de houders van zakelijke rechten en de personen gemachtigd door de houders van zakelijke rechten voor de uitoefening van hun respectieve doeleinden. ]1

  
Art. 55/3. [1 Le titulaire de droit réel accède au passeport bâtiment aussi longtemps que son droit réel existe.
   Chaque titulaire de droit réel peut autoriser d'autres personnes à accéder, sur le passeport bâtiment, aux informations qu'il détermine et pour la durée qu'il fixe.
   Chaque titulaire de droit réel peut retirer à tout moment une autorisation d'accès qu'il a octroyée.
   L'administration fournit l'accès au passeport bâtiment.
   Le Ministre peut préciser les modalités d'accès au passeport bâtiment.
   § 2. Pour l'application de l'article 39/1, § 3, alinéas 1 et 6, du décret, les fonctionnaires et les agents qui peuvent accéder au passeport bâtiment sont les fonctionnaires et les agents de l'administration.
   § 3. Lors de toute forme de transfert de droit réel, les éléments visés à l'article 55/2, § 3, sont conservés, sauf volonté expresse du titulaire initial du droit réel.
   Lors de toute forme de transfert de son droit réel, les autorisations octroyées par un titulaire de droit réel sont révoquées de plein droit.
   § 4. Les responsables du traitement sont, chacun en ce qui les concerne, l'administration, les titulaires de droits réels et les personnes autorisées par les titulaires de droits réels, dans l'exercice de leurs finalités respectives.]1

  
TITEL V. - Erkenningen
TITRE V. - Agréments
HOOFDSTUK I. - Erkenningsvoorwaarden
CHAPITRE Ier. - Conditions d'agrément
Afdeling 1. - Voorwaarden met betrekking tot de vormingen
Section 1re. - Conditions relatives aux formations
Onderafdeling 1. - Vorming van de EPB-verantwoordelijken
Sous-section 1re. - Formation des responsables PEB
Art. 56. De vorming tot EPB-verantwoordelijke bedoeld in artikel 40, § 1, lid 1, 2°, van het decreet wordt voorbehouden aan de natuurlijke personen die houder zijn van een diploma bedoeld in artikel 40, § 1, lid 1, 1°.
  De vorming bevat volgende elementen :
  1° een onderdeel met betrekking tot het vigerend reglementair kader inzake energieprestaties van gebouwen;
  2° een theoretisch en een praktisch onderdeel met betrekking tot de fysica van bouwschillen;
  3° een theoretisch en praktisch onderdeel met betrekking tot de individuele technische installaties voor, met name, verwarming en productie van sanitair warm water, met inbegrip van het gebruik van thermische zonnepanelen, koeling, verluchting, evenals met betrekking tot de installaties van fotovoltaïsche zonnepanelen;
  4° een onderdeel met betrekking tot de theoretische en praktische aspecten betreffende de gemeenschappelijke installaties voor, met name, verwarming en productie van sanitair warm water, met inbegrip van het gebruik van thermische zonnepanelen, koeling, verluchting, evenals met betrekking tot de installaties van fotovoltaïsche zonnepanelen;
  5° een onderdeel met betrekking tot het gebruik van de software bedoeld in de artikelen 16, 17, 18 en 20 van het decreet;
  6° een onderdeel met betrekking tot de werking van de databank bedoeld in de artikelen 14 en 32 van het decreet.
  De inhoud en de nadere regels voor deelname aan de vorming kunnen nader bepaald worden door de Minister.
Art. 56. La formation de responsable PEB visée à l'article 40, § 1er, alinéa 1er, 2°, du décret est réservée aux personnes physiques titulaires d'un diplôme visé à l'article 40, § 1er, alinéa 1er, 1°.
  La formation comporte les éléments suivants :
  1° un volet portant sur le cadre réglementaire en vigueur en matière de performance énergétique des bâtiments;
  2° un volet théorique et pratique relatif à la physique de l'enveloppe du bâtiment;
  3° un volet théorique et pratique relatif aux installations techniques individuelles, notamment, de chauffage et de production d'eau chaude sanitaire, en ce compris le recours à des panneaux solaires thermiques, de refroidissement, de ventilation, ainsi qu'aux installations de panneaux solaires photovoltaïques;
  4° un volet relatif aux aspects théoriques et pratiques concernant les installations communes de chauffage et de production d'eau chaude sanitaire, en ce compris le recours à des panneaux solaires thermiques, de refroidissement, de ventilation, ainsi qu'aux installations de panneaux solaires photovoltaïques;
  5° un volet portant sur l'utilisation du logiciel visé aux articles 16, 17, 18 et 20 du décret;
  6° un volet portant sur le fonctionnement des bases de données visées aux articles 14 et 32 du décret.
  Le Ministre peut préciser le contenu et les modalités de participation à la formation.
Onderafdeling 2. - Vorming van de EPB-certificeerder
Sous-section 2. - Formation de certificateur PEB
Art. 57. § 1er. De vorming tot EPB-certificeerder bedoeld in artikel 42, § 1, lid 1, 2°, van het decreet wordt voorbehouden aan de natuurlijke personen die houder zijn van een diploma of een ervaring aantonen zoals bedoeld in artikel 42, § 1, lid 1, 1°.
  De inhoud van de vorming wordt aangepast aan de aangevraagde erkenning.
  § 2. De vorming tot EPC-certificeerder voor wooneenheden bevat minstens :
  1° een onderdeel met betrekking tot het vigerend reglementair kader inzake de certificering van gebouwen;
  2° een theoretisch en een praktisch onderdeel met betrekking tot de fysica van bouwschillen;
  3° een theoretisch en praktisch onderdeel met betrekking tot de individuele technische installaties, met name, verwarming en productie van sanitair warm water, met inbegrip van het gebruik van thermische zonnepanelen, koeling, verluchting, evenals met betrekking tot de installaties van fotovoltaïsche zonnepanelen;
  4° een onderdeel met betrekking tot de theoretische en praktische aspecten betreffende de gemeenschappelijke installaties voor, met name, verwarming en productie van sanitair warm water, met inbegrip van het gebruik van thermische zonnepanelen, koeling, verluchting, evenals met betrekking tot de installaties van fotovoltaïsche zonnepanelen;
  5° een onderdeel betreffende het protocol voor de in artikel 38 van het decreet bedoelde verzameling van de gegevens die met het oog op de opmaak van het certificaat gebruikt moeten worden;
  6° een onderdeel met betrekking tot het gebruik van de software, bedoeld in artikel 38 van het decreet, waarin minstens een praktisch voorbeeld vervat is van alle stappen voor de opmaak van een certificaat, evenals van het gedeeltelijk verslag bedoeld in artikel 31 van het decreet, met inbegrip van de aanbevelingen gegenereerd door de software;
  7° een onderdeel over de werking van de databank bedoeld in artikel 32 van het decreet.
  § 3. De vorming tot EPC-certificeerder voor eenheden, niet bestemd voor bewoning, bevat minstens :
  1° een onderdeel met betrekking tot het vigerend reglementair kader inzake de certificering van gebouwen;
  2° een theoretisch en een praktisch onderdeel met betrekking tot de fysica van bouwschillen;
  3° een theoretisch en praktisch onderdeel met betrekking tot de individuele technische installaties, met name, verwarming en productie van sanitair warm water, met inbegrip van het gebruik van thermische zonnepanelen, koeling, verluchting, evenals met betrekking tot de installaties van fotovoltaïsche zonnepanelen;
  4° een onderdeel met betrekking tot de theoretische en praktische aspecten betreffende de gemeenschappelijke installaties voor, met name, verwarming en productie van sanitair warm water, met inbegrip van het gebruik van thermische zonnepanelen, koeling, verluchting, evenals met betrekking tot de installaties van fotovoltaïsche zonnepanelen;
  5° een onderdeel betreffende het protocol voor de in artikel 38 van het decreet bedoelde verzameling van de gegevens die met het oog op de opmaak van het certificaat gebruikt moeten worden;
  6° een onderdeel met betrekking tot het gebruik van de software, bedoeld in artikel 38 van het decreet, waarin minstens een praktisch voorbeeld vervat is van alle stappen voor de opmaak van een certificaat, evenals van het gedeeltelijk verslag bedoeld in artikel 31 van het decreet, met inbegrip van de aanbevelingen gegenereerd door de software;
  7° een onderdeel over de werking van de databank bedoeld in artikel 32 van het decreet.
  § 4. De vorming tot EPC-certificeerder voor openbare gebouwen bevat minstens :
  1° een onderdeel met betrekking tot het vigerend reglementair kader inzake de certificering van gebouwen;
  2° een onderdeel betreffende het protocol voor de in artikel 38 van het decreet bedoelde verzameling van de gegevens die met het oog op de opmaak van het certificaat gebruikt moeten worden;
  3° een onderdeel met betrekking tot het gebruik van de software, bedoeld in artikel 38 van het decreet, waarin minstens een praktisch voorbeeld vervat is van alle stappen voor de opmaak van een certificaat, met inbegrip van de aanbevelingen gegenereerd door de software;
  4° een onderdeel over de werking van de databank bedoeld in artikel 32 van het decreet.
  § 5. De inhoud en de nadere regels voor deelname aan de vormingen bedoeld in de paragrafen 2, 3 en 4 kunnen nader bepaald worden door de Minister.
Art. 57. § 1er. La formation de certificateur PEB, visée à l'article 42, § 1er, alinéa 1er, 2° du décret est réservée aux personnes physiques titulaires d'un diplôme ou justifiant d'une expérience visés à l'article 42, § 1er, alinéa 1er, 1°.
  Le contenu de la formation est adapté à l'agrément demandé.
  § 2. La formation des certificateurs PEB d'unité résidentielle comporte au moins :
  1° un volet relatif au cadre réglementaire en vigueur en matière de certification des bâtiments;
  2° un volet théorique et pratique relatif à la physique de l'enveloppe du bâtiment;
  3° un volet théorique et pratique relatif aux installations techniques individuelles, notamment, de chauffage et de production d'eau chaude sanitaire, en ce compris le recours à des panneaux solaires thermiques, de refroidissement, de ventilation, ainsi qu'aux installations de panneaux solaires photovoltaïques;
  4° un volet relatif aux aspects théoriques et pratiques concernant les installations communes de chauffage et de production d'eau chaude sanitaire, en ce compris le recours à des panneaux solaires thermiques, de refroidissement, de ventilation, ainsi qu'aux installations de panneaux solaires photovoltaïques;
  5° un volet relatif au protocole de collecte des données visé à l'article 38 du décret et aux formulaires de collecte des données qui sont utilisés en vue de l'élaboration du certificat;
  6° un volet portant sur l'utilisation du logiciel visé à l'article 38 du décret comprenant au moins un exemple pratique de toutes les étapes nécessaires à l'élaboration d'un certificat, ainsi que du rapport partiel visé à l'article 31 du décret en ce compris les recommandations générées par le logiciel;
  7° un volet portant sur le fonctionnement de la base de données visée à l'article 32 du décret.
  § 3. La formation des certificateurs PEB d'unité non résidentielle comporte au moins :
  1° un volet relatif au cadre réglementaire en vigueur en matière de certification des bâtiments;
  2° un volet théorique et pratique relatif à la physique de l'enveloppe du bâtiment;
  3° un volet théorique et pratique relatif aux installations techniques individuelles, notamment, de chauffage et de production d'eau chaude sanitaire, en ce compris le recours à des panneaux solaires thermiques, de refroidissement, de ventilation, ainsi qu'aux installations de panneaux solaires photovoltaïques;
  4° un volet relatif aux aspects théoriques et pratiques concernant les installations communes de chauffage et de production d'eau chaude sanitaire, en ce compris le recours à des panneaux solaires thermiques, de refroidissement, de ventilation, ainsi qu'aux installations de panneaux solaires photovoltaïques;
  5° un volet relatif au protocole de collecte des données visé à l'article 38 du décret et aux formulaires de collecte des données qui sont utilisés en vue de l'élaboration du certificat;
  6° un volet portant sur l'utilisation du logiciel visé à l'article 38 du décret comprenant au moins un exemple pratique de toutes les étapes nécessaires à l'élaboration d'un certificat, ainsi que du rapport partiel visé à l'article 31 du décret en ce compris les recommandations générées par le logiciel;
  7° un volet portant sur le fonctionnement de la base de données visée à l'article 32 du décret.
  § 4. La formation des certificateurs PEB de bâtiments publics comporte au moins :
  1° un volet relatif au cadre réglementaire en vigueur en matière de certification des bâtiments;
  2° un volet relatif au protocole de collecte des données visé à l'article 38 du décret et aux formulaires de collecte des données qui sont utilisés en vue de l'élaboration du certificat;
  3° un volet portant sur l'utilisation du logiciel visé à l'article 38 du décret comprenant au moins un exemple pratique de toutes les étapes nécessaires à l'élaboration d'un certificat, en ce compris les recommandations générées par le logiciel;
  4° un volet portant sur le fonctionnement de la base de données visée à l'article 32 du décret.
  § 5. Le Ministre peut préciser le contenu et les modalités de participation aux formations visées aux paragraphes 2, 3 et 4.
Afdeling 2. - Voorwaarden met betrekking tot de examens
Section 2. - Conditions relatives aux examens
Art. 58. § 1. De vormingen bedoeld in de artikelen 56 en 57, § 4, worden afgerond met een schriftelijk examen.
  Een cijfer van gemiddeld minstens 12,00/20 of hoger moet gehaald worden om voor het examen te slagen.
  § 2. De vormingen van certificeerders voor wooneenheden en eenheden, niet bestemd voor bewoning, bedoeld in artikel 57, §§ 2 en 3, worden afgerond met een examen waarvan een mondelinge en een schriftelijke proef deel uitmaken.
  Een cijfer van gemiddeld minstens 12,00/20 of hoger moet gehaald worden om voor het examen bedoeld in lid 1 te slagen.
  § 3. Het examen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 strekt tot het beoordelen van het theoretisch en praktisch inzicht in de inhoud van de vorming door de kandidaat.
  De inhoud en de nadere regels voor inrichting van en deelname aan het examen kunnen nader bepaald worden door de Minister.
Art. 58. § 1er. Les formations visées aux articles 56 et 57, § 4, sont sanctionnées par un examen écrit.
  La réussite de l'examen est conditionnée par une note supérieure ou égale à 12,00/20.
  § 2. Les formations des certificateurs d'unité résidentielle et d'unité non résidentielle, visées à l'article 57, §§ 2 et 3, sont sanctionnées par un examen comprenant une épreuve orale et une épreuve écrite.
  La réussite de l'examen visé à l'alinéa 1er est conditionnée par une moyenne supérieure ou égale à 12,00/20.
  § 3. L'examen visé aux paragraphes 1er et 2 permet d'apprécier la compréhension théorique et pratique du contenu de la formation par le candidat.
  Le Ministre peut préciser le contenu et les modalités d'organisation et de participation à l'examen.
Afdeling 3. - Andere voorwaarden
Section 3. - Autres conditions
Art. 59. In de zin van artikel 41 van het decreet toont degene die aan één van onderstaande voorwaarden voldoet aan dat hij beschikt over een diploma, kwalificaties of ervaring inzake de studie van alternatieve systemen voor de productie en het gebruik van energie :
  1° houder zijn van een diploma architect, burgerlijk ingenieur, industrieel ingenieur of bio-ingenieur of;
  2° een afdoende kwalificatie of ervaring laten gelden in minstens drie van de technologieën bedoeld in artikel 15, § 1, van het decreet of in artikel 22, § 1.
Art. 59. Au sens de l'article 41 du décret, justifie de titres, qualifications ou d'une expérience dans l'étude des systèmes alternatifs de production et d'utilisation d'énergie la personne qui répond à une des conditions suivantes :
  1° être titulaire d'un diplôme d'ingénieur architecte, d'ingénieur civil, d'ingénieur industriel ou de bio-ingénieur ou;
  2° faire valoir une qualification ou une expérience probante dans au moins trois des technologies visées à l'article 15, § 1er, du décret ou à l'article 22, § 1er.
Art. 60. Wanneer de verantwoordelijken voor energie, gecertificeerd in het kader van de door het Waalse Gewest ingerichte vormingscycli, een erkenning aanvragen om certificaten voor openbare gebouwen op te maken, wordt ervan uitgegaan dat ze een nuttige ervaring van minstens twee jaar aantonen wat betreft de energie-aspecten van gebouwen in de zin van [1 artikel 42, § 1, lid 1, 1° ]1, op voorwaarde dat ze in een overheidsdienst werken.
  
Art. 60. Lorsqu'ils sollicitent un agrément pour réaliser des certificats de bâtiment public, les responsables en énergie certifiés dans le cadre des cycles de formation organisés par la Région wallonne sont présumés justifier d'une expérience utile d'au moins deux ans quant aux aspects énergétiques des bâtiments au sens de l'[1 article 42, § 1er, alinéa 1er, 1° ]1, du décret, à condition de travailler au sein d'un pouvoir public.
  
HOOFDSTUK II. - Erkenningsprocedure
CHAPITRE II. - Procédure d'agrément
Afdeling 1. - Erkenningsprocedure waarvoor het volgen van een vorming en het welslagen van een examen vereist zijn
Section 1re. - Procédure d'agrément nécessitant le suivi d'une formation et la réussite d'un examen
Onderafdeling 1. - Samenstelling van het aanvraagdossier
Sous-section 1re. - Composition du dossier de demande
Art. 61. § 1. De aanvraag tot erkenning als EPB-verantwoordelijke of - certificeerder wordt aan de administratie gericht.
  De administratie stelt het aanvraagformulier ter beschikking.
  § 2. [1 Naast de informatie bedoeld in artikel 43, § 1, derde lid, leden 2 en 3, van het decreet bevat de aanvraag volgende elementen:
   1° de informatienota bedoeld in artikel 45/1 van het decreet;
   2° indien de aanvrager een natuurlijke persoon is, het attest bedoeld in artikel 72, § 1, lid 1 ;
   3° indien de aanvrager een rechtspersoon is, een afschrift van de overeenkomst tussen hem en een van de personen bedoeld in artikel 43, § 1er, tweede lid, 3°, van het decreet;
  4° de datum]1
.
  § 3. De vorm en de inhoud van de formulieren kunnen nader bepaald worden door de Minister.
  
Art. 61. § 1er. La demande d'agrément en qualité de responsable PEB ou de certificateur PEB est adressée à l'administration.
  L'administration met à disposition un formulaire de demande.
  § 2. [1 Outre les informations visées à l'article 43, § 1er, alinéas 2 et 3, du décret, la demande comporte les éléments suivants :
   1° la notice d'information visée à l'article 45/1 du décret ;
   2° lorsque le demandeur est une personne physique, l'attestation visée à l'article 72, § 1er, l'alinéa 1er ;
   3° lorsque le demandeur est une personne morale, une copie de la convention qui la lie à l'une des personnes visées à l'article 43, § 1er, alinéa 2, 3°, du décret ;
   4° la date]1
.
  § 3. Le Ministre peut préciser la forme et le contenu des formulaires selon les agréments.
  
Art. 62. Naast de elementen bedoeld in artikel 61 omvat de aanvraag voor de erkenning als EPB-verantwoordelijke een afschrift van het vereiste diploma[1 ...]1.
  Naast de elementen bedoeld in artikel 61 bevat de aanvraag tot erkenning als EPB-certificeerder het afschrift van het diploma van de aanvrager of het bewijs van de ervaring in de energie-aspecten van gebouwen.
  [1 Naast de in artikel 61 bedoelde elementen moet in de aanvraag tot erkenning als EPB-certificeerder voor openbare gebouwen de overheidsinstantie worden geïdentificeerd waarbinnen de interne certificeerder actief is. "]1
  
Art. 62. Outre les éléments visés à l'article 61, la demande d'agrément en qualité de responsable PEB comprend une copie du diplôme requis [1 ...]1.
  Outre les éléments visés à l'article 61, la demande d'agrément en qualité de certificateur PEB comporte la copie du diplôme du demandeur ou la justification de l'expérience quant aux aspects énergétiques des bâtiments.
  [1 Outre les éléments visés à l'article 61, la demande d'agrément en qualité de certificateur PEB de bâtiment public comporte l'identification de l'autorité publique au sein de laquelle le certificateur interne est actif]1
  
Art. 63. [1 Om zijn ervaring aan te tonen in de energie-aspecten van gebouwen, voegt de energieverantwoordelijke, gecertificeerd in het kader van de door het Waalse Gewest ingerichte vormingscycli, bij zijn aanvraag tot erkenning als interne EPB-certificeerder voor openbare gebouwen de instelling(en) waarin de kandidaat actief is ]1.
  
Art. 63. [1 Pour justifier son expérience quant aux aspects énergétiques des bâtiments, le responsable en énergie certifié dans le cadre des cycles de formation organisés par la Région wallonne mentionne dans sa demande d'agrément en qualité de certificateur PEB interne de bâtiment public le ou les organismes dans lesquels le candidat est actif ]1.
  
Onderafdeling 2. - Behandeling van de aanvragen en beslissing
Sous-section 2. - Instruction des demandes et décision
Art. 64. Het ontvangstbewijs voor de erkenningsaanvraag van een natuurlijke persoon, bedoeld in [1 artikel 43, § 2]1, van het decreet, wordt door de administratie aan de aanvrager gericht.
  [2 De Inspecteur-generaal van het Departement Energie en Duurzame Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie]2 erkent de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 40 en 42 van het decreet en in dit besluit.
  De beslissing tot toekenning van de erkenning vermeldt het erkenningsnummer.
  Zijn kennisgeving bepaalt de modaliteiten voor de toegang tot de overeenkomstig de artikelen 14 en 32 te gebruiken databank.
  
Art. 64. L'accusé de réception de la demande d'agrément d'une personne physique, visé à [1 l'article 43, § 2]1, du décret, est adressé au demandeur par l'administration.
  [2 L'inspecteur général du Département de l'Energie et du Bâtiment durable du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie]2 agrée les candidats qui remplissent les conditions définies aux articles 40 et 42 du décret et au présent arrêté.
  La décision d'agrément mentionne le numéro d'agrément.
  La notification de la décision précise les modalités d'accès à la base de données à utiliser en application des articles 14 et 32 du décret.
  
Art. 65. § 1. Het ontvangstbewijs voor de erkenningsaanvraag van een rechtspersoon, bedoeld in [1 artikel 43, § 2]1, van het decreet, wordt door de administratie aan de aanvrager gericht.
  [2 De Inspecteur-generaal van het Departement Energie en Duurzame Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie]2 erkent de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 40, § 1, lid 2, en 42, § 1, lid 2, van het decreet.
  § 2. De beslissing tot erkenning vermeldt :
  1° het erkenningsnummer;
  2° het erkenningsnummer van de EPB-verantwoordelijken of -certificeerders als natuurlijke personen die deel uitmaken van het personeel van de rechtspersoon.
  § 3. De kennisgeving van de beslissing bepaalt de modaliteiten voor de toegang tot de overeenkomstig de artikelen 14 en 32 te gebruiken databank.
  
Art. 65. § 1er. L'accusé de réception de la demande d'agrément d'une personne morale, visé à [1 l'article 43, § 2]1, du décret, est adressé à la demanderesse par l'administration.
  [2 L'inspecteur général du Département de l'Energie et du Bâtiment durable]2 agrée les candidates qui remplissent les conditions définies aux articles 40, § 1er, alinéas 2 et 42, § 1er, alinéa 2, du décret.
  § 2. La décision d'agrément mentionne :
  1° le numéro d'agrément;
  2° le numéro d'agrément des responsables PEB ou certificateurs PEB personnes physiques qui font partie du personnel de la personne morale.
  § 3. La notification de la décision précise les modalités d'accès à la base de données à utiliser en application des articles 14 et 32 du décret.
  
Afdeling 2. - Andere erkenningen
Section 2. - Autres agréments
Onderafdeling 1. - Samenstelling van het aanvraagdossier
Sous-section 1re. - Composition du dossier de demande
Art. 66. § 1. De aanvraag tot erkenning als auteur van [1 technische, milieutechnische en economische]1 haalbaarheidsstudies wordt aan de administratie gericht.
  De administratie stelt het aanvraagformulier ter beschikking.
  § 2.[1 Naast de informatie bedoeld in artikel 43, § 1, lid 2, van het decreet bevat de aanvraag volgende inlichtingen:
   1° de titels, kwalificaties of ervaring in het domein van alternatieve systemen voor productie en gebruik van energie zoals bedoeld in artikel 41, § 1, lid 1, 1°, van het decreet
   3° een afschrift van de overeenkomst tussen de aanvrager en een van de personen bedoeld in artikel 43, § 1, tweede lid, 3°, van het decreet;
   3° de informatie bedoeld in artikel 45/1 van het decreet.]1
.
  § 3. De vorm en de inhoud van het formulier kunnen nader bepaald worden door de Minister.
  
Art. 66. § 1er. La demande d'agrément en qualité d'auteur d'étude de faisabilité [1 technique, environnementale et économique]1 est adressée à l'administration.
  L'administration met à disposition un formulaire de demande.
  § 2.[1 . Outre les informations visées à l'article 43, § 1er, alinéa 2, du décret, la demande comporte les informations suivantes :
   1° les titres, qualifications ou expérience dans le domaine des systèmes alternatifs de production et d'utilisation d'énergie visés à l'article 41, § 1er, alinéa 1er, 1°, du décret ;
   2° une copie de la convention qui lie le demandeur à l'une des personnes visées à l'article 43, § 1er, alinéa 2, 3°, du décret ;
   3° la notice d'information visée à l'article 45/1 du décret ]1
.
  § 3. Le Ministre peut préciser la forme et le contenu du formulaire.
  
Onderafdeling 2. - Behandeling van de aanvragen en beslissing
Sous-section 2. - Instruction des demandes et décision
Art. 67. Het ontvangstbewijs voor de erkenningsaanvraag van een natuurlijke persoon, bedoeld in [1 artikel 43, § 2]1, van het decreet, wordt door de administratie aan de aanvrager gericht.
  [2 De Inspecteur-generaal van het Departement Energie en Duurzame Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie]2 erkent de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 41 van het decreet en in artikel 59.
  De beslissing tot toekenning van de erkenning vermeldt het erkenningsnummer.
  Zijn kennisgeving bepaalt de modaliteiten voor de toegang tot de overeenkomstig artikel 14 te gebruiken databank.
  
Art. 67. L'accusé de réception de la demande d'agrément d'une personne physique, visé à [1 l'article 43, § 2]1, du décret, est adressé au demandeur par l'administration.
  [2 L'inspecteur général du Département de l'Energie et du Bâtiment durable du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie]2 agrée les candidats qui remplissent les conditions définies à l'article 41 du décret et à l'article 59.
  La décision d'agrément mentionne le numéro d'agrément.
  La notification de la décision précise les modalités d'accès à la base de données à utiliser en application de l'article 14 du décret.
  
Art. 68. § 1. Het ontvangstbewijs voor de erkenningsaanvraag van een rechtspersoon, bedoeld in [1 artikel 43, § 2]1, van het decreet, wordt door de administratie aan de aanvrager gericht.
  [2 De Inspecteur-generaal van het Departement Energie en Duurzame Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie]2 erkent de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 41 van het decreet.
  § 2. De beslissing tot erkenning vermeldt :
  1° het erkenningsnummer;
  2° het erkenningsnummer van de auteur(s) van haalbaarheidsstudies als natuurlijke personen die deel uitmaken van het personeel van de rechtspersoon.
  § 3. Zijn kennisgeving bepaalt de modaliteiten voor de toegang tot de overeenkomstig artikel 14 van het decreet te gebruiken databank.
  
Art. 68. § 1er. L'accusé de réception de la demande d'agrément d'une personne morale, visé à [1 l'article 43, § 2]1, du décret, est adressé à la demanderesse par l'administration.
  [2 L'inspecteur général du Département de l'Energie et du Bâtiment durable du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie]2 agrée les candidates qui remplissent les conditions définies à l'article 41 du décret.
  § 2. La décision d'agrément mentionne :
  1° le numéro d'agrément;
  2° le numéro d'agrément de l'auteur ou des auteurs d'étude de faisabilité personnes physiques qui font partie du personnel de la personne morale.
  § 3. La notification de la décision précise les modalités d'accès à la base de données à utiliser en application de l'article 14 du décret.
  
Afdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen
Section 3. - Dispositions communes
Art. 69. De lijst van de auteurs van technische, milieugerelateerde en economische haalbaarheidsstudies, van de erkende EPB-verantwoordelijken en -certificeerders is te raadplegen op de website van de administratie.
  [1 Naast de gegevens, bedoeld in artikel 45, tweede lid, 1°, van het decreet, bevat de lijst, bedoeld in het eerste lid, met diens voorafgaande toestemming, het postadres, het telefoonnummer en het e-mailadres dat de erkende persoon wenst te gebruiken bij de uitoefening van zijn opdrachten.
   Naast de gegevens, bedoeld in artikel 45, tweede lid, 2°, van het decreet, bevat de lijst, bedoeld in het eerste lid, met hun voorafgaande toestemming, het postadres, het telefoonnummer en het e-mailadres dat de erkende rechtspersoon wenst te gebruiken bij de uitoefening van zijn opdrachten.
   De erkende persoon stelt de administratie door middel van het ter beschikking gestelde formulier onmiddellijk in kennis van elke wijziging van de in artikel 45, lid 2, van het decreetbedoelde gegevens.
   De erkende persoon kan met behulp van het door de administratie verstrekte formulier verzoeken om deze informatie geheel of gedeeltelijk aan te passen of in te trekken.]1

  
Art. 69. La liste des auteurs d'étude de faisabilité technique, environnementale et économique, des responsables PEB et des certificateurs PEB agréés est publiée sur le site internet de l'administration.
  [1 Outre les informations visées à l'article 45, alinéa 2, 1°, du décret, la liste visée à l'alinéa 1er contient, avec son accord préalable, l'adresse postale, le numéro de téléphone et l'adresse de courrier électronique que la personne agréée souhaite utiliser dans l'exercice de ses missions.
   Outre les informations visées à l'article 45, alinéa 2, 2°, du décret, la liste visée à l'alinéa 1er contient, avec leur accord préalable, l'adresse postale, le numéro de téléphone et l'adresse de courrier électronique que la personne morale agréée souhaite utiliser dans l'exercice de ses missions.
   La personne agréée notifie sans délai à l'administration, au moyen du formulaire mis à sa disposition, toute modification des informations visées à l'article 45, alinéa 2, du décret.
   La personne agréée peut demander, au moyen du formulaire mis à disposition par l'administration, l'adaptation ou le retrait de tout ou partie de ces informations.]1

  
Art. 69/1. [1 De erkende EPB-beheerder, de erkende EPB-certificeerder of de auteur van een erkende technische, milieutechnische en economische haalbaarheidsstudie die zijn activiteiten wenst stop te zetten, dient een aanvraag tot intrekking van de erkenning op vrijwillige basis in bij de administratie.
   De administratie bericht ontvangst van de aanvraag binnen tien dagen.
   De beslissing om de erkenning op vrijwillige basis in te trekken wordt genomen door de Inspecteur-generaal van het Departement Energie en Duurzame Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie en ter kennis gebracht van de aanvrager binnen dertig dagen na de datum van de ontvangstbevestiging.
   De intrekking van de erkenning op vrijwillige basis gaat in op de datum van ondertekening van de beslissing.]1

  
Art. 69/1. [1 Le responsable PEB agréé, le certificateur PEB agréé ou l'auteur d'étude de faisabilité technique, environnementale et économique agréé souhaitant cesser ses activités introduit une demande de retrait d'agrément sur base volontaire auprès de l'administration.
   L'administration accuse réception de la demande dans les dix jours.
   La décision de retrait d'agrément sur base volontaire est prise par l'inspecteur général du Département de l'Energie et du Bâtiment durable du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie et notifiée au demandeur dans les trente jours de la date de l'accusé de réception.
   Le retrait d'agrément sur base volontaire prend cours à dater de la signature de la décision.]1

  
Art. 69/2. [1 Een als EPB-beheerder, EPB-certificeerder of auteur van een technische, ecologische en economische haalbaarheidsstudie erkende rechtspersoon verliest automatisch zijn erkenning wanneer de overeenkomst tussen hem en de natuurlijke persoon die over de vereiste erkenning beschikt, eindigt.
   Lid 1 is niet van toepassing indien de erkende rechtspersoon een andere natuurlijke persoon met de vereiste erkenning onder zijn personeel of medewerkers heeft en deze informatie aan de administratie meedeelt overeenkomstig artikel 40, Ї 3, artikel 41, Ї 3, of artikel 42, Ї 3, van het decreet.]1

  
Art. 69/2. [1 La personne morale agréée en tant que responsable PEB, certificateur PEB ou auteur d'étude de faisabilité technique, environnementale et économique perd de plein droit son agrément lorsque la convention qui la lie avec la personne physique titulaire de l'agrément requis prend fin.
   L'alinéa 1er n'est pas applicable lorsque la personne morale agréée compte parmi son personnel ou ses collaborateurs une autre personne physique disposant de l'agrément requis et notifie cette information à l'administration conformément aux articles 40, § 3, 41, § 3, ou 42, § 3, du décret.]1

  
Art. 69/3. [1 De Minister legt het informatieblad vast bedoeld in artikel 45/1 van het decreet.
   Het informatieblad wordt bij de erkenningsaanvraag gevoegd.
   De nota vermeldt de lijst van verzamelde persoonsgegevens, de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, de periode gedurende welke zij worden bewaard, alsmede de procedures voor toegang tot en correctie van deze gegevens. ]1

  
Art. 69/3. [1 L'administration établit la notice d'information visée à l'article 45/1 du décret.
   La notice est jointe au formulaire de demande d'agrément.
   La notice mentionne la liste des données collectées, les finalités de traitement ainsi que la durée de conservation, les modalités d'accès et de rectification de ces données. ]1

  
HOOFDSTUK III. - Erkende vormingscentra
CHAPITRE III. - Formation par des centres agréés
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 70. De erkende centra gebruiken de vormingsdragers die de administratie hun ter beschikking stelt.
Art. 70. Les centres agréés utilisent les supports de formation mis à leur disposition par l'administration.
Art. 71. Het erkende opleidingscentrum deelt de administratie de voor de cursussen en examens voorziene data minstens vijftien dagen voor het begin ervan mee.
  De administratie kan via haar vertegenwoordigers de opleidingen en de examens bijwonen.
Art. 71. Les centres agréés communiquent à l'administration, au moins quinze jours avant le début des cours et examens, les dates prévues pour ceux-ci.
  Des représentants de l'administration peuvent assister aux formations et aux examens.
Art. 72. § 1. De erkende opleidingscentra maken binnen vijftien dagen na het examen een attest voor het volgen van de vorming over aan de kandidaten, waarin de door hen bij het examen behaalde cijfers vermeld worden.
  Binnen de dertig dagen na een vormings- of examensessie wordt een verslag daarover aan de administratie gericht.
  Dit attest wordt door de verantwoordelijke van het erkende opleidingscentrum ondertekend.
  § 2. Het verslag bevat tenminste de volgende elementen :
  1° de lijst van de kandidaten die de vormingen hebben bijgewoond en, in voorkomend geval, voor het examen zijn geslaagd;
  2° het percentage inzake deelname aan de cursussen van elke persoon die voor de vorming is ingeschreven;
  3° de lijst der juryleden die de examens hebben bijgewoond;
  4° de cijfers behaald door de kandidaten voor de verschillende onderdelen van het examen en het berekende gemiddelde van de verschillende proeven.
Art. 72. § 1er. Les centres de formation agréés remettent aux candidats qui ont suivi l'ensemble de la formation, dans les quinze jours suivant l'examen, une attestation de suivi de la formation mentionnant les résultats obtenus à l'examen.
  Dans les trente jours suivant une session de formation ou d'examen, un rapport sur la session de formation ou d'examen est transmis à l'administration.
  Le rapport est signé par un responsable du centre agréé de formation.
  § 2. Le rapport contient au moins les éléments suivants :
  1° la liste des candidats ayant assisté aux formations et, le cas échéant, réussi l'examen;
  2° le taux de participation aux cours de chaque personne inscrite à la formation;
  3° la liste des membres du jury ayant assisté aux examens;
  4° les notes obtenues par les candidats aux différentes parties de l'examen et la moyenne calculée des différentes épreuves.
Art. 73. Om de kosten te dekken voortvloeiend uit de inrichting van de opleidingen en de examens, mag het erkende opleidingscentrum een inschrijvingsrecht van de kandidaten innen.
  De Minister kan het maximumbedrag van het inschrijvingsrecht vastleggen.
Art. 73. Afin de couvrir les frais occasionnés par l'organisation des formations et des examens, le centre agréé de formation peut percevoir un droit d'inscription auprès des candidats.
  Le Ministre peut fixer le montant maximal du droit d'inscription.
Afdeling 2. - Erkenning van de centra
Section 2. - Agrément des centres
Onderafdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden
Sous-section 1re. - Conditions d'agrément
Art. 74. De leden van het onderwijzend personeel die sinds minstens twee jaar houder zijn van een erkenning in het vakgebied waarvoor het centrum de inrichting van vormingen aanvraagt zijn gekwalificeerd onderwijzend personeel in de zin van artikel 46, § 2, lid 1, 3°, van het decreet.
  Om erkend te worden als vormingscentrum voor EPB-verantwoordelijken beschikt het centrum over onderwijzend personeel dat de voorwaarde vervult, bedoeld in lid 1, en dat daarnaast bij het examen bedoeld in artikel 58 een cijfer hoger dan of gelijk aan 16/20 behaald heeft.
  Om erkend te worden als vormingscentrum voor EPB-certificeerders voor wooneenheden, beschikt het centrum over onderwijzend personeel dat de voorwaarde vervult, bedoeld in lid 1, en dat daarnaast sinds minstens twee jaar houder is van een erkenning als auditeur voor de uitvoering van energie-audits in de sector van de huisvesting, verkregen ter uitvoering van [2 het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning]2.
  [1 Om erkend te worden als vormingscentrum voor EPB-certificeerder voor openbare gebouwen, beschikt het centrum over onderwijzend personeel dat de voorwaarde vervult, bedoeld in het eerste lid, en dat daarnaast bij het examen bedoeld in artikel 58 een cijfer hoger dan of gelijk aan 16.00/20 behaald heeft.]1
  Het onderwijzend personeel mag minstens drie jaar voor zijn aanwijzing als vormer niet bestraft zijn geweest krachtens toepasbare decretale en reglementaire bepalingen inzake energieprestatie van gebouwen.
  
Art. 74. Constitue du personnel enseignant qualifié au sens de l'article 46, § 2, alinéa 1er, 3°, du décret, les membres du personnel enseignant qui sont titulaires, depuis deux ans au moins, d'un agrément dans le domaine pour lequel le centre demande de pouvoir réaliser des formations.
  Pour être agréé en tant que centre de formation de responsables PEB, le centre dispose de personnel enseignant qui remplit la condition visée à l'alinéa 1er et qui a obtenu en outre une note supérieure ou égale à 16/20 lors de l'examen visé à l'article 58.
  Pour être agréé en tant que centre de formation de certificateurs PEB d'unité résidentielle, le centre dispose de personnel enseignant qui remplit la condition visée à l'alinéa 1er et qui est en outre titulaire depuis au moins deux ans, d'un agrément en tant qu'auditeur pour la réalisation d'audits énergétiques dans le secteur du logement obtenu en exécution de [2 l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 avril 2019 relatif à l'audit logement]2.
  [1 Pour être agréé en tant que centre de formation de certificateur PEB de bâtiment public, le centre dispose de personnel enseignant qui remplit la condition visée à l'alinéa 1er et qui a obtenu en outre une note supérieure ou égale à 16.00/20 lors de l'examen visé à l'article 58.]1
  Le personnel enseignant ne peut avoir fait l'objet, moins de trois ans avant sa désignation en tant que formateur, d'une sanction en vertu des dispositions décrétales et réglementaires applicables en matière de performance énergétique des bâtiments.
  
Onderafdeling 2. - Erkenningsprocedure
Sous-section 2. - Procédure d'agrément
Art. 75. § 1. De erkenningssaanvraag wordt aan de administratie gericht.
  De administratie stelt een aanvraagformulier ter beschikking.
  § 2. [1 Naast de informatie bedoeld in artikel 47, § 1, derde lid, leden 2 en 3, van het decreet bevat de aanvraag volgende elementen:
   1° het informatieblad bedoeld in artikel 45/1 van het decreet;
   2° de datum. ]1

  § 3. De vorm en de inhoud van het formulier kunnen nader bepaald worden door de Minister.
  
Art. 75. § 1er. La demande d'agrément est adressée à l'administration.
  L'administration met à disposition un formulaire de demande.
  § 2. [1 Outre les informations visées à l'article 47, § 1er, alinéas 2 et 3, du décret, la demande comporte les éléments suivants :
   1° la notice d'information visée à l'article 45/1 du décret ;
   2° la date. ]1
.
  § 3. Le Ministre peut préciser la forme et le contenu du formulaire.
  
Art. 76. § 1. Het ontvangstbewijs voor de erkenningsaanvraag van een centrum, bedoeld in artikel 47, § 2, van het decreet, wordt door de administratie aan de aanvrager gericht.
  De Minister erkent de centra die voldoen aan de voorwaarden bepaald in [1 artikel 46, § 2]1 van het decreet en in artikel 74.
  § 2. Het ministerieel besluit vermeldt :
  1° het erkenningsnummer van het centrum;
  2° het erkenningsnummer van de personeelsleden bedoeld in artikel 74.
  
Art. 76. § 1er. L'accusé de réception de la demande d'agrément d'un centre, visé à l'article 47, § 2, du décret, est adressé au demandeur par l'administration.
  Le Ministre agrée les centres qui remplissent les conditions définies à l'[1 article 46, § 2 ]1 du décret et à l'article 74.
  § 2. L'arrêté ministériel mentionne :
  1° le numéro d'agrément du centre;
  2° le numéro d'agrément des membres du personnel visés à l'article 74.
  
Art. 77. Het ministerieel besluit tot toekenning van de erkenning wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De lijst van de erkende vormingscentra wordt bekendgemaakt op de website van de administratie.
  [1 Het erkende vormingscentrum geeft onverwijld kennis aan de administratie door middel van het ter beschikking gestelde formulier van iedere wijziging in de informatie bedoeld in artikel 49, lid 2, van het decreet
   Het erkende vormingscentrum kan met behulp van het door de administratie verstrekte formulier verzoeken om deze informatie geheel of gedeeltelijk aan te passen of in te trekken.]1

  
Art. 77. L'arrêté ministériel qui accorde l'agrément est publié par extrait au Moniteur belge.
  La liste des centres de formation agréés est publiée sur le site internet de l'administration.
  [1 Le centre de formation agréé notifie sans délai à l'administration, au moyen du formulaire mis à sa disposition, toute modification des informations visées à l'article 49, alinéa 2, du décret.
   Le centre de formation agréé peut demander, au moyen du formulaire mis à disposition par l'administration, l'adaptation ou le retrait de tout ou partie de ces informations. ]1

  
HOOFDSTUK III/1. [1 Databank betreffende de erkenningen ]1
CHAPITRE III/1. [1 Base de données relative aux agréments ]1
Art. 77/1. [1 § 1. De databank bedoeld in artikel 49/1 van het decreet wordt door de administratie beheerd.
   Naast de elementen bedoeld in artikel 49/1, § 1, leden 1 en 2, van het decreet bevat de databank volgende informatie:
   1° voor natuurlijke personen die een erkenning aanvragen :
   a) het dossiernummer;
   b) de datum van erkenningsaanvraag;
   c) informatie over de deelname van de erkenningsaanvrager aan de opleiding en het met goed gevolg afleggen van het examen;
   2° naast de informatie bedoeld in 1°, in het geval van erkende natuurlijke personen :
   a) de datum van toekenning van de erkenning
   b) informatie over de deelname van de erkende persoon aan permanente vormingen;
   c) informatie met betrekking tot controles en beslissingen tot bestraffing waaraan de persoon is onderworpen;
   3° voor rechtspersonen die een erkenning aanvragen :
   a) het dossiernummer;
   b) de datum van erkenningsaanvraag;
   4° naast de informatie bedoeld in 3°, in het geval van erkende rechts personen :
   a) de datum van toekenning van de erkenning
   b) informatie over de deelname van de erkende persoon aan permanente vormingen;
   c) informatie over eventuele wijzigingen bij de in 3°, d) bedoelde personen;
   d) informatie met betrekking tot controles en beslissingen tot bestraffing waaraan de rechtspersoon is onderworpen.
   § 2. De verantwoordelijke voor de verwerking is de administratie.
   De ambtenaren en personeelsleden van de administratie bedoeld in de artikelen 79 en 86 hebben op de databank toegang tot de informatie bedoeld in artikel 49/1, eerste en tweede lid, van het decreet, alsook tot de informatie bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.
   De in het tweede lid bedoelde personen raadplegen en gebruiken de in het tweede lid bedoelde informatie niet langer dan nodig voor de in artikel 49/1, § 1, derdlid, van het decreet bedoelde doeleinden. " ]1

  
Art. 77/1. [1 § 1er. L'administration gère la base de données visée à l'article 49/1 du décret.
   Outre les éléments visés à l'article 49/1, § 1er, alinéas 1 et 2, du décret, la base de données contient les informations suivantes :
   1° en ce qui concerne les personnes physiques candidates à l'agrément :
   a) le numéro de dossier ;
   b) la date de la demande d'agrément ;
   c) les informations relatives à la participation de la personne candidate à l'agrément à la formation et à la réussite de l'examen ;
   2° outre les informations visées au 1°, en ce qui concerne les personnes physiques agréées :
   a) la date d'octroi de l'agrément ;
   b) les informations relatives à la participation de la personne agréée aux formations permanentes ;
   c) les informations relatives aux contrôles et aux décisions de sanctions dont la personne fait l'objet ;
   3° en ce qui concerne les personnes morales candidates à l'agrément :
   a) le numéro de dossier ;
   b) la date de la demande d'agrément ;
   4° outre les informations visées au 3°, en ce qui concerne les personnes morales agréés :
   a) la date d'octroi de l'agrément ;
   b) les informations relatives à la participation des personnes visées au 3°, d) aux formations permanentes ;
   c) les informations relatives à d'éventuels changements parmi les personnes visées au 3°, d) ;
   d) les informations relatives aux contrôles et aux décisions de sanctions dont la personne morale fait l'objet.
   § 2. Le responsable du traitement est l'administration.
   Les fonctionnaires et les agents de l'administration visés aux articles 79 et 86 accèdent, sur la base de données, aux informations visées à l'article 49/1, § 1er, alinéas 1 et 2, du décret, ainsi qu'aux informations visées au paragraphe 1er, alinéa 2.
   Les personnes visées à l'alinéa 2 consultent et utilisent les informations visées à l'alinéa 2 pendant une durée qui ne dépasse pas le temps nécessaire à l'exercice des finalités visées à l'article 49/1, § 1er, alinéa 3, du décret. ]1

  
HOOFDSTUK IV. - Onafhankelijk controlesysteem en administratieve toezichtsmaatregelen
CHAPITRE IV. - Système de contrôle indépendant et mesures de surveillance administrative
Art. 78. De permanente vormingen bedoeld in artikel 50 van het decreet worden door de erkende centra bedoeld in hoofdstuk 3 of door de administratie ingericht.
  De duur, de toepassingsregels en de nadere regels voor inrichting van de vormingen kunnen nader bepaald worden door de Minister.
Art. 78. Les formations permanentes visées à l'article 50 du décret sont organisées par les centres agréés visés au chapitre 3 ou l'administration.
  Le Ministre peut préciser la durée, les modalités d'application et d'organisation des formations.
Art. 79. Voor de toepassing van artikel 51 van het decreet zijn de door de Regering aangewezen personen de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1 en 2+ van de administratie, aangesteld voor de controle [1 , de instelling of de externe dienstverlener aangewezen om de controle uit te voeren]1.
  
Art. 79. Pour l'application de l'article 51 du décret, les personnes désignées par le Gouvernement sont les fonctionnaires et agents de niveau 1 et 2+ de l'administration affectés au contrôle [1 , l'organisme ou le prestataire externe désigné pour réaliser le contrôle ]1.
  
Art. 79/1. [1 Voor de toepassing van artikel 52 van het decreet bestaat de controle op de EPB-certificaten in :
   1° een onderzoek naar de geldigheid van de input-gegevens die gebruikt worden voor de opstelling van het EPB-certificaat en van de resultaten die op het certificaat voorkomen;
   2° een onderzoek van de input-gegevens die gebruikt worden voor de opstelling van het EPB-certificaat en van de resultaten ervan, incluis de geformuleerde aanbevelingen;
   3° een grondig onderzoek van de input-gegevens die gebruikt worden voor de opstelling van het EPB-certificaat alsook van de resultaten die op het certificaat voorkomen, incluis de geformuleerde aanbevelingen, en, indien mogelijk, in een onderzoek ter plaatse naar de overeenstemming van de informatie die op het EPB-certificaat voorkomt met het gecertificeerde gebouw.]1

  
Art. 79/1. [1 Pour l'application de l'article 52 du décret, le contrôle des certificats PEB consiste à :
   1° vérifier la validité des données d'entrées utilisées pour établir le certificat PEB et les résultats figurant dans le certificat;
   2° vérifier les données d'entrées utilisées pour établir le certificat PEB et ses résultats, en ce compris les recommandations formulées;
   3° vérifier de manière complète les données d'entrées utilisées pour établir le certificat PEB ainsi que les résultats figurant dans le certificat, en ce compris les recommandations formulées, et vérifier, si possible sur place, la concordance entre les informations fournies dans le certificat PEB et le bâtiment certifié.]1

  
Art. 80. De beslissing om de correctie van een procedureel document voor de eisen of van een foutief EPB-certificaat aan een erkende actor op te leggen, wordt [1 door de in artikel 79 bedoelde personen]1 genomen.
  [2 De administratie, de instellingof externe dienstverlener brengt de erkende actor op de hoogte van de vastgestelde fout en geeft hem de opdracht deze binnen een door hem te bepalen termijn te corrigeren, stelt de persoon die het document heeft besteld op de hoogte van de fout en stuurt hem de gecorrigeerde versie]2.
  [2 ...]2
  
Art. 80. La décision d'imposer à un acteur agréé la correction d'un document procédural relatif aux exigences ou d'un certificat PEB erroné est prise [1 par les personnes visées à l'article 79]1.
  [2 L'administration, l'organisme ou le prestataire externe informe l'acteur agréé de l'erreur constatée, lui enjoint de la corriger dans un délai qu'il détermine, d'informer la personne qui lui a commandé le document de l'erreur et de lui communiquer la version corrigée]2.
  [2 ...]2
  
Art. 81. De beslissing om de erkende actor het volgen van een gepaste vorming op te leggen wordt door de [1 Directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie]1 genomen.
  De gepaste vorming is de vorming die de erkende actor heeft moeten volgen om zijn erkenning te verkrijgen, geheel of gedeeltelijk.
  Voor de auteurs van haalbaarheidsstudies is de gepaste vorming de vorming die als dusdanig is aangewezen door de [1 Directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie]1 in diens beslissing.
  [1 De waarschuwing bedoeld in artikel 53, lid 2, van het decreet wordt gegeven door de Directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie.]1
Art. 81. La décision d'imposer à l'acteur agréé de suivre une formation adéquate est prise par le [1 directeur général du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie]1.
  La formation adéquate est celle que l'acteur agréé a dû suivre pour obtenir son agrément, en tout ou en partie.
  Pour les auteurs d'étude de faisabilité, la formation adéquate est la formation désignée comme telle par le [1 directeur général du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie]1 dans sa décision.
  [1 L'avertissement visé à l'article 53, alinéa 2, du décret est prononcé par le directeur général du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie.]1
HOOFDSTUK V. - Sancties voor de erkende actoren
CHAPITRE V. - Sanctions des acteurs agréés
Art. 82. Het voornemen om de erkende actor te bestraffen wordt hem door de administratie medegedeeld.
  Dat proces-verbaal wordt binnen twintig dagen na het verhoor medegedeeld aan de erkende actor medegedeeld.
  De beslissing om de erkende actor al dan niet te bestraffen wordt door de [1 Directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Wonen, Erfgoed en Energie]1 genomen.
  Het besluit tot opschorting of intrekking van de erkenning wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  
Art. 82. L'intention de sanctionner l'acteur agrée lui est notifiée par l'administration.
  Le procès-verbal de l'audition est notifié, par l'administration, à l'acteur agréé dans les vingt jours de l'audition.
  La décision de sanctionner ou non l'acteur agréé est prise par le [1 directeur général du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie]1.
  La décision de suspension ou de retrait d'agrément est publiée par extrait au Moniteur belge.
  
Art. 83. Wanneer de erkenning wordt ingetrokken, licht de erkende actor onverwijld alle personen in met wie er contracten lopende zijn met het oog op de opmaak van een EPB-document.
Art. 83. Lorsque son agrément lui est retiré, l'acteur agréé avertit, sans délai, toutes les personnes avec lesquelles des contrats en vue de l'élaboration d'un document PEB sont en cours d'exécution.
HOOFDSTUK VI. - Sancties voor erkende vormingscentra
CHAPITRE VI. - Sanctions des centres de formation agréés
Art. 84. Het voornemen om het erkende vormingscentrum te bestraffen wordt door de administratie aan het centrum medegedeeld.
  Dat proces-verbaal wordt binnen twintig dagen na het verhoor medegedeeld aan het erkende vormingscentrum medegedeeld.
  De beslissing om het erkende vormingscentrum al dan niet te bestraffen wordt door de Minister genomen.
  Het besluit tot opschorting of intrekking van de erkenning wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Art. 84. L'intention de sanctionner le centre de formation agréé lui est notifiée par l'administration.
  Le procès-verbal de l'audition est notifié, par l'administration, au centre de formation agréé dans les vingt jours de l'audition.
  La décision de sanctionner ou non le centre de formation agréé est prise par le Ministre.
  La décision de suspension ou de retrait d'agrément est publiée par extrait au Moniteur belge.
Art. 85. Wanneer de erkenning ingetrokken wordt, licht het vormingscentrum alle personen die ingeschreven zijn om een vorming te volgen onverwijld in.
Art. 85. Lorsque son agrément lui est retiré, le centre de formation agréé avertit, sans délai, toutes les personnes inscrites auprès de lui pour suivre une formation.
TITEL VI. - Administratieve inbreuken en geldboetes
TITRE VI. - Manquements et amendes administratifs
Art. 86. Voor de toepassing van titel 6 van het decreet zijn de ambtenaren en personeelsleden, aangewezen door de Regering, de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1 en 2+ van de administratie, ingezet voor de controle, evenals de burgemeester en de gemeentelijke technische ambtenaren en personeelsleden die op voorstel van het gemeentecollege speciaal door de Minister aangewezen worden.
Art. 86. Pour l'application du Titre 6 du décret, les fonctionnaires et agents désignés par le Gouvernement sont les fonctionnaires et agents de niveau 1 et 2+ de l'administration affectés au contrôle ainsi que le bourgmestre et les fonctionnaires et agents techniques de communes qui, sur proposition du collège communal, sont spécialement désignés par le Ministre.
Art. 87. § 1. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 1°, van het decreet worden bestraft met een geldboete waarvan het bedrag 2 euro per kubieke meter gebouwd volume bedraagt, met een minimum van 250 euro en een maximum van 25.000 euro.
  § 2. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2°, van het decreet, wat betreft de EPB-procedures, worden bestraft met een geldboete waarvan het bedrag 2 euro per kubieke meter gebouwd volume bedraagt, met een minimum van 2 euro en een maximum van 250 euro.
  [2 § 2/1. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2А, van het decreet worden, wat betreft de verplichting bedoeld in artikel 12, § 1, zesde lid, van het decreet, bestraft met een geldboete van 250 euro.]2
  § 3. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2°, van het decreet, wat betreft de EPB-eisen, worden bestraft met een geldboete van volgend bedrag :
  1° 60 euro per afwijking van 1 W/K in het gebied van de U- en R-waarden van de bouwelementen, berekend overeenkomstig bijlage E;
  2° [1 60 euro per afwijking van 1 m2 in het domein van het K-niveau, berekend overeenkomstig bijlage E]1;
  3° 0,24 euro per afwijking van 1 MJ in het domein van het Ew-niveau, berekend overeenkomstig bijlage E;
  4° 0,24 euro per afwijking van 1 MJ in het domein van het Espec-niveau, berekend overeenkomstig bijlage E;
  5° 0,85 euro per afwijking van 1 000 K.h.mü in het domein van de oververhitting, berekend overeenkomstig bijlage E;
  6° 4 euro per afwijking van 1mü/h in het domein van het verluchtingssysteem, berekend overeenkomstig bijlage E.
  Bij samengevoegde inbreuken is het bedrag van de geldboete, het hoogste bedrag onder de bedragen berekend in lid 1, 1° tot 5°, waarbij in voorkomend geval het bedrag van de geldboete bedoeld in lid 1, 6°, gevoegd wordt.
  [2 § 3/1. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2°, van het decreet worden, wat betreft de eisen inzake elektromobiliteit, bestraft met een geldboete van volgend bedrag:
   1° 100 euro vermenigvuldigd met het verschil tussen het aantal met infrastructuur voor leidingen uit te rusten parkeerplaatsen en het aantal met infrastructuur voor leidingen uitgeruste parkeerplaatsen;
   2° 4000 vermenigvuldigd met het verschil tussen het aantal te installeren oplaadpunten en het aantal geinstalleerde oplaadpunten.]2

  § 4. [3 § 4. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 3°, van het decreet worden bestraft met een geldboete van volgend bedrag:
   1° 500 euro voor elke inbreuk op de verplichtingen bedoeld in artikel 34, § 1, lid 2, en § 4, van het decreet ;
   2° 1.000 euro voor elke inbreuk op de verplichtingen bedoeld in de artikelen 34, § 1, lid 1, en § 3, lid 5, in artikel35 van het decreet. ]3
.
  [3 § 5. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 5° en 6°, van het decreet worden bestraft met een geldboete van 250 euro .]3
  
Art. 87. § 1er. Les manquements établis à l'article 59, 1° du décret sont punis d'une amende dont le montant est de 2 euros par mètre cube de volume construit avec un minimum de 250 euros et un maximum de 25.000 euros.
  § 2. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne les procédures PEB, sont punis d'une amende dont le montant est de 2 euros par mètre cube de volume construit avec un minimum de 250 euros et un maximum de 25.000 euros.
  [2 § 2/1. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne l'obligation visée à l'article 12, § 1er, alinéa 6, du décret, sont punis d'une amende dont le montant est de 250 euros.]2
  § 3. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne les exigences PEB, sont punis d'une amende dont le montant est de :
  1° 60 euros par écart de 1 W/K dans le domaine des valeurs U et R des éléments de construction, calculé conformément à l'annexe E;
  2° [1 60 euros par écart de 1 m2 dans le domaine du niveau K, calculé conformément à l'annexe E]1;
  3° 0,24 euros par écart de 1 MJ dans le domaine du niveau Ew, calculé conformément à l'annexe E;
  4° 0,24 euros par écart de 1 MJ dans le domaine du Espec, calculé conformément à l'annexe E;
  5° 0,85 euros par écart de 1 000 K.h.mü dans le domaine de la surchauffe, calculé conformément à l'annexe E;
  6° 4 euros par écart d'1 mü/h dans le domaine des équipements de ventilation, calculé conformément à l'annexe E.
  En cas de manquements cumulés, le montant de l'amende est le montant le plus élevé parmi ceux calculés à l'alinéa 1er, 1° à 5°, auquel, le cas échéant, s'ajoute le montant de l'amende visé à l'alinéa 1er, 6°.
  [2 § 3/1. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne les exigences d'électromobilité, sont punis d'une d'amende dont le montant est de :
   1° 100 euros multipliés par la différence entre le nombre d'emplacements de stationnements à équiper d'infrastructure de raccordement et le nombre d'emplacements de stationnements équipés d'infrastructure de raccordement ;
   2° 4 000 euros multipliés par la différence entre le nombre de points de recharge à installer et le nombre de points de recharge installés.]2

  § 4. [3 Les manquements établis à l'article 59, 3°, du décret sont punis d'une amende dont le montant est de :
   1° 500 euros pour tout manquement aux obligations visées à l'article 34, § 1er, alinéa 2, et § 4 du décret ;
   2° 1.000 euros pour tout manquement aux obligations à l'article 34, § 1er, alinéa 1er, et § 3, alinéa 5, à l'article 35 du décret]3
.
  [3 § 5. Les manquements établis à l'article 59, 5° et 6°, du décret sont punis d'une amende dont le montant est de 250 euros.]3
  
Art. 87 TOEKOMSTIG RECHT.    § 1. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 1°, van het decreet worden bestraft met een geldboete waarvan het bedrag 2 euro per kubieke meter gebouwd volume bedraagt, met een minimum van 250 euro en een maximum van 25.000 euro.
  § 2. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2°, van het decreet, wat betreft de EPB-procedures, worden bestraft met een geldboete waarvan het bedrag 2 euro per kubieke meter gebouwd volume bedraagt, met een minimum van 2 euro en een maximum van 250 euro.
  [2 § 2/1. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2А, van het decreet worden, wat betreft de verplichting bedoeld in artikel 12, § 1, zesde lid, van het decreet, bestraft met een geldboete van 250 euro.]2
  § 3. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2°, van het decreet, wat betreft de EPB-eisen, worden bestraft met een geldboete van volgend bedrag :
  1° 60 euro per afwijking van 1 W/K in het gebied van de U- en R-waarden van de bouwelementen, berekend overeenkomstig bijlage E;
  2° [1 60 euro per afwijking van 1 m2 in het domein van het K-niveau, berekend overeenkomstig bijlage E]1;
  3° 0,24 euro per afwijking van 1 MJ in het domein van het Ew-niveau, berekend overeenkomstig bijlage E;
  4° 0,24 euro per afwijking van 1 MJ in het domein van het Espec-niveau, berekend overeenkomstig bijlage E;
  5° 0,85 euro per afwijking van 1 000 K.h.mü in het domein van de oververhitting, berekend overeenkomstig bijlage E;
  6° 4 euro per afwijking van 1mü/h in het domein van het verluchtingssysteem, berekend overeenkomstig bijlage E.
  [4 7° 0,24 euro per afwijking van 1 MJ in het domein van energie uit hernieuwbare bronnen, berekend overeenkomstig bijlage E]4
  Bij samengevoegde inbreuken is het bedrag van de geldboete, het hoogste bedrag onder de bedragen berekend in lid 1, 1° tot 5° [4 en 7°]4, waarbij in voorkomend geval het bedrag van de geldboete bedoeld in lid 1, 6°, gevoegd wordt.
  [2 § 3/1. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2°, van het decreet worden, wat betreft de eisen inzake elektromobiliteit, bestraft met een geldboete van volgend bedrag:
   1° 100 euro vermenigvuldigd met het verschil tussen het aantal met infrastructuur voor leidingen uit te rusten parkeerplaatsen en het aantal met infrastructuur voor leidingen uitgeruste parkeerplaatsen;
   2° 4000 vermenigvuldigd met het verschil tussen het aantal te installeren oplaadpunten en het aantal geinstalleerde oplaadpunten.]2

  [4 § 3/2. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2°, van het decreet, voor zover het gaat om de EPB-eisen vastgesteld in artikel 14/3 van dit besluit, worden bestraft met een geldboete van 2.000 euro per verboden systeem, verhoogd met 3.000 euro per door dit systeem bediend PEB-eenheid.]4
  § 4. [3 § 4. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 3°, van het decreet worden bestraft met een geldboete van volgend bedrag:
   1° 500 euro voor elke inbreuk op de verplichtingen bedoeld in artikel 34, § 1, lid 2, en § 4, van het decreet ;
   2° 1.000 euro voor elke inbreuk op de verplichtingen bedoeld in de artikelen 34, § 1, lid 1, en § 3, lid 5, in artikel35 van het decreet. ]3
.
  [3 § 5. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 5° en 6°, van het decreet worden bestraft met een geldboete van 250 euro .]3
Art. 87 DROIT FUTUR.    § 1er. Les manquements établis à l'article 59, 1° du décret sont punis d'une amende dont le montant est de 2 euros par mètre cube de volume construit avec un minimum de 250 euros et un maximum de 25.000 euros.
  § 2. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne les procédures PEB, sont punis d'une amende dont le montant est de 2 euros par mètre cube de volume construit avec un minimum de 250 euros et un maximum de 25.000 euros.
  [2 § 2/1. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne l'obligation visée à l'article 12, § 1er, alinéa 6, du décret, sont punis d'une amende dont le montant est de 250 euros.]2
  § 3. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne les exigences PEB, sont punis d'une amende dont le montant est de :
  1° 60 euros par écart de 1 W/K dans le domaine des valeurs U et R des éléments de construction, calculé conformément à l'annexe E;
  2° [1 60 euros par écart de 1 m2 dans le domaine du niveau K, calculé conformément à l'annexe E]1;
  3° 0,24 euros par écart de 1 MJ dans le domaine du niveau Ew, calculé conformément à l'annexe E;
  4° 0,24 euros par écart de 1 MJ dans le domaine du Espec, calculé conformément à l'annexe E;
  5° 0,85 euros par écart de 1 000 K.h.mü dans le domaine de la surchauffe, calculé conformément à l'annexe E;
  6° 4 euros par écart d'1 mü/h dans le domaine des équipements de ventilation, calculé conformément à l'annexe E.
  [4 7° 0,24 euros par écart de 1 MJ dans le domaine des énergies provenant de sources renouvelables, calculé conformément à l'annexe E]4
  En cas de manquements cumulés, le montant de l'amende est le montant le plus élevé parmi ceux calculés à l'alinéa 1er, 1° à 5° [4 et 7°]4, auquel, le cas échéant, s'ajoute le montant de l'amende visé à l'alinéa 1er, 6°.
  [2 § 3/1. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne les exigences d'électromobilité, sont punis d'une d'amende dont le montant est de :
   1° 100 euros multipliés par la différence entre le nombre d'emplacements de stationnements à équiper d'infrastructure de raccordement et le nombre d'emplacements de stationnements équipés d'infrastructure de raccordement ;
   2° 4 000 euros multipliés par la différence entre le nombre de points de recharge à installer et le nombre de points de recharge installés.]2

  [4 § 3/2. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne les exigences PEB déterminées à l'article 14/3 du présent arrêté, sont punis d'une amende fixée à 2.000 par système prohibé, majorée de 3.000 pour chacune des unités PEB desservies par ce système.]4
  § 4. [3 Les manquements établis à l'article 59, 3°, du décret sont punis d'une amende dont le montant est de :
   1° 500 euros pour tout manquement aux obligations visées à l'article 34, § 1er, alinéa 2, et § 4 du décret ;
   2° 1.000 euros pour tout manquement aux obligations à l'article 34, § 1er, alinéa 1er, et § 3, alinéa 5, à l'article 35 du décret]3
.
  [3 § 5. Les manquements établis à l'article 59, 5° et 6°, du décret sont punis d'une amende dont le montant est de 250 euros.]3
Art. 88. Als er binnen de drie jaar te rekenen van de beslissing om de geldboete op te leggen een nieuwe inbreuk vastgesteld wordt, begaan door éénzelfde overtreder, worden de bedragen bedoeld in artikel 87 verdubbeld zonder dat het bedrag van 50.000 euro overschreden mag worden.
Art. 88. Si, dans les trois ans à compter de la décision d'infliger l'amende, un nouveau manquement est constaté à charge d'un même contrevenant, les montants visés à l'article 87 sont doublés, sans qu'ils ne puissent dépasser 50.000 euros.
Art. 89. De overheid die het proces-verbaal opstelt overeenkomstig artikel 62 van het decreet licht de overtreder daar onmiddellijk over in.
  [1 De instantie die het proces-verbaal opstelt, deelt het in artikel 65/2 van het decreet bedoelde informatieblad mee aan de personen bedoeld in artikel 65/1, § 1, eerste lid, 3°, 4°, 5°, 6° en 7° van het decreet.]1
  
Art. 89. L'autorité qui dresse procès-verbal conformément à l'article 62 du décret en informe immédiatement le contrevenant
  [1 L'autorité qui dresse procès-verbal communique la notice d'information visée à l'article 65/2 du décret aux personnes visées à l'article 65/1, § 1er, alinéa 1, 3°, 4°, 5°, 6° et 7°, du décret. ]1
  
Art. 89/1. [1 De Minister legt het informatieblad vast bedoeld in artikel 65/2 van het decreet.
   De administratie vermeldt de lijst van verzamelde persoonsgegevens, de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, de periode gedurende welke zij worden bewaard, alsmede de procedures voor toegang tot en correctie van deze gegevens. ]1

  
Art. 89/1. [1 L'administration établit la notice d'information visée à l'article 65/2 du décret.
   L'administration mentionne la liste des données collectées, les finalités de traitement ainsi que la durée de conservation, les modalités d'accès et de rectification de ces données. ]1

  
TITEL VI/2. [1 Databank betreffende de controles ]1
TITRE VI/2. [1 Base de données relative aux contrôles ]1
Art. 89/2. [1 . § 1. De databank bedoeld in artikel 65/1 van het decreet wordt door de administratie beheerd.
Art. 89/2.[1 . § 1er. L'administration gère la base de données visée à l'article 65/1 du décret.
TITEL VII. - Overgangs-, wijzigings-, opheffings- en slotbepalingen
TITRE VII. - Dispositions transitoires, modificatives, abrogatoires et finales
HOOFDSTUK I. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions transitoires
Art. 90. § 1. [1 Voor elke EPB-procedure die uiterlijk 31 december 2016 ingediend moet worden, kan de EPB-verantwoordelijke een EPB-verantwoordelijke zijn die erkend is op grond van de artikelen 237/19, § 1, tweede streepje, en 550 van het CWATUPE. ]1
  § 2. De natuurlijke personen, erkend als EPB-verantwoordelijken op grond van de artikelen 237/19, § 1, tweede streepje, en 550 van het Wetboek, kunnen de erkenning als EPB-verantwoordelijke bekomen zonder de vorming bedoeld in artikel 56 te moeten volgen, tegen volgende voorwaarden :
  1° op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, v het geheel van een EP-opdracht vervuld hebben, met name het opmaken van een EPB-verbintenis, van een aanvankelijke EPB-aanmelding en van een definitieve EPB-aanmelding in de zin van artikel 237/1, 10°, 11° en 12°, van het Waalse wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw, erfgoed en energie;
  2° de onder 1° bedoelde EPB-opdracht vervuld hebben met inachtneming van de decretale en reglementaire bepalingen die toepasselijk zijn;
  3° geslaagd zijn voor een examen ter bevestiging van de kennis van de eisen, procedures en hulpmiddelen die toepasselijk zijn krachtens de decretale en reglementaire bepalingen van kracht inzake energieprestatie van gebouwen.
  [1 De erkenning bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk 31 december 2016 aangevraagd bij de administratie.]1
  De administratie gaat na of de voorwaarden bedoeld in lid 1, 1° en 2°, vervuld zijn en machtigt de kandidaat om het examen bedoeld in lid 1, 3°, af te leggen.
  De Minister erkent de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 2.
  De beslissing tot toekenning van de erkenning vermeldt het erkenningsnummer.
  Zijn kennisgeving bepaalt de modaliteiten voor de toegang tot de overeenkomstig de artikelen 14 en 32 van het decreet te gebruiken databank.
  § 3. Het examen bedoeld in § 2, lid 1, 3°, en in artikel 69, § 2, 3°, van het decreet is een schriftelijk examen dat enkel met vrucht afgelegd wordt indien een cijfer gelijk aan of hoger dan 12,00/20 behaald wordt.
  Het examen maakt het mogelijk, het theoretisch en praktisch inzicht in de elementen bedoeld in artikel 56 te beoordelen.
  Het examen wordt door de administratie of de erkende centra ingericht.
  De inhoud en de nadere regels voor inrichting van en deelname aan het examen kunnen nader bepaald worden door de Minister.
  § 4. [1 De rechtspersonen erkend als EPB-verantwoordelijken op grond van de artikelen 237/19, § 1, tweede streepje, en 550 van het CWATUPE, beschikken over de erkenning als EPB-verantwoordelijke in de zin van dit besluit wanneer ze de administratie uiterlijk 31 december 2016 kennis geven van de identiteit en van het erkenningsnummer van de EPB-verantwoordelijke die deel uitmaakt van hun personeel.]1
  De Minister erkent de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden bepaald in lid 1.
  De beslissing tot erkenning vermeldt :
  1° het erkenningsnummer;
  2° het erkenningsnummer van de EPB-verantwoordelijken als natuurlijke personen die deel uitmaken van het personeel van de rechtspersoon.
  Zijn kennisgeving bepaalt de modaliteiten voor de toegang tot de overeenkomstig de artikelen 14 en 32 van het decreet te gebruiken databank.
  
Art. 90. § 1er.[1 Pour toute procédure PEB à introduire jusqu'au 31 décembre 2016, le responsable PEB peut être un responsable PEB agréé sur la base des articles 237/19, § 1er, deuxième tiret et 550 du CWATUPE]1
  § 2. Les personnes physiques agréées responsables PEB sur la base des articles 237/19, § 1er, deuxième tiret, et 550, du CWATUPE peuvent obtenir l'agrément en qualité de responsable PEB, sans devoir suivre la formation visée à l'article 56 aux conditions suivantes :
  1° à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, avoir réalisé l'ensemble d'une mission PEB, comprenant l'établissement d'un engagement PEB, d'une déclaration PEB initiale et d'une déclaration PEB finale au sens de l'article 237/1, 10°, 11° et 12°, du Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme, du Patrimoine et de l'Energie;
  2° avoir réalisé la mission PEB visée au 1° dans le respect des dispositions décrétales et réglementaires applicables;
  3° avoir réussi un examen sanctionnant une connaissance des exigences, des procédures et des outils applicables en vertu des dispositions décrétales et réglementaires en vigueur en matière de performance énergétique des bâtiments.
  [1 L'agrément visé à l'alinéa 1er est sollicité auprès de l'administration au plus tard le 31 décembre 2016.]1
  L'administration vérifie le respect des conditions visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, et autorise le candidat à présenter l'examen visé à l'alinéa 1er, 3°.
  Le Ministre agrée les candidats qui remplissent les conditions définies au paragraphe 2.
  La décision d'agrément mentionne le numéro d'agrément.
  La notification de la décision précise les modalités d'accès à la base de données à utiliser en application des articles 14 et 32 du décret.
  § 3. L'examen visé au § 2, alinéa 1er, 3°, et à l'article 69, § 2, 3°, du décret est un examen écrit dont la réussite est conditionnée par une note supérieure ou égale à 12,00/20.
  L'examen permet d'apprécier la compréhension théorique et pratique des éléments visés à l'article 56.
  L'examen est organisé par l'administration ou par des centres agréés.
  Le Ministre peut préciser le contenu, les modalités d'organisation et de participation à l'examen.
  § 4.[1 Les personnes morales agréées responsables PEB sur la base des articles 237/19, § 1er, deuxième tiret, et 550 du CWATUPE disposent de l'agrément en qualité de responsable PEB au sens du présent arrêté lorsqu'elles communiquent à l'administration, au plus tard le 31 décembre 2016, l'identité et le numéro d'agrément du responsable PEB faisant partie de son personnel.]1
  Le Ministre agrée les candidates qui remplissent les conditions définies à l'alinéa 1er.
  La décision d'agrément mentionne :
  1° le numéro d'agrément;
  2° le numéro d'agrément des responsables PEB personnes physiques qui font partie du personnel de la personne morale.
  La notification de la décision précise les modalités d'accès à la base de données à utiliser en application des articles 14 et 32 du décret.
  
Art. 91. Voor de toepassing van artikel 74, lid 1 en 2, wat betreft de erkenning van de vormingscentra voor EPB-verantwoordelijken, kan het onderwijzend personeel eveneens aangeworven worden onder de erkende EPB-verantwoordelijken die bij het examen bedoeld in artikel 90, § 3, een cijfer behaald hebben gelijk aan of hoger dan 16,00/20.
Art. 91. Pour l'application de l'article 74, alinéa 1er et 2, en ce qu'il concerne l'agrément des centres de formation de responsables PEB, le personnel enseignant qualifié peut aussi être puisé parmi les responsables PEB agréés ayant obtenu une note supérieure ou égale à 16.00/20 lors de l'examen visé à l'article 90, § 3.
Art. 92. De personen die op datum van inwerkingtreding van dit besluit houder zijn van een erkenning verkregen op grond van artikel 551 van het Wetboek beschikken over een erkenning als auteur van technische, milieugerelateerde en economische haalbaarheidsstudies.
Art. 92. Disposent d'un agrément d'auteur d'étude de faisabilité technique, environnementale et économique les personnes titulaires, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, d'un agrément obtenu sur la base de l'article 551 du CWATUPE.
Art. 93. De personen die op datum van inwerkingtreding van dit besluit houder zijn van een erkenning verkregen op grond van artikel 583 van het Wetboek of op grond van artikel 5 van het besluit van de Waalse Regering van 3 december 2009 betreffende de certificering van bestaande woongebouwen beschikken over een erkenning als EPB-certificeerder voor wooneenheden.
  De personen die op datum van inwerkingtreding van dit besluit houder zijn van een erkenning verkregen op grond van artikel 618 van het Wetboek beschikken over een erkenning als EPB-certificeerder voor eenheden, niet bestemd voor bewoning.
  De personen die op datum van inwerkingtreding van dit besluit houder zijn van een erkenning verkregen op grond van artikel 647 van het Wetboek beschikken over een erkenning als EPB-certificeerder voor openbare gebouwen.
Art. 93. Disposent d'un agrément de certificateur PEB d'unité résidentielle les personnes titulaires, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, d'un agrément obtenu sur la base de l'article 583 du CWATUPE ou sur la base de l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 décembre 2009 relatif à la certification des bâtiments résidentiels existants.
  Disposent d'un agrément de certificateur PEB d'unité non résidentielle les personnes titulaires, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, d'un agrément obtenu sur la base de l'article 618 du CWATUPE.
  Disposent d'un agrément de certificateur PEB de bâtiment public les personnes titulaires, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, d'un agrément obtenu sur la base de l'article 647 du CWATUPE.
Art. 94. § 1. Voor de toepassing van artikel 74, lid 1, wat betreft de erkenning van de vormingscentra voor EPB-verantwoordelijken voor wooneenheden, kan het onderwijzend personeel eveneens aangeworven worden onder de personen bedoeld in artikel 93, lid 1, wanneer ze sinds minstens twee jaar beschikken over een erkenning verkregen op grond van artikel 583 van het Wetboek of op grond van artikel 5 van het besluit van de Waalse Regering van 3 december 2009 betreffende de certificering van bestaande woongebouwen.
  § 2. Voor de toepassing van artikel 74, lid 3, kan het gekwalificeerd onderwijzend personeel eveneens aangeworven worden onder de auditeurs opgenomen in de reserve bedoeld in artikel 33 van het besluit van de Waalse Regering van 15 november 2012 betreffende energie-audit van een woning.
  Voor de toepassing van artikel 74, lid 1, wat betreft de erkenning van de vormingscentra voor EPB-certificeerders voor eenheden, niet bestemd voor bewoning, kan het gekwalificeerd onderwijzend personeel eveneens aangeworven worden onder de personen bedoeld in artikel 93, lid 2, wanneer ze sinds minstens twee jaar beschikken over een erkenning verkregen op grond van artikel 618 van het Wetboek.
  § 4. [1 Voor de toepassing van artikel 74, eerste lid, wat de erkenning van de vormingscentra voor EPB-certificeerders voor openbare gebouwen betreft, kan het onderwijzend personeel eveneens aangeworven worden uit de reserve gesteld door de Minister.
   De reserve bedoeld in het eerste lid bestaat uit personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
   1° deel uitmaken van het gekwalificeerde onderwijzend personeel van een erkend opleidingscentrum voor EPB-verantwoordelijken, het gekwalificeerde onderwijzend personeel van een erkend opleidingscentrum voor EPB-certificeerders voor residentiële eenheden, of het onderwijzend personeel van een erkend opleidingscentrum overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 15 november 2012 betreffende de energieaudit van een woning;
   2° de door de Minister of zijn afgevaardigde georganiseerde opleiding voor opleiders gevolgd hebben, die betrekking heeft op de inhoud bedoeld in artikel 57, § 4;
   3° een cijfer van 16.00/20 of meer hebben behaald op het door de Minister of zijn afgevaardigde georganiseerd examen, dat het beoordelen van het theoretisch en praktisch inzicht in de inhoud van de vorming door de kandidaat mogelijk maakt.
   Voor de toepassing van het tweede lid, 1°, selecteert de Minister de kandidaten, in voorkomend geval, rekening houdend met hun anciënniteit binnen het gekwalificeerd onderwijzend personeel en, subsidiair, met het cijfer behaald op het examen dat hen in staat stelde deel uit te maken van het gekwalificeerd onderwijzend personeel.
   De inhoud en de modaliteiten inzake deelname aan en organisatie van de opleiding en het examen kunnen nader bepaald worden door de Minister.
   De personen opgenomen in de reserve bedoeld in het eerste lid beschikken over een geldige erkenning als EPB-certificeerder.]1

  
Art. 94. § 1er. Pour l'application de l'article 74, alinéa 1er, en ce qu'il concerne l'agrément des centres de formation de certificateurs PEB d'unité résidentielle, le personnel enseignant qualifié peut aussi être puisé parmi les personnes visées à l'article 93, alinéa 1er, lorsqu'elles disposent, depuis deux ans au moins, d'un agrément obtenu sur la base de l'article 583 du CWATUPE ou sur la base de l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 décembre 2009 relatif à la certification des bâtiments résidentiels existants.
  § 2. Pour l'application de l'article 74, alinéa 3, le personnel enseignant qualifié peut aussi être puisé parmi les auditeurs figurant dans la réserve visée à l'article 33 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 novembre 2012 relatif à l'audit énergétique d'un logement.
  § 3. Pour l'application de l'article 74, alinéa 1er, en ce qu'il concerne l'agrément des centres de formation de certificateurs PEB d'unité non résidentielle, le personnel enseignant qualifié peut aussi être puisé parmi les personnes visées à l'article 93, alinéa 2, lorsqu'elles disposent, depuis deux ans au moins, d'un agrément obtenu sur la base de l'article 618 du CWATUPE.
  § 4. [1 Pour l'application de l'article 74, alinéa 1er, en ce qu'il concerne l'agrément des centres de formation de certificateurs PEB de bâtiment public, le personnel enseignant qualifié peut aussi être puisé dans la réserve constituée par le Ministre.
   La réserve visée à l'alinéa 1er est constituée de personnes répondant aux conditions suivantes :
   1° faire partie du personnel enseignant qualifié d'un centre de formation agréé de responsables PEB, du personnel enseignant qualifié d'un centre de formation agréé de certificateurs PEB d'unité résidentielle, ou du personnel enseignant d'un centre de formation agréé conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 novembre 2012 relatif à l'audit énergétique d'un logement;
   2° avoir suivi la formation de formateurs organisée par le Ministre ou son délégué, qui porte sur le contenu visé à l'article 57, § 4;
   3° avoir obtenu une note supérieure ou égale à 16.00/20 à l'examen organisé par le Ministre ou son délégué, qui permet d'apprécier la compréhension théorique et pratique du contenu de la formation par le candidat.
   Pour l'application de l'alinéa 2, 1°, le Ministre sélectionne les candidats, le cas échéant, en considération de leur ancienneté au sein du personnel enseignant qualifié et, à titre subsidiaire, en considération de la note obtenue à l'examen leur ayant permis de faire partie du personnel enseignant qualifié.
   Le Ministre peut préciser le contenu, les modalités d'organisation et de participation à la formation et à l'examen.
   Disposent d'un agrément valable en tant que certificateur PEB de bâtiment public les personnes reprises dans la réserve visée à l'alinéa 1er.]1

  
Art. 95. [1 ...]1 van het decreet wordt het EPB-certificaat voor openbare gebouwen uiterlijk aangeplakt :
  1° wanneer de overheid bedoeld in artikel 50, 1°, het gebouw betrekt bij de inwerkingtreding van dit besluit, binnen de vierentwintig maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit;
  2° wanneer de overheid bedoeld in artikel 50, 2°, het gebouw betrekt bij de inwerkingtreding van dit besluit, binnen de zesendertig maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit;
  3° binnen de [1 vierentwintig maanden]1 na het betrekken van het gebouw wanneer de publieke overheid het gebouw begint te betrekken na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
  In afwijking van lid 1, 1°, wordt het EPB-certificaat voor openbare gebouwen uiterlijk aangeplakt binnen de zesendertig maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit wanneer het gebouw bestemd is voor onderwijs of kinderopvang.
  
Art. 95. [1 ...]1 le certificat PEB de bâtiment public est affiché au plus tard :
  1° lorsque l'autorité visée à l'article 50, 1°, occupe le bâtiment lors de l'entrée en vigueur du présent arrêté, dans les vingt-quatre mois de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté;
  2° lorsque l'autorité visée à l'article 50, 2°, occupe le bâtiment lors de l'entrée en vigueur du présent arrêté, dans les trente-six mois de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté;
  3° dans les [1 vingt quatre mois]1 de l'occupation lorsque le début de l'occupation du bâtiment par l'autorité publique est postérieur à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, le certificat PEB de bâtiment public est affiché au plus tard dans les trente-six mois de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, lorsque le bâtiment est destiné aux activités d'enseignement ou à l'accueil de la petite enfance.
  
HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE II. - Dispositions modificatives
Art. 96. In artikel 33 van het besluit van de Waalse Regering van 15 november 2012 betreffende de energie-audit van een woning, vervangen door het besluit van de Waalse Regering van 21 december 2012, wordt lid 1 vervangen door hetgeen volgt :
  "Voor de toepassing van artikel 21, 2°, kan het onderwijzend personeel eveneens aangeworven worden uit de reserve gesteld door de Minister.".
Art. 96. Dans l'article 33 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 novembre 2012 relatif à l'audit énergétique d'un logement, remplacé par l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 décembre 2012, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Pour l'application de l'article 21, 2°, le personnel enseignant peut aussi être puisé dans la réserve constituée par le Ministre. ".
Art. 97. In het besluit van de Waalse Regering van 8 oktober 2009 betreffende de overdracht van bevoegdheden aan de statutaire ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in artikel 101/1, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 juni 2011 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 8 oktober 2009 betreffende de overdracht van bevoegdheden aan de statutaire ambtenaren van de Waalse Overheidsdienst wordt vervangen door volgende bepaling :
  " Art. 101/1. De inspecteur-generaal van het Departement Energie en Duurzame Gebouwen krijgt delegatie om te beslissen over de toekenning of de weigering van volgende erkenningen, ingevoerd overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen :
  1° EPB-verantwoordelijke;
  2° EPB-certificeerder;
  3° auteur van haalbaarheidsstudies. ";
  2° artikel101/2, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 juni 2011 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 8 oktober 2009 betreffende de overdrachten van bevoegdheden aan de statutaire personeelsleden van de Waalse Overheidsdienst, wordt vervangen door volgende bepaling :
  "Art. 10/2. De directeur van de Directie Duurzame Gebouwen krijgt delegatie om te beslissen over de toekenning of de weigering van de machtiging om een alternatieve berekeningsmethode te gebruiken, ingevoerd bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen.".
Art. 97. Dans l'arrêté du gouvernement wallon du 8 octobre 2009 relatif aux délégations de pouvoirs aux agents statutaires du Service public de Wallonie, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article 101/1, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 juin 2011 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 octobre 2009 relatif aux délégations de pouvoirs aux agents statutaires du Service public de Wallonie, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 101/1. Délégation est accordée à l'inspecteur général du Département de l'Energie et du Bâtiment durable pour décider de l'octroi ou du refus des agréments suivants, instaurés en application de l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments :
  1° responsable PEB;
  2° certificateur PEB;
  3° auteur d'étude de faisabilité. ";
  2° l'article 101/2, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 juin 2011 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 octobre 2009 relatif aux délégations de pouvoirs aux agents statutaires du Service public de Wallonie, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 101/2. Délégation est accordée au directeur de la Direction des Bâtiments durables pour décider de l'octroi ou du refus de l'autorisation de recourir à une méthode de calcul alternative organisée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments. ".
HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE III. - Disposition abrogatoire
Art. 98. Opgeheven worden :
  1° de artikelen 530 tot 668 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie;
  2° het besluit van 17 april 2008 van de Waalse Regering tot vaststelling van de berekeningsmethode en de eisen, de goedkeuringen en de sancties op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen;
  3° de artikelen 4, 6 en 7 van het besluit van de Waalse Regering van 18 juni 2009 betreffende de handelingen en de werken bedoeld in artikel 84, § 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, de samenstelling van de aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen en de procedure die van toepassing is voor de energieprestatie van gebouwen;
  4° het besluit van 3 december 2009 betreffende de certificering van bestaande woongebouwen;
  5° het besluit van 17 februari 2011 betreffende de alternatieve berekeningsmethode van de vernieuwende concepten of technologieën;
  6° het besluit van 25 augustus 2011 betreffende de certificering van nieuwbouw;
  7° het besluit van 20 oktober 2011 betreffende de certificering van bestaande niet-residentiële gebouwen;
  8° het besluit van 24 november 2011 betreffende de certificering van openbare gebouwen.
Art. 98. Sont abrogés :
  1° les articles 530 à 668 du Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme, du Patrimoine et de l'Energie;
  2° l'arrêté du 17 avril 2008 déterminant la méthode de calcul et les exigences, les agréments et les sanctions applicable en matière de performance énergétique et de climat intérieur des bâtiments ;
  3° les articles 4, 6 et 7 de l'arrêté du 18 juin 2009 relatif aux actes et travaux visés à l'article 84, § 2, alinéa 2, du CWATUP, à la composition des demandes de permis d'urbanisme et à la procédure applicable en matière de performance énergétique des bâtiments;
  4° l'arrêté du 3 décembre 2009 relatif à la certification des bâtiments résidentiels existants;
  5° l'arrêté du 17 février 2011 relatif à la méthode de calcul alternative des concepts ou technologies novateurs;
  6° l'arrêté du 25 août 2011 relatif à la certification des bâtiments neufs;
  7° l'arrêté du 20 octobre 2011 relatif à la certification des bâtiments non résidentiels existants;
  8° l'arrêté du 24 novembre 2011 relatif à la certification des bâtiments publics.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions finales
Art. 99. Het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen treedt in werking op dezelfde datum als dit besluit.
  [1 In afwijking van het eerste lid treedt artikel 34, §§ 1 en 4, van het decreet in werking op 1 januari 2015.]1
  
Art. 99. Le décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments entre en vigueur à la même date que le présent arrêté.
  [1 Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 34, §§ 1 et 4, du décret entre en vigueur le 1er janvier 2015.]1
  
Art. 100. Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2015.
  [1 In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 48, 49 en 96 in werking op 1 januari 2015.]1
  In afwijking van lid 1 kan hoofdstuk 10.3.3.3 van bijlage A1 toegepast worden wanneer de datum van het ontvangstbewijs van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning tussen 1 mei 2010 en 1 mei 2015 ligt.
  
Art. 100. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mai 2015.
  [1 Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 48, 49 et 96 entrent en vigueur le 1er janvier 2015.]1
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le chapitre 10.3.3.3 de l'annexe A 1 peut être appliqué lorsque la date de l'accusé de réception de la demande de permis d'urbanisme est comprise entre le 1er mai 2010 et le 1er mai 2015.
  
Art. 100/1. [1 Bijlage A 2 is van toepassing als de datum van het bericht van ontvangst van de vergunningsaanvraag voorafgaat aan 1 januari 2017.]1
  
Art. 100/1. [1 L'annexe A 2 s'applique lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est antérieur au 1er janvier 2017. ]1
  
Art. 100/5. [1 In afwijking van artikel 100, eerste lid, en onverminderd artikel 19/3, zijn gebouwen waarvoor een vergunningsaanvraag wordt ingediend met betrekking tot de bouw, de verbouwing of de gedeeltelijke verbouwing of de uitbreiding bedoeld in artikel 14, niet onderworpen aan de vereisten van bijlage C4 zoals vervangen bij het besluit van 11 januari 2023, op voorwaarde dat de vergunningsaanvraag wordt ingediend vóór 28 maart 2024 en met betrekking tot de systemen die zijn opgenomen in de EPB-proceduredocumenten.
   De afwijking bedoeld in het eerste lid kan niet van toepassing zijn op werkzaamheden met betrekking tot systemen die worden uitgevoerd na de definitieve EPB-verklaring in het kader van de EPB-procedure bedoeld in het eerste lid. Deze werkzaamheden zijn onderworpen aan de eisen van bijlage C4, zoals vervangen bij het besluit van 11 januari 2023.". ]1

  
Art. 100/2. [1 Par dérogation à l'article 100, alinéa 1er, et sans préjudice de l'article 19/3, les bâtiments visés par une demande de permis relative à la construction, la reconstruction ou des travaux de reconstruction partielle ou d'extension visés à l'article 14, ne sont pas soumis aux exigences de l'annexe C4 telle que remplacée par l'arrêté du 11 janvier 2023, pour autant que la demande de permis soit antérieure au 28 mars 2024 et en ce qui concerne les systèmes inclus dans les documents de procédure PEB.
   La dérogation visée à l'alinéa 1er ne peut s'appliquer à des travaux relatifs à des systèmes, réalisés après la déclaration finale PEB dans le cadre de la procédure PEB visée à l'alinéa 1er. Ces travaux sont soumis aux exigences de l'annexe C4 telle que remplacée par l'arrêté du 11 janvier 2023. ]1

  
Art. 101. De Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 101. Le Ministre du Développement durable est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St).
  Bijlage A1. Bepalingsmethode van het peil van primaire energieverbruik van residentiële eenheden.
  (Zie BWG 2015-11-19/08, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 30-01-2017)
  (Vervangen door BWG 2016-12-15/17, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2017)
  (Gewijzigd door BWG 2017-12-14/06, art. 2 tot 7, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (Vervangen door )
  (Vervangen door )
  Bijlage A2.
  (Vervangen door )
  (zie franse versie)
  Bijlage A3. Bepalingsmethode van het peil van primair energieverbruik van EPN EENHEDEN
  (Ingevoegd bij BWG 2016-01-28/15,B.St. van 25-03-2016, p. 20873).
  (Vervangen door BWG 2016-12-15/17, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2017)
  (Gewijzigd door BWG 2017-12-14/06, art. 8 tot 10, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (Vervangen door )
  (vervangen door )
  Bijlage B1.
  (Vervangen door BWG 2016-12-15/17, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2017)
  (Vervangen door )
  (zie franse versie)
  (Gewijzigd door )
  Bijlage B2.
  (Gewijzigd door BWG 2016-12-15/17, art. 6, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2017)
  (Vervangen door )
  (zie franse versie)
  Bijlage C1. Maximaal toelaatbare u-waarden of minimaal te realiseren R-WAARDEN
  (Vervangen bij BWG 2016-01-28/15, B.St. van 25-03-2016, p. 21036).
  Bijlage C2.
  (Gewijzigd door )
  (zie franse versie)
  (Vervanger door )
  Bijlage C3.
  (Vervangen door )
  (zie franse versie)
  (Vervangen door )
  Bijlage C4. systeemeisen
  (Ingevoegd bij BWG 2016-01-28/15, B.St. van 25-03-2016, p. 20873).
  (Vervangen door BWG 2016-12-15/17, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2016)
  (Vervangen door BWG 2016-12-15/17, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2016)
  (Vervangen door BWG 2023-01-11/03, art. 31, 013; Inwerkingtreding : 27-03-2023)
  <Vervangen BWG 2024-02-01/19, art. 1, 014; Inwerkingtreding : 27-03-2023>
  <Vervangen BWG 2024-04-19/63, art. 46, 015; Inwerkingtreding : 29-08-2024>
  Bijlage D.
  (zie franse versie)
  (Addendum, zie B.St. 25-09-2019, p. 88390)
  (Gewijzigd door )
  Bijlage E.
  (Gewijzigd door )
  (zie franse versie)
  (Gewijzigd door )
Art. N. (Annexes non reprise pour des raisons techniques, voir M.B)
  Annexe A1. Méthode de détermination du niveau de consommation d'énergie primaire des unités résidentielles.
  (Remplacé par ARW 2015-11-19/08, art. 2, 003; En vigueur : 30-01-2016)>
  (Remplacé par ARW 2016-12-15/17, art. 3, 005; En vigueur : 01-01-2017)
  (Modifié par ARW 2017-12-14/06, art. 2 à 7, 007; En vigueur : 01-01-2018>
  (Remplacée par )
  (Remplacé par )
  Annexe A2. Méthode de détermination du niveau de consommation d'énergie primaire des immeubles de bureaux et de services et des bâtiments destinés à l'enseignement (Méthode BSE).
  (voir Addendum, M.B. du 21-08-2014)
  (Remplacée par )
  Annexe A3. Méthode de détermination du niveau de consommation d'énergie primaire des unités Pen.
  (Inséré par ARW 2016-01-28/15, M.B. 25-03-2016, p. 20489)
  (Remplacé par ARW 2016-12-15/17, art. 4, 005; En vigueur : 01-01-2017)
  (Modifié par ARW 2017-12-14/06, art. 8 à 10, 007; En vigueur : 01-01-2018>
  (Remplacée par )
  (Remplacé par )
  Annexe B1. Document de référence pour les pertes par transmission Règles pour le calcul des pertes par transmission dans le cadre de la réglementation PEB Calcul du coefficient de transmission thermique des parois des bâtiments (valeur U) et du coefficient de transfert thermique par transmission dans les bâtiments (valeur H).
   (voir Addendum, M.B. du 21-08-2014).
  (Remplacé parARW 2016-12-15/17, art. 5, 005; En vigueur : 01-01-2017>
  (Remplacée par )
  (Modifié par )
   Annexe. B2. Traitement des nuds constructifs.
  (voir Addendum, M.B. du 21-08-2014)
  (Modifié par ARW 2016-12-15/17, art. 6, 005; En vigueur : 01-01-2017)
  (Remplacée par )
  Annexe C1. Valeurs maximales admissibles ou valeurs minimales à réaliser.
  (Remplacé par ARW 2016-01-28/15, M.B. 25-03-2016, p. 20644)
  Annexe C2. Dispositifs de ventilation dans les bâtiments résidentiels.
  (voir Addendum, M.B. du 21-08-2014)
  (Modifiée par )
  (Remplacé par )
  Annexe C3. Dispositifs de ventilation des immeubles non residentiels: Méthode de détermination et exigences (Annexe VHN).
  (voir Addendum, M.B. du 21-08-2014)
  (Remplacée par )
  (Remplacé par )
  Annexe C4. Exigences systèmes.
  (Inséré parARW 2016-01-28/15, M.B. 25-03-2016, p. 20489)
  (Modifié par ARW 2016-12-15/17, art. 7, 005; En vigueur : 01-05-2016)
  (Modifié par ARW 2016-12-15/17, art. 8, 005; En vigueur : 01-05-2016)
  (Modifié par ARW 2023-01-11/03, art. 31, 013; En vigueur : 27-03-2023)
  
  
  Annexe D. Méthode de détermination de la consommation spécifique des bâtiments résidentiels dans le cadre de la certification PEB.
  (voir Addendum, M.B. du 21-08-2014)
  (voir Addendum, M.B. du 25-09-2019, p. 88130)
  (Modifié par )
  Annexe E. Determination des amendes administratives Amendes administratives pour le déclarant, pour le responsable PEB, pour l'architecte ou pour l'entrepreneur.
  (voir Addendum, M.B. du 21-08-2014)
  (Modifiée par )
  (Modifié par )
  Bijlagen gewijzigd door:
  
  Annexes modifiées par:
-