Artikel 1. Artikel 122 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 122. Het individueel bodempreventie- en bodembeheersplan, vermeld in artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet, wordt opgemaakt onder leiding van een erkende bodemsaneringsdeskundige van type 2 en moet driejaarlijks geactualiseerd worden.
Het individueel bodempreventie- en bodembeheersplan moet de volgende maatregelen en documenten bevatten voor zover die relevant zijn in het geval in kwestie :
1° een rapport over de volgende aspecten inzake preventie van bodemverontreiniging :
a) de milieuvergunningstoestand;
b) de infrastructuurvoorziening met het oog op bodembescherming;
c) de al genomen maatregelen ter voorkoming van nieuwe bodemverontreiniging;
d) de nog te nemen maatregelen ter voorkoming van nieuwe bodemverontreiniging;
2° een rapport over de volgende aspecten inzake het beheersen van de bestaande bodemverontreiniging die het gevolg is van de activiteiten waarvoor het bodempreventie- en bodembeheersplan moet worden opgemaakt :
a) de al genomen maatregelen om de bodemverontreiniging te beheersen en de verspreiding ervan te voorkomen;
b) de nog te nemen maatregelen om de bodemverontreiniging te beheersen en de verspreiding ervan te voorkomen;
c) de te nemen maatregelen voor een optimale aanpak van de bodemverontreiniging;
d) de mogelijke gevolgen van de bodemverontreiniging voor de exploitant, de eigenaar, de gebruiker en het personeel van de inrichting, alsook voor de omgeving;
3° de resultaten van de uitgevoerde monsternemingen en analyses;
4° de maatregelen voor de voorlichting en sensibilisering van het personeel en de omgeving over de maatregelen die opgenomen zijn in het rapport, vermeld in punt 1° en 2° ;
5° een financieel plan dat het bewijs bevat van de opbouw van een financiële reserve die overeenstemt met de geschatte kosten van het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering die het gevolg is van de bodemverontreiniging die veroorzaakt is door de activiteit waarvoor het bodempreventie- en bodembeheersplan moet worden opgemaakt. De financiële reserve moet jaarlijks opgebouwd worden met minstens 10% van de geschatte kosten;
6° een planning voor het volgende oriënterend bodemonderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van de periodieke onderzoeksplicht. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 SEPTEMBER 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, wat betreft de bodempreventie- en bodembeheersplicht en de bodemsaneringsorganisaties
Titre
21 SEPTEMBRE 2012. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol, pour ce qui concerne l'obligation de prévention et de gestion du sol et les organisations d'assainissement du sol
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1er. L'article 122 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 122. Le plan individuel de prévention et de gestion du sol, visé à l'article 91, § 1er, du Décret relatif au sol, est établi sous la direction d'un expert en assainissement du sol agréé du type 2, et doit être actualisé tous les trois ans.
Le plan individuel de prévention et de gestion du sol doit comprendre les mesures et les documents suivants, pour autant qu'ils soient pertinents dans le cas considéré :
1° un rapport sur les aspects suivants de prévention de la pollution du sol :
a) l'état de l'autorisation écologique;
b) les équipements d'infrastructure en vue de la protection du sol;
c) les mesures déjà prises en vue de la prévention d'une nouvelle pollution du sol;
d) les mesures à prendre en vue de la prévention d'une nouvelle pollution du sol;
2° un rapport sur les aspects suivants de maîtrise de la pollution du sol existante résultant des activités pour lesquelles le plan de prévention et de gestion du sol doit être établi :
a) les mesures déjà prises en vue de maîtriser la pollution du sol et de prévenir sa diffusion;
b) les mesures à prendre en vue de maîtriser la pollution du sol et de prévenir sa diffusion;
c) les mesures à prendre pour une approche optimale de la pollution du sol;
d) les conséquences éventuelles de la pollution du sol pour l'exploitant, le propriétaire, l'utilisateur et le personnel de l'établissement, ainsi que pour l'environnement.
3° les résultats des échantillonnages et analyses effectués;
4° les mesures visant à informer et à sensibiliser le personnel et l'environnement en ce qui concerne les mesures reprises dans le rapport, visé aux points 1° et 2° ;
5° un plan financier comportant la preuve de la constitution d'une réserve financière qui correspond au coût estimé de la reconnaissance descriptive du sol et de l'assainissement du sol résultant de la pollution du sol causée par l'activité pour laquelle le plan de prévention et de gestion du sol doit être établi. La réserve financière doit être constituée annuellement avec au moins 10% des coûts estimés;
6° un planning pour la reconnaissance d'orientation du sol suivante, effectuée dans le cadre de l'obligation de reconnaissance périodique. ".
" Art. 122. Le plan individuel de prévention et de gestion du sol, visé à l'article 91, § 1er, du Décret relatif au sol, est établi sous la direction d'un expert en assainissement du sol agréé du type 2, et doit être actualisé tous les trois ans.
Le plan individuel de prévention et de gestion du sol doit comprendre les mesures et les documents suivants, pour autant qu'ils soient pertinents dans le cas considéré :
1° un rapport sur les aspects suivants de prévention de la pollution du sol :
a) l'état de l'autorisation écologique;
b) les équipements d'infrastructure en vue de la protection du sol;
c) les mesures déjà prises en vue de la prévention d'une nouvelle pollution du sol;
d) les mesures à prendre en vue de la prévention d'une nouvelle pollution du sol;
2° un rapport sur les aspects suivants de maîtrise de la pollution du sol existante résultant des activités pour lesquelles le plan de prévention et de gestion du sol doit être établi :
a) les mesures déjà prises en vue de maîtriser la pollution du sol et de prévenir sa diffusion;
b) les mesures à prendre en vue de maîtriser la pollution du sol et de prévenir sa diffusion;
c) les mesures à prendre pour une approche optimale de la pollution du sol;
d) les conséquences éventuelles de la pollution du sol pour l'exploitant, le propriétaire, l'utilisateur et le personnel de l'établissement, ainsi que pour l'environnement.
3° les résultats des échantillonnages et analyses effectués;
4° les mesures visant à informer et à sensibiliser le personnel et l'environnement en ce qui concerne les mesures reprises dans le rapport, visé aux points 1° et 2° ;
5° un plan financier comportant la preuve de la constitution d'une réserve financière qui correspond au coût estimé de la reconnaissance descriptive du sol et de l'assainissement du sol résultant de la pollution du sol causée par l'activité pour laquelle le plan de prévention et de gestion du sol doit être établi. La réserve financière doit être constituée annuellement avec au moins 10% des coûts estimés;
6° un planning pour la reconnaissance d'orientation du sol suivante, effectuée dans le cadre de l'obligation de reconnaissance périodique. ".
Art. 2. In artikel 123 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" Het individueel bodempreventie- en beheersplan wordt driejaarlijks aan de OVAM betekend met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs, uiterlijk op 31 december. Het eerste individueel bodempreventie- en bodembeheersplan wordt aan de OVAM betekend uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit waarbij de Vlaamse Regering bepaalt dat voor de activiteit een individueel bodempreventie- en bodembeheersplan moet worden opgesteld en aan de OVAM moet voorgelegd worden. ".
" Het individueel bodempreventie- en beheersplan wordt driejaarlijks aan de OVAM betekend met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs, uiterlijk op 31 december. Het eerste individueel bodempreventie- en bodembeheersplan wordt aan de OVAM betekend uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit waarbij de Vlaamse Regering bepaalt dat voor de activiteit een individueel bodempreventie- en bodembeheersplan moet worden opgesteld en aan de OVAM moet voorgelegd worden. ".
Art. 2. A l'article 123 du même arrêté, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Le plan individuel de prévention et de gestion du sol est notifié tous les trois ans à l'OVAM par lettre recommandée contre récépissé, au plus tard le 31 décembre. Le premier plan individuel de prévention et de gestion du sol est notifié à l'OVAM au plus tard le 31 décembre de l'année suivant l'année de la publication au Moniteur belge de l'arrêté par lequel le Gouvernement flamand stipule que pour l'activité un plan individuel de prévention et de gestion du sol doit être établi et présenté à l'OVAM. ".
" Le plan individuel de prévention et de gestion du sol est notifié tous les trois ans à l'OVAM par lettre recommandée contre récépissé, au plus tard le 31 décembre. Le premier plan individuel de prévention et de gestion du sol est notifié à l'OVAM au plus tard le 31 décembre de l'année suivant l'année de la publication au Moniteur belge de l'arrêté par lequel le Gouvernement flamand stipule que pour l'activité un plan individuel de prévention et de gestion du sol doit être établi et présenté à l'OVAM. ".
Art. 3. Artikel 124 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 124. Het sectoraal bodempreventie- en bodembeheersplan, vermeld in artikel 91, § 3, van het Bodemdecreet, wordt opgesteld door een erkende bodemsaneringsorganisatie. Het sectoraal bodempreventie- en bodembeheersplan moet een algemeen en een individueel deel bevatten, en wordt driejaarlijks geactualiseerd.
Het algemene deel van het sectoraal bodempreventie- en bodembeheersplan moet de volgende documenten bevatten :
1° een inventaris van de bekende specifieke bodemverontreiniging, veroorzaakt door de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie werd opgericht;
2° een beschrijving van de specifieke aard van de verontreiniging, vermeld in punt 1° ;
3° een opsomming van de maatregelen die algemeen geformuleerd kunnen worden ter voorkoming van nieuwe en ter beheersing van bestaande bodemverontreiniging, veroorzaakt door de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie werd opgericht;
4° een financieel plan met de geschatte gecumuleerde kosten van de beschrijvende bodemonderzoeken en de bodemsaneringen die het gevolg zijn van de bodemverontreiniging, veroorzaakt door de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie werd opgericht, voor alle personen die voor de uitvoering van hun verplichtingen, vermeld in artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet, een beroep doen op de bodemsaneringsorganisatie.
Het individueel deel van het sectoraal bodempreventie- en bodembeheersplan moet voor elke persoon die voor de uitvoering van zijn verplichtingen, vermeld in artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet, een beroep doet op de bodemsaneringsorganisatie, de volgende documenten bevatten :
1° een opsomming van eventueel afwijkende of aanvullende maatregelen in de zin van het tweede lid;
2° de resultaten van de uitgevoerde monsternemingen en analyses. ".
" Art. 124. Het sectoraal bodempreventie- en bodembeheersplan, vermeld in artikel 91, § 3, van het Bodemdecreet, wordt opgesteld door een erkende bodemsaneringsorganisatie. Het sectoraal bodempreventie- en bodembeheersplan moet een algemeen en een individueel deel bevatten, en wordt driejaarlijks geactualiseerd.
Het algemene deel van het sectoraal bodempreventie- en bodembeheersplan moet de volgende documenten bevatten :
1° een inventaris van de bekende specifieke bodemverontreiniging, veroorzaakt door de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie werd opgericht;
2° een beschrijving van de specifieke aard van de verontreiniging, vermeld in punt 1° ;
3° een opsomming van de maatregelen die algemeen geformuleerd kunnen worden ter voorkoming van nieuwe en ter beheersing van bestaande bodemverontreiniging, veroorzaakt door de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie werd opgericht;
4° een financieel plan met de geschatte gecumuleerde kosten van de beschrijvende bodemonderzoeken en de bodemsaneringen die het gevolg zijn van de bodemverontreiniging, veroorzaakt door de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie werd opgericht, voor alle personen die voor de uitvoering van hun verplichtingen, vermeld in artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet, een beroep doen op de bodemsaneringsorganisatie.
Het individueel deel van het sectoraal bodempreventie- en bodembeheersplan moet voor elke persoon die voor de uitvoering van zijn verplichtingen, vermeld in artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet, een beroep doet op de bodemsaneringsorganisatie, de volgende documenten bevatten :
1° een opsomming van eventueel afwijkende of aanvullende maatregelen in de zin van het tweede lid;
2° de resultaten van de uitgevoerde monsternemingen en analyses. ".
Art. 3. L'article 124 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 124. Le plan sectoriel de prévention et de gestion du sol, prévu à l'article 91, § 3, du Décret relatif au sol, est établi par une organisation d'assainissement du sol agréée. Le plan sectoriel de prévention et de gestion du sol doit comporter une partie générale et une partie individuelle, et est actualisé tous les trois ans.
La partie générale du plan sectoriel de prévention et de gestion du sol doit comprendre les documents suivants :
1° un inventaire de la pollution spécifique du sol connue, causée par l'activité pour laquelle l'organisation d'assainissement du sol a été créée;
2° une description de la nature spécifique de la pollution, mentionnée au point 1° ;
3° un récapitulatif des mesures pouvant être formulées de manière générale afin de prévenir une nouvelle pollution du sol et de maîtriser la pollution du sol existante, causée par l'activité pour laquelle l'organisation d'assainissement du sol a été créée;
4° un plan financier reprenant les coûts cumulés estimés des reconnaissances descriptives du sol et des assainissements du sol résultant de la pollution du sol, causée par l'activité pour laquelle l'organisation d'assainissement du sol a été créée, pour toutes les personnes qui font appel à l'organisation d'assainissement du sol pour l'exécution de leurs obligations, visées à l'article 91, § 1er, du Décret relatif au sol.
La partie individuelle du plan sectoriel de prévention et de gestion du sol doit comprendre les documents suivants, pour toute personne faisant appel à l'organisation d'assainissement du sol pour l'exécution de ses obligations, visées à l'article 91, § 1er, du Décret relatif au sol.
1° un récapitulatif des éventuelles mesures dérogatoires ou complémentaires, au sens du deuxième alinéa;
2° les résultats des échantillonnages et analyses effectués. ".
" Art. 124. Le plan sectoriel de prévention et de gestion du sol, prévu à l'article 91, § 3, du Décret relatif au sol, est établi par une organisation d'assainissement du sol agréée. Le plan sectoriel de prévention et de gestion du sol doit comporter une partie générale et une partie individuelle, et est actualisé tous les trois ans.
La partie générale du plan sectoriel de prévention et de gestion du sol doit comprendre les documents suivants :
1° un inventaire de la pollution spécifique du sol connue, causée par l'activité pour laquelle l'organisation d'assainissement du sol a été créée;
2° une description de la nature spécifique de la pollution, mentionnée au point 1° ;
3° un récapitulatif des mesures pouvant être formulées de manière générale afin de prévenir une nouvelle pollution du sol et de maîtriser la pollution du sol existante, causée par l'activité pour laquelle l'organisation d'assainissement du sol a été créée;
4° un plan financier reprenant les coûts cumulés estimés des reconnaissances descriptives du sol et des assainissements du sol résultant de la pollution du sol, causée par l'activité pour laquelle l'organisation d'assainissement du sol a été créée, pour toutes les personnes qui font appel à l'organisation d'assainissement du sol pour l'exécution de leurs obligations, visées à l'article 91, § 1er, du Décret relatif au sol.
La partie individuelle du plan sectoriel de prévention et de gestion du sol doit comprendre les documents suivants, pour toute personne faisant appel à l'organisation d'assainissement du sol pour l'exécution de ses obligations, visées à l'article 91, § 1er, du Décret relatif au sol.
1° un récapitulatif des éventuelles mesures dérogatoires ou complémentaires, au sens du deuxième alinéa;
2° les résultats des échantillonnages et analyses effectués. ".
Art. 4. In artikel 125, eerste lid van hetzelfde besluit wordt het woord " jaarlijks " vervangen door het woord " driejaarlijks ".
Art. 4. Dans l'article 125, alinéa premier, du même arrêté, le mot " annuellement " est remplacé par les mots " tous les trois ans ".
Art. 5. Aan artikel 128 van hetzelfde besluit wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De Vlaamse Regering kan een termijn bepalen waarbinnen de overeenkomsten, vermeld in artikel 97, § 1, van het Bodemdecreet, moeten worden afgesloten. ".
" De Vlaamse Regering kan een termijn bepalen waarbinnen de overeenkomsten, vermeld in artikel 97, § 1, van het Bodemdecreet, moeten worden afgesloten. ".
Art. 5. A l'article 128 du même arrêté, il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
" Le Gouvernement flamand peut déterminer un délai dans lequel les conventions, visées à l'article 97, § 1er, du Décret relatif au sol, doivent être conclues. ".
" Le Gouvernement flamand peut déterminer un délai dans lequel les conventions, visées à l'article 97, § 1er, du Décret relatif au sol, doivent être conclues. ".
Art. 6. Aan artikel 134 van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De bijdrage, vermeld in het eerste lid, kan eveneens aangewend worden voor kosten voor beschrijvende bodemonderzoeken of bodemsaneringen inzake historische bodemverontreiniging die derden hebben gemaakt en die door de erkende bodemsaneringsorganisatie worden aanvaard. Als er sprake is van gemengde bodemverontreiniging, kan de bijdrage, vermeld in het eerste lid, alleen betrekking hebben op het als historisch te beschouwen deel van de bodemverontreiniging. Voor de evaluatie van de ingediende kosten moet de erkende bodemsaneringsorganisatie een beoordelingskader aan de OVAM voorleggen. Binnen een termijn van 60 dagen na ontvangst ervan keurt de OVAM het beoordelingskader goed, of legt ze aanvullingen of wijzigingen op. Als de OVAM aanvullingen of wijzigingen oplegt, wordt het aangepaste beoordelingskader aan de OVAM bezorgd binnen een door de OVAM bepaalde termijn. Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het aangepaste beoordelingskader spreekt de OVAM zich uit over het aangepaste beoordelingskader. Op eenvoudig verzoek van de OVAM moet de erkende bodemsaneringsorganisatie het beoordelingskader aanpassen. ".
" De bijdrage, vermeld in het eerste lid, kan eveneens aangewend worden voor kosten voor beschrijvende bodemonderzoeken of bodemsaneringen inzake historische bodemverontreiniging die derden hebben gemaakt en die door de erkende bodemsaneringsorganisatie worden aanvaard. Als er sprake is van gemengde bodemverontreiniging, kan de bijdrage, vermeld in het eerste lid, alleen betrekking hebben op het als historisch te beschouwen deel van de bodemverontreiniging. Voor de evaluatie van de ingediende kosten moet de erkende bodemsaneringsorganisatie een beoordelingskader aan de OVAM voorleggen. Binnen een termijn van 60 dagen na ontvangst ervan keurt de OVAM het beoordelingskader goed, of legt ze aanvullingen of wijzigingen op. Als de OVAM aanvullingen of wijzigingen oplegt, wordt het aangepaste beoordelingskader aan de OVAM bezorgd binnen een door de OVAM bepaalde termijn. Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het aangepaste beoordelingskader spreekt de OVAM zich uit over het aangepaste beoordelingskader. Op eenvoudig verzoek van de OVAM moet de erkende bodemsaneringsorganisatie het beoordelingskader aanpassen. ".
Art. 6. A l'article 134 du même arrêté, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" La contribution, visée à l'alinéa premier, peut également être affectée aux coûts pour des reconnaissances descriptives du sol ou assainissements du sol relatives à la pollution historique causée par des tiers et qui sont acceptés par des organisations d'assainissement du sol agréées. S'il est question d'une pollution mixte du sol, la contribution, visée à l'alinéa premier, ne peut avoir trait qu'à la partie de la pollution du sol qui peut être considérée comme historique. Pour l'évaluation des frais déclarés, l'organisation d'assainissement du sol agréée doit présenter un cadre d'évaluation à l'OVAM. Dans un délai de 60 jours de sa réception, l'OVAM approuve le cadre d'évaluation, ou elle impose des compléments ou modifications. Lorsque l'OVAM impose des compléments ou des modifications, le cadre d'évaluation adapté est notifié à l'OVAM dans un délai fixé par l'OVAM. Dans un délai de soixante jours de la réception du cadre d'évaluation adapté, l'OVAM se prononce sur le cadre d'évaluation adapté. Sur simple demande d'OVAM, l'organisation d'assainissement du sol agréée doit adapter le cadre d'évaluation. ".
" La contribution, visée à l'alinéa premier, peut également être affectée aux coûts pour des reconnaissances descriptives du sol ou assainissements du sol relatives à la pollution historique causée par des tiers et qui sont acceptés par des organisations d'assainissement du sol agréées. S'il est question d'une pollution mixte du sol, la contribution, visée à l'alinéa premier, ne peut avoir trait qu'à la partie de la pollution du sol qui peut être considérée comme historique. Pour l'évaluation des frais déclarés, l'organisation d'assainissement du sol agréée doit présenter un cadre d'évaluation à l'OVAM. Dans un délai de 60 jours de sa réception, l'OVAM approuve le cadre d'évaluation, ou elle impose des compléments ou modifications. Lorsque l'OVAM impose des compléments ou des modifications, le cadre d'évaluation adapté est notifié à l'OVAM dans un délai fixé par l'OVAM. Dans un délai de soixante jours de la réception du cadre d'évaluation adapté, l'OVAM se prononce sur le cadre d'évaluation adapté. Sur simple demande d'OVAM, l'organisation d'assainissement du sol agréée doit adapter le cadre d'évaluation. ".
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2013.
Art. 7. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2013.
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le Ministre flamand chargé de l'environnement et de la politique des eaux est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 21 september 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
Bruxelles, le 21 septembre 2012.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE