Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
26 JULI 2013. - Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 13 mei 2004 houdende ratificatie van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening
Titre
26 JUILLET 2013. - Ordonnance modifiant l'ordonnance du 13 mai 2004 portant ratification du Code bruxellois de l'Aménagement du Territoire
Documentinformatie
Info du document
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. Aan artikel 126 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, worden een § 6 en een § 7 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 6. - Wanneer de aanvraag niet is onderworpen aan een voorafgaande effectenbeoordeling in de zin van artikel 127 en de overlegcommissie gunstig advies over die aanvraag heeft uitgebracht, wordt de gemachtigde ambtenaar geacht in te stemmen met de aanvraag indien hij binnen acht dagen na ontvangst van de volgens artikel 126 § 1, tweede lid, doorgestuurde documenten niet uitdrukkelijk zijn be,slissing heeft meegedeeld om een met redenen omkleed advies uit te brengen binnen de termijn van vijfenveertig dagen bepaald in de artikelen 153, § 1, en 155, § 2.
  Wanneer, in aanwezigheid van de afgevaardigde van het bestuur van de stedenbouw, het advies van de overlegcommissie unaniem gunstig is, wordt het advies van de gemachtigde ambtenaar gunstig geacht.
  Wanneer het advies van de gemachtigde ambtenaar gunstig wordt geacht, geldt het advies van de overlegcommissie als eensluidend advies.
  Het college van burgemeester en schepenen brengt de aanvrager daarvan op de hoogte en kan in zijn uitspraak betreffende de aanvraag verwijzen naar de afwijkingen bedoeld in artikel 153, § 2, en in artikel 155, § 2, zoals aanvaard in het advies van de overlegcommissie.
  § 7. Wanneer de aanvraag niet onderworpen is aan een voorafgaande effectenbeoordeling in de zin van artikel 127 en de overlegcommissie, in aanwezigheid van de afgevaardigde van het bestuur van de stedenbouw, een unaniem ongunstig advies uitgebracht heeft over die aanvraag, is het advies van de gemachtigde ambtenaar niet vereist. In dat geval spreekt het college van burgemeester en schepenen zich negatief uit over de aanvraag. ".
  " § 6. - Wanneer de aanvraag niet is onderworpen aan een voorafgaande effectenbeoordeling in de zin van artikel 127 en de overlegcommissie gunstig advies over die aanvraag heeft uitgebracht, wordt de gemachtigde ambtenaar geacht in te stemmen met de aanvraag indien hij binnen acht dagen na ontvangst van de volgens artikel 126 § 1, tweede lid, doorgestuurde documenten niet uitdrukkelijk zijn be,slissing heeft meegedeeld om een met redenen omkleed advies uit te brengen binnen de termijn van vijfenveertig dagen bepaald in de artikelen 153, § 1, en 155, § 2.
  Wanneer, in aanwezigheid van de afgevaardigde van het bestuur van de stedenbouw, het advies van de overlegcommissie unaniem gunstig is, wordt het advies van de gemachtigde ambtenaar gunstig geacht.
  Wanneer het advies van de gemachtigde ambtenaar gunstig wordt geacht, geldt het advies van de overlegcommissie als eensluidend advies.
  Het college van burgemeester en schepenen brengt de aanvrager daarvan op de hoogte en kan in zijn uitspraak betreffende de aanvraag verwijzen naar de afwijkingen bedoeld in artikel 153, § 2, en in artikel 155, § 2, zoals aanvaard in het advies van de overlegcommissie.
  § 7. Wanneer de aanvraag niet onderworpen is aan een voorafgaande effectenbeoordeling in de zin van artikel 127 en de overlegcommissie, in aanwezigheid van de afgevaardigde van het bestuur van de stedenbouw, een unaniem ongunstig advies uitgebracht heeft over die aanvraag, is het advies van de gemachtigde ambtenaar niet vereist. In dat geval spreekt het college van burgemeester en schepenen zich negatief uit over de aanvraag. ".
Art. 2. A l'article 126 du Code bruxellois de l'Aménagement du Territoire, il est ajouté un paragraphe 6 et un paragraphe 7 rédigés comme suit :
  " § 6. Lorsque la demande n'est pas soumise à une évaluation préalable des incidences au sens de l'article 127 et que la commission de concertation a émis un avis favorable sur cette demande, le fonctionnaire délégué est présumé favorable à la demande si dans les huit jours de la réception de la transmission des documents visés à l'article 126, § 1er, alinéa 2, il n'a pas expressément notifié sa décision d'émettre son avis motivé dans le délai de quarante-cinq jours prévu aux articles 153, § 1er, et 155, § 2.
  Lorsque, en présence du représentant de l'administration de l'urbanisme, l'avis de la commission de concertation est favorable unanimement, l'avis du fonctionnaire délégué est présumé favorable.
  Lorsque l'avis du fonctionnaire délégué est présumé favorable, l'avis de la commission de concertation tient lieu d'avis conforme.
  Le collège des bourgmestre et échevins en informe le demandeur et se prononce sur la demande, en pouvant se référer aux dérogations visées à l'article 153, § 2, et à l'article 155, § 2, telles qu'acceptées par l'avis de la commission de concertation.
  § 7. Lorsque la demande n'est pas soumise à une évaluation préalable des incidences au sens de l'article 127 et que, en présence du représentant de l'administration de l'urbanisme, la commission de concertation a émis un avis unanimement défavorable sur cette demande, l'avis du fonctionnaire délégué n'est pas requis. En ce cas, le collège des bourgmestre et échevins se prononce négativement sur la demande. ".
  " § 6. Lorsque la demande n'est pas soumise à une évaluation préalable des incidences au sens de l'article 127 et que la commission de concertation a émis un avis favorable sur cette demande, le fonctionnaire délégué est présumé favorable à la demande si dans les huit jours de la réception de la transmission des documents visés à l'article 126, § 1er, alinéa 2, il n'a pas expressément notifié sa décision d'émettre son avis motivé dans le délai de quarante-cinq jours prévu aux articles 153, § 1er, et 155, § 2.
  Lorsque, en présence du représentant de l'administration de l'urbanisme, l'avis de la commission de concertation est favorable unanimement, l'avis du fonctionnaire délégué est présumé favorable.
  Lorsque l'avis du fonctionnaire délégué est présumé favorable, l'avis de la commission de concertation tient lieu d'avis conforme.
  Le collège des bourgmestre et échevins en informe le demandeur et se prononce sur la demande, en pouvant se référer aux dérogations visées à l'article 153, § 2, et à l'article 155, § 2, telles qu'acceptées par l'avis de la commission de concertation.
  § 7. Lorsque la demande n'est pas soumise à une évaluation préalable des incidences au sens de l'article 127 et que, en présence du représentant de l'administration de l'urbanisme, la commission de concertation a émis un avis unanimement défavorable sur cette demande, l'avis du fonctionnaire délégué n'est pas requis. En ce cas, le collège des bourgmestre et échevins se prononce négativement sur la demande. ".
Art. 3. Aan artikel 155, § 2, vijfde lid, van datzelfde Wetboek, worden de volgende woorden toegevoegd : " onverminderd, in voorkomend geval, de toepassing van artikel 126, § 6. ".
Art. 3. A l'article 155, § 2, alinéa 5, du même Code, il est ajouté les mots suivants :" sans préjudice de l'application, s'il échet, de l'article 126, § 6. ".
Art. 4. In artikel 164, eerste lid, van datzelfde Wetboek, wordt aan het begin van het artikel de volgende tekst ingevoegd :
  " De gemachtigde ambtenaar kan uit eigen initiatief beslissen om, in het geval van een duidelijke tekortkoming van de gemeente bij de behandeling van de aanvraag en na een waarschuwing gericht aan het college van burgemeester en schepenen, de aanvraag in behandeling te nemen om hierover zelf uitspraak te doen. Indien de gemeente in gebreke blijft om zo spoedig mogelijk de tekortkoming te verantwoorden door een uitzonderlijke omstandigheid of om zo spoedig mogelijk de vereiste onderzoeksdaden te stellen, brengt de gemachtigde ambtenaar de aanvrager en het college van burgemeester en schepenen ervan op de hoogte dat hij de aanvraag in behandeling neemt en verzoekt hij het college hem binnen vijftien dagen het volledige aanvraagdossier toe te sturen. ".
  " De gemachtigde ambtenaar kan uit eigen initiatief beslissen om, in het geval van een duidelijke tekortkoming van de gemeente bij de behandeling van de aanvraag en na een waarschuwing gericht aan het college van burgemeester en schepenen, de aanvraag in behandeling te nemen om hierover zelf uitspraak te doen. Indien de gemeente in gebreke blijft om zo spoedig mogelijk de tekortkoming te verantwoorden door een uitzonderlijke omstandigheid of om zo spoedig mogelijk de vereiste onderzoeksdaden te stellen, brengt de gemachtigde ambtenaar de aanvrager en het college van burgemeester en schepenen ervan op de hoogte dat hij de aanvraag in behandeling neemt en verzoekt hij het college hem binnen vijftien dagen het volledige aanvraagdossier toe te sturen. ".
Art. 4. A l'article 164, alinéa 1er, du même Code, il est inséré en début d'article le texte suivant :
  " Le fonctionnaire délégué peut décider d'initiative, en cas de carence manifeste de la commune dans l'instruction d'une demande et après avertissement adressé au collège des bourgmestre et échevins, de se saisir de la demande afin de statuer lui-même. A défaut pour la commune de justifier d'une circonstance exceptionnelle ou d'avoir mis en oeuvre la procédure d'instruction requise dans les meilleurs délais, le fonctionnaire délégué avise le demandeur ainsi que le collège des bourgmestre et échevins qu'il se saisit de la demande et l'invite à lui adresser dans les quinze jours le dossier complet de la demande. ".
  " Le fonctionnaire délégué peut décider d'initiative, en cas de carence manifeste de la commune dans l'instruction d'une demande et après avertissement adressé au collège des bourgmestre et échevins, de se saisir de la demande afin de statuer lui-même. A défaut pour la commune de justifier d'une circonstance exceptionnelle ou d'avoir mis en oeuvre la procédure d'instruction requise dans les meilleurs délais, le fonctionnaire délégué avise le demandeur ainsi que le collège des bourgmestre et échevins qu'il se saisit de la demande et l'invite à lui adresser dans les quinze jours le dossier complet de la demande. ".
Art. 5. In artikel 164, vijfde lid, van datzelfde Wetboek, worden aan het slot van de eerste zin de volgende woorden toegevoegd :
  " die door de aanvrager is toegestuurd of vanaf de ontvangst van het volledige aanvraagdossier zoals dat op zijn verzoek door het college van burgemeester en schepenen werd bezorgd ".
  " die door de aanvrager is toegestuurd of vanaf de ontvangst van het volledige aanvraagdossier zoals dat op zijn verzoek door het college van burgemeester en schepenen werd bezorgd ".
Art. 5. A l'article 164, alinéa 5, du même Code, il est ajouté in fine de la première phrase les mots suivants :
  " adressée par le demandeur ou de la réception du dossier complet de la demande communiqué à sa requête par le collège des bourgmestre et échevins ".
  " adressée par le demandeur ou de la réception du dossier complet de la demande communiqué à sa requête par le collège des bourgmestre et échevins ".
Art. 6. Aan artikel 175 van datzelfde Wetboek, wordt een 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 7° wanneer zij handelingen en werken betreft voor een project waarvoor een voorafgaande effectenbeoordeling vereist is in de zin van artikel 127. ".
  " 7° wanneer zij handelingen en werken betreft voor een project waarvoor een voorafgaande effectenbeoordeling vereist is in de zin van artikel 127. ".
Art. 6. A l'article 175 du même Code, il est ajouté un 7° rédigé comme suit :
  " 7° lorsqu'il concerne des actes et travaux constituant un projet soumis à une évaluation préalable des incidences au sens de l'article 127. ".
  " 7° lorsqu'il concerne des actes et travaux constituant un projet soumis à une évaluation préalable des incidences au sens de l'article 127. ".
Art. 7. In artikel 100, § 1, van hetzelfde Wetboek, wordt het laatste lid vervangen door hetgeen volgt : " Als de vergunning op grond van artikel 175, 3°, 6° en 7° wordt verstrekt, beslist het college van burgemeester en schepenen over de bestemming van het in het derde lid bedoelde bedrag. Die beslissing wordt opgesteld in het kader van het in artikel 177, § 1, bedoeld voorafgaand advies. ".
Art. 7. A l'article 100, § 1er, du même Code, le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit : " Lorsque le permis est délivré sur la base de l'article 175, 3°, 6° et 7°, le collège des bourgmestre et échevins décide de l'affectation de la somme visée à l'alinéa 3. Cette décision est formulée dans le cadre de l'avis préalable visé à l'article 177, § 1er ".
Art. 8. In artikel 112, § 1, van hetzelfde Wetboek, wordt in fine toegevoegd : " Wanneer de vergunning wordt verstrekt op grond van artikel 175, 3°, 6° en 7°, beslist het college van burgemeester en schepenen over de bestemming van het in het derde lid bedoelde bedrag. Die beslissing wordt opgesteld in het kader van het in artikel 177, § 1 bedoeld advies. ".
Art. 8. A l'article 112, § 1er du même Code il est ajouté in fine : " Lorsque le permis est délivré sur la base de l'article 175, 3°, 6° et 7°, le collège des bourgmestre et échevins décide de l'affectation de la somme visée à l'alinéa 3. Cette décision est formulée dans le cadre de l'avis préalable visé à l'article 177, § 1er. ".
Art. 9. Artikel 2 van deze ordonnantie is van toepassing voor alle aanvragen om stedenbouwkundige vergunning die nog niet aan de overlegcommissie werden voorgelegd op de dag van de inwerkingtreding van dit artikel.
Art. 9. L'article 2 de la présente ordonnance est d'application pour toutes les demandes de permis d'urbanisme n'ayant pas encore été soumises à la commission de concertation le jour de son entrée en vigueur.
Art. 10. Artikel 6 van deze ordonnantie is van toepassing voor alle aanvragen om stedenbouwkundige vergunning ingediend vanaf de dag van de inwerkingtreding van dit artikel.
Art. 10. L'article 6 de la présente ordonnance est d'application pour toutes les demandes de permis d'urbanisme introduites à partir du jour de son entrée en vigueur.
Art. 11. Deze ordonnantie treedt in werking op 1 september 2013.
Art. 11. La présente ordonnance entre en vigueur au 1er septembre 2013.
  Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Brussel, 26 juli 2013.
  R. VERVOORT
  Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking
  G. VANHENGEL
  Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt
  en Externe Betrekkingen
  Mevr. E. HUYTEBROECK
  Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Stadsvernieuwing, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp en Huisvesting
  Mevr. B. GROUWELS
  Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken en Vervoer
  Mevr. C. FREMAULT
  Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Wetenschappelijk Onderzoek
  Brussel, 26 juli 2013.
  R. VERVOORT
  Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking
  G. VANHENGEL
  Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt
  en Externe Betrekkingen
  Mevr. E. HUYTEBROECK
  Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Stadsvernieuwing, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp en Huisvesting
  Mevr. B. GROUWELS
  Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken en Vervoer
  Mevr. C. FREMAULT
  Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Wetenschappelijk Onderzoek
  Promulguons la présente ordonnance, ordonnons qu'elle soit publiée au Moniteur belge.
  Bruxelles, le 26 juillet 2013
  R. VERVOORT
  Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du Territoire, des Monuments et Sites, et de la Propreté publique et de la Coopération au Développement
  G. VANHENGEL
  Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée des Finances, du Budget, la Fonction publique et des Relations extérieures
  Mme E. HUYTEBROECK
  Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée de l'Environnement, de l'Energie et de la Politique de l'Eau, de la rénovation urbaine, de la Lutte contre l'incendie et l'Aide médicale urgente et du logement
  Mme B. GROUWELS
  Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée des Travaux publics et des Transports
  Mme C. FREMAULT
  Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Emploi, de l'Economie, de la Recherche scientifique
  Bruxelles, le 26 juillet 2013
  R. VERVOORT
  Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du Territoire, des Monuments et Sites, et de la Propreté publique et de la Coopération au Développement
  G. VANHENGEL
  Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée des Finances, du Budget, la Fonction publique et des Relations extérieures
  Mme E. HUYTEBROECK
  Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée de l'Environnement, de l'Energie et de la Politique de l'Eau, de la rénovation urbaine, de la Lutte contre l'incendie et l'Aide médicale urgente et du logement
  Mme B. GROUWELS
  Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée des Travaux publics et des Transports
  Mme C. FREMAULT
  Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Emploi, de l'Economie, de la Recherche scientifique