Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
29 JUNI 2012. - Decreet betreffende de noodzakelijke bepalingen voor de organisatie van het onderwijs
Titre
29 JUIN 2012. - Décret relatif aux dispositions nécessaires pour l'organisation de l'enseignement
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen
HOOFDSTUK II. - Decreet basisonderwijs
HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs
Afdeling I. - Codex Secundair Onderwijs
Afdeling II. - Inwerkingtreding
HOOFDSTUK IV. - Decreet Volwassenenonderwijs
HOOFDSTUK V. - Hoger onderwijs
Afdeling I. - Decreet betreffende de hogescholen
Afdeling II. - Decreet betreffende de herstruct...
Afdeling III. - Inwerkingtreding
HOOFDSTUK VI. - Decreet betreffende de kwalitei...
HOOFDSTUK VII. - Decreet betreffende de rechtsp...
HOOFDSTUK VIII. - Andere bepalingen
Afdeling I. - Decreet betreffende het onderwijs...
Afdeling II. - Decreet betreffende het onderwij...
Afdeling III. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires
CHAPITRE II. - Décret relatif à l'enseignement ...
CHAPITRE III. - Enseignement secondaire
Section Ire. - Codex de l'Enseignement secondaire
Section II. - Entrée en vigueur
CHAPITRE IV. - Décret relatif à l'éducation des...
CHAPITRE V. - Enseignement supérieur
Section Ire. - Décret relatif aux instituts sup...
Section II. - Décret relatif à la restructurati...
Section III. - Entrée en vigueur
CHAPITRE VI. - Décret relatif à la qualité de l...
CHAPITRE VII. - Décret relatif au statut de cer...
CHAPITRE VIII. - Autres dispositions
Section Ire. - Décret relatif à l'enseignement ...
Section II. - Décret relatif à l'enseignement XXI
Section III. - Entrée en vigueur
Tekst (52)
Texte (52)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires
Artikel I.1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article I.1. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK II. - Decreet basisonderwijs
CHAPITRE II. - Décret relatif à l'enseignement fondamental
Art. II.1. In het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wordt een artikel 57quater ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 57quater. § 1. De scholen zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren getuigschrift aan de houders van het getuigschrift. Het attest vermeldt de datum van de uitreiking van het getuigschrift.
§ 2. Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de scholen waar ze het getuigschrift basisonderwijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het getuigschrift basisonderwijs te laten vervangen door een getuigschrift met hun nieuwe naam.
Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaalde getuigschrift worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen. ".
" Art. 57quater. § 1. De scholen zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren getuigschrift aan de houders van het getuigschrift. Het attest vermeldt de datum van de uitreiking van het getuigschrift.
§ 2. Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de scholen waar ze het getuigschrift basisonderwijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het getuigschrift basisonderwijs te laten vervangen door een getuigschrift met hun nieuwe naam.
Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaalde getuigschrift worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen. ".
Art. II.1. Dans le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, il est inséré un article 57quater, rédigé comme suit :
" Art. 57quater. § 1er. Les écoles sont autorisées à conférer, aux porteurs d'un certificat, une attestation en remplacement d'un certificat perdu. L'attestation mentionne la date de délivrance du certificat.
§ 2. Des personnes ayant obtenu une modification de leur nom ou prénom en application de la législation relative aux noms et prénoms, peuvent introduire auprès des écoles où ils ont obtenu un certificat d'enseignement fondamental ou auprès de la Communauté flamande, une demande de faire remplacer le certificat de l'enseignement fondamental par un certificat avec leur nouveau nom.
Lors de la demande, le certificat obtenu à l'origine doit être restitué et la demande doit être assortie de pièces démontrant le changement de nom. ".
" Art. 57quater. § 1er. Les écoles sont autorisées à conférer, aux porteurs d'un certificat, une attestation en remplacement d'un certificat perdu. L'attestation mentionne la date de délivrance du certificat.
§ 2. Des personnes ayant obtenu une modification de leur nom ou prénom en application de la législation relative aux noms et prénoms, peuvent introduire auprès des écoles où ils ont obtenu un certificat d'enseignement fondamental ou auprès de la Communauté flamande, une demande de faire remplacer le certificat de l'enseignement fondamental par un certificat avec leur nouveau nom.
Lors de la demande, le certificat obtenu à l'origine doit être restitué et la demande doit être assortie de pièces démontrant le changement de nom. ".
Art. II.2. In artikel 112bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011, worden de jaartallen ", 2010-2011 en 2011-2012" vervangen door de jaartallen ", 2010-2011, 2011-2012 en 2012-2013".
Art. II.2. Dans l'article 112bis du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, et remplacé par le décret du 8 juillet 2011, les années ", 2010-2011 et 2011-2012" sont remplacés par les années ", 2010-2011, 2011-2012 et 2012-2013".
Art. II.3. In artikel 155, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006 en gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008 en 8 mei 2009, wordt in het eerste lid de zinsnede "voor de schooljaren 2009-2010, 2010-2011 en 2011-2012" vervangen door de zinsnede "voor het schooljaar 2012-2013. ".
Art. II.3. A l'article 155, § 2, du même décret, inséré par le décret du 7 juillet 2006 et modifié par les décrets des 4 juillet 2008 et 8 mai 2009, à l'alinéa premier, le membre de phrase "pour les années scolaires 2009-2010, 2010-2011 et 2011-2012" est remplacé par le membre de phrase "pour l'année scolaire 2012-2013. ".
Art. II.4. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2012.
Art. II.4. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2012.
HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs
CHAPITRE III. - Enseignement secondaire
Afdeling I. - Codex Secundair Onderwijs
Section Ire. - Codex de l'Enseignement secondaire
Art. III.1. In artikel 168/1, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de woorden "voor het schooljaar 2011-2012" vervangen door de woorden "tot aan een datum te bepalen door de Vlaamse Regering".
Art. III.1. A l'article 168/1 § 2, du Codex de l'Enseignement secondaire, inséré par le décret du 1er juillet 2011, les mots "pour l'année scolaire 2011-2012" sont remplacés par les mots "jusqu'à une date à déterminer par le Gouvernement flamand".
Art. III.2. Aan artikel 254 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
2° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. De scholen zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houders van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van uitreiking van het studiebewijs.
Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de scholen waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam.
Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaalde studiebewijs worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen. ".
1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
2° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. De scholen zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houders van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van uitreiking van het studiebewijs.
Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de scholen waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam.
Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaalde studiebewijs worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen. ".
Art. III.2. A l'article 254 du même codex, modifié par le décret du 1er juillet 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2 est abrogé;
2° il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. Les écoles sont autorisées à conférer, aux porteurs d'un titre, une attestation en remplacement d'un titre perdu. L'attestation mentionne la date de délivrance du titre.
Des personnes ayant obtenu une modification de leur nom ou prénom en application de la législation relative aux noms et prénoms, peuvent introduire auprès des écoles où ils ont obtenu un titre ou auprès de la Communauté flamande, une demande de faire remplacer le titre par un titre avec leur nouveau nom.
Lors de la demande, le titre obtenu à l'origine doit être restitué et la demande doit être assortie de pièces démontrant le changement de nom. ".
1° le paragraphe 2 est abrogé;
2° il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. Les écoles sont autorisées à conférer, aux porteurs d'un titre, une attestation en remplacement d'un titre perdu. L'attestation mentionne la date de délivrance du titre.
Des personnes ayant obtenu une modification de leur nom ou prénom en application de la législation relative aux noms et prénoms, peuvent introduire auprès des écoles où ils ont obtenu un titre ou auprès de la Communauté flamande, une demande de faire remplacer le titre par un titre avec leur nouveau nom.
Lors de la demande, le titre obtenu à l'origine doit être restitué et la demande doit être assortie de pièces démontrant le changement de nom. ".
Art. III.3. In deel IV, titel 2, van dezelfde codex wordt in het opschrift van hoofdstuk 2 de zinsnede "en examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap" opgeheven.
Art. III.3. A la partie IV, au titre 2, du même codex, dans l'intitule du chapitre 2, le membre de phrase "et le jury de la Communauté flamande" est abrogé.
Art. III.4. In deel IV, titel 2, van dezelfde codex wordt een hoofdstuk 3 Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het secundair onderwijs, bestaande uit de artikelen 256/1 tot en met 256/10, ingevoegd, dat luidt als volgt :
"HOOFDSTUK 3. - Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het secundair onderwijs
Art. 256/1. Bij het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming wordt een "examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het secundair onderwijs" opgericht, hierna de "examencommissie" genoemd, die samengesteld wordt door en onder de leiding valt van de leidend ambtenaar van de instantie aan wie de organisatie van de examencommissie is opgedragen.
De examencommissie stelt een werkingsreglement op en maakt dit bekend.
Art. 256/2. De examencommissie is bevoegd voor uitreiking van de hiernavolgende, van rechtswege geldende, studiebewijzen :
1° het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs;
2° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
3° het diploma van secundair onderwijs, eventueel in combinatie met het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer.
De examencommissie organiseert daartoe op permanente basis examens.
Art. 256/3. § 1. De examencommissie bepaalt over welke structuuronderdelen van het voltijds secundaironderwijsaanbod, zoals dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd, examens kunnen worden afgelegd. De examencommissie houdt daarbij per structuuronderdeel ten minste rekening met de hiernavolgende criteria :
1° de technische en praktische haalbaarheid van de organisatie van de examens;
2° de financiële kost van de organisatie van de examens;
3° het te verwachten aantal inschrijvingen van kandidaten;
4° de mate waarin een doorsnee kandidaat er zelfstandig in slaagt om zich afdoende op het examenprogramma voor te bereiden.
§ 2. Het examenprogramma voor een structuuronderdeel is opgebouwd uit vakken. Het wordt ontwikkeld door de examencommissie, rekening houdend met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden als referentiekader voor de ontwikkeling van een examenprogramma, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die zijn bepaald in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving, gehanteerd.
Elk examenprogramma dient, voorafgaand aan de invoering, door de onderwijsinspectie te worden goedgekeurd. De onderwijsinspectie kan de goedkeuring van een examenprogramma intrekken op grond van onvoldoende actualiteitswaarde.
§ 3. Bij wijze van overgangsmaatregel kan, in afwijking van paragraaf 2, tot uiterlijk 30 september 2014 een kandidaat examens afleggen op basis van een schoolleerplan om een getuigschrift of diploma te behalen in een bepaald structuuronderdeel, als hij aan de hiernavolgende voorwaarden voldoet :
1° de kandidaat is met het afleggen van de examens gestart vóór 1 oktober 2012;
2° de kandidaat is voor ten minste één vak ingeschreven in de twee jaar voorafgaand aan de nieuwe inschrijving.
Art. 256/4. § 1. Een inschrijving voor deelname aan de examens is rechtsgeldig als de kandidaat aan de hiernavolgende voorwaarden voldoet :
1° de kandidaat schrijft zich elektronisch in;
2° de kandidaat betaalt het inschrijvingsgeld, vastgesteld op 30 euro;
3° de kandidaat neemt deel aan een voorafgaande informatiesessie, behalve als de examencommissie daarvoor een vrijstelling verleend heeft.
De examencommissie regelt de praktische uitvoeringsbepalingen met betrekking tot die voorwaarden.
Het bedrag, vermeld in 2°, wordt vanaf 1 oktober 2013 jaarlijks als volgt aangepast : het bedrag wordt vermenigvuldigd met het gezondheidsindexcijfer van de maand september van het kalenderjaar in kwestie en gedeeld door het gezondheidsindexcijfer van de maand september 2012. Het resultaat van die berekening wordt afgerond naar de lagere eenheid bij een cijfer van minder dan vijf na de komma en afgerond naar de hogere eenheid bij een cijfer van vijf of meer na de komma.
§ 2. Het inschrijvingsgeld geldt voor het geheel van de examens om een getuigschrift of diploma in een bepaald structuuronderdeel te behalen.
§ 3. Onwettige afwezigheid op examens wordt van rechtswege gelijkgesteld met uitschrijving. De resterende examens kunnen pas worden afgelegd als opnieuw voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1.
§ 4. Voor een examen over hetzelfde vak kan een kandidaat zich per jaar maximaal drie keer inschrijven.
§ 5. Zolang niet alle examens om een getuigschrift of diploma in een bepaald structuuronderdeel te behalen, zijn afgelegd, blijft het resultaat voor een afgelegd examen geldig gedurende zeven kalenderjaren, te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving van het resultaat.
Art. 256/5. De examencommissie stelt intern een subcommissie samen die bevoegd is voor het verlenen van vrijstelling van examen over bepaalde vakken aan een kandidaat die het bewijs levert van kennis van de desbetreffende leerinhouden.
Art. 256/6. De examencommissie beslist autonoom over de vorm waaronder examens worden georganiseerd en over de cijfermatige normen per structuuronderdeel om als geslaagd te worden beschouwd. Deze normen zijn uniform voor alle kandidaten.
De examencommissie voorziet in een interne beroepsmogelijkheid voor de kandidaat tegen een omstreden beslissing "niet geslaagd". Het beroepsorgaan heeft volheid van bevoegdheid. Bij mededeling aan de kandidaat van de beslissing "niet geslaagd" wordt op de mogelijkheid tot beroep en op de overeenkomstige procedure gewezen.
Art. 256/7. Voor de samenstelling van de examencommissie door de leidend ambtenaar van de instantie aan wie de organisatie van de examencommissie is opgedragen, gelden de hiernavolgende voorwaarden :
1° de betrokken instantie stelt competentieprofielen op die variëren naargelang van de aard van de prestaties van de medewerkers. Hoe dan ook bepaalt elk competentieprofiel, met uitzondering van dat van toezichter, dat de medewerker moet beschikken over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, zoals door de Vlaamse Regering bepaald voor het onderwijzend personeel van het gefinancierd of gesubsidieerd voltijds secundair onderwijs;
2° de oproep tot kandidaat-medewerkers wordt ten minste via de website van de betrokken instantie bekendgemaakt telkens er plaatsen te begeven zijn;
3° de betrokken instantie selecteert de medewerkers door toetsing van het individuele profiel aan het competentieprofiel ten minste op basis van interviews;
4° de lijst van de geselecteerde medewerkers wordt via de website van de betrokken instantie gepubliceerd.
Art. 256/8. Aan de medewerkers van de examencommissie, uitgezonderd zij die met een verlof wegens bijzondere opdracht bij de examencommissie zijn tewerkgesteld zoals vermeld in het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeel Gemeenschapsonderwijs en het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeel gesubsidieerd onderwijs, worden de volgende vergoedingen toegekend :
1° opsteller, belast met het opstellen van vragen voor schriftelijke examens : 100 euro per examen;
2° examinator, belast met het afnemen van examens : 15 euro per uur;
3° corrector, belast met het verbeteren van schriftelijke examens : 15 euro per uur;
4° toezichter, belast met het toezicht op het verloop van schriftelijke examens : 10 euro per uur.
Deze bedragen worden vanaf 1 oktober 2013 jaarlijks als volgt aangepast : de bedragen worden vermenigvuldigd met het gezondheidsindexcijfer van de maand september van het kalenderjaar in kwestie en gedeeld door het gezondheidsindexcijfer van de maand september 2012. Het resultaat van die berekening wordt afgerond naar de lagere eenheid bij een cijfer van minder dan vijf na de komma en afgerond naar de hogere eenheid bij een cijfer van vijf of meer na de komma.
Art. 256/9. De examencommissie stelt een jaarverslag op dat wordt ingediend bij de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement.
Art. 256/10. De examencommissie wordt om de vijf jaar geëvalueerd door de onderwijsinspectie. Het evaluatieverslag, met eventuele voorstellen tot bijsturing, wordt bezorgd aan de Vlaamse Regering. ".
"HOOFDSTUK 3. - Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het secundair onderwijs
Art. 256/1. Bij het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming wordt een "examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het secundair onderwijs" opgericht, hierna de "examencommissie" genoemd, die samengesteld wordt door en onder de leiding valt van de leidend ambtenaar van de instantie aan wie de organisatie van de examencommissie is opgedragen.
De examencommissie stelt een werkingsreglement op en maakt dit bekend.
Art. 256/2. De examencommissie is bevoegd voor uitreiking van de hiernavolgende, van rechtswege geldende, studiebewijzen :
1° het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs;
2° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
3° het diploma van secundair onderwijs, eventueel in combinatie met het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer.
De examencommissie organiseert daartoe op permanente basis examens.
Art. 256/3. § 1. De examencommissie bepaalt over welke structuuronderdelen van het voltijds secundaironderwijsaanbod, zoals dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd, examens kunnen worden afgelegd. De examencommissie houdt daarbij per structuuronderdeel ten minste rekening met de hiernavolgende criteria :
1° de technische en praktische haalbaarheid van de organisatie van de examens;
2° de financiële kost van de organisatie van de examens;
3° het te verwachten aantal inschrijvingen van kandidaten;
4° de mate waarin een doorsnee kandidaat er zelfstandig in slaagt om zich afdoende op het examenprogramma voor te bereiden.
§ 2. Het examenprogramma voor een structuuronderdeel is opgebouwd uit vakken. Het wordt ontwikkeld door de examencommissie, rekening houdend met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden als referentiekader voor de ontwikkeling van een examenprogramma, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die zijn bepaald in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving, gehanteerd.
Elk examenprogramma dient, voorafgaand aan de invoering, door de onderwijsinspectie te worden goedgekeurd. De onderwijsinspectie kan de goedkeuring van een examenprogramma intrekken op grond van onvoldoende actualiteitswaarde.
§ 3. Bij wijze van overgangsmaatregel kan, in afwijking van paragraaf 2, tot uiterlijk 30 september 2014 een kandidaat examens afleggen op basis van een schoolleerplan om een getuigschrift of diploma te behalen in een bepaald structuuronderdeel, als hij aan de hiernavolgende voorwaarden voldoet :
1° de kandidaat is met het afleggen van de examens gestart vóór 1 oktober 2012;
2° de kandidaat is voor ten minste één vak ingeschreven in de twee jaar voorafgaand aan de nieuwe inschrijving.
Art. 256/4. § 1. Een inschrijving voor deelname aan de examens is rechtsgeldig als de kandidaat aan de hiernavolgende voorwaarden voldoet :
1° de kandidaat schrijft zich elektronisch in;
2° de kandidaat betaalt het inschrijvingsgeld, vastgesteld op 30 euro;
3° de kandidaat neemt deel aan een voorafgaande informatiesessie, behalve als de examencommissie daarvoor een vrijstelling verleend heeft.
De examencommissie regelt de praktische uitvoeringsbepalingen met betrekking tot die voorwaarden.
Het bedrag, vermeld in 2°, wordt vanaf 1 oktober 2013 jaarlijks als volgt aangepast : het bedrag wordt vermenigvuldigd met het gezondheidsindexcijfer van de maand september van het kalenderjaar in kwestie en gedeeld door het gezondheidsindexcijfer van de maand september 2012. Het resultaat van die berekening wordt afgerond naar de lagere eenheid bij een cijfer van minder dan vijf na de komma en afgerond naar de hogere eenheid bij een cijfer van vijf of meer na de komma.
§ 2. Het inschrijvingsgeld geldt voor het geheel van de examens om een getuigschrift of diploma in een bepaald structuuronderdeel te behalen.
§ 3. Onwettige afwezigheid op examens wordt van rechtswege gelijkgesteld met uitschrijving. De resterende examens kunnen pas worden afgelegd als opnieuw voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1.
§ 4. Voor een examen over hetzelfde vak kan een kandidaat zich per jaar maximaal drie keer inschrijven.
§ 5. Zolang niet alle examens om een getuigschrift of diploma in een bepaald structuuronderdeel te behalen, zijn afgelegd, blijft het resultaat voor een afgelegd examen geldig gedurende zeven kalenderjaren, te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving van het resultaat.
Art. 256/5. De examencommissie stelt intern een subcommissie samen die bevoegd is voor het verlenen van vrijstelling van examen over bepaalde vakken aan een kandidaat die het bewijs levert van kennis van de desbetreffende leerinhouden.
Art. 256/6. De examencommissie beslist autonoom over de vorm waaronder examens worden georganiseerd en over de cijfermatige normen per structuuronderdeel om als geslaagd te worden beschouwd. Deze normen zijn uniform voor alle kandidaten.
De examencommissie voorziet in een interne beroepsmogelijkheid voor de kandidaat tegen een omstreden beslissing "niet geslaagd". Het beroepsorgaan heeft volheid van bevoegdheid. Bij mededeling aan de kandidaat van de beslissing "niet geslaagd" wordt op de mogelijkheid tot beroep en op de overeenkomstige procedure gewezen.
Art. 256/7. Voor de samenstelling van de examencommissie door de leidend ambtenaar van de instantie aan wie de organisatie van de examencommissie is opgedragen, gelden de hiernavolgende voorwaarden :
1° de betrokken instantie stelt competentieprofielen op die variëren naargelang van de aard van de prestaties van de medewerkers. Hoe dan ook bepaalt elk competentieprofiel, met uitzondering van dat van toezichter, dat de medewerker moet beschikken over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, zoals door de Vlaamse Regering bepaald voor het onderwijzend personeel van het gefinancierd of gesubsidieerd voltijds secundair onderwijs;
2° de oproep tot kandidaat-medewerkers wordt ten minste via de website van de betrokken instantie bekendgemaakt telkens er plaatsen te begeven zijn;
3° de betrokken instantie selecteert de medewerkers door toetsing van het individuele profiel aan het competentieprofiel ten minste op basis van interviews;
4° de lijst van de geselecteerde medewerkers wordt via de website van de betrokken instantie gepubliceerd.
Art. 256/8. Aan de medewerkers van de examencommissie, uitgezonderd zij die met een verlof wegens bijzondere opdracht bij de examencommissie zijn tewerkgesteld zoals vermeld in het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeel Gemeenschapsonderwijs en het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeel gesubsidieerd onderwijs, worden de volgende vergoedingen toegekend :
1° opsteller, belast met het opstellen van vragen voor schriftelijke examens : 100 euro per examen;
2° examinator, belast met het afnemen van examens : 15 euro per uur;
3° corrector, belast met het verbeteren van schriftelijke examens : 15 euro per uur;
4° toezichter, belast met het toezicht op het verloop van schriftelijke examens : 10 euro per uur.
Deze bedragen worden vanaf 1 oktober 2013 jaarlijks als volgt aangepast : de bedragen worden vermenigvuldigd met het gezondheidsindexcijfer van de maand september van het kalenderjaar in kwestie en gedeeld door het gezondheidsindexcijfer van de maand september 2012. Het resultaat van die berekening wordt afgerond naar de lagere eenheid bij een cijfer van minder dan vijf na de komma en afgerond naar de hogere eenheid bij een cijfer van vijf of meer na de komma.
Art. 256/9. De examencommissie stelt een jaarverslag op dat wordt ingediend bij de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement.
Art. 256/10. De examencommissie wordt om de vijf jaar geëvalueerd door de onderwijsinspectie. Het evaluatieverslag, met eventuele voorstellen tot bijsturing, wordt bezorgd aan de Vlaamse Regering. ".
Art. III.4. A la partie IV, au titre 2, du même codex, il est inséré un chapitre 3 "Jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire", comprenant les articles 256/1 à 256/10 inclus, rédigé comme suit :
" Chapitre 3. Jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire
Art. 256/1. Il est créé auprès du Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation "un jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire", appelé ci-après "le jury", qui est composé par et tombe sous la direction du fonctionnaire dirigeant de l'instance à laquelle l'organisation du jury a été conférée.
Le jury établit un règlement de fonctionnement et le communique.
Art. 256/2. Le jury est compétent pour la délivrance des titres suivants, valables de plein droit :
1° le certificat du premier degré de l'enseignement secondaire;
2° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
3° le diplôme de l'enseignement secondaire, éventuellement en combinaison avec le certificat sur la connaissance de base de la gestion d'entreprise.
A cet effet, le jury organise des examens à titre permanent.
Art. 256/3. § 1er. Le jury fixe les subdivisions structurelles de l'offre de l'enseignement secondaire à temps plein, telle que fixée par le Gouvernement flamand, sur lesquelles des examens peuvent être passés. Par subdivision structurelle, le jury tient au moins compte des critères suivants :
1° la faisabilité technique et pratique de l'organisation des examens;
2° le coût financier de l'organisation des examens;
3° le nombre envisagé d'inscriptions de candidats;
4° la mesure dans laquelle un candidat moyen réussit de manière autonome à se préparer adéquatement sur le programme d'examen.
§ 2. Le programme d'examen pour une subdivision structurelle est constitué de cours. Il est développé par le jury, compte tenu des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, sont utilisés comme cadre de référence pour le développement d'un programme d'examen, le cas échéant, les objectifs finaux, les objectifs ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands.
Avant son introduction, chaque programme d'examen doit être approuvé par l'inspection de l'enseignement. L'inspection de l'enseignement peut retirer l'approbation d'un programme d'examen sur la base d'une valeur d'actualité insuffisante.
§ 3. A titre de mesure transitoire, un candidat peut, par dérogation au paragraphe 2, se présenter aux examens jusqu'au 30 septembre 2014 au plus tard, sur la base d'un programme d'études de l'école pour obtenir un certificat ou un diplôme dans une certaine subdivision structurelle, s'il répond aux conditions suivantes :
1° le candidat a commencé à subir les examens avant le 1er octobre 2012;
2° le candidat s'est inscrit pour au moins cours dans les deux ans précédant la nouvelle inscription.
Art. 256/4. § 1er. Une inscription pour participation aux examens est valable si le candidat répond aux conditions suivantes :
1° le candidat s'inscrit de manière électronique;
2° le candidat paie le droit d'inscription, fixé à 30 euros;
3° le candidat participe à une session d'informations précédente, sauf si le jury en a accordé une exemption.
Le jury arrête les dispositions d'exécution pratiques relatives à ces conditions.
Le montant, visé au 2°, est adapté annuellement de manière suivante à partir du 1er octobre 2013 : le montant est multiplié par l'indice de santé du mois de septembre de l'année calendaire concernée et divisé par l'indice de santé du mois de septembre 2012. Le résultat de ce calcul est arrondi à l'unité inférieure si le chiffre après la virgule est moins de cinq et arrondi à l'unité supérieure si le chiffre après la virgule est cinq ou plus.
§ 2. Le droit d'inscription est valable pour l'ensemble des examens pour obtenir un certificat ou un diplôme dans une certaine subdivision structurelle.
§ 3. Une absence non justifiée aux examens est assimilée de droit à une désinscription. Les examens restants ne peuvent être passés que s'il est satisfait aux conditions, visées au paragraphe 1er.
§ 4. Pour un examen sur le même cours, le candidat peut s'inscrire trois fois par an au maximum.
§ 5. Tant que tous les examens pour obtenir un certificat ou un diplôme dans une certaine subdivision structurelle ne sont pas passés, le résultat pour un examen subi reste valable pendant sept années calendaires, à compter de la date de la notification du résultat.
Art. 256/5. Le jury compose une sous-commission interne qui est compétente pour l'octroi d'une dispense d'examens dans certains cours à un candidat qui fournit la preuve de connaissances des contenus didactiques concernés.
Art. 256/6. Le jury décide de façon autonome sur la forme sous laquelle des examens sont organisés et sur les normes chiffrés par division structurelle pour être considéré comme ayant réussi. Ces normes sont uniformes pour tous les candidats.
Le jury prévoit dans une possibilité de recours interne pour la candidat contre une décision contestée "non réussi". L'organe de recours dispose de la plénitude des compétences. Lors de la communication au candidat de la décision "non réussi", il est informé de la possibilité de recours et à la procédure correspondante.
Art. 256/7. Pour la composition du jury par le fonctionnaire dirigeant de l'instance à laquelle est conférée l'organisation du jury, les conditions suivantes sont d'application :
1° l'instance concernée établit les profils des compétences qui varient selon la nature des prestations des collaborateurs. En tout cas, chaque profil de compétences, à l'exception du profil de surveillant, stipule que le collaborateur doit disposer d'un titre jugé requis suffisant, tel que fixé par le Gouvernement flamand pour le personnel enseignant de l'enseignement secondaire à temps plein financé ou subventionné;
2° l'appel aux candidats-collaborateurs est au moins publié sur le site web de l'instance concernée chaque fois qu'il y a des vacances;
3° l'instance concernée sélectionne les collaborateurs par comparaison du profil individuel au profil de compétences, au moins sur la base d'interviews;
4° la liste des collaborateurs sélectionnés est publiée sur le site web de l'instance concernée.
Art. 256/8. Aux collaborateurs du jury, à l'exception de ceux en congé pour mission spéciale employés auprès du jury, tel que visé au décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire et au décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, sont octroyées les indemnités suivantes :
1° rédacteur, chargé de la rédaction de questions pour les examens écrits : 100 euros par examen;
2° examinateur, chargé de faire subir les examens : 15 euros par heure;
3° examinateur, chargé de la correction des examens écrits : 15 euros par heure;
4° surveillant, chargé de la surveillance sur le déroulement d'examens écrits : 10 euros par heure.
Ces montants sont adaptés annuellement à partir du 1er octobre 2013 de manière suivante : les montants sont multipliés par l'indice de santé du mois de septembre de l'année calendaire concernée et divisés par l'indice de santé du mois de septembre 2012. Le résultat de ce calcul est arrondi à l'unité inférieure si le chiffre après la virgule est moins de cinq et arrondi à l'unité supérieure si le chiffre après la virgule est cinq ou plus.
Art. 256/9. Le jury établit un rapport annuel qui est transmis au Gouvernement flamand et au Parlement flamand.
Art. 256/10. Le jury est évalué tous les cinq ans par l'inspection de l'enseignement. Le rapport d'évaluation, avec des propositions d'adaptation éventuelles, est transmis au Gouvernement flamand. ".
" Chapitre 3. Jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire
Art. 256/1. Il est créé auprès du Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation "un jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire", appelé ci-après "le jury", qui est composé par et tombe sous la direction du fonctionnaire dirigeant de l'instance à laquelle l'organisation du jury a été conférée.
Le jury établit un règlement de fonctionnement et le communique.
Art. 256/2. Le jury est compétent pour la délivrance des titres suivants, valables de plein droit :
1° le certificat du premier degré de l'enseignement secondaire;
2° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
3° le diplôme de l'enseignement secondaire, éventuellement en combinaison avec le certificat sur la connaissance de base de la gestion d'entreprise.
A cet effet, le jury organise des examens à titre permanent.
Art. 256/3. § 1er. Le jury fixe les subdivisions structurelles de l'offre de l'enseignement secondaire à temps plein, telle que fixée par le Gouvernement flamand, sur lesquelles des examens peuvent être passés. Par subdivision structurelle, le jury tient au moins compte des critères suivants :
1° la faisabilité technique et pratique de l'organisation des examens;
2° le coût financier de l'organisation des examens;
3° le nombre envisagé d'inscriptions de candidats;
4° la mesure dans laquelle un candidat moyen réussit de manière autonome à se préparer adéquatement sur le programme d'examen.
§ 2. Le programme d'examen pour une subdivision structurelle est constitué de cours. Il est développé par le jury, compte tenu des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, sont utilisés comme cadre de référence pour le développement d'un programme d'examen, le cas échéant, les objectifs finaux, les objectifs ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands.
Avant son introduction, chaque programme d'examen doit être approuvé par l'inspection de l'enseignement. L'inspection de l'enseignement peut retirer l'approbation d'un programme d'examen sur la base d'une valeur d'actualité insuffisante.
§ 3. A titre de mesure transitoire, un candidat peut, par dérogation au paragraphe 2, se présenter aux examens jusqu'au 30 septembre 2014 au plus tard, sur la base d'un programme d'études de l'école pour obtenir un certificat ou un diplôme dans une certaine subdivision structurelle, s'il répond aux conditions suivantes :
1° le candidat a commencé à subir les examens avant le 1er octobre 2012;
2° le candidat s'est inscrit pour au moins cours dans les deux ans précédant la nouvelle inscription.
Art. 256/4. § 1er. Une inscription pour participation aux examens est valable si le candidat répond aux conditions suivantes :
1° le candidat s'inscrit de manière électronique;
2° le candidat paie le droit d'inscription, fixé à 30 euros;
3° le candidat participe à une session d'informations précédente, sauf si le jury en a accordé une exemption.
Le jury arrête les dispositions d'exécution pratiques relatives à ces conditions.
Le montant, visé au 2°, est adapté annuellement de manière suivante à partir du 1er octobre 2013 : le montant est multiplié par l'indice de santé du mois de septembre de l'année calendaire concernée et divisé par l'indice de santé du mois de septembre 2012. Le résultat de ce calcul est arrondi à l'unité inférieure si le chiffre après la virgule est moins de cinq et arrondi à l'unité supérieure si le chiffre après la virgule est cinq ou plus.
§ 2. Le droit d'inscription est valable pour l'ensemble des examens pour obtenir un certificat ou un diplôme dans une certaine subdivision structurelle.
§ 3. Une absence non justifiée aux examens est assimilée de droit à une désinscription. Les examens restants ne peuvent être passés que s'il est satisfait aux conditions, visées au paragraphe 1er.
§ 4. Pour un examen sur le même cours, le candidat peut s'inscrire trois fois par an au maximum.
§ 5. Tant que tous les examens pour obtenir un certificat ou un diplôme dans une certaine subdivision structurelle ne sont pas passés, le résultat pour un examen subi reste valable pendant sept années calendaires, à compter de la date de la notification du résultat.
Art. 256/5. Le jury compose une sous-commission interne qui est compétente pour l'octroi d'une dispense d'examens dans certains cours à un candidat qui fournit la preuve de connaissances des contenus didactiques concernés.
Art. 256/6. Le jury décide de façon autonome sur la forme sous laquelle des examens sont organisés et sur les normes chiffrés par division structurelle pour être considéré comme ayant réussi. Ces normes sont uniformes pour tous les candidats.
Le jury prévoit dans une possibilité de recours interne pour la candidat contre une décision contestée "non réussi". L'organe de recours dispose de la plénitude des compétences. Lors de la communication au candidat de la décision "non réussi", il est informé de la possibilité de recours et à la procédure correspondante.
Art. 256/7. Pour la composition du jury par le fonctionnaire dirigeant de l'instance à laquelle est conférée l'organisation du jury, les conditions suivantes sont d'application :
1° l'instance concernée établit les profils des compétences qui varient selon la nature des prestations des collaborateurs. En tout cas, chaque profil de compétences, à l'exception du profil de surveillant, stipule que le collaborateur doit disposer d'un titre jugé requis suffisant, tel que fixé par le Gouvernement flamand pour le personnel enseignant de l'enseignement secondaire à temps plein financé ou subventionné;
2° l'appel aux candidats-collaborateurs est au moins publié sur le site web de l'instance concernée chaque fois qu'il y a des vacances;
3° l'instance concernée sélectionne les collaborateurs par comparaison du profil individuel au profil de compétences, au moins sur la base d'interviews;
4° la liste des collaborateurs sélectionnés est publiée sur le site web de l'instance concernée.
Art. 256/8. Aux collaborateurs du jury, à l'exception de ceux en congé pour mission spéciale employés auprès du jury, tel que visé au décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire et au décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, sont octroyées les indemnités suivantes :
1° rédacteur, chargé de la rédaction de questions pour les examens écrits : 100 euros par examen;
2° examinateur, chargé de faire subir les examens : 15 euros par heure;
3° examinateur, chargé de la correction des examens écrits : 15 euros par heure;
4° surveillant, chargé de la surveillance sur le déroulement d'examens écrits : 10 euros par heure.
Ces montants sont adaptés annuellement à partir du 1er octobre 2013 de manière suivante : les montants sont multipliés par l'indice de santé du mois de septembre de l'année calendaire concernée et divisés par l'indice de santé du mois de septembre 2012. Le résultat de ce calcul est arrondi à l'unité inférieure si le chiffre après la virgule est moins de cinq et arrondi à l'unité supérieure si le chiffre après la virgule est cinq ou plus.
Art. 256/9. Le jury établit un rapport annuel qui est transmis au Gouvernement flamand et au Parlement flamand.
Art. 256/10. Le jury est évalué tous les cinq ans par l'inspection de l'enseignement. Le rapport d'évaluation, avec des propositions d'adaptation éventuelles, est transmis au Gouvernement flamand. ".
Art. III.5. In artikel 290 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de jaartallen ", 2010-2011 en 2011-2012" vervangen door de jaartallen ", 2010-2011, 2011-2012 en 2012-2013".
Art. III.5. A l'article 290 du même codex, modifié par le décret du 1er juillet 2011, les années ", 2010-2011 et 2011-2012" sont remplacés par les années ", 2010-2011, 2011-2012 et 2012-2013".
Art. III.6. In artikel 304, § 4, van dezelfde codex wordt in het eerste lid de zinsnede "voor de schooljaren 2009-2010, 2010-2011 en 2011-2012" vervangen door de zinsnede "voor het schooljaar 2012-2013".
Art. III.6. A l'article 304, § 4, du même codex, à l'alinéa premier, le membre de phrase " pour les années scolaires 2009-2010, 2010-2011 et 2011-2012" est remplacé par le nombre de phrase "pour l'année scolaire 2012-2013".
Art. III.7. In artikel 312, § 4, van dezelfde codex wordt in het eerste lid de zinsnede "voor de schooljaren 2009-2010, 2010-2011 en 2011-2012" vervangen door de zinsnede "voor het schooljaar 2012-2013".
Art. III.7. A l'article 312, § 4, du même codex, à l'alinéa premier, le membre de phrase " pour les années scolaires 2009-2010, 2010-2011 et 2011-2012" est remplacé par le nombre de phrase "pour l'année scolaire 2012-2013".
Art. III.8. In artikel 314/1, § 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de laatste zin geschrapt;
2° er wordt een tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Er wordt daarenboven gedurende het schooljaar 2012-2013 aan de scholen van het buitengewoon secundair onderwijs die voldoen aan de voorwaarden bepaald in deze onderafdeling toegestaan dat, in afwijking van het artikel 305, § 2, maximum 31 lesuren, die deel uitmaken van het lesurenpakket, vermeld in de artikelen 298, 301, 302 en 303, toegekend aan een school voor buitengewoon secundair onderwijs overgedragen kunnen worden aan een centrum voor deeltijdse vorming of aan een andere instelling met ervaring in het begeleiden van de doelgroep vermeld in artikel III.314/2 en omgezet kunnen worden in kredieten. In voorkomend geval beslist het schoolbestuur, na onderhandeling in het lokale comité, over de overdracht van maximum 31 lesuren naar een centrum voor deeltijdse vorming of een andere instelling voor realisatie van leerlinggebonden activiteiten voor de doelgroep vermeld in artikel III.314/2. " ;
3° er wordt een derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" In dit geval wordt de som van de hierboven vermelde overgedragen lesuren en uren omgezet in een krediet. ".
1° in het eerste lid wordt de laatste zin geschrapt;
2° er wordt een tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Er wordt daarenboven gedurende het schooljaar 2012-2013 aan de scholen van het buitengewoon secundair onderwijs die voldoen aan de voorwaarden bepaald in deze onderafdeling toegestaan dat, in afwijking van het artikel 305, § 2, maximum 31 lesuren, die deel uitmaken van het lesurenpakket, vermeld in de artikelen 298, 301, 302 en 303, toegekend aan een school voor buitengewoon secundair onderwijs overgedragen kunnen worden aan een centrum voor deeltijdse vorming of aan een andere instelling met ervaring in het begeleiden van de doelgroep vermeld in artikel III.314/2 en omgezet kunnen worden in kredieten. In voorkomend geval beslist het schoolbestuur, na onderhandeling in het lokale comité, over de overdracht van maximum 31 lesuren naar een centrum voor deeltijdse vorming of een andere instelling voor realisatie van leerlinggebonden activiteiten voor de doelgroep vermeld in artikel III.314/2. " ;
3° er wordt een derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" In dit geval wordt de som van de hierboven vermelde overgedragen lesuren en uren omgezet in een krediet. ".
Art. III.8. A l'article 314/1, § 1er, du même codex, inséré par le décret du 1er juillet 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa premier, la phrase dernière est supprimée;
2° il est inséré un alinéa deux, rédigé comme suit :
" En outre, les écoles de l'enseignement secondaire spécial qui remplissent les conditions définies dans la présente sous-section, sont autorisées pendant l'année scolaire, par dérogation à l'article 305, § 2, à transférer au maximum 31 heures de cours faisant partie du capital-heures de cours, visé aux articles 298, 301, 302 et 303, attribué à une école d'enseignement secondaire spécial, à un centre de formation à temps partiel ou à un autre établissement ayant de l'expérience en matière d'accompagnement du groupe cible visé à l'article III.314/2 et à les convertir en des crédits. Le cas échéant, l'autorité scolaire décide, après négociation au sein du comité local, du transfert de 31 heures de cours au maximum à un centre de formation à temps partiel ou à un autre établissement pour la réalisation d'activités liées aux élèves pour le groupe cible, visé à l'article III.314/2. " ;
3° il est ajouté un troisième alinéa, rédigé comme suit :
" Dans ce cas, la somme des heures de cours et heures transférées visées ci-dessus sont converties en un crédit. ".
1° à l'alinéa premier, la phrase dernière est supprimée;
2° il est inséré un alinéa deux, rédigé comme suit :
" En outre, les écoles de l'enseignement secondaire spécial qui remplissent les conditions définies dans la présente sous-section, sont autorisées pendant l'année scolaire, par dérogation à l'article 305, § 2, à transférer au maximum 31 heures de cours faisant partie du capital-heures de cours, visé aux articles 298, 301, 302 et 303, attribué à une école d'enseignement secondaire spécial, à un centre de formation à temps partiel ou à un autre établissement ayant de l'expérience en matière d'accompagnement du groupe cible visé à l'article III.314/2 et à les convertir en des crédits. Le cas échéant, l'autorité scolaire décide, après négociation au sein du comité local, du transfert de 31 heures de cours au maximum à un centre de formation à temps partiel ou à un autre établissement pour la réalisation d'activités liées aux élèves pour le groupe cible, visé à l'article III.314/2. " ;
3° il est ajouté un troisième alinéa, rédigé comme suit :
" Dans ce cas, la somme des heures de cours et heures transférées visées ci-dessus sont converties en un crédit. ".
Art. III.9. In artikel 314/2, § 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt het getal "12" vervangen door het getal "18".
Art. III.9. A l'article 314/2, § 2, du même codex, inséré par le décret du 1er juillet 2011, le nombre "12" est remplacé par le nombre "18".
Art. III.10. De volgende regelingen worden opgeheven :
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 houdende de oprichting van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 januari 2008 en 9 oktober 2009;
2° het ministerieel besluit van 17 oktober 1991 houdende de organisatie en het programma van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 maart 2011.
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 houdende de oprichting van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 januari 2008 en 9 oktober 2009;
2° het ministerieel besluit van 17 oktober 1991 houdende de organisatie en het programma van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 maart 2011.
Art. III.10. Les règlements suivants sont abrogés :
1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 portant organisation du jury de la Communauté flamande de l'enseignement secondaire à temps plein, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 janvier 2008 et 9 octobre 2009;
2° l'arrêté ministériel du 17 octobre 1991 déterminant l'organisation et le programme du jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire à temps plein, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 30 mars 2011.
1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 portant organisation du jury de la Communauté flamande de l'enseignement secondaire à temps plein, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 janvier 2008 et 9 octobre 2009;
2° l'arrêté ministériel du 17 octobre 1991 déterminant l'organisation et le programme du jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire à temps plein, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 30 mars 2011.
Afdeling II. - Inwerkingtreding
Section II. - Entrée en vigueur
Art. III.11. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2012.
Artikel III.2, 1°, III.3, III.4 en III.10 hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 2012.
Artikel III.2, 1°, III.3, III.4 en III.10 hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 2012.
Art. III.11. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2012.
Les articles III.2, 1°, III.3, III.4 et III. 10 produisent leurs effets le 1er octobre 2012.
Les articles III.2, 1°, III.3, III.4 et III. 10 produisent leurs effets le 1er octobre 2012.
HOOFDSTUK IV. - Decreet Volwassenenonderwijs
CHAPITRE IV. - Décret relatif à l'éducation des adultes
Art. IV.1. In het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs wordt een artikel 40bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 40bis. § 1. De centra zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houders van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van uitreiking van het studiebewijs.
§ 2. Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de centra waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam.
Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaald studiebewijs worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen. ".
" Art. 40bis. § 1. De centra zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houders van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van uitreiking van het studiebewijs.
§ 2. Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de centra waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam.
Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaald studiebewijs worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen. ".
Art. IV.1. Dans le décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, il est inséré un article 40bis, rédigé comme suit :
" Art. 40bis. § 1er. Les centres sont autorisés à conférer, aux porteurs du titre, une attestation en remplacement d'un titre perdu. L'attestation mentionne la date de délivrance du titre.
§ 2. Des personnes ayant obtenu une modification de leur nom ou prénom en application de la législation relative aux noms et prénoms, peuvent introduire auprès des centres où ils ont obtenu un titre ou auprès de la Communauté flamande une demande de faire remplacer le titre par un titre avec leur nouveau nom.
Lors de la demande, le titre obtenu à l'origine doit être restitué et la demande doit être assortie des pièces démontrant le changement de nom. ".
" Art. 40bis. § 1er. Les centres sont autorisés à conférer, aux porteurs du titre, une attestation en remplacement d'un titre perdu. L'attestation mentionne la date de délivrance du titre.
§ 2. Des personnes ayant obtenu une modification de leur nom ou prénom en application de la législation relative aux noms et prénoms, peuvent introduire auprès des centres où ils ont obtenu un titre ou auprès de la Communauté flamande une demande de faire remplacer le titre par un titre avec leur nouveau nom.
Lors de la demande, le titre obtenu à l'origine doit être restitué et la demande doit être assortie des pièces démontrant le changement de nom. ".
Art. IV.2. In artikel 63 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 8 mei 2009, wordt een § lbis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § lbis. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleiding Aanvullende Algemene Vorming zijn ertoe gehouden om op verzoek van een cursist daadwerkelijk een bepaalde module van deze opleiding te organiseren en voor elke cursist van de opleiding Aanvullende Algemene Vorming individuele leertrajectbegeleiding te organiseren.
Het centrum voor volwassenenonderwijs legt in het kader van de individuele leertrajectbegeleiding, bedoeld in het eerste lid, voor de aanvang van de opleiding en in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt hierbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist. Het centrum voor volwassenenonderwijs maakt een schriftelijke neerslag van het leertraject en voegt dit toe aan het cursistendossier. Het centrum voor volwassenenonderwijs rapporteert jaarlijks over deze leertrajecten aan de Vlaamse Regering. ".
" § lbis. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleiding Aanvullende Algemene Vorming zijn ertoe gehouden om op verzoek van een cursist daadwerkelijk een bepaalde module van deze opleiding te organiseren en voor elke cursist van de opleiding Aanvullende Algemene Vorming individuele leertrajectbegeleiding te organiseren.
Het centrum voor volwassenenonderwijs legt in het kader van de individuele leertrajectbegeleiding, bedoeld in het eerste lid, voor de aanvang van de opleiding en in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt hierbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist. Het centrum voor volwassenenonderwijs maakt een schriftelijke neerslag van het leertraject en voegt dit toe aan het cursistendossier. Het centrum voor volwassenenonderwijs rapporteert jaarlijks over deze leertrajecten aan de Vlaamse Regering. ".
Art. IV.2. Dans l'article 63 du même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009 et 8 mai 2009, il est inséré un § Ibis, rédigé comme suit :
" § lbis. Les centres d'éducation des adultes ayant la compétence d'enseignement pour la formation "Aanvullende Algemene Vorming" sont tenus à organiser effectivement, sur la demande d'un apprenant, une certaine module de cette formation et à organiser pour chaque apprenant de la formation "Aanvullende Algemene Vorming" un accompagnement de la filière d'apprentissage individuel.
Le centre d'éducation des adultes fixe la filière d'apprentissage dans le cadre de l'accompagnement individuel de la filière d'apprentissage, visé à l'alinéa premier, avant le début de la formation et en concertation avec l'apprenant, en tenant compte des compétences de base et de la perspective finale de l'apprenant. Le centre d'éducation des adultes établit une formulation écrite de la filière d'apprentissage et la joint au dossier de l'apprenant. Le centre d'éducation des adultes fait chaque année rapport au Gouvernement flamand sur ces filières d'apprentissage. ".
" § lbis. Les centres d'éducation des adultes ayant la compétence d'enseignement pour la formation "Aanvullende Algemene Vorming" sont tenus à organiser effectivement, sur la demande d'un apprenant, une certaine module de cette formation et à organiser pour chaque apprenant de la formation "Aanvullende Algemene Vorming" un accompagnement de la filière d'apprentissage individuel.
Le centre d'éducation des adultes fixe la filière d'apprentissage dans le cadre de l'accompagnement individuel de la filière d'apprentissage, visé à l'alinéa premier, avant le début de la formation et en concertation avec l'apprenant, en tenant compte des compétences de base et de la perspective finale de l'apprenant. Le centre d'éducation des adultes établit une formulation écrite de la filière d'apprentissage et la joint au dossier de l'apprenant. Le centre d'éducation des adultes fait chaque année rapport au Gouvernement flamand sur ces filières d'apprentissage. ".
Art. IV.3. Aan artikel 64, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2011, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van het eerste en tweede lid, kan de Vlaamse Regering aan de centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor een opleiding waarvoor een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel bestaat, ambtshalve onderwijsbevoegdheid verlenen voor nieuwe goedgekeurde opleidingsprofielen die met deze opleidingen inhoudelijk overeenstemmen. ".
" In afwijking van het eerste en tweede lid, kan de Vlaamse Regering aan de centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor een opleiding waarvoor een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel bestaat, ambtshalve onderwijsbevoegdheid verlenen voor nieuwe goedgekeurde opleidingsprofielen die met deze opleidingen inhoudelijk overeenstemmen. ".
Art. IV.3. A l'article 64, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 23 décembre 2011, il est ajouté un troisième alinéa, rédigé comme suit :
" Par dérogation aux premier et deuxième alinéas, le Gouvernement flamand peut conférer d'office la compétence d'enseignement aux centres d'éducation des adultes ayant la compétence d'enseignement pour une formation pour laquelle existe un profil de formation approuvé par le Gouvernement flamand, pour des profils de formation non approuvés qui correspondent au contenu de ces formations. ".
" Par dérogation aux premier et deuxième alinéas, le Gouvernement flamand peut conférer d'office la compétence d'enseignement aux centres d'éducation des adultes ayant la compétence d'enseignement pour une formation pour laquelle existe un profil de formation approuvé par le Gouvernement flamand, pour des profils de formation non approuvés qui correspondent au contenu de ces formations. ".
Art. IV.4. In artikel 98, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
" 1° 4 voor de opleidingen autocarchauffeur, autobuschauffeur, vrachtwagenchauffeur en nascholing vrachtwagenchauffeur;".
" 1° 4 voor de opleidingen autocarchauffeur, autobuschauffeur, vrachtwagenchauffeur en nascholing vrachtwagenchauffeur;".
Art. IV.4. A l'article 98, § 1er, alinéa deux, du même décret, modifié par le décret du 8 mai 2009, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° 4 pour les formations 'autocarchauffeur', 'autobuschauffeur', 'vrachtwagenchauffeur' et 'nascholing vrachtwagenchauffeur', ".
" 1° 4 pour les formations 'autocarchauffeur', 'autobuschauffeur', 'vrachtwagenchauffeur' et 'nascholing vrachtwagenchauffeur', ".
Art. IV.5. In artikel 105 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, hebben centra voor volwassenenonderwijs die geen 120.000 lesurencursist behaald hebben, recht op een tiende voltijdse betrekking in het ambt van directeur per behaalde volle schijf van 12.000 lesurencursist, met maximaal één voltijdse betrekking in het ambt van directeur. ".
" § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, hebben centra voor volwassenenonderwijs die geen 120.000 lesurencursist behaald hebben, recht op een tiende voltijdse betrekking in het ambt van directeur per behaalde volle schijf van 12.000 lesurencursist, met maximaal één voltijdse betrekking in het ambt van directeur. ".
Art. IV.5. Dans l'article 105 du même décret, modifié par le décret du vendredi 1 juillet 2011, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Par dérogation au § 1er, alinéa premier, les centres d'éducation des adultes qui n'ont pas atteint 120.000 heures de cours/apprenant, ont droit à un dixième d'un emploi à temps plein dans le fonction de directeur par tranche entière de 12.000 heures de cours/apprenant, avec un maximum d'un emploi à temps plein dans la fonction de directeur. ".
" § 2. Par dérogation au § 1er, alinéa premier, les centres d'éducation des adultes qui n'ont pas atteint 120.000 heures de cours/apprenant, ont droit à un dixième d'un emploi à temps plein dans le fonction de directeur par tranche entière de 12.000 heures de cours/apprenant, avec un maximum d'un emploi à temps plein dans la fonction de directeur. ".
Art. IV.6. Aan artikel 109, § 5, 2°, van hetzelfde decreet worden een punt d) en e) toegevoegd, die luiden als volgt :
" d) een attest, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een vermindering blijkt van het verdienvermogen tot een derde of minder van wat een gezonde persoon door het uitoefenen van een beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;
e) een attest, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een vermindering blijkt van de zelfredzaamheid van ten minste zeven punten;".
" d) een attest, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een vermindering blijkt van het verdienvermogen tot een derde of minder van wat een gezonde persoon door het uitoefenen van een beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;
e) een attest, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een vermindering blijkt van de zelfredzaamheid van ten minste zeven punten;".
Art. IV.6. A l'article 109, § 5, 2°, du même décret, sont ajoutés un point d) et un point e), rédigés comme suit :
" d) une attestation, délivrée par l'autorité compétente, dont ressort une réduction de la capacité de gain à un tiers ou moins de ce qu'une personne saine peut gagner par l'exercice d'une profession sur le marché de l'emploi général;
e) une attestation, délivrée par l'autorité compétente, dont ressort une réduction de l'autonomie d'au moins sept points; ".
" d) une attestation, délivrée par l'autorité compétente, dont ressort une réduction de la capacité de gain à un tiers ou moins de ce qu'une personne saine peut gagner par l'exercice d'une profession sur le marché de l'emploi général;
e) une attestation, délivrée par l'autorité compétente, dont ressort une réduction de l'autonomie d'au moins sept points; ".
Art. IV.7. In hetzelfde decreet wordt een artikel 181ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 181ter. In afwijking van artikel 181, tweede lid, wordt de onderwijsbevoegdheid van de opleidingen Biochemie TSO3, Diamantbewerking BSO3, Marketing en Verkoopsbeleid TSO3, Tuinbouw BSO3, Toerisme en Onthaal TSO3, Grime TSO3, Schoonheids-verzorging TSO3, Restauratievakman meubelen BSO3, Agogische bijscholing TSO3, Technische bijscholing voor de welzijnssector BSO3, Maritieme opleiding dek en motoren TSO3, Kunststoftechnieken TSO3, Handweven - kleding BSO3, Handweven - vervolmaking BSO3, Handweven - woning BSO3 en Handweven BSO3, opgeheven op 1 september 2013. ".
" Art. 181ter. In afwijking van artikel 181, tweede lid, wordt de onderwijsbevoegdheid van de opleidingen Biochemie TSO3, Diamantbewerking BSO3, Marketing en Verkoopsbeleid TSO3, Tuinbouw BSO3, Toerisme en Onthaal TSO3, Grime TSO3, Schoonheids-verzorging TSO3, Restauratievakman meubelen BSO3, Agogische bijscholing TSO3, Technische bijscholing voor de welzijnssector BSO3, Maritieme opleiding dek en motoren TSO3, Kunststoftechnieken TSO3, Handweven - kleding BSO3, Handweven - vervolmaking BSO3, Handweven - woning BSO3 en Handweven BSO3, opgeheven op 1 september 2013. ".
Art. IV.7. Dans le même décret il est inséré un article 181ter, rédigé comme suit :
" Art. 181ter. Par dérogation de l'article 181, alinéa deux, la compétence d'enseignement des formations "Biochemie TSO3", "Diamantbewerking BSO3", "Marketing en Verkoopsbeleid TSO3", "Tuinbouw BSO3", "Toerisme en Onthaal TSO3", "Grime TSO3", "Schoonheidsverzorging TSO3", "Restauratievakman meubelen BSO3", "Agogische bijscholing TSO3", "Technische bijscholing voor de welzijnssector BSO3", "Maritieme opleiding dek en motoren TSO3", "Kunststoftechnieken TSO3", "Handweven - kleding BSO3", "Handweven - vervolmaking BSO3", "Handweven - woning BSO3" en "Handweven BSO3", est abrogée le 1er septembre 2013. ".
" Art. 181ter. Par dérogation de l'article 181, alinéa deux, la compétence d'enseignement des formations "Biochemie TSO3", "Diamantbewerking BSO3", "Marketing en Verkoopsbeleid TSO3", "Tuinbouw BSO3", "Toerisme en Onthaal TSO3", "Grime TSO3", "Schoonheidsverzorging TSO3", "Restauratievakman meubelen BSO3", "Agogische bijscholing TSO3", "Technische bijscholing voor de welzijnssector BSO3", "Maritieme opleiding dek en motoren TSO3", "Kunststoftechnieken TSO3", "Handweven - kleding BSO3", "Handweven - vervolmaking BSO3", "Handweven - woning BSO3" en "Handweven BSO3", est abrogée le 1er septembre 2013. ".
Art. IV.8. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2012.
Artikel IV.7 treedt in werking op 31 augustus 2012.
Artikel IV.7 treedt in werking op 31 augustus 2012.
Art. IV.8. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2012.
L'article IV.7 entre en vigueur le 31 août 2012.
L'article IV.7 entre en vigueur le 31 août 2012.
HOOFDSTUK V. - Hoger onderwijs
CHAPITRE V. - Enseignement supérieur
Afdeling I. - Decreet betreffende de hogescholen
Section Ire. - Décret relatif aux instituts supérieurs
Art. V. l. In artikel 340sexies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, ingevoegd bij decreet van 23 december 2005, wordt paragraaf 5 vervangen door wat volgt :
" § 5. In afwijking van het bepaalde in § 3 kunnen de lopende beheersovereenkomsten met ten hoogste één jaar verlengd worden in geval de evaluatie van de wijze waarop de aflopende beheersovereenkomst werd uitgevoerd, onvoldoende positief is om een nieuwe beheersovereenkomst met een looptijd van vijf jaar te sluiten. ".
" § 5. In afwijking van het bepaalde in § 3 kunnen de lopende beheersovereenkomsten met ten hoogste één jaar verlengd worden in geval de evaluatie van de wijze waarop de aflopende beheersovereenkomst werd uitgevoerd, onvoldoende positief is om een nieuwe beheersovereenkomst met een looptijd van vijf jaar te sluiten. ".
Art. V. l. A l'article 340sexies du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande, inséré par le décret du 23 décembre 2005, le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
" § 5. Par dérogation à l'article 3, les contrats de gestion en cours peuvent être prolongés pour une période d'un an au maximum, au cas où l'évaluation de la façon dont le contrat de gestion venant à expiration a été effectué, est insuffisamment positif pour conclure un nouveau contrat de gestion d'une durée de cinq ans. ".
" § 5. Par dérogation à l'article 3, les contrats de gestion en cours peuvent être prolongés pour une période d'un an au maximum, au cas où l'évaluation de la façon dont le contrat de gestion venant à expiration a été effectué, est insuffisamment positif pour conclure un nouveau contrat de gestion d'une durée de cinq ans. ".
Afdeling II. - Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs
Section II. - Décret relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur
Art. V.2. In artikel 9decies van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, ingevoegd bij decreet van 19 maart 2004, wordt paragraaf 2 aangevuld met een zin, die luidt als volgt :
" Dit bijzonder verlof kan eenmalig met een periode van ten hoogste vijf jaar verlengd worden als de betrokkene binnen die periode de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. ".
" Dit bijzonder verlof kan eenmalig met een periode van ten hoogste vijf jaar verlengd worden als de betrokkene binnen die periode de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. ".
Art. V.2. A l'article 9decies du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre, inséré par le décret du 19 mars 2004, le paragraphe 2 est complété par une phrase, rédigée comme suit :
" Ce congé particulier peut être prolongé une seule fois d'une période d'au maximum cinq ans si l'intéressé atteint l'âge légal de la retraite dans ce délai. ".
" Ce congé particulier peut être prolongé une seule fois d'une période d'au maximum cinq ans si l'intéressé atteint l'âge légal de la retraite dans ce délai. ".
Art. V.3. In hetzelfde decreet wordt aan artikel 85bis, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2010, een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
" Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de instellingen waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam.
Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaald studiebewijs worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen. ".
" Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de instellingen waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam.
Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaald studiebewijs worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen. ".
Art. V.3. Dans le même décret, l'article 85bis, inséré par le décret du 9 juillet 2010, est complété par un deuxième et troisième alinéa, rédigés comme suit :
" Des personnes ayant obtenu une modification de leur nom ou prénom en application de la législation relative aux noms et prénoms, peuvent introduire auprès des institutions où ils ont obtenu un titre ou auprès de la Communauté flamande, une demande de faire remplacer le titre par un titre avec leur nouveau nom.
Lors de la demande, le titre obtenu à l'origine doit être restitué et la demande doit être assortie de pièces démontrant le changement de nom. ".
" Des personnes ayant obtenu une modification de leur nom ou prénom en application de la législation relative aux noms et prénoms, peuvent introduire auprès des institutions où ils ont obtenu un titre ou auprès de la Communauté flamande, une demande de faire remplacer le titre par un titre avec leur nouveau nom.
Lors de la demande, le titre obtenu à l'origine doit être restitué et la demande doit être assortie de pièces démontrant le changement de nom. ".
Afdeling III. - Inwerkingtreding
Section III. - Entrée en vigueur
Art. V.4. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2012.
Artikel V.l heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012.
Artikel V.l heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012.
Art. V.4. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2012.
L'article V.l produit ses effets à partir du 1er janvier 2012.
L'article V.l produit ses effets à partir du 1er janvier 2012.
HOOFDSTUK VI. - Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs
CHAPITRE VI. - Décret relatif à la qualité de l'enseignement
Art. VI.1. Artikel 58 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
'Art. 58. De plichten worden nader toegelicht in een deontologische code, vastgesteld door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering stelt een deontologische adviescommissie aan die zal toezien op de toepassing en de interpretatie van de deontologische code. ".
'Art. 58. De plichten worden nader toegelicht in een deontologische code, vastgesteld door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering stelt een deontologische adviescommissie aan die zal toezien op de toepassing en de interpretatie van de deontologische code. ".
Art. VI.1. L'article 58 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Art. 58. Les devoirs sont précisés dans un code déontologique établi par le Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand désigne une commission consultative déontologique qui veillera à l'application et l'interprétation du code déontologique. ".
" Art. 58. Les devoirs sont précisés dans un code déontologique établi par le Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand désigne une commission consultative déontologique qui veillera à l'application et l'interprétation du code déontologique. ".
Art. VI.2. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2012.
Art. VI.2. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2012.
HOOFDSTUK VII. - Decreet betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE VII. - Décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élèves subventionnés
Art. VII.1. In artikel 44quaterdecies, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" De inrichtende macht die minstens twee instellingen heeft, kan een directeur van een van haar instellingen belasten met de taak van algemeen directeur voor de totaliteit van die instellingen. ".
" De inrichtende macht die minstens twee instellingen heeft, kan een directeur van een van haar instellingen belasten met de taak van algemeen directeur voor de totaliteit van die instellingen. ".
Art. VII.1. A l'article 44quaterdecies, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, inséré par le décret du 18 mai 1999 et remplacé par le décret du 13 juillet 2001, sont apportées les modifications suivantes :
" Le pouvoir organisateur qui a au moins deux institutions, peut charger un directeur de l'une de ses institutions de la mission de directeur général pour l'ensemble de ces institutions. ".
" Le pouvoir organisateur qui a au moins deux institutions, peut charger un directeur de l'une de ses institutions de la mission de directeur général pour l'ensemble de ces institutions. ".
Art. VII.2. Aan titel II, hoofdstuk XI van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt een artikel 84octiesdecies toegevoegd, dat luidt als volgt :
'Art. 84octiesdecies. De vastbenoemde personeelsleden van het Hoger Instituut voor Readaptatiewetenschappen Leuven die bij de overname van de opleiding Sociale readaptatiewetenschappen door de Katholieke Hogeschool Leuven onder de voorwaarden vallen van artikel 307sexies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en geen gebruik wensen te maken van dit artikel, blijven personeelslid van het CVO HIRL en worden op het ogenblik van de overdracht van deze opleiding ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. ".
'Art. 84octiesdecies. De vastbenoemde personeelsleden van het Hoger Instituut voor Readaptatiewetenschappen Leuven die bij de overname van de opleiding Sociale readaptatiewetenschappen door de Katholieke Hogeschool Leuven onder de voorwaarden vallen van artikel 307sexies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en geen gebruik wensen te maken van dit artikel, blijven personeelslid van het CVO HIRL en worden op het ogenblik van de overdracht van deze opleiding ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. ".
Art. VII.2. Au titre II, chapitre XI, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 9 juillet 2010, il est ajouté un article 84octiesdecies, rédigé comme suit :
" Art. 84octiesdecies. Les membres du personnel nommés du "Hoger Instituut voor Readapatiewetenschappen Leuven" qui tombent, lors de la reprise de la formation "Sociale readaptatiewetenschappen" par la "Katholieke Hogeschool Leuven", sous les conditions de l'article 307sexies du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande, et qui ne souhaitent pas utiliser cet article, restent un membre du personnel du "CVO HIRL", et sont mis à disposition au moment du transfert de cette formation par défaut d'emploi. ".
" Art. 84octiesdecies. Les membres du personnel nommés du "Hoger Instituut voor Readapatiewetenschappen Leuven" qui tombent, lors de la reprise de la formation "Sociale readaptatiewetenschappen" par la "Katholieke Hogeschool Leuven", sous les conditions de l'article 307sexies du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande, et qui ne souhaitent pas utiliser cet article, restent un membre du personnel du "CVO HIRL", et sont mis à disposition au moment du transfert de cette formation par défaut d'emploi. ".
Art. VII.3. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2012.
Artikel VII.2 heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2012.
Artikel VII.2 heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2012.
Art. VII.3. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2012.
L'article VII.2 produit ses effets le 1er juin 2012.
L'article VII.2 produit ses effets le 1er juin 2012.
HOOFDSTUK VIII. - Andere bepalingen
CHAPITRE VIII. - Autres dispositions
Afdeling I. - Decreet betreffende het onderwijs XVIII
Section Ire. - Décret relatif à l'enseignement XVIII
Art. VIII. l. In artikel XI.8 van het decreet van 4 juli 2008 betreffende het onderwijs XVIII van 4 juli 2008, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 8 juli 2011, worden in het eerste lid worden de jaartallen ", 2010-2011 en 2011-2012" vervangen door de jaartallen ", 2010-2011, 2011-2012 en 2012-2013".
Art. VIII. l. Dans l'article XI.8 du décret du 4 juillet 2008 relatif à l'enseignement XVIII, du 4 juillet 2008, modifié par les décrets des 8 mai 2009 et 8 juillet 2011, à l'alinéa premier les années ", 2010-2011 et 2011-2012" sont remplacés par les années ", 2010-2011, 2011-2012 et 2012-2013".
Afdeling II. - Decreet betreffende het onderwijs XXI
Section II. - Décret relatif à l'enseignement XXI
Art. VIII.2. Artikel VI.2 van het decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI wordt als volgt gewijzigd :
1° de eerste zin wordt vervangen door de volgende zin : "In artikel 14bis van hetzelfde decreet wordt § 2 vervangen door wat volgt :";
2° de aanduiding "Art. 14bis" wordt vervangen door de aanduiding " § 2".
1° de eerste zin wordt vervangen door de volgende zin : "In artikel 14bis van hetzelfde decreet wordt § 2 vervangen door wat volgt :";
2° de aanduiding "Art. 14bis" wordt vervangen door de aanduiding " § 2".
Art. VIII.2. L'article VI.2 du décret du 1er juillet 2011 relatif à l'enseignement XXI est modifié comme suit :
1° la première phrase est remplacée par la phrase suivante : " A l'article 14bis du même décret, le § 2 est remplacé par la disposition suivante : ";
2° la mention " Art. 14bis " est remplacée par la mention " § 2 ".
1° la première phrase est remplacée par la phrase suivante : " A l'article 14bis du même décret, le § 2 est remplacé par la disposition suivante : ";
2° la mention " Art. 14bis " est remplacée par la mention " § 2 ".
Afdeling III. - Inwerkingtreding
Section III. - Entrée en vigueur
Art. VIII.3. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2012.
Artikel VIII.2 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2011.
Artikel VIII.2 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2011.
Art. VIII.3. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2012.
L'article VIII.2 produit ses effets le 1er septembre 2011.
L'article VIII.2 produit ses effets le 1er septembre 2011.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 29 juni 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Brussel, 29 juni 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
Bruxelles, le 29 juin 2012.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
Bruxelles, le 29 juin 2012.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET