Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 MAART 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, wat betreft de cofinanciering en de retributie voor een bodemattest
Titre
15 MARS 2013. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le Règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol, en ce qui concerne le cofinancement et la rétribution pour une attestation du sol
Documentinformatie
Numac: 2013035322
Datum: 2013-03-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013035322
Date: 2013-03-15
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
HOOFDSTUK 1. - Cofinanciering
CHAPITRE 1er. - Cofinancement
Artikel 1. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 8° onderneming : iedere eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm of de wijze waarop ze wordt gefinancierd. ".
Article 1er. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le Règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol, est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
  " 8° entreprise : toute entité exerçant une activité économique, quelle que soit sa forme juridique ou la manière dont elle est financée. ".
Art. 2. Aan titel III, hoofdstuk III, van hetzelfde besluit wordt een afdeling IV, dat bestaat uit artikel 54/1 tot en met artikel 54/15,toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Afdeling IV. - Cofinanciering
  Onderafdeling I. - Algemeen
  Art. 54/1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de administrateur-generaal van de OVAM op aanvraag cofinanciering toekennen aan de personen, vermeld in artikel 54/2, voor de uitvoering van bodemsaneringswerken als vermeld in artikel 54/3.
  De cofinanciering wordt toegekend met inachtneming van de verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun.
  Onderafdeling II. - Toepassingsgebied A. Personeel toepassingsgebied
  Art. 54/2. De volgende personen komen in aanmerking voor cofinanciering :
  1° de eigenaar van de grond waarop de bodemverontreiniging tot stand gekomen is, op voorwaarde dat hij vóór 1 juni 2008 eigenaar van de grond is geworden;
  2° een vroegere eigenaar van de grond waarop de bodemverontreiniging tot stand gekomen is, op voorwaarde dat hij vóór 1 juni 2008 eigenaar van de grond is geworden en mits voldaan is aan één van de volgende voorwaarden :
  a) als het gaat om een risicogrond : hij heeft in de hoedanigheid van eigenaar-overdrager van die grond jegens de OVAM de verbintenis aangegaan tot uitvoering van bodemsaneringswerken voor die bodemverontreiniging;
  b) als het gaat om een niet-risicogrond : hij voert de bodemsaneringswerken uit waartoe hij verplicht is krachtens het Bodemdecreet.
  De volgende eigenaars, vermeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking voor cofinanciering :
  1° de eigenaar die vrijgesteld is van de saneringsplicht;
  2° de eigenaar die zelf of van wie de rechtsvoorganger de bodemverontreiniging heeft veroorzaakt minder dan dertig jaar voor de datum van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag tot cofinanciering;
  3° de eigenaar ten laste van wie een proces-verbaal werd opgesteld wegens schending van het Bodemdecreet of dit besluit;
  4° de eigenaar die als onderneming niet voldoet aan de voorwaarden voor de-minimissteunverlening.
  B. Materieel toepassingsgebied
  Art. 54/3. De uitvoering van bodemsaneringswerken komt in aanmerking voor cofinanciering als aan al de volgende voorwaarden voldaan is :
  1° de bodemsaneringswerken worden uitgevoerd op basis van een bodemsaneringsproject of beperkt bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM na 31 mei 2008 een conformiteitsattest heeft afgeleverd;
  2° de bodemsaneringswerken worden uitgevoerd op kosten van de persoon, vermeld in artikel 54/2, eerste lid;
  3° de bodemsaneringswerken hebben betrekking op de volgende aard van bodemverontreiniging :
  a) een historische bodemverontreiniging waarvoor de OVAM op basis van een beschrijvend bodemonderzoek of een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek heeft beslist dat er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging;
  b) een gemengde bodemverontreiniging waarvoor de OVAM op basis van een beschrijvend bodemonderzoek of een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek heeft beslist dat conform het Bodemdecreet moet worden overgegaan tot bodemsanering.
  De uitvoering van de bodemsaneringswerken, vermeld in het eerste lid, komt niet in aanmerking voor cofinanciering als de werken betrekking hebben op een van de volgende bodemverontreinigingen :
  1° een bodemverontreiniging die het gevolg is van de exploitatie van een tankstation als vermeld in artikel 2, 3° van het samenwerkingsakkoord van 22 maart 2001 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations;
  2° een bodemverontreiniging die het gevolg is van een activiteit als vermeld in artikel 121;
  3° een bodemverontreiniging waarvan de bodemsaneringswerken al het voorwerp hebben uitgemaakt van cofinanciering als vermeld in dit besluit of van een andere financiële tegemoetkoming van een overheidsinstantie voor dezelfde kosten als de kosten die op basis van artikel 54/4 in aanmerking komen voor cofinanciering.
  Onderafdeling III. - Kosten die in aanmerking komen voor cofinanciering
  Art. 54/4. De volgende kosten die rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van de bodemsaneringswerken komen in aanmerking voor cofinanciering :
  1° de kosten van de uitvoering van de bodemsaneringsconcepten en bodemsaneringstechnieken die zijn opgelijst in de standaardprocedure, vermeld in artikel 47, § 2 van het Bodemdecreet;
  2° de kosten van de milieukundige begeleiding van de bodemsaneringswerken;
  3° de kosten van werken en maatregelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de bodemsaneringswerken.
  Alleen kosten van bodemsaneringswerken die na datum van ontvangst door de OVAM van de ontvankelijke aanvraag tot cofinanciering worden uitgevoerd, komen in aanmerking voor cofinanciering.
  Voor een gemengde bodemverontreiniging komen alleen de kosten van bodemsaneringswerken die betrekking hebben op het als historische bodemverontreiniging te beschouwen deel van de gemengde bodemverontreiniging, in aanmerking voor cofinanciering.
  Onderafdeling IV. - Percentage van de cofinanciering
  Art. 54/5. De minister stelt het percentage van de cofinanciering vast.
  Het percentage van de cofinanciering bedraagt minimaal 20 % en maximaal 50 %.
  De minister kan in het percentage van de cofinanciering variëren naargelang de begunstigde al dan niet een onderneming is.
  Onderafdeling V. - Procedure voor de behandeling van een aanvraag tot cofinanciering
  Art. 54/6. Een aanvraag tot cofinanciering wordt op straffe van niet-ontvankelijkheid zowel aangetekend als elektronisch bij de OVAM ingediend.
  De aanvraag tot cofinanciering moet op straffe van niet-ontvankelijkheid worden ingediend met een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier voor cofinanciering. Het model van het aanvraagformulier wordt vastgesteld bij besluit van de administrateur-generaal van de OVAM en voorziet in ieder geval in de opvraging van de volgende gegevens :
  1° het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject of van het beperkt bodemsaneringsproject op basis waarvan de bodemsaneringswerken worden uitgevoerd die het voorwerp uitmaken van de aanvraag tot cofinanciering, als dat conformiteitsattest al werd afgeleverd door de OVAM. In het andere geval volstaat de identificatie van het bodemsaneringsproject of van het beperkt bodemsaneringsproject dat bij de OVAM wordt of werd ingediend met het oog op conformverklaring;
  2° een overzicht van de raming van de kosten van de bodemsaneringswerken die in aanmerking komen voor cofinanciering met toepassing van de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens artikel 54/4. Het overzicht wordt opgemaakt onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige van type 2 op basis van het bodemsaneringsproject of van het beperkt bodemsaneringsproject, vermeld in punt 1° ;
  3° een niet-bindende planning van de aanvraag of de aanvragen tot uitbetaling van de cofinanciering als vermeld in artikel 54/9. De planning wordt opgemaakt onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige van type 2 op basis van het bodemsaneringsproject of van het beperkt bodemsaneringsproject, vermeld in punt 1° ;
  4° een aan de OVAM tegenstelbare akte waaruit blijkt wanneer de aanvrager van de cofinanciering eigenaar van de grond is geworden.
  Art. 54/7. De OVAM onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag. Als de OVAM oordeelt dat de aanvraag ontvankelijk is, neemt de administrateur-generaal van de OVAM na onderzoek en beoordeling van het aanvraagdossier een beslissing over de aanvraag tot cofinanciering.
  De cofinancieringsbeslissing bevat in ieder geval de volgende elementen :
  1° het maximumbedrag van de kosten van de bodemsaneringswerken die in aanmerking komen voor cofinanciering;
  2° het percentage van de cofinanciering dat van toepassing is;
  3° het maximumbedrag van de cofinanciering. Dat bedrag wordt berekend door het maximumbedrag van de kosten van de bodemsaneringswerken die in aanmerking komen voor cofinanciering te vermenigvuldigen met het percentage van de cofinanciering dat van toepassing is. Het maximumbedrag van de cofinanciering heeft als bovengrens 200.000 euro;
  4° de uiterste datum waarop facturen gedateerd moeten zijn om in aanmerking te komen voor uitbetaling in het kader van de toegekende cofinanciering;
  5° de voorwaarden waaronder de cofinanciering wordt toegekend.
  Art. 54/8. De minister kan de procedure voor de behandeling van een aanvraag tot cofinanciering nader bepalen.
  Onderafdeling VI. - Uitbetaling van de cofinanciering
  Art. 54/9. De OVAM betaalt de cofinanciering uit op basis van een aanvraag tot uitbetaling van de begunstigde.
  De begunstigde kan maximaal drie aanvragen tot uitbetaling van de cofinanciering indienen bij de OVAM. Hij bepaalt zelf wanneer hij een aanvraag tot uitbetaling indient, op voorwaarde dat tussen de verschillende aanvragen tot uitbetaling minstens een jaar verlopen is vanaf de datum van ontvangst door de OVAM van de vorige ontvankelijke aanvraag tot uitbetaling.
  Art. 54/10. Het uit te betalen bedrag van de cofinanciering wordt door de OVAM vastgesteld op basis van de facturen die de begunstigde bij zijn aanvraag tot uitbetaling voegt. De facturen worden opgenomen in een rekeningstaat en er worden een gedetailleerde vorderingsstaat en een betalingsbewijs bij gevoegd.
  Alleen de facturen waarvan de datum voorafgaat aan de uiterste factuurdatum, vermeld in de cofinancieringsbeslissing, worden in aanmerking genomen voor de vaststelling van het uit te betalen bedrag van de cofinanciering.
  Art. 54/11. Het uit te betalen bedrag van de cofinanciering wordt berekend door de volgende twee parameters te vermenigvuldigen :
  1° de kosten die in aanmerking komen voor cofinanciering en die opgenomen zijn in de facturen die beantwoorden aan de vereisten van artikel 54/10, met als bovengrens het maximumbedrag van de kosten van de bodemsaneringswerken die in aanmerking komen voor cofinanciering, vermeld in de cofinancieringsbeslissing;
  2° het percentage van cofinanciering dat van toepassing is, vermeld in de cofinancieringsbeslissing.
  Het uit te betalen bedrag van de cofinanciering kan in geen geval meer bedragen dan het maximumbedrag van de cofinanciering, vermeld in de cofinancieringsbeslissing.
  Als vastgesteld wordt dat de voorwaarden van de cofinancieringsbeslissing niet worden nageleefd, ziet de OVAM af van de uitbetaling van de cofinanciering of vermindert de OVAM het uit te betalen bedrag van de cofinanciering.
  Art. 54/12. De minister kan nadere regels vaststellen voor de uitbetaling van de cofinanciering. De administrateur-generaal van de OVAM kan een model van vorderings- en rekeningstaat vastleggen, en vormvereisten aan de facturen opleggen.
  Onderafdeling VII. - Overdracht van het recht op cofinanciering
  Art. 54/13. De begunstigde kan het recht op cofinanciering dat hij op basis van de cofinancieringsbeslissing heeft verkregen, onder de volgende voorwaarden overdragen aan de persoon die overeenkomstig het Bodemdecreet en dit besluit de verplichting overneemt om de bodemsaneringswerken uit te voeren waarop de cofinancieringsbeslissing betrekking heeft :
  1° de overnemer is op het ogenblik van de overdracht van het recht op cofinanciering eigenaar van de grond die het voorwerp vormt van de cofinanciering;
  2° de overnemer valt niet onder de uitsluitingsgronden, vermeld in artikel 54/2, tweede lid.
  De minister kan nadere regels vaststellen over de procedure tot overdracht van het verkregen recht op cofinanciering.
  Onderafdeling VIII. - Opeenvolgende aanvragen tot cofinanciering
  Art. 54/14. De begunstigde van cofinanciering kan voor de uitvoering van bodemsaneringswerken voor verschillende bodemverontreinigingen een aanvraag tot cofinanciering indienen bij de OVAM en cofinanciering ontvangen. In ieder geval kan over een periode van drie kalenderjaren het gecumuleerde bedrag van toegekende cofinanciering aan een begunstigde niet meer dan 200.000 euro bedragen.
  Als de begunstigde een onderneming is, geldt ook als voorwaarde dat het de-minimisplafond op elk moment moet worden gerespecteerd, met behoud van de toepassing van artikel 2, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun.
  Onderafdeling IX. - Terugvordering
  Art. 54/15. Onverminderd artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, kan de OVAM in de volgende gevallen de uitbetaalde cofinanciering geheel of gedeeltelijk terugvorderen :
  1° bij vaststelling dat de cofinanciering uitbetaald is op basis van onjuiste of onvolledige gegevens, opgenomen in de aanvraag tot cofinanciering of in de aanvraag tot uitbetaling van de cofinanciering;
  2° bij vaststelling dat de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens het Bodemdecreet, niet zijn nageleefd bij de uitvoering van de bodemsaneringswerken.
  In geval van terugvordering wordt de Europese referentievoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast. ".
Art. 2. Le titre III, chapitre III, du même arrêté est complété par une section IV, comprenant les articles 54/1 à 54/15 compris, rédigée comme suit :
  " Section IV. - Cofinancement
  Sous-section Ire. - Généralités
  Art. 54/1. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, l'administrateur général de l'OVAM peut octroyer, sur demande, le cofinancement aux personnes visées à l'article 54/2, pour l'exécution des travaux d'assainissement du sol tels que visés à l'article 54/3.
  Le cofinancement est octroyé dans le respect du Règlement (CE) n° 1998/2006 de la Commission du 15 décembre 2006 concernant l'application des articles 87 et 88 du traité CE aux aides de minimis.
  Sous-section II. - Champ d'application A. Champ d'application personnel
  Art. 54/2. Les personnes suivantes sont éligibles au cofinancement :
  1° le propriétaire du terrain sur lequel la pollution du sol s'est produite, à condition qu'il soit devenu propriétaire du terrain avant le 1er juin 2008;
  2° un ancien propriétaire du terrain sur lequel la pollution du sol s'est produite, à condition qu'il soit devenu propriétaire du terrain avant le 1er juin 2008 et qu'une des conditions suivantes soit remplie;
  a) lorsqu'il s'agit d'un terrain à risque : il s'est engagé, en la qualité de propriétaire-cédant de ce terrain, envers l'OVAM d'exécuter les travaux d'assainissement du sol pour cette pollution du sol;
  b) lorsqu'il ne s'agit pas d'un terrain à risque : il exécute les travaux d'assainissement du sol auxquels il est tenu en vertu du Décret relatif au sol.
  Les propriétaires suivants, visés à l'alinéa premier, ne sont pas éligibles au cofinancement :
  1° le propriétaire qui est dispensé de l'obligation d'assainissement;
  2° le propriétaire qui, ou le propriétaire dont le prédécesseur a causé lui-même la pollution du sol moins de trente ans avant la date de réception de la demande recevable de cofinancement;
  3° le propriétaire à charge duquel un procès-verbal a été établi pour violation du Décret relatif au sol ou du présent arrêté;
  4° le propriétaire qui, en tant qu'entreprise, ne remplit pas les conditions pour l'octroi des aides de minimis.
  B. Champ d'application matériel
  Art. 54/3. L'exécution des travaux d'assainissement du sol est éligible au cofinancement si les conditions suivantes sont remplies :
  1° les travaux d'assainissement du sol sont exécutés sur la base d'un projet d'assainissement du sol ou d'un projet limité d'assainissement du sol pour lequel l'OVAM a délivré une attestation de conformité après le 31 mai 2008;
  2° les travaux d'assainissement du sol sont exécutés aux frais de la personne, visée à l'article 54/2, alinéa premier;
  3° les travaux d'assainissement du sol concernent la nature suivante de la pollution du sol :
  a) une pollution historique du sol pour laquelle l'OVAM a décidé, sur la base d'une reconnaissance descriptive du sol ou d'une reconnaissance d'orientation et descriptive du sol, qu'il est question d'une pollution grave du sol;
  b) une pollution mixte du sol pour laquelle l'OVAM a décidé, sur la base d'une reconnaissance descriptive du sol ou d'une reconnaissance d'orientation et descriptive du sol, qu'il y lieu de procéder, conformément au Décret relatif au sol, à l'assainissement du sol.
  L'exécution des travaux d'assainissement du sol, visée à l'alinéa premier, n'est pas éligible au cofinancement si les travaux concernent une des pollutions du sol suivantes :
  1° une pollution du sol qui résulte de l'exploitation d'une station-service, telle que visée à l'article 2, 3°, de l'accord de coopération du 22 mars 2001 entre l'Etat fédéral, la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale, relative à l'exécution et au financement de l'assainissement du sol des stations-service;
  2° une pollution du sol qui résulte d'une activité telle que visée à l'article 121;
  3° une pollution du sol dont les travaux d'assainissement du sol ont déjà fait l'objet d'un cofinancement tel que visé au présent arrêté, ou d'une autre intervention financière d'une instance publique pour les mêmes frais que ceux éligibles au cofinancement sur la base de l'article 54/4.
  Sous-section III. - Frais éligibles au cofinancement
  Art. 54/4. Les frais suivants ayant directement trait à l'exécution des travaux d'assainissement du sol, sont éligibles au cofinancement :
  1° les frais de l'exécution des concepts d'assainissement du sol et des techniques d'assainissement du sol qui sont énumérés dans la procédure standard, visée à l'article 47, § 2, du Décret relatif au sol;
  2° les frais de l'accompagnement environnemental des travaux d'assainissement du sol;
  3° les frais des travaux et des mesures nécessaires pour l'exécution des travaux d'assainissement du sol.
  Seuls les frais de travaux d'assainissement du sol qui sont exécutés après la date de réception par l'OVAM de la demande recevable de cofinancement, sont éligibles au cofinancement.
  Pour une pollution mixte du sol, seuls les frais des travaux d'assainissement du sol ayant trait à la partie de la pollution mixte du sol qui peut être considérée comme historique, sont éligibles au cofinancement.
  Sous-section IV. - Pourcentage du cofinancement
  Art. 54/5. Le Ministre arrête le pourcentage du cofinancement.
  Le pourcentage du cofinancement s'élève au minimum à 20 % et au maximum à 50 %.
  Le Ministre peut varier le pourcentage du cofinancement selon que le bénéficiaire est une entreprise ou non.
  Sous-section V. - Procédure de traitement d'une demande de cofinancement
  Art. 54/6. Sous peine d'irrecevabilité, une demande de cofinancement est introduite auprès de l'OVAM tant par lettre recommandée que par voie électronique.
  Sous peine d'irrecevabilité, la demande de cofinancement doit être introduite à l'aide d'un formulaire de demande de cofinancement dûment rempli, daté et signé. Le modèle du formulaire de demande est fixé par arrêté de l'administrateur général de l'OVAM et prévoit en tout cas la fourniture des données suivantes :
  1° l'attestation de conformité du projet d'assainissement du sol ou du projet limité d'assainissement du sol sur la base de laquelle sont exécutés les travaux d'assainissement du sol faisant l'objet de la demande de cofinancement, si cette attestation de conformité a déjà été délivrée par l'OVAM. Dans l'autre cas, il suffit d'identifier le projet d'assainissement du sol ou le projet limité d'assainissement du sol qui est ou a été introduit auprès de l'OVAM en vue de la déclaration de conformité;
  2° un aperçu de l'estimation des frais des travaux d'assainissement du sol éligibles au cofinancement en application des dispositions, fixées par ou en vertu de l'article 54/4. L'aperçu est établi sous la direction d'un expert en assainissement du sol du type 2 sur la base du projet d'assainissement du sol ou du projet limité d'assainissement du sol, visé au point 1° ;
  3° une planification non contraignante de la demande ou des demandes de paiement du cofinancement, telles que visées à l'article 54/9. La planification est établie sous la direction d'un expert en assainissement du sol du type 2 sur la base du projet d'assainissement du sol ou du projet limité d'assainissement du sol, visé au point 1° ;
  4° un acte opposable à l'OVAM dont il résulte quand le demandeur du cofinancement est devenu propriétaire du terrain.
  Art. 54/7. L'OVAM examine la recevabilité de la demande. Lorsque l'OVAM estime la demande recevable, l'administrateur général de l'OVAM prend une décision sur la demande de cofinancement après l'examen et l'évaluation du dossier de demande.
  La décision de cofinancement contient en tout cas les éléments suivants :
  1° le montant maximal des frais des travaux d'assainissement du sol qui sont éligibles au cofinancement;
  2° le pourcentage du cofinancement qui est applicable;
  3° le montant maximal du cofinancement. Ce montant est calculé en multipliant le montant maximal des frais des travaux d'assainissement du sol éligibles au cofinancement par le pourcentage du cofinancement applicable. Le montant maximal du cofinancement est plafonné à 200.000 euros;
  4° la date limite à laquelle les factures doivent être datées pour être éligibles au paiement dans le cadre du cofinancement octroyé;
  5° les conditions d'octroi du cofinancement.
  Art. 54/8. Le Ministre peut arrêter les modalités de la procédure de traitement d'une demande de cofinancement.
  Sous-section VI. - Paiement du cofinancement
  Art. 54/9. L'OVAM paie le cofinancement sur la base d'une demande de paiement du bénéficiaire.
  Le bénéficiaire peut introduire au maximum trois demandes de paiement du cofinancement auprès de l'OVAM. Il détermine lui-même quand il introduit une demande de paiement, à condition qu'au moins une année s'est écoulée entre les différentes demandes de paiement à partir de la date de réception par l'OVAM de la demande recevable de paiement précédente.
  Art. 54/10. Le montant du cofinancement à payer est fixé par l'OVAM sur la base des factures que le bénéficiaire joint à sa demande de paiement. Les factures sont reprises dans un état des comptes, auquel sont joints un état d'avancement détaillé ainsi qu'une preuve de paiement.
  Seules les factures dont la date précède la date limite de facture, visée à la décision de cofinancement, sont prises en considération pour l'établissement du montant du cofinancement à payer.
  Art. 54/11. Le montant du cofinancement à payer est calculé en multipliant les deux paramètres suivants :
  1° les frais éligibles au cofinancement et repris dans les factures qui répondent aux exigences de l'article 54/10, le plafond étant le montant maximal des frais des travaux d'assainissement du sol qui sont éligibles au cofinancement, visé à la décision de cofinancement;
  2° le pourcentage du cofinancement applicable, visé à la décision de cofinancement.
  Le montant de cofinancement à payer ne peut en aucun cas dépasser le montant maximal du cofinancement, visé à la décision de cofinancement.
  S'il est constaté que les conditions de la décision de cofinancement ne sont pas respectées, l'OVAM renonce au paiement du cofinancement ou l'OVAM diminue le montant de cofinancement à payer.
  Art. 54/12. Le Ministre peut arrêter des modalités relatives au paiement du cofinancement. L'administrateur général de l'OVAM peut établir un modèle de l'état d'avancement et de l'état des comptes, et imposer des conditions formelles aux factures.
  Sous-section VII. - Transfert du droit au cofinancement
  Art. 54/13. Le bénéficiaire peut transférer le droit au cofinancement qu'il a obtenu sur la base de la décision de cofinancement, à la personne qui reprend, conformément au Décret relatif au sol et au présent arrêté, l'obligation d'exécuter les travaux d'assainissement du sol auxquels la décision de cofinancement a trait, aux conditions suivantes :
  1° au moment du transfert du droit au cofinancement, le cessionnaire est propriétaire du terrain faisant l'objet du cofinancement;
  2° le cessionnaire ne relève pas des causes d'exclusion, visées à l'article 54/2, alinéa deux.
  Le Ministre peut arrêter des modalités relatives à la procédure de transfert du droit obtenu de cofinancement.
  Sous-section VIII. - Demandes de cofinancement successives
  Art. 54/14. Le bénéficiaire du cofinancement peut introduire une demande de cofinancement auprès de l'OVAM et recevoir le cofinancement pour l'exécution de travaux d'assainissement du sol pour différentes pollutions du sol. En tout cas, sur une période de trois années calendaires, le montant cumulé de cofinancement octroyé au bénéficiaire ne peut pas dépasser 200.000 euros.
  Si le bénéficiaire est une entreprise, le plafond de minimis doit également être respecté à tout moment, sous réserve de l'application de l'article 2, alinéa cinq, du Règlement (CE) n° 1998/2006 de la Commission du 15 décembre 2006 concernant l'application des articles 87 et 88 du Traité CE aux aides de minimis.
  Sous-section IX. - Recouvrement
  Art. 54/15. Sans préjudice de l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des Comptes, l'OVAM peut recouvrer en tout ou en partie le cofinancement payé, dans les cas suivants :
  1° lorsqu'on constate que le cofinancement est payé sur la base de données incorrectes ou incomplètes, reprises dans la demande de cofinancement ou dans la demande de paiement du cofinancement;
  2° lorsqu'on constate que les dispositions, fixées par ou en vertu du Décret relatif au sol, ne sont pas respectées lors de l'exécution des travaux d'assainissement du sol.
  En cas de recouvrement, le taux d'intérêt de référence européen pour le recouvrement des aides d'Etat indûment accordées est appliqué. ".
HOOFDSTUK 2. - Retributie voor het afleveren van een bodemattest
CHAPITRE 2. - Rétribution pour la délivrance d'une attestation du sol
Art. 3. In artikel 215, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het getal " 30 " wordt telkens vervangen door het getal " 50 ";
  2° het getal " 120 " wordt vervangen door het getal " 200 ".
Art. 3. A l'article 215, § 1er, du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le nombre " 30 " est chaque fois remplacé par le nombre " 50 ";
  2° le nombre " 120 " est remplacé par le nombre " 200 ".
Art. 4. In artikel 216, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het getal " 30 " vervangen door het getal " 50 ".
Art. 4. Dans l'article 216, alinéa deux, du même arrêté, le nombre " 30 " est remplacé par le nombre " 50 ".
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 217/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 217/1. Van de ontvangsten van de retributie voor het bodemattest wordt 32 % toegewezen aan het Bodembeschermingsfonds, vermeld in artikel 17 van het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004. ".
Art. 5. Dans le même arrêté, il est inséré un article 217/1, rédigé comme suit :
  " Art. 217/1. 32 % des recettes de la rétribution pour l'attestation du sol sont attribués au Fonds de Protection du Sol, visé à l'article 17 du décret du 19 décembre 2003 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2004. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2013, met uitzondering van artikel 3 en 4 die in werking treden op 1 juni 2013.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2013, à l'exception des articles 3 et 4, qui entrent en vigueur le 1er juin 2013.
Art. 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le Ministre flamand chargé de l'environnement et de la politique des eaux est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Brussel, 15 maart 2013.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
  J. SCHAUVLIEGE
  Bruxelles, le 15 mars 2013.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
  J. SCHAUVLIEGE