Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
7 FEBRUARI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van meerdere koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 alsook van de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied
Titre
7 FEVRIER 2014. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant plusieurs arrĂȘtĂ©s royaux d'exĂ©cution de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchĂ©s publics et Ă certains marchĂ©s de travaux, de fournitures et de services ainsi que de la loi du 13 aoĂ»t 2011 relative aux marchĂ©s publics et Ă certains marchĂ©s de travaux, de fournitures et de services dans les domaines de la dĂ©fense et de la sĂ©curitĂ©
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Omzetting
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het koninklijk b...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan het koninklijk b...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aan het koninklijk b...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen aan het koninklijk b...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen aan het koninklijk b...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen aan het koninklijk b...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen aan het koninklijk b...
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Transposition
CHAPITRE 2. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du...
CHAPITRE 3. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du...
CHAPITRE 4. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du...
CHAPITRE 5. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du...
CHAPITRE 6. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du...
CHAPITRE 7. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du...
CHAPITRE 8. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du...
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
ANNEXES.
Tekst (102)
Texte (102)
HOOFDSTUK 1. - Omzetting
CHAPITRE 1er. - Transposition
Artikel 1. Dit ontwerp voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2013/16/EU van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van overheidsopdrachten, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië.
Article 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© transpose partiellement la Directive 2013/16/UE du Conseil du 13 mai 2013 portant adaptation de certaines directives dans le domaine des marchĂ©s publics, du fait de l'adhĂ©sion de la RĂ©publique de Croatie.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 20 december 2010 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen in het kader van overheidsopdrachten
CHAPITRE 2. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 2010 relatif Ă la promotion de vĂ©hicules de transport routier propres et Ă©conomes en Ă©nergie dans le cadre des marchĂ©s publics
Art. 2. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 december 2010 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen in het kader van overheidsopdrachten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepaling onder 1° wordt aangevuld met de woorden "of de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006, al naargelang;";
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
"2° overheidsopdracht en opdracht : de overheidsopdracht of de opdracht onderworpen aan de wet overheidsopdrachten;";
3° in de Nederlandse tekst van de bepaling onder 3° worden de woorden "of entiteit" ingevoegd tussen het woord "dienst" en het woord "onderworpen".
1° de bepaling onder 1° wordt aangevuld met de woorden "of de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006, al naargelang;";
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
"2° overheidsopdracht en opdracht : de overheidsopdracht of de opdracht onderworpen aan de wet overheidsopdrachten;";
3° in de Nederlandse tekst van de bepaling onder 3° worden de woorden "of entiteit" ingevoegd tussen het woord "dienst" en het woord "onderworpen".
Art. 2. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 2010 relatif Ă la promotion de vĂ©hicules de transport routier propres et Ă©conomes en Ă©nergie dans le cadre des marchĂ©s publics, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° le 1° est complété par les mots " ou la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services, selon le cas; ";
2° le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° marché public et marché : respectivement le marché public et le marché soumis à l'application de la loi relative aux marchés publics; ";
3° dans le texte néerlandais du 3°, les mots " of entiteit " sont insérés entre le mot " dienst " et le mot " onderworpen ".
1° le 1° est complété par les mots " ou la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services, selon le cas; ";
2° le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° marché public et marché : respectivement le marché public et le marché soumis à l'application de la loi relative aux marchés publics; ";
3° dans le texte néerlandais du 3°, les mots " of entiteit " sont insérés entre le mot " dienst " et le mot " onderworpen ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011
CHAPITRE 3. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 15 juillet 2011 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques
Art. 3. In artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011 worden de woorden "hoofdstukken I tot IV" aangevuld met de woorden "en V, afdeling 2,".
Art. 3. Dans l'article 4, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 juillet 2011 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques, les mots " chapitres Ier Ă IV " sont complĂ©tĂ©s par les mots " et V, section 2, ".
Art. 4. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende :
" § 7. De technische specificaties die op de opdracht van toepassing zijn, kunnen worden aangevuld met mallen, stalen, modellen, types en dergelijke meer, die door de aanbestedende overheid worden gemerkt.
Indien de werken, leveringen of diensten tegelijkertijd omschreven worden door plannen, modellen en stalen, en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, bepalen de plannen de vorm, de afmetingen en de aard van het materiaal waaruit het product is vervaardigd. De modellen dienen slechts voor het onderzoek van de afwerking en de stalen om de kwaliteit na te gaan.".
" § 7. De technische specificaties die op de opdracht van toepassing zijn, kunnen worden aangevuld met mallen, stalen, modellen, types en dergelijke meer, die door de aanbestedende overheid worden gemerkt.
Indien de werken, leveringen of diensten tegelijkertijd omschreven worden door plannen, modellen en stalen, en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, bepalen de plannen de vorm, de afmetingen en de aard van het materiaal waaruit het product is vervaardigd. De modellen dienen slechts voor het onderzoek van de afwerking en de stalen om de kwaliteit na te gaan.".
Art. 4. L'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par le paragraphe 7 rĂ©digĂ© comme suit :
" § 7. Les spĂ©cifications techniques rendues applicables au marchĂ© peuvent ĂȘtre complĂ©tĂ©es par des calibres, Ă©chantillons, modĂšles, types et autres Ă©lĂ©ments similaires, lesquels sont revĂȘtus de la marque du pouvoir adjudicateur.
Si les travaux, fournitures ou services sont définis à la fois par des plans, modÚles et échantillons, sauf disposition contraire dans les documents du marché, les plans déterminent la forme du produit, ses dimensions et la nature de la matiÚre dont il est constitué. Les modÚles ne sont considérés que pour le contrÎle du fini d'exécution et les échantillons pour la qualité. ".
" § 7. Les spĂ©cifications techniques rendues applicables au marchĂ© peuvent ĂȘtre complĂ©tĂ©es par des calibres, Ă©chantillons, modĂšles, types et autres Ă©lĂ©ments similaires, lesquels sont revĂȘtus de la marque du pouvoir adjudicateur.
Si les travaux, fournitures ou services sont définis à la fois par des plans, modÚles et échantillons, sauf disposition contraire dans les documents du marché, les plans déterminent la forme du produit, ses dimensions et la nature de la matiÚre dont il est constitué. Les modÚles ne sont considérés que pour le contrÎle du fini d'exécution et les échantillons pour la qualité. ".
Art. 5. Het opschrift van afdeling 8 van het eerste hoofdstuk van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
"Afdeling 8. - Beroep op onderaannemers en andere entiteiten".
"Afdeling 8. - Beroep op onderaannemers en andere entiteiten".
Art. 5. L'intitulĂ© de la section 8 du chapitre 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Section 8. - Recours à des sous-traitants et à d'autres entités ".
" Section 8. - Recours à des sous-traitants et à d'autres entités ".
Art. 6. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 12. De aanbestedende overheid kan de inschrijver in de opdrachtdocumenten verzoeken om in zijn offerte te vermelden welk gedeelte van de opdracht hij voornemens is in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.
Wanneer de kandidaat of de inschrijver een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten als bedoeld in artikel 74 en die draagkracht bepalend is voor zijn selectie, vermeldt de kandidaat of de inschrijver, al naargelang, steeds voor welk gedeelte hij een beroep doet op die draagkracht en welke andere entiteiten hij voorstelt :
1° in zijn offerte ingeval de procedure slechts één fase met de indiening van offertes omvat;
2° zowel in zijn aanvraag tot deelneming als in zijn offerte ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat.
De in het eerste en tweede lid bedoelde vermelding laat de aansprakelijkheid van de inschrijver onverlet.
In de situatie van het tweede lid, 2°, verifieert de aanbestedende overheid in de tweede fase of de inschrijver de in de inleidende zin van dat lid bedoelde vermeldingen in zijn offerte heeft opgenomen en of deze overeenstemmen met de vermeldingen in zijn aanvraag tot deelneming, die in de eerste fase tot zijn selectie hebben geleid.".
"Art. 12. De aanbestedende overheid kan de inschrijver in de opdrachtdocumenten verzoeken om in zijn offerte te vermelden welk gedeelte van de opdracht hij voornemens is in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.
Wanneer de kandidaat of de inschrijver een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten als bedoeld in artikel 74 en die draagkracht bepalend is voor zijn selectie, vermeldt de kandidaat of de inschrijver, al naargelang, steeds voor welk gedeelte hij een beroep doet op die draagkracht en welke andere entiteiten hij voorstelt :
1° in zijn offerte ingeval de procedure slechts één fase met de indiening van offertes omvat;
2° zowel in zijn aanvraag tot deelneming als in zijn offerte ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat.
De in het eerste en tweede lid bedoelde vermelding laat de aansprakelijkheid van de inschrijver onverlet.
In de situatie van het tweede lid, 2°, verifieert de aanbestedende overheid in de tweede fase of de inschrijver de in de inleidende zin van dat lid bedoelde vermeldingen in zijn offerte heeft opgenomen en of deze overeenstemmen met de vermeldingen in zijn aanvraag tot deelneming, die in de eerste fase tot zijn selectie hebben geleid.".
Art. 6. L'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 12. Le pouvoir adjudicateur peut, dans les documents du marché, demander au soumissionnaire d'indiquer dans son offre la part du marché qu'il a l'intention de sous-traiter ainsi que les sous-traitants proposés.
Lorsque le candidat ou le soumissionnaire fait appel à la capacité d'autres entités au sens de l'article 74 et que cette capacité est déterminante pour sa sélection, le candidat ou le soumissionnaire, selon le cas, mentionne toujours pour quelle part du marché il fait appel à cette capacité et quelles autres entités il propose :
1° dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une seule phase impliquant l'introduction d'offres;
2° tant dans sa demande de participation que dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une premiĂšre phase impliquant l'introduction de demandes de participation.
La mention visée aux alinéas 1er et 2 ne préjuge pas la question de la responsabilité du soumissionnaire.
Dans la situation de l'alinéa 2, 2°, le pouvoir adjudicateur vérifie au cours de la deuxiÚme phase si le soumissionnaire a inclus dans son offre les mentions visées dans la phrase introductive de cet alinéa et si ces derniÚres correspondent avec les mentions reprises dans sa demande de participation qui, dans la premiÚre phase, ont conduit à sa sélection. ".
" Art. 12. Le pouvoir adjudicateur peut, dans les documents du marché, demander au soumissionnaire d'indiquer dans son offre la part du marché qu'il a l'intention de sous-traiter ainsi que les sous-traitants proposés.
Lorsque le candidat ou le soumissionnaire fait appel à la capacité d'autres entités au sens de l'article 74 et que cette capacité est déterminante pour sa sélection, le candidat ou le soumissionnaire, selon le cas, mentionne toujours pour quelle part du marché il fait appel à cette capacité et quelles autres entités il propose :
1° dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une seule phase impliquant l'introduction d'offres;
2° tant dans sa demande de participation que dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une premiĂšre phase impliquant l'introduction de demandes de participation.
La mention visée aux alinéas 1er et 2 ne préjuge pas la question de la responsabilité du soumissionnaire.
Dans la situation de l'alinéa 2, 2°, le pouvoir adjudicateur vérifie au cours de la deuxiÚme phase si le soumissionnaire a inclus dans son offre les mentions visées dans la phrase introductive de cet alinéa et si ces derniÚres correspondent avec les mentions reprises dans sa demande de participation qui, dans la premiÚre phase, ont conduit à sa sélection. ".
Art. 7. In artikel 21, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "te" opgeheven tussen de woorden "tot de" en de woorden "uit te voeren".
Art. 7. Dans l'article 21, § 3, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, dans le texte nĂ©erlandais, le mot " te " est abrogĂ© entre les mots " tot de " et les mots " uit te voeren ".
Art. 8. In artikel 26, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"Bij opdrachten voor leveringen die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de totale waarde van de opeenvolgende soortgelijke opdrachten die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste levering of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
"Bij opdrachten voor leveringen die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de totale waarde van de opeenvolgende soortgelijke opdrachten die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste levering of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
Art. 8. Dans l'article 26 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" Lorsque des marchĂ©s de fournitures prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur totale des marchĂ©s successifs analogues Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre livraison ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
" Lorsque des marchĂ©s de fournitures prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur totale des marchĂ©s successifs analogues Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre livraison ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
Art. 9. In artikel 27, van hetzelfde besluit wordt paragraaf 3 vervangen als volgt :
" § 3. Bij opdrachten voor diensten die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de geraamde totale waarde van de opeenvolgende opdrachten van dezelfde categorie die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste prestatie of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
" § 3. Bij opdrachten voor diensten die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de geraamde totale waarde van de opeenvolgende opdrachten van dezelfde categorie die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste prestatie of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
Art. 9. Dans l'article 27 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 3. Lorsque des marchĂ©s de services prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur estimĂ©e totale des marchĂ©s successifs de la mĂȘme catĂ©gorie Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre prestation, ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
" § 3. Lorsque des marchĂ©s de services prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur estimĂ©e totale des marchĂ©s successifs de la mĂȘme catĂ©gorie Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre prestation, ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
Art. 10. In artikel 37 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid aangevuld met de volgende woorden : ", noch op de opdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst.".
Art. 10. Dans l'article 37 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 2 est complĂ©tĂ© par les mots " , ni aux marchĂ©s fondĂ©s sur un accord-cadre. ".
Art. 11. In artikel 44 van hetzelfde besluit worden de woorden "en 48, derde lid" vervangen door de woorden "48, derde lid, en 49.".
Art. 11. Dans l'article 44 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " et 48, alinĂ©a 3 " sont remplacĂ©s par les mots " , 48, alinĂ©a 3, et 49. ".
Art. 12. In artikel 49 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen als volgt :
" § 2. Bij beperkte procedure is de minimumtermijn voor de ontvangst van de offertes vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging om een offerte in te dienen.
Deze termijn kan tot tien dagen worden ingekort wanneer cumulatief is voldaan aan de volgende voorwaarden :
1° het spoedeisend karakter maakt de termijn bedoeld in het vorige lid niet haalbaar;
2° de uitnodiging om een offerte in te dienen wordt per telefax of via elektronische middelen verzonden.".
" § 2. Bij beperkte procedure is de minimumtermijn voor de ontvangst van de offertes vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging om een offerte in te dienen.
Deze termijn kan tot tien dagen worden ingekort wanneer cumulatief is voldaan aan de volgende voorwaarden :
1° het spoedeisend karakter maakt de termijn bedoeld in het vorige lid niet haalbaar;
2° de uitnodiging om een offerte in te dienen wordt per telefax of via elektronische middelen verzonden.".
Art. 12. Dans l'article 49 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 2. En procédure restreinte, le délai minimum de réception des offres est de quinze jours à compter de la date de l'envoi de l'invitation à présenter une offre.
Ce dĂ©lai peut ĂȘtre rĂ©duit Ă dix jours lorsque les deux conditions suivantes sont rĂ©unies :
1° l'urgence rend impraticable le délai visé à l'alinéa précédent;
2° l'invitation à présenter une offre est envoyée par télécopie ou par des moyens électroniques. ".
" § 2. En procédure restreinte, le délai minimum de réception des offres est de quinze jours à compter de la date de l'envoi de l'invitation à présenter une offre.
Ce dĂ©lai peut ĂȘtre rĂ©duit Ă dix jours lorsque les deux conditions suivantes sont rĂ©unies :
1° l'urgence rend impraticable le délai visé à l'alinéa précédent;
2° l'invitation à présenter une offre est envoyée par télécopie ou par des moyens électroniques. ".
Art. 13. In artikel 52, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt :
"1° dat de elektronische handtekening conform is met de regels van het Europees en het daarmee overeenstemmende nationaal recht inzake de geavanceerde elektronische handtekening met een geldig gekwalificeerd certificaat, waarbij deze handtekening werd gerealiseerd via een veilig middel voor het aanmaken van een handtekening. Voor de aanvragen tot deelneming geldt deze eis enkel voor zover de aanbestedende overheid de ondertekening ervan oplegt;".
"1° dat de elektronische handtekening conform is met de regels van het Europees en het daarmee overeenstemmende nationaal recht inzake de geavanceerde elektronische handtekening met een geldig gekwalificeerd certificaat, waarbij deze handtekening werd gerealiseerd via een veilig middel voor het aanmaken van een handtekening. Voor de aanvragen tot deelneming geldt deze eis enkel voor zover de aanbestedende overheid de ondertekening ervan oplegt;".
Art. 13. Dans l'article 52, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 1° est remplacĂ© par ce qui suit :
" 1° que la signature électronique est conforme aux rÚgles du droit européen et du droit national qui y correspond, relatives à la signature électronique avancée accompagnée d'un certificat qualifié et valide, et réalisée au moyen d'un dispositif sécurisé de création de signature. Cette exigence ne s'applique pour les demandes de participation que si le pouvoir adjudicateur impose qu'elles soient signées; ".
" 1° que la signature électronique est conforme aux rÚgles du droit européen et du droit national qui y correspond, relatives à la signature électronique avancée accompagnée d'un certificat qualifié et valide, et réalisée au moyen d'un dispositif sécurisé de création de signature. Cette exigence ne s'applique pour les demandes de participation que si le pouvoir adjudicateur impose qu'elles soient signées; ".
Art. 14. In artikel 54, § 2, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"Een inschrijver mag slechts één offerte per opdracht indienen behalve in geval van eventuele varianten en bij concurrentiedialoog. Voor de toepassing van deze bepaling wordt elke deelnemer aan een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid beschouwd als een inschrijver.".
"Een inschrijver mag slechts één offerte per opdracht indienen behalve in geval van eventuele varianten en bij concurrentiedialoog. Voor de toepassing van deze bepaling wordt elke deelnemer aan een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid beschouwd als een inschrijver.".
Art. 14. Dans l'article 54, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" Un soumissionnaire ne peut remettre qu'une offre par marché sauf en cas d'éventuelles variantes et de dialogue compétitif. Pour l'application de cette disposition, chaque participant à un groupement sans personnalité juridique est considéré comme un soumissionnaire. ".
" Un soumissionnaire ne peut remettre qu'une offre par marché sauf en cas d'éventuelles variantes et de dialogue compétitif. Pour l'application de cette disposition, chaque participant à un groupement sans personnalité juridique est considéré comme un soumissionnaire. ".
Art. 15. In artikel 58, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden ", bij gebrek aan een dergelijke aankondiging," ingevoegd tussen de woorden "de aankondiging van opdracht of" en de woorden "in de uitnodiging tot het indienen van een offerte".
Art. 15. Dans l'article 58, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " , en l'absence d'un tel avis, " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " dans l'avis de marchĂ© ou " et les mots " dans l'invitation Ă prĂ©senter une offre ".
Art. 16. In artikel 59, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden "de uit hoofde van de artikelen 61 tot 79 overgelegde inlichtingen en documenten" vervangen door de woorden "de in de artikelen 61 tot 79 bedoelde inlichtingen en documenten".
Art. 16. Dans l'article 59, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " les renseignements et documents prĂ©sentĂ©s en application des articles 61 Ă 79 " sont remplacĂ©s par les mots " les renseignements et documents visĂ©s aux articles 61 Ă 79 ".
Art. 17. Artikel 61 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 61. § 1. Overeenkomstig artikel 20 van de wet wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
2° omkoping als bedoeld in artikelen 246 en 250 van het Strafwetboek;
3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 60, § 1, vraagt de aanbestedende overheid, met het oog op de toepassing van deze paragraaf, aan de kandidaten of inschrijvers, om de noodzakelijke inlichtingen of documenten over te leggen. Indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van die kandidaten of inschrijvers, kan zij de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze ter zake nodig acht.
De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting tot uitsluiting van de toegang tot de gunningsprocedure.
§ 2. Overeenkomstig artikel 20 van de wet kan in elk stadium van de gunningsprocedure worden uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die :
1° in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt, die een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of die in een vergelijkbare toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;
2° aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in andere nationale reglementeringen;
3° bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast;
4° bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan;
5° niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn socialezekerheidsbijdragen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 62;
6° niet in orde is met de betaling van zijn belastingen volgens de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is, overeenkomstig de bepalingen van artikel 63;
7° zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opeisbaar bij toepassing van dit hoofdstuk, of die deze inlichtingen niet heeft verstrekt.
§ 3. Het bewijs dat de kandidaat of inschrijver zich niet in één van de gevallen vermeld in de §§ 1 en 2 bevindt, kan geleverd worden door :
1° voor § 1 en § 2, 1°, 2° of 3° : een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document uitgereikt door een gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan;
2° voor § 2, 5° en 6° : een attest uitgereikt door de bevoegde overheid van het betrokken land;
3° voor § 2, 4° en 7° : elk middel dat de aanbestedende overheid aannemelijk kan maken.
Wanneer een document of attest als bedoeld in 1° en 2° van het eerste lid, is vereist, niet wordt uitgereikt in het betrokken land of daarin niet alle in § 1 en in § 2, 1°, 2° of 3°, bedoelde gevallen worden vermeld, kan het worden vervangen door een verklaring onder eed of, in landen waar niet in een eed is voorzien, door een plechtige verklaring van de betrokkene voor een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.
§ 4. Bij open procedure, vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in één fase verloopt, vormt het loutere feit van de indiening van de offerte vanwege de inschrijver zijn impliciete verklaring op erewoord dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bevindt als bedoeld in de eerste en de tweede paragraaf.
De verplichte toepassing van de impliciete verklaring op erewoord geldt enkel in zoverre de inlichtingen of documenten betreffende de uitsluitingsgevallen waarop de verklaring slaat, voor de aanbestedende overheid kosteloos toegankelijk zijn via elektronische middelen als bedoeld in artikel 60, § 1.
Bij de procedures vermeld in het eerste lid, wanneer de voorwaarde van het tweede lid niet is vervuld, alsook bij beperkte procedure, concurrentiedialoog, onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in meerdere fases verloopt, kan de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten bepalen dat het loutere feit van de indiening van de aanvraag tot deelneming of van de offerte, de impliciete verklaring op erewoord van de kandidaat respectievelijk de inschrijver vormt dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bedoeld in §§ 1 en 2 bevindt.
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 63, § 2, laatste lid, wat betreft de verificatie van de naleving van de fiscale verplichtingen als bedoeld in § 2, 6°, gaat de aanbestedende overheid bij toepassing van de in de vorige leden bedoelde verklaring de toestand na van, al naargelang :
1° de voor selectie in aanmerking komende kandidaten, alvorens de selectiebeslissing te nemen;
2° de als opdrachtnemer in aanmerking komende inschrijver, alvorens de gunningsbeslissing te nemen.".
"Art. 61. § 1. Overeenkomstig artikel 20 van de wet wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
2° omkoping als bedoeld in artikelen 246 en 250 van het Strafwetboek;
3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 60, § 1, vraagt de aanbestedende overheid, met het oog op de toepassing van deze paragraaf, aan de kandidaten of inschrijvers, om de noodzakelijke inlichtingen of documenten over te leggen. Indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van die kandidaten of inschrijvers, kan zij de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze ter zake nodig acht.
De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting tot uitsluiting van de toegang tot de gunningsprocedure.
§ 2. Overeenkomstig artikel 20 van de wet kan in elk stadium van de gunningsprocedure worden uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die :
1° in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt, die een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of die in een vergelijkbare toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;
2° aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in andere nationale reglementeringen;
3° bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast;
4° bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan;
5° niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn socialezekerheidsbijdragen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 62;
6° niet in orde is met de betaling van zijn belastingen volgens de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is, overeenkomstig de bepalingen van artikel 63;
7° zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opeisbaar bij toepassing van dit hoofdstuk, of die deze inlichtingen niet heeft verstrekt.
§ 3. Het bewijs dat de kandidaat of inschrijver zich niet in één van de gevallen vermeld in de §§ 1 en 2 bevindt, kan geleverd worden door :
1° voor § 1 en § 2, 1°, 2° of 3° : een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document uitgereikt door een gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan;
2° voor § 2, 5° en 6° : een attest uitgereikt door de bevoegde overheid van het betrokken land;
3° voor § 2, 4° en 7° : elk middel dat de aanbestedende overheid aannemelijk kan maken.
Wanneer een document of attest als bedoeld in 1° en 2° van het eerste lid, is vereist, niet wordt uitgereikt in het betrokken land of daarin niet alle in § 1 en in § 2, 1°, 2° of 3°, bedoelde gevallen worden vermeld, kan het worden vervangen door een verklaring onder eed of, in landen waar niet in een eed is voorzien, door een plechtige verklaring van de betrokkene voor een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.
§ 4. Bij open procedure, vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in één fase verloopt, vormt het loutere feit van de indiening van de offerte vanwege de inschrijver zijn impliciete verklaring op erewoord dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bevindt als bedoeld in de eerste en de tweede paragraaf.
De verplichte toepassing van de impliciete verklaring op erewoord geldt enkel in zoverre de inlichtingen of documenten betreffende de uitsluitingsgevallen waarop de verklaring slaat, voor de aanbestedende overheid kosteloos toegankelijk zijn via elektronische middelen als bedoeld in artikel 60, § 1.
Bij de procedures vermeld in het eerste lid, wanneer de voorwaarde van het tweede lid niet is vervuld, alsook bij beperkte procedure, concurrentiedialoog, onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in meerdere fases verloopt, kan de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten bepalen dat het loutere feit van de indiening van de aanvraag tot deelneming of van de offerte, de impliciete verklaring op erewoord van de kandidaat respectievelijk de inschrijver vormt dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bedoeld in §§ 1 en 2 bevindt.
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 63, § 2, laatste lid, wat betreft de verificatie van de naleving van de fiscale verplichtingen als bedoeld in § 2, 6°, gaat de aanbestedende overheid bij toepassing van de in de vorige leden bedoelde verklaring de toestand na van, al naargelang :
1° de voor selectie in aanmerking komende kandidaten, alvorens de selectiebeslissing te nemen;
2° de als opdrachtnemer in aanmerking komende inschrijver, alvorens de gunningsbeslissing te nemen.".
Art. 17. L'article 61 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 61. § 1er. Conformément à l'article 20 de la loi, est exclu de l'accÚs au marché, à quelque stade que ce soit de la procédure, le candidat ou le soumissionnaire qui a fait l'objet d'une condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée dont le pouvoir adjudicateur a connaissance pour :
1° participation à une organisation criminelle telle que définie à l'article 324bis du Code pénal;
2° corruption, telle que définie aux articles 246 et 250 du Code pénal;
3° fraude au sens de l'article 1er de la convention relative Ă la protection des intĂ©rĂȘts financiers des communautĂ©s europĂ©ennes, approuvĂ©e par la loi du 17 fĂ©vrier 2002;
4° blanchiment de capitaux tel que défini à l'article 5 de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du systÚme financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme.
Sous réserve de l'application de l'article 60, § 1er, le pouvoir adjudicateur, en vue de l'application du présent paragraphe, demande aux candidats ou soumissionnaires de fournir les renseignements ou documents nécessaires. Lorsqu'il a des doutes sur la situation personnelle de ces candidats ou soumissionnaires, il peut s'adresser aux autorités compétentes belges ou étrangÚres pour obtenir les informations qu'il estime nécessaires à ce propos.
Le pouvoir adjudicateur peut, pour des exigences impĂ©ratives d'intĂ©rĂȘt gĂ©nĂ©ral, dĂ©roger Ă l'obligation d'exclusion de l'accĂšs au marchĂ© visĂ©e au prĂ©sent paragraphe.
§ 2. ConformĂ©ment Ă l'article 20 de la loi, peut ĂȘtre exclu de l'accĂšs au marchĂ©, Ă quelque stade que ce soit de la procĂ©dure, le candidat ou le soumissionnaire :
1° qui est en Ă©tat de faillite, de liquidation, de cessation d'activitĂ©s, de rĂ©organisation judiciaire ou dans toute situation analogue rĂ©sultant d'une procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
2° qui a fait l'aveu de sa faillite ou fait l'objet d'une procĂ©dure de liquidation, de rĂ©organisation judiciaire ou de toute autre procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
3° qui a fait l'objet d'une condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée pour tout délit affectant sa moralité professionnelle;
4° qui, en matiÚre professionnelle, a commis une faute grave;
5° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses cotisations de sécurité sociale conformément aux dispositions de l'article 62;
6° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses impÎts et taxes selon la législation belge ou celle du pays dans lequel il est établi, conformément aux dispositions de l'article 63;
7° qui s'est rendu gravement coupable de fausses déclarations en fournissant des renseignements exigibles en application du présent chapitre ou qui n'a pas fourni ces renseignements.
§ 3. La preuve que le candidat ou le soumissionnaire ne se trouve pas dans un des cas citĂ©s au §§ 1er et 2, peut ĂȘtre apportĂ©e par :
1° pour le § 1er et le § 2, 1°, 2° ou 3° : un extrait du casier judiciaire ou un document équivalent délivré par une autorité judiciaire ou administrative du pays d'origine ou de provenance et dont il résulte que ces exigences sont satisfaites;
2° pour le § 2, 5° et 6° : une attestation délivrée par l'autorité compétente du pays concerné;
3° pour le § 2, 4° et 7° : tout moyen dont le pouvoir adjudicateur pourra justifier.
Lorsqu'un document ou attestation visĂ© aux 1° et 2° de l'alinĂ©a 1er n'est pas dĂ©livrĂ© dans le pays concernĂ© ou ne mentionne pas tous les cas visĂ©s au § 1er et au § 2, 1°, 2° ou 3°, il peut ĂȘtre remplacĂ© par une dĂ©claration sous serment ou, dans les pays oĂč un tel serment n'existe pas, par une dĂ©claration solennelle faite par l'intĂ©ressĂ© devant une autoritĂ© judiciaire ou administrative, un notaire ou un organisme professionnel qualifiĂ© du pays d'origine ou de provenance.
§ 4. En cas de procédure ouverte, de procédure négociée directe avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en une seule phase, le soumissionnaire, par le simple fait d'introduire l'offre, déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
L'application obligatoire de la dĂ©claration implicite sur l'honneur ne vaut que dans la mesure oĂč le pouvoir adjudicateur a accĂšs gratuitement, par des moyens Ă©lectroniques visĂ©s Ă l'article 60, § 1er, aux renseignements ou documents relatifs aux cas d'exclusion sur lesquels porte la dĂ©claration.
Pour les procédures mentionnées à l'alinéa 1er, lorsque n'est pas remplie la condition de l'alinéa 2, mais aussi en cas de procédure restreinte, de dialogue compétitif, de procédure négociée avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en plusieurs phases, le pouvoir adjudicateur peut prévoir dans les documents du marché que par le simple fait d'introduire la demande de participation ou l'offre, respectivement le candidat ou le soumissionnaire déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
Sous réserve des dispositions de l'article 63, § 2, dernier alinéa, concernant la vérification du respect des obligations fiscales visées au § 2, 6°, le pouvoir adjudicateur, en application de la déclaration visée aux alinéas précédents, procÚde à la vérification de la situation, selon le cas :
1° des candidats entrant en considération pour la sélection, avant de prendre la décision de sélection;
2° du soumissionnaire susceptible d'ĂȘtre dĂ©signĂ© adjudicataire, avant de prendre la dĂ©cision d'attribution. ".
" Art. 61. § 1er. Conformément à l'article 20 de la loi, est exclu de l'accÚs au marché, à quelque stade que ce soit de la procédure, le candidat ou le soumissionnaire qui a fait l'objet d'une condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée dont le pouvoir adjudicateur a connaissance pour :
1° participation à une organisation criminelle telle que définie à l'article 324bis du Code pénal;
2° corruption, telle que définie aux articles 246 et 250 du Code pénal;
3° fraude au sens de l'article 1er de la convention relative Ă la protection des intĂ©rĂȘts financiers des communautĂ©s europĂ©ennes, approuvĂ©e par la loi du 17 fĂ©vrier 2002;
4° blanchiment de capitaux tel que défini à l'article 5 de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du systÚme financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme.
Sous réserve de l'application de l'article 60, § 1er, le pouvoir adjudicateur, en vue de l'application du présent paragraphe, demande aux candidats ou soumissionnaires de fournir les renseignements ou documents nécessaires. Lorsqu'il a des doutes sur la situation personnelle de ces candidats ou soumissionnaires, il peut s'adresser aux autorités compétentes belges ou étrangÚres pour obtenir les informations qu'il estime nécessaires à ce propos.
Le pouvoir adjudicateur peut, pour des exigences impĂ©ratives d'intĂ©rĂȘt gĂ©nĂ©ral, dĂ©roger Ă l'obligation d'exclusion de l'accĂšs au marchĂ© visĂ©e au prĂ©sent paragraphe.
§ 2. ConformĂ©ment Ă l'article 20 de la loi, peut ĂȘtre exclu de l'accĂšs au marchĂ©, Ă quelque stade que ce soit de la procĂ©dure, le candidat ou le soumissionnaire :
1° qui est en Ă©tat de faillite, de liquidation, de cessation d'activitĂ©s, de rĂ©organisation judiciaire ou dans toute situation analogue rĂ©sultant d'une procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
2° qui a fait l'aveu de sa faillite ou fait l'objet d'une procĂ©dure de liquidation, de rĂ©organisation judiciaire ou de toute autre procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
3° qui a fait l'objet d'une condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée pour tout délit affectant sa moralité professionnelle;
4° qui, en matiÚre professionnelle, a commis une faute grave;
5° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses cotisations de sécurité sociale conformément aux dispositions de l'article 62;
6° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses impÎts et taxes selon la législation belge ou celle du pays dans lequel il est établi, conformément aux dispositions de l'article 63;
7° qui s'est rendu gravement coupable de fausses déclarations en fournissant des renseignements exigibles en application du présent chapitre ou qui n'a pas fourni ces renseignements.
§ 3. La preuve que le candidat ou le soumissionnaire ne se trouve pas dans un des cas citĂ©s au §§ 1er et 2, peut ĂȘtre apportĂ©e par :
1° pour le § 1er et le § 2, 1°, 2° ou 3° : un extrait du casier judiciaire ou un document équivalent délivré par une autorité judiciaire ou administrative du pays d'origine ou de provenance et dont il résulte que ces exigences sont satisfaites;
2° pour le § 2, 5° et 6° : une attestation délivrée par l'autorité compétente du pays concerné;
3° pour le § 2, 4° et 7° : tout moyen dont le pouvoir adjudicateur pourra justifier.
Lorsqu'un document ou attestation visĂ© aux 1° et 2° de l'alinĂ©a 1er n'est pas dĂ©livrĂ© dans le pays concernĂ© ou ne mentionne pas tous les cas visĂ©s au § 1er et au § 2, 1°, 2° ou 3°, il peut ĂȘtre remplacĂ© par une dĂ©claration sous serment ou, dans les pays oĂč un tel serment n'existe pas, par une dĂ©claration solennelle faite par l'intĂ©ressĂ© devant une autoritĂ© judiciaire ou administrative, un notaire ou un organisme professionnel qualifiĂ© du pays d'origine ou de provenance.
§ 4. En cas de procédure ouverte, de procédure négociée directe avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en une seule phase, le soumissionnaire, par le simple fait d'introduire l'offre, déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
L'application obligatoire de la dĂ©claration implicite sur l'honneur ne vaut que dans la mesure oĂč le pouvoir adjudicateur a accĂšs gratuitement, par des moyens Ă©lectroniques visĂ©s Ă l'article 60, § 1er, aux renseignements ou documents relatifs aux cas d'exclusion sur lesquels porte la dĂ©claration.
Pour les procédures mentionnées à l'alinéa 1er, lorsque n'est pas remplie la condition de l'alinéa 2, mais aussi en cas de procédure restreinte, de dialogue compétitif, de procédure négociée avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en plusieurs phases, le pouvoir adjudicateur peut prévoir dans les documents du marché que par le simple fait d'introduire la demande de participation ou l'offre, respectivement le candidat ou le soumissionnaire déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
Sous réserve des dispositions de l'article 63, § 2, dernier alinéa, concernant la vérification du respect des obligations fiscales visées au § 2, 6°, le pouvoir adjudicateur, en application de la déclaration visée aux alinéas précédents, procÚde à la vérification de la situation, selon le cas :
1° des candidats entrant en considération pour la sélection, avant de prendre la décision de sélection;
2° du soumissionnaire susceptible d'ĂȘtre dĂ©signĂ© adjudicataire, avant de prendre la dĂ©cision d'attribution. ".
Art. 18. In artikel 62, § 1, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 60, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders, bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de vereisten inzake de betaling van zijn bijdragen voor de sociale zekerheid.".
" § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 60, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders, bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de vereisten inzake de betaling van zijn bijdragen voor de sociale zekerheid.".
Art. 18. Dans l'article 62, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 60, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire employant du personnel assujetti Ă la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation de l'Office national de SĂ©curitĂ© sociale dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle en matiĂšre de paiement de ses cotisations de sĂ©curitĂ© sociale. ".
" § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 60, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire employant du personnel assujetti Ă la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation de l'Office national de SĂ©curitĂ© sociale dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle en matiĂšre de paiement de ses cotisations de sĂ©curitĂ© sociale. ".
Art. 19. Artikel 63 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 63. § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 60, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest waaruit blijkt dat hij heeft voldaan aan zijn fiscale verplichtingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.
§ 2. Voor een Belgische kandidaat of inschrijver verifieert de aanbestedende overheid de naleving van de fiscale verplichtingen ten opzichte van de FOD Financiën, op basis van het attest dat door die laatste wordt afgeleverd.
De kandidaat of inschrijver heeft aan de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen voldaan, indien hij voor die verplichtingen geen schuld heeft van meer dan 3.000 euro, of voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen en de afbetalingen daarvan strikt in acht neemt.
Evenwel, zelfs wanneer de in deze paragraaf bedoelde schuld groter is dan 3.000 euro, zal de kandidaat of inschrijver in orde bevonden worden indien hij, alvorens de beslissing over de selectie van de kandidaten of de gunning van de opdracht wordt genomen, al naargelang, aantoont dat hij op een aanbestedende overheid in de zin van artikel 2, 1°, van de wet of op een overheidsbedrijf in de zin van artikel 2, 2°, van de wet, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op 3.000 euro na, ten minste gelijk is aan de achterstallige afbetaling van zijn fiscale schulden.
Voor de in deze paragraaf bedoelde fiscale verplichtingen verifieert de aanbestedende overheid die via de in artikel 60, § 1, bedoelde elektronische middelen kosteloos toegang heeft tot het attest van de FOD Financiën, voor alle kandidaten of inschrijvers, al naargelang, de toestand binnen achtenveertig uur na de openingszitting, zo die plaatsvindt, dan wel binnen achtenveertig uur na het uiterste tijdstip voor het indienen van de aanvragen tot deelneming of de offertes, al naargelang.
§ 3. De aanbestedende overheid kan overgaan tot de verificatie van de naleving van de betaling van andere dan de in paragraaf 2 bedoelde fiscale schulden. In dat geval duidt zij in de opdrachtdocumenten precies aan welke andere fiscale schulden zij wenst te onderzoeken alsook aan de hand van welke documenten.".
"Art. 63. § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 60, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest waaruit blijkt dat hij heeft voldaan aan zijn fiscale verplichtingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.
§ 2. Voor een Belgische kandidaat of inschrijver verifieert de aanbestedende overheid de naleving van de fiscale verplichtingen ten opzichte van de FOD Financiën, op basis van het attest dat door die laatste wordt afgeleverd.
De kandidaat of inschrijver heeft aan de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen voldaan, indien hij voor die verplichtingen geen schuld heeft van meer dan 3.000 euro, of voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen en de afbetalingen daarvan strikt in acht neemt.
Evenwel, zelfs wanneer de in deze paragraaf bedoelde schuld groter is dan 3.000 euro, zal de kandidaat of inschrijver in orde bevonden worden indien hij, alvorens de beslissing over de selectie van de kandidaten of de gunning van de opdracht wordt genomen, al naargelang, aantoont dat hij op een aanbestedende overheid in de zin van artikel 2, 1°, van de wet of op een overheidsbedrijf in de zin van artikel 2, 2°, van de wet, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op 3.000 euro na, ten minste gelijk is aan de achterstallige afbetaling van zijn fiscale schulden.
Voor de in deze paragraaf bedoelde fiscale verplichtingen verifieert de aanbestedende overheid die via de in artikel 60, § 1, bedoelde elektronische middelen kosteloos toegang heeft tot het attest van de FOD Financiën, voor alle kandidaten of inschrijvers, al naargelang, de toestand binnen achtenveertig uur na de openingszitting, zo die plaatsvindt, dan wel binnen achtenveertig uur na het uiterste tijdstip voor het indienen van de aanvragen tot deelneming of de offertes, al naargelang.
§ 3. De aanbestedende overheid kan overgaan tot de verificatie van de naleving van de betaling van andere dan de in paragraaf 2 bedoelde fiscale schulden. In dat geval duidt zij in de opdrachtdocumenten precies aan welke andere fiscale schulden zij wenst te onderzoeken alsook aan de hand van welke documenten.".
Art. 19. L'article 63 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 63. § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 60, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle par rapport Ă ses obligations fiscales selon les dispositions lĂ©gales du pays oĂč il est Ă©tabli.
§ 2. Pour un candidat ou soumissionnaire belge, le pouvoir adjudicateur vérifie le respect des obligations fiscales à l'égard du SPF Finances, sur la base de l'attestation délivrée par ce dernier.
Est en rÚgle par rapport aux obligations visées au présent paragraphe, le candidat ou le soumissionnaire qui n'a pas, pour ces obligations, une dette supérieure à 3.000 euros, à moins qu'il n'ait obtenu pour cette dette des délais de paiement qu'il respecte strictement.
Toutefois, mĂȘme si la dette visĂ©e au prĂ©sent paragraphe est supĂ©rieure Ă 3.000 euros, le candidat ou le soumissionnaire sera considĂ©rĂ© comme Ă©tant en rĂšgle s'il Ă©tablit, avant la dĂ©cision de sĂ©lection ou d'attribution du marchĂ©, selon le cas, qu'il possĂšde, Ă l'Ă©gard d'un pouvoir adjudicateur au sens de l'article 2, 1°, de la loi ou d'une entreprise publique au sens de l'article 2, 2°, de la loi, une ou des crĂ©ances certaines, exigibles et libres de tout engagement Ă l'Ă©gard de tiers pour un montant au moins Ă©gal, Ă 3.000 euros prĂšs, Ă celui pour lequel il est en retard de paiement de ses dettes fiscales.
S'agissant des obligations fiscales visées au présent paragraphe, le pouvoir adjudicateur qui a accÚs gratuitement, par les moyens électroniques visés à l'article 60, § 1er, à l'attestation du SPF Finances, procÚde à la vérification de la situation de tous les candidats ou de tous les soumissionnaires, selon le cas, dans les quarante-huit heures suivant la séance d'ouverture, si celle-ci a lieu, ou dans les quarante-huit heures suivant le moment ultime pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, selon le cas.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur peut procéder à la vérification du respect du paiement de dettes fiscales autres que celles visées au paragraphe 2. Dans ce cas, il indique précisément, dans les documents du marché, les autres dettes fiscales qu'il entend vérifier ainsi que les documents sur la base desquels la vérification aura lieu. ".
" Art. 63. § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 60, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle par rapport Ă ses obligations fiscales selon les dispositions lĂ©gales du pays oĂč il est Ă©tabli.
§ 2. Pour un candidat ou soumissionnaire belge, le pouvoir adjudicateur vérifie le respect des obligations fiscales à l'égard du SPF Finances, sur la base de l'attestation délivrée par ce dernier.
Est en rÚgle par rapport aux obligations visées au présent paragraphe, le candidat ou le soumissionnaire qui n'a pas, pour ces obligations, une dette supérieure à 3.000 euros, à moins qu'il n'ait obtenu pour cette dette des délais de paiement qu'il respecte strictement.
Toutefois, mĂȘme si la dette visĂ©e au prĂ©sent paragraphe est supĂ©rieure Ă 3.000 euros, le candidat ou le soumissionnaire sera considĂ©rĂ© comme Ă©tant en rĂšgle s'il Ă©tablit, avant la dĂ©cision de sĂ©lection ou d'attribution du marchĂ©, selon le cas, qu'il possĂšde, Ă l'Ă©gard d'un pouvoir adjudicateur au sens de l'article 2, 1°, de la loi ou d'une entreprise publique au sens de l'article 2, 2°, de la loi, une ou des crĂ©ances certaines, exigibles et libres de tout engagement Ă l'Ă©gard de tiers pour un montant au moins Ă©gal, Ă 3.000 euros prĂšs, Ă celui pour lequel il est en retard de paiement de ses dettes fiscales.
S'agissant des obligations fiscales visées au présent paragraphe, le pouvoir adjudicateur qui a accÚs gratuitement, par les moyens électroniques visés à l'article 60, § 1er, à l'attestation du SPF Finances, procÚde à la vérification de la situation de tous les candidats ou de tous les soumissionnaires, selon le cas, dans les quarante-huit heures suivant la séance d'ouverture, si celle-ci a lieu, ou dans les quarante-huit heures suivant le moment ultime pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, selon le cas.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur peut procéder à la vérification du respect du paiement de dettes fiscales autres que celles visées au paragraphe 2. Dans ce cas, il indique précisément, dans les documents du marché, les autres dettes fiscales qu'il entend vérifier ainsi que les documents sur la base desquels la vérification aura lieu. ".
Art. 20. Artikel 90 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
" § 3. Wanneer de aanbestedende overheid het gebruik van elektronische middelen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 52, § 1, heeft toegestaan of opgelegd voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, kan zij beslissen de opening ervan te verdagen wanneer zij vóór de opening :
1° kennis heeft gekregen van een opgetreden onbeschikbaarheid van de e-procurementtoepassing, en;
2° door tenminste één kandidaat of inschrijver ervan op de hoogte is gebracht dat hij door die onbeschikbaarheid, zijn aanvraag tot deelneming of offerte, al naargelang, niet tijdig dreigt te kunnen indienen.
In geval van een verdaging van de opening overeenkomstig het eerste lid gaat de aanbestedende overheid over tot een aangepaste bekendmaking tot mededeling van de nieuwe datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, al naargelang.".
" § 3. Wanneer de aanbestedende overheid het gebruik van elektronische middelen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 52, § 1, heeft toegestaan of opgelegd voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, kan zij beslissen de opening ervan te verdagen wanneer zij vóór de opening :
1° kennis heeft gekregen van een opgetreden onbeschikbaarheid van de e-procurementtoepassing, en;
2° door tenminste één kandidaat of inschrijver ervan op de hoogte is gebracht dat hij door die onbeschikbaarheid, zijn aanvraag tot deelneming of offerte, al naargelang, niet tijdig dreigt te kunnen indienen.
In geval van een verdaging van de opening overeenkomstig het eerste lid gaat de aanbestedende overheid over tot een aangepaste bekendmaking tot mededeling van de nieuwe datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, al naargelang.".
Art. 20. L'article 90 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par le paragraphe 3 rĂ©digĂ© comme suit :
" § 3. Lorsque le pouvoir adjudicateur a autorisé ou a imposé, pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, l'utilisation de moyens électroniques satisfaisant aux conditions de l'article 52, § 1er, il peut décider de reporter l'ouverture lorsqu'avant celle-ci, il :
1° a eu connaissance d'une indisponibilité de l'application e-procurement, et;
2° a été averti par au moins un candidat ou un soumissionnaire de ce que ce dernier risque de ne pas pouvoir introduire à temps sa demande de participation ou son offre, selon le cas, en raison de ladite indisponibilité.
En cas de report de l'ouverture conformément à l'alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur procÚde à une publication adaptée communiquant la nouvelle date pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, selon le cas. ".
" § 3. Lorsque le pouvoir adjudicateur a autorisé ou a imposé, pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, l'utilisation de moyens électroniques satisfaisant aux conditions de l'article 52, § 1er, il peut décider de reporter l'ouverture lorsqu'avant celle-ci, il :
1° a eu connaissance d'une indisponibilité de l'application e-procurement, et;
2° a été averti par au moins un candidat ou un soumissionnaire de ce que ce dernier risque de ne pas pouvoir introduire à temps sa demande de participation ou son offre, selon le cas, en raison de ladite indisponibilité.
En cas de report de l'ouverture conformément à l'alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur procÚde à une publication adaptée communiquant la nouvelle date pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, selon le cas. ".
Art. 21. Artikel 95 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Artikel 95. § 1. De aanbestedende overheid gaat de regelmatigheid na van de offertes van de inschrijvers die aan de voorwaarden van het toegangsrecht en de kwalitatieve selectiecriteria voldoen. Ze onderzoekt de regelmatigheid, zowel op formeel als op materieel vlak.
§ 2. Op formeel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de vormvoorschriften van de artikelen 6, § 1, 51, § 2, 52, 54, § 2, 55, 80, 81, 82, 90 en 91 en van de opdrachtdocumenten, in de mate dat de vormvoorschriften van die artikelen of die documenten essentieel zijn.
Als een offerte daarentegen afwijkt van de overige vormvoorschriften van de in het eerste lid vermelde artikelen of van de opdrachtdocumenten, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 3. Op materieel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de bepalingen van dit besluit of van de opdrachtdocumenten betreffende met name de prijzen, termijnen en technische specificaties, in de mate dat die bepalingen essentieel zijn, of in geval van een abnormale prijs als bedoeld in de artikelen 21 en 99.
Als een offerte daarentegen niet in overeenstemming is met de andere bepalingen van dit besluit, meer bepaald met hoofdstuk 1, afdelingen 7 tot 11, en met hoofdstuk 6, afdelingen 2 tot 4, of van de opdrachtdocumenten, of nog enig voorbehoud inhoudt of elementen bevat die niet met de werkelijkheid overeenstemmen, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 4. Een substantieel onregelmatige offerte is nietig.
In geval van een niet-substantiële onregelmatigheid kan de aanbestedende overheid de offerte nietig verklaren. Als de aanbestedende overheid een offerte niet nietig verklaart, dan wordt deze offerte geacht regelmatig te zijn.".
"Artikel 95. § 1. De aanbestedende overheid gaat de regelmatigheid na van de offertes van de inschrijvers die aan de voorwaarden van het toegangsrecht en de kwalitatieve selectiecriteria voldoen. Ze onderzoekt de regelmatigheid, zowel op formeel als op materieel vlak.
§ 2. Op formeel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de vormvoorschriften van de artikelen 6, § 1, 51, § 2, 52, 54, § 2, 55, 80, 81, 82, 90 en 91 en van de opdrachtdocumenten, in de mate dat de vormvoorschriften van die artikelen of die documenten essentieel zijn.
Als een offerte daarentegen afwijkt van de overige vormvoorschriften van de in het eerste lid vermelde artikelen of van de opdrachtdocumenten, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 3. Op materieel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de bepalingen van dit besluit of van de opdrachtdocumenten betreffende met name de prijzen, termijnen en technische specificaties, in de mate dat die bepalingen essentieel zijn, of in geval van een abnormale prijs als bedoeld in de artikelen 21 en 99.
Als een offerte daarentegen niet in overeenstemming is met de andere bepalingen van dit besluit, meer bepaald met hoofdstuk 1, afdelingen 7 tot 11, en met hoofdstuk 6, afdelingen 2 tot 4, of van de opdrachtdocumenten, of nog enig voorbehoud inhoudt of elementen bevat die niet met de werkelijkheid overeenstemmen, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 4. Een substantieel onregelmatige offerte is nietig.
In geval van een niet-substantiële onregelmatigheid kan de aanbestedende overheid de offerte nietig verklaren. Als de aanbestedende overheid een offerte niet nietig verklaart, dan wordt deze offerte geacht regelmatig te zijn.".
Art. 21. L'article 95 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Article 95. § 1er. Le pouvoir adjudicateur vérifie la régularité des offres des soumissionnaires ayant satisfait aux conditions du droit d'accÚs et aux critÚres de sélection qualitative. Il procÚde à cette vérification tant sur le plan formel que sur le plan matériel.
§ 2. Sur le plan formel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les formalitĂ©s prescrites par les articles 6, § 1er, 51, § 2, 52, 54 § 2, 55, 80, 81, 82, 90 et 91 et par les documents du marchĂ©, dans la mesure oĂč les formalitĂ©s prescrites par ces articles ou ces documents revĂȘtent un caractĂšre essentiel.
Par contre, lorsque l'offre ne respecte pas les autres formalités prescrites par les articles mentionnés à l'alinéa 1er ou par les documents du marché, elle est affectée d'une irrégularité non substantielle.
§ 3. Sur le plan matĂ©riel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ou des documents du marchĂ© concernant notamment les prix, les dĂ©lais, les spĂ©cifications techniques, dans la mesure oĂč ces dispositions sont essentielles, ou en cas de prix anormal au sens des articles 21 et 99.
Par contre, lorsque l'offre n'est pas conforme aux autres dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, plus particuliĂšrement le chapitre 1er, sections 7 Ă 11 et le chapitre 6, sections 2 Ă 4 ou des documents du marchĂ©, ou encore lorsqu'elle exprime des rĂ©serves ou contient des Ă©lĂ©ments qui ne concordent pas avec la rĂ©alitĂ©, elle est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© non substantielle.
§ 4. L'offre affectée d'une irrégularité substantielle est nulle.
En cas d'irrégularité non-substantielle, le pouvoir adjudicateur peut déclarer l'offre nulle. S'il ne la déclare pas nulle, l'offre est réputée réguliÚre. ".
" Article 95. § 1er. Le pouvoir adjudicateur vérifie la régularité des offres des soumissionnaires ayant satisfait aux conditions du droit d'accÚs et aux critÚres de sélection qualitative. Il procÚde à cette vérification tant sur le plan formel que sur le plan matériel.
§ 2. Sur le plan formel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les formalitĂ©s prescrites par les articles 6, § 1er, 51, § 2, 52, 54 § 2, 55, 80, 81, 82, 90 et 91 et par les documents du marchĂ©, dans la mesure oĂč les formalitĂ©s prescrites par ces articles ou ces documents revĂȘtent un caractĂšre essentiel.
Par contre, lorsque l'offre ne respecte pas les autres formalités prescrites par les articles mentionnés à l'alinéa 1er ou par les documents du marché, elle est affectée d'une irrégularité non substantielle.
§ 3. Sur le plan matĂ©riel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ou des documents du marchĂ© concernant notamment les prix, les dĂ©lais, les spĂ©cifications techniques, dans la mesure oĂč ces dispositions sont essentielles, ou en cas de prix anormal au sens des articles 21 et 99.
Par contre, lorsque l'offre n'est pas conforme aux autres dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, plus particuliĂšrement le chapitre 1er, sections 7 Ă 11 et le chapitre 6, sections 2 Ă 4 ou des documents du marchĂ©, ou encore lorsqu'elle exprime des rĂ©serves ou contient des Ă©lĂ©ments qui ne concordent pas avec la rĂ©alitĂ©, elle est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© non substantielle.
§ 4. L'offre affectée d'une irrégularité substantielle est nulle.
En cas d'irrégularité non-substantielle, le pouvoir adjudicateur peut déclarer l'offre nulle. S'il ne la déclare pas nulle, l'offre est réputée réguliÚre. ".
Art. 22. In artikel 97, § 3, van hetzelfde besluit wordt het laatste lid vervangen als volgt :
"Voor de berekening van de waarden L en X kan de aanbestedende overheid beslissen geen rekening te houden met de offertes die voor de betrokken post een abnormale prijs vermelden.".
"Voor de berekening van de waarden L en X kan de aanbestedende overheid beslissen geen rekening te houden met de offertes die voor de betrokken post een abnormale prijs vermelden.".
Art. 22. Dans l'article 97, § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le dernier l'alinĂ©a est remplacĂ© par ce qui suit :
" Pour le calcul des valeurs L et X, le pouvoir adjudicateur peut décider de ne pas tenir compte des offres dans lesquelles le prix offert pour le poste concerné est anormal. ".
" Pour le calcul des valeurs L et X, le pouvoir adjudicateur peut décider de ne pas tenir compte des offres dans lesquelles le prix offert pour le poste concerné est anormal. ".
Art. 23. In artikel 105, § 1, van hetzelfde besluit, worden de woorden "niet bereiken" vervangen door de woorden "niet overschrijden".
Art. 23. Dans l'article 105, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " ne peut atteindre " sont remplacĂ©s par les mots " ne peut dĂ©passer ".
Art. 24. In artikel 106, § 1, van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen als volgt :
"Artikel 61, §§ 1, 2, 5° en 6°, 3 en 4 alsook de artikelen 62 en 63 zijn evenwel steeds toepasselijk op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, behalve voor opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave het bedrag bedoeld in artikel 105, § 1, 4° niet overschrijdt.".
"Artikel 61, §§ 1, 2, 5° en 6°, 3 en 4 alsook de artikelen 62 en 63 zijn evenwel steeds toepasselijk op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, behalve voor opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave het bedrag bedoeld in artikel 105, § 1, 4° niet overschrijdt.".
Art. 24. Dans l'article 106, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 2, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Néanmoins, l`article 61, §§ 1er, 2, 5° et 6°, 3 et 4, ainsi que les articles 62 et 63 sont toujours applicables à la procédure négociée sans publicité, sauf en cas de marché dont la dépense à approuver ne dépasse pas le montant visé à l'article 105, § 1er, 4°. ".
" Néanmoins, l`article 61, §§ 1er, 2, 5° et 6°, 3 et 4, ainsi que les articles 62 et 63 sont toujours applicables à la procédure négociée sans publicité, sauf en cas de marché dont la dépense à approuver ne dépasse pas le montant visé à l'article 105, § 1er, 4°. ".
Art. 25. In artikel 107 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de eerste zin van het eerste lid wordt aangevuld met de volgende woorden :
", rekening houdend met de gunningscriteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en een objectieve vergelijking van de offertes mogelijk maken op basis van een waardeoordeel.";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 3° en 4°, luidende :
"3° de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 26, § 1, 1°, a), van de wet;
4° voor zover ze de toepasselijke drempel van artikel 32 niet bereiken, de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 26, § 1, 1°, c), en 3°, d) en e), van de wet.".
1° de eerste zin van het eerste lid wordt aangevuld met de volgende woorden :
", rekening houdend met de gunningscriteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en een objectieve vergelijking van de offertes mogelijk maken op basis van een waardeoordeel.";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 3° en 4°, luidende :
"3° de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 26, § 1, 1°, a), van de wet;
4° voor zover ze de toepasselijke drempel van artikel 32 niet bereiken, de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 26, § 1, 1°, c), en 3°, d) en e), van de wet.".
Art. 25. A l'article 107 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° la premiÚre phrase de l'alinéa 1er est complétée par les mots :
" en tenant compte des critÚres d'attribution liés à l'objet du marché et permettant une comparaison objective des offres sur la base d'un jugement de valeur. ";
2° l'alinéa 2 est complété par un 3° et un 4° rédigés comme suit :
" 3° les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 26, § 1, 1°, a), de la loi;
4° pour autant qu'ils n'atteignent pas le seuil applicable de l'article 32, les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 26, § 1, 1°, c), et 3°, d) et e), de la loi. ".
1° la premiÚre phrase de l'alinéa 1er est complétée par les mots :
" en tenant compte des critÚres d'attribution liés à l'objet du marché et permettant une comparaison objective des offres sur la base d'un jugement de valeur. ";
2° l'alinéa 2 est complété par un 3° et un 4° rédigés comme suit :
" 3° les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 26, § 1, 1°, a), de la loi;
4° pour autant qu'ils n'atteignent pas le seuil applicable de l'article 32, les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 26, § 1, 1°, c), et 3°, d) et e), de la loi. ".
Art. 26. Artikel 111, § 1, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende zin : "Deze gunningscriteria moeten verband houden met het voorwerp van de opdracht en een objectieve vergelijking van de offertes mogelijk maken op basis van een waardeoordeel.".
Art. 26. L'article 111, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par la phrase suivante : " Ces critĂšres d'attribution doivent ĂȘtre liĂ©s Ă l'objet du marchĂ© et permettre une comparaison objective des offres sur la base d'un jugement de valeur. ".
Art. 27. In hetzelfde besluit worden de bijlagen vervangen door de bijlagen opgenomen in bijlage 1 van dit besluit.
Art. 27. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, les annexes sont remplacĂ©es par les annexes reprises dans l'annexe 1re jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied van 23 januari 2012
CHAPITRE 4. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 23 janvier 2012 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics et de certains marchĂ©s de travaux, de fournitures et de services dans les domaines de la dĂ©fense et de la sĂ©curitĂ©
Art. 28. Artikel 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied van 23 januari 2012 wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende :
" § 6. De technische specificaties die op de opdracht van toepassing zijn, kunnen worden aangevuld met mallen, stalen, modellen, types en dergelijke meer, die door de aanbestedende overheid worden gemerkt.
Indien de werken, leveringen of diensten tegelijkertijd omschreven worden door plannen, modellen en stalen, en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, bepalen de plannen de vorm, de afmetingen en de aard van het materiaal waaruit het product is vervaardigd. De modellen dienen slechts voor het onderzoek van de afwerking en de stalen om de kwaliteit na te gaan.".
" § 6. De technische specificaties die op de opdracht van toepassing zijn, kunnen worden aangevuld met mallen, stalen, modellen, types en dergelijke meer, die door de aanbestedende overheid worden gemerkt.
Indien de werken, leveringen of diensten tegelijkertijd omschreven worden door plannen, modellen en stalen, en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, bepalen de plannen de vorm, de afmetingen en de aard van het materiaal waaruit het product is vervaardigd. De modellen dienen slechts voor het onderzoek van de afwerking en de stalen om de kwaliteit na te gaan.".
Art. 28. L'article 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 janvier 2012 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics et de certains marchĂ©s de travaux, de fournitures et de services dans les domaines de la dĂ©fense et de la sĂ©curitĂ© est complĂ©tĂ© par le paragraphe 6 rĂ©digĂ© comme suit :
" § 6. Les spĂ©cifications techniques rendues applicables au marchĂ© peuvent ĂȘtre complĂ©tĂ©es par des calibres, Ă©chantillons, modĂšles, types et autres Ă©lĂ©ments similaires, lesquels sont revĂȘtus de la marque du pouvoir adjudicateur.
Si les travaux, fournitures ou services sont définis à la fois par des plans, modÚles et échantillons, sauf disposition contraire dans les documents du marché, les plans déterminent la forme du produit, ses dimensions et la nature de la matiÚre dont il est constitué. Les modÚles ne sont considérés que pour le contrÎle du fini d'exécution et les échantillons pour la qualité. ".
" § 6. Les spĂ©cifications techniques rendues applicables au marchĂ© peuvent ĂȘtre complĂ©tĂ©es par des calibres, Ă©chantillons, modĂšles, types et autres Ă©lĂ©ments similaires, lesquels sont revĂȘtus de la marque du pouvoir adjudicateur.
Si les travaux, fournitures ou services sont définis à la fois par des plans, modÚles et échantillons, sauf disposition contraire dans les documents du marché, les plans déterminent la forme du produit, ses dimensions et la nature de la matiÚre dont il est constitué. Les modÚles ne sont considérés que pour le contrÎle du fini d'exécution et les échantillons pour la qualité. ".
Art. 29. In artikel 22, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "te" opgeheven tussen de woorden "tot de" en de woorden "uit te voeren".
Art. 29. Dans l'article 22, § 3, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, dans le texte nĂ©erlandais, le mot " te " est abrogĂ© entre les mots " tot de " et les mots " uit te voeren ".
Art. 30. In artikel 27 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"Bij opdrachten voor leveringen die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de totale waarde van de opeenvolgende soortgelijke opdrachten die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste levering of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
"Bij opdrachten voor leveringen die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de totale waarde van de opeenvolgende soortgelijke opdrachten die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste levering of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
Art. 30. Dans l'article 27 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" Lorsque des marchĂ©s de fournitures prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur totale des marchĂ©s successifs analogues Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre livraison ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
" Lorsque des marchĂ©s de fournitures prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur totale des marchĂ©s successifs analogues Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre livraison ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
Art. 31. In artikel 28 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 3 vervangen als volgt :
" § 3. Bij opdrachten voor diensten die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de geraamde totale waarde van de opeenvolgende opdrachten van dezelfde categorie die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste prestatie of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
" § 3. Bij opdrachten voor diensten die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de geraamde totale waarde van de opeenvolgende opdrachten van dezelfde categorie die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste prestatie of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
Art. 31. Dans l'article 28 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 3. Lorsque des marchĂ©s de services prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur estimĂ©e totale des marchĂ©s successifs de la mĂȘme catĂ©gorie Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre prestation, ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
" § 3. Lorsque des marchĂ©s de services prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur estimĂ©e totale des marchĂ©s successifs de la mĂȘme catĂ©gorie Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre prestation, ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
Art. 32. In artikel 38 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid aangevuld met de volgende woorden : ", noch op de opdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst.".
Art. 32. Dans l'article 38 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 2 est complĂ©tĂ© par les mots " , ni aux marchĂ©s fondĂ©s sur un accord-cadre. ".
Art. 33. In artikel 51 van hetzelfde besluit wordt de tweede paragraaf vervangen als volgt :
" § 2. Bij beperkte procedure is de minimumtermijn voor de ontvangst van de offertes vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging om een offerte in te dienen.
Deze termijn kan tot tien dagen worden ingekort wanneer cumulatief is voldaan aan de volgende voorwaarden :
1° het spoedeisend karakter maakt de termijn bedoeld in het vorige lid niet haalbaar;
2° de uitnodiging om een offerte in te dienen wordt per telefax of via elektronische middelen verzonden.".
" § 2. Bij beperkte procedure is de minimumtermijn voor de ontvangst van de offertes vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging om een offerte in te dienen.
Deze termijn kan tot tien dagen worden ingekort wanneer cumulatief is voldaan aan de volgende voorwaarden :
1° het spoedeisend karakter maakt de termijn bedoeld in het vorige lid niet haalbaar;
2° de uitnodiging om een offerte in te dienen wordt per telefax of via elektronische middelen verzonden.".
Art. 33. Dans l'article 51 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 2. En procédure restreinte, le délai minimum de réception des offres est de quinze jours à compter de la date de l'envoi de l'invitation à présenter une offre.
Ce dĂ©lai peut ĂȘtre rĂ©duit Ă dix jours lorsque les deux conditions suivantes sont rĂ©unies :
1° l'urgence rend impraticable le délai visé à l'alinéa précédent;
2° l'invitation à présenter une offre est envoyée par télécopie ou par des moyens électroniques. ".
" § 2. En procédure restreinte, le délai minimum de réception des offres est de quinze jours à compter de la date de l'envoi de l'invitation à présenter une offre.
Ce dĂ©lai peut ĂȘtre rĂ©duit Ă dix jours lorsque les deux conditions suivantes sont rĂ©unies :
1° l'urgence rend impraticable le délai visé à l'alinéa précédent;
2° l'invitation à présenter une offre est envoyée par télécopie ou par des moyens électroniques. ".
Art. 34. In artikel 54, § 1, wordt de bepaling onder 1°, van hetzelfde besluit vervangen als volgt :
"1° dat de elektronische handtekening conform is met de regels van het Europees en het daarmee overeenstemmende nationaal recht inzake de geavanceerde elektronische handtekening met een geldig gekwalificeerd certificaat, waarbij deze handtekening werd gerealiseerd via een veilig middel voor het aanmaken van een handtekening. Voor de aanvragen tot deelneming geldt deze eis enkel voor zover de aanbestedende overheid de ondertekening ervan oplegt;".
"1° dat de elektronische handtekening conform is met de regels van het Europees en het daarmee overeenstemmende nationaal recht inzake de geavanceerde elektronische handtekening met een geldig gekwalificeerd certificaat, waarbij deze handtekening werd gerealiseerd via een veilig middel voor het aanmaken van een handtekening. Voor de aanvragen tot deelneming geldt deze eis enkel voor zover de aanbestedende overheid de ondertekening ervan oplegt;".
Art. 34. Dans l'article 54, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 1° est remplacĂ© par ce qui suit :
" 1° que la signature électronique est conforme aux rÚgles du droit européen et du droit national qui y correspond, relatives à la signature électronique avancée accompagnée d'un certificat qualifié et valide, et réalisée au moyen d'un dispositif sécurisé de création de signature. Cette exigence ne s'applique pour les demandes de participation que si le pouvoir adjudicateur impose qu'elles soient signées; ".
" 1° que la signature électronique est conforme aux rÚgles du droit européen et du droit national qui y correspond, relatives à la signature électronique avancée accompagnée d'un certificat qualifié et valide, et réalisée au moyen d'un dispositif sécurisé de création de signature. Cette exigence ne s'applique pour les demandes de participation que si le pouvoir adjudicateur impose qu'elles soient signées; ".
Art. 35. In artikel 56, § 2, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"Een inschrijver mag slechts één offerte per opdracht indienen behalve in geval van eventuele varianten en bij concurrentiedialoog. Voor de toepassing van deze bepaling wordt elke deelnemer aan een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid beschouwd als een inschrijver.".
"Een inschrijver mag slechts één offerte per opdracht indienen behalve in geval van eventuele varianten en bij concurrentiedialoog. Voor de toepassing van deze bepaling wordt elke deelnemer aan een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid beschouwd als een inschrijver.".
Art. 35. Dans l'article 56, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" Un soumissionnaire ne peut remettre qu'une offre par marché sauf en cas d'éventuelles variantes et de dialogue compétitif. Pour l'application de cette disposition, chaque participant à un groupement sans personnalité juridique est considéré comme un soumissionnaire. ".
" Un soumissionnaire ne peut remettre qu'une offre par marché sauf en cas d'éventuelles variantes et de dialogue compétitif. Pour l'application de cette disposition, chaque participant à un groupement sans personnalité juridique est considéré comme un soumissionnaire. ".
Art. 36. In artikel 60, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden ", bij gebrek aan een dergelijke aankondiging," ingevoegd tussen de woorden "de aankondiging van opdracht of" en de woorden "in de uitnodiging tot het indienen van een offerte".
Art. 36. Dans l'article 60, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " , en l'absence d'un tel avis, " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " dans l'avis de marchĂ© ou " et les mots " dans l'invitation Ă prĂ©senter une offre ".
Art. 37. In artikel 61, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden "de uit hoofde van de artikelen 63 tot 84 overgelegde inlichtingen" vervangen door de woorden "de in de artikelen 63 tot 84 bedoelde inlichtingen en documenten".
Art. 37. Dans l'article 61, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© les mots " les renseignements et documents prĂ©sentĂ©s en application des articles 63 Ă 84" sont remplacĂ©s par les mots " les renseignements et documents visĂ©s aux articles 63 Ă 84 ".
Art. 38. Artikel 63 wordt vervangen als volgt :
"Art. 63. § 1. Overeenkomstig artikel 20 van de wet wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
2° omkoping als bedoeld in artikelen 246 en 250 van het Strafwetboek;
3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
4° terroristisch misdrijf of strafbaar feit in verband met terroristische activiteiten, uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit, als bedoeld in de artikelen 137 en volgende van het Strafwetboek;
5° witwassen van geld als bedoeld in artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Onder voorbehoud van de toepassing van 62, § 1, vraagt de aanbestedende overheid, met het oog op de toepassing van deze paragraaf, aan de kandidaten of inschrijvers, om de noodzakelijke inlichtingen of documenten over te leggen. Indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van die kandidaten of inschrijvers, kan zij de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze ter zake nodig acht.
De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting tot uitsluiting van de toegang tot de gunningsprocedure.
§ 2. Overeenkomstig artikel 20 van de wet kan in elk stadium van de gunningsprocedure worden uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die :
1° in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt, die een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of die in een vergelijkbare toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;
2° aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in andere nationale reglementeringen;
3° jegens wie een rechterlijke uitspraak met kracht van gewijsde is gedaan, waarbij een delict is vastgesteld dat in strijd is met zijn beroepsgedragsregels, zoals bijvoorbeeld de schending van de bestaande wetgeving inzake de uitvoer van defensie- en/of veiligheidsmateriaal;
4° bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbestedende overheden aannemelijk kunnen maken, zoals een niet-nakoming van zijn verplichtingen inzake gegevensbeveiliging of bevoorradingszekerheid bij een vorige opdracht;
5° waarvan is vastgesteld, op basis van welk bewijsmiddel ook, inclusief beschermde gegevensbronnen, dat hij niet de betrouwbaarheid vertoont die nodig is om risico's voor de veiligheid van de staat uit te sluiten;
6° niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn socialezekerheidsbijdragen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 64;
7° niet in orde is met de betaling van zijn belastingen volgens de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is, overeenkomstig de bepalingen van artikel 65;
8° zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opeisbaar bij toepassing van dit hoofdstuk, of die deze inlichtingen niet heeft verstrekt.
§ 3. Het bewijs dat de kandidaat of inschrijver zich niet in één van de gevallen vermeld in de §§ 1 en 2 bevindt, kan geleverd worden door :
1° voor § 1 en § 2, 1°, 2° of 3° : een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document uitgereikt door een gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan;
2° voor § 2, 6° en 7° : een attest uitgereikt door de bevoegde overheid van het betrokken land;
3° voor § 2, 4°, 5° en 8° : elk middel dat de aanbestedende overheid aannemelijk kan maken.
Wanneer een document of attest als bedoeld in 1° en 2° van het eerste lid, is vereist, niet wordt uitgereikt in het betrokken land of daarin niet alle in § 1 en in § 2, 1°, 2° of 3°, bedoelde gevallen worden vermeld, kan het worden vervangen door een verklaring onder eed of, in landen waar niet in een eed is voorzien, door een plechtige verklaring van de betrokkene voor een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.
§ 4. Bij open procedure, vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in één fase verloopt, vormt het loutere feit van de indiening van de offerte vanwege de inschrijver zijn impliciete verklaring op erewoord dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bevindt als bedoeld in de eerste en de tweede paragraaf.
De verplichte toepassing van de impliciete verklaring op erewoord geldt enkel in zoverre de inlichtingen of documenten betreffende de uitsluitingsgevallen waarop de verklaring slaat, voor de aanbestedende overheid kosteloos toegankelijk zijn via elektronische middelen als bedoeld in artikel 62, § 1.
Bij de procedures vermeld in het eerste lid, wanneer de voorwaarde van het tweede lid niet is vervuld, alsook bij beperkte procedure, concurrentiedialoog, onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in meerdere fases verloopt, kan de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten bepalen dat het loutere feit van de indiening van de aanvraag tot deelneming of van de offerte, de impliciete verklaring op erewoord van de kandidaat respectievelijk de inschrijver vormt dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bedoeld in §§ 1 en 2 bevindt.
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 65, § 2, laatste lid, wat betreft de verificatie van de naleving van de fiscale verplichtingen als bedoeld in § 2, 7°, gaat de aanbestedende overheid bij toepassing van de in de vorige leden bedoelde verklaring de toestand na van, al naargelang :
1° de voor selectie in aanmerking komende kandidaten, alvorens de selectiebeslissing te nemen;
2° de als opdrachtnemer in aanmerking komende inschrijver, alvorens de gunningsbeslissing te nemen.".
"Art. 63. § 1. Overeenkomstig artikel 20 van de wet wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
2° omkoping als bedoeld in artikelen 246 en 250 van het Strafwetboek;
3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
4° terroristisch misdrijf of strafbaar feit in verband met terroristische activiteiten, uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit, als bedoeld in de artikelen 137 en volgende van het Strafwetboek;
5° witwassen van geld als bedoeld in artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Onder voorbehoud van de toepassing van 62, § 1, vraagt de aanbestedende overheid, met het oog op de toepassing van deze paragraaf, aan de kandidaten of inschrijvers, om de noodzakelijke inlichtingen of documenten over te leggen. Indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van die kandidaten of inschrijvers, kan zij de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze ter zake nodig acht.
De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting tot uitsluiting van de toegang tot de gunningsprocedure.
§ 2. Overeenkomstig artikel 20 van de wet kan in elk stadium van de gunningsprocedure worden uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die :
1° in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt, die een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of die in een vergelijkbare toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;
2° aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in andere nationale reglementeringen;
3° jegens wie een rechterlijke uitspraak met kracht van gewijsde is gedaan, waarbij een delict is vastgesteld dat in strijd is met zijn beroepsgedragsregels, zoals bijvoorbeeld de schending van de bestaande wetgeving inzake de uitvoer van defensie- en/of veiligheidsmateriaal;
4° bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbestedende overheden aannemelijk kunnen maken, zoals een niet-nakoming van zijn verplichtingen inzake gegevensbeveiliging of bevoorradingszekerheid bij een vorige opdracht;
5° waarvan is vastgesteld, op basis van welk bewijsmiddel ook, inclusief beschermde gegevensbronnen, dat hij niet de betrouwbaarheid vertoont die nodig is om risico's voor de veiligheid van de staat uit te sluiten;
6° niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn socialezekerheidsbijdragen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 64;
7° niet in orde is met de betaling van zijn belastingen volgens de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is, overeenkomstig de bepalingen van artikel 65;
8° zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opeisbaar bij toepassing van dit hoofdstuk, of die deze inlichtingen niet heeft verstrekt.
§ 3. Het bewijs dat de kandidaat of inschrijver zich niet in één van de gevallen vermeld in de §§ 1 en 2 bevindt, kan geleverd worden door :
1° voor § 1 en § 2, 1°, 2° of 3° : een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document uitgereikt door een gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan;
2° voor § 2, 6° en 7° : een attest uitgereikt door de bevoegde overheid van het betrokken land;
3° voor § 2, 4°, 5° en 8° : elk middel dat de aanbestedende overheid aannemelijk kan maken.
Wanneer een document of attest als bedoeld in 1° en 2° van het eerste lid, is vereist, niet wordt uitgereikt in het betrokken land of daarin niet alle in § 1 en in § 2, 1°, 2° of 3°, bedoelde gevallen worden vermeld, kan het worden vervangen door een verklaring onder eed of, in landen waar niet in een eed is voorzien, door een plechtige verklaring van de betrokkene voor een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.
§ 4. Bij open procedure, vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in één fase verloopt, vormt het loutere feit van de indiening van de offerte vanwege de inschrijver zijn impliciete verklaring op erewoord dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bevindt als bedoeld in de eerste en de tweede paragraaf.
De verplichte toepassing van de impliciete verklaring op erewoord geldt enkel in zoverre de inlichtingen of documenten betreffende de uitsluitingsgevallen waarop de verklaring slaat, voor de aanbestedende overheid kosteloos toegankelijk zijn via elektronische middelen als bedoeld in artikel 62, § 1.
Bij de procedures vermeld in het eerste lid, wanneer de voorwaarde van het tweede lid niet is vervuld, alsook bij beperkte procedure, concurrentiedialoog, onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in meerdere fases verloopt, kan de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten bepalen dat het loutere feit van de indiening van de aanvraag tot deelneming of van de offerte, de impliciete verklaring op erewoord van de kandidaat respectievelijk de inschrijver vormt dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bedoeld in §§ 1 en 2 bevindt.
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 65, § 2, laatste lid, wat betreft de verificatie van de naleving van de fiscale verplichtingen als bedoeld in § 2, 7°, gaat de aanbestedende overheid bij toepassing van de in de vorige leden bedoelde verklaring de toestand na van, al naargelang :
1° de voor selectie in aanmerking komende kandidaten, alvorens de selectiebeslissing te nemen;
2° de als opdrachtnemer in aanmerking komende inschrijver, alvorens de gunningsbeslissing te nemen.".
Art. 38. L'article 63 est remplacé par ce qui suit :
" Art. 63. § 1er. Conformément à l'article 20 de la loi, est exclu de l'accÚs au marché, à quelque stade que ce soit de la procédure, le candidat ou le soumissionnaire qui a fait l'objet d'une condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée dont le pouvoir adjudicateur a connaissance pour :
1° participation à une organisation criminelle telle que définie à l'article 324bis du Code pénal;
2° corruption, telle que définie aux articles 246 et 250 du Code pénal;
3° fraude au sens de l'article 1er de la convention relative Ă la protection des intĂ©rĂȘts financiers des communautĂ©s europĂ©ennes, approuvĂ©e par la loi du 17 fĂ©vrier 2002;
4° infraction terroriste ou infraction liée aux activités terroristes, ou incitation, aide, complicité ou tentative de commettre ces infractions, telles que définies aux articles 137 et suivants du Code pénal;
5° blanchiment de capitaux tel que défini à l'article 5 de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du systÚme financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme.
Sous réserve de l'application de l'article 62, § 1er, le pouvoir adjudicateur, en vue de l'application du présent paragraphe, demande aux candidats ou soumissionnaires de fournir les renseignements ou documents nécessaires. Lorsqu'il a des doutes sur la situation personnelle de ces candidats ou soumissionnaires, il peut s'adresser aux autorités compétentes belges ou étrangÚres pour obtenir les informations qu'il estime nécessaires à ce propos.
Le pouvoir adjudicateur peut, pour des exigences impĂ©ratives d'intĂ©rĂȘt gĂ©nĂ©ral, dĂ©roger Ă l'obligation d'exclusion de l'accĂšs au marchĂ© visĂ©e au prĂ©sent paragraphe.
§ 2. ConformĂ©ment Ă l'article 20 de la loi, peut ĂȘtre exclu de l'accĂšs au marchĂ©, Ă quelque stade que ce soit de la procĂ©dure, le candidat ou le soumissionnaire :
1° qui est en Ă©tat de faillite, de liquidation, de cessation d'activitĂ©s, de rĂ©organisation judiciaire ou dans toute situation analogue rĂ©sultant d'une procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
2° qui a fait l'aveu de sa faillite ou fait l'objet d'une procĂ©dure de liquidation, de rĂ©organisation judiciaire ou de toute autre procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
3° qui a fait l'objet d'un jugement ayant force de chose jugée et constatant un délit affectant sa moralité professionnelle, notamment la violation de la législation en matiÚre d'exportation d'équipements de défense et/ou de sécurité;
4° qui, en matiÚre professionnelle, a commis une faute grave constatée par tout moyen dont les pouvoirs adjudicateurs pourront justifier, telle que la violation de ses obligations en matiÚre de sécurité de l'information ou de sécurité d'approvisionnement lors d'un marché précédent;
5° au sujet duquel il est établi par tout moyen de preuve, le cas échéant par des sources de données protégées, qu'il ne possÚde pas la fiabilité nécessaire pour éviter des atteintes à la sécurité de l'Etat;
6° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses cotisations de sécurité sociale conformément aux dispositions de l'article 64;
7° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses impÎts et taxes selon la législation belge ou celle du pays dans lequel il est établi, conformément aux dispositions de l'article 65;
8° qui s'est rendu gravement coupable de fausses déclarations en fournissant des renseignements exigibles en application du présent chapitre ou qui n'a pas fourni ces renseignements.
§ 3. La preuve que le candidat ou le soumissionnaire ne se trouve pas dans un des cas citĂ©s au §§ 1er et 2, peut ĂȘtre apportĂ©e par :
1° pour le § 1er et le § 2, 1°, 2° ou 3° : un extrait du casier judiciaire ou un document équivalent délivré par une autorité judiciaire ou administrative du pays d'origine ou de provenance et dont il résulte que ces exigences sont satisfaites;
2° pour le § 2, 6° et 7° : une attestation délivrée par l'autorité compétente du pays concerné;
3° pour le § 2, 4°, 5° et 8° : tout moyen dont le pouvoir adjudicateur pourra justifier.
Lorsqu'un document ou attestation visĂ© aux 1° et 2° de l'alinĂ©a 1er n'est pas dĂ©livrĂ© dans le pays concernĂ© ou ne mentionne pas tous les cas visĂ©s au § 1er et au § 2, 1°, 2° ou 3°, il peut ĂȘtre remplacĂ© par une dĂ©claration sous serment ou, dans les pays oĂč un tel serment n'existe pas, par une dĂ©claration solennelle faite par l'intĂ©ressĂ© devant une autoritĂ© judiciaire ou administrative, un notaire ou un organisme professionnel qualifiĂ© du pays d'origine ou de provenance.
§ 4. En cas de procédure ouverte, de procédure négociée directe avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en une seule phase, le soumissionnaire, par le simple fait d'introduire l'offre, déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
L'application obligatoire de la dĂ©claration implicite sur l'honneur ne vaut que dans la mesure oĂč le pouvoir adjudicateur a accĂšs gratuitement, par des moyens Ă©lectroniques visĂ©s Ă l'article 62, § 1er, aux renseignements ou documents relatifs aux cas d'exclusion sur lesquels porte la dĂ©claration.
Pour les procédures mentionnées à l'alinéa 1er, lorsque n'est pas remplie la condition de l'alinéa 2, mais aussi en cas de procédure restreinte, de dialogue compétitif, de procédure négociée avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en plusieurs phases, le pouvoir adjudicateur peut prévoir dans les documents du marché que par le simple fait d'introduire la demande de participation ou l'offre, respectivement le candidat ou le soumissionnaire déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
Sous réserve des dispositions de l'article 65, § 2, dernier alinéa, concernant la vérification du respect des obligations fiscales visées au § 2, 7°, le pouvoir adjudicateur, en application de la déclaration visée aux alinéas précédents, procÚde à la vérification de la situation, selon le cas :
1° des candidats entrant en considération pour la sélection, avant de prendre la décision de sélection;
2° du soumissionnaire susceptible d'ĂȘtre dĂ©signĂ© adjudicataire, avant de prendre la dĂ©cision d'attribution. ".
" Art. 63. § 1er. Conformément à l'article 20 de la loi, est exclu de l'accÚs au marché, à quelque stade que ce soit de la procédure, le candidat ou le soumissionnaire qui a fait l'objet d'une condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée dont le pouvoir adjudicateur a connaissance pour :
1° participation à une organisation criminelle telle que définie à l'article 324bis du Code pénal;
2° corruption, telle que définie aux articles 246 et 250 du Code pénal;
3° fraude au sens de l'article 1er de la convention relative Ă la protection des intĂ©rĂȘts financiers des communautĂ©s europĂ©ennes, approuvĂ©e par la loi du 17 fĂ©vrier 2002;
4° infraction terroriste ou infraction liée aux activités terroristes, ou incitation, aide, complicité ou tentative de commettre ces infractions, telles que définies aux articles 137 et suivants du Code pénal;
5° blanchiment de capitaux tel que défini à l'article 5 de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du systÚme financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme.
Sous réserve de l'application de l'article 62, § 1er, le pouvoir adjudicateur, en vue de l'application du présent paragraphe, demande aux candidats ou soumissionnaires de fournir les renseignements ou documents nécessaires. Lorsqu'il a des doutes sur la situation personnelle de ces candidats ou soumissionnaires, il peut s'adresser aux autorités compétentes belges ou étrangÚres pour obtenir les informations qu'il estime nécessaires à ce propos.
Le pouvoir adjudicateur peut, pour des exigences impĂ©ratives d'intĂ©rĂȘt gĂ©nĂ©ral, dĂ©roger Ă l'obligation d'exclusion de l'accĂšs au marchĂ© visĂ©e au prĂ©sent paragraphe.
§ 2. ConformĂ©ment Ă l'article 20 de la loi, peut ĂȘtre exclu de l'accĂšs au marchĂ©, Ă quelque stade que ce soit de la procĂ©dure, le candidat ou le soumissionnaire :
1° qui est en Ă©tat de faillite, de liquidation, de cessation d'activitĂ©s, de rĂ©organisation judiciaire ou dans toute situation analogue rĂ©sultant d'une procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
2° qui a fait l'aveu de sa faillite ou fait l'objet d'une procĂ©dure de liquidation, de rĂ©organisation judiciaire ou de toute autre procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
3° qui a fait l'objet d'un jugement ayant force de chose jugée et constatant un délit affectant sa moralité professionnelle, notamment la violation de la législation en matiÚre d'exportation d'équipements de défense et/ou de sécurité;
4° qui, en matiÚre professionnelle, a commis une faute grave constatée par tout moyen dont les pouvoirs adjudicateurs pourront justifier, telle que la violation de ses obligations en matiÚre de sécurité de l'information ou de sécurité d'approvisionnement lors d'un marché précédent;
5° au sujet duquel il est établi par tout moyen de preuve, le cas échéant par des sources de données protégées, qu'il ne possÚde pas la fiabilité nécessaire pour éviter des atteintes à la sécurité de l'Etat;
6° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses cotisations de sécurité sociale conformément aux dispositions de l'article 64;
7° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses impÎts et taxes selon la législation belge ou celle du pays dans lequel il est établi, conformément aux dispositions de l'article 65;
8° qui s'est rendu gravement coupable de fausses déclarations en fournissant des renseignements exigibles en application du présent chapitre ou qui n'a pas fourni ces renseignements.
§ 3. La preuve que le candidat ou le soumissionnaire ne se trouve pas dans un des cas citĂ©s au §§ 1er et 2, peut ĂȘtre apportĂ©e par :
1° pour le § 1er et le § 2, 1°, 2° ou 3° : un extrait du casier judiciaire ou un document équivalent délivré par une autorité judiciaire ou administrative du pays d'origine ou de provenance et dont il résulte que ces exigences sont satisfaites;
2° pour le § 2, 6° et 7° : une attestation délivrée par l'autorité compétente du pays concerné;
3° pour le § 2, 4°, 5° et 8° : tout moyen dont le pouvoir adjudicateur pourra justifier.
Lorsqu'un document ou attestation visĂ© aux 1° et 2° de l'alinĂ©a 1er n'est pas dĂ©livrĂ© dans le pays concernĂ© ou ne mentionne pas tous les cas visĂ©s au § 1er et au § 2, 1°, 2° ou 3°, il peut ĂȘtre remplacĂ© par une dĂ©claration sous serment ou, dans les pays oĂč un tel serment n'existe pas, par une dĂ©claration solennelle faite par l'intĂ©ressĂ© devant une autoritĂ© judiciaire ou administrative, un notaire ou un organisme professionnel qualifiĂ© du pays d'origine ou de provenance.
§ 4. En cas de procédure ouverte, de procédure négociée directe avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en une seule phase, le soumissionnaire, par le simple fait d'introduire l'offre, déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
L'application obligatoire de la dĂ©claration implicite sur l'honneur ne vaut que dans la mesure oĂč le pouvoir adjudicateur a accĂšs gratuitement, par des moyens Ă©lectroniques visĂ©s Ă l'article 62, § 1er, aux renseignements ou documents relatifs aux cas d'exclusion sur lesquels porte la dĂ©claration.
Pour les procédures mentionnées à l'alinéa 1er, lorsque n'est pas remplie la condition de l'alinéa 2, mais aussi en cas de procédure restreinte, de dialogue compétitif, de procédure négociée avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en plusieurs phases, le pouvoir adjudicateur peut prévoir dans les documents du marché que par le simple fait d'introduire la demande de participation ou l'offre, respectivement le candidat ou le soumissionnaire déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
Sous réserve des dispositions de l'article 65, § 2, dernier alinéa, concernant la vérification du respect des obligations fiscales visées au § 2, 7°, le pouvoir adjudicateur, en application de la déclaration visée aux alinéas précédents, procÚde à la vérification de la situation, selon le cas :
1° des candidats entrant en considération pour la sélection, avant de prendre la décision de sélection;
2° du soumissionnaire susceptible d'ĂȘtre dĂ©signĂ© adjudicataire, avant de prendre la dĂ©cision d'attribution. ".
Art. 39. In artikel 64, § 1, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 62, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders, bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de vereisten inzake de betaling van zijn bijdragen voor de sociale zekerheid.".
" § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 62, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders, bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de vereisten inzake de betaling van zijn bijdragen voor de sociale zekerheid.".
Art. 39. Dans l'article 64, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 62, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire employant du personnel assujetti Ă la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation de l'Office national de SĂ©curitĂ© sociale dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle en matiĂšre de paiement de ses cotisations de sĂ©curitĂ© sociale. ".
" § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 62, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire employant du personnel assujetti Ă la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation de l'Office national de SĂ©curitĂ© sociale dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle en matiĂšre de paiement de ses cotisations de sĂ©curitĂ© sociale. ".
Art. 40. Artikel 65 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 65. § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 62, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest waaruit blijkt dat hij heeft voldaan aan zijn fiscale verplichtingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.
§ 2. Voor een Belgische kandidaat of inschrijver verifieert de aanbestedende overheid de naleving van de fiscale verplichtingen ten opzichte van de FOD Financiën, op basis van het attest dat door die laatste wordt afgeleverd.
De kandidaat of inschrijver heeft aan de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen voldaan, indien hij voor die verplichtingen geen schuld heeft van meer dan 3.000 euro, of voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen en de afbetalingen daarvan strikt in acht neemt.
Evenwel, zelfs wanneer de in deze paragraaf bedoelde schuld groter is dan 3.000 euro, zal de kandidaat of inschrijver in orde bevonden worden indien hij, alvorens de beslissing over de selectie van de kandidaten of de gunning van de opdracht wordt genomen, al naargelang, aantoont dat hij op een aanbestedende overheid in de zin van artikel 2, 1°, van de wet of op een overheidsbedrijf in de zin van artikel 2, 2°, van de wet, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op 3.000 euro na, ten minste gelijk is aan de achterstallige afbetaling van zijn fiscale schulden.
Voor de in deze paragraaf bedoelde fiscale verplichtingen verifieert de aanbestedende overheid die via de in artikel 62, § 1, bedoelde elektronische middelen kosteloos toegang heeft tot het attest van de FOD Financiën, voor alle kandidaten of inschrijvers, al naargelang, de toestand binnen achtenveertig uur na de openingszitting, zo die plaatsvindt, dan wel binnen achtenveertig uur na het uiterste tijdstip voor het indienen van de aanvraag tot deelneming of de offerte, al naargelang.
§ 3. De aanbestedende overheid kan overgaan tot de verificatie van de naleving van de betaling van andere dan de in paragraaf 2 bedoelde fiscale schulden. In dat geval duidt zij in de opdrachtdocumenten precies aan welke andere fiscale schulden zij wenst te onderzoeken alsook aan de hand van welke documenten.".
"Art. 65. § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 62, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest waaruit blijkt dat hij heeft voldaan aan zijn fiscale verplichtingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.
§ 2. Voor een Belgische kandidaat of inschrijver verifieert de aanbestedende overheid de naleving van de fiscale verplichtingen ten opzichte van de FOD Financiën, op basis van het attest dat door die laatste wordt afgeleverd.
De kandidaat of inschrijver heeft aan de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen voldaan, indien hij voor die verplichtingen geen schuld heeft van meer dan 3.000 euro, of voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen en de afbetalingen daarvan strikt in acht neemt.
Evenwel, zelfs wanneer de in deze paragraaf bedoelde schuld groter is dan 3.000 euro, zal de kandidaat of inschrijver in orde bevonden worden indien hij, alvorens de beslissing over de selectie van de kandidaten of de gunning van de opdracht wordt genomen, al naargelang, aantoont dat hij op een aanbestedende overheid in de zin van artikel 2, 1°, van de wet of op een overheidsbedrijf in de zin van artikel 2, 2°, van de wet, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op 3.000 euro na, ten minste gelijk is aan de achterstallige afbetaling van zijn fiscale schulden.
Voor de in deze paragraaf bedoelde fiscale verplichtingen verifieert de aanbestedende overheid die via de in artikel 62, § 1, bedoelde elektronische middelen kosteloos toegang heeft tot het attest van de FOD Financiën, voor alle kandidaten of inschrijvers, al naargelang, de toestand binnen achtenveertig uur na de openingszitting, zo die plaatsvindt, dan wel binnen achtenveertig uur na het uiterste tijdstip voor het indienen van de aanvraag tot deelneming of de offerte, al naargelang.
§ 3. De aanbestedende overheid kan overgaan tot de verificatie van de naleving van de betaling van andere dan de in paragraaf 2 bedoelde fiscale schulden. In dat geval duidt zij in de opdrachtdocumenten precies aan welke andere fiscale schulden zij wenst te onderzoeken alsook aan de hand van welke documenten.".
Art. 40. L'article 65 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 65. § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 62, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle par rapport Ă ses obligations fiscales selon les dispositions lĂ©gales du pays oĂč il est Ă©tabli.
§ 2. Pour un candidat ou soumissionnaire belge, le pouvoir adjudicateur vérifie le respect des obligations fiscales à l'égard du SPF Finances, sur la base de l'attestation délivrée par ce dernier.
Est en rÚgle par rapport aux obligations visées au présent paragraphe, le candidat ou le soumissionnaire qui n'a pas, pour ces obligations, une dette supérieure à 3.000 euros, à moins qu'il n'ait obtenu pour cette dette des délais de paiement qu'il respecte strictement.
Toutefois, mĂȘme si la dette visĂ©e au prĂ©sent paragraphe est supĂ©rieure Ă 3.000 euros, le candidat ou le soumissionnaire sera considĂ©rĂ© comme Ă©tant en rĂšgle s'il Ă©tablit, avant la dĂ©cision de sĂ©lection ou d'attribution du marchĂ©, selon le cas, qu'il possĂšde, Ă l'Ă©gard d'un pouvoir adjudicateur au sens de l'article 2, 1°, de la loi ou d'une entreprise publique au sens de l'article 2, 2°, de la loi, une ou des crĂ©ances certaines, exigibles et libres de tout engagement Ă l'Ă©gard de tiers pour un montant au moins Ă©gal, Ă 3.000 euros prĂšs, Ă celui pour lequel il est en retard de paiement de ses dettes fiscales.
S'agissant des obligations fiscales visées au présent paragraphe, le pouvoir adjudicateur qui a accÚs gratuitement, par les moyens électroniques visés à l'article 62, § 1er, à l'attestation du SPF Finances, procÚde à la vérification de la situation de tous les candidats ou de tous les soumissionnaires, selon le cas, dans les quarante-huit heures suivant la séance d'ouverture, si celle-ci a lieu, ou dans les quarante-huit heures suivant le moment ultime pour l'introduction de la demande de participation ou de l'offre, selon le cas.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur peut procéder à la vérification du respect du paiement de dettes fiscales autres que celles visées au paragraphe 2. Dans ce cas, il indique précisément, dans les documents du marché, les autres dettes fiscales qu'il entend vérifier ainsi que les documents sur la base desquels la vérification aura lieu. ".
" Art. 65. § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 62, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle par rapport Ă ses obligations fiscales selon les dispositions lĂ©gales du pays oĂč il est Ă©tabli.
§ 2. Pour un candidat ou soumissionnaire belge, le pouvoir adjudicateur vérifie le respect des obligations fiscales à l'égard du SPF Finances, sur la base de l'attestation délivrée par ce dernier.
Est en rÚgle par rapport aux obligations visées au présent paragraphe, le candidat ou le soumissionnaire qui n'a pas, pour ces obligations, une dette supérieure à 3.000 euros, à moins qu'il n'ait obtenu pour cette dette des délais de paiement qu'il respecte strictement.
Toutefois, mĂȘme si la dette visĂ©e au prĂ©sent paragraphe est supĂ©rieure Ă 3.000 euros, le candidat ou le soumissionnaire sera considĂ©rĂ© comme Ă©tant en rĂšgle s'il Ă©tablit, avant la dĂ©cision de sĂ©lection ou d'attribution du marchĂ©, selon le cas, qu'il possĂšde, Ă l'Ă©gard d'un pouvoir adjudicateur au sens de l'article 2, 1°, de la loi ou d'une entreprise publique au sens de l'article 2, 2°, de la loi, une ou des crĂ©ances certaines, exigibles et libres de tout engagement Ă l'Ă©gard de tiers pour un montant au moins Ă©gal, Ă 3.000 euros prĂšs, Ă celui pour lequel il est en retard de paiement de ses dettes fiscales.
S'agissant des obligations fiscales visées au présent paragraphe, le pouvoir adjudicateur qui a accÚs gratuitement, par les moyens électroniques visés à l'article 62, § 1er, à l'attestation du SPF Finances, procÚde à la vérification de la situation de tous les candidats ou de tous les soumissionnaires, selon le cas, dans les quarante-huit heures suivant la séance d'ouverture, si celle-ci a lieu, ou dans les quarante-huit heures suivant le moment ultime pour l'introduction de la demande de participation ou de l'offre, selon le cas.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur peut procéder à la vérification du respect du paiement de dettes fiscales autres que celles visées au paragraphe 2. Dans ce cas, il indique précisément, dans les documents du marché, les autres dettes fiscales qu'il entend vérifier ainsi que les documents sur la base desquels la vérification aura lieu. ".
Art. 41. Artikel 95 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
" § 3. Wanneer de aanbestedende overheid het gebruik van elektronische middelen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 54, § 1, heeft toegestaan of opgelegd voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, kan zij beslissen de opening ervan te verdagen wanneer zij vóór de opening :
1° kennis heeft gekregen van een opgetreden onbeschikbaarheid van de e-procurementtoepassing en;
2° door tenminste één kandidaat of inschrijver ervan op de hoogte is gebracht dat hij door die onbeschikbaarheid, zijn aanvraag tot deelneming of offerte, al naargelang, niet tijdig dreigt te kunnen indienen.
In geval van een verdaging van de opening overeenkomstig het eerste lid gaat de aanbestedende overheid over tot een aangepaste bekendmaking tot mededeling van de nieuwe datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, al naargelang.".
" § 3. Wanneer de aanbestedende overheid het gebruik van elektronische middelen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 54, § 1, heeft toegestaan of opgelegd voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, kan zij beslissen de opening ervan te verdagen wanneer zij vóór de opening :
1° kennis heeft gekregen van een opgetreden onbeschikbaarheid van de e-procurementtoepassing en;
2° door tenminste één kandidaat of inschrijver ervan op de hoogte is gebracht dat hij door die onbeschikbaarheid, zijn aanvraag tot deelneming of offerte, al naargelang, niet tijdig dreigt te kunnen indienen.
In geval van een verdaging van de opening overeenkomstig het eerste lid gaat de aanbestedende overheid over tot een aangepaste bekendmaking tot mededeling van de nieuwe datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, al naargelang.".
Art. 41. L'article 95 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par le paragraphe 3 rĂ©digĂ© comme suit :
" § 3. Lorsque le pouvoir adjudicateur a autorisé ou a imposé, pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, l'utilisation de moyens électroniques satisfaisant aux conditions de l'article 54, § 1er, il peut décider de reporter l'ouverture lorsqu'avant celle-ci, il :
1° a eu connaissance d'une indisponibilité de l'application e-procurement, et;
2° a été averti par au moins un candidat ou un soumissionnaire de ce que ce dernier risque de ne pas pouvoir introduire à temps sa demande de participation ou son offre, selon le cas, en raison de ladite indisponibilité.
En cas de report de l'ouverture conformément à l'alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur procÚde à une publication adaptée communiquant la nouvelle date pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, selon le cas. ".
" § 3. Lorsque le pouvoir adjudicateur a autorisé ou a imposé, pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, l'utilisation de moyens électroniques satisfaisant aux conditions de l'article 54, § 1er, il peut décider de reporter l'ouverture lorsqu'avant celle-ci, il :
1° a eu connaissance d'une indisponibilité de l'application e-procurement, et;
2° a été averti par au moins un candidat ou un soumissionnaire de ce que ce dernier risque de ne pas pouvoir introduire à temps sa demande de participation ou son offre, selon le cas, en raison de ladite indisponibilité.
En cas de report de l'ouverture conformément à l'alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur procÚde à une publication adaptée communiquant la nouvelle date pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, selon le cas. ".
Art. 42. Artikel 100 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Artikel 100. § 1. De aanbestedende overheid gaat de regelmatigheid na van de offertes van de inschrijvers die aan de voorwaarden van het toegangsrecht en de kwalitatieve selectiecriteria voldoen. Ze onderzoekt de regelmatigheid, zowel op formeel als op materieel vlak.
§ 2. Op formeel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de vormvoorschriften van [de artikelen 6, § 1, 53, § 2, 54, 56, § 2, 57, 85, 86, 87, 95 en 96] en van de opdrachtdocumenten, in de mate dat de vormvoorschriften van die artikelen of die documenten essentieel zijn.
Als een offerte daarentegen afwijkt van de overige vormvoorschriften van de in het eerste lid vermelde artikelen of van de opdrachtdocumenten, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 3. Op materieel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de bepalingen van dit besluit of van de opdrachtdocumenten betreffende met name de prijzen, termijnen en technische specificaties, in de mate dat die bepalingen essentieel zijn, of in geval van een abnormale prijs als bedoeld in de artikelen 22 en 104.
Als een offerte daarentegen niet in overeenstemming is met de andere bepalingen van dit besluit, meer bepaald met hoofdstuk 1, afdelingen 7 en 8 tot 11, hoofdstuk 6, afdelingen 2 tot 4, en hoofdstuk 10, of van de opdrachtdocumenten, of nog enig voorbehoud inhoudt of elementen bevat die niet met de werkelijkheid overeenstemmen, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 4. Een substantieel onregelmatige offerte is nietig.
In geval van een niet-substantiële onregelmatigheid kan de aanbestedende overheid de offerte nietig verklaren. Als de aanbestedende overheid een offerte niet nietig verklaart, dan wordt deze offerte geacht regelmatig te zijn.".
"Artikel 100. § 1. De aanbestedende overheid gaat de regelmatigheid na van de offertes van de inschrijvers die aan de voorwaarden van het toegangsrecht en de kwalitatieve selectiecriteria voldoen. Ze onderzoekt de regelmatigheid, zowel op formeel als op materieel vlak.
§ 2. Op formeel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de vormvoorschriften van [de artikelen 6, § 1, 53, § 2, 54, 56, § 2, 57, 85, 86, 87, 95 en 96] en van de opdrachtdocumenten, in de mate dat de vormvoorschriften van die artikelen of die documenten essentieel zijn.
Als een offerte daarentegen afwijkt van de overige vormvoorschriften van de in het eerste lid vermelde artikelen of van de opdrachtdocumenten, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 3. Op materieel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de bepalingen van dit besluit of van de opdrachtdocumenten betreffende met name de prijzen, termijnen en technische specificaties, in de mate dat die bepalingen essentieel zijn, of in geval van een abnormale prijs als bedoeld in de artikelen 22 en 104.
Als een offerte daarentegen niet in overeenstemming is met de andere bepalingen van dit besluit, meer bepaald met hoofdstuk 1, afdelingen 7 en 8 tot 11, hoofdstuk 6, afdelingen 2 tot 4, en hoofdstuk 10, of van de opdrachtdocumenten, of nog enig voorbehoud inhoudt of elementen bevat die niet met de werkelijkheid overeenstemmen, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 4. Een substantieel onregelmatige offerte is nietig.
In geval van een niet-substantiële onregelmatigheid kan de aanbestedende overheid de offerte nietig verklaren. Als de aanbestedende overheid een offerte niet nietig verklaart, dan wordt deze offerte geacht regelmatig te zijn.".
Art. 42. L'article 100 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Article 100. § 1er. Le pouvoir adjudicateur vérifie la régularité des offres des soumissionnaires ayant satisfait aux conditions du droit d'accÚs et aux critÚres de sélection qualitative. Il procÚde à cette vérification tant sur le plan formel que sur le plan matériel.
§ 2. Sur le plan formel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les formalitĂ©s prescrites par [les articles 6, § 1er, 53, § 2, 54, 56, § 2, 57, 85, 86, 87, 95 et 96] et par les documents du marchĂ©, dans la mesure oĂč les formalitĂ©s prescrites par ces articles ou ces documents revĂȘtent un caractĂšre essentiel.
Par contre, lorsque l'offre ne respecte pas les autres formalités prescrites par les articles mentionnés à l'alinéa 1er ou par les documents du marché, elle est affectée d'une irrégularité non substantielle.
§ 3. Sur le plan matĂ©riel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ou des documents du marchĂ© concernant notamment les prix, les dĂ©lais, les spĂ©cifications techniques, dans la mesure oĂč ces dispositions sont essentielles, ou en cas de prix anormal au sens des articles 22 et 104.
Par contre, lorsque l'offre n'est pas conforme aux autres dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, plus particuliĂšrement le chapitre 1er, sections 7 et 8 Ă 11, le chapitre 6, sections 2 Ă 4 et le chapitre 10, ou des documents du marchĂ©, ou encore lorsqu'elle exprime des rĂ©serves ou contient des Ă©lĂ©ments qui ne concordent pas avec la rĂ©alitĂ©, elle est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© non substantielle.
§ 4. L'offre affectée d'une irrégularité substantielle est nulle.
En cas d'irrégularité non-substantielle, le pouvoir adjudicateur peut déclarer l'offre nulle. S'il ne la déclare pas nulle, l'offre est réputée réguliÚre. ".
" Article 100. § 1er. Le pouvoir adjudicateur vérifie la régularité des offres des soumissionnaires ayant satisfait aux conditions du droit d'accÚs et aux critÚres de sélection qualitative. Il procÚde à cette vérification tant sur le plan formel que sur le plan matériel.
§ 2. Sur le plan formel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les formalitĂ©s prescrites par [les articles 6, § 1er, 53, § 2, 54, 56, § 2, 57, 85, 86, 87, 95 et 96] et par les documents du marchĂ©, dans la mesure oĂč les formalitĂ©s prescrites par ces articles ou ces documents revĂȘtent un caractĂšre essentiel.
Par contre, lorsque l'offre ne respecte pas les autres formalités prescrites par les articles mentionnés à l'alinéa 1er ou par les documents du marché, elle est affectée d'une irrégularité non substantielle.
§ 3. Sur le plan matĂ©riel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ou des documents du marchĂ© concernant notamment les prix, les dĂ©lais, les spĂ©cifications techniques, dans la mesure oĂč ces dispositions sont essentielles, ou en cas de prix anormal au sens des articles 22 et 104.
Par contre, lorsque l'offre n'est pas conforme aux autres dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, plus particuliĂšrement le chapitre 1er, sections 7 et 8 Ă 11, le chapitre 6, sections 2 Ă 4 et le chapitre 10, ou des documents du marchĂ©, ou encore lorsqu'elle exprime des rĂ©serves ou contient des Ă©lĂ©ments qui ne concordent pas avec la rĂ©alitĂ©, elle est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© non substantielle.
§ 4. L'offre affectée d'une irrégularité substantielle est nulle.
En cas d'irrégularité non-substantielle, le pouvoir adjudicateur peut déclarer l'offre nulle. S'il ne la déclare pas nulle, l'offre est réputée réguliÚre. ".
Art. 43. In artikel 102, § 3, laatste lid, van hetzelfde besluit worden in de Franse tekst, de woorden "peut ne pas tenir compte" vervangen door de woorden "peut décider de ne pas tenir compte".
Art. 43. A l'article 102, § 3, dernier alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " peut ne pas tenir compte " sont remplacĂ©s par les mots " peut dĂ©cider de ne pas tenir compte ".
Art. 44. In artikel 110, § 1, van hetzelfde besluit, worden de woorden "niet bereiken" vervangen door de woorden "niet overschrijden".
Art. 44. Dans l'article 110, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " ne peut atteindre " sont remplacĂ©s par les mots " ne peut dĂ©passer ".
Art. 45. In artikel 111, § 1, van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen als volgt :
"Artikel 63, §§ 1, 2, 6° en 7°, 3 en 4, alsook de artikelen 64 en 65 zijn evenwel steeds toepasselijk op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, behalve voor opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave het bedrag bedoeld in artikel 110, § 1, 4° niet overschrijdt.".
"Artikel 63, §§ 1, 2, 6° en 7°, 3 en 4, alsook de artikelen 64 en 65 zijn evenwel steeds toepasselijk op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, behalve voor opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave het bedrag bedoeld in artikel 110, § 1, 4° niet overschrijdt.".
Art. 45. Dans l'article 111, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
" Néanmoins, l'article 63, §§ 1er, 2, 6° et 7°, 3 et 4, ainsi que les articles 64 et 65 sont toujours applicables à la procédure négociée sans publicité, sauf en cas de marché dont la dépense à approuver ne dépasse pas le montant visé à l'article 110, § 1er, 4°. ".
" Néanmoins, l'article 63, §§ 1er, 2, 6° et 7°, 3 et 4, ainsi que les articles 64 et 65 sont toujours applicables à la procédure négociée sans publicité, sauf en cas de marché dont la dépense à approuver ne dépasse pas le montant visé à l'article 110, § 1er, 4°. ".
Art. 46. In artikel 112 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de eerste zin van het eerste lid wordt aangevuld met de volgende woorden :
", rekening houdend met de gunningscriteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en een objectieve vergelijking van de offertes mogelijk maken op basis van een waardeoordeel.";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 3° en 4°, luidende :
"3° de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 25, 1°, a), van de wet;
4° voor zover ze de toepasselijke drempel van artikel 33 niet bereiken, de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 25, 1°, e) en f), 3°, b) en c), en 5°, van de wet.".
1° de eerste zin van het eerste lid wordt aangevuld met de volgende woorden :
", rekening houdend met de gunningscriteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en een objectieve vergelijking van de offertes mogelijk maken op basis van een waardeoordeel.";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 3° en 4°, luidende :
"3° de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 25, 1°, a), van de wet;
4° voor zover ze de toepasselijke drempel van artikel 33 niet bereiken, de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 25, 1°, e) en f), 3°, b) en c), en 5°, van de wet.".
Art. 46. A l'article 112 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° la premiÚre phrase de l'alinéa 1er est complétée par les mots :
" en tenant compte des critÚres d'attribution liés à l'objet du marché et permettant une comparaison objective des offres sur la base d'un jugement de valeur. ";
2° l'alinéa 2 est complété par les points 3° et 4° rédigés comme suit :
" 3° les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 25, 1°, a), de la loi;
4° pour autant qu'ils n'atteignent pas le seuil applicable de l'article 33, les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 25, 1°, e) et f), 3°, b) et c), et 5°, de la loi. ".
1° la premiÚre phrase de l'alinéa 1er est complétée par les mots :
" en tenant compte des critÚres d'attribution liés à l'objet du marché et permettant une comparaison objective des offres sur la base d'un jugement de valeur. ";
2° l'alinéa 2 est complété par les points 3° et 4° rédigés comme suit :
" 3° les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 25, 1°, a), de la loi;
4° pour autant qu'ils n'atteignent pas le seuil applicable de l'article 33, les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 25, 1°, e) et f), 3°, b) et c), et 5°, de la loi. ".
Art. 47. Artikel 116, § 1, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende zin : "Deze gunningscriteria moeten verband houden met het voorwerp van de opdracht en een objectieve vergelijking van de offertes mogelijk maken op basis van een waardeoordeel.".
Art. 47. L'article 116, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par la phrase suivante : " Ces critĂšres d'attribution doivent ĂȘtre liĂ©s Ă l'objet du marchĂ© et permettre une comparaison objective des offres sur la base d'un jugement de valeur. ".
Art. 48. In hetzelfde besluit worden bijlage 3 vervangen door de bijlage opgenomen in bijlage 2 van dit besluit.
Art. 48. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'annexe 3 est remplacĂ©e par l'annexe reprise dans l'annexe 2 jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren van 16 juli 2012
CHAPITRE 5. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 16 juillet 2012 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs spĂ©ciaux
Art. 49. In artikel 6 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren van 16 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "artikel 41, tweede lid" vervangen door de woorden "artikel 41, eerste lid";
2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende :
" § 7. De technische specificaties die op de opdracht van toepassing zijn, kunnen worden aangevuld met mallen, stalen, modellen, types en dergelijke meer, die door de aanbestedende overheid worden gemerkt.
Indien de werken, leveringen of diensten tegelijkertijd omschreven worden door plannen, modellen en stalen, en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, bepalen de plannen de vorm, de afmetingen en de aard van het materiaal waaruit het product is vervaardigd. De modellen dienen slechts voor het onderzoek van de afwerking en de stalen om de kwaliteit na te gaan.".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "artikel 41, tweede lid" vervangen door de woorden "artikel 41, eerste lid";
2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende :
" § 7. De technische specificaties die op de opdracht van toepassing zijn, kunnen worden aangevuld met mallen, stalen, modellen, types en dergelijke meer, die door de aanbestedende overheid worden gemerkt.
Indien de werken, leveringen of diensten tegelijkertijd omschreven worden door plannen, modellen en stalen, en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, bepalen de plannen de vorm, de afmetingen en de aard van het materiaal waaruit het product is vervaardigd. De modellen dienen slechts voor het onderzoek van de afwerking en de stalen om de kwaliteit na te gaan.".
Art. 49. A l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© royal du 16 juillet 2012 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs spĂ©ciaux, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le paragraphe 1er, les mots " l'article 41, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " l'article 41, alinéa 1er ";
2° l'article est complété par le paragraphe 7 rédigé comme suit :
" § 7. Les spĂ©cifications techniques rendues applicables au marchĂ© peuvent ĂȘtre complĂ©tĂ©es par des calibres, Ă©chantillons, modĂšles, types et autres Ă©lĂ©ments similaires, lesquels sont revĂȘtus de la marque du pouvoir adjudicateur.
Si les travaux, fournitures ou services sont définis à la fois par des plans, modÚles et échantillons, sauf disposition contraire dans les documents du marché, les plans déterminent la forme du produit, ses dimensions et la nature de la matiÚre dont il est constitué. Les modÚles ne sont considérés que pour le contrÎle du fini d'exécution et les échantillons pour la qualité. ".
1° dans le paragraphe 1er, les mots " l'article 41, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " l'article 41, alinéa 1er ";
2° l'article est complété par le paragraphe 7 rédigé comme suit :
" § 7. Les spĂ©cifications techniques rendues applicables au marchĂ© peuvent ĂȘtre complĂ©tĂ©es par des calibres, Ă©chantillons, modĂšles, types et autres Ă©lĂ©ments similaires, lesquels sont revĂȘtus de la marque du pouvoir adjudicateur.
Si les travaux, fournitures ou services sont définis à la fois par des plans, modÚles et échantillons, sauf disposition contraire dans les documents du marché, les plans déterminent la forme du produit, ses dimensions et la nature de la matiÚre dont il est constitué. Les modÚles ne sont considérés que pour le contrÎle du fini d'exécution et les échantillons pour la qualité. ".
Art. 50. Het opschrift van afdeling 8 van het eerste hoofdstuk van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
"Afdeling 8. - Beroep op onderaannemers en andere entiteiten".
"Afdeling 8. - Beroep op onderaannemers en andere entiteiten".
Art. 50. L'intitulĂ© de la section 8 du chapitre 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Section 8. - Recours à des sous-traitants et à d'autres entités ".
" Section 8. - Recours à des sous-traitants et à d'autres entités ".
Art. 51. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 12. De aanbestedende overheid kan de inschrijver in de opdrachtdocumenten verzoeken om in zijn offerte te vermelden welk gedeelte van de opdracht hij voornemens is in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.
Wanneer de kandidaat of de inschrijver een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten als bedoeld in artikel 72 en die draagkracht bepalend is voor zijn selectie, vermeldt de kandidaat of de inschrijver, al naargelang, steeds voor welk gedeelte hij een beroep doet op die draagkracht en welke andere entiteiten hij voorstelt :
1° in zijn offerte ingeval de procedure slechts één fase met de indiening van offertes omvat;
2° zowel in zijn aanvraag tot deelneming als in zijn offerte ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat.
De in het eerste en tweede lid bedoelde vermelding laat de aansprakelijkheid van de inschrijver onverlet.
In de situatie van het tweede lid, 2°, verifieert de aanbestedende overheid in de tweede fase of de inschrijver de in de inleidende zin van dat lid bedoelde vermeldingen in zijn offerte heeft opgenomen en of deze overeenstemmen met de vermeldingen in zijn aanvraag tot deelneming, die in de eerste fase tot zijn selectie hebben geleid.".
"Art. 12. De aanbestedende overheid kan de inschrijver in de opdrachtdocumenten verzoeken om in zijn offerte te vermelden welk gedeelte van de opdracht hij voornemens is in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.
Wanneer de kandidaat of de inschrijver een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten als bedoeld in artikel 72 en die draagkracht bepalend is voor zijn selectie, vermeldt de kandidaat of de inschrijver, al naargelang, steeds voor welk gedeelte hij een beroep doet op die draagkracht en welke andere entiteiten hij voorstelt :
1° in zijn offerte ingeval de procedure slechts één fase met de indiening van offertes omvat;
2° zowel in zijn aanvraag tot deelneming als in zijn offerte ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat.
De in het eerste en tweede lid bedoelde vermelding laat de aansprakelijkheid van de inschrijver onverlet.
In de situatie van het tweede lid, 2°, verifieert de aanbestedende overheid in de tweede fase of de inschrijver de in de inleidende zin van dat lid bedoelde vermeldingen in zijn offerte heeft opgenomen en of deze overeenstemmen met de vermeldingen in zijn aanvraag tot deelneming, die in de eerste fase tot zijn selectie hebben geleid.".
Art. 51. L'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 12. Le pouvoir adjudicateur peut, dans les documents du marché, demander au soumissionnaire d'indiquer dans son offre la part du marché qu'il a l'intention de sous-traiter ainsi que les sous-traitants proposés.
Lorsque le candidat ou le soumissionnaire fait appel à la capacité d'autres entités au sens de l'article 72 et que cette capacité est déterminante pour sa sélection, le candidat ou le soumissionnaire, selon le cas, mentionne toujours pour quelle part du marché il fait appel à cette capacité et quelles autres entités il propose :
1° dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une seule phase impliquant l'introduction d'offres;
2° tant dans sa demande de participation que dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une premiĂšre phase impliquant l'introduction de demandes de participation.
La mention visée aux alinéas 1er et 2 ne préjuge pas la question de la responsabilité du soumissionnaire.
Dans la situation de l'alinéa 2, 2°, le pouvoir adjudicateur vérifie au cours de la deuxiÚme phase si le soumissionnaire a inclus dans son offre les mentions visées dans la phrase introductive de cet alinéa et si ces derniÚres correspondent avec les mentions reprises dans sa demande de participation qui, dans la premiÚre phase, ont conduit à sa sélection. ".
" Art. 12. Le pouvoir adjudicateur peut, dans les documents du marché, demander au soumissionnaire d'indiquer dans son offre la part du marché qu'il a l'intention de sous-traiter ainsi que les sous-traitants proposés.
Lorsque le candidat ou le soumissionnaire fait appel à la capacité d'autres entités au sens de l'article 72 et que cette capacité est déterminante pour sa sélection, le candidat ou le soumissionnaire, selon le cas, mentionne toujours pour quelle part du marché il fait appel à cette capacité et quelles autres entités il propose :
1° dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une seule phase impliquant l'introduction d'offres;
2° tant dans sa demande de participation que dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une premiĂšre phase impliquant l'introduction de demandes de participation.
La mention visée aux alinéas 1er et 2 ne préjuge pas la question de la responsabilité du soumissionnaire.
Dans la situation de l'alinéa 2, 2°, le pouvoir adjudicateur vérifie au cours de la deuxiÚme phase si le soumissionnaire a inclus dans son offre les mentions visées dans la phrase introductive de cet alinéa et si ces derniÚres correspondent avec les mentions reprises dans sa demande de participation qui, dans la premiÚre phase, ont conduit à sa sélection. ".
Art. 52. In artikel 26 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid gewijzigd als volgt :
"Bij opdrachten voor leveringen die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de totale waarde van de opeenvolgende soortgelijke opdrachten die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste levering of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
"Bij opdrachten voor leveringen die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de totale waarde van de opeenvolgende soortgelijke opdrachten die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste levering of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
Art. 52. Dans l'article 26 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" Lorsque des marchĂ©s de fournitures prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur totale des marchĂ©s successifs analogues Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre livraison ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
" Lorsque des marchĂ©s de fournitures prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur totale des marchĂ©s successifs analogues Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre livraison ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
Art. 53. In artikel 27 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 3 gewijzigd als volgt :
" § 3. Bij opdrachten voor diensten die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de geraamde totale waarde van de opeenvolgende opdrachten van dezelfde categorie die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste prestatie of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
" § 3. Bij opdrachten voor diensten die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de geraamde totale waarde van de opeenvolgende opdrachten van dezelfde categorie die zullen worden geplaatst over twaalf maanden volgend op de eerste prestatie of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.".
Art. 53. Dans l'article 27 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 3. Lorsque des marchĂ©s de services prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur estimĂ©e totale des marchĂ©s successifs de la mĂȘme catĂ©gorie Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre prestation, ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
" § 3. Lorsque des marchĂ©s de services prĂ©sentent un caractĂšre de rĂ©gularitĂ© ou sont destinĂ©s Ă ĂȘtre renouvelĂ©s au cours d'une pĂ©riode donnĂ©e, l'estimation se rĂ©fĂšre Ă la valeur estimĂ©e totale des marchĂ©s successifs de la mĂȘme catĂ©gorie Ă passer au cours des douze mois suivant la premiĂšre prestation, ou au cours de toute la pĂ©riode si celle-ci est supĂ©rieure Ă douze mois. ".
Art. 54. In artikel 59, § 2, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"Een inschrijver mag slechts één offerte per opdracht indienen behalve in geval van eventuele varianten. Voor de toepassing van deze bepaling wordt elke deelnemer aan een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid beschouwd als een inschrijver.".
"Een inschrijver mag slechts één offerte per opdracht indienen behalve in geval van eventuele varianten. Voor de toepassing van deze bepaling wordt elke deelnemer aan een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid beschouwd als een inschrijver.".
Art. 54. Dans l'article 59, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" Un soumissionnaire ne peut remettre qu'une offre par marché sauf en cas d'éventuelles variantes. Pour l'application de cette disposition, chaque participant à un groupement sans personnalité juridique est considéré comme un soumissionnaire. ".
" Un soumissionnaire ne peut remettre qu'une offre par marché sauf en cas d'éventuelles variantes. Pour l'application de cette disposition, chaque participant à un groupement sans personnalité juridique est considéré comme un soumissionnaire. ".
Art. 55. In artikel 64, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden "de uit hoofde van de artikelen 63 tot 78 overgelegde inlichtingen en documenten" vervangen door de woorden "de in de artikelen 63 tot 78 bedoelde inlichtingen en documenten".
Art. 55. Dans l'article 64, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " les renseignements et documents prĂ©sentĂ©s en application des articles 63 Ă 78 " sont remplacĂ©s par les mots " les renseignements et documents visĂ©s aux articles 63 Ă 78 ".
Art. 56. Artikel 66 wordt vervangen als volgt :
"Art. 66. § 1. Overeenkomstig artikel 20 van de wet wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
2° omkoping als bedoeld in artikelen 246 en 250 van het Strafwetboek;
3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 65, § 1, vraagt de aanbestedende overheid, met het oog op de toepassing van deze paragraaf, aan de kandidaten of inschrijvers, om de noodzakelijke inlichtingen of documenten over te leggen. Indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van die kandidaten of inschrijvers, kan zij de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze ter zake nodig acht.
De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting tot uitsluiting van de toegang tot de gunningsprocedure.
§ 2. Overeenkomstig artikel 20 van de wet kan in elk stadium van de gunningsprocedure worden uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die :
1° in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt, die een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of die in een vergelijkbare toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;
2° aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in andere nationale reglementeringen;
3° bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast;
4° bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan;
5° niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn socialezekerheidsbijdragen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 67;
6° niet in orde is met de betaling van zijn belastingen volgens de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is, overeenkomstig de bepalingen van artikel 68;
7° zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opeisbaar bij toepassing van dit hoofdstuk, of die deze inlichtingen niet heeft verstrekt.
§ 3. Het bewijs dat de kandidaat of inschrijver zich niet in één van de gevallen vermeld in de §§ 1 en 2 bevindt, kan geleverd worden door :
1° voor § 1 en § 2, 1°, 2° of 3° : een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document uitgereikt door een gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan;
2° voor § 2, 5° en 6° : een attest uitgereikt door de bevoegde overheid van het betrokken land;
3° voor § 2, 4° en 7° : elk middel dat de aanbestedende overheid aannemelijk kan maken.
Wanneer een document of attest als bedoeld in 1° en 2° van het eerste lid, is vereist, niet wordt uitgereikt in het betrokken land of daarin niet alle in § 1 en in § 2, 1°, 2° of 3°, bedoelde gevallen worden vermeld, kan het worden vervangen door een verklaring onder eed of, in landen waar niet in een eed is voorzien, door een plechtige verklaring van de betrokkene voor een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.
§ 4. Bij open procedure, vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in één fase verloopt, vormt het loutere feit van de indiening van de offerte vanwege de inschrijver zijn impliciete verklaring op erewoord dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bevindt als bedoeld in de eerste en de tweede paragraaf.
De verplichte toepassing van de impliciete verklaring op erewoord geldt enkel in zoverre de inlichtingen of documenten betreffende de uitsluitingsgevallen waarop de verklaring slaat, voor de aanbestedende overheid kosteloos toegankelijk zijn via elektronische middelen als bedoeld in artikel 65, § 1.
Bij de procedures vermeld in het eerste lid, wanneer de voorwaarde van het tweede lid niet is vervuld, alsook bij beperkte procedure, onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in meerdere fases verloopt, kan de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten bepalen dat het loutere feit van de indiening van de aanvraag tot deelneming of van de offerte, de impliciete verklaring op erewoord van de kandidaat respectievelijk de inschrijver vormt dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bedoeld in §§ 1 en 2 bevindt.
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 68, § 2, laatste lid, wat betreft de verificatie van de naleving van de fiscale verplichtingen als bedoeld in § 2, 6°, gaat de aanbestedende overheid bij toepassing van de in de vorige leden bedoelde verklaring de toestand na van, al naargelang :
1° de voor selectie in aanmerking komende kandidaten, alvorens de selectiebeslissing te nemen;
2° de als opdrachtnemer in aanmerking komende inschrijver, alvorens de gunningsbeslissing te nemen.".
"Art. 66. § 1. Overeenkomstig artikel 20 van de wet wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
2° omkoping als bedoeld in artikelen 246 en 250 van het Strafwetboek;
3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 65, § 1, vraagt de aanbestedende overheid, met het oog op de toepassing van deze paragraaf, aan de kandidaten of inschrijvers, om de noodzakelijke inlichtingen of documenten over te leggen. Indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van die kandidaten of inschrijvers, kan zij de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze ter zake nodig acht.
De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting tot uitsluiting van de toegang tot de gunningsprocedure.
§ 2. Overeenkomstig artikel 20 van de wet kan in elk stadium van de gunningsprocedure worden uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die :
1° in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt, die een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of die in een vergelijkbare toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;
2° aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in andere nationale reglementeringen;
3° bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast;
4° bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan;
5° niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn socialezekerheidsbijdragen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 67;
6° niet in orde is met de betaling van zijn belastingen volgens de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is, overeenkomstig de bepalingen van artikel 68;
7° zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opeisbaar bij toepassing van dit hoofdstuk, of die deze inlichtingen niet heeft verstrekt.
§ 3. Het bewijs dat de kandidaat of inschrijver zich niet in één van de gevallen vermeld in de §§ 1 en 2 bevindt, kan geleverd worden door :
1° voor § 1 en § 2, 1°, 2° of 3° : een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document uitgereikt door een gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan;
2° voor § 2, 5° en 6° : een attest uitgereikt door de bevoegde overheid van het betrokken land;
3° voor § 2, 4° en 7° : elk middel dat de aanbestedende overheid aannemelijk kan maken.
Wanneer een document of attest als bedoeld in 1° en 2° van het eerste lid, is vereist, niet wordt uitgereikt in het betrokken land of daarin niet alle in § 1 en in § 2, 1°, 2° of 3°, bedoelde gevallen worden vermeld, kan het worden vervangen door een verklaring onder eed of, in landen waar niet in een eed is voorzien, door een plechtige verklaring van de betrokkene voor een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.
§ 4. Bij open procedure, vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in één fase verloopt, vormt het loutere feit van de indiening van de offerte vanwege de inschrijver zijn impliciete verklaring op erewoord dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bevindt als bedoeld in de eerste en de tweede paragraaf.
De verplichte toepassing van de impliciete verklaring op erewoord geldt enkel in zoverre de inlichtingen of documenten betreffende de uitsluitingsgevallen waarop de verklaring slaat, voor de aanbestedende overheid kosteloos toegankelijk zijn via elektronische middelen als bedoeld in artikel 65, § 1.
Bij de procedures vermeld in het eerste lid, wanneer de voorwaarde van het tweede lid niet is vervuld, alsook bij beperkte procedure, onderhandelingsprocedure met bekendmaking en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, wanneer die laatste procedure in meerdere fases verloopt, kan de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten bepalen dat het loutere feit van de indiening van de aanvraag tot deelneming of van de offerte, de impliciete verklaring op erewoord van de kandidaat respectievelijk de inschrijver vormt dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen bedoeld in §§ 1 en 2 bevindt.
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 68, § 2, laatste lid, wat betreft de verificatie van de naleving van de fiscale verplichtingen als bedoeld in § 2, 6°, gaat de aanbestedende overheid bij toepassing van de in de vorige leden bedoelde verklaring de toestand na van, al naargelang :
1° de voor selectie in aanmerking komende kandidaten, alvorens de selectiebeslissing te nemen;
2° de als opdrachtnemer in aanmerking komende inschrijver, alvorens de gunningsbeslissing te nemen.".
Art. 56. L'article 66 est remplacé par ce qui suit :
" Art. 66. § 1er. Conformément à l'article 20 de la loi, est exclu de l'accÚs au marché, à quelque stade que ce soit de la procédure, le candidat ou le soumissionnaire qui a fait l'objet d'une condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée dont le pouvoir adjudicateur a connaissance pour :
1° participation à une organisation criminelle telle que définie à l'article 324bis du Code pénal;
2° corruption, telle que définie aux articles 246 et 250 du Code pénal;
3° fraude au sens de l'article 1er de la convention relative Ă la protection des intĂ©rĂȘts financiers des communautĂ©s europĂ©ennes, approuvĂ©e par la loi du 17 fĂ©vrier 2002;
4° blanchiment de capitaux tel que défini à l'article 5 de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du systÚme financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme.
Sous réserve de l'application de l'article 65, § 1er, le pouvoir adjudicateur, en vue de l'application du présent paragraphe, demande aux candidats ou soumissionnaires de fournir les renseignements ou documents nécessaires. Lorsqu'il a des doutes sur la situation personnelle de ces candidats ou soumissionnaires, il peut s'adresser aux autorités compétentes belges ou étrangÚres pour obtenir les informations qu'il estime nécessaires à ce propos.
Le pouvoir adjudicateur peut, pour des exigences impĂ©ratives d'intĂ©rĂȘt gĂ©nĂ©ral, dĂ©roger Ă l'obligation d'exclusion de l'accĂšs au marchĂ© visĂ©e au prĂ©sent paragraphe.
§ 2. ConformĂ©ment Ă l'article 20 de la loi, peut ĂȘtre exclu de l'accĂšs au marchĂ©, Ă quelque stade que ce soit de la procĂ©dure, le candidat ou le soumissionnaire :
1° qui est en Ă©tat de faillite, de liquidation, de cessation d'activitĂ©s, de rĂ©organisation judiciaire ou dans toute situation analogue rĂ©sultant d'une procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
2° qui a fait l'aveu de sa faillite ou fait l'objet d'une procĂ©dure de liquidation, de rĂ©organisation judiciaire ou de toute autre procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
3° qui a fait l'objet d'une condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée pour tout délit affectant sa moralité professionnelle;
4° qui, en matiÚre professionnelle, a commis une faute grave;
5° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses cotisations de sécurité sociale conformément aux dispositions de l'article 67;
6° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses impÎts et taxes selon la législation belge ou celle du pays dans lequel il est établi, conformément aux dispositions de l'article 68;
7° qui s'est rendu gravement coupable de fausses déclarations en fournissant des renseignements exigibles en application du présent chapitre ou qui n'a pas fourni ces renseignements.
§ 3. La preuve que le candidat ou le soumissionnaire ne se trouve pas dans un des cas citĂ©s au §§ 1er et 2, peut ĂȘtre apportĂ©e par :
1° pour le § 1er et le § 2, 1°, 2° ou 3° : un extrait du casier judiciaire ou un document équivalent délivré par une autorité judiciaire ou administrative du pays d'origine ou de provenance et dont il résulte que ces exigences sont satisfaites;
2° pour le § 2, 5° et 6° : une attestation délivrée par l'autorité compétente du pays concerné;
3° pour le § 2, 4° et 7° : tout moyen dont le pouvoir adjudicateur pourra justifier.
Lorsqu'un document ou attestation visĂ© aux 1° et 2° de l'alinĂ©a 1er n'est pas dĂ©livrĂ© dans le pays concernĂ© ou ne mentionne pas tous les cas visĂ©s au § 1er et au § 2, 1°, 2° ou 3°, il peut ĂȘtre remplacĂ© par une dĂ©claration sous serment ou, dans les pays oĂč un tel serment n'existe pas, par une dĂ©claration solennelle faite par l'intĂ©ressĂ© devant une autoritĂ© judiciaire ou administrative, un notaire ou un organisme professionnel qualifiĂ© du pays d'origine ou de provenance.
§ 4. En cas de procédure ouverte, de procédure négociée directe avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en une seule phase, le soumissionnaire, par le simple fait d'introduire l'offre, déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
L'application obligatoire de la dĂ©claration implicite sur l'honneur ne vaut que dans la mesure oĂč le pouvoir adjudicateur a accĂšs gratuitement, par des moyens Ă©lectroniques visĂ©s Ă l'article 65, § 1er, aux renseignements ou documents relatifs aux cas d'exclusion sur lesquels porte la dĂ©claration.
Pour les procédures mentionnées à l'alinéa 1er, lorsque n'est pas remplie la condition de l'alinéa 2, mais aussi en cas de procédure restreinte, de procédure négociée avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en plusieurs phases, le pouvoir adjudicateur peut prévoir dans les documents du marché que par le simple fait d'introduire la demande de participation ou l'offre, respectivement le candidat ou le soumissionnaire déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
Sous réserve des dispositions de l'article 68, § 2, dernier alinéa, concernant la vérification du respect des obligations fiscales visées au § 2, 6°, le pouvoir adjudicateur, en application de la déclaration visée aux alinéas précédents, procÚde à la vérification de la situation, selon le cas :
1° des candidats entrant en considération pour la sélection, avant de prendre la décision de sélection;
2° du soumissionnaire susceptible d'ĂȘtre dĂ©signĂ© adjudicataire, avant de prendre la dĂ©cision d'attribution. ".
" Art. 66. § 1er. Conformément à l'article 20 de la loi, est exclu de l'accÚs au marché, à quelque stade que ce soit de la procédure, le candidat ou le soumissionnaire qui a fait l'objet d'une condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée dont le pouvoir adjudicateur a connaissance pour :
1° participation à une organisation criminelle telle que définie à l'article 324bis du Code pénal;
2° corruption, telle que définie aux articles 246 et 250 du Code pénal;
3° fraude au sens de l'article 1er de la convention relative Ă la protection des intĂ©rĂȘts financiers des communautĂ©s europĂ©ennes, approuvĂ©e par la loi du 17 fĂ©vrier 2002;
4° blanchiment de capitaux tel que défini à l'article 5 de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du systÚme financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme.
Sous réserve de l'application de l'article 65, § 1er, le pouvoir adjudicateur, en vue de l'application du présent paragraphe, demande aux candidats ou soumissionnaires de fournir les renseignements ou documents nécessaires. Lorsqu'il a des doutes sur la situation personnelle de ces candidats ou soumissionnaires, il peut s'adresser aux autorités compétentes belges ou étrangÚres pour obtenir les informations qu'il estime nécessaires à ce propos.
Le pouvoir adjudicateur peut, pour des exigences impĂ©ratives d'intĂ©rĂȘt gĂ©nĂ©ral, dĂ©roger Ă l'obligation d'exclusion de l'accĂšs au marchĂ© visĂ©e au prĂ©sent paragraphe.
§ 2. ConformĂ©ment Ă l'article 20 de la loi, peut ĂȘtre exclu de l'accĂšs au marchĂ©, Ă quelque stade que ce soit de la procĂ©dure, le candidat ou le soumissionnaire :
1° qui est en Ă©tat de faillite, de liquidation, de cessation d'activitĂ©s, de rĂ©organisation judiciaire ou dans toute situation analogue rĂ©sultant d'une procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
2° qui a fait l'aveu de sa faillite ou fait l'objet d'une procĂ©dure de liquidation, de rĂ©organisation judiciaire ou de toute autre procĂ©dure de mĂȘme nature existant dans d'autres rĂ©glementations nationales;
3° qui a fait l'objet d'une condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée pour tout délit affectant sa moralité professionnelle;
4° qui, en matiÚre professionnelle, a commis une faute grave;
5° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses cotisations de sécurité sociale conformément aux dispositions de l'article 67;
6° qui n'est pas en rÚgle avec ses obligations relatives au paiement de ses impÎts et taxes selon la législation belge ou celle du pays dans lequel il est établi, conformément aux dispositions de l'article 68;
7° qui s'est rendu gravement coupable de fausses déclarations en fournissant des renseignements exigibles en application du présent chapitre ou qui n'a pas fourni ces renseignements.
§ 3. La preuve que le candidat ou le soumissionnaire ne se trouve pas dans un des cas citĂ©s au §§ 1er et 2, peut ĂȘtre apportĂ©e par :
1° pour le § 1er et le § 2, 1°, 2° ou 3° : un extrait du casier judiciaire ou un document équivalent délivré par une autorité judiciaire ou administrative du pays d'origine ou de provenance et dont il résulte que ces exigences sont satisfaites;
2° pour le § 2, 5° et 6° : une attestation délivrée par l'autorité compétente du pays concerné;
3° pour le § 2, 4° et 7° : tout moyen dont le pouvoir adjudicateur pourra justifier.
Lorsqu'un document ou attestation visĂ© aux 1° et 2° de l'alinĂ©a 1er n'est pas dĂ©livrĂ© dans le pays concernĂ© ou ne mentionne pas tous les cas visĂ©s au § 1er et au § 2, 1°, 2° ou 3°, il peut ĂȘtre remplacĂ© par une dĂ©claration sous serment ou, dans les pays oĂč un tel serment n'existe pas, par une dĂ©claration solennelle faite par l'intĂ©ressĂ© devant une autoritĂ© judiciaire ou administrative, un notaire ou un organisme professionnel qualifiĂ© du pays d'origine ou de provenance.
§ 4. En cas de procédure ouverte, de procédure négociée directe avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en une seule phase, le soumissionnaire, par le simple fait d'introduire l'offre, déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
L'application obligatoire de la dĂ©claration implicite sur l'honneur ne vaut que dans la mesure oĂč le pouvoir adjudicateur a accĂšs gratuitement, par des moyens Ă©lectroniques visĂ©s Ă l'article 65, § 1er, aux renseignements ou documents relatifs aux cas d'exclusion sur lesquels porte la dĂ©claration.
Pour les procédures mentionnées à l'alinéa 1er, lorsque n'est pas remplie la condition de l'alinéa 2, mais aussi en cas de procédure restreinte, de procédure négociée avec publicité et de procédure négociée sans publicité, lorsque cette derniÚre procédure se déroule en plusieurs phases, le pouvoir adjudicateur peut prévoir dans les documents du marché que par le simple fait d'introduire la demande de participation ou l'offre, respectivement le candidat ou le soumissionnaire déclare implicitement sur l'honneur qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion visés aux paragraphes 1er et 2.
Sous réserve des dispositions de l'article 68, § 2, dernier alinéa, concernant la vérification du respect des obligations fiscales visées au § 2, 6°, le pouvoir adjudicateur, en application de la déclaration visée aux alinéas précédents, procÚde à la vérification de la situation, selon le cas :
1° des candidats entrant en considération pour la sélection, avant de prendre la décision de sélection;
2° du soumissionnaire susceptible d'ĂȘtre dĂ©signĂ© adjudicataire, avant de prendre la dĂ©cision d'attribution. ".
Art. 57. In artikel 67, § 1, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 65, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders, bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de vereisten inzake de betaling van zijn bijdragen voor de sociale zekerheid.".
" § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 65, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders, bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de vereisten inzake de betaling van zijn bijdragen voor de sociale zekerheid.".
Art. 57. Dans l'article 67, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er, est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 65, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire employant du personnel assujetti Ă la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation de l'Office national de SĂ©curitĂ© sociale dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle en matiĂšre de paiement de ses cotisations de sĂ©curitĂ© sociale. ".
" § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 65, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire employant du personnel assujetti Ă la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation de l'Office national de SĂ©curitĂ© sociale dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle en matiĂšre de paiement de ses cotisations de sĂ©curitĂ© sociale. ".
Art. 58. Artikel 68 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 68. § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 65, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest waaruit blijkt dat hij heeft voldaan aan zijn fiscale verplichtingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.
§ 2. Voor een Belgische kandidaat of inschrijver verifieert de aanbestedende overheid de naleving van de fiscale verplichtingen ten opzichte van de FOD Financiën, op basis van het attest dat door die laatste wordt afgeleverd.
De kandidaat of inschrijver heeft aan de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen voldaan, indien hij voor die verplichtingen geen schuld heeft van meer dan 3.000 euro, of voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen en de afbetalingen daarvan strikt in acht neemt.
Evenwel, zelfs wanneer de in deze paragraaf bedoelde schuld groter is dan 3.000 euro, zal de kandidaat of inschrijver in orde bevonden worden indien hij, alvorens de beslissing over de selectie van de kandidaten of de gunning van de opdracht wordt genomen, al naargelang, aantoont dat hij op een aanbestedende overheid in de zin van artikel 2, 1°, van de wet of op een overheidsbedrijf in de zin van artikel 2, 2°, van de wet, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op 3.000 euro na, ten minste gelijk is aan de achterstallige afbetaling van zijn fiscale schulden.
Voor de in deze paragraaf bedoelde fiscale verplichtingen verifieert de aanbestedende overheid die via de in artikel 65, § 1, bedoelde elektronische middelen kosteloos toegang heeft tot het attest van de FOD Financiën, voor alle kandidaten of inschrijvers, al naargelang, de toestand binnen achtenveertig uur na de openingszitting, zo die plaatsvindt, dan wel binnen achtenveertig uur na het uiterste tijdstip voor het indienen van de aanvraag tot deelneming of de offerte, al naargelang.
§ 3. De aanbestedende overheid kan overgaan tot de verificatie van de naleving van de betaling van andere dan de in paragraaf 2 bedoelde fiscale schulden. In dat geval duidt zij in de opdrachtdocumenten precies aan welke andere fiscale schulden zij wenst te onderzoeken alsook aan de hand van welke documenten.".
"Art. 68. § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 65, § 1, voegt de kandidaat of de inschrijver bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte, al naargelang, een attest waaruit blijkt dat hij heeft voldaan aan zijn fiscale verplichtingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.
§ 2. Voor een Belgische kandidaat of inschrijver verifieert de aanbestedende overheid de naleving van de fiscale verplichtingen ten opzichte van de FOD Financiën, op basis van het attest dat door die laatste wordt afgeleverd.
De kandidaat of inschrijver heeft aan de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen voldaan, indien hij voor die verplichtingen geen schuld heeft van meer dan 3.000 euro, of voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen en de afbetalingen daarvan strikt in acht neemt.
Evenwel, zelfs wanneer de in deze paragraaf bedoelde schuld groter is dan 3.000 euro, zal de kandidaat of inschrijver in orde bevonden worden indien hij, alvorens de beslissing over de selectie van de kandidaten of de gunning van de opdracht wordt genomen, al naargelang, aantoont dat hij op een aanbestedende overheid in de zin van artikel 2, 1°, van de wet of op een overheidsbedrijf in de zin van artikel 2, 2°, van de wet, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op 3.000 euro na, ten minste gelijk is aan de achterstallige afbetaling van zijn fiscale schulden.
Voor de in deze paragraaf bedoelde fiscale verplichtingen verifieert de aanbestedende overheid die via de in artikel 65, § 1, bedoelde elektronische middelen kosteloos toegang heeft tot het attest van de FOD Financiën, voor alle kandidaten of inschrijvers, al naargelang, de toestand binnen achtenveertig uur na de openingszitting, zo die plaatsvindt, dan wel binnen achtenveertig uur na het uiterste tijdstip voor het indienen van de aanvraag tot deelneming of de offerte, al naargelang.
§ 3. De aanbestedende overheid kan overgaan tot de verificatie van de naleving van de betaling van andere dan de in paragraaf 2 bedoelde fiscale schulden. In dat geval duidt zij in de opdrachtdocumenten precies aan welke andere fiscale schulden zij wenst te onderzoeken alsook aan de hand van welke documenten.".
Art. 58. L'article 68 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 68. § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 65, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle par rapport Ă ses obligations fiscales selon les dispositions lĂ©gales du pays oĂč il est Ă©tabli.
§ 2. Pour un candidat ou soumissionnaire belge, le pouvoir adjudicateur vérifie le respect des obligations fiscales à l'égard du SPF Finances, sur la base de l'attestation délivrée par ce dernier.
Est en rÚgle par rapport aux obligations visées au présent paragraphe, le candidat ou le soumissionnaire qui n'a pas, pour ces obligations, une dette supérieure à 3.000 euros, à moins qu'il n'ait obtenu pour cette dette des délais de paiement qu'il respecte strictement.
Toutefois, mĂȘme si la dette visĂ©e au prĂ©sent paragraphe est supĂ©rieure Ă 3.000 euros, le candidat ou le soumissionnaire sera considĂ©rĂ© comme Ă©tant en rĂšgle s'il Ă©tablit, avant la dĂ©cision de sĂ©lection ou d'attribution du marchĂ©, selon le cas, qu'il possĂšde, Ă l'Ă©gard d'un pouvoir adjudicateur au sens de l'article 2, 1°, de la loi ou d'une entreprise publique au sens de l'article 2, 2°, de la loi, une ou des crĂ©ances certaines, exigibles et libres de tout engagement Ă l'Ă©gard de tiers pour un montant au moins Ă©gal, Ă 3.000 euros prĂšs, Ă celui pour lequel il est en retard de paiement de ses dettes fiscales.
S'agissant des obligations fiscales visées au présent paragraphe, le pouvoir adjudicateur qui a accÚs gratuitement, par les moyens électroniques visés à l'article 65, § 1er, à l'attestation du SPF Finances, procÚde à la vérification de la situation de tous les candidats ou de tous les soumissionnaires, selon le cas, dans les quarante-huit heures suivant la séance d'ouverture, si celle-ci a lieu, ou dans les quarante-huit heures suivant le moment ultime pour l'introduction de la demande de participation ou de l'offre, selon le cas.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur peut procéder à la vérification du respect du paiement de dettes fiscales autres que celles visées au paragraphe 2. Dans ce cas, il indique précisément, dans les documents du marché, les autres dettes fiscales qu'il entend vérifier ainsi que les documents sur la base desquels la vérification aura lieu. ".
" Art. 68. § 1er. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 65, § 1er, le candidat ou le soumissionnaire joint Ă sa demande de participation ou Ă son offre, selon le cas, une attestation dont il rĂ©sulte qu'il est en rĂšgle par rapport Ă ses obligations fiscales selon les dispositions lĂ©gales du pays oĂč il est Ă©tabli.
§ 2. Pour un candidat ou soumissionnaire belge, le pouvoir adjudicateur vérifie le respect des obligations fiscales à l'égard du SPF Finances, sur la base de l'attestation délivrée par ce dernier.
Est en rÚgle par rapport aux obligations visées au présent paragraphe, le candidat ou le soumissionnaire qui n'a pas, pour ces obligations, une dette supérieure à 3.000 euros, à moins qu'il n'ait obtenu pour cette dette des délais de paiement qu'il respecte strictement.
Toutefois, mĂȘme si la dette visĂ©e au prĂ©sent paragraphe est supĂ©rieure Ă 3.000 euros, le candidat ou le soumissionnaire sera considĂ©rĂ© comme Ă©tant en rĂšgle s'il Ă©tablit, avant la dĂ©cision de sĂ©lection ou d'attribution du marchĂ©, selon le cas, qu'il possĂšde, Ă l'Ă©gard d'un pouvoir adjudicateur au sens de l'article 2, 1°, de la loi ou d'une entreprise publique au sens de l'article 2, 2°, de la loi, une ou des crĂ©ances certaines, exigibles et libres de tout engagement Ă l'Ă©gard de tiers pour un montant au moins Ă©gal, Ă 3.000 euros prĂšs, Ă celui pour lequel il est en retard de paiement de ses dettes fiscales.
S'agissant des obligations fiscales visées au présent paragraphe, le pouvoir adjudicateur qui a accÚs gratuitement, par les moyens électroniques visés à l'article 65, § 1er, à l'attestation du SPF Finances, procÚde à la vérification de la situation de tous les candidats ou de tous les soumissionnaires, selon le cas, dans les quarante-huit heures suivant la séance d'ouverture, si celle-ci a lieu, ou dans les quarante-huit heures suivant le moment ultime pour l'introduction de la demande de participation ou de l'offre, selon le cas.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur peut procéder à la vérification du respect du paiement de dettes fiscales autres que celles visées au paragraphe 2. Dans ce cas, il indique précisément, dans les documents du marché, les autres dettes fiscales qu'il entend vérifier ainsi que les documents sur la base desquels la vérification aura lieu. ".
Art. 59. Artikel 89 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
" § 3. Wanneer de aanbestedende overheid het gebruik van elektronische middelen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 57, § 1, heeft toegestaan of opgelegd voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, kan zij beslissen de opening ervan te verdagen wanneer zij vóór de opening :
1° kennis heeft gekregen van een opgetreden onbeschikbaarheid van de e-procurementtoepassing en;
2° door tenminste één kandidaat of inschrijver ervan op de hoogte is gebracht dat hij door die onbeschikbaarheid, zijn aanvraag tot deelneming of offerte, al naargelang, niet tijdig dreigt te kunnen indienen.
In geval van een verdaging van de opening overeenkomstig het eerste lid gaat de aanbestedende overheid over tot een aangepaste bekendmaking tot mededeling van de nieuwe datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, al naargelang.".
" § 3. Wanneer de aanbestedende overheid het gebruik van elektronische middelen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 57, § 1, heeft toegestaan of opgelegd voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, kan zij beslissen de opening ervan te verdagen wanneer zij vóór de opening :
1° kennis heeft gekregen van een opgetreden onbeschikbaarheid van de e-procurementtoepassing en;
2° door tenminste één kandidaat of inschrijver ervan op de hoogte is gebracht dat hij door die onbeschikbaarheid, zijn aanvraag tot deelneming of offerte, al naargelang, niet tijdig dreigt te kunnen indienen.
In geval van een verdaging van de opening overeenkomstig het eerste lid gaat de aanbestedende overheid over tot een aangepaste bekendmaking tot mededeling van de nieuwe datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, al naargelang.".
Art. 59. L'article 89 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par le paragraphe 3 rĂ©digĂ© comme suit :
" § 3. Lorsque le pouvoir adjudicateur a autorisé ou a imposé, pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, l'utilisation de moyens électroniques satisfaisant aux conditions de l'article 57, § 1er, il peut décider de reporter l'ouverture lorsqu'avant celle-ci, il :
1° a eu connaissance d'une indisponibilité de l'application e-procurement, et;
2° a été averti par au moins un candidat ou un soumissionnaire de ce que ce dernier risque de ne pas pouvoir introduire à temps sa demande de participation ou son offre, selon le cas, en raison de ladite indisponibilité.
En cas de report de l'ouverture conformément à l'alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur procÚde à une publication adaptée communiquant la nouvelle date pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, selon le cas. ".
" § 3. Lorsque le pouvoir adjudicateur a autorisé ou a imposé, pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, l'utilisation de moyens électroniques satisfaisant aux conditions de l'article 57, § 1er, il peut décider de reporter l'ouverture lorsqu'avant celle-ci, il :
1° a eu connaissance d'une indisponibilité de l'application e-procurement, et;
2° a été averti par au moins un candidat ou un soumissionnaire de ce que ce dernier risque de ne pas pouvoir introduire à temps sa demande de participation ou son offre, selon le cas, en raison de ladite indisponibilité.
En cas de report de l'ouverture conformément à l'alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur procÚde à une publication adaptée communiquant la nouvelle date pour l'introduction des demandes de participation ou des offres, selon le cas. ".
Art. 60. Artikel 94 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Artikel 94. § 1. De aanbestedende overheid gaat de regelmatigheid na van de offertes van de inschrijvers die aan de voorwaarden van het toegangsrecht en de kwalitatieve selectiecriteria voldoen. Ze onderzoekt de regelmatigheid, zowel op formeel als op materieel vlak.
§ 2. Op formeel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de vormvoorschriften van [de artikelen 5, § 1, 56, § 2, 57, 59, § 2, 60, 79, 80, 81, 89 en 90] en van de opdrachtdocumenten, in de mate dat de vormvoorschriften van die artikelen of die documenten essentieel zijn.
Als een offerte daarentegen afwijkt van de overige vormvoorschriften van de in het eerste lid vermelde artikelen of van de opdrachtdocumenten, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 3. Op materieel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de bepalingen van dit besluit of van de opdrachtdocumenten betreffende met name de prijzen, termijnen en technische specificaties, in de mate dat die bepalingen essentieel zijn, of in geval van een abnormale prijs als bedoeld in de artikelen 21 en 98.
Als een offerte daarentegen niet in overeenstemming is met de andere bepalingen van dit besluit, meer bepaald met hoofdstuk 1, afdelingen 7 tot 11, en met hoofdstuk 6, afdelingen 2 tot 4, of van de opdrachtdocumenten, of nog enig voorbehoud inhoudt of elementen bevat die niet met de werkelijkheid overeenstemmen, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 4. Een substantieel onregelmatige offerte is nietig.
In geval van een niet-substantiële onregelmatigheid kan de aanbestedende overheid de offerte nietig verklaren. Als de aanbestedende overheid een offerte niet nietig verklaart, dan wordt deze offerte geacht regelmatig te zijn.".
"Artikel 94. § 1. De aanbestedende overheid gaat de regelmatigheid na van de offertes van de inschrijvers die aan de voorwaarden van het toegangsrecht en de kwalitatieve selectiecriteria voldoen. Ze onderzoekt de regelmatigheid, zowel op formeel als op materieel vlak.
§ 2. Op formeel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de vormvoorschriften van [de artikelen 5, § 1, 56, § 2, 57, 59, § 2, 60, 79, 80, 81, 89 en 90] en van de opdrachtdocumenten, in de mate dat de vormvoorschriften van die artikelen of die documenten essentieel zijn.
Als een offerte daarentegen afwijkt van de overige vormvoorschriften van de in het eerste lid vermelde artikelen of van de opdrachtdocumenten, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 3. Op materieel vlak is een offerte substantieel onregelmatig als ze afwijkt van de bepalingen van dit besluit of van de opdrachtdocumenten betreffende met name de prijzen, termijnen en technische specificaties, in de mate dat die bepalingen essentieel zijn, of in geval van een abnormale prijs als bedoeld in de artikelen 21 en 98.
Als een offerte daarentegen niet in overeenstemming is met de andere bepalingen van dit besluit, meer bepaald met hoofdstuk 1, afdelingen 7 tot 11, en met hoofdstuk 6, afdelingen 2 tot 4, of van de opdrachtdocumenten, of nog enig voorbehoud inhoudt of elementen bevat die niet met de werkelijkheid overeenstemmen, is ze aangetast door een niet-substantiële onregelmatigheid.
§ 4. Een substantieel onregelmatige offerte is nietig.
In geval van een niet-substantiële onregelmatigheid kan de aanbestedende overheid de offerte nietig verklaren. Als de aanbestedende overheid een offerte niet nietig verklaart, dan wordt deze offerte geacht regelmatig te zijn.".
Art. 60. L'article 94 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Article 94. § 1er. Le pouvoir adjudicateur vérifie la régularité des offres des soumissionnaires ayant satisfait aux conditions du droit d'accÚs et aux critÚres de sélection qualitative. Il procÚde à cette vérification tant sur le plan formel que sur le plan matériel.
§ 2. Sur le plan formel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les formalitĂ©s prescrites par [ les articles 5, § 1er, 56, § 2, 57, 59, § 2, 60, 79, 80, 81, 89 et 90] et par les documents du marchĂ©, dans la mesure oĂč les formalitĂ©s prescrites par ces articles ou ces documents revĂȘtent un caractĂšre essentiel.
Par contre, lorsque l'offre ne respecte pas les autres formalités prescrites par les articles mentionnés à l'alinéa 1er ou par les documents du marché, elle est affectée d'une irrégularité non substantielle.
§ 3. Sur le plan matĂ©riel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les dispositions essentielles du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ou des documents du marchĂ© concernant notamment les prix, les dĂ©lais, les spĂ©cifications techniques, dans la mesure oĂč ces dispositions sont essentielles, ou en cas de prix anormal au sens des articles 21 et 98.
Par contre, lorsque l'offre n'est pas conforme aux autres dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, plus particuliĂšrement le chapitre 1er, sections 7 Ă 11 et le chapitre 6, sections 2 Ă 4 ou des documents du marchĂ©, ou encore lorsqu'elle exprime des rĂ©serves ou contient des Ă©lĂ©ments qui ne concordent pas avec la rĂ©alitĂ©, elle est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© non substantielle.
§ 4. L'offre affectée d'une irrégularité substantielle est nulle.
En cas d'irrégularité non-substantielle, le pouvoir adjudicateur peut déclarer l'offre nulle. S'il ne la déclare pas nulle, l'offre est réputée réguliÚre. ".
" Article 94. § 1er. Le pouvoir adjudicateur vérifie la régularité des offres des soumissionnaires ayant satisfait aux conditions du droit d'accÚs et aux critÚres de sélection qualitative. Il procÚde à cette vérification tant sur le plan formel que sur le plan matériel.
§ 2. Sur le plan formel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les formalitĂ©s prescrites par [ les articles 5, § 1er, 56, § 2, 57, 59, § 2, 60, 79, 80, 81, 89 et 90] et par les documents du marchĂ©, dans la mesure oĂč les formalitĂ©s prescrites par ces articles ou ces documents revĂȘtent un caractĂšre essentiel.
Par contre, lorsque l'offre ne respecte pas les autres formalités prescrites par les articles mentionnés à l'alinéa 1er ou par les documents du marché, elle est affectée d'une irrégularité non substantielle.
§ 3. Sur le plan matĂ©riel, l'offre est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© substantielle lorsqu'elle ne respecte pas les dispositions essentielles du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ou des documents du marchĂ© concernant notamment les prix, les dĂ©lais, les spĂ©cifications techniques, dans la mesure oĂč ces dispositions sont essentielles, ou en cas de prix anormal au sens des articles 21 et 98.
Par contre, lorsque l'offre n'est pas conforme aux autres dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, plus particuliĂšrement le chapitre 1er, sections 7 Ă 11 et le chapitre 6, sections 2 Ă 4 ou des documents du marchĂ©, ou encore lorsqu'elle exprime des rĂ©serves ou contient des Ă©lĂ©ments qui ne concordent pas avec la rĂ©alitĂ©, elle est affectĂ©e d'une irrĂ©gularitĂ© non substantielle.
§ 4. L'offre affectée d'une irrégularité substantielle est nulle.
En cas d'irrégularité non-substantielle, le pouvoir adjudicateur peut déclarer l'offre nulle. S'il ne la déclare pas nulle, l'offre est réputée réguliÚre. ".
Art. 61. In artikel 96, § 3, laatste lid, van hetzelfde besluit worden in de Franse tekst de woorden "peut ne pas tenir compte" vervangen door de woorden "peut décider de ne pas tenir compte".
Art. 61. A l'article 96, § 3, dernier alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " peut ne pas tenir compte " sont remplacĂ©s par les mots " peut dĂ©cider de ne pas tenir compte ".
Art. 62. In artikel 105, § 1, van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen als volgt :
"Artikel 66, §§ 1, 2, 5° en 6°, 3 en 4, alsook de artikelen 67 en 68 zijn evenwel steeds toepasselijk op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, behalve voor opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave het bedrag bedoeld in artikel 104, § 1, 4° niet overschrijdt.".
"Artikel 66, §§ 1, 2, 5° en 6°, 3 en 4, alsook de artikelen 67 en 68 zijn evenwel steeds toepasselijk op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, behalve voor opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave het bedrag bedoeld in artikel 104, § 1, 4° niet overschrijdt.".
Art. 62. Dans l'article 105, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
" Néanmoins, l'article 66, §§ 1er, 2, 5° et 6°, 3 et 4, ainsi que les articles 67 et 68 sont toujours applicables à la procédure négociée sans publicité, sauf en cas de marché dont la dépense à approuver ne dépasse pas le montant visé à l'article 104, § 1er, 4°. ".
" Néanmoins, l'article 66, §§ 1er, 2, 5° et 6°, 3 et 4, ainsi que les articles 67 et 68 sont toujours applicables à la procédure négociée sans publicité, sauf en cas de marché dont la dépense à approuver ne dépasse pas le montant visé à l'article 104, § 1er, 4°. ".
Art. 63. In artikel 106 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt gewijzigd als volgt :
"Art. 106. Bij een onderhandelingsprocedure wordt de opdracht gegund, hetzij aan de inschrijver die de laagste offerte heeft ingediend, hetzij aan de inschrijver die de offerte heeft ingediend die de economisch voordeligste is vanuit het oogpunt van de aanbestedende overheid, rekening houdend met de gunningscriteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en een objectieve vergelijking mogelijk maken op basis van een waardeoordeel. In dit laatste geval, wanneer het gaat om een opdracht die de drempel vermeld in artikel 32 bereikt, specificeert de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten de weging van elk gunningscriterium. Deze weging kan eventueel worden uitgedrukt binnen een vork met een passend verschil tussen minimum en maximum. Indien een dergelijke weging om aantoonbare redenen niet mogelijk is, worden de criteria vermeld in dalende volgorde van belangrijkheid.";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 3° en 4°, luidende :
"3° de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 53, § 2, 1°, a), van de wet;
4° voor zover ze de drempel van artikel 32 niet bereiken, de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 53, § 2, 1°, c), en 4°, c) tot e), van de wet.".
1° het eerste lid wordt gewijzigd als volgt :
"Art. 106. Bij een onderhandelingsprocedure wordt de opdracht gegund, hetzij aan de inschrijver die de laagste offerte heeft ingediend, hetzij aan de inschrijver die de offerte heeft ingediend die de economisch voordeligste is vanuit het oogpunt van de aanbestedende overheid, rekening houdend met de gunningscriteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en een objectieve vergelijking mogelijk maken op basis van een waardeoordeel. In dit laatste geval, wanneer het gaat om een opdracht die de drempel vermeld in artikel 32 bereikt, specificeert de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten de weging van elk gunningscriterium. Deze weging kan eventueel worden uitgedrukt binnen een vork met een passend verschil tussen minimum en maximum. Indien een dergelijke weging om aantoonbare redenen niet mogelijk is, worden de criteria vermeld in dalende volgorde van belangrijkheid.";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 3° en 4°, luidende :
"3° de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 53, § 2, 1°, a), van de wet;
4° voor zover ze de drempel van artikel 32 niet bereiken, de opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met toepassing van artikel 53, § 2, 1°, c), en 4°, c) tot e), van de wet.".
Art. 63. A l'article 106 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Art. 106. En procĂ©dure nĂ©gociĂ©e, le marchĂ© est attribuĂ© soit au soumissionnaire qui a remis l'offre la plus basse, soit au soumissionnaire qui a remis l'offre Ă©conomiquement la plus avantageuse du point de vue du pouvoir adjudicateur en tenant compte des critĂšres d'attribution liĂ©s Ă l'objet du marchĂ© et permettant une comparaison objective des offres sur la base d'un jugement de valeur. Dans ce dernier cas, lorsque le marchĂ© atteint le seuil fixĂ© Ă l'article 32, le pouvoir adjudicateur prĂ©cise dans les documents du marchĂ© la pondĂ©ration de chaque critĂšre d'attribution. Cette pondĂ©ration peut Ă©ventuellement s'exprimer dans une fourchette dont l'Ă©cart maximal doit ĂȘtre appropriĂ©. Si, pour des raisons dĂ©montrables, une telle pondĂ©ration s'avĂšre impossible, les critĂšres sont mentionnĂ©s par ordre dĂ©croissant d'importance. ";
2° l'alinéa 2 est complété par les points 3° et 4° rédigés comme suit :
" 3° les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 53, § 2, 1°, a), de la loi;
4° pour autant qu'ils n'atteignent pas le seuil de l'article 32, les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 53, § 2, 1°, c), et 4°, c) à e), de la loi. ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Art. 106. En procĂ©dure nĂ©gociĂ©e, le marchĂ© est attribuĂ© soit au soumissionnaire qui a remis l'offre la plus basse, soit au soumissionnaire qui a remis l'offre Ă©conomiquement la plus avantageuse du point de vue du pouvoir adjudicateur en tenant compte des critĂšres d'attribution liĂ©s Ă l'objet du marchĂ© et permettant une comparaison objective des offres sur la base d'un jugement de valeur. Dans ce dernier cas, lorsque le marchĂ© atteint le seuil fixĂ© Ă l'article 32, le pouvoir adjudicateur prĂ©cise dans les documents du marchĂ© la pondĂ©ration de chaque critĂšre d'attribution. Cette pondĂ©ration peut Ă©ventuellement s'exprimer dans une fourchette dont l'Ă©cart maximal doit ĂȘtre appropriĂ©. Si, pour des raisons dĂ©montrables, une telle pondĂ©ration s'avĂšre impossible, les critĂšres sont mentionnĂ©s par ordre dĂ©croissant d'importance. ";
2° l'alinéa 2 est complété par les points 3° et 4° rédigés comme suit :
" 3° les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 53, § 2, 1°, a), de la loi;
4° pour autant qu'ils n'atteignent pas le seuil de l'article 32, les marchés passés par procédure négociée sans publicité en application de l'article 53, § 2, 1°, c), et 4°, c) à e), de la loi. ".
Art. 64. In hetzelfde besluit worden de bijlagen 1 en 3 vervangen door de bijlagen opgenomen in bijlage 3 van dit besluit.
Art. 64. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, les annexes 1 et 3 sont remplacĂ©es par les annexes reprises dans l'annexe 3 jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken
CHAPITRE 6. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 14 janvier 2013 Ă©tablissant les rĂšgles gĂ©nĂ©rales d'exĂ©cution des marchĂ©s publics et des concessions de travaux publics
Art. 65. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, worden in de bepalingen onder 22° en 23°, in de Nederlandse tekst, telkens de woorden "wijze van" ingevoegd tussen de woorden "waarbij voor iedere post de hoeveelheid of de" en de woorden "prijsvaststelling wordt vermeld".
Art. 65. Dans l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 14 janvier 2013 Ă©tablissant les rĂšgles gĂ©nĂ©rales d'exĂ©cution des marchĂ©s publics et des concessions de travaux publics, les mots " wijze van " sont insĂ©rĂ©s dans le texte nĂ©erlandais des 22° et 23°, entre les mots " waarbij voor iedere post de hoeveelheid of de " et les mots " prijsvaststelling wordt vermeld ".
Art. 66. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de woorden ", tenzij anders vermeld".
Art. 66. L'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par les mots " sauf indication contraire ".
Art. 67. In artikel 5 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 4 vervangen als volgt :
" § 4. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 67, § 1, 5°, en onverminderd artikel 6, § 3, is dit besluit niet toepasselijk op de opdrachten waarvan het geraamde bedrag kleiner is dan 8.500 euro. Dit bedrag is 17.000 euro voor de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel III van de wet vallen.".
" § 4. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 67, § 1, 5°, en onverminderd artikel 6, § 3, is dit besluit niet toepasselijk op de opdrachten waarvan het geraamde bedrag kleiner is dan 8.500 euro. Dit bedrag is 17.000 euro voor de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel III van de wet vallen.".
Art. 67. Dans l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 4 est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 4. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 67, § 1er, 5°, et sans prĂ©judice de l'article 6, § 3, le prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'est pas applicable aux marchĂ©s dont le montant estimĂ© est infĂ©rieur Ă 8.500 euros. Ce montant est de 17.000 euros pour les marchĂ©s relevant du champ d'application du titre III de la loi. "
" § 4. Sous rĂ©serve de l'application de l'article 67, § 1er, 5°, et sans prĂ©judice de l'article 6, § 3, le prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'est pas applicable aux marchĂ©s dont le montant estimĂ© est infĂ©rieur Ă 8.500 euros. Ce montant est de 17.000 euros pour les marchĂ©s relevant du champ d'application du titre III de la loi. "
Art. 68. In artikel 25, § 2, derde lid, van hetzelfde besluit wordt in de Nederlandse tekst het woord "toestaan" vervangen door het woord "opleggen".
Art. 68. Dans l'article 25, § 2, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, dans le texte nĂ©erlandais, le mot " toestaan " est remplacĂ© par le mot " opleggen ".
Art. 69. In artikel 34 van hetzelfde besluit worden het tweede en derde lid opgeheven.
Art. 69. Dans l'article 34 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les alinĂ©as 2 et 3 sont abrogĂ©s.
Art. 70. In artikel 50, § 1, 2°, van hetzelfde besluit wordt in de Nederlandse tekst het woord "werken" vervangen door het woord "prestaties".
Art. 70. Dans l'article 50, § 1er, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, dans le texte nĂ©erlandais, le mot " werken " est remplacĂ© par le mot " prestaties ".
Art. 71. In afdeling 9 van hetzelfde besluit wordt onder het nieuwe opschrift "Heffingen die een weerslag hebben op het opdrachtbedrag" een artikel 56/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 56/1. Op verzoek van de opdrachtnemer of van de aanbestedende overheid geeft elke wijziging in België van de heffingen die een weerslag heeft op het opdrachtbedrag aanleiding tot een prijsherziening, onder de dubbele voorwaarde dat :
1° de wijziging in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt na de tiende dag die het uiterste tijdstip voor de ontvangst van de offertes voorafgaat, of bij onderhandelingsprocedure, na de datum waarop de opdrachtnemer zijn akkoord gaf, en;
2° deze heffingen, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks bij wege van een index in de vastgestelde herzieningsformule voorkomen.
In geval van een verhoging van de heffingen dient de opdrachtnemer aan te tonen dat hij werkelijk de door hem gevorderde bijkomende lasten heeft gedragen en dat deze betrekking hebben op prestaties die verband houden met de uitvoering van de opdracht.
In geval van een verlaging is er geen herziening indien de opdrachtnemer bewijst dat hij de heffingen tegen de oude aanslagvoet heeft betaald.
De verzoeken tot betaling of tot terugbetaling wegens de voormelde wijzigingen van de heffingen moeten, op straf van verval, worden ingediend ten laatste de negentigste dag volgend op de datum van de voorlopige oplevering van de werken en, voor de leveringen en diensten, van de voorlopige oplevering van het geheel van de prestaties.".
"Art. 56/1. Op verzoek van de opdrachtnemer of van de aanbestedende overheid geeft elke wijziging in België van de heffingen die een weerslag heeft op het opdrachtbedrag aanleiding tot een prijsherziening, onder de dubbele voorwaarde dat :
1° de wijziging in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt na de tiende dag die het uiterste tijdstip voor de ontvangst van de offertes voorafgaat, of bij onderhandelingsprocedure, na de datum waarop de opdrachtnemer zijn akkoord gaf, en;
2° deze heffingen, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks bij wege van een index in de vastgestelde herzieningsformule voorkomen.
In geval van een verhoging van de heffingen dient de opdrachtnemer aan te tonen dat hij werkelijk de door hem gevorderde bijkomende lasten heeft gedragen en dat deze betrekking hebben op prestaties die verband houden met de uitvoering van de opdracht.
In geval van een verlaging is er geen herziening indien de opdrachtnemer bewijst dat hij de heffingen tegen de oude aanslagvoet heeft betaald.
De verzoeken tot betaling of tot terugbetaling wegens de voormelde wijzigingen van de heffingen moeten, op straf van verval, worden ingediend ten laatste de negentigste dag volgend op de datum van de voorlopige oplevering van de werken en, voor de leveringen en diensten, van de voorlopige oplevering van het geheel van de prestaties.".
Art. 71. Dans la section 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© sous le nouvel intitulĂ© 'Impositions ayant une incidence sur le montant du marchĂ©' un article 56/1 rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 56/1. A la demande de l'adjudicataire ou du pouvoir adjudicateur, toute modification en Belgique des impositions ayant une incidence sur le montant du marché, donne lieu à révision du prix à la double condition :
1° que la modification ait été publiée au Moniteur belge aprÚs le dixiÚme jour précédant la date ultime fixée pour la réception des offres, ou, en cas de procédure négociée, aprÚs la date de l'accord de l'adjudicataire, et;
2° que soit directement, soit indirectement par l'intermédiaire d'un indice, ces impositions ne soient pas incorporées dans la formule de révision prévue.
En cas de hausse des impositions, l'adjudicataire doit établir qu'il a effectivement supporté les charges supplémentaires réclamées et que celles-ci sont relatives à des prestations inhérentes à l'exécution du marché.
En cas de baisse, il n'y a pas de révision si l'adjudicataire prouve qu'il a payé les impositions à l'ancien taux.
Les demandes de paiement ou de remboursement rĂ©sultant des variations susvisĂ©es des impositions doivent ĂȘtre introduites sous peine de forclusion, au plus tard le nonantiĂšme jour suivant la date de la rĂ©ception provisoire des travaux et de la rĂ©ception provisoire de l'ensemble des prestations pour les fournitures et les services. ".
" Art. 56/1. A la demande de l'adjudicataire ou du pouvoir adjudicateur, toute modification en Belgique des impositions ayant une incidence sur le montant du marché, donne lieu à révision du prix à la double condition :
1° que la modification ait été publiée au Moniteur belge aprÚs le dixiÚme jour précédant la date ultime fixée pour la réception des offres, ou, en cas de procédure négociée, aprÚs la date de l'accord de l'adjudicataire, et;
2° que soit directement, soit indirectement par l'intermédiaire d'un indice, ces impositions ne soient pas incorporées dans la formule de révision prévue.
En cas de hausse des impositions, l'adjudicataire doit établir qu'il a effectivement supporté les charges supplémentaires réclamées et que celles-ci sont relatives à des prestations inhérentes à l'exécution du marché.
En cas de baisse, il n'y a pas de révision si l'adjudicataire prouve qu'il a payé les impositions à l'ancien taux.
Les demandes de paiement ou de remboursement rĂ©sultant des variations susvisĂ©es des impositions doivent ĂȘtre introduites sous peine de forclusion, au plus tard le nonantiĂšme jour suivant la date de la rĂ©ception provisoire des travaux et de la rĂ©ception provisoire de l'ensemble des prestations pour les fournitures et les services. ".
Art. 72. In artikel 65, § 4, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"Wanneer de opdrachtnemer niet overgaat tot de in de paragraaf 3 bedoelde vervanging, betaalt hij de waarde, inclusief btw, van de producten die moeten worden vervangen en de kosten, eveneens inclusief btw, verbonden aan die vervanging.".
"Wanneer de opdrachtnemer niet overgaat tot de in de paragraaf 3 bedoelde vervanging, betaalt hij de waarde, inclusief btw, van de producten die moeten worden vervangen en de kosten, eveneens inclusief btw, verbonden aan die vervanging.".
Art. 72. Dans l'article 65, § 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" Lorsque le soumissionnaire ne procÚde pas au remplacement prévu au paragraphe 3, il paye la valeur des produits à remplacer, T.V.A. comprise, ainsi que les frais liés à ce remplacement, également T.V.A. comprise. ".
" Lorsque le soumissionnaire ne procÚde pas au remplacement prévu au paragraphe 3, il paye la valeur des produits à remplacer, T.V.A. comprise, ainsi que les frais liés à ce remplacement, également T.V.A. comprise. ".
Art. 73. In artikel 67, § 1, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
"5° voor de opdrachten gesloten met een aanvaarde factuur.".
2° in het tweede lid worden de woorden "in de gevallen vermeld onder 2° tot 4° " vervangen door de woorden "in de gevallen vermeld onder 2° tot 5° ".
1° het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
"5° voor de opdrachten gesloten met een aanvaarde factuur.".
2° in het tweede lid worden de woorden "in de gevallen vermeld onder 2° tot 4° " vervangen door de woorden "in de gevallen vermeld onder 2° tot 5° ".
Art. 73. A l'article 67, § 1er, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est complété par un 5° rédigé comme suit :
" 5° pour les marchés constatés par une facture acceptée. ".
2° dans l'alinéa 2, les mots " dans les cas visés aux 2° à 4° " sont remplacés par les mots " dans les cas visés aux 2° à 5° ".
1° l'alinéa 1er est complété par un 5° rédigé comme suit :
" 5° pour les marchés constatés par une facture acceptée. ".
2° dans l'alinéa 2, les mots " dans les cas visés aux 2° à 4° " sont remplacés par les mots " dans les cas visés aux 2° à 5° ".
Art. 74. Artikel 115 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De uitvoering van de opdracht is eveneens afhankelijk van een betekening wanneer de aanbestedende overheid zich in de opdrachtdocumenten het recht heeft voorbehouden de bestellingen naar haar behoeften aan te passen door middel van de opgave in de inventaris van een post volgens prijslijst.".
"De uitvoering van de opdracht is eveneens afhankelijk van een betekening wanneer de aanbestedende overheid zich in de opdrachtdocumenten het recht heeft voorbehouden de bestellingen naar haar behoeften aan te passen door middel van de opgave in de inventaris van een post volgens prijslijst.".
Art. 74. L'article 115 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit :
" L'exécution du marché est également subordonnée à la notification d'une commande si le pouvoir adjudicateur s'est réservé dans les documents du marché le droit d'adapter les commandes à ses besoins par la mention dans l'inventaire d'un poste à bordereau de prix. ".
" L'exécution du marché est également subordonnée à la notification d'une commande si le pouvoir adjudicateur s'est réservé dans les documents du marché le droit d'adapter les commandes à ses besoins par la mention dans l'inventaire d'un poste à bordereau de prix. ".
Art. 75. In artikel 117 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 75. Dans l'article 117 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 2 est abrogĂ©.
Art. 76. In artikel 121 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 5 vervangen als volgt :
" § 5. Bij vaste of minimale te leveren hoeveelheden en wanneer de wijzigingen die worden bevolen door de aanbestedende overheid leiden tot één of meer verrekeningen, waarvan het geheel een vermindering van de vaste of minimale hoeveelheden veroorzaakt, heeft de leverancier recht op een forfaitaire vergoeding van tien percent van deze vermindering, ongeacht het uiteindelijke bedrag van de opdracht. ".
" § 5. Bij vaste of minimale te leveren hoeveelheden en wanneer de wijzigingen die worden bevolen door de aanbestedende overheid leiden tot één of meer verrekeningen, waarvan het geheel een vermindering van de vaste of minimale hoeveelheden veroorzaakt, heeft de leverancier recht op een forfaitaire vergoeding van tien percent van deze vermindering, ongeacht het uiteindelijke bedrag van de opdracht. ".
Art. 76. Dans l'article 121 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 5 est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 5. Lorsque les quantités à fournir sont fixes ou comportent des minima et que les modifications ordonnées par le pouvoir adjudicateur donnent lieu à un ou plusieurs décomptes dont l'ensemble détermine une diminution des quantités fixes ou des minima, le fournisseur a droit à une indemnité forfaitaire égale à dix pour cent de cette diminution, quel que soit le montant final du marché. ".
" § 5. Lorsque les quantités à fournir sont fixes ou comportent des minima et que les modifications ordonnées par le pouvoir adjudicateur donnent lieu à un ou plusieurs décomptes dont l'ensemble détermine une diminution des quantités fixes ou des minima, le fournisseur a droit à une indemnité forfaitaire égale à dix pour cent de cette diminution, quel que soit le montant final du marché. ".
Art. 77. In artikel 126 van hetzelfde besluit worden de woorden "contractueel vastgestelde prijzen" vervangen door de woorden "vastgestelde prijzen".
Art. 77. Dans l'article 126 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " les prix prĂ©vus contractuellement " sont remplacĂ©s par les mots " des prix prĂ©vus ".
Art. 78. Artikel 146 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De uitvoering van de opdracht is eveneens afhankelijk van de betekening van de bestelling indien de aanbestedende overheid zich in de opdrachtdocumenten het recht heeft voorbehouden om de bestellingen aan te passen aan zijn noden ingevolge de vermelding in de inventaris van een post volgens prijslijst".
"De uitvoering van de opdracht is eveneens afhankelijk van de betekening van de bestelling indien de aanbestedende overheid zich in de opdrachtdocumenten het recht heeft voorbehouden om de bestellingen aan te passen aan zijn noden ingevolge de vermelding in de inventaris van een post volgens prijslijst".
Art. 78. L'article 146 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit :
" L'exécution du marché est également subordonnée à la notification d'une commande si le pouvoir adjudicateur s'est réservé dans les documents du marché le droit d'adapter les commandes à ses besoins par la mention dans l'inventaire d'un poste à bordereau de prix. ".
" L'exécution du marché est également subordonnée à la notification d'une commande si le pouvoir adjudicateur s'est réservé dans les documents du marché le droit d'adapter les commandes à ses besoins par la mention dans l'inventaire d'un poste à bordereau de prix. ".
Art. 79. In artikel 148 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 79. Dans l'article 148 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 2 est abrogĂ©.
Art. 80. in artikel 150, derde lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "voorlopige" opgeheven.
Art. 80. Dans l'article 150, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " provisoire " est abrogĂ©.
Art. 81. In artikel 151 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 5 vervangen als volgt :
" § 5. Bij vaste of minimale te verlenen diensten en wanneer de wijzigingen die worden bevolen door de aanbestedende overheid leiden tot één of meer verrekeningen, waarvan het geheel een vermindering van de vaste of minimale hoeveelheden veroorzaakt, heeft de dienstverlener recht op een forfaitaire vergoeding van tien percent van deze vermindering, ongeacht het uiteindelijke bedrag van de opdracht.".
" § 5. Bij vaste of minimale te verlenen diensten en wanneer de wijzigingen die worden bevolen door de aanbestedende overheid leiden tot één of meer verrekeningen, waarvan het geheel een vermindering van de vaste of minimale hoeveelheden veroorzaakt, heeft de dienstverlener recht op een forfaitaire vergoeding van tien percent van deze vermindering, ongeacht het uiteindelijke bedrag van de opdracht.".
Art. 81. Dans l'article 151 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 5 est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 5. Lorsque les quantités à prester sont fixes ou comportent des minima et que les modifications ordonnées par le pouvoir adjudicateur donnent lieu à un ou plusieurs décomptes dont l'ensemble détermine une diminution des quantités fixes ou des minima, le prestataire de services a droit à une indemnité forfaitaire égale à dix pour cent de cette diminution, quel que soit le montant final du marché. ".
" § 5. Lorsque les quantités à prester sont fixes ou comportent des minima et que les modifications ordonnées par le pouvoir adjudicateur donnent lieu à un ou plusieurs décomptes dont l'ensemble détermine une diminution des quantités fixes ou des minima, le prestataire de services a droit à une indemnité forfaitaire égale à dix pour cent de cette diminution, quel que soit le montant final du marché. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 3 april 2013 betreffende de tussenkomst van de Ministerraad, de overdracht van bevoegdheid en de machtigingen inzake de plaatsing en de uitvoering van overheidsopdrachten, ontwerpenwedstrijden en concessies voor openbare werken op federaal niveau
CHAPITRE 7. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 3 avril 2013 relatif Ă l'intervention du Conseil des Ministres, aux dĂ©lĂ©gations de pouvoir et aux habilitations en matiĂšre de passation et d'exĂ©cution des marchĂ©s publics, des concours de projets et des concessions de travaux publics au niveau fĂ©dĂ©ral
Art. 82. Artikel 6 van het besluit van 3 april 2013 betreffende de tussenkomst van de Ministerraad, de overdracht van bevoegdheid en de machtigingen inzake de plaatsing en de uitvoering van overheidsopdrachten, ontwerpenwedstrijden en concessies voor openbare werken op federaal niveau wordt vervangen als volgt :
"Art. 6. De plaatsing van overheidsopdrachten, ontwerpenwedstrijden en concessies voor openbare werken door of in naam en voor rekening van federale aanbestedende overheden als bedoeld in artikel 1, 6°, c, is onderworpen aan dezelfde regels als die bepaald in de artikelen 3 tot 5.
Wat evenwel de federale aanbestedende overheden als bedoeld in artikel 1, 6°, c, betreft, die niet onder het hiërarchische gezag maar onder de toezicht van een minister staan, wordt de in de artikelen 3 en 5 bedoelde goedkeuring van de Ministerraad vervangen door de goedkeuring van de toezichthoudende minister en van de minister die de begroting onder zijn bevoegdheid heeft, en is artikel 4 niet van toepassing.
De goedkeuring van de toezichthoudende minister en van de minister die de begroting onder zijn bevoegdheid heeft, bedoeld in het vorige lid, wordt geacht verworven te zijn bij ontstentenis van een tegengestelde beslissing, waarvan aan de betrokken federale aanbestedende overheid kennis werd gegeven binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de datum van de ontvangstmelding van het verzoek. Dit verzoek wordt dezelfde dag gericht aan de toezichthoudende minister en de minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft. De datum van de ontvangstmelding van het laatst ontvangen verzoek geldt als vertrekdatum voor de bedoelde termijn van dertig dagen.".
"Art. 6. De plaatsing van overheidsopdrachten, ontwerpenwedstrijden en concessies voor openbare werken door of in naam en voor rekening van federale aanbestedende overheden als bedoeld in artikel 1, 6°, c, is onderworpen aan dezelfde regels als die bepaald in de artikelen 3 tot 5.
Wat evenwel de federale aanbestedende overheden als bedoeld in artikel 1, 6°, c, betreft, die niet onder het hiërarchische gezag maar onder de toezicht van een minister staan, wordt de in de artikelen 3 en 5 bedoelde goedkeuring van de Ministerraad vervangen door de goedkeuring van de toezichthoudende minister en van de minister die de begroting onder zijn bevoegdheid heeft, en is artikel 4 niet van toepassing.
De goedkeuring van de toezichthoudende minister en van de minister die de begroting onder zijn bevoegdheid heeft, bedoeld in het vorige lid, wordt geacht verworven te zijn bij ontstentenis van een tegengestelde beslissing, waarvan aan de betrokken federale aanbestedende overheid kennis werd gegeven binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de datum van de ontvangstmelding van het verzoek. Dit verzoek wordt dezelfde dag gericht aan de toezichthoudende minister en de minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft. De datum van de ontvangstmelding van het laatst ontvangen verzoek geldt als vertrekdatum voor de bedoelde termijn van dertig dagen.".
Art. 82. L'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du 3 avril 2013 relatif Ă l'intervention du Conseil des Ministres, aux dĂ©lĂ©gations de pouvoir et aux habilitations en matiĂšre de passation et d'exĂ©cution des marchĂ©s publics, des concours de projets et des concessions de travaux publics au niveau fĂ©dĂ©ral est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 6. La passation des marchĂ©s publics, des concours de projets et des concessions de travaux publics par ou au nom et pour le compte des pouvoirs adjudicateurs fĂ©dĂ©raux au sens de l'article 1er, 6°, c, est subordonnĂ©e aux mĂȘmes rĂšgles que celles prĂ©vues aux articles 3 Ă 5.
Toutefois, pour ce qui concerne les pouvoirs adjudicateurs fédéraux au sens de l'article 1er, 6°, c, qui ne relÚvent pas de l'autorité hiérarchique mais de la tutelle d'un ministre, l'accord du Conseil des ministres visé aux articles 3 et 5 est remplacé par l'accord du ministre de tutelle et du ministre ayant le budget dans ses attributions et l'article 4 n'est pas d'application.
L'accord du ministre de tutelle et du ministre ayant le budget dans ses attributions, visĂ© Ă l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, est rĂ©putĂ© favorable Ă dĂ©faut d'une dĂ©cision contraire notifiĂ©e au pouvoir adjudicateur fĂ©dĂ©ral concernĂ© dans les trente jours Ă dater de la date de l'accusĂ© de rĂ©ception de la demande. Cette demande est envoyĂ©e le mĂȘme jour au ministre de tutelle et au ministre ayant le budget dans ses attributions. La date de l'accusĂ© de rĂ©ception de la derniĂšre demande reçue constitue la date de dĂ©part du dĂ©lai prĂ©citĂ© de trente jours. ".
" Art. 6. La passation des marchĂ©s publics, des concours de projets et des concessions de travaux publics par ou au nom et pour le compte des pouvoirs adjudicateurs fĂ©dĂ©raux au sens de l'article 1er, 6°, c, est subordonnĂ©e aux mĂȘmes rĂšgles que celles prĂ©vues aux articles 3 Ă 5.
Toutefois, pour ce qui concerne les pouvoirs adjudicateurs fédéraux au sens de l'article 1er, 6°, c, qui ne relÚvent pas de l'autorité hiérarchique mais de la tutelle d'un ministre, l'accord du Conseil des ministres visé aux articles 3 et 5 est remplacé par l'accord du ministre de tutelle et du ministre ayant le budget dans ses attributions et l'article 4 n'est pas d'application.
L'accord du ministre de tutelle et du ministre ayant le budget dans ses attributions, visĂ© Ă l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, est rĂ©putĂ© favorable Ă dĂ©faut d'une dĂ©cision contraire notifiĂ©e au pouvoir adjudicateur fĂ©dĂ©ral concernĂ© dans les trente jours Ă dater de la date de l'accusĂ© de rĂ©ception de la demande. Cette demande est envoyĂ©e le mĂȘme jour au ministre de tutelle et au ministre ayant le budget dans ses attributions. La date de l'accusĂ© de rĂ©ception de la derniĂšre demande reçue constitue la date de dĂ©part du dĂ©lai prĂ©citĂ© de trente jours. ".
Art. 83. In artikel 9 van hetzelfde besluit, onder 2°, wordt het bedrag "350.000" vervangen door het bedrag "700.000".
Art. 83. Dans l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, au 2°, le montant de " 350.000 " est remplacĂ© par le montant " 700.000 ".
Art. 84. In artikel 10, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "overheidsopdrachten, ontwerpenwedstrijden en concessies voor openbare werken kan" vervangen door de woorden "overheidsopdrachten en concessies voor openbare werken alsook de bevoegdheid voor de keuze van de laureaat of de laureaten van een ontwerpenwedstrijd kunnen";
2° in het tweede lid onder 2° worden de woorden ", alsook voor de ontwerpenwedstrijden" opgeheven;
3° wordt in het tweede lid de bepaling 2/1° ingevoegd, luidende :
"2/1° 700.000 euro voor de keuze van de laureaat of de laureaten van een ontwerpenwedstrijd.".
1° in het eerste lid worden de woorden "overheidsopdrachten, ontwerpenwedstrijden en concessies voor openbare werken kan" vervangen door de woorden "overheidsopdrachten en concessies voor openbare werken alsook de bevoegdheid voor de keuze van de laureaat of de laureaten van een ontwerpenwedstrijd kunnen";
2° in het tweede lid onder 2° worden de woorden ", alsook voor de ontwerpenwedstrijden" opgeheven;
3° wordt in het tweede lid de bepaling 2/1° ingevoegd, luidende :
"2/1° 700.000 euro voor de keuze van de laureaat of de laureaten van een ontwerpenwedstrijd.".
Art. 84. A l'article 10, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " des marchés publics, des concours de projets et des concessions de travaux publics peut " sont remplacés par les mots " des marchés publics et des concessions de travaux publics, ainsi que le pouvoir en matiÚre de choix du lauréat ou des lauréats d'un concours de projets peuvent ";
2° dans l'alinéa 2, au 2°, les mots " , et les concours de projets " sont abrogés;
3° dans l'alinéa 2, la disposition 2/1°, rédigée comme suit, est insérée :
" 2/1° 700.000 euros pour le choix du lauréat ou des lauréats d'un concours de projets. ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " des marchés publics, des concours de projets et des concessions de travaux publics peut " sont remplacés par les mots " des marchés publics et des concessions de travaux publics, ainsi que le pouvoir en matiÚre de choix du lauréat ou des lauréats d'un concours de projets peuvent ";
2° dans l'alinéa 2, au 2°, les mots " , et les concours de projets " sont abrogés;
3° dans l'alinéa 2, la disposition 2/1°, rédigée comme suit, est insérée :
" 2/1° 700.000 euros pour le choix du lauréat ou des lauréats d'un concours de projets. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 24 juni 2013 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten
CHAPITRE 8. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 24 juin 2013 relatif Ă la mise en concurrence dans le cadre de l'Union europĂ©enne de certains marchĂ©s de travaux, de fournitures et de services, dans les secteurs de l'eau, de l'Ă©nergie, des transports et des services postaux
Art. 85. Het opschrift van afdeling 7 van het eerste hoofdstuk van titel II van het koninklijk besluit van 24 juni 2013 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten wordt vervangen als volgt :
"Afdeling 7. - Beroep op onderaannemers en andere entiteiten".
"Afdeling 7. - Beroep op onderaannemers en andere entiteiten".
Art. 85. L'intitulĂ© de la section 7 du chapitre 1er du titre II de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 juin 2013 relatif Ă la mise en concurrence dans le cadre de l'Union europĂ©enne de certains marchĂ©s de travaux, de fournitures et de services, dans les secteurs de l'eau, de l'Ă©nergie, des transports et des services postaux est remplacĂ© par ce qui suit :
" Section 7. - Recours à des sous-traitants et à d'autres entités ".
" Section 7. - Recours à des sous-traitants et à d'autres entités ".
Art. 86. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 11. De aanbestedende entiteit kan de inschrijver in de opdrachtdocumenten verzoeken om in zijn offerte te vermelden welk gedeelte van de opdracht hij voornemens is in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.
Wanneer de kandidaat of de inschrijver een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten als bedoeld in artikel 45 en die draagkracht bepalend is voor zijn selectie, vermeldt de kandidaat of de inschrijver, al naargelang, steeds voor welk gedeelte hij een beroep doet op die draagkracht en welke andere entiteiten hij voorstelt :
1° in zijn offerte ingeval de procedure slechts één fase met de indiening van offertes omvat;
2° zowel in zijn aanvraag tot deelneming als in zijn offerte ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat.
De in het eerste en tweede lid bedoelde vermelding laat de aansprakelijkheid van de inschrijver onverlet.
In de situatie van het tweede lid, 2°, verifieert de aanbestedende entiteit in de tweede fase of de inschrijver de in de inleidende zin van dat lid bedoelde vermeldingen in zijn offerte heeft opgenomen en of deze overeenstemmen met de vermeldingen in zijn aanvraag tot deelneming, die in de eerste fase tot zijn selectie hebben geleid.".
"Art. 11. De aanbestedende entiteit kan de inschrijver in de opdrachtdocumenten verzoeken om in zijn offerte te vermelden welk gedeelte van de opdracht hij voornemens is in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.
Wanneer de kandidaat of de inschrijver een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten als bedoeld in artikel 45 en die draagkracht bepalend is voor zijn selectie, vermeldt de kandidaat of de inschrijver, al naargelang, steeds voor welk gedeelte hij een beroep doet op die draagkracht en welke andere entiteiten hij voorstelt :
1° in zijn offerte ingeval de procedure slechts één fase met de indiening van offertes omvat;
2° zowel in zijn aanvraag tot deelneming als in zijn offerte ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat.
De in het eerste en tweede lid bedoelde vermelding laat de aansprakelijkheid van de inschrijver onverlet.
In de situatie van het tweede lid, 2°, verifieert de aanbestedende entiteit in de tweede fase of de inschrijver de in de inleidende zin van dat lid bedoelde vermeldingen in zijn offerte heeft opgenomen en of deze overeenstemmen met de vermeldingen in zijn aanvraag tot deelneming, die in de eerste fase tot zijn selectie hebben geleid.".
Art. 86. L'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 11. L'entité adjudicatrice peut, dans les documents du marché, demander au soumissionnaire d'indiquer dans son offre la part du marché qu'il a l'intention de sous-traiter ainsi que les sous-traitants proposés.
Lorsque le candidat ou le soumissionnaire fait appel à la capacité d'autres entités au sens de l'article 45 et que cette capacité est déterminante pour sa sélection, le candidat ou le soumissionnaire, selon le cas, mentionne toujours pour quelle part du marché il fait appel à cette capacité et quelles autres entités il propose :
1° dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une seule phase impliquant l'introduction d'offres;
2° tant dans sa demande de participation que dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une premiĂšre phase impliquant l'introduction de demandes de participation.
La mention visée aux alinéas 1er et 2 ne préjuge pas la question de la responsabilité du soumissionnaire.
Dans la situation de l'alinéa 2, 2°, l'entité adjudicatrice vérifie au cours de la deuxiÚme phase si le soumissionnaire a inclus dans son offre les mentions visées dans la phrase introductive de cet alinéa et si ces derniÚres correspondent avec les mentions reprises dans sa demande de participation qui, dans la premiÚre phase, ont conduit à sa sélection.
" Art. 11. L'entité adjudicatrice peut, dans les documents du marché, demander au soumissionnaire d'indiquer dans son offre la part du marché qu'il a l'intention de sous-traiter ainsi que les sous-traitants proposés.
Lorsque le candidat ou le soumissionnaire fait appel à la capacité d'autres entités au sens de l'article 45 et que cette capacité est déterminante pour sa sélection, le candidat ou le soumissionnaire, selon le cas, mentionne toujours pour quelle part du marché il fait appel à cette capacité et quelles autres entités il propose :
1° dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une seule phase impliquant l'introduction d'offres;
2° tant dans sa demande de participation que dans son offre, dans le cas oĂč la procĂ©dure comprend une premiĂšre phase impliquant l'introduction de demandes de participation.
La mention visée aux alinéas 1er et 2 ne préjuge pas la question de la responsabilité du soumissionnaire.
Dans la situation de l'alinéa 2, 2°, l'entité adjudicatrice vérifie au cours de la deuxiÚme phase si le soumissionnaire a inclus dans son offre les mentions visées dans la phrase introductive de cet alinéa et si ces derniÚres correspondent avec les mentions reprises dans sa demande de participation qui, dans la premiÚre phase, ont conduit à sa sélection.
Art. 87. Artikel 71 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Het koninklijk besluit van 18 juni 1996 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten wordt opgeheven.".
"Het koninklijk besluit van 18 juni 1996 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten wordt opgeheven.".
Art. 87. L'article 71 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit :
" L'arrĂȘtĂ© royal du 18 juin 1996 relatif Ă la mise en concurrence dans le cadre de la CommunautĂ© europĂ©enne de certains marchĂ©s de travaux, de fournitures et de services, dans les secteurs de l'eau, de l'Ă©nergie, des transports et des services postaux est abrogĂ©. ".
" L'arrĂȘtĂ© royal du 18 juin 1996 relatif Ă la mise en concurrence dans le cadre de la CommunautĂ© europĂ©enne de certains marchĂ©s de travaux, de fournitures et de services, dans les secteurs de l'eau, de l'Ă©nergie, des transports et des services postaux est abrogĂ©. ".
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Art. 88. Dit besluit treedt in werking de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, voor de overheidsopdrachten, de opdrachten en de concessies voor openbare werken waarvoor vanaf die datum een bekendmaking is verzonden naar het Publicatieblad van de Europese Unie of naar het Bulletin der Aanbestedingen, of waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een aanvraag tot deelneming of een offerte.
Voor de overheidsopdrachten, de opdrachten en de concessies voor openbare werken die zowel op Europees niveau als op Belgisch niveau worden bekendgemaakt, geldt als aanvangspunt de datum van verzending van de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Het eerste lid geldt met uitzondering van de artikelen 1, 27, 48 en 64, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2013, en dit ongeacht de datum van verzending van de bekendmaking van de overheidsopdrachten, de opdrachten en de concessies voor openbare werken waarop dit besluit betrekking heeft.
Voor de overheidsopdrachten, de opdrachten en de concessies voor openbare werken die zowel op Europees niveau als op Belgisch niveau worden bekendgemaakt, geldt als aanvangspunt de datum van verzending van de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Het eerste lid geldt met uitzondering van de artikelen 1, 27, 48 en 64, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2013, en dit ongeacht de datum van verzending van de bekendmaking van de overheidsopdrachten, de opdrachten en de concessies voor openbare werken waarop dit besluit betrekking heeft.
Art. 88. Cet arrĂȘtĂ© entre en vigueur le dixiĂšme jour qui suit sa publication au Moniteur belge, pour les marchĂ©s publics, les marchĂ©s et les concessions de travaux publics pour lesquels une publication est envoyĂ©e au Journal officiel de l'Union europĂ©enne ou au Bulletin des adjudications Ă partir de cette date, ou pour lesquels, Ă dĂ©faut d'une obligation de publication prĂ©alable, l'invitation Ă introduire une demande de participation ou une offre est lancĂ©e Ă partir de cette date.
La date de l'envoi de la publication au Journal officiel de l'Union européenne constitue le point de départ des marchés publics, des marchés et des concessions de travaux publics qui sont aussi bien publiés au niveau européen qu'au niveau belge.
L'alinĂ©a 1er s'applique, Ă l'exception des articles 1er, 27, 48 et 64, qui produisent leurs effets au 1er juillet 2013 et ce, quelle que soit la date de l'envoi de la publication des marchĂ©s publics, de marchĂ©s et des concessions de travaux publics qui font l'objet du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
La date de l'envoi de la publication au Journal officiel de l'Union européenne constitue le point de départ des marchés publics, des marchés et des concessions de travaux publics qui sont aussi bien publiés au niveau européen qu'au niveau belge.
L'alinĂ©a 1er s'applique, Ă l'exception des articles 1er, 27, 48 et 64, qui produisent leurs effets au 1er juillet 2013 et ce, quelle que soit la date de l'envoi de la publication des marchĂ©s publics, de marchĂ©s et des concessions de travaux publics qui font l'objet du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 89. De Eerste Minister, de minister bevoegd voor Defensie, de minister bevoegd voor Economie, de minister bevoegd voor Administratieve Vereenvoudiging en de minister bevoegd voor Overheidsbedrijven zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 89. Le Premier Ministre, le ministre qui a la DĂ©fense dans ses attributions, le ministre qui a l'Economie dans ses attributions, le ministre qui a la Simplification administrative dans ses attributions et le ministre qui a les Entreprises publiques dans ses attributions sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1 tot en met 16.
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 21-02-2014, p. 14033-14115)
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 21-02-2014, p. 14033-14115)
Art. N1. Annexe 1 Ă 16.
(Annexes non reprises pour des raisons techniques, voir M.B. du 21-02-2014, p. 14140-14221)
(Annexes non reprises pour des raisons techniques, voir M.B. du 21-02-2014, p. 14140-14221)
Art. N2. Bijlage 3.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 21-02-2014, p. 14121-14122)
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 21-02-2014, p. 14121-14122)
Art. N2. Annexe 3.
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 21-02-2014, p. 14226-14227)
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 21-02-2014, p. 14226-14227)
Art. N3. Bijlage 1 tot en met 3.
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 21-02-2014, p. 14129-14132)
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 21-02-2014, p. 14129-14132)
Art. N3. Annexe 1 Ă 3.
(Annexes non reprises pour des raisons techniques, voir M.B. du 21-02-2014, p. 14234-14242)
(Annexes non reprises pour des raisons techniques, voir M.B. du 21-02-2014, p. 14234-14242)