Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 OKTOBER 2013. - Koninklijk besluit tot uitvoering, inzake de pensioenbonus van de werknemers, van artikel 7bis van de wet betreffende het generatiepact van 23 december 2005(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-11-2013 en tekstbijwerking tot 10-02-2026)
Titre
24 OCTOBRE 2013. - ArrĂȘtĂ© royal portant exĂ©cution, en matiĂšre de bonus de pension des travailleurs salariĂ©s, de l'article 7bis de la loi du 23 dĂ©cembre 2005 relative au pacte de solidaritĂ© entre les gĂ©nĂ©rations(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 06-11-2013 et mise Ă  jour au 10-02-2026)
Documentinformatie
Numac: 2013022549
Datum: 2013-10-24
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013022549
Date: 2013-10-24
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK 1. - Begrippen
CHAPITRE 1er. - Notions
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de wet : de wet betreffende het generatiepact van 23 december 2005;
  2° het koninklijk besluit van 23 december 1996 : het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16, 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;
  3° het koninklijk besluit nr. 50 : het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  4° het koninklijk besluit van 1 februari 2007 : het koninklijk besluit van 1 februari 2007 tot instelling van een pensioenbonus;
  5° het koninklijk besluit van 23 mei 2001 : het koninklijk besluit van 23 mei 2001 tot instelling van een algemeen reglement betreffende de inkomensgarantie voor ouderen;
  6° bonus : het in artikel 7bis van de wet bedoelde voordeel dat toegekend wordt voor elke dag van effectieve tewerkstelling tijdens de referteperiode;
  7° dagen van effectieve tewerkstelling : de periode van effectieve tewerkstelling in de hoedanigheid van werknemer of de periode waarin de werknemer geen arbeid verrichtte maar waarvoor hij recht had op loon waarop de bijdragen, bedoeld in het koninklijk besluit nr. 50, werden ingehouden, omgezet naar voltijdse dagequivalenten;
  8° vervroegd rustpensioen : de mogelijkheid voor de werknemer om vervroegd zijn rustpensioen op te nemen overeenkomstig de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden zoals voorzien in artikel 4, §§ 1 tot 3ter van het koninklijk besluit van 23 december 1996 of in het artikel 107/1 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen;
  9° referteperiode : het tijdvak dat :
  a) een aanvang neemt ten vroegste op de eerste dag van de twaalfde maand volgend op de maand waarin de werknemer op vervroegd rustpensioen had kunnen gaan en ten laatste op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd bedoeld in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 23 december 1996 bereikt
  b) eindigt op de laatste dag voorafgaand aan de maand waarin het rustpensioen van de werknemer daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaat [1 en ten laatste op 31 december 2025]1.
  
Article 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° la loi : la loi relative au pacte de solidarité entre les générations du 23 décembre 2005;
  2° l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996 : l'arrĂȘtĂ© royal portant exĂ©cution des articles 15, 16 et 17 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions;
  3° l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 : l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif Ă  la pension de retraite et de survie des travailleurs salariĂ©s;
  4° l'arrĂȘtĂ© royal du 1er fĂ©vrier 2007 : l'arrĂȘtĂ© royal du 1er fĂ©vrier 2007 instituant un bonus de pension;
  5° l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2001 : l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2001 portant rĂšglement gĂ©nĂ©ral en matiĂšre de garantie de revenus aux personnes ĂągĂ©es;
  6° bonus : l'avantage visé à l'article 7bis de la loi qui est attribué pour chaque jour d'occupation effective durant la période de référence;
  7° jours d'occupation effective : la pĂ©riode d'occupation effective en qualitĂ© de travailleur salariĂ© ou la pĂ©riode pendant laquelle le travailleur n'a pas accompli un travail mais pour laquelle il avait droit Ă  une rĂ©munĂ©ration sur laquelle les cotisations, visĂ©es Ă  l'arrĂȘtĂ© royal n° 50, ont Ă©tĂ© retenues, convertie en jours Ă©quivalents temps plein;
  8° pension de retraite anticipĂ©e : la possibilitĂ© pour le travailleur salariĂ© de prendre sa pension de retraite anticipĂ©e conformĂ©ment aux conditions d'Ăąge et de carriĂšre prĂ©vues Ă  l'article 4, §§ 1er Ă  3ter de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996 ou Ă  l'article 107/1 de la loi du 28 dĂ©cembre 2011 portant dispositions diverses;
  9° période de référence : la période qui :
  a) dĂ©bute au plus tĂŽt le premier jour du douziĂšme mois suivant le mois au cours duquel le travailleur salariĂ© aurait pu prendre sa pension de retraite anticipĂ©e et au plus tard le premier jour du mois suivant le mois au cours duquel il atteint l'Ăąge visĂ© Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996
  b) se termine le dernier jour qui précÚde le mois au cours duquel la pension du travailleur salarié prend cours effectivement et pour la premiÚre fois [1 et au plus tard le 31 décembre 2025]1.
  
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 2. - Champ d'application
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op de pensioenen van de werknemers die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan ten vroegste op 1 januari 2014.
  Niettegenstaande de bepaling van het eerste lid en onder voorbehoud van artikel 9, blijven de bepalingen van het koninklijk besluit van 1 februari 2007 van toepassing voor de tijdvakken gepresteerd in de hoedanigheid van werknemer voor 1 januari 2014.
Art. 2. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux pensions des travailleurs salariĂ©s qui prennent cours effectivement et pour la premiĂšre fois au plus tĂŽt le 1er janvier 2014.
  Nonobstant la disposition de l'alinĂ©a 1er, et sous rĂ©serve de l'article 9, les dispositions de l'arrĂȘtĂ© royal du 1er fĂ©vrier 2007 restent d'application aux pĂ©riodes prestĂ©es en qualitĂ© de travailleur salariĂ© avant le 1er janvier 2014.
HOOFDSTUK 3. - Toekennings-en betalingsvoorwaarden en bedrag van de bonus
CHAPITRE 3. - Conditions d'attribution et de paiement et montant du bonus
Art. 3. § 1. De bonus wordt toegekend voor elke dag van effectief gepresteerde tewerkstelling tijdens de referteperiode en ten vroegste vanaf 1 januari 2014.
  In afwijking van het eerste lid, wordt de bonus bedoeld bij artikel 7bis, § 1, 2° van de wet enkel toegekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer die zijn beroepsbezigheid voortzet na de leeftijd bedoeld in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 23 december 1996, een loopbaan van 40 kalenderjaren in de zin van artikel 4, § 2, tweede tot vierde lid van hetzelfde besluit bewijst.
  § 2. De dagen van effectieve tewerkstelling in een kalenderjaar worden ten hoogste ten belope van 312 dagen in aanmerking genomen.
  § 3. Onverminderd de toepassing van paragraaf 1 en behoudens tegenbewijs door middel van een attest van de werkgever, te leveren tijdens de drie maanden volgend op de ingangsdatum van het rustpensioen is :
  1° het aantal dagen dat de bonus toegekend kan worden voor het laatste kalenderjaar dat onmiddellijk de ingangsdatum van het rustpensioen voorafgaat gelijk aan het aantal dagen van het voorgaande jaar;
  2° het aantal dagen dat de bonus toegekend kan worden voor het jaar waarin het rustpensioen ingaat is gelijk aan het aantal dagen vermeld in de bepaling onder 1°, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 12 en de teller gelijk aan het aantal maanden, gelegen voor de ingangsdatum van het rustpensioen tijdens het betrokken jaar.
  § 4. Voor de vaststelling van het bedrag van de bonus, worden de dagen van effectieve tewerkstelling in een kalenderjaar geacht op gelijke wijze over de 12 maanden van dit kalenderjaar verdeeld te zijn.
  In afwijking op het vorige lid worden de dagen van effectieve tewerkstelling in het kalenderjaar waarin de referteperiode eindigt, geacht op gelijke wijze over de maanden vóór de ingangsdatum verdeeld te zijn.
Art. 3. § 1er. Le bonus est accordé pour chaque jour d'occupation effective presté durant la période de référence et au plus tÎt à partir du 1er janvier 2014.
  Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a 1er, le bonus visĂ© Ă  l'article 7bis, § 1er, 2° de la loi n'est attribuĂ© qu'Ă  partir du premier jour du mois suivant le mois au cours duquel le travailleur salariĂ© qui poursuit son activitĂ© professionnelle au-delĂ  de l'Ăąge visĂ© Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996 prouve une carriĂšre de 40 annĂ©es civiles au sens de l'article 4, § 2, alinĂ©as 2 Ă  4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©.
  § 2. Les jours d'occupation effective d'une année civile sont retenus à concurrence de 312 jours au maximum.
  § 3. Sans préjudice de l'application du paragraphe 1er et sauf preuve contraire au moyen d'une attestation de l'employeur, à fournir dans les trois mois qui suivent la date de prise de cours de la pension de retraite :
  1° le nombre de jours Ă  concurrence duquel le bonus peut ĂȘtre octroyĂ© pour la derniĂšre annĂ©e civile prĂ©cĂ©dant immĂ©diatement celle de la prise de cours de la pension de retraite, est Ă©gal Ă  celui affĂ©rent Ă  l'annĂ©e prĂ©cĂ©dente;
  2° le nombre de jours Ă  concurrence duquel le bonus peut ĂȘtre octroyĂ© pour l'annĂ©e de prise de cours de la pension est Ă©gal au nombre de jours visĂ© au 1°, multipliĂ© par une fraction dont le dĂ©nominateur est Ă©gal Ă  12, et dont le numĂ©rateur est Ă©gal au nombre de mois prĂ©cĂ©dant la date de prise de cours de la pension de retraite durant l'annĂ©e considĂ©rĂ©e.
  § 4. Pour déterminer le montant du bonus, les jours d'occupation effective d'une année civile sont toujours censés se répartir uniformément sur les 12 mois de cette année civile.
  Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, les jours d'occupation effective de l'annĂ©e civile oĂč la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence se termine, sont censĂ©s se rĂ©partir uniformĂ©ment sur les mois avant la date de prise de cours.
Art. 4. § 1. De bonus stijgt naargelang de duur van de voortzetting van de beroepsbezigheid vanaf het begin van de referteperiode, zelfs indien de referteperiode een aanvang neemt voor 1 januari 2014 en dit overeenkomstig de hierna volgende tabel :
Art. 4. § 1er. Le bonus Ă©volue en fonction de la durĂ©e de la poursuite de l'activitĂ© professionnelle depuis le dĂ©but de la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence, mĂȘme lorsque la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence dĂ©bute avant le 1er janvier 2014 et ceci conformĂ©ment au tableau ci-aprĂšs :
Montant du bonus par jour d'occupation effective Au cours de la période de référence Bedrag van de bonus per dag van effectieve tewerkstelling Binnen de referteperiode
1,50 euro Pendant les 12 premiers mois 1,50 euro Gedurende de eerste 12 maanden
1,70 euro Du 13e au 24e mois compris 1,70 euro Van de 13e tot en met de 24e maand
1,90 euros Du 25e au 36e mois compris 1,90 euro Van de 25e tot en met de 36e maand
2,10 euros Du 37e au 48e mois compris 2,10 euro Van de 37e tot en met de 48e maand
2,30 euros Du 49e au 60e mois compris 2,30 euro Van de 49e tot en met de 60e maand
2,50 euros A partir du 61e mois 2,50 euro Vanaf de 61e maand
Montant du bonus par jour d'occupation effective Au cours de la période de référence Bedrag van de bonus per dag van effectieve tewerkstelling Binnen de referteperiode 1,50 euro Pendant les 12 premiers mois 1,50 euro Gedurende de eerste 12 maanden 1,70 euro Du 13e au 24e mois compris 1,70 euro Van de 13e tot en met de 24e maand 1,90 euros Du 25e au 36e mois compris 1,90 euro Van de 25e tot en met de 36e maand 2,10 euros Du 37e au 48e mois compris 2,10 euro Van de 37e tot en met de 48e maand 2,30 euros Du 49e au 60e mois compris 2,30 euro Van de 49e tot en met de 60e maand 2,50 euros A partir du 61e mois 2,50 euro Vanaf de 61e maand
§ 2. De jaarlijkse bedragen bedoeld in paragraaf 1 zijn gekoppeld aan spilindex 136,09 en variëren overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
Montant du bonus par jour d'occupation effective Au cours de la période de référence Bedrag van de bonus per dag van effectieve tewerkstelling Binnen de referteperiode
1,50 euro Pendant les 12 premiers mois 1,50 euro Gedurende de eerste 12 maanden
1,70 euro Du 13e au 24e mois compris 1,70 euro Van de 13e tot en met de 24e maand
1,90 euros Du 25e au 36e mois compris 1,90 euro Van de 25e tot en met de 36e maand
2,10 euros Du 37e au 48e mois compris 2,10 euro Van de 37e tot en met de 48e maand
2,30 euros Du 49e au 60e mois compris 2,30 euro Van de 49e tot en met de 60e maand
2,50 euros A partir du 61e mois 2,50 euro Vanaf de 61e maand
Montant du bonus par jour d'occupation effective Au cours de la période de référence Bedrag van de bonus per dag van effectieve tewerkstelling Binnen de referteperiode 1,50 euro Pendant les 12 premiers mois 1,50 euro Gedurende de eerste 12 maanden 1,70 euro Du 13e au 24e mois compris 1,70 euro Van de 13e tot en met de 24e maand 1,90 euros Du 25e au 36e mois compris 1,90 euro Van de 25e tot en met de 36e maand 2,10 euros Du 37e au 48e mois compris 2,10 euro Van de 37e tot en met de 48e maand 2,30 euros Du 49e au 60e mois compris 2,30 euro Van de 49e tot en met de 60e maand 2,50 euros A partir du 61e mois 2,50 euro Vanaf de 61e maand
§ 2. Les montants annuels visés au paragraphe 1er sont liés à l'indice-pivot 136,09 et varient conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matiÚre sociale aux travailleurs indépendants.
Art. 5. De bonus kan pas worden toegekend vanaf de datum van de effectieve ingang van het persoonlijk rustpensioen en is slechts betaalbaar in zoverre dit pensioen verder wordt uitbetaald.
Art. 5. Le bonus ne peut ĂȘtre accordĂ© qu'Ă  partir de la date de la prise de cours effective de la pension de retraite personnelle et il n'est payable que pour autant que cette pension de retraite continue Ă  ĂȘtre versĂ©e.
HOOFDSTUK 4. - Aard van de bonus
CHAPITRE 4. - Nature du bonus
Art. 6. De bonus is een persoonlijk recht van de gerechtigde op een rustpensioen.
Art. 6. Le bonus est un droit personnel du bénéficiaire de la pension de retraite.
Art. 7. De bonus is een van het persoonlijk rustpensioen onderscheiden voordeel, onderworpen aan dezelfde sociale en fiscale inhoudingen als het pensioen.
Art. 7. Le bonus est un avantage distinct de la pension de retraite personnelle, soumis aux mĂȘmes retenues sociales et fiscales que la pension.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 8. In het koninklijk besluit van 23 mei 2001 wordt een artikel 22/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 22/1. Bij het in mindering brengen van de bonus bedoeld bij artikel 7bis van de wet betreffende het generatiepact van 23 december 2005 op het bedrag van de inkomensgarantie, wordt rekening gehouden met 90 % van het brutobedrag waarop de aanvrager en/of de personen waarmee hij dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, gerechtigd zijn. ".
Art. 8. Dans l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2001, il est insĂ©rĂ© un article 22/1 rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 22/1. Pour l'imputation du bonus visĂ© Ă  l'article 7bis de la loi relative au pacte de solidaritĂ© entre les gĂ©nĂ©rations du 23 dĂ©cembre 2005 sur le montant de la garantie de revenus, il est tenu compte de 90 p.c. du montant brut dont bĂ©nĂ©ficie le demandeur et/ou les personnes avec qui il partage la mĂȘme rĂ©sidence principale. "
Art. 9. De bepalingen van artikel 6 van het koninklijk besluit van 1 februari 2007 zijn enkel van toepassing in geval van een rustpensioen toegekend voor 1 januari 2014.
Art. 9. Les dispositions de l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© royal du 1er fĂ©vrier 2007 ne sont applicables qu'en cas de pension de retraite attribuĂ©e avant le 1er janvier 2014.
Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2014.
Art. 10. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2014.
Art. 11. De minister bevoegd voor Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Le ministre qui a les Pensions dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Gegeven te Brussel, 24 oktober 2013.
  FILIP
  Van Koningswege :
  De Minister van Pensioenen
  A. DE CROO
  Donné à Bruxelles, le 24 octobre 2013.
  PHILIPPE
  Par le Roi :
  Le Ministre des Pensions,
  A. DE CROO