Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 OKTOBER 2013. - Koninklijk besluit betreffende de externe mobiliteit van de militairen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-10-2013 en tekstbijwerking tot 23-09-2019)
Titre
14 OCTOBRE 2013. - ArrĂȘtĂ© royal relatif Ă  la mobilitĂ© externe des militaires(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 31-10-2013 et mise Ă  jour au 23-09-2019)
Documentinformatie
Numac: 2013007229
Datum: 2013-10-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013007229
Date: 2013-10-14
Moniteur: Voir
Tekst (14)
Texte (14)
HOOFDSTUK 1. - Gemeenschappelijke bepalingen aan de beziging, de overplaatsing en de beroepsomschakeling
CHAPITRE 1er. - Dispositions communes Ă  l'utilisation, au transfert et Ă  la reconversion professionnelle
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet onder "de wet" verstaan worden : de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht.
Article 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il faut entendre par "la loi" : la loi du 28 fĂ©vrier 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armĂ©es.
Art. 2. De kandidatuur voor een beziging, een overplaatsing en een beroepsomschakeling moet met een formulier "model B" ingediend worden bij de directeur-generaal human resources of de overheid die hij aanwijst, vóór de datum die deze overheid bepaalt. De datum van indiening van dit formulier geldt als bewijs.
Art. 2. La candidature pour une utilisation, un transfert et une reconversion professionnelle doit ĂȘtre introduite par formulaire "modĂšle B" auprĂšs du directeur gĂ©nĂ©ral human resources ou de l'autoritĂ© qu'il dĂ©signe, avant la date que cette autoritĂ© fixe. La date d'introduction de ce formulaire fait foi.
Art. 3. De directeur-generaal human resources of de overheid die hij aanwijst :
  1° aanvaardt of weigert de kandidaturen bedoeld in [1 de artikelen 146, 152, eerste lid, 1°,]1 158, eerste lid, 1°, en 163/1, eerste lid, 1°, van de wet;
  2° bepaalt het model van het in artikel 2 bedoelde formulier.
  
Art. 3. Le directeur général human resources ou l'autorité qu'il désigne :
  1° accepte ou refuse les candidatures visées [1 aux articles 146, 152, alinéa 1er, 1°,]1 158, alinéa 1er, 1°, et 163/1, alinéa 1er, 1°, de la loi;
  2° détermine le modÚle du formulaire visé à l'article 2.
  
Art. 4. Het minimum aantal jaren dienstanciënniteit dat een militair moet tellen om in aanmerking te komen voor een beziging, een overplaatsing en een beroepsomschakeling, bedraagt 15 jaar.
  [1 Behoudens uitzonderlijke redenen waarover de minister van Defensie oordeelt, voor elke aanvraag ingediend vanaf 1 januari 2017 tot 1 januari 2022, bedraagt het minimum aantal jaren dienstanciënniteit evenwel 20 jaar.]1
  
Art. 4. Le nombre d'années d'ancienneté de service minimal qu'un militaire doit compter pour pouvoir bénéficier d'une utilisation, d'un transfert et d'une reconversion professionnelle, est de 15 ans.
  [1 Toutefois, sauf pour des motifs exceptionnels à apprécier par le ministre de la Défense, pour toute demande introduite à partir du 1er janvier 2017 jusqu'au 1er janvier 2022, le nombre d'années d'ancienneté de service minimal, est de 20 ans.]1
  
HOOFDSTUK 2. - De beziging
CHAPITRE 2. - De l'utilisation
Art. 5. De toelagen bedoeld in artikel 156/15, eerste lid, 5°, van de wet zijn, in voorkomend geval :
  1° de toelage voor geselecteerde bedoeld in artikel 30 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier;
  2° de staffunctietoelage bedoeld in artikel 31, § 2, van hetzelfde besluit;
  3° de commandotoelage bedoeld in artikel 31, § 3, van hetzelfde besluit;
  4° de vormingstoelage bedoeld in artikel 32 van hetzelfde besluit;
  5° de meesterschapstoelage bedoeld in artikel 34 van hetzelfde besluit.
Art. 5. Les allocations visées à l'article 156/15, alinéa 1er, 5°, de la loi, sont, le cas échéant :
  1° l'allocation de sĂ©lectionnĂ© visĂ©e Ă  l'article 30 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 relatif au statut pĂ©cuniaire des militaires de tous rangs et au rĂ©gime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier;
  2° l'allocation de fonction d'Ă©tat-major visĂ©e Ă  l'article 31, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©;
  3° l'allocation de commandement visĂ©e Ă  l'article 31, § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©;
  4° l'allocation de formation visĂ©e Ă  l'article 32 du mĂȘme arrĂȘtĂ©;
  5° l'allocation de maĂźtrise visĂ©e Ă  l'article 34 du mĂȘme arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 3. - De beroepsomschakeling
CHAPITRE 3. - De la reconversion professionnelle
Art. 6. De duur van de oriëntatiefase wordt vastgesteld op één maand.
  De maximale duur van de reclasseringsfase wordt vastgesteld op elf maanden.
Art. 6. La durée de la phase d'orientation est fixée à un mois.
  La durée maximale de la phase de reclassement est fixée à onze mois.
Art. 7. De toelagen die het karakter van een toebehoren van de wedde hebben, zoals bedoeld in artikel 170, derde lid, van de wet zijn :
  1° de haard- of standplaatstoelage bedoeld in het koninklijk besluit van 26 november 1997 tot vervanging, voor het personeel van sommige overheidsdiensten, van het koninklijk besluit van 30 januari 1967 houdende toekenning van een haardtoelage of een standplaatstoelage aan het personeel der ministeries;
  2° de toelage voor geselecteerde, bedoeld in artikel 30 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier;
  3° de vormingstoelage bedoeld in artikel 32 van hetzelfde besluit;
  4° de meesterschapstoelage bedoeld in artikel 34 van hetzelfde besluit.
Art. 7. Les allocations ayant le caractÚre d'un accessoire du traitement, visé à l'article 170, alinéa 3, de la loi sont :
  1° l'allocation de foyer ou de rĂ©sidence visĂ©e Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 26 novembre 1997 remplaçant, pour le personnel de certains services publics, l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1967 attribuant une allocation de foyer ou une allocation de rĂ©sidence au personnel des ministĂšres;
  2° l'allocation de sĂ©lectionnĂ© visĂ©e Ă  l'article 30 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 relatif au statut pĂ©cuniaire des militaires de tous rangs et au rĂ©gime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier;
  3° l'allocation de formation visĂ©e Ă  l'article 32 du mĂȘme arrĂȘtĂ©;
  4° l'allocation de maĂźtrise visĂ©e Ă  l'article 34 du mĂȘme arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 4. - Opheffings- en slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions abrogatoires et finales
Art. 8. Opgeheven worden :
  1° het koninklijk besluit van 1 april 2006 betreffende het vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 april 2007 en 25 september 2007;
  2° het koninklijk besluit van 4 oktober 2006 betreffende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare werkgever, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 februari 2011;
  3° het koninklijk besluit van 4 oktober 2006 betreffende de professionele heroriëntering van de militairen;
  4° het koninklijk besluit van 12 mei 2011 tot uitvoering van de wet van 20 mei 1994 betreffende de beziging van militairen buiten de krijgsmacht.
Art. 8. Sont abrogés :
  1° l'arrĂȘtĂ© royal du 1er avril 2006 relatif Ă  la dĂ©mission volontaire accompagnĂ©e d'un programme personnalisĂ© de reconversion professionnelle au bĂ©nĂ©fice de certains militaires, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 27 avril 2007 et 25 septembre 2007;
  2° l'arrĂȘtĂ© royal du 4 octobre 2006 relatif au transfert de certains militaires vers un employeur public, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 14 fĂ©vrier 2011;
  3° l'arrĂȘtĂ© royal du 4 octobre 2006 relatif Ă  la rĂ©orientation professionnelle des militaires;
  4° l'arrĂȘtĂ© royal du 12 mai 2011 portant exĂ©cution de la loi du 20 mai 1994 relative Ă  l'utilisation de militaires en dehors des forces armĂ©es.
Art. 9. Op 31 december 2013 treden in werking :
  1° de artikelen 144 tot 170/3, 216/1, 237/6 tot 238/1, 241, 241/1 en 271/1 van de wet, zoals gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013;
  2° dit besluit.
Art. 9. Entrent en vigueur le 31 décembre 2013 :
  1° les articles 144 à 170/3, 216/1, 237/6 à 238/1, 241, 241/1 et 271/1 de la loi, tels que modifiés par la loi du 31 juillet 2013;
  2° le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 10. De minister bevoegd voor Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le ministre qui a la DĂ©fense dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.