Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 MAART 2014. - Wet houdende wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde
Titre
21 MARS 2014. - Loi portant modification de la loi du 1er décembre 2013 portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire
Documentinformatie
Info du document
Tekst (16)
Texte (16)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
Art. 2. In de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde, wordt een artikel 143/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 143/1. In afwachting van de bijzondere reglementen bedoeld in artikel 88 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 25, en in artikel 106 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 36, blijven de bijzondere reglementen van de hoven en rechtbanken die van toepassing zijn op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, van toepassing, naargelang het geval, in de afdeling, de rechtbank of het hof tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt door de voorzitter van de rechtbank of de eerste voorzitter van het hof, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
Het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 tot vaststelling van het aantal, de dagen en de duur van de gewone zittingen van de vredegerechten en van de politierechtbanken van het Rijk, blijft van toepassing tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt, naargelang het geval, door de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
Zodra de in het eerste of het tweede lid bedoelde beschikking is aangenomen, brengt de voorzitter van de rechtbank, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of de eerste voorzitter van het hof de minister van Justitie hiervan op de hoogte.".
"Art. 143/1. In afwachting van de bijzondere reglementen bedoeld in artikel 88 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 25, en in artikel 106 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 36, blijven de bijzondere reglementen van de hoven en rechtbanken die van toepassing zijn op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, van toepassing, naargelang het geval, in de afdeling, de rechtbank of het hof tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt door de voorzitter van de rechtbank of de eerste voorzitter van het hof, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
Het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 tot vaststelling van het aantal, de dagen en de duur van de gewone zittingen van de vredegerechten en van de politierechtbanken van het Rijk, blijft van toepassing tot de aanneming van een beschikking die het nieuwe bijzonder reglement vaststelt, naargelang het geval, door de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, en uiterlijk drie maanden na de indiensttreding van de korpschef.
Zodra de in het eerste of het tweede lid bedoelde beschikking is aangenomen, brengt de voorzitter van de rechtbank, de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank of de eerste voorzitter van het hof de minister van Justitie hiervan op de hoogte.".
Art. 2. Dans la loi du 1er décembre 2013 portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire, il est inséré un article 143/1 rédigé comme suit:
"Article 143/1. Dans l'attente des règlements particuliers visés à l'article 88 du Code judiciaire, tel que modifié par l'article 25, et à l'article 106 du Code judiciaire, tel que modifié par l'article 36, les règlements particuliers des cours et tribunaux applicables la veille de la date d'entrée en vigueur de la présente loi continuent à s'appliquer, selon le cas, dans la division, le tribunal ou la cour jusqu'à l'adoption d'une ordonnance établissant le nouveau règlement particulier par le président du tribunal ou le premier président de la cour, et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du chef de corps.
L'arrêté royal du 10 août 2001 déterminant le nombre, les jours et la durée des audiences ordinaires des justices de paix et des tribunaux de police du Royaume reste applicable jusqu'à l'adoption d'une ordonnance établissant le nouveau règlement particulier, selon le cas, par le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou par le président du tribunal de première instance, et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du chef de corps.
Dès l'adoption de l'ordonnance visée à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2, le président du tribunal, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou le premier président de la cour en informe le ministre de la Justice.".
"Article 143/1. Dans l'attente des règlements particuliers visés à l'article 88 du Code judiciaire, tel que modifié par l'article 25, et à l'article 106 du Code judiciaire, tel que modifié par l'article 36, les règlements particuliers des cours et tribunaux applicables la veille de la date d'entrée en vigueur de la présente loi continuent à s'appliquer, selon le cas, dans la division, le tribunal ou la cour jusqu'à l'adoption d'une ordonnance établissant le nouveau règlement particulier par le président du tribunal ou le premier président de la cour, et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du chef de corps.
L'arrêté royal du 10 août 2001 déterminant le nombre, les jours et la durée des audiences ordinaires des justices de paix et des tribunaux de police du Royaume reste applicable jusqu'à l'adoption d'une ordonnance établissant le nouveau règlement particulier, selon le cas, par le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou par le président du tribunal de première instance, et au plus tard trois mois après l'entrée en fonction du chef de corps.
Dès l'adoption de l'ordonnance visée à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2, le président du tribunal, le président des juges de paix et des juges au tribunal de police ou le premier président de la cour en informe le ministre de la Justice.".
Art. 3. Artikel 147 van dezelfde wet wordt aangevuld met drie leden, luidende:
"De houders van een definitief adjunct-mandaat dat loopt op de datum van inwerkingtreding van deze wet, behouden dat mandaat bij de rechtbank of het parket waar ze benoemd zijn, in voorkomend geval in overtal. De houders van een niet-definitief adjunct-mandaat of van een bijzonder mandaat dat loopt op deze datum behouden dat mandaat en worden geacht het uit te oefenen vanaf het ogenblik waarop zij zijn aangewezen in dit mandaat. In voorkomend geval behouden zij het niet-definitieve adjunct-mandaat in overtal.
De rechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in de politierechtbank van Halle zijn van rechtswege benoemd in de politierechtbank van Vilvoorde, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging. De rechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in de politierechtbank van Vilvoorde zijn van rechtswege benoemd in de politierechtbank van Halle, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.
De magistraten die van rechtswege in een nieuwe rechtbank of een nieuw parket benoemd zijn zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging behouden de anciënniteit verworven in de rechtbanken of parketten die de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket uitmaken.".
"De houders van een definitief adjunct-mandaat dat loopt op de datum van inwerkingtreding van deze wet, behouden dat mandaat bij de rechtbank of het parket waar ze benoemd zijn, in voorkomend geval in overtal. De houders van een niet-definitief adjunct-mandaat of van een bijzonder mandaat dat loopt op deze datum behouden dat mandaat en worden geacht het uit te oefenen vanaf het ogenblik waarop zij zijn aangewezen in dit mandaat. In voorkomend geval behouden zij het niet-definitieve adjunct-mandaat in overtal.
De rechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in de politierechtbank van Halle zijn van rechtswege benoemd in de politierechtbank van Vilvoorde, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging. De rechters en de toegevoegde rechters in de politierechtbank die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet benoemd zijn in de politierechtbank van Vilvoorde zijn van rechtswege benoemd in de politierechtbank van Halle, zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging.
De magistraten die van rechtswege in een nieuwe rechtbank of een nieuw parket benoemd zijn zonder toepassing van artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek en zonder nieuwe eedaflegging behouden de anciënniteit verworven in de rechtbanken of parketten die de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket uitmaken.".
Art. 3. L'article 147 de la même loi est complété par trois alinéas rédigés comme suit:
"Les titulaires d'un mandat adjoint définitif en cours à la date d'entrée en vigueur de la présente loi conservent ce mandat auprès de la juridiction ou du parquet où ils sont nommés, le cas échéant en surnombre. Les titulaires d'un mandat adjoint non définitif ou d'un mandat spécifique en cours à cette date conservent ce mandat et sont censés l'exercer depuis le moment où ils ont été désignés à ce mandat. Le cas échéant, ils conservent le mandat adjoint non définitif en surnombre.
Les juges et les juges de complément au tribunal de police nommés au tribunal de police de Hal à la date d'entrée en vigueur de la présente loi sont de plein droit nommés au tribunal de police de Vilvorde sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment. Les juges et les juges de complément au tribunal de police nommés à la date d'entrée en vigueur de la présente loi au tribunal de police de Vilvorde sont de plein droit nommés au tribunal de police de Hal sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment.
Les magistrats nommés d'office dans un nouveau tribunal ou parquet sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment conservent l'ancienneté acquise dans les tribunaux ou parquets formant le nouveau tribunal ou parquet.".
"Les titulaires d'un mandat adjoint définitif en cours à la date d'entrée en vigueur de la présente loi conservent ce mandat auprès de la juridiction ou du parquet où ils sont nommés, le cas échéant en surnombre. Les titulaires d'un mandat adjoint non définitif ou d'un mandat spécifique en cours à cette date conservent ce mandat et sont censés l'exercer depuis le moment où ils ont été désignés à ce mandat. Le cas échéant, ils conservent le mandat adjoint non définitif en surnombre.
Les juges et les juges de complément au tribunal de police nommés au tribunal de police de Hal à la date d'entrée en vigueur de la présente loi sont de plein droit nommés au tribunal de police de Vilvorde sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment. Les juges et les juges de complément au tribunal de police nommés à la date d'entrée en vigueur de la présente loi au tribunal de police de Vilvorde sont de plein droit nommés au tribunal de police de Hal sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment.
Les magistrats nommés d'office dans un nouveau tribunal ou parquet sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment conservent l'ancienneté acquise dans les tribunaux ou parquets formant le nouveau tribunal ou parquet.".
Art. 4. In dezelfde wet wordt een artikel 149/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 149/1. Tot de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank in dienst treden, worden de bevoegdheden die hen zijn toegekend krachtens deze wet uitgeoefend door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.".
"Art. 149/1. Tot de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank in dienst treden, worden de bevoegdheden die hen zijn toegekend krachtens deze wet uitgeoefend door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.".
Art. 4. Dans la même loi, il est inséré un article 149/1 rédigé comme suit:
"Article 149/1. Jusqu'à l'entrée en fonction des présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, les compétences qui leur sont attribuées en vertu de la présente loi sont exercées par le président du tribunal de première instance.".
"Article 149/1. Jusqu'à l'entrée en fonction des présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, les compétences qui leur sont attribuées en vertu de la présente loi sont exercées par le président du tribunal de première instance.".
Art. 5. In dezelfde wet wordt artikel 153 aangevuld met een lid, luidende:
"De rechters in sociale zaken en de rechters in handelszaken wier benoemingsprocedure lopende is op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet worden benoemd in de afdeling die vermeld staat in de oproep tot kandidaten waarop ze hebben geantwoord.".
"De rechters in sociale zaken en de rechters in handelszaken wier benoemingsprocedure lopende is op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet worden benoemd in de afdeling die vermeld staat in de oproep tot kandidaten waarop ze hebben geantwoord.".
Art. 5. Dans la même loi, l'article 153 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Les juges sociaux et les juges consulaires dont la procédure de nomination est en cours au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi sont nommés dans la division mentionnée dans l'appel aux candidats auquel ils ont répondu.".
"Les juges sociaux et les juges consulaires dont la procédure de nomination est en cours au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi sont nommés dans la division mentionnée dans l'appel aux candidats auquel ils ont répondu.".
Art. 6. Artikel 154 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 154. § 1. In elke rechtbank of elk parket van een nieuw rechtsgebied dat bij deze wet wordt opgericht, wordt een nieuwe korpschef aangewezen voor een mandaat bedoeld in artikel 259quater van het Gerechtelijk Wetboek.
Magistraten die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet aangewezen zijn in een mandaat van korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek bij een rechtbank van een arrondissement dat overeenkomstig deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, en die niet aangewezen zijn in een nieuw mandaat bedoeld in het eerste lid, ontvangen voor de resterende duur van hun mandaat of tot op het ogenblik waarop zij voor het verstrijken van die termijn in een ander ambt of functie worden benoemd of aangewezen, de overeenkomstige wedde alsook de daaraan verbonden verhogingen en voordelen.
Tijdens deze periode blijven zij hun titel op persoonlijke titel dragen en worden ze aangewezen als afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur in de afdeling waar ze mandaathouder waren. Gedurende die periode wordt er geen andere afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur aangewezen.
De regels bedoeld in artikel 259quater, §§ 4 en 5, tweede tot vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek zijn op hen van toepassing, voor zover zij het mandaat van afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur uitoefenen tot de datum waarop hun mandaat als korpschef zou zijn verstreken.
De korpschef die niet aangewezen wenst te worden in een functie bedoeld in het derde lid, keert terug naar het ambt of de functie waarin hij voor zijn aanwijzing als korpschef was benoemd of aangewezen. Onverminderd de regels inzake het einde van het mandaat die op hem van toepassing zijn, ontvangt hij de wedde van deze functie of dit ambt.
De korpschef die de in het derde lid bedoelde keuze maakt, deelt dit mee aan de Koning, uiterlijk twee maanden na de aanwijzing van de nieuwe korpschef bedoeld in het eerste lid.
Wanneer het aantal afdelingsvoorzitters in de rechtbanken van koophandel of in de arbeidsrechtbanken, of het aantal afdelingsauditeurs teruggebracht wordt tot het aantal waarin de personeelsformatie voorziet, bepaalt de korpschef welke afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur die functie uitoefent in de afdelingen zonder afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur.
§ 2. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de voorzitter van de rechtbank van koophandel en van de arbeidsrechtbank te Eupen uit.
De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de arbeidsauditeur te Eupen uit.
In geval van weigering brengt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen of de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen de minister van Justitie daarvan op de hoogte binnen twee maanden na de inwerkingtreding van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde. In dat geval keren zij ambtshalve terug naar het ambt of de functie waarin zij benoemd of aangewezen waren vóór hun aanwijzing als korpschef en wordt de plaats van voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of procureur des Konings vacant verklaard.
§ 3. Bij de eerste aanwijzing van de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ten gevolge van de inwerkingtreding van deze wet, worden de personen die aangewezen worden in een mandaat van voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en die niet de hoedanigheid hebben van vrederechter of rechter in de politierechtbank tegelijkertijd benoemd als rechter in de politierechtbank.".
"Art. 154. § 1. In elke rechtbank of elk parket van een nieuw rechtsgebied dat bij deze wet wordt opgericht, wordt een nieuwe korpschef aangewezen voor een mandaat bedoeld in artikel 259quater van het Gerechtelijk Wetboek.
Magistraten die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet aangewezen zijn in een mandaat van korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek bij een rechtbank van een arrondissement dat overeenkomstig deze wet deel uitmaakt van een nieuw uitgebreid rechtsgebied, en die niet aangewezen zijn in een nieuw mandaat bedoeld in het eerste lid, ontvangen voor de resterende duur van hun mandaat of tot op het ogenblik waarop zij voor het verstrijken van die termijn in een ander ambt of functie worden benoemd of aangewezen, de overeenkomstige wedde alsook de daaraan verbonden verhogingen en voordelen.
Tijdens deze periode blijven zij hun titel op persoonlijke titel dragen en worden ze aangewezen als afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur in de afdeling waar ze mandaathouder waren. Gedurende die periode wordt er geen andere afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur aangewezen.
De regels bedoeld in artikel 259quater, §§ 4 en 5, tweede tot vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek zijn op hen van toepassing, voor zover zij het mandaat van afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur uitoefenen tot de datum waarop hun mandaat als korpschef zou zijn verstreken.
De korpschef die niet aangewezen wenst te worden in een functie bedoeld in het derde lid, keert terug naar het ambt of de functie waarin hij voor zijn aanwijzing als korpschef was benoemd of aangewezen. Onverminderd de regels inzake het einde van het mandaat die op hem van toepassing zijn, ontvangt hij de wedde van deze functie of dit ambt.
De korpschef die de in het derde lid bedoelde keuze maakt, deelt dit mee aan de Koning, uiterlijk twee maanden na de aanwijzing van de nieuwe korpschef bedoeld in het eerste lid.
Wanneer het aantal afdelingsvoorzitters in de rechtbanken van koophandel of in de arbeidsrechtbanken, of het aantal afdelingsauditeurs teruggebracht wordt tot het aantal waarin de personeelsformatie voorziet, bepaalt de korpschef welke afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur die functie uitoefent in de afdelingen zonder afdelingsvoorzitter of afdelingsauditeur.
§ 2. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de voorzitter van de rechtbank van koophandel en van de arbeidsrechtbank te Eupen uit.
De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen wiens mandaat loopt op 1 april 2014 oefent ambtshalve, vanaf die datum, de bevoegdheden van de arbeidsauditeur te Eupen uit.
In geval van weigering brengt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen of de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen de minister van Justitie daarvan op de hoogte binnen twee maanden na de inwerkingtreding van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde. In dat geval keren zij ambtshalve terug naar het ambt of de functie waarin zij benoemd of aangewezen waren vóór hun aanwijzing als korpschef en wordt de plaats van voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of procureur des Konings vacant verklaard.
§ 3. Bij de eerste aanwijzing van de voorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank ten gevolge van de inwerkingtreding van deze wet, worden de personen die aangewezen worden in een mandaat van voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en die niet de hoedanigheid hebben van vrederechter of rechter in de politierechtbank tegelijkertijd benoemd als rechter in de politierechtbank.".
Art. 6. L'article 154 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 154. § 1er. Un nouveau chef de corps est désigné pour un mandat visé à l'article 259quater du Code judiciaire, dans chaque tribunal ou parquet d'un nouveau ressort qui est créé par la présente loi.
Les magistrats qui, au jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, sont désignés à un mandat de chef de corps, visé à l'article 58bis, 2°, du Code judiciaire, d'un tribunal d'un arrondissement qui fait partie, conformément à la présente loi, d'un nouveau ressort étendu, et qui ne sont pas désignés à un nouveau mandat visé à l'alinéa 1er, jouissent du traitement correspondant ainsi que des augmentations et avantages y afférents pendant la durée restante de leur mandat ou jusqu'au moment de leur nomination ou désignation à une autre fonction avant l'expiration de ce terme.
Pendant cette période, ils continuent à porter leur titre à titre personnel et ils sont désignés en tant que président, procureur ou auditeur de division dans la division dans laquelle ils étaient titulaires d'un mandat de chef de corps. Pendant cette période, aucun autre président de division, procureur de division ou auditeur de division n'y est désigné.
Les règles visées à l'article 259quater, §§ 4 et 5, alinéas 2 à 4, du Code judiciaire leur sont applicables, pour autant qu'ils exercent le mandat de président de division, procureur de division ou auditeur de division jusqu'à la date à laquelle leur mandat de chef de corps aurait expiré.
Le chef de corps qui ne souhaite pas être désigné à une fonction visée à l'alinéa 3, réintègre la fonction à laquelle il était nommé ou désigné avant sa désignation comme chef de corps. Sans préjudice des règles de fin de mandat qui lui sont applicables, il reçoit le traitement attaché à cette fonction.
Le chef de corps qui choisit l'option visée à l'alinéa 3 en informe le Roi au plus tard deux mois après la désignation du nouveau chef de corps visé à l'alinéa 1er.
Lorsque le nombre de présidents de division dans les tribunaux de commerce ou dans les tribunaux du travail ou d'auditeurs de division est ramené au nombre prévu au cadre du personnel, le chef de corps détermine quel président de division ou auditeur de division exerce cette fonction dans les divisions sans président de division ou auditeur de division.
§ 2. Le président du tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences du président du tribunal de commerce et du tribunal du travail d'Eupen.
Le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences de l'auditeur du travail d'Eupen.
En cas de refus, le président du tribunal de première instance d'Eupen ou le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen en informe le ministre de la Justice dans les deux mois de l'entrée en vigueur de la loi du 21 mars 2014 portant modification de la loi du 1er décembre 2013 portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire. Dans ce cas, ils réintègrent d'office la fonction à laquelle ils étaient nommés ou désignés avant leur désignation comme chef de corps et le mandat de président du tribunal de première instance ou de procureur du Roi est déclaré vacant.
§ 3. Lors de la première désignation des présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police à la suite de l'entrée en vigueur de la présente loi, les personnes désignées à un mandat de président des juges de paix et des juges au tribunal de police qui n'ont pas la qualité de juge de paix ou de juge au tribunal de police sont nommées simultanément juge au tribunal de police.".
"Art. 154. § 1er. Un nouveau chef de corps est désigné pour un mandat visé à l'article 259quater du Code judiciaire, dans chaque tribunal ou parquet d'un nouveau ressort qui est créé par la présente loi.
Les magistrats qui, au jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, sont désignés à un mandat de chef de corps, visé à l'article 58bis, 2°, du Code judiciaire, d'un tribunal d'un arrondissement qui fait partie, conformément à la présente loi, d'un nouveau ressort étendu, et qui ne sont pas désignés à un nouveau mandat visé à l'alinéa 1er, jouissent du traitement correspondant ainsi que des augmentations et avantages y afférents pendant la durée restante de leur mandat ou jusqu'au moment de leur nomination ou désignation à une autre fonction avant l'expiration de ce terme.
Pendant cette période, ils continuent à porter leur titre à titre personnel et ils sont désignés en tant que président, procureur ou auditeur de division dans la division dans laquelle ils étaient titulaires d'un mandat de chef de corps. Pendant cette période, aucun autre président de division, procureur de division ou auditeur de division n'y est désigné.
Les règles visées à l'article 259quater, §§ 4 et 5, alinéas 2 à 4, du Code judiciaire leur sont applicables, pour autant qu'ils exercent le mandat de président de division, procureur de division ou auditeur de division jusqu'à la date à laquelle leur mandat de chef de corps aurait expiré.
Le chef de corps qui ne souhaite pas être désigné à une fonction visée à l'alinéa 3, réintègre la fonction à laquelle il était nommé ou désigné avant sa désignation comme chef de corps. Sans préjudice des règles de fin de mandat qui lui sont applicables, il reçoit le traitement attaché à cette fonction.
Le chef de corps qui choisit l'option visée à l'alinéa 3 en informe le Roi au plus tard deux mois après la désignation du nouveau chef de corps visé à l'alinéa 1er.
Lorsque le nombre de présidents de division dans les tribunaux de commerce ou dans les tribunaux du travail ou d'auditeurs de division est ramené au nombre prévu au cadre du personnel, le chef de corps détermine quel président de division ou auditeur de division exerce cette fonction dans les divisions sans président de division ou auditeur de division.
§ 2. Le président du tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences du président du tribunal de commerce et du tribunal du travail d'Eupen.
Le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen dont le mandat est en cours le 1er avril 2014 exerce d'office, à partir de cette date, les compétences de l'auditeur du travail d'Eupen.
En cas de refus, le président du tribunal de première instance d'Eupen ou le procureur du Roi près le tribunal de première instance d'Eupen en informe le ministre de la Justice dans les deux mois de l'entrée en vigueur de la loi du 21 mars 2014 portant modification de la loi du 1er décembre 2013 portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire. Dans ce cas, ils réintègrent d'office la fonction à laquelle ils étaient nommés ou désignés avant leur désignation comme chef de corps et le mandat de président du tribunal de première instance ou de procureur du Roi est déclaré vacant.
§ 3. Lors de la première désignation des présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police à la suite de l'entrée en vigueur de la présente loi, les personnes désignées à un mandat de président des juges de paix et des juges au tribunal de police qui n'ont pas la qualité de juge de paix ou de juge au tribunal de police sont nommées simultanément juge au tribunal de police.".
Art. 7. In dezelfde wet wordt een artikel 154/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 154/1. Een korpschef wiens mandaat eindigt tussen de bekendmaking van deze wet en de aanwijzing van een korpschef van de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket, behoudt met zijn instemming zijn mandaat en wordt vanaf de inwerkingtreding van deze wet afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur van de afdeling waarvan hij korpschef was en dit tot op het ogenblik waarop de korpschef van de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket in functie treedt. Na deze periode zijn de regels inzake het einde van het mandaat van korpschef op hem van toepassing. Indien de uittredende korpschef niet instemt, wijst hij een vervanger aan.
In de rechtbanken of parketten waar op de dag van de inwerkingtreding van deze wet geen korpschef in functie is, wordt de waarnemend korpschef, waarnemend afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur vanaf de inwerkingtreding van deze wet en dit tot het ogenblik waarop de korpschef bedoeld in artikel 154, § 1, eerste lid, in functie treedt.
In afwachting dat de aangewezen voorzitter van de nieuwe rechtbank van eerste aanleg of de nieuwe rechtbank van koophandel zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het hof van beroep onder de raadsheren van het hof van beroep die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen korpschef van de nieuwe arbeidsrechtbank zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het arbeidshof onder de raadsheren van het arbeidshof die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de arbeidsrechtbank. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen procureur des Konings van het nieuwe parket van de procureur des Konings zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het parket-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend procureur des Konings aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen arbeidsauditeur van het nieuwe arbeidsauditoraat zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het auditoraat-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend arbeidsauditeur aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.".
"Art. 154/1. Een korpschef wiens mandaat eindigt tussen de bekendmaking van deze wet en de aanwijzing van een korpschef van de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket, behoudt met zijn instemming zijn mandaat en wordt vanaf de inwerkingtreding van deze wet afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur van de afdeling waarvan hij korpschef was en dit tot op het ogenblik waarop de korpschef van de nieuwe rechtbank of het nieuwe parket in functie treedt. Na deze periode zijn de regels inzake het einde van het mandaat van korpschef op hem van toepassing. Indien de uittredende korpschef niet instemt, wijst hij een vervanger aan.
In de rechtbanken of parketten waar op de dag van de inwerkingtreding van deze wet geen korpschef in functie is, wordt de waarnemend korpschef, waarnemend afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur vanaf de inwerkingtreding van deze wet en dit tot het ogenblik waarop de korpschef bedoeld in artikel 154, § 1, eerste lid, in functie treedt.
In afwachting dat de aangewezen voorzitter van de nieuwe rechtbank van eerste aanleg of de nieuwe rechtbank van koophandel zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het hof van beroep onder de raadsheren van het hof van beroep die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen korpschef van de nieuwe arbeidsrechtbank zijn ambt opneemt, wijst de eerste voorzitter van het arbeidshof onder de raadsheren van het arbeidshof die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend voorzitter aan van de arbeidsrechtbank. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen procureur des Konings van het nieuwe parket van de procureur des Konings zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het parket-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend procureur des Konings aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.
In afwachting dat de aangewezen arbeidsauditeur van het nieuwe arbeidsauditoraat zijn ambt opneemt, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep onder de leden van het auditoraat-generaal die geen kandidaat zijn voor de functie van korpschef, een waarnemend arbeidsauditeur aan. Bij ontstentenis daarvan oefent hijzelf de functie uit.".
Art. 7. Dans la même loi, il est inséré un article 154/1 rédigé comme suit:
"Art. 154/1. Un chef de corps dont le mandat s'achève entre la publication de la présente loi et la désignation d'un chef de corps du nouveau tribunal ou parquet conserve, avec son consentement, son mandat et devient, au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, président de division, procureur de division ou auditeur de division de la division dont il était chef de corps, ce jusqu'au moment où le chef de corps du nouveau tribunal ou parquet entre en fonction. Après cette période, les règles de fin de mandat de chef de corps lui sont applicables. Si le chef de corps sortant ne donne pas son accord, il désigne un remplaçant.
Dans les tribunaux ou parquets où il n'y a aucun chef de corps en fonction le jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, le chef de corps faisant fonction devient le président de division, le procureur de division ou l'auditeur de division faisant fonction à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi, et ce jusqu'au moment où le chef de corps visé à l'article 154, § 1er, alinéa 1er, entre en fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du président désigné du nouveau tribunal de première instance ou du nouveau tribunal de commerce, le premier président de la cour d'appel désigne dans le tribunal de première instance et dans le tribunal de commerce un président faisant fonction parmi les conseillers à la cour d'appel qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du chef de corps désigné du nouveau tribunal du travail, le premier président de la cour du travail désigne un président du tribunal de travail faisant fonction parmi les conseillers à la cour du travail qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du procureur du Roi du nouveau parquet du procureur du Roi, le procureur général près la cour d'appel désigne un procureur du Roi faisant fonction parmi les membres du parquet général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction de l'auditeur du travail du nouveau parquet de l'auditeur du travail, le procureur général près la cour d'appel désigne un auditeur du travail faisant fonction parmi les membres de l'auditorat général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.".
"Art. 154/1. Un chef de corps dont le mandat s'achève entre la publication de la présente loi et la désignation d'un chef de corps du nouveau tribunal ou parquet conserve, avec son consentement, son mandat et devient, au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, président de division, procureur de division ou auditeur de division de la division dont il était chef de corps, ce jusqu'au moment où le chef de corps du nouveau tribunal ou parquet entre en fonction. Après cette période, les règles de fin de mandat de chef de corps lui sont applicables. Si le chef de corps sortant ne donne pas son accord, il désigne un remplaçant.
Dans les tribunaux ou parquets où il n'y a aucun chef de corps en fonction le jour de l'entrée en vigueur de la présente loi, le chef de corps faisant fonction devient le président de division, le procureur de division ou l'auditeur de division faisant fonction à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi, et ce jusqu'au moment où le chef de corps visé à l'article 154, § 1er, alinéa 1er, entre en fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du président désigné du nouveau tribunal de première instance ou du nouveau tribunal de commerce, le premier président de la cour d'appel désigne dans le tribunal de première instance et dans le tribunal de commerce un président faisant fonction parmi les conseillers à la cour d'appel qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du chef de corps désigné du nouveau tribunal du travail, le premier président de la cour du travail désigne un président du tribunal de travail faisant fonction parmi les conseillers à la cour du travail qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction du procureur du Roi du nouveau parquet du procureur du Roi, le procureur général près la cour d'appel désigne un procureur du Roi faisant fonction parmi les membres du parquet général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.
Dans l'attente de l'entrée en fonction de l'auditeur du travail du nouveau parquet de l'auditeur du travail, le procureur général près la cour d'appel désigne un auditeur du travail faisant fonction parmi les membres de l'auditorat général qui ne sont pas candidats à la fonction de chef de corps. A défaut, il assume lui-même cette fonction.".
Art. 8. In artikel 158 van dezelfde wet, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Een nieuwe hoofdgriffier wordt benoemd in elke nieuwe rechtbank, bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, alsook in het arrondissement wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank. In afwijking van artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de vakklasse A3 met de titel van hoofdgriffier.".
"Een nieuwe hoofdgriffier wordt benoemd in elke nieuwe rechtbank, bij de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, alsook in het arrondissement wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank. In afwijking van artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de vakklasse A3 met de titel van hoofdgriffier.".
Art. 8. Dans l'article 158 de la même loi, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Un nouveau greffier en chef est nommé dans chaque nouveau tribunal, au tribunal de première instance d'Eupen, ainsi que dans l'arrondissement pour ce qui est des justices de paix et du tribunal de police. Par dérogation à l'article 274 du Code judiciaire, il est pourvu au poste vacant en faisant appel au personnel judiciaire qui satisfait aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A et qui peut y prétendre par promotion, ou au personnel judiciaire déjà nommé dans la classe de métiers A3 avec le titre de greffier en chef.".
"Un nouveau greffier en chef est nommé dans chaque nouveau tribunal, au tribunal de première instance d'Eupen, ainsi que dans l'arrondissement pour ce qui est des justices de paix et du tribunal de police. Par dérogation à l'article 274 du Code judiciaire, il est pourvu au poste vacant en faisant appel au personnel judiciaire qui satisfait aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A et qui peut y prétendre par promotion, ou au personnel judiciaire déjà nommé dans la classe de métiers A3 avec le titre de greffier en chef.".
Art. 9. In dezelfde wet wordt een artikel 158/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 158/1. De eerste voorzitter van het hof van beroep wijst onder de vastbenoemde hoofdgriffiers degenen aan die tot de eedaflegging van de hoofdgriffier van de nieuwe rechtbank de taken van hoofdgriffier zullen uitoefenen in respectievelijk de nieuwe rechtbank van eerste aanleg en de nieuwe rechtbank van koophandel.
Bij ontstentenis van een benoemde hoofdgriffier, wijst de eerste voorzitter een waarnemend hoofdgriffier aan uit de aanwezige griffiers en griffiers hoofden van dienst. Deze dient te voldoen aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A.
Bij ontstentenis daarvan wordt een waarnemend hoofdgriffier gekozen uit de griffiers en griffiers hoofden van dienst die voldoen aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A2 in het niveau A.
De eerste voorzitter van het arbeidshof is op dezelfde wijze bevoegd voor de aanwijzing van een waarnemend hoofdgriffier voor de arbeidsrechtbank.
In afwachting van de benoeming van een hoofdgriffier voor de vredegerechten en de politierechtbank in het arrondissement behouden de hoofdgriffiers van de vredegerechten en politierechtbanken hun bevoegdheid.".
"Art. 158/1. De eerste voorzitter van het hof van beroep wijst onder de vastbenoemde hoofdgriffiers degenen aan die tot de eedaflegging van de hoofdgriffier van de nieuwe rechtbank de taken van hoofdgriffier zullen uitoefenen in respectievelijk de nieuwe rechtbank van eerste aanleg en de nieuwe rechtbank van koophandel.
Bij ontstentenis van een benoemde hoofdgriffier, wijst de eerste voorzitter een waarnemend hoofdgriffier aan uit de aanwezige griffiers en griffiers hoofden van dienst. Deze dient te voldoen aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A.
Bij ontstentenis daarvan wordt een waarnemend hoofdgriffier gekozen uit de griffiers en griffiers hoofden van dienst die voldoen aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A2 in het niveau A.
De eerste voorzitter van het arbeidshof is op dezelfde wijze bevoegd voor de aanwijzing van een waarnemend hoofdgriffier voor de arbeidsrechtbank.
In afwachting van de benoeming van een hoofdgriffier voor de vredegerechten en de politierechtbank in het arrondissement behouden de hoofdgriffiers van de vredegerechten en politierechtbanken hun bevoegdheid.".
Art. 9. Dans la même loi, il est inséré un article 158/1 rédigé comme suit:
"Art. 158/1. Le premier président de la cour d'appel désigne, parmi les greffiers en chef nommés, ceux qui, jusqu'à la prestation de serment du greffier en chef du nouveau tribunal, exerceront les fonctions de greffier en chef respectivement au nouveau tribunal de première instance et au nouveau tribunal de commerce.
A défaut de greffier en chef nommé, le premier président désigne un greffier en chef faisant fonction parmi les greffiers et les greffiers chefs de service présents. Celui-ci doit satisfaire aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A.
A défaut, un greffier en chef faisant fonction est choisi parmi les greffiers et les greffiers chefs de service qui satisfont aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A2 dans le niveau A.
De la même manière, le premier président de la cour du travail est compétent pour la désignation d'un greffier en chef faisant fonction pour le tribunal du travail.
Dans l'attente de la nomination d'un greffier en chef pour les justices de paix et le tribunal de police de l'arrondissement, les greffiers en chef des justices de paix et des tribunaux de police conservent leurs attributions.".
"Art. 158/1. Le premier président de la cour d'appel désigne, parmi les greffiers en chef nommés, ceux qui, jusqu'à la prestation de serment du greffier en chef du nouveau tribunal, exerceront les fonctions de greffier en chef respectivement au nouveau tribunal de première instance et au nouveau tribunal de commerce.
A défaut de greffier en chef nommé, le premier président désigne un greffier en chef faisant fonction parmi les greffiers et les greffiers chefs de service présents. Celui-ci doit satisfaire aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A.
A défaut, un greffier en chef faisant fonction est choisi parmi les greffiers et les greffiers chefs de service qui satisfont aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A2 dans le niveau A.
De la même manière, le premier président de la cour du travail est compétent pour la désignation d'un greffier en chef faisant fonction pour le tribunal du travail.
Dans l'attente de la nomination d'un greffier en chef pour les justices de paix et le tribunal de police de l'arrondissement, les greffiers en chef des justices de paix et des tribunaux de police conservent leurs attributions.".
Art. 10. In dezelfde wet wordt een artikel 158/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 158/2. De eerste voorzitter van het hof van beroep wijst onder de vastbenoemde hoofdgriffiers die voldoen aan de taalvoorwaarden bedoeld in artikel 54, § 4, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtzaken, degene aan die tot de eedaflegging van de hoofdgriffier van Eupen de bevoegdheden zal uitoefenen van hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg, van de rechtbank van koophandel, van de arbeidsrechtbank, van de politierechtbank en van de vredegerechten te Eupen.
De voormalige hoofdgriffiers in functie van deze rechtbanken staan hem bij. Zij behouden hun loon en op persoonlijke titel de graad van hoofdgriffier.".
"Art. 158/2. De eerste voorzitter van het hof van beroep wijst onder de vastbenoemde hoofdgriffiers die voldoen aan de taalvoorwaarden bedoeld in artikel 54, § 4, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtzaken, degene aan die tot de eedaflegging van de hoofdgriffier van Eupen de bevoegdheden zal uitoefenen van hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg, van de rechtbank van koophandel, van de arbeidsrechtbank, van de politierechtbank en van de vredegerechten te Eupen.
De voormalige hoofdgriffiers in functie van deze rechtbanken staan hem bij. Zij behouden hun loon en op persoonlijke titel de graad van hoofdgriffier.".
Art. 10. Dans la même loi, il est inséré un article 158/2 rédigé comme suit:
"Art. 158/2. Le premier président de la cour d'appel désigne, parmi les greffiers en chef nommés et qui satisfont aux conditions linguistiques visées à l'article 54, § 4, de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, celui qui, jusqu'à la prestation de serment du greffier en chef d'Eupen, exercera les compétences du greffier en chef du tribunal de première instance, du tribunal de commerce, du tribunal du travail, du tribunal de police et des justices de paix d'Eupen.
Les anciens greffiers en chef en fonction dans ces tribunaux l'assistent. Ils conservent leur traitement ainsi que le grade de greffier en chef à titre personnel.".
"Art. 158/2. Le premier président de la cour d'appel désigne, parmi les greffiers en chef nommés et qui satisfont aux conditions linguistiques visées à l'article 54, § 4, de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, celui qui, jusqu'à la prestation de serment du greffier en chef d'Eupen, exercera les compétences du greffier en chef du tribunal de première instance, du tribunal de commerce, du tribunal du travail, du tribunal de police et des justices de paix d'Eupen.
Les anciens greffiers en chef en fonction dans ces tribunaux l'assistent. Ils conservent leur traitement ainsi que le grade de greffier en chef à titre personnel.".
Art. 11. In dezelfde wet wordt een artikel 158/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 158/3. De hoofdgriffiers van de politierechtbanken van Vilvoorde en Halle behouden hun bevoegdheid. Wanneer de functie van hoofdgriffier in een van de twee rechtbanken openvalt, wordt de hoofdgriffier van de andere rechtbank eveneens hoofdgriffier in de rechtbank waar de functie van hoofdgriffier is opengevallen. Wanneer beide functies openvallen, wordt één hoofdgriffier voor beide rechtbanken benoemd.".
"Art. 158/3. De hoofdgriffiers van de politierechtbanken van Vilvoorde en Halle behouden hun bevoegdheid. Wanneer de functie van hoofdgriffier in een van de twee rechtbanken openvalt, wordt de hoofdgriffier van de andere rechtbank eveneens hoofdgriffier in de rechtbank waar de functie van hoofdgriffier is opengevallen. Wanneer beide functies openvallen, wordt één hoofdgriffier voor beide rechtbanken benoemd.".
Art. 11. Dans la même loi, il est inséré un article 158/3 rédigé comme suit:
"Art. 158/3. Les greffiers en chef des tribunaux de police de Vilvorde et de Hal conservent leurs compétences. Lorsque la fonction de greffier en chef devient vacante dans l'un des deux tribunaux, le greffier en chef de l'autre tribunal devient aussi greffier en chef dans le tribunal dans lequel la fonction de greffier en chef est vacante. Lorsque les deux fonctions sont vacantes, un seul greffier en chef est nommé pour les deux tribunaux.".
"Art. 158/3. Les greffiers en chef des tribunaux de police de Vilvorde et de Hal conservent leurs compétences. Lorsque la fonction de greffier en chef devient vacante dans l'un des deux tribunaux, le greffier en chef de l'autre tribunal devient aussi greffier en chef dans le tribunal dans lequel la fonction de greffier en chef est vacante. Lorsque les deux fonctions sont vacantes, un seul greffier en chef est nommé pour les deux tribunaux.".
Art. 12. Artikel 159, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt:
"Er wordt een nieuwe hoofdsecretaris benoemd in elk nieuw parket of arbeidsauditoraat en bij het parket van Eupen, Charleroi en Bergen. In afwijking van artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de klasse A3 met de titel van hoofdsecretaris.".
"Er wordt een nieuwe hoofdsecretaris benoemd in elk nieuw parket of arbeidsauditoraat en bij het parket van Eupen, Charleroi en Bergen. In afwijking van artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de klasse A3 met de titel van hoofdsecretaris.".
Art. 12. L'article 159, alinéa 1er, de la même loi, est remplacé par ce qui suit:
"Un nouveau secrétaire en chef est nommé dans chaque nouveau parquet ou auditorat du travail et aux parquets d'Eupen, de Charleroi et de Mons. Par dérogation à l'article 274 du Code judiciaire, il est pourvu au poste vacant en faisant appel au personnel judiciaire qui satisfait aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A et qui peut y prétendre par promotion, ou au personnel judiciaire déjà nommé dans la classe A3 avec le titre de secrétaire en chef.".
"Un nouveau secrétaire en chef est nommé dans chaque nouveau parquet ou auditorat du travail et aux parquets d'Eupen, de Charleroi et de Mons. Par dérogation à l'article 274 du Code judiciaire, il est pourvu au poste vacant en faisant appel au personnel judiciaire qui satisfait aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A et qui peut y prétendre par promotion, ou au personnel judiciaire déjà nommé dans la classe A3 avec le titre de secrétaire en chef.".
Art. 13. In dezelfde wet wordt een artikel 159/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 159/1. De procureur-generaal wijst een benoemde hoofdsecretaris aan die tot de eedaflegging van de hoofdsecretaris van het nieuwe parket of het nieuwe arbeidsauditoraat de functie van hoofdsecretaris zal uitoefenen in dit parket of dit auditoraat.
Bij ontstentenis van een benoemde hoofdsecretaris wijst de procureur-generaal een waarnemend hoofdsecretaris aan uit de aanwezige secretarissen en secretarissen hoofden van dienst. Deze dient te voldoen aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A.
Bij ontstentenis daarvan wordt een waarnemend hoofdsecretaris gekozen uit de secretarissen en secretarissen hoofden van dienst die voldoen aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A2 in het niveau A.".
"Art. 159/1. De procureur-generaal wijst een benoemde hoofdsecretaris aan die tot de eedaflegging van de hoofdsecretaris van het nieuwe parket of het nieuwe arbeidsauditoraat de functie van hoofdsecretaris zal uitoefenen in dit parket of dit auditoraat.
Bij ontstentenis van een benoemde hoofdsecretaris wijst de procureur-generaal een waarnemend hoofdsecretaris aan uit de aanwezige secretarissen en secretarissen hoofden van dienst. Deze dient te voldoen aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in het niveau A.
Bij ontstentenis daarvan wordt een waarnemend hoofdsecretaris gekozen uit de secretarissen en secretarissen hoofden van dienst die voldoen aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A2 in het niveau A.".
Art. 13. Dans la même loi, il est inséré un article 159/1 rédigé comme suit:
"Art. 159/1. Le procureur général désigne un secrétaire en chef nommé qui exercera temporairement les fonctions de secrétaire en chef du nouveau parquet ou du nouvel auditorat du travail jusqu'à la prestation de serment du secrétaire en chef de ce parquet ou de cet auditorat.
A défaut de secrétaire en chef nommé, le procureur général désigne un secrétaire en chef faisant fonction parmi les secrétaires et les secrétaires chefs de service. Celui-ci doit satisfaire aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A.
A défaut, un secrétaire en chef faisant fonction est choisi parmi les secrétaires et les secrétaires chefs de service qui satisfont aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A2 dans le niveau A.".
"Art. 159/1. Le procureur général désigne un secrétaire en chef nommé qui exercera temporairement les fonctions de secrétaire en chef du nouveau parquet ou du nouvel auditorat du travail jusqu'à la prestation de serment du secrétaire en chef de ce parquet ou de cet auditorat.
A défaut de secrétaire en chef nommé, le procureur général désigne un secrétaire en chef faisant fonction parmi les secrétaires et les secrétaires chefs de service. Celui-ci doit satisfaire aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A3 dans le niveau A.
A défaut, un secrétaire en chef faisant fonction est choisi parmi les secrétaires et les secrétaires chefs de service qui satisfont aux conditions réglementaires prévues pour la classe de métiers A2 dans le niveau A.".
Art. 14. In dezelfde wet wordt een artikel 162/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 162/1. In de rechtbanken van eerste aanleg die vanaf 1 april 2014 een afdeling zullen vormen van een nieuwe rechtbank van eerste aanleg en in Eupen worden de taken die de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uitoefent krachtens het kieswetboek, de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese parlement, de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement worden verkozen, de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de Federale Staatsstructuur en de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, voor de federale, Europese en regionale verkiezingen van 25 mei 2014 uitgeoefend door de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg die in functie waren voor 25 maart 2014 of de magistraat die zij daartoe voor die datum hebben aangewezen.".
"Art. 162/1. In de rechtbanken van eerste aanleg die vanaf 1 april 2014 een afdeling zullen vormen van een nieuwe rechtbank van eerste aanleg en in Eupen worden de taken die de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uitoefent krachtens het kieswetboek, de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese parlement, de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement worden verkozen, de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de Federale Staatsstructuur en de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, voor de federale, Europese en regionale verkiezingen van 25 mei 2014 uitgeoefend door de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg die in functie waren voor 25 maart 2014 of de magistraat die zij daartoe voor die datum hebben aangewezen.".
Art. 14. Dans la même loi, il est inséré un article 162/1 rédigé comme suit:
"Art. 162/1. Dans les tribunaux de première instance qui formeront une division d'un nouveau tribunal de première instance à partir du 1er avril 2014 et à Eupen, les missions exercées par les présidents des tribunaux de première instance en vertu du code électoral, de la loi du 23 mars 1989 relative à l'élection au parlement européen, de la loi du 12 janvier 1989 réglant les modalités de l'élection du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale et des membres bruxellois du Parlement flamand, de la loi ordinaire du 16 juillet 1993 visant à achever la structure fédérale de l'Etat et de la loi du 6 juillet 1990 réglant les modalité de l'élection du Parlement de la Communauté germanophone sont exercées pour les élections fédérales, européennes et régionales du 25 mai 2014, par les présidents des tribunaux de première instance qui étaient en fonction avant le 25 mars 2014 ou par le magistrat qu'ils désignent avant cette date.".
"Art. 162/1. Dans les tribunaux de première instance qui formeront une division d'un nouveau tribunal de première instance à partir du 1er avril 2014 et à Eupen, les missions exercées par les présidents des tribunaux de première instance en vertu du code électoral, de la loi du 23 mars 1989 relative à l'élection au parlement européen, de la loi du 12 janvier 1989 réglant les modalités de l'élection du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale et des membres bruxellois du Parlement flamand, de la loi ordinaire du 16 juillet 1993 visant à achever la structure fédérale de l'Etat et de la loi du 6 juillet 1990 réglant les modalité de l'élection du Parlement de la Communauté germanophone sont exercées pour les élections fédérales, européennes et régionales du 25 mai 2014, par les présidents des tribunaux de première instance qui étaient en fonction avant le 25 mars 2014 ou par le magistrat qu'ils désignent avant cette date.".
Art. 15. In artikel 164 van dezelfde wet wordt het cijfer "154/1," ingevoegd tussen het cijfer "154," en het cijfer "155".
Art. 15. Dans l'article 164 de la même loi, le chiffre "154/1," est inséré entre le chiffre "154," et le chiffre "155".
Art. 16. Met uitzondering van de artikelen 6, 7 en 15, die uitwerking hebben met ingang van de datum van de inwerkintreding van artikel 154 van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde treedt deze wet in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 16. A l'exception des articles 6, 7 et 15, qui produisent leurs effets à la date de l'entrée en vigueur de l'article 154 de la loi du 1er décembre 2013 portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire, la présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.