1° " wet van 23 december 2005 " : de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact;
  2° " wet van 29 maart 2012 " : de wet van 29 maart 2012 houdende diverse bepalingen;
  3° " wet van 21 december 2012 " : de wet van 21 december 2012 houdende wijzigingen van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie en houdende vaststelling van een overgangsregeling met betrekking tot de hervorming van het vervroegd rustpensioen voor zelfstandigen;
  4° " koninklijk besluit van 30 januari 1997 " : het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie;
  5° " koninklijk besluit van 25 april 1997 " : het koninklijk besluit van 25 april 1997 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie;
  6° " koninklijk besluit van 25 februari 2007 " : het koninklijk besluit van 25 februari 2007 tot uitvoering van titel II, hoofdstuk I, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact;
  7° " koninklijk besluit nr. 38 " : het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
  8° " algemeen reglement " : het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  9° " bonus " : het in artikel 3/1 van de wet van 23 december 2005 bedoelde voordeel dat toegekend wordt voor elk kwartaal van beroepsbezigheid als zelfstandige tijdens de referteperiode;
  10° " kwartaal van beroepsbezigheid als zelfstandige " : elk kalenderkwartaal waarvoor de bijdrage verschuldigd krachtens het koninklijk besluit nr. 38 in hoofdsom en toebehoren betaald werd op de ingangsdatum van het rustpensioen, en waarvoor het bedrag van de voormelde bijdrage minstens gelijk is aan het bedrag van de bijdrage verschuldigd in toepassing van artikel 12, § 1, tweede lid van het koninklijk besluit nr. 38, of geacht wordt dat te zijn.
  Voor de twee kwartalen die voorafgaan aan dit waarin het rustpensioen ingaat, worden, behoudens tegenbewijs, de bijdragen vermoed betaald te zijn op de ingangsdatum van het pensioen op voorwaarde dat alle door het sociaal verzekeringsfonds gevorderde bijdragen voor de periode voorafgaand aan deze twee kwartalen, betaald werden.
  Indien op de ingangsdatum van het rustpensioen bijdragen verschuldigd blijven, kan de regularisatie van deze toestand slechts een weerslag hebben op het bedrag van de bonus ten vroegste de eerste van de maand volgend op die tijdens welke de totaliteit van de verschuldigde bedragen werd betaald.
  11° "vervroegd rustpensioen " : de mogelijkheid voor de zelfstandige om vervroegd zijn rustpensioen op te nemen overeenkomstig de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden zoals voorzien in de artikelen 3, §§ 2bis en 3 en 16bis, §§ 1, 2 en 2bis van het koninklijk besluit van 30 januari 1997, in artikel 84 van de wet van 29 maart 2012 en in de artikelen 4 en 5 van de wet van 21 december 2012;
  12° " referteperiode " : het tijdvak dat :
  a) aanvangt ten vroegste op de eerste dag van het vierde kwartaal volgend op het kwartaal waarin de zelfstandige een vervroegd rustpensioen had kunnen opnemen en ten laatste op de eerste dag van het kwartaal volgend op datgene waarin hij de leeftijd bedoeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 bereikt en
  b) eindigt op de laatste dag van het kwartaal voorafgaand aan datgene waarin het rustpensioen van de zelfstandige daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaat [1 et au plus tard le 31 décembre 2025]1.
 Â