1° voorzien in artikel 40 van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffingvan misdrijven inzake leefmilieu;
2° voorzien in artikel 32, § 4, van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
3° voorzien in artikel 24, § 3, van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
4° voorzien in artikel 152 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;
5° voorzien in artikel 240 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;
6° voorzien in artikel 305 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;
7° voorzien in artikel 308 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;
8° voorzien in artikel 313septies van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;
9° voorzien in artikel 33, § 5, van de ordonnantie van 7 juni 2007 houdende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen;
10° [5 voorzien in artikel 88, § 1, van de ordonnantie van 3 mei 2018 betreffende de bouwplaatsen op de openbare weg;]5
[4 11° voorzien in artikel 9, § 9 van de ordonnantie van 3 april 2014 betreffende de co-existentie van genetisch gemodificeerde teelten met gangbare en biologische teelten.]4
[1 12° voorzien in artikel 10 van de Brusselse Huisvestingscode;
13° voorzien in artikel 20 van de Brusselse Huisvestingscode;
14° voorzien in artikel 126 van de Brusselse Huisvestingscode;
15° voorzien in artikel 190 van de Brusselse Huisvestingscode;]1
[2 16° voorzien in artikel 313/10 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;]2
[3 17° voorzien in artikel 30/3 van de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.]3
In geval van afwezigheid van de rekenplichtige van de ontvangsten belast met fiscale zaken, worden de bevoegdheden bedoeld in het vorige lid uitgeoefend door de plaatsvervangende rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken.