Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 NOVEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten betreffende scheepvaartveiligheid
Titre
4 NOVEMBRE 2014. - Arrêté royal modifiant divers arrêtés royaux relatifs à la sécurité de la navigation
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het koninklijk b...
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het koninklijk ...
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het koninklijk...
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het koninklijk ...
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van het koninklijk b...
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van het koninklijk ...
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van het koninklijk...
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal d...
CHAPITRE III. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE IV. - Modification de l'arrêté royal d...
CHAPITRE V. - Modification de l'arrêté royal du...
CHAPITRE VI. - Modification de l'arrêté royal d...
CHAPITRE VII. - Modification de l'arrêté royal ...
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales
ANNEXES.
Tekst (45)
Texte (45)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 21 mei 1958 - Toekenning van de brevetten, diploma's, certificaten en vergunningen in de koopvaardij, de zeevisserij en de pleziervaart
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrêté royal du 21 mai 1958 - Collation de brevets, diplômes, certificats et licences dans la marine marchande, la pêche maritime et la navigation de plaisance
Artikel 1. In het koninklijk besluit van 21 mei 1958 - Toekenning van de brevetten, diploma's, certificaten en vergunningen in de koopvaardij, de zeevisserij en de pleziervaart wordt de bijlage XIV vervangen door de bijlage I bij dit besluit.
Article 1er. Dans l'arrêté royal du 21 mai 1958 - Collation de brevets, diplômes, certificats et licences dans la marine marchande, la pêche maritime et la navigation de plaisance, l'annexe XIV est remplacée par l'annexe Ire jointe au présent arrêté
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt bijlage XV vervangen door de bijlage II bij dit besluit.
Art. 2. Dans même arrêté, l'annexe XV est remplacée par l'annexe II jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal du 20 juillet 1973 portant règlement sur l'inspection maritime
Art. 3. In bijlage XXV, eerste lid, van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 3. A l'annexe XXV, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 20 juillet 1973 portant règlement sur l'inspection maritime, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par l'arrêté royal du 10 septembre 2010, le c) est abrogé.
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 20 juni 1977 ter uitvoering van de wet van 24 november 1975 houdende goedkeuring en uitvoering van het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972, bijgevoegd reglement en zijn bijlagen
CHAPITRE III. - Modification de l'arrêté royal du 20 juin 1977 exécutant la loi du 24 novembre 1975 portant approbation et exécution de la Convention sur le règlement international de 1972 pour prévenir les abordages en mer, règlement y annexé et ses annexes
Art. 4. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 juni 1977 ter uitvoering van de wet van 24 november 1975 houdende goedkeuring en uitvoering van het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972, bijgevoegd reglement en zijn bijlagen, gewijzigd bij koninklijk besluit van 18 mei 1983, worden de woorden "en de routeringssystemen waarnaar de bijlagen A en B verwijzen" vervangen door de woorden " en de andere routeringssystemen aangeduid op officieel door de kuststaat erkende, op grote schaal uitgevoerde, zeekaarten of vermeld in de berichten aan zeevarenden bedoeld in Voorschrift 9, 2.2 van hoofdstuk V van het Internationaal Verdrag voor de veiligheid van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS).".
Art. 4. Dans l'article 2 de l'arrêté royal du 20 juin 1977 exécutant la loi du 24 novembre 1975 portant approbation et exécution de la Convention sur le règlement international de 1972 pour prévenir les abordages en mer, règlement y annexé et ses annexes, modifié par l'arrêté royal du 18 mai 1983, les mots " aux systèmes de routes auxquelles les annexes A et B font référence " sont remplacés par les mots " aux autres systèmes de routes indiqués sur les cartes marines à grande échelle reconnues officiellement par l'état côtier ou mentionnés dans les avis aux navigateurs visés au Règlement 9, 2.2 du chapitre V de la Convention internationale de 1974 pour la sauvegarde de la vie humaine en mer (SOLAS). " .
Art. 5. In artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij koninklijk besluit van 18 mei 1983, wordt de zin "Hij kan de bijlagen A en B wijzigen overeenkomstig de resoluties van de Internationale maritieme Organisatie bedoeld in artikel 2" opgeheven.
Art. 5. Dans l'article 7 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 18 mai 1983, la phrase " Il peut modifier les annexes A et B conformément aux résolutions de l'Organisation maritime internationale visées à l'article 2 " est abrogée
Art. 6. De bijlagen A en B van hetzelfde besluit, vervangen bij ministerieel besluit van 30 november 1994, worden opgeheven.
Art. 6. Les annexes A et B du même arrêté remplacées par l'arrêté ministériel du 30 novembre 1994, sont abrogées.
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust
CHAPITRE IV. - Modification de l'arrêté royal du 4 août 1981 portant règlement de police et de navigation pour la mer territoriale belge, les ports et les plages du littoral belge
Art. 7. In artikel 7bis, tweede lid, van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 7bis, alinéa 2, de l'arrêté royal du 4 août 1981 portant règlement de police et de navigation pour la mer territoriale belge, les ports et les plages du littoral belge, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par l'arrêté royal du 10 septembre 2010, le c) est abrogé.
Art. 8. In artikel 7quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 september 2010 en 25 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 5 wordt de bepaling onder c) opgeheven.
1° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 5 wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 8. Dans l'article 7quater du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par les arrêtés royaux du 10 septembre 2010 et 25 janvier 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 est abrogé;
2° dans le paragraphe 5, le c) est abrogé.
1° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 est abrogé;
2° dans le paragraphe 5, le c) est abrogé.
Art. 9. In artikel 7quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden " met een brutotonnenmaat van 300 of meer " opgeheven;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden " met een brutotonnenmaat van 300 of meer " opgeheven;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 7quinquies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par l'arrêté royal du 10 septembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots "d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, les mots "d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 10. In artikel 7sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden " met een brutotonnenmaat van 300 of meer " opgeheven;
2° in het tweede lid wordt de bepaling onder c) opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden " met een brutotonnenmaat van 300 of meer " opgeheven;
2° in het tweede lid wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 7sexies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par l'arrêté royal du 10 septembre 2010, les modifications suivantes sont apportés :
1° dans l'alinéa 1er, les mots "d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, le c) est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, les mots "d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, le c) est abrogé.
Art. 11. In artikel 7septies, laatste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij koninklijk besluit van 25 januari 2012, wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 11. Dans l'article 7septies, dernier alinéa, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 25 janvier 2012, le c) est abrogé.
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 18 mei 1983 tot: 1° het verlenen van uitwerking aan de wijzigingen gebracht in het Reglement en de Bijlagen, gevoegd bij het Verdrag van 1972 (20 oktober 1972) inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee; 2° wijziging van het koninklijk besluit van 20 juni 1977 houdende uitvoering van de wet van 24 november 1975 houdende goedkeuring en uitvoering van voormeld Verdrag, bijgevoegd Reglement en zijn Bijlagen
CHAPITRE V. - Modification de l'arrêté royal du 18 mai 1983 portant : 1° mise en vigueur des modifications apportées aux Règlement et Annexes, annexés à la Convention (20 octobre 1972) sur le Règlement international de 1972 pour prévenir les abordages en mer; 2° modification de l'arrêté royal du 20 juin 1977 portant exécution de la loi du 24 novembre 1975 portant approbation et exécution de la Convention précitée, Règlement y annexé et ses Annexes
Art. 12. In Voorschrift 3 van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 mei 1983 tot: 1° het verlenen van uitwerking aan de wijzigingen gebracht in het Reglement en de Bijlagen, gevoegd bij het Verdrag van 1972 (20 oktober 1972) inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee; 2° wijziging van het koninklijk besluit van 20 juni 1977 houdende uitvoering van de wet van 24 november 1975 houdende goedkeuring en uitvoering van voormeld Verdrag, bijgevoegd Reglement en zijn Bijlagen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 maart 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder a) wordt vervangen als volgt:
"a) omvat het woord "vaartuig" elk drijvend tuig, met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing, WIG-tuigen en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer te water;";.
2° aangevuld met een bepaling onder m), luidende:
"m) omvat het woord "Wing-In-Ground (WIG)-tuig" elk multimodaal tuig, waarvan de belangrijkste operationele toestand het vliegen vlak boven de oppervlakte is door middel van het effect van de oppervlakte.".
1° de bepaling onder a) wordt vervangen als volgt:
"a) omvat het woord "vaartuig" elk drijvend tuig, met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing, WIG-tuigen en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer te water;";.
2° aangevuld met een bepaling onder m), luidende:
"m) omvat het woord "Wing-In-Ground (WIG)-tuig" elk multimodaal tuig, waarvan de belangrijkste operationele toestand het vliegen vlak boven de oppervlakte is door middel van het effect van de oppervlakte.".
Art. 12. Dans la Règle 3 du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé à l'arrêté royal du 18 mai 1983 portant : 1° mise en vigueur des modifications apportées aux Règlement et Annexes, annexés à la Convention (20 octobre 1972) sur le Règlement international de 1972 pour prévenir les abordages en mer; 2° modification de l'arrêté royal du 20 juin 1977 portant exécution de la loi du 24 novembre 1975 portant approbation et exécution de la Convention précitée, Règlement y annexé et ses Annexes, modifié par l'arrêté royal du 7 mars 1990, les modifications suivantes sont apportées :
1° le a) est remplacé par ce qui suit :
"a) le terme "navire" désigne tout engin ou tout appareil de quelque nature que ce soit, y compris les engins sans tirant d'eau, les navions et les hydravions, utilisé ou susceptible d'être utilisé comme moyen de transport sur l'eau; ";
2° complété par le m) rédigé comme suit :
"m) le terme "navion" désigne un engin multimodal dont le principal mode d'exploitation est le vol à proximité de la surface sous l'effet de surface .".
1° le a) est remplacé par ce qui suit :
"a) le terme "navire" désigne tout engin ou tout appareil de quelque nature que ce soit, y compris les engins sans tirant d'eau, les navions et les hydravions, utilisé ou susceptible d'être utilisé comme moyen de transport sur l'eau; ";
2° complété par le m) rédigé comme suit :
"m) le terme "navion" désigne un engin multimodal dont le principal mode d'exploitation est le vol à proximité de la surface sous l'effet de surface .".
Art. 13. In Voorschrift 8 van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 maart 1990, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt:
"a) Alle maatregelen ter vermijding van aanvaringen moeten worden genomen in overeenstemming met de Voorschriften van dit deel, en moeten, indien de omstandigheden dit toelaten, doelmatig zijn en ruim op tijd worden genomen, overeenkomstig met de gebruiken van goed zeemanschap;".
"a) Alle maatregelen ter vermijding van aanvaringen moeten worden genomen in overeenstemming met de Voorschriften van dit deel, en moeten, indien de omstandigheden dit toelaten, doelmatig zijn en ruim op tijd worden genomen, overeenkomstig met de gebruiken van goed zeemanschap;".
Art. 13. Dans la Règle 8 du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé au même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 7 mars 1990, le a) est remplacé par ce qui suit :
" a) Tout manouvre entreprise pour éviter un abordage doit être conforme aux Règles énoncées dans la présente partie et, si les circonstances le permettent, être exécutée franchement, largement à temps et conformément aux bons usages maritimes; ".
" a) Tout manouvre entreprise pour éviter un abordage doit être conforme aux Règles énoncées dans la présente partie et, si les circonstances le permettent, être exécutée franchement, largement à temps et conformément aux bons usages maritimes; ".
Art. 14. In Voorschrift 10, a) van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 maart 1990 worden in de Nederlandstalige tekst de woorden "bij welk van deze Voorschriften dan ook" vervangen door de woorden "bij welk Voorschrift dan ook".
Art. 14. Dans la Règle 10, a), du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé au même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 7 mars 1990, dans le texte néerlandais, les mots " bij welk van deze Voorschriften dan ook " sont remplacés par les mots " bij welk Voorschrift dan ook ".
Art. 15. Voorschrift 18 van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij hetzelfde besluit, wordt aangevuld met de bepaling onder f), luidende:
"f) i. moet een WIG-tuig tijdens het starten, de landing en de vlucht vlak bij de oppervlakte op een ruime afstand blijven van alle andere vaartuigen en vermijden hun navigatie te hinderen;
ii. moet een WIG-tuig dat op het wateroppervlak opereert als een werktuiglijk voortbewogen vaartuig handelen overeenkomstig de Voorschriften van dit deel.".
"f) i. moet een WIG-tuig tijdens het starten, de landing en de vlucht vlak bij de oppervlakte op een ruime afstand blijven van alle andere vaartuigen en vermijden hun navigatie te hinderen;
ii. moet een WIG-tuig dat op het wateroppervlak opereert als een werktuiglijk voortbewogen vaartuig handelen overeenkomstig de Voorschriften van dit deel.".
Art. 15. La Règle 18 du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé au même arrêté, est complété par le f), rédigé comme suit :
f) i. un navion doit, lorsqu'il décolle, atterrit ou vole près de la surface, se maintenir à bonne distance de tous les autres navires et éviter de gêner leur navigation;
ii. un navion exploité à la surface de l'eau doit observer les Règles de la présente partie en tant que navire à propulsion mécanique.".
f) i. un navion doit, lorsqu'il décolle, atterrit ou vole près de la surface, se maintenir à bonne distance de tous les autres navires et éviter de gêner leur navigation;
ii. un navion exploité à la surface de l'eau doit observer les Règles de la présente partie en tant que navire à propulsion mécanique.".
Art. 16. In Voorschrift 23 van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij hetzelfde besluit wordt een bepaling onder b/1 ingevoegd, luidende:
"b/1) Een WIG-tuig moet tijdens de start, de landing en de vlucht vlak bij de oppervlakte, naast de lichten voorgeschreven onder a) van dit Voorschrift, een rondom zichtbaar helder rood knipperlicht te tonen"
"b/1) Een WIG-tuig moet tijdens de start, de landing en de vlucht vlak bij de oppervlakte, naast de lichten voorgeschreven onder a) van dit Voorschrift, een rondom zichtbaar helder rood knipperlicht te tonen"
Art. 16. Dans la Règle 23 du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé au même arrêté, est inséré le b/1 rédigé comme suit :
" b/1) Lorsqu'il décolle, atterrit ou vole près de la surface, un navion doit montrer, outre les feux prescrits au point a) de la présente Règle, un feu rouge à éclats de forte intensité, visible sur tout l'horizon. ".
" b/1) Lorsqu'il décolle, atterrit ou vole près de la surface, un navion doit montrer, outre les feux prescrits au point a) de la présente Règle, un feu rouge à éclats de forte intensité, visible sur tout l'horizon. ".
Art. 17. Voorschrift 31 van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt:
"Voorschrift 31 - Watervliegtuigen
Wanneer het voor een watervliegtuig of een WIG-tuig niet uitvoerbaar is de lichten en dagmerken te tonen met de kenmerkende eigenschappen of op de plaatsen, voorgeschreven in de Voorschriften van dit deel, moet het lichten en dagmerken tonen die deze in kenmerkende eigenschappen en plaatsing zoveel mogelijk benaderen."
"Voorschrift 31 - Watervliegtuigen
Wanneer het voor een watervliegtuig of een WIG-tuig niet uitvoerbaar is de lichten en dagmerken te tonen met de kenmerkende eigenschappen of op de plaatsen, voorgeschreven in de Voorschriften van dit deel, moet het lichten en dagmerken tonen die deze in kenmerkende eigenschappen en plaatsing zoveel mogelijk benaderen."
Art. 17. La Règle 31 du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé au même arrêté, est remplacé par ce qui suit :
" Règle 31- Hydravions
Un hydravion ou un navion qui est dans l'impossibilité de montrer les feux et marques présentant les caractéristiques ou situés aux emplacements prescrits par les Règles de la présente partie, doit montrer des feux et marques se rapprochant le plus possible de ceux prescrits par ces règles. ".
" Règle 31- Hydravions
Un hydravion ou un navion qui est dans l'impossibilité de montrer les feux et marques présentant les caractéristiques ou situés aux emplacements prescrits par les Règles de la présente partie, doit montrer des feux et marques se rapprochant le plus possible de ceux prescrits par ces règles. ".
Art. 18. In Voorschrift 33 van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij hetzelfde besluit, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt :
"a) Een vaartuig met een lengte van 12 meter of meer moet voorzien zijn van een fluit, een vaartuig met een lengte van 20 meter of meer moet naast de fluit tevens voorzien zijn van een klok, een vaartuig met een lengte van 100 meter of meer moet tevens voorzien zijn van een gong, waarvan de toon of het geluid niet kunnen worden verward met die van de klok. De fluit, klok en gong moeten voldoen aan de eisen vermeld in bijlage III van deze Voorschriften. De klok of de gong of beide mogen worden vervangen door andere middelen die dezelfde onderscheidenlijke geluidskenmerken bezitten, met dien verstande dat het altijd mogelijk moet zijn om de voorgeschreven seinen door bediening met de hand te geven.".
"a) Een vaartuig met een lengte van 12 meter of meer moet voorzien zijn van een fluit, een vaartuig met een lengte van 20 meter of meer moet naast de fluit tevens voorzien zijn van een klok, een vaartuig met een lengte van 100 meter of meer moet tevens voorzien zijn van een gong, waarvan de toon of het geluid niet kunnen worden verward met die van de klok. De fluit, klok en gong moeten voldoen aan de eisen vermeld in bijlage III van deze Voorschriften. De klok of de gong of beide mogen worden vervangen door andere middelen die dezelfde onderscheidenlijke geluidskenmerken bezitten, met dien verstande dat het altijd mogelijk moet zijn om de voorgeschreven seinen door bediening met de hand te geven.".
Art. 18. Dans la Règle 33 du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé au même arrêté, le a) est remplacé par ce qui suit :
" a) Les navires de longueur égale ou supérieure à 12 mètres doivent être pourvus d'un sifflet, les navires de longueur égale ou supérieure à 20 mètres doivent être pourvus d'une cloche en sus d'un sifflet et les navires de longueur égale ou supérieure à 100 mètres doivent être en outre pourvus d'un gong dont le son et le timbre ne doivent pas pouvoir être confondus avec ceux de la cloche. Le sifflet, la cloche et le gong doivent satisfaire aux spécifications de l'annexe III du présent Règlement. La cloche ou le gong, ou les deux, peuvent être remplacés par un autre matériel ayant respectivement les mêmes caractéristiques sonores, à condition qu'il soit toujours possible d'actionner manuellement les signaux prescrits. ".
" a) Les navires de longueur égale ou supérieure à 12 mètres doivent être pourvus d'un sifflet, les navires de longueur égale ou supérieure à 20 mètres doivent être pourvus d'une cloche en sus d'un sifflet et les navires de longueur égale ou supérieure à 100 mètres doivent être en outre pourvus d'un gong dont le son et le timbre ne doivent pas pouvoir être confondus avec ceux de la cloche. Le sifflet, la cloche et le gong doivent satisfaire aux spécifications de l'annexe III du présent Règlement. La cloche ou le gong, ou les deux, peuvent être remplacés par un autre matériel ayant respectivement les mêmes caractéristiques sonores, à condition qu'il soit toujours possible d'actionner manuellement les signaux prescrits. ".
Art. 19. In Voorschrift 35 van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij hetzelfde besluit, wordt een bepaling onder h/1 ingevoegd, luidende:
"h/1) Een vaartuig met een lengte van 12 meter of meer maar minder dan 20 meter is niet verplicht de klokseinen te geven zoals voorgeschreven in de bepalingen onder g) en h) van dit Voorschrift. Echter, indien het deze klokseinen niet geeft, moet het een ander doelmatig sein geven met tussenpozen van niet meer dan twee minuten.".
"h/1) Een vaartuig met een lengte van 12 meter of meer maar minder dan 20 meter is niet verplicht de klokseinen te geven zoals voorgeschreven in de bepalingen onder g) en h) van dit Voorschrift. Echter, indien het deze klokseinen niet geeft, moet het een ander doelmatig sein geven met tussenpozen van niet meer dan twee minuten.".
Art. 19. Dans la Règle 35 du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé au même arrêté, est inséré le h/1 rédigé comme suit :
" h/1) Un navire de longueur égale ou supérieure à 12 mètres mais inférieure à 20 mètres n'est pas tenu de faire entendre les coups de cloche prescrits aux points g) et h) de la présente Règle. Toutefois, lorsqu'il ne le fait pas, il doit faire entendre un autre signal sonore efficace à des intervalles ne dépassant pas deux minutes. ".
" h/1) Un navire de longueur égale ou supérieure à 12 mètres mais inférieure à 20 mètres n'est pas tenu de faire entendre les coups de cloche prescrits aux points g) et h) de la présente Règle. Toutefois, lorsqu'il ne le fait pas, il doit faire entendre un autre signal sonore efficace à des intervalles ne dépassant pas deux minutes. ".
Art. 20. Artikel 13 van bijlage I van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 februari 1996, wordt vervangen als volgt:
"Art.13. Snelle tuigen
a) Het toplicht van een snel tuig kan worden geplaatst op een hoogte die in verhouding met de breedte van het tuig geringer is dan die voorgeschreven in artikel 2, a, i, van bijlage I, mits de basishoek van de gelijkbenige driehoeken gevormd door de boordlichten en het toplicht van voren gezien, niet kleiner is dan 27°.
b) Op snelle tuigen met een lengte van 50 meter of meer, mag de loodrechte afstand tussen het voortoplicht en het achtertoplicht van 4,5 meter zoals voorgeschreven in artikel 2, a, ii, van bijlage I worden gewijzigd, mits deze afstand niet kleiner is dan de waarde bepaald met de volgende formule
y = (a + 17 psi)C + 2
1000
In deze formule :
y = de hoogte van het achtertoplicht boven het voortoplicht in meters;
a = hoogte van het voortoplicht boven de wateroppervlakte tijdens de vaart in meters;
psi = de trim tijdens de vaart in graden;
C = de horizontale afstand tussen de toplichten in meters."
"Art.13. Snelle tuigen
a) Het toplicht van een snel tuig kan worden geplaatst op een hoogte die in verhouding met de breedte van het tuig geringer is dan die voorgeschreven in artikel 2, a, i, van bijlage I, mits de basishoek van de gelijkbenige driehoeken gevormd door de boordlichten en het toplicht van voren gezien, niet kleiner is dan 27°.
b) Op snelle tuigen met een lengte van 50 meter of meer, mag de loodrechte afstand tussen het voortoplicht en het achtertoplicht van 4,5 meter zoals voorgeschreven in artikel 2, a, ii, van bijlage I worden gewijzigd, mits deze afstand niet kleiner is dan de waarde bepaald met de volgende formule
y = (a + 17 psi)C + 2
1000
In deze formule :
y = de hoogte van het achtertoplicht boven het voortoplicht in meters;
a = hoogte van het voortoplicht boven de wateroppervlakte tijdens de vaart in meters;
psi = de trim tijdens de vaart in graden;
C = de horizontale afstand tussen de toplichten in meters."
Art. 20. L'article 13 de l'annexe Ire du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé au même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 27 février 1996, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 13. Engins Ă grand vitesse
a) Le feu de tête de mât des engins à grande vitesse peut être placé à une hauteur qui, par rapport à la largeur de l'engin, est inférieure à celle qui est prescrite au article 2, a, i, de l'annexe Ire, à condition que l'angle à la base du triangle isocèle formé par le feu de tête de mât et les feux de côté, vus de face, ne soit pas inférieure à 27°.
b) A bord des engins à grande vitesse d'une longueur égale ou supérieure à 50 mètres, la distance verticale requise entre le feu du mât avant et celui du mât principal, que l'article 2, a, ii, de l'annexe I fixe à 4,5 mètres, peut être modifiée à condition que sa valeur ne soit pas inférieure à celle qui est déterminée en appliquant la formule suivante :
y = (a + 17 psi)C + 2
1000
Dans ce formule :
y = la hauteur, exprimée en mètres, du feu du mât principal au-dessus du feu du mât avant;
a = la hauteur, exprimée en mètres, du feu du mât avant au-dessus de la surface de l'eau, en cours d'exploitation;
psi = l'assiette en cours d'exploitation, exprimée en degrés;
C = la distance horizontale qui sépare les feux de tête de mât, exprimée en mètres. "
" Art. 13. Engins Ă grand vitesse
a) Le feu de tête de mât des engins à grande vitesse peut être placé à une hauteur qui, par rapport à la largeur de l'engin, est inférieure à celle qui est prescrite au article 2, a, i, de l'annexe Ire, à condition que l'angle à la base du triangle isocèle formé par le feu de tête de mât et les feux de côté, vus de face, ne soit pas inférieure à 27°.
b) A bord des engins à grande vitesse d'une longueur égale ou supérieure à 50 mètres, la distance verticale requise entre le feu du mât avant et celui du mât principal, que l'article 2, a, ii, de l'annexe I fixe à 4,5 mètres, peut être modifiée à condition que sa valeur ne soit pas inférieure à celle qui est déterminée en appliquant la formule suivante :
y = (a + 17 psi)C + 2
1000
Dans ce formule :
y = la hauteur, exprimée en mètres, du feu du mât principal au-dessus du feu du mât avant;
a = la hauteur, exprimée en mètres, du feu du mât avant au-dessus de la surface de l'eau, en cours d'exploitation;
psi = l'assiette en cours d'exploitation, exprimée en degrés;
C = la distance horizontale qui sépare les feux de tête de mât, exprimée en mètres. "
Art. 21. In artikel 1 van bijlage III van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder a) wordt vervangen als volgt:
"a) Frequenties en hoorbaarheidsafstand
De grondfrequenties van het sein dient te liggen tussen 70 en 700 Hz. De hoorbaarheidsafstand van het sein van een fluit wordt bepaald door die frequenties, die de grondfrequentie en/of één of meer hogere frequenties kunnen omvatten, die tussen 180 en 700 Hz (+1 %) liggen voor een vaartuig met een lengte van 20 meter of meer, of die tussen 180 en 2100 Hz (+1 %) liggen voor een vaartuig met een lengte van minder dan 20 meter en die de geluidsdrukniveaus voortbrengen, aangegeven in de bepaling onder c).
2° de bepaling onder c) wordt vervangen als volgt :
"c) Geluidssterkte en hoorbaarheidsafstand
Een op een vaartuig aangebrachte fluit moet in de richting van de grootste geluidssterkte van de fluit en op een afstand van 1 meter daarvan in tenminste één derde octaafband binnen de frequenties tussen 180 en 700 Hz(+1 %) voor een vaartuig met een lengte van 20 meter of meer, of tussen 180 en 2100 Hz (+1 %) voor een vaartuig met een lengte van minder dan 20 meter, een geluidsdrukniveau voortbrengen van niet minder dan het desbetreffende cijfer in de onderstaande tabel.
1° de bepaling onder a) wordt vervangen als volgt:
"a) Frequenties en hoorbaarheidsafstand
De grondfrequenties van het sein dient te liggen tussen 70 en 700 Hz. De hoorbaarheidsafstand van het sein van een fluit wordt bepaald door die frequenties, die de grondfrequentie en/of één of meer hogere frequenties kunnen omvatten, die tussen 180 en 700 Hz (+1 %) liggen voor een vaartuig met een lengte van 20 meter of meer, of die tussen 180 en 2100 Hz (+1 %) liggen voor een vaartuig met een lengte van minder dan 20 meter en die de geluidsdrukniveaus voortbrengen, aangegeven in de bepaling onder c).
2° de bepaling onder c) wordt vervangen als volgt :
"c) Geluidssterkte en hoorbaarheidsafstand
Een op een vaartuig aangebrachte fluit moet in de richting van de grootste geluidssterkte van de fluit en op een afstand van 1 meter daarvan in tenminste één derde octaafband binnen de frequenties tussen 180 en 700 Hz(+1 %) voor een vaartuig met een lengte van 20 meter of meer, of tussen 180 en 2100 Hz (+1 %) voor een vaartuig met een lengte van minder dan 20 meter, een geluidsdrukniveau voortbrengen van niet minder dan het desbetreffende cijfer in de onderstaande tabel.
Art. 21. Dans l'article 1er de l'annexe III du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé au même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le a) est remplacé par ce qui suit :
"a) Fréquences et portée sonore
La fréquence fondamentale du signal doit être comprise entre 70 et 700 Hz. La portée sonore du signal d'un sifflet est déterminée par ces fréquences, qui peuvent comprendre la fréquence fondamentale et/ou une ou plusieurs fréquences plus élevées, situées entre 180 et 700 Hz (+1 %) pour un navire de longueur égale ou supérieure à 20 mètres, ou situées entre 180 et 2100 Hz (+1 %) pour un navire de longueur inférieure à 20 mètres, et fournissant les niveaux de pression acoustique spécifiés au point c).
2° le c) est remplacé par ce qui suit:
" c) Intensité du signal et portée sonore
Un sifflet installé à bord d'un navire doit assurer, dans la direction de son intensité maximale, à une distance de 1 mètre et dans au moins une bande d'un tiers d'octave située dans la gamme de fréquences 180 -700 Hz (+1 %) pour un navire de longueur égale ou supérieure à 20 mètres, ou 180 - 2100 Hz (+1 %) pour un navire de longueur inférieure à 20 mètres, un niveau de pression acoustique au moins égal à la valeur appropriée du tableau ci-après.
1° le a) est remplacé par ce qui suit :
"a) Fréquences et portée sonore
La fréquence fondamentale du signal doit être comprise entre 70 et 700 Hz. La portée sonore du signal d'un sifflet est déterminée par ces fréquences, qui peuvent comprendre la fréquence fondamentale et/ou une ou plusieurs fréquences plus élevées, situées entre 180 et 700 Hz (+1 %) pour un navire de longueur égale ou supérieure à 20 mètres, ou situées entre 180 et 2100 Hz (+1 %) pour un navire de longueur inférieure à 20 mètres, et fournissant les niveaux de pression acoustique spécifiés au point c).
2° le c) est remplacé par ce qui suit:
" c) Intensité du signal et portée sonore
Un sifflet installé à bord d'un navire doit assurer, dans la direction de son intensité maximale, à une distance de 1 mètre et dans au moins une bande d'un tiers d'octave située dans la gamme de fréquences 180 -700 Hz (+1 %) pour un navire de longueur égale ou supérieure à 20 mètres, ou 180 - 2100 Hz (+1 %) pour un navire de longueur inférieure à 20 mètres, un niveau de pression acoustique au moins égal à la valeur appropriée du tableau ci-après.
| Lengte van het vaartuig in meters | Geluidsdruk-niveau in 1/3 octaafband- niveau op 1 meter in dB ten opzicht van 2x10-5N/m | Hoorbaarheids- afstand in zeemijlen |
| 200 of meer | 143 | 2 |
| 75 of meer maar minder dan 200 | 138 | 1,5 |
| 20 of meer maar minder dan 75 | 130 | 1 |
| Minder dan 20 | 120*1 | 0,5 |
| 115*2 | ||
| 111*3 |
vaartuig in metersGeluidsdruk-niveau in 1/3 octaafband- niveau op 1 meter in dB ten opzicht van 2x10-5N/mHoorbaarheids- afstand in zeemijlen200 of meer143275 of meer
maar minder dan 2001381,520 of meer
maar minder dan 751301Minder dan 20120*10,5115*2111*3
*1 Wanneer de gemeten frequenties liggen tussen 180 en 450 Hz
*2 Wanneer de gemeten frequenties liggen tussen 450 en 800 Hz
*3 Wanneer de gemeten frequenties liggen tussen 800 en 2100 Hz
| Longueur du navire en mètres | Niveau de pression acoustique à un mètre en décibels, référence de 2x10-5N/m (bandes d'un tiers d'octave) | Portée sonore en milles marins |
| 200 et plus | 143 | 2 |
| 75 et plus mais moins de 200 | 138 | 1,5 |
| 20 et plus mais moins de 75 | 130 | 1 |
| Moins de 20 | 120*1 | 0,5 |
| 115*2 | ||
| 111*3 |
mais moins de 2001381,520 et plus
mais moins de 751301Moins de 20120*10,5115*2
111*3
*1 Lorsque les fréquences mesurées sont comprises 180 et 450 Hz
*2 Lorsque les fréquences mesurées sont comprises 450et 800 Hz
*3 Lorsque les fréquences mesurées sont comprises 800 et 1200 Hz
Art. 22. In artikel 2 van bijlage III van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij hetzelfde besluit, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
"b) Constructie
Klokken en gongs moeten zijn vervaardigd uit corrosiebestendig materiaal en zo zijn ontworpen dat ze een heldere toon voortbrengen. De buitendiameter van een klok mag niet minder zijn dan 300mm voor vaartuigen met een lengte van 20 meter of meer. Indien dit uitvoerbaar is wordt een werktuigelijk aangedreven klepel aanbevolen teneinde een constante kracht te waarborgen, maar bediening met de hand moet mogelijk zijn. De massa van de klepel moet ten minste 3 % van de massa van de klok zijn.".
"b) Constructie
Klokken en gongs moeten zijn vervaardigd uit corrosiebestendig materiaal en zo zijn ontworpen dat ze een heldere toon voortbrengen. De buitendiameter van een klok mag niet minder zijn dan 300mm voor vaartuigen met een lengte van 20 meter of meer. Indien dit uitvoerbaar is wordt een werktuigelijk aangedreven klepel aanbevolen teneinde een constante kracht te waarborgen, maar bediening met de hand moet mogelijk zijn. De massa van de klepel moet ten minste 3 % van de massa van de klok zijn.".
Art. 22. Dans l'article 2 de l'annexe III du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé au même arrêté, le b) est remplacé par ce qui suit :
" b) Construction
Les cloches et les gongs doivent être construits en un matériau résistant à la corrosion et conçus de manière à émettre un son clair. La diamètre de l'ouverture de la cloche ne doit pas être inférieur à 300mm pour les navires de longueur égale ou supérieure à 20 mètres. Lorsque cela est possible, il est recommandé d'installer un battant de cloche à commande mécanique, de manière à garantir une force d'impact constante, mais il doit être possible de l'actionner à la main. La masse du battant ne doit pas être inférieure à 3 % de celle de la cloche. ".
" b) Construction
Les cloches et les gongs doivent être construits en un matériau résistant à la corrosion et conçus de manière à émettre un son clair. La diamètre de l'ouverture de la cloche ne doit pas être inférieur à 300mm pour les navires de longueur égale ou supérieure à 20 mètres. Lorsque cela est possible, il est recommandé d'installer un battant de cloche à commande mécanique, de manière à garantir une force d'impact constante, mais il doit être possible de l'actionner à la main. La masse du battant ne doit pas être inférieure à 3 % de celle de la cloche. ".
Art. 23. Bijlage IV van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, gevoegd bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 februari 1996, wordt vervangen als volgt :
"BIJLAGE IV . - Noodseinen
1. De volgende seinen, samen of afzonderlijk gebruikt of getoond, geven een noodsituatie en behoefte aan hulp aan :
a) een kanonschot of ander knalsein, afgevuurd met tussenpozen van ongeveer één minuut;
b) een aanhoudend geluid met een toestel voor mistseinen;
c) vuurpijlen of lichtkogels, die rode sterren uitwerpen en één voor één met korte tussenpozen worden afgevuurd;
d) een sein, door middel van seinwijze uitgezonden, bestaande uit de groep . . . _ _ _ . . . (SOS) van de Morse code;
e) een sein, uitgezonden door middel van radiotelefonie, bestaande uit het gesproken Engelse woord "MAYDAY";
f) het noodsein "NC uit het Internationaal Seinboek;
g) een sein, bestaande uit een vierkante vlag, met daarboven of daaronder een bal of een voorwerp dat op een bal gelijkt;
h) vlammen boven het schip (zoals men kan maken door middel van een brandend teervat, olievat, enz.);
i) een valschermsignaal of een handstakellicht dat een rood licht toont;
j) een rooksignaal dat oranjegekleurde rook afgeeft;
k) langzaam en herhaald op en neer bewegen van de naar beide zijden uitgestrekte armen;
l) een noodsignaal door middel van digital selective calling (DSC) uitgezonden op;
i. VHF-kanaal 70, of
ii. MF/HF op de frequenties 2187,5 kHz, 8414,5 kHz, 4207,5 kHz, 6312 kHz, 12577 kHz of 16804,5 kHz
m) een vaartuig-naar-wal noodsignaal, verzonden via Inmarsat of een op een andere mobiele satellietdienst werkend grondstation van het vaartuig;
n) seinen uitgezonden door noodradiobakens die de positie aanduiden;
o) goedgekeurde seinen uitgezonden door systemen voor radiocommunicatie, met inbegrip van radartransponders van reddingstuigen.
2. Het gebruik of het tonen van voormelde seinen anders dan om een noodsituatie en behoefte aan hulp aan te geven en het gebruik van seinen die met één der bovengenoemde seinen kunnen worden verward, is verboden.
3. De aandacht wordt gevestigd op de desbetreffende afdelingen van het Internationaal Seinboek, het International Aeronautical and Maritime Search and Rescue Manual (IAMSAR - volume III) et de volgende seinen:
a) een stuk oranje zeildoek met een zwart vierkant en een zwarte cirkel of een ander passend symbool (voor herkenning vanuit de lucht);
b) een kleurstof.".
"BIJLAGE IV . - Noodseinen
1. De volgende seinen, samen of afzonderlijk gebruikt of getoond, geven een noodsituatie en behoefte aan hulp aan :
a) een kanonschot of ander knalsein, afgevuurd met tussenpozen van ongeveer één minuut;
b) een aanhoudend geluid met een toestel voor mistseinen;
c) vuurpijlen of lichtkogels, die rode sterren uitwerpen en één voor één met korte tussenpozen worden afgevuurd;
d) een sein, door middel van seinwijze uitgezonden, bestaande uit de groep . . . _ _ _ . . . (SOS) van de Morse code;
e) een sein, uitgezonden door middel van radiotelefonie, bestaande uit het gesproken Engelse woord "MAYDAY";
f) het noodsein "NC uit het Internationaal Seinboek;
g) een sein, bestaande uit een vierkante vlag, met daarboven of daaronder een bal of een voorwerp dat op een bal gelijkt;
h) vlammen boven het schip (zoals men kan maken door middel van een brandend teervat, olievat, enz.);
i) een valschermsignaal of een handstakellicht dat een rood licht toont;
j) een rooksignaal dat oranjegekleurde rook afgeeft;
k) langzaam en herhaald op en neer bewegen van de naar beide zijden uitgestrekte armen;
l) een noodsignaal door middel van digital selective calling (DSC) uitgezonden op;
i. VHF-kanaal 70, of
ii. MF/HF op de frequenties 2187,5 kHz, 8414,5 kHz, 4207,5 kHz, 6312 kHz, 12577 kHz of 16804,5 kHz
m) een vaartuig-naar-wal noodsignaal, verzonden via Inmarsat of een op een andere mobiele satellietdienst werkend grondstation van het vaartuig;
n) seinen uitgezonden door noodradiobakens die de positie aanduiden;
o) goedgekeurde seinen uitgezonden door systemen voor radiocommunicatie, met inbegrip van radartransponders van reddingstuigen.
2. Het gebruik of het tonen van voormelde seinen anders dan om een noodsituatie en behoefte aan hulp aan te geven en het gebruik van seinen die met één der bovengenoemde seinen kunnen worden verward, is verboden.
3. De aandacht wordt gevestigd op de desbetreffende afdelingen van het Internationaal Seinboek, het International Aeronautical and Maritime Search and Rescue Manual (IAMSAR - volume III) et de volgende seinen:
a) een stuk oranje zeildoek met een zwart vierkant en een zwarte cirkel of een ander passend symbool (voor herkenning vanuit de lucht);
b) een kleurstof.".
Art. 23. Annexe IV du Règlement international pour prévenir les abordages en mer, annexé au même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 27 février 1996, est remplacé par ce qui suit :
" ANNEXE IV. - Signaux de détresse
1. Les signaux suivants, utilisés ou montrés ensemble ou séparément, indiquent la détresse et le besoin d'assistance:
a) coup de canon ou autres signaux explosifs tirés à des intervalles d'une minute environ;
b) son continu produit par un appareil quelconque pour signaux de brume;
c) fusées ou bombes projetant des étoiles rouges lancées une à une à de courts intervalles;
d) signal émis par tout système de signalisation, constitué par le groupe . . . _ _ _ . . . (SOS) du Code Morse;
e) signal radiotéléphonique constitué par le mot anglais "MAYDAY";
f) signal de détresse "NC" du Code international de signaux;
g) signal constitué par un pavillon carré avec une boule ou un objet analogue au-dessus ou en dessous;
h) flammes sur le navire (telles qu'on peut en produire en brûlant un baril de goudron, un baril d'huile, etc.);
i) fusée à parachute ou feu à main produisant une lumière rouge;
j) signal fumigène produisant une fumée de couleur orange;
k) battements lents et répétés des bras étendus de chaque côté;
l) alerte de détresse émise par appel sélectif numérique (ASN) sur:
i. la voie 70 en ondes métrique, ou
ii. les fréquences 2187,5 kHz, 8414,5 kHz, 4207,5 kHz, 6312 kHz, 12577 kHz ou 16804,5 kHz en ondes hectométriques/décamétriques;
m) alerte de détresse dans le sens navire-côtière émise par la station terrienne Inmarsat ou d'un autre prestataire de services mobiles par satellite de navire;
n) signaux émis par les radiobalises de localisation des sinistres;
o) signaux approuvés émis par des systèmes de radiocommunications, y compris les répondeurs radar pour embarcations et radeaux de sauvetage.
2. Est interdit l'usage de l'un quelconque des signaux ci-dessus, sauf dans le but d'indiquer un cas de détresse ou un besoin d'assistance, ainsi que l'usage d'autres signaux susceptible d'être confondus avec l'un des signaux ci-dessus;
3. Il convient de prêter attention aux chapitres pertinents du Code international de signaux, au Manuel international de recherche et de sauvetage aéronautiques et maritimes (IAMSAR - volume III) et aux signaux suivantes :
a) morceau de toile de couleur orange soit avec un carré et un cercle de couloir noire soit avec un autre symbole approprié (pour repérage aérien);
b) colorant. ".
" ANNEXE IV. - Signaux de détresse
1. Les signaux suivants, utilisés ou montrés ensemble ou séparément, indiquent la détresse et le besoin d'assistance:
a) coup de canon ou autres signaux explosifs tirés à des intervalles d'une minute environ;
b) son continu produit par un appareil quelconque pour signaux de brume;
c) fusées ou bombes projetant des étoiles rouges lancées une à une à de courts intervalles;
d) signal émis par tout système de signalisation, constitué par le groupe . . . _ _ _ . . . (SOS) du Code Morse;
e) signal radiotéléphonique constitué par le mot anglais "MAYDAY";
f) signal de détresse "NC" du Code international de signaux;
g) signal constitué par un pavillon carré avec une boule ou un objet analogue au-dessus ou en dessous;
h) flammes sur le navire (telles qu'on peut en produire en brûlant un baril de goudron, un baril d'huile, etc.);
i) fusée à parachute ou feu à main produisant une lumière rouge;
j) signal fumigène produisant une fumée de couleur orange;
k) battements lents et répétés des bras étendus de chaque côté;
l) alerte de détresse émise par appel sélectif numérique (ASN) sur:
i. la voie 70 en ondes métrique, ou
ii. les fréquences 2187,5 kHz, 8414,5 kHz, 4207,5 kHz, 6312 kHz, 12577 kHz ou 16804,5 kHz en ondes hectométriques/décamétriques;
m) alerte de détresse dans le sens navire-côtière émise par la station terrienne Inmarsat ou d'un autre prestataire de services mobiles par satellite de navire;
n) signaux émis par les radiobalises de localisation des sinistres;
o) signaux approuvés émis par des systèmes de radiocommunications, y compris les répondeurs radar pour embarcations et radeaux de sauvetage.
2. Est interdit l'usage de l'un quelconque des signaux ci-dessus, sauf dans le but d'indiquer un cas de détresse ou un besoin d'assistance, ainsi que l'usage d'autres signaux susceptible d'être confondus avec l'un des signaux ci-dessus;
3. Il convient de prêter attention aux chapitres pertinents du Code international de signaux, au Manuel international de recherche et de sauvetage aéronautiques et maritimes (IAMSAR - volume III) et aux signaux suivantes :
a) morceau de toile de couleur orange soit avec un carré et un cercle de couloir noire soit avec un autre symbole approprié (pour repérage aérien);
b) colorant. ".
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen
CHAPITRE VI. - Modification de l'arrêté royal du 23 septembre 1992 portant règlement de navigation du Canal de Gand à Terneuzen
Art. 24. In artikel 42bis, tweede lid, van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 24. Dans l'article 42bis, alinéa 2, du l'arrêté royal du 23 septembre 1992 portant règlement de navigation du Canal de Gand à Terneuzen, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par l'arrêté royal du 10 septembre 2010, le c) est abrogé.
Art. 25. In artikel 43octies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "met een brutotonnenmaat van 300 of meer" opgeheven;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "met een brutotonnenmaat van 300 of meer" opgeheven;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 25. Dans l'article 43octies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par l'arrêté royal du 10 septembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, les mots " d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 26. In artikel 43nonies van hetzelfde besluit, ingevoerd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "met een brutotonnenmaat van 300 of meer" opgeheven;
2° in het tweede lid wordt de bepaling onder c) opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "met een brutotonnenmaat van 300 of meer" opgeheven;
2° in het tweede lid wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 26. Dans l'article 43nonies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par l'arrêté royal du 10 septembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, le c) est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, les mots " d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, le c) est abrogé.
Art. 27. In artikel 43decies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010 en vervangen bij het koninklijk besluit van 25 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 5 wordt de bepaling onder c) opgeheven.
1° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 5 wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 27. Dans l'article 43decies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005, modifié par l'arrêté royal du 10 septembre 2010 et remplacé par l'arrêté royal du 25 janvier 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans paragraphe 3, l'alinéa 2 est abrogé;
2° dans paragraphe 5, le c) est abrogé.
1° dans paragraphe 3, l'alinéa 2 est abrogé;
2° dans paragraphe 5, le c) est abrogé.
Art. 28. In artikel 43undecies, laatste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 januari 2012, wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 28. Dans l'article 43undecies, dernier alinéa, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 25 janvier 2012, le c) est abrogé.
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende politiereglement van de Beneden-Zeeschelde
CHAPITRE VII. - Modification de l'arrêté royal du 23 septembre 1992 portant règlement de police de l'Escaut maritime inférieur
Art. 29. In artikel 3bis, tweede lid, van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende politiereglement van de Beneden-Zeeschelde, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010 wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 29. Dans l'article 3bis, alinéa 2, de l'arrêté royal du 23 septembre 1992 portant règlement de police de l'Escaut maritime inférieur, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par l'arrêté royal du 10 septembre 2010, le c) est abrogé.
Art. 30. In artikel 3quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 10 september 2010 en 25 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 5 wordt de bepaling onder c) opgeheven.
1° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 5 wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 30. Dans l'article 3quater du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par les arrêtés royaux du 10 septembre 2010 et 25 janvier 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans paragraphe 3, l'alinéa 2 est abrogé;
2° dans paragraphe 5, le c) est abrogé.
1° dans paragraphe 3, l'alinéa 2 est abrogé;
2° dans paragraphe 5, le c) est abrogé.
Art. 31. In artikel 3quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "met een brutotonnenmaat van 300 of meer" opgeheven;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "met een brutotonnenmaat van 300 of meer" opgeheven;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 31. Dans l'article 3quinquies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par l'arrêté royal du 10 septembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, les mots " d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 32. In artikel 3sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "met een brutotonnenmaat van 300 of meer" opgeheven;
2° in het tweede lid wordt de bepaling onder c opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "met een brutotonnenmaat van 300 of meer" opgeheven;
2° in het tweede lid wordt de bepaling onder c opgeheven.
Art. 32. Dans l'article 3sexies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et modifié par l'arrêté royal du 10 septembre 201, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, le c) est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, les mots " d'une jauge brute égale ou supérieure à 300 " sont abrogés;
2° dans l'alinéa 2, le c) est abrogé.
Art. 33. In artikel 3septies, laatste lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 januari 2012, wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 33. Dans l'article 3septies du même arrêté, dernier alinéa, remplacé par l'arrêté royal du 25 janvier 2012, le c) est abrogé.
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales
Art. 34. De minister bevoegd voor de maritieme mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 34. Le ministre qui a la mobilité maritime dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage XIV. - Examen van yachtman
Het examenprogramma loopt over opgegeven vakken in tabel I.
Om te slagen moet de kandidaat:
1° over het ganse examen ten minste 60 % halen
2° voor elk van de vijf clusters van vakken in tabel I ten minste 60 % halen
Het examenprogramma loopt over opgegeven vakken in tabel I.
Om te slagen moet de kandidaat:
1° over het ganse examen ten minste 60 % halen
2° voor elk van de vijf clusters van vakken in tabel I ten minste 60 % halen
Art. N1. Annexe XIV. - Examen de yachtman
Le programme d'examen porte sur les sujet du tableau I.
Pour réussir, le candidat doit obtenir:
1° au moins 60 % pour l'ensemble de l'examen
2° au moins 60 % pour chaque des cinq clusters des sujets du tableau I.
Le programme d'examen porte sur les sujet du tableau I.
Pour réussir, le candidat doit obtenir:
1° au moins 60 % pour l'ensemble de l'examen
2° au moins 60 % pour chaque des cinq clusters des sujets du tableau I.
| TABEL I: Examenprogramma Yachtman | ||||
| Cluster | Vak | Vakomschrijving | Maximum | Minimum (60 %) |
| 1 | 1 | Kennis van het Internationaal Reglement ter voorkoming van aanvaringen op zee en van de reglementen van politie en scheepvaart op de Schelde, alsook in de wateren en havens van de kust | 60 | 36/60 |
| 2 | 2 | Algemene begrippen betreffende de bebakening bij dag en bij nacht: internationaal stelsel A en B | 10 | 24/40 |
| 3 | Begrippen betreffende soorten kompassen, loggen, diepteloden, GPS; de beschrijving, het gebruik en de mogelijke fouten | 10 | ||
| 4 | Algemene luchtcirculatie, depressie en anticycloon, luchtdruk, fronten, wolken; lezen en begrijpen van weerkaarten en weerberichten | 5 | ||
| 5 | Begrippen betreffende de radio ter bescherming van de zeevaart | 5 | ||
| 6 | Algemene begrippen over getijden, getijde berekening en stromen; gebruik van de getijtafels en stroomatlassen | 10 | ||
| 3 | 7 | Het lezen van de zeekaart, afkortingen en symbolen; kaartpassen, koersbepaling en stroomverkaveling, plaatsbepaling door peiling met verzeiling; verbeteren van de zeekaart | 60 | 36/60 |
| 4 | 8 | Begrippen betreffende motoren en bescherming tegen brand; elementaire regels van veiligheid aan boord | 5 | 12/20 |
| 9 | Begrippen van gezondheidsleer, hygiëne en eerste hulp bij ongevallen | 5 | ||
| 10 | Begrippen betreffende de etiquette der jachten en de gebruiken der zee; seinen voor landen van kleine vliegtuigen, antwoordseinen, seinen door opsporings- en reddingvliegtuigen | 5 | ||
| 11 | Begrippen betreffende de bijzondere Belgische administratieve schikkingen op zeevaartgebied, documenten, berichten aan zeevarenden | 5 | ||
| 5 | 12 | Zeevaarttechniek: algemene kennis van zowel een zeiljacht als een moterjacht : - beschrijving van jachttypen, rompen, verschillende tuigen, motoren, ankers - ankermanoeuvres, soorten van roeren en roerbevelen - verschillende manoeuvres: aanlanden en vastmeren - onderhoud en overwintering van jachten - manoeuvres in slecht weer : voorzorgen | 40 | 24/40 |
| TOTAAL | 220 | 132/220 | ||
4 Algemene luchtcirculatie, depressie en anticycloon, luchtdruk, fronten, wolken; lezen en begrijpen van weerkaarten en weerberichten 5
5 Begrippen betreffende de radio ter bescherming van de zeevaart 5
6 Algemene begrippen over getijden, getijde berekening en stromen; gebruik van de getijtafels en stroomatlassen 10
3 7 Het lezen van de zeekaart, afkortingen en symbolen; kaartpassen, koersbepaling en stroomverkaveling, plaatsbepaling door peiling met verzeiling; verbeteren van de zeekaart 60 36/60 4 8 Begrippen betreffende motoren en bescherming tegen brand; elementaire regels van veiligheid aan boord 5 12/209 Begrippen van gezondheidsleer, hygiëne en eerste hulp bij ongevallen 5
10 Begrippen betreffende de etiquette der jachten en de gebruiken der zee; seinen voor landen van kleine vliegtuigen, antwoordseinen, seinen door opsporings- en reddingvliegtuigen 5
11 Begrippen betreffende de bijzondere Belgische administratieve schikkingen op zeevaartgebied, documenten, berichten aan zeevarenden 5
5 12 Zeevaarttechniek: algemene kennis van zowel een zeiljacht als een moterjacht :
- beschrijving van jachttypen, rompen, verschillende tuigen, motoren, ankers
- ankermanoeuvres, soorten van roeren en roerbevelen
- verschillende manoeuvres: aanlanden en vastmeren
- onderhoud en overwintering van jachten
- manoeuvres in slecht weer : voorzorgen 40 24/40 TOTAAL 220 132/220
| TABLEAU I: Programme d'examen de Yachtman | ||||
| Cluster | Sujet | Description du sujet | Maximum | Minimum (60 %) |
| 1 | 1 | Connaissance du Règlement International pour prévenir les abordages en mer et des règlements de police et de navigation sur l'Escaut ainsi que dans les eaux et ports de la côte | 60 | 36/60 |
| 2 | 2 | Notions générales sur le balisage de jour et de nuit : système international A et B | 10 | 24/40 |
| 3 | Compréhension des différentes sortes de boussoles, lochs, sondes et GPS; la description, l'emploi et les erreurs éventuelles | 10 | ||
| 4 | Circulations générale de l'air, dépression et anticyclone, pression atmosphérique, fronts, nuages; lecture et compréhension des cartes météorologiques et bulletins météorologiques | 5 | ||
| 5 | Notions de la radio maritime | 5 | ||
| 6 | Notions élémentaires sur les marées, calcul des marées et courants; usage des tables de marée et des atlas de courants | 10 | ||
| 3 | 7 | Lecture de la carte marine, abréviations et symboles; pointage des cartes, estimation de la route et navigation dans les courants, relèvements avec déplacements; correction des cartes | 60 | 36/60 |
| 4 | 8 | Notions sur les moteurs et la protection contre l'incendie; règles élémentaires de sécurité à bord | 5 | 12/20 |
| 9 | Notions d'hygiène et de premier secours en cas d'accidents | 5 | ||
| 10 | Notions sur l'étiquette de yachts et les usages de la mer; signaux de guidage pour l'accostage de petites embarcations avec équipage ou personnes en détresse, signaux de réponse, signaux émis par des avions de recherche et de sauvetage | 5 | ||
| 11 | Notions sur les principales dispositions administrative belges en matière de navigation, documents, avis aux navigateurs - marins | 5 | ||
| 5 | 12 | Technique de la navigation; les connaissances générales aussi bien d'un voilier que d'un bateau à moteur : - Descriptions de types de yachts, coques, gréements, moteurs, ancres - Manoeuvres d'ancrages, types de gouvernail et commandes à la barre - Manoeuvres diverses : accostage, amarrage - Entretien et hivernage des yachts, manoeuvres par mauvais temps, précautions | 40 | 24/40 |
| TOTAL | 220 | 132/220 | ||
4 Circulations générale de l'air, dépression et anticyclone, pression atmosphérique, fronts, nuages; lecture et compréhension des cartes météorologiques et bulletins météorologiques 5
5 Notions de la radio maritime 5
6 Notions élémentaires sur les marées, calcul des marées et courants; usage des tables de marée et des atlas de courants 10
3 7 Lecture de la carte marine, abréviations et symboles; pointage des cartes, estimation de la route et navigation dans les courants, relèvements avec déplacements; correction des cartes 60 36/60 4 8 Notions sur les moteurs et la protection contre l'incendie; règles élémentaires de sécurité à bord 5 12/209 Notions d'hygiène et de premier secours en cas d'accidents 5
10 Notions sur l'étiquette de yachts et les usages de la mer; signaux de guidage pour l'accostage de petites embarcations avec équipage ou personnes en détresse, signaux de réponse, signaux émis par des avions de recherche et de sauvetage 5
11 Notions sur les principales dispositions administrative belges en matière de navigation, documents, avis aux navigateurs - marins 5
5 12 Technique de la navigation; les connaissances générales aussi bien d'un voilier que d'un bateau à moteur :
- Descriptions de types de yachts, coques, gréements, moteurs, ancres
- Manoeuvres d'ancrages, types de gouvernail et commandes Ă la barre
- Manoeuvres diverses : accostage, amarrage
- Entretien et hivernage des yachts, manoeuvres par mauvais temps, précautions 40 24/40 TOTAL 220 132/220
Art. N2. Bijlage XV. - Examen van yachtnavigator
Het examenprogramma loopt over opgegeven vakken in tabel I.
Om te slagen moet de kandidaat:
1° over het ganse examen ten minste 60 % halen
2° voor elk van de vakken in tabel I ten minste het minimum uit de laatste kolom behalen
Het examenprogramma loopt over opgegeven vakken in tabel I.
Om te slagen moet de kandidaat:
1° over het ganse examen ten minste 60 % halen
2° voor elk van de vakken in tabel I ten minste het minimum uit de laatste kolom behalen
Art. N2. Annexe XV. - Examen de Navigateur de Yacht
Le programme d'examen porte sur les sujet du tableau I.
Pour réussir, le candidat doit obtenir:
1° au moins 60 % pour l'ensemble de l'examen
2° au moins le minimum mentionné de la dernière colonne de tableau I pour chaque sujet.
Le programme d'examen porte sur les sujet du tableau I.
Pour réussir, le candidat doit obtenir:
1° au moins 60 % pour l'ensemble de l'examen
2° au moins le minimum mentionné de la dernière colonne de tableau I pour chaque sujet.
| Examenprogramma Yachtnavigator | |||
| Vak | Vakomschrijving | Maximum | Minimum |
| 1 | COSMOGRAFIE De hemelsfeer: dagelijkse bewegingen, wereldas, polen, evenaar teruggaande richting, rechtstreekse richting, loodlijn, zenit, zichtbare horizon, meridiaan, Oost-Westlijn, sterrendag Horizoncoördinaten: hoogte, zenitale afstand, azimut Evenaarcoördinaten: declinatie, poolafstand, poolhoek, uurhoek, rechte opklimming De aarde: aswenteling, breedten en lengten De zon: dagelijkse beweging, schijnbare jaarlijkse beweging, verandering van de rechte opklimming en van de declinatie, ecliptica, nachteveningen en zonnestilstandpunten, tropisch jaar, zodiak, bepaling van de lentenachtevening, oorsprong der rechteklimmingen en van de sterrendag Het meten van de tijd: ware tijd, ongelijkheid van de ware dagen, middelbare tijd, tijdvereffening, lengten uitgedrukt in middelbare tijd; schematische gegevens betreffende de maan en de planeten | 40 | 20/40 |
| 2 | ZEEVAARTKUNDE Getijden: beschrijving van het verschijnsel (zonder theorie), springtij en doodtij, omstandige beschrijving van het getij in een punt, gebruik van getijtafels, getijstromen, gebruik der stroomatlassen Loxodromische navigatie: eenvoudige theorie van de platte en wassende kaarten Orthodromische navigatie: grootcircel vaart, vertex, knoop Astromische navigatie: theorie coördinatenstelsels, tijdsbegrip | 60 | 30/60 |
| 3 | ZEEVAARTREKENEN Sterrenkundige zeevaart; gebruik van de zeevaartalmanak; berekening van een loxodroom, orthodroom, verheid, bekorting; berekening van een hoogtelijn voor de zon, ster, planeet, maan; berekening van de culminatie van de zon en middagbreedte; berekening van een positie aan de hand van een stellaire; tijdsberekening; de berekeningsmethode wordt aan de keuze van de kandidaat overgelaten | 100 | 60/100 |
| 4 | GEZONDHEIDSLEER Wonden, brandwonden, luxatie, beenbreuken, verstikking door onderdompeling; eerste algemene beginselen over besmettelijke en niet besmettelijke ziekten, behandeling ervan; praktisch gebruik van de verschillende ontsmettingsmiddelen; samenstelling en gebruik van de verbandkist | 20 | 10/20 |
| 5 | ZEEVAARTINSTRUMENTEN Kompas: aanvankelijke studie van het aardmagnetisme en van het magnetisch kompas, het boordkompas, bepaling van de deviatie, voorzorgen bij het plaatsen van elektrische inrichtingen aan boord, begrippen over het gyrokompas Log: registrerende log met schroef, snelheidsaanwijzers, oorzaken van onnauwkeurige aanwijzingen, verbeteringen, snelheidseenheden, het meten der snelheden en afstanden gelopen voor het schip Dieploden: verschillende toestellen gebruikt over boord van jachten, het klein en het zwaar dieploden, hun gebruik, begrippen over het echolood Chronometer: stand, dagelijkse gang, bepaling van de stand door vergelijking met een tijdsein Sextant: beschrijving, gebruik, verbetering | 30 | 36/60 |
| 6 | INSTRUMENTEN Radio en elektronische instrumenten, eenvoudige begrippen over ontvangst en uitzendingstoestellen van radiotelegrafie en radiotelefonie, normaal verkeer, alarmverkeer, weerberichten, stormberichten, begrippen betreffende decca, GPS en radar | 30 | |
| 7 | ZEEVAARTKUNDE Getijden: Beschrijving van het verschijnsel (zonder theorie), springtij en doodtij, omstandige beschrijving van het getij in een punt, gebruik van getijtafels, getijstromen, gebruik der stroomatlassen Zeekaarten: Eenvoudige theorie van de platte en wassende kaarten, het omstandig lezen van de kaart, kaartpassen, het verbeteren van kaarten Kustvaart: verbetering van de kompaspeilingen, standplaatsbepaling door peilingen (één, twee of drie punten in het zicht of radiopeilingen), verticale en horizontale veiligheidshoek, op een bepaalde afstand van een punt varen, zeegaten in- en uitvaren, oordeelkundig gebruik maken van loden in verschillende gevallen Gegist bestek: verbetering van de kompaskoersen voor de miswijzing van het kompas en de drift, omgekeerd vraagstuk, oplossing van de koersvraagstukken door constructie op de kaart, koppeling van koersen, koers en afstandsberekening; stroomkavelingen; berekening van de gegiste positie | 60 | 36/60 |
| 8 | SCHEEPSBOUW Begrippen betreffende de stabiliteit van jachten zowel begrippen over vormstabiliteit als gewichtstabiliteit; beschrijving van houten en stalen rompen; beschrijving van de verschillende types van jachten; begrippen betreffende de weersomstandigheden en de stabiliteit van jachten; ankers, kettingen, blokken, talies, kabels en verschillende touwwerken, hun onderhoud; het roer, boten en sloepen, onderhoud en overwintering van het jacht; begrippen betreffende de classificatie van jachten | 20 | 10/20 |
| 9 | MANOEUVRES Evoluties en manoeuvres van het zeiljacht; evoluties en manoeuvres van het jacht met mechanische voorstuwing; ankermanoeuvres, voorbereiding tot en met manoeuvres tijdens slecht weer, averijen en te nemen maatregelen | 40 | 24/40 |
| 10 | ZEEVAARTREGLEMENTEN Internationaal Reglement ter voorkoming van aanvaringen op zee; reglementen van politie en scheepvaart op de Schelde, alsook in de wateren en havens van de kust; gebruik van lichtseinen, geluidseinen en vlaggenseinen | 40 | 24/40 |
| 11 | BEBAKENING Het internationaal betonningsstelsel I.A.L.A. voor de bebakeninggebieden A en B | 40 | 24/40 |
| 12 | INSTRUCTIES BETREFFENDE DE ZEEVAART Begrippen betreffende het raadplegen van nautische documenten zoals zeilaanwijzingen, pilotbooks, lichtenlijsten, berichten als zeevarenden | 20 | 10/20 |
| 13 | REDDING Reddingsorganisatie op de kusten van de landen grenzende aan de Noordzee; seinen van de kustreddingstations; lijnwerptoestellen; wippertoestellen; reddingsboeien en -gordels; redding van een overboord gevallen man; behandeling in geval van verstikking dor onderdompeling; een vaartuig op sleeptouw nemen; veiligheidsmaatregelen tijdens de vaart, verplichte uitrusting, verlaten van het jacht; kennis hebben van de SAR procedure | 40 | 20/40 |
| 14 | ADMINISTRATIEVE DOCUMENTEN De te volgen handelswijzen en gevergde documenten, zowel door de maritieme overheden als door de douaneoverheden van België en van vreemde landen | 20 | 10/20 |
| 15 | WEERKUNDE Meteorologische verschijnselen met betrekking tot cyclonen en anticyclonen; tropische cyclonen, beschrijving en manoeuvres om te ontwijken; algemene begrippen betreffende de luchtdruk, winden en al de natuurverschijnselen die ermee gepaard gaan: de wolken, de neerslag en zichtbaarheid; instrumenten: de barometer, de thermometer, de psychrometer; weersvoorspellingen en hun interpretatie; stormseinen, weerberichten, weerkaarten | 40 | 20/40 |
| 16 | SCHEEPSMACHINES EN ELEKTRICITEIT Algemene begrippen over motoren, hun bijhorigheden en de elektrische installatie aan boord van jachten; gevaren die deze inrichtingen kunnen doen ontstaan; voorzorgmaatregelen te treffen aan boord | 40 | 24/40 |
| 17 | MATROZENSCHAP Uitvoeren van de orders van de schipper voor wat betreft: plaatsen van stootkussens, klaarmaken van de trossen, beslaan van de trossen aan boord en aan de wal, trossen aan de wal brengen, ten anker gaan, man over boord Ten dienste staan van de schipper: hem verwittigen bij gevaren, hem informatie verschaffen tijdens manoeuvres, het schip vrijwaren van schade, meewerken aan de vlotte afloop van manoeuvres, welwillende inzet bij alle activiteiten Het leggen van knopen Vlagetiquette | 20 | 10/20 |
| 18 | MANOEUVRES Aanleggen van het schip: rekening houdend met de omstandigheden (wind en/of stroming) Vertrekmanoeuvre: rekening houdend met de omstandigheden (wind en/of stroming) De manoeuvres (aanmeren/vertrekken) worden uitgevoerd op verschillende locaties: in een meerbox, aan een kademuur, aan een ponton, tussen ander jachten, in een sluis, aan een ponton met meerboeien. De kandidaten moeten kunnen aanleggen op een vooraf aangewezen plaats, ten anker gaan, meren aan een boei (schip gaande houden terwijl bemanning vastmaakt), man over boord manoeuvre. Bij al deze onderdelen moeten steeds de correcte en volledige procedures worden gevolgd. Rekening houdende met de omstandigheden en gebruik makend van een boordmiddelen (motor, roer, meertrossen, anker,...) zijn er methodes om een schip correct aan te meren (positioneren van het schip, volgorde van de trossen, tijd nodig) of om een schip af te varen (volgorde ontmeren, vrijvaren meerplaats), de schipper manoeuvreert zijn schip steeds naar de plaats waar het moet komen (de bemanning moet steeds op een veilige manier aan de wal kunnen stappen en de bemanning trekt het schip niet tegen de kade). | 40 | 24/40 |
| 19 | BELOODSEN Het geven van orders aan de bemanning bij alle verschillende opgelegde taken (vertrekken orders, aanmeren orders, man over boord, ankeren,...). Het sturen van het schip (roerbevelen, opgelegde koersen varen, haven aanlopen). Het kunnen varen van een lichtenlijn. Het kunnen berekenen van een deviatie. Het bijhouden van een logboek (op het einde van de dag wordt het logboek beoordeeld op de inhoud en vorm). Voorbereiding voor een lange reis: veiligheidsuitrusting schip, bemanning, communicatie, bevoorrading, wachtsystemen, beveiliging tegen drug, calamiteiten preventie en eventuele oplossingen. Tijdens elk onderdeel worden zowel de schipper (in het geven van zijn orders en het varen van het schip) als de bemanning (in het ontvangen en uitvoeren van de orders) beoordeeld. | 40 | 24/40 |
| 20 | NAVIGATIE Het voorbereiden van de zeereis, "oceancrossing" (weerkaarten, pilot charts, pilot books, weerberichten,...) Getijdenberekening van een secondaire haven Trajecten kunnen uitzetten op een zeekaart Kaartcorrecties uitvoeren Radar kunnen afregelen, bedienen en interpreteren Boordradio kunnen gebruiken (toestel hanteren en procedures bij radioverbindingen) GPS toestel kunnen gebruiken Sextant kunnen gebruiken (nemen van observaties, afregelen sextant,...) Chrono (aflezen en correcties, wat en hoe) | 40 | 24/40 |
| TOTAAL | 780 | 468/780 | |
De hemelsfeer: dagelijkse bewegingen, wereldas, polen, evenaar teruggaande richting, rechtstreekse richting, loodlijn, zenit, zichtbare horizon, meridiaan, Oost-Westlijn, sterrendag
Horizoncoördinaten: hoogte, zenitale afstand, azimut
Evenaarcoördinaten: declinatie, poolafstand, poolhoek, uurhoek, rechte opklimming
De aarde: aswenteling, breedten en lengten
De zon: dagelijkse beweging, schijnbare jaarlijkse beweging, verandering van de rechte opklimming en van de declinatie, ecliptica, nachteveningen en zonnestilstandpunten, tropisch jaar, zodiak, bepaling van de lentenachtevening, oorsprong der rechteklimmingen en van de sterrendag
Het meten van de tijd: ware tijd, ongelijkheid van de ware dagen, middelbare tijd, tijdvereffening, lengten uitgedrukt in middelbare tijd; schematische gegevens betreffende de maan en de planeten 40 20/402 ZEEVAARTKUNDE
Getijden: beschrijving van het verschijnsel (zonder theorie), springtij en doodtij, omstandige beschrijving van het getij in een punt, gebruik van getijtafels, getijstromen, gebruik der stroomatlassen
Loxodromische navigatie: eenvoudige theorie van de platte en wassende kaarten
Orthodromische navigatie: grootcircel vaart, vertex, knoop
Astromische navigatie: theorie coördinatenstelsels, tijdsbegrip 60 30/603 ZEEVAARTREKENEN
Sterrenkundige zeevaart; gebruik van de zeevaartalmanak; berekening van een loxodroom, orthodroom, verheid, bekorting; berekening van een hoogtelijn voor de zon, ster, planeet, maan; berekening van de culminatie van de zon en middagbreedte; berekening van een positie aan de hand van een stellaire; tijdsberekening; de berekeningsmethode wordt aan de keuze van de kandidaat overgelaten 100 60/1004 GEZONDHEIDSLEER Wonden, brandwonden, luxatie, beenbreuken, verstikking door onderdompeling; eerste algemene beginselen over besmettelijke en niet besmettelijke ziekten, behandeling ervan; praktisch gebruik van de verschillende ontsmettingsmiddelen; samenstelling en gebruik van de verbandkist 20 10/205 ZEEVAARTINSTRUMENTEN
Kompas: aanvankelijke studie van het aardmagnetisme en van het magnetisch kompas, het boordkompas, bepaling van de deviatie, voorzorgen bij het plaatsen van elektrische inrichtingen aan boord, begrippen over het gyrokompas
Log: registrerende log met schroef, snelheidsaanwijzers, oorzaken van onnauwkeurige aanwijzingen, verbeteringen, snelheidseenheden, het meten der snelheden en afstanden gelopen voor het schip
Dieploden: verschillende toestellen gebruikt over boord van jachten, het klein en het zwaar dieploden, hun gebruik, begrippen over het echolood
Chronometer: stand, dagelijkse gang, bepaling van de stand door vergelijking met een tijdsein
Sextant: beschrijving, gebruik, verbetering 30 36/606 INSTRUMENTEN
Radio en elektronische instrumenten, eenvoudige begrippen over ontvangst en uitzendingstoestellen van radiotelegrafie en radiotelefonie, normaal verkeer, alarmverkeer, weerberichten, stormberichten, begrippen betreffende decca, GPS en radar 30 7 ZEEVAARTKUNDE
Getijden: Beschrijving van het verschijnsel (zonder theorie), springtij en doodtij, omstandige beschrijving van het getij in een punt, gebruik van getijtafels, getijstromen, gebruik der stroomatlassen
Zeekaarten: Eenvoudige theorie van de platte en wassende kaarten, het omstandig lezen van de kaart, kaartpassen, het verbeteren van kaarten
Kustvaart: verbetering van de kompaspeilingen, standplaatsbepaling door peilingen (één, twee of drie punten in het zicht of radiopeilingen), verticale en horizontale veiligheidshoek, op een bepaalde afstand van een punt varen, zeegaten in- en uitvaren, oordeelkundig gebruik maken van loden in verschillende gevallen
Gegist bestek: verbetering van de kompaskoersen voor de miswijzing van het kompas en de drift, omgekeerd vraagstuk, oplossing van de koersvraagstukken door constructie op de kaart, koppeling van koersen, koers en afstandsberekening; stroomkavelingen; berekening van de gegiste positie 60 36/608 SCHEEPSBOUW
Begrippen betreffende de stabiliteit van jachten zowel begrippen over vormstabiliteit als gewichtstabiliteit; beschrijving van houten en stalen rompen; beschrijving van de verschillende types van jachten; begrippen betreffende de weersomstandigheden en de stabiliteit van jachten; ankers, kettingen, blokken, talies, kabels en verschillende touwwerken, hun onderhoud; het roer, boten en sloepen, onderhoud en overwintering van het jacht; begrippen betreffende de classificatie van jachten 20 10/209 MANOEUVRES
Evoluties en manoeuvres van het zeiljacht; evoluties en manoeuvres van het jacht met mechanische voorstuwing; ankermanoeuvres, voorbereiding tot en met manoeuvres tijdens slecht weer, averijen en te nemen maatregelen 40 24/4010 ZEEVAARTREGLEMENTEN
Internationaal Reglement ter voorkoming van aanvaringen op zee; reglementen van politie en scheepvaart op de Schelde, alsook in de wateren en havens van de kust; gebruik van lichtseinen, geluidseinen en vlaggenseinen 40 24/4011 BEBAKENING
Het internationaal betonningsstelsel I.A.L.A. voor de bebakeninggebieden A en B 40 24/4012 INSTRUCTIES BETREFFENDE DE ZEEVAART
Begrippen betreffende het raadplegen van nautische documenten zoals zeilaanwijzingen, pilotbooks, lichtenlijsten, berichten als zeevarenden 20 10/2013 REDDING
Reddingsorganisatie op de kusten van de landen grenzende aan de Noordzee; seinen van de kustreddingstations; lijnwerptoestellen; wippertoestellen; reddingsboeien en -gordels; redding van een overboord gevallen man; behandeling in geval van verstikking dor onderdompeling; een vaartuig op sleeptouw nemen; veiligheidsmaatregelen tijdens de vaart, verplichte uitrusting, verlaten van het jacht; kennis hebben van de SAR procedure 40 20/4014 ADMINISTRATIEVE DOCUMENTEN
De te volgen handelswijzen en gevergde documenten, zowel door de maritieme overheden als door de douaneoverheden van België en van vreemde landen 20 10/2015 WEERKUNDE
Meteorologische verschijnselen met betrekking tot cyclonen en anticyclonen; tropische cyclonen, beschrijving en manoeuvres om te ontwijken; algemene begrippen betreffende de luchtdruk, winden en al de natuurverschijnselen die ermee gepaard gaan: de wolken, de neerslag en zichtbaarheid; instrumenten: de barometer, de thermometer, de psychrometer; weersvoorspellingen en hun interpretatie; stormseinen, weerberichten, weerkaarten 40 20/4016 SCHEEPSMACHINES EN ELEKTRICITEIT
Algemene begrippen over motoren, hun bijhorigheden en de elektrische installatie aan boord van jachten; gevaren die deze inrichtingen kunnen doen ontstaan; voorzorgmaatregelen te treffen aan boord 40 24/4017 MATROZENSCHAP
Uitvoeren van de orders van de schipper voor wat betreft: plaatsen van stootkussens, klaarmaken van de trossen, beslaan van de trossen aan boord en aan de wal, trossen aan de wal brengen, ten anker gaan, man over boord
Ten dienste staan van de schipper: hem verwittigen bij gevaren, hem informatie verschaffen tijdens manoeuvres, het schip vrijwaren van schade, meewerken aan de vlotte afloop van manoeuvres, welwillende inzet bij alle activiteiten
Het leggen van knopen
Vlagetiquette 20 10/2018 MANOEUVRES
Aanleggen van het schip: rekening houdend met de omstandigheden (wind en/of stroming)
Vertrekmanoeuvre: rekening houdend met de omstandigheden (wind en/of stroming)
De manoeuvres (aanmeren/vertrekken) worden uitgevoerd op verschillende locaties: in een meerbox, aan een kademuur, aan een ponton, tussen ander jachten, in een sluis, aan een ponton met meerboeien.
De kandidaten moeten kunnen aanleggen op een vooraf aangewezen plaats, ten anker gaan, meren aan een boei (schip gaande houden terwijl bemanning vastmaakt), man over boord manoeuvre.
Bij al deze onderdelen moeten steeds de correcte en volledige procedures worden gevolgd.
Rekening houdende met de omstandigheden en gebruik makend van een boordmiddelen (motor, roer, meertrossen, anker,...) zijn er methodes om een schip correct aan te meren (positioneren van het schip, volgorde van de trossen, tijd nodig) of om een schip af te varen (volgorde ontmeren, vrijvaren meerplaats), de schipper manoeuvreert zijn schip steeds naar de plaats waar het moet komen (de bemanning moet steeds op een veilige manier aan de wal kunnen stappen en de bemanning trekt het schip niet tegen de kade). 40 24/4019 BELOODSEN
Het geven van orders aan de bemanning bij alle verschillende opgelegde taken (vertrekken orders, aanmeren orders, man over boord, ankeren,...).
Het sturen van het schip (roerbevelen, opgelegde koersen varen, haven aanlopen).
Het kunnen varen van een lichtenlijn.
Het kunnen berekenen van een deviatie.
Het bijhouden van een logboek (op het einde van de dag wordt het logboek beoordeeld op de inhoud en vorm).
Voorbereiding voor een lange reis: veiligheidsuitrusting schip, bemanning, communicatie, bevoorrading, wachtsystemen, beveiliging tegen drug, calamiteiten preventie en eventuele oplossingen.
Tijdens elk onderdeel worden zowel de schipper (in het geven van zijn orders en het varen van het schip) als de bemanning (in het ontvangen en uitvoeren van de orders) beoordeeld. 40 24/4020 NAVIGATIE
Het voorbereiden van de zeereis, "oceancrossing" (weerkaarten, pilot charts, pilot books, weerberichten,...)
Getijdenberekening van een secondaire haven
Trajecten kunnen uitzetten op een zeekaart
Kaartcorrecties uitvoeren
Radar kunnen afregelen, bedienen en interpreteren
Boordradio kunnen gebruiken (toestel hanteren en procedures bij radioverbindingen)
GPS toestel kunnen gebruiken
Sextant kunnen gebruiken (nemen van observaties, afregelen sextant,...)
Chrono (aflezen en correcties, wat en hoe) 40 24/40 TOTAAL 780 468/780
| Programme d'examen de Navigateur de Yacht | |||
| Sujet | Description du sujet | Maximum | Minimum |
| 1 | COSMOGRAPHIE Le sphère céleste : mouvement diurne, axe du monde, pôles, équateur, sens rétrograde, sens directe, verticale, zénith, horizon visible, horizon vrai, méridien, ligne Est-Ouest, jour sidéral Coordonnées horizontale : hauteur distance zénithale, azimut Coordonnées équatoriales : déclination, distance polaire, angle au pôle, angle horaire, ascension droite La terre : rotation, latitudes et longitudes Le soleil : mouvement diurne, mouvement apparent annuel, variations de l'ascension droite et de la déclinaison, écliptique, point équinoxiaux et solsticiaux, année tropique, zodiaque, détermination de l'équinoxe du printemps, origine des ascensions droites et du jour sidéral La mesure du temps : temps vrai, inégalité des jours vrais, temps moyen, équation du temps, expression des longitudes et temps moyen; notions schématiques sur la lune et les planètes | 40 | 20/40 |
| 2 | CONNAISSANCES NAUTIQUES Marées : Descriptions du phénomène (sans théorie), marées de vive eau et de morte eau, description détaillée de la marée en un point, emploi des tables de marée, courants de marée, emploi des atlas de courants Navigation loxodromique : théorie élémentaire des cartes Mercator, latitude croissante Navigation orthodromique : orthodromie, vertex, noeud Navigation astronomique : système des coordonnées, notions de temps | 60 | 30/60 |
| 3 | CALCULS NAUTIQUES Stellaire; emploi de l'almanach nautique; calcul d'une loxodromique, d'une orthodromie, de la distance et du temps local; calcul d'une droite de hauteur pour le soleil, une étoile, une planète et la lune; calcul de la culmination du soleil et de la latitude méridienne; calcul de la position au moyen d'une stellaire; calcul du temps; la méthode de calcul est au choix du candidat. | 100 | 60/100 |
| 4 | HYGIENE Plaies, brûlures, luxations, fractures, asphyxie par immersion; principes généraux élémentaires concernant les maladies contagieuses et non contagieuses; traitement; emploi pratique des divers désinfectants; compositions et emploi de la boîte de secours | 20 | 10/20 |
| 5 | INSTRUMENTS DE NAVIGATION Compas : étude élémentaire du magnétisme terrestre et la boussole magnétique, le compas de bord, détermination de la déviation, précautions nécessaires en cas de placement à bord d'installations électriques, notions sur le compas gyroscopique Loch : loch enregistreur à hélice, indicateurs de vitesse, causes d'indications inexactes, corrections, unités de vitesse, mesures de vitesses et de distance parcourue par le navire Sondes : diverses instruments employés à bord des yachts, la petite sonde et la grande sonde, leur emploi, notions sur le sondage électronique Chronomètre : état absolu, marche diurne, détermination de l'état absolu par comparaison avec un signal horaire Sextant : description, emploi, correction | 30 | 36/60 |
| 6 | INSTRUMENTS Radio et instruments électronique; notions élémentaires sur les appareils de réceptions et d'émission de radiotélégraphie et téléphonie, trafic normal, trafic d'alarme, bulletins météorologiques, avis de tempête, notions sur le GPS, decca et radar . | 30 | |
| 7 | CARTES MARINES Marées : descriptions du phénomène (sans théorie), marées de vive eau et de morte eau, descriptions détaillée de la marée et un point, emploi des tables de marée, courants de marée, emploi des atlas de courants Cartes marines : théorie élémentaire des cartes plates et réduites, lectures détaillée de la carte, pointage de la carte, correction des cartes Navigation côtière : corrections des relèvements au compas, détermination du point par relèvements (un, deux ou trois relèvements visuels ou par compas), angle de sécurité vertical et angle de sécurité horizontal, passer à une distance déterminée d'un point, entrée et sortie des passes, emploi judicieux des sondages en divers cas Point estimé : correction des routes au compas par l'erreur du compas et la dérive, problème inverse, résolution des problèmes de route par construction sur la carte, composition des routes, calcul de la route et de la distance; navigation dans les courants,; détermination du point estimé | 60 | 36/60 |
| 8 | CONSTRUCTION NAVALE Notions de la stabilité du yacht, stabilité de forme et de la stabilité de poids; descriptions des coques en bois et en acier; différents types de yachts; notions sur la résistance et la stabilité des yachts, ancres, chaînes, poulies, palan, câbles et cordages divers, leur entretien; le gouvernail, canots et embarcations, entretien et hivernage du yacht, notions sur la classification des yachts | 20 | 10/20 |
| 9 | MANOEUVRES Evolutions et manoeuvres du yacht à voiles; évolutions et manoeuvres du yacht à propulsion mécanique, manoeuvres d'ancrage, préparations pour et manoeuvres par mauvais temps, avaries et mesures à prendre | 40 | 24/40 |
| 10 | REGLEMENTS Règlement international pour prévenir les abordages en mer; règlements de police et de navigation dur l'Escaut ainsi que dans les eaux et ports de la côte; emploi des signaux lumineux, phoniques et par pavillons | 40 | 24/40 |
| 11 | BALISGE Le système international de balisage I.A.L.A. pour les secteurs de balisage A et B | 40 | 24/40 |
| 12 | INSTRUCTIONS NAUTIQUES Notions concernant la consultation de documents nautiques (pilot books, avis aux navigateurs, liste de feux et signaux) | 20 | 10/20 |
| 13 | SAUVETAGE Organisation du sauvetage côtier dans les pays bordant la mer du Nord; signaux des stations de sauvetage; appareils porte-amarre; va-et-vient; bouées et ceintures de sauvetage; sauver un homme à la mer; traitement à appliquer en cas d'asphyxie par immersion; prendre un bateau en remorque; procédure de sécurité à prendre au cours du voyage, l'équipement obligatoire, abandon du yacht; connaissance de la procédure S.A.R. | 40 | 20/40 |
| 14 | DOCUMENTS ADMINISTRATIFS Règles à suivre et documents requis, tant par les autorités maritimes que par les douanes belges et étrangères | 20 | 10/20 |
| 15 | METEOROLOGIE Phénomènes météorologiques associés aux fronts chauds, aux fronts froids et aux fronts occlus; tempêtes tropicales, description et manoeuvres pour les éviter; notions générales concernant les vents et tour les phénomènes qui s'y rattachent : les nuages, les précipitations et la visibilité; le baromètre, le thermomètre, le psychromètre; prévisions météorologiques et leur interprétation; signaux de tempête, bulletins météorologiques pour radio et navtex, cartes météorologiques | 40 | 20/40 |
| 16 | MACHINES MARINES ET ELECTRICITE Notions générales sur les moteurs et leurs accessoires et l'installation électrique à bord des yachts; dangers pouvant résulter de ces équipements; mesures de sécurité à prendre à bord | 40 | 24/40 |
| 17 | MATELOTAGE Exécuter les ordres du commandant concernant: l'apposition des bourrelets, la préparation des amarres, différentes manières pour amarrer des amarres à bord et à quai, apporter des amarres au quai, ancrer, homme à l'eau L'aide au commandant : l'avertir en cas de danger, lui donner des informations lors des manoeuvres, préserver le bateau de dommages, coopérer à la bonne conduite des manoeuvre, dévouement à toutes les activités Faire des noeuds Etiquette de pavillon | 20 | 10/20 |
| 18 | MANOEUVRES Amarrer le bateau en tenant compte des circonstances (vent et/ou courant) Manoeuvre de départ du bateau en tenant compte des circonstance (vent et/ou courant) Les manoeuvres (amarrer/partir) sont exécutées à différents endroits : dans un box d'amarrage, au quai à un ponton, parmi d'autres yachts, dans une écluse, à un ponton au moyen des bouées d'amarrage. Les candidats doivent pouvoir amarrer à un endroit indiqué au préalable, ancrer, amarrer à une bouée (maintenir le bateau stable pendant que l'équipage amarre), la manoeuvre homme à l'eau. Dans toutes les situations la procédure correcte et complète doit être suivie. En tenant compte des circonstances et en faisant usage de tous les moyens à bord (moteur, gouvernail, amarres, ancre....) il existe des méthodes pour amarrer un bateau correctement (positionner le bateau, l'ordre des amarres, temps nécessaire), ou pour partir avec un bateau (l'ordre dans lequel on doit virer les amarres, quitter l'endroit d'amarrage). Le commandant manoeuvre toujours son bateau vers l'endroit voulu (l'équipage doit pouvoir débarquer en toute sécurité et l'équipage ne tire pas le bateau contre le quai). | 40 | 24/40 |
| 19 | PILOTAGE Donner des ordres à l'équipage pour toutes les tâches imposées (ordres pour partir, ordres pour amarres, homme à l'eau, ancrer,...) Tenue de la barre (ordres à la barre, suivre des routes imposées, entrer dans un port). Pouvoir naviguer sur un alignement de route. Pouvoir calculer la déviation. Tenir à jour le journal de bord (à la fin de la journée, le journal de bord est jugé sur base du fond et de la forme). Préparation d'un long voyage : équipement de sécurité, équipage, communication, approvisionnement, système de garde, protection contre les drogues, prévention des calamités et d'éventuelles solutions. A chaque partie, le commandant (donner des ordres et naviguer) aussi bien que l'équipage (entendre et exécuter les ordres) sont jugés. | 40 | 24/40 |
| 20 | NAVIGATION Préparation d'un voyage en mer, "oceancrossing" (cartes météorologiques, pilot charts, pilot books, bulletins météorologiques,...). Calculs des marées d'un port secondaire. Tracer des trajets sur les cartes maritimes. Exécuter des corrections des cartes maritimes. Radar (régler, actionner, interpréter). Pouvoir utiliser la radio de bord (usage de l'appareil et procédures des radiocommunications). Pouvoir utiliser l'appareil GPS. Pouvoir utiliser le sextant (prendre des observations, régler le sextant,....). Chrono (lire et corrections, quoi et comment) | 40 | 24/40 |
| TOTAL | 780 | 468/780 | |
Le sphère céleste : mouvement diurne, axe du monde, pôles, équateur, sens rétrograde, sens directe, verticale, zénith, horizon visible, horizon vrai, méridien, ligne Est-Ouest, jour sidéral Coordonnées horizontale : hauteur distance zénithale, azimut
Coordonnées équatoriales : déclination, distance polaire, angle au pôle, angle horaire, ascension droite
La terre : rotation, latitudes et longitudes
Le soleil : mouvement diurne, mouvement apparent annuel, variations de l'ascension droite et de la déclinaison, écliptique, point équinoxiaux et solsticiaux, année tropique, zodiaque, détermination de l'équinoxe du printemps, origine des ascensions droites et du jour sidéral
La mesure du temps : temps vrai, inégalité des jours vrais, temps moyen, équation du temps, expression des longitudes et temps moyen; notions schématiques sur la lune et les planètes 40 20/402 CONNAISSANCES NAUTIQUES
Marées : Descriptions du phénomène (sans théorie), marées de vive eau et de morte eau, description détaillée de la marée en un point, emploi des tables de marée, courants de marée, emploi des atlas de courants
Navigation loxodromique : théorie élémentaire des cartes Mercator, latitude croissante
Navigation orthodromique : orthodromie, vertex, noeud
Navigation astronomique : système des coordonnées, notions de temps 60 30/603 CALCULS NAUTIQUES
Stellaire; emploi de l'almanach nautique; calcul d'une loxodromique, d'une orthodromie, de la distance et du temps local; calcul d'une droite de hauteur pour le soleil, une étoile, une planète et la lune; calcul de la culmination du soleil et de la latitude méridienne; calcul de la position au moyen d'une stellaire; calcul du temps; la méthode de calcul est au choix du candidat. 100 60/1004 HYGIENE Plaies, brûlures, luxations, fractures, asphyxie par immersion; principes généraux élémentaires concernant les maladies contagieuses et non contagieuses; traitement; emploi pratique des divers désinfectants; compositions et emploi de la boîte de secours 20 10/205 INSTRUMENTS DE NAVIGATION
Compas : étude élémentaire du magnétisme terrestre et la boussole magnétique, le compas de bord, détermination de la déviation, précautions nécessaires en cas de placement à bord d'installations électriques, notions sur le compas gyroscopique
Loch : loch enregistreur à hélice, indicateurs de vitesse, causes d'indications inexactes, corrections, unités de vitesse, mesures de vitesses et de distance parcourue par le navire
Sondes : diverses instruments employés à bord des yachts, la petite sonde et la grande sonde, leur emploi, notions sur le sondage électronique
Chronomètre : état absolu, marche diurne, détermination de l'état absolu par comparaison avec un signal horaire
Sextant : description, emploi, correction 30 36/606 INSTRUMENTS
Radio et instruments électronique; notions élémentaires sur les appareils de réceptions et d'émission de radiotélégraphie et téléphonie, trafic normal, trafic d'alarme, bulletins météorologiques, avis de tempête, notions sur le GPS, decca et radar . 30 7 CARTES MARINES
Marées : descriptions du phénomène (sans théorie), marées de vive eau et de morte eau, descriptions détaillée de la marée et un point, emploi des tables de marée, courants de marée, emploi des atlas de courants
Cartes marines : théorie élémentaire des cartes plates et réduites, lectures détaillée de la carte, pointage de la carte, correction des cartes
Navigation côtière : corrections des relèvements au compas, détermination du point par relèvements (un, deux ou trois relèvements visuels ou par compas), angle de sécurité vertical et angle de sécurité horizontal, passer à une distance déterminée d'un point, entrée et sortie des passes, emploi judicieux des sondages en divers cas
Point estimé : correction des routes au compas par l'erreur du compas et la dérive, problème inverse, résolution des problèmes de route par construction sur la carte, composition des routes, calcul de la route et de la distance; navigation dans les courants,; détermination du point estimé 60 36/608 CONSTRUCTION NAVALE
Notions de la stabilité du yacht, stabilité de forme et de la stabilité de poids; descriptions des coques en bois et en acier; différents types de yachts; notions sur la résistance et la stabilité des yachts, ancres, chaînes, poulies, palan, câbles et cordages divers, leur entretien; le gouvernail, canots et embarcations, entretien et hivernage du yacht, notions sur la classification des yachts 20 10/209 MANOEUVRES
Evolutions et manoeuvres du yacht à voiles; évolutions et manoeuvres du yacht à propulsion mécanique, manoeuvres d'ancrage, préparations pour et manoeuvres par mauvais temps, avaries et mesures à prendre 40 24/4010 REGLEMENTS
Règlement international pour prévenir les abordages en mer; règlements de police et de navigation dur l'Escaut ainsi que dans les eaux et ports de la côte; emploi des signaux lumineux, phoniques et par pavillons 40 24/4011 BALISGE
Le système international de balisage I.A.L.A. pour les secteurs de balisage A et B 40 24/4012 INSTRUCTIONS NAUTIQUES
Notions concernant la consultation de documents nautiques (pilot books, avis aux navigateurs, liste de feux et signaux) 20 10/2013 SAUVETAGE
Organisation du sauvetage côtier dans les pays bordant la mer du Nord; signaux des stations de sauvetage; appareils porte-amarre; va-et-vient; bouées et ceintures de sauvetage; sauver un homme à la mer; traitement à appliquer en cas d'asphyxie par immersion; prendre un bateau en remorque; procédure de sécurité à prendre au cours du voyage, l'équipement obligatoire, abandon du yacht; connaissance de la procédure S.A.R. 40 20/4014 DOCUMENTS ADMINISTRATIFS
Règles à suivre et documents requis, tant par les autorités maritimes que par les douanes belges et étrangères 20 10/2015 METEOROLOGIE
Phénomènes météorologiques associés aux fronts chauds, aux fronts froids et aux fronts occlus; tempêtes tropicales, description et manoeuvres pour les éviter; notions générales concernant les vents et tour les phénomènes qui s'y rattachent : les nuages, les précipitations et la visibilité; le baromètre, le thermomètre, le psychromètre; prévisions météorologiques et leur interprétation; signaux de tempête, bulletins météorologiques pour radio et navtex, cartes météorologiques 40 20/4016 MACHINES MARINES ET ELECTRICITE
Notions générales sur les moteurs et leurs accessoires et l'installation électrique à bord des yachts; dangers pouvant résulter de ces équipements; mesures de sécurité à prendre à bord 40 24/4017 MATELOTAGE
Exécuter les ordres du commandant concernant: l'apposition des bourrelets, la préparation des amarres, différentes manières pour amarrer des amarres à bord et à quai, apporter des amarres au quai, ancrer, homme à l'eau
L'aide au commandant : l'avertir en cas de danger, lui donner des informations lors des manoeuvres, préserver le bateau de dommages, coopérer à la bonne conduite des manoeuvre, dévouement à toutes les activités
Faire des noeuds
Etiquette de pavillon 20 10/2018 MANOEUVRES
Amarrer le bateau en tenant compte des circonstances (vent et/ou courant)
Manoeuvre de départ du bateau en tenant compte des circonstance (vent et/ou courant)
Les manoeuvres (amarrer/partir) sont exécutées à différents endroits : dans un box d'amarrage, au quai à un ponton, parmi d'autres yachts, dans une écluse, à un ponton au moyen des bouées d'amarrage.
Les candidats doivent pouvoir amarrer à un endroit indiqué au préalable, ancrer, amarrer à une bouée (maintenir le bateau stable pendant que l'équipage amarre), la manoeuvre homme à l'eau.
Dans toutes les situations la procédure correcte et complète doit être suivie.
En tenant compte des circonstances et en faisant usage de tous les moyens à bord (moteur, gouvernail, amarres, ancre....) il existe des méthodes pour amarrer un bateau correctement (positionner le bateau, l'ordre des amarres, temps nécessaire), ou pour partir avec un bateau (l'ordre dans lequel on doit virer les amarres, quitter l'endroit d'amarrage). Le commandant manoeuvre toujours son bateau vers l'endroit voulu (l'équipage doit pouvoir débarquer en toute sécurité et l'équipage ne tire pas le bateau contre le quai). 40 24/4019 PILOTAGE
Donner des ordres à l'équipage pour toutes les tâches imposées (ordres pour partir, ordres pour amarres, homme à l'eau, ancrer,...)
Tenue de la barre (ordres à la barre, suivre des routes imposées, entrer dans un port).
Pouvoir naviguer sur un alignement de route.
Pouvoir calculer la déviation.
Tenir à jour le journal de bord (à la fin de la journée, le journal de bord est jugé sur base du fond et de la forme).
Préparation d'un long voyage : équipement de sécurité, équipage, communication, approvisionnement, système de garde, protection contre les drogues, prévention des calamités et d'éventuelles solutions.
A chaque partie, le commandant (donner des ordres et naviguer) aussi bien que l'équipage (entendre et exécuter les ordres) sont jugés. 40 24/4020 NAVIGATION
Préparation d'un voyage en mer, "oceancrossing" (cartes météorologiques, pilot charts, pilot books, bulletins météorologiques,...).
Calculs des marées d'un port secondaire.
Tracer des trajets sur les cartes maritimes.
Exécuter des corrections des cartes maritimes.
Radar (régler, actionner, interpréter).
Pouvoir utiliser la radio de bord (usage de l'appareil et procédures des radiocommunications).
Pouvoir utiliser l'appareil GPS.
Pouvoir utiliser le sextant (prendre des observations, régler le sextant,....).
Chrono (lire et corrections, quoi et comment) 40 24/40 TOTAL 780 468/780