Artikel 1. Artikel 2, 3°, van het koninklijk besluit van 3 december 2009 houdende regeling van de operationele diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt vervangen door de volgende bepaling :
"3° de uitvoering van de federale wetgeving inzake de diverse taksen (Boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen, Boek IIbis en Boek III van het Wetboek der successierechten, dit laatste Boek voor wat betreft de taksen verschuldigd tot 31 december 2010), met uitzondering van de bepalingen betreffende hun inning en invordering.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 december 2009 houdende regeling van de operationele diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën en houdende integratie van de Dienst voor Alimentatievorderingen in de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering
Titre
4 AVRIL 2014. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 3 décembre 2009 organique des services opérationnels du Service public fédéral Finances et portant intégration du Service des Créances alimentaires dans l'Administration générale de la Perception et du Recouvrement
Documentinformatie
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Article 1er. L'article 2, 3°, de l'arrêté royal du 3 décembre 2009 organique des services opérationnels du Service public fédéral Finances est remplacé par la disposition suivante :
" 3° l'exécution de la législation fédérale en matière de taxes diverses (Livre II du Code des droits et taxes divers, Livre IIbis et Livre III du Code des droits de succession, ce dernier Livre pour ce qui concerne les taxes dues jusqu'au 31 décembre 2010), à l'exception des dispositions relatives à leur perception et à leur recouvrement.
" 3° l'exécution de la législation fédérale en matière de taxes diverses (Livre II du Code des droits et taxes divers, Livre IIbis et Livre III du Code des droits de succession, ce dernier Livre pour ce qui concerne les taxes dues jusqu'au 31 décembre 2010), à l'exception des dispositions relatives à leur perception et à leur recouvrement.
Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "artikel 2, 1° en 2° " vervangen door de woorden "artikel 2";
2° het wordt aangevuld met de bepalingen 3° tot 9°, luidende als volgt :
"3° de behandeling van de teruggaven van de belastingen, rechten en gelijkgestelde belastingen bedoeld in artikel 2 en van de teruggaven met betrekking tot de ontvangsten bedoeld onder 6° tot 9° ;
4° de betaling van de onder 3° bedoelde teruggaven die niet werden uitgevoerd omwille van juridische of administratieve redenen;
5° de betaling van de onder 3° bedoelde teruggaven die werden uitbetaald doch die terugkeren op de financiële rekening van de centraliserend rekenplichtige;
6° de inning en de invordering van alle niet-fiscale schuldvorderingen van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten en de instellingen die ervan afhangen, waarmee ze belast is door of krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling of waarvoor geen enkele andere overheid uitdrukkelijk bevoegd werd verklaard.
Tot deze niet-fiscale schuldvorderingen behoren in het bijzonder :
- de penale boeten en de gerechtskosten;
- de minnelijke schikkingen tot uitdoving van de publieke strafvordering;
- de invorderingen voor rekening van derden;
- de door de Staat in debet vereffende rechten en voorschotten gedaan in uitvoering van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand;
- de in debet begrote rechten en andere kosten in het kader van de pro deo procedure voor de Raad van State;
- de diverse en toevallige baten;
7° de uitvoering van de taken van de Dienst voor alimentatievorderingen, opgericht bij wet van 21 februari 2003;
8° de dienst van de bewaring van het landbouwvoorrecht (wet van 15 april 1884 betreffende de landbouwleningen);
9° alle bevoegdheden verleend door een wettelijke of reglementaire bepaling aan de voormalige Administratie van de BTW, registratie en domeinen, een van haar rechtsvoorgangers of aan een van haar ambtenaren, voor zover het materies betreffen die worden bedoeld onder 6° tot 8° van dit artikel.".
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "artikel 2, 1° en 2° " vervangen door de woorden "artikel 2";
2° het wordt aangevuld met de bepalingen 3° tot 9°, luidende als volgt :
"3° de behandeling van de teruggaven van de belastingen, rechten en gelijkgestelde belastingen bedoeld in artikel 2 en van de teruggaven met betrekking tot de ontvangsten bedoeld onder 6° tot 9° ;
4° de betaling van de onder 3° bedoelde teruggaven die niet werden uitgevoerd omwille van juridische of administratieve redenen;
5° de betaling van de onder 3° bedoelde teruggaven die werden uitbetaald doch die terugkeren op de financiële rekening van de centraliserend rekenplichtige;
6° de inning en de invordering van alle niet-fiscale schuldvorderingen van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten en de instellingen die ervan afhangen, waarmee ze belast is door of krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling of waarvoor geen enkele andere overheid uitdrukkelijk bevoegd werd verklaard.
Tot deze niet-fiscale schuldvorderingen behoren in het bijzonder :
- de penale boeten en de gerechtskosten;
- de minnelijke schikkingen tot uitdoving van de publieke strafvordering;
- de invorderingen voor rekening van derden;
- de door de Staat in debet vereffende rechten en voorschotten gedaan in uitvoering van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand;
- de in debet begrote rechten en andere kosten in het kader van de pro deo procedure voor de Raad van State;
- de diverse en toevallige baten;
7° de uitvoering van de taken van de Dienst voor alimentatievorderingen, opgericht bij wet van 21 februari 2003;
8° de dienst van de bewaring van het landbouwvoorrecht (wet van 15 april 1884 betreffende de landbouwleningen);
9° alle bevoegdheden verleend door een wettelijke of reglementaire bepaling aan de voormalige Administratie van de BTW, registratie en domeinen, een van haar rechtsvoorgangers of aan een van haar ambtenaren, voor zover het materies betreffen die worden bedoeld onder 6° tot 8° van dit artikel.".
Art. 2. A l'article 4 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le 1°, les mots " l'article 2, 1° et 2° " sont remplacés par les mots " l'article 2 ";
2° il est complété par les 3° à 9° rédigés comme suit :
" 3° le traitement des remboursements des impôts, droits et taxes assimilées visés à l'article 2 et des remboursements relatifs aux recettes visées aux 6° à 9° ;
4° le paiement des remboursements visés au 3° qui n'ont pas été exécutés pour des raisons juridiques ou administratives;
5° le paiement des remboursements visés au 3° qui ont été payés mais sont revenus sur le compte financier du comptable centralisateur;
6° la perception et le recouvrement de toutes les créances non fiscales de l'Etat, des Communautés et des Régions et des institutions qui en dépendent, dont elle est chargée par ou en vertu d'une disposition législative ou réglementaire ou pour lesquelles aucune autre autorité n'a expressément été déclarée compétente.
Parmi ces créances non fiscales, figurent en particulier :
- les amendes pénales et les frais de justice;
- les transactions extinctives de l'action publique;
- les recouvrements pour compte de tiers;
- le recouvrement des droits liquidés en débet et des avances faites par l'Etat en exécution des dispositions du Code judiciaire relatives à l'aide juridique de deuxième ligne et à l'assistance judiciaire;
- les taxes liquidées en débet et autres dépens dans le cadre de la procédure pro deo devant le Conseil d'Etat;
- les actifs divers et occasionnels;
7° l'exécution des tâches du Service des créances alimentaires, créé par la loi du 21 février 2003;
8° le service de la conservation du privilège agricole (loi du 15 avril 1884 sur les prêts agricoles);
9° toutes les compétences attribuées par une disposition légale ou réglementaire à l'ancienne Administration de la T.V.A., de l'enregistrement et des domaines, à un de ses prédécesseurs juridiques ou à un de ses fonctionnaires, pour autant que les matières concernées soient reprises sous les points 6° à 8° du présent article. ".
1° dans le 1°, les mots " l'article 2, 1° et 2° " sont remplacés par les mots " l'article 2 ";
2° il est complété par les 3° à 9° rédigés comme suit :
" 3° le traitement des remboursements des impôts, droits et taxes assimilées visés à l'article 2 et des remboursements relatifs aux recettes visées aux 6° à 9° ;
4° le paiement des remboursements visés au 3° qui n'ont pas été exécutés pour des raisons juridiques ou administratives;
5° le paiement des remboursements visés au 3° qui ont été payés mais sont revenus sur le compte financier du comptable centralisateur;
6° la perception et le recouvrement de toutes les créances non fiscales de l'Etat, des Communautés et des Régions et des institutions qui en dépendent, dont elle est chargée par ou en vertu d'une disposition législative ou réglementaire ou pour lesquelles aucune autre autorité n'a expressément été déclarée compétente.
Parmi ces créances non fiscales, figurent en particulier :
- les amendes pénales et les frais de justice;
- les transactions extinctives de l'action publique;
- les recouvrements pour compte de tiers;
- le recouvrement des droits liquidés en débet et des avances faites par l'Etat en exécution des dispositions du Code judiciaire relatives à l'aide juridique de deuxième ligne et à l'assistance judiciaire;
- les taxes liquidées en débet et autres dépens dans le cadre de la procédure pro deo devant le Conseil d'Etat;
- les actifs divers et occasionnels;
7° l'exécution des tâches du Service des créances alimentaires, créé par la loi du 21 février 2003;
8° le service de la conservation du privilège agricole (loi du 15 avril 1884 sur les prêts agricoles);
9° toutes les compétences attribuées par une disposition légale ou réglementaire à l'ancienne Administration de la T.V.A., de l'enregistrement et des domaines, à un de ses prédécesseurs juridiques ou à un de ses fonctionnaires, pour autant que les matières concernées soient reprises sous les points 6° à 8° du présent article. ".
Art. 3. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 6. De Algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie wordt belast met :
1° de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, het Wetboek der successierechten, uitgezonderd Boek IIbis, het Wetboek diverse rechten en taksen, uitgezonderd Boek II en van hun uitvoeringsbesluiten. Zij verzekert, voor elk Gewest, slechts de dienst van de belasting bedoeld in artikel 3, eerste lid, 4°, 6°, 7° en 8° van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, voor zover deze dienst niet werd overgenomen door het betrokken Gewest;
2° het beheer van het privaat domein van de Staat waaronder de erfloze nalatenschappen met inbegrip, in afwachting van de inwerkingtreding van de artikelen 7 en 8 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat wat betreft de desbetreffende ontvangsten, de inning en invordering van de domaniale opbrengsten;
3° de vervreemding van onroerende goederen in uitvoering van de wet van 31 mei 1923 betreffende de vervreemding van onroerende domeingoederen en de vervreemding of de overdracht van roerende en onroerende goederen in uitvoering van artikel 117 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat;
4° de uitoefening van de bevoegdheden toegekend aan de aankoopcomités (inzonderheid door het koninklijk besluit van 3 november 1960 betreffende de comités tot aankoop van onroerende goederen voor rekening van de Staat, van de staatsinstellingen en van de instellingen waarin de Staat een overwegend belang heeft, door de wet van 18 december 1986 houdende bevoegdverklaring van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen tot het uitvoeren van bepaalde vermogensrechtelijke verrichtingen voor rekening van de gemeenschaps- en gewestinstellingen, door artikel 61 van de programmawet van 6 juli 1989 en door artikel 15 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen);
5° de uitvoering van titel IX van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de vaststelling van het kadastraal inkomen en het bewaren en bijhouden van de kadastrale documentatie, waaronder het kadastraal percelenplan, alsook het vervaardigen en uitreiken van uittreksels of kopieën daaruit en de uitvoering van het koninklijk besluit van 26 juli 1877 inhoudende het reglement voor de bewaring van het kadaster;
6° de uitvoering van de wetgeving met betrekking tot het aanleggen, de bijwerking en de bewaring van de documentatie betreffende het patrimonium, zowel wat de roerende en onroerende bestanddelen betreft, hieronder begrepen :
- de dienst van de bewaring van de hypotheken, zoals bepaald bij de wet van 21 ventôse jaar VII betreffende de inrichting van de bewaring der hypotheken;
- de dienst van de bewaring van het Nationaal Pandregister (wet van 11 juli 2013);
- de formaliteiten met betrekking tot het in pand geven van handelszaken (wet van 25 oktober 1919);
- de openbaarheid met betrekking tot de zakelijke rechten op zeeschepen en de formaliteiten met betrekking tot de hypotheek op zeeschepen (boek II, titel I, hoofdstuk II tot IV van het Wetboek van Koophandel);
7° de vestiging en invordering van de belasting van niet-inwoners op meerwaarden op onroerende goederen (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 301 en het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hoofdstuk III, afdeling 7, artikel 177);
8° de inning van de bedrijfsvoorheffing op de meerwaarden gerealiseerd op onroerende inkomsten door niet-verblijfhouders in het kader van hun beroepswerkzaamheid (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 412bis en het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hoofdstuk III, afdeling 13bis, artikel 210bis en 210ter);
9° de inning en invordering van de rechten met betrekking tot de rechtspleging voor de Raad van State (artikel 71 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State);
10° de dienst van de lokale agentschappen van de Deposito- en Consignatiekas conform de processen, de procedures en instructies van de Algemene Administratie van de Thesaurie;
11° alle bevoegdheden verleend door een wettelijke of reglementaire bepaling aan de voormalige Administratie van de BTW, registratie en domeinen, een van haar rechtsvoorgangers of aan een van haar ambtenaren, voor zover het materies betreffen die behoren tot de sector registratie en domeinen, uitgezonderd de taken bedoeld in artikel 4, 6° tot 9° van dit besluit.".
"Art. 6. De Algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie wordt belast met :
1° de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, het Wetboek der successierechten, uitgezonderd Boek IIbis, het Wetboek diverse rechten en taksen, uitgezonderd Boek II en van hun uitvoeringsbesluiten. Zij verzekert, voor elk Gewest, slechts de dienst van de belasting bedoeld in artikel 3, eerste lid, 4°, 6°, 7° en 8° van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, voor zover deze dienst niet werd overgenomen door het betrokken Gewest;
2° het beheer van het privaat domein van de Staat waaronder de erfloze nalatenschappen met inbegrip, in afwachting van de inwerkingtreding van de artikelen 7 en 8 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat wat betreft de desbetreffende ontvangsten, de inning en invordering van de domaniale opbrengsten;
3° de vervreemding van onroerende goederen in uitvoering van de wet van 31 mei 1923 betreffende de vervreemding van onroerende domeingoederen en de vervreemding of de overdracht van roerende en onroerende goederen in uitvoering van artikel 117 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat;
4° de uitoefening van de bevoegdheden toegekend aan de aankoopcomités (inzonderheid door het koninklijk besluit van 3 november 1960 betreffende de comités tot aankoop van onroerende goederen voor rekening van de Staat, van de staatsinstellingen en van de instellingen waarin de Staat een overwegend belang heeft, door de wet van 18 december 1986 houdende bevoegdverklaring van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen tot het uitvoeren van bepaalde vermogensrechtelijke verrichtingen voor rekening van de gemeenschaps- en gewestinstellingen, door artikel 61 van de programmawet van 6 juli 1989 en door artikel 15 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen);
5° de uitvoering van titel IX van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de vaststelling van het kadastraal inkomen en het bewaren en bijhouden van de kadastrale documentatie, waaronder het kadastraal percelenplan, alsook het vervaardigen en uitreiken van uittreksels of kopieën daaruit en de uitvoering van het koninklijk besluit van 26 juli 1877 inhoudende het reglement voor de bewaring van het kadaster;
6° de uitvoering van de wetgeving met betrekking tot het aanleggen, de bijwerking en de bewaring van de documentatie betreffende het patrimonium, zowel wat de roerende en onroerende bestanddelen betreft, hieronder begrepen :
- de dienst van de bewaring van de hypotheken, zoals bepaald bij de wet van 21 ventôse jaar VII betreffende de inrichting van de bewaring der hypotheken;
- de dienst van de bewaring van het Nationaal Pandregister (wet van 11 juli 2013);
- de formaliteiten met betrekking tot het in pand geven van handelszaken (wet van 25 oktober 1919);
- de openbaarheid met betrekking tot de zakelijke rechten op zeeschepen en de formaliteiten met betrekking tot de hypotheek op zeeschepen (boek II, titel I, hoofdstuk II tot IV van het Wetboek van Koophandel);
7° de vestiging en invordering van de belasting van niet-inwoners op meerwaarden op onroerende goederen (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 301 en het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hoofdstuk III, afdeling 7, artikel 177);
8° de inning van de bedrijfsvoorheffing op de meerwaarden gerealiseerd op onroerende inkomsten door niet-verblijfhouders in het kader van hun beroepswerkzaamheid (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 412bis en het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hoofdstuk III, afdeling 13bis, artikel 210bis en 210ter);
9° de inning en invordering van de rechten met betrekking tot de rechtspleging voor de Raad van State (artikel 71 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State);
10° de dienst van de lokale agentschappen van de Deposito- en Consignatiekas conform de processen, de procedures en instructies van de Algemene Administratie van de Thesaurie;
11° alle bevoegdheden verleend door een wettelijke of reglementaire bepaling aan de voormalige Administratie van de BTW, registratie en domeinen, een van haar rechtsvoorgangers of aan een van haar ambtenaren, voor zover het materies betreffen die behoren tot de sector registratie en domeinen, uitgezonderd de taken bedoeld in artikel 4, 6° tot 9° van dit besluit.".
Art. 3. L'article 6 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 6. L'Administration générale de la documentation patrimoniale est chargée de :
1° l'exécution du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, du Code des droits de succession excepté le Livre IIbis, le Code des droits et taxes divers, excepté le Livre II, et de leurs arrêtés d'exécution. Elle n'assure, pour chaque Région, le service des impôts visés par l'article 3, alinéa 1er, 4°, 6°, 7° et 8° de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions que pour autant que ce service n'ait pas été repris par la Région concernée;
2° la gestion du domaine privé de l'Etat, dont les successions en déshérence, y compris la perception et le recouvrement des recettes domaniales, dans l'attente de l'entrée en vigueur des articles 7 et 8 de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral concernant les recettes en question;
3° l'aliénation de biens immeubles en exécution de la loi du 31 mai 1923 relative à l'aliénation d'immeubles domaniaux, et l'aliénation ou le transfert de biens meubles ou immeubles en application de l'article 117 de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral;
4° l'exercice des compétences attribuées aux comités d'acquisition (notamment par l'arrêté royal du 3 novembre 1960 relatif aux comités d'acquisition d'immeubles pour compte de l'Etat, des organismes d'Etat et des organismes dans lesquels l'Etat a un intérêt prépondérant, par la loi du 18 décembre 1986 habilitant l'administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines à réaliser certaines opérations patrimoniales pour le compte des institutions communautaires et régionales, par l'article 61 de la loi-programme du 6 juillet 1989 et par l'article 15 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des Bâtiments);
5° l'exécution du titre IX du Code des impôts sur les revenus 1992 en ce qui concerne la fixation du revenu cadastral et la conservation et la mise à jour de la documentation cadastrale, en ce compris le plan des parcelles cadastrales, ainsi que la confection et la délivrance d'extraits ou de copies et l'exécution de l'arrêté royal du 26 juillet 1877 portant règlement pour la conservation du cadastre;
6° l'exécution de la législation relative à la constitution, à la mise à jour et à la conservation de la documentation relative au patrimoine dans ses éléments tant mobiliers qu'immobiliers, en ce compris :
- le service de la conservation des hypothèques, tel que déterminé par la loi du 21 ventôse an VII relative à l'organisation de la conservation des hypothèques;
- le service de la conservation du Registre national des gages (loi du 11 juillet 2013);
- les formalités relatives à la mise en gage de fonds de commerce (loi du 25 octobre 1919);
- la publicité relative aux droits réels sur navires et les formalités relatives à l'hypothèque maritime (livre II, titre Ier, chapitre II à IV du Code de commerce);
7° l'établissement et le recouvrement de l'impôt des non-résidents sur les plus-values réalisées sur des immeubles (Code des impôts sur les revenus 1992, article 301 et l'arrêté d'exécution du Code des impôts sur les revenus 1992, chapitre III, section 7, article 177);
8° la perception du précompte professionnel sur les plus-values réalisées sur des biens immobiliers par des non-résidents dans le cadre de leur activité professionnelle (Code des impôts sur les revenus 1992, article 412bis et l'arrêté d'exécution du Code des impôts sur le revenu, chapitre III, section 13bis, article 210bis et 210ter);
9° la perception et le recouvrement des droits relatifs à la procédure devant le Conseil d'Etat (article 71 de l'arrêté du Régent du 23 août 1948 réglant la procédure devant la section administrative du Conseil d'Etat);
10° le service des agences locales de la Caisse des Dépôts et Consignations conformément aux processus, procédures et instructions de l'Administration générale de la Trésorerie;
11° toutes les compétences attribuées par une disposition légale ou réglementaire à l'ancienne Administration de la T.V.A., de l'enregistrement et des domaines, à un de ses prédécesseurs juridiques ou à un de ses fonctionnaires, pour autant que les matières concernées appartiennent au secteur enregistrement et domaines, excepté les tâches visées à l'article 4, 6° à 9° du présent arrêté. ".
" Art. 6. L'Administration générale de la documentation patrimoniale est chargée de :
1° l'exécution du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, du Code des droits de succession excepté le Livre IIbis, le Code des droits et taxes divers, excepté le Livre II, et de leurs arrêtés d'exécution. Elle n'assure, pour chaque Région, le service des impôts visés par l'article 3, alinéa 1er, 4°, 6°, 7° et 8° de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions que pour autant que ce service n'ait pas été repris par la Région concernée;
2° la gestion du domaine privé de l'Etat, dont les successions en déshérence, y compris la perception et le recouvrement des recettes domaniales, dans l'attente de l'entrée en vigueur des articles 7 et 8 de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral concernant les recettes en question;
3° l'aliénation de biens immeubles en exécution de la loi du 31 mai 1923 relative à l'aliénation d'immeubles domaniaux, et l'aliénation ou le transfert de biens meubles ou immeubles en application de l'article 117 de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral;
4° l'exercice des compétences attribuées aux comités d'acquisition (notamment par l'arrêté royal du 3 novembre 1960 relatif aux comités d'acquisition d'immeubles pour compte de l'Etat, des organismes d'Etat et des organismes dans lesquels l'Etat a un intérêt prépondérant, par la loi du 18 décembre 1986 habilitant l'administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines à réaliser certaines opérations patrimoniales pour le compte des institutions communautaires et régionales, par l'article 61 de la loi-programme du 6 juillet 1989 et par l'article 15 de la loi du 1er avril 1971 portant création d'une Régie des Bâtiments);
5° l'exécution du titre IX du Code des impôts sur les revenus 1992 en ce qui concerne la fixation du revenu cadastral et la conservation et la mise à jour de la documentation cadastrale, en ce compris le plan des parcelles cadastrales, ainsi que la confection et la délivrance d'extraits ou de copies et l'exécution de l'arrêté royal du 26 juillet 1877 portant règlement pour la conservation du cadastre;
6° l'exécution de la législation relative à la constitution, à la mise à jour et à la conservation de la documentation relative au patrimoine dans ses éléments tant mobiliers qu'immobiliers, en ce compris :
- le service de la conservation des hypothèques, tel que déterminé par la loi du 21 ventôse an VII relative à l'organisation de la conservation des hypothèques;
- le service de la conservation du Registre national des gages (loi du 11 juillet 2013);
- les formalités relatives à la mise en gage de fonds de commerce (loi du 25 octobre 1919);
- la publicité relative aux droits réels sur navires et les formalités relatives à l'hypothèque maritime (livre II, titre Ier, chapitre II à IV du Code de commerce);
7° l'établissement et le recouvrement de l'impôt des non-résidents sur les plus-values réalisées sur des immeubles (Code des impôts sur les revenus 1992, article 301 et l'arrêté d'exécution du Code des impôts sur les revenus 1992, chapitre III, section 7, article 177);
8° la perception du précompte professionnel sur les plus-values réalisées sur des biens immobiliers par des non-résidents dans le cadre de leur activité professionnelle (Code des impôts sur les revenus 1992, article 412bis et l'arrêté d'exécution du Code des impôts sur le revenu, chapitre III, section 13bis, article 210bis et 210ter);
9° la perception et le recouvrement des droits relatifs à la procédure devant le Conseil d'Etat (article 71 de l'arrêté du Régent du 23 août 1948 réglant la procédure devant la section administrative du Conseil d'Etat);
10° le service des agences locales de la Caisse des Dépôts et Consignations conformément aux processus, procédures et instructions de l'Administration générale de la Trésorerie;
11° toutes les compétences attribuées par une disposition légale ou réglementaire à l'ancienne Administration de la T.V.A., de l'enregistrement et des domaines, à un de ses prédécesseurs juridiques ou à un de ses fonctionnaires, pour autant que les matières concernées appartiennent au secteur enregistrement et domaines, excepté les tâches visées à l'article 4, 6° à 9° du présent arrêté. ".
Art. 4. De Dienst voor Alimentatievorderingen wordt geïntegreerd in de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering.
Art. 4. Le Service des créances alimentaires est intégré dans l'Administration générale de la perception et du recouvrement.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.
Art. 6. De minister bevoegd voor de Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.