Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 MEI 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 18 november 2011 tot regeling van het bewijs van taalkennis, vereist door de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-05-2013 en tekstbijwerking tot 16-05-2018)
Titre
3 MAI 2013. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution du décret du 18 novembre 2011 relatif à la preuve de la connaissance de la langue, requise par les lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-05-2013 et mise à jour au 16-05-2018)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op :
  1° de plaatselijke diensten in het Nederlandse taalgebied, behalve die genoemd in artikel 129, § 2, eerste streepje, van de Grondwet;
  2° de gewestelijke diensten waarvan de werkkring niet verder reikt dan het Nederlandse taalgebied.
Article 1er. Le présent arrêté s'applique :
  1° aux services locaux en région de langue néerlandaise, sauf ceux visés à l'article 129, § 2, premier tiret, de la Constitution;
  2° aux services régionaux dont l'environnement professionnel ne dépasse pas la région de langue néerlandaise.
Art.2. De voorwaarden waaraan de bewijzen van kennis van het Nederlands, vereist door de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, moeten voldoen, worden per niveau van aanwerving gedefinieerd aan de hand van de niveaus van taalkennis, vastgelegd in het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. Die niveaus van taalkennis kunnen afzonderlijk bepaald worden voor elk van de vier vaardigheden lezen, luisteren, spreken en schrijven.
Art.2. Les conditions que doivent remplir les preuves de la connaissance du néerlandais, requises par les lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, sont définies par niveau de recrutement, à l'aide des niveaux de connaissance linguistique, fixés par le Cadre européen commun de référence pour les Langues. Ces niveaux de connaissance linguistique peuvent être fixés séparément pour chacune des quatre aptitudes : lire, écouter, parler et écrire.
Art.3. § 1. Voor het aanwervingsniveau A (masterdiploma of gelijkgesteld) is de kennis van het Nederlands op niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen vereist.
  § 2. Voor het aanwervingsniveau B (bachelordiploma of gelijkgesteld) is de kennis van het Nederlands op niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen vereist voor de vaardigheden lezen en luisteren en de kennis op minstens niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen voor de vaardigheden spreken en schrijven.
  § 3. Voor het aanwervingsniveau C (secundair onderwijs of gelijkgesteld) is de kennis van het Nederlands op minstens niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen vereist.
  In afwijking van het eerste lid is voor de technische en de verzorgende functies in het aanwervingsniveau C de kennis van het Nederlands op minstens niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen vereist.
  § 4. Voor de aanwervingsniveaus D en E (geen diplomavereiste) is de kennis van het Nederlands op minstens niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen vereist.
  In afwijking van het eerste lid is voor de administratieve en verzorgende functies in het aanwervingsniveau D de kennis van het Nederlands op minstens niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen vereist.
Art.3. § 1er. Le niveau de recrutement A (diplôme de master ou assimilé) requiert la connaissance du néerlandais au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les Langues.
  § 2. Le niveau de recrutement B (diplôme de bachelor ou assimilé) requiert la connaissance du néerlandais au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour les Langues pour ce qui est des aptitudes lire et écouter et la connaissance au niveau B2 au moins du Cadre européen commun de référence pour les Langues pour ce qui est des aptitudes parler et écrire.
  § 3. Le niveau de recrutement C (diplôme d'enseignement secondaire ou assimilé) requiert la connaissance du néerlandais au niveau B2 au moins du Cadre européen commun de référence pour les Langues.
  Par dérogation à l'alinéa premier, les fonctions techniques et soignantes au niveau de recrutement C requièrent la connaissance du néerlandais au niveau B1 au moins du Cadre européen commun de référence pour les Langues.
  § 4. Les niveaux de recrutement D et E (pas d'exigence relative au diplôme) requièrent la connaissance du néerlandais au niveau A2 au moins du Cadre européen commun de référence pour les Langues.
  Par dérogation à l'alinéa premier, les fonctions administratives et soignantes au niveau de recrutement D requièrent la connaissance du néerlandais au niveau B1 au moins du Cadre européen commun de référence pour les Langues.
Art.4. Het bewijs van kennis van het Nederlands wordt vereist bij benoeming of bevordering, zowel in statutair als in contractueel verband, als de kennis niet bewezen wordt aan de hand van de vereiste diploma's en studiegetuigschriften, vermeld in artikel 15, § 1, derde lid, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.
  Het slagen voor de selectie bij bevordering wordt beschouwd als afdoende bewijs van de beheersing van het Nederlands op het nieuwe niveau.
Art.4. La preuve de la connaissance du néerlandais est requise lors d'une nomination ou promotion, tant sous les liens d'un statut ou d'un contrat, si la connaissance n'est pas prouvée au moyen des diplômes et titres requis visés à l'article 15, § 1er, alinéa trois, des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966.
  La réussite pour la sélection en cas de promotion est considérée comme preuve convaincante de la maîtrise du néerlandais au nouveau niveau.
Art.5. Bewijzen van kennis van het Nederlands, uitgereikt door instellingen waarin het Nederlands de onderwijstaal is, die wettelijk of decretaal erkend zijn in het vereiste niveau van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen, zijn geldig als bewijs van taalkennis.
Art.5. Les preuves de la connaissance du néerlandais délivrées par des établissements où le néerlandais est la langue d'enseignement, étant légalement ou décrétalement agréées au niveau requis du Cadre européen commun de référence pour les Langues, sont valables comme preuve de la connaissance de la langue.
Art.6. Bewijzen van kennis van het Nederlands in het vereiste niveau van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen, afgeleverd door het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal van de Nederlandse Taalunie, zijn geldig als bewijs van taalkennis.
Art.6. Les preuves de la connaissance du néerlandais au niveau requis du Cadre européen commun de référence pour les Langues délivrées par le " Certificaat Nederlands als Vreemde Taal " de la " Nederlandse Taalunie " sont valables comme preuve de la connaissance de la langue.
Art.7. [1 De bewijzen van kennis van het Nederlands in het vereiste niveau van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen die worden uitgereikt door het Agentschap Integratie en Inburgering, het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Antwerpen vzw, het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Gent vzw en het Huis van het Nederlands Brussel vzw, zijn geldig als bewijs van taalkennis.
   In het eerste lid wordt verstaan onder het Agentschap Integratie en Inburgering: "het Agentschap Integratie en Inburgering, vermeld in artikel 17, § 2, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.]1

  
Art.7. [1 Les preuves de connaissance du néerlandais au niveau requis du Cadre européen commun de Référence pour les Langues, délivrées par l' " Agentschap Integratie en Inburgering ", l'agence autonomisée externe communale " Integratie en Inburgering Antwerpen vzw ", l'agence autonomisée externe communale " Integratie en Inburgering Gent vzw " et la " Huis van het Nederlands Brussel vzw ", sont valables comme preuve de connaissance linguistique.
   Dans l'alinéa 1er, on entend par " Agentschap Integratie en Inburgering " : l' " Agentschap Integratie en Inburgering " (Agence de l'Intégration et de l'Insertion civique), visée à l'article 17, § 2, 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande. ]1

  
Art.8. Kandidaten voor betrekkingen op de niveaus E en D, waarvoor geen diploma vereist is, worden geacht te voldoen aan de vereiste van kennis van het Nederlands als ze het bewijs kunnen leveren dat ze acht jaar als regelmatige leerling onderwijs hebben gevolgd in het Nederlandstalige lager en secundair onderwijs. Dat bewijs wordt geleverd aan de hand van attesten die de schoolbesturen in kwestie hebben uitgereikt.
Art.8. Les candidats pour des emplois aux niveaux E et D, pour lesquels un diplôme n'est pas requis, sont censés remplir l'exigence de connaissance du néerlandais, lorsqu'ils peuvent livrer la preuve d'avoir suivi, pendant huit années, comme élève régulier, l'enseignement primaire ou secondaire en langue néerlandaise. Cette preuve est livrée au moyen de certificats délivrés par les autorités scolaires en question.
Art.9. De bewijzen van kennis van het Nederlands die het selectiebureau van de federale overheid Selor uitreikt op basis van artikel 7 van het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966, worden per aanwervingsniveau gelijkgesteld met de vereisten van de bewijzen van kennis van het Nederlands op basis van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen in artikel 2.
Art.9. Les preuves de la connaissance du néerlandais délivrées par le bureau de sélection de l'autorité fédérale Selor sur la base de l'article 7 de l'arrêté royal du 8 mars 2001 fixant les conditions de délivrance des certificats de connaissances linguistiques prévus à l'article 53 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative coordonnées le 18 juillet 1966, sont assimilées, par niveau de recrutement, aux exigences de connaissance du néerlandais sur la base du Cadre européen commun de référence pour les Langues telles que visées à l'article 2.
Art.10. Kandidaat-personeelsleden die hun kennis van het Nederlands in het vereiste niveau van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen niet kunnen bewijzen op een van de manieren opgenoemd in artikel 4, 5, 6, 7, 8 en 9, kunnen de vereiste kennis bewijzen in een test, afgenomen door een instantie die de Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, aanduidt.
Art.10. Les candidats membres du personnel n'étant pas en mesure de prouver leur connaissance du néerlandais au niveau requis du Cadre européen commun de référence pour les Langues d'une des manières citées aux articles 4, 5, 6, 7, 8 et 9, peuvent livrer la preuve de connaissance requise au moyen d'un test organisé par une instance désignée par le Ministre flamand chargé des affaires intérieures.
Art.11. Na afloop van een termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit zal de Vlaamse Regering de in dit besluit uitgewerkte regeling evalueren en, indien nodig, aanpassen.
Art.11. A l'expiration d'un délai de deux années après l'entrée en vigueur du présent décret, le Gouvernement flamand évaluera le règlement élaboré dans le présent arrêté et le corrigera si nécessaire.
Art.12. De volgende regelgevende teksten treden in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van tien dagen, die ingaat de dag na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad :
  1° het decreet van 18 november 2011 tot regeling van het bewijs van taalkennis, vereist door de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;
  2° dit besluit.
Art.12. Les textes réglementaires suivants entrent en vigueur le premier jour du mois suivant l'expiration d'un délai de dix jours, qui prend cours le jour après la publication du présent arrêté au Moniteur belge :
  1° le décret du 18 novembre 2011 relatif à la preuve de la connaissance de la langue, requise par les lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966;
  2° le présent arrêté.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le Ministre flamand ayant les affaires intérieures dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.