Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 MAART 2013. - Decreet houdende diverse bepalingen inzake landbouw, leefmilieu en natuur en ruimtelijke ordening
Titre
1 MARS 2013. - Décret portant diverses mesures en matière d'agriculture, d'environnement et de nature et d'aménagement du territoire
Documentinformatie
Numac: 2013035339
Datum: 2013-03-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013035339
Date: 2013-03-01
Moniteur: Voir
Tekst (85)
Texte (85)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Veldwetboek
CHAPITRE 2. - Code rural
Art. 2. In artikel 67, tweede lid, van het Veldwetboek wordt de zinsnede " De boswachters van de Staat, de gemeenten en de openbare instellingen " vervangen door de zinsnede " De door de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos aangewezen personeelsleden ".
Art. 2. Dans l'article 67, deuxième alinéa, du Code rural, le membre de phrase " Les gardes forestiers de l'Etat, des communes et des établissements publics " est remplacé par le membre de phrase " Les membres du personnel de l'Agentschap voor Natuur en Bos désignés par le fonctionnaire dirigeant ".
Art. 3. In artikel 69, eerste lid, van het Veldwetboek, gewijzigd bij de wetten van 11 februari 1986 en 7 december 1998, wordt de zinsnede " de boswachters van de Staat, de gemeenten en de openbare instellingen " vervangen door de zinsnede " de door de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos aangewezen personeelsleden ".
Art. 3. Dans l'article 69, premier alinéa, du Code rural, modifié par les lois des 11 février 1986 et 7 décembre 1998, le membre de phrase " les gardes forestiers de l'Etat, des communes et des établissements publics " est remplacé par le membre de phrase " les membres du personnel de l'Agentschap voor Natuur en Bos désignés par le fonctionnaire dirigeant ".
HOOFDSTUK 3. - Wet op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet
CHAPITRE 3. - Loi relative au remembrement légal de biens ruraux
Art. 4. In artikel 62 van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 1978 en gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2002, wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  " Ruilverkaveling kan gepaard gaan met aanleg en verbetering van wegen, met waterbeheersingswerken, met grondverbeteringswerken, met werken voor nutsvoorzieningen, met werken van landschapszorg en met andere maatregelen tot landinrichting. ".
Art. 4. Dans l'article 62 de la loi du 22 juillet 1970 relative au remembrement légal de biens ruraux, inséré par la loi du 11 août 1978 et modifié par le décret du 19 juillet 2002, le troisième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Le remembrement peut être accompagné de l'aménagement et de l'amélioration de chemins, de travaux de maîtrise des eaux, de travaux d'amélioration foncière, de travaux d'équipements d'utilité publique, ainsi que de travaux d'aménagement des sites et d'autres mesures d'aménagement rural. ".
HOOFDSTUK 4. - Wet op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging
CHAPITRE 4. - Loi sur la protection des eaux de surface contre la pollution.
Art. 5. Aan artikel 32septies, § 3, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1993 en vervangen bij het decreet van 24 december 2004, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Ter uitvoering van de opdracht, vermeld in het eerste lid, hebben de personeelsleden van de ecologische toezichthouder toegang met het noodzakelijke materiaal en materieel tot alle rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en hemelwater(afvoer)installaties als vermeld in paragraaf 2, ongeacht het feit of ze gelegen zijn op gronden van derden of niet, om er metingen te verrichten, stalen te nemen en andere nuttige vaststellingen te doen. De betrokken personeelsleden moeten beschikken over een legitimatiebewijs, getekend door het hoofd van het agentschap de Vlaamse Milieumaatschappij. Zij hebben bij de uitvoering van die taak recht op bijstand van de politie. ".
Art. 5. Dans l'article 32septies, § 3, de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, inséré par le décret du 22 décembre 1993 et remplacé par le décret du 24 décembre 2004, il est inséré un deuxième alinéa, ainsi rédigé :
  " En vue de l'exécution de la mission, telle que visée au premier alinéa, les membres du personnel du contrôleur écologique ont accès, avec les matériaux et matériels nécessaires, à l'infrastructure d'épuration des eaux d'égout et aux installations (d'évacuation) des eaux pluviales, telles que visées au paragraphe 2, si elles sont situées sur des terrains de tiers ou non, afin d'effectuer des mesures, de prendre des échantillons et de faire des constatations utiles. Les membres du personnel concernés doivent disposer d'une carte de légitimation, signée par le chef de l'Agence Vlaamse Milieumaatschappij. Pendant l'exécution de cette tâche, ils ont droit à l'assistance de la police. ".
Art. 6. In artikel 32octies, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 20 december 1989, vervangen bij het decreet van 12 december 1990 en gewijzigd bij het decreet van 24 december 2004, wordt voor het eerste lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Met het oog op de opmaak van het door de Vlaamse Regering goed te keuren investeringsprogramma en de opvolging van de uitvoering ervan, hebben de personeelsleden van de ecologische toezichthouder toegang met het noodzakelijke materiaal en materieel tot alle rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en hemelwater(afvoer)installaties, ongeacht het feit of ze gelegen zijn op gronden van derden of niet, om er metingen te verrichten, stalen te nemen en andere nuttige vaststellingen te doen. De betrokken personeelsleden moeten beschikken over een legitimatiebewijs, getekend door het hoofd van het agentschap de Vlaamse Milieumaatschappij. Zij hebben bij de uitvoering van die taak recht op bijstand van de politie. ".
Art. 6. Dans l'article 32octies, § 1er, de la même loi, inséré par le décret du 20 décembre 1989, remplacé par le décret du 12 décembre 1990 et modifié par le décret du 24 décembre 2004, il est inséré avant le premier alinéa un alinéa ainsi rédigé :
  " En vue de l'établissement d'un programme d'investissement à adopter par le Gouvernement flamand et du suivi de son exécution, les membres du personnel du contrôleur écologique ont accès, avec les matériaux et matériels nécessaires, à l'infrastructure d'épuration des eaux d'égout et aux installations (d'évacuation) des eaux pluviales, si elles sont situées sur des terrains de tiers ou non, afin d'effectuer des mesures, de prendre des échantillons et de faire des constatations utiles. Les membres du personnel concernés doivent être munis d'une carte de légitimation, signée par le chef de l'Agence Vlaamse Milieumaatschappij. Pendant l'exécution de cette tâche, ils ont droit à l'assistance de la police. ".
Art. 7. Aan artikel 32duodecies, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1995 en gewijzigd bij het decreet van 21 december 2001, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Met het oog op de opmaak van het door de Vlaamse Regering vast te stellen subsidiëringsprogramma en de opvolging van de uitvoering ervan, hebben de personeelsleden van de ecologische toezichthouder toegang met het noodzakelijke materiaal en materieel tot alle rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en hemelwater(afvoer)installaties, ongeacht het feit of ze gelegen zijn op gronden van derden of niet, om er metingen te verrichten, stalen te nemen en andere nuttige vaststellingen te doen. De betrokken personeelsleden moeten beschikken over een legitimatiebewijs, getekend door het hoofd van het agentschap de Vlaamse Milieumaatschappij. Zij hebben bij de uitvoering van die taak recht op bijstand van de politie. ".
Art. 7. A l'article 32duodecies, § 2, du même décret, inséré par le décret du 22 décembre 1995 et modifié par le décret du 21 décembre 2001, il est ajouté un troisième alinéa ainsi rédigé :
  " En vue de l'établissement d'un programme de subventionnement à établir par le Gouvernement flamand et du suivi de son exécution, les membres du personnel du contrôleur écologique ont accès, avec les matériaux et matériels nécessaires, à l'infrastructure d'épuration des eaux d'égout et aux installations (d'évacuation) des eaux pluviales, si elles sont situées sur des terrains de tiers ou non, afin d'effectuer des mesures, de prendre des échantillons et de faire des constatations utiles. Les membres du personnel concernés doivent être munis d'une carte de légitimation, signée par le chef de l'Agence Vlaamse Milieumaatschappij. Pendant l'exécution de cette tâche, ils ont droit à l'assistance de la police. ".
Art. 8. Aan artikel 32duodecies van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1995 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 2001, 24 december 2004, 23 december 2010 en 20 april 2012, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. De personeelsleden van de ecologische toezichthouder hebben met het noodzakelijke materiaal en materieel toegang tot alle rioolwaterzuiveringsinstallaties, rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en hemelwater(afvoer)installaties, beheerd door een gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit, gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, ongeacht het feit of ze gelegen zijn op gronden van derden of niet, om er metingen te verrichten, stalen te nemen en andere nuttige vaststellingen te doen, zodat ze de uitvoering van de aanleg en de verbetering van de installaties in kwestie kunnen opvolgen. De betrokken personeelsleden moeten beschikken over een legitimatiebewijs, getekend door het hoofd van het agentschap de Vlaamse Milieumaatschappij. Zij hebben bij de uitvoering van die taak recht op bijstand van de politie. ".
Art. 8. A l'article 32duodecies de la même loi, inséré par le décret du 22 décembre 1995 et modifié par les décrets des 21 décembre 2001, 24 décembre 2004, 23 décembre 2010 et 20 avril 2012, il est ajouté un paragraphe 5, ainsi rédigé :
  " § 5. Les membres du personnel du contrôleur écologique ont accès, avec les matériaux et matériels nécessaires, aux installations d'épuration des eaux des égouts, à l'infrastructure d'épuration des eaux d'égout et aux installations (d'évacuation) des eaux pluviales, gérées par une commune, une régie communale, une intercommunale ou une structure de coopération intercommunale, par un exploitant d'un réseau public de distribution d'eau ou par une entité désignée par la commune suite à une enquête du marché, par des communes, des régies communales, des intercommunales ou des structures de coopération intercommunales ou par la Société flamande de Distribution d'Eau, qu'elles sont situées ou non sur des terrains de tiers, afin d'effectuer des mesures, de prendre des échantillons et de faire des constatations utiles, de manière à pouvoir suivre l'exécution de l'aménagement et de l'amélioration des installations en question. Les membres du personnel concernés doivent être munis d'une carte de légitimation, signée par le chef de l'Agence Vlaamse Milieumaatschappij. Pendant l'exécution de cette tâche, ils ont droit à l'assistance de la police. ".
HOOFDSTUK 5. - Wet houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken
CHAPITRE 5. - Loi portant des mesures particulières en matière de remembrement légal de biens ruraux lors de l'exécution de grands travaux d'infrastructure
Art. 9. In artikel 2 van de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  " De gebruiksruil kan gepaard gaan met de aanleg en verbetering van wegen, met waterbeheersingswerken, met grondverbeteringswerken, met werken voor nutsvoorzieningen, met werken van landschapszorg en met andere maatregelen tot landinrichting. ".
Art. 9. Dans l'article 2 de la loi du 12 juillet 1976 portant des mesures particulières en matière de remembrement légal de biens ruraux lors de l'exécution de grands travaux d'infrastructure, le troisième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " L'échange d'exploitation peut être accompagnée de l'aménagement et de l'amélioration de chemins, de travaux de maîtrise des eaux, de travaux d'amélioration foncière, de travaux d'équipements d'utilité publique, ainsi que de travaux d'aménagement des sites et d'autres mesures d'aménagement rural. ".
Art. 10. In artikel 58 van dezelfde wet worden in het tweede lid tussen de woorden " artikel 29, tweede lid, " en de woorden " bedoelde werken " de woorden " en artikel 2, derde lid, " ingevoegd.
Art. 10. Dans l'article 58 de la même loi, sont ajoutés dans le deuxième alinéa après les mots " à l'article 29, alinéa 2 " les mots " et à l'article 2, alinéa 3, ".
Art. 11. In artikel 76, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 21 december 1988, worden tussen de woorden " agrarische structuur " en de woorden " , kan de Vlaamse Landmaatschappij " de zinsnede " en van de landinrichting, vermeld in artikel 2, derde lid " ingevoegd.
Art. 11. Dans l'article 76, premier alinéa, de la même loi, modifié par le décret du 21 décembre 1988, est inséré entre les mots " des structures agraires, " et les mots " la Société flamande terrienne " le membre de phrase " et de la rénovation rurale, visée à l'article 2, troisième alinéa ".
HOOFDSTUK 6. - Decreet houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer
CHAPITRE 6. - Décret portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines.
Art. 12. In artikel 9, 3°, van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, ingevoegd bij het decreet van 20 december 1996 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  " De erkenning, vermeld in het eerste lid, wordt geregeld via de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning. ".
Art. 12. A l'article 9, 3° du décret du 24 janvier 1984 portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines, inséré par le décret du 20 décembre 1996, le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " L'agrément, visé au premier alinéa, est réglé par les dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique. ".
Art. 13. Artikel 12 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, opgeheven door het decreet van 21 december 2007, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Art. 12. Het nemen van monsters en hun ontleding wordt verricht door een laboratorium dat daartoe in het Vlaamse Gewest is erkend met toepassing van de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning.
  De Vlaamse Regering bepaalt, onder vrijwaring van de rechten van de verdediging, de wijze waarop de monsters worden genomen. Ze kan eveneens de ontledingsmethodes vaststellen. ".
Art. 13. L'article 12 du décret du 24 janvier 1984 portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines, abrogé par le décret du 21 décembre 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 12. Le prélèvement et l'analyse d'échantillons sont effectués par un laboratoire agréé à cette fin en Région flamande par application des dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique.
  Le Gouvernement flamand fixe, en veillant à la préservation des droits de la défense, les modalités selon lesquelles sont opérés les prélèvements. Il peut également fixer les méthodes d'analyse. "
Art. 14. In het decreet van 27 maart 2009 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wat betreft de aanvulling met een regeling inzake erkenningen, en houdende wijziging van diverse andere wetten en decreten, wordt afdeling III van hoofdstuk III, dat bestaat uit artikel 9, opgeheven.
Art. 14. Dans le décret du 27 mars 2009 modifiant le décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique, en ce qui concerne le complément avec des règles relatives aux agréments et modifiant divers autres lois et décrets, la section III du chapitre III comprenant l'article 9 est abrogé.
HOOFDSTUK 7. - Decreet betreffende de milieuvergunning
CHAPITRE 7. - Décret relatif à l'autorisation écologique
Art. 15. Aan artikel 9, § 5bis, tweede lid, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, ingevoegd bij het decreet van 23 maart 2012, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " De beslissing van de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage, vermeld in artikel 4.3.3, § 6, van hetzelfde decreet, betreft een bindende beslissing voor de overheid, vermeld in het eerste lid. ".
Art. 15. A l'article 9, § 5bis, deuxième alinéa, du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique, inséré par le décret du 23 mars 2012, il est ajouté la phrase suivante :
  " La décision de la division compétente pour l'évaluation des incidences sur l'environnement, visée à l'article 4.3.3., § 6, du même décret, est une décision contraignante pour l'autorité, visée au premier alinéa. ".
Art. 16. Aan artikel 11, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Een informatievergadering is niet vereist als door de overheid bij wie de aanvraag is ingediend of de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage, beslist wordt dat er geen milieueffectrapport vereist is. ".
Art. 16. A l'article 11, § 2, deuxième alinéa, du même décret, la phrase suivante est ajoutée :
  " Une réunion d'information n'est pas requise s'il est décidé par l'autorité auprès de laquelle la demande est déposée ou par la division compétente pour l'évaluation des incidences sur l'environnement qu'aucun rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement n'est requis. ".
Art. 17. Aan artikel 18, § 3, vierde lid, van hetzelfde decreet, worden de volgende zinnen toegevoegd :
  " Op gemotiveerd verzoek van de exploitant kan deze termijn van zes maanden door de bevoegde overheid maximaal tweemaal verlengd worden met telkens drie maanden. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen in verband met de modaliteiten van dit verzoek. ".
Art. 17. A l'article 18, § 3, quatrième alinéa, du même décret, les phrases suivantes sont ajoutées :
  " Sur la demande motivée de l'exploitant, ce délai de six mois peut être prolongé deux fois au maximum, chaque fois d'une période de trois mois. Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités de cette demande. ".
HOOFDSTUK 8. - Decreet houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij
CHAPITRE 8. - Décret portant création d'une Société flamande terrienne
Art. 18. In artikel 17, § 1, tweede lid, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
  " 5° hij maakt het ontwerp van de begroting en het ontwerp van de aanpassing van de begroting op, alsook de verantwoordende ramingstaten en de memorie van toelichting, hij stelt de algemene rekening van het agentschap vast en oefent de bevoegdheden uit die hem worden toegekend door het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof; ".
Art. 18. A l'article 17, § 1er, alinéa deux, du décret du 21 décembre 1988 portant création d'une Société flamande terrienne, inséré par le décret du 7 mai 2004 et modifié par le décret du 23 décembre 2010, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° il établit le projet de budget et le projet d'ajustement du budget, ainsi que les états estimatifs justificatifs et les exposés des motifs, il établit le compte général de l'Agence et exerce les compétences qui lui sont dévolues par le décret du 8 juillet 2011 réglant le budget, la comptabilité, l'attribution de subventions et le contrôle de leur utilisation, et le contrôle par la Cour des Comptes; ".
Art. 19. In artikel 18, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 7 mei 2004 en 21 april 2006, wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  " De leden van de raad van bestuur worden aangesteld door de Vlaamse Regering voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar als vermeld in artikel 18, § 1, eerste lid, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 1 juli 2003. In geval van een algehele vernieuwing van de raad van bestuur vangt die termijn aan op de dag van de vergadering van de raad van bestuur na de algemene vergadering van aandeelhouders van het agentschap die volgt op de termijn, vermeld in artikel 18, § 1, eerste lid, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 1 juli 2003. ".
Art. 19. Dans l'article 18, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 7 mai 2004 et 21 avril 2006, le troisième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Les membres du conseil d'administration sont désignés par le Gouvernement flamand pour un délai renouvelable de cinq ans, visé à l'article 18, § 1er, alinéa 1er, du décret cadre sur la Politique administrative du 18 juillet 2003. Dans le cas d'un renouvellement général du conseil d'administration, ce délai prend cours à la date de la réunion du conseil d'administration qui suit l'assemblée générale des actionnaires de l'Agence qui suit le délai mentionné à l'article 18, § 1er, alinéa 1er du décret cadre sur la Politique administrative du 18 juillet 2003. ".
Art. 20. In artikel 18quater, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004, worden in punt 6° tussen de woorden " in contanten " en de woorden " . De raad van bestuur " de woorden " of schenkingen en legaten van goederen of rechten " ingevoegd.
Art. 20. Dans l'article 18quater, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 7 mai 2004, sont insérés dans le point 6° entre les mots " en argent comptant " et les mots " . Le conseil d'administration " les mots " ou des dons et des legs de biens ou de droits ".
HOOFDSTUK 9. - Het Bosdecreet
CHAPITRE 9. - Le Décret forestier
Art. 21. In artikel 45, § 2, van het Bosdecreet van 13 juni 1990, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij het decreet van 7 december 2007, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt het woord " natuurvereniging " vervangen door de woorden " natuurvereniging of een bosgroep, door middel van een overeenkomst. De eigenaar zendt onverwijld een afschrift van de overeenkomst naar het Agentschap ";
  2° in het tweede lid wordt de laatste zin " Wanneer binnen een periode van drie jaar na het afsluiten van de overeenkomst het bos niet als bosreservaat of als natuurreservaat wordt erkend, vervalt de overeenkomst tussen de openbare eigenaar en de natuurvereniging en wordt het beheer van de betrokken bossen opnieuw gevoerd overeenkomstig § 1 van dit artikel. " vervangen door de zin " Wanneer binnen een periode van drie jaar na het sluiten van de overeenkomst geen aanvraag is ingediend om het bos te erkennen als bosreservaat of als natuurreservaat, vervalt de overeenkomst tussen de openbare eigenaar en de natuurvereniging en wordt het beheer van de bossen opnieuw gevoerd overeenkomstig paragraaf 1 van dit artikel. ".
Art. 21. A l'article 45, § 2, du Décret forestier du 13 juin 1990, remplacé par le décret du 18 mai 1999 et modifié par le décret du 7 décembre 2007, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le premier alinéa, les mots " à une association de défense de la nature " sont remplacés par les mots " à une association de défense de la nature ou un groupe forestier ", par la voie d'une convention. Le propriétaire transmet sans tarder une copie de la convention à l'Agence ";
  2° dans le deuxième alinéa, la dernière phrase " Lorsque dans une période de trois ans suivant la conclusion de la convention, le bois n'est pas agréé en tant que réserve forestière ou réserve naturelle, la convention entre le propriétaire public et l'association de défense de la nature s'éteint et la gestion des bois concernés s'exerce à nouveau conformément au § 1er du présent article. " est remplacée par la phrase " Lorsque dans une période de trois ans suivant la conclusion de la convention, aucune demande n'est déposée pour agréer le bois en tant que réserve forestière ou réserve naturelle, la convention entre le propriétaire public et l'association de défense de la nature s'éteint et la gestion des bois s'exerce à nouveau conformément au § 1er du présent article. ".
Art. 22. In artikel 50 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 7 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
  " Beroep tegen de beslissing van het Agentschap kan worden ingesteld overeenkomstig artikel 43. ";
  2° er wordt een vierde lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " De Vlaamse Regering kan de kappingen bepalen die door hun geringe impact vrijgesteld worden van machtiging. ".
Art. 22. A l'article 50 du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999 et 7 décembre 2007, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Un recours contre la décision de l'Agence peut être ouvert conformément à l'article 43. ";
  2° il est inséré un quatrième alinéa ainsi rédigé :
  " Le Gouvernement flamand peut déterminer les coupes qui, de par leur faible incidence, sont exemptées d'autorisation. ".
Art. 23. In artikel 81 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 7 december 2007, 30 april 2009 en 20 april 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° er wordt een zesde lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Beroep tegen de beslissing van het Agentschap vermeld in het vorige lid kan worden ingesteld overeenkomstig artikel 43. ";
  2° er wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De Vlaamse Regering kan de kappingen bepalen die door hun geringe impact vrijgesteld worden van machtiging. ".
Art. 23. A l'article 81 du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999, 7 décembre 2007, 30 avril 2009 et 20 avril 2012, sont apportées les modifications suivantes :
  1° il est inséré un sixième alinéa ainsi rédigé :
  " Un recours contre la décision de l'Agence, visé à l'alinéa précédent, peut être ouvert conformément à l'article 43. ";
  2° il est ajouté un septième alinéa, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut déterminer les coupes qui, de par leur faible incidence, sont exemptées d'autorisation. ".
Art. 24. In artikel 97, § 2, 9, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 mei 1999, worden de woorden " , met uitzondering van vee in bestaande graasweiden met aanplantingen van bomen op grote plantafstand " opgeheven.
Art. 24. Dans l'article 97, § 2, 9, du même décret, inséré par le décret du 15 mai 1999, les mots " , à l'exception du bétail sur des pâtures existantes plantées d'arbres à grand espacement de plantation " sont abrogés.
HOOFDSTUK 10. - Decreet tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning
CHAPITRE 10. - Décret portant création d'un Fonds gravier et réglant l'exploitation de gravier
Art. 25. In artikel 7, § 1, eerste lid, van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning worden de woorden " voor een termijn van zes jaar " opgeheven.
Art. 25. A l'article 7, § 1er, premier alinéa, du décret du 14 juillet 1993 portant création d'un Fonds gravier et réglant l'exploitation de gravier, les mots " pour une période de six ans " sont supprimés.
Art. 26. Aan artikel 9 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 7 december 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Met ingang van 1 januari 2013 oefent het grindcomité bovendien alle taken van het onderzoekscomité uit en treedt het in alle rechten en plichten ervan. ".
Art. 26. A l'article 9 du même décret, modifié par le décret du 7 décembre 2007, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " A compter du 1er janvier 2013, le Comité gravier exerce en outre toutes les tâches du comité de recherche et reprend tous les droits et obligations de celui-ci. ".
Art. 27. Aan artikel 12 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 6 juli 2001 en 7 december 2007, wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Met ingang van 1 januari 2013 wordt het onderzoekscomité ontbonden. Vanaf die datum treedt het grindcomité op als rechtsopvolger van het onderzoekscomité en neemt het alle taken, rechten en plichten ervan over. ".
Art. 27. A l'article 12 du même décret, modifié par les décrets des 6 juillet 2001 et 7 décembre 2007, il est ajouté un sixième alinéa, rédigé comme suit :
  " A partir du 1er janvier 2013, le comité de recherche est dissous. A partir de cette date, le Comité gravier agit comme ayant cause du comité de recherche et reprend toutes les tâches ainsi que tous les droits et obligations de celui-ci. ".
HOOFDSTUK 11. - Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 11. - Décret contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 28. In artikel 4.1.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002 en gewijzigd bij de decreten van 27 april 2007, 12 december 2010 en 23 december 2010, wordt punt 10° /1 vervangen door wat volgt :
  " 10° /1 veiligheidsnota : een openbaar document waarin aangetoond wordt dat de verandering van een vergunde inrichting geen bijkomend aanzienlijk risico van zware ongevallen voor mens en milieu meebrengt ten opzichte van de bestaande toestand zoals die beschreven is in een voor die inrichting goedgekeurd omgevingsveiligheidsrapport, en waarbij met betrekking tot die verandering wordt aangetoond welke maatregelen getroffen werden of getroffen kunnen worden om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen ervan voor mens en milieu te beperken; ".
Art. 28. A l'article 4.1.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 18 décembre 2002 et modifié par les décrets des 27 avril 2007, 12 décembre 2010 et 23 décembre 2010, le point 10° /1 est remplacé par la disposition suivante :
  " 10° /1 note de sécurité : un document public dans lequel il est démontré que la modification d'un établissement autorisé ne comporte aucun risque supplémentaire d'accidents majeurs pour l'homme et l'environnement par rapport à la situation existante telle que décrite dans un rapport de sécurité environnementale approuvé pour cet établissement, et dans lequel, il est démontré par rapport à cette modification quelles mesures ont été prises ou pourront être prises pour prévenir des accidents graves et en limiter les conséquences pour l'homme et l'environnement; ".
Art. 29. In artikel 4.2.3, § 2, 1°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002 en vervangen bij het decreet van 27 april 2007, worden de woorden " bijlagen I en II " vervangen door de woorden " bijlagen I, II en III ".
Art. 29. A l'article 4.2.3, § 2, 1°, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 18 décembre 2002 et remplacé par le décret du 27 avril 2007, les mots " annexes I et II " sont remplacés par les mots " annexes Ire, II et III ".
Art. 30. In artikel 4.3.3, § 3, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002, worden de woorden " waarin het project past " vervangen door de woorden " waarin een project met vergelijkbare effecten beoordeeld werd ".
Art. 30. A l'article 4.3.3, § 3, 1°, du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2002, les mots " dans lequel le projet s'inscrit " sont remplacés par les mots " dans lequel un projet avec des effets similaires a été évalué ".
Art. 31. In artikel 4.5.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 3 wordt het woord " opgesteld " vervangen door het woord " goedgekeurd ";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
  " 3° een veiligheidsnota waarin ten minste wordt aangetoond dat :
  a) de geplande veranderingen geen bijkomend aanzienlijk risico van zware ongevallen voor de mens en voor het leefmilieu meebrengt ten opzichte van de bestaande toestand, en een nieuw omgevingsveiligheidsrapport daarover redelijkerwijs geen nieuwe of extra gegevens kan bevatten;
  b) wat de geplande veranderingen betreft, de nodige veiligheidsmaatregelen getroffen werden of getroffen kunnen worden om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen van mogelijk zware ongevallen voor de mens of voor het leefmilieu op voldoende geachte wijze te beperken, en een nieuw omgevingsveiligheidsrapport daarover redelijkerwijs geen nieuwe of extra gegevens kan bevatten. ";
  3° in paragraaf 4 wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " De initiatiefnemer moet voor de opmaak van de veiligheidsnota een beroep doen op een erkende deskundige. ";
  4° in paragraaf 6 worden de woorden " De definitieve beslissing van de administratie " vervangen door de woorden " In geval van een positieve beslissing wordt die beslissing ";
  5° in paragraaf 6 wordt het woord " worden " opgeheven.
Art. 31. A l'article 4.5.1 du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2002 et modifié par le décret du 23 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 3, le mot " établi " est remplacé par le mot " approuvé ";
  2° au paragraphe 4, premier alinéa, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° une note de sécurité dans laquelle il est au moins démontré que :
  a) les modifications envisagées ne comportent aucun risque supplémentaire d'accidents majeurs pour l'homme et l'environnement par rapport à la situation existante et qu'un nouveau rapport de sécurité environnementale ne peut raisonnablement pas contenir de données nouvelles ou supplémentaires;
  b) pour ce qui est des modifications envisagées, les mesures de sécurité nécessaires ont été prises ou pourront être prises pour prévenir des accidents majeurs et en limiter les conséquences pour l'homme ou pour l'environnement de manière jugée suffisante et qu'un nouveau rapport de sécurité ne peut raisonnablement pas contenir de données nouvelles ou supplémentaires. ";
  3° dans le paragraphe 4, il est inséré entre les premier et deuxième alinéas, un alinéa rédigé comme suit :
  " L'initiateur doit faire appel à un expert agréé pour l'établissement de la note de sécurité. ";
  4° au paragraphe 6, les mots " La décision définitive de l'administration " sont remplacés par les mots " Dans le cas d'une décision positive, cette décision ";
  5° dans le paragraphe 6 du texte néerlandais, le mot " worden " est abrogé.
HOOFDSTUK 12. - Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
CHAPITRE 12. - Décret concernant la conservation de la nature et le milieu naturel
Art. 32. In artikel 13 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, gewijzigd bij de decreten van 19 juli 2002 en 7 december 2007, wordt een paragraaf 7 toegevoegd die luidt als volgt :
  " § 7. Met behoud van de toepassing van artikel 16 en artikel 36ter, § 3 tot en met § 6, kunnen samenhangende of periodiek terugkerende activiteiten die een wijziging zijn van de vegetatie of van kleine landschapselementen of van de vegetatie ervan, in één vergunning worden toegestaan voor zover de aard, de locatie en de omvang en de frequentie van elk van die vergunningsplichtige activiteiten duidelijk omschreven wordt.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de informatie die moet worden aangeleverd door de aanvrager van een vergunning met betrekking tot de termijn, de frequentie en de aard van de activiteiten. ".
Art. 32. A l'article 13 du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel, modifié par les décrets des 19 juillet 2002 et 7 décembre 2007, il est ajouté un paragraphe 7, rédigé comme suit :
  " § 7. Sans préjudice de l'application de l'article 16 et de l'article 36ter, §§ 3 à 6 inclusivement, des activités connexes ou périodiques qui représentent une modification de la végétation ou de petits éléments paysagers ou de la végétation de ceux-ci, peuvent être autorisées par une seule autorisation pour autant que la nature, le lieu et l'ampleur et la fréquence de chacune de ces activités soumises à autorisation soient clairement définis.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les modalités de communication des informations à fournir par le demandeur d'autorisation sur la durée, la fréquence et la nature des activités. ".
Art. 33. In artikel 17, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 mei 2006, wordt de zinsnede " vermeld in artikel 48, § 1, respectievelijk 44, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening " vervangen door de zinsnede " vermeld in artikel 2.2.13, § 1, respectievelijk 2.2.9, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ".
Art. 33. Dans l'article 17, § 3, deuxième alinéa, du même décret, remplacé par le décret du 19 mai 2006, le membre de phrase " visée à l'article 48, § 1er, respectivement 44, § 1er, du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire " est remplacé par le membre de phrase " visée à l'article 2.2.13, § 1er, respectivement 2.2.9, § 1er, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ".
Art. 34. In artikel 25, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 19 juli 2002, 30 april 2004 en 7 december 2007, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Met behoud van de toepassing van artikel 16, artikel 26bis en artikel 36ter, § 3 tot en met § 6, kunnen samenhangende of periodiek terugkerende ontheffingsplichtige activiteiten, in één ontheffing worden toegestaan voor zover de aard, de locatie en de omvang en de frequentie van elk van die ontheffingsplichtige activiteiten duidelijk omschreven wordt. ".
Art. 34. A l'article 25, § 3, du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999, 19 juillet 2002, 30 avril 2004 et 7 décembre 2007, il est inséré entre les premier et deuxième alinéas un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " Sans préjudice de l'application de l'article 16, de l'article 26bis et de l'article 36ter, §§ 3 à 6 inclusivement, des activités connexes ou périodiques soumises à exemption, peuvent être autorisées par une seule exemption pour autant que la nature, le lieu et l'ampleur et la fréquence de chacune de ces activités soumises à exemption soient clairement définis. ".
HOOFDSTUK 13. - Decreet betreffende het integraal waterbeleid
CHAPITRE 13. - Décret relatif à la politique intégrée de l'eau
Art. 35. Aan artikel 34, § 2, eerste lid, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Bij de toetsing en herziening van de stroomgebiedbeheerplannen wordt rekening gehouden met het vermoedelijke effect van de klimaatverandering, onder meer op het plaatsvinden van overstromingen. ".
Art. 35. L'article 34, § 2, premier alinéa, du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau est complété par la phrase suivante :
  " Lors de l'évaluation et de la révision des plans de gestion des bassins hydrographiques, il est tenu compte des effets présumés du changement climatique et de leur incidence, notamment sur les inondations. ".
Art. 36. Aan artikel 60, § 2, laatste lid, van hetzelfde decreet, worden de volgende zinnen toegevoegd :
  " Bij deze toetsing en bijstelling wordt rekening gehouden met het vermoedelijke effect van de klimaatverandering op het plaatsvinden van overstromingen. De voorlopige risicobeoordeling wordt ter beschikking van het publiek gesteld. ".
Art. 36. A l'article 60, § 2, dernier alinéa, du même décret, les phrases suivantes sont ajoutées :
  " Lors de l'évaluation et de l'adaptation, visées au § 2, il est tenu compte des effets présumés du changement climatique et de leur incidence sur les inondations. L'évaluation provisoire du risque est mise à la disposition du public. ".
Art. 37. Aan artikel 61, § 2, van hetzelfde decreet, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " De kaarten worden ter beschikking van het publiek gesteld. ".
Art. 37. L'article 61, § 2, du même décret, est complété par la phrase suivante :
  " Les cartes sont mises à la disposition du public. ".
HOOFDSTUK 14. - Decreet betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen
CHAPITRE 14. - Décret portant création d'une "Vlaamse Grondenbank" (Banque foncière flamande) et portant modification de diverses dispositions
Art. 38. Artikel 6 van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 6. § 1. De werkingsmiddelen waarover de Vlaamse Grondenbank kan beschikken, zijn :
  1° een dotatie aan de Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Vlaamse Grondenbank;
  2° de middelen die ter beschikking gesteld zijn door de verzoekende administratieve overheden van het Vlaamse Gewest voor de taken, vermeld in artikel 5, § 2 tot en met § 7.
  § 2. De verwervings- en beheersmiddelen waarover de Vlaamse Grondenbank kan beschikken, zijn :
  1° de middelen die ter beschikking zijn gesteld door de administratieve overheden van het Vlaamse Gewest voor de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 5, § 1, 2° en 3° ;
  2° de middelen die ter beschikking zijn gesteld door de administratieve overheden van het Vlaamse Gewest, bevoegd voor het leefmilieu, de landinrichting en het natuurbehoud, voor de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 5, § 2;
  3° de middelen die ter beschikking zijn gesteld door administratieve overheden van het Vlaamse Gewest voor de uitvoering van de taken, voor zover die op verzoek van een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest worden uitgevoerd, vermeld in artikel 5, § 3 tot en met § 7.
  § 3. De verwervings- en beheersmiddelen waarover de Vlaamse Grondenbank kan beschikken om een grondreserve op te bouwen, zijn :
  1° de activa die de VLM verworven heeft en die nuttig zijn voor de uitoefening van de taken van de Vlaamse Grondenbank, vermeld in artikel 5, § 2 tot en met § 7, met uitzondering van de middelen, vermeld in § 2;
  2° alle andere middelen die nuttig zijn in het kader van de doelstellingen van de Vlaamse Grondenbank en die inzonderheid ingevolge wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen aan de VLM toekomen of toegekomen zijn, alsook de terugstortingen, toevallige ontvangsten en intresten op de belegde goederen, met uitzondering van de middelen, vermeld in § 2.
  § 4. De opbrengsten of verliezen die kunnen voortvloeien uit de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 5, § 1, 2° en 3°, en § 2 tot en met § 7, zijn respectievelijk ten voordele of ten laste van de administratieve overheid van het Vlaamse Gewest die de verwervingsmiddelen ter beschikking heeft gesteld. ".
Art. 38. L'article 6 du décret du 16 juin 2006 portant création d'une Banque foncière flamande et portant modification de diverses dispositions est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 6. § 1er. Les moyens de fonctionnement dont la Banque foncière flamande peut disposer sont :
  1° une dotation à la Société flamande terrienne, Division de la Banque foncière flamande;
  2° les moyens mis à la disposition par les autorités administratives demanderesses de la Région flamande en vue des tâches, telles que décrites à l'article 5, §§ 2 à 7 inclusivement.
  § 2. Les moyens d'acquisition et de gestion dont la Banque foncière flamande peut disposer sont :
  1° les moyens mis à la disposition par les autorités administratives de la Région flamande en vue de l'exécution des tâches, telles que décrites à l'article 5, §§ 1er, 2° et 3°.
  2° les moyens mis à la disposition par les autorités administratives de la Région flamande, chargées de l'Environnement, de la Rénovation rurale et de la Conservation de la Nature, en vue de l'exécution des tâches telles que décrites à l'article 5, § 2;
  3° les moyens mis à la disposition par les autorités administratives de la Région flamande, en vue de l'exécution des tâches, pour autant que celles-ci soient exécutées à la demande d'une autorité administrative de la Région flamande, visées à l'article 5, § 3 à § 7 inclusivement.
  § 3. Les moyens d'acquisition et de gestion dont la Banque foncière flamande peut disposer pour la constitution de réserves foncières sont :
  1° les actifs acquis par la VLM qui sont utiles à l'accomplissement des tâches de la Banque foncière flamande, visées à l'article 5, § 2 à 7 inclusivement, à l'exception des moyens visés au § 2;
  2° tous les autres moyens qui sont utiles dans le cadre des objectifs de la Banque foncière flamande et qui reviennent ou sont revenus à la VLM en vertu de dispositions légales, décrétales ou réglementaires, ainsi que les reversements, recettes occasionnelles et intérêts sur les biens investis, à l'exception des moyens, visés au § 2.
  § 4. Les recettes ou pertes pouvant résulter de l'exécution des tâches, visées à l'article 5, § 1er, 2° et 3°, et § 2 à § 7 inclusivement, sont respectivement au profit ou à charge de l'autorité administrative de la Région flamande qui a mis à disposition les moyens d'acquisition. ".
HOOFDSTUK 15. - Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen
CHAPITRE 15. - Décret concernant la protection des eaux contre la pollution par les nitrates à partir de sources agricoles
Art. 39. Aan artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen, vervangen door het decreet van 6 mei 2011, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 6° gedroogde andere meststof afkomstig van een vergistingsinstallatie. ".
Art. 39. A l'article 12, § 1er, troisième alinéa, du décret du 22 décembre 2006 concernant la protection des eaux contre la pollution par les nitrates à partir de sources agricoles, remplacé par le décret du 6 mai 2011, il est ajouté un point 6° ainsi rédigé :
  " 6° autres engrais séchés provenant d'une installation d'échauffement. ".
Art. 40. Aan artikel 13, § 14, van hetzelfde decreet, toegevoegd bij decreet van 6 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
  " In het kader van die advisering moet elke landbouwer die groenten van groep I of groenten van groep II teelt, met uitzondering van vroege aardappelen en spruitkool, stikstofanalyses met bijhorend bemestingsadvies laten uitvoeren. De stikstofanalyses, als vermeld in dit lid, moeten worden uitgevoerd door een erkend laboratorium in een voor de teelt in kwestie relevante periode. De in het bemestingsadvies geadviseerde bemestingspraktijk moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit decreet en de in het bemestingsadvies opgenomen maximale hoeveelheid op te brengen werkzame stikstof per hectare mag de overeenkomstige toegelaten bemestingsnorm, vermeld in dit artikel, niet overschrijden. ";
  2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt :
  " De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast, onder meer over de wijze waarop de landbouwer deze afwijking op de bemestingsnormen aan de Mestbank aanvraagt, het minimum aantal staalnames per landbouwer, de periode waarin de laatste stikstofanalyse moet plaatsvinden en het systeem en de waarden waarop de advisering gestoeld moet zijn. ".
Art. 40. A l'article 13, § 14, du même décret, ajouté par le décret du 6 mai 2011, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Dans le cadre de cet avis, chaque agriculteur qui cultive des légumes des groupes I ou II, à l'exception des pommes de terre hâtives et des choux de Bruxelles, doit faire exécuter des analyses de l'azote et demander un avis d'épandage y afférent. Les analyses de l'azote, telles que visées au présent alinéa, doivent être exécutées par un laboratoire agréé durant une période pertinente pour la culture concernée. La pratique d'épandage recommandée dans l'avis d'épandage doit être conforme aux dispositions du présent décret et la quantité maximale d'azote actif pouvant être épandue par hectare mentionnée dans l'avis d'épandage ne peut excéder la norme d'épandage autorisée correspondante visée dans le présent article. ";
  2° le quatrième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Le Gouvernement flamand arrête les modalités, notamment quant à la façon dont l'agriculteur demande à la Mestbank cette dérogation aux normes d'épandage, quant au nombre minimal d'échantillons par agriculteur, à la période pendant laquelle la dernière analyse de l'azote doit avoir lieu et au système et aux valeurs sur lesquels doit se fonder l'avis. ".
Art. 41. In artikel 14 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, derde lid, wordt het getal " 15 " vervangen door het getal " 22 ";
  2° in paragraaf 9, tweede lid, wordt de zin " De staalnames, analyses of bemestingsadviezen die de landbouwer moet laten uitvoeren met toepassing van dit artikel, kunnen niet gebruikt worden om te voldoen aan andere verplichtingen, opgelegd in het kader van dit decreet " opgeheven;
  3° in paragraaf 9 worden voor het eerste lid drie leden ingevoegd, die luiden als volgt :
  " In afwijking van § 3 tot en met § 7, wordt, als bij een landbouwer in het vorige kalenderjaar op verschillende tot zijn bedrijf behorende percelen landbouwgrond een nitraatresidu is gemeten dat hoger is dan de nitraatresidudrempelwaarde, voor het opleggen van de maatregelen, vermeld in § 3, eerste lid, § 4, eerste lid, 2°, § 5, eerste lid, 2°, 4° en 5°, § 6, eerste lid, 2°, en § 7, eerste lid, 1°, enkel rekening gehouden met het perceel met de grootste overschrijding van de nitraatresidudrempelwaarde. In afwijking hiervan wordt, als op het perceel met de grootste overschrijding van de nitraatresidudrempelwaarde, een nitraatresidu is gemeten dat meer dan Y kg nitraatstikstof per hectare hoger is dan de nitraatresidudrempelwaarde en op een ander perceel een nitraatresidu is gemeten dat meer dan Z kg nitraatstikstof per hectare hoger is dan de nitraatresidudrempelwaarde rekening gehouden met het perceel waarop een nitraatresidu is gemeten dat meer dan Z kg nitraatstikstof per hectare hoger is dan de nitraatresidudrempelwaarde.
  Een landbouwer bij wie in een bepaald kalenderjaar op verschillende tot zijn bedrijf behorende percelen landbouwgrond een nitraatresidu is gemeten dat meer dan Y kg nitraatresidu per hectare hoger is dan de nitraatresidudrempelwaarde, moet, in afwijking van § 5, eerste lid, 2°, en van het eerste lid van deze paragraaf, in het volgend kalenderjaar, een nateelt inzaaien op elk perceel landbouwgrond dat tot zijn bedrijf behoort en waarvan de teelt en de bodem in kwestie het toelaten.
  Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder Y verstaan, Y, als vermeld in paragraaf 5, vierde lid, en onder Z, Z als vermeld in paragraaf 6, vierde lid. ";
  4° in paragraaf 5, eerste lid, 2°, wordt de zinsnede " in kwestie het toelaat en uiterlijk op 15 oktober " vervangen door de zinsnede " en de bodem in kwestie het toelaten ".
Art. 41. A l'article 14 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, troisième alinéa, le nombre " 15 " est remplacé par le nombre " 22 ";
  2° au paragraphe 9, deuxième alinéa, la phrase " En application de cet article, les échantillonnages, analyses ou avis de fertilisation que l'agriculteur doit faire exécuter ne peuvent pas être utilisés pour satisfaire à d'autres obligations imposées dans le cadre du présent décret. " est supprimée;
  3° au paragraphe 9, sont insérés avant le premier alinéa, trois nouveaux alinéas ainsi rédigés :
  " Par dérogation aux §§ 3 à 7, si, chez un agriculteur, dans l'année calendaire précédente, sur plusieurs parcelles de terre agricole appartenant à son exploitation, un résidu de nitrates supérieur à la valeur seuil des résidus de nitrates a été mesuré, seule la parcelle avec le dépassement le plus important de la valeur seuil des résidus de nitrates est prise en compte pour l'imposition des mesures, visées au § 3, premier alinéa, au § 4, premier alinéa, 2°, au § 5, premier alinéa, 2°, 4° et 5°, au § 6, premier alinéa, 2°, et au § 7, premier alinéa, 1°. Par dérogation à ce qui précède, si, sur la parcelle qui représente le dépassement le plus important de la valeur seuil des résidus de nitrates, est mesuré un résidu de nitrates dépassant de plus de Y kg d'azote nitrate par hectare la valeur seuil des résidus de nitrates et sur une autre parcelle est mesuré un résidu de nitrates dépassant de plus de Z kg d'azote nitrate par hectare la valeur seuil des résidus de nitrates, il est tenu compte de la parcelle où un résidu de nitrates est mesuré dépassant de plus de Z kg d'azote nitrate la valeur seuil des résidus de nitrates.
  Un agriculteur chez qui dans une année calendaire déterminée est mesuré un résidu de nitrates dépassant de plus de Y kg d'azote nitrate par hectare la valeur seuil des résidus de nitrates sur plusieurs parcelles de terre agricole appartenant à son exploitation doit, par dérogation au § 5, premier alinéa, 2°, et au premier alinéa du présent paragraphe, semer dans l'année calendaire suivante une culture suivante sur chaque parcelle de terre agricole appartenant à son exploitation et dont la culture et le sol en question le permettent.
  Pour l'application du présent paragraphe, il faut entendre par Y, le Y, tel que visé au paragraphe 5, quatrième alinéa, et par Z, le Z, tel que visé au paragraphe 6, quatrième alinéa. ";
  4° au paragraphe 5, premier alinéa, 2°, le membre de phrase " en question le permet et au plus tard le 15 octobre " est remplacé par le membre de phrase " et le sol en question le permettent ".
Art. 42. In artikel 22, § 2, van hetzelfde decreet, wordt het eerste lid vervangen door :
  " Effluenten afkomstig van de bewerking of verwerking van dierlijke mest of andere meststoffen die volgens een analyse, uitgevoerd door een krachtens artikel 62, § 6, erkend laboratorium, een lager gehalte hebben aan ammoniakale stikstof dan 1 kg NH4-N per 1000 L of 1 kg NH4-N per 1000 kg, moeten niet worden ingewerkt. ".
Art. 42. Dans l'article 22, § 2, du même décret, le premier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Les effluents issus du traitement ou de la transformation d'effluents d'élevage et d'autres engrais qui, selon une analyse effectuée par un laboratoire agréé visé à l'article 62, § 6, ont une teneur en azote ammoniacal inférieure à 1 kg NH4-N par 1000 L ou 1 kg NH4-N par 1000 kg, ne doivent pas être incorporés au sol. ".
Art. 43. Aan artikel 34, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt aan punt 2° een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " f) ofwel indien de nutriëntenemissierechten worden overgedragen van een landbouwer bestaande uit een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid aan een landbouwer waarvan elke persoon die deel uitmaakt van de overnemende landbouwer een persoon is die voldoet aan een van de voorwaarden beschreven in 1° tot en met 6° en die tegelijk eveneens voldoet aan een van de voorwaarden beschreven in 7° tot en met 12° :
  1° het betreft een natuurlijke persoon die op 1 januari 2007 of sedert minstens de drie laatste jaren voorafgaand aan de overdrachtsdatum, ononderbroken zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder was van de overlatende vennootschap;
  2° het betreft een bloed- of aanverwant in de nederdalende lijn van de persoon vermeld in 1° ;
  3° het betreft een bloed- of aanverwant in de tweede graad in de zijlijn van de persoon vermeld in 1° ;
  4° het betreft de echtgenoot of echtgenote van de persoon vermeld in 1° ;
  5° het betreft een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid waarvan elke zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder een persoon is als vermeld in 1° tot en met 4° of 6°. Als na de overdracht in de overnemende personenvennootschap een functie van zaakvoerder, beherend vennoot of bestuurder wordt toegewezen aan een persoon die niet vermeld is in 1° tot en met 4° of 6°, wordt dit gelijkgesteld met een overdracht met annulering van de 25 % nutriëntenemissierechten die toebehoren aan de personenvennootschap;
  6° het betreft een bloed- of aanverwant in opgaande lijn van de persoon vermeld in 1°, als de persoon, vermeld in 1°, wegens geattesteerde ziekte van lange duur of overlijden niet meer in staat is een exploitatie uit te baten;
  7° het betreft een natuurlijk persoon die aandeelhouder is in de overlatende vennootschap en die sedert 1 januari 2007, of sedert minstens de drie laatste jaren voorafgaand aan de overdrachtsdatum, ononderbroken, zelf of samen met zijn bloed- of aanverwanten in de nederdalende lijn, zijn bloed- of aanverwanten in de tweede graad in de zijlijn, zijn echtgenoot of echtgenote, en zijn bloed- of aanverwanten in opgaande lijn, alle aandelen van de overlatende vennootschap bezit;
  8° het betreft een bloed- of aanverwant in de nederdalende lijn van een aandeelhouder als vermeld in 7° ;
  9° het betreft een bloed- of aanverwant in de tweede graad in de zijlijn van een aandeelhouder als vermeld in 7° ;
  10° het betreft de echtgenoot of de echtgenote van een aandeelhouder als vermeld in 7° ;
  11° het betreft een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid waarbij alle aandelen van de overnemende personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid eigendom zijn van één of meerdere personen vermeld in 7° tot en met 10° of 12°. Als na de overdracht de aandelen van de overnemende personenvennootschap geheel of gedeeltelijk of de personenvennootschap die beschikt over de nutriëntenemissierechten worden overgedragen aan een derde die niet vermeld is in 7° tot en met 10° of 12°, wordt deze overdracht beschouwd als een overdracht met annulering van de 25 % nutriëntenemissierechten die toebehoren aan de personenvennootschap;
  12° het betreft een bloed- of aanverwant in opgaande lijn van een aandeelhouder vermeld in 7° als deze aandeelhouder wegens geattesteerde ziekte van lange duur of overlijden niet meer in staat is een exploitatie uit te baten; ";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Voor de toepassing van dit artikel wordt een kapitaalsvennootschap waarvan alle aandelen op naam zijn, gelijkgesteld met een personenvennootschap. ".
Art. 43. A l'article 34, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 12 décembre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa, il est ajouté au point 2°, un point f) rédigé comme suit :
  " f) soit si les droits d'émission d'éléments nutritionnels sont transférés d'un agriculteur, constitué d'une société de personnes dotée de la personnalité juridique à un agriculteur dont chaque personne qui fait partie de l'agriculteur repreneur est une personne qui satisfait à une des conditions décrites aux 1° à 6° inclusivement et qui satisfait en même temps à une des conditions énoncées aux 7° à 12° inclusivement :
  1° il s'agit d'une personne physique qui, au 1er janvier 2007 ou depuis au moins les trois dernières années précédant la date de transfert, a été sans interruption gérant, associé commandité, ou administrateur de la société cédante;
  2° il s'agit d'un parent ou allié en ligne descendante par rapport à la personne visée au 1° ;
  3° il s'agit d'un parent ou allié au deuxième degré en ligne collatérale par rapport à une personne visée au 1° ;
  4° il s'agit de l'époux ou l'épouse de la personne visée au 1° ;
  5° il s'agit d'une société de personnes dotée de la personnalité juridique dont chaque gérant, associé commandité, ou administrateur est une personne, telle que visée aux 1° à 4° inclusivement ou 6°. Si, après transfert, dans la société de personnes absorbante une fonction de gérant, d'associé commandité, ou d'administrateur est attribuée à une personne qui n'est pas mentionnée dans les 1° à 4° inclusivement ou 6°, ceci est assimilé à un transfert avec annulation des 25 % de droits d'émission d'éléments nutritionnels appartenant à la société de personnes;
  6° il s'agit d'un parent ou allié en ligne ascendante par rapport à la personne visée au 1°, si la personne, visée au 1°, n'est plus capable de gérer une exploitation à cause d'une maladie de longue durée attestée ou à cause de son décès;
  7° il s'agit d'une personne physique qui est actionnaire dans la société cédante et qui, depuis le 1 janvier 2007, ou depuis au moins les trois dernières années précédant la date de transfert, a été lui-même ou conjointement avec ses parents ou alliés en ligne descendante, ses parents ou alliés au deuxième degré en ligne collatérale, son époux ou épouse, et ses parents ou alliés en ligne ascendante continuellement en possession de toutes les actions de la société cédante;
  8° il s'agit d'un parent ou allié en ligne descendante par rapport à l'actionnaire, tel que visé au 7° ;
  9° il s'agit d'un parent ou allié au deuxième degré en ligne collatérale par rapport à l'actionnaire, tel que visé au 7° ;
  10° il s'agit de l'époux ou de l'épouse d'un actionnaire, tel que visé au 7° ;
  11° il s'agit d'une société de personnes dotée de la personnalité juridique dont toutes les actions de la société de personnes absorbante dotée de la personnalité juridique sont en possession d'une ou plusieurs personnes visées aux 7° à 10° inclusivement ou 12°. Si, après le transfert, les actions de la société de personnes absorbante, en tout ou en partie, ou de la société de personnes disposant des droits d'émission d'éléments nutritionnels sont transférées, à un tiers qui n'est pas visé aux 7° à 10° ou 12°, ce transfert est censé être un transfert avec annulation des 25 % de droits d'émission d'éléments nutritionnels appartenant à la société de personnes;
  12° il s'agit d'un parent ou allié en ligne ascendante par rapport à un actionnaire visé au 7°, si cet actionnaire n'est plus capable de gérer une exploitation à cause d'une maladie de longue durée attestée ou de son décès; ";
  2° entre les alinéas deux et trois, il est inséré un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " Pour l'application du présent article, une société de capitaux dont toutes les actions sont nominatives est assimilée à une société de personnes. ".
Art. 44. In artikel 49, § 1, tweede lid, 6°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 6 mei 2011, worden tussen de woorden " elk vervoer " en de woorden " dat uitgevoerd wordt " de woorden " als vermeld in het eerste lid, f) en g), " ingevoegd.
Art. 44. Dans l'article 49, § 1er, deuxième alinéa, 6°, du même décret, remplacé par le décret du 6 mai 2011, sont insérés entre les mots " chaque transport " et les mots " qui est effectué ", les mots " tel que visé au premier alinéa, f) et g), ".
Art. 45. In artikel 50, paragraaf 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt tussen de woorden " gft-compost " en " of bewerkte dierlijke producten " de woorden " , gedroogde andere meststof afkomstig van een vergistingsinstallatie " ingevoegd.
Art. 45. Dans l'article 50, paragraphe 2, premier alinéa, du même décret sont insérés entre les mots " de compost GFT " et les mots " ou de produits animaux traités ", les mots " autres engrais séchés provenant d'une installation d'échauffement. ".
HOOFDSTUK 16. - Decreet houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen
CHAPITRE 16. - Décret portant l'organisation de la coexistence de cultures génétiquement modifiées et de cultures conventionnelles et biologiques
Art. 46. Artikel 9, § 2, vijfde lid, van het decreet van 3 april 2009 houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen, wordt vervangen door wat volgt :
  " De Vlaamse Regering benoemt de effectieve en de plaatsvervangende leden van de commissie. De duur van het mandaat bedraagt vijf jaar. Het mandaat is hernieuwbaar.
  Onverminderd de rol als plaatsvervanger bij afwezigheid van een effectief lid, kan een plaatsvervangend lid de vergaderingen van de commissie bijwonen als het effectieve lid voor wie hij als plaatsvervanger is aangeduid, aanwezig is, zonder evenwel in dat geval stemgerechtigd te zijn. ".
Art. 46. L'article 9, § 2, cinquième alinéa, du décret du 3 avril 2009 portant l'organisation de la coexistence de cultures génétiquement modifiées et de cultures conventionnelles et biologiques, est remplacé par ce qui suit :
  " Le Gouvernement flamand nomme les membres effectifs et suppléants de la commission. La durée du mandat est de cinq ans. Le mandat est renouvelable.
  Sans préjudice du rôle de suppléant en l'absence d'un membre effectif, un membre suppléant peut assister aux réunions de la commission si le membre effectif pour qui il est désigné comme suppléant est présent, sans pour autant avoir voix délibérative dans ce cas. ".
Art. 47. In artikel 10, § 2, van hetzelfde decreet, wordt aan het eerste lid de zin " De commissie kan voor die beoordeling toezichthoudende ambtenaren als vermeld in artikel 16, § 1, van dit decreet, gelasten om een controle uit te voeren bij de aanvrager van de schadevergoeding en bij de landbouwers die percelen bewerken waarvan de randen zich geheel of gedeeltelijk binnen de meldingsafstand bevinden van het getroffen perceel van de aanvrager, en om hiervan verslag uit te brengen aan de commissie. " toegevoegd.
Art. 47. A l'article 10, § 2, du même décret, il est ajouté au premier alinéa la phrase " Pour cette évaluation, la commission peut charger des fonctionnaires de contrôle, tels que visés à l'article 16, § 1er, du présent décret, d'un contrôle auprès du demandeur de l'indemnité et auprès des agriculteurs qui cultivent des parcelles dont les lignes périphériques se situent entièrement ou partiellement au sein de la distance de déclaration de la parcelle du demandeur, et d'en faire rapport à la commission. ".
Art. 48. In artikel 19 van hetzelfde decreet wordt de eerste zin vervangen door wat volgt :
  " De minister, bevoegd voor landbouw, legt aan het Vlaams Parlement een rapport voor met betrekking tot de evaluatie van de werking van dit decreet één jaar na de eerste aanmelding van de teelt van een genetisch gemodificeerd gewas bij de hiervoor aangeduide bevoegde instantie. ".
Art. 48. Dans l'article 19 du même décret, la première phrase est remplacée par la disposition suivante :
  " Un an après la première notification de la culture génétiquement modifiée auprès de l'instance compétente désignée à cet effet, le Ministre chargé de l'agriculture, soumet au Parlement flamand un rapport sur l'évaluation du fonctionnement du présent décret. ".
HOOFDSTUK 17. - Energiedecreet
CHAPITRE 17. - Décret relatif à l'Energie
Art. 49. In artikel 1.1.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 15° wordt vervangen door wat volgt :
  " 15° bevoegde autoriteit : de instantie aangeduid overeenkomstig artikel 18 van richtlijn 2003/87/EG, zijnde de afdeling van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, bevoegd voor luchtverontreiniging; ";
  2° punt 19° wordt vervangen door wat volgt :
  " 19° BKG-installatie : een vaste technische eenheid waarin één of meer van de activiteiten en processen, zoals omschreven in de indelingslijst in bijlage 1 van titel I van het VLAREM en aangeduid met de letter Y in de vierde kolom van de indelingslijst in bijlage 1 van titel I van het VLAREM, alsmede andere op dezelfde locatie ten uitvoer gebrachte en daarmee rechtstreeks samenhangende activiteiten plaatsvinden die technisch in verband staan met voormelde activiteiten en die gevolgen kunnen hebben voor de emissies en de verontreiniging; ";
  3° in punt 34° wordt het woord " BKG-inrichting " vervangen door het woord " BKG-installatie ";
  4° punt 51° wordt vervangen door wat volgt :
  " 51° exploitant van een BKG-installatie : de houder(s) van de milieuvergunning(en) van de BKG-installatie; ".
Art. 49. A l'article 1.1.3 du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009 sont apportées les modifications suivantes :
  1° le point 15° est remplacé par la disposition suivante :
  " 15° autorité compétente : l'instance désignée conformément à l'article 18 du Règlement 2003/87/CE, à savoir la Division du Département de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie, chargée de la pollution de l'air;
  2° le point 19° est remplacé par la disposition suivante :
  " 19° établissement BKG : une unité technique fixe où se déroulent un ou plusieurs processus et activités, tels que décrits dans la liste de classification à l'annexe 1re du titre Ier du VLAREM et indiquée par la lettre Y dans la quatrième colonne de la liste de classification à l'annexe 1re du titre Ier du VLAREM ainsi que toutes les autres activités exercées sur le même site et s'y rapportant directement qui ont un lien technique avec les activités précitées et qui sont susceptibles d'avoir des incidences sur les émissions et la pollution; ";
  3° au point 34°, le mot " établissement BKG " est remplacé par le mot " installation BKG ";
  4° le point 51° est remplacé par la disposition suivante :
  " 51° exploitant d'une installation BKG : le(s) titulaire(s) de l'autorisation ou des autorisations écologique(s) de l'installation BKG; ".
Art. 50. In artikel 9.1.1 van hetzelfde decreet wordt het woord " BKG-inrichtingen " vervangen door het woord " BKG-installaties ".
Art. 50. Dans l'article 9.1.1 du même décret, les mots "établissements BKG" sont remplacés par les mots "'installations BKG".
Art. 51. In artikel 13.5.1 van hetzelfde decreet wordt het woord " exploitant " vervangen door het woord " exploitant van een BKG-installatie ".
Art. 51. Dans l'article 13.5.1 du même décret, les mots " exploitant " sont remplacés par les mots " exploitant d'une installation BKG ".
Art. 52. In artikel 13.5.4 van hetzelfde decreet wordt een nieuwe paragraaf 3bis ingevoegd :
  " § 3bis. Indien de betrokkene in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
  Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen.
  Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of per aangetekende brief. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging. ".
Art. 52. Dans l'article 13.5.4 du même décret, il est inséré un nouveau paragraphe 3bis :
  " § 3bis. Si l'intéressé manque de régler l'amende administrative, celle-ci est recouvrée par voie de contrainte.
  La contrainte est visée et déclarée exécutoire par un fonctionnaire désigné à cet effet par le Gouvernement flamand.
  La contrainte est notifiée par exploit d'huissier de justice ou par lettre recommandée. Les dispositions de la partie V du Code judiciaire portant saisies conservatoires et voies d'exécution s'appliquent à la contrainte.
HOOFDSTUK 18. - Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
CHAPITRE 18. - Code flamand de l'Aménagement du Territoire
Art. 53. Aan de artikelen 4.7.14, § 2, en 4.7.26, § 3, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, gewijzigd bij het decreet van 23 maart 2012, worden telkens de volgende zinnen toegevoegd :
  " Bij gebreke hieraan wordt de procedure voortgezet. In dat geval doet de vergunningverlenende overheid uitdrukkelijk uitspraak in haar beslissing of er een milieueffectrapport over het project moet worden opgesteld. Zo ja, dan weigert ze de aangevraagde vergunning toe te kennen. ".
Art. 53. Aux articles 4.7.14, § 2, et 4.7.26, § 3, deuxième alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, modifiés par le décret du 23 mars 2012, sont chaque fois ajoutées les phrases suivantes :
  " A défaut, la procédure est poursuivie. Dans ce cas, l'autorité délivrante se prononce expressément dans sa décision si une évaluation des incidences sur l'environnement est requise. Dans l'affirmative, elle refuse d'accorder l'autorisation demandée. ".
Art. 54. In de artikelen 4.7.14/1, § 2, en 4.7.26/1, § 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 23 maart 2012, worden telkens de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan punt 1) wordt de zinsnede " en een project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten " toegevoegd;
  2° in punt 2) wordt tussen de woorden " vroeger al " en de woorden " een project-MER werd goedgekeurd " de zinsnede " een plan-MER werd goedgekeurd betreffende een plan of programma waarin een project met vergelijkbare effecten beoordeeld werd of " ingevoegd, en wordt het woord " aanvullende " vervangen door het woord " bijkomende ".
Art. 54. Aux articles 4.7.14/1, § 2, et 4.7.26/1, § 2, du même code, insérés par le décret du 23 mars 2012, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point 1), le membre de phrase " et un projet MER ne peut raisonnablement contenir des données nouvelles ou supplémentaires sur des incidences écologiques importantes " est ajouté;
  2° au point 2, il est inséré entre les mots " par le passé, " et les mots " un projet MER a déjà été approuvé ", le membre de phrase " un plan MER a été approuvé afférent à un plan ou un programme dans lequel un projet avec des incidences similaires a été évalué ou ", et le mot " complémentaires " est remplacé par le mot " supplémentaires ".
Art. 55. Aan de artikelen 4.7.14/1, § 3, tweede lid, en 4.7.26/1, § 3, tweede lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 23 maart 2012, wordt telkens de volgende zin toegevoegd :
  " De beslissing van de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage, vermeld in artikel 4.3.3, § 6, van hetzelfde decreet, betreft een bindende beslissing voor de overheid, vermeld in paragraaf 1. ".
Art. 55. Dans les articles 4.7.14/1, § 3, deuxième alinéa et 4.7.26/1, § 3, deuxième alinéa du même code, insérés par le décret du 23 mars 2012, la phrase suivante est chaque fois ajoutée :
  " La décision de la division compétente pour l'évaluation des incidences sur l'environnement, visée à l'article 4.3.3., § 6, du même décret, est une décision contraignante pour l'autorité, visée au premier paragraphe. ".
HOOFDSTUK 19. - Materialendecreet
CHAPITRE 19. - Décret sur les matériaux
Art. 56. In artikel 6 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Met behoud van de bepalingen van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, kan de Vlaamse Regering toestaan dat bij de individuele beoordeling van vergunningsplichtige of meldingsplichtige activiteiten, vermeld in artikel 11, wordt afgeweken van de inhoud en de voorwaarden van het afvalstoffenregister. ";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt tussen de eerste en de tweede zin, de zin " De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens te melden. " ingevoegd;
  3° aan paragraaf 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens uit het materialenregister te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt. ".
Art. 56. A l'article 6 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, premier alinéa, est complété par la phrase suivante :
  " Sans préjudice de l'application des dispositions du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique, le Gouvernement flamand peut autoriser une dérogation au contenu et aux conditions du registre des déchets lors d'une évaluation individuelle d'activités soumises à autorisation ou à déclaration, visées à l'article 11. ";
  2° au paragraphe 1er, deuxième alinéa, est insérée entre les première et deuxième phrases, la phrase " Le Gouvernement flamand peut déterminer que l'OVAM sélectionne des personnes physiques et des personnes morales pour communiquer des données. ";
  3° le paragraphe 3 est complété par un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut déterminer que l'OVAM sélectionne des personnes physiques et des personnes morales pour communiquer des données du registre des matériaux. Le Gouvernement flamand détermine les données qui sont communiquées ainsi que le mode de communication. ".
HOOFDSTUK 20. - Decreet van 4 mei 1994 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Waterwegen en Zeekanaal, naamloze vennootschap van publiek recht
CHAPITRE 20. - Décret du 4 mai 1994 relatif à l'agence autonomisée externe de droit public " Waterwegen en Zeekanaal " (Voies navigables et Canal maritime), société anonyme de droit public;
Art. 57. In artikel 19, § 3, van het decreet van 4 mei 1994 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Waterwegen en Zeekanaal, naamloze vennootschap van publiek recht, gewijzigd bij decreet van 2 april 2004, wordt het woord " vervreemden " vervangen door het woord " verkopen ".
Art. 57. A l'article 19, § 3, du décret du 4 mai 1994 relatif à l'agence autonomisée externe de droit public " Waterwegen en Zeekanaal " (Voies navigables et Canal maritime), société anonyme de droit public, modifié par le décret du 2 avril 2004, le mot " aliéner " est remplacé par le mot " vendre ".
Art. 58. In artikel 22, § 1, van hetzelfde decreet, worden achter het woord " huurrechten " de woorden " of andere zakelijke rechten " ingevoegd.
Art. 58. Dans l'article 22, § 1er, du même décret, les mots " ou d'autres droits réels " sont ajoutés après les mots " de location ".
HOOFDSTUK 21. - Wijzigingen van het decreet van 23 maart 2012 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
CHAPITRE 21. - Modifications au décret du 23 mars 2012 portant modification du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et du Code flamand de l'Aménagement du Territoire
Art. 59. Aan het decreet van 23 maart 2012 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt een hoofdstuk 5, dat bestaat uit artikelen 13 en 14, toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
  Art. 13. § 1. Milieuvergunningsaanvragen waarvoor een vergunningsaanvraag werd verzonden aan de bevoegde overheid voor de datum van de inwerkingtreding van de artikelen 2, 2°, 3, 5 tot 8, 10 en 12 van dit decreet, worden uitgevoerd overeenkomstig de procedure die van toepassing was op dat ogenblik.
  § 2. Stedenbouwkundige vergunningsaanvragen waarvoor een vergunningsaanvraag werd verzonden aan de bevoegde overheid voor de datum van inwerkingtreding van de artikelen 2, 2°, 3, 5 tot 8, 10 en 12 van dit decreet, worden uitgevoerd overeenkomstig de procedure die van toepassing was op dat ogenblik.
  Art. 14. De artikelen 2, 2°, 3, 5 tot 8, 10 en 12, van dit decreet treden in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum. ".
Art. 59. Au décret du 23 mars 2012 portant modification du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, il est ajouté un chapitre 5, comprenant les articles 13 et 14, ainsi rédigés :
  " CHAPITRE 5. - Dispositions finales
  Art. 13. § 1er. Les demandes d'autorisation écologique pour lesquelles une demande d'autorisation a été transmise à l'instance compétente avant la date d'entrée en vigueur des articles 2, 2°, 3, 5 à 8 inclusivement, 10 et 12 du présent décret, sont exécutées conformément à la procédure d'application au moment de leur dépôt.
  § 2. Les demandes d'autorisation urbanistique pour lesquelles une demande d'autorisation a été transmise à l'instance compétente avant la date d'entrée en vigueur des articles 2, 2°, 3, 5 à 8 inclusivement, 10 et 12 du présent décret, sont exécutées conformément à la procédure d'application au moment de leur dépôt.
  Art. 14. Les articles 2, 2°, 3, 5 à 8, 10 et 12, du présent décret entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand. ".
HOOFDSTUK 22. - Slotbepalingen
CHAPITRE 22. - Dispositions finales
Art. 60. Artikel 17, 29 en 54 treden in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
Art. 60. Les articles 17, 29 et 54 entrent en vigueur à une date à déterminer par le Gouvernement flamand.
Art. 61. Artikel 13 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2011.
Art. 61. L'article 13 produit ses effets le 1er janvier 2011.
Art. 62. Artikel 41 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2012.
Art. 62. L'article 41 produit ses effets le 1er octobre 2012.
Art. 63. Artikel 44 treedt in werking op 1 januari 2013.
Art. 63. L'article 44 entre en vigueur le 1er janvier 2013.
(NOTE : Entrée en vigueur des art. 17, 29 et 54 fixée au 29-04-2013 par AGF 2013-03-01/23, art. 23)
  Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Brussel, 1 maart 2013.
  De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
  J. SCHAUVLIEGE
  De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
  Ph. MUYTERS
  Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
  Bruxelles, le 1er mars 2013.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand de l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
  K. PEETERS
  La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
  J. SCHAUVLIEGE
  Le Ministre flamand des Finances, du Budget, du Travail, de l'Aménagement du Territoire et des Sports,
  Ph. MUYTERS