Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 JUNI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingverminderingen met betrekking tot de in artikel 5/5, § 4, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten bedoelde uitgaven
Titre
30 JUIN 2014. - Arrêté royal modifiant, en matière des réductions d'impôt relatives aux dépenses visées à l'article 5/5, § 4, alinéa 1er, de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions, l'AR/CIR 92
Documentinformatie
Numac: 2014003284
Datum: 2014-06-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014003284
Date: 2014-06-30
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. In hoofdstuk I van het KB/WIB 92, wordt de afdeling XX - Aftrek van uitgaven voor onderhoud en restauratie van beschermde onroerende goederen. (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 104, 8° ), die het artikel 55 bevat, laatst vervangen bij koninklijk besluit van 21 februari 2011, opgeheven.
Article 1er. Dans le chapitre Ier de l'AR/CIR 92, la section XX - Déduction des dépenses d'entretien et de restauration d'immeubles classés. (Code des impôts sur les revenus 1992, article 104, 8° ), comprenant l'article 55, remplacée en dernier lieu par l'arrêté royal du 21 février 2011, est abrogée.
Art. 2. In hoofdstuk I van hetzelfde besluit wordt een afdeling XXVundecies/3 ingevoegd, die artikel 63.18/9 bevat, luidende :
  "Afdeling XXVundecies/3 - Belasting-vermindering voor onderhoud en restauratie van beschermde monumenten en landschappen (Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, artikel 14536, zesde lid)
  Art. 63.18/9. § 1. Voor de toepassing van artikel 14536 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 :
  1° worden beschouwd als uitgaven voor onderhoud en restauratie van voor het publiek toegankelijke gebouwde onroerende goederen, delen van gebouwde onroerende goederen of landschappen en die beschermd zijn overeenkomstig de wetgeving op het behoud van Monumenten en Landschappen of een gelijkaardige wetgeving in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, de uitgaven die met een voorafgaande toelating van de bevoegde overheid zijn gedaan om die goederen of delen ervan in stand te houden, in hun vroegere staat te herstellen of om ze te valoriseren op historisch, artistiek, wetenschappelijk of esthetisch vlak;
  2° worden diezelfde goederen of delen ervan beschouwd voor het publiek toegankelijk te zijn wanneer zij als zodanig erkend zijn door de bevoegde overheid.
  § 2. Belastingplichtigen die om de toepassing van het voormeld artikel 14536 verzoeken, moeten de volgende documenten ter beschikking van de Federale Overheidsdienst Financiën houden :
  a) de facturen en de betalingsbewijzen van de onderhouds- of restauratiewerken en een attest van de bevoegde overheid blijkens hetwelk die werken stroken met haar toelating vermeld in paragraaf 1, 1° ;
  b) het beschermingsbesluit van het betreffende onroerend goed en de beslissing waarbij de toegankelijkheid ervan overeenkomstig paragraaf 1, 2°, is erkend;
  c) een verklaring op eer die vermeldt of voor de onderhouds- of restauratiewerken subsidies zijn toegezegd, toegekend of betaald en, in bevestigend geval, het bedrag ervan.".
Art. 2. Dans le chapitre Ier du même arrêté, il est inséré une section XXVundecies/3, comprenant l'article 63.18/9, rédigée comme suit :
  "Section XXVundecies/3 - Réduction d'impôt pour l'entretien et la restauration de monuments et sites classés (Code des impôts sur les revenus 1992, article 14536, alinéa 6)
  Art. 63.18/9. § 1er. Pour l'application de l'article 14536 du Code des impôts sur les revenus 1992 :
  1° sont considérées comme des dépenses d'entretien et de restauration d'immeubles bâtis, parties d'immeubles bâtis ou sites, qui sont accessibles au public et qui sont classés conformément à la législation sur l'entretien des Monuments et Sites ou par une législation analogue dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen, les dépenses qui, après accord préalable de l'autorité compétente, sont exposées en vue de la préservation de ces biens ou d'une partie de ceux-ci, de leur rétablissement dans leur état antérieur ou de leur valorisation sur le plan historique, artistique, scientifique ou esthétique;
  2° ces mêmes biens ou parties de ceux-ci sont considérés comme accessibles au public lorsqu'ils sont reconnus comme tels par l'autorité compétente.
  § 2. Les contribuables qui sollicitent l'application de l'article14536 précité, doivent tenir les documents suivants à la disposition du Service public fédéral Finances :
  a) les factures et les preuves de paiement relatives aux travaux d'entretien ou de restauration et une attestation de l'Autorité compétente selon laquelle les travaux sont conformes à son accord visé au paragraphe 1er, 1° ;
  b) l'arrêté décidant le classement de l'immeuble concerné et la décision par laquelle son accessibilité est reconnue conformément au paragraphe 1er, 2° ;
  c) une déclaration sur l'honneur précisant si des subsides ont été promis, octroyés ou payés pour les travaux d'entretien ou de restauration et, dans l'affirmative, le montant de ceux-ci.".
Art. 3. In het opschrift van afdeling XXVundecies/3 van hoofdstuk I van hetzelfde besluit, ingevoegd bij artikel 2 van dit besluit, worden de woorden "artikel 14536, zesde lid" vervangen door de woorden "artikel 14536, achtste lid".
Art. 3. Dans l'intitulé de la section XXVundecies/3 du chapitre Ier du même arrêté, inséré par l'article 2 du présent arrêté, les mots "article 14536, alinéa 6" sont remplacés par les mots "article 14536, alinéa 8".
Art. 4. Artikel 63.18/9 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij artikel 2 van dit besluit, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 63.18/9. Belastingplichtigen die om de toepassing van artikel 14536 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verzoeken, moeten de volgende documenten ter beschikking van de Federale Overheidsdienst Financiën houden :
  a) de facturen en de betalingsbewijzen van de onderhouds- of restauratiewerken en een attest van de bevoegde overheid blijkens hetwelk die werken stroken met haar toelating vermeld in artikel 14536, zesde lid, van hetzelfde Wetboek;
  b) het beschermingsbesluit van het betreffende onroerend goed en de beslissing waarbij de toegankelijkheid ervan overeenkomstig artikel 14536, zevende lid, van hetzelfde Wetboek is erkend;
  c) een verklaring op eer die vermeldt of voor de onderhouds- of restauratiewerken subsidies zijn toegezegd, toegekend of betaald en, in bevestigend geval, het bedrag ervan.".
Art. 4. L' article 63.18/9 du même arrêté, inséré par l'article 2 du présent arrêté, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 63.18/9. Les contribuables qui sollicitent l'application de l'article 14536 du Code des impôts sur les revenus 1992, doivent tenir les documents suivants à la disposition du Service public fédéral Finances :
  a) les factures et les preuves de paiement relatives aux travaux d'entretien ou de restauration et une attestation de l'Autorité compétente selon laquelle les travaux sont conformes à son accord visé à l'article 14536, alinéa 6, du même Code;
  b) l'arrêté décidant le classement de l'immeuble concerné et la décision par laquelle son accessibilité est reconnue conformément à l'article 14536, alinéa 7, du même Code;
  c)une déclaration sur l'honneur précisant si des subsides ont été promis, octroyés ou payés pour les travaux d'entretien ou de restauration et, dans l'affirmative, le montant de ceux-ci.".
Art. 5. In hoofdstuk I van hetzelfde besluit, wordt een afdeling XXVundecies/4 ingevoegd, die de artikelen 63.18/10 tot 63.18/14 bevat, luidende :
  "Afdeling XXVundecies/4. - Belastingverminderingen voor de eigen woning (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikelen 14538, § 3, 14540, § 5, en 14545, § 2, 3° , b).
  Art. 63.18/10. Wanneer een belastingplichtige de toepassing vraagt van de belastingvermindering als bedoeld in artikel 14537 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening alsmede de bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening, moeten tot staving van die vraag de volgende attesten die door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die worden uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten, worden overgelegd :
  A. wat de interesten en de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van de hypothecaire lening betreft :
  1° een eenmalig basisattest waarin de instelling de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 14537 van het genoemde Wetboek;
  2° een jaarlijks betalingsattest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14537 van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld;
  B. wat de levensverzekeringspremies betreft :
  1° een eenmalig basisattest waarin de verzekeraar de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 14537 van het genoemde Wetboek;
  2° een jaarlijks betalingsattest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14537 van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.
  Art. 63.18/11. De in artikel 14539, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde bijdragen worden geacht in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte te zijn betaald wanneer het levensverzekeringscontract waarvoor die bijdragen worden betaald, onderschreven is bij een onderneming die is gevestigd in de Europese Economische Ruimte of bij een binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde inrichting van een buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde onderneming.
  Wanneer een belastingplichtige de toepassing vraagt van de belastingvermindering als bedoeld in artikel 14539 van het vernoemde Wetboek voor bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden, moeten ter staving van die vraag de volgende attesten worden overgelegd die door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die worden uitgereikt door de in het eerste lid bedoelde onderneming bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten :
  1° een eenmalig basisattest waarin de onderneming de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van de in artikel 14539 van het genoemde Wetboek vermelde belastingvermindering;
  2° een jaarlijks betalingsattest waarin de onderneming het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14539, eerste lid, 1°, van het genoemde Wetboek, gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.
  Art. 63.18/12. Wanneer een belastingplichtige de toepassing vraagt van de belastingvermindering als bedoeld in artikel 14539 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor betalingen voor de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening, moeten ter staving van die vraag de volgende attesten worden overgelegd die door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die worden uitgereikt door de instelling die die lening heeft toegestaan :
  1° een eenmalig basisattest waarin de instelling de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 14539 van het vernoemde Wetboek;
  2° een jaarlijks betalingsattest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14539, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.
  Art. 63.18/13. Premies betreffende een contract met kosteloze of betalende deelneming in de winst, worden tot hun nominale bedrag in aanmerking genomen voor de in de artikelen 14537 en 14539 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde belastingverminderingen.
  Art. 63.18/14. De dienstverrichtingen als bedoeld in artikel 14545, § 2, 3° , b), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zijn deze vermeld in rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.".
Art. 5. Dans le chapitre Ier, du même arrêté, il est inséré une section XXVundecies/4, comprenant les articles 63.18/10 à 63.18/14, rédigée comme suit :
  "Section XXVundecies/4 - Réductions d'impôt pour l'habitation propre (Code des impôts sur les revenus 1992, articles 14538, § 3, 14540, § 5, et 14545, § 2, 3° , b).
  Art. 63.18/10. Lorsqu'un contribuable demande l'application de la réduction d'impôt visée à l'article 14537 du Code des impôts sur les revenus 1992 pour des intérêts et des sommes affectées à l'amortissement ou à la reconstitution d'un emprunt hypothécaire ainsi que des cotisations d'une assurance complémentaire contre la vieillesse et le décès prématuré que le contribuable a payées à titre définitif en exécution d'un contrat d'assurance vie individuelle pour la constitution d'une rente ou d'un capital en cas de vie ou en cas de décès et qui sert exclusivement à la reconstitution ou à la garantie d'un emprunt hypothécaire, les attestations suivantes dont les modèles sont arrêtés par le Ministre des Finances ou son délégué et qui sont délivrées par l'institution qui a octroyé l'emprunt ou par l'assureur auprès de qui le contrat d'assurance-vie a été conclu, doivent être produites à l'appui de cette demande :
  A. en ce qui concerne les intérêts et les sommes affectées à l'amortissement ou à la reconstitution de l'emprunt hypothécaire :
  1° une attestation de base unique par laquelle l'institution communique les éléments qui démontrent que le contrat d'emprunt peut être pris en considération pour l'application de l'article 14537 du Code précité;
  2° une attestation de paiement annuelle par laquelle l'institution communique le montant des paiements effectués par le contribuable durant la période imposable, ainsi que les éléments nécessaires pour vérifier si les conditions pour l'application de l'article 14537 du même Code sont toujours remplies;
  B. en ce qui concerne les primes d'assurance-vie :
  1° une attestation de base unique par laquelle l'assureur communique les éléments qui démontrent que le contrat d'assurance-vie peut être pris en considération pour l'application de l'article 14537 du Code précité;
  2° une attestation de paiement annuelle par laquelle l'assureur communique le montant des primes payées par le contribuable durant la période imposable, ainsi que les éléments nécessaires pour vérifier si les conditions pour l'application de l'article 14537 du même Code sont toujours remplies.
  Art. 63.18/11. Les primes visées à l'article 14539, alinéa 1er, 1°, du Code des impôts sur les revenus 1992 sont censées être payées dans un Etat membre de l'Espace économique européen lorsque le contrat d'assurance-vie pour lequel ces primes sont payées, a été souscrit auprès d'une entreprise située dans l'Espace économique européen ou auprès d'un d'établissement situé dans l'Espace économique européen d'une entreprise située en dehors de l'Espace économique européen.
  Lorsqu'un contribuable demande l'application de la réduction d'impôt visée à l'article 14539 du Code précité pour des cotisations d'une assurance complémentaire contre la vieillesse et le décès prématuré que le contribuable a payées à titre définitif en exécution d'un contrat d'assurance vie individuelle pour la constitution d'une rente ou d'un capital en cas de vie ou en cas de décès, les attestations suivantes dont les modèles sont arrêtés par le Ministre des Finances ou son délégué et qui sont délivrées par l'entreprise visée à l'alinéa 1er auprès de qui le contrat d'assurance-vie a été conclu, doivent être produites à l'appui de cette demande :
  1° une attestation de base unique par laquelle l'entreprise communique les éléments qui démontrent que le contrat d'assurance-vie peut être pris en considération pour l'application de la réduction d'impôt visée à l''article 14539 du Code précité;
  2° une attestation de paiement annuelle où l'entreprise communique le montant des primes payées par le contribuable durant la période imposable, ainsi que les éléments nécessaires pour vérifier si les conditions pour l'application de l'article 14539 , alinéa 1er, 1°, du même Code sont toujours remplies.
  Art. 63.18/12. Lorsqu'un contribuable demande l'application de la réduction d'impôt visée à l'article 14539 du Code précité pour des sommes affectées à l'amortissement ou à la reconstitution d'un emprunt hypothécaire, les attestations suivantes dont les modèles sont arrêtés par le Ministre des Finances ou son délégué et qui sont délivrées par l'institution qui a octroyé l'emprunt, doivent être produites à l'appui de cette demande :
  1° une attestation de base unique par laquelle l'institution communique les éléments qui démontrent que le contrat d'emprunt peut être pris en considération pour l'application de l'article 14539 du Code précité;
  2° une attestation de paiement annuelle où l'institution communique le montant des paiements effectués par le contribuable durant la période imposable, ainsi que les éléments nécessaires pour vérifier si les conditions pour l'application de l'article 14539, alinéa 1er, 2°, du même Code sont toujours remplies.
  Art. 63.18/13. Les primes relatives à un contrat souscrit avec participation gratuite ou payante aux bénéfices, sont prises en considération pour les réductions visées aux articles 14537 et 14539 du Code des impôts sur les revenus 1992 à concurrence de leur montant nominal.
  Art. 63.18/14. Les prestations visées à l'article 14545, § 2, 3° , b), du Code des impôts sur les revenus 1992, sont celles visées à la rubrique XXXI du tableau A de l'annexe à l'arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970 fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux.".
Art. 6. In hoofdstuk I van hetzelfde besluit wordt een afdeling XXVundecies/5 ingevoegd, die het artikel 63.18/15 bevat, luidende :
  "Afdeling XXVundecies/5 - Belastingvermindering voor dakisolatie (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 14547, zesde lid)
  Art. 63.18/15. § 1. De uitgaven voor dakisolatie als vermeld in artikel 14547, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden slechts in aanmerking genomen voor de in dat artikel vermelde belastingvermindering indien de daarmee verband houdende werken voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° de dienstverrichtingen die aan de basis liggen van de uitgaven worden verstrekt en gefactureerd aan de belastingplichtige;
  2° de aannemer waarborgt dat het voor de isolatie van het dak gebruikte isolatiemateriaal een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter is dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt;
  3° de door de aannemer uitgereikte factuur of de bijlage ervan moet :
  a) de woning aangeven waar de werken worden uitgevoerd;
  b) desgevallend, de verdeling van de kosten van de werken opgeven tussen de werken voor dakisolatie en andere werken;
  c) de volgende formule bevatten :
  "Verklaring met toepassing van artikel 63.18/15 van het KB/WIB 92 betreffende de uitgevoerde werken die zijn bedoeld in artikel 14547, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
  Ik, ondergetekende .................., bevestig dat het voor de isolatie van het dak gebruikte isolatiemateriaal een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter is dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt en dat de werken voor dakisolatie zijn uitgevoerd in een woning die, volgens de informatie verstrekt door (naam van de personen vermeld op de factuur), sedert ten minste vijf jaar in gebruik is genomen als woning op (datum van de aanvang van de werken).
  (datum)
  (naam)
  (handtekening)" .
  § 2. De belastingplichtige die het voordeel vermeld in artikel 14547 van het genoemde Wetboek aanvraagt, moet de volgende documenten ter beschikking van de Federale Overheidsdienst Financiën houden :
  - de facturen betreffende de werken die aan de basis liggen van de uitgaven die zijn vermeld in artikel 14547, eerste lid, van hetzelfde Wetboek;
  - het betalingsbewijs van de bedragen die voorkomen op die facturen;
  - de documenten die aantonen dat de woning bij het begin van de werken waarmee de uitgaven verband houden, ten minste vijf jaar in gebruik is genomen als woning.".
Art. 6. Dans le chapitre Ier du même arrêté, il est inséré une section XXVundecies/5, comprenant l'article 63.18/15, rédigée comme suit :
  "Section XXVundecies/5 - Réduction d'impôt pour isolation du toit (Code des impôts sur les revenus 1992, article14547, alinéa 6)
  Art. 63.18/15. § 1er. Les dépenses pour l'isolation du toit visées à l'article 14547, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992 ne sont prises en considération pour la réduction d'impôt visée audit article que si les travaux y relatifs satisfont aux conditions suivantes :
  1° les prestations qui sont à l'origine des dépenses ont été fournies et facturées au contribuable;
  2° l'entrepreneur garantit que l'isolant appliqué pour l'isolation du toit a une résistance thermique R supérieure ou égale à 2,5 mètres carrés kelvin par watt;
  3° la facture délivrée par l'entrepreneur ou son annexe doit :
  a) préciser l'habitation où s'effectuent les travaux;
  b) établir, s'il y a lieu, une ventilation du coût des travaux entre les travaux pour l'isolation du toit et les autres travaux;
  c) contenir la formule suivante :
  "Attestation en application de l'article 63.18/15 de l'AR/CIR 92 concernant les travaux exécutés visés à l'article 14547, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992
  Je soussigné, .................., atteste que l'isolant appliqué pour l'isolation du toit a une résistance thermique R supérieure ou égale à 2,5 mètres carrés kelvin par watt et que les travaux sont exécutés dans une habitation qui, suivant les informations fournies par (nom des personnes reprises sur la facture), est occupée en tant que telle depuis au moins cinq ans à la date du.... (date du début des travaux).
  (date)
  (nom)
  (signature)".
  § 2. Le contribuable qui sollicite le bénéfice des dispositions de l'article 14547, du Code précité, doit tenir à la disposition du Service public fédéral Finances :
  - les factures relatives aux travaux qui sont à l'origine des dépenses visées à l'article 14547, alinéa 1er, du même Code;
  - la preuve du paiement des sommes figurant sur ces factures;
  - les documents qui démontrent que l'habitation est occupée en tant que telle depuis au moins cinq ans lors du début des travaux relatifs aux dépenses.".
Art. 7. Voor de facturen die worden uitgereikt tot de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarin dit besluit is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, is aan artikel 63.18/15, § 1, 3°, c, van het KB/WIB 92 voldaan wanneer de factuur of de bijlage ervan de volgende formule bevat :
  "Verklaring met toepassing van artikel 63.11 van het KB/WIB 92 betreffende de uitgevoerde werken die zijn bedoeld in artikel 145.24, § 1, eerste lid, 1° tot 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
  Ik, ondergetekende . . . . ., bevestig dat;
  - ... (per maatregel de vermeldingen overnemen die worden opgelegd door bijlage IIbis van het KB/WIB 92);
  - de werken zijn uitgevoerd in een woning die, volgens de informatie verstrekt door (naam van de personen vermeld op de factuur), sedert ten minste vijf jaar in gebruik is genomen als woning op ... (datum van de aanvang van de werken). (verplicht op te nemen vermelding indien werken als vermeld in artikel 145.24, § 1, eerste lid, 1° en 4° tot 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn uitgevoerd)
  (datum)
  (naam)
  (handtekening)" .
Art. 7. Pour les factures établies jusqu'au dernier jour du mois qui suit le mois au cours duquel le présent arrêté est publié au Moniteur belge, il est satisfait aux dispositions de l'article 63.18/15, § 1er, 3°, c, de l'AR/CIR 92, lorsque la facture ou l'annexe à celle-ci contient la formule suivante :
  "Attestation en application de l'article 63.11 de l'AR/CIR 92 concernant les travaux exécutés visés à l'article 14524, § 1er, alinéa 1er, 1° à 6°, du Code des impôts sur les revenus 1992
  Je soussigné, . . . . ., atteste que :
  - ...(reprendre, par mesure, les mentions exigées par l'annexe IIbis de l'AR/CIR 92);
  - les travaux sont exécutés dans une habitation qui, suivant les informations fournies par (nom des personnes repris sur la facture), est occupée en tant que telle depuis au moins cinq ans à la date du.... (date du début des travaux). (à mentionner obligatoirement si des travaux visés à l'article 14524, § 1er, alinéa 1er, 1° et 4° à 6°, du Code des impôts sur les revenus 1992 ont été exécutés)
  (date)
  (nom)
  (signature)".
Art. 8. De artikelen 1 en 2 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2013.
  De artikelen 3 tot 6 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.
  Artikel 7 treedt in werking op de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 8. Les articles 1er et 2 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2013.
  Les articles 3 à 6 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2015.
  L'article 7 entre en vigueur le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Art. 9. De minister die bevoegd is voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.