Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 JUNI 2013. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de opslag van gewasbeschermingsmiddelen voor beroepsgebruik en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning alsook van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-07-2013 en tekstbijwerking tot 04-10-2013)
Titre
13 JUIN 2013. - Arrêté du Gouvernement wallon déterminant les conditions sectorielles relatives aux dépôts de produits phytopharmaceutiques à usage professionnel et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ainsi que l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-07-2013 et mise à jour au 04-10-2013)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en begripsomsc...
HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw
HOOFDSTUK III. - Uitbating
HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie
HOOFDSTUK V. - Water
HOOFDSTUK VI. - Afvalbeheer
HOOFDSTUK VII. - Verzekering
HOOFDSTUK VIII. - Sanering
HOOFDSTUK IX. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK X. - Overgangs- en slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Champ d'application et définitions
CHAPITRE II. - Implantation et construction
CHAPITRE III. - Exploitation
CHAPITRE IV. - Prévention des accidents et ince...
CHAPITRE V. - Eau
CHAPITRE VI. - Gestion des déchets
CHAPITRE VII. - Assurance
CHAPITRE VIII. - Remise en état
CHAPITRE IX. - Dispositions modificatives
CHAPITRE X. - Mesures transitoires et finales
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en begripsomschrijvingen
CHAPITRE Ier. - Champ d'application et définitions
Artikel 1. Bij dit besluit wordt Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden gedeeltelijk omgezet.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la Directive 2009/128/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 instaurant un cadre d'action communautaire pour parvenir à une utilisation des pesticides compatible avec le développement durable.
Art. 2. Deze sectorale voorwaarden zijn van toepassing op de opslag van gewasbeschermingsmiddelen voor beroepsgebruik wanneer de opgeslagen hoeveelheid gelijk aan of hoger is dan 5 t, die bedoeld zijn in rubriek 63.12.17.01.01 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten. Deze sectorale voorwaarden zijn niet van toepassing op de opslag gebonden aan de activiteiten bedoeld in rubriek 24.20 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.
Art. 2. Les présentes conditions sectorielles s'appliquent aux dépôts de produits phytopharmaceutiques à usage professionnel lorsque la quantité stockée est égale ou supérieure à 5 t visés à la rubrique 63.12.17.01.02 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées. Les présentes conditions sectorielles ne s'appliquent pas aux dépôts liés aux activités visées à la rubrique 24.20 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées.
Art. 3. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° bestaande inrichting : de inrichting die behoorlijk aangegeven is of vergund is vóór de inwerkingtreding van dit besluit alsook de inrichting waarvoor een aangifte of een vergunningaanvraag werd ingediend [1 vóór de inwerkingtreding van dit besluit]1. De ombouw of uitbreiding van een inrichting die de exploitant vóór de inwerkingtreding van dit besluit vermeld heeft in het register bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt met een bestaande inrichting gelijkgesteld;
2° " PPNU " : de onbruikbare gewasbeschermingsmiddelen die met name de beschadigde producten of de producten die uit de handel worden genomen, omvatten.
1° bestaande inrichting : de inrichting die behoorlijk aangegeven is of vergund is vóór de inwerkingtreding van dit besluit alsook de inrichting waarvoor een aangifte of een vergunningaanvraag werd ingediend [1 vóór de inwerkingtreding van dit besluit]1. De ombouw of uitbreiding van een inrichting die de exploitant vóór de inwerkingtreding van dit besluit vermeld heeft in het register bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt met een bestaande inrichting gelijkgesteld;
2° " PPNU " : de onbruikbare gewasbeschermingsmiddelen die met name de beschadigde producten of de producten die uit de handel worden genomen, omvatten.
Art. 3. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° établissement existant : l'établissement dûment déclaré ou autorisé avant l'entrée en vigueur du présent arrêté ainsi que l'établissement pour lequel une déclaration ou une demande de permis a été introduite [1 avant l'entrée en vigueur du présent arrêté]1. La transformation ou l'extension d'un établissement que l'exploitant a, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, consignée dans le registre prévu par l'article 10, § 2, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement est assimilée à un établissement existant;
2° PPNU : les produits phytopharmaceutiques non utilisables comprenant, notamment, les produits dégradés ou retirés du marché.
1° établissement existant : l'établissement dûment déclaré ou autorisé avant l'entrée en vigueur du présent arrêté ainsi que l'établissement pour lequel une déclaration ou une demande de permis a été introduite [1 avant l'entrée en vigueur du présent arrêté]1. La transformation ou l'extension d'un établissement que l'exploitant a, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, consignée dans le registre prévu par l'article 10, § 2, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement est assimilée à un établissement existant;
2° PPNU : les produits phytopharmaceutiques non utilisables comprenant, notamment, les produits dégradés ou retirés du marché.
Wijzigingen
HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw
CHAPITRE II. - Implantation et construction
Art. 4. De toegang van de opslagplaats is gevestigd op :
- 5 meter van de openbare weg;
- 10 meter van de woningen van derden;
- 10 meter van een oppervlaktewater, van een voorkeursinlaat naar het grondwater of een inlaat van een openbare riolering.
- 5 meter van de openbare weg;
- 10 meter van de woningen van derden;
- 10 meter van een oppervlaktewater, van een voorkeursinlaat naar het grondwater of een inlaat van een openbare riolering.
Art. 4. L'entrée du dépôt est implantée à plus de :
- 5 mètres de la voie publique;
- 10 mètres des habitations de tiers;
- 10 mètres d'une eau de surface, d'un point d'entrée préférentiel vers les eaux souterraines ou d'un point d'entrée d'égout public.
- 5 mètres de la voie publique;
- 10 mètres des habitations de tiers;
- 10 mètres d'une eau de surface, d'un point d'entrée préférentiel vers les eaux souterraines ou d'un point d'entrée d'égout public.
Art. 5. De opslag wordt niet rechtstreeks verbonden met een woonlokaal.
Art. 5. Le dépôt n'est pas en communication directe avec un local d'habitation.
Art. 6. In de opslagplaats worden de gewasbeschermingsmiddelen waarvan de fysisch-chemische eigenschappen onverenigbaar zijn of een chemische reactie in geval van contact kunnen veroorzaken, in verschillende compartimenten opgedeeld.
De materialen waaruit de compartimenten bestaan, zijn verenigbaar met het geheel van de in dit compartiment opgeslagen producten.
Elk compartiment wordt ontworpen en ingericht om een gemakkelijke toegang tijdens elke exploitatie-, inspectie- en onderhoudverrichting of elke noodmaatregel mogelijk te maken.
De materialen waaruit de compartimenten bestaan, zijn verenigbaar met het geheel van de in dit compartiment opgeslagen producten.
Elk compartiment wordt ontworpen en ingericht om een gemakkelijke toegang tijdens elke exploitatie-, inspectie- en onderhoudverrichting of elke noodmaatregel mogelijk te maken.
Art. 6. Dans le dépôt, les produits phytopharmaceutiques présentant des caractéristiques physico-chimiques incompatibles ou susceptibles de provoquer une réaction chimique en cas de contact sont répartis dans différents compartiments.
Les matériaux entrant dans la composition des compartiments sont compatibles avec l'ensemble des produits entreposés dans ce compartiment.
Chaque compartiment est conçu et agencé de manière à permettre un accès facile lors de toute opération d'exploitation, d'inspection, de maintenance ou d'intervention d'urgence.
Les matériaux entrant dans la composition des compartiments sont compatibles avec l'ensemble des produits entreposés dans ce compartiment.
Chaque compartiment est conçu et agencé de manière à permettre un accès facile lors de toute opération d'exploitation, d'inspection, de maintenance ou d'intervention d'urgence.
Art. 7. § 1. De opslagplaats wordt ingericht om elke toevallige lozing van de opgeslagen producten te voorkomen.
§ 2. De exploitant treft alle nodige maatregelen zodat de toevallig geloosde gewasbeschermingsmiddelen in een uitsluitend daartoe bestemde retentiekom ingezameld wordt.
Wanneer een compartimentering krachtens artikel 6 van dit besluit wordt opgelegd, beschikt elk compartiment over een retentiekom.
Elke retentiekom heeft een inzamelingsvolume gelijkwaardig aan het volume van de grootste verpakking en minstens gelijk aan de vierde van het totaalvolume van de in het compartiment opgeslagen producten die ze inzamelt. Elke retentiekom zorgt voor de inzameling van geloosde producten en wordt niet uitgerust met een overlooppijp of met een leiding die op de buitenkant van de opslagplaats uitkomt.
§ 3. De grond, de muren of de dammen van de retentiekommen zijn waterdicht en bestaan uit materialen die bestand zijn tegen de fysich-chemische effecten van de stoffen die verspreid zouden kunnen worden.
De doorgang van leidingen door de wanden van het retentiesysteem wordt alleen toegelaten indien de waterdichtheid ervan is gewaarborgd.
§ 2. De exploitant treft alle nodige maatregelen zodat de toevallig geloosde gewasbeschermingsmiddelen in een uitsluitend daartoe bestemde retentiekom ingezameld wordt.
Wanneer een compartimentering krachtens artikel 6 van dit besluit wordt opgelegd, beschikt elk compartiment over een retentiekom.
Elke retentiekom heeft een inzamelingsvolume gelijkwaardig aan het volume van de grootste verpakking en minstens gelijk aan de vierde van het totaalvolume van de in het compartiment opgeslagen producten die ze inzamelt. Elke retentiekom zorgt voor de inzameling van geloosde producten en wordt niet uitgerust met een overlooppijp of met een leiding die op de buitenkant van de opslagplaats uitkomt.
§ 3. De grond, de muren of de dammen van de retentiekommen zijn waterdicht en bestaan uit materialen die bestand zijn tegen de fysich-chemische effecten van de stoffen die verspreid zouden kunnen worden.
De doorgang van leidingen door de wanden van het retentiesysteem wordt alleen toegelaten indien de waterdichtheid ervan is gewaarborgd.
Art. 7. § 1er. Le dépôt est aménagé de manière à éviter tout déversement accidentel des produits stockés.
§ 2. L'exploitant prend toutes les mesures utiles afin que les produits phytopharmaceutiques déversés accidentellement soient récoltés par une cuvette de rétention réservée exclusivement à cette fonction.
Lorsqu'un compartimentage est imposé en vertu de l'article 6 du présent arrêté, chaque compartiment dispose d'une cuvette de rétention.
Chaque cuvette de rétention présente un volume de récolte équivalent au volume du plus grand conditionnement et au moins égal au quart du volume total des produits entreposés dans le compartiment dont elle assure la collecte. Chaque cuvette de rétention permet la collecte des produits déversés et est dépourvue de trop plein ou de conduite aboutissant vers l'extérieur du dépôt.
§ 3. Le sol, les murs ou digues des cuvettes de rétention sont étanches et sont constitués de matériaux résistant aux effets physico-chimiques des substances susceptibles d'être épandues.
Le passage de tuyauteries au travers des parois du système de rétention est autorisé uniquement si l'étanchéité en est garantie.
§ 2. L'exploitant prend toutes les mesures utiles afin que les produits phytopharmaceutiques déversés accidentellement soient récoltés par une cuvette de rétention réservée exclusivement à cette fonction.
Lorsqu'un compartimentage est imposé en vertu de l'article 6 du présent arrêté, chaque compartiment dispose d'une cuvette de rétention.
Chaque cuvette de rétention présente un volume de récolte équivalent au volume du plus grand conditionnement et au moins égal au quart du volume total des produits entreposés dans le compartiment dont elle assure la collecte. Chaque cuvette de rétention permet la collecte des produits déversés et est dépourvue de trop plein ou de conduite aboutissant vers l'extérieur du dépôt.
§ 3. Le sol, les murs ou digues des cuvettes de rétention sont étanches et sont constitués de matériaux résistant aux effets physico-chimiques des substances susceptibles d'être épandues.
Le passage de tuyauteries au travers des parois du système de rétention est autorisé uniquement si l'étanchéité en est garantie.
Art. 8. Er wordt vanaf de openbare weg naar de opslagplaats een toegang verzekerd aan de territoriaal bevoegde brandweerdienst overeenkomstig zijn voorschriften.
Art. 8. Un accès vers le dépôt est assuré à partir de la voie publique au service d'incendie territorialement compétent, conformément aux instructions de celui-ci.
HOOFDSTUK III. - Uitbating
CHAPITRE III. - Exploitation
Art. 9. De opslagplaats omvat alleen pesticiden zoals bepaald in Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden en de met pesticiden besmette afvalstoffen.
Andere producten kunnen in de opslagplaats opgeslagen worden op voorwaarde dat ze :
1° niet bestemd zijn voor de menselijke of dierlijke voeding;
2° geen geneesmiddelen zijn;
3° geen risico voor brand of ontploffing inhouden;
4° apart op afzonderlijke rekjes worden opgeruimd om elk risico voor rechtstreeks contact met de pesticiden te voorkomen.
Het specifieke materiaal bestemd voor de toepassing van de opgeslagen producten kan in de opslagplaats aanwezig zijn.
Andere producten kunnen in de opslagplaats opgeslagen worden op voorwaarde dat ze :
1° niet bestemd zijn voor de menselijke of dierlijke voeding;
2° geen geneesmiddelen zijn;
3° geen risico voor brand of ontploffing inhouden;
4° apart op afzonderlijke rekjes worden opgeruimd om elk risico voor rechtstreeks contact met de pesticiden te voorkomen.
Het specifieke materiaal bestemd voor de toepassing van de opgeslagen producten kan in de opslagplaats aanwezig zijn.
Art. 9. Le dépôt contient uniquement des pesticides tels que définis par la Directive 2009/128/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 instaurant un cadre d'action communautaire pour parvenir à une utilisation des pesticides compatible avec le développement durable et les déchets contaminés par des pesticides.
D'autres produits peuvent être stockés dans le dépôt à condition qu'ils :
1° ne soient pas destinés à l'alimentation humaine ou animale;
2° ne soient pas des médicaments;
3° ne présentent pas un danger d'incendie ou d'explosion;
4° soient rangés séparément, sur des étagères distinctes et de manière à éviter tout risque de contact direct avec les pesticides.
Le matériel spécifique destiné à l'application des produits stockés peut être présent dans le dépôt.
D'autres produits peuvent être stockés dans le dépôt à condition qu'ils :
1° ne soient pas destinés à l'alimentation humaine ou animale;
2° ne soient pas des médicaments;
3° ne présentent pas un danger d'incendie ou d'explosion;
4° soient rangés séparément, sur des étagères distinctes et de manière à éviter tout risque de contact direct avec les pesticides.
Le matériel spécifique destiné à l'application des produits stockés peut être présent dans le dépôt.
Art. 10. De gewasbeschermingsmiddelen worden zodanig geplaatst dat de identificatie ervan wordt vergemakkelijkt.
De exploitant zorgt ervoor dat absorberende producten in de opslagplaats of in de onmiddellijke nabijheid ervan aanwezig zijn.
De exploitant zorgt ervoor dat absorberende producten in de opslagplaats of in de onmiddellijke nabijheid ervan aanwezig zijn.
Art. 10. Les produits phytopharmaceutiques sont placés de manière à faciliter l'identification de ceux-ci.
L'exploitant veille à ce que des produits absorbants soient présents dans ou à proximité immédiate du dépôt.
L'exploitant veille à ce que des produits absorbants soient présents dans ou à proximité immédiate du dépôt.
Art. 11. De exploitant stelt de documenten op grond waarvan de aard van de opgeslagen gewasbeschermingsmiddelen en de risico's inherent aan hun aanwezigheid kunnen worden geïdentificeerd, ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar en van de brandweer- en hulpdiensten.
Art. 11. L'exploitant tient à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance et des services d'incendie et de secours les documents permettant d'identifier la nature des produits phytopharmaceutiques stockés et les risques inhérents à la présence de ceux-ci.
HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie
CHAPITRE IV. - Prévention des accidents et incendies
Art. 12. Vóór de tenuitvoerlegging van het project en vóór elke wijziging van de plaats en/of de exploitatieomstandigheden die de risico's voor brand of voor de verspreiding ervan zouden kunnen wijzigen, verstrekt de exploitant de territoriaal bevoegde brandweerdienst informatie over de getroffen maatregelen en de aangewende uitrustingen inzake de preventie en de bestrijding van brand en ontploffingen, met inachtneming van de bescherming van de bevolking en het leefmilieu.
Art. 12. Avant la mise en oeuvre du projet et avant chaque modification des lieux ou des circonstances d'exploitation susceptibles de modifier les risques d'incendie ou de sa propagation, l'exploitant informe le service d'incendie territorialement compétent des mesures prises et des équipements à mettre en oeuvre en matière de prévention et de lutte contre les incendies et explosions, dans le respect de la protection du public et de l'environnement.
Art. 13. Elke opslagplaats is uitgerust met een branddetectiesysteem met het in werking stellen van een lokaal alarm. Het aantal detectoren en de ligging ervan worden bepaald overeenkomstig de voorschriften van de territoriale bevoegde brandweerdienst naar gelang van de omvang van de opslagplaats. Die detectoren vervullen de normen die eigen zijn aan het gebruikte materiaal.
Elke opslagplaats is minstens voorzien van blussers. Hun type, hun aantal en hun ligging worden bepaald overeenkomstig de voorschriften van de territoriale bevoegde brandweerdienst naar gelang van de omvang van de opslagplaats en van de aard van de producten die er zouden kunnen worden opgeslagen.
Elke opslagplaats is minstens voorzien van blussers. Hun type, hun aantal en hun ligging worden bepaald overeenkomstig de voorschriften van de territoriale bevoegde brandweerdienst naar gelang van de omvang van de opslagplaats en van de aard van de producten die er zouden kunnen worden opgeslagen.
Art. 13. Chaque dépôt est muni d'un système de détection des incendies avec déclenchement d'une alarme locale. Le nombre et la disposition des détecteurs sont établis conformément aux prescriptions du service d'incendie territorialement compétent, en fonction de la taille du dépôt. Ces détecteurs répondent aux normes propres au matériel utilisé.
Chaque dépôt est muni, au minimum, d'extincteurs. Leur type, leur nombre et leur disposition sont fixés conformément aux prescriptions du service d'incendie territorialement compétent, en fonction de la taille du dépôt et de la nature des produits susceptibles d'y être entreposés.
Chaque dépôt est muni, au minimum, d'extincteurs. Leur type, leur nombre et leur disposition sont fixés conformément aux prescriptions du service d'incendie territorialement compétent, en fonction de la taille du dépôt et de la nature des produits susceptibles d'y être entreposés.
HOOFDSTUK V. - Water
CHAPITRE V. - Eau
Art. 14. Elke accidentele lozing van gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater of die aanleiding kan geven tot een infiltratie in de grondwater wordt meegedeeld aan de toezichthoudende ambtenaar.
Elke accidentele lozing van gewasbeschermingsmiddelen in openbare rioleringen wordt meegedeeld aan de toezichthoudende ambtenaar.
Elke accidentele lozing van gewasbeschermingsmiddelen in openbare rioleringen wordt meegedeeld aan de toezichthoudende ambtenaar.
Art. 14. Tout déversement accidentel de produits phytopharmaceutiques en eaux de surface ou pouvant conduire à une infiltration dans les eaux souterraines est signalé au fonctionnaire chargé de la surveillance.
Tout déversement accidentel de produits phytopharmaceutiques dans les égouts publics est signalé au fonctionnaire chargé de la surveillance.
Tout déversement accidentel de produits phytopharmaceutiques dans les égouts publics est signalé au fonctionnaire chargé de la surveillance.
HOOFDSTUK VI. - Afvalbeheer
CHAPITRE VI. - Gestion des déchets
Art. 15. De beschadigde producten of de producten die uit de handel worden genomen (PPNU) worden opgeslagen in het lokaal, de kast of de gelijkwaardige voorziening voor de opslag van gewasbeschermingsmiddelen in een gebied dat duidelijk wordt geïdentificeerd door middel van een bordje voorzien van de melding " PPNU/vervallen ".
Art. 15. Les produits dégradés ou retirés du marché (PPNU) sont stockés dans le local, l'armoire ou le dispositif équivalent de stockage de produits phytopharmaceutiques, dans une zone clairement identifiée par une pancarte portant la mention " PPNU/périmé ".
Art. 16. De verpakkingen van de gewasbeschermingsmiddelen en de materialen besmet met de gewasbeschermingsmiddelen worden bewaard in een daartoe voorbehouden gesloten verpakking zodat ze niet toevallig worden geloosd of niet in contact komen met andere producten, materies of stoffen.
Art. 16. Les emballages des produits phytopharmaceutiques et les matériaux contaminés par les produits phytopharmaceutiques sont conservés dans un emballage fermé réservé à cet effet d'une manière telle qu'ils ne se déversent pas accidentellement ou n'entrent pas en contact avec d'autres produits, substances ou matières.
Art. 17. Het register bedoeld in de artikelen 59 en volgende van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende gevaarlijke afvalstoffen wordt ter beschikking gesteld van de toezichthoudende ambtenaar.
Art. 17. Le registre, tel que prévu par les articles 59 et suivants de l'arrêté de l'Exécutif régional wallon du 9 avril 1992 relatif aux déchets dangereux, est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
HOOFDSTUK VII. - Verzekering
CHAPITRE VII. - Assurance
Art. 18. De exploitant sluit een verzekeringsovereenkomst waarvan het bedrag volstaat om de burgerlijke aansprakelijkheid die uit zijn activiteiten voortvloeit te dekken. Het bedrag ervan ligt vast in de bijzondere voorwaarden.
De exploitant houdt een afschrift van de zogenaamde verzekeringscontracten alsmede het bewijs van de betaling van de verzekeringspremie voor het lopende jaar ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar.
De exploitant houdt een afschrift van de zogenaamde verzekeringscontracten alsmede het bewijs van de betaling van de verzekeringspremie voor het lopende jaar ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar.
Art. 18. L'exploitant souscrit un contrat d'assurance d'un montant suffisant pour couvrir la responsabilité civile résultant de ses activités. Le montant est déterminé par les conditions particulières.
L'exploitant garde à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance une copie desdits contrats d'assurance ainsi que de la preuve du paiement de la prime d'assurance pour l'année en cours.
L'exploitant garde à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance une copie desdits contrats d'assurance ainsi que de la preuve du paiement de la prime d'assurance pour l'année en cours.
HOOFDSTUK VIII. - Sanering
CHAPITRE VIII. - Remise en état
Art. 19. Aan het einde van de uitbating wordt de site gesaneerd overeenkomstig de voorschriften van artikel 55 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en worden de afvalstoffen afgevoerd naar toegelaten installaties.
Art. 19. En fin d'exploitation, le site est remis en état, conformément au prescrit de l'article 55 du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et les déchets sont évacués vers des installations autorisées.
HOOFDSTUK IX. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE IX. - Dispositions modificatives
Art. 20. In bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten wordt rubriek 63.12.17. vervangen als volgt :
"
"
Art. 20. A l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, la rubrique 63.12.17 est remplacée par ce qui suit :
"
"
| Nummer - Installatie of activiteit | Klasse | EIE | Te raadplegen organen | Deelfactoren | ||
| ZH | ZHR | ZI | ||||
| 63.12.17. Pesticiden (basisproducten of eindproducten) | ||||||
| 63.12.17.01. Opslagen van gewasbeschermingsmiddelen voor beroepsgebruik met uitzondering van de opslagen bedoeld in rubriek 24.20 : | ||||||
| Gewasbeschermingsmiddelen : de de producten en hun hulpmiddelen zoals bepaald in van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad | ||||||
| Opslagplaats : beperkte ruimte bestemd voor de opslag van gewasbeschermingsmiddelen | ||||||
| Beroepsgebruik van gewasbeschermingsmiddelen : gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die voor een beroepsgebruik zowel in de landbouw- en tuinsector als in andere sectoren erkend worden | ||||||
| 63.12.17.01.01. als de opgeslagen capaciteit gelijk aan of hoger is dan 25 kg en kleiner dan 5 t | 3 | |||||
| 63.12.17.01.02. als de opgeslagen capaciteit gelijk aan of hoger is dan 5 t | 2 | DE | ||||
| 63.12.17.02. Opslagen van andere gewasbeschermingsmiddelen dan die bestemd voor een beroepsgebruik en kiemdodende producten (met uitzondering van industriële desinfecterende middelen) behalve de opslagen bedoeld in rubriek 24.20 : | ||||||
| 63.12.17.02.01. als de opgeslagen capaciteit gelijk aan of hoger is dan 0,5 t en kleiner dan 5 t | 3 | |||||
| 63.12.17.02.02.als de opgeslagen capaciteit gelijk aan of hoger is dan 5 t | 2 | DE | ||||
63.12.17. Pesticiden (basisproducten of eindproducten)63.12.17.01. Opslagen van gewasbeschermingsmiddelen voor beroepsgebruik met uitzondering van de opslagen bedoeld in rubriek 24.20 :Gewasbeschermingsmiddelen : de de producten en hun hulpmiddelen zoals bepaald in van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de RaadOpslagplaats : beperkte ruimte bestemd voor de opslag van gewasbeschermingsmiddelenBeroepsgebruik van gewasbeschermingsmiddelen : gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die voor een beroepsgebruik zowel in de landbouw- en tuinsector als in andere sectoren erkend worden63.12.17.01.01. als de opgeslagen capaciteit gelijk aan of hoger is dan 25 kg en kleiner dan 5 t363.12.17.01.02. als de opgeslagen capaciteit gelijk aan of hoger is dan 5 t2DE63.12.17.02. Opslagen van andere gewasbeschermingsmiddelen dan die bestemd voor een beroepsgebruik en kiemdodende producten (met uitzondering van industriële desinfecterende middelen) behalve de opslagen bedoeld in rubriek 24.20 :63.12.17.02.01. als de opgeslagen capaciteit gelijk aan of hoger is dan 0,5 t en kleiner dan 5 t363.12.17.02.02.als de opgeslagen capaciteit gelijk aan of hoger is dan 5 t2DE
".
| Numéro - Installation ou activité | Classe | EIE | Organismes à consulter | Facteurs de division | ||
| ZH | ZHR | ZI | ||||
| 63.12.17. Pesticides (produits de base ou produits finis) | ||||||
| 63.12.17.01. Dépôts de produits phytopharmaceutiques à usage professionnel à l'exception des dépôts visés à la rubrique 24.20 : | ||||||
| Produits phytopharmaceutiques : produits et leurs adjuvants tels que définis par le Règlement (CE) n° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les Directives 79/117/CEE et 91/414/CEE du Conseil | ||||||
| Dépôt : espace limité destiné au stockage de produits phytopharmaceutiques | ||||||
| Usage professionnel de produits phytopharmaceutiques : emploi de produits phytopharmaceutiques agréés pour une utilisation professionnelle, tant dans les secteurs agricole et horticole que dans d'autres secteurs | ||||||
| 63.12.17.01.01. lorsque la quantité stockée est égale ou supérieure à 25 kg et inférieure à 5 t | 3 | |||||
| 63.12.17.01.02 lorsque la quantité stockée est égale ou supérieure à 5 t | 2 | DE | ||||
| 63.12.17.02. Dépôts de produits phytopharmaceutiques autres que ceux à usage professionnel et biocides (à l'exception des désinfectants industriels) à l'exception des dépôts visés à la rubrique 24.20 : | ||||||
| 63.12.17.02.01 lorsque la quantité stockée est égale ou supérieure à 0,5 t et inférieure à 5 t | 3 | |||||
| 63.12.17.02.02. lorsque la quantité stockée est égale ou supérieure à 5 t | 2 | DE | ||||
à consulterFacteurs de divisionZHZHRZI
63.12.17. Pesticides (produits de base ou produits finis)63.12.17.01. Dépôts de produits phytopharmaceutiques à usage professionnel à l'exception des dépôts visés à la rubrique 24.20 :Produits phytopharmaceutiques : produits et leurs adjuvants tels que définis par le Règlement (CE) n° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les Directives 79/117/CEE et 91/414/CEE du Conseil Dépôt : espace limité destiné au stockage de produits phytopharmaceutiquesUsage professionnel de produits phytopharmaceutiques : emploi de produits phytopharmaceutiques agréés pour une utilisation professionnelle, tant dans les secteurs agricole et horticole que dans d'autres secteurs63.12.17.01.01. lorsque la quantité stockée est égale ou supérieure à 25 kg et inférieure à 5 t363.12.17.01.02 lorsque la quantité stockée est égale ou supérieure à 5 t2DE63.12.17.02. Dépôts de produits phytopharmaceutiques autres que ceux à usage professionnel et biocides (à l'exception des désinfectants industriels) à l'exception des dépôts visés à la rubrique 24.20 :63.12.17.02.01 lorsque la quantité stockée est égale ou supérieure à 0,5 t et inférieure à 5 t363.12.17.02.02. lorsque la quantité stockée est égale ou supérieure à 5 t2DE
".
Art. 21. Artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt aangevuld met een nieuw lid, luidend als volgt :
" Wanneer de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een opslag van gewasbeschermingsmiddelen voor beroepsgebruik waarvan de opgeslagen hoeveelheid gelijk aan of hoger is dan 10 t, die bedoeld zijn in rubriek 63.12.17.01.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, omvat ze, naast de inlichtingen gevraagd in het formulier bedoeld in het eerste lid, de in bijlage XXV vermelde informatie. Als de milieuvergunningsaanvraag evenwel betrekking heeft op een inrichting waarin gevaarlijke stoffen in hoeveelheden gelijk aan of hoger dan die vermeld in kolom 2 of in kolom 3 van bijlage I bij de samenwerkingsovereenkomst aanwezig zijn, wordt de exploitant ervan vrijgesteld de informatie vermeld in bijlage XXV te voegen bij zijn milieuvergunningsaanvraag. "
" Wanneer de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een opslag van gewasbeschermingsmiddelen voor beroepsgebruik waarvan de opgeslagen hoeveelheid gelijk aan of hoger is dan 10 t, die bedoeld zijn in rubriek 63.12.17.01.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, omvat ze, naast de inlichtingen gevraagd in het formulier bedoeld in het eerste lid, de in bijlage XXV vermelde informatie. Als de milieuvergunningsaanvraag evenwel betrekking heeft op een inrichting waarin gevaarlijke stoffen in hoeveelheden gelijk aan of hoger dan die vermeld in kolom 2 of in kolom 3 van bijlage I bij de samenwerkingsovereenkomst aanwezig zijn, wordt de exploitant ervan vrijgesteld de informatie vermeld in bijlage XXV te voegen bij zijn milieuvergunningsaanvraag. "
Art. 21. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Lorsque la demande de permis d'environnement est relative à un dépôt de produits phytopharmaceutiques à usage professionnel dont la quantité stockée de ces produits est égale ou supérieure à 10 tonnes visé à la rubrique 63.12.17.01.02 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXV. Toutefois, si cette demande de permis d'environnement a trait à un établissement où des substances dangereuses sont présentes dans des quantités égales ou supérieures à celles indiquées à la colonne 2 ou à la colonne 3 de l'annexe Ire de l'accord de coopération, l'exploitant est dispensé de joindre à sa demande de permis d'environnement les informations reprises à l'annexe XXV. "
" Lorsque la demande de permis d'environnement est relative à un dépôt de produits phytopharmaceutiques à usage professionnel dont la quantité stockée de ces produits est égale ou supérieure à 10 tonnes visé à la rubrique 63.12.17.01.02 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXV. Toutefois, si cette demande de permis d'environnement a trait à un établissement où des substances dangereuses sont présentes dans des quantités égales ou supérieures à celles indiquées à la colonne 2 ou à la colonne 3 de l'annexe Ire de l'accord de coopération, l'exploitant est dispensé de joindre à sa demande de permis d'environnement les informations reprises à l'annexe XXV. "
Art. 22. Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met volgend lid :
" Wanneer de aanvraag om globale vergunning betrekking heeft op een opslag van gewasbeschermingsmiddelen voor beroepsgebruik waarvan de opgeslagen hoeveelheid gelijk aan of hoger is dan 10 t, die bedoeld zijn in rubriek 63.12.17.01.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, omvat ze, naast de inlichtingen gevraagd in het formulier bedoeld in het eerste lid, de in bijlage XXV vermelde informatie. Als de milieuvergunningsaanvraag evenwel betrekking heeft op een inrichting waarin gevaarlijke stoffen in hoeveelheden gelijk aan of hoger dan die vermeld in kolom 2 of in kolom 3 van bijlage I bij de samenwerkingsovereenkomst aanwezig zijn, wordt de exploitant ervan vrijgesteld de informatie vermeld in bijlage XXV te voegen bij zijn aanvraag om globale vergunning. "
" Wanneer de aanvraag om globale vergunning betrekking heeft op een opslag van gewasbeschermingsmiddelen voor beroepsgebruik waarvan de opgeslagen hoeveelheid gelijk aan of hoger is dan 10 t, die bedoeld zijn in rubriek 63.12.17.01.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, omvat ze, naast de inlichtingen gevraagd in het formulier bedoeld in het eerste lid, de in bijlage XXV vermelde informatie. Als de milieuvergunningsaanvraag evenwel betrekking heeft op een inrichting waarin gevaarlijke stoffen in hoeveelheden gelijk aan of hoger dan die vermeld in kolom 2 of in kolom 3 van bijlage I bij de samenwerkingsovereenkomst aanwezig zijn, wordt de exploitant ervan vrijgesteld de informatie vermeld in bijlage XXV te voegen bij zijn aanvraag om globale vergunning. "
Art. 22. L'article 30 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Lorsque la demande de permis unique est relative à un dépôt de produits phytopharmaceutiques à usage professionnel dont la quantité stockée de ces produits est égale ou supérieure à 10 tonnes visé à la rubrique 63.12.17.01.02 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à études d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXV. Toutefois, lorsque cette demande de permis unique a trait à un établissement où des substances dangereuses sont présentes dans des quantités égales ou supérieures à celles indiquées à la colonne 2 ou à la colonne 3 de l'annexe Ire de l'accord de coopération, l'exploitant est dispensé de joindre à sa demande de permis unique les informations reprises à l'annexe XXV. ".
" Lorsque la demande de permis unique est relative à un dépôt de produits phytopharmaceutiques à usage professionnel dont la quantité stockée de ces produits est égale ou supérieure à 10 tonnes visé à la rubrique 63.12.17.01.02 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à études d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXV. Toutefois, lorsque cette demande de permis unique a trait à un établissement où des substances dangereuses sont présentes dans des quantités égales ou supérieures à celles indiquées à la colonne 2 ou à la colonne 3 de l'annexe Ire de l'accord de coopération, l'exploitant est dispensé de joindre à sa demande de permis unique les informations reprises à l'annexe XXV. ".
Art. 23. In het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt een bijlage XXV ingevoegd, luidend als volgt :
" Bijlage XXV " veiligheidsbijlage "
In zijn vergunningsaanvraag bepaalt de exploitant :
- de lijst van de opgeslagen gevaarlijke stoffen :
Het gaat om de lijst van gevaarlijke stoffen die in de opslagplaats aanwezig zouden kunnen zijn met alle elementen die een precieze evaluatie van de gelopen risico's (CAS-nummer, risicozinnen, gevaaraanduidingen, gevaarcategorie...) mogelijk maken. De Fiches met de veiligheidsgegevens worden ook bijgevoegd.
Wanneer het onmogelijk is een gedetailleerde lijst van die stoffen te bezorgen, maakt de exploitant minstens een lijst van de opgeslagen hoeveelheden per gevaarcategorie en inlichtingen over de staat van de stoffen (vloeistoffen, poeders) over.
- het plan van de installaties met hun beschrijving;
- de beschrijving van de opslagen :
* het type en het volume houders;
* het volume en de oppervlakte van de retenties;
* de preventie-, detectie-, en tussenkomstmiddelen die toegepast worden om elk incident te bestrijden. "
" Bijlage XXV " veiligheidsbijlage "
In zijn vergunningsaanvraag bepaalt de exploitant :
- de lijst van de opgeslagen gevaarlijke stoffen :
Het gaat om de lijst van gevaarlijke stoffen die in de opslagplaats aanwezig zouden kunnen zijn met alle elementen die een precieze evaluatie van de gelopen risico's (CAS-nummer, risicozinnen, gevaaraanduidingen, gevaarcategorie...) mogelijk maken. De Fiches met de veiligheidsgegevens worden ook bijgevoegd.
Wanneer het onmogelijk is een gedetailleerde lijst van die stoffen te bezorgen, maakt de exploitant minstens een lijst van de opgeslagen hoeveelheden per gevaarcategorie en inlichtingen over de staat van de stoffen (vloeistoffen, poeders) over.
- het plan van de installaties met hun beschrijving;
- de beschrijving van de opslagen :
* het type en het volume houders;
* het volume en de oppervlakte van de retenties;
* de preventie-, detectie-, en tussenkomstmiddelen die toegepast worden om elk incident te bestrijden. "
Art. 23. Dans l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, il est inséré une annexe XXV rédigée comme suit :
" Annexe XXV " annexe sécurité "
Dans sa demande de permis, l'exploitant précise :
- la liste des substances dangereuses entreposées :
Il s'agit de la liste des substances dangereuses susceptibles d'être présentes dans l'entrepôt avec tous les éléments permettant une évaluation précise des risques encourus (numéro CAS, phrases de risque ou mentions de danger, catégorie de danger...). Les Fiches de Données de Sécurité sont également annexées.
Lorsqu'il est impossible de fournir une liste détaillée des substances, l'exploitant fournit au minimum une liste reprenant les quantités stockées par catégorie de danger et des informations sur l'état des matières (liquides, poudres.)
- le plan des installations, avec description;
- la description des stockages :
* le type et le volume des contenants;
* le volume et la surface des rétentions;
* les moyens de prévention, de détection et d'intervention mis en place pour lutter contre tout incident. "
" Annexe XXV " annexe sécurité "
Dans sa demande de permis, l'exploitant précise :
- la liste des substances dangereuses entreposées :
Il s'agit de la liste des substances dangereuses susceptibles d'être présentes dans l'entrepôt avec tous les éléments permettant une évaluation précise des risques encourus (numéro CAS, phrases de risque ou mentions de danger, catégorie de danger...). Les Fiches de Données de Sécurité sont également annexées.
Lorsqu'il est impossible de fournir une liste détaillée des substances, l'exploitant fournit au minimum une liste reprenant les quantités stockées par catégorie de danger et des informations sur l'état des matières (liquides, poudres.)
- le plan des installations, avec description;
- la description des stockages :
* le type et le volume des contenants;
* le volume et la surface des rétentions;
* les moyens de prévention, de détection et d'intervention mis en place pour lutter contre tout incident. "
HOOFDSTUK X. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE X. - Mesures transitoires et finales
Art. 24. Dit besluit is van toepassing op de bestaande inrichtingen zodra het in werking treedt.
In afwijking van het eerste lid is artikel 4 niet van toepassing op de bestaande inrichtingen, zijn [1 de artikelen 12, 13 en 18]1 van toepassing op de bestaande inrichtingen vanaf 1 oktober 2014 en zijn de artikel 6, 7 en 8 van toepassing op de bestaande inrichtingen vanaf 1 juni 2019.
In afwijking van het eerste lid is artikel 4 niet van toepassing op de bestaande inrichtingen, zijn [1 de artikelen 12, 13 en 18]1 van toepassing op de bestaande inrichtingen vanaf 1 oktober 2014 en zijn de artikel 6, 7 en 8 van toepassing op de bestaande inrichtingen vanaf 1 juni 2019.
Art. 24. Le présent arrêté s'applique aux établissements existants dès son entrée en vigueur.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 4 ne s'applique pas aux établissements existants, [1 les articles 12, 13 et 18]1 s'appliquent aux établissements existants à dater du 1er octobre 2014 et les articles 6, 7 et 8 s'appliquent aux établissements existants à dater du 1er juin 2019.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 4 ne s'applique pas aux établissements existants, [1 les articles 12, 13 et 18]1 s'appliquent aux établissements existants à dater du 1er octobre 2014 et les articles 6, 7 et 8 s'appliquent aux établissements existants à dater du 1er juin 2019.
Wijzigingen
Art. 25. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 25. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.