Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 JUNI 2013. - Koninklijk besluit tot aanpassing aan de welvaart van bepaalde pensioenen in de regeling voor werknemers
Titre
24 JUIN 2013. - ArrĂȘtĂ© royal portant adaptation au bien-ĂȘtre de certaines pensions dans le rĂ©gime des travailleurs salariĂ©s
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (14)
Texte (14)
HOOFDSTUK 1. - Loongrens
CHAPITRE 1er. - Plafond salarial
Artikel 1. Het in artikel 7, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, bedoelde jaarbedrag, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 18 maart 1999, 26 mei 2002, 31 maart 2003, 20 januari 2006, 3 juni 2007 en 6 juli 2011, wordt voor de jaren na 2012 vermenigvuldigd met 1,02.
Article 1er. Le montant annuel prĂ©vu Ă l'article 7, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif Ă la pension de retraite et de survie des travailleurs salariĂ©s et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 18 mars 1999, 26 mai 2002, 31 mars 2003, 20 janvier 2006, 3 juin 2007 et 6 juillet 2011, est pour les annĂ©es aprĂšs 2012 multipliĂ© par 1,02.
HOOFDSTUK 2. - Verhoging van het minimumrecht per loopbaanjaar
CHAPITRE 2. - Augmentation du droit minimum par année de carriÚre
Art. 2. Het bedrag van het loon, beoogd bij artikel 8, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 maart 1997, 11 december 2001, 16 februari 2009 en 6 juli 2011, wordt gebracht op 17.026,70 euro.
  De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan op 1 september 2013.
  De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan op 1 september 2013.
Art. 2. Le montant de la rĂ©munĂ©ration visĂ© Ă l'article 8, § 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996 portant exĂ©cution des articles 15, 16 et 17 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 21 mars 1997, 11 dĂ©cembre 2001, 16 fĂ©vrier 2009 et 6 juillet 2011, est portĂ© Ă 17.026,70 euros.
  Les dispositions du présent article s'appliquent aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la premiÚre fois au plus tÎt le 1er septembre 2013.
  Les dispositions du présent article s'appliquent aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la premiÚre fois au plus tÎt le 1er septembre 2013.
HOOFDSTUK 3. - Verhoging van het gewaarborgd minimumpensioen
CHAPITRE 3. - Augmentation de la pension minimum garantie
Art. 3. De bedragen van 12.608,39 euro en van 10.089,89 euro, bedoeld in artikel 152 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, en het in artikel 153 van dezelfde wet bedoelde bedrag van 9.931,25 euro worden met ingang van 1 september 2013 respectievelijk vervangen door de bedragen van 12.765,99 euro, 10.216,01 euro en 10.055,39 euro.
Art. 3. Les montants de 12.608,39 euros et de 10.089,89 euros, visĂ©s Ă l'article 152 de la loi du 8 aoĂ»t 1980 relative aux propositions budgĂ©taires 1979-1980, et le montant de 9.931,25 euros visĂ© Ă l'article 153 de la mĂȘme loi sont respectivement remplacĂ©s avec effet au 1er septembre 2013 par les montants de 12.765,99 euros, 10.216,01 euros et 10.055,39 euros.
Art. 4. De coëfficiënten van 0,877537 en van 0,842835, bedoeld in artikel 7, § 1, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 2011, en de coëfficiënt van 0,856296, bedoeld in artikel 7, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 2011, worden met ingang van 1 januari 2014 respectievelijk vervangen door de coëfficiënten van 0,899563, 0,849578 en 0,863146.
Art. 4. Les coefficients de 0,877537 et de 0,842835 visĂ©s Ă l'article 7, § 1er, 1° et 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 septembre 2006 portant exĂ©cution des articles 33, 33bis, 34 et 34bis de la loi de redressement du 10 fĂ©vrier 1981 relative aux pensions du secteur social, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 6 juillet 2011, et le coefficient de 0,856296 visĂ© Ă l'article 7, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 6 juillet 2011, sont respectivement remplacĂ©s avec effet au 1er janvier 2014 par les coefficients de 0,899563, de 0,849578 et de 0,863146.
Art. 5. De coëfficiënten van 0,877537 en van 0,842835, bedoeld in artikel 7, § 1, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 14 februari 2003 tot vaststelling van het gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers, opgeheven bij het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector, maar waarvan de bepalingen van toepassing blijven op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal zijn ingegaan vóór 1 oktober 2006, en de coëfficiënt van 0,856296, bedoeld in artikel 7, § 2, van hetzelfde besluit, worden met ingang van 1 januari 2014 respectievelijk vervangen door de coëfficiënten van 0,899563, 0,849578 en 0,863146.
Art. 5. Les coefficients de 0,877537 et de 0,842835 visĂ©s Ă l'article 7, § 1er, 1° et 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 14 fĂ©vrier 2003 portant dĂ©termination du montant minimum garanti de pension pour travailleurs salariĂ©s, abrogĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 28 septembre 2006 portant exĂ©cution des articles 33, 33bis, 34 et 34bis de la loi de redressement du 10 fĂ©vrier 1981 relative aux pensions du secteur social, mais dont les dispositions restent d'application pour les pensions qui ont pris cours effectivement et pour la premiĂšre fois avant le 1er octobre 2006, et le coefficient de 0,856296 visĂ© Ă l'article 7, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont respectivement remplacĂ©s avec effet au 1er janvier 2014 par les coefficients de 0,899563, de 0,849578 et de 0,863146.
(NOTA : door het Arrest van de Raad van State nr. 234638 van 3 mei 2016, vernietigt de Raad van State het artikel 5 van dit KB)
(NOTE : par ArrĂȘt du Conseil d'Etat n° 234638 du 3 mai 2016, le Conseil d'Ătat annule l'article 5 de cet arrĂȘtĂ© royal)
HOOFDSTUK 4. - Verhoging van het vakantiegeld en aanvullende toeslag en supplement
CHAPITRE 4. - Augmentation du pécule de vacances et du pécule complémentaire et supplément
Art. 6. De bedragen van 148,81 euro en van 89,24 euro, bedoeld in artikel 56, § 3, A, 1° en 2° van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, en de in artikel 56, § 3, B, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit bedoelde bedragen van 583,27 euro en 466,61 euro worden respectievelijk vervangen :
  1° met ingang van 1 mei 2013, door de bedragen van 156,25 euro, 93,70 euro, 612,43 euro en 489,94 euro;
  2° met ingang van 1 mei 2014, door de bedragen van 161,61 euro, 96,91 euro, 633,43 euro en 506,74 euro.
  1° met ingang van 1 mei 2013, door de bedragen van 156,25 euro, 93,70 euro, 612,43 euro en 489,94 euro;
  2° met ingang van 1 mei 2014, door de bedragen van 161,61 euro, 96,91 euro, 633,43 euro en 506,74 euro.
Art. 6. Les montants de 148,81 euros et de 89,24 euros, visĂ©s Ă l'article 56, § 3, A, 1° et 2° de l'arrĂȘtĂ© royal du 21 dĂ©cembre 1967 portant rĂšglement gĂ©nĂ©ral du rĂ©gime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariĂ©s, et les montants de 583,27 euros et de 466,61 euros visĂ©s Ă l'article 56, § 3, B, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont respectivement remplacĂ©s :
  1° avec effet au 1er mai 2013, par les montants de 156,25 euros, 93,70 euros, 612,43 euros et 489,94 euros;
  2° avec effet au 1er mai 2014, par les montants de 161,61 euros, 96,91 euros, 633,43 euros et 506,74 euros.
  1° avec effet au 1er mai 2013, par les montants de 156,25 euros, 93,70 euros, 612,43 euros et 489,94 euros;
  2° avec effet au 1er mai 2014, par les montants de 161,61 euros, 96,91 euros, 633,43 euros et 506,74 euros.
Art. 7. Artikel 56 van het voormelde besluit van 21 december 1967 wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
  " § 5. In mei 2014 ontvangen de personen die een bedrag van vakantiegeld en een aanvullende toeslag bij het vakantiegeld bekomen, dat, overeenkomstig paragraaf 3, herleid wordt tot het maandbedrag van het tijdens dezelfde maand betaald pensioen ten laste van de regeling voor werknemers, een supplement. Dit supplement wordt vastgesteld op 8,6 % van het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld dat hen wordt toegekend, het wordt evenwel evenredig herleid opdat het uitgekeerde totaalbedrag van vakantiegeld, aanvullende toeslag bij het vakantiegeld en het supplement niet hoger zou zijn dan het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld vastgelegd in paragraaf 3, A, eerste lid en B, eerste lid.
  Het supplement schommelt overeenkomstig de bepalingen van de voormelde wet van 2 augustus 1971. Het wordt elk jaar uitbetaald in de loop van de maand mei aan de index waaraan het pensioen wordt uitbetaald, op voorwaarde dat het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld daadwerkelijk verschuldigd zijn. "
  " § 5. In mei 2014 ontvangen de personen die een bedrag van vakantiegeld en een aanvullende toeslag bij het vakantiegeld bekomen, dat, overeenkomstig paragraaf 3, herleid wordt tot het maandbedrag van het tijdens dezelfde maand betaald pensioen ten laste van de regeling voor werknemers, een supplement. Dit supplement wordt vastgesteld op 8,6 % van het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld dat hen wordt toegekend, het wordt evenwel evenredig herleid opdat het uitgekeerde totaalbedrag van vakantiegeld, aanvullende toeslag bij het vakantiegeld en het supplement niet hoger zou zijn dan het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld vastgelegd in paragraaf 3, A, eerste lid en B, eerste lid.
  Het supplement schommelt overeenkomstig de bepalingen van de voormelde wet van 2 augustus 1971. Het wordt elk jaar uitbetaald in de loop van de maand mei aan de index waaraan het pensioen wordt uitbetaald, op voorwaarde dat het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld daadwerkelijk verschuldigd zijn. "
Art. 7. L'article 56 de l'arrĂȘtĂ© du 21 dĂ©cembre 1967 prĂ©citĂ©, est complĂ©tĂ© par le paragraphe 5 rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 5. En mai 2014, les personnes qui obtiennent un montant de pĂ©cule de vacances et de pĂ©cule complĂ©mentaire au pĂ©cule de vacances qui, conformĂ©ment au paragraphe 3, est rĂ©duit Ă la mensualitĂ© de pension payĂ©e au cours du mĂȘme mois Ă charge du rĂ©gime des travailleurs salariĂ©s reçoivent un supplĂ©ment. Ce supplĂ©ment est fixĂ© Ă 8,6 % du pĂ©cule de vacances et du pĂ©cule complĂ©mentaire au pĂ©cule de vacances qui leur est octroyĂ©; il est cependant rĂ©duit Ă due concurrence afin que le montant total du pĂ©cule de vacances, du pĂ©cule complĂ©mentaire au pĂ©cule de vacances octroyĂ© et du supplĂ©ment ne soit pas supĂ©rieur au montant du pĂ©cule de vacances et du pĂ©cule complĂ©mentaire au pĂ©cule de vacances fixĂ© au paragraphe 3, A, alinĂ©a 1er et B, alinĂ©a 1er.
  Ce supplément varie conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 précitée. Il est liquidé chaque année dans le courant du mois de mai à l'indice auquel la pension est payée, à condition que le pécule de vacances et le pécule complémentaire au pécule de vacances soient effectivement dus. "
  " § 5. En mai 2014, les personnes qui obtiennent un montant de pĂ©cule de vacances et de pĂ©cule complĂ©mentaire au pĂ©cule de vacances qui, conformĂ©ment au paragraphe 3, est rĂ©duit Ă la mensualitĂ© de pension payĂ©e au cours du mĂȘme mois Ă charge du rĂ©gime des travailleurs salariĂ©s reçoivent un supplĂ©ment. Ce supplĂ©ment est fixĂ© Ă 8,6 % du pĂ©cule de vacances et du pĂ©cule complĂ©mentaire au pĂ©cule de vacances qui leur est octroyĂ©; il est cependant rĂ©duit Ă due concurrence afin que le montant total du pĂ©cule de vacances, du pĂ©cule complĂ©mentaire au pĂ©cule de vacances octroyĂ© et du supplĂ©ment ne soit pas supĂ©rieur au montant du pĂ©cule de vacances et du pĂ©cule complĂ©mentaire au pĂ©cule de vacances fixĂ© au paragraphe 3, A, alinĂ©a 1er et B, alinĂ©a 1er.
  Ce supplément varie conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 précitée. Il est liquidé chaque année dans le courant du mois de mai à l'indice auquel la pension est payée, à condition que le pécule de vacances et le pécule complémentaire au pécule de vacances soient effectivement dus. "
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2013 met uitzondering van :
  1° artikel 1 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2013;
  2° artikelen 4 en 5 die in werking treden op 1 januari 2014;
  3° artikel 6, punten 1° en 2°, die respectievelijk in werking treden op 1 mei 2013 en 1 mei 2014;
  4° artikel 7 dat in werking treedt op 1 mei 2014.
  1° artikel 1 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2013;
  2° artikelen 4 en 5 die in werking treden op 1 januari 2014;
  3° artikel 6, punten 1° en 2°, die respectievelijk in werking treden op 1 mei 2013 en 1 mei 2014;
  4° artikel 7 dat in werking treedt op 1 mei 2014.
Art. 8. Les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© entrent en vigueur le 1er septembre 2013 Ă l'exception :
  1° de l'article 1er qui produit ses effets le 1er janvier 2013;
  2° des articles 4 et 5, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2014;
  3° de l'article 6, points 1° et 2°, qui entrent respectivement en vigueur le 1er mai 2013 et le 1er mai 2014;
  4° de l'article 7, qui entre en vigueur le 1er mai 2014.
  1° de l'article 1er qui produit ses effets le 1er janvier 2013;
  2° des articles 4 et 5, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2014;
  3° de l'article 6, points 1° et 2°, qui entrent respectivement en vigueur le 1er mai 2013 et le 1er mai 2014;
  4° de l'article 7, qui entre en vigueur le 1er mai 2014.
Art. 9. De minister bevoegd voor Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le ministre qui a les Pensions dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Gegeven te Brussel, 24 juni 2013.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Pensioenen,
  A. DE CROO
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Pensioenen,
  A. DE CROO
  Donné à Bruxelles, le 24 juin 2013.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Pensions,
  A. DE CROO
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Pensions,
  A. DE CROO