Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende havenstaatcontrole, wordt aangevuld als volgt :
"gewijzigd bij Richtlijn 2013/38/EU.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 JULI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende havenstaatcontrole
Titre
21 JUILLET 2014. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 22 dĂ©cembre 2010 relatif au contrĂŽle par l'Etat du port
Documentinformatie
Info du document
Tekst (17)
Texte (17)
Article 1er. L'article 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 22 decembre 2010 relatif au contrĂŽle par l'Etat du port, est complĂ©tĂ© par ce qui suit :
" modifié par la Directive 2013/38/UE. ".
" modifié par la Directive 2013/38/UE. ".
Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in artikel 2, 1°, wordt de bepaling onder g) geschrapt;
2° artikel 2, 1°, wordt aangevuld met de bepalingen onder i), j) en k), luidende :
"i) het Verdrag betreffende maritieme arbeid, 2006 (MLC 2006);
j) het Internationaal Verdrag betreffende de controle op schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen, 2001 (AFS-verdrag 2001);
k) het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie (Bunkerolieverdrag 2001).".
3° in artikel 2, 16° wordt het woord "Weigering" vervangen door de woorden "Besluit tot weigering";
4° artikel 2 wordt aangevuld met de bepalingen onder 24°, 25° en 26°, luidende :
"24° "lidstaat" : een lidstaat van de Europese Unie;
25° "maritiem arbeidscertificaat" : het in voorschrift 5.1.3 van MLC 2006 bedoelde certificaat;
26° "conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid" : de in voorschrift 5.1.3 van MLC 2006 bedoelde verklaring.".
5° artikel 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Alle verwijzingen in dit besluit naar de verdragen, internationale codes en resoluties, waaronder voor certificaten en andere documenten, worden beschouwd als verwijzingen naar de actuele versies van die verdragen, internationale codes en resoluties.".
1° in artikel 2, 1°, wordt de bepaling onder g) geschrapt;
2° artikel 2, 1°, wordt aangevuld met de bepalingen onder i), j) en k), luidende :
"i) het Verdrag betreffende maritieme arbeid, 2006 (MLC 2006);
j) het Internationaal Verdrag betreffende de controle op schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen, 2001 (AFS-verdrag 2001);
k) het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie (Bunkerolieverdrag 2001).".
3° in artikel 2, 16° wordt het woord "Weigering" vervangen door de woorden "Besluit tot weigering";
4° artikel 2 wordt aangevuld met de bepalingen onder 24°, 25° en 26°, luidende :
"24° "lidstaat" : een lidstaat van de Europese Unie;
25° "maritiem arbeidscertificaat" : het in voorschrift 5.1.3 van MLC 2006 bedoelde certificaat;
26° "conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid" : de in voorschrift 5.1.3 van MLC 2006 bedoelde verklaring.".
5° artikel 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Alle verwijzingen in dit besluit naar de verdragen, internationale codes en resoluties, waaronder voor certificaten en andere documenten, worden beschouwd als verwijzingen naar de actuele versies van die verdragen, internationale codes en resoluties.".
Art. 2. Dans l'article 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'article 2, 1°, le g) est abrogé;
2° l'article 2, 1°, est complété par les i), j) et k) rédigés comme suit :
" i) la convention du travail maritime, 2006 (MLC 2006);
j) la convention internationale sur le contrĂŽle des systĂšmes antisalissure nuisibles sur les navires (AFS 2001);
k) la convention internationale de 2001 sur la responsabilité civile pour les dommages dus à la pollution par les hydrocarbures de soute (convention hydrocarbures de soute 2001). ".
3° au texte néerlandais, dans l'article 2, 16°, le mot " Weigering " est remplacé par les mots " Besluit tot weigering ";
4° l'article 2 est complété par les 24°, 25° et 26°, rédigés comme suit :
" 24° : " Etat membre " : un Etat membre de l'Union européenne;
25° " certificat de travail maritime " : le certificat visé dans la rÚgle 5.1.3 de la MLC 2006;
26° " déclaration de conformité du travail maritime " : la déclaration visée dans la rÚgle 5.1.3 de la MLC 2006; ".
5° l'article 2 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Toutes les rĂ©fĂ©rences faites dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ© aux conventions, codes internationaux et rĂ©solutions, notamment pour les certificats et autres documents, s'entendent comme faites Ă ces conventions, codes internationaux et rĂ©solutions dans leur version actualisĂ©e. ".
1° dans l'article 2, 1°, le g) est abrogé;
2° l'article 2, 1°, est complété par les i), j) et k) rédigés comme suit :
" i) la convention du travail maritime, 2006 (MLC 2006);
j) la convention internationale sur le contrĂŽle des systĂšmes antisalissure nuisibles sur les navires (AFS 2001);
k) la convention internationale de 2001 sur la responsabilité civile pour les dommages dus à la pollution par les hydrocarbures de soute (convention hydrocarbures de soute 2001). ".
3° au texte néerlandais, dans l'article 2, 16°, le mot " Weigering " est remplacé par les mots " Besluit tot weigering ";
4° l'article 2 est complété par les 24°, 25° et 26°, rédigés comme suit :
" 24° : " Etat membre " : un Etat membre de l'Union européenne;
25° " certificat de travail maritime " : le certificat visé dans la rÚgle 5.1.3 de la MLC 2006;
26° " déclaration de conformité du travail maritime " : la déclaration visée dans la rÚgle 5.1.3 de la MLC 2006; ".
5° l'article 2 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Toutes les rĂ©fĂ©rences faites dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ© aux conventions, codes internationaux et rĂ©solutions, notamment pour les certificats et autres documents, s'entendent comme faites Ă ces conventions, codes internationaux et rĂ©solutions dans leur version actualisĂ©e. ".
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. Bij de inspectie van een schip dat vaart onder de vlag van een staat die geen partij is bij een verdrag, zien de inspecteurs erop toe dat schip en bemanning geen gunstiger behandeling krijgen dan een schip dat vaart onder de vlag van een staat die wel partij is bij dat verdrag. Een dergelijk schip wordt onderworpen aan een meer gedetailleerde inspectie in overeenstemming met de procedures van het MOU van Parijs.".
2° artikel 3 wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
" § 5. Maatregelen die ter uitvoering van dit besluit worden vastgesteld, leiden niet tot een verlaging van het algemene niveau van de bescherming die zeevarenden op grond van het sociaal recht van de Unie genieten op de gebieden waarop dit besluit van toepassing is, ten opzichte van de situatie die in iedere lidstaat reeds bestaat. Als de bevoegde instantie bij de uitvoering van die maatregelen te weten komt dat er sprake is van een duidelijke schending van het Unierecht aan boord van schepen die onder de vlag van een lidstaat varen, meldt deze instantie dit in overeenstemming met het nationale recht en de nationale praktijk onverwijld aan andere bevoegde instanties met het oog op passende reacties daarop.".
1° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. Bij de inspectie van een schip dat vaart onder de vlag van een staat die geen partij is bij een verdrag, zien de inspecteurs erop toe dat schip en bemanning geen gunstiger behandeling krijgen dan een schip dat vaart onder de vlag van een staat die wel partij is bij dat verdrag. Een dergelijk schip wordt onderworpen aan een meer gedetailleerde inspectie in overeenstemming met de procedures van het MOU van Parijs.".
2° artikel 3 wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
" § 5. Maatregelen die ter uitvoering van dit besluit worden vastgesteld, leiden niet tot een verlaging van het algemene niveau van de bescherming die zeevarenden op grond van het sociaal recht van de Unie genieten op de gebieden waarop dit besluit van toepassing is, ten opzichte van de situatie die in iedere lidstaat reeds bestaat. Als de bevoegde instantie bij de uitvoering van die maatregelen te weten komt dat er sprake is van een duidelijke schending van het Unierecht aan boord van schepen die onder de vlag van een lidstaat varen, meldt deze instantie dit in overeenstemming met het nationale recht en de nationale praktijk onverwijld aan andere bevoegde instanties met het oog op passende reacties daarop.".
Art. 3. Dans l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" 3. Les inspecteurs qui font procéder à l'inspection d'un navire battant pavillon d'un Etat non signataire d'une convention veillent à ne pas accorder à ce navire et à son équipage un traitement plus favorable que celui qui est réservé à un navire battant pavillon d'un Etat partie à cette convention. Un tel navire est soumis à une inspection plus détaillée, conformément aux procédures mises en place par le mémorandum d'entente de Paris. ".
2° l'article 3 est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit :
" § 5. Les mesures adoptĂ©es afin d'appliquer le prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'entraĂźnent pas, par rapport Ă la situation existante dans chaque Etat membre, de rĂ©duction du niveau gĂ©nĂ©ral de protection que le droit social de l'Union garantit aux gens de mer dans les domaines auxquels s'applique cet arrĂȘtĂ©. Si l'instance compĂ©tente constate, lorsqu'elle met en oeuvre ces mesures, une violation manifeste du droit de l'Union Ă bord de navires battant pavillon d'un Etat membre, elle en informe immĂ©diatement, conformĂ©ment au droit et Ă la pratique au niveau national, toute autre instance compĂ©tente concernĂ©e afin que des mesures appropriĂ©es soient prises, s'il y a lieu. ".
1° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" 3. Les inspecteurs qui font procéder à l'inspection d'un navire battant pavillon d'un Etat non signataire d'une convention veillent à ne pas accorder à ce navire et à son équipage un traitement plus favorable que celui qui est réservé à un navire battant pavillon d'un Etat partie à cette convention. Un tel navire est soumis à une inspection plus détaillée, conformément aux procédures mises en place par le mémorandum d'entente de Paris. ".
2° l'article 3 est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit :
" § 5. Les mesures adoptĂ©es afin d'appliquer le prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'entraĂźnent pas, par rapport Ă la situation existante dans chaque Etat membre, de rĂ©duction du niveau gĂ©nĂ©ral de protection que le droit social de l'Union garantit aux gens de mer dans les domaines auxquels s'applique cet arrĂȘtĂ©. Si l'instance compĂ©tente constate, lorsqu'elle met en oeuvre ces mesures, une violation manifeste du droit de l'Union Ă bord de navires battant pavillon d'un Etat membre, elle en informe immĂ©diatement, conformĂ©ment au droit et Ă la pratique au niveau national, toute autre instance compĂ©tente concernĂ©e afin que des mesures appropriĂ©es soient prises, s'il y a lieu. ".
Art. 4. In artikel 13 van hetzelfde besluit, worden de woorden "weigering van toestemming" vervangen door de woorden "besluit tot weigering van toegang".
Art. 4. Dans le texte nĂ©erlandais de l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " weigering van toestemming " sont remplacĂ©s par les mots " besluit tot weigering van toegang ".
Art. 5. In artikel 15 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, laatste lid, worden de woorden "De weigering van toegang" vervangen door de woorden "Het besluit tot weigering van toegang";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "De weigering van toegang" vervangen door de woorden "Het besluit tot weigering van toegang";
3° in paragraaf 3, eerste lid, eerste zin, worden de woorden "een weigering van de toegang" vervangen door de woorden "een besluit tot weigering van toegang";
4° in paragraaf 3, eerste lid, tweede zin, worden de woorden "Deze derde weigering van de toegang kan uitsluitend worden opgeheven" vervangen door de woorden "Dit derde besluit tot weigering van toegang kan uitsluitend worden ingetrokken";
1° in paragraaf 1, laatste lid, worden de woorden "De weigering van toegang" vervangen door de woorden "Het besluit tot weigering van toegang";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "De weigering van toegang" vervangen door de woorden "Het besluit tot weigering van toegang";
3° in paragraaf 3, eerste lid, eerste zin, worden de woorden "een weigering van de toegang" vervangen door de woorden "een besluit tot weigering van toegang";
4° in paragraaf 3, eerste lid, tweede zin, worden de woorden "Deze derde weigering van de toegang kan uitsluitend worden opgeheven" vervangen door de woorden "Dit derde besluit tot weigering van toegang kan uitsluitend worden ingetrokken";
Art. 5. Dans le texte nĂ©erlandais de l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 1er, dernier alinéa, les mots " De weigering van toegang " sont remplacés par les mots " Het besluit tot weigering van toegang ";
2° au paragraphe 2, 1er alinéa, les mots " De weigering van toegang " sont remplacés par les mots " Het besluit tot weigering van toegang ";
3° au paragraphe 3, 1er alinéa, premiÚre phrase, les mots " een weigering van de toegang " sont remplacés par les mots " een besluit tot weigering van toegang ";
4° au paragraphe 3, 1er alinéa, deuxiÚme phrase, les mots " Deze derde weigering van de toegang kan uitsluitend worden opgeheven " sont remplacés par les mots " Dit derde besluit tot weigering van toegang kan uitsluitend worden ingetrokken ";
1° au paragraphe 1er, dernier alinéa, les mots " De weigering van toegang " sont remplacés par les mots " Het besluit tot weigering van toegang ";
2° au paragraphe 2, 1er alinéa, les mots " De weigering van toegang " sont remplacés par les mots " Het besluit tot weigering van toegang ";
3° au paragraphe 3, 1er alinéa, premiÚre phrase, les mots " een weigering van de toegang " sont remplacés par les mots " een besluit tot weigering van toegang ";
4° au paragraphe 3, 1er alinéa, deuxiÚme phrase, les mots " Deze derde weigering van de toegang kan uitsluitend worden opgeheven " sont remplacés par les mots " Dit derde besluit tot weigering van toegang kan uitsluitend worden ingetrokken ";
Art. 6. Artikel 16 van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
"Indien uit een meer gedetailleerde inspectie blijkt dat de leef- en werkomstandigheden aan boord niet voldoen aan de vereisten van het MLC 2006, brengt de inspecteur de tekortkomingen onmiddellijk onder de aandacht van de kapitein van het schip en stelt hij de termijnen waarbinnen deze tekortkomingen moeten worden verholpen.
Als de inspecteur deze tekortkomingen aanzienlijk vindt of als zij betrekking hebben op een mogelijke klacht als bedoeld in punt 19 van deel A van bijlage V, brengt de inspecteur de tekortkomingen ook onder de aandacht van de betrokken organisaties van reders en zeevarenden in de lidstaat waar de inspectie wordt uitgevoerd, en kan hij :
a) een vertegenwoordiger van de vlaggenstaat in kennis stellen;
b) de relevante informatie verstrekken aan de bevoegde instanties van de volgende aanloophaven.
Met betrekking tot zaken die betrekking hebben op MLC 2006 heeft de lidstaat waar de inspectie wordt uitgevoerd, het recht een afschrift van het inspectieverslag, waarbij in voorkomend geval alle binnen de gestelde termijn ontvangen antwoorden van de bevoegde instanties van de vlaggenstaat zijn gevoegd, te doen toekomen aan de directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau met het oog op de maatregelen die passend of aangewezen worden geacht om ervoor te zorgen dat die informatie wordt opgeslagen en onder de aandacht wordt gebracht van partijen die mogelijk gebruik willen maken van de relevante beroepsprocedures.".
"Indien uit een meer gedetailleerde inspectie blijkt dat de leef- en werkomstandigheden aan boord niet voldoen aan de vereisten van het MLC 2006, brengt de inspecteur de tekortkomingen onmiddellijk onder de aandacht van de kapitein van het schip en stelt hij de termijnen waarbinnen deze tekortkomingen moeten worden verholpen.
Als de inspecteur deze tekortkomingen aanzienlijk vindt of als zij betrekking hebben op een mogelijke klacht als bedoeld in punt 19 van deel A van bijlage V, brengt de inspecteur de tekortkomingen ook onder de aandacht van de betrokken organisaties van reders en zeevarenden in de lidstaat waar de inspectie wordt uitgevoerd, en kan hij :
a) een vertegenwoordiger van de vlaggenstaat in kennis stellen;
b) de relevante informatie verstrekken aan de bevoegde instanties van de volgende aanloophaven.
Met betrekking tot zaken die betrekking hebben op MLC 2006 heeft de lidstaat waar de inspectie wordt uitgevoerd, het recht een afschrift van het inspectieverslag, waarbij in voorkomend geval alle binnen de gestelde termijn ontvangen antwoorden van de bevoegde instanties van de vlaggenstaat zijn gevoegd, te doen toekomen aan de directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau met het oog op de maatregelen die passend of aangewezen worden geacht om ervoor te zorgen dat die informatie wordt opgeslagen en onder de aandacht wordt gebracht van partijen die mogelijk gebruik willen maken van de relevante beroepsprocedures.".
Art. 6. Article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ© par trois alinĂ©as, rĂ©digĂ©s comme suit :
" Lorsqu'il est constatĂ©, lors d'une inspection plus dĂ©taillĂ©e, que les conditions de vie et de travail Ă bord du navire ne sont pas conformes aux prescriptions de la MLC 2006, l'inspecteur porte immĂ©diatement Ă la connaissance du capitaine du navire les anomalies constatĂ©es et fixe les dĂ©lais dans lesquels il doit y ĂȘtre remĂ©diĂ©.
Dans le cas oĂč il estime que ces anomalies sont importantes ou si ces anomalies ont un lien avec une plainte Ă©ventuellement dĂ©posĂ©e au titre de l'annexe V, partie A, point 19, l'inspecteur les porte Ă©galement Ă la connaissance des organisations d'armateurs et de gens de mer concernĂ©es prĂ©sentes sur le territoire de l'Etat membre dans lequel l'inspection est effectuĂ©e, et il peut :
a) informer un représentant de l'Etat du pavillon;
b) communiquer les informations pertinentes aux autorités compétentes du port d'escale suivant.
En ce qui concerne les questions relatives Ă la MLC 2006, l'Etat membre sur le territoire duquel l'inspection est effectuĂ©e a le droit d'adresser au directeur gĂ©nĂ©ral du Bureau international du travail une copie du rapport de l'inspecteur, accompagnĂ©e, le cas Ă©chĂ©ant, de la rĂ©ponse des autoritĂ©s compĂ©tentes de l'Etat du pavillon communiquĂ©e dans le dĂ©lai prescrit, afin que soit prise toute mesure pouvant ĂȘtre considĂ©rĂ©e comme appropriĂ©e et utile permettant de s'assurer que cette information est consignĂ©e et qu'elle est portĂ©e Ă la connaissance des parties susceptibles d'utiliser les voies de recours pertinentes. ".
" Lorsqu'il est constatĂ©, lors d'une inspection plus dĂ©taillĂ©e, que les conditions de vie et de travail Ă bord du navire ne sont pas conformes aux prescriptions de la MLC 2006, l'inspecteur porte immĂ©diatement Ă la connaissance du capitaine du navire les anomalies constatĂ©es et fixe les dĂ©lais dans lesquels il doit y ĂȘtre remĂ©diĂ©.
Dans le cas oĂč il estime que ces anomalies sont importantes ou si ces anomalies ont un lien avec une plainte Ă©ventuellement dĂ©posĂ©e au titre de l'annexe V, partie A, point 19, l'inspecteur les porte Ă©galement Ă la connaissance des organisations d'armateurs et de gens de mer concernĂ©es prĂ©sentes sur le territoire de l'Etat membre dans lequel l'inspection est effectuĂ©e, et il peut :
a) informer un représentant de l'Etat du pavillon;
b) communiquer les informations pertinentes aux autorités compétentes du port d'escale suivant.
En ce qui concerne les questions relatives Ă la MLC 2006, l'Etat membre sur le territoire duquel l'inspection est effectuĂ©e a le droit d'adresser au directeur gĂ©nĂ©ral du Bureau international du travail une copie du rapport de l'inspecteur, accompagnĂ©e, le cas Ă©chĂ©ant, de la rĂ©ponse des autoritĂ©s compĂ©tentes de l'Etat du pavillon communiquĂ©e dans le dĂ©lai prescrit, afin que soit prise toute mesure pouvant ĂȘtre considĂ©rĂ©e comme appropriĂ©e et utile permettant de s'assurer que cette information est consignĂ©e et qu'elle est portĂ©e Ă la connaissance des parties susceptibles d'utiliser les voies de recours pertinentes. ".
Art. 7. Artikel 17, vierde lid, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
"De identiteit van de persoon die de klacht heeft ingediend wordt niet bekendgemaakt aan de kapitein of de eigenaar van het betrokken schip. De inspecteur neemt de gepaste stappen om de vertrouwelijkheid van door zeevarenden ingediende klachten te garanderen, onder andere door de vertrouwelijkheid bij elk gesprek met zeevarenden te waarborgen.".
"De identiteit van de persoon die de klacht heeft ingediend wordt niet bekendgemaakt aan de kapitein of de eigenaar van het betrokken schip. De inspecteur neemt de gepaste stappen om de vertrouwelijkheid van door zeevarenden ingediende klachten te garanderen, onder andere door de vertrouwelijkheid bij elk gesprek met zeevarenden te waarborgen.".
Art. 7. L'article 17, alinĂ©a 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par ce qui suit :
" L'identité du plaignant n'est pas révélée au capitaine ni à l'armateur concerné. L'inspecteur prend les mesures appropriées pour garantir la confidentialité des plaintes déposées par les gens de mer, notamment en s'assurant que la confidentialité est garantie pendant les entretiens avec ceux-ci. ".
" L'identité du plaignant n'est pas révélée au capitaine ni à l'armateur concerné. L'inspecteur prend les mesures appropriées pour garantir la confidentialité des plaintes déposées par les gens de mer, notamment en s'assurant que la confidentialité est garantie pendant les entretiens avec ceux-ci. ".
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 17/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 17/1. § 1. Een klacht van een zeevarende waarin een inbreuk op de voorschriften van MLC 2006 (met inbegrip van de rechten van zeevarenden) wordt aangevoerd, kan worden gemeld aan een inspecteur in de haven waar het schip van de zeevarende is binnengelopen. In die gevallen verricht de inspecteur een eerste onderzoek.
§ 2. Indien zulks gelet op de aard van de klacht passend is, wordt tijdens het eerste onderzoek ook nagegaan, of aan boord de klachtenprocedures zijn gevolgd waarin voorschrift 5.1.5 van MLC 2006 voorziet. De inspecteur kan ook een meer gedetailleerde inspectie in overeenstemming met artikel 12 van dit besluit verrichten.
§ 3. De inspecteur tracht, in voorkomend geval, een oplossing voor de klacht aan boord te bevorderen.
§ 4. Indien het onderzoek of de inspectie een onder artikel 18 vallende inbreuk uitwijst, is dat artikel van toepassing.
§ 5. Indien paragraaf 4 niet van toepassing is en een klacht van een zeevarende over aangelegenheden die onder MLC 2006 vallen niet aan boord is opgelost, stelt de inspecteur de vlaggenstaat daarvan onmiddellijk in kennis en verlangt hij binnen een vastgestelde termijn advies en een corrigerend actieplan van de vlaggenstaat. Een verslag van iedere verrichte inspectie wordt via elektronische weg naar de inspectiedatabank gestuurd.
§ 6. Indien de klacht na de overeenkomstig paragraaf 5 ondernomen actie niet is opgelost, stuurt de bevoegde instantie de directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau een afschrift van het verslag van de inspecteur. Elk antwoord dat binnen de voorgeschreven termijn van de bevoegde instantie van de vlaggenstaat is ontvangen, wordt bij het verslag gevoegd. De desbetreffende organisaties van reders en zeevarenden in de havenstaat worden eveneens op de hoogte gebracht. Daarnaast stuurt de havenstaat de directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau regelmatig statistieken en informatie over de opgeloste klachten.
Dergelijke toezendingen worden voorzien om een bestand van dergelijke informatie bij te houden, voor zover op basis van dergelijke acties als passend en doelmatig kan worden beschouwd, en die onder de aandacht van partijen wordt gebracht, waaronder de organisaties van reders en zeevarenden, die eventueel gebruik willen maken van de beroepsprocedures.
§ 7. Dit artikel laat artikel 17 onverlet. Artikel 17, vierde lid, geldt ook voor klachten over aangelegenheden die vallen onder MLC 2006.".
"Art. 17/1. § 1. Een klacht van een zeevarende waarin een inbreuk op de voorschriften van MLC 2006 (met inbegrip van de rechten van zeevarenden) wordt aangevoerd, kan worden gemeld aan een inspecteur in de haven waar het schip van de zeevarende is binnengelopen. In die gevallen verricht de inspecteur een eerste onderzoek.
§ 2. Indien zulks gelet op de aard van de klacht passend is, wordt tijdens het eerste onderzoek ook nagegaan, of aan boord de klachtenprocedures zijn gevolgd waarin voorschrift 5.1.5 van MLC 2006 voorziet. De inspecteur kan ook een meer gedetailleerde inspectie in overeenstemming met artikel 12 van dit besluit verrichten.
§ 3. De inspecteur tracht, in voorkomend geval, een oplossing voor de klacht aan boord te bevorderen.
§ 4. Indien het onderzoek of de inspectie een onder artikel 18 vallende inbreuk uitwijst, is dat artikel van toepassing.
§ 5. Indien paragraaf 4 niet van toepassing is en een klacht van een zeevarende over aangelegenheden die onder MLC 2006 vallen niet aan boord is opgelost, stelt de inspecteur de vlaggenstaat daarvan onmiddellijk in kennis en verlangt hij binnen een vastgestelde termijn advies en een corrigerend actieplan van de vlaggenstaat. Een verslag van iedere verrichte inspectie wordt via elektronische weg naar de inspectiedatabank gestuurd.
§ 6. Indien de klacht na de overeenkomstig paragraaf 5 ondernomen actie niet is opgelost, stuurt de bevoegde instantie de directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau een afschrift van het verslag van de inspecteur. Elk antwoord dat binnen de voorgeschreven termijn van de bevoegde instantie van de vlaggenstaat is ontvangen, wordt bij het verslag gevoegd. De desbetreffende organisaties van reders en zeevarenden in de havenstaat worden eveneens op de hoogte gebracht. Daarnaast stuurt de havenstaat de directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau regelmatig statistieken en informatie over de opgeloste klachten.
Dergelijke toezendingen worden voorzien om een bestand van dergelijke informatie bij te houden, voor zover op basis van dergelijke acties als passend en doelmatig kan worden beschouwd, en die onder de aandacht van partijen wordt gebracht, waaronder de organisaties van reders en zeevarenden, die eventueel gebruik willen maken van de beroepsprocedures.
§ 7. Dit artikel laat artikel 17 onverlet. Artikel 17, vierde lid, geldt ook voor klachten over aangelegenheden die vallen onder MLC 2006.".
Art. 8. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, un article 17/1 est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 17/1. § 1er. Une plainte d'un marin allĂ©guant une infraction aux prescriptions de la MLC 2006 (y compris les droits des gens de mer) peut ĂȘtre dĂ©posĂ©e auprĂšs d'un inspecteur dans le port oĂč le navire du marin fait escale. Dans ce cas, l'inspecteur entreprend une enquĂȘte initiale.
§ 2. Le cas Ă©chĂ©ant, eu Ă©gard Ă la nature de la plainte, l'enquĂȘte initiale dĂ©termine notamment si les procĂ©dures de plainte Ă bord prĂ©vues par la rĂšgle 5.1.5 de la MLC 2006 ont Ă©tĂ© suivies. L'inspecteur peut Ă©galement procĂ©der Ă une inspection plus dĂ©taillĂ©e conformĂ©ment Ă l'article 12 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
§ 3. Le cas échéant, l'inspecteur s'emploie à favoriser un rÚglement de la plainte à bord du navire.
§ 4. Au cas oĂč l'enquĂȘte ou l'inspection rĂ©vĂ©lerait une non-conformitĂ© relevant du champ d'application de l'article 18, ledit article s'applique.
§ 5. Lorsque le paragraphe 4 ne s'applique pas et qu'une plainte d'un marin portant sur des points couverts par la MLC 2006 n'a pas été réglée à bord du navire, l'inspecteur en informe immédiatement l'Etat du pavillon, en cherchant à obtenir, dans un délai prescrit, des conseils et un plan de mesures correctives de la part dudit Etat. Toute inspection effectuée fait l'objet d'un rapport transmis par voie électronique à la base de données des inspections.
§ 6. Lorsque la plainte n'a pas été réglée à la suite des mesures prises conformément au paragraphe 5, l'instance compétente transmet une copie du rapport de l'inspecteur au directeur général du Bureau international du travail. Le rapport est accompagné de toute réponse reçue dans le délai prescrit de la part de l'autorité compétente de l'Etat du pavillon. Les organisations d'armateurs et de gens de mer concernées de l'Etat du port sont également informées. En outre, l'Etat du port transmet réguliÚrement les statistiques et les informations relatives aux plaintes ayant fait l'objet d'un rÚglement au directeur général du Bureau international du travail.
De telles transmissions sont prĂ©vues afin que, sur la base des mesures qu'il peut ĂȘtre jugĂ© opportun de prendre, il soit constituĂ© un dossier qui est portĂ© Ă la connaissance des parties, en ce compris les organisations d'armateurs et de gens de mer, susceptibles de se prĂ©valoir des procĂ©dures de recours pertinentes.
§ 7. Le présent article s'entend sans préjudice de l'article 17. Le quatriÚme alinéa de l'article 17 s'applique également aux plaintes portant sur des points couverts par la MLC 2006. ".
" Art. 17/1. § 1er. Une plainte d'un marin allĂ©guant une infraction aux prescriptions de la MLC 2006 (y compris les droits des gens de mer) peut ĂȘtre dĂ©posĂ©e auprĂšs d'un inspecteur dans le port oĂč le navire du marin fait escale. Dans ce cas, l'inspecteur entreprend une enquĂȘte initiale.
§ 2. Le cas Ă©chĂ©ant, eu Ă©gard Ă la nature de la plainte, l'enquĂȘte initiale dĂ©termine notamment si les procĂ©dures de plainte Ă bord prĂ©vues par la rĂšgle 5.1.5 de la MLC 2006 ont Ă©tĂ© suivies. L'inspecteur peut Ă©galement procĂ©der Ă une inspection plus dĂ©taillĂ©e conformĂ©ment Ă l'article 12 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
§ 3. Le cas échéant, l'inspecteur s'emploie à favoriser un rÚglement de la plainte à bord du navire.
§ 4. Au cas oĂč l'enquĂȘte ou l'inspection rĂ©vĂ©lerait une non-conformitĂ© relevant du champ d'application de l'article 18, ledit article s'applique.
§ 5. Lorsque le paragraphe 4 ne s'applique pas et qu'une plainte d'un marin portant sur des points couverts par la MLC 2006 n'a pas été réglée à bord du navire, l'inspecteur en informe immédiatement l'Etat du pavillon, en cherchant à obtenir, dans un délai prescrit, des conseils et un plan de mesures correctives de la part dudit Etat. Toute inspection effectuée fait l'objet d'un rapport transmis par voie électronique à la base de données des inspections.
§ 6. Lorsque la plainte n'a pas été réglée à la suite des mesures prises conformément au paragraphe 5, l'instance compétente transmet une copie du rapport de l'inspecteur au directeur général du Bureau international du travail. Le rapport est accompagné de toute réponse reçue dans le délai prescrit de la part de l'autorité compétente de l'Etat du pavillon. Les organisations d'armateurs et de gens de mer concernées de l'Etat du port sont également informées. En outre, l'Etat du port transmet réguliÚrement les statistiques et les informations relatives aux plaintes ayant fait l'objet d'un rÚglement au directeur général du Bureau international du travail.
De telles transmissions sont prĂ©vues afin que, sur la base des mesures qu'il peut ĂȘtre jugĂ© opportun de prendre, il soit constituĂ© un dossier qui est portĂ© Ă la connaissance des parties, en ce compris les organisations d'armateurs et de gens de mer, susceptibles de se prĂ©valoir des procĂ©dures de recours pertinentes.
§ 7. Le présent article s'entend sans préjudice de l'article 17. Le quatriÚme alinéa de l'article 17 s'applique également aux plaintes portant sur des points couverts par la MLC 2006. ".
Art. 9. In artikel 18 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende :
" § 2/1. Bij leef- en werkomstandigheden aan boord die een manifest gevaar voor de veiligheid, de gezondheid of de bescherming van de zeevarenden inhouden of bij tekortkomingen die een ernstige of herhaalde inbreuk op de voorschriften van MLC 2006 (met inbegrip van de rechten van zeevarenden) vormen, moet de bevoegde instantie waar het schip wordt geïnspecteerd, erop toezien dat het schip wordt aangehouden of dat de nog in gang zijnde operatie waarop die tekortkomingen betrekking hebben, wordt stopgezet.
De aanhouding van het schip of de stopzetting van een operatie wordt pas opgeheven wanneer deze tekortkomingen verholpen zijn of wanneer de bevoegde instantie een actieplan om de betrokken tekortkomingen te verhelpen, heeft aanvaard en zich ervan heeft vergewist dat het actieplan spoedig zal worden uitgevoerd. Alvorens een actieplan te aanvaarden, kan de inspecteur de vlaggenstaat raadplegen.";
2° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt :
" § 6. In geval van aanhouding dient de bevoegde instantie onmiddellijk, schriftelijk en onder overlegging van het inspectierapport, de administratie van de vlaggenstaat of, wanneer dit niet mogelijk is, de consul, of, bij diens afwezigheid, de dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger van die staat in kennis te stellen van het geheel van omstandigheden waarin optreden noodzakelijk werd geacht. Bovendien moeten, indien relevant, ook de aangewezen inspecteurs of de erkende organisaties die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van de classificatiecertificaten of de wettelijk voorgeschreven certificaten die overeenkomstig verdragen worden afgegeven, worden ingelicht. Indien een schip niet kan uitvaren wegens ernstige of herhaalde inbreuk op de voorschriften van MLC 2006, met inbegrip van de rechten van zeevarenden, of indien de leef- en werkomstandigheden aan boord een duidelijk gevaar voor de veiligheid, de gezondheid of de bescherming van zeevarenden vormen, stelt de bevoegde instantie voorts de vlaggenstaat daarvan onverwijld in kennis met een verzoek aan een vertegenwoordiger van de vlaggenstaat om, indien mogelijk, aanwezig te zijn, en verlangt hij dat de vlaggenstaat binnen een voorgeschreven termijn antwoordt. De bevoegde instantie brengt de betrokken organisaties van reders en zeevarenden in de havenstaat waar de inspectie is uitgevoerd onverwijld op de hoogte.".
1° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende :
" § 2/1. Bij leef- en werkomstandigheden aan boord die een manifest gevaar voor de veiligheid, de gezondheid of de bescherming van de zeevarenden inhouden of bij tekortkomingen die een ernstige of herhaalde inbreuk op de voorschriften van MLC 2006 (met inbegrip van de rechten van zeevarenden) vormen, moet de bevoegde instantie waar het schip wordt geïnspecteerd, erop toezien dat het schip wordt aangehouden of dat de nog in gang zijnde operatie waarop die tekortkomingen betrekking hebben, wordt stopgezet.
De aanhouding van het schip of de stopzetting van een operatie wordt pas opgeheven wanneer deze tekortkomingen verholpen zijn of wanneer de bevoegde instantie een actieplan om de betrokken tekortkomingen te verhelpen, heeft aanvaard en zich ervan heeft vergewist dat het actieplan spoedig zal worden uitgevoerd. Alvorens een actieplan te aanvaarden, kan de inspecteur de vlaggenstaat raadplegen.";
2° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt :
" § 6. In geval van aanhouding dient de bevoegde instantie onmiddellijk, schriftelijk en onder overlegging van het inspectierapport, de administratie van de vlaggenstaat of, wanneer dit niet mogelijk is, de consul, of, bij diens afwezigheid, de dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger van die staat in kennis te stellen van het geheel van omstandigheden waarin optreden noodzakelijk werd geacht. Bovendien moeten, indien relevant, ook de aangewezen inspecteurs of de erkende organisaties die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van de classificatiecertificaten of de wettelijk voorgeschreven certificaten die overeenkomstig verdragen worden afgegeven, worden ingelicht. Indien een schip niet kan uitvaren wegens ernstige of herhaalde inbreuk op de voorschriften van MLC 2006, met inbegrip van de rechten van zeevarenden, of indien de leef- en werkomstandigheden aan boord een duidelijk gevaar voor de veiligheid, de gezondheid of de bescherming van zeevarenden vormen, stelt de bevoegde instantie voorts de vlaggenstaat daarvan onverwijld in kennis met een verzoek aan een vertegenwoordiger van de vlaggenstaat om, indien mogelijk, aanwezig te zijn, en verlangt hij dat de vlaggenstaat binnen een voorgeschreven termijn antwoordt. De bevoegde instantie brengt de betrokken organisaties van reders en zeevarenden in de havenstaat waar de inspectie is uitgevoerd onverwijld op de hoogte.".
Art. 9. Dans l'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° un paragraphe 2/1 est inséré, rédigé comme suit :
" § 2/1. Lorsque les conditions de vie et de travail Ă bord prĂ©sentent un risque manifeste pour la sĂ©curitĂ©, la santĂ© ou la sĂ»retĂ© des gens de mer ou que des anomalies constituent une infraction grave ou rĂ©pĂ©tĂ©e aux prescriptions de la MLC 2006 (y compris les droits des gens de mer), l'instance compĂ©tente du lieu oĂč le navire est inspectĂ© fait en sorte que le navire soit immobilisĂ© ou que l'exploitation au cours de laquelle des anomalies ont Ă©tĂ© rĂ©vĂ©lĂ©es soit arrĂȘtĂ©e.
L'ordre d'immobilisation ou d'arrĂȘt d'exploitation n'est levĂ© que lorsqu'il a Ă©tĂ© remĂ©diĂ© aux anomalies ou que l'instance compĂ©tente a marquĂ© son accord sur un plan d'action visant Ă remĂ©dier Ă ces anomalies et s'est assurĂ©e que le plan sera mis en oeuvre sans retard. Avant de marquer son accord sur un plan d'action, l'inspecteur peut consulter l'Etat du pavillon.
2° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit :
" § 6. En cas d'immobilisation, l'instance compĂ©tente informe immĂ©diatement, par Ă©crit et en incluant le rapport d'inspection, l'administration de l'Etat du pavillon ou, lorsque cela n'est pas possible, le consul ou, en son absence, le plus proche reprĂ©sentant diplomatique de cet Etat, de toutes les circonstances dans lesquelles une intervention a Ă©tĂ© jugĂ©e nĂ©cessaire. En outre, le cas Ă©chĂ©ant, les inspecteurs dĂ©signĂ©s ou les organismes agréés chargĂ©s de la dĂ©livrance des certificats de classification ou des certificats rĂ©glementaires conformĂ©ment aux conventions sont Ă©galement informĂ©s. Par ailleurs, si un navire est empĂȘchĂ© de naviguer pour avoir enfreint de maniĂšre grave et rĂ©pĂ©tĂ©e les prescriptions de la MLC 2006, (y compris les droits des gens de mer), ou en raison de conditions de vie et de travail Ă bord prĂ©sentant un risque manifeste pour la sĂ©curitĂ©, la santĂ© ou la sĂ»retĂ© des gens de mer, l'instance compĂ©tente le notifie immĂ©diatement Ă l'Etat du pavillon et invite un de ses reprĂ©sentants Ă ĂȘtre prĂ©sent, si possible, et demande Ă l'Etat du pavillon de rĂ©pondre dans un dĂ©lai donnĂ©. L'instance compĂ©tente informe aussi immĂ©diatement les organisations d'armateurs et de gens de mer concernĂ©es de l'Etat du port dans lequel l'inspection a Ă©tĂ© effectuĂ©e.
1° un paragraphe 2/1 est inséré, rédigé comme suit :
" § 2/1. Lorsque les conditions de vie et de travail Ă bord prĂ©sentent un risque manifeste pour la sĂ©curitĂ©, la santĂ© ou la sĂ»retĂ© des gens de mer ou que des anomalies constituent une infraction grave ou rĂ©pĂ©tĂ©e aux prescriptions de la MLC 2006 (y compris les droits des gens de mer), l'instance compĂ©tente du lieu oĂč le navire est inspectĂ© fait en sorte que le navire soit immobilisĂ© ou que l'exploitation au cours de laquelle des anomalies ont Ă©tĂ© rĂ©vĂ©lĂ©es soit arrĂȘtĂ©e.
L'ordre d'immobilisation ou d'arrĂȘt d'exploitation n'est levĂ© que lorsqu'il a Ă©tĂ© remĂ©diĂ© aux anomalies ou que l'instance compĂ©tente a marquĂ© son accord sur un plan d'action visant Ă remĂ©dier Ă ces anomalies et s'est assurĂ©e que le plan sera mis en oeuvre sans retard. Avant de marquer son accord sur un plan d'action, l'inspecteur peut consulter l'Etat du pavillon.
2° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit :
" § 6. En cas d'immobilisation, l'instance compĂ©tente informe immĂ©diatement, par Ă©crit et en incluant le rapport d'inspection, l'administration de l'Etat du pavillon ou, lorsque cela n'est pas possible, le consul ou, en son absence, le plus proche reprĂ©sentant diplomatique de cet Etat, de toutes les circonstances dans lesquelles une intervention a Ă©tĂ© jugĂ©e nĂ©cessaire. En outre, le cas Ă©chĂ©ant, les inspecteurs dĂ©signĂ©s ou les organismes agréés chargĂ©s de la dĂ©livrance des certificats de classification ou des certificats rĂ©glementaires conformĂ©ment aux conventions sont Ă©galement informĂ©s. Par ailleurs, si un navire est empĂȘchĂ© de naviguer pour avoir enfreint de maniĂšre grave et rĂ©pĂ©tĂ©e les prescriptions de la MLC 2006, (y compris les droits des gens de mer), ou en raison de conditions de vie et de travail Ă bord prĂ©sentant un risque manifeste pour la sĂ©curitĂ©, la santĂ© ou la sĂ»retĂ© des gens de mer, l'instance compĂ©tente le notifie immĂ©diatement Ă l'Etat du pavillon et invite un de ses reprĂ©sentants Ă ĂȘtre prĂ©sent, si possible, et demande Ă l'Etat du pavillon de rĂ©pondre dans un dĂ©lai donnĂ©. L'instance compĂ©tente informe aussi immĂ©diatement les organisations d'armateurs et de gens de mer concernĂ©es de l'Etat du port dans lequel l'inspection a Ă©tĂ© effectuĂ©e.
Art. 10. In bijlage I, II, 2B, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepaling onder het vijfde streepje wordt vervangen als volgt :
"- schepen waarover een rapport of klacht, daaronder begrepen een klacht aan wal, is ingediend door de kapitein, een bemanningslid of een persoon of organisatie die een rechtmatig belang heeft bij de veilige werking van het schip, de leef- en werkomstandigheden aan boord of de preventie van verontreiniging, tenzij de betrokken bevoegde instantie het rapport of de klacht als kennelijk ongegrond beschouwt;";
2° bijlage I, II, 2B wordt aangevuld met een bepaling, luidende :
"- schepen waarvoor een actieplan is overeengekomen om tekortkomingen als bedoeld in artikel 18, § 2/1, lid 2, weg te werken maar waarvan de uitvoering van dat plan niet door een inspecteur is geverifieerd.".
1° de bepaling onder het vijfde streepje wordt vervangen als volgt :
"- schepen waarover een rapport of klacht, daaronder begrepen een klacht aan wal, is ingediend door de kapitein, een bemanningslid of een persoon of organisatie die een rechtmatig belang heeft bij de veilige werking van het schip, de leef- en werkomstandigheden aan boord of de preventie van verontreiniging, tenzij de betrokken bevoegde instantie het rapport of de klacht als kennelijk ongegrond beschouwt;";
2° bijlage I, II, 2B wordt aangevuld met een bepaling, luidende :
"- schepen waarvoor een actieplan is overeengekomen om tekortkomingen als bedoeld in artikel 18, § 2/1, lid 2, weg te werken maar waarvan de uitvoering van dat plan niet door een inspecteur is geverifieerd.".
Art. 10. Dans l'annexe I, II, 2B, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° le 5ie tiret est remplacé par ce qui suit :
" - les navires ayant fait l'objet d'un rapport ou d'une plainte, y compris une plainte Ă terre, Ă©manant du capitaine, d'un membre d'Ă©quipage ou de toute personne ou organisation ayant un intĂ©rĂȘt lĂ©gitime dans la sĂ©curitĂ© d'exploitation du navire, les conditions de vie et de travail Ă bord ou la prĂ©vention de la pollution, Ă moins que l'instance compĂ©tente concernĂ©e ne juge le rapport ou la plainte manifestement infondĂ©s; ";
2° annexe Ire, II, 2B est complété par un tiret, rédigé comme suit :
" - les navires pour lesquels un plan d'action visant à rectifier les anomalies visées à l'article 18, § 2/1, alinéa 2, a été accepté mais à l'égard desquels la mise en oeuvre de ce plan n'a pas été contrÎlée par un inspecteur. ".
1° le 5ie tiret est remplacé par ce qui suit :
" - les navires ayant fait l'objet d'un rapport ou d'une plainte, y compris une plainte Ă terre, Ă©manant du capitaine, d'un membre d'Ă©quipage ou de toute personne ou organisation ayant un intĂ©rĂȘt lĂ©gitime dans la sĂ©curitĂ© d'exploitation du navire, les conditions de vie et de travail Ă bord ou la prĂ©vention de la pollution, Ă moins que l'instance compĂ©tente concernĂ©e ne juge le rapport ou la plainte manifestement infondĂ©s; ";
2° annexe Ire, II, 2B est complété par un tiret, rédigé comme suit :
" - les navires pour lesquels un plan d'action visant à rectifier les anomalies visées à l'article 18, § 2/1, alinéa 2, a été accepté mais à l'égard desquels la mise en oeuvre de ce plan n'a pas été contrÎlée par un inspecteur. ".
Art. 11. In bijlage IV van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepalingen onder 14, 15 en 16 worden vervangen als volgt :
"14. Medische certificaten (zie MLC 2006).
15. Tabel met de arbeidsorganisatie aan boord (zie MLC 2006 en STCW 78/95).
16. Register van de werk- en rusttijden van zeevarenden (zie MLC 2006).".
2° bijlage IV wordt aangevuld met de bepalingen onder 45, 46, 47 en 48, luidende :
"45. Maritiem arbeidscertificaat.
46. Conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid, deel I en deel II.
47. Internationaal certificaat betreffende aangroeiwerende verfsystemen.
48. Certificaat van verzekering of andere financiële zekerheid inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie.".
1° de bepalingen onder 14, 15 en 16 worden vervangen als volgt :
"14. Medische certificaten (zie MLC 2006).
15. Tabel met de arbeidsorganisatie aan boord (zie MLC 2006 en STCW 78/95).
16. Register van de werk- en rusttijden van zeevarenden (zie MLC 2006).".
2° bijlage IV wordt aangevuld met de bepalingen onder 45, 46, 47 en 48, luidende :
"45. Maritiem arbeidscertificaat.
46. Conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid, deel I en deel II.
47. Internationaal certificaat betreffende aangroeiwerende verfsystemen.
48. Certificaat van verzekering of andere financiële zekerheid inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie.".
Art. 11. Dans l'annexe IV du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° les 14, 15 et 16 sont remplacés par ce qui suit :
" 14. Certificats médicaux (MLC 2006).
15. Tableau précisant l'organisation du travail à bord (MLC 2006 et STCW 78/95).
16. Registre des heures de travail et de repos des marins (MLC 2006). ".
2° annexe IV est complété par les 45, 46, 47 et 48, rédigés comme suit :
" 45. Certificat de travail maritime.
46. Déclaration de conformité du travail maritime, part I et part II.
47. Certificat international du systĂšme antisalissure.
48. Certificat d'assurance ou autre garantie financiÚre relative à la responsabilité civile pour les dommages dus à la pollution par les hydrocarbures de soute. ".
1° les 14, 15 et 16 sont remplacés par ce qui suit :
" 14. Certificats médicaux (MLC 2006).
15. Tableau précisant l'organisation du travail à bord (MLC 2006 et STCW 78/95).
16. Registre des heures de travail et de repos des marins (MLC 2006). ".
2° annexe IV est complété par les 45, 46, 47 et 48, rédigés comme suit :
" 45. Certificat de travail maritime.
46. Déclaration de conformité du travail maritime, part I et part II.
47. Certificat international du systĂšme antisalissure.
48. Certificat d'assurance ou autre garantie financiÚre relative à la responsabilité civile pour les dommages dus à la pollution par les hydrocarbures de soute. ".
Art. 12. Bijlage V, A, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de bepalingen onder 16, 17, 18 en 19, luidende :
"16. De op grond van MLC 2006 vereiste documenten worden niet overgelegd, worden niet bijgehouden of worden valselijk gehouden of de overgelegde documenten bevatten niet de op grond van het MLC 2006 vereiste informatie of zijn om een andere reden ongeldig.
17. De leef- en werkomstandigheden op het schip zijn niet in overeenstemming met de normen van MLC 2006.
18. Er kan redelijkerwijs worden aangenomen dat het schip van vlag heeft gewisseld opdat MLC 2006 niet hoeft te worden nageleefd.
19. Er is een klacht ingediend dat de leef- en werkomstandigheden op het schip niet in overeenstemming met de normen van MLC 2006 zijn.".
"16. De op grond van MLC 2006 vereiste documenten worden niet overgelegd, worden niet bijgehouden of worden valselijk gehouden of de overgelegde documenten bevatten niet de op grond van het MLC 2006 vereiste informatie of zijn om een andere reden ongeldig.
17. De leef- en werkomstandigheden op het schip zijn niet in overeenstemming met de normen van MLC 2006.
18. Er kan redelijkerwijs worden aangenomen dat het schip van vlag heeft gewisseld opdat MLC 2006 niet hoeft te worden nageleefd.
19. Er is een klacht ingediend dat de leef- en werkomstandigheden op het schip niet in overeenstemming met de normen van MLC 2006 zijn.".
Art. 12. Annexe V, A, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par les 16, 17, 18 et 19, rĂ©digĂ©s comme suit :
" 16. Les documents exigés au titre de la MLC 2006 ne sont pas présentés ou ne sont pas tenus à jour, ou le sont de façon mensongÚre, ou les documents présentés ne contiennent pas les informations exigées par la MLC 2006 ou ne sont pas valables pour une autre raison.
17. Les conditions de vie et de travail Ă bord du navire ne sont pas conformes aux prescriptions de la MLC 2006.
18. Il existe des motifs raisonnables de penser que le navire a changé de pavillon dans le but de se soustraire au respect de la MLC 2006.
19. Une plainte a été déposée au motif que certaines conditions de vie et de travail à bord du navire ne sont pas conformes aux prescriptions de la MLC 2006. ".
" 16. Les documents exigés au titre de la MLC 2006 ne sont pas présentés ou ne sont pas tenus à jour, ou le sont de façon mensongÚre, ou les documents présentés ne contiennent pas les informations exigées par la MLC 2006 ou ne sont pas valables pour une autre raison.
17. Les conditions de vie et de travail Ă bord du navire ne sont pas conformes aux prescriptions de la MLC 2006.
18. Il existe des motifs raisonnables de penser que le navire a changé de pavillon dans le but de se soustraire au respect de la MLC 2006.
19. Une plainte a été déposée au motif que certaines conditions de vie et de travail à bord du navire ne sont pas conformes aux prescriptions de la MLC 2006. ".
Art. 13. In bijlage VIII van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1 worden de woorden "weigering van toegang" vervangen door de woorden "besluit tot weigering van toegang";
2° in de punten 1, 3, 4, 5, eerste lid, 5, tweede lid, 6 en 10 wordt het woord "toegangsverbod" telkenmale vervangen door de woorden "besluit tot weigering van toegang";
3° in de punten 2, 5, tweede lid, 6 en 7, worden de woorden "de weigering van toegang" vervangen door de woorden "het besluit tot weigering van toegang";
4° in punt 3 wordt het woord "opheffen" vervangen door het woord "intrekken";
5° in punt 4 worden de woorden "op te heffen" vervangen door de woorden "in te trekken";
6° in punt 5, eerste lid, wordt het woord "opgeheven" vervangen door het woord "ingetrokken".
1° in punt 1 worden de woorden "weigering van toegang" vervangen door de woorden "besluit tot weigering van toegang";
2° in de punten 1, 3, 4, 5, eerste lid, 5, tweede lid, 6 en 10 wordt het woord "toegangsverbod" telkenmale vervangen door de woorden "besluit tot weigering van toegang";
3° in de punten 2, 5, tweede lid, 6 en 7, worden de woorden "de weigering van toegang" vervangen door de woorden "het besluit tot weigering van toegang";
4° in punt 3 wordt het woord "opheffen" vervangen door het woord "intrekken";
5° in punt 4 worden de woorden "op te heffen" vervangen door de woorden "in te trekken";
6° in punt 5, eerste lid, wordt het woord "opgeheven" vervangen door het woord "ingetrokken".
Art. 13. Au texte nĂ©erlandais, dans l'annexe VIII du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le point 1, les mots " weigering van toegang " sont remplacés par les mots " besluit tot weigering van toegang ";
2° dans les points 1, 3, 4, 5, alinéa 1er, 5, deuxiÚme alinéa, 6 et 10, le mot " toegangsverbod " est chaque fois remplacé par les mots " besluit tot weigering van toegang ";
3° dans les points 2, 5, deuxiÚme alinéa, 6 et 7, les mots " de weigering van toegang " sont remplacés par les mots " het besluit tot weigering van toegang ";
4° dans le point 3, le mot " opheffen " est remplacé par le mot " intrekken ";
5° dans le point 4 les mots " op te heffen " sont remplacé par les mots " in te trekken ";
6° dans le point 5, alinéa 1er, le mot " opgeheven " est remplacé par le mot " ingetrokken ".
1° dans le point 1, les mots " weigering van toegang " sont remplacés par les mots " besluit tot weigering van toegang ";
2° dans les points 1, 3, 4, 5, alinéa 1er, 5, deuxiÚme alinéa, 6 et 10, le mot " toegangsverbod " est chaque fois remplacé par les mots " besluit tot weigering van toegang ";
3° dans les points 2, 5, deuxiÚme alinéa, 6 et 7, les mots " de weigering van toegang " sont remplacés par les mots " het besluit tot weigering van toegang ";
4° dans le point 3, le mot " opheffen " est remplacé par le mot " intrekken ";
5° dans le point 4 les mots " op te heffen " sont remplacé par les mots " in te trekken ";
6° dans le point 5, alinéa 1er, le mot " opgeheven " est remplacé par le mot " ingetrokken ".
Art. 14. In bijlage X, INLEIDING, tweede lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "artikel 19, § 4" vervangen door de woorden "artikel 18, § 3".
Art. 14. Dans l'annexe X, INTRODUCTION, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " article 19, § 4 " sont remplacĂ©s par les mots " article 18, § 3 ".
Art. 15. In bijlage X, 3.10, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 3.10 worden de woorden "de IAO verdragen" vervangen door de woorden "MLC 2006";
2° punt 3.10 wordt aangevuld met de bepalingen onder 8 en 9, luidende :
"8. De omstandigheden aan boord vormen een duidelijk gevaar voor de veiligheid, gezondheid of bescherming van zeevarenden.
9. De tekortkoming vormt een ernstige of herhaalde inbreuk op de voorschriften van MLC 2006, met inbegrip van de rechten van zeevarenden met betrekking tot de leef- en werkomstandigheden van zeevarenden op het schip, zoals bepaald in het maritiem arbeidscertificaat en de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid van het schip.".
1° in punt 3.10 worden de woorden "de IAO verdragen" vervangen door de woorden "MLC 2006";
2° punt 3.10 wordt aangevuld met de bepalingen onder 8 en 9, luidende :
"8. De omstandigheden aan boord vormen een duidelijk gevaar voor de veiligheid, gezondheid of bescherming van zeevarenden.
9. De tekortkoming vormt een ernstige of herhaalde inbreuk op de voorschriften van MLC 2006, met inbegrip van de rechten van zeevarenden met betrekking tot de leef- en werkomstandigheden van zeevarenden op het schip, zoals bepaald in het maritiem arbeidscertificaat en de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid van het schip.".
Art. 15. Dans l'annexe X, 3.10, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au point 3.10 les mots " des conventions de l'OIT " sont remplacés par les mots " de la MLC 2006 ";
2° le point 3.10 est complété par les 8 et 9, rédigés comme suit :
" 8. Les conditions à bord présentent un risque manifeste pour la sécurité, la santé ou la sûreté des gens de mer.
9. La non-conformité constitue une infraction grave ou répétée aux prescriptions de la MLC 2006, y compris les droits des gens de mer, concernant les conditions de vie et de travail des gens de mer à bord du navire, telles qu'elles sont spécifiées dans le certificat de travail maritime et la déclaration de conformité du travail maritime du navire. ".
1° au point 3.10 les mots " des conventions de l'OIT " sont remplacés par les mots " de la MLC 2006 ";
2° le point 3.10 est complété par les 8 et 9, rédigés comme suit :
" 8. Les conditions à bord présentent un risque manifeste pour la sécurité, la santé ou la sûreté des gens de mer.
9. La non-conformité constitue une infraction grave ou répétée aux prescriptions de la MLC 2006, y compris les droits des gens de mer, concernant les conditions de vie et de travail des gens de mer à bord du navire, telles qu'elles sont spécifiées dans le certificat de travail maritime et la déclaration de conformité du travail maritime du navire. ".
Art. 16. Dit besluit treedt in werking op 20 augustus 2014.
Art. 16. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 20 aoĂ»t 2014.
Art. 17. De minister bevoegd voor Maritieme Mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le ministre qui a le Transport maritime dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.