Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 MAART 2012. - DECREET betreffende het economisch ondersteuningsbeleid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-04-2012 en tekstbijwerking tot 26-07-2024)
Titre
16 MARS 2012. - DECRET relatif à la politique d'aide économique(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-04-2012 et mise à jour au 26-07-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (90)
Texte (90)
HOOFDSTUK 1. - Algemeen
CHAPITRE 1er. - Généralités
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Artikel 1. [1 Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid, met uitzondering van hoofdstuk 6/1, dat een gemeenschapsaangelegenheid regelt.]1
  
Article 1er. [1 Le présent décret règle une matière régionale, à l'exception du chapitre 6/1, qui règle une matière communautaire.]1
  
Art.2. De Vlaamse Regering kan met betrekking tot categorieën van steun, vermeld in dit decreet, en met inachtneming van de regels, vermeld in dit decreet, steun verlenen aan projecten inzake het economisch ondersteuningsbeleid binnen de vastgestelde begrotingskredieten.
Art.2. En ce qui concerne les catégories d'aide, visées aux présent décret, et dans le respect des règles, visées au présent décret, le Gouvernement flamand peut accorder une aide à des projets en matière de politique d'aide économique dans les limites budgétaires fixées.
Afdeling 2. - Definities
Section 2. - Définitions
Art.3. In dit decreet wordt verstaan onder :
  1° [2 onderneming : iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent;]2
  2° kleine ondernemingen : ondernemingen die, rekening houdend met de partner en verbonden ondernemingen als vermeld in bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, cumulatief aan al de volgende voorwaarden voldoen :
  a) minder dan 50 werkzame personen tewerkstellen;
  b) een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal hebben van maximaal 10 miljoen euro;
  3° middelgrote ondernemingen : ondernemingen die, rekening houdend met de partner en verbonden ondernemingen als vermeld in bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, cumulatief aan al de volgende voorwaarden voldoen :
  a) minder dan 250 werkzame personen tewerkstellen;
  b) een jaaromzet hebben van maximaal 50 miljoen euro, of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro;
  c) geen kleine onderneming zijn;
  4° grote ondernemingen : ondernemingen die niet ressorteren onder de categorie kleine of middelgrote onderneming;
  5° steun : [3 elke vorm van financiering, met inbegrip van staatssteun]3. [3 Staatssteun is elke maatregel die voldoet aan alle criteria, vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie]3;
  6° steunintensiteit : het steunbedrag, uitgedrukt als een brutopercentage van de in aanmerking komende kosten of investeringen van het project, voor aftrek van de belastingen of andere heffingen;
  7° [1 regionale steunkaart: een kaart met gebieden die op sociaal-economisch gebied achtergebleven zijn en beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in de [4 Europese richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen (Publicatieblad van 29 april 2021, C 153/1)]4. Die gebieden zijn voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale steunkaart van het Vlaamse Gewest, goedgekeurd door de Europese Commissie [4 op 18 juli 2022 voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2027]4. Als de steunkaart wordt herzien door de Europese Commissie of de Vlaamse Regering, wordt de nieuwe steunkaart in aanmerking genomen;]1
  8° [1 algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Publicatieblad van 26 juni 2014, L 187, blz. 1 - 78), en de latere wijzigingen ervan;]1
  9° [4 de-minimisverordening: verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, en de latere wijzigingen ervan]4;
  10° [1 richtsnoeren inzake milieu: richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020 (Publicatieblad van 28 juni 2014, C 200, blz. 1 - 55), en de latere wijzigingen ervan;]1
  11° [1 richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun: richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (Publicatieblad van 31 juli 2014, C 249, blz. 1 - 28), en de latere wijzigingen ervan;]1
  12° Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie : het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, ondertekend te Rome op 25 maart 1957, laatst gewijzigd bij het Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, ondertekend te Lissabon, 13 december 2007 (Publicatieblad van 30 maart 2010, C83), en alle latere wijzigingen.
  
Art.3. Dans le présent décret, on entend par :
  1° [2 entreprise : toute entité, quel que soit son statut légal, exerçant une activité économique ;]2
  2° petites entreprises : les entreprises qui, compte tenu du partenaire et des entreprises associées telles que visées à l'annexe Ire du Règlement général d'Exemption par Catégorie, répondent cumulativement à toutes les conditions suivantes :
  a) employer moins de 50 personnes actives;
  b) réaliser un chiffre d'affaires ou un total du bilan annuel de 10 millions d'euros au maximum;
  3° moyennes entreprises : les entreprises qui, compte tenu du partenaire et des entreprises associées telles que visées à l'annexe Ire du Règlement général d'Exemption par Catégorie, répondent cumulativement à toutes les conditions suivantes :
  a) employer moins de 250 personnes actives;
  b) réaliser un chiffre d'affaires de 50 millions d'euros au maximum ou un total du bilan annuel de 43 millions d'euros au maximum;
  c) ne sont pas une petite entreprise :
  4° grandes entreprises : les entreprises qui ne relèvent pas de la catégorie des petites ou moyennes entreprises;
  5° aide : [3 toute forme de financement, y compris l'aide d'Etat]3. [3 L'aide d'Etat est toute mesure qui répond à tous les critères de l'article 107 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne]3;
  6° intensité d'aide : le montant de l'aide, exprimé comme un pourcentage des frais ou investissements admissibles du projet, avant la déduction des impôts ou autres taxes;
  7° [1 carte d'aide régionale : une carte des zones qui ont un retard au niveau socio-économique et qui répondent aux conditions, visées dans les [4 lignes directrices européennes concernant les aides à finalité régionale (Journal officiel du 29 avril 2021, C 153/1)]4. Ces zones sont fixées pour la Flandre sur la carte d'aide à finalité régionale de la Région flamande, approuvée par la Commission européenne[4 le 18 juillet 2022 pour la période du 1er janvier 2022 au 31 décembre 2027 inclus]4. Si la carte d'aide à finalité régionale fait l'objet d'une révision par la Commission européenne ou par le Gouvernement flamand, la nouvelle carte d'aide à finalité régionale sera prise en considération ;]1
  8° [1 règlement général d'exemption par catégorie : Règlement (CE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aide compatibles avec le marché commun en application des articles 107 et 108 du Traité (Journal Officiel du 26 juin 2014, L 187, p. 1- 78), et ses modifications ultérieures ;]1
  9° [4 le règlement de minimis : règlement (UE) 2023/2831 de la Commission du 13 décembre 2023 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis, et ses modifications ultérieures ]4;
  10° [1 lignes directrices relatives à l'environnement : [4 lignes directrices concernant les aides d'Etat au climat, à la protection de l'environnement et à l'énergie 2022 ]4, et ses modifications ultérieures ;]1
  11° [1 lignes directrices concernant les aides au sauvetage et à la restructuration : lignes directrices concernant les aides au sauvetage et à la restructuration d'entreprises non financières en difficulté (Journal officiel du 31 juillet 2014, C 249, p. 1 - 28), et ses modifications ultérieures ;]1
  12° Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne : le Traité instituant la Communauté économique européenne, signé à Rome le 25 mars 1957, dernièrement modifié par le Traité de Lisbonne modifiant le traité sur l'Union européenne et le traité instituant la Communauté européenne, signé à Lisbonne le 13 décembre 2007 (Journal officiel du 30 mars 2010, C 83), et ses modifications ultérieures.
  
Afdeling 3. - Algemene voorwaarden
Section 3. - Conditions générales
Art.4. De cumulatie van steun, zoals vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, ongeacht de bron, hetzij Europees, federaal, Vlaams, provinciaal of gemeentelijk niveau, en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde investeringen of kosten mag niet tot gevolg hebben dat de geldende Europese maximumsteunplafonds worden overschreden.
  De Vlaamse Regering kan een verbod van cumulatie van steun voor dezelfde investeringen of kosten opleggen.
  [1 Dit artikel is niet van toepassing op hoofdstuk 6/1.]1
  
Art.4. Le cumul d'aide, tel que cité à l'article 107, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, quelle qu'en soit la source, soit provenant du niveau européen, fédéral, flamand provincial ou communal, et octroyée sous quelle forme que ce soit, relative aux mêmes investissements ou frais, ne peut pas résulter en un dépassement des plafonds européens maximaux en vigueur.
  Le Gouvernement flamand peut imposer une interdiction de cumul pour les mêmes investissements ou frais.
  [1 Le présent article ne s'applique pas au chapitre 6/1.]1
  
Art.5. Er kan alleen steun worden verleend als die een stimulerend effect heeft. De Vlaamse Regering bepaalt wanneer aan die voorwaarde is voldaan.
  [1 Dit artikel is niet van toepassing op hoofdstuk 6/1.]1
  
Art.5. Une aide ne peut être accordée que si elle a un effet encourageant. Le Gouvernement flamand détermine quand il a été répondu à ces conditions.
  [1 Le présent article ne s'applique pas au chapitre 6/1.]1
  
Afdeling 4. - Voorwaarden met betrekking tot steun toegekend overeenkomstig hoofdstuk 2 en 3
Section 4. - Conditions relatives à l'aide accordée conformément aux chapitres 2 et 3
Art.6. [1 Voor kleine en middelgrote ondernemingen moet het project betrekking hebben op een initiële investering als vermeld in artikel 2, punt 49, artikel 14, punt 3 en artikel 17, punt 3, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
   Voor grote ondernemingen moet het project betrekking hebben op een initiële investering ten behoeve van een nieuwe economische activiteit als vermeld in artikel 2, punt 50 en 51, en artikel 14, punt 3, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.]1

  
Art.6. [1 Pour les petites et moyennes entreprises le projet doit avoir trait à un investissement initial tel que visé à l'article 2, point 49, l'article 14, point 3 et l'article 17, point 3, du règlement général d'exemption par catégorie.
   Pour les grandes entreprises le projet doit avoir trait à un investissement initial pour une nouvelle activité économique telle que visée à l'article 2, points 50 et 51, et l'article 14, point 3, du règlement général d'exemption par catégorie.]1

  
Art.7. De investeringen moeten gedurende vijf jaar door de onderneming worden geëxploiteerd en moeten behouden blijven, met uitzondering van installaties of uitrustingen die door snelle technologische veranderingen verouderd zijn en worden vervangen, op voorwaarde dat de economische activiteiten gedurende die in dit artikel bepaalde periode in de onderneming behouden blijven.
  De Vlaamse Regering kan beslissen dat de investeringen door kleine en middelgrote ondernemingen gedurende drie jaar geëxploiteerd en behouden moeten blijven.
Art.7. Les investissements doivent être exploités par l'entreprise pendant cinq ans et doivent rester maintenus, à l'exception des installations ou équipements qui sont démodés et remplacés à cause des évolutions techniques rapides, à condition que les activités économiques restent maintenues dans l'entreprise pendant la période fixée dans le présent article.
  Le Gouvernement flamand peut décider que les investissements doivent être exploités et maintenus pendant trois ans par des petites et moyennes entreprises.
Art.8. De investeringen moeten in het actief van de ondernemingsbalans worden opgenomen, als vaste activa afgeschreven worden, met uitzondering van gronden, en moeten tegen marktvoorwaarden verworven worden van een derde. Onder derde wordt verstaan een onderneming die geen partner of verbonden onderneming is als vermeld in bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Art.8. Les investissements doivent être inscrits dans l'actif du bilan d'entreprise, être amortis comme actifs fixes, à l'exception des terrains, et doivent être acquis de tiers à des conditions conformes au marché. Par tiers, il faut entendre une entreprise qui n'est pas un partenaire ou une entreprise associée telle que vise à l'annexe Ire du Règlement général d'exemption par catégorie.
HOOFDSTUK 2. - Investeringssteun
CHAPITRE 2. - Aide à l'investissement
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Section 1re. - Champ d'application
Art.10. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan kleine ondernemingen en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het Vlaamse Gewest onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten. Aan de grote ondernemingen kan ze alleen steun verlenen voor investeringen in de regionale steunkaart onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
Art.10. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide à des petites et moyennes entreprises pour les investissements dans la Région flamande aux conditions, visées au Règlement général d'exemption par catégorie, au présent décret et aux arrêtés d'exécution. Il ne peut accorder son aide qu'aux grandes entreprises pour les investissements situés sur la carte d'aide à finalité régionale aux conditions visées au Règlement général d'exemption par catégorie, au présent décret et aux arrêtés d'exécution.
Afdeling 2. - Steunintensiteit
Section 2. - Intensité d'aide
Art.11. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende investeringen.
  De Vlaamse Regering kan de volgende materiële investeringen in aanmerking nemen : investeringen in grond, gebouwen, machines, installaties en uitrusting.
  De Vlaamse Regering kan de volgende immateriële investeringen in aanmerking nemen : activa die de technologieoverdracht inhouden door de verwerving van octrooirechten, licenties, knowhow of niet-geoctrooieerde technische kennis.
Art.11. L'intensité des aides est calculée comme un pourcentage des investissements admissibles.
  Le Gouvernement flamand peut prendre les investissements matériels suivants en considération : investissements dans des terrains, bâtiments, machines, installations et équipements.
  Le Gouvernement flamand peut prendre les investissements immatériels suivants en considération : les actifs résultant d'un transfert de technologie sous forme d'acquisition de droits de brevet, de licences, de savoir-faire ou de connaissances techniques non brevetées
Art.12. De Vlaamse Regering kan binnen het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest investeringssteun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [1 artikel 17, punt 6,]1 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
  De Vlaamse Regering kan binnen de gebieden die zijn opgenomen in de regionale steunkaart, regionale investeringssteun verlenen aan ondernemingen, met inachtneming van de maximale steunpercentages die door de Europese Commissie zijn vastgelegd bij de aanvaarding van de regionale steunkaart, met behoud van de mogelijkheid om voor kleine en middelgrote ondernemingen de hogere steunpercentages, vermeld in het eerste lid, toe te passen.
  
Art.12. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide à l'investissement aux petites et aux moyennes entreprises sur l'ensemble du territoire de la Région flamande. L'intensité d'aide maximale est fixée à [1 l'article 17, point 6,]1 du Règlement général d'exemption par catégorie.
  Le Gouvernement flamand peut, dans les zones qui sont reprises sur la carte d'aide à finalité régionale, accorder une aide à l'investissement régionales, compte tenu des pourcentages d'aide maximaux fixés par la Commission européenne lors de l'acceptation de la carte d'aide à finalité régionale, avec maintien de la possibilité d'appliquer les pourcentages d'aide plus élevés aux petites et moyennes entreprises.
  
HOOFDSTUK 3. - Steun voor ecologie-investeringen [1 en milieustudies ]1
CHAPITRE 3. - Aide aux investissements écologiques [1 et des études environnementales]1
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Art.13. De definities, vermeld in [1 artikel 2, punt 101 [2 tot en met 131ter]2,]1 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, zijn van toepassing in dit hoofdstuk.
  
Art.13. Les définitions de [1 l'article 2, points 101 [2 à 131ter]2 inclus,]1 du Règlement général d'exemption par catégorie s'appliquent au présent chapitre.
  
Afdeling 2. - Toepassingsgebied
Section 2. - Champ d'application
Art.14. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor ecologie-investeringen [1 en milieustudies]1 in het Vlaamse Gewest onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
  De Vlaamse Regering kan in afwijking van het eerste lid steun verlenen aan ondernemingen voor ecologie-investeringen onder de voorwaarden, vermeld in de richtsnoeren inzake milieu en de uitvoeringsbesluiten.
  
Art.14. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide aux entreprises pour les investissements écologiques [1 et des études environnementales]1 dans la Région flamande aux conditions, visées au Règlement général d'exemption par catégorie, au présent décret et aux arrêtés d'exécution.
  En dérogation à l'alinéa premier, le Gouvernement flamand peut accorder une aide aux entreprises pour des investissements écologiques aux conditions, visées aux lignes directrices en matière d'environnement et aux arrêtés d'exécution.
  
Afdeling 3. - Steunintensiteit
Section 3. - Intensité d'aide
Art.15. [1 De Vlaamse Regering kan steun verlenen voor de doeleinden en binnen de grenzen, vermeld in hoofdstuk III, deel 7, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. ]1
  
Art.15. [1 Le Gouvernement flamand peut octroyer une aide aux fins et dans les limites visées au chapitre III, partie 7, du Règlement général d'exemption par catégorie. ]1
  
Art.16. § 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende ecologie-investeringen.
  § 2. De Vlaamse Regering kan de volgende materiële investeringen in aanmerking nemen : investeringen in gronden als deze absoluut noodzakelijk zijn om aan de milieudoelstellingen te voldoen, in gebouwen, installaties en uitrustingen, met als doel vervuiling en hinder te beperken of te beëindigen, en investeringen om de productiemethoden aan te passen met het oog op de bescherming van het milieu.
  De Vlaamse Regering kan de volgende immateriële investeringen in aanmerking nemen : activa die de technologieoverdracht inhouden door de verwerving van octrooirechten, licenties, knowhow of niet-geoctrooieerde technische kennis.
  [1 De Vlaamse Regering kan de kosten van een milieustudie of consultancydienst in aanmerking nemen als die verband houden met de ecologie-investeringen, vermeld in hoofdstuk III, deel 7, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.]1
  § 3. Alleen de extra investeringen die noodzakelijk zijn om een niveau van milieubescherming te bereiken dat de communautaire normen in kwestie overtreft, worden in aanmerking genomen.
  [1 In de gevallen waarin dat is toegelaten conform de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, kan de Vlaamse Regering, in afwijking van het eerste lid, beslissen om de totale investeringskosten in aanmerking te nemen.]1
  De Vlaamse Regering kan de exploitatiebaten en -kosten in aanmerking nemen voor de bepaling van de extra investeringen.
  
Art.16. § 1er. L'intensité des aides est calculée comme un pourcentage des investissements écologiques admissibles.
  § 2. Le Gouvernement flamand peut prendre en considération les investissements matériels suivants : investissements dans des terrains si ces derniers sont absolument nécessaires pour répondre aux objectifs environnementaux, dans des bâtiments, installations et équipements, ayant comme objectif de limiter ou d'éliminer la pollution et les nuisances, et investissements en faveur de l'adaptation de procédés de production en vue de la protection de l'environnement.
  Le Gouvernement flamand peut prendre les investissements immatériels suivants en considération : les actifs résultant d'un transfert de technologie sous forme d'acquisition de droits de brevet, de licences, de savoir-faire ou de connaissances techniques non brevetées.
  [1 Le Gouvernement flamand peut prendre en considération les frais d'une étude environnementale ou d'un service de consultance s'ils sont en lien avec les investissements écologiques visés au chapitre III, partie 7, du Règlement général d'exemption par catégorie. ]1
  § 3. Seuls les investissements supplémentaires qui sont nécessaires en vue d'atteindre un niveau de protection de l'environnement surpassant les normes communautaires en question, sont pris en considération.
  [1 Dans les cas où c'est permis conformément au Règlement général d'exemption par catégorie, le Gouvernement flamand peut décider, en dérogation à l'alinéa 1er, de prendre l'intégralité des coûts d'investissement en considération. ]1
  Le Gouvernement flamand peut prendre en considération les bénéfices et le coûts d'exploitation pour déterminer les investissements supplémentaires.
  
HOOFDSTUK 4. - Steun voor extern advies, studies en deelneming aan beurzen
CHAPITRE 4. - Aides aux services externes de conseil, aux études et à la participation aux foires
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Section 1re. - Champ d'application
Art.17. § 1. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen voor extern advies, studie en deelneming aan beurzen onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
  § 2. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor milieustudies die rechtstreeks verband houden met de in artikel 15 vermelde steun voor ecologie-investeringen, onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
Art.17. § 1er. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide aux petites et moyennes entreprises en faveur de services externes de conseil, aux études et à la participation aux foires aux conditions, visées au Règlement général d'exemption par catégorie, au présent décret et aux arrêtés d'exécution.
  § 2. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide aux entreprises en faveur des études directement liées aux aides visées à l'article 15 aux investissements écologiques, aux conditions, visées au Règlement général d'exemption par catégorie, au présent décret et aux arrêtés d'exécution.
Afdeling 2. - Steunintensiteit
Section 2. - Intensité d'aide
Art.18. § 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten voor extern advies, studie en deelneming aan beurzen.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten voor extern advies, studie en deelneming aan beurzen.
  Diensten van permanente of periodieke aard van de onderneming en diensten die tot de gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming behoren, komen niet in aanmerking.
Art.18. § 1er. L'intensité des aides est calculée comme un pourcentage des frais admissibles des services externes de conseil, des études et de la participation aux foires.
  § 2. Le Gouvernement flamand fixe les frais admissibles des services externes de conseil, des études et de la participation aux foires.
  Les services de nature permanente ou périodique de l'entreprise et les services qui font partie des dépenses normales d'exploitation de l'entreprise, ne sont pas admissibles.
Art.19. De Vlaamse Regering kan voor extern advies, studie en deelneming aan beurzen steun verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [1 artikel 18, punt 2, en artikel 19, punt 3,]1 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
  De Vlaamse Regering kan voor milieustudies die rechtstreeks verband houden met de steun voor ecologie-investeringen, vermeld in artikel 15, steun verlenen aan ondernemingen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [1 artikel 49, punt 3 en 4,]1 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
  
Art.19. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide aux petites et moyennes entreprises pour des services externes de conseil, des études et pour la participation aux foires. L'intensité d'aide maximale est fixée dans [1 l'article 18, point 2 et l'article 19, point 3,]1 du Règlement général d'exemption par catégorie.
  Le Gouvernement flamand peut accorder une aide aux entreprises pour les études environnementales qui ont un rapport directe aux investissements écologiques, visés à l'article 15. L'intensité d'aide maximale est fixée dans [1 l'article 49, points 3 et 4]1, du Règlement général d'exemption par catégorie.
  
HOOFDSTUK 5. - Steun voor opleiding
CHAPITRE 5. - Aide à la formation
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Art.21. De werknemers, vermeld in [1 artikel 2, punt 3, 4 en 99,]1 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, kunnen door de Vlaamse Regering als kwetsbare, uiterst kwetsbare of gehandicapte werknemers in aanmerking genomen worden.
  
Art.21. Les employés, cités à [1 l'article 2, points 3, 4 et 99,]1 du Règlement général d'exemption par catégorie, peuvent être pris en considération par le Gouvernement flamand en tant que travailleurs extrêmement vulnérables et handicapés.
  
Afdeling 2. - Toepassingsgebied
Section 2. - Champ d'application
Art.22. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor interne en externe opleiding van werkenden onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
Art.22. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide aux entreprises pour la formation interne et externe des employés aux conditions, visées au Règlement général d'exemption par catégorie, au présent décret et aux arrêtés d'exécution.
Afdeling 3. - Steunintensiteit
Section 3. - Intensité d'aide
Art.23. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten van de opleiding.
  De Vlaamse Regering kan de opleidingskosten, vermeld in [1 artikel 31, punt 2 en 3,]1 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening in aanmerking nemen.
  
Art.23. La subvention est calculée comme un pourcentage des frais admissibles de la formation.
  Le Gouvernement flamand peut prendre en considération les frais de formation, visés à [1 l'article 31, points 2 et 3,]1 du Règlement général d'exemption par catégorie.
  
Art.24. De Vlaamse Regering kan opleidingssteun verlenen voor [1 ...]1 opleidingen. De maximale steunintensiteit wordt bepaald in [1 artikel 31, punt 4 en 5,]1 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
  
Art.24. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide en faveur de formation [1 ...]1. L'intensité d'aide maximale est fixée dans [1 l'article 31, points 4 et 5,]1 du Règlement général d'exemption par catégorie.
  
HOOFDSTUK 6. - Steun voor ondernemerschapsbevordering
CHAPITRE 6. - Aide à la promotion de l'entrepreneuriat
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Section 1re. - Champ d'application
Art.25. § 1. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van het ondernemerschap en kan het optreden coördineren van begunstigden die middelen ten laste van de Vlaamse begroting ontvangen voor ondernemerschapsbevordering onder de voorwaarden, vermeld in de uitvoeringsbesluiten.
  De projecten kunnen betrekking hebben op :
  1° het sensibiliseren over ondernemers, bedrijven en ondernemerschap;
  2° het aanleren van attitudes, competenties en vaardigheden ter stimulering van de ondernemingszin en de performantie van ondernemingen.
  De Vlaamse Regering kan die lijst verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de beleidsprioriteiten en de noodzakelijkheden.
  § 2. De steun kan worden verleend aan :
  1° ondernemingen als vermeld in artikel 3, 1°, met behoud van de toepassing van artikel 5 en hoofdstukken 12, 14 en 15;
  2° entiteiten die niet voldoen aan 1°, met behoud van de toepassing van artikel 5 en hoofdstukken 14 en 15.
  § 3. De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in paragraaf 2, verder concretiseren in functie van de noodzakelijkheden en de beleidsprioriteiten.
Art.25. § 1er. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide aux projets promouvant l'entrepreneuriat et coordonner les activités des bénéficiaires des ressources pour la promotion de l'entrepreneuriat à charge du budget flamand aux conditions mentionnées dans les arrêtés d'exécution.
  Les projets peuvent avoir trait à :
  1° la sensibilisation aux entrepreneurs, aux entreprises et à l'entrepreneuriat;
  2° l'apprentissage d'attitudes, de compétences et d'aptitudes en vue de stimuler l'esprit d'entreprise et la performance des entreprises.
  Le Gouvernement flamand peut clarifier et compléter cette liste conformément aux priorités politiques et aux besoins.
  § 2. Cette aide peut être accordée aux :
  1° entreprises telles que visées à l'article 3, 1°, sans préjudice de l'application l'article 5 et des chapitres 12, 14 et 15;
  2° entités qui ne répondent pas au point 1°, sans préjudice de l'application de l'article 5 et des chapitres 14 et 15.
  § 3. Le Gouvernement flamand peut concrétiser les bénéficiaires, visés au paragraphe 2, en fonction des besoins et des priorités politiques.
Afdeling 2. - Steunintensiteit
Section 2. - Intensité d'aide
Art.26. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.
  De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.
  De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten.
Art.26. L'intensité des aides est calculée comme un pourcentage des frais admissibles.
  Le Gouvernement flamand arrête les frais admissibles et l'intensité des aides.
  Le Gouvernement flamand détermine dans quelle mesure le cumul des aides sont permises, quelle qu'en soit la source ou la forme sous laquelle elles sont accordées, concernant les mêmes frais.
HOOFDSTUK 6/1. [1 Steun voor ondernemersvorming]1
CHAPITRE 6/1. [1 Aide à la formation d'entrepreneurs ]1
Afdeling 1. [1 Definities]1
Section 1re. [1 Définitions]1
Art.26/1. [1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder departement: het Departement Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.]1
  
Art.26/1. [1 Dans le présent chapitre, on entend par département : le Département de l'Emploi et de l'Economie Sociale, visé à l'article 25, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande.]1
  
Afdeling 2. [1 Toepassingsgebied]1
Section 2. [1 Champ d'application]1
Art.26/2. [1 § 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
   1° erkend centrum: een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen dat erkend is conform de voorwaarden, vermeld in paragraaf 5;
   2° ondernemerschapstraject: een traject dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 3;
   3° toegewezen traject: een traject dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 4.
   § 2. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan erkende centra voor de uitvoering van ondernemerschapstrajecten en toegewezen trajecten onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
   § 3. Het ondernemerschapstraject, vermeld in paragraaf 2, is een niet-economische dienst van algemeen belang.
   Het ondernemerschapstraject voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
   1° het traject leidt naar zelfstandig ondernemerschap, waarin een uitstroom als kmo-medewerker mogelijk is;
   2° het traject beantwoordt aan een behoefte op de markt;
   3° het traject is afgestemd op een sectoraal beroepscompetentieprofiel, het generieke ondernemersprofiel of andere regelgeving waarin competentievereisten zijn opgenomen;
   4° het traject verhoogt de kansen op duurzame tewerkstelling en de economische effectiviteit;
   5° het traject wordt niet aangeboden door andere private marktspelers of de toegang wordt belemmerd door specifieke drempels, die de toegang tot de opleiding belemmeren.
   De ondernemerschapstrajecten worden alleen door de erkende centra uitgevoerd en kunnen werkplekleren omvatten.
   De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met derde lid, verduidelijken en aanvullen.
   § 4. Het toegewezen traject, vermeld in paragraaf 2, is een dienst van algemeen economisch belang waarop de richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt van toepassing is.
   Het toegewezen traject heeft als doel de deelnemers sterker in te bedden binnen het ondernemerschap door hen opleidingen aan te bieden of technieken aan te leren om hun ondernemerschapscompetenties te verhogen.
   De toegewezen trajecten kunnen uitgevoerd worden door de erkende centra, de professionele en interprofessionele organisaties of andere private of publieke opleidingsverstrekkers.
   De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met derde lid, verduidelijken en aanvullen.
   § 5. Een centrum als vermeld in paragraaf 2 kan erkend worden voor het verstrekken van de leertijd, de aanloopstructuuronderdelen, de duale structuuronderdelen en de ondernemerschapstrajecten als het voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
   1° het centrum is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk conform het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen;
   2° de algemene vergadering van het centrum is uitsluitend toegankelijk voor alle representatieve middenstands-, zelfstandigenen werkgeversorganisaties die voldoen aan de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt;
   3° de statuten zijn voorafgaandelijk door de Vlaamse Regering goedgekeurd conform de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt;
   4° het doel van het centrum is:
   a) het organiseren van leertijd, aanloopstructuuronderdelen, duale structuuronderdelen en ondernemerschapstrajecten;
   b) de pedagogische begeleiding van de cursisten die de door het centrum georganiseerde vorming volgen;
   c) het verlenen aan de Vlaamse Regering en aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen van de medewerking voor bepaalde verwezenlijkingen op het gebied van de opleiding, vorming en begeleiding, met inbegrip van de innovatie en (product)ontwikkeling;
   d) het sluiten van samenwerkingsakkoorden met of het deelnemen in de andere centra of derden met het oog op het optimaal functioneren van een centrum op zich of van de centra als totaliteit;
   5° het centrum moet in het kader van de leertijd, de aanloopstructuuronderdelen en de duale structuuronderdelen:
   a) de controle door de onderwijsinspectie mogelijk maken;
   b) beantwoorden aan de bepalingen inzake structuur en organisatie van het onderwijs die bij de Codex Secundair Onderwijs, de decreetgeving op het stelsel van leren en werken en de uitvoeringsreglementering expliciet op, naargelang van het geval, de leertijd, de duale structuuronderdelen of de aanloopstructuuronderdelen, georganiseerd door het centrum, toepasbaar zijn gesteld;
   c) een doeltreffend beleid voeren om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefenen op de naleving van het verbod en overtreders sancties opleggen, conform het eigen sanctiebeleid, vermeld in het centrum of arbeidsreglement;
   d) samenwerkingsafspraken maken met een centrum voor leerlingenbege leiding;
   e) een beleid voor leerlingenbegeleiding voeren.
   De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, verduidelijken en aanvullen.
   De Vlaamse Regering kan, op voorstel van een college, de erkenning voor wat betreft de leertijd van een centrum geleidelijk en volledig of gedeeltelijk opheffen als niet meer wordt voldaan aan de erkenningsvoorwaarden als vermeld in dit artikel. Dat college wordt voor de helft samengesteld uit inspectieleden uit het onderwijs en voor de helft uit inspectieleden van het departement.
   De Vlaamse Regering legt de aanvullende bepalingen vast over de werking en de organisatie van dat college, wijst de leden ervan aan en regelt de beroepsprocedure.
   De Vlaamse Regering vraagt advies aan de raad van bestuur van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding over het voldoen van een centrum aan de erkenningsvoorwaarden die betrekking hebben op de leertijd.]1

  
Art.26/2. [1 § 1er. Dans le présent article, on entend par :
   1° centre reconnu : un centre de formation d'indépendants et des petites et moyennes entreprises qui est reconnu conformément aux conditions visées au paragraphe 5;
   2° parcours d'entrepreneuriat : un parcours qui répond aux conditions visées au paragraphe 3;
   3° parcours assigné : un parcours qui répond aux conditions visées au paragraphe 4.
   § 2. Le Gouvernement flamand peut octroyer une aide aux centres reconnus pour l'exécution de parcours d'entrepreneuriat et de parcours assignés aux conditions visées au présent décret et à ses arrêtés d'exécution.
   § 3. Le parcours d'entrepreneuriat, visé au paragraphe 2, est un service non économique d'intérêt général.
   Le parcours d'entrepreneuriat remplit toutes les conditions suivantes :
   1° le parcours mène à l'entrepreneuriat indépendant dans lequel une sortie comme collaborateur PME est possible;
   2° le parcours répond à un besoin sur le marché;
   3° le parcours est adapté à un profil de compétence professionnelle sectoriel, au profil générique d'entreprise ou à une autre réglementation dans laquelle sont reprises des exigences de compétence;
   4° le parcours augmente les chances d'emploi durable et d'efficacité économique;
   5° le parcours n'est pas offert par d'autres acteurs du marché privés ou l'accès est entravé par des barrières spécifiques qui entravent l'accès à la formation.
   Les parcours d'entrepreneuriat ne sont mis en oeuvre que par les centres reconnus et peuvent comprendre l'apprentissage sur le lieu de travail.
   Le Gouvernement flamand peut préciser et compléter les conditions visées aux alinéas 1er à 3 inclus.
   § 4. Le parcours assigné visé au paragraphe 2, est un service d'intérêt économique général auquel s'applique la directive 2006/123/CE du Parlement européen et du Conseil du 12 décembre 2006 relative aux services dans le marché intérieur.
   Le parcours assigné a pour objectif de renforcer l'intégration des participants à l'esprit d'entreprise en leur offrant des formations ou en leur proposant des techniques pour améliorer leurs compétences entrepreneuriales.
   Les trajets assignés peuvent être effectués par les centres reconnus, les organisations professionnelles et interprofessionnelles ou d'autres dispensateurs de formation privés ou publics.
   Le Gouvernement flamand peut préciser et compléter les conditions visées aux alinéas 1er à 3 inclus.
   § 5. Un centre tel que visé au paragraphe 2 peut être reconnu pour dispenser l'apprentissage, les subdivisions structurelles de démarrage, les subdivisions structurelles duales et les parcours d'entrepreneuriat s'il répond à chacune des conditions suivantes :
   1° le centre est établi sous la forme d'une association sans but lucratif conformément au Code des Sociétés et des Associations;
   2° l'assemblée générale du centre est exclusivement accessible à toutes les organisations représentatives des classes moyennes, des travailleurs indépendants et des employeurs qui répondent aux conditions fixées par le Gouvernement flamand;
   3° les statuts sont préalablement approuvés par le Gouvernement flamand conformément aux conditions fixées par le Gouvernement flamand;
   4° le centre a pour objectif :
   a) l'organisation de l'apprentissage, des subdivisions structurelles de démarrage, des subdivisions structurelles duales et des parcours d'entrepreneuriat;
   b) l'encadrement pédagogique des apprenants qui suivent la formation organisée par le centre;
   c) apporter au Gouvernement flamand et à l'Agence de l'Innovation et d'Entrepreneuriat sa collaboration pour certaines réalisations dans le domaine de la formation, de l'éducation et de l'accompagnement, y compris l'innovation et le développement (de produits);
   d) la conclusion d'accords de coopération avec ou la participation dans les autres centres ou des tiers en vue du fonctionnement optimal d'un centre en soi ou des centres dans leur ensemble;
   5° dans le cadre de l'apprentissage, des subdivisions structurelles de démarrage et des subdivisions structurelles duales, le centre est tenu de :
   a) permettre le contrôle par l'inspection de l'enseignement;
   b) répondre aux dispositions relatives à la structure et à l'organisation de l'enseignement qui sont rendues explicitement applicables par le Code de l'Enseignement secondaire, par la réglementation décrétale relative au système d'apprentissage et de travail et par la réglementation d'application, selon le cas, à l'apprentissage, aux subdivisions structurelles duales ou aux subdivisions structurelles de démarrage, organisées par le centre;
   c) mener une politique efficace pour faire connaître et faire respecter l'interdiction de fumer, contrôler le respect de l'interdiction et infliger des sanctions aux contrevenants, conformément à la propre politique de sanctions, visée au règlement de centre ou de travail;
   d) conclure des accords de coopération avec un centre d'encadrement des élèves;
   e) mener une politique d'encadrement des élèves.
   Le Gouvernement flamand peut préciser et compléter les conditions visées à l'alinéa 1er.
   Le Gouvernement flamand peut, sur la proposition d'un collège, supprimer progressivement et totalement ou partiellement la reconnaissance en ce qui concerne l'apprentissage d'un centre s'il n'est plus satisfait aux conditions de reconnaissance visées au présent article. Ce collège est composé pour moitié de membres de l'inspection de l'enseignement et pour moitié de membres de l'inspection du département.
   Le Gouvernement flamand arrête les dispositions complémentaires relatives au fonctionnement et à l'organisation de ce collège, en désigne les membres et règle la procédure de recours.
   Le Gouvernement flamand demande l'avis du conseil d'administration de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle concernant le respect par un centre des conditions de reconnaissance relatives à l'apprentissage.]1

  
Afdeling 3. [1 Steun]1
Section 3. [1 Aide]1
Art.26/3. [1 De Vlaamse Regering bepaalt de vorm van de steun, vermeld in artikel 26/2, § 2.
   Het steunbedrag is afhankelijk van de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.]1

  
Art.26/3. [1 Le Gouvernement flamand arrête la forme de l'aide visée à l'article 26/2, § 2.
   Le montant d'aide est subordonné aux conditions fixées par le Gouvernement flamand.]1

  
Afdeling 4. [1 Toezicht en sancties]1
Section 4. [1 Contrôle et sanctions]1
Art.26/4. [1 Het departement oefent het toezicht uit op de ondernemerschapstrajecten, vermeld in artikel 26/2, § 2.
   De Vlaamse Regering bepaalt de verdere modaliteiten en verdere regels van het toezicht en de sancties.]1

  
Art.26/4. [1 Le département exerce le contrôle des parcours d'entrepreneuriat, visés à l'article 26/2, § 2.
   Le Gouvernement flamand arrête les modalités et les règles en matière du contrôle et des sanctions.]1

  
HOOFDSTUK 7. [1 Innovatiesteun]1
CHAPITRE 7. - [1 Aide à l'innovation]1
Afdeling 1. - [1 Toepassingsgebied]1
Section 1re. - [1 Champ d'application]1
Art.27. [1 De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van de innovatie :
   1° aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, de algemene groepsvrijstellingsverordening en de uitvoeringsbesluiten;
   2° aan entiteiten, die geen onderneming zijn, onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
   De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in het eerste lid, verder concretiseren in functie van de noodzakelijkheden en de beleidsprioriteiten.]1

  
Art.27. [1 Le Gouvernement flamand peut accorder des aides à des projets visant à encourager l'innovation :
   1° aux entreprises aux conditions visées au présent décret, le règlement général d'exemption par catégorie et ses arrêtés d'exécution ;
   2° aux entités qui ne sont pas des entreprises, aux conditions visées au présent décret et aux arrêtés d'exécution.
   Le Gouvernement flamand peut concrétiser les bénéficiaires, visés à l'alinéa premier, en fonction des besoins et des priorités politiques.]1

  
Afdeling 2. - [1 Steunintensiteit]1
Section 2. - [1 Intensité des aides]1
Art.28. [1 De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.
   De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.
   De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten]1

  
Art.28. [1 L'intensité des aides est calculée comme un pourcentage des frais éligibles.
   Le Gouvernement flamand arrête les frais éligibles et l'intensité des aides.
   Le Gouvernement flamand détermine dans quelle mesure le cumul des aides est permis, quelle que soit la source ou la forme sous laquelle elles sont accordées, concernant les mêmes frais.]1

  
HOOFDSTUK 8.
CHAPITRE 8.
Afdeling 1.
Section 1re.
Afdeling 2.
Section 2.
Afdeling 3.
Section 3.
HOOFDSTUK 9.
CHAPITRE 9.
HOOFDSTUK 10. - Steun aan ondernemingen die getroffen worden door een openbare ramp of crisis
CHAPITRE 10. - Aide aux entreprises atteintes par une catastrophe ou crise publique
Art.35. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen waarvan de economische bedrijvigheid ernstig getroffen wordt door een openbare ramp of crisis die door een besluit van de Vlaamse Regering als dusdanig wordt erkend.
  De Vlaamse Regering bepaalt in dat geval de voorwaarden waaronder steun kan worden verleend en de hoogte van de steun.
Art.35. Le Gouvernement flamand peut accorder une aide aux entreprises dont les activités économiques sont sérieusement compromises par une catastrophe ou crise publique qui est reconnue comme telle par un arrêté du Gouvernement flamand.
  Dans ce cas, le Gouvernement flamand arrêté les conditions auxquelles une aide peut être accordée ainsi que l'ampleur de l'aide.
HOOFDSTUK 11. - Reddings- en herstructureringssteun
CHAPITRE 11. - Aide de sauvetage et de restructuration
Art.36. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in de richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun.
Art.36. Le Gouvernement flamand peut accorder des aides aux entreprises aux conditions mentionnées dans les lignes directrices en matière d'aide de sauvetage et de de restructuration.
HOOFDSTUK 12. - De-minimissteun
CHAPITRE 12. - L'aide minimis
Art.37. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in de De-minimisverordening.
Art.37. Le Gouvernement flamand peut accorder des aides aux entreprises aux conditions prescrites dans le règlement de minimis.
HOOFDSTUK 12/1. [1 - Steun aan Europees gecofinancierde projecten]1
CHAPITRE 12/1. [1 - Aide à des projets à cofinancement européen]1
Art. 37/1. [1 Le Gouvernement flamand peut accorder des aides aux entreprises aux conditions énoncées dans le règlement (UE) 2021/1060 du Parlement européen et du Conseil du 24 juin 2021 portant dispositions communes relatives au Fonds européen de développement régional, au Fonds social européen plus, au Fonds de cohésion, au Fonds pour une transition juste et au Fonds européen pour les affaires maritimes, la pêche et l'aquaculture, et établissant les règles financières applicables à ces Fonds et au Fonds " Asile, migration et intégration ", au Fonds pour la sécurité intérieure et à l'instrument de soutien financier à la gestion des frontières et à la politique des visas (le " règlement portant dispositions communes relatives aux fonds structurels ").]1
  
Art. 37/1. [1 Le Gouvernement flamand peut accorder des aides aux entreprises aux conditions énoncées dans le règlement (UE) 2021/1060 du Parlement européen et du Conseil du 24 juin 2021 portant dispositions communes relatives au Fonds européen de développement régional, au Fonds social européen plus, au Fonds de cohésion, au Fonds pour une transition juste et au Fonds européen pour les affaires maritimes, la pêche et l'aquaculture, et établissant les règles financières applicables à ces Fonds et au Fonds " Asile, migration et intégration ", au Fonds pour la sécurité intérieure et à l'instrument de soutien financier à la gestion des frontières et à la politique des visas (le " règlement portant dispositions communes relatives aux fonds structurels ").]1
  
Art. 37/2. [1 Le Gouvernement flamand est autorisé, en exécution du règlement portant dispositions communes relatives aux fonds structurels, à instituer le comité de suivi et à en arrêter la composition et le fonctionnement.]1
  
Art. 37/2. [1 Le Gouvernement flamand est autorisé, en exécution du règlement portant dispositions communes relatives aux fonds structurels, à instituer le comité de suivi et à en arrêter la composition et le fonctionnement.]1
  
HOOFDSTUK 13. - Europese reglementering
CHAPITRE 13. - Règlementation européenne
Art.38. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om het decreet aan te passen aan de toekomstige strengere of soepelere Europese reglementering.
  Er kan op basis van een steunregeling als vermeld in dit decreet, pas steun toegekend worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten.
  [1 De Vlaamse Regering kan op voorwaarde van aanmelding of kennisgeving bij de Europese Commissie steun verlenen aan ondernemingen. Die steun is rechtstreeks gebaseerd op respectievelijk artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en de algemene groepsvrijstellingsverordening, als die steun niet ressorteert onder de categorieën van steun, vermeld in dit decreet.]1
  [2 Dit artikel is niet van toepassing op hoofdstuk 6/1.]2
  
Art.38. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om het decreet aan te passen aan de toekomstige strengere of soepelere Europese reglementering.
  Er kan op basis van een steunregeling als vermeld in dit decreet, pas steun toegekend worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten.
  [1 Le Gouvernement flamand peut, sous la condition de signalement ou notification à la Commission européenne, accorder une aide aux entreprises. Cette aide est directement basée sur respectivement l'article 107 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne et le Règlement général d'exemption par catégorie, lorsque cette aide ne relève pas des catégories d'aide visées au présent décret.]1
  [2 Le présent article ne s'applique pas au chapitre 6/1.]2
  
HOOFDSTUK 14. - De uitbetaling van de steun
CHAPITRE 14. - Paiement de l'aide
Art.39. Met behoud van de toepassing van artikel 15 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof zijn de schuldvorderingen ten aanzien van het Vlaamse Gewest die uit dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan voortvloeien, verjaard en voorgoed ten voordele van het Vlaamse Gewest vervallen als ze niet overgelegd zijn binnen een termijn van [1 twaalf]1 maanden na de beëindiging van het project.
  [2 Dit artikel is niet van toepassing op hoofdstuk 6/1.]2
  
Art.39. Sans préjudice de l'application de l'article 15 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des Comptes, les créances à l'égard de la Région flamande résultant du présent décret et de ses arrêtés d'exécution, sont prescrites et échues à jamais en faveur de la Région flamande si elles ne sont pas transmises dans un délai de [1 douze]1 mois après la terminaison du projet.
  [2 Le présent article ne s'applique pas au chapitre 6/1.]2
  
HOOFDSTUK 15. - Terugvordering
CHAPITRE 15. - Recouvrement
Art.40. De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen van terugvordering met behoud van de toepassing van de bepalingen in de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, [1 de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019]1 en de wet van 7 juni 1994 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste zijn van de Staat.
  De Vlaamse Regering bepaalt de intrestvoet die in geval van terugvordering verschuldigd is.
  De Vlaamse Regering bepaalt de termijnen waarbinnen de feiten die aanleiding geven tot terugvordering, zich moeten voordoen, en de termijn waarin ze de steun kan terugvorderen.
  [2 Dit artikel is niet van toepassing op hoofdstuk 6/1.]2
  
Art.40. Le Gouvernement flamand détermine les cas de recouvrement sans préjudice de l'application des dispositions de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des Comptes, [1 du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019]1 et de la loi du 7 juin 1994 modifiant l'arrêté royal du 31 mai 1933 concernant les déclarations à faire en matière de subventions, indemnités et allocations de toute nature, qui sont, en tout ou en partie, à charge de l'Etat.
  Le Gouvernement flamand fixe le taux d'intérêt dû en cas de recouvrement.
  Le Gouvernement flamand arrête les délais dans lesquels les faits donnant lieu au recouvrement doivent se produire, ainsi que le délai dans lequel il peut recouvrer l'aide.
  [2 Le présent article ne s'applique pas au chapitre 6/1.]2
  
HOOFDSTUK 16. - Slotbepaling
CHAPITRE 16. - Disposition finale
Art. 41. Het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2003, 15 juli 2005, 23 december 2005, 21 november 2008 en 19 december 2008, wordt opgeheven.
Art. 41. Le décret du 31 janvier 2003 relatif relatif à la politique d'aide économique, modifié par les décrets des 19 décembre 2003, 15 juillet 2005, 23 décembre 2005, 21 novembre 2008 et 19 décembre 2008, est abrogé.