Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 DECEMBER 2012. - Ordonnantie tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-02-2013 en tekstbijwerking tot 31-07-2023)
Titre
21 DECEMBRE 2012. - Ordonnance établissant la procédure fiscale en Région de Bruxelles-Capitale(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-02-2013 et mise à jour au 31-07-2023)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (99)
Texte (99)
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
TITEL I. - Procedure van de gewestbelastingen
TITRE Ier. - Procédure des taxes régionales
HOOFDSTUK I. - Inleiding
CHAPITRE Ier. - Préambule
Art.2. De in deze titel vervatte bepalingen zijn van toepassing op :
  1° [1 de belastingen opgelegd door de ordonnantie van 23 juli 1992 betreffende gewestbelasting ten laste van houders van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen;]1
  2° de belastingen opgelegd door de ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de overname van de provinciale fiscaliteit.
  
Art.2. Les dispositions contenues dans ce titre sont d'application :
  1° [1 à la taxe prévue par l'ordonnance du 23 juillet 1992 relative à la taxe régionale à charge de titulaires de droits réels sur certains immeubles;]1
  2° aux taxes prévues par l'ordonnance du 22 décembre 1994 relative à la reprise de la fiscalité provinciale.
  
Art.3. In het kader van de toepassing van deze titel dienen de hierna opgesomde begrippen als volgt te worden begrepen :
  1° gewestbelastingen : de in artikel 2 bedoelde belastingen;
  2° belastingjaar : het jaar waarvoor de belasting verschuldigd is.
Art.3. Dans le cadre de l'application de ce titre, les termes énumérés ci-après doivent être compris comme suit :
  1° taxes régionales : les taxes visées à l'article 2;
  2° l'exercice d'imposition : l'année pour laquelle la taxe est due.
Art.4. De gewestbelastingen zijn verschuldigd op basis van de toestand op 1 januari van het belastingjaar.
  Indien meerdere personen samen eenzelfde gewestbelasting verschuldigd zijn, dan zijn deze hoofdelijk gehouden tot de betaling ervan.
Art.4. Les taxes régionales sont dues sur base de la situation existante au 1er janvier de l'exercice d'imposition.
  Si plusieurs personnes sont redevables de la taxe régionale, elles sont solidairement tenues du paiement de cette taxe.
HOOFDSTUK II. - Aangifte van de gewestbelastingen
CHAPITRE II. - Déclaration des taxes régionales
Art.5. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn slechts van toepassing op de gewestbelastingen op aangifte.
Art.5. Les dispositions de ce chapitre s'appliquent uniquement aux taxes régionales sur déclaration.
Art.6. § 1. Het Gewest dient de belastingplichtigen jaarlijks een aangifteformulier ter beschikking te stellen.
  Deze belastingplichtigen dienen het aangifteformulier ingevuld en ondertekend terug te bezorgen aan de administratie binnen de dertig dagen nadat het hen werd ter beschikking gesteld. De ondertekening van het formulier mag elektronisch gebeuren.
  De modaliteiten van ter beschikkingstelling en terugbezorging worden bepaald door de regering.
  § 2. De belastingplichtige van een gewestbelasting op aangifte die op 1 oktober van het belastingjaar nog geen aangifte ter beschikking gesteld kreeg, dient er zelf een aan te vragen voor 31 december van dat jaar.
Art.6. § 1er. La Région adresse annuellement aux redevables un formulaire de déclaration.
  Ces redevables renvoient le formulaire de déclaration complété et signé à l'administration dans les trente jours de sa mise à disposition. La signature du formulaire peut être électronique.
  Les modalités de mise à disposition et de renvoi sont arrêtées par le gouvernement.
  § 2. Le redevable d'une taxe régionale sur déclaration qui n'a pas reçu de formulaire de déclaration au 1er octobre de l'exercice d'imposition, est tenu d'en réclamer un avant le 31 décembre de cette année.
Art.7. De regering wijst de ambtenaren aan die belast zijn met de ontvangst en het nazicht van de aangifte van de belastingplichtigen.
Art.7. Le gouvernement désigne les fonctionnaires chargés de recevoir et de vérifier la déclaration des redevables.
Art.8. In geval van vergissingen of onvolledigheden in de aangifte van de belastingplichtige, gaan de ambtenaren bedoeld in artikel 7 over tot de rechtzetting van de aangifte; de rechtzetting wordt aan de belastingplichtige ter kennis gebracht binnen een termijn van acht maanden na de ontvangst van de aangifte. Deze kennisgeving gebeurt bij een aangetekende postzending of een elektronische aangetekende zending.
Art.8. En cas d'erreur ou d'omission dans la déclaration du redevable, les fonctionnaires visés à l'article 7, procèdent à la rectification de la déclaration; la rectification est notifiée au redevable dans un délai de huit mois à compter du jour de la réception de la déclaration. Cette notification se réalise par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique.
Art.9. Wanneer de belastingplichtige zijn aangifte bedoeld in artikel 6 niet binnen de termijnen heeft ingediend of de verplichtingen hem opgelegd door deze ordonnantie of in uitvoering ervan niet heeft nageleefd, gaan de ambtenaren bedoeld in artikel 7 ambtshalve over tot de heffing van de door de belastingplichtige verschuldigde gewestbelasting op grond van de elementen waarover ze beschikken.
  Alvorens over te gaan tot de ambtshalve heffing, stellen de ambtenaren de belastingplichtigen in kennis van de motieven van de ambtshalve heffing en de elementen op basis waarvan de gewestbelasting zal worden geheven. Deze kennisgeving gebeurt bij een aangetekende postzending of een elektronische aangetekende zending.
  Binnen de dertig dagen te rekenen vanaf de zevende dag volgend op de toezending van deze kennisgeving, kan de belastingplichtige zijn schriftelijke opmerkingen overmaken; de gewestbelasting mag niet worden geheven vooraleer deze termijn is verstreken.
  Wanneer de belastingplichtige ambtshalve wordt belast, komt het hem toe, in geval van betwisting, te bewijzen dat de ambtshalve heffing overdreven is.
Art.9. Lorsque le redevable n'a pas remis dans les délais la déclaration dont question à l'article 6 ou ne s'est pas conformé aux obligations qui lui sont imposées par la présente ordonnance ou en exécution de celle-ci, les fonctionnaires visés à l'article 7 procèdent à l'établissement d'office de la taxe due par le redevable eu égard aux éléments dont ils disposent.
  Avant de procéder à la taxation d'office, les fonctionnaires notifient aux redevables les motifs de la taxation d'office et les éléments sur lesquels la taxe régionale est basée. Cette notification se réalise par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique.
  Dans les trente jours à compter du septième jour qui suit l'envoi de cette notification, le redevable peut faire valoir ses observations par écrit; la taxe ne peut être établie avant l'expiration de ce délai.
  Lorsque le redevable est taxé d'office, il lui incombe, en cas de contestation d'apporter la preuve du caractère exagéré de la taxation d'office.
HOOFDSTUK III. - De vestiging en vrijstelling van de gewestbelastingen
CHAPITRE III. - Etablissement et exonération des taxes régionales
Art.10. § 1. De gewestbelastingen worden geheven via kohier.
  De kohieren worden door de ambtenaar, die daartoe door de regering wordt aangewezen, uitvoerbaar verklaard, uiterlijk op 30 september van het eerste jaar volgend op het belastingjaar waarop zij betrekking hebben.
  In geval van ambtshalve heffing, zoals bedoeld in artikel 9, worden de kohieren uitvoerbaar verklaard, uiterlijk op 30 september van het derde jaar volgend op het belastingjaar waarop zij betrekking hebben.
  § 2. De kohieren vermelden ten minste :
  1. de naam van het Gewest;
  2. de naam, voornamen en het adres van de belastingplichtige of van één van de hoofdelijk gehouden belastingplichtigen indien er meerdere zijn;
  3. een verwijzing naar de ordonnantie waarin de belasting werd opgelegd;
  4. een verwijzing naar onderhavige ordonnantie;
  5. het bedrag van de belasting en het feit dat de opeisbaarheid rechtvaardigt;
  6. het belastingjaar;
  7. het nummer van het kohierartikel;
  8. de datum van uitvoerbaarverklaring.
  § 3. Het kohier mag elektronisch worden opgesteld en uitvoerbaar verklaard. De modaliteiten hiervoor worden vastgelegd door de regering.
Art.10. § 1er. Les taxes régionales sont perçues par voie de rôle.
  Les rôles sont rendus exécutoires par le fonctionnaire, désigné à cet effet par le gouvernement, au plus tard le 30 septembre de l'année qui suit l'exercice auquel ils se rapportent.
  Dans le cas de la taxation d'office, visée à l'article 9, les rôles sont rendus exécutoires au plus tard le 30 septembre de la troisième année qui suit l'exercice auquel ils se rapportent.
  § 2. Les rôles mentionnent au minimum :
  1. le nom de la Région;
  2. le nom, prénoms et adresse du redevable ou d'un des redevables tenus solidairement en cas de pluralité de redevables;
  3. une référence à l'ordonnance sur laquelle la taxation est basée;
  4. une référence à la présente ordonnance;
  5. le montant de la taxe et le fait qui en justifie l'exigibilité;
  6. l'exercice;
  7. le numéro de l'article du rôle;
  8. la date de l'exécutoire.
  § 3. Le rôle peut être établi et rendu exécutoire électroniquement. Les modalités sont fixées par le gouvernement.
Art.11. Een belastingplichtige die in aanmerking komt om te worden vrijgesteld van een gewestbelasting, moet deze vrijstelling, op straffe van nietigheid, aanvragen binnen de zes maanden te rekenen vanaf de zevende dag volgend op de verzending van het in artikel 12, § 1 bedoelde aanslagbiljet.
Art.11. Le redevable qui entre en ligne de compte pour être exonéré d'une taxe régionale, doit, à peine de nullité, demander cette exonération dans les six mois à compter du septième jour qui suit l'envoi de l'avertissement extrait de rôle visé à l'article 12, § 1er.
HOOFDSTUK IV. - Inning en invordering van de gewestbelastingen
CHAPITRE IV. - Perception et recouvrement des taxes régionales
Art.12. § 1. Zodra de kohieren uitvoerbaar verklaard zijn, wordt aan de betrokken belastingplichtigen een aanslagbiljet gezonden. Het aanslagbiljet is gedateerd en draagt de vermeldingen bedoeld in artikel 10, § 2.
  De gewestbelasting moet ten laatste twee maanden, te rekenen vanaf de zevende dag volgend op de verzending van het aanslagbiljet, worden betaald.
  § 2. In geval van niet-betaling wordt een herinneringsbrief verstuurd.
  In geval van niet-betaling binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de zevende dag volgend op de verzending van deze eerste herinneringsbrief, wordt een tweede herinneringsbrief bij aangetekende postzending of bij elektronische aangetekende zending verstuurd.
  Beide herinneringsbrieven zijn gedateerd en dragen de vermeldingen aangeduid in de eerste paragraaf.
  § 3. Indien de belastingplichtige hiermee instemt, kunnen de in § 1 bedoelde verzending van aanslagbiljet en de in § 2 bedoelde verzending van eerste herinnering worden vervangen door een elektronische terbeschikkingstelling of een elektronische verzending van deze documenten. Deze elektronische terbeschikkingstelling of elektronische verzending geldt dan als verzending in de zin van §§ 1 en 2. De modaliteiten van de elektronische verzending of terbeschikkingstelling worden bepaald door de regering.
Art.12. § 1er. Aussitôt que les rôles sont rendus exécutoires, un avertissement-extrait de rôle est adressé aux redevables concernés. L'avertissement-extrait de rôle est daté et porte les mentions visées à l'article 10, § 2.
  La taxe doit être payée au plus tard dans les deux mois à compter du septième jour [1 ...]1 qui suit l'envoi de l'avertissement-extrait de rôle.
  § 2. En cas de non-paiement, un rappel est envoyé.
  En cas de non-paiement endéans les trente jours à compter du septième jour qui suit l'envoi du premier rappel, un deuxième rappel est notifié par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique.
  Chacun des rappels est daté et porte les mentions indiquées au paragraphe premier.
  § 3. Si le redevable y consent, l'envoi de l'avertissement-extrait de rôle visé au § 1er et l'envoi du premier rappel visé au § 2 peuvent être remplacés par une notification électronique ou un envoi électronique de ces documents. Cette notification électronique ou cet envoi électronique équivalent à un envoi dans le sens des §§ 1er et 2. Les modalités de l'envoi ou de la notification électronique sont déterminées par le gouvernement.
  
Art.13. Indien de gewestbelasting niet werd betaald binnen de termijn bedoeld in artikel 12, § 1, is een verhoging verschuldigd gelijk aan 20 % van het ontdoken of laattijdig betaalde belastingbedrag.
  Voor elke niet-betaalde of buiten de termijn van dertig dagen, ingaande vanaf de zevende dag volgend op de verzending van de eerste herinneringbrief bedoeld in artikel 12, § 2, betaalde gewestbelasting, is een verhoging verschuldigd gelijk aan 50 % van het ontdoken of te laat betaalde belastingbedrag.
Art.13. Au cas où la taxe n'a pas été payée endéans le délai visé à l'article 12, § 1er, il est encouru une majoration de la taxe régionale égale à 20 % du montant de la taxe éludée ou payée hors délai.
  Pour toute taxe non payée ou payée hors du délai de trente jours à compter du septième jour qui suit l'envoi du premier rappel visé à l'article 12, § 2, il est encouru une majoration de la taxe régionale égale à 50 % du montant de la taxe éludée ou payée hors délai.
Art.14. Indien de belasting niet binnen de voorziene termijnen wordt betaald, is van rechtswege een interest eisbaar; deze wordt maandelijks berekend tegen het tarief van één twaalfde van de wettelijke interest in fiscale zaken, op het totaal van de verschuldigde gewestbelastingen en verhogingen. Ieder gedeelte van de maand wordt voor een volledige maand gerekend. De interest wordt enkel gevorderd indien hij minimum 2,50 euro bedraagt.
  Bij terugbetaling van gewestbelastingen is van rechtswege een interest verschuldigd; hij wordt maandelijks berekend aan één twaalfde van de wettelijke intrest in fiscale zaken op het bedrag van de terug te geven gewestbelasting. Ieder gedeelte van de maand wordt voor een volledige maand gerekend. De interest wordt enkel teruggestort indien hij minimum 2,50 euro bedraagt.
Art.14. Un intérêt est exigible de plein droit si la taxe n'est pas payée dans les délais; il est calculé mensuellement, au taux d'un douzième de l'intérêt légal en matière fiscale sur le total des taxes régionales et de majorations dues. Toute fraction est comptée pour un mois. L'intérêt n'est réclamé que s'il atteint 2,50 euros.
  En cas de restitution des taxes régionales, un intérêt est exigible de plein droit; il est calculé mensuellement au taux d'un douzième de l'intérêt légal en matière fiscale sur le montant de la taxe à restituer. Toute fraction est comptée pour un mois. L'intérêt n'est restitué que s'il atteint 2,50 euros.
Art.15. § 1. In geval van niet-betaling van de gewestbelasting, de intresten en toebehoren, binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de verzending van de tweede herinneringsbrief, vaardigt de ambtenaar door de regering belast met de inning van de gewestbelasting een dwangbevel uit. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaar verklaard.
  Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaarderexploot of bij aangetekende zending of elektronisch aangetekende zending.
  § 2. Deze betekening :
  - stuit de verjaringstermijn voor de inning van de gewestbelasting, de intresten en toebehoren;
  - laat de inschrijving toe van de wettelijke hypotheek bedoeld in artikel 17;
  - laat aan de belastingplichtige toe zich te verzetten tegen de uitvoering van het dwangbevel, op de wijze waarin voorzien in artikel 18.
Art.15. § 1er. En cas de non-paiement de la taxe régionale, des intérêts et des accessoires, endéans les trente jours de l'envoi du deuxième rappel, une contrainte est décernée par le fonctionnaire chargé par le gouvernement du recouvrement de la taxe régionale. La contrainte décernée est visée et rendue exécutoire par le fonctionnaire susmentionné.
  La contrainte est signifiée par exploit d'huissier, par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique.
  § 2. Cette signification :
  - interrompt le délai de prescription pour le recouvrement de la taxe régionale, des intérêts et des accessoires;
  - permet l'inscription de l'hypothèque légale visée à l'article 17;
  - permet au redevable de faire opposition à l'exécution de la contrainte de la manière prévue à l'article 18.
Art.16. [1 § 1. Na de betekening bedoeld in artikel 15, § 1, kan de ambtenaar belast met de inning van de gewestbelasting, bij gerechtsdeurwaardersexploot of bij aangetekende zending of elektronisch aangetekende zending, uitvoerend beslag onder derden leggen op de sommen en de goederen verschuldigd aan de belastingplichtige.
   Het derdenbeslag wordt eveneens aan de belastingplichtige ter kennis gebracht bij gerechtsdeurwaardersexploot of bij aangetekende zending of elektronisch aangetekende zending.
   De regering bepaalt in welke gevallen met een gerechtsdeurwaardersexploot moet worden gewerkt.
   § 2. Het derdenbeslag heeft uitwerking vanaf de betekening van het gerechtsdeurwaardersexploot aan de derdebeslagene.
   Indien het derdenbeslag ter kennis werd gebracht van deze derde door middel van een aangetekende zending of door middel van een elektronische aangetekende zending heeft dit beslag uitwerking vanaf de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde.
   § 3. Het derdenbeslag geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de ambtenaar belast met de inning van de gewestbelasting, van een bericht van beslag zoals voorzien in artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek.
   § 4. Onder voorbehoud van het in dit artikel bepaalde, zijn op dit beslag de bepalingen toepasselijk van de artikelen 1539, 1540, 1542, eerste en tweede lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek.
   Indien de kennisgeving van het beslag gebeurt per aangetekende zending of per elektronisch aangetekende zending geschiedt de afgifte van het bedrag van het beslag in handen van de ambtenaar belast met de inning van de gewestbelasting.
   § 5. De kosten voor de aangetekende zending, de elektronisch aangetekende zending of het gerechtsdeurwaardersexploot beoogd in dit artikel zijn ten laste van de belastingschuldige.]1

  
Art.16. [1 § 1er. Après la signification visée à l'article 15, § 1er, le fonctionnaire chargé du recouvrement de la taxe peut faire procéder par exploit d'huissier, par envoi postal recommandé ou par recommandé électronique, à une saisie-arrêt-exécution entre les mains d'un tiers, sur les sommes et les effets que celui-ci doit au redevable.
   Cette saisie-arrêt doit, également, être notifiée au redevable par exploit d'huissier, par envoi postal recommandé ou par recommandé électronique.
   Le gouvernement détermine dans quels cas un exploit d'huissier doit être utilisé.
   § 2. Cette saisie-arrêt produit ses effets à dater de la signification de l'exploit d'huissier au tiers saisi.
   Si la saisie-arrêt a été notifiée au tiers par envoi postal recommandé ou par recommandé électronique, la saisie produit ses effets à compter de la remise de la pièce au destinataire.
   § 3. La saisie-arrêt donne lieu à l'établissement et à l'envoi, par le fonctionnaire chargé du recouvrement de la taxe, d'un avis de saisie tel que prévu à l'article 1390 du Code judiciaire.
   § 4. Sous réserve de ce qui est prévu au présent article, les dispositions des articles 1539, 1540, 1542, premier et deuxième alinéas, et 1543, du Code judiciaire, sont applicables à cette saisie-arrêt.
   Si la notification de la saisie a lieu par envoi postal recommandé ou par recommandé électronique, la remise du montant de la saisie se fait entre les mains du fonctionnaire chargé du recouvrement de la taxe.
   § 5. Les frais des envois postaux recommandés, des recommandés électroniques et des exploits d'huissier de justice, visés dans le présent article, sont à charge du redevable.]1

  
Art.17. § 1. Voor de inning van de gewestbelasting, de intresten en de verhogingen, beschikt het Gewest over een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de belastingplichtige met uitzondering van schepen en vaartuigen, en over een wettelijke hypotheek op alle goederen toebehorend aan de belastingplichtige en gelegen [1 op het grondgebied van België]1 en waarop hypotheek kan worden gevestigd.
  § 2. Het voorrecht neemt rang na alle andere reeds bestaande wettelijke voorrechten.
  § 3. De wettelijke hypotheek neemt rang vanaf de dag van de inschrijving ervan krachtens het uitgevaardigde dwangbevel, uitvoerbaar verklaard en betekend aan de belastingplichtige overeenkomstig artikel 15.
  De inschrijving heeft plaats op verzoek van de ambtenaar bedoeld in artikel 15, § 1, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep. Zij wordt gedaan op vertoon van een door dezelfde ambtenaar eensluidend verklaard afschrift van het dwangbevel, waarop de betekeningsdatum is vermeld.
  
Art.17. § 1er. Pour le recouvrement de la taxe régionale, des intérêts et des majorations, la Région a un privilège général sur tous les biens meubles du redevable, à l'exception des navires et bateaux, et à une hypothèque légale sur tous les biens appartenant au redevable et situés [1 sur le territoire de la Belgique]1 et qui sont susceptibles d'hypothèques.
  § 2. Le privilège prend rang après tous les autres privilèges légaux existants.
  § 3. L'hypothèque légale prend rang à compter du jour de l'inscription qui en est faite en vertu de la contrainte décernée, rendue exécutoire et notifiée au redevable conformément à l'article 15.
  L'inscription a lieu à la requête du fonctionnaire visé à l'article 15, § 1er nonobstant opposition, contestation ou recours. Elle est faite sur présentation d'une copie, certifiée conforme par le même fonctionnaire, de la contrainte mentionnant la date de signification.
  
Art.18. De uitvoering van het dwangbevel kan slechts worden onderbroken door gemotiveerd verzet vanwege de belastingplichtige, die een vordering instelt overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek inzake geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet.
Art.18. L'exécution de la contrainte ne peut être interrompue que par une opposition motivée, formulée par le redevable, qui introduit une action en justice conformément aux dispositions du Code Judiciaire relatives aux contestations relatives à l'application d'une loi d'impôt.
Art. 18/1. [1 § 1. Om de invordering te verzekeren van de belasting en haar toebehoren kan de bevoegde agent, door specifiek en met redenen omkleed verzoek, aan het centraal aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest, de beschikbare gegevens als bedoeld in artikel 4 van dezelfde wet opvragen betreffende de schuldenaar van de belasting en haar toebehoren of de persoon op wiens goederen de verschuldigde bedragen worden ingevorderd.
   § 2. Alleen agenten van een rang die overeenstemt met minstens deze van attaché, zoals gedefinieerd in artikel 17 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, kunnen worden aangewezen als gemachtigd om de geregistreerde informatie in het centraal aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België op te vragen.
   De bevoegde agent kan zich slechts wenden tot het centraal aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België nadat deze expliciet werd gemachtigd door een agent van minstens een rang overeenstemmend met deze van directeur, zoals gedefinieerd in artikel 17 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel.
   Het aantal aangewezen bevoegde agenten in uitvoering van het eerste lid en van artikel 65/1 van de ordonnantie van 6 maart 2019 betreffende de Brusselse Codex Fiscale Procedure, kan niet meer dan vijf bedragen. De fiscale administratie houdt een lijst bij met de identiteit van deze agenten.]1

  
Art.18/1. [1 § 1er. Afin d'assurer le recouvrement de la taxe et ses accessoires, l'agent compétent peut, par sollicitation spécifique et motivée, demander au point de contact central tenu par la Banque nationale de Belgique conformément à la loi du 8 juillet 2018 portant organisation d'un point de contact central des comptes et contrats financiers et portant extension de l'accès au fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession, de règlement collectif de dettes et de protêt les données disponibles visées à l'article 4 de la même loi relatives au débiteur de la taxe et ses accessoires ou à la personne sur les biens de laquelle les montants dus sont mis en recouvrement.
   § 2. Peuvent seuls être désignés comme autorisés à demander l'information enregistrée dans le point de contact central tenu par la Banque nationale de Belgique les agents d'un rang au moins égal à celui d'attaché, tel que défini à l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles.
   L'agent compétent ne peut s'adresser au point de contact central tenu par la Banque nationale de Belgique qu'après y avoir été expressément autorisé par un agent d'un rang au moins égal à celui de directeur, tel que défini à l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles.
   Le nombre d'agents compétents désignés en exécution de l'alinéa 1er et de l'article 65/1 de l'ordonnance du 6 mars 2019 relative au Code bruxellois de procédure fiscale ne peut pas dépasser cinq. L'administration fiscale tient à jour une liste reprenant l'identité de ces agents.]1

  
HOOFDSTUK V. - Verjaring en schuldvergelijking in het kader van de gewestbelastingen
CHAPITRE V. - Prescrition et compensation dans le cadre des taxes régionales
Art.19. § 1. De vordering tot inning van de gewestbelasting, de intresten en de verhogingen verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze ontstaat.
  De vordering tot terugbetaling van in het kader van de gewestbelastingen te veel betaalde bedragen, verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf het moment van de betaling van het te veel betaalde bedrag.
  § 2. Elk rechtsgeding met betrekking tot de toepassing of de invordering van de gewestbelastingen en verhogingen dat wordt ingesteld door het Gewest, door de schuldenaar van deze belastingen of verhogingen of door ieder ander persoon schorst de verjaring. Deze schorsing vangt aan met de inleidende vordering en eindigt wanneer de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
Art.19. § 1er. L'action en recouvrement de la taxe régionale, des intérêts et des majorations se prescrit par cinq ans à compter du jour où elle est née.
  L'action en recouvrement des montants payés en trop dans le cadre des taxes régionales se prescrit par cinq ans à compter du moment du paiement du montant en trop.
  § 2. Toute instance en justice relative à l'établissement ou au recouvrement des taxes régionales et des majorations qui est introduite par la Région, par le débiteur de ces taxes régionales ou par toute autre personne suspend le cours de la prescription. La suspension débute avec l'acte introductif et se termine lorsque la décision judiciaire est passée en force de chose jugée.
Art.20. Elke som die aan een persoon moet worden teruggegeven of betaald hetzij in het kader van de gewestbelastingen, hetzij in het kader van de toepassing van de regelgeving met betrekking tot de onverschuldigde betaling, kan naar keuze van de bevoegde ambtenaar en zonder formaliteit worden aangewend ter betaling van de schulden van deze persoon aan het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het kader van de gewestbelastingen.
  Het voorgaande lid blijft van toepassing in geval van beslag, overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure.
Art.20. Toute somme qui doit être restituée ou payée à une personne soit dans le cadre des taxes régionales soit dans le cadre de la réglementation relative au paiement indu, peut, au choix du fonctionnaire compétent et sans formalité, être utilisée pour le paiement des dettes de cette personne au Ministère de la Région de Bruxelles-Capitale dans le cadre des taxes régionales.
  L'alinéa qui précède reste d'application en cas de saisie, cession, concours ou d'une procédure d'insolvabilité.
HOOFDSTUK VI. - Onderzoek en probleemoplossing in het kader van de gewestbelastingen
CHAPITRE VI. - Recherche et règlement des difficultés dans le cadre des taxes régionales
Art.21. § 1. De ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die betrokken zijn bij de dienst van de gewestbelastingen, met uitzondering van zij die belast zijn met de in artikel 10, § 1 bedoelde taken, kunnen met alle wettelijke middelen, inclusief getuigen en vermoedens, met uitzondering van de eed, en door de processen-verbaal die ze opmaken, elke overtreding van de bepalingen van de in artikel 2 opgesomde ordonnanties en onderhavige ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten van deze ordonnanties, alsmede ieder feit dat de verschuldigdheid van de gewestbelasting of van een belastingverhoging aantoont of ertoe bijdraagt die aan te tonen, bewijzen.
  De ambtenaren die, overeenkomstig artikel 7, belast zijn met de ontvangst en het nazicht van de aangiften van de belastingplichtigen, beschikken ook over voornoemde bevoegdheden in het kader van het nazicht van de ingediende aangiften.
  § 2. Elke inlichting, elk stuk, elk proces-verbaal of elke akte, verkregen door de in § 1 bedoelde ambtenaren in de uitoefening van hun functies, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van één der diensten, besturen, publiekrechtelijke instellingen, publiekrechtelijke vennootschappen, publiekrechtelijke verenigingen of publiekrechtelijke inrichtingen van het Gewest, respectievelijk hun bezorgd door bestuursdiensten van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies der Hoven en van alle rechtscolleges, van de gemeenschappen, de gewesten, de provincies of gemeenten, kan worden aangevoerd voor het opsporen van ieder feit dat de verschuldigdheid van de gewestbelasting of van een belastingverhoging aantoont of ertoe bijdraagt die aan te tonen.
  § 3. De belastingplichtigen en hun eventuele huurders of gebruikers zijn ertoe gehouden aan de ambtenaren, voorzien van een aanstellingsbewijs getekend door de ambtenaar die daartoe door de regering wordt aangewezen en die belast zijn met een controle of onderzoek in verband met de toepassing van de ordonnantie, vrije toegang te verlenen tot hun bedrijfslokalen en -gebouwen, teneinde aan deze ambtenaren de mogelijkheid te verschaffen vaststellingen te doen die kunnen bijdragen tot de juiste inning van de gewestbelasting.
  § 4. Onverminderd de bevoegdheden die haar door de artikelen 8 tot 10 zijn toegekend, kan de administratie de in dit artikel, §§ 1 tot 3 bedoelde onderzoekingen verrichten en eventueel gewestbelastingen of aanvullende gewestbelastingen vestigen, zelfs wanneer de aangifte van de belastingplichtige reeds werd aangenomen en de desbetreffende belastingen reeds werden betaald.
Art.21. § 1er. Les fonctionnaires du Ministère de la Région de Bruxelles-Capitale concernés par le service des taxes régionales, à l'exception de ceux chargés des tâches visées à l'article 10, § 1er, sont autorisés à prouver par tous moyens de droit, témoignages et présomptions compris, à l'exception du serment, et par les procès-verbaux qu'ils dressent toute contravention aux dispositions des ordonnances énumérées à l'article 2, aux dispositions de la présente ordonnance ainsi qu'aux arrêtés d'exécution des ordonnances précitées, de même que tout fait qui établit ou concourt à établir la débition de la taxe régionale ou d'une majoration de la taxe.
  Les fonctionnaires qui sont chargés, conformément à l'article 7, de recevoir et de vérifier la déclaration des redevables disposent également des compétences précitées dans le cadre de la vérification des déclarations qui leur sont soumises.
  § 2. Tout renseignement, pièce, procès-verbal ou acte obtenu dans l'exercice de leurs fonctions par les fonctionnaires visés au § 1er, soit directement, soit par l'entremise d'un des services, administrations, établissements de droit public, sociétés de droit public ou organismes de droit public de la Région ou qui leur serait communiqué par les services administratifs de l'Etat, y compris les parquets et les greffes des Cours et de toutes juridictions, des communautés, des régions, des provinces ou communes, peut être invoqué pour la recherche de tout fait qui établit ou concourt à établir la débition de la taxe ou d'une majoration de la taxe.
  § 3. Les redevables ainsi que leurs locataires ou usagers éventuels sont tenus d'accorder aux fonctionnaires munis d'une commission signée par le fonctionnaire désigné à cet effet par le gouvernement, et chargés d'effectuer un contrôle ou une enquête se rapportant à l'application de la présente ordonnance, le libre accès à leurs locaux et bâtiments professionnels, à l'effet de permettre à ces fonctionnaires de procéder à des constatations susceptibles de contribuer à la perception correcte de la taxe régionale.
  § 4. Sans préjudice des pouvoirs conférés à l'administration par les articles 8 à 10, celle-ci peut procéder aux investigations visées aux §§ 1er à 3 du présent article et à l'établissement éventuel de taxes ou de suppléments de taxes, même lorsque la déclaration du redevable a déjà été admise et que les taxes y afférentes ont été payées.
Art.22. De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden om, mondeling of schriftelijk, op verzoek van de ambtenaren bedoeld in artikel 21, § 1, alle inlichtingen te verschaffen die hen worden gevraagd teneinde de precieze inning van de gewestbelasting te hunnen laste of ten laste van derden te kunnen verifiëren.
  Het verstrekken van verkeerde of onvolledige inlichtingen door de belastingplichtige heeft een verhoging met 10 % van de verschuldigde gewestbelasting tot gevolg.
  Deze inlichtingen moeten worden verschaft binnen de maand na het verzoek om inlichtingen door de ambtenaren bedoeld in artikel 21, § 1. Het niet vervullen van deze verplichting heeft een verhoging met 10 % van de verschuldigde belasting tot gevolg.
Art.22. Les redevables sont tenus de fournir verbalement ou par écrit, sur réquisition des fonctionnaires visés à l'article 21, § 1er, tous renseignements qui leur sont réclamés aux fins de vérifier l'exacte perception de la taxe à leur charge ou à charge de tiers.
  Tout refus de renseignement et toute communication de renseignements inexacts ou incomplets entraînent une majoration de 10 % du montant de la taxe due.
  Ces renseignements doivent être fournis dans le mois de la demande de renseignements par les fonctionnaires visés à l'article 21, § 1er. Le non-respect de cette obligation entraine une majoration de 10 % du montant de la taxe due.
Art.23. De oplossing van de moeilijkheden die kunnen rijzen met betrekking tot de inning van de gewestbelasting, vooraleer het geding aanhangig wordt gemaakt, komt toe aan de ambtenaren aangewezen door de regering.
  Ze kunnen met de belastingplichtigen dadingen aangaan, voor zover deze niet leiden tot een vrijstelling of vermindering van de belasting.
Art.23. La solution des difficultés qui peuvent s'élever relativement à la perception de la taxe avant l'introduction des instances appartient aux fonctionnaires désignés par le gouvernement.
  Ils peuvent conclure des transactions avec les redevables, pourvu qu'elles n'impliquent pas exemption ou modération d'impôt.
Art. 23/1. [1 § 1. De belastingplichtige kan tegen het bedrag van de gevestigde aanslag, verhogingen en intresten inbegrepen, schriftelijk bezwaar indienen bij de door de regering aangeduide ambtenaar. [2 Ook de persoon die een administratieve geldboete opgelegd kreeg op basis van artikel 28/1 kan een schriftelijk bezwaar indienen bij de voornoemde ambtenaar.]2
   § 2. De bezwaarschriften moeten worden gemotiveerd en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de zevende dag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet van de betreffende belasting.
   In geval het betrokken aanslagbiljet elektronisch werd verzonden of ter beschikking gesteld, begint de bezwaartermijn te lopen op de zevende dag volgend op de datum van de elektronische verzending of ter beschikkingstelling.
   § 3. Wanneer een aanvullende aanslag voor een bepaald aanslagjaar gevestigd wordt, kan de belastingschuldige, binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de zevende dag volgend op de verzending van het aanslagbiljet dat de aanvullende aanslag omvat, een bezwaarschrift tegen de bedoelde aanvullende aanslag indienen.
   In geval het betrokken aanslagbiljet elektronisch werd verzonden of ter beschikking gesteld begint de bezwaartermijn te lopen op de zevende dag volgend op de datum van de elektronische verzending of ter beschikkingstelling.
  [2 § 3bis. Wanneer overeenkomstig artikel 28/1 een administratieve boete werd opgelegd, kan de persoon aan wie deze boete werd opgelegd, een bezwaar indienen binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de zevende dag die volgt op de verzending aan de belastingplichtige van de beslissing genomen met toepassing van artikel 28/1.]2
   § 4. Aan de indieners van de bezwaarschriften wordt een ontvangstbewijs uitgereikt dat de datum van ontvangst van het administratief beroep vermeldt.
   § 5. Wanneer de indiener zulks in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal hij worden gehoord. Te dien einde zal hij worden uitgenodigd zich binnen een termijn van dertig dagen aan te melden.
   § 6. Zolang geen beslissing is gevallen mag de belastingschuldige zijn bezwaarschrift aanvullen met nieuwe, schriftelijk geformuleerde bezwaren, zelfs als deze buiten de in paragrafen 2 en 3 vernoemde termijnen worden ingediend.
   § 7. De in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar doet, als administratieve overheid, uitspraak bij met redenen omklede beslissing nopens de bezwaren aangevoerd door de belastingschuldige.
   De kennisgeving van de beslissing geschiedt bij ter post aangetekende brief of bij elektronische aangetekende zending.
   Deze beslissing kan slechts betwist worden door een vordering op basis van artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek in te stellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen de in artikel 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek vermelde termijn.]1

  
Art. 23/1. [1 § 1er. Le redevable peut introduire une réclamation, par écrit, contre le montant de l'imposition établie, y compris les majorations et les intérêts, auprès du fonctionnaire désigné par le gouvernement. [2 La personne à laquelle une amende a été infligée en application de l'article 28/1 peut aussi introduire une réclamation par écrit auprès du fonctionnaire susmentionné.]2
   § 2. Les réclamations doivent être motivées et introduites, sous peine de déchéance, dans un délai de six mois à compter du septième jour qui suit la date d'envoi de l'avertissement-extrait de rôle, afférent à la taxe concernée.
   Si l'avertissement-extrait de rôle a été envoyé ou mis à disposition par voie électronique, le délai de réclamation commence à courir le septième jour qui suit cet envoi ou cette mise à disposition électronique.
   § 3. Lorsqu'un supplément d'imposition est établi, le redevable peut introduire une réclamation contre ce supplément, dans un délai de trois mois à compter du septième jour qui suit la date d'envoi de l'avertissement-extrait de rôle comportant le supplément d'imposition.
   Si l'avertissement-extrait de rôle a été envoyé ou mis à disposition par voie électronique, le délai de réclamation commence à courir le septième jour qui suit cet envoi ou cette mise à disposition électronique.
  [2 § 3bis. Lorsqu'une amende a été infligée conformément à l'article 28/1, la personne à laquelle l'amende a été infligée peut introduire une réclamation dans un délai de trois mois à compter du septième jour qui suit l'envoi de la décision prise en application de l'article 28/1.]2
   § 4. Il est délivré un accusé de réception aux réclamants, qui mentionne la date de réception du recours administratif.
   § 5. Si le réclamant en a fait la demande dans sa réclamation, il sera entendu. A cet effet, il sera invité à se présenter dans un délai de trente jours.
   § 6. Aussi longtemps qu'une décision n'est pas intervenue, le redevable peut compléter sa réclamation initiale par des griefs nouveaux, libellés par écrit, même s'ils sont présentés en dehors des délais prévus aux paragraphes 2 et 3.
   § 7. Le fonctionnaire visé au paragraphe 1er statue en tant qu'autorité administrative, sur les griefs formulés par le redevable, par décision motivée.
   La décision est notifiée par lettre recommandée à la poste ou par recommandé électronique.
   Cette décision ne peut être contestée qu'en introduisant une action sur la base de l'article 1385decies du Code judiciaire auprès du tribunal de première instance, dans le délai fixé par l'article 1385undecies du Code judiciaire.]1

  
HOOFDSTUK VII. - Informatieverplichtingen in het kader van de gewestbelastingen
CHAPITRE VII. - Obligations d'information dans le cadre des taxes régionales
Art.24. [2 Om de inning of de invordering van de gewestelijke belastingen en hun toebehoren te verzekeren, en in voorkomend geval, om het Gewest in staat te stellen een wettelijke hypotheek te nemen op een voor hypotheek vatbaar goed, zijn de notarissen die verzocht zijn om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, van een schip of een vaartuig tot voorwerp heeft, persoonlijk aansprakelijk]2 voor de betaling der gewestbelastingen en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien zij in de hierna bepaalde voorwaarden de ambtenaar daartoe door de regering gemachtigd er niet van verwittigen.
  De regering stelt de modaliteiten van deze verwittiging vast. [1 ...]1
  [1 Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verwittiging, wordt deze verwittiging als niet bestaande beschouwd.]1
  
Art.24. [2 Aux fins d'assurer la perception ou le recouvrement des taxes régionales et leurs accessoires et, le cas échéant, de permettre à la Région de prendre une hypothèque légale sur un bien qui en est susceptible, les notaires]2 requis pour dresser un acte qui a pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un bien immobilier, d'un bateau ou d'un navire sont personnellement responsables du paiement des taxes régionales et des accessoires qui donnent lieu à une inscription hypothécaire, s'ils ne notifient pas leur réquisition au fonctionnaire désigné par le gouvernement dans les conditions déterminées ci-après.
  Le gouvernement détermine les modalités de cette notification. [1 ...]1
  [1 Si l'acte envisagé n'est pas passé dans les trois mois à compter de la notification, cette notification sera considérée comme non avenue.]1
  
Art.25. Indien het belang van het Gewest zulks vereist, wordt door de ambtenaren daartoe door de regering gemachtigd aan de notaris, vóór het verstrijken [1 van de [3 tiende]3 werkdag]1 volgend op de verzending van het in artikel 24 bedoelde bericht, kennis gegeven van het bedrag van de gewestbelastingen en bijbehoren die aanleiding kunnen geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek van het Gewest op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn.
  De regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel. [2 ...]2
  
Art.25. Si l'intérêt de la Région l'exige, les fonctionnaires désignés par le gouvernement notifient au notaire, avant l'expiration [1 du [3 dixième]3 jour ouvrable]1 suivant l'envoi de la notification visée à l'article 24, le montant de taxes régionales et des accessoires qui donnent lieu à l'inscription de l'hypothèque légale de la Région sur le bien qui font l'objet de l'acte.
  Le gouvernement détermine les modalités d'application de cet article. [2 ...]2
  
Art.26. [1 Wanneer de in artikel 24 bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 25 bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige.
   De kennisgeving geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen.
   Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de in artikel 24 bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige, uiterlijk de [3 zevende]3 werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de aan de in artikel 25 bedoelde ambtenaar over te maken tot beloop van het bedrag van de gewestbelastingen en bijbehoren waarvan hem overeenkomstig artikel 25 kennis werd gegeven.
   Daarenboven, indien de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedragen dan het totaal der sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, daarover de daartoe door de regering gemachtigde ambtenaren inlichten uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte.
   Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet tegen het Gewest ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen [3 zeven]3 werkdagen na de versturing van de in het vorige lid bedoelde inlichting.
   Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake gewestbelastingen en bijbehoren, welke in uitvoering van artikel 25 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in het vierde lid voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
   De regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel. [2 ...]2]1

  
Art.26. [1 Lorsque l'acte visé à l'article 24 est passé, la notification visée à l'article 25 emporte saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les montants et valeurs qu'il détient pour le compte ou au profit du redevable en vertu de l'acte.
   La notification emporte opposition sur le prix au sens de l'article 1642 du Code judiciaire dans les cas où le notaire est tenu de distribuer les sommes et valeurs conformément aux articles 1639 à 1654 du Code judiciaire.
   Sans préjudice des droits des tiers, le notaire est tenu, lorsque l'acte visé à l'article 24 est passé, sous réserve de l'application des articles 1639 à 1654 du Code judiciaire, de verser les sommes et valeurs qu'il détient en vertu de l'acte pour le compte ou au profit du redevable, au plus tard le [3 septième]3 jour ouvrable suivant la passation de l'acte, au fonctionnaire visé à l'article 25, à concurrence des taxes régionales et accessoires qui lui ont été notifiés en exécution de l'article 25.
   En outre, si le montant des sommes et valeurs donnant lieu à la saisie d'un tiers est inférieur au total des sommes dues aux créanciers inscrits et aux créanciers qui ont formé opposition, le notaire doit, sous peine de responsabilité personnelle pour le surplus, avertir les fonctionnaires désignés par le gouvernement, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la passation de l'acte.
   Sans préjudice des droits des tiers, la transcription ou l'inscription de l'acte ne peut être invoquée contre la Région si l'inscription de l'hypothèque légale se réalise dans les [3 sept]3 jours ouvrables qui suivent l'envoi de l'information visée à l'alinéa précédent.
   Sont sans effet sur les créances fiscales régionales et leurs accessoires, qui ont été notifiés conformément à l'article 25, toutes les créances non inscrites pour lesquelles une saisie est effectuée ou contre lesquelles une opposition est formée après l'expiration du délai prévu à l'alinéa 4.
   Le gouvernement détermine les modalités d'application de cet article. [2 ...]2]1

  
Art.27. De aansprakelijkheid door de notaris opgelopen krachtens de artikelen 24 en 26 gaat, naargelang het geval, de waarde van het vervreemde goed of het bedrag van de hypothecaire inschrijving, na aftrek van de sommen en waarden waarop in zijn handen beslag onder derden werd gelegd, niet te boven.
Art.27. La responsabilité encourue par le notaire sur base des articles 24 et 26 n'excède pas, suivant le cas, la valeur du bien vendu ou le montant de l'inscription hypothécaire, après le retrait des sommes et valeurs pour lesquelles la saisie de tiers a été effectuée entre ses mains.
Art. 27/1. [1 De artikelen 24 tot en met 27 zijn van toepassing op elke persoon die bevoegd is om de authenticiteit te verlenen aan de in artikel 24 bedoelde akten.]1
  
Art. 27/1. [1 Les articles 24 à 27 sont applicables à toute personne habilitée à donner l'authenticité aux actes visés à l'article 24.]1
  
Art. 27/1/1. [1 § 1. Om de inning of de invordering van de gewestelijke belastingen en hun toebehoren, die verschuldigd zijn door de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen, de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, te verzekeren, zijn de notarissen die verzocht zijn om de akte of het attest van erfopvolging als bedoeld in artikel 4.59, § 4, derde lid van het Burgerlijk Wetboek op te maken, persoonlijk aansprakelijk in de zin van artikel 1382 van het oud Burgerlijk Wetboek, voor de betaling van de door de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen, waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest, de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, verschuldigde bovengenoemde sommen, die ter kennis gebracht kunnen worden overeenkomstig artikel 27/1/2, indien zij daarvan geen bericht geven aan de fiscale administratie of aan de door de Regering aangewezen ambtenaar.
   Wanneer het gaat om door de erflater verschuldigde sommen, is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de nalatenschap.
   Wanneer het gaat om door de rechtverkrijgenden verschuldigde sommen is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de tegoeden die toekomen aan de rechtverkrijgende waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest en betreffende dewelke de notaris aansprakelijk kan worden gesteld.
   § 2. Indien de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde akte of het attest niet wordt opgesteld binnen de drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt dit als niet bestaande beschouwd.
   § 3. De Regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel, die de verplichting kunnen inhouden om het in paragraaf 1 bedoelde bericht langs elektronische weg te versturen.]1

  
Art.27/1/1. [1 § 1er. Afin d'assurer la perception ou le recouvrement des taxes régionales et leurs accessoires dues par le défunt, ses héritiers et légataires, les bénéficiaires d'une institution contractuelle consentie par le défunt ou le conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil, les notaires requis de rédiger l'acte ou le certificat d'hérédité visés à l'article 4.59, § 4, alinéa 3, du Code civil sont personnellement responsables au sens de l'article 1382 de l'ancien Code civil, du paiement des sommes précitées dues par le défunt, ses héritiers et légataires dont l'identité est mentionnée dans l'acte ou le certificat, les bénéficiaires d'une institution contractuelle consentie par le défunt ou le conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil, et qui sont susceptibles d'être notifiées conformément à l'article 27/1/2, s'ils n'en avisent pas l'administration fiscale ou le fonctionnaire désigné par le Gouvernement.
   S'agissant de sommes dues par le défunt, la responsabilité visée à l'alinéa 1er est limitée à la valeur de la succession.
   S'agissant de sommes dues par des ayants droit, la responsabilité visée à l'alinéa 1er est limitée à la valeur des avoirs qui échoient à l'ayant droit dont l'identité est mentionnée dans l'acte ou le certificat et à propos duquel la responsabilité du notaire est engagée.
   § 2. Si l'acte ou le certificat visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, n'est pas passé dans les trois mois à compter de l'envoi de l'avis, celui-ci est considéré comme non avenu.
   § 3. Le Gouvernement détermine les modalités d'application de cet article, lesquelles peuvent comprendre l'obligation d'adresser l'avis visé au paragraphe 1er par voie électronique.]1

  
Art. 27/1/2. [1 § 1. De door de Regering aangewezen ambtenaar kan aan de notaris die het in artikel 27/1/1 bedoelde bericht heeft verzonden vóór het verstrijken van de tiende werkdag volgend op de verzendingsdatum van dat bericht, kennisgeven van het bestaan lastens de erflater of een andere persoon vermeld in het bericht, van een in artikel 27/1/1, § 1, eerste lid, bedoelde som, met opgave voor elk van de schuldenaars van het bedrag van de hiervoor bedoelde schuld.
   Het eerste lid is enkel van toepassing voor zover deze schuld een zekere en vaststaande schuld uitmaakt.
   § 2. De Regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel.]1

  
Art.27/1/2. [1 § 1er. Avant l'expiration du dixième jour ouvrable qui suit la date d'envoi de l'avis visé à l'article 27/1/1, le fonctionnaire désigné par le Gouvernement peut notifier au notaire ayant envoyé l'avis l'existence, dans le chef du défunt ou d'une autre personne mentionnée dans l'avis, d'une somme visée à l'article 27/1/1, § 1er, alinéa 1er, ainsi que le montant, dans le chef de chaque débiteur, de la dette susvisée.
   L'alinéa 1er s'applique seulement dans la mesure où cette dette constitue une dette certaine et liquide.
   § 2. Le Gouvernement détermine les modalités d'application de cet article.]1

  
Art. 27/1/3. [1 In het attest van erfopvolging of onderaan de afgeleverde uitgifte of het uittreksel van de akte van erfopvolging wordt vermeld: hetzij dat er geen kennisgeving van schulden bij toepassing van artikel 27/1/2 werd gedaan en dit zowel in hoofde van de erflater als in hoofde van één of meerdere personen die vermeld zijn in het bericht en die bestemmeling zijn van het attest, de uitgifte of het uittreksel, hetzij dat de schulden waarvan bij toepassing van artikel 27/1/2 kennis werd gegeven zijn betaald, of in voorkomend geval zullen worden betaald met de tegoeden gehouden door de schuldenaar van deze fondsen.
   De notaris die een attest van erfopvolging, een uitgifte of een uittreksel van een akte van erfopvolging aflevert waarin onjuiste vermeldingen staan met betrekking tot het ontbreken van de kennisgeving of de betaling van de schulden waarvan van het bestaan kennis werd gegeven overeenkomstig artikel 27/1/2, loopt dezelfde aansprakelijkheid op als deze die de verplichting bepaald in artikel 27/1/1, § 1, niet naleeft. Deze aansprakelijkheid is evenwel beperkt tot het bedrag dat als gevolg van die onjuistheden niet kon worden ingevorderd.]1

  
Art.27/1/3. [1 Dans le certificat d'hérédité ou au pied de l'expédition ou de l'extrait de l'acte d'hérédité délivré, il est fait mention soit de l'absence de notification de dettes en vertu de l'article 27/1/2, tant dans le chef du défunt que dans le chef d'une ou plusieurs personnes mentionnées dans l'avis et destinataires du certificat, de l'expédition ou de l'extrait, soit du paiement des dettes notifiées en vertu de l'article 27/1/2, le cas échéant à intervenir au moyen des fonds détenus auprès du débiteur de ces fonds.
   Le notaire qui délivre un certificat d'hérédité, une expédition ou un extrait de l'acte d'hérédité portant des mentions inexactes relatives à l'absence de notification ou au paiement des dettes dont l'existence a été notifiée en vertu de l'article 27/1/2, encourt la même responsabilité que celui qui contrevient à l'obligation visée à l'article 27/1/1, § 1er. Cette responsabilité est toutefois limitée au montant non recouvré du fait de ces inexactitudes.]1

  
Art. 27/1/4. [1 § 1. Op straffe van persoonlijk aansprakelijk te zijn voor de betaling van de schulden waarvan kennis werd gegeven bij toepassing van artikel 27/1/2, kan diegene die tegoeden van een overledene vrijgeeft overeenkomstig artikel 4.59, § 4, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, dat maar op een bevrijdende wijze doen indien duidelijk uit het attest van erfopvolging, de uitgifte of het uittreksel van de akte van erfopvolging blijkt dat geen enkele kennisgeving als bedoeld in artikel 27/1/2 werd gedaan.
   In afwijking van het eerste lid kan het vrijgeven van de tegoeden van de overledene overeenkomstig artikel 4.59, § 4, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek toch op een bevrijdende wijze gedaan worden aan de erfgenaam, de legataris, de begunstigde van een contractuele erfstelling, de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek of een gerechtsmandataris die een attest van erfopvolging, een uitgifte of een uittreksel van de akte van erfopvolging voorlegt, waarin wordt vermeld:
   a) dat alle op naam van de overledene en alle op naam van de erfgenaam, de legataris, de begunstigde van een contractuele erfstelling of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bestaande schulden waarvan bij toepassing van artikel 27/1/2 in voorkomend geval kennis werd gegeven, werden betaald; of
   b) dat de tegoeden kunnen worden vrijgegeven aan deze erfgenaam, legataris, begunstigde van een contractuele erfstelling, de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek of gerechtsmandataris na betaling van de schulden ter kennis gebracht op naam van de rechtverkrijgende en van zijn deel in de schulden ter kennis gebracht op naam van de erflater, met de tegoeden gehouden door de schuldenaar van deze fondsen.
   § 2. De in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde aansprakelijkheid is beperkt tot de waarde van de tegoeden die zijn vrijgegeven aan de schuldenaars die zijn vermeld in de kennisgeving bedoeld in artikel 27/1/2.]1

  
Art.27/1/4. [1 § 1er. Sous peine d'être personnellement responsable du paiement des dettes notifiées en vertu de l'article 27/1/2, celui qui libère des avoirs d'un défunt conformément à l'article 4.59, § 4, alinéa 3, du Code civil ne peut le faire de manière libératoire qu'à condition qu'il résulte clairement du certificat d'hérédité, de l'expédition ou de l'extrait de l'acte d'hérédité qu'aucune notification au sens de l'article 27/1/2 n'a été faite.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, la libération des avoirs du défunt conformément à l'article 4.59, § 4, alinéa 3, du Code civil peut se faire de manière libératoire à l'héritier, au légataire, au bénéficiaire d'une institution contractuelle, au conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil ou à un mandataire judiciaire qui présente un certificat, une expédition ou un extrait de l'acte d'hérédité mentionnant :
   a) que toutes les dettes éventuellement notifiées conformément à l'article 27/1/2 au nom du défunt et au nom de cet héritier, légataire, bénéficiaire d'une institution contractuelle ou conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil ont été payées ; ou
   b) que la libération des avoirs peut avoir lieu au profit de cet héritier, légataire, bénéficiaire d'une institution contractuelle, conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil ou mandataire judiciaire, après paiement des dettes notifiées au nom de l'ayant droit et de sa part dans les dettes notifiées au nom du défunt, au moyen des fonds détenus auprès du débiteur de ces fonds.
   § 2. La responsabilité visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, est limitée à la valeur des avoirs libérés au profit des débiteurs mentionnés dans la notification visée à l'article 27/1/2.]1

  
Art. 27/1/5. [1 De artikelen 27/1/1 tot en met 27/1/3 zijn van toepassing op elke persoon of dienst die bevoegd is om een in artikel 4.59, § 4, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoeld attest van erfopvolging op te maken.]1
  
Art.27/1/5. [1 Les articles 27/1/1 à 27/1/3 sont applicables à toute personne ou service habilité à établir un certificat d'hérédité visé à l'article 4.59, § 4, alinéa 3, du Code civil.]1
  
Art. 27/2. [1 In het kader van de uitwisselingen bedoeld in de artikelen 24 tot en met 27 en in de artikelen 27/1/1 en 27/1/2 worden de betrokken personen geïdentificeerd door middel van het identificatienummer bedoeld in artikel III.17 van het Wetboek van economisch recht indien het een rechtspersoon betreft en het rijksregisternummer of het identificatienummer bedoeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid of, bij gebreke aan dergelijke nummers, de naam, voornamen en geboortedatum indien het een natuurlijke persoon betreft.
   In het kader van de uitwisselingen bedoeld in de artikelen 24 tot en met 27, geschiedt de identificatie van het goed dat het voorwerp van de in artikel 24, eerste lid, bedoelde akte uitmaakt aan de hand van de door de Regering vastgestelde minimale gegevens, die toelaten het goed te identificeren en lokaliseren.]1

  
Art. 27/2. [1 Dans le cadre des échanges visés aux articles 24 à 27 et aux articles 27/1/1 et 27/1/2, les parties concernées identifient les personnes concernées à l'aide du numéro d'identification cité dans l'article III.17 du Code de droit économique s'il s'agit d'une personne morale, et du numéro de registre national ou du numéro d'identification visé à l'article 8 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la Sécurité sociale ou, en l'absence de tels numéros, de leur nom, prénoms et date de naissance s'il s'agit d'une personne physique.
   Dans le cadre des échanges visés aux articles 24 à 27, l'identification du bien faisant l'objet de l'acte visé à l'article 24 est réalisée au moyen des données minimales permettant leur identification et leur localisation, telle qu'arrêtées par le Gouvernement.]1

  
Art. 27/3. [1 De fiscale administratie is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG voor het verzamelen en opslaan van de gegevens die worden ontvangen overeenkomstig artikelen 24 en 27/1/1, het gebruik ervan om na te gaan of de personen die daarin worden vermeld schuldenaars zijn van een zekere schuld, de kennisgeving van deze schulden, de mededeling van deze schulden aan de betrokken notarissen en, in voorkomend geval, het nemen van de nodige maatregelen voor de inschrijving van de wettelijke hypotheek.
   De gegevens opgenomen in de verwittiging, de kennisgeving en de inlichting respectievelijk bedoeld in de artikelen 24, 25 en 26, vierde lid, of in het bericht bedoeld in artikel 27/1/1 en in de kennisgeving bedoeld in artikel 27/1/2 worden door de fiscale administratie bewaard tot uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de verjaring plaatsvindt van alle handelingen nodig om de wettelijke hypotheek te waarborgen of om aansprakelijkheidsvorderingen te kunnen instellen teneinde de invordering te verzekeren van de bedragen waarvoor de gewestelijke fiscale administratie de invordering verzekert en, in voorkomend geval, de volledige betaling van alle ermee verbonden bedragen gerealiseerd werd en de ermee verbonden administratieve en gerechtelijke procedures en beroepen definitief zijn afgesloten.]1

  
Art.27/3. [1 L'administration fiscale est le responsable du traitement au sens du Règlement (UE) n° 2016/679 du 27 avril 2016 du Parlement européen et du Conseil relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE pour la collecte et la conservation des données reçues en exécution des articles 24 et 27/1/1, leur utilisation en vue de vérifier si les personnes y mentionnées sont redevables d'une dette certaine, la notification de ces dettes, la communication de ces dettes aux notaires concernés et, le cas échéant, l'adoption de mesures nécessaires pour procéder à l'inscription de l'hypothèque légale.
   Les données contenues dans les notifications et l'information visées respectivement aux articles 24, 25 et 26, alinéa 4, ou dans l'avis visé à l'article 27/1/1 et la notification visée à l'article 27/1/2 sont conservées par l'administration fiscale au plus tard jusqu'au 31 décembre de l'année suivant celle au cours de laquelle le délai de prescription pour tous les actes nécessaires à préserver l'hypothèque légale ou à exercer des actions en responsabilité aux fins d'assurer le recouvrement des montants assuré par l'administration fiscale est dépassé et, le cas échéant, le paiement intégral des sommes correspondantes est effectué et les procédures et recours administratifs et judiciaires correspondants sont définitivement clôturés.]1

  
Art.28. Wanneer de belastingplichtige het voorwerp van een gewestbelasting overdraagt, dan dient hij de door de regering aangeduide ambtenaar hiervan binnen de maand kennis te geven. In deze kennisgeving moeten alle gegevens zijn opgenomen die voor de vestiging van de betrokken gewestbelasting zijn vereist.
  De regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel.
  Indien de belastingplichtige deze verplichting niet naleeft, dan kan hij worden aangesproken ter betaling van de op dit voorwerp verschuldigde belasting voor het belastingjaar dat volgt op het jaar waarin de overdracht plaatsvond.
Art.28. Lorsque le redevable cède l'objet d'une taxe régionale, il doit le notifier au fonctionnaire désigné par le gouvernement dans un délai d'un mois. Cette notification doit comprendre toutes les données nécessaires à l'établissement de la taxation.
  Le gouvernement détermine les modalités d'application de cet article.
  Si le redevable méconnaît son obligation de notification, il peut être tenu responsable du paiement de la taxe due sur cet objet pour l'exercice d'imposition qui suit l'année durant laquelle la cession a lieu.
HOOFDSTUK VIII. [1 - Fraudebestrijding]1
CHAPITRE VIII. [1 - Lutte contre la fraude]1
Art. 28/1. [1 § 1. De door de regering daartoe gemachtigde ambtenaar kan een administratieve geldboete opleggen aan elke persoon die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, een inbreuk pleegt op :
   1° de bepalingen van deze ordonnantie en de besluiten genomen ter uitvoering ervan ;
   2° de volgende bepalingen en de besluiten genomen ter uitvoering ervan :
   - de artikelen van de ordonnantie van 23 juli 1992 betreffende de gewestbelasting ten laste van houders van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen ;
   - de artikelen van de ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de overname van de provinciale fiscaliteit ;
   - de artikelen 40 tot en met 44 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende de afvalstoffen ;
   - de artikelen 2.3.55. tot en met 2.3.62. van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing ;
   de artikelen van de ordonnantie van 29 juli 2015 tot invoering van een kilometerheffing in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor zware voertuigen bedoeld of gebruikt voor het vervoer van goederen over de weg, ter vervanging van het Eurovignet ;
   - de artikelen van de ordonnantie van 23 december 2016 betreffende de gewestbelasting op de inrichtingen van toeristisch logies.
   De indiening van een vrijwillig onvolledige of onjuiste aangifte wordt beschouwd als een inbreuk gepleegd met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden.
   § 2. De beslissing waarin de voornoemde geldboete wordt opgelegd, wordt per aangetekende postzending of per elektronische aangetekende zending verstuurd aan de persoon aan wie de boete werd opgelegd.
   § 3. Voor een eerste inbreuk gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden door de betrokken persoon bedraagt deze boete :
Art. 28/1. [1 § 1er. Le fonctionnaire habilité pour ce faire par le gouvernement peut infliger une amende administrative à celui qui contrevient dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire :
   1° aux dispositions de la présente ordonnance ou des arrêtés pris pour son exécution ;
   2° aux dispositions suivantes ou aux arrêtés pris pour leur exécution :
   - les articles de l'ordonnance du 23 juillet 1992 relative à la taxe régionale à charge de titulaires de droits réels sur certains immeubles ;
   - les articles de l'ordonnance du 22 décembre 1994 relative à la reprise de la fiscalité provinciale ;
   - les articles 40 à 44 de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
   - les articles 2.3.55. à 2.3.62. de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie ;
   - les articles de l'ordonnance du 29 juillet 2015 introduisant un prélèvement kilométrique en Région de Bruxelles-Capitale sur les poids lourds prévus ou utilisés pour le transport par route de marchandises, en remplacement de l'Eurovignette ;
   - les articles de l'ordonnance du 23 décembre 2016 relative à la taxe régionale sur les établissements d'hébergement touristique.
   La remise de déclarations volontairement incomplètes ou inexactes est considérée comme une infraction commise dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire.
   § 2. La décision par laquelle l'amende susmentionnée est infligée est envoyée par un envoi postal recommandé ou par un recommandé électronique à la personne à laquelle l'amende a été infligée.
   § 3. Pour une première infraction commise dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire par la personne concernée, cette amende s'élève à :
Bedrag van de ontlopen belasting (in euro) Bedrag van de boete (in euro) Montant de la taxe éludée (en euros) Montant de l'amende (en euros)
Vanaf Tot een bedrag kleiner dan  A partir de Jusqu'au montant inférieur à  
0 500 500 0 500 500
500 1000 1000 500 1000 1000
1000 2000 2000 1000 2000 2000
2000 3000 3000 2000 3000 3000
3000 5000 5000 3000 5000 5000
5000 10000 10000 5000 10000 10000
10000 - 20000 10000 - 20000
Bedrag van de ontlopen belasting (in euro) Bedrag van de boete (in euro) Montant de la taxe éludée (en euros) Montant de l'amende (en euros)Vanaf Tot een bedrag kleiner dan A partir de Jusqu'au montant inférieur à 0 500 500 0 500 500500 1000 1000 500 1000 10001000 2000 2000 1000 2000 20002000 3000 3000 2000 3000 30003000 5000 5000 3000 5000 50005000 10000 10000 5000 10000 1000010000 - 20000 10000 - 20000
§ 4. Voor een tweede inbreuk gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden, worden de bedragen opgenomen in de tabel vervat in § 3 vermenigvuldigd met 2.
   Vanaf de derde inbreuk gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden, worden de bedragen opgenomen in de tabel vervat in § 3 vermenigvuldigd met 4.]1
  
Bedrag van de ontlopen belasting (in euro) Bedrag van de boete (in euro) Montant de la taxe éludée (en euros) Montant de l'amende (en euros)
Vanaf Tot een bedrag kleiner dan  A partir de Jusqu'au montant inférieur à  
0 500 500 0 500 500
500 1000 1000 500 1000 1000
1000 2000 2000 1000 2000 2000
2000 3000 3000 2000 3000 3000
3000 5000 5000 3000 5000 5000
5000 10000 10000 5000 10000 10000
10000 - 20000 10000 - 20000
Bedrag van de ontlopen belasting (in euro) Bedrag van de boete (in euro) Montant de la taxe éludée (en euros) Montant de l'amende (en euros)Vanaf Tot een bedrag kleiner dan A partir de Jusqu'au montant inférieur à 0 500 500 0 500 500500 1000 1000 500 1000 10001000 2000 2000 1000 2000 20002000 3000 3000 2000 3000 30003000 5000 5000 3000 5000 50005000 10000 10000 5000 10000 1000010000 - 20000 10000 - 20000
§ 4. Pour une deuxième infraction commise dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire, les montants repris dans le tableau contenu dans le § 3 sont multipliés par 2.
   A partir de la troisième infraction commise dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire, les montants repris dans le tableau contenu dans le § 3 sont multipliés par 4.]1
  
TITEL II. - Werking van de fiscale administratie
TITRE II. - Fonctionnement de l'administration fiscale
Art.29. De modaliteiten van het gebruik van de elektronische handtekening in het kader van de werking van de fiscale administratie worden vastgesteld door de regering.
Art.29. Les modalités de l'utilisation de la signature électronique dans le cadre du fonctionnement de l'administration fiscale sont déterminées par le gouvernement.
Art. 29/1. [1 De fiscale administratie mag, in het kader van zijn innings- en invorderingsactiviteiten, gebruik maken van de domiciliering zoals omschreven in artikel I.9., 13° van boek I, titel 2, hoofdstuk 5 van het Wetboek van economisch recht.
   De regering bepaalt de modaliteiten van dit gebruik.]1

  
Art. 29/1. [1 L'administration fiscale peut, dans le cadre de ses activités de recouvrement et de perception, utiliser la domiciliation telle que décrite à l'article I.9., 13°, du livre I, titre 2, chapitre 5 du Code de droit économique.
   Le Gouvernement fixe les modalités de cette utilisation.]1

  
Art.30. § 1. Het dossierbeheer van de fiscale administratie mag volledig elektronisch geschieden. Hierbij mag gebruikt gemaakt worden van ingescande versies van documenten en van elektronische duplicaten.
  Deze ingescande versies en duplicaten hebben dezelfde bewijskracht als de gescande stukken of de originele stukken zelf.
  § 2. De modaliteiten van het gebruik van de elektronische dossierbehandeling in dit kader worden vastgesteld door de regering.
Art.30. § 1er. La gestion des dossiers de l'administration fiscale peut se faire complètement de façon électronique. Des versions scannées des documents peuvent être utilisés ainsi que des duplicatas électroniques.
  Ces versions scannées et ces duplicatas ont la même valeur probante que les documents qui ont été scannés ou les originaux mêmes.
  § 2. Les modalités de l'utilisation de la gestion électronique dans ce cadre sont déterminées par le gouvernement.
Art. 30/1. [1 Elke ambtenaar van de fiscale administratie kan de verschijning in persoon in naam van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest doen in het kader van :
   1° betwistingen met betrekking tot de toepassing van een fiscale wet;
   2° betwistingen met betrekking tot de dwangbevelen uitgevaardigd door een ambtenaar van de fiscale administratie;
   3° betwistingen met betrekking tot de uitvoering van dwangbevelen uitgevaardigd door een ambtenaar van de fiscale administratie;
   4° betwistingen met betrekking tot fiscale normen.]1

  
Art. 30/1. [1 Tout fonctionnaire de l'administration fiscale peut assurer la comparution en personne au nom de la Région de Bruxelles-Capitale dans le cadre :
   1° des contestations relatives à l'application d'une loi fiscale;
   2° des contestations relatives aux contraintes décernées par un fonctionnaire de l'administration fiscale;
   3° des contestations relatives à l'exécution des contraintes décernées par un fonctionnaire de l'administration fiscale;
   4° des contestations relatives aux normes fiscales.]1

  
Art. 30/2. [1 § 1. In het kader van de uitvoering van de internationale en de Europese rechtelijke verplichtingen tot hulp en bijstand in fiscale zaken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, beschikt de fiscale administratie over de in titel I van deze ordonnantie omschreven onderzoeksbevoegdheden.
   Daarnaast kan de fiscale administratie in dit kader ook een beroep doen op de invorderingsmaatregelen vervat in de artikelen 15 tot en met 18 van deze ordonnantie.
   § 2. - De daartoe door de regering gemachtigde ambtenaar van de fiscale administratie mag, in het kader van de in paragraaf 1 omschreven omstandigheden, geschreven attesten inzamelen, derden horen, een onderzoek instellen, en binnen de door haar bepaalde termijn - welke wegens wettige redenen kan worden verlengd - van natuurlijke of rechtspersonen, alsook van verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid alle inlichtingen vorderen die hij nodig acht om aan de hulp en bijstandsverplichtingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te kunnen voldoen.
   Een bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling wordt als een derde beschouwd waarop de bepalingen van het eerste lid onverminderd van toepassing zijn.
   § 3. De door de regering daartoe gemachtigde ambtenaar kan een administratieve geldboete van 125 euro tot 50.000 euro opleggen aan :
   1° personen die weigeren mee te werken aan het in paragraaf 2 genoemde onderzoek;
   2° personen die de krachtens paragraaf 2 ingevorderde inlichtingen niet of niet tijdig verschaffen.
   De regering legt de schaal van voornoemde geldboetes vast en regelt hun toepassingsmodaliteiten.
   Deze geldboetes worden gevestigd en ingevorderd volgens de regels die van toepassing zijn voor de gewestbelastingen.]1

  
Art. 30/2. [1 § 1er. Dans le cadre de l'exécution des obligations de droit international et de droit européen, d'assistance et de coopération en matière fiscale, de la Région de Bruxelles-Capitale, l'administration fiscale dispose des compétences de recherche décrites au titre Ier de la présente ordonnance.
   L'administration fiscale peut, dans ce cadre, aussi recourir aux mesures de recouvrement prévues par les articles 15 à 18 de la présente ordonnance.
   § 2. - Le fonctionnaire de l'administration fiscale désigné par le gouvernement peut, dans les circonstances décrites au paragraphe 1er, recueillir des attestations écrites, entendre des tiers, procéder à des enquêtes et requérir, dans le délai qu'il fixe - ce délai pouvant être prolongé pour de justes motifs - des personnes physiques ou morales, ainsi que des associations n'ayant pas la personnalité juridique, la production de tous renseignements qu'il juge nécessaires pour répondre aux obligations d'assistance et de coopération en matière fiscale, de la Région de Bruxelles-Capitale.
   Un établissement de banque, de change, de crédit ou d'épargne est considéré comme un tiers soumis sans restriction à l'application des dispositions de l'alinéa premier.
   § 3. Le fonctionnaire désigné à cet effet par le gouvernement peut infliger une amende administrative d'un montant compris entre 125 euros et 50.000 euros :
   1° aux personnes qui refusent de coopérer à l'enquête visée au paragraphe 2;
   2° aux personnes qui ne fournissent pas ou qui ne fournissent pas dans les délais les informations demandées sur la base du paragraphe 2.
   Le gouvernement fixe l'échelle des amendes susmentionnées et règle les modalités d'application de celles-ci.
   Ces amendes sont établies et recouvrées suivant les règles qui sont d'application pour les taxes régionales.]1

  
Art. 30/3. [1 Indien een bedrag verschuldigd aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of aan een openbare instelling of inrichting van dit Gewest, niet tijdig wordt betaald, kan de door de Regering aangeduide ambtenaar van de fiscale administratie een dwangbevel uitvaardigen. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaar verklaard.]1
  
Art. 30/3. [1 Si un montant dû à la Région de Bruxelles-Capitale ou à un établissement ou organisme public de cette Région, n'est pas payé dans les délais, le fonctionnaire de l'administration fiscale désigné par le gouvernement peut décerner une contrainte. La contrainte décernée est visée et rendue exécutoire par le fonctionnaire susmentionné.]1
  
TITEL III. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
TITRE III. - Dispositions abrogatoires et modificatives
Art.31. In artikel 2 van de ordonnantie van 23 juli 1992 betreffende de gewestbelasting ten laste van bezetters van bebouwde eigendommen en houders van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen wordt de zin " Deze belasting is verschuldigd op basis van de bestaande toestand op 1 januari van het belastingjaar. " opgeheven.
Art.31. Dans l'article 2 de l'ordonnance du 23 juillet 1992 relative à la taxe régionale à charge des occupants d'immeubles bâtis et de titulaires de droits réels sur certains immeubles, la phrase " elle est due sur base de la situation existante au 1er janvier de l'exercice d'imposition. " est abrogée.
Art.32. In artikel 3 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd door de ordonnanties van 21 februari 2002, 3 april 2003 en 17 maart 2011, wordt § 4 opgeheven.
Art.32. Dans l'article 3 de la même ordonnance, modifié par les ordonnances du 21 février 2002, 3 avril 2003 et 17 mars 2011, le § 4 est abrogé.
Art.33. § 1. Artikel 4, § 1bis, eerste lid, 3°, van dezelfde ordonnantie, gewijzigd door de ordonnanties van 23 mei 2001, 21 februari 2002, 3 april 2003 en 29 april 2004, wordt vervangen door :
  " 3° gehandicapte personen :
  - aan wie een invaliditeit of een arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 % werd toegekend;
  - bij wie een vermindering van de zelfredzaamheid van ten minste 9 punten werd vastgesteld;
  - bij wie een vermindering van het verdienvermogen tot één derde of minder werd vastgesteld. ".
  § 2. In artikel 4, § 1bis, van dezelfde ordonnantie, gewijzigd door de ordonnanties van 23 mei 2001, 21 februari 2002, 3 april 2003 en 29 april 2004, wordt een nieuw derde lid ingevoegd, zodat het huidige derde lid het vierde lid wordt :
  " Hetzelfde geldt voor een gezinshoofd van een gezin waarvan een kind deel uitmaakt dat aan één van de volgende voorwaarden voldoet :
  - minstens 4 punten in pijler 1 op de medisch-sociale schaal toegekend gekregen hebben;
  - minstens 6 punten in totaal op de medisch-sociale schaal toegekend gekregen hebben;
  - een ongeschiktheid van minstens 66 % toegekend gekregen hebben. ".
Art.33. § 1er. Dans l'article 4, § 1erbis, de la même ordonnance, modifié par les ordonnances du 23 mai 2001, 21 février 2002, 3 avril 2003 et 29 avril 2004, le 3° de l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " 3° les personnes handicapées :
  - auxquelles une invalidité ou une incapacité de travail d'au moins 66 % a été reconnue;
  - auxquelles une réduction de l'autonomie d'au moins 9 points a été reconnue;
  - auxquelles une réduction de capacité de gain à un tiers ou moins a été reconnue. ".
  § 2. A l'article 4, § 1erbis, de la même ordonnance, modifié par les ordonnances du 23 mai 2001, 21 février 2002, 3 avril 2003 et 29 avril 2004, un nouvel alinéa 3 est inséré, l'actuel alinéa 3 devenant l'alinéa 4 :
  " Il en est de même pour le chef d'un ménage dont fait partie un enfant qui remplit une des conditions suivantes :
  - avoir été accordé au moins 4 points dans le pilier 1 de l'échelle médico-sociale;
  - avoir été accordé au moins 6 points en total sur l'échelle médico-sociale;
  - avoir été accordé une incapacité de travail d'au moins 66 %. ".
Art.34. In artikel 4 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd door de ordonnanties van 23 mei 2001, 21 februari 2002, 3 april 2003 en 29 april 2004, wordt § 4 opgeheven.
Art.34. Dans l'article 4 de la même ordonnance, modifié par les ordonnances du 23 mai 2001, 21 février 2002, 3 avril 2003 et 29 avril 2004, le § 4 est abrogé.
Art.35. Artikel 10 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt :
  " Art. 10. De belasting verschuldigd door de in artikel 3, § 1, c) bedoelde belastingplichtigen is een belasting op aangifte. ".
Art.35. L'article 10 de la même ordonnance est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10. La taxe due par les redevables visées à l'article 3, § 1er, c) est une taxe sur déclaration. ".
Art.36. Artikelen 11, 15, 16 en 18 tot en met 22 van dezelfde ordonnantie worden opgeheven.
  Artikelen 12, 13, 14, 17 van dezelfde ordonnantie worden opgeheven.
Art.36. Les articles 11, 15, 16 et 18 jusqu'à 22 de la même ordonnance sont abrogés.
  Les articles 12, 13, 14, 17 de la même ordonnance sont abrogés.
Art.37. In artikel 5 van de ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de overname van de provinciale fiscaliteit wordt § 2 opgeheven.
Art.37. Dans l'article 5 de l'ordonnance du 22 décembre 1994 relative à la reprise de la fiscalité provinciale, le § 2 est abrogé.
Art.38. Artikel 6 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt :
  " Art. 6. § 1. Indien de belastingplichtige in de loop van het belastingjaar een bank- en financieringsinstelling opent, dan dient hij de door de regering aangeduide ambtenaar hiervan binnen de maand kennis te geven bij aangetekende postzending of elektronische aangetekende zending. In deze kennisgeving, moeten alle gegevens zijn opgenomen die voor de vestiging van deze belasting zijn vereist.
  § 2. Indien de belastingplichtige in de loop van het belastingjaar een bankautomaat plaatst, dan dient hij de door de regering aangeduide ambtenaar hiervan binnen de maand kennis te geven bij aangetekende postzending of elektronische aangetekende zending. In deze kennisgeving, moeten alle gegevens zijn opgenomen die voor de vestiging van deze belasting zijn vereist. ".
Art.38. L'article 6 de la même ordonnance est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6. § 1er. Le redevable qui ouvre, dans le courant de l'exercice, un établissement bancaire ou financier, doit le notifier au fonctionnaire désigné par le gouvernement dans le mois de l'ouverture par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique. Cette notification doit comprendre toutes les données nécessaires à l'établissement de la taxation.
  § 2. Le redevable qui installe, dans le courant de l'exercice, un distributeur automatique de billets, est tenu de notifier cette installation dans le mois qui la suit au fonctionnaire désigné par le gouvernement, par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique. Cette notification doit comprendre toutes les données nécessaires à l'établissement de la taxation. ".
Art.39. In artikel 9 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd door het regeringsbesluit van 13 december 2001, worden de tweede, derde en vierde zin opgeheven.
Art.39. Dans l'article 9 de la même ordonnance, modifié par l'arrêté du gouvernement 13 décembre 2001, les deuxième, troisième et quatrième phrases sont abrogées.
Art.40. Artikel 10 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt :
  " Art. 10. Indien de belastingplichtige een agentschap opent in de loop van het belastingjaar, dient hij de door de regering aangeduide ambtenaar hiervan binnen de maand kennis te geven bij aangetekende postzending of elektronische aangetekende zending. In deze kennisgeving, moeten alle gegevens zijn opgenomen die voor de vestiging van deze belasting zijn vereist. ".
Art.40. L'article 10 de la même ordonnance est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10. Le redevable qui, dans le courant de l'exercice, ouvre une agence est tenu de notifier cette ouverture au fonctionnaire désigné par le gouvernement dans le mois, par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique. Cette notification doit comprendre toutes les données nécessaires à l'établissement de la taxation. ".
Art.41. In artikel 14 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd door het regeringsbesluit van 13 december 2001, wordt § 2 opgeheven.
Art.41. Dans l'article 14 de la même ordonnance, modifié par l'arrêté du gouvernement 13 décembre 2001, le § 2 est abrogé.
Art.42. Art. 15 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt :
  " Art. 15, § 1. Indien de belastingplichtige één of meerdere aanplakborden opricht of verplaatst gedurende het belastingjaar, dient hij de door de regering aangeduide ambtenaar hiervan binnen de maand kennis te geven bij aangetekende postzending of elektronische aangetekende zending. In deze kennisgeving, moeten alle gegevens zijn opgenomen die voor de vestiging van deze belasting zijn vereist.
  § 2. Indien de belastingplichtige een mobiel paneel in omloop brengt gedurende het belastingjaar, dient hij de door de regering aangeduide ambtenaar hiervan binnen de maand kennis te geven bij aangetekende postzending of elektronische aangetekende zending. In deze kennisgeving, moeten alle gegevens zijn opgenomen die voor de vestiging van deze belasting zijn vereist. ".
Art.42. L'article 15 de la même ordonnance est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 15, § 1er. Le redevable qui dans le courant de l'exercice, procède à la construction ou au déplacement d'un ou plusieurs panneaux d'affichage est tenu de notifier cette construction ou ce déplacement au fonctionnaire désigné par le gouvernement dans un délai d'un mois, par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique. Cette notification doit comprendre toutes les données nécessaires à l'établissement de la taxation.
  § 2. Le redevable qui dans le courant de l'exercice, procède à la mise en circulation d'un panneau mobile, est tenu de notifier cette mise en circulation au fonctionnaire désigné par le gouvernement dans un délai d'un mois, par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique. Cette notification doit comprendre toutes les données nécessaires à l'établissement de la taxation. ".
Art.43. Art. 20 van dezelfde ordonnantie wordt opgeheven.
Art.43. L'article 20 de la même ordonnance est abrogé.
Art.44. Art. 21 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt :
  " Art. 21. Indien de belastingplichtige in de loop van het belastingjaar één of meerdere verdeelapparaten, die onder de toepassing van de in dit hoofdstuk opgenomen belasting vallen, plaatst, dient hij de door de regering aangeduide ambtenaar hiervan binnen de maand kennis te geven bij aangetekende postzending of elektronische aangetekende zending. In deze kennisgeving, moeten alle gegevens zijn opgenomen die voor de vestiging van deze belasting zijn vereist. ".
Art.44. L'article 21 de la même ordonnance est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 21. Le redevable qui installe dans le courant de l'exercice un ou plusieurs appareils distributeurs auxquels le présent chapitre est d'application, est tenu de notifier cette installation au fonctionnaire désigné par le gouvernement dans un délai d'un mois, par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique. Cette notification doit comprendre toutes les données nécessaires à l'établissement de la taxation. ".
Art.45. Art. 22 van dezelfde ordonnantie wordt aangevuld met een §§ 2 en 3, luidende :
  " § 2. De in dit hoofdstuk omschreven belasting is verschuldigd door de houder van een in § 1 omschreven vergunning.
  Indien deze houder onbekend of insolvabel is, dan is de eigenaar van de inrichting waarvoor de vergunning werd bekomen, gehouden tot de betaling van deze belasting.
  § 3. De uitbater van een gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichting van klasse 1 of klasse 2 waarvoor geen vergunning bestaat, is de in § 1 omschreven belasting verschuldigd.
  Indien deze uitbater onbekend of insolvabel is, dan kan de eigenaar van deze inrichting worden aangesproken voor de betaling van deze belasting. ".
  De bestaande bepalingen van artikel 22 van dezelfde ordonnantie vormen § 1 ervan. In de Franse tekst worden de woorden " d'une permission " vervangen door de woorden " d'un permis ".
Art.45. L'article 22 de la même ordonnance est complété par les §§ 2 et 3 rédigés comme suit :
  " § 2. La taxe prévue par ce chapitre est due par le détenteur d'un permis tel que décrit dans le § 1er.
  Si ce détenteur est inconnu ou insolvable, le propriétaire de l'établissement, pour lequel le permis a été obtenu, est tenu au paiement de cette taxe.
  § 3. L'exploitant d'un établissement dangereux, insalubre ou incommode repris en 1er ou 2e classe pour lequel il n'y ait pas de permis, est le redevable de la taxe prévue par le § 1er.
  Si cet exploitant est inconnu ou insolvable, le propriétaire de cet établissement est tenu au paiement de cette taxe. ".
  Les dispositions actuelles de l'article 22 de la même ordonnance en forment le § 1er. Dans le texte français, les mots " d'une permission " sont remplacés par les mots " d'un permis ".
Art.46. Littera a) van de tweede § van artikel 24 van dezelfde ordonnantie wordt opgeheven.
  In artikel 24 van dezelfde ordonnantie wordt § 3 opgeheven.
Art.46. Le littera a) du § 2 de l'article 24 de la même ordonnance est abrogé.
  Dans l'article 24 de la même ordonnance, le § 3 est abrogé.
Art.47. Art. 25 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt :
  " Indien de belastingplichtige in de loop van een belastingjaar een inrichting in gebruik neemt, dient hij de door de regering aangeduide ambtenaar hiervan binnen de maand kennis te geven bij aangetekende postzending of elektronische aangetekende zending. In deze kennisgeving, moeten alle gegevens zijn opgenomen die voor de vestiging van deze belasting zijn vereist. ".
Art.47. L'article 25 de la même ordonnance est remplacé par ce qui suit :
  " Le redevable qui, dans le courant de l'exercice, prend un établissement en exploitation, est tenu de le notifier au fonctionnaire désigné par le gouvernement dans un délai d'un mois, par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique. Cette notification doit comprendre toutes les données nécessaires à l'établissement de la taxation. ".
Art.48. In artikel 36 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd door het regeringsbesluit van 13 december 2001 wordt § 2 opgeheven.
Art.48. Dans l'article 36 de la même ordonnance, modifié par l'arrêté du gouvernement 13 décembre 2001, le § 2 est abrogé.
Art.49. Art. 37 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt :
  " Indien de belastingplichtige in de loop van een belastingjaar een nieuwe stapelplaats aanlegt of een bestaande stapelplaats verhoogt, dan dient hij de door de regering aangeduide ambtenaar hiervan binnen de maand kennis te geven bij aangetekende postzending of elektronische aangetekende zending. In deze kennisgeving, moeten alle gegevens zijn opgenomen die voor de vestiging van deze belasting zijn vereist. ".
Art.49. L'article 37 de la même ordonnance est remplacé par ce qui suit :
  " Le redevable qui, dans le courant de l'exercice, crée un nouveau dépôt ou augmente la superficie d'un dépôt existant, est tenu de notifier cette création ou cette augmentation au fonctionnaire désigné par le gouvernement dans un délai d'un mois, par un envoi postal recommandé ou un recommandé électronique. Cette notification doit comprendre toutes les données nécessaires à l'établissement de la taxation. ".
Art.50. Art. 39 van dezelfde ordonnantie wordt opgeheven.
Art.50. L'article 39 de la même ordonnance est abrogé.
Art.51. Art. 40 van dezelfde ordonnantie wordt opgeheven.
Art.51. L'article 40 de la même ordonnance est abrogé.
Art.52. In dezelfde ordonnantie wordt een artikel 39 ingevoegd, luidende :
  " Art. 39. Indien de belastingplichtige de hem in artikelen 6, 10, 15, 21, 25, 37 opgelegde plichten tot kennisgeving niet naleeft, dan wordt de belasting die verschuldigd is op datgene waarop de kennisgeving betrekking had, voor het belastingjaar na datgene waarin deze kennisgeving had moeten plaatsvinden, verhoogd met 50 %. ".
Art.52. Dans la même ordonnance, il est inséré un article 39 rédigé comme suit :
  " Art. 39. Si le redevable méconnaît les obligations de notification que lui imposent les articles 6, 10, 15, 21, 25, 37, la taxe due sur l'objet pour lequel une notification est nécessaire, est augmentée de 50 % pour l'exercice d'imposition qui suit celui au cours duquel cette notification aurait dû avoir lieu. ".
Art.53. In dezelfde ordonnantie wordt een artikel 40 ingevoegd, luidende :
  " Art. 40. De in deze ordonnantie vervatte belastingen zijn belastingen op aangifte. ".
Art.53. Dans la même ordonnance, il est inséré un article 40 rédigé comme suit :
  " Art. 40. Les taxations contenues dans cette ordonnance sont des taxations sur déclaration. ".
Art.54. In artikel 14 van de ordonnantie van 27 april 1995 betreffende de taxidiensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur wordt het derde lid vervangen als volgt :
  " Ze wordt geïnd en gevorderd volgens de regels bepaald in de hoofdstukken IV, V en VI van titel I van de ordonnantie tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met uitzondering van artikel 13, tweede lid. ".
Art.54. Dans l'article 14 de l'ordonnance du 27 avril 1995 relative aux services de taxis et aux services de location de voitures avec chauffeur, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Elle est recouvrée et poursuivie suivant les règles déterminées par les chapitres IV, V, VI du titre Ier de l'ordonnance établissant la procédure fiscale en Région de Bruxelles-Capitale, à l'exception de l'article 13, alinéa 2. ".
Art.55. In artikel 26, § 2, van dezelfde ordonnantie wordt het derde lid vervangen als volgt :
  " Ze wordt geïnd en gevorderd volgens de regels bepaald in de hoofdstukken IV, V en VI van titel I van de ordonnantie tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met uitzondering van artikel 13, tweede lid. ".
Art.55. Dans l'article 26, § 2, de la même ordonnance, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Elle est recouvrée et poursuivie suivant les règles déterminées par les chapitres IV, V, VI du titre Ier de l'ordonnance établissant la procédure fiscale en Région de Bruxelles-Capitale, à l'exception de l'article 13, alinéa 2. ".
Art.56. Art. 40 van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu wordt vervangen als volgt :
  " Art. 40. Indien de geldboete niet tijdig wordt betaald, vaardigt de door de regering aangewezen ambtenaar een dwangbevel uit. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaar verklaard. ".
Art.56. L'article 40 de l'ordonnance du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation, la poursuite et la répression des infractions en matière d'environnement, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 40. En cas de non paiement de l'amende dans les délais, une contrainte est décernée par le fonctionnaire désigné par le gouvernement. La contrainte est visée et rendue exécutoire par le fonctionnaire susmentionné. ".
Art.57. In artikel 26 van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd door de ordonnanties van 1 april 2004, 14 december 2006, 30 april 2009 en 20 juli 2011, wordt § 6 vervangen als volgt :
  " § 6. De bijdrage wordt gevorderd en opgeëist volgens de regels vervat in de artikelen 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 22 en 23 van de ordonnantie tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. ".
Art.57. Dans l'article 26 de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, modifié par les ordonnances du 1er avril 2004, 14 décembre 2006, 30 avril 2009 et 20 juillet 2011, le § 6 est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. Le droit est recouvré et poursuivi suivant les règles prévues aux articles 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 22 et 23 de l'ordonnance établissant la procédure fiscale en Région de Bruxelles-Capitale. ".
Art.58. In artikel 20septiesdecies van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ordonnantie van 20 juli 2011, wordt § 6 vervangen als volgt :
  " § 6. De bijdrage wordt gevorderd en opgeëist volgens de regels vervat in de artikelen 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 22 en 23 van de ordonnantie tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. ".
Art.58. Dans l'article 20septiesdecies de l'ordonnance du 1er avril 2004 relative à l'organisation du marché du gaz en Région de Bruxelles-Capitale, concernant des redevances de voiries en matière de gaz et d'électricité et portant modification de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, introduit par l'ordonnance du 20 juillet 2011, le § 6 est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. Le droit est recouvré et poursuivi suivant les règles prévues aux articles 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 22 et 23 de l'ordonnance établissant la procédure fiscale en Région de Bruxelles-Capitale. ".
Art.59. In artikel 152 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke ordening, gewijzigd door de ordonnantie van 14 mei 2009, wordt de laatste zin vervangen als volgt :
  " Wanneer het gemeentebestuur verzuimt de kosten te betalen, kan de terugvordering ervan worden toevertrouwd aan de door de regering aangewezen ambtenaar. Deze ambtenaar kan dan een dwangbevel uitvaardigen. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaar verklaard. ".
Art.59. Dans l'article 152 du Code bruxellois de l'Aménagement du Territoire, modifié par l'ordonnance du 14 mai 2009, la dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
  " Si l'administration communale demeure en défaut de payer les frais, le recouvrement de ceux-ci peut être confié au fonctionnaire désigné par le gouvernement. Ce fonctionnaire peut décerner une contrainte. La contrainte décernée est visée et rendue exécutoire par le fonctionnaire susmentionné. ".
Art.60. In artikel 240 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door de ordonnantie van 14 mei 2009, wordt de laatste zin van § 2 vervangen als volgt :
  " Wanneer de eigenaar in gebreke van betaling blijft, kan de invordering van de kosten door de door de regering aangewezen ambtenaar worden verder gezet. Deze ambtenaar kan dan een dwangbevel uitvaardigen. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaar verklaard. ".
Art.60. Dans l'article 240 du même Code, modifié par l'ordonnance du 14 mai 2009, la dernière phrase du § 2 est remplacée par ce qui suit :
  " Si le propriétaire demeure en défaut de payer les frais, le recouvrement de ceux-ci est poursuivi par le fonctionnaire désigné par le gouvernement. Ce fonctionnaire peut décerner une contrainte. La contrainte décernée est visée et rendue exécutoire par le fonctionnaire susmentionné. ".
Art.61. In artikel 305 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door de ordonnantie van 14 mei 2009, wordt de laatste zin vervangen als volgt :
  " Wanneer de schuldenaar in gebreke van betaling blijft, kan de door de regering aangewezen ambtenaar een dwangbevel uitvaardigen. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaar verklaard. ".
Art.61. Dans l'article 305 du même Code, modifié par l'ordonnance du 14 mai 2009, la dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
  " Si le débiteur demeure en défaut de payer les frais, un fonctionnaire désigné par le gouvernement peut décerner une contrainte. La contrainte décernée est visée et rendue exécutoire par le fonctionnaire susmentionné. ".
Art.62. In artikel 308 van hetzelfde Wetboek wordt de voorlaatste zin vervangen als volgt :
  " Wanneer de schuldenaar in gebreke van betaling blijft, kan de invordering van de kosten door de door de regering aangewezen ambtenaar worden verder gezet. Deze ambtenaar kan dan een dwangbevel uitvaardigen. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaar verklaard. ".
Art.62. Dans l'article 308 du même Code, l'avant-dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
  " Si le débiteur demeure en défaut de payer les frais, le recouvrement de ceux-ci est poursuivi par le fonctionnaire désigné par le gouvernement. Ce fonctionnaire peut décerner une contrainte. La contrainte décernée est visée et rendue exécutoire par le fonctionnaire susmentionné. ".
Art.63. Art. 313septies van hetzelfde Wetboek, ingevoerd door de ordonnantie van 19 maart 2009, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 313septies. Indien de geldboete niet tijdig wordt betaald, vaardigt de door de regering aangewezen ambtenaar een dwangbevel uit. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaar verklaard. ".
Art.63. L'article 313septies du même Code, introduit par l'ordonnance du 19 mars 2009, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 313septies. En cas de non-paiement de l'amende dans les délais, une contrainte est décernée par le fonctionnaire désigné par le gouvernement. La contrainte est visée et rendue exécutoire par le fonctionnaire susmentionné. ".
Art.64. In artikel 33 van de ordonnantie van 7 juni 2007 houdende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen wordt § 5 vervangen als volgt :
  " § 5. Als de geldboete niet wordt betaald, vaardigt de door de regering aangewezen ambtenaar een dwangbevel uit. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaarverklaard. ".
Art.64. Dans l'article 33 de l'ordonnance du 7 juin 2007 relative à la performance énergétique et au climat intérieur des bâtiments, le § 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. En cas de non-paiement de l'amende, une contrainte est décernée par le fonctionnaire désigné par le gouvernement. La contrainte est visée et rendue exécutoire par le fonctionnaire susmentionné. ".
Art.65. In artikel 88 van de ordonnantie van 3 juli 2008 betreffende de bouwplaatsen op de openbare weg, gewijzigd door de ordonnantie van 20 juli 2011, wordt § 2 vervangen als volgt :
  " § 2. De ambtenaar die overeenkomstig § 1 door de regering wordt aangewezen moet het uitgevaardigde dwangbevel ook viseren en uitvoerbaar verklaren. ".
Art.65. Dans l'article 88 de l'ordonnance du 3 juillet 2008 relative aux chantiers en voirie, modifié par l'ordonnance du 20 juillet 2011, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le fonctionnaire désigné par le gouvernement conformément au § 1er doit viser et rendre exécutoire la contrainte décernée. ".
Art.66. Paragraaf 2 van artikel 44 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen wordt vervangen door :
  " § 2. De bepalingen in de artikelen 7, 8, 9, 10, 12, 15, 16, 18, 19, 21, 22 en 23 van de ordonnantie tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn van toepassing op de belasting op het verbranden van afvalstoffen.
  Voor de toepassing van deze ordonnantie, dient er in artikel 21, § 3, te worden gelezen " de belastingplichtigen " in plaats van " de belastingplichtigen en hun eventuele huurders of gebruikers ".
  De regering kan de toepassingsmodaliteiten van dit artikel nader bepalen. ".
Art.66. Le § 2 de l'article 44 de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets est remplacé par :
  " § 2. Les dispositions des articles 7, 8, 9, 10, 12, 15, 16, 18, 19, 21, 22 et 23 de l'ordonnance établissant la procédure fiscale en Région de Bruxelles-Capitale s'appliquent à la taxe sur l'incinération des déchets.
  Pour l'application de la présente ordonnance, il convient de lire à l'article 21, § 3 : " les redevables " au lieu de " les redevables ainsi que leurs locataires ou usagers éventuels ".
  Le gouvernement peut préciser les modalités d'application du présent article. ".
TITEL IV. - Inwerkingtreding
TITRE IV. - Entrée en vigueur
Art.67. De artikelen 4 tot en met 14, 31 tot en met 35, 36, tweede lid, 37, 39, 41, 43, 45, 46, 48, 50 en 53 treden in werking vanaf het belastingjaar 2013.
  De artikelen 15 tot en met 23, 28, 36, eerste lid, 38, 40, 42, 44, 47, 49, 52, 56 en 59 tot en met 65 treden in werking vanaf 1 januari 2013.
Art.67. Les articles 4 jusqu'à 14, 31 jusqu'à 35, 36, alinéa 2, 37, 39, 41, 43, 45, 46, 48, 50 et 53 entrent en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2013.
  Les articles 15 jusqu'à 23, 28, 36, alinéa 1er, 38, 40, 42, 44, 47, 49, 52, 56 et 59 jusqu'au 65 entrent en vigueur à partir du 1er janvier 2013.
Art.68. De regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van de artikelen 29 en 30.
Art.68. Le gouvernement fixe la date d'entrée en vigueur des articles 29 et 30.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 30 fixée au 01-01-2013 par ARR 2013-02-21/18, art. 3)
Art.69. De opheffing van het eerste lid van artikel 40 van de ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de overname van de provinciale fiscaliteit door artikel 51 treedt in werking vanaf het moment dat en in zoverre de artikelen van de ordonnantie van 23 juli 1992 betreffende de gewestbelastingen ten laste van bezetters van bebouwde eigendommen en houders van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen, waarnaar wordt verwezen in het eerste lid van voornoemd artikel 40, worden opgeheven.
  De opheffing van de rest van artikel 40 van de ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de overname van de provinciale fiscaliteit door artikel 51 treedt in werking vanaf het belastingjaar 2013.
Art.69. L'abrogation de l'alinéa 1er de l'article 40 de l'ordonnance du 22 décembre 1994 relative à la reprise de la fiscalité provinciale par l'article 51 entre en vigueur dès le moment où et dans la mesure où les articles de l'ordonnance du 23 juillet 1992 relative à la taxe régionale à charge des occupants d'immeubles bâtis et de titulaires de droits réels sur certains immeubles, auxquels renvoi est fait dans l'article 40 susmentionné, sont abrogés.
  L'abrogation du reste de l'article 40 de l'ordonnance du 22 décembre 1994 relative à la reprise de la fiscalité provinciale par l'article 51 entre en vigueur dès l'exercice d'imposition 2013.
Art.70. De artikelen 54, 55, 57 en 58 treden in werking vanaf het moment dat en in zoverre de bepalingen van deze ordonnantie, waarnaar in de voornoemde artikelen wordt verwezen, in werking getreden zijn.
Art.70. Les articles 54, 55, 57 et 58 entrent en vigueur dès le moment où et dans la mesure où les articles de cette ordonnance auxquels ils renvoient entrent en vigueur.
Art.71. Art. 66 treedt in werking vanaf het ogenblik dat en in zoverre de bepalingen van deze ordonnantie, waarnaar in het voornoemde artikel wordt verwezen, in werking treden.
Art.71. L'article 66 entre en vigueur dès le moment où et dans la mesure où les articles de cette ordonnance auxquels il renvoie entrent en vigueur.
Art. 72. De regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van de artikelen 24, 25, 26 en 27.
Art. 72. Le gouvernement fixe la date d'entrée en vigueur des articles 24, 25, 26 et 27.
(NOTE : Entrée en vigueur des l'article 24 à 27 fixée au 01-04-2020 par ARR 2020-03-05/12, art. 1)