Artikel 1. Deze sectorale voorwaarden zijn van toepassing op de open en overdekte zwembaden voor een niet louter privatief gebruik in het kader van het gezin, met een oppervlakte van 100 m2 of minder of een diepte van 40 cm of minder, waarbij het chloor uitsluitend als ontsmettingsmiddel van het water gebruikt wordt; deze zwembaden zijn bedoeld in rubriek 92.61.01.01.02. van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.
Overdekte zwembaden met schuifdak worden gelijkgesteld met overdekte zwembaden.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 JUNI 2013. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de open en overdekte zwembaden voor een niet louter privatief gebruik in het kader van het gezin, met een oppervlakte van 100 m2of meer of een diepte van 40 cm of minder, waarbij een ander ontsmettingsmiddel als het chloor of een ontsmettingsmiddel in combinatie met chloor gebruikt wordt
Titre
13 JUIN 2013. - Arrêté du Gouvernement wallon déterminant les conditions sectorielles relatives aux bassins de natation couverts et ouverts utilisés à un titre autre que purement privatif dans le cadre du cercle familial, lorsque la surface est inférieure ou égale à 100 m2ou la profondeur inférieure ou égale à 40 cm utilisant un procédé de désinfection autre que le chlore ou en combinaison avec du chlore
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied
HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw
HOOFDSTUK III. - Exploitatie
Afdeling 1. - Werkingswijze
Afdeling 2. - Hygiëne en waterkwaliteit
Afdeling 3. - Voorkoming van bacteriën " Legion...
Afdeling 4. - Bepalingen van toepassing op de o...
HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie
HOOFDSTUK V. - Waterlozing
HOOFDSTUK VI. - Controle
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK VIII. - Slot- en overgangsbepalingen
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Définitions et champ d'application
CHAPITRE II. - Implantation et construction
CHAPITRE III. - Exploitation
Section 1re. - Mode de fonctionnement
Section 2. - Hygiène et qualité de l'eau
Section 3. - Prévention contre la présence de b...
Section 4. - Dispositions applicables aux bassi...
CHAPITRE IV. - Prévention des accidents et ince...
CHAPITRE V. - Rejet des eaux
CHAPITRE VI. - Contrôle
CHAPITRE VII. - Dispositions modificatives
CHAPITRE VIII. - Dispositions transitoires et f...
ANNEXES.
Tekst (75)
Texte (75)
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied
CHAPITRE Ier. - Définitions et champ d'application
Article 1er. Les présentes conditions sectorielles s'appliquent aux bassins de nation couverts et ouverts utilisés à un titre autre que purement privatif dans le cadre du cercle familial, lorsque la surface est inférieure ou égale à 100 m2 ou la profondeur inférieure ou égale à 40 cm utilisant un procédé de désinfection autre que le chlore ou en combinaison avec du chlore visés à la rubrique 92.61.01.01.02 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées.
Les bassins de natation couverts, à toiture escamotable, sont assimilés à des bassins couverts.
Les bassins de natation couverts, à toiture escamotable, sont assimilés à des bassins couverts.
Art. 2. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
1° zwembad : kunstmatig bad voornamelijk ontworpen voor het zwemmen of voor elke andere therapeutische, recreatie- of sportactiviteit;
2° bestaand zwembad : zwembad dat behoorlijk vergund is vóór de inwerkingtreding van dit besluit. Het zwembad waarvoor een vergunningsaanvraag vóór de inwerkingtreding van dit besluit is ingediend, wordt met een bestaand zwembad gelijkgesteld. De verbouwing of uitbreiding van een zwembad die de uitbater vóór de inwerkingtreding van dit besluit vermeld heeft in het register bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt met een bestaand zwembad gelijkgesteld;
3° pierenbad : een ondiep zwembad voor kinderen;
4° aërosol : nevel van in de lucht verdeelde zeer fijne vloeistofdeeltjes;
5° risicogebruikspunt : elk voor het publiek toegankelijk gebruikspunt waar aërosolen van sanitair warmwater geproduceerd kunnen worden dat mogelijk besmet is met Legionella pneumophila, met name stortbaden, douchekoppen, bubbel- of massagebaden;
6° netwerk van sanitair warmwater : het netwerk omvat het geheel van de collectieve installaties voor de productie, opslag en distributie van sanitair warmwater dat bevoorraad wordt door één of meer gecentraliseerde systemen voor de productie van sanitair warmwater;
7° preventiemaatregelen : het gedeelte van de exploitatietechnieken die structurele en beheersmaatregelen impliceren ter beperking van het gevaar voor veteranenziekte;
8° geaccrediteerd laboratorium : laboratorium dat beschikt over een formele verklaring van de nationale accreditatie-instelling dat een conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen die zijn bepaald door geharmoniseerde normen en, indien van toepassing, aan aanvullende eisen, zoals die welke zijn opgenomen in de relevante sectorale regelingen, vereist om een specifieke conformiteitsbeoordelingsactiviteit te verrichten zoals bepaald bij de regelgeving betreffende de accreditatie van de conformiteitsbeoordelingsinstanties.
1° zwembad : kunstmatig bad voornamelijk ontworpen voor het zwemmen of voor elke andere therapeutische, recreatie- of sportactiviteit;
2° bestaand zwembad : zwembad dat behoorlijk vergund is vóór de inwerkingtreding van dit besluit. Het zwembad waarvoor een vergunningsaanvraag vóór de inwerkingtreding van dit besluit is ingediend, wordt met een bestaand zwembad gelijkgesteld. De verbouwing of uitbreiding van een zwembad die de uitbater vóór de inwerkingtreding van dit besluit vermeld heeft in het register bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt met een bestaand zwembad gelijkgesteld;
3° pierenbad : een ondiep zwembad voor kinderen;
4° aërosol : nevel van in de lucht verdeelde zeer fijne vloeistofdeeltjes;
5° risicogebruikspunt : elk voor het publiek toegankelijk gebruikspunt waar aërosolen van sanitair warmwater geproduceerd kunnen worden dat mogelijk besmet is met Legionella pneumophila, met name stortbaden, douchekoppen, bubbel- of massagebaden;
6° netwerk van sanitair warmwater : het netwerk omvat het geheel van de collectieve installaties voor de productie, opslag en distributie van sanitair warmwater dat bevoorraad wordt door één of meer gecentraliseerde systemen voor de productie van sanitair warmwater;
7° preventiemaatregelen : het gedeelte van de exploitatietechnieken die structurele en beheersmaatregelen impliceren ter beperking van het gevaar voor veteranenziekte;
8° geaccrediteerd laboratorium : laboratorium dat beschikt over een formele verklaring van de nationale accreditatie-instelling dat een conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen die zijn bepaald door geharmoniseerde normen en, indien van toepassing, aan aanvullende eisen, zoals die welke zijn opgenomen in de relevante sectorale regelingen, vereist om een specifieke conformiteitsbeoordelingsactiviteit te verrichten zoals bepaald bij de regelgeving betreffende de accreditatie van de conformiteitsbeoordelingsinstanties.
Art. 2. Au sens du présent arrêté, on entend par :
1° bassin de natation : un bassin artificiel essentiellement conçu pour la pratique de la natation et de toute autre activité aquatique thérapeutique, récréative ou sportive;
2° bassin de natation existant : le bassin de natation dûment autorisé avant l'entrée en vigueur du présent arrêté. Le bassin de natation pour lequel une demande de permis a été introduite avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est assimilé à un bassin de natation existant. La transformation ou l'extension d'un bassin de natation que l'exploitant a, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, consignée dans le registre prévu par l'article 10, § 2, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement est assimilée à un bassin de natation existant;
3° pataugeoire : un bassin peu profond réservé à la baignade des enfants;
4° aérosol : nébulisation de particules extrêmement fines distribuées dans l'air;
5° point d'usage à risque: tout point d'usage accessible au public pouvant produire des aérosols d'eau chaude sanitaire susceptible d'être contaminée par les Legionella pneumophila dont notamment les douches, douchettes, bains à remous ou à jets;
6° réseau d'eau chaude sanitaire: le réseau comprenant l'ensemble des installations collectives de production, de stockage et de distribution d'eau chaude sanitaire qui est alimenté par un ou plusieurs systèmes de production d'eau chaude sanitaire centralisés;
7° mesures de prévention : la partie des méthodes d'exploitation impliquant des mesures structurelles et des mesures de gestion visant à restreindre le risque de légionellose;
8° laboratoire accrédité : laboratoire disposant d'une attestation formelle délivrée par l'organisme national d'accréditation selon laquelle un organisme d'évaluation de la conformité satisfait aux critères définis par les normes harmonisées et, si d'application, à toute autre exigence supplémentaire, notamment celles fixées dans les programmes sectoriels pertinents, requis pour effectuer une opération spécifique d'évaluation de la conformité telle que définie par la réglementation concernant l'accréditation des organismes d'évaluation de la conformité.
1° bassin de natation : un bassin artificiel essentiellement conçu pour la pratique de la natation et de toute autre activité aquatique thérapeutique, récréative ou sportive;
2° bassin de natation existant : le bassin de natation dûment autorisé avant l'entrée en vigueur du présent arrêté. Le bassin de natation pour lequel une demande de permis a été introduite avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est assimilé à un bassin de natation existant. La transformation ou l'extension d'un bassin de natation que l'exploitant a, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, consignée dans le registre prévu par l'article 10, § 2, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement est assimilée à un bassin de natation existant;
3° pataugeoire : un bassin peu profond réservé à la baignade des enfants;
4° aérosol : nébulisation de particules extrêmement fines distribuées dans l'air;
5° point d'usage à risque: tout point d'usage accessible au public pouvant produire des aérosols d'eau chaude sanitaire susceptible d'être contaminée par les Legionella pneumophila dont notamment les douches, douchettes, bains à remous ou à jets;
6° réseau d'eau chaude sanitaire: le réseau comprenant l'ensemble des installations collectives de production, de stockage et de distribution d'eau chaude sanitaire qui est alimenté par un ou plusieurs systèmes de production d'eau chaude sanitaire centralisés;
7° mesures de prévention : la partie des méthodes d'exploitation impliquant des mesures structurelles et des mesures de gestion visant à restreindre le risque de légionellose;
8° laboratoire accrédité : laboratoire disposant d'une attestation formelle délivrée par l'organisme national d'accréditation selon laquelle un organisme d'évaluation de la conformité satisfait aux critères définis par les normes harmonisées et, si d'application, à toute autre exigence supplémentaire, notamment celles fixées dans les programmes sectoriels pertinents, requis pour effectuer une opération spécifique d'évaluation de la conformité telle que définie par la réglementation concernant l'accréditation des organismes d'évaluation de la conformité.
HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw
CHAPITRE II. - Implantation et construction
Art. 3. De vloer, de plafonds en de wanden van de lokalen van de inrichting zijn voorzien van een waterdichte, corrosievrije en vlot wasbare bekleding.
Alle interne uitrustingen en inrichtingen bestaan uit onbederfelijk, corrosievrij en vlot wasbaar materiaal zonder gevaar voor verwondingen.
De scherpe hoeken en uitstekende elementen zijn afgeschermd met een zachte bekleding tot op 2 m van de vloer.
De roosters voor de aan- en afvoer van water, lucht, enz. zijn zo ontworpen dat ze geen gevaar, zoals snijwond of zuiggevaar, inhouden voor de baders.
De cabines en de gemeenschappelijke kleedkamers bestaan uit hard materiaal en zijn voorzien van een waterdichte, onbederfelijke, vlot wasbare bekleding zonder gevaar voor verwondingen.
In de cabines en in de gemeenschappelijke kleedkamers worden de zones " zonder schoenen " en " met schoenen " duidelijk gescheiden.
Alle interne uitrustingen en inrichtingen bestaan uit onbederfelijk, corrosievrij en vlot wasbaar materiaal zonder gevaar voor verwondingen.
De scherpe hoeken en uitstekende elementen zijn afgeschermd met een zachte bekleding tot op 2 m van de vloer.
De roosters voor de aan- en afvoer van water, lucht, enz. zijn zo ontworpen dat ze geen gevaar, zoals snijwond of zuiggevaar, inhouden voor de baders.
De cabines en de gemeenschappelijke kleedkamers bestaan uit hard materiaal en zijn voorzien van een waterdichte, onbederfelijke, vlot wasbare bekleding zonder gevaar voor verwondingen.
In de cabines en in de gemeenschappelijke kleedkamers worden de zones " zonder schoenen " en " met schoenen " duidelijk gescheiden.
Art. 3. Le sol, les plafonds et les parois des locaux de l'établissement sont pourvus d'un revêtement imperméable, résistant à la corrosion et facilement lavable.
Tous les équipements et aménagements internes sont réalisés en matériaux imputrescibles, résistant à la corrosion et facilement lavables et ne présentant pas de risque de blessure.
Jusqu'à une hauteur de deux mètres à partir du sol, les angles vifs et éléments saillants sont munis d'une protection amortissante.
Les bouches d'arrivée et d'évacuation notamment d'eau, d'air ou autres dans le bassin de natation sont conçues de façon à ne présenter aucun danger, notamment de coupure ou d'aspiration pour les baigneurs.
Les cabines et les vestiaires collectifs sont réalisés en matériaux durs et sont munis d'un revêtement imperméable, imputrescible, facilement lavable et ne présentant pas de risque de blessure.
Les cabines et les vestiaires collectifs sont disposés de telle sorte que les zones " pieds nus " et " pieds chaussés " sont nettement séparées.
Tous les équipements et aménagements internes sont réalisés en matériaux imputrescibles, résistant à la corrosion et facilement lavables et ne présentant pas de risque de blessure.
Jusqu'à une hauteur de deux mètres à partir du sol, les angles vifs et éléments saillants sont munis d'une protection amortissante.
Les bouches d'arrivée et d'évacuation notamment d'eau, d'air ou autres dans le bassin de natation sont conçues de façon à ne présenter aucun danger, notamment de coupure ou d'aspiration pour les baigneurs.
Les cabines et les vestiaires collectifs sont réalisés en matériaux durs et sont munis d'un revêtement imperméable, imputrescible, facilement lavable et ne présentant pas de risque de blessure.
Les cabines et les vestiaires collectifs sont disposés de telle sorte que les zones " pieds nus " et " pieds chaussés " sont nettement séparées.
Art. 4. De inrichting is aangesloten op een drinkwaterdistributienet.
Als het water van de douches en wastafels geen distributiewater is, voldoet het aan de normen die voor distributiewater gelden en laat de exploitant de kwaliteit van dat water controleren door een laboratorium geaccrediteerd overeenkomstig de geldende regelgeving of erkend voor wateranalyse krachtens de artikelen R.101 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek.
Als het water van de douches en wastafels geen distributiewater is, voldoet het aan de normen die voor distributiewater gelden en laat de exploitant de kwaliteit van dat water controleren door een laboratorium geaccrediteerd overeenkomstig de geldende regelgeving of erkend voor wateranalyse krachtens de artikelen R.101 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek.
Art. 4. L'établissement est raccordé à un réseau de distribution d'eau potable.
Lorsque l'eau utilisée pour les douches et les lavabos n'est pas de l'eau de distribution, elle répond aux normes fixées pour l'eau de distribution et l'exploitant fait contrôler la qualité de cette eau par un laboratoire accrédité conformément à la réglementation en vigueur ou agréé en vertu des article R.101 et suivants du Livre Ier du Code de l'Environnement, pour l'analyse de l'eau.
Lorsque l'eau utilisée pour les douches et les lavabos n'est pas de l'eau de distribution, elle répond aux normes fixées pour l'eau de distribution et l'exploitant fait contrôler la qualité de cette eau par un laboratoire accrédité conformément à la réglementation en vigueur ou agréé en vertu des article R.101 et suivants du Livre Ier du Code de l'Environnement, pour l'analyse de l'eau.
Art. 5. De inrichting beschikt over sanitaire installaties.
Art. 5. L'établissement comporte des installations sanitaires.
Art. 6. De roosters, deurmatten of gelijksoortige voorwerpen zijn verboden op het traject dat blootsvoets gevolgd wordt.
Art. 6. Les caillebotis, paillassons ou autres objets similaires sont interdits dans le circuit utilisé par les personnes déchaussées.
Art. 7. § 1. De wanden en de bodem van het zwembad bestaan uit hard materiaal en zijn voorzien van een waterdichte, onbederfelijke, vlot wasbare bekleding zonder gevaar voor verwondingen.
Als het zwembad dieper is dan 1 meter, zijn de wanden ervan voorzien van een steunpunt voor handen of voeten.
§ 2. Het diepste punt van het zwembad is voorzien van een waterafvoer voor de lediging ervan.
Het water wordt via een helling van minstens 1 % naar die voorziening afgevoerd.
§ 3. Bij de wateraanvoer en -afvoer wordt stagnerend water in het zwembad zoveel mogelijk beperkt.
Als het zwembad dieper is dan 1 meter, zijn de wanden ervan voorzien van een steunpunt voor handen of voeten.
§ 2. Het diepste punt van het zwembad is voorzien van een waterafvoer voor de lediging ervan.
Het water wordt via een helling van minstens 1 % naar die voorziening afgevoerd.
§ 3. Bij de wateraanvoer en -afvoer wordt stagnerend water in het zwembad zoveel mogelijk beperkt.
Art. 7. § 1er. Les parois et le fond du bassin de natation sont réalisés en matériaux durs et sont munis d'un revêtement imperméable, imputrescible, facilement lavable et ne présentant pas de risque de blessure.
Les parois du bassin de natation dont la profondeur excède un mètre sont pourvues d'un appui pour les mains ou d'un appui pour les pieds.
§ 2. Le point le plus profond du bassin de natation comporte un dispositif d'évacuation de l'eau pour vidanger le bassin.
Une pente d'au moins 1 pour cent dirige les eaux à évacuer vers ce dispositif.
§ 3. L'arrivée et l'évacuation de l'eau dans le bassin de natation sont réalisées de manière à en limiter la stagnation.
Les parois du bassin de natation dont la profondeur excède un mètre sont pourvues d'un appui pour les mains ou d'un appui pour les pieds.
§ 2. Le point le plus profond du bassin de natation comporte un dispositif d'évacuation de l'eau pour vidanger le bassin.
Une pente d'au moins 1 pour cent dirige les eaux à évacuer vers ce dispositif.
§ 3. L'arrivée et l'évacuation de l'eau dans le bassin de natation sont réalisées de manière à en limiter la stagnation.
Art. 8. § 1. De waterdiepte in het zwembad wordt aangepast aan het gebruik van de springtorens, glijbanen en andere recreatieve uitrustingen.
§ 2. De ladder en het platform voor de toegang tot de glijbanen, springtorens en andere recreatieve uitrustingen beschikken over veiligheidsvoorzieningen ontworpen om elke val te voorkomen. Het oppervlak ervan is slipvrij en vlot wasbaar.
§ 3. De binnenbekleding van de glijbanen is continu glad om natuurlijk glijden toe te laten. Het glijden wordt niet met chemische producten bevorderd.
De plaats waar de gebruiker van een glijbaan van meer dan 2 meter hoog in het bad terecht komt is ontruimd binnen een straal van 2,5 m. Ze is afgebakend.
§ 2. De ladder en het platform voor de toegang tot de glijbanen, springtorens en andere recreatieve uitrustingen beschikken over veiligheidsvoorzieningen ontworpen om elke val te voorkomen. Het oppervlak ervan is slipvrij en vlot wasbaar.
§ 3. De binnenbekleding van de glijbanen is continu glad om natuurlijk glijden toe te laten. Het glijden wordt niet met chemische producten bevorderd.
De plaats waar de gebruiker van een glijbaan van meer dan 2 meter hoog in het bad terecht komt is ontruimd binnen een straal van 2,5 m. Ze is afgebakend.
Art. 8. § 1er. La profondeur de l'eau du bassin de natation est adaptée à l'usage des plongeoirs, toboggans nautiques et autres équipements récréatifs.
§ 2. L'échelle et la plate-forme d'accès des toboggans nautiques, des plongeoirs et d'autres équipements récréatifs sont munis de dispositifs de sécurité conçus de manière à éviter toute chute. Leur revêtement est antidérapant et facilement lavable.
§ 3. Le revêtement interne des toboggans est lisse de façon continue pour une glissade naturelle. Aucun moyen chimique n'est utilisé pour favoriser celle-ci.
La zone de réception de descente d'un toboggan nautique de plus de deux mètres de hauteur est dégagée dans un rayon d'au moins 2,5 mètres. Elle est balisée.
§ 2. L'échelle et la plate-forme d'accès des toboggans nautiques, des plongeoirs et d'autres équipements récréatifs sont munis de dispositifs de sécurité conçus de manière à éviter toute chute. Leur revêtement est antidérapant et facilement lavable.
§ 3. Le revêtement interne des toboggans est lisse de façon continue pour une glissade naturelle. Aucun moyen chimique n'est utilisé pour favoriser celle-ci.
La zone de réception de descente d'un toboggan nautique de plus de deux mètres de hauteur est dégagée dans un rayon d'au moins 2,5 mètres. Elle est balisée.
Art. 9. § 1. De kades van het zwembad worden aangelegd zodat ze een snelle en vlotte evacuatie van alle baders toelaten.
De kade gelegen bij de evacuatie heeft een minimale breedte van 1,5 m.
§ 2. De rechtstreekse toegang tussen de kades en de kleedkamers of de recreatiezones bevindt zich ter hoogte van het ondiepste gedeelte van het bad.
§ 3. Alle toegangen tot de kades van het zwembad beschikken hoe dan ook over een voetbad of -douche dat/die zo geïnstalleerd is dat de baders er verplicht langs moeten om de kades van het zwembad te bereiken.
De voetbaden en -douches worden van onsmettend water voorzien.
Het afvalwater van de voetbaden en -douches en van de douches wordt afgevoerd naar het interne afwateringsnet.
§ 4. De kades worden zo aangelegd dat het afvalwater niet in het zwembad terecht kan komen, noch in de voorzieningen voor de recyclage van het badwater.
Het afvalwater wordt afgevoerd naar de waterafvoerpunten die op het interne afwateringsnet aangesloten zijn. De waterafvoerpunten zijn voorzien van een filtratierooster.
§ 5. De vloeren van de kades van het zwembad bestaan uit tegen gebruikte chemicaliën bestand, vlot wasbaar materiaal dat geen gevaar voor verwondingen inhoudt.
De kade gelegen bij de evacuatie heeft een minimale breedte van 1,5 m.
§ 2. De rechtstreekse toegang tussen de kades en de kleedkamers of de recreatiezones bevindt zich ter hoogte van het ondiepste gedeelte van het bad.
§ 3. Alle toegangen tot de kades van het zwembad beschikken hoe dan ook over een voetbad of -douche dat/die zo geïnstalleerd is dat de baders er verplicht langs moeten om de kades van het zwembad te bereiken.
De voetbaden en -douches worden van onsmettend water voorzien.
Het afvalwater van de voetbaden en -douches en van de douches wordt afgevoerd naar het interne afwateringsnet.
§ 4. De kades worden zo aangelegd dat het afvalwater niet in het zwembad terecht kan komen, noch in de voorzieningen voor de recyclage van het badwater.
Het afvalwater wordt afgevoerd naar de waterafvoerpunten die op het interne afwateringsnet aangesloten zijn. De waterafvoerpunten zijn voorzien van een filtratierooster.
§ 5. De vloeren van de kades van het zwembad bestaan uit tegen gebruikte chemicaliën bestand, vlot wasbaar materiaal dat geen gevaar voor verwondingen inhoudt.
Art. 9. § 1er. Les quais du bassin de natation sont disposés de telle sorte qu'ils permettent une évacuation rapide et facile de tous les baigneurs.
Le quai situé du côté de l'évacuation présente une largeur minimale de 1,5 m.
§ 2. L'accès direct menant aux quais du bassin de natation et provenant des cabines ou des zones récréatives se situe à l'endroit de la plus petite profondeur.
§ 3. Tous les accès menant aux quais du bassin de natation comportent au moins un pédiluve ou une douche pour pieds installé(e) de façon à ce que les baigneurs les traversent obligatoirement pour rejoindre les quais du bassin de natation.
Les pédiluves et les douches pour pieds sont alimentés avec de l'eau désinfectante.
Les eaux usées des pédiluves, des douches pour pieds et des douches corporelles sont directement dirigées vers le réseau d'égouttage interne.
§ 4. Les quais du bassin de natation sont construits de telle sorte que leurs eaux usées ne puissent pas s'écouler dans le bassin de natation ou dans les dispositifs de recyclage de l'eau du bassin.
Les eaux usées sont dirigées vers les dispositifs d'évacuation d'eau reliés au réseau d'égouttage interne. Ceux-ci sont munis d'une grille de filtration.
§ 5. Les sols des quais du bassin de natation sont réalisés en matériaux antidérapants, résistants aux produits chimiques utilisés, facilement lavables et ne présentant pas de risque de blessure.
Le quai situé du côté de l'évacuation présente une largeur minimale de 1,5 m.
§ 2. L'accès direct menant aux quais du bassin de natation et provenant des cabines ou des zones récréatives se situe à l'endroit de la plus petite profondeur.
§ 3. Tous les accès menant aux quais du bassin de natation comportent au moins un pédiluve ou une douche pour pieds installé(e) de façon à ce que les baigneurs les traversent obligatoirement pour rejoindre les quais du bassin de natation.
Les pédiluves et les douches pour pieds sont alimentés avec de l'eau désinfectante.
Les eaux usées des pédiluves, des douches pour pieds et des douches corporelles sont directement dirigées vers le réseau d'égouttage interne.
§ 4. Les quais du bassin de natation sont construits de telle sorte que leurs eaux usées ne puissent pas s'écouler dans le bassin de natation ou dans les dispositifs de recyclage de l'eau du bassin.
Les eaux usées sont dirigées vers les dispositifs d'évacuation d'eau reliés au réseau d'égouttage interne. Ceux-ci sont munis d'une grille de filtration.
§ 5. Les sols des quais du bassin de natation sont réalisés en matériaux antidérapants, résistants aux produits chimiques utilisés, facilement lavables et ne présentant pas de risque de blessure.
Art. 10. § 1. Indien gebruik gemaakt wordt van chloor om het water te ontsmetten en van pompen voor de injectie van het desinfecterend agens en de pH-correctie, wordt de werking ervan onmiddellijk en automatisch onderbroken door het stilleggen van de pompen die voor de watercirculatie zorgen, of zodra het debiet onder 40 % van de normale waarde daalt. Als het chloor en de pH-correctie in dezelfde leiding geïnjecteerd worden, zijn de injectiepunten meer dan 2 m van elkaar verwijderd.
§ 2. Er wordt voorzien in vlot toegankelijke tapkranen met het oog op monsternemingen :
1° vóór de filtratie en de injectie van de reagentia;
2° na de filtratie en vóór elke andere installatie;
3° na de filtratie en de injectie van de reagentia, zo dicht mogelijk bij het punt waar het water in elk bad terechtkomt.
§ 2. Er wordt voorzien in vlot toegankelijke tapkranen met het oog op monsternemingen :
1° vóór de filtratie en de injectie van de reagentia;
2° na de filtratie en vóór elke andere installatie;
3° na de filtratie en de injectie van de reagentia, zo dicht mogelijk bij het punt waar het water in elk bad terechtkomt.
Art. 10. § 1er. S'il est fait usage de chlore pour la désinfection de l'eau et de pompes d'injection du désinfectant et de correcteur de pH, leur fonctionnement est directement et automatiquement interrompu lors de l'arrêt des pompes assurant la circulation de l'eau ou lors d'une baisse de débit inférieure à 40 pour cent de la valeur normale. Dans le cas où l'injection du chlore et celle du correcteur de pH s'effectuent dans la même conduite, les endroits de ces injections sont situés à plus de deux mètres de distance.
§ 2. Des robinets de puisage d'accès facile sont installés à des fins de prélèvement :
1° avant la filtration et l'injection des réactifs;
2° après la filtration et avant toute autre installation;
3° après la filtration et l'injection des réactifs, le plus près possible de l'arrivée de l'eau dans chaque bassin.
§ 2. Des robinets de puisage d'accès facile sont installés à des fins de prélèvement :
1° avant la filtration et l'injection des réactifs;
2° après la filtration et avant toute autre installation;
3° après la filtration et l'injection des réactifs, le plus près possible de l'arrivée de l'eau dans chaque bassin.
HOOFDSTUK III. - Exploitatie
CHAPITRE III. - Exploitation
Afdeling 1. - Werkingswijze
Section 1re. - Mode de fonctionnement
Art. 11. § 1. De lokalen van de inrichting, de voorzieningen en het materiaal worden in een perfecte staat van netheid en werking gehouden.
§ 2. De inrichting beschikt over een huishoudelijk reglement en geschreven procedures voor de werking in normale omstandigheden en in spoedgevallen. Ze voorzien in geschikte maatregelen om in alle omstandigheden de vlotte werking van de exploitatie in alle veiligheid te waarborgen
Het reglement wordt op zichtbare plaatsen aangeplakt langs het traject die de bezoekers verplicht moeten volgen.
Het huishoudelijk reglement en de procedures worden minstens één keer per jaar bijgewerkt.
Elk betrokken personeelslid ontvangt er een afschrift van, met ontvangbewijs.
§ 2. De inrichting beschikt over een huishoudelijk reglement en geschreven procedures voor de werking in normale omstandigheden en in spoedgevallen. Ze voorzien in geschikte maatregelen om in alle omstandigheden de vlotte werking van de exploitatie in alle veiligheid te waarborgen
Het reglement wordt op zichtbare plaatsen aangeplakt langs het traject die de bezoekers verplicht moeten volgen.
Het huishoudelijk reglement en de procedures worden minstens één keer per jaar bijgewerkt.
Elk betrokken personeelslid ontvangt er een afschrift van, met ontvangbewijs.
Art. 11. § 1er. Les locaux de l'établissement, les aménagements ainsi que le matériel sont tenus dans un parfait état de propreté et de fonctionnement.
§ 2. L'établissement dispose d'un règlement d'ordre intérieur et de procédures écrites de fonctionnement normal et en cas d'urgence. Ils indiquent les mesures à prendre pour assurer, en toutes circonstances, le bon fonctionnement de l'exploitation en toute sécurité.
Le règlement d'ordre intérieur est affiché de manière lisible en des endroits visibles et situés sur le parcours obligé des visiteurs.
Le règlement d'ordre intérieur et les procédures sont mis à jour au moins une fois par an.
Chaque membre du personnel concerné en reçoit une copie avec accusé de réception.
§ 2. L'établissement dispose d'un règlement d'ordre intérieur et de procédures écrites de fonctionnement normal et en cas d'urgence. Ils indiquent les mesures à prendre pour assurer, en toutes circonstances, le bon fonctionnement de l'exploitation en toute sécurité.
Le règlement d'ordre intérieur est affiché de manière lisible en des endroits visibles et situés sur le parcours obligé des visiteurs.
Le règlement d'ordre intérieur et les procédures sont mis à jour au moins une fois par an.
Chaque membre du personnel concerné en reçoit une copie avec accusé de réception.
Art. 12. De douches beschikken hetzij over lauw, hezij over warm en koud water.
Art. 12. Les douches disposent soit d'eau tiède, soit d'eau chaude et froide.
Art. 13. Als het vul- en suppletiewater van het zwembad geen distributiewater is, voldoet het aan de normen die voor distributiewater gelden.
Om de conformiteit te waarborgen van de waterkwaliteit bedoeld in de bepalingen van artikel 21 wordt dagelijks voldoende vers water toegevoegd.
Het zwembadwater wordt behandeld in vier fasen, met name de voorfiltratie, de filtratie, de ontsmetting en de toevoer van vers water.
Het is verboden chemicaliën rechtstreeks in het zwembad te injecteren.
De exploitant zorgt ervoor dat de technische installaties van het zwembad regelmatig onderhouden worden.
Om de conformiteit te waarborgen van de waterkwaliteit bedoeld in de bepalingen van artikel 21 wordt dagelijks voldoende vers water toegevoegd.
Het zwembadwater wordt behandeld in vier fasen, met name de voorfiltratie, de filtratie, de ontsmetting en de toevoer van vers water.
Het is verboden chemicaliën rechtstreeks in het zwembad te injecteren.
De exploitant zorgt ervoor dat de technische installaties van het zwembad regelmatig onderhouden worden.
Art. 13. Lorsque l'eau de remplissage du bassin de natation et l'eau de supplément ne sont pas de l'eau de distribution, elles répondent aux normes fixées pour l'eau de distribution.
Pour assurer la conformité de la qualité de l'eau exigée par les dispositions de l'article 2121., une quantité suffisante d'eau fraîche est ajoutée journellement.
Le procédé de traitement de l'eau de bassin de natation comporte une pré-filtration, une filtration, une désinfection et un système d'apport d'eau fraîche.
L'introduction de produits chimiques ne peut pas se faire directement dans le bassin de natation.
L'exploitant veille à entretenir régulièrement les installations techniques du bassin de natation.
Pour assurer la conformité de la qualité de l'eau exigée par les dispositions de l'article 2121., une quantité suffisante d'eau fraîche est ajoutée journellement.
Le procédé de traitement de l'eau de bassin de natation comporte une pré-filtration, une filtration, une désinfection et un système d'apport d'eau fraîche.
L'introduction de produits chimiques ne peut pas se faire directement dans le bassin de natation.
L'exploitant veille à entretenir régulièrement les installations techniques du bassin de natation.
Art. 14. Het zwembadwater wordt volledig gerecycleerd in maximum twee uur.
Het water van de pierbaden wordt volledig gerecycleerd in maximum 30 minuten.
Het water van de pierbaden wordt volledig gerecycleerd in maximum 30 minuten.
Art. 14. L'eau du bassin est entièrement recyclée en un temps maximum de deux heures.
L'eau des pataugeoires est entièrement recyclée en un temps maximum de 30 minutes.
L'eau des pataugeoires est entièrement recyclée en un temps maximum de 30 minutes.
Art. 15. Voor de open zwembaden wordt het zwembad geledigd en gereinigd voor de opening van het seizoen.
Art. 15. Pour les bassins ouverts, le bassin est vidangé et nettoyé avant l'ouverture de la saison.
Art. 16. § 1. De technische en opslaglokalen zijn vlot toegankelijk voor de levering van producten maar niet voor het publiek.
§ 2. De vaten met chemische producten, de opslaglokalen en de leidingen worden van een etiket voorzien of geïdentificeerd.
§ 3. De exploitant houdt een lijst bij waarop de volgende gegevens voorkomen :
1° de naam van de chemische producten die in de inrichting gebruikt worden, de geleverde hoeveelheden en de leveringsdata;
2° eventuele incidenten alsook de onderhouden, verificaties, storingen, herstellingen of ongevallen.
§ 4. De gezamenlijke installatie wordt dagelijks gecontroleerd door een bevoegd personeelslid van de inrichting dat door de exploitant aangewezen wordt.
Een door de exploitant aangewezen bevoegd personeelslid van de inrichting is aanwezig bij elke levering van gevaarlijke producten.
§ 2. De vaten met chemische producten, de opslaglokalen en de leidingen worden van een etiket voorzien of geïdentificeerd.
§ 3. De exploitant houdt een lijst bij waarop de volgende gegevens voorkomen :
1° de naam van de chemische producten die in de inrichting gebruikt worden, de geleverde hoeveelheden en de leveringsdata;
2° eventuele incidenten alsook de onderhouden, verificaties, storingen, herstellingen of ongevallen.
§ 4. De gezamenlijke installatie wordt dagelijks gecontroleerd door een bevoegd personeelslid van de inrichting dat door de exploitant aangewezen wordt.
Een door de exploitant aangewezen bevoegd personeelslid van de inrichting is aanwezig bij elke levering van gevaarlijke producten.
Art. 16. § 1er. Les locaux techniques et de stockage sont facilement accessibles pour la livraison des produits sans l'être du public.
§ 2. Les récipients de produits chimiques, les locaux de stockage et les tuyauteries sont étiquetés ou identifiés.
§ 3. L'exploitant tient à jour un relevé comportant les renseignements suivants :
1° le nom, les quantités et les dates de livraison des produits chimiques utilisés dans l'établissement;
2° les incidents éventuels ainsi que tous les entretiens, vérifications, pannes, réparations ou accidents.
§ 4. Un membre compétent du personnel de l'établissement désigné par l'exploitant effectue une vérification journalière de toute l'installation.
Un membre compétent du personnel de l'établissement désigné par l'exploitant assiste à chaque livraison de produits dangereux.
§ 2. Les récipients de produits chimiques, les locaux de stockage et les tuyauteries sont étiquetés ou identifiés.
§ 3. L'exploitant tient à jour un relevé comportant les renseignements suivants :
1° le nom, les quantités et les dates de livraison des produits chimiques utilisés dans l'établissement;
2° les incidents éventuels ainsi que tous les entretiens, vérifications, pannes, réparations ou accidents.
§ 4. Un membre compétent du personnel de l'établissement désigné par l'exploitant effectue une vérification journalière de toute l'installation.
Un membre compétent du personnel de l'établissement désigné par l'exploitant assiste à chaque livraison de produits dangereux.
Art. 17. § 1. De gevaarlijke producten worden los opgeslagen in de daartoe bestemde lokalen.
§ 2. De losse producten die onder elkaar kunnen reageren, worden opgeslagen in afzonderlijke lokalen die uitsluitend voor de opslag van dergelijke producten dienen.
§ 3. Tussen de kuip van de vrachtwagen die de losse chemische producten levert en de ingang van de opslaginstallatie van de inrichting wordt een buis zonder tussenkoppeling gebruikt. Er wordt gebruik gemaakt van specifieke buizen met onverenigbare aansluitstukken.
Per gevaarlijk product wordt gebruik gemaakt van een buis met een aansluitstuk speciaal bestemd voor het type product en onverenigbaar met het aansluitstuk van andere producten.
§ 4. De gevaarlijke producten worden los opgeslagen in reservoirs van minstens 41 liter. De reservoirs zijn gesloten en worden geplaatst in een daartoe bestemde retentiebak waarvan de capaciteit gelijk is aan minstens 500 % van het reservoir dat het inhoudt. De reservoirs zijn voorzien van een duidelijk zichtbare niveauwijzer en van een ontgassingssysteem met "wasventilatieopening" om giftige uitdampingen te voorkomen. Alleen het bovenste gedeelte van de reservoirs is voorzien van een gat.
De tussenreservoirs, de zogenaamde "dagelijkse bakken", waar de gevaarlijke producten gedoseerd worden, mogen niet meer bevatten dan de hoeveelheid die nodig is voor twee dagen exploitatie.
De tussenreservoirs worden geplaatst in een daartoe bestemde retentiebak waarvan de capaciteit gelijk is aan minstens 110 % van het reservoir dat het inhoudt.
§ 2. De losse producten die onder elkaar kunnen reageren, worden opgeslagen in afzonderlijke lokalen die uitsluitend voor de opslag van dergelijke producten dienen.
§ 3. Tussen de kuip van de vrachtwagen die de losse chemische producten levert en de ingang van de opslaginstallatie van de inrichting wordt een buis zonder tussenkoppeling gebruikt. Er wordt gebruik gemaakt van specifieke buizen met onverenigbare aansluitstukken.
Per gevaarlijk product wordt gebruik gemaakt van een buis met een aansluitstuk speciaal bestemd voor het type product en onverenigbaar met het aansluitstuk van andere producten.
§ 4. De gevaarlijke producten worden los opgeslagen in reservoirs van minstens 41 liter. De reservoirs zijn gesloten en worden geplaatst in een daartoe bestemde retentiebak waarvan de capaciteit gelijk is aan minstens 500 % van het reservoir dat het inhoudt. De reservoirs zijn voorzien van een duidelijk zichtbare niveauwijzer en van een ontgassingssysteem met "wasventilatieopening" om giftige uitdampingen te voorkomen. Alleen het bovenste gedeelte van de reservoirs is voorzien van een gat.
De tussenreservoirs, de zogenaamde "dagelijkse bakken", waar de gevaarlijke producten gedoseerd worden, mogen niet meer bevatten dan de hoeveelheid die nodig is voor twee dagen exploitatie.
De tussenreservoirs worden geplaatst in een daartoe bestemde retentiebak waarvan de capaciteit gelijk is aan minstens 110 % van het reservoir dat het inhoudt.
Art. 17. § 1er. Le stockage en vrac des produits dangereux s'effectue dans des locaux exclusivement réservés à cet usage.
§ 2. Les produits en vrac, susceptibles de réagir entre eux sont stockés dans des locaux distincts exclusivement réservés au stockage de ces produits.
§ 3. Un tuyau sans raccord intermédiaire est utilisé entre la cuve du camion de livraison de produits chimiques en vrac et l'entrée de l'installation de stockage de l'établissement. Des tuyaux spécifiques munis d'embouts incompatibles sont utilisés.
Par produit dangereux, un tuyau muni d'un embout spécifique au type de produit et incompatible avec l'embout d'autres produits, est utilisé.
§ 4. Les produits dangereux stockés en vrac, le sont en réservoirs d'au moins 1 500 litres, fermés, placés chacun dans un bac de rétention conçu pour cet usage et dont la capacité est d'au moins 110 pour cent du réservoir qu'il contient. Ces réservoirs sont munis d'un indicateur de niveau clairement visible et d'un système de dégazage avec " évent laveur ", pour empêcher les exhalations toxiques. Ces réservoirs ne peuvent être percés que dans leur partie supérieure.
Les réservoirs intermédiaires dits " bacs journaliers " à partir desquels les produits dangereux sont dosés ne contiennent pas plus que la quantité nécessaire à deux jours d'exploitation.
Les réservoirs intermédiaires sont placés, chacun, dans un bac de rétention conçu pour cet usage et dont la capacité est d'au moins 110 pour cent du réservoir qu'il contient.
§ 2. Les produits en vrac, susceptibles de réagir entre eux sont stockés dans des locaux distincts exclusivement réservés au stockage de ces produits.
§ 3. Un tuyau sans raccord intermédiaire est utilisé entre la cuve du camion de livraison de produits chimiques en vrac et l'entrée de l'installation de stockage de l'établissement. Des tuyaux spécifiques munis d'embouts incompatibles sont utilisés.
Par produit dangereux, un tuyau muni d'un embout spécifique au type de produit et incompatible avec l'embout d'autres produits, est utilisé.
§ 4. Les produits dangereux stockés en vrac, le sont en réservoirs d'au moins 1 500 litres, fermés, placés chacun dans un bac de rétention conçu pour cet usage et dont la capacité est d'au moins 110 pour cent du réservoir qu'il contient. Ces réservoirs sont munis d'un indicateur de niveau clairement visible et d'un système de dégazage avec " évent laveur ", pour empêcher les exhalations toxiques. Ces réservoirs ne peuvent être percés que dans leur partie supérieure.
Les réservoirs intermédiaires dits " bacs journaliers " à partir desquels les produits dangereux sont dosés ne contiennent pas plus que la quantité nécessaire à deux jours d'exploitation.
Les réservoirs intermédiaires sont placés, chacun, dans un bac de rétention conçu pour cet usage et dont la capacité est d'au moins 110 pour cent du réservoir qu'il contient.
Art. 18. § 1. De gevaarlijke producten worden in flessen opgeslagen op een daartoe bestemde plaats.
§ 2. De vaten worden niet opgestapeld en worden opgeslagen in een retentiebak met een capaciteit van 50 % van het opgeslagen totaalvolume of in individuele retentiebakken met een capaciteit van 110 % van het opgeslagen volume van het vat.
De producten die onder elkaar kunnen reageren worden in afzonderlijke retentiebakken opgeslagen.
§ 2. De vaten worden niet opgestapeld en worden opgeslagen in een retentiebak met een capaciteit van 50 % van het opgeslagen totaalvolume of in individuele retentiebakken met een capaciteit van 110 % van het opgeslagen volume van het vat.
De producten die onder elkaar kunnen reageren worden in afzonderlijke retentiebakken opgeslagen.
Art. 18. § 1er. Le stockage en bidons des produits dangereux s'effectue dans un emplacement réservé à cet usage.
§ 2. Les bidons ne sont pas empilés et sont stockés en cuve de rétention d'une capacité de 50 pour cent du volume total stocké ou en bacs de rétention individuels d'une capacité de 110 pour cent du volume du bidon stocké.
Les produits susceptibles de réagir entre eux sont stockés dans des bacs de rétention distincts.
§ 2. Les bidons ne sont pas empilés et sont stockés en cuve de rétention d'une capacité de 50 pour cent du volume total stocké ou en bacs de rétention individuels d'une capacité de 110 pour cent du volume du bidon stocké.
Les produits susceptibles de réagir entre eux sont stockés dans des bacs de rétention distincts.
Art. 19. De ventilatie van de lokalen voor de opslag van gevaarlijke producten is naar buiten gericht en van de externe ventilatieopeningen van het zwembad verwijderd.
Art. 19. La ventilation des locaux de stockage des produits dangereux s'effectue uniquement vers l'extérieur et est éloignée des prises d'air extérieur du bassin de natation.
Afdeling 2. - Hygiëne en waterkwaliteit
Section 2. - Hygiène et qualité de l'eau
Art. 20. De ontsmettingstechnieken en -methodes kunnen aan bijzondere voorwaarden onderworpen worden.
Het gebruik van vloeibaar gemaakt chloor onder druk is verboden.
Het gebruik van vloeibaar gemaakt chloor onder druk is verboden.
Art. 20. Les techniques et méthodes de désinfection peuvent être réglementées par le biais de conditions particulières.
L'utilisation de chlore liquéfié sous pression est interdite.
L'utilisation de chlore liquéfié sous pression est interdite.
Art. 21. § 1. Het water van elk zwembad is ontsmettend met uitzondering van de zwembaden voor individueel gebruik die na elk gebruik worden geledigd.
§ 2. Het water van het zwembad voldoet aan de kwaliteitsnormen bepaald in de volgende tabellen A, B en C :
§ 2. Het water van het zwembad voldoet aan de kwaliteitsnormen bepaald in de volgende tabellen A, B en C :
Art. 21. § 1er. L'eau de chaque bassin de natation est désinfectante à l'exception des bassins à usage individuel qui sont vidangés après chaque utilisation.
§ 2. L'eau du bassin de natation répond aux normes de qualité fixées par les tableaux A, B, et C, ci-après :
§ 2. L'eau du bassin de natation répond aux normes de qualité fixées par les tableaux A, B, et C, ci-après :
| Tabel A : CHEMISCHE PARAMETERS | ||||
| Types | Methodes | Eenheden | Waarden | |
| Richtwaarden | Grenswaarden | |||
| PH | Stroommeting | |||
| Ondergrens | 7,2 | 6,5 | ||
| Bovengrens | 7,4 | 8,3 | ||
| Ureum : Bovengrens | Berthelot of diacetylmonoxime | mg/l | 2 | |
| Oxideerbaarheid in verwarmde oplossing en in zuur milieu (KmnO4) : bovengrens (O2) | Titrimetrie met kaliumpermanganaat | mg/l | 5 | |
PHStroommetingOndergrens7,26,5Bovengrens7,48,3Ureum : BovengrensBerthelot of diacetylmonoximemg/l2Oxideerbaarheid in verwarmde oplossing en in zuur milieu (KmnO4) : bovengrens (O2)Titrimetrie met kaliumpermanganaatmg/l5
| Tableau A : PARAMETRES CHIMIQUES | ||||
| Types | Méthodes | Unités | Valeurs | |
| guides | limites | |||
| pH | Electrométrie | |||
| Limite inférieure | 7,2 | 6,5 | ||
| Limite supérieure | 7,4 | 8,3 | ||
| Urée : limite supérieure | Berthelot ou diacétylmonoxime | mg/l | 2 | |
| Oxydabilité à chaud et en milieu acide (KMnO4) : limite supérieure (O2) | Titrimétrie au permanganate de potassium | mg/l | 5 | |
pHElectrométrieLimite inférieure7,26,5Limite supérieure7,48,3Urée : limite supérieureBerthelot ou diacétylmonoximemg/l2Oxydabilité à chaud et en milieu acide (KMnO4) : limite supérieure (O2)Titrimétrie au permanganate de potassiummg/l5
| Tabel B : BACTERIOLOGISCHE PARAMETERS | |||
| Types | Methodes | Eenheden | Toelaatbare maximumwaarden |
| Totaal aantal kolonien bij 37 ° C en na 48 uur incubatietijd | Telling na gelincorporatie | Aantal/ml | 100 |
| Pseudomonas aeruginosa | Telling na filtratie | aantal /100 ml | 0 |
| Stafylokokken coagulase positief | Telling na filtratie | aantal /100 ml | 0 |
| Faecale streptokokken | Telling na filtratie | aantal /100 ml | 0 |
maximumwaardenTotaal aantal kolonien bij 37 ° C en na 48 uur incubatietijdTelling na gelincorporatieAantal/ml100Pseudomonas aeruginosaTelling na filtratieaantal /100 ml0Stafylokokken coagulase positiefTelling na filtratieaantal /100 ml0Faecale streptokokkenTelling na filtratieaantal /100 ml0
| Tableau B : PARAMETRES BACTERIOLOGIQUES | |||
| Types | Méthodes | Unités | Valeurs maximales admissibles |
| Nombre total de colonies à 37 ° C et après 48 h d'incubation | Dénombrement après incorporation en gélose | nbre/ml | 100 |
| Pseudomonas aeruginosa | Dénombrement après filtration | nombre/100 ml | 0 |
| Staphylocoques à coagulase positive | Dénombrement après filtration | nombre/100 ml | 0 |
| Entérocoques intestinaux | Dénombrement après filtration | nombre/100 ml | 0 |
maximales
admissiblesNombre total de colonies à 37 ° C et après 48 h d'incubationDénombrement après incorporation en gélosenbre/ml100Pseudomonas aeruginosaDénombrement après filtrationnombre/100 ml0Staphylocoques à coagulase positiveDénombrement après filtrationnombre/100 ml0Entérocoques intestinauxDénombrement après filtrationnombre/100 ml0
| Tabel C : FYSISCHE PARAMETERS | ||
| Types | Waarden | |
| Richtwaarden | Grenswaarden | |
| Helderheid | Bodem zichtbaar (*) | |
| Zichtbare verontreiniging | Geen | |
| Kleur | Geen | |
HelderheidBodem zichtbaar (*)Zichtbare verontreinigingGeenKleurGeen
(*) Op het diepste punt van het zwembad wordt een donker herkenningsteken van 30 cm aangebracht.
§ 3. De overschrijding van de grenswaarden vermeld in tabel C of de niet-naleving van de bijzondere voorwaarden die de bevoegde overheid op grond van artikel 20 kan uitvaardigen, legt de sluiting van het bad op als geen oplossing wordt gevonden binnen een half uur.
| Tableau C : PARAMETRES PHYSIQUES | ||
| Types | Valeurs | |
| guides | limites | |
| Transparence | vision du fond (*) | |
| Pollution visible | Absence | |
| Couleur | Absence | |
Transparencevision du fond (*)Pollution visibleAbsenceCouleurAbsence
(*) Un repère sombre de 30 cm de côté est placé à la plus grande profondeur.
§ 3. Le dépassement des valeurs limites du tableau C ou le non respect des conditions particulières que l'autorité compétente peut édicter sur la base de l'article 20 impose la fermeture du bassin, s'il ne peut y être remédié endéans la demi-heure.
Afdeling 3. - Voorkoming van bacteriën " Legionella pneumophila " in de sanitaire installaties
Section 3. - Prévention contre la présence de bactéries " Legionella pneumophila " dans les installations sanitaires
Art. 22. De exploitant werkt een beheersplan uit voor elke voorziening van sanitair warmwater, inclusief de bevoorradingen van alle andere installaties als hun net van sanitair warmwater gemeenschappelijk is met dat van het zwembad.
Art. 22. L'exploitant élabore un plan de gestion pour toutes les alimentations en eau chaude sanitaire, en ce compris celles desservant toutes les autres installations lorsque leur réseau d'eau chaude sanitaire est commun à celui du bassin de natation.
Art. 23. Het beheersplan bevat o.a. :
1° de identificatiegegevens en de personalia van de exploitant;
2° een algemeen schema en een technische beschrijving van de netwerken voor warm en koud water, inclusief de risicogebruikspunten en de tappunten;
3° een evaluatie van de aanwezigheid van Légionella pneumophila in het sanitair warmwater met het oog op de identificatie van de risico's van een bovenmatige besmetting en de vorming van aërosolen, met name op het vlak van de bouwtechniek, de wijze van distributie van het warmwater en de gebruikte materialen;
4° preventiemaatregelen betreffende het circuit van sanitair warmwater en, desgevallend, op grond van bovenbedoelde risicoanalyse, het koudwatercircuit.
Bij elke wijziging van het warmwatercircuit of bij elke tussenkomst die het risico kan beïnvloeden, wordt het beheersplan opnieuw onderzocht en eventueel gewijzigd.
Het beheersplan ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.
1° de identificatiegegevens en de personalia van de exploitant;
2° een algemeen schema en een technische beschrijving van de netwerken voor warm en koud water, inclusief de risicogebruikspunten en de tappunten;
3° een evaluatie van de aanwezigheid van Légionella pneumophila in het sanitair warmwater met het oog op de identificatie van de risico's van een bovenmatige besmetting en de vorming van aërosolen, met name op het vlak van de bouwtechniek, de wijze van distributie van het warmwater en de gebruikte materialen;
4° preventiemaatregelen betreffende het circuit van sanitair warmwater en, desgevallend, op grond van bovenbedoelde risicoanalyse, het koudwatercircuit.
Bij elke wijziging van het warmwatercircuit of bij elke tussenkomst die het risico kan beïnvloeden, wordt het beheersplan opnieuw onderzocht en eventueel gewijzigd.
Het beheersplan ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.
Art. 23. Le plan de gestion comprend notamment :
1° les données d'identification et les coordonnées de l'exploitant;
2° un schéma général et une description technique des réseaux d'eau chaude et d'eau froide, en ce compris les points d'usage à risque et les points de prélèvements;
3° une évaluation de la présence de Légionella pneumophila dans l'eau chaude sanitaire en vue d'identifier les risques d'une contamination excessive et la formation des aérosols, notamment au niveau de la technique de construction, de distribution d'eau chaude et des matériaux utilisés;
4° des mesures de prévention concernant le circuit d'eau chaude sanitaire et, le cas échéant, en fonction de l'analyse de risque mentionnée ci-dessus, le circuit d'eau froide.
Lors de chaque modification du circuit d'eau chaude ou de toute autre intervention susceptible d'influencer le risque, le plan de gestion est réexaminé et éventuellement modifié.
Le plan de gestion est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
1° les données d'identification et les coordonnées de l'exploitant;
2° un schéma général et une description technique des réseaux d'eau chaude et d'eau froide, en ce compris les points d'usage à risque et les points de prélèvements;
3° une évaluation de la présence de Légionella pneumophila dans l'eau chaude sanitaire en vue d'identifier les risques d'une contamination excessive et la formation des aérosols, notamment au niveau de la technique de construction, de distribution d'eau chaude et des matériaux utilisés;
4° des mesures de prévention concernant le circuit d'eau chaude sanitaire et, le cas échéant, en fonction de l'analyse de risque mentionnée ci-dessus, le circuit d'eau froide.
Lors de chaque modification du circuit d'eau chaude ou de toute autre intervention susceptible d'influencer le risque, le plan de gestion est réexaminé et éventuellement modifié.
Le plan de gestion est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Art. 24. De preventiemaatregelen worden genomen op basis van, o.a., temperatuurmetingen en campagnes voor de analyse van de Legionella pneumophila in elk sanitair warmwaternet en, desgevallend, op grond van de risicoanalyse bedoeld in artikel 23, het koudwatercircuit.
De exploitant neemt regelmatig preventiemaatregelen, ook al wordt geen Legionella pneumophila gevonden binnen de inrichting.
De exploitant neemt regelmatig preventiemaatregelen, ook al wordt geen Legionella pneumophila gevonden binnen de inrichting.
Art. 24. Les mesures de prévention reposent notamment sur des mesures de température et des campagnes d'analyse des Legionella pneumophila dans chacun des réseaux d'eau chaude sanitaire et le cas échéant, en fonction de l'analyse de risque visée à l'article 23, le circuit d'eau froide.
Les mesures de prévention sont menées régulièrement par l'exploitant, même si la présence des Legionella pneumophila n'est pas détectée au sein de l'établissement.
Les mesures de prévention sont menées régulièrement par l'exploitant, même si la présence des Legionella pneumophila n'est pas détectée au sein de l'établissement.
Art. 25. De exploitant laat door een laboratorium dat geaccrediteerd of erkend is voor de monsterneming en de inventarisatie van Legionella pneumophilain sanitaire wateren tweemaal per jaar met een tussentijd van zes maanden watermonsters nemen om de bacterie Legionella pneumophilain zijn installaties van sanitair water op te sporen. De monsternemingspunten worden bepaald volgens een monsternemingsstrategie die rekening houdt met het aantal risicogebruikspunten. Voor de monsterneming wordt voorrang gegeven aan de watertappunten die het minst gebruikt worden en het meest verwijderd zijn van de productie van sanitair warmwater.
Bovendien wordt een campagne inzake monsterneming en opsporing van Legionella pneumophila gevoerd vooraleer het zwembad voor het publiek geopend wordt als het niet meer dan een maand in bedrijf geweest is.
De monsters worden gecontroleerd door een laboratorium dat geaccrediteerd of erkend is voor de monsterneming of de opsporing van Legionella pneumophilain sanitaire wateren.
Er worden twee reeksen monsternemingen uitgevoerd : de eerste reeks zonder voorafgaande waterafvoer en de tweede na een waterafvoer van 2 tot 3 minuten om toe te zien op de graad van besmetting van het netwerk.
Bovendien wordt een campagne inzake monsterneming en opsporing van Legionella pneumophila gevoerd vooraleer het zwembad voor het publiek geopend wordt als het niet meer dan een maand in bedrijf geweest is.
De monsters worden gecontroleerd door een laboratorium dat geaccrediteerd of erkend is voor de monsterneming of de opsporing van Legionella pneumophilain sanitaire wateren.
Er worden twee reeksen monsternemingen uitgevoerd : de eerste reeks zonder voorafgaande waterafvoer en de tweede na een waterafvoer van 2 tot 3 minuten om toe te zien op de graad van besmetting van het netwerk.
Art. 25. L'exploitant fait effectuer par un laboratoire accrédité ou agréé pour le prélèvement et le dénombrement des Legionella pneumophila dans les eaux sanitaires, une campagne de prélèvements d'eau deux fois par an à 6 mois d'intervalle afin de dénombrer la bactérie Legionella pneumophila dans ses installations d'eau sanitaire. Les points de prélèvement sont déterminés selon une stratégie d'échantillonnage qui tient compte du nombre de points d'usage à risque. Les points de tirage d'eau les moins utilisés et les plus éloignés de la production d'eau chaude sanitaire seront prioritaires pour l'échantillonnage.
Une campagne de prélèvement et de dénombrement des Legionella pneumophila est en outre menée préalablement à l'ouverture du bassin de natation au public lorsque celui-ci n'a pas fonctionné plus d'un mois.
Les échantillons sont contrôlés par un laboratoire accrédité ou agréépour le prélèvement et le dénombrement des Legionella pneumophila dans les eaux sanitaires.
Deux séries de prélèvements sont effectués : la première série sans écoulement préalable et la seconde après un écoulement de l'eau de 2 à 3 minutes dans le but de surveiller l'état de contamination du réseau.
Une campagne de prélèvement et de dénombrement des Legionella pneumophila est en outre menée préalablement à l'ouverture du bassin de natation au public lorsque celui-ci n'a pas fonctionné plus d'un mois.
Les échantillons sont contrôlés par un laboratoire accrédité ou agréépour le prélèvement et le dénombrement des Legionella pneumophila dans les eaux sanitaires.
Deux séries de prélèvements sont effectués : la première série sans écoulement préalable et la seconde après un écoulement de l'eau de 2 à 3 minutes dans le but de surveiller l'état de contamination du réseau.
Art. 26. De inventarisatie van Legionella pneumophila in het water van de risicogebruikspunten is lager dan het waakzaamheidsniveau bedoeld in onderstaande tabel D :
Art. 26. Le dénombrement des Legionella pneumophila dans l'eau des points d'usage à risque est inférieur au niveau de vigilance repris dans le tableau D, ci-après :
| Tabel D : KWALITEIT VAN HET WATER VAN DE RISICOGEBRUIKSPUNTEN | |||||
| Parameter | Methode | Eenheid | Waakzaam- heidsniveau | Interven- tieniveau | Sluitingsniveau |
| Legionella pneumophila | Rechtstreekse inzaaiing en na concentratie per filtratie; zure en thermische behandeling | Aantal UFC/l | 1000 | 5000 | 10 000 |
| Tableau D : QUALITE DE L'EAU DES POINTS D'USAGE A RISQUE | |||||
| Paramètre | Méthode | Unité | Niveau de vigilance | Niveau d'intervention | Niveau de fermeture |
| Legionella pneumophila | Ensemencement en direct et après concentration par filtration; traitement acide et thermique | Nombre UFC/l | 1000 | 5000 | 10 000 |
vigilanceNiveau
d'interventionNiveau de
fermetureLegionella pneumophilaEnsemencement en direct et après concentration par filtration; traitement acide et thermiqueNombre UFC/l10005000 10 000
Art. 27. De exploitant werkt een interventieplan uit waarin de in geval van overschrijding van het waakzaamheidsniveau te voeren verbeterinsgsacties opgenomen zijn.
Het interventieplan bevat op zijn minst de volgende gegevens :
1° de datum van bijwerking van de gegevens van het interventieplan;
2° de identiteit en de personalia van de auteur van het interventieplan en van die van het beheersplan, met het oog op een snelle contactopname;
3° de personalia van de technicus die bevoegd is om in te grijpen in geval van besmetting van de installaties;
4° de maatregelen tot informatieverstrekking aan het technisch personeel, de bevolking en het verzorgend personeel, in voorkomend geval;
5° de schema's van de watercircuits met de plaats van de kranen waarmee de met de bacterie besmette circuits geïsoleerd kunnen worden;
6° de uit te voeren handelingen, zoals ketelsteenverwijderingen, ontluchtingen, de regeling van de temperaturen, fysische of chemische shockbehandelingen, naar gelang van de graad van besmetting van het net;
7° de controlemaatregelen ter beoordeling van de doelmatigheid van de maatregelen genomen om de besmetting in bedwang te houden.
Het interventieplan ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.
Het interventieplan bevat op zijn minst de volgende gegevens :
1° de datum van bijwerking van de gegevens van het interventieplan;
2° de identiteit en de personalia van de auteur van het interventieplan en van die van het beheersplan, met het oog op een snelle contactopname;
3° de personalia van de technicus die bevoegd is om in te grijpen in geval van besmetting van de installaties;
4° de maatregelen tot informatieverstrekking aan het technisch personeel, de bevolking en het verzorgend personeel, in voorkomend geval;
5° de schema's van de watercircuits met de plaats van de kranen waarmee de met de bacterie besmette circuits geïsoleerd kunnen worden;
6° de uit te voeren handelingen, zoals ketelsteenverwijderingen, ontluchtingen, de regeling van de temperaturen, fysische of chemische shockbehandelingen, naar gelang van de graad van besmetting van het net;
7° de controlemaatregelen ter beoordeling van de doelmatigheid van de maatregelen genomen om de besmetting in bedwang te houden.
Het interventieplan ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.
Art. 27. L'exploitant élabore d'un plan d'intervention reprenant les actions correctrices à mettre en place en cas de dépassement du niveau de vigilance.
Le plan d'intervention comporte au minimum les informations suivantes :
1° la date de mise à jour des informations du plan d'intervention;
2° l'identité et les cordonnées de l'auteur du plan d'intervention ainsi que du plan de gestion, en vue de les contacter rapidement;
3° les coordonnées du technicien habilité à intervenir sur les installations contaminées;
4° les mesures d'information du personnel technique, de la population et du personnel soignant, le cas échéant;
5° des schémas des circuits hydrauliques indiquant la position des vannes permettant d'isoler les circuits contaminés par la bactérie;
6° les actions à mettre en oeuvre, telles les détartrages, purges, réglages des températures, traitements chocs physiques ou chimiques, en fonction du degré de contamination du réseau;
7° les mesures de contrôle permettant d'évaluer l'efficacité des mesures mises en oeuvre pour contenir la contamination.
Le plan d'intervention est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Le plan d'intervention comporte au minimum les informations suivantes :
1° la date de mise à jour des informations du plan d'intervention;
2° l'identité et les cordonnées de l'auteur du plan d'intervention ainsi que du plan de gestion, en vue de les contacter rapidement;
3° les coordonnées du technicien habilité à intervenir sur les installations contaminées;
4° les mesures d'information du personnel technique, de la population et du personnel soignant, le cas échéant;
5° des schémas des circuits hydrauliques indiquant la position des vannes permettant d'isoler les circuits contaminés par la bactérie;
6° les actions à mettre en oeuvre, telles les détartrages, purges, réglages des températures, traitements chocs physiques ou chimiques, en fonction du degré de contamination du réseau;
7° les mesures de contrôle permettant d'évaluer l'efficacité des mesures mises en oeuvre pour contenir la contamination.
Le plan d'intervention est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Art. 28. § 1er. Als de geïnventariseerde hoeveelheid Legionella pneumophila gelijk is aan of groter is dan het waakzaamheidsniveau en kleiner dan het interventieniveau, neemt de exploitant de verbeteringsmaatregelen waarin het interventieplan voorziet tot een resultaat onder 1 000 UFC/l bereikt wordt en herziet hij het beheersplan, de tenuitvoerlegging ervan en het sanitair warmwaternet.
§ 2. Als de geïnventariseerde hoeveelheid Legionella pneumophila gelijk is aan of groter is dan het interventieniveau en kleiner dan het sluitingsniveau, neemt de exploitant de verbeteringsmaatregelen waarin het interventieplan voorziet tot een resultaat onder het waakzaamheidsniveau van Legionella pneumophila bereikt wordt en herziet hij het beheersplan.
Binnen tien dagen na de toepassing van de maatregelen waarin het interventieplan voorziet, laat de exploitant een nieuwe monsterneming en een nieuwe analyse uitvoeren om zich te vergewissen van de doelmatigheid van de genomen maatregelen.
Als de geïnventariseerde hoeveelheid nog steeds gelijk is aan of groter is dan het interventieniveau, laat de exploitant het zwembad en het sanitair warmwaternet onmiddellijk sluiten en verwittigt hij ogenblikkelijk per fax of e-mail de toezichthoudend ambtenaar alsook de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is.
Het zwembad en het sanitair warmwaternet mogen opnieuw geopend worden wanneer een terugkeer tot een waarde onder het waakzaamheidsniveau bevestigd wordt na een monsterneming en een nieuwe analyse door een laboratorium geaccrediteerd of erkend voor de monsterneming en de inventarisatie van Legionella pneumophila in sanitaire wateren.
De exploitant deelt de heropeningsdatum van de inrichting, per fax of per e-mail, onverwijld mee aan de toezichthoudend ambtenaar.
§ 3. In geval van inventarisatie gelijk aan of hoger dan het sluitingsniveau neemt de exploitant de volgende maatregelen :
1° hij sluit onmiddellijk het zwembad alsook het sanitair warmwaternet;
2° hij verwittigt ogenblikkelijk per fax of e-mail de toezichthoudend ambtenaar alsook de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is;
3° hij voert de acties uit waarin het interventieplan voorziet;
4° hij laat 3 dagen na de tenuitvoerlegging van de acties waarin het interventieplan voorziet monsters nemen en een analyse uitvoeren door een laboratorium dat geaccrediteerd of erkend is voor de inventarisatie van Legionella pneumophila;
5° Het zwembad en het sanitair warmwaternet mogen opnieuw geopend worden wanneer een terugkeer tot een waarde onder het waakzaamheidsniveau bevestigd wordt na een monsterneming en een nieuwe analyse door een laboratorium geaccrediteerd of erkend voor de monsterneming en de inventarisatie van Legionella pneumophila in sanitaire wateren.
De exploitant geeft de toezichthoudend ambtenaar onmiddellijk kennis per fax of e-mail van de datum van heropening van de inrichting;
6° hij vergewist zich ervan dat een laboratorium geaccrediteerd of erkend voor de inventarisatie van Legionella pneumophila in sanitaire wateren een monsterneming en een nieuwe analyse uitvoeren binnen tien dagen na de heropening van het zwembad en van het sanitair warmwaternet. Hij stuurt het resultaat onmiddellijk per fax of e-mail aan de toezichthoudend ambtenaar alsook aan de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is.
§ 2. Als de geïnventariseerde hoeveelheid Legionella pneumophila gelijk is aan of groter is dan het interventieniveau en kleiner dan het sluitingsniveau, neemt de exploitant de verbeteringsmaatregelen waarin het interventieplan voorziet tot een resultaat onder het waakzaamheidsniveau van Legionella pneumophila bereikt wordt en herziet hij het beheersplan.
Binnen tien dagen na de toepassing van de maatregelen waarin het interventieplan voorziet, laat de exploitant een nieuwe monsterneming en een nieuwe analyse uitvoeren om zich te vergewissen van de doelmatigheid van de genomen maatregelen.
Als de geïnventariseerde hoeveelheid nog steeds gelijk is aan of groter is dan het interventieniveau, laat de exploitant het zwembad en het sanitair warmwaternet onmiddellijk sluiten en verwittigt hij ogenblikkelijk per fax of e-mail de toezichthoudend ambtenaar alsook de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is.
Het zwembad en het sanitair warmwaternet mogen opnieuw geopend worden wanneer een terugkeer tot een waarde onder het waakzaamheidsniveau bevestigd wordt na een monsterneming en een nieuwe analyse door een laboratorium geaccrediteerd of erkend voor de monsterneming en de inventarisatie van Legionella pneumophila in sanitaire wateren.
De exploitant deelt de heropeningsdatum van de inrichting, per fax of per e-mail, onverwijld mee aan de toezichthoudend ambtenaar.
§ 3. In geval van inventarisatie gelijk aan of hoger dan het sluitingsniveau neemt de exploitant de volgende maatregelen :
1° hij sluit onmiddellijk het zwembad alsook het sanitair warmwaternet;
2° hij verwittigt ogenblikkelijk per fax of e-mail de toezichthoudend ambtenaar alsook de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is;
3° hij voert de acties uit waarin het interventieplan voorziet;
4° hij laat 3 dagen na de tenuitvoerlegging van de acties waarin het interventieplan voorziet monsters nemen en een analyse uitvoeren door een laboratorium dat geaccrediteerd of erkend is voor de inventarisatie van Legionella pneumophila;
5° Het zwembad en het sanitair warmwaternet mogen opnieuw geopend worden wanneer een terugkeer tot een waarde onder het waakzaamheidsniveau bevestigd wordt na een monsterneming en een nieuwe analyse door een laboratorium geaccrediteerd of erkend voor de monsterneming en de inventarisatie van Legionella pneumophila in sanitaire wateren.
De exploitant geeft de toezichthoudend ambtenaar onmiddellijk kennis per fax of e-mail van de datum van heropening van de inrichting;
6° hij vergewist zich ervan dat een laboratorium geaccrediteerd of erkend voor de inventarisatie van Legionella pneumophila in sanitaire wateren een monsterneming en een nieuwe analyse uitvoeren binnen tien dagen na de heropening van het zwembad en van het sanitair warmwaternet. Hij stuurt het resultaat onmiddellijk per fax of e-mail aan de toezichthoudend ambtenaar alsook aan de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is.
Art. 28. § 1er. En cas de dénombrement des Legionella pneumophila égal ou supérieur au niveau de vigilance et inférieur au niveau d'intervention, l'exploitant prend les mesures correctrices prévues dans le plan d'intervention jusqu'à l'obtention d'un résultat inférieur à 1 000 UFC/l et revoit le plan de gestion, sa mise en oeuvre et le réseau d'eau chaude sanitaire.
§ 2. En cas de dénombrement des Legionella pneumophila égal ou supérieur au niveau d'intervention et inférieur au niveau de fermeture, l'exploitant prend les mesures correctrices prévues dans le plan d'intervention jusqu'à l'obtention d'un résultat inférieur au niveau de vigilance de Legionella pneumophila et revoit le plan de gestion.
Dans les 10 jours suivant l'application des mesures prévues par le plan d'intervention, l'exploitant fait réaliser un nouveau prélèvement et une nouvelle analyse pour s'assurer de l'efficacité des mesures prises.
Si le dénombrement est toujours égal ou supérieur au niveau d'intervention, l'exploitant procède à la fermeture immédiate du bassin de natation ainsi que du réseau d'eau chaude sanitaire et avertit immédiatement par fax ou courrier électronique le fonctionnaire chargé de la surveillance ainsi que le bourgmestre de la commune où se situe l'établissement.
Le bassin de natation et le réseau d'eau chaude sanitaire peuvent être rouverts lorsqu'un retour à une valeur inférieure au niveau de vigilance est attesté par un prélèvement etune nouvelle analyse effectuée par un laboratoire accrédité ou agréé pour le prélèvement et le dénombrement des Legionella pneumophila dans les eaux sanitaires.
L'exploitant communique sans délai, par fax ou par courrier électronique, au fonctionnaire chargé de la surveillance la date de la réouverture de l'établissement.
§ 3. En cas de dénombrement égal ou supérieur au niveau de fermeture, l'exploitant :
1° procède à la fermeture immédiate du bassin de natation ainsi que du réseau d'eau chaude sanitaire;
2° avertit immédiatement par fax ou courrier électronique le fonctionnaire chargé de la surveillance ainsi que le bourgmestre de la commune où se situe l'établissement;
3° met en oeuvre les actions prévues par le plan d'intervention;
4° fait procéder au prélèvement et à une analyse effectuée par un laboratoire accrédité et/ou agréé pour le dénombrement des Legionella pneumophila 3 jours après la mise en oeuvre des actions prévues par le plan d'intervention;
5° le bassin de natation et le réseau d'eau chaude sanitaire peuvent être rouverts lorsqu' un retour à une valeur inférieure au niveau de vigilance est attesté par un prélèvement et une nouvelle analyse effectuée par un laboratoire accrédité ou agréé pour le prélèvement et le dénombrement des Legionella pneumophila dans les eaux sanitaires attestant.
L'exploitant communique sans délai, par fax ou par courrier électronique, au fonctionnaire chargé de la surveillance la date de la réouverture de l'établissement;
6° s'assure qu'un prélèvement et une nouvelle analyse effectuée par un laboratoire accrédité ou agréé pour le prélèvement et le dénombrement des Legionella pneumophila dans les eaux sanitaires soient réalisés 10 jours après la réouverture du bassin de natation ainsi que du réseau d'eau chaude sanitaire. Il transmet le résultat immédiatement par fax ou courrier électronique au fonctionnaire chargé de la surveillance ainsi qu'au bourgmestre de la commune où se situe l'établissement.
§ 2. En cas de dénombrement des Legionella pneumophila égal ou supérieur au niveau d'intervention et inférieur au niveau de fermeture, l'exploitant prend les mesures correctrices prévues dans le plan d'intervention jusqu'à l'obtention d'un résultat inférieur au niveau de vigilance de Legionella pneumophila et revoit le plan de gestion.
Dans les 10 jours suivant l'application des mesures prévues par le plan d'intervention, l'exploitant fait réaliser un nouveau prélèvement et une nouvelle analyse pour s'assurer de l'efficacité des mesures prises.
Si le dénombrement est toujours égal ou supérieur au niveau d'intervention, l'exploitant procède à la fermeture immédiate du bassin de natation ainsi que du réseau d'eau chaude sanitaire et avertit immédiatement par fax ou courrier électronique le fonctionnaire chargé de la surveillance ainsi que le bourgmestre de la commune où se situe l'établissement.
Le bassin de natation et le réseau d'eau chaude sanitaire peuvent être rouverts lorsqu'un retour à une valeur inférieure au niveau de vigilance est attesté par un prélèvement etune nouvelle analyse effectuée par un laboratoire accrédité ou agréé pour le prélèvement et le dénombrement des Legionella pneumophila dans les eaux sanitaires.
L'exploitant communique sans délai, par fax ou par courrier électronique, au fonctionnaire chargé de la surveillance la date de la réouverture de l'établissement.
§ 3. En cas de dénombrement égal ou supérieur au niveau de fermeture, l'exploitant :
1° procède à la fermeture immédiate du bassin de natation ainsi que du réseau d'eau chaude sanitaire;
2° avertit immédiatement par fax ou courrier électronique le fonctionnaire chargé de la surveillance ainsi que le bourgmestre de la commune où se situe l'établissement;
3° met en oeuvre les actions prévues par le plan d'intervention;
4° fait procéder au prélèvement et à une analyse effectuée par un laboratoire accrédité et/ou agréé pour le dénombrement des Legionella pneumophila 3 jours après la mise en oeuvre des actions prévues par le plan d'intervention;
5° le bassin de natation et le réseau d'eau chaude sanitaire peuvent être rouverts lorsqu' un retour à une valeur inférieure au niveau de vigilance est attesté par un prélèvement et une nouvelle analyse effectuée par un laboratoire accrédité ou agréé pour le prélèvement et le dénombrement des Legionella pneumophila dans les eaux sanitaires attestant.
L'exploitant communique sans délai, par fax ou par courrier électronique, au fonctionnaire chargé de la surveillance la date de la réouverture de l'établissement;
6° s'assure qu'un prélèvement et une nouvelle analyse effectuée par un laboratoire accrédité ou agréé pour le prélèvement et le dénombrement des Legionella pneumophila dans les eaux sanitaires soient réalisés 10 jours après la réouverture du bassin de natation ainsi que du réseau d'eau chaude sanitaire. Il transmet le résultat immédiatement par fax ou courrier électronique au fonctionnaire chargé de la surveillance ainsi qu'au bourgmestre de la commune où se situe l'établissement.
Afdeling 4. - Bepalingen van toepassing op de overdekte zwembaden
Section 4. - Dispositions applicables aux bassins de natation couverts
Art. 29. De systemen voor de circulatie en de afvoer van lucht, damp en rook worden zo aangelegd dat ze niet hinderlijk zijn voor het publiek en de buren.
Art. 29. Les systèmes de circulation et d'évacuation d'air, de vapeurs et de fumées sont disposés de manière à ne pas incommoder le public et les voisins.
Art. 30. De verse lucht voor de ventilatie van de inrichting wordt van buiten aangevoerd, ver genoeg van elke andere vervuilingsbron.
Art. 30. L'air frais destiné à la ventilation de l'établissement est capté à l'air libre en dehors de toute autre source de pollution potentielle.
Art. 31. Het percentage van de relatieve luchtvochtigheid wordt onder 65 % gehouden. Om dat percentage te controleren, beschikt de exploitant in de zwembadhal over een vlot werkende vochtmeter die op 1,5 à 2 meter van de bodem geplaatst wordt.
Art. 31. Le taux d'humidité relative de l'air est maintenu en dessous de 65 pour cent. Pour contrôler ce taux, l'exploitant dispose dans le hall de natation d'un hygromètre en bon état de fonctionnement, placé entre 1,5 et 2 mètres de hauteur du sol.
Art. 32. De zwembadhal beschikt over een vlot werkende thermometer.
Tijdens de openingsuren is de luchttemperatuur er minstens 2° C hoger dan de watertemperatuur in het grootste bad.
Tijdens de openingsuren is de luchttemperatuur er minstens 2° C hoger dan de watertemperatuur in het grootste bad.
Art. 32. Le hall de natation comporte un thermomètre en bon état de fonctionnement.
Pendant les heures d'ouverture au public, la température de l'air du hall de natation dépasse de 2 ° C au moins celle de l'eau du plus grand bassin.
Pendant les heures d'ouverture au public, la température de l'air du hall de natation dépasse de 2 ° C au moins celle de l'eau du plus grand bassin.
Art. 33. § 1. Indien gebruik gemaakt wordt van chloor om het water te ontsmetten, zorgt de exploitant ervoor dat de controle van het percentage van trichloramine in de lucht van de hal van de zwembaden die zelfs gedeeltelijk met chloor zijn ontsmet, wordt uitgevoerd door een laboratorium of een instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en onderzoeken in het kader van de bestrijding van de verontreiniging, één keer per jaar tussen 1 september en 30 april, op een tijdstip dat representatief is voor het zwembadbezoek en op kosten van de exploitant.
De exploitant vergewist zich ervan dat de monsterneming van de lucht uitgevoerd door een laboratorium of een instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en onderzoeken in het kader van de bestrijding van de verontreiniging, wordt verricht op het diepste punt, aan de rand van het zwembad en op een hoogte van 1,5 meter boven de bodem.
De plaats van het oppompen (monsterneming) van de lucht is zo ver mogelijk gelegen van elke uitrusting of structuur die een normale luchtcirculatie verhinderen en van de roosters voor de aan- en afvoer van lucht in de hal.
De monsterneming duurt tussen anderhalf uur en twee uren met een zuigdebiet van 1 liter per minuut. De pomp blijft, tijdens de duur van de monsterneming, onder het toezicht van het personeel van het analyselaboratorium.
De exploitant zorgt ervoor dat het rapport overgemaakt door een laboratorium of een instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en ondezoeken in het kader van de bestrijding van de verontreiniging, de datum, het uur en de duur van de monsterneming vermeld, alsook de plaats van de monsterneming en het percentage van het zwembadbezoek op het tijdstip van de monsterneming.
§ 2. De lucht van het zwembad moet aan de volgende kwaliteitsnormen voldoen :
De exploitant vergewist zich ervan dat de monsterneming van de lucht uitgevoerd door een laboratorium of een instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en onderzoeken in het kader van de bestrijding van de verontreiniging, wordt verricht op het diepste punt, aan de rand van het zwembad en op een hoogte van 1,5 meter boven de bodem.
De plaats van het oppompen (monsterneming) van de lucht is zo ver mogelijk gelegen van elke uitrusting of structuur die een normale luchtcirculatie verhinderen en van de roosters voor de aan- en afvoer van lucht in de hal.
De monsterneming duurt tussen anderhalf uur en twee uren met een zuigdebiet van 1 liter per minuut. De pomp blijft, tijdens de duur van de monsterneming, onder het toezicht van het personeel van het analyselaboratorium.
De exploitant zorgt ervoor dat het rapport overgemaakt door een laboratorium of een instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en ondezoeken in het kader van de bestrijding van de verontreiniging, de datum, het uur en de duur van de monsterneming vermeld, alsook de plaats van de monsterneming en het percentage van het zwembadbezoek op het tijdstip van de monsterneming.
§ 2. De lucht van het zwembad moet aan de volgende kwaliteitsnormen voldoen :
Art. 33. § 1er. S'il est fait usage de chlore comme moyen de désinfection, l'exploitant veille à ce que le contrôle du taux de trichloramine dans l'air du hall des bassins de natation désinfectés même partiellement au chlore soit réalisé par un laboratoire ou un organisme agréé pour les prélèvements, analyses et recherches dans le cadre de la lutte contre la pollution une fois par an entre le 1er septembre et le 30 avril, à un moment représentatif de la fréquentation du bassin et aux frais de l'exploitant.
L'exploitant s'assure que le prélèvement d'air réalisé par le laboratoire ou un organisme agréé pour les prélèvements, analyses et recherches dans le cadre de la lutte contre la pollution soit effectué au niveau de la grande profondeur, au bord du bassin et à une hauteur de 1,5 mètre au-dessus du sol.
L'endroit de pompage (prélèvement) de l'air est le plus loin possible de tout équipement ou structure empêchant une circulation d'air correcte et des bouches d'extraction ou d'arrivée d'air dans le hall.
La durée de prélèvement est comprise entre une heure et demi et deux heures avec un débit d'aspiration d'un litre par minute. La pompe reste, durant toute la durée du prélèvement, sous la surveillance du personnel du laboratoire d'analyse.
L'exploitant s'assure que le rapport transmis par le laboratoire par un laboratoire ou un organisme agréé pour les prélèvements, analyses et recherches dans le cadre de la lutte contre la pollution indique la date, l'heure, le lieu précis du prélèvement, la durée ainsi que le taux de fréquentation au moment du prélèvement.
§ 2. L'air du bassin de natation répond aux normes de qualité suivantes :
L'exploitant s'assure que le prélèvement d'air réalisé par le laboratoire ou un organisme agréé pour les prélèvements, analyses et recherches dans le cadre de la lutte contre la pollution soit effectué au niveau de la grande profondeur, au bord du bassin et à une hauteur de 1,5 mètre au-dessus du sol.
L'endroit de pompage (prélèvement) de l'air est le plus loin possible de tout équipement ou structure empêchant une circulation d'air correcte et des bouches d'extraction ou d'arrivée d'air dans le hall.
La durée de prélèvement est comprise entre une heure et demi et deux heures avec un débit d'aspiration d'un litre par minute. La pompe reste, durant toute la durée du prélèvement, sous la surveillance du personnel du laboratoire d'analyse.
L'exploitant s'assure que le rapport transmis par le laboratoire par un laboratoire ou un organisme agréé pour les prélèvements, analyses et recherches dans le cadre de la lutte contre la pollution indique la date, l'heure, le lieu précis du prélèvement, la durée ainsi que le taux de fréquentation au moment du prélèvement.
§ 2. L'air du bassin de natation répond aux normes de qualité suivantes :
| Tabel E : LUCHTKWALITEIT | ||||
| Parameter | Methode | Eenheid | Interven- tiewaarde | Grenswaarden |
| Trichloramine | Dosering van de chloriden na verlaging van de chloorverbindingen met arseentrioxide | mg/m3 | 0,5 | 1 |
De exploitant beschikt over een interventieplan dat wordt uitgevoerd in geval van overschrijding van de interventiewaarde voor de trichloramine (0,5 mg/m3).
In geval van overschrijding van de interventiewaarde voor de trichloramine voert de exploitant het interventieplan uit.
Een nieuwe analyse van de luchtkwaliteit wordt uitgevoerd binnen dertig dagen na de analyse die een overschrijding van de interventiewaarde heeft aangegeven.
Indien de nieuwe resultaten hoger liggen dan de interventiewaarde wordt de inrichting gesloten tot het percentage trichloramine opnieuw lager ligt dan de interventiewaarde. De exploitant verwittigt de toezichthoudend ambtenaar per fax of per e-mail alsook de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is.
Het zwembad kan opnieuw worden geopend wanneer een rapport opgesteld door een laboratorium of een instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en ondezoeken in het kader van de bestrijding van de luchtverontreiniging, bevestigt dat het percentage trichloramine lager is dan de interventiewaarde.
De exploitant deelt de heropeningsdatum van de inrichting, per fax of per e-mail, onverwijld mee aan de toezichthoudend ambtenaar.
De overschrijding van de grenswaarde met 1 mg/m3 heeft de onmiddellijke sluiting van het zwembad tot gevolg.
De exploitant verwittigt de toezichthoudend ambtenaar per fax of per e-mail alsook de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is.
Het zwembad kan opnieuw worden geopend wanneer een rapport opgesteld door een laboratorium of een instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en ondezoeken in het kader van de bestrijding van de verontreiniging, bevestigt dat het percentage trichloramine lager is dan de interventiewaarde.
De exploitant deelt de heropeningsdatum van de inrichting, per fax of per e-mail, onverwijld mee aan de toezichthoudend ambtenaar.
| Tableau E : QUALITE DE L'AIR | ||||
| Paramètre | Méthode | Unité | Valeur d'intervention | Valeur limite |
| Trichloramine | Dosage des chlorures après réduction des composés chlorés par du trioxyde de diarsenic | mg/m3 | 0,5 | 1 |
L'exploitant dispose d'un plan d'intervention à mettre en oeuvre en cas de dépassement de la valeur d'intervention pour la trichloramine (0,5 mg/m3).
En cas de dépassement de la valeur d'intervention pour la trichloramine, l'exploitant met en oeuvre le plan d'intervention.
Une nouvelle analyse de la qualité de l'air est réalisée dans les 30 jours suivant l'analyse ayant indiqué un dépassement de la valeur d'intervention.
En cas de nouveaux résultats supérieurs à la valeur d'intervention, l'établissement est fermé jusqu'au retour à un taux de trichloramine inférieur à la valeur d'intervention. L'exploitant avertit le fonctionnaire chargé de la surveillance par fax ou courrier électronique ainsi que le bourgmestre de la commune où se situe l'établissement.
Le bassin de natation peut être rouvert lorsque le rapport établi par un laboratoire ou un organisme agréé pour les prélèvements, analyses et recherches dans le cadre de la lutte contre la pollution atmosphérique atteste que le taux de trichloramine est inférieur à la valeur d'intervention.
L'exploitant communique sans délai, par fax ou par courrier électronique, au fonctionnaire chargé de la surveillance la date de la réouverture de l'établissement.
Le dépassement de la valeur limite de 1 mg/m3 entraîne la fermeture immédiate du bassin de natation.
L'exploitant avertit le fonctionnaire chargé de la surveillance par fax ou courrier électronique ainsi que le bourgmestre de la commune où se situe l'établissement.
Le bassin de natation peut être rouvert lorsque le rapport établi par un laboratoire ou un organisme agréé pour les prélèvements, analyses et recherches dans le cadre de la lutte contre la pollution atteste que le taux de trichloramine est inférieur à la valeur d'intervention.
L'exploitant communique sans délai, par fax ou par courrier électronique, au fonctionnaire chargé de la surveillance la date de la réouverture de l'établissement.
HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie
CHAPITRE IV. - Prévention des accidents et incendies
Art. 34. Vóór de tenuitvoerlegging van het project en vóór elke wijziging van de plaats of de omstandigheden, raadpleegt de exploitant de territoriaal bevoegde brandweerdienst over de te treffen maatregelen en de aan te wenden uitrustingen inzake de preventie en de bestrijding van brand en ontploffingen, met inachtneming van de bescherming van de bevolking en het leefmilieu.
Art. 34. Avant la mise en oeuvre du projet et avant chaque modification des lieux et des circonstances, l'exploitant consulte le service d'incendie territorialement compétent sur les mesures à prendre et les équipements à mettre en oeuvre en matière de prévention et de lutte contre les incendies et les explosions, dans le respect de la protection du public et de l'environnement.
Art. 35. Het zwembad is vlot toegankelijk voor de externe hulpdiensten en ontworpen zodat een persoon op een berrie makkelijk en snel afgevoerd kan worden.
Art. 35. Le bassin de natation est facilement accessible aux services de secours venant de l'extérieur et est conçu pour permettre l'évacuation aisée et rapide d'une personne sur une civière.
Art. 36. De voor het publiek toegankelijke lokalen zijn, net zoals de ontruimingscircuits, de technische lokalen en de toegangswegen ertoe, voorzien van een noodverlichting.
Art. 36. Un éclairage de secours est prévu dans les locaux accessibles au public, en ce compris les circuits d'évacuation, ainsi que dans les locaux techniques et leurs voies d'accès.
Art. 37. § 1. Doorzichtige deuren en wanden worden zichtbaar gemaakt en er worden maatregelen getroffen om verwondingen bij de bezoekers te voorkomen in geval van glasschade.
§ 2. Alle uitgangen, met inbegrip van de nooduitgangen, zijn toegankelijk voor de personen die zich in de lokalen van de inrichting bevinden.
§ 3. Alle uitgangen, met inbegrip van de nooduitgangen, worden d.m.v. reglementaire pictogrammen aangegeven. De pictogrammen zijn duidelijk zichtbaar. Ze worden met normale verlichting en noodverlichting verlicht.
De deuren gaan open in de richting van de uitgang.
§ 2. Alle uitgangen, met inbegrip van de nooduitgangen, zijn toegankelijk voor de personen die zich in de lokalen van de inrichting bevinden.
§ 3. Alle uitgangen, met inbegrip van de nooduitgangen, worden d.m.v. reglementaire pictogrammen aangegeven. De pictogrammen zijn duidelijk zichtbaar. Ze worden met normale verlichting en noodverlichting verlicht.
De deuren gaan open in de richting van de uitgang.
Art. 37. § 1er. Les portes et parois transparentes sont rendues visibles et les dispositions sont prises pour éviter les blessures du public en cas de bris.
§ 2. Toutes les sorties, y compris les sorties de secours, sont accessibles aux personnes qui se trouvent dans les locaux de l'établissement.
§ 3. Toutes les sorties, y compris les sorties de secours sont indiquées par des pictogrammes réglementaires. Ces pictogrammes sont clairement visibles. Les pictogrammes sont éclairés par l'éclairage normal et par l'éclairage de secours.
Les portes s'ouvrent dans le sens de la sortie.
§ 2. Toutes les sorties, y compris les sorties de secours, sont accessibles aux personnes qui se trouvent dans les locaux de l'établissement.
§ 3. Toutes les sorties, y compris les sorties de secours sont indiquées par des pictogrammes réglementaires. Ces pictogrammes sont clairement visibles. Les pictogrammes sont éclairés par l'éclairage normal et par l'éclairage de secours.
Les portes s'ouvrent dans le sens de la sortie.
Art. 38. § 1. Minstens één veiligheidsverantwoordelijke oefent rechtstreeks en voortdurend toezicht uit op de baders.
In een zwembad waarvan de maximale waterhoogte 1,4 meter overschrijdt, zijn de veiligheidsverantwoordelijken houder van het hoger reddersbrevet uitgereikt of gehomologeerd door de bevoegde administratieve overheid krachtens de wetgeving tot organisatie van de sport in het Franstalige taalgebied en het Duitstalige taalgebied of van elke gelijkwaardige kwalificatie erkend in laatstgenoemd taalgebied.
In een zwembad met een waterhoogte van 1,4 meter of minder zijn de veiligheidsverantwoordelijken houder van het basisreddersbrevet uitgereikt of gehomologeerd door de bevoegde administratieve overheid krachtens de wetgeving tot organisatie van de sport in het Franstalige taalgebied en het Duitstalige taalgebied of van elke gelijkwaardige kwalificatie erkend in laatstgenoemd taalgebied.
§ 2. Paragraaf 1 van dit artikel is niet van toepassing op :
1° zwembaden van toeristische inrichtingen, zoals hotels, landelijke verblijven, campings, gedurende de periodes waarin de toegang alleen aan residenten voorbehouden is;
2° therapeutische baden.
§ 3. De redders die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de baders volgen bovendien minstens één keer per jaar een verplichte opleiding inzake eerste hulp-, reanimatie- en reddingstechnieken.
De modaliteiten voor die opleiding zijn goedgekeurd door de bevoegde administratieve overheid bedoeld in § 1, tweede en derde lid.
Een afschrift van het brevet of van het getuigschrift wordt op de exploitatiezetel bewaard en ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.
In een zwembad waarvan de maximale waterhoogte 1,4 meter overschrijdt, zijn de veiligheidsverantwoordelijken houder van het hoger reddersbrevet uitgereikt of gehomologeerd door de bevoegde administratieve overheid krachtens de wetgeving tot organisatie van de sport in het Franstalige taalgebied en het Duitstalige taalgebied of van elke gelijkwaardige kwalificatie erkend in laatstgenoemd taalgebied.
In een zwembad met een waterhoogte van 1,4 meter of minder zijn de veiligheidsverantwoordelijken houder van het basisreddersbrevet uitgereikt of gehomologeerd door de bevoegde administratieve overheid krachtens de wetgeving tot organisatie van de sport in het Franstalige taalgebied en het Duitstalige taalgebied of van elke gelijkwaardige kwalificatie erkend in laatstgenoemd taalgebied.
§ 2. Paragraaf 1 van dit artikel is niet van toepassing op :
1° zwembaden van toeristische inrichtingen, zoals hotels, landelijke verblijven, campings, gedurende de periodes waarin de toegang alleen aan residenten voorbehouden is;
2° therapeutische baden.
§ 3. De redders die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de baders volgen bovendien minstens één keer per jaar een verplichte opleiding inzake eerste hulp-, reanimatie- en reddingstechnieken.
De modaliteiten voor die opleiding zijn goedgekeurd door de bevoegde administratieve overheid bedoeld in § 1, tweede en derde lid.
Een afschrift van het brevet of van het getuigschrift wordt op de exploitatiezetel bewaard en ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.
Art. 38. § 1er. Les baigneurs sont sous la surveillance directe et constante d'au moins une personne responsable de leur sécurité.
Dans un bassin de natation d'une hauteur d'eau maximale supérieure à 1,4 mètre, les personnes responsables de la sécurité des baigneurs sont en possession du brevet supérieur de sauvetage aquatique délivré ou homologué par l'autorité administrative compétente en vertu de la législation organisant le sport au sein des régions de langue française et de langue allemande ou de toute autre qualification reconnue équivalente par celle-ci.
Dans un bassin de natation d'une hauteur d'eau maximale inférieure ou égale à 1,4 mètre, les personnes responsables de la sécurité des baigneurs sont en possession du brevet de base de sauvetage aquatique délivré ou homologué par l'autorité administrative compétente en vertu de la législation organisant le sport au sein des régions de langue française et de langue allemande ou de toute autre qualification reconnue équivalente par celle-ci.
§ 2. Le § 1er du présent article ne s'applique pas :
1° aux bassins de natation d'hébergement touristique tels que les hôtels, les gîtes ruraux, les campings durant les périodes où l'accès est réservé aux seuls résidents de ceux-ci;
2° aux bassins thérapeutiques.
§ 3. Les sauveteurs responsables de la sécurité des baigneurs reçoivent au moins une fois par an un entraînement obligatoire aux méthodes de premiers soins, de réanimation et de sauvetage.
Les modalités de cet entraînement sont reconnues par l'autorité administrative compétente visée au § 1er, alinéas 2 et 3.
Une copie du brevet ou du certificat est conservée sur le lieu d'exploitation, à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Dans un bassin de natation d'une hauteur d'eau maximale supérieure à 1,4 mètre, les personnes responsables de la sécurité des baigneurs sont en possession du brevet supérieur de sauvetage aquatique délivré ou homologué par l'autorité administrative compétente en vertu de la législation organisant le sport au sein des régions de langue française et de langue allemande ou de toute autre qualification reconnue équivalente par celle-ci.
Dans un bassin de natation d'une hauteur d'eau maximale inférieure ou égale à 1,4 mètre, les personnes responsables de la sécurité des baigneurs sont en possession du brevet de base de sauvetage aquatique délivré ou homologué par l'autorité administrative compétente en vertu de la législation organisant le sport au sein des régions de langue française et de langue allemande ou de toute autre qualification reconnue équivalente par celle-ci.
§ 2. Le § 1er du présent article ne s'applique pas :
1° aux bassins de natation d'hébergement touristique tels que les hôtels, les gîtes ruraux, les campings durant les périodes où l'accès est réservé aux seuls résidents de ceux-ci;
2° aux bassins thérapeutiques.
§ 3. Les sauveteurs responsables de la sécurité des baigneurs reçoivent au moins une fois par an un entraînement obligatoire aux méthodes de premiers soins, de réanimation et de sauvetage.
Les modalités de cet entraînement sont reconnues par l'autorité administrative compétente visée au § 1er, alinéas 2 et 3.
Une copie du brevet ou du certificat est conservée sur le lieu d'exploitation, à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Art. 39. In de zwembaden wordt hoogstens één bader per 2 m2 wateroppervlakte toegelaten.
Voor zwembaden voorbehouden aan zwemlessen en sportoefeningen wordt aanbevolen één bader per 3 m2 wateroppervlakte toe te laten.
Voor zwembaden voorbehouden aan zwemlessen en sportoefeningen wordt aanbevolen één bader per 3 m2 wateroppervlakte toe te laten.
Art. 39. Le nombre maximum de baigneurs admis dans les bassins de natation ne dépasse jamais un baigneur par deux mètres carrés de surface du plan d'eau.
Pour des bassins réservés à l'apprentissage de la natation et à l'entraînement sportif, le nombre de baigneurs recommandé est d'un baigneur par trois mètres carrés de surface de plan d'eau.
Pour des bassins réservés à l'apprentissage de la natation et à l'entraînement sportif, le nombre de baigneurs recommandé est d'un baigneur par trois mètres carrés de surface de plan d'eau.
Art. 40. De waterdiepte en de plaatsen waar duiken verboden is, worden duidelijk aangegeven overal waar de veiligheid in het gedrang kan komen.
Elk plots diepteverschil wordt duidelijk aangegeven.
Elk plots diepteverschil wordt duidelijk aangegeven.
Art. 40. La profondeur de l'eau et les endroits où il est interdit de plonger sont clairement indiqués pour les baigneurs à tous les endroits où la sécurité peut être mise en péril.
Tout changement brusque de profondeur est clairement signalé.
Tout changement brusque de profondeur est clairement signalé.
Art. 41. De inrichting beschikt over minstens één telefoontoestel met een directe buitenlijn die altijd vlot bereikbaar is.
Art. 41. L'établissement est équipé d'au moins un poste téléphonique avec une ligne directe extérieure facilement accessible en tout temps.
Art. 42. § 1. De inrichting bevat een lokaal voor de toediening van de eerste zorgen of een kast met materiaal voor eerste hulp en reanimatie, in onberispelijke staat van onderhoud en vlot toegankelijk.
§ 2. Het verzorgingsmateriaal bestaat minstens uit de inhoud vermeld in bijlage I.
§ 3. Het reanimatiemateriaal bestaat uit een toestel voor zurstofbehandeling, als volgt :
1° een zuurstofmasker voor volwassenen;
2° een zuurstofmasker voor kinderen;
3° een autostatische samendrukbare beademballon met patiëntenklep en verliesklep;
4° een zuurstoffles voor medisch gebruik voorzien van een gasdrukregelaar en een debietmeter die op de ballong is aangesloten. De fles wordt onderworpen aan een druktest die uitgevoerd wordt door een externe dienst voor technische controles erkend overeenkomstig de reglementering betreffende de erkenning van externe diensten voor technische controles op de werkplaatsen.
§ 4. Paragraaf 3 van dit artikel is niet van toepassing op zwembaden met een maximale waterhoogte kleiner dan of gelijk aan 1,4 meter, op de zwembaden van toeristische inrichtingen, zoals hotels, landelijke verblijven, campings, gedurende de periodes waarin de toegang alleen aan residenten voorbehouden is en op de therapeutische baden.
§ 2. Het verzorgingsmateriaal bestaat minstens uit de inhoud vermeld in bijlage I.
§ 3. Het reanimatiemateriaal bestaat uit een toestel voor zurstofbehandeling, als volgt :
1° een zuurstofmasker voor volwassenen;
2° een zuurstofmasker voor kinderen;
3° een autostatische samendrukbare beademballon met patiëntenklep en verliesklep;
4° een zuurstoffles voor medisch gebruik voorzien van een gasdrukregelaar en een debietmeter die op de ballong is aangesloten. De fles wordt onderworpen aan een druktest die uitgevoerd wordt door een externe dienst voor technische controles erkend overeenkomstig de reglementering betreffende de erkenning van externe diensten voor technische controles op de werkplaatsen.
§ 4. Paragraaf 3 van dit artikel is niet van toepassing op zwembaden met een maximale waterhoogte kleiner dan of gelijk aan 1,4 meter, op de zwembaden van toeristische inrichtingen, zoals hotels, landelijke verblijven, campings, gedurende de periodes waarin de toegang alleen aan residenten voorbehouden is en op de therapeutische baden.
Art. 42. § 1er. L'établissement comporte un local ou une armoire de premiers soins équipé d'un matériel de soins et de réanimation maintenus en parfait état de fonctionnement, directement et facilement accessible.
§ 2. Le matériel de soins comprend au minimum le contenu repris à l'annexe 1re.
§ 3. Le matériel de réanimation est composé d'un matériel d'oxygénothérapie comme suit :
1° un masque adulte;
2° un masque enfant;
3° un ballon compressible auto statique avec valve patient et valve d'admission;
4° une bonbonne d'oxygène médical munie d'un bloc mano-détendeur et d'un débitmètre, raccordée au ballon. La bouteille doit subir une pression d'épreuve réalisée par un service externe de contrôles techniques agréé en vertu de la règlementation relative à l'agrément de services externes pour les contrôles techniques sur les lieux de travail.
§ 4. Le § 3 du présent article ne s'applique pas aux bassins de natation d'une hauteur d'eau maximale inférieure ou égale à 1,4 mètre, aux bassins de natation d'hébergement touristique tels que les hôtels, gîtes ruraux, campings durant les périodes où l'accès est réservé aux seuls résidents de ceux-ci et aux bassins thérapeutiques.
§ 2. Le matériel de soins comprend au minimum le contenu repris à l'annexe 1re.
§ 3. Le matériel de réanimation est composé d'un matériel d'oxygénothérapie comme suit :
1° un masque adulte;
2° un masque enfant;
3° un ballon compressible auto statique avec valve patient et valve d'admission;
4° une bonbonne d'oxygène médical munie d'un bloc mano-détendeur et d'un débitmètre, raccordée au ballon. La bouteille doit subir une pression d'épreuve réalisée par un service externe de contrôles techniques agréé en vertu de la règlementation relative à l'agrément de services externes pour les contrôles techniques sur les lieux de travail.
§ 4. Le § 3 du présent article ne s'applique pas aux bassins de natation d'une hauteur d'eau maximale inférieure ou égale à 1,4 mètre, aux bassins de natation d'hébergement touristique tels que les hôtels, gîtes ruraux, campings durant les périodes où l'accès est réservé aux seuls résidents de ceux-ci et aux bassins thérapeutiques.
Art. 43. § 1. De toezichthoudend ambtenaar wordt binnen 48 uur in kennis gebracht van elk lichamelijk ongeval met de dood of een ziekenhuisopname als gevolg en van elk technisch incident met de ontruiming of sluiting van de inrichting als gevolg.
§ 2. Elk noemenswaardig lichamelijk ongeval wordt op schrift gesteld d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage 2 opgenomen is.
§ 3. Elk technisch incident met de ontruiming of sluiting van het zwembad als gevolg wordt op schrift gesteld d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage 3 opgenomen is.
§ 4. De exploitant bezorgt de toezichthoudend ambtenaar jaarlijks vóór 1 april een lijst van de in artikel § 2 bedoelde ongevallen die zich in de loop van het vorige jaar voorgedaan hebben.
De lijst wordt opgesteld aan de hand van het formulier opgenomen in bijlage 4.
§ 2. Elk noemenswaardig lichamelijk ongeval wordt op schrift gesteld d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage 2 opgenomen is.
§ 3. Elk technisch incident met de ontruiming of sluiting van het zwembad als gevolg wordt op schrift gesteld d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage 3 opgenomen is.
§ 4. De exploitant bezorgt de toezichthoudend ambtenaar jaarlijks vóór 1 april een lijst van de in artikel § 2 bedoelde ongevallen die zich in de loop van het vorige jaar voorgedaan hebben.
De lijst wordt opgesteld aan de hand van het formulier opgenomen in bijlage 4.
Art. 43. § 1er. Le fonctionnaire chargé de la surveillance est informé dans les quarante-huit heures de tout accident corporel ayant entraîné un décès ou une hospitalisation et de tout incident technique ayant entraîné l'évacuation ou la fermeture de l'établissement.
§ 2. Chaque accident corporel significatif est consigné sur un formulaire dont un modèle figure en annexe 2.
§ 3. Chaque incident technique ayant entraîné l'évacuation ou la fermeture du bassin de natation est consigné sur un formulaire dont un modèle figure en annexe 3.
§ 4. Avant le 1er avril de chaque année, l'exploitant envoie au fonctionnaire chargé de la surveillance un récapitulatif des accidents mentionnés au § 2 et survenus au cours de l'année précédente.
Le récapitulatif est rédigé conformément au formulaire figurant en annexe 4.
§ 2. Chaque accident corporel significatif est consigné sur un formulaire dont un modèle figure en annexe 2.
§ 3. Chaque incident technique ayant entraîné l'évacuation ou la fermeture du bassin de natation est consigné sur un formulaire dont un modèle figure en annexe 3.
§ 4. Avant le 1er avril de chaque année, l'exploitant envoie au fonctionnaire chargé de la surveillance un récapitulatif des accidents mentionnés au § 2 et survenus au cours de l'année précédente.
Le récapitulatif est rédigé conformément au formulaire figurant en annexe 4.
HOOFDSTUK V. - Waterlozing
CHAPITRE V. - Rejet des eaux
Art. 44. § 1. Het afvalwater uit de backwash en de spoeling van de filters, het spoelwater en het water van de lediging van de zwembaden worden gelijkgesteld met industrieel afvalwater.
§ 2. De inrichtingen beschikken over een afwateringsnet waarmee het industriële afvalwater, het huishoudelijke afvalwater en het regenwater afzonderlijk beheerd kunnen worden.
§ 3. De zwembaden worden mechanisch, met een borstel of met een hogedrukspuit gereinigd.
Wanneer blijkt dat chemische producten, bijv. bleekwater of een ketelsteenoplosmiddel, gebruikt moeten worden, dient de door de leverancier voorgeschreven dosering in acht te worden genomen.
§ 4. Als de zwembaden via het openbaar afwateringsnet geledigd worden, neemt de exploitant vooraf contact op met de bevoegde saneringsinstelling. De exploitant houdt rekening met de lozingsperiode en met het maximale lozingsdebiet naar gelang van de capaciteit van het net en de zuiveringsinstellingen die eventueel bepaald worden door de bevoegde saneringsinstellingen.
Als de wateren van de zwembaden afgevoerd worden naar gewoon oppervlaktewater, een kunstmatige regenwaterafvoer of een grondinfiltratiesysteem, meet de exploitant vooraf, in voorkomend geval, hun actief chloorgehalte om zich ervan te vergewissen dat het voldoet aan de hiernavermelde lozingsvoorwaarden. In voorkomend geval vloeit het afgevoerde water langs een dechloreerinstallatie alvorens geloosd te worden. Die installatie wordt regelmatig onderhouden om te voldoen aan de hiernavermelde lozingsvoorwaarden.
§ 5. Een schema van alle netten en een plan van de rioleringen worden door de exploitant opgemaakt, regelmatig bijgewerkt, met name na elke noemenswaardige wijziging, en gedateerd. Het plan van de netten voor de inzameling van effluenten vermeldt o.a. de sectoren waar is ingezameld, de aansluitingspunten, de kijkgaten, de rioleringen, de postes de relevage, de meetposten, de handbediende en automatische afsluiters.
§ 6. Industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater, in een kunstmatige afwateringsweg voor regenwater of een grondinfiltratiesysteem wordt geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° de pH is niet hoger dan 9 of niet lager dan 6,5;
2° de temperatuur bedraagt hoogstens 30° ;
3° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 60 mg/l;
4° het gehalte aan anionactieve, kationactieve en niet-ionogene wasmiddelen is niet hoger dan 3 mg/l;
5° voor zwembaden die chloor gebruiken, is het actief chloorgehalte niet hoger dan 0,05 mg/l;
6° het geloosde water is vrij van de gevaarlijke stoffen bedoeld in de artikelen R.131 tot 141 en in de bijlagen I en VII bij Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.
Industrieel afvalwater mag in geen geval vloeien langs eventuele voorzieningen voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater.
§ 7. Industrieel afvalwater dat in een openbare riolering wordt geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° de pH is niet hoger dan 9,5 of niet lager dan 6;
2° de temperatuur bedraagt hoogstens 45° ;
3° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 1 000 mg/l;
4° vanwege hun structuur mogen ze de werking van de opvang- en zuiveringsstations niet schaden;
5° de diameter van de zwevende stoffen bedraagt niet meer dan 10 mm;
6° het geloosde water mag geen stoffen bevatten die gevaar inhouden voor het personeel dat de rioleringen en zuiveringsinstallaties onderhoudt, de leidingen kunnen beschadigen of verstoppen, de goede werking van de stuwings- en zuiveringsinstallaties kunnen belemmeren;
7° het geloosde water bevat geen opgelost ontvlambaar of ontplofbaar gas, noch producten die het vrijmaken van dergelijke gassen kunnen veroorzaken;
8° het is verboden mechanisch vermaalde vaste stoffen te storten of water te lozen dat zulke stoffen bevat;
9° het geloosde water is vrij van de gevaarlijke stoffen bedoeld in de artikelen R.131 tot R.141 en in de bijlagen I en VII bij Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.
Industrieel afvalwater mag in geen geval vloeien langs eventuele voorzieningen voor de voorbehandeling van huishoudelijk afvalwater.
§ 2. De inrichtingen beschikken over een afwateringsnet waarmee het industriële afvalwater, het huishoudelijke afvalwater en het regenwater afzonderlijk beheerd kunnen worden.
§ 3. De zwembaden worden mechanisch, met een borstel of met een hogedrukspuit gereinigd.
Wanneer blijkt dat chemische producten, bijv. bleekwater of een ketelsteenoplosmiddel, gebruikt moeten worden, dient de door de leverancier voorgeschreven dosering in acht te worden genomen.
§ 4. Als de zwembaden via het openbaar afwateringsnet geledigd worden, neemt de exploitant vooraf contact op met de bevoegde saneringsinstelling. De exploitant houdt rekening met de lozingsperiode en met het maximale lozingsdebiet naar gelang van de capaciteit van het net en de zuiveringsinstellingen die eventueel bepaald worden door de bevoegde saneringsinstellingen.
Als de wateren van de zwembaden afgevoerd worden naar gewoon oppervlaktewater, een kunstmatige regenwaterafvoer of een grondinfiltratiesysteem, meet de exploitant vooraf, in voorkomend geval, hun actief chloorgehalte om zich ervan te vergewissen dat het voldoet aan de hiernavermelde lozingsvoorwaarden. In voorkomend geval vloeit het afgevoerde water langs een dechloreerinstallatie alvorens geloosd te worden. Die installatie wordt regelmatig onderhouden om te voldoen aan de hiernavermelde lozingsvoorwaarden.
§ 5. Een schema van alle netten en een plan van de rioleringen worden door de exploitant opgemaakt, regelmatig bijgewerkt, met name na elke noemenswaardige wijziging, en gedateerd. Het plan van de netten voor de inzameling van effluenten vermeldt o.a. de sectoren waar is ingezameld, de aansluitingspunten, de kijkgaten, de rioleringen, de postes de relevage, de meetposten, de handbediende en automatische afsluiters.
§ 6. Industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater, in een kunstmatige afwateringsweg voor regenwater of een grondinfiltratiesysteem wordt geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° de pH is niet hoger dan 9 of niet lager dan 6,5;
2° de temperatuur bedraagt hoogstens 30° ;
3° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 60 mg/l;
4° het gehalte aan anionactieve, kationactieve en niet-ionogene wasmiddelen is niet hoger dan 3 mg/l;
5° voor zwembaden die chloor gebruiken, is het actief chloorgehalte niet hoger dan 0,05 mg/l;
6° het geloosde water is vrij van de gevaarlijke stoffen bedoeld in de artikelen R.131 tot 141 en in de bijlagen I en VII bij Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.
Industrieel afvalwater mag in geen geval vloeien langs eventuele voorzieningen voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater.
§ 7. Industrieel afvalwater dat in een openbare riolering wordt geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° de pH is niet hoger dan 9,5 of niet lager dan 6;
2° de temperatuur bedraagt hoogstens 45° ;
3° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 1 000 mg/l;
4° vanwege hun structuur mogen ze de werking van de opvang- en zuiveringsstations niet schaden;
5° de diameter van de zwevende stoffen bedraagt niet meer dan 10 mm;
6° het geloosde water mag geen stoffen bevatten die gevaar inhouden voor het personeel dat de rioleringen en zuiveringsinstallaties onderhoudt, de leidingen kunnen beschadigen of verstoppen, de goede werking van de stuwings- en zuiveringsinstallaties kunnen belemmeren;
7° het geloosde water bevat geen opgelost ontvlambaar of ontplofbaar gas, noch producten die het vrijmaken van dergelijke gassen kunnen veroorzaken;
8° het is verboden mechanisch vermaalde vaste stoffen te storten of water te lozen dat zulke stoffen bevat;
9° het geloosde water is vrij van de gevaarlijke stoffen bedoeld in de artikelen R.131 tot R.141 en in de bijlagen I en VII bij Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.
Industrieel afvalwater mag in geen geval vloeien langs eventuele voorzieningen voor de voorbehandeling van huishoudelijk afvalwater.
Art. 44. § 1er. Les eaux usées issues du contre-lavage et du rinçage des filtres, les eaux de purge et les eaux de vidange des bassins sont assimilées à des eaux usées industrielles.
§ 2. Les établissements sont pourvus d'un réseau d'égouttage permettant une gestion séparée des eaux usées industrielles, des eaux usées domestiques et des eaux pluviales.
§ 3. Les bassins font l'objet d'un nettoyage mécanique, à l'aide d'une brosse ou d'un jet à haute pression.
Lorsque l'utilisation de produits chimiques s'avère nécessaire tels que notamment l'eau de Javel ou un détartrant, il est impératif de respecter le dosage prescrit par le fournisseur.
§ 4. En cas de vidange des bassins vers le réseau d'égouttage public, l'exploitant prend préalablement contact avec l'organisme d'assainissement compétent. L'exploitant respecte la période et le débit maximum de déversement en fonction de la capacité du réseau et des installations d'épuration éventuellement déterminés par l'organisme d'assainissement compétent.
En cas de vidange des bassins vers une eau de surface ordinaire, une voie artificielle d'écoulement des eaux pluviales ou un dispositif d'infiltration par le sol, l'exploitant effectue, le cas échéant, une mesure préalable de la teneur en chlore actif des eaux afin de s'assurer que celle-ci soit conforme aux conditions de déversement fixées ci-après. Le cas échéant, les eaux de vidange transitent par une installation de déchloration avant rejet. Ladite installation fait l'objet d'un entretien régulier de manière à permettre le respect des conditions de déversement fixées ci-après.
§ 5. Un schéma de tous les réseaux et un plan des égouts sont établis par l'exploitant, régulièrement mis à jour, notamment après chaque modification notable, et datés. Le plan des réseaux de collecte des effluents fait apparaître notamment les secteurs collectés, les points de branchement, regards, avaloirs, postes de relevage, postes de mesure, vannes manuelles et automatiques.
§ 6. Le déversement des eaux usées industrielles vers une eau de surface ordinaire, une voie artificielle d'écoulement des eaux pluviales ou un dispositif d'infiltration par le sol est soumis aux conditions suivantes :
1° le pH des eaux déversées ne peut être supérieur à 9 ou inférieur à 6,5;
2° la température des eaux déversées ne peut excéder 30 ° C;
3° la teneur en matières en suspension des eaux déversées ne peut excéder 60 mg/l;
4° la teneur en détergents anioniques, cationiques et non ioniques des eaux déversées ne peut pas dépasser 3 mg/l;
5° pour les bassins de natation utilisant du chlore, la teneur en chlore actif des eaux déversées ne peut dépasser 0,05 mg/l;
6° les eaux déversées ne peuvent contenir les substances visées aux articles R.131 à R. 141 et aux annexes Ire et VII du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau.
En aucun cas, les eaux usées industrielles ne peuvent transiter par les dispositifs de traitement des eaux usées domestiques éventuellement en place.
§ 7. Le déversement des eaux usées industrielles vers un égout public est soumis aux conditions suivantes :
1° le pH des eaux déversées ne peut être supérieur à 9,5 ou inférieur à 6;
2° la température des eaux déversées ne peut excéder 45 ° C;
3° la teneur en matières en suspension des eaux déversées ne peut excéder 1 000 mg/l;
4° les matières en suspension ne peuvent, de par leur structure, nuire au fonctionnement des stations de relèvement et d'épuration;
5° la dimension des matières en suspension ne peut dépasser 10 mm de diamètre;
6° les eaux déversées ne peuvent contenir des substances susceptibles de provoquer un danger pour le personnel d'entretien des égouts et des installations d'épuration, une détérioration ou une obstruction des canalisations, une entrave au bon fonctionnement des installations de refoulement et d'épuration;
7° les eaux déversées ne peuvent contenir des gaz dissous inflammables ou explosifs ou des produits susceptibles de provoquer le dégagement de tels gaz;
8° il est interdit de jeter ou déverser des déchets solides qui ont été préalablement soumis à un broyage mécanique ou des eaux contenant de telles matières;
9° les eaux déversées ne peuvent contenir les substances visées aux articles R.131 à R.141 et aux annexes Ire et VII du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau.
En aucun cas, les eaux usées industrielles ne peuvent transiter par les dispositifs de prétraitement des eaux usées domestiques éventuellement en place.
§ 2. Les établissements sont pourvus d'un réseau d'égouttage permettant une gestion séparée des eaux usées industrielles, des eaux usées domestiques et des eaux pluviales.
§ 3. Les bassins font l'objet d'un nettoyage mécanique, à l'aide d'une brosse ou d'un jet à haute pression.
Lorsque l'utilisation de produits chimiques s'avère nécessaire tels que notamment l'eau de Javel ou un détartrant, il est impératif de respecter le dosage prescrit par le fournisseur.
§ 4. En cas de vidange des bassins vers le réseau d'égouttage public, l'exploitant prend préalablement contact avec l'organisme d'assainissement compétent. L'exploitant respecte la période et le débit maximum de déversement en fonction de la capacité du réseau et des installations d'épuration éventuellement déterminés par l'organisme d'assainissement compétent.
En cas de vidange des bassins vers une eau de surface ordinaire, une voie artificielle d'écoulement des eaux pluviales ou un dispositif d'infiltration par le sol, l'exploitant effectue, le cas échéant, une mesure préalable de la teneur en chlore actif des eaux afin de s'assurer que celle-ci soit conforme aux conditions de déversement fixées ci-après. Le cas échéant, les eaux de vidange transitent par une installation de déchloration avant rejet. Ladite installation fait l'objet d'un entretien régulier de manière à permettre le respect des conditions de déversement fixées ci-après.
§ 5. Un schéma de tous les réseaux et un plan des égouts sont établis par l'exploitant, régulièrement mis à jour, notamment après chaque modification notable, et datés. Le plan des réseaux de collecte des effluents fait apparaître notamment les secteurs collectés, les points de branchement, regards, avaloirs, postes de relevage, postes de mesure, vannes manuelles et automatiques.
§ 6. Le déversement des eaux usées industrielles vers une eau de surface ordinaire, une voie artificielle d'écoulement des eaux pluviales ou un dispositif d'infiltration par le sol est soumis aux conditions suivantes :
1° le pH des eaux déversées ne peut être supérieur à 9 ou inférieur à 6,5;
2° la température des eaux déversées ne peut excéder 30 ° C;
3° la teneur en matières en suspension des eaux déversées ne peut excéder 60 mg/l;
4° la teneur en détergents anioniques, cationiques et non ioniques des eaux déversées ne peut pas dépasser 3 mg/l;
5° pour les bassins de natation utilisant du chlore, la teneur en chlore actif des eaux déversées ne peut dépasser 0,05 mg/l;
6° les eaux déversées ne peuvent contenir les substances visées aux articles R.131 à R. 141 et aux annexes Ire et VII du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau.
En aucun cas, les eaux usées industrielles ne peuvent transiter par les dispositifs de traitement des eaux usées domestiques éventuellement en place.
§ 7. Le déversement des eaux usées industrielles vers un égout public est soumis aux conditions suivantes :
1° le pH des eaux déversées ne peut être supérieur à 9,5 ou inférieur à 6;
2° la température des eaux déversées ne peut excéder 45 ° C;
3° la teneur en matières en suspension des eaux déversées ne peut excéder 1 000 mg/l;
4° les matières en suspension ne peuvent, de par leur structure, nuire au fonctionnement des stations de relèvement et d'épuration;
5° la dimension des matières en suspension ne peut dépasser 10 mm de diamètre;
6° les eaux déversées ne peuvent contenir des substances susceptibles de provoquer un danger pour le personnel d'entretien des égouts et des installations d'épuration, une détérioration ou une obstruction des canalisations, une entrave au bon fonctionnement des installations de refoulement et d'épuration;
7° les eaux déversées ne peuvent contenir des gaz dissous inflammables ou explosifs ou des produits susceptibles de provoquer le dégagement de tels gaz;
8° il est interdit de jeter ou déverser des déchets solides qui ont été préalablement soumis à un broyage mécanique ou des eaux contenant de telles matières;
9° les eaux déversées ne peuvent contenir les substances visées aux articles R.131 à R.141 et aux annexes Ire et VII du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau.
En aucun cas, les eaux usées industrielles ne peuvent transiter par les dispositifs de prétraitement des eaux usées domestiques éventuellement en place.
HOOFDSTUK VI. - Controle
CHAPITRE VI. - Contrôle
Art. 45. § 1. De exploitant houdt een dossier met lijsten bij waarop de volgende gegevens voorkomen :
1° de resultaten van de door hem gevoerde dagelijkse analyses bedoeld in artikel 47, § 1;
2° de resultaten van de door het laboratorium gevoerde dagelijkse analyses bedoeld in artikel 47;
3° voor de zwembaden die over de in artikel 10 bedoelde pompen beschikken, de aangeplakte waarden van de pH;
4° de data van de spoeling van de filters en van de vervanging van filtreermateriaal;
5° het dagelijkse bezoek van het zwembad;
6° elke stoornis of technisch incident;
7° elk lichamelijk ongeval van het publiek dat verplicht op schrift wordt gesteld d.m.v. het in bijlage 2 bedoelde formulier;
8° elk technisch incident dat verplicht op schrift wordt gesteld d.m.v. het in bijlage 3 bedoelde formulier;
9° de maandelijkse opmeting van de watermeters;
10° de bemerkingen i.v.m. de technische controles op de installatie, met inbegrip van de ijking van de controle- en meettoestellen;
11° de namen van de verantwoordelijken voor de opslag en de inontvangstname van de gevaarlijke en de chemische producten alsook van hun plaatsvervangers;
12° de namen van de verantwoordelijke personen voor de dagelijkse controle op de installaties.
§ 2. Het in § 1 bedoelde dossier ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar en wordt tijdens 5 jaar bewaard.
1° de resultaten van de door hem gevoerde dagelijkse analyses bedoeld in artikel 47, § 1;
2° de resultaten van de door het laboratorium gevoerde dagelijkse analyses bedoeld in artikel 47;
3° voor de zwembaden die over de in artikel 10 bedoelde pompen beschikken, de aangeplakte waarden van de pH;
4° de data van de spoeling van de filters en van de vervanging van filtreermateriaal;
5° het dagelijkse bezoek van het zwembad;
6° elke stoornis of technisch incident;
7° elk lichamelijk ongeval van het publiek dat verplicht op schrift wordt gesteld d.m.v. het in bijlage 2 bedoelde formulier;
8° elk technisch incident dat verplicht op schrift wordt gesteld d.m.v. het in bijlage 3 bedoelde formulier;
9° de maandelijkse opmeting van de watermeters;
10° de bemerkingen i.v.m. de technische controles op de installatie, met inbegrip van de ijking van de controle- en meettoestellen;
11° de namen van de verantwoordelijken voor de opslag en de inontvangstname van de gevaarlijke en de chemische producten alsook van hun plaatsvervangers;
12° de namen van de verantwoordelijke personen voor de dagelijkse controle op de installaties.
§ 2. Het in § 1 bedoelde dossier ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar en wordt tijdens 5 jaar bewaard.
Art. 45. 1er. L'exploitant tient à jour un dossier de relevés où figurent les renseignements suivants :
1° les résultats des analyses journalières qu'il effectue tel que visées à l'article 47, § 1er;
2° les résultats des analyses effectuées périodiquement par le laboratoire tel que visées au § 2 de l'article 47;
3° pour les bassins disposant des pompes visées à l'article 10, les valeurs affichées de pH;
4° les dates de rinçage des filtres et du remplacement du matériel de filtration;
5° la fréquentation journalière du bassin de natation;
6° tout dysfonctionnement ou incident technique;
7° tout accident corporel du public obligatoirement consigné à l'aide du formulaire figurant en annexe 2;
8° tout incident technique obligatoirement consigné à l'aide du formulaire figurant en annexe 3;
9° le relevé mensuel des compteurs d'eau;
10° les observations relatives aux vérifications techniques de l'installation, y compris l'étalonnage des appareils de contrôle;
11° les noms des responsables des stocks et de la réception des produits dangereux ainsi que de leurs suppléants;
12° Les noms des personnes responsables de la vérification journalière des installations.
§ 2. Le dossier de relevés visé au § 1er est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance et conservé pendant cinq ans.
1° les résultats des analyses journalières qu'il effectue tel que visées à l'article 47, § 1er;
2° les résultats des analyses effectuées périodiquement par le laboratoire tel que visées au § 2 de l'article 47;
3° pour les bassins disposant des pompes visées à l'article 10, les valeurs affichées de pH;
4° les dates de rinçage des filtres et du remplacement du matériel de filtration;
5° la fréquentation journalière du bassin de natation;
6° tout dysfonctionnement ou incident technique;
7° tout accident corporel du public obligatoirement consigné à l'aide du formulaire figurant en annexe 2;
8° tout incident technique obligatoirement consigné à l'aide du formulaire figurant en annexe 3;
9° le relevé mensuel des compteurs d'eau;
10° les observations relatives aux vérifications techniques de l'installation, y compris l'étalonnage des appareils de contrôle;
11° les noms des responsables des stocks et de la réception des produits dangereux ainsi que de leurs suppléants;
12° Les noms des personnes responsables de la vérification journalière des installations.
§ 2. Le dossier de relevés visé au § 1er est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance et conservé pendant cinq ans.
Art. 46. De exploitant legt de controlerapporten betreffende de elektrische hoogspannings- en laagspanningsinstallaties ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.
Art. 46. L'exploitant tient les rapports de contrôle des installations électriques à haute tension et les rapports de contrôle des installations électriques à basse tension à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Art. 47. § 1. De doorzichtigheid en de temperatuur van het zwembadwater alsook de pH worden minstens dagelijks door de exploitant gecontroleerd aan de hand van een monster van het zwembadwater genomen, altijd op dezelfde plaats vlakbij de kade, 30 centimeter vanaf de oppervlakte en zo verwijderd mogelijk van de toevoer van het behandelde water in het zwembad.
§ 2. De exploitant laat de waterkwaliteit van de zwembaden minstens maandelijks controleren door een laboratorium geaccrediteerd en/of erkend in het Waalse Gewest voor wateranalyse. Dit laboratorium controleert de chemische, bacteriologische en fysische parameters bedoeld in artikel 21.
§ 3. De exploitant of zijn aangestelde zorgt ervoor dat de voor analyse bestemde watermonsters minstens twee uren na de opening van het zwembad genomen worden, altijd op dezelfde plaatsen vlakbij de kade, 30 centimeter vanaf de oppervlakte en zo verwijderd mogelijk van de toevoer van het behandelde water in het zwembad.
De monsters worden door het laboratorium genomen.
Het uur van de monsterneming en het aantal baders worden opgegeven.
Het ontsmettingsmiddel wordt correct geneutraliseerd in het monster dat voor de microbiologische analyse bestemd is.
De pH wordt bij de monsterneming door het laboratorium gemeten.
§ 4. De exploitant zorgt ervoor dat de resultaten van de bacteriologische analyses hem meegedeeld worden binnen een termijn van tien dagen, te rekenen van de dag na de monsterneming, en dat de analyses binnen 24 uren na de monsterneming uitgevoerd worden.
§ 5. Als een bacteriologisch resultaat niet conform is, wordt onmidellijk een nieuwe analyse gevoerd, waarschuwt de exploitant onmiddellijk de toezichthoudend ambtenaar en geeft hij hem kennis van de genomen maatregelen.
Als de resultaten van die nieuwe analyse ook niet conform zijn, wordt het zwembad gesloten tot de toestand genormaliseerd is. De toezichthoudend ambtenaar wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht van de sluiting van de inrichting.
Er wordt een overschrijding toegestaan van de maximale waarden toegelaten in 10 % van de monsters die in de loop van de vorige 10 maanden geanalyseerd werden.
§ 6. Een afschrift van de analyseresultaten ligt ter inzage van de klanten en van de toezichthoudend ambtenaar.
§ 7. De resultaten van de wateranalyses die zijn verricht door het geaccrediteerde en/of erkende laboratorium worden aangeplakt op een plek waar de baders langs moeten, met name bij de kas of aan de ingang van de kleedkamers.
De analyseresultaten dateren van minder dan 40 dagen.
§ 8. De toezichthoudend ambtenaar kan altijd bijkomende analyses voor rekening van de exploitant eisen.
§ 9. Het geloosde water wordt afgevoerd via een controlevoorziening die aan de volgende vereisten voldoet :
1° een vlotte monsterneming van het geloosde water mogelijk maken;
2° op verzoek of op initiatief van de toezichthoudend ambtenaar het nemen van monsters mogelijk maken;
3° vlot toegankelijk zijn, zonder voorafgaande formaliteit;
4° geïnstalleerd zijn op een plek die alle garanties inzake waterkwantiteit en -kwaliteit biedt.
§ 2. De exploitant laat de waterkwaliteit van de zwembaden minstens maandelijks controleren door een laboratorium geaccrediteerd en/of erkend in het Waalse Gewest voor wateranalyse. Dit laboratorium controleert de chemische, bacteriologische en fysische parameters bedoeld in artikel 21.
§ 3. De exploitant of zijn aangestelde zorgt ervoor dat de voor analyse bestemde watermonsters minstens twee uren na de opening van het zwembad genomen worden, altijd op dezelfde plaatsen vlakbij de kade, 30 centimeter vanaf de oppervlakte en zo verwijderd mogelijk van de toevoer van het behandelde water in het zwembad.
De monsters worden door het laboratorium genomen.
Het uur van de monsterneming en het aantal baders worden opgegeven.
Het ontsmettingsmiddel wordt correct geneutraliseerd in het monster dat voor de microbiologische analyse bestemd is.
De pH wordt bij de monsterneming door het laboratorium gemeten.
§ 4. De exploitant zorgt ervoor dat de resultaten van de bacteriologische analyses hem meegedeeld worden binnen een termijn van tien dagen, te rekenen van de dag na de monsterneming, en dat de analyses binnen 24 uren na de monsterneming uitgevoerd worden.
§ 5. Als een bacteriologisch resultaat niet conform is, wordt onmidellijk een nieuwe analyse gevoerd, waarschuwt de exploitant onmiddellijk de toezichthoudend ambtenaar en geeft hij hem kennis van de genomen maatregelen.
Als de resultaten van die nieuwe analyse ook niet conform zijn, wordt het zwembad gesloten tot de toestand genormaliseerd is. De toezichthoudend ambtenaar wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht van de sluiting van de inrichting.
Er wordt een overschrijding toegestaan van de maximale waarden toegelaten in 10 % van de monsters die in de loop van de vorige 10 maanden geanalyseerd werden.
§ 6. Een afschrift van de analyseresultaten ligt ter inzage van de klanten en van de toezichthoudend ambtenaar.
§ 7. De resultaten van de wateranalyses die zijn verricht door het geaccrediteerde en/of erkende laboratorium worden aangeplakt op een plek waar de baders langs moeten, met name bij de kas of aan de ingang van de kleedkamers.
De analyseresultaten dateren van minder dan 40 dagen.
§ 8. De toezichthoudend ambtenaar kan altijd bijkomende analyses voor rekening van de exploitant eisen.
§ 9. Het geloosde water wordt afgevoerd via een controlevoorziening die aan de volgende vereisten voldoet :
1° een vlotte monsterneming van het geloosde water mogelijk maken;
2° op verzoek of op initiatief van de toezichthoudend ambtenaar het nemen van monsters mogelijk maken;
3° vlot toegankelijk zijn, zonder voorafgaande formaliteit;
4° geïnstalleerd zijn op een plek die alle garanties inzake waterkwantiteit en -kwaliteit biedt.
Art. 47. § 1er. La transparence et la température de l'eau du bassin sont contrôlés au minimum quotidiennement par l'exploitant ainsi que le pH à partir d'un échantillon d'eau du bassin prélevé, toujours à la même place, à proximité du quai, dans les 30 centimètres à partir de la surface et en un endroit le plus éloigné possible de l'arrivée de l'eau traitée dans le bassin.
§ 2. Tous les mois au moins, l'exploitant fait contrôler la qualité de l'eau des bassins de natation par un laboratoire accrédité et/ou agréé par la Région wallonne pour l'analyse d'eau. Celui-ci vérifie les paramètres chimiques, bactériologiques et physiques repris à l'article 21.
§ 3. L'exploitant ou son préposé veille à ce que les prélèvements d'eau pour analyse se fassent au moins deux heures après l'ouverture du bassin et toujours aux même endroits, à proximité du quai, dans les 30 centimètres à partir de la surface, et en un endroit le plus éloigné possible de l'arrivée de l'eau traitée dans le bassin.
La prise d'échantillon est effectuée par le laboratoire.
L'heure du prélèvement et le nombre de baigneurs sont signalés.
Le désinfectant est correctement neutralisé dans l'échantillon réservé à l'analyse microbiologique.
Le pH est mesuré par le laboratoire au moment du prélèvement.
§ 4. L'exploitant veille à ce que les résultats des analyses bactériologiques lui soient fournis dans un délai de 10 jours à dater du jour suivant le prélèvement et qu'elles aient été effectuées dans les 24 heures du prélèvement.
§ 5. Un résultat bactériologique non conforme impose une nouvelle analyse immédiatement et l'exploitant avertit immédiatement le fonctionnaire chargé de la surveillance et l'informe des dispositions prises.
Si les résultats de cette nouvelle analyse sont à nouveau non conformes, le bassin est fermé jusqu'à normalisation de la situation. Le fonctionnaire chargé de la surveillance est immédiatement informé de la fermeture de l'établissement.
Un dépassement des valeurs maximales admissibles dans 10 % des échantillons analysés les 10 mois précédents est toléré.
§ 6. Une copie des résultats d'analyse est tenue à la disposition de la clientèle et du fonctionnaire chargé de la surveillance.
§ 7. Le bulletin des analyses de l'eau réalisées par le laboratoire accrédité et/ou agréé est affiché dans un endroit de passage obligé pour les baigneurs dont notamment à côté de la caisse, à l'entrée des vestiaires.
Ce bulletin d'analyse est daté de moins de 40 jours.
§ 8. Le fonctionnaire chargé de la surveillance peut toujours exiger des analyses supplémentaires aux frais de l'exploitant.
§ 9. Les eaux déversées sont évacuées en passant par un dispositif de contrôle qui répond aux exigences suivantes :
1° permettre le prélèvement aisé d'échantillons des eaux déversées;
2° permettre, à la demande ou à l'initiative du fonctionnaire chargé de la surveillance, le prélèvement d'échantillons des eaux déversées;
3° être facilement accessible sans formalité préalable;
4° être placé à un endroit offrant toute garantie quant à la quantité et la qualité des eaux.
§ 2. Tous les mois au moins, l'exploitant fait contrôler la qualité de l'eau des bassins de natation par un laboratoire accrédité et/ou agréé par la Région wallonne pour l'analyse d'eau. Celui-ci vérifie les paramètres chimiques, bactériologiques et physiques repris à l'article 21.
§ 3. L'exploitant ou son préposé veille à ce que les prélèvements d'eau pour analyse se fassent au moins deux heures après l'ouverture du bassin et toujours aux même endroits, à proximité du quai, dans les 30 centimètres à partir de la surface, et en un endroit le plus éloigné possible de l'arrivée de l'eau traitée dans le bassin.
La prise d'échantillon est effectuée par le laboratoire.
L'heure du prélèvement et le nombre de baigneurs sont signalés.
Le désinfectant est correctement neutralisé dans l'échantillon réservé à l'analyse microbiologique.
Le pH est mesuré par le laboratoire au moment du prélèvement.
§ 4. L'exploitant veille à ce que les résultats des analyses bactériologiques lui soient fournis dans un délai de 10 jours à dater du jour suivant le prélèvement et qu'elles aient été effectuées dans les 24 heures du prélèvement.
§ 5. Un résultat bactériologique non conforme impose une nouvelle analyse immédiatement et l'exploitant avertit immédiatement le fonctionnaire chargé de la surveillance et l'informe des dispositions prises.
Si les résultats de cette nouvelle analyse sont à nouveau non conformes, le bassin est fermé jusqu'à normalisation de la situation. Le fonctionnaire chargé de la surveillance est immédiatement informé de la fermeture de l'établissement.
Un dépassement des valeurs maximales admissibles dans 10 % des échantillons analysés les 10 mois précédents est toléré.
§ 6. Une copie des résultats d'analyse est tenue à la disposition de la clientèle et du fonctionnaire chargé de la surveillance.
§ 7. Le bulletin des analyses de l'eau réalisées par le laboratoire accrédité et/ou agréé est affiché dans un endroit de passage obligé pour les baigneurs dont notamment à côté de la caisse, à l'entrée des vestiaires.
Ce bulletin d'analyse est daté de moins de 40 jours.
§ 8. Le fonctionnaire chargé de la surveillance peut toujours exiger des analyses supplémentaires aux frais de l'exploitant.
§ 9. Les eaux déversées sont évacuées en passant par un dispositif de contrôle qui répond aux exigences suivantes :
1° permettre le prélèvement aisé d'échantillons des eaux déversées;
2° permettre, à la demande ou à l'initiative du fonctionnaire chargé de la surveillance, le prélèvement d'échantillons des eaux déversées;
3° être facilement accessible sans formalité préalable;
4° être placé à un endroit offrant toute garantie quant à la quantité et la qualité des eaux.
Art. 48. Voor de open zwembaden laat de exploitant vóór de opening van het seizoen een volledige analyse van het zwembadwater uitvoeren volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 47.
De exploitant geeft de toezichthoudende ambtenaar schriftelijk kennis van de openingsdatum van het seizoen. Hij stuurt hem tegelijkertijd een afschrift van de resultaten van de analyse van het zwembadwater.
Het zwembad wordt slechts geopend als de resultaten conform zijn.
De exploitant geeft de toezichthoudende ambtenaar schriftelijk kennis van de openingsdatum van het seizoen. Hij stuurt hem tegelijkertijd een afschrift van de resultaten van de analyse van het zwembadwater.
Het zwembad wordt slechts geopend als de resultaten conform zijn.
Art. 48. Pour les bassins ouverts, avant l'ouverture de la saison, l'exploitant fait effectuer une analyse complète de l'eau du bassin selon les modalités prévues à l'article 47.
L'exploitant informe par écrit le fonctionnaire chargé de la surveillance de la date d'ouverture de la saison. Il joint à son envoi une copie des résultats d'analyse d'eau de bassin.
Le bassin n'est ouvert que si les résultats sont conformes.
L'exploitant informe par écrit le fonctionnaire chargé de la surveillance de la date d'ouverture de la saison. Il joint à son envoi une copie des résultats d'analyse d'eau de bassin.
Le bassin n'est ouvert que si les résultats sont conformes.
Art. 49. De exploitant houdt een register met de uitgevoerde preventieve en verbeteringsmaatregelen waarin voorzien wordt in het beheersplan en het interventieplan bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk III.
Het register ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
Het register ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
Art. 49. L'exploitant tient un registre pour consigner la mise en oeuvre des mesures préventives et correctrices prévues par le plan de gestion et le plan d'intervention visés par la section 3 du chapitre III.
Le registre est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Le registre est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Art. 50. De exploitant houdt een register bij waarin de uitvoering van de preventieve en verbeteringsmaatregelen bepaald bij het interventieplan bedoeld in artikel 33, § 2, wordt opgenomen.
Het register ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
Het register ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.
Art. 50. L'exploitant tient un registre pour consigner la mise en oeuvre des mesures préventives et correctrices prévues par le plan d'intervention visés par l'article 33, § 2.
Le registre est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
Le registre est tenu à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance.
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE VII. - Dispositions modificatives
Art. 51. Artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, gewijzigd bij het besluit van 18 juni 20009, wordt aangevuld met het volgende lid :
" Indien de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een zwembad bedoeld in rubriek 92.61.01.01.02 of in rubriek 91.61.01.02 wanneer een ander ontsmettingsmiddel dan chloor of een ontsmettingsmiddel in combinatie met chloor wordt gebruikt, van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXV. "
" Indien de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een zwembad bedoeld in rubriek 92.61.01.01.02 of in rubriek 91.61.01.02 wanneer een ander ontsmettingsmiddel dan chloor of een ontsmettingsmiddel in combinatie met chloor wordt gebruikt, van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXV. "
Art. 51. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, modifié par l'arrêté du 18 juin 2009, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
" Si la demande de permis d'environnement est relative à un bassin de natation visée à la rubrique 92.61.01.01.02 ou à la rubrique 91.61.01.02 lorsqu'un procédé de désinfection autre que le chlore ou en combinaison avec du chlore est utilisé, de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXV ".
" Si la demande de permis d'environnement est relative à un bassin de natation visée à la rubrique 92.61.01.01.02 ou à la rubrique 91.61.01.02 lorsqu'un procédé de désinfection autre que le chlore ou en combinaison avec du chlore est utilisé, de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXV ".
Art. 52. Artikel 30 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 18 juni 2009 wordt aangevuld met het volgende lid :
" Indien de aanvraag om globale vergunning betrekking heeft op een zwembad bedoeld in rubriek 90.61.01.01.02 of in rubriek 91.61.01.02 wanneer een ander ontsmettingsmiddel dan chloor of een ontsmettingsmiddel in combinatie met chloor wordt gebruikt, van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXV. "
" Indien de aanvraag om globale vergunning betrekking heeft op een zwembad bedoeld in rubriek 90.61.01.01.02 of in rubriek 91.61.01.02 wanneer een ander ontsmettingsmiddel dan chloor of een ontsmettingsmiddel in combinatie met chloor wordt gebruikt, van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXV. "
Art. 52. L'article 30 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 18 juin 2009, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Si la demande de permis unique est relative à un bassin de natation visée à la rubrique 90.61.01.01.02 ou à la rubrique 91.61.01.02 lorsqu'un procédé de désinfection autre que le chlore ou en combinaison avec du chlore est utilisé, de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à études d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXV ".
" Si la demande de permis unique est relative à un bassin de natation visée à la rubrique 90.61.01.01.02 ou à la rubrique 91.61.01.02 lorsqu'un procédé de désinfection autre que le chlore ou en combinaison avec du chlore est utilisé, de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à études d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXV ".
Art. 53. Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een bijlage XXIV, luidend als volgt :
" BIJLAGE XXV
Gegevens over de zwembaden
1° een omschrijving van geplande ontsmettingssysteem;
2° de handelsnaam, de samenstelling, de beschrijving van het (de) actieve principe(s) van elk gepland ontsmettingsmiddel;
3° een technische fiche over elk bestanddeel;
4° een flow sheet van het ontsmettingsmiddel, waarbij de plaats van de pompen, injectoren, afsluiters in voorkomend geval wordt bepaald;
5° de parameters van de controle op het geplande ontsmettingssysteem;
6° een omschrijving van de maatregelen getroffen om elk ongevalrisico te voorkomen.
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning. "
" BIJLAGE XXV
Gegevens over de zwembaden
1° een omschrijving van geplande ontsmettingssysteem;
2° de handelsnaam, de samenstelling, de beschrijving van het (de) actieve principe(s) van elk gepland ontsmettingsmiddel;
3° een technische fiche over elk bestanddeel;
4° een flow sheet van het ontsmettingsmiddel, waarbij de plaats van de pompen, injectoren, afsluiters in voorkomend geval wordt bepaald;
5° de parameters van de controle op het geplande ontsmettingssysteem;
6° een omschrijving van de maatregelen getroffen om elk ongevalrisico te voorkomen.
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning. "
Art. 53. Dans le même arrêté, une annexe XXV est ajoutée comme suit :
" ANNEXE XXV
Informations relatives aux bassins de natation
1° une description du système de désinfection projeté;
2° le nom commercial, la composition, le descriptif du ou des principe(s) actif(s) de chaque produit de désinfection projeté;
3° une fiche technique associée à chaque composant;
4° un flow sheet du système de désinfection précisant, le cas échéant, l'emplacement des pompes, des injecteurs, des vannes;
5° les paramètres de contrôle du système de désinfection projeté;
6° une description des mesures prises pour limiter tout risque d'accident.
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ".
" ANNEXE XXV
Informations relatives aux bassins de natation
1° une description du système de désinfection projeté;
2° le nom commercial, la composition, le descriptif du ou des principe(s) actif(s) de chaque produit de désinfection projeté;
3° une fiche technique associée à chaque composant;
4° un flow sheet du système de désinfection précisant, le cas échéant, l'emplacement des pompes, des injecteurs, des vannes;
5° les paramètres de contrôle du système de désinfection projeté;
6° une description des mesures prises pour limiter tout risque d'accident.
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ".
Art. 54. De rubireken 92.61.01.01.01 en 92.61.01.01.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten worden vervangen als volgt :
Art. 54. Les rubriques 92.61.01.01.01 et 92.61.01.01.02 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées sont remplacées comme suit :
| Nummer - Installatie of activiteit | klasse | EIE | Te raadplegen organen | DEELFACTOREN | ||
| ZH | ZHR | ZI | ||||
| 92.61.01.01.01 die chloor uitsluitend als waterontsmettingsmiddel gebruiken | 3 | |||||
| 92.61.01.01.02 die een ander ontsmettingsmiddel dan chloor of een ontsmettingsmiddel in combinatie met chloor gebruiken | 2 | |||||
92.61.01.01.01 die chloor uitsluitend als waterontsmettingsmiddel gebruiken392.61.01.01.02 die een ander ontsmettingsmiddel dan chloor of een ontsmettingsmiddel in combinatie met chloor gebruiken2
| Numéro - Installation ou activité | Classe | EIE | Organismes à consulter | Facteurs de division | ||
| ZH | ZHR | ZI | ||||
| 92.61.01.01.01 utilisant exclusivement le chlore comme procédé de désinfection de l'eau | 3 | |||||
| 92.61.01.01.02 utilisant un procédé de désinfection autre que le chlore ou en combinaison avec du chlore | 2 | |||||
92.61.01.01.01 utilisant exclusivement le chlore comme procédé de désinfection de l'eau392.61.01.01.02 utilisant un procédé de désinfection autre que le chlore ou en combinaison avec du chlore2
HOOFDSTUK VIII. - Slot- en overgangsbepalingen
CHAPITRE VIII. - Dispositions transitoires et finales
Art. 55. Voor de aritkelen 51 tot 53 worden de vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingediende vergunningsaanvragen alsmede de desbetreffende administratieve beroepen behandeld volgens de regels van kracht op de datum van indiening van de aanvraag.
Art. 55. Pour les articles 51 à 53, les demandes de permis introduites avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ainsi que les recours administratifs y relatifs sont traités selon les règles en vigueur au jour de l'introduction de la demande.
Art. 56. De bepalingen van het koninklijk besluit van 3 augustus 1976 houdende algemeen reglement voor het lozen van afvalwater in de gewone oppervlaktewateren, in de openbare riolen en in de kunstmatige afvoerwegen voor regenwater zijn niet meer toepasselijk op de inrichtingen bedoeld in dit besluit
Art. 56. Les dispositions de l'arrêté royal du 3 août 1976 portant règlement général relatif aux déversements des eaux usées dans les eaux de surface ordinaires, dans les égouts publics et dans les voies artificielles d'écoulement des eaux pluviales ne sont plus applicables aux établissements visés par le présent arrêté.
Art. 57. Dit besluit is van toepassing op de bestaande inrichtingen zodra het in werking treedt.
In afwijking van het vorige lid :
1, zijn artikel 3, eerste en zesde lid, artikel 4, eerste lid, artikel 7, §§ 1 en 2, artikel 9, §§ 1, 2, 4, eerste lid, artikel 16, § 1, § 4, eerste lid en 44, § 2, § 6, laatste lid, en § 7, laatste lid, niet van toepassing op de bestaande inrichtingen;
2° zijn artikel 14, tweede lid, hoofdstuk V, en artikel 47, § 9, van toepassing op de bestaande inrichtingen uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.
In afwijking van het vorige lid :
1, zijn artikel 3, eerste en zesde lid, artikel 4, eerste lid, artikel 7, §§ 1 en 2, artikel 9, §§ 1, 2, 4, eerste lid, artikel 16, § 1, § 4, eerste lid en 44, § 2, § 6, laatste lid, en § 7, laatste lid, niet van toepassing op de bestaande inrichtingen;
2° zijn artikel 14, tweede lid, hoofdstuk V, en artikel 47, § 9, van toepassing op de bestaande inrichtingen uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 57. Le présent arrêté s'applique aux établissements existants dès son entrée en vigueur.
Par dérogation à l'alinéa précédent :
1° l'article 3, alinéas 1er et 6, l'article 4, alinéa 1er, l'article 7, §§ 1er et 2, l'article 9, §§ 1er, 2, 4, alinéa 1er, l'article 16, § 1er, § 4, alinéa 1er, et 44, § 2, § 6, dernier alinéa, et § 7, dernier alinéa, ne s'appliquent pas aux établissements existants;
2° l'article 14, alinéa 2, le Chapitre V et l'article 47, § 9, s'appliquent aux établissements existants au plus tard cinq ans après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Par dérogation à l'alinéa précédent :
1° l'article 3, alinéas 1er et 6, l'article 4, alinéa 1er, l'article 7, §§ 1er et 2, l'article 9, §§ 1er, 2, 4, alinéa 1er, l'article 16, § 1er, § 4, alinéa 1er, et 44, § 2, § 6, dernier alinéa, et § 7, dernier alinéa, ne s'appliquent pas aux établissements existants;
2° l'article 14, alinéa 2, le Chapitre V et l'article 47, § 9, s'appliquent aux établissements existants au plus tard cinq ans après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 58. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 58. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Namen, 13 juni 2013.
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit,
Ph. HENRY
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit,
Ph. HENRY
Namur, le 13 juin 2013.
Le Ministre-Président,
R. DEMOTTE
Le Ministre de l'Environnement, de l'Aménagement du Territoire et de la Mobilité,
Ph. HENRY
Le Ministre-Président,
R. DEMOTTE
Le Ministre de l'Environnement, de l'Aménagement du Territoire et de la Mobilité,
Ph. HENRY
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. Minimale inhoud verzorgingsmaterieel
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-07-2013, p. 43436)
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-07-2013, p. 43436)
Art. N1. Annexe 1. Contenu minimal du matériel de soins
(Tableau non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-07-2013, p. 43392)
(Tableau non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-07-2013, p. 43392)
Art. N2. Bijlage 2. Formulier A
(Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-07-2013, p. 43437-43439)
(Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-07-2013, p. 43437-43439)
Art. N2. Annexe 2. Formulaire A
(Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-07-2013, p. 43393-43995)
(Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-07-2013, p. 43393-43995)
Art. N3. Bijlage 3. Formulier B
(Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-07-2013, p. 43440-43444)
(Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-07-2013, p. 43440-43444)
Art. N3. Annexe 3. Formulaire B
(Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-07-2013, p. 43396-43400)
(Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-07-2013, p. 43396-43400)
Art. N4. Bijlage 4. Formulier C
(Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-07-2013, p. 43445-43446)
(Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-07-2013, p. 43445-43446)
Art. N4. Annexe 4. Formulaire C
(Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-07-2013, p. 43401-43402)
(Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-07-2013, p. 43401-43402)