Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 MAART 2013. - Ordonnantie houdende wijziging van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening
Titre
15 MARS 2013. - Ordonnance modifiant le Code bruxellois de l'Aménagement du Territoire
Documentinformatie
Numac: 2013031159
Datum: 2013-03-15
Info du document
Numac: 2013031159
Date: 2013-03-15
Inhoud
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening
CHAPITRE 1er. - Modification du Code bruxellois de l'aménagement du territoire
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art.2. Aan artikel 11, § 2, van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening wordt een punt 5 toegevoegd dat luidt als volgt :
" 5. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen kan slechts een eensluidend advies uitbrengen dat door of krachtens dit Wetboek is vereist indien minstens twee derde van haar leden aanwezig zijn.
Zolang het aanwezigheidsquorum niet bereikt is, kunnen nieuwe vergaderingen worden samengeroepen met dezelfde agenda. In dat geval, wordt de termijn waarbinnen het eensluidend advies moet worden uitgebracht met vijftien dagen verlengd. Is het aanwezigheidsquorum niet bereikt binnen deze verdagingstermijn, dan wordt het advies geacht positief te zijn. ".
" 5. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen kan slechts een eensluidend advies uitbrengen dat door of krachtens dit Wetboek is vereist indien minstens twee derde van haar leden aanwezig zijn.
Zolang het aanwezigheidsquorum niet bereikt is, kunnen nieuwe vergaderingen worden samengeroepen met dezelfde agenda. In dat geval, wordt de termijn waarbinnen het eensluidend advies moet worden uitgebracht met vijftien dagen verlengd. Is het aanwezigheidsquorum niet bereikt binnen deze verdagingstermijn, dan wordt het advies geacht positief te zijn. ".
Art.2. A l'article 11, § 2, du Code bruxellois de l'Aménagement du Territoire, il est ajouté un point 5 rédigé comme suit :
" 5. La Commission royale des monuments et des sites ne peut émettre un avis conforme requis par le présent Code ou en vertu de celui-ci que si deux tiers au moins de ses membres sont présents.
Tant que ce quorum de présence n'est pas atteint, de nouvelles réunions peuvent être convoquées avec le même ordre du jour. En ce cas, le délai endéans lequel l'avis conforme doit être émis est prorogé de quinze jours. A défaut de réunir le quorum de présence dans ce délai prorogé, l'avis est réputé favorable. ".
" 5. La Commission royale des monuments et des sites ne peut émettre un avis conforme requis par le présent Code ou en vertu de celui-ci que si deux tiers au moins de ses membres sont présents.
Tant que ce quorum de présence n'est pas atteint, de nouvelles réunions peuvent être convoquées avec le même ordre du jour. En ce cas, le délai endéans lequel l'avis conforme doit être émis est prorogé de quinze jours. A défaut de réunir le quorum de présence dans ce délai prorogé, l'avis est réputé favorable. ".
Art.3. Artikel 11, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de volgende zin :
" Eensluidende adviezen die door of krachtens dit Wetboek zijn vereist, worden evenwel geformuleerd bij tweederde meerderheid van de aanwezige leden. ".
" Eensluidende adviezen die door of krachtens dit Wetboek zijn vereist, worden evenwel geformuleerd bij tweederde meerderheid van de aanwezige leden. ".
Art.3. L'article 11, § 3, deuxième alinéa du même Code est complété par la phrase suivante :
" Toutefois, les avis conformes requis par le présent Code ou en vertu de celui-ci sont formulés à la majorité des deux tiers des membres présents. ".
" Toutefois, les avis conformes requis par le présent Code ou en vertu de celui-ci sont formulés à la majorité des deux tiers des membres présents. ".
Art.4. Artikel 98, § 2/2, van hetzelfde Wetboek wordt geschrapt.
Art.4. L'article 98, § 2/2 du même Code est supprimé.
Art.5. In artikel 98, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " in het in § 2/2 bedoelde plan voor erfgoedbeheer " vervangen door de woorden " in een beheersplan voor erfgoed bedoeld in hoofdstuk VIbis van titel V ".
Art.5. A l'article 98, § 3, deuxième alinéa du même Code, les mots " dans un plan de gestion patrimoniale visé au § 2/2 " sont remplacés par les mots " dans un plan de gestion patrimoniale visé au chapitre VIbis du titre V ".
Art.6. Artikel 175, 4°, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
" wanneer zij betrekking heeft op een goed dat, in zijn totaliteit of voor een gedeelte, ingeschreven is op de bewaarlijst of beschermd is of waarvan de procedure tot inschrijving of bescherming lopend is, of de handelingen of werken al dan niet betrekking hebben op de delen van het goed inschreven op de bewaarlijst of beschermd, of die het voorwerp uitmaken van een procedure tot inschrijving of bescherming; ".
" wanneer zij betrekking heeft op een goed dat, in zijn totaliteit of voor een gedeelte, ingeschreven is op de bewaarlijst of beschermd is of waarvan de procedure tot inschrijving of bescherming lopend is, of de handelingen of werken al dan niet betrekking hebben op de delen van het goed inschreven op de bewaarlijst of beschermd, of die het voorwerp uitmaken van een procedure tot inschrijving of bescherming; ".
Art.6. L'article 175, 4° du même Code, est remplacé par ce qui suit :
" 4° lorsqu'il concerne un bien qui est, en totalité ou en partie, inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours de procédure d'inscription ou de classement, que les actes et travaux portent ou non sur les parties de ce bien inscrites sur la liste de sauvegarde ou classées, ou faisant l'objet d'une procédure d'inscription ou de classement; ".
" 4° lorsqu'il concerne un bien qui est, en totalité ou en partie, inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours de procédure d'inscription ou de classement, que les actes et travaux portent ou non sur les parties de ce bien inscrites sur la liste de sauvegarde ou classées, ou faisant l'objet d'une procédure d'inscription ou de classement; ".
Art.7. In artikel 177, § 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een vijfde lid toegevoegd dat luidt als volgt :
" Wanneer het eensluidend advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen gepaard gaat met voorwaarden, dan worden deze duidelijk en nauwkeurig opgesomd in het bepalend gedeelte van dit advies. ".
" Wanneer het eensluidend advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen gepaard gaat met voorwaarden, dan worden deze duidelijk en nauwkeurig opgesomd in het bepalend gedeelte van dit advies. ".
Art.7. A l'article 177, § 2, du même Code, il est ajouté un cinquième alinéa rédigé comme suit :
" Lorsque l'avis conforme de la Commission royale des monuments et des sites est assorti de conditions, celles-ci sont énumérées de façon claire et précise dans le dispositif de cet avis. ".
" Lorsque l'avis conforme de la Commission royale des monuments et des sites est assorti de conditions, celles-ci sont énumérées de façon claire et précise dans le dispositif de cet avis. ".
Art.8. In artikel 177, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " beschermd goed of aan een op de bewaarlijst ingeschreven goed " vervangen door de woorden " goed dat is ingeschreven op de bewaarlijst, beschermd is of waarvan de inschrijving of de bescherming gaande is ".
Art.8. A l'article 177, § 3, deuxième alinéa du même Code, les mots " immeuble classé ou inscrit sur la liste de sauvegarde " sont remplacés par les mots " bien inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement ".
Art.9. In artikel 206 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het 10° wordt geschrapt;
b) er wordt een 12 ° toegevoegd dat luidt als volgt :
" 12° sensibilisering : elke maatregel die als doel heeft het bewustzijn van het publiek voor de bescherming van het onroerend erfgoed op te wekken of te vergroten, inzonderheid middels educatie- en informatieprogramma's en iedere andere maatregel om de opleiding te bevorderen voor de verschillende beroepen en ambachten die een rol spelen in het behoud van het onroerend erfgoed en om het wetenschappelijk onderzoek ter zake aan te moedigen. ".
a) het 10° wordt geschrapt;
b) er wordt een 12 ° toegevoegd dat luidt als volgt :
" 12° sensibilisering : elke maatregel die als doel heeft het bewustzijn van het publiek voor de bescherming van het onroerend erfgoed op te wekken of te vergroten, inzonderheid middels educatie- en informatieprogramma's en iedere andere maatregel om de opleiding te bevorderen voor de verschillende beroepen en ambachten die een rol spelen in het behoud van het onroerend erfgoed en om het wetenschappelijk onderzoek ter zake aan te moedigen. ".
Art.9. A l'article 206 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
a) le point 10° est supprimé;
b) il est ajouté un point 12 ° rédigé comme suit :
" 12° sensibilisation : toute mesure ayant pour objectif d'éveiller ou d'accroître la sensibilité du public à la protection du patrimoine immobilier notamment par des programmes d'éducation et d'information ainsi que toute mesure visant à favoriser la formation des diverses professions et des divers corps de métiers intervenant dans la conservation du patrimoine immobilier et à encourager la recherche scientifique en cette matière. ".
a) le point 10° est supprimé;
b) il est ajouté un point 12 ° rédigé comme suit :
" 12° sensibilisation : toute mesure ayant pour objectif d'éveiller ou d'accroître la sensibilité du public à la protection du patrimoine immobilier notamment par des programmes d'éducation et d'information ainsi que toute mesure visant à favoriser la formation des diverses professions et des divers corps de métiers intervenant dans la conservation du patrimoine immobilier et à encourager la recherche scientifique en cette matière. ".
Art.10. In artikel 240, § 1, tweede lid, worden de woorden " in de zin van de artikelen 98, § 2/2 en 206, 10° " vervangen door de woorden " in de zin van hoofdstuk VIbis ".
Art.10. A l'article 240, § 1er, deuxième alinéa, les mots " au sens des articles 98, § 2/2 et 206, 10° " sont remplacés par les mots " au sens du Chapitre VIbis ".
Art.11. Artikel 240 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een vijfde paragraaf die luidt als volgt :
" § 5. Binnen de perken van de begrotingskredieten, kan het Gewest zelf iedere sensibiliseringsmaatregel organiseren in de zin van artikel 206, 12° of optreden ter ondersteuning van initiatieven die uitgaan van derden. De Regering kan bovendien subsidies toekennen voor enige andere sensibiliseringsmaatregel in de voormelde zin, georganiseerd door een natuurlijke of rechtspersoon. De Regering is gemachtigd zowel de inhoudelijke als de procedurele regels vast te leggen voor de toekenning van deze subsidies. ".
" § 5. Binnen de perken van de begrotingskredieten, kan het Gewest zelf iedere sensibiliseringsmaatregel organiseren in de zin van artikel 206, 12° of optreden ter ondersteuning van initiatieven die uitgaan van derden. De Regering kan bovendien subsidies toekennen voor enige andere sensibiliseringsmaatregel in de voormelde zin, georganiseerd door een natuurlijke of rechtspersoon. De Regering is gemachtigd zowel de inhoudelijke als de procedurele regels vast te leggen voor de toekenning van deze subsidies. ".
Art.11. L'article 240 du même Code est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit :
" § 5. Dans les limites des crédits budgétaires, la Région peut organiser elle-même toute mesure de sensibilisation au sens de l'article 206, 12°, ou intervenir pour soutenir des initiatives émanant de tiers. Le Gouvernement peut, en outre, accorder des subventions pour toute autre mesure de sensibilisation au sens précité, organisée par une personne physique ou morale. Le Gouvernement est habilité à fixer les règles, de fond et de procédure, régissant l'octroi de ces subventions. ".
" § 5. Dans les limites des crédits budgétaires, la Région peut organiser elle-même toute mesure de sensibilisation au sens de l'article 206, 12°, ou intervenir pour soutenir des initiatives émanant de tiers. Le Gouvernement peut, en outre, accorder des subventions pour toute autre mesure de sensibilisation au sens précité, organisée par une personne physique ou morale. Le Gouvernement est habilité à fixer les règles, de fond et de procédure, régissant l'octroi de ces subventions. ".
Art.12. In titel V van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk VIbis ingevoegd dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK VIbis. - Beheersplan voor erfgoed
Afdeling I. - Algemeen
Art. 242/1. § 1. De Regering kan, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een derde, een beheersplan voor erfgoed vaststellen dat, voor een geheel, een gebouw met meerdere verdiepingen of een landschap dat beschermd is of ingeschreven staat op de bewaarlijst, de te verwezenlijken doelstellingen voor het behoud, de middelen en werken om hiertoe te komen en de globale beheersvoorwaarden vaststelt met het oog op een harmonisch behoud van dit goed dat behoort tot het betrokken onroerend vastgoed.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk, dient te worden verstaan onder :
1° geheel : elke groep van onroerende goederen die, naast de kenmerken bepaald in artikel 206, 1°, b), tevens een herhaling of een aanzienlijke coherentie van de voornaamste architecturale elementen vertoont;
2° gebouw met meerdere verdiepingen : elk gebouw dat beschikt over meerdere verdiepingen en een herhaling of een aanzienlijke coherentie van de voornaamste architecturale elementen vertoont en afhangt van meerdere eigenaars;
3° landschap : elk werk van de natuur of van de mens of elk gecombineerd werk van de natuur en de mens dat, naast de kenmerken bepaald in artikel 206, 1°, c), tevens een herhaling of een aanzienlijke coherentie van de voornaamste elementen vertoont.
§ 2. De Regering bepaalt de vorm, de inhoud en de procedure betreffende de indiening door een derde van een aanvraag voor de opmaak van een beheersplan voor erfgoed.
Indien de aanvraag uitgaat van meer dan één persoon, vermeldt de aanvraag de persoon die alle aanvragers vertegenwoordigt en bij wie keuze van woonplaats wordt gedaan voor het vervolg van de procedure.
Binnen twintig dagen na ontvangst van de aanvraag, stuurt de administratie, indien het dossier volledig is, per aangetekende zending een ontvangstbewijs op naar de aanvrager. In het omgekeerde geval, laat zij hem op dezelfde wijze weten dat het dossier niet volledig is, met vermelding van de ontbrekende documenten of gegevens; de administratie bezorgt het ontvangstbewijs binnen de twintig dagen nadat zij deze documenten of gegevens ontvangen heeft.
Afdeling II. - Inhoud
Art. 242/2. Het beheersplan voor erfgoed is een globaal beheersinstrument met het oog op een samenhangend, harmonisch en eenvormig behoud van het betrokken onroerend erfgoed.
Het bevat een globale studie van het beoogde goed, houdt rekening met de grondige analyses die hierover zijn gemaakt en bepaalt :
1° de algemene doelstellingen voor het behoud van het goed in de zin van artikel 206, 2° ;
2° de middelen waarvan gebruik gemaakt dient te worden om deze doelstellingen te verwezenlijken;
3° de handelingen en werken die verricht mogen worden in uitvoering van het plan en daardoor vrijgesteld zijn van de voorafgaande verkrijging van een stedenbouwkundige vergunning;
4° wanneer het zelf geen vrijstelling verleent van stedenbouwkundige vergunning met toepassing van het 3°, de voorwaarden waaronder handelingen en werken aangevat of uitgevoerd mogen worden, waarbij deze vrijgesteld zijn hetzij van een stedenbouwkundige vergunning, hetzij van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van het advies van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente, van de speciale maatregelen van openbaarmaking en/of van het advies van de overlegcommissie;
5° de eventuele afwijkingen die voor het desbetreffende goed toegestaan worden op de eisen inzake energieprestaties, in de zin van de ordonnantie van 7 juni 2007 betreffende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen, nadat een afweging is gemaakt tussen het belang om het erfgoed in stand te houden, enerzijds, en de doelstelling om de energieprestaties en het binnenklimaat van het goed te verbeteren, anderzijds;
6° de handelingen en werken die in aanmerking komen voor subsidies met toepassing van artikel 240, § 1 en, in voorkomend geval, de subsidies of verhoogde subsidiëringspercentages in de gevallen die het vermeldt in afwijking van de in uitvoering van deze bepaling vastgelegde regels.
Afdeling III. - Uitwerkingsprocedure
Art. 242/3. Ongeacht de aanvraag uitgaat van een derde of de procedure wordt ingeleid door de Regering, stelt de administratie een omstandig verslag op over het belang van de opmaak van een beheersplan, en indien dit belang erkend wordt, over het voorwerp en de draagwijdte ervan alsook over het voorwerp en de omvang van de voorstudies bedoeld in artikel 242/5, derde lid, 2°, in functie van de beoogde handelingen en werken, van de aard van het betrokken onroerend goed en van de te gebruiken technische elementen.
Art. 242/4. De aanvraag van een derde om een beheersplan voor erfgoed op te maken en/of het verslag bedoeld in artikel 242/3 wordt om advies voorgelegd aan de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Indien de aanvraag uitgaat van een derde, gebeurt deze raadpleging binnen de vijfenveertig dagen nadat het ontvangstbewijs van het volledige dossier is verstuurd.
De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen brengt haar advies uit binnen vijfenveertig dagen na de kennisgeving van de adviesaanvraag. Indien deze termijn niet wordt nageleefd, wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Binnen negentig dagen na ontvangst van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen of na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn, spreekt de Regering zich uit over de aanvraag en bepaalt zij desgevallend de uitvoeringsregels van het beheersplan voor erfgoed. Indien de aanvraag uitgaat van een derde, deelt de Regering haar beslissing per aangetekend schrijven aan de aanvrager mee.
Art. 242/5. De Regering werkt het ontwerpbeheersplan voor erfgoed uit op basis van de door haar bepaalde regels en stelt desgevallend een milieueffectenrapport op overeenkomstig de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's, onder voorbehoud van de in deze afdeling opgenomen bijzondere bepalingen.
In dit verband kan gebruik gemaakt worden van de informatie die is verzameld naar aanleiding van de goedkeuring van het besluit tot bescherming of inschrijving op de bewaarlijst en van de nuttige informatie betreffende de effecten op het leefmilieu verzameld naar aanleiding van de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning.
Het ontwerpbeheersplan voor erfgoed omvat volgende elementen, al naar gelang van hun relevantie in het licht van de vooropgestelde ingrepen :
1° een intentienota met uitdrukkelijke toelichting omtrent het voorwerp en de doelstellingen van het beheersplan voor erfgoed;
2° de voorstudies :
a) een beschrijving van de uiterlijke toestand van het goed en van de vastgestelde ongeordendheden;
b) een historische, wetenschappelijke, technische en materiële analyse van het goed waarop de handelingen en werken betrekking hebben;
c) de omschrijving van de principes en van de opties waarop de ingrepen gestoeld zijn;
d) een studie betreffende de stabiliteit wanneer de handelingen en werken deze kunnen aantasten;
e) wanneer de door het plan beoogde handelingen en werken een impact hebben op de energieprestatie van de betrokken gebouwen, een evaluatie van de verbetering van deze prestaties in het licht van de doelstellingen van de ordonnantie van 7 juni 2007 betreffende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen;
3° de volgende plannen en overzichten :
a) de algemene plannen met betrekking tot de ingrepen;
b) een nauwkeurige staat van de bestaande architecturale of vegetatieve elementen, wanneer deze vervangen, gedemonteerd of gewijzigd worden;
c) de gedetailleerde uitvoeringsplannen met aanduiding van de omvang en de exacte lokalisatie van elke categorie van werken;
4° een nauwkeurige beschrijving van de werken en van de voorziene technieken met volgende preciseringen :
a) elke categorie van werken en binnen elke categorie van werken is het nodig iedere post te beschrijven, te lokaliseren en te hernemen onder een afzonderlijke nummering;
b) elke post moet zo nauwkeurig mogelijk omschreven worden voor wat betreft :
- de aard van de aangewende materialen of beplanting;
- de gebruikte technieken;
5° desgevallend een actieplan en een spreidingsplan van de ingrepen.
Art. 242/6. De Regering onderwerpt het ontwerpbeheersplan voor erfgoed en het eventueel vereiste milieueffectenrapport aan het openbaar onderzoek op het grondgebied van de gemeente of van de gemeenten waar het betrokken goed gelegen is, en dit overeenkomstig de regels die gelden voor openbare onderzoeken met betrekking tot aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen.
Indien het project onderworpen is aan de opmaak van een voorafgaand milieueffectenrapport, vindt het openbaar onderzoek, in afwijking van artikel 11 van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's, plaats volgens de in het eerste lid bedoelde regels met betrekking tot het openbaar onderzoek.
Na het verstrijken van de onderzoekstermijn, beschikken de gemeente of de gemeenten waar het betrokken goed gelegen is, over een termijn van dertig dagen om een advies uit te brengen. Na die termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Art. 242/7. Wanneer er afwijkingen worden toegestaan krachtens artikel 242/2, tweede lid, 5°, wordt het plan om advies voorgelegd aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer op het ogenblik dat het aan het openbaar onderzoek onderworpen wordt. Het Brussels Instituut voor Milieubeheer brengt zijn advies uit binnen vijfenveertig dagen volgend op de kennisgeving van de adviesaanvraag door de Regering. Na het verstrijken van deze termijn, wordt de procedure voortgezet.
Art. 242/8. Na het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen te hebben ingewonnen volgens de regels bedoeld in de artikelen 11, § 3, en 177, § 2, vaardigt de Regering definitief het beheersplan voor erfgoed uit en bepaalt zij, desgevallend, de subsidiëringsregels, zoals bedoeld in artikel 242/2, tweede lid, 6°.
In afwijking van artikel 177, § 2, brengt de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen haar advies uit binnen vijfenveertig dagen volgend op de kennisgeving van de aanvraag door de Regering.
In het geval dat het advies van de Commissie ten dele ongunstig is, maar de essentie van het project niet in vraag stelt, kan de procedure worden voortgezet mits aanpassing van het project aan dit advies.
Art. 242/9. Het beheersplan voor erfgoed treedt in werking binnen de door de Regering bepaalde termijn of, bij gebrek hieraan, een maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Afdeling IV. - Wijzigingsprocedure
Art. 242/10. De Regering beslist over de wijziging van een beheersplan voor erfgoed bij met redenen omkleed besluit.
Art. 242/11. De wijzigingsprocedure is onderworpen aan de bepalingen van afdeling III.
Afdeling V. - Gevolgen
Art. 242/12. De bepalingen van het beheersplan voor erfgoed die betrekking hebben op de elementen bedoeld in artikel 242/2, tweede lid, 3° tot 6°, hebben verordenende waarde.
De overige bepalingen van het plan zijn indicatief.
Afdeling VI. - Informatie met betrekking tot de uitvoering van het plan
Art. 242/13. De eigenaars, gebruikers of derden zijn ertoe gehouden de administratie monumenten en landschappen te informeren over de uitvoering van de handelingen en werken die zijn toegestaan door het beheersplan voor erfgoed en dit minstens een maand voor het begin van de uitvoering ervan.
Afdeling VII. - Uitvoeringsbesluiten
Art. 242/14. De Regering hecht haar goedkeuring aan de uitvoeringsbesluiten voor dit hoofdstuk, waarin zij desgevallend preciseringen vastlegt in verband met de vorm van de hierin beoogde adviezen van de adviesorganen, de procedure met betrekking tot het onderzoek van de ingediende aanvragen om van start te gaan met de opmaak van een beheersplan voor erfgoed evenals de modaliteiten aangaande de door de administratie uitgeoefende controle op de uitvoering van deze plannen en van de handelingen en/of werken die erdoor toegestaan zijn. ".
" HOOFDSTUK VIbis. - Beheersplan voor erfgoed
Afdeling I. - Algemeen
Art. 242/1. § 1. De Regering kan, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een derde, een beheersplan voor erfgoed vaststellen dat, voor een geheel, een gebouw met meerdere verdiepingen of een landschap dat beschermd is of ingeschreven staat op de bewaarlijst, de te verwezenlijken doelstellingen voor het behoud, de middelen en werken om hiertoe te komen en de globale beheersvoorwaarden vaststelt met het oog op een harmonisch behoud van dit goed dat behoort tot het betrokken onroerend vastgoed.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk, dient te worden verstaan onder :
1° geheel : elke groep van onroerende goederen die, naast de kenmerken bepaald in artikel 206, 1°, b), tevens een herhaling of een aanzienlijke coherentie van de voornaamste architecturale elementen vertoont;
2° gebouw met meerdere verdiepingen : elk gebouw dat beschikt over meerdere verdiepingen en een herhaling of een aanzienlijke coherentie van de voornaamste architecturale elementen vertoont en afhangt van meerdere eigenaars;
3° landschap : elk werk van de natuur of van de mens of elk gecombineerd werk van de natuur en de mens dat, naast de kenmerken bepaald in artikel 206, 1°, c), tevens een herhaling of een aanzienlijke coherentie van de voornaamste elementen vertoont.
§ 2. De Regering bepaalt de vorm, de inhoud en de procedure betreffende de indiening door een derde van een aanvraag voor de opmaak van een beheersplan voor erfgoed.
Indien de aanvraag uitgaat van meer dan één persoon, vermeldt de aanvraag de persoon die alle aanvragers vertegenwoordigt en bij wie keuze van woonplaats wordt gedaan voor het vervolg van de procedure.
Binnen twintig dagen na ontvangst van de aanvraag, stuurt de administratie, indien het dossier volledig is, per aangetekende zending een ontvangstbewijs op naar de aanvrager. In het omgekeerde geval, laat zij hem op dezelfde wijze weten dat het dossier niet volledig is, met vermelding van de ontbrekende documenten of gegevens; de administratie bezorgt het ontvangstbewijs binnen de twintig dagen nadat zij deze documenten of gegevens ontvangen heeft.
Afdeling II. - Inhoud
Art. 242/2. Het beheersplan voor erfgoed is een globaal beheersinstrument met het oog op een samenhangend, harmonisch en eenvormig behoud van het betrokken onroerend erfgoed.
Het bevat een globale studie van het beoogde goed, houdt rekening met de grondige analyses die hierover zijn gemaakt en bepaalt :
1° de algemene doelstellingen voor het behoud van het goed in de zin van artikel 206, 2° ;
2° de middelen waarvan gebruik gemaakt dient te worden om deze doelstellingen te verwezenlijken;
3° de handelingen en werken die verricht mogen worden in uitvoering van het plan en daardoor vrijgesteld zijn van de voorafgaande verkrijging van een stedenbouwkundige vergunning;
4° wanneer het zelf geen vrijstelling verleent van stedenbouwkundige vergunning met toepassing van het 3°, de voorwaarden waaronder handelingen en werken aangevat of uitgevoerd mogen worden, waarbij deze vrijgesteld zijn hetzij van een stedenbouwkundige vergunning, hetzij van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van het advies van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente, van de speciale maatregelen van openbaarmaking en/of van het advies van de overlegcommissie;
5° de eventuele afwijkingen die voor het desbetreffende goed toegestaan worden op de eisen inzake energieprestaties, in de zin van de ordonnantie van 7 juni 2007 betreffende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen, nadat een afweging is gemaakt tussen het belang om het erfgoed in stand te houden, enerzijds, en de doelstelling om de energieprestaties en het binnenklimaat van het goed te verbeteren, anderzijds;
6° de handelingen en werken die in aanmerking komen voor subsidies met toepassing van artikel 240, § 1 en, in voorkomend geval, de subsidies of verhoogde subsidiëringspercentages in de gevallen die het vermeldt in afwijking van de in uitvoering van deze bepaling vastgelegde regels.
Afdeling III. - Uitwerkingsprocedure
Art. 242/3. Ongeacht de aanvraag uitgaat van een derde of de procedure wordt ingeleid door de Regering, stelt de administratie een omstandig verslag op over het belang van de opmaak van een beheersplan, en indien dit belang erkend wordt, over het voorwerp en de draagwijdte ervan alsook over het voorwerp en de omvang van de voorstudies bedoeld in artikel 242/5, derde lid, 2°, in functie van de beoogde handelingen en werken, van de aard van het betrokken onroerend goed en van de te gebruiken technische elementen.
Art. 242/4. De aanvraag van een derde om een beheersplan voor erfgoed op te maken en/of het verslag bedoeld in artikel 242/3 wordt om advies voorgelegd aan de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Indien de aanvraag uitgaat van een derde, gebeurt deze raadpleging binnen de vijfenveertig dagen nadat het ontvangstbewijs van het volledige dossier is verstuurd.
De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen brengt haar advies uit binnen vijfenveertig dagen na de kennisgeving van de adviesaanvraag. Indien deze termijn niet wordt nageleefd, wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Binnen negentig dagen na ontvangst van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen of na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn, spreekt de Regering zich uit over de aanvraag en bepaalt zij desgevallend de uitvoeringsregels van het beheersplan voor erfgoed. Indien de aanvraag uitgaat van een derde, deelt de Regering haar beslissing per aangetekend schrijven aan de aanvrager mee.
Art. 242/5. De Regering werkt het ontwerpbeheersplan voor erfgoed uit op basis van de door haar bepaalde regels en stelt desgevallend een milieueffectenrapport op overeenkomstig de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's, onder voorbehoud van de in deze afdeling opgenomen bijzondere bepalingen.
In dit verband kan gebruik gemaakt worden van de informatie die is verzameld naar aanleiding van de goedkeuring van het besluit tot bescherming of inschrijving op de bewaarlijst en van de nuttige informatie betreffende de effecten op het leefmilieu verzameld naar aanleiding van de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning.
Het ontwerpbeheersplan voor erfgoed omvat volgende elementen, al naar gelang van hun relevantie in het licht van de vooropgestelde ingrepen :
1° een intentienota met uitdrukkelijke toelichting omtrent het voorwerp en de doelstellingen van het beheersplan voor erfgoed;
2° de voorstudies :
a) een beschrijving van de uiterlijke toestand van het goed en van de vastgestelde ongeordendheden;
b) een historische, wetenschappelijke, technische en materiële analyse van het goed waarop de handelingen en werken betrekking hebben;
c) de omschrijving van de principes en van de opties waarop de ingrepen gestoeld zijn;
d) een studie betreffende de stabiliteit wanneer de handelingen en werken deze kunnen aantasten;
e) wanneer de door het plan beoogde handelingen en werken een impact hebben op de energieprestatie van de betrokken gebouwen, een evaluatie van de verbetering van deze prestaties in het licht van de doelstellingen van de ordonnantie van 7 juni 2007 betreffende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen;
3° de volgende plannen en overzichten :
a) de algemene plannen met betrekking tot de ingrepen;
b) een nauwkeurige staat van de bestaande architecturale of vegetatieve elementen, wanneer deze vervangen, gedemonteerd of gewijzigd worden;
c) de gedetailleerde uitvoeringsplannen met aanduiding van de omvang en de exacte lokalisatie van elke categorie van werken;
4° een nauwkeurige beschrijving van de werken en van de voorziene technieken met volgende preciseringen :
a) elke categorie van werken en binnen elke categorie van werken is het nodig iedere post te beschrijven, te lokaliseren en te hernemen onder een afzonderlijke nummering;
b) elke post moet zo nauwkeurig mogelijk omschreven worden voor wat betreft :
- de aard van de aangewende materialen of beplanting;
- de gebruikte technieken;
5° desgevallend een actieplan en een spreidingsplan van de ingrepen.
Art. 242/6. De Regering onderwerpt het ontwerpbeheersplan voor erfgoed en het eventueel vereiste milieueffectenrapport aan het openbaar onderzoek op het grondgebied van de gemeente of van de gemeenten waar het betrokken goed gelegen is, en dit overeenkomstig de regels die gelden voor openbare onderzoeken met betrekking tot aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen.
Indien het project onderworpen is aan de opmaak van een voorafgaand milieueffectenrapport, vindt het openbaar onderzoek, in afwijking van artikel 11 van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's, plaats volgens de in het eerste lid bedoelde regels met betrekking tot het openbaar onderzoek.
Na het verstrijken van de onderzoekstermijn, beschikken de gemeente of de gemeenten waar het betrokken goed gelegen is, over een termijn van dertig dagen om een advies uit te brengen. Na die termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Art. 242/7. Wanneer er afwijkingen worden toegestaan krachtens artikel 242/2, tweede lid, 5°, wordt het plan om advies voorgelegd aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer op het ogenblik dat het aan het openbaar onderzoek onderworpen wordt. Het Brussels Instituut voor Milieubeheer brengt zijn advies uit binnen vijfenveertig dagen volgend op de kennisgeving van de adviesaanvraag door de Regering. Na het verstrijken van deze termijn, wordt de procedure voortgezet.
Art. 242/8. Na het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen te hebben ingewonnen volgens de regels bedoeld in de artikelen 11, § 3, en 177, § 2, vaardigt de Regering definitief het beheersplan voor erfgoed uit en bepaalt zij, desgevallend, de subsidiëringsregels, zoals bedoeld in artikel 242/2, tweede lid, 6°.
In afwijking van artikel 177, § 2, brengt de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen haar advies uit binnen vijfenveertig dagen volgend op de kennisgeving van de aanvraag door de Regering.
In het geval dat het advies van de Commissie ten dele ongunstig is, maar de essentie van het project niet in vraag stelt, kan de procedure worden voortgezet mits aanpassing van het project aan dit advies.
Art. 242/9. Het beheersplan voor erfgoed treedt in werking binnen de door de Regering bepaalde termijn of, bij gebrek hieraan, een maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Afdeling IV. - Wijzigingsprocedure
Art. 242/10. De Regering beslist over de wijziging van een beheersplan voor erfgoed bij met redenen omkleed besluit.
Art. 242/11. De wijzigingsprocedure is onderworpen aan de bepalingen van afdeling III.
Afdeling V. - Gevolgen
Art. 242/12. De bepalingen van het beheersplan voor erfgoed die betrekking hebben op de elementen bedoeld in artikel 242/2, tweede lid, 3° tot 6°, hebben verordenende waarde.
De overige bepalingen van het plan zijn indicatief.
Afdeling VI. - Informatie met betrekking tot de uitvoering van het plan
Art. 242/13. De eigenaars, gebruikers of derden zijn ertoe gehouden de administratie monumenten en landschappen te informeren over de uitvoering van de handelingen en werken die zijn toegestaan door het beheersplan voor erfgoed en dit minstens een maand voor het begin van de uitvoering ervan.
Afdeling VII. - Uitvoeringsbesluiten
Art. 242/14. De Regering hecht haar goedkeuring aan de uitvoeringsbesluiten voor dit hoofdstuk, waarin zij desgevallend preciseringen vastlegt in verband met de vorm van de hierin beoogde adviezen van de adviesorganen, de procedure met betrekking tot het onderzoek van de ingediende aanvragen om van start te gaan met de opmaak van een beheersplan voor erfgoed evenals de modaliteiten aangaande de door de administratie uitgeoefende controle op de uitvoering van deze plannen en van de handelingen en/of werken die erdoor toegestaan zijn. ".
Art.12. Dans le titre V du même Code, il est inséré un chapitre VIbis rédigé comme suit :
" CHAPITRE VIbis. - Plan de gestion patrimoniale
Section Ire. - Généralités
Art. 242/1. § 1er. Le Gouvernement peut fixer, soit d'initiative, soit à la requête d'un tiers, un plan de gestion patrimoniale déterminant, à propos d'un ensemble, un immeuble à étages multiples ou un site classé ou inscrit sur la liste de sauvegarde, les objectifs de conservation à atteindre, les moyens et travaux pour y parvenir ainsi que les conditions de gestion globale aux fins d'assurer la conservation harmonieuse de ce bien relevant du patrimoine immobilier concerné.
Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
1° ensemble : tout groupe de biens immobiliers qui, outre les caractéristiques définies à l'article 206, 1°, b), présente une répétitivité ou une cohérence importante de ses éléments architecturaux principaux;
2° immeuble à étages multiples : tout immeuble qui dispose de plusieurs étages et présente une répétitivité ou une cohérence importante de ses éléments architecturaux principaux et qui dépend de plusieurs propriétaires;
3° site : toute oeuvre de la nature ou de l'homme ou toute oeuvre combinée de l'homme et de la nature qui, outre les caractéristiques définies à l'article 206, 1°, c) présente une répétitivité ou une cohérence importante de ses éléments principaux.
§ 2. - Le Gouvernement arrête la forme, le contenu et la procédure de demande d'élaboration d'un plan de gestion patrimoniale introduite par un tiers.
Si la demande émane de plus d'une personne, la demande indique la personne représentant l'ensemble des demandeurs et chez qui il est fait élection de domicile pour les suites de la procédure.
Dans les vingt jours de la réception de la demande, l'administration adresse au demandeur, par pli recommandé à la poste, un accusé de réception si le dossier est complet. Dans le cas contraire, elle l'informe dans les mêmes conditions que le dossier n'est pas complet en indiquant les documents ou renseignements manquants; l'administration délivre l'accusé de réception dans les vingt jours de la réception de ces documents ou renseignements.
Section II. - Contenu
Art. 242/2. Le plan de gestion patrimoniale constitue un instrument de gestion globale visant la conservation cohérente, harmonieuse et homogène du bien relevant du patrimoine immobilier concerné.
Il contient une étude globale du bien visé en tenant compte des analyses approfondies effectuées à son propos et détermine :
1° les objectifs généraux de conservation de ce bien au sens de l'article 206, 2° ;
2° les moyens à mettre en oeuvre pour atteindre ces objectifs;
3° les actes et travaux pouvant être réalisés en exécution de ce plan et de ce fait dispensés de l'obtention préalable d'un permis d'urbanisme;
4° lorsqu'il ne dispense pas lui-même de permis d'urbanisme en application du 3°, les conditions moyennant lesquelles des actes et travaux peuvent être posés ou accomplis en étant soit dispensés de permis d'urbanisme, soit dispensés de l'avis de la Commission royale des monuments et des sites, de l'avis du Collège des Bourgmestre et Echevins de la commune, des mesures particulières de publicité et/ou de l'avis de la commission de concertation;
5° les éventuelles dérogations aux exigences de performances énergétiques au sens de l'ordonnance du 7 juin 2007 relative à la performance énergétique et au climat intérieur des bâtiments, accordées pour le bien considéré au terme d'une mise en balance opérée entre l'intérêt de la conservation du patrimoine d'une part et l'objectif d'améliorer les performances énergétiques et de climat intérieur de ce bien d'autre part;
6° les actes et travaux pouvant bénéficier de subsides en application de l'article 240, § 1er et, le cas échéant, les subventions ou taux de subvention majorés dans les cas qu'il énumère par dérogation aux règles prises en exécution de cette disposition.
Section III. - Procédure d'élaboration
Art. 242/3. Que la demande émane d'un tiers ou que la procédure soit initiée par le Gouvernement, l'administration établit un rapport circonstancié sur l'intérêt d'établir un plan de gestion, et si cet intérêt est reconnu, sur son objet, sa portée, ainsi que sur l'objet et l'étendue des études préalables visées à l'article 242/5, troisième alinéa, 2°, en fonction des actes et travaux envisagés, de la nature du bien immobilier concerné ainsi que des éléments techniques à utiliser.
Art. 242/4. La demande d'un tiers d'élaborer un plan de gestion patrimoniale et/ou le rapport visé à l'article 242/3 est soumis pour avis à la Commission royale des monuments et des sites. Si la demande émane d'un tiers, cette consultation s'effectue dans les quarante-cinq jours de l'accusé de réception du dossier complet.
La Commission royale des monuments et des sites émet son avis dans les quarante-cinq jours de la notification de la demande d'avis. Si ce délai n'est pas respecté, l'avis est réputé favorable.
Dans les nonante jours après réception de l'avis de la Commission royale des Monuments et des Sites ou après expiration du délai visé à l'alinéa 2, le Gouvernement se prononce sur la demande et arrête, le cas échéant, les modalités de réalisation du plan de gestion patrimoniale. Si la demande émane d'un tiers, le Gouvernement notifie sa décision au demandeur par lettre recommandée à la poste.
Art. 242/5. Le Gouvernement élabore le projet de plan de gestion patrimoniale sur la base des modalités qu'il a établies et réalise, s'il échet, un rapport sur ses incidences environnementales conformément à l'ordonnance du 18 mars 2004 relative à l'évaluation des incidences de certains plans et programmes sur l'environnement, sous réserve des dispositions particulières prévues à la présente section.
Les renseignements recueillis à l'occasion de l'adoption de l'arrêté de classement ou d'inscription sur la liste de sauvegarde ou les renseignements utiles concernant les incidences sur l'environnement recueillis à l'occasion de l'octroi d'un permis d'urbanisme peuvent être utilisés dans ce cadre.
Le projet de plan de gestion patrimoniale contient, en fonction de leur pertinence par rapport aux interventions envisagées :
1° une note d'intentions explicitant l'objet et les objectifs du plan de gestion patrimoniale;
2° les études préalables :
a) une description de l'état physique du bien et des désordres constatés;
b) une analyse historique, scientifique, technique et matérielle du bien concerné par les actes et travaux;
c) la définition des principes et des options des interventions;
d) une étude de stabilité lorsque les actes et travaux sont susceptibles d'y porter atteinte;
e) lorsque les actes et travaux visés par le plan ont un impact sur la performance énergétique des bâtiments concernés, une évaluation de l'amélioration de ces performances en regard des objectifs de l'ordonnance du 7 juin 2007 relative à la performance énergétique et au climat intérieur des bâtiments;
3° les plans et relevés suivants :
a) les plans généraux d'intervention;
b) le relevé précis des éléments architecturaux ou de végétation existants en cas de remplacement, démontage ou modification de ces éléments;
c) les plans de détails d'exécution indiquant l'emprise et la localisation exacte de chaque catégorie de travaux;
4° une description précise des travaux et des techniques prévues contenant les précisions suivantes :
a) chaque catégorie de travaux et au sein de chaque catégorie de travaux, chaque poste doit être décrit, localisé et repris sous une numérotation distincte;
b) chaque poste doit être décrit avec la plus grande précision possible en ce qui concerne :
- la nature des matériaux ou des végétaux mis en oeuvre;
- les techniques utilisées;
5° le cas échéant un plan d'action et de phasage des interventions.
Art. 242/6. Le Gouvernement soumet le projet de plan de gestion patrimoniale ainsi que le rapport sur les incidences environnementales éventuellement requis à l'enquête publique sur le territoire de la commune ou des communes sur lequel ou lesquels le bien concerné est situé conformément aux modalités prescrites pour les enquêtes publiques relatives aux demandes de permis d'urbanisme.
Si le projet est soumis à l'établissement d'un rapport préalable sur ses incidences environnementales, l'enquête publique se tient, par dérogation à l'article 11 de l'ordonnance du 18 mars 2004 relative à l'évaluation des incidences de certains plans et programmes sur l'environnement, selon les modalités d'enquête publique visées au premier alinéa.
A l'expiration du délai d'enquête, la commune ou les communes sur le territoire de laquelle ou desquelles le bien concerné est situé, disposent d'un délai de trente jours pour émettre un avis. Passé ce délai, l'avis est réputé favorable.
Art. 242/7. Lorsque des dérogations sont accordées en vertu de l'article 242/2, deuxième alinéa, 5°, le plan est soumis à l'avis de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement au moment où il est soumis à l'enquête publique. L'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement émet son avis dans les quarante-cinq jours de la notification par le Gouvernement de la demande d'avis. Passé ce délai, la procédure est poursuivie.
Art. 242/8. Après avoir recueilli l'avis de la Commission royale des monuments et des sites selon les modalités visées aux articles 11, § 3 et 177, § 2, le Gouvernement arrête définitivement le plan de gestion patrimoniale et détermine, le cas échéant, les modalités de subvention, comme visées à l'article 242/2, deuxième alinéa, 6°.
Par dérogation à l'article 177, § 2, la Commission royale des monuments et des sites émet son avis dans les quarante-cinq jours de la notification de la demande par le Gouvernement.
Dans l'hypothèse où l'avis de la Commission est partiellement défavorable mais sans mettre en cause l'essence même du projet, la procédure peut être poursuivie en adaptant le projet à cet avis.
Art. 242/9. Le plan de gestion patrimoniale entre en vigueur dans le délai fixé par le Gouvernement, ou à défaut, un mois après sa publication au Moniteur belge.
Section IV. - Procédure de modification
Art. 242/10. Le Gouvernement décide de la modification d'un plan de gestion patrimoniale par arrêté motivé.
Art. 242/11. La procédure de modification est soumise aux dispositions de la section III.
Section V. - Effets
Art. 242/12. Les dispositions du plan de gestion patrimoniale relatives aux éléments visés à l'article 242/2, deuxième alinéa, 3° à 6°, ont valeur réglementaire.
Les autres dispositions du plan sont indicatives.
Section VI. - Informations relatives à la mise en oeuvre du plan
Art. 242/13. Les propriétaires, occupants ou tout tiers concerné sont tenus d'informer l'administration des monuments et des sites de l'exécution des actes ou travaux autorisés par le plan de gestion patrimoniale au moins un mois avant le début de leur exécution.
Section VII. - Arrêtés d'exécution
Art. 242/14. Le Gouvernement adopte les arrêtés d'exécution du présent chapitre, notamment pour préciser s'il échet la forme des avis des instances consultatives qui y sont visés, la procédure d'examen des demandes introduites en vue d'entamer l'élaboration d'un plan de gestion patrimoniale ainsi que les modalités de contrôle, par l'administration, de la mise en oeuvre de ces plans et des actes et/ou travaux autorisés par ceux-ci. ".
" CHAPITRE VIbis. - Plan de gestion patrimoniale
Section Ire. - Généralités
Art. 242/1. § 1er. Le Gouvernement peut fixer, soit d'initiative, soit à la requête d'un tiers, un plan de gestion patrimoniale déterminant, à propos d'un ensemble, un immeuble à étages multiples ou un site classé ou inscrit sur la liste de sauvegarde, les objectifs de conservation à atteindre, les moyens et travaux pour y parvenir ainsi que les conditions de gestion globale aux fins d'assurer la conservation harmonieuse de ce bien relevant du patrimoine immobilier concerné.
Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
1° ensemble : tout groupe de biens immobiliers qui, outre les caractéristiques définies à l'article 206, 1°, b), présente une répétitivité ou une cohérence importante de ses éléments architecturaux principaux;
2° immeuble à étages multiples : tout immeuble qui dispose de plusieurs étages et présente une répétitivité ou une cohérence importante de ses éléments architecturaux principaux et qui dépend de plusieurs propriétaires;
3° site : toute oeuvre de la nature ou de l'homme ou toute oeuvre combinée de l'homme et de la nature qui, outre les caractéristiques définies à l'article 206, 1°, c) présente une répétitivité ou une cohérence importante de ses éléments principaux.
§ 2. - Le Gouvernement arrête la forme, le contenu et la procédure de demande d'élaboration d'un plan de gestion patrimoniale introduite par un tiers.
Si la demande émane de plus d'une personne, la demande indique la personne représentant l'ensemble des demandeurs et chez qui il est fait élection de domicile pour les suites de la procédure.
Dans les vingt jours de la réception de la demande, l'administration adresse au demandeur, par pli recommandé à la poste, un accusé de réception si le dossier est complet. Dans le cas contraire, elle l'informe dans les mêmes conditions que le dossier n'est pas complet en indiquant les documents ou renseignements manquants; l'administration délivre l'accusé de réception dans les vingt jours de la réception de ces documents ou renseignements.
Section II. - Contenu
Art. 242/2. Le plan de gestion patrimoniale constitue un instrument de gestion globale visant la conservation cohérente, harmonieuse et homogène du bien relevant du patrimoine immobilier concerné.
Il contient une étude globale du bien visé en tenant compte des analyses approfondies effectuées à son propos et détermine :
1° les objectifs généraux de conservation de ce bien au sens de l'article 206, 2° ;
2° les moyens à mettre en oeuvre pour atteindre ces objectifs;
3° les actes et travaux pouvant être réalisés en exécution de ce plan et de ce fait dispensés de l'obtention préalable d'un permis d'urbanisme;
4° lorsqu'il ne dispense pas lui-même de permis d'urbanisme en application du 3°, les conditions moyennant lesquelles des actes et travaux peuvent être posés ou accomplis en étant soit dispensés de permis d'urbanisme, soit dispensés de l'avis de la Commission royale des monuments et des sites, de l'avis du Collège des Bourgmestre et Echevins de la commune, des mesures particulières de publicité et/ou de l'avis de la commission de concertation;
5° les éventuelles dérogations aux exigences de performances énergétiques au sens de l'ordonnance du 7 juin 2007 relative à la performance énergétique et au climat intérieur des bâtiments, accordées pour le bien considéré au terme d'une mise en balance opérée entre l'intérêt de la conservation du patrimoine d'une part et l'objectif d'améliorer les performances énergétiques et de climat intérieur de ce bien d'autre part;
6° les actes et travaux pouvant bénéficier de subsides en application de l'article 240, § 1er et, le cas échéant, les subventions ou taux de subvention majorés dans les cas qu'il énumère par dérogation aux règles prises en exécution de cette disposition.
Section III. - Procédure d'élaboration
Art. 242/3. Que la demande émane d'un tiers ou que la procédure soit initiée par le Gouvernement, l'administration établit un rapport circonstancié sur l'intérêt d'établir un plan de gestion, et si cet intérêt est reconnu, sur son objet, sa portée, ainsi que sur l'objet et l'étendue des études préalables visées à l'article 242/5, troisième alinéa, 2°, en fonction des actes et travaux envisagés, de la nature du bien immobilier concerné ainsi que des éléments techniques à utiliser.
Art. 242/4. La demande d'un tiers d'élaborer un plan de gestion patrimoniale et/ou le rapport visé à l'article 242/3 est soumis pour avis à la Commission royale des monuments et des sites. Si la demande émane d'un tiers, cette consultation s'effectue dans les quarante-cinq jours de l'accusé de réception du dossier complet.
La Commission royale des monuments et des sites émet son avis dans les quarante-cinq jours de la notification de la demande d'avis. Si ce délai n'est pas respecté, l'avis est réputé favorable.
Dans les nonante jours après réception de l'avis de la Commission royale des Monuments et des Sites ou après expiration du délai visé à l'alinéa 2, le Gouvernement se prononce sur la demande et arrête, le cas échéant, les modalités de réalisation du plan de gestion patrimoniale. Si la demande émane d'un tiers, le Gouvernement notifie sa décision au demandeur par lettre recommandée à la poste.
Art. 242/5. Le Gouvernement élabore le projet de plan de gestion patrimoniale sur la base des modalités qu'il a établies et réalise, s'il échet, un rapport sur ses incidences environnementales conformément à l'ordonnance du 18 mars 2004 relative à l'évaluation des incidences de certains plans et programmes sur l'environnement, sous réserve des dispositions particulières prévues à la présente section.
Les renseignements recueillis à l'occasion de l'adoption de l'arrêté de classement ou d'inscription sur la liste de sauvegarde ou les renseignements utiles concernant les incidences sur l'environnement recueillis à l'occasion de l'octroi d'un permis d'urbanisme peuvent être utilisés dans ce cadre.
Le projet de plan de gestion patrimoniale contient, en fonction de leur pertinence par rapport aux interventions envisagées :
1° une note d'intentions explicitant l'objet et les objectifs du plan de gestion patrimoniale;
2° les études préalables :
a) une description de l'état physique du bien et des désordres constatés;
b) une analyse historique, scientifique, technique et matérielle du bien concerné par les actes et travaux;
c) la définition des principes et des options des interventions;
d) une étude de stabilité lorsque les actes et travaux sont susceptibles d'y porter atteinte;
e) lorsque les actes et travaux visés par le plan ont un impact sur la performance énergétique des bâtiments concernés, une évaluation de l'amélioration de ces performances en regard des objectifs de l'ordonnance du 7 juin 2007 relative à la performance énergétique et au climat intérieur des bâtiments;
3° les plans et relevés suivants :
a) les plans généraux d'intervention;
b) le relevé précis des éléments architecturaux ou de végétation existants en cas de remplacement, démontage ou modification de ces éléments;
c) les plans de détails d'exécution indiquant l'emprise et la localisation exacte de chaque catégorie de travaux;
4° une description précise des travaux et des techniques prévues contenant les précisions suivantes :
a) chaque catégorie de travaux et au sein de chaque catégorie de travaux, chaque poste doit être décrit, localisé et repris sous une numérotation distincte;
b) chaque poste doit être décrit avec la plus grande précision possible en ce qui concerne :
- la nature des matériaux ou des végétaux mis en oeuvre;
- les techniques utilisées;
5° le cas échéant un plan d'action et de phasage des interventions.
Art. 242/6. Le Gouvernement soumet le projet de plan de gestion patrimoniale ainsi que le rapport sur les incidences environnementales éventuellement requis à l'enquête publique sur le territoire de la commune ou des communes sur lequel ou lesquels le bien concerné est situé conformément aux modalités prescrites pour les enquêtes publiques relatives aux demandes de permis d'urbanisme.
Si le projet est soumis à l'établissement d'un rapport préalable sur ses incidences environnementales, l'enquête publique se tient, par dérogation à l'article 11 de l'ordonnance du 18 mars 2004 relative à l'évaluation des incidences de certains plans et programmes sur l'environnement, selon les modalités d'enquête publique visées au premier alinéa.
A l'expiration du délai d'enquête, la commune ou les communes sur le territoire de laquelle ou desquelles le bien concerné est situé, disposent d'un délai de trente jours pour émettre un avis. Passé ce délai, l'avis est réputé favorable.
Art. 242/7. Lorsque des dérogations sont accordées en vertu de l'article 242/2, deuxième alinéa, 5°, le plan est soumis à l'avis de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement au moment où il est soumis à l'enquête publique. L'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement émet son avis dans les quarante-cinq jours de la notification par le Gouvernement de la demande d'avis. Passé ce délai, la procédure est poursuivie.
Art. 242/8. Après avoir recueilli l'avis de la Commission royale des monuments et des sites selon les modalités visées aux articles 11, § 3 et 177, § 2, le Gouvernement arrête définitivement le plan de gestion patrimoniale et détermine, le cas échéant, les modalités de subvention, comme visées à l'article 242/2, deuxième alinéa, 6°.
Par dérogation à l'article 177, § 2, la Commission royale des monuments et des sites émet son avis dans les quarante-cinq jours de la notification de la demande par le Gouvernement.
Dans l'hypothèse où l'avis de la Commission est partiellement défavorable mais sans mettre en cause l'essence même du projet, la procédure peut être poursuivie en adaptant le projet à cet avis.
Art. 242/9. Le plan de gestion patrimoniale entre en vigueur dans le délai fixé par le Gouvernement, ou à défaut, un mois après sa publication au Moniteur belge.
Section IV. - Procédure de modification
Art. 242/10. Le Gouvernement décide de la modification d'un plan de gestion patrimoniale par arrêté motivé.
Art. 242/11. La procédure de modification est soumise aux dispositions de la section III.
Section V. - Effets
Art. 242/12. Les dispositions du plan de gestion patrimoniale relatives aux éléments visés à l'article 242/2, deuxième alinéa, 3° à 6°, ont valeur réglementaire.
Les autres dispositions du plan sont indicatives.
Section VI. - Informations relatives à la mise en oeuvre du plan
Art. 242/13. Les propriétaires, occupants ou tout tiers concerné sont tenus d'informer l'administration des monuments et des sites de l'exécution des actes ou travaux autorisés par le plan de gestion patrimoniale au moins un mois avant le début de leur exécution.
Section VII. - Arrêtés d'exécution
Art. 242/14. Le Gouvernement adopte les arrêtés d'exécution du présent chapitre, notamment pour préciser s'il échet la forme des avis des instances consultatives qui y sont visés, la procédure d'examen des demandes introduites en vue d'entamer l'élaboration d'un plan de gestion patrimoniale ainsi que les modalités de contrôle, par l'administration, de la mise en oeuvre de ces plans et des actes et/ou travaux autorisés par ceux-ci. ".
Art.13. Artikel 249, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een 5° dat luidt als volgt :
" 5° alle andere sensibiliseringsmaatregelen die verband houden met archeologische peilingen, opgravingen en ontdekkingen. ".
" 5° alle andere sensibiliseringsmaatregelen die verband houden met archeologische peilingen, opgravingen en ontdekkingen. ".
Art.13. L'article 249, premier alinéa, du même Code est complété par un point 5° libellé comme suit :
" 5° toutes autres mesures de sensibilisation en matière de sondages, de fouilles et de découvertes archéologiques. ".
" 5° toutes autres mesures de sensibilisation en matière de sondages, de fouilles et de découvertes archéologiques. ".
Art.14. In artikel 298 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de Nederlandse versie wordt het eerste lid vervangen door de volgende tekst : " Voor de goederen die behoren tot het onroerend erfgoed dat volledig of deels beschermd is of ingeschreven op de bewaarlijst, en die hoofdzakelijk gebruikt worden als woning en niet worden verhuurd, of die uitsluitend gebruikt worden als voorziening inzake scholen, cultuur, sport, sociale aangelegenheden, gezondheid, erkende erediensten of lekenmoraal, geldt vrijstelling van onroerende voorheffing, in de volgende mate : ";
2° het vierde lid wordt geschrapt.
1° in de Nederlandse versie wordt het eerste lid vervangen door de volgende tekst : " Voor de goederen die behoren tot het onroerend erfgoed dat volledig of deels beschermd is of ingeschreven op de bewaarlijst, en die hoofdzakelijk gebruikt worden als woning en niet worden verhuurd, of die uitsluitend gebruikt worden als voorziening inzake scholen, cultuur, sport, sociale aangelegenheden, gezondheid, erkende erediensten of lekenmoraal, geldt vrijstelling van onroerende voorheffing, in de volgende mate : ";
2° het vierde lid wordt geschrapt.
Art.14. Dans l'article 298 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la version néerlandaise, le premier alinéa est remplacé par le texte suivant : " Voor de goederen die behoren tot het onroerend erfgoed dat volledig of deels beschermd is of ingeschreven op de bewaarlijst, en die hoofdzakelijk gebruikt worden als woning en niet worden verhuurd, of die uitsluitend gebruikt worden als voorziening inzake scholen, cultuur, sport, sociale aangelegenheden, gezondheid, erkende erediensten of lekenmoraal, geldt vrijstelling van onroerende voorheffing, in de volgende mate : ";
2° le quatrième l'alinéa est supprimé.
1° dans la version néerlandaise, le premier alinéa est remplacé par le texte suivant : " Voor de goederen die behoren tot het onroerend erfgoed dat volledig of deels beschermd is of ingeschreven op de bewaarlijst, en die hoofdzakelijk gebruikt worden als woning en niet worden verhuurd, of die uitsluitend gebruikt worden als voorziening inzake scholen, cultuur, sport, sociale aangelegenheden, gezondheid, erkende erediensten of lekenmoraal, geldt vrijstelling van onroerende voorheffing, in de volgende mate : ";
2° le quatrième l'alinéa est supprimé.
Art.15. Artikel 300, 6°, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de volgende woorden :
" of om de verordenende voorschriften na te leven van een beheersplan voor erfgoed bedoeld in hoofdstuk VIbis van Titel V. ".
" of om de verordenende voorschriften na te leven van een beheersplan voor erfgoed bedoeld in hoofdstuk VIbis van Titel V. ".
Art.15. L'article 300, 6° du même Code est complété par les mots qui suivent :
" ou de ne pas respecter les prescriptions réglementaires d'un plan de gestion patrimoniale visé au chapitre VIbis du Titre V. ".
" ou de ne pas respecter les prescriptions réglementaires d'un plan de gestion patrimoniale visé au chapitre VIbis du Titre V. ".
Art.16. Artikel 58 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de als volgt opgestelde nieuwe leden :
" De Regering kan, onder de voorwaarden bedoeld in artikel 54 en bij een met redenen omkleed besluit, beslissen om een bijzonder bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk op te heffen.
In dat geval, verzoekt ze de gemeenteraad om daartoe over te gaan overeenkomstig de bepalingen in deze afdeling en legt ze de termijnen vast waarbinnen de gemeenteraad haar ter goedkeuring de beslissing moet voorleggen om het bijzonder bestemmingsplan op te heffen, een openbaar onderzoek op te starten en het volledige dossier over te maken ter goedkeuring van de beslissing om overeenkomstig artikel 61 over te gaan tot de opheffing.
Indien de gemeenteraad het verzoek van de Regering heeft afgewezen of de opgelegde termijnen niet heeft nageleefd, kan de Regering in zijn plaats het bijzonder bestemmingsplan opheffen volgens de in deze afdeling voorziene procedure. ".
" De Regering kan, onder de voorwaarden bedoeld in artikel 54 en bij een met redenen omkleed besluit, beslissen om een bijzonder bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk op te heffen.
In dat geval, verzoekt ze de gemeenteraad om daartoe over te gaan overeenkomstig de bepalingen in deze afdeling en legt ze de termijnen vast waarbinnen de gemeenteraad haar ter goedkeuring de beslissing moet voorleggen om het bijzonder bestemmingsplan op te heffen, een openbaar onderzoek op te starten en het volledige dossier over te maken ter goedkeuring van de beslissing om overeenkomstig artikel 61 over te gaan tot de opheffing.
Indien de gemeenteraad het verzoek van de Regering heeft afgewezen of de opgelegde termijnen niet heeft nageleefd, kan de Regering in zijn plaats het bijzonder bestemmingsplan opheffen volgens de in deze afdeling voorziene procedure. ".
Art.16. L'article 58 du même Code, est complété par les alinéas nouveaux rédigés comme suit :
" Le Gouvernement peut, dans les conditions visées à l'article 54 et par arrêté motivé, décider l'abrogation totale ou partielle d'un plan particulier d'affectation du sol.
Dans ce cas, il invite le conseil communal à y procéder conformément à la présente section et fixe les délais dans lesquels le conseil communal doit lui soumettre pour approbation la décision d'abrogation du plan particulier d'affectation du sol, de la mise à l'enquête publique et de la transmission du dossier complet pour approbation de la décision d'abroger conformément à l'article 61.
Dans le cas où le conseil communal a rejeté l'invitation du Gouvernement ou n'a pas respecté les délais qui lui sont imposés, ce dernier peut se substituer à lui pour abroger le plan particulier d'affectation du sol, selon la procédure prévue à la présente section. ".
" Le Gouvernement peut, dans les conditions visées à l'article 54 et par arrêté motivé, décider l'abrogation totale ou partielle d'un plan particulier d'affectation du sol.
Dans ce cas, il invite le conseil communal à y procéder conformément à la présente section et fixe les délais dans lesquels le conseil communal doit lui soumettre pour approbation la décision d'abrogation du plan particulier d'affectation du sol, de la mise à l'enquête publique et de la transmission du dossier complet pour approbation de la décision d'abroger conformément à l'article 61.
Dans le cas où le conseil communal a rejeté l'invitation du Gouvernement ou n'a pas respecté les délais qui lui sont imposés, ce dernier peut se substituer à lui pour abroger le plan particulier d'affectation du sol, selon la procédure prévue à la présente section. ".
Art.17. In artikel 59, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° een eerste lid wordt toegevoegd, luidend :
" Onverminderd de in deze afdeling bepaalde procedure, zijn de artikelen 43 tot 47, betreffende de evaluatie van de milieueffecten van de ontwerpen van bijzondere bestemmingsplannen, van toepassing bij hun opheffing. ";
2° in het eerste lid, dat voortaan het tweede lid is, worden de woorden " een plan van de beoogde perimeter in geval van een gedeeltelijke opheffing, het verslag over de milieueffecten als dat verslag vereist wordt " ingevoegd tussen de woorden " bijzonder bestemmingsplan op te heffen, vergezeld van " en de woorden " een verslag waarin de opheffing van het bijzonder bestemmingsplan wordt verantwoord. ";
3° in fine van het eerste lid, dat voortaan het tweede lid is, wordt de volgende zin toegevoegd :
" In het geval bedoeld in artikel 58, laatste lid, wordt het verslag dat de opheffing van het bijzonder bestemmingsplan verantwoordt in plaats van de wijziging ervan opgesteld door de Regering. ".
1° een eerste lid wordt toegevoegd, luidend :
" Onverminderd de in deze afdeling bepaalde procedure, zijn de artikelen 43 tot 47, betreffende de evaluatie van de milieueffecten van de ontwerpen van bijzondere bestemmingsplannen, van toepassing bij hun opheffing. ";
2° in het eerste lid, dat voortaan het tweede lid is, worden de woorden " een plan van de beoogde perimeter in geval van een gedeeltelijke opheffing, het verslag over de milieueffecten als dat verslag vereist wordt " ingevoegd tussen de woorden " bijzonder bestemmingsplan op te heffen, vergezeld van " en de woorden " een verslag waarin de opheffing van het bijzonder bestemmingsplan wordt verantwoord. ";
3° in fine van het eerste lid, dat voortaan het tweede lid is, wordt de volgende zin toegevoegd :
" In het geval bedoeld in artikel 58, laatste lid, wordt het verslag dat de opheffing van het bijzonder bestemmingsplan verantwoordt in plaats van de wijziging ervan opgesteld door de Regering. ".
Art.17. A l'article 59, alinéa 1er, du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° un alinéa 1er, rédigé comme suit, est ajouté :
" Sans préjudice de la procédure prévue à la présente section, les articles 43 à 47, relatifs à l'évaluation des incidences sur l'environnement des projets de plans particuliers d'affectation du sol sont applicables à leur abrogation. ";
2° à l'alinéa 1er, désormais alinéa 2, les mots " d'un plan du périmètre visé en cas d'abrogation partielle, du rapport sur les incidences environnementales lorsque ce rapport est requis et " sont insérés entre les mots " un plan particulier d'affectation du sol, accompagné " et " d'un rapport qui justifie l'abrogation du plan particulier d'affectation du sol. ";
3° in fine de l'alinéa 1er, désormais alinéa 2, la phrase suivante est ajoutée :
" Sous le cas visé à l'article 58, dernier alinéa, le rapport qui justifie l'abrogation du plan particulier d'affectation du sol en lieu et place de sa modification est établi par le Gouvernement. ".
1° un alinéa 1er, rédigé comme suit, est ajouté :
" Sans préjudice de la procédure prévue à la présente section, les articles 43 à 47, relatifs à l'évaluation des incidences sur l'environnement des projets de plans particuliers d'affectation du sol sont applicables à leur abrogation. ";
2° à l'alinéa 1er, désormais alinéa 2, les mots " d'un plan du périmètre visé en cas d'abrogation partielle, du rapport sur les incidences environnementales lorsque ce rapport est requis et " sont insérés entre les mots " un plan particulier d'affectation du sol, accompagné " et " d'un rapport qui justifie l'abrogation du plan particulier d'affectation du sol. ";
3° in fine de l'alinéa 1er, désormais alinéa 2, la phrase suivante est ajoutée :
" Sous le cas visé à l'article 58, dernier alinéa, le rapport qui justifie l'abrogation du plan particulier d'affectation du sol en lieu et place de sa modification est établi par le Gouvernement. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de ordonnantie van 14 mei 2009 tot wijziging van de ordonnantie van 13 mei 2004 houdende ratificatie van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening
CHAPITRE 2. - Modification de l'ordonnance du 14 mai 2009 modifiant l'ordonnance du 13 mai 2004 portant ratification du Code bruxellois de l'aménagement du territoire
Art.18. Artikel 123 van de ordonnantie van 14 mei 2009 tot wijziging van de ordonnantie van 13 mei 2004 houdende ratificatie van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening wordt aangevuld met een lid dat luidt als volgt : " Artikel 112 wordt evenwel van kracht één jaar na de bekendmaking van deze ordonnantie in het Belgisch Staatsblad. ".
Art.18. L'article 123 de l'ordonnance du 14 mai 2009 modifiant l'ordonnance du 13 mai 2004 portant ratification du Code bruxellois de l'aménagement du territoire est complété par un alinéa rédigé comme suit : " Toutefois, l'article 112 entre en vigueur un an après la publication de la présente ordonnance au Moniteur belge. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's
CHAPITRE 3. - Modification de l'ordonnance du 18 mars 2004 relative à l'évaluation des incidences de certains plans et programmes sur l'environnement
Art.19. Volgende wijzigingen worden aangebracht aan de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's :
1° Artikel 5, § 1, wordt aangevuld met een littera c), luidend als volgt : " c) die een beheersplan voor erfgoed uitmaken bedoeld in hoofdstuk VIbis van titel V van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening. ".
2° Aan artikel 6, § 2, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt :
" De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag. Bij ontstentenis, worden de adviezen geacht ervan uit te gaan dat het plan of programma niet van die aard is aanzienlijke gevolgen te kunnen hebben voor het milieu. Ten minste de helft van de termijn van dertig dagen valt buiten de periodes van de schoolvakanties. ".
3° Artikel 10, § 2, tweede lid wordt aangevuld met een 7°, luidend als volgt : " 7° voor het beheersplan voor erfgoed bedoeld in hoofdstuk VIbis van titel V van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening : het Brussels Instituut voor Milieubeheer, behalve indien dit Instituut de uitwerker is van het voorstel om een beheersplan voor erfgoed op te maken, in welk geval de te raadplegen autoriteit de Raad voor het Leefmilieu is. ".
1° Artikel 5, § 1, wordt aangevuld met een littera c), luidend als volgt : " c) die een beheersplan voor erfgoed uitmaken bedoeld in hoofdstuk VIbis van titel V van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening. ".
2° Aan artikel 6, § 2, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt :
" De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag. Bij ontstentenis, worden de adviezen geacht ervan uit te gaan dat het plan of programma niet van die aard is aanzienlijke gevolgen te kunnen hebben voor het milieu. Ten minste de helft van de termijn van dertig dagen valt buiten de periodes van de schoolvakanties. ".
3° Artikel 10, § 2, tweede lid wordt aangevuld met een 7°, luidend als volgt : " 7° voor het beheersplan voor erfgoed bedoeld in hoofdstuk VIbis van titel V van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening : het Brussels Instituut voor Milieubeheer, behalve indien dit Instituut de uitwerker is van het voorstel om een beheersplan voor erfgoed op te maken, in welk geval de te raadplegen autoriteit de Raad voor het Leefmilieu is. ".
Art.19. Dans l'ordonnance du 18 mars 2004 relative à l'évaluation des incidences de certains plans et programmes sur l'environnement, sont apportées les modifications suivantes :
1° L'article 5, § 1er est complété par un littera c) libellé comme suit : " c) constituant un plan de gestion patrimoniale visé au chapitre VIbis du titre V du Code bruxellois de l'Aménagement du Territoire. ".
2° A l'article 6, § 2, il est ajouté un deuxième alinéa libellé comme suit :
" Les avis sont transmis dans les trente jours de la demande. A défaut, les avis sont réputés considérer que le plan ou programme n'est pas susceptible d'avoir des incidences notables sur l'environnement. La moitié au moins du délai de trente jours se situe en dehors des périodes de vacances scolaires. ".
3° L'article 10, § 2, deuxième alinéa est complété par un 7° libellé comme suit : " 7° pour le plan de gestion patrimoniale visé au chapitre VIbis du titre V du Code bruxellois de l'aménagement du territoire : l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement, sauf si cet Institut est l'auteur de la proposition d'établir un plan de gestion patrimoniale, auquel cas l'autorité à consulter est le Conseil de l'environnement. ".
1° L'article 5, § 1er est complété par un littera c) libellé comme suit : " c) constituant un plan de gestion patrimoniale visé au chapitre VIbis du titre V du Code bruxellois de l'Aménagement du Territoire. ".
2° A l'article 6, § 2, il est ajouté un deuxième alinéa libellé comme suit :
" Les avis sont transmis dans les trente jours de la demande. A défaut, les avis sont réputés considérer que le plan ou programme n'est pas susceptible d'avoir des incidences notables sur l'environnement. La moitié au moins du délai de trente jours se situe en dehors des périodes de vacances scolaires. ".
3° L'article 10, § 2, deuxième alinéa est complété par un 7° libellé comme suit : " 7° pour le plan de gestion patrimoniale visé au chapitre VIbis du titre V du Code bruxellois de l'aménagement du territoire : l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement, sauf si cet Institut est l'auteur de la proposition d'établir un plan de gestion patrimoniale, auquel cas l'autorité à consulter est le Conseil de l'environnement. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud
CHAPITRE 4. - Modification de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature
Art.20. In artikel 50, § 3, vierde lid van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud, worden de woorden " in toepassing van artikel 98, § 2/2 of 175, 4°, van het BWRO " vervangen door de woorden " in toepassing van hoofdstuk VIbis van titel V van het BWRO of van artikel 175, 4° van dit Wetboek ".
Art.20. A l'article 50, § 3, quatrième alinéa de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature, les mots " en application de l'article 98, § 2/2 ou 175, 4° du CoBAT " sont remplacés par les mots " en application du chapitre VIbis du titre V du CoBAT ou de l'article 175, 4° de ce Code ".
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Art. 21. Deze ordonnantie treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 6 treedt in werking de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Artikel 6 treedt in werking de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Art. 21. La présente ordonnance entre en vigueur le premier jour du deuxième mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.
L'article 6 entre en vigueur le premier jour qui suit sa publication au Moniteur belge.
L'article 6 entre en vigueur le premier jour qui suit sa publication au Moniteur belge.
Brussel, 15 maart 2013.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking,
Ch. PICQUE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Stadsvernieuwing, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp en Huisvesting,
Mevr. E. HUYTEBROECK
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken en Vervoer,
Mevr. B. GROUWELS
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Wetenschappelijk Onderzoek,
Mevr. C. FREMAULT
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking,
Ch. PICQUE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Stadsvernieuwing, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp en Huisvesting,
Mevr. E. HUYTEBROECK
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken en Vervoer,
Mevr. B. GROUWELS
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Wetenschappelijk Onderzoek,
Mevr. C. FREMAULT
Promulguons la présente ordonnance, ordonnons qu'elle soit publiée au Moniteur belge.
Bruxelles, le 15 mars 2013.
Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du Territoire, des Monuments et Sites, et de la Propreté publique et de la Coopération au Développement,
Ch. PICQUE
Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée des Finances, du Budget, la Fonction publique et des Relations extérieures,
G. VANHENGEL
La Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée de l'Environnement, de l'Energie et de la Politique de l'Eau, de la Rénovation urbaine, de la Lutte contre l'Incendie et l'Aide médicale urgente et du Logement,
Mme E. HUYTEBROECK
La Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée des Travaux publics et des Transports,
Mme B. GROUWELS
La Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Emploi, de l'Economie, de la Recherche scientifique,
Mme C. FREMAULT
Bruxelles, le 15 mars 2013.
Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du Territoire, des Monuments et Sites, et de la Propreté publique et de la Coopération au Développement,
Ch. PICQUE
Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée des Finances, du Budget, la Fonction publique et des Relations extérieures,
G. VANHENGEL
La Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée de l'Environnement, de l'Energie et de la Politique de l'Eau, de la Rénovation urbaine, de la Lutte contre l'Incendie et l'Aide médicale urgente et du Logement,
Mme E. HUYTEBROECK
La Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée des Travaux publics et des Transports,
Mme B. GROUWELS
La Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Emploi, de l'Economie, de la Recherche scientifique,
Mme C. FREMAULT