Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 AUGUSTUS 2012. - Koninklijk besluit betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse werknemer ter verkrijgen van een " Europese blauwe kaart " (NOTA : opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij BDG2018-06-07/15, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 24-12-2018) (NOTA : opgeheven voor het Vlaams Gewest bij BVR2018-06-01/06, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 24-12-2018) (NOTA : opgeheven voor het Brusselse Gewest bij BESL2019-05-16/12, art. 47, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2019) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-08-2012 en tekstbijwerking tot 04-06-2019)
Titre
3 AOUT 2012. - ArrĂȘtĂ© royal relatif aux modalitĂ©s d'introduction des demandes et de dĂ©livrances des autorisations d'occupation provisoires octroyĂ©es dans le cadre de la demande d'obtention par le travailleur Ă©tranger d'une " carte bleue europĂ©enne ". (NOTE : abrogĂ© pour la CommunautĂ© germanophone par ACG2018-06-07/15, art. 16, 002; En vigueur : 24-12-2018) (NOTE : abrogĂ© pour la RĂ©gion flamande par AGF2018-06-01/06, art. 16, 003; En vigueur : 24-12-2018) (NOTE : abrogĂ© pour la RĂ©gion bruxelloise par ARR2019-05-16/12, art. 47, 004; En vigueur : 01-06-2019) (NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 31-08-2012 et mise Ă jour au 04-06-2019)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. De aanvraag voor een voorlopige arbeidsvergunning die wordt uitgereikt aan een werkgever, bij toepassing van artikel 15/1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, moet door de werkgever worden ingediend bij de bevoegde Overheid middels een door deze bevoegde Overheid uitgereikt formulier dat minstens de vermeldingen bevat die zijn opgenomen in de bijlage van dit besluit.
Article 1er. La demande d'autorisation provisoire d'occupation dĂ©livrĂ©e Ă un employeur, en application de l'article 15/1, de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 portant exĂ©cution de la loi du 30 avril 1999 relative Ă l'occupation des travailleurs Ă©trangers, doit ĂȘtre introduite par l'employeur auprĂšs de l'AutoritĂ© compĂ©tente au moyen d'un formulaire, dĂ©livrĂ© par cette AutoritĂ© compĂ©tente, contenant au moins les mentions reprises en annexe du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 2. De werkgever voegt bij het in artikel 1 bedoelde formulier de volgende documenten :
  - een afschrift van de geschreven arbeidsovereenkomst conform de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, ondertekend door de werkgever en de werknemer;
  - een afschrift van het paspoort van de werknemer indien deze niet in België aanwezig is of een afschrift van het document, uitgereikt door de betrokken gemeente, dat de verblijfssituatie van de werknemer bevestigt, indien deze reeds in België aanwezig is;
  - een vertaald en gelegaliseerd afschrift van het diploma van de werknemer dat bevestigt dat hij geslaagd is in een postsecundaire cyclus van minstens drie jaar hogere studies aan een instituut erkend als instelling voor hoger onderwijs door de Staat waarin het instituut is gevestigd zoals bedoeld in artikel 15/1 van voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999.
  - een afschrift van de geschreven arbeidsovereenkomst conform de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, ondertekend door de werkgever en de werknemer;
  - een afschrift van het paspoort van de werknemer indien deze niet in België aanwezig is of een afschrift van het document, uitgereikt door de betrokken gemeente, dat de verblijfssituatie van de werknemer bevestigt, indien deze reeds in België aanwezig is;
  - een vertaald en gelegaliseerd afschrift van het diploma van de werknemer dat bevestigt dat hij geslaagd is in een postsecundaire cyclus van minstens drie jaar hogere studies aan een instituut erkend als instelling voor hoger onderwijs door de Staat waarin het instituut is gevestigd zoals bedoeld in artikel 15/1 van voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999.
Art. 2. L'employeur joint au formulaire visé à l'article 1er, les documents suivants :
  - une copie du contrat de travail écrit, conforme aux dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, signé par l'employeur et le travailleur;
  - une copie du passeport du travailleur si celui-ci n'est pas présent en Belgique ou une copie du document, délivré par la commune concernée, qui atteste de la situation de séjour du travailleur, si celui-ci est déjà présent en Belgique;
  - une version traduite et lĂ©galisĂ©e du diplĂŽme du travailleur attestant la rĂ©ussite d'au moins trois annĂ©es d'Ă©tudes supĂ©rieures postsecondaires dispensĂ©es par un institut reconnu comme Ă©tablissement d'enseignement supĂ©rieur par l'Etat dans lequel il est Ă©tabli tel que visĂ© Ă l'article 15/1 de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 prĂ©citĂ©.
  - une copie du contrat de travail écrit, conforme aux dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, signé par l'employeur et le travailleur;
  - une copie du passeport du travailleur si celui-ci n'est pas présent en Belgique ou une copie du document, délivré par la commune concernée, qui atteste de la situation de séjour du travailleur, si celui-ci est déjà présent en Belgique;
  - une version traduite et lĂ©galisĂ©e du diplĂŽme du travailleur attestant la rĂ©ussite d'au moins trois annĂ©es d'Ă©tudes supĂ©rieures postsecondaires dispensĂ©es par un institut reconnu comme Ă©tablissement d'enseignement supĂ©rieur par l'Etat dans lequel il est Ă©tabli tel que visĂ© Ă l'article 15/1 de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 prĂ©citĂ©.
Art. 3. De aanvraag voor een voorlopige arbeidsvergunning wordt geacht te zijn ingediend :
  - hetzij op de datum van indiening van het volledige dossier bij de bevoegde Overheid,
  - hetzij op de derde werkdag volgend op de datum van verzending door de Post van het volledige dossier aan de bevoegde Overheid.
  Indien ter staving van de aanvraag niet afdoende gegevens of documenten zijn verstrekt, deelt de bevoegde Overheid de aanvrager mee welke bijkomende documenten of gegevens vereist zijn. De aanvrager heeft dertig dagen om die inlichtingen te verstrekken. In dit geval wordt de termijn van dertig dagen bepaald in artikel 15/3 van het voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999 verlengd met dertig dagen. Indien de aanvullende gegevens of documenten niet binnen de gestelde termijn worden verstrekt, wordt de aanvraag afgewezen.
  - hetzij op de datum van indiening van het volledige dossier bij de bevoegde Overheid,
  - hetzij op de derde werkdag volgend op de datum van verzending door de Post van het volledige dossier aan de bevoegde Overheid.
  Indien ter staving van de aanvraag niet afdoende gegevens of documenten zijn verstrekt, deelt de bevoegde Overheid de aanvrager mee welke bijkomende documenten of gegevens vereist zijn. De aanvrager heeft dertig dagen om die inlichtingen te verstrekken. In dit geval wordt de termijn van dertig dagen bepaald in artikel 15/3 van het voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999 verlengd met dertig dagen. Indien de aanvullende gegevens of documenten niet binnen de gestelde termijn worden verstrekt, wordt de aanvraag afgewezen.
Art. 3. La demande d'autorisation provisoire d'occupation est considérée comme ayant été introduite :
  - soit à la date du dépÎt du dossier complet auprÚs de l'Autorité compétente,
  - soit le troisiÚme jour ouvrable qui suit la date de l'envoi par la Poste du dossier complet à l'Autorité compétente.
  Si les informations ou les documents fournis Ă l'appui de la demande sont inadĂ©quats, l'AutoritĂ© compĂ©tente prĂ©cise au demandeur quels documents ou informations supplĂ©mentaires sont requis. Le demandeur a trente jours pour communiquer ces renseignements. Dans ce cas, le dĂ©lai de trente jours visĂ©s Ă l'article 15/3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 prĂ©citĂ© est prorogĂ© de trente jours. Si les informations ou les documents complĂ©mentaires n'ont pas Ă©tĂ© produits durant les dĂ©lais, la demande est rejetĂ©e.
  - soit à la date du dépÎt du dossier complet auprÚs de l'Autorité compétente,
  - soit le troisiÚme jour ouvrable qui suit la date de l'envoi par la Poste du dossier complet à l'Autorité compétente.
  Si les informations ou les documents fournis Ă l'appui de la demande sont inadĂ©quats, l'AutoritĂ© compĂ©tente prĂ©cise au demandeur quels documents ou informations supplĂ©mentaires sont requis. Le demandeur a trente jours pour communiquer ces renseignements. Dans ce cas, le dĂ©lai de trente jours visĂ©s Ă l'article 15/3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 prĂ©citĂ© est prorogĂ© de trente jours. Si les informations ou les documents complĂ©mentaires n'ont pas Ă©tĂ© produits durant les dĂ©lais, la demande est rejetĂ©e.
Art. 4. De voorlopige arbeidsvergunning wordt door de bevoegde Overheid naar de werkgever verzonden. Een afschrift van deze voorlopige arbeidsvergunning wordt door de bevoegde Overheid naar de Dienst Vreemdelingenzaken verstuurd.
Art. 4. L'autorisation d'occupation provisoire est adressée à l'employeur par l'Autorité compétente. Une copie de cette autorisation d'occupation provisoire est envoyée par l'Autorité compétente à l'Office des étrangers.
Art. 5. De bevoegde Overheid verwittigt de Dienst Vreemdelingenzaken van elke inlichting meegedeeld door de werkgever met betrekking tot de verbreking van de arbeidsovereenkomst of in verband met wijzigingen inzake de arbeidsvoorwaarden zoals bepaald in artikel 15/1 van het voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999.
Art. 5. L'AutoritĂ© compĂ©tente avertit l'Office des Ă©trangers de toute information communiquĂ©e par l'employeur relative Ă la rupture du contrat de travail ou Ă des modifications relatives aux conditions d'emploi visĂ©es Ă l'article 15/1 de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 prĂ©citĂ©.
Art. 6. Iedere aanvraag betreffende een nieuwe voorlopige arbeidsvergunning, zoals bedoeld in artikel 15/4 van het voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999, dient ingediend bij de bevoegde Overheid volgens dezelfde nadere regels en procedure zoals voorzien voor de eerste aanvraag, twee maanden voor het einde van de geldigheid van de Europese blauwe kaart.
Art. 6. Toute demande relative Ă une nouvelle autorisation provisoire d'occupation, telle que visĂ©e Ă l'article 15/4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 prĂ©citĂ©, doit ĂȘtre introduite auprĂšs de l'AutoritĂ© compĂ©tente, suivant les mĂȘmes modalitĂ©s et la mĂȘme procĂ©dure que celle prĂ©vue pour la premiĂšre demande, deux mois avant la fin de la validitĂ© de la carte bleue europĂ©enne.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het koninklijk besluit van 15 augustus 2012 van wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen in het Belgisch Staatsblad wordt inwerking treedt.
Art. 7. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le jour oĂč entre en vigueur l'arrĂȘtĂ© royal du 15 aoĂ»t 2012 portant modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 8 octobre 1981 sur l'accĂšs au territoire, le sĂ©jour, l'Ă©tablissement et l'Ă©loignement des Ă©trangers.
Art. 8. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Aanvraag om voorlopige arbeidsvergunning afgeleverd in het kader van het verkrijgen door de buitenlandse werknemer van een Europese blauwe kaart
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 31-08-2012, p. 53647-53648)
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 31-08-2012, p. 53647-53648)
Art. N. Demande d'autorisation provisoire d'occupation délivrée dans le cadre de l'obtention par le travailleur étranger d'une carte bleue européenne
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 31-08-2012, p. 53649-53650)
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 31-08-2012, p. 53649-53650)