Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 SEPTEMBER 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, wat de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de dagverzorgingscentra betreft - BIJLAGE IX - DAGVERZORGINGSCENTRA(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-11-2012 en tekstbijwerking tot 02-08-2019)
Titre
14 SEPTEMBRE 2012. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif Ă  la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, en ce qui concerne les services d'aide aux familles et de soins Ă  domicile complĂ©mentaires et les centres de soins de jour - ANNEXE IX - CENTRES DE SOINS DE JOUR(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 14-11-2012 et mise Ă  jour au 02-08-2019)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (86)
Texte (86)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In deze bijlage wordt verstaan onder :
1° beheersinstantie : de persoon of de personen die een dagverzorgingscentrum vertegenwoordigen en juridisch kunnen binden;
2° oudere : een gebruiker van 65 jaar of ouder;
3° Regio : voor een gemeente die minder dan 10 000 ouderen boven de 65 jaar telt : de gemeente in kwestie en de aangrenzende gemeenten, met uitzondering van de aangrenzende gemeenten die meer dan 10 000 ouderen boven de 65 jaar tellen en waarvan het programmacijfer al overschreden is; voor een gemeente die minstens 10 000 ouderen boven de 65 jaar telt : de gemeente zelf;
4° vertegenwoordiger : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die belast is met de betaling van de kosten die verband houden met het verblijf van een gebruiker in het dagverzorgingscentrum;
5° voorschotten ten gunste van derden : elke uitgave die door het dagverzorgingscentrum betaald wordt op naam van de gebruiker en die voor hetzelfde bedrag terugbetaald wordt door de gebruiker of zijn vertegenwoordiger.
Article 1er. Dans la présente annexe, on entend par :
1° instance de gestion : la personne ou les personnes représentant et pouvant engager juridiquement un centre de soins de jour;
2° personne ùgée : un usager de 65 ans ou plus ùgé;
3° rĂ©gion : pour une commune comptant moins de 10 000 personnes ĂągĂ©es de plus de 65 ans : la commune en question et les communes limitrophes, Ă  l'exception des communes limitrophes comptant plus de 10 000 personnes ĂągĂ©es de plus de 65 ans et dont le chiffre de programmation a dĂ©jĂ  Ă©tĂ© excĂ©dĂ©; pour une commune comptant au moins 10 000 personnes ĂągĂ©es de plus de 65 ans : la commune mĂȘme;
4° représentant : la personne physique ou morale qui est chargée du paiement des frais relatifs au séjour d'un usager d'un centre de soins de jour;
5° acomptes au profit de tiers : toute dĂ©pense payĂ©e par le centre de soins de jour au nom de l'usager et qui est remboursĂ©e pour le mĂȘme montant par l'usager ou son reprĂ©sentant.
HOOFDSTUK 2. - Programmatie
CHAPITRE 2. - Programmation
Art. 2. De programmatie voor de dagverzorgingscentra bestaat uit programmacijfers en evaluatiecriteria.
Art. 2. La programmation des centres de soins de jour comprend des chiffres de programmation et des critÚres d'évaluation.
Art. 3. De programmacijfers voor de dagverzorgingscentra worden als volgt bepaald :
1° 0,1 centrum per 3 000 ouderen van de leeftijdsgroep van 65 tot en met 69 jaar;
2° 0,4 centrum per 3 000 ouderen van de leeftijdsgroep van 70 tot en met 79 jaar;
3° 0,8 centrum per 3 000 ouderen van de leeftijdsgroep van 80 tot en met 89 jaar;
4° 1,5 centrum per 3 000 ouderen van de leeftijdsgroep vanaf 90 jaar.
Het aantal dagverzorgingscentra bedraagt minstens één per gemeente.
Voor de toepassing van de programmacijfers, vermeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de bevolkingsprojectie voor het vijfde jaar dat volgt op het jaar van de aanvraag van een voorafgaande vergunning. Die bevolkingsprojectie wordt door de minister vastgelegd en voldoet minstens aan de volgende voorwaarden :
1° ze is per afzonderlijk kalenderjaar opgesteld;
2° ze is specifiek berekend voor het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
3° ze is regionaal gedifferentieerd tot op het niveau van de gemeenten binnen het Nederlandse taalgebied;
4° ze is opgesteld volgens de leeftijdsgroepen 65 tot 69 jaar, 70 tot 79 jaar, 80 tot 89 jaar en 90 jaar en ouder.
Art. 3. Les chiffres de programmation des centres de soins de jour sont établis comme suit :
1° 0,1 centre par 3 000 personnes ùgées du groupe d'ùge de 65 à 69 ans inclus;
2° 0,4 centre par 3 000 personnes ùgées du groupe d'ùge de 70 à 79 ans inclus;
3° 0,8 centre par 3 000 personnes ùgées du groupe d'ùge de 80 à 89 ans inclus;
4° 1,5 centre par 3 000 personnes ùgées du groupe d'ùge à partir de 90 ans.
Le nombre de centres de soins de jour s'élÚve à au moins un par commune.
Pour l'application des chiffres de programmation, visés à l'alinéa premier, on se base sur la projection de la population pour la cinquiÚme année qui suit l'année de la demande d'une autorisation préalable. Cette projection de la population est fixée par le Ministre et répond au moins aux conditions suivantes :
1° elle est établie par année calendaire séparée;
2° elle est calculée spécifiquement pour la région de langue néerlandaise et la région bilingue de Bruxelles-Capitale;
3° elle est différenciée par région jusqu'au niveau des communes dans la région de langue néerlandaise;
4° elle est établie suivant les groupes d'ùge de 65 à 69 ans, de 70 à 79 ans, de 80 à 89 et de 90 ans et plus ùgé.
Art. 4. De minister legt de evaluatiecriteria voor de dagverzorgingscentra vast. Daarbij houdt de minister onder meer rekening met :
1° de verhouding van het totale aantal vooraf vergunde en gerealiseerde centra tot het programmacijfer voor de regio;
2° het huidige of toekomstige profiel van het dagverzorgingscentrum;
3° de relatie met andere voorzieningen voor ouderen in het beoogde werkingsgebied;
4° de visie op wonen, leven en verzorgen in het dagverzorgingscentrum;
5° de verwachte rendabiliteit en prijszetting;
6° de professionele kwaliteitsgaranties van de initiatiefnemer.
Art. 4. Le Ministre arrĂȘte les critĂšres d'Ă©valuation pour les centres de soins de jour. A cet effet, le ministre tient entre autres compte :
1° de la proportion entre le nombre total de centres préalablement autorisés et réalisés et le chiffre de programmation pour la région;
2° du profil actuel ou futur du centre de soins de jour;
3° de la relation avec d'autres structures pour personnes ùgées dans le ressort envisagé;
4° de la vision sur le logement, la vie et les soins dans le centre de soins de jour;
5° de la rentabilité prévue et de la fixation des prix;
6° des garanties de qualité professionnelle de l'initiateur.
HOOFDSTUK 3. - Specifieke erkenningsvoorwaarden
CHAPITRE 3. - Conditions d'agrément spécifiques
Afdeling 1. - Algemene bepaling
Section 1re. - Disposition générale
Art. 5. Met behoud van de toepassing van artikel 4, 25 tot en met 27, 39, 43, 53, § 2, artikel 56, 67 en 72, tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en van artikel 10 van dit besluit gelden voor de erkenning van dagverzorgingscentra de specifieke voorwaarden van dit hoofdstuk.
Art. 5. Sans prĂ©judice de l'application des articles 4, 25 Ă  27 inclus, 39, 43, 53, § 2, des articles 56, 67 et 72, alinĂ©a deux, du dĂ©cret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement et de l'article 10 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les conditions spĂ©cifiques du prĂ©sent chapitre s'appliquent Ă  l'agrĂ©ment des centres de soins de jour.
Afdeling 2. - Voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening
Section 2. - Conditions relatives Ă  la prestation d'aide et de services
Onderafdeling 1. - Rechten en plichten
Sous-section 1re. - Droits et obligations
Art. 6. Bij de aanvang of bij het beëindigen van de zorg- en dienstverlening aan de gebruiker mag het dagverzorgingscentrum geen criteria hanteren die betrekking hebben op :
1° de ideologische, filosofische, politieke of godsdienstige overtuiging van de gebruiker;
2° het lidmaatschap van een organisatie of groepering;
3° de financiële draagkracht van de gebruiker;
4° de etnische afkomst van de gebruiker.
Art. 6. Au début ou à la fin de la prestation d'aide et de services à l'usager, le centre de soins de jour ne peut pas utiliser des critÚres qui ont trait :
1° aux convictions idéologiques, philosophiques, politiques ou religieuses de l'usager;
2° à la qualité de membre d'une organisation ou d'un groupement;
3° à la portée financiÚre de l'usager;
4° à l'origine ethnique de l'usager.
Art. 7. De gebruiker en zijn familieleden of mantelzorgers genieten de grootst mogelijke vrijheid. Het dagverzorgingscentrum kan die alleen beperken om organisatorische redenen, op voorwaarde dat daarover duidelijk gecommuniceerd wordt.
De gebruiker kan vrij zijn huisarts kiezen.
Bezoek is altijd toegestaan. Als op sommige tijdstippen bezoek minder gewenst is, communiceert het centrum daarover.
Art. 7. L'usager et ses membres de famille ou ses intervenants de proximité bénéficient de la plus grande liberté possible. Le centre de soins de jour ne peut limiter cette liberté que pour des raisons organisationnelles qui doivent faire l'objet d'une communication claire.
L'usager peut librement choisir son médecin généraliste.
Les visites sont en tout temps autorisées. Si à certains moments moins de visites sont préférables, le centre le communique clairement.
Art. 8. Het dagverzorgingscentrum voert een actieve communicatie met de gebruiker en zijn omgeving over de strategische beleidsbeslissingen van het management die een impact hebben op de dagelijkse werking van het centrum en op de kosten of de aard van de aangeboden zorg- en dienstverlening.
Art. 8. Le centre de soins de jour communique activement avec l'usager et ses environs concernant les décisions politiques stratégiques du management qui ont un impact sur le fonctionnement quotidien du centre et sur les frais ou la nature de l'aide offerte ou des services prestés.
Art. 9. Uiterlijk bij de aanvang van de zorg- en dienstverlening moet het dagverzorgingscentrum aan de gebruiker of, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en aan zijn familie of mantelzorgers een kopie bezorgen van de interne afsprakennota. De hoofdlijnen ervan worden bij voorkeur samengevat in een onthaalbrochure. De afsprakennota vermeldt :
1° de identificatie- en contactgegevens van het dagverzorgingscentrum en de verantwoordelijke beheersinstantie ervan;
2° de procedure en de voorwaarden om gebruik te maken van de zorg- en dienstverlening in het dagverzorgingscentrum;
3° de omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot de beëindiging van de zorg- en dienstverlening door het dagverzorgingscentrum en de opzeggingstermijn;
4° de wijze waarop binnen het dagverzorgingscentrum het dagelijkse leven en de zorg- en dienstverlening worden georganiseerd, in het bijzonder met betrekking tot de dagindeling, de maaltijden, de bezoekregeling, de organisatie van activiteiten, het restrictiebeleid ten aanzien van gebruikers met een bijzonder zorgprofiel, de regeling met betrekking tot opname in een ziekenhuis en de mogelijkheden en beperkingen binnen het dagverzorgingscentrum in verband met palliatie en euthanasie;
5° de wijze waarop gebruikers actief betrokken worden en inspraak hebben bij alle aangelegenheden die de werking van het dagverzorgingscentrum betreffen;
6° de strategische beslissingen van het management die aan de gebruikers, de familie en de mantelzorgers moeten worden meegedeeld;
7° de procedure voor de behandeling van suggesties, opmerkingen en klachten;
8° in voorkomend geval, de regels met betrekking tot het meebrengen van huisdieren;
9° een verwijzing naar de instanties die toezicht uitoefenen op de erkenning van het dagverzorgingscentrum en een verwijzing naar de toepasselijke erkenningsnormen.
Wijzigingen aan de afsprakennota worden vooraf meegedeeld en kunnen op zijn vroegst toegepast worden dertig dagen nadat de gebruiker of, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger er kennis van heeft genomen.
Art. 9. Au plus tard au début de la prestation d'aide et de services, le centre de soins de jour doit remettre une copie de la note d'accord interne à l'usager ou, le cas échéant, à son représentant et à sa famille ou ses intervenants de proximité. Les directives principales de la note sont préférablement reprises dans une brochure d'accueil. La note d'accord mentionne :
1° les données d'identification et de contact du centre de soins de jour et de son instance de gestion responsable;
2° la procédure et les conditions d'utilisation de l'aide et des services dans le centre de soins de jour;
3° les circonstances qui peuvent donner lieu à la résiliation des soins et des services par le centre de soins de jour, ainsi que le délai de préavis;
4° la façon dont la vie quotidienne et les soins et services sont organisés dans le centre de soins de jour, notamment en ce qui concerne l'agenda du jour, les repas, le rÚglement des visites, l'organisation des activités, la politique de restriction vis-à-vis des usagers ayant un profil de soins particulier, le rÚglement relatif à l'admission dans un hÎpital et les possibilités et restrictions dans le centre de soins de jour en matiÚre de soins palliatifs et d'euthanasie;
5° la façon dont les usagers sont associés activement et participent à toutes les matiÚres concernant le fonctionnement du centre de soins de jour;
6° les dĂ©cisions stratĂ©giques du management qui doivent ĂȘtre communiquĂ©es aux usagers, Ă  leur famille et aux intervenants de proximitĂ©;
7° la procédure de traitement des suggestions, remarques et plaintes;
8° le cas échéant, les rÚgles relatives à la possession d'animaux domestiques;
9° une référence aux instances exerçant un contrÎle sur l'agrément du centre de soins de jour et une référence aux normes d'agrément applicables.
Les modifications Ă  la note d'accord sont communiquĂ©es prĂ©alablement et peuvent ĂȘtre appliquĂ©es au plus tĂŽt trente jours aprĂšs leur notification Ă  l'usager ou, le cas Ă©chĂ©ant, Ă  son reprĂ©sentant.
Art. 10. Het dagverzorgingscentrum verbindt er zich toe om de zorg- en dienstverlening aan een gebruiker alleen te beëindigen in geval van overmacht of om redenen en volgens de procedure, vermeld in de interne afsprakennota.
Art. 10. Le centre de soins de jour s'engage à ne terminer les soins et services fournis à un usager qu'en cas de force majeure ou pour des raisons et selon la procédure, visées à la note d'accord interne.
Art. 11. De zorg- en dienstverlening wordt nader geregeld in een schriftelijke overeenkomst die door de belanghebbende partijen wordt ondertekend en die, met behoud van de toepassing van artikel 12, eerste lid, minstens de volgende bepalingen bevat :
1° de identificatiegegevens van de contracterende partijen;
2° de vermoedelijke periodiciteit van de zorg- en dienstverlening;
3° het bedrag en de samenstelling van de dagprijs;
4° de diensten en leveringen die aanleiding geven tot de aanrekening van een extra vergoeding;
5° in voorkomend geval, de regeling van de voorschotten ten gunste van derden;
6° de wijze waarop de beheersinstantie van het dagverzorgingscentrum de overeenkomst kan beëindigen en de toepasselijke opzeggingstermijn;
7° de identificatie van de natuurlijke of rechtspersoon die belast is met de betaling, en de wijze waarop de betaling uitgevoerd zal worden;
8° de regelingen van aansprakelijkheid en verzekeringen;
9° de wijze waarop de overeenkomst kan worden gewijzigd;
10° de regelingen in verband met het vervoer.
Art. 11. Les modalités des soins et des services sont fixées dans un contrat écrit qui est signé par les parties intéressées et qui, sans préjudice de l'application de l'article 12, alinéa premier, contient au moins les dispositions suivantes :
1° les données d'identification des parties contractantes;
2° la périodicité présumée des soins et des services;
3° le montant et la composition du prix de journée;
4° les services et fournitures donnant lieu à l'imputation d'une indemnisation supplémentaire;
5° le cas échéant, le rÚglement des acomptes au profit de tiers;
6° la façon dont l'instance de gestion du centre de soins de jour peut résilier le contrat, ainsi que le délai de préavis applicable;
7° l'identification de la personne physique ou morale chargée du paiement, ainsi que le mode dont le paiement sera effectué;
8° les régimes de responsabilité et d'assurance;
9° la façon dont le contrat peut ĂȘtre modifiĂ©;
10° les rÚglements concernant le transport.
Art. 12. De gebruiker kan de overeenkomst op elk moment met onmiddellijke ingang beëindigen. De formaliteiten die daarvoor moeten worden nageleefd, zijn bepaald in de overeenkomst.
Als de beheersinstantie van het dagverzorgingscentrum de overeenkomst wil beëindigen, bedraagt de opzeggingstermijn veertien dagen. Die termijn gaat in op de eerste dag die volgt op de ontvankelijke betekening ervan aan de gebruiker volgens de bepalingen van de overeenkomst. De eerste maand die volgt op de eerste dag dat gebruik wordt gemaakt van de zorg- en dienstverlening in het centrum, wordt beschouwd als een proefperiode, ongeacht het aantal dagen dat tijdens die maand van die zorg- en dienstverlening gebruikgemaakt wordt. De opzeggingstermijn wordt in die periode voor het centrum beperkt tot zeven dagen.
Gedurende de opzeggingstermijn mag er boven op de verschuldigde dagprijs geen extra opzegvergoeding aangerekend worden, ongeacht wie de overeenkomst beëindigt.
Art. 12. L'usager peut, Ă  tout moment et avec effet immĂ©diat, rĂ©silier le contrat. Les formalitĂ©s qui doivent ĂȘtre respectĂ©es Ă  cet effet, sont arrĂȘtĂ©es dans le contrat.
Si l'instance de gestion du centre de soins de jour veut résilier le contrat, le délai de préavis est de quatorze jours. Ce délai commence le premier jour qui suit la notification recevable de la résiliation à l'usager suivant les clauses du contrat. Le premier mois suivant le premier jour d'utilisation des soins et des services dans le centre, est considéré comme une période d'essai, quel que soit le nombre de jours d'utilisation de ces soins et services au cours du mois concerné. Pendant cette période, le délai de préavis pour le centre est limité à sept jours.
Pendant le dĂ©lai de prĂ©avis, aucune indemnitĂ© de rĂ©siliation supplĂ©mentaire ne peut ĂȘtre imputĂ©e en plus du prix de journĂ©e dĂ», quelle que soit la personne qui a rĂ©siliĂ© le contrat.
Art. 13. Het agentschap kan het model van overeenkomst en elke wijziging ervan consulteren.
De overeenkomst mag alleen gewijzigd worden met akkoord van de gebruiker of, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger. Als de gebruiker of zijn vertegenwoordiger niet akkoord gaat, kan de gebruiker verder in het dagverzorgingscentrum zorg- en dienstverlening ontvangen op basis van de voordien gesloten overeenkomst.
Art. 13. L'agence peut consulter le modĂšle du contrat ainsi que toutes ses modifications.
Le contrat ne peut ĂȘtre modifiĂ© que moyennant l'accord de l'usager ou, le cas Ă©chĂ©ant, de son reprĂ©sentant. Si l'usager ou son reprĂ©sentant n'est pas d'accord, l'usager peut continuer Ă  recevoir les soins et services dans le centre de soins de jour sur la base du contrat conclu auparavant.
Art. 14. Een eventuele aanpassing van het bedrag van de dagprijs wordt vooraf aan alle belanghebbenden bekendgemaakt en gaat op zijn vroegst in dertig dagen na de kennisgeving ervan aan de gebruiker of, in voorkomend geval, aan zijn vertegenwoordiger. Een dergelijke aanpassing wordt niet beschouwd als een wijziging van de overeenkomst.
Art. 14. Une adaptation éventuelle du montant du prix de journée est communiquée préalablement à tous les intéressés et prend cours au plus tÎt trente jours aprÚs sa notification à l'usager ou, le cas échéant, à son représentant. Une telle adaptation n'est pas considérée comme une modification du contrat.
Onderafdeling 2. - Zorg en kwaliteit van de zorg
Sous-section 2. - Soins et qualité des soins
Art. 15. Het dagverzorgingscentrum voert een beleid ter preventie van infectieziekten. Bij vaststelling van een infectieziekte worden de gepaste maatregelen getroffen. De minister kan daarvoor nadere regels bepalen.
Art. 15. Le centre de soins de jour mĂšne une politique de prĂ©vention de maladies infectieuses. En cas de constatation d'une maladie infectieuse, les mesures nĂ©cessaires sont prises. Le Ministre peut arrĂȘter les modalitĂ©s en la matiĂšre.
Art. 16. Het dagverzorgingscentrum neemt de nodige maatregelen om de veiligheid van de gebruikers, rekening houdend met hun toestand, te waarborgen.
Art. 16. Le centre de soins de jour prend les mesures nécessaires afin de garantir la sécurité des usagers, en tenant compte de leur situation.
Art. 17. Het dagverzorgingscentrum betrekt familieleden, mantelzorgers en vrijwilligers bij zijn werking. Het centrum integreert zich zo veel mogelijk in de buurt.
Art. 17. Le centre de soins de jour associe les membres de la famille, les intervenants de proximité et les volontaires à son fonctionnement. Le centre s'intÚgre dans le voisinage dans la mesure du possible.
Art. 18. Als er in of rond het dagverzorgingscentrum dieren worden gehouden, dan gebeurt dat met de nodige aandacht voor het welzijn en de gezondheid van zowel de gebruikers als de dieren.
Art. 18. Si des animaux sont tenus dans ou autour du centre de soins de jour, cela se passe moyennant l'attention voulue pour le bien-ĂȘtre et la santĂ© tant des usagers que des animaux.
Art. 19. Elk dagverzorgingscentrum ontwikkelt een hitteplan. Als de temperatuur oploopt, maar in elk geval als in de publiek toegankelijke ruimtes of in de kamers van de gebruikers een temperatuur van 29 ° C bereikt wordt, treedt dat hitteplan in werking.
Art. 19. Chaque centre de soins de jour développe un plan de grande chaleur. Ce plan entre en action si la température augmente, mais en tout cas si une température de 29 ° C est atteinte dans les espaces accessibles au public ou dans les chambres des usagers.
Art. 20. Met betrekking tot de individuele zorg- en dienstverlening aan de gebruikers beantwoordt het dagverzorgingscentrum aan de volgende voorwaarden :
1° aan de gebruiker moet steeds de nodige hulp geboden worden bij de dagelijkse lichaamsverzorging;
2° elke gebruiker moet minstens eenmaal per week een bad of douche kunnen nemen, naar eigen keuze;
3° in voorkomend geval moet de gebruiker steeds over voldoende en aangepast incontinentiemateriaal kunnen beschikken;
4° het dagverzorgingscentrum maakt voor elke gebruiker een geïndividualiseerd zorg- en begeleidingsplan op dat minstens de volgende gegevens bevat :
a) de identiteitsgegevens;
b) de behandelende arts;
c) de persoon of personen die in geval van nood gewaarschuwd moeten worden;
d) persoonlijke kenmerken, levensloop;
e) individuele behoeften of wensen;
f) de afspraken rond de aangeboden zorg- en dienstverlening;
g) de afstemming van de zorg- en dienstverlening;
h) de afspraken rond vrijetijdsbesteding en sociale activiteiten;
5° het dagverzorgingscentrum toont aan dat de gebruiker of zijn familieleden en mantelzorgers instemmen met het zorg- en begeleidingsplan. Daarin worden een maximale persoonlijke autonomie en zelfverantwoordelijkheid ingeschreven;
6° de dossiers worden bewaard met respect voor de privacy, zodat alleen daartoe bevoegde personen er toegang toe hebben. De gebruiker en zijn vertegenwoordiger hebben steeds recht op inzage in dat deel van het zorg- en begeleidingsplan dat hen rechtstreeks aanbelangt.
Art. 20. En ce qui concerne les soins et services individuels fournis aux usagers, le centre de soins de jour répond aux conditions suivantes :
1° l'assistance nécessaire est toujours offerte à l'usager lors des soins corporels quotidiens;
2° chaque usager doit pouvoir se baigner ou se doucher, selon son choix, au moins une fois par semaine;
3° le cas échéant, l'usager doit à tout moment pouvoir disposer de matériel d'incontinence suffisant et adéquat;
4° le centre de soins de jour établit pour chaque usager un plan individualisé de soins et d'encadrement comprenant au moins les données suivantes :
a) les données d'identité;
b) le médecin traitant;
c) la personne ou les personnes Ă  avertir en cas d'urgence;
d) caractéristiques personnelles, cours de vie;
e) besoins ou souhaits individuels;
f) les accords concernant les soins et services offerts;
g) l'harmonisation des soins et des services;
h) les accords en matiÚre de loisirs et d'activités sociales;
5° le centre de soins de jour démontre que l'usager ou ses membres de famille et ses intervenants de proximité se rallient au plan de soins et d'encadrement. Une autonomie personnelle et une auto-responsabilité maximales y sont inscrites;
6° les dossiers sont gardés dans le respect de la vie privée, de sorte que seules les personnes compétentes en cette matiÚre y aient accÚs. L'usager et son représentant ont en tout temps droit de consultation de la partie du plan de soins et d'encadrement qui leur intéresse directement.
Art. 21. § 1. Elk dagverzorgingscentrum wijst een klachtenbehandelaar aan. De gebruiker of zijn familie of mantelzorger kan suggesties, opmerkingen of klachten rechtstreeks, zowel schriftelijk als mondeling, aan die persoon meedelen. De klachtenbehandelaar verzamelt de ingediende suggesties, opmerkingen of klachten. Het personeel van het agentschap kan daarvan inzage nemen. Aan de indiener moet het gevolg dat aan zijn klacht wordt gegeven, schriftelijk meegedeeld worden.
Het dagverzorgingscentrum zorgt voor periodieke informatie over het klachtenbeleid aan alle gebruikers, hun familieleden en mantelzorgers.
§ 2. De gegevens betreffende de Woonzorglijn worden op een zichtbare plaats uitgehangen.
Art. 21. § 1er. Chaque centre de soins de jour dĂ©signe un responsable du traitement des plaintes. L'usager ou sa famille ou son intervenant de proximitĂ© peut communiquer, par voie orale ou Ă©crite, des suggestions, remarques ou plaintes Ă  cette personne. Le responsable du traitement des plaintes rassemble les suggestions, remarques ou plaintes formulĂ©es. Le personnel de l'agence peut les consulter. La suite donnĂ©e Ă  sa plainte doit ĂȘtre communiquĂ©e par Ă©crit Ă  la personne ayant introduit la plainte.
Le centre de soins de jour transmet des informations périodiques relatives à la gestion des plaintes à tous les usagers, à leurs membres de famille et intervenants de proximité.
§ 2. Les données relatives à la " Woonzorglijn " sont affichées à un endroit bien visible.
Art. 22. Wat de voeding betreft, voldoet een dagverzorgingscentrum aan de volgende regels :
1° de gebruiker moet een warme maaltijd per dag kunnen krijgen;
2° de maaltijden moeten bereid en verdeeld worden met inachtneming van de hygiënische voorschriften. Het voedsel moet in voldoende hoeveelheid beschikbaar zijn. Het moet gezond en afwisselend zijn, en aangepast zijn aan de gezondheidstoestand van de gebruiker. De dieetvoorschriften van de behandelende arts moeten in acht genomen worden;
3° het menu wordt op de dag van het verblijf aan de gebruikers meegedeeld. Het menu wordt gedurende ten minste twee weken ter inzage bewaard;
4° elke gebruiker moet steeds gratis over voldoende drinkbaar water kunnen beschikken.
Art. 22. En ce qui concerne l'alimentation, un centre de soins de jour répond aux rÚgles suivantes :
1° l'usager doit pouvoir recevoir au moins un repas chaud par jour;
2° les repas doivent ĂȘtre prĂ©parĂ©s et distribuĂ©s dans le respect des prescriptions d'hygiĂšne. La nourriture doit ĂȘtre disponible en quantitĂ© suffisante. Elle doit ĂȘtre saine, variĂ©e et adaptĂ©e Ă  l'Ă©tat de santĂ© de l'usager. Les ordonnances diĂ©tĂ©tiques du mĂ©decin traitant doivent ĂȘtre respectĂ©es;
3° le menu est communiquĂ© aux usagers le jour du sĂ©jour. Il est conservĂ© pendant au moins deux semaines afin de pouvoir ĂȘtre consultĂ©;
4° chaque usager doit en tout temps et gratuitement pouvoir disposer d'eau potable en quantité suffisante.
Art. 23. Het dagverzorgingscentrum zorgt ervoor dat zijn gebruikers gebruik kunnen maken van aangepast vervoer waarbij ze, als dat nodig is, thuis kunnen worden opgehaald en na het verblijf in het centrum weer naar huis kunnen worden gebracht. De minister kan de nadere voorwaarden bepalen.
Art. 23. Le centre de soins de jour offre un transport adaptĂ© Ă  ses usagers permettant, si nĂ©cessaire, de les prendre Ă  leur domicile et les reconduire Ă  domicile aprĂšs leur sĂ©jour dans le centre. Le Ministre peut arrĂȘter les modalitĂ©s en la matiĂšre.
Onderafdeling 3. - Facturatie
Sous-section 3. - Facturation
Art. 24. Er kan alleen een extra vergoeding worden aangerekend voor de persoonlijke en individuele diensten en leveringen die in de overeenkomst uitdrukkelijk vermeld worden en die niet behoren tot de minimale kostprijselementen van de dagprijs. De beheersinstantie van het dagverzorgingscentrum moet op eenvoudig verzoek de bewijsstukken kunnen voorleggen die de uitgaven rechtvaardigen. Die extra vergoeding mag alleen tegen marktconforme prijzen aangerekend worden. Ze moet gebaseerd zijn op een reële aantoonbare kostenberekening.
Art. 24. Une indemnitĂ© supplĂ©mentaire ne peut ĂȘtre facturĂ©e que pour des services et fournitures personnels et individuels qui sont explicitement mentionnĂ©s dans le contrat et qui n'appartiennent pas aux composantes minimales du prix de journĂ©e. L'instance de gestion du centre de soins de jour doit pouvoir prĂ©senter, sur simple demande, les justificatifs des dĂ©penses effectuĂ©es. Cette indemnitĂ© supplĂ©mentaire ne peut ĂȘtre facturĂ©e qu'aux prix conformes au marchĂ©. Elle doit se baser sur un calcul des coĂ»ts rĂ©el dĂ©montrable.
Art. 25. De minister bepaalt welke kostprijselementen minimaal deel moeten uitmaken van de dagprijs.Tevens kan de minister bepalen :
1° voor welke extra diensten en leveringen er een extra vergoeding aangerekend kan worden en, in voorkomend geval, onder welke voorwaarden die aangerekend mag worden;
2° welke uitgaven als voorschotten ten gunste van derden beschouwd moeten worden.
Voorschotten ten gunste van derden moeten gerechtvaardigd kunnen worden door een bewijsstuk.
Art. 25. Le Ministre fixe l'ensemble minimum des frais compris dans le prix de journĂ©e. Le Ministre peut Ă©galement arrĂȘter :
1° les services et fournitures supplĂ©mentaires pour lesquels une indemnitĂ© supplĂ©mentaire peut ĂȘtre facturĂ©e et, le cas Ă©chĂ©ant, les conditions auxquelles cette indemnitĂ© peut ĂȘtre facturĂ©e;
2° les dĂ©penses qui doivent ĂȘtre considĂ©rĂ©es comme des acomptes au profit de tiers.
Les acomptes au profit de tiers doivent pouvoir ĂȘtre justifiĂ©s par un document justificatif.
Art. 26. Het overzicht van de gehanteerde dagprijzen, eventueel opgesplitst per kostensoort, en van de aangerekende extra vergoedingen, is beschikbaar in het dagverzorgingscentrum en wordt op eenvoudig verzoek aan het agentschap bezorgd.
Art. 26. L'aperçu des prix de journée appliqués, éventuellement différenciés par genre de frais, et des indemnités supplémentaires, est disponible dans le centre de soins de jour et est transmis à l'agence sur simple demande.
Art. 27. De in het dagverzorgingscentrum gehanteerde dagprijzen en extra vergoedingen, alsook de regeling van de voorschotten ten gunste van derden, worden duidelijk geafficheerd op een centrale plaats die toegankelijk is voor alle gebruikers, bezoekers en personeelsleden. Ze kunnen worden geraadpleegd op de website van de beheersinstantie.
Art. 27. Les prix de journĂ©e et les indemnitĂ©s supplĂ©mentaires appliquĂ©s dans le centre de soins de jour, ainsi que le rĂ©gime des acomptes au profit de tiers sont clairement affichĂ©s Ă  un endroit central accessible Ă  tous les usagers, visiteurs et membres du personnel. Ils peuvent ĂȘtre consultĂ©s sur le site web de l'instance de gestion.
Art. 28. Het dagverzorgingscentrum kan aan de gebruiker geen waarborgsom vragen.
Art. 28. Le centre de soins de jour ne peut demander de caution Ă  l'usager.
Art. 29. Voor afwezigheden die uiterlijk de dag voordien worden gemeld, en voor perioden van opname in een ziekenhuis of in kortverblijf mogen geen dagprijs of extra vergoedingen gefactureerd worden. Evenmin mogen een dagprijs en extra vergoedingen worden aangerekend vanaf de dag die volgt op het overlijden van de gebruiker.
Art. 29. Aucun prix de journĂ©e ou aucune indemnitĂ© supplĂ©mentaire ne peut ĂȘtre facturĂ©(e) pour les absences qui sont notifiĂ©es la veille au plus tard, et pour les pĂ©riodes d'admission Ă  un hĂŽpital ou en court sĂ©jour. A partir du jour suivant le dĂ©cĂšs de l'usager, aucun prix de journĂ©e ou aucune indemnitĂ© supplĂ©mentaire ne peut pas non plus ĂȘtre imputĂ©(e).
Art. 30. Gebruikers aan wie alleen tijdens de nacht in het dagverzorgingscentrum zorg- en dienstverlening worden verstrekt, betalen een aangepaste dagprijs die minder bedraagt dan de dagprijs in een centrum voor kortverblijf of een woonzorgcentrum.
Art. 30. Les usagers auxquels le centre de soins de jour ne fournit des soins et des services que pendant la nuit, paient un prix de journée adapté qui est inférieur au prix de journée dans un centre de court séjour ou dans un centre de services de soins et de logement.
Art. 31. De eerste factuur kan pas worden opgemaakt op het einde van de maand waarin de gebruiker voor het eerst gebruik maakt van de zorg- en dienstverlening in het dagverzorgingscentrum. De prestaties worden steeds achteraf verrekend. Het is niet toegestaan een voorschot aan te rekenen voor de maand die volgt.
Art. 31. La premiĂšre facture ne peut ĂȘtre Ă©tablie qu'Ă  la fin du moins pendant lequel l'usager utilise pour la premiĂšre fois les soins et les services dans le centre de soins de jour. Les prestations sont toujours portĂ©es en compte par aprĂšs. Il n'est pas autorisĂ© d'imputer un acompte pour le mois suivant.
Art. 32. Op het einde van elke maand wordt voor iedere gebruiker een factuur opgemaakt waarop onder meer de volgende gegevens duidelijk zijn vermeld :
1° de identiteit van de gebruiker;
2° het aantal dagen dat aan de gebruiker in het dagverzorgingscentrum zorg- en dienstverlening werd verstrekt;
3° de gevraagde dagprijs;
4° een gedetailleerde opgave van alle extra vergoedingen die boven op de dagprijs in rekening zijn gebracht, met vermelding van de aard, het aantal en het bedrag;
5° eventueel voorschotten ten gunste van derden;
6° het totale verschuldigde nettobedrag dat de gebruiker of zijn vertegenwoordiger moet betalen.
Art. 32. A la fin de chaque mois, il est établi une facture pour chaque usager, mentionnant clairement les données suivantes :
1° l'identité de l'usager;
2° le nombre de jours que des soins et des services ont été fournis à l'usager dans le centre de soins de jour;
3° le prix de journée demandé;
4° un relevé détaillé de toutes les indemnités supplémentaires imputées en supplément du prix de journée (nature, nombre et montant);
5° les acomptes éventuels au profit de tiers;
6° le montant net total dû que l'usager ou son représentant doit payer.
Art. 33. Dagverzorgingscentra die voorschotten ten gunste van derden buiten de facturatie regelen, boeken de individuele ontvangsten en uitgaven op een voor de gebruiker overzichtelijke wijze. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan steeds inzage nemen van de stand van de rekening.
Art. 33. Les centres de soins de jour réglant des acomptes au profit de tiers en dehors de la facturation, comptabilisent les recettes et dépenses individuelles de façon transparente pour l'usager. L'usager ou son représentant peut en tout temps consulter l'état de son compte.
Art. 34. Het aangestelde personeel van het agentschap is gemachtigd om kennis te nemen van de boekhouding en van de individuele facturen.
Art. 34. Le personnel désigné de l'agence est autorisé à prendre connaissance de la comptabilité et des factures individuelles.
Afdeling 3. - Voorwaarden voor de omkadering
Section 3. - Conditions relatives Ă  l'encadrement
Art. 35. Een dagverzorgingscentrum moet over ten minste het volgende personeel kunnen beschikken :
1° een coördinator die verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding in dagverzorgingscentra en die voor één derde tewerkgesteld wordt of meer, in functie van het aantal gebruikers. De coördinator is in het bezit van ten minste een bachelordiploma in een sociale, medische, paramedische of verzorgende studierichting;
2° minstens één voltijds verzorgend personeelslid;
3° het centrum zet voldoende en deskundig personeel en medewerkers in om zijn vooropgestelde doelstellingen te realiseren;
4° tijdens de openingsuren moet ten minste één lid van het verzorgend personeel een permanente dienstverlening verzorgen.
De minister kan de aanvullende personeelsformatie vaststellen.
Art. 35. Un centre de soins de jour doit pouvoir disposer au moins du personnel suivant :
1° un coordinateur responsable de la direction quotidienne dans des centres de soins de jour, qui est occupé à tiers-temps ou plus, en fonction du nombre d'usagers. Le coordinateur est au moins titulaire d'un diplÎme de bachelor dans une orientation d'études sociale, médicale, paramédicale ou en soins;
2° au moins un membre du personnel soignant à temps plein;
3° le centre engage suffisamment de personnel expert et de collaborateurs pour réaliser ses objectifs;
4° pendant les heures d'ouverture, au moins un membre du personnel soignant doit assurer un service permanent.
Le Ministre peut arrĂȘter le cadre du personnel complĂ©mentaire.
Art. 36. In voorkomend geval kan elke voltijdse personeelsfunctie door maximaal twee verschillende personeelsleden worden vervuld.
Art. 36. Le cas Ă©chĂ©ant, toute fonction de personnel Ă  temps plein peut ĂȘtre assurĂ©e par au maximum deux diffĂ©rents membres du personnel.
Art. 37. Overdag en in voorkomend geval 's nachts moet in het dagverzorgingscentrum voldoende gekwalificeerd personeel oproepbaar zijn om tijdig aangepaste hulp te kunnen bieden. Een dagverzorgingscentrum dat ook 's nachts aan gebruikers zorg- en dienstverlening verstrekt, moet een beroep kunnen doen op een actieve nachtdienst. Die actieve nachtdienst kan worden opgenomen door het personeel van het woonzorgcentrum waarin het dagverzorgingscentrum geĂŻntegreerd is. In dat geval wordt het aantal gebruikers van het dagverzorgingscentrum aan wie 's nachts zorg- en dienstverlening wordt verstrekt, opgeteld bij het aantal opgenomen bewoners in het woonzorgcentrum om te bepalen hoeveel personeelsleden het woonzorgcentrum daarvoor moet inzetten conform artikel 40 van bijlage XII.
Art. 37. Pendant la journĂ©e et le cas Ă©chĂ©ant la nuit, suffisamment de personnel qualifiĂ© doit pouvoir ĂȘtre appelĂ© dans le centre de soins de jour pour pouvoir offrir l'aide adĂ©quate en temps voulu. Un centre de soins de jour qui fournit Ă©galement des soins et des services aux usagers pendant la nuit, doit pouvoir faire appel Ă  un service de nuit actif. Ce service de nuit actif peut ĂȘtre assurĂ© par le personnel du centre de services de soins et de logement dans lequel le centre de soins de jour est intĂ©grĂ©. Dans ce cas le nombre d'usagers du centre de soins de jour auxquels des soins et des services sont fournis pendant la nuit, est ajoutĂ© au nombre de rĂ©sidents admis au centre de services de soins et de logement afin de dĂ©terminer le nombre de membres du personnel que le centre de services de soins et de logement doit affecter Ă  cet effet conformĂ©ment Ă  l'article 40 de l'annexe XII.
Art. 38. Het dagverzorgingscentrum ontwikkelt een vormings-, trainings- en opleidingsbeleid voor het personeel. Elk voltijds personeelslid volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 20 uren bijscholing. In geval van deeltijds werk of van een ander arbeidsregime, en in geval van nieuwe indiensttreding in de loop van het kalenderjaar, wordt het minimaal aantal uren bijscholing proportioneel verminderd. De coördinator volgt jaarlijks 8 uren extra bijscholing.
De minister kan per functie bepalen welke vormingsactiviteiten in aanmerking komen voor de bijscholing.
Art. 38. Le centre de soins de jour développe une politique de formation, d'entraßnement et d'éducation pour le personnel. Chaque membre du personnel à temps plein suit au moins 20 heures de recyclage étalées sur une période d'au maximum deux années calendaires. En cas de travail à temps partiel ou d'un autre régime de travail, et en cas d'une nouvelle entrée en service au cours de l'année calendaire, le nombre minimal d'heures de recyclage est diminué proportionnellement. Le coordinateur suit annuellement 8 heures de recyclage supplémentaires.
Le Ministre peut arrĂȘter par fonction les activitĂ©s de formation qui entrent en ligne de compte pour le recyclage.
Art. 39. Het dagverzorgingscentrum kan voor elke medewerker en elk lid van de raad van bestuur een uittreksel uit het strafregister tonen.
De erkenning kan worden geweigerd of ingetrokken als een van de personen, vermeld in het eerste lid, in België of in het buitenland door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing werd veroordeeld wegens een misdrijf dat genoemd is in boek II, titel VII, hoofdstuk V, VI en VII, titel VIII, hoofdstuk I, II, artikel 422bis, IV en VI en titel IX, hoofdstuk I en II, van het Strafwetboek.
Als een werkstraf of een andere alternatieve straf werd opgelegd, wordt voor een aangepaste begeleiding van de werknemer gezorgd, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met mogelijke risico's voor de bewoners.
Art. 39. Le centre de soins de jour peut présenter un extrait du casier judiciaire pour chaque collaborateur et pour chaque membre du conseil d'administration.
L'agrĂ©ment peut ĂȘtre refusĂ© ou retirĂ© si une des personnes, visĂ©es Ă  l'alinĂ©a premier, Ă  Ă©tĂ© condamnĂ©e en Belgique ou Ă  l'Ă©tranger par une dĂ©cision juridique passĂ©e en force de chose jugĂ©e pour une infraction visĂ©e au livre II, titre VII, chapitres V, VI et VII, titre VIII, chapitre Ier, II, article 422bis, IV et VI et titre IX, chapitres Ier et II, du Code pĂ©nal.
Si une peine de travail ou une autre peine alternative a été imposée, un accompagnement adapté de l'employé est prévu, en tenant compte, entre autres, des risques possibles pour les résidents.
Afdeling 4. - Voorwaarden voor de infrastructuur
Section 4. - Conditions pour l'infrastructure
Onderafdeling 1. - Veiligheid
Sous-section 1re. - Sécurité
Art. 40. Een dagverzorgingscentrum voldoet aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering.
Art. 40. Le centre de soins de jour répond à la rÚglementation de sécurité incendie applicable.
Onderafdeling 2. - Het gebouw
Sous-section 2. - Le bĂątiment
Art. 41. Het dagverzorgingscentrum ontwikkelt zijn werking in een eigen, duidelijk te onderscheiden infrastructuur. Als het dagverzorgingscentrum is ingericht in de gebouwen van een woonzorgcentrum of van een andere voorziening, beklemtoont een aparte ingang of een aangepaste bewegwijzering de eigen werking ervan.
Art. 41. Le centre de soins de jour développe son fonctionnement dans une propre infrastructure clairement distincte. Si le centre de soins de jour est aménagé dans les bùtiments d'un centre de services de soins et de logement ou d'une autre structure, une entrée séparée ou une signalisation adaptée accentue le propre fonctionnement.
Art. 42. De ingang van het dagverzorgingscentrum is zo aangepast dat de gebruikers bij aankomst en vertrek gemakkelijk kunnen in- en uitstappen.
Art. 42. L'entrée du centre de soins de jour est adaptée de sorte que les usagers puissent aisément descendre de et monter dans un véhicule à leur arrivée.
Art. 43. Een dagverzorgingscentrum bestaat uit één of meer gemeenschappelijke zitkamers voor de gebruikers, en één of meer aangepaste rustkamers en sanitaire installaties. De minister kan daar nadere voorwaarden voor bepalen.
In de gemeenschappelijke zitkamer(s) en in de rustkamer(s) moet het raamoppervlak ten minste een zesde bedragen van de nettovloeroppervlakte. In een gemeenschappelijke zitkamer met een nettovloeroppervlakte van meer dan 30 m2 is het raamoppervlak ten minste een zevende van de nettovloeroppervlakte.
Het glasoppervlak van het raam in alle kamers en gemeenschappelijke ruimten begint op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak, en ook zittend moet een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk zijn.
Art. 43. Un centre de soins de jours se compose d'une ou de plusieurs chambres de sĂ©jour pour les usagers, et d'une ou de plusieurs chambres de repos et installations sanitaires adaptĂ©es. Le Ministre peut arrĂȘter des modalitĂ©s en la matiĂšre.
Dans la (les) chambre(s) de séjour commune(s) et dans la (les) chambre(s) de repos, la surface éclairante est au moins égale à un sixiÚme de la superficie nette au sol. Dans une chambre de séjour commune ayant une superficie nette au sol supérieure à 30 m2, la surface éclairante est au moins égale à un septiÚme de la superficie nette au sol.
La surface de vitrage de la fenĂȘtre dans toutes les chambres et tous les locaux communs commence au maximum Ă  85 cm d'hauteur, mesurĂ©e Ă  partir de la surface au sol, et doit Ă©galement permettre la vue libre Ă  l'extĂ©rieur en position assise.
Art. 44. Elke gebruiker moet, als dat nodig is, een aangepast oproepsysteem kunnen gebruiken.
Art. 44. Tout usager doit pouvoir utiliser un systÚme d'appel adapté si nécessaire.
Art. 45. Geneesmiddelen en dossiers moeten op een veilige en discrete manier bewaard kunnen worden.
Art. 45. Les mĂ©dicaments et dossiers doivent pouvoir ĂȘtre conservĂ©s discrĂštement et en toute sĂ©curitĂ©.
Art. 46. In een dagverzorgingscentrum moeten alle voor de gebruikers toegankelijke ruimten samen, met uitzondering van de sanitaire ruimten en de gangen, ten minste 5 m2 per opgenomen gebruiker bedragen.
In elke zitkamer is minimaal een aansluiting op het tv- en radionet aanwezig en is internet beschikbaar.
Art. 46. L'ensemble des espaces accessibles aux usagers dans un centre de soins de jour, à l'exception des espaces sanitaires et des couloirs, doit s'élever à au moins 5 m2 par usager admis.
Chaque chambre de séjour dispose au moins d'un raccordement au réseau de télévision et de radio, ainsi que d'une connexion Internet.
Art. 47. Het gebouw of de gebouwen van het dagverzorgingscentrum voldoen aan de volgende voorwaarden :
1° bij de inrichting van het gebouw worden huiselijke en gezellige accenten gelegd;
2° de gebouwen en de lokalen moeten regelmatig onderhouden worden;
3° de nodige maatregelen moeten worden genomen om vocht en insijpelen van water of hinder van welke aard ook te voorkomen;
4° restafval en gft moeten in gesloten afvalemmers bewaard worden zodat geen geur- of andere hinder ontstaat;
5° een centraal verwarmingssysteem is verplicht. Verwarmingssystemen met open vuur zijn verboden;
6° in alle lokalen moeten de verwarming, ventilatie en verlichting aangepast zijn aan de bestemming van het lokaal;
7° in de kamers van de gebruikers en de gemeenschappelijke ruimten moet de temperatuur overdag minstens 22 ° C kunnen bedragen;
8° aangepaste zonnewering waarbij het zicht naar buiten zo weinig mogelijk gehinderd wordt, moet waar dat nodig is, aangebracht worden;
9° in alle voor de gebruiker toegankelijke ruimten moeten niveauverschillen zoals treden, trappen en andere hindernissen vermeden worden;
10° om zich te verplaatsen in het gebouw moeten de gebruikers zich kunnen behelpen met leuningen en handgrepen. Ook in de sanitaire ruimten moeten leuningen en handgrepen aangebracht zijn;
11° alle gangen die voor de gebruikers toegankelijk zijn, moeten over de nodige rustpunten beschikken.
Art. 47. Le bùtiment ou les bùtiments des centres de soins de jour répondent aux conditions suivantes :
1° lors de l'aménagement du bùtiment, des accents familiaux et conviviaux sont prévus;
2° les bĂątiments et les locaux doivent ĂȘtre rĂ©guliĂšrement entretenus;
3° les mesures nĂ©cessaires doivent ĂȘtre prises afin d'Ă©viter l'humiditĂ© et l'infiltration d'eau ou des nuisances quelconques;
4° les dĂ©chets rĂ©siduels et GFT doivent toujours ĂȘtre conservĂ©s dans des poubelles fermĂ©es afin de ne pas causer de nuisances olfactives et autres;
5° un systÚme de chauffage central est obligatoire. Les systÚmes de chauffage au feu ouvert sont interdits;
6° le chauffage, la ventilation et l'éclairage de tous les locaux doivent toujours répondre à l'affectation du local;
7° dans les chambres des usagers et dans les espaces communs, la tempĂ©rature doit au moins ĂȘtre de 22 ° C pendant la journĂ©e;
8° des pare-soleils adaptĂ©s, empĂȘchant le moins possible la vue vers l'extĂ©rieur, doivent ĂȘtre installĂ©s lĂ  oĂč nĂ©cessaires;
9° dans tous les locaux accessibles aux usagers, les diffĂ©rences de niveau telles que des marches, des escaliers et d'autres obstacles doivent ĂȘtre Ă©vitĂ©s;
10° afin de pouvoir se dĂ©placer dans le bĂątiment, les usagers doivent pouvoir s'aider de mains courantes et de poignĂ©es. Les locaux sanitaires doivent Ă©galement ĂȘtre Ă©quipĂ©s de mains courantes et de poignĂ©es;
11° tous les couloirs accessibles aux usagers doivent ĂȘtre pourvus des points de repos nĂ©cessaires.
Art. 48. De infrastructuur van het dagverzorgingscentrum moet toelaten dat de minimale privacy van elke gebruiker gewaarborgd is en dat het steeds mogelijk is om de gepaste zorg te bieden en hulp te verlenen.
Art. 48. L'infrastructure d'un centre de soins de jour doit permettre de respecter la vie privée de chaque usager et de toujours pouvoir offrir les soins nécessaires et l'assistance requise.
Art. 49. Een dagverzorgingscentrum dat ook nachtopvang organiseert, stelt daarvoor rustkamers ter beschikking die, met behoud van de toepassing van artikel 45, artikel 46, tweede lid, en artikel 48, voldoen aan de volgende vereisten :
1° de kamer moet een netto vloeroppervlakte van ten minste 16 m2 hebben, sanitair niet inbegrepen. Elke kamer moet over een aparte, ingerichte sanitaire cel beschikken, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker, met minstens een toilet en een wastafel;
2° het dagverzorgingscentrum moet per kamer het nodige meubilair ter beschikking kunnen stellen opdat elke gebruiker op een behoorlijke manier kan eten, rusten en slapen;
3° in de kamer moet een koelkast ter beschikking van de gebruiker gesteld kunnen worden;
4° in de kamers moet het raamoppervlak ten minste een zesde bedragen van de netto vloeroppervlakte. In een kamer met een netto vloeroppervlakte van meer dan 30 m2 is het raamoppervlak ten minste een zevende van de netto vloeroppervlakte. Het glasoppervlak van het raam in alle kamers begint op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak, en ook zittend moet een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk zijn.
Alleen dagverzorgingscentra die in een woonzorgcentrum zijn geĂŻntegreerd, kunnen nachtopvang organiseren.
Art. 49. Un centre de soins de jour qui organise également un accueil de nuit, met à disposition des chambres de repos qui répondent, sans préjudice de l'application de l'article 45, de l'article 46, alinéa deux, et de l'article 48, aux exigences suivantes :
1° la chambre doit avoir une superficie nette au sol d'au moins 16 m2, le sanitaire non compris. Chaque chambre doit disposer d'une cellule sanitaire aménagée distincte qui est adaptée aux besoins d'une personne en chaise roulante et qui comprend au moins un WC et un lavabo;
2° par chambre, le centre de soins de jour doit pouvoir mettre à disposition le mobilier nécessaire afin de permettre à chaque usager de manger, de se reposer et de dormir convenablement;
3° il doit ĂȘtre possible de mettre un rĂ©frigĂ©rateur Ă  disposition de l'usager dans la chambre;
4° dans les chambres, la surface Ă©clairante est au moins Ă©gale Ă  un sixiĂšme de la superficie nette au sol. Dans une chambre ayant une superficie nette au sol supĂ©rieure Ă  30 m2, la surface Ă©clairante est au moins Ă©gale Ă  un septiĂšme de la superficie nette au sol. La surface de vitrage de la fenĂȘtre dans toutes les chambres commence au maximum Ă  85 cm d'hauteur, mesurĂ©e Ă  partir de la surface au sol, et doit Ă©galement permettre la vue libre Ă  l'extĂ©rieur en position assise.
Seuls les centres de soins de jour qui sont intégrés dans un centre de services de soins et de logement, peuvent organiser un accueil de nuit.
Art. 50. In het dagverzorgingscentrum of in de onmiddellijke nabijheid ervan moet ten minste één gemeenschappelijke badkamer met een aangepaste bad- of douchegelegenheid beschikbaar zijn. Die installaties moeten toegankelijk zijn voor alle gebruikers van het dagverzorgingscentrum.
De sanitaire installaties in het dagverzorgingscentrum of in de onmiddellijke nabijheid ervan moeten, naast de eventuele uitrusting van de badkamer, bestaan uit minstens één rolstoeltoegankelijk toilet. De toiletten moeten een goede rechtstreekse verluchting of een degelijke ventilatie en een vast oproepsysteem hebben.
Art. 50. Au moins une salle de bain commune Ă©quipĂ©e de douche ou de bain adaptĂ©s, doit ĂȘtre disponible dans le centre de soins de jour ou dans ses environs immĂ©diats. Ces installations doivent ĂȘtre accessibles Ă  tous les usagers du centre de soins de jour.
Les installations sanitaires dans le centre de soins de jour ou dans ses environs immĂ©diats doivent se composer, outre l'Ă©quipement Ă©ventuel de la salle de bain, d'au moins un WC accessible aux chaises roulantes. Les toilettes doivent ĂȘtre Ă©quipĂ©es d'une bonne aĂ©ration directe ou d'une ventilation adĂ©quate ainsi que d'un systĂšme d'appel fixe.
Afdeling 5. - Specifieke erkenningsvoorwaarden voor dagverzorgingscentra die uitsluitend gebruikers verzorgen die gezinszorg of aanvullende thuiszorg genieten
Section 5. - Conditions spécifiques d'agrément pour les centres de soins de jour qui dispensent uniquement des soins aux usagers bénéficiant d'une aide aux familles ou de soins à domicile complémentaires
Art. 51. Een dagverzorgingscentrum kan worden erkend voor het verstrekken van zorg- en dienstverlening aan uitsluitend gebruikers aan wie gezinszorg of aanvullende thuiszorg wordt verleend, als het voldoet aan de specifieke voorwaarden van afdeling 1 tot en met 4 van dit hoofdstuk. Concreet houdt dat het volgende in :
1° het dagverzorgingscentrum wordt uitgebaat door een initiatiefnemer die ook een erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg uitbaat;
2° de persoonsverzorging, de huishoudelijke hulp en de psychosociale ondersteuning voor de gebruikers in het dagverzorgingscentrum worden verricht door de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, vermeld in punt 1°, conform de regels van bijlage I met uitzondering van artikel 4, A, 9°, van die bijlage;
3° een verzorgend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, vermeld in punt 1°, mag zorg- en dienstverlening als vermeld in punt 2° aan gemiddeld vier gebruikers per jaar in het dagverzorgingscentrum verstrekken, met een maximum van tegelijkertijd zes gebruikers per uur;
4° het dagverzorgingscentrum verstrekt alleen zorg- en dienstverlening aan gebruikers aan wie gezinszorg of aanvullende thuiszorg wordt verstrekt door een erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg;
5° het dagverzorgingscentrum werkt samen met een thuiszorgvoorziening of een ouderenvoorziening, met het oog op continuïteit van zorg in het natuurlijke thuismilieu;
6° het dagverzorgingscentrum biedt uitsluitend zorg- en dienstverlening aan op een weekdag tussen 7 uur en 20 uur, die geen feestdag is;
7° in afwijking van artikel 11, 3°, artikel 12, derde lid, artikel 14, 24, 25, eerste lid, artikel 26, 27, 29 en artikel 32, 2°, 3° en 4°, factureert het dagverzorgingscentrum voor de andere zorg- en dienstverlening dan die het centrum aan de gebruiker verstrekt, een prijs per uur in plaats van een dagprijs aan de gebruiker. De minister kan de nadere regels bepalen;
8° het dagverzorgingscentrum realiseert een gemiddelde bezettingsgraad van maximaal tien;
9° in afwijking van artikel 38 ontwikkelt het dagverzorgingscentrum een vormings-, trainings- en opleidingsbeleid voor het personeel overeenkomstig artikel 4, B, 9° en 10°, van de bijlage I;
10° [1 het dagverzorgingscentrum kan geen bijkomende erkenning verkrijgen als vermeld in artikel 10/5, § 1 van dit besluit;]1
11° het dagverzorgingscentrum betaalt aan de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, vermeld in punt 1°, voor de zorg- en dienstverlening, vermeld in punt 2°, een vergoeding conform de regels die de minister bepaalt.
Art. 51. Un centre de soins de jour peut ĂȘtre agréé pour la prestation de soins et de services uniquement aux usagers bĂ©nĂ©ficiant d'une aide aux familles ou de soins Ă  domicile complĂ©mentaires, s'il remplit les conditions spĂ©cifiques reprises aux sections 1re Ă  4 inclues du prĂ©sent chapitre. ConcrĂštement, cela implique ce qui suit :
1° le centre de soins de jour est exploité par un initiateur qui exploite également un service agréé d'aide aux familles et de soins à domicile complémentaires;
2° les soins personnels, l'aide ménagÚre et l'aide psychosociale pour les usagers dans le centre de soins de jour sont effectués par le service d'aide aux familles et de soins à domicile complémentaires, visé au point 1°, conformément aux rÚgles de l'annexe Ire, à l'exception de l'article 4, A, 9° de cette annexe;
3° un membre du personnel soignant du service d'aide aux familles et de soins à domicile complémentaires, visé au point 1°, peut fournir des soins et des services tels que visés au point 2°, à quatre usagers en moyenne par an dans le centre de soins de jour, avec un maximum de six usagers simultanés par heure;
4° le centre de soins de jour ne fournit des soins et des services qu'aux usagers bénéficiant d'une aide aux familles ou de soins à domicile complémentaires fournis par un service agréé d'aide aux familles et de soins à domicile complémentaires;
5° le centre de soins de jour collabore avec une structure de soins à domicile ou une structure de soins aux personnes ùgées, en vue de la continuité des soins dans l'environnement familial naturel;
6° le centre de soins de jour ne fournit des soins et des services que les jours de semaine de 7 à 20 heures, qui ne sont pas des jours fériés;
7° par dĂ©rogation Ă  l'article 11, 3°, Ă  l'article 12, alinĂ©a trois, aux articles 14, 24, 25, alinĂ©a premier, aux articles 26, 27, 29 et Ă  l'article 32, 2°, 3° et 4°, le centre de soins de jour facture un prix par heure au lieu d'un prix de journĂ©e Ă  l'usager pour les soins et services autres que ceux que le centre fournit Ă  l'usager. Le Ministre peut arrĂȘter des modalitĂ©s en la matiĂšre;
8° le centre de soins de jour réalise un taux moyen d'occupation d'au maximum dix;
9° par dérogation à l'article 38, le centre de soins de jour développe une politique de formation, d'entraßnement et d'éducation pour le personnel conformément à l'article 4, B, 9° et 10°, de l'annexe Ire;
10° [1 le centre de soins de jour ne peut obtenir d'agrĂ©ment supplĂ©mentaire au sens de l'article 10/5 § 1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©;]1
11° le centre de soins de jour paie au service d'aide aux familles et de soins à domicile complémentaires, visé au point 1°, pour les soins et services visés au point 2°, une indemnité conformément aux rÚgles fixées par le Ministre.
HOOFDSTUK 3/1. [1 Bijkomende erkenning]1
CHAPITRE 3/1. [1 Agrément supplémentaire]1
Afdeling 1. [1 - Algemene erkenningsvoorwaarden]1
Section 1. [1 Conditions générales d'agrément]1
Art.51/3. [1 De dagverzorgingscentra met een bijkomende erkenning voor de opvang van zorgafhankelijke personen zijn bestemd voor personen die beantwoorden aan de afhankelijkheidscategorieën F, Fd of D, vermeld in artikel 426 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming.]1
Art.51/3. [1 Les centres de soins de jour avec agrĂ©ment supplĂ©mentaire pour l'accueil des personnes dĂ©pendantes sont destinĂ©s aux personnes relevant des catĂ©gories de dĂ©pendance F, Fd ou D visĂ©es Ă  l'article 426 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 mai 2018 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 18 mai 2018 relatif Ă  la protection sociale en Flandre.]1
Afdeling 2. [1 - Functionele erkenningsvoorwaarden]1
Section 2. [1 Conditions fonctionnelles d'agrément]1
Art.51/4. [1 Voor dagverzorgingscentra, vermeld in dit hoofdstuk, die zich in een woonzorgcentrum bevinden, moet een aparte eenheid gecreëerd worden.]1
Art.51/4. [1 Une unitĂ© distincte doit ĂȘtre créée pour les centres de soins de jour mentionnĂ©s dans ce chapitre et situĂ©s dans un centre de soins rĂ©sidentiels.]1
Afdeling 3. [1 - Organisatorische erkenningsvoorwaarden]1
Section 3. [1 Conditions organisationnelles d'agrément]1
Art.51/5. [1 § 1. Voor het personeel gelden de volgende erkenningsvoorwaarden per vijftien personen die verblijven in een dagverzorgingscentrum met een bijkomende erkenning voor de opvang van zorgafhankelijke personen:
1° 0,75 voltijds equivalent verpleegkundige;
2° 2,03 voltijds equivalenten eenheid personeel die de verpleegkundigen daadwerkelijk bijstaan in de zorgverstrekking, de afhankelijke personen helpen bij de handelingen van het dagelijks leven, het behoud van de zelfredzaamheid en het in stand houden van de woon- en leefkwaliteit;
3° 0,35 voltijds equivalent kinesitherapeut, ergotherapeut of logopedist, of een combinatie van twee of drie van deze kwalificaties met een totaal van 0,35 vte;
4° 0,63 voltijds equivalent die een functie met betrekking tot de reactivering van ouderen uitoefent en die over één van de volgende kwalificaties beschikt: graduaat, bachelor, licentiaat of master kinesitherapie; graduaat, bachelor; licentiaat of master logopedie; graduaat of bachelor ergotherapie, graduaat of bachelor arbeidstherapie; graduaat of bachelor readaptatiewetenschappen; graduaat of bachelor dieetleer; graduaat, bachelor, licentiaat of master in de ortho-pedagogie; graduaat, bachelor, post-graduaat of master psychomotoriek; licentiaat of master psychologie; graduaat of bachelor psychologisch assistent en gelijkgestelden; graduaat of bachelor sociaal werker, sociale gezondheidszorg, maatschappelijk verpleegkundige of "infirmiÚre spécialisée en santé communautaire" graduaat of bachelor gezinswetenschappen; licentiaat of master gerontologie, graduaat of bachelor opvoeder.
Het personeel, vermeld in het eerste lid, 2°, dient tenminste de kwalificatievereisten te bewijzen van: het brevet of het diploma secundair onderwijs, het studiegetuigschrift secundair onderwijs of het kwalificatiegetuigschrift of het getuigschrift van secundair onderwijs van: gezins- en sanitaire hulp, kinderverzorging, verpleegaspiranten, leefgroepwerking, gezins- en bejaardenhelpster, " aide familiale ", bijzondere jeugdzorg, personenzorg, " assistant(e) en gériatrie ", " éducateur ", " moniteur de collectivité, auxiliaires polyvalentes des services à domicile et en collectivités " of " aide polyvalente de collectivités " of " zorgkundige ". Met verzorgingspersoneel worden gelijkgesteld de personen die geslaagd zijn voor een opleiding die is erkend door de bevoegde overheid van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 2. Minstens één persoon die voldoet aan de voorwaarden van een van de punten, vermeld in paragraaf 1, dient permanent aanwezig te zijn om de opvang en verzorging van de personen te verzekeren.
§ 3. Als het dagverzorgingscentrum met een bijkomende erkenning voor de opvang van zorgafhankelijke personen niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden voor het personeel, vermeld in paragraaf 1, voor een of meer personeelskwalificaties, kan een tekort aan een bepaalde kwalificatie gecompenseerd worden door een teveel aan personeel met een andere kwalificatie conform de regels, vermeld in het tweede lid. In ieder geval is die compensatie niet mogelijk als het gaat om een tekort op de erkenningsvoorwaarde met betrekking tot het personeel, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°.
De compensatie, vermeld in het eerste lid, wordt toegepast conform de volgende regels:
1° een tekort aan personeel voor reactivering, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4°, kan voor maximum 20% gecompenseerd worden door een teveel aan gegradueerde verpleegkundigen of bachelors in de verpleegkunde;
2° een tekort aan verpleegkundigen, vermeld in in paragraaf 1, eerste lid, 1°, kan voor maximum 20% gecompenseerd worden door een teveel aan personeel voor reactivering als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° ;
3° een tekort aan zorgkundigen als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, kan onbeperkt gecompenseerd worden door een teveel aan verpleegkundigen als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, of personeel voor reactivering als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4°.]1

Art.51/5. [1 § 1. Les conditions d'agrément suivantes s'appliquent au personnel par quinze personnes hébergées dans un centre de soins de jour avec agrément supplémentaire pour l'accueil des personnes dépendantes :
1° 0,75 équivalent temps plein infirmier ;
2° 2,03 équivalents temps plein unités de personnel qui assistent effectivement les infirmiers dans la prestation des soins, assistent les personnes dépendantes dans les activités de la vie quotidienne, le maintien de l'autonomie et le maintien de la qualité de logement et de vie ;
3° 0,35 équivalent temps plein kinésithérapeute, ergothérapeute ou orthophoniste, ou une combinaison de deux ou trois de ces qualifications avec un total de 0,35 ETP ;
4° 0,63 équivalent temps plein qui occupe un poste dans le domaine de la réactivation des personnes ùgées et possÚde l'une des qualifications suivantes : gradué, baccalauréat, maßtrise ou physiothérapie ; gradué, baccalauréat ou maßtrise en orthophonie ; gradué ou baccalauréat en ergothérapie, gradué ou baccalauréat en sciences de la réadaptation ; gradué ou baccalauréat en diététique ; gradué, baccalauréat, maßtrise ou maßtrise en ortho-pédagogie ; gradué, baccalauréat, études supérieures ou maßtrise en psychomotricité ; gradué ou maßtrise en psychologie ; gradué ou baccalauréat en psychologie ; gradué ou baccalauréat en assistance psychologique et équivalent ; gradué ou baccalauréat en travail social, en soins de santé sociale, en infirmiÚre spécialisée en santé communautaire ; gradué ou baccalauréat en sciences familiales ; gradué ou maßtrise en gérontologie, gradué ou baccalauréat en éducation.
Le personnel visé au premier alinéa, 2°, doit au moins justifier des qualifications exigées par : le certificat ou diplÎme de l'enseignement secondaire, le certificat d'études secondaires ou le certificat de qualification ou le certificat de l'enseignement secondaire en : aide familiale et sanitaire, garde d'enfants, aide infirmiÚre, travail communautaire, aide familiale et aide aux personnes ùgées, aide familiale, soins spéciaux pour les jeunes, soins personnels, assistant(e) en gériatrie, éducateur, moniteur de collectivité, auxiliaires polyvalentes des services à domicile et en collectivités ou aide polyvalente de collectivités ou aide-soignant. Les personnes ayant suivi avec succÚs une formation reconnue par l'autorité compétente de la Communauté flamande sont assimilées au personnel infirmier.
§ 2. Au moins une personne remplissant les conditions de l'un des points mentionnĂ©s au paragraphe 1 doit ĂȘtre prĂ©sente en permanence pour assurer l'accueil et les soins des personnes.
§ 3. Si le centre de soins de jour disposant d'un agrĂ©ment supplĂ©mentaire pour l'accueil des personnes dĂ©pendantes ne remplit pas les conditions d'agrĂ©ment du personnel visĂ©es au paragraphe 1 pour une ou plusieurs qualifications du personnel, l'insuffisance d'une certaine qualification peut ĂȘtre compensĂ©e par un excĂ©dent de personnel ayant une qualification diffĂ©rente selon les rĂšgles visĂ©es au deuxiĂšme alinĂ©a. En tout Ă©tat de cause, une telle compensation n'est pas possible si elle concerne une lacune dans la condition d'agrĂ©ment du personnel visĂ©e au paragraphe 1, premier alinĂ©a, 3°.
La compensation visée au premier alinéa s'applique conformément aux rÚgles suivantes :
1° un manque de personnel de rĂ©activation visĂ© au paragraphe 1, premier alinĂ©a, 4° peut ĂȘtre compensĂ© jusqu'Ă  concurrence de 20% par un excĂ©dent d'infirmiers diplĂŽmĂ©s ou de bacheliers en soins infirmiers ;
2° un manque d'infirmiĂšres visĂ©es au paragraphe 1, premier alinĂ©a, 1° peut ĂȘtre compensĂ© jusqu'Ă  concurrence de 20% par un excĂ©dent de personnel de rĂ©activation visĂ© au paragraphe 1, premier alinĂ©a, 4° ;
3° un manque de professionnels de santĂ© visĂ©e au paragraphe 1, premier alinĂ©a, 2°, peut ĂȘtre compensĂ© sans limitation par un surplus d'infirmiĂšres visĂ©es au paragraphe 1, premier alinĂ©a, 1°, ou de personnel de rĂ©activation visĂ© au paragraphe 1, premier alinĂ©a, 4°.]1

Afdeling 4. [1 - Statistische gegevens]1
Section 4. [1 Données statistiques]1
Art.51/6. [1 Het dagverzorgingscentrum met een bijkomende erkenning voor de opvang van zorgafhankelijke personen moet aan het agentschap Zorg en Gezondheid de statistische gegevens meedelen die met het dagverzorgingscentrum verband houden, volgens de door de minister vastgestelde regels en binnen de door de minister bepaalde termijn.]1
Art.51/6. [1 Le centre de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire pour l'accueil des personnes dépendantes doit communiquer à l'Agence Zorg en Gezondheid les données statistiques relatives au centre de soins de jour, conformément aux rÚgles fixées par le ministre et dans le délai fixé par ce dernier.]1
HOOFDSTUK 4. - Subsidiëring
CHAPITRE 4. - Subventionnement
Art. 52. [1 De erkende dagverzorgingscentra komen in aanmerking voor een jaarlijks subsidiebedrag dat berekend wordt op basis van de gemiddelde bezettingsgraad.
De dagverzorgingscentra die een gemiddelde bezettingsgraad van minimaal tien gebruikers realiseren, komen in aanmerking voor een subsidiebedrag van 35.000 euro per jaar. De gemiddelde bezettingsgraad is het totale aantal gefactureerde aanwezigheidsdagen per kalenderjaar, gedeeld door 250.
De dagverzorgingscentra die een gemiddelde bezettingsgraad van minder dan tien gebruikers maar van minimaal vier hebben, kunnen evenredig aan de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad een subsidiebedrag ontvangen van 33.200 euro, 31.400 euro, 29.600 euro, 27.800 euro, 26.000 euro of 24.200 euro, naargelang ze een gemiddelde bezettingsgraad hebben van minstens 9, 8, 7, 6, 5 of 4.
In afwijking van artikel 14 van het besluit zijn de bedragen, vermeld in het tweede en derde lid, uitgedrukt tegen 100 % op basis van de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2012.
De minister bepaalt de nadere subsidievoorwaarden en legt de overgangsbepalingen vast.]1

Art. 52. [1 Les centres de soins de jour agréés sont éligibles à un montant de subvention annuel, calculé sur la base du taux moyen d'occupation.
Les centres de soins de jour réalisant un taux moyen d'occupation d'au moins 10 usagers, entrent en ligne de compte pour un montant de subvention de 35.000 euros par an. Le taux moyen d'occupation est égal au nombre total de journées de présence facturées par année calendaire, divisé par 250.
Les centres de soins de jour réalisant un taux moyen d'occupation inférieur à 10 mais supérieur à 4 usagers, ont droit à un montant de subvention proportionnel au taux moyen d'occupation réalisé, et s'élevant à 33.200 euros, 31.400 euros, 29.600 euros, 27.800 euros, 26.000 euros ou 24.200 euros, selon qu'ils aient un taux moyen d'occupation d'au moins 9, 8, 7, 6, 5 ou 4.
Par dĂ©rogation Ă  l'article 14 de l'arrĂȘtĂ©, les montants, visĂ©s aux alinĂ©as deux et trois, sont exprimĂ©s Ă  100 % sur la base de l'indice pivot applicable au 1er janvier 2012.
Le Ministre arrĂȘte les modalitĂ©s de subvention et les dispositions transitoires.]1

Art. 53. [1 Ongeacht de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad kunnen dagverzorgingscentra die voor het eerst erkend worden, gedurende de eerste drie jaar waarin ze voor subsidiëring in aanmerking komen, een subsidiebedrag ontvangen dat gelijk kan zijn aan het hoogste subsidiebedrag. Voor de berekening van die eerste drie jaar komen ook de jaren in aanmerking waarin dagverzorgingscentra die op 1 januari 2010 subsidiabel zijn, al subsidies ontvangen hebben.]1
Art. 53. [1 IndĂ©pendamment du taux moyen d'occupation rĂ©alisĂ©, les centres de soins de jour qui sont agréés pour la premiĂšre fois, peuvent recevoir, pendant les trois premiĂšres annĂ©es qu'ils entrent en ligne de compte pour un subventionnement, un montant de subvention qui peut ĂȘtre Ă©gal au montant de subvention le plus Ă©levĂ©. Pour le calcul du terme de ces trois premiĂšres annĂ©es, on tient Ă©galement compte des annĂ©es au cours desquelles les centres de soins de jour subventionnables au 1er janvier 2010, ont dĂ©jĂ  reçu des subventions.]1
Art. 53/1. [1 In afwijking van artikel 52 komen dagverzorgingscentra als vermeld in artikel 51 die een gemiddelde bezettingsgraad van tien gebruikers realiseren, in aanmerking voor een subsidiebedrag van 23.000 euro per jaar. De gemiddelde bezettingsgraad is het totale aantal gefactureerde uren per kalenderjaar, gedeeld door 1500.
Als die dagverzorgingscentra een gemiddelde bezettingsgraad van minder dan tien gebruikers maar van minimaal vier hebben, kunnen ze evenredig aan de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad een subsidiebedrag ontvangen van 22.400 euro, 21.800 euro, 21.200 euro, 20.600 euro, 20.000 euro of 19.400 euro, naargelang ze een gemiddelde bezettingsgraad hebben van minstens 9, 8, 7, 6, 5 of 4.
In afwijking van artikel 14 van het besluit zijn de bedragen, vermeld in het tweede en derde lid, uitgedrukt tegen 100% op basis van de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2012.
De minister bepaalt de nadere subsidievoorwaarden en legt de overgangsbepalingen vast.]1

Art. 53/1. [1 Par dérogation à l'article 52, les centres de soins de jour tels que visés à l'article 51, qui réalisent un taux moyen d'occupation de dix usagers, entrent en ligne de compte pour un montant de subvention de 23.000 euros par an. Le taux moyen d'occupation est égal au nombre total d'heures facturées par année calendaire, divisé par 1500.
Lorsque ces centres de soins de jour réalisent un taux moyen d'occupation inférieur à 10 mais supérieur à 4 usagers, ils ont droit à un montant de subvention proportionnel au taux moyen d'occupation réalisé, et s'élevant à 22.400 euros, 21.800 euros, 21.200 euros, 20.600 euros, 20.000 euros ou 19.400 euros, selon qu'ils aient un taux moyen d'occupation d'au moins 9, 8, 7, 6, 5 ou 4.
Par dĂ©rogation Ă  l'article 14 de l'arrĂȘtĂ©, les montants, visĂ©s aux alinĂ©as deux et trois, sont exprimĂ©s Ă  100 % sur la base de l'indice pivot applicable au 1er janvier 2012.
Le Ministre arrĂȘte les modalitĂ©s de subvention et les dispositions transitoires.]1

Art.53/2. [1 De subsidiebedragen, vermeld in artikel 53/1, worden voor de dagverzorgingscentra, vermeld in artikel 51, met een statuut als vereniging zonder winstoogmerk verhoogd met 34,28 euro om de maatregel eindejaarspremie uit te voeren uit het vijfde Vlaams Intersectoraal Akkoord van 8 juni 2018 voor de social/non profitsectoren voor de periode 2018-2020.]1
Art.53/2. [1 Les montants de subvention, visés à l'article 53/1, sont augmentés de 34,28 euros pour les centres de soins de jour visés à l'article 51 ayant un statut d'association sans but lucratif, afin de mettre en oeuvre la mesure de la prime de fin d'année prévue dans le cinquiÚme accord intersectoriel flamand du 8 juin 2018 pour les secteurs à profit social et non marchand pour la période 2018-2020.]1
HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions transitoires
Art. 54. § 1. De dagverzorgingscentra die op 1 januari 2010 erkend zijn, behouden hun erkenning. Ze beantwoorden uiterlijk twee jaar na die datum aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en dit besluit.
§ 2. Met behoud van de toepassing van artikel 58, § 4, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 kunnen dagverzorgingscentra die gedurende de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 zonder erkenning werden uitgebaat, een voorafgaande vergunning en een erkenning verkrijgen, ook als in hun regio de programmatie al volledig ingenomen is.
Om een voorafgaande vergunning te verkrijgen moet bij de aanvraag van de voorafgaande vergunning bijkomend een bezetting gedurende de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 aangetoond worden. Als de bezetting wordt aangetoond, kan een voorafgaande vergunning voor minstens vijf verblijfseenheden worden verkregen. Als het centrum een voorafgaande vergunning wil voor meer dan vijf verblijfseenheden, bepaalt de gemiddelde bezetting van het dagverzorgingscentrum gedurende de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 januari 2009 het aantal verblijfseenheden waarvoor een voorafgaande vergunning kan worden verkregen.
Zolang de overprogrammatie niet geneutraliseerd is en er geen ruimte is in de geldende programmatie, kunnen er geen nieuwe voorafgaande vergunningen verleend worden.
Art. 54. § 1er. Les centres de soins de jour qui sont agréés le 1er janvier 2010, maintiennent leur agrĂ©ment. Au plus tard deux ans aprĂšs cette date, ils rĂ©pondent aux conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es au DĂ©cret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement et au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
§ 2. Sans prĂ©judice de l'application de l'article 58, § 4, du DĂ©cret sur les soins et le logement du 13 mars 2009, les centres de soins de jour exploitĂ©s sans agrĂ©ment pendant la pĂ©riode du 1er janvier 2009 au 31 dĂ©cembre 2009 inclus, peuvent obtenir une autorisation prĂ©alable et un agrĂ©ment, mĂȘme si dans leur rĂ©gion la programmation est dĂ©jĂ  entiĂšrement couverte.
Afin d'obtenir une autorisation prĂ©alable, une occupation supplĂ©mentaire pendant la pĂ©riode du 1er janvier 2009 au 31 dĂ©cembre 2009 inclus doit ĂȘtre dĂ©montrĂ©e lors de la demande de l'autorisation prĂ©alable. Si l'occupation est dĂ©montrĂ©e, une autorisation prĂ©alable pour au moins cinq unitĂ©s de sĂ©jour peut ĂȘtre obtenue. Si un centre souhaite une autorisation prĂ©alable pour plus de cinq unitĂ©s de sĂ©jour, l'occupation moyenne du centre de soins de jour pendant la pĂ©riode du 1er janvier 2009 au 31 janvier 2009 inclus dĂ©termine le nombre d'unitĂ©s de sĂ©jour pour lesquels une autorisation prĂ©alable peut ĂȘtre obtenue.
Aussi longtemps que la surprogrammation n'est pas neutralisĂ©e et que la programmation en vigueur reste entiĂšrement couverte, aucune nouvelle autorisation prĂ©alable ne peut ĂȘtre octroyĂ©e.
Art. 55. Met behoud van de toepassing van artikel 58, § 4, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 kunnen dagcentra die op 17 december 2012 zonder erkenning worden uitgebaat als een dagcentrum als vermeld in artikel 51, een voorafgaande vergunning en een erkenning verkrijgen als dagverzorgingscentrum, ook als in hun regio de programmatie al volledig ingenomen is. Om een voorafgaande vergunning te verkrijgen moet bij de aanvraag van de voorafgaande vergunning bijkomend een bezetting gedurende de periode vanaf 1 januari 2012 tot en met 16 december 2012 of, als de uitbating van het dagcentrum na 1 januari 2012 werd aangevat, gedurende de periode vanaf de datum van aanvang van de uitbating tot en met 16 december 2012, aangetoond worden. Als de bezetting wordt aangetoond kan een voorafgaande vergunning worden verkregen.
De voorafgaande vergunning en de erkenning moeten samen aangevraagd worden voor 17 december 2012.
Zolang de overprogrammatie niet geneutraliseerd is en er geen ruimte is in de geldende programmatie, kunnen er geen nieuwe voorafgaande vergunningen verleend worden.
Art. 55. Sans prĂ©judice de l'application de l'article 58, § 4, du DĂ©cret sur les soins et le logement du 13 mars 2009, les centres de soins de jour qui sont exploitĂ©s, le 17 dĂ©cembre 2012, sans agrĂ©ment comme centre de jour tel que visĂ© Ă  l'article 51, peuvent obtenir une autorisation prĂ©alable et un agrĂ©ment en tant que centre de soins de jour, mĂȘme si dans leur rĂ©gion la programmation est dĂ©jĂ  entiĂšrement couverte. Pour obtenir une autorisation prĂ©alable, une occupation supplĂ©mentaire pendant la pĂ©riode du 1er janvier 2012 au 16 dĂ©cembre 2012 inclus, ou, si l'exploitation du centre de jour a Ă©tĂ© entamĂ©e aprĂšs le 1er janvier 2012, pendant la pĂ©riode Ă  partir de la date de dĂ©but de l'exploitation, jusqu'au 16 dĂ©cembre 2012, doit ĂȘtre dĂ©montrĂ©e lors de la demande de l'autorisation prĂ©alable. Si l'occupation est dĂ©montrĂ©e, une autorisation prĂ©alable peut ĂȘtre obtenue.
L'autorisation prĂ©alable et l'agrĂ©ment doivent ĂȘtre demandĂ©s ensemble avant le 17 dĂ©cembre 2012.
Aussi longtemps que la surprogrammation n'est pas neutralisĂ©e et que la programmation en vigueur reste entiĂšrement couverte, aucune nouvelle autorisation prĂ©alable ne peut ĂȘtre octroyĂ©e.
Art. 56. De dagverzorgingscentra die op 1 januari 2010 zonder erkenning worden uitgebaat en die uiterlijk twee jaar na die datum niet voorlopig erkend zijn of erkend zijn voor onbepaalde duur, mogen niet langer worden uitgebaat.
De dagcentra die op 1 januari 2011 zonder erkenning als dagverzorgingscentrum worden uitgebaat en die uiterlijk twee jaar na die datum niet voorlopig erkend zijn of erkend zijn voor onbepaalde duur, mogen niet langer worden uitgebaat.
Art. 56. Les centres de soins de jour qui, le 1er janvier 2010, sont exploitĂ©s sans agrĂ©ment et qui ne sont pas provisoirement agréés ou qui ne sont pas agréés au plus tard deux ans aprĂšs cette date, ne peuvent plus ĂȘtre exploitĂ©s.
Les centres de soins de jour qui, le 1er janvier 2011, sont exploitĂ©s sans agrĂ©ment en tant que centre de soins de jour et qui ne sont pas provisoirement agréés ou qui ne sont pas agréés au plus tard deux ans aprĂšs cette date, ne peuvent plus ĂȘtre exploitĂ©s.
Art. 57. Als over een aanvraag tot erkenning van een dagverzorgingscentrum waarvoor geen gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, op 1 januari 2010 nog geen beslissing is genomen, wordt de aanvraag verder behandeld met toepassing van de erkenningsvoorwaarden die voor die datum van toepassing waren. Het centrum beantwoordt uiterlijk twee jaar na de datum van zijn erkenning aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en dit besluit.
Art. 57. Si aucune dĂ©cision n'a Ă©tĂ© prise le 1er janvier 2010 quant Ă  la demande d'agrĂ©ment d'un centre de soins de jour pour lequel aucun bĂątiment ne doit ĂȘtre Ă©rigĂ©, transformĂ© ou amĂ©nagĂ©, la demande continuera Ă  ĂȘtre traitĂ©e en application des conditions d'agrĂ©ment en vigueur avant cette date. Au plus tard deux ans suivant la date de son agrĂ©ment, le centre rĂ©pond aux conditions d'agrĂ©ment visĂ©es au dĂ©cret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement et au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 58. Als over een aanvraag tot erkenning van een dagverzorgingscentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, op 1 januari 2010 nog geen beslissing is genomen, gelden de volgende regels :
1° als op 1 januari 2010 de persoon die de erkenning heeft aangevraagd, nog niet op de hoogte werd gebracht van de opschorting van de behandeling van de aanvraag, vervalt de aanvraag van rechtswege. Het agentschap deelt dat aan die persoon mee;
2° als op 1 januari 2010 aan de persoon die de erkenning heeft aangevraagd, is meegedeeld dat de behandeling van de aanvraag is opgeschort in afwachting van de oprichting, verbouwing of inrichting van een gebouw voor het centrum, kan het dagverzorgingscentrum na de voltooiing van die werkzaamheden alleen worden erkend als het beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en dit besluit.
In afwijking van het eerste lid, 2°, wordt de erkenningsaanvraag verder behandeld met toepassing van de erkenningsvoorwaarden die voor 1 januari 2010 van toepassing waren, als voor die datum met betrekking tot het centrum hetzij aan het agentschap de start van de oprichtings-, verbouwings- of inrichtingswerkzaamheden werd meegedeeld, hetzij het technische en financieel aspect van het masterplan is goedgekeurd met toepassing van de regelgeving inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. In geval van erkenning beantwoordt het centrum uiterlijk twee jaar na de datum van de erkenningsbeslissing aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 25, 26 en 27 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en dit besluit.
Art. 58. Si, le 1er janvier 2010, aucune dĂ©cision n'a Ă©tĂ© prise quant Ă  la demande d'agrĂ©ment d'un centre de soins de jour pour lequel un bĂątiment doit ĂȘtre construit, transformĂ© ou amĂ©nagĂ©, les rĂšgles suivantes s'appliquent :
1° si la personne ayant demandé l'agrément n'a pas été informée, le 1er janvier 2010, de la suspension du traitement de la demande, la demande échoit de plein droit. L'agence en informe cette personne;
2° si, le 1er janvier 2010, il a Ă©tĂ© communiquĂ© Ă  la personne ayant demandĂ© l'agrĂ©ment que le traitement de la demande est suspendu en attendant la construction, la transformation ou l'amĂ©nagement d'un bĂątiment affectĂ© au centre, le centre de soins de jour ne peut ĂȘtre agréé, aprĂšs le parachĂšvement de ces travaux, que s'il rĂ©pond aux conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es au dĂ©cret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement et au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a premier, 2°, la demande d'agrĂ©ment continuera Ă  ĂȘtre traitĂ©e en application des conditions d'agrĂ©ment en vigueur avant le 1er janvier 2010, si avant cette date et concernant le centre, soit le dĂ©but des travaux de construction, de transformation ou d'amĂ©nagement a Ă©tĂ© communiquĂ© Ă  l'agence, soit, l'aspect technique et financier du plan directeur a Ă©tĂ© approuvĂ© en application des rĂšglements en matiĂšre d'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables. En cas d'agrĂ©ment, le centre rĂ©pond au plus tard deux ans aprĂšs la date de la dĂ©cision d'agrĂ©ment aux conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 25, 26 et 27 du dĂ©cret du 13 mars 2009 sur les soins et au logement et au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 59. De dagverzorgingscentra die op 17 december 2012 erkend of vergund zijn, behouden hun erkenning of voorafgaande vergunning.
Art. 59. Les centres de soins de jour agréés ou autorisés le 17 décembre 2012, maintiennent leur agrément ou leur autorisation préalable.
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2012 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg, wat de maximale subsidiabele oppervlakte voor de dagverzorgingscentra betreft, en van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, wat de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de dagverzorgingscentra betreft.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 septembre 2012 modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour des structures destinĂ©es aux personnes ĂągĂ©es et des structures de soins Ă  domicile, en ce qui concerne la superficie subventionnable maximale pour les centres de soins de jour, et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă  la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, en ce qui concerne les services d'aide aux familles et de soins Ă  domicile complĂ©mentaires et les centres de soins de jour.
Art. 60. [1 Dagverzorgingscentra die in het kader van de projecten "alternatieve zorg aan kwetsbare ouderen" van het RIZIV van 1 maart 2010 tot en met 31 mei 2019 zonder erkenning worden uitgebaat als een dagcentrum, kunnen een voorafgaande vergunning en een erkenning verkrijgen als dagverzorgingscentrum dat uitsluitend gebruikers met een chronische aandoening verzorgt, namelijk gebruikers met jongdementie, ook als in hun regio de programmatie al volledig ingenomen is.
Om een voorafgaande vergunning te verkrijgen, toont de voorziening bij de aanvraag van de voorafgaande vergunning bijkomend een bezetting gedurende de periode vanaf 1 mei 2014 tot en met 30 april 2019 aan.
Het dagverzorgingscentrum dient de bezettingsgegevens in bij het agentschap met het formulier dat het agentschap op zijn website ter beschikking stelt.
De voorafgaande vergunning en de erkenning worden samen aangevraagd.
De erkenning gaat in op 1 juni 2019.
Zolang de overprogrammatie niet geneutraliseerd is en er geen ruimte is in de geldende programmatie, kunnen er geen nieuwe voorafgaande vergunningen verleend worden.]1

Art. 60. [1 Les centres de soins de jour qui sont exploitĂ©s sans agrĂ©ment en tant que centres de jour du 1er mars 2010 au 31 mai 2019 dans le cadre des projets de " soins alternatifs aux personnes ĂągĂ©es vulnĂ©rables " de l'INAMI peuvent obtenir une autorisation prĂ©alable et un agrĂ©ment comme centre de soins de jour qui ne s'occupe que des usagers atteints d'une maladie chronique, c'est-Ă -dire des usagers atteints de dĂ©mence prĂ©coce, mĂȘme si leur rĂ©gion est dĂ©jĂ  pleinement engagĂ©e dans le programme.
Afin d'obtenir une autorisation préalable, la structure démontre également l'occupation pendant la période allant du 1er mai 2014 au 30 avril 2019 au moment de la demande d'autorisation préalable.
Le centre de soins de jour transmet à l'agence les données d'occupation en utilisant le formulaire fourni par l'agence sur son site web.
L'autorisation préalable et l'agrément sont demandés ensemble.
L'agrément prend cours le 1er juin 2019.
Aussi longtemps que le problĂšme de la surprogrammation n'aura pas Ă©tĂ© rĂ©solu et qu'il n'y aura pas de marge dans la programmation, aucune nouvelle autorisation prĂ©alable ne peut ĂȘtre octroyĂ©e.]1