Artikel 1. § 1. De begrippen en definities, vermeld in verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1774/2002, zijn van toepassing op dit besluit.
De begrippen en definities, vermeld in verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn, zijn van toepassing op dit besluit.
§ 2. In dit besluit gelden ook de volgende definities :
1° beheren : het inzamelen, vervoeren, hanteren, opslaan, verwerken, verbranden of meeverbranden, omzetten in biogas of compost van dierlijke bijproducten of afgeleide producten, met inbegrip van het houden van toezicht op die activiteiten en met inbegrip van activiteiten van inzamelaars, handelaars of makelaars;
[1 1° /1 beveiligde zending: een van de hiernavolgende betekeniswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;]1
2° geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar : inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die geregistreerd is als vermeld in artikel 6.1.3.1, eerste en tweede lid, en artikel 6.1.3.2 tot en met artikel 6.1.3.5 van het VLAREMA;
3° geregistreerde vervoerder : een vervoerder die beschikt over een registratie zoals bepaald in afdeling 6.1.2 van het VLAREMA;
4° inzamelaar : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die overgaat tot de inzameling van dierlijke bijproducten en afgeleide producten;
5° inzameling : het verzamelen van dierlijke bijproducten en afgeleide producten, inclusief de voorlopige sortering en voorlopige opslag van dierlijke bijproducten en afgeleide producten, om die daarna te vervoeren naar een vergunde of erkende eindbestemming voor dierlijke bijproducten of afgeleide producten;
6° handelaar : iedere onderneming die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van dierlijke bijproducten en afgeleide producten, met inbegrip van handelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;
7° makelaar : iedere onderneming die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van dierlijke bijproducten en afgeleide producten organiseert, met inbegrip van makelaars die de dierlijke bijproducten en afgeleide producten niet fysiek in hun bezit hebben;
8° Materialendecreet : het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
9° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid;
10° OVAM : de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, vermeld in artikel 10.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
11° producent : elke natuurlijke persoon van wie of rechtspersoon waarvan activiteiten dierlijke bijproducten voortbrengen, namelijk de eerste producent;
12° verordening (EG) nr. 1069/2009 : verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002;
13° verordening (EU) nr. 142/2011 : verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad van wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn;
14° vervoerder : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in opdracht van derden beroepsmatig dierlijke bijproducten en afgeleide producten vervoert. Beroepsmatig houdt in dat afvalstoffen worden vervoerd in het kader van een professionele activiteit, ongeacht of die professionele activiteit exclusief bestaat uit het vervoer en de inzameling van afvalstoffen of bestaat uit het, al dan niet occasioneel, inzamelen en vervoeren van afvalstoffen als onderdeel van een bredere professionele activiteit.
15° VLAREMA : besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaamse reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 JUNI 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-08-2013 en tekstbijwerking tot 08-08-2024)
Titre
21 JUIN 2013. - Arrêté du Gouvernement flamand en matière de sous-produits animaux et produits dérivés(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-08-2013 et mise à jour au 08-08-2024)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied
HOOFDSTUK 2. - Meldingsplicht
HOOFDSTUK 3. - Financiering van de inzameling
HOOFDSTUK 4. - Verwijdering en gebruik
HOOFDSTUK 5. - De inzameling en het vervoeren v...
Afdeling 1. - Bewaringsmaatregelen
Afdeling 2. - Voorwaarden voor het inzamelen en...
HOOFDSTUK 6. - Invoer en uitvoer binnen de Euro...
HOOFDSTUK 7. - Erkenning
HOOFDSTUK 8.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Définitions et champ d'application
CHAPITRE 2. - Obligation de notification
CHAPITRE 3. - Financement de la collecte
CHAPITRE 4. - Elimination et usage
CHAPITRE 5. - Collecte et transport de sous-pro...
Section 1re. - Mesures de conservation
Section 2. - Conditions pour la collecte et le ...
CHAPITRE 6. - Importation et exportation dans l...
CHAPITRE 7. - Agrément
CHAPITRE 8.
CHAPITRE 9. - Dispositions modificatives
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Tekst (42)
Texte (42)
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied
CHAPITRE 1er. - Définitions et champ d'application
Article 1er. § 1er. Les concepts et définitions, visés au Règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le Règlement (CE) n° 1774/2002, s'appliquent au présent arrêté.
Les concepts et définitions, visés au règlement (UE) n° 142/2011 de la Commission du 25 février 2011 portant application du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et portant application de la directive 97/78/CE du Conseil en ce qui concerne certains échantillons et articles exemptés des contrôles vétérinaires effectués aux frontières en vertu de cette directive, s'appliquent au présent arrêté.
§ 2. Dans le présent arrêté, les définitions suivantes s'appliquent en outre :
1° gérer : la collecte, le transport, la manutention, le stockage, la transformation, l'incinération ou la co-incinération, la conversion en biogaz ou en composte de sous-produits animaux ou produits dérivés, y compris le contrôle de ces activités et y compris les activités des collecteurs, négociants ou courtiers;
[1 1° /1 envoi sécurisé : un des modes de notification suivants :
a) une lettre recommandée ;
b) une remise contre récépissé ;
c) toute autre mode de notification autorisé par le Gouvernement flamand permettant d'établir avec certitude la date de notification;]1
2° collecteur, négociant ou courtier enregistré : collecteur, négociant de déchets ou courtier qui est enregistré comme mentionné dans l'article 6.1.3.1, alinéas premier et deux, et dans les articles 6.1.3.2 à 6.1.3.5 inclus du VLAREMA;
3° transporteur enregistré : un transporteur qui dispose d'un enregistrement tel que défini dans la section 6.1.2 du VLAREMA;
4° collecteur : la personne physique ou la personne morale qui procède à la collecte de sous-produits animaux et de produits dérivés;
5° collecte : le rassemblement de sous-produits animaux et de produits dérivés, avec inclusion du tri et du stockage provisoires de sous-produits animaux et produits dérivés afin de les transporter par la suite à une destination finale agréée de sous-produits animaux ou produits dérivés;
6° négociant : toute entreprise assumant la responsabilité de l'achat et de la vente consécutive de sous-produits animaux et produits dérivés, y compris les négociants qui ne détiennent pas les déchets physiquement.
7° courtier : toute entreprise organisant l'enlèvement ou l'application utile de sous-produits animaux et produits dérivés au bénéfice de tiers, y compris les courtiers qui ne détiennent pas les sous-produits animaux et produits dérivés physiquement.
8° Décret Matériaux : le décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets;
9° Ministre : le Ministre flamand chargé de l'environnement et de la gestion des eaux;
10° l'OVAM : l'agence " Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " (Société flamande des Déchets), visée à l'article 10.3.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement;
11° producteur : toute personne physique ou morale dont les activités produisent des sous-produits animaux, notamment le premier producteur;
12° règlement (CE) n° 1069/2009 : le règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le Règlement (CE) n° 1774/2002";
13° règlement (UE) n° 142/2011 : le règlement (UE) n° 142/2011 de la Commission du 25 février 2011 portant application du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et portant application de la directive 97/78/CE du Conseil en ce qui concerne certains échantillons et articles exemptés des contrôles vétérinaires effectués aux frontières en vertu de cette directive, modifié en dernier lieu par le règlement (UE) n° 749/2011 de la Commission du 29 juillet 2011;
14° transporteur : la personne physique ou morale qui transporte à titre professionnel des sous-produits animaux et produits dérivés sur ordre de tiers; Le transport à titre professionnel implique que les déchets sont transportés dans le cadre d'une activité professionnelle, que cette activité professionnelle consiste exclusivement dans le transport et la collecte de déchets ou dans la collecte et la transportation occasionnelles de déchets comme partie d'une activité professionnelle plus large.
15° VLAREMA : l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
Les concepts et définitions, visés au règlement (UE) n° 142/2011 de la Commission du 25 février 2011 portant application du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et portant application de la directive 97/78/CE du Conseil en ce qui concerne certains échantillons et articles exemptés des contrôles vétérinaires effectués aux frontières en vertu de cette directive, s'appliquent au présent arrêté.
§ 2. Dans le présent arrêté, les définitions suivantes s'appliquent en outre :
1° gérer : la collecte, le transport, la manutention, le stockage, la transformation, l'incinération ou la co-incinération, la conversion en biogaz ou en composte de sous-produits animaux ou produits dérivés, y compris le contrôle de ces activités et y compris les activités des collecteurs, négociants ou courtiers;
[1 1° /1 envoi sécurisé : un des modes de notification suivants :
a) une lettre recommandée ;
b) une remise contre récépissé ;
c) toute autre mode de notification autorisé par le Gouvernement flamand permettant d'établir avec certitude la date de notification;]1
2° collecteur, négociant ou courtier enregistré : collecteur, négociant de déchets ou courtier qui est enregistré comme mentionné dans l'article 6.1.3.1, alinéas premier et deux, et dans les articles 6.1.3.2 à 6.1.3.5 inclus du VLAREMA;
3° transporteur enregistré : un transporteur qui dispose d'un enregistrement tel que défini dans la section 6.1.2 du VLAREMA;
4° collecteur : la personne physique ou la personne morale qui procède à la collecte de sous-produits animaux et de produits dérivés;
5° collecte : le rassemblement de sous-produits animaux et de produits dérivés, avec inclusion du tri et du stockage provisoires de sous-produits animaux et produits dérivés afin de les transporter par la suite à une destination finale agréée de sous-produits animaux ou produits dérivés;
6° négociant : toute entreprise assumant la responsabilité de l'achat et de la vente consécutive de sous-produits animaux et produits dérivés, y compris les négociants qui ne détiennent pas les déchets physiquement.
7° courtier : toute entreprise organisant l'enlèvement ou l'application utile de sous-produits animaux et produits dérivés au bénéfice de tiers, y compris les courtiers qui ne détiennent pas les sous-produits animaux et produits dérivés physiquement.
8° Décret Matériaux : le décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets;
9° Ministre : le Ministre flamand chargé de l'environnement et de la gestion des eaux;
10° l'OVAM : l'agence " Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij " (Société flamande des Déchets), visée à l'article 10.3.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement;
11° producteur : toute personne physique ou morale dont les activités produisent des sous-produits animaux, notamment le premier producteur;
12° règlement (CE) n° 1069/2009 : le règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le Règlement (CE) n° 1774/2002";
13° règlement (UE) n° 142/2011 : le règlement (UE) n° 142/2011 de la Commission du 25 février 2011 portant application du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et portant application de la directive 97/78/CE du Conseil en ce qui concerne certains échantillons et articles exemptés des contrôles vétérinaires effectués aux frontières en vertu de cette directive, modifié en dernier lieu par le règlement (UE) n° 749/2011 de la Commission du 29 juillet 2011;
14° transporteur : la personne physique ou morale qui transporte à titre professionnel des sous-produits animaux et produits dérivés sur ordre de tiers; Le transport à titre professionnel implique que les déchets sont transportés dans le cadre d'une activité professionnelle, que cette activité professionnelle consiste exclusivement dans le transport et la collecte de déchets ou dans la collecte et la transportation occasionnelles de déchets comme partie d'une activité professionnelle plus large.
15° VLAREMA : l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
Wijzigingen
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op dierlijke bijproducten en afgeleide producten die voldoen aan de definitie van afvalstof, vermeld in artikel 3, 1°, van het decreet van 23 december 2011, en die vallen onder het toepassingsgebied van verordening (EG) nr. 1069/2009.
Overeenkomstig artikel 36.3 van verordening (EU) nr. 142/2011 is dit besluit niet van toepassing op voormalige voedingsmiddelen, waaronder begrepen wordt producten van dierlijke oorsprong, of voedingsmiddelen die producten van dierlijke oorsprong bevatten, die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn om commerciële redenen of wegens productieproblemen, verpakkingsgebreken, of andere problemen die geen risico inhouden voor de volksgezondheid of diergezondheid, als het volume van die dierlijke bijproducten niet meer dan 20 kilogram per week bedraagt voor de houder. Deze uitzondering is alleen geldig voor de termijn die wordt vastgelegd in artikel 36.3 van de voornoemde verordening.
[1 Dit besluit is niet van toepassing op de compostering van categorie 3-materiaal, meer bepaald keukenafval en etensresten, binnen huishoudens of verbonden aan een wooncomplex of wijk met een opslag- of composteerruimte van maximaal 25 m3, op voorwaarde dat de geproduceerde compost alleen wordt afgezet binnen die huishoudens en wooncomplexen of wijken. De compost mag niet worden verhandeld.]1
Overeenkomstig artikel 36.3 van verordening (EU) nr. 142/2011 is dit besluit niet van toepassing op voormalige voedingsmiddelen, waaronder begrepen wordt producten van dierlijke oorsprong, of voedingsmiddelen die producten van dierlijke oorsprong bevatten, die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn om commerciële redenen of wegens productieproblemen, verpakkingsgebreken, of andere problemen die geen risico inhouden voor de volksgezondheid of diergezondheid, als het volume van die dierlijke bijproducten niet meer dan 20 kilogram per week bedraagt voor de houder. Deze uitzondering is alleen geldig voor de termijn die wordt vastgelegd in artikel 36.3 van de voornoemde verordening.
[1 Dit besluit is niet van toepassing op de compostering van categorie 3-materiaal, meer bepaald keukenafval en etensresten, binnen huishoudens of verbonden aan een wooncomplex of wijk met een opslag- of composteerruimte van maximaal 25 m3, op voorwaarde dat de geproduceerde compost alleen wordt afgezet binnen die huishoudens en wooncomplexen of wijken. De compost mag niet worden verhandeld.]1
Art. 2. Le présent arrêté s'applique aux sous-produits animaux et produits dérivés répondant à la définition de déchet, visée à l'article 3, 1° du décret du 23 décembre 2011 et rentrant dans le champ d'application du règlement (CE) n° 1069/2009.
Conformément à l'article 36.3 du règlement (UE) n° 142/2011, le présent arrêté ne s'applique pas à des denrées alimentaires périmées contenant des produits d'origine animale, qui ne sont plus destinées à la consommation humaine pour des raisons commerciales ou en raison de défauts de fabrication ou d'emballage ou d'autres défauts n'entraînant aucun risque pour la santé humaine ou animale, si le volume de ces sous-produits animaux n'excède pas les 20 kilogrammes par semaine pour le détenteur. Cette exception s'applique uniquement à la période fixée à l'article 36.2 du règlement susvisé.
[1 Le présent arrêté ne s'applique pas à la conversion en compost de matériaux de la catégorie 3, plus précisément les déchets de cuisine et les reste de nourriture, provenant de ménages ou liés à un complexe d'habitations ou un quartier dont l'espace de stockage et de compost est de maximum 25 m3, à condition que le compost produit ne soit utilisé que par ces ménages et complexes d'habitations ou quartiers. Le compost ne peut être commercialisé.]1
Conformément à l'article 36.3 du règlement (UE) n° 142/2011, le présent arrêté ne s'applique pas à des denrées alimentaires périmées contenant des produits d'origine animale, qui ne sont plus destinées à la consommation humaine pour des raisons commerciales ou en raison de défauts de fabrication ou d'emballage ou d'autres défauts n'entraînant aucun risque pour la santé humaine ou animale, si le volume de ces sous-produits animaux n'excède pas les 20 kilogrammes par semaine pour le détenteur. Cette exception s'applique uniquement à la période fixée à l'article 36.2 du règlement susvisé.
[1 Le présent arrêté ne s'applique pas à la conversion en compost de matériaux de la catégorie 3, plus précisément les déchets de cuisine et les reste de nourriture, provenant de ménages ou liés à un complexe d'habitations ou un quartier dont l'espace de stockage et de compost est de maximum 25 m3, à condition que le compost produit ne soit utilisé que par ces ménages et complexes d'habitations ou quartiers. Le compost ne peut être commercialisé.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK 2. - Meldingsplicht
CHAPITRE 2. - Obligation de notification
Art. 3. § 1. De producenten van dierlijke bijproducten melden de aanwezigheid ervan binnen vierentwintig uur na de productie aan een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar van dierlijke bijproducten.
Als de dierlijke bijproducten kadavers van landbouwhuisdieren zijn, geldt deze melding als de melding, vermeld in artikel 23 van Materialendecreet.
§ 2. De melding, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is niet verplicht voor :
1° kadavers die minder dan 1 kilogram wegen;
2° dierlijke bijproducten bij particulieren, met uitzondering van kadavers van landbouwhuisdieren;
3° dierlijke bijproducten, waarvan de productie voorspelbaar is en de inzameling vooraf is geregeld in een overeenkomst tussen de producent en de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar. De minister kan nadere regels vastleggen voor de overeenkomst.
De vrijstelling van de meldingsplicht is niet van toepassing als er een vermoeden bestaat dat bij de betrokken producenten problemen kunnen ontstaan die een gevaar betekenen voor de volksgezondheid of de diergezondheid.
[1 In afwijking van het eerste lid, 1°, melden professionele veehouders de aanwezigheid van dergelijke kadavers minstens één keer per week aan een erkende ophaler.]1
§ 3. De melding binnen vierentwintig uur, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is niet verplicht als het gaat om dierlijke bijproducten, met uitzondering van kadavers van landbouwhuisdieren, op plaatsen waar dierlijke bijproducten veeleer occasioneel voorkomen. Dierenartsenpraktijken, dierenklinieken en erkende opvangcentra voor wilde dieren worden beschouwd als plaatsen waar dierlijke bijproducten veeleer occasioneel voorkomen.
De minister kan bijkomende plaatsen aanduiden waar dierlijke bijproducten veeleer occasioneel voorkomen.
§ 4. De producenten van de dierlijke bijproducten, vermeld in paragraaf 2 en 3, beheren de dierlijke bijproducten in overeenstemming met de wettelijke voorschriften die van toepassing zijn.
Als de dierlijke bijproducten kadavers van landbouwhuisdieren zijn, geldt deze melding als de melding, vermeld in artikel 23 van Materialendecreet.
§ 2. De melding, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is niet verplicht voor :
1° kadavers die minder dan 1 kilogram wegen;
2° dierlijke bijproducten bij particulieren, met uitzondering van kadavers van landbouwhuisdieren;
3° dierlijke bijproducten, waarvan de productie voorspelbaar is en de inzameling vooraf is geregeld in een overeenkomst tussen de producent en de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar. De minister kan nadere regels vastleggen voor de overeenkomst.
De vrijstelling van de meldingsplicht is niet van toepassing als er een vermoeden bestaat dat bij de betrokken producenten problemen kunnen ontstaan die een gevaar betekenen voor de volksgezondheid of de diergezondheid.
[1 In afwijking van het eerste lid, 1°, melden professionele veehouders de aanwezigheid van dergelijke kadavers minstens één keer per week aan een erkende ophaler.]1
§ 3. De melding binnen vierentwintig uur, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is niet verplicht als het gaat om dierlijke bijproducten, met uitzondering van kadavers van landbouwhuisdieren, op plaatsen waar dierlijke bijproducten veeleer occasioneel voorkomen. Dierenartsenpraktijken, dierenklinieken en erkende opvangcentra voor wilde dieren worden beschouwd als plaatsen waar dierlijke bijproducten veeleer occasioneel voorkomen.
De minister kan bijkomende plaatsen aanduiden waar dierlijke bijproducten veeleer occasioneel voorkomen.
§ 4. De producenten van de dierlijke bijproducten, vermeld in paragraaf 2 en 3, beheren de dierlijke bijproducten in overeenstemming met de wettelijke voorschriften die van toepassing zijn.
Art. 3. § 1er. Les producteurs de sous-produits animaux notifient la présence de ces sous-produits dans les vingt-quatre heures après la production à un collecteur, négociant ou courtier de sous-produits animaux agréés.
Si les sous-produits animaux sont des cadavres d'animaux agricoles domestiques, cette notification vaut comme notification, telle que visée à l'article 23 du Décret sur les matériaux.
§ 2. La notification visée au paragraphe 1er, alinéa premier, n'est pas obligatoire pour :
1° les cadavres de moins de 1 kilogramme;
2° les sous-produits animaux auprès de personnes privées, à l'exception de cadavres d'animaux domestiques agricoles;
3° les sous-produits animaux, dont la production est prévisible et dont la collecte a été réglée préalablement dans un contrat entre le producteur et le collecteur, négociant ou courtier agréé. Le Ministre peut arrêter des modalités relatives à ce contrat.
La dispense de la notification de déclaration n'est pas applicable lorsqu'il existe un risque présumé de problèmes émergeant chez le producteur concerné, susceptibles d'entraîner un danger pour la santé publique ou animale.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, les éleveurs professionnels notifient la présence d'un de ces cadavres au moins une fois par semaine à un collecteur agréé.]1
§ 3. La notification endéans les vingt-quatre heures, visée au paragraphe 1er, alinéa premier, n'est pas obligatoire dans le cas de sous-produits animaux, à l'exception de cadavres d'animaux domestiques agricoles, produits à des endroits où la présence de sous-produits animaux est plutôt occasionnelle. Les cabinets vétérinaires, cliniques vétérinaires et les centres d'accueil pour animaux sauvages sont considérés comme des endroits où la présence de sous-produits animaux est plutôt occasionnelle.
Le ministre peut arrêter d'autres endroits où la présence de sous-produits animaux est plutôt occasionnelle.
§ 4. Les producteurs de sous-produits animaux, visés aux paragraphes 2 et 3, gèrent les sous-produits animaux, conformément aux prescriptions légales en vigueur.
Si les sous-produits animaux sont des cadavres d'animaux agricoles domestiques, cette notification vaut comme notification, telle que visée à l'article 23 du Décret sur les matériaux.
§ 2. La notification visée au paragraphe 1er, alinéa premier, n'est pas obligatoire pour :
1° les cadavres de moins de 1 kilogramme;
2° les sous-produits animaux auprès de personnes privées, à l'exception de cadavres d'animaux domestiques agricoles;
3° les sous-produits animaux, dont la production est prévisible et dont la collecte a été réglée préalablement dans un contrat entre le producteur et le collecteur, négociant ou courtier agréé. Le Ministre peut arrêter des modalités relatives à ce contrat.
La dispense de la notification de déclaration n'est pas applicable lorsqu'il existe un risque présumé de problèmes émergeant chez le producteur concerné, susceptibles d'entraîner un danger pour la santé publique ou animale.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, les éleveurs professionnels notifient la présence d'un de ces cadavres au moins une fois par semaine à un collecteur agréé.]1
§ 3. La notification endéans les vingt-quatre heures, visée au paragraphe 1er, alinéa premier, n'est pas obligatoire dans le cas de sous-produits animaux, à l'exception de cadavres d'animaux domestiques agricoles, produits à des endroits où la présence de sous-produits animaux est plutôt occasionnelle. Les cabinets vétérinaires, cliniques vétérinaires et les centres d'accueil pour animaux sauvages sont considérés comme des endroits où la présence de sous-produits animaux est plutôt occasionnelle.
Le ministre peut arrêter d'autres endroits où la présence de sous-produits animaux est plutôt occasionnelle.
§ 4. Les producteurs de sous-produits animaux, visés aux paragraphes 2 et 3, gèrent les sous-produits animaux, conformément aux prescriptions légales en vigueur.
Wijzigingen
HOOFDSTUK 3. - Financiering van de inzameling
CHAPITRE 3. - Financement de la collecte
Art. 4. [1 Professionele veehouders sluiten een overeenkomst met een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar over de inzameling van de kadavers van landbouwhuisdieren. De voormelde overeenkomst bevat minimaal afspraken rond de plaats van aanbieden van de kadavers en modaliteiten van de ophaling.]1
Art. 4. [1 Les éleveurs professionnels concluent un contrat avec un collecteur, négociant ou courtier agréé concernant la collecte de cadavres d'animaux agricoles domestiques. Le contrat précité contient au moins des accords concernant le lieu de présentation des cadavres et les modalités d'enlèvement.]1
Wijzigingen
Art. 5. [1 De OVAM voert de audit uit zoals vermeld in artikel 33, § 4, van het Materialendecreet.]1
Art. 5. [1 L'OVAM réalise l'audit tel que visé à l'article 33, § 4, du décret sur les Matériaux.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK 4. - Verwijdering en gebruik
CHAPITRE 4. - Elimination et usage
Art. 6. Voor het storten, het begraven, het verbranden ter plaatse of het verwijderen op een andere wijze dan toegelaten is volgens verordening (EG) nr. 1069/2009, kan de OVAM in de volgende omstandigheden een schriftelijke toestemming verlenen :
1° als de dierlijke bijproducten zich bevinden in afgelegen gebieden;
2° als de dierlijke bijproducten zich bevinden in gebieden die alleen toegankelijk zijn onder omstandigheden die, om geografische of klimatologische redenen, of ten gevolge van een natuurramp, risico's inhouden voor de gezondheid en veiligheid van het personeel dat het afval inzamelt, of een inzet van onevenredige middelen voor het verzamelen van het materiaal zou vereisen;
3° bij uitbraak van een meldingsplichtige ziekte, als het vervoer naar het dichtstbijzijnde erkende verwerkings- of verwijderingsbedrijf het gevaar van verspreiding van gezondheidsrisico's zou doen toenemen;
4° als door een wijdverbreide uitbraak van epizoötie een gebrek aan destructiecapaciteit zou ontstaan.
Volgende handelingen zijn van rechtswege toegelaten zonder schriftelijke toestemming :
1° het begraven van dode gezelschapsdieren, op voorwaarde dat de kadavers rechtstreeks worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van de desbetreffende dode dieren, dan wel op een vergunde dierenbegraafplaats die is ingericht conform de daarvoor geldende milieureglementering of voorschriften;
2° het verbranden of begraven van dierlijke bijproducten van bijen en bijenteelt, in omstandigheden waarmee de overdracht van risico's voor de volksgezondheid en de dierengezondheid wordt voorkomen;
[1 3° het verwijderen op het agrarische bedrijf van dierlijke bijproducten, uitgezonderd categorie 1-materiaal, die ontstaan bij chirurgische ingrepen bij levende dieren of bij de geboorte van dieren op dat bedrijf;
4° het verwijderen op een andere wijze dan toegelaten is conform verordening (EG) nr. 1069/2009, van categorie 2- en 3-materiaal dat afkomstig is van inrichtingen met een toelating om het te gebruiken voor onderzoek en andere specifieke doeleinden, als de hoeveelheid per week niet meer dan 20 kg bedraagt;
5° het verwijderen op een andere wijze dan toegelaten is conform verordening (EG) nr. 1069/2009, van dierlijk materiaal dat wordt opgevangen bij het voorbehandelingsproces van de afvalwaterbehandeling in bedrijfsruimten die alleen categorie 3-materiaal ontvangen, als de hoeveelheid per week niet meer dan 20 kg bedraagt.]1
1° als de dierlijke bijproducten zich bevinden in afgelegen gebieden;
2° als de dierlijke bijproducten zich bevinden in gebieden die alleen toegankelijk zijn onder omstandigheden die, om geografische of klimatologische redenen, of ten gevolge van een natuurramp, risico's inhouden voor de gezondheid en veiligheid van het personeel dat het afval inzamelt, of een inzet van onevenredige middelen voor het verzamelen van het materiaal zou vereisen;
3° bij uitbraak van een meldingsplichtige ziekte, als het vervoer naar het dichtstbijzijnde erkende verwerkings- of verwijderingsbedrijf het gevaar van verspreiding van gezondheidsrisico's zou doen toenemen;
4° als door een wijdverbreide uitbraak van epizoötie een gebrek aan destructiecapaciteit zou ontstaan.
Volgende handelingen zijn van rechtswege toegelaten zonder schriftelijke toestemming :
1° het begraven van dode gezelschapsdieren, op voorwaarde dat de kadavers rechtstreeks worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van de desbetreffende dode dieren, dan wel op een vergunde dierenbegraafplaats die is ingericht conform de daarvoor geldende milieureglementering of voorschriften;
2° het verbranden of begraven van dierlijke bijproducten van bijen en bijenteelt, in omstandigheden waarmee de overdracht van risico's voor de volksgezondheid en de dierengezondheid wordt voorkomen;
[1 3° het verwijderen op het agrarische bedrijf van dierlijke bijproducten, uitgezonderd categorie 1-materiaal, die ontstaan bij chirurgische ingrepen bij levende dieren of bij de geboorte van dieren op dat bedrijf;
4° het verwijderen op een andere wijze dan toegelaten is conform verordening (EG) nr. 1069/2009, van categorie 2- en 3-materiaal dat afkomstig is van inrichtingen met een toelating om het te gebruiken voor onderzoek en andere specifieke doeleinden, als de hoeveelheid per week niet meer dan 20 kg bedraagt;
5° het verwijderen op een andere wijze dan toegelaten is conform verordening (EG) nr. 1069/2009, van dierlijk materiaal dat wordt opgevangen bij het voorbehandelingsproces van de afvalwaterbehandeling in bedrijfsruimten die alleen categorie 3-materiaal ontvangen, als de hoeveelheid per week niet meer dan 20 kg bedraagt.]1
Art. 6. Pour la décharge, l'enfouissement, l'incinération sur place ou l'élimination selon un mode autre que ceux autorisés par le règlement (UE) n° 1069/2009, OVAM peut accorder son autorisation écrite dans les circonstances suivantes :
1° lorsque les sous-produits animaux se trouvent dans des régions éloignées;
2° lorsque les sous-produits animaux se trouvent dans des zones qui sont uniquement accessibles sous des circonstances, qui pour des raisons géographiques ou climatologiques ou à la suite d'une catastrophe naturelle, menaceraient la santé et la sécurité du personnel chargé de la collecte ou nécessiteraient un investissement disproportionné de moyens pour la collecte des matériaux;
3° lors de l'apparition d'une maladie à déclaration obligatoire, dans l'éventualité où le transport à l'usine de transformation ou d'élimination agréée la plus proche aggraverait le danger de propagation des risques sanitaires;
4° lorsqu'une épizootie de grande ampleur entraînerait un manque de capacité d'élimination.
Les actes suivants sont autorisés de droit sans autorisation écrite :
1° l'enfouissement d'animaux de compagnie morts, à condition que les cadavres sont éliminés directement par l'enfouissement, soit sur un terrain mis à la disposition du propriétaire ou de l'éleveur des animaux morts concernés, soit sur un terrain d'enfouissement pour animaux, aménagé conformément à la réglementation environnementale ou les prescriptions en vigueur;
2° l'incinération ou l'enfouissement de sous-produits animaux d'abeilles et de l'apiculture, dans des conditions empêchant la propagation des risques pour la santé publique ou animale;
[1 3° l'élimination de sous-produits animaux dans l'établissement agricole, à l'exception des matériaux de la catégorie 1, provenant d'interventions chirurgicales sur des animaux vivants ou de la naissance d'animaux dans cet établissement ;
4° l'élimination, selon un mode autre que ceux autorisés par le règlement (UE) n° 1069/2009, de matériaux des catégories 2 et 3 provenant d'établissements autorisés à les utiliser à des fins de recherche et à d'autres fins spécifiques, si la quantité hebdomadaire ne dépasse pas 20 kg ;
5° l'élimination, selon un mode autre que ceux autorisés par le règlement (UE) n° 1069/2009, de matériaux animaux collectées lors du procédé de prétraitement des eaux résiduaires dans sur des sites d'activité économique ne recevant que des matériaux de la catégorie 3, si la quantité hebdomadaire ne dépasse pas 20 kg.]1
1° lorsque les sous-produits animaux se trouvent dans des régions éloignées;
2° lorsque les sous-produits animaux se trouvent dans des zones qui sont uniquement accessibles sous des circonstances, qui pour des raisons géographiques ou climatologiques ou à la suite d'une catastrophe naturelle, menaceraient la santé et la sécurité du personnel chargé de la collecte ou nécessiteraient un investissement disproportionné de moyens pour la collecte des matériaux;
3° lors de l'apparition d'une maladie à déclaration obligatoire, dans l'éventualité où le transport à l'usine de transformation ou d'élimination agréée la plus proche aggraverait le danger de propagation des risques sanitaires;
4° lorsqu'une épizootie de grande ampleur entraînerait un manque de capacité d'élimination.
Les actes suivants sont autorisés de droit sans autorisation écrite :
1° l'enfouissement d'animaux de compagnie morts, à condition que les cadavres sont éliminés directement par l'enfouissement, soit sur un terrain mis à la disposition du propriétaire ou de l'éleveur des animaux morts concernés, soit sur un terrain d'enfouissement pour animaux, aménagé conformément à la réglementation environnementale ou les prescriptions en vigueur;
2° l'incinération ou l'enfouissement de sous-produits animaux d'abeilles et de l'apiculture, dans des conditions empêchant la propagation des risques pour la santé publique ou animale;
[1 3° l'élimination de sous-produits animaux dans l'établissement agricole, à l'exception des matériaux de la catégorie 1, provenant d'interventions chirurgicales sur des animaux vivants ou de la naissance d'animaux dans cet établissement ;
4° l'élimination, selon un mode autre que ceux autorisés par le règlement (UE) n° 1069/2009, de matériaux des catégories 2 et 3 provenant d'établissements autorisés à les utiliser à des fins de recherche et à d'autres fins spécifiques, si la quantité hebdomadaire ne dépasse pas 20 kg ;
5° l'élimination, selon un mode autre que ceux autorisés par le règlement (UE) n° 1069/2009, de matériaux animaux collectées lors du procédé de prétraitement des eaux résiduaires dans sur des sites d'activité économique ne recevant que des matériaux de la catégorie 3, si la quantité hebdomadaire ne dépasse pas 20 kg.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK 5. - De inzameling en het vervoeren van dierlijke bijproducten en afgeleide producten
CHAPITRE 5. - Collecte et transport de sous-produits animaux et produits dérivés
Art. 7. Elke inzameling van dierlijke bijproducten en afgeleide producten gebeurt door een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar die geregistreerd is voor één of meer van de volgende afvalstoffencategorieën :
1° categorie 1-materiaal met uitzondering van kadavers;
2° categorie 1-materiaal, in het bijzonder kadavers van gezelschapsdieren;
3° categorie 1-materiaal, in het bijzonder kadavers van landbouwhuisdieren;
4° categorie 2-materiaal met uitzondering van kadavers;
5° categorie 2-materiaal, in het bijzonder kadavers van landbouwhuisdieren;
6° categorie 3-materiaal;
7° afgeleide producten van categorie 1-materiaal;
8° afgeleide producten van categorie 2-materiaal;
9° afgeleide producten van categorie 3-materiaal.
1° categorie 1-materiaal met uitzondering van kadavers;
2° categorie 1-materiaal, in het bijzonder kadavers van gezelschapsdieren;
3° categorie 1-materiaal, in het bijzonder kadavers van landbouwhuisdieren;
4° categorie 2-materiaal met uitzondering van kadavers;
5° categorie 2-materiaal, in het bijzonder kadavers van landbouwhuisdieren;
6° categorie 3-materiaal;
7° afgeleide producten van categorie 1-materiaal;
8° afgeleide producten van categorie 2-materiaal;
9° afgeleide producten van categorie 3-materiaal.
Art. 7. Toute collecte de sous-produits animaux et produits dérivés se fait par un collecteur, négociant ou courtier enregistré qui est enregistré pour une ou plusieurs des catégories de déchets suivantes :
1° matériaux de la catégorie 1, à l'exception de cadavres;
2° matériaux de la catégorie 1, particulièrement les cadavres d'animaux de compagnie;
3° matériaux de la catégorie 2, particulièrement les cadavres d'animaux domestiques agricoles;
4° matériaux de la catégorie 2, à l'exception de cadavres;
5° matériaux de la catégorie 2, particulièrement les cadavres d'animaux domestiques agricoles;
6° matériaux de la catégorie 3;
7° produits dérivés des matériaux de la catégorie 1;
8° produits dérivés des matériaux de la catégorie 2;
9° produits dérivés des matériaux de la catégorie 3.
1° matériaux de la catégorie 1, à l'exception de cadavres;
2° matériaux de la catégorie 1, particulièrement les cadavres d'animaux de compagnie;
3° matériaux de la catégorie 2, particulièrement les cadavres d'animaux domestiques agricoles;
4° matériaux de la catégorie 2, à l'exception de cadavres;
5° matériaux de la catégorie 2, particulièrement les cadavres d'animaux domestiques agricoles;
6° matériaux de la catégorie 3;
7° produits dérivés des matériaux de la catégorie 1;
8° produits dérivés des matériaux de la catégorie 2;
9° produits dérivés des matériaux de la catégorie 3.
Art. 8. [1 Elk vervoer van dierlijke bijproducten en afgeleide producten gebeurt door een geregistreerde vervoerder die geregistreerd is voor een of meer van de afvalcategorieën zoals vermeld in artikel 7.]1 Een geregistreerde vervoerder werkt steeds in opdracht van een geregistreerde inzamelaar, handelaar of -makelaar.
Art. 8. [1 Tout transport de sous-produits animaux et produits dérivés se fait par un transporteur enregistré qui est enregistré pour une ou plusieurs catégories de déchets, telles que visées à l'article 7.]1 Un transporteur enregistré agit toujours sur ordre d'un collecteur, négociant ou courtier enregistré.
Wijzigingen
Afdeling 1. - Bewaringsmaatregelen
Section 1re. - Mesures de conservation
Art. 9. In afwachting van de inzameling worden dierlijke bijproducten en afgeleide producten zo opgeslagen dat de risico's voor besmetting van mens of dier en voor de vervuiling van het leefmilieu worden beperkt.
De minister kan, op advies van de OVAM, nadere regels vaststellen voor de inrichting van kadaveropslagplaatsen en de manier waarop dierlijke bijproducten en afgeleide producten op opslagplaatsen aangeboden worden.
De minister kan, op advies van de OVAM, nadere regels vaststellen voor de inrichting van kadaveropslagplaatsen en de manier waarop dierlijke bijproducten en afgeleide producten op opslagplaatsen aangeboden worden.
Art. 9. Dans l'attente de la collecte, les sous-produits animaux et les produits dérivés sont stockés de façon à limiter les risques de contagion pour l'homme ou les animaux et de la pollution de l'environnement.
Sur l'avis d'OVAM, le ministre peut arrêter des modalités relatives à l'aménagement de dépôts de cadavres et à la façon dont les sous-produits animaux et produits dérivés sont présentés aux dépôts.
Sur l'avis d'OVAM, le ministre peut arrêter des modalités relatives à l'aménagement de dépôts de cadavres et à la façon dont les sous-produits animaux et produits dérivés sont présentés aux dépôts.
Art. 10. § 1. Kadavers van landbouwhuisdieren die door de producent worden gemeld als vermeld in artikel 3, § 1, worden door een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar opgehaald binnen twee werkdagen na de melding.
§ 2. Voor de inzameling van dierlijke bijproducten op plaatsen als vermeld in artikel 3, § 3, door een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar gelden de volgende bepalingen, naargelang van de wijze van bewaring :
1° inzameling binnen twee werkdagen na productie, als de dierlijke bijproducten worden bewaard bij een omgevingstemperatuur hoger die hoger is dan 5 ° C;
2° minstens één inzameling per twee weken, als de dierlijke bijproducten worden bewaard in een actief gekoelde afgesloten ruimte of in een recipiënt waarin de temperatuur maximaal 5 ° C bedraagt;
3° inzameling op verzoek van de exploitant, als dierlijke bijproducten worden bewaard in een actief gekoelde afgesloten ruimte of in een recipiënt waarin de temperatuur maximaal -18 ° C bedraagt.
De geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar van kadavers van landbouwhuisdieren houdt een register bij van de gevallen waarin de gemelde kadavers niet meer bij de producent worden aangetroffen. Dit register bevat tenminste de gegevens van de producent en de datum van melding.
§ 2. Voor de inzameling van dierlijke bijproducten op plaatsen als vermeld in artikel 3, § 3, door een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar gelden de volgende bepalingen, naargelang van de wijze van bewaring :
1° inzameling binnen twee werkdagen na productie, als de dierlijke bijproducten worden bewaard bij een omgevingstemperatuur hoger die hoger is dan 5 ° C;
2° minstens één inzameling per twee weken, als de dierlijke bijproducten worden bewaard in een actief gekoelde afgesloten ruimte of in een recipiënt waarin de temperatuur maximaal 5 ° C bedraagt;
3° inzameling op verzoek van de exploitant, als dierlijke bijproducten worden bewaard in een actief gekoelde afgesloten ruimte of in een recipiënt waarin de temperatuur maximaal -18 ° C bedraagt.
De geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar van kadavers van landbouwhuisdieren houdt een register bij van de gevallen waarin de gemelde kadavers niet meer bij de producent worden aangetroffen. Dit register bevat tenminste de gegevens van de producent en de datum van melding.
Art. 10. § 1er. Les cadavres d'animaux domestiques agricoles que le producteur a déclarés, comme visé à l'article 3, § 1er, sont ramassés par un collecteur, négociant ou courtier agréés dans les deux jours ouvrables de la déclaration.
§ 2. Pour la collecte de sous-produits animaux à des endroits, tels que visés à l'article 3, § 3, par un collecteur, négociant ou courtier agréés, les dispositions suivantes s'appliquent, en fonction du mode de conservation :
1° collecte dans les deux jours ouvrables après la production, lorsque les sous-produits animaux sont conservés à une température ambiante supérieure à 5 ° C;
2° collecte au moins une fois par deux semaines, lorsque les sous-produits animaux sont conservés dans un endroit fermé climatisé ou dans un conteneur dans lequel la température n'excède pas les 5 ° C;
3° collecte sur la demande de l'exploitant, lorsque les sous-produits animaux sont conservés dans un endroit fermé climatisé ou dans un conteneur dans lequel la température est de maximum -18 ° C;
Le collecteur, négociant ou courtier agréés de cadavres d'animaux domestiques agricoles tient un registre des cas dans lesquels les cadavres déclarés n'étaient plus détenus auprès du producteur. Ce registre comprend au moins les données du producteur et la date de la notification.
§ 2. Pour la collecte de sous-produits animaux à des endroits, tels que visés à l'article 3, § 3, par un collecteur, négociant ou courtier agréés, les dispositions suivantes s'appliquent, en fonction du mode de conservation :
1° collecte dans les deux jours ouvrables après la production, lorsque les sous-produits animaux sont conservés à une température ambiante supérieure à 5 ° C;
2° collecte au moins une fois par deux semaines, lorsque les sous-produits animaux sont conservés dans un endroit fermé climatisé ou dans un conteneur dans lequel la température n'excède pas les 5 ° C;
3° collecte sur la demande de l'exploitant, lorsque les sous-produits animaux sont conservés dans un endroit fermé climatisé ou dans un conteneur dans lequel la température est de maximum -18 ° C;
Le collecteur, négociant ou courtier agréés de cadavres d'animaux domestiques agricoles tient un registre des cas dans lesquels les cadavres déclarés n'étaient plus détenus auprès du producteur. Ce registre comprend au moins les données du producteur et la date de la notification.
Afdeling 2. - Voorwaarden voor het inzamelen en het vervoeren van dierlijke bijproducten en afgeleide producten
Section 2. - Conditions pour la collecte et le transport de sous-produits animaux et produits dérivés
Art. 11. Dierlijke bijproducten en afgeleide producten worden als volgt opgehaald en vervoerd :
1° dierlijke bijproducten worden in opdracht van een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar van dierlijke bijproducten vervoerd naar erkende of vergunde bedrijven voor het beheren van dierlijke bijproducten;
2° afgeleide producten worden in opdracht van een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar van afgeleide producten vervoerd naar erkende of vergunde bedrijven voor het beheren van afgeleide producten;
3° de vervoermiddelen, dekzeilen en recipiënten voor dierlijke bijproducten en afgeleide producten, die opnieuw kunnen worden gebruikt, worden na ieder gebruik gereinigd en ontsmet met een door de bevoegde overheid erkend ontsmettingsmiddel.
[1 Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing op vervoermiddelen en recipiënten die gebruikt worden bij inzamelrondes van keukenafval dat afkomstig is van particulieren of van inrichtingen met keukenafval dat een vergelijkbare aard en samenstelling heeft.]1
1° dierlijke bijproducten worden in opdracht van een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar van dierlijke bijproducten vervoerd naar erkende of vergunde bedrijven voor het beheren van dierlijke bijproducten;
2° afgeleide producten worden in opdracht van een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar van afgeleide producten vervoerd naar erkende of vergunde bedrijven voor het beheren van afgeleide producten;
3° de vervoermiddelen, dekzeilen en recipiënten voor dierlijke bijproducten en afgeleide producten, die opnieuw kunnen worden gebruikt, worden na ieder gebruik gereinigd en ontsmet met een door de bevoegde overheid erkend ontsmettingsmiddel.
[1 Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing op vervoermiddelen en recipiënten die gebruikt worden bij inzamelrondes van keukenafval dat afkomstig is van particulieren of van inrichtingen met keukenafval dat een vergelijkbare aard en samenstelling heeft.]1
Art. 11. Les sous-produits animaux et produits dérivés sont ramassés et transportés comme suit :
1° les sous-produits animaux sont transportés à des entreprises agréées ou autorisées pour la gestion de sous-produits animaux sur ordre d'un collecteur, négociant ou courtier enregistrés de sous-produits animaux;
2° les produits dérivés sont transportés à des entreprises agréées ou autorisées pour la gestion de produits dérivés sur ordre d'un collecteur, négociant ou courtier enregistrés de produits dérivés;
3° les moyens de transport, bâches et conteneurs pour sous-produits animaux et produits dérivés, qui peuvent être réutilisés, sont nettoyés et désinfectés au moyen d'un désinfectant agréé par l'autorité compétente après chaque usage.
[1 L'alinéa 1er, 3°, ne s'applique pas aux moyens de transports et conteneurs utilisés lors de ramassages de déchets de cuisine provenant de particuliers ou d'établissements dont les déchets de cuisine ont une nature et composition similaires.]1
1° les sous-produits animaux sont transportés à des entreprises agréées ou autorisées pour la gestion de sous-produits animaux sur ordre d'un collecteur, négociant ou courtier enregistrés de sous-produits animaux;
2° les produits dérivés sont transportés à des entreprises agréées ou autorisées pour la gestion de produits dérivés sur ordre d'un collecteur, négociant ou courtier enregistrés de produits dérivés;
3° les moyens de transport, bâches et conteneurs pour sous-produits animaux et produits dérivés, qui peuvent être réutilisés, sont nettoyés et désinfectés au moyen d'un désinfectant agréé par l'autorité compétente après chaque usage.
[1 L'alinéa 1er, 3°, ne s'applique pas aux moyens de transports et conteneurs utilisés lors de ramassages de déchets de cuisine provenant de particuliers ou d'établissements dont les déchets de cuisine ont une nature et composition similaires.]1
Wijzigingen
Art. 12. [1 § 1. Bij elk vervoer van dierlijke bijproducten en afgeleide producten moet het handelsdocument gevoegd zijn, vermeld in bijlage VIII, hoofdstuk III, punt 6 van verordening (EU) nr. 142/2011.
§ 2. Als de inzamelaar, handelaar of makelaar en de ontvanger dezelfde zijn, volstaat de opmaak van alleen de volgende twee exemplaren van het handelsdocument:
1° het originele exemplaar dat samen met de zending naar de eindbestemming gaat;
2° een afschrift dat de producent bewaart.
Als dierlijke bijproducten of afgeleide producten die tijdens dezelfde ronde zijn ingezameld door de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar naar een eerste ontvangende inrichting worden gevoerd, mag voor het transport naar die ontvangende inrichting gebruik gemaakt worden van een overkoepelend handelsdocument, dat expliciet verwijst naar alle betrokken handelsdocumenten van die inzamelronde.
In geval van keukenafval, ingezameld bij particulieren of bij inrichtingen met keukenafval van vergelijkbare aard, samenstelling en hoeveelheid, dat tijdens dezelfde ronde door de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar naar een eerste ontvangende inrichting wordt vervoerd, mag gebruik gemaakt worden van een overkoepelend handelsdocument. De volgende gegevens zijn opgenomen in dit handelsdocument of in een document dat bij het handelsdocument gevoegd is:
1° in geval van inzameling bij particulieren: de naam van de gemeenten van oorsprong;
2° in geval van inzameling bij inrichtingen: de naam en het adres van de producenten.";
In de gevallen, vermeld in het tweede en derde lid, volstaat de opmaak van alleen de volgende twee exemplaren van het overkoepelend handelsdocument:
1° het originele exemplaar dat samen met de zending naar de eindbestemming gaat;
2° een afschrift dat de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar bewaart.
§ 3. Elk handelsdocument is geïdentificeerd aan de hand van een uniek nummer.
§ 4. Een kopie van het volledig ingevulde en ondertekende handelsdocument wordt teruggestuurd naar de producent en geldt als verwerkingsattest.
Een factuur van de inzameling die aan de producent gericht is, waarop formeel en eenduidig de referentie van de handelsdocumenten, de categorie, de aard en de hoeveelheid van de dierlijke bijproducten worden vermeld, kan ook als verwerkingsattest gelden. De factuur bevat in dat geval integraal de volgende tekst: "De verantwoordelijke van de onderneming die een registratie heeft voor het inzamelen van de dierlijke bijproducten die op deze factuur zijn vermeld, bevestigt dat het afval in zijn geheel overgedragen is aan een inrichting die erkend of vergund is voor het beheer ervan.".
§ 5. De producent die het verwerkingsattest ontvangt, voegt een kopie van dat attest bij de bijbehorende handelsdocumenten. Hij bewaart die documenten gedurende tenminste twee jaar, zodat hij ze op elk verzoek van een toezichthouder kan voorleggen.
§ 6. De exploitant brengt de OVAM systematisch en schriftelijk op de hoogte in de volgende twee gevallen:
1° als op de factuur of het handelsdocument vermeldingen ontbreken die het afval beschrijven en die bewijzen dat het afval gehanteerd, verzameld, verwerkt of gebruikt is;
2° als er geen factuur of handelsdocument is terugbezorgd.
§ 7. Paragraaf 4, 5 en 6 zijn niet van toepassing op de inzameling van keukenafval bij particulieren en inrichtingen met keukenafval van vergelijkbare aard, samenstelling en hoeveelheid, dat tijdens eenzelfde ronde door de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar naar een eerste ontvangende inrichting wordt gevoerd.]1
§ 2. Als de inzamelaar, handelaar of makelaar en de ontvanger dezelfde zijn, volstaat de opmaak van alleen de volgende twee exemplaren van het handelsdocument:
1° het originele exemplaar dat samen met de zending naar de eindbestemming gaat;
2° een afschrift dat de producent bewaart.
Als dierlijke bijproducten of afgeleide producten die tijdens dezelfde ronde zijn ingezameld door de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar naar een eerste ontvangende inrichting worden gevoerd, mag voor het transport naar die ontvangende inrichting gebruik gemaakt worden van een overkoepelend handelsdocument, dat expliciet verwijst naar alle betrokken handelsdocumenten van die inzamelronde.
In geval van keukenafval, ingezameld bij particulieren of bij inrichtingen met keukenafval van vergelijkbare aard, samenstelling en hoeveelheid, dat tijdens dezelfde ronde door de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar naar een eerste ontvangende inrichting wordt vervoerd, mag gebruik gemaakt worden van een overkoepelend handelsdocument. De volgende gegevens zijn opgenomen in dit handelsdocument of in een document dat bij het handelsdocument gevoegd is:
1° in geval van inzameling bij particulieren: de naam van de gemeenten van oorsprong;
2° in geval van inzameling bij inrichtingen: de naam en het adres van de producenten.";
In de gevallen, vermeld in het tweede en derde lid, volstaat de opmaak van alleen de volgende twee exemplaren van het overkoepelend handelsdocument:
1° het originele exemplaar dat samen met de zending naar de eindbestemming gaat;
2° een afschrift dat de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar bewaart.
§ 3. Elk handelsdocument is geïdentificeerd aan de hand van een uniek nummer.
§ 4. Een kopie van het volledig ingevulde en ondertekende handelsdocument wordt teruggestuurd naar de producent en geldt als verwerkingsattest.
Een factuur van de inzameling die aan de producent gericht is, waarop formeel en eenduidig de referentie van de handelsdocumenten, de categorie, de aard en de hoeveelheid van de dierlijke bijproducten worden vermeld, kan ook als verwerkingsattest gelden. De factuur bevat in dat geval integraal de volgende tekst: "De verantwoordelijke van de onderneming die een registratie heeft voor het inzamelen van de dierlijke bijproducten die op deze factuur zijn vermeld, bevestigt dat het afval in zijn geheel overgedragen is aan een inrichting die erkend of vergund is voor het beheer ervan.".
§ 5. De producent die het verwerkingsattest ontvangt, voegt een kopie van dat attest bij de bijbehorende handelsdocumenten. Hij bewaart die documenten gedurende tenminste twee jaar, zodat hij ze op elk verzoek van een toezichthouder kan voorleggen.
§ 6. De exploitant brengt de OVAM systematisch en schriftelijk op de hoogte in de volgende twee gevallen:
1° als op de factuur of het handelsdocument vermeldingen ontbreken die het afval beschrijven en die bewijzen dat het afval gehanteerd, verzameld, verwerkt of gebruikt is;
2° als er geen factuur of handelsdocument is terugbezorgd.
§ 7. Paragraaf 4, 5 en 6 zijn niet van toepassing op de inzameling van keukenafval bij particulieren en inrichtingen met keukenafval van vergelijkbare aard, samenstelling en hoeveelheid, dat tijdens eenzelfde ronde door de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar naar een eerste ontvangende inrichting wordt gevoerd.]1
Art. 12. [1 § 1er. Tout transport de sous-produits animaux et de produits dérivés doit être assorti du document commercial, visé à l'annexe VIII, chapitre III, point 6 du règlement (UE) n° 142/2011.
§ 2. Si le collecteur, le négociant ou le courtier et le destinataire se recouvrent, il suffit de ne rédiger que les deux exemplaires suivants du document commercial :
1° l'exemplaire original accompagnant l'envoi à la destination finale ;
2° une copie à conserver par le producteur.
Lorsque les sous-produits animaux ou les produits dérivés ramassés au cours d'un même ramassage par le collecteur, négociant ou courtier agréés, sont transportés à une première infrastructure de réception, un document commercial global, faisant explicitement référence à tous les documents commerciaux respectifs de ce ramassage peut être utilisé pour ce transport vers cette infrastructure de réception.
Dans le cas de déchets de cuisine, ramassés chez des particuliers ou auprès d'établissements dont les déchets de cuisine ont une nature, composition et quantité similaires, et transportés au cours d'un même ramassage vers une première infrastructure de réception par le collecteur, négociateur ou courtier agréés, il peut être fait emploi d'un document commercial global. Les informations suivantes figurent dans ce document commercial ou dans un document assorti au document commercial :
1° en cas de ramassage chez des particuliers: le nom des communes d'origine ;
2° en cas de ramassage auprès d'établissements : le nom et l'adresse des producteurs. " ;
Dans les cas visés aux alinéas 2 et 3, la rédaction des deux exemplaires suivants du document commercial global suffit :
1° l'exemplaire original accompagnant l'envoi à la destination finale ;
2° une copie à conserver par le collecteur, négociant ou courtier agréés.
§ 3. Tout document commercial est identifié au moyen d'un numéro unique.
§ 4. Une copie du document commercial complété et signé est renvoyé au producteur et fait fonction d'attestation de transformation.
Une facture relative au ramassage, adressée au producteur, sur laquelle la référence des documents commerciaux, la catégorie, la nature et la quantité de sous-produits animaux sont formellement et clairement mentionnées, peut aussi faire office d'attestation de transformation. Une telle facture contient le texte intégral suivant : " Le responsable de l'entreprise disposant d'un enregistrement pour la collecte des sous-produits animaux mentionnés sur cette facture, confirme que le déchet a été transféré entièrement à une infrastructure agréée ou autorisée pour la gestion dudit déchet. ".
§ 5. Le producteur réceptionnaire de l'attestation de transformation, joint une copie de cette attestation aux documents commerciaux s'y afférents. Il conserve ces deux documents pendant au moins deux ans, afin de pouvoir les produire à chaque demande d'une autorité de tutelle.
§ 6. L'exploitant informe l'OVAM par écrit et de façon systématique dans les deux cas suivants :
1° s'il manque sur la facture ou sur le document commercial des mentions décrivant les déchets et prouvant qu'ils ont été manipulés, rassemblés, transformés ou utilisés ;
2° si aucune facture ou aucun document n'ont été renvoyés.
§ 7. Les paragraphes 4,5 et 6 ne s'appliquent pas au ramassage de déchets de cuisine chez des particuliers et auprès d'établissements dont les déchets de cuisine ont une nature, composition et quantité similaires, transportés au cours d'un même ramassage vers une première infrastructure de réception par le collecteur, négociateur ou courtier agréés.]1
§ 2. Si le collecteur, le négociant ou le courtier et le destinataire se recouvrent, il suffit de ne rédiger que les deux exemplaires suivants du document commercial :
1° l'exemplaire original accompagnant l'envoi à la destination finale ;
2° une copie à conserver par le producteur.
Lorsque les sous-produits animaux ou les produits dérivés ramassés au cours d'un même ramassage par le collecteur, négociant ou courtier agréés, sont transportés à une première infrastructure de réception, un document commercial global, faisant explicitement référence à tous les documents commerciaux respectifs de ce ramassage peut être utilisé pour ce transport vers cette infrastructure de réception.
Dans le cas de déchets de cuisine, ramassés chez des particuliers ou auprès d'établissements dont les déchets de cuisine ont une nature, composition et quantité similaires, et transportés au cours d'un même ramassage vers une première infrastructure de réception par le collecteur, négociateur ou courtier agréés, il peut être fait emploi d'un document commercial global. Les informations suivantes figurent dans ce document commercial ou dans un document assorti au document commercial :
1° en cas de ramassage chez des particuliers: le nom des communes d'origine ;
2° en cas de ramassage auprès d'établissements : le nom et l'adresse des producteurs. " ;
Dans les cas visés aux alinéas 2 et 3, la rédaction des deux exemplaires suivants du document commercial global suffit :
1° l'exemplaire original accompagnant l'envoi à la destination finale ;
2° une copie à conserver par le collecteur, négociant ou courtier agréés.
§ 3. Tout document commercial est identifié au moyen d'un numéro unique.
§ 4. Une copie du document commercial complété et signé est renvoyé au producteur et fait fonction d'attestation de transformation.
Une facture relative au ramassage, adressée au producteur, sur laquelle la référence des documents commerciaux, la catégorie, la nature et la quantité de sous-produits animaux sont formellement et clairement mentionnées, peut aussi faire office d'attestation de transformation. Une telle facture contient le texte intégral suivant : " Le responsable de l'entreprise disposant d'un enregistrement pour la collecte des sous-produits animaux mentionnés sur cette facture, confirme que le déchet a été transféré entièrement à une infrastructure agréée ou autorisée pour la gestion dudit déchet. ".
§ 5. Le producteur réceptionnaire de l'attestation de transformation, joint une copie de cette attestation aux documents commerciaux s'y afférents. Il conserve ces deux documents pendant au moins deux ans, afin de pouvoir les produire à chaque demande d'une autorité de tutelle.
§ 6. L'exploitant informe l'OVAM par écrit et de façon systématique dans les deux cas suivants :
1° s'il manque sur la facture ou sur le document commercial des mentions décrivant les déchets et prouvant qu'ils ont été manipulés, rassemblés, transformés ou utilisés ;
2° si aucune facture ou aucun document n'ont été renvoyés.
§ 7. Les paragraphes 4,5 et 6 ne s'appliquent pas au ramassage de déchets de cuisine chez des particuliers et auprès d'établissements dont les déchets de cuisine ont une nature, composition et quantité similaires, transportés au cours d'un même ramassage vers une première infrastructure de réception par le collecteur, négociateur ou courtier agréés.]1
Wijzigingen
Art. 13. § 1. In afwijking van artikel 12, § 1, kan voor elk vervoer van kadavers een identificatieformulier voor kadavers worden opgemaakt waarop de volgende gegevens vermeld zijn :
1° het unieke volgnummer;
2° de naam en het adres van de producent en het verzendingsadres, als dat niet het adres van de producent is;
3° [1 het erkenningsnummer of het registratienummer in het kader van verordening (EG) nr. 1069/2009 van de inrichting of het bedrijf van oorsprong als dat van toepassing is;]1
4° de datum van de melding;
5° de datum waarop het materiaal is ingezameld;
6° de categorie en de diersoort;
7° [1 het gemelde oormerknummer of chipnummer van landbouwhuisdieren als dat van toepassing is;]1
8° de hoeveelheid materiaal, uitgedrukt in volume of gewicht;
9° de naam, het adres en, indien van toepassing, het registratienummer van de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar;
10° de naam, het adres en het registratienummer van de vervoerder, als die gegevens verschillen met de gegevens, vermeld in punt 9° ;
11° de naam, het adres en, indien van toepassing, het erkenningsnummer van de vergunde of erkende bestemming van de dierlijke bijproducten.
§ 2. Het identificatieformulier is bij de kadavers gevoegd tijdens het vervoer ervan.
§ 3. Het identificatieformulier wordt tenminste in drievoud opgemaakt, namelijk een origineel en twee afschriften. Het origineel gaat samen met de zending naar de eindbestemming. De ontvanger bewaart het. De geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar en de producent bewaren ieder een afschrift.
De documenten worden ter inzage van de toezichthouder gehouden gedurende een periode van twee jaar.
§ 4. Als de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar en de ontvanger dezelfde zijn, volstaat de opmaak van alleen de volgende twee exemplaren van het identificatieformulier :
1° het originele exemplaar dat samen met de zending naar de eindbestemming gaat;
2° een afschrift dat de producent bewaart.
1° het unieke volgnummer;
2° de naam en het adres van de producent en het verzendingsadres, als dat niet het adres van de producent is;
3° [1 het erkenningsnummer of het registratienummer in het kader van verordening (EG) nr. 1069/2009 van de inrichting of het bedrijf van oorsprong als dat van toepassing is;]1
4° de datum van de melding;
5° de datum waarop het materiaal is ingezameld;
6° de categorie en de diersoort;
7° [1 het gemelde oormerknummer of chipnummer van landbouwhuisdieren als dat van toepassing is;]1
8° de hoeveelheid materiaal, uitgedrukt in volume of gewicht;
9° de naam, het adres en, indien van toepassing, het registratienummer van de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar;
10° de naam, het adres en het registratienummer van de vervoerder, als die gegevens verschillen met de gegevens, vermeld in punt 9° ;
11° de naam, het adres en, indien van toepassing, het erkenningsnummer van de vergunde of erkende bestemming van de dierlijke bijproducten.
§ 2. Het identificatieformulier is bij de kadavers gevoegd tijdens het vervoer ervan.
§ 3. Het identificatieformulier wordt tenminste in drievoud opgemaakt, namelijk een origineel en twee afschriften. Het origineel gaat samen met de zending naar de eindbestemming. De ontvanger bewaart het. De geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar en de producent bewaren ieder een afschrift.
De documenten worden ter inzage van de toezichthouder gehouden gedurende een periode van twee jaar.
§ 4. Als de geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar en de ontvanger dezelfde zijn, volstaat de opmaak van alleen de volgende twee exemplaren van het identificatieformulier :
1° het originele exemplaar dat samen met de zending naar de eindbestemming gaat;
2° een afschrift dat de producent bewaart.
Art. 13. § 1er. Par dérogation à l'article 12, § 1er, alinéa premier, un formulaire d'identification pour cadavres peut être rédigé pour tout transport de cadavres, mentionnant les données suivantes :
1° le numéro d'ordre unique;
2° le nom et l'adresse du producteur et l'adresse d'expédition, si celle-ci n'est pas l'adresse du producteur;
3° [1 le numéro d'agrément ou d'enregistrement de l'établissement ou de l'usine d'origine en vertu du règlement (UE) n° 1069/2009, si applicable ;]1
4° la date de la notification;
5° la date à laquelle les matériaux ont été ramassés;
6° la catégorie et l'espèce animale;
7° [1 la marque auriculaire ou l'identification de la puce des animaux d'élevage, si applicable ;]1
8° la quantité de matériaux, exprimée en volume ou poids;
9° le nom, l'adresse et, si d'application, le numéro d'enregistrement du collecteur, négociant ou courtier agréés;
10° le nom, l'adresse et le numéro d'enregistrement du transporteur, si ces données diffèrent des données visées au point 9° ;
11° le nom, l'adresse et, si d'application, le numéro d'agrément de la destination autorisée ou agréée des sous-produits animaux.
§ 2. Le formulaire d'identification accompagne le transport des cadavres.
§ 3. Le formulaire d'identification est rédigé en au moins trois exemplaires, à savoir un exemplaire original et deux copies. L'exemplaire original accompagne l'envoi à la destination finale. C'est au réceptionnaire de le conserver. Le collecteur, négociant ou courtier agréés et le producteur conservent chacun une copie.
Les documents sont tenus à la disposition du superviseur pendant une période de deux ans.
§ 4. Si le collecteur, le négociant ou le courtier agréés et le destinataire se recouvrent, il suffit de ne rédiger que les deux exemplaires suivants du formulaire d'identification :
1° l'exemplaire original accompagnant l'envoi à la destination finale;
2° une copie à conserver par le producteur.
1° le numéro d'ordre unique;
2° le nom et l'adresse du producteur et l'adresse d'expédition, si celle-ci n'est pas l'adresse du producteur;
3° [1 le numéro d'agrément ou d'enregistrement de l'établissement ou de l'usine d'origine en vertu du règlement (UE) n° 1069/2009, si applicable ;]1
4° la date de la notification;
5° la date à laquelle les matériaux ont été ramassés;
6° la catégorie et l'espèce animale;
7° [1 la marque auriculaire ou l'identification de la puce des animaux d'élevage, si applicable ;]1
8° la quantité de matériaux, exprimée en volume ou poids;
9° le nom, l'adresse et, si d'application, le numéro d'enregistrement du collecteur, négociant ou courtier agréés;
10° le nom, l'adresse et le numéro d'enregistrement du transporteur, si ces données diffèrent des données visées au point 9° ;
11° le nom, l'adresse et, si d'application, le numéro d'agrément de la destination autorisée ou agréée des sous-produits animaux.
§ 2. Le formulaire d'identification accompagne le transport des cadavres.
§ 3. Le formulaire d'identification est rédigé en au moins trois exemplaires, à savoir un exemplaire original et deux copies. L'exemplaire original accompagne l'envoi à la destination finale. C'est au réceptionnaire de le conserver. Le collecteur, négociant ou courtier agréés et le producteur conservent chacun une copie.
Les documents sont tenus à la disposition du superviseur pendant une période de deux ans.
§ 4. Si le collecteur, le négociant ou le courtier agréés et le destinataire se recouvrent, il suffit de ne rédiger que les deux exemplaires suivants du formulaire d'identification :
1° l'exemplaire original accompagnant l'envoi à la destination finale;
2° une copie à conserver par le producteur.
Wijzigingen
Art. 14. Artikel 11 tot en met 13 zijn niet van toepassing op :
1° het vervoer van dode gezelschapsdieren door de eigenaar naar vergunde dierenbegraafplaatsen, erkende dierencrematoria en inzamelplaatsen voor dode gezelschapsdieren;
2° het vervoer van dode gezelschapsdieren door de behandelende dierenarts, van de particulier naar de dierenartsenpraktijk;
3° het vervoer van dierlijke bijproducten, afkomstig van legale thuisslachtingen en bijzondere toelatingen in overeenstemming met de verordening (EG) nr. 1069/2009, door particulieren naar daartoe erkende inzamelplaatsen.
1° het vervoer van dode gezelschapsdieren door de eigenaar naar vergunde dierenbegraafplaatsen, erkende dierencrematoria en inzamelplaatsen voor dode gezelschapsdieren;
2° het vervoer van dode gezelschapsdieren door de behandelende dierenarts, van de particulier naar de dierenartsenpraktijk;
3° het vervoer van dierlijke bijproducten, afkomstig van legale thuisslachtingen en bijzondere toelatingen in overeenstemming met de verordening (EG) nr. 1069/2009, door particulieren naar daartoe erkende inzamelplaatsen.
Art. 14. Les articles 11 à 13 inclus ne s'appliquent pas :
1° au transport d'animaux de compagnie par le propriétaire aux terrains d'enfouissement pour animaux, crématoriums pour animaux et sites de collecte d'animaux de compagnie morts;
2° au transport d'animaux de compagnie morts effectué par le vétérinaire traitant, du particulier vers le cabinet du vétérinaire;
3° au transport de sous-produits animaux, en provenance d'abattages à domicile légaux et les autorisations spéciales conformément au règlement (CE) n° 1069/2009, par des personnes privées au sites de collecte agréés à cet effet.
1° au transport d'animaux de compagnie par le propriétaire aux terrains d'enfouissement pour animaux, crématoriums pour animaux et sites de collecte d'animaux de compagnie morts;
2° au transport d'animaux de compagnie morts effectué par le vétérinaire traitant, du particulier vers le cabinet du vétérinaire;
3° au transport de sous-produits animaux, en provenance d'abattages à domicile légaux et les autorisations spéciales conformément au règlement (CE) n° 1069/2009, par des personnes privées au sites de collecte agréés à cet effet.
Art. 15. Het handelsdocument, vermeld in artikel 12, of het identificatieformulier voor kadavers, vermeld in artikel 13, kunnen in elektronische vorm worden gebruikt na voorafgaande goedkeuring door de OVAM. De gegevens die deel uitmaken van de verplichte identificatie, moeten tijdens het vervoer altijd voorgelegd kunnen worden aan de toezichthouder.
Een kopie van het handelsdocument of het identificatieformulier voor kadavers, of een oplijsting van alle gegevens in een periodiek overzicht, wordt terugbezorgd aan de producent van de dierlijke bijproducten of van de afgeleide producten.
Een kopie van het handelsdocument of het identificatieformulier voor kadavers, of een oplijsting van alle gegevens in een periodiek overzicht, wordt terugbezorgd aan de producent van de dierlijke bijproducten of van de afgeleide producten.
Art. 15. Le document commercial, visé à l'article 12 ou le formulaire d'identification visé à l'article 13, peuvent être utilisés sous forme électronique, moyennant l'autorisation préalable d'OVAM. Les données constituant l'identification obligatoire, doivent à tout temps pouvoir être soumises au superviseur.
Une copie du document commercial ou du formulaire d'identification ou une énumération de toutes les données dans un sommaire périodique, sont remises au producteur des sous-produits animaux ou des produits dérivés.
Une copie du document commercial ou du formulaire d'identification ou une énumération de toutes les données dans un sommaire périodique, sont remises au producteur des sous-produits animaux ou des produits dérivés.
HOOFDSTUK 6. - Invoer en uitvoer binnen de Europese Unie
CHAPITRE 6. - Importation et exportation dans l'Union européenne
Art. 16. § 1. Als een exploitant categorie 1-materiaal, categorie 2-materiaal, of vleesbeendermeel of dierlijke vetten, afgeleid van categorie 1- of categorie 2-materiaal, naar een andere lidstaat van de Europese Unie wil verzenden, brengt hij de OVAM daarvan op de hoogte met een kopie van het daartoe verkregen besluit van toestemming dat hij daarvoor heeft verkregen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming, overeenkomstig het standaardformaat, opgenomen als bijlage XVI bij verordening (EU) nr. 142/2011.
De OVAM zal de bevoegde lidstaat van bestemming pas op de hoogte brengen van geplande zendingen na de ontvangst van dat besluit van toestemming van die lidstaat van bestemming.
§ 2. Als een exploitant verwerkte dierlijke eiwitten die afkomstig zijn van de verwerking van categorie 3-materiaal, naar een andere lidstaat van de Europese Unie wil verzenden, meldt hij dat aan de OVAM met het meldingsformulier dat de OVAM ter beschikking stelt via haar website www.ovam.be.
§ 3. Als een exploitant verwerkte dierlijke eiwitten die afkomstig zijn van de verwerking van categorie 3-materiaal, wil ontvangen vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie, meldt hij dat aan de OVAM met het meldingsformulier dat de OVAM ter beschikking stelt via haar website www.ovam.be.
De OVAM zal de bevoegde lidstaat van bestemming pas op de hoogte brengen van geplande zendingen na de ontvangst van dat besluit van toestemming van die lidstaat van bestemming.
§ 2. Als een exploitant verwerkte dierlijke eiwitten die afkomstig zijn van de verwerking van categorie 3-materiaal, naar een andere lidstaat van de Europese Unie wil verzenden, meldt hij dat aan de OVAM met het meldingsformulier dat de OVAM ter beschikking stelt via haar website www.ovam.be.
§ 3. Als een exploitant verwerkte dierlijke eiwitten die afkomstig zijn van de verwerking van categorie 3-materiaal, wil ontvangen vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie, meldt hij dat aan de OVAM met het meldingsformulier dat de OVAM ter beschikking stelt via haar website www.ovam.be.
Art. 16. § 1er. Lorsqu'un exploitant envisage d'expédier des matériaux de catégorie 1, des matériaux de catégorie 2 ou des farines de viande et d'os ou de graisses animales issues de matériaux de catégorie 1 et 2 à un autre état-membre de l'Union européenne, il en informe OVAM au moyen d'une copie de la décision d'autorisation qu'il a obtenu de l'autorité compétente de l' état-membre de destination à cet effet, conformément au modèle repris sous l'annexe XVI du règlement (UE) n° 142/2011.
OVAM n'informera l'état-membre compétent de destination des envois projetés qu'après la réception de la dite décision d'autorisation de cet état-membre de destination.
§ 2. Lorsqu'un exploitant envisage d'expédier des protéines animales transformées, provenant de la transformation de matériaux de catégorie 3, à un autre état-membre de l'Union européenne, il en informe OVAM moyennant le formulaire de déclaration mis à la disposition par OVAM sur son site web www.ovam.be.
§ 3. Lorsqu'un exploitant envisage de réceptionner des protéines animales transformées, provenant de la transformation de matériaux de catégorie 3, d'un autre état-membre de l'Union européenne, il en informe OVAM moyennant le formulaire de déclaration mis à la disposition par OVAM sur son site web www.ovam.be.
OVAM n'informera l'état-membre compétent de destination des envois projetés qu'après la réception de la dite décision d'autorisation de cet état-membre de destination.
§ 2. Lorsqu'un exploitant envisage d'expédier des protéines animales transformées, provenant de la transformation de matériaux de catégorie 3, à un autre état-membre de l'Union européenne, il en informe OVAM moyennant le formulaire de déclaration mis à la disposition par OVAM sur son site web www.ovam.be.
§ 3. Lorsqu'un exploitant envisage de réceptionner des protéines animales transformées, provenant de la transformation de matériaux de catégorie 3, d'un autre état-membre de l'Union européenne, il en informe OVAM moyennant le formulaire de déclaration mis à la disposition par OVAM sur son site web www.ovam.be.
HOOFDSTUK 7. - Erkenning
CHAPITRE 7. - Agrément
Art. 17. De volgende exploitanten hebben per exploitatiezetel een erkenning van de OVAM nodig overeenkomstig de bepalingen van dit besluit :
1° categorie 1-, 2- of 3-verwerkingsbedrijven, vermeld in artikel 24, eerste lid, a), van verordening (EG) nr. 1069/2009;
2° verbrandings- en meeverbrandingsinstallaties voor dode gezelschapsdieren, vermeld in artikel 24, eerste lid, b), van verordening (EG) nr. 1069/2009;
3° andere verbrandings- en meeverbrandingsinstallaties voor dierlijke bijproducten of afgeleide producten, met uitzondering van inrichtingen die een exploitatievergunning hebben overeenkomstig richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval, vermeld in artikel 24, eerste lid, b) en c) van verordening (EG) nr. 1069/2009;
4° installaties voor de omzetting van dierlijke bijproducten of afgeleide producten in biogas of compost, vermeld in artikel 24, eerste lid, g), van verordening (EG) nr. 1069/2009;
5° categorie 1-, 2- of 3-bedrijven voor de opslag en hantering van dierlijke bijproducten, vermeld in artikel 24, eerste lid, h) en i) van verordening (EG) nr. 1069/2009;
6° bedrijven voor de opslag van afgeleide producten, vermeld in artikel 24, eerste lid, j) van verordening (EG) nr. 1069/2009.
De OVAM stelt een lijst van erkende en geschorste bedrijven ter beschikking op haar website www.ovam.be.
1° categorie 1-, 2- of 3-verwerkingsbedrijven, vermeld in artikel 24, eerste lid, a), van verordening (EG) nr. 1069/2009;
2° verbrandings- en meeverbrandingsinstallaties voor dode gezelschapsdieren, vermeld in artikel 24, eerste lid, b), van verordening (EG) nr. 1069/2009;
3° andere verbrandings- en meeverbrandingsinstallaties voor dierlijke bijproducten of afgeleide producten, met uitzondering van inrichtingen die een exploitatievergunning hebben overeenkomstig richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval, vermeld in artikel 24, eerste lid, b) en c) van verordening (EG) nr. 1069/2009;
4° installaties voor de omzetting van dierlijke bijproducten of afgeleide producten in biogas of compost, vermeld in artikel 24, eerste lid, g), van verordening (EG) nr. 1069/2009;
5° categorie 1-, 2- of 3-bedrijven voor de opslag en hantering van dierlijke bijproducten, vermeld in artikel 24, eerste lid, h) en i) van verordening (EG) nr. 1069/2009;
6° bedrijven voor de opslag van afgeleide producten, vermeld in artikel 24, eerste lid, j) van verordening (EG) nr. 1069/2009.
De OVAM stelt een lijst van erkende en geschorste bedrijven ter beschikking op haar website www.ovam.be.
Art. 17. Les exploitants suivants requièrent un agrément d'OVAM par siège d'exploitation, conformément aux dispositions du présent arrêté :
1° les établissements de transformation des catégorie 1, 2 ou 3, visés à l'article 24, alinéa premier, a) du règlement (CE) n° 1069/2009;
2° les installations d'incinération et de co-incinération pour des cadavres d'animaux de compagnie, visées à l'article 24, alinéa premier, b) du règlement (CE) n° 1069/2009;
3° les autres installations d'incinération et de co-incinération pour des sous-produits animaux ou produits dérivés, à l'exception d'établissements titulaires d'une autorisation d'exploitation conformément à la directive 2000/76/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 décembre 2000 sur l'incinération des déchets, visées à l'article 24, alinéa premier, b) et c) du règlement (CE) n° 1069/2009;
4° les installations pour la conversion de sous-produits animaux ou de produits dérivés en biogaz ou en compost, visées à l'article 24, alinéa premier, g) du règlement (CE) n° 1069/2009;
5° les établissements de catégorie 1-,2- ou 3 pour le stockage et la manipulation de sous-produits animaux,visés à l'article 24, premier alinéa, h) et i) du règlement (CE) n° 1069/2009;
6° les établissements pour le stockage de produits dérivés, visés à l'article 24, premier alinéa, j), du règlement (CE) n° 1069/2009.
OVAM publie une liste d'établissements agréés et suspendus sur son site web www.ovam.be.
1° les établissements de transformation des catégorie 1, 2 ou 3, visés à l'article 24, alinéa premier, a) du règlement (CE) n° 1069/2009;
2° les installations d'incinération et de co-incinération pour des cadavres d'animaux de compagnie, visées à l'article 24, alinéa premier, b) du règlement (CE) n° 1069/2009;
3° les autres installations d'incinération et de co-incinération pour des sous-produits animaux ou produits dérivés, à l'exception d'établissements titulaires d'une autorisation d'exploitation conformément à la directive 2000/76/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 décembre 2000 sur l'incinération des déchets, visées à l'article 24, alinéa premier, b) et c) du règlement (CE) n° 1069/2009;
4° les installations pour la conversion de sous-produits animaux ou de produits dérivés en biogaz ou en compost, visées à l'article 24, alinéa premier, g) du règlement (CE) n° 1069/2009;
5° les établissements de catégorie 1-,2- ou 3 pour le stockage et la manipulation de sous-produits animaux,visés à l'article 24, premier alinéa, h) et i) du règlement (CE) n° 1069/2009;
6° les établissements pour le stockage de produits dérivés, visés à l'article 24, premier alinéa, j), du règlement (CE) n° 1069/2009.
OVAM publie une liste d'établissements agréés et suspendus sur son site web www.ovam.be.
Art. 18. De OVAM verleent advies aan de afdeling Mestbank van de bij het decreet van 21 december 1988 opgerichte Vlaamse Landmaatschappij over de erkenningsaanvraag van bedrijven die zowel mest als andere dierlijke bijproducten, die afvalstoffen zijn, verwerken.
Art. 18. OVAM donne son avis à la division 'Mestbank' au sein de la 'Vlaamse Landmaatschappij', établie par le décret du 21 décembre 1988, sur la demande d'agrément d'établissements transformant tant des engrais que d'autres sous-produits animaux, qui sont des déchets.
Art. 19. De aanvraag voor een erkenning als vermeld in artikel 17, wordt met een [1 beveiligde zending]1 ingediend bij de OVAM.
Uiterlijk negentig kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag, verklaart de OVAM de aanvraag al dan niet ontvankelijk en volledig en brengt ze die beslissing ter kennis van de aanvrager.
Als de OVAM bij een onvolledige aanvraag om aanvullingen verzoekt, wordt de termijn, vermeld in het tweede lid, gestuit en loopt de termijn verder vanaf de ontvangst van de aanvullingen.
Als de aanvraag ontvankelijk en volledig is, doet de OVAM uitspraak uiterlijk dertig kalenderdagen na de datum van de kennisgeving van de beslissing over de ontvankelijkheid en volledigheid aan de aanvrager.
In uitzonderlijke gevallen kan een erkenning verleend worden na een spoedprocedure die op maat van de situatie wordt voorgesteld aan de aanvrager. De aanvrager moet minstens een beschrijving van de werkwijze en de bestemming van het afval opgeven.
In voorkomend geval kan een aanvraag worden ingediend voor een erkenning met expliciete vermelding van de diersoort van de dierlijke bijproducten, waartoe het bedrijf zich zal beperken. De OVAM kan in dat geval extra informatie opvragen en advies inwinnen van andere overheidsinstanties.
Uiterlijk negentig kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag, verklaart de OVAM de aanvraag al dan niet ontvankelijk en volledig en brengt ze die beslissing ter kennis van de aanvrager.
Als de OVAM bij een onvolledige aanvraag om aanvullingen verzoekt, wordt de termijn, vermeld in het tweede lid, gestuit en loopt de termijn verder vanaf de ontvangst van de aanvullingen.
Als de aanvraag ontvankelijk en volledig is, doet de OVAM uitspraak uiterlijk dertig kalenderdagen na de datum van de kennisgeving van de beslissing over de ontvankelijkheid en volledigheid aan de aanvrager.
In uitzonderlijke gevallen kan een erkenning verleend worden na een spoedprocedure die op maat van de situatie wordt voorgesteld aan de aanvrager. De aanvrager moet minstens een beschrijving van de werkwijze en de bestemming van het afval opgeven.
In voorkomend geval kan een aanvraag worden ingediend voor een erkenning met expliciete vermelding van de diersoort van de dierlijke bijproducten, waartoe het bedrijf zich zal beperken. De OVAM kan in dat geval extra informatie opvragen en advies inwinnen van andere overheidsinstanties.
Art. 19. La demande d'agrément, telle que visée à l'article 17, est introduite auprès d'OVAM par [1 envoi sécurisé]1.
OVAM se prononce sur la recevabilité et le caractère complet de la demande au plus tard nonante jours calendaires après la réception de la demande et notifie cette décision au demandeur.
Lorsqu' OVAM demande des compléments dans le cas d'une demande incomplète, le délai, visé à l'alinéa deux est suspendu et ne reprend qu'à partir de la réception des compléments.
Lorsque la demande est recevable et complète, OVAM se prononce au plus tard trente jours calendaires après la date de la notification au demandeur de la recevabilité et du caractère complet.
Dans des cas exceptionnels, un agrément peut être accordé après une procédure d'urgence, adaptée à la situation et proposée au demandeur. Le demandeur doit fournir au minimum une description du mode opératoire et de la destination des déchets.
Le cas échéant, une demande d'agrément peut être introduite, avec mention explicite de l'espèce animale des sous-produits animaux, à laquelle l'établissement se confinera. OVAM demandera des informations supplémentaires dans ce cas et sollicitera l'avis d'autres instances publiques.
OVAM se prononce sur la recevabilité et le caractère complet de la demande au plus tard nonante jours calendaires après la réception de la demande et notifie cette décision au demandeur.
Lorsqu' OVAM demande des compléments dans le cas d'une demande incomplète, le délai, visé à l'alinéa deux est suspendu et ne reprend qu'à partir de la réception des compléments.
Lorsque la demande est recevable et complète, OVAM se prononce au plus tard trente jours calendaires après la date de la notification au demandeur de la recevabilité et du caractère complet.
Dans des cas exceptionnels, un agrément peut être accordé après une procédure d'urgence, adaptée à la situation et proposée au demandeur. Le demandeur doit fournir au minimum une description du mode opératoire et de la destination des déchets.
Le cas échéant, une demande d'agrément peut être introduite, avec mention explicite de l'espèce animale des sous-produits animaux, à laquelle l'établissement se confinera. OVAM demandera des informations supplémentaires dans ce cas et sollicitera l'avis d'autres instances publiques.
Wijzigingen
Art. 20. De aanvraag tot erkenning voor bedrijven als vermeld in artikel 17, eerste lid, 1° tot en met 6°, bevat, indien van toepassing, minstens de volgende documenten :
1° een omschrijving van de activiteit, met vermelding van de categorieën dierlijke bijproducten;
2° de administratieve gegevens van het bedrijf, namelijk :
a) de naam van de rechtspersoon die de aanvraag indient;
b) het adres van de aanvrager en in voorkomend geval de maatschappelijke en administratieve zetels en de exploitatiezetels;
c) de naam van de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de exploitatie van het bedrijf;
3° [1 de toestand betreffende de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit;]1
4° een grondplan met aanduiding van de verschillende bedrijfsruimtes en procesinstallaties, de reine en onreine zones en de eventuele scheiding van verschillende categorieën;
5° een kopie van de schriftelijke procedures op basis van de beginselen van risicoanalyse en kritieke controlepunten;
6° een stroomschema met een duidelijke omschrijving van de kritieke controlepunten van de verwerkingsmethoden, monsternemingen en bacteriële analyses die uitgevoerd worden door een door de OVAM erkend laboratorium;
7° een noodplan in geval van overmacht;
8° een procedure voor ijking van de meetapparatuur voor de verwerkingsparameters en een kopie van de meest recente ijkingscertificaten;
9° een beschrijving van alle reinigingsprocedures, zowel voor recipiënten, vrachtwagens als voor bedrijfsruimten;
10° een beschrijving van het traceersysteem van de materiaalstromen;
11° in voorkomend geval een overzicht van de effectieve strafrechtelijke veroordelingen voor overtredingen van de wetgeving op het vlak van milieuhygiëne gedurende de laatste vijf jaar.
1° een omschrijving van de activiteit, met vermelding van de categorieën dierlijke bijproducten;
2° de administratieve gegevens van het bedrijf, namelijk :
a) de naam van de rechtspersoon die de aanvraag indient;
b) het adres van de aanvrager en in voorkomend geval de maatschappelijke en administratieve zetels en de exploitatiezetels;
c) de naam van de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de exploitatie van het bedrijf;
3° [1 de toestand betreffende de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit;]1
4° een grondplan met aanduiding van de verschillende bedrijfsruimtes en procesinstallaties, de reine en onreine zones en de eventuele scheiding van verschillende categorieën;
5° een kopie van de schriftelijke procedures op basis van de beginselen van risicoanalyse en kritieke controlepunten;
6° een stroomschema met een duidelijke omschrijving van de kritieke controlepunten van de verwerkingsmethoden, monsternemingen en bacteriële analyses die uitgevoerd worden door een door de OVAM erkend laboratorium;
7° een noodplan in geval van overmacht;
8° een procedure voor ijking van de meetapparatuur voor de verwerkingsparameters en een kopie van de meest recente ijkingscertificaten;
9° een beschrijving van alle reinigingsprocedures, zowel voor recipiënten, vrachtwagens als voor bedrijfsruimten;
10° een beschrijving van het traceersysteem van de materiaalstromen;
11° in voorkomend geval een overzicht van de effectieve strafrechtelijke veroordelingen voor overtredingen van de wetgeving op het vlak van milieuhygiëne gedurende de laatste vijf jaar.
Art. 20. La demande d'agrément pour les établissements, visés à l'article 17, alinéa premier, 1° au 6° inclus, comprend, si d'application, au moins les documents suivants :
1° une description de l'activité, avec mention des catégories de sous-produits animaux;
2° les données administratives de l'établissement, à savoir :
a) le nom de la personne morale qui introduit la demande;
b) l'adresse du demandeur et, le cas échéant, les sièges social et administratif et les sièges d'exploitation;
c) le nom de la personne physique, responsable pour l'exploitation de l'entreprise;
3° [1 la situation concernant le permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée;]1
4° un plan de surface indiquant les différents locaux de l'entreprise et les installations de processus, les zones propres et non propres et la séparation éventuelle des différentes catégories;
5° une copie des procédures écrites sur la base des principes de l'analyse des risques et de points de contrôle critiques;
6° un diagramme assorti d'une description claire des points de contrôle critiques des méthodes de transformation, des prises d'échantillons et d'analyses bactérielles effectuées par un laboratoire agréé par OVAM;
7° un plan d'urgence pour des cas de force majeure;
8° une procédure d'étalonnage des appareils de mesure pour les paramètres de transformation et une copie des certificats d'étalonnage les plus récents;
9° une description de toutes les procédures de nettoyage, tant des récipients que des camions et des locaux de l'entreprise;
10° une description du système de traçabilité des flux de matériaux;
11° le cas échéant, un aperçu des condamnations pénales effectives pour infractions à la législation en matière d'hygiène de l'environnement au cours des cinq dernières années.
1° une description de l'activité, avec mention des catégories de sous-produits animaux;
2° les données administratives de l'établissement, à savoir :
a) le nom de la personne morale qui introduit la demande;
b) l'adresse du demandeur et, le cas échéant, les sièges social et administratif et les sièges d'exploitation;
c) le nom de la personne physique, responsable pour l'exploitation de l'entreprise;
3° [1 la situation concernant le permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée;]1
4° un plan de surface indiquant les différents locaux de l'entreprise et les installations de processus, les zones propres et non propres et la séparation éventuelle des différentes catégories;
5° une copie des procédures écrites sur la base des principes de l'analyse des risques et de points de contrôle critiques;
6° un diagramme assorti d'une description claire des points de contrôle critiques des méthodes de transformation, des prises d'échantillons et d'analyses bactérielles effectuées par un laboratoire agréé par OVAM;
7° un plan d'urgence pour des cas de force majeure;
8° une procédure d'étalonnage des appareils de mesure pour les paramètres de transformation et une copie des certificats d'étalonnage les plus récents;
9° une description de toutes les procédures de nettoyage, tant des récipients que des camions et des locaux de l'entreprise;
10° une description du système de traçabilité des flux de matériaux;
11° le cas échéant, un aperçu des condamnations pénales effectives pour infractions à la législation en matière d'hygiène de l'environnement au cours des cinq dernières années.
Wijzigingen
Art. 21. § 1. De OVAM verleent of weigert de erkenning binnen de termijn, vermeld in artikel 19. Elk erkend bedrijf krijgt een officieel nummer.
§ 2. De erkenning geldt slechts voor de gegeven termijn. De maximumtermijn van de erkenning bedraagt vijf jaar. De minister kan voorwaarden vaststellen waaronder die termijn kan worden overschreden.
De erkenning kan niet aan derden worden overgedragen.
§ 3. Als uit controles van de toezichthouders blijkt dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden van het erkenningsbesluit, kan de OVAM de erkenning op verzoek van de toezichthouders schorsen. De OVAM brengt de schorsingsbeslissing binnen de veertien kalenderdagen na de uitspraak met een [1 beveiligde zending]1 ter kennis van de houder van de erkenning.
§ 4. Vanaf de ontvangst van de schorsingsbeslissing beschikt de houder van de erkenning over dertig kalenderdagen om zijn verweermiddelen met een [1 beveiligde zending]1 naar de OVAM te sturen. Bij overschrijding van die termijn heft de OVAM de erkenning op. De OVAM brengt de opheffingsbeslissing met een aangetekende brief ter kennis van de houder van de erkenning binnen veertien kalenderdagen na de uitspraak.
§ 5. De OVAM maakt de schorsing ongedaan of heft de erkenning op binnen zestig kalenderdagen na de ontvangst van de verweermiddelen. De OVAM brengt de beslissing met een [1 beveiligde zending]1 ter kennis van de houder van de erkenning binnen veertien kalenderdagen na de uitspraak.
§ 6. De erkenning kan ook opgeheven worden door de OVAM in een van de volgende gevallen :
1° het bedrijf is binnen één jaar na de betekening van de erkenning niet in werking gesteld;
2° het bedrijf heeft gedurende een ononderbroken periode van twee jaar niet gewerkt;
3° de houder van een erkenning heeft aan de erkenningverlenende overheid schriftelijk verklaard dat hij zijn erkenning niet gebruikt.
Voor de erkenning op basis van het eerste lid, 1° en 2° wordt opgeheven, krijgt de erkenninghouder de gelegenheid om binnen een vastgestelde termijn de inrichting alsnog in overeenstemming te brengen met de voorwaarden die in de erkenning zijn vastgelegd of met de technische eisen, gesteld in vervoers- en handelsdocumenten en in de erkenningsaanvraag.
§ 7. Als een erkenning wordt geschorst of opgeheven, neemt de toezichthouder alle maatregelen om de activiteiten van de erkenningsplichtige inrichting te beëindigen en om hinder voor de omgeving en verontreiniging van het leefmilieu te doen stoppen of te voorkomen.
§ 2. De erkenning geldt slechts voor de gegeven termijn. De maximumtermijn van de erkenning bedraagt vijf jaar. De minister kan voorwaarden vaststellen waaronder die termijn kan worden overschreden.
De erkenning kan niet aan derden worden overgedragen.
§ 3. Als uit controles van de toezichthouders blijkt dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden van het erkenningsbesluit, kan de OVAM de erkenning op verzoek van de toezichthouders schorsen. De OVAM brengt de schorsingsbeslissing binnen de veertien kalenderdagen na de uitspraak met een [1 beveiligde zending]1 ter kennis van de houder van de erkenning.
§ 4. Vanaf de ontvangst van de schorsingsbeslissing beschikt de houder van de erkenning over dertig kalenderdagen om zijn verweermiddelen met een [1 beveiligde zending]1 naar de OVAM te sturen. Bij overschrijding van die termijn heft de OVAM de erkenning op. De OVAM brengt de opheffingsbeslissing met een aangetekende brief ter kennis van de houder van de erkenning binnen veertien kalenderdagen na de uitspraak.
§ 5. De OVAM maakt de schorsing ongedaan of heft de erkenning op binnen zestig kalenderdagen na de ontvangst van de verweermiddelen. De OVAM brengt de beslissing met een [1 beveiligde zending]1 ter kennis van de houder van de erkenning binnen veertien kalenderdagen na de uitspraak.
§ 6. De erkenning kan ook opgeheven worden door de OVAM in een van de volgende gevallen :
1° het bedrijf is binnen één jaar na de betekening van de erkenning niet in werking gesteld;
2° het bedrijf heeft gedurende een ononderbroken periode van twee jaar niet gewerkt;
3° de houder van een erkenning heeft aan de erkenningverlenende overheid schriftelijk verklaard dat hij zijn erkenning niet gebruikt.
Voor de erkenning op basis van het eerste lid, 1° en 2° wordt opgeheven, krijgt de erkenninghouder de gelegenheid om binnen een vastgestelde termijn de inrichting alsnog in overeenstemming te brengen met de voorwaarden die in de erkenning zijn vastgelegd of met de technische eisen, gesteld in vervoers- en handelsdocumenten en in de erkenningsaanvraag.
§ 7. Als een erkenning wordt geschorst of opgeheven, neemt de toezichthouder alle maatregelen om de activiteiten van de erkenningsplichtige inrichting te beëindigen en om hinder voor de omgeving en verontreiniging van het leefmilieu te doen stoppen of te voorkomen.
Art. 21. § 1er. OVAM accorde ou refuse l'agrément endéans le délai visé à l'article 19. Chaque entreprise agréée reçoit un numéro officiel.
§ 2. L'agrément n'est valable que pour le délai indiqué. Le délai maximal de l'agrément est de cinq ans. Le ministre peut arrêter des conditions sous lesquelles ce délai peut être prolongé.
L'agrément ne peut pas être cédé à des tiers.
§ 3. S'il s'avère de contrôles des superviseurs qu'il n'a pas été satisfait aux conditions de la décision d'agrément, OVAM peut suspendre l'agrément sur la demande des superviseurs. OVAM notifie la décision motivée de suspension par [1 envoi sécurisé]1 au titulaire de l'agrément dans les quinze jours calendaires après la décision.
§ 4. Dès réception de la décision de suspension le titulaire de l'agrément dispose de 30 jours calendriers pour adresser ses moyens de défense par lettre recommandée à l'OVAM. En cas de dépassement de ce délai l'OVAM retire l'agrément. OVAM notifie la décision de retrait au titulaire de l'agrément par [1 envoi sécurisé]1 dans les quinze jours calendaires après la décision.
§ 5. L'OVAM annule la suspension ou retire l'agrément dans les 60 jours calendriers de la réception des moyens de défense. OVAM notifie la décision au titulaire de l'agrément par [1 envoi sécurisé]1 dans les quinze jours calendaires après la décision.
§ 6. L'OVAM peut également retirer l'agrément dans l'un des cas suivants :
1° l'entreprise n'est pas entrée en opération dans l'année suivant la notification de l'agrément;
2° l'entreprise n'a pas été en opération pendant une période ininterrompue de deux ans;
3° le titulaire d'un agrément a déclaré par écrit à l'autorité octroyant l'agrément qu'il ne fait pas usage de son agrément.
Avant que l'agrément soit retiré sur la base de l'alinéa premier, 1° et 2°, le titulaire de l'agrément a la possibilité de conformer l'établissement dans un délai déterminé aux conditions stipulées dans l'agrément ou aux exigences techniques, fixées dans les documents de transport ou commerciaux et dans la demande d'agrément.
§ 7. Lorsqu'un agrément est suspendu ou retiré, le superviseur prend toutes les mesures afin de mettre fin aux activités de l'établissement sujet à l'obligation d'agrément et d'arrêter ou de prévenir toute nuisance aux environs et toute pollution de l'environnement.
§ 2. L'agrément n'est valable que pour le délai indiqué. Le délai maximal de l'agrément est de cinq ans. Le ministre peut arrêter des conditions sous lesquelles ce délai peut être prolongé.
L'agrément ne peut pas être cédé à des tiers.
§ 3. S'il s'avère de contrôles des superviseurs qu'il n'a pas été satisfait aux conditions de la décision d'agrément, OVAM peut suspendre l'agrément sur la demande des superviseurs. OVAM notifie la décision motivée de suspension par [1 envoi sécurisé]1 au titulaire de l'agrément dans les quinze jours calendaires après la décision.
§ 4. Dès réception de la décision de suspension le titulaire de l'agrément dispose de 30 jours calendriers pour adresser ses moyens de défense par lettre recommandée à l'OVAM. En cas de dépassement de ce délai l'OVAM retire l'agrément. OVAM notifie la décision de retrait au titulaire de l'agrément par [1 envoi sécurisé]1 dans les quinze jours calendaires après la décision.
§ 5. L'OVAM annule la suspension ou retire l'agrément dans les 60 jours calendriers de la réception des moyens de défense. OVAM notifie la décision au titulaire de l'agrément par [1 envoi sécurisé]1 dans les quinze jours calendaires après la décision.
§ 6. L'OVAM peut également retirer l'agrément dans l'un des cas suivants :
1° l'entreprise n'est pas entrée en opération dans l'année suivant la notification de l'agrément;
2° l'entreprise n'a pas été en opération pendant une période ininterrompue de deux ans;
3° le titulaire d'un agrément a déclaré par écrit à l'autorité octroyant l'agrément qu'il ne fait pas usage de son agrément.
Avant que l'agrément soit retiré sur la base de l'alinéa premier, 1° et 2°, le titulaire de l'agrément a la possibilité de conformer l'établissement dans un délai déterminé aux conditions stipulées dans l'agrément ou aux exigences techniques, fixées dans les documents de transport ou commerciaux et dans la demande d'agrément.
§ 7. Lorsqu'un agrément est suspendu ou retiré, le superviseur prend toutes les mesures afin de mettre fin aux activités de l'établissement sujet à l'obligation d'agrément et d'arrêter ou de prévenir toute nuisance aux environs et toute pollution de l'environnement.
Wijzigingen
Art. 22. De volgende actoren inzake dierlijke bijproducten en afgeleide producten zijn ertoe gedetailleerde registers of jaarverslagen van de afvalstoffengegevens te verschaffen op eenvoudig verzoek van de OVAM :
1° de geregistreerde inzamelaars, handelaars en makelaars;
2° de erkende inrichtingen.
1° de geregistreerde inzamelaars, handelaars en makelaars;
2° de erkende inrichtingen.
Art. 22. Les acteurs suivants en matière de sous-produits animaux et de produits dérivés sont tenus de présenter des données d'enregistrement sur la simple demande de l'OVAM :
1° les collecteurs, négociants et courtiers enregistrés;
2° les établissements agréés;
1° les collecteurs, négociants et courtiers enregistrés;
2° les établissements agréés;
HOOFDSTUK 8.
CHAPITRE 8.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions modificatives
Art. 25. § 1. Artikel 6.1.1 van het VLAREMA, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 6.1.1. Deze afdeling is niet van toepassing op dierlijke bijproducten als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten, met uitzondering van artikel 6.1.1.4, eerste lid, 2°, artikel 6.1.1.4, tweede lid, artikel 6.1.1.5, artikel 6.1.1.6, § 2, artikel 6.1.2.1, § 1, artikel 6.1.2.2 tot en met artikel 6.1.2.4, artikel 6.1.3.1, eerste en tweede lid, artikel 6.1.3.2 tot en met artikel 6.1.4.1. ".
§ 2. In artikel 6.1.2.2 van het VLAREMA wordt tussen het eerste en het tweede lid de volgende tekst toegevoegd :
" Indien de aanvraag tot een registratie als vervoerder van afvalstoffen betrekking heeft op het vervoer van dierlijke bijproducten en afgeleide producten, moet de aanvraag ook de categorieën van dierlijke bijproducten of afgeleide producten bevatten. ".
" Art. 6.1.1. Deze afdeling is niet van toepassing op dierlijke bijproducten als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten, met uitzondering van artikel 6.1.1.4, eerste lid, 2°, artikel 6.1.1.4, tweede lid, artikel 6.1.1.5, artikel 6.1.1.6, § 2, artikel 6.1.2.1, § 1, artikel 6.1.2.2 tot en met artikel 6.1.2.4, artikel 6.1.3.1, eerste en tweede lid, artikel 6.1.3.2 tot en met artikel 6.1.4.1. ".
§ 2. In artikel 6.1.2.2 van het VLAREMA wordt tussen het eerste en het tweede lid de volgende tekst toegevoegd :
" Indien de aanvraag tot een registratie als vervoerder van afvalstoffen betrekking heeft op het vervoer van dierlijke bijproducten en afgeleide producten, moet de aanvraag ook de categorieën van dierlijke bijproducten of afgeleide producten bevatten. ".
Art. 25. § 1er. L'article 6.1.1 du VLAREMA est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 6.1.1. La présente section ne s'applique pas aux sous-produits animaux tels que mentionnés dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 juin 2013 en matière de sous-produits animaux et produits dérivés, à l'exception de l'article 6.1.1.4, alinéa premier, 2°, l'article 6.1.1.4, alinéa deux, l'article 6.1.1.5, l'article 6.1.1.6, § 2, l'article 6.1.2.1, § 1er, les articles 6.1.2.2 à 6.1.2.4 inclus, l'article 6.1.3.1, alinéas premier et deux, les articles 6.1.3.2 à 6.1.4.1 inclus. ".
§ 2. Dans l'article 6.1.2.2 du VLAREMA, le texte suivant est inséré entre l'alinéa premier et l'alinéa deux :
" Si la demande d'un enregistrement en tant que transporteur de déchets a trait au transport de sous-produits animaux et de produits dérivés, la demande doit également comprendre les catégories des sous-produits animaux et des produits dérivés. ".
" Art. 6.1.1. La présente section ne s'applique pas aux sous-produits animaux tels que mentionnés dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 juin 2013 en matière de sous-produits animaux et produits dérivés, à l'exception de l'article 6.1.1.4, alinéa premier, 2°, l'article 6.1.1.4, alinéa deux, l'article 6.1.1.5, l'article 6.1.1.6, § 2, l'article 6.1.2.1, § 1er, les articles 6.1.2.2 à 6.1.2.4 inclus, l'article 6.1.3.1, alinéas premier et deux, les articles 6.1.3.2 à 6.1.4.1 inclus. ".
§ 2. Dans l'article 6.1.2.2 du VLAREMA, le texte suivant est inséré entre l'alinéa premier et l'alinéa deux :
" Si la demande d'un enregistrement en tant que transporteur de déchets a trait au transport de sous-produits animaux et de produits dérivés, la demande doit également comprendre les catégories des sous-produits animaux et des produits dérivés. ".
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 26. De volgende regelingen worden opgeheven :
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 en 23 december 2011 met uitzondering van artikel 10 tot en met 16, die opgeheven worden op een door de minister vast te stellen datum;
2° het ministerieel besluit van 20 maart 2007 houdende nadere bepalingen inzake de verzameling en de ophaling van overleden gezelschapsdieren bij dierenartsenpraktijken en dierenklinieken.
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 en 23 december 2011 met uitzondering van artikel 10 tot en met 16, die opgeheven worden op een door de minister vast te stellen datum;
2° het ministerieel besluit van 20 maart 2007 houdende nadere bepalingen inzake de verzameling en de ophaling van overleden gezelschapsdieren bij dierenartsenpraktijken en dierenklinieken.
Art. 26. Les règlements suivants sont abrogés :
1° l'arrêté du Gouvernement flamand relatif à la collecte et à la transformation des déchets animaux, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 13 février 2009 et 23 décembre 2011, à l'exception des articles 10 à 16 inclus, qui sont abrogés à une date à fixer par le Ministre;
2° l'arrêté ministériel du 20 mars 2007 définissant les modalités de la collecte et du ramassage de cadavres d'animaux de compagnie chez les cabinets vétérinaires et les cliniques vétérinaires.
1° l'arrêté du Gouvernement flamand relatif à la collecte et à la transformation des déchets animaux, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 13 février 2009 et 23 décembre 2011, à l'exception des articles 10 à 16 inclus, qui sont abrogés à une date à fixer par le Ministre;
2° l'arrêté ministériel du 20 mars 2007 définissant les modalités de la collecte et du ramassage de cadavres d'animaux de compagnie chez les cabinets vétérinaires et les cliniques vétérinaires.
Art. 27. Alle erkenningen als ophalers van dierlijk afval, verleend met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval, worden beschouwd als een registratie als inzamelaar, handelaar of makelaar van dierlijke bijproducten en afgeleide producten overeenkomstig artikel 6.1.3.1 van het VLAREMA. Ze blijven geldig voor de termijn waarvoor ze zijn verleend, en ze worden automatisch opgenomen in het register van geregistreerde inzamelaars, handelaars en makelaars.
Art. 27. Tous les agréments en tant que collecteurs de déchets animaux, octroyés par application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif au ramassage et à la transformation de déchets animaux, sont considérés comme des enregistrements en tant que collecteurs, négociants ou courtiers de sous-produits animaux et produits dérivés, conformément à l'article 6.1.3.1 du VLAREMA. Ils restent valides tout au cours de la période pour laquelle ils ont été accordés et sont automatiquement repris dans le registre des collecteurs, négociants et courtiers enregistrés.
Art. 28. Alle registraties als vervoerders van dierlijk afval, verleend met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval, worden beschouwd als een registratie als vervoerder van dierlijke bijproducten of afgeleide producten conform artikel 6.1.2.1, § 1, van het VLAREMA. Ze blijven geldig voor de termijn waarvoor ze zijn verleend, en ze worden automatisch opgenomen in het register van geregistreerde vervoerders.
Art. 28. Tous les agréments en tant que transporteurs de déchets animaux, octroyés par application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif au ramassage et à la transformation de déchets animaux, sont considérés comme des enregistrements en tant que transporteurs de sous-produits animaux et produits dérivés, conformément à l'article 6.1.2.1, § 1er du VLAREMA. Ils restent valides tout au cours de la période pour laquelle ils ont été accordés et sont automatiquement repris dans le registre des transporteurs enregistrés.
Art. 29. Dit besluit treedt in werking op de tiende dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 7 en 8, die in werking treden op een door de minister vast te stellen datum.
Art. 29. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception des articles 7 et 8, qui entrent en vigueur à une date à fixer par le Ministre.
Art. 30. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 30. La Ministre flamande ayant l'environnement et la politique des eaux dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.