Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 SEPTEMBER 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs
Titre
6 SEPTEMBRE 2013. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand portant modification de diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire
Documentinformatie
Info du document
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. In artikel 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 worden punt 11° tot en met 18° opgeheven.
Article 1er. Dans l'article 3, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007, les points 11° Ă 18° inclus sont abrogĂ©s.
Art. 2. In artikel 4, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 september 2010, wordt de zinsnede " Voor de algemene vakken Duits, Engels, Frans, Italiaans, Nederlands, Nederlands voor nieuwkomers, Russisch en Spaans " vervangen door de zinsnede " Voor de vakken die als algemeen vak worden beschouwd ter uitvoering van artikel 152, tweede lid, van de Codex Secundair onderwijs, alsook voor het algemene vak Nederlands voor nieuwkomers, ".
Art. 2. Dans l'article 4, § 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 septembre 2010, les mots " Pour ce qui concerne les cours gĂ©nĂ©raux allemand, anglais, français, italien, nĂ©erlandais, nĂ©erlandais - deuxiĂšme langue, russe et espagnol " sont remplacĂ©s par les mots " Pour ce qui concerne les cours qui sont considĂ©rĂ©s comme cours gĂ©nĂ©ral en exĂ©cution de l'article 152, alinĂ©a deux, du Code de l'Enseignement secondaire, ainsi que pour ce qui concerne le cours gĂ©nĂ©ral nĂ©erlandais - deuxiĂšme langue ".
Art. 3. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, 9 november 2007, 17 september 2010 en 7 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2.bis wordt vervangen door wat volgt :
  " 2bis. het diploma van master; ";
  2° punt 34.bis wordt vervangen door wat volgt :
  " 34bis. het diploma van professioneel gerichte bachelor ";
  3° er wordt een punt 34ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 34ter. het diploma van academisch gerichte bachelor; ".
  1° punt 2.bis wordt vervangen door wat volgt :
  " 2bis. het diploma van master; ";
  2° punt 34.bis wordt vervangen door wat volgt :
  " 34bis. het diploma van professioneel gerichte bachelor ";
  3° er wordt een punt 34ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 34ter. het diploma van academisch gerichte bachelor; ".
Art. 3. Dans l'article 6, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 23 septembre 2005, 9 novembre 2007, 17 septembre 2010 et 7 septembre 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 2.bis est remplacé par ce qui suit :
  " 2bis. le diplÎme de master; ";
  2° le point 34bis est remplacé par ce qui suit :
  " 34bis. le diplÎme de bachelor à orientation professionnelle ";
  3° il est inséré un point 34ter, rédigé comme suit :
  " 34bis. le diplÎme de bachelor à orientation académique; ".
  1° le point 2.bis est remplacé par ce qui suit :
  " 2bis. le diplÎme de master; ";
  2° le point 34bis est remplacé par ce qui suit :
  " 34bis. le diplÎme de bachelor à orientation professionnelle ";
  3° il est inséré un point 34ter, rédigé comme suit :
  " 34bis. le diplÎme de bachelor à orientation académique; ".
Art. 4. In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, 17 september 2010, 15 juli 2011 en 7 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 5, 2°, wordt de zinsnede " Vanaf 1 september 1999 wordt met dat bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld " vervangen door de zinsnede " Met dat bekwaamheidsbewijs wordt evenwel niet bedoeld ";
  2° punt 6 wordt vervangen door wat volgt :
  " 6. bachelor :
  a) een diploma van professioneel gerichte bachelor als vermeld in artikel 6, § 1, 34bis;
  b) een diploma van academisch gerichte bachelor als vermeld in artikel 6, § 1, 34ter; ";
  3° in punt 7 worden de woorden " ten minste professioneel gerichte bachelor, afgekort ten minste PBA " vervangen door de woorden " ten minste bachelor ";
  4° in punt 8 wordt het woord " PBA " vervangen door het woord " bachelor ";
  5° punt 10, 11, 12, 15, 16, 17 en 18 worden opgeheven.
  6° in punt 49 wordt het woord " PBA " vervangen door het woord " bachelor ";
  7° in punt 49 wordt de zinsnede " professioneel gerichte bachelor zoals bedoeld in punt 34bis van artikel 6 van dit besluit " vervangen door de zinsnede " bachelor vermeld in punt 6 ";
  8° in punt 50 wordt het woord " PBA " telkens vervangen door het woord " bachelor ";
  9° er wordt een punt 51 toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 51. PBA : professioneel gerichte bachelor. ".
  1° in punt 5, 2°, wordt de zinsnede " Vanaf 1 september 1999 wordt met dat bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld " vervangen door de zinsnede " Met dat bekwaamheidsbewijs wordt evenwel niet bedoeld ";
  2° punt 6 wordt vervangen door wat volgt :
  " 6. bachelor :
  a) een diploma van professioneel gerichte bachelor als vermeld in artikel 6, § 1, 34bis;
  b) een diploma van academisch gerichte bachelor als vermeld in artikel 6, § 1, 34ter; ";
  3° in punt 7 worden de woorden " ten minste professioneel gerichte bachelor, afgekort ten minste PBA " vervangen door de woorden " ten minste bachelor ";
  4° in punt 8 wordt het woord " PBA " vervangen door het woord " bachelor ";
  5° punt 10, 11, 12, 15, 16, 17 en 18 worden opgeheven.
  6° in punt 49 wordt het woord " PBA " vervangen door het woord " bachelor ";
  7° in punt 49 wordt de zinsnede " professioneel gerichte bachelor zoals bedoeld in punt 34bis van artikel 6 van dit besluit " vervangen door de zinsnede " bachelor vermeld in punt 6 ";
  8° in punt 50 wordt het woord " PBA " telkens vervangen door het woord " bachelor ";
  9° er wordt een punt 51 toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 51. PBA : professioneel gerichte bachelor. ".
Art. 4. Dans l'article 7, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 octobre 2008, 17 septembre 2010, 15 juillet 2011 et 7 septembre 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le point 5, 2°, les mots " Toutefois, à compter du 1er septembre 1999, on n'entend pas par ce titre " sont remplacés par les mots " Toutefois, on n'entend pas par ce titre ";
  2° le point 6 est remplacé par ce qui suit :
  " 6. bachelor :
  a) un diplÎme de bachelor à orientation professionnelle tel que visé à l'article 6, § 1er, 34bis;
  b) un diplÎme de bachelor à orientation académique tel que visé à l'article 6, § 1er, 34ter; ";
  3° dans le point 7, les mots " d'au moins bachelor à orientation professionnelle, en abrégé au moins PBA " sont remplacés par les mots " d'au moins bachelor ";
  4° dans le point 8, le mot " PBA " est remplacé par le mot " bachelor ";
  5° les points 10, 11, 12, 15, 16, 17 et 18 sont abrogés.
  6° dans le point 49, le mot " PBA " est remplacé par le mot " bachelor ";
  7° dans le point 49, les mots " de bachelor Ă orientation professionnelle, tel que visĂ© Ă l'article 6, point 34bis du prĂ©sent arrĂȘtĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " de bachelor visĂ© au point 6 ";
  8° dans le point 50, le mot " PBA " est chaque fois remplacé par le mot " bachelor ";
  9° il est ajouté un point 51, rédigé comme suit :
  " 51. PBA : bachelor à orientation professionnelle. ".
  1° dans le point 5, 2°, les mots " Toutefois, à compter du 1er septembre 1999, on n'entend pas par ce titre " sont remplacés par les mots " Toutefois, on n'entend pas par ce titre ";
  2° le point 6 est remplacé par ce qui suit :
  " 6. bachelor :
  a) un diplÎme de bachelor à orientation professionnelle tel que visé à l'article 6, § 1er, 34bis;
  b) un diplÎme de bachelor à orientation académique tel que visé à l'article 6, § 1er, 34ter; ";
  3° dans le point 7, les mots " d'au moins bachelor à orientation professionnelle, en abrégé au moins PBA " sont remplacés par les mots " d'au moins bachelor ";
  4° dans le point 8, le mot " PBA " est remplacé par le mot " bachelor ";
  5° les points 10, 11, 12, 15, 16, 17 et 18 sont abrogés.
  6° dans le point 49, le mot " PBA " est remplacé par le mot " bachelor ";
  7° dans le point 49, les mots " de bachelor Ă orientation professionnelle, tel que visĂ© Ă l'article 6, point 34bis du prĂ©sent arrĂȘtĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " de bachelor visĂ© au point 6 ";
  8° dans le point 50, le mot " PBA " est chaque fois remplacé par le mot " bachelor ";
  9° il est ajouté un point 51, rédigé comme suit :
  " 51. PBA : bachelor à orientation professionnelle. ".
Art. 5. In artikel 10, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009, worden de woorden " in de vierde graad BSO of " opgeheven.
Art. 5. Dans l'article 10, § 3, alinĂ©a deux, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009, les mots " dans le quatriĂšme degrĂ© ESP ou " sont abrogĂ©s.
Art. 6. In artikel 12, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 2° wordt de zinsnede " en/of in de vierde graad " opgeheven;
  2° in punt 4° worden de woorden " de vierde graad van het secundair onderwijs en " opgeheven.
  1° in punt 2° wordt de zinsnede " en/of in de vierde graad " opgeheven;
  2° in punt 4° worden de woorden " de vierde graad van het secundair onderwijs en " opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 12, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le point 2°, les mots " et/ou quatriÚme degré " sont abrogés;
  2° dans le point 4°, les mots " le quatriÚme degré de l'enseignement secondaire et " sont abrogés;
  1° dans le point 2°, les mots " et/ou quatriÚme degré " sont abrogés;
  2° dans le point 4°, les mots " le quatriÚme degré de l'enseignement secondaire et " sont abrogés;
Art. 7. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2003 en 4 september 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt a), tweede streepje, worden de woorden " en/of in de vierde graad " opgeheven;
  2° in punt a), derde streepje, wordt de zinsnede " , de vierde graad " opgeheven;
  3° in punt b), 2°, wordt de zinsnede " , derde en vierde graad " vervangen door de woorden " en derde graad ".
  1° in punt a), tweede streepje, worden de woorden " en/of in de vierde graad " opgeheven;
  2° in punt a), derde streepje, wordt de zinsnede " , de vierde graad " opgeheven;
  3° in punt b), 2°, wordt de zinsnede " , derde en vierde graad " vervangen door de woorden " en derde graad ".
Art. 7. Dans l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 mars 2003 et 4 septembre 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le point a), deuxiÚme tiret, les mots " et/ou quatriÚme degré " sont abrogés;
  2° dans le point a), troisiÚme tiret, les mots " , le quatriÚme degré " sont abrogés;
  3° dans le point b), 2°, les mots " , troisiÚme et quatriÚme degrés " sont remplacés par les mots " et troisiÚme degrés ".
  1° dans le point a), deuxiÚme tiret, les mots " et/ou quatriÚme degré " sont abrogés;
  2° dans le point a), troisiÚme tiret, les mots " , le quatriÚme degré " sont abrogés;
  3° dans le point b), 2°, les mots " , troisiÚme et quatriÚme degrés " sont remplacés par les mots " et troisiÚme degrés ".
Art. 8. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, worden een artikel 16vicies en 16vicies semel ingevoegd, die luiden als volgt :
  " Art.16vicies. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die in het bezit zijn van een van de volgende diploma's of getuigschriften :
  1° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
  2° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
  3° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
  4° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
  5° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher, of het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
  6° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
  7° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs .
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, moeten aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2013 vastbenoemd zijn;
  2° tijdens de schooljaren 2010-2011, 2011-2012 of 2012-2013 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2013 in het bezit waren van een bewijs van pedagogische bekwaamheid en vanaf 1 september 2013 krachtens de gewijzigde reglementering geen bewijs van pedagogische bekwaamheid meer hebben, worden geacht alsnog over een bewijs van pedagogische bekwaamheid te beschikken.
  § 3. De overgangsmaatregel, vermeld in § 2, wordt toegekend op 1 september 2013, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° voor de personeelsleden, vermeld in § 1, tweede lid, 1°, blijven de overgangsmaatregelen gelden, zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten;
  2° voor de personeelsleden, vermeld in § 1, tweede lid, 2°, blijven de overgangsmaatregelen gelden, zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. De volgende perioden worden daarbij niet als een onderbreking beschouwd :
  a) vakantieperioden;
  b) loopbaanonderbreking;
  c) militaire dienst;
  d) perioden van wederoproeping;
  e) ziekte- en bevallingsverloven;
  f) onbezoldigde ouderschapsverloven;
  g) perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  h) verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  i) verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.
  Art.16vicies. semel. § 1. Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden die in het bezit zijn van een van de volgende bekwaamheidsbewijzen :
  1° master in de kinesitherapie + BPB;
  2° master in de revalidatiewetenschappen en de kinesitherapie + BPB;
  3° master of Adapted Physical Activity + BPB;
  4° master of Rehabilitation Sciences and Physiotherapy + BPB.
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, moeten aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2013 vastbenoemd zijn voor respectievelijk het algemene vak sport of het algemene vak lichamelijke opvoeding;
  2° in de loop van het schooljaar 2010-2011, 2011-2012 of 2012-2013 tijdelijk aangesteld zijn of tijdelijk belast geweest zijn met respectievelijk het algemene vak sport of het algemene vak lichamelijke opvoeding.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2013 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het vak, vermeld in paragraaf 1, en die vanaf 1 september 2013 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor dat vak, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat vak in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
  § 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2, worden toegekend op 1 september 2013, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze in dienst zijn in het onderwijs, de hogescholen en de universiteiten uitgezonderd;
  2° voor de personeelsleden, vermeld in § 1, tweede lid, 2°, blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang zij ononderbroken in dienst zijn in het onderwijs, de hogescholen en de universiteiten uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  1° vakantieperioden;
  2° loopbaanonderbreking;
  3° militaire dienst;
  4° perioden van wederoproeping;
  5° ziekte- en bevallingsverloven;
  6° onbezoldigde ouderschapsverloven;
  7° perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage tot maximaal zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. ".
  " Art.16vicies. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die in het bezit zijn van een van de volgende diploma's of getuigschriften :
  1° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
  2° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
  3° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
  4° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
  5° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher, of het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
  6° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
  7° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs .
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, moeten aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2013 vastbenoemd zijn;
  2° tijdens de schooljaren 2010-2011, 2011-2012 of 2012-2013 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2013 in het bezit waren van een bewijs van pedagogische bekwaamheid en vanaf 1 september 2013 krachtens de gewijzigde reglementering geen bewijs van pedagogische bekwaamheid meer hebben, worden geacht alsnog over een bewijs van pedagogische bekwaamheid te beschikken.
  § 3. De overgangsmaatregel, vermeld in § 2, wordt toegekend op 1 september 2013, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° voor de personeelsleden, vermeld in § 1, tweede lid, 1°, blijven de overgangsmaatregelen gelden, zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten;
  2° voor de personeelsleden, vermeld in § 1, tweede lid, 2°, blijven de overgangsmaatregelen gelden, zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. De volgende perioden worden daarbij niet als een onderbreking beschouwd :
  a) vakantieperioden;
  b) loopbaanonderbreking;
  c) militaire dienst;
  d) perioden van wederoproeping;
  e) ziekte- en bevallingsverloven;
  f) onbezoldigde ouderschapsverloven;
  g) perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  h) verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  i) verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.
  Art.16vicies. semel. § 1. Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden die in het bezit zijn van een van de volgende bekwaamheidsbewijzen :
  1° master in de kinesitherapie + BPB;
  2° master in de revalidatiewetenschappen en de kinesitherapie + BPB;
  3° master of Adapted Physical Activity + BPB;
  4° master of Rehabilitation Sciences and Physiotherapy + BPB.
  De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, moeten aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2013 vastbenoemd zijn voor respectievelijk het algemene vak sport of het algemene vak lichamelijke opvoeding;
  2° in de loop van het schooljaar 2010-2011, 2011-2012 of 2012-2013 tijdelijk aangesteld zijn of tijdelijk belast geweest zijn met respectievelijk het algemene vak sport of het algemene vak lichamelijke opvoeding.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in § 1, die op basis van de reglementering die voor 1 september 2013 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het vak, vermeld in paragraaf 1, en die vanaf 1 september 2013 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor dat vak, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat vak in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
  § 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2, worden toegekend op 1 september 2013, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang ze in dienst zijn in het onderwijs, de hogescholen en de universiteiten uitgezonderd;
  2° voor de personeelsleden, vermeld in § 1, tweede lid, 2°, blijven de overgangsmaatregelen gelden zolang zij ononderbroken in dienst zijn in het onderwijs, de hogescholen en de universiteiten uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  1° vakantieperioden;
  2° loopbaanonderbreking;
  3° militaire dienst;
  4° perioden van wederoproeping;
  5° ziekte- en bevallingsverloven;
  6° onbezoldigde ouderschapsverloven;
  7° perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage tot maximaal zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. ".
Art. 8. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, sont insĂ©rĂ©s les articles 16vicies en 16vicies semel, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art.16vicies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel titulaires d'un des diplÎmes ou certificats suivants :
  1° le diplÎme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage;
  2° le diplÎme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage;
  3° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
  4° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
  5° le diplÎme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage, ou le diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
  6° le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement spécial;
  7° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial.
  Les membres du personnel, visés à l'alinéa premier, doivent remplir une des conditions suivantes :
  1° ĂȘtre nommĂ© Ă titre dĂ©finitif, le 31 aoĂ»t 2013;
  2° pendant les années scolaires 2010-2011, 2011-2012 ou 2012-2013 avoir été temporairement désigné à ou temporairement chargé d'une mission dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités.
  § 2. Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2013, étaient titulaires d'un titre d'aptitude pédagogique et à partir du 1er septembre 2013, en vertu de la réglementation modifiée, ne sont plus titulaires d'un titre d'aptitude pédagogique, sont censés encore disposer d'un titre d'aptitude pédagogique.
  § 3. La mesure transitoire, visée au § 2, est accordée le 1er septembre 2013, compte tenu des dispositions suivantes :
  1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, alinéa deux, 1°, tant qu'ils restent occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités;
  2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, alinéa deux, 2°, tant qu'ils restent occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Les périodes suivantes ne sont pas considérées comme une interruption :
  a) les périodes de vacances;
  b) l'interruption de carriÚre;
  c) le service militaire;
  d) les périodes de rappel sous les armes;
  e) les congés de maladie et de maternité;
  f) les congés parentaux non rémunérés;
  g) les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  h) les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  i) les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  j) une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum.
  " Art. 16vicies semel. § 1er. Des mesures transitoires sont applicables aux membres du personnel titulaires d'un des titres suivants :
  1° master en kinésithérapie + CAP;
  2° master en sciences de réadaptation motrice et en kinésithérapie + CAP;
  3° master of Adapted Physical Activity + CAP;
  4° master of Rehabilitation Sciences and Physiotherapy + CAP.
  Les membres du personnel, visés à l'alinéa premier, doivent remplir une des conditions suivantes :
  1° ĂȘtre nommĂ© Ă titre dĂ©finitif, le 31 aoĂ»t 2013 au plus tard, respectivement pour le cours gĂ©nĂ©ral sport ou le cours gĂ©nĂ©ral Ă©ducation physique;
  2° pendant l'année scolaire 2010-2011, 2011-2012 ou 2012-2013, avoir été temporairement désigné à ou temporairement chargé d'un emploi respectivement dans le cours général sport ou le cours général éducation physique.
  § 2. Les membres du personnel, visĂ©s au § 1er, qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2013, Ă©taient titulaires, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours, visĂ© au paragraphe 1er, et qui, Ă partir du 1er septembre 2013 ne sont plus titulaires d'un titre requis pour ce cours, sont censĂ©s ĂȘtre titulaires d'un titre requis pour ce cours dans le degrĂ© concernĂ© et/ou la forme d'enseignement concernĂ©e.
  § 3. Les mesures transitoires, visées au § 2, sont accordées le 1er septembre 2013, compte tenu des dispositions suivantes :
  1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au paragraphe 1er, alinéa deux, 1°, tant qu'ils restent occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités;
  2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, alinéa deux, 2°, tant qu'ils restent occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités exceptés, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  1° les périodes de vacances;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés parentaux non rémunérés;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
  " Art.16vicies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel titulaires d'un des diplÎmes ou certificats suivants :
  1° le diplÎme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage;
  2° le diplÎme de bachelor en enseignement : encadrement renforcé et cours de rattrapage;
  3° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
  4° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
  5° le diplÎme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage, ou le diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
  6° le diplÎme de bachelor en enseignement : enseignement spécial;
  7° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial.
  Les membres du personnel, visés à l'alinéa premier, doivent remplir une des conditions suivantes :
  1° ĂȘtre nommĂ© Ă titre dĂ©finitif, le 31 aoĂ»t 2013;
  2° pendant les années scolaires 2010-2011, 2011-2012 ou 2012-2013 avoir été temporairement désigné à ou temporairement chargé d'une mission dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités.
  § 2. Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2013, étaient titulaires d'un titre d'aptitude pédagogique et à partir du 1er septembre 2013, en vertu de la réglementation modifiée, ne sont plus titulaires d'un titre d'aptitude pédagogique, sont censés encore disposer d'un titre d'aptitude pédagogique.
  § 3. La mesure transitoire, visée au § 2, est accordée le 1er septembre 2013, compte tenu des dispositions suivantes :
  1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, alinéa deux, 1°, tant qu'ils restent occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités;
  2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, alinéa deux, 2°, tant qu'ils restent occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Les périodes suivantes ne sont pas considérées comme une interruption :
  a) les périodes de vacances;
  b) l'interruption de carriÚre;
  c) le service militaire;
  d) les périodes de rappel sous les armes;
  e) les congés de maladie et de maternité;
  f) les congés parentaux non rémunérés;
  g) les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  h) les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  i) les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  j) une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum.
  " Art. 16vicies semel. § 1er. Des mesures transitoires sont applicables aux membres du personnel titulaires d'un des titres suivants :
  1° master en kinésithérapie + CAP;
  2° master en sciences de réadaptation motrice et en kinésithérapie + CAP;
  3° master of Adapted Physical Activity + CAP;
  4° master of Rehabilitation Sciences and Physiotherapy + CAP.
  Les membres du personnel, visés à l'alinéa premier, doivent remplir une des conditions suivantes :
  1° ĂȘtre nommĂ© Ă titre dĂ©finitif, le 31 aoĂ»t 2013 au plus tard, respectivement pour le cours gĂ©nĂ©ral sport ou le cours gĂ©nĂ©ral Ă©ducation physique;
  2° pendant l'année scolaire 2010-2011, 2011-2012 ou 2012-2013, avoir été temporairement désigné à ou temporairement chargé d'un emploi respectivement dans le cours général sport ou le cours général éducation physique.
  § 2. Les membres du personnel, visĂ©s au § 1er, qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 2013, Ă©taient titulaires, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours, visĂ© au paragraphe 1er, et qui, Ă partir du 1er septembre 2013 ne sont plus titulaires d'un titre requis pour ce cours, sont censĂ©s ĂȘtre titulaires d'un titre requis pour ce cours dans le degrĂ© concernĂ© et/ou la forme d'enseignement concernĂ©e.
  § 3. Les mesures transitoires, visées au § 2, sont accordées le 1er septembre 2013, compte tenu des dispositions suivantes :
  1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au paragraphe 1er, alinéa deux, 1°, tant qu'ils restent occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités;
  2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, alinéa deux, 2°, tant qu'ils restent occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités exceptés, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  1° les périodes de vacances;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés parentaux non rémunérés;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 9. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt een artikel 17duodevicies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 17duodevicies. De personeelsleden, vermeld in artikel 16vicies semel, § 1, genieten voor het algemene vak sport respectievelijk het algemene vak lichamelijke opvoeding de salarisschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2013 mocht worden verleend voor het algemene vak sport respectievelijk het algemene vak lichamelijke opvoeding, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal. ".
  " Art. 17duodevicies. De personeelsleden, vermeld in artikel 16vicies semel, § 1, genieten voor het algemene vak sport respectievelijk het algemene vak lichamelijke opvoeding de salarisschaal die hen op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2013 mocht worden verleend voor het algemene vak sport respectievelijk het algemene vak lichamelijke opvoeding, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal. ".
Art. 9. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, il est insĂ©rĂ© un article 17duodevicies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 17duodevicies. Les membres du personnel, visĂ©s Ă l'article 16vicies semel, § 1er, bĂ©nĂ©ficient respectivement pour le cours gĂ©nĂ©ral sport ou le cours gĂ©nĂ©ral Ă©ducation physique de l'Ă©chelle de traitement qui pouvait leur ĂȘtre attribuĂ©e en vertu de la rĂ©glementation applicable avant le 1er septembre 2013 pour le cours gĂ©nĂ©ral sport ou le cours gĂ©nĂ©ral Ă©ducation physique, Ă moins que le titre dont ils sont titulaires donne droit Ă une Ă©chelle de traitement supĂ©rieure. ".
  " Art. 17duodevicies. Les membres du personnel, visĂ©s Ă l'article 16vicies semel, § 1er, bĂ©nĂ©ficient respectivement pour le cours gĂ©nĂ©ral sport ou le cours gĂ©nĂ©ral Ă©ducation physique de l'Ă©chelle de traitement qui pouvait leur ĂȘtre attribuĂ©e en vertu de la rĂ©glementation applicable avant le 1er septembre 2013 pour le cours gĂ©nĂ©ral sport ou le cours gĂ©nĂ©ral Ă©ducation physique, Ă moins que le titre dont ils sont titulaires donne droit Ă une Ă©chelle de traitement supĂ©rieure. ".
Art. 10. Artikel 21bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, hebben uitwerking vanaf 1 september 2013. ".
  " Art. 21bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd, hebben uitwerking vanaf 1 september 2013. ".
Art. 10. L'article 21bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 1999 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 21bis. Les titres et les Ă©chelles de traitement, visĂ©s Ă l'annexe Ire, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, produisent leurs effets le 1er septembre 2013. ".
  " Art. 21bis. Les titres et les Ă©chelles de traitement, visĂ©s Ă l'annexe Ire, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, produisent leurs effets le 1er septembre 2013. ".
Art. 11. Bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 11. L'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, est remplacĂ©e par l'annexe 1re, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Brussel, 6 september 2013.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Kris PEETERS
  De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
  Pascal SMET
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Kris PEETERS
  De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
  Pascal SMET
  Bruxelles, le 6 septembre 2013.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  Kris PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et de Bruxelles,
  Pascal SMET
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  Kris PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et de Bruxelles,
  Pascal SMET
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het secundair onderwijs vanaf 1 september 2013.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 11-10-2013, p. 71831-72647)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 11-10-2013, p. 71831-72647)
Art. N. Annexe non traduite. Voir version néerlandaise.