Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 SEPTEMBER 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering tot erkenning van de beroepskwalificatie boorder - verticale boringen
Titre
13 SEPTEMBRE 2013. - Arrêté du Gouvernement flamand portant reconnaissance de la qualification professionnelle de 'boorder - verticale boringen' (perceur - forages verticaux)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. De beroepskwalificatie van boorder - verticale boringen, ingeschaald op niveau 3 van de Vlaamse kwalificatiestructuur, wordt erkend. De beschrijving, opgenomen in bijlage, die bij dit besluit is gevoegd, omvat de definitie en de bijbehorende competenties.
Article 1er. La qualification professionnelle de 'boorder - verticale boringen' (perceur - forages verticaux), inséré au niveau 3 de la structure flamande des certifications, est agréée. La description, reprise dans l'annexe, jointe au présent arrêté, comprend la définition et les compétences y afférentes.
Art. 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 2. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions et le Ministre flamand qui a la politique de l'emploi dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 13 september 2013.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS
Bruxelles, le 13 septembre 2013.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et de Bruxelles,
P. SMET
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, de l'Emploi, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
Ph. MUYTERS
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et de Bruxelles,
P. SMET
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, de l'Emploi, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
Ph. MUYTERS
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Beschrijving van de beroepskwalificatie van boorder - verticale boringen (m/v) (BK0055) als vermeld in artikel 1.
1. GLOBAAL
a. Titel
Boorder- verticale boringen (m/v)'
b. Definitie
'De boorder - verticale boringen voert machinale grondboringen uit teneinde grondonderzoek te doen, buizen, putten te plaatsen of bronbemalingen uit te voeren.'
c. Niveau
3
d. Jaartal
2013
2. COMPETENTIES
2.1. Opsomming competenties
BASISACTIVITEITEN
- Werkt in teamverband (co 00383)
- Communiceert effectief en efficiënt
- Wisselt informatie uit met collega's en verantwoordelijken
- Overlegt over de voorbereiding, uitvoering en afwerking van de opdracht
- Rapporteert aan leidinggevenden
- Werkt efficiënt samen met collega's
- Volgt aanwijzingen van verantwoordelijken op
- Past zich flexibel aan (verandering van collega's,...)
- Werkt met oog voor veiligheid, milieu, kwaliteit en welzijn (co 00384)
- Maakt een onderscheid tussen gevaarlijke en niet-gevaarlijke producten en afvalstoffen
- Vraagt om informatie in geval van twijfel over afvalstoffen
- Sorteert afval volgens de richtlijnen
- Verwijdert restproducten (bentoniet (een in de natuur voorkomende natrium-kleisoort met deeltjes die zo klein zijn dat ze de grond waterdicht kunnen maken), olie, smeerplekken,...)
- Herkent asbesthoudende producten en reageert passend
- Houdt zich aan de regels voor traceerbaarheid van producten
- Werkt ergonomisch
- Gebruikt persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen (PBM's en CBM's)
- Ziet er op toe dat veiligheids- en milieuvoorschriften (bv. VLAREBO) worden gerespecteerd
- Meldt problemen aan de verantwoordelijke
- Stelt de boorinstallatie op en organiseert zijn werkplek veilig en ordelijk (co 00385)
- Ontvangt en begrijpt de opdracht
- Organiseert zijn werkplaats, rekening houdend met de algemene werforganisatie, logische werkvolgorde en het feit dat een aangevatte boring altijd afgewerkt moet worden, ongeacht het tijdstip
- Voorziet elektriciteit, water en verlichting
- Bepaalt de boorlocatie op basis van de gekregen opdracht
- Lokaliseert de ligging van nutsleidingen
- Stelt het boormaterieel op, in functie van de uit te voeren boring
- Gebruikt softwaretoepassingen voor het kalibreren van het boormaterieel
- Beperkt stofemissie
- Houdt de werkplek schoon
- Laadt en lost vrachtwagens
- Bergt de eigen gereedschappen en hulpmiddelen op
- Houdt werkadministratie bij (co 00386)
- Houdt relevante gegevens voor boorverslagen en/of eenvoudige boorstaten bij
- Noteert de meterstanden
- Tekent het profiel van de boring in op de plannen
- Gebruikt stromen duurzaam en beperkt geluidshinder (co 00387)
- Gebruikt water voor taken en schoonmaak efficiënt
- Gebruikt machines en gereedschappen efficiënt
- Beperkt het lawaai : gebruikt persoonlijke beschermingsmiddelen, implementeert preventiemaatregelen voor de omgeving
- Reinigt en onderhoudt materieel (co 00388)
- Reinigt en onderhoudt het boormaterieel
- Voert kleine onderhoudswerken aan het boormaterieel uit
- Stelt mankementen of onregelmatigheden aan het boormaterieel vast en meldt aan de bevoegde persoon
SPECIFIEKE ACTIVITEITEN
- Voert de verticale boring uit (co 00389)
- Maakt boorspoelingen aan, rekening houdend met het geologisch profiel
- Voert handboringen uit
- Gebruikt verschillende meetsystemen voor het lokaliseren van de boorkop
- Bepaalt de eigen positie ten opzichte van een plan
- Maakt voor zichzelf een ruimtelijke voorstelling van het boorprofiel
- Neemt grondmonsters op geregelde dieptes, labelt die en slaat ze op
- Bepaalt grondsoort en korrelgroottes op zicht
- Leest relevante werkingsparameters af
- Regelt drukkracht, rotatiesnelheid, waterkracht en hoeveelheid bentoniet bij in functie van de bodemopbouw en verloop van de boring
- Bevestigt verbuizingen aan de boormachine
- Bedient de pompen om het boorgat schoon te spoelen
- Voert de boring zonder onderbreking uit
- Plaatst elementen in het boorgat van de verticale boring (co 00390)
- Bedient hijsmaterieel om elementen in het boorgat te brengen
- Plaatst peilbuizen
- Installeert waterputten en onderwaterpompen
- Installeert warmtepompen
- Hangt warmtewisselaars in
- Trekt mantelbuizen, kabels en leidingen door
- Stort beton en brengt wapeningen in
- Brengt boorbuizen in het boorgat in en koppelt die aan
- Werkt het boorgat van de verticale boring af (co 00391)
- Werkt het boorgat af met een minigraver
- Bepaalt op welke diepte welke hoeveelheid van een materiaal gestort moet worden
- Stort een verticaal boorgat dicht
- Plaatst kleistoppen
- Stort filterzand of grond
- Graaft een kleine put rondom het boorgat
- Zaagt ingebrachte buizen op lengte
- Plaats een straatpot stabiel in de put
- Omstort de straatpot met beton
2.2. Beschrijving van de competenties/activiteiten aan de hand van de descriptorelementen
2.2.1. Kennis
- Basiskennis van milieuzorgsystemen en -voorschriften in functie van de eigen werkzaamheden
- Basiskennis van elektriciteit
- Basiskennis van werkingsprincipes van proefsonderingen
- Basiskennis van de werforganisatie
- Kennis van voorschriften rond afval en gevaarlijke producten
- Kennis van veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften
- Kennis van ergonomische hef-, til- en werktechnieken
- Kennis van PBM's en CBM's (Persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen)
- Kennis van (veiligheids)pictogrammen
- Kennis van informatiebronnen
- Kennis van vakterminologie
- Kennis van werkdocumenten, tekeningen en plannen (plannen van de ondergrond, werktekeningen, detailtekeningen, boorverslagen en boorstaten,...)
- Kennis van materialen en gereedschappen
- Kennis van de eigenschappen en het gebruik van bentoniet
- Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
- Kennis van controle- en meetmethoden en -middelen
- Kennis van softwaretoepassingen
- Kennis van elementaire wiskunde
- Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
- Kennis van de richtlijnen voor ordenen, verdelen, verankeren en afdekken van lading
- Kennis van de regels voor aanslaan van lasten
- Kennis van de bewegingen, de stabiliteit en de correcte opstelling van het boormaterieel
- Kennis van werkingsmogelijkheden en toepassingsgebieden van een verbuizing
- Kennis van de bodemopbouw (bepalen van grondsoort en korrelgrootte, eigenschappen van grondsoorten,...)
- Grondige kennis van het verloop van een boring
- Grondige kennis van boorprofielen
- Grondige kennis van de invloed van het geologisch profiel op de boring
- Grondige kennis van de invloed van de bodemopbouw op de in te brengen elementen
- Grondige kennis van technieken en procedures voor het inbrengen van elementen in het boorgat
- Grondige kennis van technieken en -producten voor reiniging en onderhoud van het materieel
- Grondige kennis van de onderdelen en de werking van het boormaterieel
- Grondige kennis van de gevolgen van een boring op het milieu
2.2.2. Vaardigheden
Cognitieve vaardigheden
- Het mondeling en/of schriftelijk kunnen rapporteren aan de leidinggevende en efficiënt communiceren met collega's en derden
- Het kunnen naleven van veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften
- Het kunnen controleren en uitvoeren van de werkopdracht volgens de planning, werktekeningen en plannen, de voorschriften en productfiches
- Het correct en stabiel kunnen ordenen, verdelen, verankeren, en afdekken van de lading voor het transport
- Het kunnen aanslaan van lasten
- Het kunnen aansluiten van elektrisch materieel op het stroomnet
- Het kunnen opstarten van werfgeneratoren
- Het kunnen opmeten van de plaats van de boring
- Het kunnen gebruiken van softwaretoepassingen voor het kalibreren van het boormaterieel
- Het kunnen detecteren en opmeten van de positie van de boorkop
- Het kunnen nemen, labelen en opslaan van grondmonsters op geregelde dieptes
- Het op zicht kunnen bepalen van grondsoort en korrelgroottes
- Het kunnen controleren van materieel en boring
- Het kunnen bedienen van de pompen om het boorgat schoon te spoelen
- Het kunnen tekenen van een boorprofiel
- Het kunnen opvangen, opslaan en sorteren van afval (gebruikte boorvloeistof, grondwater, aarde,...)
Probleemoplossende vaardigheden
- Het gepast kunnen reageren op vastgestelde problemen met betrekking tot kwaliteit, veiligheid, milieu, proces en techniek rekening houdend met de voorschriften/procedures
- Het kunnen ingrijpen en bijsturen bij problemen met materieel of boring
- Het kunnen bijsturen van de werkopdracht bij onvoorziene omstandigheden
- Het kunnen bepalen op welke diepte welke hoeveelheid van een materiaal gestort moet worden, naargelang de specifieke omstandigheden
Motorische vaardigheden
- Het kunnen toepassen van de juiste ergonomische hef- en tiltechnieken
- Het kunnen storten van beton en inbrengen van wapeningen
- Het kunnen bedienen van kleine werfmachines
- Het kunnen hanteren van handboren
- Het kunnen opstellen van het boormaterieel
- Het precies kunnen bedienen van het boormaterieel, met drukknoppen en hendels
- Het geconcentreerd kunnen volgen van de boring op een scherm gedurende het gehele boorproces
- Het kunnen bevestigen van verbuizingen aan de boormachine
- Het kunnen inbrengen en aankoppelen van boorbuizen
- Het kunnen plaatsten en installeren van elementen (peilbuizen, waterputten, onderwaterpompen, warmtewisselaars, warmtepompen,...) in het boorgat
- Het kunnen doortrekken van mantelbuizen, kabels en leidingen
- Het kunnen dichtstorten met filterzand of grond of door kleistoppen te plaatsen
- Het kunnen graven van een kleine put rondom het boorgat
- Het kunnen op lengte zagen van ingebrachte buizen
- Het stabiel kunnen plaatsen en met beton omstorten van een straatpot
2.2.3. Context
Omgevingscontext
- Dit beroep wordt vooral uitgeoefend in de buitenlucht, bij de grondwerken in de bouw, en het vergt de nodige mobiliteit.
- Dit beroep wordt meestal in teamverband uitgeoefend, meestal in een onderneming waar de nodige flexibiliteit belangrijk is om zich aan te passen aan wijzigingen van planning, omgeving, weersomstandigheden, grondstoffen en machines.
- Eigen aan gestuurde boringen is dat werkopdrachten zonder onderbreking moeten uitgevoerd worden, ongeacht het tijdstip.
De werkopdracht en het eindresultaat wordt strikt afgebakend wat resultaatgerichtheid, stressbestendigheid, concentratie, flexibiliteit en doorzettingsvermogen vraagt.
- De bouwsector kent veel reglementeringen, normen, aanbevelingen, codes van goede praktijk en technische voorlichtingsfiches inzake kwaliteit, veiligheid, gezondheid, hygiëne, welzijn, milieu en duurzaam bouwen.
- De situatie op de werkplek kan het dragen van lasten en werken in moeilijke houdingen en omstandigheden (modder) impliceren.
- Het bijblijven met de (technologische) ontwikkelingen binnen de sector vergt leergierigheid en het volgen van (verplichte) opleidingen.
Handelingscontext
- Oog hebben voor kwaliteit en de tevredenheid van de klant door met zorg, precisie en toewijding te werken.
- Op constructieve en gebruiksvriendelijke wijze uitwisselen van informatie met klanten, collega's en derden.
- Aandacht hebben voor gevaarlijke situaties, veiligheidssignalisatie op de werkplek/werf respecteren en PBM's en CBM's met zorg plaatsen, gebruiken en onderhouden.
- Omzichtig omgaan met grondstoffen en producten, rekening houdend met veiligheidsvoorschriften.
- Zorgvuldig en nauwkeurig gebruiken van machines, gereedschappen en materialen.
- Gedurende het volledige proces de boring zeer geconcentreerd opvolgen.
- Gedurende het volledige proces binnen het boorteam informatie uitwisselen en duidelijke instructies uitwisselen.
2.2.4. Autonomie
Is zelfstandig in :
- het laden, vervoeren en lossen van het boormateriaal en -materieel
- het beoordelen van de staat van de grond en de stabiliteit van opstelling van de boormachine
- het uitvoeren van de plannen en voorbereiden van de eigen werkzaamheden
- het veilig en ordelijk organiseren van zijn werkplaats
- het uitvoeren van de boorwerkzaamheden
- het controleren en indien nodig bijsturen van de boring
- het afwerken van de boring
- het reinigen van het materieel
- het bijhouden van de werkadministratie
Is gebonden aan :
- een ontvangen werkopdracht en tijdsplanning
- veiligheids-, gezondheids-, kwaliteits- en milieuvoorschriften, codes van goede praktijk, technische voorschriften, productfiches, werktekeningen en plannen
- afspraken met betrekking tot zijn eigen werkzaamheden met collega's en derden
- instructies van de leidinggevende
Doet beroep op :
- de leidinggevende voor de werkopdracht, gegevens, planning, leveringen, melden van problemen en gevaarlijke situaties en bijkomende instructies.
- gespecialiseerde professionals en/of derden voor storingen, technische interventies en/of onderhoud aan wat buiten zijn competenties of bevoegdheden ligt
2.2.5. Verantwoordelijkheid
- Het efficiënt functioneren in een onderneming
- Het milieubewust, kwalitatief en veilig uitvoeren van de werken
- Het opstellen van de boorinstallatie
- Het veilig en ordelijk organiseren van de werkplek
- Het voorbereiden en plannen van de eigen werkzaamheden
- Het bijhouden van de werkadministratie
- Het reinigen en onderhouden van de (boor)machines
- Het duurzaam gebruiken van stromen en geluidshinder beperken
- Het uitvoeren van de verticale boring
- Het plaatsen van elementen in het boorgat van de horizontale boring
- Het afwerken van het boorgat van de horizontale boring
2.3. Vereiste attesten
Er zijn geen verplichte attesten, maar voor het uitoefenen van bepaalde werkzaamheden en/of risicovolle taken zijn bepaalde attesten en/of certificaten vereist, zoals VCA, attest veilig werken op hoogte, gebruik van arbeidsmiddelen, de bediening van een hoogtewerker,...
1. GLOBAAL
a. Titel
Boorder- verticale boringen (m/v)'
b. Definitie
'De boorder - verticale boringen voert machinale grondboringen uit teneinde grondonderzoek te doen, buizen, putten te plaatsen of bronbemalingen uit te voeren.'
c. Niveau
3
d. Jaartal
2013
2. COMPETENTIES
2.1. Opsomming competenties
BASISACTIVITEITEN
- Werkt in teamverband (co 00383)
- Communiceert effectief en efficiënt
- Wisselt informatie uit met collega's en verantwoordelijken
- Overlegt over de voorbereiding, uitvoering en afwerking van de opdracht
- Rapporteert aan leidinggevenden
- Werkt efficiënt samen met collega's
- Volgt aanwijzingen van verantwoordelijken op
- Past zich flexibel aan (verandering van collega's,...)
- Werkt met oog voor veiligheid, milieu, kwaliteit en welzijn (co 00384)
- Maakt een onderscheid tussen gevaarlijke en niet-gevaarlijke producten en afvalstoffen
- Vraagt om informatie in geval van twijfel over afvalstoffen
- Sorteert afval volgens de richtlijnen
- Verwijdert restproducten (bentoniet (een in de natuur voorkomende natrium-kleisoort met deeltjes die zo klein zijn dat ze de grond waterdicht kunnen maken), olie, smeerplekken,...)
- Herkent asbesthoudende producten en reageert passend
- Houdt zich aan de regels voor traceerbaarheid van producten
- Werkt ergonomisch
- Gebruikt persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen (PBM's en CBM's)
- Ziet er op toe dat veiligheids- en milieuvoorschriften (bv. VLAREBO) worden gerespecteerd
- Meldt problemen aan de verantwoordelijke
- Stelt de boorinstallatie op en organiseert zijn werkplek veilig en ordelijk (co 00385)
- Ontvangt en begrijpt de opdracht
- Organiseert zijn werkplaats, rekening houdend met de algemene werforganisatie, logische werkvolgorde en het feit dat een aangevatte boring altijd afgewerkt moet worden, ongeacht het tijdstip
- Voorziet elektriciteit, water en verlichting
- Bepaalt de boorlocatie op basis van de gekregen opdracht
- Lokaliseert de ligging van nutsleidingen
- Stelt het boormaterieel op, in functie van de uit te voeren boring
- Gebruikt softwaretoepassingen voor het kalibreren van het boormaterieel
- Beperkt stofemissie
- Houdt de werkplek schoon
- Laadt en lost vrachtwagens
- Bergt de eigen gereedschappen en hulpmiddelen op
- Houdt werkadministratie bij (co 00386)
- Houdt relevante gegevens voor boorverslagen en/of eenvoudige boorstaten bij
- Noteert de meterstanden
- Tekent het profiel van de boring in op de plannen
- Gebruikt stromen duurzaam en beperkt geluidshinder (co 00387)
- Gebruikt water voor taken en schoonmaak efficiënt
- Gebruikt machines en gereedschappen efficiënt
- Beperkt het lawaai : gebruikt persoonlijke beschermingsmiddelen, implementeert preventiemaatregelen voor de omgeving
- Reinigt en onderhoudt materieel (co 00388)
- Reinigt en onderhoudt het boormaterieel
- Voert kleine onderhoudswerken aan het boormaterieel uit
- Stelt mankementen of onregelmatigheden aan het boormaterieel vast en meldt aan de bevoegde persoon
SPECIFIEKE ACTIVITEITEN
- Voert de verticale boring uit (co 00389)
- Maakt boorspoelingen aan, rekening houdend met het geologisch profiel
- Voert handboringen uit
- Gebruikt verschillende meetsystemen voor het lokaliseren van de boorkop
- Bepaalt de eigen positie ten opzichte van een plan
- Maakt voor zichzelf een ruimtelijke voorstelling van het boorprofiel
- Neemt grondmonsters op geregelde dieptes, labelt die en slaat ze op
- Bepaalt grondsoort en korrelgroottes op zicht
- Leest relevante werkingsparameters af
- Regelt drukkracht, rotatiesnelheid, waterkracht en hoeveelheid bentoniet bij in functie van de bodemopbouw en verloop van de boring
- Bevestigt verbuizingen aan de boormachine
- Bedient de pompen om het boorgat schoon te spoelen
- Voert de boring zonder onderbreking uit
- Plaatst elementen in het boorgat van de verticale boring (co 00390)
- Bedient hijsmaterieel om elementen in het boorgat te brengen
- Plaatst peilbuizen
- Installeert waterputten en onderwaterpompen
- Installeert warmtepompen
- Hangt warmtewisselaars in
- Trekt mantelbuizen, kabels en leidingen door
- Stort beton en brengt wapeningen in
- Brengt boorbuizen in het boorgat in en koppelt die aan
- Werkt het boorgat van de verticale boring af (co 00391)
- Werkt het boorgat af met een minigraver
- Bepaalt op welke diepte welke hoeveelheid van een materiaal gestort moet worden
- Stort een verticaal boorgat dicht
- Plaatst kleistoppen
- Stort filterzand of grond
- Graaft een kleine put rondom het boorgat
- Zaagt ingebrachte buizen op lengte
- Plaats een straatpot stabiel in de put
- Omstort de straatpot met beton
2.2. Beschrijving van de competenties/activiteiten aan de hand van de descriptorelementen
2.2.1. Kennis
- Basiskennis van milieuzorgsystemen en -voorschriften in functie van de eigen werkzaamheden
- Basiskennis van elektriciteit
- Basiskennis van werkingsprincipes van proefsonderingen
- Basiskennis van de werforganisatie
- Kennis van voorschriften rond afval en gevaarlijke producten
- Kennis van veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften
- Kennis van ergonomische hef-, til- en werktechnieken
- Kennis van PBM's en CBM's (Persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen)
- Kennis van (veiligheids)pictogrammen
- Kennis van informatiebronnen
- Kennis van vakterminologie
- Kennis van werkdocumenten, tekeningen en plannen (plannen van de ondergrond, werktekeningen, detailtekeningen, boorverslagen en boorstaten,...)
- Kennis van materialen en gereedschappen
- Kennis van de eigenschappen en het gebruik van bentoniet
- Kennis van technische voorschriften en aanbevelingen in functie van de eigen werkzaamheden
- Kennis van controle- en meetmethoden en -middelen
- Kennis van softwaretoepassingen
- Kennis van elementaire wiskunde
- Kennis van kwaliteitsnormen, waarden en toleranties
- Kennis van de richtlijnen voor ordenen, verdelen, verankeren en afdekken van lading
- Kennis van de regels voor aanslaan van lasten
- Kennis van de bewegingen, de stabiliteit en de correcte opstelling van het boormaterieel
- Kennis van werkingsmogelijkheden en toepassingsgebieden van een verbuizing
- Kennis van de bodemopbouw (bepalen van grondsoort en korrelgrootte, eigenschappen van grondsoorten,...)
- Grondige kennis van het verloop van een boring
- Grondige kennis van boorprofielen
- Grondige kennis van de invloed van het geologisch profiel op de boring
- Grondige kennis van de invloed van de bodemopbouw op de in te brengen elementen
- Grondige kennis van technieken en procedures voor het inbrengen van elementen in het boorgat
- Grondige kennis van technieken en -producten voor reiniging en onderhoud van het materieel
- Grondige kennis van de onderdelen en de werking van het boormaterieel
- Grondige kennis van de gevolgen van een boring op het milieu
2.2.2. Vaardigheden
Cognitieve vaardigheden
- Het mondeling en/of schriftelijk kunnen rapporteren aan de leidinggevende en efficiënt communiceren met collega's en derden
- Het kunnen naleven van veiligheids-, gezondheids-, hygiëne- en welzijnsvoorschriften
- Het kunnen controleren en uitvoeren van de werkopdracht volgens de planning, werktekeningen en plannen, de voorschriften en productfiches
- Het correct en stabiel kunnen ordenen, verdelen, verankeren, en afdekken van de lading voor het transport
- Het kunnen aanslaan van lasten
- Het kunnen aansluiten van elektrisch materieel op het stroomnet
- Het kunnen opstarten van werfgeneratoren
- Het kunnen opmeten van de plaats van de boring
- Het kunnen gebruiken van softwaretoepassingen voor het kalibreren van het boormaterieel
- Het kunnen detecteren en opmeten van de positie van de boorkop
- Het kunnen nemen, labelen en opslaan van grondmonsters op geregelde dieptes
- Het op zicht kunnen bepalen van grondsoort en korrelgroottes
- Het kunnen controleren van materieel en boring
- Het kunnen bedienen van de pompen om het boorgat schoon te spoelen
- Het kunnen tekenen van een boorprofiel
- Het kunnen opvangen, opslaan en sorteren van afval (gebruikte boorvloeistof, grondwater, aarde,...)
Probleemoplossende vaardigheden
- Het gepast kunnen reageren op vastgestelde problemen met betrekking tot kwaliteit, veiligheid, milieu, proces en techniek rekening houdend met de voorschriften/procedures
- Het kunnen ingrijpen en bijsturen bij problemen met materieel of boring
- Het kunnen bijsturen van de werkopdracht bij onvoorziene omstandigheden
- Het kunnen bepalen op welke diepte welke hoeveelheid van een materiaal gestort moet worden, naargelang de specifieke omstandigheden
Motorische vaardigheden
- Het kunnen toepassen van de juiste ergonomische hef- en tiltechnieken
- Het kunnen storten van beton en inbrengen van wapeningen
- Het kunnen bedienen van kleine werfmachines
- Het kunnen hanteren van handboren
- Het kunnen opstellen van het boormaterieel
- Het precies kunnen bedienen van het boormaterieel, met drukknoppen en hendels
- Het geconcentreerd kunnen volgen van de boring op een scherm gedurende het gehele boorproces
- Het kunnen bevestigen van verbuizingen aan de boormachine
- Het kunnen inbrengen en aankoppelen van boorbuizen
- Het kunnen plaatsten en installeren van elementen (peilbuizen, waterputten, onderwaterpompen, warmtewisselaars, warmtepompen,...) in het boorgat
- Het kunnen doortrekken van mantelbuizen, kabels en leidingen
- Het kunnen dichtstorten met filterzand of grond of door kleistoppen te plaatsen
- Het kunnen graven van een kleine put rondom het boorgat
- Het kunnen op lengte zagen van ingebrachte buizen
- Het stabiel kunnen plaatsen en met beton omstorten van een straatpot
2.2.3. Context
Omgevingscontext
- Dit beroep wordt vooral uitgeoefend in de buitenlucht, bij de grondwerken in de bouw, en het vergt de nodige mobiliteit.
- Dit beroep wordt meestal in teamverband uitgeoefend, meestal in een onderneming waar de nodige flexibiliteit belangrijk is om zich aan te passen aan wijzigingen van planning, omgeving, weersomstandigheden, grondstoffen en machines.
- Eigen aan gestuurde boringen is dat werkopdrachten zonder onderbreking moeten uitgevoerd worden, ongeacht het tijdstip.
De werkopdracht en het eindresultaat wordt strikt afgebakend wat resultaatgerichtheid, stressbestendigheid, concentratie, flexibiliteit en doorzettingsvermogen vraagt.
- De bouwsector kent veel reglementeringen, normen, aanbevelingen, codes van goede praktijk en technische voorlichtingsfiches inzake kwaliteit, veiligheid, gezondheid, hygiëne, welzijn, milieu en duurzaam bouwen.
- De situatie op de werkplek kan het dragen van lasten en werken in moeilijke houdingen en omstandigheden (modder) impliceren.
- Het bijblijven met de (technologische) ontwikkelingen binnen de sector vergt leergierigheid en het volgen van (verplichte) opleidingen.
Handelingscontext
- Oog hebben voor kwaliteit en de tevredenheid van de klant door met zorg, precisie en toewijding te werken.
- Op constructieve en gebruiksvriendelijke wijze uitwisselen van informatie met klanten, collega's en derden.
- Aandacht hebben voor gevaarlijke situaties, veiligheidssignalisatie op de werkplek/werf respecteren en PBM's en CBM's met zorg plaatsen, gebruiken en onderhouden.
- Omzichtig omgaan met grondstoffen en producten, rekening houdend met veiligheidsvoorschriften.
- Zorgvuldig en nauwkeurig gebruiken van machines, gereedschappen en materialen.
- Gedurende het volledige proces de boring zeer geconcentreerd opvolgen.
- Gedurende het volledige proces binnen het boorteam informatie uitwisselen en duidelijke instructies uitwisselen.
2.2.4. Autonomie
Is zelfstandig in :
- het laden, vervoeren en lossen van het boormateriaal en -materieel
- het beoordelen van de staat van de grond en de stabiliteit van opstelling van de boormachine
- het uitvoeren van de plannen en voorbereiden van de eigen werkzaamheden
- het veilig en ordelijk organiseren van zijn werkplaats
- het uitvoeren van de boorwerkzaamheden
- het controleren en indien nodig bijsturen van de boring
- het afwerken van de boring
- het reinigen van het materieel
- het bijhouden van de werkadministratie
Is gebonden aan :
- een ontvangen werkopdracht en tijdsplanning
- veiligheids-, gezondheids-, kwaliteits- en milieuvoorschriften, codes van goede praktijk, technische voorschriften, productfiches, werktekeningen en plannen
- afspraken met betrekking tot zijn eigen werkzaamheden met collega's en derden
- instructies van de leidinggevende
Doet beroep op :
- de leidinggevende voor de werkopdracht, gegevens, planning, leveringen, melden van problemen en gevaarlijke situaties en bijkomende instructies.
- gespecialiseerde professionals en/of derden voor storingen, technische interventies en/of onderhoud aan wat buiten zijn competenties of bevoegdheden ligt
2.2.5. Verantwoordelijkheid
- Het efficiënt functioneren in een onderneming
- Het milieubewust, kwalitatief en veilig uitvoeren van de werken
- Het opstellen van de boorinstallatie
- Het veilig en ordelijk organiseren van de werkplek
- Het voorbereiden en plannen van de eigen werkzaamheden
- Het bijhouden van de werkadministratie
- Het reinigen en onderhouden van de (boor)machines
- Het duurzaam gebruiken van stromen en geluidshinder beperken
- Het uitvoeren van de verticale boring
- Het plaatsen van elementen in het boorgat van de horizontale boring
- Het afwerken van het boorgat van de horizontale boring
2.3. Vereiste attesten
Er zijn geen verplichte attesten, maar voor het uitoefenen van bepaalde werkzaamheden en/of risicovolle taken zijn bepaalde attesten en/of certificaten vereist, zoals VCA, attest veilig werken op hoogte, gebruik van arbeidsmiddelen, de bediening van een hoogtewerker,...
Art. N. Description de la qualification professionnelle de 'boorder - verticale boringen' (perceur - forages verticaux) (h/f) (BK0055) telle que visée à l'article 1er.
1. AU NIVEAU GLOBAL
a. Titre
'Boorder - verticale boringen' (perceur - forages verticaux) (h/f)
b. Définition
" Le 'boorder - verticale boringen' (perceur - forages verticaux) effectue des forages afin d'analyser le sol, de placer des tubes, des puits ou d'effectuer des épuisements des eaux. "
c. Niveau
3
d. Année
2013
2. COMPETENCES
2.1. Enumération des compétences
ACTIVITES DE BASE
- Travaille en équipe (co 00383)
- Communique de manière effective et efficace
- Echange des informations avec des collègues et des responsables
- Délibère sur la préparation, l'exécution et la finition de l'ordre
- Fait rapport à des supérieurs
- Collabore de manière efficace avec des collègues
- Suit des indications de responsables
- S'adapte de manière flexible (changement de collègues,...)
- Travaille en tenant compte de la sécurité, de l'environnement, de la qualité et du bien-être (co 00384)
- Fait une différence entre des produits et des déchets dangereux et non dangereux
- Demande des informations en cas de doute concernant des déchets
- Trie des déchets selon les directives
- Enlève des produits résiduels (la bentonite (une argile à base de sodium qui se présente dans la nature, avec des particules tellement petits qu'ils peuvent rendre le sol étanche), l'huile, des taches de graissage,...)
- Reconnaît des produits contenant de l'amiante et réagit de manière appropriée
- Respecte les règles en matière de traçabilité de produits
- Travaille de manière ergonomique
- Utilise des équipements de protection individuelle et collective (EPI et EPC)
- Veille à ce que les consignes en matière de sécurité et d'environnement (p.ex. VLAREBO) soient respectées
- Signale des problèmes au responsable
- Met en place l'installation de forage et organise son poste de travail de manière sûre et ordonnée (co 00385)
- Reçoit et comprend l'ordre
- Organise son lieu de travail, compte tenu de l'organisation générale du chantier, d'un ordre de travail logique et du fait qu'un forage commencé doit toujours être achevé, quelle que soit l'heure
- Prévoit de l'électricité, de l'eau et de la lumière
- Détermine l'emplacement de forage sur la base de l'ordre reçu
- Localise la situation des conduites d'utilité publique
- Met en place le matériel de forage, en fonction du forage à exécuter
- Utilise des applications logicielles pour calibrer le matériel de forage
- Limite l'émission de poussières
- Maintient un poste de travail propre
- Charge et décharge des camions
- Range les propres outils et accessoires
- Tient l'administration de travail (co 00386)
- Tient des données pertinentes pour des rapports de forage et/ou des états de forage simples
- Note les chiffres des compteurs
- Dessine le profil du forage sur les plans
- Utilise les flux d'énergie de manière durable et limite les nuisances sonores (co 00387)
- Utilise de manière efficace l'eau pour des tâches et le nettoyage
- Utilise des machines et des outils de manière efficace
- Limite le bruit : utilise des équipements de protection individuelle, met en oeuvre des mesures de prévention pour l'environnement
- Nettoie et entretient le matériel (co 00388)
- Nettoie et entretient le matériel de forage
- Effectue de petits travaux d'entretien au matériel de forage
- Constate des défauts ou des irrégularités au matériel de forage et le signale à la personne compétente
ACTIVITES SPECIFIQUES
- Effectue le forage vertical (co 00389)
- Prépare des boues de forage, compte tenu du profil géologique
- Effectue des forages manuels
- Utilise différents systèmes de mesure pour localiser la tête de foret
- Détermine la propre position par rapport à un plan
- Etablit pour soi-même une spatialisation du profil de forage
- Prend des échantillons de sol à des profondeurs régulières, les étiquette et les stocke
- Détermine le type de sol et effectue la granulométrie à vue
- Lit des paramètres de fonctionnement pertinents
- Ajuste la force de pression, la vitesse de rotation et la quantité de bentonite en fonction de la composition du sol et le déroulement du forage
- Attache des tubages à la foreuse
- Manie les pompes afin de rincer le trou de forage
- Effectue le forage sans interruption
- Place des éléments dans le trou de forage du forage vertical (co 00390)
- Manie du matériel de levage pour introduire des éléments dans le trou de forage
- Place des piézomètres
- Installe des puits à eau et des pompes sous-marines
- Installe des pompes à chaleur
- Installe des échangeurs de chaleur
- Tire des fourreaux, des câbles et des conduites
- Coule du béton et apporte des armatures
- Introduit des tubes de forage dans le trou de forage et les accroche
- Finit le trou de forage du forage vertical (co 00391)
- Finit le trou de forage au moyen d'une mini pelle
- Détermine quelle quantité d'un matériel doit être coulée à quelle profondeur
- Bouche un trou de forage vertical
- Place des bouchons argileux
- Déverse du sable de filtration ou de la terre
- Creuse un petit puits autour du trou de forage
- Scie les tubes introduits à la bonne longueur
- Place une bouche à clé stable dans le puits
- Fait couler du béton autour de la bouche à clé
2.2. Description des compétences/activités à l'aide des éléments de descripteur
2.2.1. Connaissance
- Connaissance de base de systèmes et de consignes de respect de l'environnement en fonction des propres travaux
- Connaissance de base d'électricité
- Connaissance de base de principes de fonctionnement de sondages d'essai
- Connaissance de base de l'organisation d'un chantier
- Connaissance de prescriptions relatives aux déchets et produits dangereux
- Connaissance de consignes de sécurité, de santé, d'hygiène et de bien-être
- Connaissance de techniques ergonomiques de levage, de soulèvement et de travail
- Connaissance d'EPI et d'EPC (équipements de protection individuelle et équipements de protection collective)
- Connaissance de pictogrammes (de sécurité)
- Connaissance de sources d'information
- Connaissance de la terminologie professionnelle
- Connaissance de documents de travail, de croquis et de plans (plans du sous-sol, épures, détails agrandis, rapports de forage et états de forage,...)
- Connaissance de matériaux et d'outils
- Connaissance des caractéristiques et de l'utilisation de la bentonite
- Connaissance de consignes techniques et de recommandations en fonction des propres travaux
- Connaissance des méthodes et moyens de contrôle et de mesure
- Connaissance d'applications logicielles
- Connaissance de la mathématique élémentaire
- Connaissance de normes de qualité, de valeurs et de tolérances
- Connaissance des directives pour classer, répartir, ancrer et couvrir des charges
- Connaissance des règles pour élinguer des charges
- Connaissance des mouvements, de la stabilité et de la mise en place correcte du matériel de forage
- Connaissance des possibilités de fonctionnement et des champs d'application d'un tubage
- Connaissance de la constitution du sol (détermination du type de sol et granulométrie, caractéristiques de types de sol,...)
- Connaissance approfondie du déroulement d'un forage
- Connaissance approfondie de profils de forage
- Connaissance approfondie de l'influence du profil géologique sur le forage
- Connaissance approfondie de l'influence de la constitution du sol sur les éléments à introduire
- Connaissance approfondie de techniques et de procédures pour introduire des éléments dans le trou de forage
- Connaissance approfondie de techniques et de produits pour nettoyer et entretenir le matériel
- Connaissance approfondie des parties et du fonctionnement du matériel de forage
- Connaissance approfondie des conséquences d'un forage pour l'environnement
2.2.2. Aptitudes
Aptitudes cognitives
- Pouvoir faire rapport oralement et/ou par écrit au supérieur et communiquer efficacement avec des collègues et des tiers
- Pouvoir respecter des consignes de sécurité, de santé, d'hygiène et de bien-être
- Pouvoir contrôler et exécuter l'ordre de travail selon le planning, les épures et plans, les consignes et les fiches de produit
- Pouvoir classer, répartir, ancrer et couvrir la charge de manière correcte et stable pour le transport
- Pouvoir élinguer des charges
- Pouvoir raccorder du matériel électrique au réseau
- Pouvoir mettre en marche des générateurs de chantier
- Pouvoir mesurer le lieu du forage
- Pouvoir utiliser des applications logicielles pour calibrer le matériel de forage
- Pouvoir détecter et mesurer la position de la tête de foret
- Pouvoir prendre, étiqueter et stocker des échantillons de sol à des profondeurs régulières
- Pouvoir déterminer le type de sol et effectuer la granulométrie à vue
- Pouvoir contrôler le matériel et le forage
- Pouvoir manier les pompes afin de rincer le trou de forage
- Pouvoir dessiner un profil de forage
- Pouvoir recueillir, stocker et trier des déchets (fluides de forage utilisés, eaux souterraines, terre,...)
Aptitudes à la résolution de problèmes
- Pouvoir réagir de manière appropriée face à des problèmes constatés concernant la qualité, la sécurité, l'environnement, le processus et la technique, compte tenu des consignes/procédures
- Pouvoir intervenir et ajuster en cas de problèmes avec le matériel ou le forage
- Pouvoir ajuster l'ordre de travail en cas de circonstances imprévues
- Pouvoir déterminer quelle quantité d'un matériel doit être coulée à quelle profondeur, selon les circonstances spécifiques
Aptitudes moteurs
- Pouvoir appliquer les techniques ergonomiques appropriées de levage et de soulèvement
- Pouvoir couler du béton et apporter des armatures
- Pouvoir manier des petites machines de chantier
- Pouvoir manier des perceuses portatives
- Pouvoir mettre en place le matériel de forage
- Pouvoir manier le matériel de forage avec précision, en utilisant les boutons-poussoirs et leviers
- Pouvoir suivre le forage sur un écran avec concentration, pendant l'ensemble du processus de forage
- Pouvoir attacher des tubages à la foreuse
- Pouvoir introduire et accrocher des tubes de forage
- Pouvoir placer et installer des éléments dans le trou de forage (piézomètres, puits à eau, pompes sous-marines, échangeurs de chaleur, pompes à chaleur,...)
- Pouvoir tirer des fourreaux, des câbles et des conduites
- Pouvoir boucher au moyen de sable de filtration ou de terre ou en plaçant des bouchons argileux
- Pouvoir creuser un petit puits autour du trou de forage
- Pouvoir scier les tubes introduits à la bonne longueur
- Pouvoir placer une bouche à clé stable et faire couler du béton autour d'une bouche à clé
2.2.3. Contexte
Contexte d'environnement
- Cette profession est essentiellement exercée en plein air, lors de travaux de terrassement dans la construction, et requiert la mobilité nécessaire.
- Cette profession s'exerce généralement au sein d'une équipe, le plus souvent dans une entreprise où la flexibilité nécessaire est importante pour s'adapter aux modifications du planning, à l'environnement, aux conditions climatiques, aux matières premières et aux machines.
- Ce qui est caractéristique de forages commandées est que les ordres de travail doivent toujours être exécutés sans interruption, quelle que soit l'heure.
L'ordre de travail et le résultat final sont strictement délimités, ce qui nécessite une orientation sur le résultat, une résistance au stress, de la concentration, de la flexibilité et de la persévérance.
- Le secteur de la construction connaît de nombreuses réglementations, normes, recommandations, codes de bonne pratique et fiches d'information techniques en matière de qualité, de sécurité, de santé, d'hygiène, de bien-être, d'environnement et de construction durable.
- La situation sur le lieu de travail peut impliquer le port de charges et des travaux dans des positions et conditions (boue) difficiles.
- Suivre les développements (technologiques) dans le secteur nécessite une soif d'apprendre et la participation à des formations (obligatoires).
Contexte d'opération
- Se soucier de la qualité et de la satisfaction du client en travaillant avec soin, précision et dévouement.
- Echanger des informations de manière constructive et conviviale avec des clients, des collègues et des tiers.
- Gérer attentivement des situations dangereuses, respecter la signalisation de sécurité sur le lieu de travail/chantier et placer, utiliser et entretenir des EPI et EPC avec soin.
- Gérer avec prudence des matières premières et des produits, compte tenu des consignes de sécurité.
- Utiliser des machines, des outils et des matériels avec soin et précision.
- Assurer le suivi du forage avec beaucoup de concentration pendant l'ensemble du processus.
- Echanger des informations et des instructions claires au sein de l'équipe de forage pendant l'ensemble du processus.
2.2.4. Autonomie
Est indépendant(e) en ce qui concerne :
- la charge, le transport et la décharge du matériel et des matériaux de forage
- l'évaluation de l'état du sol et la stabilité de la mise en place de la foreuse
- l'exécution des plans et la préparation des propres travaux
- l'organisation sûre et ordonnée de son poste de travail
- l'exécution des travaux de forage
- le contrôle et, le cas échéant, l'ajustement du forage
- la finition du forage
- le nettoyage du matériel
- la tenue de l'administration de travail
Est lié(e) par :
- un ordre de travail et un planning qui lui ont été communiqués
- des consignes de sécurité, de santé, de qualité et environnementales, des codes de bonne pratique, des prescriptions techniques, des fiches de produit, des épures et des plans
- des accords relatifs à ses propres travaux pris avec des collègues et des tiers
- des instructions du supérieur
Fait appel :
- au supérieur pour l'ordre de travail, les données, le planning, les livraisons, la signalisation de problèmes et de situations dangereuses et des instructions complémentaires.
- à des professionnels et/ou des tiers spécialisés en cas de perturbations, d'interventions techniques et/ou d'entretien à ce qui ne relève pas de ses compétences ou capacités
2.2.5. Responsabilité
- Fonctionner efficacement au sein d'une entreprise
- Exécuter les travaux dans le souci de l'environnement, de manière qualitative et sûre
- Mettre en place l'installation de forage
- Organiser le lieu de travail de manière sûre et ordonnée
- Préparer et planifier les propres travaux
- Tenir l'administration de travail
- Nettoyer et entretenir les machines (de forage)
- Utiliser les énergies de manière durable et limiter les nuisances sonores
- L'exécution du forage vertical
- Placer des éléments dans le trou de forage du forage horizontal
- Finir le trou de forage du forage horizontal
2.3. Certificats requis
Aucune attestation obligatoire, mais pour l'exécution de certains travaux et/ou certaines tâches à risques, certaines attestations et/ou certificats sont requis, comme le certificat VCA, l'attestation pour des travaux sûrs en hauteur, l'utilisation d'équipements de travail, le maniement d'un élévateur,...
1. AU NIVEAU GLOBAL
a. Titre
'Boorder - verticale boringen' (perceur - forages verticaux) (h/f)
b. Définition
" Le 'boorder - verticale boringen' (perceur - forages verticaux) effectue des forages afin d'analyser le sol, de placer des tubes, des puits ou d'effectuer des épuisements des eaux. "
c. Niveau
3
d. Année
2013
2. COMPETENCES
2.1. Enumération des compétences
ACTIVITES DE BASE
- Travaille en équipe (co 00383)
- Communique de manière effective et efficace
- Echange des informations avec des collègues et des responsables
- Délibère sur la préparation, l'exécution et la finition de l'ordre
- Fait rapport à des supérieurs
- Collabore de manière efficace avec des collègues
- Suit des indications de responsables
- S'adapte de manière flexible (changement de collègues,...)
- Travaille en tenant compte de la sécurité, de l'environnement, de la qualité et du bien-être (co 00384)
- Fait une différence entre des produits et des déchets dangereux et non dangereux
- Demande des informations en cas de doute concernant des déchets
- Trie des déchets selon les directives
- Enlève des produits résiduels (la bentonite (une argile à base de sodium qui se présente dans la nature, avec des particules tellement petits qu'ils peuvent rendre le sol étanche), l'huile, des taches de graissage,...)
- Reconnaît des produits contenant de l'amiante et réagit de manière appropriée
- Respecte les règles en matière de traçabilité de produits
- Travaille de manière ergonomique
- Utilise des équipements de protection individuelle et collective (EPI et EPC)
- Veille à ce que les consignes en matière de sécurité et d'environnement (p.ex. VLAREBO) soient respectées
- Signale des problèmes au responsable
- Met en place l'installation de forage et organise son poste de travail de manière sûre et ordonnée (co 00385)
- Reçoit et comprend l'ordre
- Organise son lieu de travail, compte tenu de l'organisation générale du chantier, d'un ordre de travail logique et du fait qu'un forage commencé doit toujours être achevé, quelle que soit l'heure
- Prévoit de l'électricité, de l'eau et de la lumière
- Détermine l'emplacement de forage sur la base de l'ordre reçu
- Localise la situation des conduites d'utilité publique
- Met en place le matériel de forage, en fonction du forage à exécuter
- Utilise des applications logicielles pour calibrer le matériel de forage
- Limite l'émission de poussières
- Maintient un poste de travail propre
- Charge et décharge des camions
- Range les propres outils et accessoires
- Tient l'administration de travail (co 00386)
- Tient des données pertinentes pour des rapports de forage et/ou des états de forage simples
- Note les chiffres des compteurs
- Dessine le profil du forage sur les plans
- Utilise les flux d'énergie de manière durable et limite les nuisances sonores (co 00387)
- Utilise de manière efficace l'eau pour des tâches et le nettoyage
- Utilise des machines et des outils de manière efficace
- Limite le bruit : utilise des équipements de protection individuelle, met en oeuvre des mesures de prévention pour l'environnement
- Nettoie et entretient le matériel (co 00388)
- Nettoie et entretient le matériel de forage
- Effectue de petits travaux d'entretien au matériel de forage
- Constate des défauts ou des irrégularités au matériel de forage et le signale à la personne compétente
ACTIVITES SPECIFIQUES
- Effectue le forage vertical (co 00389)
- Prépare des boues de forage, compte tenu du profil géologique
- Effectue des forages manuels
- Utilise différents systèmes de mesure pour localiser la tête de foret
- Détermine la propre position par rapport à un plan
- Etablit pour soi-même une spatialisation du profil de forage
- Prend des échantillons de sol à des profondeurs régulières, les étiquette et les stocke
- Détermine le type de sol et effectue la granulométrie à vue
- Lit des paramètres de fonctionnement pertinents
- Ajuste la force de pression, la vitesse de rotation et la quantité de bentonite en fonction de la composition du sol et le déroulement du forage
- Attache des tubages à la foreuse
- Manie les pompes afin de rincer le trou de forage
- Effectue le forage sans interruption
- Place des éléments dans le trou de forage du forage vertical (co 00390)
- Manie du matériel de levage pour introduire des éléments dans le trou de forage
- Place des piézomètres
- Installe des puits à eau et des pompes sous-marines
- Installe des pompes à chaleur
- Installe des échangeurs de chaleur
- Tire des fourreaux, des câbles et des conduites
- Coule du béton et apporte des armatures
- Introduit des tubes de forage dans le trou de forage et les accroche
- Finit le trou de forage du forage vertical (co 00391)
- Finit le trou de forage au moyen d'une mini pelle
- Détermine quelle quantité d'un matériel doit être coulée à quelle profondeur
- Bouche un trou de forage vertical
- Place des bouchons argileux
- Déverse du sable de filtration ou de la terre
- Creuse un petit puits autour du trou de forage
- Scie les tubes introduits à la bonne longueur
- Place une bouche à clé stable dans le puits
- Fait couler du béton autour de la bouche à clé
2.2. Description des compétences/activités à l'aide des éléments de descripteur
2.2.1. Connaissance
- Connaissance de base de systèmes et de consignes de respect de l'environnement en fonction des propres travaux
- Connaissance de base d'électricité
- Connaissance de base de principes de fonctionnement de sondages d'essai
- Connaissance de base de l'organisation d'un chantier
- Connaissance de prescriptions relatives aux déchets et produits dangereux
- Connaissance de consignes de sécurité, de santé, d'hygiène et de bien-être
- Connaissance de techniques ergonomiques de levage, de soulèvement et de travail
- Connaissance d'EPI et d'EPC (équipements de protection individuelle et équipements de protection collective)
- Connaissance de pictogrammes (de sécurité)
- Connaissance de sources d'information
- Connaissance de la terminologie professionnelle
- Connaissance de documents de travail, de croquis et de plans (plans du sous-sol, épures, détails agrandis, rapports de forage et états de forage,...)
- Connaissance de matériaux et d'outils
- Connaissance des caractéristiques et de l'utilisation de la bentonite
- Connaissance de consignes techniques et de recommandations en fonction des propres travaux
- Connaissance des méthodes et moyens de contrôle et de mesure
- Connaissance d'applications logicielles
- Connaissance de la mathématique élémentaire
- Connaissance de normes de qualité, de valeurs et de tolérances
- Connaissance des directives pour classer, répartir, ancrer et couvrir des charges
- Connaissance des règles pour élinguer des charges
- Connaissance des mouvements, de la stabilité et de la mise en place correcte du matériel de forage
- Connaissance des possibilités de fonctionnement et des champs d'application d'un tubage
- Connaissance de la constitution du sol (détermination du type de sol et granulométrie, caractéristiques de types de sol,...)
- Connaissance approfondie du déroulement d'un forage
- Connaissance approfondie de profils de forage
- Connaissance approfondie de l'influence du profil géologique sur le forage
- Connaissance approfondie de l'influence de la constitution du sol sur les éléments à introduire
- Connaissance approfondie de techniques et de procédures pour introduire des éléments dans le trou de forage
- Connaissance approfondie de techniques et de produits pour nettoyer et entretenir le matériel
- Connaissance approfondie des parties et du fonctionnement du matériel de forage
- Connaissance approfondie des conséquences d'un forage pour l'environnement
2.2.2. Aptitudes
Aptitudes cognitives
- Pouvoir faire rapport oralement et/ou par écrit au supérieur et communiquer efficacement avec des collègues et des tiers
- Pouvoir respecter des consignes de sécurité, de santé, d'hygiène et de bien-être
- Pouvoir contrôler et exécuter l'ordre de travail selon le planning, les épures et plans, les consignes et les fiches de produit
- Pouvoir classer, répartir, ancrer et couvrir la charge de manière correcte et stable pour le transport
- Pouvoir élinguer des charges
- Pouvoir raccorder du matériel électrique au réseau
- Pouvoir mettre en marche des générateurs de chantier
- Pouvoir mesurer le lieu du forage
- Pouvoir utiliser des applications logicielles pour calibrer le matériel de forage
- Pouvoir détecter et mesurer la position de la tête de foret
- Pouvoir prendre, étiqueter et stocker des échantillons de sol à des profondeurs régulières
- Pouvoir déterminer le type de sol et effectuer la granulométrie à vue
- Pouvoir contrôler le matériel et le forage
- Pouvoir manier les pompes afin de rincer le trou de forage
- Pouvoir dessiner un profil de forage
- Pouvoir recueillir, stocker et trier des déchets (fluides de forage utilisés, eaux souterraines, terre,...)
Aptitudes à la résolution de problèmes
- Pouvoir réagir de manière appropriée face à des problèmes constatés concernant la qualité, la sécurité, l'environnement, le processus et la technique, compte tenu des consignes/procédures
- Pouvoir intervenir et ajuster en cas de problèmes avec le matériel ou le forage
- Pouvoir ajuster l'ordre de travail en cas de circonstances imprévues
- Pouvoir déterminer quelle quantité d'un matériel doit être coulée à quelle profondeur, selon les circonstances spécifiques
Aptitudes moteurs
- Pouvoir appliquer les techniques ergonomiques appropriées de levage et de soulèvement
- Pouvoir couler du béton et apporter des armatures
- Pouvoir manier des petites machines de chantier
- Pouvoir manier des perceuses portatives
- Pouvoir mettre en place le matériel de forage
- Pouvoir manier le matériel de forage avec précision, en utilisant les boutons-poussoirs et leviers
- Pouvoir suivre le forage sur un écran avec concentration, pendant l'ensemble du processus de forage
- Pouvoir attacher des tubages à la foreuse
- Pouvoir introduire et accrocher des tubes de forage
- Pouvoir placer et installer des éléments dans le trou de forage (piézomètres, puits à eau, pompes sous-marines, échangeurs de chaleur, pompes à chaleur,...)
- Pouvoir tirer des fourreaux, des câbles et des conduites
- Pouvoir boucher au moyen de sable de filtration ou de terre ou en plaçant des bouchons argileux
- Pouvoir creuser un petit puits autour du trou de forage
- Pouvoir scier les tubes introduits à la bonne longueur
- Pouvoir placer une bouche à clé stable et faire couler du béton autour d'une bouche à clé
2.2.3. Contexte
Contexte d'environnement
- Cette profession est essentiellement exercée en plein air, lors de travaux de terrassement dans la construction, et requiert la mobilité nécessaire.
- Cette profession s'exerce généralement au sein d'une équipe, le plus souvent dans une entreprise où la flexibilité nécessaire est importante pour s'adapter aux modifications du planning, à l'environnement, aux conditions climatiques, aux matières premières et aux machines.
- Ce qui est caractéristique de forages commandées est que les ordres de travail doivent toujours être exécutés sans interruption, quelle que soit l'heure.
L'ordre de travail et le résultat final sont strictement délimités, ce qui nécessite une orientation sur le résultat, une résistance au stress, de la concentration, de la flexibilité et de la persévérance.
- Le secteur de la construction connaît de nombreuses réglementations, normes, recommandations, codes de bonne pratique et fiches d'information techniques en matière de qualité, de sécurité, de santé, d'hygiène, de bien-être, d'environnement et de construction durable.
- La situation sur le lieu de travail peut impliquer le port de charges et des travaux dans des positions et conditions (boue) difficiles.
- Suivre les développements (technologiques) dans le secteur nécessite une soif d'apprendre et la participation à des formations (obligatoires).
Contexte d'opération
- Se soucier de la qualité et de la satisfaction du client en travaillant avec soin, précision et dévouement.
- Echanger des informations de manière constructive et conviviale avec des clients, des collègues et des tiers.
- Gérer attentivement des situations dangereuses, respecter la signalisation de sécurité sur le lieu de travail/chantier et placer, utiliser et entretenir des EPI et EPC avec soin.
- Gérer avec prudence des matières premières et des produits, compte tenu des consignes de sécurité.
- Utiliser des machines, des outils et des matériels avec soin et précision.
- Assurer le suivi du forage avec beaucoup de concentration pendant l'ensemble du processus.
- Echanger des informations et des instructions claires au sein de l'équipe de forage pendant l'ensemble du processus.
2.2.4. Autonomie
Est indépendant(e) en ce qui concerne :
- la charge, le transport et la décharge du matériel et des matériaux de forage
- l'évaluation de l'état du sol et la stabilité de la mise en place de la foreuse
- l'exécution des plans et la préparation des propres travaux
- l'organisation sûre et ordonnée de son poste de travail
- l'exécution des travaux de forage
- le contrôle et, le cas échéant, l'ajustement du forage
- la finition du forage
- le nettoyage du matériel
- la tenue de l'administration de travail
Est lié(e) par :
- un ordre de travail et un planning qui lui ont été communiqués
- des consignes de sécurité, de santé, de qualité et environnementales, des codes de bonne pratique, des prescriptions techniques, des fiches de produit, des épures et des plans
- des accords relatifs à ses propres travaux pris avec des collègues et des tiers
- des instructions du supérieur
Fait appel :
- au supérieur pour l'ordre de travail, les données, le planning, les livraisons, la signalisation de problèmes et de situations dangereuses et des instructions complémentaires.
- à des professionnels et/ou des tiers spécialisés en cas de perturbations, d'interventions techniques et/ou d'entretien à ce qui ne relève pas de ses compétences ou capacités
2.2.5. Responsabilité
- Fonctionner efficacement au sein d'une entreprise
- Exécuter les travaux dans le souci de l'environnement, de manière qualitative et sûre
- Mettre en place l'installation de forage
- Organiser le lieu de travail de manière sûre et ordonnée
- Préparer et planifier les propres travaux
- Tenir l'administration de travail
- Nettoyer et entretenir les machines (de forage)
- Utiliser les énergies de manière durable et limiter les nuisances sonores
- L'exécution du forage vertical
- Placer des éléments dans le trou de forage du forage horizontal
- Finir le trou de forage du forage horizontal
2.3. Certificats requis
Aucune attestation obligatoire, mais pour l'exécution de certains travaux et/ou certaines tâches à risques, certaines attestations et/ou certificats sont requis, comme le certificat VCA, l'attestation pour des travaux sûrs en hauteur, l'utilisation d'équipements de travail, le maniement d'un élévateur,...
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013 tot erkenning van de beroepskwalificatie boorder - verticale boringen.
Brussel, 13 september 2013.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS
Brussel, 13 september 2013.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS
Vu pour être joint à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013 portant agrément de la qualification professionnelle de 'boorder - verticale boringen' (perceur - forages verticaux).
Bruxelles, le 13 septembre 2013.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et de Bruxelles,
P. SMET
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, de l'Emploi, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
Ph. MUYTERS
Bruxelles, le 13 septembre 2013.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et de Bruxelles,
P. SMET
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, de l'Emploi, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
Ph. MUYTERS