Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 JULI 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving betreffende de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen van de personeelsleden van de onderwijsinstellingen voor buitengewoon onderwijs en deeltijds kunstonderwijs
Titre
19 JUILLET 2013. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant la rĂ©glementation relative aux titres et aux Ă©chelles de traitement des membres du personnel des Ă©tablissements d'enseignement spĂ©cial et des Ă©tablissements d'enseignement artistique Ă  temps partiel
Documentinformatie
Numac: 2013035718
Datum: 2013-07-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013035718
Date: 2013-07-19
Moniteur: Voir
Tekst (26)
Texte (24)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs
CHAPITRE 1er. - Modifications Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement spĂ©cial
Artikel 1. In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 november 2007, 17 december 2010 en 7 september 2012, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
  1° het diploma van onderwijzer;
  2° het diploma van bachelor in het onderwijs : lager onderwijs;
  3° het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
  4° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
  5° het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
  6° het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
  7° het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
  8° het diploma van bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs;
  9° het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
  10° het getuigschrift van normaalleergangen;
  11° het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
  12° het getuigschrift van pedagogische leergangen;
  13° het diploma van kleuteronderwijzer;
  14° het diploma van bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs;
  15° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
  16° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs;
  17° het diploma van leraar, uitgereikt door een specifieke lerarenopleiding, zoals vermeldin het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen, met uitzondering van het diploma van leraar dans. "
Article 1er. Dans l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement spĂ©cial, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 9 novembre 2007, 17 dĂ©cembre 2010 et 7 septembre 2012, le § 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
  1° le diplÎme d'instituteur primaire;
  2° le diplÎme de " bachelor in het onderwijs : lager onderwijs ";
  3° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur,, le paragraphe en abrégé AESS;
  4° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
  5° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
  6° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
  7° le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
  8° le diplÎme de " bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs ";
  9° le certificat des cours normaux techniques moyens;
  10° le certificat de cours normaux;
  11° le certificat d'aptitudes pédagogiques;
  12° le certificat de cours pédagogiques;
  13° le diplÎme d'instituteur préscolaire;
  14° le diplÎme de " bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs ";
  15° le diplÎme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
  16° le diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
  17° le diplÎme d'enseignant, délivré aprÚs une formation spécifique des enseignants, tel que fixé au décret du 15 décembre 2006 relatif aux formations des enseignants en Flandre, à l'exception du diplÎme de professeur de danse. "
Art. 2. In artikel 7, § 1 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2bis wordt vervangen door wat volgt :
  " 2bis. het diploma van master; ";
  2° punt 34bis wordt vervangen door wat volgt :
  " 34bis. het diploma van professioneel gerichte bachelor; ";
  3° er wordt een punt 34ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 34ter. het diploma van academisch gerichte bachelor; ".
Art. 2. A l'article 7, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 2bis est remplacé par la disposition suivante :
  " 2bis. le diplÎme de master, ";
  2° le point 34bis est remplacé par ce qui suit : est remplacé par la disposition suivante :
  " 34bis. le diplÎme de bachelor à caractÚre professionnel; ";
  3° il est inséré un point 34ter, rédigé comme suit :
  " 34ter. le diplÎme de bachelor académique; ".
Art. 3. In artikel 8, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, 10 september 2010 en 7 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
  " 6° bachelor :
  a) een diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 7, § 1, punt 34bis;
  b) een diploma van academisch gerichte bachelor, als vermeld in artikel 7, § 1, punt 34ter; ";
  2° in punt 7° worden de woorden " ten minste professioneel gerichte bachelor, afgekort ten minste PBA ", vervangen door de woorden " ten minste bachelor ";
  3° in punt 8 wordt het woord " PBA " vervangen door het woord " bachelor ";
  4° de punten 11° en 15° worden opgeheven;
  5° punt 39 wordt vervangen door wat volgt :
  " 39° bachelor + BPB :
  a) het diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 7, § 1, punt 34° bis, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4, § 2;
  b) het diploma van academisch gerichte bachelor, als vermeld in artikel 7, § 1, punt 34° ter, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, als vermeld in artikel 4, § 2;
  c) GLSO;
  d) GVSO-groep 1;
  e) bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs : vanaf 1 september 2006;
  f) onderwijzer;
  g) bachelor in het onderwijs : lager onderwijs : vanaf 1 september 2006;
  h) kleuteronderwijzer;
  i) bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs : vanaf 1 september 2006; ";
  6° in punt 40 wordt het woord " PBA " telkens vervangen door het woord " bachelor ";
  7° er wordt een punt 41° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 41° PBA : professioneel gerichte bachelor. ".
Art. 3. A l'article 8, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2007 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 octobre 2008, 10 septembre 2010 et 7 septembre 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
  " 6 bachelor :
  a) un diplÎme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 7, point 34bis;
  b) un diplÎme de bachelor académique, tel que visé à l'article 7, point 34ter; ";
  2° dans le point 7°, les mots " d'au moins bachelor à orientation professionnelle, en abrégé au moins PBA " sont remplacés par les mots " d'au moins bachelor ";
  3° dans le point 8, le mot " PBA " est remplacé par le mot " bachelor ";
  4° les points 11° et 15° sont abrogés;
  5° le point 39 est remplacé par la disposition suivante :
  " 39° bachelor + CAP :
  a) le diplÎme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 7, § 1er, point 34° bis, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que mentionné à l'article 4, § 2;
  b) le diplÎme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 7, § 1er, point 34° ter, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, tel que mentionné à l'article 4, § 2;
  c) AESI;
  d) AES-groupe 1;
  e) " bachelor in het onderwijs : secundair onderwijs " : à partir du 1er septembre 2006;
  f) instituteur primaire;
  g) " bachelor in het onderwijs : lager onderwijs " : à partir du 1er septembre 2006;
  h) instituteur préscolaire;
  i) " bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs " : à partir du 1er septembre 2006; ";
  6° dans le point 40, le mot " PBA " est remplacé par le mot " bachelor ";
  7° il est ajouté un point 41°, rédigé comme suit :
  " 41° PBA : bachelor à orientation professionnelle. ".
Art. 4. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt een artikel 14duodecies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 14duodecies. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die in het bezit zijn van een van de volgende diploma's of getuigschriften :
  1° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
  2° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
  3° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
  4° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
  5° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
  6° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
  7° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
  8° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs.
  Zij moeten aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2015 vastbenoemd zijn;
  2° tijdens de schooljaren 2012-2013, 2013-2014 of 2014-2015 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2015 in het bezit waren van een bewijs van pedagogische bekwaamheid en vanaf 1 september 2015 krachtens de gewijzigde reglementering geen bewijs van pedagogische bekwaamheid meer hebben, worden geacht alsnog over een bewijs van pedagogische bekwaamheid te beschikken.
  § 3. De overgangsmaatregel, vermeld in paragraaf 2, wordt toegekend op 1 september 2015, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, blijven de overgangsmaatregelen gelden, zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten;
  2° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, blijven de overgangsmaatregelen gelden, zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. De volgende perioden worden daarbij niet als een onderbreking beschouwd :
  a) de vakantieperioden;
  b) de loopbaanonderbreking;
  c) de militaire dienst;
  d) de perioden van wederoproeping;
  e) de ziekte- en bevallingsverloven;
  f) de onbezoldigde ouderschapsverloven;
  g) de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  h) de verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  i) de verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. ".
Art. 4. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, il est insĂ©rĂ© un article 14duodecies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 14duodecies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel qui sont titulaires de l'un des diplÎmes ou certificats d'aptitude suivants :
  1° le diplÎme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage;
  2° le diplÎme de " bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren ";
  3° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
  4° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
  5° le diplÎme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
  6° le diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
  7° le diplÎme de " bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs ";
  8° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial.
  Ils doivent remplir une des conditions suivantes :
  1° ĂȘtre nommĂ© Ă  titre dĂ©finitif au plus tard le 31 aoĂ»t 2015;
  2° ĂȘtre dĂ©signĂ© Ă  titre temporaire ou avoir Ă©tĂ© investi temporairement d'une charge dans l'enseignement pendant les annĂ©es scolaires 2012-2013, 2013-2014 ou 2014-2015, Ă  l'exception des instituts supĂ©rieurs et des universitĂ©s.
  § 2. Les membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2015, étaient titulaire d'un certificat d'aptitudes pédagogiques et qui ne possÚdent plus de certificat d'aptitudes pédagogiques à partir du 1er septembre 2015 en vertu de la réglementation modifiée, sont censés disposer encore d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
  § 3. La mesure transitoire, visée au § 2, est attribuée le 1er septembre 2015, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, alinéa deux, 1°, aussi longtemps qu'ils restent occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités;
  2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, alinéa deux, 2°, aussi longtemps qu'ils restent occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Les périodes suivantes ne sont pas considérées comme une interruption :
  a) les périodes de vacances;
  b) l'interruption de carriÚre;
  c) le service militaire;
  d) les périodes de rappel sous les armes;
  e) les congés de maladie et de maternité;
  f) les congés parentaux non rémunérés;
  g) les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  h) les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  i) les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables par année scolaire;
  j) une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 5. Artikel 19bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 19bis. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, vermeld in de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd, treden in werking op 1 september 2013. "
Art. 5. L'article 19bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Art. 19bis. Les titres et Ă©chelles de traitement visĂ©s Ă  l'annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, entrent en vigueur le 1er septembre 2013. "
Art. 6. De bijlage bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt vervangen door de bijlage, die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 6. L'annexe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, est remplacĂ©e par l'annexe jointe en annexe 1 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichting " Beeldende kunst "
CHAPITRE 2. - Modifications Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'Ă©ducation des Ă©tablissements d'enseignement artistique Ă  temps partiel, orientation " Arts plastiques "
Art. 7. In artikel 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichting " Beeldende kunst ", vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007, worden punt 17° tot en met 24° opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 3, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'Ă©ducation des Ă©tablissements d'enseignement artistique Ă  temps partiel, orientation " Arts plastiques ", remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2003 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007, les points 17° Ă  24° inclus sont abrogĂ©s.
Art. 8. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 september 2006, 21 september 2007 en 20 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2° bis wordt vervangen door wat volgt :
  " 2° bis het diploma van master; ";
  2° in punt 14° wordt punt l) vervangen door wat volgt :
  " l) het diploma van professioneel gerichte bachelor; ";
  3° aan punt 14° wordt een punt q) toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " q) het diploma van academisch gerichte bachelor; ".
Art. 8. A l'article 6, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2003 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 8 septembre 2006, 21 septembre 2007 et 20 juillet 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 2° bis est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° bis. le diplÎme de master; ";
  2° au point 14°, le point l) est remplacé par la disposition suivante :
  " I) le diplÎme de bachelor à orientation professionnelle; ";
  3° il est ajouté au point 14° un point q) rédigé comme suit :
  " q) le diplÎme de bachelor académique; ".
Art. 9. In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 september 2006, 21 september 2007, 8 juli 2011 en 20 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 7° bis wordt vervangen door wat volgt :
  " 7° bis bachelor :
  a) een diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 6, § 1, 14°, l);
  b) een diploma van academisch gerichte bachelor, als vermeld in artikel 6, § 1, 14°, q); ";
  2° in punt 8° worden de woorden " ten minste professioneel gerichte bachelor, afgekort ten minste PBA ", vervangen door de woorden " ten minste bachelor ";
  3° het punt 10° wordt opgeheven;
  4° er wordt een punt 33° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 33° PBA : professioneel gerichte bachelor. ".
Art. 9. A l'article 7, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2003 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 8 septembre 2006, 21 septembre 2007, 8 juillet 2011 et 20 juillet 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 7° bis est remplacé par la disposition suivante :
  " 7° bis bachelor :
  a) un diplÎme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 6, § 1er, 14°, l);
  b) un diplÎme de bachelor académique, tel que visé à l'article 6, § 1er, 14°, q); ";
  2° dans le point 8°, les mots " d'au moins bachelor à orientation professionnelle, en abrégé au moins PBA " sont remplacés par les mots " d'au moins bachelor ";
  3° le point 10° est abrogé;
  4° il est ajouté un point 33°, rédigé comme suit :
  " 33° PBA : bachelor à orientation professionnelle. ".
Art. 10. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012, wordt een artikel 15bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 15bis. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die in het bezit zijn van een van de volgende diploma's of getuigschriften :
  1° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
  2° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
  3° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
  4° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
  5° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
  6° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
  7° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
  8° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs.
  Zij moeten aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2013 vastbenoemd zijn;
  2° tijdens de schooljaren 2010-2011, 2011-2012 of 2012-2013 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2013 in het bezit waren van een bewijs van pedagogische bekwaamheid en vanaf 1 september 2013 krachtens de gewijzigde reglementering geen bewijs van pedagogische bekwaamheid meer hebben, worden geacht alsnog over een bewijs van pedagogische bekwaamheid te beschikken.
  § 3. De overgangsmaatregel, vermeld in paragraaf 2, wordt toegekend op 1 september 2013, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, blijven de overgangsmaatregelen gelden, zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten;
  2° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, blijven de overgangsmaatregelen gelden, zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. De volgende perioden worden daarbij niet als een onderbreking beschouwd :
  a) de vakantieperioden;
  b) de loopbaanonderbreking;
  c) de militaire dienst;
  d) de perioden van wederoproeping;
  e) de ziekte- en bevallingsverloven;
  f) de onbezoldigde ouderschapsverloven;
  g) de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  h) de verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  i) de verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. ".
Art. 10. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juillet 2012, il est insĂ©rĂ© un article 15bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 15bis. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel qui sont titulaires de l'un des diplÎmes ou certificats d'aptitude suivants :
  1° le diplÎme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage;
  2° le diplÎme de " bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren ";
  3° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
  4° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
  5° le diplÎme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
  6° le diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
  7° le diplÎme de " bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs ";
  8° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial.
  Ils doivent remplir une des conditions suivantes :
  1° ĂȘtre nommĂ© Ă  titre dĂ©finitif au plus tard le 31 aoĂ»t 2013;
  2° ĂȘtre dĂ©signĂ© Ă  titre temporaire ou avoir Ă©tĂ© investi temporairement d'une charge dans l'enseignement pendant les annĂ©es scolaires 2010-2011, 2011-2012 ou 2012-2013, Ă  l'exception des instituts supĂ©rieurs et des universitĂ©s.
  § 2. Les membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2013, étaient titulaire d'un certificat d'aptitudes pédagogiques et qui ne possÚdent plus de certificat d'aptitudes pédagogiques à partir du 1er septembre 2013 en vertu de la réglementation modifiée, sont censés disposer encore d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
  § 3. La mesure transitoire, visée au § 2, est attribuée le 1er septembre 2013, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, alinéa deux, 1°, aussi longtemps qu'ils restent occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités;
  2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, alinéa deux, 2°, aussi longtemps qu'ils restent occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Les périodes suivantes ne sont pas considérées comme une interruption :
  a) les périodes de vacances;
  b) l'interruption de carriÚre;
  c) le service militaire;
  d) les périodes de rappel sous les armes;
  e) les congés de maladie et de maternité;
  f) les congés parentaux non rémunérés;
  g) les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  h) les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  i) les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables par année scolaire;
  j) une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 11. De bijlage bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012, wordt vervangen door de bijlage, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 11. L'annexe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juillet 2012, est remplacĂ©e par l'annexe jointe en annexe 2 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen " Muziek ", " Woordkunst " en " Dans "
CHAPITRE 3. - Modifications Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'Ă©ducation des Ă©tablissements d'enseignement artistique Ă  temps partiel, orientations " Musique ", " Arts de la parole " et " Danse ".
Art. 12. In artikel 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen " Muziek ", " Woordkunst " en " Dans ", vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007, worden punt 17° tot en met 24° opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 3, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'Ă©ducation des Ă©tablissements d'enseignement artistique Ă  temps partiel, orientations " Musique ", " Arts de la parole " et " Danse ", remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2003 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007, les points 17° Ă  24° sont abrogĂ©s.
Art. 13. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2003 engewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 september 2006, 21 september 2007 en 20 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2° bis wordt vervangen door wat volgt :
  " 2° bis het diploma van master; ";
  2° in punt 14° wordt punt l) vervangen door wat volgt :
  " l) het diploma van professioneel gerichte bachelor; ";
  3° aan punt 14° wordt een punt q) toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " q) het diploma van academisch gerichte bachelor; ".
Art. 13. A l'article 6, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2003 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 8 septembre 2006, 21 septembre 2007 et 20 juillet 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 2° bis est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° bis. le diplÎme de master; ";
  2° au point 14°, le point l) est remplacé par la disposition suivante :
  " I) le diplÎme de bachelor à orientation professionnelle; ";
  3° il est ajouté au point 14° un point q) rédigé comme suit :
  " q) le diplÎme de bachelor académique; ".
Art. 14. In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering 14 februari 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 september 2006, 21 september 2007, 8 juli 2011 en 20 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 7° bis wordt vervangen door wat volgt :
  " 7° bis bachelor :
  a) een diploma van professioneel gerichte bachelor, als vermeld in artikel 6, § 1, 14°, l);
  b) een diploma van academisch gerichte bachelor, als vermeld in artikel 6, § 1, 14°, q); ";
  2° in punt 8° worden de woorden " ten minste professioneel gerichte bachelor, afgekort ten minste PBA ", vervangen door de woorden " ten minste bachelor ";
  3° het punt 10° wordt opgeheven;
  4° er wordt een punt 33° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 33° PBA : professioneel gerichte bachelor. ".
Art. 14. A l'article 7, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2003 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 8 septembre 2006, 21 septembre 2007, 8 juillet 2011 et 20 juillet 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 7° bis est remplacé par la disposition suivante :
  " 7° bis bachelor :
  a) un diplÎme de bachelor à orientation professionnelle, tel que visé à l'article 6, § 1er, 14°, l);
  b) un diplÎme de bachelor académique, tel que visé à l'article 6, § 1er, 14°, q); ";
  2° dans le point 8°, les mots " d'au moins bachelor à orientation professionnelle, en abrégé au moins PBA " sont remplacés par les mots " d'au moins bachelor ";
  3° le point 10° est abrogé;
  4° il est ajouté un point 33°, rédigé comme suit :
  " 33° PBA : bachelor à orientation professionnelle. ".
Art. 15. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012, wordt een artikel 15sexies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 15sexies. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de personeelsleden die in het bezit zijn van een van de volgende diploma's of getuigschriften :
  1° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
  2° het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren;
  3° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
  4° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
  5° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
  6° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
  7° het diploma van bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs;
  8° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs.
  Zij moeten aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uiterlijk op 31 augustus 2013 vastbenoemd zijn;
  2° tijdens de schooljaren 2010-2011, 2011-2012 of 2012-2013 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten.
  § 2. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2013 in het bezit waren van een bewijs van pedagogische bekwaamheid en vanaf 1 september 2013 krachtens de gewijzigde reglementering geen bewijs van pedagogische bekwaamheid meer hebben, worden geacht alsnog over een bewijs van pedagogische bekwaamheid te beschikken.
  § 3. De overgangsmaatregel, vermeld in paragraaf 2, wordt toegekend op 1 september 2013, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
  1° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, blijven de overgangsmaatregelen gelden, zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten;
  2° voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, blijven de overgangsmaatregelen gelden, zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, met uitzondering van de hogescholen en universiteiten, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. De volgende perioden worden daarbij niet als een onderbreking beschouwd :
  a) de vakantieperioden;
  b) de loopbaanonderbreking;
  c) de militaire dienst;
  d) de perioden van wederoproeping;
  e) de ziekte- en bevallingsverloven;
  f) de onbezoldigde ouderschapsverloven;
  g) de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
  h) de verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
  i) de verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
  j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. ".
Art. 15. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juillet 2012, il est insĂ©rĂ© un article 15sexies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 15sexies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel qui sont titulaires de l'un des diplÎmes ou certificats d'aptitude suivants :
  1° le diplÎme de la formation continue des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage;
  2° lediplÎme de " bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren ";
  3° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
  4° le diplÎme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
  5° le diplÎme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
  6° le diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
  7° le diplÎme de " bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs ";
  8° le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial.
  Ils doivent remplir une des conditions suivantes :
  1° ĂȘtre nommĂ© Ă  titre dĂ©finitif au plus tard le 31 aoĂ»t 2013;
  2° ĂȘtre dĂ©signĂ© Ă  titre temporaire ou avoir Ă©tĂ© investi temporairement d'une charge dans l'enseignement pendant les annĂ©es scolaires 2010-2011, 2011-2012 ou 2012-2013, Ă  l'exception des instituts supĂ©rieurs et des universitĂ©s.
  § 2. Les membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2013, étaient titulaire d'un certificat d'aptitudes pédagogiques et qui ne possÚdent plus de certificat d'aptitudes pédagogiques à partir du 1er septembre 2013 en vertu de la réglementation modifiée, sont censés disposer encore d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
  § 3. La mesure transitoire, visée au § 2, est attribuée le 1er septembre 2013, en tenant compte des dispositions suivantes :
  1° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, alinéa deux, 1°, aussi longtemps qu'ils restent occupés dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités;
  2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel visés au § 1er, alinéa deux, 2°, aussi longtemps qu'ils restent occupés sans interruption dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Les périodes suivantes ne sont pas considérées comme une interruption :
  a) les périodes de vacances;
  b) l'interruption de carriÚre;
  c) le service militaire;
  d) les périodes de rappel sous les armes;
  e) les congés de maladie et de maternité;
  f) les congés parentaux non rémunérés;
  g) les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité;
  h) les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social;
  i) les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables par année scolaire;
  j) une interruption d'une période continue de deux années calendaires au maximum. ".
Art. 16. De bijlage bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009, wordt vervangen door de bijlage, die als bijlage 3 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 16. L'annexe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009, est remplacĂ©e par l'annexe jointe en annexe 3 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 17. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2013. Artikel 1 en 4 treden in werking op 1 september 2015.
Art. 17. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er septembre 2013. Les articles 1er et 4 entrent en vigueur le 1er septembre 2015.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Brussel, 19 juli 2013.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
  P. SMET
  Bruxelles, le 19 juillet 2013.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
  P. SMET
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het buitengewoon onderwijs
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-08-2013, p. 54738-54910)
Art. N.   (Annexes non traduites, voir version néerlandaise)
Art. N2. Bijlage 2. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen voor Deeltijds Kunstonderwijs, studierichting Beeldende Kunst
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-08-2013, p. 54911-55004)
-
Art. N3. Bijlage 3. - Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen voor Deeltijds Kunstonderwijs, studierichtingen Muziek, Woordkunst en Dans
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-08-2013, p. 55005-55063)
-