Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° Nieuw Industrieel Beleid : zoals beschreven in het Witboek 'Een Nieuw Industrieel Beleid voor Vlaanderen', goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 27 mei 2011 (VR 2011 2705 DOC.0382BIS);
2° 'Fabriek van de Toekomst : één van de pijlers van het Nieuw Industrieel Beleid, zoals beschreven in het Witboek 'Een Nieuw Industrieel Beleid voor Vlaanderen', goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 27 mei 2011 (VR 2011 2705 DOC.0382BIS);
3° Actieplan Ondernemend Onderwijs 2011-2014 : Actieplan voor het stimuleren van Ondernemingszin en Ondernemerschap via het Onderwijs, zoals beschreven in de mededeling aan de Vlaamse Regering op 14 oktober 2011 (VR 2011 1410 MED.0484/1);
4° Strategisch Plan STEM 2012-2020 : Actieplan voor het stimuleren van loopbanen in wiskunde, exacte wetenschappen en techniek, zoals beschreven in de mededeling aan de Vlaamse Regering op 20 januari 2012 (VR 2012 2001 MED.0026/1);
5° Samenwerkingsverband : samenwerking tussen ten minste één erkende Vlaamse onderwijsinstelling uit het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het hoger beroepsonderwijs, het hoger onderwijs, het volwassenenonderwijs of het deeltijds kunstonderwijs, en ten minste één privaatrechtelijke entiteit (sectorfederatie, beroepsfederatie, interprofessionele organisatie erkend binnen de SERV of partner actief in het kader van het actieplan Ondernemend Onderwijs 2011-2014 of het Strategisch plan STEM 2012-2020). Deze samenwerking dient te worden geformaliseerd met een samenwerkingsovereenkomst tussen de partijen;
6° Brugproject economie-onderwijs : een project dat door een samenwerkingsverband wordt gecreëerd met het oog op het tot stand brengen van nieuwe vormen van kennisuitwisseling;
7° Besluit van de Vlaamse Regering : besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot toekenning van steun aan projecten ter bevordering van het ondernemerschap, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 mei 2012, hierna het besluit van de Vlaamse Regering.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 DECEMBER 2012. - Ministerieel besluit houdende de uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot toekenning van steun aan projecten ter bevordering van het ondernemerschap
Titre
24 DECEMBRE 2012. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 portant octroi d'aides aux projets visant à stimuler l'entrepreneuriat
Documentinformatie
Numac: 2013035229
Datum: 2012-12-24
Info du document
Numac: 2013035229
Date: 2012-12-24
Tekst (19)
Texte (19)
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° Nouvelle Politique Industrielle : telle que décrite dans le Libre Blanc 'Une Nouvelle Politique Industrielle pour la Flandre', approuvé par le Gouvernement flamand du 27 mai 2011 (VR 2011 2705 DOC.0382BIS);
2° Usine de l'Avenir : un des piliers de la Nouvelle Politique Industrielle, tels que décrits dans le Libre Blanc 'Une Nouvelle Politique Industrielle pour la Flandre', approuvé par le Gouvernement flamand le 27 mai 2011 (VR 2011 2705 DOC.0382BIS);
3° Plan d'action Enseignement Entreprenant 2011-2014 : Plan d'action visant à stimuler l'Esprit d'Entreprise et l'Entrepreneuriat par le biais de l'Enseignement, tel que décrit dans la communication au Gouvernement flamand du 14 octobre 2011 (VR 2011 1410 MED.0484/1);
4° Plan Stratégique STEM 2012-2020 : Plan d'action visant à stimuler des carrières en mathématiques, sciences exactes et technique, tel que décrit dans la communication au Gouvernement flamand du 20 janvier 2012 (VR 2012 2001 MED.0026/1);
5° Parteneriat : collaboration entre au moins un établissement d'enseignement flamand agréé de l'enseignement fondamental, de l'enseignement secondaire, de l'enseignement supérieur professionnel, de l'enseignement supérieur, des adultes ou de l'enseignement artistique à temps partiel, et au moins une entité de droit privé (fédération sectorielle, fédération professionnelle, organisation interprofessionnelle agréée au sein du SERV, ou partenaire actif dans le cadre du plan d'action 'Enseignement Entreprenant 2011-2014 ou du Plan stratégique STEM 2012-2020). Cette collaboration doit être formalisée par un accord de coopération entre les parties;
6° Projet-tremplin économie-enseignement : un projet créé par un partenariat en vue de la création de nouvelles formes d'échange de connaissances;
7° Arrêté du Gouvernement flamand : l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 portant octroi d'aides aux projets visant à stimuler l'entrepreneuriat, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 mai 2012, ci-après dénommé l'arrêté du du Gouvernement flamand.
1° Nouvelle Politique Industrielle : telle que décrite dans le Libre Blanc 'Une Nouvelle Politique Industrielle pour la Flandre', approuvé par le Gouvernement flamand du 27 mai 2011 (VR 2011 2705 DOC.0382BIS);
2° Usine de l'Avenir : un des piliers de la Nouvelle Politique Industrielle, tels que décrits dans le Libre Blanc 'Une Nouvelle Politique Industrielle pour la Flandre', approuvé par le Gouvernement flamand le 27 mai 2011 (VR 2011 2705 DOC.0382BIS);
3° Plan d'action Enseignement Entreprenant 2011-2014 : Plan d'action visant à stimuler l'Esprit d'Entreprise et l'Entrepreneuriat par le biais de l'Enseignement, tel que décrit dans la communication au Gouvernement flamand du 14 octobre 2011 (VR 2011 1410 MED.0484/1);
4° Plan Stratégique STEM 2012-2020 : Plan d'action visant à stimuler des carrières en mathématiques, sciences exactes et technique, tel que décrit dans la communication au Gouvernement flamand du 20 janvier 2012 (VR 2012 2001 MED.0026/1);
5° Parteneriat : collaboration entre au moins un établissement d'enseignement flamand agréé de l'enseignement fondamental, de l'enseignement secondaire, de l'enseignement supérieur professionnel, de l'enseignement supérieur, des adultes ou de l'enseignement artistique à temps partiel, et au moins une entité de droit privé (fédération sectorielle, fédération professionnelle, organisation interprofessionnelle agréée au sein du SERV, ou partenaire actif dans le cadre du plan d'action 'Enseignement Entreprenant 2011-2014 ou du Plan stratégique STEM 2012-2020). Cette collaboration doit être formalisée par un accord de coopération entre les parties;
6° Projet-tremplin économie-enseignement : un projet créé par un partenariat en vue de la création de nouvelles formes d'échange de connaissances;
7° Arrêté du Gouvernement flamand : l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 portant octroi d'aides aux projets visant à stimuler l'entrepreneuriat, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 mai 2012, ci-après dénommé l'arrêté du du Gouvernement flamand.
Art.2. Ter uitvoering van artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering bevat dit besluit een oproep tot indiening van subsidieaanvragen voor brugprojecten economie-onderwijs.
Art.2. En exécution de l'article 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand, le présent arrêté comprend un appel à l'introduction de demandes de subvention pour des projets-tremplins économie-enseignement.
Art.3. § 1. Enkel brugprojecten die ten goede komen aan het ondernemerschap in het Vlaamse Gewest komen in aanmerking voor steun.
§ 2. Projectvoorstellen die in aanmerking komen voor steun binnen het reeds bestaande ondersteuningsinstrumentarium dat de Vlaamse overheid via één van haar agentschappen of administraties aanbiedt, komen niet in aanmerking voor ondersteuning via deze oproep.
§ 3. De ingediende brugprojecten economie-onderwijs dienen complementair te zijn met de reeds lopende initiatieven, ondersteund door de Vlaamse Regering, en additioneel aan het bestaande aanbod van tools, diensten en instrumenten dat al op de markt aanwezig is.
§ 4. Ondernemingsplanwedstrijden en brugprojecten, die louter betrekking hebben op communicatiecampagnes, komen niet in aanmerking voor ondersteuning via deze oproep.
§ 2. Projectvoorstellen die in aanmerking komen voor steun binnen het reeds bestaande ondersteuningsinstrumentarium dat de Vlaamse overheid via één van haar agentschappen of administraties aanbiedt, komen niet in aanmerking voor ondersteuning via deze oproep.
§ 3. De ingediende brugprojecten economie-onderwijs dienen complementair te zijn met de reeds lopende initiatieven, ondersteund door de Vlaamse Regering, en additioneel aan het bestaande aanbod van tools, diensten en instrumenten dat al op de markt aanwezig is.
§ 4. Ondernemingsplanwedstrijden en brugprojecten, die louter betrekking hebben op communicatiecampagnes, komen niet in aanmerking voor ondersteuning via deze oproep.
Art.3. § 1er. Seuls les projets-tremplins bénéficiant à l'entrepreneuriat en Région flamande sont éligibles à l'aide.
§ 2. Des propositions de projet qui sont admissibles à l'aide dans les instruments d'aide déjà existants offerts par l'autorité flamande par le biais d'une de ses agences ou administrations, ne sont pas admissibles à l'aide par le biais de cet appel.
§ 3. Les projets-tremplins économie-enseignement introduits doivent être complémentaires aux initiatives déjà en cours, qui bénéficient du soutien du Gouvernement flamand, et complémentaires à l'offre existant d'outils, de service et d'instruments déjà présents sur le marché.
§ 4. Des concours de plan d'entreprise et des projets-tremplins, qui n'ont trait qu'aux campagnes de communication, ne sont pas admissibles à l'aide par le biais de cet appel.
§ 2. Des propositions de projet qui sont admissibles à l'aide dans les instruments d'aide déjà existants offerts par l'autorité flamande par le biais d'une de ses agences ou administrations, ne sont pas admissibles à l'aide par le biais de cet appel.
§ 3. Les projets-tremplins économie-enseignement introduits doivent être complémentaires aux initiatives déjà en cours, qui bénéficient du soutien du Gouvernement flamand, et complémentaires à l'offre existant d'outils, de service et d'instruments déjà présents sur le marché.
§ 4. Des concours de plan d'entreprise et des projets-tremplins, qui n'ont trait qu'aux campagnes de communication, ne sont pas admissibles à l'aide par le biais de cet appel.
Art.4. Ter uitvoering van artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering wordt de maximale duur van het brugproject verlaagd tot twee jaar, en dient het brugproject te starten uiterlijk op 1 oktober 2013.
Art.4. En exécution de l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand, la durée maximale du projet-tremplin est diminuée jusqu'à deux ans, et le projet-tremplin doit commencer au plus tard le 1er octobre 2013.
Art.5. De specifieke thema's, vermeld in artikel 11, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering, voor deze oproep zijn " De mate waarin een brugproject inspeelt op het Nieuw Industrieel Beleid van de Vlaamse Regering en het Strategisch Plan STEM 2012-2020 " en " De valorisatie en verankering van succesvolle en kwaliteitsvolle projecten ". Die thema's worden verduidelijkt in de handleiding die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt.
Art.5. Les thèmes spécifiques, visés à l'article 11, 1° de l'arrêté du Gouvernement flamand, pour cet appel sont : "La mesure dans laquelle un projet-tremplin va à l'encontre de la Nouvelle Politique Industrielle du Gouvernement flamand et du Plan Stratégique STEM 2012-2020 " et " La valorisation et l'ancrage de projets réussis et qualitatifs". Ces thèmes sont précisés dans le manuel qui est joint en annexe 1re au présent arrêté et en fait partie intégrante.
Art.6. § 1. Ter uitvoering van artikel 11, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering wordt de subsidie-enveloppe voor deze oproep vastgesteld op maximaal 4.000.000 euro (vier miljoen euro). Dat bedrag wordt vastgelegd op rubriek 3300-3306 van het Fonds voor Flankerend Economisch Beleid voor het begrotingsjaar 2012.
§ 2. De subsidie-enveloppe wordt als volgt verdeeld over de thema's, vermeld in artikel 5 :
1° De mate waarin een brugproject inspeelt op het Nieuw Industrieel Beleid van de Vlaamse Regering en het Strategisch Plan STEM 2012-2020 : maximaal 3.000.000 euro;
2° De valorisatie en verankering van succesvolle en kwaliteitsvolle projecten : maximaal 1.000.000 euro.
Indien na beoordeling en opmaak van de ranking van de ontvankelijke brugprojecten zou blijken dat het budget voorzien voor één van de thema's wordt onderbenut, terwijl er voor het andere thema een overbevraging is, dan kan de minister - in het belang van een kwalitatieve invulling van de projectoproep - een verschuiving van de voorziene budgetten doorvoeren.
§ 2. De subsidie-enveloppe wordt als volgt verdeeld over de thema's, vermeld in artikel 5 :
1° De mate waarin een brugproject inspeelt op het Nieuw Industrieel Beleid van de Vlaamse Regering en het Strategisch Plan STEM 2012-2020 : maximaal 3.000.000 euro;
2° De valorisatie en verankering van succesvolle en kwaliteitsvolle projecten : maximaal 1.000.000 euro.
Indien na beoordeling en opmaak van de ranking van de ontvankelijke brugprojecten zou blijken dat het budget voorzien voor één van de thema's wordt onderbenut, terwijl er voor het andere thema een overbevraging is, dan kan de minister - in het belang van een kwalitatieve invulling van de projectoproep - een verschuiving van de voorziene budgetten doorvoeren.
Art.6. § 1er. En exécution de l'article 11, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand, l'enveloppe subventionnelle pour cet appel est fixée à 4.000.000 euros (quatre millions d'euros) au maximum. Ce montant est inscrit à la rubrique 3300-3306 du "Fonds voor Flankerend Economisch Beleid" pour l'année budgétaire 2012.
§ 2. L'enveloppe subventionnelle est répartie comme suit sur les thèmes visés à l'article 5 :
1° La mesure dans laquelle le projet-tremplin va à l'encontre de la Nouvelle Politique Industrielle du Gouvernement flamand et au Plan stratégique STEM 2012-2020 : 3.000.000 euros au maximum;
2° La valorisation et l'ancrage de projets réussis et qualitatifs : 1.000.000 euros au maximum.
Si, après l'évaluation et l'établissement du classement des projets-tremplins recevables, il s'avérerait que le budget prévu pour un des thèmes est sous-utilisé, tandis qu'il a été excédé pour l'autre thème, le Ministre peut effectuer un glissement entre les budgets respectifs prévus - dans le souci d'honorer un maximum de projets qualitatifs de l'appel aux projets.
§ 2. L'enveloppe subventionnelle est répartie comme suit sur les thèmes visés à l'article 5 :
1° La mesure dans laquelle le projet-tremplin va à l'encontre de la Nouvelle Politique Industrielle du Gouvernement flamand et au Plan stratégique STEM 2012-2020 : 3.000.000 euros au maximum;
2° La valorisation et l'ancrage de projets réussis et qualitatifs : 1.000.000 euros au maximum.
Si, après l'évaluation et l'établissement du classement des projets-tremplins recevables, il s'avérerait que le budget prévu pour un des thèmes est sous-utilisé, tandis qu'il a été excédé pour l'autre thème, le Ministre peut effectuer un glissement entre les budgets respectifs prévus - dans le souci d'honorer un maximum de projets qualitatifs de l'appel aux projets.
Art.7. Ter uitvoering van artikel 10, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering bedraagt de subsidie maximaal 300.000 euro (driehonderdduizend euro) per brugproject.
Ter uitvoering van artikel 10, § 2, en artikel 11, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering wordt het steunpercentage bepaald op 80 % van de aanvaardbare projectkosten, in voorkomend geval beperkt tot maximaal het netto te financieren saldo. De aanvaardbare kosten worden vermeld in de controlerichtlijnen die als bijlage 2 gevoegd zijn bij dit besluit en er integraal deel van uitmaken.
Als personeelsleden van wie kosten worden ingebracht in het brugproject in dezelfde periode ook nog werkzaam zullen zijn op andere gesubsidieerde projecten van om het even welke overheid of op projecten waarvoor kosten zullen worden gefactureerd aan derden moet een overzicht worden toegevoegd van de tijd die door het personeelslid in die periode aan elk van die andere projecten zal worden besteed. Er kan slechts maximum 100 % van het loon over de verschillende projecten heen worden toegewezen. Hetzelfde principe geldt voor de andere kostenrubrieken, vermeld in artikel 10, § 4 van het besluit van de Vlaamse Regering.
Ter uitvoering van artikel 11, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering wordt het minimumpercentage van private inbreng door het samenwerkingsverband bepaald op 20 %. Een omschrijving van het begrip 'private inbreng' is opgenomen in de handleiding.
Ter uitvoering van artikel 10, § 2, en artikel 11, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering wordt het steunpercentage bepaald op 80 % van de aanvaardbare projectkosten, in voorkomend geval beperkt tot maximaal het netto te financieren saldo. De aanvaardbare kosten worden vermeld in de controlerichtlijnen die als bijlage 2 gevoegd zijn bij dit besluit en er integraal deel van uitmaken.
Als personeelsleden van wie kosten worden ingebracht in het brugproject in dezelfde periode ook nog werkzaam zullen zijn op andere gesubsidieerde projecten van om het even welke overheid of op projecten waarvoor kosten zullen worden gefactureerd aan derden moet een overzicht worden toegevoegd van de tijd die door het personeelslid in die periode aan elk van die andere projecten zal worden besteed. Er kan slechts maximum 100 % van het loon over de verschillende projecten heen worden toegewezen. Hetzelfde principe geldt voor de andere kostenrubrieken, vermeld in artikel 10, § 4 van het besluit van de Vlaamse Regering.
Ter uitvoering van artikel 11, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering wordt het minimumpercentage van private inbreng door het samenwerkingsverband bepaald op 20 %. Een omschrijving van het begrip 'private inbreng' is opgenomen in de handleiding.
Art.7. En exécution de l'article 10, § 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand, la subvention s'élève à 300.000 euros au maximum (trois cent mille euros) par projet-tremplin.
En exécution de l'article 10, § 2, et l'article 11, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand, le pourcentage de l'aide est fixé à 80 % des frais de projet admissibles, le cas échéant limité au maximum au solde net à financer. Les frais admissibles sont repris aux directives de contrôle jointes en annexe 2 au présent arrêté et en faisant partie intégrante.
Lorsque des membres du personnel dont des frais sont portés en compte dans le projet-tremplin, sont également actifs dans d'autres projets subventionnés de quelconque autorité ou dans des projets pour lesquels des frais seront facturés à des tiers, un aperçu du temps qui sera consacré par le membre du personnel à chacun de ces autres projets dans cette période, doit être joint. Au maximum 100 % du salaire peut être attribué sur les différents projets. Le même principe vaut pour les autres rubriques des frais, visées à l'article 10, § 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand;
En exécution de l'article 11, 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand, le pourcentage minimal de l'apport privé par le partenariat est fixé à 20 %. Une description de la notion 'apport privé' est repris au manuel.
En exécution de l'article 10, § 2, et l'article 11, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand, le pourcentage de l'aide est fixé à 80 % des frais de projet admissibles, le cas échéant limité au maximum au solde net à financer. Les frais admissibles sont repris aux directives de contrôle jointes en annexe 2 au présent arrêté et en faisant partie intégrante.
Lorsque des membres du personnel dont des frais sont portés en compte dans le projet-tremplin, sont également actifs dans d'autres projets subventionnés de quelconque autorité ou dans des projets pour lesquels des frais seront facturés à des tiers, un aperçu du temps qui sera consacré par le membre du personnel à chacun de ces autres projets dans cette période, doit être joint. Au maximum 100 % du salaire peut être attribué sur les différents projets. Le même principe vaut pour les autres rubriques des frais, visées à l'article 10, § 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand;
En exécution de l'article 11, 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand, le pourcentage minimal de l'apport privé par le partenariat est fixé à 20 %. Une description de la notion 'apport privé' est repris au manuel.
Art.8. Ter uitvoering van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering komen - met uitzondering van publiekrechtelijke entiteiten uit het gemeentelijk, stedelijk en provinciaal onderwijs - alleen privaatrechtelijke entiteiten (sectorfederatie, beroepsfederatie, interprofessionele organisatie erkend binnen de SERV of partner actief in het kader van het actieplan Ondernemend Onderwijs 2011-2014 of het Strategisch Plan STEM 2012-2020) en erkende Vlaamse onderwijsinstellingen uit het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het hoger beroepsonderwijs, het hoger onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs in aanmerking om deel te nemen aan deze oproep.
Overige publiekrechtelijke entiteiten dan deze vermeld in artikel 7, eerste lid, kunnen wel optreden als projectpartner maar kunnen zelf geen aanvraag indienen. Hetzelfde geldt voor publiekrechtelijke en privaatrechtelijke ondernemingen.
In het kader van deze oproep worden entiteiten beschouwd als publiek als ze worden beschouwd als een administratieve overheid, zoals vermeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Daarbij worden volgende criteria en indicaties ter beoordeling gehanteerd :
- het feit of de indiener opgericht of erkend is door de overheid;
- het feit of de indiener de bevoegdheid heeft om op éénzijdige wijze voor derden bindende beslissingen uit te vaardigen;
- het feit of de indiener belast is met een taak van algemeen belang of een taak van een openbare dienst;
- het feit of de indiener onder de controle of het toezicht valt van de overheid.
De indiener moet beschikken over rechtspersoonlijkheid en een inschrijvingsnummer hebben in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO).
Overige publiekrechtelijke entiteiten dan deze vermeld in artikel 7, eerste lid, kunnen wel optreden als projectpartner maar kunnen zelf geen aanvraag indienen. Hetzelfde geldt voor publiekrechtelijke en privaatrechtelijke ondernemingen.
In het kader van deze oproep worden entiteiten beschouwd als publiek als ze worden beschouwd als een administratieve overheid, zoals vermeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Daarbij worden volgende criteria en indicaties ter beoordeling gehanteerd :
- het feit of de indiener opgericht of erkend is door de overheid;
- het feit of de indiener de bevoegdheid heeft om op éénzijdige wijze voor derden bindende beslissingen uit te vaardigen;
- het feit of de indiener belast is met een taak van algemeen belang of een taak van een openbare dienst;
- het feit of de indiener onder de controle of het toezicht valt van de overheid.
De indiener moet beschikken over rechtspersoonlijkheid en een inschrijvingsnummer hebben in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO).
Art.8. En exécution de l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand, uniquement des entités de droit privé - à l'exception d'entités de droit privé de l'enseignement communal, urbain et provincial - (fédération sectorielle, fédération professionnelle, organisation interprofessionnelle agréée au sein du SERV ou partenaire actif dans le cadre du plan d'action 'Enseignement Entreprenant 2011-2014 ou du Plan stratégique STEM 2012-2020) et des établissements d'enseignement flamands agréés de l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire, l'enseignement supérieur professionnel, l'enseignement supérieur, l'enseignement des adultes et l'enseignement supérieur à temps, sont éligibles pour participer à cet appel.
Des entités de droit public autres que celles visées à l'article 7, alinéa premier, peuvent agir en tant que partenaire de projet, mais ils ne peuvent pas introduire une demande eux-mêmes. Il en va de même pour les entreprises de droit public et de droit privé.
Dans le cadre de cet appel, les entités sont considérées comme publiques si elles sont considérées comme une autorité administrative telle que visée à l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973. A cette fin, les critères et indications suivants sont utilisés :
- le fait si l'auteur a été établi ou agréé par l'autorité;
- le fait si l'auteur a la compétence de prendre des décisions contraignantes pour des tiers de façon unilatérale;
- le fait si l'auteur est chargé d'une mission d'intérêt général ou d'une mission d'un service public;
- le fait si l'auteur ressort du contrôle ou de la tutelle de l'autorité.
L'auteur doit être doté de la personnalité juridique et disposer d'un numéro d'immatriculation auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises (BCE);
Des entités de droit public autres que celles visées à l'article 7, alinéa premier, peuvent agir en tant que partenaire de projet, mais ils ne peuvent pas introduire une demande eux-mêmes. Il en va de même pour les entreprises de droit public et de droit privé.
Dans le cadre de cet appel, les entités sont considérées comme publiques si elles sont considérées comme une autorité administrative telle que visée à l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973. A cette fin, les critères et indications suivants sont utilisés :
- le fait si l'auteur a été établi ou agréé par l'autorité;
- le fait si l'auteur a la compétence de prendre des décisions contraignantes pour des tiers de façon unilatérale;
- le fait si l'auteur est chargé d'une mission d'intérêt général ou d'une mission d'un service public;
- le fait si l'auteur ressort du contrôle ou de la tutelle de l'autorité.
L'auteur doit être doté de la personnalité juridique et disposer d'un numéro d'immatriculation auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises (BCE);
Art.9. Ter uitvoering van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering komen enkel samenwerkingsverbanden in aanmerking voor steun.
Overige publiekrechtelijke entiteiten dan deze vermeld in artikel 8, eerste lid, komen als projectpartner in een samenwerkingsverband niet in aanmerking voor steun. Hetzelfde geldt voor publiekrechtelijke en privaatrechtelijke ondernemingen.
Overige publiekrechtelijke entiteiten dan deze vermeld in artikel 8, eerste lid, komen als projectpartner in een samenwerkingsverband niet in aanmerking voor steun. Hetzelfde geldt voor publiekrechtelijke en privaatrechtelijke ondernemingen.
Art.9. En exécution de l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand, uniquement des partenariats sont éligibles à l'aide.
Des entités de droit public, autres que celles visées à l'article 8, alinéa premier, ne sont plus éligibles à l'aide en tant que partenaire de projet dans un partenariat. Il en va de même pour les entreprises de droit public et de droit privé.
Des entités de droit public, autres que celles visées à l'article 8, alinéa premier, ne sont plus éligibles à l'aide en tant que partenaire de projet dans un partenariat. Il en va de même pour les entreprises de droit public et de droit privé.
Art.10. De publiekrechtelijke entiteiten uit het gemeentelijk, stedelijk en provinciaal onderwijs, de privaatrechtelijke entiteiten (sectorfederatie, beroepsfederatie, interprofessionele organisatie erkend binnen de SERV of partner actief in het kader van het actieplan Ondernemend Onderwijs 2011-2014 of het Strategisch Plan STEM 2012-2020) of de erkende Vlaamse onderwijsinstellingen uit het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het hoger beroepsonderwijs, het hoger onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs, die wensen deel te nemen aan deze oproep, dienen een aanvraag in voor één van de twee thema's vermeld in artikel 4.
Art.10. Les entités de droit public de l'enseignement communal, urbain et provincial, les entités de droit privé (fédération sectorielle, fédération professionnelle, organisation interprofessionnelle agréée au sein du SERV ou partenaire actif dans le cadre du plan d'action Enseignement Entreprenant 2011-2014 ou du Plan Stratégique STEM 2012-2020) ou les établissements d'enseignement flamands agréés de l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire, l'enseignement supérieur professionnel, l'enseignement supérieur, l'enseignement des adultes et l'enseignement artistique à temps partiel, qui souhaitent participer à cet appel, introduisent une demande pour un des deux thèmes visés à l'article 4.
Art.11. Ter uitvoering van de artikelen 11, 6°, en 11, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering moeten de subsidieaanvragen ingediend worden op het specifiek daarvoor ontworpen aanvraagformulier (inclusief de vereiste bijlagen AV1 'Projectbegroting', AV2 'Samenwerkingsovereenkomst en AV3 'Kwaliteitscharter'), dat als bijlage 3 gevoegd is bij dit besluit en er integraal deel van uitmaakt. Zowel de elektronische als papieren versie van deze documenten moeten uiterlijk op 15 april 2013 om 12 uur in het bezit zijn van het Agentschap Ondernemen. Bij het indienen van de subsidieaanvraag moet er rekening gehouden worden met de bepalingen van de handleiding.
Om de indieningsdatum te bepalen, geldt :
1° bij afgifte : de datum en het uur op het ontvangstbewijs;
2° bij versturing per post : de postdatum;
3° bij verzending per e-mail : de datum en het uur van ontvangst op de servers van het Agentschap Ondernemen.
Het ingevulde aanvraagformulier inclusief de vereiste bijlagen AV1 'Projectbegroting', AV2 'Samenwerkingsovereenkomst' en AV3 'Kwaliteitscharter' worden elektronisch doorgestuurd via mail naar oproep.brugprojecten@agentschapondernemen.be. De aanvrager bezorgt daarnaast een afgedrukte en ondertekende versie van deze documenten aan het Agentschap Ondernemen door deze met de post op te sturen naar of af te geven bij het Agentschap Ondernemen, Afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid, Koning Albert II-laan 35, bus 12, 1030 Brussel.
Het aanvraagformulier inclusief de vereiste bijlagen AV1 'Projectbegroting', AV2 'Samenwerkingsovereenkomst', AV3 'Kwaliteitscharter' en de handleiding, vermeld in het eerste lid, zijn vanaf de inwerkingtreding van dit besluit beschikbaar bij het Agentschap Ondernemen, Afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid van de Vlaamse overheid, Koning Albert II-laan 35 bus 12 in 1030 Brussel :
e-mail oproep.brugprojecten@agentschapondernemen.be
website www.agentschapondernemen.be/themas/brugprojecten-economie-onderwijs
Om de indieningsdatum te bepalen, geldt :
1° bij afgifte : de datum en het uur op het ontvangstbewijs;
2° bij versturing per post : de postdatum;
3° bij verzending per e-mail : de datum en het uur van ontvangst op de servers van het Agentschap Ondernemen.
Het ingevulde aanvraagformulier inclusief de vereiste bijlagen AV1 'Projectbegroting', AV2 'Samenwerkingsovereenkomst' en AV3 'Kwaliteitscharter' worden elektronisch doorgestuurd via mail naar oproep.brugprojecten@agentschapondernemen.be. De aanvrager bezorgt daarnaast een afgedrukte en ondertekende versie van deze documenten aan het Agentschap Ondernemen door deze met de post op te sturen naar of af te geven bij het Agentschap Ondernemen, Afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid, Koning Albert II-laan 35, bus 12, 1030 Brussel.
Het aanvraagformulier inclusief de vereiste bijlagen AV1 'Projectbegroting', AV2 'Samenwerkingsovereenkomst', AV3 'Kwaliteitscharter' en de handleiding, vermeld in het eerste lid, zijn vanaf de inwerkingtreding van dit besluit beschikbaar bij het Agentschap Ondernemen, Afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid van de Vlaamse overheid, Koning Albert II-laan 35 bus 12 in 1030 Brussel :
e-mail oproep.brugprojecten@agentschapondernemen.be
website www.agentschapondernemen.be/themas/brugprojecten-economie-onderwijs
Art.11. En exécution des articles 11, 6°, et 11, 7° de l'arrêté du Gouvernement flamand, les demandes de subvention doivent être introduites sur le formulaire de demande conçu à cet effet (y compris les annexes requises AV1 'Budget du projet', AV2 'Accord de coopération' et AV3 'Charte de la qualité'), qui est jointe en annexe 3 du présent arrêté et en fait partie intégrante. Tant la version électronique que la version imprimée de ces documents doivent être en possession de l'" Agentschap Ondernemen " au plus tard le 15 avril 2013 à 12h. Lors de l'introduction de la demande de subventionnement, il doit être tenu compte des dispositions du manuel.
Pour fixer la date d'introduction, les dispositions suivantes s'appliquent :
1° en cas de remise : la date et l'heure mentionnées sur le récépissé;
2° en cas d'envoi par la poste : la date postale;
3° en cas d'envoi par e-mail : la date et l'heure de réception aux serveurs de l'" Agentschap Ondernemen ".
Le formulaire de demande rempli y compris les annexes requises AV1 'Budget du projet', AV2 'Accord de coopération' et AV3 'Charte de la qualité' sont envoyées par la voie électronique à oproep.brugprojecten@agentschapondernemen.be. En outre, le demandeur transmet une version imprimée et actualisée de ces documents à l'" Agentschap Ondernemen " par envoi par la poste ou par remise à l'" Agentschap Ondernemen ", Afdelings Economisch Ondersteuningsbeleid, Koning Albert II-laaan 35 bus 12, 1030 Brussel.
Le formulaire de demande, y compris les annexes requises AV1 'Budget du projet', AV2 'Accord de coopération', AV3 'Charte de qualité' et le manuel, visé à l'alinéa premier, sont disponibles à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté auprès de l'" Agentschap Ondernemen ", Afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid van de Vlaamse overheid, Koning Albert II-laan 35 bus 12 à 1030 Bruxelles :
e-mail oproep.brugprojecten@agentschapondernemen.be
site web www.agentschapondernemen.be/themas/brugprojecten-economie-onderwijs
Pour fixer la date d'introduction, les dispositions suivantes s'appliquent :
1° en cas de remise : la date et l'heure mentionnées sur le récépissé;
2° en cas d'envoi par la poste : la date postale;
3° en cas d'envoi par e-mail : la date et l'heure de réception aux serveurs de l'" Agentschap Ondernemen ".
Le formulaire de demande rempli y compris les annexes requises AV1 'Budget du projet', AV2 'Accord de coopération' et AV3 'Charte de la qualité' sont envoyées par la voie électronique à oproep.brugprojecten@agentschapondernemen.be. En outre, le demandeur transmet une version imprimée et actualisée de ces documents à l'" Agentschap Ondernemen " par envoi par la poste ou par remise à l'" Agentschap Ondernemen ", Afdelings Economisch Ondersteuningsbeleid, Koning Albert II-laaan 35 bus 12, 1030 Brussel.
Le formulaire de demande, y compris les annexes requises AV1 'Budget du projet', AV2 'Accord de coopération', AV3 'Charte de qualité' et le manuel, visé à l'alinéa premier, sont disponibles à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté auprès de l'" Agentschap Ondernemen ", Afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid van de Vlaamse overheid, Koning Albert II-laan 35 bus 12 à 1030 Bruxelles :
e-mail oproep.brugprojecten@agentschapondernemen.be
site web www.agentschapondernemen.be/themas/brugprojecten-economie-onderwijs
Art.12. Ter uitvoering van artikel 15, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering bepaalt het Agentschap Ondernemen de criteria voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van de ingediende projectvoorstellen. Deze ontvankelijkheidscriteria worden opgenomen in de handleiding. Alle ingediende projectvoorstellen worden getoetst aan deze ontvankelijkheidscriteria.
Art.12. En exécution de l'article 15, § 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand l' " Agentschap Ondernemen " détermine les critères pour l'évaluation de la recevabilité des demandes de projet introduites. Ces critères de recevabilité sont repris au manuel. Toutes les propositions de projet introduites sont confrontées à ces critères de recevabilité.
Art.13. Ter uitvoering van artikel 11, 8°, van het besluit van de Vlaamse Regering wordt voor elk beoordelingscriterium een score op een schaal van 1 tot 5 toegekend, waarbij
1° 1 staat voor onvoldoende;
2° 2 staat voor redelijk;
3° 3 staat voor goed;
4° 4 staat voor meer dan goed;
5° 5 staat voor uitstekend.
Ter uitvoering van artikel 11, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering mag een brugproject geen score 1 en niet meer dan twee keer score 2 krijgen om opgenomen te worden in de rangschikking. De brugprojecten worden in dalende volgorde gerangschikt volgens hun totaalscore tot de enveloppe opgebruikt is.
Er wordt bij deze oproep geen gewicht toegekend aan het beoordelingscriterium 1°, a), vermeld in artikel 16, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering.
Alle beoordelingscriteria van deze oproep zijn gelijkwaardig in de berekening van de totaalscore behoudens de beoordelingscriteria, vermeld onder 2,° a) en 2,° b) in artikel 16, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering, die dubbel tellen.
1° 1 staat voor onvoldoende;
2° 2 staat voor redelijk;
3° 3 staat voor goed;
4° 4 staat voor meer dan goed;
5° 5 staat voor uitstekend.
Ter uitvoering van artikel 11, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering mag een brugproject geen score 1 en niet meer dan twee keer score 2 krijgen om opgenomen te worden in de rangschikking. De brugprojecten worden in dalende volgorde gerangschikt volgens hun totaalscore tot de enveloppe opgebruikt is.
Er wordt bij deze oproep geen gewicht toegekend aan het beoordelingscriterium 1°, a), vermeld in artikel 16, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering.
Alle beoordelingscriteria van deze oproep zijn gelijkwaardig in de berekening van de totaalscore behoudens de beoordelingscriteria, vermeld onder 2,° a) en 2,° b) in artikel 16, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering, die dubbel tellen.
Art.13. En exécution de l'article 11, 8°, de l'arrêté du Gouvernement flamand, un score sur une échelle de 1 à 5 est accordé pour chaque critère d'évaluation, où
1° 1 signifie insuffisant;
2° 2 signifie raisonnable;
3° 3 signifie bien;
4° 4 signifie très bien;
5° 5 signifie excellent.
En exécution de l'article 11, 4°, de l'arrêté du Gouvernement flamand, un projet-tremplin ne peut obtenir aucun score 1 et peut obtenir le score 2 au maximum 2 fois, pour être repris au classement. Les projets-tremplins sont classés en ordre décroissant selon leur score total, jusqu'à l'épuisement de l'enveloppe.
Lors de cet appel, aucun poids n'est attribué au critère d'évaluation 1°, a), visé à l'article 16, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand mentionné à l'article.
Tous les critères d'évaluation de cet appel sont équivalents dans le calcul du score total sauf les critères d'évaluation visés à l'article a) et 2°, b) à l'article 16, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand, qui comptent doubles.
1° 1 signifie insuffisant;
2° 2 signifie raisonnable;
3° 3 signifie bien;
4° 4 signifie très bien;
5° 5 signifie excellent.
En exécution de l'article 11, 4°, de l'arrêté du Gouvernement flamand, un projet-tremplin ne peut obtenir aucun score 1 et peut obtenir le score 2 au maximum 2 fois, pour être repris au classement. Les projets-tremplins sont classés en ordre décroissant selon leur score total, jusqu'à l'épuisement de l'enveloppe.
Lors de cet appel, aucun poids n'est attribué au critère d'évaluation 1°, a), visé à l'article 16, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand mentionné à l'article.
Tous les critères d'évaluation de cet appel sont équivalents dans le calcul du score total sauf les critères d'évaluation visés à l'article a) et 2°, b) à l'article 16, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand, qui comptent doubles.
Art.14. Ter uitvoering van artikel 11, 9° van het besluit van de Vlaamse Regering bepaalt het Agentschap Ondernemen de samenstelling van de jury en de wijze van jurering.
Art.14. En exécution de l'article 11, § 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand l' " Agentschap Ondernemen " fixe la composition du jury et le mode de l'évaluation.
Art.15. § 1. Ter uitvoering van artikel 11, 10°, van het besluit van de Vlaamse Regering wordt de subsidie uitbetaald in drie schijven :
1° 30 % op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie, op voorwaarde dat de indiener :
a) de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
b) verklaart dat het brugproject is gestart;
2° 30 % op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie, op voorwaarde dat de indiener :
a) de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
b) verklaart dat het brugproject voor 60 % is gerealiseerd;
c) een tussentijds verslag indient;
3° 40 %, na de beëindiging van het brugproject, op voorwaarde dat :
a) de indiener de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
b) de indiener een kwantitatief en kwalitatief eindverslag indient over het brugproject waaruit blijkt in welke mate de vooropgestelde doelstellingen werden bereikt en een verantwoording ervan;
c) de indiener een ondertekende afrekeningsstaat van alle gerealiseerde ontvangsten en gemaakte kosten indient;
d) in de mate dat het saldo is verschuldigd, zoals moet blijken uit een positief inspectieverslag van het Agentschap Ondernemen.
§ 2. Voor brugprojecten met een looptijd van meer dan één jaar moet de indiener het Agentschap Ondernemen tussentijds op de hoogte houden van de voortgang van het brugproject aan de hand van een jaarlijkse rapportering. In dat geval is het bepaalde in paragraaf 1, 2°, c), niet van toepassing.
1° 30 % op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie, op voorwaarde dat de indiener :
a) de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
b) verklaart dat het brugproject is gestart;
2° 30 % op zijn vroegst dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de subsidie, op voorwaarde dat de indiener :
a) de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
b) verklaart dat het brugproject voor 60 % is gerealiseerd;
c) een tussentijds verslag indient;
3° 40 %, na de beëindiging van het brugproject, op voorwaarde dat :
a) de indiener de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
b) de indiener een kwantitatief en kwalitatief eindverslag indient over het brugproject waaruit blijkt in welke mate de vooropgestelde doelstellingen werden bereikt en een verantwoording ervan;
c) de indiener een ondertekende afrekeningsstaat van alle gerealiseerde ontvangsten en gemaakte kosten indient;
d) in de mate dat het saldo is verschuldigd, zoals moet blijken uit een positief inspectieverslag van het Agentschap Ondernemen.
§ 2. Voor brugprojecten met een looptijd van meer dan één jaar moet de indiener het Agentschap Ondernemen tussentijds op de hoogte houden van de voortgang van het brugproject aan de hand van een jaarlijkse rapportering. In dat geval is het bepaalde in paragraaf 1, 2°, c), niet van toepassing.
Art.15. § 1er. En exécution de l'article 11, 10°, de l'arrêté du Gouvernement flamand, la subvention est payée dans trois tranches :
1° 30 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention et à condition que l'auteur :
a) demande le paiement de la tranche;
b) déclare que le projet-tremplin a commencé;
2° 30 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention et à condition que l'auteur :
a) demande le paiement de la tranche;
b) déclare que le projet-tremplin a été réalisé pour 60 %;
c) introduit un rapport intermédiaire;
3° 40 % après la fin du projet-tremplin, à condition que :
a) l'auteur demande le paiement de la tranche;
b) l'auteur introduise un rapport final quantitatif et qualitatif sur le projet-tremplin certifiant dans quelle mesure les objectifs envisagés ont été atteints, ainsi qu'une justification;
c) l'auteur introduise un état de décompte signé de toutes les recettes réalisées et des frais exposés;
d) dans la mesure où le solde est dû, un rapport d'inspection positif de l'" Agentschap Ondernemen " servant de preuve.
§ 2. Pour des projets-tremplins qui ont un terme supérieur à un an, le demandeur doit informer l'" Agentschap Ondernemen " du progrès du projet-tremplin à l'aide d'un rapportage annuel. Dans ce cas les dispositions du paragraphe 1er, 2°, c), ne sont pas d'application.
1° 30 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention et à condition que l'auteur :
a) demande le paiement de la tranche;
b) déclare que le projet-tremplin a commencé;
2° 30 % au plus tôt trente jours après la décision d'octroi de la subvention et à condition que l'auteur :
a) demande le paiement de la tranche;
b) déclare que le projet-tremplin a été réalisé pour 60 %;
c) introduit un rapport intermédiaire;
3° 40 % après la fin du projet-tremplin, à condition que :
a) l'auteur demande le paiement de la tranche;
b) l'auteur introduise un rapport final quantitatif et qualitatif sur le projet-tremplin certifiant dans quelle mesure les objectifs envisagés ont été atteints, ainsi qu'une justification;
c) l'auteur introduise un état de décompte signé de toutes les recettes réalisées et des frais exposés;
d) dans la mesure où le solde est dû, un rapport d'inspection positif de l'" Agentschap Ondernemen " servant de preuve.
§ 2. Pour des projets-tremplins qui ont un terme supérieur à un an, le demandeur doit informer l'" Agentschap Ondernemen " du progrès du projet-tremplin à l'aide d'un rapportage annuel. Dans ce cas les dispositions du paragraphe 1er, 2°, c), ne sont pas d'application.
Art.16. Ter uitvoering van artikel 16, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering kan een brugproject negatief beoordeeld worden als :
1° de indiener en/of de projectpartner(s) uit het samenwerkingsverband onvoldoende financiële draagkracht heeft/hebben voor de uitvoering of het welslagen ervan;
2° de indiener en/of de projectpartner(s) uit het samenwerkingsverband niet voldoet/voldoen aan andere verplichtingen of vergunningen die de overheid oplegt;
3° de indiener en/of de projectpartner(s) uit het samenwerkingsverband blijk heeft/hebben gegeven van niet-correct gedrag naar aanleiding van vorige aanvragen, onder meer inzake informatieverstrekking, inhoudelijke en financiële verplichtingen of verslaggeving;
4° de indiener en/of de projectpartner(s) uit het samenwerkingsverband op de indieningsdatum van de steunaanvraag achterstallige schulden bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid hebben of een procedure op basis van Europees of nationaal recht lopen hebben waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd.
1° de indiener en/of de projectpartner(s) uit het samenwerkingsverband onvoldoende financiële draagkracht heeft/hebben voor de uitvoering of het welslagen ervan;
2° de indiener en/of de projectpartner(s) uit het samenwerkingsverband niet voldoet/voldoen aan andere verplichtingen of vergunningen die de overheid oplegt;
3° de indiener en/of de projectpartner(s) uit het samenwerkingsverband blijk heeft/hebben gegeven van niet-correct gedrag naar aanleiding van vorige aanvragen, onder meer inzake informatieverstrekking, inhoudelijke en financiële verplichtingen of verslaggeving;
4° de indiener en/of de projectpartner(s) uit het samenwerkingsverband op de indieningsdatum van de steunaanvraag achterstallige schulden bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid hebben of een procedure op basis van Europees of nationaal recht lopen hebben waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd.
Art.16. En exécution de l'article 16, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand, un projet-tremplin peut obtenir une évaluation négative lorsque :
1° la capacité financière du demandeur et/ou du/des partenaire(s) du projet, est insuffisante pour son exécution ou sa réussite;
2° le demandeur et/ou le(s) partenaire(s) du partenariat ne répond/répondent pas aux autres obligations ou autorisations imposées par les autorités :
3° le demandeur et/ou le(s) partenaire(s) du projet du partenariat ont fait preuve d'un comportement incorrect à l'occasion de demandes antérieures, entre autres en matière de fourniture d'informations, d'obligations financières et de fond ou de rapportage;
4° le demandeur et/ou le(s) partenaire(s) du projet du partenariat ont, au moment de la date d'introduction de la demande d'aide, des dettes arriérées à l'Office national de Sécurité sociale ou font l'objet d'une procédure de droit européen ou national, par laquelle une aide octroyée est recouvrée.
1° la capacité financière du demandeur et/ou du/des partenaire(s) du projet, est insuffisante pour son exécution ou sa réussite;
2° le demandeur et/ou le(s) partenaire(s) du partenariat ne répond/répondent pas aux autres obligations ou autorisations imposées par les autorités :
3° le demandeur et/ou le(s) partenaire(s) du projet du partenariat ont fait preuve d'un comportement incorrect à l'occasion de demandes antérieures, entre autres en matière de fourniture d'informations, d'obligations financières et de fond ou de rapportage;
4° le demandeur et/ou le(s) partenaire(s) du projet du partenariat ont, au moment de la date d'introduction de la demande d'aide, des dettes arriérées à l'Office national de Sécurité sociale ou font l'objet d'une procédure de droit européen ou national, par laquelle une aide octroyée est recouvrée.
Art.17. Dit besluit treedt in werking op de datum van de ondertekening ervan.
Art.17. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de la signature.
Brussel, 24 december 2012.
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS
Bruxelles, le 24 décembre 2012.
Le Ministre flamand de l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
K. PEETERS
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlagen 1 tot en met 3.
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 21-03-2013, p. 16919-16979)
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 21-03-2013, p. 16919-16979)
Art. N. (Annexes non traduites, voir version néerlandaise)