Artikel 1. In artikel 5, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 september 2006, 9 november 2007, 17 september 2010 en 7 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 1° en 3° worden opgeheven;
  2° in punt 5°, 42ter, worden de woorden " professioneel gerichte " opgeheven;
  3° punt 6° wordt opgeheven;
  4° in punt 16° wordt de zinsnede " artikel 7, § 1, 6 " vervangen door de zinsnede " artikel 7, § 1, 5 ";
  5° punt 17° wordt vervangen door wat volgt :
  " 17° master : het diploma van master;
  6° punt 18° wordt vervangen door wat volgt :
  " 18° bachelor :
  a) het diploma van professioneel gerichte bachelor;
  b) het diploma van academisch gerichte bachelor; ";
  7° in punt 19° worden de woorden " professioneel gerichte " telkens opgeheven;
  8° punt 20° wordt opgeheven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 SEPTEMBER 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars
Titre
6 SEPTEMBRE 2013. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire des maĂźtres de religion et des professeurs de religion
Documentinformatie
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1er. Dans l'article 5, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire des maĂźtres de religion et des professeurs de religion, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 1er septembre 2006, 9 novembre 2007, 17 septembre 2010 et 7 septembre 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° les points 1° et 3° sont abrogés;
  2° dans le point 5°, 42ter, les mots " à caractÚre professionnel " sont abrogés;
  3° le point 6° est abrogé;
  4° dans le point 16°, les mots " article 7, § 1er, 6 " sont remplacés par les mots " article 7, § 1er, 5 ";
  5° le point 17° est remplacé par ce qui suit :
  " 17° master : le diplÎme de master;
  6° le point 18° est remplacé par ce qui suit :
  " 18° bachelor :
  a) le diplÎme de bachelor à caractÚre professionnel;
  b) le diplÎme de bachelor à caractÚre académique; ";
  7° dans le point 19°, les mots " à caractÚre professionnel " sont chaque fois abrogés;
  8° le point 20° est abrogé.
  1° les points 1° et 3° sont abrogés;
  2° dans le point 5°, 42ter, les mots " à caractÚre professionnel " sont abrogés;
  3° le point 6° est abrogé;
  4° dans le point 16°, les mots " article 7, § 1er, 6 " sont remplacés par les mots " article 7, § 1er, 5 ";
  5° le point 17° est remplacé par ce qui suit :
  " 17° master : le diplÎme de master;
  6° le point 18° est remplacé par ce qui suit :
  " 18° bachelor :
  a) le diplÎme de bachelor à caractÚre professionnel;
  b) le diplÎme de bachelor à caractÚre académique; ";
  7° dans le point 19°, les mots " à caractÚre professionnel " sont chaque fois abrogés;
  8° le point 20° est abrogé.
Art. 2. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt een artikel 10quater ingevoegd dat luidt als volgt :
  " Art. 10quater. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die tussen 1 september 2008 en 30 juni 2013 minimum 24 maanden ononderbroken in dienst geweest zijn in het ambt van :
  1° leermeester anglicaanse godsdienst;
  2° godsdienstleraar anglicaanse godsdienst.
  Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  1° vakantieperioden;
  2° loopbaanonderbreking;
  3° militaire dienst;
  4° perioden van wederoproeping;
  5° ziekte- en bevallingsverloven;
  6° onbezoldigde ouderschapsverloven;
  7° perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van ten hoogste 30 kalenderdagen per schooljaar.
  § 2. De personeelsleden, bedoeld in § 1, eerste lid, 1,° die volgens de geldende regelgeving op 1 september 2013 geen bekwaamheidsbewijs hebben voor het ambt van leermeester anglicaanse godsdienst, worden geacht in het bezit te zijn van een " ander " bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester anglicaanse godsdienst.
  Vanaf de dag van het behalen van het bewijs van pedagogische bekwaamheid, zijn zij in het bezit van een " voldoende geacht " bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester anglicaanse godsdienst.
  § 3. De personeelsleden, bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, die volgens de geldende regelgeving op 1 september 2013 geen bekwaamheidsbewijs hebben voor het ambt van godsdienstleraar anglicaanse godsdienst in de betreffende graad en/of onderwijsvorm, worden geacht in het bezit te zijn van een " ander " bekwaamheidsbewijs voor het ambt van godsdienstleraar anglicaanse godsdienst in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
  Vanaf de dag van het behalen van het bewijs van pedagogische bekwaamheid, zijn zij in het bezit van een " voldoende geacht " bekwaamheidsbewijs voor het ambt van godsdienstleraar anglicaanse godsdienst in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
  § 4. De overgangsmaatregelen, bedoeld in § 2, eerste lid, en § 3, eerste lid, worden toegekend op 1 september 2013.
  § 5. De vastbenoemde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en de universiteiten uitgezonderd.
  De tijdelijke personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken, in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en de universiteiten uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
  Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  1° de perioden, vermeld in § 1, tweede lid, punt 1° tot en met 9° ;
  2° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. ".
  " Art. 10quater. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die tussen 1 september 2008 en 30 juni 2013 minimum 24 maanden ononderbroken in dienst geweest zijn in het ambt van :
  1° leermeester anglicaanse godsdienst;
  2° godsdienstleraar anglicaanse godsdienst.
  Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  1° vakantieperioden;
  2° loopbaanonderbreking;
  3° militaire dienst;
  4° perioden van wederoproeping;
  5° ziekte- en bevallingsverloven;
  6° onbezoldigde ouderschapsverloven;
  7° perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  8° verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  9° verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  10° een onderbreking van een doorlopende periode van ten hoogste 30 kalenderdagen per schooljaar.
  § 2. De personeelsleden, bedoeld in § 1, eerste lid, 1,° die volgens de geldende regelgeving op 1 september 2013 geen bekwaamheidsbewijs hebben voor het ambt van leermeester anglicaanse godsdienst, worden geacht in het bezit te zijn van een " ander " bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester anglicaanse godsdienst.
  Vanaf de dag van het behalen van het bewijs van pedagogische bekwaamheid, zijn zij in het bezit van een " voldoende geacht " bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester anglicaanse godsdienst.
  § 3. De personeelsleden, bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, die volgens de geldende regelgeving op 1 september 2013 geen bekwaamheidsbewijs hebben voor het ambt van godsdienstleraar anglicaanse godsdienst in de betreffende graad en/of onderwijsvorm, worden geacht in het bezit te zijn van een " ander " bekwaamheidsbewijs voor het ambt van godsdienstleraar anglicaanse godsdienst in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
  Vanaf de dag van het behalen van het bewijs van pedagogische bekwaamheid, zijn zij in het bezit van een " voldoende geacht " bekwaamheidsbewijs voor het ambt van godsdienstleraar anglicaanse godsdienst in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
  § 4. De overgangsmaatregelen, bedoeld in § 2, eerste lid, en § 3, eerste lid, worden toegekend op 1 september 2013.
  § 5. De vastbenoemde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en de universiteiten uitgezonderd.
  De tijdelijke personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken, in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en de universiteiten uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
  Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :
  1° de perioden, vermeld in § 1, tweede lid, punt 1° tot en met 9° ;
  2° een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. ".
Art. 2. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, il est insĂ©rĂ© un article 10quater, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 10quater. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel qui, entre le 1er septembre 2008 et le 30 juin 2013, ont été en service pendant au moins 24 mois, sans interruption, dans la fonction de :
  1° maßtre de religion anglicane;
  2° professeur de religion de religion anglicane.
  Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  1° les périodes de vacances scolaires;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés parentaux non rémunérés;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien de (subvention-)traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien de (subvention-)traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période continue de 30 jours calendaires par année scolaire au maximum.
  § 2. Les membres du personnel, visĂ©s au § 1er, alinĂ©a premier, 1°, qui, conformĂ©ment Ă la rĂ©glementation en vigueur le 1er septembre 2013, ne disposent pas d'un titre pour la fonction de maĂźtre de religion anglicane sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un " autre " titre pour la fonction de maĂźtre de religion anglicane.
  A partir du jour qu'ils obtiennent le titre d'aptitude pédagogique, ils sont porteurs d'un titre " jugé suffisant " pour la fonction de maßtre de religion anglicane.
  § 3. Les membres du personnel, visĂ©s au § 1er, alinĂ©a premier, 2°, qui, conformĂ©ment Ă la rĂ©glementation en vigueur le 1er septembre 2013, ne disposent pas d'un titre pour la fonction de professeur de religion de religion anglicane dans le degrĂ© concernĂ© et/ou la forme d'enseignement concernĂ©e sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un " autre " titre pour la fonction de professeur de religion de religion anglicane dans le degrĂ© concernĂ© et/ou la forme d'enseignement concernĂ©e.
  A partir du jour qu'ils obtiennent le titre d'aptitude pédagogique, ils sont porteurs d'un titre " jugé suffisant " pour la fonction de professeur de religion de religion anglicane dans le degré concerné et/ou la forme d'enseignement concernée.
  § 4. Les mesures transitoires, visées au § 2, alinéa premier, et au § 3, alinéa premier, sont accordées le 1er septembre 2013.
  § 5. Ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel nommés à titre définitif tant qu'ils sont occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités.
  Ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel temporaires tant qu'ils sont occupés dans l'enseignement, sans interruption, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
  Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  1° les périodes, visées au § 1er, alinéa deux, point 1° à 9° inclus;
  2° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
  " Art. 10quater. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel qui, entre le 1er septembre 2008 et le 30 juin 2013, ont été en service pendant au moins 24 mois, sans interruption, dans la fonction de :
  1° maßtre de religion anglicane;
  2° professeur de religion de religion anglicane.
  Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  1° les périodes de vacances scolaires;
  2° l'interruption de carriÚre;
  3° le service militaire;
  4° les périodes de rappel sous les armes;
  5° les congés de maladie et de maternité;
  6° les congés parentaux non rémunérés;
  7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  8° les congés de courte durée avec maintien de (subvention-)traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  9° les congés sans maintien de (subvention-)traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire;
  10° une interruption d'une période continue de 30 jours calendaires par année scolaire au maximum.
  § 2. Les membres du personnel, visĂ©s au § 1er, alinĂ©a premier, 1°, qui, conformĂ©ment Ă la rĂ©glementation en vigueur le 1er septembre 2013, ne disposent pas d'un titre pour la fonction de maĂźtre de religion anglicane sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un " autre " titre pour la fonction de maĂźtre de religion anglicane.
  A partir du jour qu'ils obtiennent le titre d'aptitude pédagogique, ils sont porteurs d'un titre " jugé suffisant " pour la fonction de maßtre de religion anglicane.
  § 3. Les membres du personnel, visĂ©s au § 1er, alinĂ©a premier, 2°, qui, conformĂ©ment Ă la rĂ©glementation en vigueur le 1er septembre 2013, ne disposent pas d'un titre pour la fonction de professeur de religion de religion anglicane dans le degrĂ© concernĂ© et/ou la forme d'enseignement concernĂ©e sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un " autre " titre pour la fonction de professeur de religion de religion anglicane dans le degrĂ© concernĂ© et/ou la forme d'enseignement concernĂ©e.
  A partir du jour qu'ils obtiennent le titre d'aptitude pédagogique, ils sont porteurs d'un titre " jugé suffisant " pour la fonction de professeur de religion de religion anglicane dans le degré concerné et/ou la forme d'enseignement concernée.
  § 4. Les mesures transitoires, visées au § 2, alinéa premier, et au § 3, alinéa premier, sont accordées le 1er septembre 2013.
  § 5. Ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel nommés à titre définitif tant qu'ils sont occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités.
  Ces mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel temporaires tant qu'ils sont occupés dans l'enseignement, sans interruption, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
  Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption :
  1° les périodes, visées au § 1er, alinéa deux, point 1° à 9° inclus;
  2° une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 3. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt een artikel 11quater ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 11quater. § 1. De personeelsleden, vermeld in artikel 10quater, § 2, hebben recht op de salarisschaal 121, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere salarisschaal.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in artikel 10quater, § 3, hebben, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere salarisschaal, recht op :
  1° in de eerste graad en in de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs : salarisschaal 300;
  2° in de tweede graad van het algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs en in de derde en vierde graad van het beroepssecundair onderwijs : salarisschaal 384;
  3° in de derde graad van het algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs : salarisschaal 301;
  4° in opleidingsvorm 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs : salarisschaal 300;
  5° in opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs : dezelfde salarisschaal als in de overeenkomende graad en onderwijsvorm van het gewoon secundair onderwijs. ".
  " Art. 11quater. § 1. De personeelsleden, vermeld in artikel 10quater, § 2, hebben recht op de salarisschaal 121, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere salarisschaal.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in artikel 10quater, § 3, hebben, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere salarisschaal, recht op :
  1° in de eerste graad en in de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs : salarisschaal 300;
  2° in de tweede graad van het algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs en in de derde en vierde graad van het beroepssecundair onderwijs : salarisschaal 384;
  3° in de derde graad van het algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs : salarisschaal 301;
  4° in opleidingsvorm 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs : salarisschaal 300;
  5° in opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs : dezelfde salarisschaal als in de overeenkomende graad en onderwijsvorm van het gewoon secundair onderwijs. ".
Art. 3. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, il est insĂ©rĂ© un article 11quater, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 11quater. § 1er. Les membres du personnel, visés à l'article 10quater, § 2, ont droit à l'échelle de traitement 121, à moins que le titre dont ils disposent donne droit à une échelle de traitement plus élevée.
  § 2. Les membres du personnel, visés à l'article 10quater, § 3, ont, à moins que le titre dont ils disposent donne droit à une échelle de traitement plus élevée, droit à :
  1° l'échelle de traitement 300 dans le premier degré et dans le deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel;
  2° l'échelle de traitement 384 dans le deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire général, technique et artistique et dans les troisiÚme et quatriÚme degrés de l'enseignement secondaire professionnel;
  3° l'échelle de traitement 301 dans le troisiÚme degré de l'enseignement secondaire général, technique et artistique;
  4° l'échelle de traitement 300 dans la forme d'enseignement 1, 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial;
  5° la mĂȘme Ă©chelle de traitement que dans le degrĂ© correspondant et la forme d'enseignement correspondante de l'enseignement secondaire ordinaire dans la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spĂ©cial. ".
  " Art. 11quater. § 1er. Les membres du personnel, visés à l'article 10quater, § 2, ont droit à l'échelle de traitement 121, à moins que le titre dont ils disposent donne droit à une échelle de traitement plus élevée.
  § 2. Les membres du personnel, visés à l'article 10quater, § 3, ont, à moins que le titre dont ils disposent donne droit à une échelle de traitement plus élevée, droit à :
  1° l'échelle de traitement 300 dans le premier degré et dans le deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel;
  2° l'échelle de traitement 384 dans le deuxiÚme degré de l'enseignement secondaire général, technique et artistique et dans les troisiÚme et quatriÚme degrés de l'enseignement secondaire professionnel;
  3° l'échelle de traitement 301 dans le troisiÚme degré de l'enseignement secondaire général, technique et artistique;
  4° l'échelle de traitement 300 dans la forme d'enseignement 1, 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial;
  5° la mĂȘme Ă©chelle de traitement que dans le degrĂ© correspondant et la forme d'enseignement correspondante de l'enseignement secondaire ordinaire dans la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spĂ©cial. ".
Art. 4. In artikel 16bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2002 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt de datum " 1 september 2012 " vervangen door de datum " 1 september 2013 ".
Art. 4. Dans l'article 16bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2002 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, la date " 1er septembre 2012 " est remplacĂ©e par la date " 1er septembre 2013 ".
Art. 5. Bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt vervangen door de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 5. L'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, est remplacĂ©e par l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2013.
Art. 6. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er septembre 2013.
Art. 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bruxelles, le 6 septembre 2013.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et de Bruxelles,
  P. SMET
  Bruxelles, le 6 septembre 2013.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et de Bruxelles,
  P. SMET
  Brussel, 6 september 2013.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
  P. SMET
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
  P. SMET
-
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen voor de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars vanaf 1 september 2013
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 04-10-2013, p. 69461-69480)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 04-10-2013, p. 69461-69480)
Art. N. Annexe non traduite. voir version néerlandaise.
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2013 houdende de wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars
  Brussel, 6 september 2013.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
  P. SMET
  Brussel, 6 september 2013.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
  P. SMET
-