Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 MAART 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende nadere regels inzake duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest voor niet-land- en tuinbouwactiviteiten en de opmaak van het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-04-2013 en tekstbijwerking tot 17-03-2023)
Titre
15 MARS 2013. - Arrêté du Gouvernement flamand du 15 mars 2013 portant les modalités relatives à l'utilisation durable des pesticides en Région flamande pour les activités non agricoles et non horticoles et à l'établissement du Plan d'Action flamand pour l'Utilisation durable des Pesticides (" Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik ")(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 18-04-2013 et mise à jour au 17-03-2023)
Documentinformatie
Numac: 2013035318
Datum: 2013-03-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013035318
Date: 2013-03-15
Moniteur: Voir
Tekst (32)
Texte (32)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden.
Article 1er. Le présent décret prévoit une transposition partielle de la directive 2009/128/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 instaurant un cadre d'action communautaire pour parvenir à une utilisation des pesticides compatible avec le développement durable.
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° Actieplan: Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik, vermeld in artikel 8 van het decreet;
  2° decreet: decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest;
  3° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid;
  4° openbare dienst: dienst, uitgevoerd door een rechtspersoon, in het kader van een taak van algemeen belang.
Art. 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° Plan d'action : le Plan d'Action flamand pour l'Utilisation durable des Pesticides, cité dans l'article 8 du décret;
  2° décret : le décret du 8 février 2013 relatif à une utilisation durable des pesticides en Région flamande.
  3° Ministre : le Ministre flamand chargé de l'environnement et de la gestion des eaux;
  4° service public : un service, exécuté par une personne morale, dans le cadre d'une tâche d'intérêt général;
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 2. - Champ d'application
Art. 3. Met uitzondering van land- en tuinbouwactiviteiten zijn [1 hoofdstuk 2, 3, 4 en 4/1]1 van dit besluit van toepassing op de volgende terreinen die beheerd worden in het kader van een openbare dienst of in het kader van een commerciële activiteit:
  1° alle terreinen, inclusief de bermen, op minder dan zes meter van het talud van het oppervlaktewater;
  2° alle bermen langs wegen en spoorwegen;
  3° alle wegranden, trottoirs en andere verharde terreinen die deel uitmaken van de openbare weg of die erbij horen, zoals parkeerterreinen en pleinen;
  4° alle verharde terreinen die 200 m2 of groter zijn;
  5° alle terreinen die toegankelijk zijn voor het brede publiek of voor kwetsbare groepen, zoals:
  a) parken, plantsoenen, tuinen, pleinen en begraafplaatsen;
  b) sportdomeinen, recreatiedomeinen, dieren- en pretparken;
  c) terreinen bij kinderopvang, scholen en instellingen voor kleuter-, basisonderwijs en secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs en centra voor leerlingenbegeleiding;
  d) speelplaatsen, speelterreinen, sportterreinen, schoolterreinen en terreinen van zorgverstrekkende instellingen die niet vervat zijn onder c);
  6° alle andere terreinen dan de terreinen vermeld in punt 1° tot en met 5°, die gebruikt worden voor een openbare dienst of die horen bij een gebouw dat gebruikt wordt voor een openbare dienst.
  In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° kwetsbare groepen: mensen die specifieke aandacht behoeven als het gaat om de beoordeling van acute en chronische gevolgen van pesticiden voor de gezondheid;
  2° oppervlaktewater: water, vermeld in artikel 3, § 2, 3°, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
  3° talud: talud vermeld in artikel 3, § 2, 42°, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
  4° verhard terrein: grondoppervlak dat op een of andere wijze bedekt is met een verharding, al dan niet waterdoorlatend;
  5° [2 zorgverstrekkende instelling: een instelling zoals een ziekenhuis, [3 een woonzorgcentrum]3 of een psychiatrisch verzorgingstehuis.]2
  
Art. 3. A l'exception des activités agricoles et horticoles, [1 les chapitres 2, 3, 4 et 4/1]1 du présent arrêté s'appliquent aux terrains suivants gérés dans le cadre d'un service public ou dans le cadre d'une activité commerciale :
  1° tous les terrains, y compris les accotements, à moins de six mètres du talus de l'eau de surface;
  2° tous les accotements le long des routes et voies ferrées;
  3° tous les bords de route, trottoirs et autres terrains durcis qui font partie de la voie publique ou qui y appartiennent, tels que les parkings et places publiques;
  4° tous les terrains durcis de 200 m2 ou plus;
  5° tous les terrains qui sont accessibles au grand public ou aux groupes vulnérables, tels que :
  a) les parcs, jardins publics, jardins, places publiques et lieux de sépulture;
  b) les domaines de sports, de récréation, parcs d'animaux et de récréation;
  c) les terrains situés près des centres d'accueil d'enfants, des écoles et établissements d'enseignement fondamental et secondaire, d'enseignement artistique à temps partiel et des centres d'encadrement des élèves;
  d) les plaines de jeux, terrains de jeux, terrains de sports, terrains d'écoles et terrains d'établissements de prestations de soins, qui ne sont pas repris sous c);
  6° tous les terrains autres que ceux visés aux point 1° à 5° inclus, qui sont utilisés pour un service public ou qui appartiennent à un bâtiment qui est utilisé pour un service public.
  Dans l'alinéa premier, on entend par :
  1° groupes vulnérables : les personnes qui nécessitent une attention particulière s'il s'agit de l'évaluation des effets aigus et chroniques des pesticides pour la santé;
  2° eau de surface, l'eau, citée dans l'article 3, § 2, 3°, 31, du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau;
  3° talus, le talus, cité dans l'article 3, § 2, 42°, du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau;
  4° terrain durci : surface couverte d'une manière ou d'une autre d'un durcissement, perméable à l'eau ou non;
  5° [2 établissement de santé : un établissement tel qu'un hôpital, [3 un centre de soins résidentiels]3 ou un foyer de soins psychiatriques.]2
  
Art.3/1. [1 Hoofdstuk 4/1 is van toepassing op de gebieden die door particulieren worden gebruikt.]1
  
Art.3/1. [1 Le chapitre 4/1 s'applique aux zones utilisées par des particuliers.]1
  
HOOFDSTUK 3. [1 - Minimumgebruik of verbod op het gebruik van pesticiden op terreinen die beheerd worden in het kader van een openbare dienst of in het kader van een commerciële activiteit]1
CHAPITRE 3. [1 - Utilisation minimale ou interdiction d'utilisation des pesticides sur les terrains gérés dans le cadre d'un service public ou d'une activité commerciale]1
Art. 4. Tot en met 31 december 2014 geldt:
  1° een verbod op het gebruik van pesticiden op alle terreinen vermeld in artikel 3, eerste lid, 2° ;
  2° het decreet van 21 december 2001 houdende vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest dat van toepassing is op alle terreinen vermeld in artikel 3, eerste lid, die gebruikt worden voor een openbare dienst;
  3° een minimumgebruik van pesticiden op alle terreinen vermeld in artikel 3, eerste lid, die geen eigendom zijn van een overheid of niet in beheer zijn voor een openbare dienst.
  Vanaf 1 januari 2015 geldt:
  1° een verbod op het gebruik van pesticiden:
  a) op alle terreinen vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2°, 3° en 5°, c);
  b) op alle terreinen vermeld in artikel 3, eerste lid, die gebruikt worden voor een openbare dienst of die horen bij een gebouw dat gebruikt wordt voor een openbare dienst;
  2° een minimumgebruik van pesticiden op alle terreinen vermeld in artikel 3, eerste lid, 4°, 5° a), b) en d) voor zover het geen terreinen betreft die gebruikt worden voor een openbare dienst of die horen bij een gebouw dat gebruikt wordt voor een openbare dienst.
  Onder minimumgebruik wordt verstaan het verminderen van het pesticidengebruik door:
  1° pesticiden alleen pleksgewijs te gebruiken op de locaties die nog niet pesticidenvrij te beheren zijn. Bij een pleksgewijs gebruik wordt uitsluitend de te bestrijden soort behandeld met pesticiden en niet de omliggende ruimte;
  2° alleen de pesticiden te gebruiken die erkend zijn als gewasbeschermingsmiddelen door de federale overheid of die als biociden toegelaten zijn door de federale overheid. In beide gevallen worden de toepassingsvoorschriften strikt gerespecteerd;
  3° de aanleg en heraanleg van de terreinen, vermeld in artikel 3, eerste lid, te onderwerpen aan een pesticidentoets.
  Onder pesticidentoets wordt verstaan het toetsen van de ontwerpplannen voor de aanleg of heraanleg van groenzones of verhardingen met het oog op onkruidpreventie en een efficiëntere bestrijding met niet-chemische bestrijdingsmethoden na de aanleg of heraanleg.
Art. 4. S'appliquent jusqu'au 31 décembre 2014 inclus :
  1° une interdiction d'utilisation de pesticides sur tous les terrains cités dans l'article 3, alinéa premier, 2° ;
  2° le décret du 21 décembre 2001 portant réduction de l'utilisation des pesticides par les services publics en Région flamande, qui s'appliquent à tous les terrains cités dans l'article, alinéa premier, qui sont utilisés pour un service public;
  3° une utilisation minimale de pesticides sur tous les terrains cités dans l'article, alinéa premier, qui ne sont pas la propriété d'une autorité publique ou qui ne sont pas gérés pour un service public.
  S'appliquent à partir du 1er janvier 2015 :
  1° une interdiction d'utilisation de pesticides :
  a) sur tous les terrains cités dans l'article 3, alinéa premier, 1°, 2°, 3° et 5°, c);
  b) sur tous les terrains cités dans l'article 3, alinéa premier, qui sont utilisés pour un service public ou qui appartiennent à un bâtiment qui est utilisé pour un service public;
  2° une utilisation minimale de pesticides sur tous les terrains cités dans l'article 3, alinéa premier, 4°, 5° a), b) et d) pour autant qu'il ne s'agisse pas de terrains qui sont utilisés pour un service public ou qui appartiennent à un bâtiment qui est utilisé pour un service public.
  Par utilisation minimale, il faut entendre, la réduction de l'utilisation de pesticides :
  1° en n'utilisant des pesticides qu'à certains endroits sur des lieux qui ne peuvent pas encore être gérés sans l'utilisation de pesticides. Lors de l'utilisation à certains endroits, seule l'espèce à éliminer est traitée de pesticides sans toucher aux alentours;
  2° en utilisant que des pesticides qui sont agréés comme des produits phytopharmaceutiques par l'autorité fédérale ou qui sont autorisés comme biocides par l'autorité fédérale. Dans les deux cas, les prescriptions d'application sont strictement respectées;
  3° en soumettant l'aménagement et le ré-aménagement de terrains, cités dans l'article 3, alinéa premier, à une évaluation de pesticides.
  Par évaluation de pesticides, il faut entendre l'évaluation des projets de plan pour l'aménagement ou le ré-aménagement de zones vertes ou de revêtements durcis dans le cadre du désherbage et des méthodes de lutte non chimiques plus efficaces suivant le (ré)aménagement.
Art. 5. § 1. Met toepassing van paragraaf 2 tot en met 4 kan een afwijking van het verbod, dat wordt opgelegd op basis van artikel 4, voor een reden vermeld in artikel 7, § 1, 1°, van het voormelde decreet, worden verkregen.
  Afwijkingen van het verbod houden steeds rekening met de principes verwoord in artikel 5 van het decreet.
  § 2. De Vlaamse Milieumaatschappij stelt jaarlijks, op aanvraag en na raadpleging van de stakeholders in januari een lijst op met daarin waar, door wie en onder welke omstandigheden bepaalde pesticiden gebruikt mogen worden. Deze lijst wordt bekrachtigd door de minister.
  De lijst wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  In afwijking van het eerste lid wordt de lijst die geldt voor 2015, uitzonderlijk in juni 2014 bekendgemaakt.
  § 3. Bij acuut gevaar kan van het verbod worden afgeweken door directe melding aan de Vlaamse Milieumaatschappij per e-mail minstens 24 uur voor de bestrijding zal aanvangen.
  De Vlaamse Milieumaatschappij kan toezicht uitoefenen of, zo nodig, de bestrijding alsnog verbieden of randvoorwaarden opleggen.
  De melding bevat minstens:
  1° de noodzaak van het gebruik van pesticiden;
  2° een korte beschrijving waarom er geen niet-chemische bestrijdingsmethodes gebruikt kunnen worden;
  3° het voorgestelde product met het erkenningsnummer of toelatingsnummer, de dosis en de omvang van het gebruik in tijd en ruimte;
  4° de gebruikswijze, met inbegrip van het maximumgebruik.
  § 4. Voor andere afwijkingen dan de afwijkingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, wordt een aanvraag ingediend bij de Vlaamse Milieumaatschappij.
  De aanvraag bevat ten minste de volgende gegevens:
  1° de noodzaak van het gebruik van pesticiden;
  2° een omstandige omschrijving waarom er geen niet-chemische bestrijdingsmethodes gebruikt kunnen worden, inclusief een kostenraming daarvan;
  3° het voorgestelde product met het erkenningsnummer of toelatingsnummer, de dosis en de omvang van het gebruik in tijd en ruimte;
  4° de gebruikswijze, met inbegrip van het maximumgebruik.
  Uiterlijk drie maanden na de ontvangst van de aanvraag wordt de aanvrager schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing.
  De Vlaamse Milieumaatschappij kan bij het goedkeuren van de afwijkingsaanvraag voorwaarden opleggen.
Art. 5. § 1er. En application des paragraphes 2 à 4 inclus, il est possible d'obtenir une dérogation à l'interdiction, imposée sur la base de l'article 4, pour une raison citée dans l'article 7, § 1er, 1°, du décret précité.
  Les dérogations à l'interdiction tiennent toujours compte des principes énoncés dans l'article 5 du décret.
  § 2. La " Vlaamse Milieumaatschappij " (Société flamande de l'Environnement) établit annuellement en janvier, sur demande et après consultation des parties prenantes, une liste mentionnant par qui, où et sous quelles conditions certains pesticides peuvent être utilisées. Cette liste est ratifiée par le Ministre.
  La liste est publiée au Moniteur belge.
  En dérogation à l'alinéa premier, la liste, qui s'applique à l'an 2015, est exceptionnellement publiée en 2014.
  § 3. En cas de danger aigu, il peut être déroger à l'interdiction par notification directe par e-mail à la " Vlaamse Milieumaatschappij " au moins 24 heures avant l'utilisation des pesticides.
  La " Vlaamse Milieumaatschappij " peut exercer un contrôle ou, si nécessaire, interdire l'utilisation de pesticides ou imposer des conditions secondaires.
  La notification comprend au moins :
  1° la nécessité d'utiliser des pesticides;
  2° une brève description de la raison pour laquelle des méthodes de lutte non chimiques ne peuvent pas être utilisées;
  3° le produit proposé avec numéro d'agrément ou d'autorisation, la dose et l'ampleur de l'utilisation en temps et espace;
  4° le mode d'utilisation, y compris l'utilisation maximale.
  § 4. Pour les dérogations autres que les dérogations, visées aux paragraphes 2 et 3, une demande est introduite auprès de la " Vlaamse Milieumaatschappij ".
  La demande comprend au moins les données suivantes :
  1° la nécessité d'utiliser des pesticides;
  2° une description détaillée de la raison pour laquelle des méthodes de lutte non chimiques ne peuvent pas être utilisées, y compris une estimation des frais;
  3° le produit proposé avec numéro d'agrément ou d'autorisation, la dose et l'ampleur de l'utilisation en temps et espace;
  4° le mode d'utilisation, y compris l'utilisation maximale.
  Au plus tard trois mois après la réception de la demande, le demandeur est informé par écrit de la décision.
  La " Vlaamse Milieumaatschappij " peut imposer des conditions lors de l'approbation de la demande de dérogation.
Art. 6. § 1. Met toepassing van paragraaf 2 tot en met 3 kan een afwijking van het verbod, dat wordt opgelegd op basis van artikel 4 voor een reden vermeld in artikel 7, § 1, 2°, van het voormelde decreet, worden verkregen.
  Afwijkingen van het verbod houden steeds rekening met de principes verwoord in artikel 5 van het decreet.
  § 2. De aanvrager dient een omvormingsprogramma in bij de Vlaamse Milieumaatschappij.
  Het omvormingsprogramma wordt voor een periode van drie jaar opgemaakt.
  Het omvormingsprogramma bevat ten minste de volgende gegevens:
  1° de oppervlakte die pesticidenvrij beheerd wordt en de oppervlakte die niet-pesticidenvrij beheerd wordt;
  2° de terreinen die in de periode waarop de aanvraag betrekking heeft, omgevormd worden tot een pesticidenvrij beheerd terrein;
  3° de redenen waarom er geen niet-chemische bestrijdingsmethodes voor de terreinen waarvoor de aanvraag wordt ingediend, gebruikt kunnen worden, met inbegrip van een kostenraming en de gekozen chemische bestrijdingsmethode.
  De Vlaamse Milieumaatschappij kan de technische gegevens, opgenomen in het omvormingsprogramma verder bepalen.
  De Vlaamse Milieumaatschappij kan bij het goedkeuren van de afwijkingsaanvraag voorwaarden opleggen.
  De aanvraag voor de eerste afwijkingsperiode die geldt voor 2015-2017, moet vóór 1 april 2014 ingediend zijn bij de Vlaamse Milieumaatschappij. Vervolgens kan voor elke volgende periode van drie jaar een nieuwe aanvraag worden ingediend vóór 1 april van het jaar dat voorafgaat aan de nieuwe driejarige periode.
  Vóór 1 oktober van het jaar waarin de aanvraag is ingediend, wordt de aanvrager schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing.
  § 3. In uitzonderlijke gevallen die niet opgenomen zijn in het omvormingsprogramma, kan vooralsnog een afwijking aangevraagd worden met toepassing van artikel 5, § 4.
Art. 6. § 1er. En application des paragraphes 2 à 3 inclus, il est possible d'obtenir une dérogation à l'interdiction, imposée sur la base de l'article 4, pour une raison citée dans l'article 7, § 1er, 2°, du décret précité.
  Les dérogations à l'interdiction tiennent toujours compte des principes énoncés dans l'article 5 du décret.
  § 2. Le demandeur introduit un programme de conversion auprès de la " Vlaamse Milieumaatschappij ".
  Le programme de conversion est établi pour une période de trois ans.
  Le programme de conversion contient au moins les données suivantes :
  1° la superficie qui est gérée sans pesticides et la superficie qui est gérée avec utilisation de pesticides;
  2° les terrains qui sont convertis en un terrain géré sans pesticides pendant la période à laquelle la demande a trait;
  3° la raison pour laquelle des méthodes de lutte non chimiques ne peuvent pas être utilisées pour les terrains pour lesquels la demande est introduite, y compris l'estimation des frais et la méthode de lutte chimique choisie.
  La " Vlaamse Milieumaatschappij " peut fixer les détails des données techniques, reprises dans le programme de conversion.
  La " Vlaamse Milieumaatschappij " peut imposer des conditions lors de l'approbation de la demande de dérogation.
  La demande pour la première période de dérogation qui s'applique à 2015-2017, doit être introduite auprès de la " Vlaamse Milieumaatschappij " avant le 1er avril 2014. Ensuite, une nouvelle demande pour chaque période suivante de trois ans peut être introduite avant le 1er avril de l'année qui précède la nouvelle période de trois ans.
  Avant le 1er octobre de l'année d'introduction de la demande, le demandeur est informé par écrit de la décision.
  § 3. Dans des cas exceptionnels qui ne sont pas repris dans le programme de conversion, un dérogation peut toutefois être demandée en application de l'article 5, § 4.
Art. 7. § 1. Tegen de beslissingen van de Vlaamse Milieumaatschappij vermeld in artikel 5, § 3 en 4 en in artikel 6, §§ 2 en 3 kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse minister, binnen dertig dagen na de kennisname van de beslissing. De geadresseerde wordt geacht kennis te hebben genomen van de beslissing de derde werkdag die volgt op de dag waarop de brief waarbij de beslissing werd verstuurd, aan de postdiensten werd overhandigd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
  Het beroep bevat een kopie van de bestreden beslissing en een omstandige uiteenzetting van de grieven die tegen de bestreden beslissing worden ingebracht. Het beroep wordt ingediend met een aangetekende brief.
  § 2. De minister bezorgt het beroep onmiddellijk aan de Vlaamse Milieumaatschappij die binnen dertig dagen na ontvangst van het overgemaakte beroep advies verleent. Indien het advies niet tijdig wordt verleend, mag aan de adviesvereiste worden voorbij gegaan.
  De minister neemt een beslissing over het beroep binnen zestig dagen na ontvangst van het beroep.
  De indiener van het beroep wordt binnen tien dagen na het nemen van de beslissing op de hoogte gebracht met een aangetekende brief. De Vlaamse Milieumaatschappij wordt schriftelijk dezelfde termijn op de hoogte gebracht van de beslissing.
  § 3. Als de bestreden beslissing een beslissing is als bedoeld in artikel 5, § 3, dan worden de termijnen uit paragraaf 2, eerste en tweede lid, teruggebracht tot vijftien en dertig dagen.
Art. 7. § 1er. Un recours contre les décisions de la " Vlaamse Milieumaatschappij " citées dans l'article 5, §§ 3 et 4, et dans l'article 6, §§ 2 et 3, peut être formé auprès du Ministre flamand, dans les trente jours de la notification de la décision. L'adressé est supposé avoir pris connaissance de la décision au troisième jour ouvrable qui suit le jour auquel la lettre, par laquelle la décision a été envoyée, a été transmise au service des postes, sauf si l'adressé fournit la preuve du contraire.
  Le recours contient une copie de la décision contestée et une explication détaillée des griefs invoqués contre la décision contestée. Le recours est introduit par lettre recommandée.
  § 2. Le Ministre transmet immédiatement le recours à la " Vlaamse Milieumaatschappij " qui émet un avis dans les trente jours de la réception du recours transmis. Faute d'avis dans le délai imparti, l'exigence en matière d'avis peut être négligée.
  Le Ministre prend une décision sur le recours dans les soixante jours de la réception de la réclamation.
  L'auteur du recours est informé par lettre recommandée dans les dix jours de la décision. La " Vlaamse Milieumaatschappij " est informé par écrit de la décision dans le même délai.
  § 3. Si la décision contestée est une décision telle que visée à l'article 5, § 3, les délais du paragraphe 2, alinéas premier et deux, sont réduits à quinze et trente jours.
HOOFDSTUK 4. [1 - Rapporteren over het gebruik op terreinen die beheerd worden in het kader van een openbare dienst of in het kader van een commerciële activiteit]1
CHAPITRE 4. [1 - Rapport sur l'utilisation sur les terrains gérés dans le cadre d'un service public ou d'une activité commerciale]1
Art. 8. § 1. Het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap en alle diensten en agentschappen die er van afhangen, de provinciale overheden, de gemeenten, de autonome gemeentebedrijven en de polders en wateringen rapporteren jaarlijks vóór 1 april van het daaropvolgende jaar de volgende gegevens over de gebruikte pesticiden aan de Vlaamse Milieumaatschappij: de omschrijving van de plaats van het gebruik, de productnaam, het erkenningsnummer of toelatingsnummer, de hoeveelheid en het nummer van de afwijking die ze ontvangen hebben van de Vlaamse Milieumaatschappij.
  De Vlaamse Milieumaatschappij kan de inhoud en de wijze waarop gerapporteerd wordt, verder regelen.
  § 2. De andere beheerders van de terreinen, vermeld in artikel 3, eerste lid, houden de gegevens over pesticidengebruik jaarlijks bij voor een periode van vijf jaar. Die gegevens omvatten: de plaats van het gebruik, de productnaam, het erkenningsnummer of toelatingsnummer en de hoeveelheid die gebruikt is in dat jaar.
  De Vlaamse Milieumaatschappij heeft inzagerecht.
Art. 8. § 1er. La Région flamande, la Communauté flamande et tous les services et agences qui en dépendent, les autorités provinciales, les communes, les régies communales autonomes et les polders et wateringues rapportent annuellement avant le 1er avril de l'année suivante, les données suivantes sur les pesticides utilisés à la " Vlaamse Milieumaatschappij " : la description du lieu de l'utilisation, le nom du produit, le numéro d'agrément ou le numéro d'autorisation, la quantité et le numéro de la dérogation qu'ils ont obtenu de la " Vlaamse Milieumaatschappij ".
  La " Vlaamse Milieumaatschappij " peut régler les détails du contenu et du mode de rapportage.
  § 2. Les autres gestionnaires des terrains, cités dans l'article 3, alinéa premier, conservent annuellement les données sur l'utilisation de pesticides pour une période de cinq ans. Ces données comprennent : la description du lieu de l'utilisation, le nom du produit, le numéro d'agrément ou le numéro d'autorisation et la quantité utilisée pendant cette année.
  La " Vlaamse Milieumaatschappij " dispose du droit de consultation.
HOOFDSTUK 4/1. [1 - Gebruik van pesticiden die glyfosaat bevatten]1
CHAPITRE 4.1 [1 - Utilisation des pesticides à base de glyphosate]1
Art.8/1. [1 Alleen een professionele gebruiker met een fytolicentie P1, P2 of P3 mag pesticiden die glyfosaat bevatten, toepassen.
   In het eerste lid wordt verstaan onder professionele gebruiker: elke persoon die, in de landbouwsector of in een andere sector, producten gebruikt in het kader van zijn beroepsactiviteiten, met inbegrip van bedieners van toepassingsapparatuur, technici, werkgevers en zelfstandigen.
   De professionele gebruiker, vermeld in het eerste lid, handelt conform artikel 5 van het decreet en artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2014 houdende de toepassing van geïntegreerde gewasbescherming door professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen.]1

  
Art.8/1. [1 Seuls les utilisateurs professionnels titulaires d'une phytolicence P1, P2 ou P3 sont autorisés à utiliser les pesticides à base de glyphosate.
   Dans l'alinéa 1er, il faut entendre par utilisateur professionnel chaque personne utilisant des produits dans le secteur agricole ou autre, dans le contexte de ses activités professionnelles, en ce compris les personnes manipulant des appareils d'application, les techniciens, les employeurs et les travailleurs indépendants.
   L'utilisateur professionnel, énoncé à l'alinéa 1er, agit conformément à l'article 5 du décret et à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2014 relatif à l'application de la protection phytosanitaire intégrée par les utilisateurs professionnels de produits phytopharmaceutiques.]1

  
HOOFDSTUK 5. - Opmaak van het Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik
CHAPITRE 5. - Etablissement du Plan d'Action flamand pour l'Utilisation durable des Pesticides
Art. 9. Het Actieplan bevat ten minste de gegevens en maatregelen, opgesomd in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 9. Le Plan d'Action comprend au moins les données et mesures mentionnées dans l'annexe jointe au présent arrêté.
Art. 10. De Stuurgroep wordt als volgt samengesteld:
  1° vier vertegenwoordigers van het beleidsdomein [1 Omgeving]1;
  2° twee vertegenwoordigers van het beleidsdomein Landbouw en Visserij;
  3° één vertegenwoordiger van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
  4° één vertegenwoordiger van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken.
  
Art. 10. Le Groupe directeur est composée comme suit:
  1° quatre représentants du domaine politique de [1 l'Environnement]1;
  2° deux représentants du domaine politique de l'Agriculture et de la Pêche;
  3° un représentant du domaine politique de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille;
  4° un fonctionnaire du domaine politique de la Mobilité et des Travaux publics.
  
Art. 11. § 1. De Stuurgroep stelt het ontwerp-Actieplan, vermeld in artikel 8, § 2, eerste lid, van het decreet, op, en houdt daarbij ten minste rekening met:
  1° de gezondheids- en milieueffecten, en de sociale en economische effecten van de geplande maatregelen;
  2° de eventuele bijzondere omstandigheden op gewestelijk en lokaal niveau;
  3° de standpunten van alle relevante groepen van belanghebbenden die door de Stuurgroep worden geconsulteerd;
  4° de maatregelen met betrekking tot pesticidengebruik die opgenomen zijn in het maatregelenprogramma, vermeld in artikel 64 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
  5° de maatregelen met betrekking tot pesticidengebruik die opgenomen zijn in het Gewestelijke Milieubeleidsplan, dat opgesteld is overeenkomstig titel II, hoofdstuk I, afdeling 2, onderafdeling 2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  De Stuurgroep kan bij de uitvoering van zijn opdracht worden bijgestaan door externe deskundigen.
  § 2. Na de mededeling aan de Vlaamse Regering van het ontwerp-Actieplan, wordt het ontwerp-Actieplan bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Bij die bekendmaking wordt er gewezen op het recht op inspraak van het publiek over het Actieplan, en wordt er vermeld aan welke instantie vragen en opmerkingen gericht moeten worden. Ook wordt de begin- en einddatum van de inspraakperiode vermeld. Die periode bedraagt dertig dagen.
  De Stuurgroep zorgt voor de actieve consultatie van het publiek via de kanalen die voor hem gebruikelijk zijn, met inbegrip van elektronische middelen, zoals een website en de publicatie in twee dagbladen die in het hele Vlaamse Gewest worden verspreid. Bij die bekendmaking wordt er gewezen op het recht op inspraak van het publiek over het Actieplan op dezelfde manier als aangegeven in het eerste lid.
  Het ontwerp-Actieplan wordt tegelijkertijd voor advies bezorgd aan de adviesraden, vermeld in artikel 8, § 3, eerste lid, van het decreet. De adviesraden beschikken over een termijn van dertig dagen om een advies uit te brengen. Indien het advies niet tijdig wordt uitgebracht, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
  § 3. Binnen dertig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2, bezorgt de Stuurgroep de ingediende opmerkingenen adviezen aan de minister en stelt hierover een ontwerp van definitief Actieplan op samen met een nota waaruit blijkt hoe de opmerkingen en adviezen verwerkt werden.
  De minister legt het ontwerp van definitief Actieplan voor aan de Vlaamse Regering met het oog op de definitieve vaststelling ervan.
  § 4. Het definitief vastgesteld Actieplan wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Tevens wordt het definitief vastgesteld Actieplan integraal bekendgemaakt op de website waarop het ontwerp-Actieplan werd bekendgemaakt.
  § 5. De Stuurgroep zorgt voor de rapporteringen over het Actieplan aan de Europese Commissie en aan de andere lidstaten.
Art. 11. § 1er. Le Groupe directeur établit le projet du Plan d'Action, visé à l'article 8, § 2, alinéa premier, du décret, et tient à ce sujet au moins compte :
  1° des effets sur la santé et l'environnement, et les effets sociaux et économiques des mesures envisagées;
  2° des circonstances particulières éventuelles au niveau régional et local;
  3° de tous les points de vue de des groupes pertinents qui sont consultés par le Groupe directeur;
  4° des mesures relatives à l'utilisation de pesticides reprises dans le programme des mesures, cité dans l'article 64 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau;
  5° des mesures relatives à l'utilisation de pesticides reprises dans le Plan politique environnemental régional, établi conformément au titre II, chapitre Ier, section 2, sous-section 2, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  Le Groupe directeur peut être assisté par des experts externes lors de l'exécution de sa mission.
  § 2. Après la notification au Gouvernement flamand du projet du Plan d'Action, le projet du Plan d'Action est publié par extrait au Moniteur belge. A la publication, il est insisté sur le droit de participation du public en matière du Plan d'Action, et il est fait mention de l'autorité à laquelle des questions et remarques peuvent être adressées. La date du début et de la fin de la période du droit de participation est également mentionnée. Cette période comprend trente jours.
  Le Groupe directeur assure la consultation active du public par le biais de canaux qui lui sont usuels, y compris les moyens digitaux, tels qu'un site web et la publication dans deux journaux distribuées dans toute la Région flamande. Cette publication publique réfère au droit de participation du public au Plan d'Action de la même manière que celle visée à l'alinéa premier.
  Le projet du Plan d'Action est simultanément transmis aux conseils consultatifs, visés à l'article 8, § 3, alinéa premier, du décret. Les conseils consultatifs disposent d'un délai de trente jours pour émettre un avis. Faute d'avis dans le délai imparti, l'exigence en matière d'avis peut être négligée.
  § 3. Dans les trente jours suivant l'échéance du délai, cité dans le paragraphe 2, le Groupe directeur transmet les remarques et avis introduits au ministre et établit à ce sujet un projet de Plan d'Action définitif conjointement avec une note dont il ressort de quelle manière les remarques et avis y ont été intégrés.
  Le Ministre présente le projet du Plan d'Action définitif au Gouvernement flamand en vue de sa fixation définitive.
  § 4. Le Plan d'Action définitivement fixé est publié par extrait au Moniteur belge. Le Plan d'Action définitivement fixé est également intégralement publié au site web auquel le projet du Plan d'Action a été publié.
  § 5. Le Groupe directeur assure également le rapportage sur le Plan d'Action à la Commission européenne et aux états membres.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions modificatives
Art. 12. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, 19 november 2010, 15 juli 2011 en 23 september 2011, wordt een punt 18° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 18° /2 Pesticidendecreet: het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest; ".
Art. 12. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 avril 2009, 9 novembre 2010, 15 juillet 2011 et 23 septembre 2011, il est inséré un point 18° /2, rédigé comme suit :
  " 18° /2 Décret sur les pesticides : le décret du 8 février 2013 relatif à une utilisation durable des pesticides en Région flamande; ".
Art. 13. Aan artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, 19 november 2010, 15 juli 2011, 23 september 2011 en 28 oktober 2011, wordt een punt 21° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  " 21° het Pesticidendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, als het van toepassing is op hinderlijke inrichtingen vermeld in artikel 3 van het Milieuvergunningendecreet. ".
Art. 13. A l'article 21 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 avril 2009, 19 novembre 2010, 15 juillet 2011, 23 septembre 2011 et 28 octobre 2011, est ajouté un point 21°, rédigé ainsi qu'il suit :
  " 21° le Décret sur les Pesticides et ses arrêtés d'exécution, s'il est applicable aux établissements incommodants, cités dans l'article 3 du Décret sur les autorisations écologiques. ".
Art. 14. Aan artikel 25 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, wordt een punt 14° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  " 14° het Pesticidendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan in speciale beschermingszones vermeld in artikel 36bis van het Natuurdecreet, de bermen langs wegen en spoorwegen en alle terreinen, inclusief de bermen op minder dan zes meter van het talud van het oppervlaktewater. ".
Art. 14. A l'article 25 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010, il est ajouté un point 14°, énoncé comme suit :
  " 14° le Décret sur les Pesticides et ses arrêtés d'exécution dans des zones de protection spéciales telles que citées dans l'article 36bis, du Décret sur la Nature, les talus le long des routes et voies ferrées, y compris les accotements, à moins de six mètres du talus de l'eau de surface. ".
Art. 15. Aan artikel 34, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, 19 november 2010 en 28 oktober 2011, wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 13° het Pesticidendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. ".
Art. 15. A l'article 34, alinéa premier, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 avril 2009, 19 novembre 2010 et 28 octobre 2011, il est ajouté un point 13°, énoncé comme suit :
  " 13° le Décret sur les Pesticides et ses arrêtés d'exécution. ".
Art. 16. In bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 februari 2008 en 13 mei 2011, wordt opmerking 6 vervangen door wat volgt :
  " Opmerking 6 : Onder pesticiden wordt verstaan: gewasbeschermingsmiddelen, biociden, hun metabolieten en de relevante afbraak- en reactieproducten, waarbij onder gewasbeschermingsmiddelen moet verstaan worden de gewasbeschermingsmiddelen, vermeld in verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, en onder biociden moet verstaan worden de biociden vermeld in het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden. Alleen die pesticiden die naar alle waarschijnlijkheid in een bepaald water voorkomen, moeten worden gecontroleerd. ".
Art. 16. Dans l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2002 portant réglementation relative à la qualité et la fourniture des eaux destinées à la consommation humaine, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand des 29 février 2008 et 13 mai 2011, la remarque 6 est remplacée par la disposition suivante :
  " Remarque 6 : Par pesticides, il faut entendre : produits phytopharmaceutiques, biocides, leurs métabolites et produits de dégradation et de réaction pertinents, pour lesquels il faut entendre par produits phytopharmaceutiques, cités dans le Règlement (CE) n° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les directives 79/117/CEE et 91/414/CEE du Conseil, et par biocides, il faut entendre, les biocides cités dans l'arrêté royal du 22 mai 2003 concernant la mise sur le marché et l'utilisation des produits biocides. Seuls les pesticides dont la présence dans une eau donnée est probable, doivent être contrôlés. ".
Art. 17. Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1984 houdende maatregelen inzake natuurbehoud op de bermen beheerd door publiekrechtelijke rechtspersonen wordt opgeheven.
Art. 17. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1984 portant des mesures en vue de la conservation de la nature sur les accotements gérés par des personnes morales de droit public, est abrogé.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 18. Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 houdende nadere regels inzake de reductieprogramma's ter vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest wordt opgeheven.
Art. 18. L'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2008 établissant les modalités des programmes de réduction visant à réduire l'usage de pesticides par les services publics en Région flamande, est abrogé.
Art. 19. Artikel 18 treedt in werking op 1 januari 2015.
Art. 19. L'article 18 entre en vigueur le 1er janvier 2015.
Art. 20. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. La Ministre flamande ayant l'environnement et de la politique des eaux dans ses attributions, est chargée de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Gegevens en maatregelen van het Actieplan vermeld in artikel 8
  1. Het Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik stelt de kwantitatieve doelstellingen, streefcijfers, maatregelen en tijdschema's vast om, ter beperking van de afhankelijkheid van het gebruik van pesticiden:
  1° de risico's en de effecten van het gebruik van pesticiden voor de menselijke gezondheid en het milieu te verminderen;
  2° de ontwikkeling en invoering van geïntegreerde bestrijding van organismen die het doelwit zijn van pesticiden, te bevorderen;
  3° de ontwikkeling en invoering van alternatieve benaderingswijzen of oplossingen die het doelwit zijn van pesticiden, te bevorderen.
  De streefcijfers kunnen betrekking hebben op bepaalde aandachtsgebieden, bijvoorbeeld inzake milieubescherming, residuen, gebruik van bepaalde technieken, gebruik op bepaalde gewassen.
  2. Het Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik bevat verder indicatoren voor het toezicht op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die stoffen bevatten die aanleiding geven tot bijzondere bezorgdheid, met name als er alternatieve oplossingen beschikbaar zijn.
  Daarbij wordt de aandacht in het bijzonder gericht op gewasbeschermingsmiddelen die werkzame stoffen bevatten die zijn goedgekeurd op grond van hoofdstuk IV van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, en die, als de goedkeuring uit hoofde van verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad moet worden vernieuwd, niet zullen voldoen aan de criteria die relevant zijn voor de goedkeuring, vermeld in bijlage II, punt 3.6 tot en met 3.8, van die verordening.
  Indien van toepassing, rekening houdend met de risico- of gebruiksbeperkingsdoelstellingen die al vóór het Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik werden gerealiseerd, worden op basis van dergelijke indicatoren ook tijdschema's en streefcijfers vastgesteld, met name als het beperken van het gebruik een passend middel is om de risicoverlaging te verwezenlijken met betrekking tot prioritair geachte punten, zoals werkzame stoffen, gewassen, regio's of praktijken die extra aandacht verdienen; of goede praktijken die als voorbeeld kunnen worden gesteld ter verwezenlijking van de doelstellingen om de risico's en de gevolgen van het gebruik van pesticiden voor de gezondheid van de mens en het milieu te verminderen, en de ontwikkeling en invoering van geïntegreerde gewasbescherming en alternatieve benaderingswijzen en technieken te bevorderen met het oog op de beperking van de afhankelijkheid van het gebruik van pesticiden.
  Die streefcijfers kunnen tussentijdse of definitieve cijfers zijn.
  Het Actieplan voorziet in de inwerkingstelling van alle benodigde middelen om die streefcijfers te verwezenlijken.
  3. In het Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik wordt beschreven hoe het Vlaamse Gewest uitvoering zal geven aan de maatregelen die het zal nemen voor de opleiding van professionele gebruikers, de informatie en bewustmaking van het brede publiek, de bescherming van het aquatische milieu en het drinkwater, de vermindering van het pesticidengebruik of van de risico's van pesticiden in specifieke gebieden, de hantering en opslag van pesticiden en de behandeling van de verpakkingen en restanten daarvan, de geïntegreerde gewasbescherming, en de indicatoren, vermeld in artikel 8 van het decreet, om de doelstellingen, vermeld in punt 1, te verwezenlijken.
  Daarbij kan waar relevant verwezen worden naar andere plannen die het gebruik van pesticiden regelen.
Art. N. Données et mesures du Plan d''Action cité dans l'article 8
  1. Le Plan d'Action d'Utilisation durable de Pesticides fixe les objectifs quantitatifs, les objectifs, les mesures et les calendriers en vue de réduire la dépendance à l'égard de l'utilisation des pesticides pour :
  1° réduire les risques et les effets de l'utilisation des pesticides sur la santé humaine et l'environnement;
  2° encourager le développement et l'introduction de la lutte intégrée contre les organismes qui sont la cible de pesticides;
  3° encourager le développement et l'introduction de méthodes d'approche alternatives ou de solutions qui sont la cible de pesticides.
  Les objectifs peuvent avoir trait à certaines zones d'attention, par exemple en matière de protection de l'environnement, de résidus, de l'utilisation de certaines techniques, de l'application à certaines cultures.
  2. Le Plan d'Action d'Utilisation durable de Pesticides comprend aussi des indicateurs destinés à surveiller l'utilisation des produits phytopharmaceutiques contenant des substances actives particulièrement préoccupantes, notamment quand il existe des solutions alternatives.
  A cet effet, il est particulièrement prêté attention aux produits phytopharmaceutiques contenant des substances actives qui sont approuvés sur la base du chapitre IV de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement, de la santé et des travailleurs et qui, si l'approbation du chef du règlement (CE) n° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les directives 79/117/CEE et 91/414/CEE du Conseil doit être renouvelée, ne satisferont pas aux critères d'autorisation figurant à l'annexe II, points 3.6 à 3.8, dudit règlement.
  Si d'application et compte tenu des objectifs de réduction du risque ou de l'utilisation déjà atteints avant l'application du Plan d'Action d'Utilisation durable de Pesticides, des calendriers et des objectifs sont fixés sur la base de ces indicateurs, notamment si la réduction de l'utilisation est un moyen approprié en vue d'obtenir une réduction du risque quant aux éléments définis comme prioritaires tels que les substances actives, les cultures, les régions ou les pratiques nécessitant une attention particulière, ou bien les bonnes pratiques pouvant être citées en exemple en vue d'atteindre les objectifs, qui sont de réduire les risques et les effets de l'utilisation des pesticides sur la santé humaine et l'environnement et d'encourager le développement et l'introduction de la lutte intégrée contre les ennemis des cultures et de méthodes ou de techniques de substitution en vue de réduire la dépendance à l'égard de l'utilisation des pesticides.
  Ces objectifs peuvent être intermédiaires ou définitifs.
  Le Plan d'Action prévoit la mise en oeuvre de tous les moyens nécessaires conçus pour atteindre ces objectifs.
  3. Le Plan d'Action décrit de quelle manière la Région flamande exécutera les mesures qu'elles prendra en vue de la formation des utilisateurs professionnels, de l'information et de la sensibilisation du grand public, de la protection du milieu aquatique et de l'eau potable, la réduction de l'utilisation de pesticides ou des risques de pesticides dans des zones spécifiques, de la manipulation et stockage des pesticides et traitement de leurs emballages et de leurs résidus, de la protection phytopharmaceutique intégrée, et des indicateurs, mentionnés dans l'article 8 du décret, afin de réaliser les objectifs, visés au point 1.
  Là où pertinent, il peut également être référé à d'autres plans réglant l'utilisation de pesticides.