Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en in de programmatorische federale overheidsdiensten
Titre
10 AVRIL 2014. - Arrêté royal modifiant certaines dispositions relatives aux fonctions de management des services publics fédéraux et des services publics fédéraux de programmation
Documentinformatie
Numac: 2014002031
Datum: 2014-04-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014002031
Date: 2014-04-10
Moniteur: Voir
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten
CHAPITRE I. - Modification de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation
Artikel 1. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juni 2004 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 augustus 2004 en 8 juli 2005, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 5. § 1. Om deel te nemen aan de vergelijkende selecties voor de functie van voorzitter van het directiecomité, van voorzitter en een managementfunctie -1, moeten de kandidaten houder zijn van een functie van niveau A of kunnen deelnemen aan een vergelijkende selectie voor een functie van niveau A. Zij dienen over een managementervaring van minstens zes jaar te beschikken of tien jaar nuttige beroepservaring te hebben. Onder managementervaring wordt verstaan ervaring inzake beheer in een overheidsdienst of in een organisatie uit de privé-sector.
  § 2. Om deel te nemen aan de vergelijkende selecties voor een managementfunctie -2 en -3, moeten de kandidaten houder zijn van een functie van niveau A of kunnen deelnemen aan een vergelijkende selectie voor een functie van niveau A. Zij dienen gedurende minstens zes jaar titularis te zijn van een functie van niveau A of tien jaar nuttige beroepservaring te hebben.".
Article 1er. L'article 5 de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation, remplacé par l'arrêté royal du 15 juin 2004 et modifié par les arrêtés royaux des 4 août 2004 et 8 juillet 2005, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. § 1er. Pour participer aux sélections comparatives pour la fonction de président du comité de direction, de président et pour une fonction de management -1, les candidats doivent être titulaires d'une fonction de niveau A ou pouvoir participer à une sélection comparative pour une fonction de niveau A. Ils doivent posséder une expérience de management d'au moins six ans ou avoir une expérience professionnelle utile d'au moins dix ans. Par expérience de management, il y a lieu d'entendre une expérience en gestion au sein d'un service public ou d'une organisation du secteur privé.
  § 2. Pour participer aux sélections comparatives pour une fonction de management -2 et -3, les candidats doivent être titulaires d'une fonction de niveau A ou pouvoir participer à une sélection comparative pour une fonction de niveau A. Ils doivent être titulaires d'une fonction de niveau A depuis au moins six ans ou avoir une expérience professionnelle utile d'au moins dix ans. ".
Art. 2. In artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juni 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De kandidaturen worden ingediend bij de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de federale overheid, die de toelaatbaarheid ervan onderzoekt.
  De kandidaten die toelaatbaar zijn verklaard leggen een computergestuurde assessmentproef af die de generieke managementcompetentie meet en aangepast is aan het niveau van de te begeven functie. Drie niveaus worden gedefinieerd :
  1° het niveau dat de wegingklassen 7 en 6 bevat;
  2° het niveau dat de wegingklassen 5 en 4 bevat;
  3° het niveau dat de andere wegingklassen bevat.
  Een kandidaat die niet geslaagd is voor de computergestuurde assessmentproef voor een niveau wordt gedurende een periode van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van het afleggen van deze proef, uitgesloten van het opnieuw afleggen van dezelfde proef of een proef voor een hoger niveau.
  Er wordt vrijstelling van de computergestuurde assessmentproef toegekend, gedurende 2 jaar berekend vanaf de datum van het slagen voor deze proef, voor elke andere management- of staffunctie van hetzelfde of een lager niveau.
  Er wordt eveneens vrijstelling toegekend aan de houders van een management- of een staffunctie van hetzelfde of een hoger niveau.";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
  " § 2. De kandidaten die geslaagd zijn voor de computergestuurde assessmentproef leggen voor de selectiecommissie een mondelinge proef af uitgaande van een praktijkgeval dat betrekking heeft op de te begeven managementfunctie. De proef heeft tot doel zowel de specifieke competenties als de managementvaardigheden te evalueren die vereist zijn voor de uitoefening van deze functie.".
  3° een § 2bis wordt ingevoegd, luidende :
  " § 2bis. De afgevaardigd bestuurder van Selor - Selectiebureau van de Federale Overheid, bepaalt de methodologie voor de computergestuurde assessmentproeven en voor de mondelinge proef en controleert de toepassing ervan.";
  4° in § 3, worden de woorden "de testen en" geschrapt.
Art. 2. Dans l'article 7 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 15 juin 2004, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les candidatures sont introduites auprès de l'administrateur délégué du SELOR-Bureau de sélection de l'Administration fédérale - qui en examine l'admissibilité.
  Les candidats déclarés admissibles présentent une épreuve d'assessment informatisée qui mesure les compétences managériales génériques et est adaptée au niveau de la fonction à pourvoir. Trois niveaux sont définis:
  1° le niveau comprenant les classes 7 et 6 de pondération;
  2° le niveau comprenant les classes 5 et 4 de pondération;
  3° le niveau comprenant les autres classes de pondération.
  Un candidat qui n'a pas réussi l'épreuve d'assessment informatisée pour un niveau est exclu pendant une durée de six mois à dater du jour de la présentation de cette épreuve de se présenter à nouveau pour cette épreuve ou pour une épreuve d'un niveau supérieur.
  Dispense de l'épreuve d'assessment informatisée est accordée, pendant deux ans comptés à partir de la date de la réussite de l'épreuve, pour toute autre fonction de management ou d'encadrement de niveau équivalent ou inférieur.
  Dispense est également accordée aux titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement de niveau équivalent ou supérieur. ";
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Les candidats qui ont réussi l'épreuve d'assessment informatisée présentent, devant la commission de sélection, une épreuve orale au départ d'un cas pratique ayant trait à la fonction de management à pourvoir. Cette épreuve a pour but d'évaluer tant les compétences spécifiques que les aptitudes managériales requises pour l'exercice de cette fonction. ".
  3° un § 2 bis est inséré, rédigé comme suit :
  " § 2bis. L'administrateur délégué de Selor - Bureau de sélection de l'Administration fédérale définit la méthodologie des épreuves d'assessment informatisées et de l'épreuve orale et contrôle leur application. ";
  4° dans le § 3, les mots " des tests et " sont supprimés et le mot " visés " est remplacé par le mot " visée ".
Art. 3. In artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juni 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 1, eerste lid, wordt het 6° opgeheven;
  2° in § 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "De taalpariteit wordt verzekerd binnen elk van de categorieën van leden van de selectiecommissie bedoeld in het eerste lid, 4° en 5°. Het lid bedoeld in het eerste lid, 2° behoort tot een andere taalaanhorigheid dan die van het lid bedoeld in het eerste lid, 3°. De taalaanhorigheid van de leden, bedoeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, wordt bepaald door de taal van het getuigschrift of het diploma dat bewijst dat men geslaagd is voor de studies die in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van de competentie die nodig is voor de expertiseopdracht. De taalaanhorigheid van de leden, bedoeld in het eerste lid, 5°, wordt bepaald door de taalrol van de ambtenaar of door toepassing van de artikelen 35 tot 41 van de gewone wet van 9 augustus 1980 over de institutionele hervormingen."
  3° in § 1, derde lid, worden het woord "effectieve" en de woorden "alsook deze van hun vervangers" geschrapt;
  4° in § 2, eerste lid, worden de woorden "met inbegrip van de plaatsvervangers," geschrapt.
Art. 3. Dans l'article 8 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 15 juin 2004, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, alinéa 1er, le 6° est abrogé;
  2° dans le § 1er, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " La parité linguistique est assurée au sein de chacune des catégories de membres de la commission de sélection visés à l'alinéa 1er, 4°, et 5°. Le membre visé à l'alinéa 1er, 2° est d'une appartenance linguistique autre que celle du membre visé à l'alinéa 1er, 3°. L'appartenance linguistique est déterminée, pour ce qui concerne les membres visés à l'alinéa 1er, 2°, 3° et 4°, par la langue du certificat ou du diplôme sanctionnant la réussite des études prises en compte pour l'appréciation de la compétence nécessaire à la mission d'expertise. Pour les membres visés à l'alinéa 1er, 5°, l'appartenance linguistique est déterminée par le rôle linguistique de l'agent ou en application des articles 35 à 41 de la loi ordinaire du 9 août 1980 de réformes institutionnelles. "
  3° dans le § 1er, alinéa 3, le mot " effectifs " et les mots " ainsi que ceux de leurs suppléants " sont supprimés;
  4° dans le § 2, alinéa 1er, les mots " ,en ce compris les suppléants, " sont supprimés.
Art. 4. Artikel 16 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 1 februari 2005, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 16. Elke houder van een managementfunctie wordt tijdens zijn mandaat jaarlijks geëvalueerd. De eerste vijf cycli worden met een tussentijdse evaluatie afgesloten. De laatste cyclus eindigt zes maanden vóór het verstrijken van het mandaat en wordt met een eindevaluatie afgesloten.
  De verloven of afwezigheden hebben geen invloed op de duur van de periode, behalve indien ze een ononderbroken periode van dertig werkdagen overschrijden. In dat geval hebben deze een schorsende werking.
  Onder werkdagen worden alle dagen van de week, met uitzondering van zaterdagen, zondagen en feestdagen verstaan.
  In afwijking van het eerste lid worden de ambtenaren van Buitenlandse Zaken, behorend tot de externe loopbanen, die als houder van een managementfunctie werden aangesteld en voor een mandaat van vier jaar hebben gekozen tijdens hun mandaat viermaal geëvalueerd. De eerste drie cycli duren één jaar en worden met een tussentijdse evaluatie afgesloten. De vierde cyclus eindigt zes maanden voor het einde van het mandaat en wordt met een eindevaluatie afgesloten.
  De duur van de eerste cyclus kan gewijzigd worden door wederzijdse overeenkomst tussen de eerste evaluator en de geëvalueerde om de evaluatiecyclus op de budgettaire cyclus af te stemmen. Door eenzelfde wederzijdse overeenkomst kan de voorlaatste cyclus in de laatste cyclus geïntegreerd worden."
Art. 4. L'article 16 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 1er février 2005, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 16. Chaque titulaire d'une fonction de management est évalué annuellement durant la durée de son mandat. Les cinq premiers cycles sont sanctionnés par une évaluation intermédiaire. Le dernier cycle se clôture six mois avant la fin du mandat et se conclut par une évaluation finale.
  Les congés ou absences n'ont pas d'impact sur la durée de la période, sauf s'ils excèdent une période ininterrompue de trente jours ouvrables. Dans ce cas, ceux-ci ont un effet suspensif.
  Par jours ouvrables, on entend tous les jours de la semaine à l'exception des samedis, des dimanches et jours fériés.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les agents des Affaires étrangères appartenant aux carrières extérieures qui ont été désignés comme titulaires d'une fonction de management et qui ont opté pour un mandat de quatre ans, sont évalués à quatre reprises durant la durée de leur mandat. Les trois premiers cycles ont une durée d'un an et sont sanctionnés par une évaluation intermédiaire. Le quatrième cycle se clôture six mois avant la fin du mandat et se conclut par une évaluation finale.
  La durée du premier cycle peut être modifiée de commun accord entre le premier évaluateur et l'évalué pour aligner le cycle d'évaluation sur le cycle budgétaire. D'un même commun accord, l'avant-dernier cycle peut être intégré dans le dernier cycle. "
Art. 5. In artikel 18 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 1 februari 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden ",indien nodig," en het woord "eventuele" opgeheven;
  2° in § 2, worden de woorden "eventuele vermelding" telkens vervangen door het woord "vermelding";
  3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4 Elke evaluatie wordt afgesloten met één van de volgende vermeldingen : "uitstekend", "voldoet aan de verwachtingen", "te ontwikkelen", of "onvoldoende".";
  4° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
  " § 5. De evaluatie wordt besloten met de vermelding " onvoldoende " als eruit blijkt dat de doelstellingen bepaald in de in artikel 11 bedoelde plannen, niet werden verwezenlijkt.";
  5° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. De evaluatie wordt besloten met de vermelding "te ontwikkelen" als eruit blijkt dat de doelstellingen bepaald in de in artikel 11 bedoelde plannen slechts gedeeltelijk zijn verwezenlijkt.";
  6° paragraaf 7 wordt vervangen als volgt :
  " § 7. De evaluatie wordt besloten met de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" als eruit blijkt dat de meeste doelstellingen bepaald in de in artikel 11 bedoelde plannen werden verwezenlijkt.";
  7° een paragraaf 7bis wordt ingevoegd, luidende als volgt :
  " § 7bis. De evaluatie wordt besloten met de vermelding "uitstekend" als eruit blijkt dat grotendeels de doelstellingen bepaald in de in artikel 11 bedoelde plannen werden verwezenlijkt en dat sommige overtroffen werden.";
  8° een paragraaf 7ter wordt ingevoegd, luidende als volgt :
  " § 7ter. Er wordt geen rekening gehouden met de doelstellingen waarvan het niet bereiken geenszins afhing van de verantwoordelijkheid van de geëvalueerde.";
  9° een paragraaf 7quater wordt ingevoegd, luidende als volgt :
  " § . 7quater. In voorkomend geval, kan aan een houder van een managementfunctie, mits een specifieke motivering, een voor hem minder gunstige vermelding worden toegekend dan deze die zou worden toegekend met toepassing van de §§ 5 tot en met 7bis indien uit de evaluatie blijkt dat de houder van de managementfunctie slechts een kleine persoonlijke bijdrage heeft geleverd aan het bereiken van de doelstellingen bepaald in de in artikel 11 bedoelde plannen of dat de feitelijke elementen besproken tijdens het evaluatiegesprek een negatieve weerslag hebben op de uitoefening van de managementfunctie. Deze vaststellingen en elementen dienen aan bod gekomen te zijn op het evaluatiegesprek en de geëvalueerde dient de mogelijkheid te krijgen om hierop te reageren. Deze reactie dient opgenomen te worden in het evaluatieverslag.";
  10° in paragraaf 9, wordt het woord "eindevaluatie" vervangen door het woord "evaluatie" en het woord "voldoende" door de woorden "voldoet aan de verwachtingen";
  11° een paragraaf 10 wordt ingevoegd, luidende als volgt :
  " § 10. Het model van het beschrijvend evaluatieverslag wordt door de minister bevoegd voor Ambtenarenzaken bepaald.".
Art. 5. Dans l'article 18 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 1er février 2005, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, les mots " , le cas échéant, " et le mot " éventuelle " sont abrogés;
  2° dans le § 2, les mots " mention éventuelle " sont chaque fois remplacés par le mot " mention ";
  3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Chaque évaluation se clôture par une des mentions suivantes : " excellent ", " répond aux attentes ", " à développer " ou " insuffisant ". ";
  4° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. L'évaluation donne lieu à la mention " insuffisant " lorsqu'il en ressort que les objectifs définis dans les plans visés à l'article 11 n'ont pas été atteints. ";
  5° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. L'évaluation donne lieu à la mention " à développer " lorsqu'il en ressort que les objectifs définis dans les plans visés à l'article 11 ne sont que partiellement atteints. ";
  6° le paragraphe 7 est remplacé par ce qui suit :
  " § 7. L'évaluation donne lieu à la mention " répond aux attentes " lorsqu'il en ressort que la plupart des objectifs définis dans les plans visés à l'article 11 ont été atteints. ";
  7° un paragraphe 7bis est inséré, rédigé comme suit :
  " § 7bis. L'évaluation donne lieu à la mention " excellent " lorsqu'il en ressort que la majorité des objectifs définis dans les plans visés à l'article 11 ont été atteints et que certains ont été dépassés. ";
  8° un paragraphe 7ter est inséré, rédigé comme suit :
  " § . 7ter. Il n'est pas tenu compte des objectifs dont la non atteinte n'a en rien dépendu de la responsabilité de l'évalué. ";
  9° un paragraphe 7quater est inséré, rédigé comme suit :
  " § . 7quater. Le cas échéant, il peut être attribué au titulaire d'une fonction de management, moyennant une motivation spécifique, une mention moins favorable que celle qui lui aurait été reconnue en application des §§ 5 à 7bis s'il ressort de l'évaluation, que le titulaire de la fonction de management a seulement fourni une faible contribution personnelle à l'atteinte des objectifs définis dans les plans visés à l'article 11 ou que les éléments de fait discutés durant l'entretien d'évaluation ont eu un impact négatif sur l'exercice de la fonction de management. Ces constatations et éléments doivent être abordés durant l'entretien d'évaluation et la possibilité doit être offerte à l'évalué d'y réagir. Cette réaction doit être reprise dans le rapport d'évaluation. ";
  10° dans le paragraphe 9, les mots " évaluation finale " sont remplacés par le mot " évaluation " et le mot " satisfaisant ", par les mots " répond aux attentes ";
  11° un paragraphe 10 est inséré, rédigé comme suit :
  " § 10. Le modèle du rapport d'évaluation descriptive est déterminé par le ministre qui a la Fonction publique dans ses attributions. ".
Art. 6. In artikel 19 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 1 februari 2005 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 8 juli 2005 en 24 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "zeer goed" vervangen door het woord "uitstekend";
  2° in paragraaf 1, wordt het derde lid aangevuld als volgt: "In voorkomend geval wordt het mandaat verlengd tot het einde van de in dit artikel bedoelde beroepsprocedure. Er is geen enkele verlenging mogelijk als artikel 10, § 1, derde lid, van toepassing is.";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "zeer goed" vervangen door het woord "uitstekend";
  4° in paragraaf 4, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "De stemming is geheim. Bij staking van stemmen bestaat het advies in het voorstel om de vermelding toe te kennen die onmiddellijk hoger is dan deze die toegekend was.";
  5° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
  " § 5. Het beroepsorgaan brengt zijn advies uit binnen de maand die volgt op de indiening van het beroep en bezorgt het onmiddellijk aan de eerste evaluator en de verzoeker.
  De eerste evaluator en de tweede evaluator, als er een tweede evaluator is, kennen de definitieve vermelding toe binnen een termijn van vijftien kalenderdagen en delen ze onmiddellijk mee aan de geëvalueerde. ".
Art. 6. A l'article 19 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 1er février 2005 et modifié par les arrêtés royaux du 8 juillet 2005 et 24 mai 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " très bon " sont remplacés par le mot " excellent ";
  2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est complété par ce qui suit : " Le cas échéant, le mandat est prolongé jusqu'au terme de la procédure de recours visée au présent article. Aucune prolongation n'est possible lorsque l'article 10, § 1er, alinéa 3, s'applique. ";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " très bon " sont remplacés par le mot " excellent ";
  4° dans le paragraphe 4, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Le vote a lieu au scrutin secret. En cas de partage des voix, l'avis consiste en la proposition d'attribuer la mention immédiatement supérieure à celle qui avait été attribuée. ";
  5° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. L'organe de recours rend son avis dans le mois qui suit l'introduction du recours et le communique sans délai au premier évaluateur et au requérant.
  Le premier évaluateur et le deuxième évaluateur lorsqu'il y a un deuxième évaluateur attribuent la mention définitive dans un délai de quinze jours civils et la signifient immédiatement à l'évalué. ".
Art. 7. Het opschrift van hoofdstuk VI van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "HOOFDSTUK VI. - Einde van het mandaat, niet-hernieuwing ervan en tijdelijke vervanging".
Art. 7. L'intitulé du chapitre VI du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " CHAPITRE VI - De la fin du mandat, de son non renouvellement et du remplacement temporaire "
Art. 8. Het opschrift van onderafdeling I van afdeling I van hoofdstuk VI van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende woorden "en tijdelijke vervanging".
Art. 8. L'intitulé de la sous-section première de la section première, du chapitre VI du même arrêté est complété par les mots suivants " et du remplacement temporaire ".
Art. 9. Artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 mei 2006, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 20. § 1. Het mandaat eindigt van rechtswege en zonder dat het aan de mandaathouder moet worden betekend :
  1° op het einde van de periodes bedoeld in artikel 10;
  2° wanneer de houder van de managementfunctie de leeftijd van 65 jaar bereikt;
  3° als de houder van de managementfunctie in een andere managementfunctie of in een staffunctie wordt aangesteld, vanaf de eerste dag dat hij de nieuwe functie effectief uitoefent;
  4° als de houder effectief één van de in artikel 14 bedoelde verloven geniet.
  § 2. Als de houder van de managementfunctie de leeftijd van 65 jaar bereikt tijdens het mandaat, kan hij vragen zijn mandaat te verlengen tot het einde ervan, per maximale periode van een jaar. De organen bedoeld in artikel 9, § 1, tweede lid, en § 2, tweede lid, nemen een met reden omklede beslissing. De verlengingsaanvraag wordt ingediend minstens 6 maanden voor de datum van de 65e verjaardag of van het einde van de verlenging.
  § 3. De minister of de staatssecretaris kan het mandaat van de houder van de managementfunctie verlengen als de procedure om hem te vervangen ingezet werd, op een regelmatige wijze vervolgd wordt maar nog niet heeft geleid tot een aanstelling. In het geval van een managementfunctie -1, -2 of -3 kan alleen over de verlenging worden beslist door de Minister of de Staatssecretaris op voordracht van de voorzitter van het directiecomité of van de voorzitter. De verlenging is beperkt tot zes maanden en is hernieuwbaar. De hernieuwing van de verlenging van een mandaat van voorzitter van het directiecomité of van een voorzitter wordt ondergeschikt aan het eensluidend advies van de in raad vergaderde ministers.
  § 4. De minister of de staatssecretaris kan voorzien in de tijdelijke vervanging van een houder van een managementfunctie, bij een definitief vacant verklaarde betrekking, door een andere houder van een management- of staffunctie of een rijksambtenaar van de klassen A4 of A5, ermee te belasten dat mandaat uit te oefenen, als de vervangingsprocedure ingezet werd, op een regelmatige wijze vervolgd wordt maar nog niet heeft geleid tot een aanstelling. Deze persoon maakt bij voorkeur deel uit van dezelfde federale overheidsdienst of dezelfde programmatorische federale overheidsdienst. In het geval van een managementfunctie -1, -2 of -3 kan alleen over de vervanging worden beslist door de Minister of de Staatssecretaris op voordracht van de voorzitter van het directiecomité of van de voorzitter.
  De vervanger ontvangt gedurende deze vervanging een directiepremie van 735 euro voor de maximale duur van één jaar.
  De directiepremie wordt maandelijks uitbetaald in dezelfde mate en tegen dezelfde voorwaarden als het loon.
  Het bedrag van de premie wordt gekoppeld aan spilindex 138,01.
  § 5. Indien geen voordracht van verlenging of vervanging gedaan wordt door de voorzitter van het directiecomité of door de voorzitter, een maand voor het aflopen van het mandaat en de procedure nog niet heeft geleid tot een aanstelling, kan de minister of de staatssecretaris beslissen over de verlenging of de vervanging van de managementfunctie.".
Art. 9. L'article 20 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 24 mai 2006, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 20. § 1er. Le mandat prend fin de plein droit et sans qu'il soit nécessaire de le notifier au mandataire :
  1° au terme des périodes visées à l'article 10;
  2° lorsque le titulaire de la fonction de management atteint l'âge de 65 ans;
  3° lorsque le titulaire de la fonction de management est désigné dans une autre fonction de management ou dans une fonction d'encadrement, dès le premier jour où il exerce effectivement cette nouvelle fonction;
  4° lorsque le titulaire bénéficie de fait d'un des congés visés à l'article 14.
  § 2. Lorsque le titulaire de la fonction de management atteint l'âge de 65 ans en cours de mandat, il peut solliciter la prolongation de son mandat jusqu'au terme de celui-ci, par période maximale d'un an. Les organes visés à l'article 9, § 1er, alinéa 2 et § 2, alinéa 2, prennent une décision motivée. La demande de prolongation est introduite au moins 6 mois avant la date du 65e anniversaire ou de la fin de la prolongation.
  § 3. Le ministre ou le secrétaire d'Etat peut prolonger le mandat du titulaire de la fonction de management si la procédure pour pourvoir à son remplacement a été engagée, est poursuivie de manière régulière mais n'a pas encore conduit à une désignation. Dans le cas d'une fonction de management -1, -2 ou -3, la prolongation ne peut être décidée par le ministre ou le secrétaire d'Etat que sur proposition du président du comité de direction ou du président. La prolongation est limitée à six mois et est renouvelable. Le renouvellement de la prolongation d'un mandat de président de comité de direction ou de président est subordonné à l'avis conforme des ministres réunis en conseil.
  § 4. Le ministre ou le secrétaire d'Etat peut pourvoir au remplacement temporaire d'un titulaire d'une fonction de management, quand le poste est déclaré définitivement vacant, en chargeant un autre titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement ou un agent de l'Etat des classes A4 ou A5 d'exercer ce mandat, si la procédure pour pourvoir à ce remplacement a été engagée, est poursuivie de manière régulière mais n'a pas encore conduit à une désignation. Cette personne fait de préférence partie du même service public fédéral ou du même service public fédéral de programmation. Dans le cas d'une fonction de management -1, -2 ou -3, le remplacement ne peut être décidée par le ministre ou le secrétaire d'Etat que sur proposition du président du comité de direction ou du président.
  Le remplaçant reçoit pendant ce remplacement une prime de direction de 735 euros pour une durée maximale d'un an.
  La prime de direction est liquidée mensuellement dans la même mesure et aux mêmes conditions que le traitement.
  Le montant de la prime est lié à l'indice-pivot 138,01.
  § 5. Si aucune proposition de prolongation ou de remplacement n'est faite par le président du comité de direction ou par le président un mois avant l'expiration du mandat et si la procédure n'a pas encore abouti à une désignation, le ministre ou le secrétaire d'Etat décident du prolongement ou du remplacement de la fonction de management. ".
Art. 10. In artikel 21 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van 24 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3 wordt het derde lid vervangen als volgt :
  "Al naargelang de vermelding "onvoldoende" wordt toegekend bij de eindevaluatie, bij de derde, vierde of vijfde tussentijdse evaluatie of bij de eerste of tweede tussentijdse evaluatie, verkrijgt de houder van de managementfunctie acht maal, zes maal of drie maal de beëindigingvergoeding, berekend overeenkomstig het eerste en het tweede lid.";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. In afwijking van § 3, derde lid, verkrijgen de in artikel 10, § 1, tweede lid, vermelde houders van een managementfunctie die gekozen hebben voor een mandaat van vier jaar, al naargelang de vermelding "onvoldoende" wordt toegekend bij de eindevaluatie of bij een tussentijdse evaluatie, zes maal of drie maal de beëindigingvergoeding, berekend overeenkomstig § 3, eerste en tweede lid."
  3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
  " § 5. In afwijking van § 3, derde lid, verkrijgt de houder van de in artikel 10, § 1, derde lid, vermelde managementfunctie, al naargelang de vermelding "onvoldoende" wordt toegekend bij de eindevaluatie of bij een tussentijdse evaluatie, zes maal of drie maal de beëindigingvergoeding, berekend overeenkomstig § 3, eerste, tweede en vierde lid.".
Art. 10. Dans l'article 21 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du 24 mai 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 3, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Selon que la mention " insuffisant " est attribuée lors de l'évaluation finale, lors de la troisième, quatrième ou cinquième évaluation intermédiaire ou lors de la première ou de la deuxième évaluation intermédiaire, le titulaire de la fonction de management obtient huit fois, six fois ou trois fois l'indemnité de départ calculée conformément aux alinéas 1er et 2. ";
  2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Par dérogation au § 3, alinéa 3, les titulaires d'une fonction de management mentionnés à l'article 10, § 1er, alinéa 2, qui ont choisi un mandat de quatre ans obtiennent, selon que la mention " insuffisant " est attribuée lors de l'évaluation finale ou lors d'une évaluation intermédiaire, six fois ou trois fois l'indemnité de départ, calculée conformément au § 3, alinéas 1er et 2. "
  3° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Par dérogation au § 3, alinéa 3, le titulaire de la fonction de management mentionnée à l'article 10, § 1er, alinéa 3, obtient, selon que la mention " insuffisant " est attribuée lors de l'évaluation finale ou lors d'une évaluation intermédiaire, six fois ou trois fois l'indemnité de départ, calculée conformément au § 3, alinéas 1er, 2 et 4. ".
Art. 11. In artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 24 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "zeer goed" vervangen door het woord "uitstekend" en het woord "voldoende" door de woorden "voldoet aan de verwachtingen";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "zeer goed" vervangen door het woord "uitstekend";
  3° in paragraaf 4, tweede lid, wordt het woord "voldoende" vervangen door de woorden "voldoet aan de verwachtingen".
Art. 11. Dans l'article 24 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 24 mai 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " très bon " sont remplacés par le mot " excellent " et le mot " satisfaisant " par les mots " répond aux attentes ";
  2° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots " très bon " sont remplacés par le mot " excellent ";
  3° dans le paragraphe 4, alinéa 2, le mot " satisfaisant " est remplacé par les mots " répond aux attentes ".
Art. 12. Een artikel 24bis wordt ingevoegd in afdeling II van hoofdstuk VI van hetzelfde besluit, luidende als volgt :
  "Art. 24bis.De houder van een managementfunctie van wie de eindevaluatie werd besloten met de vermelding "te ontwikkelen" en die geen beroepsinkomen of rustpensioen geniet of zou kunnen genieten, ontvangt een beëindigingvergoeding.
  De beëindigingvergoeding is gelijk aan een twaalfde van de jaarlijkse bezoldiging van de houder van de managementfunctie.
  Onder jaarlijkse bezoldiging moet worden verstaan : de wedde die verschuldigd had moeten zijn voor twaalf maanden, berekend overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 juli 2001 betreffende de weging van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde.
  De houder van de managementfunctie verkrijgt tien maal de beëindigingvergoeding, berekend overeenkomstig het tweede en derde lid. De vergoeding wordt echter verminderd tot zes maal indien het mandaat minder dan zes jaar heeft geduurd.
  De beëindigingvergoeding wordt maandelijks uitbetaald, mits maandelijkse voorlegging door de belanghebbende van een verklaring op eer waaruit blijkt dat hij gedurende de betrokken periode geen beroepsinkomen of pensioen heeft genoten in de zin van het derde lid. Indien door de belanghebbende een valse verklaring op eer wordt voorgelegd, is deze een bedrag verschuldigd dat overeenstemt met de onterecht uitgekeerde beëindigingvergoeding of beëindigingvergoedingen.".
Art. 12. Un article 24bis est inséré dans la section II du chapitre VI du même arrêté, rédigé comme suit :
  " Art. 24bis. Le titulaire d'une fonction de management dont l'évaluation finale se conclut par la mention " à développer " et qui ne bénéficie ou ne pourrait bénéficier d'aucun revenu professionnel ou d'aucune pension de retraite reçoit une indemnité de départ.
  L'indemnité de départ est égale à un douzième de la rémunération annuelle du titulaire de la fonction de management.
  Par rémunération annuelle, il faut entendre : le traitement qui aurait été dû pour douze mois, calculé conformément à l'article 3 de l'arrêté royal du 11 juillet 2001 relatif à la pondération des fonctions de management et d'encadrement dans les services publics fédéraux et fixant leur traitement.
  Le titulaire de la fonction de management obtient dix fois l'indemnité de départ calculée conformément aux alinéas 2 et 3. Toutefois, l'indemnité est réduite à six fois si le mandat n'a pas duré 6 ans.
  L'indemnité de départ est liquidée mensuellement moyennant l'introduction chaque mois par l'intéressé d'une déclaration sur l'honneur dans laquelle il apparaît que pour la période concernée, il n'a bénéficié ni de revenus professionnels, ni d'une pension au sens de l'alinéa 3. Si l'intéressé a introduit une fausse déclaration sur l'honneur, il est redevable d'un montant qui correspond à l'indemnité de départ ou aux indemnités de départ indûment liquidée(s). ".
Art. 13. In artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 februari 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "eindvermelding "zeer goed" kreeg" vervangen door de woorden "minimaal de eindvermelding "voldoet aan de verwachtingen" kreeg na het eerste mandaat en "uitstekend" na het tweede of volgende mandaten";
  2° het artikel wordt aangevuld met twee leden luidende :
  "Artikel 10 is van toepassing.
  Het eerste lid is alleen van toepassing als de functiebeschrijving noch grondig werd gewijzigd, noch in een andere klasse werd gewogen.".
Art. 13. Dans l'article 25 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 1er février 2005, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " la mention finale " très bon " " sont remplacés par les mots " au minimum la mention finale " répond aux attentes " après le premier mandat et " excellent " après le deuxième mandat ou les suivants ";
  2° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " L'article 10 est d'application.
  L'alinéa 1er ne s'applique que si la description de fonction n'a pas été profondément modifiée ni repondérée dans une autre classe. ".
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat
Art. 14. Artikel 20ter, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 september 2012, word aangevuld als volgt :
  "Hij kent eveneens vrijstelling van een of meer modules, met uitsluiting van de laatste module, toe aan de houders van een management- of een staffunctie, alsook aan de vroegere houders van een van deze functies, van wie het mandaat sinds minder dan twee jaar beëindigd is. Die vrijstelling wordt niet toegekend aan houders of vroegere houders van een management- of staffunctie die tijdens hun mandaat minstens een evaluatie kregen met de vermelding "onvoldoende" of met de vermelding "te ontwikkelen".".
Art. 14. L'article 20ter, alinéa 5, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937, inséré par l'arrêté royal du 30 septembre 2012, est complété par ce qui suit :
  " Il accorde également dispense d'un ou plusieurs modules, à l'exclusion du dernier module, aux titulaires d'une fonction de management ou d'une fonction d'encadrement, ainsi qu'aux anciens titulaires d'une de ces fonctions, dont le mandat s'est terminé depuis moins de deux ans. Cette dispense n'est pas accordée aux titulaires ou aux anciens titulaires d'une fonction de management ou d'une fonction d'encadrement qui ont eu au moins une évaluation avec mention " insuffisant " ou avec mention " à développer " lors de leur mandat. ".
HOOFDSTUK III. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE III. - Dispositions transitoires et finales
Art. 15. De lopende selecties bij de inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet overeenkomstig de bepalingen van toepassing vóór die datum.
  Onder lopende selectie verstaat men de selecties waarvoor de oproep tot kandidaten werd gepubliceerd.
Art. 15. Les sélections en cours à l'entrée en vigueur du présent arrêté se poursuivent conformément aux dispositions en vigueur antérieurement.
  Par sélections en cours, il faut entendre celles pour lesquelles l'appel aux candidats a été publié.
Art. 16. De lopende evaluaties en beroepen bij de inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet overeenkomstig de bepalingen van toepassing vóór die datum. De gevolgen ervan blijven dezelfde.
  Onder lopende evaluatie verstaat men de evaluaties die betrekking hebben op cycli die afgerond zijn op de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 16. Les évaluations et les recours en cours à l'entrée en vigueur du présent arrêté se poursuivent conformément aux dispositions en vigueur antérieurement. Les effets en restent identiques.
  Par évaluations en cours, il faut entendre celles qui ont trait à des cycles qui sont terminés à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 17. § 1. De lopende evaluatiecycli bij de inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet overeenkomstig de bepalingen van toepassing vóór die datum.
  Deze evaluatiecycli mogen evenwel niet langer duren dan één jaar vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
  § 2. Voor de toepassing van artikel 13, 1°, van dit besluit, wordt, voor de mandaathouders in dienst op datum van inwerkingtreding van dit besluit, onder "eerste mandaat" verstaan, het mandaat dat lopende is bij de inwerkingtreding van het eerste managementplan of operationeel plan, al naargelang het geval, dat afgesloten wordt na de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 17. § 1er. Les cycles d'évaluation en cours à l'entrée en vigueur du présent arrêté se poursuivent conformément aux dispositions en vigueur antérieurement.
  Ces cycles d'évaluation ne peuvent toutefois pas excéder un an à partir de la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  § 2. Pour l'application de l'article 13, 1°, du présent arrêté, pour les mandataires en service à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, il faut comprendre par " premier mandat ", le mandat en cours au moment de l'entrée en vigueur du premier plan de management ou opérationnel, selon le cas, conclu après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 18. In afwijking van artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten, kunnen de houders van managementfuncties die binnen minder dan 6 maanden na inwerkingtreding van dit besluit de leeftijd van 65 jaar bereiken, een verlengingsaanvraag doen zonder deze termijn te moeten respecteren.
  In afwijking van artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten, kunnen de houders van managementfuncties die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en die op deze datum genieten van een verlenging van hun mandaat, een nieuwe verlengingsaanvraag doen zonder deze termijn te moeten respecteren.
Art. 18. Par dérogation à l'article 20, § 2, de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation, les titulaires de fonctions de management qui dans les 6 mois qui suivent l'entrée en vigueur du présent arrêté atteignent l'âge de 65 ans, peuvent faire une demande de prolongation sans devoir respecter ce délai.
  Par dérogation à l'article 20, § 2, de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation, les titulaires de fonctions de management qui à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté ont déjà atteint l'âge de 65 ans et qui à cette date bénéficient d'une prolongation de leur mandat, peuvent faire une nouvelle demande de prolongation sans devoir respecter ce délai.
Art. 19. De toepassing van dit besluit wordt geëvalueerd ten laatste drie jaar na de inwerkingtreding ervan.
Art. 19. L'application du présent arrêté sera évalué au plus tard trois ans après l'entrée en vigueur.
Art. 20. Onze ministers en Onze staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Nos ministres et Nos secrétaires d'Etat sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.