Artikel 1. In het koninklijk besluit van 27 februari 1981 betreffende het indienen van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een nationale aanvraag en het registreren van Europese octrooien met rechtsgevolgen in België, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 december 1986, wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 6/1. De taaltechnologische diensten bedoeld in artikel 5/1 van de goedkeuringswet, worden ter beschikking gesteld via een weblink vermeld op de pagina's "Intellectuele Eigendom" van de website van de Federale Overheidsdienst Economie.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 MAART 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse koninklijke besluiten met het oog op onder meer de aanpassing aan de wet van 10 januari 2011 ter uitvoering van het Verdrag inzake octrooirecht en de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, alsook tot wijziging van diverse bepalingen inzake uitvindingsoctrooien(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 13-03-2014 en tekstbijwerking tot 11-09-2014)
Titre
9 MARS 2014. - ArrĂȘtĂ© royal portant modification de divers arrĂȘtĂ©s royaux en vue, notamment, de l'adaptation Ă la loi du 10 janvier 2011 d'exĂ©cution du TraitĂ© sur le droit des brevets d'invention et de l'Acte portant rĂ©vision de la Convention sur la dĂ©livrance de brevets europĂ©ens, et portant modification de diverses dispositions en matiĂšre de brevets d'invention(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 13-03-2014 et mise Ă jour au 11-09-2014)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aangebracht aan het ...
HOOFDSTUK 2. - wijzigingen aangebracht aan het ...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aangebracht aan het ...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aangebracht aan het ...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen aangebracht aan het ...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen aangebracht aan het ...
HOOFDSTUK 7. - Overgangs- en slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications apportées à l'arr...
CHAPITRE 2. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘt...
CHAPITRE 3. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘt...
CHAPITRE 4. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘt...
CHAPITRE 5. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘt...
CHAPITRE 6. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘt...
CHAPITRE 7. - Dispositions transitoires et finales
ANNEXE.
Tekst (59)
Texte (59)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aangebracht aan het koninklijk besluit van 27 februari 1981 betreffende het indienen van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een nationale aanvraag en het registreren van Europese octrooien met rechtsgevolgen in België
CHAPITRE 1er. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 27 fĂ©vrier 1981 relatif au dĂ©pĂŽt d'une demande de brevet europĂ©en, Ă sa transformation en demande de brevet national et Ă l'enregistrement de brevets europĂ©ens produisant effet en Belgique
Article 1er. Dans l'arrĂȘtĂ© royal du 27 fĂ©vrier 1981 relatif au dĂ©pĂŽt d'une demande de brevet europĂ©en, Ă sa transformation en demande de brevet national et Ă l'enregistrement de brevets europĂ©ens produisant effet en Belgique, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 2 dĂ©cembre 1986, il est insĂ©rĂ© un article 6/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 6/1. Les services d'ingénierie linguistique mentionnés à l'article 5/1 de la loi d'approbation sont mis à la disposition via l'aide d'un lien mentionné sur les pages " Propriété intellectuelle " du site web du Service public fédéral Economie. ".
  " Art. 6/1. Les services d'ingénierie linguistique mentionnés à l'article 5/1 de la loi d'approbation sont mis à la disposition via l'aide d'un lien mentionné sur les pages " Propriété intellectuelle " du site web du Service public fédéral Economie. ".
HOOFDSTUK 2. - wijzigingen aangebracht aan het koninklijk besluit van 21 augustus 1981 betreffende het indienen van een internationale octrooiaanvraag in België
CHAPITRE 2. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 21 aoĂ»t 1981 relatif au dĂ©pĂŽt d'une demande internationale de brevet en Belgique
Art. 2. Artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit van 21 augustus 1981 betreffende het indienen van een internationale octrooiaanvraag in België, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Deze toezendingstaks bedraagt 120 euro.".
  " § 2. Deze toezendingstaks bedraagt 120 euro.".
Art. 2. L'article 6, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 21 aoĂ»t 1981 relatif au dĂ©pĂŽt d'une demande internationale de brevet en Belgique, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 juillet 2001, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 2. Le montant de cette taxe de transmission est de 120 euros. ".
  " § 2. Le montant de cette taxe de transmission est de 120 euros. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aangebracht aan het koninklijk besluit van 20 december 1984 betreffende het bijhouden en de vermeldingen van het register van erkende gemachtigden met toepassing van artikel 59 van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien
CHAPITRE 3. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1984 relatif Ă la tenue et aux mentions du registre des mandataires agréés en application de l'article 59 de la loi du 28 mars 1984 sur les brevets d'invention
Art. 3. In het koninklijk besluit van 20 december 1984 betreffende het bijhouden en de vermeldingen van het register van erkende gemachtigden met toepassing van artikel 59 van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, wordt een artikel 3/1, ingevoegd luidende :
  "Art. 3/1. Het register van de erkende gemachtigden is te consulteren via de pagina's "Intellectuele Eigendom" van de website van de Federale Overheidsdienst Economie.".
  "Art. 3/1. Het register van de erkende gemachtigden is te consulteren via de pagina's "Intellectuele Eigendom" van de website van de Federale Overheidsdienst Economie.".
Art. 3. Dans l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1984 relatif Ă la tenue et aux mentions du registre des mandataires agréés en application de l'article 59 de la loi du 28 mars 1984 sur les brevets d'invention, il est insĂ©rĂ© un article 3/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 3/1. Le registre des mandataires agréés est consultable via les pages " Propriété intellectuelle " du site web du Service public fédéral Economie. ".
  " Art. 3/1. Le registre des mandataires agréés est consultable via les pages " Propriété intellectuelle " du site web du Service public fédéral Economie. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aangebracht aan het koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien
CHAPITRE 4. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 2 dĂ©cembre 1986 relatif Ă la demande, Ă la dĂ©livrance et au maintien en vigueur des brevets d'invention
Art. 7. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Artikel 5. § 1. Eenieder mag een volmacht indienen die een erkend gemachtigde toelaat één of meer handelingen te stellen voor de Dienst met betrekking tot één of meerdere octrooizaken die hem betreffen.
  De volmacht wordt in origineel bij de Dienst neergelegd.
  Bij de aanduiding van een groep van gemachtigden wordt geacht dat de vertegenwoordigingsvolmacht zich uitstrekt tot elke gemachtigde die deel uitmaakt van deze groep.
  § 2. Wanneer de gemachtigde optreedt voor een handeling betreffende een octrooiaanvraag of een octrooi, waarvoor reeds een andere gemachtigde of een andere groep van gemachtigden is opgetreden voor de Dienst, dient de gemachtigde, behalve bij de in artikel 69 van de wet bedoelde gevallen, een volmacht voor te leggen.
  In het in het eerste lid bepaalde geval, dient de gemachtigde binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum waarop de handeling bij de Dienst werd gesteld :
  1° een volmacht in te dienen;
  2° de Dienst te informeren over het feit of deze nieuwe volmacht een einde stelt aan het mandaat van de eerdere gemachtigde of groep van gemachtigden, of dat beide gemachtigden of groepen van gemachtigden bevoegd blijven om handelingen voor de Dienst te stellen.
  Indien de nieuwe gemachtigde of groep van gemachtigden met toepassing van het tweede lid, 2°, aangeeft dat de nieuwe volmacht een einde stelt aan het mandaat van de eerdere gemachtigde of groep van gemachtigden, stelt de Dienst de eerdere gemachtigde of groep van gemachtigden hiervan op de hoogte en deelt hem mee dat de procedures zullen worden verdergezet met de nieuwe gemachtigde of groep van gemachtigden.
  § 3. Onverminderd paragraaf 1, dienen de volgende handelingen te worden vergezeld van een volmacht :
  1° het indienen van een verzoek tot intrekking van de octrooiaanvraag als bedoeld in artikel 22, § 2bis, tweede lid, van de wet;
  2° het indienen van een verklaring tot gehele afstand als bedoeld in artikel 48bis, § 1, eerste lid, van de wet;
  3° het indienen van een verklaring tot gehele herroeping als bedoeld in artikel 48ter, § 1, eerste lid, van de wet.
  § 4. Indien de erkend gemachtigde in de in paragrafen 2 en 3 bedoelde gevallen geen volmacht voorlegt, nodigt de Dienst de gemachtigde uit deze volmacht alsnog in te dienen binnen een door de Dienst vastgestelde termijn. Deze termijn is minstens een maand.
  In afwijking van het eerste lid, dient de volmacht voor wat betreft de § 3, 1°, bedoelde handelingen, te worden ingediend binnen een termijn vastgesteld door de Dienst die niet later later dan verstrijken dan de in artikel 30ter bedoelde termijn.
  Indien binnen de in het eerste en tweede lid bedoelde termijn, niet aan de voorwaarden bedoeld in paragrafen 2 en 3 wordt voldaan, wordt de gestelde handeling geacht niet te zijn gedaan.".
  "Artikel 5. § 1. Eenieder mag een volmacht indienen die een erkend gemachtigde toelaat één of meer handelingen te stellen voor de Dienst met betrekking tot één of meerdere octrooizaken die hem betreffen.
  De volmacht wordt in origineel bij de Dienst neergelegd.
  Bij de aanduiding van een groep van gemachtigden wordt geacht dat de vertegenwoordigingsvolmacht zich uitstrekt tot elke gemachtigde die deel uitmaakt van deze groep.
  § 2. Wanneer de gemachtigde optreedt voor een handeling betreffende een octrooiaanvraag of een octrooi, waarvoor reeds een andere gemachtigde of een andere groep van gemachtigden is opgetreden voor de Dienst, dient de gemachtigde, behalve bij de in artikel 69 van de wet bedoelde gevallen, een volmacht voor te leggen.
  In het in het eerste lid bepaalde geval, dient de gemachtigde binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum waarop de handeling bij de Dienst werd gesteld :
  1° een volmacht in te dienen;
  2° de Dienst te informeren over het feit of deze nieuwe volmacht een einde stelt aan het mandaat van de eerdere gemachtigde of groep van gemachtigden, of dat beide gemachtigden of groepen van gemachtigden bevoegd blijven om handelingen voor de Dienst te stellen.
  Indien de nieuwe gemachtigde of groep van gemachtigden met toepassing van het tweede lid, 2°, aangeeft dat de nieuwe volmacht een einde stelt aan het mandaat van de eerdere gemachtigde of groep van gemachtigden, stelt de Dienst de eerdere gemachtigde of groep van gemachtigden hiervan op de hoogte en deelt hem mee dat de procedures zullen worden verdergezet met de nieuwe gemachtigde of groep van gemachtigden.
  § 3. Onverminderd paragraaf 1, dienen de volgende handelingen te worden vergezeld van een volmacht :
  1° het indienen van een verzoek tot intrekking van de octrooiaanvraag als bedoeld in artikel 22, § 2bis, tweede lid, van de wet;
  2° het indienen van een verklaring tot gehele afstand als bedoeld in artikel 48bis, § 1, eerste lid, van de wet;
  3° het indienen van een verklaring tot gehele herroeping als bedoeld in artikel 48ter, § 1, eerste lid, van de wet.
  § 4. Indien de erkend gemachtigde in de in paragrafen 2 en 3 bedoelde gevallen geen volmacht voorlegt, nodigt de Dienst de gemachtigde uit deze volmacht alsnog in te dienen binnen een door de Dienst vastgestelde termijn. Deze termijn is minstens een maand.
  In afwijking van het eerste lid, dient de volmacht voor wat betreft de § 3, 1°, bedoelde handelingen, te worden ingediend binnen een termijn vastgesteld door de Dienst die niet later later dan verstrijken dan de in artikel 30ter bedoelde termijn.
  Indien binnen de in het eerste en tweede lid bedoelde termijn, niet aan de voorwaarden bedoeld in paragrafen 2 en 3 wordt voldaan, wordt de gestelde handeling geacht niet te zijn gedaan.".
Art. 7. L'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Article 5. § 1er. Toute personne peut déposer un pouvoir autorisant un mandataire agréé à accomplir un ou plusieurs actes devant l'Office concernant une ou plusieurs affaires de brevet la concernant.
  Le pouvoir est déposé en original à l'Office.
  La désignation d'un groupement de mandataires est réputée conférer pouvoir d'agir à tout mandataire qui peut prouver qu'il exerce au sein du groupement.
  § 2. Lorsqu'un mandataire agit pour un acte concernant une demande de brevet ou un brevet pour lequel un autre mandataire ou un autre groupement de mandataires a déjà agi devant l'Office, il doit, sauf les cas visés à l'article 69 de la loi, déposer un pouvoir.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, le mandataire doit, dans un délai de deux mois à compter de la date à laquelle l'acte a été posé auprÚs de l'Office :
  1° déposer un pouvoir;
  2° informer l'Office si le nouveau pouvoir met fin au mandat de l'ancien mandataire ou de l'ancien groupement de mandataires, ou si les deux mandataires ou groupements de mandataires restent compétents pour accomplir des actes devant l'Office.
  Si le nouveau mandataire ou groupement de mandataires indique, en application de l'alinéa 2, 2°, que le nouveau pouvoir met fin au mandat de l'ancien mandataire ou de l'ancien groupement de mandataires, l'Office en informe l'ancien mandataire ou l'ancien groupement de mandataires et lui communique que les procédures seront poursuivies avec le nouveau mandataire ou avec le nouveau groupement de mandataires.
  § 3. Sans prĂ©judice du paragraphe 1er, les actes suivants doivent ĂȘtre accompagnĂ©s d'un pouvoir :
  1° le dĂ©pĂŽt d'une requĂȘte en retrait de la demande de brevet telle que visĂ©e Ă l'article 22, § 2bis, alinĂ©a 2, de la loi;
  2° le dépÎt d'une déclaration de renonciation totale telle que visée à l'article 48bis, § 1er, alinéa 1er, de la loi;
  3° le dépÎt d'une déclaration de révocation totale telle que visée à l'article 48ter, § 1er, alinéa 1er, de la loi.
  § 4. Si le mandataire ne dépose pas de pouvoir dans les cas visés aux paragraphes 2 et 3, l'Office invite le mandataire à déposer ce pouvoir dans le délai qu'il détermine. Ce délai est d'un mois minimum.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, le pouvoir pour les actes mentionnĂ©s au paragraphe 3, 1°, doit ĂȘtre dĂ©posĂ© dans un dĂ©lai fixĂ© par l'Office, sans que ce dĂ©lai puisse excĂ©der le dĂ©lai mentionnĂ© Ă l'article 30ter.
  Si, dans le délai mentionné dans les alinéas 1er et 2, il n'est pas satisfait aux conditions visées aux paragraphes 2 et 3, l'acte est réputé non accompli. ".
  " Article 5. § 1er. Toute personne peut déposer un pouvoir autorisant un mandataire agréé à accomplir un ou plusieurs actes devant l'Office concernant une ou plusieurs affaires de brevet la concernant.
  Le pouvoir est déposé en original à l'Office.
  La désignation d'un groupement de mandataires est réputée conférer pouvoir d'agir à tout mandataire qui peut prouver qu'il exerce au sein du groupement.
  § 2. Lorsqu'un mandataire agit pour un acte concernant une demande de brevet ou un brevet pour lequel un autre mandataire ou un autre groupement de mandataires a déjà agi devant l'Office, il doit, sauf les cas visés à l'article 69 de la loi, déposer un pouvoir.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, le mandataire doit, dans un délai de deux mois à compter de la date à laquelle l'acte a été posé auprÚs de l'Office :
  1° déposer un pouvoir;
  2° informer l'Office si le nouveau pouvoir met fin au mandat de l'ancien mandataire ou de l'ancien groupement de mandataires, ou si les deux mandataires ou groupements de mandataires restent compétents pour accomplir des actes devant l'Office.
  Si le nouveau mandataire ou groupement de mandataires indique, en application de l'alinéa 2, 2°, que le nouveau pouvoir met fin au mandat de l'ancien mandataire ou de l'ancien groupement de mandataires, l'Office en informe l'ancien mandataire ou l'ancien groupement de mandataires et lui communique que les procédures seront poursuivies avec le nouveau mandataire ou avec le nouveau groupement de mandataires.
  § 3. Sans prĂ©judice du paragraphe 1er, les actes suivants doivent ĂȘtre accompagnĂ©s d'un pouvoir :
  1° le dĂ©pĂŽt d'une requĂȘte en retrait de la demande de brevet telle que visĂ©e Ă l'article 22, § 2bis, alinĂ©a 2, de la loi;
  2° le dépÎt d'une déclaration de renonciation totale telle que visée à l'article 48bis, § 1er, alinéa 1er, de la loi;
  3° le dépÎt d'une déclaration de révocation totale telle que visée à l'article 48ter, § 1er, alinéa 1er, de la loi.
  § 4. Si le mandataire ne dépose pas de pouvoir dans les cas visés aux paragraphes 2 et 3, l'Office invite le mandataire à déposer ce pouvoir dans le délai qu'il détermine. Ce délai est d'un mois minimum.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, le pouvoir pour les actes mentionnĂ©s au paragraphe 3, 1°, doit ĂȘtre dĂ©posĂ© dans un dĂ©lai fixĂ© par l'Office, sans que ce dĂ©lai puisse excĂ©der le dĂ©lai mentionnĂ© Ă l'article 30ter.
  Si, dans le délai mentionné dans les alinéas 1er et 2, il n'est pas satisfait aux conditions visées aux paragraphes 2 et 3, l'acte est réputé non accompli. ".
Art. 8. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 7. § 1. De Dienst kan de gemachtigde elke bijkomende inlichting vragen teneinde na te gaan of deze persoon gemachtigd is voor hem op te treden overeenkomstig hoofdstuk III van de wet.
  De volmacht dient op elk verzoek van de Dienst te worden voorgelegd.
  Indien de gemachtigde de gevraagde inlichtingen niet verstrekt, of zijn volmacht niet bewijst, binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf het door de Dienst verstuurde verzoek, wordt de gestelde handeling geacht niet te zijn gedaan door een persoon die hiertoe gemachtigd is overeenkomstig hoofdstuk III van de wet. De Dienst stelt de aanvrager of octrooihouder hiervan in kennis.
  § 2. De Dienst kan de octrooiaanvrager of octrooihouder vragen om te bevestigen dat de gemachtigde optreedt in opdracht van de octrooiaanvrager of octrooihouder. De brief waarin de Dienst om deze bevestiging vraagt, vermeld expliciet naar de in het derde lid bedoeld termijn, evenals de in het derde lid bedoelde gevolgen indien er aan de vraag geen gevolg wordt gegeven.
  De gemachtigde krijgt een kopie van de brief waarin de Dienst om deze bevestiging vraagt toegestuurd.
  Behoudens tegenbericht van de octrooiaanvrager of octrooihouder binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf het in het eerste lid bedoelde verzoek tot bevestiging, wordt de door de gemachtigde gestelde handeling verondersteld te zijn bevestigd.".
  "Art. 7. § 1. De Dienst kan de gemachtigde elke bijkomende inlichting vragen teneinde na te gaan of deze persoon gemachtigd is voor hem op te treden overeenkomstig hoofdstuk III van de wet.
  De volmacht dient op elk verzoek van de Dienst te worden voorgelegd.
  Indien de gemachtigde de gevraagde inlichtingen niet verstrekt, of zijn volmacht niet bewijst, binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf het door de Dienst verstuurde verzoek, wordt de gestelde handeling geacht niet te zijn gedaan door een persoon die hiertoe gemachtigd is overeenkomstig hoofdstuk III van de wet. De Dienst stelt de aanvrager of octrooihouder hiervan in kennis.
  § 2. De Dienst kan de octrooiaanvrager of octrooihouder vragen om te bevestigen dat de gemachtigde optreedt in opdracht van de octrooiaanvrager of octrooihouder. De brief waarin de Dienst om deze bevestiging vraagt, vermeld expliciet naar de in het derde lid bedoeld termijn, evenals de in het derde lid bedoelde gevolgen indien er aan de vraag geen gevolg wordt gegeven.
  De gemachtigde krijgt een kopie van de brief waarin de Dienst om deze bevestiging vraagt toegestuurd.
  Behoudens tegenbericht van de octrooiaanvrager of octrooihouder binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf het in het eerste lid bedoelde verzoek tot bevestiging, wordt de door de gemachtigde gestelde handeling verondersteld te zijn bevestigd.".
Art. 8. L'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 7. § 1er. L'Office peut demander au mandataire toute information complémentaire afin de vérifier si cette personne est autorisée à agir devant lui conformément au chapitre III de la loi.
  Le pouvoir doit ĂȘtre prĂ©sentĂ© Ă l'Office Ă chaque requĂȘte de celui-ci.
  Si, dans un dĂ©lai de deux mois Ă compter de la requĂȘte envoyĂ©e par l'Office, le mandataire ne fournit pas les renseignements demandĂ©s, ou ne justifie pas de son pouvoir, l'acte posĂ© est rĂ©putĂ© ne pas avoir Ă©tĂ© accompli par une personne habilitĂ©e Ă cet effet en application du chapitre III de la loi. L'Office en informe le demandeur du brevet ou le titulaire du brevet.
  § 2. L'Office peut demander au demandeur du brevet ou au titulaire du brevet une confirmation que le mandataire agit au nom du demandeur de brevet ou du titulaire de brevet. La lettre dans laquelle l'Office demande cette confirmation, mentionne explicitement le délai mentionné au troisiÚme alinéa, ainsi que les conséquences mentionnées au troisiÚme alinéa si la demande de l'Office n'est pas suivie.
  Le mandataire reçoit une copie de la lettre dans laquelle l'Office demande cette confirmation.
  Sauf avis contraire du demandeur de brevet ou du titulaire de brevet dans un dĂ©lai de deux mois Ă compter de la demande de confirmation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, l'acte accompli par le mandataire est rĂ©putĂ© ĂȘtre confirmĂ©. ".
  " Art. 7. § 1er. L'Office peut demander au mandataire toute information complémentaire afin de vérifier si cette personne est autorisée à agir devant lui conformément au chapitre III de la loi.
  Le pouvoir doit ĂȘtre prĂ©sentĂ© Ă l'Office Ă chaque requĂȘte de celui-ci.
  Si, dans un dĂ©lai de deux mois Ă compter de la requĂȘte envoyĂ©e par l'Office, le mandataire ne fournit pas les renseignements demandĂ©s, ou ne justifie pas de son pouvoir, l'acte posĂ© est rĂ©putĂ© ne pas avoir Ă©tĂ© accompli par une personne habilitĂ©e Ă cet effet en application du chapitre III de la loi. L'Office en informe le demandeur du brevet ou le titulaire du brevet.
  § 2. L'Office peut demander au demandeur du brevet ou au titulaire du brevet une confirmation que le mandataire agit au nom du demandeur de brevet ou du titulaire de brevet. La lettre dans laquelle l'Office demande cette confirmation, mentionne explicitement le délai mentionné au troisiÚme alinéa, ainsi que les conséquences mentionnées au troisiÚme alinéa si la demande de l'Office n'est pas suivie.
  Le mandataire reçoit une copie de la lettre dans laquelle l'Office demande cette confirmation.
  Sauf avis contraire du demandeur de brevet ou du titulaire de brevet dans un dĂ©lai de deux mois Ă compter de la demande de confirmation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, l'acte accompli par le mandataire est rĂ©putĂ© ĂȘtre confirmĂ©. ".
Art. 11. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Het uittreksel mag niet meer dan honderdvijftig woorden bevatten.";
  2° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. De Dienst kan het uittreksel nakijken en het naar vorm verbeteren.".
  1° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Het uittreksel mag niet meer dan honderdvijftig woorden bevatten.";
  2° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. De Dienst kan het uittreksel nakijken en het naar vorm verbeteren.".
Art. 11. A l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. L'abrégé ne peut comporter plus de cent cinquante mots. ";
  2° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. L'Office peut vérifier l'abrégé et y apporter des rectifications de forme. ".
  1° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. L'abrégé ne peut comporter plus de cent cinquante mots. ";
  2° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. L'Office peut vérifier l'abrégé et y apporter des rectifications de forme. ".
Art. 12. In artikel 14, paragraaf 2, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden "fotografische reproductie" vervangen door het woord "digitalisatie";
Art. 12. A l'article 14, paragraphe 2, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " reproduction photographique " sont remplacĂ©s par le mot " numĂ©risation ";
Art. 13. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de paragrafen 2 tot 4 opgeheven, en vervalt de aanduiding " § 1".
Art. 13. A l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les paragraphes 2 Ă 4 sont abrogĂ©s et l'indication " § 1er " est supprimĂ©e.
Art. 14. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 14. L'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 15. In artikel 17 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De stukken van de octrooiaanvraag die niet elektronisch worden ingediend, dienen zo te worden overgelegd dat ze kunnen worden gedigitaliseerd. De bladen dienen ongekreukt en ongescheurd te zijn; zij mogen niet gevouwen zijn. Slechts een enkele zijde van de bladen mag gebruikt worden.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "die niet elektronisch worden ingediend,", ingevoegd tussen de woorden "De stukken van de octrooiaanvraag" en de woorden "moeten worden ingediend";
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "dat niet elektronisch wordt ingediend,", ingevoegd tussen de woorden "Elk onderdeel van de octrooiaanvraag (verzoek, beschrijving, conclusies, tekeningen, uittreksel)" en de woorden "dient te beginnen";
  4° in paragraaf 7 worden de woorden "in principe" opgeheven;
  5° in paragraaf 8, eerste lid, worden de woorden "die niet elektronisch worden ingediend,", ingevoegd tussen de woorden "het uittreksel" en de woorden "dienen getypt of gedrukt te zijn";
  6° paragraaf 10 wordt vervangen als volgt :
  " § 10. De eenheden voor fysische grootheden moeten uitgedrukt worden in eenheden van het Internationaal Systeem van eenheden (SI); indien een ander stelsel wordt gebruikt, dienen zij ook in het SI stelsel te worden aangegeven.
  Voor andere grootheden moeten de eenheden van de internationale praktijk worden gebruikt, voor wiskundige formules de algemeen gebruikelijke symbolen en voor chemische formules de symbolen, atoommassa's en moleculaire formules die algemeen gebruikelijk zijn. In het algemeen dienen alleen die technische termen, tekens en symbolen te worden gebruikt die op het desbetreffende gebied algemeen zijn aanvaard.";
  7° paragraaf 12 wordt vervangen als volgt :
  " § 12. Geen enkel blad mag schrappingen bevatten en ieder blad dient vrij te zijn van veranderingen, boven elkaar geschreven en tussengeschreven woorden.".
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De stukken van de octrooiaanvraag die niet elektronisch worden ingediend, dienen zo te worden overgelegd dat ze kunnen worden gedigitaliseerd. De bladen dienen ongekreukt en ongescheurd te zijn; zij mogen niet gevouwen zijn. Slechts een enkele zijde van de bladen mag gebruikt worden.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "die niet elektronisch worden ingediend,", ingevoegd tussen de woorden "De stukken van de octrooiaanvraag" en de woorden "moeten worden ingediend";
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "dat niet elektronisch wordt ingediend,", ingevoegd tussen de woorden "Elk onderdeel van de octrooiaanvraag (verzoek, beschrijving, conclusies, tekeningen, uittreksel)" en de woorden "dient te beginnen";
  4° in paragraaf 7 worden de woorden "in principe" opgeheven;
  5° in paragraaf 8, eerste lid, worden de woorden "die niet elektronisch worden ingediend,", ingevoegd tussen de woorden "het uittreksel" en de woorden "dienen getypt of gedrukt te zijn";
  6° paragraaf 10 wordt vervangen als volgt :
  " § 10. De eenheden voor fysische grootheden moeten uitgedrukt worden in eenheden van het Internationaal Systeem van eenheden (SI); indien een ander stelsel wordt gebruikt, dienen zij ook in het SI stelsel te worden aangegeven.
  Voor andere grootheden moeten de eenheden van de internationale praktijk worden gebruikt, voor wiskundige formules de algemeen gebruikelijke symbolen en voor chemische formules de symbolen, atoommassa's en moleculaire formules die algemeen gebruikelijk zijn. In het algemeen dienen alleen die technische termen, tekens en symbolen te worden gebruikt die op het desbetreffende gebied algemeen zijn aanvaard.";
  7° paragraaf 12 wordt vervangen als volgt :
  " § 12. Geen enkel blad mag schrappingen bevatten en ieder blad dient vrij te zijn van veranderingen, boven elkaar geschreven en tussengeschreven woorden.".
Art. 15. A l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les piĂšces de la demande de brevet qui ne sont pas dĂ©posĂ©es de maniĂšre Ă©lectronique doivent ĂȘtre prĂ©sentĂ©es de maniĂšre Ă permettre leur numĂ©risation. Les feuilles ne doivent pas ĂȘtre dĂ©chirĂ©es, froissĂ©es ou pliĂ©es. Seul un cĂŽtĂ© des feuilles peut ĂȘtre utilisĂ©. ";
  2° au paragraphe 2, alinĂ©a 1er, les mots " qui ne sont pas dĂ©posĂ©es de maniĂšre Ă©lectronique, " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " Les piĂšces de la demande de brevet " et les mots " doivent ĂȘtre remises ";
  3° au paragraphe 3, les mots " qui n'est pas dĂ©posĂ©e de maniĂšre Ă©lectronique, ", sont insĂ©rĂ©s entre les mots " Le dĂ©but de chaque piĂšce de la demande de brevet (requĂȘte, description, revendications, dessins, abrĂ©gĂ©) " et les mots " doit figurer sur ";
  4° au paragraphe 7, les mots " en principe " sont abrogés;
  5° Au paragraphe 8, alinĂ©a 1er, les mots ", qui ne sont pas dĂ©posĂ©s de maniĂšre Ă©lectronique, " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " l'abrĂ©gĂ© " et les mots " doivent ĂȘtre dactylographiĂ©s ou imprimĂ©s ";
  6° paragraphe 10 est remplacé par ce qui suit :
  " § 10. Les unitĂ©s des grandeurs physiques doivent ĂȘtre des unitĂ©s du SystĂšme International d'unitĂ©s (SI); si un autre systĂšme est utilisĂ©, elles doivent Ă©galement ĂȘtre exprimĂ©es selon le systĂšme SI.
  Doivent ĂȘtre utilisĂ©es, pour les autres grandeurs, les unitĂ©s de la pratique internationale, pour les formules mathĂ©matiques, les symboles gĂ©nĂ©ralement en usage et pour les formules chimiques, les symboles, masses atomiques et formules molĂ©culaires gĂ©nĂ©ralement en usage. En rĂšgle gĂ©nĂ©rale, seuls les termes, signes et symboles techniques gĂ©nĂ©ralement acceptĂ©s dans le domaine considĂ©rĂ© doivent ĂȘtre utilisĂ©s. ";
  7° le paragraphe 12 est remplacé par ce qui suit :
  " § 12. Aucune feuille ne peut ĂȘtre gommĂ©e ni comporter de corrections, de surcharges ni d'interlinĂ©ations. ".
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les piĂšces de la demande de brevet qui ne sont pas dĂ©posĂ©es de maniĂšre Ă©lectronique doivent ĂȘtre prĂ©sentĂ©es de maniĂšre Ă permettre leur numĂ©risation. Les feuilles ne doivent pas ĂȘtre dĂ©chirĂ©es, froissĂ©es ou pliĂ©es. Seul un cĂŽtĂ© des feuilles peut ĂȘtre utilisĂ©. ";
  2° au paragraphe 2, alinĂ©a 1er, les mots " qui ne sont pas dĂ©posĂ©es de maniĂšre Ă©lectronique, " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " Les piĂšces de la demande de brevet " et les mots " doivent ĂȘtre remises ";
  3° au paragraphe 3, les mots " qui n'est pas dĂ©posĂ©e de maniĂšre Ă©lectronique, ", sont insĂ©rĂ©s entre les mots " Le dĂ©but de chaque piĂšce de la demande de brevet (requĂȘte, description, revendications, dessins, abrĂ©gĂ©) " et les mots " doit figurer sur ";
  4° au paragraphe 7, les mots " en principe " sont abrogés;
  5° Au paragraphe 8, alinĂ©a 1er, les mots ", qui ne sont pas dĂ©posĂ©s de maniĂšre Ă©lectronique, " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " l'abrĂ©gĂ© " et les mots " doivent ĂȘtre dactylographiĂ©s ou imprimĂ©s ";
  6° paragraphe 10 est remplacé par ce qui suit :
  " § 10. Les unitĂ©s des grandeurs physiques doivent ĂȘtre des unitĂ©s du SystĂšme International d'unitĂ©s (SI); si un autre systĂšme est utilisĂ©, elles doivent Ă©galement ĂȘtre exprimĂ©es selon le systĂšme SI.
  Doivent ĂȘtre utilisĂ©es, pour les autres grandeurs, les unitĂ©s de la pratique internationale, pour les formules mathĂ©matiques, les symboles gĂ©nĂ©ralement en usage et pour les formules chimiques, les symboles, masses atomiques et formules molĂ©culaires gĂ©nĂ©ralement en usage. En rĂšgle gĂ©nĂ©rale, seuls les termes, signes et symboles techniques gĂ©nĂ©ralement acceptĂ©s dans le domaine considĂ©rĂ© doivent ĂȘtre utilisĂ©s. ";
  7° le paragraphe 12 est remplacé par ce qui suit :
  " § 12. Aucune feuille ne peut ĂȘtre gommĂ©e ni comporter de corrections, de surcharges ni d'interlinĂ©ations. ".
Art. 16. In artikel 18 van hetzelfde besluit wordt de eerste paragraaf vervangen als volgt :
  " § 1. De aanvrager kan tot aan de datum van verlening van het octrooi op eigen initiatief overgaan tot het indienen van afgesplitste aanvragen van zijn oorspronkelijke octrooiaanvraag.".
  " § 1. De aanvrager kan tot aan de datum van verlening van het octrooi op eigen initiatief overgaan tot het indienen van afgesplitste aanvragen van zijn oorspronkelijke octrooiaanvraag.".
Art. 16. A l'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le premier paragraphe est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 1er. Le demandeur peut, jusqu'à la date de délivrance du brevet procéder de sa propre initiative au dépÎt de demandes divisionnaires de sa demande de brevet initiale. ".
  " § 1er. Le demandeur peut, jusqu'à la date de délivrance du brevet procéder de sa propre initiative au dépÎt de demandes divisionnaires de sa demande de brevet initiale. ".
Art. 17. In artikel 19, § 1, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden "artikel 18, lid 3" vervangen door de woorden "artikel 18, § 3".
Art. 17. A l'article 19, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " article 18, alinĂ©a 3 " sont remplacĂ©s par les mots " article 18, § 3 ".
Art. 18. In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 augustus 2007, worden de woorden "artikel 21, § 1, van de wet" vervangen door de woorden "artikel 21, § 1bis, van de wet".
Art. 18. A l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 aoĂ»t 2007, les mots " article 21, § 1er, de la loi " sont remplacĂ©s par les mots " article 21, § 1erbis, de la loi ".
Art. 19. Artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 mei 1987, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 21. De taks voor het onderzoek moet aan de Dienst betaald worden ten laatste dertien maanden te rekenen vanaf de datum van indiening van de octrooiaanvraag of, indien een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang, te rekenen vanaf de vroegste datum van voorrang, of, indien deze termijn verstrijkt voor de termijn voor het betalen van de indieningstaks, ten laatste tezamen met de betaling van de indieningstaks.".
  "Art. 21. De taks voor het onderzoek moet aan de Dienst betaald worden ten laatste dertien maanden te rekenen vanaf de datum van indiening van de octrooiaanvraag of, indien een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang, te rekenen vanaf de vroegste datum van voorrang, of, indien deze termijn verstrijkt voor de termijn voor het betalen van de indieningstaks, ten laatste tezamen met de betaling van de indieningstaks.".
Art. 19. L'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 25 mai 1987, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 21. Le paiement de la taxe de recherche doit ĂȘtre effectuĂ© au plus tard treize mois Ă compter de la date de dĂ©pĂŽt de la demande de brevet ou, si une prioritĂ© est revendiquĂ©e, Ă compter de la date de prioritĂ© la plus ancienne, ou si ce dĂ©lai expire avant le dĂ©lai pour le paiement de la taxe de dĂ©pĂŽt, au plus tard au moment du paiement de la taxe de dĂ©pĂŽt. ".
  " Art. 21. Le paiement de la taxe de recherche doit ĂȘtre effectuĂ© au plus tard treize mois Ă compter de la date de dĂ©pĂŽt de la demande de brevet ou, si une prioritĂ© est revendiquĂ©e, Ă compter de la date de prioritĂ© la plus ancienne, ou si ce dĂ©lai expire avant le dĂ©lai pour le paiement de la taxe de dĂ©pĂŽt, au plus tard au moment du paiement de la taxe de dĂ©pĂŽt. ".
Art. 20. Artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 augustus 2007, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 24. § 1. Indien het Europees Octrooibureau reeds een verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie heeft opgesteld in de verleningsprocedure van een Belgisch of buitenlands, nationaal of regionaal octrooi, of in de procedure van een internationale octrooiaanvraag dat betrekking heeft op een uitvinding die identiek is aan die waarvoor een octrooiaanvraag in België wordt ingediend, kunnen dit nieuwheidsonderzoek en deze schriftelijke opinie in de verleningsprocedure van het Belgisch octrooi gebruikt worden indien een verslag van nieuwheidsonderzoek en een schriftelijke opinie verkregen in de verleningsprocedure van een Belgisch octrooi kunnen gebruikt worden in de verleningsprocedure van het Belgisch of buitenlands, nationaal of regionaal octrooi, of in de procedure van de internationale octrooiaanvraag.
  § 2. Een kopie van het verslag van nieuwheidsonderzoek en van de schriftelijke opinie worden bij het in artikel 21, § 8, van de wet bedoelde verzoek gevoegd. Indien het verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie nog niet werden opgesteld op het moment van het verzoek, vermeldt het verzoek de gegevens betreffende de aanvraag van een nieuwheidsonderzoek en een schriftelijke opinie in de verleningsprocedure van een Belgisch of buitenlands, nationaal of regionaal octrooi, of in de procedure van de internationale octrooiaanvraag.
  Een kopie van het verslag van nieuwheidsonderzoek en een kopie van de schriftelijke opinie dienen ten laatste te worden verzonden aan de Dienst binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van kennisgeving van het in het eerste lid bedoelde verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie of vanaf de indieningsdatum van de octrooiaanvraag, afhankelijk van welke datum het laatst valt.".
  "Art. 24. § 1. Indien het Europees Octrooibureau reeds een verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie heeft opgesteld in de verleningsprocedure van een Belgisch of buitenlands, nationaal of regionaal octrooi, of in de procedure van een internationale octrooiaanvraag dat betrekking heeft op een uitvinding die identiek is aan die waarvoor een octrooiaanvraag in België wordt ingediend, kunnen dit nieuwheidsonderzoek en deze schriftelijke opinie in de verleningsprocedure van het Belgisch octrooi gebruikt worden indien een verslag van nieuwheidsonderzoek en een schriftelijke opinie verkregen in de verleningsprocedure van een Belgisch octrooi kunnen gebruikt worden in de verleningsprocedure van het Belgisch of buitenlands, nationaal of regionaal octrooi, of in de procedure van de internationale octrooiaanvraag.
  § 2. Een kopie van het verslag van nieuwheidsonderzoek en van de schriftelijke opinie worden bij het in artikel 21, § 8, van de wet bedoelde verzoek gevoegd. Indien het verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie nog niet werden opgesteld op het moment van het verzoek, vermeldt het verzoek de gegevens betreffende de aanvraag van een nieuwheidsonderzoek en een schriftelijke opinie in de verleningsprocedure van een Belgisch of buitenlands, nationaal of regionaal octrooi, of in de procedure van de internationale octrooiaanvraag.
  Een kopie van het verslag van nieuwheidsonderzoek en een kopie van de schriftelijke opinie dienen ten laatste te worden verzonden aan de Dienst binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van kennisgeving van het in het eerste lid bedoelde verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie of vanaf de indieningsdatum van de octrooiaanvraag, afhankelijk van welke datum het laatst valt.".
Art. 20. L'article 24 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 aoĂ»t 2007, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 24. § 1er. Si l'Office europĂ©en des brevets a dĂ©jĂ Ă©tabli un rapport de recherche et l'opinion Ă©crite qui l'accompagne dans la procĂ©dure de dĂ©livrance d'un brevet belge ou Ă©tranger, national ou rĂ©gional, ou dans la procĂ©dure d'une demande internationale de brevet portant sur une invention identique Ă celle pour laquelle une demande de brevet est dĂ©posĂ©e en Belgique, ce rapport de recherche et cette opinion Ă©crite peuvent ĂȘtre utilisĂ©s dans la procĂ©dure de dĂ©livrance du brevet belge si un rapport de recherche et une opinion Ă©crite obtenus dans la procĂ©dure de dĂ©livrance d'un brevet belge peuvent ĂȘtre utilisĂ©s dans la procĂ©dure de dĂ©livrance d'un brevet belge ou Ă©tranger, national ou rĂ©gional, ou dans la procĂ©dure d'une demande internationale de brevet.
  § 2. Une copie du rapport de recherche et une copie de l'opinion Ă©crite sont jointes Ă la requĂȘte mentionnĂ©e Ă l'article 21, § 8, de la loi. Si le rapport de recherche et l'opinion Ă©crite ne sont pas encore Ă©tablis au moment de la requĂȘte, la requĂȘte mentionne les donnĂ©es concernant la demande du rapport de recherche et de l'opinion Ă©crite dans la procĂ©dure de dĂ©livrance d'un brevet belge ou Ă©tranger, national ou rĂ©gional, ou dans la procĂ©dure d'une demande internationale de brevet.
  Une copie du rapport de recherche et une copie de l'opinion Ă©crite doivent ĂȘtre transmises Ă l'Office au plus tard dans un dĂ©lai de deux mois Ă compter de la date de notification du rapport de recherche et l'opinion Ă©crite visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er ou de la date de dĂ©pĂŽt de la demande de brevet, le dĂ©lai qui expire le dernier devant ĂȘtre appliquĂ©. "
  " Art. 24. § 1er. Si l'Office europĂ©en des brevets a dĂ©jĂ Ă©tabli un rapport de recherche et l'opinion Ă©crite qui l'accompagne dans la procĂ©dure de dĂ©livrance d'un brevet belge ou Ă©tranger, national ou rĂ©gional, ou dans la procĂ©dure d'une demande internationale de brevet portant sur une invention identique Ă celle pour laquelle une demande de brevet est dĂ©posĂ©e en Belgique, ce rapport de recherche et cette opinion Ă©crite peuvent ĂȘtre utilisĂ©s dans la procĂ©dure de dĂ©livrance du brevet belge si un rapport de recherche et une opinion Ă©crite obtenus dans la procĂ©dure de dĂ©livrance d'un brevet belge peuvent ĂȘtre utilisĂ©s dans la procĂ©dure de dĂ©livrance d'un brevet belge ou Ă©tranger, national ou rĂ©gional, ou dans la procĂ©dure d'une demande internationale de brevet.
  § 2. Une copie du rapport de recherche et une copie de l'opinion Ă©crite sont jointes Ă la requĂȘte mentionnĂ©e Ă l'article 21, § 8, de la loi. Si le rapport de recherche et l'opinion Ă©crite ne sont pas encore Ă©tablis au moment de la requĂȘte, la requĂȘte mentionne les donnĂ©es concernant la demande du rapport de recherche et de l'opinion Ă©crite dans la procĂ©dure de dĂ©livrance d'un brevet belge ou Ă©tranger, national ou rĂ©gional, ou dans la procĂ©dure d'une demande internationale de brevet.
  Une copie du rapport de recherche et une copie de l'opinion Ă©crite doivent ĂȘtre transmises Ă l'Office au plus tard dans un dĂ©lai de deux mois Ă compter de la date de notification du rapport de recherche et l'opinion Ă©crite visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er ou de la date de dĂ©pĂŽt de la demande de brevet, le dĂ©lai qui expire le dernier devant ĂȘtre appliquĂ©. "
Art. 21. Artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 augustus 2007, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 25. § 1. De aanvrager beschikt over een termijn van vier maanden te rekenen vanaf de datum van kennisgeving door de Dienst van het verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie om een nieuwe redactie van de conclusies, van de beschrijving en van het uittreksel, alsook, in voorkomend geval, commentaren betreffende de schriftelijke opinie in te dienen.
  Indien de octrooiaanvrager met toepassing van artikel 24 een verslag van nieuwheidsonderzoek indient dat werd opgesteld door het Europees Octrooibureau in de verleningsprocedure van een Belgisch of buitenlands, nationaal of regionaal octrooi, of in de procedure van een internationale octrooiaanvraag, kan hij, binnen een termijn van vier maanden te rekenen vanaf de indiening van het onderzoeksrapport met toepassing van artikel 24, § 2, een nieuwe redactie van de conclusies, van de beschrijving en van het uittreksel, alsook in voorkomend geval, commentaren betreffende de schriftelijke opinie indienen.
  De nieuwe redactie van de conclusies, van de beschrijving, en van het uittreksel, alsook in voorkomend geval de commentaren, moeten worden ingediend op een blad afzonderlijk van de briefwisseling aan de Dienst. De bepalingen van artikel 17 zijn van toepassing.
  § 2. De gewijzigde conclusies mogen geen betrekking hebben op elementen die geen voorwerp hebben uitgemaakt van het nieuwheidsonderzoek en die niet door een enkel algemeen inventief concept verbonden zijn met de oorspronkelijk opgeëiste uitvinding of groep van uitvindingen.".
  "Art. 25. § 1. De aanvrager beschikt over een termijn van vier maanden te rekenen vanaf de datum van kennisgeving door de Dienst van het verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie om een nieuwe redactie van de conclusies, van de beschrijving en van het uittreksel, alsook, in voorkomend geval, commentaren betreffende de schriftelijke opinie in te dienen.
  Indien de octrooiaanvrager met toepassing van artikel 24 een verslag van nieuwheidsonderzoek indient dat werd opgesteld door het Europees Octrooibureau in de verleningsprocedure van een Belgisch of buitenlands, nationaal of regionaal octrooi, of in de procedure van een internationale octrooiaanvraag, kan hij, binnen een termijn van vier maanden te rekenen vanaf de indiening van het onderzoeksrapport met toepassing van artikel 24, § 2, een nieuwe redactie van de conclusies, van de beschrijving en van het uittreksel, alsook in voorkomend geval, commentaren betreffende de schriftelijke opinie indienen.
  De nieuwe redactie van de conclusies, van de beschrijving, en van het uittreksel, alsook in voorkomend geval de commentaren, moeten worden ingediend op een blad afzonderlijk van de briefwisseling aan de Dienst. De bepalingen van artikel 17 zijn van toepassing.
  § 2. De gewijzigde conclusies mogen geen betrekking hebben op elementen die geen voorwerp hebben uitgemaakt van het nieuwheidsonderzoek en die niet door een enkel algemeen inventief concept verbonden zijn met de oorspronkelijk opgeëiste uitvinding of groep van uitvindingen.".
Art. 21. L'article 25 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 aoĂ»t 2007, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 25. § 1er. Le demandeur dispose d'un délai de quatre mois à compter de la date de la notification par l'Office du rapport de recherche et de l'opinion écrite pour déposer une nouvelle rédaction des revendications, de la description et de l'abrégé ainsi que, le cas échéant, des commentaires au sujet de l'opinion écrite.
  Si le demandeur de brevet en application de l'article 24 a déposé un rapport de recherche qui a été établi par l'Office européen des brevets dans la procédure de délivrance d'un brevet belge ou étranger, national ou régional, ou dans la procédure d'une demande internationale de brevet, il dispose d'un délai de quatre mois à compter de la date de dépÎt du rapport de recherche en application de l'article 24, § 2, pour déposer une nouvelle rédaction des revendications, de la description et de l'abrégé ainsi que, le cas échéant, des commentaires au sujet de l'opinion écrite.
  La nouvelle rĂ©daction des revendications, de la description et de l'abrĂ©gĂ© ainsi que, le cas Ă©chĂ©ant, les commentaires, doivent ĂȘtre dĂ©posĂ©s sur une feuille sĂ©parĂ©e du courrier adressĂ© Ă l'Office. Les dispositions de l'article 17 sont d'application.
  § 2. Les revendications modifiées ne doivent pas porter sur des éléments qui n'ont pas fait l'objet de la recherche et qui ne sont pas liés à l'invention ou à la pluralité d'inventions initialement revendiquées de maniÚre à former un seul concept inventif général. ".
  " Art. 25. § 1er. Le demandeur dispose d'un délai de quatre mois à compter de la date de la notification par l'Office du rapport de recherche et de l'opinion écrite pour déposer une nouvelle rédaction des revendications, de la description et de l'abrégé ainsi que, le cas échéant, des commentaires au sujet de l'opinion écrite.
  Si le demandeur de brevet en application de l'article 24 a déposé un rapport de recherche qui a été établi par l'Office européen des brevets dans la procédure de délivrance d'un brevet belge ou étranger, national ou régional, ou dans la procédure d'une demande internationale de brevet, il dispose d'un délai de quatre mois à compter de la date de dépÎt du rapport de recherche en application de l'article 24, § 2, pour déposer une nouvelle rédaction des revendications, de la description et de l'abrégé ainsi que, le cas échéant, des commentaires au sujet de l'opinion écrite.
  La nouvelle rĂ©daction des revendications, de la description et de l'abrĂ©gĂ© ainsi que, le cas Ă©chĂ©ant, les commentaires, doivent ĂȘtre dĂ©posĂ©s sur une feuille sĂ©parĂ©e du courrier adressĂ© Ă l'Office. Les dispositions de l'article 17 sont d'application.
  § 2. Les revendications modifiées ne doivent pas porter sur des éléments qui n'ont pas fait l'objet de la recherche et qui ne sont pas liés à l'invention ou à la pluralité d'inventions initialement revendiquées de maniÚre à former un seul concept inventif général. ".
Art. 22. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk V vervangen als volgt :
  "HOOFDSTUK V. - Regularisatie, verbeteringen en herstel in rechte".
  "HOOFDSTUK V. - Regularisatie, verbeteringen en herstel in rechte".
Art. 22. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© du chapitre V est remplacĂ© par ce qui suit :
  " CHAPITRE V. - Régularisation, rectification et restauration des droits ".
  " CHAPITRE V. - Régularisation, rectification et restauration des droits ".
Art. 23. Artikel 26 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 26. § 1. De termijn voor het regulariseren van de aanvraag en het leveren van commentaar, bepaald in artikel 20, § 1, eerste lid, van de wet, bedraagt drie maanden vanaf de kennisgeving door de Dienst van de onregelmatigheid van de aanvraag. De regularisatietaks moet betaald zijn binnen dezelfde termijn.
  § 2. De termijn voor het betalen van de taks en van de bijtaks bepaald in artikel 20, § 1ter, van de wet, bedraagt drie maanden vanaf de uitnodiging van de Dienst om de taks en de bijtaks te betalen.".
  "Art. 26. § 1. De termijn voor het regulariseren van de aanvraag en het leveren van commentaar, bepaald in artikel 20, § 1, eerste lid, van de wet, bedraagt drie maanden vanaf de kennisgeving door de Dienst van de onregelmatigheid van de aanvraag. De regularisatietaks moet betaald zijn binnen dezelfde termijn.
  § 2. De termijn voor het betalen van de taks en van de bijtaks bepaald in artikel 20, § 1ter, van de wet, bedraagt drie maanden vanaf de uitnodiging van de Dienst om de taks en de bijtaks te betalen.".
Art. 23. L'article 26 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 26. § 1er. Le dĂ©lai de rĂ©gularisation de la demande et de fourniture d'observations prĂ©vu Ă l'article 20, § 1er, alinĂ©a 1er, de la loi, est de trois mois Ă partir de la date de la notification par l'Office de l'irrĂ©gularitĂ© de la demande. Le paiement de la taxe de rĂ©gularisation doit ĂȘtre effectuĂ© dans le mĂȘme dĂ©lai.
  § 2. Le délai pour le paiement de la taxe et de la surtaxe prévue par l'article 20, § 1erter, de la loi, est de trois mois à partir de la date de l'invitation de l'Office à payer la taxe et la surtaxe. ".
  " Art. 26. § 1er. Le dĂ©lai de rĂ©gularisation de la demande et de fourniture d'observations prĂ©vu Ă l'article 20, § 1er, alinĂ©a 1er, de la loi, est de trois mois Ă partir de la date de la notification par l'Office de l'irrĂ©gularitĂ© de la demande. Le paiement de la taxe de rĂ©gularisation doit ĂȘtre effectuĂ© dans le mĂȘme dĂ©lai.
  § 2. Le délai pour le paiement de la taxe et de la surtaxe prévue par l'article 20, § 1erter, de la loi, est de trois mois à partir de la date de l'invitation de l'Office à payer la taxe et la surtaxe. ".
Art. 24. In artikel 27, tweede lid, worden de woorden "wordt schriftelijk ingediend en" opgeheven.
Art. 24. A l'article 27, alinéa 2, les mots " est présentée par écrit et " sont abrogés.
Art. 26. In hetzelfde besluit wordt een artikel 27ter ingevoegd, luidende :
  "Art. 27ter. De termijn bepaald in artikel 58, § 1, van de wet bedraagt drie maanden vanaf de datum van kennisgeving door de Dienst van de onregelmatigheid.
  Wanneer een kennisgeving niet is gedaan omdat geen gegevens zijn ingediend die de Dienst in staat stellen in contact te treden met de aanvrager, de houder, of andere belanghebbende, bedraagt de in het eerste lid bedoelde termijn drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de handeling werd gesteld.".
  "Art. 27ter. De termijn bepaald in artikel 58, § 1, van de wet bedraagt drie maanden vanaf de datum van kennisgeving door de Dienst van de onregelmatigheid.
  Wanneer een kennisgeving niet is gedaan omdat geen gegevens zijn ingediend die de Dienst in staat stellen in contact te treden met de aanvrager, de houder, of andere belanghebbende, bedraagt de in het eerste lid bedoelde termijn drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de handeling werd gesteld.".
Art. 26. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, un article 27ter est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 27ter. Le délai prévu à l'article 58, § 1er, de la loi, est de trois mois à partir de la notification par l'Office de l'irrégularité.
  Lorsqu'il n'a pas été procédé à la notification parce que les indications permettant à l'Office de se mettre en relation avec le demandeur, le titulaire ou une autre personne intéressée n'ont pas été fournies, le délai visé à l'alinéa 1er est de trois mois à partir de la date à laquelle l'acte a été accompli. ".
  " Art. 27ter. Le délai prévu à l'article 58, § 1er, de la loi, est de trois mois à partir de la notification par l'Office de l'irrégularité.
  Lorsqu'il n'a pas été procédé à la notification parce que les indications permettant à l'Office de se mettre en relation avec le demandeur, le titulaire ou une autre personne intéressée n'ont pas été fournies, le délai visé à l'alinéa 1er est de trois mois à partir de la date à laquelle l'acte a été accompli. ".
Art. 27. In artikel 28 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 3 vervangen als volgt :
  " § 3. Indien, voor het einde van de zeventiende maand te rekenen vanaf de datum van indiening van de octrooiaanvraag of, indien een recht van voorrang wordt ingeroepen overeenkomstig de bepalingen van artikel 19 van de wet, vanaf de oudste voorrang aangeduid in de verklaring van voorrang, een uitvinder zich met toepassing van artikel 12 van de wet met een verzoekschrift verzet tegen de vermelding in het octrooi dat hij de uitvinder van de opgeëiste uitvinding is, vermeldt de Dienst deze uitvinder niet in het octrooi of de octrooiaanvraag.
  De Dienst controleert de juistheid van de aanduiding van de uitvinder niet.".
  " § 3. Indien, voor het einde van de zeventiende maand te rekenen vanaf de datum van indiening van de octrooiaanvraag of, indien een recht van voorrang wordt ingeroepen overeenkomstig de bepalingen van artikel 19 van de wet, vanaf de oudste voorrang aangeduid in de verklaring van voorrang, een uitvinder zich met toepassing van artikel 12 van de wet met een verzoekschrift verzet tegen de vermelding in het octrooi dat hij de uitvinder van de opgeëiste uitvinding is, vermeldt de Dienst deze uitvinder niet in het octrooi of de octrooiaanvraag.
  De Dienst controleert de juistheid van de aanduiding van de uitvinder niet.".
Art. 27. A l'article 28 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 3. Si, avant la fin du dix-septiÚme mois à compter de la date de dépÎt de la demande de brevet ou, si un droit de priorité est revendiqué conformément aux dispositions de l'article 19 de la loi, à partir de la priorité la plus ancienne indiquée dans la déclaration de priorité, un inventeur s'oppose, conformément à l'article 12 de la loi, à ce que l'on mentionne dans le brevet qu'il est l'inventeur de l'invention revendiquée, l'Office ne mentionne pas cet inventeur dans le brevet ou la demande de brevet.
  L'Office ne contrÎle pas l'exactitude de l'indication de l'inventeur. ".
  " § 3. Si, avant la fin du dix-septiÚme mois à compter de la date de dépÎt de la demande de brevet ou, si un droit de priorité est revendiqué conformément aux dispositions de l'article 19 de la loi, à partir de la priorité la plus ancienne indiquée dans la déclaration de priorité, un inventeur s'oppose, conformément à l'article 12 de la loi, à ce que l'on mentionne dans le brevet qu'il est l'inventeur de l'invention revendiquée, l'Office ne mentionne pas cet inventeur dans le brevet ou la demande de brevet.
  L'Office ne contrÎle pas l'exactitude de l'indication de l'inventeur. ".
Art. 28. Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 30. § 1. De verklaring van afstand bedoeld in artikel 48bis van de wet, en de verklaring van herroeping bedoeld in 48ter van de wet, moeten bevatten :
  1° de naam en het adres van de houder of houders van het octrooi die de verklaring van afstand of herroeping indienen. De natuurlijke personen moeten worden aangeduid met hun naam gevolgd door hun voornamen, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun rijksregisternummer meedelen. De rechtspersonen moeten worden aangeduid met hun officiële benaming, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun ondernemingsnummer meedelen;
  2° het nummer van het octrooi waarvoor de verklaring van afstand of herroeping werd ingediend.
  Ingeval er verschillende octrooihouders zijn, moet de verklaring door al de octrooihouders worden getekend.
  § 2. De bepalingen van dit artikel zijn door toepassing van artikel 48bis, § 8, en 48ter, § 7, van de wet, naar analogie van toepassing op de octrooiaanvraag.".
  "Art. 30. § 1. De verklaring van afstand bedoeld in artikel 48bis van de wet, en de verklaring van herroeping bedoeld in 48ter van de wet, moeten bevatten :
  1° de naam en het adres van de houder of houders van het octrooi die de verklaring van afstand of herroeping indienen. De natuurlijke personen moeten worden aangeduid met hun naam gevolgd door hun voornamen, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun rijksregisternummer meedelen. De rechtspersonen moeten worden aangeduid met hun officiële benaming, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun ondernemingsnummer meedelen;
  2° het nummer van het octrooi waarvoor de verklaring van afstand of herroeping werd ingediend.
  Ingeval er verschillende octrooihouders zijn, moet de verklaring door al de octrooihouders worden getekend.
  § 2. De bepalingen van dit artikel zijn door toepassing van artikel 48bis, § 8, en 48ter, § 7, van de wet, naar analogie van toepassing op de octrooiaanvraag.".
Art. 28. L'article 30 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 30. § 1er. La déclaration de renonciation visée à l'article 48bis de la loi, et la déclaration de révocation visée à l'article 48ter de la loi, doivent contenir :
  1° le nom et l'adresse du titulaire ou des titulaires du brevet qui prĂ©sente(nt) la dĂ©claration de renonciation ou de rĂ©vocation. Les personnes physiques doivent ĂȘtre dĂ©signĂ©es par leurs noms suivis de leurs prĂ©noms, et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro du registre national. Les personnes morales doivent figurer sous leur dĂ©signation officielle et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro d'entreprise;
  2° le numéro du brevet pour lequel la déclaration de renonciation ou de révocation a été déposée.
  Lorsqu'il y a plusieurs titulaires de brevet, la dĂ©claration doit ĂȘtre signĂ©e par tous les titulaires de brevet.
  § 2. Les dispositions de cet article sont, par application de l'article 48bis, § 8, et 48ter, § 7, de la loi, applicables par analogie à la demande de brevet. ".
  " Art. 30. § 1er. La déclaration de renonciation visée à l'article 48bis de la loi, et la déclaration de révocation visée à l'article 48ter de la loi, doivent contenir :
  1° le nom et l'adresse du titulaire ou des titulaires du brevet qui prĂ©sente(nt) la dĂ©claration de renonciation ou de rĂ©vocation. Les personnes physiques doivent ĂȘtre dĂ©signĂ©es par leurs noms suivis de leurs prĂ©noms, et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro du registre national. Les personnes morales doivent figurer sous leur dĂ©signation officielle et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro d'entreprise;
  2° le numéro du brevet pour lequel la déclaration de renonciation ou de révocation a été déposée.
  Lorsqu'il y a plusieurs titulaires de brevet, la dĂ©claration doit ĂȘtre signĂ©e par tous les titulaires de brevet.
  § 2. Les dispositions de cet article sont, par application de l'article 48bis, § 8, et 48ter, § 7, de la loi, applicables par analogie à la demande de brevet. ".
Art. 30. In hoofdstuk VIII, wordt een artikel 30quinquies ingevoegd, luidende :
  "Art. 30quinquies. De indiening van mededelingen bij de Dienst in het kader van de wet en haar uitvoeringsbesluiten, dienen schriftelijk te gebeuren.
  Uitgezonderd voor de met toepassing van artikel 16 van de wet, aan de Dienst gerichte mededelingen, dienen de mededelingen, commentaren en akten in procedures voor de Dienst steeds ondertekend te zijn.
  Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk III van de wet, dienen de mededelingen, commentaren en akten in procedures voor de Dienst te gebeuren in persoon, per post, per fax of via de elektronische procedure met behulp van een weblink vermeld op de pagina's "Intellectuele Eigendom" van de website van de Federale Overheidsdienst Economie.".
  "Art. 30quinquies. De indiening van mededelingen bij de Dienst in het kader van de wet en haar uitvoeringsbesluiten, dienen schriftelijk te gebeuren.
  Uitgezonderd voor de met toepassing van artikel 16 van de wet, aan de Dienst gerichte mededelingen, dienen de mededelingen, commentaren en akten in procedures voor de Dienst steeds ondertekend te zijn.
  Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk III van de wet, dienen de mededelingen, commentaren en akten in procedures voor de Dienst te gebeuren in persoon, per post, per fax of via de elektronische procedure met behulp van een weblink vermeld op de pagina's "Intellectuele Eigendom" van de website van de Federale Overheidsdienst Economie.".
Art. 30. Au chapitre VIII, il est inséré un article 30quinquies rédigé comme suit :
  " Art. 30quinquies. Le dĂ©pĂŽt des communications Ă l'Office dans le cadre de la loi et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution doit se faire par Ă©crit.
  A l'exception des communications adressĂ©es Ă l'Office en application de l'article 16 de la loi, les notifications, commentaires et actes dans les procĂ©dures devant l'Office doivent toujours ĂȘtre signĂ©s.
  Sans préjudice des dispositions du chapitre III de la loi, les notifications, commentaires et actes dans les procédures devant l'Office doivent se faire en personne, par la poste, par fax ou via la procédure électronique à l'aide d'un lien mentionné sur les pages " Propriété intellectuelle " du site web du Service public fédéral Economie. ".
  " Art. 30quinquies. Le dĂ©pĂŽt des communications Ă l'Office dans le cadre de la loi et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution doit se faire par Ă©crit.
  A l'exception des communications adressĂ©es Ă l'Office en application de l'article 16 de la loi, les notifications, commentaires et actes dans les procĂ©dures devant l'Office doivent toujours ĂȘtre signĂ©s.
  Sans préjudice des dispositions du chapitre III de la loi, les notifications, commentaires et actes dans les procédures devant l'Office doivent se faire en personne, par la poste, par fax ou via la procédure électronique à l'aide d'un lien mentionné sur les pages " Propriété intellectuelle " du site web du Service public fédéral Economie. ".
Art. 31. Artikel 32 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 31. L'article 32 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 32. In hetzelfde besluit, wordt een artikel 33bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 33bis. § 1. De mededeling bedoeld in artikel 44, § 1, van de wet, moet bevatten :
  1° de naam en het adres van de partijen. De natuurlijke personen moeten worden aangeduid met hun naam gevolgd door hun voornamen, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun rijksregisternummer meedelen. De rechtspersonen moeten worden aangeduid met hun officiële benaming, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun ondernemingsnummer meedelen;
  2° het nummer en de datum van de indiening van de octrooiaanvraag of octrooiaanvragen, of het nummer en de datum van verlening van het octrooi of van de octrooien;
  3° aangeven of de overdracht al dan niet een situatie van mede-eigendom doet ontstaan.
  § 2. De mededeling gebeurt door middel van een formulier dat door de Dienst ter beschikking wordt gesteld.
  § 3. De overdracht of overgang wordt slechts in het Register ingeschreven wanneer aan alle voorwaarden bedoeld in artikel 44, § 3, van de wet, en bedoeld in de paragrafen 1 en 2 zijn voldaan.
  § 4. De bepalingen van paragrafen 1 tot 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de zakelijke rechten als bedoeld in artikel 46 van de wet.".
  "Art. 33bis. § 1. De mededeling bedoeld in artikel 44, § 1, van de wet, moet bevatten :
  1° de naam en het adres van de partijen. De natuurlijke personen moeten worden aangeduid met hun naam gevolgd door hun voornamen, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun rijksregisternummer meedelen. De rechtspersonen moeten worden aangeduid met hun officiële benaming, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun ondernemingsnummer meedelen;
  2° het nummer en de datum van de indiening van de octrooiaanvraag of octrooiaanvragen, of het nummer en de datum van verlening van het octrooi of van de octrooien;
  3° aangeven of de overdracht al dan niet een situatie van mede-eigendom doet ontstaan.
  § 2. De mededeling gebeurt door middel van een formulier dat door de Dienst ter beschikking wordt gesteld.
  § 3. De overdracht of overgang wordt slechts in het Register ingeschreven wanneer aan alle voorwaarden bedoeld in artikel 44, § 3, van de wet, en bedoeld in de paragrafen 1 en 2 zijn voldaan.
  § 4. De bepalingen van paragrafen 1 tot 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de zakelijke rechten als bedoeld in artikel 46 van de wet.".
Art. 32. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, un article 33bis est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 33bis. § 1er. La notification visée à l'article 44, § 1er, de la loi, doit contenir :
  1° le nom et l'adresse des parties. Les personnes physiques doivent ĂȘtre dĂ©signĂ©es par leurs noms suivis de leurs prĂ©noms, et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro du registre national. Les personnes morales doivent figurer sous leur dĂ©signation officielle et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro d'entreprise;
  2° le numéro et la date de dépÎt de la demande de brevet ou des demandes de brevets ou le numéro et la date de délivrance du brevet ou des brevets;
  3° indiquer si la cession fait naßtre une situation de copropriété.
  § 2. La notification se fait au moyen d'un formulaire mis à disposition par l'Office.
  § 3. La cession ou la mutation n'est inscrite au Registre que lorsque toutes les conditions visées à l'article 44, § 3, de la loi, et visées aux paragraphes 1er et 2 sont remplies.
  § 4. Les dispositions des paragraphes 1er à 3 sont applicables par analogie aux droits réels tels que visés à l'article 46 de la loi. ".
  " Art. 33bis. § 1er. La notification visée à l'article 44, § 1er, de la loi, doit contenir :
  1° le nom et l'adresse des parties. Les personnes physiques doivent ĂȘtre dĂ©signĂ©es par leurs noms suivis de leurs prĂ©noms, et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro du registre national. Les personnes morales doivent figurer sous leur dĂ©signation officielle et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro d'entreprise;
  2° le numéro et la date de dépÎt de la demande de brevet ou des demandes de brevets ou le numéro et la date de délivrance du brevet ou des brevets;
  3° indiquer si la cession fait naßtre une situation de copropriété.
  § 2. La notification se fait au moyen d'un formulaire mis à disposition par l'Office.
  § 3. La cession ou la mutation n'est inscrite au Registre que lorsque toutes les conditions visées à l'article 44, § 3, de la loi, et visées aux paragraphes 1er et 2 sont remplies.
  § 4. Les dispositions des paragraphes 1er à 3 sont applicables par analogie aux droits réels tels que visés à l'article 46 de la loi. ".
Art. 33. Artikel 34 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 34. § 1. Het attest bedoeld in artikel 45, § 4, tweede lid, van de wet moet bevatten :
  1° de naam en het adres van de partijen. De natuurlijke personen moeten worden aangeduid met hun naam gevolgd door hun voornamen, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun rijksregisternummer meedelen. De rechtspersonen moeten worden aangeduid met hun officiële benaming, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun ondernemingsnummer meedelen;
  2° het nummer en de datum van de indiening van de octrooiaanvraag of octrooiaanvragen, of het nummer en de datum van verlening van het octrooi of van de octrooien;
  3° een vermelding of de licentie een exclusieve of niet-exclusieve licentie is;
  4° de datum van inwerkingtreding van de licentie, de duur ervan, en het grondgebied waarop de licentie van toepassing is.
  § 2. Het attest dient te gebeuren op een formulier dat door de Dienst ter beschikking wordt gesteld.
  § 3. De overdracht of overgang wordt slechts in het Register ingeschreven wanneer aan alle voorwaarden bedoeld in artikel 45, § 4, van de wet, en bedoeld in de paragrafen 1 en 2 zijn voldaan.".
  "Art. 34. § 1. Het attest bedoeld in artikel 45, § 4, tweede lid, van de wet moet bevatten :
  1° de naam en het adres van de partijen. De natuurlijke personen moeten worden aangeduid met hun naam gevolgd door hun voornamen, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun rijksregisternummer meedelen. De rechtspersonen moeten worden aangeduid met hun officiële benaming, en moeten, indien ze hierover beschikken, hun ondernemingsnummer meedelen;
  2° het nummer en de datum van de indiening van de octrooiaanvraag of octrooiaanvragen, of het nummer en de datum van verlening van het octrooi of van de octrooien;
  3° een vermelding of de licentie een exclusieve of niet-exclusieve licentie is;
  4° de datum van inwerkingtreding van de licentie, de duur ervan, en het grondgebied waarop de licentie van toepassing is.
  § 2. Het attest dient te gebeuren op een formulier dat door de Dienst ter beschikking wordt gesteld.
  § 3. De overdracht of overgang wordt slechts in het Register ingeschreven wanneer aan alle voorwaarden bedoeld in artikel 45, § 4, van de wet, en bedoeld in de paragrafen 1 en 2 zijn voldaan.".
Art. 33. L'article 34 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 34. § 1er. L'attestation visée à l'article 45, § 4, alinéa 2, de la loi doit comporter :
  1° le nom et l'adresse des parties. Les personnes physiques doivent ĂȘtre dĂ©signĂ©es par leurs noms suivis de leurs prĂ©noms, et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro du registre national. Les personnes morales doivent figurer sous leur dĂ©signation officielle et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro d'entreprise;
  2° le numéro et la date de dépÎt de la demande de brevet ou des demandes de brevets ou le numéro et la date de délivrance du brevet ou des brevets;
  3° une mention selon laquelle la licence est une licence exclusive ou non exclusive;
  4° la date d'entrée en vigueur de la licence, sa durée, et le territoire sur lequel la licence est d'application.
  § 2. L'attestation doit ĂȘtre effectuĂ©e sur un formulaire mis Ă disposition par l'Office.
  § 3. La cession ou la mutation n'est inscrite au Registre que lorsque toutes les conditions visées à l'article 45, § 4, de la loi, et visées aux paragraphes 1er et 2 sont remplies. ".
  " Art. 34. § 1er. L'attestation visée à l'article 45, § 4, alinéa 2, de la loi doit comporter :
  1° le nom et l'adresse des parties. Les personnes physiques doivent ĂȘtre dĂ©signĂ©es par leurs noms suivis de leurs prĂ©noms, et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro du registre national. Les personnes morales doivent figurer sous leur dĂ©signation officielle et doivent indiquer, si elles en disposent, leur numĂ©ro d'entreprise;
  2° le numéro et la date de dépÎt de la demande de brevet ou des demandes de brevets ou le numéro et la date de délivrance du brevet ou des brevets;
  3° une mention selon laquelle la licence est une licence exclusive ou non exclusive;
  4° la date d'entrée en vigueur de la licence, sa durée, et le territoire sur lequel la licence est d'application.
  § 2. L'attestation doit ĂȘtre effectuĂ©e sur un formulaire mis Ă disposition par l'Office.
  § 3. La cession ou la mutation n'est inscrite au Registre que lorsque toutes les conditions visées à l'article 45, § 4, de la loi, et visées aux paragraphes 1er et 2 sont remplies. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen aangebracht aan het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de taksen en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en inzake aanvullende beschermingscertificaten
CHAPITRE 5. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 18 dĂ©cembre 1986 relatif aux taxes et taxes supplĂ©mentaires dues en matiĂšre de brevets d'invention et en matiĂšre de certificats complĂ©mentaires de protection
Art. 34. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende taksen en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en inzake aanvullende beschermingscertificaten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 september 2007, wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende :
  "4° Minister : de minister bevoegd voor intellectuele eigendom.".
  "4° Minister : de minister bevoegd voor intellectuele eigendom.".
Art. 34. L'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 dĂ©cembre 1986 relatif aux taxes et taxes supplĂ©mentaires dues en matiĂšre de brevets d'invention et en matiĂšre de certificats complĂ©mentaires de protection, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 24 septembre 2007, est complĂ©tĂ© par le 4° rĂ©digĂ© comme suit :
  " 4° Ministre : le ministre ayant la propriété intellectuelle dans ses attributions. ".
  " 4° Ministre : le ministre ayant la propriété intellectuelle dans ses attributions. ".
Art. 35. Artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 september 2007, wordt opgeheven.
Art. 35. L'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 24 septembre 2007, est abrogĂ©.
Art. 36. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 februari 1995, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 4. De taksen en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en certificaten worden aan de Dienst betaald via bankoverschrijving of via elektronische betaling.
  Ter dekking van de toekomstige betaling van de taksen en bijkomende taksen verschuldigd in uitvoering van dit besluit, kan elke betrokkene een voorschot storten op de lopende rekening van de Dienst, die een rekening op zijn naam opent. De modaliteiten hiervoor worden door de Minister vastgesteld.
  "Art. 4. De taksen en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en certificaten worden aan de Dienst betaald via bankoverschrijving of via elektronische betaling.
  Ter dekking van de toekomstige betaling van de taksen en bijkomende taksen verschuldigd in uitvoering van dit besluit, kan elke betrokkene een voorschot storten op de lopende rekening van de Dienst, die een rekening op zijn naam opent. De modaliteiten hiervoor worden door de Minister vastgesteld.
Art. 36. L'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 3 fĂ©vrier 1995, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 4. Les taxes et taxes supplémentaires en matiÚre de brevets d'invention et de certificats sont payées à l'Office au moyen d'un virement bancaire ou d'un moyen de paiement électronique.
  En vue de couvrir le paiement futur des taxes ou des taxes supplĂ©mentaires dues en application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, tout intĂ©ressĂ© peut verser une provision sur le compte courant de l'Office, qui ouvre un compte Ă son nom. Les modalitĂ©s de ce compte sont dĂ©terminĂ©es par le Ministre. ".
  " Art. 4. Les taxes et taxes supplémentaires en matiÚre de brevets d'invention et de certificats sont payées à l'Office au moyen d'un virement bancaire ou d'un moyen de paiement électronique.
  En vue de couvrir le paiement futur des taxes ou des taxes supplĂ©mentaires dues en application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, tout intĂ©ressĂ© peut verser une provision sur le compte courant de l'Office, qui ouvre un compte Ă son nom. Les modalitĂ©s de ce compte sont dĂ©terminĂ©es par le Ministre. ".
Art. 37. Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 februari 1995 en het koninklijk besluit van 21 december 2006, wordt opgeheven.
Art. 37. L'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 3 fĂ©vrier 1995 et l'arrĂȘtĂ© royal du 21 dĂ©cembre 2006, est abrogĂ©.
Art. 38. Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 februari 1995, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 6. De betaling van de taksen en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en certificaten wordt geacht verricht te zijn :
  1° op de datum waarop zij wordt geboekt op het krediet van de rekening van de Dienst, wanneer de betaling geschiedt via overschrijving of via een elektronisch betaalmiddel;
  2° op de datum waarop de Dienst de vraag ontvangt om inschrijving van het bedrag op het debet van het voorschot samengesteld overeenkomstig artikel 4, tweede lid, als het bedrag van het voorschot voldoende is;
  3° op de datum van inschrijving op het krediet van de rekening van de Dienst, van een aanvullend voorschot, voldoende om de betaling uit te voeren, als het voorschot dat al was samengesteld conform artikel 4, tweede lid, onvoldoende is op het ogenblik van de onder punt 2° bedoelde inschrijvingsaanvraag.
  In dat geval verwittigt de Dienst de betrokkene zo snel mogelijk van de noodzaak het in artikel 4, tweede lid, bedoelde voorschot aan te vullen.".
  "Art. 6. De betaling van de taksen en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en certificaten wordt geacht verricht te zijn :
  1° op de datum waarop zij wordt geboekt op het krediet van de rekening van de Dienst, wanneer de betaling geschiedt via overschrijving of via een elektronisch betaalmiddel;
  2° op de datum waarop de Dienst de vraag ontvangt om inschrijving van het bedrag op het debet van het voorschot samengesteld overeenkomstig artikel 4, tweede lid, als het bedrag van het voorschot voldoende is;
  3° op de datum van inschrijving op het krediet van de rekening van de Dienst, van een aanvullend voorschot, voldoende om de betaling uit te voeren, als het voorschot dat al was samengesteld conform artikel 4, tweede lid, onvoldoende is op het ogenblik van de onder punt 2° bedoelde inschrijvingsaanvraag.
  In dat geval verwittigt de Dienst de betrokkene zo snel mogelijk van de noodzaak het in artikel 4, tweede lid, bedoelde voorschot aan te vullen.".
Art. 38. L'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 3 fĂ©vrier 1995, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 6. Le paiement des taxes et taxes supplémentaires en matiÚre de brevets d'invention et de certificats est réputé effectué :
  1° à la date de son inscription au crédit du compte de l'Office lorsque le paiement s'opÚre par virement ou par un moyen de paiement électronique;
  2° à la date de réception, par l'Office, de la demande d'inscription du montant au débit de la provision constituée conformément à l'article 4, alinéa 2, si le montant de la provision est suffisant;
  3° à la date de l'inscription au crédit du compte de l'Office d'une provision complémentaire suffisante pour effectuer le paiement si la provision déjà constituée conformément à l'article 4, alinéa 2, est insuffisante au moment de la demande d'inscription visée au point 2°.
  Dans ce cas, l'Office avertit dÚs que possible l'intéressé de la nécessité de compléter la provision prévue par l'article 4, alinéa 2. ".
  " Art. 6. Le paiement des taxes et taxes supplémentaires en matiÚre de brevets d'invention et de certificats est réputé effectué :
  1° à la date de son inscription au crédit du compte de l'Office lorsque le paiement s'opÚre par virement ou par un moyen de paiement électronique;
  2° à la date de réception, par l'Office, de la demande d'inscription du montant au débit de la provision constituée conformément à l'article 4, alinéa 2, si le montant de la provision est suffisant;
  3° à la date de l'inscription au crédit du compte de l'Office d'une provision complémentaire suffisante pour effectuer le paiement si la provision déjà constituée conformément à l'article 4, alinéa 2, est insuffisante au moment de la demande d'inscription visée au point 2°.
  Dans ce cas, l'Office avertit dÚs que possible l'intéressé de la nécessité de compléter la provision prévue par l'article 4, alinéa 2. ".
Art. 39. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 7. Indien de vervaldag van een taks of van een bijkomende taks valt op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, wordt de vervaldag uitgesteld tot de eerste daaropvolgende werkdag.".
  "Art. 7. Indien de vervaldag van een taks of van een bijkomende taks valt op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, wordt de vervaldag uitgesteld tot de eerste daaropvolgende werkdag.".
Art. 39. L'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 7. Si le jour de l'échéance d'une taxe ou d'une taxe supplémentaire est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, l'échéance est reportée au premier jour ouvrable qui suit. ".
  " Art. 7. Si le jour de l'échéance d'une taxe ou d'une taxe supplémentaire est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, l'échéance est reportée au premier jour ouvrable qui suit. ".
Art. 40. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 40. L'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 41. Artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en het koninklijk besluit van 21 december 2006, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 10. Een kwijting van de betaling der taksen en bijkomende taksen wordt door de Dienst gezonden naar de persoon die de taks betaald heeft. Een duplicaat van de kwijting kan schriftelijk worden aangevraagd, mits betaling van een vergoeding van 5 euro, gekweten via overschrijving of elektronische betaling of door het debet van het voorschot samengesteld overeenkomstig artikel 4, tweede lid.".
  "Art. 10. Een kwijting van de betaling der taksen en bijkomende taksen wordt door de Dienst gezonden naar de persoon die de taks betaald heeft. Een duplicaat van de kwijting kan schriftelijk worden aangevraagd, mits betaling van een vergoeding van 5 euro, gekweten via overschrijving of elektronische betaling of door het debet van het voorschot samengesteld overeenkomstig artikel 4, tweede lid.".
Art. 41. L'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 20 juillet 2000 et l'arrĂȘtĂ© royal du 21 dĂ©cembre 2006, est remplacĂ© comme suit :
  " Art. 10. Une quittance du paiement des taxes et taxes supplĂ©mentaires est adressĂ©e, par l'Office, Ă la personne qui a effectuĂ© le paiement de la taxe. Un duplicata de la quittance peut ĂȘtre demandĂ© par Ă©crit, moyennant le paiement d'une redevance de 5 euros acquittĂ©e par virement, par paiement Ă©lectronique ou par dĂ©bit de la provision constituĂ©e conformĂ©ment Ă l'article 4, alinĂ©a 2. ".
  " Art. 10. Une quittance du paiement des taxes et taxes supplĂ©mentaires est adressĂ©e, par l'Office, Ă la personne qui a effectuĂ© le paiement de la taxe. Un duplicata de la quittance peut ĂȘtre demandĂ© par Ă©crit, moyennant le paiement d'une redevance de 5 euros acquittĂ©e par virement, par paiement Ă©lectronique ou par dĂ©bit de la provision constituĂ©e conformĂ©ment Ă l'article 4, alinĂ©a 2. ".
Art. 42. In artikel 12, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 september 2007, worden de woorden "De Minister van Economie" vervangen door de woorden "De Minister".
Art. 42. A l'article 12, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 24 septembre 2007, les mots " Le Ministre de l'Economie " sont remplacĂ©s par les mots " Le Ministre ".
Art. 44. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 44. L'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 45. In hetzelfde besluit wordt de bijlage, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 september 2007, vervangen door de bijlage gevoegd bij dit besluit.
Art. 45. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© l'annexe, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© royal du 24 septembre 2007, est remplacĂ©e par l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen aangebracht aan het koninklijk besluit van 5 december 2007 betreffende het indienen van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een Belgische aanvraag en het registreren van Europese octrooien met rechtsgevolgen in België
CHAPITRE 6. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 5 dĂ©cembre 2007 relatif au dĂ©pĂŽt d'une demande de brevet belge, Ă sa transformation en demande de brevet belge et Ă l'enregistrement de brevets europĂ©ens produisant effet en Belgique
HOOFDSTUK 7. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions transitoires et finales
Art. 47. Het bedrag van de hersteltaks bedoeld in artikel 70bis, § 1, is vastgesteld op 350 euro.
Art. 47. Le montant de la taxe de restauration visée à l'article 70bis, § 1er, est fixé à 350 euros.
Art. 48. De artikelen 25, 42, 48 en 50 van de wet van 10 januari 2011 ter uitvoering van het Verdrag inzake octrooirecht en de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, alsook tot wijziging van diverse bepalingen inzake uitvindingsoctrooien evenals artikel 52 van dezelfde wet in die zin dat het toepasselijk is op de artikelen 25, 42, 48 en 50 treden in werking op de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 48. Les articles 25, 42, 48 et 50 de la loi du 10 janvier 2011 d'exĂ©cution du TraitĂ© sur le droit des brevets d'invention et de l'Acte portant rĂ©vision de la Convention sur la dĂ©livrance de brevets europĂ©ens, et portant modification de diverses dispositions en matiĂšre de brevets d'invention, ainsi que l'article 52 de la mĂȘme loi en ce qu'il s'applique aux articles 25, 42, 48 et 50, entrent en vigueur le jour de la publication au Moniteur belge du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 49. Onder voorbehoud van toepassing van het tweede lid bepaalt de Koning de datum van inwerkingtreding van elke bepaling van dit besluit.
  De artikelen 25, 47, 48 en dit artikel treden in werking op de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
  Artikel 47 treedt buiten werking op de datum vastgesteld bij toepassing van het eerste lid voor de inwerkingtreding van artikel 45.
  De artikelen 25, 47, 48 en dit artikel treden in werking op de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
  Artikel 47 treedt buiten werking op de datum vastgesteld bij toepassing van het eerste lid voor de inwerkingtreding van artikel 45.
Art. 49. Sous rĂ©serve de l'application de l'alinĂ©a 2, le Roi fixe la date d'entrĂ©e en vigueur de chacune des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Les articles 25, 47, 48 et le prĂ©sent article entrent en vigueur le jour de la publication au Moniteur belge du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  L'article 47 cesse d'ĂȘtre en vigueur Ă la date dĂ©terminĂ©e en application de l'alinĂ©a 1er pour l'entrĂ©e en vigueur de l'article 45.
  Les articles 25, 47, 48 et le prĂ©sent article entrent en vigueur le jour de la publication au Moniteur belge du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  L'article 47 cesse d'ĂȘtre en vigueur Ă la date dĂ©terminĂ©e en application de l'alinĂ©a 1er pour l'entrĂ©e en vigueur de l'article 45.
Art. 50. De minister bevoegd voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 50. Le ministre qui a l'Economie dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Taksen en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en inzake aanvullende beschermingscertificaten
Art. N. Taxes et taxes supplémentaires dues en matiÚre de brevets d'invention
| Te innen taksen | Bedrag in euro |
| Indiening van een octrooiaanvraag | 50 |
| Bijtaks voor het te laat betalen van een indieningstaks | 25 |
| Opeising van het voorrangsrecht | 12 |
| Herstel van een voorrangsrecht | 50 |
| Opzoekingstaks | 300 |
| Indiening van het verzoek tot het bekomen van een nieuwheidsonderzoek van het internationale type | 6 |
| Indiening van een aanvraag voor een aanvullende beschermingscertificaat | 200 |
| Regularisatie van de octrooiaanvraag of van een aanvraag voor een certificaat | 12 |
| Verbeteren van taalfouten of fouten van overschrijving van een octrooiaanvraag per verbeterde of vervangen bladzijde | 12 |
| Herstel in de rechten wanneer een termijn voor een handeling in een procedure voor de Dienst niet in acht genomen werd | 350 |
| Kennisgeving van de totale of gedeeltelijke overdracht of van de totale of gedeeltelijke overgang van een aanvraag, een octrooi of van een certificaat | 12 |
| Kennisgeving van de verklaring inzake het verlenen van een licentie op een aanvraag, een octrooi of een certificaat | 12 |
| Kennisgeving van de wijziging van de verklaring inzake het verlenen van een licentie op een aanvraag, een octrooi of een certificaat | 12 |
| Kennisgeving van de overdracht van een licentie op een aanvraag, een octrooi of een certificaat | 12 |
| Kennisgeving van het vruchtgebruik of van de inpandgeving van een aanvraag, een octrooi of een certificaat | 12 |
Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 9 maart 2014 tot uitvoering van de wet van 10 januari 2011 ter uitvoering van het Verdrag inzake octrooirecht en de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, alsook tot wijziging van diverse bepalingen inzake uitvindingsoctrooien.
  FILIP
  Van Koningswege :
  De Minister voor Economie,
  J. VANDE LANOTTE
| Taxes Ă percevoir | Montant en euro |
| DépÎt d'une demande de brevet | 50 |
| Surtaxe pour le retard de paiement de la taxe de dépÎt | 25 |
| Revendication du droit de priorité | 12 |
| Restauration ou rétablissement du droit de priorité | 50 |
| Taxe de recherche | 300 |
| PrĂ©sentation d'une requĂȘte pour l'obtention d'une recherche de type international | 6 |
| DépÎt d'une demande de certificat complémentaire de protection (CCP) | 200 |
| Régularisation d'une demande de brevet ou de certificat | 12 |
| Rectification des fautes d'expression ou de transcription d'une demande de brevet par page rectifiée ou remplacée | 12 |
| Restauration des droits suite à l'inobservation d'un délai fixé pour l'accomplissement d'un acte dans une procédure devant l'Office | 350 |
| Notification de la cession ou de la mutation, totale ou partielle, d'une demande, d'un brevet ou d'un certificat | 12 |
| Notification de la déclaration de concession d'une licence d'une demande, d'un brevet ou d'un certificat | 12 |
| Notification de la modification de la déclaration de concession d'une licence d'une demande, d'un brevet ou d'un certificat | 12 |
| Notification de la transmission d'une licence d'une demande, d'un brevet ou d'un certificat | 12 |
| Notification de l'usufruit ou de la mise en gage d'une demande, d'un brevet ou d'un certificat | 12 |
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă notre arrĂȘtĂ© du 9 mars 2014 portant pris en application de la loi du 10 janvier 2011 d'exĂ©cution du TraitĂ© sur le droit des brevets d'invention et de l'Acte portant rĂ©vision de la Convention sur la dĂ©livrance de brevets europĂ©ens, et portant modification de diverses dispositions en matiĂšre de brevets d'invention.
  PHILIPPE
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Economie,
  J. VANDE LANOTTE