Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 FEBRUARI 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-03-2013 en tekstbijwerking tot 08-10-2025)
Titre
22 FEVRIER 2013. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'aide directement accessible pour les personnes handicapées(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-03-2013 et mise à jour au 08-10-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (67)
Texte (67)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° agentschap : het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  2° ambulante begeleiding : de algemene psychosociale ondersteuning van minimaal één uur en maximaal twee uur, waarbij de persoon met een handicap of zijn netwerk zich naar de hulpverlener verplaatst;
  3° [3 ambulante outreach: het overbrengen van handicapspecifieke kennis en expertise over de ondersteuning van personen met een handicap of vermoeden van handicap aan professionals of aan ondersteuners van personen met een handicap om die actoren te versterken in hun hulp- en dienstverlening aan personen met een handicap of vermoeden van handicap. De outreach duurt minimaal één en maximaal twee uur en de ontvangers van de outreach verplaatsen zich naar de aanbieder van de outreach]3;
  4° dagopvang : de ondersteuning overdag voor een aangepaste opvang of een aangepaste dagbesteding;
  [4 4° /1 G-index: het indexcijfer van de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in titel I, hoofdstuk II, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen;]4
  5° mobiele begeleiding : de algemene psychosociale ondersteuning van minimaal één uur en maximaal twee uur, waarbij de hulpverlener zich naar de persoon met een handicap of zijn netwerk verplaatst;
  6° [3 mobiele outreach: het op locatie overbrengen van handicapspecifieke kennis en expertise over de ondersteuning van personen met een handicap of vermoeden van handicap aan professionals of aan ondersteuners van personen met een handicap om die actoren te versterken in hun hulp- en dienstverlening aan personen met een handicap of vermoeden van handicap. De outreach duurt minimaal één en maximaal twee uur]3;
  7° verblijf : het verblijf met overnachting, met inbegrip van de opvang en ondersteuning gedurende de ochtend en de avonduren;
  8° rechtstreeks toegankelijke hulp : de hulpverlening die is bepaald in artikel 1, 2° tot 7° beperkt in tijd, frequentie en intensiteit en waarvoor de persoon met een handicap geen aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap moet indienen;
  9° persoon met een handicap : elke persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, of elke persoon met een vermoeden van zo'n handicap;
  [1 10° groepsbegeleiding: de algemene psychosociale ondersteuning van minimaal één uur en maximaal twee uur van twee of meer personen met een handicap of hun netwerk;]1
  [2 11° globale individuele ondersteuning: de ondersteuning die eerder ruimer is en verschillende levensdomeinen kan omvatten. De aard van de ondersteuning kan verschillen en de verschillende vormen van ondersteuning kunnen door elkaar lopen: stimulatie, coaching, training en assistentie bij activiteiten.]2
  [3 12° anonieme rechtstreeks toegankelijke hulp: een specifieke vorm van rechtstreeks toegankelijke ondersteuning waarbij cliënten éénmalig of tot maximaal 3 keer kunnen participeren aan collectief georganiseerde momenten waarop handicapspecifieke informatie op maat, onthaal, ontmoeting en laagdrempelige ondersteuning wordt geboden zonder dat hiervoor een registratie op naam of rijksregisternummer nodig is en zonder dat hiervoor een IDO moet worden opgemaakt. Eén sessie anonieme rechtstreeks toegankelijke hulp duurt 2 uur.]3
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° l'agence : la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", créée par l'article 3 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ";
  2° accompagnement ambulatoire : le soutien psychologique d'une heure au minimum et de deux heures au maximum, la personne handicapée ou son réseau se rendant vers l'intervenant;
  3° [3 outreach ambulatoire : le transfert de connaissances et d'expertises spécifiques au handicap relatives au soutien pour personnes handicapées ou présumées avoir un handicap à des professionnels ou des assistants de personnes handicapées afin d'aider ces acteurs dans leur assistance et leurs services aux personnes handicapées ou présumées avoir un handicap. L'outreach dure minimum une heure et maximum deux heures et les bénéficiaires de l'outreach se déplacent chez l'offreur de l'outreach ]3;
  4° accueil de jour : l'accompagnement pendant la journée visant un accueil adapté ou des activités quotidiennes adaptées;
  [4 4° /1 indice G : l'indice de l'indice santé lissé, visé au titre I, chapitre II, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays ;]4
  5° accompagnement mobile : le soutien psychologique général d'une heure au minimum et de deux heures au maximum, la personne handicapée ou son réseau se rendant vers l'intervenant;
  6°[3 outreach mobile : le transfert sur place de connaissances et d'expertises spécifiques au handicap relatives au soutien pour personnes handicapées ou présumées avoir un handicap à des professionnels ou des assistants de personnes handicapées afin d'aider ces acteurs dans leur assistance et leurs services aux personnes handicapées ou présumées avoir un handicap. L'outreach dure minimum une heure et maximum deux heures ]3
  7° séjour : le séjour avec logement, y compris l'accueil et le support pendant le matin et les heures du soir;
  8° aide directement accessible : l'aide stipulée à l'article 1, 2° à 7°, limitée dans le temps, la fréquence et l'intensité et pour laquelle la personne handicapée ne doit introduire aucune demande de soutien auprès de l'agence;
  9° personne handicapée : toute personne handicapée telle que visée à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", ou toute personne présumée avoir un tel handicap;
  [1 10° accompagnement en groupe : le soutien psychosocial général d'une heure au minimum et de deux heures au maximum de deux ou plusieurs personnes handicapées ou de leur réseau.]1
  [2 11° soutien global individuel : le soutien au sens plus large, qui peut englober divers domaines de la vie. La nature du soutien peut varier et les différents types de soutien peuvent s'entremêler : stimulation, coaching, formation et assistance lors des activités.]2
  [3 12° aide anonyme directement accessible : une forme spécifique de soutien directement accessible pour laquelle des clients peuvent participer une fois ou maximum 3 fois à des moments organisés collectivement lors desquels des informations adaptées spécifiques au handicap, un accueil, une rencontre et un soutien accessible sont proposés sans avoir besoin d'un nom d'enregistrement ou d'un numéro de registre national et sans devoir créer un IDO à cet effet. Une session d'aide anonyme directement accessible dure 2 heures.]3
  
Art.2. [1 Het agentschap kan conform de bepalingen van dit besluit en binnen de grenzen van de kredieten die daarvoor ingeschreven zijn op zijn begroting, de volgende voorzieningen erkennen en subsidiëren voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp:
   1° de multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
   2° de zorgaanbieders die vergund zijn door het agentschap, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap.]1

  [2 Het agentschap kan voorzieningen die conform het eerste lid zijn erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp, erkennen om globale individuele ondersteuning te bieden aan minderjarige personen met een handicap [3 tot en met het eerste leerjaar]3 van het lager onderwijs. De globale individuele ondersteuning heeft tot doel om hoofdzakelijk de transitiemomenten in de inclusieve zorg en onderwijs te ondersteunen.
   Om erkend te kunnen worden, wordt aangetoond dat er een samenwerkingsverband is aangegaan met:
   1° een organisator van kinderopvang die de subsidie voor centrum inclusieve kinderopvang, vermeld in artikel 1, 14° /1, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, ontvangt;
   2° een organisator van buitenschoolse opvang die de subsidie, vermeld in artikel 1, 18°, c), van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014, ontvangt;
   3° scholen voor buitengewoon onderwijs als vermeld in het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en de ondersteuningsnetwerken, vermeld in artikel 172 quinquies.
   Bij de samenwerking, vermeld in het derde lid, staan de volgende principes voorop:
   1° de participatiekansen van kinderen bevorderen;
   2° de regie over de ondersteuning in handen van de ouders geven;
   3° een evenwaardig partnerschap creëren tussen de voorzieningen die rechtstreeks toegankelijke hulp aanbieden, kinderopvang en onderwijs.
   Het agentschap lanceert een oproep voor kandidaten via het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp, vermeld in artikel 2, § 1, 23°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
   Bij het verlenen van een erkenning wordt rekening gehouden met al de volgende criteria:
   1° ervaring in het werken met de beoogde leeftijdsgroep, vermeld in het tweede lid;
   2° een regionale spreiding;
   3° ervaring in en visie op het werken in inclusieve contexten;
   4° netoverstijgend samenwerken binnen onderwijs.]2

  
Art.2. [1 Conformément aux dispositions du présent arrêté et dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget, l'agence peut agréer et subventionner les structures suivantes pour le développement d'aide directement accessible :
   1° les centres multifonctionnels pour personnes mineures handicapées, visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;
   2° les offreurs de soins autorisés par l'agence, visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées.]1

  [2 L'agence peut agréer des structures agréées conformément à l'alinéa premier pour le développement d'aide directement accessible afin de fournir d'assistance individuelle globale aux personnes handicapées mineures [3 jusqu'à et y compris la première année d'études]3. L'objectif du soutien individuel global est principalement de soutenir les moments de transition dans les soins et l'enseignement inclusifs.
   Pour pouvoir être agréé, il doit être démontré qu'un partenariat a été conclu avec :
   1° un organisateur d'accueil d'enfants qui reçoit la subvention pour un centre d'accueil inclusif d'enfants, visée à l'article 1er, 14° /1, de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013 ;
   2° un organisateur d'accueil extrascolaire qui reçoit la subvention visée à l'article 1er, 18°, c) de l'arrêté de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014 ;
   3° les écoles d'enseignement spécial telles que visées au décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, et les réseaux de soutien visés à l'article 172 quinquies.
   La coopération visée au troisième alinéa est guidée par les principes suivants :
   1° promouvoir les possibilités de participation des enfants ;
   2° donner le contrôle du soutien aux parents ;
   3° créer un partenariat équivalent entre les structures offrant de l'aide directement accessible, l'accueil d'enfants et l'enseignement.
   L'agence lance un appel de candidatures par l'entremise de la Concertation régionale et intersectorielle d'aide à la jeunesse, visée à l'article 2, § 1er, 23°, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse.
   Lors de l'octroi d'un agrément, il est tenu compte de tous les critères suivants :
   1° l'expérience de travail avec le groupe d'âge envisagé, visé au deuxième alinéa ;
   2° la diffusion régionale ;
   3° l'expérience et la vision du travail dans des contextes inclusifs ;
   4° la coopération interdisciplinaire au sein de l'enseignement.]2

  
HOOFDSTUK 2. - Rechtstreeks toegankelijke hulp
CHAPITRE 2. - Aide directement accessible
Afdeling 1. - Erkenning
Section 1re. - Agrément
Art. 2/1. [1 Een voorziening voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp kan erkend worden en kan erkend blijven als ze voldoet aan al de volgende voorwaarden:
   1° ze biedt ondersteuning aan die voldoet aan al de volgende voorwaarden:
   a) de hulp is snel en flexibel inzetbaar;
   b) de hulp is laagdrempelig toegankelijk en nabij;
   c) de hulp is vraaggericht en op maat;
   d) de hulp is geïntegreerd in en afgestemd op ondersteuning die niet wordt gesubsidieerd krachtens het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
   2° ze volgt nieuwe ontwikkelingen over het beleid rond personen met een handicap op en speelt daar proactief op in met eigen nieuwe ontwikkelingen;
   3° ze volgt de intersectorale evoluties op en engageert zich in bestaande en nieuwe sectorale en intersectorale samenwerkingen en netwerken. ]1

  
Art.2/1. [1 Art. 2/1. Une structure pour le développement de l'aide directement accessible peut être agréée et peut rester agréée si elle respecte toutes les conditions suivantes :
   1° elle propose un soutien qui remplit toutes les conditions suivantes :
   a) l'aide peut être déployée de manière rapide et flexible ;
   b) l'aide est largement accessible à tous et proche ;
   c) l'aide est axée sur la demande et adaptée ;
   d) l'aide est intégrée et orientée vers un soutien qui n'est pas subventionné en vertu du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Agence flamande pour les Personnes handicapées ;
   2° elle suit de nouveaux développements relatifs à la politique pour les personnes handicapées et y répond de manière proactive par ses propres nouveaux développements ;
   3° elle suit les évolutions intersectorielles et s'engage dans des collaborations et des réseaux sectoriels et intersectoriels existants et nouveaux. ]1

  
Art.3. De erkenning wordt uitgedrukt in een aantal personeelspunten [1 , met een minimum van vijfendertig personeelspunten,]1 die moeten worden verantwoord door de effectief aangeboden ondersteuning.
  [2 In afwijking van het eerste lid geldt voor de erkenning, vermeld in artikel 2, tweede lid, geen minimum van vijfendertig personeelspunten.]2
  
Art.3. L'agrément est exprimé en un nombre de points de personnel [1 avec un minimum de trente-cinq points de personnel,]1 qui doivent être justifiés par le soutien effectivement offert.
  [2 Par dérogation au premier alinéa, l'agrément visé à l'article 2, alinéa deux, n'est pas soumis au minimum de trente-cinq points de personnel.]2
  
Art.4. Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, met uitzondering van artikel 2 tot en met 8 en artikel 11, b) en c), en het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap, met uitzondering van artikel 12 tot en met 16, zijn van toepassing op de erkenning. [1 In afwijking van artikel 8, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap hoeft er geen schriftelijke overeenkomst gesloten te worden voor een intake of eerste onthaalgesprek met een gebruiker die door de voorziening nog niet gekend is]1
  
Art.4. L'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'a "Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap", à l'exception des articles 2 à 8 inclus et l'article 11, b) et c), et l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées, à l'exception des articles 12 à 16 inclus, s'appliquent à l'agrément. [1 ]Par dérogation à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées, il n'y a pas lieu de conclure un accord écrit pour un accueil ou un premier entretien d'accueil avec un utilisateur qui n'est pas encore connu par la structure. ]1
  
Afdeling 2. - Subsidiëring
Section 2. - Subventionnement
Art.5. De personeelsformatie wordt uitgedrukt in personeelspunten.
  De tabel, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd, geeft per functie de puntenwaarde aan per voltijdse equivalent.
Art.5. Le cadre du personnel est exprimé en points de personnel.
  Le tableau, joint en annexe au présent arrêté, indique la valeur en points par fonction et par équivalent à temps plein.
Art.6. [3 De voorziening ontvangt 0,22 personeelspunten per mobiele begeleiding en per mobiele outreach, 0,155 personeelspunten per ambulante begeleiding en per ambulante outreach, 0,087 personeelspunten per dag dagopvang, 0,13 personeelspunten per nacht verblijf en 0,087 personeelspunten per groepsbegeleiding.]3
  De personeelspunten, vermeld in het eerste lid, kunnen worden overgedragen aan een andere voorziening, erkend en gesubsidieerd door het agentschap, die in opdracht van de voorziening mobiele of ambulante begeleiding, mobiele of ambulante outreach, dagopvang [3 , verblijf of groepsbegeleiding]3 verstrekt.
  [4 De voorziening die is erkend conform artikel 2, tweede tot en met het zesde lid, ontvangt 0,13 personeelspunten per uur voor globale individuele ondersteuning.]4
  [1 [4 [5 Als de som van de personeelspunten die op basis van de geleverde prestaties worden toegekend, meer dan 95 % bedraagt van het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening, die is erkend conform artikel 2, eerste lid, of die is erkend conform artikel 2, tweede tot en met het zesde lid, ontvangt de voorziening, in afwijking van het eerste of het derde lid, het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening is erkend.]5]4]1
  [6 De voorziening die wil inzetten op innovatie als vermeld in artikel 2/1, 2°, kan een motivering indienen bij het agentschap om bijkomend tot een maximum van 10% van het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening, die erkend is conform artikel 2, eerste lid, of die erkend is conform artikel 2, tweede tot en met het zesde lid, erkend is, de geboden ondersteuning niet te registreren als vermeld in artikel 7. Het agentschap bepaalt de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd over het aandeel van de output dat is verlaagd.
   De voorziening die wil inzetten op sectorale en intersectorale samenwerking en netwerken als vermeld in artikel 2/1, 3°, kan een motivering indienen bij het agentschap om bijkomend tot een maximum van 5% van het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening, die erkend is conform artikel 2, eerste lid, of die erkend is conform artikel 2, tweede tot en met het zesde lid, de geboden ondersteuning niet te registreren als vermeld in artikel 7. Het agentschap bepaalt de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd over het aandeel van de output dat is verlaagd.]6

  
Art.6. [3 La structure obtient 0,22 points de personnel par accompagnement mobile et par outreach mobile, 0,155 points de personnel par accompagnement ambulatoire et par outreach ambulatoire, 0,087 points de personnel par jour d'accueil de jour et 0,13 points de personnel par nuit de séjour et 0,087 points de personnel par accompagnement en groupe.]3
  Les points de personnel visés à l'alinéa premier, peuvent être transférés à une autre structure, agréée et subventionnée par l'agence, qui offre l'accompagnement mobile ou ambulatoire, l'outreach mobile ou ambulatoire, l'accueil de jour [3 le séjour ou l'accompagnement en groupe]3 sur l'ordre de la structure.
  [4 La structure agréée conformément à l'article 2, alinéas deux à six, reçoit 0,13 points de personnel par heure pour un soutien individuel global.]4
  [1 [4 [5 Si la somme des points de personnel attribués sur la base des prestations fournies s'élève à plus de 95 % du nombre de points de personnel pour lesquels la structure agréée conformément à l'article 2, alinéa 1er, ou agréée conformément à l'article 2, alinéas 2 à 6, est agréée, la structure reçoit, par dérogation aux alinéas 1er ou 3, le nombre de points de personnel pour lesquels la structure est agréée. ]5]4]1
  [6 La structure qui souhaite miser sur l'innovation telle que visée à l'article 2/1, 2°, peut soumettre une justification auprès de l'agence pour par ailleurs ne pas enregistrer le soutien proposé tel que visé à l'article 7, jusqu'à un maximum de 10 % du nombre de points de personnel pour lesquels la structure, agréée conformément à l'article 2, alinéa 1er, ou agréée conformément à l'article 2, alinéa 2 à 6, est agréée. L'agence détermine le mode avec lequel la justification est effectuée pour la part du résultat qui a été réduite.
   La structure qui souhaite miser sur des collaborations et des réseaux sectoriels et intersectoriels telle que visée à l'article 2/1, 3°, peut soumettre une justification auprès de l'agence pour par ailleurs ne pas enregistrer le soutien proposé tel que visé à l'article 7, jusqu'à un maximum de 5 % du nombre de points de personnel pour lesquels la structure, agréée conformément à l'article 2, alinéa 1er, ou agréée conformément à l'article 2, alinéa 2 à 6, est agréée. L'agence détermine le mode avec lequel la justification est effectuée pour la part du résultat qui a été réduite.]6

  
Art.7. De voorzieningen registreren de geleverde ondersteuning.
  Het agentschap bepaalt de wijze van registratie.
Art.7. Les structures enregistrent l'aide fournie.
  L'agence détermine le mode d'enregistrement.
Art.8. De personeelssubsidies worden toegekend op basis van de salarisschalen en de daaraan gekoppelde diplomavoorwaarden en de anciënniteitsregels, vastgesteld met toepassing van het koninklijk besluit van 30 maart 1973 tot bepaling van de te volgen gemeenschappelijke regels voor de vaststelling van de toelagen per dag toegekend voor onderhoud, opvoeding en behandeling van minderjarigen en van gehandicapten geplaatst ten laste van de openbare besturen, het ministerieel besluit van 24 april 1973 tot bepaling, wat betreft het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin, van de te volgen bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud en de behandeling van de gehandicapten, geplaatst ten laste van de openbare besturen, en van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector.
Art.8. Les subventions de personnel sont attribuées sur la base des échelles de traitement et des conditions de diplôme et règles d'ancienneté y afférentes, fixées en application de l'arrêté royal du 30 mars 1973 déterminant les règles communes à suivre pour fixer les subventions journalières allouées pour l'entretien, l'éducation et le traitement des mineurs d'âge et des handicapés placés à charge des pouvoirs publics, à l'arrêté ministériel du 24 avril 1973 déterminant, en ce qui concerne le Ministère de la Santé publique et de la Famille, les règles particulières à suivre pour fixer les subventions journalières allouées pour l'entretien et le traitement des handicapés placés à charge des pouvoirs publics, et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l'octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l'aide sociale.
Art.9. § 1. De voorziening ontvangt per personeelspunt een werkingstoelage van 89 euro. Als er onvoldoende prestaties worden verricht om het aantal personeelspunten in de erkenning te verantwoorden, worden de werkingstoelagen proportioneel verminderd.
  De werkingstoelage, vermeld in het eerste lid, kan worden overgedragen aan een andere voorziening, erkend en gesubsidieerd door het agentschap, die in opdracht van de voorziening mobiele of ambulante begeleiding, mobiele of ambulante outreach, dagopvang [1 , verblijf of groepsbegeleiding]1 verstrekt.
  § 2. [6 Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]6
  [1 § 3. De voorziening [3 , de voorziening erkend conform artikel 2, tweede tot en met zesde lid, uitgezonderd,]3 kan maximaal [2 3 %]2 van de personeelspunten waarvoor ze is erkend, omzetten in werkingsmiddelen tegen een bedrag per punt.
   [2 Het bedrag per punt bedraagt 834 euro (achthonderdvierendertig euro).]2
   Het bedrag, vermeld in het eerste lid, mag niet aangewend worden voor reservevorming of voor de aanwerving van personeel of voor de vergoeding van personeelskosten. De besteding van het bedrag mag gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar.
  [4 In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform [5 artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten.]5]4
   Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, op voorwaarde dat er over de aanwending van het bedrag voorafgaand overleg is gepleegd met het collectieve overlegorgaan, vermeld in artikel 27 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap of dat er collectieve inspraak als vermeld in artikel 30 van het voormelde besluit, is geweest en [2 dat er overleg met de werknemersvertegenwoordiging heeft plaatsgevonden]2, en er aan die overlegkanalen transparantie is geboden over de aanwending.
   Op verzoek van het agentschap bewijst de voorziening [2 ...]2 het resultaat van het overleg met het collectieve overlegorgaan of de collectieve inspraak en het [2 overleg]2 met de werknemersvertegenwoordiging.
   [6 Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]6
  
Art.9. § 1er. Par point de personnel, la structure reçoit une subvention de fonctionnement de 89 euros. Si des prestations incomplètes sont effectuées pour justifier le nombre de points de personnel dans l'agrément, les subventions de fonctionnement sont diminuées proportionnellement.
  La subvention de fonctionnement, visée à l'alinéa premier, peut être transférée à une autre structure, agréée et subventionnée par l'agence, qui offre l'accompagnement mobile ou ambulatoire, l'outreach mobile ou ambulatoire, l'accueil de jour [1 le séjour ou l'accompagnement en groupe]1 sur l'ordre de la structure.
  § 2. [6 Le montant visé au paragraphe 1er est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient]6.
  [1 § 3. La structure [3 , à l'exception de la structure agréée conformément à l'article 2, alinéas deux à six inclus]3 peut convertir un maximum de [2 3 %]2 des points de personnel pour lesquels elle a été agréée en moyens de fonctionnement, à raison d'un montant fixe par point.
   [2 Le montant par point s'élève à 834 euros (huit cent trente-quatre euros)]2.
   Le montant visé à l'alinéa premier ne peut pas être utilisé à des fins de constitution de réserves ou de recrutement de personnel ou de paiement de frais de personnel. La dépense du montant peut être étalée sur plusieurs exercices comptables.
  [4 Par dérogation à l'alinéa 3, le montant visé à l'alinéa 1er peut être utilisé pour la rémunération des prestations variables qui ne sont pas rémunérées conformément [5 aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel.]5]4
   L'agence subventionne les moyens de fonctionnement, visés à l'alinéa premier, à condition qu'il y ait eu une concertation préalable relative à l'affectation du montant avec l'organe de concertation collective, visé à l'article 27 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées ou qu'il y ait eu une participation collective, telle que visée à l'article 30 de l'arrêté précité et [2 qu'il y ait eu une concertation avec la représentant des travailleurs]2 et que de la transparence ait été offerte à ces filières de concertation en matière de l'affectation.
   A la demande de l'agence, la structure [2 ...]2 prouve le résultat de la concertation avec l'organe de concertation collective ou de la participation collective et [2 la concertation]2 avec la représentation des travailleurs.
   [6 Le montant visé à l'alinéa 2 est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]6
  
Art. 9/1. [1 In dit artikel wordt verstaan onder een vrijwilliger: een vrijwilliger als vermeld in artikel 3, 2°, van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers.
   De voorziening mag maximaal 7 % van de zorggebonden personeelspunten waarvoor ze is erkend, omzetten in werkingsmiddelen tegen het bedrag per punt, vermeld in artikel 9, § 3, tweede lid, om vrijwilligers te vergoeden die op een structurele wijze zijn ingeschakeld in de individuele begeleiding van personen met een handicap, en die hen op regelmatige basis psychosociale en praktische ondersteuning bieden.
   Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in het tweede lid, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
   1° er is voor de werkingsmiddelen, vermeld in het tweede lid, voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9, § 3, vierde en vijfde lid, van dit besluit;
   2° elke vrijwilliger wordt ingezet voor de ondersteuning van een persoon met een handicap, vermeld in het tweede lid;
   3° er is een vrijwilligersovereenkomst gesloten tussen de voorziening en de vrijwilliger over de ondersteuning van een persoon met een handicap, vermeld in het tweede lid;
   4° er is een vrijwilligersvergoeding betaald conform hoofdstuk VII van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers;
   5° de voorziening bezorgt het agentschap de navolgende gegevens over de inzet van de vrijwilligers, op de wijze die het agentschap bepaalt:
   a) de voornaam- en achternaam van de vrijwilligers die zijn ingezet voor de ondersteuning, vermeld in het tweede lid;
   b) de voor- en achternaam van de personen met een handicap die door een vrijwilliger zijn ondersteund;
   c) de vrijwilligersvergoedingen die aan iedere vrijwilliger zijn betaald;
   6° het agentschap kan de vrijwilligersovereenkomsten en andere bewijsstukken over de inzet en de vergoeding van de vrijwilligers opvragen bij de voorziening.]1

  
Art.9/1. [1 Dans le présent article, on entend par volontaire : un volontaire tel que visé à l'article 3, 2°, de la loi du 3 juillet 2005 relative aux droits des volontaires.
   La structure peut convertir jusqu'à 7 % des points de personnel liés aux soins pour lesquels elle est agréée en moyens de fonctionnement au montant par point visé à l'article 9, § 3, deuxième alinéa, afin de rembourser les volontaires qui sont structurellement impliqués dans l'accompagnement individuel des personnes handicapées et qui leur apportent régulièrement un soutien psychosocial et pratique.
   L'agence subventionne les moyens de fonctionnement, visés à l'alinéa deux, s'il est répondu à toutes les conditions suivantes :
   1° pour les moyens de fonctionnement visés à l'alinéa deux, les conditions visées à l'article 9, § 3, alinéas quatre et cinq du présent arrêté sont remplies ;
   2° chaque volontaire est déployé pour soutenir une personne handicapée, visée à l'alinéa deux ;
   3° un contrat de volontaire a été conclu entre la structure et le volontaire concernant le soutien d'une personne handicapée, visée à l'alinéa deux ;
   4° une indemnité est payée conformément au chapitre VII de la loi du 3 juillet 2005 relative aux droits des volontaires ;
   5° la structure fournira à l'agence les données suivantes sur l'emploi des volontaires, conformément aux dispositions établies par l'agence :
   a) le prénom et le nom des volontaires qui sont affectés au soutien, visé à l'alinéa deux ;
   b) le nom et le prénom des personnes handicapées soutenues par un volontaire ;
   c) les indemnités versées à chaque volontaire ;
   6° l'agence peut demander à la structure de lui fournir les contrats des volontaires et d'autres documents justificatifs de leur engagement et de leur indemnité.]1

  
Art.10. [1 De voorschotten op de subsidies worden per maand betaald voor een bedrag van 8 % van de totale subsidie op jaarbasis. De personeelssubsidies worden geraamd op basis van de aan het agentschap bekendgemaakte personeelsgegevens]1.
  [2 In afwijking van het eerste lid wordt voor de maand december een bedrag van 12% van de totale subsidie op jaarbasis als voorschot betaald.]2
  Het financieel verslag wordt uiterlijk ingediend op 30 juni van het jaar dat volgt op het werkingsjaar. Het agentschap bepaalt de inhoud en de vorm van het financieel verslag.
  Het saldo van de subsidies wordt verrekend na de goedkeuring van het financieel verslag, binnen achttien maanden die volgen op de datum, vermeld in het [2 derde]2 lid.
  
Art.10. [1 Les acomptes sur les subventions sont versés mensuellement à raison de 8 % de la subvention totale annuelle. Les subventions de personnel sont estimées sur la base des données de personnel transmises à l'agence]1.
  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, un montant de 12 % de la subvention totale sur une base annuelle est payée comme acompte pour le mois de décembre.]2
  Le rapport financier est déposé au plus tard le 30 juin de l'année qui suit l'exercice. L'agence détermine le contenu et la forme du rapport financier.
  Le solde des subventions est comptabilisé après l'approbation du rapport financier, dans les dix-huit mois de la date, visée à l'alinéa [2 trois]2.
  
Art. 10/1. [1 Het gedeelte van de toegekende subsidie, vermeld in artikel 9, § 1, dat de verantwoorde kosten overschrijdt, mag worden aangewend voor de aanleg van reserves tot maximaal 20 % van het subsidiebedrag, met uitzondering van het sociaal passief.
   De totale gecumuleerde reserves, met uitzondering van het sociaal passief, kunnen maximaal 50 % van het subsidiebedrag van het laatst gesubsidieerde werkingsjaar bedragen.
   Het sociaal passief, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt beperkt tot 25 % van de jaarlijkse personeelskosten.
   Als het maximum, vermeld in het eerste en tweede lid, overschreden wordt, wordt het overschreden bedrag teruggestort aan het agentschap, tenzij het agentschap na motivering beslist dat er van de maximumpercentages kan worden afgeweken.
   Als de voorziening, vermeld in artikel 2, niet verder wordt gesubsidieerd, wordt het gecumuleerde bedrag van de reserves aan het agentschap teruggestort.
   In afwijking van het vijfde lid hoeven de reserves die aangelegd zijn voor het sociaal passief, na expliciete goedkeuring door het agentschap, niet aan het agentschap te worden teruggestort.]1

  
Art.10/1. [1 La partie de la subvention octroyée, visée à l'article 9, § 1er, qui dépasse les frais justifiés, peut être affectée à la constitution de réserves à concurrence d'au maximum 20 % du montant de subvention, à l'exception du passif social.
   Les réserves totales cumulées, à l'exception du passif social, peuvent s'élever à au maximum 50 % du montant de subvention de la dernière année d'activité subventionnée.
   Le passif social, visé aux alinéas premier et deux, est limité à 25 % des frais de personnel annuels.
   En cas de dépassement du maximum, visé aux alinéas premier et deux, le montant dépassé est remboursé à l'agence, sauf si l'agence décide, moyennant une motivation, qu'il peut être dérogé aux pourcentages maximaux.
   Lorsque la structure visée à l'article 2 n'est plus subventionnée, le montant cumulé des réserves sera remboursé à l'agence.
   Par dérogation à l'alinéa cinq les réserves constituées pour le passif social ne doivent pas être restituées à l'agence, après approbation explicite de l'agence.]1

  
Afdeling 3. - Toepassingsvoorwaarden
Section 3. - Modalités d'application
Art.11. In afwijking van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, is het niet nodig dat de persoon met een handicap een aanvraag tot inschrijving en tot het verkrijgen van bijstand tot sociale integratie indient.
  [1 ...]1.
  
Art.11. Par dérogation à l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et traitement de la demande de soutien auprès de l'" Agentschap voor Personen met een Handicap ", il n'est pas nécessaire que la personne handicapée introduise une demande d'inscription et d'obtention d'aide d'intégration sociale.
  [1 ...]1.
  
Art.12. [1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
   1° besluit van 24 juni 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke-assistentiebudget of een persoonsgebonden budget of die ondersteund worden door een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarigen of een thuisbegeleidingsdienst, naar persoonsvolgende financiering en houdende de transitie van de flexibele aanbodcentra voor meerderjarigen en de thuisbegeleidingsdiensten;
  [2 1° /1 besluit van 20 april 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld;]2
   2° budget: een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
   3° woonondersteuning: de woonondersteuning, vermeld in artikel 1, 23°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget.
   Als de persoon met een handicap [3 ...]3 een beroep doet op ondersteuning van voorzieningen die erkend en gesubsidieerd zijn door het agentschap, die niet rechtstreeks toegankelijk is, of beschikt over een budget, kan hij niet gebruikmaken van de rechtstreeks toegankelijke hulp.
  [3 Als een persoon gebruikmaakt van rechtstreeks toegankelijke hulp, kan hij niet gebruikmaken van ondersteuning als vermeld in artikel 8, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap.]3
  [4 Als de persoon met een handicap deelneemt aan de arbeidsmatige activiteiten, vermeld in artikel 44 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten, wat betreft de activeringstrajecten en de arbeidsmatige activiteiten, kan hij geen gebruik maken van dagopvang.]4
   In afwijking van het tweede lid kunnen de volgende personen met een handicap rechtstreeks toegankelijke hulp combineren met een budget:
   1° [4 het agentschap heeft volgens, in overeenstemming met hoofdstuk 2, afdeling 2 of afdeling 3, van het besluit van 24 juni 2016 zorggebonden middelen toegekend aan de persoon met een handicap of heeft conform artikel 13 tot en met artikel 23 van het voormelde besluit zorggebonden punten toegekend en heeft met toepassing van artikel 7 tot en met 10 van het besluit van 20 april 2018 een budgetcategorie vastgesteld;]4
   2° het agentschap heeft voor de persoon met een handicap geen beslissing genomen over de terbeschikkingstelling van een budget nadat hij de procedure voor de aanvraag van een budget heeft doorlopen conform hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, of na een aanvraag tot herziening van het budget dat het agentschap heeft toegewezen of ter beschikking heeft gesteld nadat hij de voormelde aanvraagprocedure heeft doorlopen, of na een aanvraag tot herziening van het budget dat het agentschap heeft toegewezen of ter beschikking heeft gesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering, of na een aanvraag tot herziening van de zorggebonden middelen of de zorggebonden punten die het agentschap met toepassing van het besluit van 24 juni 2016 heeft toegekend [2 of na de aanvraag tot herziening van het aantal zorggebonden punten dat het agentschap heeft toegewezen conform artikel 7 tot en met 10 van het besluit van 20 april 2018]2;
  [3 3° de persoon met een handicap bij wie het agentschap geen beslissing heeft genomen over de terbeschikkingstelling van een budget dat is vastgesteld conform artikel 3 tot en met 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering.]3
   De personen met een handicap die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het [3 vierde lid]3, kunnen aanspraak maken op maximaal zestig nachten verblijf, al of niet in combinatie met dagopvang, per jaar.
   In voorkomend geval wordt het aantal nachten woonondersteuning, dat voor de toepassing van artikel 17 van het besluit van 24 juni 2016 in aanmerking wordt genomen, in mindering gebracht van het maximale aantal nachten verblijf, al of niet in combinatie met dagopvang, vermeld in het [3 vijfde lid]3, waarop de persoon met een handicap, vermeld in het [3 vierde lid]3, aanspraak kan maken.]1

  [5 In afwijking van het vijfde lid, 2°, kunnen de personen met een handicap, vermeld in het vijfde lid, 1°, bij wie het agentschap met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2022 over een experiment voor de gedeeltelijke terbeschikkingstelling van budgetten voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning aan personen met een handicap in prioriteitengroep twee, een beslissing heeft genomen over de gedeeltelijke terbeschikkingstelling van een budget dat is toegewezen na afhandeling van een aanvraag van een budget of een aanvraag tot herziening als vermeld in het vijfde lid, 2°, conform het zesde en het zevende lid rechtstreeks toegankelijke hulp combineren met een budget.]5
  [3 In afwijking van artikel 13, eerste lid tot met het derde lid, van dit besluit kunnen de personen met een handicap aan wie het agentschap conform artikel 13 tot en met artikel 23 van het besluit van 24 juni 2016 zorggebonden punten heeft toegekend, maar die conform artikel 10, § 2, en 11/1, § 2, eerste lid, van het besluit van 20 april 2018 naar rechtstreeks toegankelijke hulp zijn toegeleid, aanspraak maken op maximaal zestig nachten verblijf, al of niet in combinatie met dagopvang, per jaar, boven op het maximum van acht personeelspunten per persoon per kalenderjaar, vermeld in artikel 13, eerste lid, van dit besluit, of het maximum van zeven personeelspunten per jaar, vermeld in artikel 13, tweede lid, van dit besluit.]3
  [6 In afwijking van het tweede lid kan een persoon nog gebruik maken van rechtstreeks toegankelijke hulp gedurende de eerste vier maanden dat hij over een budget beschikt of gedurende de eerste vier maanden dat hij een beroep doet op ondersteuning van voorzieningen die erkend en gesubsidieerd zijn door het agentschap, die niet rechtstreeks toegankelijk is. De voormelde afwijking wordt toegestaan om de lopende begeleiding af te ronden en een zorgzame overgang naar niet rechtstreeks toegankelijke hulpverlening te faciliteren.]6
  
Art.12. [1 Pour l'application du présent article, on entend par :
   1° arrêté du 24 juin 2016 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisé ou qui sont soutenues par un centre d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures ou un service d'aide à domicile vers un financement qui suit la personne et portant la transition des centres d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures et des service d'aide à domicile ;
  [2 1° /1 arrêté du 20 avril 2018 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'élaboration des budgets personnalisés qui sont mis à disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisé ;]2
   2° budget : un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
   3° accompagnement au logement : l'accompagnement au logement, visé à l'article 1er, 23°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget.
   Si la personne handicapée [3 ...]3 fait appel au soutien des structures agréées et subventionnées par l'agence, non directement accessible, ou disposant d'un budget, elle ne peut pas faire usage de l'aide directement accessible.
  [3 Lorsqu'une personne fait usage d'une aide directement accessible, elle ne peut pas faire usage de l'aide telle que visée à l'article 8, alinéa trois, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures.]3
  [4 Si la personne handicapée participe aux activités professionnelles, visées à l'article 44 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 février 2018 portant exécution du décret du 25 avril 2014 portant les parcours de travail et de soins, en ce qui concerne les parcours d'activation et les activités professionnelles, elle ne peut pas faire usage de l'accueil de jour.]4
   Par dérogation à l'alinéa 2, les personnes handicapées suivantes peuvent cumuler l'aide directement accessible avec un budget :
   1° [4 conformément au chapitre 2, section 2 ou section 3, de l'arrêté du 24 juin 2016, l'agence a alloué des moyens liés aux soins à la personne handicapée ou, conformément aux articles 13 à 23 de l'arrêté précité, l'agence a octroyé des points de prestataires de soins et a établi une catégorie budgétaire, en application des articles 7 à 10 de l'arrêté du 20 avril 2018 ;]4
   2° l'agence n'a pas pris une décision sur la mise à disposition d'un budget pour la personne handicapée après avoir parcouru la procédure de demande d'un budget conformément aux chapitres 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget, ou après une demande de procédure de révision du budget attribué ou mis à disposition par l'agence après avoir parcouru la procédure de demande, ou après une demande de procédure de révision du budget attribué ou mis à disposition par l'agence en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées ayant une demande de soins active vers le financement personnalisé, ou après une demande de procédure de révision des moyens liés aux soins ou des points de prestataires de soins attribués par l'agence en application de l'arrêté du 24 juin 2016 [2 ou suite à la demande de révision du nombre de points liés aux soins que l'agence a attribués conformément aux articles 7 à 10 inclus de l'arrêté du 20 avril 2018]2;
  [3 3° la personne handicapée auprès de laquelle l'agence n'a pas pris de décision concernant la mise à disposition d'un budget fixé conformément aux articles 3 à 9 inclus de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées ayant une demande de soins active vers le financement personnalisé.]3
   Les personnes handicapées remplissant les conditions visées à l'[3 alinéa 4]3, peuvent prétendre à un séjour de soixante nuits au maximum, combiné ou non à l'accueil de jour, par an.
   Le cas échéant, le nombre de nuits d'accompagnement au logement admissible en application de l'article 17 de l'arrêté du 24 juin 2016, est déduit du nombre maximal de séjour de nuits, combiné ou non à l'accueil de jour, visé à l'[3 alinéa 5]3, auquel la personne handicapée, visée à l'[3 alinéa 4]3, peut prétendre.]1

  [5 Par dérogation à l'alinéa 5, 2°, les personnes handicapées visées à l'alinéa 5, 1°, pour lesquelles l'agence a pris, en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 2022 relatif à une expérience en matière de mise à disposition partielle des budgets pour les soins et le soutien non directement accessibles aux personnes handicapées dans le groupe prioritaire 2, une décision sur la mise à disposition partielle d'un budget alloué après le traitement d'une demande d'un budget ou d'une demande de révision telle que visé à l'alinéa 5, 2°, peuvent combiner l'aide directement accessible avec un budget conformément aux alinéas 6 et 7.]5
  [3 Par dérogation à l'article 13, alinéas premier à trois du présent arrêté, les personnes handicapées auxquelles l'agence a octroyé des crédits liés aux soins conformément aux articles 13 à 23 de l'arrêté du 24 juin 2016, mais qui, conformément à l'article 10, § 2, et 11/1, § 2, alinéa premier, de l'arrêté du 20 avril 2018 sont dirigés vers l'aide directement accessible, peuvent prétendre à un maximum de soixante nuits de séjour, combiné ou non avec l'accueil de jour, par an, en plus du maximum de huit points de personnel par personne par année civile visé à l'article 13, alinéa premier, du présent arrêté, ou au maximum de sept points de personnel par an visé à l'article 13, alinéa deux, du présent arrêté.]3
  [6 Par dérogation à l'alinéa 2, une personne peut encore recourir à une aide directement accessible pendant les quatre premiers mois où elle dispose d'un budget ou pendant les quatre premiers mois où elle fait appel à une aide provenant de structures agréées et subventionnées par l'agence, qui n'est pas directement accessible. La dérogation précitée est accordée pour terminer l'accompagnement en cours et faciliter une transition prudente vers une aide non directement accessible. ]6
  
Art.13. [1 [2 De persoon met een handicap kan ambulante begeleiding, mobiele begeleiding, dagopvang, verblijf en groepsbegeleiding combineren tot maximaal acht personeelspunten per persoon per kalenderjaar.]2
  [3 Als de voorziening een beroep doet op een vrijwilliger voor de ondersteuning van een persoon met een handicap conform artikel 9/1, kan die persoon in afwijking van het eerste lid ambulante begeleiding, mobiele begeleiding, dagopvang, verblijf en groepsbegeleiding combineren tot maximaal zeven personeelspunten per persoon per kalenderjaar.]3
   Voor de berekening van het maximum aantal personeelspunten per persoon per kalenderjaar, als vermeld in het eerste [4 of het tweede]4 lid, wordt rekening gehouden met het aantal personeelspunten, vermeld in artikel 6, per mobiele begeleiding of per ambulante begeleiding of per dag dagopvang of per nacht verblijf.]1

  [5 Een voorziening die is erkend conform artikel 2, tweede tot en met zesde lid, kan aan een persoon met een handicap voor maximaal vier personeelspunten globale individuele ondersteuning per kalenderjaar bieden.
   Voor de berekening van het maximumaantal personeelspunten per persoon per kalenderjaar als vermeld in het derde lid, wordt rekening gehouden met het aantal personeelspunten, vermeld in artikel 6, derde lid, per uur globale individuele ondersteuning.]5

  
Art.13. [1 [2 La personne handicapée peut combiner l'accompagnement ambulatoire, l'accompagnement mobile, l'accueil de jour, le séjour et l'accompagnement en groupe pour un maximum de huit points de personnel par personne par année calendaire.]2
  [3 Si la structure fait appel à un volontaire pour le soutien d'une personne handicapée conformément à l'article 9/1, cette personne peut, par dérogation à l'alinéa premier, combiner l'accompagnement ambulatoire, l'accompagnement mobile, l'accueil de jour, le séjour et l'accompagnement en groupe jusqu'à un maximum de sept points de personnel par personne et par année calendrier.]3
   Pour le calcul du nombre maximum de points de personnel par personne et par année calendaire, tel que visé [4 aux alinéas premier ou deux]4, il est tenu compte du nombre de points de personnel visé à l'article 6, par accompagnement mobile ou ambulatoire ou par jour d'accueil de jour ou par nuit de séjour.]1

  [5 Une structure agréée conformément à l'article 2, alinéas deux à six inclus, peut offrir à une personne handicapée, pour un maximum de quatre points de personnel, un soutien individuel global par année civile.
   Pour le calcul du nombre maximal de points de personnel par personne et par année calendrier, tel que visé à l'alinéa trois, le nombre de points de personnel visé à l'article 6, alinéa trois, par heure de soutien individuel global est pris en compte.]5

  
HOOFDSTUK 3. - Financiële bijdrage van de persoon met een handicap
CHAPITRE 3. - Contribution financière de la personne handicapée
Art.15. De voorziening mag voor een mobiele of ambulante begeleiding een bijdrage vragen van maximaal 5 euro.
  De voorziening mag voor de dagopvang een bijdrage vragen van maximaal 9,50 euro per dag.
  De voorziening mag voor verblijf een bijdrage vragen van maximaal 23,90 euro per dag.
  [1 De voorziening mag voor een groepsbegeleiding een bijdrage vragen van maximaal 5 euro.]1
  [3 De maximumbedragen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, worden jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt]3.
  [2 De voorziening mag geen bijdrage voor globale individuele ondersteuning vragen.]2
  
Art.15. Pour un accompagnement mobile ou ambulatoire, la structure peut demander une contribution de 5 euros au maximum.
  Pour l'accueil de jour, la structure peut demander une contribution de 9,50 euros par jour au maximum.
  Pour un séjour, la structure peut demander une contribution de 23,90 euros par jour au maximum.
  [1 Pour un accompagnement en groupe, la structure peut demander une contribution de 5 euros au maximum. ]1
  [3 Les montants maximum visés aux alinéas 1er à 3 sont annuellement adaptés au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]3
  [2 La structure peut ne pas demander de contribution pour un soutien individuel global.]2
  
HOOFDSTUK 3/1. [1 - Organisatie van een pilootfase voor het ontwikkelen en uitproberen van nieuwe mogelijkheden voor rechtstreeks toegankelijke hulp]1
CHAPITRE 3/1. [1 - Organisation d'une phase pilote pour le développement et la mise à l'essai de nouvelles possibilités d'aide directement accessible]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Section 1re. [1 - Dispositions générales]1
Art. 15/1. [1 Met het oog op het ontwikkelen en uitproberen van een nieuwe invulling van rechtstreeks toegankelijke hulp lanceert het agentschap een oproep tot deelname aan een pilootfase bij organisaties die handicap specifieke zorg en ondersteuning bieden.]1
  
Art.15/1. [1 En vue de développer et de mettre à l'essai une redéfinition de l'aide directement accessible, l'agence lance un appel à participation à une phase pilote auprès d'organisations fournissant des soins et du soutien spécifiques aux personnes handicapées.]1
  
Art. 15/2. [1 In het kader van de pilootfase, vermeld in artikel 15/1, van dit besluit, kan het agentschap binnen de grenzen van de kredieten die daarvoor ingeschreven zijn op zijn begroting een tijdelijke erkenning bieden om rechtstreeks toegankelijke hulp te verlenen die voldoet aan al de navolgende voorwaarden:
   1° de hulp is snel en flexibel inzetbaar;
   2° de hulp is laagdrempelig toegankelijk en nabij;
   3° de hulp is vraaggericht en op maat;
   4° de hulp is geïntegreerd met en afgestemd op ondersteuning die niet wordt gesubsidieerd krachtens het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.]1

  
Art.15/2. [1 Dans le cadre de la phase pilote, visée à l'article 15/1 du présent arrêté, et dans les limites des crédits inscrits à cet effet à son budget, l'agence peut accorder un agrément temporaire de fournir une aide directement accessible qui répond à toutes les conditions suivantes :
   1° l'aide peut être déployée de manière rapide et flexible ;
   2° l'aide est largement accessible à tous et proche ;
   3° l'aide est axée sur la demande et adaptée ;
   4° l'aide est intégrée et orientée vers un soutien qui n'est pas subventionné en vertu du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées).]1

  
Art. 15/3. [1 Om rechtstreeks toegankelijke hulp te bieden die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 15/2 kan rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 1, punt 2° tot en met 7° en in punt 10° worden gebruikt op voorwaarde dat er een ruimere invulling kan gegeven kan worden aan ambulante outreach en mobiele outreach. Daarnaast kan een open functie worden gecreëerd.
   Een persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap die een beroep doet op rechtstreeks toegankelijke hulp die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15/2, die wordt geboden door een aanbieder van rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 15/2, kan in afwijking van artikel 9/1, tweede lid en artikel 13 aanspraak maken op rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 15/2, voor maximaal twaalf punten. De aanbieders van rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 15/2, motiveren de aanspraak op rechtstreeks toegankelijke hulp voor meer dan acht personeelspunten in een individueel plan als vermeld in artikel 15/4.]1

  
Art.15/3. [1 Afin de fournir une aide directement accessible qui répond aux conditions visées à l'article 15/2, l'aide directement accessible telle que visée à l'article 1er, points 2° à 7° et point 10° peut être utilisée à condition que la définition d'outreach ambulatoire et d'outreach mobile puisse être élargie. En outre, une fonction ouverte peut être créée.
   Une personne handicapée ou présumée handicapée qui fait appel à une aide directement accessible répondant aux conditions visées à l'article 15/2, fournie par un offreur d'aide directement accessible tel que visé à l'article 15/2, peut prétendre à une aide directement accessible telle que visée à l'article 15/2 pour un maximum de 12 points, par dérogation à l'article 9/1, alinéa 2, et à l'article 13. Les offreurs d'aide directement accessible tels que visés à l'article 15/2 justifient le droit à l'aide directement accessible pour plus de huit points de personnel dans un plan individuel tel que visé à l'article 15/4.]1

  
Art. 15/4. [1 De aanbieders van rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 15/2 van dit besluit, maken voor lange en complexe vragen naar rechtstreeks toegankelijke hulp een individueel plan op dat al de volgende elementen bevat:
   1° de wijze waarop de rechtstreeks toegankelijke hulp tegemoetkomt aan de vragen en de behoeften van de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap;
   2° de wijze waarop de rechtstreeks toegankelijke hulp wordt afgestemd op en gecoördineerd met andere ondersteuning die niet wordt gesubsidieerd krachtens het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
   3° de wijze waarop de nodige continuïteit van zorg wordt gerealiseerd bij de start en nadat de rechtstreeks toegankelijke hulp is beëindigd.
   Bij de opmaak van het individuele plan wordt in voorkomend geval rekening gehouden met ondersteuningsplannen of zorgplannen die eerder werden opgemaakt.
   Voor beperkte en eenvoudige vragen van rechtstreeks toegankelijke hulp wordt een gemotiveerd plan van aanpak opgemaakt op het niveau van de organisatie waarin wordt aangetoond op welke wijze de rechtstreeks toegankelijke hulp die wordt geboden, tegemoetkomt aan de vragen en behoeften van de personen met een handicap of met een vermoeden van een handicap met beperkte en eenvoudige vragen van rechtstreeks toegankelijke hulp.]1

  
Art.15/4. [1 Pour les demandes longues et complexes d'aide directement accessible, les offreurs d'aide directement accessible tels que visés à l'article 15/2 du présent arrêté établissent un plan individuel qui comprend tous les éléments suivants :
   1° la manière dont l'aide directement accessible répond aux demandes et aux besoins de la personne handicapée ou présumée handicapée ;
   2° la manière dont l'aide directement accessible est alignée sur et coordonnée avec l'autre soutien qui n'est pas subventionné en vertu du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
   3° la manière dont la continuité nécessaire des soins est réalisée au début et après la fin de l'aide directement accessible.
   Lors de l'établissement du plan individuel, les plans de soutien ou les plans de soins établis précédemment sont pris en compte, le cas échéant.
   Pour les demandes limitées et simples d'aide directement accessible, un plan d'action motivé est établi au niveau de l'organisation, démontrant comment l'aide directement accessible fournie répond aux demandes et aux besoins des personnes handicapées ou présumées handicapées ayant des demandes limitées et simples d'aide directement accessible.]1

  
Afdeling 2. [1 - Tijdelijke erkenning]1
Section 2. [1 - Agrément temporaire]1
Art. 15/5. [1 Een aanvrager die voldoet aan een van de volgende voorwaarden, kan tijdelijk erkend worden om rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 15/2, te bieden:
   1° een voorziening zijn die conform artikel 2 erkend is voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp;
   2° voldoen aan de volgende erkenningsvoorwaarden:
   a) de organisatie is opgericht als privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen of als een vennootschap met rechtspersoonlijkheid en met een sociaal oogmerk of is opgericht door een ondergeschikt bestuur zoals een provincie, een gemeente, een intercommunale van gemeenten of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
   b) in de statuten is ten minste ondersteuning bieden aan personen met een handicap als doelstelling opgenomen;
   c) als de organisatie is ingebed in een grotere organisatie, kan ze optreden als een autonome entiteit en afzonderlijk verantwoording afleggen aan het agentschap;
   d) de organisatie toont aan dat ze de nodige handicapspecifieke kennis en deskundigheid kan inzetten;
   3° rechtspersonen zoals vermeld in artikel 2, eerste lid, 3° van het besluit van de Vlaamse Regering houdende het vergunnen van aanbieders van niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van personen met een handicap.
   4° groene zorginitiatieven zoals vermeld in artikel 2, tweede lid van het besluit van de Vlaamse Regering houdende het vergunnen van aanbieders van niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van personen met een handicap, die als rechtspersoon geregistreerd zijn bij het agentschap voor zover ze opgericht zijn als een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is hun leden een vermogensvoordeel te bezorgen of als een vennootschap met rechtspersoonlijkheid en met een sociaal oogmerk of door een ondergeschikt bestuur zoals een provincie, een gemeente, een intercommunale van gemeenten of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, in de statuten moet het bieden van ondersteuning aan personen met een handicap als doelstelling opgenomen zijn en ze moeten aantonen dat ze de nodige handicap specifieke kennis en deskundigheid kunnen inzetten.]1

  
Art.15/5. [1 Un demandeur qui remplit l'une des conditions suivantes peut être agréé temporairement pour fournir une aide directement accessible telle que visée à l'article 15/2 :
   1° être une structure agréée conformément à l'article 2 pour le développement de l'aide directement accessible ;
   2° répondre aux conditions d'agrément suivantes :
   a) l'organisation est établie comme une association de droit privé dotée de la personnalité juridique pour laquelle il est interdit par la loi de payer un avantage patrimonial à ses membres, ou comme une société dotée de la personnalité juridique et à finalité sociale ou est établie par une administration subordonnée telle qu'une province, une commune, une intercommunale de communes ou un centre public d'action sociale ;
   b) le soutien fourni aux personnes handicapées doit au moins faire partie des objectifs mentionnés dans les statuts ;
   c) si l'organisation est incorporée dans une organisation plus grande, elle peut intervenir en tant qu'entité autonome et rendre compte à l'agence en toute indépendance ;
   d) l'organisation démontre sa capacité à déployer les connaissances et l'expertise spécifiques en matière de handicaps requises ;
   3° les personnes morales telles que visées à l'article 2, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées ;
   4° les initiatives de soins verts, telles que visées à l'article 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées, qui sont enregistrées en tant que personne morale auprès de l'agence dans la mesure où elles sont établies comme une association de droit privé dotée de la personnalité juridique pour laquelle il est interdit par la loi de payer un avantage patrimonial à ses membres, ou comme une société dotée de la personnalité juridique et à finalité sociale ou est établie par une administration subordonnée telle qu'une province, une commune, une intercommunale de communes ou un centre public d'action sociale ; le soutien fourni aux personnes handicapées doit faire partie des objectifs mentionnés dans les statuts ; et elles doivent démontrer leur capacité à déployer les connaissances et l'expertise spécifiques en matière de handicaps requises.]1

  
Art. 15/6. [1 De aanvraag om een tijdelijke erkenning te krijgen als vermeld in artikel 15/2, wordt in antwoord op de oproep, vermeld in artikel 15/1, ingediend bij het agentschap met een formulier dat het agentschap vaststelt. In de aanvraag worden de volgende elementen vermeld of aangetoond:
   1° de identificatiegegevens van de aanvrager;
   2° in voorkomend geval de informatie die toelaat om te beoordelen of voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 15/5, 2° ;
   3° motivatie voor deelname aan de pilootfase;
   4° welke vormen van rechtstreeks toegankelijke hulp die beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15/2, ontwikkeld en geïmplementeerd zullen worden en op welke wijze die zich onderscheiden van het huidige aanbod rechtstreeks toegankelijke hulp;
   5° de beoogde doelgroep, het beoogde aantal personen met een handicap of met een vermoeden van een handicap, de minderjarigen of meerderjarigen en hun ondersteuningsbehoeften;
   6° het beoogde geografische bereik;
   7° op welke wijze een antwoord wordt gevonden voor de volgende uitdagingen:
   a) kunnen beschikken over voldoende en voldoende ervaren en deskundig personeel;
   b) zo veel mogelijk personen met een handicap of met een vermoeden van een handicap oplossingsgericht en op een zo kwaliteitsvolle wijze ondersteunen;
   c) een gezond financieel beleid voeren met aandacht voor de betaalbaarheid van de ondersteuning voor de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap;
   d) flexibel inspelen op wisselende behoeften op het niveau van de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap en binnen een bepaalde regio of werkingsgebied;
   8° op welke wijze een bijdrage wordt geleverd aan de volgende elementen van de inhoudelijke doelstellingen van het beleid voor personen met een handicap:
   a) een zo groot mogelijke autonomie van de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap realiseren;
   b) de levenskwaliteit van de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap bevorderen;
   c) een zo inclusief mogelijk leven bevorderen;
   9° op welke wijze de volgende doelstellingen gerealiseerd zullen worden:
   a) preventieve en vroegtijdige rechtstreeks toegankelijke hulp zodra een vermoeden van een handicap is vastgesteld;
   b) continueren van ondersteuning op overgangsmomenten zodat er geen ondersteuningsvacuüm ontstaat;
   c) aanklampende rechtstreeks toegankelijke hulp als dat nodig en wenselijk is;
   10° de invulling die wordt gegeven aan de open functie, vermeld in artikel 15/3, eerste lid;
   11° het aantal personeelspunten waarvoor een erkenning wordt gevraagd, met een minimum van 35 personeelspunten;
   12° de wijze waarop er intersectoraal of lokaal zal worden samengewerkt met andere diensten of organisaties die actief zijn in het domein welzijn en gezondheid, onderwijs, cultuur of vrije tijd en met lokale besturen of andere partners;
   13° de vastgelegde startdatum en op welke wijze die startdatum gerealiseerd zal kunnen worden.
   Bij de aanvraag, vermeld in het eerste lid, worden de volgende documenten gevoegd:
   1° een financieel plan waarin wordt uiteengezet op welke wijze de organisatie van rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 15/2, zal worden gefinancierd;
   2° in voorkomend geval de documenten die de informatie, vermeld in het eerste lid, 2°, staven.]1

  
Art.15/6. [1 La demande d'un agrément temporaire tel que visé à l'article 15/2 doit être introduite auprès de l'agence en réponse à l'appel visé à l'article 15/1 au moyen d'un formulaire arrêté par l'agence. L'appel contient ou démontre les éléments suivants :
   1° les données d'identification du demandeur ;
   2° le cas échéant, les informations permettant d'évaluer si les conditions d'agrément visées à l'article 15/5, 2°, sont remplies ;
   3° la motivation pour la participation à la phase pilote ;
   4° quelles formes d'aide directement accessible répondant aux conditions visées à l'article 15/2 seront développées et mises en oeuvre et en quoi elles diffèrent de l'offre actuelle d'aide directement accessible ;
   5° le groupe cible envisagé, le nombre envisagé de personnes handicapées ou présumées handicapées, les mineurs ou majeurs et leurs besoins de soutien ;
   6° la portée géographique envisagée ;
   7° la manière de répondre aux défis suivants :
   a) pouvoir disposer de personnel suffisant et suffisamment expérimenté et compétent ;
   b) soutenir le plus grand nombre possible de personnes handicapées ou présumées handicapées, de manière orientée vers les solutions et qualitative ;
   c) mener une politique financière saine qui tient compte du caractère abordable de l'aide à la personne handicapée ou présumée handicapée ;
   d) répondre de manière flexible à l'évolution des besoins au niveau de la personne handicapée ou présumée handicapée et dans une région ou une zone d'action déterminée ;
   8° la manière de contribuer aux éléments suivants des objectifs de fond de la politique pour les personnes handicapées :
   a) réaliser une autonomie maximale de la personne handicapée ou présumée handicapée ;
   b) promouvoir la qualité de vie de la personne handicapée ou présumée handicapée ;
   c) promouvoir la vie la plus inclusive possible ;
   9° la manière d'atteindre les objectifs suivants :
   a) une aide directement accessible préventive et précoce dès qu'un handicap présumé a été identifié ;
   b) un soutien continu aux moments de transition afin de ne pas créer de vide de soutien ;
   c) une aide directement accessible persistante lorsque cela est nécessaire et approprié ;
   10° la définition de la fonction ouverte, visée à l'article 15/3, alinéa 1er ;
   11° le nombre de points de personnel pour lesquels un agrément est demandé, avec un minimum de 35 points de personnel ;
   12° la manière dont la coopération intersectorielle ou locale se déroulera avec d'autres services ou organisations actifs dans les domaines du bien-être et de la santé, de l'enseignement, de la culture ou des loisirs, ainsi qu'avec des administrations locales ou d'autres partenaires ;
   13° la date de début définie et la manière dont cette date de début sera réalisée.
   La demande visée à l'alinéa 1er est accompagnée des documents suivants :
   1° un plan financier indiquant la manière dont l'organisation de l'aide directement accessible, telle que visée à l'article 15/2, sera financée ;
   2° le cas échéant, les documents justifiant les informations visées à l'alinéa 1er, 2°.]1

  
Art. 15/7. [1 De aanvraag om een tijdelijke erkenning te krijgen, vermeld in artikel 15/6, wordt uiterlijk op 9 november 2022 online ingediend met het aanvraagformulier, vermeld in artikel 15/6, eerste lid.]1
  
Art.15/7. [1 La demande d'un agrément temporaire, visée à l'article 15/6, est introduite en ligne au moyen du formulaire de demande visé à l'article 15/6, alinéa 1er, au plus tard le 9 novembre 2022.]1
  
Art. 15/8. [1 Als het agentschap vaststelt dat het aanvraagformulier, vermeld in artikel 15/6, eerste lid, tijdig is bezorgd en volledig is ingevuld, is de aanvraag om een tijdelijke erkenning te krijgen, vermeld in artikel 15/6, ontvankelijk.]1
  
Art.15/8. [1 Si l'agence constate que le formulaire de demande visé à l'article 15/6, alinéa 1er, a été remis à temps et dûment complété, la demande d'agrément temporaire visée à l'article 15/6 est recevable.]1
  
Art. 15/9. [1 Als het agentschap vaststelt dat niet is voldaan aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 15/5 brengt het agentschap de organisatie op de hoogte van het feit dat de erkenning wordt geweigerd.]1
  
Art.15/9. [1 Si l'agence constate que les conditions d'agrément, visées à l'article 15/5, ne sont pas remplies, elle informe l'organisation que l'agrément est refusé.]1
  
Art. 15/10. [1 Als de aanvraag om een tijdelijke erkenning te krijgen, vermeld in artikel 15/6, ontvankelijk is conform artikel 15/8 en als er voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 15/5, wordt de aanvraag voorgelegd aan een commissie.
   De Vlaamse minister bevoegd voor de personen met een beperking bepaalt de samenstelling van de commissie die minstens bestaat uit personeelsleden van het agentschap en van het kabinet en wijst de leden aan.
   De personeelsleden van het agentschap worden voorgesteld door de leidend ambtenaar van het agentschap.]1

  
Art.15/10. [1 Si la demande d'un agrément temporaire, visée à l'article 15/6, est recevable conformément à l'article 15/8 et si les conditions d'agrément visées à l'article 15/5, sont remplies, la demande sera soumise à une commission.
   Le ministre flamand chargé des personnes handicapées détermine la composition de la commission, qui doit être composée au moins de membres du personnel de l'agence et du cabinet, et il désigne les membres.
   Les membres du personnel de l'agence sont proposés par le fonctionnaire dirigeant de l'agence.]1

  
Art. 15/11. [1 De commissie, vermeld in artikel 15/10, beoordeelt of de aanvraag om een tijdelijke erkenning te krijgen, vermeld in artikel 15/6, voldoet aan de volgende inhoudelijke criteria:
   1° er is aangetoond dat de voorziening of organisatie over de nodige competentie en ervaring beschikt om ondersteuning te bieden aan personen met een handicap of met een vermoeden van een handicap;
   2° er is aangetoond op welke wijze de voorziening of organisatie vormen van rechtstreeks toegankelijke hulp zal ontwikkelen en implementeren die voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 15/2 die zich onderscheiden van het huidige aanbod rechtstreeks toegankelijke hulp;
   3° de organisatie of voorziening heeft de elementen, vermeld in artikel 15/6, eerste lid, 4°, 5°, en punt 8° tot en met punt 12° afdoende aangetoond;
   4° er is een concreet plan van aanpak dat duidelijk maakt dat het initiatief zowel voor de doelstellingen als op financieel vlak en voor de inzet van personeel realistisch is;
   5° er is aangetoond dat het initiatief op 1 januari 2023 kan starten;
   6° er is aangetoond op welke wijze intersectoraal of lokaal zal worden samengewerkt met andere organisaties of partners als vermeld in artikel 15/6, eerste lid, punt 12°.]1

  
Art.15/11. [1 La commission, visée à l'article 15/10, évalue si la demande d'agrément temporaire, visée à l'article 15/6, répond aux critères de fond suivants :
   1° il a été démontré que la structure ou l'organisation possède les compétences et l'expérience nécessaires pour apporter un soutien aux personnes handicapées ou présumées handicapées ;
   2° il a été démontré comment la structure ou l'organisation développera et mettra en oeuvre des formes d'aide directement accessible répondant aux conditions visées à l'article 15/2 qui diffèrent de l'offre actuelle d'aide directement accessible ;
   3° l'organisation ou la structure a démontré de manière adéquate les éléments mentionnés à l'article 15/6, alinéa 1er, 4°, 5°, et points 8° à 12° ;
   4° il existe un plan d'action concret qui montre clairement que l'initiative est réaliste en termes d'objectifs, de finances et de déploiement du personnel ;
   5° il a été démontré que l'initiative peut commencer le 1er janvier 2023 ;
   6° il a été démontré comment la coopération intersectorielle ou locale se déroulera avec d'autres organisations ou partenaires, tel que visé à l'article 15/6, alinéa 1er, point 12°.]1

  
Art. 15/12. [1 Als de commissie, vermeld in artikel 15/10, van oordeel is dat aan al de inhoudelijke criteria, vermeld in artikel 15/11, is voldaan, kan het agentschap een tijdelijke erkenning als vermeld in artikel 15/2, verlenen voor het aantal personeelspunten dat is gevraagd.
   Als de middelen, vermeld in artikel 15/2, niet volstaan om een tijdelijke erkenning als vermeld in artikel 15/2 te verlenen aan alle aanvragen die voldoen aan de inhoudelijke criteria, vermeld in artikel 15/11, maakt de commissie een rangorde op, op basis van de navolgende elementen:
   1° de wijze waarop rechtstreeks toegankelijke hulp die voldoet aan de voorwaarden, vermeld 15/2, ontwikkeld en geïmplementeerd zal worden;
   2° de motivatie voor deelname aan de pilootfase en de mate waarin de rechtstreeks toegankelijke hulp die zal geboden worden zich onderscheidt van de rechtsreeks toegankelijke hulp die wordt geboden conform het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap voor de wijziging ervan bij dit besluit;
   3° de inhoudelijke doelstellingen, vermeld in artikel 15/6, punt 8° en 9°, die nagestreefd worden en de wijze waarop deze gerealiseerd zullen worden;
   4° de wijze waarop er als vermeld in artikel 15/6, punt 12° intersectoraal of lokaal zal samengewerkt worden met andere partners.
   Voor het verlenen van een tijdelijke erkenning als vermeld in artikel 15/2 voor het aantal personeelspunten dat is gevraagd wordt rekening gehouden met de rangorde die is vastgesteld conform het eerste lid en met de volgende criteria:
   1° een zo evenwichtig mogelijke verhouding tussen initiatieven die gericht zijn op minderjarigen en initiatieven die zich richten tot meerderjarigen;
   2° een zo evenwichtig mogelijke regionale spreiding rekening houdend met de bevolkingsaantallen.]1

  
Art.15/12. [1 Si la commission, visée à l'article 15/10, estime que tous les critères de fond visés à l'article 15/11 sont remplis, l'agence peut accorder un agrément temporaire tel que visé à l'article 15/2 pour le nombre de points de personnel demandé.
   Si les moyens visés à l'article 15/2 ne sont pas suffisants pour accorder un agrément temporaire tel que visé à l'article 15/2 à toutes les demandes qui répondent aux critères de fond visés à l'article 15/11, la commission établit un classement, sur la base des éléments suivants :
   1° la manière dont l'aide directement accessible répondant aux conditions visées à l'article 15/2 sera développée et mise en oeuvre ;
   2° la motivation de la participation à la phase pilote et la mesure dans laquelle l'aide directement accessible qui sera fournie diffère de l'aide directement accessible fournie conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2013 relatif à l'aide directement accessible pour les personnes handicapées avant sa modification par le présent arrêté ;
   3° les objectifs de fond, visés à l'article 15/6, points 8° et 9°, qui sont poursuivis et la manière dont ils seront réalisés ;
   4° la manière dont la coopération intersectorielle ou locale avec d'autres partenaires, telle que visée à l'article 15/6, point 12°, se déroulera.
   Pour l'octroi d'un agrément temporaire tel que visé à l'article 15/2 pour le nombre de points de personnel demandé, il est tenu compte du classement établi conformément à l'alinéa 1er et des critères suivants :
   1° un rapport aussi équilibré que possible entre les initiatives destinées aux mineurs et celles destinées aux majeurs ;
   2° une répartition régionale aussi équilibrée que possible compte tenu des chiffres de la population.]1

  
Art. 15/13. [1 Het agentschap kan een tijdelijke erkenning als vermeld in artikel 15/2, verlenen voor een periode van anderhalf jaar vanaf de datum van de beslissing van het agentschap over de tijdelijke erkenning.
   De voorziening of de organisatie die tijdelijk is erkend, brengt gedurende de periode, vermeld in het eerste lid, op de wijze die het agentschap bepaalt, verslag uit over de inzet van de personeelspunten van de erkenning, de gerealiseerde doelstellingen en de gerealiseerde output en impact.
   Uiterlijk drie maanden voor het einde van de periode, vermeld in het eerste lid, kan een aanvraag worden ingediend tot erkenning als dienst rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 2, op voorwaarde dat het agentschap de werking, de gerealiseerde doelstellingen en de outcome en impact op basis van het verslag, vermeld in het derde lid, als voldoende evalueert. Als het agentschap de werking, de gerealiseerde doelstellingen en de outcome en impact als onvoldoende evalueert, formuleert het agentschap werkpunten. Als de organisatie aantoont dat aan de werkpunten is voldaan voor de periode is afgelopen die het agentschap daarvoor heeft vastgesteld, kan de organisatie alsnog een aanvraag tot erkenning als dienst rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 2, indienen.]1

  
Art.15/13. [1 L'agence peut accorder un agrément temporaire tel que visé à l'article 15/2, pour une période d'un an et demi à compter de la date de la décision de l'agence sur l'agrément temporaire.
   La structure ou l'organisation qui a été temporairement agréée rend compte, pendant la période visée à l'alinéa 1er, et de la manière définie par l'agence, de l'utilisation des points de personnel de l'agrément, des objectifs atteints et des résultats et de l'impact réalisés.
   Au plus tard trois mois avant la fin de la période visée à l'alinéa 1er, une demande d'agrément en tant que service d'aide directement accessible, tel que visé à l'article 2, peut être introduite à condition que l'agence évalue le fonctionnement, les objectifs atteints ainsi que les résultats et l'impact comme satisfaisants sur la base du rapport visé à l'alinéa 3. Si l'agence évalue l'opération, les objectifs atteints, le résultat et l'impact comme insuffisants, l'agence formule des points de travail. Si l'organisation démontre que les points de travail ont été atteints avant la fin de la période fixée par l'agence à cet effet, l'organisation peut encore introduire une demande d'agrément en tant que service d'aide directement accessible tel que visé à l'article 2.]1

  
Afdeling 3. [1 - Subsidiëring en toepassingsvoorwaarden]1
Section 3. [1 - Subventionnement et conditions d'application]1
Art. 15/14. [1 De middelen van de tijdelijke erkenning, vermeld in artikel 15/12, worden verantwoord door de effectief aangeboden ondersteuning.]1
  [2 In afwijking van het eerste lid hoeft de voorziening of organisatie voor het kalenderjaar 2023 25% van de punten waarvoor ze tijdelijk erkend is conform artikel 15/12, niet te verantwoorden als ze kan aantonen dat ze personeel heeft ingezet voor haar tijdelijke erkenning, vermeld in artikel 15/2, en dat ze minimaal 30% van de personeelspunten waarvoor ze tijdelijk erkend is conform artikel 15/12, kan verantwoorden door de effectief aangeboden ondersteuning.]2
  
Art.15/14. [1 Les moyens de l'agrément temporaire, visés à l'article 15/12, sont justifiés par le soutien effectivement offert.]1
  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, la structure ou l'organisation ne doit pas comptabiliser, pour l'année calendrier 2023, 25 % des points pour lesquels elle est agréée temporairement conformément à l'article 15/12 si elle peut démontrer qu'elle a déployé du personnel pour son agrément temporaire, visé à l'article 15/2, et qu'elle peut justifier au moins 30 % des points de personnel pour lesquels elle est agréée temporairement conformément à l'article 15/12 par le soutien effectivement offert]2
  
Art. 15/15. [1 De voorziening ontvangt 0,22 personeelspunten per mobiele begeleiding en per mobiele outreach, 0,155 personeelspunten per ambulante begeleiding en per ambulante outreach, 0,087 personeelspunten per dag dagopvang, 0,13 personeelspunten per nacht verblijf, 0,087 personeelspunten per groepsbegeleiding en het aantal personeelspunten dat in overleg met de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap wordt vastgesteld voor de open functie, vermeld in artikel 15/3, eerste lid.
   In afwijking van artikel 6, tweede lid, kunnen de personeelspunten niet worden overgedragen aan een andere voorziening die is erkend en gesubsidieerd door het agentschap.
   [2 Als de som van de personeelspunten die op basis van de geleverde prestaties worden toegekend, meer dan 95 % bedraagt van het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening, of de organisatie tijdelijk erkend is conform artikel 15/12, ontvangt de voorziening of organisatie, in afwijking van het eerste lid het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening is erkend.]2]1

  [3 De voorziening die wil inzetten op innovatie als vermeld in artikel 2/1, 2°, kan een motivering indienen bij het agentschap om bijkomend tot een maximum van 10% van het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening, die erkend is conform artikel 15/12, erkend is, de geboden ondersteuning niet te registreren als vermeld in artikel 15/16. Het agentschap bepaalt de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd over het aandeel van de output dat is verlaagd.
   De voorziening die wil inzetten op sectorale en intersectorale samenwerking en netwerken als vermeld in artikel 2/1, 3°, kan een motivering indienen bij het agentschap om bijkomend tot een maximum van 5% van het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening, die erkend is conform artikel 15/12, de geboden ondersteuning niet te registreren als vermeld in artikel 15/16. Het agentschap bepaalt de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd over het aandeel van de output dat is verlaagd.]3

  
Art.15/15. [1 La structure reçoit 0,22 point de personnel par accompagnement mobile et par outreach mobile, 0,155 point de personnel par accompagnement ambulatoire et par outreach ambulatoire, 0,087 point de personnel par jour d'accueil de jour, 0,13 point de personnel par nuit de séjour, 0,087 point de personnel par accompagnement en groupe et le nombre de points de personnel déterminé en consultation avec la personne handicapée ou présumée handicapée pour la fonction ouverte, visée à l'article 15/3, alinéa 1er.
   Par dérogation à l'article 6, alinéa 2, les points de personnel ne peuvent être transférés vers une autre structure agréée et subventionnée par l'agence.
   [2 Si la somme des points de personnel attribués sur la base des prestations rendues constitue plus de 92 % du nombre des points de personnel pour lequel la structure ou l'organisation est temporairement agréée conformément à l'article 15/12, la structure ou l'organisation reçoit, par dérogation à l'alinéa 1er, le nombre de points de personnel pour lequel la structure est agréée. ]2]1

  [3 La structure qui souhaite miser sur l'innovation telle que visée à l'article 2/1, 2°, peut soumettre une justification auprès de l'agence pour par ailleurs ne pas enregistrer le soutien proposé tel que visé à l'article 15/16, jusqu'à un maximum de 10 % du nombre de points de personnel pour lesquels la structure, agréée conformément à l'article 15/12, est agréée. L'agence détermine le mode avec lequel la justification est effectuée pour la part du résultat qui a été réduite.
   La structure qui souhaite miser sur des collaborations et des réseaux sectoriels et intersectoriels telle que visée à l'article 2/1, 3°, peut soumettre une justification auprès de l'agence pour par ailleurs ne pas enregistrer le soutien proposé tel que visé à l'article 15/16, jusqu'à un maximum de 5 % du nombre de points de personnel pour lesquels la structure, agréée conformément à l'article 15/12, est agréée. L'agence détermine le mode avec lequel la justification est effectuée pour la part du résultat qui a été réduit.]3

  
Art. 15/16. [1 De voorzieningen of organisaties die tijdelijk erkend zijn conform artikel 15/12, registreren de rechtstreeks toegankelijke hulp, vermeld in artikel 15/2, die ze bieden, op de wijze die het agentschap bepaalt.]1
  
Art.15/16. [1 Les structures ou organisations temporairement agréées conformément à l'article 15/12 enregistrent l'aide directement accessible visée à l'article 15/2 qu'ils fournissent, selon les modalités déterminées par l'agence.]1
  
Art. 15/17. [1 De personeelssubsidies worden toegekend conform artikel 8.]1
  
Art.15/17. [1 Les subventions de personnel sont octroyées conformément à l'article 8.]1
  
Art. 15/18. [1 De voorziening ontvangt per personeelspunt een werkingstoelage conform artikel 9.
   In afwijking van artikel 9, § 1, tweede lid, kan de werkingstoelage niet worden overgedragen.]1

  
Art.15/18. [1 Par point de personnel, la structure reçoit une subvention de fonctionnement conformément à l'article 9.
   Par dérogation à l'article 9, § 1er, alinéa 2, la subvention de fonctionnement ne peut être transférée.]1

  
Art. 15/19. [1 Artikel 9/1, 10, 10/1, 11, 12 en 13, tweede lid, zijn van toepassing voor de rechtstreeks toegankelijke hulp die wordt geboden in het kader van de tijdelijke erkenning, vermeld in artikel 15/2.]1
  
Art.15/19. [1 Les articles 9/1, 10, 10/1, 11, 12 et 13, alinéa 2, s'appliquent à l'aide directement accessible fournie dans le cadre de l'agrément temporaire visé à l'article 15/2.]1
  
Art. 15/20. [1 De voorzieningen of organisaties die tijdelijk erkend zijn conform artikel 15/12, kunnen een financiële bijdrage vragen aan de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap conform artikel 15, eerste tot en met vijfde lid. De voorzieningen of organisaties bepalen zelf de financiële bijdrage voor de open functie, vermeld in artikel 15/3, eerste lid.]1
  
Art.15/20. [1 Les structures ou organisations temporairement agréées conformément à l'article 15/12 peuvent demander une contribution financière à la personne handicapée ou présumée handicapée, conformément à l'article 15, alinéas 1er à 5. Les structures ou organisations déterminent elles-mêmes la contribution financière pour la fonction ouverte visée à l'article 15/3, alinéa 1er.]1
  
Afdeling 4. [1 Verlenging van de erkenning en de erkenning van nieuwe organisaties in het kader van de pilootfase ]1
Section 4. [1 Prolongation de l'agrément et de l'agrément de nouvelles organisations dans le cadre de la phase pilote ]1
Art. 15/21. [1 De aanbieders van rechtstreeks toegankelijke hulp, vermeld in artikel 15/2, kunnen uiterlijk negentig dagen voor het einde van de periode, vermeld in artikel 15/13, eerste lid, een aanvraag indienen bij agentschap om hun initiatief te verlengen.
   Het agentschap beoordeelt de aanvraag tot verlenging, vermeld in het eerste lid, op basis van de informatie die de voorziening of organisatie heeft bezorgd conform artikel 15/13, tweede lid.
   Het agentschap kan de volgende beslissingen nemen:
   1° de tijdelijke erkenning, vermeld in artikel 15/2, niet verlengen;
   2° de tijdelijke erkenning, vermeld in artikel 15/2, verlengen tot en met 31 december 2024. Het agentschap formuleert werkpunten over de werking, de gerealiseerde doelstelling en de outcome en impact. Als de organisatie aantoont dat aan de werkpunten is voldaan voor de periode die het agentschap vaststelt, is afgelopen, kan de tijdelijke erkenning verlengd worden tot en met 31 december 2025;
   3° de tijdelijke erkenning, vermeld in artikel 15/2, wordt verlengd tot en met 31 december 2025;
   4° de voorziening of organisatie wordt erkend als dienst rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 2, en tot en met 31 december 2025 zijn de bepalingen, vermeld in afdeling 3, van toepassing.
   In afwijking van het derde lid, kunnen organisaties als vermeld in artikel 15/5, 2°, met een tijdelijke erkenning als vermeld in artikel 15/2, geen verlenging van erkenning zonder einddatum krijgen. De voormelde organisaties voldoen uiterlijk op 31 december 2025 aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4, om in aanmerking te komen voor een erkenning als dienst rechtstreeks toegankelijke hulp als vermeld in artikel 2. ]1

  
Art.15/21. [1 Les offreurs d'aide directement accessible, visés à l'article 15/2 peuvent, au plus tard nonante jours avant la fin de la période visée à l'article 15/13, alinéa 1er, introduire une demande auprès de l'agence en vue de prolonger leur initiative.
   L'agence évalue la demande de prolongation, visée à l'alinéa 1er, sur la base des informations fournies par la structure ou l'organisation conformément à l'article 15/13, alinéa 2.
   L'agence peut prendre les décisions suivantes :
   1° ne pas prolonger l'agrément temporaire, visé à l'article 15/2 ;
   2° prolonger jusqu'au 31 décembre 2024 l'agrément temporaire, visé à l'article 15/2. L'agence formule des points de travail sur le fonctionnement, l'objectif atteint, le résultat et l'impact. Si l'organisation démontre que les points de travail sont respectés avant la fin de la période fixée par l'agence, l'agrément temporaire peut être prolongé jusqu'au 31 décembre 2025 ;
   3° l'agrément temporaire, visé à l'article 15/2, est prolongé jusqu'au 31 décembre 2025 ;
   4° la structure ou l'organisation est agréée comme service d'aide directement accessible, comme visé à l'article 2, et jusqu'au 31 décembre 2025, les dispositions visées à la section 3 sont d'application.
   Par dérogation à l'alinéa 3, les organisations visées à l'article 15/5, 2°, qui ont un agrément temporaire, comme visé à l'article 15/2, ne peuvent recevoir de prolongation d'agrément sans date d'expiration. Les organisations précitées doivent remplir les conditions visées à l'article 4 au plus tard le 31 décembre 2025 pour pouvoir entrer en considération pour un agrément en tant que service d'aide directement accessible tel que visé à l'article 2. ]1

  
Art. 15/22. [1 Het agentschap kan binnen de grenzen van de kredieten die daarvoor ingeschreven zijn op zijn begroting nieuwe organisaties erkennen om deel te nemen aan de pilootfase, vermeld in artikel 15/1, als ze voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
   1° de aanvraag die is ingediend vóór 10 november 2022, voldoet aan de inhoudelijke criteria, vermeld in artikel 15/11;
   2° de organisatie heeft in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 meer dan 100% van de output behaald, ze heeft een positieve beoordeling gekregen op basis van de werking in het eerste jaar van de pilootfase en ze heeft een vraag naar uitbreiding.
   In het eerste lid wordt verstaan onder nieuwe organisaties: organisaties die in 2023 niet geselecteerd waren voor deelname aan de pilootfase en geselecteerde organisaties in de pilootfase die extra capaciteit vragen.
   Als de middelen, vermeld in het eerste lid, niet volstaan om een tijdelijke erkenning als vermeld in artikel 15/21, derde lid punt 1° tot en met 3°, te verlenen aan alle aanvragen die voldoen aan de inhoudelijke criteria, vermeld in het eerste lid, maakt het agentschap een rangorde op, op basis van de navolgende elementen:
   1° de wijze waarop rechtstreeks toegankelijke hulp die voldoet aan de voorwaarden, vermeld artikel 15/2, ontwikkeld en geïmplementeerd zal worden;
   2° de motivatie voor deelname aan de pilootfase en de mate waarin de rechtstreeks toegankelijke hulp die zal geboden worden zich onderscheidt van de rechtstreeks toegankelijke hulp die wordt geboden conform het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap voor de wijziging ervan bij dit besluit;
   3° de inhoudelijke doelstellingen, vermeld in artikel 15/6, punt 8° en 9°, die nagestreefd worden en de wijze waarop deze gerealiseerd zullen worden;
   4° de wijze waarop er als vermeld in artikel 15/6, punt 12° intersectoraal of lokaal zal samengewerkt worden met andere partners.
   Voor het verlenen van een tijdelijke erkenning als vermeld in artikel 15/2 voor het aantal personeelspunten dat is gevraagd wordt rekening gehouden met de rangorde die is vastgesteld conform het eerste lid en met de volgende criteria:
   1° een zo evenwichtig mogelijke verhouding tussen initiatieven die gericht zijn op minderjarigen en initiatieven die zich richten tot meerderjarigen;
   2° een zo evenwichtig mogelijke regionale spreiding rekening houdend met het bevolkingsaantal. ]1

  
Art.15/22. [1 L'agence peut, dans les limites des crédits inscrits à son budget à cet égard, agréer de nouvelles organisations pour participer à la phase pilote visée à l'article 15/1, si elles remplissent l'une des conditions suivantes :
   1° La demande introduite avant le 10 novembre 2022 remplit les critères de fond, visés à l'article 15/11 ;
   2° l'organisation a obtenu plus de 100 % des résultats durant la période du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2023, elle a reçu une évaluation positive sur la base du fonctionnement durant la première année de la phase pilote et elle a une demande d'extension.
   Dans l'alinéa 1er, on entend par nouvelles organisations : les organisations qui n'étaient pas sélectionnées pour participer à la phase pilote en 2023 et les organisations sélectionnées pour la phase pilote qui demandent plus de capacités.
   Si les moyens, visés à l'alinéa 1er ne sont pas suffisants pour accorder un agrément temporaire tel que visé à l'article 15/21, alinéa 3, points 1° à 3°, à toutes les demandes qui respectent les critères de fond visés à l'alinéa 1er, l'agence établit un classement sur la base des éléments suivants :
   1° la manière de développer et de mettre en oeuvre une aide directement accessible qui satisfait aux conditions visées à l'article 15/2 ;
   2° la motivation de la participation à la phase pilote et la mesure dans laquelle l'aide directement accessible qui sera fournie diffère de l'aide directement accessible fournie conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2013 relatif à l'aide directement accessible pour les personnes handicapées avant sa modification dans le présent arrêté ;
   3° les objectifs de fond, visés à l'article 15/6, points 8° et 9°, qui sont poursuivis et la manière dont ils seront atteints ;
   4° la manière dont la coopération intersectorielle ou locale se déroulera avec d'autres partenaires, telle que visée à l'article 15/6, point 12°.
   Pour accorder un agrément temporaire tel que visé à l'article 15/2 pour le nombre de points de personnel demandés, il est tenu compte du classement établi conformément à l'alinéa 1er et des critères suivants :
   1° un rapport le plus équilibré possible entre les initiatives destinées aux mineurs et celles destinées aux adultes ;
   2° une répartition régionale la plus équilibrée possible en tenant compte de la taille de la population. ]1

  
Art. 15/23. [1 De aanbieders van rechtstreeks toegankelijke hulp, die een verlenging van erkenning hebben verkregen als vermeld in artikel 15/21, derde lid, kunnen de open functie, vermeld in artikel 15/3, derde lid, inzetten om een of meer van de volgende vormen van ondersteuning te bieden:
   1° abonnement: bepalen van een forfaitair bedrag aan punten dat voor een periode van maximaal een kalenderjaar wordt aangerekend om een vooraf bepaald aanbod ondersteuning te bieden;
   2° oproepbare permanentie: het organiseren van een permanentie die de online, telefonische of fysieke beschikbaarheid van een begeleider regelt;
   3° respijtzorg aan huis: het organiseren van opvang en ondersteuning aan huis;
   4° praktisch pedagogische ondersteuning: een combinatie van aanleren, stimuleren, inhoudelijk ondersteunen en praktisch assisteren bij bepaalde handelingen of activiteiten.
   De aanbieder die van de open functie, vermeld in het eerste lid, wil gebruikmaken, bezorgt het agentschap informatie over de inhoud, de organisatie, de aanrekening van punten en de aanrekening van bijdragen. Het agentschap bepaalt de momenten en de wijze waarop de voormelde informatie wordt bezorgd.
   De aanbieder die een andere vorm van ondersteuning dan de vormen van ondersteuning, vermeld in het eerste lid, wil aanbieden binnen de open functie, vermeld in het eerste lid, vraagt dat aan bij het agentschap op de wijze die het agentschap bepaalt. ]1

  
Art.15/23. [1 Les offreurs d'aide directement accessible qui ont obtenu une prolongation de l'agrément visé à l'article 15/21, alinéa 3, peuvent utiliser la fonction ouverte, visée à l'article 15/3, alinéa 3, pour fournir une ou plusieurs des formes de soutien suivantes :
   1° abonnement : déterminer un montant forfaitaire de points à calculer pour une période de maximum une année calendrier afin de proposer une offre prédéterminée ;
   2° permanence joignable : l'organisation d'une permanence qui prévoit la disponibilité en ligne, par téléphone ou physique d'un accompagnateur ;
   3° soins de répit à domicile : l'organisation de l'accueil et de l'aide à domicile ;
   4° soutien pédagogique pratique : une combinaison d'apprentissage, de stimulation, de soutien de fond et d'assistance pratique pour certaines actions ou activités.
   L'offreur qui souhaite utiliser la fonction ouverte visée à l'alinéa 1er fournit à l'agence des informations sur le fond, l'organisation, le calcul des points et le calcul des contributions. L'agence détermine les moments et la manière dont les informations précitées sont fournies.
   L'offreur qui souhaite proposer une autre forme de soutien que les formes de soutien, visées à l'alinéa 1er, dans le cadre de la fonction ouverte, visée à l'alinéa 1er, en fait la demande à l'agence selon le mode que l'agence détermine. ]1

  
Art. 15/24. [1 Er wordt een functie anonieme rechtstreeks toegankelijke hulp gecreëerd. Een aanbieder die erkend is binnen de pilootfase, vermeld in artikel 15/1, ontvangt ongeacht het aantal deelnemers voor 1 sessie anonieme rechtstreeks toegankelijke hulp, vermeld in artikel 1, punt 12°, 0,155 personeelspunten.
   De aanbieder die van de functie anonieme rechtstreeks toegankelijke hulp, vermeld in het eerste lid, wil gebruikmaken, bezorgt het agentschap informatie over de inhoud, de organisatie en de aanrekening van bijdragen. Het agentschap bepaalt de momenten en de wijze waarop de voormelde informatie wordt bezorgd. ]1

  
Art.15/24. [1 Une fonction d'aide anonyme directement accessible sera créée. Un offreur qui est agréé dans le cadre de la phase pilote, visée à l'article 15/1, reçoit 0,155 point de personnel, peu importe le nombre de participants pour une séance d'aide anonyme directement accessible, visée à l'article 1er, point 12°.
   L'offreur qui souhaite utiliser la fonction d'aide anonyme directement accessible, visée à l'alinéa 1er fournit à l'agence des informations sur le fond, l'organisation et le calcul des contributions. L'agence détermine les moments et la manière dont les informations précitées sont fournies. ]1

  
Art. 15/25. [1 Artikel 15/3, tweede lid, artikel 15/4, 15/5, 15/12, 15/13, en artikel 15/14 tot en met 15/20 zijn van toepassing voor de rechtstreeks toegankelijke hulp die wordt geboden in het kader van de verlenging van de erkenning, vermeld in artikel 15/21. ]1
  
Art.15/25. [1 L'article 15/3, alinéa 2, les articles 15/4, 15/5, 15/12, 15/13 et les articles 15/14 à 15/20 sont d'application pour l'aide directement accessible fournie dans le cadre de la prolongation de l'agrément visé à l'article 15/21. ]1
  
Afdeling 5. [1 Beoordeling en beslissingen op het einde van de pilootfase ]1
Section 5. [1 Evaluation et décisions au terme de la phase pilote ]1
Art. 15/26. [1 De voorziening of de organisatie die conform artikel 15/21, derde lid, 2° en 3°, tijdelijk erkend is tot en met 31 december 2025, brengt gedurende de periode van erkenning, op de wijze die het agentschap bepaalt, verslag uit over al de volgende elementen:
Art. 15/26. [1 La structure ou l'organisation qui a été temporairement agréée conformément à l'article 15/21, alinéa 3, 2° et 3°, jusqu'au 31 décembre 2025, rend compte, pendant la période d'agrément, de la manière définie par l'agence, sur tous les éléments suivants :
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives
Art.16. In het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten voor begeleid wonen voor personen met een handicap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 december 2006, 20 juni 2008 en 4 februari 2011, wordt hoofdstuk Vbis, dat bestaat uit artikel 15bis tot en met 15septies, opgeheven.
Art.16. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 relatif à l'agrément et au subventionnement des services d'habitations protégées pour personnes handicapées, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 15 décembre 2006, 20 juin 2008 et 4 février 2011, le chapitre Vbis comprenant les articles 15bis à 15septies inclus, est abrogé.
Art.17. In het besluit van de Vlaamse Regering van 17 september 2010 betreffende de subsidiëring van crisisjeugdhulpverlening en rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp verleend door voorzieningen voor personen met een handicap, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2012, worden artikel 5 en artikel 6 opgeheven.
Art.17. A l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 septembre 2010 relatif au subventionnement des services d'aide à la jeunesse en situation de crise et d'aide à la jeunesse directement accessible par des structures pour personnes handicapées, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2012, les articles 5 et 6 sont abrogés.
Art.18. Aan artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap wordt een vierde lid toegevoegd dat luidt als volgt :
  " Bij het verlenen van rechtstreeks toegankelijke hulp vermeldt het protocol van verblijf, behandeling of begeleiding de ondersteuning en de wijze waarop de ondersteuning geboden zal worden. Punt 10° uit bijlage 1 hoeft bij het verlenen van rechtstreeks toegankelijke hulp niet te worden vermeld. ".
Art.18. L'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées, est complété par un alinéa quatre, rédigé comme suit :
  " En cas d'aide directement accessible, le protocole de séjour, de traitement ou d'accompagnement mentionne le soutien et la manière dont le soutien sera offert. Le point 10° de l'annexe 1re ne doit pas être mentionné lors de l'aide directement accessible. ".
Art.19. In artikel 11, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan en een mentororganisatie voor het voortraject van personen met een handicap wordt tussen het woord " agentschap, " en het woord " of " de zinsnede " met uitzondering van rechtstreeks toegankelijke hulp " ingevoegd.
Art.19. A l'article 11, § 1er, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2011 portant agrément et subventionnement des services Plan de soutien et d'une organisation tutrice pour le parcours préalable des personnes handicapées, le membre de phrase " à l'exception de l'aide directement accessible, " est inséré entre les mots " l'agence, " et le mot " ou ".
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art.20. De bepalingen van dit besluit worden uiterlijk voor 31 december 2015 door het agentschap geëvalueerd, in overleg met de daarvoor bevoegde adviesorganen van het agentschap.
Art.20. Les dispositions du présent chapitre sont évaluées par l'agence avant le 31 décembre 2015, de concert avec les organes de consultation compétents de l'agence.
Art.21. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2013.
Art.21. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mars 2013.
Art.22. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.22. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. De tabel, vermeld in artikel 5.
  [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-08-2020, p. 61287)]1
  
Art. N. Le tableau, mentionné dans l'article 5.
  [1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-08-2020, p. 61299)]1