Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 JUNI 2013. - Wet houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling
Titre
17 JUIN 2013. - Loi portant des dispositions fiscales et financières et des dispositions relatives au développement durable
Documentinformatie
Numac: 2013003202
Datum: 2013-06-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2013003202
Date: 2013-06-17
Moniteur: Voir
Inhoud
TITEL 1. - Algemene bepaling TITEL 2. - Fiscale bepalingen HOOFDSTUK 1. - Fiscale maatregelen in het kader... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van ... Afdeling 1. - Bepalingen betreffende natuurlijk... Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de vestigi... HOOFDSTUK 3. - Met de inkomstenbelastingen geli... HOOFDSTUK 4. - Belasting over de toegevoegde wa... Afdeling 1. - Wijzigingen van het Wetboek van d... Afdeling 2. - Overgangsmaatregelen in het kader... Afdeling 3. - Bekrachtiging van koninklijke bes... HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het Wetboek dive... HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen inzake accijnzen Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 7 janu... Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 21 dec... Afdeling 3. - Wijzigingen van de gewone wet van... Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 3 april ... Afdeling 5. - Wijzigingen inzake energieproducten HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 8 dec... HOOFDSTUK 8. - Strijd tegen de fraude Afdeling 1. - Wijziging aan het Wetboek van de ... Afdeling 2. - Wijziging van het Wetboek van de ... Afdeling 3. - Wijziging van het Wetboek diverse... Afdeling 4. - Wijziging van de algemene wet van... Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 22 decem... Afdeling 6. - Wijziging van de wet van 7 januar... Afdeling 7. - Wijziging van de wet van 3 april ... Afdeling 8. - Wijziging van de programmawet van... HOOFDSTUK 9. - Wijziging aan het Wetboek der su... TITEL 3. - Financiële bepalingen HOOFDSTUK 1. - Interesten en slapende tegoeden ... HOOFDSTUK 2. - Nationale Kas voor Rampenschade HOOFDSTUK 3. - Crisismaatregelen HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 22 febr... HOOFDSTUK 5. - Bekrachtiging van koninklijke be... HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 2 april... HOOFDSTUK 7. - De Belgische bijdrage aan het tw... HOOFDSTUK 8. - De Belgische SMP-bijdrage (Secur... HOOFDSTUK 9. - Bekrachtiging van de gedelegeerd... HOOFDSTUK 10. - De terugbetaling van de eeuwigd... HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de wet van 28 dec... HOOFDSTUK 12. - Wijziging van de wet van 28 jul... TITEL 4. - Duurzame ontwikkeling ENIG HOOFDSTUK. - Invoeging van een hoofdstuk V... TITEL 5. - Dotaties ENIG HOOFDSTUK. - Dotaties aan de leden van de ...
Inhoud
TITRE 1er. - Disposition générale TITRE 2. - Dispositions fiscales CHAPITRE 1er. - Mesures fiscales en matière de ... CHAPITRE 2. - Modifications du Code des impôts ... Section 1re. - Dispositions relatives aux perso... Section 2. - Dispositions relatives à l'établis... CHAPITRE 3. - Taxes assimilées aux impôts sur l... CHAPITRE 4. - Taxe sur la valeur ajoutée Section 1re. - Modifications du Code de la taxe... Section 2. - Mesures de transition applicables ... Section 3. - Confirmation d'arrêtés royaux pris... CHAPITRE 5. . - Modifications du Code des droit... CHAPITRE 6. - Modifications en matière d'accises Section 1re. - Modifications de loi du 7 janvie... Section 2. - Modifications de la loi du 21 déce... Section 3. - Modifications de la loi ordinaire ... Section 4. - Modification de la loi du 3 avril ... Section 5. - Modifications en matière de produi... CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 8 déce... CHAPITRE 8. - Lutte contre la fraude Section 1re. - Modification au Code des impôts ... Section 2. - Modification du Code de la taxe su... Section 3. . - Modification du Code des droits ... Section 4. - Modification de la loi générale su... Section 5. - Modification de la loi du 22 décem... Section 6. - Modification de la loi du 7 janvie... Section 7. - Modification de la loi du 3 avril ... Section 8. - Modification de la loi-programme d... CHAPITRE 9. - Modification au Code des droits d... TITRE 3. - Dispositions financières CHAPITRE 1er. - Intérêt et avoirs dormants Cais... CHAPITRE 2. - Caisse Nationale des Calamités CHAPITRE 3. - MESURES ANTI-CRISE CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 22 févr... CHAPITRE 5. - Ratification d'arrêtés royaux CHAPITRE 6. - Modification de la loi du 2 avril... CHAPITRE 7. - La contribution belge au deuxième... CHAPITRE 8. - La contribution SMP (Securities M... CHAPITRE 9. - Confirmation de la mission délégu... CHAPITRE 10. - Le remboursement des emprunts pe... CHAPITRE 11. - Modification de la loi du 28 déc... CHAPITRE 12. - Modification de la loi du 28 jui... TITRE 4. - Développement durable CHAPITRE UNIQUE. - Insertion d'un chapitre V/2 ... TITRE 5. - Dotations CHAPITRE UNIQUE. - Dotations aux membres de la ...
Tekst (184)
Texte (184)
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL 2. - Fiscale bepalingen
TITRE 2. - Dispositions fiscales
HOOFDSTUK 1. - Fiscale maatregelen in het kader van het relanceplan 2012
CHAPITRE 1er. - Mesures fiscales en matière de plan de relance 2012
Art. 2. Artikel 2052, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de programmawet van 27 april 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Ten name van de vennootschappen die op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin ze de in artikel 2051 bedoelde aftrek voor octrooi-inkomsten kunnen verkrijgen, wordt onder "octrooien" ook verstaan, de octrooien, aanvullende beschermingscertificaten of licentierechten bedoeld in het eerste lid, zelfs als ze niet door de vennootschap werden ontwikkeld of verbeterd in onderzoekcentra die een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, vormen.".
Art. 2. L'article 2052, § 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi-programme du 27 avril 2007, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Pour les sociétés qui, sur base de l'article 15 du Code des sociétés, sont considérées comme des petites sociétés pour l'exercice d'imposition lié à la période imposable au cours de laquelle elles peuvent bénéficier de la déduction pour revenus de brevets visée à l'article 2051, il faut aussi entendre par "brevets", les brevets, certificats complémentaires de protection ou les droits de licence visés à l'alinéa 1er, même s'ils n'ont pas été développés ou fait l'objet d'amélioration par la société dans des centres de recherche formant une branche d'activité visée à l'article 46, § 1er, alinéa 1er, 2°. ".
Art. 3. In artikel 2753 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005 en laatst gewijzigd bij de wet van 21 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste en tweede lid, worden de woorden "75 pct. " vervangen door de woorden "80 pct. ";
  2° in § 1, derde lid, 1°, worden de woorden "aan onderzoeksprojecten" vervangen door de woorden "aan onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of -programma's" en worden de woorden "het onderzoeksproject" vervangen door de woorden "het onderzoeks- of ontwikkelingsproject of -programma";
  3° in § 1, derde lid, 2°, a, worden de woorden "zoals bedoeld in artikel 15, § 1, van het Wetboek van de vennootschappen;" vervangen door de woorden "zoals bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van de vennootschappen;";
  4° in § 1, derde lid, 3°, worden de woorden "onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's" vervangen door de woorden "onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of -programma's";
  5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf luidende :
  " § 3. Onder onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of -programma's als bedoeld in § 1 worden verstaan de projecten of programma's die tot doel hebben :
  a) fundamenteel onderzoek : experimentele of theoretische activiteiten die voornamelijk worden verricht om nieuwe kennis te verwerven over de fundamentele aspecten van verschijnselen en waarneembare feiten, zonder dat hiermee een rechtstreekse praktische toepassing of gebruik wordt beoogd;
  b) industrieel onderzoek : planmatig of kritisch onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten, of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren. Het omvat de vervaardiging van onderdelen van complexe systemen, die noodzakelijk is voor industrieel onderzoek, met name voor de validering van generale technologieën, met uitzondering van prototypes;
  c) experimentele ontwikkeling : het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke en andere kennis en vaardigheden voor plannen, schema's of ontwerpen van nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procedés of diensten. Hieronder kan tevens de conceptuele formulering en het ontwerp van alternatieve producten, procedés of diensten worden verstaan en het vastleggen van informatie daarover. Deze activiteiten kunnen tevens het maken van ontwerpen, tekeningen, plannen en andere documentatie omvatten, mits zij niet voor commercieel gebruik zijn bestemd.
  De ontwikkeling van commercieel bruikbare prototypes en proefprojecten valt eveneens onder experimentele ontwikkeling indien het prototype noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct is en de productie ervan te duur is om alleen voor demonstratie en validatiedoeleinden te worden gebruikt.
  Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante werkzaamheden, zelfs indien deze wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden.
  De projecten of programma's als bedoeld in het eerste lid komen enkel in aanmerking wanneer ze zijn aangemeld bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid met opgave van :
  1° de identificatie van de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing;
  2° de beschrijving van het project of programma waarbij wordt aangetoond dat het fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling tot doel heeft;
  3° de verwachte aanvangsdatum en de vooropgestelde einddatum van het project of programma.
  De schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing kan aan de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid vragen of de voorgelegde onderzoeks- en/of ontwikkelingsprojecten of -programma's vallen binnen het toepassingsgebied van de §§ 2 en 3 van dit artikel. De Overheidsdienst geeft een bindend advies op deze vraag. De Koning bepaalt de procedure en de modaliteiten van de aanvraag en de verstrekking van dit advies.
  De Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid geeft op vraag van de Federale Overheidsdienst Financiën een bindend advies over de aanvragen betreffende de toepassing van de voorwaarden in §§ 2 of 3 en zendt een kopie van dit advies naar de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing. De Koning bepaalt de procedure en de modaliteiten van dit advies. ".
Art. 3. A l'article 2753 du même Code, inséré par la loi du 23 décembre 2005 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, alinéas 1er et 2, les mots "75 p.c." sont remplacés par les mots "80 p.c. ";
  2° dans le § 1er, alinéa 3, 1°, les mots "des projets de recherche" sont remplacés par les mots "des projets ou programmes de recherche ou de développement" et les mots "projet de recherche" sont remplacés par les mots "projet ou programme de recherche ou de développement";
  3° dans le § 1er, alinéa 3, 2°, a, les mots "au sens de l'article 15, § 1er du Code des sociétés;" sont remplacés par les mots "au sens de l'article 15 du Code des sociétés;";
  4° dans le § 1er, alinéa 3, 3°, les mots "programmes de recherche et de développement" sont remplacés par les mots "projets ou programmes de recherche ou de développement";
  5° l'article est complété par un paragraphe rédigé comme suit :
  " § 3. Par projets ou programmes de recherche ou de développement visés au § 1er, on entend les projets ou les programmes qui ont pour but :
  a) la recherche fondamentale : des travaux expérimentaux ou théoriques entrepris essentiellement en vue d'acquérir de nouvelles connaissances sur les fondements de phénomènes ou de faits observables, sans qu'aucune application ou utilisation pratique ne soit directement prévue;
  b) la recherche industrielle : la recherche planifiée ou des enquêtes critiques visant à acquérir de nouvelles connaissances et aptitudes en vue de mettre au point de nouveaux produits, procédés ou services, ou d'entraîner une amélioration notable de produits, procédés ou services existants. Elle comprend la création de composants de systèmes complexes, nécessaire à la recherche industrielle, notamment pour la validation de technologies génériques, à l'exclusion des prototypes;
  c) le développement expérimental : l'acquisition, l'association, la mise en forme et l'utilisation de connaissances et de techniques scientifiques, technologiques, commerciales et autres existantes en vue de produire des projets, des dispositifs ou des dessins pour la conception de produits, de procédés ou de services nouveaux, modifiés ou améliorés. Il peut s'agir notamment d'autres activités visant la définition théorique et la planification de produits, de procédés ou de services nouveaux, ainsi que la consignation des informations qui s'y rapportent. Ces activités peuvent porter sur la production d'ébauches, de dessins, de plans et d'autres documents, à condition qu'ils ne soient pas destinés à un usage commercial.
  La création de prototypes et de projets pilotes commercialement exploitables relève également du développement expérimental lorsque le prototype est nécessairement le produit fini commercial et lorsqu'il est trop onéreux à produire pour être utilisé uniquement à des fins de démonstration et de validation.
  Le développement expérimental ne comprend pas les modifications de routine ou périodiques apportées à des produits, lignes de production, procédés de fabrication, services existants et autres opérations en cours, même si ces modifications peuvent représenter des améliorations.
  Les projets ou programmes visés à l'alinéa 1er entrent uniquement en ligne de compte lorsqu'ils sont inscrits auprès du Service public fédéral de Programmation de la Politique scientifique fédérale avec la mention :
  1° de l'identification du redevable du précompte professionnel;
  2° de la description du projet ou programme où il est démontré que ceci a pour but, la recherche fondamentale, la recherche industrielle ou le développement expérimental;
  3° la date de début attendue et la date envisagée de fin du projet ou programme.
  Le redevable du précompte professionnel peut demander au Service public fédéral de Programmation Politique scientifique si les projets ou programmes de recherche et/ou de développement soumis tombent dans le champ d'application des §§ 2 et 3 du présent article. Le Service public rend un avis contraignant sur cette demande. Le Roi détermine la procédure et les modalités de la demande et de remise d'avis.
  Le Service public fédéral de Programmation Politique scientifique donne à la demande du Service public fédéral des Finances un avis contraignant concernant l'application des conditions reprises aux §§ 2 ou 3 et envoie une copie de cet avis au redevable du précompte professionnel. Le Roi détermine la procédure et les modalités de cet avis. ".
Art. 4. In afwijking van artikel 2753, § 3, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, moeten de op datum van inwerkingtreding van die bepaling reeds bestaande projecten of programma's geen melding doen tot 31 december 2014. Vanaf 1 januari 2015 moeten de bestaande projecten of programma's voldoen aan alle voorwaarden van § 3.
Art. 4. Par dérogation à l'article 2753, § 3, alinéa 4, du même Code, les projets ou les programmes existants à la date de l'entrée en vigueur de cette disposition ne doivent pas être notifiés jusqu'au 31 décembre 2014. à partir du 1er janvier 2015, les projets ou programmes existants doivent remplir toutes les conditions du § 3.
Art. 5. Artikel 289ter, § 2, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 december 2002, wordt vervangen als volgt :
  "In afwijking van de vorige leden wordt het bedrag van 440 euro telkens vervangen door :
  1° het bedrag van 200 euro voor de in artikel 33, eerste lid, bedoelde meewerkende echtgenoten;
  2° het bedrag van 485 euro voor de werknemers die anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten in de overheidssector.".
Art. 5. L'article 289ter, § 2, alinéa 5, du même Code, inséré par la loi du 24 décembre 2002, est remplacé par ce qui suit :
  "Par dérogation aux alinéas précédents, le montant de 440 euros est chaque fois remplacé par :
  1° le montant de 200 euros pour les conjoints aidants visés à l'article 33, alinéa 1er;
  2° le montant de 485 euros pour les travailleurs qui autrement qu'en vertu d'un contrat de travail exécutent des prestations de travail dans le secteur public.".
Art. 6. In artikel 289ter/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juni 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "5,7 pct." vervangen door de woorden "8,95 pct.";
  2° in het derde lid worden de woorden "85 EUR." vervangen door de woorden "130 EUR.".
Art. 6. A l'article 289ter/1, du même Code, inséré par la loi du 19 juin 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "5,7 p.c." sont remplacés par les mots "8,95 p.c. ";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "85 EUR. " sont remplacés par les mots "130 EUR.".
Art. 7. De artikelen 2, 5 en 6 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2014.
  Artikel 3, 1°, treedt inwerking vanaf de eerste dag van de maand volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, en is van toepassing op de bedrijfsvoorheffing die opeisbaar wordt vanaf die dag.
  Artikel 3, 5°, treedt in werking op 1 januari 2014.
Art. 7. Les articles 2, 5 et 6 sont applicables à partir de [l'exercice d'imposition 2014]. .
  L'article 3, 1°, entre en vigueur à partir du premier jour du mois qui suit la publication de la présente loi au Moniteur belge, et est applicable au précompte professionnel exigible à partir de ce jour.
  L'article 3, 5°, entre en vigueur le 1er janvier 2014.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
CHAPITRE 2. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992
Afdeling 1. - Bepalingen betreffende natuurlijke en rechtspersonen
Section 1re. - Dispositions relatives aux personnes physiques et morales
Art. 8. In artikel 31bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 27 december 2006 en gewijzigd bij de wet van 17 mei 2007, worden de volgende wijzingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin van het eerste lid, 1°, worden de woorden "de brugpensioenen" vervangen door de woorden "werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag";
  2° in het eerste lid, 1°, eerste streepje, wordt het woord "brugpensioen" vervangen door de woorden "werkloosheidsuitkering met bedrijfstoeslag";
  3° in de inleidende zin van het derde lid worden de woorden "De brugpensioenen" vervangen door de woorden "De werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag";
  4° in het derde lid worden in de bepaling onder 2° de woorden "een aanvullende vergoeding" en de woorden "de vergoeding" telkens vervangen door de woorden "de bedrijfstoeslag".
Art. 8. A l'article 31bis du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 27 décembre 2006 et modifié par la loi du 17 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er, 1°, les mots "les prépensions" sont remplacés par les mots "les allocations de chômage avec complément d'entreprise";
  2° dans l'alinéa 1er, 1°, premier tiret, le mot "prépension," est remplacé par les mots "allocation de chômage avec complément d'entreprise,";
  3° dans la phrase liminaire de l'alinéa 3, les mots "Les prépensions" sont remplacés par les mots "Les allocations de chômage avec complément d'entreprise";
  4° dans lalinéa 3, 2°, les mots "une indemnité complémentaire visée" et les mots "l'indemnité visée" sont chaque fois remplacés par les mots "le complément d'entreprise visé".
Art. 9. In artikel 38 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 19 juni 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "De vrijstelling waarin § 1, eerste lid, 20°, voorziet, is eveneens van toepassing op de bijdragen en premies die door de werkgever of de onderneming ten laste worden genomen ten gunste van werknemers of bedrijfsleiders :
  - met loopbaanonderbreking of tijdskrediet;
  - die zijn toegetreden tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag of gepensioneerd zijn;
  - die naar een andere werkgever of naar een andere onderneming zijn overgestapt.";
  2° in § 5, eerste lid, derde streepje, worden de woorden "brugpensioen of" vervangen door de woorden "de toetreding tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag of op".
Art. 9. A l'article 38 du même Code modifié en dernier lieu par la loi du 19 juin 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 2, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  "L'exemption prévue au § 1er, alinéa 1er, 20°, est également applicable aux cotisations et primes prises en charge par l'employeur ou l'entreprise au profit de travailleurs ou dirigeants d'entreprise :
  - en interruption de carrière ou en crédit-temps;
  - qui ont accédé au régime de chômage avec complément d'entreprise ou sont pensionnés;
  - qui ont changé d'employeur ou d'entreprise.";
  2° dans le § 5, alinéa 1er, troisième tiret, les mots "la prépension" sont remplacés par les mots "l'accès au régime de chômage avec complément d'entreprise".
Art. 10. In artikel 147, eerste lid, 2°, a, eerste en tweede streepje, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 mei 2007 en gewijzigd bij de wet van 27 maart 2009, worden de woorden "in artikel 31bis, derde lid, 2°, bedoelde aanvullende vergoeding" telkens vervangen door de woorden "in artikel 31bis, derde lid, 2°, vermelde bedrijfstoeslag".
Art. 10. Dans l'article 147, alinéa 1er, 2°, a, premier et deuxième tiret, du même Code, remplacé par la loi du 17 mai 2007 et modifié par la loi du 27 mars 2009, les mots "d'une indemnité complémentaire visée à l'article 31bis, alinéa 3, 2°, " sont remplacés par les mots "d'un complément d'entreprise visé à l'article 31bis, alinéa 3, 2° ".
Art. 11. In artikel 171, 2°, e, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden ", naar aanleiding van zijn brugpensionering" vervangen door de woorden ", naar aanleiding van zijn toetreding tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag".
Art. 11. Dans l'article 171, 2°, e, du même Code, remplacé par la loi du 28 décembre 1992, les mots ", à l'occasion de sa mise à la prépension" sont remplacés par les mots ", à l'occasion de son accès au régime du chômage avec complément d'entreprise".
Art. 12. In artikel 194ter van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 2003 en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2004, 3 december 2006 en 21 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in § 1, eerste lid, 3°, tweede streepje, worden de woorden "ten minste 150 pct." vervangen door de woorden "ten minste 90 pct." en de woorden ", anders dan in vorm van lening," worden opgeheven;
  b) in § 1, wordt een lid ingevoegd tussen het eerste lid en het tweede lid, luidende :
  "In afwijking van het eerste lid, 3°, tweede streepje, wordt, wanneer het in aanmerking komend werk een animatiefilm is, de maximale periode om productie- en exploitatiekosten te maken, verhoogd tot 24 maanden.";
  c) in § 1, vierde lid, voorheen derde lid, worden de woorden "tweede lid" vervangen door de woorden "derde lid";
  d) de § 1 wordt aangevuld met vijf leden, luidende :
  "Tenminste 70 pct. van de bedoelde uitgaven in het eerste lid, 4°, moeten uitgaven zijn die rechtstreeks verbonden zijn met de productie.
  Onder uitgaven die rechtstreeks verbonden zijn met de productie worden begrepen uitgaven die verbonden zijn aan de creatieve en technische productie van het audiovisuele werk, zoals :
  - kosten met betrekking tot de artistieke rechten met uitzondering van de ontwikkelingskosten van het scenario die dateren van de periode voor de raamovereenkomst;
  - lonen en andere vergoedingen van het personeel, vergoedingen van zelfstandige dienstverleners;
  - kosten toegerekend aan de betaling van de acteurs, muzikanten en artistieke functies voor zover zij bijdragen aan de interpretatie en realisatie van het in aanmerking komend werk;
  - sociale lasten in verband met lonen en kosten bedoeld in het tweede en derde streepje;
  - kosten van decors, rekwisieten, kostuums en attributen, die in beeld worden gebracht;
  - kosten van vervoer en accommodatie, beperkt tot een bedrag dat gelijk is aan 25 pct. van de kosten, bedoeld in het tweede en derde streepje;
  - kosten toegewezen aan hardware en andere technische middelen;
  - kosten van laboratorium en de aanmaak van de master;
  - verzekeringskosten die rechtstreeks verbonden zijn met de productie;
  - kosten van publicatie en van promotie eigen aan het werk van de producent : aanmaken van het persdossier, basiswebsite, de montage van een trailer, alsook de première.
  Daarentegen zijn uitgaven die gerelateerd zijn aan de administratieve en financiële organisatie en begeleiding van de audiovisuele productie, uitgaven die niet rechtstreeks verbonden zijn met de productie.
  De volgende uitgaven zijn te beschouwen als uitgaven die niet rechtstreeks verbonden zijn aan de productie :
  - algemene kosten en commissielonen van de productie ten bate van de producent;
  - financiële vergoedingen en commissielonen betaald in verband met de werving van ondernemingen die investeren in een raamovereenkomst voor de productie van een audiovisueel werk;
  - kosten inherent aan de financiering van het in aanmerking komend werk, de interest op leningen niet inbegrepen, maar met inbegrip van kosten voor juridische bijstand, advocatenkosten, garantiekosten, administratieve kosten, commissielonen en representatiekosten;
  - vergoedingen voor executive producers, co-producers, associate of andere producers, met uitzondering van de vergoedingen betaald aan de productie-manager en postproductie-coördinator;
  - facturen die zijn opgesteld door de in § 2, eerste lid bedoelde vennootschappen met uitzondering van facturen van facilitaire audiovisuele bedrijven voor zover de aangerekende goederen of diensten tot de directe productiekosten kunnen gerekend worden en voor zover de gehanteerde prijzen overeenkomen met de prijs die zou worden betaald als de tussenkomende vennootschappen totaal onafhankelijk van elkaar zouden zijn;
  - distributiekosten die voor rekening van de productievennootschap zijn.
  Het rendement tegen een vast gegarandeerd minimumtarief van de aanschaffingswaarde van eigendomsrechten die werden verkregen bij het afsluiten of de uitvoering van de raamovereenkomst, dat rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden is met die rechten, al dan niet inbegrepen in die raamovereenkomst, eventueel in het kader van een terugkoopclausule, mag niet hoger zijn dan het gemiddelde van het interesttarief Euribor op 12 maanden van de laatste werkdag van de maanden van januari tot december van het jaar die voorafgaat aan de ondertekening van deze raamovereenkomst, verhoogd met driehonderd basispunten.";
  e) in § 4, eerste lid, wordt een 5° bis ingevoegd tussen het 5° en het 6°, luidende :
  "5° bis tenminste 70 pct. van de uitgaven bedoeld in § 1, eerste lid, 4°, uitgaven zijn die rechtstreeks verbonden zijn met de productie in de zin van § 1, zesde lid;";
  f) in § 4, eerste lid, 7°, worden de woorden "onder 4° en 5° " vervangen door de woorden "onder 4°, 5° en 5° bis";
  g) in § 4, worden twee leden ingevoegd tussen het eerste lid en het tweede lid, luidende :
  "Wanneer het in aanmerking komend werk een animatiefilm is, wordt in afwijking van het eerste lid, 3°, de maximale duur van de niet overdraagbaarheid van de rechten beperkt tot een periode van 24 maanden.
  Wanneer het in aanmerking komend werk een animatiefilm is, wordt in afwijking van het eerste lid, 7°, de termijn om de in § 2, eerste lid, bedoelde sommen werkelijk te betalen verhoogd tot 24 maanden.";
  h) de § 5, 5°, wordt aangevuld met een streepje, luidende :
  "- het gedeelte gefinancierd door elke andere, eerder getekende raamovereenkomst betreffende hetzelfde in aanmerking komende werk;";
  i) in § 5, 8°, eerste streepje, worden de woorden "150 pct." vervangen door de woorden "90 pct." en de woorden "anders dan in vorm van lening" worden opgeheven;
  j) de § 5, 8°, wordt aangevuld met een streepje, luidende :
  "- het besteden van tenminste 70 pct. van de uitgaven bedoeld in § 1, eerste lid, 4°, aan uitgaven die rechtstreeks verbonden zijn met de productie.";
  k) in § 6, tweede lid, worden de woorden ", ten name van elke belastingplichtige," ingevoegd tussen de woorden "In afwijking van de artikelen 23, 48, 49 en 61, zijn" en de woorden "kosten en verliezen";
  l) de § 6, tweede lid, wordt aangevuld met de woorden "met uitzondering van de eigendoms- en exploitatierechten in de mate waarin ze worden teruggekocht door de in aanmerking komende productievennootschap die deze vorderingen of rechten heeft uitgegeven bij het afsluiten van de raamovereenkomst aan een waarde die de aanschaffingswaarde van deze rechten door de vennootschap die heeft geïnvesteerd in het kader van deze raamovereenkomst, niet overschrijdt. Wanneer meerdere vennootschappen deelnemende partij zijn als in aanmerking komende productievennootschappen bij het afsluiten van de raamovereenkomst, wordt deze uitzondering pro rata beperkt voor elk van hen tot haar deel van de uitgegeven rechten.".
Art. 12. A l'article 194ter du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 2003 et modifié par les lois des 17 mai 2004, 3 décembre 2006 et 21 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le § 1er, alinéa 1er, 3°, deuxième tiret, les mots "au minimum à 150 p.c." sont remplacés par les mots "au minimum à 90 p.c. " et les mots ", autrement que sous la forme de prêts," sont abrogés;
  b) dans le § 1er, un alinéa est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, rédigé comme suit :
  "Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, deuxième tiret, lorsque l'oeuvre éligible est un film d'animation, le délai maximum pour effectuer les dépenses de production et d'exploitation est porté à 24 mois.";
  c) dans le § 1er, alinéa 4, anciennement alinéa 3, les mots "alinéa 2" sont remplacés par les mots "alinéa 3";
  d) le § 1er est complété par cinq alinéas, rédigés comme suit :
  "Au moins 70 p.c. des dépenses visées à l'alinéa 1er, 4°, doivent être des dépenses directement liées à la production.
  Par dépenses directement liées à la production on entend les dépenses qui sont liées à la production créative et technique de l'oeuvre éligible, telles que :
  - les frais couvrant les droits artistiques à l'exception des frais de développement du scénario qui datent de la période précédant la convention-cadre;
  - les salaires et autres indemnités du personnel, les indemnités des prestataires de service indépendants;
  - les frais affectés au paiement des acteurs, musiciens et fonctions artistiques dans la mesure où ils contribuent à l'interprétation et la réalisation de l'oeuvre éligible;
  - les charges sociales liées aux salaires et frais visés aux deuxième et troisième tirets;
  - les frais de décors, accessoires, costumes et attributs, qui sont portés à l'image;
  - les frais de transport et de logement, limités à un montant correspondant à 25 p.c. des frais visés aux deuxième et troisième tirets;
  - les frais affectés au matériel et autres moyens techniques;
  - les frais de laboratoire et de création du master;
  - les frais d'assurance directement liés à la production;
  - les frais d'édition et de promotion propres au travail du producteur : création du dossier de presse, site web de base, montage d'une bande-annonce, ainsi que la première.
  Par contre, les dépenses qui concernent l'organisation administrative et financière et l'assistance de la production audiovisuelle sont des dépenses qui ne sont pas directement liées à la production.
  Les dépenses suivantes notamment sont considérées comme des dépenses qui ne sont pas directement liées à la production :
  - les frais généraux et commissions de production au profit du producteur;
  - les frais financiers et les commissions payés dans le cadre du recrutement d'entreprises investissant dans une convention-cadre destinée à la production d'une oeuvre audiovisuelle;
  - les frais inhérents au financement de l'oeuvre éligible, à l'exclusion des intérêts effectivement payés sur les sommes prêtées, mais y compris les frais d'assistance juridique, les frais d'avocats, les frais de garantie, les frais administratifs, les commissions et les frais de représentation;
  - les rémunérations payées aux producteurs exécutifs, co-producteurs, producteurs associés ou autres, à l'exception des rémunérations payées au manager de la production et au coordinateur post-production;
  - les factures qui émanent des sociétés visées au § 2, alinéa 1er, à l'exception des factures des sociétés d'installations audiovisuelles lorsque les biens ou services facturés sont directement liés à la production et dans la mesure où le montant de ces factures correspond au prix qui aurait été payé si les sociétés intervenantes étaient totalement indépendantes l'une de l'autre;
  - les frais de distribution qui sont à charge de la société de production.
  Le rendement à un taux fixe minimum garanti de la valeur d'acquisition des droits de propriété obtenus à l'occasion de la conclusion ou de l'exécution de la convention-cadre qui est lié directement ou indirectement à ces droits, qu'il soit ou non inclus dans cette convention-cadre, éventuellement dans le cadre d'une clause de rachat, ne peut être supérieur à la moyenne du taux d'intérêt Euribor A douze mois du dernier jour ouvrable des mois de janvier à décembre de l'année qui précède la signature de cette convention-cadre, augmenté de trois cents points de base. ";
  e) dans le § 4, alinéa 1er, un 5° bis est inséré entre le 5° et le 6°, rédigé comme suit :
  "5° bis au moins 70 p.c. des dépenses visées au § 1er, alinéa 1er, 4°, sont des dépenses directement liées à la production au sens du § 1er, alinéa 6;";
  f) dans le § 4, alinéa 1er, 7°, les mots "au 4° et au 5° " sont remplacés par les mots "aux 4°, 5° et 5° bis";
  g) dans le § 4, deux alinéas sont insérés entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, rédigés comme suit :
  "Par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, lorsque l'oeuvre éligible est un film d'animation, la durée maximale d'incessibilité des droits est limitée à une période de 24 mois.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 7°, lorsque l'oeuvre éligible est un film d'animation, le délai pour effectivement verser les sommes visées au § 2, alinéa 1er, est porté à 24 mois.";
  h) le § 5, 5°, est complété par un tiret, rédigé comme suit :
  "- la part financée par chacune des autres conventions-cadres relatives à la même oeuvre précédemment signées;";
  i) dans le § 5, 8°, premier tiret, les mots "150 p.c." sont remplacés par les mots "90 p.c. " et les mots "autrement que sous la forme de prêts," sont abrogés;
  j) le § 5, 8°, est complété par un tiret, rédigé comme suit :
  "- d'effectuer au moins 70 p.c. des dépenses visées au § 1er, alinéa 1er, 4°, en dépenses directement liées à la production. ";
  k) dans le § 6, alinéa 2, les mots "dans le chef de tout contribuable, "sont insérés entre les mots "Par dérogation aux articles 23, 48, 49 et 61," et les mots "les frais et les pertes";
  l) le § 6, alinéa 2, est complété par les mots " à l'exception des droits de production et d'exploitation dans la mesure où ils sont rachetés par la société de production éligible qui les a émis à la conclusion de la convention-cadre, à une valeur ne dépassant pas la valeur d'acquisition de ces droits par la société qui a investi dans le cadre de cette convention-cadre. Si plusieurs sociétés sont partie prenante en tant que sociétés de production éligibles à la conclusion de la convention-cadre, cette exception est limitée pour chacune d'entre elles au prorata de sa part de droits émis. ".
Art. 13. Artikel 197 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 mei 1999, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Bij toepassing van artikel 219, vierde lid, worden in afwijking van artikel 57 de niet verantwoorde uitgaven beschouwd als beroepskosten.".
Art. 13. L'article 197 du même Code, remplacé par la loi du 4 mai 1999, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "En cas d'application de l'article 219, alinéa 4, les dépenses non justifiées sont, par dérogation à l'article 57, considérées comme des frais professionnels.".
Art. 14. Artikel 198, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 22 juni 2012, wordt aangevuld met een bepaling onder 15°, luidende :
  "15° het bedrag van de kosten ten belope van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, in de omstandigheden bedoeld in artikel 219, vijfde lid.".
Art. 14. L'article 198, § 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 22 juin 2012 est complété par un 15°, rédigé comme suit :
  "15° le montant des frais à concurrence des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, dans les situations visées à l'article 219, alinéa 5.".
Art. 15. In artikel 199 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wetten van 26 maart 1999 en 13 december 2012, worden de woorden "in artikel 14533, § 1, eerste lid, 5° " vervangen door de woorden "in artikel 14533, § 1, eerste lid, 4°, b,".
Art. 15. A l'article 199 du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifié par les lois des 26 mars 1999 et 13 décembre 2012, les mots "à l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 5° " sont remplacés par les mots "à l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 4°, b".
Art. 16. In artikel 205quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2005 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2009 en 28 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Het toe te passen tarief is gelijk aan het gemiddelde van de referte-indexen J met betrekking tot de lineaire obligatie 10 jaar van de maanden juli, augustus en september van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd. Deze indexen worden door het Rentenfonds bekendgemaakt, zoals bedoeld in artikel 9, § 1, van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet.";
  2° in § 3 wordt het eerste lid opgeheven;
  3° in het tweede lid, nu het enige lid, van § 3, worden de woorden "in het vorig lid bedoeld" vervangen door de woorden "in § 2 bedoeld";
  4° in § 4 worden de woorden "tweede lid," opgeheven.
Art. 16. Dans l'article 205quater du même Code, inséré par la loi du 22 juin 2005 et modifié par les lois des 22 décembre 2009 et 28 décembre 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le taux applicable est égal à la moyenne des indices de référence J relative aux obligations linéaires 10 ans des mois de juillet, août et septembre de la pénultième année précédant celle dont le millésime désigne l'exercice d'imposition. Ces indices sont publiés par le Fonds des rentes, tels que visés à l'article 9, § 1er, de la loi du 4 août 1992 relative au crédit hypothécaire.";
  2° dans le § 3, l'alinéa premier est abrogé;
  3° dans l'alinéa 2, devenu l'alinéa unique, du § 3, les mots "visé au précédent alinéa" sont remplacés par les mots "visé au § 2";
  4° dans le § 4, les mots "alinéa 2," sont abrogés.
Art. 17. In artikel 219 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 4 mei 1999, 27 november 2002, 27 december 2006 en 11 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden ", financiële voordelen" ingevoegd tussen de woorden "voordelen van alle aard" en de woorden "en verdoken meerwinsten";
  2° artikel 219 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Wanneer het bedrag van de kosten bedoeld in artikel 57 of van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, niet is opgenomen in een door de verkrijger overeenkomstig artikel 305 ingediende aangifte, wordt deze aanslag niet toegepast indien het bedrag begrepen is in een aanslag die met akkoord van de verkrijger te zijnen name wordt gevestigd binnen de termijn als bedoeld in artikel 354, eerste lid.".
Art. 17. Dans l'article 219 du même Code, modifié par les lois des 30 mars 1994, 4 mai 1999, 27 novembre 2002, 27 décembre 2006 et 11 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots ", avantages financiers" sont insérés entre les mots "avantages de toute nature" et les mots "et bénéfices dissimulés";
  2° l'article 219 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Lorsque le montant des dépenses visées à l'article 57 ou des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, n'est pas compris dans une déclaration introduite par le bénéficiaire conformément à l'article 305, la cotisation n'est pas applicable si le montant est compris dans une imposition établie avec l'accord du bénéficiaire dans son chef dans le délai visé à l'article 354, alinéa 1er. ".
Art. 18. In artikel 223 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij koninklijk besluit van 20 december 1996 en gewijzigd bij de wetten van 10 maart 1999, 28 april 2003, 15 december 2004, 27 december 2005, 27 december 2006, 11 mei 2007 en 28 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
  "5° in de omstandigheden bedoeld in het vierde lid, het bedrag van de kosten ten belope van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, en van de kosten bedoeld in artikel 57.";
  2° artikel 223 wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "De aanslag bedoeld in het eerste lid, 1°, is niet van toepassing als de belastingplichtige aantoont dat het bedrag van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, of van de kosten bedoeld in artikel 57 opgenomen is in een door de verkrijger overeenkomstig artikel 305 ingediende aangifte.
  Wanneer het bedrag van de voordelen van alle aard bedoeld in artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, of van de kosten bedoeld in artikel 57 niet is opgenomen in een door de verkrijger overeenkomstig artikel 305 ingediende aangifte, is de aanslag bedoeld in het eerste lid, 1°, niet toepasbaar indien dat bedrag begrepen is in een aanslag gevestigd ten name van de verkrijger binnen een termijn bedoeld in artikel 354, eerste lid.".
Art. 18. Dans l'article 223 du même Code, remplacé par l'arrêté royal du 20 décembre 1996 et modifié par les lois des 10 mars 1999, 28 avril 2003, 15 décembre 2004, 27 décembre 2005, 27 décembre 2006, 11 mai 2007 et 28 décembre 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par un 5° rédigé comme suit :
  "5° dans les situations visées à l'alinéa 4, du montant des frais à concurrence des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, et des dépenses visées à l'article 57. ";
  2° l'article 223 est complété par deux alinéas, rédigés comme suit :
  "La cotisation visée à l'alinéa 1er, 1°, n'est pas applicable si le contribuable démontre que le montant des dépenses, visées à l'article 57, ou des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2° est compris dans une déclaration introduite par le bénéficiaire conformément à l'article 305.
  Lorsque le montant des avantages de toute nature visés aux articles 31, alinéa 2, 2°, et 32, alinéa 2, 2°, ou des dépenses, visées à l'article 57 n'est pas compris dans une déclaration introduite par le bénéficiaire conformément à l'article 305, la cotisation visée à l'alinéa 1er, 1°, n'est pas applicable si ce montant est compris dans une imposition établie dans le chef du bénéficiaire dans le délai visé à l'article 354, alinéa 1er.".
Art. 19. In artikel 225, tweede lid, 5°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 2011, worden de woorden "en op het in artikel 223, eerste lid, 4°, bedoelde bedrag gelijk aan 17 pct. van het voordeel van alle aard" vervangen door de woorden "en op de in artikel 223, eerste lid, 4° en 5°, bedoelde bedragen".
Art. 19. Dans l'article 225, alinéa 2, 5°, du même Code, remplacé par la loi du 28 décembre 2011, les mots "et sur le montant équivalant à 17 p.c. de l'avantage de toute nature, visé à l'article 223, alinéa 1er, 4° " sont remplacés par les mots "et sur les montants visés à l'article 223, alinéa 1er, 4° et 5° ".
Art. 20. In artikel 289bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 mei 1999 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de inleidende zin als volgt vervangen :
  " § 1. Met betrekking tot de in artikel 23, § 1, 1° en 2°, vermelde winst en baten en de in artikel 228, § 2, 3° en 4°, vermelde winst en baten behaald of verkregen door een natuurlijke persoon, wordt met de personenbelasting of de belasting niet-inwoners een belastingkrediet verrekend van 10 pct., met een maximum van 3 750 EUR, van het meerdere van :";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Voor de in artikel 227, 1°, vermelde niet-inwoners, wordt :
  - het belastingkrediet enkel verrekend wanneer de belasting is berekend overeenkomstig artikel 244;
  - voor de berekening van het belastingkrediet rekening gehouden met de vaste activa en de schulden die verband houden met de werkzaamheden die in de belasting niet-inwoners belastbare inkomsten opleveren.".
Art. 20. Dans l'article 289bis, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 4 mai 1999 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, la phrase liminaire est remplacée par ce qui suit :
  " § 1er. En ce qui concerne les bénéfices et profits visés à l'article 23, § 1er, 1° et 2°, et les bénéfices et profits visés à l'article 228, § 2, 3° et 4°, produits ou recueillis par une personne physique, il est imputé sur l'impôt des personnes physiques ou sur l'impôt des non-résidents un crédit d'impôt de 10 p.c., avec un maximum de 3 750 EUR, de l'excédent que représente :";
  2° le § 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "En ce qui concerne les non-résidents visés à l'article 227, 1° :
  - le crédit d'impôt n'est imputé que lorsque l'impôt est calculé conformément à l'article 244;
  - il est tenu compte pour le calcul du crédit d'impôt des immobilisations et des dettes affectées à l'exercice d'activités professionnelles produisant des revenus imposables à l'impôt des non-résidents.".
Art. 21. In artikel 289ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de programmawetten van 24 december 2002, 27 december 2004 en 27 december 2005, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende :
  " § 2/1. De in artikel 227, 1°, vermelde belastingplichtige voor wie de belasting overeenkomstig artikel 244 wordt berekend, heeft eveneens recht op het in de vorige paragrafen vermelde belastingkrediet, met dien verstande dat voor de beoordeling van de voorwaarden waaronder het krediet wordt verleend en de berekening ervan het geheel van de binnen- en buitenlandse inkomsten in aanmerking wordt genomen.".
Art. 21. Dans l'article 289ter du même Code, inséré par la loi du 10 août 2001 et modifié par les lois-programmes des 24 décembre 2002, 27 décembre 2004 et 27 décembre 2005, il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit :
  " § 2/1. Le contribuable visé à l'article 227, 1°, pour qui l'impôt est calculé conformément à l'article 244, a également droit au crédit d'impôt visé aux paragraphes précédents, étant entendu que pour l'appréciation des conditions dans lesquelles le crédit d'impôt est octroyé ainsi que son calcul, le total des revenus de sources belge et étrangère entre en ligne de compte.".
Art. 22. Artikel 313 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programmawet van 27 december 2012, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De ingehouden roerende voorheffing wordt niet met de personenbelasting verrekend, noch terugbetaald, wanneer de belastingplichtige beroepsinkomsten verwerft die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten.".
Art. 22. L'article 313 du même Code, remplacé par la loi-programme du 27 décembre 2012, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le précompte mobilier retenu ne peut pas être imputé sur l'impôt des personnes physiques ni être restitué lorsque le contribuable recueille des revenus professionnels qui sont exonérés conventionnellement et qui n'interviennent pas pour le calcul de l'impôt afférent à ses autres revenus. ".
Art. 23. De artikelen 20 en 21 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2013.
  De artikelen 8 tot 11 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
  Artikel 22 is van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2013.
  Artikel 12, a, d tot f en h tot l, is van toepassing op de raamovereenkomsten die vanaf 1 juli 2013 zijn getekend.
  De artikelen 13 tot 19 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2014.
  Elke wijziging die vanaf 21 november 2012 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de bepalingen als vermeld in het artikel 16.
Art. 23. Les articles 20 et 21 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2013.
  Les articles 8 à 11 produisent leur effet le 1er janvier 2013.
  L'article 22 est applicable aux revenus payés ou attribués à partir du 1er janvier 2013.
  L'article 12, a, d à f et h à l, est applicable aux conventions-cadres signées à partir du 1er juillet 2013.
  Les articles 13 à 19 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2014.
  Toute modification apportée à partir du 21 novembre 2012 à la date de clôture des comptes annuels reste sans incidence pour l'application des dispositions visées à l'article 16.
Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de vestiging en de invordering van de belastingen
Section 2. - Dispositions relatives à l'établissement et le recouvrement des impôts
Art. 24. Artikel 299 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt vervangen als volgt :
  "De gegevens van de kohieren die door de administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen, of onder haar toezicht, op een gepaste informatiedrager worden geregistreerd en bewaard, evenals hun leesbare weergave, hebben dezelfde bewijskracht als de originele gegevens.".
Art. 24. L'article 299 du Code des impôts sur les revenus 1992 est remplacé par ce qui suit :
  "Les données des rôles qui sont enregistrées et conservées par l'administration chargée de l'établissement de l'impôt sur les revenus, ou sous son contrôle, sur un support de données approprié, ainsi que leur reproduction lisible, ont la même force probante que les données originales.".
Art. 25. Artikel 302 van hetzelfde Wetboek, wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "In afwijking van het vorige lid kan de belastingplichtige, mits hij een uitdrukkelijke verklaring in die zin aflegt, er evenwel voor opteren om de aanslagbiljetten uitsluitend door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, te ontvangen. In dit geval geldt de aanbieding via dergelijke procedure als rechtsgeldige kennisgeving van het aanslagbiljet. Wanneer het aanslagbiljet betrekking heeft op een gemeenschappelijke aanslag als bedoeld in artikel 126, § 1, moeten beide belastingplichtigen zich uitdrukkelijk akkoord hebben verklaard.
  De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in het eerste lid bedoelde procedure.".
Art. 25. L'article 302 du même Code, est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  "Par dérogation à l'alinéa précédent, le contribuable peut toutefois, moyennant une déclaration explicite dans ce sens, opter pour une réception des avertissements-extraits de rôle exclusivement au moyen d'une procédure utilisant des techniques informatiques. Dans ce cas, la mise à disposition via une telle procédure vaut valablement notification de l'avertissement-extrait de rôle. Lorsque l'avertissement-extrait de rôle concerne une imposition commune visée à l'article 126, § 1er, les deux contribuables doivent avoir donné leur accord explicite.
  Le Roi détermine les modalités d'application de la procédure visée à l'alinéa précédent.".
Art. 26. In artikel 305, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, worden de woorden "zomede belastingplichtigen die ingevolge de artikelen 232 tot 234 en 248, § 2, aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen," vervangen door de woorden "zomede de in artikel 227 beoogde belastingplichtigen waarvoor overeenkomstig de artikelen 232 tot 234 en 248, §§ 2 en 3 de belasting wordt gevestigd,".
Art. 26. Dans l'article 305, alinéa premier, du même Code, modifié par la loi du 22 décembre 2008, les mots "ainsi que les contribuables assujettis à l'impôt des non-résidents, conformément aux articles 232 à 234 et 248, § 2," sont remplacés par les mots "ainsi que les contribuables visés à l'article 227 pour lesquels l'impôt est établi conformément aux articles 232 à 234 et 248, §§ 2 et 3,".
Art. 27. Artikel 307bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door het koninklijk besluit van 27 maart 2003, wordt aangevuld met een § 3, luidende :
  " § 3. De belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting, en de belastingplichtigen die, overeenkomstig artikel 227, 2° en 3°, aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, moeten hun aangifte langs elektronische weg indienen.
  De belastingplichtigen bedoeld in het eerste lid zijn vrijgesteld van de verplichting tot indiening langs elektronische weg zolang zij of in voorkomend geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangifte namens hen in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze verplichting te voldoen. In dit geval moet de indiening van de aangifte geschieden op papier.
  De Koning bepaalt de modaliteiten met betrekking tot haar indiening.".
Art. 27. L'article 307bis du même Code, inséré par l'arrêté royal du 27 mars 2003, est complété par un § 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Les contribuables soumis à l'impôt des sociétés ou à l'impôt des personnes morales, et les contribuables soumis à l'impôt des non-résidents conformément à l'article 227, 2° et 3°, doivent introduire leur déclaration par voie électronique.
  Les contribuables mentionnés à l'alinéa premier sont dispensés de l'obligation d'introduction par voie électronique aussi longtemps qu'eux-mêmes ou, le cas échéant, la personne qu'ils ont mandatée pour l'introduction d'une telle déclaration, ne disposent pas des moyens informatiques nécessaires pour remplir cette obligation. Dans ce cas, l'introduction de la déclaration s'effectue sur support papier.
  Le Roi détermine les modalités relatives à son introduction.".
Art. 28. In artikel 308, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2008 en 8 juni 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "in artikel 305 beoogde" worden ingevoegd tussen het woord "De" en de woorden "belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar";
  2° de woorden "de gronden van belastbaarheid, inzake personenbelasting of als niet-rijksinwoners inzake belasting van niet-inwoners overeenkomstig de artikelen 243 tot 245 en 248, § 2, aanwezig zijn," worden vervangen door de woorden "de gronden voor belastbaarheid zoals bedoeld in artikel 360, inzake personenbelasting of als niet-rijksinwoners inzake belasting van niet-inwoners, aanwezig zijn,".
Art. 28. A l'article 308, § 1er, du même Code modifié par les lois du 22 décembre 2008 et du 8 juin 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "visés à l'article 305" sont insérés entre les mots "Les contribuables" et les mots "qui, au 1er janvier de l'année";
  2° les mots "les conditions d'assujettissement à l'impôt des personnes physiques ou à l'impôt des non-résidents en tant que non-habitants du Royaume, conformément aux articles 243 à 245 et 248, § 2," sont remplacés par les mots "les conditions d'assujettissement telles que visées à l'article 360, à l'impôt des personnes physiques ou à l'impôt des non-résidents en tant que non-habitants du Royaume,".
Art. 29. In artikel 309, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, worden de woorden "Belastingplichtigen waarvoor de gronden van belastbaarheid inzake personenbelasting of als niet-rijksinwoner inzake belasting van niet-inwoners overeenkomstig de artikelen 243 tot 245 en 248 § 2, vóór 31 december zijn weggevallen," vervangen door de woorden "De in artikel 305 beoogde belastingplichtigen waarvoor de gronden voor belastbaarheid zoals bedoeld in artikel 360, inzake personenbelasting of als niet-rijksinwoners inzake belasting van niet- inwoners, vóór 31 december zijn weggevallen,".
Art. 29. Dans l'article 309, alinéa premier, du même Code, modifié par la loi du 22 décembre 2008, les mots "Les contribuables qui cessent de réunir avant le 31 décembre les conditions d'assujettissement à l'impôt des personnes physiques ou de taxation à l'impôt des non-résidents en tant que non-habitants du Royaume conformément aux articles 243 à 245 et 248, § 2," sont remplacés par les mots "Les contribuables visés à l'article 305 qui cessent de réunir avant le 31 décembre les conditions d'assujettissement telles que visées à l'article 360, à l'impôt des personnes physiques ou à l'impôt des non-résidents en tant que non-habitants du Royaume,".
Art. 30. In artikel 322, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 april 2011 en gewijzigd bij de programmawet van 29 maart 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Deze verplichting geldt slechts voor zover het gaat om soorten rekeningen en contracten die relevant zijn voor de belastingheffing. De Koning bepaalt om welke soorten rekeningen en contracten het gaat.";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met het volgende lid, luidende :
  "De Nationale Bank van België houdt voormeld centraal aanspreekpunt uitsluitend in het algemeen belang. De Bank, de leden van haar organen en haar personeelsleden zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor fouten of nalatigheden begaan in het kader van de uitoefening van deze wettelijke opdracht van de Bank, behalve in geval van bedrog of opzettelijke of zware fout.".
Art. 30. Dans l'article 322, § 3, du même Code, inséré par la loi du 14 avril 2011 et modifié par la loi-programme du 29 mars 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante :
  "Cette obligation vaut uniquement pour autant qu'il s'agisse de types de comptes et de contrats qui sont relevant pour le prélèvement de l'impôt. Le Roi détermine de quels types de comptes et de contrats il s'agit.";
  2° le § 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La Banque national de Belgique tient le point de contact central précité exclusivement dans l'intérêt général. La Banque, les membres de ses organes et les membres de son personnel n'encourent aucune responsabilité civile en raison de fautes ou négligences commises dans l'exercice de cette mission légale de la Banque, sauf en cas de dol ou de faute intentionnelle ou lourde.".
Art. 31. Artikel 371 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 maart 1999 en gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2006 en 19 mei 2010, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In het in artikel 302, tweede lid, bedoelde geval vangt de termijn aan vanaf de datum waarop het aanslagbiljet door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt aan de belastingplichtige is aangeboden.".
Art. 31. L'article 371 du même Code, remplacé par la loi du 15 mars 1999 et modifié par les lois du 20 juillet 2006 et 19 mai 2010, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Dans le cas visé à l'article 302, alinéa 2, le délai commence à courir à la date à laquelle l'avertissement-extrait de rôle est mis à disposition du contribuable au moyen d'une procédure utilisant des techniques informatiques.".
Art. 32. Artikel 373 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 maart 1999 en gewijzigd bij de wet van 19 mei 2010, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In het in artikel 302, tweede lid, bedoelde geval vangt de termijn aan vanaf de datum waarop het aanslagbiljet dat de aanvullende aanslag omvat, door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, aan de belastingplichtige werd aangeboden.".
Art. 32. L'article 373 du même Code, remplacé par la loi du 15 mars 1999 et modifié par la loi du 19 mai 2010, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Dans le cas visé à l'article 302, alinéa 2, le délai commence à courir à la date à laquelle l'avertissement-extrait de rôle comportant le supplément d'imposition a été mis à disposition du contribuable au moyen d'une procédure utilisant des techniques informatiques.".
Art. 33. In artikel 402, § 7, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012, worden de woorden "of in artikel 30bis/1, § 2," vervangen door de woorden "of in artikel 30ter, § 2,".
Art. 33. Dans l'article 402, § 7, du même Code, remplacé par la loi du 27 avril 2007 et modifié par la loi du 29 mars 2012, les mots "ou à l'article 30bis/1, § 2," sont remplacés par les mots "ou à l'article 30ter, § 2,".
Art. 34. In artikel 413 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 maart 1999, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  "In het in artikel 302, tweede lid, bedoelde geval moet de belasting worden betaald binnen twee maanden na de datum waarop het aanslagbiljet door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt aan de belastingplichtige werd aangeboden.".
Art. 34. Dans l'article 413 du même Code, remplacé par la loi du 15 mars 1999, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  "Dans le cas visé à l'article 302, alinéa 2, l'impôt doit être payé dans les deux mois de la date à laquelle l'avertissement-extrait de rôle a été mis à disposition du contribuable au moyen d'une procédure utilisant des techniques informatiques.".
Art. 35. In artikel 445, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door de wetten van 22 juli 1993, 15 maart 1999, 28 december 2011 en 20 september 2012 en de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  "De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en regelt hun toepassingsmodaliteiten.".
Art. 35. Dans l'article 445, du même Code, modifié par les lois du 22 juillet 1993, 15 mars 1999, 28 décembre 2011 et 20 septembre 2012 et les arrêtés royaux du 20 juillet 2000 et du 13 juillet 2001, un alinéa est inséré entre les alinéas 1er et 2, rédigé comme suit :
  "Le Roi fixe l'échelle des amendes administratives et règle les modalités d'application de celles-ci.".
Art. 36. De artikelen 25, 31, 32 en 34 zijn van toepassing op de aanslagbiljetten die betrekking hebben op aanslagjaar 2013 en volgende.
  De artikelen 26, 28 en 29 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2014.
  Artikel 27 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.
  De Koning kan voor iedere categorie van belastingplichtigen een vroegere inwerkingtreding bepalen.
Art. 36. Les articles 25, 31, 32 et 34 sont applicables aux avertissements-extraits de rôle relatifs à l'exercice d'imposition 2013 et suivants.
  Les articles 26, 28 et 29 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2014.
  L'article 27 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2015.
  Le Roi peut fixer pour chaque catégorie de contribuables une entrée en vigueur antérieure.
Art. 37. In artikel 153, tweede lid van de programmawet van 29 maart 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "vanaf aanslagjaar 2013" worden vervangen door de woorden "vanaf aanslagjaar 2014";
  2° de woorden "voor aanslagjaar 2012" worden vervangen door de woorden "voor de aanslagjaren 2012 en 2013".
Art. 37. Dans l'article 153, alinéa 2 de la loi-programme du 29 mars 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "à partir de l'exercice d'imposition 2013" sont remplacés par les mots "à partir de l'exercice d'imposition 2014";
  2° les mots "pour l'exercice d'imposition 2012" sont remplacés par les mots "pour les exercices d'imposition 2012 et 2013".
HOOFDSTUK 3. - Met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
CHAPITRE 3. - Taxes assimilées aux impôts sur les revenus
Art. 38. In artikel 2, eerste lid, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, vervangen bij koninklijk besluit van 29 maart 1994 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 1998, 4 mei 1999, 8 april 2003, 10 augustus 2005, 25 april 2007, 21 december 2009, 23 december 2009 en 10 januari 2010, wordt tussen het woord "337," en het woord "354" het woord "340," ingevoegd.
Art. 38. Dans l'article 2, alinéa 1er, du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, remplacé par l'arrêté royal du 29 mars 1994 et modifié par les lois du 22 décembre 1998, 4 mai 1999, 8 avril 2003, 10 août 2005, 25 avril 2007, 21 décembre 2009, 23 décembre 2009 et 10 janvier 2010, le mot "340," est inséré entre le mot "337," et le mot "354".
Art. 39. In artikel 33, § 1, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij wet van 25 januari 1999 en hersteld bij programmawet van 23 december 2009 worden de woorden "of het gebrek aan of de ontoereikendheid van de aangifte" ingevoegd tussen de woorden "niet-betaling" en "wordt".
Art. 39. Dans l'article 33, § 1er, du même Code, abrogé par la loi du 25 janvier 1999 et rétabli par la loi-programme du 23 décembre 2009, les mots "ou l'absence ou l'insuffisance de déclaration" sont insérés entre les mots "l'absence de paiement" et "est".
Art. 40. Artikel 36quater, § 2, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In afwijking van het eerste lid moet de voor het lopende aanslagjaar verschuldigde belasting onmiddellijk betaald worden bij vaststelling op de openbare weg van gebrek aan of ontoereikendheid van de aangifte.".
Art. 40. L'article 36quater, § 2, du même Code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Par dérogation à l'alinéa 1er, la taxe due pour l'exercice d'imposition en cours doit être payée immédiatement en cas de constatation, sur la voie publique, de l'absence ou de l'insuffisance de la déclaration.".
Art. 41. Artikel 54 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 mei 2010, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 54. Het bedrag van de inzetten, de inleggelden, de uitgekeerde winsten, de weddenschappen, alsook alle andere gegevens die noodzakelijk zijn om de belasting te bepalen, moeten op een elektronische informatiedrager worden bijgehouden.".
Art. 41. L'article 54 du même Code, modifié par la loi du 19 mai 2010, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 54. Le montant des mises, des enjeux, des gains distribués ou des paris, ainsi que toutes les données nécessaires à la détermination de l'impôt, doivent être conservés sur un support d'information électronique.".
Art. 42. In artikel 60, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "uit het bij artikel 55 voorgeschreven register" vervangen door de woorden "in een leesbare en verstaanbare vorm uit de gegevens geplaatst op de bij artikel 54 voorgeschreven elektronische informatiedrager".
Art. 42. Dans l'article 60, § 1er, alinéa 1er, du même Code, les mots "du registre prescrit à l'article 55" sont remplacés par les mots "des données placées sur un support d'information électronique prescrit à l'article 54 dans une forme lisible et compréhensible".
HOOFDSTUK 4. - Belasting over de toegevoegde waarde
CHAPITRE 4. - Taxe sur la valeur ajoutée
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
Section 1re. - Modifications du Code de la taxe sur la valeur ajoutée
Art. 43. Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde.
Art. 43. La présente section a pour objet de transposer, pour partie, la directive 2006/112/CE du Conseil du 28 novembre 2006 relative au système commun de taxe sur la valeur ajoutée.
Art. 44. In artikel 41, § 1, eerste lid, 6°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 26 november 2009, [worden de woorden " het vervoer van goederen tussen deze eilanden" ingevoegd tussen de woorden "van Madeira vormen" en de woorden "alsmede de daarmee samenhangende handelingen"]. . .
Art. 44. Dans l'article 41, § 1er, 6°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, remplacé par la loi du 26 novembre 2009, les mots ", les prestations de transport de biens effectuées entre lesdites îles," sont insérés entre les mots "de Madère" et les mots "ainsi que les prestations accessoires à ces transports".
Art. 45. In artikel 42, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 4° worden de woorden "bedoelde diensten" vervangen door de woorden "bedoelde handelingen";
  b) de bepaling onder 10° wordt aangevuld met de woorden "buiten de Gemeenschap".
Art. 45. A l'article 42, § 3, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 29 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au 4°, dans le texte néerlandais, les mots "bedoelde diensten" sont remplacés par les mots "bedoelde handelingen";
  b) le 10° est complété par les mots "en dehors de la Communauté".
Art. 46. Artikel 44, § 2, 4°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, wordt vervangen als volgt :
  "4° a) het school- of universitair onderwijs, waaronder onderwijs aan kinderen en jongeren, en de beroepsopleiding of -herscholing, met inbegrip van het verrichten van nauw hiermee samenhangende diensten en leveringen van goederen zoals het verschaffen van logies, spijzen en dranken en van voor het vrijgestelde onderwijs gebruikt didactisch materiaal, door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die daartoe als lichamen met soortgelijke doeleinden worden aangemerkt, voor zover voornoemde lichamen niet systematisch het maken van winst beogen en eventuele winsten niet worden uitgekeerd maar worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de voornoemde diensten;
  b) de lessen die particulier door leerkrachten worden gegeven en die betrekking hebben op school- of universitair onderwijs;".
Art. 46. L'article 44, § 2, 4°, du même Code, remplacé par la loi du 28 décembre 1992, est remplacé par ce qui suit :
  "4° a) l'enseignement scolaire ou universitaire, dont l'éducation de l'enfance ou de la jeunesse, et la formation ou le recyclage professionnel ainsi que les prestations de services et les livraisons de biens qui leur sont étroitement liées telles que la fourniture de logement, de nourriture, de boissons et de matériel didactique utilisé pour les besoins de l'enseignement exempté, effectuées par des organismes de droit public ou par d'autres organismes considérés comme ayant des fins comparables, pour autant que ces organismes n'ont pas pour but la recherche systématique du profit, les bénéfices éventuels ne devant jamais être distribués mais devant être affectés au maintien ou à l'amélioration des prestations précitées;
  b) les leçons données, à titre personnel, par les enseignants et portant sur l'enseignement scolaire ou universitaire;".
Art. 47. In artikel 51bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995, de wet van 7 maart 2002, de programmawet van 20 juli 2006 en de wetten van 26 november 2009 en 17 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de Franse tekst van § 2, worden de woorden "déchargé de la solidarité" vervangen door de woorden "déchargé de la responsabilité solidaire";
  2° § 3 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Onder voorbehoud van artikel 55, § 4, tweede lid, is de persoon bedoeld in het eerste lid die ter goeder trouw is of die aantoont dat hij geen fout heeft begaan of nalatig is geweest, van de hoofdelijke aansprakelijkheid ontslagen.".
Art. 47. A l'article 51bis du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et modifié par l'arrêté royal du 22 décembre 1995, la loi du 7 mars 2002, la loi-programme du 20 juillet 2006 et les lois des 26 novembre 2009 et 17 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 2, les mots "déchargé de la solidarité" sont remplacés par les mots "déchargé de la responsabilité solidaire";
  2° le § 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Sous réserve de l'article 55, § 4, alinéa 2, la personne visée à l'alinéa 1er qui démontre sa bonne foi ou l'absence de faute ou de négligence dans son chef est déchargée de la responsabilité solidaire.".
Art. 48. Artikel 46 treedt in werking op 1 januari 2014.
Art. 48. L'article 46 entre en vigueur le 1er janvier 2014.
Afdeling 2. - Overgangsmaatregelen in het kader van de toetreding tot de Europese Unie
Section 2. - Mesures de transition applicables dans le cadre de l'adhésion à l'Union européenne
Art. 49. Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde.
Art. 49. La présente section a pour objet de transposer, pour partie, la Directive 2006/112/CE du Conseil du 28 novembre 2006 relative au système commun de taxe sur la valeur ajoutée.
Art. 50. Artikel 99 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij de wetten van 19 december 1969, 26 maart 1971 en 28 december 1973, wordt opgeheven.
Art. 50. L'article 99 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, modifié par les lois des 19 décembre 1969, 26 mars 1971 et 28 décembre 1973, est abrogé.
Art. 51. Artikel 100 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1977 en gewijzigd bij de wetten van 29 november 1978, 24 december 1979 en 8 augustus 1980, wordt opgeheven.
Art. 51. L'article 100 du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1977 et modifié par les lois des 29 novembre 1978, 24 décembre 1979 et 8 août 1980, est abrogé.
Art. 52. Artikel 101 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 december 1969, wordt opgeheven.
Art. 52. L'article 101 du même Code, modifié par la loi du 19 décembre 1969, est abrogé.
Art. 53. Artikel 102 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 1977, wordt opgeheven.
Art. 53. L'article 102 du même Code, remplacé par la loi du 27 décembre 1977, est abrogé.
Art. 54. Artikel 103 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 1977, wordt opgeheven.
Art. 54. L'article 103 du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 1977, est abrogé.
Art. 55. In hoofdstuk XIX van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift dat de artikelen 99 tot en met 109 voorafgaat, vervangen als volgt :
  "Algemene en bijzondere overgangsbepalingen - Tijdelijke bepalingen".
Art. 55. Dans le chapitre XIX, du même Code, l'intitulé qui précède les articles 99 à 109, est remplacé par ce qui suit :
  " Dispositions transitoires générales et particulières - Dispositions temporaires".
Art. 56. Artikel 99 van hetzelfde Wetboek, [opgeheven bij artikel 50], wordt hersteld als volgt : . .
  "Art. 99. Voor de toepassing van de overgangsmaatregelen in het kader van de toetreding tot de Europese Unie, wordt verstaan onder :
  1° "Gemeenschap" : het grondgebied van de Gemeenschap als omschreven in artikel 1, § 2, 2°, vóór de toetreding van de nieuwe lidstaten;
  2° "nieuwe lidstaten" : het grondgebied van de lidstaten die na 1 januari 2013 tot de Europese Unie zijn toegetreden, als omschreven voor elk van deze lidstaten in artikel 1, § 2, 1° ;
  3° "uitgebreide Gemeenschap" : het grondgebied van de Gemeenschap als omschreven in artikel 1, § 2, 2°, na de toetreding van de nieuwe lidstaten.".
Art. 56. L'article 99 du même Code, [abrogé par l'article 50], est rétabli dans la rédaction suivante : . .
  "Art. 99. Pour l'application des mesures transitoires dans le cadre de l'adhésion à l'Union européenne, on entend par :
  1° "Communauté" : le territoire de la Communauté tel que défini à l'article 1er, § 2, 2°, avant l'adhésion de nouveaux Etats membres;
  2° "nouveaux Etats membres" : le territoire des Etats membres ayant adhéré à l'Union européenne après le 1er janvier 2013, tel que défini pour chacun de ces Etats membres à l'article 1er, § 2, 1° ;
  3° "Communauté élargie" : le territoire de la Communauté tel que défini à l'article 1er, § 2, 2°, après l'adhésion de nouveaux Etats membres.".
Art. 57. Artikel 100 van hetzelfde Wetboek, [opgeheven bij artikel 51], wordt hersteld als volgt : . .
  "Art. 100. De bepalingen die van toepassing waren op het tijdstip dat een goed onder een regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten of onder één van de in artikel 23, § 4, 1° en 4° tot 7° bedoelde regelingen werd geplaatst, blijven van toepassing totdat het goed na de datum van toetreding aan de regeling wordt onttrokken, indien de volgende voorwaarden vervuld zijn :
  1° het goed is vóór de datum van toetreding in de Gemeenschap of in één van de nieuwe lidstaten binnengebracht;
  2° het goed is onder de regeling geplaatst bij het binnenbrengen ervan in de Gemeenschap of in één van de nieuwe lidstaten;
  3° het goed is niet vóór de datum van toetreding aan deze regeling onttrokken.".
Art. 57. L'article 100 du même Code, [abrogé par l'article 51], est rétabli dans la rédaction suivante : . .
  "Art. 100. Les dispositions en vigueur au moment où le bien relevait, soit d'un régime d'admission temporaire en exonération totale des droits à l'importation ou soit d'un des régimes visés à l'article 23, § 4, 1° et 4° à 7° continuent de s'appliquer jusqu'à la sortie du bien de ce régime après la date de l'adhésion lorsque les conditions suivantes sont réunies :
  1° le bien a été introduit avant la date de l'adhésion dans la Communauté ou dans l'un des nouveaux Etats membres;
  2° le bien relevait de ce régime depuis son introduction dans la Communauté ou dans l'un des nouveaux Etats membres;
  3° le bien n'est pas sorti de ce régime avant la date de l'adhésion.".
Art. 58. Artikel 101 van hetzelfde Wetboek, [opgeheven bij artikel 52], wordt hersteld als volgt : . .
  "Art. 101. De bepalingen die van toepassing waren op het tijdstip dat een goed onder een regeling voor douanevervoer werd geplaatst, blijven van toepassing totdat het goed na de datum van toetreding aan de regeling wordt onttrokken, indien de volgende voorwaarden vervuld zijn :
  1° het goed is vóór de datum van toetreding onder een regeling voor douanevervoer geplaatst;
  2° het goed is niet vóór de datum van toetreding aan de regeling onttrokken.".
Art. 58. L'article 101 du même Code, [abrogé par l'article 52], est rétabli dans la rédaction suivante : . .
  "Art. 101. Les dispositions en vigueur au moment où le bien a été placé sous un régime de transit douanier [continuent de s'appliquer jusqu'à la sortie du bien de ce régime] après la date de l'adhésion lorsque les conditions suivantes sont réunies : . .
  1° le bien a été placé avant la date de l'adhésion, sous un régime de transit douanier;
  2° le bien n'est pas sorti de ce régime avant la date de l'adhésion.".
Art. 59. Artikel 102 van hetzelfde Wetboek, [opgeheven bij artikel 53], wordt hersteld als volgt : . .
  "Art. 102. Met de invoer van een goed in België in de zin van artikel 23 wordt gelijkgesteld, voor zover wordt aangetoond dat het zich in het vrije verkeer in één van de nieuwe lidstaten bevond :
  1° elke onttrekking, met inbegrip van een onregelmatige onttrekking, van dat goed in België aan een regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten waaronder het goed vóór de datum van toetreding werd geplaatst onder de in artikel 100 bedoelde voorwaarden;
  2° elke onttrekking, met inbegrip van een onregelmatige onttrekking, van dat goed in België aan één van de in artikel 23, § 4, 1° en 4° tot 7°, bedoelde regelingen waaronder het goed vóór de datum van toetreding werd geplaatst onder de in artikel 100 bedoelde voorwaarden;
  3° het einde in België van één van de in artikel 101 bedoelde regelingen, waarmee vóór de datum van toetreding op het grondgebied van één van de nieuwe lidstaten een aanvang werd gemaakt ten behoeve van een vóór die datum onder bezwarende titel verrichte levering van dat goed binnen het grondgebied van deze lidstaat door een als zodanig handelende belastingplichtige;
  4° elke onregelmatigheid of overtreding die werd begaan tijdens een in artikel 101 bedoelde regeling voor douanevervoer waarmee een aanvang werd gemaakt onder de in punt 3° bedoelde voorwaarden.
  Eveneens wordt met de invoer van een goed in België in de zin van artikel 23 gelijkgesteld, het gebruik in België, na de datum van toetreding, door een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige, van een goed dat hem vóór de datum van toetreding binnen het grondgebied van één van de nieuwe lidstaten is geleverd wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld :
  1° de levering van dat goed is of kon worden vrijgesteld in één van de nieuwe lidstaten uit hoofde van zijn uitvoer;
  2° het goed is niet voor de datum van toetreding ingevoerd in de Gemeenschap.".
Art. 59. L'article 102 du même Code, [abrogé par l'article 53], est rétabli dans la rédaction suivante : . .
  "Art. 102. Sont assimilées à une importation en Belgique d'un bien au sens de l'article 23, pour autant qu'il soit démontré qu'il se trouvait en libre pratique dans l'un des nouveaux Etats membres :
  1° toute sortie, y compris irrégulière, de ce bien en Belgique du régime d'admission temporaire en exonération totale des droits à l'importation sous lequel le bien a été placé avant la date de l'adhésion dans les conditions prévues à l'article 100;
  2° toute sortie, y compris irrégulière, de ce bien en Belgique d'un des régimes visés à l'article 23, § 4, 1° et 4° à 7°, sous lequel le bien relevait avant la date de l'adhésion dans les conditions prévues à l'article 100;
  3° la fin en Belgique de l'un des régimes visés à l'article 101, engagé avant la date de l'adhésion sur le territoire de l'un des nouveaux Etats membres, pour les besoins d'une livraison de ce bien effectuée à titre onéreux avant cette date sur le territoire de cet Etat membre par un assujetti agissant en tant que tel;
  4° toute irrégularité ou infraction commise au cours d'un régime de transit douanier visé à l'article 101 engagé dans les conditions prévues au point 3°.
  Est également assimilée à une importation d'un bien en Belgique au sens de l'article 23, l'affectation en Belgique, après la date de l'adhésion, par un assujetti, ou par un non-assujetti, d'un bien qui lui a été livré, avant la date de l'adhésion, sur le territoire de l'un des nouveaux Etats membres, lorsque les conditions suivantes sont réunies :
  1° la livraison de ce bien a été exonérée ou était susceptible d'être exonérée dans l'un des nouveaux Etats membres en vertu de son exportation;
  2° le bien n'a pas été importé dans la Communauté avant la date de l'adhésion.".
Art. 60. Artikel 103 van hetzelfde Wetboek, [opgeheven bij artikel 54], wordt hersteld als volgt : . .
  "Art. 103. In afwijking van artikel 24 vindt de invoer van een goed in de zin van artikel 102 plaats zonder dat een belastbaar feit plaatsvindt wanneer één van de volgende voorwaarden vervuld is :
  1° het ingevoerde goed wordt verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de uitgebreide Gemeenschap;
  2° het in de zin van artikel 102, eerste lid, 1°, ingevoerde goed is geen vervoermiddel en wordt teruggezonden of vervoerd naar de lidstaat waaruit het werd uitgevoerd en naar degene die het heeft uitgevoerd;
  3° het in de zin van artikel 102, eerste lid, 1°, ingevoerde goed is een vervoermiddel dat vóór de datum van toetreding onder de algemene belastingvoorwaarden van de binnenlandse markt van één van de nieuwe lidstaten werd verworven of ingevoerd, of waarvoor, uit hoofde van de uitvoer ervan, geen vrijstelling of teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde werd verleend.
  De in het eerste lid, 3°, bedoelde voorwaarde wordt geacht te zijn vervuld wanneer de periode tussen de eerste ingebruikneming van het vervoermiddel en de datum van toetreding tot de Europese Unie langer is dan acht jaar en het bedrag van de belasting die in hoofde van de invoer verschuldigd zou zijn niet meer bedraagt dan 5 euro.".
Art. 60. L'article 103 du même Code, [abrogé par l'article 54], est rétabli dans la rédaction suivante : . .
  "Art. 103. Par dérogation à l'article 24, l'importation d'un bien au sens de l'article 102 est effectuée sans qu'il y ait fait générateur de la taxe, lorsque l'une des conditions suivantes est remplie :
  1° le bien importé est expédié ou transporté en dehors de la Communauté élargie;
  2° le bien importé, au sens de l'article 102, alinéa 1er, 1°, est autre qu'un moyen de transport et est réexpédié ou transporté à destination de l'Etat membre à partir duquel il a été exporté et à destination de celui qui l'a exporté;
  3° le bien importé, au sens de l'article 102, alinéa 1er, 1°, est un moyen de transport qui a été acquis ou importé, avant la date de l'adhésion, aux conditions générales d'imposition du marché intérieur de l'un des nouveaux Etats membres ou n'a pas bénéficié, au titre de son exportation, d'une exonération ou d'un remboursement de la taxe sur la valeur ajoutée.
  La condition visée à l'alinéa 1er, 3°, est réputée remplie lorsque le délai écoulé entre la date de première mise en service du moyen de transport et la date de l'adhésion à l'Union européenne est de plus de huit ans et que le montant de la taxe qui serait due au titre de l'importation n'excède pas 5 euros.".
Art. 61. De artikelen 50 tot 60 treden in werking op 1 juli 2013.
Art. 61. Les articles 50 à 60 entrent en vigueur le 1er juillet 2013.
Afdeling 3. - Bekrachtiging van koninklijke besluiten genomen ter uitvoering van artikel 37, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
Section 3. - Confirmation d'arrêtés royaux pris en exécution de l'article 37, § 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée
Art. 62. Bekrachtigd worden met ingang van hun respectieve dag van inwerkingtreding :
  1° het koninklijk besluit van 2 juni 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven;
  2° het koninklijk besluit van 17 november 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven;
  3° het koninklijk besluit van 19 december 2010 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 3, 14, 15 en 20 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde.
Art. 62. Sont confirmés avec effet à la date de leur entrée en vigueur respective :
  1° l'arrêté royal du 2 juin 2010 modifiant l'arrêté royal n° 20, du 20 juillet 1970, fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux;
  2° l'arrêté royal du 17 novembre 2010 modifiant l'arrêté royal n° 20, du 20 juillet 1970, fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux;
  3° l'arrêté royal du 19 décembre 2010 modifiant les arrêtés royaux nos 1, 3, 14, 15 et 20 relatifs à la taxe sur la valeur ajoutée.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen
CHAPITRE 5. . - Modifications du Code des droits et taxes divers
Art. 63. In artikel 1261, 6°, van het Wetboek diverse rechten en taksen, wordt het woord "Staat" vervangen door de woorden "Belgische Staat of met als voorwerp de schatkistcertificaten of obligaties analoog aan de Belgische lineaire obligaties, uitgegeven door een lidstaat van de Europees Economische Ruimte".
Art. 63. Dans l'article 1261, 6°, du Code des droits et taxes divers, le mot "Etat" est remplacé par les mots "Etat belge ou ayant pour objet des certificats de trésorerie ou des obligations analogues aux obligations linéaires belges émis par un Etat membre de l'Espace économique européen".
Art. 64. In artikel 139, 1°, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord "Staat" vervangen door de woorden "Belgische Staat of met als voorwerp de schatkistcertificaten of obligaties analoog aan de Belgische lineaire obligaties, uitgegeven door een lidstaat van de Europees Economische Ruimte".
Art. 64. Dans l'article 139bis, 1°, du même Code, le mot "Etat" est remplacé par les mots "Etat belge ou ayant pour objet des certificats de trésorerie ou des obligations analogues aux obligations linéaires belges émis par un Etat membre de l'Espace économique européen".
Art. 65. In artikel 1762 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 juni 2012, wordt een bepaling onder 15° ingevoegd, luidend :
  "15° de overdracht van reserves of afkoopwaarden van verbintenissen bedoeld in artikel 1751, § 2, 5°, en 6°, naar aanleiding van het faillissement of de vereffening van een verzekeringsonderneming of pensioeninstelling bedoeld in artikel 2, § 1 of § 3, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, of van een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, naar een gelijkaardige onderneming of instelling.".
Art. 65. Dans l'article 1762, du même code, modifié en dernier lieu par la loi du 22 juin 2012, il est inséré un 15°, rédigé comme suit :
  "15° le transfert des réserves ou valeurs de rachat des engagements visés à l'article 1751, § 2, 5° et 6°, suite à la faillite ou à la liquidation d'une entreprise d'assurances ou d'un organisme de pension visés à l'article 2, § 1er ou § 3, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, ou d'une institution de retraite professionnelle visée à l'article 2, 1°, de la loi du 27 octobre 2006 relative à la surveillance des institutions de retraite professionnelle, vers une entreprise ou un organisme similaire.".
Art. 66. In artikel 1791, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 december 2005, worden de woorden "laatste werkdag" vervangen door het woord "twintigste".
Art. 66. A l'article 1791, alinéa 1er, du même Code, modifié par la loi du 27 décembre 2005, les mots "le dernier jour ouvrable" sont remplacés par les mots "le 20".
Art. 67. Artikel 66 is van toepassing op premies en werkgeversbijdragen of persoonlijke bijdragen die vervallen vanaf november 2013.
Art. 67. L'article 66 est applicable aux primes et contributions patronales ou personnelles venues à échéance à partir du mois de novembre 2013.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen inzake accijnzen
CHAPITRE 6. - Modifications en matière d'accises
Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken
Section 1re. - Modifications de loi du 7 janvier 1998 concernant la structure et les taux des droits d'accise sur l'alcool et les boissons alcoolisées
Art. 68. In artikel 5, § 5, van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "Het te belasten volume wordt uitgedrukt in hectoliter en in liter, waarbij delen van een liter worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten volume kleiner is dan een liter, worden de delen van een deciliter verwaarloosd.".
Art. 68. Dans l'article 5, § 5, de la loi du 7 janvier 1998 concernant la structure et les taux des droits d'accise sur l'alcool et les boissons alcoolisées, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Le volume imposable est exprimé en hectolitres et litres, les fractions de litre étant négligées. Lorsque le volume à imposer est inférieur au litre, les fractions de décilitre sont négligées.".
Art. 69. In artikel 9 van dezelfde wet wordt § 2 vervangen als volgt :
  " § 2. Het te belasten volume wordt uitgedrukt in hectoliter en in liter, waarbij delen van een liter worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten volume kleiner is dan een liter, worden de delen van een deciliter verwaarloosd.".
Art. 69. Dans l'article 9 de la même loi, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le volume imposable est exprimé en hectolitres et litres, les fractions de litre étant négligées. Lorsque le volume à imposer est inférieur au litre, les fractions de décilitre sont négligées.".
Art. 70. In artikel 11, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "en alle producten die onder artikel 3 vallen" vervangen door de woorden "en alle producten die onder artikel 4 vallen.".
Art. 70. Dans l'article 11, § 1er, alinéa 1er, de la même loi les mots "et de tout produit couvert par l'article 3" sont remplacés par les mots "et de tout produit couvert par l'article 4".
Art. 71. In artikel 12 van dezelfde wet wordt § 2 vervangen als volgt :
  " § 2. Het te belasten volume wordt uitgedrukt in hectoliter en in liter, waarbij delen van een liter worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten volume kleiner is dan een liter, worden de delen van een deciliter verwaarloosd.".
Art. 71. Dans l'article 12 de la même loi, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le volume imposable est exprimé en hectolitres et litres, les fractions de litre étant négligées. Lorsque le volume à imposer est inférieur au litre, les fractions de décilitre sont négligées.".
Art. 72. In artikel 15 van dezelfde wet wordt § 4 vervangen als volgt :
  " § 4. Het te belasten volume wordt uitgedrukt in hectoliter en in liter, waarbij delen van een liter worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten volume kleiner is dan een liter, worden de delen van een deciliter verwaarloosd.".
Art. 72. Dans l'article 15 de la même loi, le § 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Le volume imposable est exprimé en hectolitres et litres, les fractions de litre étant négligées. Lorsque le volume à imposer est inférieur au litre, les fractions de décilitre sont négligées.".
Art. 73. In artikel 17 van dezelfde wet wordt het laatste lid vervangen als volgt :
  "Het volume absolute alcohol bij een temperatuur van 20 ° C, vervat in een alcoholhoudend product, wordt uitgedrukt in percenten tot op een tiende van een percent nauwkeurig (effectief alcoholvolumegehalte) waarbij delen van een tiende percent worden verwaarloosd.
  Het te belasten volume van de belastbare producten wordt uitgedrukt in hectoliter, in liter en in deciliter, waarbij delen van een deciliter worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten volume kleiner is dan een deciliter, worden de delen van een centiliter verwaarloosd.".
Art. 73. Dans l'article 17 de la même loi, le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
  "Le volume d'alcool pur se trouvant dans un produit contenant de l'alcool, à la température de 20 ° C, est exprimé en pourcent et en dixièmes de pourcent (titre alcoométrique acquis), les fractions de dixième de pourcent étant négligées.
  Le volume imposable des produits imposables est exprimé en hectolitres, litres et décilitres, les fractions de décilitre étant négligées. Lorsque le volume à imposer est inférieur au décilitre, les fractions de centilitre sont négligées.".
Art. 74. In artikel 18 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  "2° wanneer zij tegelijk zijn gedenatureerd overeenkomstig de Belgische voorschriften en worden aangewend voor de vervaardiging van niet voor menselijke consumptie bestemde producten;".
Art. 74. Dans l'article 18 de la même loi, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° lorsqu'ils sont à la fois dénaturés conformément aux normes belges et utilisés pour la fabrication de produits qui ne sont pas destinés à la consommation humaine;".
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie
Section 2. - Modifications de la loi du 21 décembre 2009 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café
Art. 75. In artikel 10 van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt aangevuld met de bepaling onder e), luidende :
  "e) het binnenbrengen, met inbegrip van het onregelmatig binnenbrengen van accijnsproducten, behoudens indien de accijnsproducten zich, op het moment van hun binnenbrengen, onder een schorsingsregeling bevinden.";
  2° in § 3, derde lid, worden de woorden "moet worden aangetoond" vervangen door de woorden "wordt aangetoond aan de ambtenaren van de administratie";
  3° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De Koning bepaalt de regels en de voorwaarden van toepassing op het vaststellen van vernietigingen en verliezen bedoeld in deze paragraaf.".
Art. 75. A l'article 10 de la loi du 21 décembre 2009 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 2 est complété par le e) rédigé comme suit :
  "e) l'introduction, y compris l'introduction irrégulière, de produits d'accise, sauf si les produits d'accise se trouvent sous un régime suspensif au moment de leur introduction.";
  2° dans le § 3, alinéa 3, les mots "sont à démontrer" sont remplacés par les mots "sont prouvées aux agents de l'administration";
  3° le § 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le Roi fixe les règles et conditions applicables pour la constatation des destructions et pertes visées au présent paragraphe." .
Art. 76. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de § 1 wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
  "5° met betrekking tot het binnenbrengen van accijnsproducten als bedoeld in artikel 10, § 2, e) : de persoon die de accijnsproducten bij het binnenbrengen aangeeft of voor wiens rekening de producten bij het binnenbrengen worden aangegeven of, in geval van onregelmatig binnenbrengen, enig ander persoon die bij het binnenbrengen betrokken is geweest.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende :
  " § 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "onregelmatigheid tijdens een overbrenging" verstaan, een andere dan in artikel 10, § 3, bedoelde situatie die zich tijdens een overbrenging van accijnsproducten onder een schorsingsregeling voordoet en als gevolg waarvan die overbrenging of een onderdeel van die overbrenging van accijnsproducten niet overeenkomstig artikel 26, § 2, is geëindigd.".
Art. 76. A l'article 11 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 1er, est complété par un 5°, rédigé comme suit :
  "5° en ce qui concerne l'introduction de produits d'accise visée à l'article 10, § 2, e) : la personne qui déclare les produits d'accise ou pour le compte de laquelle ils sont déclarés au moment de l'introduction, ou, en cas d'introduction irrégulière, toute autre personne ayant participé à l'introduction.";
  2° l'article est complété par un § 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Aux fins du présent article, on entend par "irrégularité au cours d'un mouvement" : une situation se produisant au cours d'un mouvement de produits d'accise sous un régime suspensif, autre que celle visée à l'article 10, § 3, en raison de laquelle ce mouvement ou une partie de ce mouvement de produits d'accise n'a pas pris fin conformément à l'article 26, § 2." .
Art. 77. Artikel 15 van dezelfde wet waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
  " § 2. De Koning bepaalt de procedureregels inzake het verlenen van deze vrijstellingen.".
Art. 77. L'article 15 de la même loi dont le texte actuel formera le § 1er, est complété par un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2. Le Roi fixe les règles de procédure relatives à l'octroi de ces exonérations.".
Art. 78. In dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk 3, afdeling 4, vervangen als volgt :
  "Afdeling 4. Terugbetaling en kwijtschelding van accijns".
Art. 78. Dans la même loi, l'intitulé du chapitre 3, section 4, est remplacé par ce qui suit :
  "Section 4. Remboursement et remise de l'accise".
Art. 79. Artikel 16 van dezelfde wet wordt aangevuld met de §§ 3 en 4, luidende :
  " § 3. De Koning bepaalt de procedure van toepassing op de terugbetalingen ter uitvoering van de artikelen 17 en 18.
  § 4. Er zal op geen enkel verzoek om terugbetaling worden ingegaan wanneer het niet voldoet aan de voorwaarden die door de Koning worden bepaald.".
Art. 79. L'article 16 de la même loi est complété par les §§ 3 et 4 rédigés comme suit :
  " § 3. Le Roi fixe la procédure applicable aux remboursements effectués en exécution des articles 17 et 18.
  § 4. Il ne sera donné suite à aucune demande de remboursement lorsqu'elle ne satisfait pas aux conditions fixées par le Roi.".
Art. 80. In artikel 18, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "of kwijtschelding" ingevoegd tussen de woorden "terugbetaling" en "van accijns".
Art. 80. Dans l'article 18 de la même loi, les mots "ou à la remise" sont insérés entre les mots "remboursement" et les mots "de l'accise".
Art. 81. In artikel 21 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in § 2 wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden "zonder dat het bedrag van deze borg minder mag bedragen dan 500,00 euro";
  b) in § 4 worden de woorden "bij de door de administrateur aangewezen ambtenaar" vervangen door de woorden "bij de door de Koning aangewezen ambtenaar".
Art. 81. A l'article 21 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le § 2, le 1° est complété par les mots "sans que son montant ne puisse être inférieur à 500,00 euros";
  b) dans le § 4, les mots "auprès du fonctionnaire compétent désigné par l'administrateur" sont remplacés par les mots "auprès du fonctionnaire compétent désigné par le Roi".
Art. 82. Artikel 27 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
  " § 2. De Koning kan aanduiden welke vermeldingen er op moeten voorkomen.".
Art. 82. Dans la même loi, l'article 27 dont le texte actuel formera le § 1er, est complété par un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2. Le Roi peut déterminer quelles mentions doivent y figurer.".
Art. 83. In artikel 35, laatste lid, van dezelfde wet worden de woorden "De door de administrateur aangewezen ambtenaar" vervangen door de woorden "De door de Koning aangewezen ambtenaar".
Art. 83. Dans l'article 35, dernier alinéa, de la même loi les mots "Le fonctionnaire compétent désigné par l'administrateur" sont remplacés par les mots "Le fonctionnaire désigné par le Roi".
Art. 84. In dezelfde wet wordt een artikel 35/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/1. De overeenkomstig artikel 21 te stellen zekerheid moet worden gesteld ten gunste van de administratie onder één van de vormen en onder de voorwaarden van hoofdstuk XXVI van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen.".
Art. 84. Dans la même loi, il est inséré un article 35/1 rédigé comme suit :
  "Art. 35/1. La garantie à fournir conformément à l'article 21 doit être constituée auprès de l'administration sous l'une des formes et aux conditions prévues au chapitre XXVI de la loi générale du 18 juillet 1977 sur les douanes et accises.".
Art. 85. In dezelfde wet wordt een artikel 35/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/2. Verwijzingen naar de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en naar de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van koffie worden geacht verwijzingen naar onderhavige wet te zijn.".
Art. 85. Dans la même loi, il est inséré un article 35/2 rédigé comme suit :
  " Art. 35/2. Les références faites à la loi du 13 février 1995 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et à la loi du 13 février 1995 relative au régime d'accise du café, s'entendent comme faites à la, présente loi.".
Afdeling 3. - Wijzigingen van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de Federale Staatsstructuur
Section 3. - Modifications de la loi ordinaire du 16 juillet 1993 visant à achever la structure fédérale de l'Etat
Art. 86. In de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de Federale Staatsstructuur wordt in de plaats van artikel 371bis, vernietigd bij arrest nr. 186/2005 van het Grondwettelijk Hof, het als volgt luidende artikel 371bis ingevoegd :
  "Art. 371bis. Vrijstelling van de verpakkingsheffing wordt toegestaan aan alle individuele verpakkingen die dranken bevatten waarvoor een vrijstelling inzake accijnzen is voorzien respectievelijk bij artikel 18 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken en bij artikel 15 van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie of waarvoor een vrijstelling is voorzien bij artikel 20 van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen.".
Art. 86. Dans la loi ordinaire du 16 juillet 1993 visant à achever la structure fédérale de l'Etat, à la place de l'article 371bis annulé par l'arrêt n° 186/2005 de la Cour constitutionnelle, il est inséré un article 371bis rédigé comme suit :
  " Art. 371bis. Exonération de la cotisation d'emballage est accordée à tous les récipients individuels contenant une boisson pour laquelle une exonération en matière d'accises est prévue respectivement par l'article 18 de la loi du 7 janvier 1998 concernant la structure et les taux des droits d'accise sur l'alcool et les boissons alcoolisées et par l'article 15 de la loi du 21 décembre 2009 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café ou pour laquelle une exonération est prévue par l'article 20 de la loi générale du 18 juillet 1977 sur les douanes et accises.".
Art. 87. Artikel 372 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 30 december 2002, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 372. Bij het bepalen van het bedrag van de zekerheid die moet worden gesteld overeenkomstig artikel 19 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen en overeenkomstig artikel 21 van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie moet rekening worden gehouden met het bedrag van de in het spel zijnde verpakkingsheffing.".
Art. 87. L'article 372 de la même loi, abrogé par la loi du 30 décembre 2002, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 372. Pour déterminer le montant de la garantie à déposer conformément à l'article 19 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général de l'accise et conformément à l'article 21 de la loi du 21 décembre 2009 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café, le montant de la cotisation d'emballage en jeu doit être pris en compte.".
Art. 88. Artikel 395 van dezelfde wet, opgeheven bij de programmawet van 27 december 2012, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 395. Elke inbreuk op de bepalingen van deze wet waardoor de verpakkingsheffing of de milieuheffing opeisbaar wordt, wordt bestraft met een geldboete van vijf- tot tienmaal de in het spel zijnde rechten zonder dat ze minder mag bedragen dan 250,00 euro en onverminderd de betaling van de verschuldigde heffing.
  Onverminderd de bij dit artikel en bij de artikelen 396 en 397 bepaalde straffen is de verpakkingsheffing of de milieuheffing altijd opeisbaar, met uitzondering van de verpakkingsheffing of de milieuheffing verschuldigd op goederen die, naar aanleiding van de vaststelling van een overtreding op basis van het bepaalde in het eerste lid, effectief worden in beslag genomen en naderhand worden verbeurdverklaard of bij wege van transactie aan de Schatkist worden afgestaan.
  De op de verbeurdverklaarde of afgestane goederen niet meer opeisbare verpakkingsheffing of milieuheffing zal niettemin als basis dienen voor de berekening van de op te leggen boeten.".
Art. 88. L'article 395 de la même loi, abrogé par la loi-programme du 27 décembre 2012, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 395. Toute infraction aux dispositions de la présente loi entraînant l'exigibilité de la cotisation d'emballage ou de la cotisation environnementale est punie d'une amende comprise entre cinq et dix fois le montant de la cotisation en jeu sans qu'elle puisse être inférieure à 250,00 euros et sans préjudice du paiement de la cotisation due.
  Sans préjudice des sanctions prévues au présent article et aux articles 396 et 397, la cotisation d'emballage ou la cotisation environnementale est toujours exigible, à l'exception de la cotisation d'emballage ou de la cotisation environnementale due sur les marchandises qui, suite à la constatation d'une infraction sur la base ce qui a été fixé à l'alinéa 1er, sont effectivement saisis et ultérieurement confisqués ou, ensuite d'une transaction, sont abandonnés au Trésor.
  La cotisation d'emballage ou la cotisation environnementale qui n'est plus exigible sur les marchandises confisquées ou abandonnées servira néanmoins de base pour le calcul des amendes à infliger.".
Art. 89. Artikel 396 van dezelfde wet, opgeheven bij de programmawet van 27 december 2012, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 396. Wanneer inzake verpakkingsheffing getracht wordt op bedrieglijke wijze een vermindering of vrijstelling van de heffing te verkrijgen, wordt zulks bestraft met een geldboete van vijf- tot tienmaal het bedrag van de heffing waarvoor getracht werd op bedrieglijke wijze een vermindering of vrijstelling te verkrijgen, zonder dat ze minder mag bedragen dan 250,00 euro.".
Art. 89. L'article 396 de la même loi, abrogé par la loi-programme du 27 décembre 2012, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 396. Lorsqu'en matière de cotisation d'emballage, il y a tentative d'obtenir frauduleusement une réduction ou une exonération de la cotisation, il est encouru une amende comprise entre cinq et dix fois le montant de la cotisation pour laquelle il y a eu tentative d'obtenir illégalement la réduction ou l'exonération, sans qu'elle puisse être inférieure à 250,00 euros.".
Art. 90. Artikel 398bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de programmawet van 22 december 2003, wordt opgeheven.
Art. 90. L'article 398bis de la même loi, inséré par l'article 367 de la loi-programme du 22 décembre 2003, est abrogé.
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak
Section 4. - Modification de la loi du 3 avril 1997 relative au régime fiscal des tabacs manufacturés
Art. 91. In artikel 3, § 6, van de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, vervangen bij de wet van 7 november 2011, wordt het laatste lid vervangen als volgt :
  "Hij kan eveneens de verplichting voorschrijven tot het jaarlijks publiceren van de gewogen gemiddelde prijzen van de verschillende tabaksproducten alsook de hoeveelheid fiscale kentekens bepalen die door de marktdeelnemers kunnen worden verkregen.".
Art. 91. Dans l'article 3, § 6, de la loi du 3 avril 1997 relative au régime fiscal des tabacs manufacturés, remplacé par la loi du 7 novembre 2011, le dernier alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Il peut aussi prescrire l'obligation de publication annuelle des prix moyens pondérés relatifs aux différents produits des tabacs manufacturés et fixer la quantité de signes fiscaux qui peuvent être acquis par les opérateurs économiques.".
Art. 92. Artikel 91 treedt in werking op 1 februari 2013.
Art. 92. L'article 91 entre en vigueur le 1er février 2013.
Afdeling 5. - Wijzigingen inzake energieproducten
Section 5. - Modifications en matière de produits énergétiques
Art. 93. In artikel 418, § 1, van de programmawet van 27 december 2004, gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder h) wordt vervangen als volgt :
  "h) producten van de GN-codes 3811 11 10, 3811 11 90, 3811 19 00 en 3811 90 00;";
  2° een bepaling i) wordt ingevoegd, luidende :
  "i) producten van de GN-code 3824 90 99, indien deze zijn bestemd voor gebruik als verwarmings- of motorbrandstof.".
Art. 93. A l'article 418, § 1er, de la loi-programme du 27 décembre 2004, modifié par la loi du 8 juin 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le h) est remplacé par ce qui suit :
  "h) les produits relevant des codes NC 3811 11 10, 3811 11 90, 3811 19 00 et 3811 90 00;";
  2° le i) est inséré rédigé comme suit :
  "i) les produits relevant du code NC 3824 90 99, lorsqu'ils sont destinés à être utilisés comme combustible ou carburant.".
Art. 94. In artikel 419 van de programmawet van 27 december 2004, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 29 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder e), i) wordt vervangen als volgt :
  "i) gebruikt als motorbrandstof :
  - accijns : 198,3148 EUR per 1 000 liter bij 15 ° C;
  - bijzondere accijns : 229,4996 EUR per 1 000 liter bij 15 ° C;
  - bijdrage op de energie : 14,8736 EUR per 1 000 liter bij 15 ° C;";
  2° de bepaling onder f), i) wordt vervangen als volgt :
  "i) gebruikt als motorbrandstof :
  * onvermengd :
  - accijns : 198,3148 EUR per 1 000 liter bij 15 ° C;
  - bijzondere accijns : 214,4996 EUR per 1 000 liter bij 15 ° C;
  - bijdrage op de energie : 14,8736 EUR per 1 000 liter bij 15 ° C;
  ** aangevuld met ten minste 5 % vol FAME van de GN-code 3824 90 99 die voldoet aan de NBN-EN-norm 14214 :
  - accijns : 198,3148 EUR per 1 000 liter bij 15 ° C;
  - bijzondere accijns : 193,1152 EUR per 1 000 liter bij 15 ° C;
  - bijdrage op de energie : 14,8736 EUR per 1 000 liter bij 15 ° C;".
Art. 94. A l'article 419 de la loi-programme du 27 décembre 2004, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 29 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le e), i) est remplacé par ce qui suit :
  "i) utilisé comme carburant :
  - droit d'accise : 198,3148 EUR par 1 000 litres à 15 ° C;
  - droit d'accise spécial : 229,4996 EUR par 1 000 litres à 15 ° C;
  - cotisation sur l'énergie : 14,8736 EUR par 1 000 litres à 15 ° C;";
  2° le f), i) est remplacé par ce qui suit :
  "i) utilisé comme carburant :
  * non mélangé :
  - droit d'accise : 198,3148 EUR par 1 000 litres à 15 ° C;
  - droit d'accise spécial : 214,4996 EUR par 1 000 litres à 15 ° C;
  - cotisation sur l'énergie : 14,8736 EUR par 1 000 litres à 15 ° C;
  ** complété à concurrence d'au moins 5 % vol d'EMAG relevant du code NC 3824 90 99 et correspondant à la norme NBN-EN 14214 :
  - droit d'accise : 198,3148 EUR par 1 000 litres à 15 ° C;
  - droit d'accise spécial : 193,1152 EUR par 1 000 litres à 15 ° C;
  - cotisation sur l'énergie : 14,8736 EUR par 1 000 litres à 15 ° C;".
Art. 95. In artikel 7, § 3 van de wet van 10 juni 2006 betreffende de biobrandstoffen wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  "Het dossier moet vergezeld zijn van :
  a) de aankoopfacturen van de biobrandstoffen die aanvaard werden door de administratie der douane en accijnzen;
  b) volgens het geval :
  - een afdruk van de elektronische administratieve documenten die betrekking hebben op de biobrandstoffen die ze hebben ontvangen van de erkende productie-eenheid;
  - een afdruk van de elektronische administratieve documenten die betrekking hebben op de biobrandstoffen die ze door de erkende productie-eenheden hebben laten verzenden naar een derde;
  - in geval van verzending van biobrandstoffen naar een derde, een afdruk van de elektronische administratieve documenten die betrekking hebben op de gemengde energieproducten, die hen worden toegezonden door de derde;
  c) de aangiften ten verbruik en hun eventuele bijlagen.".
Art. 95. Dans l'article 7, § 3, de la loi du 10 juin 2006 concernant les biocarburants, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Le dossier doit être appuyé :
  a) des factures d'achat des biocarburants acceptées par l'administration des douanes et accises;
  b) selon le cas :
  - d'une copie des documents administratifs électroniques relatifs aux biocarburants qu'elles ont reçus de l'unité de production agréée;
  - d'une copie des documents administratifs électroniques relatifs aux biocarburants qu'elles ont fait expédier par l'unité de production agréée vers un tiers;
  - en cas d'expédition de biocarburants vers un tiers, d'une copie des documents administratifs électroniques relatifs aux produits énergétiques mélangés, qui leur sont adressés par ce tiers;
  c) des déclarations de mise à la consommation et de leurs annexes éventuelles.".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel
Art. 96. Artikel 3, § 7, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, vervangen bij de wet van 11 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, wordt vervangen als volgt :
  " § 7. Onverminderd de toepassing van bijzondere wetsbepalingen is artikel 10 niet van toepassing wat de verwerkingen van persoonsgegevens beheerd door de Federale Overheidsdienst Financiën betreft, gedurende de periode tijdens dewelke de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden die worden uitgevoerd door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten, voor zover de toepassing ervan nadelig zou zijn voor de controle, voor het onderzoek of voor de voorbereidende werkzaamheden en alleen voor de duur daarvan.
  De duur van deze voorbereidende werkzaamheden binnen dewelke het genoemde artikel 10 niet van toepassing is, mag echter niet meer bedragen dan een jaar vanaf de aanvraag die is ingediend bij toepassing van dat artikel 10.
  Wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën gebruik heeft gemaakt van de in het eerste lid bepaalde uitzondering, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na het afsluiten van de controle of het onderzoek of na het afsluiten van de voorbereidende werkzaamheden, wanneer ze geen aanleiding geven tot een controle of onderzoek. De Dienst voor Informatieveiligheid en Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer brengt de betrokken belastingplichtige onverwijld op de hoogte van die opheffing en deelt hem de volledige motivatie mee die is opgenomen in de beslissing van de verantwoordelijke van de verwerking die van de uitzondering gebruik heeft gemaakt.".
Art. 96. L'article 3, § 7, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, remplacé par la loi du 11 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 3 août 2012 est remplacé par ce qui suit :
  " § 7. Sans préjudice de l'application de dispositions légales particulières, l'article 10 n'est pas applicable aux traitements de données à caractère personnel gérés par le Service public fédéral Finances pendant la période durant laquelle la personne concernée fait l'objet d'un contrôle ou d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci, effectués par le Service public fédéral Finances dans le cadre de l'exécution de ses missions légales, dans la mesure où cette application nuirait aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires et pour leur seule durée.
  La durée de ces actes préparatoires pendant laquelle ledit article 10 n'est pas applicable, ne peut excéder un an à partir de la demande introduite en application de cet article 10.
  Lorsque le Service public fédéral Finances a fait usage de l'exception telle que déterminée à l'alinéa 1er, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête ou dès la clôture des actes préparatoires lorsque ceux-ci n'ont pas abouti à un contrôle ou une enquête. Le Service de Sécurité de l'Information et Protection de la Vie Privée en informe le contribuable concerné sans délai et lui communique dans son entièreté la motivation contenue dans la décision du responsable du traitement ayant fait usage de l'exception.".
Art. 97. In artikel 13 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 11 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "Eenieder die zijn identiteit bewijst, is gerechtigd zich kosteloos tot de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer te wenden, teneinde de in de artikelen 10 en 12 bedoelde rechten uit te oefenen ten aanzien van de verwerkingen van persoonsgegevens bedoeld in artikel 3, §§ 4, 5, 6 en 7.".
Art. 97. Dans l'article 13 de la même loi, remplacé par la loi du 11 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 3 août 2012, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Toute personne justifiant de son identité a le droit de s'adresser sans frais à la Commission de la protection de la vie privée pour exercer les droits visés aux articles 10 et 12 à l'égard des traitements de données à caractère personnel visés à l'article 3, §§ 4, 5, 6 et 7.".
HOOFDSTUK 8. - Strijd tegen de fraude
CHAPITRE 8. - Lutte contre la fraude
Afdeling 1. - Wijziging aan het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Section 1re. - Modification au Code des impôts sur les revenus 1992
Art. 98. Artikel 449 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 september 2012, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Indien de in het eerste lid vermelde inbreuken gepleegd werden in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, wordt de schuldige gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot 5 jaar en met een geldboete van 250 euro tot 500 .000 euro of met een van die straffen alleen.".
Art. 98. L'article 449 du Code des impôts sur les revenus 1992 modifié en dernier lieu par la loi du 20 septembre 2012 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  ["Si les infractions visées à l'alinéa 1er ont été commises dans le cadre de la fraude fiscale grave, organisée ou non, le coupable est puni d'un emprisonnement de huit jours à 5 ans et d'une amende de 250 euros à 500.000 euros ou de l'une de ces peines seulement"]. .
Afdeling 2. - Wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
Section 2. - Modification du Code de la taxe sur la valeur ajoutée
Art. 99. Artikel 73 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 september 2012, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Indien de in het eerste lid vermelde inbreuken gepleegd werden in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, wordt de schuldige gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot 5 jaar en met een geldboete van 250 euro tot 500 .000 euro of met een van die straffen alleen.".
Art. 99. L'article 73 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, modifié en dernier lieu par la loi du 20 septembre 2012, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  "Si les infractions visées à l'alinéa 1er ont été commises dans le cadre de la fraude fiscale grave, organisée ou non, le coupable est puni d'un emprisonnement de huit jours à 5 ans et d'une amende de 250 euros à 500. 000 euros ou de l'une de ces peines seulement.".
Afdeling 3. - Wijziging van het Wetboek diverse rechten en taksen
Section 3. . - Modification du Code des droits et taxes divers
Art. 100. Artikel 207 van het Wetboek diverse rechten en taksen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 september 2012, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Indien de in het eerste lid vermelde inbreuken gepleegd werden in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, wordt de schuldige gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot 5 jaar en met een geldboete van 250 euro tot 500 .000 euro of met een van die straffen alleen.".
Art. 100. L'article 207 du Code des droits et taxes divers, modifié en dernier lieu par la loi du 20 septembre 2012, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  "Si les infractions visées à l'alinéa 1er ont été commises dans le cadre de la fraude fiscale grave, organisée ou non, le coupable est puni d'un emprisonnement de 8 jours à 5 ans et d'une amende de 250 euros à 500 .000 euros ou de l'une de ces peines seulement.".
Afdeling 4. - Wijziging van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen
Section 4. - Modification de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977
Art. 101. In artikel 220 van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen wordt § 2 vervangen als volgt :
  " § 2. Hij die de in § 1 bepaalde inbreuken pleegt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden en die inbreuken ofwel worden gepleegd in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, ofwel de financiële belangen van de Europese Unie ernstig hebben of zouden hebben geschaad en hij die zich in een geval van herhaling bevindt worden gestraft met een gevangenisstraf van 4 maand tot 5 jaar.".
Art. 101. Dans l'article 220 de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Celui qui commet les infractions définies au § 1er dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire et que ces infractions soit sont commises dans le cadre de la fraude fiscale grave, organisée ou non, soit ont ou auraient gravement lésé les intérêts financiers de l'Union européenne et celui qui se trouve en situation de récidive sont punis d'un emprisonnement de 4 mois à 5 ans." .
Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen
Section 5. - Modification de la loi du 22 décembre 2009 relative au règlement général en matière d'accises
Art. 102. In artikel 45 van de wet van 22 december 2009 betreffende algemene regeling inzake accijnzen, wordt het derde lid vervangen als volgt :
  "In geval van herhaling wordt de geldboete verdubbeld. Hij die in het tweede lid bepaalde inbreuken pleegt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, en hij die zich in een geval van herhaling bevindt worden gestraft met een gevangenisstraf van 4 maand tot 5 jaar.".
Art. 102. A l'article 45 de la loi du 22 décembre 2009 relative au règlement général en matière d'accises, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "L'amende est doublée en cas de récidive. Celui qui commet les infractions définies à l'alinéa 2 dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire dans le cadre de la fraude fiscale grave, organisée ou non, et celui qui se trouve en situation de récidive sont punis d'un emprisonnement de 4 mois à 5 ans.".
Afdeling 6. - Wijziging van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken
Section 6. - Modification de la loi du 7 janvier 1998 concernant la structure et les taux des droits d'accise sur l'alcool et les boissons alcoolisées
Art. 103. Artikel 27 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Hij die de in vorig lid bepaalde inbreuken pleegt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, en hij die zich in een geval van herhaling bevindt worden gestraft met een gevangenisstraf van 4 maand tot 5 jaar.".
Art. 103. L'article 27 de la loi du 7 janvier 1998 concernant la structure et les taux des droits d'accise sur l'alcool et les boissons alcoolisées, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Celui qui commet les infractions définies à l'alinéa précédent dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire dans le cadre de la fraude fiscale grave, organisée ou non, et celui qui se trouve en situation de récidive sont punis d'un emprisonnement de 4 mois à 5 ans.".
Afdeling 7. - Wijziging van de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak
Section 7. - Modification de la loi du 3 avril 1997 relative au régime fiscal des tabacs manufacturés
Art. 104. Artikel 13 van de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, gewijzigd bij de wetten van 21 december 2009 en 29 december 2010, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Hij die de in vorig lid bepaalde inbreuken pleegt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, en hij die zich in een geval van herhaling bevindt worden gestraft met een gevangenisstraf van 4 maand tot 5 jaar.".
Art. 104. L'article 13 de la loi du 3 avril 1997 relative au régime fiscal des tabacs manufacturés, modifié par les lois du 21 décembre 2009 et 29 décembre 2010, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Celui qui commet les infractions définies à l'alinéa précédent dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire dans le cadre de la fraude fiscale grave, organisée ou non, et celui qui se trouve en situation de récidive sont punis d'un emprisonnement de 4 mois à 5 ans.".
Afdeling 8. - Wijziging van de programmawet van 27 december 2004
Section 8. - Modification de la loi-programme du 27 décembre 2004
Art. 105. Artikel 436 van de programmawet van 27 december 2004, gewijzigd bij de wet van 21 december 2009, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Hij die de in vorig lid bepaalde inbreuken pleegt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, en hij die zich in een geval van herhaling bevindt worden gestraft met een gevangenisstraf van 4 maand tot 5 jaar.".
Art. 105. L'article 436 de la loi-programme du 27 décembre 2004, modifié par la loi du 21 décembre 2009, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Celui qui commet les infractions définies à l'alinéa précédent dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire dans le cadre de la fraude fiscale grave, organisée ou non, et celui qui se trouve en situation de récidive sont punis d'un emprisonnement de 4 mois à 5 ans." .
HOOFDSTUK 9. - Wijziging aan het Wetboek der successierechten
CHAPITRE 9. - Modification au Code des droits de succession
Art. 106. In artikel 161ter van het Wetboek der successierechten, ingevoegd bij de wet 22 juli 1993, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bij de wetten van 5 augustus 2003 en 22 december 2003, wordt het tarief "0,08 pct." vervangen door het tarief [`...] "0,0925 pct." met ingang van 1 januari 2014.
(NOTA : bij arrest nr 1/2015 van 22 januari 2015, (B. St. 11-03-2015, p. 15993), heeft het Grondwettekijk Hof de woorden ""0,0965 pct." met ingang van 1 januari 2013 en" in dit artikel vernietigd)
Art. 106. Dans l'article 161 ter du Code des droits de succession, inséré par la loi du 22 juillet 1993, modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, les lois du 5 août 2003 et 22 décembre 2003, le taux "0,08 pc" est remplacé par le taux [...] "0,0925 pc" à partir du 1er janvier 2014.
(NOTE : par son arrêt n° 1/2015 du 22 janvier 2015,(M.B. 11-03-2015, p. 15995), La Cour constitutionnelle a annulé dans cet article les mots ""0,0965 pc" à partir du 1er janvier 2013 et")
TITEL 3. - Financiële bepalingen
TITRE 3. - Dispositions financières
HOOFDSTUK 1. - Interesten en slapende tegoeden Deposito- en Consignatiekas
CHAPITRE 1er. - Intérêt et avoirs dormants Caisse des Dépôts et Consignations
Art. 107. In artikel 10 van de wet van 20 december 2005 houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2006 wordt het jaartal "2004" vervangen door "2006".
Art. 107. Dans l'article 10 de la loi du 20 décembre 2005 contenant le budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2006, l'année "2004" est remplacée par "2006".
Art. 108. In artikel 10 van de wet van 28 december 2006 houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2007 wordt het jaartal "2004" vervangen door "2007".
Art. 108. Dans l'article 10 de la loi du 28 décembre 2006 contenant le budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2007, l'année "2004" est remplacée par "2007".
Art. 109. In artikel 10 van de wet van 1 juni 2008 houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2008 wordt het jaartal "2004" vervangen door "2008".
Art. 109. Dans l'article 10 de la loi du 1er juin 2008 contenant le budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2008, l'année "2004" est remplacée par "2008".
Art. 110. In artikel 11 van de wet van 13 januari 2009 houdende de Middelenbegroting voor het begrotingsjaar 2009 wordt het jaartal "2004" vervangen door "2009".
Art. 110. Dans l'article 11 de la loi du 13 janvier 2009 contenant le budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2009, l'année "2004" est remplacée par "2009".
Art. 111. In artikel 11 van de wet van 23 december 2009 houdende de Middelenbegroting voor het begrotingsjaar 2010 wordt het jaartal "2004" vervangen door "2010".
Art. 111. Dans l'article 11 de la loi du 23 décembre 2009 contenant le budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2010, l'année "2004" est remplacée par "2010".
Art. 112. In artikel 11 van de wet van 30 mei 2011 houdende de Middelenbegroting voor het begrotingsjaar 2011 wordt het jaartal "2004" vervangen door "2011".
Art. 112. Dans l'article 11 de la loi du 30 mai 2011 contenant le budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2011, l'année "2004" est remplacée par "2011".
Art. 113. In artikel 10 van de wet van 16 februari 2012 houdende de Middelenbegroting voor het begrotingsjaar 2012 wordt het jaartal "2004" vervangen door "2012".
Art. 113. Dans l'article 10 de la loi du 16 février 2012 contenant le budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2012, l'année "2004" est remplacée par "2012".
Art. 114. Artikel 61 van de programmawet van 22 juni 2012 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Dit artikel treedt in werking op 1 mei 2012.".
Art. 114. L'article 61 de la loi-programme du 22 juin 2012 est complété par l'alinéa rédigé comme suit :
  "Le présent article entre en vigueur le 1er mai 2012.".
Art. 115. In artikel 49 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I) wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Indien, ondanks in artikel 26 bedoelde opsporingsprocedure, deze rekeningen niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een tussenkomst door de houder, worden de tegoeden van deze rekeningen als volgt aan de Kas overgedragen : de eerste schijf van 25 % van deze rekeningen uiterlijk op het einde van die twee jaar, de tweede schijf van 25 % op het einde van drie jaar, de derde schijf van 25 % op het einde van vijf jaar en het saldo op het einde van zes jaar volgend op de inwerkingtreding van dit hoofdstuk.".
Art. 115. Dans l'article 49 de la loi du 24 juillet 2008 portant des dispositions diverses (I), l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Si, malgré la procédure de recherche visée à l'article 26, ces comptes n'ont pas fait l'objet d'une intervention du titulaire, les avoirs de ces comptes sont transférés à la Caisse comme suit : la première tranche de 25 % de ces comptes au plus tard au terme de ces deux ans, la deuxième tranche de 25 % au terme de trois ans, la troisième tranche de 25 % au terme de cinq ans et le solde au terme de six ans suivant l'entrée en vigueur du présent chapitre.".
HOOFDSTUK 2. - Nationale Kas voor Rampenschade
CHAPITRE 2. - Caisse Nationale des Calamités
Art. 116. Voor het jaar 2013 wordt een bedrag van 11 860 300 euro afkomstig van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen, zoals bepaald bij de artikelen 173 tot 183 van het Wetboek diverse rechten en taksen, toegewezen door middel van het toewijzingsfonds 66.80.00.44B teneinde de Nationale Kas voor Rampenschade te financieren.
Art. 116. Pour l'année 2013, un montant de 11 860 300 euros provenant de la taxe annuelle sur les opérations d'assurance, tel que prévu aux articles 173 à 183 du Code des droits et taxes diverses, est affecté au financement de la Caisse nationale des Calamités au travers du fonds d'attribution 66.80.00.44B.
HOOFDSTUK 3. - Crisismaatregelen
CHAPITRE 3. - MESURES ANTI-CRISE
Art. 117. Dexia NV en Dexia Crédit Local SA zullen verder beschouwd worden als instellingen bedoeld in artikel 36/24, § 2, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, zelfs nadat ze niet langer deel zouden uitmaken van de in deze bepaling vermelde categorieën.
Art. 117. Dexia SA et Dexia Crédit Local SA continueront à être considérées comme des institutions visées à l'article 36/24, § 2, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, inséré par l'arrêté royal du 3 mars 2011, même après qu'elles aient le cas échéant cessé de faire partie des catégories mentionnées par cette disposition.
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique
Art. 118. In artikel 36/24, § 1, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 6° opgeheven;
  2° een § 3 wordt ingevoegd, luidende :
  " § 3. Het totale bedrag van de hoofdsom van de garanties bedoeld in § 1, eerste lid, 2° en 5°, alsook van de dekking waarnaar wordt verwezen in § 1, eerste lid, 4°, mag per gecontroleerde instelling of per groep van verbonden gecontroleerde instellingen in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen, het bedrag van 25 miljard euro niet overschrijden.
  Voor de bepaling van de groepen bedoeld in het eerste lid wordt geen rekening gehouden met de band tussen de instellingen die voortvloeit uit de controle die de Staat uitoefent over deze instellingen.
  Een eventuele overschrijding van het door het eerste lid vastgestelde plafond als gevolg van de evolutie van de wisselkoersen, tast de geldigheid van de toegekende garanties of dekking niet aan.".
Art. 118. A l'article 36/24, § 1er, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, inséré par l'arrêté royal du 3 mars 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le 6° est abrogé;
  2° il est inséré un § 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Le montant total en principal des garanties visées au § 1er, alinéa 1er, 2° et 5°, ainsi que des engagements de couverture visés au § 1er, alinéa 1er, 4°, ne peut dépasser 25 milliards d'euro par institution contrôlée, ou par groupe d'institutions contrôlées liées entre elles au sens de l'article 11 du Code des sociétés.
  Pour la détermination des groupes visés à l'alinéa 1er, les liens entre institutions résultant du contrôle exercé par l'Etat sur celles-ci ne sont pas pris en considération.
  Un éventuel dépassement de la limite fixée à l'alinéa 1er en raison de l'évolution des cours de change n'affecte pas la validité des garanties ou engagements de couverture octroyés.".
HOOFDSTUK 5. - Bekrachtiging van koninklijke besluiten
CHAPITRE 5. - Ratification d'arrêtés royaux
Art. 119. Worden bekrachtigd met ingang van hun respectievelijke datum van inwerkingtreding :
  1° het koninklijk besluit van 18 oktober 2011 tot toekenning van een staatswaarborg aan bepaalde verbintenissen van Dexia Crédit local SA en,
  2° het koninklijk besluit van 19 december 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 oktober 2011 tot toekenning van een staatswaarborg aan bepaalde leningen van Dexia NV en "Dexia Crédit local SA".
Art. 119. Sont ratifiés avec effet à la date de leur entrée en vigueur respective :
  1° l'arrêté royal du 18 octobre 2011 octroyant une garantie d'Etat à certains engagements de Dexia Crédit local SA et,
  2° l'arrêté royal du 19 décembre 2012 modifiant l'arrêté royal du 18 octobre 2011 octroyant une garantie d'Etat à certains emprunts de Dexia SA et Dexia Crédit local SA.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen
CHAPITRE 6. - Modification de la loi du 2 avril 1962 relative à la Société fédérale de Participations et d'Investissement et aux sociétés régionales d'investissement
Art. 120. In artikel 1, §§ 3 en 4, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 26 augustus 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen" worden telkens vervangen door de woorden "het wetboek van vennootschappen";
  2° het woord "zijn" wordt telkens vervangen door het woord "is".
Art. 120. Dans l'article 1, §§ 3 et 4, de la loi du 2 avril 1962 relative à la Société fédérale de Participations et d'Investissement et aux sociétés régionales d'investissement, remplacés par l'arrêté royal du 20 juillet 1994 et modifiés par la loi du 26 août 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "les lois coordonnées sur les sociétés commerciales" sont remplacés chaque fois par les mots "le Code des sociétés";
  2° les mots "aux lois coordonnées sur les sociétés commerciales" sont remplacés par les mots "au Code des sociétés".
Art. 121. In artikel 3bis van dezelfde wet, zoals hersteld door het koninklijk besluit van 28 september 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, tweede lid, worden de bepalingen onder 2° tot 5° vervangen als volgt :
  "2° Gedurende een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming, noch in de Federale Participatie- en Investerings-maatschappij, noch in een vennootschap waarin de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een participatie bezit of die een participatie bezit in de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij, een mandaat van uitvoerend lid van het bestuursorgaan of een functie van lid van het directiecomité of van persoon belast met het dagelijks bestuur hebben uitgeoefend;
  3° Niet meer dan drie opeenvolgende mandaten als niet-uitvoerend bestuurder in de raad van bestuur hebben uitgeoefend, zonder dat dit tijdvak langer mag zijn dan twaalf jaar;
  4° Gedurende een tijdvak van drie jaar voorafgaand aan zijn benoeming, geen deel hebben uitgemaakt van het leidinggevend personeel in de zin van artikel 19, 2°, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij of van een vennootschap waarin de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een participatie bezit of die een participatie bezit in de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij;
  5° Geen vergoeding of ander belangrijk voordeel van vermogensrechtelijke aard ontvangen of hebben ontvangen van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij of van een vennootschap waarin de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een participatie bezit of die een participatie bezit in de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij, buiten de tantièmes en vergoedingen eventueel ontvangen als niet-uitvoerend lid van het bestuursorgaan of lid van het toezichthoudende orgaan;
  6° Geen significante zakelijke relatie hebben of in het voorbije boekjaar hebben gehad met de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij of een vennootschap waarin de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een participatie bezit of die een participatie bezit in de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij, noch rechtstreeks noch als vennoot, aandeelhouder, lid van het bestuursorgaan of lid van het leidinggevend personeel in de zin van artikel 19, 2°, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, van een vennootschap of persoon die een dergelijke relatie onderhoudt;
  7° In de voorbije drie jaar geen vennoot of werknemer zijn geweest van de huidige of vorige commissaris van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij of van een vennootschap waarin de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een participatie bezit of die een participatie bezit in de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij;
  8° Geen uitvoerend lid zijn van het bestuursorgaan van een andere vennootschap waarin een uitvoerend bestuurder van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij zetelt in de hoedanigheid van niet-uitvoerend lid van het bestuursorgaan of als lid van het toezichthoudende orgaan, en geen andere belangrijke banden hebben met uitvoerende bestuurders van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij uit hoofde van functies bij andere vennootschappen of organen;
  9° a) Geen maatschappelijke rechten bezitten die een tiende of meer vertegenwoordigen van het kapitaal, van het maatschappelijk fonds of van een categorie aandelen van de vennootschap, en op geen enkele manier een aandeelhouder vertegenwoordigen die aan deze voorwaarden beantwoordt;
  b) Indien hij maatschappelijke rechten bezit die een quotum van minder dan 10 % vertegenwoordigen :
  - mogen die maatschappelijke rechten samen met de maatschappelijke rechten die in dezelfde vennootschap worden aangehouden door vennootschappen waarover de onafhankelijk bestuurder controle heeft, geen tiende bereiken van het kapitaal, van het maatschappelijk fonds of van een categorie aandelen van de vennootschap;
  of
  - mogen de daden van beschikking over die aandelen of de uitoefening van de daaraan verbonden rechten niet onderworpen zijn aan overeenkomsten of aan eenzijdige verbintenissen die het onafhankelijk lid van het bestuursorgaan heeft aangegaan;
  10° Geen echtgenoot of persoon met wie zij wettelijk samenwonen of bloed- of aanverwanten tot de tweede graad hebben die in de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij, of in een vennootschap waarin de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een participatie bezit of die een participatie bezit in de Federale Participatie- en Investerings-maatschappij, een mandaat van lid van het bestuursorgaan, lid van het directiecomité, persoon belast met het dagelijks bestuur of lid van het leidinggevend personeel, in de zin van artikel 19, 2°, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, uitoefenen, of die zich een van de andere in de punten 1° tot 9° beschreven gevallen bevinden.".
  2° in § 2 wordt een derde lid ingevoegd, luidende :
  "Voor de toepassing van het tweede lid, 2°, en tot 31 december 2012, betreffen de verwijzingen naar de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij ook, in voorkomend geval, de Federale Participatiemaatschappij en de Federale Investeringsmaatschappij.".
  3° de vijfde § wordt opgeheven.
Art. 121. Dans l'article 3bis de la même loi, tel que rétabli par l'arrêté royal du 28 septembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 2, alinéa 2, les 2° à 5° sont remplacés par ce qui suit :
  "2° Pendant une période de cinq ans précédant leur nomination, ne pas avoir exercé un mandat de membre exécutif de l'organe de gestion, ou une fonction de membre du comité de direction ou de délégué à la gestion journalière ni dans la Société fédérale de Participations et d'Investissement, ni dans une société dans laquelle la Société fédérale de Participations et d'Investissement détient une participation ou qui détient une participation dans la Société fédérale de Participations et d'Investissement;
  3° Ne pas avoir siégé au conseil d'administration en tant qu'administrateur non exécutif pendant plus de trois mandats successifs, sans que cette période ne puisse excéder douze ans;
  4° Durant une période de trois années précédant sa nomination, ne pas avoir fait partie du personnel de direction, au sens de l'article 19, 2°, de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie, de la Société fédérale de Participations et d'Investissement ou d'une société dans laquelle la Société fédérale de Participations et d'Investissement détient une participation ou qui détient une participation dans la Société fédérale de Participations et d'Investissement;
  5° Ne pas recevoir, ni avoir reçu, de rémunération ou autre avantage significatif de nature patrimoniale de la Société fédérale de Participations et d'Investissement ou d'une société dans laquelle la Société fédérale de Participations et d'Investissement détient une participation ou qui détient une participation dans la Société fédérale de Participations et d'Investissement en dehors des tantièmes et honoraires éventuellement perçus comme membre non exécutif de l'organe de gestion ou membre de l'organe de surveillance;
  6° Ne pas entretenir, ni avoir entretenu au cours du dernier exercice social, une relation d'affaires significative avec la Société fédérale de Participations et d'Investissement ou une société dans laquelle la Société fédérale de Participations et d'Investissement détient une participation ou qui détient une participation dans la Société fédérale de Participations et d'Investissement ni directement ni en qualité d'associé, d'actionnaire, de membre de l'organe de gestion ou de membre du personnel de direction au sens de l'article 19, 2°, de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie, d'une société ou personne entretenant une telle relation;
  7° Ne pas avoir été au cours des trois dernières années, associé ou salarié du commissaire, actuel ou précédent, de la Société fédérale de Participations et d'Investissement ou d'une société dans laquelle la Société fédérale de Participations et d'Investissement détient une participation ou qui détient une participation dans la Société fédérale de Participations et d'Investissement;
  8° Ne pas être membre exécutif de l'organe de gestion d'une autre société dans laquelle un administrateur exécutif de la Société fédérale de Participations et d'Investissement siège en tant que membre non exécutif de l'organe de gestion ou membre de l'organe de surveillance, ni entretenir d'autres liens importants avec les administrateurs exécutifs de la Société fédérale de Participations et d'Investissement du fait de fonctions occupées dans d'autres sociétés ou organes;
  9° a) Ne pas détenir de droits sociaux représentant un dixième ou plus du capital, du fonds social ou d'une catégorie d'actions de la société et ne représenter en aucune manière un actionnaire rentrant dans ces conditions;
  b) S'il détient des droits sociaux qui représentent une quotité inférieure à 10 % :
  - ces droits sociaux ne peuvent atteindre un dixième du capital, du fonds social ou d'une catégorie d'actions de la société par l'addition de ces droits sociaux avec ceux détenus dans la même société par des sociétés dont l'administrateur indépendant a le contrôle;
  ou
  -- les actes de disposition relatifs à ces actions ou l'exercice des droits y afférents ne peuvent être soumis à des stipulations conventionnelles ou à des engagements unilatéraux auxquels le membre indépendant de l'organe de gestion a souscrit;
  10° Ne pas avoir de conjoint ou de personne avec laquelle ils cohabitent légalement ou de parent ou allié jusqu'au deuxième degré qui exerce un mandat de membre de l'organe de gestion, de membre du comité de direction, de délégué à la gestion journalière ou de membre du personnel de direction, au sens de l'article 19, 2° de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie, ou se trouvant dans un des autres cas définis aux points 1° à 9°, ni dans la Société fédérale de Participations et d'Investissement, ni dans une société dans laquelle la Société fédérale de Participations et d'Investissement détient une participation ou qui détient une participation dans la Société fédérale de Participations et d'Investissement.".
  2° au § 2, un alinéa 3 est inséré, rédigé comme suit :
  "Aux fins de l'alinéa 2, 2°, et jusqu'au 31 décembre 2012, les références à la Société fédérale de Participations et d'Investissement visent également, le cas échéant, la Société fédérale de Participations et la Société fédérale d'Investissement.".
  3° le § 5 est abrogé.
Art. 122. In artikel 3quinquies, eerste lid, 1°, van dezelfde wet, zoals hersteld door de wet van 22 januari 1985 en vervangen door de programmawet van 30 december 1988, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "52bis, § 1, tweede lid" worden vervangen door de woorden "620, § 1, vijfde lid,";
  2° de woorden "70bis van de samengestelde wetten op de handelsvennootschappen" worden vervangen door de woorden "559 van het Wetboek van vennootschappen".
Art. 122. A l'article 3quinquies, alinéa 1er, 1°, de la même loi, rétabli par la loi du 22 janvier 1985 et remplacé par la loi-programme du 30 décembre 1988, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "52bis, § 1er, deuxième alinéa" sont remplacés par les mots "620, § 1er, alinéa 5";
  2° les mots "70bis des lois coordonnées sur les sociétés commerciales" sont remplacés par les mots "559 du Code des sociétés".
Art. 123. In artikel 3sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 maart 1976, vervangen bij de wet van 4 augustus 1978 en gewijzigd bij de wet van 26 augustus 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "29, 1° en 35, 1° van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen" vervangen door de woorden "1 en 454, 4°, van het Wetboek van vennootschappen";
  2° in § 1, tweede lid, worden de woorden "die zal blijven voortbestaan ondanks het bepaalde in artikel 104 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen" opgeheven;
  3° in § 1, wordt het derde lid, in fine, aangevuld met de woorden "met dien verstande dat artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen niet van toepassing is";
  4° de tweede § wordt opgeheven;
  5° in § 3 worden de woorden "In afwijking van de artikelen 29, 1°, en 35, 1°, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen kunnen" opgeheven en wordt het woord "kunnen" na de woorden "haar gespecialiseerde dochtervennootschappen" ingevoegd.
Art. 123. A l'article 3sexies de la même loi, inséré par la loi du 30 mars 1976, remplacé par la loi du 4 août 1978 et modifié par la loi du 26 août 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots "29, 1° et 35, 1° des lois coordonnées sur les sociétés commerciales" sont remplacés par les mots "1er et 454, 4°, du Code des sociétés";
  2° au § 1er, alinéa 2, les mots "qui continuera à subsister, nonobstant l'article 104 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales" sont abrogés;
  3° le § 1er, alinéa 3, in fine, est complété par les mots ", l'article 646, § 1er, alinéa 2, du Code des sociétés ne s'appliquant pas";
  4° le § 2 est abrogé;
  5° au § 3, les mots "Par dérogation aux articles 29, 1°, et 35, 1°, des lois coordonnées sur les sociétés commerciales" sont abrogés.
Art. 124. In artikel 3octies van dezelfde wet, hersteld door de wet van 4 augustus 1978 en gewijzigd bij de wet van 26 augustus 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt opgeheven;
  2° de woorden "100 miljoen" worden vervangen door de woorden "2 .500. 000 euro" en de woorden "64bis en volgende van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen" worden vervangen door de woorden "130 en volgende van het Wetboek van vennootschappen".
Art. 124. A l'article 3octies de la même loi, rétabli par la loi du 4 août 1978 et modifié par la loi du 26 août 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 1er est supprimé;
  2° les mots "100 millions" sont remplacés par les mots "2.500.000 euros" et les mots "64bis et suivants des lois coordonnées sur les sociétés commerciales" sont remplacés par les mots "130 et suivants du Code des sociétés".
Art. 125. In artikel 14 van dezelfde wet, zoals gewijzigd door de wetten van 30 maart 1976 en 4 augustus 1978, worden de woorden "van de FPIM en" opgeheven.
Art. 125. A l'article 14 de la même loi, tel que modifié par les lois du 30 mars 1976, 4 août 1978 et 26 août 2006, les mots "de la SFPI et" sont supprimés.
HOOFDSTUK 7. - De Belgische bijdrage aan het tweede steunpakket voor Griekenland, in het kader van de terugbetaling van de "ANFA"-winsten (portefeuille van Grieks overheidspapier door de nationale centrale banken aangehouden voor eigen rekening)
CHAPITRE 7. - La contribution belge au deuxième paquet de soutien à la Grèce, dans le cadre du remboursement des profits "ANFA" (portfolio de titres de la dette grecque détenus par les banques centrales nationales pour compte propre)
Art. 126. België zal, in het kader van het tweede steunpakket voor Griekenland, overeengekomen door de leden van de Eurogroep op 21 februari 2012, een bedrag van maximaal 181,1 miljoen euro betalen aan Griekenland, zijnde de zogenaamde "ANFA-winsten", gespreid over de periode 2012-2020, overeenkomstig het volgende betalingsschema : 28,5 miljoen euro in 2012; 24 miljoen euro in 2013; 20,9 miljoen euro in 2014; 29,6 miljoen euro in 2015; 26,2 miljoen euro in 2016; 21,8 miljoen euro in 2017; 16,7 miljoen euro in 2018; 9,7 miljoen euro in 2019; 3,6 miljoen euro in 2020.
  De betalingen zijn ten laste van de begroting van de federale Staat.
Art. 126. La Belgique paiera un montant de maximum 181,1 millions d'euros à la Grèce, dans le cadre du deuxième paquet de soutien à la Grèce convenu par les membres de l'Eurogroupe le 21 février 2012, c'est-à-dire les profits appelé "ANFA", étalé sur la période 2012-2020, conformément au schéma de paiement suivant : 28,5 millions d'euros en 2012; 24 millions d'euros en 2013; 20,9 millions d'euros en 2014; 29,6 millions d'euros en 2015; 26,2 millions d'euros en 2016; 21,8 millions d'euros en 2017; 16,7 millions d'euros en 2018; 9,7 millions d'euros en 2019; 3,6 millions d'euros en 2020.
  Les paiements seront à charge du budget de l'Etat fédéral.
HOOFDSTUK 8. - De Belgische SMP-bijdrage (Securities Markets Programme) aan Griekenland
CHAPITRE 8. - La contribution SMP (Securities Markets Programme) belge à la Grèce
Art. 127. België zal, in uitvoering van de beslissing van de Eurogroep van 27 november 2012, vanaf 2013 jaarlijks een bedrag aan Griekenland storten dat overeenkomt met de inkomsten die de Nationale Bank van België ontvangt uit haar Griekse SMP-portfolio en dit zolang Griekenland voldoet aan de door de Eurogroep gestelde voorwaarden.
  De betalingen zijn ten laste van de begroting van de federale Staat.
Art. 127. A partir de 2013, la Belgique versera annuellement, sur base de la décision de l'Eurogroupe du 27 novembre 2012, un montant à la Grèce qui coïncidera avec les revenus que la Banque nationale de Belgique reçoit au travers de son portfolio SMP grec, et ce aussi longtemps que la Grèce remplit les conditions imposées par l'Eurogroupe.
  Les paiements seront à charge du budget de l'Etat fédéral.
HOOFDSTUK 9. - Bekrachtiging van de gedelegeerde opdracht toevertrouwd aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij door het koninklijk besluit van 6 december 2012 waarbij aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een opdracht wordt toevertrouwd overeenkomstig artikel 2, § 3, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen
CHAPITRE 9. - Confirmation de la mission déléguée confiée à la Société fédérale de Participations et d'Investissement par l'arrêté royal du 6 décembre 2012 confiant à la Société fédérale de Participations et d'Investissement une mission au sens de l'article 2, § 3, de la loi du 2 avril 1962 relative à la Société fédérale de Participations et d'Investissement et aux sociétés régionales d'investissement
Art. 128. De gedelegeerde opdracht toevertrouwd aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij door het koninklijk besluit van 6 december 2012 waarbij aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een opdracht wordt toevertrouwd overeenkomstig artikel 2, § 3, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen wordt bekrachtigd.
Art. 128. La mission déléguée confiée à la Société Fédérale de Participations et d'Investissement par l'arrêté royal du 6 décembre 2012 confiant à la Société fédérale de Participations et d'Investissement une mission au sens de l'article 2, § 3, de la loi du 2 avril 1962 relative à la Société fédérale de Participations et d'Investissement et aux sociétés régionales d'investissement est confirmée.
HOOFDSTUK 10. - De terugbetaling van de eeuwigdurende leningen uitgegeven door de Belgische Staat
CHAPITRE 10. - Le remboursement des emprunts perpétuels émis par l'Etat belge
Art. 129. De volgende leningen van de Belgische Staat worden terugbetaald tegen de nominale waarde van de effecten waarin deze leningen zijn belichaamd :
  1° "21/2 % Schuld", ISIN code BE0000101049;
  2° "31/2 % Schuld 1937", ISIN code BE0000105081;
  3° "Geünificeerde schuld 4 %, eerste reeks", ISIN code BE0000112152;
  4° "Geünificeerde schuld 4 %, tweede reeks", ISIN code BE0000113168;
  5° "4 % Bevrijdingslening", ISIN code BE0000114174.
  De Koning bepaalt de datum en de modaliteiten van deze terugbetaling.
  De wet van 1 april 2007 op de openbare overnameaanbiedingen en zijn uitvoeringsbesluiten zijn niet van toepassing op deze terugbetaling.
Art. 129. Les emprunts de l'Etat belge suivants sont remboursés à la valeur nominale des titres qui représentent ces emprunts :
  1° "Dette 21/2 %", code ISIN BE0000101049;
  2° "Dette 31/2 % 1937", code ISIN BE0000105081;
  3° "Dette unifiée 4 %, première série", code ISIN BE0000112152;
  4° "Dette 4 % unifiée, deuxième série", code ISIN BE0000113168;
  5° "Emprunt 4 % de la Libération", code ISIN BE0000114174.
  Le Roi fixe la date et les modalités de ce remboursement.
  La loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition et ses arrêtés d'exécution ne s'appliquent pas à ce remboursement.
Art. 130. Artikel 129 treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 130. L'article 129 entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de wet van 28 december 2011 tot invoering van een bijdrage voor de financiële stabiliteit en tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
CHAPITRE 11. - Modification de la loi du 28 décembre 2011 instaurant une contribution de stabilité financière et modifiant l'arrêté royal du 14 novembre 2008 portant exécution de la loi du 15 octobre 2008 portant des mesures visant à promouvoir la stabilité financière et instituant en particulier une garantie d'Etat relative aux crédits octroyés et autres opérations effectuées dans le cadre de la stabilité financière, en ce qui concerne la protection des dépôts, des assurances sur la vie et du capital de sociétés coopératives agréées, et modifiant la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers
Art. 131. In artikel 3 van de wet van 28 december 2011 tot invoering van een bijdrage voor de financiële stabiliteit en tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :
  "In afwijking van het tweede lid, is voor de kredietinstellingen naar Belgisch recht die door de Koning zijn erkend als centrale depositaris voor financiële instrumenten in de zin van het gecoördineerd koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 betreffende de bewaargeving van vervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten, of die een vergunning hebben als met vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling overeenkomstig artikel 36/26, § 7, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organieke statuut van de Nationale Bank van België, de jaarlijkse bijdrage gelijk aan 0,095 % van het jaarlijkse gemiddelde van de cijfers op het einde van de maand, over het vorige jaar, van de som van de volgende elementen :
  - bij de schulden tegenover kredietinstellingen : de termijnrekeningen en de mobiliseringsschulden en voorschotten;
  - bij de schulden tegenover cliënten : de deposito's op termijn of met opzegtermijn, de deposito's van bijzondere aard en de schulden tegenover andere crediteuren;
  - alle in schuldbewijzen belichaamde schulden;
  - de achtergestelde schulden.".
Art. 131. Dans l'article 3 de la loi du 28 décembre 2011 instaurant une contribution de stabilité financière et modifiant l'arrêté royal du 14 novembre 2008 portant exécution de la loi du 15 octobre 2008 portant des mesures visant à promouvoir la stabilité financière et instituant en particulier une garantie d'Etat relative aux crédits octroyés et autres opérations effectuées dans le cadre de la stabilité financière, en ce qui concerne la protection des dépôts, des assurances sur la vie et du capital de sociétés coopératives agréées, et modifiant la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  "Par dérogation à l'alinéa 2, pour les établissements de crédit de droit belge agréés par le Roi en qualité de dépositaire central d'instruments financiers au sens de l'arrêté royal n° 62 coordonné du 10 novembre 1967 relatif au dépôt d'instruments financiers fongibles et à la liquidation d'opérations sur ces instruments, ou disposant d'un agrément en qualité d'organisme assimilé à un organisme de liquidation conformément à l'article 36/26, § 7, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, la contribution annuelle est égale à 0,095 % de la moyenne annuelle des chiffres de fin de mois, au cours de l'année précédente, de la somme des éléments suivants :
  - parmi les dettes envers les établissements de crédit : les comptes à terme et les dettes résultant de mobilisations et d'avances;
  - parmi les dettes envers la clientèle : les dépôts à terme ou avec préavis, les dépôts spéciaux et les dettes envers d'autres créanciers;
  - l'ensemble des dettes représentées par un titre;
  - les dettes subordonnées.".
Art. 132. In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd door artikel 128, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  "De grondslag van de jaarlijkse bijdrage die door elk van de deelnemers aan het Resolutiefonds wordt gestort, is gelijk aan het uitstaand bedrag op 31 december van het vorige jaar, van het totaal van het passief van de deelnemer, verminderd (i) met het bedrag van zijn deposito's die in aanmerking komen voor terugbetaling door het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen, opgericht bij artikel 3 van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's en de levensverzekeringen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, en (ii) met het bedrag van zijn eigen vermogen sensu stricto.
  Voor de kredietinstellingen die beschouwd worden als systeemrelevant in de zin van artikel 36/3, § 2, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België wordt de bijdragevoet berekend in functie van een risico-indicator. Deze risico-indicator is de verhouding tussen (i) het totaal van de financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, met aftrek van 80 % van het totaal van de derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden, en (ii) het balanstotaal. De risico-indicator wordt op geconsolideerde basis berekend. De bijdragevoet wordt als volgt bepaald :
  - wanneer het gemiddelde van de waarde van de risico-indicator gemeten op het einde van elk van de vier kwartalen van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, kleiner is dan 2,5 %, bedraagt de bijdragevoet 0,0325 %;
  - wanneer het gemiddelde van de waarde van de risico-indicator gemeten op het einde van elk van de vier kwartalen van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, groter is dan of gelijk is aan 2,5 % maar kleiner dan 5 %, bedraagt de bijdragevoet 0,035 %;
  - wanneer het gemiddelde van de waarde van de risico-indicator gemeten op het einde van elk van de vier kwartalen van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, groter is dan of gelijk is aan 5 % maar kleiner dan 7,5 %, bedraagt de bijdragevoet 0,0375 %;
  - wanneer het gemiddelde van de waarde van de risico-indicator gemeten op het einde van elk van de vier kwartalen van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, groter is dan of gelijk is aan 7,5 % maar kleiner dan 10 %, bedraagt de bijdragevoet 0,04 %;
  - wanneer het gemiddelde van de waarde van de risico-indicator gemeten op het einde van elk van de vier kwartalen van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, groter is dan of gelijk is aan 10 %, bedraagt de bijdragevoet 0,06 %.
  Voor de kredietinstellingen die niet beschouwd worden als systeemrelevant in de zin van artikel 36/3, § 2, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, wordt het percentage van de bijdrage voor de financiële stabiliteit als volgt bepaald :
  - voor de instellingen die op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan de heffing geen eigen vermogensvereisten hebben voor positierisico, valutarisico en grondstoffenrisico volgens de standaardbenadering voor verhandelbare schuldinstrumenten, aandelen en grondstoffen en geen eigen vermogensvereisten hebben voor positie-, valuta- en grondstoffenrisico's volgens de interne modellen, bedraagt de bijdragevoet 0,03 %;
  - voor de instellingen die op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, positieve eigen vermogensvereisten hebben voor positierisico, valutarisico en grondstoffenrisico volgens de standaardbenadering voor verhandelbare schuldinstrumenten, aandelen en grondstoffen, of positieve eigen vermogensvereisten hebben voor positie-, valuta- en grondstoffenrisico's volgens de interne modellen bedraagt de bijdragevoet 0,0325 %.";
  2° in het derde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "In afwijking van het tweede lid" vervangen door de woorden "In afwijking van het tweede, derde en vierde lid".
Art. 132. A l'article 3 de la même loi, modifié par l'article 128, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "L'assiette de la contribution annuelle versée au Fonds de résolution par chacun de ses participants est égale à l'encours, au 31 décembre de l'année précédente, du total du passif du participant diminué (i) du montant de ses dépôts éligibles au remboursement par le Fonds spécial de protection des dépôts et des assurances sur la vie créé à l'article 3 de l'arrêté royal du 14 novembre 2008 portant exécution de la loi du 15 octobre 2008 portant des mesures visant à promouvoir la stabilité financière et instituant en particulier une garantie d'Etat relative aux crédits octroyés et autres opérations effectuées dans le cadre de la stabilité financière, en ce qui concerne la protection des dépôts et des assurances sur la vie, et modifiant la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, et (ii) du montant de ses fonds propres sensu stricto.
  Pour les établissements de crédit considérés comme systémiques au sens de l'article 36/3, § 2, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, le taux est calculé en fonction d'un indicateur de risques. Cet indicateur de risques est défini comme étant le ratio entre (i) le total des actifs financiers détenus à des fins de transaction, duquel est déduit 80 % du total des dérivés détenus à des fins de transaction, et (ii) le total du bilan. L'indicateur de risques est calculé sur base consolidée. Le taux de la contribution est déterminé comme suit :
  - lorsque la moyenne de la valeur de l'indicateur de risques mesurée à la fin de chacun des quatre trimestres de l'année qui précède le prélèvement est inférieure à 2,5 %, le taux se monte à 0,0325 %;
  - lorsque la moyenne de la valeur de l'indicateur de risques mesurée à la fin de chacun des quatre trimestres de l'année qui précède le prélèvement est supérieure ou égale à 2,5 % mais inférieure à 5 %, le taux se monte à 0,035 %;
  - lorsque la moyenne de la valeur de l'indicateur de risques mesurée à la fin de chacun des quatre trimestres de l'année qui précède le prélèvement est supérieure ou égale à 5 % mais inférieure à 7,5 %, le taux se monte à 0,0375 %;
  - lorsque la moyenne de la valeur de l'indicateur de risques mesurée à la fin de chacun des quatre trimestres de l'année qui précède le prélèvement est supérieure ou égale à 7,5 % mais inférieure à 10 %, le taux se monte à 0,04 %;
  - lorsque la moyenne de la valeur de l'indicateur de risques mesurée à la fin de chacun des quatre trimestres de l'année qui précède le prélèvement est supérieure ou égale à 10 %, le taux se monte à 0,06 %.
  Pour les établissements de crédit qui ne sont pas considérés comme systémiques au sens de l'article 36/3, § 2, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique le taux de la contribution de stabilité financière est déterminé comme suit :
  - pour les établissements n'ayant pas d'exigences en fonds propres pour risque de position, de change et sur produits de base en approche standard pour titres de créance négociés, actions et produits de base, ni d'exigences en fonds propres pour risques de position, de change et sur produits de base en modèles internes au 31 décembre de l'année qui précède le prélèvement, le taux se monte à 0,03 %;
  - pour les établissements ayant, au 31 décembre de l'année qui précède le prélèvement, des exigences en fonds propres positives pour risque de position, de change et sur produits de base pour titres de créance négociés, actions et produits de base en approche standard ou des exigences en fonds propres positives pour risques de position, de change et sur produits de base en modèles internes, le taux se monte à 0,0325 %.";
  2° dans l'alinéa 3, devenant l'alinéa 5, les mots "Par dérogation à l'alinéa 2" sont remplacés par les mots "Par dérogation aux alinéas 2, 3 et 4 ".
Art. 133. In artikel 7 van dezelfde wet worden de woorden "het bedrag mee van de grondslag, als bepaald in artikel 3" vervangen door de woorden "het bedrag van de grondslag en van de toe te passen bijdragevoet mee, als bepaald in artikel 3".
Art. 133. Dans l'article 7 de la même loi, les mots "le montant de la base tel que défini à l'article 3" sont remplacés par les mots "le montant de l'assiette et du taux à appliquer, tel que définis à l'article 3".
Art. 134. Artikel 131 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
  De artikelen 132 en 133 treden in werking op 1 januari 2014.
Art. 134. L'article 131 produit ses effets le 1er janvier 2013.
  Les articles 132 et 133 entrent en vigueur le 1er janvier 2014.
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van de wet van 28 juli 2011 tot omzetting van diverse richtlijnen betreffende het toezicht op de financiële sector en houdende diverse bepalingen
CHAPITRE 12. - Modification de la loi du 28 juillet 2011 visant à transposer diverses directives relatives au contrôle du secteur financier et portant dispositions diverses
Art. 135. In artikel 34, derde lid, van de wet van 28 juli 2011 tot omzetting van diverse richtlijnen betreffende het toezicht op de financiële sector en houdende diverse bepalingen, wordt het woord "2012" vervangen door het woord "2013".
Art. 135. Dans l'article 34, alinéa 3, de la loi du 28 juillet 2011 visant à transposer diverses directives relatives au contrôle du secteur financier et portant dispositions diverses, le mot "2012" est remplacé par le mot "2013".
TITEL 4. - Duurzame ontwikkeling
TITRE 4. - Développement durable
ENIG HOOFDSTUK. - Invoeging van een hoofdstuk V/2 in de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
CHAPITRE UNIQUE. - Insertion d'un chapitre V/2 dans la loi du 5 mai 1997 relative à la coordination de la politique fédérale de développement durable
Art. 136. In de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling wordt een hoofdstuk V/2 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk V/2. Subsidies ter bevordering van duurzame ontwikkeling.
  Art. 19/4. § 1. Binnen de door hem gestelde voorwaarden kan de Koning op voorstel van de minister een subsidie toekennen aan één of meerdere organisaties die een project ter bevordering van duurzame ontwikkeling opzetten in België. Dit project moet kaderen binnen de bevoegdheden van de Federale Staat. De toegekende subsidie kan enkel kosten dekken die verbonden zijn aan dit project, voor hoogstens 50 % van de werkelijke totale kost ervan.
  Om in aanmerking te komen voor de toekenning van een subsidie moet het project :
  1° duurzame ontwikkeling bevorderen in België;
  2° duidelijk identificeerbaar zijn;
  3° duidelijke doelstellingen omvatten;
  4° een specifiek budget worden toegewezen;
  5° beperkt zijn in de tijd.
  § 2. Binnen de door hem gestelde voorwaarden kan de Koning op voorstel van de minister subsidies toekennen voor de werking van koepel- of netwerkorganisaties die duurzame ontwikkeling bevorderen in België en die een forumfunctie op dat vlak vervullen. De toegekende subsidie kan enkel kosten dekken die verbonden zijn aan de in het jaarprogramma voorziene werking, voor hoogstens 75 % van de werkelijke totale kost.
  Het in het in vorige lid bedoelde jaarprogramma, wordt opgesteld door de koepel- of netwerkorganisatie en goedgekeurd door de minister.
  Na een oproep die in het Belgisch Staatsblad en op de website van de Dienst wordt bekendgemaakt, en op basis van een door de minister vastgestelde rangschikking van de kandidaten, erkent de Koning hoogstens één koepel- of netwerkorganisatie per Gemeenschap. Voorafgaand aan de toekenning van de subsidie wordt ze erkend voor de periode die door de Koning wordt vastgesteld. Deze periode beloopt maximaal vijf jaar.
  Om erkend te worden, moet een kandiderende koepel- of netwerkorganisatie aan de volgende voorwaarden voldoen :
  - de belangen van haar leden bundelen;
  - haar leden zelf zijn maatschappelijke belangenorganisaties;
  - haar leden vertegenwoordigen ten aanzien van de federale overheid met een gemeenschappelijk standpunt;
  - duurzame ontwikkeling als hoofddoelstelling in haar activiteiten nastreven.
  § 3. Binnen de door hem gestelde voorwaarden kan de Koning op voorstel van de minister subsidies toekennen aan internationale organisaties of netwerken voor projecten ter bevordering van duurzame ontwikkeling op mondiaal vlak of binnen de Europese Unie. De toegekende subsidie kan enkel de kosten dekken die verbonden zijn met het project, voor hoogstens 25 % van de werkelijke totale kost ervan.
  Om in aanmerking te komen voor de toekenning van een subsidie, moet het project :
  1° duurzame ontwikkeling bevorderen op mondiaal vlak of binnen de Europese Unie;
  2° duidelijk identificeerbaar zijn;
  3° duidelijke doelstellingen omvatten;
  4° een specifiek budget worden toegewezen.".
Art. 136. Dans la loi du 5 mai 1997 relative à la coordination de la politique fédérale du développement durable, il est inséré un chapitre V/2, intitulé :
  "Chapitre V/2. Subsides en faveur du développement durable.
  Art. 19/4. § 1er. Dans les conditions qui sont fixées par lui, le Roi peut attribuer, sur la proposition du ministre, un subside à un ou plusieurs organisations qui mettent sur pied un projet en faveur du développement durable en Belgique. Ce projet doit s'inscrire dans les compétences de l'Etat fédéral. Le subside octroyé ne peut seulement couvrir des coûts qui sont liés à ce projet, à concurrence de maximum 50 % du coût total réel du projet.
  Afin d'être eligible à l'octroi d'un sibside, le projet doit :
  1° promouvoir le développement durable en Belgique;
  2° être clairement identifiable;
  3° contenir des objectifs clairs;
  4° avoir été alloué un budget spécifique;
  5° être limité dans le temps.
  § 2. Dans les conditions qui sont fixées par lui, le Roi peut attribuer, sur la proposition du ministre, un subside pour le fonctionnement des organisations coupoles ou de réseau qui promeuvent le développement durable et qui remplissent une fonction de forum sur ce plan. Le subside octroyé ne peut seulement couvrir des coûts qui sont liés au fonctionnement prévu par le programme de travail annuel, à concurrence de maximum 75 % du coût total réel.
  Le programme de travail, visé à l'alinéa précédent, est établi par l'organisation coupole ou de réseau et est approuvé par le ministre.
  Après un appel qui est publié au Moniteur belge et par le site web du Service, et sur base d'un classement des candidats qui est fixé par le ministre, le Roi ne reconnaît au maximum qu'une seule organisation coupole ou de réseau par Communauté. Préalablement à l'attribution du subside, elle est reconnue pour la période qui est fixée par le Roi. Cette période est de maximum cinq ans.
  Afin d'être reconnue, une organisation coupole ou de réseau qui se porte candidate, doit satisfaire aux conditions suivantes :
  - rassembler les intérêts de ses membres;
  - les membres sont eux-mêmes des organisations d'intérêt sociétal;
  - représenter ses membres vis-à-vis de l'autorité fédérale avec une position commune;
  viser le développement durable comme un objectif principal dans ses activités.
  § 3. Dans les conditions qui sont fixées par lui, le Roi peut attribuer, sur la proposition du ministre, un subside à des organisations internationales ou des réseaux internationaux pour des projets en faveur du développement durable sur le plan mondial ou au sein de l'Union européenne. Le subside octroyé ne peut seulement couvrir les coûts qui sont liés au projet, à concurrence de maximum 25 % du coût total réel du projet.
  Afin d'être éligible à l'octroi d'un subside, le projet doit :
  1° promouvoir le développement durable sur le plan mondial ou au sein de l'Union européenne;
  2° être clairement identifiable;
  3° contenir des objectifs clairs;
  4° avoir été alloué un budget spécifique.".
TITEL 5. - Dotaties
TITRE 5. - Dotations
ENIG HOOFDSTUK. - Dotaties aan de leden van de Koninklijke familie
CHAPITRE UNIQUE. - Dotations aux membres de la famille royale
Art. 137. Artikel 2 van de wet van 16 november 1993 houdende vaststelling van de Civiele Lijst voor de duur van de regering van Koning Albert II, tot toekenning van een jaarlijkse en levenslange dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola en van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Vanaf 1 januari 2013 wordt het bedrag van deze dotatie beperkt tot het bedrag dat overeenstemt met de dotatie verleend in artikel 2 van de wet van 7 mei 2000 houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid en een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Laurent.".
Art. 137. L'article 2 de la Loi du 16 novembre 1993 fixant la Liste Civile pour la durée du règne du Roi Albert II, l'attribution d'une dotation annuelle et viagère à Sa Majesté la Reine Fabiola et l'attribution d'une dotation annuelle à Son Altesse Royale le Prince Philippe, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "A partir du 1er janvier 2013, le montant de cette dotation est limité au montant qui correspond à la dotation accordé par l'article 2 de la loi du 7 mai 2000 attribuant une dotation annuelle à Son Altesse Royale le Prince Philippe, une dotation annuelle à Son Altesse Royale la Princesse Astrid et une dotation annuelle à Son Altesse Royale le Prince Laurent.".
Art. 138. Artikel 75 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, vervangen bij de programmawet (I) van 29 maart 2012, wordt vervangen als volgt :
  "In afwijking van de artikelen 2 en 4 van de wet van 16 november 1993 houdende vaststelling van de Civiele Lijst voor de duur van de regering van Koning Albert II, tot toekenning van een jaarlijkse en levenslange dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola en van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, wordt de dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola vastgesteld op 1 .441. 381 euro voor het jaar 2012 en 922 .378 euro voor het jaar 2013.".
Art. 138. L'article 75 de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses, remplacé par la loi programme (I) du 29 mars 2012, est remplacé par ce qui suit :
  "Par dérogation aux articles 2 et 4 de la loi du 16 novembre 1993 fixant la liste civile pour la durée du règne du Roi Albert II, l'attribution d'une dotation annuelle et viagère à sa Majesté la Reine Fabiola et l'attribution d'une dotation annuelle à son altesse royale le Prince Philippe, la dotation à sa Majesté la Reine Fabiola est fixée à 1.441.381 euros pour l'année 2012 et à 922.378 euros pour l'année 2013.".