Artikel 1. Artikel 66 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, vervangen door het koninklijk besluite van 15 juli 1956 (I) en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 januari 2014, wordt aangevuld met een punt 5°, luidende :
"5° de rechtsplegingvergoeding bedoeld in artikel 67.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 MAART 2014. - Koninklijk besluit betreffende de rechtsplegingvergoeding bedoeld in artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973
Titre
28 MARS 2014. - Arrêté royal relatif à l'indemnité de procédure visée à l'article 30/1 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
CHAPITRE Ier. - Modifications de l'arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la procédure devant la section du contentieux administratif du Conseil d'Etat
Article 1er. L'article 66 de l'arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la procédure devant la section du contentieux administratif du Conseil d'Etat, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1956 (I) et modifié par l'arrêté royal du 30 janvier 2014, est complété par un point 5° rédigé comme suit :
" 5° l'indemnité de procédure visée à l'article 67. ".
" 5° l'indemnité de procédure visée à l'article 67. ".
Art. 2. Artikel 67 van hetzelfde besluit, opgeheven bij koninklijk besluit van 17 februari 1997, wordt hersteld als volgt :
" § 1. Het basisbedrag van de rechtsplegingvergoeding bedraagt 700 euro, het minimumbedrag 140 euro en het maximumbedrag 1.400 euro.
In afwijking van het voorgaande lid bedraagt het maximumbedrag 2.800 euro voor de geschillen betreffende de regelgeving inzake de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.
§ 2. Het basis-, minimum- of maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 wordt verhoogd met een bedrag dat overeenstemt met 20 procent van dit bedrag, als het beroep tot nietigverklaring gepaard gaat met een vordering tot schorsing of tot voorlopige maatregelen, of als de vordering tot schorsing of tot voorlopige maatregelen volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingediend wordt en gepaard gaat met een beroep tot nietigverklaring.
De bedragen van deze verhogingen worden gecumuleerd, maar de zo verhoogde rechtsplegingvergoeding mag niet meer bedragen dan 140 procent van het basis-, minimum- of maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1.
Er is geen verhoging verschuldigd, met name als de afdeling bestuursrechtspraak beslist dat het beroep tot nietigverklaring doelloos is of dat het slechts korte debatten vereist, of als de artikelen 11/2 tot 11/4 van dit besluit van toepassing zijn.
§ 3. De basis-, minimum- en maximumbedragen zijn verbonden aan de consumptieprijsindex die overeenstemt met 100,66 punten (basis 2013). Elke wijziging naar boven of naar beneden van 10 punten zal een vermeerdering of vermindering van 10 % van de in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde bedragen met zich meebrengen.
De nieuwe bedragen die voortvloeien uit die wijzigingen zijn van toepassing op de 1ste dag van de maand die volgt op de dag waarop de drempel van 10 % wordt bereikt.
De minister van Binnenlandse Zaken is gemachtigd tot het aanpassen van de bedragen van dit besluit overeenkomstig de formule van het eerste lid.
" § 1. Het basisbedrag van de rechtsplegingvergoeding bedraagt 700 euro, het minimumbedrag 140 euro en het maximumbedrag 1.400 euro.
In afwijking van het voorgaande lid bedraagt het maximumbedrag 2.800 euro voor de geschillen betreffende de regelgeving inzake de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.
§ 2. Het basis-, minimum- of maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 wordt verhoogd met een bedrag dat overeenstemt met 20 procent van dit bedrag, als het beroep tot nietigverklaring gepaard gaat met een vordering tot schorsing of tot voorlopige maatregelen, of als de vordering tot schorsing of tot voorlopige maatregelen volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingediend wordt en gepaard gaat met een beroep tot nietigverklaring.
De bedragen van deze verhogingen worden gecumuleerd, maar de zo verhoogde rechtsplegingvergoeding mag niet meer bedragen dan 140 procent van het basis-, minimum- of maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1.
Er is geen verhoging verschuldigd, met name als de afdeling bestuursrechtspraak beslist dat het beroep tot nietigverklaring doelloos is of dat het slechts korte debatten vereist, of als de artikelen 11/2 tot 11/4 van dit besluit van toepassing zijn.
§ 3. De basis-, minimum- en maximumbedragen zijn verbonden aan de consumptieprijsindex die overeenstemt met 100,66 punten (basis 2013). Elke wijziging naar boven of naar beneden van 10 punten zal een vermeerdering of vermindering van 10 % van de in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde bedragen met zich meebrengen.
De nieuwe bedragen die voortvloeien uit die wijzigingen zijn van toepassing op de 1ste dag van de maand die volgt op de dag waarop de drempel van 10 % wordt bereikt.
De minister van Binnenlandse Zaken is gemachtigd tot het aanpassen van de bedragen van dit besluit overeenkomstig de formule van het eerste lid.
Art. 2. L'article 67 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 17 février 1997, est rétabli comme suit :
" § 1. Le montant de base de l'indemnité de procédure est de 700 euros, le montant minimum de 140 euros et le montant maximum de 1.400 euros.
Par dérogation à l'alinéa qui précède, le montant maximum est porté à 2.800 euros pour les litiges relatifs à la réglementation sur les marchés publics et certains marchés de travaux, de services et de fournitures.
§ 2. Le montant de base, minimum ou maximum visé au paragraphe 1er est majoré d'une somme correspondant à 20 pourcents de ce montant si le recours en annulation est assorti d'une demande de suspension ou de mesures provisoires, ou si la demande de suspension ou de mesure provisoire est introduite sous le bénéfice de l'extrême urgence et est accompagnée d'un recours en annulation.
Les montants de ces majorations sont cumulés, sans que le montant total de l'indemnité de procédure ainsi majorée ne puisse dépasser un montant supérieur à 140 pourcents du montant de base, minimum ou maximum visé au paragraphe 1er.
Aucune majoration n'est due notamment si la section du contentieux administratif décide que le recours en annulation est sans objet, qu'il n'appelle que des débats succincts, ou s'il est fait application des articles 11/2 à 11/4 du présent arrêté.
§ 3. Les montants de base, minima et maxima sont liés à l'indice des prix à la consommation correspondant à 100,66 points (base 2013). Toute modification en plus ou en moins de 10 points entraînera une augmentation ou une diminution de 10 p.c. des sommes visées au paragraphe 1er du présent article.
Les nouveaux montants résultant de ces modifications sont d'application le 1er jour du mois qui suit celui où le seuil de 10 p.c. a été a atteint.
Le ministre de l'Intérieur est habilité à adapter les montants du présent arrêté conformément à la formule de l'alinéa 1er.
" § 1. Le montant de base de l'indemnité de procédure est de 700 euros, le montant minimum de 140 euros et le montant maximum de 1.400 euros.
Par dérogation à l'alinéa qui précède, le montant maximum est porté à 2.800 euros pour les litiges relatifs à la réglementation sur les marchés publics et certains marchés de travaux, de services et de fournitures.
§ 2. Le montant de base, minimum ou maximum visé au paragraphe 1er est majoré d'une somme correspondant à 20 pourcents de ce montant si le recours en annulation est assorti d'une demande de suspension ou de mesures provisoires, ou si la demande de suspension ou de mesure provisoire est introduite sous le bénéfice de l'extrême urgence et est accompagnée d'un recours en annulation.
Les montants de ces majorations sont cumulés, sans que le montant total de l'indemnité de procédure ainsi majorée ne puisse dépasser un montant supérieur à 140 pourcents du montant de base, minimum ou maximum visé au paragraphe 1er.
Aucune majoration n'est due notamment si la section du contentieux administratif décide que le recours en annulation est sans objet, qu'il n'appelle que des débats succincts, ou s'il est fait application des articles 11/2 à 11/4 du présent arrêté.
§ 3. Les montants de base, minima et maxima sont liés à l'indice des prix à la consommation correspondant à 100,66 points (base 2013). Toute modification en plus ou en moins de 10 points entraînera une augmentation ou une diminution de 10 p.c. des sommes visées au paragraphe 1er du présent article.
Les nouveaux montants résultant de ces modifications sont d'application le 1er jour du mois qui suit celui où le seuil de 10 p.c. a été a atteint.
Le ministre de l'Intérieur est habilité à adapter les montants du présent arrêté conformément à la formule de l'alinéa 1er.
Art. 3. In hetzelfde besluit, wordt een artikel 84/1 ingevoegd, luidende :
" Art. 84/1. Elk processtuk of elke nota tot vereffening van de kosten ingediend door tussenkomst van een advocaat, vermeldt het gevraagde bedrag van de in de artikelen 66 en 67 van dit besluit bedoelde rechtsplegingvergoeding. Dit bedrag mag gewijzigd worden door elk later processtuk of elke latere vereffeningsnota, in te dienen [ten laatste vijf dagen vóór de zitting], behalve in het geval van de vordering tot schorsing of tot voorlopige maatregel, ingediend bij uiterst dringende noodzakelijkheid waarbij de rechtsplegingsvergoeding gevraagd kan worden tot aan de sluiting van de debatten.".
" Art. 84/1. Elk processtuk of elke nota tot vereffening van de kosten ingediend door tussenkomst van een advocaat, vermeldt het gevraagde bedrag van de in de artikelen 66 en 67 van dit besluit bedoelde rechtsplegingvergoeding. Dit bedrag mag gewijzigd worden door elk later processtuk of elke latere vereffeningsnota, in te dienen [ten laatste vijf dagen vóór de zitting], behalve in het geval van de vordering tot schorsing of tot voorlopige maatregel, ingediend bij uiterst dringende noodzakelijkheid waarbij de rechtsplegingsvergoeding gevraagd kan worden tot aan de sluiting van de debatten.".
Art. 3. Dans le même arrêté, il est inséré un article 84/1, rédigé comme suit :
" Art. 84/1. Tout acte de procédure ou note de liquidation des dépens déposés à l'intervention d'un avocat indiquent le montant sollicité de l'indemnité de procédure visée aux articles 66 et 67 du présent arrêté. Ce montant peut être modifié par tout acte de procédure ou note de liquidation ultérieurs à déposer au plus tard cinq jours avant l'audience, sauf le cas de la demande de suspension ou de mesure provisoire introduite sous le bénéfice de l'extrême urgence où l'indemnité de procédure peut être demandée jusqu'à la clôture des débats. ".
" Art. 84/1. Tout acte de procédure ou note de liquidation des dépens déposés à l'intervention d'un avocat indiquent le montant sollicité de l'indemnité de procédure visée aux articles 66 et 67 du présent arrêté. Ce montant peut être modifié par tout acte de procédure ou note de liquidation ultérieurs à déposer au plus tard cinq jours avant l'audience, sauf le cas de la demande de suspension ou de mesure provisoire introduite sous le bénéfice de l'extrême urgence où l'indemnité de procédure peut être demandée jusqu'à la clôture des débats. ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté royal du 5 décembre 1991 déterminant la procédure en référé devant le Conseil d'Etat
Art. 4. In het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, wordt artikel 2, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2007, vervangen als volgt :
" Art. 2. Onder voorbehoud van artikel 3 van dit besluit, zijn artikelen 67, 84,84/1 et 85bis van de algemene procedureregeling, in voorkomend geval van toepassing op de procedures in het administratief kort geding.. "
" Art. 2. Onder voorbehoud van artikel 3 van dit besluit, zijn artikelen 67, 84,84/1 et 85bis van de algemene procedureregeling, in voorkomend geval van toepassing op de procedures in het administratief kort geding.. "
Art. 4. Dans l'arrêté royal du 5 décembre 1991 déterminant la procédure en référé devant le Conseil d'Etat, l'article 2, modifié par l'arrêté royal du 25 avril 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 2. Sous réserve de l'article 3 du présent arrêté, les articles 67, 84, 84/1 et 85bis du règlement général de procédure sont, le cas échéant, applicables aux procédures en référé administratif. ".
" Art. 2. Sous réserve de l'article 3 du présent arrêté, les articles 67, 84, 84/1 et 85bis du règlement général de procédure sont, le cas échéant, applicables aux procédures en référé administratif. ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 15 mei 2003 tot regeling van de versnelde procedure in geval van beroep bij de Raad van State tegen sommige beslissingen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en de Nationale Bank van België
CHAPITRE III. - Modifications de l'arrêté royal du 15 mai 2003 portant règlement de la procédure accélérée en cas de recours auprès du Conseil d'Etat contre certaines décisions de l'Autorité des services et marchés financiers et de la Banque Nationale de Belgique
Art. 5. In artikel 3, § 7, van het koninklijk besluit van 15 mei 2003 tot regeling van de versnelde procedure in geval van beroep bij de Raad van State tegen sommige beslissingen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en de Nationale Bank van België, wordt de vermelding ", 84/1" ingevoegd na de vermelding "84".
Art. 5. A l'article 3, § 7, de l'arrêté royal du 15 mai 2003 portant règlement de la procédure accélérée en cas de recours auprès du Conseil d'Etat contre certaines décisions de l'Autorité des services et marchés financiers et de la Banque Nationale de Belgique, la mention " , 84/1 " est insérée après la mention " 84 ".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State
CHAPITRE IV. - Modifications de l'arrêté royal du 30 novembre 2006 déterminant la procédure en cassation devant le Conseil d'Etat
Art. 6. In het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State, wordt het artikel 28, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 januari 2014, aangevuld met een punt 5°, luidende :
"5° de rechtsplegingvergoeding bedoeld in artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten.".
"5° de rechtsplegingvergoeding bedoeld in artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten.".
Art. 6. Dans l'arrêté royal du 30 novembre 2006 déterminant la procédure en cassation devant le conseil d'Etat, l'article 28, modifié par l'arrêté royal du 30 janvier 2014, est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° l'indemnité de procédure visée à l'article 30/1 des lois coordonnées. ".
" 5° l'indemnité de procédure visée à l'article 30/1 des lois coordonnées. ".
Art. 7. In artikel 32 van hetzelfde besluit, worden de vermeldingen "De artikelen 72 tot 77" vervangen door de vermeldingen "De artikelen 67, 72 tot 77, en 84/1".
Art. 7. A l'article 32 du même arrêté, les mentions " Les articles 72 à 77 " sont remplacées par les mention " Les articles 67, 72 à 77, et 84/1 ".
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot uitvoering van artikel 68, tweede lid, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen
CHAPITRE V. - Modifications de l'arrêté royal du 12 octobre 2010 portant exécution de l'article 68, alinéa 2, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités
Art. 8. In artikel 3, § 7, van het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot uitvoering van artikel 68, tweede lid, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, wordt de vermelding ", 84/1" ingevoegd na de vermelding "84".
Art. 8. A l'article 3, § 7, de l'arrêté royal du 12 octobre 2010 portant exécution de l'article 68, alinéa 2, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, la mention " , 84/1 " est insérée après la mention " 84 ".
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions finales
Art. 9. Dit besluit treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Het is van toepassing op iedere vordering tot schorsing of tot voorlopige maatregelen ingediend bij uiterst dringende noodzakelijkheid, te rekenen van die datum, en die geen bijkomende vordering vormt bij een vóór die datum ingediend beroep tot nietigverklaring, alsook op elke aanvraag, moeilijkheid en elk beroep, bedoeld in de artikelen 11, 12, 13, 14 en 16, 1° tot 8°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ingediend te rekenen van die datum, en op de gelijktijdig dan wel later ingediende bijkomende vorderingen.
Art. 9. Le présent arrêt entre en vigueur le jour de sa publication. Il s'applique à toute demande de suspension ou de mesures provisoires introduite sous le bénéfice de l'extrême urgence, à compter de cette date, et qui n'est pas l'accessoire d'un recours en annulation introduit avant cette date, ainsi qu'à toute demande, difficulté et recours, visé aux articles 11, 12, 13, 14 et 16, 1° à 8°, des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, introduit à compter de cette date, et aux demandes qui lui sont accessoires et concomitantes ou postérieures.
Art. 10. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Notre ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.