Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 DECEMBER 2013. - Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging
Titre
15 DECEMBRE 2013. - Loi portant des dispositions diverses concernant la simplification administrative
Documentinformatie
Numac: 2013021138
Datum: 2013-12-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013021138
Date: 2013-12-15
Moniteur: Voir
Tekst (43)
Texte (43)
TITEL 1. - Inleidende bepaling
TITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld als in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi rÚgle une matiÚre visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL 2. - Kanselarij van de Eerste Minister
TITRE 2. - Chancellerie du Premier Ministre
HOOFDSTUK 1. - Dienst voor de Administratieve Vereenvoudiging
CHAPITRE 1er. - Agence pour la Simplification Administrative
Art. 2. In artikel 41 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de eerste zin van § 1, worden de woorden ", de burgers, de verenigingen en de overheidsdiensten" ingevoegd tussen de woorden "de ondernemingen" en de woorden "en de kosten";
  b) in § 1, 1°, worden de woorden "aan de ondernemingen en de K.M.O.'s in het bijzonder" opgeheven;
  c) in § 1 wordt het 2° vervangen door wat volgt :
  "2° door voorstellen te formuleren tot vermindering van de administratieve lasten voor de ondernemingen, K.M.O.'s in het bijzonder, de burgers, de verenigingen en de overheidsdiensten";
  d) paragraaf 1 wordt aangevuld met het 5°, luidende :
  "5° door het formuleren van voorstellen, het promoten en het coördineren van acties tot verbetering van de kwaliteit van de regelgeving.";
  e) in § 2 worden de woorden ", na advies van het College van Secretarissen-generaal" opgeheven.
Art. 2. Dans l'article 41 de la loi-programme du 10 février 1998 pour la promotion de l'entreprise indépendante, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans la premiÚre phrase du § 1er, les mots "aux citoyens, aux associations et aux administrations" sont insérés aprÚs les mots "aux entreprises";
  b) dans le § 1er, 1°, les mots "à charge des entreprises et des P.M.E. en particulier" sont abrogés;
  c) dans le § 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° en formulant des propositions qui visent à réduire les charges administratives pesant sur les entreprises, les P.M.E. en particulier, les citoyens, les associations et les administrations";
  d) le § 1er est complété par le 5° rédigé comme suit :
  "5° en formulant des propositions, en promouvant et en coordonnant des actions visant à améliorer la qualité de la réglementation.";
  e) dans le § 2, les mots "AprÚs avis du CollÚge des Secrétaires Généraux, le Roi" sont remplacés par les mots "Le Roi".
Art. 3. Artikel 42 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 3. L'article 42 de la mĂȘme loi est abrogĂ©.
Art. 4. Artikel 3 treedt in werking op 1 januari 2014.
Art. 4. L'article 3 entre en vigueur le 1er janvier 2014.
HOOFDSTUK 2. - Voorafgaande regelgevingsimpactanalyse
CHAPITRE 2. - Analyse d'impact préalable de la réglementation
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Des définitions
Art. 5. § 1. Voor de toepassing van deze wet wordt onder "regelgevingsimpactanalyse", hierna "impactanalyse" genoemd, verstaan de evaluatie van de potentiële gevolgen van elk in artikel 6 bedoeld voorontwerp van regelgeving op de economie, het leefmilieu, de sociale aspecten en de overheidsdiensten, voorafgaand aan de goedkeuring ervan door de politieke overheid.
  § 2. De impactanalyse heeft betrekking op :
  1° de volgende transversale doelstellingen :
  a) de duurzame ontwikkeling als algemene beleidsdoelstelling, zoals bedoeld in artikel 7bis van de Grondwet;
  b) de gelijkheid van vrouwen en mannen, zoals bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Grondwet;
  c) de beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling.
  2° de volgende aangelegenheden :
  a) de administratieve lasten;
  b) de kleine en middelgrote ondernemingen.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de impactanalyse tot andere transversale doelstellingen en andere aangelegenheden uitbreiden, om de kwaliteit en de coherentie van de regelgeving verder te verbeteren.
Art. 5. § 1er. Pour l'application de la présente loi, on entend par "analyse d'impact de la réglementation", dénommée ci-aprÚs "analyse d'impact", l'évaluation des effets potentiels de tout avant-projet de réglementation, visé à l'article 6, sur l'économie, l'environnement, les aspects sociaux et les administrations, préalablement à son adoption par l'autorité politique.
  § 2. L'analyse d'impact porte sur :
  1° les objectifs transversaux suivants :
  a) le développement durable comme objectif de politique générale, visé à l'article 7bis de la Constitution;
  b) l'égalité des femmes et des hommes, visée à l'article 10, alinéa 3, de la Constitution;
  c) la cohérence des politiques en faveur du développement.
  2° les matiÚres suivantes :
  a) les charges administratives;
  b) les petites et moyennes entreprises.
  Le Roi peut, par un arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des Ministres, Ă©tendre l'analyse d'impact Ă  d'autres objectifs transversaux et Ă  d'autres matiĂšres, en vue d'amĂ©liorer davantage la qualitĂ© et la cohĂ©rence de la rĂ©glementation.
Afdeling 2. - De impactanalyse
Section 2. - De l'analyse d'impact
Art. 6. § 1. Elk regeringslid voert, volgens de voorwaarden die door de Koning zijn vastgelegd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in artikel 5 bedoelde impactanalyse uit van de voorontwerpen van wet en van de ontwerpen van koninklijke of ministeriële besluiten die onder zijn bevoegdheid vallen en waarvoor de tussenkomst van de Ministerraad is vereist door een wettelijke of reglementaire bepaling.
  § 2. Elk regeringslid kan de in artikel 5 bedoelde impactanalyse van de voorontwerpen van wet, de ontwerpen van koninklijke of ministeriële besluiten, omzendbrieven en beslissingen die onder zijn bevoegdheid vallen en waarvoor geen tussenkomst van de Ministerraad is vereist, uitvoeren onder dezelfde voorwaarden als deze bedoeld in § 1.
Art. 6. § 1er. Chaque membre du gouvernement procĂšde, dans les conditions fixĂ©es par le Roi par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des Ministres, Ă  l'analyse d'impact visĂ©e Ă  l'article 5 des avant-projets de loi et des projets d'arrĂȘtĂ©s royaux ou ministĂ©riels qui relĂšvent de sa compĂ©tence et pour lesquels l'intervention du Conseil des ministres est requise par une disposition lĂ©gale ou rĂ©glementaire.
  § 2. Chaque membre du gouvernement peut procĂ©der Ă  l'analyse d'impact visĂ©e Ă  l'article 5 des avant-projets de loi, des projets d'arrĂȘtĂ©s royaux ou ministĂ©riels, des circulaires et des dĂ©cisions qui relĂšvent de sa compĂ©tence et pour lesquels l'intervention du Conseil des Ministres n'est pas requise, dans les mĂȘmes conditions que celles visĂ©es au § 1er.
Art. 7. § 1. De in artikel 5, § 1, bedoelde impactanalyse wordt uitgevoerd op basis van relevante criteria en indicatoren die het mogelijk maken de potentiële gevolgen op de transversale doelstellingen en aangelegenheden bedoeld in artikel 5, § 2, te evalueren. Deze criteria en indicatoren worden uitgewerkt in een geïntegreerd impactanalyseformulier, opgesteld door het Impactanalysecomité en goedgekeurd door de Ministerraad.
  § 2. De impactanalyse bedoeld in artikel 5 kan worden voorgelegd aan het Impactanalysecomité om de kwaliteit ervan na te gaan binnen de termijnen die door de Koning worden bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 3. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de opdrachten van het Impactanalysecomité, zijn samenstelling, de nadere regels inzake de werking ervan, de basiscriteria voor de impactanalyse alsook de voorwaarden waaronder en de wijze waarop uitgevoerde impactanalyses openbaar worden gemaakt.
Art. 7. § 1er. L'analyse d'impact visée à l'article 5, § 1er, est effectuée selon des critÚres et des indicateurs pertinents qui permettent d'évaluer les effets potentiels sur les objectifs transversaux et les matiÚres visés à l'article 5, § 2. Ces critÚres et ces indicateurs sont concrétisés dans un formulaire d'analyse d'impact intégrée, établi par le Comité d'analyse d'impact et approuvé par le Conseil des Ministres.
  § 2. L'analyse d'impact visĂ©e Ă  l'article 5 peut ĂȘtre soumise au ComitĂ© d'analyse d'impact en vue de vĂ©rifier sa qualitĂ© dans les dĂ©lais fixĂ©s par le Roi, par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des Ministres.
  § 3. Le Roi dĂ©termine, par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres, les missions du ComitĂ© d'analyse d'impact, sa composition, les modalitĂ©s de son fonctionnement, les critĂšres de base de l'analyse d'impact ainsi que les conditions et les modalitĂ©s de publicitĂ© des analyses d'impact effectuĂ©es.
Afdeling 3. - Vrijstellingen en uitzonderingen
Section 3. - Dispenses et exceptions
Art. 8. § 1. Worden vrijgesteld van de impactanalyse de voorontwerpen van regelgeving :
  1° houdende instemming met internationale verdragen en akkoorden;
  2° houdende instemming met samenwerkingsakkoorden tussen de Federale Staat en een of meerdere gemeenschappen of gewesten;
  3° met een louter formeel karakter, waaronder de ontwerpen waarvoor het advies van de Raad van State niet verzocht wordt overeenkomstig artikelen 3, § 1, eerste lid, en 5 van de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973;
  4° houdende autoregulering van de federale overheid.
  § 2. Worden uitgezonderd van de impactanalyse de voorontwerpen van regelgeving :
  1° die de nationale veiligheid en de openbare orde aanbelangen;
  2° waarvoor het advies van de Raad van State wordt gevraagd met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, of waarover geen advies van de Raad van State wordt gevraagd in het met bijzondere redenen omklede geval van hoogdringendheid, bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, van diezelfde wetten.
Art. 8. § 1er. Sont dispensés d'analyse d'impact, les avant-projets de réglementation :
  1° portant assentiment aux accords et traités internationaux;
  2° portant assentiment aux accords de coopération entre l'Etat fédéral et une ou plusieurs communautés ou régions;
  3° à caractÚre purement formel, dont les projets pour lesquels l'avis du Conseil d'Etat n'est pas demandé en application des articles 3, § 1er, alinéa 1er, et 5 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973;
  4° relative à l'autorégulation de l'autorité fédérale.
  § 2. Sont exceptés d'analyse d'impact, les avant-projets de réglementation :
  1° qui touchent à la sécurité nationale et l'ordre public;
  2° pour lesquels l'avis du Conseil d'Etat est demandĂ© en application de l'article 84, § 1er, alinĂ©a 1er, 2°, des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnĂ©es le 12 janvier 1973 ou pour lesquels l'avis du Conseil d'Etat n'est pas demandĂ© dans les cas d'urgence spĂ©cialement motivĂ©s, visĂ©s Ă  l'article 3, § 1er, alinĂ©a 1er, des mĂȘmes lois.
Afdeling 4. - Wijzigingsbepalingen
Section 4. - Dispositions modificatives
Art. 9. Hoofdstuk V/1 van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2010 en dat artikelen 19/1 tot 19/3 omvat, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 19/1. De effectbeoordeling wordt georganiseerd door titel 2, hoofdstuk 2 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, en haar uitvoeringsbesluiten.".
Art. 9. Le chapitre V/1 de la loi du 5 mai 1997 relative à la coordination de la politique fédérale de développement durable, inséré par la loi du 30 juillet 2010 et contenant les articles 19/1 à 19/3, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 19/1. L'Ă©valuation d'incidence est organisĂ©e par le titre 2, chapitre 2 de la loi du 15 dĂ©cembre 2013 portant des dispositions diverses concernant la simplification administrative et ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution.".
Art. 10. In artikel 3 van de wet van 12 januari 2007 strekkende tot controle op de toepassing van de resoluties van de wereldvrouwenconferentie die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de federale beleidslijnen wordt het 2° vervangen door wat volgt :
  "2° gaat hij over tot de voorafgaande impactanalyse van de respectieve situatie van vrouwen en mannen, "Gender test" genoemd, op de wijze bepaald in titel 2, hoofdstuk 2 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging en haar uitvoeringsbesluiten op voorontwerpen van wet en ontwerpen van koninklijke en ministeriële besluiten waarvoor de tussenkomst van de Ministerraad bij wettelijke of reglementaire bepaling vereist is.".
Art. 10. Dans l'article 3 de la loi du 12 janvier 2007 visant au contrÎle de l'application des résolutions de la conférence mondiale sur les femmes réunie à Pékin en septembre 1995 et intégrant la dimension du genre dans l'ensemble des politiques fédérales, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° Il procĂšde Ă  l'analyse d'impact prĂ©alable sur la situation respective des femmes et des hommes, dite "test Gender", selon les modalitĂ©s dĂ©finies par le titre 2, chapitre 2 de la loi du 15 dĂ©cembre 2013 portant des dispositions diverses concernant la simplification administrative et ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution, des avant-projets de loi et des projets d'arrĂȘtĂ©s royaux ou ministĂ©riels pour lesquels l'intervention du Conseil des Ministres est requise par une disposition lĂ©gale ou rĂ©glementaire.".
Art. 11. Artikel 31 van de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische ontwikkelingssamenwerking wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 31. Teneinde de coherentie van het Belgisch beleid te verzekeren ten gunste van de ontwikkeling, conform de artikelen 2, 16°, en 8, worden de voorontwerpen van wet en de ontwerpen van koninklijke of ministeriële besluiten waarvoor de tussenkomst van de Ministerraad bij wettelijke of reglementaire bepaling vereist is, aan een voorafgaande impactanalyse onderworpen, op de wijze bepaald in titel 2, hoofdstuk 2 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging en haar uitvoeringsbesluiten.".
Art. 11. L'article 31 de la loi du 19 mars 2013 relative à la coopération au Développement est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 31. Afin d'assurer la cohĂ©rence des politiques belges en faveur du dĂ©veloppement conformĂ©ment aux articles 2, 16°, et 8, les avant-projets de loi et les projets d'arrĂȘtĂ©s royaux ou ministĂ©riels pour lesquels l'intervention du Conseil des ministres est requise par une disposition lĂ©gale ou rĂ©glementaire, sont soumis Ă  une analyse d'impact prĂ©alable selon les modalitĂ©s dĂ©finies par le titre 2, chapitre 2 de la loi du 15 dĂ©cembre 2013 portant des dispositions diverses concernant la simplification administrative et ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution.".
Afdeling 5. - Inwerkingtreding
Section 5. - Entrée en vigueur
Art. 12. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2014.
Art. 12. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2014.
TITEL 3. - Economie
TITRE 3. - Economie
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen
CHAPITRE 1er. - Modification de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des entreprises
Art. 13. In artikel 4 van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit n° 22 van 15 december 1978 en door de wet van 1 juli 1983, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :
  "Voor de ondernemingen die overeenkomstig artikel 21bis, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling over de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde beschikken over een geregistreerd kassasysteem, worden het bijzondere hulpdagboek voor de verkoopverrichtingen, bedoeld in het tweede lid, en het derde dagboek voor die verrichtingen, vermeld in artikel 5, eerste lid, 3°, vervangen door het geregistreerde kassasysteem vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen.".
Art. 13. Dans l'article 4 de la loi du 17 juillet 1975 relative Ă  la comptabilitĂ© des entreprises, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal n° 22 du 15 dĂ©cembre 1978 et par la loi du 1er juillet 1983, un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit est insĂ©rĂ© entre les alinĂ©as 2 et 3 :
  "Pour les entreprises qui, conformĂ©ment Ă  l'article 21bis, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 1 du 29 dĂ©cembre 1992 relatif aux mesures tendant Ă  assurer le paiement de la taxe sur la valeur ajoutĂ©e, disposent d'un systĂšme de caisse enregistreuse, le journal auxiliaire des ventes tel que visĂ© au deuxiĂšme alinĂ©a, et le troisiĂšme journal visĂ© Ă  l'article 5, premier alinĂ©a, 3°, sont remplacĂ©s par le systĂšme de caisse enregistreuse visĂ© Ă  l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 dĂ©cembre 2009 fixant la dĂ©finition et les conditions auxquelles doit rĂ©pondre un systĂšme de caisse enregistreuse dans le secteur horeca.".
HOOFDSTUK 2. - Elektronische maaltijdcheques
CHAPITRE 2. - Titres-repas électroniques
Art. 14. In de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen wordt een artikel 184/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 184/1. De erkende uitgevers van elektronische maaltijdcheques zijn ertoe gemachtigd het in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen bedoelde Rijksregisternummer te gebruiken teneinde de begunstigden van elektronische maaltijdcheques eenduidig te kunnen identificeren".
Art. 14. Dans la loi du 30 décembre 2009 portant des dispositions diverses, il est inséré un article 184/1 rédigé comme suit :
  "Art. 184/1. Les éditeurs agréés de titres-repas sous forme électronique sont autorisés à utiliser le numéro du Registre national visé à l'article 2, alinéa 2, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques afin de pouvoir identifier de maniÚre univoque les bénéficiaires de titres-repas électroniques".
TITEL 4. - Binnenlandse zaken
TITRE 4. - Intérieur
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen
CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques
Art. 15. Artikel 3, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007, wordt aangevuld met de bepalingen onder 15°, 16° en 17°, luidende :
  "15° de vermelding van de ascendenten in de eerste graad, ongeacht of de afstamming tot stand komt door de geboorteakte, een gerechtelijke beslissing, een erkenning of een adoptie;
  16° de vermelding van de afstammelingen in rechtstreekse, dalende lijn in de eerste graad, ongeacht of de afstamming tot stand komt door de geboorteakte, een gerechtelijke beslissing, een erkenning of een adoptie;
  17° de akten en beslissingen betreffende de bekwaamheid van de meerderjarige en de onbekwaamheid van de minderjarige, alsook de vermelding van de vertegenwoordiger of van de persoon die de meerderjarige of de minderjarige bijstaat".
Art. 15. L'article 3, alinéa 1er, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, modifié en dernier lieu par la loi du 9 mai 2007, est complété par les 15°, 16° et 17° rédigés comme suit :
  "15° la mention des ascendants au premier degré, que le lien de filiation soit établi dans l'acte de naissance, par décision judiciaire, par reconnaissance ou par une adoption;
  16° la mention des descendants en ligne directe au premier degré, que le lien de filiation soit établi dans l'acte de naissance, par décision judiciaire, par reconnaissance ou par une adoption;
  17° les actes et décisions relatifs à la capacité du majeur et l'incapacité du mineur ainsi que la mention du représentant ou de la personne qui assiste le majeur ou le mineur".
Art. 16. In dezelfde wet wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 4bis. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de akte van burgerlijke stand werd opgesteld registreert in het Rijksregister de informatiegegevens vermeld in artikel 3, eerste lid, en opgenomen in deze akte.
  De Koning stelt de procedure en nadere regels vast van deze registratie evenals van de procedure van verificatie van de informatiegegevens door de overheden bedoeld in artikel 4, eerste lid.".
Art. 16. Dans la mĂȘme loi, il est insĂ©rĂ© un article 4bis rĂ©digĂ© comme suit :
  "Art. 4bis. L'officier de l'Ă©tat civil de la commune oĂč l'acte d'Ă©tat civil a Ă©tĂ© Ă©tabli enregistre dans le Registre national les informations mentionnĂ©es Ă  l'article 3, alinĂ©a 1er, et reprises dans ledit acte.
  Le Roi fixe la procédure et les modalités de cet enregistrement ainsi que la procédure de vérification des informations par les autorités visées à l'article 4, alinéa 1er.".
Art. 17. In artikel 8 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 maart 2003, worden de woorden "identificatienummer van het Rijksregister" telkens vervangen door het woord "Rijksregisternummer".
Art. 17. Dans l'article 8 de la mĂȘme loi, remplacĂ© par la loi du 25 mars 2003, les mots "numĂ©ro d'identification du Registre national" sont chaque fois remplacĂ©s par les mots "numĂ©ro du Registre national".
Art. 18. In artikel 9 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2007, wordt het woord "geaccrediteerde" opgeheven
Art. 18. Dans l'article 9 de la mĂȘme loi, remplacĂ© par la loi du 25 mars 2003 et modifiĂ© par la loi du 15 mai 2007, le mot "accrĂ©ditĂ©" est abrogĂ©.
Art. 19. In artikel 16 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 1°, worden de de woorden "identificatienummer van het Rijksregister" vervangen door het woord "Rijksregisternummer";
  2° in het eerste lid, 8°, wordt het woord "geaccrediteerde" opgeheven.
Art. 19. A l'article 16 de la mĂȘme loi, insĂ©rĂ© par la loi du 25 mars 2003 et modifiĂ© par la loi du 15 mai 2007, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots "numéro d'identification du Registre national" sont remplacés par les mots "numéro du Registre national";
  2° dans l'alinéa 1er, 8°, le mot "accrédité" est abrogé.
Art. 20. § 1. De artikelen 15 en 16 treden in werking op 1 januari 2015.
  § 2. De Koning kan voor artikel 15 een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de in § 1 vermelde datum, en dit voor elk ontbrekend informatiegegeven bedoeld in artikel 3, eerste lid, 15° tot 17°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  Aan de gemeenten wordt vanaf de inwerkingtreding van artikel 15 een termijn van één jaar toegekend om de ontbrekende gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 15° tot 17°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen aan te vullen.
  § 3. De Koning kan voor artikel 16 een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de in § 1 vermelde datum.
Art. 20. § 1er. Les articles 15 et 16 entrent en vigueur le 1er janvier 2015.
  § 2. En ce qui concerne l'article 15, le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à celle mentionnée au § 1er, et ce pour chacune des informations manquantes visées à l'article 3, alinéa 1er, 15° à 17°, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
  Un délai d'un an est accordé aux communes à compter de l'entrée en vigueur de l'article 15, en vue de compléter les informations manquantes visées à l'article 3, alinéa 1er, 15° à 17°, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
  § 3. En ce qui concerne l'article 16, le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à celle mentionnée au § 1er.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étrangers et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques
Art. 21. In artikel 6 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, vervangen bij de wet van 25 maart 2003 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 april 2010, wordt het woord "geaccrediteerde" telkens opgeheven.
Art. 21. Dans l'article 6 de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, remplacé par la loi du 25 mars 2003 et modifié en dernier lieu par la loi du 28 avril 2010, le mot "accrédité" est chaque fois abrogé.
Art. 22. In artikel 6bis, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2007, wordt het woord "geaccrediteerde" opgeheven.
Art. 22. Dans l'article 6bis, § 2, de la mĂȘme loi, insĂ©rĂ© par la loi du 25 mars 2003 et modifiĂ© par la loi du 15 mai 2007, le mot "accrĂ©ditĂ©" est abrogĂ©.
Art. 23. In artikel 7, eerste lid, van dezelfde wet wordt het woord "frank" vervangen door het woord "euro".
Art. 23. Dans l'article 7, alinĂ©a 1er, de la mĂȘme loi, le mot "francs" est remplacĂ© par le mot "euros".
TITEL 5. - Sociale zaken
TITRE 5. - Affaires sociales
ENIG HOOFDSTUK. - Online toetredingen tot de akkoorden
CHAPITRE UNIQUE. - Adhésions online aux accords
Art. 24. In artikel 50 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. Die akkoorden treden in werking in een bepaalde streek, vijfenveertig dagen na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, behoudens indien meer dan 40 percent van de geneesheren of van de tandheelkundigen elektronisch via een beveiligde onlinetoepassing die hun ter beschikking is gesteld door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering kennis hebben gegeven van hun weigering tot toetreding tot de termen van de genoemde akkoorden. Het exclusieve gebruik van de elektronische identiteitskaart van de geneesheer of van de tandheelkundige is voor die kennisgeving verplicht. Voor de tandheelkundigen wordt dat percentage globaal berekend op niveau van het Rijk. Bovendien, opdat in elke streek de akkoorden in werking kunnen treden, mogen niet meer dan 50 percent van de tandheelkundigen en niet meer dan 50 percent van de algemeen geneeskundigen,
  noch meer dan 50 percent van de geneesheren-specialisten geweigerd hebben tot het akkoord toe te treden.
  Van de weigering tot toetreding wordt kennis gegeven via de voormelde beveiligde onlinetoepassing uiterlijk de dertigste dag na de bekendmaking van de akkoorden in het Belgisch Staatsblad aan het voormelde Instituut.
  De telling van de geneesheren of van de tandheelkundigen die kennis hebben gegeven van hun weigering tot toetreding tot de termen van de akkoorden, wordt streek per streek uitgevoerd door de in § 2 bedoelde commissies vóór de inwerkingtreding van de akkoorden.
  Indien het voormelde Instituut evenwel via de beveiligde onlinetoepassing boodschappen ontvangt die door de geneesheren of de tandheelkundigen na afloop van die termijn van vijfenveertig dagen zijn verzonden en die strekken tot intrekking van een weigering tot toetreding waarvan eerder kennis is gegeven, stelt de Nationale Commissie vast dat het akkoord in werking treedt in een bepaalde streek, voor zover, ingevolge die boodschappen, de percentages van weigering tot toetreding aldaar één van de in het eerste lid bedoelde percentages niet meer overschrijden.
  Indien geneesheren of tandheelkundigen, overeenkomstig de bedingen van een akkoord, elektronisch via de beveiligde onlinetoepassing kennis hebben gegeven van hun weigering om dit akkoord verder na te leven, stelt de Nationale Commissie eventueel vast dat het akkoord geen toepassing meer vindt zodra deze nieuwe weigeringen tot gevolg hebben dat de percentages van weigering tot toetreding voor een bepaalde streek de in het eerste lid bedoelde percentages overschrijden.
  De geneesheren en de tandheelkundigen die geen kennis hebben gegeven van hun weigering tot toetreding tot de akkoorden volgens de in deze paragraaf vermelde procedure, worden van rechtswege geacht tot die akkoorden te zijn toegetreden voor hun volledige beroepsactiviteit, behoudens indien ze aan het voormelde Instituut elektronisch en via de in deze paragraaf vermelde beveiligde onlinetoepassing, volgens de door de Koning te bepalen termijnen en regels, mededeling hebben gedaan van de voorwaarden inzake tijd en plaats, waaronder zij de daarin vastgestelde honorariumbedragen niet zullen toepassen.
  Buiten de uren en dagen meegedeeld overeenkomstig het voorgaande lid, worden de zorgverleners geacht tot de akkoorden te zijn toegetreden. Dit geldt ook wanneer zij de gerechtigden niet vooraf geïnformeerd hebben over de dagen en uren waarvoor zij niet tot de akkoorden zijn toegetreden.
  De Koning bepaalt, na advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, de nadere regels volgens welke de tekst van het akkoord samen met de richtlijnen over het gebruik van de beveiligde onlinetoepassing aan de geneesheren en de tandheelkundigen wordt bezorgd. Die nadere regels zorgen ervoor dat die documenten aan alle geneesheren of tandheelkundigen worden bezorgd en houden rekening met hun recht om kennis te geven van hun weigering tot toetreding.
  Wanneer een nieuw akkoord wordt afgesloten of een nieuw in artikel 51, § 1, zesde lid, 2°, bedoeld document bestaat, en dit akkoord of document de periode dekt die onmiddellijk volgt op een akkoord of document dat is verstreken, behouden de geneesheren en tandheelkundigen voor wat hun toetreding of weigering tot toetreding betreft, de situatie waarin zij zich bevonden op de laatste dag van dat akkoord of document dat is verstreken, ofwel tot de dag waarop zij kennis geven van hun weigering tot toetreding tot het nieuwe akkoord of document, ofwel tot de dag waarop zij worden geacht te zijn toegetreden tot het nieuwe akkoord of document.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels ter uitvoering van deze paragraaf.";
  2° in § 3bis worden de woorden "achtste lid" vervangen door de woorden "zevende lid";
  3° paragraaf 5 wordt opgeheven.
Art. 24. A l'article 50 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, modifié en dernier lieu par la loi du 19 mars 2013, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Ces accords entrent en vigueur dans une région déterminée quarante-cinq jours aprÚs leur publication au Moniteur belge, sauf si plus de 40 p.c. des médecins ou des praticiens de l'art dentaire ont notifié électroniquement par une application en ligne sécurisée mise à leur disposition par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité leur refus d'adhésion aux termes desdits accords. L'utilisation exclusive de la carte d'identité électronique du médecin ou du praticien de l'art dentaire est obligatoire pour effectuer cette notification. Pour les praticiens de l'art dentaire, ce taux est compté globalement au niveau du Royaume. En outre, pour que dans chaque région, les accords puissent entrer en vigueur, pas plus de 50 p.c. des praticiens de l'art dentaire et pas plus de 50 p.c. des médecins de médecine générale ni plus de 50 p.c. des médecins spécialistes ne peuvent avoir refusé d'y adhérer.
  Le refus d'adhésion est notifié via ladite application en ligne sécurisée à l'Institut précité au plus tard le trentiÚme jour suivant la publication des accords au Moniteur belge.
  Le décompte des médecins ou des praticiens de l'art dentaire qui ont notifié leur refus d'adhésion aux termes des accords est établi, région par région, par les commissions visées au § 2, avant l'entrée en vigueur des accords.
  Toutefois, si l'Institut précité reçoit via l'application en ligne sécurisée, des messages qui ont été envoyés par les médecins ou les praticiens de l'art dentaire aprÚs l'expiration de ce délai de quarante-cinq jours et qui tendent au retrait d'un refus d'adhésion antérieurement notifié, la Commission nationale concernée constate que l'accord entre en vigueur dans une région déterminée, pour autant qu'à la suite de ces messages, les pourcentages de refus d'adhésion n'y dépassent plus un des pourcentages prévus à l'alinéa 1er.
  Dans le cas oĂč, conformĂ©ment aux clauses d'un accord, certains mĂ©decins ou praticiens de l'art dentaire notifient Ă©lectroniquement via l'application en ligne sĂ©curisĂ©e susvisĂ©e leur refus de le respecter plus longtemps, la Commission nationale concernĂ©e constate, le cas Ă©chĂ©ant, que l'accord cesse d'ĂȘtre d'application dĂšs que ces nouveaux refus ont pour consĂ©quence de porter les pourcentages des refus d'adhĂ©sion pour une rĂ©gion dĂ©terminĂ©e au-delĂ  des pourcentages prĂ©vus Ă  l'alinĂ©a 1er.
  Les médecins et les praticiens de l'art dentaire qui n'ont pas notifié leur refus d'adhésion aux accords selon la procédure prévue au présent paragraphe, sont réputés d'office avoir adhéré à ces accords pour leur activité professionnelle complÚte, sauf s'ils ont électroniquement et par l'application en ligne sécurisée visée au présent paragraphe, dans les délais et suivant les modalités à déterminer par le Roi, communiqué à l'Institut précité les conditions de temps et de lieu dans lesquelles ils n'appliqueront pas le montant des honoraires qui y sont fixés.
  En dehors des heures et des jours communiquĂ©s conformĂ©ment Ă  l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, les dispensateurs de soins sont censĂ©s avoir adhĂ©rĂ© aux accords. Il en va de mĂȘme lorsqu'ils n'ont pas informĂ© au prĂ©alable les titulaires des jours et heures pour lesquels ils n'ont pas adhĂ©rĂ© aux accords.
  Le Roi, aprÚs avis du Comité de l'assurance soins de santé, détermine les modalités suivant lesquelles le texte de l'accord accompagné des directives concernant l'utilisation de l'application en ligne sécurisée est transmis aux médecins ou aux praticiens de l'art dentaire. Ces modalités assurent la transmission à tous les médecins ou praticiens de l'art dentaire de ces documents et respectent leur droit de notifier leur refus d'adhésion.
  Lorsqu'un nouvel accord est conclu ou qu'un nouveau document visĂ© Ă  l'article 51, § 1er, alinĂ©a 6, 2°, existe, et que cet accord ou ce document couvre la pĂ©riode qui suit immĂ©diatement un accord ou un document venu Ă  expiration, les mĂ©decins et praticiens de l'art dentaire conservent quant Ă  leur adhĂ©sion ou Ă  leur refus d'adhĂ©sion, la situation qui Ă©tait la leur au dernier jour de l'accord ou du document venu Ă  expiration, soit jusqu'au jour oĂč ils manifestent leur refus d'adhĂ©sion au nouvel accord ou au nouveau document, soit jusqu'au jour oĂč ils sont rĂ©putĂ©s avoir adhĂ©rĂ© au nouvel accord ou au nouveau document.
  Le Roi dĂ©termine, par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des Ministres, les modalitĂ©s d'exĂ©cution du prĂ©sent paragraphe.";
  2° dans le § 3bis, les mots "alinéa 8" sont remplacés par les mots "alinéa 7";
  3° le § 5 est abrogé.
Art. 25. In artikel 51 van dezelfde wet wordt de tussenzin onder § 1, 2°, vervangen door de volgende bepaling :
  "De geneesheren of tandheelkundigen die uiterlijk op de dertigste dag volgend op de datum van bekendmaking van dit document in het Belgisch Staatsblad, geen kennis van hun weigering hebben gegeven volgens de procedure vermeld in artikel 50, § 3, worden geacht te zijn toegetreden. De bepalingen van dit document treden in werking overeenkomstig de bepalingen van artikel 50, § 3. Onverminderd de andere bepalingen die voortvloeien uit de vaststelling dat meer dan 40 percent van de geneesheren of van de tandheelkundigen kennis hebben gegeven van hun weigering, wordt het voordeel van het sociaal statuut toegekend aan de geneesheren of tandheelkundigen die volgens de geldende procedure daarom verzoeken. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels ter uitvoering van deze bepaling;".
Art. 25. A l'article 51 de la mĂȘme loi, la phrase incidente sous le § 1er, 2°, est remplacĂ©e par la disposition suivante :
  "Les mĂ©decins ou praticiens de l'art dentaire qui n'ont pas notifiĂ© leur refus selon la procĂ©dure prĂ©vue Ă  l'article 50, § 3 au plus tard le trentiĂšme jour suivant celui de la publication de ce document au Moniteur belge, sont rĂ©putĂ©s avoir marquĂ© leur adhĂ©sion. Les dispositions de ce document entrent en vigueur conformĂ©ment aux dispositions de l'article 50, § 3. Sans prĂ©judice des autres dispositions qui rĂ©sultent de la constatation que plus de 40 p.c. des mĂ©decins ou praticiens de l'art dentaire ont marquĂ© leur refus, le bĂ©nĂ©fice du statut social est accordĂ© aux mĂ©decins ou praticiens de l'art dentaire qui en font la demande selon la procĂ©dure en vigueur. Le Roi dĂ©termine par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des Ministres, les modalitĂ©s d'exĂ©cution de la prĂ©sente disposition;".
Art. 26. De artikelen 24 en 25 treden in werking op 1 januari 2017.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid voor iedere van deze bepalingen, enerzijds voor de toetredingen van de geneesheren en anderzijds voor de toetredingen van de tandheelkundigen.
  Tot de in het eerste en in het tweede lid vermelde data van inwerkingtreding, kunnen de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen en de Nationale commissie tandheelkundigen-ziekenfondsen de nadere regels bepalen waaronder de procedure van toetreding tot het akkoord ook elektronisch kan worden uitgevoerd.
Art. 26. Les articles 24 et 25 entrent en vigueur le 1er janvier 2017.
  Le Roi peut fixer, par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des Ministres, une date d'entrĂ©e en vigueur antĂ©rieure Ă  celle mentionnĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er pour chacune de ces dispositions, d'une part pour les adhĂ©sions des mĂ©decins et d'autre part pour les adhĂ©sions des praticiens de l'art dentaire.
  Jusqu'aux dates d'entrĂ©e en vigueur visĂ©es aux alinĂ©as 1er et 2, la Commission nationale mĂ©dico-mutualiste et la Commission nationale dento-mutualiste peuvent fixer les modalitĂ©s selon lesquelles la procĂ©dure d'adhĂ©sion Ă  l'accord peut Ă©galement ĂȘtre effectuĂ©e Ă©lectroniquement.