Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 OKTOBER 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
Titre
5 OCTOBRE 2012. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ© et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, les conditions d'agrĂ©ment et le rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van ...
Afdeling 1. - Wijzigingen van het dispositief
Afdeling 2. - Wijzigingen van bijlage I
Afdeling 3. - Wijzigingen van bijlage II
Afdeling 4. - Wijzigingen van bijlage III
Afdeling 5. - Wijzigingen van bijlage V
Afdeling 6. - Wijzigingen van bijlage VI
Afdeling 7. - Wijzigingen van bijlage VII
Afdeling 8. - Wijzigingen van bijlage X
Afdeling 9. - Wijzigingen van bijlage XI
Afdeling 10. - Wijzigingen van bijlage XII
Afdeling 11. - Wijzigingen van bijlage XIV
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Go...
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
Section 1re. - Modifications du dispositif
Section 2. - Modifications de l'annexe Ire
Section 3. - Modifications de l'annexe II
Section 4. - Modifications de l'annexe III
Section 5. - Modifications de l'annexe V
Section 6. - Modifications de l'annexe VI
Section 7. - Modifications de l'annexe VII
Section 8. - Modifications de l'annexe X
Section 9. - Modifications de l'annexe XI
Section 10. - Modifications de l'annexe XII
Section 11. - Modifications de l'annexe XIV
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Tekst (67)
Texte (67)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ©;
Artikel 1. In artikel 7, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers worden de woorden "Een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg wordt" vervangen door de zinsnede "Een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, een dienst voor logistieke hulp en een dienst voor oppashulp worden" en wordt het woord "augustus" vervangen door het woord "september".
Article 1er. A l'article 7, alinĂ©a trois, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de services et de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ©, les mots " Un service d'aide aux familles et de soins Ă domicile est agréé " est remplacĂ© par le membre de phrase " Un service d'aide aux familles et de soins Ă domicile, un service d'aide logistique et un service de garde sont agréés " et le mot " aoĂ»t " est remplace par le mot " septembre ".
Art. 2. In artikel 18, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de woorden "of een dienst voor logistieke hulp" vervangen door de zinsnede ", een dienst voor logistieke hulp of een dienst voor oppashulp" en wordt het woord "augustus" vervangen door het woord "september".
Art. 2. A l'article 18, alinĂ©a trois, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, les mots " ou un service d'aide logistique " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " , un service d'aide logistique ou un service d'aide de garde " et le mot " aoĂ»t " est remplacĂ© par le mot " septembre ".
Art. 3. In hoofdstuk XIII van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, wordt een artikel 45/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 45/2. Degene die vóór 31 oktober 2012 woonzorg als vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 aanbiedt of organiseert en die zich op die datum nog niet heeft aangemeld met toepassing van artikel 65 van het voormelde decreet, moet zich uiterlijk op 31 december 2012 aangemeld hebben op de wijze, vermeld in artikelen 36 en 37 van dit besluit.".
"Art. 45/2. Degene die vóór 31 oktober 2012 woonzorg als vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 aanbiedt of organiseert en die zich op die datum nog niet heeft aangemeld met toepassing van artikel 65 van het voormelde decreet, moet zich uiterlijk op 31 december 2012 aangemeld hebben op de wijze, vermeld in artikelen 36 en 37 van dit besluit.".
Art. 3. Dans le chapitre XIII du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 2010, il est insĂ©rĂ© un article 45/2, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 45/2. Toute personne offrant ou organisant des services de soins et de logement avant le 31 octobre 2012 tel que mentionnĂ© au DĂ©cret sur les soins et le logement du 13 mars 2009 et qui ne s'est pas encore prĂ©sentĂ© Ă cette date, en application de l'article 65 du dĂ©cret prĂ©citĂ©, est tenue d'en donner avis au plus tard le 31 dĂ©cembre 2012 de la façon visĂ©e aux articles 36 et 37 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
" Art. 45/2. Toute personne offrant ou organisant des services de soins et de logement avant le 31 octobre 2012 tel que mentionnĂ© au DĂ©cret sur les soins et le logement du 13 mars 2009 et qui ne s'est pas encore prĂ©sentĂ© Ă cette date, en application de l'article 65 du dĂ©cret prĂ©citĂ©, est tenue d'en donner avis au plus tard le 31 dĂ©cembre 2012 de la façon visĂ©e aux articles 36 et 37 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©;
Afdeling 1. - Wijzigingen van het dispositief
Section 1re. - Modifications du dispositif
Art. 4. Aan artikel 3, vijfde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011, wordt de zinsnede ", en aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met het systeem van elektronische gegevensuitwisseling, vermeld in artikel 5, C, 13°, van bijlage III" toegevoegd.
Art. 4. A l'article 3, alinĂ©a cinq, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, les conditions d'agrĂ©ment et le rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 fĂ©vrier 2011, il est insĂ©rĂ© le membre de phrase " et aux conditions d'agrĂ©ment spĂ©cifiques relatives au systĂšme d'Ă©change de donnĂ©es Ă©lectronique, visĂ© Ă l'article 5, C, 13°, de l'annexe III ".
Art. 5. In artikel 6, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het jaartal "2013" vervangen door het jaartal "2015".
Art. 5. A l'article 6, § 1er, alinĂ©a deux, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le millĂ©sime " 2013 " est remplacĂ© par le millĂ©sime " 2015 ".
Art. 6. In artikel 7, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"De thuiszorgvoorziening, met uitzondering van de dienst voor thuisverpleging en het centrum voor herstelverblijf, of de vereniging bezorgt jaarlijks voor 15 april aan het agentschap het jaarverslag van het voorbije werkjaar en de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar. De ouderenvoorziening, de dienst voor thuisverpleging en het centrum voor herstelverblijf houden jaarlijks vanaf 15 april die documenten ter beschikking van het agentschap.";
2° in het vierde lid wordt de zinsnede ", de vorm ervan en de wijze waarop ze aan het agentschap bezorgd moeten worden," vervangen door de woorden "en de vorm ervan".
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"De thuiszorgvoorziening, met uitzondering van de dienst voor thuisverpleging en het centrum voor herstelverblijf, of de vereniging bezorgt jaarlijks voor 15 april aan het agentschap het jaarverslag van het voorbije werkjaar en de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar. De ouderenvoorziening, de dienst voor thuisverpleging en het centrum voor herstelverblijf houden jaarlijks vanaf 15 april die documenten ter beschikking van het agentschap.";
2° in het vierde lid wordt de zinsnede ", de vorm ervan en de wijze waarop ze aan het agentschap bezorgd moeten worden," vervangen door de woorden "en de vorm ervan".
Art. 6. Dans l'article 7, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
" La structure de soins à domicile, à l'exception du service de soins à domicile et le centre de convalescence, ou l'association remet chaque année à l'agence au plus tard le 15 avril, le rapport annuel de l'année d'activité écoulée et le planning de la qualité pour l'année en cours. Chaque année, la structure destinée aux personnes ùgées, le service de soins à domicile et le centre de convalescence tiennent ces documents à disposition de l'agence chaque au plus tard le 15 avril. ";
2° à l'alinéa quatre le membre de phrase " leur forme et le mode de transmission à l'administration, " sont remplacés par les mots " et leur forme ".
1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
" La structure de soins à domicile, à l'exception du service de soins à domicile et le centre de convalescence, ou l'association remet chaque année à l'agence au plus tard le 15 avril, le rapport annuel de l'année d'activité écoulée et le planning de la qualité pour l'année en cours. Chaque année, la structure destinée aux personnes ùgées, le service de soins à domicile et le centre de convalescence tiennent ces documents à disposition de l'agence chaque au plus tard le 15 avril. ";
2° à l'alinéa quatre le membre de phrase " leur forme et le mode de transmission à l'administration, " sont remplacés par les mots " et leur forme ".
Art. 7. In artikel 8, § 1, van hetzelfde besluit wordt het vierde lid vervangen door wat volgt :
"De voorziening of de vereniging bewaart de persoonsgegevens betreffende een gebruiker minimaal twee jaar na het beëindigen van de hulp- en dienstverlening aan de betrokken gebruiker. Ze mag die gegevens tot maximaal vijf jaar na het beëindigen van die hulp- en dienstverlening bewaren.".
"De voorziening of de vereniging bewaart de persoonsgegevens betreffende een gebruiker minimaal twee jaar na het beëindigen van de hulp- en dienstverlening aan de betrokken gebruiker. Ze mag die gegevens tot maximaal vijf jaar na het beëindigen van die hulp- en dienstverlening bewaren.".
Art. 7. Dans l'article 8, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a quatre est remplacĂ© par la disposition suivante :
" La structure ou l'association conserve les données à caractÚre personnel relatives à un usager pendant au moins deux ans aprÚs que l'aide et l'assistance à l'usager concerné aient pris fin. Elle peut conserver ces données jusqu'à cinq ans au maximum aprÚs que l'aide et l'assistance à l'usager aient pris fin. ".
" La structure ou l'association conserve les données à caractÚre personnel relatives à un usager pendant au moins deux ans aprÚs que l'aide et l'assistance à l'usager concerné aient pris fin. Elle peut conserver ces données jusqu'à cinq ans au maximum aprÚs que l'aide et l'assistance à l'usager aient pris fin. ".
Art. 8. In artikel 18, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "vennootschappen met sociaal oogmerk" en de woorden "en ziekenfondsen" de zinsnede ", verenigingen die zijn opgericht conform titel VIII van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, openbare instellingen van categorie B als vermeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, intergemeentelijke samenwerking conform het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen als vermeld in artikel 226 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005," ingevoegd.
Art. 8. A l'article 18, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " Ă des associations créées conformĂ©ment au titre VIII du dĂ©cret du 19 dĂ©cembre 2008 relatif Ă l'organisation des centres publics d'aide sociale, des organismes publics de catĂ©gorie B tels que visĂ©s dans la loi du 16 mars 1954 relative au contrĂŽle de certains organismes d'intĂ©rĂȘt public, la collaboration intercommunale conformĂ©ment au dĂ©cret du 6 juillet 2001 portant rĂ©glementation de la coopĂ©ration intercommunale, les agences autonomisĂ©es externes telles que visĂ©es Ă l'article 226 du DĂ©cret communal du 15 juillet 2005, " est insĂ©rĂ© entre les mots " Ă des sociĂ©tĂ©s Ă but social " et les mots " et des mutualitĂ©s ".
Art. 9. Artikel 80 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 80. Een zelfevaluatie als vermeld in artikel 6, § 2, tweede lid, van dit besluit moet een eerste maal zijn uitgevoerd :
1° uiterlijk op 1 januari 2012 door de thuiszorgvoorzieningen en verenigingen die voor 1 januari 2010 erkend waren met toepassing van het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg of van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1990 houdende coördinatie en ondersteuning van de thuisverzorging;
2° uiterlijk op 31 juli 2013 door de ouderenvoorzieningen die op die datum meer dan een jaar erkend zijn.".
"Art. 80. Een zelfevaluatie als vermeld in artikel 6, § 2, tweede lid, van dit besluit moet een eerste maal zijn uitgevoerd :
1° uiterlijk op 1 januari 2012 door de thuiszorgvoorzieningen en verenigingen die voor 1 januari 2010 erkend waren met toepassing van het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg of van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1990 houdende coördinatie en ondersteuning van de thuisverzorging;
2° uiterlijk op 31 juli 2013 door de ouderenvoorzieningen die op die datum meer dan een jaar erkend zijn.".
Art. 9. L'article 80 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 80. Une auto-Ă©valuation, telle que visĂ©e Ă l'article 6, § 2, alinĂ©a deux, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© doit ĂȘtre effectuĂ©e pour la premiĂšre fois :
1° le 1er janvier 2012 au plus tard, par les structures de soins à domicile et les associations qui étaient agréées avant le 1er janvier 2010 en application du décret du 14 juillet 1998 contenant l'agrément et le subventionnement doivent avoir effectué une auto-évaluation pour la premiÚre fois,
2° le 31 juillet 2013 au plus tard par les structures pour personnes ùgées qui sont agréées depuis plus d'an à cette date.".
" Art. 80. Une auto-Ă©valuation, telle que visĂ©e Ă l'article 6, § 2, alinĂ©a deux, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© doit ĂȘtre effectuĂ©e pour la premiĂšre fois :
1° le 1er janvier 2012 au plus tard, par les structures de soins à domicile et les associations qui étaient agréées avant le 1er janvier 2010 en application du décret du 14 juillet 1998 contenant l'agrément et le subventionnement doivent avoir effectué une auto-évaluation pour la premiÚre fois,
2° le 31 juillet 2013 au plus tard par les structures pour personnes ùgées qui sont agréées depuis plus d'an à cette date.".
Afdeling 2. - Wijzigingen van bijlage I
Section 2. - Modifications de l'annexe Ire
Art. 10. In artikel 1 van bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 6°/3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"6°/3 oppashulp : de hulp- en dienstverlening die erin bestaat de gebruiker gezelschap te bieden en toezicht op hem te houden bij afwezigheid of ter ondersteuning van de mantelzorg. Onder gezelschap bieden aan de gebruiker wordt verstaan : in het bijzijn van de gebruiker vertoeven en hem vergezellen bij de activiteiten van het dagelijkse leven. Onder toezicht houden op de gebruiker wordt verstaan : met aandacht aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de gebruiker, oplettend zijn voor de eventuele behoeften van de gebruiker en als dat nodig is, dringend hulp en bijstand verlenen of professionele zorg of mantelzorg inroepen;";
2° punt 9° wordt vervangen door wat volgt :
"9° begeleidend personeel : de personeelsleden van een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die belast zijn met het verrichten van de sociale onderzoeken, met de begeleiding van de gebruikers, met het hulp- en dienstverleningsproces of met het begeleiden van het verzorgend en logistiek personeel;";
3° er wordt een punt 22° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"22° werkvergadering : een overlegmoment van praktische en organisatie-technische aard, dat meestal, maar niet noodzakelijk, rechtstreeks in verband staat met de dienstverlening aan de gebruikers.".
1° er wordt een punt 6°/3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"6°/3 oppashulp : de hulp- en dienstverlening die erin bestaat de gebruiker gezelschap te bieden en toezicht op hem te houden bij afwezigheid of ter ondersteuning van de mantelzorg. Onder gezelschap bieden aan de gebruiker wordt verstaan : in het bijzijn van de gebruiker vertoeven en hem vergezellen bij de activiteiten van het dagelijkse leven. Onder toezicht houden op de gebruiker wordt verstaan : met aandacht aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de gebruiker, oplettend zijn voor de eventuele behoeften van de gebruiker en als dat nodig is, dringend hulp en bijstand verlenen of professionele zorg of mantelzorg inroepen;";
2° punt 9° wordt vervangen door wat volgt :
"9° begeleidend personeel : de personeelsleden van een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die belast zijn met het verrichten van de sociale onderzoeken, met de begeleiding van de gebruikers, met het hulp- en dienstverleningsproces of met het begeleiden van het verzorgend en logistiek personeel;";
3° er wordt een punt 22° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"22° werkvergadering : een overlegmoment van praktische en organisatie-technische aard, dat meestal, maar niet noodzakelijk, rechtstreeks in verband staat met de dienstverlening aan de gebruikers.".
Art. 10. A l'article 1er, de l'annexe Ire, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, les conditions d'agrĂ©ment et le rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° il est inséré un point 6°/3 rédigé comme suit :
" 6°/3 aide de garde : l'aide et les services qui consistent Ă offrir de la compagnie Ă l'usager et Ă le surveiller lors de l'absence ou en renfort de l'intervention de proximitĂ©. On entend par offrir de la compagnie Ă l'usager : sĂ©journer en prĂ©sence d'un usager et l'accompagner dans les activitĂ©s de la vie quotidienne. On entend par surveillance de l'usager : ĂȘtre prĂ©sent Ă proximitĂ© immĂ©diate de l'usager et ĂȘtre attentif Ă ses besoins Ă©ventuels et si nĂ©cessaire, prĂȘter aide et assistance urgentes ou demander de l'aide professionnelle ou des soins de proximitĂ©; ";
2° le point 9° est remplacé par la disposition suivante :
" 9° personnel d'encadrement : les membres du personnel d'un service d'aide aux familles et de soins Ă domicile complĂ©mentaires chargĂ©s d'enquĂȘtes sociales et de l'encadrement des usagers, du processus d'aide et de services, ou le personnel soignant et logistique; ";
3° il est ajouté un point 22°, rédigé comme suit :
" réunion de travail : un moment de concertation de nature pratique et organisationnelle-technique, qui est souvent mais pas nécessairement, directement en rapport avec les services aux usagers. ".
1° il est inséré un point 6°/3 rédigé comme suit :
" 6°/3 aide de garde : l'aide et les services qui consistent Ă offrir de la compagnie Ă l'usager et Ă le surveiller lors de l'absence ou en renfort de l'intervention de proximitĂ©. On entend par offrir de la compagnie Ă l'usager : sĂ©journer en prĂ©sence d'un usager et l'accompagner dans les activitĂ©s de la vie quotidienne. On entend par surveillance de l'usager : ĂȘtre prĂ©sent Ă proximitĂ© immĂ©diate de l'usager et ĂȘtre attentif Ă ses besoins Ă©ventuels et si nĂ©cessaire, prĂȘter aide et assistance urgentes ou demander de l'aide professionnelle ou des soins de proximitĂ©; ";
2° le point 9° est remplacé par la disposition suivante :
" 9° personnel d'encadrement : les membres du personnel d'un service d'aide aux familles et de soins Ă domicile complĂ©mentaires chargĂ©s d'enquĂȘtes sociales et de l'encadrement des usagers, du processus d'aide et de services, ou le personnel soignant et logistique; ";
3° il est ajouté un point 22°, rédigé comme suit :
" réunion de travail : un moment de concertation de nature pratique et organisationnelle-technique, qui est souvent mais pas nécessairement, directement en rapport avec les services aux usagers. ".
Art. 11. In artikel 4, A, van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° wordt de zin "Daartoe verricht het begeleidend personeel van de dienst jaarlijks in het natuurlijk thuismilieu van de gebruiker een sociaal onderzoek." vervangen door de zin "Daarvoor verricht het begeleidend personeel van de dienst een sociaal onderzoek in het natuurlijk thuismilieu van de gebruiker, hetzij jaarlijks als aan de gebruiker uitsluitend gezinszorg of gezinszorg en aanvullende thuiszorg worden verleend, hetzij tweejaarlijks als aan de gebruiker uitsluitend aanvullende thuiszorg wordt verleend.";
2° in punt 5° wordt tussen de woorden "onvoldoende is" en de woorden "De minister kan" de zin "Wat karweihulp betreft, kan het feit dat de gebruiker of zijn omgeving over onvoldoende draagkracht beschikt, ook blijken uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door de dienst of, met akkoord van de gebruiker, uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door een andere dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg of door een dienst voor logistieke hulp." ingevoegd;
3° aan punt 15° wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"f) waarborgt de dienst het vertrouwelijke karakter van de gesprekken tussen de dienst en de gebruiker;";
4° in punt 17° wordt de zin "Minstens jaarlijks wordt een verantwoorde gebruikerstevredenheidsmeting uitgevoerd voor de gezinszorg en minstens tweejaarlijks voor de aanvullende thuiszorg." vervangen door de zin "Minstens tweejaarlijks wordt een verantwoorde gebruikerstevredenheidsmeting uitgevoerd voor de gezinszorg en voor de aanvullende thuiszorg.";
5° er worden een punt 18° en een punt 19° toegevoegd, die luiden als volgt :
"18° de dienst biedt zijn personeelsleden permanente vorming en ondersteuning aan, afhankelijk van de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening;
19° de gebruiker kan de geplande zorg annuleren tot uiterlijk de werkdag voordien voor 15 uur. Bij een latere annulering en als geen overmacht wordt aangetoond, kan een vergoeding gevraagd worden die hoogstens gelijk is aan de gebruikersbijdrage die voor de geplande zorg betaald zou worden.".
1° in punt 1° wordt de zin "Daartoe verricht het begeleidend personeel van de dienst jaarlijks in het natuurlijk thuismilieu van de gebruiker een sociaal onderzoek." vervangen door de zin "Daarvoor verricht het begeleidend personeel van de dienst een sociaal onderzoek in het natuurlijk thuismilieu van de gebruiker, hetzij jaarlijks als aan de gebruiker uitsluitend gezinszorg of gezinszorg en aanvullende thuiszorg worden verleend, hetzij tweejaarlijks als aan de gebruiker uitsluitend aanvullende thuiszorg wordt verleend.";
2° in punt 5° wordt tussen de woorden "onvoldoende is" en de woorden "De minister kan" de zin "Wat karweihulp betreft, kan het feit dat de gebruiker of zijn omgeving over onvoldoende draagkracht beschikt, ook blijken uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door de dienst of, met akkoord van de gebruiker, uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door een andere dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg of door een dienst voor logistieke hulp." ingevoegd;
3° aan punt 15° wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"f) waarborgt de dienst het vertrouwelijke karakter van de gesprekken tussen de dienst en de gebruiker;";
4° in punt 17° wordt de zin "Minstens jaarlijks wordt een verantwoorde gebruikerstevredenheidsmeting uitgevoerd voor de gezinszorg en minstens tweejaarlijks voor de aanvullende thuiszorg." vervangen door de zin "Minstens tweejaarlijks wordt een verantwoorde gebruikerstevredenheidsmeting uitgevoerd voor de gezinszorg en voor de aanvullende thuiszorg.";
5° er worden een punt 18° en een punt 19° toegevoegd, die luiden als volgt :
"18° de dienst biedt zijn personeelsleden permanente vorming en ondersteuning aan, afhankelijk van de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening;
19° de gebruiker kan de geplande zorg annuleren tot uiterlijk de werkdag voordien voor 15 uur. Bij een latere annulering en als geen overmacht wordt aangetoond, kan een vergoeding gevraagd worden die hoogstens gelijk is aan de gebruikersbijdrage die voor de geplande zorg betaald zou worden.".
Art. 11. A l'article 4, A, de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au point 1°, la phrase " A cet effet, le personnel d'encadrement rĂ©alise annuellement une enquĂȘte sociale dans l'environnement familial naturel de l'usager. " est remplacĂ©e par la phrase : " A cet effet, le personnel d'encadrement du service rĂ©alise une enquĂȘte sociale dans l'environnement familial de l'usager, soit annuellement, si uniquement des services d'aide aux familles ou des services d'aide aux familles et des soins Ă domicile complĂ©mentaires sont fournis Ă l'usager, soit tous les deux ans, si uniquement des soins Ă domicile complĂ©mentaires sont fournis Ă l'usager. "
2° au point 5°, la phrase " Pour ce qui concerne l'aide de dépannage, le fait que l'usager ou son environnement ont une capacité insuffisante, peut également résulter d'une indication antérieure encore valable par le service, ou, moyennant l'accord de l'usager, d'une indication antérieure encore valable par un autre service d'aide aux familles et de soins à domicile complémentaires ou par un service d'aide logistique " est insérée entre les mots " est insuffisante, " et les mots " Le Ministre peut ";
3° il est ajouté au point 15° un point f) rédigé comme suit :
" f) le service garantit le caractĂšre confidentiel des entretiens entre le service et l'usager; ";
4° au point 17° la phrase " Une enquĂȘte de satisfaction des usagers est effectuĂ©e au moins une fois par an, et au moins tous les deux ans pour les soins Ă domicile complĂ©mentaires. " est remplacĂ©e par la phrase : " Au moins tous les deux ans une enquĂȘte de satisfaction des usagers responsable est effectuĂ©e pour les services d'aide aux familles et pour les soins Ă domicile complĂ©mentaires. ";
5° il est ajouté les points 18° à 19° inclus, rédigés comme suit :
" le service offre à ses membres du personnel une formation permanente et un soutien, en fonction de la qualité de l'aide et des services;
19° l'usager peut annuler les soins envisagĂ©s jusqu'au plus tard le jour ouvrable prĂ©cĂ©dent avant 15 h. Dans le cas d'une annulation ultĂ©rieure et lorsqu'aucune force majeure n'est dĂ©montrĂ©e, une indemnitĂ© peut ĂȘtre demandĂ©e qui ne dĂ©passe pas la contribution des usagers qui serait payĂ©e pour les soins envisagĂ©s. ".
1° au point 1°, la phrase " A cet effet, le personnel d'encadrement rĂ©alise annuellement une enquĂȘte sociale dans l'environnement familial naturel de l'usager. " est remplacĂ©e par la phrase : " A cet effet, le personnel d'encadrement du service rĂ©alise une enquĂȘte sociale dans l'environnement familial de l'usager, soit annuellement, si uniquement des services d'aide aux familles ou des services d'aide aux familles et des soins Ă domicile complĂ©mentaires sont fournis Ă l'usager, soit tous les deux ans, si uniquement des soins Ă domicile complĂ©mentaires sont fournis Ă l'usager. "
2° au point 5°, la phrase " Pour ce qui concerne l'aide de dépannage, le fait que l'usager ou son environnement ont une capacité insuffisante, peut également résulter d'une indication antérieure encore valable par le service, ou, moyennant l'accord de l'usager, d'une indication antérieure encore valable par un autre service d'aide aux familles et de soins à domicile complémentaires ou par un service d'aide logistique " est insérée entre les mots " est insuffisante, " et les mots " Le Ministre peut ";
3° il est ajouté au point 15° un point f) rédigé comme suit :
" f) le service garantit le caractĂšre confidentiel des entretiens entre le service et l'usager; ";
4° au point 17° la phrase " Une enquĂȘte de satisfaction des usagers est effectuĂ©e au moins une fois par an, et au moins tous les deux ans pour les soins Ă domicile complĂ©mentaires. " est remplacĂ©e par la phrase : " Au moins tous les deux ans une enquĂȘte de satisfaction des usagers responsable est effectuĂ©e pour les services d'aide aux familles et pour les soins Ă domicile complĂ©mentaires. ";
5° il est ajouté les points 18° à 19° inclus, rédigés comme suit :
" le service offre à ses membres du personnel une formation permanente et un soutien, en fonction de la qualité de l'aide et des services;
19° l'usager peut annuler les soins envisagĂ©s jusqu'au plus tard le jour ouvrable prĂ©cĂ©dent avant 15 h. Dans le cas d'une annulation ultĂ©rieure et lorsqu'aucune force majeure n'est dĂ©montrĂ©e, une indemnitĂ© peut ĂȘtre demandĂ©e qui ne dĂ©passe pas la contribution des usagers qui serait payĂ©e pour les soins envisagĂ©s. ".
Art. 12. In artikel 4, B, van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011 en 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° wordt de zinsnede "artikel 3 en 4" vervangen door de zinsnede "artikel 3, 4 en 4/1";
2° punt 7° wordt vervangen door wat volgt :
"7° voor logistieke personeelsleden en doelgroepwerknemers gelden er geen kwalificatievereisten;";
3° punt 9° wordt vervangen door wat volgt :
"9° de personeelsleden volgen op regelmatige tijdstippen bijscholing die nuttig is voor de uitvoering van hun opdracht;";
4° in punt 11° wordt de zinsnede ", en aanwezigheden worden steeds genoteerd" opgeheven.
1° in punt 1° wordt de zinsnede "artikel 3 en 4" vervangen door de zinsnede "artikel 3, 4 en 4/1";
2° punt 7° wordt vervangen door wat volgt :
"7° voor logistieke personeelsleden en doelgroepwerknemers gelden er geen kwalificatievereisten;";
3° punt 9° wordt vervangen door wat volgt :
"9° de personeelsleden volgen op regelmatige tijdstippen bijscholing die nuttig is voor de uitvoering van hun opdracht;";
4° in punt 11° wordt de zinsnede ", en aanwezigheden worden steeds genoteerd" opgeheven.
Art. 12. A l'article 4, B, de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 25 fĂ©vrier 2011 et 16 dĂ©cembre 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au point 1°, le membre de phrase " les articles 3 et 4 " est remplacé par le membre de phrase " les articles 3, 4 et 4/1 ";
2° le point 7° est remplacé par la disposition suivante :
" 7° pour des membres du personnel logistique et les travailleurs de groupes cibles, des exigences qualitatives ne sont pas applicables; ";
3° le point 9° est remplacé par la disposition suivante :
" 9° les membres du personnel suivent une formation supplémentaire qui est utile pour l'exécution de leur tùche; ";
4° dans le point 11°, le membre de phrase " et les absences sont toujours notées, " est abrogé.
1° au point 1°, le membre de phrase " les articles 3 et 4 " est remplacé par le membre de phrase " les articles 3, 4 et 4/1 ";
2° le point 7° est remplacé par la disposition suivante :
" 7° pour des membres du personnel logistique et les travailleurs de groupes cibles, des exigences qualitatives ne sont pas applicables; ";
3° le point 9° est remplacé par la disposition suivante :
" 9° les membres du personnel suivent une formation supplémentaire qui est utile pour l'exécution de leur tùche; ";
4° dans le point 11°, le membre de phrase " et les absences sont toujours notées, " est abrogé.
Art. 13. Aan artikel 4, C, van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011, worden een punt 15° en een punt 16° toegevoegd, die luiden als volgt :
"15° de dienst registreert de datum en de duur van elke werkvergadering. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst;
16° de dienst registreert de datum en de duur van elke wijkwerking. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst.".
"15° de dienst registreert de datum en de duur van elke werkvergadering. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst;
16° de dienst registreert de datum en de duur van elke wijkwerking. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst.".
Art. 13. A l'article 4, C, de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 fĂ©vrier 2011, il est ajoutĂ© un point 15° et un point 16°, rĂ©digĂ©s comme suit :
" 15° le service enregistre la date et la durée de chaque réunion de travail. Ces données sont conservées et centralisées au service; "
" 16° le service enregistre la date et la durée de chaque réunion de travail de quartier. Ces données sont conservées et centralisées au service. ".
" 15° le service enregistre la date et la durée de chaque réunion de travail. Ces données sont conservées et centralisées au service; "
" 16° le service enregistre la date et la durée de chaque réunion de travail de quartier. Ces données sont conservées et centralisées au service. ".
Art. 14. In artikel 15, § 2, van bijlage I bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "de wagen" vervangen door de woorden "een privéwagen";
2° in het tweede lid worden de woorden "de wagen" vervangen door de woorden "een privéwagen".
1° in het eerste lid worden de woorden "de wagen" vervangen door de woorden "een privéwagen";
2° in het tweede lid worden de woorden "de wagen" vervangen door de woorden "een privéwagen".
Art. 14. Les modifications suivantes sont apportĂ©es Ă l'article 15, § 2, de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ© :
1° dans l'alinéa premier les mots " la voiture " sont remplacés par les mots " une voiture privée ";
2° dans l'alinéa premier les mots " la voiture " sont remplacés par les mots " une voiture privée ";
1° dans l'alinéa premier les mots " la voiture " sont remplacés par les mots " une voiture privée ";
2° dans l'alinéa premier les mots " la voiture " sont remplacés par les mots " une voiture privée ";
Art. 15. In artikel 23 van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 23 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le deuxiĂšme alinĂ©a est abrogĂ©.
Art. 16. In artikel 32, § 2, van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011, worden de woorden "de wagen" telkens vervangen door de woorden "een privéwagen".
Art. 16. A l'article 32, § 2, de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du vendredi 25 fĂ©vrier 2011, les mots " la voiture " sont chaque fois remplacĂ©s par les mots " une voiture privĂ©e ".
Art. 17. In artikel 35 van bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, wordt de zinsnede "van 22,5 % " vervangen door de zinsnede "van maximaal 22,5 % ".
Art. 17. A l'article 35 de l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, le membre de phrase " de 22,5 % " est remplacĂ© par le membre de phrase " de 22,5 % au maximum ".
Art. 18. In artikel 35/1, § 1, van bijlage I bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
"De veiligheidsconsulent, vermeld in het eerste lid, is verantwoordelijk voor het informatieveiligheidsbeleid van alle erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, alle erkende diensten voor logistieke hulp, vermeld in bijlage II, en alle erkende diensten voor oppashulp, vermeld in bijlage III, waarvoor het koninklijk besluit van 14 april 1988 tot regeling van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen, wat de openbare centra voor maatschappelijk welzijn betreft, of het koninklijk besluit van 5 december 1986 tot regeling van de toegang tot de informatiegegevens en van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen in hoofde van instellingen die, in het kader van de wetgeving betreffende de ziekte- en invaliditeitsverzekering, opdrachten van algemeen belang vervullen, niet van toepassing is. Daardoor zijn die diensten gemachtigd om het identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ-nummer) te gebruiken binnen Vesta of binnen het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling, vermeld in artikel 5, C, 13°, van bijlage III.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "beraadslaging nr. 36/2008 en nr. 01/2009 van het Sectoraal comité van het Rijksregister, gegeven op 30 juli 2008 en 21 januari 2009" vervangen door de zinsnede "beraadslaging nr. 36/2008, nr. 01/2009 en nr. 01/2012 van het Sectoraal comité van het Rijksregister, gegeven op 30 juli 2008, 21 januari 2009 en 11 januari 2012".
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
"De veiligheidsconsulent, vermeld in het eerste lid, is verantwoordelijk voor het informatieveiligheidsbeleid van alle erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, alle erkende diensten voor logistieke hulp, vermeld in bijlage II, en alle erkende diensten voor oppashulp, vermeld in bijlage III, waarvoor het koninklijk besluit van 14 april 1988 tot regeling van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen, wat de openbare centra voor maatschappelijk welzijn betreft, of het koninklijk besluit van 5 december 1986 tot regeling van de toegang tot de informatiegegevens en van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen in hoofde van instellingen die, in het kader van de wetgeving betreffende de ziekte- en invaliditeitsverzekering, opdrachten van algemeen belang vervullen, niet van toepassing is. Daardoor zijn die diensten gemachtigd om het identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ-nummer) te gebruiken binnen Vesta of binnen het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling, vermeld in artikel 5, C, 13°, van bijlage III.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "beraadslaging nr. 36/2008 en nr. 01/2009 van het Sectoraal comité van het Rijksregister, gegeven op 30 juli 2008 en 21 januari 2009" vervangen door de zinsnede "beraadslaging nr. 36/2008, nr. 01/2009 en nr. 01/2012 van het Sectoraal comité van het Rijksregister, gegeven op 30 juli 2008, 21 januari 2009 en 11 januari 2012".
Art. 18. A l'article 35/1, § 1er, de l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 2010 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° le deuxiÚme alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Le conseiller de sĂ©curitĂ©, visĂ© Ă l'alinĂ©a premier, est responsable de la politique de sĂ©curitĂ© d'information de tous les services agréés d'aide familiale et de soins Ă domicile complĂ©mentaires, de tous les services d'aide logistique, visĂ©s Ă l'annexe II, ainsi que de tous les services agréés d'aide de garde, visĂ©s Ă l'annexe III, auxquels l'arrĂȘtĂ© royal du 14 avril 1988 rĂ©glant l'utilisation du numĂ©ro d'identification du Registre national des personnes physiques, en ce qui concerne les centres publics d'aide sociale, ou l'arrĂȘtĂ© royal du 5 dĂ©cembre 1986 organisant l'accĂšs aux informations et l'usage du numĂ©ro d'identification du Registre national des personnes physiques dans le chef des organismes d'intĂ©rĂȘt public qui remplissent des missions d'intĂ©rĂȘt publique dans le cadre de la lĂ©gislation relative Ă l'assurance maladie et invaliditĂ©, ne s'applique pas. Ces services sont ainsi autorisĂ©s Ă utiliser le numĂ©ro d'identification de la sĂ©curitĂ© sociale (numĂ©ro NISS) au sein de Vesta ou au sein du systĂšme d'Ă©change de donnĂ©es Ă©lectroniques, visĂ© Ă l'article 5, C, 13°, de l'annexe III. ";
2° à l'alinéa trois le membre de phrase " des délibérations nos 36/2008 et 01/2009 du Comité sectoriel du Registre national, données les 30 juillet 2008 et 21 janvier 2009 " est remplacé par le membre de phrase " des délibérations nos 36/2008, 01/2009 et 01/2012 du Comité sectoriel du Registre national, données les 30 juillet 2008, 21 janvier 2009 et 11 janvier 2012 ".
1° le deuxiÚme alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Le conseiller de sĂ©curitĂ©, visĂ© Ă l'alinĂ©a premier, est responsable de la politique de sĂ©curitĂ© d'information de tous les services agréés d'aide familiale et de soins Ă domicile complĂ©mentaires, de tous les services d'aide logistique, visĂ©s Ă l'annexe II, ainsi que de tous les services agréés d'aide de garde, visĂ©s Ă l'annexe III, auxquels l'arrĂȘtĂ© royal du 14 avril 1988 rĂ©glant l'utilisation du numĂ©ro d'identification du Registre national des personnes physiques, en ce qui concerne les centres publics d'aide sociale, ou l'arrĂȘtĂ© royal du 5 dĂ©cembre 1986 organisant l'accĂšs aux informations et l'usage du numĂ©ro d'identification du Registre national des personnes physiques dans le chef des organismes d'intĂ©rĂȘt public qui remplissent des missions d'intĂ©rĂȘt publique dans le cadre de la lĂ©gislation relative Ă l'assurance maladie et invaliditĂ©, ne s'applique pas. Ces services sont ainsi autorisĂ©s Ă utiliser le numĂ©ro d'identification de la sĂ©curitĂ© sociale (numĂ©ro NISS) au sein de Vesta ou au sein du systĂšme d'Ă©change de donnĂ©es Ă©lectroniques, visĂ© Ă l'article 5, C, 13°, de l'annexe III. ";
2° à l'alinéa trois le membre de phrase " des délibérations nos 36/2008 et 01/2009 du Comité sectoriel du Registre national, données les 30 juillet 2008 et 21 janvier 2009 " est remplacé par le membre de phrase " des délibérations nos 36/2008, 01/2009 et 01/2012 du Comité sectoriel du Registre national, données les 30 juillet 2008, 21 janvier 2009 et 11 janvier 2012 ".
Afdeling 3. - Wijzigingen van bijlage II
Section 3. - Modifications de l'annexe II
Art. 19. In artikel 1 van bijlage II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
"2° begeleidend personeel : de personeelsleden die belast zijn met het verrichten van de sociale onderzoeken, met de begeleiding van de gebruikers, met het hulp- en dienstverleningsproces of met het begeleiden van het logistiek personeel;";
2° er worden een punt 14° en een punt 15° toegevoegd, die luiden als volgt :
"14° werkvergadering : een overlegmoment van praktische en organisatie-technische aard, dat meestal, maar niet noodzakelijk, rechtstreeks in verband staat met de dienstverlening aan de gebruikers;
15° wijkwerking : het overleg van een groep personeelsleden van een dienst voor logistieke hulp, die onder supervisie van een begeleidend personeelslid staat en verantwoordelijk is voor de hulp- en dienstverlening in een bepaald gebied. Dat overleg gebeurt met het oog op het verlenen van een gebruikersgerichte, doelmatige, doeltreffende, continue en maatschappelijk verantwoorde hulp- en dienstverlening.".
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
"2° begeleidend personeel : de personeelsleden die belast zijn met het verrichten van de sociale onderzoeken, met de begeleiding van de gebruikers, met het hulp- en dienstverleningsproces of met het begeleiden van het logistiek personeel;";
2° er worden een punt 14° en een punt 15° toegevoegd, die luiden als volgt :
"14° werkvergadering : een overlegmoment van praktische en organisatie-technische aard, dat meestal, maar niet noodzakelijk, rechtstreeks in verband staat met de dienstverlening aan de gebruikers;
15° wijkwerking : het overleg van een groep personeelsleden van een dienst voor logistieke hulp, die onder supervisie van een begeleidend personeelslid staat en verantwoordelijk is voor de hulp- en dienstverlening in een bepaald gebied. Dat overleg gebeurt met het oog op het verlenen van een gebruikersgerichte, doelmatige, doeltreffende, continue en maatschappelijk verantwoorde hulp- en dienstverlening.".
Art. 19. A l'article 1er de l'annexe II de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, les conditions d'agrĂ©ment et le rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° personnel d'encadrement : les membres du personnel chargĂ©s d'enquĂȘtes sociales, de l'encadrement des usagers, du processus d'aide et de services ou de l'encadrement du personnel logistique; ";
2° il est ajouté les points 14° à 15° inclus, rédigés comme suit :
" 14° réunion de travail : un moment de concertation de nature pratique et organisationnelle-technique, qui se rapporte souvent, mais pas nécessairement, au service aux usagers;
15° opération quartier : la concertation d'un groupe de membres du personnel d'un service d'aide logistique, sous la supervision d'un membre du personnel encadrant et responsable d'aide et des services dans un quartier déterminé. Cette concertation se fait dans le but d'offrir de l'aide et des services axés sur les usagers, efficaces, continus et socialement justifiés. ".
1° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° personnel d'encadrement : les membres du personnel chargĂ©s d'enquĂȘtes sociales, de l'encadrement des usagers, du processus d'aide et de services ou de l'encadrement du personnel logistique; ";
2° il est ajouté les points 14° à 15° inclus, rédigés comme suit :
" 14° réunion de travail : un moment de concertation de nature pratique et organisationnelle-technique, qui se rapporte souvent, mais pas nécessairement, au service aux usagers;
15° opération quartier : la concertation d'un groupe de membres du personnel d'un service d'aide logistique, sous la supervision d'un membre du personnel encadrant et responsable d'aide et des services dans un quartier déterminé. Cette concertation se fait dans le but d'offrir de l'aide et des services axés sur les usagers, efficaces, continus et socialement justifiés. ".
Art. 20. In artikel 3, A, van bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° wordt het woord "jaarlijks" vervangen door het woord "tweejaarlijks";
2° in punt 4° wordt tussen de woorden "onvoldoende is" en de woorden "De minister kan" de zin "Dat de gebruiker of zijn omgeving over onvoldoende draagkracht beschikt, kan ook blijken uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door de dienst of, met akkoord van de gebruiker, uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door een andere dienst voor logistieke hulp of door een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg." ingevoegd;
3° aan punt 11° wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"f) waarborgt de dienst het vertrouwelijke karakter van de gesprekken tussen de dienst en de gebruiker;";
4° er worden een punt 13° en een punt 14° toegevoegd, die luiden als volgt :
"13° de dienst biedt zijn personeelsleden permanente vorming en ondersteuning aan, afhankelijk van de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening;
14° de gebruiker kan de geplande zorg annuleren tot uiterlijk de werkdag voordien voor 15 uur. Bij een latere annulering en als geen overmacht wordt aangetoond, kan een vergoeding gevraagd worden die hoogstens gelijk is aan de gebruikersbijdrage die voor de geplande zorg betaald zou worden.".
1° in punt 1° wordt het woord "jaarlijks" vervangen door het woord "tweejaarlijks";
2° in punt 4° wordt tussen de woorden "onvoldoende is" en de woorden "De minister kan" de zin "Dat de gebruiker of zijn omgeving over onvoldoende draagkracht beschikt, kan ook blijken uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door de dienst of, met akkoord van de gebruiker, uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door een andere dienst voor logistieke hulp of door een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg." ingevoegd;
3° aan punt 11° wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"f) waarborgt de dienst het vertrouwelijke karakter van de gesprekken tussen de dienst en de gebruiker;";
4° er worden een punt 13° en een punt 14° toegevoegd, die luiden als volgt :
"13° de dienst biedt zijn personeelsleden permanente vorming en ondersteuning aan, afhankelijk van de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening;
14° de gebruiker kan de geplande zorg annuleren tot uiterlijk de werkdag voordien voor 15 uur. Bij een latere annulering en als geen overmacht wordt aangetoond, kan een vergoeding gevraagd worden die hoogstens gelijk is aan de gebruikersbijdrage die voor de geplande zorg betaald zou worden.".
Art. 20. A l'article 3, A, de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le point 1°, le mot " annuellement " est remplacé par les mots " tous les deux ans ";
2° dans le point 4° la phrase " Le fait que la capacité de l'usager ou de son environnement est insuffisante, peut également résulter d'une indication antérieure par le service qui est encore valable, ou, moyennant l'accord de l'utilisateur, d'une indication antérieure par un autre service d'aide logistique ou par un service d'aide aux familles et de soins à domicile complémentaires. " est insérée entre les mots " est insuffisante " et les mots " Le Ministre peut ".
3° il est ajouté au point 11° un point f) rédigé comme suit :
" f) garantit le service le caractĂšre confidentiel des entretiens entre le service et l'usager; ";
4° il est ajouté les points 13° à 14° inclus, rédigés comme suit :
" le service offre à ses membres du personnel une formation permanente et un soutien, en fonction de la qualité de l'aide et des services;
14° l'usager peut annuler les soins envisagĂ©s jusqu'au plus tard le jour ouvrable prĂ©cĂ©dent avant 15 h. Dans le cas d'une annulation ultĂ©rieure et lorsqu'aucune force majeure n'est dĂ©montrĂ©e, une indemnitĂ© peut ĂȘtre demandĂ©e qui ne dĂ©passe pas la contribution des usagers qui serait payĂ©e pour les soins envisagĂ©s. ".
1° dans le point 1°, le mot " annuellement " est remplacé par les mots " tous les deux ans ";
2° dans le point 4° la phrase " Le fait que la capacité de l'usager ou de son environnement est insuffisante, peut également résulter d'une indication antérieure par le service qui est encore valable, ou, moyennant l'accord de l'utilisateur, d'une indication antérieure par un autre service d'aide logistique ou par un service d'aide aux familles et de soins à domicile complémentaires. " est insérée entre les mots " est insuffisante " et les mots " Le Ministre peut ".
3° il est ajouté au point 11° un point f) rédigé comme suit :
" f) garantit le service le caractĂšre confidentiel des entretiens entre le service et l'usager; ";
4° il est ajouté les points 13° à 14° inclus, rédigés comme suit :
" le service offre à ses membres du personnel une formation permanente et un soutien, en fonction de la qualité de l'aide et des services;
14° l'usager peut annuler les soins envisagĂ©s jusqu'au plus tard le jour ouvrable prĂ©cĂ©dent avant 15 h. Dans le cas d'une annulation ultĂ©rieure et lorsqu'aucune force majeure n'est dĂ©montrĂ©e, une indemnitĂ© peut ĂȘtre demandĂ©e qui ne dĂ©passe pas la contribution des usagers qui serait payĂ©e pour les soins envisagĂ©s. ".
Art. 21. In artikel 3, B, van bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° voor logistieke personeelsleden en doelgroepwerknemers gelden er geen kwalificatievereisten;";
2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
"5° de personeelsleden volgen op regelmatige tijdstippen bijscholing die nuttig is voor de uitvoering van hun opdracht;";
3° in punt 6° worden de woorden "en aanwezigheden worden steeds genoteerd" opgeheven.
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° voor logistieke personeelsleden en doelgroepwerknemers gelden er geen kwalificatievereisten;";
2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
"5° de personeelsleden volgen op regelmatige tijdstippen bijscholing die nuttig is voor de uitvoering van hun opdracht;";
3° in punt 6° worden de woorden "en aanwezigheden worden steeds genoteerd" opgeheven.
Art. 21. A l'article 3, B, de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° pour des membres du personnel logistique et les travailleurs de groupes cibles, des exigences qualitatives ne sont pas applicables; ";
2° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° A intervalles réguliers, les membres du personnel suivent une formation supplémentaire qui est utile pour l'exécution de leur tùche; ";
3° dans le point 6°, le membre de phrase " et les absences sont toujours notées, " est abrogé.
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° pour des membres du personnel logistique et les travailleurs de groupes cibles, des exigences qualitatives ne sont pas applicables; ";
2° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° A intervalles réguliers, les membres du personnel suivent une formation supplémentaire qui est utile pour l'exécution de leur tùche; ";
3° dans le point 6°, le membre de phrase " et les absences sont toujours notées, " est abrogé.
Art. 22. Aan artikel 3, C, van bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011, worden een punt 15° en een punt 16° toegevoegd, die luiden als volgt :
"15° de dienst registreert de datum en de duur van elke werkvergadering. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst;
16° de dienst registreert de datum en de duur van elke wijkwerking. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst.".
"15° de dienst registreert de datum en de duur van elke werkvergadering. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst;
16° de dienst registreert de datum en de duur van elke wijkwerking. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst.".
Art. 22. A l'article 3, C, de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 fĂ©vrier 2011, il est ajoutĂ© un point 15° et un point 16°, rĂ©digĂ©s comme suit :
" 15° le service enregistre la date et la durée de chaque réunion de travail. Ces données sont conservées et centralisées au service;
" 16° le service enregistre la date et la durée de chaque réunion de travail de quartier. Ces données sont conservées et centralisées au service. ".
" 15° le service enregistre la date et la durée de chaque réunion de travail. Ces données sont conservées et centralisées au service;
" 16° le service enregistre la date et la durée de chaque réunion de travail de quartier. Ces données sont conservées et centralisées au service. ".
Art. 23. In artikel 4 van bijlage II bij hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 23. Dans l'article 4 de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le deuxiĂšme alinĂ©a est abrogĂ©.
Art. 24. In bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011 en 16 december 2011, wordt een artikel 11/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 11/2. Voor de maatregel werkdrukvermindering wordt een budget verdeeld tussen de erkende private diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de erkende private diensten voor logistieke hulp op de wijze, vermeld in artikel 31 van bijlage I.
Voor de maatregel vervoer wordt er een budget verdeeld tussen de erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de erkende diensten voor logistieke hulp op de wijze, vermeld in artikel 32 van bijlage I.".
"Art. 11/2. Voor de maatregel werkdrukvermindering wordt een budget verdeeld tussen de erkende private diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de erkende private diensten voor logistieke hulp op de wijze, vermeld in artikel 31 van bijlage I.
Voor de maatregel vervoer wordt er een budget verdeeld tussen de erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de erkende diensten voor logistieke hulp op de wijze, vermeld in artikel 32 van bijlage I.".
Art. 24. Dans l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 25 fĂ©vrier 2011 et 16 dĂ©cembre 2011, il est insĂ©rĂ© un article 11/2, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 11/2. Pour la mesure sur le plan de la réduction de la pression du travail, un budget est réparti entre les services privés d'aide familiale et de soins à domicile complémentaires agréés et les services privés d'aide logistique, de la façon, visée à l'annexe Ire.
Pour la mesure transport, un budget est réparti entre les services d'aide familiale et de soins à domicile complémentaires agréés et les services privés d'aide logistique, de la façon, visée à l'article 32 de l'annexe Ire.
" Art. 11/2. Pour la mesure sur le plan de la réduction de la pression du travail, un budget est réparti entre les services privés d'aide familiale et de soins à domicile complémentaires agréés et les services privés d'aide logistique, de la façon, visée à l'annexe Ire.
Pour la mesure transport, un budget est réparti entre les services d'aide familiale et de soins à domicile complémentaires agréés et les services privés d'aide logistique, de la façon, visée à l'article 32 de l'annexe Ire.
Art. 25. In artikel 14 van bijlage II bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, wordt de zinsnede "van 22,5 %" vervangen door de zinsnede "van maximaal 22,5 %".
Art. 25. A l'article 14 de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2011, le membre de phrase " de 22,5 % " est remplacĂ© par le membre de phrase " de 22,5 % au maximum ".
Afdeling 4. - Wijzigingen van bijlage III
Section 4. - Modifications de l'annexe III
Art. 26. In artikel 1 van bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° oppashulp : de hulp- en dienstverlening tijdens de dag of tijdens de nacht, die erin bestaat de gebruiker gezelschap te bieden en toezicht op hem te houden bij afwezigheid of ter ondersteuning van de mantelzorg. Onder gezelschap bieden aan de gebruiker wordt verstaan : in het bijzijn van de gebruiker vertoeven en hem vergezellen bij de activiteiten van het dagelijkse leven. Onder toezicht houden op de gebruiker wordt verstaan : met aandacht aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de gebruiker, oplettend zijn voor de eventuele behoeften van de gebruiker en als dat nodig is, dringend hulp en bijstand verlenen of professionele zorg of mantelzorg inroepen;";
2° punt 2°, punt 3° en punt 5° worden opgeheven.
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° oppashulp : de hulp- en dienstverlening tijdens de dag of tijdens de nacht, die erin bestaat de gebruiker gezelschap te bieden en toezicht op hem te houden bij afwezigheid of ter ondersteuning van de mantelzorg. Onder gezelschap bieden aan de gebruiker wordt verstaan : in het bijzijn van de gebruiker vertoeven en hem vergezellen bij de activiteiten van het dagelijkse leven. Onder toezicht houden op de gebruiker wordt verstaan : met aandacht aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de gebruiker, oplettend zijn voor de eventuele behoeften van de gebruiker en als dat nodig is, dringend hulp en bijstand verlenen of professionele zorg of mantelzorg inroepen;";
2° punt 2°, punt 3° en punt 5° worden opgeheven.
Art. 26. A l'article 1er de l'annexe III Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° aide de garde : l'aide et l'assistance, le jour ou la nuit, qui consiste Ă offrir de la compagnie Ă l'usager et Ă le surveiller lors de l'absence ou en renfort de l'intervention de proximitĂ©; On entend par offrir de la compagnie Ă l'usager : sĂ©journer en prĂ©sence d'un usager et l'accompagner dans les activitĂ©s de la vie quotidienne. On entend par surveillance de l'usager : ĂȘtre prĂ©sent Ă proximitĂ© immĂ©diate de l'usager et ĂȘtre attentif Ă ses besoins Ă©ventuels et si nĂ©cessaire, prĂȘter aide et assistance urgentes ou demander de l'aide professionnelle ou des soins de proximitĂ©; ";
2° les points 2°, 3° et 5° sont abrogés;
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° aide de garde : l'aide et l'assistance, le jour ou la nuit, qui consiste Ă offrir de la compagnie Ă l'usager et Ă le surveiller lors de l'absence ou en renfort de l'intervention de proximitĂ©; On entend par offrir de la compagnie Ă l'usager : sĂ©journer en prĂ©sence d'un usager et l'accompagner dans les activitĂ©s de la vie quotidienne. On entend par surveillance de l'usager : ĂȘtre prĂ©sent Ă proximitĂ© immĂ©diate de l'usager et ĂȘtre attentif Ă ses besoins Ă©ventuels et si nĂ©cessaire, prĂȘter aide et assistance urgentes ou demander de l'aide professionnelle ou des soins de proximitĂ©; ";
2° les points 2°, 3° et 5° sont abrogés;
Art. 27. In artikel 5, A, van bijlage III bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° worden de woorden "de dienst zorgt" vervangen door de zinsnede "vanaf het tweede kalenderjaar dat hij voor subsidiëring in aanmerking komt, zorgt de dienst";
2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
"5° de dienst vordert van de gebruiker een gebruikersbijdrage voor de aangeboden vrijwilligersoppas, die maximaal 2,50 euro per uur bedraagt. Dit bedrag is gekoppeld aan de spilindex 103,14 (basis 1996 = 100) en varieert zoals bepaald bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld;";
3° er wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"11° alvorens vrijwilligersoppas aan te bieden, zorgt de dienst ervoor dat hij beschikt over het identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ-nummer) van de gebruiker en de vrijwilliger.".
1° in punt 1° worden de woorden "de dienst zorgt" vervangen door de zinsnede "vanaf het tweede kalenderjaar dat hij voor subsidiëring in aanmerking komt, zorgt de dienst";
2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
"5° de dienst vordert van de gebruiker een gebruikersbijdrage voor de aangeboden vrijwilligersoppas, die maximaal 2,50 euro per uur bedraagt. Dit bedrag is gekoppeld aan de spilindex 103,14 (basis 1996 = 100) en varieert zoals bepaald bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld;";
3° er wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"11° alvorens vrijwilligersoppas aan te bieden, zorgt de dienst ervoor dat hij beschikt over het identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ-nummer) van de gebruiker en de vrijwilliger.".
Art. 27. Les modifications suivantes sont apportĂ©es Ă l'article 5, A, de l'annexe III du mĂȘme arrĂȘtĂ© :
1° dans le point 1° les mots " le service se charge, " sont remplacés par les mots " à partir de la deuxiÚme année calendaire qu'il entre en ligne de compte pour subventionnement, le service se charge ";
2° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° le service le service recouvre une contribution de l'usager pour les services de garde par des bénévoles, qui s'élÚve à 2,50 euros au maximum par heure. Ce montant est lié à l'indice pivot 103,14 (base 1996 = 100) et varie tel que fixé par la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matiÚre sociale aux travailleurs indépendants; ";
3° il est ajouté un point 11°, rédigé comme suit :
11° avant d'offrir des services de garde par des bénévoles, le service s'assure qu'il dispose d'un numéro d'identification de la sécurité sociale (numéro NISS) de l'usager et du bénévole. ".
1° dans le point 1° les mots " le service se charge, " sont remplacés par les mots " à partir de la deuxiÚme année calendaire qu'il entre en ligne de compte pour subventionnement, le service se charge ";
2° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° le service le service recouvre une contribution de l'usager pour les services de garde par des bénévoles, qui s'élÚve à 2,50 euros au maximum par heure. Ce montant est lié à l'indice pivot 103,14 (base 1996 = 100) et varie tel que fixé par la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matiÚre sociale aux travailleurs indépendants; ";
3° il est ajouté un point 11°, rédigé comme suit :
11° avant d'offrir des services de garde par des bénévoles, le service s'assure qu'il dispose d'un numéro d'identification de la sécurité sociale (numéro NISS) de l'usager et du bénévole. ".
Art. 28. Aan artikel 5, C, van bijlage III bij hetzelfde besluit wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"13° elke dienst moet gebruikmaken van het systeem van elektronische gegevensuitwisseling tussen het agentschap en de diensten voor oppashulp, om de gegevens over zijn gebruikers en vrijwilligers die nodig zijn voor het berekenen van de subsidies en voor het genereren van operationele en beleidsinformatie, aan het agentschap te bezorgen. Dat gebeurt volgens de richtlijnen die het agentschap ter beschikking heeft gesteld. De dienst is verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid bij het doorsturen van de gegevens.".
"13° elke dienst moet gebruikmaken van het systeem van elektronische gegevensuitwisseling tussen het agentschap en de diensten voor oppashulp, om de gegevens over zijn gebruikers en vrijwilligers die nodig zijn voor het berekenen van de subsidies en voor het genereren van operationele en beleidsinformatie, aan het agentschap te bezorgen. Dat gebeurt volgens de richtlijnen die het agentschap ter beschikking heeft gesteld. De dienst is verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid bij het doorsturen van de gegevens.".
Art. 28. A l'article 5, C, de l'annexe III au mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un point 13°, rĂ©digĂ© comme suit :
" chaque service est tenu d'utiliser le systÚme d'échange électronique de données entre l'agence et le service d'aide de garde, en vue de transmettre à l'agence les données sur ses usagers et bénévoles qui sont nécessaires pour le calcul des subventions et pour générer des informations opérationnelles et gestionnelles. Cet échange se fait selon les directives mises à disposition par l'agence. Le service est responsable pour la politique de sécurité lors de la transmission des données. ".
" chaque service est tenu d'utiliser le systÚme d'échange électronique de données entre l'agence et le service d'aide de garde, en vue de transmettre à l'agence les données sur ses usagers et bénévoles qui sont nécessaires pour le calcul des subventions et pour générer des informations opérationnelles et gestionnelles. Cet échange se fait selon les directives mises à disposition par l'agence. Le service est responsable pour la politique de sécurité lors de la transmission des données. ".
Afdeling 5. - Wijzigingen van bijlage V
Section 5. - Modifications de l'annexe V
Art. 29. In artikel 2, tweede lid, van bijlage V bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "derde".
Art. 29. A l'article 2, alinĂ©a deux, de l'annexe V Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, le mot " deuxiĂšme " est remplacĂ© par le mot " troisiĂšme ".
Art. 30. In artikel 4, § 1, van bijlage V bij hetzelfde besluit worden tussen het woord "wordt" en de woorden "een jaarlijkse subsidie-enveloppe" de woorden "binnen de beschikbare begrotingskredieten" ingevoegd.
Art. 30. Dans l'article 4, § 1er, de l'annexe V du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " dans les limites des crĂ©dits budgĂ©taires disponibles, " sont insĂ©rĂ©s avant les mots " Une enveloppe subventionnelle annuelle ".
Art. 31. Aan artikel 9 van bijlage V bij hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"In afwijking van het eerste lid moeten de diensten de resultaatgerichte indicatoren, vermeld in artikel 3, B, 1°, bereiken vanaf 1 januari 2013.".
"In afwijking van het eerste lid moeten de diensten de resultaatgerichte indicatoren, vermeld in artikel 3, B, 1°, bereiken vanaf 1 januari 2013.".
Art. 31. A l'article 9 de l'annexe V du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un second alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa premier, les services doivent atteindre les indicateurs axés sur les résultats, visés à l'article 3, B, 1°, à partir du 1er janvier 2013. ".
" Par dérogation à l'alinéa premier, les services doivent atteindre les indicateurs axés sur les résultats, visés à l'article 3, B, 1°, à partir du 1er janvier 2013. ".
Afdeling 6. - Wijzigingen van bijlage VI
Section 6. - Modifications de l'annexe VI
Art. 32. In artikel 5 van bijlage VI bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt B wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
"2° een centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 20 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;";
2° in punt D, 3°, worden de woorden "voor de centrumleider" opgeheven.
1° in punt B wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
"2° een centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 20 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;";
2° in punt D, 3°, worden de woorden "voor de centrumleider" opgeheven.
Art. 32. A l'article 5 de l'annexe VI Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le point B, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
2° un chef de centre suit au moins 20 heures de recyclage, réparties sur une période deux années calendaires au maximum, en rapport avec des sujets pertinents pour le service;
2° au point D, 3°, les mots " pour le directeur du centre " sont abrogés.
1° dans le point B, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
2° un chef de centre suit au moins 20 heures de recyclage, réparties sur une période deux années calendaires au maximum, en rapport avec des sujets pertinents pour le service;
2° au point D, 3°, les mots " pour le directeur du centre " sont abrogés.
Art. 33. Artikel 6 van bijlage VI bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 6. Met behoud van de toepassing van artikelen 4, 16 tot en met 19, 43, 50, 67, 70 en 72, tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 gelden, in afwijking van artikel 5, voor de erkenning van een lokaal dienstencentrum in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad de volgende specifieke voorwaarden :
A. Voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening
1° een centrum vervult een preventieve functie voor personen met een beginnende zorgbehoevendheid;
2° het centrum organiseert activiteiten van algemeen-informatieve aard. In dat kader moet het centrum :
a) jaarlijks minstens acht activiteiten organiseren waarbij op actieve wijze informatie wordt verschaft aan een groep gebruikers. Van die activiteiten vinden er minstens vijf plaats in het centrum. Voor de overige activiteiten wordt de locatie bepaald in overleg met de partner met wie het centrum daarvoor samenwerkt. Als de overige activiteiten georganiseerd worden in samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden voor beide thuiszorgvoorzieningen maximaal drie van die activiteiten in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te verrichten activiteiten;
b) op minstens drie andere wijzen aan de bewoners van de lokale leefgemeenschap algemene informatie aanbieden;
3° een centrum organiseert activiteiten van recreatieve aard. In de ontmoetingsruimte, vermeld in punt D, 2°, wordt op elk ogenblik een vrijblijvend aanbod van recreatieve activiteiten ter beschikking gesteld. Het centrum biedt jaarlijks minstens 65 groepsactiviteiten van recreatieve aard aan. Die activiteiten moeten verspreid zijn over minstens vijf verschillende soorten. Van die activiteiten vinden er minstens 40 plaats in het centrum. Voor de overige activiteiten wordt de locatie bepaald in overleg met de partner met wie het centrum daarvoor samenwerkt. Als de overige activiteiten georganiseerd worden in samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden voor beide thuiszorgvoorzieningen maximaal 25 van die activiteiten in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te verrichten activiteiten;
4° een centrum biedt activiteiten van algemeen vormende aard aan. Het centrum biedt jaarlijks minstens 70 groepsactiviteiten van algemeen vormende aard aan. Die activiteiten moeten verspreid zijn over minstens vijf verschillende onderwerpen. Van die activiteiten vinden er minstens 45 plaats in het centrum. Voor de overige activiteiten wordt de locatie bepaald in overleg met de partner met wie het centrum daarvoor samenwerkt. Als de overige activiteiten georganiseerd worden in samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden voor beide thuiszorgvoorzieningen maximaal 25 van die activiteiten in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te verrichten activiteiten;
5° een centrum biedt hulp bij activiteiten van het dagelijkse leven, inzonderheid hygiënische zorg. Die hulp moet aangeboden worden onder minstens twee vormen, zoals onder meer pedicure en manicure, gelaats- en haarverzorging, hulp bij het nemen van bad of douche en wassalon, gezondheidsconsult en dieetadvies. De professionele zorgverlener die hulp biedt bij activiteiten van het dagelijkse leven, beschikt daarvoor over de nodige kwalificaties. Die activiteiten worden bij voorkeur aangeboden in een aangepaste ruimte in het lokaal dienstencentrum of in de lokalen van de partner met wie daarvoor wordt samengewerkt;
6° een centrum biedt aan zijn gebruikers warme maaltijden aan. Die maaltijden worden bij voorkeur aangeboden in een aangepaste ruimte in het centrum of in de lokalen van de partner met wie daarvoor wordt samengewerkt. Daarnaast kan een maaltijdlevering aan huis worden aangeboden. Bij het aanbieden van maaltijden moet het centrum zich minstens richten naar de maatschappelijk zwakkere bewoners van de lokale buurt;
7° een centrum biedt hulp bij boodschappen aan gebruikers die onvoldoende mogelijkheden tot zelfzorg hebben en daardoor niet meer in staat zijn om hun persoonlijke administratieve en huishoudelijke boodschappen te doen;
8° een centrum biedt buurthulp;
9° een centrum neemt of ondersteunt initiatieven die de mobiliteit van de lokale bewoners tot stand brengen of verhogen;
10° een centrum kan personenalarmsystemen uitlenen en een personenalarmcentrale organiseren. Voor het lenen van een personenalarmtoestel kunnen eenmalig plaatsings- of waarborgkosten aangerekend worden van maximaal 50 euro. De gebruikersbijdrage voor het lenen van een personenalarmtoestel, exclusief eventuele extra externe functionaliteiten, omvat alle andere kosten en bedraagt maximaal 20 euro per maand. Het lokaal dienstencentrum voorziet in de mogelijkheid van een verminderde gebruikersbijdrage voor personen met een beperkte financiële draagkracht. De voormelde bedragen zijn gekoppeld aan het prijsindexcijfer dat berekend en toegepast wordt overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De basisindex is de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2010. De bedragen worden gekoppeld aan het prijsindexcijfer op 1 januari van het jaar dat volgt op de indexsprong;
11° een centrum kan het multidisciplinair overleg organiseren, vermeld in artikel 21, § 2, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009;
12° de minister kan de activiteiten, vermeld in punt 1° tot en met 11°, specificeren;
13° het centrum beschrijft en verstrekt op een voor de gebruiker verstaanbare manier zijn aanbod en voert er een aangepaste communicatie over met de gebruikers, de potentiële gebruikers en verwijzers;
14° het centrum besteedt onder andere aandacht aan de fysieke, culturele, financiële, psychologische en sociale aspecten van bereikbaarheid en toegankelijkheid voor zijn gebruikers;
15° het centrum zorgt, door een geïntegreerd aanbod van zowel dienstverlening als activiteiten, dat de gebruiker er terecht kan met al zijn vragen, zorgen, talenten, interesses, behoeften en inzet;
16° het centrum garandeert binnen de beschikbare middelen continuïteit van het aanbod, al dan niet in samenwerking met derden;
17° het centrum streeft naar een eigentijds, op maatschappelijke behoeften gebaseerd aanbod vanuit een niet-discriminerende houding;
B. Voorwaarden voor de omkadering
1° een centrum beschikt over minstens één 0,5 equivalent centrumleider, die beschikt over een diploma van master of bachelor;
2° de centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 20 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;
3° het centrum zet, binnen de beschikbare middelen, voldoende en deskundige personeelsleden en medewerkers in om zijn vooropgestelde doelstellingen te realiseren;
4° het centrum bewaakt op een systematische manier de deskundigheid en het functioneren van de personeelsleden en medewerkers;
5° het centrum stimuleert en ondersteunt de inschakeling van vrijwilligers in zijn werking;
C. Voorwaarden voor de werking
1° het centrum staat minstens 32 uren per week open als opvang- en ontmoetingscentrum voor de gebruikers, met een passende spreiding over alle werkdagen;
2° het centrum richt een centrumraad op met als opdracht, op eigen initiatief of op verzoek van de centrumleider advies uit te brengen over de algemene werking van het centrum, meer bepaald over alle vormen van dienstverlening die georganiseerd of verstrekt worden, over het activiteitenprogramma en over het jaarverslag. De centrumraad is samengesteld uit minstens negen leden, onder wie de centrumleider, een vertegenwoordiging namens de lokale ouderenadviesraad en minstens vijf gebruikers van het centrum. De centrumraad vergadert minstens viermaal per jaar;
3° het centrum garandeert inspraak van gebruikers in zijn algemene werking;
4° het centrum garandeert tijdens de openingsuren een permanent aanspreekpunt;
5° het centrum kan noden en behoeften van zijn gebruikers signaleren en formuleert zo nodig suggesties voor de afstemming en bijsturing van het woonzorgbeleid;
6° het centrum formuleert zijn missie en visie, vertaalt die in duidelijke doelstellingen conform de vastgestelde en te verwachten behoeften, en vertaalt die doelstellingen naar een concrete werking;
7° het centrum evalueert op regelmatige tijdstippen de missie en visie. Het evalueert geregeld of de doelstellingen bereikt zijn en stuurt afhankelijk daarvan bij;
8° het centrum gaat de tevredenheid van zijn gebruikers na en stuurt afhankelijk daarvan bij. Minstens tweejaarlijks wordt een verantwoorde gebruikerstevredenheidsmeting uitgevoerd;
9° het centrum beschikt over een duidelijke organisatiestructuur;
10° het centrum organiseert periodiek en op een gestructureerde wijze intern overleg met medewerkers en gebruikers;
11° het centrum werkt, als dat nodig is, samen en maakt afspraken met externe relevante actoren voor de realisatie van zijn doelstellingen en opdrachten;
12° het centrum beheert zijn beschikbare middelen optimaal met het oog op de realisatie van de vooropgestelde doelstellingen;
13° het centrum realiseert zijn doelstellingen volgens de meest geschikte methodieken, rekening houdend met de hedendaagse ontwikkelingen;
14° het centrum garandeert aan de gebruikers een klachtrecht en zorgt voor een adequate en objectieve behandeling van de klachten. Het hanteert daarvoor een procedure waarin meegedeeld wordt hoe en waar klachten worden ingediend, en hoe ze behandeld worden;
D. Voorwaarden voor de infrastructuur
1° een centrum beschikt over duidelijk herkenbare en aaneensluitende lokalen;
2° voor de organisatie van de activiteiten, vermeld in punt A, 3°, beschikt het centrum over een aangepaste en voldoende grote ontmoetingsruimte;
3° naast de ontmoetingsruimte, vermeld in punt 2°, beschikt het centrum over minstens één aparte ruimte voor de organisatie van activiteiten als vermeld in punt A, 3° en 4°. Die ruimte kan comfortabel gebruikt worden door groepen van minstens 15 personen;
4° het centrum beschikt over een aparte gespreksruimte, waar de privacy van de gebruiker gegarandeerd is;
5° het centrum is volledig toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Rolstoelgebruikers moeten zelfstandig het gebouw, de lokalen, vermeld in punt 2° tot en met 4°, en de sanitaire ruimten kunnen betreden;
6° het centrum voorziet in de nodige accommodatie en hulpmiddelen, en zorgt voor een passend onderhoud ervan. De accommodatie en de hulpmiddelen zijn aangepast aan zijn gebruikers, opdrachten en medewerkers.".
"Art. 6. Met behoud van de toepassing van artikelen 4, 16 tot en met 19, 43, 50, 67, 70 en 72, tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 gelden, in afwijking van artikel 5, voor de erkenning van een lokaal dienstencentrum in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad de volgende specifieke voorwaarden :
A. Voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening
1° een centrum vervult een preventieve functie voor personen met een beginnende zorgbehoevendheid;
2° het centrum organiseert activiteiten van algemeen-informatieve aard. In dat kader moet het centrum :
a) jaarlijks minstens acht activiteiten organiseren waarbij op actieve wijze informatie wordt verschaft aan een groep gebruikers. Van die activiteiten vinden er minstens vijf plaats in het centrum. Voor de overige activiteiten wordt de locatie bepaald in overleg met de partner met wie het centrum daarvoor samenwerkt. Als de overige activiteiten georganiseerd worden in samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden voor beide thuiszorgvoorzieningen maximaal drie van die activiteiten in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te verrichten activiteiten;
b) op minstens drie andere wijzen aan de bewoners van de lokale leefgemeenschap algemene informatie aanbieden;
3° een centrum organiseert activiteiten van recreatieve aard. In de ontmoetingsruimte, vermeld in punt D, 2°, wordt op elk ogenblik een vrijblijvend aanbod van recreatieve activiteiten ter beschikking gesteld. Het centrum biedt jaarlijks minstens 65 groepsactiviteiten van recreatieve aard aan. Die activiteiten moeten verspreid zijn over minstens vijf verschillende soorten. Van die activiteiten vinden er minstens 40 plaats in het centrum. Voor de overige activiteiten wordt de locatie bepaald in overleg met de partner met wie het centrum daarvoor samenwerkt. Als de overige activiteiten georganiseerd worden in samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden voor beide thuiszorgvoorzieningen maximaal 25 van die activiteiten in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te verrichten activiteiten;
4° een centrum biedt activiteiten van algemeen vormende aard aan. Het centrum biedt jaarlijks minstens 70 groepsactiviteiten van algemeen vormende aard aan. Die activiteiten moeten verspreid zijn over minstens vijf verschillende onderwerpen. Van die activiteiten vinden er minstens 45 plaats in het centrum. Voor de overige activiteiten wordt de locatie bepaald in overleg met de partner met wie het centrum daarvoor samenwerkt. Als de overige activiteiten georganiseerd worden in samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden voor beide thuiszorgvoorzieningen maximaal 25 van die activiteiten in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te verrichten activiteiten;
5° een centrum biedt hulp bij activiteiten van het dagelijkse leven, inzonderheid hygiënische zorg. Die hulp moet aangeboden worden onder minstens twee vormen, zoals onder meer pedicure en manicure, gelaats- en haarverzorging, hulp bij het nemen van bad of douche en wassalon, gezondheidsconsult en dieetadvies. De professionele zorgverlener die hulp biedt bij activiteiten van het dagelijkse leven, beschikt daarvoor over de nodige kwalificaties. Die activiteiten worden bij voorkeur aangeboden in een aangepaste ruimte in het lokaal dienstencentrum of in de lokalen van de partner met wie daarvoor wordt samengewerkt;
6° een centrum biedt aan zijn gebruikers warme maaltijden aan. Die maaltijden worden bij voorkeur aangeboden in een aangepaste ruimte in het centrum of in de lokalen van de partner met wie daarvoor wordt samengewerkt. Daarnaast kan een maaltijdlevering aan huis worden aangeboden. Bij het aanbieden van maaltijden moet het centrum zich minstens richten naar de maatschappelijk zwakkere bewoners van de lokale buurt;
7° een centrum biedt hulp bij boodschappen aan gebruikers die onvoldoende mogelijkheden tot zelfzorg hebben en daardoor niet meer in staat zijn om hun persoonlijke administratieve en huishoudelijke boodschappen te doen;
8° een centrum biedt buurthulp;
9° een centrum neemt of ondersteunt initiatieven die de mobiliteit van de lokale bewoners tot stand brengen of verhogen;
10° een centrum kan personenalarmsystemen uitlenen en een personenalarmcentrale organiseren. Voor het lenen van een personenalarmtoestel kunnen eenmalig plaatsings- of waarborgkosten aangerekend worden van maximaal 50 euro. De gebruikersbijdrage voor het lenen van een personenalarmtoestel, exclusief eventuele extra externe functionaliteiten, omvat alle andere kosten en bedraagt maximaal 20 euro per maand. Het lokaal dienstencentrum voorziet in de mogelijkheid van een verminderde gebruikersbijdrage voor personen met een beperkte financiële draagkracht. De voormelde bedragen zijn gekoppeld aan het prijsindexcijfer dat berekend en toegepast wordt overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De basisindex is de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2010. De bedragen worden gekoppeld aan het prijsindexcijfer op 1 januari van het jaar dat volgt op de indexsprong;
11° een centrum kan het multidisciplinair overleg organiseren, vermeld in artikel 21, § 2, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009;
12° de minister kan de activiteiten, vermeld in punt 1° tot en met 11°, specificeren;
13° het centrum beschrijft en verstrekt op een voor de gebruiker verstaanbare manier zijn aanbod en voert er een aangepaste communicatie over met de gebruikers, de potentiële gebruikers en verwijzers;
14° het centrum besteedt onder andere aandacht aan de fysieke, culturele, financiële, psychologische en sociale aspecten van bereikbaarheid en toegankelijkheid voor zijn gebruikers;
15° het centrum zorgt, door een geïntegreerd aanbod van zowel dienstverlening als activiteiten, dat de gebruiker er terecht kan met al zijn vragen, zorgen, talenten, interesses, behoeften en inzet;
16° het centrum garandeert binnen de beschikbare middelen continuïteit van het aanbod, al dan niet in samenwerking met derden;
17° het centrum streeft naar een eigentijds, op maatschappelijke behoeften gebaseerd aanbod vanuit een niet-discriminerende houding;
B. Voorwaarden voor de omkadering
1° een centrum beschikt over minstens één 0,5 equivalent centrumleider, die beschikt over een diploma van master of bachelor;
2° de centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 20 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;
3° het centrum zet, binnen de beschikbare middelen, voldoende en deskundige personeelsleden en medewerkers in om zijn vooropgestelde doelstellingen te realiseren;
4° het centrum bewaakt op een systematische manier de deskundigheid en het functioneren van de personeelsleden en medewerkers;
5° het centrum stimuleert en ondersteunt de inschakeling van vrijwilligers in zijn werking;
C. Voorwaarden voor de werking
1° het centrum staat minstens 32 uren per week open als opvang- en ontmoetingscentrum voor de gebruikers, met een passende spreiding over alle werkdagen;
2° het centrum richt een centrumraad op met als opdracht, op eigen initiatief of op verzoek van de centrumleider advies uit te brengen over de algemene werking van het centrum, meer bepaald over alle vormen van dienstverlening die georganiseerd of verstrekt worden, over het activiteitenprogramma en over het jaarverslag. De centrumraad is samengesteld uit minstens negen leden, onder wie de centrumleider, een vertegenwoordiging namens de lokale ouderenadviesraad en minstens vijf gebruikers van het centrum. De centrumraad vergadert minstens viermaal per jaar;
3° het centrum garandeert inspraak van gebruikers in zijn algemene werking;
4° het centrum garandeert tijdens de openingsuren een permanent aanspreekpunt;
5° het centrum kan noden en behoeften van zijn gebruikers signaleren en formuleert zo nodig suggesties voor de afstemming en bijsturing van het woonzorgbeleid;
6° het centrum formuleert zijn missie en visie, vertaalt die in duidelijke doelstellingen conform de vastgestelde en te verwachten behoeften, en vertaalt die doelstellingen naar een concrete werking;
7° het centrum evalueert op regelmatige tijdstippen de missie en visie. Het evalueert geregeld of de doelstellingen bereikt zijn en stuurt afhankelijk daarvan bij;
8° het centrum gaat de tevredenheid van zijn gebruikers na en stuurt afhankelijk daarvan bij. Minstens tweejaarlijks wordt een verantwoorde gebruikerstevredenheidsmeting uitgevoerd;
9° het centrum beschikt over een duidelijke organisatiestructuur;
10° het centrum organiseert periodiek en op een gestructureerde wijze intern overleg met medewerkers en gebruikers;
11° het centrum werkt, als dat nodig is, samen en maakt afspraken met externe relevante actoren voor de realisatie van zijn doelstellingen en opdrachten;
12° het centrum beheert zijn beschikbare middelen optimaal met het oog op de realisatie van de vooropgestelde doelstellingen;
13° het centrum realiseert zijn doelstellingen volgens de meest geschikte methodieken, rekening houdend met de hedendaagse ontwikkelingen;
14° het centrum garandeert aan de gebruikers een klachtrecht en zorgt voor een adequate en objectieve behandeling van de klachten. Het hanteert daarvoor een procedure waarin meegedeeld wordt hoe en waar klachten worden ingediend, en hoe ze behandeld worden;
D. Voorwaarden voor de infrastructuur
1° een centrum beschikt over duidelijk herkenbare en aaneensluitende lokalen;
2° voor de organisatie van de activiteiten, vermeld in punt A, 3°, beschikt het centrum over een aangepaste en voldoende grote ontmoetingsruimte;
3° naast de ontmoetingsruimte, vermeld in punt 2°, beschikt het centrum over minstens één aparte ruimte voor de organisatie van activiteiten als vermeld in punt A, 3° en 4°. Die ruimte kan comfortabel gebruikt worden door groepen van minstens 15 personen;
4° het centrum beschikt over een aparte gespreksruimte, waar de privacy van de gebruiker gegarandeerd is;
5° het centrum is volledig toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Rolstoelgebruikers moeten zelfstandig het gebouw, de lokalen, vermeld in punt 2° tot en met 4°, en de sanitaire ruimten kunnen betreden;
6° het centrum voorziet in de nodige accommodatie en hulpmiddelen, en zorgt voor een passend onderhoud ervan. De accommodatie en de hulpmiddelen zijn aangepast aan zijn gebruikers, opdrachten en medewerkers.".
Art. 33. L'article 6 de l'annexe VI du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 6. Sans préjudice de l'application des articles 4, 16 à 19 compris, 43, 50, 67 et 70 et 72, alinéa deux, du décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement, les conditions spécifiques sous-mentionnées s'appliquent, par dérogation à l'article 5, à l'agrément d'un centre de services local dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale :
A. Conditions relatives Ă la prestation d'aide et de services
1° un centre remplit une fonction préventive pour des personnes ayant un besoins initial de soins;
2° le centre organise des activités de nature générale-informative. Dans ce contexte, ce centre doit :
a) organiser annuellement au moins huit activités pendant lesquelles des informations sont passées de façon active à un nombre d'usagers. Au moins cinq de ces activités ont lieu dans le centre. Le lieu des autres activités est fixé en concertation avec le partenaire avec lequel le centre coopÚre à ce sujet. Si les autres activités sont organisées en coopération avec une autre structure de soins à domicile agréée, au maximum trois de ces activités sont prises en considération lors du calcul du nombre minimal d'activités à effectuer;
b) offrir des informations générales aux résidents de la société de vie locale par au moins trois autres voies;
3° un centre organise des activités de nature récréative. Dans l'espace de rencontre, visé au point D, 2°, une offre libre d'activités récréatives est à tout moment tenue disponible. Le centre offre annuellement au moins 65 activités en groupe de nature récréative. Ces activités doivent au moins couvrir cinq différents genres. Au moins 40 de ces activités ont lieu dans le centre. Le lieu des autres activités est fixé en concertation avec le partenaire avec lequel le centre coopÚre à ce sujet. Si les autres activités sont organisées en coopération avec une autre structure de soins à domicile agréée, au maximum 25 de ces activités sont prises en considération pour ces deux structures de soins à domicile lors du calcul de nombre minimal d'activités à organiser;
4° un centre offre des activités de formation générale. Le centre offre annuellement au moins 70 activités en groupe de formation générale. Ces activités doivent au moins couvrir cinq différents sujets. Au moins 45 de ces activités ont lieu dans le centre. Le lieu des autres activités est fixé en concertation avec le partenaire avec lequel le centre coopÚre à ce sujet. Si les autres activités sont organisées en coopération avec une autre structure de soins à domicile agréée, au maximum 25 de ces activités sont prises en considération pour ces deux structures de soins à domicile lors du calcul de nombre minimal d'activités à organiser;
5° un centre offre de l'aide aux activitĂ©s de la vie quotidienne, notamment les soins hygiĂ©niques. Cette aide doit ĂȘtre offerte sous au moins deux formes, telles que la pĂ©dicure et la manucure, les soins de visage et de coiffure, l'aide Ă prendre un bain ou une douche et les salons-lavoirs, consultations de santĂ© et avis diĂ©tĂ©tique. Le dispensateur de soins professionnel offrant de l'aide lors des activitĂ©s de la vie quotidienne dispose des qualifications nĂ©cessaires Ă cet effet. Ces activitĂ©s sont de prĂ©fĂ©rence offertes dans un espace adaptĂ© du centre de services local ou dans les locaux du partenaire avec lequel il est coopĂ©rĂ© Ă cet effet.
6° un centre offre des repas chauds Ă ses usagers. Ces repas chauds sont de prĂ©fĂ©rence servis dans un espace adaptĂ© du centre de services local ou dans les locaux du partenaire avec lequel il est coopĂ©rĂ© Ă cet effet. En outre, des repas peuvent Ă©galement ĂȘtre fournis Ă domicile. Lors qu'il sert des repas,le centre doit au moins s'adresser aux habitants socialement faibles du quartier local;
7° un centre offre son aide aux usagers faisant leurs courses et qui ont insuffisamment de possibilités d'indépendance et ne sont donc plus en état de faire leurs courses administratives et ménagÚres personnelles;
8° un centre assure l'aide dans le quartier;
9° un centre prend ou soutient des initiatives qui réalisent ou augmentent la mobilité des habitants locaux;
10° un centre peut prĂȘter des systĂšmes d'alarme personnels et organiser une centrale d'alarme pour personnes. Pour la mise Ă la disposition d'un systĂšme d'alarme personnel, des frais d'installation ou de garantie d'au maximum 50 euros peuvent une seule fois ĂȘtre imputĂ©s. La contribution de l'usager du systĂšme d'alarme personnel, hors les frais supplĂ©mentaires Ă©ventuels pour d'autres fonctions, comprend tous les autres frais et s'Ă©lĂšve Ă au maximum 20 euros par mois. Le centre de services local prĂ©voit la possibilitĂ© d'une diminution de la contribution de l'usager pour des personnes aux moyens financiers limitĂ©s. Les montants visĂ©s ci-dessus sont liĂ©s Ă l'indice des prix, calculĂ© et appliquĂ© pour l'application de l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays. L'indice de base est l'indice pivot en vigueur le 1er janvier 2010. Le rattachement Ă l'indice des prix s'effectue le 1er janvier de l'annĂ©e qui suit le saut de l'index;
11° un centre peut organiser la concertation multidisciplinaire, visée à l'article 21, § 2, du Décret sur les soins et le logement du 13 mars 2009;
12° le Ministre peut spécifier les activités, visées aux points 1° à 11° inclus;
13° le centre décrit et fournit son offre d'aide de maniÚre compréhensible pour l'usager et en assure une communication adaptée avec les usagers, les usagers potentiels et les référents;
14° le centre prĂȘte, entre autres, attention aux aspects physiques, culturels, financiers, psychologiques et sociaux d'accessibilitĂ© pour ses usagers;
15° le centre assure, par une offre intĂ©grĂ©e tant de services que d'activitĂ©s, que l'usager puisse s'y ĂȘtre aidĂ© dans toutes ses questions, soucies, talents, intĂ©rĂȘts, besoins et engagements;
16° dans la mesure des moyens disponibles, le centre garantit la continuité de l'offre, que ce soit en coopération avec des tiers ou non;
17° le centre cherche à réaliser une offre contemporaine basée sur les besoins sociaux en partant d'une attitude non discriminatoire;
B. Conditions pour l'encadrement
1° un centre dispose d'au moins un 0,5 équivalent directeur du centre disposant d'un diplÎme de master ou bachelor;
2° un directeur du centre suit au moins 20 heures de recyclage, réparties sur une période de deux années calendaires au maximum, en rapport avec des sujets pertinents pour le centre;
3° dans les limites des moyens disponibles, le centre engage suffisamment de personnel et collaborateurs afin de réaliser ses objectifs proposés;
4° le centre surveille de maniÚre systématique l'expertise et le fonctionnement des membres du personnel et des collaborateurs;
5° le centre stimule et soutient l'engagement de bénévoles dans son fonctionnement;
C. Conditions pour le fonctionnement
1° le centre est ouvert au moins 32 heures par semaine comme centre d'accueil et de rencontre pour les usagers, avec une répartition adéquate sur tous les jours ouvrables;
2° le centre établit un conseil du centre, ayant comme misson, d'initiative ou sur demande d'un directeur du centre, d'émettre des avis sur le fonctionnement général du centre, notamment sur toutes les formes de prestation de services, qui sont organisées ou fournies, sur le programme des activités et sur le rapport annuel. Le conseil du centre est composé d'au moins neuf membres, parmi lesquels le directeur du centre, une représentation au nom du conseil d'avis local des personnes ùgées et d'au moins cinq usagers du centre. Le conseil du centre se réunit au moins quatre fois par an;
3° le centre garantit la participation des usagers dans son fonctionnement général;
4° le centre garantit un point de contact permanent pendant les heures d'ouverture;
5° le centre peut signaler des nécessités et besoins de ses usagers et, si nécessaire, formuler des suggestions quant à l'adéquation et la correction de sa politique en matiÚre de soins et de logement;
6° le centre formule sa mission et sa vision, les traduit en des objectifs clairs conformément aux besoins constatés et à attendre et traduit ces objectifs en un fonctionnement concret;
7° le centre évalue sa mission à des intervalles réguliers. Il évalue réguliÚrement si les objectifs ont été atteints et procÚde, le cas échéant, aux ajustements;
8° le centre vĂ©rifie la satisfaction de ses usagers et procĂšde, le cas Ă©chĂ©ant, aux ajustements. Une enquĂȘte de satisfaction des usagers est effectuĂ©e au moins tous les deux ans;
9° le centre dispose d'une structure organisationnelle claire;
10° le centre organise périodiquement et de façon structurée une concertaion interne entre collaborateurs et usagers;
11° si nécessaire, le centre coopÚre et conclut des arrangements avec des acteurs externes pertinents pour la réalisation de ses objectifs et missions;
12° le centre gÚre ses moyens disponibles de façon optimale en vue de la réalisation des objectifs proposés;
13° le centre réalise ses objectifs suivant les méthodiques les plus adéquates, compte tenu des développements actuels;
14° le centre garantit un droit de rĂ©clamation aux usagers et assure un traitement adĂ©quat et objectif des plaintes. A cet effet, le centre suit une procĂ©dure laquelle dĂ©finit le mode dont et l'endroit oĂč les plaintes sont dĂ©posĂ©es, ainsi que la façon dont elles sont traitĂ©es;
D. Conditions pour l'infrastructure
1° un centre dispose de locaux clairement reconnaissables et adjacents;
2° en ce qui concerne l'organisation des activités, visées au point A, 3°, le centre dispose d'un espace de rencontre adapté et suffisamment grand;
3° outre l'espace de rencontre, visĂ© au point 2°, le centre dispose au moins d'un espace sĂ©parĂ© pour l'organisation des activitĂ©s telles que visĂ©es au point A, 3° et 4°. Cet espace peut ĂȘtre utilisĂ© confortablement par des groupes d'au moins 15 personnes;
4° le centre dispose d'un espace de dialogue sĂ©parĂ©, oĂč la discrĂ©tion de l'usager est assurĂ©e;
5° le centre est entiÚrement accessible aux usagers de chaises roulantes. Des usagers de chaises roulantes doivent indépendamment pouvoir avoir accÚs aux locaux, visés aux points 2° à 4° inclus, et aux locaux sanitaires;
6° le centre prévoit l'équipemlent et les auxiliaires nécessaires, et assure leur entretien adéquat. L'équipement et les moyens auxiliaires nécessaires sont adaptés aux usagers, aux tùches et aux collaborateurs. ".
" Art. 6. Sans préjudice de l'application des articles 4, 16 à 19 compris, 43, 50, 67 et 70 et 72, alinéa deux, du décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement, les conditions spécifiques sous-mentionnées s'appliquent, par dérogation à l'article 5, à l'agrément d'un centre de services local dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale :
A. Conditions relatives Ă la prestation d'aide et de services
1° un centre remplit une fonction préventive pour des personnes ayant un besoins initial de soins;
2° le centre organise des activités de nature générale-informative. Dans ce contexte, ce centre doit :
a) organiser annuellement au moins huit activités pendant lesquelles des informations sont passées de façon active à un nombre d'usagers. Au moins cinq de ces activités ont lieu dans le centre. Le lieu des autres activités est fixé en concertation avec le partenaire avec lequel le centre coopÚre à ce sujet. Si les autres activités sont organisées en coopération avec une autre structure de soins à domicile agréée, au maximum trois de ces activités sont prises en considération lors du calcul du nombre minimal d'activités à effectuer;
b) offrir des informations générales aux résidents de la société de vie locale par au moins trois autres voies;
3° un centre organise des activités de nature récréative. Dans l'espace de rencontre, visé au point D, 2°, une offre libre d'activités récréatives est à tout moment tenue disponible. Le centre offre annuellement au moins 65 activités en groupe de nature récréative. Ces activités doivent au moins couvrir cinq différents genres. Au moins 40 de ces activités ont lieu dans le centre. Le lieu des autres activités est fixé en concertation avec le partenaire avec lequel le centre coopÚre à ce sujet. Si les autres activités sont organisées en coopération avec une autre structure de soins à domicile agréée, au maximum 25 de ces activités sont prises en considération pour ces deux structures de soins à domicile lors du calcul de nombre minimal d'activités à organiser;
4° un centre offre des activités de formation générale. Le centre offre annuellement au moins 70 activités en groupe de formation générale. Ces activités doivent au moins couvrir cinq différents sujets. Au moins 45 de ces activités ont lieu dans le centre. Le lieu des autres activités est fixé en concertation avec le partenaire avec lequel le centre coopÚre à ce sujet. Si les autres activités sont organisées en coopération avec une autre structure de soins à domicile agréée, au maximum 25 de ces activités sont prises en considération pour ces deux structures de soins à domicile lors du calcul de nombre minimal d'activités à organiser;
5° un centre offre de l'aide aux activitĂ©s de la vie quotidienne, notamment les soins hygiĂ©niques. Cette aide doit ĂȘtre offerte sous au moins deux formes, telles que la pĂ©dicure et la manucure, les soins de visage et de coiffure, l'aide Ă prendre un bain ou une douche et les salons-lavoirs, consultations de santĂ© et avis diĂ©tĂ©tique. Le dispensateur de soins professionnel offrant de l'aide lors des activitĂ©s de la vie quotidienne dispose des qualifications nĂ©cessaires Ă cet effet. Ces activitĂ©s sont de prĂ©fĂ©rence offertes dans un espace adaptĂ© du centre de services local ou dans les locaux du partenaire avec lequel il est coopĂ©rĂ© Ă cet effet.
6° un centre offre des repas chauds Ă ses usagers. Ces repas chauds sont de prĂ©fĂ©rence servis dans un espace adaptĂ© du centre de services local ou dans les locaux du partenaire avec lequel il est coopĂ©rĂ© Ă cet effet. En outre, des repas peuvent Ă©galement ĂȘtre fournis Ă domicile. Lors qu'il sert des repas,le centre doit au moins s'adresser aux habitants socialement faibles du quartier local;
7° un centre offre son aide aux usagers faisant leurs courses et qui ont insuffisamment de possibilités d'indépendance et ne sont donc plus en état de faire leurs courses administratives et ménagÚres personnelles;
8° un centre assure l'aide dans le quartier;
9° un centre prend ou soutient des initiatives qui réalisent ou augmentent la mobilité des habitants locaux;
10° un centre peut prĂȘter des systĂšmes d'alarme personnels et organiser une centrale d'alarme pour personnes. Pour la mise Ă la disposition d'un systĂšme d'alarme personnel, des frais d'installation ou de garantie d'au maximum 50 euros peuvent une seule fois ĂȘtre imputĂ©s. La contribution de l'usager du systĂšme d'alarme personnel, hors les frais supplĂ©mentaires Ă©ventuels pour d'autres fonctions, comprend tous les autres frais et s'Ă©lĂšve Ă au maximum 20 euros par mois. Le centre de services local prĂ©voit la possibilitĂ© d'une diminution de la contribution de l'usager pour des personnes aux moyens financiers limitĂ©s. Les montants visĂ©s ci-dessus sont liĂ©s Ă l'indice des prix, calculĂ© et appliquĂ© pour l'application de l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays. L'indice de base est l'indice pivot en vigueur le 1er janvier 2010. Le rattachement Ă l'indice des prix s'effectue le 1er janvier de l'annĂ©e qui suit le saut de l'index;
11° un centre peut organiser la concertation multidisciplinaire, visée à l'article 21, § 2, du Décret sur les soins et le logement du 13 mars 2009;
12° le Ministre peut spécifier les activités, visées aux points 1° à 11° inclus;
13° le centre décrit et fournit son offre d'aide de maniÚre compréhensible pour l'usager et en assure une communication adaptée avec les usagers, les usagers potentiels et les référents;
14° le centre prĂȘte, entre autres, attention aux aspects physiques, culturels, financiers, psychologiques et sociaux d'accessibilitĂ© pour ses usagers;
15° le centre assure, par une offre intĂ©grĂ©e tant de services que d'activitĂ©s, que l'usager puisse s'y ĂȘtre aidĂ© dans toutes ses questions, soucies, talents, intĂ©rĂȘts, besoins et engagements;
16° dans la mesure des moyens disponibles, le centre garantit la continuité de l'offre, que ce soit en coopération avec des tiers ou non;
17° le centre cherche à réaliser une offre contemporaine basée sur les besoins sociaux en partant d'une attitude non discriminatoire;
B. Conditions pour l'encadrement
1° un centre dispose d'au moins un 0,5 équivalent directeur du centre disposant d'un diplÎme de master ou bachelor;
2° un directeur du centre suit au moins 20 heures de recyclage, réparties sur une période de deux années calendaires au maximum, en rapport avec des sujets pertinents pour le centre;
3° dans les limites des moyens disponibles, le centre engage suffisamment de personnel et collaborateurs afin de réaliser ses objectifs proposés;
4° le centre surveille de maniÚre systématique l'expertise et le fonctionnement des membres du personnel et des collaborateurs;
5° le centre stimule et soutient l'engagement de bénévoles dans son fonctionnement;
C. Conditions pour le fonctionnement
1° le centre est ouvert au moins 32 heures par semaine comme centre d'accueil et de rencontre pour les usagers, avec une répartition adéquate sur tous les jours ouvrables;
2° le centre établit un conseil du centre, ayant comme misson, d'initiative ou sur demande d'un directeur du centre, d'émettre des avis sur le fonctionnement général du centre, notamment sur toutes les formes de prestation de services, qui sont organisées ou fournies, sur le programme des activités et sur le rapport annuel. Le conseil du centre est composé d'au moins neuf membres, parmi lesquels le directeur du centre, une représentation au nom du conseil d'avis local des personnes ùgées et d'au moins cinq usagers du centre. Le conseil du centre se réunit au moins quatre fois par an;
3° le centre garantit la participation des usagers dans son fonctionnement général;
4° le centre garantit un point de contact permanent pendant les heures d'ouverture;
5° le centre peut signaler des nécessités et besoins de ses usagers et, si nécessaire, formuler des suggestions quant à l'adéquation et la correction de sa politique en matiÚre de soins et de logement;
6° le centre formule sa mission et sa vision, les traduit en des objectifs clairs conformément aux besoins constatés et à attendre et traduit ces objectifs en un fonctionnement concret;
7° le centre évalue sa mission à des intervalles réguliers. Il évalue réguliÚrement si les objectifs ont été atteints et procÚde, le cas échéant, aux ajustements;
8° le centre vĂ©rifie la satisfaction de ses usagers et procĂšde, le cas Ă©chĂ©ant, aux ajustements. Une enquĂȘte de satisfaction des usagers est effectuĂ©e au moins tous les deux ans;
9° le centre dispose d'une structure organisationnelle claire;
10° le centre organise périodiquement et de façon structurée une concertaion interne entre collaborateurs et usagers;
11° si nécessaire, le centre coopÚre et conclut des arrangements avec des acteurs externes pertinents pour la réalisation de ses objectifs et missions;
12° le centre gÚre ses moyens disponibles de façon optimale en vue de la réalisation des objectifs proposés;
13° le centre réalise ses objectifs suivant les méthodiques les plus adéquates, compte tenu des développements actuels;
14° le centre garantit un droit de rĂ©clamation aux usagers et assure un traitement adĂ©quat et objectif des plaintes. A cet effet, le centre suit une procĂ©dure laquelle dĂ©finit le mode dont et l'endroit oĂč les plaintes sont dĂ©posĂ©es, ainsi que la façon dont elles sont traitĂ©es;
D. Conditions pour l'infrastructure
1° un centre dispose de locaux clairement reconnaissables et adjacents;
2° en ce qui concerne l'organisation des activités, visées au point A, 3°, le centre dispose d'un espace de rencontre adapté et suffisamment grand;
3° outre l'espace de rencontre, visĂ© au point 2°, le centre dispose au moins d'un espace sĂ©parĂ© pour l'organisation des activitĂ©s telles que visĂ©es au point A, 3° et 4°. Cet espace peut ĂȘtre utilisĂ© confortablement par des groupes d'au moins 15 personnes;
4° le centre dispose d'un espace de dialogue sĂ©parĂ©, oĂč la discrĂ©tion de l'usager est assurĂ©e;
5° le centre est entiÚrement accessible aux usagers de chaises roulantes. Des usagers de chaises roulantes doivent indépendamment pouvoir avoir accÚs aux locaux, visés aux points 2° à 4° inclus, et aux locaux sanitaires;
6° le centre prévoit l'équipemlent et les auxiliaires nécessaires, et assure leur entretien adéquat. L'équipement et les moyens auxiliaires nécessaires sont adaptés aux usagers, aux tùches et aux collaborateurs. ".
Art. 34. In artikel 7 van bijlage VI bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt tussen de zinsnede "artikel 5, A, 10°," en het woord "verricht" de zinsnede "of artikel 6, A, 10°," ingevoegd;
2° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "artikel 6, A, 4°" vervangen door de zinsnede "artikel 6, A, 11°".
1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt tussen de zinsnede "artikel 5, A, 10°," en het woord "verricht" de zinsnede "of artikel 6, A, 10°," ingevoegd;
2° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "artikel 6, A, 4°" vervangen door de zinsnede "artikel 6, A, 11°".
Art. 34. A l'article 7 de l'annexe VI du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 2, alinéa premier, le membre de phrase " ou à l'article 6, A, 10°, " est inséré entre le membre de phrase " à l'article 5, A, 10 " et le membre de phrase " l'enveloppe subventionnelle ";
2° au paragraphe 3, le membre de phrase " l'article 6, A, 4° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 6, A, 11° ".
1° dans le paragraphe 2, alinéa premier, le membre de phrase " ou à l'article 6, A, 10°, " est inséré entre le membre de phrase " à l'article 5, A, 10 " et le membre de phrase " l'enveloppe subventionnelle ";
2° au paragraphe 3, le membre de phrase " l'article 6, A, 4° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 6, A, 11° ".
Art. 35. In artikel 11 van bijlage VI bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de zin "Als over een aanvraag tot erkenning van een lokaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing is genomen, gelden de volgende regels : " vervangen door de zin "Voor een aanvraag tot erkenning van een lokaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, gelden de volgende regels : ";
2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"3° als op de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de persoon die de erkenning heeft gevraagd, is meegedeeld dat de behandeling van de aanvraag is opgeschort in afwachting van de oprichting, verbouwing of inrichting van een gebouw voor het centrum en er aan het agentschap werd meegedeeld dat de oprichtings-, verbouwings- of inrichtingswerkzaamheden van start gingen of het technisch en financieel aspect van het masterplan is goedgekeurd met toepassing van de regelgeving inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, kan het lokaal dienstencentrum na de voltooiing van die werkzaamheden, alleen erkend worden als het beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en in dit besluit, met uitzondering van de voorwaarden voor de infrastructuur.";
3° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid wordt de zin "Als over een aanvraag tot erkenning van een lokaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing is genomen, gelden de volgende regels : " vervangen door de zin "Voor een aanvraag tot erkenning van een lokaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, gelden de volgende regels : ";
2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"3° als op de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de persoon die de erkenning heeft gevraagd, is meegedeeld dat de behandeling van de aanvraag is opgeschort in afwachting van de oprichting, verbouwing of inrichting van een gebouw voor het centrum en er aan het agentschap werd meegedeeld dat de oprichtings-, verbouwings- of inrichtingswerkzaamheden van start gingen of het technisch en financieel aspect van het masterplan is goedgekeurd met toepassing van de regelgeving inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, kan het lokaal dienstencentrum na de voltooiing van die werkzaamheden, alleen erkend worden als het beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en in dit besluit, met uitzondering van de voorwaarden voor de infrastructuur.";
3° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 35. A l'article 11 de l'annexe VI du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° Ă l'alinĂ©a premier, la phrase " Si Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© aucune dĂ©cision n'a Ă©tĂ© prise quant Ă la demande d'agrĂ©ment d'un centre de services local pour lequel un bĂątiment doit ĂȘtre Ă©rigĂ©, transformĂ© ou amĂ©nagĂ© Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les rĂšgles suivantes s'appliquent : " est remplacĂ©e par la phrase " Pour une demande d'agrĂ©ment d'un centre de services local pour lequel un bĂątiment doit ĂȘtre construit, rĂ©novĂ© ou amĂ©nagĂ©, les rĂšgles suivantes sont applicables : ";
2° à l'alinéa premier, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
"3° si Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il a Ă©tĂ© communiquĂ© Ă la personne ayant demandĂ© l'agrĂ©ment que le traitement de la demande est suspendu en attendant la construction, la transformation ou l'amĂ©nagement d'un bĂątiment affectĂ© au centre, et s'il a Ă©tĂ© communiquĂ© Ă l'agence que les travaux de construction, de transformation ou d'amĂ©nagement ont entamĂ© ou que l'aspect technique et financier du master plan a Ă©tĂ© approuvĂ© en application de la rĂ©glementation relative Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, le centre de services local ne peut ĂȘtre agréé, aprĂšs le parachĂšvement de ces travaux, que s'il rĂ©pond aux conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es au dĂ©cret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement et au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă l'exception des conditions pour l'infrastructure. ";
3° le deuxiÚme alinéa est abrogé.
1° Ă l'alinĂ©a premier, la phrase " Si Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© aucune dĂ©cision n'a Ă©tĂ© prise quant Ă la demande d'agrĂ©ment d'un centre de services local pour lequel un bĂątiment doit ĂȘtre Ă©rigĂ©, transformĂ© ou amĂ©nagĂ© Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les rĂšgles suivantes s'appliquent : " est remplacĂ©e par la phrase " Pour une demande d'agrĂ©ment d'un centre de services local pour lequel un bĂątiment doit ĂȘtre construit, rĂ©novĂ© ou amĂ©nagĂ©, les rĂšgles suivantes sont applicables : ";
2° à l'alinéa premier, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
"3° si Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il a Ă©tĂ© communiquĂ© Ă la personne ayant demandĂ© l'agrĂ©ment que le traitement de la demande est suspendu en attendant la construction, la transformation ou l'amĂ©nagement d'un bĂątiment affectĂ© au centre, et s'il a Ă©tĂ© communiquĂ© Ă l'agence que les travaux de construction, de transformation ou d'amĂ©nagement ont entamĂ© ou que l'aspect technique et financier du master plan a Ă©tĂ© approuvĂ© en application de la rĂ©glementation relative Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, le centre de services local ne peut ĂȘtre agréé, aprĂšs le parachĂšvement de ces travaux, que s'il rĂ©pond aux conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es au dĂ©cret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement et au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă l'exception des conditions pour l'infrastructure. ";
3° le deuxiÚme alinéa est abrogé.
Afdeling 7. - Wijzigingen van bijlage VII
Section 7. - Modifications de l'annexe VII
Art. 36. In artikel 5, B, van bijlage VII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
"2° de centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 32 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;".
"2° de centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 32 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;".
Art. 36. A l'article 5, B, de l'annexe VII Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, le point 2° est remplacĂ© par ce qui suit :
2° le directeur de centre suit au moins 32 heures de recyclage, réparties sur une période deux années calendaires au maximum, en rapport avec des sujets pertinents pour le service;
2° le directeur de centre suit au moins 32 heures de recyclage, réparties sur une période deux années calendaires au maximum, en rapport avec des sujets pertinents pour le service;
Art. 37. Artikel 6 van bijlage VII bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 6. Met behoud van de toepassing van artikel 4, 20 tot en met 22, 43, 50, 67, 70 en 72, tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 gelden, in afwijking van artikel 5, voor de erkenning van een regionaal dienstencentrum in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad de volgende specifieke voorwaarden :
A. Voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening
1° het centrum is per kalenderjaar belast met het uitlenen van en het verstrekken van advies over minstens 20 verschillende soorten hulpmiddelen voor gebruikers of ter ondersteuning van specifieke zorgsituaties;
2° het centrum is in staat om in specifieke zorgsituaties op elke individuele adviesvraag over materiële en immateriële hulp- en dienstverlening een antwoord te formuleren of, als dat nodig of gewenst is, de adviesvrager door te verwijzen naar de meest geschikte persoon of voorziening die de adviesvraag kan beantwoorden;
3° het centrum organiseert, verspreid over zijn werkgebied, dat minstens de regio omvat die is bepaald met toepassing van artikel 3, tweede lid, per kalenderjaar minimaal 20 informatie-, vormings- of voorlichtingscursussen over voor de thuiszorg relevante onderwerpen voor mantelzorgers, vrijwilligers of gebruikers. Voor zover dat mogelijk is, werkt het centrum daarvoor samen met bestaande initiatieven uit het werkgebied. Tijdens het kalenderjaar dat samenvalt met het eerste werkjaar, moet het regionaal dienstencentrum de organisatie van minimaal tien informatie- of vormingscursussen of bijeenkomsten realiseren. De minister kan de nadere regels voor de organisatie van die informatie- of vormingscursussen of bijeenkomsten bepalen. Minstens vijftien of, tijdens het eerste werkjaar, minstens zeven van die informatie- of vormingsactiviteiten worden georganiseerd door middel van bijeenkomsten waarop de mantelzorgers, vrijwilligers of gebruikers fysiek aanwezig zijn. Bij gebruik van andere mediakanalen moet de mogelijkheid tot interactie met de mantelzorgers, vrijwilligers of gebruikers worden gevrijwaard. Van de informatie- of vormingscursussen die georganiseerd worden door het centrum door middel van een samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden er maximaal tien voor zowel het centrum als voor de thuiszorgvoorziening waarmee wordt samengewerkt, als activiteit in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te organiseren activiteiten;
4° het centrum is in staat om elke vraag naar vrijwilligerszorg voor een specifieke thuiszorgsituatie toe te leiden naar een vrijwilliger, een voorziening of een organisatie die vrijwilligerszorg aanbiedt;
5° het centrum is per kalenderjaar belast met het uitlenen en onderhouden van minstens 60 personenalarmtoestellen, organiseert de dienstverlening van een personenalarmcentrale en beschikt per kalenderjaar over een verwijzingslijst voor minstens 60 gebruikers. Voor het lenen van een personenalarmtoestel kunnen eenmalige plaatsings- of waarborgkosten aangerekend worden van maximaal 50 euro. De gebruikersbijdrage voor het lenen van een personenalarmtoestel, exclusief eventuele extra externe functionaliteiten, omvat alle andere kosten en bedraagt maximaal 20 euro per maand. Het centrum voorziet in de mogelijkheid van een verminderde gebruikersbijdrage voor personen met een beperkte financiële draagkracht. De voormelde bedragen zijn gekoppeld aan het prijsindexcijfer dat berekend en toegepast wordt overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De basisindex is de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2010. De bedragen worden gekoppeld aan het prijsindexcijfer op 1 januari van het jaar dat volgt op de indexsprong;
6° het centrum verstrekt per kalenderjaar aan minstens 30 gebruikers in een thuissituatie advies over aanpassingen aan de woning en over technologische aanpassingen;
7° het centrum verstrekt per kalenderjaar aan minstens 15 gebruikers ergotherapeutische begeleiding. Die dienstverlening wordt door een ergotherapeut verzorgd;
8° een centrum neemt of ondersteunt initiatieven die de mobiliteit van de lokale bewoners tot stand brengen of verhogen;
9° de minister kan de activiteiten, vermeld in punt 1° tot en met 8°, specificeren;
10° een centrum maakt zijn hulp- en dienstverlening kenbaar en bewaakt de toegankelijkheid van zijn aanbod;
11° een centrum stimuleert en ondersteunt de integrale thuiszorg, onder meer door middel van samenwerking, doorverwijzing, voortgangscontrole en bijsturing;
12° een centrum voert een actief communicatiebeleid met interne en externe partners en met de gebruikers, dat aangepast is aan de vooropgestelde doelstellingen;
B. Voorwaarden voor de omkadering
1° het centrum beschikt minstens over één 0,75 equivalent centrumleider, die beschikt over een diploma van master of bachelor;
2° de centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 32 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;
3° het centrum voorziet op systematische wijze in de rekrutering, begeleiding en vorming van zijn medewerkers;
C. Voorwaarden voor de werking
1° het centrum is minstens 32 uur per week bereikbaar met een gepaste spreiding over alle werkdagen. Minstens 8 uur daarvan is het ook effectief toegankelijk voor de gebruikers, de mantelzorgers en de vrijwilligers;
2° voor het uitlenen van de personenalarmtoestellen en de hulpmiddelen, het geven van advies over woningaanpassingen en technologische aanpassingen, en het aanbieden van de ergotherapeutische begeleidingen, vermeld in punt A, 5°, 6° en 7°, is het centrum of de partner met wie voor de activiteit in kwestie wordt samengewerkt, minstens 16 uren toegankelijk;
3° het centrum kan activiteiten ontwikkelen in een werkgebied dat het omschrijft en dat ruimer kan zijn dan de regio, vermeld in artikel 3, tweede lid, waarvoor het centrum is erkend. In dat geval vermeldt de beslissing tot erkenning dat ruimere werkgebied. Het centrum moet voor de regio waarvoor het erkend is, aan alle specifieke erkenningsvoorwaarden voldoen, met uitzondering van de erkenningsvoorwaarde, vermeld in punt A, 3°;
4° een centrum peilt naar de behoeften van de gebruiker en stelt zijn planning daarop af;
5° een centrum signaleert op een systematische wijze vastgestelde tekorten en behoeften;
6° een centrum ontwikkelt een opdrachtsverklaring (missie, visie en waarden) en maakt die kenbaar;
7° een centrum gaat minstens tweejaarlijks de tevredenheid na van gebruikers en medewerkers;
8° een centrum zet de beschikbare middelen optimaal in;
9° een centrum heeft kennis van de regio en het aanbod aan hulp- en dienstverlening en streeft naar interne en externe samenwerking;
10° een centrum biedt de mogelijkheid tot het formuleren van suggesties of klachten en garandeert een passende behandeling;
D. Voorwaarden voor de infrastructuur
1° het centrum beschikt over duidelijk herkenbare en aaneensluitende lokalen, die gemakkelijk toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers. Rolstoelgebruiker moeten zelfstandig het gebouw, de lokalen en de sanitaire ruimten kunnen betreden;
2° het gebouw is gemakkelijk bereikbaar;
3° de minister kan de minimale normen waaraan de lokalen van een centrum moeten voldoen, nader bepalen.".
"Art. 6. Met behoud van de toepassing van artikel 4, 20 tot en met 22, 43, 50, 67, 70 en 72, tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 gelden, in afwijking van artikel 5, voor de erkenning van een regionaal dienstencentrum in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad de volgende specifieke voorwaarden :
A. Voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening
1° het centrum is per kalenderjaar belast met het uitlenen van en het verstrekken van advies over minstens 20 verschillende soorten hulpmiddelen voor gebruikers of ter ondersteuning van specifieke zorgsituaties;
2° het centrum is in staat om in specifieke zorgsituaties op elke individuele adviesvraag over materiële en immateriële hulp- en dienstverlening een antwoord te formuleren of, als dat nodig of gewenst is, de adviesvrager door te verwijzen naar de meest geschikte persoon of voorziening die de adviesvraag kan beantwoorden;
3° het centrum organiseert, verspreid over zijn werkgebied, dat minstens de regio omvat die is bepaald met toepassing van artikel 3, tweede lid, per kalenderjaar minimaal 20 informatie-, vormings- of voorlichtingscursussen over voor de thuiszorg relevante onderwerpen voor mantelzorgers, vrijwilligers of gebruikers. Voor zover dat mogelijk is, werkt het centrum daarvoor samen met bestaande initiatieven uit het werkgebied. Tijdens het kalenderjaar dat samenvalt met het eerste werkjaar, moet het regionaal dienstencentrum de organisatie van minimaal tien informatie- of vormingscursussen of bijeenkomsten realiseren. De minister kan de nadere regels voor de organisatie van die informatie- of vormingscursussen of bijeenkomsten bepalen. Minstens vijftien of, tijdens het eerste werkjaar, minstens zeven van die informatie- of vormingsactiviteiten worden georganiseerd door middel van bijeenkomsten waarop de mantelzorgers, vrijwilligers of gebruikers fysiek aanwezig zijn. Bij gebruik van andere mediakanalen moet de mogelijkheid tot interactie met de mantelzorgers, vrijwilligers of gebruikers worden gevrijwaard. Van de informatie- of vormingscursussen die georganiseerd worden door het centrum door middel van een samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden er maximaal tien voor zowel het centrum als voor de thuiszorgvoorziening waarmee wordt samengewerkt, als activiteit in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te organiseren activiteiten;
4° het centrum is in staat om elke vraag naar vrijwilligerszorg voor een specifieke thuiszorgsituatie toe te leiden naar een vrijwilliger, een voorziening of een organisatie die vrijwilligerszorg aanbiedt;
5° het centrum is per kalenderjaar belast met het uitlenen en onderhouden van minstens 60 personenalarmtoestellen, organiseert de dienstverlening van een personenalarmcentrale en beschikt per kalenderjaar over een verwijzingslijst voor minstens 60 gebruikers. Voor het lenen van een personenalarmtoestel kunnen eenmalige plaatsings- of waarborgkosten aangerekend worden van maximaal 50 euro. De gebruikersbijdrage voor het lenen van een personenalarmtoestel, exclusief eventuele extra externe functionaliteiten, omvat alle andere kosten en bedraagt maximaal 20 euro per maand. Het centrum voorziet in de mogelijkheid van een verminderde gebruikersbijdrage voor personen met een beperkte financiële draagkracht. De voormelde bedragen zijn gekoppeld aan het prijsindexcijfer dat berekend en toegepast wordt overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De basisindex is de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2010. De bedragen worden gekoppeld aan het prijsindexcijfer op 1 januari van het jaar dat volgt op de indexsprong;
6° het centrum verstrekt per kalenderjaar aan minstens 30 gebruikers in een thuissituatie advies over aanpassingen aan de woning en over technologische aanpassingen;
7° het centrum verstrekt per kalenderjaar aan minstens 15 gebruikers ergotherapeutische begeleiding. Die dienstverlening wordt door een ergotherapeut verzorgd;
8° een centrum neemt of ondersteunt initiatieven die de mobiliteit van de lokale bewoners tot stand brengen of verhogen;
9° de minister kan de activiteiten, vermeld in punt 1° tot en met 8°, specificeren;
10° een centrum maakt zijn hulp- en dienstverlening kenbaar en bewaakt de toegankelijkheid van zijn aanbod;
11° een centrum stimuleert en ondersteunt de integrale thuiszorg, onder meer door middel van samenwerking, doorverwijzing, voortgangscontrole en bijsturing;
12° een centrum voert een actief communicatiebeleid met interne en externe partners en met de gebruikers, dat aangepast is aan de vooropgestelde doelstellingen;
B. Voorwaarden voor de omkadering
1° het centrum beschikt minstens over één 0,75 equivalent centrumleider, die beschikt over een diploma van master of bachelor;
2° de centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 32 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;
3° het centrum voorziet op systematische wijze in de rekrutering, begeleiding en vorming van zijn medewerkers;
C. Voorwaarden voor de werking
1° het centrum is minstens 32 uur per week bereikbaar met een gepaste spreiding over alle werkdagen. Minstens 8 uur daarvan is het ook effectief toegankelijk voor de gebruikers, de mantelzorgers en de vrijwilligers;
2° voor het uitlenen van de personenalarmtoestellen en de hulpmiddelen, het geven van advies over woningaanpassingen en technologische aanpassingen, en het aanbieden van de ergotherapeutische begeleidingen, vermeld in punt A, 5°, 6° en 7°, is het centrum of de partner met wie voor de activiteit in kwestie wordt samengewerkt, minstens 16 uren toegankelijk;
3° het centrum kan activiteiten ontwikkelen in een werkgebied dat het omschrijft en dat ruimer kan zijn dan de regio, vermeld in artikel 3, tweede lid, waarvoor het centrum is erkend. In dat geval vermeldt de beslissing tot erkenning dat ruimere werkgebied. Het centrum moet voor de regio waarvoor het erkend is, aan alle specifieke erkenningsvoorwaarden voldoen, met uitzondering van de erkenningsvoorwaarde, vermeld in punt A, 3°;
4° een centrum peilt naar de behoeften van de gebruiker en stelt zijn planning daarop af;
5° een centrum signaleert op een systematische wijze vastgestelde tekorten en behoeften;
6° een centrum ontwikkelt een opdrachtsverklaring (missie, visie en waarden) en maakt die kenbaar;
7° een centrum gaat minstens tweejaarlijks de tevredenheid na van gebruikers en medewerkers;
8° een centrum zet de beschikbare middelen optimaal in;
9° een centrum heeft kennis van de regio en het aanbod aan hulp- en dienstverlening en streeft naar interne en externe samenwerking;
10° een centrum biedt de mogelijkheid tot het formuleren van suggesties of klachten en garandeert een passende behandeling;
D. Voorwaarden voor de infrastructuur
1° het centrum beschikt over duidelijk herkenbare en aaneensluitende lokalen, die gemakkelijk toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers. Rolstoelgebruiker moeten zelfstandig het gebouw, de lokalen en de sanitaire ruimten kunnen betreden;
2° het gebouw is gemakkelijk bereikbaar;
3° de minister kan de minimale normen waaraan de lokalen van een centrum moeten voldoen, nader bepalen.".
Art. 37. L'article 6 de l'annexe VII du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 6. Sans préjudice de l'application des articles 4, 20 à 22 compris, 43, 50, 67 et 70 et 72, alinéa deux, du décret sur les soins et le logement du 13 mars 2009, les conditions spécifiques ci-dessous s'appliquent, par dérogation à l'article 5, à l'agrément d'un centre de services locaux dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale :
A. Conditions relatives Ă la prestation d'aide et de services
1° le centre est chargé, par année calendaire, de la mise à disposition et de l'émission d'avis sur au moins 20 différentes sortes de moyens auxiliaires pour usagers ou en aide aux situations spécifiques de de prestation de soins;
2° le centre est en mesure de formuler une réponse à toute question d'avis individuelle en matiÚre d'aide et de service matériel ou immatériel en cas de situations de soins spécifiques ou, si tel est nécessaire ou souhaité, de référer le demandeur d'avis à la personne ou à l'équipement le plus adéquat pouvant répondre à la question d'avis;
3° par annĂ©e calendaire, le centre organise, rĂ©parti sur son ressort comprenant au moins la rĂ©gion qui a Ă©tĂ© dĂ©finie en application de l'article 3, alinĂ©a deux, au moins 20 cours d'information, de formation ou d'information sur les sujets relatifs aux soins Ă domicile pertinents pour les intervenants de proximitĂ©, bĂ©nĂ©voles ou usagers. A cet effet et dans la mesure du possible, le centre collabore avec des initiatives existantes du ressort. Le centre de service rĂ©gional doit au moins organiser dix cours ou rĂ©unions d'information ou de formation pendant l'annĂ©e calendaire qui coĂŻncide avec la premiĂšre annĂ©e de travail. Le Ministre peut arrĂȘter les modalitĂ©s de l'organisation de ces cours ou rĂ©unions d'information ou de formation. Au moins quinze ou, pendant la premiĂšre annĂ©e de travail, au moins sept activitĂ©s d'information ou de formation sont organisĂ©es moyennant des rĂ©unions pendant lesquelles les intervenants de proximitĂ©, bĂ©nĂ©voles ou usagers sont physiquement prĂ©sents. En cas d'usage d'autres canaux mĂ©diatiques, la possibilitĂ© d'interaction avec les prestataires de soins de proximitĂ©, volontaires ou usagers doit ĂȘtre prĂ©servĂ©e. Des cours d'information ou de formation qui sont organisĂ©s par le centre en coopĂ©ration avec une autre structure de soins Ă domcile agréée, au maximum dix sont pris en considĂ©ration pour le calcul du nombre minimal d'activitĂ©s Ă organiser, tant pour le centre que pour la structure de soins Ă domicile avec lequel l'on coopĂšre;
4° le centre est en mesure d'adresser toute question de soins de bénévoles dans une situation de soins à domicile spécifique à un bénévole, une structure ou une organisation offrant ces soins de volontaires;
5° le centre est chargĂ© par annĂ©e calendaire de la mise Ă disposition et de l'entretien d'au moins 60 appareils d'alarme personnels, organise les services d'une centrale d'alarme personnelle et dispose par annĂ©e calendaire d'une liste de rĂ©fĂ©rence pour au moins 60 usagers. Pour la mise Ă la disposition d'un systĂšme d'alarme personnel, des frais d'installation ou de garantie d'au maximum 50 euros peuvent une seule fois ĂȘtre imputĂ©s. La contribution de l'usager du systĂšme d'alarme personnel, hors les frais supplĂ©mentaires Ă©ventuels pour d'autres fonctions, comprend tous les autres frais et s'Ă©lĂšve Ă au maximum 20 euros par mois. Le centre de services rĂ©gional prĂ©voit la possibilitĂ© d'une diminution de la contribution de l'utilisateur pour des personnes aux moyens financiers limitĂ©s. Les montants visĂ©s ci-dessus sont liĂ©s Ă l'indice des prix, calculĂ© et appliquĂ© pour l'application de l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays. L'indice de base est l'indice pivot en vigueur le 1er janvier 2010. Le rattachement Ă l'indice des prix s'effectue le 1er janvier de l'annĂ©e qui suit le saut de l'index;
6° par année calendaire, le centre rend avis à au moins 30 usagers dans une situation à domicile sur des aménagements de l'habitation et sur des adaptations technologiques;
7° par année calendaire, le centre offre un encadrement ergothérapeutique à au moins 15 usagers. Ces services sont assurés par un ergothérapeute;
8° un centre prend ou encadre des initiatives qui améliorent ou augmentent la mobilité des résidents locaux;
9° le Ministre peut spécifier les activités, visées aux points 1° à 8° inclus;
10° un centre fait connaßtre son offre d'aide et de services et surveille l'accessibilité de son offre;
11° un centre stimule et soutient les soins à domicile intégraux, entre autres au moyen de coopération, de référence, de contrÎle d'avancement et d'ajustement;
12° un centre mÚne une politique de communication active avec des partenaires internes et externes et avec les usagers qui est adaptée aux objectifs envisagés;
B. Conditions pour l'encadrement
1° le centre dispose au moins d'un équivalent 0,75 d'un directeur du centre, qui est porteur d'un diplÎme de master ou bachelor;
2° sur une période de deux années calendaires au maximum, le directeur du centre suit au moins 32 heures de recyclage en rapport avec des sujets pertinents pour le centre;
3° le centre pourvoit systématiquement en le recrutement, l'encadrement et la formation de ses collaborateurs;
C. Conditions pour le fonctionnement
1° le centre est accessible au moins 32 heures par semaine avec une répartition appropriée sur tous les jours ouvrables dont au moins 8 heures sont effectivement accessibles aux usagers, aux intervenants de proximité et aux bénévoles;
2° pour la mise à disposition des systÚmes d'alarme personnels et les moyens auxiliaires, l'émission d'avis sur les adaptations d'habitations et sur les ajustements technologiques, l'offre d'encadrement ergothérapeutiques, visés au point A, 5°, 6° et 7°, le centre ou le partenaire avec lequel il collabore en vue de l'activité en question est atteignable pendant au moins 16 heures;
3° le centre peut dĂ©velopper des activitĂ©s dans un ressort qu'il dĂ©crit et qui peut ĂȘtre plus Ă©tendu que la rĂ©gion, visĂ©e Ă l'article 3, alinĂ©a deux, pour laquelle le centre est agréé. Dans ce cas, la dĂ©cision d'agrĂ©ment mentionne ce ressort plus Ă©tendu. Le centre doit rĂ©pondre Ă toutes les conditions spĂ©cifiques d'agrĂ©ment pour la rĂ©gion pour laquelle il est agrĂ©e, Ă l'exception de la condition d'agrĂ©ment, visĂ©e au point A, 3°;
4° un centre sonde les besoins de l'usager et adapte son planning à ce sondage;
5° un centre signale systématiquement les lacunes et besoins constatés;
6° un centre développe une déclaration de mission (mission, vision et valeurs) et les fait connaßtre;
7° un centre vérifie au moins tous les deux ans la satisfaction des usagers et des collaborateurs;
8° un centre engage les moyens disponibles de maniÚre optimale;
9° un centre dispose des connaissances nécessaires de la région ainsi que de l'offre d'aide et de services et tend à réaliser la coopération interne et externe;
10° un centre offre la possibilité de formuler des suggestions ou des plaintes et garantit un traitement approprié;
D. Conditions pour l'infrastructure
1° le centre dispose de locaux clairement reconnaissables et adjacents qui sont facilement accessibles aux usagers de chaises roulantes. Les usagers de chaises roulantes doivent pouvoir accéder au bùtiment, aux locaux ainsi qu'aux espaces sanitaires de façon autonome;
2° le bùtiment est facilement accessible;
3° le Ministre peut arrĂȘter les normes minimales auxquelles doivent rĂ©pondre les locaux d'un centre. ".
" Art. 6. Sans préjudice de l'application des articles 4, 20 à 22 compris, 43, 50, 67 et 70 et 72, alinéa deux, du décret sur les soins et le logement du 13 mars 2009, les conditions spécifiques ci-dessous s'appliquent, par dérogation à l'article 5, à l'agrément d'un centre de services locaux dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale :
A. Conditions relatives Ă la prestation d'aide et de services
1° le centre est chargé, par année calendaire, de la mise à disposition et de l'émission d'avis sur au moins 20 différentes sortes de moyens auxiliaires pour usagers ou en aide aux situations spécifiques de de prestation de soins;
2° le centre est en mesure de formuler une réponse à toute question d'avis individuelle en matiÚre d'aide et de service matériel ou immatériel en cas de situations de soins spécifiques ou, si tel est nécessaire ou souhaité, de référer le demandeur d'avis à la personne ou à l'équipement le plus adéquat pouvant répondre à la question d'avis;
3° par annĂ©e calendaire, le centre organise, rĂ©parti sur son ressort comprenant au moins la rĂ©gion qui a Ă©tĂ© dĂ©finie en application de l'article 3, alinĂ©a deux, au moins 20 cours d'information, de formation ou d'information sur les sujets relatifs aux soins Ă domicile pertinents pour les intervenants de proximitĂ©, bĂ©nĂ©voles ou usagers. A cet effet et dans la mesure du possible, le centre collabore avec des initiatives existantes du ressort. Le centre de service rĂ©gional doit au moins organiser dix cours ou rĂ©unions d'information ou de formation pendant l'annĂ©e calendaire qui coĂŻncide avec la premiĂšre annĂ©e de travail. Le Ministre peut arrĂȘter les modalitĂ©s de l'organisation de ces cours ou rĂ©unions d'information ou de formation. Au moins quinze ou, pendant la premiĂšre annĂ©e de travail, au moins sept activitĂ©s d'information ou de formation sont organisĂ©es moyennant des rĂ©unions pendant lesquelles les intervenants de proximitĂ©, bĂ©nĂ©voles ou usagers sont physiquement prĂ©sents. En cas d'usage d'autres canaux mĂ©diatiques, la possibilitĂ© d'interaction avec les prestataires de soins de proximitĂ©, volontaires ou usagers doit ĂȘtre prĂ©servĂ©e. Des cours d'information ou de formation qui sont organisĂ©s par le centre en coopĂ©ration avec une autre structure de soins Ă domcile agréée, au maximum dix sont pris en considĂ©ration pour le calcul du nombre minimal d'activitĂ©s Ă organiser, tant pour le centre que pour la structure de soins Ă domicile avec lequel l'on coopĂšre;
4° le centre est en mesure d'adresser toute question de soins de bénévoles dans une situation de soins à domicile spécifique à un bénévole, une structure ou une organisation offrant ces soins de volontaires;
5° le centre est chargĂ© par annĂ©e calendaire de la mise Ă disposition et de l'entretien d'au moins 60 appareils d'alarme personnels, organise les services d'une centrale d'alarme personnelle et dispose par annĂ©e calendaire d'une liste de rĂ©fĂ©rence pour au moins 60 usagers. Pour la mise Ă la disposition d'un systĂšme d'alarme personnel, des frais d'installation ou de garantie d'au maximum 50 euros peuvent une seule fois ĂȘtre imputĂ©s. La contribution de l'usager du systĂšme d'alarme personnel, hors les frais supplĂ©mentaires Ă©ventuels pour d'autres fonctions, comprend tous les autres frais et s'Ă©lĂšve Ă au maximum 20 euros par mois. Le centre de services rĂ©gional prĂ©voit la possibilitĂ© d'une diminution de la contribution de l'utilisateur pour des personnes aux moyens financiers limitĂ©s. Les montants visĂ©s ci-dessus sont liĂ©s Ă l'indice des prix, calculĂ© et appliquĂ© pour l'application de l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays. L'indice de base est l'indice pivot en vigueur le 1er janvier 2010. Le rattachement Ă l'indice des prix s'effectue le 1er janvier de l'annĂ©e qui suit le saut de l'index;
6° par année calendaire, le centre rend avis à au moins 30 usagers dans une situation à domicile sur des aménagements de l'habitation et sur des adaptations technologiques;
7° par année calendaire, le centre offre un encadrement ergothérapeutique à au moins 15 usagers. Ces services sont assurés par un ergothérapeute;
8° un centre prend ou encadre des initiatives qui améliorent ou augmentent la mobilité des résidents locaux;
9° le Ministre peut spécifier les activités, visées aux points 1° à 8° inclus;
10° un centre fait connaßtre son offre d'aide et de services et surveille l'accessibilité de son offre;
11° un centre stimule et soutient les soins à domicile intégraux, entre autres au moyen de coopération, de référence, de contrÎle d'avancement et d'ajustement;
12° un centre mÚne une politique de communication active avec des partenaires internes et externes et avec les usagers qui est adaptée aux objectifs envisagés;
B. Conditions pour l'encadrement
1° le centre dispose au moins d'un équivalent 0,75 d'un directeur du centre, qui est porteur d'un diplÎme de master ou bachelor;
2° sur une période de deux années calendaires au maximum, le directeur du centre suit au moins 32 heures de recyclage en rapport avec des sujets pertinents pour le centre;
3° le centre pourvoit systématiquement en le recrutement, l'encadrement et la formation de ses collaborateurs;
C. Conditions pour le fonctionnement
1° le centre est accessible au moins 32 heures par semaine avec une répartition appropriée sur tous les jours ouvrables dont au moins 8 heures sont effectivement accessibles aux usagers, aux intervenants de proximité et aux bénévoles;
2° pour la mise à disposition des systÚmes d'alarme personnels et les moyens auxiliaires, l'émission d'avis sur les adaptations d'habitations et sur les ajustements technologiques, l'offre d'encadrement ergothérapeutiques, visés au point A, 5°, 6° et 7°, le centre ou le partenaire avec lequel il collabore en vue de l'activité en question est atteignable pendant au moins 16 heures;
3° le centre peut dĂ©velopper des activitĂ©s dans un ressort qu'il dĂ©crit et qui peut ĂȘtre plus Ă©tendu que la rĂ©gion, visĂ©e Ă l'article 3, alinĂ©a deux, pour laquelle le centre est agréé. Dans ce cas, la dĂ©cision d'agrĂ©ment mentionne ce ressort plus Ă©tendu. Le centre doit rĂ©pondre Ă toutes les conditions spĂ©cifiques d'agrĂ©ment pour la rĂ©gion pour laquelle il est agrĂ©e, Ă l'exception de la condition d'agrĂ©ment, visĂ©e au point A, 3°;
4° un centre sonde les besoins de l'usager et adapte son planning à ce sondage;
5° un centre signale systématiquement les lacunes et besoins constatés;
6° un centre développe une déclaration de mission (mission, vision et valeurs) et les fait connaßtre;
7° un centre vérifie au moins tous les deux ans la satisfaction des usagers et des collaborateurs;
8° un centre engage les moyens disponibles de maniÚre optimale;
9° un centre dispose des connaissances nécessaires de la région ainsi que de l'offre d'aide et de services et tend à réaliser la coopération interne et externe;
10° un centre offre la possibilité de formuler des suggestions ou des plaintes et garantit un traitement approprié;
D. Conditions pour l'infrastructure
1° le centre dispose de locaux clairement reconnaissables et adjacents qui sont facilement accessibles aux usagers de chaises roulantes. Les usagers de chaises roulantes doivent pouvoir accéder au bùtiment, aux locaux ainsi qu'aux espaces sanitaires de façon autonome;
2° le bùtiment est facilement accessible;
3° le Ministre peut arrĂȘter les normes minimales auxquelles doivent rĂ©pondre les locaux d'un centre. ".
Art. 38. In artikel 7, § 2, van bijlage VII bij hetzelfde besluit wordt tussen de zinsnede "artikel 5, A, 5°," en de woorden "kan de subsidie-enveloppe" de zinsnede "of artikel 6, A, 5°," ingevoegd.
Art. 38. A l'article 7, § 2, de l'annexe VII au mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " ou l'article 6, A, 5°, " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " l'article 5, A, 5° " et les mots " l'enveloppe subventionnelle ".
Art. 39. In artikel 11 van bijlage VII bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de zin "Als over een aanvraag tot erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing is genomen, gelden de volgende regels : " vervangen door de zin "Voor een aanvraag tot erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, gelden de volgende regels :";
2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"3° als op de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de persoon die de erkenning heeft gevraagd, is meegedeeld dat de behandeling van de aanvraag is opgeschort in afwachting van de oprichting, verbouwing of inrichting van een gebouw voor het centrum en er aan het agentschap werd meegedeeld dat de oprichtings-, verbouwings- of inrichtingswerkzaamheden van start gingen of het technisch en financieel aspect van het masterplan is goedgekeurd met toepassing van de regelgeving inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, kan het regionaal dienstencentrum na de voltooiing van die werkzaamheden alleen erkend worden als het beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en in dit besluit, met uitzondering van de voorwaarden voor de infrastructuur.";
3° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid wordt de zin "Als over een aanvraag tot erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing is genomen, gelden de volgende regels : " vervangen door de zin "Voor een aanvraag tot erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, gelden de volgende regels :";
2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"3° als op de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de persoon die de erkenning heeft gevraagd, is meegedeeld dat de behandeling van de aanvraag is opgeschort in afwachting van de oprichting, verbouwing of inrichting van een gebouw voor het centrum en er aan het agentschap werd meegedeeld dat de oprichtings-, verbouwings- of inrichtingswerkzaamheden van start gingen of het technisch en financieel aspect van het masterplan is goedgekeurd met toepassing van de regelgeving inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, kan het regionaal dienstencentrum na de voltooiing van die werkzaamheden alleen erkend worden als het beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en in dit besluit, met uitzondering van de voorwaarden voor de infrastructuur.";
3° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 39. A l'article 11 de l'annexe VI du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° Ă l'alinĂ©a premier, la phrase " Si Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© aucune dĂ©cision n'a Ă©tĂ© prise quant Ă la demande d'agrĂ©ment d'un centre de services local pour lequel un bĂątiment doit ĂȘtre Ă©rigĂ©, transformĂ© ou amĂ©nagĂ© Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les rĂšgles suivantes s'appliquent : " est remplacĂ©e par la phrase " Pour une demande d'agrĂ©ment d'un centre de services local pour lequel un bĂątiment doit ĂȘtre construit, rĂ©novĂ© ou amĂ©nagĂ©, les rĂšgles suivantes sont applicables : ";
2° à l'alinéa premier, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° si Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il a Ă©tĂ© communiquĂ© Ă la personne ayant demandĂ© l'agrĂ©ment que le traitement de la demande est suspendu en attendant la construction, la transformation ou l'amĂ©nagement d'un bĂątiment affectĂ© au centre, et s'il a Ă©tĂ© communiquĂ© Ă l'agence que les travaux de construction, de transformation ou d'amĂ©nagement ont entamĂ© ou que l'aspect technique et financier du master plan a Ă©tĂ© approuvĂ© en application de la rĂ©glementation relative Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, le centre de services local ne peut ĂȘtre agréé, aprĂšs le parachĂšvement de ces travaux, que s'il rĂ©pond aux conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es au dĂ©cret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement et au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă l'exception des conditions pour l'infrastructure. ";
3° le deuxiÚme alinéa est abrogé.
1° Ă l'alinĂ©a premier, la phrase " Si Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© aucune dĂ©cision n'a Ă©tĂ© prise quant Ă la demande d'agrĂ©ment d'un centre de services local pour lequel un bĂątiment doit ĂȘtre Ă©rigĂ©, transformĂ© ou amĂ©nagĂ© Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les rĂšgles suivantes s'appliquent : " est remplacĂ©e par la phrase " Pour une demande d'agrĂ©ment d'un centre de services local pour lequel un bĂątiment doit ĂȘtre construit, rĂ©novĂ© ou amĂ©nagĂ©, les rĂšgles suivantes sont applicables : ";
2° à l'alinéa premier, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° si Ă la date de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il a Ă©tĂ© communiquĂ© Ă la personne ayant demandĂ© l'agrĂ©ment que le traitement de la demande est suspendu en attendant la construction, la transformation ou l'amĂ©nagement d'un bĂątiment affectĂ© au centre, et s'il a Ă©tĂ© communiquĂ© Ă l'agence que les travaux de construction, de transformation ou d'amĂ©nagement ont entamĂ© ou que l'aspect technique et financier du master plan a Ă©tĂ© approuvĂ© en application de la rĂ©glementation relative Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, le centre de services local ne peut ĂȘtre agréé, aprĂšs le parachĂšvement de ces travaux, que s'il rĂ©pond aux conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es au dĂ©cret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement et au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă l'exception des conditions pour l'infrastructure. ";
3° le deuxiÚme alinéa est abrogé.
Afdeling 8. - Wijzigingen van bijlage X
Section 8. - Modifications de l'annexe X
Art. 40. In artikel 5 van bijlage X bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt B, 2°, wordt de zinsnede "punt 1°, b) en c)" vervangen door de zinsnede "punt 1°, b)";
2° in punt B wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
"3° tijdens de nacht moet per begonnen schijf van 60 verblijfseenheden één actieve nachtdienst worden georganiseerd;";
3° aan punt D wordt een punt 25° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"25° het centrum voldoet aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering.".
1° in punt B, 2°, wordt de zinsnede "punt 1°, b) en c)" vervangen door de zinsnede "punt 1°, b)";
2° in punt B wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
"3° tijdens de nacht moet per begonnen schijf van 60 verblijfseenheden één actieve nachtdienst worden georganiseerd;";
3° aan punt D wordt een punt 25° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"25° het centrum voldoet aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering.".
Art. 40. A l'article 5 de l'annexe VI Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au point B, 2°, le membre de phrase " point 1), b) et c) " est remplacé par le membre de phrase " point 1°, b) "
2° dans le point B, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° Un service de nuit active doit ĂȘtre organisĂ© dans chaque centre de soins rĂ©sidentiel par tranche commencĂ©e de 60 unitĂ©s de logement; ";
3° il est ajouté au point D un point 25° rédigé comme suit :
" le centre répond à la rÚglementation de sécurité incendie applicable. ".
1° au point B, 2°, le membre de phrase " point 1), b) et c) " est remplacé par le membre de phrase " point 1°, b) "
2° dans le point B, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° Un service de nuit active doit ĂȘtre organisĂ© dans chaque centre de soins rĂ©sidentiel par tranche commencĂ©e de 60 unitĂ©s de logement; ";
3° il est ajouté au point D un point 25° rédigé comme suit :
" le centre répond à la rÚglementation de sécurité incendie applicable. ".
Afdeling 9. - Wijzigingen van bijlage XI
Section 9. - Modifications de l'annexe XI
Art. 41. In artikel 5 van bijlage XI bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
"5° de factuur wordt opgemaakt bij het einde van het verblijf of, als het verblijf langer dan een maand duurt, telkens op het einde van de maand. Het is niet toegestaan om een voorschot aan te rekenen.".
"5° de factuur wordt opgemaakt bij het einde van het verblijf of, als het verblijf langer dan een maand duurt, telkens op het einde van de maand. Het is niet toegestaan om een voorschot aan te rekenen.".
Art. 41. A l'article 5 de l'annexe XI Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, le point 5° est remplacĂ© par ce qui suit :
" 5° la facture est établie à la fin du séjour, ou, lorsque le séjour excÚde la période d'un mois, chaque fois à la fin du mois. Il n'est pas autorisé d'imputer un acompte. ".
" 5° la facture est établie à la fin du séjour, ou, lorsque le séjour excÚde la période d'un mois, chaque fois à la fin du mois. Il n'est pas autorisé d'imputer un acompte. ".
Art. 42. Artikel 8 van bijlage XI bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 8. Ingeval na een acute situatie die onmiddellijke actie vereist, de opname in het centrum niet langer duurt dan zeven dagen, hoeven de toepasselijke administratieve voorschriften niet te worden nageleefd. De hulpverlening verloopt steeds conform de geldende bepalingen in het woonzorgcentrum of het centrum voor herstelverblijf waarin het centrum is gevestigd. Het centrum moet kunnen aantonen dat de gebruiker of zijn vertegenwoordiger bij opname schriftelijk geĂŻnformeerd werd over minimaal volgende elementen : de maximale verblijfsduur van zeven dagen, de dagprijs en de supplementen.".
"Art. 8. Ingeval na een acute situatie die onmiddellijke actie vereist, de opname in het centrum niet langer duurt dan zeven dagen, hoeven de toepasselijke administratieve voorschriften niet te worden nageleefd. De hulpverlening verloopt steeds conform de geldende bepalingen in het woonzorgcentrum of het centrum voor herstelverblijf waarin het centrum is gevestigd. Het centrum moet kunnen aantonen dat de gebruiker of zijn vertegenwoordiger bij opname schriftelijk geĂŻnformeerd werd over minimaal volgende elementen : de maximale verblijfsduur van zeven dagen, de dagprijs en de supplementen.".
Art. 42. L'article 8 de l'annexe XI du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 8. Au cas oĂč l'admission dans le centre ne dure pas plus de sept jours aprĂšs une situation pressante qui exige une action immĂ©diate, les prescriptions administratives applicables ne doivent pas ĂȘtre respectĂ©es. L'assistance s'effectue toujours conformĂ©ment aux dispositions en vigueur dans le centre de soins rĂ©sidentiel ou dans le centre de revalidation dans lequel le centre est Ă©tabli. Le centre doit pouvoir prouver que l'usager ou son reprĂ©sentant est informĂ© par Ă©crit lors de l'admission au moins sur les Ă©lĂ©ments suivants : la durĂ©e maximale de sĂ©jour de sept jours, le prix de journĂ©e et les supplĂ©ments. ".
" Art. 8. Au cas oĂč l'admission dans le centre ne dure pas plus de sept jours aprĂšs une situation pressante qui exige une action immĂ©diate, les prescriptions administratives applicables ne doivent pas ĂȘtre respectĂ©es. L'assistance s'effectue toujours conformĂ©ment aux dispositions en vigueur dans le centre de soins rĂ©sidentiel ou dans le centre de revalidation dans lequel le centre est Ă©tabli. Le centre doit pouvoir prouver que l'usager ou son reprĂ©sentant est informĂ© par Ă©crit lors de l'admission au moins sur les Ă©lĂ©ments suivants : la durĂ©e maximale de sĂ©jour de sept jours, le prix de journĂ©e et les supplĂ©ments. ".
Art. 43. In artikel 9 van bijlage XI bij hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"De gebruikers van het centrum kunnen deel uitmaken van de gebruikersraad van het woonzorgcentrum of van het centrum voor herstelverblijf.".
"De gebruikers van het centrum kunnen deel uitmaken van de gebruikersraad van het woonzorgcentrum of van het centrum voor herstelverblijf.".
Art. 43. Dans l'article 9 de l'annexe XI du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le premier alinĂ©a est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Les usagers du centre peuvent faire partie du conseil des usagers du centre de soins résidentiel ou du centre de convalescence. ".
" Les usagers du centre peuvent faire partie du conseil des usagers du centre de soins résidentiel ou du centre de convalescence. ".
Art. 44. Aan hoofdstuk III, afdeling II, onderafdeling II, van bijlage XI bij hetzelfde besluit wordt een artikel 9/1 toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 9/1. Bij ontslag van de gebruiker uit het centrum moet het centrum de gebruiker voldoende begeleiden opdat hij met de nodige afspraken over de zorgafstemming naar zijn thuismilieu kan terugkeren.".
"Art. 9/1. Bij ontslag van de gebruiker uit het centrum moet het centrum de gebruiker voldoende begeleiden opdat hij met de nodige afspraken over de zorgafstemming naar zijn thuismilieu kan terugkeren.".
Art. 44. Au chapitre III, section II, sous-section II, de l'annexe XI, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un article 9/1, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 9/1. En cas de démission de l'usager du centre, le centre doit prendre les mesures nécessaires pour que l'usager puisse retourner à son domicile moyennant des accords nécessaires sur l'harmonisation des soins. ".
" Art. 9/1. En cas de démission de l'usager du centre, le centre doit prendre les mesures nécessaires pour que l'usager puisse retourner à son domicile moyennant des accords nécessaires sur l'harmonisation des soins. ".
Afdeling 10. - Wijzigingen van bijlage XII
Section 10. - Modifications de l'annexe XII
Art. 45. Aan artikel 18 van bijlage XII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt de zinsnede ", met uitzondering van het beheer van het zakgeld en de verrekening van kosten die rechtstreeks met het verblijf in het woonzorgcentrum te maken hebben" toegevoegd.
Art. 45. A l'article 18 de l'annexe XII Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, les conditions d'agrĂ©ment et le rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, il est ajoutĂ© le membre de phrase " , Ă l'exception de la gestion de l'argent de poche et de la comptabilisation des frais qui sont directement liĂ©s au sĂ©jour au centre de soins rĂ©sidentiel "
Art. 46. In artikel 26, § 2, van bijlage XII bij hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"Elk woonzorgcentrum wijst een klachtenbehandelaar aan. Suggesties, opmerkingen of klachten kunnen rechtstreeks, zowel schriftelijk als mondeling, door de bewoner of door zijn familie of mantelzorger aan die persoon worden meegedeeld. De klachtenbehandelaar verzamelt de ingediende suggesties, opmerkingen of klachten. Het personeel van het agentschap kan daarvan inzage nemen. Het gevolg dat aan een klacht wordt gegeven, moet rechtstreeks aan de indiener ervan meegedeeld worden.".
"Elk woonzorgcentrum wijst een klachtenbehandelaar aan. Suggesties, opmerkingen of klachten kunnen rechtstreeks, zowel schriftelijk als mondeling, door de bewoner of door zijn familie of mantelzorger aan die persoon worden meegedeeld. De klachtenbehandelaar verzamelt de ingediende suggesties, opmerkingen of klachten. Het personeel van het agentschap kan daarvan inzage nemen. Het gevolg dat aan een klacht wordt gegeven, moet rechtstreeks aan de indiener ervan meegedeeld worden.".
Art. 46. Dans l'article 26 de l'annexe XII du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le premier alinĂ©a est remplacĂ© par la disposition suivante :
Chaque centre de soins rĂ©sidentiel dĂ©signe une personne traitant les plaintes. Les suggestions, remarques ou plaintes peuvent ĂȘtre communiquĂ©es directement tant oralement que par Ă©crit par le rĂ©sident ou sa famille ou intervenant de proximitĂ© Ă cette personne. La personne traitant les plaintes collecte les suggestions, remarques ou plaintes introduites. Le personnel de l'agence peut les consulter. La suite donnĂ©e Ă la plainte, doit ĂȘtre communiquĂ©e directement Ă l'auteur. ".
Chaque centre de soins rĂ©sidentiel dĂ©signe une personne traitant les plaintes. Les suggestions, remarques ou plaintes peuvent ĂȘtre communiquĂ©es directement tant oralement que par Ă©crit par le rĂ©sident ou sa famille ou intervenant de proximitĂ© Ă cette personne. La personne traitant les plaintes collecte les suggestions, remarques ou plaintes introduites. Le personnel de l'agence peut les consulter. La suite donnĂ©e Ă la plainte, doit ĂȘtre communiquĂ©e directement Ă l'auteur. ".
Art. 47. Aan artikel 29 van bijlage XII bij hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd :
"De extra vergoeding moet gebaseerd zijn op een reële aantoonbare kostenberekening.".
"De extra vergoeding moet gebaseerd zijn op een reële aantoonbare kostenberekening.".
Art. 47. L'article 29 de l'annexe XII du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par la phrase suivante :
" L'indemnitĂ© supplĂ©mentaire doit ĂȘtre basĂ©e sur un calcul des frais rĂ©ellement dĂ©montrable. ".
" L'indemnitĂ© supplĂ©mentaire doit ĂȘtre basĂ©e sur un calcul des frais rĂ©ellement dĂ©montrable. ".
Art. 48. Artikel 41 van bijlage XII bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 41. Het woonzorgcentrum ontwikkelt een vormings-, trainings- en opleidingsbeleid voor het personeel. Elk voltijds personeelslid, met uitzondering van het onderhouds- en keukenpersoneel, volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 20 uren bijscholing. In geval van deeltijds werk of een ander arbeidsregime, en in geval van nieuwe indiensttreding in de loop van het kalenderjaar, wordt het minimale aantal uren bijscholing proportioneel verminderd. De directeur volgt jaarlijks 8 uren extra bijscholing.
De minister kan per functie bepalen welke vormingsactiviteiten voor de bijscholing in aanmerking komen.".
"Art. 41. Het woonzorgcentrum ontwikkelt een vormings-, trainings- en opleidingsbeleid voor het personeel. Elk voltijds personeelslid, met uitzondering van het onderhouds- en keukenpersoneel, volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 20 uren bijscholing. In geval van deeltijds werk of een ander arbeidsregime, en in geval van nieuwe indiensttreding in de loop van het kalenderjaar, wordt het minimale aantal uren bijscholing proportioneel verminderd. De directeur volgt jaarlijks 8 uren extra bijscholing.
De minister kan per functie bepalen welke vormingsactiviteiten voor de bijscholing in aanmerking komen.".
Art. 48. L'article 41 de l'annexe XII du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 41. Le centre de soins résidentiel développe une politique de formation, d'entraßnement et d'éducation pour le personnel. Chaque membre du personnel à temps plein, à l'exception du personnel de cuisine et d'entretien, suit au moins 20 heures de recyclage sur une période d'au maximum deux ans. En cas de travail à temps partiel ou d'un autre régime de travail, et en cas d'une nouvelle entrée en service au cours de l'année calendaire, le nombre minimal d'heures de recyclage est diminué proportionnellement. Le directeur suit annuellement 8 heures de recyclage supplémentaires.
Le Ministre peut arrĂȘter par fonction quelles activitĂ©s de formation peuvent faire l'objet du recyclage. ".
" Art. 41. Le centre de soins résidentiel développe une politique de formation, d'entraßnement et d'éducation pour le personnel. Chaque membre du personnel à temps plein, à l'exception du personnel de cuisine et d'entretien, suit au moins 20 heures de recyclage sur une période d'au maximum deux ans. En cas de travail à temps partiel ou d'un autre régime de travail, et en cas d'une nouvelle entrée en service au cours de l'année calendaire, le nombre minimal d'heures de recyclage est diminué proportionnellement. Le directeur suit annuellement 8 heures de recyclage supplémentaires.
Le Ministre peut arrĂȘter par fonction quelles activitĂ©s de formation peuvent faire l'objet du recyclage. ".
Art. 49. Aan artikel 43 van bijlage XII bij hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Als een werkstraf of een andere alternatieve straf werd opgelegd, wordt voorzien in een aangepaste begeleiding van de medewerker, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met mogelijke risico's voor de bewoners.".
"Als een werkstraf of een andere alternatieve straf werd opgelegd, wordt voorzien in een aangepaste begeleiding van de medewerker, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met mogelijke risico's voor de bewoners.".
Art. 49. A l'article 43 de l'annexe XII du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un troisiĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
" Si une peine de travail ou une autre peine administrative est imposée, un encadrement approprié du collaborateur est prévu, en tenant compte des risques possibles pour les habitants. ".
" Si une peine de travail ou une autre peine administrative est imposée, un encadrement approprié du collaborateur est prévu, en tenant compte des risques possibles pour les habitants. ".
Art. 50. In artikel 45, 12°, van bijlage XII bij hetzelfde besluit worden de woorden "moet een vast oproepsysteem bevestigd zijn" vervangen door de woorden "moet een oproepsysteem aanwezig zijn".
Art. 50. Dans la version nĂ©erlandaise, Ă l'article 45, 12°, de l'annexe XII au mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " moet een vast oproepsysteem bevestigd zijn " sont remplacĂ©s par les mots " moet een oproepsysteem aanwezig zijn ".
Afdeling 11. - Wijzigingen van bijlage XIV
Section 11. - Modifications de l'annexe XIV
Art. 51. In artikel 9 van bijlage XIV bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
"1° als de effectieve tewerkstelling gelijk is aan of hoger is dan 90 % van de geldende personeelsnorm, wordt het maximale subsidiebedrag, vastgesteld op basis van artikel 3, proportioneel verminderd;";
2° in paragraaf 2 wordt in punt 2° de zinsnede "of als de effectieve tewerkstelling gelijk is aan of hoger is dan 90 % van de geldende personeelsnorm maar de motivering in de verklarende nota, vermeld in punt 1°, niet door het agentschap aanvaard wordt," opgeheven;
3° aan paragraaf 3 wordt de volgende zin toegevoegd :
"Als ten tijde van de uitkering van de voorschotten, vermeld in artikel 8, het teruggevorderde bedrag van het voorgaande jaar nog niet werd betaald, wordt dat bedrag in mindering gebracht van de uit te betalen voorschotten.".
1° in paragraaf 2 wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
"1° als de effectieve tewerkstelling gelijk is aan of hoger is dan 90 % van de geldende personeelsnorm, wordt het maximale subsidiebedrag, vastgesteld op basis van artikel 3, proportioneel verminderd;";
2° in paragraaf 2 wordt in punt 2° de zinsnede "of als de effectieve tewerkstelling gelijk is aan of hoger is dan 90 % van de geldende personeelsnorm maar de motivering in de verklarende nota, vermeld in punt 1°, niet door het agentschap aanvaard wordt," opgeheven;
3° aan paragraaf 3 wordt de volgende zin toegevoegd :
"Als ten tijde van de uitkering van de voorschotten, vermeld in artikel 8, het teruggevorderde bedrag van het voorgaande jaar nog niet werd betaald, wordt dat bedrag in mindering gebracht van de uit te betalen voorschotten.".
Art. 51. A l'article 9 de l'annexe XIV Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au paragraphe 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° si l'occupation effective est égale ou supérieure à 90 % de la norme du personnel en vigueur, le montant maximal de la subvention, tel que fixé sur la base de l'article 3, est réduit proportionnellement; ";
2° au paragraphe 2, sous le point 2°, le membre de phrase " ou si l'occupation effective est égale ou supérieure à 90 % de la norme du personnel en vigueur, mais que la motivation avancée dans la note explicative, telle que visée au point 1°, n'est pas acceptée par l'agence, " est abrogé.
3° le paragraphe 3 est complété par la phrase suivante :
" Si lors du paiement des avances, visées à l'article 8, le montant réclamé de l'année précédente n'a pas encore été payé, ce montant est déduit des avances à payer. ".
1° au paragraphe 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° si l'occupation effective est égale ou supérieure à 90 % de la norme du personnel en vigueur, le montant maximal de la subvention, tel que fixé sur la base de l'article 3, est réduit proportionnellement; ";
2° au paragraphe 2, sous le point 2°, le membre de phrase " ou si l'occupation effective est égale ou supérieure à 90 % de la norme du personnel en vigueur, mais que la motivation avancée dans la note explicative, telle que visée au point 1°, n'est pas acceptée par l'agence, " est abrogé.
3° le paragraphe 3 est complété par la phrase suivante :
" Si lors du paiement des avances, visées à l'article 8, le montant réclamé de l'année précédente n'a pas encore été payé, ce montant est déduit des avances à payer. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 52. Dit besluit treedt in werking op 1 november 2012, met uitzondering van artikelen 4, 18, 27, 3°, en artikel 28, die in werking treden op 1 januari 2013.
Artikelen 9 en 31 hebben uitwerking met ingang van 1 december 2011.
Artikel 40, 1°, en artikel 45 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
Artikel 40, 3°, heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2012.
Artikelen 9 en 31 hebben uitwerking met ingang van 1 december 2011.
Artikel 40, 1°, en artikel 45 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
Artikel 40, 3°, heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2012.
Art. 52. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er novembre 2012, Ă l'exception des articles 4, 18, 27, 3° et 28, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2013.
Les articles 9 et 31 produisent leurs effets le 1er décembre 2011.
Les articles 40, 1° et 45 produisent leurs effets le 1er janvier 2010.
L'article 40, 3° produit ses effets le 1er juillet 2012.
Les articles 9 et 31 produisent leurs effets le 1er décembre 2011.
Les articles 40, 1° et 45 produisent leurs effets le 1er janvier 2010.
L'article 40, 3° produit ses effets le 1er juillet 2012.
Art. 53. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 53. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Brussel, 5 oktober 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
Bruxelles, le 5 octobre 2012.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille,
J. VANDEURZEN
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille,
J. VANDEURZEN